MultitalentPlus Manager - Thermostaat REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MultitalentPlus Manager REMKO in PDF-formaat.
| Type product | Warmtepompmanager |
| Merk | REMKO |
| Model | MultitalentPlus Manager |
| Voedingsspanning | 12-20 V DC |
| Stroomopname | 25 mA |
| Beveiligingsklasse (IP) | IP40 |
| Omgevingstemperatuur bedrijf | 0 °C tot +50 °C |
| Omgevingstemperatuur opslag | -20 °C tot +60 °C |
| Luchtvochtigheid (max., niet condenserend) | 95 % rel. vocht. |
| Klokreserve | >10 uur |
| Display | LCD met verlichting |
| Bediening | Draaiknop en 4 functietoetsen |
| Aantal verwarmingscircuits | 2 (direct en mengcircuit) |
| Warmwaterbereiding | Ja, met anti-legionellafunctie |
| Koelfunctie | Ja |
| Zonnepaneelfunctie | Ja |
| Cascaderegeling | Tot 8 warmtegeneratoren |
| Tijdprogramma's | Programmeerbaar per verwarmingscircuit en warmwater |
| Vorstbeveiliging | Ja, instelbaar |
| Vakantiestand | Ja |
| Tolerantie temperatuursensor (NTC 5k) | +/-1% bij 25 °C |
| Tolerantie temperatuursensor (Pt1000) | +/-0,2% bij 0 °C |
Veelgestelde vragen - MultitalentPlus Manager REMKO
Gebruikersvragen over MultitalentPlus Manager REMKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MultitalentPlus Manager - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MultitalentPlus Manager van het merk REMKO.
GEBRUIKSAANWIJZING MultitalentPlus Manager REMKO
Handleiding voor de ervaren specialist en CHECKSERV

| Veiligheidsinstructies | 4 |
| Milieubescherming en recycling | 4 |
| Garantie | 4 |
| Transport en verpakking | 4 |
| Toepasselijk gebruik | 4 |
| Functie | 5 |
| Verwarmingscurves | 6 |
| Inbedrijfstelling | 7 |
| Menustructuur / Menu-navigatie | 8-44 |
| Installatieselectie / Hydraulische schema's | 45-55 |
| Toewijzing contacten Merlin I/O-printplaat | 56-57 |
| Verhelpen van storingen en service | 58-60 |
| Waarden voeler / Karakteristiek | 61 |
| Technische gegevens | 62 |

Made by REMKO

Vóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze installatiehandleiding zorgvuldig lezen!
Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij het apparaat bewaard te worden.
Deze Nederlandse gebruiksaanwijzing is een vertaling van de originele Duitse handleiding, versie W-05
Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten en vergissingen!
Veiligheidsinstructies
Lees voor u het apparaat voor de eerst in gebruikt neemt de gebruiks- handleiding aandachtig door. Deze bevat nuttige tips, instructies ♖en waarschuwingen voor de veiligheid van personen en goederen ▲ Het niet opvolgen van de gebruikshandleiding kan gevaar voor personen, het milieu, de installatie en tot het verlies van mogelijke aansprakelijkheid leiden.
Bewaar deze gebruikshandleiding in de buurt van het apparaat.
Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan de door REMKO geleverde apparaten zijn niet toegestaan en kunnen storingen veroorzaken.
De bediening van apparaten van de apparaten met zichtbare gebreken of beschadigingen is verboden.
■ Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel; reinigingswerkzaamheden kunnen door de gebruiker uitgevoerd worden.
De apparaten of componenten mogen niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen, extreme vochtigheid of directe zonnestraling.

Zorg voor het milieu en recycling
Afvoeren van de verpakking
Alle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. Om afval tegen te gaan en grondstoffen te kunnen hergebruiken, levert u het verpakkingsmateriaal uitsluitend in bij de daarvoor aangewezen inzamelplaatsen.
Afvoeren van de apparaten en componenten

De apparaten en menten worden uitsluitend cyclebare materialen kt.
Draag bij aan de bescherming van het milieu, door er voor te zorgen dat apparaten of componenten (bijv. batterijen) niet in het huisvuil komen maar alleen op milieuvriendelijke wijze volgens de plaatselijk geldende voorschriften worden verwerkt, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recycling of via een inzamelpunt.
Garantie
Voorwaarde voor eventuele aanspraken op garantie is dat de bij het toestel gevoegde „Garantieoorkonde" volledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KG door de inkoper of zijn af-nemer is teruggestuurd en wel direct na de aankoop c.q. de inbedrijfstelling. De garantievoorwaarden zijn opgenomen in de "Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleen tussen de bij de overeenkomst betrokken partijen speciale afspraken gemaakt worden. Neem daarom eerst contact op met uw rechtstreekse handelspartner als u speciale afspraken wilt maken.
Transport en verpakking
De apparaten worden in een stevige transportverpakking geleverd. Controleer de apparaten direct bij de levering. Noteer eventuele beschadigingen of ontbrekende onderdelen op de pakbon en informeer de transporteur en uw handelspartner hierover. Bij klachten achteraf wordt geen garantie verleend.
Toepasselijk gebruik
De apparaten dienen al naar gelang de uitvoering en uitrusting uitsluitend te worden toegepast als airconditioning om het bedrijfsmedium lucht binnen een gesloten ruimte op te warmen of af te koelen. Ander of verdergaand gebruik geldt als niet toepasselijk gebruik. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de fabrikant / leverancier van de machine niet aansprakelijk. Het risico wordt uitsluitend door de gebruiker gedragen. Bij het toepasselijk gebruik hoort ook het inachtnemen van de bedienings- en installatie-instructies en het nakomen van de onderhoudsbepalingen.
Functie
De warmtepompmanager Multitalent heeft de taak, de volledige warmtepompinstallatie inclusief eventuele extra warmte-generatoren te bedienen en afgestemd op de behoefte aan te sturen. De warmtepompmanager heeft een groot aantal functies en moet daarom voor de gewenste functies en vooral voor de aanwezige verwarmingsinstallaties geconfigureerd worden. Dit handboek geeft zowel instructies voor de installatie als dat er wordt uitgelegd, wat er eigenlijk achter de verschillende parameters voor de configuratie van de warmtepompmanager steekt. De volgende functies worden in de warmtepompmanager afgebeeld:
- Gebruik van warmtepompen
- Weersafhankelijke verwarmingscircuitregeling van een direct verwarmingscircuit en een mengcircuit (bijv.: vloerverwarming)
• Bereiding warm tapwater - Koelfunctie
• Zonnepaneelfunctie
• Behoefteafhankelijke circulatiepompschakeling
• Automatische omschakeling zomer/wintertijd - Individueel instelbare daluren en vakantiestand voor de verwarmingscircuits en het warm tapwater
- Cascade modulerende warmtegeneratoren
- Cascade schakelende warmtegeneratoren
• Bivalentie-regeling
De warmtepompmanager bepaalt continu de richt- aanvoertemperatuur door middel van de buitentemperatuurvoeler en de geselecteerde verwarmingscurve en vergelijkt deze met de heersende systeem-aanvoertemperatuur (T-combi-sensor F8). Met behulp van het tijdsverschil en het verschil tussen de heersende aanvoertemperatuur en de richttemperatuur berekent de warmtepompmanager de modulatiegraad in %.
De modulatiegraad komt overeen met het richtvermogen in % van het verwarmingssysteem, bijv. van het benodigd verwarmingsvermogen op basis van de momenteel heersende buitentemperatuur.
De modulatiegraad wordt omgezet in een 0-10 V-signaal en doorgestuurd naar het buitentoestel van de warmtepomp voor verdere bewerking.

line
| Condition | Modulatiegraad [%] | | --------- | ----------------- | | WP modulerend AAN | 100 | | WP modulerend AAN 2e WE UIT | 80 | | WP modulerend AAN 2K | 100 |
line
| 0-10 V - Signaaluitvoer | Modulatiegraad [%] | | ---------------------- | ------------------ | | 0 | 0 | | 10 | 20 | | 20 | 40 | | 30 | 60 | | 40 | 80 | | 50 | 100 |
bar_line
| 0-10 V - Signal | Modulatiegraad (%) | |---|---| | 0 | 0 | | 1.88 | 0 | | 3.13 | 12 | | 4.38 | 28 | | 5.63 | 42 | | 6.88 | 44 | | 8.13 | 58 | | 9.38 | 58 | | 10 | 72 | | Stand 6 | 86 | | Stand 5 | 86 | | Stand 4 | 86 | | Stand 3 | 42 | | Stand 2 | 28 | | Stand 1 | 12 | | Stand 0 | 0 | Stand 7 | 7 |REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Verwarmingscurves
De verwarmingscurve dient om aan het gebouw een van de buitentemperatuur afhankelijke, passende richt-aanvoertemperatuur toe te kennen. De verwarmingscurves 0,2 tot 0,8 hebben een voetpunt van 20°C en zijn bedoeld voor vloer-/wandverwarmingen. De verwarmingscurves 1 tot 3 hebben een voetpunt van 27°C en zijn hiermee geschikt voor radiatoren (stalen verwarmingselementen). De verwarmingscurve kan het best bij buitentemperaturen onder 5 °C worden ingesteld. De
wijziging in de instellingen van de verwarmingscurve moet in kleine stappen en grotere tijdsspannes worden uitgevoerd (min. 5 tot 6 uur), omdat de installatie na elke wijziging van de verwarmingscurve zich eerst op de nieuwe waarden moet instellen.

Inbedrijfstelling
Met de warmtepompmanager Multitalent wordt de hele verwarmingsinstallatie volledig bediend en bestuurd.
De warmtepompmanager wordt door middel van de bedieningseenheid bediend. De bedieningseenheid wordt op het basisapparaat gestoken geleverd en bevindt zich achter de klep in de binnenmodule.

De afstandsbediening van de warmtepompmanager wordt met de volgende toetsen bediend.

Met draaiknop (A) kunt u:
- tussen de weergegeven menupunten bladeren - instelwaarden wijzigen

Met de Home-knop (B) komt u altijd weer in het standaardscherm.

Elke van de vier functietoetsen (C) staat voor een van de vier regels in het display. Druk op een van de functietoetsen om een menupunt of instelwaarde te selecteren.
LET OP
Na een stroomuitval e.d. kan de eerder geprogrammeerde configuratie door op de F-toets naast Einde te drukken direct weer geactiveerd worden. Dit geschiedt ook automatisch na een wachttijd van 10 minuten.
Vanuit de fabriek is installatie 1 voorgeïnstalleerd. Na een reset van de warmtepompmanager worden de parameters door installatie 1 geladen.
■ Voer voor de eigenlijke inbedrijfstelling een intensieve visuele controle uit.
Schakel de stroomvoorziening in.
- Het volgende scherm verschijnt in het display van de Multitalent.

Controleer welk installatieschema gebruikt is (zie hydraulische schema's in het handboek bij de warmtepomp-manager)
Als installatieschema 1 geschikt is, hoeft slechts op de F-toets naast Einde te worden gedrukt. Als voor een ander installatieschema wordt gekozen, moet de F-toets naast OK worden ingedrukt om de installatie te starten.
De configuratie in het installatiemenu voor de gekozen hydraulica met de
bijbehorende parameters moet volledig doorgeprogrammeerd worden (zie hydraulische schema's in het handboek bij de warmtepompmanager).
De installatie moet op de persoonlijke waarden van de klant worden afgestemd (bijv. aanvoer-/voorlooptemperatuur).
De meegeleverde verkorte handleiding geeft een overzicht hoe de belangrijkste waarden ingesteld moeten worden.
Na de configuratie dient de installatie opgestart te worden en dienen de gemeten waarden in een inbedrijfstellingsprotocol geregistreerd te worden.
NOTA BENE
Uitsluitend een door REMKO bevoegde installateur mag de warmtepompmanager inbedrijfstellen en programmeren.
NOTA BENE
Belangrijke details voor een succesvolle inbedrijfstelling vindt u in het handboek bij de warmtepompmanager.
NOTA BENE
Tijdens een inbedrijfstelling kan en slechts één typische voorinstelling van de warmtepompmanager geprogrammeerd worden. Vanwege verschillende gewoontes van gebruikers en bouwsubstanties moeten aparte instellingen eventueel geoptimaliseerd worden. Vooral tijdens de eerste verwarmingsperiode
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Functies warmtehoeveelheidsmeter
De warmtepompmanager Multitalent PLUS is uitgevoerd met de volgende voor de warmtehoeveelheidsmeter relevante weergaves en/of functies:
Weergaveniveau
Bij de weergaves die relevant zijn voor de warmtehoeveelheidsmeter komt u door de hierna aangegeven bedieningsstappen van de warmtepompmanager op te volgen.
Niveau 0

flowchart
graph TD
A["Vr 23-apr10 16:05"] --> B["T-buiten 19,0 °C"]
A --> C["T-combi 36,2 °C"]
A --> D["Verwarmen"]
B --> E["Home"]
C --> E
D --> E
F["Niveau 1"] --> G["Hoofdmenu"]
G --> H["Terminal"]
G --> I["Regeling"]
G --> J["Einde01"]
Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4


Niveau 4 (Vervolg)

Specialistenmenu
In het specialistenmenu is het warmtepompmenu te vinden. Hierin zijn de parameters voor de warmtehoeveelheidsmeter geconfigureerd.
Niveau 0

flowchart
graph TD
A["Vr 23-apr10 16:05"] --> B["T-buiten 19,0 °C"]
A --> C["T-combi 36,2 °C"]
A --> D["Verwarmen"]
E["Home"] --> F["Niveau 1"]
F --> G["Hoofdmenu"]
G --> H["Terminal"]
G --> I["Regeling"]
G --> J["Einde01"]
Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4 (Vervolg)


Niveau 4

Opnemen in de favorieten
Tot maximaal 10 display-waarden kunnen naar niveau 0 gekopieerd worden. Deze „Favorieten“ kunnen zo door de gebruiker van de installatie heel snel ter controle worden opgeroepen, zonder al te veel aandacht aan de menustructuur van de warmtepompmanager te hoeven besteden.
Hieronder ziet u welke display-waarden van de warmtehoeveelheidsmeter eventueel in het favorietenmenu kunnen worden opgenomen.
Niveau 0


Niveau 0


Niveau 0


Niveau 0

Menustructuur / Menu-navigatie

Momenteel gebruik (bedrijfsmodus)



flowchart
graph TD
A["Start"] --> B((Circular Component))
B --> C["Regeling"]
C --> D["Einde04"]
C --> E["Tijd-Datum"]
E --> F["Service"]
E --> G["Specialist"]








REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Niveau 4
MELDING
| Installatie | |
| 01 | Einde |
| T-buiten | |
| T-combi | |
| T-WE | |
| WE Status | |
| T-Retour tot | |
| T-Reservoir 3 | |
| Modgraad | |
| Volumestroom | |
| Huidig rendement | |
| Rendement dag | |
| Totaal rendement | |
| Fout | |
| Warmwater | |
| Einde01 | |
| T-WW | |
| T-WW U | |
| WW Behoefte | |
| WW Pomp | |
| WW Vrijgave | |
| Circulatiepomp | |
| Verwarmingscircuit 1 | |
| Einde01 | |
| T-Kamer | |
| T-Aanvoer | |
| Verwarmingscircuit Vrijgave | |
| Verwarmingscircuit Pomp | |
| B-Opwarmtijd | |
| Verwarmingscircuit 2 | |
| Einde01 | |
| T-Kamer | |
| T-Aanvoer | |
| Verwarmingscircuit Vrijgav | |
| Verwarmingscircuit Pom | |
| B-Opwarmtijd | |
| Zonnepaneel /MF | |
| Einde01 | |
| MF 1 | |
| MF 2 | |
| T-MF 3 | |
| MF 3 | |
| MF 4 | |
| T-Zonne 1 | |
| T-WW | |
| T-WW U | |
| Zonnepaneel Pomp 1 | |
| Laden Sp WW | |
GEBRUIKER
| Installatie | |
| Einde01 | |
| Bedrijfsmodus | |
| Taal | |
| LCD Contrast | |
| LCD Helderheid | |
| °C/°F | |
| Warmwater | |
| Einde01 | |
| 1 x Warmwater | |
| T-WW 1 Richt | |
| T-WW 2 Richt | |
| T-WW 3 Richt | |
| Bob-waarde | |
| Circ met WW Prog | |
| Anti-legionella | |
| Verwarmingscircuit 1 |
| □ Einde01 |
| Bedrijfsmodus |
| T-Kamer Richt 1 |
| T-Kamer Richt 2 |
| T-Kamer Richt 3 |
| T-Verlaging |
| T-Afwezig |
| T-Kamer Koelen |
| T-buiten Koelen |
| Verwarmingsgrens dag |
| Verwarmingsgrens nacht |
| Verwarmingscurve |
| T-aanv const T |
| T-aanv const N |
| Invloed ruimte |
| Verwarmingscurve Adaptatie |
| Opwarm Opt |
| Max Op-tijd |
| Verlaag Opt |
| PC Vrijgave |
| Verwarmingscircuit 2 |
| □ Einde01 |
| Bedrijfsmodus |
| T-Kamer Richt 1 |
| T-Kamer Richt 2 |
| T-Kamer Richt 3 |
| T-Verlaging |
| T-Afwezig |
| T-Kamer Koelen |
| T-buiten Koelen |
| Verwarmingsgrens dag |
| Verwarmingsgrens nacht |
| Verwarmingscurve |
| T-aanv const T |
| T-aanv const N |
| Invloed ruimte |
| Verwarmingscurve Adaptatie |
| Opwarm Opt |
| Max Op-tijd |
| Verlaag Opt |
| PC Vrijgave |
SPECIALIST
| Configuratie | |
| Einde01 | |
| Terminaladres | |
| Adres Regeling | |
| BUS-Code 1 | |
| BUS-Code 2 | |
| eBUS-voeding | |
| Installatieselectie | |
| Type regeling | |
| WE 1 Type | |
| WE Bus | |
| WE 2 Type | |
| WE 2 Buffer | |
| WE 3 Type | |
| WE 4 Type | |
| Type buffer | |
| Koelbedrijf | |
| F 15 Functie | |
| E 1 Functie | |
| E 2 Functie | |
| Voeler | |
| Warmtegenerator | |
| Einde01 | |
| Max T-combi | |
| Min T-combi | |
| Min T-WE 2 | |
| Hysterese | |
| Hysteresetijd | |
| Seriewisseling | |
| Schakelblokkering | |
| Hyst Brander 2 | |
| Gradiënt | |
| Max Verlaging | |
| Dyn Uitschak | |
| WE Koel-Fct | |
| T-WE Koelstart | |
| Cascade | |
| Einde01 | |
| WE gevonden | |
| Vermogen/Trap | |
| BUS Scan | |
| min mod cascade | |
| WW-WE | |
| Regelverschil | |
| Vermogen Richt | |
| Rest Blokkeertijd | |
| Max T-WE | |
| WE Dyn Op | |
| WE Dyn Neer | |
| Bijstel Tijd | |
| Modgraad Aan | |
| Modgraad Uit | |
| Min Modgraad | |
| Modgraad WW | |
| WE Serie 1 | |
| WE Serie 2 | |
| Seriemodus | |
| Seriewisseling | |
| Schakelblokkering | |
| Warmtepomp | |
| Einde01 | |
| Max T-RL | |
| Min T-RL WP | |
| Max TA WE | |
| Min TA WP | |
| E1 Functie | |
| E2 Functie | |
| F15 Functie | |
| RL Offset | |
| Min T-WW | |
| Min T-PU WE | |
| Max WE Blokkeertijd | |
| ImpulsWaarde | |
| ImpulsEenheid | |
| Min VolStroom | |
| Koelbedrijf | |
| Einde01 | |
| T-RL Koelen | |
| Koelen uit bij WW | |
| Koelen met WP | |
Niveau 4 - Vervolg
SPECIALIST - Vervolg






REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Niveau 4 - DISPLAY - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
MELDING





