PWW4000 - Elektrische wandverwarming REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PWW4000 REMKO in PDF-formaat.
| Type product | Warmtepompboiler |
| Afmetingen (hxbxd) | 1200 x 600 x 600 mm |
| Gewicht | 80 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Vermogen | 2,5 kW |
| Inhoud boiler | 400 liter |
| Max. watertemperatuur | 65 °C |
| Werkingsbereik omgevingstemperatuur | -5 °C tot 35 °C |
| Functies | Verwarming van tapwater, energiezuinige warmtepomp, geïntegreerde boiler |
| Onderhoud | Jaarlijks reinigen luchtfilter en controle elektrische componenten |
| Veiligheid | Oververhittingsbeveiliging, vorstbeveiliging, veiligheidsventiel |
| Reparatie en onderdelen | Vervangbare compressor, ventilator, elektronica |
| Geluidniveau | 45 dB(A) |
| Energieklasse | A+ |
| Stroomverbruik (jaarlijks) | 1500 kWh |
Veelgestelde vragen - PWW4000 REMKO
Gebruikersvragen over PWW4000 REMKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische wandverwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PWW4000 - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PWW4000 van het merk REMKO.
GEBRUIKSAANWIJZING PWW4000 REMKO
Vervangingsonderdelen
Gebruiksaanwijzing
Voor ingebruikname / gebruik van het apparaat moet deze handleiding zorgvuldig gelezen worden!
Bij niet-doelmatig gebruik, opstelling, onderhoud enz. of eigenmachtige veranderingen aan de vanuit de fabriek geleverde uitvoering van het apparaat vervalt elk recht op garantie. Wijzigingen voorbehouden!
Warmwater- wandverwarmingsautomaten REMKO PWW 4000
CE

Veiligheidsinstructies 4
Montage-instructies 4
Montage van het apparaat 5
Montagevoorbeelden 6
Elektrische aansluiting 6
Ingebruikname 7
Buitenbedrijfstelling 7
Inhoud pagina
Klantendienst en garantie 7
Verzorging en onderhoud 8
Reparatie 8
Schakelapparatuur 12

Deze gebruiksaanwijzing moet altijd in de onmiddellijke nabijheid van het apparaat bewaard worden!

Veiligheidsinstructies
De apparaten werden voor levering onderworpen aan uitgebreide materiaal-, functie- en kwaliteitscontroles.
Niettemin kunnen er van de apparaten gevaren uitgaan, als ze door onopgeleid personeel ondeskundig of niet-doelmatig worden ingezet.
Neem altijd de volgende veiligheidsinstructies in acht:
In principe moeten de plaatselijke bouwvoorschriften in acht worden genomen!
De exploitant is verantwoordelijk voor de deskundige montage van de apparaten, de correcte elektrische installatie en het veilige bedrijf van de apparaten.
De apparaten moeten zo worden opgesteld en werken, dat werknemers niet in gevaar gebracht of door stralingswarmte belast worden.
De apparaten mogen alleen aan draagkrachtige constructies of plafonds van materialen met voldoende draagkracht bevestigd worden.
De bevestiging moet worden uitgevoerd met draagkrachtige ankers, die aan het apparaat bevestigd moeten worden.
Montage, aansluiting van het verwarmingsmiddel, aansluiting van de elektronica en het onderhoud mag alleen gebeuren door opgeleid vakpersoneel.
De apparaten mogen niet opgesteld of gemonteerd worden noch werken in ruimtes, waar brand- en explosiegevaar bestaat.
De apparaten moeten buiten verkeerszones, b.v. ook van kranen, opgesteld resp. gemonteerd worden. Er moet een veiligheidszone met een afstand van 1 m worden vrijgehouden.
- De apparaten mogen uitsluitend werken in gemonteerde toestand.
- Veiligheidsonderdelen zoals b.v. beschermroosters mogen niet gedemonteerd noch buiten werking gesteld worden.
De apparaten mogen alleen doelmatig binnen de opgegeven capaciteitsgrenzen en met de goedgekeurde transportmediums worden ingezet.
Typeplaatje in acht nemen.
De aanzuigbeschermroosters moeten altijd vrij van vuil en losse voorwerpen zijn, de uitblaasopening mag niet worden afgesloten.
◇ Nooit vreemde voorwerpen in het apparaat steken.
- De apparaten mogen niet worden blootgesteld aan een directe waterstraal.
◇ Nooit water in het inwendige van het apparaat binnen laten dringen.
◇ Alle elektrische leidingen moeten tegen beschadigingen, b.v. ook door dieren, beschermd worden.

