Handicare

Trophy 20 - Scooter de mobilité Handicare - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Trophy 20 Handicare in PDF-formaat.

📄 44 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Handicare Trophy 20 - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Trophy 20 Handicare

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Scooter de mobilité in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Trophy 20 - Handicare en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Trophy 20 van het merk Handicare.

GEBRUIKSAANWIJZING Trophy 20 Handicare

Alle rechten voorbehouden.

De verstrekte informatie mag geenszins worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze en met welke middelen dan ook (elektronisch of mechanisch), zonder voorafgaande, uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van Handicare.

De verstrekte informatie is gebaseerd op algemene gegevens aangaande de ten tijde van verschijnen bekende constructies. Handicare voert een beleid van continue product verbetering, wijzigingen zijn derhalve voorbehouden.

De verstrekte informatie is geldig voor het product in standaard uitvoering. Handicare kan derhalve niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade voortvloeiend uit de van de standaard uitvoering afwijkende specificaties van het product. Derhalve kunnen de getoonde afbeeldingen afwijken van uw confi guratie.

De beschikbare informatie is met alle mogelijke zorg samengesteld, maar Handicare kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele fouten in de informatie of voor de gevolgen daarvan. Handicare kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade voortvloeiend uit werkzaamheden die door derden zijn uitgevoerd.

De door Handicare gehanteerde gebruiksnamen, handelsnamen, handelsmerken, etc. mogen krachtens de wetgeving inzake de bescherming van handelsmerken niet als vrij worden beschouwd.

1 Voorwoord 6

1.1 Deze handleiding 6

1.2 Gebruikte symbolen in deze handleiding 6

2 Veiligheid 7

2.1 Temperatuur 7

2.2 Elektromagnetische straling en storing 7

2.3 Markeringen op de scooter 8

2.4 Technische specificities 9

2.5 Aanpassingen 9

2.6 Veiligheid 9

3 Algemene beschrijving 11

3.1 Belangrijkste onderdelen 12

3.2 De gebruiker 12

3.3 Beoogd gebruik (1) 13

3.4 Afstel- en instelmogelijkheden 13

4 Afstel- en instelmogelijkheden 14

4.1 Stoel verstellen 14

4.2 Instellen van de lendensteun (indien van toepassing) 15

4.3 Stuurkolom instellen 15

4.4 Achtervering afstellen 16

4.5 Instellen van het cijferslot op het mandje (indien van toepassing) 16

5 Gebruik van de scooter 17

5.1 Accu's opladen 17

5.2 Controle voor gebruik 17

5.3 Plaatsnemen en afstappen 18

5.4 Bediening 18

5.5 Rijden met de scooter 22

5.6 Duwen van de scooter 28

5.7 Demontage van de scooter voor opslag en/of transport 30

5.8 De scooter vervoeren 31

5.9 Opslag na gebruik 32

6 Onderhoud 33

6.1 Onderhoudstabel 33

6.2 Accu's 33

6.3 Banden 34

6.4 Reinigen van de scooter 34

6.5 Gebruikte scooters en het milieu 35

7 Problemen oplossen 36

7.1 Tabel problemen oplossen 36

8 Technische specifi caties 37

8.1 CE-verklaring 37

8.2 Trophy 20 productspecificaties 37

9 Garantie 39

9.1 Garantiebepalingen 39
9.2 Aansprakelijkheidsbepalingen 40

10 Inspectierapport 41

11 Bevoegde service en technische ondersteuning 43

1 Voorwoord

Gefeliciteerd met de keuze van uw Handicare scootmobiel. De hoogwaardige mobiliteitsproducten van Handicare dragen bij aan een grotere onafhankelijkheid en maken het dagelijkse leven gemakkelijker.

1.1 Deze handleiding

Met deze gebruikershandleiding kunt u de scootmobiel op veilige wijze gebruiken en onderhouden. De gehele gebruikershandleiding voor deze scootmobiel bestaat uit twee boekjes:

  • De algemene gebruikershandleiding (dit boekje)
  • De gebruikershandleiding van de acculader

Deze gebruikershandleiding verwijst daar waar nodig naar de gebruikershandleiding van de acculader zoals hieronder aangegeven:

Handicare Trophy 20 - Deze handleiding - 1

Acculader

Lees de gehele gebruikershandleiding (beide boekjes) zorgvuldig door, voordat u het product in gebruik neemt. Indien één van de handleidingen niet met het product meegeleverd is, neem dan direct contact op met uw dealer. Naast deze gebruikershandleiding is er ook een servicehandleiding voor de gekwalifi ceerde specialist beschikbaar.

NEEM CONTACT OP MET HANDICARE IN GEVAL VAN EEN VISUELE HANDICAP.

1.2 Gebruikte symbolen in deze handleiding

Let op!

Gebruiker attent maken op mogelijke problemen.

⚠️ Voorzichtig!

Adviezen voor gebruiker ter voorkoming van beschadigingen aan het product.

⚠ Waarschuwing!

Waarschuwingen voor gebruiker ter voorkoming van persoonlijk letsel.

Het niet met de nodige voorzichtigheid opvolgen van deze instructies kan leiden tot lichamelijk letsel of tot schade aan het product of het milieu!

2 Veiligheid

Handicare aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet volledig naleven van de veiligheidsregels en voorschriften of anderszins het gevolg is van nalatigheid tijdens het gebruik of reinigen van de scooter en eventuele accessoires. Afhankelijk van de specifi eke bedieningsomstandigheden of de gebruikte accessoires kunnen aanvullende veiligheidsvoorschriften gelden. Neem a.u.b. direct contact op met uw dealer als u een potentieel gevaar ontdekt tijdens het gebruik van het product.

2.1 Temperatuur

⚠ Waarschuwing!

Vermijd lichamelijk contact met de motor van de scooter. De motor is voortdurend in beweging tijdens het gebruik en kan hoge temperaturen bereiken. Na gebruik koelt de motor slechts langzaam af. Lichamelijk contact kan brandwonden veroorzaken.

Zorg ervoor dat de scooter niet gedurende langere tijd wordt blootgesteld aan direct zonlicht. Bepaalde onderdelen van de scooter, zoals de zitting, de rugleuning, de armleuningen en de stuurinrichting worden heet als ze te lang worden blootgesteld aan de zon. Dit kan leiden tot brandwonden of irritatie van de huid.

2.2 Elektromagnetische straling en storing

De scooter is getest om te voldoen aan de van toepassing zijnde eisen met betrekking tot elektromagnetische straling (EMC-eisen). Het immuniteitsniveau van de Trophy 20 is 20 volt/meter.

Let op!

Het kan niet worden uitgesloten dat de elektromagnetische straling afkomstig van mobiele telefoons, medische apparatuur en andere bronnen invloed heeft op de scooter.

Het kan niet worden uitgesloten dat de scooter elektromagnetische velden stoort, bijvoorbeeld van winkeldeuren, inbraakalarmsystemen en/of garagedeuropeners.

In het onwaarschijnlijke geval dat dergelijke problemen zich voordoen, wordt u verzocht dit direct aan uw dealer te melden.

Bronnen van radiogolven, zoals radio- en TV-zenders, amateurradiostations, liften, zendapparatuur, stereoradio's en mobiele telefoons kunnen elektrische rolstoelen en scooters beïnvloeden. Als de elektronica van de scooter niet goed is afgeschermd, kan dit invloed hebben op gevoelige elektrische apparaten, zoals winkelalarmsystemen en garage-openingssystemen. De scooter is hierop getest. Als problemen van deze aard optreden, gelieve deze direct aan uw dealer te melden.

De onderstaande adviezen zijn bedoeld om het onbedoeld rijden van de elektrische scooter te voorkomen, wat ernstig letsel tot gevolg kan hebben.

  1. Schakel geen handbediende apparatuur voor persoonlijke communicatie in, zoals een zenderradio of mobiele telefoon, terwijl de elektrische scooter is ingeschakeld.
  2. Kom niet te dicht in de buurt van zenderapparatuur, zoals radio- en TV-stations.
  3. Als de scooter onbedoelde bewegingen begint te maken, of als de rem in de vrijloop-/neutrale stand gaat staan, schakel dan de elektrische rolstoel of scooter uit door de contactsleutel uit het contact te halen.
  4. Wees ervan bewust dat eventuele op de scooter geïnstalleerde accessoires of onderdelen of aanpassingen aan de scooter de invloed van radiogolven kan vergroten.

Let op:

Er bestaat geen eenvoudige manier om de effecten van radiogolven op de algemene immuniteit van de elektrische rolstoel of scooter te testen.

  1. Alle gevallen waarin onbedoelde bewegingen van de scooter spontaan overgaan in de vrijloop-/ neutrale stand moet worden gemeld aan uw dealer of de scooterfabrikant. Geef aan of er in de buurt een bron van radiogolven is.

Handicare Trophy 20 - Let op: - 1

2.3 Markeringen op de scooter

Verwijder of bedek nooit de opschriften, symbolen en instructies die op de scooter zijn aangebracht. Deze veiligheidsmaatregelen moeten gedurende de gehele levensduur van de scooter aanwezig en duidelijk leesbaar blijven.

Vervang of repareer direct alle opschriften, symbolen of instructies die onleesbaar zijn geworden of beschadigd geraakt. Neem contact op met uw dealer voor hulp.

Productlabels

Het product heeft de volgende stickers en labels:

A. Hendelpositie vrijloop
B. Product-ID
C. Instructie voor transport

A. Hendelpositie vrijloop

  1. RIJ-stand: hendel in de hoogste stand: motorrem ingeschakeld, scooter kan niet worden geduwd
  2. VRIJLOOP- / NEUTRALE stand: hendel in de laagste stand: motorrem niet ingeschakeld. De scooter kan met de hand worden geduwd wanneer de elektronica is uitgeschakeld.

B. Typeplaatje

A. Model
B. Productiedatum
C. Serienummer
D. Gebruik: binnen, buiten of beide
E. Maximale belasting in kg
F. Adres fabrikant

C. Instructie voor transport (zie 5.8)

Handicare Trophy 20 - Productlabels - 1

Handicare Trophy 20 - Productlabels - 2

text_image F TYPE/TYPE/TP YEAR/MANUM/ARS PAGE SERA-ROGULARID SERIAL-HOES/DES MAX. LOAD/AR/COASTO-DIA.GEARTIGEN A B C D E

Handicare Trophy 20 - Productlabels - 3

Waarschuwing!

