PD 22 - Afstandsmeter HILTI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PD 22 HILTI in PDF-formaat.
| Producttype | Laserafstandsmeter |
| Merk | Hilti |
| Model | PD 22 |
| Meetbereik | 0,1 tot meer dan 100 m (4 in tot meer dan 300 ft) |
| Nauwkeurigheid | ± 2 mm typisch voor enkele meting, ± 3 mm maximaal |
| Kleinste weergegeven eenheid | 1 mm (1/32 in) |
| Laserklasse | Klasse 2 (IEC825-1 / EN60825), zichtbaar 620-690 nm, uitgangsvermogen < 1 mW |
| Voeding | 2 x AA (LR6 / AM3 / Mignon) batterijen (alkaline, NiCd of NiMH) |
| Max. aantal metingen bij 25°C | Alkalimangaan: 8000-9000, NiCd: 4000, NiMH: 6000 |
| Zelfuitschakeling | Ja |
| Gewicht (zonder batterijen) | 320 g |
| Afmetingen (L x B x H) | 165 x 67 x 47 mm (6,5 x 2,6 x 1,8 in) |
| Beschermingsklasse | Bescherming tegen stof en spatwater |
| Gebruikstemperatuur | -10°C tot +50°C (14°F tot 122°F) |
| Opslagtemperatuur | -30°C tot +70°C (-22°F tot 158°F) |
| Functies | Afstand meten, oppervlakte/volume berekenen, optellen/aftrekken, Pythagoras, continue meting (tracking), zelfontspanner, constante waarde, menukeuze (referentie, eenheden, belichting, geluid) |
| Toebehoren | Richttableau PA 412, richtbril PA 970, statiefadapter PA 450, telescoopzoeker PA 421 |
| Reiniging en onderhoud | Lens voorzichtig reinigen met schone, zachte doek; eventueel bevochtigen met zuivere alcohol of water |
| Garantie | 12 maanden (tenzij nationale wetgeving anders bepaalt) |
| Reparatie | Alleen door Hilti-service-stations |
| Certificering | CE, FCC klasse B conform DIN EN 50081-1, DIN EN 61000-6-2, etc. |
Veelgestelde vragen - PD 22 HILTI
Gebruikersvragen over PD 22 HILTI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afstandsmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PD 22 - HILTI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PD 22 van het merk HILTI.
GEBRUIKSAANWIJZING PD 22 HILTI
Laatste meetwaarden (max. 3) oproepen Bladeren wanneer menu geactiveerd is

Menu's oproepen/verlaten (rEF/nor/CONSt/Light/dELAY/bEEP/UNIT)

Laatste meetwaarden (max. 3) oproepen Bladeren wanneer menu geactiveerd is

Opmeten afstanden of tijdsduur ("tracking).

Optellen

Aftrekken

Vermenigvuldigen

Pythagoras (berekent tegenoverliggende rechthoekszijde)

