Discover Media - Browser VOLKSWAGEN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Discover Media VOLKSWAGEN in PDF-formaat.
| Type product | Navigatiebrowser voor Volkswagen |
| Model | Discover Media |
| Afmetingen (ca.) | 20 x 12 x 5 cm |
| Gewicht (ca.) | 1 kg |
| Voeding | 12V DC via voertuig |
| Schermdiagonaal | 6,5 inch (ca. 16,5 cm) |
| Navigatiesysteem | GPS met kaarten voor Europa |
| Mediaspeler | Radio, CD, MP3, Bluetooth audio |
| Bluetooth-functies | Handsfree bellen, audiostreaming |
| USB-aansluitingen | 1x USB voor media en opladen |
| SD-kaartlezer | Ja, voor kaartupdates en media |
| Spraakbediening | Ja, voor navigatie en media |
| Kaartupdates | Via SD-kaart of USB |
| Onderhoud en reiniging | Reinig het scherm met een zachte, droge doek |
| Veiligheid | Niet bedienen tijdens het rijden |
| Reparatie en onderdelen | Neem contact op met de Volkswagen dealer |
| Garantie | 2 jaar (afhankelijk van land) |
| Taal ondersteuning | Meerdere talen, waaronder Nederlands |
| Handleiding | PDF-download beschikbaar op de website |
Veelgestelde vragen - Discover Media VOLKSWAGEN
Gebruikersvragen over Discover Media VOLKSWAGEN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Browser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Discover Media - VOLKSWAGEN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Discover Media van het merk VOLKSWAGEN.
GEBRUIKSAANWIJZING Discover Media VOLKSWAGEN
Markeert een verwijzing naar een paragraaf met belangrijke informatie en veiligheidsaanwijzingen ⚠ binnen een hoofdstuk, die u zou moeten lezen.

De pijl geeft aan, dat het onderwerp op de volgende pagina verder gaat.

De pijl geeft het einde van een onderwerp aan.

Het symbool markeert situaties, waarin de wagen onmiddellijk moet worden stilgezet.

Het symbool markeert een geregistreerd handelsmerk. Het ontbreken van dit teken garandeert niet dat begrippen vrij mogen worden gebruikt.

Symbolen van deze soort verwijzen naar

waarschuwingsaanwijzingen, binnen dezelfde paragraaf of op de aangegeven

bladzijde, die op mogelijk gevaar voor ongevallen en verwondingen wijzen en hoe u dit kunt voorkomen.

Verwijzing naar een waarschuwingsaan-wijzing, binnen dezelfde paragraaf of op de aangegeven bladzijde, die op mogelijk gevaar voor beschadiging van uw wagen wijst en hoe u dit kunt voorkomen.

GEVAAR
Teksten met dit symbool wijzen u op gevaar- lijke situaties, die bij veronachtzaming zware verwondingen of zelfs de dood tot gevolg zul- len hebben.

WAARSCHUWING
Teksten met dit symbool wijzen u op gevaar- lijke situaties, die bij veronachtzaming zware verwondingen of zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.

VOORZICHTIG
Teksten met dit symbool wijzen u op gevaarlijke situaties, die bij veronachtzaming lichte of zware verwondingen tot gevolg kunnen hebben.

LET OP
Teksten met dit symbool wijzen u op gevaarlijke situaties, die bij veronachtzaming beschadigingen aan de wagen tot gevolg kunnen hebben.

In teksten met dit symbool staan aanwijzingen over het behoud van het milieu.

In teksten met dit symbool staat extra informatie.
Inhoudsopgave
Over dit instructieboekje 2
Inleiding
Voordat u begint 3
Veiligheidsaanwijzingen voor het infotainmentsysteem 3
Overzicht van de bedieningselementen ... 6
Menuoverzicht 7
Basisinformatie voor de bediening 8
Sprakbediening 13
Audiofunctie
Radiofunctie 16
Mediafunctie 27
Navigatie
Navigatie inleiding en bediening 40
Telefoonbediening (PHONE)
Inleiding telefoonbediening 52
Beschrijving van de telefoonbediening .... 56
Instellingen
Menu- en systeeminstellingen (SETUP) .. 62
Klank- en volume-instellingen 64
Gebruikte afkortingen 65
Trefwoordenlijst 66
Over dit instructieboekje
- Een alfabetisch geordende trefwoordenlijst vindt u aan het einde van het instructieboekje.
- Een lijst met afkortingen licht vaktechnische afkortingen en benamingen toe.
- Richtingsaanduidingen hebben normaliter betrekking op de rijrichting.
- Afbeeldingen dienen ter oriëntatie en zijn als principeweergaven op te vatten.
- Bij wagens met rechts stuur zijn de bedienings-elementen gedeeltelijk anders gerangschikt dan op de afbeeldingen of in de tekst wordt weergegeven.
- Technische wijzigingen aan de wagen die na het ter perse gaan van dit boekje zijn doorgevoerd, zijn te vinden in een aanvulling, die aan de wagen-documentatie is bijgevoegd.
Beschreven zijn alle uitvoeringen en modellen, zonder deze als meeruitvoering of modelvarianten te kenmerken. Zo kunnen meeruitvoeringen zijn
beschreven waarmee uw wagen mogelijk niet is uitgerust. Nadere informatie hierover geeft uw Volkswagen Partner u graag.
Alle gegevens in dit instructieboekje komen overeen met de stand van de informatie bij het sluiten van de redactie van deze brochure en zijn alleen geldig voor af fabriek ingebouwde apparaten. Vanwege voortschrijdende ontwikkeling van een apparaat en mogelijke updates van de apparaatsoftware zijn afwijkingen tussen weergave en functies op het apparaat en de gegevens in dit instructieboekje mogelijk. Uit afwijkende gegevens, afbeeldingen of beschrijvingen in dit instructieboekje kunnen geen aanspraken worden afgeleid.
Zorgt u er alstublieft voor dat dit instructieboekje zich in de wagen bevindt indien u de wagen wilt verkopen of verhuren/uitlenen en dat de in het apparaat opgeslagen gegevens en bestanden zijn gewist.
Inleiding
Voordat u begint
Vóór ingebruikname van het apparaat dient u de volgende stappen uit te voeren om het apparaat goed te kunnen bedienen en de aangeboden functies volledig te kunnen gebruiken:
√ Veiligheidsaanwijzingen ⚠ in acht nemen ⇒ pagina 3.
Uzelf met de bediening van het infotainmentsysteem vertrouwd maken.
In de Systeeminstellingen het apparaat op de afleveringsstand (fabrieksinstellingen) terugzetten ⇒ pagina 62.
√ Voor de mediafunctie geschikte opslagmedia gebruiken ⇒ pagina 27.
Veiligheidsaanwijzingen voor het infotainmentsysteem

WAARSCHUWING
Als de bestuurder wordt afgeleid, kan dit ongevallen en verwondingen tot gevolg hebben. Het bedienen van het infotainmentsysteem kan u van het verkeer afleiden.
- Altijd oplettend en met verantwoordelijk-heidsbesef rijden.
- De volume-instellingen zo kiezen, dat u akoestische signalen van buiten, bv. de sirene van de politie en de brandweer, altijd goed kunt horen.
- Een te hoog ingesteld volume kan het gehoor beschadigen. Dat geldt ook wanneer het gehoor maar korte tijd aan een te hoog volume wordt blootgesteld.

WAARSCHUWING
Het wisselen of aansluiten van een audiobron kan tot plotselinge volumeschommelingen leiden.
- Vóór het wisselen of aansluiten van een audiobron het basisvolume verlagen.

WAARSCHUWING
Rijadviezen en weergegeven verkeerstekens van het navigatiesysteem kunnen van de actuele verkeerssituatie afwijken.
- Verkeersborden en -voorschriften hebben voorrang op de rijadviezen en weergaven van het navigatiesysteem.
- Snelheid en rijstijl aanpassen aan het weer, het wegdek, het zicht en de verkeersomstandigheden.

WAARSCHUWING
Het aansluiten, plaatsen of verwijderen van een opslagmedium tijdens het rijden kan u van het verkeer afleiden en ongevallen tot gevolg hebben.

WAARSCHUWING
Verbindingskabels van externe apparaten kunnen de bestuurder hinderen.
- Verbindingskabels zo leggen, dat de bestuurder niet wordt gehinderd.

WAARSCHUWING
Niet of niet goed bevestigde externe apparaten kunnen bij een plotselinge rij- of remmanoeuvre en bij een ongeval door het interieur worden geslingerd en verwondingen veroorzaken.
- Externe apparaten nooit aan de portieren, aan de voorruit, boven of bij de met "AIR-BAG" gemarkeerde plek op het stuurwiel, het dashboard, de stoelleuningen of tussen deze plaatsen en de inzittenden zelf plaatsen of vastmaken. Externe apparaten kunnen bij een ongeval tot zware verwondingen leiden, in het bijzonder als de airbags worden geactiveerd.

WAARSCHUWING
Een middenarmsteun kan de bewegingsvrijheid van de armen van de bestuurder belemmeren en daardoor ongevallen en zware verwondingen veroorzaken.
- Armsteun tijdens het rijden altijd gesloten houden.

WAARSCHUWING
Wanneer de behuizing van een cd-speler wordt geopend, kunnen onzichtbare lasers-tralen verwondingen veroorzaken.
- Cd-speler alleen door een specialist laten repareren.

LET OP
Verkeerd naar binnen schuiven of naar binnen schuiven van een niet-passend opslagmedium kan het apparaat beschadigen.
- Let bij het erin schuiven op de juiste in-schuifpositie pagina 27.
- Hard drukken kan de vergrendeling in de geheugenkaartopening vernielen.
- Alleen geschikte geheugenkaarten gebruiken.
- Cd's altijd recht en haaks ten opzichte van de voorzijde van het apparaat in de cd-speler schuiven of verwijderen, zonder de cd scheef te houden en daardoor te bekrassen.

LET OP (vervolg)
- Het erin schuiven van een tweede cd terwijl er een cd in de speler zit of op het moment dat een cd wordt uitgeschoven kan de cd-speler beschadigen. Altijd afwachten tot het opslag-medium helemaal eruit geschoven is!

LET OP
Aan een opslagmedium klevende verontreini- gingen en niet-ronde cd's kunnen de cd-speler beschadigen.
- Alleen schone 12cm-standaard-cd's gebruiken!
- Geen stickers of iets dergelijks op het opslagmedium plakken. Stickers kunnen losraken en de speler beschadigen.
- Geen bedrukbare opslagmedia gebruiken. Coatings en opdrukken kunnen losraken en de cd-speler beschadigen.
- Geen 8 cm single-cd's en niet-ronde cd's (shape-cd's) erin schuiven.
- Geen dvd-plus, Dual Disc en Flip Disc erin schuiven, deze zijn dikker dan normale cd's.

LET OP
Door een te luide of vervormde weergave kunnen de wagenluidsprekers worden beschadigd.
Overzicht van de bedieningselementen

Afbeelding 1 Overzicht bedieningselementen
Het infotainmentsysteem wordt in verschillende varianten geleverd, die zich wat betreft het opschrift en de functie van de infotainmenttoetsen van elkaar kunnen onderscheiden, bv. Afbeelding 1 ②.
① Draai-drukknop:
- Indrukken om in of uit te schakelen ⇒ pagina 8.
- Draaien om het volume te regelen ⇒ pagina 8.
② Infotainmenttoetsen: om een functie te openen.
- RADIO: de radiofunctie inschakelen en in de radiofunctie het frequentiebereik kiezen ⇒ pagina 16.
- [MEDIA]: de mediafunctie inschakelen ⇒ pagina 27.
- PHONE: infotainmenttoets indrukken om de telefoonbediening te openen ⇒ pagina 52. Indien geen mobiele-telefoonvoorbereiding is ingebouwd, wordt het geluid van de actuele audiobron onderdrukt.
- VOICE: start de spraakbediening ⇒ pagina 13.
- MUTE: geluid van de actuele audiobron onderdrukken.
- [NAV]: de navigatiefunctie inschakelen ⇒ pagina 40.
- SETUP: menu Systeeminstellingen openen ⇒ pagina 62.
- TRAFFIC: actuele verkeersmeldingen openen ⇒ pagina 48.
- SOUND: menu Klankinstellingen openen ⇒ pagina 64.
- CAR: wagen- en systeeminstellingen openen ⇒ brochure Instructieboekje.
- [MENU]: naar het menuoverzicht schakelen ⇒ pagina 7.
③ Touchscreen: (aanraakscherm) ⇒ pagina 8.
④ Stelknop: de werking is afhankelijk van de functie die op dat moment actief is ⇒ pagina 8.
- In alle radiofuncties voor handmatige zender- of kanaalinstelling draaien en voor het starten en stoppen van de scanfunctie (SCAN) indrukken ⇒ pagina 16.
-
In de mediafunctie voor het openen van de afspeellijst draaien en voor het starten en stoppen van de scanfunctie indrukken ⇒ pagina 27.
-
Om menupunten in lange lijsten te markeren draaien en om de gemarkeerde vermelding te kiezen indrukken (bv. zenderkeuze uit zenderlijst).
- Om sommige instellingen te wijzigen draaien (bv. volumeaanpassing (GALA)).
⑤ Benaderingssensor: beeldscherm wisselt bij benaderen automatisch in de bedienmodus ⇒ pagina 12.
△
Menuoverzicht
Via het touchscreen van het infotainmentsysteem Afbeelding 1 ③ kunnen de verschillende hoofd-menu's worden gekozen.
Infotainmenttoets MENU indrukken om het menuoverzicht te openen.
Functietoetsen: handeling en effect
| Radio: schakelt de radiofunctie in ⇒ pagina 16. |
| Media: schakelt de mediafunctie in ⇒ pagina 27. |
| Telefoon: openen van de telefoonbediening ⇒ pagina 52. |
| Navigatie: schakelt de navigatiefunctie in ⇒ pagina 40. |
| Wagen: openen van de wagen- en systeeminstellingen ⇒ brochure Instructieboekje. |
| Klank: openen van de klankinstellingen ⇒ pagina 64. |
| Setup: openen van de systeeminstellingen ⇒ pagina 62. |
Basisinformatie voor de bediening
Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Draai-drukknoppen en infotainmenttoetsen .. 8
In- of uitschakelen 8
Basisvolume wijzigen 9
Functietoetsen op het beeldscherm bedienen 9
Lijstvermeldingen openen en lijsten doorzoeken 10
Invoerschermen met beeldschermtoetsenbord 11
Benaderingssensoren 12
Extra weergaven en weergaveopties ..... 12
Door veranderingen in de instellingen kunnen weergaven op het beeldscherm afwijken en kan het apparaat zich deels anders gedragen dan in dit instructieboekje wordt beschreven.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
- Veiligheidsaanwijzingen ⚠ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6
Een lichte druk op de toets of aanraken van het beeldscherm is voldoende om de apparatuur te bedienen.
Vanwege de marktspecifieke systeemsoftware zijn mogelijkkerwijs niet alle voorgestelde functietoetsen en functies beschikbaar. Het ontbreken van een functietoets op het beeldscherm is geen systeemstoring.
Vanwege landspecifieke wettelijke eisen zijn vanaf een bepaalde snelheid enkele functies op het beeldscherm niet meer beschikbaar.
Het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen kan bijgeluiden in de luidsprekers veroorzaken.
In sommige landen kunnen beperkingen bestaan voor wat betreft het gebruik van Bluetooth®-apparaten. Informatie is verkrijgbaar bij de lokale autoriteiten.
Bij enkele wagens met ParkPilot wordt bij ingeschakelde achteruitversnelling het volume van de actuele audiobron automatisch verlaagd. De audioverlaging kan in het menu Klankinstel- lingen worden ingesteld ⇒ pagina 64.
Draai-drukknoppen en infotainmenttoetsen
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 8 en volg deze op.
Draai-drukknoppen
De linkerdraai-drukknop Q ⇒ Afbeelding 1 ① wordt als volumeregelaar of aan-uitknop aangeduid.
De rechterdraai-drukknop ⇒ Afbeelding 1 ④ wordt als stelknop aangeduid.
Infotainmenttoetsen
In dit instructieboekje zijn alle toetsen op het apparaat door het woord "infotainmenttoets" en een toetssymbool met blauwe inhoud weergegeven, bv. infotainmenttoets [MEDIA] ⇒ Afbeelding 1.
Infotainmenttoetsen worden door indrukken of ingedrukt houden bediend.
In- of uitschakelen
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 8 en volg deze op.
Om het apparaat handmatig in of uit te schakelen, draai-drukknop Afbeelding 1 ① kort indrukken.
Na het inschakelen start het systeem met het laatst ingestelde volume, voor zover dit de voorinstelling van het maximale inschakelvolume niet overschrjidt ⇒ pagina 64.
Afhankelijk van het apparaat en het land wordt het apparaat bij het afzetten van de motor of het uit het contact trekken van de sleutel automatisch uitgeschakeld. Als het apparaat weer wordt ingeschakeld, wordt het na ca. 30 minuten opnieuw automatisch uitgeschakeld (nalooptijd).
Het apparaat is vast met de wagen verbon- den. Het gebruik in een andere wagen is niet mogelijk.
i Wanneer de accukabels zijn losgemaakt, moet u het contact inschakelen voordat u het apparaat weer inschakelt.
Basisvolume wijzigen

