Leonardo 125 (2006) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Leonardo 125 (2006) APRILIA in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk | Aprilia |
| Model | Leonardo 125 (2006) |
| Categorie | Scooter |
| Motorinhoud | 124,9 cc (125 cc) |
| Motortype | 4-takt, luchtgekoeld, enkele cilinder |
| Vermogen | ca. 11 pk (8,1 kW) bij 9000 tpm |
| Brandstof | Loodvrije benzine (95 RON) |
| Transmissie | Automatische CVT met variator |
| Startsysteem | Elektrische starter en kickstarter |
| Voorrem | Schijfrem, diameter 260 mm |
| Rem achter | Trommelrem, diameter 150 mm |
| Banden voor | 110/70-16 |
| Banden achter | 130/70-16 |
| Zithoogte | ca. 790 mm |
| Droog gewicht | ca. 125 kg |
| Tankinhoud | ca. 8 liter (inclusief reserve ca. 2 l) |
| Verbruik | ca. 3,5 l/100 km (gemengd) |
| Topsnelheid | ca. 100 km/u |
| Verlichting | Halogeen koplamp, LED achterlicht |
| Instrumenten | Snelheidsmeter, brandstofmeter, toerenteller |
| Onderhoudsinterval olie | Elke 5000 km |
| Onderhoudsinterval luchtfilter | Elke 10000 km |
| Bougie | NGK CR7E |
| Inhoud oliecarter | ca. 1,0 liter |
Veelgestelde vragen - Leonardo 125 (2006) APRILIA
Gebruikersvragen over Leonardo 125 (2006) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Leonardo 125 (2006) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Leonardo 125 (2006) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Leonardo 125 (2006) APRILIA
Eerste editie: oktober 2003
Opgesteld en gedrukt door: VALLEY FORGE DECA
Ravenna, Modena, Torino
DECA S.r.l.
Hoofd- en Administratiekantoor
Via Vincenzo Giardini, 11
48022 Lugo (RA) - Italië -
Tel. 0545-216611
Fax 0545-216610
www.vftis.com
deca@vftis.spx.com
in opdracht van
Piaggio & C. Sp.A.
via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) - Italia
Tel. +39 - 041 58 29 111
Fax +39 - 041 44 10 54
www.aprilia.com
WAARSCHUWINGSBOOD- SCHAPPEN
De volgende waarschuwingen worden in heel deze handleiding gebruikt om de volgende boodschappen over te brengen:
Veiligheidswaarschuwing. Wanneer u dit symbool aantreft op de motorfiets of in de handleiding, dient u rekening te houden met potentieel gevaar voor persoonlijk letsel. Niet-naleving van de aanwijzingen die worden gegeven in de boodschappen voorafgegaan door dit symbool kan resulteren in ernstige risico's voor de veiligheid van uzelf en anderen en voor de motorfiets!
WAARSCHUWING
Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in ernstig letsel of zelfs de dood.
▲OPGELET
Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in licht persoonlijk letsel of schade aan de motorfiets.
OPMERKING Het woord "OPMER-KING" in deze handleiding gaat belangrijke informatie of richtlijnen vooraf.
INFORMATIE
★ Bewerkingen voorafgegaan door dit symbool dienen aan de andere kant van de motorfiets te worden herhaald. Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
Daar waar de termen "rechts" en "links" worden gebruikt, wordt ervan uitgegaan dat de rijder in normale rijhouding op de motorfiets zit.
WAARSCHUWINGEN VOORZORGSMAATREGELEN ALGEMENE OPMERKINGEN
Voordat u de motor start, dient u aandachtig dit boekje te lezen, in het bijzonder het gedeelte "VEILIG RIJDEN".
Uw veiligheid en die van anderen hangt niet alleen af van de snelheid van uw reflexen en uw behendigheid, maar ook van de kennis van de motorfiets, van de staat van onderhoud en van de basisregels voor VEILIG RIJDEN. Daarom is het belangrijk de motorfiets goed te leren kennen, zodat u er zich veilig mee in het verkeer kunt begeven.
Daarom is het belangrijk de motorfiets goed te leren kennen, zodat u er zich veilig mee in het verkeer kunt begeven.
OPMERKING Dit boekje hoort on- losmakelijk bij de motorfiets en moet in ge- val van verkoop worden overgedragen.
aprilia heeft bij de samenstelling van dit boekje de grootste zorg aan de dag gelegd, teneinde de gebruiker correcte en actuele informatie te verschaffen. Daar aprilia echter voortdurend het ontwerp van zijn producten verbetert, kunnen de kenmerken van uw motorfiets lichtjes afwijken van de in dit boekje beschreven kenmerken.
Indien u vragen heeft met betrekking tot de informatie in dit boekje, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw officiële aprilia-dealer.
Voor controles en reparaties die niet expliciet in deze publicatie staan beschreven, de aanschaf van originele aprilia-reserveonderdelen, accessoires en andere producten, alsook specifieke adviezen, dient u zich uitsluitend te wenden tot de officiële aprilia-dealers en onderhoudscentra, die een betrouwbare en snelle service garanderen.
Wij danken u omdat u voor aprilia heeft gekozen en wensen u veel rijplezier.
Alle rechten voor wat betreft elektronische opslag, reproductie en volledige of gedeeltelijke aanpassing, op welke manier ook, zijn voorbehouden voor alle landen.
OPMERKING In sommige landen vereisen de van kracht zijnde milieuwetgeving en geluidsvoorschriften periodieke inspecties.
In deze landen moet de gebruiker van het voertuig:
—contact opnemen met een officiële aprilia-dealer om de niet-goedgekeurde onderdelen te laten vervangen door onderdelen die goedgekeurd zijn in het betreffende land;
—voer de vereiste periodieke inspecties uit.
OPMERKING Bij aankoop van deze motorfiets dient u in de navolgende figuur de identificatiegegevens te vermelden die op het IDENTIFICATIE-ETIKET VERVANGINGSONDERDELEN STAAN. Het etiket is aangebracht op de linkerbuis van het frame en om het zichtbaar te maken moet u de linkse inspectiekap verwijderen, zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIE-KAP).
| I | UK | A | P | SF | B | D | F | E | GR |
| NL | CH | DK | J | SGP | SLO | IL | ROK | MAL | RCH |
| HR | AUS | USA | BR | RSA | NZ | CDN |
Dit zijn identificatiegegevens van:
-YEAR = bouwjaar (Y, 1, 2, ...);
-I.M. = wijzigingscode (A, B, C, ...);
-LANDENCODES = land van homologatie (I, UK, A, ...).
Ze dienen te worden doorgegeven aan de officiële aprilia-dealer bij de aankoop van vervangingsonderdelen of accessoires die specifiek zijn voor uw model.
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt om de verschillende versies aan te duiden:
125 model 125 cm³
150 model 150 cm ^4
250 model 250 cm ^4
300 model 250 cm3
OPT optie
VERSIE VOOR:
I Italië SGP Singapore
UK Verenigd SLO Slovenië
A Oostenrijk IL Israël
P Portugal ROK Zuid-Korea
SF Finland MAL Maleisië
B België RCH Chili
D Duitsland HR Kroatië
F Frankrijk AUS Australië
E Spanje USA Verenigde Staten
GR Griekenland BR Brazilië
NL Nederland RSA Zuid-Afrika
CH Zwitserland NZ Nieuw-Zeeland
DK Denemarken CDN Canada
J Japan
INHALTSVERZEICHNIS
WAARSCHUWINGSBOODSCHAPPEN 2
INFORMATIE.... 2
WAARSCHUWINGEN
VOORZORGSMAATREGELEN -
ALGEMENE OPMERKINGEN.... 2
VERWIJDEREN VAN HET VOORSTE DEEL VAN
DE STUORKAP.... 52
DEMONTEREN VAN DE ACUTERBUITKUKORIESEL 50
VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAR 58
VAN DE VOORSTE KAP 53 VERWIUDEREN VAN DE PINNENSTE VOORSTE
VERWIJDEREN VAN DE BINNENSTE VOORSTE KAR 54
KAP 54 AFSTELLING VAN HET
APSTELLING VAN HEI STATIONAIRE TOERENTAL 54
STATIONAIRE TOERENTAL.... 54 AESTELLEN VAN DE GASHENDEL.... 55
VOORSTE RICHTINGAANWIJZERS 62
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE
KOPLAMP 63
Om de motorfiets te mogen besturen is het nodig dat u aan alle wettelijke verplichtingen voldoet (rijbewijs, geestelijke en lichamelijke gezondheid, verzekering, wegenbelasting, registratie motorfiets, nummerplaat, enz.).
U wordt aangeraden zich de motorfiets geleidelijk eigen te maken, daar waar waar weinig verkeer is of op terreinen die privé-eigendom zijn.

Het gebruiken van bepaalde medicijnen, alcohol en verdovende middelen benadeelt in aanzienlijke mate de rijveiligheid.
Verzekert u zich ervan dat u geestelijk en lichamelijk goed in staat bent te rijden, en rijd vooral niet bij vermoeidheid en slape- righeid.

Het merendeel van de ongelukken is te wij- ten aan onervarenheid van de rijder.
Leen de motorfiets NOOIT uit aan beginners en overtuigt u zich er in ieder geval van dat de rijder in het bezit is van de wettelijke vereisten voor het rijden.

Volg nauwgezet de verkeersaanwijzingen en houd u aan de nationale en plaatselijke verkeersregels.
Vermijd plotselinge manoeuvres die gevaar opleveren voor uzelf en voor anderen (bijvoorbeeld: steigeren, te hard rijden enz.), en houd altijd rekening met de toestand van het wegdek, het zicht, enz.

Bots niet tegen obstakels die schade aan het voertuig kunnen toebrengen of die u de controle over het voertuig kunnen doen verliezen.
Rijd niet vlak achter een andere motorfiets om u mee te laten "zuigen".

Houd altijd beide handen aan het stuur en de voeten op de voetplank (of de voetsteunen) en neem een correcte rij-houding aan.
Vermijd absoluut rechtop te gaan staan tijdens het rijden, of zich om te draaien.

De berijder moet zich nooit laten af leiden of laten beïnvloeden door personen of handelingen (niet roken, eten, drinken, lezen, enz.) tijdens het rijden.

Gebruik de voorgeschreven koelvloeistof en olie, zoals beschreven in de "SMEER-MIDDELENTABEL"; controleer steeds of de niveaus van de olie en de koelvloeistof de voorgeschreven niveaus hebben.

Controleer, als de motorfiets bij een ongeluk betrokken is geweest, of de bedieningsknoppen, -kabels, -slangen, het remsysteem en de vitale delen niet beschadigd zijn.
Laat de motorfiets eventueel nakijken door een erkende aprilia dealer, met speciale aandacht voor het frame, het stuur, de vering, de veiligheidsonderdelen en de onderdelen waarvan de gebruiker zelf niet in staat is te beoordelen of ze beschadigd zijn.
Meld elk mankement bij het functioneren aan de technici/mecaniciens opdat de reparatiewerkzaamheden vergemakkelijkt worden.
Rijd absoluut niet met de motorfiets wanneer de beschadiging de rijveiligheid in gevaar brengt!

Verander nooit de plaats, de stand of de kleur van: de kentekenplaat, de richtingaanwijzers, de lichten en de claxon.
Modificaties aan de motorfiets doen de garantie onherroepelijk vervallen.

Elke eventuele verandering die aangebracht wordt aan de motorfiets of de verwijdering van originele delen kunnen de prestaties negatief beïnvloeden en de veiligheid in gevaar brengen of de motorfiets onwettig maken.
U wordt geadviseerd om zich altijd te houden aan alle nationale en plaatselijke wettelijke voorschriften en regels op het punt van de uitrusting van de motorfiets.
In het bijzonder moeten technische veranderingen vermeden worden die de prestaties beïnvloeden of in ieder geval de oorspronkelijke eigenschappen van de motorfiets veranderen.
Houd absoluut geen snelheidswedstrijden met de motorfiets.
Vermijd het rijden op een andere ondergrond dan het wegdek.

Voordat u gaat rijden dient u eraan te denken dat u altijd de helm op hebt; deze moet op de juiste wijze gedragen worden.
Controleer of de helm gekeurd is, niet-beschadigd is, de juiste maat heeft en het vizier schoon is.
Draag beschermende kleding; mogelijkkerwijs met een heldere en/of reflecterende kleur. Zodoende bent u goed zichtbaar voor de andere weggebruikers en beperkt u hiermee het risico aangereden te worden. Bij een val hebt u zodoende ook een betere bescherming. De kleding moet goed passen en aan de uiteinden gesloten zijn. Koorden, ceintuur en das of sjaal mogen niet los hangen; voorkom dat deze of andere objecten het rijden kunnen beïnvloeden doordat ze verstrikt raken in bewegen-de delen of bedieningselementen.

Zorg ervoor dat u geen objecten in uw zakken hebt die mogelijk gevaar opleveren bij een val, zoals puntige objecten als sleutels, pennen, glazen voorwerpen (hetzelf-de geldt voor de eventuele passagier).

De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires. Denkt u er tijdens de montage aan dat geen onderdelen zoals de lichten of onderdelen die dienen voor het aangeven van de richting of voor geluidssignalen bedekt worden, waardoor deze onderdelen geheel of gedeeltelijk hun functie verliezen; belemmer ook niet de uit-slag van de vering en de stuurhoek en de werking van de bedieningselementen.
Vermijd het gebruik van accessoires die de toegang tot de bedieningselementen belemmeren, omdat zo de reactietijd in noodgevallen langer kan worden.
De grote kappen en windschermen van de motorfiets kunnen aërodynamische krachten doen ontstaan die de stabiliteit van de motorfiets beïnvloeden, vooral bij hoge snelheid.

Controleer of de accessoires op degelijke wijze bevestigd zijn aan de motorfiets en geen gevaar opleveren tijdens het rijden. Niets toevoegen aan de elektrische installatie of hier iets aan veranderen, waardoor het maximale vermogen van de motorfiets overschreden zou kunnen worden. Hierdoor zou de motorfiets tijdens het rijden plotseling kunnen stoppen of er zou zich een gevaarlijk stroomtekort kunnen voordoen, zodat de claxon en de lichten niet meer functioneren. aprilia beveelt het gebruik van originele accessoires aan (aprilia genuine accessoires).
LADING
Wees voorzichtig bij het opladen van bagage en vervoer niet te veel lading. De bagage moet zich zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van de motorfiets bevinden en evenwichtig verdeeld zijn naar beide zijden van de motorfiets zodat er een optimale balans is.

Bevestig absoluut geen grote, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken; dit kan de reactiesnelheid van de motorfiets in de bochten vertragen en de controle tijdens het rijden hinderen.
Bevestig niet teveel ruimte innemende bagage aan de zijkant van de motorfiets, aangezien deze tegen personen of voorwerpen zou kunnen stoten, waardoor u de controle over de motorfiets zou kunnen verliezen.

Vervoer geen bagage die niet goed bevestigd is aan de motorfiets of die teveel uit de bagageruimtes steekt.
Denk eraan dat de bagage niet voor of over de verlichting, de akoestische en visuele signalering hangt.
Vervoer geen dieren of kinderen op het documentenkastje of op de duozit.

