IDK674 - Verwarming Pelgrim - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IDK674 Pelgrim in PDF-formaat.
| Type product | Inductiekookplaat |
| Merk | Pelgrim |
| Model | IDK674 |
| Afmetingen (L x B) | 644 x 522 mm |
| Inbouwdiepte | 43 mm |
| Zaagmaat (L x B) | 560 x 490 mm |
| Aansluitwaarde | 7400 W (2 fasen) |
| Netspanning | 230 V ~ 50 Hz |
| Aantal kookzones | 4 |
| Vermogen kookzones | Linksvoor: 3,7 kW (∅210 mm), Linksachter: 2,2 kW (∅145 mm), Rechtsachter: 3,0 kW (∅180 mm), Rechtsvoor: 3,0 kW (∅180 mm) |
| Functies | Boost, Kookautomaat, Smelt-/warmhoudfunctie, Pauze, Kinderslot, Kookwekker/Eierwekker, Pandetectie, Restwarmte-indicatie |
| Bediening | Aanraaktoetsen |
| Veiligheid | Temperatuurbeveiliging, Kookduurbegrenzing, Oververhittingsbeveiliging, Automatische uitschakeling |
| Materiaal kookplaat | Glaskeramiek |
| Reiniging | Mild reinigingsmiddel, glasschraper voor hardnekkige resten |
| Geschikte pannen | Inductiegeschikt, vlakke bodem, minimaal ∅12 cm, Class Induction aanbevolen |
| Installatie | Vaste aansluiting, minimaal 2,5 mm² aderdoorsnede (2 fasen), omni-polaire schakelaar vereist |
| Garantie | Zie garantiekaart |
| Reparatie | Alleen door erkend installateur, servicetelefoon via www.pelgrimservice.nl |
| Energie-efficiëntie | Inductie: hoog rendement, geen warmteverlies |
Veelgestelde vragen - IDK674 Pelgrim
Gebruikersvragen over IDK674 Pelgrim
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IDK674 - Pelgrim en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IDK674 van het merk Pelgrim.
GEBRUIKSAANWIJZING IDK674 Pelgrim
Het toestel-identifi catieplaatje bevindt zich aan de onderkant van het toestel. The appliance identifi cation card is located on the bottom of the appliance.
Plak hier het toestel identifi catieplaatje. Stick the appliance identifi cation card here.
Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling, het complete typenummer bij de hand. When contacting the service department, have the complete type number to hand.
Adresson on telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op do garantieksart. You will find the addresses and phone numbers of the service organisation on the guarantee card.

Handleiding - Manual
NL
Handleiding 3 - 38
GB
Manual 39-74
Gebruikte pictogrammen - Pictograms used

Belangrijk om te weten - Important information

Tp
1 Uw inductiekookplaat
1.1 Inleiding 4
1.2 Bedieningspaneel 5
1.3 Beschrijving 6
1.4 Veiligheidsvoorschriften 7 - 9
2 Gebruik
2.1 Even wennen 10 - 11
2.2 Pannen 12 - 13
3 Bediening
Instellen 14 - 24
4 Koken
4.1 Gezond koken 25
4.2 Kookstanden 26
5 Onderhoud
Reinigen 27
6 Storingen
6.1 Algemeen 28
6.2 Storingstabel 28 - 29
7 Installatievoorschrift
7.1 Waar u op moet letten 30 - 32
7.2 Elektrische aansluiting 33 - 34
7.3 Inbouwen 35
8 Bijlage
8.1 Afvoeren toestel en verpakking 36
8.2 Vermogens- en inbouwtabel 37
1 Uw inductiekookplaat

1.1 Inleiding
Deze inductiekookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.
Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.
Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.
In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductie kookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.
De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst. Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Veel kookplezier!
1.2 Bedieningspaneel
Type IDK674/IDK884

Type IDK995

- Warmhouden/smelten met indicatielampjes
- Indicatie kookwekker zone linksvoor
- Tijd verlagen toets
- Indicatie eierwekker
- Tijd ophogen toets
- Indicatie kookwekker zone rechtsvoor
- Boost met indicatielampje
- Vermogen verlagen zone linksvoor
- Vermogen verhogen zone linksvoor
- Bediening overige kookzones
- (Kinder)slot met indicatielampje
-
Aan-/uittoets met indicatielampje
-
Pauze met indicatielampje
- Standen-indicatie zone rechtsvoor
- Standen-indicatie zone rechtsachter
- Standen-indicatie zone linksachter
- Kookzoneaanduiding zone linksvoor
- Standen-indicatie zone linksvoor
- Indicatie kookwekker zone rechtsachter
- Tijdsindicatie kook-/eierwekker
- Indicatie kookwekker zone linksachter
- Indicatie kookwekker zone rechtsmidden
- Standen-indicatie zone rechtsmidden
1 Uw inductiekookplaat

1.3 Beschrijving

1.4 Veiligheidsvoorschriften
1.4.1 Waar u op moet letten
Inductiekoken is uiterst veilig. De kookplaat is uitgerust met diverse beveiligingen zoals restwarmte-signalering en kookduurbegrenzing. Toch is er net als bij elk toestel een aantal zaken waar u op moet letten.