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op.
Functie: handeling
Volume verhogen: volumeregelaar 📊 rechtsom draaien of toets 🏠 op het multifunctiestuurwiel indrukken ⇒ brochure Instructieboekje.
Volume verlagen: volumeregelaar linksom draaien of toets op het multifunctiestuurwiel indrukken.
Wijzigingen in het volume worden op het beeld- scherm met een "balk" weergegeven. Het apparaat is ondertussen voor bediening geblokkeerd.
Sommige volume-instellingen en -aanpassingen kunnen vooraf worden ingesteld ⇒ pagina 64.
Geluidsweergave van apparaat onderdrukken
- Volumeregelaar 📊 linksom draaien, tot ⚫ wordt weergegeven.
• OF: Infotainmenttoets MUTE ^1) indrukken.
Als het geluid van het apparaat onderdrukt is, wordt een actueel beluisterde mediabron stilgezet. Op het beeldscherm wordt 📋 weergegeven.
Als het basisvolume voor de weergave van een audiobron sterk is verhoogd, dan het vo-lume vóór het wisselen van de audiobron verlagen.
Functietoetsen op het beeldscherm bedienen

Afbeelding 2 Principeweergave: Overzicht van mogelijke functietoetsen op het beeldscherm
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 8 en volg deze op.
Het apparaat is uitgerust met een touchscreen (aanraakscherm) ⇒ Afbeelding 1 ③.
Actieve gebieden op het beeldscherm, waarvoor een functie is gedefinieerd, worden "functietoetsen" genoemd en worden bediend door kort op het beeldscherm te drukken of de toets ingedrukt te houden. Functietoetsen worden in het instructieboekje door het woord "functietoets" en een toets-symbool ⚠ beschreven.
Functietoetsen starten functies of openen submenu's. In submenu's wordt in de kopregel het actueel gekozen menu weergegeven Afbeelding 2 Ⓐ.
Inactieve (grijze) functietoetsen zijn op dat moment niet bruikbaar.
Overzicht van weergaven en functietoetsen
Weergaven en functietoetsen: handeling en effect
(A): in de kopregel staan het actueel gekozen menu en eventuele overige functietoetsen weergegeven.
⑧: aantippen om een ander menu te openen.
©: dradenkruis met lichte druk zonder loslaten over het beeldscherm bewegen.
OF: Even de gewenste positie op het beeldscherm aanraken, het dradenkruis volgt naar deze positie.
(D): scrollbalken zijn zichtbaar indien u in een lijst meer vermeldingen kunt kiezen dan er kunnen worden weergegeven, zie ⇒ pagina 10, Lijstvermeldingen openen en lijsten doorzoeken.
☐: aantippen om vanuit bepaalde lijsten stapsgewijs een niveau hoger te gaan.
: aantippen om vanuit submenu's stapsgewijs terug te gaan naar het hoofdmenu of om gedane invoer ongedaan te maken.
Pop-up: aantippen, opent een pop-upvenster (optievenster) waarin verdere instellingsopties worden weergegeven.
☑ Functie ingeschakeld / ☐ Functie uitgeschakeld: sommige functies of weergaven zijn gemarkeerd door een zogenaamde checkbox en worden geactiveerd of gedeactiveerd door erop te drukken.
OK: aantippen om een ingave of keuze te bevestigen.
☒: aantippen om een pop-upvenster of een invoerscherm te sluiten.
+ of -: aantippen om instellingen stapsgewijs te wijzigen.
: schuifregelaar met lichte druk zonder loslaten over het beeldscherm bewegen.
△
Lijstvermeldingen openen en lijsten doorzoeken

Afbeelding 3 Principeweergave: Lijstvermeldingen instellingenmenu
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ▲ op pagina 3 en de informatie in de in- leiding op pagina 8 en volg deze op.
Lijstvermeldingen kunnen door direct aantippen op het beeldscherm of met stelknop ⇒ Afbeelding 1 ④ worden geopend.
Lijstvermeldingen met de stelknop markeren en openen
- Stelknop draaien, om de vermeldingen na elkaar met een keuzeframe te markeren en zo de lijst te doorzoeken.
- Stelknop indrukken, om de gemarkeerde vermelding op te roepen.
Lijsten doorzoeken (scrollen)
Als u in een lijst meer vermeldingen kunt kiezen dan er kunnen worden weergegeven, verschijnt rechts op het beeldscherm een scrollbalk ⇒ Afbeelding 3.
- Het beeldscherm boven of onder de scrollbalk kort aantippen.
- OF: Vinger op de scrollbalk plaatsen en zonder los te laten over het beeldscherm bewegen. Op de gewenste positie de vinger van het beeldscherm nemen.
- OF: Vinger in het midden van het beeldscherm plaatsen en zonder los te laten over het beeldscherm bewegen. Op de gewenste positie de vinger van het beeldscherm nemen.
△

Afbeelding 4 Principeweergave: Invoerscherm met beeldschermtoetsenbord

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 8 en volg deze op.
Invoerschermen met beeldschermtoetsenbord dienen bijvoorbeeld voor het ingeven van een geheugennaam, het kiezen van een reisdoel of het ingeven van een zoekbegrip voor het zoeken in lange- re lijsten.
De hier opgesomde functietoetsen zijn niet allemaal in alle landen en voor alle themagebieden beschikbaar.
In de volgende hoofdstukken worden alleen de van deze principeweergave afwijkende functies verklaard.
Links in de bovenste beeldschermregel bevindt zich de invoerregel met de cursor. Hier worden alle ingaven weergegeven.
Invoerschermen voor invoer van "vrije tekst"
In de invoerschermen voor een vrije tekst kunnen letters, cijfers en speciale tekens in elke combinatie worden gekozen.
Door op de functietoets OK te drukken wordt de actueel weergegeven tekenreeks overgenomen.
Invoerschermen voor kiezen van een opgeslagen vermelding (bv. keuze van een reisdoel)
Hier kunnen alleen letters, cijfers en speciale tekens worden gekozen, die in deze combinatie met een opgeslagen vermelding overeenkomen.
Met elke tekeninvoer wordt een, met de invoer tot dan toe overeenkomend, reisdoel voorgesteld. Bij samengestelde begrippen de spatie ook intoetsen.
Als er minder dan 99 vermeldingen gekozen kunnen worden, wordt het aantal resterende vermeldingen achter de invoerregel weergegeven Afbeelding 4 ③. Als u op deze functietoets drukt, worden de overblijvende vermeldingen in een lijst getoond. Als er minder dan zes reisdoelen beschikbaar zijn, wordt de lijst automatisch geopend.
Overzicht van functietoetsen
| Functietoetsen | Handeling en effect |
| 1 | PC: aantippen om in de navigatiefunctie een postcode in te geven.123: aantippen om het invoerscherm voor cijfers en speciale tekens te openen.ABC: aantippen om terug naar het letterinvoerscherm te wisselen. |
| 2 | Aantippen om naar een andere toetsenbordtaal te wisselen. Toetsenbordtalen kunnen in het menu Systeeminstellingen worden gekozen ⇒ pagina 62. |
| 3 | Toont het aantal en opent de lijst met te kiezen vermeldingen die overeenkomen met de ingaven. |
| Letters en cijfers | Indrukken om over te nemen in de invoerregel. |
| Letters en ▼ | Ingedrukt houden om een pop-upvenster met op deze letters gebaseerde speciale tekens te laten zien.Gewenste teken overnemen door aantippen. Enkele speciale tekens kunnen ook uitgeschreven worden (bv. "AE" voor "Ä"). |
| ↑ | Aantippen om tussen hoofdletters en kleine letters te wisselen. |
| — | Aantippen om een spatie in te voegen. |
| OK | Indrukken om de suggestie uit de invoerregel over te nemen en het invoervenster te sluiten.Aantippen om tekens in de invoerregel van rechts naar links te wissen. |
| Aantippen om het invoerscherm te sluiten. |
Benaderingssensoren

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 8 en volg deze op.
Het infotainmentsysteem beschikt over een geïntegreerde benaderingssensor ⇒ Afbeelding 1 ⑤.
De schermweergave wisselt automatisch van de weergavemodus naar de bedienmodus als uw hand in de buurt van het scherm komt. In de bedienmodus worden functietoetsen automatisch gemarkeerd om de bediening makkelijker te maken.
Extra weergaven en weergaveopties

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 8 en volg deze op.
Weergaven op het beeldscherm zijn afhankelijk van de instellingen en kunnen dus afwijken van de hier beschreven weergaven.
In de statusregel van het beeldscherm kan bijvoorbeeld de actuele tijd en de actuele buitentemperatuur worden weergegeven.
Alle weergaven kunnen pas na een volledige systeemstart van het infotainmentsysteem worden weergegeven.
Spraakbediening

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Het werken met de spraakbediening ..... 13
Aanwijzingen voor de sprakbediening ..... 14
Instellingen spraakbediening 15
Een aantal functies kunnen door het uitspreken van commando's worden opgeroepen.
Voor de instellingenmenu's (SETUP) is geen spraakbediening beschikbaar.
Tijdens de spraakbediening worden gesproken aanwijzingen als hulp voor de bediening gegeven. Deze kunnen in de lange of korte dialoog uitgegeven worden ⇒ pagina 15.
Ondersteunde talen
De spraakbediening is alleen beschikbaar voor de in het infotainmentsysteem instelbare talen.
De spraakbediening moet in de taal worden bediend, die ook voor het infotainmentsysteem is ingesteld.
- In het menu Systeeminstellingen de gewenste taal instellen ⇒ pagina 62.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
- Veiligheidsaanwijzingen ⚠ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8

Tijdens een parkeermanoeuvre is geen spraakbediening mogelijk.
Het werken met de spraakbediening

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 13 en volg deze op.
- Om de spraakbediening te activeren, infotainmenttoets VOICE of toets op het multifunctiestuurwiel kort indrukken.
De spraakbediening wordt met een oplopende signaaltoon ingeschakeld en een hulpmenu met de belangrijkste spraakcommando's verschijnt. De weergave van het hulpmenu kan worden in- en uitgeschakeld ⇒ pagina 15.
Gesproken aanwijzingen begeleiden de volgende dialoog.
- Het gewenste spraakcommando uitspreken, bv. "Navigatie" om naar de navigatiefunctie te wisselen.
- Als een actie is beëindigd, wordt de spraakbediening met een aflopende signaaltoon beëindigd.
- Om een gesproken aanwijzing van het infotainmentsysteem te onderbreken en direct het volgende spraakcommando te geven, drukt u de apparaattoets [VOICE] kort in.
- Om de spraakbediening handmatig te beëindigen, houdt u de infotainmenttoets VOICE of toets op het multifunctiestuurwiel ingedrukt tot de afnemende signaaltoon hoorbaar is.
De spraakbediening wordt eveneens beeindigd als u op een functietoets op het beeldscherm drukt of een infotainmenttoets indrukt.
Als spraakcommando dient in het algemeen de in een functietoets of op een infotainmenttoets weergegeven tekst.
Lijstoverzichten worden tijdens de spraakbediening doorgenummerd. De cijfers worden links in de functietoetsen weergegeven. Uitspreken van een cijfer opent of activeert de betreffende vermelding.
De functietoets ↩ wordt altijd door het spraak-commando "Terug" opgeroepen.
Gebruiksaanwijzing van de sprakbediening
Bij het eerste gebruik is het raadzaam eenmalig de gebruiksaanwijzing van de spraakbediening te beluisteren.
De gebruiksaanwijzing is in hoofdstukken onderverdeeld, die u na elkaar kunt beluisteren of gericht kunt kiezen.
- Infotainmenttoets VOICE of toets _ op het multifunctiestuurwiel kort indrukken.
- Spraakcommando voor het starten van de gebruiksaanwijzing in de in het navigatiesysteem ingestelde taal uitspreken en aanwijzingen van de spraakdialoog volgen.
| Taal | Spraakcommando |
| Duits | Anleitung |
| Engels | Instructions |
| Spaans | Instrucciones |
| Frans | Instructions |
| Portugees | Instruções |
| Italiaans | Istruzioni |
| Tsjechisch | Návod |
| Nederlands | Instructies |
Helpfunctie voor de spraakbediening
Voor de spraakbediening in het algemeen en voor de via de spraakbediening ondersteunde bedieningsfuncties kan een contextafhankelijke help- tekst worden opgeroepen.
- Bedieningsfunctie kiezen en de infotainmenttoets VOICE op het navigatiesysteem kort indrukken.
- Zo nodig de gewenste bedieningsfunctie kiezen.
- Een van de volgende spraakcommando's in de in het navigatiesysteem ingestelde taal uitspreken.
| Taal | Algemene helpfunctie voor de spraak-bediening | Contextafhankelijke helpfunctie |
| Duits | Hilfe Sprachbedienung | Hilfe |
| Engels | Voice control help | Help |
| Spaans | Ayuda manejo por voz | Ayuda |
| Frans | Aide système de commande vocale | Aide |
| Portugees | Ajuda do comando por voz | Ajuda |
| Italiaans | Aiuto sistema di comando vocale | Aiuto |
| Tsjechisch | Pomoc hlasový záznam | Pomoc |
| Nederlands | Help spraakbediening | Help |
Aanwijzingen voor de sprakbediening

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inop pagina 13 en volg deze op.
Let op de volgende aanwijzingen, opdat de spraakbediening optimaal werkt:
- Zo mogelijk langzaam en duidelijk spreken. Onduidelijk uitgesproken woorden en cijfers, resp. woorden waarvan lettergrepen worden ingeslikt, kunnen niet door het systeem worden herkend.
- Telefoonnummers alleen in losse cijfers uitspreken.
- Met normaal volume spreken, zonder abnormale beklemtoning of lange spreekpauzes.
- Bijgeluiden (bv. gesprekken in de wagen) voorkomen. Alle ruiten, portieren en het schuifdak sluiten.
- Luchtstroom uit de luchtroosters niet in de richting van de hemelbekleding richten.
- Bij hogere snelheden iets luider spreken.
△
Instellingen spraakbediening

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 13 en volg deze op.
• Infotainmenttoets MENU indrukken.
- Functietoets Setup aantippen.
- Vervolgens functietoets Spraakbediening aantippen.
Functietoets: effect
| Dialoogstijl: dialoogstijl kiezen. | |
| Lang: tijdens de spraakbediening volgen er extra aanvullende spraakaanwijzingen.Kort: er vervallen enkele extra spraakcommando's van de lange dialoog. | |
| Mogelijke commando's weergeven: spraakcommando's voor de actuele bedieningsfunctie worden bij het openen van de spraakbediening op het beeldscherm weergegeven. | |
| Starttoon spraakbediening: bij het inschakelen van de spraakbediening klinkt een signaaltoon. Aantippen om de signaaltoon uit te schakelen. | |
| Eindtoon spraakbediening: bij het uitschakelen van de spraakbediening klinkt een signaaltoon. Aantippen om de signaaltoon uit te schakelen. | |
| Ingavetoon in spraakdialoog: de ingavetoon voor het bevestigen van een spraakcommando is ingeschakeld. | |
Het volume van de gesproken aanwijzingen voor de spraakbediening is aan te passen in het menu Klankinstellingen ⇒ pagina 64, of geduren-de een gesproken aanwijzing met de volumerege-laar ⇒ Afbeelding 1 ①.
Audiofunctie
Radiofunctie
Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Hoofdmenu 'Radio' 16
RDS-radio-informatiediensten 17
Digitale radiofunctie (DAB, DAB+ en DMB-audio) 18
Voorkeuzetoetsen 19
Zender kiezen, instellen en opslaan 20
Scanfunctie (SCAN) 22
TP-functie (Traffic Program) 23
Binnenkomend verkeersbericht 23
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
-
Veiligheidsaanwijzingen ⚠️ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6 -
Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
- Menu- en systeeminstellingen (SETUP) pagina 62
Parkeergarages, tunnels, hoge gebouwen of bergen kunnen het radiosignaal storen.
Folies of stickers met een metaallaag op de ruiten kunnen bij wagens met ruitantennes de ontvangst belemmeren.
Hoofdmenu 'Radio'

Afbeelding 5 Hoofdmenu 'Radio'

