Gioia - Verwarming Superior - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Gioia Superior in PDF-formaat.
| Type product | Elektrische kachel |
| Vermogen | 2000 W |
| Spanning | 230 V |
| Afmetingen (H x B x D) | 30 x 25 x 45 cm |
| Gewicht | 3,5 kg |
| Verwarmingselement | Keramisch |
| Instelbare thermostaat | Ja |
| Timer | Ja, 24 uur |
| Veiligheid | Oververhittingsbeveiliging en kantelbeveiliging |
| Bediening | Draaiknop en afstandsbediening |
| Kleur | Wit |
| Materiaal | Kunststof |
| Geschikt voor ruimtes tot | 25 m² |
| Geforceerde ventilatie | Ja |
| Vermogenstanden | 2 standen + ECO |
| Warmtedistributie | 60° |
| Slingerfunctie | Ja |
| Filter | Verwijderbaar en wasbaar |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - Gioia Superior
Gebruikersvragen over Gioia Superior
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Gioia - Superior en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Gioia van het merk Superior.
GEBRUIKSAANWIJZING Gioia Superior
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
DT2010208-08
- Dit boekje is opgesteld door de fabrikant en maakt een wezenlijk deel uit van het product. In geval van doorverkoop of overdracht van het product moet er altijd voor gezorgd worden dat het boekje bij het product gevoegd is, omdat de informatie die erin staat bestemd is voor de koper en alle personen die op enige wijze betrokken zijn bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het product.
- Lees de aanwijzingen en de technische informatie die dit boekje bevat aandachtig voordat het toestel geïnstalleerd wordt, er gebruik van gemaakt wordt en eventuele reparaties eraan uitgevoerd worden.
- Het in acht nemen van de aanwijzingen die in dit boekje staan garandeert de veiligheid van personen en eigendommen en verzekert eveneens van een efficiëntere werking en langere levensduur van het toestel.
- De fabrikant kan op geen enkele manier aansprakelijk gesteld worden voor schade die veroorzaakt is doordat de installatie-, gebruiks- en onderhoudsvoorschriften die in dit boekje zijn vermeld niet opgevolgd zijn. Dit geldt ook voor veranderingen aan het toestel waar u geen toestemming voor heeft of het gebruik van niet originele onderdelen.
- De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor defecten, gebreken en eventuele beschadigingen voortvloeiende uit veranderingen of manipulaties van het toestel waaronder begrepen het veranderen van de waarde van één of meer parameters die bepalend zijn voor de werking van het toestel. Eventuele veranderingen, met inbegrip van het veranderen van de oorspronkelijke parameters, mogen uitsluitend uitgevoerd worden door personeel dat uitdrukkelijk toestemming daarvoor van het bedrijf heeft en met waarden die door het bedrijf vastgesteld zijn.
- Het installeren en het gebruik van het product moet gebeuren in overeenstemming met de aanwijzingen van de fabrikant en met inachtneming van de Europese en landelijke normen en de plaatselijke voorschriften.
- Het installeren, de elektrische aansluiting, het testen van de werking, het onderhoud en reparaties zijn werkzaamheden die uitsluitend door erkende vakmensen uitgevoerd mogen worden, die daartoe bevoegd zijn en over de nodige kennis van het product beschikken.
- Het product mag niet tegen houten wanden of wanden van ander brandbaar materiaal geïnstalleerd worden. Voor de juiste installatie moet datgene wat in de paragraaf "MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTANDEN" vermeld is in acht genomen worden.
- Voordat het product geïnstalleerd wordt moet u, indien voorhanden, alle eventuele gebruiksaanwijzingen van de volgende onderdelen lezen: bekleding, ventilatieset, andere accessoires.
- Controleer of de vloer waar het product geïnstalleerd zal worden volledig vlak is.
- Bij het verplaatsen van de stalen delen van de bekleding wordt geadviseerd om schone katoenen handschoenen aan te trekken om te voorkomen dat u vingerafdrukken erop achterlaat die tijdens de eerste schoonmaakbeurt moeilijk te verwijderen zijn.
-
Het monteren van het toestel moet door minimaal twee personen gedaan worden.
-
Het pellettoestel mag pas op het elektriciteitsnet aangesloten worden nadat het toestel op een deugdelijke manier op het rookkanaal aangesloten is.
- De stekker van de elektrische kabel moet ook na het installeren van het toestel bereikbaar zijn.
- Gebruik het pellettoestel alleen met goedgekeurde houtpellets (zie het hoofdstuk getiteld "BRANDSTOF").
- Gebruik nooit vloeibare brandstoffen om het pellettoestel aan te steken of om de aanwezige verkoolde brandstof weer te laten opvlammen of om het vuur aan te wakkeren.
- Verzeker u ervan dat er voldoende ventilatie is in de ruimte waar het toestel brandt.
- In geval van storingen in de werking wordt de toevoer van brandstof onderbroken. Zet het toestel pas weer aan nadat u de oorzaak van de storing verholpen heeft.
- Gebruik het product niet als het product defect is of slecht functioneert.
- Verwijder het beschermrooster dat in het pelletreservoir aangebracht is niet.
- Alle resten van onopgebrande pellets in het rooster, die achtergebleven zijn na een aantal mislukte pogingen om het toestel aan te steken, moeten eerst verwijderd worden voordat u het toestel opnieuw probeert aan te steken.
- Door de werking van het pellettoestel kunnen de oppervlakken, de hendels, het rookkanaal en het glas heel erg heet worden. Raak, wanneer het toestel brandt, die onderdelen dan ook alleen aan met beschermende kleding of met geschikte hulpmiddelen.
- Door de warmteontwikkeling op het glas moet u erop letten dat er zich geen personen die geen verstand hebben van de werking van het toestel in de buurt van de plaats waar het toestel geïnstalleerd is bevinden.
- Dit toestel is niet bestemd voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) waarvan de lichamelijke, sensoriële of mentale capaciteiten beperkt zijn, of personen zonder ervaring of kennis, behalve onder toezicht van een persoon die instaat voor hun veiligheid of voorafgaande instructies over het gebruik van het toestel.
- Tijdens de werking en/of het afkoelen van het toestel kunnen er zachte kraakgeluiden te horen zijn. Dit wijst niet meteen op een defect maar is te wijten aan de normale uitzetting van de materialen wanneer deze warm worden.
- De afbeeldingen die in dit boekje staan zijn bedoeld ter verduidelijking maar het kan soms gebeuren dat deze niet exact kloppen met uw product.

Bij problemen of als u iets uit de gebruiksaanwijzing niet begrijpt kunt u terecht bij uw verkoper.

Het is verboden om voorwerpen die niet hittebestendig zijn op het toestel en of binnen de voorgeschreven minimum veiligheidsafstand te

Het is verboden om de deur van het toestel tijdens de werking open te if het toestel met gebroken glas te laten functioneren.
INHOUDSOPGAVE
DT2010187-00
| Hoofdstuk | Titel | Bladzijde |
| 1.0 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN 4 | ||
| 1.1 Schoorsteenpijp of enkel rookkanaal 5 | ||
| 1.2 Inspectie van de roetverzamelplaats 5 | ||
| 1.3 Schoorsteen 6 | ||
| 1.4 Buitenluchtaanvoer 7 | ||
| 1.5 Installatieomgeving 7 | ||
| 1.6 Draagvermogen van de vloer 8 | ||
| 1.7 Verwarmingscapaciteit 8 | ||
| 1.8 Geschikt thermisch isolatiemateriaal 8 | ||
| 1.9 Rookafvoerkanaal 9 | ||
| 1.10 Aansluiting op een traditionele schoorsteen 10 | ||
| 1.11 Gebruik van een extern rookafvoerkanaal 11 | ||
| 1.12 Preventie van brand in huis 12 | ||
| 1.13 Minimum veiligheidsafstanden 12 | ||
| 2.0 | SPECIFICATIES EN TECHNISCHE GEGEVENS | 13 |
| 2.1 Specificaties | 13 | |
| 2.2 Technische gegevens | 13 | |
| 2.3 Accessoires en toebehoren | 14 | |
| 2.4 Identificatiegegevens van het product | 14 | |
| 2.5 Afmetingen | 15 | |
| 3.0 | VOORBEREIDINGEN VOOR DE INSTALLATIE | 16 |
| 4.0 | INSTALLATIE | 16 |
| 4.1 Elektrische aansluitingen en controlesystemen | 17 | |
| 4.2 Installatie van een externe thermostaat | 17 | |
| 4.3 Verwijderen van de mantel | 18 | |
| 4.4 Rookgasafvoer bovenaan | 19 | |
| 5.0 | BRANDSTOF | 20 |
| 5.1 De kachel met pellets vullen | 21 | |
| 6.0 | GEBRUIK | 22 |
| 6.1 Bedieningspaneel | 22 | |
| 6.2 Taal instellen | 23 | |
| 6.3 Klok instellen | 23 | |
| 6.4 Programmering | 24 | |
| 6.5 Chronothermostaat | 25 | |
| 6.6 Parametermenu | 28 | |
| 6.7 Zoemer inschakelen | 28 | |
| 6.8 Displaymodus | 29 | |
| 6.9 Display slaapstand | 29 | |
| 6.10 Energy Saving | 29 | |
| 6.11 Eerste ingebruikname 30 | ||
| 6.12 Aansteken en normale werking | 31 | |
| 6.13 Veiligheidsvoorzieningen | 35 | |
| 6.14 Staat kachel | 39 | |
| 6.15 Afstandsbediening (optie) 39 | ||
| 6.16 Deur opendoen | 39 | |
| 6.17 Luchtbevochtiger (optie) | 40 | |
| 6.18 Assen verwijderen | 40 | |
| 7.0 | ONDERHOUD | 41 |
| 7.1 De brandkorf en de behuizing van de brandkorf reinigen | 41 | |
| 7.2 De aslade reinigen | 42 | |
| 7.3 De verbrandingskamer reinigen | 42 | |
| 7.4 De rookgaskamer reinigen | 43 | |
| 7.5 Het rookafvoersysteem reinigen | 43 | |
| 7.6 De keramische bekleding reinigen | 43 | |
| 7.7 De geverfde metalen delen schoonmaken | 44 | |
| 7.8 Het glas reinigen (dagelijks) | 44 | |
| 7.9 Het glas vervangen | 44 | |
| 7.10 Batterijen van de afstandsbediening vervangen | 44 | |
| 7.11 De ventilatoren reinigen | 45 | |
| 7.12 Als het product niet gebruikt wordt 45 | ||
| 7.13 Gepland onderhoud | 45 | |
| 7.14 Zekeringen vervangen | 46 | |
| 8.0 BELANGRIJKSTE STORINGEN | 47 | |
| Referentienormen | 49 | |
| Verklaring van de rookgasafvoer DUALIS P.G.I. | 50 | |
| Garantie | 51 | |
Dit boekje code H072018NL2 / DT2001285 - herz. 00 (01/2013) bestaat uit 52 bladzijden.
1.0 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
Controleer of alle hieronder vermelde onderdelen overeenstemmen met de installatie van uw product.
Fig. 1

text_image
SCHOORSTEEN SCHOORSTEENKANAAL AANSLUITING OP SCHOORSTEENKANAAL ROOKGASKANAAL INSPECTIE VAN DE ROETVERZAMELPLAATS BUITENLUCHTAANVOER STROOMVOORZIENING CONTROLE DRAAGVERMOGEN VLOER MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTANDENDT2030321-02
1.1 SCHOORSTEENPIJP OF ENKEL ROOKKANAAL
Elk product moet voorzien zijn van een verticaal rookgaskanaal, om de door de verbranding ontwikkelde rook naar buiten af te voeren, middels natuurlijke trek.
Het rookgaskanaal moet voldoen aan de volgende vereisten:
- aan de voorschriften voldoen die gelden op de plaats waar het product geinstalleerd wordt;
- aangepast zijn aan het brandstofproduct, waterbestendig, passend geïsoleerd, gemaakt van corrosiebestendig materiaal (rook) en bestand zijn tegen mechanische belasting;
- er mag slechts één kachel, open haard of afzuigkap op aangesloten zijn (fig. 2);
- de gepaste capaciteit hebben, steeds vrij zijn, dezelfde of grotere diameter hebben dan de rookafvoer van het product en met een lengte van niet minder dan 3,5 m (fig. 2);
- overwegend verticaal zijn met een afwijking op de as van maximum 45° (fig. 2);
- zich op gepaste afstand bevinden van brandbare of brandbare materialen middels lucht in de tussenruimte of geschikte isolatie;
- een gelijke inwendige doorsnede hebben, bij voorkeur rond: vierkante of rechthoekige doorsneden moeten afgeronde hoeken hebben met een radius van niet minder dan 20 mm; met een maximale verhouding tussen de zijden van 1,5 (fig. 3-4-5);
- de wanden moeten zo glad mogelijk zijn en zonder vernauwingen; de bochten moeten regelmatig zijn en zonder onderbrekingen (fig. 6).
Fig. 2

text_image
MIN 3,5 m MAX 45° NEE XDT2030258-00
- Het is verboden om vaste of losse openingen in het rookkan te maken om andere product aan te sluiten dan het product waarvoor het rookkanaal oorspronkelijk bedoeld is.
- Het is verboden om andere luchttoevoerkanalen of leidingen voor installatietechnische doeleinden in het rookkanaal te laten lopen, ook indien het rookkanaal groter is dan voorgeschreven.
In geval het rookkanaal niet de vereiste afmetingen of niet geïnstalleerd werd volgens de hierboven beschreven vereisten, kan de fabrikant op geen enkele wijze aansprakelijk gesteld worden voor een slechte werking van het product of schade aan voorwerpen, personen of dieren.

text_image
aal Fig. 3 Fig. 4 gen ø R (min-20) Ophoping van creosoot eft DT2030050-00 DT2030188-00
text_image
Fig. 5 Fig. 6 Ophoping van creosoot R (min-20) P L(<1,5xP) DT2030189-00 DT2030190-00 NEE1.2 INSPECTIE VAN DE ROETVERZAMELPLAATS
DT2010031-01
Het is aan te raden om het rookkanaal te voorzien van een kamer voor de verzameling van materialen en eventuele condens, ter hoogte van het begin van de aansluiting, zodat deze makkelijk geopend en geïnspecteerd kan worden met een luchtdicht luik (fig. 1).
1.3 SCHOORSTEEN
De schoorsteen is een onderdeel dat bovenop de schoorsteenpijp geplaatst is en dat dient om de verbrandingsgassen makkelijker in de atmosfeer te verspreiden. De schoorsteen moet beantwoorden aan de volgende vereisten:
- de doorsnede en de vorm aan de binnenkant moet dezelfde zijn als die van de schoorsteenpijp (A);
- de doorsnede aan de uitgang (B) mag niet minder zijn dan het dubbele als die van de schoorsteenpijp (A);
- de uitmonding (het deel van de schoorsteenpijp dat boven het dak uitsteekt) die volledig in contact is met de buitenlucht (bijvoorbeeld bij een plat dak) moet volledig bedekt zijn met bakstenen en moet ieder geval goed geïsoleerd zijn;
- moet zodanig gebouwd zijn dat het niet in de schoorsteenpijp kan regenen of sneeuwen en er geen vreemde voorwerpen in terecht kunnen komen en zodanig dat wind uit geen enkele richting of hellingsgraad de afvoer van de verbrandingsgassen kan belemmeren (windbestendige schoorsteen).
Optimale afstanden voor een goede werking van de schoorsteenpijp
Om een goede werking van de schoorsteenpijp te garanderen en een goede verspreiding van de verbrandingsgassen in de atmosfeer mogelijk te maken is het belangrijk dat voor wat de schoorsteen betreft de hieronder vermelde afstanden aangehouden worden:
- 6 tot 8 meter afstand van eventuele gebouwen of andere obstakels die boven de hoogte van de schoorsteen uitkomen;
- 50 centimeter hoger dan eventuele obstakels die zich op een afstand van 5 meter of minder bevinden;
- buiten het terugstroomgebied. Dit gebied heeft verschillende afmetingen en vormen afhankelijk van de hellingshoek van de dakbedekking, waardoor het noodzakelijk is om de hieronder vermelde minimum hoogten aan te houden.

text_image
Fig. 7 - Fig. 8 * B gelijk aan het dubbele van A A B B A DT2030051-00 DT2030191-00
text_image
Fig. 9 6-8 m DT2030052-00Voorbeeld: Controleer de helling van het dak (kolom O) en de beoogde afstand van de schoorsteen tot de as van de nok (kolom A), als de afstand groter is dan "A" dan is de hoogte van de schoorsteen af te lezen in kolom H. Als de afstand kleiner is dan "A" dan moet de schoorsteen 0,5 meter hoger zijn dan de nok.

text_image
Fig. 10 PLAT DAK 0,50 m gelijk aan of minder dan 5 m meer dan 5 m gelijk aan of minder dan 5 m 0,50 m DT2030053-00
text_image
Fig. 11 SCHUIN DAK grotere afstand dan A kleinere afstand of gelijk aan A 0,50 m boven de nok TERUGSTROOMGEBIED hoogte van het terugstroomgebied Z min. H as van de nok α DT2030192-00| Hellingsgraad van het dak | Horizontale breedte tussen het terug-stroomgebied en de as van de nok | Minimum hoogte boven het dak | Hoogte van het terugstroom-gebied |
| A H Z | |||
| 15° 1,85 m 1,00 | m 0,50 m | ||
| 30° 1,50 m 1,30 | m 0,80 m | ||
| 45° 1,30 m 2,00 | m 1,50 m | ||
| 60° 1,20 m 2,60 | m 2,10 m |
1.4 BUITENLUCHTAANVOER
Voor een goede werking en een goede verbranding moet het toestel via een buitenluchtaanvoer over de benodigde lucht voor de verbranding kunnen beschikken.
De luchtaanvoer moet:
- een totale vrije doorsnede hebben gelijk aan of groter dan de afmetingen die in de paragraaf "TECHNISCHE GEGEVENS" vermeld zijn;
- beschermd worden door een rooster of een andere geschikte bescherming, mits de voorgeschreven minimum doorsnede niet verkleind wordt;
- zo geplaatst worden dat er geen verstopping mogelijk is.
De aanvoer van de voor de verbranding benodigde lucht kan op verschillende manieren verkregen worden:
- via een rechtstreekse aanvoer in de kamer waar het toestel geïnstalleerd is;
- via een ernaast gelegen ruimte op voorwaarde dat de luchtdoorgang is verzekerd door permanente openingen die in verbinding staan met buiten.

text_image
Fig. 12 Fig. 13 DT2030054-00DT2030193-00
In de ernaast gelegen ruimte, van waaruit de luchtaanv komt, mag geen onderdruk zijn ten opzichte van de buitenlucht via een effect van tegengestelde trek veroorzaakt doordat er een apparaat of een toestel voor afzuiging in die ruimte is. In de ernaast gelegen ruimte moeten de permanente openingen beantwoorden aan de vereisten beschreven in de vorige punten.
- Het is verboden om de lucht voor de verbranding aan voeren uit ernaast gelegen ruimten die als garage, opslag van brandbaar materiaal of activiteiten met brandgevaar dienen.