1.4.2 Aansluiten en reparatie
- Alleen een erkend installateur mag dit toestel aansluiten.
- Open nooit de behuizing van het toestel. Alleen een servicetechnicus mag het toestel openen.
- Maak het toestel spanningsloos voordat met de reparatie wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te nemen, de (automatische) zekering(en) uit te schakelen of de schakelaar in de meterkast op nul te zetten bij een vaste aansluiting.

1.4.3 Tijdens gebruik
• Gebruik het toestel niet beneden 5 °C.
- Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het alleen voor het bereiden van gerechten.
- Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt, zult u een 'nieuwigheidsluchtje' ruiken. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf.
- Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld.
- Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Houd natuurlijke ventilatieopeningen open.
- Let op dat pannen niet droog koken. De kookplaat zelf is beveiligd tegen oververhitting, de pan wordt echter zeer heet en kan beschadigd raken. Schade door droogkoken valt buiten de garantie.
- Gebruik het kookvlak niet als opslagplaats.
- Zorg voor enkele centimeters afstand tussen de onderkant van de kookplaat en de inhoud van een lade.
• Leg geen brandbare voorwerpen in een lade onder de kookplaat.
- Zorg ervoor dat snoeren van elektrische apparaten, zoals van een mixer, niet in aanraking komen met de hete kookzone.
- De kookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik ook een tijd warm. Laat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken.
1 Uw inductiekookplaat


- Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. Ga niet te dicht bij de pan staan. Wanneer olie vlam vat, het vuur nooit doven met water. Leg onmiddellijk een deksel op de pan en schakel de kookzone uit.
- Flambeer nooit onder de afzuigkap. Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde afzuigkap.
- De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op valt, kan er een breuk ontstaan.
- Gebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer. Schakel het toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos om elektrische schokken te voorkomen en bel de servicedienst.
- Leg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels, deksels van pannen of bestek, op de kookzone. Deze kunnen zeer snel heet worden en brandwonden veroorzaken.
- Houd tijdens het gebruik magnetiseerbare voorwerpen (creditcards, bankpasjes e.d.) uit de buurt van het toestel. Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hart - specialist te raadplegen.
- Gebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreiniger voor het reinigen van de kookplaat.
- Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door hulpbehoevenden, kleine kinderen en/of personen met gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij goede begeleiding krijgen of geïinstrueerd zijn in het veilig gebruiken van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Zodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt automatisch de kookactiviteit. Wen uzelf er echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.
- Een klein voorwerp, zoals een te kleine kookpan (kleiner dan 12 cm), een vork of een lepel, wordt door de kookplaat niet als een kookpan gedetecteerd. De display van de zone knippert met de ingestelde stand en de kookplaat wordt niet ingeschakeld.
- Het apparaat is niet bedoeld om te worden bediend door middel van een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem.
1 Uw inductiekookplaat

1.4.4 Temperatuurbeveiliging
- Elke kookzone is voorzien van een sensor. Deze sensor controleert ononderbroken de temperatuur van de bodem van de kookpan en van de onderdelen van de kookplaat om elk risico op oververhitting, bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan, te vermijden. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookzone/kookplaat automatisch verlaagd of schakelt de kookzone/kookplaat helemaal uit.
1.4.5 Kookduurbegrenzing
Als een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd aan is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.
Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookstand De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na: | |
| 1 8,5 uur | |
| 2 6,5 uur | |
| 3 5 uur | |
| 4 4 uur | |
| 5 3,5 uur | |
| 6 3 uur | |
| 7 2,5 uur | |
| 8 2 uur | |
| 9 1,5 uur | |
| u 2 uur | |
| U 2 uur | |
Als bovengenoemde tijd verstreken is schakelt de kookzone automatisch uit.
| Kookstand De kookzone wordt automatisch naar stand 9 geschakeld na: |
| boost (P) 10 minuten |
2.1 Even wennen
2.1.1 Werking van de aanraaktoetsen
Het bedienen van de kookplaat door middel van de aanraaktoetsen is even wennen als u andere bediening gewend bent. Leg uw vingertoppen plat op de toetsen voor het beste effect. U hoeft niet hard te drukken.
De aanraaksensoren zijn zodanig ingesteld dat deze alleen reageren op de druk en het formaat van vingertoppen. De kookplaat is niet te bedienen met andere voorwerpen en zal bijvoorbeeld niet inschakelen als uw huisdier over de kookplaat loopt.
2.1.2 Inductiekoken
- Inductiekoken is snel
° In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven.
• Het vermogen past zich aan
Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is.