Berekening uitvoeren of display resetten

Apparaat Aan-/uitschakelen
Toebehoren
PA 412

Lees de gebruiksaanwijzing in ieder geval door voordat u het apparaat in gebruik neemt.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing altijd bij het apparaat.
Geef het apparaat alleen samen met de gebruik aanwijzing aan andere personen door.
Onderdelen
- Uitgangsopening laser
- Bedieningspaneel
- Ontvangstoptiek
- Kunststofhuis
- Libel
- Batterijvak
- Aanslagpunt (uitklapbaar)
- Fotoschroefdraad (2x) voor statiefbevestiging
- Grafische display met menukeuze
- Precieze meetaanslagen van metaal (4x)
1. Algemene opmerkingen....4
1.1 Signaalwoord....4
1.2 Pictogrammen ....4
2. Beschrijving ......6
2.1 Functie....6
2.2 Levering....6
3. Gereedschappen en toebehoren......6
5. Veiligheidsinstructies ......9
5.1 Fundamentele veiligheidsmaatregelen ...9
5.2 Reglementair gebruik....9
5.3 Verkeerd gebruik....9
5.4 Stand van de techniek....10
5.5 Correcte inrichting van de werkomgeving ....10
5.5.1 Elektromagnetische compatibiliteit....11
5.5.2 Laserclassificering......11
5.6 Algemene veiligheidsmaatregelen......12
5.6.1 Elektrisch....13
6. Inbedrijfneming....13
6.1 Nieuwe batterijen inzetten....13
6.2 Menu oproepen en instellen....14
6.2.1 Menu rEF / referentierand xx .....14
6.2.2 Menu nor / track-menu....15
6.2.3 Menu CONST / constante .....15
6.2.4 Menu Light / displaybelichting....16
6.2.5 Menu dELAY / zelfontspanner.....16
6.2.6 Menu dEEP / beeptoon......17
6.2.7 Menu UNIT / eenheid......17
7. Bediening ....18
7.1 Afstand meten....18
7.2 Meten met aanslagpunt .....19
7.2.1 Meten vanuit hoeken .....19
7.2.2 Meten aan aanslagkant.....20
7.3 Meten met zelfontspanner .....20
7.4 Meten met richtdoelen....21
7.5 Meten aan verschillende oppervlakken 21
7.5.1 Planten en bomen....21
7.5.2 Ruwe oppervlakken 22
7.6 Continu afstanden meten (tracking).....23
7.6.1 Continu afstanden meten «nEAr» 23
7.6.2 Continu afstanden meten «FAr» .25
7.7 Rekenfuncties uitvoeren....27
7.7.1 Optellen/aftrekken (afstanden)....27
7.7.2 Vermenigvuldigen (oppervlakte/volume) ......28
7.8 Berekenen met Pythagoras ....31
7.9 Berekenen met constante waarde .....33
-
Display-indications......34
-
Controleren en corrigeren....35
-
Schoonhouden en onderhoud .....36
10.1 Reinigen en drogen....36
10.2 Opslag 36
10.3 Transport 36
-
Afvoer als afval ....37
-
Garantie....38
-
FCC-verklaring (van toepassing in de Verenigde Staten)....39
-
EG-conformiteitsverklaring......41
1. Algemene opmerkingen
1.1 Signaalwoord
-AANWIJZING-
Nuttige informatie die de gebruiker helpt het product technisch correct en efficiënt te gebruiken.
1.2 Pictogrammen


Waarschuwingstekens
Waarschuwing voor algemeen gevaar Laserklasse 2 (Niet in de straal kijken!)

Symbolen

Voor het gebruik de gebruiksaanwijzing lezen
Deze nummers verwijzen naar figuren. De figuren bij de tekst vindt u op de uitklapbare omslagpagina's. Houd deze bij het bestuderen van de handleiding open.
In de tekst van deze gebruiksaanwijzing betekent 'het apparaat' altijd het laser-afstandmeetapparaat PD 22
Plaats van de identificatiegegevens op het apparaat
Type en serienummer staan op het typeplaatje van uw apparaat. Neem deze gegevens over in uw gebruiksaanwijzing en geef ze altijd op als u informeert bij onze vertegenwoordiging of servicestation.
Type : ____
Serienr.:

Het meetdoel moet met de rode lasermeetpunt duidelijk worden geïdentificeerd. De actieradius is afhankelijk van het reflectievermogen en het oppervlak van het meetdoel.
2.2 Levering
Pos. Aantal Omschrijving
1 1 Laser-afstandmeetapparaat
PD 22
2 2 Batterijen type AA
3 1 Draagtas
4 1 Gebruiksaanwijzing
3. Gereedschappen en toebehoren
Richttableau
PA 412
Met twee richtvlakken van verschillende kleur:
- wit, bij te veel reflectie
- bruin, bij te weinig reflectie
Richtbril
PA 970
De richtbril maakt het richtpunt van de laser beter zichtbaar (factor 4-5).
Statiefadapter
PA 450
Met X- en Y-fijninstelling voor nauwkeurig werken op het statief.
Telescoopzoeker
PA 421
Voor exact richten op meetobjecten bij grote afstanden en buiten.
Display-waarschuwing bij lage
batterijspanning
Meetbereik
0,1 tot meer dan 100 m (4 in tot meer dan 300 ft)
Typisch meetbereik zonder richttableau:
- Droogbouwwand wit 70 m (210 ft)
- Beton droog 50 m (150 ft)
- Baksteen droog 50 m (150 ft)
De maximale actieradius is afhankelijk van:
- reflectievermogen van het doel
- helderheid van de omgeving
Als meten niet mogelijk is: op Hilti PA
412 richttableau
vanaf 30-40 m meten.
Nauwkeurigheid
± 2 mm (± 0.10 in) typisch voor enkele meting
± 3 mm (± 0.15 in) maximaal **
** Wegens atmosferische invloeden moet bij lange afstanden (100 m) rekening gehouden worden met een nauwkeurigheid van ± (2 mm + 30 ppm) ca. ± 5 mm.
Kleinste weergegeven eenheid
1 mm (1/32 in)
Straaldiameter
< 6 mm @ 10 m (< 0,2 in @ 30 ft)
LCD met weergave van de modi en toestanden
Laser
Zichtbaar, 620-690 nm, laserklasse 2
(IEC825-1), klasse II (FDA21CFR),
uitgangsvermogen:< 1 mW
Zelfuitschakeling
Gebruiksduur bij 25° C [+77° F]
Max. aantal metingen als laser
ingeschakeld gedurende 10 seconden.
Alkalimangaan: 8000 - 9000
NiCd: 4000
NiMH: 6000
Gebruikstemperatuur
-10°C ... +50°C (14°F ... 122°F)
Opslagtemperatuur
-30°C ... +70°C (-22°F ... 158°F)
Beschermingsklasse
Bescherming tegen stof en spatwater,
Binnenschroefdraad 1/4" Whitworth, 1x zijdelings en 1x onder (foto-standaard)
Gewicht
320 g (zonder batterijen)
Afmetingen
$$ 1 6 5 \times 6 7 \times 4 7 \mathrm{mm} (6. 5 ^ {\prime \prime} \times 2. 6 ^ {\prime \prime} \times 1. 8 ^ {\prime \prime}) $$
5. Veiligheidsinstructies
5.1 Fundamentele veiligheidsmaatregelen
Naast de veiligheidstechnische instructies in de afzonderlijke hoofdstukken van deze gebruiksaanwijzing moeten de volgende bepalingen altijd strikt worden opgevolgd.
Het reglementaire gebruik van het apparaat omvat de volgende toepassingen:
– meten van afstanden
- berekenen van oppervlakten, volumes, lengtes
- optellen en aftrekken van lengtes
- inachtneming van de gebruiks- en opslagtemperatuur
5.3 Verkeerd gebruik