Het toestel moet op een plaats geïnstalleerd worden waar er op een veilige en makkelijke manier gebruik van gemaakt kan worden en waar het onderhoud makkelijk uitgevoerd kan worden. Als het product dat geïnstalleerd wordt een stroomaansluiting nodig heeft moet deze plaats ook voorzien zijn van een geaarde elektrische installatie zoals bepaald door de geldende voorschriften.
De installatieruimte moet beantwoorden aan de volgende vereisten:
De ruimte mag niet bestemd zijn als garage, opslag van brandbaar materiaal of plaats waar activiteiten met brandgevaar verricht worden.
In de ruimte mag geen onderdruk gevormd worden ten opzichte van de buitenomgeving door de tegentrek die veroorzaakt wordt doordat er in de ruimte waar de haard geïnstalleerd is een ander toestel of een afzuigsysteem is.
In dezelfde ruimte mogen niet twee kachels, een haard en een kachel, een kachel en een kooktoestel op hout enz. gebruikt worden omdat de trek van het ene toestel schadelijk kan zijn voor de trek van het andere toestel.
- Alleen in ruimten die als keuken gebruikt worden mogen er toestellen gebruikt worden om te koken met bijbehorende afzuigkappen zonder extractie.
- Gastoestellen van type C zijn toegestaan (zie de voorschriften die op de plaats van installatie gelden).
Gastoestellen van type B zijn niet toegestaan (zie de voorschriften die op de plaats van installatie gelden).
Het is verboden het toestel gelijktijdig met gemeenschappelijke ventilatiesystemen (met of zonder extractie) of andere toestellen te gebruiken zoals: geforceerde ventilatiesystemen of andere verwarmingssystemen met gebruik van ventilatie voor luchtverversing. Deze kunnen onderdruk in de installatieruimte veroorzaken, ook indien zij in een naast de installatieruimte gelegen ruimte of in een met de installatieruimte in verbinding staande ruimte geïnstalleerd zijn.
Het is verboden om het toestel te gebruiken: in trappenhuizen, met uitzondering van gebouwen met een maximaal aantal van twee appartementen, in gangen voor gemeenschappelijk gebruik, in slaapkamers, in bad- of doucheruimten.
1.6 DRAAGVERMOGEN VAN DE VLOER
DT2010171-00
Controleer het draagvermogen van de vloer door de volgende gegevens op te tellen: het gewicht van de de mantel (muurpanelen), het isolatiemateriaal, de bekleding en het blok (vermeld in de paragraaf "TECHNISCHE GEGEVENS").
Als de vloer niet over voldoende draagvermogen beschikt, dan dienen de nodige maatregelen getroffen te worden.
1.7 VERWARMINGSCAPACITEIT
DT2010130-01
Controleer de verwarmingscapaciteit van het toestel en vergelijk het nominale vermogen dat in de paragraaf "TECHNISCHE GEGEVENS" vermeld is met het vermogen dat door de ruimten die verwarmd moeten worden gevraagd wordt.
De berekening bij benadering van de behoefte aan vermogen wordt verkregen door het aantal vierkante meter met de hoogte van het plafond te vermenigvuldigen; de uitkomst wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt die van de mate van isolatie van het gebouw afhangt, d.w.z. van interne en externe factoren van de woning:
- Interne factoren: soort kozijnen, dikte van de isolatie en de muren, type bouwmaterialen, aanwezigheid van trappenhuizen, muren met grote ramen, hoge plafonds, plaats van de ruimten die verwarmd moeten worden ten opzichte van andere aangrenzende verwarmde of niet verwarmde ruimten enz.
- Externe factoren: geografische ligging, gemiddelde buitentemperatuur, ligging ten opzichte van de windstreken, windkracht, breedte, hoogte enz.
Berekeningsvoorbeeld bij benadering van de behoefte aan energie om een bepaald volume tot 18/20°C te verwarmen:
De coëfficiënt die normaal toegepast wordt, wordt bepaald op basis van de werkelijke omstandigheden die zich telkens voordoen.
- Van 0,04 tot 0,05 kW per kubieke meter in een goed geïsoleerde ruimte.
- Van 0,05 tot 0,06 kW per kubieke meter in een slecht geïsoleerde ruimte.
3 ruimten van 20 m² x (hoogte plafond) 2,7 m = 162 m³ (volume).
Uitgaande van een ruimte met een goede mate van isolatie kan een gemiddelde waarde (coëfficiënt) van 0,045 kW gekozen worden
162 (volume) x 0,045 (kW) = 7,3 kW benodigd (6300 kcal/h)
Omgerekend 1 kW = 860 kcal/h
⚠️ Voor een controle en een goede berekening van de behoefte van de te verwarmen ruimten moet u een verwarmingstechnicus inschakelen (zie “REFERENTIENORMEN”).
1.8 GESCHIKT THERMISCH ISOLATIEMATERIAAL
DT2010173-01
Type geschikte thermische isolatiematerialen.
Materiaal: mineraalvezel; keramische vezel; rotsvezel.
Vorm: platen, dekens, schalen.
Eigenschappen: soortelijk gewicht gelijk aan of hoger dan 245 kg/m³ met een grenstemperatuur met betrekking tot het gebruik van minstens 1000°C.
Warmtegeleidingsvermögen λ (400°C) ≤ 0,1 W/mK
Dikte: zoals afgebeeld in de paragraaf "VEILIGHEIDSAFSTANDEN".
Als het isolatiemateriaal niet in de muur aangebracht is, dan moet het op het volledige oppervlak bevestigd worden met bevestigingspunten om de 30 cm.
Voor de warmte-isolatie is "AGI Q132" of "DIN 18895" gecodeerd materiaal toegestaan.

Een pellettoestel is niet zoals andere kachels. De trek van de rook is geforceerd dankzij een ventilator die de druk in de verbrandingskamer verlaagt en zo het afvoerkanaal onder lichte druk zet; daarom is het van belang dat dit afvoerkanaal helemaal luchtdicht en goed geïnstalleerd is zowel voor de goede werking als voor de veiligheid.
- De bouw van het afvoerkanaal moet gedaan worden door vakmensen of gespecialiseerde bedrijven volgens hetgeen in deze handleiding vermeld is.
- De afvoer moet altijd zodanig gerealiseerd worden dat periodieke reiniging mogelijk is zonder dat er onderdelen gedemonteerd hoeven te worden.
- De pijpen moeten altijd met silicone (niet cementerend) of gepaste dichtingen afgedicht worden, die hun elastische en weerstandskenmerken bij hoge temperaturen (250°C) behouden en moeten met een zelftappende schroef met ∅ 3,9 mm bevestigd worden.

Bevestig het rookkanaal waarvan het gewicht de rookventilator niet mag belasten met speciale beugels aan de muur.

Het is verboden om afsluiters of ventielen in het rookkanaal te installeren waardoor de doorgang van de verbrandingsgassen belemmerd kan worden.

Het is verboden om stoom of gassen afkomstig van andere toestellen (ketels, afzuigkappen enz.) in het rookkanaal te kanaliseren.
Pijpen en maximale bruikbare lengten
Er kunnen pijpen van vernist alu-staal (minimum dikte 1,5 mm), pijpen van roestvast staal (AISI 316) of pijpen van porseleinlak (minimum dikte 0,5 mm) met een nominale diameter van 80 mm of 100 mm gebruikt worden (voor pijpen binnenin het rookkanaal max. 150 mm).
De verbindingsstukken met buiten-/binnendraad moeten een minimum lengte hebben van 50 mm.
De diameter van de pijpen hangt af van het type installatie; het toestel is ontworpen voor installatie met pijpen met ∅ 80 mm maar, zoals te zien is in tabel 1, wordt in bepaalde gevallen het gebruik van dubbelwandige pijpen met ∅ 100 mm aangeraden.
| TABEL 1 PIJPLENGTEN | ||
| TYPE INSTALLATIE | MET PIJPEN MET ∅ 80 mm | MET DUBBELWANDIGE PIJPEN MET ∅ 100 mm |
| Max. lengte (met 3 bochten van 90°) | 4,5 m 8 m | |
| Voor installaties op plaatsen van meer dan 1200 meter boven de zeespiegel | - Verplicht | |
| Maximum aantal bochten 3 | 4 | |
| Lengte van de horizontale stukken met helling van min. 3% | 2 m 2 m | |

text_image
Fig. 16 T-STUK Ø 80 > Ø 100 Ø 100 mm Ø 80 mm T-STUK MET AFSLUITPLUG DT2030337-00
De drukverliezen van een bocht van 90° kunnen gelijkgesteld en met die van 1 meter pijp; het inspecteerbare T-stuk geschouwd worden als een bocht van 90°.
VOORBEELD: Als er een lengte van meer dan 4,5 m met pijpen met ∅ 80 mm geïnstalleerd moet worden, moet de maximale lengte op de volgende manieren berekend worden:
- Indien er op de totale lengte maximaal 3 bochten van 90^ gebruikt worden, dan is de maximale afstand 4,5 m.
- Indien er op de totale lengte maximaal 2 bochten van 90^ gebruikt worden en rekening houdend met het feit dat een bocht van 90^ vervangen kan worden door 1 m pijp, dan is de maximale afstand 4,5 m + 1 m = 5,5 m.
- Indien er op de totale lengte maximaal 1 bocht van 90^ gebruikt wordt en rekening houdend met het feit dat een bocht van 90^ vervangen kan worden door 1 m pijp, dan is de maximale afstand 4,5m + 1m + 1m = 6,5m .
Als er pijpen met ∅ 100 mm gebruikt moeten worden moet er een verbinding met een T-stuk met ∅ 80 mm voor de afvoer van het toestel gebruikt moeten worden en dus een verloopstuk met ∅ 80 > ∅ 100 (dit onderdeel wordt niet geleverd door de fabrikant) (fig. 16).
T-stuk
Het gebruik van een T-stuk maakt het mogelijk om de condens vermengd met roet die zich binnenin de pijp ophoopt op te vangen en staat de periodieke reiniging van het kanaal toe zonder dat de pijpen gedemonteerd hoeven te worden.
Het T-stuk kan samen met de pijpen bij een erkende verkoper van de fabrikant gekocht worden.
Hiernaast is een voorbeeld van een verbinding opgenomen waarbij de volledige reiniging mogelijk is zonder dat de pijpen van de installatie gedemonteerd hoeven te worden (fig. 17).

text_image
Fig. 17 ISOLATIE T-STUK Max. 2 m (min. 3 %) T-STUK REINIGINGSRICHTING REINIGINGSRICHTING DT2030338-001.10 AANSLUITING OP EEN TRADITIONELE SCHOORSTEEN
DT2010230-03
Als u een bestaande schoorsteen wilt gebruiken dan wordt geadviseerd om die te laten nakijken door een vakkundige schoorsteenveger om te zien of deze volledig luchtdicht is. Dit omdat deze onder lichte druk staat en de rook daardoor in eventuele scheuren kan dringen en zo een weg kan zoeken naar bewoonde ruimten. Indien na inspectie blijkt dat het rookkanaal niet helemaal luchtdicht is, dan moet dit weer volledig hersteld worden door nieuwe pijpen in het rookkanaal in te brengen. Wanneer het bestaande rookkanaal zeer groot is, dan wordt aangeraden om een pijp met een maximum diameter van 150 mm in te brengen; er wordt bovendien geadviseerd om het rookkanaal goed te isoleren (fig. 18-19).
- Indien de aansluiting door muren of andere materialen geleid moet worden die brandbaar of warmtegevoelig zijn, moet er isolatiemateriaal van 10 cm van minerale oorsprong (zoals rotswol, keramische vezel) rond het verbindingsstuk aangebracht worden met een nominale dichtheid van meer dan 80 kg/m³.
- Indien de aansluiting door muren of wanden geleid moet worden die niet brandbaar zijn, dan moet er toch isolatiemateriaal van 5 cm van minerale oorsprong (zoals rotswol, keramische vezel) rond het verbindingsstuk aangebracht worden met een nominale dichtheid van meer dan 80 kg/m³.

text_image
Fig. 18 SCHOORSTEEN BIJ BESCHADIGD ROOKKANAAL MAX. Ø 150 mm T-STUK PIJP INBRENGEN ISOLATIE Ø 80 mm INSPECTIEDEURTJES DT2030339-00- Controleer of de aansluiting op het rookkanaal zodanig uitgevoerd is dat er onder lichte druk een volledige afsluiting van de rookgassen is als het toestel in werking is.
- Controleer of de pijp niet te ver in het rookkanaal zit, dit kan een vernauwing bij de doorgang van de rookgassen creëren.
Verzeker u ervan dat alles volgens de regels van goed vakmanschap is geïnstalleerd.

text_image
Fig. 19 AFSLUITFLENS AFDICTINGSFLENS VAN ROESTVAST STAAL OF ALUMINIUM VERSE LUCHTAANVOER MET NIET SLUITBAAR ROOSTER DT2030340-001.11 GEBRUIK VAN EEN EXTERN ROOKAFVOERKANAAL
DT2010232-02
Het is mogelijk om een rookkanaal te gebruiken alleen als deze voldoet aan de volgende vereisten:
- alleen met gebruik van geïsoleerde (dubbelwandige) pijpen van roestvast staal die bevestigd zijn aan het gebouw (fig. 20);
- aan de onderkant van dit kanaal moet er een mogelijkheid zijn om te inspecteren, voor controle en periodiek onderhoud;
- er moet een windbestendige schoorsteen geïnstalleerd zijn en de afstanden tussen de nok van het gebouw en de schoorsteen moeten aangehouden worden, zoals vermeld in de paragraaf "SCHOORSTEEN".

text_image
Fig. 20 d VERSE LUCHTAANVOER MET NIET SLUITBAAR ROOSTER DT2030341-00Alle SUPERIOR pellettoestellen kunnen ook met muurafvoer, minimum hoogte 2 m en met verbrandingslucht uit een coaxiale pijp functioneren (fig. 21). In de technische norm 14/08-1303 van CSTB zijn de installatieuitvoeringen vermeld (zie verklaring pag. 50).
Verzeker u ervan dat alles volgens de regels van goed vakmanschap is geïnstalleerd.

text_image
Fig. 21 per, VERBRANDINGSLUCHTINLAAT MET COAXIALE PIJP Min. 2 m ped DT2032587-00Het installeren en het gebruik van het product moet gebeuren in overeenstemming met de aanwijzingen van de fabrikant en met inachtneming van de Europese en landelijke normen en de plaatselijke voorschriften.