Geen warmteverlies en de handgrepen blijven koud bij inductiekoken.

Let op
- Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.
- Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.
- Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies voorkomen.

2.1.3 Werking inductie
In het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.

De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.
- Comfortabel
De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.
- Snel
Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost evenveel tijd als koken op een andere kookplaat.
- Schoon
° De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.
- Veilig
° De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander.
Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.
2.2 Pannen
Pannen voor inductiekoken
Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.

Let op
- Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met:
° een dikke bodem van minimaal 2,25 mm;
° een vlakke bodem.
- Het beste zijn pannen met het "Class Induction" keurmerk.

Tip
- Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.
| Geschikt Ongeschikt | |
| Speciale roestvrijstalen pannen Aardewerk | |
| Class Induction Roestvrijstaal | |
| Solide geëmailleerde pannen Porselein | |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen Koper | |
| Kunststof | |
| Aluminium | |
Let op
- Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen: - op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de pan te droog is; - door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.


Let op
Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
- Minimale pandiameter
De minimale pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.
- Snelkookpannen
Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
Instellen
3.1.1 Inschakelen en vermogen instellen
Het vermogen is in te stellen in 9 standen. Daarnaast is er nog een 'boost' stand, te herkennen aan een 'P' in de display (zie pagina 16; 'Boost').
-
Zet een pan op een kookzone.
-
Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat. Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elke kookzone verschijnt '0.'. Het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets ① brandt constant. Wanneer u geen verdere actie onderneemt, schakelt de kookzone na 10 seconden vanzelf uit.
-
Stel met de of — toets van de gewenste kookzone de gewenste stand in. De kookplaat start automatisch in de ingestelde stand (als er een pan gedetecteerd wordt).
° Drukt u de eerste keer op de + toets, dan verschijnt stand '4.'.
° Drukt u de eerste keer op de — toets, dan verschijnt stand '9.'.



Tip
U kunt de — of + toets ingedrukt houden om sneller het gewenste vermogen in te stellen.
- Pandetectie
Indien de kookplaat na het instellen van een kookvermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, zal in het display het pandetectiesymbool om en om met de gekozen vermogensstand blijven knipperen en de kookzone blijft koud. Indien er binnen 1 minuut geen (ijzerhoudende) pan geplaatst wordt, schakelt de kookzone automatisch uit (zie ook pagina. 12 en 13

° Na intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone heet is, blijft er een 'H.' in de display staan.

3 Bediening
3.1.2 Kookautomaat
Met de kookautomaat functie wordt het vermogen tijdelijk opgehoogd (stand '9.') om de inhoud van de pan sneller op temperatuur te brengen. Deze functie werkt bij alle vermogensstanden behalve de 'boost' stand en stand '9.'.
De kookautomaat inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone.
- Stel met de + toets van de gewenste kookzone stand 'A.' in (deze volgt na stand '9'). In de display knippert 'A.' om en om met stand '9.'.


Tip
Een snelle manier om stand 'A.' te bereiken is door met de — toets stand '9.' in te stellen en dan eenmaal op de + toets te drukken voor stand 'A.'.
- Stel met de - of + toets de gewenste vermogensstand in.
Wanneer u bijvoorbeeld vermogensstand 4 kiest, ziet u om en om stand '4.' en 'A.' in de display. (Let op: na 10 seconden werkt de — toets als uitschakel toets).
- Wanneer de pan op temperatuur is schakelt de kookautomaat uit en gaat de kookzone verder op de ingestelde vermogenstand.
In onderstaande tabel ziet u de duur van de kookautomaat per vermogensstand:
| Stand 1 2 3 4 5 6 7 8 | |||||||
| Seconden 40 72 120 1 | 76 256 432 | 120 192 |
De kookautomaat uitschakelen
De kookplaat is ingeschakeld. In de display knippert 'A.' om en om met een vermogensstand.
-
Druk op de — toets van de kookzone. In de display verschijnt een andere vermogensstand, 'A.' knippert niet meer. Óf:
-
Stel stand '9.' in. Óf:
-
Druk gelijktijdig op de - en + toets van de kookzone.
In de display verschijnt stand '0.', 'A.' knippert niet meer en de kookzone is uitgeschakeld.
3 Bediening
3.1.3 Boost
De 'boost' functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.
De boost functie inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone.
-
Druk op de P toets. (Dit kan ook als er al een vermogen is ingesteld).
-
Druk op de of + toets van de gewenste kookzone. In de display verschijnt 'P.'. De boost functie wordt direct actief.