Overschrijd niet de limiet voor vervoer die geldt voor iedere specifieke bagagedrager. Teveel lading beïnvloedt de stabiliteit en de manoeuvreerbaarheid van de motorfiets.
PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN 125 150

LEGENDA
1) Expansievat
2) Dop expansietank koelvloeistof
3) Achterremreservoir
4) Tassenhaak
5) Linkse inspectiekap
6) Linker voetsteun duopassagier
7) Helmopbergkastje
8) Zadelslot
9) Luchtfilter
10) Luchtfilterdeksel toerenregelaar
11) Antidiefstalhaak (voor gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT)
12) Middenstandaard
13) Zijstandaard
14) Bougie

LEGENDA
1) Passagiersgreep
2) Motorolievul-/niveaudop
3) Zekeringhouder
4) Accu
5) Contact/stuurslot-schakelaar
6) Brandstoftankdop
7) Voorremreservoir
8) Claxon
9) Brandstoftank
10) Brandstoftankklep
11) Rechtse inspectiekap
12) Rechter voetsteun duopassagier
PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN 250 300

LEGENDA
1) Expansievat
2) Dop expansietank koelvloeistof
3) Achterremreservoir
4) Tassenhaak
5) Linkse inspectiekap
6) Linker voetsteun duopassagier
7) Helmopbergkastje
8) Zadelslot
9) Passagiersgreep
10) Luchtfilter
11) Luchtfilterdeksel toerenregelaar
12) Middenstandaard
13) Zijstandaard

LEGENDA
1) Antidiefstalhaak (voor gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT)
2) Motorolievul-/niveaudop
3) Zekeringhouder
4) Accu
5) Contact/stuurslot-schakelaar
6) Brandstoftankdop
7) Voorremreservoir
8) Claxon
9) Brandstoftank
10) Brandstoftankklep
11) Rechtse inspectiekap
12) Bougie
13) Rechter voetsteun duopassagier
PLAATSING VAN DE INSTRUMENTEN / BEDIENINGSELEMENTEN

1) Elektrische bedieningselementen op de linker stuurhelft
2) Achterremhendel
3) Linkse achteruitkijkspiegel
4) Instrumenten en controlelampjes
5) Rechtse achteruitkijkspiegel
6) Voorremhendel
7) Gashendel
8) Elektrische bedieningselementen op de rechter stuurhelft
9) Contactschakelaar / stuurslot ( ○ - ⚙ - 🔒 )
INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES

1) 125 150 Rood waarschuwingslampje motoroliedruk (☐)
1) 250 300 Rood waarschuwingslampje motorolieversing (☐.)
2) Groen waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer ( ⇌ )
3) Kilometertotaalteller
4) Snelheidsmeter
4) Snelheidsmeter - km/h-schaal alleen AUS
5) Groen waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer (→)
6) Blauw waarschuwingslampje grootlicht (ED)
7) Oranje waarschuwingslampje laag brandstofpeil ( ③)
8) Controlelampje benzinemeter ( R )
9) Functie- en instelknoppen digitale klok
10) Digitale klok
11) Controlelampje koelvloeistoftemperatuur (±)
INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES
| Beschrijving Functie | |
| Waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer ➔ | Knippert wanneer de rechter richtingaanwijzer is ingeschakeld. |
| Waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer ➔ | Knippert wanneer de linker richtingaanwijzer is ingeschakeld. |
| 125 150 Waarschuwingslampje motoroliedruk ➔ | Licht op zodra de contactschakelaar in de stand “○” wordt gedraaid en de motor niet draait, ter controle van de juiste werking van het lampje. Als het lampje niet oplicht, moet het worden vervangen.Het waarschuwingslampje moet uitgaan wanneer de motor draait.AOPGELET Als het waarschuwingslampje oplicht wanneer de motor normaal draait, betekent dit dat de oliedruk in het circuit onvoldoende is. Zet in dit geval de motor onmiddellijk stil en neem contact op met uw officiële aprilia-dealer. |
| 250 300 Waarschuwingslampje motorolieverversing ➔ | Dit licht op gedurende ca. drie seconden wanneer de contactschakelaar in de stand “○” wordt gezet en de motor niet draait, om de correcte werking van de gloeilamp te testen. Als het lampje niet oplicht of niet uitgaat na drie seconden, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer.AOPGELET Het waarschuwingslampje licht op terwijl de motor normaal draait na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 3000 km (1875 mi) en blijft branden tot de olie is ververst. Neem hiervoor contact op met een officiële aprilia-dealer. |
| Kilometertotaalteller Geeft het totaal aantal gereden kilometers aan. | |
| Snelheidsmeter Geeft de rijsnelheid aan. | |
| Waarschuwingslampje grootlicht ➔ | Licht op wanneer de koplamp in de stand voor het “grootlicht” staat of wanneer het grootlichtsignaal wordt gebruikt. (PASSING 250 300 ). |
| Waarschuwingslampje laag brandstofpeil ➔ | Licht op wanneer de hoeveelheid brandstof in de tank nog ongeveer 1,8 125 150 (1,5 250 300 ) bedraagt. |
| Brandstofmeter ➔ | Geeft bij benadering de hoeveelheid brandstof in de tank aan.Wanneer de wijzer in het rode gebied is gezakt, is er nog ongeveer 1,8 125 150 (1,5 250 300 ) brandstof in de tank. Tank in dit geval zo snel mogelijk bij, zie pag. 24 (BRANDSTOF) . |
| Digitale klok | Uur, datum en seconden kunnen worden weergegeven op de display, zie pag. 21 (DIGITALE KLOK). |
| Koelvloeistof-temperatuurindicator ➔ | Geeft bij benadering de temperatuur van de koelvloeistof in de motor aan.Wanneer de wijzer begint te schommelen boven het niveau "Min.", is de temperatuur toereikend om met de motorfiets te rijden. Het temperatuurbereik voor normaal rijden wordt aangeduid door de middelste zone op de schaal. Als de wijzer zich naar het rode gebied verplaatst, moet u de motor stilleggen en het koelvloeistofpeil controleren, zie pag. 28 (KOELVLOEISTOF).AOPGELET Als de maximum toegelaten temperatuur wordt overschreden (rood “Max”-gebied op de schaal), kan de motor ernstige schade oplopen. |
BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE BEDIENINGSELEMENTEN

BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKERSTUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
1) DRUKKNOP CLAXON (▶)
De claxon treedt in werking wanneer de drukknop "→" wordt ingedrukt.
2) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS (↔)
De schakelaar naar links zetten om aan te geven dat u links gaat afslaan; de schakelaar naar rechts drukken om aan te geven dat u rechts gaat afslaan. Op het midden van de schakelaar drukken om de richtingaanwijzer uit te zetten.
3) 125 150 DIMLICHTSCHAKELAAR (≡D - ≡D)
(in de landen die een motorstopschakelaar voorschrijven "⊗ - ○")
Als de lichtenschakelaar in de stand "ID" staat, brandt het groot licht; in de stand "ID" brandt het dimlicht.
3) 250 300 DIMLICHTSCHAKELAAR (ID - ID) / DRUKKNOP GROOTLICHTSIGNAAL (PASSING
3) (in de landen die een motorstopschakelaar voorschrijven "⊗ - ○")
Als de lichtenschakelaar in de stand "☐" staat, brandt het groot licht; in de stand "☐" brandt het dimlicht.
Door de lichtenschakelaar in de stand (PASSING te duwen, knippert men met het groot licht.
OPMERKING Wanneer de dimlichtschakelaar wordt losgelaten, wordt het grootlichtsignaal uitgeschakeld.
BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTERSTUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
1) DIMLICHTSCHAKELAAR (ID - ID)
(niet voorzien voor landen waar de motorstopschakelaar "⊗ - ○" vereist is).
In de stand "D" branden de parkeerlichten, de dashboard-verlichting en het dimlicht altijd.
In de stand "≡D" brandt het grootlicht.
1a) MOTORSTOPSCHAKELAAR (○ - Ⓧ) (in de landen waar dit is vereist)
▲ WAARSCHUWING
Bedien de motorstopschakelaar “○ - ⚙” niet tijdens gewoon rijden.
Dit is een veiligheids- of noodschakelaar. Met de schakelaar in de stand "○" kan de motor worden gestart; de motor wordt gestopt door de schakelaar in de stand "⊗" te zetten.
▲OPGELET
Bij gestopte motor en met de contactschakelaar in de stand "○", kan de accu ontladen worden.
Wanneer de motorfiets tot stilstand is gekomen nadat de motor is gestopt, moet u de contactschakelaar in de stand "☒" zetten.
2) STARTKNOP (③)
Wanneer de startknop "③" wordt ingedrukt, doet de startmotor de motor draaien. Voor het starten, zie pag. 33 (STARTEN).

De contactschakelaar (1) bevindt zich op de rechterhelft, dicht bij de stuurkolom.
OPMERKING De sleutel (2) bedient de contactschakelaar/het stuurslot, het za-delslot en de brandstoftankklep.
Bij de motorfiets worden twee sleutels geleverd (één reservesleutel).
OPMERKING Bewaar de reserve- sleutel en het plaatje met het codenummer niet op de motorfiets.

Draai de sleutel nooit in de stand “?” terwijl u rijdt, om te vermijden dat u de controle over de motorfiets verliest.
BEDIENING
Om het stuur te vergrendelen:
♦ Draai het stuur volledig naar links.
♦ Draai de sleutel (2) in de stand “☒” en druk er op.
- Laat de sleutel los en draai hem in de stand "R".
♦ Trek de sleutel uit het contact.
| Stand Functie | Uittrekken sleutel | |
| Stuurslot | Het stuur is vergren-deld. Het is onmogelijk de motor te starten en de lichten te ontsteken. | De sleutel kan uit het contact wor-den getrok-ken. |
| De motorkan niet wordengestart en de lichten kunnen niet worden ont-stoken. | De sleutel kan uit het contact wor-den getrok-ken. | |
| De motorkan wordengestart en de lichten kunnen wor-den ontsto-ken. | De sleutel kan niet uit het contact worden getrokken. | |
HULPUITRUSTING

Functiebeschrijving:
♦ Normale aanduiding: uren en minuten.
- Datumaanduiding: druk eenmaal op de drukknop (1) om maand en dag weer te geven.
Secondenaanduiding: druk tweemaal op de drukknop (1) om de seconden weer te geven.
OPMERKING Neem voor het vervangen van de klokbatterij contact op met een officiële aprilia-dealer.
Instelling:
◆ Druk eenmaal op de drukknop (2): datum en tijd worden afwisselend getoond.
◆ Maand: druk nogmaals op de drukknop (2) en de maand wordt links getoond (de

rest verdwijnt). Druk op de drukknop (1) om de gewenste maand in te stellen.
♦ Dag: druk nogmaals op de druktoets (2) en de dag wordt rechts getoond. Druk op de druktoets (1) om de gewenste dag in te stellen.
Tijd: druk nogmaals op de drukknop (2) en de tijd wordt links getoond met de letter "A" of "P" (A = voor de middag, P = na de middag).
Minuten: druk nogmaals op de drukknop (2) en de minuten worden rechts getoond. Druk op de drukknop (1) om de gewenste minuten in te stellen.
Nu is de klok ingesteld. Druk nogmaals op de knop (2) en vervol- gens op de knop (1) om naar de normale werking terug te keren.

Hang geen te zware tassen of pakken aan de haak, omdat dit de manoeuvreerbaarheid van de motorfiets of de beweging van de voeten ernstig kan belemmeren.
De tassenhaak (3) bevindt zich op de voorkant van de binnenbeschermkap.
Max. toegestaan gewicht: 1,5 kg

ANTIDIEFSTALHAAK
De antidiefstalhaak (1) bevindt zich op de linkerzijde van de motorfiets, naast de voetsteun van de passagier:
- 125 150 linkerzijde;
-250 300rechterzijde.
Om diefstal van de motorfiets te voorkomen, is het raadzaam hem vast de maken met de gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT (2), die kan worden besteld bij uw officiële aprilia-dealer.
▲OPGELET
Gebruik de haak niet om de motorfiets op te tillen of voor andere doeleinden dan het vastleggen van de motorfiets nadat u hem heeft geparkeerd.

ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL
♦ Steek de sleutel (3) in het zadelslot (4).
♦ Draai de sleutel (3) om:
- 125 150 linksom draaien.
- 250 300 rechtsom draaien.
◆ Zet het zadel omhoog.
OPMERKING Controleer, voor u het zadel omlaag zet en vastklikt, of u niets in het helmopbergkastje hebt laten liggen.
- Om het zadel te vergrendelen, moet u het omlaag zetten en er op drukken (zonder te forceren), zodat het slot vastklikt.
WAARSCHUWING
Controleer voor het rijden of het zadel goed vergrendeld is.

Dankzij het helm-/handschoenopbergkastje hoeft u niet langer uw helm of andere zaken met u mee te nemen telkens wanneer u de motorfiets achterlaat. Het kastje bevindt zich onder het zadel; u kunt erbij komen door het volgende te doen:
◆ Zet het zadel omhoog, zie hiernaast (ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
⚠ WAARSCHUWING
Overlaad het helm-/handschoenopberg-kastje niet. Maximum toegestaan gewicht:
- 125 150 4 kg
-250 530g

De gereedschapset (1) is onder het zadel bevestigd, in het helm-/handschoenopbergkastje.
De ruimte bevindt zich onder het zadel; u kunt erbij komen door:
◆ Het zadel omhoog te zetten, zie pag. 22 (ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
De gereedschapset bevat:
-inbussleutel 4 mm;
125 150 bougiesleutel 16 mm;
-250 300 bougiesleutel 18 mm;
-pijp voor sleutel;
-sleutel van 8/10 mm;
-dubbele, kruiskopschroevendraaier;
-vierkante pensleutel ;
-gereedschapstasje.

Het verlengstuk van het achterspatbord (2) is voorzien als standaarduitrusting en kan worden gemonteerd als de motorfiets op natte wegen wordt gebruikt. Het vermindert immers het opspattend water van het achterwiel.
OPMERKING Het verlengstuk van het achterspatbord (2) is reeds op de motorfiets gemonteerd in landen waar dit wettelijk verplicht is.
Monteer het verlengstuk van het achter- spatbord als volgt:
Zet het zadel omhoog, zie pag. 22 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
◆ Neem het verlengstuk van het achterspatbord (2) samen met de schroeven en bijbehorende moeren voor de bevestiging uit het valhelm-/handschoenenkastje.

♦ Schroef de moeren (3) los en verwijder ze.
◆ Verwijder de reflector (4).
♦ Schroef de moer los en verwijder ze (5).
♦ Trek de schroef (6) uit.
◆ Plaats het verlengstuk van het achter-spatbord (2) in de steun van de kente-kenplaathouder (7).
◆ Plaats de reflector (4) terug en draai de bijbehorende moeren (3) vast.
♦ Steek de schroef (6) in en draai de bijbehorende moer (5) vast.
- Controleer of het verlengstuk van het achterspatbord (2) correct is gemon-teerd.
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
BRANDSTOF
WAARSCHUWING
De brandstof die gebruikt wordt voor verbrandingsmotoren is uiterst ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden explosief worden. Het is belangrijk dat het tanken en de onderhoudswerkzaamheden in een goed geventileerde ruimte gebeuren en met afgezette motor. Niet roken gedurende het tanken of in de nabijheid van benzinedampen; in elk geval absoluut contact mijden met open vlammen, vonken en elke andere warmtebron, om te voorkomen dat de brandstof vlam vat of explodeert.
Verder moet u ook voorkomen dat er benzine uit de tankopening stroomt, aangezien ze vlam kan vatten bij contact met de gloeiende delen van de motor.
Voor het geval per ongeluk benzine buiten de tank terechtkomt, moet u controleren of de plek waar de benzine is terechtgekomen geheel droog is en voor u gaat rijden moet u er zich van vergewissen dat er geen benzine op de hals van de benzinemond is achtergebleven.
Loodvrije benzine zet uit onder invloed van zonnewarmte en zonnestraling.
Vul de tank daarom nooit tot de rand.
Mijd contact van benzine met de huid en inademing van dampen; zuig geen benzine op en breng de benzine niet over van één vat in een ander met behulp van een slang.

125 150 Gebruik enkel gelode (4 Stars UK) of ongelode superbenzine, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
250 300 ebruik uitsluitend loodvrije superbenzine met min. octaangetal 91 (N.O.R.M.) en 81 (N.O.M.M.).
INHOUD BRANDSTOFTANK
Om bij de brandstoftankdop te komen gaat u als volgt te werk:
♦ Steek de sleutel (1) in het slot op de brandstofklep (2), die zich tussen de voetsteunplatformen bevindt.
♦ Draai de sleutel rechtsom, trek eraan en open de brandstofklep.
♦ Schroef de tankdop (3) los.
SMEERMIDDELEN
▲ WAARSCHUWING
Olie kan leiden tot ernstige beschadiging van de huid bij dagelijkse en langdurige aanraking.
Na gebruik van olie uw handen goed wassen.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU-DEN.
LOOS OLIE NIET IN HET MILIEU.
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Mors geen olie!
Let op dat onderdelen, de plaats waar u werkt of de onmiddellijke omgeving niet worden besmeurd. Veeg oliesporen zorgvuldig op.
Neem in geval van lekkages of defecten contact op met een officiële aprilia-dealer.

Laat het peil van de versnellingsbakolie om de 6000 km (3750 mi) controleren.
De versnellingsbakolie moet worden ververst na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 12000 km (7500 mi).
Neem contact op met een officiële aprilia-dealer om het oliepeil te controleren en de olie te verversen.
MOTOROLIE
Controleer het motoroliepeil om de 1000 km (625 mi), zie pag. 45 (CONTRO-LEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN).
OPMERKING Gebruik olie van hoge kwaliteit, zie pag. 72 (SMEERMIDDELEN-TABEL).
125 150 Het gebruik van olie met SAE-classificatie 15W, 20W of 30W (en zeker olie met een hogere densiteit dan de aanbevolen olie) kan het starten van de motorfiets bij een omgevingstemperatuur van minder dan -5°C bemoeilijken.
▲OPGELET
Overschrijd nooit het "MAX"-peil wanneer u bijvult met motorolie.
250 300 PMERKING Het waarschuwingslampje van de motorolieversing "→" op het dashboard licht op na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 3000 km (1875 mi), om aan te geven dat de motorolie moet worden ververst.
De motorolie moet worden ververst na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens:
- 125 150 om de 6000 km (3750 mi).
-250 de 3000 km (1875 mi).
Laat de koelvloeistof verversen door een officiële aprilia-dealer.