- Gebruik het apparaat alleen reglementair en in optimale toestand.
- Stel geen veiligheidsinrichtingen buiten werking en verwijder geen informatie- en waarschuwingsborden.
-
Neem de specificaties betreffende gebruik, schoonhouden en onderhoud in de gebruiksaanwijzing in acht.
-
Gebruik voor het reinigen alleen schone en zachte doeken. Indien nodig kunt u ze met een beetje zuivere alcohol bevochtigen. Andere vloeistoffen mag u niet gebruiken, omdat deze de kunststofdelen kunnen aantasten.
- Laat het apparaat alleen door Hilti-service-stations repareren. Als het apparaat op ondeskundige wijze wordt opengeschroefd, kan er laserstraling ontstaan die sterker is dan klasse 2.
- Gebruik het apparaat niet in een omgeving waar explosiegevaar bestaat.
– Richt het apparaat niet op de zon of andere sterke lichtbronnen.
– Houd het apparaat uit de buurt van kinderen. - Metingen op een slecht reflecterende ondergrond in een sterk reflecterende omgeving kunnen tot foute meetwaarden leiden.
- Metingen op sterk spiegelende oppervlakken kunnen tot foute meetwaarden leiden.
- Snel veranderende meetomstandigheden, b.v. door de meetstraal lopende personen, kunnen het meetresultaat vervalsen.
- Metingen op schuimkunststoffen, zoals tempex, Styrodor, etc., kunnen fouten opleveren.
5.4 Stand van de techniek
- Het apparaat is volgens de nieuwste stand van de techniek geconstrueerd.
5.5 Correcte inrichting van de werkomgeving

- Zet de meetlocatie af (b.v. bij het uitvoeren van metingen langs een straat, etc.).
-
Zorg voor een normale lichaamshouding als u op ladders of steigers werkt. Zorg ervoor dat u stevig staat en bewaar voortdurend uw evenwicht.
-
Metingen door ruiten of andere objecten kunnen het meetresultaat vervalsen.
- Let er bij het opstellen van het apparaat op dat de straal niet op andere personen of op uzelf gericht wordt.
5.5.1 Elektromagnetische compatibiliteit (EMC)
Hoewel het apparaat voldoet aan de strenge eisen van de geldende richtlijnen, kan Hilti niet uitsluiten dat het apparaat
- andere apparaten (b.v. navigatiesystemen van vliegtuigen) stoort of
– door sterke straling gestoord wordt, hetgeen tot fouten kan leiden.
In deze gevallen of bij andere onzekerheden moeten er controlemetingen worden uitgevoerd.
5.5.2 Laserclassificering
Het apparaat correspondeert met laserklasse 2, gebaseerd op de norm IEC825-1 / EN60825, en met klasse II gebaseerd op FDA 21CFR. Het oog wordt door de sluitreflex van het ooglid beschermd wanneer men toevallig even in de laserstraal kijkt. Deze sluitreflex van het ooglid kan echter nadelig worden beïnvloed door geneesmiddelen, alcohol of drugs. Deze apparaten mogen zonder verdere veiligheidsmaatregelen gebruikt worden. Toch moet men, net als bij de zon, niet direct in de lichtbron kijken. Richt de laserstraal niet op personen.
Laserborden conform IEC825 / EN60825:

Laserborden USA conform FDA 21CFR:


5.6 Algemene veiligheidsmaatregelen
- Controleer het apparaat voor het gebruik op eventuele beschadigingen. Als het apparaat beschadigd is, laat het dan door een Hilti-servicestation repareren.
- Na een val of een andere mechanische werking op het apparaat moet de nauwkeurigheid van het apparaat worden gecontroleerd.
- Controleer voor de zekerheid de nauwkeurigheid vóór elk gebruik.
- Als het apparaat vanuit een zeer koude naar een warmere omgeving wordt gebracht of omgekeerd, moet u het voor het gebruik laten acclimatiseren.
- Zorg er bij het gebruik met adapters voor dat het apparaat stevig vastgeschroefd is.
- Om meetfouten te voorkomen moet u het venster waardoor de laserstraal naar buiten komt schoon houden.
- Hoewel het apparaat ontworpen is voor hard gebruik op de bouw, moet u er, net als met andere optische apparatuur (verrekijker, bril, fototoestel), voorzichtig mee omgaan.
- Hoewel het apparaat beschermd is tegen het binnendringen van vocht, moet het voor het opbergen voor transport drooggewreven worden.
- Controleer voor de zekerheid voor het gebruik de door u ingestelde waarden.
5.6.1 Elektrisch
- Bij verzending van het apparaat moeten de batterijen geïsoleerd of uit het apparaat verwijderd worden.
- Om milieuschade te voorkomen moet u zich bij afvoer van het apparaat en de batterijen aan de geldende richtlijnen houden. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant aan.
6. Inbedrijfneming

Acherm

Lage batterijspanning - nieuwe batterijen inzetten: 2x type AA (LR6 / AM3 / Mignon)
6.1 Nieuwe batterijen inzetten

Altijd alle batterijen vervangen!
- Geen oude en nieuwe batterijen combineren!
- Geen batterijen van verschillend fabrikaat of verschillend type gebruiken.
- Alleen gecontroleerde en onbeschadigde batterijen gebruiken.
6. Inbedrijfneming
Bij gebruik van accu's - combineer alleen accu's:
- van hetzelfde merk en hetzelfde model
- met dezelfde leeftijd en laadtoestand.
6.2 Menu oproepen en instellen
Menu-overzicht
rEF → nor → CONST → Light →
dELAY→bEEP→UNIT
6.2.1 Menu rEF / referentierand

Met de toets menu oproepen.
Met de toetsen menu rEF selecteren.
Met de toetsen geweneto
referentierand selecteren

Voorkant van apparaat

Statiefas

Achterkant (= standaard)
Ten slotte met toets menu verlaten.
6.2.2 Menu nor / Track-menu

Met de toets menu oproepen.
Met de toetsen Track-menu selecteren.
Met de tootsen de gewendte instelling kiezen.
nor = normale continue meting nEAr = voor het bepalen van de kortste afstand, b.v. normaalafstand (loodrecht op meetvlak) voor het controleren van b.v. evenwijdige wanden FAr = voor het bepalen van de maximale afstand, b.v. diagonaal voor het controleren van loodrechte vertrekken.
6.2.3 Menu CONST / constante

Met de toets menu oproepen.
Met de toetsen menu CONST selecteren.
Met de toetsen constante invoeren, b.v.: 0.234.
Met de toets in g drukt op de toetsen - + drukken om de constante in grotere stappen te veranderen.
6. Inbedrijfneming
De ingevoerde waarde kan voor latere berekeningen opgeroepen en gebruikt worden (b.v. constante bij gemeten waarde optellen, etc.).
6.2.4 Menu Light / displaybelichting

Met de toets menu oproepen.
Met de toetsen menu Light selecteren.
Met de toetsen geweret belichtingstype selecteren: OFF Belichting uit (spaarmodus!) ON Belichting continu aan Auto 10 seconden lange belichting na indrukken van toets
6.2.5 Menu dELAY / zelfontspanner

Met de toets menu oproepen.
Met de toetsen menu DELAY selecteren.
Met de toetsen gewerete vertragingstijd (0 / 2 / 5 / 10 / 20) selecteren. Na drukken op de meettoets wordt de meting na de ingestelde vertragingstijd zelfstandig uitgevoerd (b.v. om op moeilijk toegankelijke plaatsen te meten).
6.2.6 Menu bEEP / beeptoon