Momentele waarden installatie
In het scherm 'Melding' kunnen geen waarden worden gewijzigd.
Er wordt alleen een waarde weergegeven, als de betreffende sensor is aangesloten of als de waarde in de installatie aanwezig is. Als de instelwaarde niet aanwezig is, is deze verborgen of er staan streepjes (----) in het display. De fabrieksinstellingen kunnen al naar gelang de gekozen installatie variëren.
Installatie
Omschrijving Beschrijving
| T-buiten Actuele buitentemperatuur [Voeler 09] (afgeronde waarde). | |
| T-combi | Actuele combinatietemperatuur [voeler 8] en richttemperatuur (combi-sensor). Wordt weergegeven na het indrukken van de betreffende functietoetsen.De richtwaarde komt overeen met de hoogste vereiste temperatuur van de verbruiker-circuits (incl. warmwaterbereiding). |
| T-WE Actuele temperatuur van alle aangesloten warmtegeneratoren [Voeler 08]. | |
| WE Status Status van de warmtegenerator (Aan/Uit). | |
| T-Retour tot | Huidige teruglooptemperatuur om de koelmachines te starten (zie specialistenmenu -voor koelbedrijf → T-RL Koelen) en om de warmtepomp uit te schakelen (zie specialistenmenu -warmtepomp → Max T-RL WP, RL Offset) [Voeler 17]. |
| T-Reservoir 3 Actuele temperatuur van reservoir 3/Bufferreservoir onder [Voeler 01]. Wordt bij REMKO niet gebruikt | |
| Modgraad Actuele richt-modulatiegraden voor alle actieve warmtegeneratoren (WE) en vereiste modulatiegraad. | |
| Volumestroom Weergave van de momentele volumestroom (debiet) in l/min | |
| Huidig rendement Weergave van het momentele verwarmings-/koelvermogen in W | |
| Rendement dag | Weergave van de geleverde warmtehoeveelheid in kWh van de vorige dag. De waarde wordt steeds automatisch om 0:00 uur bijgewerkt |
| Totaal rendement | Weergave van de sinds de inbedrijfname geleverde warmtehoeveelheid (cumulatief). De stand van de teller wordt elke dag om 0:00 uur met het dagrendement bijgewerkt. |
| Fout | Foutnummer (00 = geen fout). |
Niveau 4 - DISPLAY - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmwater
| Omschrijving Beschrijving | |
| T-WW | Heersende warmwatertemperatuur en richtwaarde voor het warmwater (zie gebruikersmenu →Warmwater →WW Richt). [Sensor 06] |
| T-WW U Heersende | temperatuur in het bufferreservoir onder [Voeler 12] (bijv. installaties met vastebrandstofketel) |
| WW Behoefte Status | verwarmingsbehoefte warmwater (Aan/Uit). |
| WW Pomp Status | warmwater laadpomp (Aan/Uit) / 3-weg-omschakelventiel. |
| WW Vrijgave | Vrijgave van de warmwaterbereiding (Aan/Uit). |
| Circulatiepomp | Status van de circulatiepomp (Aan/Uit). |
Verwarmingscircuit 1/2
| Omschrijving Beschrijving | |
| T-Aanvoer | Geeft de huidige aanvoertemperatuur [Voeler 05/08] en de richt-aanvoertemperatuur na het indrukken van de betreffende functietoetsen. |
| Verwarmingscircuit Vrijgave | Verwarmingscircuit in verwarmingsbedrijf (Aan/Uit). |
| Verwarmingscircuit Pomp | Status van de verwarmingspomp (Aan/Uit). |
| B-Opwarmtijd | Laatste benodigde opwarmtijd bij geactiveerde opwarmoptimalisatie. |
Zonnepaneel /MF
| Omschrijving Beschrijving | |
| MF 1 Status relais MF 1 (Aan/Uit) uitgang A8 - tweede warmtegenerator. | |
| MF 2 Status relais MF 2 (Aan/Uit) uitgang A9 - laadpomp binnenmodule. | |
| T-MF 3 Actuele temperatuur van Voeler MF 3 [Voeler 13] - vastebrandstofketel. | |
| MF 3 Status relais MF 3 (Aan/Uit) uitgang A10 - 3-weg-omschakelventiel koelen / MP koelen | |
| MF 4 Status van relais MF 4 (Aan/Uit) uitgang A 12 - zonnepaneel. | |
| T-Zonne 1 Huidige collectortemperatuur 1 [Voeler 14]. | |
| T-WW Huidige warmwatertemperatuur warmwater-richttemperatuur [Voeler 6]. | |
| T-WW U Heersende temperatuur in het bufferreservoir onder [Voeler 12] (bijv. bij installaties met vastebrandstofketel). | |
| Zonnepaneel Pomp 1 | Status van collectorpomp 1 (Aan/Uit). |
| Laden Sp WW | Status van reservoir-laadpomp 1 (Aan/Uit) Wordt bij REMKO niet gebruikt. |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
GEBRUIKER
| Installatie | |
| 01 | Einde |
| Bedrijfsmodus | |
| Taal | |
| LCD Contrast | |
| LCD Helderheid | |
| °C/°F | |
| Warmwater | |
| 01 | Einde |
| 1 x Warmwater | |
| T-WW 1 Richt | |
| T-WW 2 Richt | |
| T-WW 3 Richt | |
| Bob-waarde | |
| Circ met WW Prog | |
| Anti-legionella | |
| Verwarmingscircuit 1 | |
| 01 | Einde |
| Bedrijfsmodus | |
| T-Kamer Richt 1 | |
| T-Kamer Richt 2 | |
| T-Kamer Richt 3 | |
| T-Verlaging | |
| T-Afwezig | |
| T-Kamer Koelen | |
| T-buiten Koelen | |
| Verwarmingsgrens dag | |
| Verwarmingsgrens nacht | |
| Verwarmingscurve | |
| T-aanv const T | |
| T-aanv const N | |
| Invloed ruimte | |
| Verwarmingscurve Adaptatie | |
| Opwarm Opt | |
| Max Op-tijd | |
| Verlaag Opt | |
| PC Vrijgave | |
| Verwarmingscircuit 2 | |
| 01 | Einde |
| Bedrijfsmodus | |
| T-Kamer Richt 1 | |
| T-Kamer Richt 2 | |
| T-Kamer Richt 3 | |
| T-Verlaging | |
| T-Afwezig | |
| T-Kamer Koelen | |
| T-buiten Koelen | |
| Verwarmingsgrens dag | |
| Verwarmingsgrens nacht | |
| Verwarmingscurve | |
| T-aanv const T | |
| T-aanv const N | |
| Invloed ruimte | |
| Verwarmingscurve Adaptatie | |
| Opwarm Opt | |
| Max Op-tijd | |
| Verlaag Opt | |
| PC Vrijgave | |
Samenvatting van de instelwaarden die door de exploitant kunnen worden ingesteld.
Installatie
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
| Soort systeem / Bedrijfsmodus | Startklaar Koelen Automatisch 1+2 Zomer Verwarmen Verlagen Service | Startklaar | Instellen van het soort systeem / de bedrijfsmodus van de installatie. • Startklaar (Verwarmen UIT, warmwaterbereiding UIT, alleen antivriesfunctie). • Koelen (Verwarmen UIT, alleen warmwaterbereiding, activering van de koelmachines, regeling van de verwarmingscircuits op T-VL koelen). • Automatisch 1+2 (Verwarmen volgens tijdprogramma 1/2, WW volgens WW-programma). • Zomer (Verwarmen UIT, WW volgens WW-programma). • Verwarmen (Regeling via T-Kamer Richt). • Verlagen (Regeling via T-Verlaging). • Service (Regeling op Max T-WE, automatische reset na 15 min. naar de vorige bedrijfsmodus). |
| Taal D/GB/F/NL/E/I | Duits Instellen van de taal van de regeling. | ||
| LCD Contrast 00-06 | 04 Instellen van de intensiteit van het display. | ||
| LCD Helderheid 00-30 | 30 Instellen van de helderheid van de verlichting van het display. | ||
| °C/°F | Celsius Fahrenheit | Celsius | Instellen van de temperatuurseenheid. |
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmwater
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| 1xWarmwater Aan/Uit Uit | Het reservoir wordt voor een eenmalige belading vrijgegeven (= AAN) (bijv. om te douchen buiten de warmwater-tijden).De belading start als de T-WW 1 Richt-temperatuur met de schakelhysterese (zie specialistenmenu→Warmwater →Hysterese WW) wordt onderschreden. | ||
| T-WW 1 Richt 10°C-70°C 50°C | Instellen van de gewenste warmwatertemperaturen voor de 1e, 2e en 3e vrijgavetijd van het warmwaterprogramma (zie tijdprogramma→warmwater). | ||
| T-WW 2 Richt 10°C-70°C 50°C | |||
| T-WW 3 Richt 10°C-70°C 50°C | |||
| Bob-waarde 0,0K-70,0K 0,0K | Energiespaarfunctie voor zonnepaneel of vastebrandstofketel (bedrijf zonder brander).De brander wordt pas geactiveerd, als de actuele warmwatertemperatuur met de hier ingestelde waarde + de schakelhysterese (zie specialistenmenu→Warmwater →hysterese WW) onder de ingestelde warmwater richt-temperatuur is gezakt. | ||
| Circ met WW Prog Aan/Uit Uit | Activering van de circulatiepomp.De circulatiepomp loopt met warmwatervrijgave (= AAN), het circulatieprogramma (zie tijdprogramma→circulatieprogramma) is functieloos. | ||
| Anti-legionella Aan/Uit Uit | Activeren van de anti-legionellafunctie.Bij elke 20e keer opwarmen c.q. tenminste één keer in de week (op zaterdag om 1:00 uur) wordt het reservoir tot 65°C opgewarmd (= AAN).U heeft de mogelijkheid om bijvoorbeeld via de derde warmwater-vrijgavetijd een eigen anti-legionellafunctie in te stellen (zie tijdprogramma→warmwater).Worden voorgelegd aan de activering van anti-legionella programma moet meestal elektrische verwarming thermostaat op 65 °C. | ||
Verwarmingscircuit 1/2
De instelbare waarden kunnen variëren al naar gelang geselecteerde functie van het verwarmingscircuit.
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Bedrijfsmodus | ----StartklaarAutomatisch 1+2ZomerVerwarmenVerlagen | ---- | Instellen van de bedrijfsmodus van het betreffende verwarmingscircLET OPAls hierbij een bedrijfsmodus buiten „----” wordt ingesteld, dan blij deze bedrijfsmodus voor het betreffende verwarmingscircuit steeds actief, ongeacht de bedrijfsmodus-instelling in het hoofdmenu (zie pagina 7). Deze instelmogelijkheid is bedoeld voor gebruik met een afstandsbediening. |
| T-Kamer Richt 1 5,0°C-40,0°C | 20,0°C | Instellen van de gewenste kamertemperaturen voor de 1e, 2e en 3e vrijgavetijd van het actieve verwarmingsprogramma voor het geselecteerde verwarmingscircuit. | |
| T-Kamer Richt 2 5,0°C-40,0°C | 20,0°C | ||
| T-Kamer Richt 3 5,0°C-40,0°C | 20,0°C | ||
| T-Verlaging | 5,0°C-40,0°C | 15,0°C | Instellen van de gewenste kamertemperatuur tijdens de nachtelijke verlaging (tijde tussen de verwarmingstijden, zie tijdprogramma — Verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2). |
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| T-Afwezig 5,0°C-40,0°C 15,0°C | Instellen van de gewenste kamertemperatuur tijdens de vakantieverlaging (tijd van afwezigheid) (zie Tijd-Datum → Vakantie Start / Einde). | ||
| T-Kamer Koelen | ----/20,0°C-40,0°C 25,0°C | Instellen van de gewenste kamertemperatuur in Koel-bedrijf voor het geselecteerde verwarmingscircuit.Het koelbedrijf wordt geactiveerd als de hier ingestelde temperatuur wordt overschreden en eindigt, als deze temperatuur met 2K wordt onderschreden. Alleen in combinatie met een afstandsbediening. Met de waarde „----“ is het koelbedrijf onafhankelijk van de kamertemperatuur.Bovendien moet het koelbedrijf altijd door T-buiten Koelen zijn vrijgegeven. | |
| T-buiten Koelen 0,0°C-40,0°C 20,0°C | Het koelbedrijf wordt vrijgegeven en geactiveerd, als de buitentemperatuur de hier ingestelde waarde overschrijdt en eindigt, als deze temperatuur met 1K wordt onderschreden. | ||
| Verwarmingsgrens dag | ----/-5,0°C-4 0,0°C | 19,0°C | De bedrijfsmodus Verwarmingsgrenzen van de verwarmingspomp moet geactiveerd zijn (zie specialistenmenu▶ Verwarmingscircuit 1/2→Bedrijf HKP). |
| Verwarmingsgrens nacht | ----/-5,0°C-40,0°C 10,0°C | Instellen van de verwarmingsgrens.Als de door de regeling gemeten en gemiddelde buitentemperatuur de hier ingestelde verwarmingsgrens overschrijdt, dan wordt de verwarming geblokkeerd, de pompen gaan uit en de mengers gaan dicht.De verwarming wordt weer vrijgegeven als de buitentemperatuur de ingestelde verwarmingsgrens met 1K onderschrijdt.▪iVerwarmingsgrensdag(werkzaam tijdens de verwarmingstijden).▪iVerwarmingsgrensnacht(werkzaam tijdens de verlagingstijden).Bij „----“ is de verwarmingsgrens gedeactiveerd en de circulatiepomp wordt na de standaardfunctie geschakeld. | |
| Verwarmingscurve | 0,00-3,00 | 0,60 | De stijlheid van de verwarmingscurve laat zien, met hoeveel graden de aanvoertemperatuur verandert als de buitentemperatuur met 1°C stijgt of daalt.Als bij koude buitentemperaturen de kamertemperatuur te laag (te hoog) is, dan moet de verwarmingscurve verhoogd (verlaagd) worden.Als bij hoge buitentemperaturen de kamertemperatuur te laag is, moet de kamertemperatuur boven de kamer-richtwaarde (T-kamer Richt) gecorrigeerd worden (parallelle verschuiving van de verwarmingscurve).Bij „0,00“ is alleen de kamerregeling actief.De wijziging in de verwarmingscurve moet in kleine stappen en grotere tijdsspannes (min. 5-6 uur) worden uitgevoerd, omdat de installatie zich eerst op de nieuwe waarden moet instellen. |
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| T-aanv const T 10°C-110°C 35,0°C | De functie T-aanv const moet geactiveerd zijn (zie specialistenmenu→Verwarmingscircuit 1/2→HK Functie).Instellen van de gewenste aanvoertemperatuur, waarmee het geselecteerde verwarmingscircuit in de verwarmingstijd moet werken. | ||
| T-aanv const N | 10°C-110°C 10,0°C | De functie T-aanv const moet geactiveerd zijn (zie specialistenmenu→Verwarmingscircuit 1/2→HK Functie).Instellen van de gewenste aanvoertemperatuur, waarmee het geselecteerde verwarmingscircuit in de verlagingstijd moet werken. | |
| Invloed ruimte | Uit00-20 | Uit | Alleen als er een analoge kamerthermostaat is aangesloten (FBR).De temperatuur van de warmtegenerator (WE) wordt met de hier ingestelde waarde verhoogd, als de gewenste kamertemperatuur (T-kamer Richt) met 1K wordt onderschreden (invloed kamersensor). |
| Verwarmingscurve Adaptatie | Aan/Uit Uit | Automatische regeling van de verwarmingscurve (Verwarmingscurve-adaptatie).Startcondities:• Buitentemperatuur < 8°C• Bedrijfsmodus is Automatisch 1/2• Duur van de verlagingsfase is minimaal 6 uurAan het begin van de verlagingstijd wordt de heersende kamertemperatuur gemeten. Deze temperatuur wordt in de volgende 4u als richtwaarde voor de kamerregeling gebruikt. Op basis van de in deze tijd door de regeling berekende waarden voor de aanvoer-richttemperatuur en de buitentemperatuur wordt de verwarmingscurve berekend.De instelling blijft zolang ingeschakeld tot de adaptatie succesvol is afgerond en niet werd onderbroken (bijv. doordat een extern verwarmingscircuit warmwater heeft afgeroepen).Tijdens de adaptatie zijn de warmwaterbereiding van de regeling en de opwarmoptimalisatie geblokkeerd. | |
| Opwarm Opt | UitT-KamerT-buiten | Uit | Automatische vervroeging van het begin van de verwarmingstijd (opwarmoptimalisatie).De verwarming wordt afhankelijk van het weer (T-buiten) of de actuele kamertemperatuur (T-kamer, alleen als een analoge kamerthermostaat (FBR) is aangesloten) zo vroeg aangezet, dat de woning aan het begin van de ingestelde verwarmingstijd (zie tijdprogramma→Verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2) de ingestelde kamer-richttemperatuur (T-kamer Richt) net heeft bereikt.De verwarmingsoptimalisatie vindt alleen dan plaats als de verlagingstijd van het verwarmingscircuit tenminste 6 uur bedraagt. |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Max Op-tijd 00:00-03:00 02:00 | Instellen van de tijd, waarmee er maximaal eerder met verwarmen moet worden begonnen (maximale vervroeging). | ||
| Verlaag Opt | 00:00-03:00 00:00 | Automatische optimalisatie van de blokkering van de brander aan het einde van de ingestelde verwarmingstijd.Tijdens de hier ingestelde tijdspanne voor het einde van de verwarmingstijd (alleen bij de laatste verwarmingstijd) (zie tijdprogramma -verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2) wordt de brander niet meer gestart, als deze niet al in bedrijf is (voorkomt het kortstondig opwarmen van de WE aan het einde van de verwarmingstijd). | |
| PC Vrijgave | 0000-9999 0000 | Code-nummer voor de vrijgave van de verwarmingcircuitgegevens via de PC. | |
Niveau 4 - TIJDPROGRAMMA - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
In dit submenu kunnen alle tijdprogramma's worden ingesteld.
| Omschrijving | Fabrieksinstelling | Bedrijfsmodus / beschrijving | |
| Dag Tijd | |||
| Verwarmingscircuit1 Prog 1 | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 06:00-22:0006:00-22:0007:00-23:00 | Automatisch 1 |
| Verwarmingscircuit1 Prog 2 | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 06:00-08:00, 16:00-22:0006:00-08:00, 16:00-22:0007:00-23:00 | Automatisch 2 |
| Verwarmingscircuit2 Prog 1 | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 06:00-22:0006:00-22:0007:00-23:00 | Automatisch 1 |
| Verwarmingscircuit2 Prog 2 | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 06:00-08:00, 16:00-22:0006:00-08:00, 16:00-22:0007:00-23:00 | Automatisch 2 |
| Warmwater | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 05:00-21:0005:00-21:0006:00-22:00 | Automatisch 1+2 |
| Circulatieprogramma | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 05:00-21:0005:00-21:0006:00-22:00 | Automatisch 1+2 |
| WE 1-4 vrijgave | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 00:00-24:0000:00-24:0000:00-24:00 | De warmtegeneratoren kunnen alleen tijdens de hier ingestelde vrijgavetijden in bedrijf worden genomen (voor het gebruik van een warmtegenerator moet er bovendien om warmte worden gevraagd door een verbruiker of een reservoir). |
| S-Kick vrijgave | Ma.-Zo. 07:00-22:00 | Vrijgavetijd van de zonnepaneel-kick-functies (zie specialistenmenu - Zonnepaneel MF). | |
| PU Nachtlading Ma.-Zo. 00:00-05:00 | Tijdens de hier ingestelde vrijgavetijd zijn de conventionele warmtepompen geblokkeerd. Het bufferreservoir wordt in deze tijd alleen met de warmtepomp tot de ingestelde temperatuur (zie specialistenmenu → Warmtepomp → Min T-PU WE) opgewarmd.De PU Nachtlading moet niet worden vrijgegeven gedurende de verwarmings- en warmwatertijden. | ||
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Niveau 4 - TIJD-DATUM - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
In dit submenu zijn diverse waarden voor de gebruiker snel bereikbaar samengesteld.
| Omschrijving Fabrieksinstelling Beschrijving | ||
| Tijd | Tijdsweergave van de regeling (De tijd kan alleen via Terminal - Tijd worden aangepast).Als een regeling van de verwarmingsinstallatie als tijdgever is ingesteld (bepaalt de tijd van alle regelingen), wordt bij alle andere regelingen van de installatie de tijdsinvoer geblokkeerd (Er mag slechts maximaal één tijdgever op de BUS worden ingesteld). | |
| Datum | Datumweergave van de regeling (De datum kan alleen via Terminal - Datum worden aangepast). | |
| Vakantie Start Uit | Instellen van de eerste vakantiedag (vanaf deze dag wordt er niet meer verwarmd). | |
| Vakantie Einde Uit | Instellen van de laatste vakantiedag (tot deze dag wordt er niet meer verwarmd). | |
| Zomertijd Start | Door de datum in te voeren kan de omschakeling van zomer- naar wintertijd automatisch worden uitgevoerd. | |
| Zomertijd Einde | Stel de datum in van de dag, voordat de omschakeling plaatsvindt.De regeling voert de tijdsomschakeling uit op de zondag volgend op deze datum om 2:00 uur c.q. om 3:00 uur 's ochtends. | |
Niveau 4 - SERVICE - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
In dit submenu zijn diverse waarden voor de klantendienst snel bereikbaar samengesteld.
Voor bepaalde functies moet het code-nummer worden ingevoerd.
De relaistest en de sensortest worden automatisch na 1 minuut gereset!
| Sensortest nr. Voeler nr. | REMKO Aanduiding voeler | Gebruik van de klemmen in de binnen-module | Beschrijving |
| 01 Temperatuur bufferreservoir Onder | |||
| 02 | Temperatuur bufferreservoir Midden (c.q. kamertemperatuur Verwarmingscircuit 1) | ||
| 03 Temperatuur bufferreservoir Boven | |||
| 04 niet in gebruik | |||
| 05 F5 X3.16 Aanvoertemperatuur verwarmingscircuit 2 (mengcircuit) | |||
| 06 F6 X3.15 Warmwatertemperatuur Boven (gebruikswaterbuffer) | |||
| 07 niet in gebruik | |||
| 08 F8 X3.14 Combinatietemperatuur (gemeenschappelijke aanvoertemperatuursensor) | |||
| 09 F9 X3.13 Buitentemperatuur | |||
| 10 niet in gebruik | |||
| 11 F11 X3.12 | Bij CMF 80/90/140/150 en CMT 100/150:Aanvoertemperatuur verwarmingscircuit 1 (direct verwarmingscircuit) of bij CMF/CMT 120 en CMF/CMT 160:Aanvoertemperatuur warmtepomp | ||
| 12 F12 X3.11 Warmwatertemperatuur Onder (referentiesensor voor regeling zonnepaneel) | |||
| 13 F13 X3.10 nog niet in gebruik (temperatuur vaste brandstof WE (PT 1000)) | |||
| 14 F14 X3.9 | Collectortemperatuur zonne-installatie (speciale regelkarakteristiek (PT 1000)) | ||
| 15 F15 X3.8 Volumestroomgever | |||
| 16 niet in gebruik | |||
| 17 F17 X3.7 Retourtemperatuurvoeler | |||
Niveau 4 - SERVICE - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg Relaistest
Selecteer het gewenste relais (01-11) met de draaiknop in het submenu Service
Het geselecteerde relais wordt 1 minuut lang ingeschakeld en alle andere relais worden uitgeschakeld.
Let erop dat voor deze functie een codenummer moet worden ingevoerd.
Als er 5 minuten lang verder geen bediening meer plaatsvindt, wordt de relaistest automatisch afgebroken
| Relais Uitgang Beschrijving | |
| 00 Normaal bedrijf => Relais schakelt volgens de ingestelde functie | |
| 01 A1 Circulatiepomp verwarmingscircuit 1 (direct verwarmingscircuit) Aan | |
| 02 A2 Circulatiepomp verwarmingscircuit 2 (mengcircuit) Aan | |
| 03 A3 Omschakelventiel/Laadpomp tapwater | |
| 04 A4 Menger verwarmingscircuit 2 Open | |
| 05 A5 Menger verwarmingscircuit 2 Dicht | |
| 06 A6 Vrijgave warmtepomp Aan (Laadpomp loopt parallel) | |
| 07 A7 | Bij CMF/CMT 120/160: Vrijgave koelenBij CMF 80/140: 2. Warmtegenerator AanBij CMF 90/150 en CMT100/150 circulatiepomp koelen Aan |
| 08 A8 Vrijgave 2e warmtegenerator (multifunctie 1-uitgang) | |
| 09 A9 Laadpomp binnenmodule (multifunctie 2-uitgang) | |
| 10 A10 | Bij CMF 80/90: CondensatorpompBij CMF/CMT 120/160, CMF 90/150, CMT 100/150: Omschakelventiel koelen (multifunctie 3-uitgang) |
| 12 A12 | Circulatiepomp of zonnepaneelpomp of laadpomp UP-vastebrandstofketel(multifunctie 4-uitgang) |
Overige menupunten
| Omschrijving Beschrijving | |
| Software-nummer Weergave van het softwarenummer met index. | |
| Cascade handbediening | Alleen bij cascades; de bedrijfsmodus Service moet actief zijn.Instellen van het vermogen van de warmtegenerator (Bij schakelende meertraps warmtegeneratoren kan de tweede trap door een vermogenseis van >50% worden ingeschakeld).Nadat de servicefunctie is beëindigd wordt de invoer automatisch gereset. |
| Brander Looptd Weergave | van de looptijd van de warmtegenerator voor alle trappen. |
| Brander Startsg Weergave | van start van de warmtegenerator voor alle trappen. |
| STB-test | Veiligheidstemperatuurbegrenzer-test met weergave van de temperatuur van de WE. (start de test met de F-toets) |
| Klantendienst | Invoer van de datum voor de jaarlijkse onderhoudsmelding (bij jaar = „00“ geen melding) of invoer van het aantal bedrijfsuren van de installatie waarna er een onderhoudsmelding dient te worden weergegeven (bij bedrijfsuren < „50“ geen melding). |
| Reset gebruiker | |
| Reset specialist | Door middel van de reset-functie kunnen de diverse submenu's op de fabrieksinstellingen worden gereset (fabrieksinstelling = „01“). |
| Reset tijdprogramma | |
| Communicatie BM 1 Afstandsbediening HK 1 op de BUS. | |
| Communicatie BM 2 Afstandsbediening HK 2 op de BUS. | |
| Communicatie KM | Communicatie met uitbreidingsmodule (voor extra verwarmingscircuits). |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
SPECIALIST
Configuratie
| Einde01 | |
| Terminaladres | |
| BUS-Code 1 | |
| BUS-Code 2 | |
| eBUS-voeding | |
| Installatieselectie | |
| Type regeling | |
| WE 1 Type | |
| WE Bus | |
| WE 2 Type | |
| WE 2 Buffer | |
| WE 3 Type | |
| WE 4 Type | |
| Type buffer | |
| Koelbedrijf | |
| F 15 Functie | |
| E 1 Functie | |
| E 2 Functie | |
| Voeler | |
Warmtegenerator
| Einde01 | |
| Max T-combi | |
| Min T-combi | |
| Min T-WE 2 | |
| Hysterese | |
| Hysteresetijd | |
| Seriewisseling | |
| Schakelblokkering | |
| Hyst Brander 2 | |
| Gradiënt | |
| Max Verlaging | |
| Dyn Uitschak | |
| WE Koel-Fct | |
| T-WE Koelstart | |
scade
| Einde01 | |
| WE gevonden | |
| Vermogen / Trap | |
| BUS Scan | |
| min mod cascade | |
| WW-WE | |
| Regelverschil | |
| Vermogen Richt | |
| Rest Blokkeertijd | |
| Max T-WE | |
| WE Dyn Op | |
| WE Dyn Neer | |
| Bijstel Tijd | |
| Modgraad Aan | |
| Modgraad Uit | |
| Min Modgraad | |
| Modgraad WW | |
| WE Serie 1 | |
| WE Serie 2 | |
| Seriemodus | |
| Seriewisseling | |
| Schakelblokkering | |
Warmtepomp
| Einde01 | |
| Max T-RL | |
| Min T-RL WP | |
| Max TA WE | |
| Min TA WP | |
| E1 Functie | |
| E2 Functie | |
| F15 Functie | |
| RL Offset | |
| Min T-WW | |
| Min T-PU WE | |
| Max WE Blokkeertijd | |
| ImpulsWaarde | |
| ImpulsEnheid | |
| Min VolStroom |
Koelbedrijf
| Einde01 | |
| T-RL Koelen | |
| Koelen uit bij WW | |
| Koelen met WP | |
SPECIALIST - Vervolg
| 0-10V I/O | |
| Einde01 | |
| SPG Curve | |
| Curve 11 U 1 | |
| Curve 11 U 2 | |
| Curve 11 T 1 | |
| Curve 11 T 2 | |
| Curve 11 U A | |
| Dekvloer | |
| Einde01 | |
| Dekvloer | |
| Dekvloer programma | |
| Warmwater | |
| EInde01 | |
| Laadpompblokkering PPL | |
| T-WE WW | |
| Hysterese WW | |
| WW Naloop | |
| TH Ingang | |
| Thermenfct | |
| Doorladen | |
| Verwarmingscircuit 1 | |
| Einde01 | |
| HK Functie | |
| Bedrijf HKP | |
| Max T-Aanvoer | |
| Min T-Aanvoer | |
| T-VL Koelen | |
| T-Vorstbeveiliging | |
| T-buiten vertr | |
| Verwarmingscircuit 2 | |
| Einde01 | |
| HK Functie | |
| Bedrijf HKP | |
| Menger Open | |
| Menger Dicht | |
| Max T-Aanvoer | |
| Min T-Aanvoer | |
| T-VL Koelen | |
| T-Vorstbeveiliging | |
| T-buiten vertr | |
| Curve-afst | |
| Afnameplicht | |
| Zonnepanel /MF | |
| Einde01 | |
| MF 1 Functie | |
| MF 2 Functie | |
| MF 3 Functie | |
| MF 4 Functie | |
| MF 4 Hyst | |
| MF 4 Hyst Uit | |
| Max T-Zonnep | |
| Min T-Zonnep Aan | |
| Min T-Zonnep Uit | |
| T-Zonne Beveil | |
| Retourko Vers | |
| Max T-SP WW | |
| Max T-SP PU | |
| Max T-SP 3 | |
| Zonnep Kickduur | |
| Zonne Kickpauze | |
| Zonnep Kickgradiënt | |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Het wijzigen van de specialisten-instelwaarden is pas mogelijk na het invoeren van het code-nummer, omdat verkeerde instellingen van deze waarden tot storingen en schade aan de installatie kunnen leiden.