De scooter is niet bedoeld om gebruikt te worden als stoel in een motorvoertuig

Handicare Trophy 20 - Waarschuwing! - 1

2.4 Technische specificities

De technische specifi caties mogen niet worden gewijzigd.

2.5 Aanpassingen

Aanpassingen aan onderdelen van dit product zijn niet toegestaan.

2.6 Veiligheid

Ter voorkoming van ongevallen en ongewenste situaties is het van groot belang om aandacht te besteden aan de volgende veiligheidsvoorschriften.

Handicare Trophy 20 - Veiligheid - 1

Waarschuwing!

Let extra goed op bij het rijden op hellingen:

Verwijder nooit veiligheidsonderdelen zoals de anti-tip wielen.

Rijd de Trophy 20 nooit tegen een helling op met een hoek groter dan de richtlijnen vermeld in paragraaf 5.6 van deze handleiding.

Rijd op hellingen altijd langzaam en let extra goed op.

Rijd nooit met volle snelheid een helling af.

Rijd geen hellingen af met los grind of met een zanderig oppervlak, want een van de achterwielen kan gaan slippen.

Keer niet om op een helling.

Neem, als u een helling oprijdt, een lichaamshouding aan die de stabiliteit bevordert, zoals beschreven in paragraaf 5.6 van deze handleiding.

Ga nooit een bocht in met volle snelheid. Minder vaart voordat u een bocht instuurt

Pas op dat er geen kledingstukken los hangen. Deze kunnen tussen de wielen klem komen te zitten.

Pas op dat uw vingers niet beklemd raken in het mechanisme om de stand van de stuurkolom te wijzigen.

Uw rijgedrag moet zijn aangepast aan de omstandigheden:

Rij voorzichtig op wegen die glad zijn door regen, ijzel of sneeuw!

Rij langzamer in een drukke omgeving.

Gebruik de scooter niet op onverharde wegen.

Zorg er voor dat de Trophy 20 niet in contact komt met zout water. Zout water is bijtend en kan de scooter beschadigen.

Zorg er voor dat de Trophy 20 niet in contact komt met zand. Zand kan in de bewegende delen van de scooter terecht komen, waardoor deze onnodig snel slijten.

Rij nooit op de scooter als u onder invloed bent van drugs, alcohol of geneesmiddelen die uw rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.

Uw gezichtsvermogen moet voldoende zijn om veilig op de scooter te kunnen rijden.

Als het zicht niet optimaal is, bent u verplicht de lichten aan te zetten. De scooter heeft remlichten die oplichten als u remt.

Gebruik de richtingaanwijzers uitsluitend om een wijziging in de rijrichting aan te geven.

Gebruik de claxon uitsluitend als u voetgangers of andere weggebruikers moet waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.

Plaats nooit metalen onderdelen bovenop de accu's: dit kan kortsluiting in de accu's veroorzaken met schade tot gevolg.

Vervoer geen passagiers op de scooter: de scooter is specifi ek ontworpen om alleen u te vervoeren.

Rij de scooter niet met de rugleuning van de zitting te ver naar achteren gericht. Dit kan invloed hebben op de gewichtsverdeling en de stabiliteit aan de achterzijde van de scooter, met name bij het rijden op hellingen of over obstakels.

Zorg ervoor dat uw scooter geen grotere last vervoert dan in de mand past of zwaarder is dan 5 kg.

Gebruik de scooter nooit om een aanhanger te trekken: De scooter is hier niet voor ontworpen. Dit kan ernstige schade aan uw scooter veroorzaken.

Ga niet op de vloerplaat staan om hoog gelegen voorwerpen te pakken.

Plaats uw voeten niet te dicht bij het voorwiel en de voorvork als de scooter rijdt.

De scooter heeft een elektronische aandrijving. Bepaalde parameters zijn in de fabriek afgesteld. Deze instellingen zijn bedoeld voor een comfortabel en effi ciënt gebruik en kunnen niet worden gewijzigd.

Ga nooit op een scooter zitten als deze in de vrijloop- / neutrale stand staat.

Blijf nooit op een scooter zitten als u wordt verplaatst door een taxi, auto of het openbaar vervoer.

Pas op met ultra-violet licht: dit kan vroegtijdige slijtage veroorzaken van materialen als rubber, plastic en email.

Pas op met het gebruik van uitstekende voorwerpen op de scooter, deze kunnen schade veroorzaken aan de omgeving of de scooter zelf.

Houd de scooter uit de buurt van open vuur.

Vermijd extreme weersituaties of extreme natte omgeving en onderhoud en bewaar de scooter in schone en droge conditie

Als u een mobiele telefoon gebruikt in de buurt van een speciaal aangepaste scooter, wordt u geadviseerd om eerst de scooter uit te schakelen.

3 Algemene beschrijving

De Trophy 20-scooter is bedoeld voor een binnen-/buitenomgeving. De scooter is voldoende compact en wendbaar voor een aantal binnenomgevingen en in staat om te gaan met een aantal buitenobstakels. De Trophy 20 wordt dan ook conform de Europese eisen EN12184 geklasseerd als een scooter van klasse B.

De Trophy 20-scooter is verkrijgbaar in een 3 wiels- en 4-wielsversie.

De hoogte van de stoel is verstelbaar op de beenlengte van de gebruiker. Bij het plaatsnemen op de scooter of opstaan uit de scooter kan de stoel worden gedraaid en de armsteunen worden weg geklapt.

De stuurkolom is verstelbaar om een comfortabele rijstand mogelijk te maken.

Als men met hogere snelheid rijdt, dient men extra goed op te letten. Let vooral op uw snelheid en minder vaart . Met name op trottoirs en in voetgangerszones.

Het volgende mag men niet vergeten tijdens het gebruik van de scooter:

  • Let goed op bij het rijden op de openbare weg. Volg altijd de plaatselijke verkeersregels.
  • U bent er altijd verantwoordelijk voor dat uw scooter in perfecte werkende staat blijft, zodat de scooter veilig kan worden gereden.
  • De scooter is een technisch product. Daarom dient elke reparatie en al het onderhoud door gekwalifi ceerd personeel te worden uitgevoerd. Als er iets aan de scooter moet gebeuren, dient u contact op te nemen met uw dealer.

De vrijloophendel aan de achterkant van de Trophy 20 is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door helpers. De vrijloop- / neutrale stand mag alleen worden gebruikt wanneer er niemand op de scooter zit.

Handicare Trophy 20 - Algemene beschrijving - 1

3.1 Belangrijkste onderdelen

De scooter is of kan worden uitgerust met de volgende belangrijkste onderdelen:

A. Stoel: Dit is de zitplaats van de gebruiker.
B. Rugleuning: Ondersteunt de rug van de gebruiker.
C. Hoofdsteun: Ondersteunt het hoofd.
D. Armsteun: Ondersteunt de armen.
E. Stuurkolom: Het bedieningspaneel en alle bedieningstoetsen en -hendels bevinden zich op stuurkolom.

F. Lichten: Als men in het donker rijdt, dient men de lichten in te schakelen.

G. Richtingaanwijzers: Geeft een wijziging van de richting aan tijdens het rijden.

H. Afneembaar gemonteerd mandje: Voor vervoer van persoonlijke voorwerpen.

I. Voorwiel: Voorwiel met vering.
J. Voorbumper: Beschermt het voorwiel bij een aanrijding.

K. Achterwielen: Achterwielen met vering.

L. Anti-tip wielen: Wielen ter voorkoming van achteroverkantelen op hellingen.

M. Bevestigingspunten: Punten om scooter vast te zetten.
N. Remlichten: automatische geactiveerd bij het remmen

Verschillende elementen en onderdelen kunnen worden versteld voor optimaal zitcomfort.

3.2 De gebruiker

Uw dealer dient u duidelijke instructies te geven voordat u het product onafhankelijk bedient. U kunt de eerste testritten met de Trophy 20 scooter het beste uitvoeren onder begeleiding van een ervaren dealer.

De Trophy 20 heeft een maximumsnelheid van 12 km/u. (land specifi ek).

Handicare Trophy 20 - De gebruiker - 1

Waarschuwing!

Zorg ervoor dat u volledig bekend bent met de inhoud van deze handleiding, voordat u met de Trophy 20 gaat rijden.

Als u de scooter op onveilige wijze gebruikt, of voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoeld, aanvaardt Handicare geen enkele aansprakelijkheid voor enige persoonlijk letsel of schade aan eigendommen die is veroorzaakt door dergelijke verkeerd gebruik.

Handicare Trophy 20 - Waarschuwing! - 1

Waarschuwing!

De gebruiker van de scooter (zie 'Gebruik voor bestemd doel') is te allen tijde geheel verantwoordelijk voor de naleving van de plaatselijk geldende veiligheidsregels en -richtlijnen.

Het rijden met de scooter onder invloed van medicijnen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, is niet toegestaan.

Het rijden met de scooter zonder voldoende gezichtsvermogen is niet toegestaan.

Slechts één persoon mag tegelijkertijd in de scooter zitten.

Laat kinderen niet zonder toezicht in de scooter rijden.

3.3 Beoogd gebruik ^(1)

De Trophy 20-scooter werd ontwikkeld voor:

- Het transport van één persoon met een gewicht tot 130 kg (en optioneel tot 160 kg)

- Gebruik op trottoirs, voetpaden, fi etspaden en wegen (indien toegestaan door de landelijke verkeersregels)

- Gebruik in en rondom het huis

- De Trophy 20 mag 's nachts buiten rijden.

- De scooter is niet bedoeld voor zeer zware buitensporten.

- De scooter is niet bedoeld voor gebruik als stoel voor het vervoer in een motorvoertuig.

- De scooter is niet ontworpen voor kinderen.

- De scooter is niet bedoeld om lasten te trekken

- De scooter is niet bedoeld om meer dan een persoon te vervoeren.

- De scooter is niet bedoeld voor personen met een gewicht boven de 160 kg.