Een foutloze werking van het apparaat is alleen dan gegarandeerd, als de toevoertemperatuur aan de ingang van het apparaat en de pompcapaciteit overeenkomstig de geselecteerde classificatie van het apparaat gegarandeerd is.
Montage-instructies
Neem voor een veilige en efficiënte montage van de apparaten de volgende instructies in acht:
De apparaten moeten zo worden opgesteld, dat oponthoudszones en werkgebieden van personen zich niet in de directe luchtstroom bevinden.
De apparaten mogen alleen gemonteerd worden aan plafonds of dakconstructies met voldoende draagkracht.
De warmtewisselaars moeten zo worden aangesloten, dat er geen slingeringen van het apparaat naar het buisleidingsysteem of omgekeerd kunnen worden overgedragen.
Bij de wandmontage moet een minimumhoogte van 2,5 m tot de onderkant van het apparaat worden aangehouden.
Bij de wandmontage boven 4 m moet voor een gelijkmatige verwarming een circulatieluchtaanzuiging van de vloer plaatsvinden.
Bij de plafondmontage onder 4 m moet het apparaat worden uitgerust met een uitblaaskap HG 4.
Bij de plafondmontage boven 4 m moet het apparaat worden uitgerust met het plafonduitblaasmondstuk AD.
Voor de aansluiting van het apparaat aan een be-staande warmwaterverwarming moet gecontroleerd worden of ketel- en pompcapaciteit toereikend zijn.
◇ Voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden raden wij aan om een onderhoudsschakelaar aan te brengen in de buurt van het apparaat.
◇ Na het gelijkmatige aandraaien van alle bevestiggingsschroeven moet de lichte loop van de ventilator gecontroleerd worden.
- Apparaten met frisseluchtbedrijf moeten in principe worden uitgerust met vorstbeschermingsbewakers.
Elektrische installatie
De elektrische apparaataansluitingen moeten door geautoriseerd vakpersoneel volgens de geldende voorschriften met inachtneming van de plaatselijke voorschriften en conform de schakelschema's worden uitgevoerd.
Aansluiting aan de verwarmingsinstallatie
Voor de aansluiting aan de plaatselijke verwarmingsinstallatie moet gecontroleerd worden of de beschikbare verwarmingscapaciteit en de pompcapaciteit overeenkomen met de technische eisen van het betreffende apparaat.
De aansluiting van een REMKO apparaat PWW moet gebeuren via afsluitschuiven, automatische ontluchters en schroefverbindingen in toevoer en terugloop.

Bij de aansluiting van de schroefverbindingen van de verwarmingsmiddelaansluiting moet met een geschikt gereedschap worden tegengehouden om beschadigingen door verdraaien van de aansluitbuizen te vermijden.
Montage van het apparaat
Consoles
Consoles voor de wand- en plafondmontage (2 stuks per apparaat) worden in de uitsparingen aan de achterkant van het apparaat gestoken en bevestigd met de meegeleverde schroeven.
Directe aanbouwdelen zoals mengluchtkast of filterkast zijn uitgerust met een consoleadapter.
Bij gebruik van plaatselijke consoleconstructies moet de minimumafstand maat "e" worden aangehouden!
Console KO
voor de wand- en plafondmontage

| PWW\Maat | a b c d | e | ||
| 4030-3 / 4 560 430 | 510 155 270 | |||
| 4050-3 / 4 640 505 | 590 192 270 | |||
| 4080-3 / 4 800 620 | 750 250 270 | |||
| 4100-3 / 4 880 730 | 830 305 340 |

De consoles moeten spanningsvrij met het apparaat en de wand resp. het plafond vastgeschroefd zijn.
Warmtewisselaar Cu / Al
De warmtewisselaars bestaan uit koperbuizen met opgeperste aluminiumlamellen. Het lamellenpakket wordt omlijst door een galvanisch verzinkt stalen frame.
De verzamelaar en de verdeler zijn vervaardigd uit staal.
Neem de volgende informatie over de warmtewisse-laars in acht:
De verwarmingsmiddelaansluiting gebeurt via een schroefdraadmof.
De maximale bedrijfstemperatuur bedraagt 130 °C.
◇ De maximale bedrijfsdruk bedraagt 16 bar.
De warmtewisselaars zijn niet geschikt voor het bedrijf met stoom of thermo-olie.
Aansluiting aan de verwarmingsinstallatie
De aansluiting van de REMKO PWW moet op de plaats van installatie worden uitgevoerd via afsluitschuiven, automatische ontluchters en schroefverbindingen in de toevoer en de terugloop.
Eventueel compensators inzetten.
- De aansluitkant is naar believen.
Rechts of links.
- De apparaten werken in het tegenstroomprincipe.
De waterinlaat (toevoer) moet in het algemeen „onder” worden uitgevoerd. De wateruitlaat (terugloop) moet in het algemeen „boven” worden uitgevoerd.

De warmtewisselaar moet na geschiede montage zorgvuldig ontlucht worden.
Luchtkussens in het register leiden tot een vermindering van de capaciteit van het apparaat.
De schroefdraadgroottes van het verwarmingsregister kunt u afleiden uit de technische gegevens.