Indien er niet op de — of + toets gedrukt wordt knippert het rode lampje rechtsboven de Poets gedurende 3 seconden en gaat daarna uit. Er klinkt een enkel geluidssignaal.
De boost functie uitschakelen
De boost functie is ingeschakeld, in de display is 'P.' zichtbaar.
- Druk op de toets.
In de display verschijnt vermogensstand 9, de boost functie is uitgeschakeld. Óf:
- Druk gelijktijdig op de - of + toets.
In de display verschijnt stand '0.', de kookzone is uitgeschakeld.
- Twee achter elkaar liggende kookzones
Twee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. Tot en met stand 9 heeft dit geen consequenties. Stelt u echter een kookzone in op de boost stand dan wordt de andere kookzone automatisch op een iets lagere stand gezet.
Staat een kookzone op boost en u wilt de andere op stand 9 of boost zetten, zal de kookzone met boost automatisch naar een lagere stand gaan.
- Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt beide kookzones op de boost stand instellen.
3 Bediening
3.1.4 Smelt-/warmhoudfunctie
Met de toets kunt u de smeltfunctie en de warmhoudfunctie inschakelen. Met behulp van een kookwekker kunt u de maximale smelt-/warmhoudtijd instellen.
De smeltfunctie (u) De warmhoudfunctie (U)
In de smeltfunctie wordt de temperatuur van het gerecht automatisch op een constante temperatuur van 42 °C gehouden.
In de warmhoudfunctie wordt de temperatuur van het gerecht automatisch op een constante temperatuur van 70 °C gehouden.
De smeltfunctie inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone.
- Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat. Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elke kookzone verschijnt '0.'.
- Druk eenmaal op de toets. Dit is de smeltfunctie. Eén lampje rechtsboven de toets licht op.
- Druk op de of toets van de gewenste kookzone. In de display verschijnt 'u.'.
De warmhoudfunctie inschakelen
- Herhaal stap 1 (zie boven).
- Druk tweemaal op de toets. Dit is de warmhoudfunctie.
Twee lampjes rechtsboven de toets lichten op.
- Druk op de of toets van de gewenste kookzone.
In de display verschijnt 'U.'.
De smelt-/warmhoudfunctie uitschakelen
De smelt-/warmhoudfunctie is ingeschakeld, in de display is 'u.' of 'U.' zichtbaar.
- Druk op de of toets.
Drukt u op de toets, dan verschijnt stand '0.'. Drukt u op de toets dan verschijnt stand '1.'. De smelt-/warmhoudfunctie is nu uitgeschakeld. Óf:
- Druk gelijktijdig op de of toets.
In de display verschijnt stand '0.', de kookzone is uitgeschakeld.
3.1.5 Uitschakelen
Eén kookzone uitschakelen
- De kookzone is ingeschakeld. In de display is een vermogensstand tussen 1 en 9, of 'P.' zichtbaar.
Houd gedurende 1 seconde de— en + toets ingedrukt van de kookzone die u wilt uitschakelen.
Of:
- Kies kookstand '0.' met de — toets.
Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display staat '0.'. Indien alle kookzones op stand '0.' staan is de kookplaat automatisch in stand-by modus (zie ook 'Stand-by modus').
Alle kookzones tegelijk uitschakelen
De kookplaat staat in stand-by modus, of één of meerdere kookzones is actief.
- Druk kort op de aan-/uittoets om alle kookzones gelijktijdig uit te schakelen.
Er klinkt een enkel geluidssignaal. Er brandt geen enkel lampje.
De kookplaat is nu uit.