OPMERKING Deze motorfiets is uitgerust met schijfremmen vooraan en achteraan, met afzonderlijke hydraulische circuits.
De volgende informatie heeft betrekking op slechts één remsysteem, maar geldt voor beide.
WAARSCHUWING
Plotselinge weerstand of verschillen in speling op de remhendel kunnen te wij- ten zijn aan onregelmatigheden in het hydraulische systeem.
In geval van twijfel met betrekking tot het goed functioneren van het remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u te rade gaan bij uw officiële aprilia-dealer.

Besteed bijzondere aandacht aan de remschijf en het wrijvingsmateriaal en controleer of ze niet vuil zijn of besmeurd met olie, vooral na onderhoudswerkzaamheden of inspecties.
Controleer of de remleiding niet verdraaid of versleten is.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU- DEN.
LOOS VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU.

De remmen zijn de belangrijkste onderdelen voor uw veiligheid, dus moeten zij te allen tijde in perfecte staat verkeren; controleer ze voor elke rit.
Een vuile schijf verontreinigt de remblokjes, wat zal resulteren in een verminderde remkracht. Vuile remblokjes moeten worden vervangen; vuile schijven moeten worden gereinigd met een ontvettingsmiddel van hoge kwaliteit.
De remvloeistof moet om de twee jaar worden ververst door een officiële aprilia-dealer.

OPMERKING Deze motorfiets is uitgerust met schijfremmen vooraan en achteraan, met afzonderlijke hydraulische circuits.
De volgende informatie heeft betrekking op slechts één remsysteem, maar geldt voor beide.
Deze motorfiets is uitgerust met hydraulische schijfremmen vooraan en achteraan. Wanneer de remblokjes afslijten, neemt het remvloeistofpeil in het reservoir af om de slijtage automatisch te compenseren. De remvloeistofreservoirs bevinden zich onder de stuurkap.
Controleer regelmatig het remvloeistofpeil in de reservoirs, zie hiernaast (CONTROLE) en de slijtage van de remblokjes, zie pag. 48 (CONTROLEREN VAN DE SLIJ-TAGE VAN DE REMBLOKJES).
WAARSCHUWING
Rijd niet met de motorfiets als er vloeistof uit het remsysteem lekt.

CONTROLE
Controleer het remvloeistofpeil als volgt:
OPMERKING Zet de motorfiets op een stevige en effen ondergrond.
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ 125 150 Demonteer de achteruitkijkspiegels, zie pag. 53 (DEMONTEREN VAN DE ACHTERUITKIKSPIEGELS).
◆ 250 300 huif het rubberen hittescherm (1) naar onder.
♦ Draai het stuur zo dat de vloeistof in het remvloeistofreservoir evenwijdig staat met de "MIN"-markering op het peilglas (2).
- Controleer of de vloeistof in het reservoir boven het "MIN"-streepje op het glas (2) staat.
MIN = minimumniveau.
Als de vloeistof niet minstens tot het "MIN"-streepje reikt:
▲OPGELET
Naarmate de remblokjes afslijten, neemt het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
◆ Controleer de slijtage van de remblokjes, zie pag. 48 (CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES) en van de schijf.
Als de remblokjes en/of de schijf niet moe- ten worden vervangen:
◆ Neem contact op met een officiële aprilia-dealer om vloeistof te laten bijvullen.
▲OPGELET
Controleer de werking van de remmen.
Neem in geval van overmatige speling van de remhendel of een verminderde werking van de remmen contact op met een officiële aprilia-dealer, aangezien in dit geval het systeem mogelijk moet worden ontlucht.
KOELVLOEISTOF
▲OPGELET
Gebruik de motorfiets niet als het koelvloeistofpeil onder het voorgeschreven "MIN" ligt.
Controleer het koelvloeistofpeil om de 2000 km (1250 mi) en na lange ritten; laat de koelvloeistof om de 2 jaar verversen door een officiële aprilia-dealer.
▲ WAARSCHUWING
De koelvloeistof is giftig: slik ze niet in; als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.
Als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, overvloedig spoelen met water en een arts raadplegen. Als de koelvloeistof wordt ingeslikt, het braken opwekken, mond en keel overvloedig spoelen met water en onmiddellijk een arts raadplegen.
LOOS VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU. BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU- DEN.
Let op dat u geen koelvloeistof morst op de hete onderdelen van de motor: de vloeistof kan vlam vatten en onzichtbare vlammen veroorzaken.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.
Laat de koelvloeistof verversen door een officiële aprilia-dealer.

De koelvloeistof is samengesteld uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste motortemperaturen en garandeert een goede bescherming tegen roest.
Het is handig hetzelfde mengsel ook in de zomer te gebruiken, aangezien zo het verlies ten gevolge van verdamping tot een minimum wordt beperkt, zodat het niet nodig is zeer regelmatig bij te vullen.
Op die manier neemt de aanwezigheid van minerale zoutresten in de radiator veroorzaakt door verdampt water af en is de goede werking van het koelsysteem verzekerd.
Als de buitentemperatuur minder dan 0°C bedraagt, moet u het koelcircuit regelmatig controleren en zo nodig de concentratie van antivries verhogen (tot maximum 60%).

Gebruik voor de koeloplossing gedistilleerd water, om schade aan de motor te voorkomen.
▲ WAARSCHUWING
Verwijder de radiatordop niet als de motor nog heet is (1), aangezien de koelvloeistof onder druk staat en zeer warm is.
Contact met de huid of met kleding kan ernstige brandwonden en/of schade veroorzaken.

CONTROLEREN EN BIJVULLEN
WAARSCHUWING
Controleer het koelvloeistofpeil en vul de expansietank bij koude motor.
◆ Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.
OPMERKING Zet de motorfiets op een stevige en effen ondergrond.
◆ Verwijder de voorste kap, zie pag. 53 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP).
- Controleer of het vloeistofpeil in de expansietank (2) zich tussen de "MIN"- en "MAX"-streepjes bevindt.
MIN = minimumniveau.
MAX = maximumniveau.

Indien dit niet het geval is, ga dan als volgt te werk:
♦ Draai de vuldop (1) los (door hem twee slagen linksom te draaien), maar verwijder hem niet.
◆ Wacht enkele seconden om eventuele restdruk te ontlasten.
OPMERKING De dop (1) is voorzien van een ontluchtingspijp (3). Oefen geen druk uit op de ontluchtingspijp (3) en koppel ze evenmin los.
♦ Schroef de dop (1) los en verwijder hem.
⚠ WAARSCHUWING
De koelvloeistof is giftig: slik ze niet in; als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.
Gebruik nooit uw vingers of een ander voorwerp om het koelvloeistofpeil te controleren.

Overschrijd bij het bijvullen nooit het "MAX"-streepje. Anders zal de vloeistof uit de tank lopen terwijl de motor draait.
♦ Vul bij met koelvloeistof, zie pag. 72 (SMEERMIDDELENTABEL), tot het peil ongeveer tot het "MAX"-streepje reikt.
◆ Breng de vuldop (1) opnieuw aan.
▲OPGELET
Wanneer u vaststelt dat er een overmatig verbruik van koelmiddel is en dat de tank leeg blijft, moet u controleren of er geen lekken in het circuit zijn.
Laat eventuele lekken herstellen door een officiële aprilia-dealer.
◆ Plaats de voorste kap terug. zie pag. 53 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP).

Deze motorfiets is uitgerust met banden zonder binnenband (tubeless).
▲ WAARSCHUWING
Controleer regelmatig de bandenspanning bij kamertemperatuur, zie pag. 68 (TECHNISCHE GEGEVENS).
Als de banden warm zijn, is de meting niet correct.
In het bijzonder moet de bandenspanning vóór en na iedere lange rit gemeten worden.
Als de bandenspanning te hoog is, worden de oneffenheden in de weg waarop u rijdt niet opgevangen en daardoor overgebracht op het stuur, waardoor het rijcomfort in het gedrang komt en de wegligging in bochten afneemt.

Als daarentegen de bandenspanning te laag is, komen de zijkanten van de banden (1) onder grotere druk te staan en bestaat het gevaar dat de band over de rand van de velg glijdt of loskomt, waardoor u de controle over de motorfiets verliest.
Ingeval u plots remt zouden de banden van de velg kunnen afschuiven. Bovendien zou de motorfiets uit de bocht kunnen schuiven.
Controleer de staat van het bandenoppervlak en de slijtage, want als de banden in slechte staat zijn, hebben ze minder grip en neemt de bestuurbaarheid van de motorfiets af.
Sommige voor deze motorfiets goedgekeurde bandensoorten zijn voorzien van slijtage-indicators. Er zijn verschillende soorten slijtage-indicators.
Neem contact op met uw dealer voor meer informatie over het controleren van slijtage.
Controleer visueel of de banden versleten zijn en vervang ze als dit het geval is.
Als de banden oud zijn, kunnen ze zelfs als ze niet volledig afgesleten zijn hard worden en is het mogelijk dat een goede wegligging niet langer is verzekerd.
Laat in dit geval de banden vervangen.
Vervang de band als hij versleten is of als er een gat van meer dan 5 mm groot in het loopvlak zit.
Laat na het herstellen van een band de wielen uitbalanceren.
Gebruik enkel het door aprilia aanbevolen bandenformaat, zie pag. 68 (TECHNISCHE GEGEVENS).
Monteer geen banden met binnenband op velgen voor tubeless banden en vice versa.
Zorg dat de banden altijd voorzien zijn van hun ventieldoppen, om te vermijden dat ze plots leeglopen.

Vervanging, reparatie, onderhoud en uitbalanceren zijn zeer belangrijk en moeten worden uitgevoerd door bekwame technici met het juiste gereedschap. Om die reden is het raadzaam bovenstaande handelingen te laten uitvoeren door een officiële aprilia-dealer.
Nieuwe banden zijn mogelijk bedekt met een gladde laag: rijd voorzichtig tijdens de eerste kilometers. Smeer de banden niet in met vloeistoffen die daarvoor ongeschikt zijn.
MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL (2)
voor: 2 mm (USA 3 mm) achter: 2 mm (USA 3 mm)
UITLAATDEMPER
▲ WAARSCHUWING
Het is verboden te knoeien met het geluiddempingssysteem.
Eigenaars worden er op attent gemaakt dat de wet het volgende kan verbieden:
-het verwijderen of buiten werking stellen door welke persoon ook, tenzij voor onderhoud, het herstellen of vervangen van enig onderdeel of element van het ontwerp dat in een nieuwe motorfiets is geïntegreerd met het oog op geluiddemping vóór verkoop of levering aan de uiteindelijke koper of terwijl de motorfiets in gebruik is; en
-het gebruik van de motorfiets nadat dergelijk onderdeel of element van het ontwerp is verwijderd of buiten werking gesteld door welke persoon ook.
Controleer de uitlaatdemper en de uitlaatdemperpijpen om u ervan te vergewissen dat ze geen tekenen van roest of gaten vertonen en dat het uitlaatsysteem goed functioneert.
Als het door het uitlaatsysteem voortgebrachte geluid toeneemt, neem dan onmiddellijk contact op met uw officiële aprilia-dealer.
Voer voor het vertrek steeds een voorafgaande controle uit om na te gaan of de motorfiets juist en veilig functioneert (zie de tabel met CONTROLES VOORAF hierna).
Het niet uitvoeren van deze controles kan leiden tot ernstige letsels of schade aan de motorfiets.
Aarzel niet raad te vragen aan uw officiële aprilia-dealer ingeval u iets niet begrijpt i.v.m. de werking van bepaalde bedieningselementen of als u bepaalde onregelmatigheden vermoedt of vaststelt.
Een controle vergt weinig tijd en verhoogt de veiligheid aanzienlijk.
CONTROLES VOORAF
| Onderdeel Controle | Pag. | |
| Voorste en achterste schijfremmen | Controleer de werking, de stationaire speling van de bedie-ningshendels en het vloeistofpeil en kijk of er geen lekken zijn. Vul zo nodig het vloeistofreservoir bij. | 26, 48 |
| Remhendels Controleer | of ze soepel werken. Zo nodig de scharnierpunten smeren en de speling bijstellen. | - |
| Gashendel Controleer of | hij soepel werkt en of hij volledig kan worden open- en dichtgedraaid, bij alle standen van het stuur. Zo no-dig bijstellen en/of smeren. | 55 |
| Wielen/banden Controleer | er het loopvlak van de banden, de bandenspanning, slijtage en eventuele beschadiging. | 30 |
| Stuur Controleer of het stuur soepel draait, zonder speling. 51 | ||
| Zijstandaard en middenstandaard | Controleer of ze soepel werken en of de veerspanning hen weer in de normale stand brengt.Zo nodig scharnierpunten en draaiende delen smeren. | 48 |
| Bevestigingselementen | Controleer of de bevestigingselementen niet loszitten. Regel ze zo nodig bij of zet ze vast. | - |
| Brandstoftank Controleer | het brandstofpeil en vul zo nodig bij.Controleer het circuit op lekken of verstopping.Controleer of de brandstofdop goed is vastgedraaid. | 24, 65 |
| Koelvloeistof Het koelv | loeistofpeil in de expansietank moet tussen het “MIN”- en het “MAX”-streepje liggen. | 28, 29 |
| Motorstopschakelaar (○ - ≡) | Controleer of hij goed werkt. | 19 |
| Lichten, waarschuwingslampjes, claxon en elektrische onderdelen | Controleer de goede werking van akoestische en visuele voorzieningen. In geval van defect de lampjes vervangen of het defect repareren. | 57 – 64 |

Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, dat uiterst giftig is bij inademing. Start de motorfiets niet in een gesloten of slecht geventileerde ruimte. Het niet opvolgen van deze raadgevingen kan leiden tot bewusteloosheid of zelfs tot de dood door verstikking.
Ga niet op de motorfiets zitten om deze te starten.
Start de motor niet wanneer de motorfiets op de zijstandaard staat.
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard om deze te starten.
- Controleer of de dimlichtschakelaar (1) in de stand "ID" staat.
◆ Zet de motorstopschakelaar (3) in de stand “○” (in de landen waar dit is vereist).
- Verdraai de sleutel (4) en zet de contact-schakelaar in de stand "○".




▲OPGELET
Op dat moment:
- 125 150 licht het waarschuwingslampje van de motoroliedruk "☐" (5) op het dashboard op en het blijft branden tot de motor start.
- 250 300t waarschuwingslampje voor motorolieverversing "☐" (5) op het dashboard licht ongeveer drie seconden lang op.
Als het lampje niet oplicht of niet uitgaat na drie seconden, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer.
♦ Blokkeer minstens één wiel door een van de remhendels (6) aan te trekken. Als dit niet gebeurt, ontvangt het startrelais geen stroom en kan de motor dus niet starten.

OPMERKING Voer na een lange periode van stilstand de bewerkingen uit die staan beschreven op pag. 35 (STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND).
OPMERKING Om onnodige slijtage van de accu te voorkomen, mag u de startknop “③” niet langer dan vijf seconden (tien seconden na een lange periode van stilstand) ingedrukt houden. Als de motor binnen die tijdspanne niet start, wacht dan tien seconden alvorens de startknop “③” opnieuw in te drukken.
▲OPGELET
Druk de startknop “③” (7) niet in terwijl de motor draait: want zo kunt u de start-motor beschadigen.

Druk de startknop “③” (7) in zonder gas te geven en laat hem los zodra de motor start.
Als de motor niet binnen de drie of vier seconden start, draai (Pos. B) dan zachtjes aan de gashendel (8) terwijl u de start-knop “③” (7) ingedrukt houdt.
▲OPGELET
125 150 Zodra de motor is gestart, moet het waarschuwingslampje van de motoroliedruk “” (5) uitgaan. Als dat niet gebeurt of als het waarschuwingslampje oplicht terwijl de motor draait, betekent dit dat er onvoldoende druk in het circuit aanwezig is. In dit geval moet u de motor onmiddellijk stilleggen en contact opnemen met een officiële aprilia-dealer. Rijd niet met de motorfiets als het motoroliepeil te laag is om motor en motoronderdelen niet te beschadi-gen.