Als een rookafvoerpijp door een muur of een plafond loopt moeten er speciale installatiemethoden toegepast worden (bescherming, thermische isolatie, afstanden ten opzichte van hittegevoelige materialen enz.). Zie de paragraaf "AANSLUITING OP DE SCHOORSTEENPIJP".
- Er wordt bovendien geadviseerd om alle voorwerpen van brandbaar of ontvlambaar materiaal uit het stralingsgebied van de vuurhaard te houden en in ieder geval op minstens 80 cm afstand van de vuurkern.
- Voor andere aspecten van verantwoord stoken zie de paragraaf "MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTANDEN" en "AANSLUITING OP DE SCHOORSTEENPIJP".
- De rookafvoerpijp, de schoorsteen, de schoorsteenpijp en de verse luchtaanvoer moeten altijd vrij van verstoppingen en schoon zijn en moeten geregeld nagekeken worden (minstens twee keer) tijdens het seizoen, vanaf de eerste keer aansteken van het product en tijdens het gebruik ervan. Wanneer het toestel gedurende een bepaalde periode niet werd gebruikt, is het raadzaam om eerst het bovenstaande te controleren. Neem voor meer informatie contact op met een schoorsteenveger.
- Gebruik alleen geadviseerde brandstoffen (zie het hoofdstuk "BRANDSTOF").
1.13 MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTANDEN
DT2012487-01
Installeer het product met inachtneming van de minimum veiligheidsafstanden ten opzichte van temperatuurgevoelige of brandbare materialen.
In geval van temperatuurgevoelige of brandbare vloeren moet er een bescherming van onbrandbaar isolatiemateriaal toegepast worden zoals bijvoorbeeld: een plaat van plaatstaal, marmer, tegels enz.
De minimum afstanden die van de kachel aangehouden moeten worden zijn (zie "TECHNISCHE GEGEVENS"):
| A | Afstand van de kachel tot een hittebestendige/brandbare achterwand. |
| B | Afstand van de kachel tot de zijwanden. |
| C | Afstand ten opzicht van brandbare voorwerpen. |
| D | Voorste uitstekende deel vloerbescherming. |
| E | Afstand tussen de binnenste hoek van de opening van de vuurhaard en de rand van de vloerbescherming |
| F | Afstand van de afvoer tot hittebestendige wanden.Voor temperatuurgevoelige of brandbare wanden zie de technische documentatie die bij het rookkanaal verstrekt wordt. |
| G | Afstand tussen de kachel en de afvoer. |
Voor het rookkanaal moeten de minimum afstanden ten opzichte van temperatuurgevoelige of brandbare materialen (betimmering, houten balken of plafonds enz.) aangehouden worden zoals getoond op de afbeelding.
⚠️ Het rookkanaal moet geschikt zijn om aangesloten te worden op een pellettoestel in overeenstemming met de geldende landelijke voorschriften.
⚠️ Houd elk ontvlambaar materiaal zoals: houten meubels, gordijnen, kleden, ontvlambare vloeistoffen enz. tijdens de werking ervan goed uit de buurt (minimum 80 cm).
⚠️ Rondom de kachel wordt geadviseerd om grotere afstanden dan aangegeven aan te houden om eventuele werkzaamheden aan het toestel makkelijker uit te kunnen voeren.

text_image
Fig. 22 Achterwand Zijwand F G A PELLETKACHEL B E D C Beschermingvloer Straalgebied van de opening van de vuurhaard DT2033681-01
text_image
Fig. 23 Fig. 24 len els, MIN. 40 cm MIN. 25 cm* MIN. 5 cm* DT2030335-00DT2032226-00* = Waarden die betrekking hebben op de toepassing van originele afvoerpijpen; als er andere pijpen toegepast worden, moet u de technische documentatie die bij de pijpen verstrekt wordt raadplegen.
Mantel: ...... van gelakt staal en bovenblad van majolica
Binnenwerk: ......blok uit één stuk van staal
Vlamkeerplaat en vuurhaard: ..van gietijzer
Brandkorf:......van gietijzer
Deur: ......van gietijzer met keramisch glas bestand tegen 750°C
Handvat: ......van gelakt staal
Functiebediening: ......digitaal bedieningspaneel op de kachel en afstandsbediening (optie)
Chronothermostaat: ......standaard met dag-, week- en weekendprogrammering met twee tijdsperioden
Brandkrachtregeling: ......van 1 tot 4
Aslade: ....uitneembaar
Brandstof:....pellets van zuiver (onbewerkt) natuurlijk hout (zie het hoofdstuk "BRANDSTOF")
Verwarming: ....Met geforceerde ventilatie
| Maateenheid | GIOIA | ||
| op nominaal vermogen op | minimum vermogen | ||
| Thermisch vermogen kW 9,0 3,5 | |||
| Brandstofverbruik per uur kg/h 2,1 0,8 | |||
| Rendement % 86,6 88,5 | |||
| CO-uitstoot bij 13% O_2 | % / (mg/m ^3 ) 0,016 | / (203,5) 0,038 / (475,6) | |
| Uitstoot fijn stof | mg/Nm ^3 | 23,9 | |
| Maximum opgenomen vermogen | W | 370 | |
| Opgenomen vermogen tijdens de werking | W 90 | ||
| Stroomvoorziening | V | 230 | |
| Frequentie | Hz | 50 | |
| Inhoud van het pelletreservoir | kg / (l) | 18 / (28) | |
| Diameter rookgasafvoer | cm | ø8 | |
| Buitenluchtinlaat (minimum nuttige doorsnede) | cm ^2 | 100 | |
| Gewicht haard met mantel | kg | 150 | |
| Testrapport | N° | - | |
| VKF | N° | - | |
Gegevens verkregen onder laboratoriumomstandigheden met pellets met een calorische waarde van 5 kWh/kg.
NB: De hierboven vermelde gegevens kunnen verschillen op basis van de afmetingen en het soort pellets die gebruikt worden (zie het hoofdstuk "BRANDSTOF").
| Minimum veiligheidsafstanden | cm | |
| A | Afstand van de kachel tot een hittebestendige / brandbare achterwand. | - / 20 |
| B | Afstand van de kachel tot de zijwanden. | 20 |
| C | Afstand ten opzicht van brandbare voorwerpen. | 80 |
| D | Voorste uitstekende deel vloerbescherming. | 50 |
| E | Afstand tussen de binnenste hoek van de opening van de vuurhaard en de rand van de vloerbescherming. | 30 |
| F | Afstand van de afvoer tot hittebestendige wanden. | 5 |
| G | Afstand tussen de kachel en de afvoer. | 10 |
| Technische gegevens voor het berekenen van de schoorsteenpijp | Maateenheid | GIOIA | |
| op nominaal vermogen op | minimum vermogen | ||
| Thermisch vermogen kW 9,0 3,5 | |||
| Capaciteit van de rookgassen | g/s 6,8 4,6 | ||
| Gemiddelde rookgasafvoertemperatuur | °C | 203,8 109,8 | |
| Minimale trek | Pa | 12 | |
2.3 ACCESSOIRES EN TOEBEHOREN
| Omgevingstemperatuursensor NTC 10K inclusief | |
| Kabel L=200 Schuko stekker IEC inclusief | |
| Afneembare handgreep (ook wel “koude hand” genoemd) pelletkachels inclusief | |
| Vlamkeerplaat brandkorf inclusief | |
| Siliconenspray coating optie | |
| Luchtbevochtiger optie | |
| Afstandsbedieningskit optie | |
| Pijpen en bochten voor aansluiting op rookgaskanaal optie | |
| Bescherming vloer optie | |
| GPRS module voor afstandsbediening van de kachel optie |
2.4 IDENTIFICATIEGEGEVENS VAN HET PRODUCT
DT2011541-00
Elk product kan geïdentificeerd worden aan de hand van een typeplaatje, waar het model en de prestaties van het toestel op vermeld zijn en een plaatje waar het serienummer op vermeld is.
Het typeplaatje (A) is op het pelletreservoir van de kachel aangebracht, terwijl het plaatje met het serienummer (B) aan de binnenkant van de deksel van het reservoir aangebracht is.
Er bevindt zich ook een plaatje met het serienummer (B) op de laatste bladzijde van de omslag van dit boekje.
In geval van aanvragen van technische service of het bestellen van reserveonderdelen moet u deze gegevens altijd aan de verkoper of het technische servicecentrum doorgeven.

text_image
Fig. 25 B MATR. 123401234 A2.5 AFMETINGEN
Afmetingen in cm
A = Diameter van de rookafvoer 8 cm

text_image
A 62 21
Om ongelukken te voorkomen en om te voorkomen dat het product beschadigd wordt, worden hieronder enkele adviezen op een rijtje gezet:
- het uitpakken en installeren moet door minimaal twee personen gedaan worden;
- alle werkzaamheden om het product te verplaatsen moeten met geschikte werktuigen gedaan worden en volledig in naleving van de geldende normen op het gebied van de veiligheid;
- de stand van het verpakte product moet gehandhaafd worden zoals blijkt uit de aanwijzingen die verstrekt worden door de symbolen en de opschriften die op de verpakking aangebracht zijn;
- als er hijskabels, -banden, -kettingen enz. gebruikt worden moet gecontroleerd worden of zij geschikt zijn voor het te lossen gewicht en of zij in goede staat zijn;
- tijdens het verplaatsen van de verpakking moeten langzame en continue bewegingen gemaakt worden om rukbewegingen aan de hijskabels, -banden, -kettingen enz. te vermijden;
- de last mag niet te schuin gehouden worden om kantelen te voorkomen;
- men mag nooit in de actieradius van de laad-/loswerktuigen (heftruck, hijskraan enz.) gaan staan.
Alvorens tot het installeren over te gaan moeten de bevestigingsbeugels (A) verwijderd worden door aan de betreffende bevestigingsschroeven te draaien (fig. 26-27).

text_image
Fig. 26 A
Pak het product uit waarbij u moet opletten dat het product niet beschadigd wordt of dat er krassen in komen, haal het zakje met accessoires en eventuele piepschuim of kartonnen delen die gebruikt zijn om de losse delen vast te zetten enz. uit de vuurhaard van de kachel.
Om de kachel tijdens het installeren makkelijker te kunnen verplaatsen wordt geadviseerd om de mantel te verwijderen, waarbij de procedure die in de paragraaf "VERWIJDEREN VAN DE MANTEL" vermeld is aangehouden moet worden en de mantel na afloop van het installeren weer aan te brengen.
Als u te werk wilt gaan zonder de panelen te verwijderen wordt geadviseerd om heel voorzichtig te zijn om de onderkant van de zijpanelen en de onderste frontplaat niet te vervormen, ervoor te zorgen dat er geen krassen in komen en hoe dan ook niet te beschadigen.
4.0 INSTALLATIE
DT2012745-00
Volgens de van kracht zijnde regelgeving met betrekking tot de veiligheid van elektrische toestellen en elektrische systemen in het algemeen, moet u zich tot een technisch servicecentrum of vakmensen wenden voor alle installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, die toegang tot de bekleding en de rookkamer vragen.
Bekleding
Nadat de montagewerkzaamheden uitgevoerd zijn en er eventueel een externe kamerthermostaat geïnstalleerd is (zie de paragraaf "INSTALLATIE VAN EEN EXTERNE OMGEVINGSTHERMOSTAAT") de bovenblad von majolica uitpakken en in zijn positie opzetten. (fig. 28), waarbij u eerst moet controleren of de luchtbevochtiger (optie) goed in de betreffende ruimte geplaatst is (zie de paragraaf "LUCHTBEVOCHTIGER"). DT2011593-01

- De kachel wordt geleverd met een stroomkabel die op een stopcontact van 230V 50Hz aangesloten moet worden (fig. 29).
- Het opgenomen vermogen is in de paragraaf "TECHNISCHE GEGEVENS" vermeld.

Het toestel moet op een deugdelijk geaard elektriciteitsnet aangesloten n.
Controleer of de stroomkabel op de definitieve plaats niet in aanraking komt met hete delen.
Controleer of de stekker voor de elektrische aansluiting ook na installatie van het toestel toegankelijk is.
Omgevingstemperatuursensor (5)
- Op het moment dat de kachel geïnstalleerd wordt moet de meegeleverde omgevingstemperatuursensor op de daartoe bestemde plaats aangesloten worden (fig. 29). De sensor kan geplaatst worden zoals getoond op figuur 29 of de klem kan verwijderd worden en de bol kan op een plaats aangebracht worden waar de omgevingstemperatuur getrouwer waargenomen kan worden.
Drukmeetaansluiting (3)
- Het toestel is voorzien van een externe aansluiting voor het meten van de onderdruk in de rookgasafvoerleiding. Dit moet door erkende vakmensen gedaan worden op het moment dat de kachel geïnstalleerd wordt of als er onderhoud aan gepleegd wordt.
Seriële aansluiting DB9 (7)
- Het toestel is voorzien van een seriële aansluiting DB9 die gebruikt wordt om controles van de werking van het toestel te verrichten. Deze controles moeten door erkende vakmensen verricht worden op het moment dat de kachel geïnstalleerd wordt of als er onderhoud aan gepleegd wordt.
- Op de seriële aansluiting DB9 kan de eventuele GPRS set, die als optie verkrijgbaar is, aangesloten worden.
Fig. 29

text_image
24731
1 Externe aansluiting voor de omgevingstemperatuursensor
2 Aansluiting voor invoer van de stroomkabel
3 Drukmeetaansluiting
4 Voorgeperforeerd gedeelte voor invoer van kabelklem PG7 voor installatie van een externe thermostaat
5 Omgevingstemperatuursensor
6 Stroomkabel
7 Seriële aansluiting DB9
4.2 INSTALLATIE VAN EEN EXTERNE THERMOSTAAT
DT2012747-00
Het product is ingesteld om aangesloten te worden op een externe omgevingsthermostaat met contact normaal geopend (niet geleverd door de fabrikant).
De thermostaat moet aangesloten worden met behulp van een kabel type 2x0,5 mm² die vastgezet moet worden met een kabelwartel PG7 die in de daarvoor bestemde opening aangebracht moet worden (fig. 29).
Dit moet door erkende vakmensen gedaan worden.
Voor de installatie moet u als volgt te werk gaan:
- Schakel de stroom uit alvorens het product open te maken.
- Verwijder het beschermpaneel van de elektronische kaart en het achterpaneel (zie "VERWIJDEREN VAN DE MANTEL").
- Verwijder het voorgeperforeerde deel (pos. 4 - Fig. en boor met een punt van 6 mm in de twee voorziene gaten.
- Steek de thermostaatkabel in de kabelwartel PG7 en steek deze laatste vervolgens in de zopas aangebrachte opening.
- Verbind het uiteinde van de kabel van de kamerthermostaat met de 2-pins klem van de elektronische kaart op contact "TERM" (Fig. 31).
- Monteer het paneel opnieuw door de handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren.

