NV-2035 - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NV-2035 BROTHER in PDF-formaat.
| Type product | Computergestuurde naaimachine |
| Merk | Brother |
| Model | NV-2035 |
| Afmetingen (L x B x H) | ca. 410 x 270 x 380 mm |
| Gewicht | ca. 8,5 kg |
| Voeding | 230V ~ 50Hz |
| Vermogen | 90W |
| Aantal steken | 130 |
| Knoopsgaten | 8 automatische stijlen |
| Naaisnelheid | Tot 850 steken per minuut |
| Automatische naaldinrijger | Ja |
| LED-verlichting | Ja |
| Spoelopwinder | Ingebouwd |
| Vrije arm | Ja |
| Maximale steekbreedte | 7 mm |
| Maximale steeklengte | 5 mm |
| Inclusief accessoires | Diverse naaivoeten, naalden, klosjes, schroevendraaier |
| Garantie | 2 jaar |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen en oliën volgens handleiding |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling bij overbelasting |
Veelgestelde vragen - NV-2035 BROTHER
Gebruikersvragen over NV-2035 BROTHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NV-2035 - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NV-2035 van het merk BROTHER.
GEBRUIKSAANWIJZING NV-2035 BROTHER
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding
Belangrijke veiligheidsinstructies
Lees deze veiligheidsinstructies alvorens u de machine gebruikt. Deze machine is bestemd voor huishoudelijk gebruik.
GEVAAR - Beperk het risico van een elektrische schok:
1 Trek altijd de stekker uit het stopcontact onmiddellijk na gebruik, wanneer u de machine reinigt, wanneer u onderhoud verricht volgens de aanwijzingen in deze handleiding of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
WAARSCHUWING - Verklein de kans op brandwonden, brand, elektrische schok of letsel.
2 Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u deksels verwijdert, de machine smeert of andere aanpassingen verricht volgens aanwijzingen in de handleiding:
- Als u de stekker uit het stopcontact wilt halen, zet u eerst de hoofdschakelaar op "O" (uit). Vervolgens pakt u de stekker vast en trekt u deze uit het stopcontact. Trek niet aan het snoer.
- Sluit de machine rechtstreeks op een wandstopcontact aan. Gebruik geen verlengsnoeren.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact bij een stroomstoring.
3 Gebruik nooit de machine als een snoer of stekker beschadigd is, als de machine niet goed werkt, als de machine is gevallen of beschadigd, of als er water op is gemorst. Breng de machine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of een servicecentrum voor onderzoek, reparatie, elektrische of mechanische aanpassingen.
Stop direct met het gebruiken van de machine en haal het netsnoer uit het stopcontact als u iets ongebruikelijks opvalt, zoals een geur, hitte, verkleuring of vervorming terwijl de machine wordt gebruikt of is opgeborgen.
Draag de naaimachine altijd bij het handvat wanneer u deze vervoert. Wanneer u de naaimachine aan een ander gedeelte optilt, kan de machine beschadigen of vallen en letsel veroorzaken.
Maak geen plotselinge of onachtzame bewegingen wanneer u de naaimachine optilt. U kunt hierdoor uw rug of knieën blesseren.
4 Houd altijd uw werkoppervlak vrij:
- Gebruik de machine niet met geblokkeerde ventilatieopeningen. Houd de ventilatiegaten van de machine en het voetpedaal vrij van stof, pluisjes en stukken stof.
- Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal.
- Gebruik geen verlengsnoeren. Sluit de machine rechtstreeks op een wandstopcontact aan.
- Zorg dat er nooit enig voorwerp valt of wordt gestoken in enige opening van de machine.
- Gebruik de machine niet wanneer spuitbussen worden gebruikt of zuurstof wordt toegediend.
- Gebruik de machine niet in de buurt van een warmtebron, zoals fornuis of strijkijzer. Anders kan de machine, het netsnoer of het kledingstuk in brand vliegen, met brand of elektrische schok als gevolg.
- Plaats deze naaimachine niet op een onstabiele ondergrond, zoals een wankele of scheve tafel. De naaimachine zou kunnen vallen en letsel veroorzaken.
5 Speciale aandacht is vereist wanneer u naait:
- Let altijd goed op de naald. Gebruik geen verbogen of gebroken naalden.
- Blijf met uw vingers uit de buurt van alle bewegende onderdelen. Let vooral op bij de naald.
- Zet de hoofdschakelaar op "O" (uit) als u iets wilt aanpassen in de buurt van de naald.
- Gebruik geen beschadigde of onjuiste steekplaat. Daardoor kan de naald breken.
- Trek niet aan of duw niet tegen de stof tijdens het naaien. Volg zorgvuldig de aanwijzingen wanneer u naait uit de vrije hand, zodat u de naald niet buigt waardoor hij kan breken.
6 Deze machine is geen speelgoed:
- Let goed op wanneer de machine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen.
- De plastic zak waarin deze naaimachine is geleverd, moet buiten bereik van kinderen worden bewaard of worden weggegooid. Laat kinderen nooit met de zak spelen vanwege verstikkingsgevaar.
- Gebruik de machine niet buiten.
7 Voor langer gebruiksplezier:
- Zet de machine niet weg op een plaats met direct zonlicht of een hoge vochtigheidsgraad. Gebruik of plaats de machine niet in de buurt van een verwarming, strijkijzer, halogeenlamp of andere warme voorwerpen.
- Gebruik voor het reinigen van de behuizing alleen neutrale zeep of reinigingsmiddelen. Benzeen, thinner en schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.
- Raadpleeg altijd de bedieningshandleiding wanneer u onderdelen, de persvoet, de naald of andere delen gaat verwisselen of installeren.
8 Voor reparatie of afstelling:
- Als de verlichtingsunit (LED) is beschadigd, moet u deze laten vervangen door een erkende dealer.
- Als de machine een defect vertoont of moet worden afgesteld, controleert u eerst aan de hand van het overzicht voor probleemoplossing achter in de bedieningshandleiding of u de afstelling zelf kunt uitvoeren. Als u het probleem niet kunt verhelpen, raadpleegt u uw plaatselijke erkende Brother-dealer.
Gebruik deze machine alleen voor de bestemde doeleinden, zoals beschreven in deze handleiding.
Gebruik door de fabrikant aanbevolen accessoires zoals beschreven in deze handleiding.
Bewaar deze instructies.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Meer productinformatie vindt u op onze website www.brother.com
ALLEEN VOOR GEBRUIKERS IN GROOT-BRITTANNIË, IERLAND, MALTA EN CYPRUS
BELANGRIJK
- Voor vervanging van de stekkerzekering gebruikt u een zekering goedgekeurd door ASTA tot BS 1362, dat wil zeggen, met het symbool van de sterkte die is aangegeven op de stekker.
- Plaats altijd het zekeringdeksel terug. Gebruik nooit een stekker zonder zekeringdeksel.
- Als het beschikbare stopcontact niet geschikt is voor de stekker van deze machine, neemt u contact op met uw officiële dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
VOOR GEBRUIKERS IN LANDEN MET 220-240V WISSELSTROOM EN MEXICO
Personen (of kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis mogen deze machine alleen gebruiken onder toezicht en met aanwijzingen over het gebruik door degene die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. U moet erop toezien dat kinderen niet met de machine spelen.
Inhoudsopgave
Belangrijke veiligheidsinstructies ....1
Inhoudsopgave 6
Inleiding 8
Machineonderdelen en hun functie ....8
Machine 8
Naald- en persvoetgedeelte 9
Bedieningstoetsen 10
Bedieningspaneel 10
Accessoiretafel 10
Accessoires ....11
Bijgeleverde accessoires 11
Optionele accessoires 12
De machine aan- en uitzetten 13
Voorzorgsmaatregelen stroomvoorziening 13
De machine aanzetten 14
De machine uitzetten 14
Inrijgen van boven- en onderdraad voorbereiden 15
Spoel winden 15
Spoel plaatsen 18
Bovendraad inrijgen 20
Naald inrijgen 23
Naald handmatig inrijgen (zonder de naaldinrijger te gebruiken) 26
Werken met de tweelingnaald 26
Naald wisselen 29
Voorzorgsmaatregelen naalden 29
Soorten naalden en toepassingen 30
Naald controleren 31
Naald verwisselen 31
Persvoet verwisselen 33
Voorzorgsmaatregelen persvoet 33
Persvoet verwisselen 33
De persvoethouder verwijderen 34
Werken met de optionele boventransportvoet 35
Nuttige functies ....37
Naaldstopstand wijzigen 37
Aanvankelijke naaldstand wijzigen 38
Cilindrische of grote stukken naaien 39
Cilindrische stukken naaien 39
Grote stukken stof naaien 39
2. GRONDBEGINSELEN VAN NAAIEN ....41
Beginnen met naaien 41
Naaiprocedure 41
Steek selecteren 42
Steeklengte en -breedte aanpassen 42
Stof plaatsen 43
Beginnen met naaien 44
Naaiwerk verstevigen 46
Draad afknippen 48
Automatisch achteruitsteken/verstevigingssteken naaien 48
Draadspanning aanpassen 49
Nuttige naaitips 50
Proefnaaien 50
Van naairichting veranderen 50
Rondingen naaien 50
Dikke stoffen naaien 50
Dunne stoffen naaien 51
Stretchstoffen naaien 51
Onderdraad naar boven halen 52
3. NAAISTEKEN ....53
Overhandse steken naaien 53
Overhandse steken naaien met zigzagvoet "J" 54
Overhandse steken naaien met overhandse steekvoet "G" 54
Basissteken 55
Blindzoomsteken naaien 56
Knoopsgatsteken naaien 58
Knopen aanzetten 63
Rits inzetten 65
Een rits inzetten in het midden 65
Zijrits inzetten 66
Stretchstoffen naaien en elastiek bevestigen 69
Elastiek inzetten 69
Applicatie-, patchwork- en quiltsteken ....71
Applicatiesteken naaien 72
Patchworksteken (voor fantasiequilt) 73
Aan elkaar zetten 73
Quilten 74
Vrij quilten 75
Verstevigingssteken naaien 77
Drievoudige stretchsteken naaien 77
Trenssteek 78
Decoratieve steken naaien 80
Fagotsteken 81
Schelpsteek 82
Smocksteken naaien 82
Schelprijgsteken naaien 83
Verbindingssteken naaien 83
Erfstuksteken naaien 84
Werken met de zijsnijder (optioneel) 86
4. BIJLAGE 89
Steekinstellingen 89
Naaisteken 89
Onderhoud 95
Buitenkant van de machine reinigen 95
Grijper reinigen 95
Steekplaat verwijderen 96
Probleemoplossing 97
Foutmeldingen 101
Piepsignaal bij bediening 102
Het piepsignaal bij bediening uitzetten 102
Index 103
Inleiding
Gefeliciteerd met de keuze voor dit product.
Lees Belangrijke veiligheidsinstructies zorgvuldig en lees vervolgens deze handleiding aandachtig door voordat u de naaimachine in gebruik neemt, zodat u de diverse functies correct kunt uitvoeren.
Houd deze handleiding altijd bij de hand zodat u snel iets kunt nazoeken.
Machineonderdelen en hun functie
Machine

① Spoelwinder (pagina 15)
Gebruik de spoelwinder voor het winden van de spoel.
② Klospen (pagina 15, 20)
Plaats een draadklos op de klospen.
③ Draadspanningsknop (pagina 49)
Draai de draadspanningsknop om de spanning van de bovendraad aan te passen.
④ Draadgeleider en voorspanningsschijf voor spoelwinden (pagina 15)
Leid de draad onder deze draadgeleider en rond de voorspanningsschijf wanneer u de spoeldraad wilt winden.
⑤ Draadophaalhendel (pagina 23)
Schuif de draad van rechts naar links door de opening in de draadophaalhendel.
⑥ Draadafsnijder (pagina 48)
Leid de draden door de draadafsnijder om ze af te snijden.
⑦ Accessoiretafel (pagina 10, 11, 39)
Berg persvoeten en spoelen op in de accessoiretafel. Verwijder de afneembare accessoiretafel voordat u cilindrische stukken naait.
⑧ Bedieningstoetsen en schuifknop voor snelheidsregeling (pagina 10)
Met deze knoppen en de schuif bedient u de naaimachine.
⑨ Bedieningspaneel (pagina 10)
Gebruik het bedieningspaneel om steken te selecteren en voor verschillende andere steekinstellingen.
⑩ Patroonselectieknop (pagina 42)
Met deze knop kiest u het patroon dat u wilt naaien.
⑪ Handwiel
Draai het handwiel naar u toe om één steek te naaien of de naald omhoog of omlaag te zetten.
⑫ Hoofdschakelaar (pagina 14)
Met deze schakelaar zet u de machine aan en uit.
⑬ Voedingsaansluiting (pagina 14)
Steek de stekker van het netsnoer in de voedingsaansluiting.
⑭ Voetpedaalaansluiting (pagina 45)
Steek de stekker aan het eind van de voetpedaalkabel in de voetpedaalaansluiting op de machine.
⑮ Transporteurstandschakelaar (pagina 75)
Met deze schakelaar kunt u de transporteur omlaag zetten.
⑯ Persvoethendel (pagina 20)
Met deze hendel kunt u de persvoet omhoog en omlaag zetten.
⑰ Draadgeleider (pagina 16)
Leid de draad onder deze draadgeleider wanneer u de spoeldraad wilt winden en de machine wilt inrijgen.
⑱ Draadgeleiderdeksel (pagina 16)
Leid de draad onder deze draadgeleider wanneer u de spoeldraad wilt winden en de machine wilt inrijgen.
⑲ Ventilatieopening
Deze opening zorgt voor luchtverversing rond de motor.
⑳ Handvat
Draag de naaimachine aan het handvat wanneer u de machine vervoert.
Naald- en persvoetgedeelte

Rijg de naald in met de naaldinrijger.
② Knoopsgathendel
Zet de knoopsgathendel omlaag wanneer u knoopsgaten en trenssteken naait.
③ Persvoethouder
De persvoet wordt bevestigd op de persvoethouder.
④ Persvoethouderschroef
De persvoethouderschroef houdt de persvoethouder op zijn plaats.
⑤ Persvoet
De persvoet oefent druk uit op de stof tijdens het naaien. Bevestig de persvoet die het geschiktst is voor de geselecteerde steek.
⑥ Steekplaatdeksel
Verwijder het steekplaatdeksel en reinig het spoelhuis en de grijper.
⑦ Transporteur
De transporteur voert de stof door.
⑧ Spoel
Begin met naaien zonder de onderdraad naar boven te halen.
⑨ Spoelhuisdeksel
Verwijder het spoelhuisdeksel en plaats de spoel in het spoelhuis.
⑩ Steekplaat
De steekplaat is gemarkeerd om rechte naden te kunnen naaien.
⑪ Draadgeleider aan naaldstang
Leid de bovendraad door de draadgeleider aan de naaldstang.
⑫ Persvoethendel
Met deze hendel kunt u de persvoet omhoog en omlaag zetten.
⑬ Naaldklemschroef
De naaldklemschroef houdt de naald op zijn plaats.
Bedieningstoetsen
Met de bedieningstoetsen kunt u allerlei elementaire machinehandelingen gemakkelijk uitvoeren.

over elkaar te naaien. Zie "Naaiwerk verstevigen" (pagina 46) voor meer informatie.
① Start/stoptoets ⚠
Druk op de start/stopknop om te starten of stoppen met naaien. Zolang u de knop ingedrukt houdt, naait de machine op lage snelheid. Wanneer u stopt met naaien, wordt de naald omlaag gezet in de stof. Zie "Beginnen met naaien" (pagina 44) voor meer informatie.
② Achteruit/verstevigingssteektoets
Druk op de achteruit/verstevigingssteektoets om steken achteruit te naaien of verstevigingssteken te naaien. U kunt achteruitnaaien door de toets ingedrukt te houden. U kunt verstevigingssteken maken door 3 tot 5 steken
③ Naaldstandtoets
U kunt de naald omhoog of omlaag zetten door op de naaldstandtoets te drukken. Wanneer u tweemaal op de toets drukt, maakt u één steek.
④ Schuifknop voor snelheidsregeling
Pas de naaisnelheid aan door de schuifknop voor snelheidsregeling naar links of naar rechts te schuiven. Wanneer u de schuifknop voor snelheidsregeling naar links schuift, wordt de naaisnelheid lager. Wanneer u de
Bedieningspaneel
Met het bedieningspaneel, aan de voorkant van de naaimachine, kunt u een steek selecteren en aangeven hoe de steek zal worden genaaid.

① LCD-scherm
Hier worden het nummer van de geselecteerde steek (1), de persvoet die moet worden gebruikt (2), de steeklengte (mm) (3) en de steekbreedte (mm) (4) weergegeven.
② Steeklengtetoets (pagina 42)
Hiermee kunt u de lengte van de steek aanpassen. (Druk op - voor een kleinere steeklengte of op + voor een grotere steeklengte.)
③ Steekbreedtetoets (pagina 43)
Hiermee kunt u de breedte van de steek aanpassen. (Druk op - voor een kleinere steekbreedte of op + voor een grotere steekbreedte.)
④ Automatisch achteruit/verstevigingssteektoets (pagina 48)
U kunt de naaimachine zo instellen dat automatisch aan het begin en eind van het stiksel achteruit wordt genaaid of verstevigingssteken worden gemaakt.
⑤ Enkele/tweelingnaaldtoets (pagina 26)
Druk op deze toets om de tweelingnaaldinstelling te selecteren. Telkens wanneer u de toets indrukt, schakelt de instelling tussen de enkele naald en de tweelingnaald.
Accessoiretafel
De accessoires worden opgeborgen in de opbergruimte van de accessoiretafel.
1 Draai het deksel van de accessoiretafel naar u toe om de opbergruimte te openen.

▶ Het accessoirezakje bevindt zich in de opbergruimte.

Opmerking
- Plaats de accessoires in de zak voordat u deze opbergt in de accessoiretafel. Als u de accessoires niet in de zak plaatst wanneer u deze opbergt in de accessoiretafel, kunnen de accessoires vallen en zoekraken of beschadigen.
Accessoires
Open de doos en controleer of de volgende accessoires zijn bijgesloten. Neem contact op met uw dealer wanneer een artikel ontbreekt of beschadigd is.
Bijgeleverde accessoires
De doos moet de volgende artikelen bevatten.

- De schroef voor de persvoethouder is verkrijgbaar bij uw erkende dealer.
(Onderdeelcode: XA4813-051)
1.2.3.4.5.6.7.8.9.









10.*11.12.13.14.15.16.17.18.









19.20.21.22.23.24.25.







26.**



* 75/11 2 naalden 90/14 2 naalden
90/14 2 naalden: ballpointnaald (goudkleurig)
** De soort doos die wordt bijgeleverd, is afhankelijk van het machinemodel.
| Nr. | Onderdeel | Onderdeelcode | Nr. | Onderdeel | Onderdeelcode |
| 1 | Knoopsgatenvoet “A” | XC2691-033 | 15 | Schroevendraaier (klein) | X55468-021 |
| 2 | Overhandse steekvoet “G” | XC3098-031 | 16 | Kloskap (groot) | 130012-054 |
| 3 | Monogramvoet “N” | XD0810-031 | 17 | Kloskap (middelgroot) | XE1372-001 |
| 4 | Ritsvoet “I” | X59370-021 | 18 | Kloskap (klein) | 130013-154 |
| 5 | Zigzagvoet “J” (op machine) | XC3021-051 | 19 | Extra klospen | XE2241-001 |
| 6 | Blindzoomvoet “R” | X56409-051 | 20 | Klosnetje | XA5523-020 |
| 7 | Knoopaanzetvoet “M” | 130489-001 | 21 | Voctpedaal | XD0501-021 (EU-landen)XC8816-021(overige gebieden) |
| 8 | Tornmesje | X54243-051 | |||
| 9 | Spoel (4) | SFB (XA5539-151) | 22 | Bedieningshandleiding | XE2420-101 |
| 10 | Naaldsetje | X58358-021 | 23 | Beknopte bedieningsgids | XE2425-001 |
| 11 | Tweelingnaald | X59296-121 | 24 | Accessoirezakje | XC4487-021 |
| 12 | Schoonmaakborsteltje | X59476-021 | 25 | Schijfvormigeschroevendraaier | XC1074-051 |
| 13 | Gaatjesponser | 135793-001 | 26 | DoosHoes | XE2446-001XC1103-022 |
| 14 | Schroevendraaier (groot) | XC8349-051 |
■ Steekpatronenkaart bevestigen (voor modellen die zijn toegerust met de steekpatronenkaart)
Op de steekpatronenkaart staan de steken en steeknummers. Onder het steeknummer staat een letter (A, G, J, N of R) die aangeeft welke persvoet moet worden gebruikt. Schuif eerst de steekpatronenkaart in de steekpatronenkaarthouder en bevestig de houder vervolgens aan het handvat van de naaimachine (zie afbeelding).