▲OPGELET
250 300 niet achteloos voorbij aan het oplichten van het waarschuwingslampje “” (5) van de motorolie. Als het waarschuwingslampje van de motorolieversing “” (5) oplicht terwijl de motor normaal draait, betekent dit dat de motorolie zo snel mogelijk moet worden ververst. Neem voor het verversen van de motorolie contact op met een officiële aprilia-dealer.
◆ Houd minstens één remhendel aangetrokken en geef geen gas vóór u vertrekt.
▲OPGELET
Rijd niet weg met een koude motor. Om de uitstoot van vervuilende stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten warm draaien door gedurende de eerste kilometers met lage snelheid te rijden.
STARTEN MET EEN 'VERZOPEN' MOTOR
Als de startprocedure niet correct wordt uitgevoerd of als er teveel brandstof in de aanzuigleidingen en in de carburateur zit, kan de motor verzuipen.
Een verzopen motor moet als volgt gereinigd worden:
Druk gedurende enkele seconden op de startknop “③” (7) (waardoor de motor stationair draait) met de gashendel (8) volledig open (Pos. C).
STARTEN MET KOUDE MOTOR
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (ongeveer 0°C), is het soms moeilijk de motor bij de eerste poging aan de gang te krijgen.
In dit geval:
Houd de startknop “(①)” (7) ingedrukt gedurende vijf seconden en draai tegelijk de gashendel (8) gematigd open (Pos. B).
Op het moment dat de motor start.
◆ De gashendel (8) (Pos. A) loslaten.
Als het stationaire toerental onstabiel is, moet u regelmatig zachtjes aan de gashendel (8) draaien.
Als de motor niet start.
◆ Wacht enkele seconden en herhaal de procedure voor koud starten.
- Verwijder indien nodig de bougie, zie pag. 56 (BOUGIE) en controleer of hij niet nat is.
- Als de bougie nat is, moet u hem reinigen en drogen.
Alvorens de bougie opnieuw te monteren:
OPMERKING Leg een schone doek naast de zitting van de bougie om mogelijke oliespatten op te vangen.
- De startknop “③” (7) indrukken en de startmotor ongeveer vijf seconden lang laten draaien zonder gas te geven.
STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Als na een lange periode van stilstand de motorfiets niet onmiddellijk start, kan dit te wijten zijn aan het feit dat het brandstofcircuit gedeeltelijk leeg is.
In dit geval:
De startknop "③" (7) ongeveer 10 seconden lang ingedrukt houden, zodat de vlotterkamer kan worden gevuld.
VERTREKKEN EN RIJDEN
OPMERKING Lees voor u vertrekt aandachtig het hoofdstuk "VEILIG RIJDEN", zie pag. 5 (VEILIG RIJDEN).
▲OPGELET
Als het waarschuwingslampje voor laag brandstofpeil "☐" (9) op het dashboard oplicht terwijl de motor draait, betekent dit dat de elektrische reserve wordt aangesproken en dat er nog ongeveer 125 150 1,8l(250 300 1,5l) brandstof over is in de tank. Tank zo snel mogelijk bij, zie pag. 24 (BRANDSTOF).
WAARSCHUWING
Wanneer u zonder duopassagier rijdt, moeten de voetsteunen van de passagier ingeklapt zijn.
Houd tijdens het rijden uw handen aan de handvatten en uw voeten op de voetsteunen.
NEEM NOOIT EEN ANDERE DAN DE AANGEGEVEN RIJHOUDINGEN AAN.
Als u een duopassagier meeneemt, zeg hem/haar dan dat hij/zij niet in de weg gaat zitten tijdens het manoeuvreren.
Controleer voor het vertrek of de standaard(en) volledig is (zijn) opgeklapt.

Vertrekken:
- Laat de gashendel los (8) (stand A) en knijp de achterrem dicht.
Duw dan de motorfiets van de standaard.
◆ Stap op, maar houd één voet op de grond om in evenwicht te blijven
◆ Stel de hoek van de achteruitkijkspiegels juist in.
▲ WAARSCHUWING
Tracht uzelf vertrouwd te maken met het gebruik van de achteruitkijkspiegels met de motorfiets in rusttoestand. De spiegel is convex, waardoor voorwerpen verder weg lijken dan ze in werkelijkheid zijn. De spiegels geven een "breedhoekbeeld" en enkel door ervaring kan u de afstand tot achteropkomende voertuigen correct inschatten.

- De rem loslaten en langzaam gas geven (stand B); de motorfiets zet zich in beweging.
▲OPGELET
Rijd niet weg met een koude motor. Om de uitstoot van vervuilende stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten warm draaien door gedurende de eerste kilometers met lage snelheid te rijden.

Draai de gashendel niet herhaaldelijk en zonder onderbreking open en dicht om te vermijden dat u per ongeluk de controle over de motorfiets verliest.
Als u moet remmen, laat u de gashendel los en trekt u beide remmen aan, zodat de druk op de remdelen gelijkmatig wordt verdeeld en de snelheid zonder stoten vermindert.
Door enkel de voorrem of enkel de achterrem aan te trekken neemt de remkracht gevoelig af en bestaat het gevaar dat één wiel blokkeert, waardoor de motorfiets zijn grip op de baan verliest.
Als u op een helling stopt, moet u de gashendel volledig loslaten en enkel de remmen gebruiken om de motorfiets stabiel te houden.
Het gebruik van de motor om met de motorfiets te surplacen, kan leiden tot oververhitting van de toerenregelaar.
▲ WAARSCHUWING
Voor u een bocht neemt, snelheid minderen of remmen en de bocht met matige en constante snelheid nemen of lichtjes versnellen; rem niet op het laatste moment: de motorfiets raakt dan heel waarschijnlijk aan het slippen.
Door voortdurend gebruik van de remmen in afdalingen kunnen de wrijvingsvlakken oververhit raken, waardoor de remkracht afneemt.
Maak gebruik van de motorcompressie en schakel terug door beide remmen afwisselend te gebruiken.
Nooit een helling met afgezette motor afrijden!
Bij nat wegdek of een slechte grip (sneeuw, ijs, modder, enz.) moet u met matige snelheid rijden en plots remmen of manoeuvres die kunnen leiden tot het verlies van de grip op de weg of tot een val vermijden.
Let zeer goed op ieder obstakel of een verandering in het wegdek.
Oneffen wegen, wielsporen, putdeksels, wegmarkeringen, metalen platen ter aanduiding van wegenwerken kunnen bij regen uiterst glad worden.
Om die reden moeten al deze obstakels zeer voorzichtig worden omzeild, ervoor zorgend dat u zonder schokken rijdt en de motorfiets niet onnodig laat overhellen.
WAARSCHUWING
Gebruik bij verandering van rijstrook of rijrichting altijd tijdig de richtingaanwijzers en vermijd bruuske en gevaarlijke manoeuvres.
Schakel de richtingaanwijzers uit zodra u van richting bent veranderd.
Wees uiterst voorzichtig wanneer u andere voertuigen inhaalt of zelf ingehaald wordt.
Bij regenval kan het watergordijn veroorzaakt door grote voertuigen de zichtbaarheid verminderen; door de luchtverplaatsing kan u de controle over de motorfiets verliezen.
INRIJDEN
WAARSCHUWING
Na de eerste 1000 kilometer (625 mi) moeten de controles beschreven in het onderhoudsschema worden uitgevoerd, zie pag. 40-42 (ONDERHOUDSSCHEMA), om letsels bij uzelf of andere personen en/of schade aan de motorfiets te vermijden.
Het inrijden van de motor is van het grootste belang met het oog op een lange levensduur en een correcte werking van de motorfiets.
Rijd zoveel mogelijk op hellingen en/of bochtige wegen, zodat de motor, de ophanging en de remmen een doelmatige in-rijperiode ondergaan.

OPMERKING Slechts na een inrijperiode van 500 km (312 mi) mag men optimale prestaties verwachten van de motorfiets op het gebied van snelheid en versnelling.
Houd u aan de volgende regels:
- De gashendel niet plots volledig opendraaien bij lage snelheid; dit geldt zowel tijdens als na de inrijperiode.
◆ 0-100 km (0-62 mi)
Rem tijdens de eerste 100 km (62 mi) voorzichtig en vermijd bruusk en langdurig remmen. Op die manier kunnen de blokjes op de remschijf rustig inlopen.
◆ 0-500 km (0-312 mi)
Rijd tijdens de eerste 500 km (312 mi) niet sneller dan 80% van de maximum toegelaten snelheid.
◆ Rijd niet gedurende lange tijd met een constante snelheid.
- Voer na de eerste 1000 km (625 mi) de snelheid geleidelijk op tot de motor optimale prestaties levert.
STOPPEN
WAARSCHUWING
Vermijd abrupt stoppen, plots vertra- gen en remmen op het laatste moment.
- Laat de gashendel (Pos. A) los en rem geleidelijk af om de motorfiets tot stilstand te brengen.
In geval van een korte stop, dient u minstens één rem aangetrokken te houden.
PARKEREN
WAARSCHUWING
Parkeer de motorfiets op een stevige en effen ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.
De motorfiets niet tegen een muur zetten of plat op de grond leggen.
Zorg dat de motorfiets en in het bijzonder de gloeiende delen ervan geen gevaar vormen voor personen en kinderen.
Laat de motorfiets niet onbeheerd achter met de motor aan of met het sleuteltje nog in de contactschakelaar.
Ga niet op de motorfiets zitten terwijl hij op de standaard staat.
♦ Stop de motorfiets, zie boven (STOP-PEN).

- Zet de motorstopschakelaar (1) in de stand "⊗" (in de landen waar dit is vereist).
▲OPGELET
Bij gestopte motor en met de contact- schakelaar in de stand "○", kan de accu ontladen worden.
♦ Draai de sleutel (2) om en zet de contactschakelaar (3) in de stand “☒”.
- Zet de motorfiets op de standaard, zie hiernaast (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
OPMERKING Bij uitgeschakelde motor hoeft het benzinekraantje niet dichtgedraaid te worden, aangezien het voorzien is van een automatisch sluitsysteem.
▲OPGELET
Laat de sleutel nooit in het contact steken.

♦ Vergrendel het stuur, zie pag. 20 (STUURSLOT) en trek de sleutel uit het contact.
DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN
Lees aandachtig pag. 37 (PARKEREN).
MIDDENSTANDAARD
◆ Neem de linker handgreep (4) en het passagiershandvat (5) vast.
◆ Duw de hefboom van de standaard (6) omlaag.
ZIJSTANDAARD
◆ Neem de linker handgreep (4) en het passagiershandvat (5) vast.

Gevaar voor vallen of omkantelen.
Wanneer de motorfiets wordt rechtgezet van de parkeerstand in de rijstand, gaat de standaard automatisch omhoog.
◆ Druk tegen de zijstandaard (7) met uw rechtervoet en klap hem volledig uit.
◆ Kantel de motorfiets tot de standaard op de grond rust.
♦ Draai het stuur volledig naar links.
WAARSCHUWING
Zorg dat de motorfiets stabiel staat.
SUGGESTIES TER VOORKOMING VAN DIEFSTAL
▲OPGELET
Gebruik geen blokkeerinrichtingen voor de remschijven. Als u zich niet aan deze waarschuwing houdt, kan het remsysteem ernstig beschadigen en kunt u ongelukken veroorzaken met verwondingen of zelfs de dood tot gevolg.
Laat NOOIT de contactsleutel in het slot zitten en gebruik steeds het stuurslot. Parkeer de motorfiets op een veilige plaats, bij voorkeur in een garage of op een bewaakte plaats. Gebruik zo mogelijk de gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT of een extra middel ter voorkoming van diefstal. Zorg dat alle vereiste documenten in orde zijn. Noteer uw persoonlijke gegevens en uw telefoonnummer op dit blad, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken ingeval een gestolen motorfiets wordt teruggevonden.
NAAM: ....
VOORNAAM:......
ADRES: ....
TEL. NR.:
OPMERKING Zeer vaak worden gestolen motorfietsen geïdentificeerd aan de hand van de gegevens die in het gebruiks/onderhoudsboekje zijn genoteerd.
ONDERHOUD
▲ WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
Voor u begint met om het even welke vorm van onderhoud of inspectie van de motorfiets, moet u de motor afzetten, de sleutel uit het contact trekken, wachten tot de motor en de uitlaat zijn afgekoeld en indien mogelijk de motorfiets op een stevige en effen ondergrond optillen met speciaal daartoe bestemd gereedschap. Controleer alvorens de tank leeg te maken of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.
Blijf uit de buurt van de gloeiende delen van de motor en van het uitlaatsysteem, om brandwonden te vermijden.
Ondersteun geen mechanische onderdelen of ander onderdeel van de motorfiets met de mond: geen van de onderdelen is voor consumptie geschikt; sommige zijn schadelijk voor de gezondheid of zelfs giftig.
▲OPGELET
Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.

De gewone onderhoudswerkzaamheden kunnen doorgaans door de gebruiker zelf worden uitgevoerd. Voor sommige werkzaamheden is evenwel een basiskennis van mechanica en speciaal gereedschap vereist.
Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.
Vraag uw officiële aprilia-dealer om de motorfiets op de weg te testen na een reparatie of periodiek onderhoud.
Voer in ieder geval zelf de "Controles vooraf" uit na een onderhoudsbeurt, zie pag. 32 (CONTROLES VOORAF).
ONDERHOUDSSCHEMA 125 150
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer (DIE OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd terrein.
| Onderdeel | Na het inrijden [1000 km (625 mi)] | Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maanden | Om de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden |
| Accu - Klembevestiging - Elektrolytpeil 1 | 1 | - | |
| Bougie 1 3 | - | ||
| Carburateur - minimaal toerental 4 | 1 | - | |
| Luchtfilter -2- | |||
| Filter variator -2- | |||
| Werking gashendel 1 1 | - | ||
| Werking remblokkering 1 1 | - | ||
| Lichtsysteem 1 1 | - | ||
| Remlichtschakelaars -1- | |||
| Remvloeistof 1 1 | - | ||
| Koelvloeistof | 1 | om de 2000 km (1250 mi): 1 | |
| Motorolie | om de 1000 km (625 mi): 1 | ||
| Koplamp richten - werking | - | 1 | - |
| Wielen/banden en bandenspanning | maandelijks: 4 | ||
| Ophanging | 1 | 1 | |
| Waarschuwingslampje motoroliedruk | telkens bij het starten: 1 | ||
| Slijtage van de voorste en achterste remblokjes | 1om de | 2000 km (1250 mi): 1 | |
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer.
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd terrein.
CO = koolmonoxide.
| Onderdeel | Na het inrijden [1000 km (625 mi)] | Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maanden | Om de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden |
| Achterste schokdemper – | 1 | ||
| Accu - Klembevestiging 1– | - | ||
| Carburatie - CO-regeling –1– | |||
| Bedieningskabels en bedieningselementen 1 | 1 | - | |
| Gaskabel (afstelling) 1 | 1 | - | |
| Variatorriem –1 | 3 | ||
| Lagers stuurstang en stuurspeling 1 | 1 | - | |
| Wiellagers | –1– | ||
| Remschijven | 1 | 1 | |
| Motoroliefilter | 3 | 3 | |
| Algemene werking van de motorfiets | 1 | 1 | - |
| Klepspeling | 4 | 4 | |
| Variatorvet | - | - | 3 |
| Remsystemen | 1 | 1 | |
| Koelsysteem | 1 | 1 | - |
| Remlichtschakelaars | –1– | ||
| Remvloeistof | om de 6000 km (3750 mi): 1 / om de 2 jaar: 3 | ||
| Koelvloeistof | om de 2000 km (1250 mi): 1 / om de 2 jaar: 3 | ||
| Vorkolie en oliepakking | om de 12000 km (7500 mi): 1 | ||
| Motorolie | 3 | 3 | |
| Transmissie-olie | 3 | 1 | 3 |
| Geleidepennen (#3 stuks) (achter) | om de 12000 km (7500 mi): 3 | ||
| Riemschijven voor (#2 stuks) | om de 18000 km (11250 mi): 3 | ||
| Roostertje motoroliefilter en magnetische schroef | 1 | 1 | |
| Geleiderollen (#3 stuks) (achter) | om de 12000 km (7500 mi): 3 | ||
| Variatorrollen en plastic geleiders variator | - | 1 | 3 |
| Wielen/banden en bandenspanning | - | 1 | - |
| Interne veerschotel (achter) | om de 12000 km (7500 mi): 3 | ||
| Aanhaalkoppel moeren, bouten, schroeven | 1 | 1 | - |
| Aanhaling moeren motorkop | 1 | - | - |
| Brandstofleiding | - | 1 | om de 4 jaar: 3 |
| Koppelingslijtage | –1– | ||
ONDERHOUDSSCHEMA 250 300
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer (DIE OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd terrein.
| Onderdeel | Na het inrijden [1000 km (625 mi)] | Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maanden | Om de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden |
| Accu - Klembevestiging - Elektrolytpeil | 1 | 1 | |
| Bougie 1 1 | 3 | ||
| Carburateur - minimaal toerental | 4 | 1 | - |
| Luchtfilter -2- | |||
| Filter variator -2- | |||
| Werking gashendel 1 | 1 | - | |
| Werking remblokkering 1 | 1 | - | |
| Lichtsysteem 1 1 | - | ||
| Remlichtschakelaars -1- | |||
| Remvloeistof 1 1 | - | ||
| Koelvloeistof | 1 | om de 2000 km (1250 mi): 1 | |
| Motorolie | om de 1000 km (625 mi): 1 | ||
| Koplamp richten - werking | - | 1 | - |
| Wielen/banden en bandenspanning | maandelijks: 1 | ||
| Ophanging | 1 | 1 | |
| Waarschuwingslampje motoroliedruk | telkens bij het starten: 1 | ||
| Slijtage van de voorste en achterste remblokjes | 1 | om de 2000 km (1250 mi): 1 | |
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer.
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd terrein.
CO = koolmonoxide.
| Onderdeel | Na het inrijden [1000 km (625 mi)] | Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maanden | Om de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden |
| Achterste schokdemper – | – | 1 | |
| Accu - Klembevestiging 1– | – | ||
| Carburatie - CO-regeling –1– | |||
| Bedieningskabels en bedieningselementen | 1 | 1 | |
| Gaskabel (afstelling) 1 | 1 | – | |
| Variatorriem –1– | |||
| Lagers stuurstang en stuurspeling | 1 | 1 | – |
| Wiellagers –1– | |||
| Remschijven 1 | 1 | – | |
| Motoroliefilter | 2 | om de 3000 km (1875 mi): 2 | |
| Algemene werking van de motorfiets | 1 | 1 | |
| Koppelingschoenen | –1– | ||
| Klepspeling | – | – | 4 |
| Remsystemen | 1 | 1 | |
| Koelsysteem 1 | 1 | – | |
| Remlichtschakelaars | –1– | ||
| Remvloeistof | om de 2 jaar: 3 | ||
| Koelvloeistof | om de 2 jaar: 3 | ||
| Vorkolie en oliepakking | om de 12000 km (7500 mi): 1 | ||
| Motorolie | 3 | om de 1000 km (625 mi): 1 / om de 3000 km (1875 mi): 3 | |
| Transmissie-olie | 3 | 1 | 3 |
| Wieltje middenstandaard 1 | 1 | – | |
| Variatorrollen en plastic geleiders variator | –1– | ||
| Wielen/banden en bandenspanning | 1 | 1 | – |
| Aanhaalkoppel moeren, bouten, schroeven | 1 | 1 | |
| Brandstofleiding | – | 1 | om de 4 jaar: 3 |
| Koppelingslijtage | –1– | ||
| Variator (riemschijven voor en riemschijven achter) | –2 | 1 | |