Geen enkel element onder spanning op aangesloten worden op contact 1".
Fig. 30

1 Thermostaat
2 2-pins klem van de elektronische kaart
3 Kabelwartel PG7
4 Uiteinde van de thermostaatkabel
Fig. 31

text_image
TERM DT2034323-004.3 VERWIJDEREN VAN DE MANTEL
Wanneer u handelingen dient te verrichten onder de mantel, dient u de zijpanelen als volgt te verwijderen:
- Verwijder het bovenste rooster [A] door de 4 schroeven [B] los te draaien. (fig. 32)

text_image
Fig. 32 A B- Verwijder de 2 schroeven [C] die de onderste kap [D] vastmaken, til de kap een beetje omhoog en haal ze eruit door ze naar voor te trekken. (fig. 33)

text_image
Fig. 33 C D- Verwijder het zijpaneel door de 2 schroeven aan de voorkant [E] (fig. 34) en de schroeven aan de achterkant [F] los te draaien. (fig. 35)

text_image
Fig. 34 E E- Verwijder het andere zijpaneel.
- Voor de montage, voer dezelfde handelingen uit in omgekeerde volgorde.

text_image
Fig. 35 F4.4 ROOKGASAFVOER BOVENAAN
Het product wordt geleverd met een rookgasafvoer aan de achterkant. U kunt als volgt een rookgasafvoer bovenaan plaatsen:
- Verwijder het linkerzijpaneel (zie de paragraaf "DE MANTEL VERWIJDEREN").
- Verwijder het voorgeperforeerde gedeelte [A] van het bovenste rooster door met een punt van 6 mm in de drie voorziene gaten [B] te boren. Let erop dat u het rooster niet bekrast of vervormt. (fig. 36)
- Verwijder de dop [F] en de dichting [H] op de "T"-vormige rookgasafvoerpijp door de 2 bevestigingsschroeven [I] los te draaien. (fig. 37)
- Plaats de dop [F] en de dichting [H] op de andere uitgang van de pijp en maak ze vast met de schroeven [I] die u zonet verwijderd heeft. (fig. 38)
- Monteer het linkerzijpaneel opnieuw door de bovenvermelde handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren.
- Sluit het schoorsteenkanaal aan volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk "ALGEMENE VOORSCHRIFTEN".
- Monteer de mantel.

text_image
Fig. 36 Ø 6 mm A B
text_image
Fig. 37 I F H
text_image
Fig. 38 I F HHoutpellets zijn een brandstof die verkregen wordt dankzij het persen van houtzaagsel gewonnen uit bewerkingsrestanten en het omzetten van gedroogd natuurlijk hout. De typerende vorm van kleine cilinders wordt verkregen door middel van een draadtrekproces.
Dankzij lignien, een natuurlijk bestanddeel, dat door het persen van de grondstof vrijkomt, krijgen de pellets consistentie, worden zij compact en hoeven zij niet met toevoegingen of lijm behandeld te worden.
Aangezien de eigenschappen en de kwaliteit van de pellets de autonomie, het rendement en de goede werking van de kachel sterk beïnvloeden wordt geadviseerd om pellets van hoogwaardige kwaliteit te gebruiken.
De fabrikant heeft zijn kachels getest en zodanig geprogrammeerd dat zij goede prestaties en kwalitatief een feilloze werking waarborgen met pellets die de volgende eigenschappen hebben:
| Eigenschappen van de pellets | |
| Bestanddelen Pellets van zuiver natuurlijk hout | |
| Lengte ongeveer 10 - 30 mm | |
| Diameter ongeveer 6 - 6,5 mm | |
| Schijnbaar volumegewicht ongeveer | 650 kg/m^3 |
| Soortelijk gewicht ongeveer > 1,0 | kg/dm^3 |
| Verbrandingswaarde ongeveer 5 kWh/kg | |
| Vochtigheid ongeveer < 8% | |
| Asresidu ongeveer < 0,5% | |
| NB: De hierboven vermelde gegevens hebben betrekking op pellets van eiken-/sparrenhout. | |
Om een goede werking te waarborgen is het volgende noodzakelijk: VERMIJD het gebruik met pellets met andere afmetingen dan die door de fabrikant voorgeschreven zijn.
VERMIJD het gebruik van pellets van inferieure kwaliteit met zaagstof, schors, mais, hars of chemische stoffen, additieven of lijm.
VERMIJD het gebruik van vochtige pellets.
Door pellets te kiezen die niet geschikt zijn kan het volgende gebeuren:
- verstopping van het toestel en de rookgasafvoerleidingen;
- toename van het brandstofverbruik;
- vermindering van het rendement;
- de normale werking van het toestel wordt niet gegarandeerd;
- het glas wordt vaak vuil en zwart geblakerd;
- moeizaam aansteken en slechte verbranding.
Door vocht in de pellets neemt de omvang van de staafjes toe en verbrokkelen ze en dit veroorzaakt het volgende:
- storingen aan het laadsysteem;
- slechte verbranding.
De pellets moeten op een droge en beschutte plaats opgeslagen worden.
Om pellets van goede kwaliteit maar met andere afmetingen en verbrandingswaarden dan vermeld te gebruiken moeten de werkingsparameters van het toestel veranderd worden.
⚠️ De aanpassing aan de persoonlijke eisen van de werkingsinstellingen van het toestel mag alleen overgelaten worden aan de technische servicecentra of aan door de fabrikant erkende vakmensen.
⚠ Het gebruik van pellets van inferieure kwaliteit en die nie overeenstemming met de aanwijzingen van de fabrikant leidt niet alleen tot beschadiging van het toestel en nadelige invloed op de prestaties ervan maar hierdoor kan ook de garantie ongeldig worden en sluit bovendien elke aansprakelijkheid van de fabrikant uit.
5.1 DE KACHEL MET PELLETS VULLEN
- Om het reservoir met pellets te vullen wordt geadviseerd om een hoekje van de zak af te knippen en de zak in het reservoir te legen. Op die manier kan de kachel makkelijker gevuld worden en wordt vermeden dat er pellets op het toestel terechtkomen.
Zorg ervoor dat er zich geen zaagsel op de bodem van het reservoir ophoopt.
Laat geen pelletrestanten boven op het toestel liggen, deze kunnen vlam vatten!

text_image
Fig. 39 Fig. 40 het eze PELLET DT2030459-01 DT2030460-01⚠️ Vul de kachel met pellets als de rode bijvulindicatie in pelletreservoir te zien is (zie de figuur hiernaast) MAAR NIET ALS DE KACHEL BRANDT.
Om de kachel met pellets te vullen als de rode bijvulindicatie te zien is moet u als volgt te werk gaan:
- doof de kachel;
- vul het reservoir bij zoals hierboven beschreven.
De vijzel moet de tijd krijgen om zich te vullen; tijdens deze fase worden de pellets niet in de verbrandingskamer verspreid en is het heel waarschijnlijk dat een eerste aansteekpoging mislukt.
Als het alarm optreedt, dooft u de kachel door de AAN/UIT toets even ingedrukt te houden, verwijdert u de brandstof uit de brandkorf en stelt u de kachel in voor een nieuw ontstekingsproces.
Onopgebrande pellets in de brandkorf moeten verwijderd worden.

text_image
Fig. 41 het DT2033995-026.0 GEBRUIK
- Gebruik het toestel niet als kooktoestel.
- Verzeker u ervan dat er in de kamer waar het toestel geïnstalleerd wordt voldoende luchtverversing is (buitenluchtaanvoer).
- Verzeker u ervan dat alle naden van de afvoer hermetisch afgedicht zijn met silicone (niet cementerend) dat bestand is tegen hitte (250°C) en of dit niet achteruitgegaan is.
- Controleer regelmatig of de rookafvoer schoon is (of laat dit doen).
- Het gebruik van andere brandstof dan pellets is verboden.
- Verwijder eventuele resten van onopgebrande pellets die achtergebleven zijn na een aantal mislukte pogingen om het toestel aan te steken, voordat u het toestel opnieuw probeert aan te steken.

Tijdens de werking kunnen sommige delen van het toestel (deur, hendel, schuiven, keramische onderdelen) erg heet worden.
Wees dus erg voorzichtig en neem vooral als er kinderen, oudere mensen, andersvaliden en dieren zijn de nodige voorzorgsmaatregelen in acht. Houd alle ontvlambare voorwerpen ver weg van het toestel wanneer dit in werking is (minstens 80 cm van de voorkant).
Tijdens de werking moet de deur gesloten blijven en mag het glas niet gebroken zijn of ontbreken. Het is streng verboden om het beschermrooster aan de binnenkant van het reservoir te verwijderen. In geval u pellets bijvult als het toestel aan is moet u voorkomen dat de zak van de brandstof in aanraking komt met hete oppervlakken. DT2010035-06
6.1 BEDIENINGSPANEEEL
DT2011650-01
- De kachel is voorzien van een digitaal bedieningspaneel waarmee u de verschillende functies kunt bedienen.
- Als de kachel aangesloten is op het elektriciteitsnet maar niet in de werkingsmodus staat wordt op het display aan de linkerkant de huidige tijd weergegeven (voorbeeld 12:30) of de omgevingstemperatuur en op het display aan de rechterkant de aanduiding OFF.

text_image
- + SET 12:30 OFF 1 2 3 4 5 6DT2034005-00
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende functies van de toetsen van het bedieningspaneel; deze zijn genummerd zodat u ze makkelijker en sneller kunt vinden.
| Toets 4(ON-OFF) | Hiermee is het mogelijk:- om de kachel met de hand aan en uit te zetten;- om de programmering te verlaten. | |
| Toetsen 5 en 6(afstellen / selecteren) | Hiermee is het als de kachel werkzaam is mogelijk:- om de brandkracht van 1 tot 4 in te stellen.Hiermee is het tijdens het programmeren van de kachel mogelijk:- om toegang te krijgen tot het programmeermenu (toets 6);- om de menu's van de programma's en de chronothermostaat te doorlopen;- om de menu's van de urentellergeheugens (submenu parameters) te doorlopen. | |
| Toetsen 1 en 2(afstellen / selecteren) | Hiermee is het als de kachel werkzaam is mogelijk:- om de omgevingstemperatuur in te stellen van 7°C tot 30°C;- om de temperatuur of de huidige tijd af te lezen (toets 1).Hiermee is het tijdens het programmeren van de kachel mogelijk:- om de taal te selecteren;- om de dag en de tijd voor de instelling van de klok te selecteren;- om de parameters van de chronothermostaat in te stellen;- om de zoemer in te schakelen;- instelling displaymodus;- instellen van de “Energy Saving” modus;- instellen display slaapstand. | |
| Toets 3(SET) | Hiermee is het mogelijk:- om het geselecteerde menu te bevestigen;- bevestigen van de geselecteerde parameters. | |
| Controledisplay | Toont het volgende:- huidige tijd / omgevingstemperatuur;- brandkrachtniveau;- ingestelde functies. |
6.2 TAAL INSTELLEN
Met deze functie is het mogelijk om één van de vier beschikbare talen op basis van het land waar het product geïnstalleerd wordt op het display in te stellen.
| Beschrijving actie Displayweergave | |
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt.Op het display verschijnt de verschuivende aanduiding “SELEZIONA LINGUA”.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | SELEZIONA LINGUR |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de talen op het display totdat de gewenste taal weergegeven wordt. Voorbeeld: “NED”.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | NED LINGUR |
| Na de bevestiging wordt op het display de verschuivende aanduiding “FUNCTIE ACTIEF” weergegeven en gaat het display automatisch weer terug naar de beginweergave. | FUNCTIE ACTIEF |
De fabrieksinstelling is de Italiaanse taal.
6.3 KLOK INSTELLEN
DT2011643-01
De juiste instelling van de tijd is noodzakelijk om alle functies te kunnen gebruiken waarbij het gebruik van de klok voorzien is.
Voor de instelling van de klok moeten de volgende waarden geprogrammeerd worden: dag, uren en minuten.
Deze waarden worden op volgorde weergegeven door op de SET toets te drukken.
| Beschrijving actie Displayweergave | |
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt.Doorloop met toets 5 en/of 6 het menu dat op het display verschijnt totdat de verschuivende aanduiding KLOK INSTELL verschijnt.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | KLOK INSTELL |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de dagen van de week die op het display verschijnen totdat de gewenste dag weergegeven wordt.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | MA DAG |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de uren van de dag die op het display verschijnen totdat het gewenste uur weergegeven wordt.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | 10: UPEN |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de minuten van de dag die op het display verschijnen totdat de juiste minuten weergegeven worden.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | 32 MINUTEN |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de dag van de week. | 16 DAG |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de maand van het jaar. | 10 MARRD |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de jaar. | 12 JARR |
| Het display keert automatisch naar de beginweergave terug. | 10:32 OFF |
Door toets 6 minimaal 5 seconden lang ingedrukt te houden komt u in de programmering van de kachel. Door meerdere keren op toets 5 of 6 te drukken is het mogelijk om het hoofdmenu dat op het display weergegeven wordt te doorlopen.
Heeft u de te programmeren functie gekozen moet u deze bevestigen door op de SET toets te drukken en de weergave van de submenu's verder doorlopen door voor het display op toets 1 of 2.
Bevestig de keuze door op de SET toets te drukken en ga op deze manier verder totdat er de aanduiding "FUNCTIE ACTIEF".
De kachel gaat weer terug naar de beginweergave.