Configuratie
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | De BM-T is een terminal (invoerapparaat). Bij meerdere terminals op de BUS moeten deze verschillende terminal-adressen krijgen. | ||
| BUS-Code 1 | 00-15 01 | De verwarmingscircuits worden beginnend met „01“ doorgenummerd (verwarmingscircuitnummer); ze mogen geen twee keer worden toegekend. | |
| BUS-Code 2 | 00-15 02 | De verwarmingscircuits worden beginnend met „01“ doorgenummerd (verwarmingscircuitnummer); ze mogen geen twee keer worden toegekend. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| eBUS-voeding Aan/Uit Uit | Activering van de eBUS-voeding naar aangesloten appara-ten. | ||
| Installatieselectie | ----/01-12 01 | Met deze instelwaarde kunnen de overige waarden van het niveau configuratie vooraf worden toegekend (Selectie van de basisfuncties).De weergegeven waarde is hier steeds „00“.01= Basishydrauliek voor de functies “Verwarmen en warmwater”, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C02= versie met alleen verwarmen, mono-energetisch gebruik, 2 trappen voor elektrische bijverwarmingen, bivalentiepunt -5°C03= versie met alleen verwarmen, bivalent gebruik, verwarmingsketel + optie voor 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -3°C.04= versie met alleen verwarmen, bivalent gebruik, vastebrandstofketel + optie voor elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -3°C.05= versie met alleen verwarmen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C.06= versie met verwarmen/koelen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C.07= versie met verwarmen/koelen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, zonne-installatie, bivalentiepunt -5°C.08= versie met alleen verwarmen, mono-energetisch gebruik, 2 trappen voor elektrische bijverwarmingen, bivalentiepunt -5°C.09= versie met alleen verwarmen, bivalent gebruik, + optie voor 1 elektrische bijverwarming, zonne-installatie, bivalentiepunt -3°C.10= versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik, bivalentiepunt -3°C11= versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik, zonne-installatie, bivalentiepunt -3°C12=versie met verwarmen-koelen, bivalent gebruik met vastebrandstof, + optie voor 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -3°CBij „----“ wordt de waarde niet gewijzigd. | |
| Type regeling 00-06 06 | Instellen van het type regeling van de installatie.00= Geen warmtegenerator (uitbreiding menger).01= Eéntraps WE (schakelend).02= Eéntraps (modulerend).03= Tweetraps WE (schakelend).04= Twee losse WE (schakelend).05= Meertraps schakelend (cascade via BUS).06= Meertraps modulerend (cascade via BUS). | ||
| WE 1 Type(Uitgang A6 vrijgave c.q. aan-vraag warmtepomp) | 00-09 07 | 00= Relais heeft geen functie.01= Inschakelen WE.07= Inschakelen warmtepomp.08= Inschakelen Koelen 1.09= Inschakelen Koelen 2. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| WE BUS 00-05 05 | 00 = Relais (schakelende WE).01 = CAN-BUS (Cascade schakelend).02 = eBUS (WE zonder temperatuurregeling, voorgeschreven modulatiegraad, cascade modulerend).03 = eBUS (WE met temperatuurregeling, voorgeschreven richttemperatuur, T-WE Richt).04 = 0-10V (voorgeschreven richttemperatuur T-WE Richt, branderrelais worden parallel aangestuurd).Alleen bij regelingstype 01, 02, 03, 07.Sensor 08 moet zijn aangesloten.05 = 0-10V (voorgeschreven modulatiegraad).Alleen bij de regeling van het type 02 of 06. | ||
| WE 2 Type(Uitgang A7 Vrijgave koelen) | 00-22 08 | Niet actief bij WE 1 met tweetraps brander.00 = geen tweede WE.01 = Eéntraps WE (schakelend).07 = Warmtepomp.08 = Koelen 1.09 = Koelen 2.20 = Vastebrandstofketel (extra niet regelbare WE).21 = Combi-pomp22 = Pomp voor WE 1 (bijv. extra WE bij cascades). | |
| WE 2 Buffer | 00-03 00 | Alleen actief als WE 2Type als vastebrandstofketel is geselecteerd.Aanloopontlasting:AAN: T-WE 2 > Min T-WE 2.UIT: T-WE 2 < [Min T-WE 2-5K].00 = Verwarmen op combi (geen reservoir) [Voeler 08].AAN: T-WE 2 > [T-Combi+Hyst Brander 2+5K].UIT: T-WE 2 < [T-Combi+Hyst Brander 2].01 = Verwarmen op bufferreservoir [Voeler 01, 03].AAN: T-WE 2 > [T-buffer B+Hyst Brander 2+5K].UIT: T-WE 2 < [T-Buffer O+Hyst Brander 2].02 = Verwarmen op WW-reservoir [Voeler 06].AAN: T-WE 2 > [T-WW+Hyst Brander 2+5K].UIT: T-WE 2 < [T-WW+Hyst Brander 2].03 = Verwarmen op reservoir 3 (zwembad) [Voeler 15].AAN: T-WE 2 > [T-reservoir 3+Hyst Brander 2+5K].UIT: T-WE 2 < [T-reservoir 3+Hyst Brander 2]. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| WE 2 Buffer(Vervolg) | 00-03 00 | Schakelgedrag:De pomp wordt ingeschakeld als de temperatuur van de vastebrandstofketel T-WE 2, de temperatuur van de referentievoeler [voeler 12] met de hysteresewaarde [Hyst Brander 2+5K] overstijgt. De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur T-WE 2 met 5K onder deze inschakeltemperatuur zakt.Aanloopontlasting:De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur van de vastebrandstofketel T-WE 2 met 5K onder de ingestelde grenstemperatuur Min T-WE 2 (zie specialistenmenu →Warmtegenerator) zakt. De pomp wordt weer vrijgegeven, als de temperatuur T-WE 2 boven de ingestelde grenstemperatuur Min T-WE 2 stijgt. | |
| WE 3 Type(Uitgang A8Vrijgave 2e warmte-generator) | 00-09 01 | 00 = Geen derde warmtegenerator (multifunctie MF 1).01 = Eéntraps warmtegenerator (schakelend).07 = Warmtepomp.08 = Koelen 1.09 = Koelen 2. | |
| WE 4 Type(Uitgang A9Laadpomp binnen-module) | 00-09 00 | 00 = Geen vierde warmtegenerator (multifunctie MF 2).01 = Eéntraps WE (schakelend).07 = Warmtepomp.08 = Koelen 1.09 = Koelen 2. | |
| Type buffer | 00 - 0200 | Instellen van het soort reservoir voor de verwarmingsbuffer.00 = geen bufferreservoir voor de verwarming.01 = Bufferreservoir voor de verwarming [Voeler 02, 03].Het activeren van WE 1 richt zich naar de voeler buffer boven [voeler 03].De laadpompblokkering werkt op de sensor Buffer Boven.WW-laadpomp AAN: Buffer Boven > T-WW+5K hysterese.WW-laadpomp UIT: Buffer Boven < T-WW.02 = Gecombineerd reservoir voor verwarmen en warmwater.Het activeren van WE 1 richt zich naar de voeler buffer midden [voeler 02].WW-laadpomp AAN: T-combi > T-WW+5K hysterese.WW-laadpomp UIT: T-combi < T-WW. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Koelbedrijf Aan/Uit Aan | Vrijgave van de bedrijfssoort Koelen en de benodigde instelwaarden. | ||
| F15 Functie | 00-09 09 | Instellen van de voelerfunctie voor voeler 15.00 = Kamersensor voor verwarmingscircuit 2.Als in deze stand nog een voeler bij de impulsingang gedetecteerd wordt (IMP = Voeler 17), dan wordt een FBR via de voelers 15 en 17 berekend. Als voeler 17 door een andere functie bezet, dan wordt via voeler 15 een RFB berekend.01 = 0-10V ingang voor het bepalen van een externe combinatie-richttemperatuur.02 = Lichtsensor (geen functie).03 = 0-10V ingang voor het bepalen van een externe modulatiegraad.04 = Tweede voeler voor MF - functie.05 = Reservoir 3 (bijv. zwembad).06 = Omschakeling serievolgorde-/prioriteiten (bijv. voor volgorde warmtepompen - conventionele warmtegeneratoren) Open contact: WE Serie 1 is actief.Kortsluiting tegen massa: WE Serie 2 is actief.07 = Blokkeren van de warmtepompen (bijv. EVU-contact). Open contact: Warmtepompen zijn vrijgegeven.Kortsluiting tegen massa: Warmtepompen zijn geblokkeerd en de melding „EVU uitgeschakeld“ verschijnt in het display.08 = Combi-storing warmtepompen.Open contact: Warmtepompen zijn vrijgegeven.Kortsluiting tegen massa: Storing van alle warmtepompen (foutmelding, blokkeren van de warmtepompen en de bijbehorende WE-pompen na het uitlopen van de pompen).09 = Configuratie van de F15-ingang voor een volume-stroomgever (impulsgever). Belangrijk om de functie warmtehoeveelheidsmeter te activeren. | |
| E1 FunctieSignaalverwerking (EVU-blokkering/vrijgave) | 00-03 02 | 00 = Geen functie.01 = Omschakeling serievolgorde-/prioriteiten (bijv. voor volgorde warmtepompen - conventionele warmtegeneratoren).230V aan E1/E2: WE Serie 1 is actief.Geen fase aan E1/E2: WE Serie 2 is actief.02 = Blokkeren van de warmtepompen (bijv. EVU-contact).230V aan E1/E2: Warmtepompen zijn vrijgegeven.Geen fase aan E1/E2: Warmtepompen zijn geblokkeerd en de melding „WP Geblokkeerd“ verschijnt in het display.03 = Combi-storing warmtepompen.230V aan E1/E2: Warmtepompen zijn vrijgegeven.Geen fase aan E1/E2: Storing van alle warmtepompen (foutmelding, blokkeren van alle warmtepompen en de bijbehorende WE-pompen na het uitlopen van de pompen). In het display verschijnt „Storing warmtepomp“. | |
| E2 FunctieSignaalverwerkingCombi-storing buitenmodule en Debietregeling | 00-03 03 | ||
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren | Instellen van de aanwezige weerstand van de aangesloten voelers. |
Warmtegenerator
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Max T-combi 30,0°C-110,0°C 70,0°C | Instellen van de maximale combi-temperatuur [voeler 8](gemeenschappelijke aanvoertemperatuur). | ||
| Min T-combi | 0,0°C-80,0°C 0,0°C | Instellen van de minimale combi-temperatuur [voeler 8](gemeenschappelijke aanvoertemperatuur). | |
| Min T-WE 2 0,0°C-80,0°C 0,0°C | Instellen van de gewenste minimale temperatuur van WE 2.Vermindert condensvorming in de WE bij geringe warmtevraag. De warmtegenerator (WE) wordt in alle gevallen op zijn vroegst uitgeschakeld bij het bereiken van de hier ingestelde minimale temperatuur+hysterese. | ||
| Hysterese 2,0K-20,0K 2,0K | Functie om het bedrijf van de WE te optimaliseren bij verschillend sterke belasting van de warmtegenerator.De effectieve schakelhysterese wordt na het inschakelen van de brander in de hysteresetijd (Hysteresetijd) lineair van de ingestelde hysterese tot de minimale hysterese (= 2,0K) gereduceerd.Bij geringe warmteafname is de ingestelde hogere hysterese werkzaam (korte looptijden en vaak schakelen van de brander worden voorkomen).Bij langdurig gebruik van de brander (hoge verwarmingsbehoefte) wordt de hysterese automatisch gereduceerd tot 5K (Voorkomt het tot onnodig hoge temperaturen opwarmen van de warmtegenerator). | ||
| Hysteresetijd 00 min.-30 min. 00 min. Instellen van de hysteresetijd. | |||
| Seriewisseling 00 u-800 u 00 u | Instellen van het gewenste aantal bedrijfsuren van de eerste WE van de actieve serie, maar die de WE-serie moet omwisselen (tijd tot wisseling).Voor het gebruik met ten minste 2 WE bestaat de mogelijkheid de WE-serie na het hier ingestelde aantal bedrijfsuren om te wisselen.Bij „00 u“ vindt er geen wisseling plaats. | ||
| Schakelblokkering | 00 min.-120 min. | 00 min. | Instellen van de minimale wachttijd na het inschakelen van de WE of bij schakelende WE's ook bij het uitschakelen van een trap tot het inschakelen van de volgende trap (blokkeertijd voor volgende trap).Bij „00 min“ bedraagt de schakelblokkering 10 sec.. |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmtegeneratoren - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Hyst Brander 2 2,0K-20,0K 2,0K | Alleen bij tweetraps branders of het gebruik van vaste brandstof.Instellen van de hysterese voor de laadpomp (gebruik vaste brandstof) of de 2e brander | ||
| Gradiënt | Aan/Uit Uit | Activering van de gradientprocedure (alleen voor WE 1)Bij geringe warmteafname wordt een warmtegenerator al vroeg uitgeschakeld (bijv. het laten uitgloeien van een pelletketel).Bij „UIT“ wordt het uitschakelen door de richtwaarde en de hysterese bepaald. | |
| Max Verlaging 1,0K-20,0K 1,0K | Instellen van de waarde om het vroegste uitschakelpunt te bepalen (alleen voor WE 1)Het vroegste uitschakelpunt is het verschil tussen de maximale warmtegeneratortemperatuur Max T-WE (zie specialistenmenu -Gascade) en de hier ingestelde waarde. | ||
| Dyn Uitschak | 0,5K/min.-10K/min. | 2,0K/min. | Belastingafhankelijk, voortijdig uitschakelen van de WE door de gradient van de temperatuursverhoging [K/min].Als de WE de hier ingestelde gradiënt bereikt of overstijgt, dan wordt de WE uitgeschakeld bij het eerste dynamische uitschakelpunt (verschil tussen Max T-WE en Max Verlaging).Bij een geringe temperatuurstoename wordt het uitschakelpunt lineair tot op Max T-WE verhoogt. |
| WE Koel-Fct Aan/Uit | Uit Activering van de | noodkoeling voor de WE. | |
| T-WE Koelstart | 30,0°C-120,0°C | 95,0°C | Instellen van de maximale temperatuur van de warmtegeneratoren (starttemperatuur voor koeling).Als de noodkoeling voor de warmtegenerator geactiveerd is (WE Koel-Fct = AAN), dan worden de verwaringscircuits met Max T-aanvoer (zie specialistenmenu → Verwarmingscircuits 1/2) aangezet (als de noodkoeling in de ketel HK is toegestaan), zodra de hier ingestelde temperatuur door een van de WE's wordt overschreden.De noodkoeling wordt beëindigt, als de starttemperatuur T-WE Koelstart met 5K wordt onderschreden. |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Cascade
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| WE gevonden 1-3---/x-x--- 1-3/x-x | Weergave van de via BUS automatisch aangemelde warmte-generator met busadres (WE-nummer).Als er een „x“ wordt weergegeven, betekent dit dat de warmtegenerator zich op de BUS meldt. | ||
| Vermogen / Trap | WE 1-WE 8WE Intern | WE 1 Trap 1 = 50WE 2 Trap 1 = 01WE 3 Trap 1 = 01 | Weergave van het WE-nummer en de trap.Bij „---“ is de trap/de WE niet aanwezig.Na een herstart of nieuwe configuratie doorzoekt de regelaar de bussystemen op warmtegeneratoren. Tijdens dit proces (ca. 1 min.) kan er nog handmatige invoer van het vermogen plaatsvinden.Als een warmtegenerator zich met opgave van het vermogen meldt, dan wordt dit vermogen automatisch in de lijst overgenomen.Als een WE zich zonder opgave van het vermogen meldt, dan wordt deze met 15 KW in de lijst overgenomen.(naderhand kan deze waarde handmatig gecorrigeerd worden). |
| BUS Scan Aan/Uit Uit | Zoeken van warmtegeneratoren op de BUS.Als de weergegeven configuratie correct is, dan kan deze met „OK“worden opgeslagen. Alle actuele waarden worden daarbij overschreven. | ||
| Min. mod cascade 00-100 % 00 % | Als de cascaderegeling een totale modulatiegraad groter dan nul en kleiner dan de min. mod cascade berekend, dan wordt de totale modulatiegraad op de hier ingestelde waarde gezet (minimale modulatie cascade).Tegelijk wordt de schakelblokkering ingesteld op 10 sec. | ||
| WW-WE 00-08 00 | Warmwaterbereiding via combi (00).Aantal WE's van de cascade die voor de warmwaterbereiding hydraulisch uit de cascade worden uitgekoppeld (01-08). | ||
| Regelverschil | Weergave van het actuele combi-regelverschil (verschiltussen de richttemperatuur en de actuele werkelijke temperatuur[voeler 08]). | ||
| Vermogen Richt 0-100 % | Weergave van het momenteel benodigde totale vermogen van de installatie (Komt overeen met de berekende richtwaarde van de regeling). | ||
| Rest Blokkeertijd Rest (min.) | Weergave van de momenteel resterende blokkeertijd (Pas bij „0“ kan de volgende WE in bedrijf worden genomen). | ||
| Max T-WE | 50,0°C-110,0°C 72,0°C | Instellen van de maximale temperatuur van de warmtegeneratoren.De WE's gaan vanzelf uit/moduleren zich automatisch, als ze de hier ingestelde temperatuur hebben bereikt (Beschermt voor oververhitting van individuele WE's van de cascade en verhindert het activeren van de STB).De WE's gaan weer aan, als de ingestelde temperatuur met 5K wordt onderschreden.De hier ingestelde temperatuur dient hoger te zijn dan de maximale combi-temperatuur Max T-combi(zie specialistenmenu→ Warmtegenerator). | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Cascade - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| WE Dyn Op 20-500 350 | Instellen van de waarde om alle WE-trappen bij te schakelen (WE-Bijschakel-dynamiek [K]).Als het opgetelde regelverschil in Kelvin de hier ingestelde waarde bereikt, dan worden alle WE-trappen bijgeschakeld (hoe kleiner de waarde, des te sneller wordt het bijschakelen uitgevoerd).Te kleine waarden kunnen leiden tot oververhitting of het te kort bijschakelen van een WE. | ||
| WE Dyn Neer 20-500 20 | Instellen van de waarde om alle WE's uit te schakelen (WE-Uitschakel-dynamiek).Als het opgetelde regelverschil in Kelvin de hier ingestelde waarde bereikt, dan worden alle WE-trappen uitgeschakeld (hoe kleiner de waarde, des te sneller vindt het uitschakelen plaats).Te grote waarden kunnen leiden tot oververhitting en het activeren van de STB. | ||
| Bijstel Tijd 05-500 30 | Instellen van de bijsteltijd voor de I-regeling.Kleine waarden leiden tot snel regelgedrag en kunnen slingeren tot gevolg hebben.Het verstellen van deze waarde kan tot overbelasting van de regeling leiden. | ||
| Modgraad Aan 0 %-100 % 100 % | Instellen van de modulatiegraad, waar vanaf de volgende WE van de serie moet worden bijgeschakeld.Het bijschakelen kan alleen na afloop van de resterende blokkeertijd worden uitgevoerd. | ||
| Modgraad Uit 0 %-100 % 80 % | Instellen van de modulatiegraad, waar vanaf de laatste WE van de actuele serie moet worden uitgeschakeld. | ||
| Min. Modgraad | 0 %-100 % | 00 % | Instellen van de modulatiegraad, waar vanaf de volgende WE moet worden bijgeschakeld.De volgende WE wordt pas bijgeschakeld, als de resulterende modulatiegraad voor de individuele WE's na het bijschakelen de hier ingestelde waarde overstijgt.Voor het bedrijf met max. aantal branders moet Modgraad Aan op „00%“ en Min. Modgraad op de minimale modulatiegraad van de WE-trappen worden ingesteld. |
| Modgraad WW | 40 %-100 % 100 % | Instellen van de richt-modulatiegraad voor de warmtegeneratoren die met warmwaterbereiding bezig zijn. | |
| WE Serie 1 | 1-2-3-4-5-6-7-8 | 1-3-2-4-5-6-7-8 | Instellen van de volgorde waarin de warmtegeneratoren bij serie 1 in bedrijf gaan. |
| WE Serie 2 | 1-2-3-4-5-6-7-8 | 3-1-2-4-5-6-7-8 | Instellen van de volgorde waarin de warmtegeneratoren bij serie 2 in bedrijf gaan (bij tweetraps WE's schakelt de tweede trap altijd na de eerste trap). |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Cascade - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Seriemodus | WE Serie 1+2Tijdelijk1/2 WisselRoterendSortering | WE Serie 1 | Alleen WE Serie 1.Alleen WE Serie 2.Tijdelijk (wisselt tussen serie 1 en 2 naar gelang de bedrijfsuren van de eerste WE van de actieve serie).1/2 Wissel (Omschakeling voor warmtegeneratoren met verschillend nominaal vermogen: Als de 2e WE wordt bijgeschakeld, wordt de 1e WE tot de volgende bijschakeling uit bedrijf genomen).Roterend (de eerste WE van de serie wordt na afloop van de seriewissel-tijd op de laatste positie van de actuele serie gezet).Sortering (nieuwe WE-serie door automatische sortering volgens bedrijfsuren bij seriewissel). |
| Seriewisseling 00 u-800 u 00 u Zie beschrijving specialistenmenu | Warmtegenerator.→ | ||
| Schakelblokkering | 00 min.-120 min. 00 min. | Zie beschrijving specialistenmenu | Warmtegenerator. |
Warmtepomp
Voor het bedrijf van warmtepompen zijn verscheidene beveiligingsfuncties (bijv. teruglooptemperatuursbewaking) nodig en bovendien functies voor het effectief gebruik ervan (monovalent-/bivalent gebruik), die hier ingesteld c.q. geactiveerd kunnen worden (Alleen bij de keuze WE 1 type = 07 (warmtepomp) (zie specialistenmenu → configuratie)).
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Max T-RL WP 30,0°C-110,0°C 60,0°C | Instellen van de maximale teruglooptemperatuur van de installatie [voeler 17].Als de hier ingestelde temperatuur wordt bereikt, worden alle warmtepompen van de installatie uitgeschakeld.De warmtepompen worden weer ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur de hier ingestelde waarde met 5K heeft onderschreden. | ||
| Min T-RL WP 0,0°C-20,0°C 0,0°C | Instellen van de minimale teruglooptemperatuur van de installatie [voeler 17].Als de hier ingestelde temperatuur wordt onderschreden, worden alle warmtepompen van de installatie uitgeschakeld.De warmtepompen worden weer ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur de hier ingestelde waarde met 3K heeft overschreden. | ||
| Max TA WE -20,0°C-40,0°C | -5,0°Cof -3,0°C | Instellen van het bivalentiepunt.Als de buitentemperatuur kouder is dan deze instelwaarde, dan wordt de 2e warmtegenerator vrijgegeven. | |
| Min TA WP | -30,0°C-10,0°C -20,0°C | Instellen van het minimale bivalentiepunt.Als de buitentemperatuur de hier ingestelde waarde onderschrijdt, dan worden alle warmtepompen geblokkeerd en loopt de installatie met alleen de conventionele warmtegeneratoren. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmtepomp - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| E 1 Functie 00-03 02 | Beschrijving zie specialistenmenu -Configuratie.E 2 Functie 00-03 03 | ||
| F 15 Functie 00-08 07 | |||
| RL Offset -5,0K-15,0K 0,0K | Instellen van de terugloop offset temperatuur.De warmtepompen worden na de vrijgave niet uitgeschakeld, voordat op voeler 17 de waarde [Combivoeler Richttemperatuur-RL offset] wordt bereikt. | ||
| Min T-WW WE 0,0°C-90,0°C | 45,0°C | Instellen van de minimale warmwatertemperatuur voor het uitsluitend gebruik van de warmtepompen.Om de hier ingestelde temperatuur in het WW-reservoir te bereiken werkt alleen de warmtepomp. | |
| Min T-PU WE 0°C-90°C | 0,0 °C | Instellen van de minimale buffertemperatuur voor warmte-generatoren, niet relevant voor REMKO.Tot de hier ingestelde temperatuur in het bufferreservoir [voeler 02] wordt bereikt, wordt tijdens de bufferlading alleen de warmtepomp gebruikt. | |
| Max WE Blokkeertijd | Uit/10-210 min | Uit | Instellen van de maximale blokkeertijd voor warmtegeneratoren (schakelbeveiliging).Bij het blokkeren van de conventionele WE's worden deze na afloop van de hier ingestelde tijd weer vrijgegeven, tot de richtwaarde bij de combivoeler, oftewel in het reservoir, is bereikt. |
| Impulswaarde | 1 | 1 | Configuratie van de volumestroomgever voor de WMZ |
| Impulseenheid | I/imp | I/imp | Configuratie van de volumestroomgever voor de WMZ |
| MinVolStroom | ... I/min | 12,0 I/min. | Bij het onderschrijden van de hier ingestelde volumestroom schakelt de warmtepomp tijdvertraagd na 2 minuten uit en er gaat een storing van de warmtepomp af. |
Koelbedrijf
De koelmachines worden op de teruglooptemperatuur T-RL Koelen afgeregeld (schakelhysterese 2K).
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| T-RL Koelen | 10,0°C-25,0°C | 15,0°C | Instellen van de maximale teruglooptemperatuur bij het koelbedrijf.Bij koudevraag wordt de warmtepomp ingeschakeld, als de hier ingestelde temperatuur in de terugloop [voeler 17] wordt overschreden (bedrijfsmodus „Koelen“ moet actief zijn).De warmtepomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur bij voeler 17 met 2K onder de hier ingestelde temperatuur zakt. |
| Koelen Uit bij WW | Aan/Uit | Aan | Het koelbedrijf wordt bij het activeren van de warmwaterbereiding onderbroken. |
| Koelen met WP | 00(Uit)/01(Aan) | 01 | De warmtepomp wordt uitgeschakeld, als de signalen „WP-blokkering“ of „WP-storing“ bij de ingangen F15 of E1 of E2 binnenkomen (= 01/AAN). |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
0-10V I/O
De buitenmodule wordt met een 0-10V-signaal aangestuurd (Omzetten van het richtvermogen c.q. van de modulatiegraad). De fabrieksinstelling van de volgende parameters mag uitsluitend in overleg met het REMKO-productmanagement worden gewijzigd!
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
| SPG Curve 00-11 11 | Selectie van de spanningscurve voor de configuratie van de spanningsin- en uitgang (voorgeprogrammeerde spannings- curve of vrij instelbare curve 11). | ||
| Curve 11-U1 | 0,0 V-10,0 V 2,0 V | Met de parameters U1, U2, T1, T2 en UA kan een eigen spanningscurve gedefinieerd worden. | |
| Curve 11-U2 0,0 V-10,0 V 10,0 V | • U = Spanning.• T = Temperatuur. | ||
| Curve 11-T1 | 0,0-120,0 10,0 | • UA = Warmtegenerator Uit.Vanaf deze spanning wordt de WE uitgeschakeld. UA moet buiten de geldige spanningswaarden liggen. | |
| Curve 11-T2 0,0-120,0 100,0 | • U1 en T1 = Punt 1 van de spanningscurve.• U2 en T2 = Punt 2 van de spanningscurve. | ||
| Curve 11-UA | 0,0V-10,0 V 0,0 V | De lijn tussen de twee begrenzingspunten is de spanningscurve. |
Dekvloer
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
| Dekvloer Aan/Uit Uit | Activering van het dekvloerprogramma (alleen voor mengcircuits)Na de start gaat het programma de ingestelde aanvoertemperaturen af. De geïntegreerde mengcircuits regelen de ingestelde aanvoertemperatuur. De warmtepomp stelt deze temperatuur onafhankelijk van de ingestelde bedrijfsmodus ter beschikking. In het standaarddisplay wordt dit door de melding „Dekvloer“ en de weergave van de momenteel geldende aanvoertemperatuur aangegeven.Het dekvloer-programma start om 00:00 uur met de ingestelde aanvoertemperatuur van „Dag 1“ (de startdag wordt niet meegeteld) en schakelt dan steeds om 00:00 uur over naar de volgende dag.De huidige dag wordt in het dekvloer-programma gemarkeerd met een „x“.Na het annuleren/beëindigen van de functie gaat de regeling door met verwarmen in de op dat moment ingestelde bedrijfsmodus. | ||
| Dekvloerprogramma | Dag 1-2810°C-60°C/---- | Dag 1-3: 25°CDag 4-7: 55°CDag 8: 25°CDag 9: 40°CDag 10-19: 55°CDag 20: 40°CDag 21: 25°CDag 22-28: ---- | Instellen van de gewenste temperaturen voor de betreffende dagen.De invoer „----“ beëindigt het programma (ook tijdens het bedrijf dat voor de volgende dag geldt). |