Gebruikstemperatuur -25 ° +85 °
Relatieve vochtigheid 0 %98 %
Opslagomgevings-temperatuur-40 ° +85 °
Relatieve vochtigheid 0 % 98 %

(1) Gebruik voor het bestemde doel zoals vastgesteld in EN 292-1 is het gebruik waarvoor het technische product geschikt is volgens de verklaring van de fabrikant, waarbij inbegrepen diens voorschriften in de verkoopbrochure. In geval van twijfel is dit het gebruik dan volgt uit de constructie, uitvoering en functie van het product. In het kader van gebruik voor het bestemde doel dient men ook de voorschriften in de gebruikshandleiding in acht te nemen

3.4 Afstel- en instelmogelijkheden

De Trophy 20 biedt een aantal afstel- en instelmogelijkheden die het zit- en rijcomfort verbeteren.

Afstellingen zijn vaste aanpassingen die door dealer met behulp van gereedschap gemaakt kunnen worden.

Instellingen zijn aanpassingen die door gebruiker zonder gereedschap gemaakt kunnen worden.

De volgende onderdelen kunnen worden afgesteld:

  • Stoelhoogte
    • Lengte stuurkolom
  • Achtervering

De volgende onderdelen kunnen worden ingesteld:

  • Zitpositie
  • Armleuningpositie
    • Hoogte stuurkolom

4 Afstel- en instelmogelijkheden

Hoogte van stoel afstellen (fi guur 1)

Voor een optimale zithouding kan de gehele stoel kan in hoogte worden verstel. Deze aanpassing dient te worden uitgevoerd door de dealer.

Diepte van stoel instellen (schuifsysteem) (fi guur 2)

(stoel kan licht afwijken van fi guur)

Verstel de stoeldiepte als volgt:

  • Trek hendel (A) omhoog en houd deze omhoog.
  • Schuif de stoel naar voren of naar achteren.
  • Laat de hendel los als de stoel in de gewenste stand staat. Schuif nu de stoel iets naar voren of achteren, zodat de stoel in de vergrendeling haakt.
  • Nu heeft u de diepte van de stoel versteld.

Rugleuning instellen (fi guur 3)

De hoek van de rugleuning kan worden ingesteld. Dit gebeurt als volgt:

  • Trek hendel (A) omhoog terwijl u op de stoel zit. De rugleuning komt nu vanzelf naar voren.
  • Druk de rugleuning naar achteren door achteruit te leunen, totdat u in een stand zit die u het meest comfortabel vindt.
  • Na het instellen laat u de hendel los en de rugleuning blijft staan in de stand die u heeft gekozen

Handicare Trophy 20 - Rugleuning instellen (fi guur 3) - 1

Waarschuwing!

Let goed op als u de hendel bedient terwijl er niemand op de stoel zit. De rugleuning heeft een veermechanisme, waardoor de rugleuning snel en krachtig naar voren komt.

De rugleuning kan zo worden ingesteld dat uw rug goed wordt ondersteund tijdens het rijden.

Als de rugleuning te ver naar achteren is ingesteld, zit de bestuurder minder stabiel, met name op hellingen. Rij daarom nooit uw scooter als de rugleuning ver naar achteren is ingesteld.

Handicare Trophy 20 - Waarschuwing! - 1

text_image A B Trophy 20 UM 05

Figuur 1

Handicare Trophy 20 - Waarschuwing! - 2

De armsteunen worden als volgt ingesteld:

- De draaiknoppen (A) voor het aanpassen van de hoogte van de armleuningen bevinden zich aan de onderkant van de armleuningen.

Hoofdsteun instellen (indien van toepassing)

De hoofdsteun kan op verschillende hoogten worden ingesteld.

De hoogte van de hoofdsteun wordt als volgt ingesteld:

  • Druk het plastic knopje, waar de hoofdsteun in de stoel zit, in en beweeg tegelijkertijd de hoofdsteun naar de gewenste hoogte of verwijder de hoofdsteun indien dit gewenst is.
  • Laat nu het knopje los en beweeg de hoofdsteun een beetje totdat deze vergrendeld is in een van de standen.

4.2 Instellen van de lendensteun (indien van toepassing)

De lendensteun kan worden ingesteld door knop A in de meest comfortabele positie (Figuur 5) te draaien.

4.3 Stuurkolom instellen

De stuurkolom kan worden afgesteld, zodat u comfortabeler rijdt en gemakkelijker kan plaatsnemen of afstappen (fi guur 6).

De lengte van de stuurkolom kan door de dealer als volgt worden ingesteld:

• Draai de schroef (A) met de inbussleutel los (5 mm)
• Stel de lengte in (a-richting)
- Draai schroef A vast

De stuurkolom wordt de gebruiker als volgt ingesteld:

- Trek met één hand hendel (B) naar boven, terwijl u met de andere hand de stuurkolom naar u toe trekt totdat deze zich in de meest comfortabele positie bevindt.

- Laat de hendel weer los. Laat vervolgens de stuurkolom los.

Handicare Trophy 20 - Stuurkolom instellen - 1

Waarschuwing!

Wees voorzichtig bij het afstellen van de stuurkolom en zorg dat uw vingers niet klem komen te zitten.

Handicare Trophy 20 - Waarschuwing! - 1

Voor een optimaal veercomfort kan de achtervering afgesteld worden. Deze aanpassing dient te worden uitgevoerd door de dealer.

4.5 Instellen van het cijferslot op het mandje (indien van toepassing)

De code is af-fabriek ingesteld op 0-0-0.

Instellen van de code (fi guur 7)

  1. Verwijder de knop (1) met behulp van een klein, scherp voorwerp.
  2. Verplaats de vrijgekomen knop (2) in de richting van de wieltjes.
  3. Houd de knop in deze positie vast en stel uw persoonlijke code in door aan de wieltjes te draaien.
  4. Onthoud deze code.
  5. Laat de knop los: uw code is ingesteld.
  6. Duw de knop (1) stevig terug in zijn positie.
  7. Om de mand te ontgrendelen en los te maken, verplaatst u de knop naar 'open'.

Handicare Trophy 20 - Instellen van de code (fi guur 7) - 1

5 Gebruik van de scooter

Om het rijden mogelijk te maken, wordt in deze handleiding voor eigenaren het volgende beschreven:

  • Opladen van de accu's
  • Controle voor gebruik
    • In -en uitstappen (overstappen)
  • Bediening
    • Rijden met de scooter
  • De scooter duwen
  • Demontage voor opslag en/of transport
    • Vervoeren van de scooter
  • Opslag na gebruik

5.1 Accu's opladen

Raadpleeg de volgende documentatie over het opladen van de accu's: regelgeving met betrekking tot accu's. Gebruikershandleiding voor de acculader, of de voorschriften op de acculader (Acculader)

De scooter gebruik gelaccu's die helemaal zijn afgesloten en geen onderhoud nodig hebben.

Bij normaal gebruik moeten de accu's elke nacht worden opgeladen. Dit dient als volgt te gebeuren:

• Schakel de scooter uit.
- Steek de stekker van de oplaadkabel in de oplaadaansluiting. Zie 'Oplaadaansluiting'.
- Steek de stekker van de acculader in het stopcontact.
- Zet de acculader aan (indien er een aan/uit knop op uw oplader zit).

Let op!

Gebruik alleen maximaal 8 A-acculaders.

Als de accu's zijn opgeladen, moet u:

  • De acculader uitzetten, indien van toepassing.
  • De acculader uit het stopcontact halen.
  • De acculader loskoppelen van de oplaadaansluiting op de scooter.
    De scooter is nu klaar voor gebruik.

Let op!

Verwijder altijd de oplaadkabel als de accu's zijn opgeladen. Op deze manier voorkomt u dat de accu's langzaam leeglopen.

Gebruik van de accu's

Om de meest optimale prestatie uit uw accu's te halen is het aan te bevelen om nieuwe accu's 15-20 laad-ontlaadcycli te laten ondergaan met maximaal 3 dagen tussen iedere cyclus. Dit kan door de accu's pas weer op te laden wanneer deze onder de 50% zijn ontladen.

5.2 Controle voor gebruik

Elke keer dat men met de scooter wil gaan rijden, dient men eerst de volgende controles uit te voeren:

  • Controleer of de instellingen van de stoel zijn vergrendeld.
  • Controleer of alle lichten en richtingaanwijzers goed werken, zowel voor als achter.
  • Controleer of de banden voldoende spanning hebben. Zie ‘Productspecifi caties’ (2,5 bar vóór, 3,5 bar achter).
  • Met slecht opgepompte banden wordt het rijden minder gemakkelijk en minder aangenaam.
  • Met slecht opgepompte banden verbruikt de scooter meer stroom en raken de accu's sneller leeg.
  • Slecht opgepompte banden veroorzaken onnodige slijtage aan de banden.

- Controleer of de accu's voldoende zijn opgeladen: dit is aangegeven door het groene gedeelte van de accu-indicator. Zie 'Bedieningspaneel'

⚠ Waarschuwing!

's Winters hebben accu's een lagere capaciteit. Bij lichte vorst daalt de capaciteit tot circa 75%, en bij een temperatuur onder -5 graden, daalt de capaciteit tot circa 50% van de normaal capaciteit. Hierdoor wordt het bereik van de scooter kleiner.

  • Controleer of de vrijloophendel in de rijstand staat. Zie hoofdstuk 5.7.
  • Controleer of de remmen goed werken. Zie 'Rijden met de scooter'.

Zodra de scooter niet meer voorspelbaar reageert, dient u direct de gashendels los te laten en de scooter volledig tot stilstand te laten komen. Haal de contactsleutel uit het bedieningspaneel en steek deze weer in om de scooter opnieuw te starten. Als alles in orde is, kan de scooter worden bereden.

5.3 Plaatsnemen en afstappen

(stoel kan licht afwijken van fi guur)

Handicare Trophy 20 - Plaatsnemen en afstappen - 1

Waarschuwing!

Voordat u plaatsneemt of afstapt, moet de scooter zijn uitgeschakeld, door de contactsleutel te verwijderen, en de automatische parkeerrem moet zijn ingeschakeld.

Voordat u in- of afstapt, kunt u de armsteun omhoog klappen en de stoel zijwaarts draaien.

Plaatsnemen (fi guur 8):

  • Duw de hendel van de stoelvergrendeling (A) naar voren en draai de stoel een kwartslag naar links of rechts. Als u de hendel van de stoelvergrendeling loslaat, vergrendelt de stoel automatisch: de hendel klikt vanzelf terug.
  • Nu kunt u plaatsnemen op de stoel.
  • Draai de stoel terug op de hierboven beschreven manier.