flowchart
graph TD
A["10:10 OFF TAAL INSTALL FUNCTIE ACTIEFITA TAAL"] --> B["SET"]
B --> C["ENG TAAL FRA TAAL DEU TAAL NED TAAL POR TAAL ESP TAAL"]
A --> D["KLOK INSTELL"]
D --> E["SET"]
E --> F["DI DAG WO DAG DO DAG VR DAG ZA DAG ZO DAG"]
A --> G["SCHROEF VULLEN IN VULLING"]
G --> H["SET"]
H --> I["LEGEN BRANDKORF"]
A --> J["CHRONO INSTELL DAG PROGRAT"]
J --> K["SET"]
K --> L["WEEK PROGRAM WEEK-END PROGRAM"]
A --> M["ENERGY SAVING OFF START"]
M --> N["SET"]
N --> O["OFF STOP 1° STOP 2° STOP 3° STOP"]
A --> P["DISPLAY SLAAPSTAND OFF DISSET SLAAPSTAND ON DISPLAY SLAAPSTAND"]
P --> Q["SET"]
Q --> R["FUNCTIE ACTIEF"]
A --> S["ON ZOEMER MODUS"]
S --> T["SET"]
T --> U["FUNCTIE ACTIEFZOEMER INSCHAK OFF ZOEMER MODUS"]
A --> V["TEMP DISPLAY"]
V --> W["SET"]
W --> X["FUNCTIE ACTIEFMODUS DISPLAY UREN DISPLAY"]
A --> Y["STOP"]
Y --> Z["SET"]
Z --> AA["FUNCTIE ACTIEFBUFFER THERMOSTAT MODULATION"]
A --> AB["STAAT KACHEL 20° ROOKG T SETOR"]
AB --> AC["00.0 SCHROEF VULLEN 0000 ENCODER"]
A --> AD["PARAMETER MENU FABRIEK INPUT SET"]
AD --> AE["DATA BANK INSTELL VULLEN INSTELL ROOKG_AFV RESET MEM UREN RESET ALARM UURTELLER GEHEUGEN"]
A --> AF["AFSLUITEN"]
AF --> AG["SET"]
DT2034004-00
De functie van de chronothermostaat is om de gebruiker in staat te stellen om het toestel zodanig te programmeren dat het toestel vanzelf aan- en uitgaat zonder een handmatige actie van de gebruiker.
Deze chronothermostaat biedt de mogelijkheid om de dag-, week- en weekendprogrammering te selecteren met maximaal 2 werkingscycli in twee verschillende tijdsperioden.
Bijvoorbeeld: cyclus: van 06.00 tot 09.00 uur 's morgens. 2^e cyclus: van 20.30 tot 23.00 uur 's avonds.
- Tijdens de DAG programmering (DG PROGR) kunnen de 2 vastgestelde tijdsperioden gedurende alle dagen van de week in- of uitgeschakeld worden.
Bijvoorbeeld: U wilt dat het toestel elke dag van 06.00 tot 09.00 uur aangaat.
- Tijdens de WEEK programmering (5DG PROGR) kunnen de 2 vastgestelde tijdsperioden gedurende de gekozen dagen van de week in- of uitgeschakeld worden.
Bijvoorbeeld: U wilt dat het toestel van 06.00 tot 09.00 uur aangaat op maandag, dinsdag, maar niet op woensdag enz.
- Tijdens de WEEKEND programmering (3DG PROGR) kunnen de 2 vastgestelde tijdsperioden op vrijdag, zaterdag en zondag in- of uitgeschakeld worden.
Bijvoorbeeld: U wilt dat het toestel van 06.00 tot 09.00 uur aangaat op vrijdag, zaterdag maar niet op zondag.
Met dit type chronothermostaat kunnen er drie verschillende programma's altijd in het geheugen opgeslagen blijven (DAG - WEEK - WEEKEND), de programma's kunnen in- of uitgeschakeld worden door het menu CHRONO INST te selecteren. Er wordt geadviseerd om één programma tegelijk in te schakelen om te voorkomen dat de programma's elkaar overlappen.
DE EERSTE KEER ALS U HET PROGRAMMA INSCHAKELT MOET U DE KLOK GELIJKZETTEN DOOR DE JUISTE DAG, UUR EN MINUTEN IN TE STELLEN, zoals wanneer u een nieuwe klok koopt en op de juiste tijd instelt. Om de juiste tijd in te stellen zie de tabel INSTELLING VAN DE KLOK. Dit moet alleen gedaan worden als de klok voor de eerste keer geactiveerd wordt. Als er meerdere programma's ingeschakeld zijn, met tijdsperioden die elkaar overlappen, zal het toestel op de eerste geprogrammeerde ontstekingstijd aangaan en ook weer op de eerste tijd uitgaan onafhankelijk van het dag-, week- of weekendprogramma.
| DAGPROGRAMMA | DT2011654-01 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt. Doorloop met toets 5 en/of 6 het menu dat op het display verschijnt totdat de verschuivende aanduiding CHRONO INSTELL verschijnt. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | CHRONO INSTELL | |
| Op het display wordt de verschuivende aanduiding DAG PROGRAM weergegeven. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | JAG PROGRAM | |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de opties ON om het dagprogramma in te schakelen, OFF om het programma uit te schakelen. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. Als u het programma uitgeschakeld heeft door OFF te kiezen en u wilt niet verder gaan met programmeren kunt u de programmering door op toets 4 te drukken. Door één keer op toets 4 te drukken gaat u terug naar het menu CHRONO INSTELL, door er 2 keer op te drukken keert u terug naar de beginweergave. | ON JAG INSTEL | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de inschakeltijd van de eerste werkingscyclus in te stellen. Door elke druk op de toets gaat de waarde 10 minuten vooruit. Door de toetsen een paar seconden lang ingedrukt te houden wordt automatisch snel vooruit gegaan. Bevestig de ingestelde tijd door op de SET toets te drukken. | 14.20 START JAG PROGRAM 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de uitschakeltijd van de eerste werkingscyclus in te stellen. Door elke druk op de toets gaat de waarde 10 minuten vooruit. Door de toetsen een paar seconden lang ingedrukt te houden wordt automatisch snel vooruit gegaan. Bevestig de ingestelde tijd door op de SET toets te drukken. | 16.00 STOP JAG PROGRAM 1 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Het is mogelijk om de uitschakeltijd niet in te stellen door de aanduiding OFF te programmeren.De aanduiding OFF verschijnt tot aan het einde van de cyclus van 24 uur door de tijd met toets 1 en/of 2 te doorlopen. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | OFF STOP DAGPROGRAM 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de gewenste brandkracht tijdens de eerste werkingscyclus in te stellen. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | 02 SET DAGVERMOGEN 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de gewenste omgevingstemperatuur tijdens de eerste werkingscyclus in te stellen. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | 250 OMG TEMPINSTELL 1 | |
| Er wordt automatisch overgegaan naar de programmering van de tweede werkingscyclus. Als u verder wilt gaan met het programmeren van de tweede cyclus moet u de handelingen die voor de eerste cyclus vermeld zijn op volgorde uitvoeren. Tijdens de weergave verschijnt nummer 2 om aan te geven dat het de tweede werkingscyclus betreft. Stel als u dit niet wilt START en STOP van de tweede programmeercyclus op OFF in. | 17.20 START DAGPROGRAM 2 | |
| WEEKPROGRAMMA | DT2011655-01 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt. Doorloop met toets 5 en/of 6 het menu dat op het display verschijnt totdat de verschuivende aanduiding CHRONO INSTELL verschijnt. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | CHRONO INSTELL | |
| Doorloop met toets 5 en/of 6 de voorziene functies die op het display verschijnen totdat de verschuivende aanduiding WEEK PROGRAM verschijnt.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | WEEK PROGRAM | |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de opties ON om het weekprogramma in te schakelen, OFF om het programma uit te schakelen.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. Als u het programma uitgeschakeld heeft door OFF te kiezen en u wilt niet verder gaan met programmeren kunt u de programmering door op toets 4 te drukken. Door één keer op toets 4 te drukken gaat u terug naar het menu CHRONO INSTELL, door er 2 keer op te drukken keert u terug naar de beginweergave. | ON WEEK INST | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de inschakeltijd van de eerste werkingscyclus in te stellen. Door elke druk op de toets gaat de waarde 10 minuten vooruit.Door de toetsen een paar seconden lang ingedrukt te houden wordt automatisch snel vooruit gegaan. Bevestig de ingestelde tijd door op de SET toets te drukken. | 14.20 START_WPROGRAM 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de uitschakeltijd van de eerste werkingscyclus in te stellen. Door elke druk op de toets gaat de waarde 10 minuten vooruit.Door de toetsen een paar seconden lang ingedrukt te houden wordt automatisch snel vooruit gegaan. Bevestig de ingestelde tijd door op de SET toets te drukken. | 16.00 STOP_WPROGRAM 1 | |
| Het is mogelijk om de uitschakeltijd niet in te stellen door de aanduiding OFF te programmeren. De aanduiding OFF verschijnt tot aan het einde van de cyclus van 24 uur door de tijd met toets 1 en/of 2 te doorlopen.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | OFF STOP_WPROGRAM 1 | |
| Druk op toets 2 om de dag van de week te kiezen. Druk op toets 1 en kies ON om de eerste werkingscyclus op de gekozen dag in te schakelen of kies OFF om de werkingscyclus uit te schakelen. Doe dit voor alle zeven dagen van de week.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | MA ON DAGEN_WACCESSO 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de gewenste brandkracht tijdens de eerste werkingscyclus in te stellen. Bevestig de brandkracht door op de SET toets te drukken. | 02 INSTELL_WVERMOGEN 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de gewenste omgevingstemperatuur tijdens de eerste werkingscyclus in te stellen. Bevestig de temperatuur door op de SET toets te drukken. | 250 OMG TEMPINSTELL 1 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Er wordt automatisch overgegaan naar de programmering van de tweede werkingscyclus.Als u verder wilt gaan met het programmeren van de tweede cyclus moet u de handelingen die voor de eerste cyclus vermeld zijn op volgorde uitvoeren.Tijdens de weergave verschijnt nummer 2 om aan te geven dat het de tweede werkingscyclus betreft. Als u dit niet wilt kunt u de programmering met toets 4 verlaten. | 17.20 START_WPROGRAM 2 | |
| WEEKENDPROGRAMMA | DT2011656-01 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt. Doorloop met toets 5 en/of 6 het menu dat op het display verschijnt totdat de verschuivende aanduiding CHRONO INSTELL verschijnt. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | CHRONO INSTELL | |
| Doorloop met toets 5 en/of 6 de voorziene functies die op het display verschijnen totdat de schuivende aanduiding WEEK-END PROGRAM verschijnt.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | WEEK-END PROGRAM | |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 de opties ON om het weekendprogramma in te schakelen, OFF om het programma uit te schakelen.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. Als u het programma uitgeschakeld heeft door OFF te kiezen en u wilt niet verder gaan met programmeren kunt u de programmering door op toets 4 te drukken.Door een keer op toets 4 te drukken gaat u terug naar het menu CHRONO INSTELL, door er 2 keer op te drukken keert u terug naar de beginweergave. | ON WEEK-END INSTELL | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de inschakeltijd van de eerste werkingscyclus in te stellen. Door elke druk op de toets gaat de waarde 10 minuten vooruit. Door de toetsen een paar seconden lang ingedrukt te houden wordt automatisch snel vooruit gegaan.Bevestig de ingestelde tijd door op de SET toets te drukken. | 14.20 START_WE PROGRAM 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de uitschakeltijd van de eerste werkingscyclus in te stellen. Door elke druk op de toets gaat de waarde 10 minuten vooruit.Door de toetsen een paar seconden lang ingedrukt te houden wordt automatisch snel vooruit gegaan. Bevestig de ingestelde tijd door op de SET toets te drukken. | 16.00 STOP_WE PROGRAM 1 | |
| Het is mogelijk om de uitschakeltijd niet in te stellen door de aanduiding OFF te programmeren. De aanduiding OFF verschijnt tot aan het einde van de cyclus van 24 uur door de tijd met toets 1 en/of 2 te doorlopen. | OFF STOP_WE PROGRAM 1 | |
| Druk op toets 2 om de dag van de week te kiezen.Druk op toets 1 en kies ON om de eerste werkingscyclus op de gekozen dag in te schakelen of kies OFF om de werkingscyclus uit te schakelen.Ga verder voor de drie dagen van de week: vrijdag, zaterdag, zondag.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | VRON BRAGEN_WE RAN 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de gewenste brandkracht tijdens de eerste werkingscyclus in te stellen. Bevestig de brandkracht door op de SET toets te drukken. | 02 INSTEL_WE VERMOGEN 1 | |
| Druk op toets 1 en/of 2 om de gewenste omgevingstemperatuur tijdens de eerste werkingscyclus in te stellen. Bevestig de temperatuur door op de SET toets te drukken. | 250 OMG TEMP INSTELL 1 | |
| Er wordt automatisch overgegaan naar de programmering van de tweede werkingscyclus. Als u verder wilt gaan met het programmeren van de tweede cyclus moet u de handelingen die voor de eerste cyclus vermeld zijn op volgorde uitvoeren. Tijdens de weergave verschijnt nummer 2 om aan te geven dat het de tweede werkingscyclus betreft. Stel als u dit niet wilt START en STOP van de tweede programmeercyclus op OFF in. | 17.20 START_WE PROGRAM 2 | |
In het parametermenu kan de gebruiker alleen met het menu UURTELLER GEHEUGEN interageren zoals beschreven in onderstaande tabel: de andere opties zijn uitsluitend bestemd voor gebruik door een erkend servicecentrum.
| URENTELLERGEHEUGENS | DT2011679-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt. Doorloop met toets 5 en/of 6 het menu dat op het display verschijnt totdat de verschuivende aanduiding PARAMETERMENU verschijnt. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | PARAMETERMENU | |
| Doorloop met toets 5 en/of 6 het menu dat op het display verschijnt totdat de schuivende aanduiding UURTELLER GEHEUGEN verschijnt.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | UURTELLER GEHEUGEN | |
| Op het display wordt de verschuivende aanduiding TOTALL UREN weergegeven en het totaal aantal werkuren. Met toets 5 gaat u terug in het menu UURTELLER GEHEUGEN.Druk op toets 6. | OOOO TOTALUREN | |
| Op het display wordt de verschuivende aanduiding INTERVAL UREN weergegeven en het gedeeltelijke aantal werkuren. Met toets 5 gaat u terug in het menu UURTELLER GEHEUGEN.Druk op toets 6. | OOOO INTERVALUREN | |
| Op het display wordt de verschuivende aanduiding AANTAL STARTS weergegeven en het aantal uitgevoerde inschakelingen. Met toets 5 gaat u terug in het menu UURTELLER GEHEUGEN.Druk op toets 6. | OOOO RANTALSTARTS | |
| Op het display worden de laatste 5 alarmen weergegeven. Met toets 5 gaat u terug in het menu UURTELLER GEHEUGEN.Druk op de SET toets om terug te gaan naar de beginweergave. | MEM-1 E4 | |
6.7 ZOEMER INSCHAKELEN
DT2011657-01
Met deze functie is het mogelijk om het geluidssignaal als er een beveiliging inschakelt in of uit te schakelen.
| Beschrijving actie Displayweergave | |
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt. Doorloop met toets 5 en/of 6 het menu dat op het display verschijnt totdat de verschuivende aanduiding ZOEMER INSCHAK verschijnt. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | ZOEMER INSCHAK |
| Doorloop met toets 1 en/of 2 op het display de opties ON om de zoemer in te schakelen, OFF om de zoemer uit te schakelen. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | ON ZOEMERMOJUS |
| Na de bevestiging wordt aan de rechterkant van het display de verschuivende aanduiding “FUNCTIE ACTIEF” weergegeven en gaat het display automatisch weer terug naar de beginweergave. | FUNCTIE ACTIEF |
Met deze functie is het mogelijk om op het linkerdisplay de omgevingstemperatuur en de tijd te laten weergeven.
| Beschrijving actie Displayweergave | |
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt. Doorloop met toets 5 en/of 6 het menu dat op het display verschijnt totdat de verschuivende aanduiding MODUS DISPLAY verschijnt. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | MODUS DISPLAY |
| Kies met toets 1 en/of 2 op het display de optie TEMP DISPLAY (hiermee wordt de weergave van de omgevingstemperatuur ingeschakeld) of UREN DISPLAY (hiermee wordt de weergave van de tijd ingeschakeld).Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | UREN DISPLAY |
| Na de bevestiging wordt aan de rechterkant van het display de verschuivende aanduiding “FUNCTIE ACTIEF” weergegeven en gaat het display automatisch weer terug naar de beginweergave. | FUNCTIE ACTIEF |
6.9 DISPLAY SLAAPSTAND
DT2012615-00
Met deze functie DISPLAY SLAAPSTAND is het mogelijk de display uit schakelen, indien de toetsen langer dan 1 minuut niet gebruikt worden.
| Beschrijving actie Displayweergave | |
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt. Selecteer met toets 5 en/of 6 het menu DISPLAY SLAAPSTAND. | DISPLAY SLAAPSTAND |
| Selecteer ON door op toets 1 en/of 2 op de display te drukken.Bevestig door op SET te drukken, totdat de verschuivende FUNCTIE ACTIEF verschijnt. | ON DISPLAY SLAAPSTAND |
| FUNCTIE ACTIEF | |
| Om deze functie te deactiveren, selecteer OFF door op toets 1 en/of 2 te drukken.Bevestig door op SET te drukken, totdat de verschuivende FUNCTIE ACTIEF verschijnt. | OFFDISPLAY SLAAPSTAND |
| FUNCTIE ACTIEF |
6.10 ENERGY SAVING
DT2012491-00
Wordt de ENERGY SAVING modus geactiveerd dan wordt de inschakeling en de automatische doving van het toestel geactiveerd op temperatuurwaarden die met de STOP en START functies door de gebruiker ingesteld zijn.
Het werkingsprincipe is als volgt:
als de omgevingstemperatuur die waargenomen wordt door de omgevingssensor de temperatuurwaarde bereikt die door de gebruiker geprogrammeerd is, gaat het toestel automatisch op brandkrachtniveau 1 staan.
Als de omgevingstemperatuur tijdens de werking op brandkrachtniveau 1 blijft stijgen totdat de bij de STOP functie ingestelde waarde bereikt wordt (bijvoorbeeld +2°C ten opzichte van de geprogrammeerde temperatuur) dooft het toestel en gaat in de wachtstand staan.
Als de omgevingstemperatuur die waargenomen wordt door de omgevingssensor daalt tot de temperatuurwaarde die door de gebruiker bij de START functie ingesteld is (bijvoorbeeld -3°C ten opzichte van de geprogrammeerde temperatuur), dan begint de kachel met een nieuwe ontsteking en gaat de kachel op het brandkrachtniveau staan dat voorheen door de gebruiker ingesteld was.

Het toestel start pas weer als de op het toestel waargenomen temperaturen een veilig gebruik ervan toestaan.
Indien de STOP functie op OFF staat, functioneert het toestel als de geprogrammeerde omgevingstemperatuur bereikt wordt op de traditionele manier door op brandkrachtniveau 1 te moduleren zonder te doven.
Op een vergelijkbare manier, wanneer de START functie op OFF staat, start het toestel de ontstekingsfase na de automatische doving niet en zal het toestel uit blijven.
Als de ENERGY SAVING modus ingesteld is, is het niet mogelijk om de "STOP" EXTERNE OMGEVINGSTHERMOSTAAT te activeren en omgekeerd.
Als de ENERGY SAVING modus ingesteld is, de chronothermostaat modus biedt de mogelijkheid te selecteren alleen de inschakeltijd en uitschakeltijd.
| ENERGY SAVING | DT2012616-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Instellen van het menu ENERGY SAVING.Door toets 6 enkele seconden ingedrukt te houden komt u in het hoofdmenu.Stel met toets 5 of 6 de aanduiding ENERGY SAVING in en druk op de SET toets om te bevestigen. | ENERGY SAVING | |
| Instellen van de in te stellen waarde om de uitschakeltemperatuur te bepalen.Druk op toets 1 of 2 om de temperatuurinstelling van 1°C tot 3°C te selecteren of schakel de functie uit door OFF te selecteren. Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | 1 STOP | |
| Instellen van de in te stellen waarde om de inschakeltemperatuur te bepalen.Druk op toets 1 of 2 om de temperatuurinstelling van -1°C tot -3°C te selecteren of schakel de functie uit door OFF te selecteren.Bevestig dit door op de SET toets te drukken. | -1 START | |
| FUNCTIE ACTIEF | ||
| Na de bevestiging met SET toets, wordt op het display de ingestelde kracht (bijvoorbeeld ENS P2) afgewisseld met ENS weergegeven. | ENS P2 | |
| Als de kamertemperatuur de klant ingestelde temperatuur bereikt, vershijnt de aanduiding ENS P2 OK. | ENS P2 OK | |
| Als de temperatuurinstelling die in de STOP functie ingesteld is bereikt wordt start de kachel de dovingsfase. Op het display verschijnt de aanduiding ENERGY OK. | ENERGY OK | |
| Als de kachel uitgeschakeld wordt terwijl de ENERGY SAVING functie ingeschakeld is, verschijnt de aanduiding OFF E op het display. | OFF E | |
6.11 EERSTE INGEBRUIKNAME
DT2010082-06
- Controleer alvorens het product aan te zetten of de brandkorf op de juiste manier op zijn plaats aangebracht is en naar achteren naar de vlamkeerplaat toe geduwd is.
- Tijdens de eerste ingebruikname kunnen er onaangename geuren vrijkomen door de verdamping van de lak en olie die tijdens de fabricage gebruikt zijn.
Tijdens deze fase moet u het vertrek waar het product geïnstalleerd is goed verluchten en niet te lang in het vertrek blijven omdat de afgegeven dampen schadelijk kunnen zijn voor personen en dieren.
De eerste ingebruikname moet zodanig uitgevoerd worden zodat het lichaam van het toestel zich kan zetten en de lak kan verdampen.
Daartoe moet het product volgens onderstaande aanwijzingen gebruikt worden:
- op gemiddeld vermogen werken gedurende de eerste 5-6 uur na het ontsteken van de brandstof (tijdens deze fase laat dilatatie als gevolg van de opwarming het lichaam van het toestel toe om zich te zetten);
- nadat het lichaam van het product zich gezet heeft moet het product gedurende een periode die varieert tussen 6 en 10 uur op maximale kracht gebruikt worden, afhankelijk van de hoeveelheid lakdampen die in het lichaam van het product aanwezig zijn en die moeten verdampen.
Het product hoeft niet noodzakelijkerwijs continu op maximaal vermogen te branden maar u kan de werking 3-4 uur onderbreken.
Na afloop van deze periode zijn de lakdampen verdampt en moet het product op de kracht die geschikt is voor normaal gebruik gebruikt worden.
Indien nodig is het mogelijk om de kachel extra tijd op de maximale kracht te gebruiken zodat alle lakresten definitief verwijderd worden.
Als het reservoir de eerste keer gevuld wordt moet de vijzel de tijd hebben om zich te vullen; tijdens deze fase worden de pellets niet in de verbrandingskamer verspreid en is het erg waarschijnlijk dat de eerste aansteekpoging mislukt, daartoe moet de vijzel met de hand gevuld worden, waarbij de aanwijzingen die in de tabel "VIJZEL VULLEN" in de paragraaf "PARAMETERMENU" staan opgevolgd moeten worden.
Indien er een alarm optreedt moet u de kachel uitschakelen door de uit-knop ON/OFF even ingedrukt te houden, de brandstof uit de brandkorf verwijderen en een nieuwe ontsteking instellen.
Niet ontstoken pellets van brandkorf afvoeren.
Wanneer het reservoir voor de eerste keer gevuld wordt, moet de vijzel de tijd krijgen om zich te vullen; tijdens deze fase worden de pellets niet in de verbrandingskamer verspreid en is het heel waarschijnlijk dat de eerste aansteekpoging mislukt (zie de tabel "BRANDKORF LEGEN"). Alvorens het toestel aan te steken herinneren wij u eraan om de volgende punten te controleren:

Controleer of de stekker in het stopcontact gestoken is.
- Het pelletreservoir is vol of bevat voldoende pellets zodat het toestel de gewenste tijd kan werken.
- Als het toestel op het elektriciteitsnet aangesloten is, maar niet in de werkingsmodus staat, verschijnt de aanduiding "OFF" op het display, aan de onderkant verschijnt de huidige tijd, de waargenomen temperatuur en de instellingen van de brandkracht en de ventilatie die voorheen ingesteld zijn.
- Controleer of u de juiste taal heeft ingesteld (zie de paragraaf "TAAL INSTELLEN").
| DE KACHEL STARTEN | DT2012617-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Houd toets ON/OFF even ingedrukt.Er begint een cyclus die de kachel in de normale werkingsmodus brengt.- CONTROLE (eerste 20 seconden).- De ontsteking (kaars) schakelt in.- Om het toestel te doven: druk weer op toets ON/OFF. | 12.30 CONTROLE | |
| START FASE IDe rookafzuiger gaat functioneren.De vijzel gaat functioneren en begint de pellets in de brandkorf te lossen.- Als de sonde bij de rookafvoer tijdens de startfase een stijging van de temperatuur waarneemt (teken dat het verbrandingsproces goed gestart is) wordt de kachel als aangestoken beschouwd en wordt er daarna overgegaan op de normale werkingsmodus.- Als het toestel na 20-30 minuten nog niet aan is verschijnt de aanduiding GEEN ONTSTEK op het display.- Om het toestel te doven: druk weer op toets ON/OFF.Op het display verschijnt de aanduiding WACHTEN AFKOELEN en na 8 minuten gaat de rookmotor uit en verschijnt de aanduiding BRANDKORF LEGEN. Reinig de brandkorf en verwijder de pelletresten. | 12.30 START FASEI | |
| START FASE IIAls de ontsteking het verbrandingsproces op gang gebracht heeft, verhoogt de vijzel de brandstoftoevoer om een stabilisatieperiode en een goede verbranding van de pellets tijdens de volgende normale werkingsmodus “NORMALE WERKING” toe te staan. | 12.40 START FASEII | |
| BRANDKORF LEGEN | DT2012618-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Als de kachel gedoofd is, vrijwillig of vanwege stroomuitval, tijdens de fases START FASE I of START FASE II, moet bij het uitschakelen van de rookmotor de brandkorf gereinigd worden en moeten de onopgebrande pellets verwijderd worden.Druk daarna weer op toets ON/OFF. | LEGEN BRANDKORF | |
| Selecteer de aanduiding JA met toets 1 of 2.- Bevestig met toets SET dat de reiniging van de brandkorf plaatsgevonden heeft. | NEE BRANDKORF LEGICHT | |
| Het toestel dooft.Ga indien nodig over tot het opnieuw aansteken van het toestel (zie de tabel “DE KACHEL STARTEN”). | JA BRANDKORF LEGICHT | |
| MISLUKTE ONTSTEKING | DT2012619-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Als tijdens de startfase de aanduiding GEEN ONTSTEK op het display weergegeven wordt (de alarmzoemer, indien ingesteld, schakelt in) dan betekent dat, dat de rooktemperatuursensor bij de afvoer geen stijging van de temperatuur waarneemt, teken dat het verbrandingsproces niet gestart is. Dan gaat de kachel dus in alarm.In UURSTELLER GEHEUGEN van “PARAMETER MENU”, wel registreed E7 tussen de laatste alarmen. | 10.30 GEEN ONTSTEK | |
| WAT TE DOEN- Doof het toestel door op toets ON/OFF te drukken.- De alarmzoemer wordt onderbroken.- De rookmotor blijft 8 min. in werking en op het display verschijnt de aanduiding WACHTEN AFKOELEN.- Daarna verschijnt de aanduiding LEGEN ONTSTEK (zie de tabel “BRANDKORF LEGEN”). | ||
| Als de pellets in het reservoir tijdens de werking opraken en de rooktemperatuur daalt, wordt de aanduiding GEEN ONTSTEK op het display weergegeven (de alarmzoemer, indien ingesteld, schakelt in). Dan gaat de kachel dus in alarm. | 12.20 E7 | |
| WAT TE DOEN- Doof het toestel door op toets ON/OFF te drukken.- De alarmzoemer wordt onderbroken.- De rookmotor blijft 8 min. in werking en op het display verschijnt de aanduiding WACHTEN AFKOELEN.- Daarna verschijnt de aanduiding LEGEN BRANDKORF.- Vul het pelletreservoir.- Ga als beschreven in de tabel SCHROEF VULLEN en vervolgens ga te werk zoals beschreven in de tabel “BRANDKORF LEGEN”. | ||
| SCHROEF VULLEN | DT2012620-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| - Ga naar de optie “VIJZEL VULLEN” in het “PARAMETERMENU” (zie de paragraaf “PROGRAMMERING”).- Druk op toets 3. | SCHROEF VULLEN | |
| - Na 3 minuten wordt de vijzel gevuld als er in pellets in het reservoir zijn.- Maak de brandkorf leeg.- Voer een nieuw ontstekingsproces uit door op toets 4 te drukken.- Indien er geen pellets in het reservoir zitten verwijdert de vijzel de pelletresten die erin zitten en reinigt de vijzel zichzelf.- Na 3 minuten stopt de vijzel.Pas deze procedure toe als er verwacht wordt dat het toestel een periode niet gebruikt wordt. | IN VULLING | |
| SCHROEF VULLEN | ||
| De procedure “VIJZEL VULLEN” vindt alleen plaats als de rookgastemperatuur lager is dan de minimum temperatuur die ingesteld is en als op het display de aanduiding OFF weergegeven wordt.De procedure VIJZEL VULLEN kan niet uitgevoerd worden als de kachel in werking is. | GEENVULLEN | |
| Verwijder de pellets uit de brandkorf. Controleer of er pellets in het reservoir zitten.De kachel is gereed voor een eventueel volgend ontstekingsproces.NORMALE WERKING | LEGEN BRANDKORFDT2011662-01 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Als de ontstekingscyclus op positieve wijze doorstaan is, stabiliseert de kachel zich in de normale werkingsmodus. Op het rechterdisplay verschijnt het ingestelde brandkrachtniveau: P1, P2, P3, P4.Op het linkerdisplay wordt de tijd of de omgevingstemperatuur weergegeven.(Zie de paragraaf “MODUS DISPLAY”). Tijdens de normale werking is het mogelijk om de brandkracht en de omgevingstemperatuur te regelen. | 12:50 P2 | |
| Om de brandkracht te veranderen moet u op toets 6 drukken.Op het display verschijnt de verschuivende aanduiding INSTELL VERMOGEN.Kies met toets 5 en/of 6 de gewenste brandkracht die op het display verschijnt.Het display keert automatisch naar de beginweergave terug. | P2 | INSTELLVERMOGEN |
| Om de temperatuur te veranderen moet u op de SET toets drukken.Op het rechterdisplay verschijnt de verschuivende aanduiding OMG TEMP INSTELL.Kies met toets 1 en/of 2 de gewenste temperatuur die in het linkerdisplay zal verschijnen met een bereik van 7°C tot 30°C.Het display keert automatisch naar de beginweergave terug. | 250 | OMG TEMPINSTELL |
| Tijdens de normale werking van de kachel wordt de automatische reiniging van de brandkorf ingeschakeld op variabele inschakeltijden die door erkende vakmensen ingesteld worden.Dit is noodzakelijk om de ophoping van as of aanslag te verwijderen waardoor de goede werking van de kachel niet mogelijk is en die dus verwijderd moeten worden. | 16:30 | REINIGINGBRANDKORF |
| BUFFER THERMOSTAAT | DT2012621-01 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| De werking van de kachel kan geregeld worden door een willekeurige externe omgevingsthermostaat (normaal geopend) die op de elektronische kaart aangesloten is.Voor de aansluiting van de thermostaat zie de paragraaf “INSTALLATIE VAN EEN EXTERNE OMGEVINGSTHERMOSTAAT”.Als de EXTERNE ONGEVINGSTHERMOSTAAT op “STOP” ingesteld is, is het mogelijk om de ENERGY SAVING te activeren en omgekeerd. | ||
| De werking van de externe thermostaat is afhankelijk van de instelling van de temperatuur van het toestel.Om de externe thermostaat te activeren:- Stel de gewenste omgevingstemperatuur op de externe thermostaat in.- Stel de maximum waarde van 30°C op het toestel in.Op het display wordt het tijdstip (bijv. 10:30) of de omgevingstemperatuur weergegeven, op basis van de begininstellingen en het ingestelde brandkrachtniveau (bijv. P2). | 10.30 P2 | |
| Als u het menu EXTERNE THERMOSTAAT oproept en de optie “MODULATIE” selecteert gaat het vermogen van de kachel als de temperatuur die op de thermostaat ingesteld is bereikt wordt van het door de gebruiker ingestelde brandkrachtniveau over naar P1.Op het display verschijnt de aanduiding OK naast het ingestelde brandkrachtniveau. | MODULATION | |
| 10.30 OK P2 | ||
| Als u het menu EXTERNE THERMOSTAAT oproept en de optie “STOP” selecteert dooft de kachel als de temperatuur die op de thermostaat ingesteld is bereikt wordt.Op het display verschijnt de aanduiding “TERM EXT OK” [“EXT THERM OK”]. | STOP | |
| TERM EXT OK | ||
| Als de kachel uit is en de STOP modus geactiveerd is verschijnt de aanduiding “OFF T” op het display. | 10.30 OFF T | |
| De omgevingstemperatuursensor moet op het toestel aangesloten zijn.Als de omgevingstemperatuursensor niet aangesloten is moduleert het toestel het vermogen niet en functioneert het toestel op basis van de instellingen van de gebruiker. | ||
| DOVING | DT2012622-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Houd toets ON/OFF even ingedrukt.Het laden van de pellets wordt onderbroken, terwijl de omgevingsluchtventilator en de rookafzuiger blijven functioneren totdat de kachel afkoelt.Het toestel dooft. | REININGING BRANDKORF | |
| OFF | ||
| Als de kachel tijdens de fase START FASE I of START FASE II dooft zie de tabel “BRANDKORF LEGEN”. | WACHTEN AFKOELEN | |
| LEGEN BRANDKORF | ||
| ⚠ Schakel de stroomvoorziening tijdens deze fase nooit uit, omdat hierdoor problemen aan de kachel kunnen optreden en de volgende ontstekings-, werkings- en dovingsfases in het gedrang gebracht kunnen worden. | ||
| STROOMONDERBREKING | DT2012623-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Het kan gebeuren dat tijdens de werking de stroom uitvalt.Daarbij moet onderscheid gemaakt worden tussen:- Stroomuitval tijdens START FASE I of START FASE II.- Stroomuitval tijdens de werking zonder instellingen van de chronothermostaat.- Stroomuitval tijdens de werking met instellingen van de chronothermostaat. | ||
| Stroomuitval tijdens START FASE I of START FASE II.Als de stroom weer terugkeert schakelt het toestel weer in en begint met de dovingsprocedure.- Op het display verschijnt de aanduiding WACHTEN AFKOELEN en na een paar minuten gaat de rookmotor uit en verschijnt de aanduiding LEGEN BRANDKORF.- Zie de tabel “BRANDKORF LEGEN”. | WACHTEN AFKOELEN | |
| LEGEN BRANDKORF | ||
| Stroomuitval tijdens de werking ZONDER INSTELLINGEN VAN DE CHRONOTHERMOSTAAT.Als de stroom weer terugkeert start het toestel automatisch weer.- De reinigingsfase van de brandkorf wordt ingeschakeld.- De omgevingsventilator gaat op de maximum snelheid functioneren om de warmte die de kachel vastgehouden heeft op geschikte wijze af te voeren.- Het automatisch opnieuw starten van de kachel begint (de handelingen die we bij de fase “DE KACHEL STARTEN” gezien hebben worden herhaald).- Nadat de ontstekingscyclus voltooid is, gaat de kachel verder met de normale werking op brandkrachtniveau 2. | REININGING BRANDKORF | |
| Stroomuitval tijdens de werking MET INSTELLINGEN VAN DE CHRONOTHERMOSTAAT.Er kunnen zich 3 gevallen voordoen:- Stroomuitval omstreeks de ontstekingstijd: de kachel start niet opnieuw als de stroom weer terugkeert.- Stroomuitval omstreeks de dovingstijd: de kachel start opnieuw als de stroom weer terugkeert.- Stroomuitval binnen de geprogrammeerde werkingsperiode: de kachel start opnieuw als de stroom weer terugkeert.Het opnieuw starten vindt op dezelfde manier als bij “Stroomuitval tijdens de werking zonder instellingen van de chronothermostaat” plaats.NOODONTSTEKING | ||
| DT2040098-00 | ||
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| In geval van mankementen aan de ontstekingskaars is het mogelijk om de kachel met de hand te ontsteken, door het volgende te doen:- gooi een kleine hoeveelheid pellets in de brandkorf;- steek het vuur met een brandend aanmaakblokje aan;- doe de deur dicht;- start de kachel met de ON/OFF toets. | ||
| ⚠ Dit mag alleen gedaan worden in geval van nood, terwijl er gewacht wordt op de komst van de monteur. | ||
| SERVICE | DT2012686-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| Als de 2000 bedrijfsuren van de kachel bereikt worden verschijnt, als de kachel uit is, de aanduiding “SERVICE” op het display afgewisseld door de aanduiding “OFF”. Het moment van eventueel geprogrammeerd onderhoud aan het toestel wordt dus gesignaleerd. | SERVICE | |
| WAT TE DOEN:- Bel het technische servicecetrum. | ||
6.13 VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN
DT2010223-01

Tijdens de werking kunnen sommige delen van de kachel (deur, handvat, keramische onderdelen) erg heet worden.
Denk eraan dat u de hiervoor aangegeven veiligheidsafstanden aanhoudt.
Wees dus erg voorzichtig, neem de nodige voorzorgsmaatregelen en volg altijd de aanwijzingen op.
Als er tijdens de werking uit een willekeurig deel van de kachel of de uitlaatpijp rook komt, moet u de kachel onmiddellijk uitschakelen en het vertrek luchten.
Als de kachel afgekoeld is moet u de reden van het lekken controleren en indien nodig een vakman bellen.
De kachel is voorzien van enkele systemen die inschakelen om een veilige werking te waarborgen.