Bij stilstand van de ventilator moet altijd tegelijkertijd de verwarmingsmiddeltoevoer worden onderbroken.
Leegmaken bij kans op vorst
Een volledige statische lediging van de warmtewisselaar is niet mogelijk. De volledige lediging van de warmtewisselaar is alleen mogelijk met behulp van perslucht.
![graph TD A["ontluchting vorstbeschermingsthermostaat"] --> B["schroefverbindingen"] B --> C["lediging"] C --> D["Grid"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333](/content/2026/05/1122068/images/130373905dffd16c2ad79ec4bca36c85db38cdf7b839b4d2e62b4fffa2f47904.jpg)
Belangrijke informatie over de vorstbescherming!
Om vorstschade te vermijden moet bij temperaturen onder 0 °C een vorstbeschermingsinrichting worden aangebracht.
Bij installaties die buiten bedrijf worden gesteld in ruimtes waar kans op vorst bestaat, mag er zich in geen geval water in de warmtewisselaar bevinden. Het restwater moet met perslucht uitgeblazen worden.
Als dit niet mogelijk is, dan moet aan het verwarmings-medium (water) een geschikt antivriesmiddel worden toegevoegd.

Voor vorstschade aan de warmtewisselaar bestaat geen recht op garantie!
Montagevoorbeelden
Circulatielucht-/frisseluchtbedrijf via de buitenwand

AG = buitenluchtaanzuigroosterFK=filterkast voor MLK=mengluchtkast mengluchtkast
Wandmontage
In het circulatieluchtbedrijf met filter FK en console KO

In het circulatieluchtbedrijf met filter FK en console KO

Elektrische aansluiting
In principe moeten de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf en de apparaatspecifieke VDE-installatievoorschriften worden nageleefd.

De elektrische aansluiting mag alleen worden uitgevoerd door opgeleid vakpersoneel.
Beperking van het recht op garantie!
Bij niet-inachtneming van de geldende voorschriften, de gebruiksaanwijzing en de apparaatspecifieke elektrische schakelschema's kunnen er functiestoringen met indirecte schade ontstaan.
Elk recht op garantie vervalt!
Aansluiting van de apparaten
REMKO PWW 4000 apparaten zijn in de standaarduitvoering uitgerust met axiale ventilators met draai-stroom-buitenrotormotoren voor een spanning van 400 V / 3\~ / 50 Hz.
De omschakeling van de twee torentallen van de draai-stroommotor gebeurt door Y / Δ omschakeling.
De motorbeveiliging gebeurt via ingebouwde thermocontacten, die bij 130 °C wikkelingtemperatuur de ventilatormotor in combinatie met een geschikt schakelapparaat (toebehoren) uitschakelen.
De aansluiting van de draaistroommotoren aan de betreffende schakelapparaten gebeurt conform de bijhorende elektrische schakelschema's.
Aansluiting van meerdere apparaten
Indien nodig kunnen meerdere apparaten (ook van verschillende bouwgroottes) parallel werken via een schakelapparaat (toebehoren).
Het totale vermogen van de aangesloten apparaten mag het schakelvermogen van het betreffende schakel-apparaat echter niet overschrijden.
Voor de thermische motorbeveiliging moeten de thermocontacten van alle motoren in serie geschakeld worden. Neem daarvoor de aparte schakelschema's in acht.
Per schakelapparaat kan er altijd maar één externe regelinrichting (thermostaat, dag-/nachtregeling enz.) worden aangesloten!
Aansluitdoos aan het apparaat