Met de toets menu oproepen.
Met de toetsen menu bEEP selecteren.
Met de toetsen gewenste modus voor beeptoon selecteren:
ON Beeptoon: bij drukken op toets

na een meting bij foute meting
OFF Beeptoon uit

Auto Beeptoon:

na een meting bij foute meting
6.2.7 Menu UNIT / eenheid

Met de toets menu oproepen.
Met de toetsen menu UNIT selecteren.
Met de toets gewenete eenheid selecteren:
m Weergegeven waarden in m in Weergegeven waarden in feet, inch en breuken in 1/32
7. Bediening
7. Bediening

7.1 Afstand meten
- Om in te schakelen drukt u op de toets Op de display verschijnt:


De laserstraal is ingeschakeld.
Na het inschakelen van het apparaat is de meetreferentie altijd ingesteld op achterkant van apparaat (Symbol)
-
Plaats het apparaat met de achterkant op het gewenste uitgangspunt en richt op het richtpunt
-
Druk op de toets "Meten"

Op de display verschijnt de gemeten waarde.

7.2 Meten met aanslagpunt
7.2.1 Meten vanuit hoeken
Om ruimtediagonalen of vanuit moeilijk toegankelijke hoeken te meten: aanslagpunt uitklappen.
- Klap de aanslagpunt 90° uit.
Meetreferentie wordt automatisch omgezet.

Het apparaat detecteert de verlengde meetreferentie en corrigeert de gemeten afstand automatisch met deze waarde.
- Plaats het apparaat met de aanslagpunt op het gewenste uitgangspunt en richt het op het richtpunt.

- Druk op de toets "Meten"

Op de display verschijnt de gemeten waarde.
7. Bediening
7.2.2 Meten vanaf aanslagkant
-
Klap de aanslagpunt 180° uit.
-
Controleer de meetreferentie.
-
Plaats het apparaat met de aanslag op het gewenste uitgangspunt en richt het op het richtpunt.
-
Druk op de toets "Meten". Ap Op de display verschijnt de gemeten waarde.
7.3 Meten met zelfontspanner

Om met het apparaat meetpunten te bereiken die moeilijk toegankelijk of zonder hulpmiddelen niet bereikbaar zijn, is het gebruik van de meetvertraging zeer nuttig. De meting kan gemakkelijk met de meettoets gestart worden en dan op moeilijk toegankelijke plaatsen uitgevoerd worden. Een geluidssignaal bevestigt het slagen van de meting.
7.4 Meten met richtdoelen
Voor het meten van afstanden aan buitenkanten (b.v. buitenmuren van huizen, omheiningen, enz.) kunt u hulpmiddelen als planken, bakstenen of andere geschikte voorwerpen als richtdoel aan de buitenkant leggen.

Het meetproces verloopt zoals eerder beschreven (zie 7.1).
7.5 Meten aan verschillende oppervlakken
7.5.1 Planten en bomen
In de regel kan men op planten en bomen zelfs van zeer korte afstand niet meten. Bij matte groene oppervlakken is de actieradius van het apparaat korter.
7. Bediening

Het meetproces verloopt zoals eerder beschreven (zie 7.1).
7.5.2 Ruwe oppervlakken

Op ruwe oppervlakken (b.v. grof pleisterwerk) wordt een gewogen gemiddelde gemeten, waarin het centrum van de laserstraal meer gewicht heeft dan de rand.
Het meetproces verloopt zoals eerder beschreven (zie 7.1).
7.6 Continu afstanden meten (tracking)
- Drukken op de toets.
- Druk 1x lang op de toets "Meten" (= tracking). Op de display verschijnt "LASER TRACKING":

- Plaats het apparaat op de gewenste positie en lees de momentele afstand op de display af.

- Druk op een willekeurige toets om de tracking-modus af te breken.
7.6.1 Continu afstanden meten "Tracking nEAr"
Bij "Tracking nEAr" verschijnt op de display altijd de kleinste gemeten afstand (b.v. voor het meten van evenwijdige objecten).
7. Bediening

Toepassing:
- Kortste afstand tussen twee objecten bepalen zonder het punt te hoeven vastleggen.
-
Normaalafstand bepalen (= loodrechte afstand op een vlak).
-
Terwijl het apparaat ingeschakeld is op de toets drukken.
-
Met de toetsen Tracking-menu oproepen.
-
Met de toetsen of de functio nEAr kiezen.
-
Richt het apparaat op het doelvlak.
-
Druk op de toets "Meten"

-
Het apparaat langzaam bewegen; daarbij wordt de display voortdurend bijgewerkt. Apparaat bewegen tot de kleinste gemeten waarde bereikt is (kortste afstand).
-
Druk nogmaals op de toets "Meten" om de meting te stoppen. Op de display verschijnt het resultaat.