Optionele accessoires
De volgende accessoires zijn optioneel verkrijgbaar.
1.2.3.



| Nr. | Onderdeel Onderdeelcode Nr. | Onderdeel Onderdeelcode | |||
| 1 | Zijsnijder | F054(XC3879-002) | 7 | Glijvoet | F007N(XC1949-002) |
| 2 | Quiltgeleider | F016N(XC2215-002) | 8 | Open voet | F027N(XC1964-002) |
| 3 | Brede tafel | WT8(XE2472-001) | 9 | Steekgeleidervoet "P" | F035N(XC1969-002) |
| 4 | Boventransportvoet | F033N(XC2214-002) | 10 | 1/4-inch-quiltvoet | F001N(XC1944-052) |
| 5 | Quiltvoet | F005N(XC1948-002) | 11 | 1/4-inch-quiltvoet met geleider | F057(XC7416-252) |
| 6 | Instelbare rits/galonvoet | F036N(XC1970-002) |

Memo
- Neem contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer wanneer u optionele accessoires of onderdelen wilt bestellen.
- Alle specificaties zijn correct ten tijde van het drukken van de handleiding. De onderdeelcodes kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
- Bezoek uw Brother-dealer als u een complete lijst wilt van de optionele accessoires die verkrijgbaar zijn voor uw machine.
1 VOORBEREIDINGEN
De machine aan- en uitzetten
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de machine aan- en uitzet.
Voorzorgsmaatregelen stroomvoorziening
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht voor de stroomvoorziening.

WAARSCHUWING
- Gebruik uitsluitend gewone huishoudaansluitingen als elektriciteitsbron. Als u een andere stroomvoorziening gebruikt, kunt u brand, een elektrische schok of schade aan de machine veroorzaken.
- Controleer dat de stekkers op het netsnoer stevig in het stopcontact en de voedingsaansluiting op de machine zitten.
- Steek de stekker van het netsnoer niet in een defect stopcontact.
- Zet in de volgende gevallen de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact:
- Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat
- Wanneer u klaar bent met werken
- Wanneer de stroom uitvalt tijdens het gebruik
- Wanneer het apparaat niet goed functioneert vanwege een slechte aansluiting of loskoppeling
- Tijdens onweer

VOORZICHTIG
-Gebruik uitsluitend het netsnoer dat wordt geleverd bij deze machine.
- Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen waarop veel andere apparaten zijn aangesloten. Dit kan leiden tot brand of een elektrische schok.
- Raak de stekker niet met natte handen aan. U kunt dan een elektrische schok krijgen.
- Zet altijd eerst de hoofdschakelaar uit voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Pak altijd de stekker vast om deze uit het stopcontact te halen. Wanneer u aan het snoer trekt, kan dit beschadigd raken, met brand of een elektrische schok als gevolg.
- Zorg dat het snoer niet wordt ingesneden, beschadigd raakt, stevig wordt gebogen, gedraaid of samengeperst wordt en er niet aan wordt getrokken. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer. Bescherm het snoer tegen hitte. Hierdoor zou het snoer kunnen beschadigd kunnen raken en brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken. Als het netsnoer of de stekker beschadigd zijn, brengt u de machine voor reparatie naar de dichtstbijzijnde erkende dealer voordat u de machine weer gebruikt.
- Haal de stekker uit het stopcontact wanneer u de machine langere tijd niet gebruikt. Anders kan er brand ontstaan.
De machine aanzetten
Pak het meegeleverde netsnoer uit.
1 Controleer of de naaimachine is uitgeschakeld (hoofdschakelaar op “ ①en steek de stekker van het netsnoer in de voedingsaansluiting rechts op de machine.
2 Steek de stekker van het netsnoer in een normaal stopcontact.

① Hoofdschakelaar
② Elektriciteitssnoer
3 Druk op de rechterkant van de hoofdschakelaar rechts op de machine (zet de schakelaar op " |").

De naailamp en het LCD-scherm gaan branden wanneer u de machine aanzet.
De machine uitzetten
Zet de machine uit wanneer u ophoudt met naaien. Zet de machine ook uit wanneer u deze naar een andere plek vervoert.
1 Controleer of de machine niet bezig is met naaien.
2 Druk op de linkerkant van de hoofdschakelaar rechts op de machine (zet de schakelaar op "○").

De naailamp en het LCD-scherm gaan uit wanneer u de machine uitzet.
Haal de stekker uit het stopcontact. Pak de stekker vast wanneer u het netsnoer uit het stopcontact haalt.
4 Haal het netsnoer uit de voedingsaansluiting van de machine.

Opmerking
●Wanneer tijdens het gebruik van de machine de stroom uitvalt, zet u de naaimachine uit en haalt u de stekker uit het stopcontact. Volg de onderstaande procedure om de machine weer op de juiste manier te starten.
Inrijgen van boven- en onderdraad voorbereiden
Spoel winden
Wind de draad om de spoel.

① Haak van de draadgeleider voor de spoelwinder
② Voorspanningsschijf
③ Spoelwinderas
④ Spoel

VOORZICHTIG
- Gebruik uitsluitend de spoel (onderdeelcode: SFB (XA5539-151)) die speciaal voor deze naaimachine is ontworpen. Het gebruik van een andere spoel kan letsel tot gevolg hebben of schade aan de machine veroorzaken.
- De bijgeleverde spoel is speciaal voor deze naaimachine ontworpen. Als u spoelen van andere modellen gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of spoelen van hetzelfde type (onderdeelcode: SFB(XA5539-151).

①

②
① Dit model
② Ander model
③ 11,5 mm (7/16 inch)
(ware grootte)
1 Zet de machine aan.

2 Plaats de spoel op de spoelwinderas zodat de veer op de as in de inkeping van de spoel past.

① Inkeping
② Veer van de spoelwinderas
3 Schuif de spoelwinderas naar rechts totdat deze vastklikt.

4 Draai de klospen omhoog en verwijder de kloskap vervolgens.

① Klospen
② Kloskap
5 Plaats de draadklos voor de spoel volledig op de klospen.
Schuif de klos zo op de pen dat de klos horizontaal staat en de draad van onder af naar voren afwikkelt.

●Als de klos niet zo is geplaatst dat de draad juist afwikkelt, kan de draad verward raken rond de klospen.

Schuif de kloskap op de klospen.
Schuif de kloskap, met de licht afgeronde kant naar links, zo ver mogelijk naar rechts op de klospen, zodat de klos naar het rechteruiteinde van de klospen wordt geschoven.


Memo
●Wanneer u naait met fijn kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige ruimte tussen de kap en de klos.

② Klos (kruiswikkeldraad)
③ Ruimte
●Wanneer u draad gebruikt die snel afwikkelt, zoals doorzichtig nylon of metalliek draad, plaatst u het klosnetje over de klos, voordat u de draadklos op de klospen plaatst.
Als het klosnetje te lang is, vouwt u het zodat het past op het formaat klos.
Als u het klosnetje gebruikt, wordt de spanning van de bovendraad iets hoger.
Controleer de draadspanning. Zie "Draadspanning aanpassen" (pagina 49) voor meer informatie.

flowchart
graph TD
A["Step ①: Cylinder"] --> B["Step ②: Cylinder"]
B --> C["Step ③: Cylinder"]
C --> D["Step ④: Cylinder"]
Houd de klos in uw rechterhand. Trek met uw linkerhand aan de draad en leid de draad vervolgens onder de draadgeleider.

Leid de draad van achteren naar voren onder het draadgeleiderdeksel.
Houd de draad in uw rechterhand en zorg dat de draad niet loshangt. Leid de draad vervolgens met uw linkerhand onder het draadgeleiderdeksel.

① Draadgeleiderdeksel

Trek de draad naar rechts, leid deze onder de haak van de draadgeleider voor de spoelwinder en wind de draad vervolgens tegen de klok in tussen de schijven, terwijl u de draad zo ver mogelijk trekt.

① Haak van de draadgeleider voor de spoelwinder
② Voorspanningsschijf
10 Houd met uw linkerhand de draad vast die u onder de draadgeleider voor de spoelwinder hebt geleid en wind met uw rechterhand het uiteinde van de draad vijf à zes maal met de klok mee om de spoel.

11 Leid het uiteinde van de draad door de sleuf in de spoelwinderbasis. Trek de draad vervolgens naar rechts om deze af te snijden.

① Sleuf in spoelwinderbasis (met ingebouwde snijder)
De draad wordt op een geschikte lengte afgesneden.
VOORZICHTIG
●Zorg dat u de draad afknipt zoals aangegeven. Wanneer u de spoel windt zonder de draad af te snijden met de snijder die is ingebouwd in de sleuf in de spoelwinderbasis, wordt de spoel mogelijk niet goed gewonden. Bovendien kan de draad kan de draad verward raken in de spoel of kan de naald verbuigen of breken wanneer de spoeldraad bijna oprakt.
12 Schuif de schuifknop voor snelheidsregeling naar rechts om de spoelwindsnelheid te verhogen en naar links om de snelheid te verlagen.

① Schuifknop voor snelheidsregeling
13 Druk eenmaal op (start/stoptoets).
De spoel begint te draaien en de draad wordt om de spoel gewonden.

14 Wanneer het winden van de spoel trager gaat, drukt u eenmaal op (start/stoptoets) om de machine te stoppen.
VOORZICHTIG
●Wanneer het winden van de spoel trager gaat, stopt u de machine. Anders raakt de naaimachine mogelijk beschadigd.
15 Knip de draad af, schuif de spoelwinderas naar links en verwijder vervolgens de spoel van de as.

●Wanneer u de naaimachine start of het handwiel draait nadat het draad om de spoel is gewonden, maakt de machine een klikkend geluid. Dit duidt niet op een storing.
●Wanneer de spoelwinderas naar rechts staat, kan de naald niet bewegen (naaien is niet mogelijk).
Spoel plaatsen
Plaats de spoel met opgewonden draad.

VOORZICHTIG
- Gebruik een spoel die op de juiste manier is gewonden, anders kan de naald breken of is de draadspanning mogelijk onjuist.

- De spoel is speciaal voor deze naaimachine ontworpen. Als u spoelen van andere modellen gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of spoelen van hetzelfde type (onderdeelcode: SFB(XA5539-151).

① Dit model
② Ander model
③ 11,5 mm (7/16 inch) (ware grootte)
- Zet de machine uit voordat u de spoel plaatst of de naald verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op de start/stoptoets drukt en de machine begint te naaien.

Druk eenmaal of tweemaal op ⏻ (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten en zet vervolgens de persvoethendel omhoog.

Zet de naaimachine uit (op "").


Schuif de grendel aan de rechterkant van het spoelhuisdeksel naar rechts en verwijder het spoelhuisdeksel.

Plaats de spoel met uw rechterhand zodat de draad aan de linkerkant afwindt en trek de draad vervolgens met uw linkerhand stevig onder het lipje.

●Houd de spoel omlaag met uw vinger en plaats de spoel zo dat de draad in de juiste richting afwindt. Anders kan de naald breken of is de draadspanning mogelijk onjuist.
5 Houd de spoel losjes vast met uw rechterhand en leid de draad door de sleuf. Trek de draad vervolgens naar u toe om deze met de snijder af te snijden.

De draadafsnijder knipt de draad af.
- Controleer of de draad juist door de platte veer van het spoelhuis is geleid. Wanneer dit niet het geval is, plaatst u de spoel opnieuw.

- Markeringen rond het steekplaatdeksel geven de richting aan voor het doorvoeren van de draad. Zorg dat u de draad inrijgt zoals aangegeven.

6 Bevestig het spoelhuisdeksel weer op zijn plaats.
Plaats het lipje in de linkerbenedenhoek van het spoelhuisdeksel (A) en druk op de rechterkant (B).


Memo
- U kunt beginnen met naaien zonder de onderdraad naar boven te halen. Wanneer u de onderdraad naar boven wilt halen voordat u gaat naaien, rijgt u de machine eerst in volgt u de procedure in "Onderdraad naar boven halen" (pagina 52).
Bovendraad inrijgen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de klos voor de bovendraad plaatst in de machine en hoe u de draad in de naald steekt.

① Klospen
② Markering op handwiel

VOORZICHTIG
- Volg bij het inrijgen van de machine zorgvuldig de instructies op. Als de bovendraad onjuist wordt ingeregen, kan de draad verward raken en kan de naald verbuigen of breken.
●U kunt de naaldinrijger gebruiken met naaimachinenaalden 75/11 t/m 100/16. - Gebruik de juiste combinatie van draad en naald. Zie "Soorten naalden en toepassingen" (pagina 30) voor meer informatie over juiste combinaties van draad en naald.
- Voor draden met een dikte van 130/20 of dikker kunt u de naaldinrijger niet gebruiken.
●U kunt de naaldinrijger niet gebruiken met de platte naald of de tweelingnaald. - Zie "Naald handmatig inrijgen (zonder de naaldinrijger te gebruiken)" (pagina 26) als de naaldinrijger niet kan worden gebruikt.

Zet de machine aan.


Zet de persvoethendel omhoog.

●Als de persvoet niet omhoog staat, kunt u de machine niet goed inrijgen.
Druk eenmaal of tweemaal op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

- Als de naald niet juist omhoog staat, kunt u de machine niet inrijgen. Controleer of de markering op het handwiel omhoog staat, zoals aangegeven in de onderstaande afbeelding. Als het handwiel niet in deze stand staat, zet u de naald omhoog door op de naaldstandtoets te drukken voordat u verder gaat met de procedure.

① Markering op handwiel
4 Draai de klospen omhoog en verwijder de kloskap vervolgens.

① Klospen
② Kloskap
5 Plaats de klos voor de bovendraad volledig op de klospen.
Schuif de klos zo op de pen dat de klos horizontaal staat en de draad van onder af naar voren afwikkelt.

●Als de klos niet zo is geplaatst dat de draad juist afwikkelt, kan de draad verward raken rond de klospen en kan de draad of naald breken.
●Als de gebruikte kloskap kleiner is dan de klos, kan de draad blijven hangen, bijvoorbeeld in de inkeping in de klos, of kan de naald breken.

Schuif de kloskap op de klospen.


Memo
●Wanneer u naait met fijn kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige ruimte tussen de kap en de klos.

① Kloskap (klein)
② Klos (kruiswikkeldraad)
③ Ruimte
●Wanneer u draad gebruikt die snel afwikkelt, zoals doorzichtig nylon of metalliek draad, plaatst u het klosnetje over de klos, voordat u de draadklos op de klospen plaatst.
Als het klosnetje te lang is, vouwt u het zodat het past op het formaat klos.
Als u het klosnetje gebruikt, wordt de spanning van de bovendraad iets hoger.
Controleer de draadspanning. Zie "Draadspanning aanpassen" (pagina 49) voor meer informatie.

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
7 Houd de klos in uw rechterhand. Trek met uw linkerhand aan de draad en leid de draad vervolgens onder de draadgeleider.

8 Leid de draad van achteren naar voren onder het draadgeleiderdeksel.
Houd de draad in uw rechterhand en zorg dat de draad niet loshangt. Leid de draad vervolgens met uw linkerhand onder het draadgeleiderdeksel.

① Draadgeleiderdeksel
9 Rijg de machine in door de draad te leiden zoals de cijfers op de machine aangeven.

10 Schuif de draad van rechts naar links in de draadophaalhendel.

- U kunt de draadophaalhendel niet inrijgen als de naald niet omhoog staat. Druk op de naaldstandtoets om de naald omhoog te zetten voordat u de draadophaalhendel inrijgt.
11 Leid de draad achter de draadgeleider aan de naaldstang.
U leidt de draad gemakkelijk achter de draadgeleider aan de naaldstang door de draad in uw linkerhand vast te houden en van rechts naar links in de geleider te trekken.

① Draadgeleider aan naaldstang
12 Breng de persvoethendel omlaag.

In onderstaand gedeelte wordt beschreven hoe u de naald inrijgt.
■Voor modellen die zijn toegerust met een draadgeleiderschijf
① Trek het uiteinde van de draad, die door de draadgeleider aan de naaldstang is geleid, naar links (A) en vervolgens vanaf de voorkant (B) stevig door de gleuf in de draadgeleiderschijf.

① Draadgeleiderschijf
② Draadgeleider
② Snijd de draad af met de draadafsnijder op de linkerkant van de machine.

●Wanneer u draad gebruikt die snel afwindt, zoals metalliek draad, is het misschien moeilijk om de naald in te rijgen als de draad is afgesneden.
Gebruik dan niet de draadafsnijder, maar trek ongeveer 80 mm (ca. 3 inch) draad uit nadat u de draad door de draadgeleiderschijven hebt geleid (aangeduid met "7").

③ Zet de naaldinrijghendel aan de linkerkant van de machine omlaag en zet de hendel vervolgens in de oorspronkelijke stand.

De draad gaat door het oog van de naald.

Opmerking
●Als de naald niet volledig wordt ingeregen, maar zich in het oog van de naald een lus vormt, trekt u voorzichtig de lus door het oog van de naald zodat ook het uiteinde van de draad door het oog gaat.

●Trek niet te hard aan de draad. Dan kan de naald breken of verbuigen.
④ Zet de persvoethendel omhoog. Leid het uiteinde van de draad door de persvoet en trek ongeveer 5 cm draad (2 inch) naar de achterkant van de machine.

Het inrijgen van de bovendraad is hiermee voltooid. Nu u de bovendraad en de onderdraad hebt ingeregen, kunt u beginnen met naaien.

Opmerking
●Als de naald niet omhoog staat, kunt u de naald niet inrijgen met de naaldinrijger. Druk op (maaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten voordat u de naaldinrijger gebruikt.
■Voor modellen zonder een draadgeleiderschijf
① Haak de draad in de geleider terwijl u de naaldinrijghendel omlaag zet.

② Zorgt dat de draad achter de haak blijft steken (zie afbeelding).

③ Zet de naaldinrijghendel omhoog en trek aan het uiteinde van de draad, die door het oog van de naald is geleid.

●Trek niet te hard aan de draad aangezien hierdoor de naald kan verbuigen.
④ Zet de persvoethendel omhoog. Leid het uiteinde van de draad door de persvoet en trek ongeveer 5 cm (2 inch) draad naar de achterkant van de machine.

Het inrijgen van de bovendraad is hiermee voltooid.
Naald handmatig inrijgen (zonder de naaldinrijger te gebruiken)
Wanneer u een speciale draad, draad van 130/20 of dikker, de platte naald of de tweelingnaald gebruikt – u kunt dan niet werken met de naaldinrijger – rijgt u de naald als volgt in.
1 Leid de draad achter de draadgeleider aan de naaldstang.
- Zie "Bovendraad inrijgen" (pagina 20) voor meer informatie.
2 Breng de persvoethendel omlaag.