Het is raadzaam het frame- en het motornummer te noteren op de daartoe voorzie-ne plaats in dit boekje.
Het framenummer kan van pas komen bij de aankoop van reserveonderdelen.
OPMERKING Het veranderen van de identificatienummers kan leiden tot zware straffen en administratieve sancties. Met name het veranderen van het framenummer leidt tot een onmiddellijke nietigverklaring van het kenteken.

Het framenummer is op de centrale buis van het frame ingeslagen.
Om het nummer te kunnen lezen, moet u de kap (1) verwijderen.
Framenr.


MOTORNUMMER
Het motornummer is ingeslagen naast de onderste steun van de achterste schokdemper.
Motornr.
CONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN
Lees aandachtig pag. 25 (SMEERMIDDELEN), pag. 39 (ONDERHOUD) en pag. 72 (SMEERMIDDELENTABEL).
GA ALS VOLGT TE WERK
OPMERKING Zet de motorfiets op een stevige en effen ondergrond.
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
WAARSCHUWING
De motor en de onderdelen van het uitlaatsysteem worden zeer heet en blijven enige tijd heet nadat de motor is afgezet. Gebruik isolerende handschoenen of wacht tot de motor en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld vooraleer deze onderdelen aan te raken.
- Zet de motor af en laat hem afkoelen, zo- dat de olie kan terugstromen naar het carter en afkoelen.
OPMERKING Als u nalaat bovenstaande stappen uit te voeren, bestaat de kans op een verkeerde meting van het peil.
♦ Draai de dop/peilstift (1) los en trek hem uit.
◆ Maak het gedeelte dat in contact is met de olie schoon met een schone doek.
◆ 125 150 Schroef de dop/peilstift (1) in de vulopening (2) en draai hem volledig vast.


◆ 250 300 eek de dop/peilstift (1) volledig in de opening (2), zonder hem vast te draaien.
♦ Trek de dop/peilstift (1) opnieuw uit en lees het oliepeil af van de schaalstreepjes:
MAX = maximumpeil.
MIN = minimumpeil.
Het verschil tussen "MAX" en "MIN" bedraagt ongeveer:
- 125 150 150 cm ^4 ;
- 250 300 500 cm³.
- Het peil is correct als de olie ongeveer tot aan het "MAX"-streepje op de peilstift reikt.
▲OPGELET
Vul nooit bij tot boven het "MAX"-streepje en zorg er ook voor dat het peil nooit tot onder het "MIN"-streepje zakt, anders kan ernstige schade aan de motor ontstaan.

◆ Vul indien nodig bij.
BIJVULLEN
◆ Giet een kleine hoeveelheid olie door de vulopening (2) en wacht ongeveer één minuut, zodat de olie zich gelijkmatig kan verspreiden in het oliecarter.
- Controleer het oliepeil en vul indien nodig bij.
- Vul geleidelijk bij met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven niveau is bereikt.
◆ Plaats na afloop de dop/peilstift (1) terug en schroef hem vast.
WAARSCHUWING
Gebruik de motorfiets niet met onvoldoende smering of met vervuilde of verkeerde olie, aangezien dit de slijtage van de bewegende delen zal versnellen en onherstelbare defecten kan veroorzaken.

LUCHTFILTER
Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
Het luchtfilter dient om de 6000 km (3750 mi), naar gelang de gebruikscondities, te worden gecontroleerd en gereinigd.
Als de motorfiets wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, moet u het filter vaker schoonmaken en vervangen.
Vóór het reinigen moet het luchtfilter van de motorfiets verwijderd worden.

DEMONTAGE
- Zet de motorfiets op de middenstandaard.
- Draai de vijf schroeven (1) los en verwijder ze.
◆ Verwijder: –filterkastdeksel (2); –vlamdoverrooster (3); –filterelement (4); – 125 150 rooster (5). - Controleer: -filterelement (4) -filterkastpakking (6); en vervang indien nodig.
REINIGING
▲ WAARSCHUWING
Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.

♦ Reinig het filterelement (4) met zuivere, niet-ontvlambare oplosmiddelen of met oplosmiddelen met een hoog verdampingspunt en laat het goed drogen.
◆ Breng filterolie aan op het volledige oppervlak van het filterelement.
250 300 ontroleer het onderste deel van de uitlaatpijp (7) regelmatig op onzuiverheden.
Indien nodig:
◆ De pijp (7) uit trekken.
- De inhoud laten leeglopen in een opvangbak en naar een inzamelpunt brengen.

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
Het luchtfilter dient om de 6000 km (3750 mi), naar gelang de gebruikscondities, te worden gecontroleerd en gereinigd.
Als de motorfiets wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, moet u het filter vaker schoonmaken en vervangen.
Vóór het reinigen moet het luchtfilter van de motorfiets verwijderd worden.
DEMONTAGE
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Draai de vijf schroeven (1) los en verwijder ze.
◆ 125 150 Schroef de schroeven (2) los en verwijder ze en neem het afdichtingsmateriaal (3) weg.

◆ Verwijder het filterdeksel (4) en het filte-relement (5).
◆ Controleer het filterelement (5) en vervang het indien nodig.
REINIGING
▲ WAARSCHUWING
Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.
Gebruik geen additieven of vloeistof om het filterelement te reinigen, om vocht-vorming in de toerenregelaar te voorkomen.
Gebruik uitsluitend perslucht.


◆ Reinig het filterelement (5) met behulp van een luchtstraal onder druk.
▲OPGELET
BRENG GEEN OLIE AAN OP HET FILTE- RELEMENT, aangezien de olie in de riemkast zou kunnen terechtkomen en de riem beschadigen of doen slippen.

CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES
Lees aandachtig pag. 26 (REMVLOEISTOF - aanbevelingen), (SCHIJFREM-MEN), pag. 39 (ONDERHOUD).
OPMERKING De volgende informatie heeft betrekking op één remsysteem, maar geldt voor beide.
Controleer de slijtage van de remblokjes na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna om de 2000 km (1250 mi). De slijtage van de remblokjes hangt af van het gebruik, de rijstijl en de staat van het wegdek.


⚠ WAARSCHUWING
Controleer de slijtage van de remblokjes in het bijzonder voor elke rit.
Voor een snelle controle van de slijtage van de remblokjes gaat u als volgt te werk:
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
- Voer als volgt een visuele controle uit tussen de remschijf en de remblokjes:
VOORREMKLAUW 125 150
-op het achterste deel, na het verwijderen van het deksel (1).
VOORREMKLAUW 250 300
-langs onderen, op het voorste deel, voor het linkerremblokje (A).
-langs boven, op het voorste deel, voor het rechterremblokje (B).

-langs onderen, op het achterste deel, voor beide remblokjes (C).
WAARSCHUWING
Overmatige slijtage van de remvoering zou contact van het metalen steunvlak van de remblokjes met de schijf veroorzaken, met een metaalachtig geluid en vonkvorming door de remklauw als gevolg; de efficiëntie van de remmen, de veiligheid en de staat van de remschijf zouden daardoor negatief worden beïnvloed.

Als de dikte van het wrijvingsmateriaal (zelfs op één blokje) is afgenomen tot ca. 1,5 mm, moeten beide blokjes worden vervangen.
-Voorste remblokjes (2).
-Achterste remblokjes (3).
⚠ WAARSCHUWING
Laat de remblokjes vervangen door uw officiële aprilia-dealer.

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
⚠ WAARSCHUWING
ALLEEN VOOR DE ZIJSTANDAARD.
Gevaar voor vallen of omkantelen.
Wanneer de motorfiets wordt rechtgezet van de parkeerstand in de rijstand, gaat de standaard automatisch omhoog.
OPMERKING De volgende informatie heeft betrekking op slechts één standaard, maar geldt voor beide.

De zijstandaard (4) moet zonder beletsel kunnen draaien.
Voer de volgende controles uit:
◆ De veren (5) mogen niet beschadigd, versleten, verroest of zwak zijn.
◆ De zijstandaard moet zonder beletsel kunnen draaien; smeer zo nodig de geleiding met vet in, zie pag. 72 (SMEER-MIDDELENTABEL).
CONTROLEREN
VAN DE SCHAKELAARS
De motorfiets is uitgerust met twee schakelaars:
-Remlichtschakelaar op de achterrempe-
daal.
-Stoplichtschakelaar op de voorremhendel.
Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.
CONTROLEREN VAN DE VOOR EN DE ACHTEROPHANGING
Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
OPGELET
Laat het vervangen van de olie van de voorophanging over aan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service verzekert.
Laat de olie van de voorwielophanging om de 12000 km (7500 mi) of 4 jaar verversen.
Voer de volgende controles uit na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 6000 km (3750 mi):
♦ Pomp de vork herhaaldelijk op en neer, met dichtgeknepen voorrem. De vering moet soepel zijn en er mogen geen oliesporen op de vorkpoten te zien zijn.
- Controleer de bevestiging van alle delen en de goede staat van de verbindingen van de achterophanging.
▲OPGELET
Neem in geval van mankementen of als u de hulp van een specialist wenst, contact op met uw officiële aprilia-dealer.

De achterophanging bestaat uit twee schokdempers met dubbele werking (dempen door inveren/uitveren). De schokdempers zijn aan de motor bevestigd met een ophangingsrubber. De standaardinstelling, ingesteld door de fabrikant, is geschikt voor een rijder met een gewicht van om en bij de 70 kg. In geval gewicht of behoeften verschillend zijn, moet u de stelring (1) verdraaien met de daartoe voorziene sleutel in de gereedschapset en op die manier de ideale rijomstandigheden instellen (zie tabel).
▲OPGELET
Stel beide schokdempers in op dezelfde positie.
▲OPGELET
Controleer alvorens de veerspanning af te stellen, van welk type de schokbreker is:
- bovenafstelling;
- onderafstelling.
AFSTELLEN VAN DE VEERBELASTING VAN DE ACHTEROPHANGING
| Stelring | Draaiing pijl A (*1) pijl B (*2). | Draaiing pijl A (*2) pijl B (*1). |
| Functie Verhoging van de veerbelasting | Verlaging van de veerbelasting | |
| Houding De motorfiets is harder afgeveerd | De motorfiets is zachter afgeveerd | |
| Aanbevo-len weg-dek | Effen of normaal weg-dek | Wegen met ongelijke bedding |
| Opmer-kingen | Rijden met duopassagier | Rijden zonder duopassagier |
(*1) = Achterophanging met onderafstelling.
(*2) = Achterophanging met bovenaf-stelling.

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
Controleer regelmatig op speling van het stuur.
Voor een controle van het stuur gaat u als volgt te werk:
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
OPMERKING Voorzie een steun van de volgende hoogte:
- 125 150 235 mm;
- 250 300 185 mm;
de steun moet een afmeting hebben van 200 x 200 mm.
- Plaats de steun onder de motorfiets en breng tussen de twee een sponsachtige doek aan, zodat het voorwiel vrij kan bewegen en de motorfiets niet kan vallen.

◆ Schud de vork heen en weer in de lengterichting van de motorfiets.
▲OPGELET
Schud niet te veel met de vork; anders is het mogelijk dat u bij de beweging van de standaard een onjuiste speling vaststelt.
Herhaal de vorige handeling meer dan één keer.
♦ Wanneer u speling constateert, neem dan contact op met uw officiële aprilia-dealer en laat het stuur opnieuw optimaal afstellen.

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
Controleer regelmatig de speling tussen de motortapbussen.
Ga voor deze controle als volgt te werk:
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ Schud het wiel dwars ten opzichte van de rijrichting heen en weer.
Als u merkt dat er speling is, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer, die de optimale bedrijfscondities zal herstellen.

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ Verwijder de rechtse of linkse bekleding (1), door ze met uw handen op te tillen.
♦ Schroef de schroef (2) los en verwijder ze en neem de afdichtingsring weg.

Ga voorzichtig te werk.
Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.
Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.
- Til het onderste deel van de inspectiekap (3) op met een schroevendraaier en oefen hierbij voldoende kracht uit, zodat ze losklikt.
▲OPGELET
Pas bij het hermonteren de lipjes correct in hun zittingen.

Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.

DEMONTEREN VAN DE ACHTERUITKIIJKSPIEGELS
Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
De volgende informatie heeft betrekking op slechts één achteruitkijkspiegel, maar geldt voor beide.
Zet de motorfiets op de middenstandaard.
OPMERKING Houd de onderdelen van de linker en de rechter achteruitkijk-
spiegel van elkaar gescheiden.
◆ Verwijder het deksel (1).
▲OPGELET
Houd de achteruitkijkspiegel (2) vast om te vermijden dat hij per ongeluk zou vallen.

♦ Schroef de schroef (3) los.
Aanhaalmoment van schroef (3): 20 Nm (2 kgm).
▲OPGELET
Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.
◆ Verwijder de achteruitkijkspiegel (2).
◆ 125 150 Neem de steun (4) en het beschermingselement (5) weg.
◆ 250 300 rwijder de pakking (6).

VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP
Lees aandachtig pag. 39 (ONDERHOUD).
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Draai de schroeven (7) los en verwijder ze.
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.
Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.
◆ Demonteer de voorste kap (8) door ze naar omlaag te trekken.
OPGELET
Pas bij het hermonteren de lipjes correct in hun zittingen.

VERWIJDEREN VAN DE BINNENSTE VOORSTE KAP
Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ ★ Verwijder de mat van de voetenplank (1).
♦ Schroef de twee bevestigingsschroeven (2) van de tassenhaak los en verwijder ze.
◆ Verwijder de tassenhaak (3).
♦ Schroef de schroef (4) los en verwijder ze.
♦ Verwijder de voorste kap, zie pag. 53 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP).
♦ ★ Schroef de schroef (5) los en verwijder ze.
♦ ★ Schroef de schroef (6) los en verwijder ze.

♦ ★ Schroef de schroeven (7) los en verwijder ze.
♦ ★ Schroef de schroef (8) los en verwijder ze en neem de bijbehorende afdichtingsring weg.
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt. Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.
♦ Trek de binnenste voorste kap los en verwijder ze door ze naar het zadel toe te draaien.
▲OPGELET
Pas bij het hermonteren de lipjes correct in hun zittingen.