Afbeelding 6 Radiofunctie: Zenderlijst
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 16 en volg deze op.
Infotainmenttoets RADIO indrukken om het hoofd-menu 'Radio' te openen ⇒ Afbeelding 5.
Functietoetsen in het hoofdmenu 'Radio'
| Functietoets | Effect |
| 1 | Gewenst frequentiegebied kiezen. |
| 2 | Weergegeven voorkeuzetoetsgroep wisselen door aantippen van de functie-toets. |
| Zender ≡ | Opent de lijst met radiozenders die op dat moment te ontvangen zijn ⇒ pagina 20. |
| Handmatig ≡ | Opent de schaal van het ingestelde frequentiegebied (frequentieband) ⇒ pagina 21. |
| Weergave ≡ | Extra diensten tonen ⇒ pagina 19. De functietoets is alleen in de DAB-functie zichtbaar. |
| Setup ≡ | Opent het instellingenmenu van het actueel ingeschakelde frequentiegebied (FM, AM of DAB) ⇒ pagina 24. |
| < of > | Wisselen tussen opgeslagen of te ontvangen zenders. Instelling voor de pijltoetsen in het menu Instellingen (FM, AM, DAB) ⇒ pagina 24. |
| SCAN | De functietoets is alleen zichtbaar tijdens de scanfunctie ⇒ pagina 22. |
| 1 - 15 | Voorkeuzetoetsen voor het opslaan van zenders ⇒ pagina 19. |
| ◎ | Zenderlijst updaten (frequentiegebied AM of DAB) ⇒ pagina 21. |
Mogelijke weergaven en symbolen
| Weergave | Betekenis |
| Weergave van de zenderfrequentie of de zendernaam en eventueel radiotekst. Zendernaam en radiotekst zijn alleen zichtbaar als RDS beschikbaar en ingeschakeld is ⇒ pagina 17. | |
| RDS Off^a) | Radio-informatiedienst RDS is uitgeschakeld. RDS kan in het menuInstel-lingen FM worden ingeschakeld ⇒ pagina 24. |
| TP | TP is ingeschakeld en kan worden ontvangen ⇒ pagina 23. |
| No TP | Er wordt geen verkeersinformatiezender ontvangen. |
| ☆ | Radiozender is op een voorkeuzetoets opgeslagen. |
| ✗ | Geen DAB-ontvangst mogelijk. |
a) Afhankelijk van markt en apparaat.
RDS-radio-informatiediensten

Afbeelding 7 Hoofdmenu 'Radio'

Afbeelding 8 Radiofunctie: Zenderlijst
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 16 en volg deze op.
RDS (Radio Data Systeem) is een radio-informatiedienst, via welke extra FM-diensten zoals de weergave van zendernamen, automatisch zendervolgsysteem, radiotekst en de TP-verkeersinformatie (TP) mogelijk zijn.
RDS wordt niet door alle apparaten ondersteund en is niet overal en via elke FM-zender beschikbaar.
Afhankelijk van land en apparaat kan RDS worden uitgeschakeld ⇒ pagina 24.
Zonder RDS zijn geen radio-informatiediensten mogelijk.
Zendernaam en automatisch zendervolgsysteem
Als RDS beschikbaar is, kunnen in het hoofdmenu Radio en in de FM-zenderlijst zendernamen worden weergegeven.
FM-radiozenders zenden onder één naam (bv. Radio 3) tijdelijk of permanent verschillende programma's uit op meerdere, per regio verschillende frequenties.
Het automatische zendervolgsysteem zorgt er standaard voor dat tijdens het rijden altijd naar de frequentie van de ingestelde zender wordt overge-
schakeld die de beste ontvangst oplevert. Dit kan er echter ook voor zorgen, dat een beluisterde regionale uitzending wordt onderbroken.
De automatische frequentiewissel en het automatisch zendervolgsysteem kunnen via Instellingen FM worden uitgeschakeld ⇒ pagina 24.
Radiotekst (RDS)
Enkele zenders met RDS zenden extra tekstinformatie uit - zogenoemde radiotekst.
Radiotekst wordt in de bovenste helft van het beeldscherm boven de voorkeuzetoetsen weergegeven ⇒ Afbeelding 5 Ⓐ.
De weergave van radiotekst kan in Instellingen FM worden gedeactiveerd ⇒ pagina 24.

Voor de inhoud van de verzonden informatie zijn de radiostations verantwoordelijk.

Digitale radiofunctie (DAB, DAB+ en DMB-audio)

Afbeelding 9 Weergave van de voorkeuzetoetsen in de DAB-functie

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 16 en volg deze op.
De DAB-radio-ontvanger ondersteunt de overdrachtstandaarden DAB, DAB+ en DMB-audio.
Digitale radio in Europa wordt uitgezonden via frequencies van band III (174 MHz - 240 MHz) en de L-band(1452 MHz - 1492 MHz).
De frequenties van beide banden worden als "kanalen" aangeduid en hebben een overeenkomstige code (bv. 12 A).

Afbeelding 10 Weergave van zenderinfo in de DAB-functie
Op een kanaal worden meerdere DAB-zenders met beschikbare extra diensten tot een "ensemble" samengevat.
DAB-radiofunctie starten
- In het hoofdmenu Radio functietoets ⇒ Afbeelding 9 ① aantippen en DAB kiezen.
De laatst ingestelde DAB-zender wordt weergegeven, als deze ter plaatse nog te ontvangen is.
De gekozen DAB-zender wordt in de bovenste beeldschermregel weergegeven, het actueel gekozen ensemble daaronder ⇒ Afbeelding 9.
Extra DAB-zenders
Sommige DAB-zenders bieden tijdelijk of permanent extra zenders aan (bv. voor het uitzenden van sportverslagen).
In het DAB-hoofdmenu de zendernamen van de hoofdzender aantippen om een extra zender te kiezen. Of een extra zender kiezen uit de zenderlijst.
In het DAB-hoofdmenu wordt de naam van een ingestelde extra zender rechts naast de korte naam van de DAB-hoofdzender weergegeven.
Extra zenders kunnen niet worden opgeslagen.
Automatisch zendervolgsysteem: wisselen van DAB naar FM
DAB is momenteel niet overal beschikbaar. In de DAB-radiofunctie wordt in gebieden zonder DAB-dekking ⚡ weergegeven.
Voor het automatische zendervolgsysteem kan in Instellingen DAB het wisselen naar het FM-frequentiegebied worden toegestaan ⇒ pagina 25.
Wanneer dan de beluisterde DAB-zender niet meer kan worden ontvangen (bv. geen DAB beschikbaar), probeert het systeem deze zender in
het FM-frequentiebereik weer te vinden en in te stellen. Voorwaarde voor een frequentieoverstijgende zenderwisseling is dat de DAB-zender en de FM-zender dezelfde zenderherkenning uitzenden of dat via DAB doorgegeven wordt met welke FM-zender de DAB-zender correspondeert.
Als een overeenkomstige FM-zender is gevonden, wordt (FM) achter de zendernaam weergegeven. Als de corresponderende DAB-zender weer kan worden ontvangen, wordt na enige tijd weer naar de DAB-functie teruggeschakeld. De weergave (FM) verdwijnt.
Als een DAB-zender bij te zwakke ontvangst ook in het FM-frequentiegebied niet kan worden teruggevonden, wordt het geluid van de radio uitgeschakeld.
Extra DAB-diensten
Functietoets Weergave → Afbeelding 9 aantippen en de gewenste extra dienst kiezen.
Functietoets: effect
Geheugenlijst: weergave van de voorkeuzetoetsen ⇒ Afbeelding 9.
Zenderinfo: gelijktijdige weergave van radiotekst Afbeelding 10 A en diashows B, in plaats van de voorkeuzetoetsen.
Radiotekst: in plaats van de voorkeuzetoetsen wordt radiotekst in de onderste helft van het beeldscherm weergegeven. Niet alle DAB-zenders ondersteunen radiotekst.
Diashow: diashows worden over het hele beeldscherm weergegeven.
Voor de inhoud van de verzonden informatie zijn de radiostations verantwoordelijk.
Voorkeuzetoetsen

Afbeelding 11 Hoofdmenu 'Radio'
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 16 en volg deze op.
In het hoofdmenu Radio kunnen op doorgenum- merde functietoetsen zenders van het actueel ge- kozen frequentiegebied worden opgeslagen. Deze functietoetsen worden als "voorkeuzetoetsen" aan- geduid.
| Zender via de voorkeuzetoetsen openen | Voorkeuzetoets die de gewenste zender weergeeft, aantippen.Een opgeslagen zender kan na gekozen te zijn via de voorkeuzetoets alleen dan worden beluisterd, als deze op uw huidige locatie nog te ontvangen is. |
| Voorkeuzetoetsgroep wisselen | Een van de functietoetsen ⇒ Afbeelding 11 2 aantippen.OF: Met de vinger naar links of naar rechts over het beeldscherm ve-gen.De voorkeuzetoetsen worden in groepen van elk 5 functietoetsen weergegeven (1 ... t/m 5 ..., 6 ... t/m 10 ... en 11 ... t/m 15 ...). |
| Zenders onder voorkeuzetoet-sen opslaan | Zie: zenders opslaan ⇒ pagina 21. |
| Zenderlogo's onder voorkeuzet-oetsen opslaan | Aan de zenders die onder voorkeuzetoetsen zijn opgeslagen kunnen zenderlogo's worden toegewezen ⇒ pagina 20, Zenderlogo's onder voorkeuzetoetsen opslaan. |
Zenderlogo's onder voorkeuzetoetsen opslaan
Aan zenders die onder voorkeuzetoetsen zijn opgeslagen kunnen zenderlogo's worden toegewezen, die op de voorkeuzetoetsen worden weergegeven.
Als zenderlogo's zijn afbeeldingen in de gebruikelijke formats (bv. jpg, bmp of png) met een maximale grootte van 400 x 240 pixels, geschikt.
In sommige landen kunnen zenderlogo's op het internet, via een link naar de website "Volkswagen Senderlogos", worden gedownload.
Zenderlogo's op een compatibel opslagmedium (bv. geheugenkaart of usb-opslagmedium) opslaan, om ze vervolgens in het infotainmentsysteem te importeren.
- Functietoets Setup en aansluitend Zenderlogo's aantippen.
- De gewenste voorkeuzetoets aantippen, waaraan een zenderlogo moet worden toegewezen.
- De bron waarop het logo is opgeslagen kiezen (bv. SD 1).
- Zenderlogo kiezen.
De handeling herhalen om meer logo's toe te wijzen. Infotainmenttoets RADIO indrukken om terug te keren naar het hoofdmenu 'Radio'.
△
Zender kiezen, instellen en opslaan

Afbeelding 12 Hoofdmenu 'Radio'

Afbeelding 13 Radiofunctie: Zenderlijst

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op.
Zender kiezen
| Zender kiezen met de pijltoetsen | < of > Afbeelding 12 aantippen.Overeenkomstig de instelling voor de pijltoetsen wordt gewisseld tussen opgeslagen zenders en ontvangbare zenders. Instelling voor de pijltoetsen in het menuInstellingen (FM, AM, DAB) pagina 24. |
| Zender uit zenderlijst kiezen | Afbeelding 12 aantippen om de zenderlijst te openen.De lijst doorzoeken en de gewenste zender kiezen door deze aan te tippen.Voor het sluiten van de zenderlijst de functietoets < Afbeelding 13 aantippen. Zonder bediening wordt de zenderlijst na enige tijd automatisch gesloten. |
| Zenderlijst aanpassen | De zenderlijsten in de frequentiegebieden FM, AM en DAB worden automatisch aangepast.In de frequentiegebiedenAMenDABkan de zenderlijst ook handmatig worden aangepast door de functietoets < Afbeelding 13 aan te tippen. |
Zenderfrequentie handmatig instellen
| Frequentieband weergeven | Stelknop één vergrendeling verder draaien.OF: Functietoets Handmatig ⇒ Afbeelding 12 aantippen. |
| Frequentie stapsgewijs wijzigen | Stelknop draaien.OF: Pijltoets rechts resp. links van de frequentieband aantippen. |
| Frequentieband snel doorzoe-ken | Een van de pijltoetsen boven op het beeldscherm ⇒ Afbeelding 12 aantippen. De volgende te ontvangen zender wordt automatisch ingesteld.OF: Een van de pijltoetsen boven op het beeldscherm ⇒ Afbeelding 12 ingedrukt houden. Na het loslaten wordt de volgende te ontvangen zender automatisch ingesteld.OF: Vinger op de schuifknop in de frequentieband leggen en door trek-ken de schuifknop verschuiven. |
| Frequentieband onderdrukken | Stelknop kort indrukken.Als een zender via een voorkeuzetoets is gekozen, wordt het handma-tig kiezen van de frequentie eveneens beeindigd. Zonder bediening verdwijnt de frequentieband na enige tijd automatisch. |
| Zenders opslaan | |
| De actueel beluisterde zender op een voorkeuzetoets opslaan | Gewenste voorkeuzetoets ⇒ Afbeelding 12 ingedrukt houden tot een signaaltoon klinkt.De actueel beluisterde zender is onder deze voorkeuzetoets opgesla-gen. |
| Zender uit zenderlijst op een voorkeuzetoets opslaan | Functietoets Afbeelding 12 aantippen om de zenderlijst te openen.Zenders die al op een voorkeuzetoets zijn opgeslagen zijn in de zenderlijst met het symbool ☆ ⇒ Afbeelding 13 gemarkeerd.De gewenste zender kiezen door deze op het beeldscherm ingedrukt te houden.De gewenste voorkeuzetoets waarop de zender moet worden opgeslagen, aantippen.Er klinkt een signaaltoon en de zender is op deze voorkeuzetoets opgeslagen. Om andere zenders uit de zenderlijst op te slaan, de handeling herhalen. |
| Opgeslagen zenders wissen | In het menuInstellingen FM, AM, DAB kunnen alle opgeslagen zenders afzonderlijk of in een keer worden gewist ⇒ pagina 24. |
Zendernamen vastzetten (frequentiegebied FM)
Sommige radiozenders zenden een zeer lange zendernaam uit, die als rollende tekst op het beeldscherm wordt weergegeven.
Om de actueel weergegeven tekst vast te zetten, op de zendernaam drukken en ingedrukt houden, tot een signaaltoon klinkt.
Vastgezette zendernamen worden met een punt links en rechts van de zendernaam weergegeven.
De vastgezette tekst wordt weergegeven op alle voorkeuzetoetsen waarop deze radiozender is opgeslagen.
△
Scanfunctie (SCAN)

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 16 en volg deze op.
Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle te ont- vangen zenders van het actuele frequentiegebied elk gedurende ongeveer 5 seconden weergege- ven.
| Scanfunctie starten | Stelknop kort indrukken.OF: Functietoets Setup aantippen en daarna SCAN kiezen. |
| Scanfunctie beëindigen | Stelknop kort indrukken.OF: Functietoets SCAN aantippen om de scanfunctie bij de weergegeven zender te beëindigen.De scanfunctie wordt ook beëindigd, als een zender handmatig via de voorkeuzetoetsen wordt gekozen. |
TP-functie (Traffic Program)

Afbeelding 14 Hoofdmenu 'Radio' met TP-weergave

Afbeelding 15 Zenderlijst met TP-weergave

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op.
De verkeersinformatiefunctie is alleen via de TP-functie beschikbaar, zolang een verkeersinformatiezender te ontvangen is. Verkeersinformatiezenders worden in het hoofdmenu 'Radio' en in de zenderlijst met TP aangeduid ⇒ Afbeelding 14 en ⇒ Afbeelding 15.
Enkele zenders zonder eigen verkeersinformatie ondersteunen de TP-functie door met een verkeersinformatiezender samen te werken (EON).
TP-functie in- en uitschakelen
- In het menu Instellingen (FM, AM, DAB) door aantippen functietoets Verkeersinformatie (TP) activeren √ of deactiveren □ ⇒ pagina 24.
Als de op dat moment beluisterde zender de TP-functie niet ondersteunt, verschijnt No TP rechts-boven op het beeldscherm.
Ingeschakelde TP-functie en zenderkeuze
Zolang de verkeersinformatiefunctie ingeschakeld is, wordt tijdens de audiofunctie rechtsboven TP weergegeven ⇒ Afbeelding 14. Verkeersberichten
van de actuele of corresponderende verkeersinformatiezender worden tijdens de audiofunctie weergegeven.
In de FM-functie moet de beluisterde zender de TP-functie ondersteunen. Als na het inschakelen van de TP-functie een zender via de voorkeuzet-oetsen gekozen of handmatig ingesteld wordt, die de TP-functie niet ondersteunt, is verkeersinformatie niet mogelijk (weergave: No TP).
Als de beluisterde verkeersinformatiezender niet meer kan worden ontvangen, wordt ook No TP weergegeven en moet handmatig een zender worden gezocht ⇒ pagina 20.
Tijdens de AM- of mediafunctie wordt op de achtergrond altijd automatisch een te ontvangen verkeersinformatiezender ingesteld, zolang een dergelijke zender te ontvangen is. Dit kan enige tijd duren.
Binnenkomend verkeersbericht