De veiligheidssystemen hebben de taak om elk risico van schade aan personen, dieren of voorwerpen op te heffen; door het manipuleren ervan of werkzaamheden door onbevoegden kan de veiligheid in gevaar gebracht worden.
| ONDERDRUK ROOKGASKAMER | DT2012624-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| De drukschakelaar is aangesloten op de rookgasafvoerleiding. Deze dient om de inwendige onderdruk in de leiding te controleren zodat de kachel op een volkomen veilige manier gebruikt kan worden.De drukschakelaar schakelt in als de juiste werkingsomstandigheden in de rookgasafvoerleiding aangetast worden (verkeerde installatie, aanwezigheid van obstakels of belemmeringen in de afvoerleiding, nalatig onderhoud, ongunstige weersomstandigheden zoals aanhoudende wind enz.).De drukschakelaar onderbreekt de stroomvoorziening naar de vijzel en blokkeert op die manier de bevoorrading van pellets van de brandkorf en brengt het uitschakelproces van de kachel op gang.- Op het display verschijnt de aanduiding E1 en de tijd (voorbeeld: 12:30) of de temperatuur op basis van de begininstellingen.- Wordt de alarmzoemer (indien ingesteld) ingeschakeld. | E1 | |
| WAT TE DOEN:- Schakel de kachel uit door toets 4 even ingedrukt te houden.- Het akoestische alarm wordt onderbroken.- Wacht en controleer of de verbranding van de achtergebleven pellets in de brandkorf beëindigd is en dat de rookgasventilator is uitgeschadeld.- Start, nadat u de brandkorf schoongemaakt heeft, de kachel opnieuw door op toets 4 te drukken (de aanduiding E1 mag niet op het display verschijnen, bel anders het technische servicecentrum). | ||
| Bij het starten van de kachel wordt gecontroleerd of de drukschakelaar goed functioneert zodat het toestel op een volkomen veilige manier gebruikt kan worden.- As er een storing aan de drukschakelaar geconstateerd wordt, verschijnt op het display de aanduiding E2 en de tijd of de temperatuur op basis van de begininstellingen.- Wordt de alarmzoemer (indien ingesteld) ingeschakeld. | E2 | |
| WAT TE DOEN:- Schakel de kachel uit door toets 4 even ingedrukt te houden.- Het akoestische alarm wordt onderbroken.- Bel het technische servicecentrum. | ||
| TEMPERATUUR PELLETRESERVOIR | DT2012625-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| De thermostatische sensor met automatische reset is op het pelletreservoir aangebracht en heeft de taak om het reservoir tegen te grote warmteschommelingen te beschermen.Als de temperatuur van het pelletreservoir boven de kritieke grens stijgt onderbreekt de thermostaat de stroomvoorziening naar de vijzel en blokkeert op die manier de bevoorrading van pellets van de brandkorf en brengt het uitschakelproces van de kachel op gang.- Op het display verschijnt de aanduiding E3 en de tijd of de temperatuur op basis van de begininstellingen.- Wordt de alarmzoemer (indien ingesteld) ingeschakeld. | E 3 | |
| WAT TE DOEN:- Schakel de kachel uit door toets 4 even ingedrukt te houden.- Het akoestische alarm wordt onderbroken;- Wacht en controleer of de verbranding van de achtergebleven pellets in de brandkorf beëindigd is en dat de rookgasventilator is uitgeschadeld:- Start, nadat u de brandkorf schoongemaakt heeft, de kachel opnieuw door op toets 4 te drukken (de aanduiding E3 mag niet op het display verschijnen, bel anders het technische servicecentrum). | ||
| ROOKGASTEMPERATUURSENSOR | DT2012626-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| De rookgastemperatuursensor is aangesloten op de elektronische kaart en houdt de werkingstemperatuur constant onder controle zodat de kachel op een volkomen veilige manier gebruikt kan worden.Als de temperatuur boven de vooringestelde veiligheidsgrens stijgt onderbreekt de kaart de stroomvoorziening naar de vijzel en blokkeert op die manier de bevoorrading van pellets van de brandkorf en brengt het uitschakelproces van de kachel op gang.- Op het display verschijnt de verschuivende aanduiding E4 en de tijd of de temperatuur op basis van de begininstellingen.- Wordt de alarmzoemer (indien ingesteld) ingeschakeld. | E4 | |
| Als de stekkerverbinding van de sensor tijdelijk en/of per ongeluk uit zijn behuizing loslaat of als de stekkerverbinding niet goed op de elektronische kaart geplaatst is, schakelt het alarm in.- Op het display verschijnt de verschuivende aanduiding E8 en de tijd of de temperatuur op basis van de begininstellingen.- Wordt de alarmzoemer (indien ingesteld) ingeschakeld. | E8 | |
| WAT TE DOEN:- Schakel de kachel uit door toets 4 even ingedrukt te houden.- Het akoestische alarm wordt onderbroken.- Bel het technische servicecentrum. | ||
| OMGEVINGSTEMPERATUURSENSOR KACHEL | DT2012627-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| De omgevingstemperatuursensor is aan de achterkant van de kachel aangesloten en houdt de plaatselijke temperatuur in de buurt van de kachel constant onder controle, zodat de kachel op een volkomen veilige manier gebruikt kan worden.Het alarm wordt geactiveerd wanneer de sonde komt uit tijdelijk en / of per ongeluk de verbinding positie.- Op het display verschijnt de aanduiding van de ingestelde brandkracht (voorbeeld: P4) en 00 (indien in MODUS DISPLAY de temperatuur ingesteld is) en de aanduidingen E10.- In het “PARAMETERMENU” bij de optie “URENTELLERGEHEUGEN” wordt de aanduiding OMGEVINGSTEMPERATUURSENSOR geregistreerd.- De storing leidt niet tot het uitschakelen van het toestel, dat normaal blijft functioneren op het ingestelde brandkrachtniveau.De door de gebruiker ingestelde omgevingstemperatuur wordt echter niet in aanmerking genomen. | E 10 P4 | |
| WAT TE DOEN:- Doe de sensor weer in de betreffende behuizing (zie de paragraaf “ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN EN CONTROLESYSTEMEN”).- Als op het display de omgevingstemperatuur geactiveerd is zal deze opnieuw weergegeven worden. | ||
| ONVERWACHT UITDOVEN | DT2012655-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| - Op de display verschijnt de aanduiding E7.Dit betekent dat de rookgastemperatuur tijdens de werking onder de minimum werkingstemperatuur gedaald is.- Het akoestische alarm weerklinkt (indien ingesteld). | E7 | |
| WAT TE DOEN:- Schakel de kachel uit door toets 4 even ingedrukt te houden.- Het akoestische alarm wordt onderbroken.- Controleer de hoeveelheid pellets in het reservoir en vul het reservoir indien nodig bij.- Controleer of de brandkorf niet verstopt is met pellets of verbrandingsresten.- De aanduiding E7 mag niet meer op de display verschijnen, bel anders het technische servicecentrum. | ||
| ONTSTEKINGSFOUT | DT2012656-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| - Op de display verschijnt de aanduiding E9.Dit betekent dat de rookgastemperatuursensor tijdens de ontsteking de benodigde temperatuurstijging niet waargenomen heeft.- Het akoestische alarm weerklinkt (indien ingesteld). | E9 | |
| WAT TE DOEN:- Schakel de kachel uit door toets 4 even ingedrukt te houden.- Het akoestische alarm wordt onderbroken.- Controleer de hoeveelheid pellets in het reservoir en vul het reservoir indien nodig bij.- Controleer of de brandkorf niet verstopt is met pellets of verbrandingsresten.- De aanduiding E9 mag niet meer op de display verschijnen, bel anders het technische servicecentrum. | ||
| SCHROEFBEVEILINGING | DT2012628-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| - Op de display verschijnt de aanduiding E6.Dit betekent dat er tijdens de werking een storing aan de vijzel waargenomen wordt met continu lossen van de pellets.- Het akoestische alarm weerklinkt (indien ingesteld). | E6 | |
| WAT TE DOEN:- Doe de stekker weer in de betreffende behuizing (zie de paragraaf “ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN EN CONTROLESYSTEMEN”).- Als op de display de omgevingstemperatuur geactiveerd is zal deze opnieuw weergegeven worden. | ||
| ENCODER | DT2012680-00 | |
| Beschrijving actie Displayweergave | ||
| - Op de display verschijnt de aanduiding E12.De slechte werkign van de encoder wordt gemeld.- Het akoestische alarm weerklinkt (indien ingesteld). | E12 | |
| WAT TE DOEN:- Schakel de kachel uit door toets 4 even ingedrukt te houden.- Het akoestische alarm wordt onderbroken.- Bel het technische servicecentrum. | ||
6.14 STAAT KACHEL
Met deze functie wordt de staat van de kachel tijdens de verschillende werkingsomstandigheden weergegeven.
| Beschrijving actie Displayweergave | |
| Houd toets 6 enkele seconden lang ingedrukt.Schakel de haard uit door toets 4 even ingedrukt te houden.Doorloop op de display met toets 5 en/of 6 het menu totdat de schuivende aanduiding STAAT KACHEL verschijnt. Bevestig door op de SET toets te drukken. | STRAAT KACHEL |
| Op de display verschijnt de aanduiding afwisselend:- tijd laden pellets;- rookgas temperatuur;- toerental van de motor. | |
| Afsluiten met toets 4. |
6.15 AFSTANDSBEDIENING (OPTIE)
DT2011646-00
Op aanvraag kan de kachel geleverd worden met afstandsbediening waarmee het mogelijk is om sommige functies van de kachel te bedienen.
- Aan-/uitfunctie: door de twee toetsen die met + gemarkeerd zijn gelijktijdig in te drukken wordt de kachel aan of uit gedaan.
- Regeling van het vermogen: door tijdens de normale werkingsmodus de toetsen + en - waar het symbool van een vlam bij staat in te drukken is het mogelijk om één van de vier brandkrachtniveaus van de kachel in te stellen.
- Regeling van de temperatuur: Tijdens de normale werkingsmodus is het door de toetsen + en - waar het symbool van een thermometer bij staat in te drukken mogelijk om de gewenste temperatuur in te stellen (7°C - 30°C).

text_image
Fig. 42 + - + + - SUPERIOR® DT2030079-006.16 DEUR OPENDOEN
DT2010087-04
Tijdens de werking moet de deur dicht blijven; de deur mag alleen opengedaan worden als het toestel uit en koud is om er onderhoud aan te plegen.
Om de deur open te doen moet u de meegeleverde "koude hand" (handgreep) gebruiken en te werk gaan zoals getoond op de afbeelding hiernaast.

De kachel is uitgerust met een behuizing voor een luchtbevochtiger (optie) onder de keramische bovenplaat: zodra de keramische bekleding aangebracht is, is het mogelijk om de luchtbevochtiger met water te vullen.
⚠ Tijdens het vullen van de luchtbevochtiger moet u voorzichtig te werk gaan om ervoor te zorgen dat het water nooit boven de grens van de markering komt waar het opschrift MAX. bij staat, om te voorkomen dat er schade aan de elektrische delen van het product toegebracht wordt.

text_image
Fig. 44 erg6.18 ASSEN VERWIJDEREN
DT2010049-04
As van natuurlijk (niet behandeld) hout dat verbrand werd in een product of haard bestaat voornamelijk uit: calcium-, silicium-, kalium- en magnesiumoxide.
⚠ Assen moeten in een metalen bak met een goed afsluitend deksel gedaan worden. De gesloten bak moet op een niet brandbaar oppervlak en op een veilige afstand van brandbare materialen gezet worden tot de sintels volledig uitgedoofd zijn.
Pas wanneer deze volledig uitgedoofd is kan de as samen met organisch afval weggegooid worden.
7.0 ONDERHOUD
Onder verwijzing naar de geldende normen met betrekking tot de veiligheid van elektrische toestellen voor alle installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, met het oog waarop het noodzakelijk is om in de mantel of de rookgaskamer te komen, is het verplicht om zich tot een technisch servicecentrum of vakmensen te wenden.
De routineonderhoudswerkzaamheden moeten beschouwd worden als verplichte werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden voor een goede en efficiente werking van het toestel. Als deze werkzaamheden niet volgens de voorgeschreven frequenties uitgevoerd worden is het mogelijk dat de prestaties van het toestel achteruitgaan.
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor achteruitgang van het toestel of storingen in de werking ervan als dit het gevolg is van slecht onderhoud.
Alle onderhoudswerkzaamheden (reinigen, eventuele delen vervangen enz.) moeten uitgevoerd worden als het vuur gedoofd is en als het toestel koud is en de stroomvoorziening losgekoppeld.
Er mogen geen materialen gebruikt worden die krassen op het glas kunnen veroorzaken of waardoor het glas vernield kan worden, aangezien krassen barsten of breuken kunnen worden; er mogen ook in geen geval schurende middelen gebruikt worden.
De tijden die in elk van de volgende paragrafen aangegeven zijn gelden bij benadering.
Om u van de as te ontdoen, verwijzen wij naar de paragraaf "ASSEN VERWIJDEREN".

De frequentie van deze werkzaamheden wordt bepaald door hoe vaak het toestel gebruikt wordt en de kwaliteit van de brandstof die gebruikt wordt. DT2010057-03
DT2012750-00
7.1 DE BRANDKORF EN DE BEHUIZING VAN DE BRANDKORF REINIGEN
Het brandkorfgedeelte moet regelmatig (ongeveer om de twee dagen) en vóór elke ontsteking schoongemaakt worden:
- Verwijder het keerschot van de brandkorf (B) en haal de brandkorf (A) van zijn plaats.
- Verwijder de assen en eventuele aanslag die zich kan gevormd hebben in de brandkorf en zorg er daarbij goed voor dat u de gaten die dichtgeslibd zijn met puntig gereedschap vrij maakt.
- Houd het "ontstekingsgat" (C) aan de linkerkant van de brandkorf schoon.
- Controleer de support van de brandkorf en verwijder eventuele assen die zich daarin verzameld hebben.
Om u van de as te ontdoen, verwijzen wij naar de paragraaf "ASSEN VERWIJDEREN".

text_image
Fig. 45 A B⚠️ Controleer alvorens het toestel aan te zetten of de brandkorf op de juiste manier op zijn plaats aangebracht is en naar links toe geduwd is. Breng het keerschot van de brandkorf aan.
⚠️ Voor deze reiniging heeft u een stofzuiger nodig die geschikt is voor het opzuigen van as.

text_image
Fig. 46 C ikt DT2030239-017.2 DE ASLADE REINIGEN
Om de 2 dagen moet u de aslade controleren om te kijken of het nodig is om hem te legen.
Om de as weg te gooien zie de paragraaf "VERWIJDERING VAN DE AS".
Om dit onderdeel schoon te maken moet u zorgen dat u over een stofzuiger beschikt die geschikt is om as op te zuigen.

Maak één keer per jaar de verbrandingskamer als volgt schoon:
- verwijder de brandkorfsteun en de brandkorf (zie DE BRANDKORF EN DE BRANDKORFSTEUN SCHOONMAKEN);
- draai de snelkoppelingen (A) naar voren om het achterpaneel (B) vrij te maken;
- til het achterpaneel (B) op en draai het naar voor;
- til het achterpaneel (B) een beetje op om het uit de houders (C) te halen;
-
draai het onderste gedeelte naar buiten en haal het eruit;
-
verwijder de opgehoopte assen uit de verbrandingskamer met behulp van een stofzuiger;
- nadat u de verbrandingskamer grondig heeft schoongemaakt, monteer de interne vlamkeerplaat opnieuw door de bovenvermelde handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren;
- controleer of het achterpaneel vastzit in de onderkant van de vuurplaat en blokkeer het met behulp van de twee snelkoppelingen;
- zet de brandkorf weer op zijn plaats.
Om u van de as te ontdoen, verwijzen wij naar de paragraaf "ASSEN VERWIJDEREN".
Om dit onderdeel schoon te maken moet u zorgen dat u over een stofzuiger beschikt die geschikt is om as op te zuigen.

text_image
Fig. 48 A A B
text_image
Fig. 49 A A B C CMaak één keer per jaar de rookgaskamer als volgt schoon:
- verwijder het linkerzijpaneel (zie de paragraaf "DE MANTEL VERWIJDEREN").
- verwijder het linkeromhulsel onderaan (A) door de vier schroeven te verwijderen;
- verwijder de twee schroeven die de afsluiting van de rookgaskamer (B) vastmaken;
- verwijder de assen en de verbrandingsresten die zich eventueel in de rookgaskamer opgehoopt hebben met een stofzuiger;
- controleer of de opening (C) aan de achterkant van de rookgaskamer altijd vrij is van stof en assen. Maak ze schoon indien nodig;
- monteer na een zorgvuldige schoonmaak de afsluiting (B) opnieuw, controleer of de dichting in goede staat verkeert. Vervang ze indien nodig.
Om u van de as te ontdoen, verwijzen wij naar de paragraaf "ASSEN VERWIJDEREN".

text_image
Fig. 50 A B COm dit onderdeel schoon te maken moet u zorgen dat u over een stofzuiger beschikt die geschikt is om as op te zuigen.
7.5 HET ROOKAFVOERSYSTEEM REINIGEN
DT2012752-00
- Verwijder het linkerzijpaneel (zie de paragraaf "DE MANTEL VERWIJDEREN").
- Verwijder de dop (A) zoals afgebeeld en reinig het rookgaskanaal.
Zolang u nog niet volledig vertrouwd bent met de werking van de kachel, raden wij u aan om dit onderhoud ten minste maandelijks uit te voeren.
Indien nodig, vooral de eerste keren, raden wij u aan een beroep te doen op een vakman.
Om u van de as te ontdoen, verwijzen wij naar de paragraaf "ASSEN VERWIJDEREN".

text_image
Fig. 51 AOm dit onderdeel schoon te maken moet u zorgen dat u over een stofzuiger beschikt die geschikt is om as op te zuigen.
7.6 DE KERAMISCHE BEKLEDING REINIGEN
DT2010059-03
De keramische bekleding moet met een zachte en droge doek afgenomen worden voordat u enig schoonmaakproduct gebruikt (ook als dit een mild product is).
In de handel zijn producten verkrijgbaar die geschikt zijn om keramiek schoon te maken of concentraten voor gres porcellanato, die ook olie-, inkt-, koffie-, wijnvlekken enz. kunnen verwijderen.