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
Stel het stationaire toerental af zodra er onregelmatigheden optreden.
Ga hiervoor als volgt te werk:
Rijd enkele kilometers tot de normale rijtemperatuur is bereikt, zie pag. 17 (Koelvloeistoftemperatuurindicator "") en zet vervolgens de motor af.
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ Demonteer de linkse inspectiekap, zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIE-KAP).
- Sluit een elektronische toerenteller aan op de bougiekabel.
◆ Start de motor.

De motor moet bij benadering het volgen- de minimale toerental hebben:
- 125 150 1400 ± 50 tpm;
- 250 1500 ± 100 tpm;
- 300 1450 ± 100 tpm.
Met deze snelheid doet de motor het achterwiel niet draaien.
Zo nodig:
Door ze AAN TE DRAAIEN (rechtsom), verhoogt u het toerental van de motor. Door ze LOS TE DRAAIEN (linksom, verlaagt u het toerental van de motor.

♦ Draai de gashendel een paar maal open en dicht om de juiste werking te controle- ren en om na te gaan of het onbelast toe- rental constant is.
OPMERKING Draai niet aan de luchtstelschroef, om schommelingen in de instelling van de carburatie te vermijden. Neem zo nodig contact op met uw officiële aprilia-dealer.
Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
De speling van de gashendel moet 2-3 mm zijn, gemeten op het uiteinde van de greep.

Als dit niet het geval is, ga dan als volgt te werk:
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Trek het beschermingselement (3) weg.
♦ Draai de borgmoer (4) los.
◆ Verdraai de stelschroef (5) zo dat de voorgeschreven waarde wordt bereikt.
♦ Draai na het afstellen de borgmoer (4) vast en controleer de speling opnieuw.
◆ Plaats het beschermingselement (3) terug.
WAARSCHUWING
Controleer na het afstellen of draaien van het stuur geen verandering van het stationair toerental tot gevolg heeft en of de gashendel vlot en automatisch naar zijn beginpositie terugkeert wanneer hij wordt losgelaten.

BOUGIE
Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
Controleer de bougie na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 6000 km (3750 mi).
125 150 Vervang de bougie om de 6000 km (3750 mi).
250 300 ervang de bougie om de 12000 km (7500 mi).
Draai de bougie van tijd tot tijd los, verwijder zorgvuldig koolstofresten en vervang ze zo nodig.
U komt als volgt bij de bougie:
◆ Verwijder de linkse inspectiekap (250)
300 rechtse inspectiekap), zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIEKAP).

Verwijder en reinig de bougie als volgt:
⚠ WAARSCHUWING
Laat voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om te vermijden dat u zich verbrandt.
♦ Trek de bougiedop (1) van de bougie.
Haal al het vuil van de voet van de bougie, schroef ze vervolgens los met de sleutel in de gereedschapset en haal ze uit de zitting. Let hierbij goed op dat er geen stof of andere voorwerpen in de cilinder terechtkomen.
- Controleer of de elektrode en het middengedeelte uit porselein geen koolstofaanslag of roestvlekken vertonen; maak zo nodig de onderdelen schoon met een speciaal schoonmaakproduct voor bougies, met een ijzerdraad en/of een metaalborstel.
♦ Blaas krachtig de eventuele resten weg,
om te voorkomen dat ze in de motor terechtkomen. Als de bougie scheurtjes vertoont in het isolatiemateriaal, als de elektroden verroest zijn of als er teveel koolstof op zit, moet de bougie vervangen worden.
- Controleer de elektrodenafstand met een diktemeter. De afstand moet 0,6–0,7 mm zijn; stel zo nodig bij door voorzichtig de aardelektrode te verbuigen.
- Controleer of de sluitring in goede staat is. De bougie en de sluitring met de hand aandraaien om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
Zet de bougie vast door deze met de bougiesleutel in de gereedschapset een halve slag aan te draaien om de sluitring aan te drukken.
Aanhaalmoment bougie: 18 Nm (1,8 kgm).
▲OPGELET
De bougie moet goed aangedraaid zijn, anders kan de motor oververhit raken en beschadigd worden. Gebruik uitsluitend het aanbevolen type van bougie, zie pag. 68 (TECHNISCHE GEGEVENS) om de prestaties en de levensduur van de motor niet in het gedrang te brengen.
- Breng de bougiedop goed aan, zodat hij niet kan loskomen ten gevolge van motortrillingen.
Plaats het linkse inspectiekap (250 300 rechtse inspectiekap), zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIEKAP).
ACCU
Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
Controleer het elektrolytpeil en de bevestiging van de accuklemmen na de eerste 1000 (625 mi) km en daarna om de 6000 km (3750 mi).
WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
De elektrolyt in de accu is giftig en bij- tend en in contact met de huid kan het brandwonden veroorzaken, doordat het zwavelzuur bevat.
Draag beschermende kleding, een gezichtsmasker en/of een veiligheidsbril tijdens onderhoudswerkzaamheden.
Indien de elektrolyt in contact komt met de huid, moet u de aangetaste huid overvloedig afspoelen met water.
In geval van contact met de ogen, moet u de ogen goed uitspoelen gedurende 15 minuten en daarna onmiddellijk een oogarts raadplegen.
Als de elektrolyt per ongeluk wordt ingeslikt, drink dan grote hoeveelheden water of melk en drink daarna magnesiumhoudende melk of plantaardige olie en roep onmiddellijk de hulp van een arts in.
De accu scheidt explosieve gassen af en moet daarom uit de buurt van vlam-
men, vonken, sigaretten en iedere andere warmtebron worden gehouden.
Tijdens opladen of gebruik van de accu moet de ruimte goed geventileerd zijn en moet u inademing van de tijdens het opladen vrijgekomen gassen vermijden.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
Laat de motorfiets niet teveel overhellen, om te vermijden dat het accuzuur uit de accu loopt, met alle gevaarlijke gevolgen van dien.
▲OPGELET
Draai nooit de aansluiting van de accukabels om.
Bij het aan- en loskoppelen van de accu dient de contactschakelaar in de stand "☒" te staan, om te vermijden dat sommige onderdelen worden beschadigd.
Sluit eerst de positieve kabel (+) aan, daarna de negatieve (-).
Loskoppelen gebeurt in omgekeerde volgorde.
Het accuzuur is corrosief.
Niet uitgieten of ermee morsen, vooral niet op de plastic onderdelen.
Wanneer een "ONDERHOUDSVRIJE" accu is gemonteerd, dient deze te worden opgeladen met een speciale lader (type met constante spanning/amperage of constante spanning).
Het gebruik van een gewone lader kan de accu beschadigen.

Als de motorfiets langer dan vijftien dagen ongebruikt blijft, moet de accu worden opgeladen, om sulfatering van de accu te voorkomen, zie pag. 59 (OPLADEN VAN DE ACCU):
◆ Demonteer de accu, zie pag. 58 (DE-MONTEREN VAN DE ACCU) en bewaar hem op een koele en droge plaats.
Het is belangrijk de lading van tijd tot tijd te controlleren (ongeveer één keer per maand) in de winter of wanneer de motorfiets niet gebruikt wordt om kwaliteitsverlies van de accu te voorkomen.
◆ Laad de accu volledig op door middel van een normale oplading, zie pag. 59 (OPLADEN VAN DE ACCU).
Als de accu op de motorfiets blijft zitten, moet u de kabels van de klemmen loskoppelen.

VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL
Lees aandachtig pag. 57 (ACCU).
OPMERKING Zet de motorfiets op een stevige en effen ondergrond.
- Controleer of het contactslot in de stand "⊗" staat.
Zet het zadel omhoog, zie pag. 22 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
♦ Draai de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
♦ Verwijder het accudeksel (2).

♦ Verwijder het accudeksel zie hiernaast (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
- Controleer of de kabelaansluitingen (3) en de accupolen (4):
-in goede staat zijn (niet verroest of be-
dekt met koolresten);
-ingesmeerd zijn met neutraal vet of vaseline.
Indien nodig:
◆ Maak eerst de negatieve (−) en dan de positieve kabel (+) los.
◆ Veeg roest weg met een staalborstel.
- Sluit eerst de positieve (+) en dan de negatieve kabel (−) aan.
◆ Smeer de aansluitklemmen van de kabels en van de accu in met neutraal vet of vaseline.

◆ Verwijder het accudeksel zie hiernaast (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
◆ Maak eerst de negatieve (−) en dan de positieve kabel (+) los.
♦ Verwijder de ontluchtingsleiding van de accu (5).
- Verwijder de accu en bewaar hem op een effen oppervlak in een koele en droge ruimte.
▲ WAARSCHUWING
Zodra de accu is gedemonteerd, moet hij op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen worden bewaard.
◆ Plaats het accudeksel terug, zie hiernaast (VERWIJDEREN VAN HET AC-CUDEKSEL).

CONTROLEREN VAN HET ELEKTROLYTPEIL
Controleer het elektrolytpeil als volgt:
◆ Verwijder het accudeksel, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
- Controleer of het vloeistofniveau zich tussen de twee "MIN"- en "MAX"-streepjes op de zijkant van de accu bevindt.
Zo niet:
◆ Verwijder de doppen.
▲OPGELET
Gebruik uitsluitend gedistilleerd water voor het bijvullen van het elektrolytpeil. Vul nooit tot boven het "MAX"- streepje, want het elektrolytpeil stijgt tijdens het opladen.
◆ Vul enkel bij met gedistilleerd water.
OPLADEN VAN DE ACCU
◆ Demonteer de accu, zie pag. 58 (DE-MONTEREN VAN DE ACCU).
◆ Verwijder de doppen.
- Controleer het peil van het accuzuur, zie hiernaast (CONTROLEREN VAN HET ELEKTROLYTPEIL).
♦ Sluit de accu aan op een acculader.
- Opladen met een amperage gelijk aan 1/10 van de accucapaciteit wordt aanbevolen.
- Controleer na het opladen nogmaals het elektrolytpeil en vul zo nodig bij met ge-distilleerd water.
◆ Plaats de doppen terug.
▲OPGELET
Wacht 5-10 minuten na het loskoppelen van de lader alvorens de accu opnieuw te monteren, aangezien de accu nog een korte tijd gas blijft produceren.
MONTEREN VAN DE ACCU
◆ Verwijder het accudeksel, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
◆ Plaats de accu in zijn behuizing.
◆ Sluit de ontluchtingsleiding (1) aan.
▲OPGELET
Sluit bij het hermonteren altijd de ont- luchtingsleiding van de accu aan om te vermijden dat de zwavelzuurdampen het elektrische systeem, de gelakte de-

len, de rubberen elementen of de pakkingen aantasten wanneer ze uit de ontluchtingsleiding komen.
- Sluit de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (−) aan.
- Smeer de aansluitklemmen van de kabels en van de accu in met neutraal vet of vaseline.
- Plaats het accudeksel terug, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).

Lees aandachtig pag. 39 (ONDERHOUD).
▲OPGELET
Tracht geen defecte zekeringen te herstellen. Gebruik nooit andere dan de aanbevolen zekeringen.
Het gebruik van ongeschikte zekeringen kan schade aan het elektrische systeem of, in geval van een kortsluiting, zelfs brand veroorzaken.
OPMERKING Als een zekering regelmatig doorbrandt, is er waarschijnlijk een kortsluiting of een overbelasting in het elektrische systeem. In dit geval is het aangeraden een officiële aprilia-dealer te raadpleges.
Als een elektrisch onderdeel niet werkt of onregelmatigheden vertoont of als de motor niet start, moeten de zekeringen gecontroleerd worden.
Controleer eerst de zekeringen van 7,5 A en 15 A en daarna de zekering van 20 A.

Verricht de controle als volgt:
◆ Verwijder het accudeksel, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
♦ Trek de zekeringen één voor één uit en controleer of de smeltdraad (1) is doorgebrand.
◆ Probeer voor u een zekering vervangt te achterhalen wat de oorzaak van het probleem was.
♦ Vervang de beschadigde zekering door een nieuwe met hetzelfde amperage.
OPMERKING Als u een van de reservezekeringen gebruikt, moet u een nieuwe zekering in de juiste houder steken.
- Plaats het accudeksel terug, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).

- Zekering van 7,5A (2)
Van de contactschakelaar naar: ontsteking.
-Zekering van 15A (3)
Van de contactschakelaar naar: alle lichtlasten en claxon.
-Zekering van 20A (4)
Van de accu naar: contactschakelaar, spanningsregelaar, elektrische ventilator.

Voor een snelle controle van de juiste richting van de lichtbundel moet u de motorfiets op een effen ondergrond zetten, op tien meter afstand van een muur.
Zet het dimlicht aan, ga op de motorfiets zitten en kijk of de bundel van de koplamp die op de muur wordt geprojecteerd zich net onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).

De afstelling van de lichtbundel van de koplamp gebeurt als volgt:
♦ Draai aan de juiste schroef (1) met een schroevendraaier.
Door RECHTSOM TE DRAAIEN, richt u de bundel omhoog.
Door LINKSOM TE DRAAIEN, richt u de bundel omlaag.
125 150 AFSTELLING VAN DE HORIZONTALE LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP USA
♦ Verwijder de binnenste voorste kap, zie pag. 54 (VERWIJDEREN VAN DE BIN-NENSTE VOORSTE KAP).
♦ ★ Schroef de twee schroeven (2) los en verwijder ze.

OPMERKING Afhankelijk van de uitgevoerde afstelling moeten de schroeven (2) worden vervangen door langere (in de set inbegrepen).
Plaats de geschikte afstandstukken (in de set inbegrepen) tussen de bevestigingspunten van de koplamp en de buitenste voorste kap, afhankelijk van de uitgevoerde afstelling.
OPMERKING Gebruik bevestigings- schroeven die geschikt zijn voor de geko- zen afstandstukken.
♦ ★ Steek de twee schroeven (2) in en draai ze vast.
GLOEILAMPEN
Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).
WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
▲OPGELET
Draai, alvorens een gloeilamp te vervangen, de contactschakelaar naar de stand "☒" en wacht enkele minuten, zodat de gloeilamp kan afkoelen.
Vervang de lampen met schone handschoenen of met behulp van een scho- ne droge doek.
Laat geen vingerafdrukken achter op de lampen, want daardoor kunnen de lampen oververhit raken en kapot gaan.
Als u een lamp met de blote hand aanraakt, moet u vingerafdrukken wegvegen met alcohol, om te vermijden dat de lamp snel defect raakt.
WEES VOORZICHTIG DAT U DE ELEKTRISCHE KABELS NIET BESCHADIGT.
OPMERKING Controleer de zekeringen voor u een gloeilamp vervangt, zie pag. 60 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN).
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPJES VAN HET DASHBOARD EN VAN DE KLOKBATTERIJ
Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE VOORSTE RICHTINGAANWIJZERS
Lees aandachtig hiernaast (GLOEILAM-PEN).
Vervang de gloeilampen als volgt:
OPMERKING De volgende informatie heeft betrekking op slechts één richtingaanwijzer, maar geldt voor beide.
♦ Schroef de schroef (1) los en verwijder ze.
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.
◆ Verwijder de beschermkap (2).
♦ Schroef de schroef (3) los en verwijder ze.
▲OPGELET
Aan de binnenkant van de gekleurde kap bevindt zich een brandpuntslens; let op dat u de rechter- en de linkerkap niet verwisselt.

◆ Verwijder de gekleurde kap (4).
◆ Druk lichtjes op de gloeilamp (5) en draai ze linksom.
♦ Trek de gloeilamp uit haar houder.
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.
Hermonteren:
OPMERKING Plaats bij het hermon- teren het beschermingsglas (2) weer cor- rect in zijn zitting.
Verwissel de positie van de schroeven (1) en (3) niet.
▲OPGELET
Draai schroef (1) en schroef (3) voorzichtig vast, maar niet te vast, om beschadiging van het beschermingsglas (2) en van het gekleurde glas (4) te voorkomen.

In de koplamp zitten:
-twee gloeilampen voor het dim- licht/grootlicht.
-eén gloeilamp voor het parkeerlicht (twee parkeerlichtgloeilampen bij model J UK).
Vervang de gloeilampen als volgt:
◆ Verwijder de voorste kap, zie pag. 53 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP).
♦ Schroef de schroeven (1) los en verwijder ze en neem de afdichtingsringen weg.
◆ Verwijder het luchtkanaal (2) door het los te trekken van de bovenste pennen.
OPMERKING Verwijder het beschermingselement (3) niet volledig, daar het op de koplamp is bevestigd met twee nagels.
♦ Verwijder het beschermingselement (3) met uw handen door het bevestigingslipje omhoog te trekken.