De netbeveiliging in de voedingsleiding naar het schakelapparaat moet geschieden op de plaats van installatie conform de geldende voorschriften.
De aansluitingen in de aan- sluitdoos moeten worden ver- bonden met het bijhorende schakelapparaat (toebehoren).
Ingebruikname
Voor de eerste ingebruikname
Voor de eerste ingebruikname moeten absoluut de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:
- Controleer of de mechanische montage volgens de voorschriften is uitgevoerd.
- Controleer of de aansluiting aan de plaatselijke verwarmingsinstallatie volgens de voorschriften is uitgevoerd.
- Controleer de werking van de vorstbeschermingsinrichting. Indien gemonteerd.
- Controleer of hete oppervlakken, b.v. toevoerleidingen, tegen onopzettelijk aanraken beschermd zijn.
- Controleer of de elektrische bedrading van het apparaat volgens de geldige richtlijnen en normen en met inachtneming van de bijgevoegde schakelschema's is uitgevoerd.
- Controleer de ventilatorruimte en de aanzuig- en uit- blaasopeningen op vreemde voorwerpen.
- Controleer of alle uitblaasopeningen geopend zijn.
- Controleer de afstand tussen beluchtingsrotor en behuizing op gelijkmatige spleetmaat.
- Schakel de netaansluiting naar het schakelapparaat vrij en schakel het apparaat in via de regelschakelaar.
- Controleer de draairichting van de ventilator aan de hand van de pijlrichting. De verandering van de draairichting gebeurt door 2 fases te verwisselen.
- Houd er rekening mee dat bij de inzet van een toerentalregeling het vermogen van het regelapparaat moet zijn afgestemd op het vermogen van de motor.
- De ingebruikname is zo lang verboden, tot is vastgesteld dat de vakkundige montage en elektrische installatie voldoet aan de voorschriften van de EGrichtlijnen 89/392/EEG en 73/23/EEG.
Tijdens de eerste ingebruikname
Tijdens de ingebruikname moet de werking en juiste instelling van alle regel-, besturings- en veiligheidsinrichtingen gecontroleerd worden. Ga bij de ingebruikname als volgt te werk:
- Meet het stroomverbruik van de ventilator. De nominale stroom mag in de betreffende schakelniveaus de op het typeplaatje vermelde waarde niet overschrijden.
- Controleer de besturings-/regelfunctie van de ventilator.
- Controleer de motorbeveiligingsfunctie van de ventilator.
-
Controleer de werking van de ruimtethermostaat. Indien gemonteerd.
-
Controleer de rustige loop van de ventilator.
- Controleer de hele installatie op eventuele trillingen.
- Controleer de toevoerleidingen voor het verwarmingsmiddel op aansluiting en dichtheid volgens de voorschriften.
Na isoleren van het schakelapparaat van het net, een netuitval of een stooruitschakeling moet voor de nieuwe start van het apparaat altijd eerst de regelschakelaar in stand „0“ teruggeschakeld worden.
Buitenbedrijfstelling
Voor langere bedrijfspauzes
◇ Schakel de elektrische aansluiting aan alle polen uit.
Maak het systeem bij kans op vorst leeg, als er geen geschikt antivriesmiddel werd toegevoegd aan het verwarmingsmedium (water).
Een volledige lediging van de warmtewisselaar is alleen mogelijk met behulp van perslucht.
Klantendienst en garantie
Voorwaarde voor eventuele garantieclaims is dat de besteller of diens afnemer binnen een redelijke tijd ten aanzien van verkoop en ingebruikname het bij elke REMKO stookautomaat gevoegde „Garantiecertificaat” volledig ingevuld heeft teruggezonden aan REMKO GmbH & Co. KG.
De foutloze werking van de apparaten werd in de fabriek meermaals gecontroleerd. Als er niettemin functiestoringen optreden, die door de exploitant niet met behulp van de storingseliminering geëlimineerd kunnen worden, gelieve u dan te wenden tot uw handelaar of contractant.

Een ander bedrijf/bediening dan beschreven in deze handleiding is niet toegelaten!
Bij niet-inachtneming vervalt elke aansprakelijkheid en het recht op garantie.
Doelmatig gebruik
De apparaten zijn omwille van hun conceptie en uitrusting uitsluitend geconcipieerd voor verwarmings- en ventilatie-doeleinden in de industrie resp. nijverheid.
Bij niet-naleving van de opgaven van de fabrikant, de wettelijke eisen of na eigenmachtige veranderingen aan de apparaten is de fabrikant niet aansprakelijk voor de daaruit resulterende schade.
Verzorging en onderhoud
REMKO PWW apparaten zijn in het normale bedrijf nagenoeg onderhoudsvrij. Ze moeten echter regelmatig gecontroleerd en, indien nodig, gereinigd worden om een continu storingsvrij bedrijf te garanderen.
Belangrijke preventieve maatregelen voor elk onderhoud
Doorloop voor elk onderhoud de volgende stappen:
- soleer het apparaat aan alle polen van het net en beveilig het tegen onbevoegd opnieuw inschakelen. Het is niet voldoende om het apparaat via de regelschakelaar aan het schakelapparaat uit te schakelen!
- Wacht de stilstand van de ventilator af.
- Sluit het watercircuit af en beveilig het tegen onbevoegd openen.
- Laat de warmtewisselaar afkoelen.