Als de stoel weer naar de normale stand wordt gedraaid, klikt de stoel automatisch vast. Hierdoor kan de stoel niet spontaan gaan draaien tijdens het rijden.

De stoel heeft opklapbare armsteun, zodat u zijwaarts kunt plaatsnemen of afstappen. Controleer na het plaatsnemen of afstappen altijd of de armsteunen weer naar beneden zijn geklapt.

Voor het afstappen voert u dezelfde handelingen uit, maar in omgekeerde volgorde.

5.4 Bediening

De scooter heeft de volgende bedieningselementen (fi guur 9)

A. Bedieningspaneel met alle bedieningsknoppen
B. Hendel voor het verstellen van de hoek van de stuurkolom.
C. Oplaadaansluitpunt. Zie 'Accu's opladen'.
D. Vooruit- of achteruithendels
E. Hendels voor richtingaanwijzers
F. Contactsleutel
G. Rem

Handicare Trophy 20 - Bediening - 1

Het bedieningspaneel is uitgerust met de meest geavanceerde technologie en biedt betrouwbare en nuttige functies voor de bediening van uw scooter:

A. Richtingaanwijzerhendels, links en rechts*
B. Accu-indicator
C. Snelheidsregelaar
D. Indicator voor alarmlichten richtingaanwijzers
E. Claxonknop*
F. Indicator voor lampen
G. Schakelaar voor alarmlichten
H. Achteruitschakelaar voor het gaspedaal (indien van toepassing)

I. Keuzeschakelaar weergavemenu
J. Cruise control-schakelaar (indien van toepassing)

K. Rechter gashendelkeuzeschakelaar (indien van toepassing)

L. Linker gashendelkeuzeschakelaar (indien van toepassing)

M. Lichtschakelaar

N. Noodstopschakelaar (indien van toepassing)

O. Veilige helling-alarmindicator

P. Lichtsensor

Q. Contactsleutel

R. Actieve gashendelindicator (indien van toepassing)

S. Scherm

*Deze knoppen zijn zowel links als rechts op het bedieningspaneel aangebracht.

A. Richtingaanwijzerhendels, links/rechtsAls u de hendel beweegt (aan de linker- of rechterkant) begint het richtingaanwijzerlicht te knipperen om aan te geven dat u van rijrichting wilt veranderen:·Beweeg de linkerhendel naar beneden of de rechterhendel naar boven om linksaf te slaan·Beweeg de linkerhendel naar boven of de rechterhendel naar beneden om rechtsaf te slaan.Er klinkt een piepsignaal wanneer de richtingaanwijzer aan staat (indien geprogrammeerd). Om de richtingaanwijzers uit te schakelen, drukt u nogmaals op dezelfde hendel in dezelfde richting of wacht u 12 seconden.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 2B. Accu-indicatorDe accu-indicator geeft een algemene indicatie van de toestand van de accu’s. De accu’s zijn volledig opgeladen als alle lampjes oplichten. Als de accu leeg raakt, gaan de lampjes een voor een uit en worden rood als het echt kritiek wordt. De indicatielampjes geven het accuvoltage aan dat beschikbaar is voor de regeleenheid. Het is normaal dat de onderste indicatielampje uit gaat als de scooter accelereert. Dit komt omdat er tijdelijk extra vermogen nodig is, wat leidt tot een daling in de beschikbare spanning. Deze kortstondige daling is geen waarheidsgetrouwe indicatie van de accucapaciteit. Als de scooter voor het eerst wordt gestart, kan de accu-indicator aangeven dat de accu’s volledig zijn opgeladen, ook al is dit niet het geval. Dit is een eigenschap van de accu’s. Daarom geldt dat de meest accurate indicatie van het niveau van de accu wordt verkregen als men op een vlak oppervlak rijdt.Als de RED lampjes op de accu-indicator branden, dan is het belangrijk dat de accu’s zo snel mogelijk weer worden opgeladen. Zorg er voor dat de accu’s nooit helemaal leeg raken; dit verkort de levensduur van de accu’s en kan de accu’s beschadigen. Wanneer de lampjes voortdurend bewegen, geeft dit aan dat de accu’s worden opgeladen. De accu-indicator geeft ook foutmeldingen door van de controller. De dealer kan met behulp van deze foutcodes het probleem analyseren.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 3C. SnelheidsregelaarMet deze knop kunt u in 10 stappen de gewenste maximale snelheid voor uw scooter instellen. Als u de knop met de klok meedraait, wordt de maximumsnelheid verhoogd. Als u de knop tegen de klok indraait, wordt de maximumsnelheid verlaagd. Stel de snelheidsregelaar in voordat u gaat rijden. Pas de maximumsnelheid aan de omgeving en de verkeerssituatie aan (aan een beperkte hoeveelheid ruimte of een kamer vol met mensen, bijvoorbeeld).
Handicare Trophy 20 - Bediening - 4D. Indicator voor alarmlichten/richtingaanwijzers
Handicare Trophy 20 - Bediening - 5E. ClaxonknopAls u een van de claxonknoppen indrukt, klinkt er een waarschuwingssignaal om anderen waarschuwt voor een gevaarlijke situatie.De claxon blijft klinken zo lang u de knop ingedrukt houdt.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 6F. Indicator voor lampenDeze indicator wordt geactiveerd wanneer de verlichting wordt ingeschakeld.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 7Handicare Trophy 20 - Bediening - 8G. Schakelaar voor alarmlichtenAls u op deze toets drukt, schakelt u de alarmlichten in.U dient de alarmlichten te gebruiken als u bang bent dat u niet wordt gezien door het overig verkeer, of als u stilstaat vanwege een storing.Als u nogmaals op deze toets drukt, schakelt u de alarmlichten weer uit. Er klinkt een pieptoon als de alarmlichten worden ingeschakeld (indien geprogrammeerd).H. Achteruitschakelaar voor gaspedaal (indien van toepassing)Knop om van richting te veranderen wanneer een gaspedaal is geïnstalleerd. Na het uitschakelen van de scooter met de sleutel of na een noodstop, is de standaardrichting altijd vooruit.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 9I. Keuzeschakelaar weergavemenuKnop om het weergavemenu te wisselen tussen snelheidsweergave, reisafstand en algehele afstand. Wanneer deze knop langer dan 2 seconden in de stand voor de reisafstand wordt gehouden, wordt deze waarde gereset.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 10J. Cruise control-schakelaar (indien van toepassing)Sleutel om cruisecontrol te activeren en de snelheid in te stellen op de huidige rijsnelheid vooruit. Het scherm geeft CC aan als de cruise control is ingeschakeld.Hij wordt automatisch uitgeschakeld als de rem, de noodstop, het gaspedaal, de gaskeuzeschakelaar of de CC-schakelaar worden gebruikt.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 11K. Rechter gashendelkeuzeschakelaar (indien van toepassing)Knop om handmatig het rechter gaspedaal te selecteren/activeren wanneer ook andere gashendels zijn geïnstalleerd. Dit wordt ook aangegeven op het scherm. Dit is altijd actief na het inschakelen van de scooter.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 12L. Linker gaspedaalkeuzeschakelaar (indien van toepassing)Knop om handmatig de linker gashendel te selecteren/activeren wanneer ook andere gashendels zijn geïnstalleerd. Dit wordt ook aangegeven op het scherm.
ITS Intelligent Throttle Switch (indien van toepassing)Nadat u de scooter hebt ingeschakeld, wordt de eerste gashendel die wordt gebruikt actief. Om over te schakelen naar de andere gashendel, hoeft u gewoon de andere gashendel te bedienen en de momenteel actieve gashendel wordt binnen de 2 seconden vrijgegeven. ITS is alleen mogelijk als vooruit wordt gereden.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 13M. LichtschakelaarAls u deze knop éénmaal indrukt, schakelt u het voor- en achterlicht in. Als u nogmaals op deze knop drukt, schakelt u de lichten weer uit.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 14N. Noodstopschakelaar (indien van toepassing)Druk op de noodstopknop om hem in te schakelen. De scooter stopt meteen met rijden en de alarmlichten worden ingeschakeld. Om deze functie uit te schakelen moet de knop tegen de klok in worden gedraaid en de scooter uit en weer in worden geschakeld.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 15O. Veilig helling-alarmindicatorDit indicatielampje gaat branden wanneer een helling te steil is en de veilige-hellingspecificatie overschrijdt. Het advies is om uit veiligheidsoverwegingen niet verder te rijden op deze helling en zeer voorzichtig terug te rijden, zoals aangegeven in paragraaf 5.6.
P. LichtsensorDeze sensor regelt de helderheid van het scherm automatisch. Daglicht → helder. Duisternis → gedimd.
Handicare Trophy 20 - Bediening - 16Handicare Trophy 20 - Bediening - 17Q. ContactsleutelDe contactsleutel moet in het contact worden gestoken en omgedraaid om de scooter in te schakelen. Alle functies van de Trophy 20 werken uitsluitend als de contactsleutel in het contact is gestoken, met uitzondering van de verlichting en de alarmlichten. De alarmlichten en lampen kunnen altijd worden bediend, zelfs wanneer de contactsleutel niet in het contact is gestoken. Wanneer de contactsleutel in het contact is gestoken en de scooter wordt geruime tijd niet gebruikt, klinkt na 20 minuten een piepsignaal.R. Actieve gashendelindicator (indien van toepassing)Geeft aan welke gashendel actief is wanneer er meer dan één is geïnstalleerd. In het geval er slechts één gassysteem is geïnstalleerd of het gaspedaal actief is, worden de indicatoren geactiveerd.
CC999^Kmh_Mph S. SchermHet scherm toont gebruikersinformatie zoals snelheid, reisafstand van de reis in een resolutie van 0,1 km of M en totale afstand in een resolutie van 1 km of M. Het geeft ook de eenheden (km/h of Mph) aan en of de cruise control is geactiveerd door CC weer te geven. Knipperende waarden betekent dat de achterwaartse richting voor het gaspedaal actief is. De helderheid van het scherm verandert automatisch naargelang de omgeving.

Inschakelen

De scooter wordt als volgt ingeschakeld (fi guur 10):

- Steek de contactsleutel zo ver mogelijk in het contact (A) en draai hem linksom naar de 1 die de INGESCHAKELDE stand aangeeft.