Opmerking
De kookplaat kan ook uitgeschakeld worden wanneer het (kinder)slot of de pauze modus actief is.
3.1.6 Stand-by modus
In stand-by modus is in de display van elke kookzone '0.' zichtbaar. In stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld en kunt u deze zonder toezicht achterlaten.
U kunt naar de stand-by modus schakelen vanuit de "uit" modus, of door alle afzonderlijke kookzones uit te schakelen (op '0.' te zetten). Na 10 seconden in stand-by modus zonder verdere toetsbedieningen schakelt de kookplaat automatisch weer uit.
De kookplaat van 'uit'-modus naar stand-by modus schakelen
- Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat.
Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display van elke kookzone verschijnt '0.'.
Het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets ① van de kookplaat brandt constant.
3 Bediening
- Vanuit de stand-by modus kunt u direct beginnen met koken door op de of+ toets van de gewenste kookzone te drukken.
3.1.7 (Kinder)slot
U kunt de kookplaat met het (kinder)slot vergrendelen. Onbedoeld inschakelen of wijzigen van instellingen van de kookzones wordt hiermee voorkomen.
Met de -o toets heeft u toegang tot de volgende twee functies:
| De (standaard) slotmodus De kinderslotmodus | |
| Met de (standaard) slotmodus wordt het ongewenst wijzigen van instellingen voorkomen. | Met de kinderslotmodus wordt het onbedoeld inschakelen van de kookplaat voorkomen. |
| Alle ingestelde kookprocessen blijven actief. | Alle kookzones en kook-/eierwekker(s) moeten uit zijn. |
De kookplaat naar de (standaard) slotmodus schakelen
Eén of meerdere kookzones zijn actief.
- Druk lang op deets.
Let op: Alle ingestelde kookprocessen blijven actief. Het rode lampje rechtsboven de - toets en de aan-/uittoets ① brandt constant. Alle toetsen zijn inactief, behalve de - toets en de aan-/uittoets ①.

- Druk nogmaals lang op deoets om de slotmodus uit te schakelen en het bedieningspaneel te ontgrendelen.
De kookplaat naar kinderslotmodus schakelen
De kookplaat staat in stand-by modus. In de display van elke kookzone is '0.' zichtbaar.
- Druk lang op de toets om het kinderslot in te schakelen. Het rode lampje rechtsboven de -o toets en de aan-/uittoets brandt constant.

Indien er binnen 10 seconden geen verdere toetsbedieningen plaatsvinden schakelt de kookplaat automatisch uit. Het kinderslot blijft actief. U kunt de kookplaat ook zelf uitschakelen.
3 Bediening

- Druk binnen 10 seconden nogmaals op de toets om het kinderslot uit te schakelen en het bedieningspaneel te ontgrendelen.
- Ná 10 seconden moet de kookplaat eerst weer ingeschakeld worden met de aan-/uittoets ① van de kookplaat voordat u het kinderslot kunt uitschakelen.

Tip
Zet de kookplaat in de kinderslot modus voordat u de kookplaat gaat reinigen om te voorkomen dat deze per ongeluk inschakelt.
3.1.8 Pauze
Met de pauze functie kunt u de gehele kookplaat tijdens het koken gedurende 10 minuten 'op pauze' zetten. Het vermogen van alle kookzones wordt automatisch uitgeschakeld. Dit is bijvoorbeeld handig als een gerecht overgekookt is en u de kookplaat even snel wilt schoonmaken. U kunt de kookplaat zo ook gedurende een korte tijd, op een veilige manier alleen laten, zonder instellingen te verliezen.
De kookplaat naar pauze modus schakelen
Eén of meerdere kookzones zijn actief.
- Druk éénmaal op He toets.
Er klinkt een enkel geluidssignaal. In de display van elke kookzone wordt zichtbaar en het rode lampje rechtsboven de Itoets brandt constant.
- Eventueel ingestelde kook-/eierwekkers staan stil.
- Alle toetsen zijn inactief behalve de -o toets, de Itoets en de aan-/uittoets van de kookplaat.
Indien u binnen 10 minuten geen verdere actie onderneemt worden alle actieve kookzones automatisch uitgeschakeld.

De pauze modus uitschakelen
Druk binnen 10 minuten nogmaals op de Itoets.
De kookplaat hervat de instellingen zoals deze voor de pauze ingesteld zijn.
3 Bediening