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op.
Een binnenkomend verkeersbericht wordt tijdens de actuele audiofunctie weergegeven.
Tijdens het verkeersbericht wordt een pop-upvenster weergegeven en, indien noodzakelijk, schakelt de radio voor de duur van het bericht over naar de verkeersinformatiezender (EON).
De mediafunctie wordt op pauze gezet en het volu- me wordt in overeenstemming met de volumevoor- instellingen aangepast ⇒ pagina 64.
Het volume van het verkeersbericht kan met de volumeregelaar Afbeelding 1 ① worden gewijzigd. Het gewijzigde volume wordt voor de volgende verkeersberichten overgenomen.
- Functietoets (Annuleren) aantippen om het beluisteren van het actuele verkeersbericht te beëindigen. De TP-functie blijft echter geactiveerd.
- OF: Functietoets Uitschakelen aantippen om het beluisteren van het actuele verkeersbericht te beeindigen en de TP-functie permanent uit te schakelen.
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 16 en volg deze op.
Instellingen FM
- Frequentiegebied FM kiezen door op de infotainmenttoets RADIO te drukken.
- OF: Functietoets Afbeelding 14 ① aantippen en frequentiegebied FM kiezen.
- Functietoets Setup aantippen om het menu Instellingen FM te openen.
Functietoets: effect
| Klank: klankinstellingen ⇒ pagina 64. | |
| Scan: scanfunctie (SCAN). Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle te ontvangen zenders van het actuele frequentiegebied elk gedurende ongeveer 5 seconden afgespeeld ⇒ pagina 22. | |
| Pijltoetsen: instelling voor pijltoetsen □ en ▶ vastleggen. De instelling wordt voor alle frequentiegebieden (FM, AM) overgenomen. | |
| Geheugenlijst: met de pijltoetsen worden alle opgeslagen zenders van het gekozen frequentiegebied doorlopen.Zenderlijst: met de pijltoetsen worden alle te ontvangen zenders van het gekozen frequentiebereik doorlopen. | |
| ☑ Verkeersinformatie (TP): TP-functie (verkeersinformatiefunctie) is geactiveerd ⇒ pagina 23. | |
| Geheugenlijst: alle of individuele opgeslagen zenders wissen. | |
| Alle wissen: alle opgeslagen zenders worden gewist.Om een individuele zender te wissen, de gewenste voorkeuzetoets aantippen. | |
| Zenderlogo's: zenderlogo's aan op voorkeuzetoetsen opgeslagen zenders toewijzen ⇒ pagina 20. | |
| ☑ Radiotekst: radiotekst is ingeschakeld ⇒ pagina 18. | |
| Uitgebreide instell.: instellingen voor de RDS-radio-informatiediensten. | |
| ☑ Alternatieve frequentie (AF): automatisch zendervolgsysteem via RDS is geactiveerd. Bij gedeactiveerde checkbox □ is het automatische zendervolgsysteem uitgeschakeld. De functietoets RDS regionaal is dan niet actief (grijs).□ Radio Data Systeem (RDS)a): het radiodatasysteem (RDS) is uitgeschakeld ⇒ pagina 17. Bij ge- deactiveerde checkbox □ zijn de functies verkeersinformatie (TP) en radiotekst niet beschikbaar.RDS regionaal: instelling voor automatisch zendervolgsysteem via RDS vastleggen ⇒ pagina 17. | |
| Vast: er worden alleen alternatieve frequenties van de ingestelde zender met identiek regionaal programma ingesteld.Automatisch: er wordt altijd naar de frequentie van de ingestelde zender overgeschakeld die de beste ontvangst oplevert, ook wanneer daarvoor een regionale uitzending wordt onderbroken. | |
a) Afhankelijk van land en apparaat.
Instellingen AM
- Frequentiegebied AM kiezen door op infotainmenttoets RADIO te drukken.
- OF: Functietoets Afbeelding 14 ① aantippen en frequentiegebied AM kiezen.
- Functietoets Setup aantippen om het menu Instellingen AM te openen.
Functietoets: effect
| Klank: klankinstellingen ⇒ pagina 64. | |
| Scan: scanfunctie (SCAN). Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle te ontvangen zenders van het actuele frequentiegebied elk gedurende ongeveer 5 seconden afgespeeld ⇒ pagina 22. | |
| Pijltoetsen: instelling voor pijltoetsen < en > vastleggen. De instelling wordt voor alle frequentiegebieden (FM, AM) overgenomen. | |
| [Geheugenlijst]: met de pijltoetsen worden alle opgeslagen zenders van het gekozen frequentiegebied doorlopen. | |
| [Zenderlijst]: met de pijltoetsen worden alle te ontvangen zenders van het gekozen frequentiegebied doorlopen. | |
| ☑ Verkeersinformatie (TP): TP-functie (verkeersinformatiefunctie) is geactiveerd ⇒ pagina 16. | |
| Geheugenlijst: alle of individuele opgeslagen zenders wissen. | |
| [Alle wissen]: alle opgeslagen zenders worden gewist. | |
| Om een individuele zender te wissen, de gewenste voorkeuzetoets aantippen. | |
| Zenderlogo's: zenderlogo's aan op voorkeuzetoetsen opgeslagen zenders toewijzen ⇒ pagina 20. | |
Instellingen DAB
- Frequentiegebied DAB kiezen door op de infotainmenttoets RADIO te drukken.
- OF: Functietoets Afbeelding 14 ① aantippen en frequentiegebied DAB kiezen.
- Functietoets Setup aantippen om het menu Instellingen DAB te openen.
Functietoets: effect
| Klank: klankinstellingen ⇒ pagina 64. | |
| Scan: scanfunctie (SCAN). Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle te ontvangen zenders van het actuele frequentiegebied elk gedurende ongeveer 5 seconden afgespeeld ⇒ pagina 22. | |
| Pijltoetsen: instelling voor pijltoetsen < en > vastleggen. De instelling wordt voor alle frequentiegebieden (FM, AM) overgenomen. | |
| [Geheugenlijst]: met de pijltoetsen worden alle opgeslagen zenders van het gekozen frequentiegebied doorlopen. | |
| [Zenderlijst]: met de pijltoetsen worden alle te ontvangen zenders van het gekozen frequentiegebied doorlopen. | |
| ✓ Verkeersinformatie (TP): TP-functie (verkeersinformatiefunctie) is geactiveerd ⇒ pagina 16. | |
| Geheugenlijst: alle of individuele opgeslagen zenders wissen. | |
| [Alle wissen]: alle opgeslagen zenders worden gewist. | |
| Om een individuele zender te wissen, de gewenste voorkeuzetoets aantippen. | |
| Zenderlogo's: zenderlogo's aan op voorkeuzetoetsen opgeslagen zenders toewijzen ⇒ pagina 20. | |
| ✓ Radiotekst: radiotekst (RDS) is ingeschakeld ⇒ pagina 18. | |
| Uitgebreide instell.: instellingen voor de DAB-diensten. | |
| [✓ DAB-verkeersberichten]: DAB-verkeersberichten worden net zoals TP-verkeersberichten in elke functie weergegeven. | |
Functietoets: effect
☑ Andere DAB-berichten: DAB-berichten (nieuws, sport, weer, waarschuwingen, enz.) worden in de actuele DAB-radiofunctie weergegeven.
☑ DAB - DAB programmavervolging: het automatische zendervolgsysteem binnen het DAB-frequentiegebied is ingeschakeld.
☑ Automatisch omschakelen DAB - FM): het automatische zendervolgsysteem mag naar het FM-frequentiegebied schakelen.
☑ L-band: L-band is ingeschakeld (zenderfrequenties met kleine reikwijdte, voor lokale ontvangst).
Mediafunctie

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Eisen aan opslagmedia en bestanden ..... 27
Afspeelvolgorde van bestanden en mappen . 29
Hoofdmenu 'Media' 29
Andere mediabron kiezen 31
Cd plaatsen of verwijderen 31
Geheugenkaart plaatsen of verwijderen ..... 32
Extern opslagmedium op usb 33
Externe audiobron op multimediasus AUX-IN 34
Andere titel kiezen in het hoofdmenu 'Media'. 38
Titelkeuze vanuit de afspeellijst 38
Instellingen media 39
Met "mediabronnen" worden hierna bronnen aangeduid die op verschillende opslagmedia (bv. cd, geheugenkaart, externe mp3-speler) audiobestanden bevatten. Deze audiobestanden kunnen via de overeenkomstige spelers of audio-ingangen van het infotainmentsysteem worden afgespeeld (interne cd-wisselaar, geheugenkaartopening, multime-diabus AUX-IN etc.).
Auteursrecht
De op de opslagmedia opgeslagen audio- en videobestanden worden in de regel beschermd door het auteursrecht volgens de daarvoor geldende internationale en nationale bepalingen. De wettelijke bepalingen opvolgen!
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
- Veiligheidsaanwijzingen ⚠️ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6 - Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
MPEG-4 HE-AAC audiocoderingstechnologie en patenten zijn eigendom van Fraunhofer IIS.
Dit product wordt door bepaalde bedrijfsmatige octrooi- en auteursrechten van de Microsoft Corporation beschermd. Het gebruik of de verkoop van dergelijke technologie buiten dit product zonder licentie van Microsoft of een Microsoft vertegenwoordiging is verboden.
Eisen aan opslagmedia en bestanden

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 27 en volg deze op.
Af fabriek ingebouwde cd-spelers voldoen aan veiligheidsklasse 1 volgens DIN IEC 76 (CO) 6/ VDE 0837.
In het apparaat mogen alleen 12 cm standaard-cd's en geheugenkaarten met een fysieke grootte van 32 mm x 24 mm x 2,1 mm of 1,4 mm worden geschoven.
De opgesomde afspeelbare bestandsformaten worden hierna samenvattend als "audiobestanden" aangeduid. Een cd met zulke audiobestanden wordt "audiogegevens-cd" genoemd.
| Mediabron | Voorwaarden voor het afspelen |
| © Audio-cd's (tot 80 min). | – Cd-digital-audiospecificatie. |
| © Cd-rom-, cd-r-, cd-rw-audiogegevens-cd tot max. 700 MB (megabyte) volgens bestandssysteem ISO 9660 Level 1 en 2, Joliet of UDF 1.02, 1.5, 2.01. | – Mp3-bestanden (.mp3) met bitrates van 32 tot 320 kbit/s of variabele bitrate.– WMA-bestanden (.wma) tot 9.2 mono/stereo zonder kopieer-beveiliging.– AAC-bestanden (.m4a, .m4b, .mp4, .aac).– Afspeellijsten in de formats M3U, PLS, ASX en WPL.– Afspeellijsten niet groter dan 20 kB en met niet meer dan 1000 vermeldingen.– Bestandsnaam en padaanduidingen niet langer dan 256 tekens.– maximaal 4 partities. |
| Sd- en MMC-geheugenkaarten vol-gens bestandssysteem FAT12, FAT16, FAT32 of VFAT tot max. 2 GB (gigabyte) en SDHC-geheugenkaarten tot max. 32 GB en SDXC-geheugenkaarten tot max. 2 TB (terabyte). | |
| Weergave van audiobestanden via Bluetooth®a). | – De externe mediaplayer moet het A2DP-Bluetooth®-profiel ondersteunen ⇒ pagina 37. |
| MEDIA-IN extern opslagmedium. | – Compatibel met multimedia-interface MEDIA-IN ⇒ pagina 35. |
a) Bluetooth® is een geregistreerd merk van Bluetooth® SIG, Inc.
Eisen voor de werking van externe opslagmedia via de multimedia-interface MEDIA-IN ⇒ pagina 35.
Beperkingen en aanwijzingen
Verontreinigingen, hoge temperaturen en mechanische beschadigingen kunnen een opslagmedium onbruikbaar maken. Let op de aanwijzingen van de fabrikant van het opslagmedium.
Kwaliteitsverschillen tussen opslagmedia van verschillende fabrikanten kunnen bij de weergave storingen veroorzaken.
Houd rekening met de wettelijke bepalingen ten aanzien van het auteursrecht!
De configuratie van een opslagmedium of voor de opname gebruikte apparaten en programma's kunnen ertoe leiden dat afzonderlijke titels of het opslagmedium niet leesbaar zijn. Informatie over hoe audiobestanden en opslagmedia het beste kunnen worden vervaardigd (compressierates, ID3-tag etc.), vindt u bijvoorbeeld op internet.
Afhankelijk van de grootte, de gebruikstoestand (kopieer- en wishandelingen), de mapstructuur en het bestandstype van het gebruikte opslagmedium kan de inleestijd sterk wisselen.
Afspeellijsten leggen alleen een bepaalde af- speelvolgorde vast. In afspeellijsten zijn geen be- standen opgeslagen. Afspeellijsten worden niet af- gespeeld, als de bestanden op het opslagmedium niet daar zijn opgeslagen, waar de afspeellijst naartoe verwijst (relatieve padaanduidingen).
i Geen geheugenkaartadapters gebruiken.
De navigatiegeheugenkaart is niet als geheugen voor andere bestanden bruikbaar, opgeslagen bestanden worden niet herkend door het infotainmentsysteem.
Voor beschadigde of verloren gegane be- standen op de opslagmedia kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld.
Afspeelvolgorde van bestanden en mappen

flowchart
graph TD
A["CD"] --> B["F1"]
A --> C["F2"]
B --> D["①"]
B --> E["②"]
B --> F["③"]
B --> G["④"]
B --> H["⑤"]
C --> I["⑥"]
C --> J["⑦"]
C --> K["⑧"]
C --> L["⑨"]
Afbeelding 16 Mogelijke structuur van een audio- gegevens-cd

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 27 en volg deze op.
Vaak zijn de audiobestanden □ op een opslagmedium ingedeeld in mappen □ en afspeellijsten ⚫ om zo een bepaalde afspeelvolgorde vast te leggen.
Titels, mappen en afspeellijsten zijn in overstemming met hun naam op het opslagmedium numeriek en alfabetisch gesorteerd.
De afbeelding toont als voorbeeld een typische audiogegevens-cd, die titels □, mappen □ en submappen bevat ⇒ Afbeelding 16.
De titels worden bijgevolg als volgt afgespeeld ^1) :
- Titel ① en ② in de hoofddirectory (root) van de cd
- Titel ③ en ④ in de eerste map F1 van de hoofddirectory van de cd
- Titel ⑤ in de eerste submap F1.1 van de map F1
- Titel ⑥ in de eerste submap F1.1.1 van de submap F1.1
- Titel ⑦ in de tweede submap F1.2 van de map F1
- Titel ⑧ en ⑨ in de tweede map F2
De afspeelvolgorde kan door de keuze van verschillende afspeelmogelijkheden worden gewijzigd ⇒ pagina 30.
Afspeellijsten worden niet automatisch afgespeeld, maar moeten via het menu voor de keuze van een titel gericht worden gekozen ⇒ pagina 38.
Hoofdmenu 'Media'

Afbeelding 17 Hoofdmenu MEDIA

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 27 en volg deze op.
Via het hoofdmenu Media kunnen verschillende mediabronnen worden gekozen en weergegeven.
- Infotainmenttoets MEDIA indrukken om het hoofdmenu Media te openen ⇒ Afbeelding 17.
Het afspelen van de laatst afgespeelde mediabron wordt op de plaats waar het afspelen was gestopt weer voortgezet.
Welke mediabron actueel wordt afgespeeld staat linksonder in de functietoets weergegeven ①.
Als geen mediabron kan worden gekozen, wordt dit in het hoofdmenu Media weergegeven.
Functietoetsen in het hoofdmenu 'Media'
| Functietoets | Effect |
| 1 | Geeft de actueel gekozen mediabron weer. Aantippen om een andere mediabron te kiezen ⇒ pagina 31.◎CD: interne cd-speler ⇒ pagina 31.□Sd-kaart 1, □Sd-kaart 2: Sd-geheugenkaart ⇒ pagina 32.USB: extern opslagmedium op usb ⇒ pagina 33.AUX: externe audiobron op de multimediabus AUX-IN ⇒ pagina 34.MEDIA-IN: Media-In ⇒ pagina 35.In plaats vanMEDIA-INkan, afhankelijk van de aangesloten mediabron,USB,AUXof iPodworden weergegeven.◎BT-audio: Bluetooth®-audio ⇒ pagina 37. |
| Selectie ≈ | Opent de afspeellijst ⇒ pagina 38. |
| < resp. > | Andere titel kiezen tijdens mediafunctie ⇒ pagina 38 |
| || | Weergave wordt gestopt. Functietoets■verandert in▷⇒ pagina 38. |
| ▷ | Weergave wordt vervolgd. Functietoets▷verandert in||⇒ pagina 38. |
| Setup ≈ | Opent het menuInstellingen media ⇒ pagina 39. |
| ◎ | Alle titels herhalen.Alle titels op hetzelfde geheugenniveau als de actueel afgespeelde titel worden her-haald. Als in het menuInstellingen media☑Mix/repeat incl. submappenis geacti-veerd, worden ook submappen meegenomen ⇒ pagina 39. |
| ◎ | Actuele titel herhalen. |
| > | Afspelen in willekeurige volgorde.Alle titels op hetzelfde geheugenniveau als de actueel afgespeelde titel worden meegenomen. Als in het menuInstellingen media☑Mix/repeat incl. submappenis geactiveerd, worden ook submappen meegenomen ⇒ pagina 39. |
| SCAN | Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle titels van de actuele afspeellijst elk gedu-rende ongeveer 10 seconden afgespeeld.De functietoets is alleen zichtbaar tijdens de scanfunctie. Om de scanfunctie te starten, op stelknop ⇒ Afbeelding 14drukken of de afspeellijst Selectie ≈ openen en functietoets SCANaantippen. |
Weergaven en symbolen in het hoofdmenu 'Media'
| Weergave | Betekenis |
| A | Weergave van titelinformatie (cd-tekst, ID3-tag voor mp3-bestanden).Audio-cd's: weergave van Titel en titelnummer, overeenkomstig de volgorde op het opslagmedium.Audiobestanden: weergave van artiestennaam, albumnaam en titelnaam. |
| B | Weergave van de albumcover, als deze beschikbaar is op het opslagmedium. |
| C | Afspeeltijd van de titel en resterende afspeeltijd in minuten en seconden. Bij audio-bestanden met variabele bitrate (VBR) kan de weergegeven speeltijd afwijken. |
| RDS Off^a) | Radio-informatiedienst RDS is uitgeschakeld. RDS kan in het menu Instellingen FM worden ingeschakeld ⇒ pagina 16. |
| TP | TP is ingeschakeld en kan worden ontvangen ⇒ pagina 16. |
| No TP | Er wordt geen verkeersinformatiezender ontvangen. |
| Geen DAB-ontvangst mogelijk. |
a) Afhankelijk van land en apparaat.
Andere mediabron kiezen

Afbeelding 18 Hoofdmenu MEDIA
- In het hoofdmenu Media infotainmenttoets MEDIA meerdere keren indrukken om de beschikbare mediabronnen achtereenvolgens te doorlopen.
- OF: In het hoofdmenu Media functietoets Afbeelding 18 ① aantippen en de gewenste mediabron kiezen.
In het pop-upvenster zijn momenteel niet beschikbare mediabronnen inactief (grijs) weergegeven.
Als een voorheen beluisterde mediabron opnieuw wordt gekozen, wordt de weergave vervolgd op de plek waar deze is gestopt.