3 Leid de draad van voren naar achteren door het oog van de naald.

4 Zet de persvoethendel omhoog. Leid het uiteinde van de draad door de persvoet en trek ongeveer 5 cm draad (2 inch) naar de achterkant van de machine.
Werken met de tweelingnaald
Met de tweelingnaald kunt u twee parallelle lijnen van dezelfde steek naaien met twee verschillende draden. Beide bovendraden moeten van dezelfde dikte en kwaliteit zijn. Gebruik de tweelingnaald en de extra klospen.
Zie "Steekinstellingen" (pagina 89) voor meer informatie over steken die u kunt naaien met de tweelingnaald.

①

②
① Tweelingnaald
② Extra klospen
VOORZICHTIG
- Gebruik uitsluitend de tweelingnaald (onderdeelcode: X59296-121). Wanneer u een andere naald gebruikt, kan de naald breken of kan de machine beschadigd raken.
- Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen naalden kunnen gemakkelijk breken, wat letsel kan veroorzaken.
●Met de tweelingnaald kunt u de naaldinrijger niet gebruiken. Wanneer u de naaldinrijger gebruikt met de tweelingnaald, kan de naaimachine beschadigd raken.
Plaats de tweelingnaald.
- Zie "Naald verwisselen" (pagina 31) voor meer informatie over het plaatsen van een naald.
Rijg de bovendraad voor de linkernaald in.
- Z i e s t ^1 pot en met 10 van "Bovendraad inrijgen" (pagina 20) voor meer informatie.
3 Rijg de bovendraad handmatig door het oog van de linkernaald.
Leid de draad van voren naar achteren door het oog van de naald.

4 Plaats de extra klospen op het uiteinde van de spoelwinderas.

Plaats de draadklos en rijg de bovendraad in.

Memo
●Plaats de draadklos zo dat de draad vanaf de voorkant van de klos afwikkelt.
6 Rijg de bovendraad voor de rechterkant op dezelfde manier in als de bovendraad voor de linkerkant is ingeregen.

① Draadgeleiderdeksel
- Zie stap 1 tot en met 10 van "Bovendraad inrijgen" (pagina 20) voor meer informatie.
7 Rijg de rechternaald handmatig in zonder de draad door de draadgeleider op de naaldstang te leiden.
Leid de draad van voren naar achteren door het oog van de naald.

Bevestig zigzagvoet "J".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie over het verwisselen van de persvoet.
VOORZICHTIG
- Wanneer u de tweelingnaald gebruikt, moet u zigzagvoet "J" bevestigen. Anders kan de naald breken of de machine beschadigd raken.
9 Zet de machine aan.

▶ Het LCD-display gaat aan.
10 Selecteer een steek.
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie over het selecteren van steken.
- Zie "Steekinstellingen" (pagina 89) voor meer informatie over steken die u kunt naaien met de tweelingnaald.
VOORZICHTIG
- Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) om te controleren dat de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.
11 Druk op (Inkele/tweelingnaaldtoets).

U kunt nu de tweelingnaald gebruiken.
- Druk op (enkele/tweelingnaaldtoets) als u weer wilt naaien met een enkele naald.
- Ook als u de naaimachine uitzet, blijft de tweelingnaaldinstelling gehandhaafd.
VOORZICHTIG
●Zorg dat u de tweelingnaaldinstelling selecteert wanneer u de tweelingnaald gebruikt, anders kan de naald breken of de machine beschadigd raken.

Begin met naaien.
- Zie "Beginnen met naaien" (pagina 44) voor meer informatie over het beginnen met naaien.
Twee rijen steken worden parallel naast elkaar gemaakt.

●Als u de tweelingnaald gebruikt, kunnen de steken te dicht op elkaar zitten, afhankelijk van de soort draad en stof die u gebruikt. Vergroot de steeklengte in dat geval. Zie "Steeklengte en -breedte aanpassen" (pagina 42) voor meer informatie over het aanpassen van de steeklengte.

VOORZICHTIG
●Druk voor het wijzigen van de naairichting op ⚠ (naaldstandtoets) om de naald omhoog te halen uit de stof. Haal vervolgens de persvoethendel omhoog en draai de stof. Anders kan de naald breken of de machine beschadigen.
●Draai de stof niet terwijl de tweelingnaald omlaag staat in de stof. De naald kan dan breken of de machine kan beschadigd raken.
Naald wisselen
In dit gedeelte wordt informatie gegeven over naaimachinenaalden.
Voorzorgsmaatregelen naalden
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het omgaan met naalden. Wanneer u deze voorzorgsmaatregelen niet opvolgt, kan dit ernstige gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer een naald breekt en stukjes ervan wegspringen. Lees de onderstaande instructies zorgvuldig en volg deze op.

VOORZICHTIG
- Gebruik uitsluitend naalden voor huishoudnaaimachines. Wanneer u een andere naald gebruikt, kan de naald breken of kan de machine beschadigd raken.
- Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen naalden kunnen gemakkelijk breken, wat letsel kan veroorzaken.
Soorten naalden en toepassingen
Welke naaimachinenaald u moet gebruiken, hangt af van de stof en de dikte van de draad. Raadpleeg de volgende tabel om de geschikte draad en naald te bepalen voor de stof die u wilt naaien.
| Soort stof/Toepassing | Draad | Naalddikte | ||
| Soort Gewicht | ||||
| Middelmatig dikke stof | Popeline Katoenen draad | 60–80 | 75/11–90/14 | |
| Tafzijde | Synthetische draad | |||
| Flanel, gabardine | Zijden draad 50 | |||
| Dunne stof | Linon Katoenen draad | 60–80 | 65/9–75/11 | |
| Crêpe georgette | Synthetische draad | |||
| Challis, satijn Zijden draad 50 | ||||
| Dikke stof | Spijkerstof Katoenen draad 30–50 | 90/14–100/16 | ||
| Ribfluweel | Synthetische draad | 50–60 | ||
| Tweed Zijden draad | ||||
| Stretch-stof | Jersey | Draad voor breiwerken | 50–60 | Ballpointnaald (goudkleurig) 75/11–90/14 |
| Tricot | ||||
| Stoffen die gemakkelijk rafelen | Katoenen draad | 50–80 | 65/9–90/14 | |
| Synthetische draad | ||||
| Zijden draad 50 | ||||
| Voor afwerksteken | Synthetische draad | 50–60 90/14 | 100/16 | |
| Zijden draad | ||||

Memo
- Hoe kleiner het draadnummer, des te dikker de draad; hoe groter het naaldnummer, des te dikker de naald.
- Gebruik de ballpointnaald wanneer u stretchstoffen naait of stoffen waar gemakkelijk steken worden overgeslagen.
- Gebruik een naald 90/14 t/m 100/16 met transparante nylondraden, ongeacht welke stof u naait.

VOORZICHTIG
- In de bovenstaande tabel vindt u de juiste combinaties van stof, draad en naald. Wanneer de combinatie van stof, draad en naald onjuist is, kan de naald verbuigen of breken, vooral bij dikke stoffen (zoals spijkerstof) en bij gebruik van dunne naalden (bijvoorbeeld 65/9 t/m 75/11). Bovendien kunnen de steken ongelijkmatig worden of gaan plooien of kunnen steken worden overgeslagen.
Naald controleren
Het is uiterst gevaarlijk om te naaien met een verbogen naald, omdat de naald dan kan breken terwijl u aan het werk bent.
Leg een naald vóór gebruik met de vlakke kant op een vlakke ondergrond en controleer of de afstand tussen de naald en de ondergrond overal gelijk is.

① Vlakke kant
② Markering naaldsoort

① Vlakke ondergrond
Als de afstand tussen de naald en de vlakke ondergrond niet gelijk is, is de naald verbogen. Gebruik geen verbogen naald.

Vervang de naald zoals hieronder wordt beschreven. Gebruik een schroevendraaier en een goede naald, zoals beschreven in "Naald controleren".
1 Druk eenmaal of tweemaal op ⏻ (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

2 Zet de machine uit.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de naald verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk drukt op de start/stoptoets en de machine begint te naaien.
3 Breng de persvoethendel omlaag.

- Plaats, voordat u de naald verwisselt, stof of papier onder de persvoet om te voorkomen dat de naald in de opening in de steekplaat valt.
4 Draai de naaldklemschroef los en verwijder de naald.
Houd de naald vast met uw linkerhand en draai met uw rechterhand de schroevendraaier tegen de klok in.

① Naaldklemschroef
② Schroevendraaier
- Draai de naaldklemschroef niet met te veel kracht vast of los, anders kunt u de machine beschadigen.

5 Plaats de naald met de vlakke kant naar achteren totdat de naald de naaldstopper raakt.

6 Houd de naald vast met uw linkerhand en draai de naaldklemschroef vast.
Draai de schroevendraaier met de klok mee.

Plaats de tweelingnaald op dezelfde manier.

●Zorg dat u de naald plaatst tot aan de naaldstopper en dat u de naaldklemschroef goed vastdraait met de schroevendraaier. Anders kan de naald breken of kan de machine beschadigd raken.
Persvoet verwisselen
Voorzorgsmaatregelen persvoet
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht voor de persvoet.

VOORZICHTIG
- Gebruik de persvoet die geschikt is voor de soort steek die u wilt maken, anders kan de naald de persvoet raken, waardoor de naald kan verbuigen of breken.
- Gebruik uitsluitend persvoeten die speciaal zijn ontworpen voor deze naaimachine. Het gebruik van andere persvoeten kan leiden tot letsel of tot schade aan de machine.
Persvoet verwisselen
Vervang de persvoet volgens onderstaande instructies.

Druk eenmaal of tweemaal op ⏻ (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk drukt op de start/stoptoets en de machine begint te naaien.
- Zorg dat de persvoet in de juiste richting is geplaatst, anders kan de naald de persvoet raken. Hierdoor kan de naald breken en letsel veroorzaken.

Zet de persvoethendel omhoog.

Druk op de zwarte toets achter op de persvoethouder om de persvoet te verwijderen.

5 Plaats de gewenste persvoet zo onder de houder dat de pen van de persvoet op één lijn staat met de inkeping in de houder.
Plaats de persvoet zo dat de letter die het type persvoet aangeeft (J, A, enzovoort) leesbaar is.

- De code voor de persvoet die voor een bepaalde steek moet worden gebruikt, wordt weergegeven op het LCD-display. Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie over het selecteren van steken.
6 Breng de persvoethendel langzaam omlaag, zodat de persvoetpen in de inkeping in de persvoethouder klikt.

De persvoethendel is bevestigd.
7 Zet de persvoethendel omhoog om te controleren of de persvoet stevig vastzit.

De persvoethouder verwijderen
Verwijder de persvoethouder wanneer u de naaimachine reinigt of wanneer u de optionele boventransportvoet bevestigt.
1 Verwijder de persvoet.
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
2 Draai de persvoethouderschroef los en verwijder vervolgens de persvoethouder.
Draai de schroevendraaier tegen de klok in.

① Schroevendraaier
② Persvoethouder
③ Schroef
■Persvoethouder bevestigen
1 Houd de persvoethouder in één lijn met de persvoetstang.

① Persvoetstang
② Persvoethouder
2 Houd de persvoethouder met uw rechterhand omhoog en draai de schroef vast.
Draai met uw linkerhand de schroevendraaier met de klok mee.

●Als de persvoethouder onjuist is bevestigd, is de draadspanning niet goed.

VOORZICHTIG
●Draai de persvoethouderschroef stevig vast. Anders kan de persvoethouder eraf vallen en mogelijk de naald raken, waardoor de naald kan verbuigen of breken.
Werken met de optionele boventransportvoet
Met de optionele boventransportvoet worden beide stukken stof gelijkmatig doorgevoerd door de transporteur en de tanden op de persvoet. Dit is handig voor het naaien van stoffen die lastig door te voeren zijn, zoals vinyl en leer, en stoffen die gemakkelijk wegglijden, zoals fluweel, of bij het maken van quilts.
Bevestig de boventransportvoet met de schroevendraaier.

■De boventransportvoet bevestigen
Verwijder de persvoethouder
- Zie "De persvoethouder verwijderen" (pagina 34) voor meer informatie.
Haak de verbindingsvork van de
boventransportvoet op de naaldklemschroef.

① Verbindingsvork
② Naaldklemschroef
③ Breng de persvoethendel omlaag, plaats de schroef voor de persvoethendel in de opening en draai de schroef vast met de schroevendraaier.

① Persvoethouderschroef

VOORZICHTIG
●Draai de schroef stevig vast met de schroevendraaier; anders raakt de naald misschien de persvoet, waardoor de naald kan verbuigen of breken.
●Draai voordat u begint met naaien het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) om te controleren of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.

Opmerking
●Kies voor een snelheid tussen langzaam en middelmatig wanneer u werkt met de boventransportvoet.
■De boventransportvoet verwijderen
① Druk eenmaal of tweemaal op ⚠ (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

De naald gaat omhoog.
② Zet de machine uit.

Zet de persvoethendel omhoog.

De persvoet gaat omhoog.
④ Draai met een schroevendraaier de persvoethouderschroef los en verwijder vervolgens de boventransportvoet.

① Persvoethouderschroef
Bevestig de persvoethouder.
- Zie "De persvoethouder verwijderen" (pagina 34) voor meer informatie.

Memo
- U kunt alleen de rechte steek (met verstevigingssteek) en de zigzagsteek gebruiken met de boventransportvoet. Zie "Steekinstellingen" (pagina 89) voor meer informatie over de steken.
- De optionele boventransportvoet is verkrijgbaar bij uw Brother-dealer.
Nuttige functies
Hieronder worden functies beschreven waarmee u efficiënter kunt naaien.
Naaldstopstand wijzigen
Normaliter is de naaimachine zo ingesteld dat de naald in de stof blijft staan wanneer u stopt met naaien. U kunt de machine echter ook zo instellen dat de naald omhoog staat wanneer u stopt met naaien.

Zet de machine uit.


Zet de machine aan terwijl u drukt op ⓝ (automatisch achteruit/verstevigingssteektoets).
Wanneer de machine twee piepsignalen geeft, laat u de automatisch achteruit/ verstevigingssteektoets los.


① Automatisch achteruit/verstevigingssteektoets
De naaldstopstand is nu gewijzigd zodat de naald omhoog blijft staan.

Memo
- Voer dezelfde procedure uit om de naaldstopstand te wijzigen zodat de naald omlaag blijft staan.
■Wanneer de naald omhoog blijft staan
De naald blijft omhoog staan wanneer u stopt met naaien.

●Wanneer het naaien is voltooid, kunt u de stof wegnemen.
■Wanneer de naald omlaag blijft staan
De naald blijft omlaag staan wanneer u stopt met naaien.

- Gebruik deze stand wanneer u van naairichting wilt veranderen ("Van naairichting veranderen" (pagina 50)) of wilt stoppen tijdens het naaien.
Aanvankelijke naaldstand wijzigen
Normaliter wordt automatisch de rechte steek (linker naaldstand) geselecteerd wanneer u de naaimachine inschakelt. U kunt de machine zo instellen dat automatisch de rechte steek (middelste naaldstand) wordt geselecteerd wanneer u de machine inschakelt.

Zet de machine uit.


Zet de machine aan terwijl u drukt op (enkele/tweelingnaaldtoets).
Wanneer de machine twee piepsignalen geeft, laat u de enkele/tweelingnaaldtoets los.

① Enkele/tweelingnaaldtoets
De aanvankelijke naaldstand wordt gewijzigd in de middelste naaldstand.

Memo
- De opgegeven aanvankelijke naaldstand blijft gehandhaafd wanneer u de naaimachine uitzet.
●Voer dezelfde procedure uit om de aanvankelijke naaldstand te wijzigen in de linker naaldstand.
Cilindrische of grote stukken naaien
Voordat u cilindrische of grote stukken stof gaat naaien verwijdert u de accessoiretafel.
Cilindrische stukken naaien
Door de accessoiretafel te verwijderen kunt u gemakkelijker cilindrische stukken zoals manchetten en broekspijpen naaien.
1 Trek de accessoiretafel naar links.

Wanneer u de accessoiretafel hebt verwijderd, kunt u naaien met de vrije arm.
2 Schuif het deel dat u wilt naaien op de arm en naai van bovenaf.

3 Plaats de accessoiretafel weer terug wanneer u klaar bent met het naaien met de vrije arm.

Grote stukken stof naaien
De optionele brede tafel maakt het naaien van grote stukken gemakkelijker.

1 Vouw de poten onder aan de brede tafel uit. Trek de vier poten uit totdat deze vastklikken.

2 Trek de accessoiretafel naar links.

Houd de brede tafel horizontaal terwijl u deze helemaal op zijn plaats schuift. De rechter benedenhoek van de brede tafel valt over het voorste gedeelte van de naaimachinebed.

- De optionele brede tafel is verkrijgbaar bij uw Brother-dealer.

Draai de schroef onder op elke poot om de hoogte af te stellen, zodat de brede tafel even hoog is als het naaimachinebed.

●Verplaats de naaimachine niet terwijl de brede tafel daaraan is bevestigd; hiermee zou u schade of letsel kunnen veroorzaken.

Wanneer u klaar bent met de brede tafel, maakt u deze weer los.
U trekt de tafel naar links terwijl u deze enigszins omhoog tilt.

Installeer de accessoiretafel weer op de oorspronkelijke plaats.
2 GRONDBEGINSELEN VAN NAAIEN
Beginnen met naaien
Hieronder worden basishandelingen voor het naaien beschreven.
Lees de volgende voorzorgsmaatregelen voordat u de naaimachine gaat gebruiken.

VOORZICHTIG
- Let goed op de naald wanneer de machine in werking is. Houd bovendien uw handen uit de buurt van alle bewegende delen zoals de naald, het handwiel en de draadophaalhendel. Anders kunt u letsel oplopen.
- Trek niet te hard aan de stof en duw de stof niet te hard tijdens het naaien. Anders kunt u letsel oplopen of kan de naald breken.
- Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen naalden kunnen gemakkelijk breken, wat letsel kan veroorzaken.
- Gebruik de juiste persvoet voor de soort steek die u wilt maken, anders kan de naald de persvoet raken, waardoor de naald kan verbuigen of breken.
- Pas op dat de naald bij het naaien geen rijgspelden raakt, anders kan de naald verbuigen of breken.
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk drukt op de start/stoptoets en de machine begint te naaien.
Naaiprocedure
Hieronder wordt de basisprocedure voor het naaien beschreven.
| 1 | Zet de machine aan. | Zet de machine aan.Zie “De machine aanzetten” (pagina 14) voor meer informatie. |
| ↓ | ||
| 2 | Selecteer een steek. | Selecteer een steek die geschikt is voor de toepassing.Zie “Steek selecteren” (pagina 42) voor meer informatie. |
| ↓ | ||
| 3 | Bevestig de persvoet. | Bevestig de geschikte persvoet voor de soort steek die u wilt naaien.Zie “Persvoet verwisselen” (pagina 33) voor meer informatie. |
| ↓ | ||
| 4 | Begin met naaien. | Plaats de stof en begin met naaien. Knip de draden af wanneer het naaiwerk is voltooid.Zie “Stof plaatsen” (pagina 43), “Beginnen met naaien” (pagina 44) en “Draad afknippen” (pagina 48) voor meer informatie. |
Steek selecteren
Met de patroonselectieknop kunt u elke steek selecteren.
1 Zet de machine aan.

2 Draai de patroonselectieknop om de steek te selecteren die u wilt naaien. Draai de knop naar rechts voor een hoger nummer of naar links voor een lager nummer.

① Patroonselectieknop
De steek wordt weergegeven op het LCD-display.
3 Bevestig de persvoet die wordt aangegeven in het LCD-display.

① Type persvoet
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.

Memo
- De persvoet die moet worden gebruikt, wordt aangegeven door de letter (J, A, enzovoort) boven het steeknummer.
4 Pas zo nodig de steeklengte en steekbreedte aan.
- Zie het volgende gedeelte, "Steeklengte en - breedte aanpassen", voor meer informatie over aanpassingen.
Steeklengte en -breedte aanpassen
■Voorbeeld: steek selecteren
1 Draai de patroonselectieknop totdat 05 wordt weergegeven in het LCD-display.
2 Druk op + of - op (steeklengtetoets) om de steeklengte aan te passen.