De scooter wordt als volgt uitgeschakeld (fi guur 10)

- Draai de contactsleutel zover mogelijk rechtsom naar de 0 die de UITGESCHAKELDE stand aangeeft. Haal de sleutel uit het contact (A).

Oplaadaansluiting

- De oplaadaansluiting (A) bevindt zich op de stuurkolom, onder het bedieningspaneel (fi guur 11). Dit is het punt waarop de acculaderkabel kan worden aangesloten.

Alle elektronica moet zijn uitgeschakeld tijdens het opladen van de accu's. Verwijder de contactsleutel alvorens u de accu's oplaadt.

5.5 Rijden met de scooter

Voordat u met de scooter gaat rijden, dient deze optimaal te zijn aangepast aan uw persoonlijke behoeften. Nadat u alle controles heeft uitgevoerd, kunt u plaatsnemen op de scooter. Zie 'Plaatsnemen en afstappen'. Nu kunt u gaan rijden. Als bestuurder van de scooter moet u niet vergeten dat andere mensen u wellicht niet altijd opmerken. Let altijd goed op de mensen en het verkeer om u heen.

Handicare Trophy 20 - Rijden met de scooter - 1

Vooruit- en achteruit rijden (fi guur 12)

Vooruit rijden met vingerbediening:

  • Schakel de scooter in. Zie 'Inschakelen'
  • Trek langzaam met uw vingers aan het onderste deel van de gashendel. Hoe verder u die uittrekt, hoe sneller u rijdt.

Achteruit rijden met vingerbediening:

  • Schakel de scooter in. Zie 'Inschakelen'
  • Trek langzaam met uw vingers aan het bovenste deel van de gashendel. Hoe verder u die uittrekt, hoe sneller u rijdt.

Rijden met het gaspedaal (fi guur 13):

  • Schakel de scooter in (zie inschakelen).
  • De scooter begint altijd in voorwaartse richting.
  • Druk langzaam op het gaspedaal. Hoe verder u dat indrukt, hoe sneller u rijdt.
  • Voor achteruit rijden drukt u op de knop voor de achterwaartse rijrichting. Nu stromen de waarden op het scherm.
  • Druk nogmaals op deze knop om de voorwaartse richting te selecteren.

Automatisch vooruit rijden (indien van toepassing)

De scooter kan automatisch rijden via cruisecontrol. Als de knop voor cruisecontrol wordt ingedrukt, blijft de scooter rijden tegen de huidige snelheid. De cruisecontrol wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de schakelaar voor achteruit, de schakelaar voor cruisecontrol, de gashendel rechts of links, de noodstop, de rem of de gasknop wordt ingedrukt

Handicare Trophy 20 - Automatisch vooruit rijden (indien van toepassing) - 1

Waarschuwing!

Controleer goed dat achter u de weg vrij is voordat u achteruit gaat rijden.

De maximumsnelheid voor achteruit rijden is de helft van de maximumsnelheid voor vooruit rijden.

Met de snelheidsregelaar kunt u de maximale snelheid in 10 stappen instellen voor zowel vooruit- als achteruitrijden.

Handicare Trophy 20 - Waarschuwing! - 1

Remmen en stoppen bij het vooruit of achteruit rijden (fi guur 14)

  • Wanneer de gashendel langzaam wordt losgelaten, remt de Trophy 20 af en komt tot stilstand.
  • Tijdens het afremmen lichten de remlichten automatisch op.
  • Als u plotseling moet stoppen tijdens het rijden, moet het gas onmiddellijk worden losgelaten en/of de handrem gebruikt.
  • Zodra de scooter tot stilstand is gekomen, wordt automatisch de parkeerrem ingeschakeld.
  • Als extra beveiliging is de handrem uitgerust met een parkeerremfunctie. Deze moet ook worden gebruikt als de scooter zich in de vrijloop-/neutrale stand bevindt. Zie paragraaf 5.7.
  • In een noodgeval kan de optionele noodstopschakelaar worden ingedrukt. De scooter maakt dan een noodstop (fi guur 15). Na gebruik van de noodstopknop draait u deze knop rechtsom om hem terug uit te trekken (zoals aangeduid op de noodstopknop) en moet de contactsleutel worden uitgeschakeld en terug ingeschakeld om verder te rijden.

Let op!

U kunt de remmen activeren door de rijhendel ineens los te laten.

Als u met hoge snelheid rijdt, dient u extra voorzichtig te zijn, vooral op trottoirs en in voetgangerzones. In dat geval is het raadzaam om een lagere maximumsnelheid in te stellen met de snelheidsregelaar.

Steek geen straat over totdat u goed overweg kunt met de scooter en de bedieningsinstrumenten.

Bochten

De hoek om gaan; links of rechts afslaan

- Als u het stuur naar links of rechts draait, verandert de scooter van richting en zal hij naar links of naar rechts gaan rijden.

Handicare Trophy 20 - Bochten - 1

Waarschuwing!

Als u een bocht maakt, dient u altijd eerst goed te kijken en de richtingaanwijzer te gebruiken.

Neem een bocht altijd met een veilige snelheid, d.w.z. met minder vaart.

Handicare Trophy 20 - Waarschuwing! - 1

De beperkingen gelden alleen wanneer de vering correct is aangepast conform de gewichtsspecificaties. Neem contact op met uw dealer voor het instellen.

Handicare Trophy 20 - Waarschuwing! - 2

bar | Speed Limit | Maximum Speed (kg) | Angle (%) | | :--- | :--- | :--- | | 50 kg - max. 13° | 13 | 23 | | 75 kg - max. 12° | 12 | 21 | | 100 kg - max. 11° | 11 | 19 | | 125 kg - max. 10° | 10 | 18 | | 160 kg - max. 9° | 9 | 16 |

Figuur 16 Standard versie en Alpine versie

Hellingen

  • Hoewel de Trophy 20 een maximum gewicht van 160 kg kan dragen, is het belangrijk dat de volgende veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen bij het rijden op hellingen.
  • Als u een helling oprijdt, moet u een bepaalde lichaamshouding aannemen die uw stabiliteit vergroot. Dit doet u door uw bovenlichaam naar voren te leunen terwijl u de helling oprijdt. Hierdoor wordt de scooter stabieler. De rijhouding voor betere stabiliteit is hiernaast afgebeeld. Daarnaast mag de rugleuning van de scooter nooit te ver in een achteruitleunende stand staan en moet de stoel naar voren zijn geschoven.
  • Het is niet toegestaan met de scooter tegen hellingen op te rijden met een hellingsgraad van meer dan in onderstaande tabel is weergegeven.

⚠ Waarschuwing!

Leef deze voorschriften na. Dit niet doen kan leiden tot instabiliteit van de scooter de scooter kan omvallen, wat kan leiden tot persoonlijk letsel en/of schade aan uw scooter.

Instructies voor omhoog rijden op helling

  • Neem de lichaamshouding voor betere stabiliteit aan door met uw bovenlichaam iets naar voren te leunen. Hierdoor wordt uw scooter stabieler. U kunt uw positie nog verder verbeteren door de stoel meer naar voren te schuiven.
  • Rij de helling met halve snelheid omhoog.
  • Houdt een constante snelheid aan terwijl u de helling oprijdt.
  • Vermijd plotselinge en schokkende bewegingen, zoals ineens remmen of optrekken.
  • Verander niet van richting en probeer niet om te keren als u een helling oprijdt.
  • U dient recht tegen de helling op te rijden. Probeer niet om te keren en/of diagonaal tegen de helling op te rijden.
  • Probeer nooit op een helling te rijden als er mogelijke gevaren zijn, zoals hellingen bedekt met sneeuw, ijzel, gemaaid gras of natte bladeren.
  • Als u merkt dat de snelheid van de scooter aanzienlijk afneemt bij het oprijden van

een helling, wordt u aangeraden om een route te nemen die minder steil is. Dit om te voorkomen dat de motor oververhit raakt,

- Als u te lang tegen een helling oprijdt, kan de motor oververhit raken.

- De elektronica schakelt dan uit om een defecte motor te voorkomen.

- Haal de contactsleutel uit het contact en laat de motor even afkoelen.

- Waar mogelijk wordt altijd aangeraden om een minder steile route te kiezen.

⚠ Waarschuwing!

Als u zich niet aan deze voorschriften houdt, kan uw scooter instabiel worden en kantelen. Dit kan tot persoonlijk letsel en/of schade aan uw scooter leiden.

Hellingen afrijden (fi guur 17)

Rij bij het van hellingen afrijden zo langzaam mogelijk en met de grootst mogelijke beheersing.

Handicare Trophy 20 - Hellingen afrijden (fi guur 17) - 1

Waarschuwing!

Draai de snelheidregelaar geheel naar links (laagste snelheid) voordat u een helling af rijdt.

Leun met uw bovenlichaam iets naar achteren, en als u remt, rem dan heel rustig. Als u te snel remt, kan de scooter voorover kantelen.

Obstakels (fi guur 18)

Over obstakels rijden

  • Rijd recht op de stoeprand of ander obstakel af, en stop als het voorwiel het obstakel bijna aanraakt.
  • Duw nu de rijhendel in en rij de stoep op, zonder van richting te veranderen.
  • Zodra het voorwiel op de stoep is, moet u dezelfde snelheid houden zodat de achterwielen ook op de stoep kunnen komen.
  • Als het u niet lukt om de stoep op te rijden, zoek dan een plaats waar de stoeprand minder hoog is.
  • Obstakels moeten altijd in een rechte hoek worden genaderd (fi guur 19).
  • Het wordt altijd aangeraden om de voor voertuigen verlaagde stoepranden te gebruiken in plaats van tegen de hoge stoeprand op te rijden.
  • Rijd niet over obstakels heen die hoger zijn dan 5 cm.

Handicare Trophy 20 - Obstakels (fi guur 18) - 1

Waarschuwing!

Oefen met lage obstakels en bouw geleidelijk de hoogte van de obstakels op, totdat u over obstakels met de maximum hoogte kunt rijden. Gun uzelf genoeg tijd hiervoor.

Van obstakels afrijden

  • Wees uiterst voorzichtig als u van obstakels afrijdt.
  • Rijd recht naar de stoeprand toe en stop vlak voor de stoeprand.
  • Druk voorzichtig de rijhendel in en laat de scooter langzaam van de stoep afrijden, zonder van richting te veranderen.