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de in-
leiding op pagina 27 en volg deze op.
Optioneel beschikbare mediabronnen
Functietoets: mediabron
| CD: interne cd-speler ⇒ pagina 31. |
| Sd-kaart 1, Sd-kaart 2: Sd-geheugenkaart ⇒ pagina 32. |
| USB: extern opslagmedium op usb ⇒ pagina 33. |
| AUX: externe audiobron op de multimediabus AUX-IN ⇒ pagina 34. |
| MEDIA-IN: Media-In ⇒ pagina 35. |
| In plaats van MEDIA-IN kan, afhankelijk van de aangesloten mediabron, USB, AUX of iPod worden weer-gegeven. |
| BT-audio: Bluetooth®-audio ⇒ pagina 37. |

U kunt ook een andere mediabron kiezen in de weergave Afspeellijst ⇒ pagina 38.
Cd plaatsen of verwijderen

Afbeelding 19 Opslagmediumopeningen in het dashboardkastje

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de in-
leiding op pagina 27 en volg deze op.
Tijdens het rijden zou de bestuurder het apparaat niet moeten bedienen. Opslagmedium voor het begin van de rit plaatsen of verwisselen!
De cd-speler kan zowel audio-cd's als audiodata-cd's afspelen.
Cd plaatsen
- Cd met de zijde met tekst naar boven houden.
- De cd altijd slechts zo ver in de cd-opening Afbeelding 19 ② schuiven, dat deze automatisch naar binnen wordt getrokken.
- Het afspelen begint na het plaatsen automatisch.
Cd verwijderen
Bij cabriolets moet afhankelijk van het land voor het verwijderen van de cd, de sleutel in het contact zitten (diefstalbeveiliging).
• Toets △① indrukken.
- De geplaatste cd wordt uit het apparaat geschoven en moet binnen 10 seconden worden verwijderd.
Als de cd niet binnen ca. 10 seconden wordt verwijderd, wordt deze om veiligheidsredenen weer in de speler geschoven zonder dat naar de cd-functie wordt geschakeld.
Cd niet leesbaar of defect
Als de gegevens op een geplaatste cd niet kunnen worden gelezen of de cd defect is, wordt er een overeenkomstige aanwijzing op het beeldscherm weergegeven.
Afhankelijk van het apparaat wordt een niet-leesbare cd automatisch driemaal kort eruit geschoven en weer naar binnen getrokken om 3 nieuwe leespogingen te starten, voordat de aanwijzing wordt weergegeven.
i Op een slecht wegdek en bij heftige trillingen kan de speler bij het afspelen overslaan.
Als de binnentemperatuur in het apparaat te hoog is, worden geen cd's meer geaccepteerd of afgespeeld.
Als na het plaatsen van verschillende cd's steeds een cd-spelerstoring wordt weergegeven, een specialist raadplegen.
Geheugenkaart plaatsen of verwijderen

Afbeelding 20 Opslagmediumopeningen in het dashboardkastje

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 27 en volg deze op.
Tijdens het rijden zou de bestuurder het apparaat niet moeten bedienen. Opslagmedium voor het begin van de rit plaatsen of verwisselen!
Er worden alleen afspeelbare audiobestanden weergegeven en afgespeeld. Andere bestanden worden genegeerd.
Geheugenkaart plaatsen
Een compatibele geheugenkaart met de afgesneden hoek eerst en met het opschrift naar boven (contacten naar beneden) in een van beide geheugenkaartopeningen Afbeelding 20 ③ schuiven, tot deze vastklikt.
Als een geheugenkaart niet erin kan worden geschoven, de inschuifpositie en geheugenkaart controleren.
De geluidsweergave begint automatisch, als er audiobestanden op de geheugenkaart zijn opgeslagen en deze leesbaar zijn.
Geheugenkaart verwijderen
De geplaatste geheugenkaart moet op het verwijderen worden voorbereid.
- Op de infotainmenttoets MENU drukken, aan-sluitend Setup aantippen om het menu Systeem-instellingen te openen.
- Functietoets Sd-kaart 1 veilig verwijderen resp. Sd-kaart 2 veilig verwijderen aantippen. Nadat de geheugenkaart met succes door het systeem is afgemeld, wordt de functietoets grijs.
- Op de geplaatste geheugenkaart drukken. De geheugenkaart "springt" in de verwijderpositie.
- Geheugenkaart verwijderen.
Geheugenkaart niet leesbaar
Als er een geheugenkaart wordt geplaatst waarop bestanden staan die niet gelezen kunnen worden, wordt na het laden naar de functie van de geheugenkaart omgeschakeld.
De volgende aanwijzing verschijnt: Geen af- speelbare bestanden beschikbaar.
De navigatiegeheugenkaart is niet als geheugen voor andere bestanden bruikbaar, opgeslagen bestanden worden niet herkend door het infotainmentsysteem.
Extern opslagmedium op usb

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inop pagina 27 en volg deze op.
Afhankelijk van het land en de uitrusting kan zich ook een usb-aansluiting ← in de wagen bevinden → brochure Instructieboekje.
Indien in plaats daarvan een multimedia-interface MEDIA-IN in de wagen zit, moet voor het aansluiten van het externe opslagmedium een adapterkabel worden gebruikt ⇒ pagina 35.
Er worden alleen afspeelbare audiobestanden weergegeven en afgespeeld. Andere bestanden worden genegeerd.
De geluidsweergave begint automatisch, als er audiobestanden op het opslagmedium zijn opgeslagen en deze leesbaar zijn.
Het verbonden opslagmedium moet vóór het verbreken van de verbinding op het verwijderen worden voorbereid.
- Op de infotainmenttoets MENU drukken, aansluitend Setup aantippen om het menu Systeeminstellingen te openen.
- Functietoets Usb-opslagmedium veilig verwijderen aantippen. Nadat het opslagmedium met succes door het systeem is afgemeld, wordt de functietoets grijs.
- De verbinding met het opslagmedium kan worden verbroken.
Opslagmedium niet leesbaar
Bij het verbinden van een opslagmedium waarvan de gegevens niet gelezen kunnen worden, verschijnt de aanwijzing Geen afspeelbare bestanden beschikbaar.

Lees en neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het externe opslagmedium in

Afbeelding 21 Hoofdmenu MEDIA

Afbeelding 22 Mediafunctie: Externe audiobron op AUX-IN.

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ▲ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 27 en volg deze op.
Afhankelijk van het land en de uitrusting kan zich ook een AUX-IN-bus ⇌ in de wagen bevinden ⇒ brochure Instructieboekje.
Om de externe audiobron aan te sluiten deze via een geschikte aansluitkabel met 3,5 mm jackplugsteker met de AUX-IN-bus verbinden.
Indien in plaats daarvan een multimedia-interface MEDIA-IN in de wagen zit, moet voor het aansluiten van de externe audiobron via de 3,5 mm jackplugsteker een adapterkabel worden gebruikt ⇒ pagina 35.
De aangesloten externe audiobron wordt via de wagenluidsprekers weergegeven en kan niet via het infotainmentsysteem worden bediend.
Een aangesloten externe audiobron wordt met AUX op het beeldscherm weergegeven ⇒ Afbeelding 22.
Externe audiobron op multimediabus AUX-IN aansluiten
- Basisvolume van het infotainmentsysteem verlagen.
- Externe audiobron op multimediabus AUX-IN aansluiten.
- Geluidsweergave van de externe audiobron starten.
- In het hoofdmenu Media de functietoets ⇒ Afbeelding 21 ① aantippen en AUX kiezen.
Het volume van de externe audiobron moet aan het volume van de andere audiobronnen worden aangepast ⇒ pagina 64.
Bijzonderheden bij het gebruik van een externe audiobron via de multimediabus AUX-IN
| Handeling | Effect |
| Keuze van een andere audiobron op het infotainmentsysteem. | Externe audiobron gaat op de achtergrond verder. |
| Weergave van de externe audiobron beëindigen. | Het infotainmentsysteem blijft in het menu AUX. |
| Steker van de multimediabus AUX-IN lostrekken. | Het infotainmentsysteem wisselt naar de weergave van de laatst afgespeelde audiobron. |

Lees en neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de externe audiobron in acht.

Als de externe audiobron op het 12 volt stopcontact van de wagen is aangesloten, kan dit nde geluiden veroorzaken.
△

Afbeelding 23 Multimedia-interface MEDIA-IN

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 27 en volg deze op.
Afhankelijk van het land en de uitrusting kan zich ook een multimedia-interface MEDIA-IN in de wagen bevinden ⇒ brochure Instructieboekje.
Audiobestanden op een op de multimedia-interface MEDIA-IN aangesloten extern opslagmedium kunnen via het infotainmentsysteem worden afgespeeld en bediend.
Met externe opslagmedia worden in dit instructieboekje USB-opslagmedia bedoeld, die afspeelbare bestanden bevatten, zoals bijvoorbeeld, mp3-spelers, iPods™ en USB-sticks.
Via de multimedia-interface MEDIA-IN wordt een voor USB gebruikelijke spanning van 5 volt beschikbaar gesteld.
Adapter voor het aansluiten van een opslagmedium
Een extern opslagmedium wordt met een adapter op de multimedia-interface MEDIA-IN aangesloten.
Een adapter zit in de leveringsomvang. Meer adapters zijn verkrijgbaar bij uw Volkswagen Partner.
Geen geheugenkaartadapters, USB-verlengsnoeren of USB-hubs (USB-verdelers) gebruiken!
Eisen
Opslagmedia die kunnen worden aangesloten
| Opslagmedium gespecificeerd volgens USB 2.0. |
| Opslagmedium in het FAT-bestandssysteem FAT16 (< 2 GB) resp. FAT32 (> 2 GB). |
| iPodsTMa) en iPhonesTMa) van verschillende generaties. |
| MTP-speler met het "PlaysForSure"- of "Ready-ForVista"-merkteken. |
Lees de gebruiksaanwijzing van het externe opslagmedium en neem deze in acht.
a) iPod™ en iPhone™ zijn beschermde handelsmerken van Apple Inc.
Aanwijzingen en beperkingen
Op het infotainmentsysteem kunnen alleen via de multimedia-interface MEDIA-IN leesbare audiobestanden worden weergegeven, afgespeeld en bediend.
Bij MTP-spelers kan het – afhankelijk van de batterijstatus en de hoeveelheid gegevens – enkele minuten duren, tot deze speelklaar zijn.
Externe harde schijven met een hogere capaciteit dan 32 GB moeten onder bepaalde omstandigheden als FAT32 worden geformatteerd. Programma's en aanwijzingen hiervoor zijn bijvoorbeeld te vinden op internet.
Leesbare bestanden en formaten
| - Audiobestanden in het format mp3, WMA en AAC. |
| - Afspeellijsten in de formats M3U, PLS, ASX en WPL. |
Bij opslagmedia die in meerdere partities zijn onderverdeeld, wordt alleen de eerste partitie herkend.
Overige beperkingen en aanwijzingen met betrekking tot de eisen aan mediabronnen in acht nemen → pagina 27.
Extern opslagmedium aansluiten of losmaken
- Passende adapter op de multimedia-interface MEDIA-IN aansluiten pagina 35.
- Extern opslagmedium via de adapter met de multimedia-interface MEDIA-IN verbinden.
- Extern opslagmedium zo nodig inschakelen resp. juiste gegevensmodus kiezen.
Onafhankelijk van eventuele andere informatie kan het externe opslagmedium op elk moment zonder gegevensverlies van de multimedia-interface MEDIA-IN worden losgetrokken.
Let er bij lostrekken van een iPod™ of iPhone™ van de adapterkabel op, dat beide ontgrendelingen op de smalle zijkanten van de iPod™-steker gelijk-tijdig worden ingedrukt.
Bediening via het infotainmentsysteem
Een correct op de multimedia-interface MEDIA-IN aangesloten extern opslagmedium kan via het info-tainmentsysteem worden bediend.
- In het hoofdmenu Media de functietoets ⇒ Afbeelding 24 ① aantippen en MEDIA-IN kiezen.
Verdere bediening van het externe opslagmedium (andere titel kiezen, titelkeuze en afspeelmodi oproepen) geschiedt zoals staat beschreven in de betreffende hoofdstukken ⇒ pagina 27.
iPod™ en iPhone™
Bij een aangesloten iPod™ of iPhone™ worden op het bovenste keuzeniveau de iPod-specifieke lijstweergaven (☐ Afspeellijsten, ☐ Artiesten, ☐ Albums, ☐ Titels, ☐ Podcasts etc.) getoond.
De muziekbediening op de aangesloten iPod™ of iPhone™ is daarbij geblokkeerd.
Het afspeelvolume van sommige iPods™ of iPhones™ kan aan het volume van de andere audio-bronnen worden aangepast ⇒ pagina 27.
Vanaf een iPod™ of iPhone™ kunnen geen be- standen worden geïmporteerd.
Mogelijke storingmeldingen na aansluiten van een extern opslagmedium
| Foutmelding | Oorzaak | Handelwijze |
| Apparaat wordt niet ondersteund | Weergave van het externe opslagmedium of communicatie via de gebruikte adapterkabel is niet mogelijk. | Adapterkabel controleren.Software van de multimedia-interface MEDIA-IN via uw Volkswagen Partner la- ten updaten.Indien mogelijk, de software van het ex- terne opslagmedium updaten. |
| Apparaat werkt niet | Communicatie is gestoord. | Verbinding en paraatheid van het exter- ne opslagmedium controleren. |
Vanwege het grote aantal verschillende opslagmedia en verschillende iPod™- en iPhone™-generaties kan niet worden gegarandeerd, dat alle beschreven functies storingvrij uitvoerbaar zijn.
LET OP
De gebruikte adapterkabel mag niet ingeklemd of scherp verbogen zijn. Dit kan de adapterkabel beschadigen en uitval van functies veroorzaken.
Externe mediaspelers niet tegelijkertijd voor het afspelen van muziek via Bluetooth® en via de multimedia-interface MEDIA-IN met het info-tainmentsysteem verbinden, omdat dit tot beper-kingen bij het beluisteren kan leiden.

Afbeelding 24 Hoofdmenu MEDIA

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 27 en volg deze op.
In de Bluetooth®-audiofunctie kunnen audiobestanden, die op een via Bluetooth® verbonden Bluetooth®-audiobron (bv. mobiele telefoon) worden afgespeeld, via de wagenluidsprekers worden weergegeven (Bluetooth®-audioweergave).
Voorwaarden:
- De externe Bluetooth®-audiobron moet het A2DP-Bluetooth®-profiel ondersteunen.
- In het menu Instellingen Bluetooth moet de functie Bluetooth-audio (A2DP/AVRCP) zijn geactiveerd pagina 61.
Bluetooth®-audioweergave starten
- Bluetooth®-zichtbaarheid op de externe Bluetooth®-audiobron (bv. mobiele telefoon) inschakelen.
- Basisvolume van het infotainmentsysteem verlagen.
• Infotainmenttoets MEDIA indrukken. - Functietoets ⇒ Afbeelding 24 ① aantippen en BT-audio kiezen.
-
Nieuw apparaat zoeken aantippen om een externe Bluetooth®-audiobron voor de eerste keer te verbinden.
-
OF: Een externe Bluetooth®-audiobron uit de lijst kiezen.
- De aanwijzingen over de overige handelingen op het beeldscherm van het infotainmentsysteem en op het display van de Bluetooth®-audiobron opvolgen.
Eventueel moet de weergave op de Bluetooth®-audiobron nog handmatig worden gestart.
Als het afspelen op de Bluetooth®-audiobron wordt beëindigd, blijft het infotainmentsysteem in de Bluetooth®-audiofunctie.
Weergave bedienen
In hoeverre de Bluetooth®-audiobron via het info-tainmentsysteem kan worden bediend, is afhankelijk van de verbonden Bluetooth®-audiobron.
Bij sommige mediaspelers die het AVRCP-Bluetooth®-profiel ondersteunen, wordt de weergave van de Bluetooth®-audiobron automatisch gestart of gestopt, als naar de Bluetooth®-audiofunctie of naar een andere audiobron wordt gewisseld. Bovendien kan het mogelijk zijn de titel weer te geven of een andere titel te kiezen via het infotainment-systeem.

Vanwege het grote aantal verschillende Bluetooth®-audiobronnen kan niet worden gega- eerd, dat alle beschreven functies storingvrij erbaar zijn.

Op de verbonden Bluetooth®-audiobron moeten de waarschuwings- en servicetonen (bv. tonen op de mobiele telefoon) altijd worden schakeld, om storinggeluiden en storingen in erking te voorkomen.