Maak het keramiek als het warm is nooit met koud water nat of schoon, aangezien het door de temperatuurschok kan breken.
7.7 DE GEVERFDE METALEN DELEN SCHOONMAKEN
Om de geverfde metalen delen van het product te reinigen kunt u het beste een zachte, vochtige doek gebruiken.

Reinig de metalen delen nooit met alcohol, verdunners, producten op basis van petroleum (zoals benzine), aceton of andere ontvettende of schuurmiddelen.
In geval er producten zoals hierboven beschreven worden gebruikt kan de fabrikant niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die hierdoor veroorzaakt wordt. Eventuele kleurveranderingen van de metalen delen kunnen te wijten zijn aan verkeerd gebruik van het product.
7.8 HET GLAS REINIGEN (DAGELIJKS)
DT2010062-04

Het reinigen van het glas moet gebeuren wanneer het toestel afgekoeld is en met een ontvettend middel op basis van ammoniak en niet met corrosieve middelen zoals verdunner.
Tijdens de ontstekingsfase is het mogelijk dat er zich op het glas roet opstapelt dat verder zal inbranden tijdens de optimale werking/verhitting van het toestel. Wanneer deze aanslag zich keer na keer opstapelt dan zal het moeilijk zijn om te reinigen. Daarom raden we aan om het glas vóór de dagelijkse ontsteking schoon te maken.

Gebruik geen materialen die het glas kunnen krassen of beschadigen, omdat krassen uiteraard barsten kunnen worden.
7.9 HET GLAS VERVANGEN
DT2010093-05
Het toestel is voorzien van 4 mm dik keramisch glas, dat bestand is tegen thermische schokken tot 750°C; het glas kan alleen breken door hard stoten of verkeerd gebruik. Gooi de deur niet hard dicht en stoot niet tegen het glas.
In geval van breuk mag u het glas alleen door een origineel reserveonderdeel vervangen.
Om het glas te vervangen moet u als volgt te werk gaan:
- zorg dat u over een paar snijbestendige handschoenen beschikt;
- verwijder de deur en leg de deur op een vlakke ondergrond;
- draai de schroeven die u aan de binnenkant van de deur ziet eruit;
- verwijder de borgelementen van het glas en haal het glas er voorzichtig uit;
- als de glasvezelafdichting onder het glas en de streng beschadigd zijn vervang deze dan;
- vervang het glas, breng de borgelementen weer aan en draai de schroeven weer goed vast, maar draai ze niet te strak aan;
- plaats de deur weer terug.
Als er zich andere problemen voordoen, ga dan te rade bij de dealer in uw regio.
7.10 BATTERIJEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN
DT2010094-00

De afstandsbediening is niet inbegrepen.
Om de batterijen te vervangen moet u als volgt te werk gaan: gebruik een kleine kruiskopschroevendraaier en draai de schroef in het achterste gedeelte van de afstandsbediening eruit; houd de afstandsbediening daarna ondersteboven en verwijder het klepje aan de achterkant.
Vervang de batterij nu door een nieuwe, type A 23 12V en let er daarbij op dat u de polariteit niet verwisselt. Doe de afstandsbediening daarna weer dicht en gooi de oude batterij weg door hem in de speciale bakken bij de supermarkt te werpen of hem bij inzamelpunten voor gescheiden inzameling, gemeentelijke reinigingsdiensten enz. in te leveren.
Alle reinigings- en/of onderhoudswerkzaamheden moeten met UITGESCHAKELDE STROOM gedaan worden.
Het toestel is uitgerust met ventilatoren (2 omgevingsventilatoren aan de zijkanten en 1 rookventilator aan de achterkant).
Eventuele ophopingen van stof of as op de schoepen van de ventilatoren leiden tot onbalans waardoor geluidsoverlast tijdens de werking ontstaat.
De ventilatoren dienen minstens één keer per jaar schoongemaakt te worden. Aangezien dit met zich meebrengt dat enkele delen van het toestel gedemonteerd moeten worden mag het reinigen van de ventilator alleen door het technische servicecentrum of een vakman gedaan worden.
7.12 ALS HET PRODUCT NIET GEBRUIKT WORDT
DT2010096-03
Na het laatste gebruik van het seizoen moeten er enkele werkzaamheden uitgevoerd worden:
- verwijder alle pellets uit het reservoir en de schroef;
- maak de brandkorf, de brandkorfhouder en de aslade goed schoon;
- maak de brandplaten en de inwendige brandplaten van de verbrandingskamer met een staalborstel schoon en vernis ze met de spuitbus, die op aanvraag verkrijgbaar is, om ze te beschermen tegen oxidatie en dus tegen de vorming van roest;
Als de gietijzeren delen in de vuurhaard niet vernist worden dan kan dit tot roestvorming leiden. Dit is een natuurlijk verschijnsel dat de efficiëntie en de kwaliteit van het product niet nadelig beïnvloedt.
- maak de rookafvoer goed schoon: wend u zich daartoe tot een vakkundige schoorsteenveger;
- verwijder stof, spinnenwebben enz. in het gedeelte achter de panelen van de binnenbekleding één keer per jaar en dit geldt met name voor de ventilatoren;
- trek de stekker uit het stopcontact;
- haal de batterijen uit de afstandsbediening.
7.13 GEPLAND ONDERHOUD
DT2012636-00
⚠ Het gepland/periodiek onderhoud moet JAARLIJKS uitgevoerd worden en voordat het toestel na een lange periode van stilstand weer gebruikt wordt. Deze handelingen zijn noodzakelijk om een efficiënte werking van het toestel te verzekeren en een veilige werking te garanderen.
Alle reinigings- en/of onderhoudshandelingen moeten gebeuren nadat de STROOM UITGESCHAKELD is.
Aangezien het in verband met deze handelingen nodig is om sommige onderdelen van het toestel te demonteren, wordt geadviseerd om het geplande onderhoud door een technisch servicecentrum of vakmensen te laten uitvoeren.
- Reinig de brandkorf (zie de paragraaf "DE BRANDKORF EN DE BEHUIZING VAN DE BRANDKORF REINIGEN").
- Reinig de verbrandingskamer (zie de paragraaf "DE VERBRANDINGSKAMER REINIGEN").
- Reinig het rookafvoersysteem (zie de paragraaf "HET ROOKAFVOERSYSTEEM REINIGEN").
- Reinig de verniste metalen delen (zie de paragraaf "DE GEVERFDE METALEN DELEN SCHOONMAKEN").
- Reinig het glas (zie de paragraaf "HET GLAS REINIGEN").
- Reinig de ventilatoren (zie de paragraaf "DE VENTILATOREN REINIGEN").
- Verwijder het stof en de spinnenwebben in de zone tussen het toestel en de bekleding.
- Controleer de elektrische delen en de elektronische componenten.
- Controleer de afdichtingen van het glas op dichtheid en slijtage en alle elementen die onderhevig zijn aan slijtage en vervang deze indien nodig.
- Voer alle onderhouds- en controlehandelingen uit die vereist zijn voor de goede werking en volgens de voorgeschreven veiligheidsnormen.
- Ontsteek de kachel volgens de aanwijzingen zoals beschreven in de paragraaf "EERSTE INGEBRUIKNAME".
7.14 ZEKERINGEN VERVANGEN
Zekering op de elektronische kaart.
Draai de stop met zekering (A) van de elektronische kaart af en vervang de zekering door een gelijkwaardige zekering.
Eigenschappen zekering op moederkaart: F4AL250V.
Zekering op de IEC stroomaansluiting.
Trek het laatje met zekering eruit en vervang de zekering met het reserveonderdeel dat in het laatje zit (B).
Eigenschappen: F4AH250V.
Fig. 52

8.0 BELANGRIJKSTE STORINGEN (in grijs operaties voor de gebruiker)
DT2012630-01
⚠ Sommige van de hieronder vermelde problemen kunnen opgelost worden door de aanwijzingen op te volgen. Alle handelingen mogen uitsluitend gebeuren bij volledig afgekoeld toestel en nadat de stekker uit het stopcontact genomen is.
Wend u zich uitsluitend tot erkende vakmensen, in overeenstemming met de huidige regelgeving, telkens wanneer het nodig is om werkzaamheden binnen de bekleding uit te voeren of problemen in de brandkamer op te lossen.
Er wordt dus dringend geadviseerd om uitsluitend een beroep te doen op een erkend "SUPERIOR" technisch servicecentrum.
Wanneer medewerkers van het erkend servicecentrum werkzaamheden uitvoeren, moeten zij het door de fabrikant afgegeven pasje laten zien waar het volgende op staat: stempel en handtekening van het bedrijf en geldigheidsperiode van het bewijs.
Ongeoorloofde werkzaamheden aan het toestel en/of gebruik van niet originele onderdelen creëert niet alleen risico's voor de veiligheid van de gebruiker, maar hierdoor vervalt ook de garantie en ontslaat de fabrikant van elke vorm van aansprakelijkheid.
Deze gebruiksaanwijzing bevat alle informatie die van belang is voor de installatie, het gebruik en het onderhoud. Bel de technische dienst van pas nadat u de gebruiksaanwijzing aandachtig gelezen heeft.
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Het bedieningspaneel gaat niet aan. | Toestel krijgt geen stroom. | Controleer of de stekker in het stopcontact en het toestel gestoken is. |
| Voedingskabel defect. | Vervang de voedingskabel (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Zekeringen doorgebrand. | Controleer de zekeringen van deaansluiting aan de achterkant van het toestel en op de elektronische kaart, vervang ze indien nodig.Als de storing voortduurt bel dan een erkende monteur. | |
| Bedieningspaneel defect. | Vervang het bedieningspaneel (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Platte kabel defect. | Vervang de platte kabel (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| E1ROOKGASBEVEILIGING | Afvoer verstopt. Controleer de rookgasafvoer | en maak hem schoon. |
| Deur open. Controleer of de deur dicht is. | ||
| Rookgasafzuiger defect. | Vervang de rookgasafzuigmotor (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Lengte rookgasafvoer te groot. Controleer of het toestel goed geïnstalleerd is. | ||
| Afdichtingen deur achteruitgegaan. | Controleer de diverse afdichtingen van de deur en de rookgasafvoerleiding. | |
| Slanghouderaansluiting verstopt. | Demonteer de slanghouder voor de aansluiting van de onderdrukmeter en maak hem schoon. | |
| Siliconenslang verstopt of kapot. Controleer en/of vervang de siliconenslang. | ||
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Brandkorf niet schoongemaakt. | Maak de brandkorf schoon (zie paragraaf “BRANDKORF EN BRANDKORFSTANDAARD REINIGEN”). | |
| E2SLECHTE WERKING VAN DE DRUKSCHAKELAAR | Drukschakelaar defect. | Vervang de drukschakelaar (gebruik alleen originele reserveonderdelen). |
| Geen stroomvoorziening naar de vijzel. Controleer de elektrische aansluitingen. | ||
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| E9 GEEN ONSTEK | Reservoir leeg. Vul het reservoir. | |
| Brandkorf niet schoongemaakt. | Zie paragraaf “BRANDKORF EN BRANDKORFSTANDAARD REINIGEN”). | |
| Werkingstemperatuur niet bereikt. | Zie paragraaf “BRANDKORF EN BRANDKORFSTANDAARD REINIGEN”). | |
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Kaars defect. Vervang de kaars (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | ||
| E7ONVERWACHTSE AFSTELLING | Reservoir leeg. Vul het reservoir. | |
| Brandkorf niet schoongemaakt. | Zie paragraaf “BRANDKORF EN BRANDKORFSTANDAARD REINIGEN”). | |
| Elektronische kaart defect. | Zie paragraaf “BRANDKORF EN BRANDKORFSTANDAARD REINIGEN”). | |
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). |
| E4 GRENSTEMPERATUUR | Afvoer verstopt. Maak de rookgasafvoer schoon. | |
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Controlesensor grenstemperatuur defect. | Vervang de controlesensor (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Rookgastemperatuursensor verkeerd geplaatst. | Controleer of de sensor op de juiste plaats aangebracht is (zie het “ELEKTRISCHE SCHEMA”). | |
| Verkeerde parameterinstelling. Controleer of de parameterinstelling juist is. | ||
| E8ROOKGASTEMPERATUURSENSOR | 2-pins stekkerverbinding van de rookgastemperatuursensor en de omgevingstemperatuursensor niet op de elektronische kaart aangesloten. | Controleer of de stekkerverbinding er op de juiste manier in gestoken / geplaatst is (zie het “ELEKTRISCHE SCHEMA”). |
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Rookgastemperatuur sensor verkeerd geplaatst. | Controleer of de sensor goed op de betreffende plaats aangesloten is. | |
| Rookgastemperatuur sensor defekt. | Vervang de Rookgastemperatuur sensor (gebruik alleen originele reserveonderdelen). |
| Het toestel functioneert 10 minuten en dooft daarna. | Thermische sensor geblokkeerd. | Steek de kachel opnieuw aan.Als de storing voortduurt bel dan een erkende monteur. |
| Rookgassen hebben optimale ontstekingstemperatuur niet bereikt. | Steek de kachel opnieuw aan.Als de storing voortduurt bel dan een erkende monteur. | |
| Thermische sensor kan verkeerd aangesloten zijn | Controleer de bedrading en kijk de aansluiting na. | |
| Schoorsteenkanaal verstopt. Maak de afvoerleidingen schoon. | ||
| Ontsteking mislukt. Zie “E7”. | ||
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Vijzelschacht verstopt. Zie “SCHROEF VULLEN”. | ||
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| E6SCHROEF BEVEILIG | Schroef defect. | Vervang de schroef (gebruik alleen originele reserveonderdelen). |
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Verkeerde instelling van de parameters. Controleer de juiste instelling van de parameters. | ||
| E3 THERMISCH BEVEILIG | Afvoer verstopt. Maak de rookgasafvoer schoon. | |
| Pelletreservoir temperatuur hoog. | Controleer de correcte installatie van de toets (parameters, lengte rookgasafvoer, ...). | |
| Thermostaat defect. | Vervang de grensthermostaat van het reservoir (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Verkeerde instelling van de thermostaat met automatische reset. | Controleer of de voeler van de thermostaat op de juiste plaats zit. | |
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| E10 P4 KAMERTEMPERATUUR SENSOR | Sensor verkeerd geplaatst. | Controleer of de kamer sensor op de juiste plaats zit (zie paragraaf “ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN EN CONTROLESYSTEMEN”). |
| Sensor defect. | Vervang de kamer sensor (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Elektronische kaart defect. | Vervang de elektronische kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). |
| E12ENCODER | Encoder losgekoppeld. Controleer de vertindingen op the encoder. | |
| Encoder defect. | Controleer de juiste functionering op de encoder en eventueel vervangen de rookgas motor (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | |
| Controleer de juiste functionering op de encoder en eventueel vervangen de elektroniche kaart (gebruik alleen originele reserveonderdelen). | ||
REFERENTIENORMEN
DT2010209-05
EN 14785....Huishoudelijke ruimteverwarmingstoestellen gestookt met geperst hout – Eisen en beproevingsmethoden.
EN 832....Thermische eigenschappen van gebouwen – Berekening van het energiegebruik voor verwarming – Woningen en woongebouwen.
UNI 10683 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Warmtegeneratoren gestookt met hout of andere vaste biobrandstoffen - Installatie-eisen.
UNI 10847 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Enkelwandige rookgasinstallaties voor generatoren gestookt met vloeibare en vaste brandstoffen – Onderhoud en controle – Richtlijnen en procedures.
UNI 7129 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Gasinstallaties voor huishoudelijk gebruik gestookt via distributienet. Ontwerp, installatie en onderhoud.
DIN 51731 meetklasse HP2 .....Brandstoffen.
ÖNORM M7135 .... Brandstoffen.
CEI EN 60335-1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen - Veiligheid. Deel 1: Algemene eisen.
CEI EN 50165 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
EN 1856-1 ....Schoorstenen – Eisen voor metalen schoorstenen – Deel 1: Producten voor systeemschoorstenen.
EN 1856-2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Eisen voor metalen schoorstenen - Deel 2: Metalen voeringen en aansluitleidingen.
EN 1443 ....Schoorstenen – Algemene eisen.

Wet- en regelgeving met betrekking tot de veiligheid van installaties van kracht zijn in het land waar het apparaat is geïnstalleerd.
Casella d'Asolo,
Uw Superior toestel geniet een garantie van 2 jaar op alle fabricage fouten en dit vanaf de datum van aankoop en in die mate dat het gebruik in overeenstemming is met de gebruiksaanwijzing.
Uw kasticket of de factuur met vermelding van de datum van aankoop is uw garantiebewijs.
Deze garantie beperkt zich tot de herstelling of vervanging van de onderdelen die gebreken vertonen bij normaal gebruik.
Deze garantie is niet geldig op gebreken die het gevolg zijn van een slechte installatie, verkeerd gebruik, wijzigingen aan het toestel, uit elkaar halen van het toestel, slijtage of een gebrek aan onderhoud.
De garantieaanvragen dienen steeds via uw verkoopspunt te gebeuren.