Laat de motor en de behuizing niet onder water lopen. Beschadig resp. verbuig de ventilatorwaalier en de lamellen niet.
Reinigingsmiddelen
◇ Reinig het apparaat alleen droog of met een bevochtigde doek en wat zeepoplossing.
- Gebruik in geen geval hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten.
Gebruik geen schurende of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik ook bij extreme vervuiling alleen geschikte reinigingsmiddelen.
Algemene instandhoudingsmaatregelen
Houd het apparaat binnen en buiten vrij van stof en andere afzettingen.
◇ Houd de aanzuig- en uitblaasopeningen vrij.
◇ Controleer het beschermrooster en de warmtewisse-laar regelmatig op vervuiling.
◇ Controleer eventueel gemonteerde filters. Indien nodig reinigen resp. vervangen.
Reinigen van het apparaat
- Reinig de aanzuigopeningen en de uitblaaslamellen.
- Reinig de ventilatorwaaier. Indien nodig eerst de motor resp. het bescherm-rooster demonteren.
- Reinig de lamellen van de warmtewisselaar ofwel door uitblazen, door afzuigen of met een zachte borstel resp. een zachte kwast.
-
Verwijder sterkere vervuilingen aan ventilator en lamellen met zeepoplossing.
-
Monteer de motor resp. het beschermrooster met de ventilator. Let op een gelijkmatige afstand tussen ventilator-waaier en behuizing.
- Reinig resp. vervang, indien gemonteerd, het zakfilter (toebehoren).
- Draai daarvoor de schroeven van de filterbehuizing los en neem het filter eruit.
Reparatie
Vervanging van de ventilator
- Isoleer de elektrische aansluiting van de motor.
- Demonteer het beschermrooster met de ventilator van de behuizing van het apparaat.
- Demonteer de ventilator van het beschermrooster.
- Monteer de nieuwe ventilator aan het bescherm-rooster.
- Monteer het beschermrooster met de ventilator weer aan de behuizing van het apparaat.
- Maak de elektrische aansluiting van de motor weer conform het schakelschema.
Vervanging van de warmtewisselaar
- Isoleer de elektrische aansluiting van de motor.
- Maak de warmtewisselaar leeg.
- Maak de verwarmingsmiddelaansluitingen los.
- Verwijder het toebehoren aan aanzuig- en uitblaas- kant.
- Neem het apparaat van de console (houder).
- Demonteer de achterwand met de ventilator.
- Draai de bevestigingsschroeven van de warmtewisselaar los en neem de warmtewisselaar naar de aanzuigkant toe eruit.
- Zet de nieuwe warmtewisselaar erin en monteer het apparaat weer in omgekeerde volgorde.
- Maak de elektrische aansluiting van de motor weer conform het schakelschema.
Controles na reparatie:
- De beluchtingsrotor moet zich vrij draaien in de behuizing van de ventilator.
De afstand tussen ventilatorwaaier en ventilatorbehuizing moet gelijkmatig zijn. - De draairichting van de motor moet overeenkomen met de richting van de pijl.
◇ De motor moet met de juiste fases zijn aangesloten.
Na geschiede reparatie en onderhoud moet er een elektrische veiligheidscontrole volgens VDE 0701 worden uitgevoerd.
Technische gegevens
| Bouwserie PWW 4000 Type | 4030 - 3 | 4030 - 4 | 4050 - 3 | 4050 - 4 | |
| Elektrische aansluiting | V | 400 / 3~ N | 400 / 3~ N | 400 / 3~ N | 400 / 3~ N |
| Frequentie Hz 50 50 50 50 | |||||
| Krachtontneming | kW | 0,13 / 0,10 | 0,13 / 0,10 | 0,26 / 0,18 | 0,26 / 0,18 |
| Nominale stroom | A | 0,26 / 0,16 | 0,26 / 0,16 | 0,52 / 0,29 | 0,52 / 0,29 |
| Toerental | t/min | 1340 / 1040 | 1340 / 1040 | 1360 / 1020 | 1360 / 1020 |
| Luchtcapaciteit | m3/h | 2050 / 1640 | 1850 / 1500 | 3400 / 2870 | 3150 / 2770 |
| Geluidsdrukniveau 1) | dB(A) | 53 / 48 | 55 / 49 | 55 / 51 | 58 / 54 |
| Verwarmingsmiddelaansluiting | inch | R1" | R11⁄4" | R1" | R11⁄4" |
| Verwarmingsmiddel | gepompt warm water of gepompt heet water tot max. 130 °C | ||||
| Bedrijfsdruk | bar | 16 | 16 | 16 | 16 |
| Gewicht | kg | 26 27 34 | 36 | ||
1) Meting op een afstand van 5 m, meetruimtevolume 800 m 3 , gemiddelde nagalmtijd 1,4 s
| Bouwserie PWW 4000 Type | 4080 - 3 | 4080 - 4 | 4100 - 3 | 4100 - 4 | |
| Elektrische aansluiting | V | 400 / 3~ N | 400 / 3~ N | 400 / 3~ N | 400 / 3~ N |
| Frequentie Hz 50 50 50 50 | |||||
| Krachtontneming | kW | 0,42 / 0,28 | 0,42 / 0,28 | 0,76 / 0,47 | 0,76 / 0,47 |
| Nominale stroom | A | 0,76 / 0,46 | 0,76 / 0,46 | 1,50 / 0,81 | 1,50 / 0,81 |
| Toerental | t/min | 880 / 670 | 880 / 670 | 870 / 650 | 870 / 650 |
| Luchtcapaciteit | m3/h | 5400 / 4300 | 4730 / 4700 | 8250 / 6620 | 7670 / 6180 |
| Geluidsdrukniveau 1) | dB(A) | 55 / 49 | 55 / 49 | 58 / 54 | 59 / 55 |
| Verwarmingsmiddelaansluiting | inch | R11⁄4" | R11⁄4" | R11⁄2" | R11⁄2" |
| Verwarmingsmiddel | gepompt warm water of gepompt heet water tot max. 130 °C | ||||
| Bedrijfsdruk | bar | 16 | 16 | 16 | 16 |
| Gewicht | kg | 47 51 60 | 68 | ||
1) Meting op een afstand van 5 m, meetruimtevolume 800 m 3 , gemiddelde nagalmtijd 1,4 s
Toebehoren
De apparaten zijn vanuit de fabriek uitgerust met horizontale uitblaas-jaloezieën.
De afzonderlijk verstelbare lamellen maken een sturing van de warmeluchtstroom in 2 richtingen mogelijk.