Externe mediaspelers niet tegelijkertijd voor het afspelen van muziek via Bluetooth® en de multimedia-interface MEDIA-IN ⇒ pagina 35 het infotainmentsysteem verbinden, omdat dit eperkingen bij het beluisteren kan leiden.
Andere titel kiezen in het hoofdmenu 'Media'

Afbeelding 25 Hoofdmenu MEDIA
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 27 en volg deze op.
De titels van de beluisterde mediabron kunnen met de pijltoetsen achter elkaar worden doorlopen.
Met de pijltoetsen kan niet naar de weergave vanuit een afspeellijst worden gewisseld. De geluids-weergave vanuit een afspeellijst moet handmatig via het menu voor de keuze van een titel worden gestart ⇒ pagina 38.
Bediening via hoofdmenu 'Media'
| Handeling | Effect |
| Functietoets ◀ eenmaal kort aantippen. | Naar het begin van de actuele titel. Als de looptijd van de titel minder dan 3 seconden bedraagt, wordt naar het begin van de voorgaande titel gewisseld. |
| Functietoets ◀ tweemaal kort achter elkaar aan- tippen. | Naar het begin van de vorige titel. Van de eerste titel wordt naar de laatste titel van het afgespeelde op- slagmedium gewisseld. |
| Functietoets ▶ eenmaal kort aantippen. | Naar de volgende titel. Van de laatste titel wordt weer naar de eerste titel van het afgespeelde opslagmedi- um gewisseld. |
| Functietoets ◀ ingedrukt houden. | Snel achteruit. |
| Functietoets ▶ ingedrukt houden. | Snel vooruit. |
| Functietoets ⚪ eenmaal kort aantippen. | Weergave wordt gestopt. Functietoets ⚪ verandert in ▶. |
| Functietoets ▶ eenmaal kort aantippen. | Weergave wordt vervolgd. Functietoets ▶ verandert in ⚪. |
Titelkeuze vanuit de afspeellijst

Afbeelding 26 Mediafunctie: Afspeellijst van een mediabron
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 27 en volg deze op.
Afspeellijst openen
- In het hoofdmenu Media de functietoets Selectie J≡ aantippen ⇒ Afbeelding 25, om de af-speellijst te openen. De actueel beluisterde titel is gemarkeerd ⇒ Afbeelding 26.
- Afspeellijst doorzoeken en gewenste titel aan- tippen.
Als titelinformatie beschikbaar is, worden titelnamen in plaats van Titel + nr. weergegeven.
Overzicht van functietoetsen in de afspeellijst
Functietoets: effect
: opent het menu Bronnen. Een andere mediabron kiezen door deze aan te tippen.
(A): geeft de actueel gekozen mediabron weer. Aantippen om naar de mediabron te wisselen.
CD: interne cd-speler ⇒ pagina 31.
Sd-kaart 1, Sd-kaart 2: Sd-geheugenkaart ⇒ pagina 32.
MEDIA-IN: externe audiobron op multimedia-interface MEDIA-IN ⇒ pagina 35.
BT-audio: externe mediaspeler via Bluetooth® aangesloten ⇒ pagina 37.
☐: functietoets aantippen om de bovenliggende map van de mediabron te openen.
▷: start de geluidsweergave bij de eerste titel.
: alle titels herhalen.
Alle titels op hetzelfde geheugenniveau als de actueel afgespeelde titel worden herhaald. Als in het menu Instellingen media ☑ Mix/repeat incl. submappen is geactiveerd, worden ook submappen meegenomen ⇒ pagina 39.
: actuele titel herhalen.
: Afspelen in willekeurige volgorde.
Alle titels op hetzelfde geheugenniveau als de actueel afgespeelde titel worden meegenomen. Als in het menu Instellingen media ☑ Mix/repeat incl. submappen is geactiveerd, worden ook submappen meege-nomen ⇒ pagina 39.
SCAN: bij ingeschakelde scanfunctie worden alle titels van de actuele afspeellijst elk gedurende ongeveer 10 seconden afgespeeld.
☒: afspeellijst sluiten.
i Titels, mappen en afspeellijsten kunnen ook door verdraaien van de stelknop gemarkeerd, en door te drukken opgeroepen resp. geopend worden.
Instellingen media

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 27 en volg deze op.
Instellingen media
- Hoofdmenu Media kiezen door op de infotainmenttoets [MEDIA] te drukken.
- Functietoets Setup aantippen om het menu Instellingen media te openen.
Functietoets: effect
Klank: klankinstellingen ⇒ pagina 64.
☑ Mix/Repeat inclusief submappen: submappen worden in de gekozen afspeelmodus meegenomen ⇒ pagina 29.
Bluetooth: instellingen Bluetooth® ⇒ pagina 62.
☑ Verkeersinformatie (TP): TP-functie (verkeersinformatiefunctie) is geactiveerd ⇒ pagina 16.
Navigatie
Navigatie inleiding en bediening
Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Aanwijzingen voor navigatie 40
Navigatiebestanden van een geheugenkaart actualiseren en gebruiken 41
Hoofdmenu 'Navigatie' 41
Nieuw reisdoel (reisdoelingave) 42
Na het starten van de routegeleiding 43
Route 44
Mijn reisdoelen (reisdoelgeheugen) 45
Bijzondere reisdoelen 46
Weergave 47
Splitscreen 47
Kaartweergave 48
TMC-verkeersmeldingen en dynamische routegeleiding (TRAFFIC) 48
vCards (digitale visitekaartjes) importeren ... 49
Verkeerstekenweergave 49
Routegeleiding in de demomodus 50
Navigatie-instellingen 50
Algemene informatie
Via het satellietsysteem gps (Global Positioning System) wordt de actuele positie van de wagen bepaald. Sensoren in de wagen meten de afgelegde weg. Met het opgeslagen, gedetailleerde kaartmateriaal en aan de hand van de opgeslagen we-
geninformatie worden alle meetwaarden geanalyseerd. Zo nodig worden verkeersmeldingen in de routeberekening geïntegreerd (dynamische routegeleiding ⇒ pagina 48). Met alle beschikbare gegevens berekent het navigatiesysteem een optimale route naar het reisdoel.
Als reisdoel kan een adres of een bijzonder reisdoel, bv. tankstation of hotel, ingevoerd worden.
Gesproken navigatiemeldingen en grafische weergaven op het navigatieapparaat en in het instrumentenpaneel leiden u naar het reisdoel.
Afhankelijk van het land kunnen enkele functies van het infotainmentsysteem vanaf een bepaalde snelheid niet meer via het beeldscherm worden gekozen. Dit is geen onjuiste werking, maar een gevolg van de wettelijke voorschriften van het land.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
- Veiligheidsaanwijzingen ⚠ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6 - Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
• Nieuw reisdoel (reisdoelingave) ⇒ pagina 42 - Mijn reisdoelen (reisdoelgeheugen) ⇒ pagina 45
Aanwijzingen voor navigatie

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
Als het navigatiesysteem geen gegevens van GPS-satellieten kan ontvangen (dicht bladerdak, parkeergarage), is navigatie via de wagensensoren nog wel mogelijk.
Mogelijke beperkingen bij de navigatie
In gebieden die niet of onvolledig gedigitaliseerd op het opslagmedium beschikbaar zijn (bv. eenrichtingswegen en wegen die onvoldoende geregistreerd zijn), wordt door het navigatiesysteem eveneens geprobeerd een routegeleiding mogelijk te maken.
Bij ontbrekende of onvolledige navigatiegegevens kan de wagenpositie mogelijkkerwijs niet precies bepaald worden. Dit kan ertoe leiden, dat de navigatie niet zo nauwkeurig is als u gewend bent.
Navigatiegebied en actualiteit van navigatiebestanden
De wegen veranderen voortdurend (bv. nieuwe straten, wijziging van straatnamen en huisnummers). Hierdoor kan het gedurende de routegeleiding leiden tot storingen of onnauwkeurigheden als de navigatiebestanden niet actueel zijn.
Volkswagen adviseert de navigatiebestanden regelmatig te actualiseren. Actuele navigatiebestanden zijn verkrijgbaar als download via de "Volkswagen Portal" of bij uw Volkswagen Partner.
Navigatiebestanden van een geheugenkaart actualiseren en gebruiken

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
Voor het infotainmentsysteem zijn altijd de actueel voor dit apparaat geldende navigatiebestanden nodig om alle functies volledig te kunnen gebruiken. Als een oudere navigatiebestandsversie wordt gebruikt, kan de werking van het navigatiesysteem worden beïnvloed.
Navigatiebestanden actualiseren
Actuele navigatiebestanden kunnen op internet via de "Volkswagen Portal" worden gedownload en op een compatibele geheugenkaart worden opgeslagen.
Geschikte geheugenkaarten zijn bij de Volkswagen Partner verkrijgbaar.
Een beschrijving van de handelwijze is te vinden op internet via de Volkswagen Portal.
Navigatiebestanden gebruiken
- Geheugenkaart met de opgeslagen navigatiebestanden plaatsen ⇒ pagina 27.
- Geheugenkaart tijdens de controle niet verwijderen. Wachten tot de controleweergave verdwijnt.
Als de geplaatste geheugenkaart geldige navigatiebestanden bevat, verschijnt een tekstmelding De bron bevat de geldige navigatiedatabank.
De navigatie kan worden gestart.

LET OP
Geheugenkaart niet verwijderen als er navigatiegegevens worden gebruikt. Dit kan de geheugenkaart vernielen!
Voor het verwijderen van de geheugenkaart moet deze op het verwijderen worden voorbereid ⇒ pagina 27. Zonder geheugenkaart is de navigatie en de ontvangst van TMC-meldingen niet mogelijk.
De navigatiegeheugenkaart is niet als geheugen voor andere bestanden bruikbaar, opgeslagen bestanden worden niet herkend door het infotainmentsysteem.
i Volkswagen adviseert voor het gebruik van de navigatiebestanden alleen originele Volkswagen-geheugenkaarten te gebruiken. Het gebruik van andere geheugenkaarten kan tot beperkingen in de werking leiden.
Hoofdmenu 'Navigatie'

Afbeelding 27 Hoofdmenu 'Navigatie'

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de inop pagina 40 en volg deze op.
De navigatiefuncties zijn alleen oproepbaar als er navigatiegegevens voor het gebied waarin mo- menteel wordt gereden in het infotainmentsysteem beschikbaar zijn.
Via het hoofdmenu Navigatie kan een nieuw reisdoel worden gekozen, een eerder aangedaan of opgeslagen reisdoel worden geopend en naar bijzondere reisdoelen worden gezocht.
Hoofdmenu 'Navigatie' openen
- Infotainmenttoets [NAV] indrukken, om het laatst geopende navigatiemenu te openen.
- Als niet het hoofdmenu Navigatie wordt weergegeven, de infotainmenttoets NAV opnieuw indrukken, tot het hoofdmenu Navigatie verschijnt.
- OF: Op de functietoets 📋 drukken, om per menu terug te schakelen naar het hoofdmenu Navigatie.
Functietoetsen en weergaven in het hoofdmenu 'Navigatie'
| Functietoets | Effect |
| A | Splitscreen wordt weergegeven ⇒ pagina 47. |
| B | Weergaven en functietoetsen voor kaartweergave ⇒ pagina 48. |
| 1 | Nieuw reisdoel ☐: nieuw reisdoel ingeven ⇒ pagina 42.Route ☐: tijdens een routegeleiding ⇒ pagina 44. |
| Mijn reisdoelen ☐ | Opgeslagen reisdoelen openen of beheren ⇒ pagina 45. |
| Bijz. reisd. ☐ | Zoeken naar bijzondere reisdoelen (bv. hotels, tankstations) in een bepaald gebied ⇒ pagina 46. |
| Weergave ☐ | Wijzigen van de kaartweergave of weergeven of verbergen van het splitscreen ⇒ Afbeelding 27 A ⇒ pagina 47. |
| Setup ☐ | Opent het menu Instellingen navigatie ⇒ pagina 50. |
Nieuw reisdoel (reisdoelingave)

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
- In het hoofdmenu Navigatie op de functietoets Nieuw doel drukken.
- Functietoets Opties ▽ aantippen en de gewenste reisdoelingave kiezen (Adres, Bijzonder reisdoel of Op kaart).
Adres
Na ingave van een land en een plaats kan al een routegeleiding naar het stadscentrum van de gekozen plaats worden gestart.
Houd er bij het inperken van een reisdoeladres in elk geval rekening mee dat elke ingave de daaropvolgende keuzemogelijkheden verder begrenst. Als een gezochte straat bijvoorbeeld niet in het eerder ingegeven postcodegebied ligt, kan deze ook in het latere straatkeuzemenu niet worden gevonden.
Functietoets: effect
| Land: het gewenste land kiezen. |
| Plaats: de gewenste plaats of postcode ingeven. |
| Straat: de gewenste straat ingeven. |
| Huisnummer: het gewenste huisnummer ingeven. |
| Kruising: de kruising kiezen. |
| Laatste reisdoelen: opent het menu Mijn reisdoelen ⇒ pagina 45. |
| Starten: start de routegeleiding naar het gekozen adres. |
Bijzonder reisdoel
Routegeleiding naar een bijzonder reisdoel starten.
Functietoets: effect
| Zoekgebied: kiezen van het zoekgebied waarbinnen naar bijzondere reisdoelen moet worden gezocht. |
| Omgeving huidige positie: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van de huidige positie ge-zocht. |
| Omgeving reisdoel ^a) : bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het reisdoel gezocht. |
| Langs de route ^a) : bijzondere reisdoelen worden langs de route gezocht. |
| Omgeving adres: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het in te geven adres gezocht. |
Functietoets: effect
| Op kaart kiezen: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het op de kaart gekozen reis-doel gezocht. FunctietoetsBewerkenaantippen om een reisdoel op de kaart te kiezen. | |
| Categorie zoeken: hoofdcategorie (bv. Auto en reizen), categorie (bv. Vliegveld) en vervolgens de ge-wenste vermelding uit de lijst kiezen. | |
| Opslaan: slaat het gekozen bijzondere reisdoel op in het reisdoelgeheugen ⇒ pagina 45.Nummer kiezen: brengt een telefoonverbinding met het bij het bijzondere reisdoel opgeslagen tele-foonnummer tot stand.Starten: start de routegeleiding naar het gekozen bijzondere reisdoel. | |
Naam zoeken: een bijzonder reisdoel zoeken door de naam in te geven.
a) De functietoets is alleen zichtbaar bij actieve routegeleiding.
Op kaart
Reisdoel op de kaart kiezen en met OK bevestigen.
Functietoets: effect
Opslaan: slaat het gekozen bijzondere reisdoel op in het reisdoelgeheugen ⇒ pagina 45.
Bewerk.: reisdoel bewerken of een ander reisdoel ingeven.
Opties: routeopties instellen, zie Navigatie-instellingen ⇒ pagina 50.
Starten: start de routegeleiding naar het gekozen bijzondere reisdoel.
Na het starten van de routegeleiding

Afbeelding 28 Berekenen van de route

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de in-
leiding op pagina 40 en volg deze op.
Na het starten van de routegeleiding wordt de route naar het eerste reisdoel berekend.
Het berekenen van de route geschiedt volgens de gekozen instellingen in het menu Routeopties ⇒ pagina 50.
Afhankelijk van de instellingen worden na de start van een routegeleiding drie alternatieve routes voorgesteld ⇒ Afbeelding 28. Deze 3 routes komen overeen met de hier beschikbare routeopties economische, snelle en korte route.
Routecriteria: betekenis
Routekleur blauw: economische route, berekening waarbij rekening is gehouden met economische aspecten.
Routekleur rood: de snelste route naar het reisdoel, ook als daarvoor omwegen nodig zijn.
Routekleur oranje: de kortste route naar het reisdoel, ook als daarvoor een langere reistijd nodig is. De routegeleiding kan ongewone trajecten bevatten, bv. secundaire wegen.
- Gewenste route kiezen door rechts op de kaart aan te tippen.
De instelling voor de routecriteria in het menu Routeopties wordt overeenkomstig gewijzigd.
Als er geen route wordt gekozen, start de routegeleiding na ca. een minuut automatisch, overeenkomstig de in de Routeopties gekozen instelling.
Navigatiemeldingen (gesproken rijadviezen)
Nadat de route is berekend, volgt een eerste navigatiemelding. Vóór het afslaan worden maximaal drie navigatiemeldingen gegeven, bijvoorbeeld "Binnenkort links afslaan", "Na 300 meter links afslaan" en "Nu links afslaan".
- Door op de stelknop te drukken wordt de laatste navigatiemelding herhaald.
Welke afstanden worden gemeld, is sterk afhankelijk van het soort weg waarop wordt gereden en de gereden snelheid. Op snelwegen bijvoorbeeld worden navigatiemeldingen beduidend eerder gegeven dan in het stadsverkeer.
Bij wegen met meerdere rijstroken en vertakkingen en op een rotonde worden eveneens overeenkomstige navigatiemeldingen gegeven, bijvoorbeeld "De rotonde bij de tweede afslag verlaten".
Bij bereiken van het reisdoel krijgt u een navigatie- melding dat het "Reisdoel" is bereikt.
Als het reisdoel niet exact kan worden bereikt, omdat het zich in een niet-gedigitaliseerd gebied bevindt, volgt een navigatiemelding dat het "Doelgebied" is bereikt. Als extra aanwijzing volgt in welke windstreek en afstand het hiervoor bepaalde doel zich bevindt. De navigatie wordt "offroad" voortgezet.
Tijdens de dynamische routegeleiding wordt u op gemelde verkeersopstoppingen op de route gewezen. Als de route op basis van een verkeersopstopping opnieuw wordt berekend, krijgt u een extra navigatiemelding.
Tijdens een gesproken rijadvies kunt u het volume met de volumeregelaar 🔒 tot een gedefinieerd minimaal en maximaal volume wijzigen. Alle verdere gesproken rijadviezen worden nu met dit volume weergegeven.
Meer instellingen voor de gesproken rijadviezen: zie Instellingen navigatiemeldingen ⇒ pagina 50.
Als u tijdens een routegeleiding een afslag heeft gemist, en er geen mogelijkheid is om te keren, blijft u dan verder rijden totdat door het navigatiesysteem een alternatieve route wordt aangeboden.
De kwaliteit van de door het apparaat gegeven rijadviezen is afhankelijk van de ter beschikking staande navigatiegegevens en de eventueel gemelde verkeersopstoppingen.
Route