① Steeklengtetoets
② Steeklengte
③ Fijn
④ Grof

Druk op + of - op (steekbreedtetoets) om de steekbreedte aan te passen.

① Steekbreedtetoets
② Steekbreedte
③ Smal
④ Breed

Memo
●Wanneer de steeklengte of steekbreedte afwijkt van de standaardinstelling, wordt niet meer weergegeven rond het symbool of op het LCD-display. Wanneer de steeklengte of steekbreedte wordt teruggezet naar de standaardinstelling, wordt opnieuw weergegeven rond het symbool of op het LCD-display.
●Als de steekbreedte van de geselecteerde steek niet kan worden aangepast, wordt rechts van -- weergegeven op het LCD-display.

VOORZICHTIG
● Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe en controleert u dat de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.
●Wanneer de steken te dicht op elkaar zitten, vergroot u de steeklengte. Wanneer u doorgaat met naaien terwijl de steken te dicht op elkaar zitten, kan de naald verbuigen of breken.
Stof plaatsen
Zorg dat u de stukken stof in de juiste volgorde naait en dat de voor- en achterkant van de stof op de juiste manier tegen elkaar liggen.

Zet de machine aan.
Automatisch wordt de rechte steek (linker naaldstand) geselecteerd.


Druk eenmaal of tweemaal op ⏻ (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

Plaats de stof onder de persvoet.
- Als de marge aan de rechterkant zit, kunt u gemakkelijker in een rechte lijn naaien. De extra stof zit dan niet in de weg.
4 Houd het einde van de draad en de stof in uw linkerhand en draai met uw rechterhand het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naald omlaag te brengen naar het beginpunt van het naaiwerk.

De stof is nu goed geplaatst en u kunt deze naaien.

Zodra u klaar bent om te gaan naaien, kunt u de machine starten. U kunt de naaisnelheid aanpassen met de schuifknop voor snelheidsregeling of met het voetpedaal.

Note
Belangrijk:
●Wanneer het voetpedaal is aangesloten, kunt u (start/stoptoets) niet gebruiken om het naaien te starten.
■Met de bedieningstoetsen
U kunt het naaien starten en stoppen met de bedieningstoets ⚠️ (start/stoptoets).
① Selecteer de gewenste naaisnelheid door de schuifknop voor snelheid naar links of naar rechts te schuiven.
Wanneer u de schuifknop voor snelheidsregeling naar links schuift, wordt de naaisnelheid lager; wanneer u de knop naar rechts schuift, wordt de snelheid hoger.

① Schuifknop voor snelheidsregeling

Druk eenmaal op (fstart/stoptoets).

De machine begint te naaien.

- Wanneer u (start/stoptoets) ingedrukt houdt onmiddellijk nadat het naaien begint, wordt de naaisnelheid lager.

Wanneer u het eind van het stiksel bereikt, drukt u eenmaal op (start/stoptoets).
De machine stopt met de naald omlaag (in de stof).

Wanneer u klaar bent met naaien, haalt u de naald omhoog en knipt u de draden af.
Zie "Draad afknippen" (pagina 48) voor meer informatie.
■Werken met het voetpedaal
U kunt het naaien starten en stoppen met het voetpedaal.

Wanneer u het voetpedaal aansluit, moet u de naaimachine uitzetten, zodat deze niet per ongeluk kan starten.


Plaats de stekker van het voetpedaal in de aansluiting aan de zijkant van de naaimachine.

① Voetpedaalaansluiting

Zet de machine aan.


Selecteer de gewenste naaisnelheid door de schuifknop voor snelheid naar links of naar rechts te schuiven.
Wanneer u de schuifknop voor snelheidsregeling naar links schuift, wordt de naaisnelheid lager; wanneer u de knop naar rechts schuift, wordt de snelheid hoger.

① Schuifknop voor snelheidsregeling
- De snelheid die u hebt ingesteld met de schuifknop voor snelheidsregeling is de maximale naaisnelheid van het voetpedaal.
⑤ Zodra u klaar bent om te gaan naaien, drukt u langzaam het voetpedaal in.
Door het voetpedaal in te drukken, verhoogt u de naaisnelheid. Door het voetpedaal omhoog te laten komen, verlaagt u de naaisnelheid.

- Druk het voetpedaal langzaam in. Wanneer u het voetpedaal te hard indrukt, begint het naaien te snel.
De machine begint te naaien.
⑥ Wanneer het eind van het stiksel is bereikt, laat u het voetpedaal helemaal omhoogkomen.
De machine stopt met de naald omlaag (in de stof).
⑦ Wanneer u klaar bent met naaien, haalt u de naald omhoog en knipt u de draden af.
- Zie "Draad afknippen" (pagina 48) voor meer informatie.

Memo
●Wanneer het voetpedaal is aangesloten, kunt u (start/stoptoets) niet gebruiken om het naaien te starten.
●Wanneer u stopt met naaien, blijft de naald omlaag staan (in de stof). U kunt de machine zo instellen dat de naald omhoog blijft staan wanneer u stopt met naaien. Zie "Naaldstopstand wijzigen" (pagina 37) voor meer informatie over de naaldstopstand.

VOORZICHTIG
●Zorg dat er zich geen draad of stof ophoopt in het voetpedaal. Anders bestaat het risico van brand of elektrische schok.
●Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal. Dit kan letsel veroorzaken of de machine beschadigen.
●Als u de machine lange tijd niet gebruikt, ontkoppelt u het voetpedaal. Anders bestaat het risico van brand of elektrische schok.
Naaiwerk verstevigen
Wanneer u bijvoorbeeld met een rechte steek naait, kunt u aan het eind van een opening of op een plaats waar naden elkaar niet overlappen het uiteinde van de draad vastzetten met achteruitnaaien of verstevigingssteken.
1 Zet de naald omlaag in de stof aan het begin van het stiksel en breng vervolgens de persvoethendel omlaag.

2 Druk op (start/stoptoets) of trap het voetpedaal in.
Wanneer u op dit moment (start/stoptoets) ingedrukt houdt, is de naaisnelheid laag.

- Zie "Beginnen met naaien" (pagina 44) voor meer informatie.
De machine begint te naaien.
3 Nadat u 3 tot 5 steken hebt genaaid, drukt u op Ⓞ (achteruit/verstevigingssteektoets).
Houd ⓝ (achteruit/verstevigingssteektoets) ingedrukt totdat u het begin van het stiksel bereikt.

① Achteruit/verstevigingssteektoets Zolang u (achteruit/verstevigingssteektoets) ingedrukt houdt, wordt achteruit genaaid.
4 Wanneer u het begin van het stiksel weer hebt bereikt, laat u @tachteruit/verstevigingssteektoets) los.
De machine stopt met naaien.
5 Druk op (start/stoptoets) of trap het voetpedaal in.
De machine begint te naaien in de normale naairichting.

6 Wanneer u het eind van het stiksel bereikt, drukt u op @tachteruit/verstevigingssteektoets).
Houd ⓝ (achteruit/verstevigingssteektoets) ingedrukt totdat er 3 tot 5 steken achteruit zijn genaaid.
Zolang Ⓞ (achteruit/verstevigingssteektoets) ingedrukt houdt, wordt achteruit genaaid.

7 Nadat u 3 tot 5 steken achteruit hebt genaaid, laat u @achteruit/verstevigingssteektoets) los.
De machine stopt met naaien.
8 Druk op (start/stoptoets) of trap het voetpedaal in.
Wanneer u op dit moment (start/stoptoets) ingedrukt houdt, is de naaisnelheid laag.
De machine begint te naaien in de normale naairichting.
9 Nadat u tot het eind van het stiksel hebt genaaid, stopt u de naaimachine.
Druk op (start/stoptoets) of laat het voetpedaal los.

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
E --> F["⑥"]
style A fill:#fff,stroke:#000
style B fill:#fff,stroke:#000
style C fill:#fff,stroke:#000
style D fill:#fff,stroke:#000
style E fill:#fff,stroke:#000
style F fill:#fff,stroke:#000
① Begin van de steken ② Eind van stiksel
■Verstevigingssteken naaien
Wanneer u andere steken naait dan rechte steken of zigzagsteken die worden verstevigd met verstevigingssteken, worden er verstevigingssteken genaaid wanneer u drukt op (achteruit/verstevigingssteektoets), 3 tot 5 steken boven op elkaar.

① Achteruit naaien ② Verstevigingssteken

Memo
- Afhankelijk van de geselecteerde steek zal de machine achteruitnaaien of verstevigingssteken maken. Zie "Steekinstellingen" (pagina 89) voor meer informatie.
Draad afknippen
1 Wanneer u klaar bent met een stuk naaiwerk en de naaimachine is gestopt, drukt u eenmaal op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

① Naaldstandtoets
De naald gaat omhoog.
Zet de persvoethendel omhoog.

3 Trek de stof naar de linkerkant van de machine en leid vervolgens de draden door de draadafsnijder om ze af te snijden.

Automatisch achteruitsteken/verstevigingssteken naaien
U kunt de naaimachine zo instellen dat automatisch aan het begin en eind van het stiksel achteruit wordt genaaid of verstevigingssteken worden gemaakt. Bij rechte steken en zigzagsteken worden automatisch achteruitsteken en geen verstevigingssteken genaaid.
Selecteer een steek.
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie.
2 Druk op (automatisch achteruit/verstevigingssteektoets).

① Automatisch achteruit/verstevigingssteektoets
▶ Op het LCD-display wordt weergegeven.
- Deze stap is niet noodzakelijk bij steken voor knoopsgaten en trenssteken, waarbij automatisch verstevigingssteken worden gemaakt.
- Druk opnieuw op (automatisch achteruit/verstevigingssteektoets) om automatische achteruitsteken/verstevigingssteken te annuleren.
3 Plaats de stof onder de persvoet en draai het handwiel naar u toe om de naald in de stof te plaatsen.

4 Druk eenmaal op (start/stoptoets).

Nadat er is achteruit genaaid of verstevigingssteken zijn gemaakt, begint de machine met naaien.

Wanneer u het eind van het stiksel bereikt, drukt u eenmaal op de achteruit/verstevigingssteektoets.

① Achteruit/verstevigingssteektoets
- Deze stap is niet noodzakelijk bij steken voor knoopsgaten en trenssteken, waarbij automatisch verstevigingssteken worden gemaakt.
Na het naaien van achteruitsteken/verstevigingssteken stopt de machine.

flowchart
graph TD
A["+"] --> B["↓"]
C["lock symbol"] --> B

Memo
- Achteruitsteken/verstevigingssteken WORDEN PAS genaaid wanneer u op ⓝ (achteruit/verstevigingssteektoets) drukt. U kunt op ⏻start/stoptoets) drukken om zo nodig met stikken te stoppen, bijvoorbeeld om de stof te draaien in een hoek.
Draadspanning aanpassen
U moet de spanning van de bovendraad en de onderdraad zo instellen dat deze gelijk zijn. Als de combinatie van draad en naald geschikt is voor de soort stof die u naait (volgens "Soorten naalden en toepassingen" (pagina 30)), wordt de draadspanning automatisch aangepast aan de juiste instelling. Wanneer de vooraf ingestelde draadspanning echter niet het gewenste resultaat geeft, of wanneer u met speciaal draad of op speciale stof naait, kunt u met de draadspanningsknop de spanning van de bovendraad verhogen of verlagen.
■Juiste draadspanning
De bovendraad en de spoeldraad moeten elkaar kruisen in het midden van de stof. Alleen de bovendraad mag zichtbaar zijn aan de voorkant van de stof en alleen de spoeldraad mag zichtbaar zijn aan de achterkant van de stof.

① Achterkant van de stof
② Voorkant van de stof
③ Bovendraad
④ Spoeldraad
■Bovendraad is te strak
Als de spoeldraad zichtbaar is aan de voorkant van de stof, is de bovendraad te strak.

① Achterkant van de stof
② Voorkant van de stof
③ Bovendraad
④ Spoeldraad
⑤ De spoeldraad is zichtbaar aan de voorkant van de
Draai de draadspanningsknop naar links als u de bovendraad losser wilt naaien.

■Bovendraad is te los.
Als de bovendraad zichtbaar is aan de achterkant van de stof, is de bovendraad te los.

① Achterkant van de stof
② Voorkant van de stof
③ Bovendraad
④ Spoeldraad
⑤ De bovendraad is zichtbaar aan de achterkant van de stof.
Draai de draadspanningsknop naar rechts als u de bovendraad strakker wilt naaien.

Nuttige naaitips
Hieronder worden enkele manieren beschreven om betere naairesultaten te bereiken. Raadpleeg deze tips bij het naaien.
Proefnaaien
Nadar een steek is geselecteerd, worden automatisch de steekbreedte en -lengte ingesteld voor de steek die u hebt geselecteerd.
Het is echter raadzaam een proeflap te naaien omdat u soms niet de gewenste resultaten krijgt, afhankelijk van de soort stof en de steken die worden gemaakt.
Voor het proefnaaien gebruikt u dezelfde stof en draad als voor uw naaiwerk. Controleer de draadspanning, de steeklengte en de steekbreedte.
Aangezien de resultaten verschillen afhankelijk van de soort steek en het aantal lagen stof, moet het proefnaaien op dezelfde manier plaatsvinden als uw echte naaiwerk.
Van naairichting veranderen
1 Wanneer u bij een hoek komt, stopt u de naaimachine.
Laat de naald omlaag (in de stof) staan. Als de naald omhoog is blijven staan toen u de machine stopte, drukt u op Ⓞnaaldstandtoets).
2 Breng de persvoethendel omhoog en draai de stof.
U draait de stof met de naald als as.

3 Breng de persvoethendel weer omlaag en ga door met naaien.

Stop met naaien en wijzig vervolgens de naairichting enigszins om langs de ronding te naaien.

Wanneer u met een zigzagsteek langs een ronding naait, selecteert u een kortere steeklengte, zodat u een fijnere steek krijgt.

■Als de stof niet onder de persvoet past
Zet de persvoethendel nog hoger tot de persvoet in de hoogste stand staat. (De persvoethendel zit nu niet meer vast.)

- De dikte van een stof is afhankelijk van de soort stof. Als u de stof met kracht duwt, kan de naald verbuigen of breken.
■ Als u dikke naden naait en de stof niet wordt doorgevoerd aan het begin van het stiksel
Zigzagvoet "J" is toegerust met een functie om de persvoet horizontaal te houden.

① Naairichting
② Onjuiste uitlijning
① Wanneer u begint te naaien met een naad die te dik is om de stof door te voeren, zet u de persvoethendel omhoog.
② Druk met uw wijsvinger op de zwarte knop (persvoethouderpen) aan de linkerkant van zigzagvoet "J". Druk vervolgens voorzichtig met uw duim van uw andere hand de voorkant van de persvoet naar beneden om de persvoet horizontaal te krijgen. U hoort een klik. Blijf op de persvoethouderpen drukken terwijl u de persvoet omlaag zet.

③ De persvoet blijft horizontaal staan en u kunt de stof doorvoeren.

- Nadat de naad is genaaid, keert de persvoet terug naar de normale stand.
VOORZICHTIG
- De dikte van een stof is afhankelijk van de soort stof. Als u de stof met kracht duwt, kan de naald verbuigen of breken.
Dunne stoffen naaien
Wanneer u dunne stoffen naait, komen de steken mogelijk niet mooi op één lijn of wordt de stof niet goed doorgevoerd.
Plaats in dat geval dun papier of verstevigingsmateriaal onder de stof en naai deze samen met de stof. Wanneer u klaar bent met naaien, scheurt u het overtollige papier af.

Speld eerst de stukken stof aan elkaar en naai ze vervolgens zonder de stof uit te rekken. U kunt nog een beter resultaat bereiken wanneer u gebruikmaakt van draad voor breiwerken of een stretchsteek.

Onderdraad naar boven halen
Wanneer u plooien of fantasiequilts wilt maken, trekt u eerst de spoeldraad omhoog zoals hieronder wordt beschreven.
1 Plaats de spoel in het spoelhuis.
- Zie stap ① tot en met ④ van "Spoel plaatsen" (pagina 18).
2 Leid de spoeldraad door de sleuf. Knip de draad niet af met de draadafsnijder.

3 Houd de bovendraad losjes vast met uw linkerhand terwijl de naald omhoog staat en druk tweemaal op (naaldstandtoets) om de naald omlaag en omhoog te zetten.

De spoeldraad zit in een lus rond de bovendraad en kan naar boven worden getrokken.
4 Trek de bovendraad voorzichtig omhoog om het uiteinde van de spoeldraad eruit te trekken.

5 Trek ongeveer 10-15 cm (4-5 inch) van de spoeldraad onder de persvoet naar de achterkant van de machine.

6 Bevestig het spoelhuisdeksel weer op zijn plaats.
Plaats het lipje in de linkerbenedenhoek van het spoelhuisdeksel (A) en druk voorzichtig op de rechterkant (B).

3 NAAISTEKEN
Overhandse steken naaien
Naai overhandse steken langs de rand van afgesneden stof om rafelen te voorkomen. Er zijn zes overhandse steken beschikbaar.
Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoel | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||
| Zigzagsteek | J | 0 | 5 | 0 | 5 | 0 | Overhandse steken paaien en applicaties bevestigen | 3,5(1/8) | 0,0–7,0(0–1/4) | 1,4(1/16) | 0,0–4,0(0–3/16) | Ja(J) Ja | *1 | Achteruit-naaien | |
| 3-punts-zigzagsteek | J | 0 | 6 | 0 | 6 | 0 | Overhandse steken naaien op middelzware stof of stretchstof, elastiek bevestigen, stoppen, enzovoort | 5,0(3/16) | 1,5–7,0(1/16–1/4) | 1,0(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |
| Overhandse steek | G | 0 | 7 | 0 | 7 | Overhandse steken naaien op dunne of middelzware stof | 3,5(1/8) | 2,5–5,0(3/32–3/16) | 2,0(1/16) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| G | 0 | 8 | 0 | 8 | Overhandse steken naaien op dikke stof | 5,0(3/16) | 2,5–5,0(3/32–3/16) | 2,5(3/32) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |||
| G | 0 | 9 | 0 | 9 | Rafelen voorkomen in dikke stof en stof die gemakkelijk rafelt | 5,0(3/16) | 3,5–5,0(1/8–3/16) | 2,5(3/32) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |||
| J | 1 | 0 | 1 | 0 | 1 | Overhandse steken naaien op stretchstoffen | 5,0(3/16) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,5–4,0(1/32–3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
*1 Gebruik geen achteruitsteken.
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het naaien.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.
Overhandse steken naaien met zigzagvoet "J"

Zet de machine aan.

Met de patroonselectieknop
selecteert



of

Bevestig zigzagvoet "J".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.

Naai langs de rand van de stof en zorg dat de naaldpositie rechts van de rand is.

- Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe en controleert u dat de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.
Overhandse steken naaien met overhandse steekvoet "G"

Zet de machine aan.

Met de patroonselectieknop
selecteert u





Bevestig overhandse steekvoet "G".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.

Plaats de rand van de stof tegen de geleider van de persvoet en zet de persvoethendel omlaag.

Draai het handwiel langzaam naar u toe en controleer of de naald de persvoet niet raakt.

Naai met de rand van de stof tegen de persvoetgeleider.