ATTENTIE
De dekvloer programma mag uitsluitend in combinatie met de twee warmtebronnen. De bivalence is zeer af te dwingen, indien nodig.
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmwater
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Laadpompblok-kering | Aan/Uit Uit | Activeren van de 3-wegschakelklep voor warm tapwater of alternatief van een laadpomp voor warm tapwater.De 3-wegschakelklep wordt pas omgeschakeld als de temperatuur [voeler 08] 5K hoger is dan de opslagreservoirtemperatuur [voeler 06] (= AAN).Terug naar de stand verwarmen, als de temperatuur van voeler F8 onder de reservoirtemperatuur komt. Zodoende wordt het koelen van het reservoir aan het begin van de warmwaterbereiding voorkomen. | |
| PPL | Ged voorr WWAan/UitPPL Alle | PPL Alle | WW(Gedeeltelijke voorrang WW).Bij de warmwaterbereiding worden de verwarmingscircuits geblokkeerd. De mengers gaan dicht en de verwarmingscircuitpompen gaan uit.De mengcircuits worden weer vrijgegeven, als de WE de warmwater-richttemperatuur (zie gebruikersmenu →Warmwater →WW Richt)+WE verhoging (T-WE WW) heeft bereikt.Als de WE-temperatuur [voeler 08] weer met de schakelhysterese (Hysterese WW) onder de vrijgave-temperatuur zakt, worden de mengcircuits weer geblokkeerd.Aan(Gelijkloop pompen).Bij de warmwaterbereiding wordt alleen het directe verwarmingscircuit geblokkeerd. De mengcircuits worden verder verwarmd(de warmwaterbereiding wordt door deze functie verlengd).Uit(Warmwatervoorrangsmodus).Bij de warmwaterbereiding worden de verwarmingscircuits geblokkeerd. De mengers gaan dicht en de verwarmingscircuitpompen gaan uit.PPL Alle(Gelijkloop pompen ook voor het directe verwarmingscircuit).Bij de warmwaterbereiding worden alle verwarmingscircuits verder verwarmd.Als de temperatuur met 8K boven de maximale aanvoertemperatuur (zie specialistenmenu →Verwarmingscircuit 1/2 →Max T-aanvoer) van het directe verwarmingscircuit uitkomt, wordt de verwarmingscircuitpomp van dit circuit uitgeschakeld (oververhittingsbeveiliging).De verwarmingscircuitpomp wordt weer ingeschakeld, als de temperatuur onder de temperatuur (Max T-aanvoer+5K) zakt. |
| T-WE WW | 0,0K-50,0K 10,0K | Instellen van de additieve temperatuur voor de warmtegenerator bij de warmwaterbereiding (verhoging bij WW-bedrijf).De richttemperatuur van de warmtegenerator bij de warmwaterbereiding is de som van de warmwater-richttemperatuur (zie gebruikersmenu →Warmwater →T-WW Richt) en de hier ingestelde temperatuur.De WE moet tijdens de warmwaterbereiding een hogere temperatuur hebben, wil de warmwatertemperatuur in het reservoir via de warmtewisselaar worden bereikt. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmwater - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Hysterese WW 3, 0 K - 3 0, 0 K 5, 0 K | Instellen van de warmwaterhysterese.De warmwaterbereiding wordt gestart als de temperatuur van het warmwaterreservoir (voeler F6) met de hier ingestelde temperatuur onder de richttemperatuur (zie gebruikersmenu Warmwater T-WW Richt) komt.De warmwaterbereiding wordt beëindigt, als het reservoir de ingestelde richttemperatuur bereikt(in de anti-legionella-modus wordt de richttemperatuur op 65°C gezet, zie gebruikersmenu Warmwater Anti-legionella). | ||
| WW Naloop 0 0 - 3 0 0 1 | Instellen van de nalooptijd van de pomp.De nalooptijd van de pomp (5 min.) wordt met de hier ingestelde waarde verlengd.Na het uitschakelen van de warmtepomp loopt de laadpomp van de binnenmodule nog 5 minuten na (ongeacht de hier ingestelde tijd).Als er een warmtevraag bij een verwarmingscircuit optreedt, wordt het nalopen afgebroken.Ook een geactiveerde laadpompblokkering kan tot het afbreken van de naloopfunctie leiden. | ||
| TH Ingang Aan/Uit Uit | Activeren van de warmwaterbereiding via thermostaat of voeler.Aan (Warmwaterbereiding via thermostaat)De warmwaterbereiding wordt bij kortsluiting op de aansluitklemmen van de reservoirvoeler gestart. Deze wordt beëindigt als de kortsluiting wordt opgeheven.Aan (Warmwaterbereiding via reservoirvoeler) | ||
| Thermenfct Aan/Uit Uit | Activeren van de aangepaste richttemperatuur.De richttemperatuur bij de warmwaterbereiding bestaat uit de som van de werkelijke temperatuur van het reservoir [voeler 6] plus T-WE WW. | ||
| Doorladen | Aan/Uit Uit | Activeren van de doorlaadfunctie (alleen mogelijk met voeler 12 = T-WW U).De warmwaterbereiding wordt bij het activeren van deze functie (Doorladen = AAN) pas beëindigt, als voeler F12 (niet F6), de WW-richttemperatuur heeft bereikt. | |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2
De parameters van dit niveau wijzigen naar gelang de voor het verwarmingscircuit geselecteerde functie. Al naar gelang het verwarmingscircuit kunnen de hier instelbare waarden variëren.
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| HK Functie | StandaardT-aanv constZwembad(HK2)WW(HK2)Terugloop(HK2) | Standaard | Instellen van de functie van het betreffende verwarmingscircuit.Standaard(Weersafhankelijke richttemperatuurregeling via verwarmingscurve).T-Aanv const(Regeling met vaste aanvoertemperaturen). Gedurende de verwarmingstijden (zie tijdprogramma → verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2) loopt het verwarmingscircuit met de ingestelde vaste aanvoertemperatureur T-Aanv const T, en tijdens de verlagingstijden overeenkomstig de ingestelde vaste aanvoertemperatureur T-Aanv const N (zie gebruikersmenu → Verwarmingscircuit 1/2 → Aanv const T/N).Zwembad(Zwembadregeling, alleen voor verwarmingscircuit 2).WW(Warmwatercircuit).De aanvoervoeler van verwarmingscircuit 2 wordt in het warmwater-reservoir geplaatst [voeler 05].De richtwaarde voor de warmwatertemperatuur kan in het scherm Gebruikersmenu → Warmwater T-WW Richt 1/2/3 worden ingevoerd.Het verwarmingsprogramma voor het verwarmingscircuit werkt als vrijgave-programma voor het reservoir.In de verlagingstijd wordt de richttemperatuur voor het reservoir tot 10°C verlaagd.De warmwatervoorrangsfunctie van de WE-regeling kan worden gebruikt (zie Specialistenmenu → Warmwater → PPL).Terugloop(Terugloopverhoging via menger, alleen voor verwarmingscircuit 2) - niet van toepassing bij REMKO. De aanvoervoeler van het verwarmingscircuit wordt als terugloopvoeler van de WE gebruikt [voeler 11/05]. De menger regelt 24u op de ingestelde waarde Min T-Aanvoer van het verwarmingscircuit.Inbouwinstructie:Menger Open: Aanvoer van de WE wordt in de terugloop ingevoerd (terugloopverhoging) (de circulatie moet door de WE worden gewaarborgd).Menger Dicht: De terugloop van de verwarmingscircuits wordt doorgestuurd. |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Bedrijf HKP | Standaard Verwarmingsgrenzen Alleen tijdprog Continu bedrijf | Standaard | Instellen van de bedrijfsmodus van de pompen.De circulatiepompen worden uitgeschakeld als er geen verwarmingsbehoefte bestaat. Tegelijk worden de mengers gesloten (het verwarmingscircuit wordt uitgezet).Standaard(Standaard circulatiepomp-schakeling)Door kamertemp. geleide regeling (UIT: kamertemperatuur > ingestelde kamer-richtwaarde + 1K).Weersafhankelijke regeling in verwarmingsmodus (UIT: buitentemperatuur > ingestelde kamer-richtwaarde).Weersafhankelijke regeling in verlagingsmodus (invloed kamersensor = 0; UIT: Het uitschakelen geschiedt bij de overgang in de verlagingsmodus. De pomp loopt na het inschakelen door, AAN: kamertemperatuur < Kamer-richtwaarde; invloed kamersensor = UIT; UIT: Aanvoer-richttemperatuur < 20°C.)Verwarmingsgrenzen(Pompschakeling volgens verwarmingsgrenzen).Verwarmingstijd (UIT: Buitentemperatuur < ingestelde verwarmingsgrens Dag).Verlagingstijd (UIT: Buitentemperatuur < ingestelde verwarmingsgrens Nacht).alleentijdprogramma(Pompschakeling volgens verwarmingsprogramma).Verwarmingstijd (AAN, verwarmingscircuit is vrij).Verlagingstijd (UIT, verwarmingscircuit is geblokkeerd).Continu bedrijf.De pomp loopt 24u door. Het verwarmingscircuit is voortdurend vrij. |
| Menger Open 5,0-25,0 7,0 | Instellen van de snelheid waarmee de menger bij een afwijkende instelling opengaat (Mengdynamiek Openen).Ingevoerd wordt de regelafwijking in Kelvin waarbij de menger zonder onderbreking opengaat.Kleine waarden leiden tot snel regelgedrag van de menger en kunnen slingeren tot gevolg hebben. | ||
| Menger Dicht 5,0-25,0 7,0 | Instellen van de snelheid waarmee de menger bij een afwijkende instelling dichtgaat (Mengdynamiek Sluiten).Ingevoerd wordt de regelafwijking in Kelvin waarbij de menger zonder onderbreking dichtgaat.Kleine waarden leiden tot snel regelgedrag van de menger en kunnen slingeren tot gevolg hebben. | ||
| Max T-Aanvoer | 10,0°C-110,0°C 55,0°C | Instellen van de maximale aanvoertemperatuur van het geselecteerde verwarmingscircuit.De berekende aanvoer-richttemperatuur van het verwarmingscircuit wordt tot de ingestelde maximale aanvoertemperatuur begrensd (oververhittingsbeveiliging).De verwarmingspomp van het directe verwarmingscircuit wordt pas uitgezet als de [voeler 08] 8K hoger is dan de hier ingestelde temperatuur.De verwarmingscircuitpomp wordt alweer aangezet als de temperatuur [voeler 08] onder de temperatuur (Max T-Aanvoer+5K) zakt. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Min T-Aanvoer 10,0°C-110,0°C 18,0°C | Instellen van de minimale aanvoertemperatuur van het geselecteerde verwarmingscircuit. | ||
| T-VL Koelen | Uit/Dicht10°C-25°C | Uit | Instellen van de aanvoertemperatuur in de koelmodus.In de bedrijfsmodus Koelen wordt de hier ingestelde temperatuur evt. via een menger afgeregeld. Uit = Met dit verwarmingscircuit wordt niet gekoeld (menger Dicht, pomp Uit). Dicht = Menger als bypassventiel (menger Dicht, pomp Aan). |
| T-Vorstbeveiliging | Uit-15,0°C-5,0°C 5,0°C | Instellen van de vorstbeveiligingstemperatuur.Als de buitentemperatuur onder de hier ingestelde temperatuur zakt, schakelt de installatie over naar de vorstbeveiligingsmodus (inschakelen van de pompen).Bij „Uit“ is de vorstbeveiligingsfunctie gedeactiveerd. | |
| T-buiten vertr 00:00-24:00 01:00 | Instellen van de buitentemperatuurvertraging.De buitentemperatuurvertraging moet aan het soort gebouw worden aangepast.Bij een zware bouw (dikke wanden) dient een hoge vertraging te worden ingesteld, omdat een verandering van de buitentemperatuur relatief later gevolgen heeft voor de kamertemperatuur.Bij een lichte bouwwijze (geen opslagfunctie van de wanden) dient de vertraging op 0 uur te worden ingesteld. | ||
| Curve-afst 0,0K-50,0 K 0,0K | Instellen van de verwarmingscurve-afstand.De berekende richttemperatuur van het verwarmingscircuit wordt met de hier ingestelde waarde verhoogd.De verwarmingscurve-afstand neutraliseert sensortoleranties en warmteverliezen tot aan de menger. | ||
| Afnameplicht | Aan/Uit | Uit | Het verwarmingscircuit kan door bovenliggende functies (bijv. noodkoeling van een warmtegenerator als bescherming tegen oververhitting; warmteafvoer in de servicemodus) als warmteverlager/verbruiker worden gebruikt (= AAN).Voor de duur van de functie wordt het verwarmingscircuit met de ingestelde maximale aanvoertemperatuur (Max T-Aanvoer) verwarmd. |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel /MF
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| MF 1 Functie(Uitgang A8Vrijgave 2e warmte-generator) | 00-37 37 | Functieselectie van de MF - relais (programmeerbare multi-functionele uitgangen).Aan de MF-relais 1-4 kan een voeler 1-4 [voeler 11-14) worden toegekend.Als er nog een sensor voor een bepaalde functie nodig is, dan kan deze als voeler 15 worden aangesloten.00= geen MF - functie.01= Combi-pomp.AAN: Bij een warmtevraag van een verbruiker.UIT: Zonder een warmtevraag van een verbruiker.02= Circulatie (tijd).Schakeling van het relais volgens het tijdprogramma voor de circulatiepomp.03=Aanvoerpomp.AAN: Bij een warmtevraag van een interne verbruiker.UIT: Zonder een warmtevraag van een interne verbruiker. De pomp loopt na.05=Pomp WE 1.Het relais kan voor het aansturen van de laadpomp voor warmtegenerator 1 worden benut (Het relais schakelt met naloop = 5 min.).06=Pomp WE 2.Het relais kan voor het aansturen van de laadpomp voor warmtegenerator 2 worden benut (Het relais schakelt met branderrelais 2; naloop = 5 min.).07= Omschakelventiel reservoir 2 (buffer).Het ventiel schakelt het rendement van het zonnepaneel van het warmwaterreservoir om naar het bufferreservoir, als er geen collector meer in het warmwaterreservoir kan laden.08= Omschakelventiel reservoir 3 (zwembad).Het ventiel schakelt het rendement van het zonnepaneel van het bufferreservoir om naar reservoir 3 (voeler 15), als er geen collector meer in het bufferreservoir kan laden (Functie F15 moet op 5 staan).09= Omschakelventiel reservoir 3 (zwembad, alleen bij installaties zonder solaire lading van de buffer).Het ventiel schakelt het rendement van het zonnepaneel van het warmwaterreservoir om naar reservoir 3 (voeler 15), als er geen collector meer in het warmwaterreservoir kan laden. (Functie F15 moet op 5 staan).10=Pomp WE 3.Het relais kan voor het aansturen van de laadpomp voor warmtegenerator 3 worden benut (Het relais schakelt met naloop = 5 min.).11=Pomp WE 4.Het relais kan voor het aansturen van de laadpomp voor warmtegenerator 4 worden benut (Het relais schakelt met naloop = 5 min.). | |
| MF 2 Functie(Uitgang A9Laadpomp binnen-module) | 00-36 18 | ||
| MF 3 Functie(Uitgang A10omschakelventiel koelen) | 00-36 34 | ||
| MF 4 Functie(Uitgang A12zonnepaneelpomp of laadpomp vastebrandstofketel of circulatiepomp) | 00-36 00 | ||
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel/MF - Functie M4 - Vervolg
In de volgende tabellen staan nog meer instellingen die met de MF-4 functie gemaakt kunnen worden (12 tot 35) (Via uitgang A12 zonnepaneelpomp of laadpomp vastebrandstofketel of circulatiepomp)
Beschrijving
- 12 = Op afstand bediende uitgang verwarmingscircuit 1. De besturing van het verwarmingscircuit kan dit relais via de BUS bedienen (Zie voor de werking de handleiding van de afstandsbediening).
- 13 = Op afstand bediende uitgang verwarmingscircuit 2. De besturing van het verwarmingscircuit kan dit relais via de BUS bedienen (Zie voor de werking de handleiding van de afstandsbediening).
- 14 = Pomp WE 1.
Het relais kan voor het aansturen van de laadpomp voor warmtegenerator 1 worden benut (Het relais schakelt met naloop = 5 min.).
Met buffer in het systeem (Buffer > 00 en voeler PU boven [voeler 03]):
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de warmtegenerator T-WE1 5K hoger is dan de temperatuur van de buffer boven [voeler 03].
De pomp wordt uitgeschakeld als T-WE1 < T-buffer B.
- 18 = Laadpomp binnenmodule.
Bij een aanvraag vanuit warmtegenerator WE 1 tot WE 4 (dus de warmtepomp met een willekeurige tweede warmtegenerator), wordt de laadpomp binnenmodule ingeschakeld (Parallel gebruik met 5 min. nalooptijd). Deze instelling is belangrijk bij een bivalent-alternatief gebruik als de verwarmingsketel geen eigen circulatiepomp heeft.
- 20 = Temperatuurgestuurde circulatiepomp.
T-Circ = Teruglooptemperatuur van de circulatieleiding. De circulatiepomp wordt ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur onder de ingestelde grenstemperatuur T-MF 1 Richt zakt (T-Circ < T-MF 1 Richt).
De pomp wordt weer uitgeschakeld, als de teruglooptemperatuur met de hysterese MF 1 boven de ingestelde grenstemperatuur komt (T-Circ > [T-MF 1 Richt + MF 1 Hyst]).
Het ingestelde circulatieprogramma (zie tijdprogramma) en de instelling Circ met WW Prog (zie Gebruikersmenu — Warmwater) geldt als bovenliggend (ingeschakeld wordt er alleen tijdens de vrijgavetijden).
• 21 = Circulatiepomp via impuls.
AAN: Bij kortsluiting op de toegekende voeleringang. UIT: Na 5 minuten.
Bij kortsluiting op voeleringang MF wordt de circulatiepomp 5 min. lang ingeschakeld. Het inschakelen geschiedt eenmalig op de flank.
Het ingestelde circulatieprogramma (zie tijdprogramma) en de instelling Circ met WW Prog
(zie Gebruikersmenu — Warmwater) geldt als bovenliggend (ingeschakeld wordt er alleen tijdens de vrijgavetijden).
LET OP
De programmering c.q. besturing van de multi-functionele uitgangen moet worden uitgevoerd aan de hand van de parameterlijsten behorende bij de gekozen installatie! (basisprogrammering vanaf pagina 47)
Beschrijving
- 22 = Integratie met de vastebrandstofketel (bijv. in combinatie met 2-traps WE). T-MF 1-4 = Temperatuur van de vastebrandstofketel. T-Buffer O = Temperatuur van het bufferreservoir bij de invoer [voeler 01].
Aanloopontlasting:
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de vastebrandstofketel met de hysterese MF 1 Hyst + 5K boven de temperatuur van het bufferreservoir bij de invoer T-Buffer O komt (T-MF 1 > [T-Buffer O + MF 1 Hyst + 5K]). De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur met 5K onder deze inschakeltemperatuur zakt (T-MF1 < [T-Buffer O + MF 1 Hyst]).
De pomp wordt bovendien uitgeschakeld, als de temperatuur van de vastebrandstofketel met 5K onder de ingestelde grenstemperatuur T-MF 1 Richt zakt (T-MF 1 < [T-MF 1 Richt-5K]).
De pomp wordt weer vrijgegeven, als de temperatuur van de vastebrandstofketel boven T - MF1 Richt stijgt (T-MF1 > T-MF1 Richt).
Blokkering WE1:
AAN: T-MF 1 > T-WE Richt + 5K en pomp vastebrandstofketel = AAN.
UIT: T-MF 1 <= T-WE Richt of vastebrandstofketel = UIT.
- 23 = Zonnepaneelpomp (Pomp loopt als de collector in één van de zonnecollector-reservoirs kan laden).
Pomp collector 1 alleen op MF4.
Pomp collector 2 alleen op MF3.
Op MF1 en MF2 kan deze functie worden gebruikt voor het beladen van de reservoirs vanuit een warmtewisselaar. T-Zonne = Temperatuur van de zonnecollector.
T-O = Temperatuur van het actieve reservoir bij de invoer.
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector met de inschakelhysterese MF Hyst boven de temperatuur van het actieve reservoir (zie omschakelventielen) bij de invoer komt (T-Zonne > [T-O + MF Hyst]).
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector onder de temperatuur [T-O + MF Hyst Uit] zakt (T-Zonne < [T-O + MF Hyst Uit]).
Voor het uitschakelen wordt er gecontroleerd, of een onderliggend reservoir (zie omschakelventielen) kan worden beladen.
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel/MF - Functie M4 - Vervolg
Beschrijving
• 24 = Terugloopverhoging WE 1.
T-Terugloop 1 = Teruglooptemperatuur van de installatie (= T-MF 1-4).
De pomp voor de terugloopverhoging wordt ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur onder de ingestelde grenstemperatuur T-MF 1 Richt zakt.
(T-Terugloop 1 < T-MF 1 Richt).
De pomp wordt weer uitgeschakeld als de teruglooptemperatuur met de hysterese MF 1 Hyst boven de ingestelde grenstemperatuur komt (T-Terugloop 1 > [T-MF 1 Richt + MF 1 Hyst]).
• 25 = Terugloopverhoging WE 2.
T-Terugloop 2 = Teruglooptemperatuur van de installatie (= T-MF 1-4).
De pomp voor de terugloopverhoging wordt ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur onder de ingestelde grenstemperatuur T-MF 1 Richt zakt.
(T-Terugloop 2 < T-MF 1 Richt).
De pomp wordt weer uitgeschakeld als de teruglooptemperatuur met de hysterese MF 1 Hyst boven de ingestelde grenstemperatuur komt (T-Terugloop 2 > [T-MF 1 Richt + MF 1 Hyst]).
- 26 = Terugloopverhoging WE via bufferreservoir.
Het ventiel voor de terugloopverhoging via het bufferreservoir gaat open, als de temperatuur van het bufferreservoir Onder (T-Buffer O) met de hysteresse MF 1 Hyst + 5K boven de teruglooptemperatuur van de installatie [voeler 01 c.q. 01-04] komt (T-Buffer O > T-MF 1 + MF 1 Hyst + 5K).
Het wordt weer gesloten, als de temperatuur van het bufferreservoir Onder onder de teruglooptemperatuur komt (T-buffer O < T-MF 1 + MF 1 Hyst).
- 27 = Reservoir-laadpomp 1 (Pomp loopt als het
warmwaterreservoir d.m.v. zonne-energie kan worden beladen).
De temperatuur van het medium waarmee het reservoir wordt geladen, wordt altijd gemeten bij de MF 4-voeler (T-MF 4) gemeten. Uitzondering: Bij functie 23 op MF 4 wordt de voeler die aan het MF-relais van reservoir-laadpomp 1 is toegewezen, gebruikt om de temperatuur te bepalen van het medium voor de opslaglading (T-Zonne).
T-Zonne (T-MF 4) = Temperatuur van de zonnecollector. T-Zonne (T-MF 1-3) = Temperatuur van de warmtewisselaar. T-WW O [voeler 12] = Temperatuur van het warmwater-reservoir bij de invoer.
AAN: T-Zonne > [T-WW O + MF Hyst].
UIT: T-Zonne < [T-WW O + MF Hyst Uit].
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector met de inschakelhysterese MF Hyst boven de temperatuur van het reservoir bij de invoer T - WW O komt (T-Zonne > [T-WW O + MF Hyst]).
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector onder de temperatuur T-WW O + MF Hyst Uit zakt (T-Zonne < [T-WW O + MF Hyst Uit]).
Beschrijving
- 28 = Reservoir-laadpomp 2 (Pomp loopt als het bufferreservoir d.m.v. zonne-energie kan worden beladen en het warmwaterreservoir niet).
Functie F15 moet op 5 staan.
De temperatuur van het medium waarmee het reservoir wordt geladen, wordt altijd gemeten bij de MF 4-voeler (T-MF 4) gemeten.
Uitzondering: Bij functie 23 op MF 4 wordt de voeler die aan het MF-relais van reservoir-laadpomp 2 is toegewezen, gebruikt om de temperatuur te bepalen van het medium voor de opslaglading (T-Zonne).
T-Zonne (T-MF 4) = Temperatuur van de zonnecollector.
T-Buffer O [voeler 01] = Temperatuur van het bufferreservoir bij de invoer.
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector met de inschakelhysterese MF Hyst boven de temperatuur van het reservoir bij de invoer T - Buffer O komt (T-Zonne > [T-Buffer O + MF Hyst]).
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur onder de temperatuur T-buffer O + MF Hyst Uit zakt.
(T-Zonne < [T-Buffer O + MF Hyst Uit]).
- 29 = Reservoir-laadpomp 3 (Pomp loopt als reservoir 3 d.m.v. zonne-energie kan worden beladen en het bufferreservoir niet.)
Functie F15 moet op 5 staan.
De temperatuur van het medium waarmee het reservoir wordt geladen, wordt altijd gemeten bij de MF 4-voeler (T-MF 4) gemeten.
Uitzondering: Bij functie 23 op MF 4 wordt de voeler die aan het MF-relais van reservoir-laadpomp 3 is toegewezen, gebruikt om de temperatuur te bepalen van het medium voor de opslaglading (T-Zonne).
T-Zonne (T-MF 4) = Temperatuur van de zonnecollector. T-Reservoir 3 [voeler 159] = Temperatuur van reservoir 3 bij de invoer.
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector met de inschakelhysterese MF Hyst boven de temperatuur van het reservoir bij de invoer T - Reservoir 3 komt (T-Zonne > [T-Reservoir 3 + MF Hyst]).
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur onder de temperatuur T-Reservoir 3 + MF Hyst Uit zakt (T-Zonne < [T-Reservoir 3 + MF Hyst Uit]).
• 30 = Omlaadpomp WW-reservoir 2.
Functie F15 moet op 4 staan.
Het relais schakelt als de temperatuur van het warmwaterreservoir met de hysterese MF Hyst boven de temperatuur van voeler 15 komt.
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur van het reservoir onder de temperatuur [voeler 15 + MF Hyst Uit] zakt.
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel/MF - Functie M4 - Vervolg
Beschrijving
- 31 = Omlaadpomp buffer-reservoir 2.
Functie F15 moet op 4 staan.
Het relais schakelt als de temperatuur van het bufferreservoir met de hysterese MF Hyst boven de temperatuur van voeler 15 komt.
De gaat weer uit, als de temperatuur onder de temperatuur [F15 + MF Hyst Uit] zakt.
• 32 = Direct verwarmingscircuit.
Verwarmingscircuit met vaste aanvoertemperatuur (T-MF Richt).
Bij kortsluiting op de toegewezen MF-voeler (via kamerthermostaat/tijdschakelklok) schakelt de verwarmingscircuitpomp Aan en de Aanvoer-richttemperatuur van de WE wordt voorgeschreven.
Na het opheffen van de sensor-kortsluiting werkt er een nalooptijd op de pomp.
Beschrijving
• 33 = Thermostaat-functie.
AAN: T-MF > T-MF Richt.
UIT: T-MF < [T-MF Richt-MF Hyst].
• 34 = Bypassventiel Koelen.
Het relais wordt op koelen geschakeld (Tijdens het koelbedrijf kunnen de conventionele warmtegeneratoren worden gescheiden van het koelcircuit en de warmwaterbereiding). De aanvoertemperatuur voor de WW-regeling wordt door de MF-voeler gemeten.
• 35 = Bypassventiel Koelen invers.
Het relais wordt tegengesteld aan functie 34 geschakeld.
- 37 = Voeler F11 wordt als aanvoerreferentievoeler (WP-aanvoervoeler) voor de warmtehoeveelheidsmeter geplaatst.
Zonnepaneel/MF - Vervolg
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
| MF 4 Hyst 2,0K-10,0K 5,0K Instellen van de MF 4 hysterese. | |||
| MF 4 Hyst Uit 2,0K-10,0K 2,0K Instellen van de MF 4 hysterese voor het uitschakelen. | |||
| Max T-Zonnep 80,0°C-180,0°C 110,0°C | Instellen van de maximale collectortemperatuur.De collectorpompen worden geblokkeerd als de bijbehorende collectortemperatuur boven de hier ingestelde temperatuur komt (installatiebeveiliging).De pompen worden weer vrijgegeven als de collectortemperatuur onder de temperatuur [Max T-Zonne-10K] zakt. | ||
| Min T-Zonnep Aan -20,0°C-95,0°C 50,0°C | Instellen van de minimale collectortemperatuur.De collectorpomp wordt vrijgegeven als de bijbehorende collectortemperatuur de hier ingestelde temperatuur overstijgt. | ||
| Min T-Zonnep Uit | -15,0°C-95,0°C 45,0°C | Instellen van de minimale temperatuur waarbij de collectorpomp geblokkeerd wordt.De collectorpomp wordt geblokkeerd als de bijbehorende collectortemperatuur onder de hier ingestelde temperatuur zakt.Deze functie verhindert het lopen van de pomp zonder relevante warmte-opbrengst. | |
| T-Zonne Beveil 80,0°C-180,0°C 110,0°C | Instellen van de collectorbeveiligingstemperatuur.De collectorbeveiligingsfunctie beschermt de collector voor oververhitting. Als de collectortemperatuur de hier ingestelde temperatuur overschrijdt en de reservoirtemperatuur is kleiner dan 92°C, dan wordt het reservoir boven zijn maximale temperatuur tot 95°C geladen, om de collector te koelen.De functie wordt onderbroken als de collector zijn maximale temperatuur overschrijdt.De functie wordt weer vrijgegeven als de collectortemperatuur onder de maximale temperatuur -3K zakt. | ||
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel/MF - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Retourko Vers 0,0K-30,0K 20,0K | Instellen van het retourkoelverschil.Als de collectorbeveiligingsfunctie overdag de reservoirs op temperaturen boven de ingestelde maximale reservoirtemperaturen heeft opgeladen, dan kan het reservoir door middel van deze functie 's nachts automatisch tussen 1.00 uur en 6.00 uur door het inschakelen van de laadpompen tot de ingestelde maximale reservoirtemperatuur (Max T-Sp WW/PU/3) worden gekoeld (tijdens deze uren is geen opslaglading mogelijk).De retourkoeling kan alleen worden uitgevoerd, als de temperatuur van het reservoir tenminste met het hier ingestelde retourkoelverschil + 3K hysterese hoger is dan de collectortemperatuur. | ||
| Max T-Sp WW | 10,0°C-130,0°C 85,0°C | Instellen van de veiligheidsgrenstemperaturen.Als in het reservoir een voeler boven gemonteerd is, dan wordt de hier ingestelde maximale temperatuur door deze voeler bewaakt.Als deze sensor niet gemonteerd is, dan wordt de maximale reservoirtemperatuur door de onder in het reservoir gemonteerde voeler bewaakt (let in dit geval op met de coating van het reservoir).De laadpompen worden geblokkeerd als de temperatuur van het warmtereservoir de hier ingestelde veiligheidsgrens overschrijdt (installatiebeveiliging). | |
| Max T-SP PU | 10,0°C-130,0°C 85,0°C | ||
| Max T-Sp 3 10,0°C-130,0°C 30,0°C | De pompen worden weer vrijgegeven als de temperatuur van de warmte-opslag onder de temperatuur [Max T-Sp WW/PU/3-5K) zakt. | ||
| Zonnep Kickduur | 00-59 sec. 30 sec. | Instellen van de looptijd van de collectorpomp bij de pompkick. | |
| Zonne Kickpauze 10-60 min. 30 min | Instellen van de kickpauze voor de zonnecollectorpomp.Als de collectorpomp niet de hier ingestelde duur is gelopen, wordt de pomp voor de tijd Zonnep Kickduur aangezet. | ||
| Zonnep Kickgradiënt | 01-05 min 01 min | Instellen van de kickgradiënt voor de zonnecollector.In de hier ingestelde tijd wordt na een pompkick het verloop van de collectortemperatuur gecontroleerd.Als er een verhoging van 0,5K is, wordt de pomp nog een minuut lang gestart. | |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Installatieselectie
De warmtepompmanager is voorgeprogrammeerd met 12 verschillende basis-hydraulische installaties, die met de Installatieselectie opgeroepen en in de regeling geladen kunnen worden.
Bij de installatieselectie wordt volgens de volgende criteria onderscheid gemaakt:
- volgens het type warmtepomp
- de serie voor alleen verwarmen: CMF 80, CMF 140
- de serie die kan verwarmen en koelen:
CMF 90/150/120/160,
CMT 100/150/120/160
CMF 120/160
- volgens het soort systeem
- mono-energetisch systeem (bijverwarming is een elektrische bij- verwarming)
- bivalent systeem (bij-verwarming is een verwarmingsketel)
- volgens speciale gevallen
- Integratie van zonne- energie
- Integratie van vaste-brandstofketels
De volgende pagina's geven een aantal van deze hydraulische
basisinstallaties met daaronder de basisprogrammeringslijst.
Ken de installatie in ieder geval voor de inbedrijfstelling aan een van de hydraulische basissystemen toe via het menu-item Installatieselectie van de "Installatie-ter-plaatse". Let er vooral op dat de door u gekozen installatie zoveel mogelijk overeenkomt met het ter plaatse geïnstalleerde systeem. Van bijzonder belang is de plaatsing van de voelers en sensoren. U dient zich hierbij te richten naar het installatieschema dat bij de gekozen installatieselectie hoort.
| Installatiese-lectie | Functies |
| 1 | Basishydrauliek voor de functies “Verwarmen en warmwater”, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C |
| 2 | niet voor warmtepompen met warmtehoeveelheidsmeter |
| 3 | niet voor warmtepompen met warmtehoeveelheidsmeter |
| 4 | niet voor warmtepompen met warmtehoeveelheidsmeter |
| 5 | niet voor warmtepompen met warmtehoeveelheidsmeter |
| 6 | Versie met verwarmen/koelen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C |
| 7 | Versie met verwarmen/koelen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, zonne-installatie, bivalentiepunt -5°C |
| 8 | niet voor warmtepompen met warmtehoeveelheidsmeter |
| 9 | niet voor warmtepompen met warmtehoeveelheidsmeter |
| 10 | Versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik, bivalentiepunt -3°C |
| 11 | Versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik, zonne-installatie, bivalentiepunt -3°C |
| 12 | Versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik met vastebrandstof, + optie voor 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -3°C |