Trek niet aan de stroomdraden om de elektrische connector los te trekken.
◆ Neem de lampfitting (4) vast, trek eraan en koppel hem los van de gloeilamp (5).
♦ Draai de lampfitting (6) linksom en trek hem uit de reflector.
♦ Trek de gloeilamp (5) uit.
Hermonteren:
OPMERKING Steek de gloeilamp (5) in de reflector, ervoor zorgend dat de twee elementen (7) op de lamp mooi in de daarvoor bestemde (8) geleiders op de reflector passen.
◆ Plaats de lampfitting (6) in de reflector en draai hem rechtsom.
- Sluit de elektrische connector (4) van de gloeilamp aan.

♦ Draai de lampfitting (9) linksom en trek hem uit zijn houder.
◆ Druk de gloeilamp van het dimlicht/grootlicht (10) lichtjes in en draai ze linksom; trek ze uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.
GLOEILAMPEN
Trek niet aan de stroomdraden om de lampfitting los te trekken.
◆ Neem de lampfitting (11) vast, trek eraan en neem hem uit zijn houder.
♦ Trek de gloeilamp van het parkeerlicht (12) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

Lees aandachtig pag. 62 (GLOEILAM-PEN).
Het achterlicht bevat:
-een gloeilamp voor het parkeer- licht/stoplicht (1);
-twee gloeilampen voor de achterste richtingaanwijzers (2).
Vervang de gloeilampen als volgt:
- Draai de schroeven (3) zodanig los dat de beschermkap (4) nadien gemakkelijker kan worden teruggeplaatst.
♦ Draai de schroeven (5) los en verwijder ze.
▲OPGELET
Let op dat u bij het verwijderen van het beschermingsglas het pennetje niet beschadigt.

◆ Verwijder het beschermingsglas (4).
◆ Druk lichtjes op de gloeilamp en draai ze linksom.
◆ Verwijder de gloeilamp uit haar houder.
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting schuiven.
◆ Installeer een gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.
OPMERKING Plaats bij het hermon- teren het beschermingsglas correct in zijn houder.
▲OPGELET
Draai de schroef (5) voorzichtig vast zonder te veel druk uit te oefenen, om te voorkomen dat het beschermingsglas wordt beschadigd.

Lees aandachtig pag. 62 (GLOEILAM-PEN).
Vervang de lamp als volgt:
♦ Schroef de schroef (6) los en verwijder ze.
◆ Verwijder de lichteenheid (7).
AOPGELET
Trek niet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.
◆ Neem de lampfitting (8) vast trek eraan en neem hem uit zijn houder.
♦ Trek de gloeilamp (9) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.
VERVOER
WAARSCHUWING
Voor u de motorfiets gaat vervoeren, moeten de benzinetank en de carburateur volledig leeg zijn, zie onder (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK); controleer na het leegmaken of alles volkomen droog is.
Tijdens het transport moet de bromfiets in verticale positie en stevig verankerd blijven, om lekkage van brandstof, olie of koelvloeistof te vermijden.
In geval van pech mag de motorfiets niet worden gesleept, maar moet u hulp inroepen.
LEDIGEN
VAN DE BRANDSTÖFTANK
Lees aandachtig pag. 24 (BRAND-STOF).
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor brand.
Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.
Brandstofdampen zijn schadelijk voor uw gezondheid.
Controleer alvorens de tank leeg te maken of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.
Adem geen brandstofdampen in.
Rook niet en gebruik geen open vlam- men.
LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.
Neem een opvangbak met een capaciteit die groter is dan de hoeveelheid brandstof aanwezig in de tank en plaats hem op de grond aan de linkerzijde van de motorfiets.
◆ Verwijder de vuldop.
- Gebruik voor het aftappen van de brandstof uit de tank een handpomp of een dergelijk gereedschap.
▲ WAARSCHUWING
Draai na het aftappen van de tank de vuldop vast.
Ga als volgt te werk om de carburateur volledig af te tappen:
◆ Demonteer de linkse inspectiekap, zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIE-KAP).


- Steek het vrije uiteinde van de slang (1) in een opvangbak.
- Open de ontluchter van de carburateur door de aftapschroef (2) onder de vlotterkamer los te draaien.
Doe het volgende nadat alle brandstof is afgetapt:
♦ Draai de aftapschroef (2) volledig vast.
▲OPGELET
Draai de aftapschroef (2) voorzichtig aan om brandstoflekkage uit de carburateur tijdens het vullen te voorkomen.
Neem zo nodig contact op met een officiële aprilia-dealer.
REINIGING

Reinig de motorfiets regelmatig als hij in bepaalde gebieden of onder bijzondere omstandigheden wordt gebruikt, namelijk:
◆ In vervuilde gebieden (steden en industriezones).
In gebieden gekenmerkt door een hoog percentage zout en vocht (zeegebieden, hete en vochtige klimaten).
In speciale omstandigheden (gebruik van zout en chemische producten tegen ijsvorming op de wegen in de winter).
Laat geen resten van industriële en vervuilende poeders, teervlekken, dode insecten, vogeluitwerpselen, enz. op de carrosserie zitten.
◆ Parkeer de motorfiets niet onder een boom, aangezien in sommige seizoenen bepaalde stoffen, hars, fruit of bladeren uit de bomen kunnen vallen, die bestanddelen bevatten die de lak mogelijk aantasten.
⚠ WAARSCHUWING
Na het reinigen van de motorfiets, is het mogelijk dat de werking van de remmen tijdelijk te wensen overlaat omwille van de aanwezigheid van water op de greepoppervlakken. Bijgevolg moet u, om ongevallen te vermijden, er rekening mee houden dat de remafstanden langer kunnen zijn. Rem veelvuldig om dit euvel zo snel mogelijk te verhelpen.
Voer de controles vooraf uit, zie pag. 32 (CONTROLES VOORAF).
Voor het verwijderen van vuil en modder van de gelakte delen moet u een lagedruk-waterspuit gebruiken; maak de vuile delen goed nat, veeg modder en vuil weg met een zachte autospons die in een oplossing van water en shampoo is gedrenkt (2 - 4% shampoo in water).
Vervolgens de delen afspoelen met veel water en afdrogen met een zeemlap.
Voor het reinigen van de buitenkant van de motor moet u een ontvettingsmiddel, kwastjes en stoflappen gebruiken.
▲OPGELET
Poets de motorfiets pas op met siliconenwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd.
Maak dof geworden lak nooit glanzend met polijstpasta.
Reinig de motorfiets niet in de zon, vooral niet in de zomer, als de carrosserie nog warm is, want als de shampoo opdroogt voor hij wordt weggespoeld, kan hij de lak aantasten.
Gebruik geen vloeistoffen met een temperatuur van meer dan 40°C om de plastic onderdelen van de motorfiets te reinigen.
Gebruik geen water- of luchtspuiten onder hoge druk en evenmin stoom om de volgende onderdelen te reinigen: wielnaven, bedieningselementen op de rechteren de linkerhelft van het stuur, lagers, rempomp, instrumenten en controle-lampjes, uitlaatdemper, handschoenkastje, contactschakelaar/stuurslot.
Reinig onderdelen van rubber en kunststof en het zadel niet met alcohol, benzine of oplosmiddelen, maar gebruik uitsluitend water en een neutrale zeep.
⚠ WAARSCHUWING
Breng geen beschermende was aan op het zadel om te vermijden dat het glibberig wordt.

Nadat de motorfiets gedurende een lange periode heeft stilgestaan, dienen enkele maatregelen te worden getroffen om problemen te vermijden.
Verder is het ook belangrijk de nodige reparaties en een groot onderhoud te laten uitvoeren vóór een periode van stilstand, om te vermijden dat u dit later vergeet.
Ga als volgt te werk:
Maak de brandstoftank en de carburateur leeg, zie pag. 65 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK).
♦ Trek de bougie uit, zie pag. 56 (BOUGIE).
◆ Giet een theelepel (5-10 cm) motorolie in de cilinder.
OPMERKING Leg een schone doek naast de zitting van de bougie om mogelijke oliespatten op te vangen.

♦ Draai de contactschakelaar naar de stand “○” en druk de motorstartknop “③” gedurende enkele seconden in, om de olie gelijkmatig te verdelen over de cilinderoppervlakken. Neem de doek weg en draai de bougie vast.
♦ Verwijder de doek.
♦ Plaats de bougie terug.
◆ Demonteer de accu, zie pag. 58 (DEMONTEREN VAN DE ACCU) en pag. 57 (NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU).
◆ Reinig de motorfiets en laat hem drogen, zie pag. 66 (REINIGING).
◆ Poets de gelakte delen op met was.
♦ Pomp de banden op, zie pag. 68 (TECHNISCHE GEGEVENS).
- Plaats met behulp van een geschikte steun de motorfiets zodanig dat beide banden van de grond geheven zijn.
- Plaats de motorfiets in een onverwarmde, niet-vochtige ruimte, beschermd tegen zonlicht en met een minimum aan temperatuurschommelingen.

Maak een plastic zak vast aan de eindpijp van de uitlaatdemper, om het binnendringen van vocht in de pijp te voorkomen.
♦ Dek de motorfiets af, maar bij voorkeur niet met plastic of waterdichte materialen.
NA EEN LANGE PERIODE VAN STIL- STAND
Haal de motorfiets onder de afdekking vandaan en maak hem schoon, zie pag. 66 (REINIGING).
- Controleer de laadtoestand van de accu, zie pag. 59 (OPLADEN VAN DE ACCU) en monteer hem, zie pag. 59 (MONTEREN VAN DE ACCU).
◆ Vul de brandstoftank, zie pag. 24 (BRANDSTOF).
◆ Voer de controles vooraf uit, zie pag. 32 (CONTROLES VOORAF).
WAARSCHUWING
Maak een testrit met een lage snelheid bij weinig verkeer.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Beschrijving | 125 | 150 | 250 | 300 | |
| AFMETINGEN | Max. lengte 1830 mm 1865 mm | ||||
| Maximale lengte (inclusief verlengstuk achterspatbord) 1920 mm 1955 mm | |||||
| Max. breedte 740 mm 770 mm | |||||
| Max. hoogte (voorste deel van de kuip inbegre- | 1410 mm 1410 mm | ||||
| Hoogte zadel 800 mm 780 mm | |||||
| Wielbasis 1310 mm 1325 mm | |||||
| Min. grondspeling 170 mm 135 mm | |||||
| Gewicht klaar om te starten 139 kg 150 kg | |||||
| MOTOR | Type één-cilinder, 4-taktmotor met bovenliggende nokkenas. | ||||
| Aantal kleppen 4 2 | |||||
| Aantal cilinders 1 | |||||
| Totaal slagvolume | 124,91 cm3 | 150,95 cm3 | 249,78 cm3 | 264,47 cm3 | |
| Boring / slag | 56,4 mm / 50,0 mm | 62,0 mm / 50,0 mm | 69,0 mm / 66,8 mm | 71,0 mm / 66,8 mm | |
| Compressieverhouding | 12,5 ± 0,5 : 1 | 10 ± 0,5 : 1 | |||
| Starten | elektrisch | ||||
| Stationair toerental | 1400 ± 50 tpm | 1500 ± 100 tpm | 1450 ± 100 tpm | ||
| Koppeling | automatische, droge centrifugaalkoppeling | ||||
| Versnelling | automatisch | ||||
| Smeersysteem | smering vanuit oliecarter, geforceerde omloop met mechanische pomp; olie-peilcontrole door middel van peilstift met schaal | ||||
| Koeling | Vloeistofkoeling, geforceerde omloop met centrifugaalpomp | ||||
| TRANSMISSIE | Versnellingsbak | traploze automaat | |||
| Primair | V-riem | ||||
| Secondair | met tandwiel | ||||
| Totale motor / wiel-verhouding | minimum 27,176maximum 8,152 | minimum 15,808maximum 5,539 | |||
| INHOUD | Brandstof (reserve inbegrepen) 9 /9,5 / | ||||
| Brandstofreserve 1,8 /1,5 / | |||||
| Motorolie- enkel olie verversen- olie verversen en oliefilter vervangen- verversen voor motorrevisie | 1050 cm31100 cm31150 cm3 | 1200 cm3—1400 cm3 | |||
| Transmissieolie | 100 cm3 | 250 cm3 | |||
| Koelvloeistof(50% water + 50% antivries met ethylglycol) | 1,2 /1,3 / | ||||
| Voorvorkolie 148 cm3 (voor elke poot) | |||||
| Zitplaatsen 2 | |||||
| Maximaal toelaatbare last(rijder + bagage) 105 kg | |||||
| Maximaal toelaatbare last(rijder + passagier + bagage) 180 kg 200 kg | |||||
| CARBURATEUR | Model | MIKUNI BS 26 -91 | MIKUNI BS 26 | TEI KEI 5GM1A;TEI KEI 5SE-1A | TK 5SE |
| - Alternatief KEIHIN CVK 26 - | |||||
| Model | MIKUNI BS 26 - 61 | TEI KEI 5GM1A;TEI KEI 5SE-1A | TK 5SE | ||
| Luchtbuis — | equivalent ∅ 28mm | 28 mm | |||
| Luchtbuis (Mikuni) equivalent ∅ 22,2 mm — | |||||
| Luchtbuis (Keihin) | equivalent ∅ 25 mm | — | |||
| BRANDSTOF-TOEVOER | Type | vacuümpomp | |||
| Brandstof | Gelode of ongelode (4 Stars ➕)superbenzine in overeenstemmingmet de norm, min.octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85(N.O.M.M.) | loodvrije superbenzine, min. octaan-getal 91 (N.O.R.M.) en 81 (N.O.M.M.). | |||
| FRAME | Type één balk vooraan, achteraan uitlopend in twee overlappende frames, in stalen buizen met hoge elasticiteitsgrens | ||||
| Hellingshoek stuur 26° 28° | |||||
| Veerweg 85 mm 100 mm | |||||
| OPHANGING | Voor hydraulisch gedempte telescoopvork | ||||
| Veerweg 90 mm | |||||
| Achter 2 hydraulische schokdempers met dubbel effect en voorbelastingsregeling met vijf standen | |||||
| Wielslag 104 mm 90 mm | |||||
| REMMEN | Achter schijfrem, ∅ 220 mm met hydraulische remklauw | ||||
| Voor schijfrem, ∅ 220 mm met hydraulische remklauw | schijfrem, ∅ 220 mm met hydraulische remklauw | ||||
| VELGEN-WIELEN | Type in aluminiumlegering | ||||
| Achter 3,00 x 12" | |||||
| Voor 3,50 x 12" | |||||
| BANDEN | Type | zonder binnenband (Tubeless) | |||
| Achter | 130 / 70 - 12" 56 L | 130 / 70 - 12" 56 P | |||
| - alternatief | 120 / 70 - 12" 51 P | 130 / 70 - 12" 62 L | — | ||
| Voor | 140 / 70 - 12" 60 J | 140 / 70 - 12" 60L | 130 / 70 - 12" 62 P | ||
| - alternatief | — | — | 130 / 70 - 12" 62 L | — | |
| STANDAARD-BANDENSPANNING | |||||
| Achter | 190 kPa (1,9 bar) | ||||
| Voor | 190 kPa (1,9 bar) | 210 kPa (2,1 bar) | |||
| BANDENSPANNING MET PASSAGIER | |||||
| Achter | 200 kPa (2,0 bar) | 210 kPa (2,1 bar) | |||
| Voor | 220 kPa (2,2 bar) | 240 kPa (2,4 bar) | |||
| ONTSTEKING | Type C.D.I. / Klokbatterij | C.D.I. / Klokbatte-rij; C.D.I. / 3A5-AP | 4 AS-AP | ||
| Vonkverplaatsing 8^ ± 2^ voor B.D.P. met 1600 tpm | Minimum 10° met 1500 tpm maximum 32° met 5000 tpm | Minimum 2° met 1500 tpm maximum 22° met 8250 tpm | |||
| BOUGIE | Staandard NGK CR8E VX NGK DR8EA | ||||
| Elektrodenafstand 0,6 - 0,7 mm | |||||
| ELEKTRISCH SYSTEEM | Accu 12 V - 12 Ah | ||||
| Zekeringen 20 - 15 - 7,5 A | |||||
| Dynamo (met permanente magneet) 12 V - 180 W 12 V - 200 W | |||||
| GLOEILAMPEN | Dimlicht / grootlicht 12 V - 35 / 35 W | ||||
| Dimlicht / grootlicht ⚫ ⚫ | 12 V - 35 / 35 W | ||||
| Voorste parkeerlicht 12 V - 3 W | |||||
| Richtingaanwijzers 12 V - 10 W | |||||
| Achterste parkeerlicht / stoplicht 12 V - 5/21 W | |||||
| Kentekenplaatverlichting | 12 V - 5 W | ||||
| Dashboardverlichting | 12 V - 1,2 W | ||||
| WAARSCHU-WINGSLAMPJES | Richtingaanwijzers | 12 V - 2 W | |||
| Motoroliedruk ⚫ ⚫ | 12 V - 2 W | – | |||
| Motorolieverversing ⚫ ⚫ | – | 12 V - 2 W | |||
| Dimlicht | 12 V - 2 W | ||||
| Grootlicht | 12 V - 2 W | ||||
| Laag brandstofpeil | 12 V - 2 W | ||||
SMEERMIDDELENTABEL
Motorolie (aanbevolen): Agip 4T FORMULE RACING, SAE 5W -40
Als alternatief voor de aanbevolen olie, kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan CCMC G4, A.P.I. SG.
Versnellingsbakolie (aanbevolen): Agip GEAR SYNTIL, SAE 75W - 90.
Als alternatief voor de aanbevolen olie, kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan A.P.I. GL4.
Vorkolie (aanbevolen): vorkolie FORGIP5W of FORK 20Agip
Als u een olie wenst die qua prestaties het midden houdt tussen Agip FORK 5W en Agip FORK 20W, dan kunt u deze twee soorten in de volgende verhoudingen mengen:
SAE 10W = Agip FORK 5W 67% van het volume + Agip FORK 20W 33% van het volume.
SAE 15W = FORIO5W 33% van het volume + Agip FORK 20W 67% van het volume.
Lagers en andere smeerpunten (aanbevolen): 125 150 GAGEASE SM2.
250 300 G RE A GE 30.
Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u smeervet van hoge kwaliteit voor rollagers gebruiken, werktemperatuur -30°C...+140°C, druppelpunt 150°C...230°C, verhoogde anti-corrosiebescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie.
Bescherming accupolen: Neutraal vet of vaseline.
WAARSCHUWING
Gebruik alleen nieuwe remvloeistof. Meng geen verschillende merken of soorten olie met elkaar zonder te controleren of ze compatibel zijn
Remvloeistof (aanbevolen): BRAKE 5.1 DOT 4 (compatibel met DOT 5).
WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend antivries en anti-corrosiemiddelen zonder nitriet, die een bescherming tot minstens -35°C bieden. Motorkoelvloeistof (aanbevolen): Agip COOL.