3.1.9 Geheugen
Met de geheugenfunctie kunt u de laatste instellingen van de kookplaat terughalen binnen 6 seconden na het uitschakelen van de kookplaat. Dit is bijvoorbeeld handig wanneer u de gehele kookplaat per ongeluk heeft uitgeschakeld met de aan-/uittoets ①.
3.1.10 Herkennen van een modus
| De stand-by modus | In de display van elke kookzone is '0.' zichtbaar. Het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets brandt constant. |
| De (standaard) slotmodus | Eén of meerdere displays vertonen een vermogensstand. Het rode lampje rechtsboven de toets én het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets branden constant. |
| De kinderslot modus | In de display van elke kookzone is '0.' zichtbaar. Het rode lampje rechtsboven de toets én het rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets branden constant. Na 10 seconden gaan alle displays en lampjes uit, de kinderslot modus blijft geactiveerd. |
| De pauze modus | In de display van elke kookzone is zichtbaar. Het rode lampje rechtsboven de toets brandt constant. De pauze functie werkt alleen als één of meerdere kookzones actief zijn. |
| De geheugen modus | In de display van elke kookzone is '0.' zichtbaar. Het rode lampje rechtsboven de toets knippert. |
3 Bediening
3.1.11 Kookwekker / Eierwekker
Er is een kookwekker voor elke afzonderlijke kookzone. Deze zijn gelijktijdig te gebruiken. Daarnaast is er nog een eierwekker. Zowel de kookwekker als de eierwekker zijn in te stellen op maximaal 99 minuten.
De eierwekker werkt hetzelfde als de kookwekker, maar is niet gekoppeld aan een kookzone. De ingestelde eierwekker blijft lopen na het uitschakelen van de kookplaat. De eierwekker kan alleen uitgeschakeld worden als de kookplaat ingeschakeld is.
| De kookwekker De eierwekker | |
| De kookwekker is te koppelen aan een kookzone. Dit houdt in dat de kookzone uitschakelt als de ingestelde tijd afgelopen is. | De eierwekker is niet gekoppeld aan een kookzone. De ingestelde eierwekker blijft lopen na het uitschakelen van de kookplaat. |
De eierwekker inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld.
-
Druk eenmaal gelijktijdig op de en + toets van de kook-/eierwekker. '00.' verschijnt in de display en het rode lampje midden onder de display (IDK674884) of rechts onder de display (IDK995) knippert.
-
Stel met de of + toets de gewenste tijd in. De eierwekker begint te lopen als de stip naast de ingestelde tijd verdwijnt. Het rode indicatielampje blijft knipperen. Als u geen tijd instelt met de — en + toets gaat de eierwekker na 10 seconden automatisch uit.
Type IDK674/884

Type IDK995

De eierwekker uitschakelen
(Stap 1 en 2 zijn niet van toepassing indien één of meerdere kookzones actief zijn).
- Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat.
- Druk gelijktijdig op de en toets van de kook-/eierwekker.
De stip naast de ingestelde tijd gaat branden.
3 Bediening
- Houd de toets van de kook-/eierwekker ingedrukt tot '01.' in de display verschijnt. Druk daarna nogmaals op de -toets.
De kook-/eierwekker staat nu in stand-by modus. Na 10 seconden schakelt de kook-/eierwekker automatisch uit.
De kookwekker toewijzen en inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld. De kookwekker kan alleen gekoppeld worden aan kookzones die actief zijn.
- Druk tweemaal gelijktijdig op de en + toets van de kook-/eierwekker om met de klok mee naar de eerste actieve kookzone te schakelen (in deze illustratie is de kookwekker van de zone linksachter actief). Bij elke volgende gelijktijdige aanraking van de — en + toets gaat u naar kookwekker van de volgende actieve kookzone, deze kookwekker kunt u dan instellen en bekijken.

- Stel met de of + toets de gewenste kookduur in.
De kookwekker begint te lopen als de stip naast de ingestelde tijd verdwijnt. Het rode lampje van de kookwekker van de actieve kookzone blijft knipperen.
Als u geen tijd instelt met de — en + toets gaat de kookwekker na 10 seconden automatisch uit.
- Om voor een andere actieve kookzone de kookwekker in te stellen herhaalt u de stappen 1 en 2.

Let op
Indien meerdere kook-/eierwekker(s) actief zijn, toont de kook-/eierwekker display altijd de kook-/eierwekker met de minst resterende tijd.
De kookwekker uitschakelen
- Druk (meerdere keren) gelijktijdig op de en + toets van de kook-/eierwekker om de juiste kookwekker te kiezen die u wilt uitschakelen.
De stip naast de ingestelde tijd gaat branden.
- Houd de toets van de kook-/eierwekker ingedrukt tot '01.' in de display verschijnt. Druk daarna nogmaals op de — toets.
De kookwekker staat nu in stand-by modus. Na 10 seconden schakelt de gekozen kookwekker automatisch uit.
3 Bediening

Het kook-/eierwekker alarm uitschakelen
Wanneer de ingestelde tijd/kookduur verstreken is gaat het alarm af terwijl het rode lampje van de actieve kookzone/eierwekker en '00' blijven knipperen.
- Druk op een willekeurige bedieningstoets om het alarm uit te schakelen.