7.6.2 Continu afstanden meten "Tracking FAr"
Bij "Tracking FAr" verschijnt op de display altijd de grootste gemeten afstand (b.v. voor het meten van een diagonaal).

Toepassing:
- Langste gemeten afstand tussen twee objecten bepalen zonder het punt nauwkeurig te hoeven vastleggen (b.v. diagonalen) voor het controleren van loodrechte ruimtes.
-
Terwijl het apparaat ingeschakeld is op de toets MENU drukken.
-
Met de toetsen Tracking-menu oproepen.
7. Bediening
-
Met de toetsen of de functie FAr kiezen.
-
Richt het apparaat op het doel.
-
Druk op de toets "Meten".
-
Het apparaat langzaam bewegen; daarbij wordt de display voortdurend bijgewerkt. Apparaat bewegen tot de maximale gemeten waarde bereikt is.
-
Druk nogmaals op de toets "Meten" om de meting te stoppen. Op de display verschijnt het resultaat.

7.7 Rekenfuncties uitvoeren
7.7.1 Optellen/aftrekken (afstanden)
Afzonderlijke afstanden kunnen gemakkelijk opgeteld of afgetrokken worden.
Het volgende voorbeeld illustreert het optellen van twee te meten deelafstanden.
Bij gebruik van het statief: meetreferentie op statiefas instellen.
Zo kunnen ook afstanden > 100 m gemeten worden.

- Druk op de toets "Meten" Laserstraal is ingeschakeld.

-
Richt het apparaat op het richtpunt.
-
Druk op de toets "Meten" . De eerste afstand wordt gemeten en weergegeven. (Laser wordt uitgeschakeld.)
-
Druk op de toets voor optellen.
-
Draai het apparaat tussen meting 1 en 2 180°.
-
Druk op de toets "Meten" Laserstraal is ingeschakeld.

-
Bediening
-
Richt het apparaat op het richtpunt.
-
Druk op de toets "Meten" De tweede afstand wordt gemeten en weergegeven. (Laser wordt uitgeschakeld.)
-
Druk op de toets "Is-gelijk". =
-
Lees op de display het totaal af.
7.7.2 Vermenigvuldigen (oppervlakte/volume)
Voorbeeld 1:
grondvlak van een vertrek berekenen
Breedte van vertrek meten

- Druk op de toets "Meten"

-
Richt het apparaat op het richtpunt.
-
Druk op de toets "Meten"

De breedte van het vertrek wordt gemeten en weergegeven. (Laser wordt uitgeschakeld.)
- Druk op de toets

vermenigvuldigen.
Lengte van vertrek meten

- Druk op de toets "Meten"

-
Richt het apparaat op het richtpunt.
-
Druk op de toets "Meten"

De lengte van het vertrek wordt gemeten en weergegeven. (Laser wordt uitgeschakeld)

- Druk op de toets "Is-gelijk"

- Lees op de display het grondvlak af.
Voorbeeld 2:
volume van een vertrek berekenen
Na het berekenen van het grondvlak van een vertrek:
- Druk op de toets voor vermenigvuldigen
7. Bediening

- Druk op de toets "Meten"

-
Richt het apparaat op het richtpunt.
-
Druk op de toets "Meten"

De hoogte van het vertrek wordt gemeten en weergegeven. (Laser wordt uitgeschakeld.)

- Druk op de toets "Is-gelijk"

- Lees op de display het volume af (66.980 m³).
Kettingberekeningen
Kettingberekeningen kunnen zonder de toets worden.

B.v.: afstandwaarde x afstandwaarde x afstandwaarde = m³ of (afstandwaarde x afstandwaarde) + (afstandwaarde x afstandwaarde) = m²
7.8 Berekenen met Pythagoras
De toetsfunctie Pythagoras is bedoeld om snel b.v. een hoogte te berekenen.
Met de toets Pythagoras wordt de berekeningsformule geactiveerd.
-AANWIJZING-
Voor correcte toepassing van deze methode moet de aanliggende rechthoekszijde loodrecht op de gezochtte tegenoverliggende rechthoeks-zijde (b.v. loodrecht op de hoogte h) worden gemeten. Metingen die niet op deze manier worden uitgevoerd, leiden tot een meetfout die veel groter kan zijn dan de gespecificeerde meetnauwkeurigheid van het apparaat.
- Hypotenusa meten

Zijde "s" (= hypotenusa) meten.

Op toets Pythagoras 📂ken.
Op de display verschijnt:

7. Bediening
2. Aanliggende rechthoekszijde meten

Zijde "a" (= aanliggende rechthoekszijde) meten.