U gebruikt rechte steken om gewone naden te maken. Er zijn drie basissteken beschikbaar.
Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | |||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | |||||||||
| Rechte steek | Links | J | 0 | 1 | 0 | 1 | 0 1 | Standaard naaiwerkzaamheden, plooien of gepaspelde naden naaien, enz. | 0,0(0) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–5,0(1/64–3/16) | Ja(J) Ja | *1 | Achteruit-naaien | |
| Mid-den | J | 0 | 2 | 0 | 2 | 0 2 | Ritsen bevestigen, standaard naaiwerkzaamheden, plooien of gepaspelde naden naaien, enzovoort. | 3,5(1/8) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–5,0(1/64–3/16) | Ja(J) Ja | *1 | Achteruit-naaien | ||
| Drievoudige stretchsteek | J | 0 | 3 | 0 | 3 | 0 3 | Mouwen bevestigen, binnennaden, stretchstoffen naaien en decoratieve steken | 0,0(0) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 1,5–4,0(1/16–3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
*1 Gebruik geen achteruitsteken.
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.
1 Rijg of speld de stukken stof bijeen.
2 Zet de machine aan.
3 Met de patroonselectieknop
selecteert



4 Bevestig zigzagvoet "J".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
5 Als u achteruitsteken wilt naaien, zet u de naald 3 tot 5 steeklengtes voor het punt waar u begint met stikken omlaag in de stof. Naai vervolgens de achteruitsteken.
- Zie "Naaiwerk verstevigen" (pagina 46) voor meer informatie.
5 Als u achteruitsteken wilt naaien, zet u de naald 3 tot 5 steeklengtes voor het punt waar u begint met stikken omlaag in de stof. Naai vervolgens de achteruitsteken. - Zie "Naaiwerk verstevigen" (pagina 46) voor meer informatie.
Begin met naaien.
- Zie "Beginnen met naaien" (pagina 44) voor meer informatie.
Begin met naaien. - Zie "Beginnen met naaien" (pagina 44) voor meer informatie.
7 Naai 3 tot 5 achteruitsteken als u achteruitsteken wilt naaien aan het eind van het stiksel.
- Zie "Naaiwerk verstevigen" (pagina 46) voor meer informatie.
8 Knip de draad af wanneer het naaiwerk is voltooid.
■Naaldstand wijzigen
U kunt de naaldstand aanpassen met de rechte steek (linker naaldstand) en de drievoudige stretchsteek door de steekbreedte aan te passen. Druk op – op de steekbreedtetoets voor een linker naaldstand of druk op + voor een rechter naaldstand.

① Steekbreedte
② Steekbreedtetoets
③ Naaldstand gaat naar links
④ Naaldstand gaat naar rechts
Blindzoomsteken naaien
De onderkant van rokken en broeken wordt gezoomd. Er zijn twee blindzoomsteken beschikbaar. Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevi-gingssteken | |||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | |||||||
| Blindzoom-steek | R | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 Blindzoomsteken natiien1op middel-zware stof | 0(0) | -3 - 3 | 2,0(1/16) | 1,0-3,5(1/16-1/8) | Nee | Nee | Verstevi-gingssteken | |
| R | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 Blindzoomsteken natiien2op stretch-stoffen | 0(0) | -3 - 3 | 2,0(1/16) | 1,0-3,5(1/16-1/8) | Nee | Nee | Verstevi-gingssteken | ||
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven.

Memo
●Wanneer steek of is geselecteerd
Druk op - op de steekbreedtetoets zodat 0, -1, -2 of -3 op het LCD-display wordt weergegeven om de naaldpositie naar links te verplaatsen.
Druk op + op de steekbreedtetoets zodat 0, 1, 2 of 3 op het LCD-display wordt weergegeven om de naaldpositie naar rechts te verplaatsen.
Naai een blindzoom volgens onderstaande procedure.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.

Vouw de stof langs de gewenste zoomrand en rijg de stof op ongeveer 5 mm (3/16 inch) van de rand van de stof. Vouw de stof, nadat deze is geregen, terug langs de rijgsteek en plaats de achterkant van de stof naar boven.

① Achterkant van de stof
② Rijgsteken
③ Gewenste zoomrand
④ 5 mm (3/16 inch)
⑤ Zoomrand

Zet de machine aan.

Met de patroonselectieknop
selecteert u of .

Bevestig blindzoomvoet "R".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.

Plaats de stof met de rand van de gevouwen zoom langs de geleider van de persvoet en zet de persvoethendel omlaag.

① Achterkant van de stof
② Vouw van zoom
③ Persvoetgeleider

Druk op – op de steekbreedtetoets om de steekbreedte aan te passen totdat de naald de vouw van de zoom licht raakt. Naai vervolgens met de rand van de stof tegen de persvoetgeleider.

① Naald
② Naaldpositie
③ Vouw van zoom

VOORZICHTIG
- Draai het handwiel langzaam naar u toe en controleer of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.

Memo
Als de naaldstand niet juist is, is het resultaat zoals hieronder wordt weergegeven. Corrigeer zoals hieronder wordt beschreven.
- Indien de naald te ver op de zoomvouw komt
De naaldstand is te ver naar links.
Druk op + op de steekbreedtetoets om de naaldstand zo aan te passen dat de naald de vouw van de zoom licht raakt.

① Achterkant van de stof
② Voorkant van de stof
- Indien de naald niet op de zoomvouw komt De naaldstand is te ver naar rechts.
Druk op – op de steekbreedtetoets om de naaldstand zo aan te passen dat de naald de vouw van de zoom licht raakt.

① Achterkant van de stof
② Voorkant van de stof
●Zie "Steeklengte en -breedte aanpassen" (pagina 42) voor meer informatie.

Verwijder de rijgsteken.

① Achterkant van de stof
② Voorkant van de stof
Knoopsgatsteken naaien
U kunt knoopsgaten maken.
Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevigings-steken | |||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | |||||||||
| Knoopsgat-steek | [2220] | A | 3 | 7 | 3 | 7 | 3 | Horizontale knoopsgaten in dunne en middel-zware stof | 5,0(3/16) | 3,0-5,0(1/8-3/16) | 0,5(1/32) | 0,2-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigings-steken | |
| [29V48] | A | 3 | 8 | 3 | 8 | 3 | 4 | Verstevigde knoopsgaten voor stof met een voering | 5,0(3/16) | 3,0-5,0(1/8-3/16) | 0,5(1/32) | 0,2-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigings-steken | |
| [29V7] | A | 3 | 9 | 3 | 9 | 3 | 5 | Knoopsgaten voor stretchstof of gebreide stof | 6,0(15/64) | 3,0-6,0(1/8-15/64) | 1,0(1/16) | 0,5-2,0(1/32-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigings-steken | |
| [472X] | A | 4 | 0 | 4 | 0 | 3 | 6 | Knoopsgaten voor stretchstoffen | 6,0(15/64) | 3,0-6,0(1/8-15/64) | 1,5(1/16) | 1,0-3,0(1/16-1/8) | Nee | Nee | Automatische verstevigings-steken | |
| [245K] | A | 4 | 1 | 4 | 1 | 3 | 7 | Lingerieknoopsgaten voor dikke of bontachtige stof | 7,0(1/4) | 3,0-7,0(1/8-1/4) | 0,5(1/32) | 0,3-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigings-steken | |
| [29V91] | A | 4 | 2 | 4 | 2 | - | Lingerieknoopsgaten in middel-zware of dikke stof | 7,0(1/4) | 3,0-7,0(1/8-1/4) | 0,5(1/32) | 0,3-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigings-steken | ||
| [36H7] | A | 4 | 3 | 4 | 3 | - | Horizontale knoopsgaten voor dikke of bontachtige stof | 7,0(1/4) | 3,0-7,0(1/8-1/4) | 0,5(1/32) | 0,3-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigings-steken | ||
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven.
U kunt knoopsgaten maken met een maximale lengte van 30 mm (1-3/16 inch) (doorsnede + dikte van de knoop).
Hieronder wordt beschreven hoe u knoopsgaten maakt.

flowchart
graph TD
A["Stage ①"] --> B["Stage ①"]
B --> C["Stage ①"]
C --> D["Stage ①"]
D --> E["Stage ①"]
E --> F["Stage ①"]
F --> G["Stage ①"]
G --> H["Stage ①"]
H --> I["Stage ①"]
I --> J["Stage ①"]
J --> K["Stage ①"]
K --> L["Stage ①"]
L --> M["Stage ①"]
M --> N["Stage ①"]
N --> O["Stage ①"]
O --> P["Stage ①"]
P --> Q["Stage ①"]
Q --> R["Stage ①"]
R --> S["Stage ①"]
S --> T["Stage ①"]
T --> U["Stage ①"]
U --> V["Stage ①"]
V --> W["Stage ①"]
W --> X["Stage ①"]
X --> Y["Stage ①"]
Y --> Z["Stage ①"]
① Verstevigingssteken

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.
De onderstaande afbeelding geeft de namen weer van de onderdelen van knoopsgatenvoet "A", die wordt gebruikt voor het maken van knoopsgaten.

① Knoopgeleiderplaat
② Persvoetschaal
③ Pen
④ Markeringen op knoopsgatenvoet
⑤ 5 mm (3/16 inch)
1 Markeer met krijt op de stof de plaats en de lengte van het knoopsgat.

① Markering op stof
② Voltooid naaiwerk
2 Trek de knoopgeleiderplaat van knoopsgatenvoet "A" uit en plaats de knoop die door het knoopsgat moet.

Als de knoop niet in de knoopgeleiderplaat past Tel de doorsnee en de dikte van de knoop bij elkaar op en zet de knoopgeleiderplaat op de berekende lengte. (De afstand tussen de markeringen op de persvoetschaal is 5 mm (3/16 inch).)

① Persvoetschaal
② Lengte van het knoopsgat (doorsnee + dikte van knoop)
③ 5 mm (3/16 inch)
Voorbeeld: voor een knoop met een doorsnede van 15 mm (9/16 inch) en een dikte van 10 mm (3/8 inch) stelt u de knoopgeleiderplaat in op 25 mm (1 inch) op de schaal.

① 10 mm (3/8 inch)
② 15 mm (9/16 inch)
De grootte van het knoopsgat is ingesteld.
3 Zet de machine aan.
4 Selecteer steek met de patroonselectieknop.
Bevestig knoopsgatenvoet "A".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
6 Leid de bovendraad omlaag door het gat in de persvoet en trek deze vervolgens onder de persvoet (zie afbeelding).

7 Plaats de stof met de voorkant van de knoopsgatmarkering op één lijn met de rode markeringen aan de zijkanten van de knoopsgatenvoet en zet de persvoethendel omlaag.

① Markering op stof (voorkant)
② Rode markeringen op knoopsgatenvoet

Opmerking
- Duw niet tegen de voorkant van de persvoet wanneer deze omlaag staat. Anders wordt het knoopsgat niet in het juiste formaat genaaid.

Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag.

① Knoopsgathendel De knoopsgathendel moet zich achter de beugel op de knoopsgatenvoet bevinden.

① Knoopsgathendel ② Beugel

Houd het uiteinde van de bovendraad losjes in uw linkerhand en begin met naaien.

Zodra het naaien is voltooid, naait de machine automatisch verstevigingssteken en stopt dan.

Knip de draden af, zet de persvoethendel omhoog en haal de stof weg.

Breng de knoopsgathendel omhoog in de oorspronkelijke stand.

Steek een speld langs de binnenkant van één trenssteek aan het eind van de knoopsgatsteken om te voorkomen dat de steken worden geknipt.

Snijd met het bijgeleverde tornmesje naar de speld toe en maak het knoopsgat open.

Voor lingerieknoopsgaten (maakt u met de bijgeleverde gaatjesponser een gat in het ronde uiteinde van het knoopsgat en snijdt u vervolgens het knoopsgat open met het tornmesje.

- Wanneer u de gaatjesponser gebruikt, plaatst u dik papier of een ander beschermvel onder de stof voordat u het gat in de stof ponst.

VOORZICHTIG
- Houd uw handen niet in de snijbaan terwijl u het knoopsgat met het tornmesje openmaakt. Anders zou u zich kunnen verwonden als het tornmesje uitschiet. Gebruik het tornmesje alleen voor de bestemde doeleinden.
■Steeklengte wijzigen
Druk op + of - op de steeklengtetoets om de steeklengte aan te passen.

- Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Zie "Steekinstellingen" (pagina 89) voor patroonnummers.
① Steeklengtetoets
② Steeklengte
③ Fijn
④ Grof
- Als de stof niet wordt doorgevoerd (bijvoorbeeld als deze te dik is), maakt u de steken grover.
■De steekbreedte wijzigen
Druk op + of - op de steekbreedtetoets om de steekbreedte aan te passen.

- Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Zie "Steekinstellingen" (pagina 89) voor patroonnummers.
① Steekbreedtetoets
② Steekbreedte
③ Smal
④ Breed

Memo
- Voordat u knoopsgaten maakt, controleert u de steeklengte en de steekbreedte door een proefknoopsgat te maken op een overgebleven lapje stof.
■Knoopsgaten maken in stretchstoffen
Gebruik een contourdraad wanneer u knoopsgaten maakt in stretchstoffen.
① Haak de contourdraad aan het gedeelte van knoopsgatenvoet "A" (zie afbeelding), zodat de draad in de groeven past en bind deze dan losjes vast.

Selecteer steek of .
④ Bevestig knoopsgatenvoet "A".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
⑤ Pas de steekbreedte aan de dikte van de contourdraad aan.
⑥ Breng de persvoethendel en de knoopsgathendel omlaag en begin met naaien.
⑦ Wanneer u klaar bent met naaien trekt u zachtjes aan de contourdraad zodat deze niet loshangt.

⑧ Trek de contourdraad met een handnaainaald naar de achterkant van de stof en knoop hem vast.
⑨ Snijd met een tornmesje het middendeel van de contourdraad dat aan de bovenkant van het knoopsgat overblijft.
Snijd alle uitstekende contourdraad weg.
Knopen aanzetten
U kunt met de machine knopen aannaaien. U kunt knopen met 2 en knopen met 4 gaten aanzetten.
Meet de afstand tussen de gaten in de knoop die u wilt bevestigen.

2 Breng de persvoethendel omhoog en schuif de boventransporteurhendel (achter op de voet van de machine) naar 7 aan de linkerkant, gezien vanaf de achterkant van de machine).

① Transporteurhendel (gezien vanaf de achterkant van de machine) ▶ De transporteurs staan omlaag.
3 Zet de machine aan.
4 Selecteer steek .
5 Bevestig knoopaanzetvoet "M".

- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
6 Pas de steekbreedte zo aan dat deze gelijk is aan de afstand tussen de gaten in de knoop.
7 Plaats de knoop in de knoopaaanzetvoet "M".

De knoop wordt op zijn plaats gehouden.
- Wanneer u vier-gatsknopen bevestigt, naait u eerst de twee gaten het dichtst bij u. Schuif vervolgens de knoop zo dat de naald in de twee gaten erachter gaat en naai deze op dezelfde manier.

8 Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om te controleren of de naald goed in de twee gaten van de knoop gaat.
Als de naald de knoop lijkt te raken, meet u opnieuw de afstand tussen de gaten in de knoop. Stem de steekbreedte af op de afstand tussen de gaten in de knopen.

- Let er tijdens het naaien op dat de naald de knoop niet raakt. Anders kan de naald verbuigen of breken.

Begin met naaien.
Zet de schuifknop voor snelheidsregeling naar links (zodat de snelheid laag is).

De machine stopt automatisch na het naaien van verstevigingssteken.
- Wanneer u de knoop extra stevig wilt bevestigen, voert u dezelfde handeling nogmaals uit.

Knip met een schaartje de bovendraad en de spoeldraad af aan het begin van het stiksel.
Trek de bovendraad na het naaien naar de achterkant van de stof en knoop deze vast aan de spoeldraad.

Wanneer u klaar bent met het aannaaien van de knoop, schuift u de boventransporteurhendel naar ★an de rechterkant, gezien vanaf de achterkant van de machine) om de transporteurs omhoog te brengen.

① Transporteurhendel (gezien vanaf de achterkant van de machine)

Memo
- De transporteurstandschakelaar staat normaal naar rechts (gezien van de achterkant van de machine).
- De transporteurs gaan omhoog als u weer gaat naaien.
■Een knoopvoet bevestigen
Als u een knoop met een knoopvoet wilt bevestigen, bevestigt u de knoop op enige afstand van de stof, en draait u daar met de hand draad omheen. Zo bevestigt u de knoop stevig.

Plaats de knoop in knoopaanzetvoet "M" en trek de knoopvoethendel naar u toe.

Wanneer u klaar bent met naaien, knipt u de bovendraad royaal af. Het uiteinde windt u tussen de knoop en de stof. Vervolgens knoopt u dit aan de bovendraad aan het begin van het stiksel.
Knoop de uiteinden van de spoeldraad aan het begin en het eind van het stiksel aan de achterkant van de stof aan elkaar.

U kunt deze machine gebruiken om ritsen in te zetten.
Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevi-gingssteken | |||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | |||||||||
| Rechte steek | Mid-den | J | 0 | 2 | 0 | 2 | O | Ritsen bevestigen, standaard naaiwerk-2 aan hetden, plooien of gepaspelde naden naaien, enzovoort. | 3,5 (1/8) | 0,0–7,0 (0–1/4) | 2,5 (3/32) | 0,2–5,0 (1/64–3/16) | Ja (J) Ja | *1 | Achteruit-naaien | |
*1 Gebruik geen achteruitsteken.
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven.
U kunt ritsen op vele verschillende manieren bevestigen. Daarom wordt hieronder alleen beschreven hoe u een middenrits en een zijrits inzet.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.
Een rits inzetten in het midden
U naait op beide stukken stof met de randen tegen elkaar.

1 Zet de machine aan.
2 Bevestig zigzagvoet "J" en naai rechte steken tot aan de ritsopening.
Met de voorkant van de stukken stof naar elkaar toe naait u achteruit nadat u de ritsopening hebt bereikt.
- Zie "Basissteken" (pagina 55) voor meer informatie over basissteken.
3 Rijg de twee stukken tot aan de rand van de stof.

① Rijgsteken
② Achteruit naaien
③ Achterkant van de stof
④ Einde ritsopening
4 Druk de marge open vanaf de achterkant van de stof.

① Achterkant van de stof
5 Zet de naad op één lijn met het midden van de rits en naai de rits op zijn plaats met rijgsteken.

① Achterkant van de stof
② Rijgsteken
③ Rits
6 Met de patroonselectieknop
selecteert u steek

7 Bevestig de persvoethouder aan de rechterkant van de pen van ritsvoet "I".

① Rechterkant van de pen
② Naaldpositie
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
VOORZICHTIG
- Wanneer u ritsvoet "I" gebruikt, moet u de middelste naaldstand gebruiken en het handwiel langzaam naar u toe draaien om te controleren dat de naald de persvoet niet raakt. Als een andere steek is geselecteerd en de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.
8 Naai versteviging rond de rits.

① Stiksel
② Voorkant van de stof
③ Rijgsteken
④ Einde ritsopening
VOORZICHTIG
●Zorg bij het naaien dat de naald de rits niet raakt. Anders kan de naald verbuigen of breken.
9 Verwijder de rijgsteken.
Zijrits inzetten
Slechts één stuk stof wordt gestikt. Gebruik deze soort ritsen voor zij- en achteropeningen.

Hieronder wordt beschreven hoe u aan de linkerkant moet stikken (zie afbeelding).
1 Zet de machine aan.
2 Bevestig zigzagvoet "J" en naai rechte steken tot aan de ritsopening.
- Met de voorkant van de stukken stof naar elkaar toe naait u achteruit nadat u de ritsopening hebt bereikt.
- Zie "Basissteken" (pagina 55) voor meer informatie over basissteken.
3 Rijg de twee stukken tot aan de rand van de stof.

① Rijgsteken
② Achteruit naaien
③ Achterkant van de stof
④ Einde ritsopening
4 Druk de marge open vanaf de achterkant van de stof.

① Achterkant van de stof
5 Duw tegen de marge tot er aan de voorkant (de kant die niet wordt gestikt) 3 mm (1/8 inch) extra ontstaat.

① Achterkant van de stof ② 3 mm (1/8 inch)
6 Leg de tanden van de rits op één lijn met de geperste rand van de stof met de extra 3 mm (1/8 inch) en rijg of speld vervolgens de rits op zijn plaats.

① Tanden van rits
② Rijgsteken
7 Met de patroonselectieknop
selecteert u steek

8 Bevestig de persvoethouder aan de rechterkant van de pen van ritsvoet "I".
Wanneer u de rechterkant stikt (de andere kant dan dit voorbeeld), bevestigt u de persvoethouder aan de linkerkant van de ritsvoetpen.