Tip
- U kunt de — of + toets ingedrukt houden om sneller de gewenste kookduur in te stellen.
- Drukt u na het inschakelen van de kook-/eierwekker meteen op de — toets, dan kunt u de gewenste kookduur beginnen in te stellen vanaf een half uur (in de display verschijnt '30.').
4.1 Gezond koken
Rookpunt van verschillende oliesoorten
Om gezond te bakken, adviseert Pelgrim om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur. Elke oliesoort heeft een ander rookpunt waarbij giftige gassen vrijkomen. In onderstaande tabel ziet u de rookpunten van verschillende oliesoorten.
| Olie Rookpunt °C | |
| Extra vierge olijfolie 160 °C | |
| Boter 177 °C | |
| Kokosolie 177 °C | |
| Raapzaadolie 204 °C | |
| Vierge olijfolie 216 °C | |
| Zonnebloemolie 227 °C | |
| Maisolie | 232 °C |
| Arachideolie 232 °C | |
| Rijstolie | 255 °C |
| Olijfolie | 242 °C |
4.2 Kookstanden
Het onderstaande overzicht is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.
- Gebruik 'boost' en stand 9 voor:
° snel aan de kook brengen;
° slinken van bladgroenten;
° verhitten van olie en vet;
° onder druk brengen van een snelkookpan.
- Gebruik stand 8 voor:
° aanbraden van vlees;
° bakken van vis;
° bakken van omeletten;
° bakken van gekookte aardappelen;
° frituren.
- Gebruik stand 7 voor:
° bakken van dikke pannenkoeken;
° bakken van dik, gepaneerd vlees;
° uitbakken van spek of bacon;
° bakken van rauwe aardappelen;
° bakken van wentelteefjes;
° bakken van gepaneerde vis.
- Gebruik stand 6 en 5 voor:
° doorkoken;
° ontdooien van harde groenten;
° bakken en garen van dun vlees.
- Gebruik stand 1 t/m 4 voor:
° trekken van bouillon;
° bereiden van stoofvlees;
° smoren van groenten;
° smelten van chocolade;
° smelten van kaas.
Reinigen

Tip
Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.
Dagelijkse reiniging
- Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.
- Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken.
- Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.
Hardnekkige vlekken
- Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen.
- Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn.
- Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar.
- Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.

Nooit gebruiken
- Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze veroorzaken krasjes waarin zich kalk en vuil ophopen.
- Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsies.
Atag Shine
Atag Nederland heeft een serie exclusieve schoonmaakmiddelen samengesteld. Deze zijn te verkrijgen via de website 'www.pelgrimservice.nl'. Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikerstips.
6.1 Algemeen

Voor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op 'www.pelgrimservice.nl'.
Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.
6.2 Storingstabel
Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw inductiekookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website 'www.pelgrimservice.nl'.
| SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING | ||
| Bij het in werking stellen verschijnen er tekens (–.) in de displays. | Dit is de standaard opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Afkoeling van de kookplaat. | Normale werking. |
| De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. | Opwarmen nieuw toestel. Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.Ventileer de keuken. | |
| U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat. | Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden. | Normale werking. |
| De kookpannen maken lawaai tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan. | Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen.Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen. | De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm. | Gebruik een goede pan (zie pagina 11 en 12). |
| Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal. | De ingestelde timertijd is voorbij. | Schakel het signaal uit door op een willekeurige toets te drukken. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets in de display. | Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting. | Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. |
| De kookplaat schakelt zomaar uit. | U heeft per ongeluk op de aan-/uittoets gedrukt of u heeft twee toetsen tegelijk bediend. | Zet de kookplaat weer aan. |
| Foutcode ER22. Het bedieningspaneel is vervuild of er ligt water op. | Bedieningspaneel schoon- maken. | |
| Foutcode E2. Toestel oververhit. Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken. | ||
| Foutcode U400 Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten. | Laat uw aansluiting wijzigen. | |
| Foutcode . | U hebt een toets te lang bediend. | Bedien de toetsen niet te lang. |
| Overige foutcodes. Generator defect. Neem contact op met de servicedienst. | ||
7.1 Waar u op moet letten
7.1.1 Veiligheidsvoorschriften installatie
- De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
- Het toestel moet altijd geaard zijn.
- Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten.
- Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel (bijvoorbeeld type HO7RR) met de juiste kabel diameters, behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet van rubber zijn.
- De aansluitkabel moet vrij hangen en mag niet door een lade worden aangestoten.
- Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.
- Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak zijn.
- De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal tot 85 °C hittebestendig zijn. Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmte van een hete pan kan de wand verkleuren of vervormen.
- Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.
7.1.2 Benodigde vrije ruimte rondom
Voor een veilig gebruik is voldoende ruimte romdom de kookplaat noodzakelijk. Controleer of deze ruimte aanwezig is.
7.1.3 Inbouwmaten
In de volgende illustraties zijn de afmetingen van de uitsparingen aangegeven.
Wanneer de kookplaat breder is dan het kastje, met een werkblad met een dikte van minder dan 46 mm, moet u een uitsparing aan beide zijden in het kastje zagen, zodat het toestel vrij ligt van het kastje.