OFFICIÈLE DEALERS EN SERVICECENTRA
DE WAARDE VAN DE APRILIA SERVICE
aprilia
Dankzij constante technische updates en aanpassingen van de speciale opleidingsprogramma's ten aanzien van de aprilia producten, kennen alleen de monteurs van het Officiële aprilia Netwerk dit voertuig door en door en beschikken zij over het benodigde speciale gereedschap om de onderhoudswerkzaamheden en reparaties op de juiste manier uit te voeren.
De betrouwbaarheid van de motorfiets is ook afhankelijk van de mechanische staat ervan. Controle vóór het rijden, regelmatig onderhoud en gebruik van uitsluitend originele aprilia onderdelen zijn bijzonder belangrijke factoren!
Kijk voor informatie over de officiële dealer en/of het dichtstbijzijnde servicecentrum in de Gouden Gids of zoek rechtstreeks op de landkaart die u op onze officiële Internetsite aantreft:
www.aprilia.com
Alleen als er originele aprilia onderdelen gebruikt worden heeft men een product dat reeds tijdens de ontwerpfase van de motorfiets ontwikkeld en getest is. De originele aprilia reserveonderdelen worden stelselmatig onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures, om volledige betrouwbaarheid en duurzaamheid ervan te garanderen.
I APRILIA via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) Italy Tel. +39(0)41 5829111 - Fax +39(0)41 441054 - Servizio Clienti aprilia +39(0)41 5079821
UK APRILIA WORLD SERVICE UK branch 15 Gregory Way - SK5 7ST Stockport - Cheshire Tel. 0044-161 475 1800 - Fax 0044-161 475 1825 - Email: massimo_granata@aprilia.com D APRILIA MOTORRAD Am Seestern 3 - D-40547 - Dusseldorf Tel. 0049-211-59018-00 - Fax 0049-211-5901819 - Email: Ralf_kemper@aprilia.de NL APRILIA WORLD SERVICE B.V. Nikkelstraat 1 - 4823 - Ae Breda Tel. 0031-76-5431640 - Fax 0031-76-5431649 - Email: Dennis_Opstal@nl.aprilia.com
E APRILIA WORLD SERVICE Edificio América, Av.da de Arangón, 334 - 28022 Madrid Succursale en Espana Tel. 0034-91-7460066 - Fax 0034-91-7460065 - Email: Paco_Montes@aprilia.es F APRILIA WORLD SERVICE z.a. Central Parc - 255 Blvd. R. Ballanger B.P. 77 - 93421 - Villepinte Succursale en France Tel. 0033-1-49634747 - Fax 0033-1-49638750 - Email: bschweitzer@aprilia.fr
CZ A. SPIRIT A.S. Saldova 38 - 180 00 - Praha 8 - Karlin
A. SPIRIT A.S. (Sede operativa) Bubenska 43 - 170 00 - Praha 7
Tel. 0042-02-96547142 - Fax 0042-02-96547145 - Email: pistek@aspirit.cz
SLO AVTO TRIGLAV d.o.o. Baragova 5 - 1113 - Ljubljana Tel. 00386-1-5883 421 - Fax. 00386-1-5883465 - Email: ziga.martincic@avto-triglav.si
A GINZINGER IMPORT GmbH & CO. Frankenburgerstrasse 19 - 4910 - Riod im Innkreis Tel. 0043-7752-88077 - Fax. 0043-7752-70684 - Email: office@aprilia.at
HR ING-KART d.o.o. Samoborska cesta 258 - 10000 - Zagreb Tel. 00385-1-3498000 - Fax. 00385-1-3499111 - Email: mario.petrusa@aprilia.hr
IRL K.D.I. Kawasaki Distributor IRL. LTD: no. 1 Long Mile Road - Dublin 12 Tel. 00353-1-4566222 - Fax. 00353-1-4756461 - Email:sales@bikeworld.ie
N HARO SKANDINAVIA A.S. Kjorbekkdalen 6 - 3735- Skien Tel. 0047-35506780 - Fax. 0047-35506781 - E-mail: tore@aprilia.no
TR MOTOMAX MOTORLU ARACLAR Kore Sehitleri Cad. No. 42 - 80300 - Zincirlikuyu - Istanbul SAN. VE TIC. A.S. Tel. 0090-212-3360058 - Fax. 0090-212-3360057 - Email: aincili@motomax.com.tr
H MILLE MOTOR KFT. (sede operativa) Hold utca 23 - H-1054 - Budapest Tel. 0036-1-3329938 - Fax. 0036-1-2693044 - Email: Zsoldos.lajos@elender.hu
P MILFA IMPORTAÇÃO EXPORTAÇÃO LDA. Av. Da Republica 692 - 4450 - Matosinhos Tel. 00351-229382450 - Fax. 00351-229371305 - Email: milfa@milfa.pt
GR APRILIA HELLAS Rizareiou 4 - 15233 - Halandri Tel. 0030-210-6898290 - Fax. 0030-210-6898056
CH MOHAG A.G. Bernerstrasse Nord 202 - 8064 - Zurigo Tel. 0041-1-4348686 - Fax 0041-1-434 8606 - Email: agonser@mohag.ch
B N.V./S.A. RAD Landegemstraat 4 - Industriegebied - B-9031 - Drongen-Baarle Tel: 0032-9-2829410 - Fax: 0032-9-2810012 - Email: Kurt_Derynck@rad.be
DK T.M.P. Hammervej 32 - 7900 - Nikobing Mors Tel. 0045-97-722233 - Fax. 0045-97-722143/33 - Email: thomas@aprilia.dk
SF TUONTI NAKKILA OY P.o.B. 18 - 29250 - Nakkila Tel. 00358-2-5352500 - Fax. 00358-2-5372793 - Email: satu.saarinen@aprilia.fi
RO GROUP INT.(sede operativa) Str. Depozitelor 41-43 Jud. Arges - Pilesti Tel. 0040-248211004 - Fax. 0040-248211004 - Email: marian.ion@rogroup.ro
CSI Z.A.O. ITALMOTO (sede operativa) Ul. Preobragenskaya 5/7 - 107076 - Mo - Moscow Tel. 007-095-780 4294 - Fax. 007-095-964 4001 - Email: italmoto@mtu-net.ru
USA APRILIA WORLD SERVICE 109 Smoke Hill Lane Suite 190 - GA 30188 - Woodstock U.S.A., INC. Tel. 001-770-592-2261 - Fax. 001-770-592-4878
J APRILIA JAPAN CORP. SHINYOKOHAMAMEGURO BLDG. 3-22-5 SHINYOKOHAMA KOUHOKU-KU 222-0033 YOKOHAMA-SHI KANAGAWA -Tel. 0081-454772632 - Fax 0081-454772605 - Email: m-okuyama@apriliajapan.co.jp
AUS JOHN SAMPLE GROUP PTY LTD. 8 Sheridan Close - NSW 2214 - Milperra - Sydney Tel. 0061-2-97722666 - Fax. 0061-2-97742321 - Email: doreilly@jsg.com.au
aprilia
Importeurs
NZ MOTORCYCLING DOWNUNDER LTD. 35, Manchester Street - P.o.B. 22416 - Christchurch
Tel. 0064-3-3660129 - Fax. 0064-3-3667580 - Email: j.horne@xtra.co.nz
RSA MOTOVELO S.A. Old Pretoria Road - Wynberg - Johannesburg
Tel. 0027-11-7868486 - Fax. 0027-11-7868482 - Email: motovelo@betech.co.za
MEX APRILIA DE MEXICO, SA. de CV. San Jeromino - 64640 - 552 Monterrey N.L.
Tel. 0052-818333-4493 - Fax. 0052-818348-9398 - sbertu Email: javier@aprilia.com.mx
ROK BIKE KOREA CO. LTD. YeungSoo Bldg. 302 #206-25, Ohjang-Dong, Chung-Ku Seoul
Tel. 0082-2-22756130 - Fax 0082-2-22756132 - Email: kukbike@yahoo.co.kr
RP ULTRA BIKERS NETWORK INC. Bldg. 7294 cn Recto Highway - Pampanga
Tel. 00632-7524450 - Fax 00632-7505764 - Email: ultracar@info.com.ph
SGP CYCLENET PTE TLD 1179 Serangoon Road - 328232 - Singapore
Tel. 0065 6299 6251 - Fax. 0065 6297 5684 - Email: jeori@mah.com.sg
HK AH LAM MOTORCYCLE CO. LTD. 29 Hak Po Street - Mongkok Kowloon - Hong Kong
Tel. 00852-23859229 - Fax. 00852-23857920 - Email: garyyip@ahlam.com.hk
(wijzigingscode "A" en "B" van motorfiets aangegeven op het ETIKET RESERVEONDERDELEN, zie pag. 3)

flowchart
graph TD
subgraph Left_Circuit
A["21"] --> B["36"]
C["36"] --> D["30"]
E["36"] --> F["25"]
G["36"] --> H["19"]
I["36"] --> J["18"]
K["36"] --> L["17"]
end
subgraph Right_Circuit
M["36"] --> N["41"]
O["36"] --> P["16"]
Q["36"] --> R["15"]
S["36"] --> T["14"]
subgraph Bottom_Circuit
U["38"] --> V["42"]
W["44"] --> X["1"]
Y["4"] --> Z["36"]
AA["5"] --> AB["6"]
AC["7"] --> AD["36"]
style Left_Circuit fill:#f9f,stroke:#333
style Right_Circuit fill:#bbf,stroke:#333
LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA - Leonardo 125 ⚠ - Leonardo 150 ⚠
(wijzigingscode "A" en "B" van motorfiets aangegeven op het ETIKET RESERVEONDERDELEN, zie pag. 3)
1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Oliedruksensor
12) Waarschuwingslampje dimlicht
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motoroliedruk
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer rechts achter
19) Dimlichtschakelaar
21) Volledig dashboard
22) Drukknop claxon
23) Dashboardlampjes
24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil
25) Schakelaar richtingaanwijzers
26) Startknop
27) Koelvloeistoftemperatuurmeter
28) Waarschuwingslampje grootlicht
29) Waarschuwingslampje richtingaanwijzer
30) Claxon
KLEUREN KABELS
1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Oliedruksensor
12) Waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer rechts achter
17) Knipperlichtrelais
18) Contactschakelaar
19) Brug
20) Lichtschakelaar
21) Volledig dashboard
22) Drukknop claxon
23) Dashboardlampjes
24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil
25) Schakelaar richtingaanwijzers
26) Startknop
27) Koelvloeistoftemperatuurmeter
28) Waarschuwingslampje grootlicht
29) Waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer
30) Claxon
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motoroliedruk
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up
45) Kentekenplaatverlichting
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Purper
ELEKTRISCH SCHEMA - Leonardo 250

flowchart
graph TD
A["38U"] --> B["31U"]
B --> C["32U"]
C --> D["34U"]
D --> E["36U"]
E --> F["48U"]
F --> G["11L"]
G --> H["36J"]
H --> I["47L"]
I --> J["25L"]
J --> K["22L"]
K --> L["20U"]
L --> M["26U"]
M --> N["18L"]
N --> O["36V"]
O --> P["36U"]
P --> Q["41L"]
Q --> R["16"]
R --> S["15"]
S --> T["14F"]
T --> U["45F"]
U --> V["36U"]
V --> W["43U"]
W --> X["13U"]
X --> Y["36U"]
Y --> Z["46L"]
Z --> AA["8U"]
AA --> AB["9U"]
AB --> AC["43L"]
AC --> AD["36U"]
AD --> AE["41L"]
AE --> AF["16"]
AF --> AG["15"]
AG --> AH["14F"]
LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA - Leonardo 250
1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Uitschakelknop van waarschuwingslampje olieverversing
12) Waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer rechts achter
17) Knipperlichtrelais
18) Contactschakelaar
19) Gaskleppositiesensor
20) Lichtschakelaar
21) Volledig dashboard
22) Drukknop claxon
23) Dashboardlampjes
24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil
25) Schakelaar richtingaanwijzers
26) Startknop
27) Koelvloeistoftemperatuurmeter
28) Waarschuwingslampje grootlicht
29) Waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer
30) Claxon
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motorolieversing
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up
45) Kentekenplaatverlichting
46) Thermometrische schakelaar voor startmotor
47) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem
48) Besturingseenheid waarschuwingslampje motorolie
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Purper
ELEKTRISCH SCHEMA - Leonardo 300

flowchart
graph TD
A["39U"] --> B["31T"]
B --> C["32U"]
C --> D["34U"]
D --> E["36U"]
E --> F["48U"]
F --> G["11L"]
G --> H["36U"]
H --> I["36U"]
I --> J["47U"]
J --> K["23L"]
K --> L["22L"]
L --> M["20U"]
M --> N["26U"]
N --> O["18B"]
O --> P["360"]
P --> Q["17H"]
Q --> R["41F"]
R --> S["16"]
S --> T["15"]
T --> U["14"]
U --> V["45F"]
V --> W["13L"]
W --> X["360"]
X --> Y["46F"]
Y --> Z["8F"]
Z --> AA["90"]
AA --> AB["43F"]
AB --> AC["360"]
AC --> AD["46F"]
AD --> AE["8F"]
AE --> AF["90"]
AF --> AG["43F"]
AG --> AH["360"]
AH --> AI["46F"]
AI --> AJ["8F"]
AJ --> AK["90"]
AK --> AL["43F"]
LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA - Leonardo 300
1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Uitschakelknop van waarschuwingslampje olieverversing
12) Waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer rechts achter
17) Knipperlichtrelais
18) Contactschakelaar
19) Relais grote lichtena
20) Lichtschakelaar
21) Volledig dashboard
22) Drukknop claxon
23) Dashboardlampjes
24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil
25) Schakelaar richtingaanwijzers
26) Startknop
27) Koelvloeistoftemperatuurmeter
28) Waarschuwingslampje grootlicht
29) Waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer
30) Claxon
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motorolieversing
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up
45) Kentekenplaatverlichting
46) Thermometrische schakelaar voor startmotor
47) -
48) -
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Purper
OPMERKINGEN
aprilia
VERZOEK UITSLUITEND OM ORIGINELE ONDERDELEN
OPMERKINGEN
aprilia
VERZOEK UITSLUITEND OM ORIGINELE ONDERDELEN
Piaggio & C. S.p.A. bedankt haar klanten voor de aanschaf van deze motorfiets:
- Laat geen olie, brandstof, vervuilende stoffen en onderdelen in het milieu terechtkomen.
- Laat de motor niet onnodig draaien.
– Veroorzaak geen geluidsoverlast. - Heb eerbied voor de natuur.