① Rechterkant van de pen
② Naaldpositie
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
VOORZICHTIG
- Wanneer u ritsvoet "I" gebruikt, moet u de middelste naaldstand gebruiken en het handwiel langzaam naar u toe draaien om te controleren dat de naald de persvoet niet raakt. Als een andere steek is geselecteerd en de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.
9 Naai de rits aan het stuk stof met de extra 3 mm (1/8 inch), te beginnen vanaf de basis van de rits.

●Zorg bij het naaien dat de naald de rits niet raakt. Anders kan de naald verbuigen of breken.
10 Wanneer u nog ongeveer 5 cm (2 inch) van het eind van de rits bent verwijderd, stopt u de machine met de naald omlaag (in de stof). Zet vervolgens de persvoethendel omhoog, open de rits en ga verder met naaien.

11 Sluit de rits, draai de stof om en rijg de andere kant van de rits aan de stof vast.

12 Bevestig de persvoethouder aan de andere kant van de pen van ritsvoet "I".
Als u in stap 8 de persvoethouder aan de rechterkant van de pen had bevestigd, bevestigt u deze nu aan de linkerkant van de pen.

① Linkerkant van de pen
② Naaldpositie
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
Naai afwerksteken langs de rits.
Naai achteruit aan het eind van de ritsopening en leg de tanden van de rits op één lijn met de zijkant van de persvoet.

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
① Voorkant van de stof
② Einde ritsopening
③ Achteruit naaien
④ Begin van de steken
⑤ Rijgsteken
14 Wanneer u nog ongeveer 5 cm (2 inch) van het eind van de rits bent verwijderd, stopt u de machine met de naald omlaag (in de stof). Zet vervolgens de persvoethendel omhoog.
15 Verwijder de rijgsteken, open de rits en ga verder met naaien.

Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevi-gingsste-ken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||
| Stretchsteek | J | 0 | 4 | 0 | 4 | 0 | 1,0(1/16) | 1,0–3,0(1/16–1/8) | 2,5(3/32) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevi-gingsste-ken | ||
| 3-punts-zigzagsteek | J | 0 | 6 | 0 | 6 | 0 | Overhandse steken naaien op middel-zware stof of stretch-stof, elastiek bevestigen, stoppen, enzovoort | 5,0(3/16) | 1,5–7,0(1/16–1/4) | 1,0(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevi-gingsste-ken | |
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het naaien.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.
Stretchstof naaien

Zet de machine aan.

Met de patroonselectieknop
selecteert u steek . ^2

Bevestig zigzagvoet "J".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.

Naai de stof zonder deze uit te rekken.

Wanneer u elastiek bevestigt rond de manchet of de taille van een kledingstuk moet u uitgaan van de afmetingen van het uitgerekte elastiek. Neem daarom een stuk elastiek van geschikte lengte.

Speld het elastiek aan de achterkant van de stof. Speld het elastiek op enkele punten tegen de stof, zodat het gelijkmatig is verdeeld over de stof.

Met de patroonselectieknop
selecteert u steek


Bevestig zigzagvoet "J".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.

Naai het elastiek aan de stof terwijl u het elastiek zo uitrekt dat het even lang is als de stof.
Trek met uw linkerhand de stof achter de persvoet en trek tegelijk met uw rechterhand aan de stof bij de speld die zich het dichtst bij de voorkant van de persvoet bevindt.

●Zorg dat de naald tijdens het naaien geen spelden raakt, anders kan de naald verbuigen of breken.
Applicatie-, patchwork- en quiltsteken
Hieronder wordt beschreven welke steken u kunt gebruiken voor het maken van applicaties, patchwork en quilts.
Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevi-gingssteken | |||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | |||||||
| Zigzagsteek | J | 0 | 5 | 0 | 5 | Overhandse steken naieß en applica-ties bevestigen | 3,5(1/8) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,4(1/16) | 0,0-4,0(0-3/16) | Ja(J) Ja | *1 | Achteruit-naaien | |
| J | 1 | 8 | 1 | 8 | Applicatiequilts, fantasiequilts en satijnsteken naaien | 3,5(1/8) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,4(1/16) | 0,0-4,0(0-3/16) | Nee | Ja | Verstevi-gingssteken | ||
| Applica-tiesteek | J | 1 | 3 | 1 | 3 | Appliciesteken naaiën | 3,5(1/8) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 2,5(3/32) | 1,6-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevi-gingssteken | |
| J | 1 | 9 | 1 | 9 | Applicaties en band aanbrengen | 1,5(1/16) | 0,5-3,5(1/32-1/8) | 1,8(1/16) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevi-gingssteken | ||
| J | 2 | 0 | 2 | 0 | Applicaties en band aanbrengen | 1,5(1/16) | 0,5-3,5(1/32-1/8) | 1,8(1/16) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevi-gingssteken | ||
| Rechte ver-bindings-steek | J | 1 | 5 | 1 | 5 | Rechte verbindings-steken maken (met een marge van 6,5 mm (1/4 inch) vanaf de rechterrand van de persvoet) | 5,5(7/32) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,0(1/16) | 0,2-5,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevi-gingssteken | |
| J | 1 | 6 | 1 | 6 | Rechte verbindings-steken maken (met een marge van 6,5 mm (1/4 inch) vanaf de linkerrand van de persvoet) | 1,5(1/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,0(1/16) | 0,2-5,0(1/64-3/16) | Nee | Ja | Verstevi-gingssteken | ||
| Verbin-dingssteek | J | 2 | 3 | 2 | 3 | Patchworksteken en dDecoratieve steken naaien | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,2(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevi-gingssteken | |
| J | 2 | 4 | 2 | 4 | Patchworksteken, decoratieve steken en overhandse steken naaien op beide kan-ten van een stof, zoals bij tricot | 5,0(3/16) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevi-gingssteken | ||
| J | 2 | 5 | 2 | 5 | Patchworksteken en dDecoratieve steken naaien | 5,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,2(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevi-gingssteken | ||
*1 Gebruik geen achteruitsteken.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||
| Quilten met handge-maakt uiter-lik | [7824] | J | 1 | 7 | 1 | 7 | 1 6 | Quilten met rechte steek net handge-maakt uiterlijk | 0,0(0) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken |
| Quiltsteek (stippel) | J | 2 | 1 | 2 | 1 | 1 7 | Achtergrondstiksel quilt (stippel) | 7,0(1/4) | 1,0–7,0(1/16–1/4) | 1,6(1/16) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |
*1 Gebruik geen achteruitsteken.
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.
Applicatiesteken naaien
1 Knip de applicatie uit met een marge van 3 tot 5 mm (1/8 tot 3/16 inch).

2 Plaats een patroon van dik papier op de achterkant van de applicatie en vouw de marge om met een strijkbout.

3 Draai de stof om en rijg, lijm of speld deze op de stof waarop u deze wilt bevestigen.

4 Zet de machine aan.
5 Met de patroonselectieknop
selecteert u steek

Bevestig zigzagvoet "J".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
7 Draai het handwiel naar u toe en begin te naaien rond de rand van de applicatie. Let op dat de naald net buiten de applicatie neerkomt.

- Wanneer u ronde hoeken naait, stopt u de machine met de naald in de stof net buiten de applicatie. Breng de persvoethendel omhoog en draai vervolgens de stof om de naairichting te wijzigen.

Patchworksteken (voor fantasiequilt)
1 Vouw de rand van het bovenste stuk stof en plaats deze op het onderste stuk.
2 Naai de twee stukken stof aan elkaar, zodat het patroon beide stukken omspant.

Twee stukken stof aan elkaar naaien wordt 'piecing' (aan elkaar zetten) genoemd. Knip de stukken stof met een marge van 6,5 mm (1/4 inch).
Naai een rechte verbindingssteek 6,5 mm (1/4 inch) vanaf de rechterkant van de persvoet.
1 Rijg of speld langs de marge van de stof die u aan elkaar wilt naaien.
2 Zet de machine aan.
3 Selecteer steek of .
is alleen beschikbaar op modellen met 60 of 70 steken.
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie.
4 Bevestig zigzagvoet "J".

- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
5 Naai met de rechterkant van de persvoet op één lijn met de rand van de stof.
■Voor een marge aan de rechterkant
Leg de rechterkant van de persvoet op één lijn met de rand van de stof en naai met steek


① 6,5 mm (1/4 inch)
■ Voor een marge aan de linkerkant (alleen beschikbaar op modellen met 60 of 70 steken) Leg de linkerkant van de persvoet op één lijn met de rand van de stof en naai met steek


① 6,5 mm (1/4 inch)

Memo
●Wilt u de breedte van de marge (naaldstand) wijzigen, pas dan de steekbreedte aan.
Quilten
Wattering aanbrengen tussen de boven- en onderlaag van de stof wordt quilten genoemd. Quilts kunt u gemakkelijk naaien met de optionele boventransportvoet en de optionele quiltgeleider.
1
Rijg de stof vast die u wilt quilten.
2
Bevestig de boventransportvoet.
- Zie "Werken met de optionele boventransportvoet" (pagina 35) voor meer informatie.
3
Selecteer een steek.
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie.
- Zie "Steekinstellingen" (pagina 89) voor meer informatie over steken die u kunt naaien met de boventransportvoet.
4
Plaats een hand aan elke kant van de persvoet en houd de stof strak terwijl u naait.

●Kies voor een snelheid tussen langzaam en middelmatig wanneer u werkt met de boventransportvoet.
■Met de optionele quiltgeleider
Met de quiltgeleider maakt u parallelle steken met een gelijkmatige tussenruimte.

① Plaats de stang van de quiltgeleider in het gat aan de achterkant van de boventransportvoet of persvoethouder.
□ Boventransportvoet

② Stel de stang van de quiltgeleider zo af dat de quiltgeleider op één lijn staat met de naad die u al hebt genaaid.

●De optionele quiltgeleider is verkrijgbaar bij uw dealer.
Vrij quilten
Bij vrij quilten moet u de transporteur omlaag zetten (met de transporteurstandschakelaar) zodat de stof niet wordt doorgevoerd.
Voor vrij quilten hebt u de optionele quiltvoet nodig.

1 Zet de machine uit.
2 Verwijder de persvoet en de persvoethouder.
- Zie "De persvoethouder verwijderen" (pagina 34) voor meer informatie.
3 Bevestig de borduurvoet op de schroef van de persvoethouder.
Plaats de pin op de quiltvoet boven de naaldklemschroef.

① Pin op quiltvoet
② Persvoethouderschroef
③ Naaldklemschroef
4 Houd de quiltvoet op zijn plaats met uw rechterhand en draai de persvoethouderschroef aan met de bijgeleverde schroevendraaier in uw linkerhand.

●Draai de schroef stevig vast met de bijgeleverde schroevendraaier. Anders raakt de naald misschien de persvoet, waardoor de naald kan verbuigen of breken.
5 Schuif de transporteurstandschakelaar, onder aan de achterkant van de machine, in de stand die hieronder wordt aangegeven om de transporteur omlaag te zetten.

① Transporteurstandschakelaar (gezien vanaf de achterkant van de machine)
6 Zet de machine aan.
7 Met de patroonselectieknop selecteert u steek of .

Trek de stof met beide handen strak en volg met de stof het patroon.
Aan het begin en het eind van het stiksel worden verstevigingssteken gemaakt.

- Wanneer de transporteur omlaag staat, kunt u geen achteruitsteken naaien.

Als u klaar bent met naaien, schuift u de transporteurstandschakelaar in de oorspronkelijke stand om de transporteur omhoog te zetten.

●Draai het handwiel om de transporteur omhoog te zetten.
Verstevigingssteken naaien
Verstevig plekken waarop spanning komt te staan, zoals mouwgaten, binnennaden en hoeken van zakken. Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||
| Drievoudige stretchsteek | J | 0 | 3 | 0 | 3 | 0 | 3 | Mouwen bevestigen, binnennaden, stret-chstoffen naaien en decoratieve steken | 0,0(0) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 1,5–4,0(1/16–3/16) | Ja(J) | Nee | |
| Trenssteek | A | 4 | 4 | 4 | 4 | 3 | 8 | Versteviging van open-ningen en vlakken waar de nad gemak-kelijk los raakt | 2,0(1/16) | 1,0–3,0(1/16-1/8) | 0,4(1/64) | 0,3–1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | |
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.
Drievoudige stretchsteken naaien
Bij elke steek worden drie overlappende steken genaaid.

Zet de machine aan.

Met de patroonselectieknop
selecteert u steek .

Bevestig zigzagvoet "J".
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.

Begin met naaien.
■Naaldstand wijzigen
U kunt de naaldstand aanpassen met de rechte steek (linker naaldstand) en de drievoudige stretchsteek door de steekbreedte aan te passen. Druk op – op de steekbreedtetoets voor een linker naaldstand of druk op + voor een rechter naaldstand.

①Steekbreedte
②Steekbreedtetoets
③Naaldstand gaat naar links
④Naaldstand gaat naar rechts
Trenssteek
Trenssteken zijn een vorm van verstevigingssteken ter versteviging van stukken die zwaar belast zullen worden, zoals de hoeken van zakken en openingen. Hieronder wordt als voorbeeld beschreven hoe u trenssteken maakt op hoeken van zakken.

1 Bepaal de gewenste lengte van de trenssteek. Zet de knoopgeleiderplaat op knoopsgatenvoet "A" op de gewenste lengte. (De afstand tussen de markeringen op de persvoetschaal is 5 mm (3/16 inch).)

① Persvoetschaal
② Lengte trenssteek
③ 5 mm (3/16 inch)
2 Zet de machine aan.
3 Met de patroonselectieknop selecteert u steek .
4 Bevestig knoopsgatenvoet "A". • Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 3.3) voor meer informatie.
5 Leid de bovendraad omlaag door het gat in de persvoet en trek deze vervolgens onder de persvoet (zie afbeelding).

6 Plaats de stof met de opening van de zak naar u toe zo dat de naald 2 mm (1/16 inch) voor de zakopening neerkomt en breng vervolgens de persvoethendel omlaag.

- Duw niet tegen de voorkant van de persvoet wanneer u deze omlaag zet. Anders wordt de trenssteek niet in het juiste formaat gemaakt.

7 Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag.

De knoopsgathendel moet zich achter de metalen beugel op de knoopsgatenvoet bevinden.

① Knoopsgathendel
② Beugel
8 Houd het uiteinde van de bovendraad losjes in uw linkerhand en begin met naaien.

Zodra het naaien is voltooid, naait de machine automatisch verstevigingssteken en stopt dan.
9 Zet de persvoethendel omhoog, knip de draden af en haal de stof weg.
10 Breng de knoopsgathendel omhoog in de oorspronkelijke stand.

Memo
●Als de stof niet wordt doorgevoerd (bijvoorbeeld als deze te dik is), maakt u de steeklengte groter. Zie "Steeklengte en - breedte aanpassen" (pagina 42) voor meer informatie.
Decoratieve steken naaien
Met deze machine kunt u diverse decoratieve steken naaien.
Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevigings-steken | |||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | |||||||||
| Fagotsteek | [HDX2] | J | 2 | 6 | 2 | 6 | 2 | 2 | Fagotsteken, smock-steken en decora-tieve steken | 5,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken |
| [HDXY] | J | 2 | 7 | 2 | 7 | 2 | 3 | Fagotsteken, smock-steken en decora-tieve steken | 5,0(3/16) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken | |
| Verbindings-steek | [2D33] | J | 2 | 3 | 2 | 3 | 1 | 9 | Patchworksteken en decoratieve steken naaien | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,2(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken |
| [682X] | J | 2 | 4 | 2 | 4 | 2 | 0 | Patchworksteken, decoratieve steken en overhandse ste-ken naaien op beide kanten van een stof, zoals bij tricot | 5,0(3/16) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken | |
| [302D] | J | 2 | 5 | 2 | 5 | 2 | 1 | Patchworksteken en decoratieve steken naaien | 5,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,2(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken | |
| Schelprijgs-steek | ![]() | J | 1 | 4 | 1 | 4 | 1 | 4 | Schelprijgsteken naaien | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken |
| Satijnen schelpsteek | [3H422] | N | 2 | 2 | 2 | 2 | 1 | 8 | Schelpsteek | 5,0(3/16) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,5(1/32) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken |
| Zoomsteken | [240H] | N | 3 | 2 | 3 | 2 | 2 | 8 | Kant naaien, deco-rateve zomen, erf-stuksteken enz. | 3,5(1/8) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 2,5(3/32) | 1,6-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigings-steken |
| [2C7T] | N | 3 | 3 | 3 | 3 | 2 | 9 | Decoratieve zomen, erfstuksteken, enz. | 6,0(15/64) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 3,0(1/8) | 1,5-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigings-steken | |
| [064D] | N | 3 | 4 | 3 | 4 | 3 | 0 | Decoratieve zomen op dunne, middel-zware en eenvou-dig geweven stoffen, erfstuksteken, enz. | 5,0(3/16) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 4,0(3/16) | 1,5-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigings-steken | |
| [07HC] | N | 3 | 5 | 3 | 5 | Decoratieve zomen op dunne, middel-zware en eenvou-dig geweven stoffen, erfstuksteken, enz. | 5,0(3/16) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 2,5(3/32) | 1,5-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigings-steken | |||
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoel | Achteruit-naaien/verstevigings-steken | |||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | |||||||||
| Zoomsteken | N | 3 | 6 | 3 | 6 | 3 | Decoratieve zomen op dunne, middel-zare en eenvou-dig geweven stoffen,erfstuksteken, enz. | 5,0(3/16) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 2,0(1/16) | 1,5-4,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevigings-steken | ||
| Laddersteek | J | 2 | 8 | 2 | 8 | 2 | 4 | 4 | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 3,0(1/8) | 2,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigings-steken | |
| Zigzag sier-zoomsteek | J | 2 | 9 | 2 | 9 | 2 | 5 | 5 | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken | |
| Decoratieve steek | J | 3 | 0 | 3 | 0 | 2 | 6 | 6 | 5,5(7/32) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,6(1/16) | 1,0-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken | |
| Serpentsteek | N | 3 | 1 | 3 | 1 | 2 | 7 | 7 | 5,0(3/16) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 1,0(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigings-steken | |
Fagotsteken
Stikken over een open naad wordt een fagotsteek genoemd. Het wordt gebruikt op blouses en kinderkleding. Deze steek is decoratiever wanneer u dikkere draad gebruikt.
1 Vouw met een strijkbout twee stukken stof langs de zoom.
2 Rijg de twee stukken stof op 4,0 mm (3/16 inch) afstand op dun papier of een vel in water oplosbare steunstof.
Het naaien wordt vergemakkelijkt wanneer u een lijn trekt door het midden van het dunne papier of de in water oplosbare steunstof.

3 Zet de machine aan.
4 Selecteer steek of .
5 Bevestig zigzagvoet "J".
Stel de steekbreedte in op 7,0 mm (1/4 inch).
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie.
7 Zorg dat bij het naaien de persvoet op één lijn staat met het midden van de twee stukken stof.


8 Wanneer het naaien is voltooid, verwijdert u het papier.
Schelpsteek
De schelpsteek zorgt voor een golvend, zich herhalend patroon in de vorm van schelpen. Dit motief wordt gebruikt op kragen van blouses of randen van zakdoeken.
1 Zet de machine aan.
2 Selecteer steek .
3 Bevestig monogramvoet "N".

4 Stik langs de rand van de stof, niet rechtstreeks op de rand.

- U krijgt betere resultaten wanneer u eerst stijfsel op de stof spuit en de stof perst met een hete strijkbout.
5 Snijd de stof af langs de steken.