Handicare Trophy 20 - Van obstakels afrijden - 1

Van een trap of treden afrijden is niet toegestaan. Dat is uitermate gevaarlijk. De scooter is uitgerust met antikiep-wieltjes voor extra stabiliteit en veiligheid. Het kan voorkomen dat deze wieltjes een obstakel raken als u er vanaf rijdt.

Zorg ervoor dat de achterwielen van de scooter niet op ongelijke hoogte staan. Dit maakt de scooter onstabiel.

Automatisch uitschakelen bij overbelasting

  • Haal de contactsleutel uit het contact en laat de motor afkoelen.
  • Verkeerd gebruik kan ook onnodige storingen en schade aan de scooter veroorzaken.

Uitschakelen

Na elke rit dient de scooter volledig te worden uitgeschakeld: hiermee voorkomt u dat de accu's onnodig leeg raken en weer moeten worden opgeladen.

⚠ Waarschuwing!

Haal altijd de contactsleutel uit het contact als u de scooter niet rijdt, zelfs als u van plan bent om op de scooter te blijven zitten als deze is geparkeerd. Hiermee voorkomt u dat u de scooter ongewild in beweging brengt als u per ongeluk de rijhendel aanraakt.

Parkeren

Verwijder na geparkeerd te hebben de contactsleutel uit het contact zodat het voor iemand anders niet mogelijk is om uw Trophy 20 zonder uw toestemming te gebruiken. Nadat de scooter is uitgeschakeld (de contactsleutel is uit het contact verwijderd) blijft de scooter op de parkeerrem staan, zelfs als de accu's worden verwijderd. Als de scooter in de vrijloop/neutraal stand staat, staat de scooter NIET op de automatische handrem!

⚠ Waarschuwing!

Als de scooter op een helling wordt stilgezet, dient de automatische parkeerrem te worden ingeschakeld. Om deze reden moet u de vrijloophendel nooit in vrijloop- / neutraal stand zetten wanneer u op een helling staat.

5.6 Duwen van de scooter

In geval van een storing of als de accu's te weinig stroom hebben om de scooter te laten rijden, kan de scooter ook met de hand worden geduwd.

Het duwen van de scooter kan handig zijn bij parkeren of het wegzetten van de scooter in een kleine ruimte.

  • Zet de scooter uit door de contactsleutel uit het contact te halen.
  • Zet de vrijloophendel in de vrijloop-/neutrale stand.

⚠ Waarschuwing!

Zorg ervoor dat er niemand op de scooter zit voordat u dit doet

Als de scooter te snel wordt geduwd, wordt via een ingebouwd veiligheidsmechanisme automatisch de motorrem ingeschakeld, waardoor de scooter vaart mindert.

De scooter in de vrijloop- / neutrale stand (fi guur 20)

Opdat de Trophy 20 kan worden geduwd, moet de automatische parkeerrem als volgt worden uitgeschakeld:

- Druk de vrijloophendel, die zich aan de rechterkant van de motorkap op de achterzijde bevindt, in de vrijloop-/neutrale stand (B). Hierdoor wordt de automatische parkeerrem uitgeschakeld. De automatische parkeerrem van de Trophy 20 kan weer worden ingeschakeld door de vrijloophendel weer in de rijstand (A) te zetten.

Voorzorgsmaatregelen in de vrijloop- / neutrale stand

De scooter is uitgerust met een unieke veiligheidsvoorziening die voorkomt dat de scooter te snel wegrolt wanneer hij in de vrijloop- / neutrale stand staat. Als de scooter begint te rollen in de vrijloop- / neutrale stand, remt de motorrem automatisch de scooter af totdat hij tot stilstand komt.

⚠ Waarschuwing!

Zorg ervoor dat de vrijloophendel in de rijstand staat voordat u op de scooter gaat zitten.

Ga nooit op de scooter zitten als de scooter in de vrijloop- / neutrale stand staat.

Raak de vrijloophendel NOOIT aan tijdens het rijden.

Raak de rij- / gashendel niet aan als u de vrijloophendel bedient.

De vrijloophendel mag alleen worden gebruikt wanneer de scooter moet worden geduwd. Door de scooter in de vrijloop- / neutrale stand te zetten, wordt de motor mechanisch ontkoppeld, als gevolg waarvan de automatische parkeerrem niet meer werkt. Daarom is het belangrijk dat het de hendel meteen worden teruggezet in de rijstand nadat de scooter is geduwd, zodat de automatische parkeerrem opnieuw wordt ingeschakeld.

Zet de scooter NOOIT in de vrijloop- / neutrale stand wanneer hij op een helling geparkeerd staat. De scooter zal dan door de zwaartekracht de helling afrollen.

Gebruik altijd de extra handmatige parkeerrem wanneer de scooter in de vrijloop / neutrale stand staat.

Handicare Trophy 20 - ⚠ Waarschuwing! - 1

Wanneer de Trophy 20 in de vrijloop- / neutrale stand staat:

  • Is het niet mogelijk om met de scooter te rijden.
  • De elektronica kan worden ingeschakeld, maar de motor kan de scooter niet aandriiven.

Daarom dient in deze situatie de elektronica te worden uitgeschakeld.

De volgende stappen moeten worden genomen om weer met de Trophy 20 te kunnen rijden:

  • Zet de vriiloophendel in de riistand.
  • Zet de scooter aan door de contactsleutel in het contact te steken.

5.7 Demontage van de scooter voor opslag en/of transport

De Trophy 20 kan uit elkaar worden gehaald zodat hij in een kleine ruimte kan worden opgeslagen of in een kleine auto vervoerd. Gedemonteerd neemt de scooter minder plaats in. Neem de volgende stappen om uw Trophy 20 uit elkaar te halen.

De stoel verwijderen (fi guur 21)

(stoel kan iets afwijken van de fi guur)

De stoel wordt als volgt verwijderd:

  • Ontgrendel het draaimechanisme van de stoel door de vergrendelingshendel naar voren te duwen.
  • Til de stoel van de stoelpoot af.
  • De stoel kan eenvoudig worden opgetild wanneer deze tijdens het tillen iets gedraaid wordt.
  • Als u de rugleuning volledig inklapt, wordt de omvang van de stoel kleiner, waardoor het makkelijker wordt om de stoel van de stoelpoot te tillen.

Inklappen van de stuurkolom (fi guur 22 en 23)

De stuurkolom kan als volgt worden ingeklapt:

- Trek hendel (A) naar beneden en trek tegelijkertijd de stuurkolom naar beneden.

⚠ Waarschuwing!

Wees voorzichtig bij het inklappen van de stuurkolom, zorg er voor dat u vingers niet beklemd raken.

Optillen en inladen

  • Wij raden u aan om altijd iemand te laten helpen bij het inladen van de gedemonteerde scooter.
  • Bij het inladen van de gedemonteerde scooter in een auto moet u ervoor zorgen dat de vrijloophendel aan de achterkant van de scooter in de rijstand is gezet.

Handicare Trophy 20 - Optillen en inladen - 1

  • Controleer als de scooter is ingeladen, controleer of de accu's goed vastzitten met hun riemen.
  • Het is uw verantwoordelijkheid dat alle onderdelen van de gedemonteerde scooter goed vast zitten in de auto en geen gevaar vormen in geval van een botsing.

5.8 De scooter vervoeren

De volgende richtlijnen moeten in acht worden genomen bij het vervoer van de Trophy 20 in geheel gemonteerde toestand met een auto die geschikt is voor dit doel:

⚠ Waarschuwing!

Als de scooter in de auto moet worden getild, til de scooter dan nooit aan de plastic kappen en probeer de scooter niet alleen te tillen. Als uw scooter volledig gemonteerd in een auto past, gebruik de scooter dan NIET als passagiersstoel binnen de auto. U moet in een normale autostoel gaan zitten, zelfs wanneer de betreffende auto is aangepast voor het vervoer van scooters. De reden hiervoor is dat de Trophy 20 niet hetzelfde niveau van veiligheid kan bieden als een normale autostoel, ongeacht hoe goed de scooter ook is vastgezet in de auto.

Nadat u de scooter in de auto hebt gezet, moet u controleren of de scooter niet in de vrijloop- / neutrale stand staat.

De scooter heeft bevestigingspunten aan de achter- en onderkant (aan de voorkant van het platform, zie fi guur 24). De bevestigingspunten zijn uitsluitend bedoeld om bevestiging makkelijker te maken. Wij wijzen er op dat gedemonteerde scooteronderdelen die niet zijn bevestigd in een voertuig schade kunnen veroorzaken als het voertuig abrupte bewegingen maakt.

Handicare Trophy 20 - ⚠ Waarschuwing! - 1

5.9 Opslag na gebruik

Wanneer de scooter niet in gebruik is, moet hij op een droge plaats worden opgeslagen waar hij niet is blootgesteld aan de weersomstandigheden.

• Laad de accu's volledig op
- Haal de accukabels (fi guur 25) los of laad de accu's regelmatig op
• Reinig de scooter en droog hem af (zie 6.3)
• Zorg ervoor dat de banden de juiste spanning hebben (zie 6.2)

Let op!

Let op! Plaats de scooter niet in direct zonlicht. Onder dergelijke omstandigheden kunnen bepaalde delen van de scooter zo heet worden dat ze brandwonden kunnen veroorzaken. Tijdens de opslag moet de omgevingstemperatuur niet lager dan -20 °C of hoger dan +65 °C zijn.

Handicare Trophy 20 - Let op! - 1

Voor optimale prestaties, duurzaamheid en levensduur van uw scooter dient deze regelmatig te worden onderhouden door uw dealer.

Hieronder hebben wij aangegeven wat moet worden gecontroleerd, hoe vaak dit moet gebeuren, en wie de controle moet uitvoeren.

Tijd Omschrijving Gebruiker
Dagelijks Accu'sopladen na elke volledige dag van gebruik X
Wekelijks Bandenspanning controleren X
Lekkende olie onder de scooter controleren X
Maandelijks Scooter reinigen (zie reinigingsprocedure) X
Stoffering reinigen (indien nodig) X
Om de drie maandenHet draaisysteem van de stoelen smeren: hiervoor moet de stoel worden verwijderd. Zie ‘Stoel verwijderen’. Lithiumvet wordt aanbevolenX

Het onderhoud dat u zelf kunt uitvoeren is vermeld in bovenstaande tabel. Het is raadzaam dat uw dealer minstens jaarlijks een inspectiebeurt van uw scooter uitvoert. Zie inspectieschema in hoofdstuk 10. Als de scooter intensief wordt gebruikt, moet het onderhoud zesmaandelijks worden uitgevoerd. In principe raden wij aan om uw dealer al het onderhoud te laten uitvoeren.