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
De functietoets Route is alleen zichtbaar bij actieve routegeleiding.
In het hoofdmenu Navigatie op de functietoets Route® drukken.
Functietoets: effect
| Routegeleiding stoppen: de actuele routegeleiding wordt geannuleerd. | |
| Reisdoel/tussenstop: een nieuw reisdoel of een tussenstop ingeven ⇒ pagina 42. | |
| Route-informatie: weergave van informatie over de actuele route. | |
| Reisdoel opslaan: het actueel gekozen reisdoel in het reisdoelgeheugen opslaan.Routelijst: weergave van de te berijden wegen op de route en de gereden afstand op dat mo-ment. | |
| File vooruit: het voorliggend trajectgedeelte (0,2 tot 10 km) van de actuele route blokkeren om bijvoorbeeld een file te omzeilen. Voor het opheffen van de blokkade, functietoetsen Route en vervolgens File opheffen aantippen. | |

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inop pagina 40 en volg deze op.
In het menu Mijn reisdoelen kunnen al opgeslagen reisdoelen worden gekozen.
- In het hoofdmenu Navigatie op de functietoets Mijn doelen A ^28 drukken.
- De gewenste functietoets kiezen:
Positie opslaan
Reisdoelen en contacten
Thuisadres
Positie opslaan
- Als u de functietoets Positie opslaan aantipt, wordt de weergegeven positie als Vlaggetjes-reisdoel in het Reisdoelgeheugen opgeslagen.
Als het Vlaggetjesreisdoel permanent moet worden opgeslagen, moet de positie in het Reisdoelgeheugen worden herbenoemd. Anders wordt de opgeslagen positie door een nieuw vlaggetjesreisdoel overschreven.
• Vlaggetjesreisdoel in Reisdoelgeheugen markeren.
- De functietoets Opslaan aantippen.
In het volgende invoerscherm kan de naam worden gewijzigd. Functietoets 📄 aantippen om het reisdoel op te slaan.
Reisdoelen en contacten
- De gewenste functietoets kiezen.
Functietoets: effect
Laatste reisdoelen: weergave van de reisdoelen waarheen al eerder een routegeleiding werd gestart.
[Reisdoelgeheugen] : weergave van de handmatig opgeslagen reisdoelen en de geïmporteerde vCards ⇒ pagina 49, vCards (digitale visitekaartjes) importeren.
Favorieten *: weergave van de reisdoelen die als favoriet zijn opgeslagen.
Contacten: weergave van de telefoonboekvermeldingen met opgeslagen adresgegevens (postadres).
Thuisadres
Er kan slechts één adres of positie als thuisadres worden opgeslagen. Het opgeslagen thuisadres kan gewijzigd of overschreven worden.
De routegeleiding start naar het opgeslagen adres, indien al een thuisadres is opgeslagen.
Indien nog geen thuisadres is opgeslagen, kan een thuisadres toegewezen worden.
Thuisadres voor de eerste keer toewijzen:
Op de functietoets Huidige positie drukken, om de huidige positie als thuisadres op te slaan.
Adres: aantippen om het thuisadres handmatig in te geven.
Thuisadres bewerken:
Het thuisadres kan in het menu Navigatie-instellingen worden gewijzigd ⇒ pagina 50.
Bijzondere reisdoelen

Afbeelding 29 Bijzonder reisdoel op kaart

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
Bijzonder reisdoel op kaart kiezen
Functietoets: effect
①: meerdere bijzondere reisdoelen in dit gebied. Symbool aantippen om een lijstweergave van de bijzondere reisdoelen te openen.
②: een enkel bijzonder reisdoel in dit gebied. Symbool aantippen om de detailweergave van het bijzondere reisdoel te openen.
Bijzonder reisdoel zoeken
- In het hoofdmenu Navigatie op de functietoets Bijzondere reisdoelen 📁 drukken.
- De functietoets [Meer bijzondere reisdoelen] aantippen.
Functietoets: effect
Zoekgebied: kiezen van het zoekgebied waarbinnen naar bijzondere reisdoelen moet worden gezocht. Omgeving huidige positie: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van de huidige positie ge- zocht. Omgeving reisdoel ^a) : bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het reisdoel gezocht. Langs de route ^a) : bijzondere reisdoelen worden langs de route gezocht. Omgeving adres: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het in te geven adres gezocht. Op kaart kiezen: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het op de kaart gekozen reis- doel gezocht. Functietoets Bewerken aantippen om een reisdoel op de kaart te kiezen.
Categorie zoeken): hoofdcategorie (bv. Auto en reizen), categorie (bv. Vliegveld) en vervolgens de gewenste vermelding uit de lijst kiezen. Opslaan: slaat het gekozen bijzondere reisdoel op in het reisdoelgeheugen ⇒ pagina 45. Nummer kiezen: brengt een telefoonverbinding met het bij het bijzondere reisdoel opgeslagen telefoonnummer tot stand. Starten: start de routegeleiding naar het gekozen bijzondere reisdoel.
Naam zoeken: bijzonder reisdoel door ingave van naam resp. via synoniemen van categorieën (bv. "slapen" voor hotels/pensions) zoeken.
a) De functietoets is alleen zichtbaar bij actieve routegeleiding.
△
Weergave

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
- In het hoofdmenu 'Navigatie' op de functietoets Weerg. drukken.
Functietoets: effect
2D: tweedimensionale kaartweergave (conventioneel).
3D: driedimensionale kaartweergave (vogelperspectief).
a): reisdoel op de kaart weergeven.
a): gehele traject op de kaart weergeven.
Dag/nacht: omschakelen tussen dag- en nachtweergave.
☐ Splitscreen: aantippen om het splitscreen weer te geven ⇒ pagina 47. Het splitscreen kan ook worden weergegeven of verborgen door te drukken op de infotainmenttoets NAV.
a) De functietoets is alleen zichtbaar bij actieve routegeleiding.
△
Splitscreen

Afbeelding 30 Splitscreen weergegeven

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
In het splitscreen Afbeelding 30 Ⓐ kan extra informatie worden weergegeven.
Splitscreen weergeven en verbergen
Infotainmenttoets NAV indrukken.
Functietoets ... ▼ aantippen om een weergaveop-tie te kiezen.
Functietoets: effect
Audio: weergave van de actueel gekozen audiobron.
Kompas: kompasweergave met actuele rijrichting en weergave van actuele wagenpositie (straatnaam).
Manoeuv. a): weergave van het rijadvies met rijrichtingspijlen, gegevens over de afstand en straatnamen.
Verkeerstek.): afhankelijk van de wagenuitrusting, weergave van de in de navigatiegegevens opgeslagen verkeerstekens ⇒ pagina 49.
GPS: actuele wagenpositie in coördinaten en gps-status (satellietenontvangst).
a) De functietoets is alleen zichtbaar bij actieve routegeleiding.
De functietoets ☒ aantippen of op de infotainmenttoets NAV drukken om het splitscreen te verbergen.

Afbeelding 31 Weergaven en functietoetsen in de kaartweergave.
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 40 en volg deze op.
Functietoetsen en weergaven in de kaartweergave
Functietoets ③ aantippen om functietoetsen ① en ④ weer te geven.
Functietoets: effect
①: automatische schaal kiezen. Bij ingeschakelde functie wordt het symbool blauw weergegeven.
②: weergave van de actuele hoogtemeter.
③: weergave van de kaartschaal. Stelknop draaien om de schaal van de kaart te wijzigen.
: kaartoriëntatie wijzigen (richting noorden of rijrichting). Deze functie is alleen mogelijk in 2D-weergave.
: wagenpositie in kaartfragment centreren.
: zoomt korte tijd in op het kaartoverzicht. Na enkele seconden wordt automatisch de laatst gekozen schaal weergegeven.
TMC-verkeersmeldingen en dynamische routegeleiding (TRAFFIC)

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
Het apparaat ontvangt op de achtergrond voortdu-rend TMC-verkeersmeldingen, als op de actuele positie een TMC-verkeersinformatiezender te ont- vangen is. De beluisterde zender hoeft niet de TMC-verkeersinformatiezender te zijn.
TMC-verkeersmeldingen worden als symbolen op de kaart weergegeven ⇒ pagina 49 en zijn nodig voor een dynamische routegeleiding ⇒ pagina 48.
TMC-verkeersmeldingen weergeven
- Infotainmenttoets TRAFFIC indrukken, om de lijst van de actuele TMC-verkeersmeldingen weer te geven.
- Functietoets ⋯ ▼ aantippen en A11e of Route kiezen.
Functietoets: effect
Alle: weergave van alle ontvangen TMC-meldingen.
Route: weergave van de ontvangen TMC-meldingen die de actueel berekende route betreffen.
Dynamische routegeleiding met TMC
Voor een dynamische routegeleiding moet Dynamische route in de routeopties zijn geactiveerd ⇒ pagina 50.
Wanneer tijdens een routegeleiding een TMC-melding over een verkeersopstopping wordt ontvangen die op de actueel bereden route ligt, wordt er een uitwijkroute berekend, indien deze volgens het navigatiesysteem een tijdvoordeel oplevert.
Wanneer een uitwijkroute geen tijdvoordeel oplevert, wordt de verkeersopstopping gewoon genomen. In beide gevallen volgt er een gesproken melding.
Kort voor het bereiken van een gemelde verkeers- opstopping wordt hier opnieuw op gewezen.
Het omzeilen van een file op basis van TMC-verkeersmeldingen levert niet altijd tijdwinst op, de uitwijkroute kan ook overbelast raken. De kwaliteit van de dynamische routegeleiding is afhankelijk van de uitgezonden TMC-verkeersmeldingen. Voor de inhoud hiervan zijn de verkeersredacties van de radiozenders verantwoordelijk.
De voor u liggende route kunt u ook handmatig blokkeren, om de route opnieuw te laten berekenen ⇒ pagina 44.
TMC-verkeersmeldingen op de kaart (keuzemenu)
Symbool: betekenis
| △ : Langzaamrijdend verkeer |
| △ : File |
| △ : Ongeval |
| △ : Gladheid |
| △ : Slipgevaar |
Symbool: betekenis
| ⚠ : Gevaar |
| ⚠ : Werk aan de weg |
| ◎ : Sterke wind |
| ● : Wegversperring |
Tijdens een routegeleiding worden verkeersopstoppingen die niet op de berekende route liggen grijs weergegeven.
De uitbreiding van een verkeersopstopping op de berekende route wordt aangegeven door een rode lijn.
Gebeurtenissen die de berekende routegeleiding hebben beïnvloed en hebben geleid tot een nieuwe route, worden oranje weergegeven.
De plaats van een TMC-symbol geeft het begin van een verkeersopstopping aan, als deze via de TMC-verkeersmelding eenduidig is gedefinieerd.
△
vCards (digitale visitekaartjes) importeren

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
Op internet kunnen via "Volkswagen NAV Companion" reisdoelen worden gezocht. De gpsgegevens van gevonden reisdoelen kunnen als vCards (digitale visitekaartjes) op een compatibel opslagmedium worden opgeslagen.
Er staat ook een instructie op de internetpagina van Volkswagen NAV Companion.
vCards importeren in het reisdoelgeheugen
- Het opslagmedium met de opgeslagen vCards erin schuiven resp. met het infotainmentsysteem verbinden ⇒ pagina 27.
-
In het hoofdmenu Navigatie de functietoets Setup aantippen.
-
In het menu Navigatie-instellingen de functietoets Doelen importeren aantippen.
- Het opslagmedium met de opgeslagen vCards kiezen uit de lijst.
• Alle vCards uit deze map importeren aantippen. - OF: De geheugenplaats van de vCards openen en de gewenste vCard aantippen.
- Importmelding met de functietoets OK bevestigen.
De opgeslagen vCards zitten nu in het reisdoelgeheugen ⇒ pagina 45 en kunnen voor navigatie worden gebruikt.
Per vCard kan maar een adres worden geïm-porteerd. Bij vCards die meerdere adressen bevatten, wordt alleen het hoofdadres geïm-porteerd.
Verkeerstekenweergave

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
De verkeerstekenweergave moet in het menu In- stellingen navigatie zijn ingeschakeld ⇒ pagina 50.
Als er voor de actueel bereden weg verkeerstekens in de navigatiegegevens zijn opgeslagen, kunnen deze in de kaartweergave worden weergegeven (bv. snelheidsbegrenzing).
Houd er rekening mee dat de navigatiegegevens actueel moeten zijn en let op beperkingen bij de navigatie ⇒ pagina 40!
△
Routegeleiding in de demomodus

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
Als in het menu Navigatie-instellingen de demomodus is geactiveerd ⇒ pagina 50, wordt na de start van een routegeleiding een extra pop-upvenster geopend.
- Als u op de functietoets Demomodus drukt, start een "virtuele routegeleiding" naar een ingegeven reisdoel.
- Als u op de functietoets Normaal drukt, wordt een "echte routegeleiding" gestart.
Verloop en bediening van een virtuele routegeleiding zijn vergelijkbaar met een echte routegeleiding.
Een virtuele routegeleiding wordt echter na het bereiken van het fictieve reisdoel herhaald en begint altijd opnieuw vanaf het startpunt, als deze niet tussendoor is gestopt.
Als in het menu Navigatie-instellingen het startpunt voor de demomodus handmatig werd vastgelegd, begint de virtuele routegeleiding vanaf deze positie.
Een handmatig ingegeven startpunt wordt door de actuele wagenpositie overschreven, als de wagen zich beweegt.

Demomodus na het gebruik uitschakelen, anders moet elke keer voor het starten van een geleiding voor een virtuele of een normale geleiding worden gekozen.