Inbouwmaten in corpus
$$ x < 4 6 \mathrm{mm}: y = 4 6 \mathrm{mm} - x $$
$$ x > = 4 6 \mathrm{mm}: y = 0 \mathrm{mm} $$
7 Installatievoorschrift
7.1.4 Beluchting
De elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.

7.1.5 Inbouwen boven een oven, lade of vaste blende
Beluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm ^2 ) uit. Luchtaanvoer A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.

Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert. Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.

Een lade mag de ventilatie- openingen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten. Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.

7.2 Elektrische aansluitingen
7.2.1 Veel voorkomende aansluitingen:
- 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V\~ / 50 Hz):
De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V\~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V\~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm ^2 .
- 2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N, 230 V\~ / 50 Hz):
De spanning tussen de fasen en de nullen is 230 V\~. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm ^2 .


7.2.2 Speciale aansluitingen:
• 1 fase aansluiting (1 1N, 230 V\~ / 50 Hz):
De spanning tussen de fase en de nul is 230 V\~. Breng verbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aan sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm ^2 .

7.2.3 Aansluiting voor kookplaten met 5 kookzones:
- 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V\~ / 50 Hz):
De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V\~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V\~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aan sluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².

7 Installatievoorschrift
Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustraties staat aangegeven.
Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.
Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.

7 Installatievoorschrift
7.3 Inbouwen
Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en ventilatie.
Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.
Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.
Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 30).
Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.

Keer het toestel om en leg het in de uitsparing.
Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Het toestel is nu gebruiksklaar.
Controleer de werking. Indien het toestel fout is aangesloten, zal het een geluidssignaal geven of een foutcode in de dis-plays laten zien.

8.1 Afvoeren toestel en verpakking
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
• polyethyleenfolie (PE);
• CFK- vrij polystyreen (PS- hardschuim).
Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.

Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
8.2 Vermogens- en inbouwtabel
Deze toestellen voldoen aan alle relevante CE richtlijnen.
| Kookplaattype IDK674 IDK884 IDK995 | |||
| Inductie x x x | |||
| Aansluiting 230V - 50Hz 230V - 50Hz 230V - 50Hz | |||
| Aantal fasen 2 | 2 | 3 | |
| Max. vermogen kookzones | |||
| Linksvoor 3,7 kW (∅210) 3,7 kW (∅210) 3,0 kW (∅180) | |||
| Linksachter 2,2 kW (∅145) 2,2 kW (∅145) 3,0 kW (∅180) | |||
| Rechtsachter 3,0 kW (∅180) 3,0 kW (∅180) 3,0 kW (∅180) | |||
| Rechtsvoor 3,0 kW (∅180) 3,0 kW (∅180) 3,0 kW (∅180) | |||
| Middenrechts - - 3,7 kW (∅260) | |||
| Aansluitwaarde | |||
| L1 3700 W 3700 W 3700 W | |||
| L2 3700 W 3700 W 3700 W | |||
| L3 | 3700 W | ||
| Totale aansluitwaarde | 7400 W | 7400W | 11100 W |
| (Inbouw)maten | |||
| Toestel lengte x breedte | 644 x 522 mm | 774 x 522 mm | 904 x 522 mm |
| Inbouwdiepte vanaf bovenkant werkblad | 43 mm | 43 mm | 43 mm |
| Zaagmaat lengte x breedte | 560 x 490 mm | 750 x 490 mm | 860 x 490 mm |
| Minimale afstand zaagmaat tot achterwand | 40 mm | 40 mm | 40 mm |
| Minimale afstand zaagmaat tot zijwand | 40 mm | 40 mm | 40 mm |
Notities

1 Your induction hob
1.1 Introduction 40
1.2 Control panel 41
1.3 Description 42
1.4 Safety instructions 43 - 45
2 Use
2.1 Getting used to it... 46 - 47
2.2 Pans 48 - 49
3 Operation
Settings 50 - 60