Handicare Trophy 20 - Let op! - 2

Waarschuwing

Als u gelekte olie onder uw scooter ontdekt, dient u direct uw dealer te waarschuwen. Ga dan niet met uw scooter rijden.

6.2 Accu's

Zie de volgende documentatie voor het onderhoud van accu's:

• Geldende regelgeving betreffende accu's
- De gebruikershandleiding voor de acculader of de aanwijzingen op de acculader (Acculader)

De scooter is voorzien van gelaccu's. Deze accu's hebben een volledig afgesloten behuizing en behoeven geen onderhoud. Op een sticker is aangegeven hoe de accu's moeten worden aangesloten. Deze sticker bevindt zich aan de binnenkant van de kap van het accucompartiment.

Handicare Trophy 20 - Accu's - 1

Waarschuwing!

Zorg er voor dat de accu's altijd goed zijn opgeladen.

Gebruik de scooter niet als de accu's bijna leeg zijn. Dit kan de accu's beschadigen en u loopt het risico dat u onverwachts tot stilstand komt.

Zorg er voor dat de accu's nooit geheel leeg raken! Dit kan de accu's ernstig beschadigen en hun levensduur verkorten.

Het gebruik van 'natte' accu's is niet toegestaan. Als de accu's moeten worden vervangen, dient men gelaccu's te gebruiken.

Accu's vervangen

Als de capaciteit van de accu's kleiner wordt en de rolstoel nog maar korte ritjes kan maken, zijn de accu's aan het einde van hun levensduur. De accu's moeten dan vervangen worden. Raadpleeg hiervoor de dealer.

Handicare Trophy 20 - Accu's vervangen - 1

Waarschuwing!

Neem contact op met uw dealer: uw dealer weet precies welke accu's het meest geschikt zijn voor uw scooter en hoe u de accu's moet vervangen.

Zodra de nieuwe accu's op hun plaat zitten, moeten ze worden opgeladen en 'ingewerkt' Zie 5.1 'Accu's opladen'.

Zie 6.5 'Gebruikte scooters en het milieu' voor de juiste manier om accu's te verwijderen.

De accu's reinigen

Gelaccu's behoeven geen onderhoud. Maar u kunt wel op de volgende zaken letten:

  • Zorg dat de accu's schoon en droog blijven: vuil en water kunnen een lek veroorzaken, waardoor de capaciteit van de accu's wordt verlaagd.
  • Reinig de accupolen en vet deze vervolgens in met zuurvrije vaseline.

6.3 Banden

Voor het goed functioneren van de scooter is het van groot belang dat de banden op de juiste spanning worden gehouden.

De banden oppompen

De banden zijn uitgerust met een autobandventiel. U kunt de banden door uw dealer laten oppompen of bij uw plaatselijke tankstation. U kunt ook zelf de banden oppompen met behulp van een hand- of voetpomp. Verwijder voor het oppompen van de banden het dopje van het ventiel. Als de banden niet voldoende zijn opgepompt, kan het bereik van de scooter verminderen en slijt het loopvlak van de banden sneller. Zie voor de juiste bandenspanning 'Productspecifi caties'.

Handicare Trophy 20 - De banden oppompen - 1

Waarschuwing!

Bij het oppompen van banden nooit de maximaal aanbevolen bandenspanning overschrijden die staat vermeld op de banden (2,5 bar voor en 3,5 bar achter).

Vergeet nooit om het ventieldopje terug te plaatsen na het oppompen van de banden. Het ventieldopje voorkomt dat vuil en zand het ventiel binnendringen,

Zie voor het controleren van de banden de 'onderhoudstabel'.

Neem contact op met uw dealer om lekke banden te repareren.

6.4 Reinigen van de scooter

Droog vuil verwijderen

De stoffering, metalen delen en frameonderdelen kunnen meestal gemakkelijk worden schoongemaakt met een droge zachte doek.

Modder en/of ander vochtig vuil verwijderen

Delen die vuil zijn geworden door vochtig vuil kan men het beste eerst met een vochtige doek reinigen en vervolgens met een droge zachte doek.

Stoffering

Reinigen met een vochtige doek. Nadat het vuil is verwijderd dient men de gereinigde delen droog te maken met een zachte droge doek.

Handicare Trophy 20 - Stoffering - 1

Waarschuwing!

Gebruik nooit bijtende schoonmaakmiddelen. Deze kunnen de scooter beschadigen. Gebruik geen organische oplosmiddelen zoals thinner en nafta voor chemisch reinigen of brandspiritus.

Spuit of giet geen water op uw scooter.

Wees voorzichtig met water bij het elektronisch systeem.

Stoffering: niet chemisch reinigen, strijken of centrifugeren.

6.5 Gebruikte scooters en het milieu

Bij normaal gebruik en met voorgeschreven onderhoud is de verwachte levensduur van de scooter ongeveer zeven jaar.

Handicare Trophy 20 - Gebruikte scooters en het milieu - 1

Indien uw scooter overbodig is of aan vervanging toe is, kan deze meestal na overleg door uw dealer worden teruggenomen. Mocht dit niet mogelijk zijn, informeer dan bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor hergebruik of milieuvriendelijke verwerking van de gebruikte materialen.

Voor de productie van de scooter is gebruik gemaakt van diverse kunststoffen en metalen. Bovendien bevat de scooter elektronische componenten die tot het elektronisch afval behoren. De accu's behoren tot het chemisch afval.

7 Problemen oplossen

Als uw Trophy 20 niet werkt, terwijl de accu's wel volledig zijn opgeladen, kunt u zelf de volgende zaken controleren voordat u contact opneemt met uw dealer.

  1. Controleer of alle accuklemmen stevig op de juiste plaats zijn bevestigd
  2. Controleer of de vrijloophendel in de rijstand staat (en niet in de vrijloop- / neutrale stand).

7.1 Tabel problemen oplossen

Als uw scooter niet rijdt, of niet naar behoren rijdt, neem dan eerst de volgende lijst van mogelijke problemen door voordat u contact opneemt met uw dealer. Wellicht kunt u het probleem zelf oplossen..

Probleem Mogelijke oorzaak Actie Persoon dieactie neemt
Scooter kan niet ingeschakeld wordenDe accuklemmen zijn niet goed bevestigd.Controleer de accuklemmen. Gebruiker
Ingeschakelde scooter kan niet rijdenDe aansluitingkabels in het motorcompartiment zijn niet correct op het besturingsmechanisme aangesloten, of zitten los.Controleer de aansluitkabels en zorg dat deze goed zijn aangesloten op het besturingsmechanisme.
De scooter staat in de vrijloop-/ neutrale stand.Zet de vrijloophendel in de rijstand en verwijder de contactsleutel uit het contact. Plaats de sleutel opnieuw in de scooter om hem te starten.
De handrem staat erop Haal dehandrem los Gebruiker
De noodstopknop is geactiveerdDeactiveer de noodstopknop Gebruiker
Scooter rijdt erg langzaamDe accuspanning is te laag. •Controleer de accuspanning. Zie ‘accu-indicator’• Laad de accu’s gedurende acht uur op.• Controleer of de acculader goed werkt
Snelheidsregelknop staat op langzame (meest linkse) standDraai de snelheidsregelknop naar rechts
De motor is oververhit. Haal conttactsleutel uit contact en laat de scooter afkoelen.

Soms kan het probleem worden verholpen door de scooter even uit te schakelen en vervolgens weer aan te zetten.

Als u het probleem niet aan de hand van bovenstaande lijst kunt verhelpen, dient u contact op te nemen met uw dealer..

8 Technische specificities

8.1 CE-verklaring

Handicare Trophy 20 - CE-verklaring - 1

Het product voldoet aan de bepalingen van de richtlijn voor Medische Hulpmiddelen en is aldus voorzien van CE marking.

Goedkeuring

Het product voldoet aan de volgende eisen:

• EN12184; 2009 Elektrisch aangedreven rolstoelen en scooters, klasse B.
- ISO7176-8 Eisen voor impact-, statische- en vermoeiingssterkte.
- ISO7176-9 Klimaattesten voor elektrische rolstoelen en scooters.
- ISO7176-14 Eisen en testmethoden voor controllersystemen van elektrisch aangedreven rolstoelen.
• ISO7176-16 Eisen aan weerstand tegen ontbranding.

Het product is EMC (Elektro Magnetische Compatibiliteit) goedgekeurd volgens EN12184. (2009)

8.2 Trophy 20 productspecifi caties

Model Trophy 20 3 wielen (3W)Trophy 20 4 wielen (4W)
Maximale gebruikersgewicht 160 kg
Omschrijving 3W 4W
Totale lengte mm 1265 1265
Totale breedtemm 660 660
Minimale hoogte*mm 740*740*
Totaal gewicht zonder accu'skg92102
Totaal gewicht inclusief accu's (74 Ah C20)kg140 150
Gewicht zwaarste onderdeelkg7080
Statische stabiliteit naar beneden°>13>13
Statische stabiliteit naar boven°>13>13
Statische stabiliteit zijwaarts°>13>13
Actieradius (ISO 7176-4)**km4545
Dynamische stabiliteit (max. veilige helling)°99
Maximumsnelheid voorwaartskm/u6 / 126 / 12
Rughoek, Captain-seat°0 / 103 / 1260 / 103 / 126
Zitdiepte, Captain-seatmm 445 445
Zitbreedte, Captain-seatmm 457 457
Rughoogte(excl hoofdsteun), Captain-seatmm 406 406
Zithoogte (tot voetplaat), Captain-seat***mm350 / 450 / 535350 / 450 / 535
Hoogte armsteun, Captain-seatmm 229 / 273229 / 273
Afstand tussen armsteunen, Captain-seatmm 457 - 610457 - 610
Rughoek, Master Seat°45 / 85 / 18045 / 85 / 180
Zitdiepte, Master Seatmm 430 430
Omschrijving 3W 4W
Zitbreedte, Master Seat mm 500 500
Rughoogte(excl hoofdsteun), Master Seat mm 550 550
Zithoogte (tot voetplaat) Master Seat*** mm 350 / 425 / 535 350 / 425 / 535
Hoogte armsteun, Master Seat mm 150 / 340 150 / 340
Afstand tussen armsteunen, Master Seat mm 500 500
Draaicirkel (ISO 7176-5) mm 1030 1600
Keerbreedte mm 1460 1810
Obstakelhoogte (max.gebruikersgewicht) mm 80 80
Bodemvrijheid (max.gebruikersgewicht / geladen)mm 7070
Kracht voor bediening
Bedienen van rijhendel<20 [N]
Opnieuw instellen automatische zekering (stroomonderbreker)<60 [N]
Elektronische schakelaars<13,5 [N]
Insteken oplaadstekker<60 [N]
Technische wielgegevens
Diameter voorwiel (3W) mm 320 x 60
Diameter voorwiel (4W) mm 320 x 60
Diameter achterwielenmm 360 x 80
Bandenspanning 4W, voorbar2,5
Bandenspanning 4W, achterbar3,5
Bandenspanning 3W, voorwielbar2,5
Bandenspanning 3W, achterwielbar3,5
Accu's
Maximum afmetingen accu's (Ixbxh)mm (inches)262 x 173 x 211
Max. accucapaciteit C20Ah74
Max. accucapaciteit C5Ah63
Maximum toegestane oplaadstroomAmpère8 RMS