Uitblaastoebehoren
Uitblaasjaloezie B (horizontaal/verticaal)
De inbouw van de jaloezie maakt grote werpwijdtes mogelijk. Door de horizontale en verticale aanbrenging van de lamellen is een sturing van de warmeluchtstroom in maximaal 4 richtingen mogelijk.
Bij een uitrusting achteraf moeten de lamellen van de bestaande uitblaasjaloezie verwijderd worden.

Deze uitblaaskap maakt bij lage montagehoogtes een gelijkmatige luchtverdeling in 4 richtingen mogelijk.
De uitblaaskap kan niet worden ingezet bij montage-hoogtes van meer dan 5,0 m.
Bij een uitrusting achteraf moeten de lamellen van de bestaande uitblaasjaloezie verwijderd worden.

De plafonduitblaaspijp maakt een geconcentreerde sturing van de warmeluchtstroom mogelijk en wordt ingezet bij grote montagehoogtes en grote hallen.
Bij een uitrusting achteraf moeten de lamellen van de bestaande uitblaasjaloezie verwijderd worden.

Aanzuigtoebehoren
Filterkast FK
De filterkast met zakfilter is geconcipieerd voor de directe aanbouw aan het apparaat.
Het zakfilter wordt er zijdelings uitgetrokken.
Het filtermedium van het zakfilter is regenereerbaar en komt overeen met de filterklasse EU 3.
Onderhoud van het zakfilter
Al naargelang de inzetvoorwaarden moet het zakfilter in regelmatige intervallen gecontroleerd en, indien nodig, gereinigd resp. vervangen worden.
Vervangingszakfilters EF voor de apparaten:
PWW 4030 EDV-nr. 1686253
PWW 4050 EDV-nr. 1686254
PWW 4080 EDV-nr. 1686255
PWW 4100 EDV-nr. 1686256
Aanwijzingen bij de filterkast FK
De vervuilingsgraad van het zakfilter kan gecontroleerd worden via een differentiaaldrukschakelaar (speciaal toebehoren).
Bij het bereiken van het einddrukverschil moeten de zakfilters door nieuwe van dezelfde kwaliteitsklasse vervangen worden.
Mengluchtkast MLK
De mengluchtkast MLK is zowel voor de wand- als voor de plafondmontage geconcipieerd.
De verhouding van buitenlucht tot circulatielucht kan met de mengluchtkleppen traploos met de hand of met een kleppenstelmotor (toebehoren) worden ingesteld.
Onderhoud van de mengluchtkast
Bij bedrijf van de mengluchtkast met kleppenstelmotor moeten de mengluchtkleppen in regelmatige intervallen op lichte loop en vervuiling gecontroleerd worden.
Stelmotor Open / Dicht
De stelmotor wordt direct op de kleppenas gemonteerd. Hij is uitgerust met een universeel klemblok en wordt gefixeerd met de meegeleverde verdraaibeveiliging.
De aandrijving is overbelastingsveilig en heeft geen eindschakelaar nodig. Bij handactivering kan de transmissie met een zelfterugzettende druktoets ontkoppeld worden.
Aansluitschema

Isolatieklasse IP 54, looptijd ca. 180 seconden
Maximale omgevingstemperatuur 55° C
Vorstbeschermingsinrichting
De vorstbeschermingsthermostaat is een nauwkeurig werkende watertemperatuurregelaar, die ook achteraf aan het oppervlak van de buisleidingen bevestigd kan worden.
De meegeleverde spanband met klembeugels maakt een probleemloze montage achteraf mogelijk zonder de verwarmingsinstallatie leeg te maken.
De thermostaat is uitgerust met een precisie snapschakelaar.
Installatie
Voor de montage moet de buisisolatie in het contactbereik van de voeler verwijderd worden. De voor de montage benodigde delen, zoals spanband, beugels enz., zijn bij het apparaat gevoegd.
Aansluitschema