Op de display verschijnt:

3. Tegenoverliggende rechthoekszijde berekenen
Met toets "Is-gelijk" = te h (= tegenoverliggende rechthoekszijde) berekenen.
Op de display verschijnt:

7.9 Rekenen met constante waarde
MENU
Menu oproepen.

Menu CONST oproepen.

Constante waarde invoeren.
-AANWIJZING-
Door tegelijk op de toets "X" en "+" of "-" te drukken kunt u de weergegeven getalwaarde "0 . 100" groter resp. kleiner maken
Voor berekeningen de ingevoerde constante waarde met de toets, oproepen (als 4e, d.w.z. laatste waarde) en gewenste rekenfunctie met de betreffende toets uitvoeren.
8. Display-indications

Temperatuur te hoog
(> +50°C), in Tracking-modus en in
Setting-out-modus
(> +45°C)
Maatregel
Apparaat laten afkoelen
Temperatuur te laag
(< -10^)
Maatregel
Apparaat verwarmen

Ongunstige signaalom- standigheden
Maatregel
- Meetafstand (> 300 mm) aanhouden
- Optiek reinigen
- Tegen ander oppervlak meten (richttableau)
- Richtpunt schaduw geven

Algemene hardwarefout Maatregel
Apparaat uit- en inschakelen, als de fout blijft bestaan, contact opnemen met servicestation