* Hoogte van de stuurkolom, ingeklapt, stoel niet meegerekend

** Bereik afhankelijk van gewicht van de gebruiker, staat van de banden, type terrein, staat van de accu en de weersomstandigheden met 74 Ah (C20)

*** Zithoogte < 450 mm (Captain Seat) en < 425 mm (Master Seat) vereist een verhoogde voetplaat.

9 Garantie

9.1 Garantiebepalingen

In de garantie en aansprakelijkheidsbepalingen worden de volgende termen als volgt gedefi nieerd:

  • Product: de door Handicare gefabriceerde en geleverde handbewogen of elektrische rolstoel of scooter.
  • Klant: de persoon die rechtstreeks een product bij Handicare betrekt.
  • Dealer: de persoon die een product dat bij Handicare is betrokken, aan derden levert.
  • Gebruiker: de persoon die gebruik maakt van een product dat is vervaardigd door Handicare.

Ongeacht wat is bepaald betreffende de garantievoorwaarden in de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op het product, geldt in ieder geval het volgende met betrekking tot de garantie:

  1. Behalve voor zover anders vermeld in de onderstaande bepalingen, garandeert Handicare de geschiktheid van het product voor het doel waarvoor het product bestemd is - al deze punten zoals beschreven in deze handleiding – en garandeert Handicare de kwaliteit van het materiaal waarvan het product is gemaakt en de wijze waarop het product is geproduceerd.

  2. Reparatie of vervanging van onderdelen van het product die nodig zijn als gevolg van fouten die zijn gebaseerd op kwalitatief gebrekkig materiaal of fabricagefouten worden kosteloos uitgevoerd, zolang deze gebreken optraden binnen een (1) jaar na de leveringsdatum van het product aan de Klant. De te vervangen onderdelen moet franco naar Handicare worden verzonden. Demontage of montage van deze onderdelen vindt plaats op kosten van de Klant. Daarom komen de volgende gevallen niet in aanmerking voor gratis reparatie of vervanging als bedoeld in de vorige zin:

A. Reparatie of vervanging die nodig is in verband met gebreken die zijn ontstaan na meer dan een (1) jaar vanaf de datum van levering van het product aan de Klant;

B. Reparatie of vervanging die nodig is in verband met defecten als gevolg van ondeskundig of onzorgvuldig gebruik van het product of die zijn gebaseerd op het feit dat het product is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, in welk verband van toepassing is dat, indien de klant een dealer is, deze Dealer Handicare zal vrijwaren tegen eventuele claims van Gebruikers of andere derden voor gebreken op basis van een onjuist of onzorgvuldig gebruik van het product;
C. Onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn en de noodzaak tot reparatie of vervanging van de onderdelen het daadwerkelijke gevolg is van normale slijtage.

  1. Ongeacht het onder 2 bepaalde, voor zover het een elektrische product betreft, is van toepassing dat met betrekking tot de accu die deel uitmaakt van het product, alleen garantie wordt gegeven in geval van storingen of het niet-functioneren van de accu wanneer dit aantoonbaar het directe gevolg is van materiaal- of fabricagefouten. Een storing of niet-functioneren van de accu als gevolg van normale slijtage valt niet onder de garantie zoals bedoeld in deze garantiebepalingen. Evenmin onder de garantie vallen gebreken of niet-functioneren die het gevolg zijn van oneigenlijk of ondeskundig gebruik van het product of de accu die deel uitmaakt van het product, met inbegrip van het onjuist opladen van de accu en het onvermogen om tijdig en correct onderhoud uit te voeren, in welk verband ook van toepassing is dat indien de Klant een Dealer is, deze Dealer Handicare vrijwaart tegen eventuele claims van Gebruikers of andere derden die zijn gebaseerd op het hierboven genoemde oneigenlijk of onoordeelkundig gebruik van het product of de accu die deel uitmaakt van het product.

  2. De garantievoorwaarden zoals vermeld in de bovenstaande bepalingen vervallen in ieder geval indien:

A. De richtlijnen van Handicare voor het onderhoud van het product niet of onvoldoende zijn opgevolgd;
B. Een noodzakelijke reparatie of

vervanging van onderdelen is gebaseerd op verwaarlozing, beschadiging of misbruik van het product of een gebruik van het product voor een ander doel dan dat waarvoor het was bestemd;

C. Onderdelen van het product vervangen zijn door onderdelen van andere herkomst dan die welke Handicare gebruikt en/of onderdelen van het product zijn vervangen zonder de toestemming van Handicare.

  1. De garanties, zoals vermeld in de bepalingen 1 tot 3 vervallen ook in het geval van hergebruik door een nieuwe gebruiker binnen de garantieperiode en wanneer dergelijk hergebruik aanpassingen aan het product vereist en die aanpassingen niet zijn uitgevoerd op aanwijzing van en/of in opdracht van Handicare.

  2. Om de rechten conform de hierboven omlijnde garanties te behouden, moet de Klant in het geval van schade of andere calamiteiten, zo snel mogelijk contact opnemen met Handicare en Handicare zo veel mogelijk informatie verstrekken. De mogelijkheid om beroep te doen op de hierboven genoemde garantievoorwaarden vervallen voor de klant in ieder geval na 20 werkdagen na de datum van het incident of de calamiteit die de basis vormen voor het beroep op garantie.

  3. De vervanging van een onderdeel of de reparatie of revisie van het product binnen een garantieperiode verlengen de garantieperiode niet.

  4. Handicare biedt geen garantie op reparatie of revisie van het product die worden uitgevoerd anders dan in opdracht van en/of op aanwijzing van Handicare. Indien reparaties en/of revisies worden uitgevoerd door of namens een Klant, zal de Klant Handicare vrijwaren met betrekking tot claims van derden die, in de breedste zin van het woord, het gevolg zijn van dergelijke reparaties of revisies.

9.2 Aansprakelijkheidsbepalingen

Ongeacht wat is bepaald met betrekking tot aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op het product, geldt in ieder geval het volgende met betrekking tot de aansprakelijkheid:

  1. Rekening houdend met de volgende bepalingen, aanvaardt Handicare slechts aansprakelijkheid voor schade door dood of lichamelijk letsel die het gevolg is van een gebrek in het product waarvoor Handicare verantwoordelijk is en voor schade aan een ander object dat het privé-eigendom is van de gebruiker van het product, zolang de genoemde schade het directe gevolg is van een fout in het product.

  2. Handicare aanvaardt geen andere of verdere aansprakelijkheid dan die welke omlijnd onder 1. In het bijzonder aanvaardt Handicare geen enkele aansprakelijkheid voor gevolgschade, in welke vorm dan ook.

10 Inspectierapport

Voor volledige garantie dient u uw scooter regelmatig te laten onderhouden. Laat iedere inspectiebeurt aftekenen in onderstaande schema's.

Jaarlijkse inspectie
1234567
Elektronica
Aan/uit knop
Aansluiting
Bediening
Rem
Programmeerbare instellingen
Accu's
Niveau
Aansluitingen
Capaciteitstest
Wielen en banden
Bandenprofi el
Druk
Lagers
Wielmoeren
Motoren
Kabels
Lawaai
Aansluitingen
Rem
Borstels
Chassis
Toestand
Besturing
Zitting
Stoel
Rugleuning
Armsteunen
Elektrisch
Kabelsets
Aansluitingen
Verlichtingssysteem
Test
Vooruit
Achteruit
Noodstop
Draaien naar links
Draaien naar rechts
Helling omhoog / omlaag
Hindernis
Rem
Lijst met benodigde reparaties:
Overdrachtsinspectie 1ste jaarlijkse inspectie 2000 km
Dealerstempel / datum / handtekening Dealerstempel / datum / handtekening
2de jaarlijkse inspectie 4000 km 3de jaarlijkse inspectie 6000 km
Dealerstempel / datum / handtekening Dealerstempel / datum / handtekening
4de jaarlijkse inspectie 8000 km 5de jaarlijkse inspectie 10000 km
Dealerstempel / datum / handtekening Dealerstempel / datum / handtekening
6de jaarlijkse inspectie 12000 km
Dealerstempel / datum / handtekening Dealerstempel / datum / handtekening

11 Bevoegde service en technische ondersteuning

In geval van problemen of vragen betreffende dit product, gelieve contact op te nemen met uw dealer. Voor informatie over een dealer bij u in de buurt kunt u contact opnemen met Handicare:

Handicare Handicare B.V.Vossenbeemd 1045705 CL, HelmondNederland
Stempel dealer:

Dealer:

Serienummer:

Handicare Trophy 20 - Bevoegde service en technische ondersteuning - 1

handicare

Handicare B.V.

Vossenbeemd 104

5705 CL Helmond

The Netherlands

T +31 (0)492 593 888

F +31 (0)492 537 931

www.handicare.com

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Handicare

Model : Trophy 20

Categorie : Scooter de mobilité