• Zorg dat u de steken niet doorsnijdt.
Smocksteken naaien
De decoratieve steek die men verkrijgt door over plooien heen te stikken of borduren wordt smocksteek genoemd. Hiermee verfraait u de voorkant van blouses of manchetten.
De smocksteek geeft de stof meer structuur en elasticiteit.
1 Zet de machine aan.
2 Selecteer de rechte steek, stel de steeklengte af op 4,0 mm (3/16 inch) en verlaag de draadspanning.
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) en "Draadspanning aanpassen" (pagina 49) voor meer informatie.
3 Bevestig zigzagvoet "J".
4 Maak parallelle steken met intervallen van 1 cm (3/8 inch).

- Naai geen achteruit-/verstevigingssteken en knip niet de draad af.
5 Trek aan de spoeldraad om plooien te maken. Strijk de plooien met een strijkbout.

7 Stik tussen de rechte steken.

Trek de draden van de rechte steken eruit.

Schelprijgsteken naaien
Schelprijgsteken zorgen voor plooien de vorm van een schelp. Hiermee kunt u randen, de voorkant van blouses of manchetten van dunne stof verfraaien.

Vouw de stof over de diagonaal.

Selecteer steek en verhoog de draadspanning.
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie.

Bevestig zigzagvoet "J".

Zorg dat de naald iets van de rand van de stof neerkomt.


Vouw de stof uit en strijk de schelpen naar één kant.

Verbindingssteken naaien
U kunt decoratieve brugsteken naaien over de marge van aan elkaar genaaide stoffen. Hiermee kunt u een fantasiequilt maken.

Zet de machine aan.

Naai de voorkanten van de twee stukken stof aan elkaar en open vervolgens de marge.

Bevestig zigzagvoet "J".

Draai de stof om, zodat de voorkant naar boven ligt en naai over de naad met het midden van de persvoet op één lijn met de naad.

① Voorkant van de stof
Erfstuksteken naaien
Wanneer u naait met de platte naald, worden de naaldgaten groter zodat een kantachtig effect ontstaat. Hiermee kunt u zomen en tafelkleden van dunne of middelzware stof en eenvoudig geweven stof verfraaien.

VOORZICHTIG
- U kunt de naaldinrijger niet gebruiken met de platte naald; de naaimachine zou beschadigd kunnen raken. Leid de draad met de hand van voren naar achteren door het oog van de naald. Zie "Naald handmatig inrijgen (zonder de naaldinrijger te gebruiken)" (pagina 26) voor meer informatie.

Plaats de platte naald.

- Gebruik een 130/705H 100/16 platte naald. - Zie "Naald verwisselen" (pagina 31) voor meer informatie over het plaatsen van een naald.

Zet de machine aan.

Selecteer



主

Bevestig monogramvoet "N".

VOORZICHTIG
- Selecteer een steekbreedte van 6,0 mm (15/64 inch) of minder; anders kan de naald verbuigen of breken.
- Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) om te controleren dat de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.

Begin met naaien.

■Ajour (voorbeeld 1)
De stof wordt omgedraaid en tweemaal genaaid.

Trek verschillende draden uit de stof.

Bevestig monogramvoet "N".

of
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.

Selecteer steek .
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie.

Met de voorkant van de stof naar boven naait u langs de rechterrand van het gerafelde gedeelte.

Draai de stof om om de andere kant te naaien.
⑥ Naai langs de andere kant van de gerafelde rand zodat deze lijkt op het vorige stiksel.

■Ajour (voorbeeld 2)
① Trek diverse draden bij twee gedeelten van de stof uit, gescheiden door een niet-gerafeld gedeelte van ongeveer 4 mm (3/16 inch).

② Bevestig monogramvoet "N".

- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
③ Selecteer steek .
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie.
④ Naai langs het midden van het niet-gerafelde gedeelte.

Werken met de zijsnijder (optioneel)
Met de optionele zijsnijder kunt u overhandse steken naaien terwijl de rand van de stof wordt afgesneden. Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Achteruitnaaien/verstevigingsste-ken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||
| Overhandse steek | ---=0 | S | 0 | 1 | 0 | 1 | 0 1 | Standaard naaiwerkzaamheden, plooien of gepaspelde naden naaien, enz. | 0,0(0) | 0,0–2,5(0–3/32) | 2,5(3/32) | 0,2–5,0(1/64–3/16) | Achteruit-naaien |
| VV | S | 0 | 7 | 0 | 7 | 0 7 | Overhandse steken naaien7op dunne of middelzware stof | 3,5(1/8) | 2,5–5,0(3/32–3/16) | 2,0(1/16) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Verstevigings-steken | |
| VV | S | 0 | 8 | 0 | 8 | 0 8 | Overhandse steken naaien op dikke stof | 5,0(3/16) | 2,5–5,0(3/32–3/16) | 2,5(3/32) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Verstevigings-steken | |
| III | S | 0 | 9 | 0 | 9 | 0 9 | Rafelen voorkomen in dikke stof en stof die gemakkelijk rafelt | 5,0(3/16) | 3,5–5,0(1/8–3/16) | 2,5(3/32) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Verstevigings-steken | |
De waarde onder Automatisch wordt ingesteld wanneer het betreffende patroon wordt geselecteerd. U kunt deze instelling aanpassen naar elke waarde die binnen het bereik ligt dat onder Handmatig is aangegeven. Wanneer u de zijsnijder gebruikt, moet u de steekbreedte instellen op een waarde die binnen het bereik ligt dat de tabel hierboven aangeeft.

VOORZICHTIG
- Zet de naaimachine uit voordat u de persvoet en persvoethouder verwisselt. Anders kunt u letsel oplopen wanneer u per ongeluk op een toets drukt en de machine begint te naaien.
1 Verwijder de persvoet.
- Zie "Persvoet verwisselen" (pagina 33) voor meer informatie.
Rijg de bovendraad in.
- Zie "Bovendraad inrijgen" (pagina 20) voor meer informatie.

Opmerking
- U kunt de naaldinrijger niet gebruiken wanneer de zijsnijder aan de naaimachine is bevestigd. Anders kan de naaldinrijger beschadigen.
Selecteer een steek.
- Zie "Steek selecteren" (pagina 42) voor meer informatie.
4 Zet de persvoethendel omhoog.
5 Zet de persvoethendel nog hoger en haak de verbindingsvork van de zijsnijder op de naaldklemschroef.

6 Plaats de zijsnijder zo dat de pen van de zijsnijder op één lijn staat met de inkeping in de persvoethouder en breng vervolgens langzaam de persvoethendel omlaag.

① Inkeping in persvoethouder
② Pen
De zijsnijder is bevestigd.
7 Breng de persvoethendel omhoog om te controleren of de zijsnijder stevig is bevestigd.
8 Leid de bovendraad door de zijsnijder en trek deze vervolgens naar de achterkant van de machine.

● Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe en controleert u dat de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.
9 Knip de stof ongeveer 2 cm (3/4 inch) in aan het begin van het stiksel.

Plaats de stof zo dat de rechterkant van de snee boven de geleiderplaat ligt en de linkerkant onder de persvoet.

●Als de stof niet juist is geplaatst, wordt deze niet gesneden.
11 Zet de persvoethendel omlaag en begin met naaien.

Er wordt een marge afgesneden terwijl het stiksel wordt genaaid.
Als steek wordt genaaid, is de marge ongeveer 5 mm (3/16 inch).

- De zijsnijder kan maximaal één laag spijkerstof van 370 g/m² snijden.
●Reinig de zijsnijder na gebruik (pluisjes en stof weghalen).
●Als de zijsnijder geen stof meer kan snijden, brengt u met een lapje een beetje olie aan op het mes van de zijsnijder.
4 BIJLAGE
Steekinstellingen
In de volgende tabel vindt u toepassingen, steeklengte en steekbreedte en of u de tweelingnaald kunt gebruiken voor de betreffende naaisteek.

VOORZICHTIG
- Wanneer u de tweelingnaald gebruikt, moet u zigzagvoet "J" bevestigen. Anders kan de naald breken of de machine beschadigd raken.
Naaisteken
Patroonnummers variëren afhankelijk van het machinemodel. Controleer welke patroonnummers voor uw machine beschikbaar zijn en selecteer de gewenste steek.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoet | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | ||||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||||
| Rechte steek | Links | J | 0 | 1 | 0 | 1 | 0 | 1 | Standaard naaiwerkzaamheden, plooien of gepaspelde naden naaien, enz. | 0,0(0) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–5,0(1/64–3/16) | Ja(J) Ja | *1 | Achteruitnaaien | |
| Midden | J | 0 | 2 | 0 | 2 | 0 | 2 | Ritsen bevestigen, standaard naaiwerkzaamheden, plooien of gepaspelde naden naaien, enzovoort. | 3,5(1/8) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–5,0(1/64–3/16) | Ja(J) Ja | *1 | Achteruitnaaien | ||
| Drievoudige stretchsteek | J | 0 | 3 | 0 | 3 | 0 | 3 | Mouwen bevestigen, binnennaden, stetchstoffen naaien en decoratieve steken | 0,0(0) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 1,5–4,0(1/16–3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Stretchsteek | J | 0 | 4 | 0 | 4 | 0 | 4 | Stretchstoffen naaien de decoratieve steken | 1,0(1/16) | 1,0–3,0(1/16–1/8) | 2,5(3/32) | 1,0–4,0(1/16–3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Zigzagsteek | J | 0 | 5 | 0 | 5 | 0 | 5 | Overhandse steken naaien en applicaties bevestigen | 3,5(1/8) | 0,0–7,0(0–1/4) | 1,4(1/16) | 0,0–4,0(0–3/16) | Ja(J) Ja | *1 | Achteruitnaaien | ||
| 3-punts-zigzagsteek | J | 0 | 6 | 0 | 6 | 0 | 6 | Overhandse steken naaien op middel-zware stof of stretch-stof, elastiek bevestigen, stoppen, enzovoort | 5,0(3/16) | 1,5–7,0(1/16–1/4) | 1,0(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
*1 Gebruik geen achteruitsteken.
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingzaald | Boventransportvoel | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||
| Overhandse steek | VV | G | 0 | 7 | 0 | 7 | 0 7 | Overhandse stekennaaien op dunne of middelzware stof | 3,5(1/8) | 2,5-5,0(3/32-3/16) | 2,0(1/16) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken |
| VVV | G | 0 | 8 | 0 | 8 | 0 8 | Overhandse stekennaaien op dikke stof | 5,0(3/16) | 2,5-5,0(3/32-3/16) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |
| III | G | 0 | 9 | 0 | 9 | 0 9 | Rafelen voorkomen in dikke stof en stof die gemakkelijk rafelt | 5,0(3/16) | 3,5-5,0(1/8-3/16) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |
| TTT | J | 1 | 0 | 1 | 0 | 1 | Overhandse stekennaaien op stretchstoffen | 5,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 0,5-4,0(1/32-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |
| Blindzoomstek | LW | R | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 1 | Blindzoomstekennaaien op middel-zware stof | 0(0) | -3 - 3 | 2,0(1/16) | 1,0-3,5(1/16-1/8) | Nee | Nee | Verstevigingssteken |
| WW | R | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 2 | Blindzoomstekennaaien op stretchstoffen | 0(0) | -3 - 3 | 2,0(1/16) | 1,0-3,5(1/16-1/8) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |
| Applica-tiesteek | J | 1 | 3 | 1 | 3 | 1 | Applicatiestekennaaien | 3,5(1/8) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 2,5(3/32) | 1,6-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |
| Schelprijgsteek | J | 1 | 4 | 1 | 4 | 1 | Schelprijigstekennaaien | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |
| Rechte ver-bindingsstek | J | 1 | 5 | 1 | 5 | 1 | Rechte verbindings-steken maken (met een marge van 6,5 mm (1/4 inch) vanaf de recherrand van de persvoet) | 5,5(7/32) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,0(1/16) | 0,2-5,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |
| J | 1 | 6 | 1 | 6 | Rechte verbindings-steken maken (met een marge van 6,5 mm (1/4 inch) vanaf de linkerrand van de persvoet) | 1,5(1/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,0(1/16) | 0,2-5,0(1/64-3/16) | Nee | a | Verstevigingssteken | |||
| Quilten met handge-maakt uiter-lijk | J | 1 | 7 | 1 | 7 | 1 | Quilten met rechte steek met handge-maakt uiterlijk | 0,0(0) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |
| Zigzagsteek | J | 1 | 8 | 1 | 8 | Applicatiequilts, fan-tasiequilts en satijnsteken naaien | 3,5(1/8) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,4(1/16) | 0,0-4,0(0-3/16) | Nee | a | Verstevigingssteken | ||
| Applica-tiesteek | J | 1 | 9 | 1 | 9 | Applicaties en band aanbrängen | 1,5(1/16) | 0,5-3,5(1/32-1/8) | 1,8(1/16) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| J | 2 | 0 | 2 | 0 | Applicaties en band aanbrängen | 1,5(1/16) | 0,5-3,5(1/32-1/8) | 1,8(1/16) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |||
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoel | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||
| Quiltsteek(stippel) | J | 2 | 1 | 2 | 1 | 1 | 7,0(1/4) | 1,0-7,0(1/16-1/4) | 1,6(1/16) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Satijnenschelpsteek | N | 2 | 2 | 2 | 1 | 8 | 5,0(3/16) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,5(1/32) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Verbindingssteken | J | 2 | 3 | 2 | 3 | 1 | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,2(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| J | 2 | 4 | 2 | 4 | 2 | 5,0(3/16) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |||
| J | 2 | 5 | 2 | 5 | 2 | 5,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,2(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |||
| Fagotsteek | J | 2 | 6 | 2 | 6 | 2 | 5,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| J | 2 | 7 | 2 | 7 | 2 | 5,0(3/16) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |||
| Laddersteek | J | 2 | 8 | 2 | 8 | 2 | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 3,0(1/8) | 2,0-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Zigzag sierzoomsteek | J | 2 | 9 | 2 | 9 | 2 | 4,0(3/16) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 1,0-4,0(1/16-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Decoratieve steek | J | 3 | 0 | 3 | 0 | 2 | 5,5(7/32) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,6(1/16) | 1,0-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Serpentsteek | N | 3 | 1 | 3 | 1 | 2 | 5,0(3/16) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 1,0(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | Boventransportvoel | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||
| Zoomsteken | N | 3 | 2 | 3 | 2 | 8 | Kant naaien, decoratie Zomen, erfstuksteken enz. | 3,5(1/8) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 2,5(3/32) | 1,6-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |
| N | 3 | 3 | 3 | 3 | 9 | Decoratieve zomen,erfstuksteken, enz. | 6,0(15/64) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 3,0(1/8) | 1,5-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 3 | 4 | 3 | 4 | 3 | Decoratieve zomenop dunne, middel-zaren eenvoudiggeweven stoffen, erfstuksteken, enz. | 5,0(3/16) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 4,0(3/16) | 1,5-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 3 | 5 | 3 | 5 | Decoratieve zomenop dunne, middel-zware en eenvoudiggeweven stoffen, erfstuksteken, enz. | 5,0(3/16) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 2,5(3/32) | 1,5-4,0(1/16-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |||
| N | 3 | 6 | 3 | 6 | Decoratieve zomenop dunne, middel-zware en eenvoudiggeweven stoffen, erfstuksteken, enz. | 5,0(3/16) | 1,5-7,0(1/16-1/4) | 2,0(1/16) | 1,5-4,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |||
| Knoopsgal-steek | A | 3 | 7 | 3 | 7 | 3 | Horizontale knoopsgaterdun dunne en middelzware stof | 5,0(3/16) | 3,0-5,0(1/8-3/16) | 0,5(1/32) | 0,2-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigingssteken | |
| A | 3 | 8 | 3 | 8 | 3 | Verstevigde knoopsgatenvoor stof met een voering | 5,0(3/16) | 3,0-5,0(1/8-3/16) | 0,5(1/32) | 0,2-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigingssteken | ||
| A | 3 | 9 | 3 | 9 | 3 | Knoopsgaten voor stretchstoff of gebreide stof | 6,0(15/64) | 3,0-6,0(1/8-15/64) | 1,0(1/16) | 0,5-2,0(1/32-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigingssteken | ||
| A | 4 | 0 | 4 | 0 | 3 | Knoopsgaten voor stretchstoffen | 6,0(15/64) | 3,0-6,0(1/8-15/64) | 1,5(1/16) | 1,0-3,0(1/16-1/8) | Nee | Nee | Automatische verstevigingssteken | ||
| A | 4 | 1 | 4 | 1 | 3 | Lingerieknoopsgaten voor dikke of bontachtige stof | 7,0(1/4) | 3,0-7,0(1/8-1/4) | 0,5(1/32) | 0,3-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigingssteken | ||
| A | 4 | 2 | 4 | 2 | Lingerieknoopsgaten in middelzware of dikke stof | 7,0(1/4) | 3,0-7,0(1/8-1/4) | 0,5(1/32) | 0,3-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigingssteken | |||
| A | 4 | 3 | 4 | 3 | Horizontale knoopsgaten voor dikke of bontachtige stof | 7,0(1/4) | 3,0-7,0(1/8-1/4) | 0,5(1/32) | 0,3-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigingssteken | |||
| Trenssteek | A | 4 | 4 | 4 | 4 | 3 | Versteviging van openingen en vlakken vaar de naad gemakkelijk los raakt | 2,0(1/16) | 1,0-3,0(1/16-1/8) | 0,4(1/64) | 0,3-1,0(1/64-1/16) | Nee | Nee | Automatische verstevigingssteken | |
| Steek | Patroon | Persvoet | Patroonnummer | Toepassing | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnald | Boventransportvoel | Achteruit-naaien/verstevigingssteken | ||||||
| 70-steken-model | 60-steken-model | 50-steken-model | 40-steken-model | Automatisch | Handmatig | Automatisch | Handmatig | ||||||||
| Decoratieve steek | N | 4 | 5 | 4 | 5 | - | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |
| N | 4 | 6 | 4 | 6 | 3 | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,0(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 4 | 7 | 4 | 7 | 4 | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 4 | 8 | - | - | - | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 4 | 9 | 4 | 8 | 4 | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,0(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 5 | 0 | 4 | 9 | 4 | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,0(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 5 | 1 | - | - | - | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 1,6(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 5 | 2 | 5 | 0 | 4 | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 5 | 3 | - | - | - | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,0(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 5 | 4 | - | - | - | Voor decoratie, enzovoort | 5,0(3/16) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,0(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 5 | 5 | - | - | - | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 2,5(3/32) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 5 | 6 | 5 | 1 | - | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 1,6(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 5 | 7 | 5 | 2 | - | Voor decoratie, enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0–7,0(0–1/4) | 1,4(1/16) | 0,2–4,0(1/64–3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
| Satijn-steken | N | 5 | 8 | 5 | 3 | 4 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,4(1/64) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |
| N | 5 | 9 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,4(1/64) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |||||
| N | 6 | 0 | 5 | 4 | 4 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,4(1/64) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 6 | 1 | 5 | 5 | 4 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,4(1/64) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 6 | 2 | 5 | 6 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,4(1/64) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |||
| N | 6 | 3 | 5 | 7 | 4 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,4(1/64) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | ||
| N | 6 | 4 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,4(1/64) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |||||
| N | 6 | 5 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 2,5-7,0(3/32-1/4) | 0,4(1/64) | 0,1-1,0(1/64-1/16) | Ja(J) | Nee | Verstevigingssteken | |||||
| Kruissteek-patronen | N | 6 | 6 | Voor decoratie,enzovoort | 7,0(1/4) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,6(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||||
| N | 6 | 7 | Voor decoratie,enzovoort | 6,0(15/64) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,4(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |||||
| N | 6 | 8 | 5 | 8 | 6,0(15/64) | 0,0-7,0(0-1/4) | 2,5(3/32) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||||
| N | 6 | 9 | 5 | 9 | Voor decoratie,enzovoort | 6,0(15/64) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,4(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | |||
| N | 7 | 0 | 6 | 0 | 5 | Voor decoratie,enzovoort | 6,0(15/64) | 0,0-7,0(0-1/4) | 1,4(1/16) | 0,2-4,0(1/64-3/16) | Nee | Nee | Verstevigingssteken | ||
Onderhoud
In dit gedeelte wordt ingegaan op het basisonderhoud aan de naaimachine.
Buitenkant van de machine reinigen
Neem als de machine vuil is een vochtige doek met wat neutraal reinigingsmiddel, wring deze goed uit en veeg de buitenkant van de machine schoon. Wrijf de machine daarna af met een droge doek.