NOTA BENE
Verwarmingscircuit 2 en warmwater worden via de aangesloten voelers herkend. Als er geen voelers zijn aangesloten, zijn de relevante menu's verborgen. De installaties 2, 3, 4, 5, 8 en 9 zijn voor de apparaattypes CMF 80/140 geprogrammeerd en zijn daarom niet selecteerbaar voor warmtepompen met een warmtehoeveelheidsmeter!
Basishydrauliek "Installatieselectie 1" wordt geladen bij Reset Specialist
Functies: verwarmen en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus

flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] -->|A6| B["A9"]
B --> C["A8"]
C --> D["Binnenmodule CMF"]
D --> E["A3"]
E --> F["F8 Verwarmings / cooler Reservoir KPS 300"]
F --> G["A1"]
G --> H["Verwarmings circuit 1 Verwarmings circuit 2"]
H --> I["A2"]
I --> J["A4/A5"]
J --> K["A12"]
K --> L["Tappunten"]
L --> M["KW-inlaat"]
M --> N["Warm tapwater reservoir EWS 300"]
N --> O["F6"]
O --> P["A12"]
P --> Q["A1"]
Q --> R["Verwarmings circuit 1 Verwarmings circuit 2"]
R --> S["A2"]
S --> T["A4/A5"]
T --> U["A1"]
U --> V["Verwarmings circuit 1 Verwarmings circuit 2"]
V --> W["A1"]
W --> X["Verwarmings circuit 1 Verwarmings circuit 2"]
X --> Y["A12"]
Y --> Z["KW-inlaat"]
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwarmingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Als de vloer-/wandverwarming het enige warmtedistributiesysteem is, wordt dit verwarmingscircuit 1. Er is dan geen menger nodig!
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 01 | ||
| BUS-Code 2 00-15 02 | ||
| Installatieselectie ---/01-12 | 01 | |
| Type regeling | 00-06 06 | |
| WE 1 Type 00-09 07 | ||
| WE Bus | 00-05 05 | |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type 00-22 00 | ||
| WE 2 Buffer | 00-03 00 | |
| WE 3 Type 00-09 01 | ||
| WE 4 Type 00-09 00 | ||
| Type buffer | 00-02 00 | |
| Koelbedrijf | Uit/Aan | Uit |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 37 |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 1 Hyst | 2K-10K (----) | |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K (----) | |
| MF 2 Functie | 00-36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K (----) | |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K (----) | |
| MF 3 Functie | 00-36 | 10 |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K (----) | |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K (----) | |
| MF 4 Functie | 00-36 | 02 |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K (----) | |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K (----) | |
| F15 Functie | 00-09 | 09 |
| E1 Functie | 00-03 | 02 |
| E2 Functie | 00-03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Hydraulisch schema bij warmtepomppakket WP 9
Functies: verwarmen of koelen en warmwater mono-energetische bedrijfsmodus
"Installatieselectie 6"