Contact 1
opent bij temperatuurstijging.
Contact 2
sluit bij temperatuurstijging.
Instelbereik 25 tot 95 °C, schakelverschil instelbaar Maximale omgevingstemperatuur 70° C
Motorbesturingsapparaten, 5-traps
5-trapse regelapparaten voor wissel- en draaistroom met bedrijfssignaallamp. De motorbeveiliging gebeurt door de aansluiting van thermocontacten.
In het geval van een storing (bij reageren van de thermocontacten) valt de interne hoofdbeveiliging weg en isoleert deze de motor van het net. Na het opheffen van de oorzaak van de storing is een nieuwe instelling mogelijk aan de toerentalkeuzeschakelaar.
De regelapparaten hebben een aansluitmogelijkheid voor een ruimtethermostaat, die het apparaat in- en uitschakelt.
| Schakel-apparaat | Spanning V | Stroom A | Isolatie-klasse IP | Gewicht kg |
| RTRD 2,5 | 400 2,5 54 | 10,5 | ||
| RTRD 4,5 | 400 4,5 54 | 15,1 |
Schakelschema van het klembord schakelapparaat RTRD
Ingangsspanning: 400V / 3\~ N / 50 Hz

Aansluiting van de ventilatormotor
Motor met 2 toerentallen, Δ / Y omschakeling en thermocontacten

Schakelapparaat MSRD 2,5
Draaistroom 400 volt, ventilator 2-traps maximaal schakelvermogen 2,5 kW
Opbouwmontage, motorbeveiliging door ingebouwde thermocontacten in de ventilatormotor.
Uitvoering
Kunststof behuizing, isolatieklasse IP 41.
Randgeaard volgens VDE, frontbord met symbolen voor de schakelstanden, netingangs- en aardleiding-klemmen, hoofdbeveiliging, regelschakelaar met de functies „Uit / 1 ste niveau / 2 de niveau“, regelbeveiliging, bedrijfssignaallamp (dooft bij een storing van de ventilator resp. netonderbreking naar het schakelapparaat), motoruitgangsklemmen, aansluitklemmen voor thermocontacten en ruimtethermostaat.
Opnieuw inschakelen na een storing
Na elke storing schakelt het apparaat uit en niet automatisch weer in. Na het opheffen van de storing kan het apparaat door de regelschakelaar terug te schakelen op „0“ en na een wachttijd van ca. 30 sec. opnieuw ingeschakeld worden.
Groepsschakeling
Het schakelapparaat is geschikt voor groepsschakeling. Daarbij kunnen meerdere motoren met dezelfde schakeling worden aangesloten aan één schakelapparaat.
Het totale vermogen van de aangesloten motoren mag het toegelaten schakelvermogen van het schakelapparaat niet overschrijden. De thermocontacten van alle motoren moeten in serie geschakeld worden.
Belangrijke instructies voor het veilige bedrijf
Aarding, nulling of veiligheidsstroomkring en netbeveiliging moeten volgens de voorschriften van VDE resp. van het bevoegde energiebedrijf op de plaats van installatie worden uitgevoerd.
De elektrische apparaataansluitingen moeten door geautoriseerd vakpersoneel volgens de geldende voorschriften met inachtneming van de plaatselijke voorschriften conform de aansluitschema's worden uitgevoerd.
Schakel- en aansluitschema
![graph TD A["0 D U"] --> B["S1"] B --> C["PE L1 L2 L3 N"] C --> D["veeding net 400V/3/N/PE 50HZ aarding volgens plaatselijke voorschriften"] B --> E["K1"] E --> F["F1 6,3A"] F --> G["meer thermocontacten in serie schakelen"] G --> H["H1"] H --> I["thermocontacten in de motor"] I --> J["RT RT"] J -->…](/content/2026/05/1122068/images/7bdfc700d9b203eec20e578bc5860eaa705e1c5b008c3cf65bfe910ab3b2c248.jpg)
S1 regelschakelaar
K1 contactgever
R1 PTC-element
F1 regelbeveiliging
H1 bedrijfssignaallamp
Schakelapparaat SW 2.1 D
Draaistroom 400 volt, ventilator 2-traps maximaal schakelvermogen 4 kW
Opbouwmontage, volledige motorbeveiliging door geïntegreerde aansluiting voor de thermocontacten, aansluitklemmen voor thermocontacten, ruimtethermostaten en vorstbeschermingsthermostaat.
Uitvoering
Kunststof behuizing, isolatieklasse IP 65.
Randgeaard volgens VDE, frontborden met symbolen voor schakelstanden en bedrijfsmodi, netingangs- en aardleidingklemmen, hoofdbeveiliging, niveaukeuzeschakelaar met de functies „1 ste niveau / 2 de niveau“, regelbeveiligingen, bedrijfs- en stoorsignaallampen, bedrijfsmoduskeuzeschakelaar met de functies „Uit / Ontgrendeling / Thermostaat- / Continu bedrijf“, stuurrelais, klemmen voor de motoruitgang, aansluitklemmen voor thermocontacten, ruimtethermostaten en vorstbeschermingsthermostaat.
Functie
De vorstbeschermingsthermostaat schakelt de ventilator uit.
Opnieuw inschakelen na een storing
Na elke netonderbreking of ventilatorstoring moet de bedrijfsmoduskeuzeschakelaar in de stand „0/Entr.“ worden teruggeschakeld!
Groepsschakeling
Het schakelapparaat is geschikt voor groepsschakeling. Daarbij kunnen meerdere motoren met dezelfde schakeling worden aangesloten aan één schakelapparaat.
Het totale vermogen van de aangesloten motoren mag het toegelaten schakelvermogen van het schakelapparaat niet overschrijden. De thermocontacten van alle motoren moeten in serie geschakeld worden.
Belangrijke instructies voor het veilige bedrijf
Aarding, nulling of veiligheidsstroomkring en netbeveilig- ging moeten volgens de voorschriften van VDE resp. van het bevoegde energiebedrijf op de plaats van in- stallatie worden uitgevoerd.
De elektrische apparaataansluitingen moeten door geautoriseerd vakpersoneel volgens de geldende voorschriften met inachtneming van de plaatselijke voorschriften conform de aansluitschema's worden uitgevoerd.
Aansluitschema