VOORZICHTIG
- Controleer of de naaimachine is uitgeschakeld en haal de stekker uit het stopcontact voordat u de machine reinigt. Anders kunt u letsel of een elektrische schok oplopen.
- Gebruik geen benzeen, thinner of reinigingspoeder, anders kan de machine verkleuren of vervormen.
Grijper reinigen
De naaiprestaties worden minder wanneer zich stof ophoopt in het spoelhuis; maak dit daarom regelmatig schoon.

Zet de machine uit.

Haal de stekker uit de voedingsaansluiting aan de rechterkant van de machine.

VOORZICHTIG
- Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de machine schoonmaakt, anders kunt u letsel of een elektrische schok oplopen.

Verwijder de accessoiretafel.

Draai de persvoethouderschroef los en verwijder de persvoethouder. Draai vervolgens de naaldklemschroef los en verwijder de naald.

Grijp beide zijden van het steekplaatdeksel en schuif deze naar u toe.

① Steekplaatdeksel
Het steekplaatdeksel is verwijderd.

Verwijder het spoelhuis.
Pak het spoelhuis en trek het uit.

Verwijder met het schoonmaakborsteltje of een stofzuiger alle pluisjes en stof van de grijper en het gebied eromheen.

① Schoonmaakborsteltje
② Grijper
- Breng geen olie aan op het spoelhuis.
8 Installeer het spoelhuis zo dat de markering ▲ op het spoelhuis tegenover de markering ● op de machine zit, zoals hieronder aangegeven.

- Lijn de markering ▲ uit met ●.

- Controleer of de aangegeven punten zijn uitgelijnd, alvorens het spoelhuis te installeren.

VOORZICHTIG
- Gebruik nooit een spoelhuis met krassen. Anders kan de bovendraad verward raken, waardoor de naald kan breken of de naairesultaten mogelijk minder goed zijn. Neem contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum als u een nieuw spoelhuis nodig hebt.
●Zorg dat het spoelhuis juist is geïnstalleerd. Anders breekt de naald wellicht.
9 Steek de lipjes op het steekplaatdeksel in de steekplaat. Schuif vervolgens het steekplaatdeksel terug op zijn plaats.

Steekplaat verwijderen
Als de draad verward zit en deze niet kan worden verwijderd door de grijper te reinigen, moet u de steekplaat verwijderen.
1 Volg stap ① tot en met ⑥ op pagina 95.
2 Verwijder de steekplaat door de schroeven met de bijgeleverde schroevendraaier los te draaien.

3 Verwijder de verwarde draad van de steekplaat.
4 Plaats de steekplaat weer op de oorspronkelijke plaats en draai de schroeven vast met de schijfvormige schroevendraaier.

- Zet de twee schroefgaten op de steekplaat in één lijn met de twee gaten op de machine.
5 Volg stap 7 tot en met 9, beginnend op pagina 95.
Probleemoplossing
Als de machine niet meer goed functioneert, gaat u eerst de volgende lijst met mogelijke oorzaken na. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met uw dealer of met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
| Symptoom Mogelijke oorzaak Remedie Referentie | |||
| De naaimachine werkt niet. | De stekker van het netsnoer zit niet in een stopcontact. | Steek de stekker van het netsnoer in een normaal stopcontact. | pagina 14 |
| De naaimachine staat niet aan. Zet de machine aan. pagina 14 | |||
| De spoelwinderas is rechts verplaatst. | Schuif de spoelwinderas naar links. pagina 17 | ||
| De persvoethendel staat omhoog. Breng de persvoethendel omlaag. pagina 44 | |||
| U hebt een andere steek dan de knoops-gatsteek of trenssteek geselecteerd en op de start/stoptoets gedrukt terwijl de knoopsgathendel omlaag stond. | Zet de knoopsgathendel omhoog. - | ||
| U hebt de knoopsgatsteek of trens-steek geselecteerd en op de start/stop-toets gedrukt terwijl de knoopsgathendel omhoog stond. | Zet de knoopsgathendel omlaag. pagina 61 | ||
| U hebt op de start/stoptoets gedrukt terwijl het voetpedaal is aangesloten. | Druk niet op de start/stoptoets wan-neer het voetpedaal is aangesloten.Als u de start/stoptoets wilt gebruiken, koppelt u het voetpedaal los. | pagina 44 | |
| De naald breekt. | De naald is niet goed geplaatst. Plaats de naald op de juiste manier. pagina 31 | ||
| De naaldklemschroef zit los. | Draai de schroef stevig aan met de schroevendraaier. | pagina 32 | |
| De naald is verbogen of stomp. | Vervang de naald door een nieuwe. | pagina 31 | |
| De combinatie van stof, draad en naald is onjuist. | Selecteer een draad en een naald die geschikt zijn voor de soort stof die u naait. | pagina 30 | |
| U gebruikt niet de persvoet die geschikt is voor de soort steek die u wilt naaien. | Bevestig de geschikte persvoet voor de soort steek die u wilt naaien. | pagina 89 | |
| De draadspanning van de boven-draad is te hoog. | Verlaag de draadspanning van de bovendraad. | pagina 49 | |
| Er wordt te hard aan de stof getrok-ken. | Leid de stof losjes. | - | |
| Het vlak rond het gat in de steekplaat is gekrast. | Vervang de steekplaat.Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende service-centrum. | - | |
| Het vlak rond het gat in de persvoet is gekrast. | Vervang de persvoet.Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. | - | |
| Het spoelhuis is gekrast. | Vervang het spoelhuis.Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. | - | |
| Er wordt een spoel gebruikt die niet speciaal voor deze machine is ont-worpen. | Spoelen van oudere modellen hebben een andere dikte en werken niet goed.Gebruik uitsluitend spoelen die speciaal voor deze machine zijn ontworpen. | pagina 15 | |

| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Remedie | Referentie |
| De bovendraad breekt. | De bovendraad is niet juist ingeregen (bijvoorbeeld omdat de klos niet goed is geplaatst of de draad is losgeraakt uit de draadhaak op de naaldstang). | Rijg de bovendraad op de juiste manier in. | pagina 20 |
| De draad zit geknoopt of verward. | Verwijder het geknoopte of verwarde gedeelte. | - | |
| De geselecteerde naald is niet geschikt voor de gebruikte draad. | Selecteer een naald die geschikt is voor de soort steek die u gebruikt. | pagina 30 | |
| De draadspanning van de bovendraad is te hoog. | Verlaag de draadspanning van de bovendraad. | pagina 49 | |
| De draad is verward, bijvoorbeeld in het spoelhuis. | Verwijder de verwarde draad. Als de draad in het spoelhuis verward zat, reinigt u de grijper. | pagina 95 | |
| De naald is verbogen of stomp. Vervang de naald door een nieuwe. pagina 31 | |||
| De naald is niet goed geplaatst. Plaats de naald op de juiste manier. pagina 31 | |||
| Het vlak rond het gat in de steekplaat is gekrast. | Vervang de steekplaat.Neem contact op met uw dealer of het dichtsbijzijnde erkende service-centrum. | - | |
| Het vlak rond het gat in de persvoet is gekrast. | Vervang de persvoet.Neem contact op met uw dealer of het dichtsbijzijnde erkende service-centrum. | - | |
| Het spoelhuis is gekrast. | Vervang het spoelhuis.Neem contact op met uw dealer of het dichtsbijzijnde erkende service-centrum. | - | |
| Er wordt een spoel gebruikt die niet speciaal voor deze machine is ont-worpen. | Spoelen van oudere modellen heb-ben een andere dikte en werken niet goed. Gebruik uitsluitend spoelen die speciaal voor deze machine zijn ont-worpen. | pagina 15 | |
| De onderdraad is verward of breekt. | De spoeldraad is niet goed geplaatst. | Rijg de spoeldraad op de juiste manier in. | pagina 18 |
| De spoeldraad is niet goed gewon-den. | Wind de spoel op de juiste manier. pagina 15 | ||
| Er zitten krassen op de spoel of de spoel draait niet goed. | Vervang de spoel. - | ||
| De draad is verward. | Verwijder de verwarde draad en rei-nig de grijper. | pagina 95 | |
| Er wordt een spoel gebruikt die niet speciaal voor deze machine is ont-worpen. | Spoelen van oudere modellen heb-ben een andere dikte en werken niet goed. Gebruik uitsluitend spoelen die speciaal voor deze machine zijn ont-worpen. | pagina 15 | |
| De draadspanning is niet goed. | De bovendraad is niet goed geplaatst. | Rijg de bovendraad op de juiste manier in. | pagina 20 |
| De spoeldraad is niet goed geplaatst. | Rijg de spoeldraad op de juiste manier in. | pagina 18 | |
| De spoeldraad is niet goed gewonden. | Wind de spoel op de juiste manier. | pagina 15 | |
| De combinatie van stof, draad en naald is onjuist. | Selecteer een draad en een naald die geschikt zijn voor de soort stof die u naait. | pagina 30 | |
| De persvoethouder is niet goed geplaatst. | Plaats de persvoethouder op de juiste manier. | pagina 35 | |
| Draadspanning is niet juist ingesteld. | Pas de draadspanning aan. pagina 49 | ||
| Er wordt een spoel gebruikt die niet speciaal voor deze machine is ontworpen. | Spoelen van oudere modellen hebben een andere dikte en werken niet goed. Gebruik uitsluitend spoelen die speciaal voor deze machine zijn ontworpen. | pagina 15 | |
| De stof is gerimpeld. | De bovendraad of spoeldraad is niet goed geplaatst. | Rijg de bovendraad goed in en plaats de spoel op de juiste manier. | pagina 18, 20 |
| De klos is niet goed geplaatst. Plaats de klos op de juiste manier. | pagina 15 | ||
| De combinatie van stof, draad en naald is onjuist. | Selecteer een draad en een naald die geschikt zijn voor de soort stof die u naait. | pagina 30 | |
| De naald is verbogen of stomp. Vervang de naald door een nieuwe. | pagina 31 | ||
| Als u dunne stoffen naait, is de steek te lang of wordt de stof niet goed doorgevoerd. | Bevestig steunstof onder stof. | pagina 51 | |
| Draadspanning is niet juist ingesteld. | Pas de draadspanning aan. | pagina 49 | |
| Er worden steken overgeslagen. | De bovendraad is niet goed geplaatst. | Rijg de bovendraad op de juiste manier in. | pagina 20 |
| De combinatie van stof, draad en naald is onjuist. | Selecteer een draad en een naald die geschikt zijn voor de soort stof die u naait. | pagina 30 | |
| De naald is verbogen of stomp. Vervang de naald door een nieuwe. | pagina 31 | ||
| De naald is niet goed geplaatst. Plaats de naald op de juiste manier. | pagina 31 | ||
| Er heeft zich stof opgehoopt onder de steekplaat of in het spoelhuis. | Verwijder het steekplaatdeksel en reinig het spoelhuis. | pagina 95 | |
| Er klinkt een hoge toon tijdens het naaien. Er klinkt een ratelend geluid. | Er heeft zich stof opgehoopt in de transporteurs of in het spoelhuis. | Reinig het spoelhuis. | pagina 95 |
| De bovendraad is niet goed geplaatst. | Rijg de bovendraad op de juiste manier in. | pagina 20 | |
| Het spoelhuis is gekrast. | Vervang het spoelhuis. Neem contact op met uw dealer of het dichtsbijzijnde erkende servicecentrum. | - | |
| Er wordt een spoel gebruikt die niet speciaal voor deze machine is ontworpen. | Spoelen van oudere modellen hebben een andere dikte en werken niet goed. Gebruik uitsluitend spoelen die speciaal voor deze machine zijn ontworpen. | pagina 15 | |

| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Remedie | Referentie |
| De draad gaat niet door het oog van de naald. | De naald staat niet omhoog. | Druk eenmaal of tweemaal op ⏻ (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten. | pagina 21 |
| De naald is niet goed geplaatst. Plaats | de naald op de juiste manier. pagina 31 | ||
| De steek wordt niet juist genaaid. | U gebruikt niet de persvoet die geschikt is voor de soort steek die u wilt naaien. | Bevestig de geschikte persvoet voor de soort steek die u wilt naaien. | pagina 89 |
| Draadspanning is niet juist ingesteld. | Pas de draadspanning aan. pagina 49 | ||
| De draad is verward, bijvoorbeeld in het spoelhuis. | Verwijder de verwarde draad. Als de draad in het spoelhuis verward zat, reinigt u de grijper. | pagina 95 | |
| De stof wordt niet doorgevoerd. | De transporteurs staan omlaag. | Schuif de transporteurstandschake- laar op ★★ | pagina 75 |
| De steek is te kort. Maak de steeklengte | langer. pagina 42 | ||
| De combinatie van stof, draad en naald is onjuist. | Selecteer een draad en een naald die geschikt zijn voor de soort stof die u naait. | pagina 30 | |
| De draad is verward, bijvoorbeeld in het spoelhuis. | Verwijder de verwarde draad. Als de draad in het spoelhuis verward zat, reinigt u de grijper. | pagina 95 | |
| De naailamp gaat niet branden. | De naailamp is beschadigd. | Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende service-centrum. | - |
Foutmeldingen
Als de naaimachine onjuist wordt bediend of niet goed functioneert, wordt een foutmelding op het LCD-scherm weergegeven.
U kunt de melding wissen door op een toets in het bedieningspaneel te drukken, een knop te draaien of de handeling juist uit te voeren.
| Foutmelding (in LCD-scherm) | Mogelijke oorzaak Remedie | |
| E1 | U hebt op de start/stoptoets of achteruit/verstevigingssteektoets gedrukt (of het voetpedaal ingedrukt, als dit is aangesloten) terwijl de persvoet omhoog stond. | Zet de persvoet omlaag voordat u verder gaat met de handeling. |
| E2 | U hebt een andere steek dan de knoopsgatsteek of trenssteek geselecteerd en op de start/stoptoets gedrukt (of het voetpedaal ingedrukt, als dit is aangesloten) terwijl de knoopsgathendel omlaag stond. | Zet de knoopsgathendel omhoog voordat u verder gaat met de handeling. |
| E3 | U hebt de knoopsgatsteek of trenssteek geselecteerd en op de start/stoptoets gedrukt (of het voetpedaal ingedrukt, als dit is aangesloten) terwijl de knoopsgathendel omhoog stond. | Zet de knoopsgathendel omlaag voordat u verder gaat met de handeling. |
| E4 | U hebt op de achteruit/verstevigingssteektoets of op de draadkniptoets gedrukt terwijl de spoelwinderas naar rechts stond. | Schuif de spoelwinderas naar links voordat u verder gaat met de handeling. |
| E5 | U hebt op de start/stoptoets gedrukt terwijl het voetpedaal is aangesloten. | Koppel het voetpedaal los en druk vervolgens op de start/stoptoets. U kunt ook de machine bedienen met het voetpedaal. |
| E6 | De motor zit vast omdat de draad verward zit. | Zet de machine uit en verwijder de verwarde draad voordat u verder gaat met de handeling. |
| E7 | U hebt op de enkele/tweelingnaaldtoets gedrukt om de tweelingnaald te selecteren terwijl een steek is geselecteerd die niet met de tweelingnaald kan worden gebruikt. | Selecteer een steek die met de tweelingnaald kan worden gebruikt. |
| E8 | U hebt aan de patroonselectieknop gedraaid om een patroon te selecteren terwijl de tweelingnaaldinstelling is geselecteerd. | Annuleer de tweelingnaaldinstelling en selecteer vervolgens een steek. |

Memo
- Wanneer een van de foutmeldingen F1 tot F9 op het LCD-display wordt weergegeven terwijl de naaimachine in gebruik is, kan dit duiden op een storing. Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
Piepsignaal bij bediening
Telkens wanneer u een toets indrukt of een onjuiste handeling uitvoert, klinkt er een piepsignaal.
■Bij een juiste handeling
Er klinkt één piepsignaal.
■Bij een onjuiste handeling
■Als de machine blokkeert, bijvoorbeeld omdat de draad is verward
De naaimachine piept drie seconden lang en stopt daarna automatisch.
Ga na wat de oorzaak van het probleem is en verhelp het voordat u verder gaat met naaien.
Het piepsignaal bij bediening uitzetten
Bij aanschaf is de machine zo ingesteld dat er een pieptoon klinkt wanneer u op een toets op het bedieningspaneel drukt.
U kunt deze instelling wijzigen zodat de machine geen pieptonen meer laat horen.

Zet de machine uit.


Zet de naaimachine aan terwijl u - op (steekbreedtetoets) ingedrukt houdt.
Wanneer u een piepsignaal hoort, laat u – op de steekbreedtetoets los.


① - op de steekbreedtetoets
De machine is nu zo ingesteld dat er geen piepsignaal wordt gegeven.

Memo
- Voer dezelfde procedure uit om de machine zo in te stellen dat het piepsignaal bij bediening klinkt.
Index
Cijfers
1/4-inch-quiltvoet....12
1/4-inch-quiltvoet met geleider 12
A
accessoiretafel....10
accessoirezakje ....11
applicaties....72
B
basissteken....54, 65, 66
bedieningshandleiding ....11
bedieningspaneel 10, 42, 101
bedieningstoetsen....10
Beknopte bedieningsgids....11
bijgeleverde accessoires ....11
blindzoomsteken....56
blindzoomvoet ....11
bovendraad 20
boventransportvoet....12, 35, 74
brede tafel 12, 39
D
dikke stoffen naaien ....50
draadgeleider 20
draadspanning....49
draadspanningsknop 49
drievoudige stretchsteken 77
E
elastiek bevestigen 69
erfstuksteken naaien 84
extra klospen....11, 26
F
fagotsteken....81
fantasiequilts 73
foutmeldingen 101
G
gaatjesponser 11, 61
glijvoet....12
grijper 95
H
hoofdschakelaar 14
|
instelbare rits/galonvoet....12
K
kloskap....11
klosnetje....11
klospen 20
knoopaanzetvoet....11
knoopsgat....58
knoopsgatenvoet 11, 60, 78
knoopsgathendel....61,78
knoopsgatsteken....58
L
lichte stoffen naaien 51
M
monogramvoet ....11
N
naaimachinenaalden 29
naald....29
naald verwisselen....29
naaldsetje....11
naaldstand....55
naaldstandtoets 18
naaldstopstand 37
0
onderhoud 95
open voet....12
optionele accessoires ....12
overhandse steekvoet 11, 54
P
patchwork 73
patroonselectieknop 42
persvoet 33
persvoethendel....20
persvoethouder 34
persvoethouderpen....51
piepsignaal bij bediening 102
Q
quiltgeleider 12
quiltvoet....12,75
R
rechte steek....55
reinigen....95
rits inzetten 65
ritsvoet 11, 66
rondingen naaien 50
S
schelpsteek....82
schijfvormige schroevendraaier ....11
schoonmaakborsteltje....11
schroevendraaier....11
schuifknop voor snelheidsregeling....17
smocksteken naaien 82
spoel 11

BIJLAGE
spoeldraad 15, 18, 52
spoelhuisdeksel 18
steek selecteren 42
steekbreedte 42
steekgeleidervoet....12
steekinstellingen....89
steeklengte 42
stretchstof naaien 69
stretchstoffen naaien....51
stroomvoorziening ....13
T
tornmesje 11, 61
transporteur....75
transporteurstandschakelaar 75
trenssteken 78
tweelingnaald....11, 26
V
van naairichting veranderen ....50
veiligheidsinstructies ....1
verbindingssteken naaien 83
voetpedaal 11
vrij quilten....75
Z
zigzagvoet....11, 51
zijsnijder 12
zware stoffen naaien 50