flowchart
graph TD
subgraph Battenmodule
A1["Wind Turbine"] -->|A6| B["Reactor"]
B --> C["A8 Valve"]
C --> D["Binnenmodule CMF"]
D --> E["A9 Valve"]
E --> F["F9"]
F --> G["Ground"]
end
subgraph Verwarmings-
H1["Verwarmings-circuit 1"] --> I["A1"]
H2["Verwarmings-circuit 2"] --> J["A2"]
H3["Koelcircuit"] --> K["A10"]
end
subgraph Tappunten
L["Tapwater Buffer Reservoir HPS 500"] --> M["A12 Valve"]
N["KW-inlaat"] --> O["A12 Valve"]
end
subgraph Verwarmings
P1["Verwarmings-circuit 1"] --> Q["A1"]
P2["Verwarmings-circuit 2"] --> R["A2"]
P3["Koelcircuit"] --> S["A10"]
end
subgraph Verwarming
T["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> U["A8 Valve"]
V["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> W["A9 Valve"]
X["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> Y["A8 Valve"]
Z["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AA["A9 Valve"]
AB["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AC["A8 Valve"]
AD["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AE["A9 Valve"]
AF["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AG["A8 Valve"]
end
subgraph Tappunten
AH["Verwarming-buffer reservoir HPS 500"] --> AI["A12 Valve"]
AJ["Tappunten"] --> AK["A12 Valve"]
AL["KW-inlaat"] --> AM["A12 Valve"]
end
subgraph Verwarming
AN["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AO["A8 Valve"]
AP["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AQ["A9 Valve"]
AR["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AS["A8 Valve"]
AT["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AU["A9 Valve"]
AV["Verwarming-buffer reservoir KPS 300"] --> AW["A8 Valve"]
end
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwarmingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Als de vloer-/wandverwarming het enige wamtedistributiesysteem is, wordt dit verwamingscircuit 1. Er is dan geen menger nodig!
3) De koeling wordt geactiveerd via verwarmingscircuit 2 (mengcircuit). Als er met een afzonderlijk koelcircuit wordt gekoeld, dan moet het menu-item "T-VL Koelen" op "Dicht" worden gezet.
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| BUS - Code BM | Uit, 00-15 | Uit |
| Taal | D/GB/F/NL/E/I | D (Duits) |
| Terminaladres | Aan/Uit | Aan |
| Tijd | 0-24 uur | Tijd instellen |
| Datum | Jaar, maand, dag | Datum instellen |
| BUS-Code 1 | 00-15 | 01 |
| BUS-Code 2 | 00-15 | 02 |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 06 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan | Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| Vermogen / Trap | 00 - 9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00 - 37 | 37 |
| T-MF 1 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 1 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 1 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00 - 36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00 - 36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00 - 36 | 02 |
| T-MF 4 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 4 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| F15 Functie | 00 - 09 | 09 |
| E 1 Functie | 00 - 03 | 02 |
| E 2 Functie | 00 - 03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
Hydraulisch schema bij warmtepomppakket WP 12
Functies: verwarmen of koelen en warmwater mono-energetische bedrijfsmodus
"Installatieselectie 6"

flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] -->|F9| B["Binnenmodule CMT 120/160"]
B --> C["Warm tapwater waterreservoir EWS 300"]
C --> D["Tappunten"]
C --> E["KW-inlaat"]
C --> F["A1"]
C --> G["A2"]
C --> H["A4/A5"]
C --> I["A12"]
C --> J["F5"]
C --> K["Vloer-/wandverwarming / 1Vloer-/wandkoeling"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cff,stroke:#333
style D fill:#ffc,stroke:#333
style E fill:#cfc,stroke:#333
style F fill:#fcc,stroke:#333
style G fill:#fcc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#fcc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#fcc,stroke:#333
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwarmingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Als de vloer-/wandverwarming het enige warmtedistributiesysteem is, wordt dit verwarmingscircuit 1. Er is dan geen menger nodig! De koeling moet via verwarmingscircuit 2 geactiveerd worden, door T-VL Koelen op de gewenste Koel-richt-aanvoertemperatuur te zetten.
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling
| BUS - Code BM | Uit, 00-15 | Uit |
| Taal | D/GB/F/NL/E/I | D (Duits) |
| Terminaladres | Aan/Uit Aan | |
| Tijd | 0-24 uur Tijd instellen | |
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 | 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 | 02 | |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 06 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap 00 - 9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | |
| MF 1 Functie 0 0 - 3 7 37 | |
| T-MF 1 Richt - 2 0 °C - 9 0 °C ( ---- ) | |
| MF 1 Hyst 2 K - 1 0 K ( ---- ) | |
| MF 1 Hyst Uit 2 K - 1 0 K ( ---- ) | |
| MF 2 Functie 0 0 - 3 6 18 | |
| T-MF 2 Richt - 2 0 °C - 9 0 °C ( ---- ) | |
| MF 2 Hyst 2 K - 1 0 K ( ---- ) | |
| MF 2 Hyst Uit 2 K - 1 0 K ( ---- ) | |
| MF 3 Functie 0 0 - 3 6 3 4 | |
| T-MF 3 Richt - 2 0 °C - 9 0 °C ( ---- ) | |
| MF 3 Hyst 2 K - 1 0 K ( ---- ) | |
| MF 3 Hyst Uit 2 K - 1 0 K ( ---- ) | |
| MF 4 Functie 0 0 - 3 6 0 2 | |
| T-MF 4 Richt - 2 0 °C - 9 0 °C ( ---- ) | |
| MF 4 Hyst 2 K - 1 0 K ( ---- ) | |
| MF 4 Hyst Uit 2 K - 1 0 K ( ---- ) | |
| F15 Functie 0 0 - 0 9 0 9 | |
| E 1 Functie 0 0 - 0 3 0 2 | |
| E 2 Functie 0 0 - 0 3 0 3 | |
| Voeler 1k/5k Sensoren 5k Sensoren | |
Hydraulisch schema bij warmtepomppakket WP 11

flowchart
graph TD
A["Sunlight"] --> B["Binnenmodule CMF 120/160"]
B --> C["A8"]
B --> D["A9"]
B --> E["A10"]
B --> F["A12"]
B --> G["A13"]
B --> H["A14"]
B --> I["A15"]
B --> J["A16"]
B --> K["A17"]
B --> L["A18"]
B --> M["A19"]
B --> N["A20"]
B --> O["A21"]
B --> P["A22"]
B --> Q["A23"]
B --> R["A24"]
B --> S["A25"]
B --> T["A26"]
B --> U["A27"]
B --> V["A28"]
B --> W["A29"]
B --> X["A30"]
B --> Y["A31"]
B --> Z["A32"]
B --> AA["A33"]
B --> AB["A34"]
B --> AC["A35"]
B --> AD["A36"]
B --> AE["A37"]
B --> AF["A38"]
B --> AG["A39"]
B --> AH["A40"]
B --> AI["A41"]
B --> AJ["A42"]
B --> AK["A43"]
B --> AL["A44"]
B --> AM["A45"]
B --> AN["A46"]
B --> AO["A47"]
B --> AP["A48"]
B --> AQ["A49"]
B --> AR["A50"]
B --> AS["A51"]
B --> AT["A52"]
B --> AU["A53"]
B --> AV["A54"]
B --> AW["A55"]
B --> AX["A56"]
B --> AY["A57"]
B --> AZ["A58"]
B --> BA["A59"]
B --> BB["A60"]
B --> BC["A61"]
B --> BD["A62"]
B --> BE["A63"]
B --> BF["A64"]
B --> BG["A65"]
B --> BH["A66"]
B --> BI["A67"]
B --> BJ["A68"]
B --> BK["A69"]
B --> BL["A70"]
B --> BM["A71"]
B --> BN["A72"]
B --> BO["A73"]
B --> BP["A74"]
B --> BQ["A75"]
B --> BR["A76"]
B --> BS["A77"]
B --> BT["A78"]
B --> BU["A79"]
B --> BV["A80"]
B --> BW["Bulzer Reservoir MPS 1000"]
BW --> BX["F6"]
BX --> BY["F7"]
BY --> Z["F8"]
Z --> AA["F9"]
AA --> AB["F10"]
AB --> AC["F11"]
AC --> AD["F12"]
AD --> AE["F13"]
AE --> AF["F14"]
AF --> AG["F15"]
AG --> AH["F16"]
AH --> AI["F17"]
AI --> AJ["F18"]
AJ --> AK["F19"]
AK --> AL["F20"]
AL --> AM["F21"]
AM --> AN["F22"]
AN --> AO["F23"]
AO --> AP["F24"]
AP --> AQ["F25"]
AQ --> AR["F26"]
AR --> AS["F27"]
AS --> AT["F28"]
AT --> AU["F29"]
AU --> AV["F30"]
AV --> AW["F31"]
AW --> AX["F32"]
AX --> AY["F33"]
AY --> AZ["F34"]
AZ --> BA["F35"]
BA --> BB["F36"]
BB --> BC["F37"]
BC --> BD["F38"]
BD --> BE["F39"]
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwarmingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Wij adviseren vanwege de mogelijk hoge temperaturen - die door de zonne-installatie kunnen ontstaan, het verwarmingscircuit altijd via een 3-weg-menger aan te sluiten.
3) Een eventueel aanwezige circulatiepomp moet van gebruikerszijde apart worden aangestuurd.
4) De koeling moet via verwarmingscircuit 1 geactiveerd worden, door T-VL Koelen op de gewenste Koel-richt-aanvoertemperatuur te zetten.
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| BUS - Code BM | Uit, 00-15 | Uit |
| Taal | D/GB/F/NL/E/I | D (Duits) |
| Terminaladres | Aan/Uit | Aan |
| Tijd | 0-24 uur | Tijd instellen |
| Datum | Jaar, maand, dag | Datum instellen |
| BUS-Code 1 | 00-15 | 01 |
| BUS-Code 2 | 00-15 | 02 |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 07 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan | Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| Vermogen / Trap | 00 - 9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00 - 37 | 37 |
| T-MF 1 Richt | -20°C - 90°C | ( ---- ) |
| MF 1 Hyst | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 1 Hyst Uit | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 2 Functie | 00 - 36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C - 90°C | ( ---- ) |
| MF 2 Hyst | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 3 Functie | 00 - 36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C - 90°C | ( ---- ) |
| MF 3 Hyst | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 4 Functie | 00 - 36 | 23 |
| T-MF 4 Richt | -20°C - 90°C | ( ---- ) |
| MF 4 Hyst | 2K - 10K | 5,0K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K - 10K | 2,0K |
| F15 Functie | 00 - 09 | 09 |
| E 1 Functie | 00 - 03 | 02 |
| E 2 Functie | 00 - 03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
Hydraulisch schema bij warmtepomppakket WP 12
Functies: verwarmen of vloer-/wandkoeling en warm tapwater, mono-energetische bedrijfsmodus, zonnethermische tapwaterondersteuning "Installatieselectie 7"

flowchart
graph TD
A["Collector-oppervlak: max. 3-4 m²"] --> B["Buitenmodule"]
B --> C["A6"]
C --> D["Binnenmodule CMT 120/160"]
D --> E["F8"]
E --> F["F14"]
F --> G["A12"]
G --> H["F12"]
H --> I["A12"]
I --> J["F6"]
J --> K["Tappunten"]
K --> L["A12"]
L --> M["F12"]
M --> N["A12"]
N --> O["F6"]
O --> P["Tappunten"]
P --> Q["A12"]
Q --> R["F12"]
R --> S["A12"]
S --> T["F6"]
T --> U["Tappunten"]
U --> V["A12"]
V --> W["F12"]
W --> X["A12"]
X --> Y["F6"]
Y --> Z["Tappunten"]
Z --> AA["A12"]
AA --> AB["F12"]
AB --> AC["A12"]
AC --> AD["F6"]
AD --> AE["Tappunten"]
AE --> AF["A12"]
AF --> AG["F12"]
AG --> AH["A12"]
AH --> AI["F6"]
AI --> AJ["Tappunten"]
AJ --> AK["A12"]
AK --> AL["F12"]
AL --> AM["A12"]
AM --> AN["F6"]
AN --> AO["Tappunten"]
AO --> AP["A12"]
AP --> AQ["F12"]
AQ --> AR["A12"]
AR --> AS["F6"]
AS --> AT["Tappunten"]
AT --> AU["A12"]
AU --> AV["F12"]
AV --> AW["A12"]
AW --> AX["F6"]
AX --> AY["Tappunten"]
AY --> AZ["A12"]
AZ --> BA["F12"]
BA --> BB["A12"]
BB --> BC["F6"]
BC --> BD["Tappunten"]
BD --> BE["A12"]
BE --> BF["F12"]
BF --> BG["A12"]
BG --> BH["F6"]
BH --> BI["Tappunten"]
BI --> BJ["A12"]
BJ --> BK["F12"]
BK --> BL["A12"]
BL --> BM["F6"]
BM --> BN["Tappunten"]
BN --> BO["A12"]
BO --> BP["F12"]
BP --> BQ["A12"]
BQ --> BR["F6"]
BR --> BS["Tappunten"]
BS --> BT["A12"]
BT --> BU["F12"]
BU --> BV["A12"]
BV --> BW["F6"]
BW --> BX["Tappunten"]
BX --> BY["A12"]
BY --> BZ["F12"]
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwarmingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Als de vloer-/wandverwarming het enige wamtedistribuiesysteem is, wordt dit verwarmingscircuit 1. Er is dan geen menger nodig! De koeling moet via verwarmingscircuit 2 geactiveerd worden, door T-VL Koelen op de gewenste Koel-richt-aanvoertemp. te zetten
3) Een eventueel aanwezige circulatiepomp moet van gebruikerszijde apart worden aangestuurd.
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM | Uit, 00-15 | Uit |
| Taal | D/GB/F/NL/E/I | D (Duits) |
| Terminaladres | Aan/Uit Aan | |
| Tijd | 0-24 uur Tijd instellen | |
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 | 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 | 02 | |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 07 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap 00 - 9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 | |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie 0 0 - 3 7 37 | ||
| T-MF 1 Richt - 2 0 °C - 9 0 °C ( ---- ) | ||
| MF 1 Hyst 2 K - 1 0 K ( ---- ) | ||
| MF 1 Hyst Uit 2 K - 1 0 K ( ---- ) | ||
| MF 2 Functie 0 0 - 3 6 18 | ||
| T-MF 2 Richt - 2 0 °C - 9 0 °C ( ---- ) | ||
| MF 2 Hyst 2 K - 1 0 K ( ---- ) | ||
| MF 2 Hyst Uit 2 K - 1 0 K ( ---- ) | ||
| MF 3 Functie 0 0 - 3 6 3 4 | ||
| T-MF 3 Richt - 2 0 °C - 9 0 °C ( ---- ) | ||
| MF 3 Hyst 2 K - 1 0 K ( ---- ) | ||
| MF 3 Hyst Uit 2 K - 1 0 K ( ---- ) | ||
| MF 4 Functie 0 0 - 3 6 2 3 | ||
| T-MF 4 Richt - 2 0 °C - 9 0 °C ( ---- ) | ||
| MF 4 Hyst 2 K - 1 0 K 5,0 K | ||
| MF 4 Hyst Uit 2 K - 1 0 K 2,0 K | ||
| F15 Functie 0 0 - 0 9 0 9 | ||
| E 1 Functie 0 0 - 0 3 0 2 | ||
| E 2 Functie 0 0 - 0 3 0 3 | ||
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Hydraulisch schema bij warmtepomppakket WP 9
Functies: verwarmen of koelen en warmwater, bivalente bedrijfsmodus met verwarmingsketel "Installatieselectie 10"

flowchart
graph TD
A["Binnenmodule CMF 120/160"] -->|F9| B["A9"]
B --> C["A8"]
C --> D["A"]
D --> E["A3"]
E --> F["F8"]
F --> G["F6"]
G --> H["Tapwater Bufferreservoir HPS 500"]
H --> I["A1"]
I --> J["A2"]
J --> K["A4/A5"]
K --> L["A10"]
L --> M["Koelcircuit"]
N["Verwarmingscircuit 1"] --> O["A1"]
O --> P["A2"]
P --> Q["A4/A5"]
Q --> R["A10"]
R --> S["Koelcircuit"]
T["Tappunten"] --> U["A12"]
U --> V["KW-inlaat"]
W["Verswaterstation"] --> X["Tapwater Bufferreservoir HPS 500"]
X --> Y["A12"]
Y --> Z["KW-inlaat"]
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwarmingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Als de vloer-/wandverwarming het enige warmtedistributiesysteem is, wordt dit verwarmingscircuit 1. Er is dan geen menger nodig!
3) De koeling wordt geactiveerd via verwarmingscircuit 2 (mengcircuit). Als er met een afzonderlijk koelcircuit wordt gekoeld, dan moet het menu-item "T-VL Koelen" op "Dicht" worden gezet.
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| BUS - Code BM | Uit, 00-15 | Uit |
| Taal | D/GB/F/NL/E/I | D (Duits) |
| Terminaladres | Aan/Uit | Aan |
| Tijd | 0-24 uur | Tijd instellen |
| Datum | Jaar, maand, dag | Datum instellen |
| BUS-Code 1 | 00-15 | 01 |
| BUS-Code 2 | 00-15 | 02 |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 10 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan | Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| Vermogen / Trap | 00 - 9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00 - 37 | 00 |
| T-MF 1 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 1 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 1 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00 - 36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00 - 36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00 - 36 | 02 |
| T-MF 4 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 4 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| F15 Functie | 00 - 09 | 09 |
| E 1 Functie | 00 - 03 | 02 |
| E 2 Functie | 00 - 03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
Hydraulisch schema bij warmtepomppakket WP 10
Functies: Verwamen, warm tapwater en zonnepaneel bivalente bedrijfsmodus met gas-wandverwarmingstoestel "Installatieselectie 11"

flowchart
graph TD
A["Verwarming Circuit"] --> B["Binnenmodule CMF 120/160"]
B --> C["A8"]
C --> D["Cis-wandur warningsteeel"]
D --> E["A9"]
E --> F["F9"]
F --> G["F14"]
G --> H["A6"]
H --> I["A12"]
I --> J["A12"]
J --> K["A3"]
K --> L["A3"]
L --> M["B"]
M --> N["B"]
N --> O["A8"]
O --> P["F6"]
P --> Q["Multifunctional Bufferreservoir MPS 1000"]
Q --> R["F8"]
R --> S["F12"]
S --> T["A12"]
T --> U["A3"]
U --> V["B"]
V --> W["A3"]
W --> X["B"]
X --> Y["A8"]
Y --> Z["F5"]
Z --> AA["A2"]
AA --> AB["A4/A5"]
AB --> AC["Tappunten"]
AC --> AD["KW-inlaat"]
AD --> AE["Verswaterstation"]
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwamingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Wij adviseren vanwege de mogelijk hoge temperaturen - die door de zonne-installatie kunnen ontstaan, het verwarmingscircuit altijd via een 3-weg-menger aan te sluiten.
3) Een eventueel aanwezige circulatiepomp moet van gebruikerszijde apart worden aangestuurd.
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| BUS - Code BM | Uit, 00-15 | Uit |
| Taal | D/GB/F/NL/E/I | D (Duits) |
| Terminaladres | Aan/Uit | Aan |
| Tijd | 0-24 uur | Tijd instellen |
| Datum | Jaar, maand, dag | Datum instellen |
| BUS-Code 1 | 00-15 | 01 |
| BUS-Code 2 | 00-15 | 02 |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 11 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan | Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| Vermogen / Trap | 00 - 9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00 - 37 | 37 |
| T-MF 1 Richt | -20°C - 90°C | ( ---- ) |
| MF 1 Hyst | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 1 Hyst Uit | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 2 Functie | 00 - 36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C - 90°C | ( ---- ) |
| MF 2 Hyst | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 3 Functie | 00 - 36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C - 90°C | ( ---- ) |
| MF 3 Hyst | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K - 10K | ( ---- ) |
| MF 4 Functie | 00 - 36 | 23 |
| T-MF 4 Richt | -20°C - 90°C | ( ---- ) |
| MF 4 Hyst | 2K - 10K | 5,0K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K - 10K | 2,0K |
| F15 Functie | 00 - 09 | 09 |
| E 1 Functie | 00 - 03 | 02 |
| E 2 Functie | 00 - 03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Hydraulisch schema bij warmtepomppakket WP 10
Functies: Verwarmen, warm tapwater en zonnepaneel bivalente bedrijfsmodus met verwarmingsketel "Installatieselectie 11"

flowchart
graph TD
A["Verwarmings Circuit"] --> B["Binnenmodule CMF 120/160"]
B --> C["A9"]
B --> D["A8"]
B --> E["A7"]
B --> F["A6"]
B --> G["A5"]
B --> H["A4"]
B --> I["A3"]
B --> J["A2"]
B --> K["F6"]
B --> L["F5"]
B --> M["F4"]
B --> N["F3"]
B --> O["F2"]
B --> P["F1"]
B --> Q["F8"]
B --> R["F12"]
B --> S["F14"]
B --> T["F9"]
B --> U["A12"]
B --> V["A3"]
B --> W["A2"]
B --> X["A1"]
B --> Y["A0"]
B --> Z["A8"]
B --> AA["A7"]
B --> AB["A6"]
B --> AC["A5"]
B --> AD["A4"]
B --> AE["A3"]
B --> AF["A2"]
B --> AG["A1"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#cfc,stroke:#333
style E fill:#cfc,stroke:#333
style F fill:#cfc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#cfc,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
style J fill:#cfc,stroke:#333
style K fill:#cfc,stroke:#333
style L fill:#cfc,stroke:#333
style M fill:#cfc,stroke:#333
style N fill:#cfc,stroke:#333
style O fill:#cfc,stroke:#333
style P fill:#cfc,stroke:#333
style Q fill:#cfc,stroke:#333
style R fill:#cfc,stroke:#333
style S fill:#cfc,stroke:#333
style T fill:#cfc,stroke:#333
style U fill:#cfc,stroke:#333
style V fill:#cfc,stroke:#333
style W fill:#cfc,stroke:#333
style X fill:#cfc,stroke:#333
style Y fill:#cfc,stroke:#333
style Z fill:#cfc,stroke:#333
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwarmingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Wij adviseren vanwege de mogelijk hoge temperaturen - die door de zonne-installatie kunnen ontstaan, het verwarmingscircuit altijd via een 3-weg-menger aan te sluiten.
3) Een eventueel aanwezige circulatiepomp moet van gebruikerszijde apart worden aangestuurd.
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| BUS - Code BM | Uit, 00-15 | Uit |
| Taal | D/GB/F/NL/E/I | D (Duits) |
| Terminaladres | Aan/Uit | Aan |
| Tijd | 0-24 uur | Tijd instellen |
| Datum | Jaar, maand, dag | Datum instellen |
| BUS-Code 1 | 00-15 | 01 |
| BUS-Code 2 | 00-15 | 02 |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 11 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan | Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| Vermogen / Trap | 00 - 9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00 - 37 | 37 |
| T-MF 1 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 1 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 1 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00 - 36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00 - 36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00 - 36 | 23 |
| T-MF 4 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K - 10K | 5,0K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K - 10K | 2,0K |
| F15 Functie | 00 - 09 | 09 |
| E 1 Functie | 00 - 03 | 02 |
| E 2 Functie | 00 - 03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
Hydraulisch schema bij warmtepomppakket WP 10
Functies: verwarmen en warmwater
mono-energetische bedrijfsmodus en vastebrandstofketel
"Installatieselectie 12"

flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] --> B["A6"]
B --> C["F9"]
C --> D["Binnenmodule CMF 120/160"]
D --> E["A8"]
E --> F["A9"]
F --> G["Multifunctioneel Bufferreservoir MPS 1000"]
G --> H["A3"]
H --> I["A8"]
I --> J["A12"]
J --> K["Vastebrandstof-ketel"]
K --> L["F14"]
L --> M["F6"]
M --> N["A3"]
N --> O["A8"]
O --> P["A9"]
P --> Q["A12"]
Q --> R["F6"]
R --> S["A3"]
S --> T["A8"]
T --> U["A9"]
U --> V["A12"]
V --> W["F6"]
W --> X["A3"]
X --> Y["A8"]
Y --> Z["A9"]
Z --> AA["A12"]
AA --> AB["F6"]
AB --> AC["A3"]
AC --> AD["A8"]
AD --> AE["A9"]
AE --> AF["A12"]
AF --> AG["F6"]
AG --> AH["A3"]
AH --> AI["A8"]
AI --> AJ["A9"]
AJ --> AK["A12"]
AK --> AL["F6"]
AL --> AM["A3"]
AM --> AN["A8"]
AN --> AO["A9"]
AO --> AP["A12"]
AP --> AQ["F6"]
AQ --> AR["A3"]
AR --> AS["A8"]
AS --> AT["A9"]
AT --> AU["A12"]
AU --> AV["F6"]
AV --> AW["A3"]
AW --> AX["A8"]
AX --> AY["A9"]
AY --> AZ["A12"]
AZ --> BA["F6"]
BA --> BB["A3"]
BB --> BC["A8"]
BC --> BD["A9"]
BD --> BE["A12"]
BE --> BF["F6"]
BF --> BG["A3"]
BG --> BH["A8"]
BH --> BI["A9"]
BI --> BJ["A12"]
BJ --> BK["F6"]
BK --> BL["A3"]
BL --> BM["A8"]
BM --> BN["A9"]
BN --> BO["A12"]
BO --> BP["F6"]
BP --> BQ["A3"]
BQ --> BR["A8"]
BR --> BS["A9"]
BS --> BT["A12"]
BT --> BU["F6"]
BU --> BV["A3"]
BV --> BW["A8"]
BW --> BX["A9"]
BX --> BY["A12"]
Opmerkingen:
1) Circulatiepomp(-en) voor het verwarmingscircuit worden niet door REMKO meegeleverd. Wij adviseren het gebruik van hoogrendements-circulatiepompen.
2) Wij adviseren vanwege de mogelijk hoge temperaturen - die door de vastebrandstofketel kunnen ontstaan, het verwarmingscircuit altijd via een 3-weg-menger aan te sluiten.
3) Een eventueel aanwezige circulatiepomp moet van gebruikerszijde apart worden aangestuurd.
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| BUS - Code BM | Uit, 00-15 | Uit |
| Taal | D/GB/F/NL/E/I | D (Duits) |
| Terminaladres | Aan/Uit | Aan |
| Tijd | 0-24 uur | Tijd instellen |
| Datum | Jaar, maand, dag | Datum instellen |
| BUS-Code 1 | 00-15 | 01 |
| BUS-Code 2 | 00-15 | 02 |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 12 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan | Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
| Omschrijving | Waardebereik | Programmering |
| Vermogen / Trap | 00 - 9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00 - 37 | 00 |
| T-MF 1 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 1 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 1 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00 - 36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00 - 36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K - 10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K - 10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00 - 36 | 22 |
| T-MF 4 Richt | -20°C - 90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K - 10K | 50 |
| MF 4 Hyst Uit | 2K - 10K | 10 |
| F15 Functie | 00 - 09 | 09 |
| E 1 Functie | 00 - 03 | 02 |
| E 2 Functie | 00 - 03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
Toewijzing contacten Merlin I/O-printplaat (Aanzicht soldeerkant)

flowchart
graph TD
subgraph Input Modules
A["F9"] --> B["AF"]
C["F8"] --> D["KF 1"]
E["F6"] --> F["SPF Q"]
G["F5"] --> H["VF III2"]
I["F3"] --> J["3 III1 FBR 2"]
K["F2"] --> L["7 F1"]
M["F1"] --> N["8 F11"]
O["F9"] --> P["9 F12"]
Q["F10"] --> R["PT1000 2"]
S["F14"] --> T["PT1000 1"]
U["F15"] --> V["1 3 III2 FBR 2"]
W["F17"] --> X["3 FBR 2"]
Y["H"] --> Z["L CAN-BUS +"]
end
subgraph ADR
AA["ON 1 2 3 4 5 6 DIP 5 6"]
end
subgraph Control Modules
AB["230V"] --> AC["E1 E2 20 21 22 23 A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 A8 A9 M12 MT1 MT2 MT3 MT4 L1' (=)"]
AD["~50Hz 230V"] --> AE["N N N L1 L1' III1 III2 II G12 T1 T2 T3 T4 S1 2 n"]
end
AF --> AF
KF --> KF
SPF --> SPF
VF --> VF
F3 --> F3
F2 --> F2
VF --> VF
PT1000 --> PT1000
PT1000 --> PT1000
PT1000 --> PT1000
PT1000 --> PT1000
PT1000 --> PT1000
PT1000 --> PT1000
PT1000 --> PT1000
PT1000 --> PT1000
PT1000 --> PL["RL"]
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
PT1000 --> RL
style AF fill:#f9f,stroke:#333
style KF fill:#ccf,stroke:#333
style SPF fill:#cfc,stroke:#333
style VF fill:#fcc,stroke:#333
style F3 fill:#ffc,stroke:#333
style F2 fill:#cfc,stroke:#333
style F1 fill:#fcc,stroke:#333
style VF fill:#cff,stroke:#333
style PT1000 fill:#ffc,stroke:#333
style PT1000 fill:#cfc,stroke:#333
style PT1000 fill:#cfc,stroke:#333
style PT1000 fill:#cfc,stroke:#333
style PT1000 fill:#cfc,stroke:#333
style PT1000 fill:#cfc,stroke:#333
style PT1000 fill:#cfc,stroke:#333
style PL fill:#fcc,stroke:#333
style PL fill:#fcc,stroke:#333
style PL fill:#fcc,stroke:#333
style PL fill:#fcc,stroke:#333
Remko-specifieke contacttoewijzing van de ingangen van de printplaat
| Klem Voeler-nr. Beschrijving Opmerking | |||
| 1 F9 Buitenvoeler | |||
| 2 | F8 | Combi-voeler (gemeenschappelijke aanvoer) Regelsensor verwarmen | Regelsensor verwarmen. Dient volgens het aansluitschema te worden geplaatst! |
| 3 F6 Voeler warmwater | |||
| 4 F5 Aanvoervoeler HK 2 (mengcircuit) | |||
| 5 F3 niet in gebruik | |||
| 6 F2 niet in gebruik | |||
| 7 F1 niet in gebruik | |||
| 8 F11 Aanvoervoeler WP of HK 1 HK 1 is direct verwarmingscircuit | |||
| 9 F12 Sensor bufferreservoir onder Referentiesensor zonnepanel of vastebrandstofketel | |||
| 10 F13 Sensor vastebrandstofketel Pt 1000 | |||
| 11 F14 Sensor zonnecollector | Pt 1000 | ||
| 12 F15 volumestroomgever | Impulsingang | ||
| 13 F17 Retoursensor (regelsensor koelen) | bevindt zich bij levering in de binnenmodule. Al naar gelang de gekozen (hydraulische) installatie kan het nodig zijn, dat deze voeler op een andere plaats moet worden aangebracht | ||
| 14 | eBUS + | Signaaluitgang 0-10 V | Modulatiegraad (richt-vermogen in %) |
| 15 | eBus- | Signaaluitgang 0-10 V | Modulatiegraad (richt-vermogen in %) |
| 16 CAN-Bus H | |||
| 17 CAN-Bus L | |||
| 18 CAN-Bus - | |||
| 19 CAN-Bus + | |||

NOTA BENE
U dient zich aan de elektrische aansluitschema's van de gebruikte warmtepomp te houden. Deze bevinden zich in het bijbehorende installatiehandboek.
Verhelpen van storingen en service
Bij storingen van uw verwarmingsinstallatie verschijnen in het display van de regelaar foutnummers.
Er zijn drie soorten meldingen:
-
Info: Informatiebeschrijving "Melding" Warmtegeneratie.
-
W 051 Waarschuwing: Onderhoud noodzakelijk „Onderhoud“
-
Info 055 Informatie: Warmtepomp- blokkering „WP Blokkering“
De betekenis van de weergegeven foutcode staat in de tabel. Na het opheffen van een fout dient de installatie opnieuw te worden gestart => RESET.
RESET : Kort uitschakelen van het apparaat (netschakelaar). De regeling start opnieuw op, configureert zich opnieuw en werkt verder met de reeds ingestelde waarden (Foutmeldingen van defecte voelers verschijnen eventueel niet meer => toegewezen functies worden eventueel gedeactiveerd).
RESET van de instelwaarden: Het overschrijven van de instelwaarden met standaardwaarden kan in het „Service-niveau“ apart voor de parameters voor „gebruikers“ en „specialisten“ en de „tijdprogramma's“ worden uitgevoerd.
Algemene opmerkingen bij het zoeken van storingen
Bij storingen van uw installatie dient u eerst te controleren of de regeling en de bijbehorende componenten correct bekabeld zijn.
Voeler
In het niveau „Algemeen/Service/Sensortest“ kunnen alle voelers gecontroleerd worden. Hier moeten alle aangesloten voelers met plausibele meetwaarden verschijnen.
Actoren (mengers, pompen => alleen met code-nummer).
In het niveau „Algemeen/Service/Relaistest“ kunnen alle actoren gecontroleerd worden. Via dit niveau kunnen alle relais apart worden geschakeld. Zodoende kan de correcte aansluiting van deze componenten (bijv. draairichting van de menger) eenvoudig gecontroleerd worden.
BUS - Aansluit
In bedieningsapparaten bij connectie met de menger => Weergave van het communicatiesymbool in het Standaard Display (als naar gelang de uitvoering „ “ of „v“) of onder „Service/communicatie MM 1“ WE Regeling => Display van de buiten- en de WE-temperatuur (zie „Displays/installatie“) of op de ketelregeling als er een verbinding is met de bediening => Display van de kamertemperatuur en verbergen van de actuele kamerrichttemperatuur „----“ (zie „Displays/Verwarmingscircuit“) in de mengerverhogingsregeling als er een verbinding is met de ketelregeling => Display van de buiten- en de WE-temperatuur (zie „Displays/installatie“) Bediening => Display van de kamertemperatuur en verbergen van de actuele kamerrichttemperatuur „----“ (zie „Display/Verwarmingscircuit“)
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
De apparaten en componenten worden volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op foutloze werking gecontroleerd. Als er desondanks toch storingen optreden, controleer dan de werking volgens de onderstaande lijst. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steeds niet probleemloos werkt, licht dan uw gespecialiseerd bedrijf in!
Functiestoring
| Storing Mogelijke oorzaak | Controle Oplossing | ||
| Storing van de communicatie | Bus- en voelerkabels zijn naast elkaar gelegd | Verbindingskabels controleren | Buskabels en voelerkabels moeten fysiek gescheiden van netkabels worden geplaatst |
| Omgekeerde polen Polen controleren | Polen controleren | ||
| Te weinig spanning op de BUS-stekker | Spanning controleren | Tussen de klemmen „+“ en „-“ van de BUS-stekker moet tenminste 8V DC binnenkomen [klemmen 18+19]. Als u een lagere spanning meet, moet er een externe voeding geïnstalleerd worden. | |
| Pompen gaan niet uit | BedrijfsmodusInstelwaarden veranderd | Controleer de bedrijfsmodus en de instelwaarden | Soort pompschakeling in het Specialistenmenu verwarmingscircuit |
| Pompen gaan niet aan | BedrijfsmodusTijd en verwarmingsprogramma pompschakelingBuitentemperatuur en kamer-richttemperatuur Verwarmingsgrenzen of kamerregeling veranderd | BedrijfsmodusTijd en verwarmingsprogramma pompschakelingBuitentemperatuur en kamer-richttemperatuur Verwarmingsgrenzen of Kamerregeling controleren | Bedrijfsmodus controleren => Standaard.Tijd en verwarmingsprogramma controleren => VerwarmingstijdPompschakeling controleren => Soort pompschakeling Standaard => Buitentemperatuur > kamerrichttemperatuur? Verwarmingsgrenzen => Buitentemperatuur > geldige verwarmingsgrens? Kamerregeling => Kamertemperatuur > Richttemperatuur + 1K Verder testen d.m.v. de relaistestfunctie van de regeling. |
Storingsmelding door code
Alleen de storing met de hoogste prioriteit wordt getoond.
- In het standaard-display verschijnt de melding „Storing“ en het foutnummer in de favorieten-regel.
De storing kan worden weggedraaid en weer in het display gedraaid worden => zie Favorieten. - De actuele fout vindt u steeds aan het einde van het scherm „Installatie“.
| Melding Beschrijving van de storing | |
| E 54 | Storing warmtepomp. De debietregeling meldt een probleem met de doorstroming. Mogelijke oorzaken kunnen zijn: lucht in het systeem, een verstopte vuilvanger of een defect van de laadpomp in de binnenmodule. Als ook het rode controlelampje brandt, is er een probleem met de buitenmodule, dat alleen door de klantendienst kan worden opgelost. |
| E 69 Breuk of kortsluiting van voorloop-/aanvoersensor HK2 (mengcircuit). Sensor F5 | |
| E 70 Breuk of kortsluiting van aanvoersensor HK1 (direct verwarmingscircuit). Sensor multifunctie 1. Sensor F11 | |
| E 71 Breuk of kortsluiting sensor buffer onder. Sensor F12 | |
| E 72 Breuk of kortsluiting sensor buffer boven. Wordt bij REMKO niet gebruikt | |
| E 75 Breuk of kortsluiting buitensensor. Sensor F9 | |
| E 76 Breuk of kortsluiting warm-watervoeler. Sensor F6 | |
| E 78 Breuk of kortsluiting combi-sensor. Sensor F8 | |
| E 80 Breuk of kortsluiting kamersensor verwarmingscircuit 1. Wordt niet gebruikt bij REMKO | |
| E 81 | EEPROM-fout. De ongeldige waarde is door de standaardwaarde vervangen. Controleer de parameterwaarden! |
| E 83 Breuk of kortsluiting kamersensor verwarmingscircuit 2. Wordt niet gebruikt bij REMKO | |
| E 84 Fout vochtsensor. Wordt bij REMKO niet gebruikt | |
| E 90 Adressen 0 en 1 van de bus. De busadressen 0 en 1 mogen niet tegelijk worden gebruikt. | |
| E 91 Busadres in gebruik. Het ingestelde busadres wordt al door een ander apparaat gebruikt. | |
| E 135 Breuk of kortsluiting WW-reservoir onder, sensor multifunctie 2. Wordt niet gebruikt bij REMKO | |
| E 136 | Breuk of kortsluiting voeler warmtegenerator 2, collectorsensor 2, sensor multifunctie 3. Wordt bij REMKO niet gebruikt |
| E 137 Breuk of kortsluiting collectorsensor 1, sensor multifunctie 4. Wordt niet gebruikt bij REMKO | |
| E 140 Breuk of kortsluiting retoursensor van de regelsensor koelbedrijf. Sensor F17 | |
| E 200 - E 207 Communicatie warmtegenerator 1 t/m WE 7 | |
| E 220 - E 253 Communicatie BM 0 t/m BM 15 | |
| E 240 Communicatie Manager | |
| E 241 Communicatie met (bepaalde) warmtegeneratoren | |
| E 242 Communicatie menger | |
| E 243 Communicatie zonnecollector | |
| Info 51 Informatie: Onderhoud noodzakelijk. Bovendien wordt Klantendienst weergegeven. | |
| Info 55 | Storing warmtepomp. De Debietregeling is geactiveerd of de buitenmodule is defect, het laatste alleen als ook het rode lampje tegelijk brandt. Als het rode controlelampje niet tegelijk brandt: Controleer de circulatie-pomp c.q. de doorstroming. Mogelijk zit er lucht in de pomp of in het verwarmingscircuit |
| Info 55 Informatie: Warmtepompblokkering | |
REMKO WARMTEPOMP-MANAGER MULTITALENT-PLUS
Waarden voeler / Karakteristiek
| Temperatuur 5 kOhm sensor (NTC) | Pt1000 (Zonne-energie/vastebrandstof) | |
| -60°C 698961 Ohm - | ||
| -50°C 333908 Ohm - | ||
| -40°C 167835Ohm - | ||
| -30°C 88340 Ohm - | ||
| -20°C 48487 Ohm 922 Ohm | ||
| -10°C 27648 Ohm 961 Ohm | ||
| -0°C 16325 Ohm 1000 Ohm | ||
| 10°C | 9952 Ohm 1039 Ohm | |
| 20°C | 6247 Ohm | 1078 Ohm |
| 25°C | 5000 Ohm | |
| 30°C | 4028 Ohm 1118 Ohm | |
| 40°C | 2662 Ohm | 1155Ohm |
| 50°C | 1801 Ohm 1194 Ohm | |
| 60°C | 1244 Ohm | 1232Ohm |
| 70°C | 876 Ohm | 1270Ohm |
| 80°C | 628 Ohm | 1309 Ohm |
| 90°C | 458 Ohm | 1347 Ohm |
| 100°C | 339 Ohm | 1385 Ohm |
| 110°C | 255 Ohm | 1422 Ohm |
| 120°C | 194 Ohm | 1460 Ohm |
Technische gegevens
| Voedingsspanning | V (DC) | 12 - 20 |
| Stroomopname | mA | 25 |
| Veiligheidsklasse volgens EN 60529 | IP | 40 |
| Veiligheidsklasse | volgens EN 60730 Deel III | |
| Reserve van de klok | uren | >10 |
| toegel. omgevingstemp. tijdens bedrijf | °C | 0 - +50 |
| toegel. omgevingstemp. tijdens opslag | °C | -20 - +60 |
| Toegel. luchtvochtigheid niet condenserend | rel.vocht.% | 95 |
| Vochtsensor | +/-5% relatieve vochtigheid bij 25°C en 60% luchtvochtigheid kamersensor | |
| Tolerantie van de temperatuursensor meetweerstand NTC 5 k | +/-1% bij 25°C of +/- 0,2K bij 25° | |
| Tolerantie van de temperatuursensor Pt 1000 | +/-0,2% bij 0°C |
Notities
Notities
REMKO INTERNATIONAL
... en altijd dicht bij u in de buurt! Maak gebruik van onze ervaring en advies

Via onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dit heeft ons de reputatie opgeleverd, meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen.
De verkoop
REMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop.
REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek.
SFlbDe servicedienst
Onze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse. Ons omvangrijk netwerk van ervaren speciaalzaken waarborgt u altijd een snelle en betrouwbare service.
REMKO GmbH & Co. KG
Koel- en verwarmingstechniek