Batterijen bijna leeg
Maatregel
Nieuwe batterijen inzetten

Te veel omgevingslicht bij meetdoel
Maatregel
Meetdoel schaduw geven
9. Controleren en corrigeren
Controle van meetinstrument voor gebruikers met certificatie volgens ISO 900...:
U kunt de in het kader van ISO 900... vereiste controle van meetinstrumenten voor het lengtemeetinstrument PD 22 zelf uitvoeren (zie DIN 18723-6 Feldverfahren zur Genauigkeitsuntersuchnung geodätischer Instrumente: Teil-6, Elektrooptische Distanzmesser für den Nahbereich).
Kies hiervoor een constant blijvende en gemakkelijk toegankelijke meetafstand met een bekende lengte van ca. 1 tot 5 m (bekende afstand) en voer 10 metingen met dezelfde afstand uit.
Bepaal het gemiddelde van de afwijkingen t.o.v. bekende afstand. Deze waarde moet binnen de specifieke nauwkeurigheid van het apparaat liggen.
Registreer deze waarde en leg het tijdstip voor de volgende controle vast.
Herhaal deze controlemeting met regelmatige intervallen en ook voor en na belangrijke metingen.
Plak een controlesticker op de PD 22 en documenteer de hele controleprocedure.
Zie ook de technische gegevens in de gebruiksaanwijzing en de uitleg van de meetnauwkeurigheid.
Aanbeveling:
Laat het apparaat eens per jaar door een Hilti station controleren. Neem hiervoor contact op met uw verkoopadviseur of stuur het apparaat direct naar ons reparatie-/ servicestation met het verzoek om een controle en zo nodig een certificaat voor uw documentatie.
10. Schoonhouden en onderhoud
10.1 Reinigen en drogen
– Stof van lenzen wegblazen.
– Glas niet met de vingers aanraken.
– Alleen met schone, zachte doeken reinigen; zo nodig met zuivere alcohol of wat water vochtig maken.
-AANWIJZING-
- Gebruik geen anderen vloeistoffen, omdat deze de kunststofdelen kunnen aantasten.
- Houd de temparatuurlimieten bij opslag van uw apparatuur in acht, speciaal 's zomers als u de apparatuur in een auto bewaart (-30°C tot +70°C / -22°F tot +158°F).
– Beschadigde delen vervangen.
10.2 Opslag
Nat geworden apparaten uitpakken. Instrument, transportverpakking en accessoires droog maken (bij hoogstens 40° / 108°F) en reinigen.
Apparatuur pas weer inpakken wanneer deze volkomen droog is.
Voer na langdurige opslag of langdurig transport van uw apparatuur voor het gebruik een controlemeting uit.
10.3 Transport
Gebruik voor transport of verzending van uw apparatuur de Hilti-verzenddoos of een gelijkwaardige verpakking.
-AANWIJZING-
Apparaat altijd zonder batterijen verzenden.
11. Afvoer als afval
Bij onjuiste afvoer als afval van de apparatuur kan het volgende gebeuren:
- Bij het verbranden van kunststofonderdelen ontstaan giftige gassen, waarvan mensen ziek kunnen worden.
- Batterijen kunnen exploderen en daarbij vergiftigingen, brandwonden door hitte of chemische werking, of milieuvervuiling veroorzaken als ze beschadigd of te sterk verwarmd worden.
- Bij onjuiste afvoer kunnen onbevoegden de apparatuur onjuist gebruiken. Daarbij kunnen zij zichzelf en anderen ernstig verwonden en het milieu vervuilen.
Hilti-apparaten zijn voor een groot percentage gefabriceerd uit herbruikbaar materiaal. Voor hergebruik is correcte materiaalscheiding noodzakelijk. In veel landen is Hilti er al op ingesteld om uw oude apparaat voor recycling terug te nemen. Vraag informatie hierover bij de klantenservice van Hilti of bij uw verkoop-adviseur.
Als u het apparaat zelf voor recycling gereed wilt maken, neemt u het uit elkaar voor zover dat zonder speciaal gereedschap mogelijk is.
Scheid de onderdelen als volgt:
Onderdeel/component Hoofdmateriaal Verwerking
| Huis, koffer, richttableau,draagtas kunststof kunststof-recycling |
| Elektronica, meetmodule diverse elektronisch afval |
| Schroeven, kleineonderdelen staal oud metaal |
* Gooi de batterijen volgens de nationale voorschriften weg.
12. Garantie
Hilti garandeert dat het geleverde apparaat geen materiaal- of fabricagefouten heeft. Deze garantie geldt onder de voorwaarde dat het apparaat in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van Hilti wordt gebruikt, onderhouden en gereinigd, dat aanspraken op garantie binnen 12 maanden* na de verkoopdatum (datum van de rekening) worden ingediend en dat de technische uniformiteit gehandhaafd is, d.w.z. dat er alleen origineel Hilti-materiaal, -toebehoren en -reserveonderdelen voor het apparaat zijn gebruikt. * (Voor zover er geen dwingende nationale voorschriften zijn die een langere tijdsduur voorschrijven.)
Deze garantie omvat de gratis reparatie of de gratis vervanging van de defecte onderdelen. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, vallen niet onder deze garantie.
Verdergaande aanspraak is uitgesloten voor zover er geen dwingende nationale voorschriften zijn die hiervan afwijken. Met name is Hilti niet aansprakelijk voor directe of indirecte schade ten gevolge van gebreken, verliezen of kosten in samenhang met het gebruik of de onmogelijkheid van het gebruik van het apparaat voor welk doel dan ook. Stilzwijgende garantie voor gebruik of geschiktheid voor een bepaald doel is nadrukkelijk uitgesloten.
Voor reparatie of vervanging moeten apparaat en/of betrokken delen onmiddellijk na vaststelling van het defect naar de verantwoordelijke Hilti marktorganisatie worden gezonden.
Deze garantie omvat alle garantieverplichtingen van de kant van Hilti en vervangt alle vroegere of gelijktijdige, schriftelijke of mondelinge afspraken betreffende garanties.
13. FCC-verklaring (van toepassing in de Verenigde Staten)
WAARSCHUWING:
Dit apparaat heeft in tests voldaan aan de grenswaarden die in paragraaf 15 van de FCC-bepalingen voor digitale apparaten van klasse B zijn vastgelegd. Deze grenswaarden leveren voor installatie in woongebieden een voldoenden bescherming tegen storende uitstralingen. Apparaten van dit type genereren en gebruiken hoge frequenties en kunnen deze ook uitstralen. Ze kunnen daarom storingen van de radio-ontvangst veroorzaken als ze niet volgens de instructies worden geïnstalleerd en gebruikt. Er is echter geen garantie dat er in een bepaalde installatie geen storing zal optreden. Als dit apparaat de radio- of televisie-ontvangst stoort, hetgeen kan worden vastgesteld door het apparaat aan en uit te zetten, wordt de gebruiker aanbevolen de storing op een of meer van de volgende manieren te verhelpen:
- Verander de richting of de plaats van de ontvangstantenne.
- Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
- Sluit het apparaat aan op een stopcontact in een ander circuit dan waarop de ontvanger is aangesloten.
– Vraag de leverancier of een ervaren radio/TV-monteur om hulp.
Veranderingen die niet uitdrukkelijk door Hilti zijn goedgekeurd, kunnen het recht van de gebruiker om het apparaat te gebruiken beperken.
Tekst op het product:

AVOID EXPOSURE
14. EG-conformiteitsverklaring
Product: Laser-afstandmeetapparaat
Type: PD 22
Bouwjaar: 2002
CE -conform
Wij verklaren, op onze eigen verantwoording, dat dit product voldoet aan de volgende richtlijnen en normen: DIN EN 50081-1, DIN EN 61000-6-2, DIN EN 50082-1, DIN EN 50082-2, 89/336/EEG