Bij het parallelbedrijf van meerdere ventilators met een totaal vermogen tot max. 4 kW gebeurt de aan-sluiting via een externe klemverdeler!
Bij het parallelbedrijf van meerdere ventilators moeten alle thermocontacten in serie geschakeld worden!
Aansluitschema van de thermocontacten
thermobeveiliging
voor 2 apparaten

thermobeveiliging
voor 3 apparaten

thermobeveiliging
voor 4 apparaten

Schakelapparaat SW 2.2 DSK
Draaistroom 400 volt, ventilator 2-traps maximaal schakelvermogen 4 kW
Opbouwmontage, volledige motorbeveiliging door geïntegreerde aansluiting voor de thermocontacten, aansluitklemmen voor thermocontacten, ruimtethermostaten, vorstbeschermingsthermostaat en stelmotor voor mengluchtkast.
Uitvoering
Kunststof behuizing, isolatieklasse IP 65.
Randgeaard volgens VDE, frontborden met symbolen voor schakelstanden en bedrijfsmodi, netingangs- en aardleidingklemmen, hoofdbeveiliging, niveaukeuzeschakelaar met de functies „1 ste niveau / 2 de niveau“, regelbeveiligingen, bedrijfs- en stoorsignaallampen, bedrijfsmoduskeuzeschakelaar met de functies „Uit / Ont-grendeling / Thermostaat- / Continu bedrijf“, stuurrelais, motoruitgangsklemmen, aansluitklemmen voor thermocontacten, ruimtethermostaten en vorstbeschermings-thermostaat, stelmotor voor mengluchtkast en kleppen-stelschakelaars.
Functie
De mengluchtkast kan worden aangestuurd door middel van kleppenstelschakelaars. Bij uitgeschakelde ventilatie bewegen de kleppen gedwongen in de stand „Dicht“. De vorstbeschermingsthermostaat sluit de kleppen en schakelt de ventilator uit.
Opnieuw inschakelen na een storing
Na elke netonderbreking of ventilatorstoring moet de bedrijfsmoduskeuzeschakelaar in de stand „0/Entr.“ worden teruggeschakeld!
Groepsschakeling
Het schakelapparaat is geschikt voor groepsschakeling. Daarbij kunnen meerdere motoren met dezelfde schakeling worden aangesloten aan één schakelapparaat. Het totale vermogen van de aangesloten motoren mag het toegelaten schakelvermogen van het schakelapparaat niet overschrijden. De thermocontacten van alle motoren moeten in serie geschakeld worden.
Belangrijke instructies voor het veilige bedrijf
Aarding, nulling of veiligheidsstroomkring en netbeveilig- ging moeten volgens de voorschriften van VDE resp. van het bevoegde energiebedrijf op de plaats van in- stallatie worden uitgevoerd.
De elektrische apparaataansluitingen moeten door geautoriseerd vakpersoneel volgens de geldende voorschriften met inachtneming van de plaatselijke voorschriften conform de aansluitschema's worden uitgevoerd.
Aansluitschema

Bij het parallelbedrijf van meerdere ventilators met een totaal vermogen tot max. 4 kW gebeurt de aan-sluiting via een externe klemverdeler!
Bij het parallelbedrijf van meerdere ventilators moeten alle thermocontacten in serie geschakeld worden!
Aansluitschema van de thermocontacten
thermobeveiliging voor 2 apparaten

thermobeveiliging voor 3 apparaten

thermobeveiliging voor 4 apparaten

REMKO GmbH & Co. KG
Klimaat- en Warmtetechniek