Navigatie-instellingen

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 40 en volg deze op.
- In het hoofdmenu Navigatie de functietoets Setup aantippen.
Functietoets: effect
| Routeopties: instellingen voor de routeberekening uitvoeren. |
| 3 alternatieve routes voorstellen: na starten van de routegeleiding worden 3 alternatieve routes voorgesteld ⇒ pagina 43. |
| Route: kiezen van de soort route. |
| Economische: berekening van de route, rekening houdende met economische aspecten. |
| Snelle: snelste route naar het reisdoel. |
| Korte: de kortste route naar uw reisdoel, ook als daarvoor een langere reistijd nodig is. |
| Dynamische route: dynamische routegeleiding met TMC is ingeschakeld ⇒ pagina 48. |
| Autosnelweg mijden: met autosnelwegen wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen rekening gehouden. |
| Veerboten en autotreinen mijden: met veerboten en autotreinen wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen rekening gehouden. |
| Tolwegen mijden: met tolwegen wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen rekening gehouden. |
| Tunnels mijden: met tunnels wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen rekening gehouden. |
| Wegen met vignetplicht mijden: met wegen met vignetplicht wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen rekening gehouden. |
| Beschikbare vignetten: aanwezige vignetten in de lijst markeren (Wegen met vignetplicht mijden) moet geactiveerd zijn). |
| Met wegen met vignetplicht waarvoor een vignet is gemarkeerd als aanwezig, wordt rekening gehouden bij de routeberekening. |
Kaart: instellingen voor de kaartweergave uitvoeren.
Dag/nacht: wisselt tussen dag- en nachtweergave van de kaart.
Functietoets: effect
| Autozoom: de kaartschaal wijzigt bij geactiveerde autozoom automatisch, afhankelijk van de route waar wordt gereden (ritten op autosnelweg: kleine schaal, binnenstad: grotere schaal).Verkeerstekens weergeven: in de navigatiebestanden opgeslagen verkeerstekens worden tijdens een routegeleiding voor de actueel bereden weg weergegeven ⇒ pagina 49.Categorieën voor bijz. reisdoelen kiezen: kiezen van categorieën voor bijzondere reisdoelen, die op de kaart moeten worden weergegeven ⇒ pagina 46.Markeringen voor bijz. reisdoelen tonen: weergave van merklogo's voor geselecteerde categorieën voor bijzondere reisdoelen (bv. weergave van merklogo's bij tankstations).Favorieten weergeven: onder favorieten opgeslagen reisdoelen worden op de kaart weergegeven (oranjekleurig symbool).Rijstrookadvies: tijdens een routegeleiding wordt bij het rijden en afslaan op wegen met meerdere rijstroken een extra melding met rijstrookadvies weergegeven. Alleen als informatie voor het actueel bereden gebied in de database is ingevoerd. | |
| Tankopties: instellingen voor de tankopties uitvoeren.Voorkeurtankstation kiezen: het gekozen tankstationmerk wordt bij het zoeken naar voorkeurtankstations als eerste weergegeven.Tankwaarschuwing: tankwaarschuwing is ingeschakeld.Als de brandstofvoorraad tot de reservehoeveelheid is verbruikt, wordt een overeenkomstige aanwijzing gegenereerd die het zoeken naar tankstations mogelijk maakt. | |
| Navigatiemelding: instellingen voor de navigatiemeldingen uitvoeren.Volume: het volume van de gesproken rijadviezen instellen.Geen meldingen tijdens een oproep: tijdens een telefoongesprek worden geen gesproken rijadviezen gegeven. | |
| Uitgebreide instell.: uitgebreide instellingen voor de navigatiefunctie uitvoeren.Tijdweergave: weergave tijdens een routegeleiding.Aankomsttijd: de vermoedelijke aankomsttijd bij het reisdoel wordt weergegeven.Rijtijd: de vermoedelijke rijtijd naar het reisdoel wordt weergegeven.Statusregel: weergave tijdens een routegeleiding.Reisdoel: de berekende afstand tot het reisdoel wordt weergegeven.Tussenstop: de berekende afstand tot de volgende tussenstop wordt weergegeven.Aanwijzing: landsgrens gepasseerd: weergave van de maximumsnelheden voor het betreffende land bij het passeren van de landsgrens.Demomodus: als de demomodus is geactiveerd, kan na het starten van een routegeleiding een virtuele routegeleiding naar een ingegeven reisdoel worden gestart ⇒ pagina 50.Startpunt demomodus bepalen: als de demomodus is geactiveerd, kan bij stilstaande wagen ook een fictief startpunt voor de virtuele routegeleiding worden vastgelegd. | |
| Geheugen beheren: instellingen voor opgeslagen reisdoelen uitvoeren.Sorteren op: sorteervolgorde van de telefoonboekvermeldingen met opgeslagen adresgegevens (postadressen) kiezen, zie ook ⇒ pagina 45.Thuisadres ingeven: thuisadres toewijzen of bewerken, zie ook ⇒ pagina 45.Gebruikersgegevens wissen: opgeslagen reisdoelen wissen (bv. Laatste reisdoelen of Reisdoelgeheugen). | |
| Doelen importeren: digitale visitekaartjes (vCards) in het reisdoelgeheugen importeren ⇒ pagina 49. | |
| Versie-informatie: informatie over de opgeslagen navigatiegegevens. | |
Telefoonbediening (PHONE)
Inleiding telefoonbediening
Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Plaatsen met bijzondere voorschriften ..... 53
Mobiele telefoon met infotainmentsysteem koppelen en verbinden 53
Algemene informatie 54
Bluetooth ^® 55
De hierna beschreven telefoonfuncties kunnen via het infotainmentsysteem worden bediend, als een ingeschakelde mobiele telefoon met het infotainmentsysteem is gekoppeld en verbonden.
- Mobiele telefoon met infotainmentsysteem koppelen en verbinden ⇒ pagina 53.
Voorwaarde voor een verbinding tussen een mobiele telefoon en het infotainmentsysteem is, dat de mobiele telefoon de Bluetooth®-functie ondersteunt.
Als er geen mobiele telefoon met het infotainment- systeem is verbonden, is de telefoonbediening niet beschikbaar.
Aanwijzingen over het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen zonder aansluiting op de buitenantenne in acht nemen ⇒ brochure Instructieboekje.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
- Veiligheidsaanwijzingen ⚠ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6 - Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
! WAARSCHUWING
Het bellen met en bedienen van de telefoon- bediening tijdens het rijden kan u van het ver- keer afleiden en ongevallen veroorzaken.
- Altijd oplettend en met verantwoordelijk-heidsbesef rijden.
- De volume-instellingen zo kiezen, dat u akoestische signalen van buiten, bv. de sirene van de politie en de brandweer, altijd goed kunt horen.
⚠ WAARSCHUWING (vervolg)
- In gebieden met geen of een beperkt werkend netwerk voor mobiele telefonie en onder bepaalde omstandigheden in tunnels en gara-ges kan een telefoongesprek worden afge-broken en geen telefoongesprek tot stand worden gebracht - ook het alarmnummer kan niet worden gebeld!
⚠ WAARSCHUWING
Een niet-bevestigde of onjuist bevestigde mobiele telefoon kan bij plotseling remmen of bij een onverwachte rijmanoeuvre alsmede bij een ongeval door de wagen worden ge-slingerd en verwondingen tot gevolg hebben.
- De mobiele telefoon tijdens het rijden altijd op de juiste wijze en buiten de werkingsgebieden van de airbag bevestigen.
⚠ WAARSCHUWING
Een ingeschakelde mobiele telefoon kan storingen in uw pacemaker veroorzaken, indien u de telefoon direct op de pacemaker draagt.
- Tussen de antenne van de mobiele telefoon en de pacemaker een afstand van ten minste 20 centimeter aanhouden, omdat mobiele telefoons de werking van pacemakers kunnen beïnvloeden.
- Een ingeschakelde mobiele telefoon niet in de binnenzak direct op de pacemaker dragen.
- De mobiele telefoon bij mogelijke interferenties direct uitschakelen.
⚠ WAARSCHUWING
Een geopende middenarmsteun kan de bewegingsvrijheid van de armen van de bestuurder belemmeren en daardoor ongevallen en zware verwondingen veroorzaken.
- Armsteun tijdens het rijden altijd gesloten houden.

LET OP
Hoge snelheden, slechte weers- en wegomstandigheden alsmede de kwaliteit van het netwerk kunnen negatieve invloed hebben op een telefoongesprek in de wagen.

De schermweergaven van de telefoonmenu's zijn afhankelijk van de gebruikte mobiele tele-Afwijkingen zijn mogelijk.

Instructieboekje van de mobiele telefoon als mede mogelijke voorschriften voor het ge- van een headset in acht nemen.

Als u buiten het bereik van het netwerk bent, kan dit tot storingen leiden. Het gesprek kan ons worden afgebroken.

De meeste elektronische apparaten zijn beschermd tegen RF-signalen (hoogfrequentie). Ukele gevallen kunnen elektronische apparaten er niet tegen de RF-signalen van de telefoonening (PHONE) beschermd zijn. Hierdoor kunstoringen worden veroorzaakt.
Plaatsen met bijzondere voorschriften

Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen ▲ op pa- en volg deze op.
Mobiele telefoon en mobiele-telefoonvoorbereiding op plaatsen met explosiegevaar uitschakelen! Deze plaatsen zijn weliswaar vaak, maar niet altijd duidelijk gemarkeerd ⇒ ⚠ in Inleiding voor het onderwerp op pagina 52. Voorbeelden hiervan zijn:
- omgeving van leidingen en tanks, waarin zich chemicaliën bevinden
- benedendeks op schepen en veerboten
- omgeving van wagens die op vloeibaar gas (zoals propaan of butaan) rijden.
- plaatsen waar chemicaliën of stofdeeltjes, zoals meel, stof of metaalpoeder in de lucht zitten
- elke andere plaats waar de motor moet worden afgezet

WAARSCHUWING
Mobiele telefoon op plaatsen met explosiegevaar geheel uitschakelen!

LET OP
Op plaatsen waar bijzondere voorschriften gelden en waar het gebruik van mobiele telefoons is verboden, moet de mobiele telefoon altijd worden uitgeschakeld. De door de ingeschakelde mobiele telefoon afgegeven straling kan interferenties bij gevoelige technische en medische apparatuur veroorzaken. Dit kan een storing of beschadiging van de apparatuur tot gevolg hebben.
Mobiele telefoon met infotainmentsysteem koppelen en verbinden

Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pa- en volg deze op.
Om een mobiele telefoon via het infotainmentsysteem te kunnen bedienen, is een eenmalige koppeling van beide apparaten noodzakelijk.
De koppeling mag alleen bij stilstaande wagen plaatsvinden.
De volgende instellingen moeten beslist op de mobiele telefoon en het infotainmentsysteem zijn gedaan:
- De Bluetooth®-functie moet op de mobiele telefoon en in het infotainmentsysteem zijn geactiveerd resp. op zichtbaar zijn ingesteld.
- De toetsblokkering van de mobiele telefoon moet zijn gedeblokkeerd.
Gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon lezen.
Na het inschakelen van het contact wordt de Bluetooth®-functie op het infotainmentsysteem gedurende ongeveer 3 minuten geactiveerd resp. zichtbaar geschakeld.
Tijdens het koppelingsproces moeten gegevens worden ingevoerd via de toetsen van de mobiele telefoon. De mobiele telefoon moet hiervoor gereed worden gehouden.
Als de koppeling succesvol is afgerond, worden het in de mobiele telefoon opgeslagen telefoonboek alsmede de oproeplijsten automatisch geladen. De duur van het laden is afhankelijk van de hoeveelheid opgeslagen gegevens in de mobiele telefoon. Na beeindiging van het laden zijn de gegevens beschikbaar in het infotainmentsysteem.
Mobiele-telefoonkoppeling starten
• Apparaattoets PHONE indrukken.
- De functietoets Telefoon zoeken aantippen.
OF:
• Apparaattoets PHONE indrukken.
- Functietoets Setup aantippen.
- Functietoets Telefoon kiezen en aansluitend Telefoon zoeken aantippen.
Als de zoekprocedure is afgesloten, worden op het beeldscherm de namen van de gevonden Bluetooth®-apparaten weergegeven.
- De te koppelen mobiele telefoon uit de lijst met gevonden Bluetooth®-apparaten oproepen.
Het infotainmentsysteem en de mobiele telefoon worden nu met elkaar verbonden. Om de verbinding van beide apparaten af te sluiten, zijn soms extra ingaven op de mobiele telefoon en op het infotainmentsysteem noodzakelijk.
- Zo nodig de koppeling op de mobiele telefoon bevestigen.
Afhankelijk van de mobiele telefoon:
- De pincode die op het beeldscherm van het infotainmentsysteem wordt weergegeven via de mobiele telefoon intoetsen en bevestigen.
Algemene informatie

Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen ▲ op pagina 52 en volg deze op.
Aanwijzingen over het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen zonder aansluiting op de buitenantenne in acht nemen ⇒ brochure Instructieboekje.
Alleen compatibele Bluetooth®-apparaten gebruiken. Informatie over compatibele Bluetooth®-producten zijn bij uw Volkswagen Partner of via internet verkrijgbaar.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw mobiele telefoon en van de eventuele accessoires.
OF:
- De op het beeldscherm van het infotainment- systeem weergegeven pincode met de op de mo- biele telefoon weergegeven pincode vergelijken. Komt deze overeen, dan moet deze op beide ap- paraten worden bevestigd.
Als de koppeling succesvol is afgesloten, wordt het hoofdmenu Phone weergegeven.
Koppelen en verbinden van mobiele telefoons
Er kunnen maximaal 4 mobiele telefoons met het infotainmentsysteem zijn gekoppeld, maar er kan altijd slechts een mobiele telefoon tegelijk met het infotainmentsysteem zijn verbonden.
Bij het inschakelen van het infotainmentsysteem wordt automatisch verbinding met die mobiele telefoon gemaakt die als laatste verbonden was. Kan met deze mobiele telefoon geen verbinding worden gemaakt, dan probeert de telefoonbediening automatisch een verbinding met de volgende mobiele telefoon uit de lijst van gekoppelde apparaten te maken.
De reikwijdte van een Bluetooth®-verbinding bedraagt maximaal 10 meter.. Een bestaande Bluetooth®-verbinding wordt onderbroken, als deze afstand wordt overschreden. De verbinding wordt automatisch hersteld, zodra het apparaat zich weer in het Bluetooth®-bereik bevindt.
Als u buiten het bereik van het netwerk bent, kan dit tot storingen leiden. Het gesprek kan tevens worden afgebroken.
De meeste elektronische apparaten zijn beschermd tegen RF-signalen (hoogfrequentie). In enkele gevallen kunnen elektronische apparaten echter niet tegen de RF-signalen van de telefoonbediening beschermd zijn. Hierdoor kunnen storingen worden veroorzaakt.
In sommige landen kunnen beperkingen bestaan voor wat betreft het gebruik van Bluetooth®-apparaten. Informatie is verkrijgbaar bij de lokale autoriteiten.

Wanneer u de telefoonbediening met behulp van Bluetooth®-techniek met een apparaat ndt, leest u dan voor gedetailleerde veilig-
heidsaanwijzingen de gebruiksaanwijzing van het betreffende apparaat. Uitsluitend compatibele Bluetooth®-producten gebruiken.
Bluetooth®

Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen ▲ op pa- en volg deze op.
Bluetooth®
De Bluetooth®-technologie dient voor de verbinding tussen een mobiele telefoon en de telefoonbediening van de wagen. Voor het gebruik van de telefoonbediening met een mobiele telefoon met Bluetooth® is een eenmalig koppelingsproces nodig.
Sommige mobiele telefoons met Bluetooth® worden bij het inschakelen van het contact automatisch herkend en verbonden als ze van tevoren al met de telefoonbediening verbonden waren. Daarbij moeten zowel de mobiele telefoon zelf als Bluetooth® op de mobiele telefoon zijn ingeschakeld en alle actieve Bluetooth®-verbindingen naar andere apparaten zijn verbroken.
De Bluetooth ^® -radioverbinding is gratis.
Bluetooth® is een geregistreerd merk van Bluetooth® SIG, Inc.
Bluetooth®-profielen
Wanneer er een mobiele telefoon met de telefoonbediening verbonden is, vindt de datacommunica-tie plaats via een van de 2 Bluetooth®-profielen.
- Bluetooth® Hands-Free-Profile (HFP): als een mobiele telefoon via het HFP met de telefoonbediening is verbonden, kan er draadloos via de handsfreeset worden gebeld. De buitenantenne van de wagen kan niet worden gebruikt. Aanwijzingen over het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen zonder aansluiting op de buitenantenne in acht nemen → brochure Instructieboekje.
- Advanced Audio Distribution Profile (A2DP): Bluetooth®-profiel voor overdracht van audiosignalen in stereokwaliteit.
Beschrijving van de telefoonbediening

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Hoofdmenu 'Phone' 56
Menu 'telefoonnummer ingeven' 57
Menu 'Telefoonboek' (contacten) 58
Menu 'Oproeplijsten' 59
Snelkeuzetoetsen 60
Instellingen telefoon 60
Instellingen Bluetooth ^® 61
Instellingen gebruikersprofiel 61
Sommige functies en instellingen zijn alleen bij stilstaande wagen mogelijk en worden niet door alle mobiele telefoons ondersteund.
Met de telefoonbediening kunnen maximaal 20 mobiele telefoons middels 2 Bluetooth®-profielen (HFP en voor audioweergave A2DP) ⇒ pagina 54 met het infotainmentsysteem worden verbonden.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
- Veiligheidsaanwijzingen ⚠️ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
- Inleiding en veiligheidsaanwijzingen ⚠️ voor telefoonbediening ⇒ pagina 52

Het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen kan bijgeluiden in de luidsprekers veraken.

Sommige netwerken ondersteunen mogelijk niet alle taalafhankelijke tekens en diensten.
Hoofdmenu 'Phone'

Afbeelding 32 Hoofdmenu 'Phone'

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.
Na het eerste koppelingsproces duurt het enkele minuten voordat de telefoonboekgegevens van de gekoppelde mobiele telefoon in het infotainment-systeem beschikbaar zijn.
Toewijzing aan een gebruikersprofiel
De telefoonboekgegevens, oproepenlijsten en opgeslagen snelkeuzetoetsen worden in de telefoonbediening aan een gebruikersprofiel toegewezen

Afbeelding 33 Inkomende oproep
en opgeslagen. Ze staan weer ter beschikking als de mobiele telefoon opnieuw met de telefoonbediening wordt verbonden.
Als telefoonboekgegevens in de mobiele telefoon zijn gewijzigd, kan het handmatig aanpassen van de telefoonboekgegevens via het menu Instellingen gebruikersprofiel worden gestart ⇒ pagina 61.
Er kunnen maximaal 4 gebruikersprofielen voor mobiele telefoons in de telefoonbediening worden opgeslagen. Als een andere mobiele telefoon wordt gekoppeld, dan wordt automatisch het langst niet-gebruikte gebruikersprofiel gewist.
Functietoetsen van de telefoonbediening
- Infotainmenttoets PHONE indrukken, om het hoofdmenu Phone te openen.
| Functietoets | Effect |
| 1 | Naam van de gekoppelde telefoon resp. het gebruikte gebruikersprofiel.Aantippen om een andere mobiele telefoon te verbinden of te koppelen. |
| 2 | Snelkeuzetoetsen, die elk van een telefoonnummer kunnen worden voorzien ⇒ pagina 60. |
| Nr. kiezen 📄 | Cijferblok voor de ingave van een telefoonnummer openen ⇒ pagina 57. |
| Contacten 📋 | Telefoonboek van de gekoppelde mobiele telefoon openen ⇒ pagina 58. |
| Oproepen 🌐 | Oproepenlijsten van de gekoppelde mobiele telefoon openen ⇒ pagina 59. |
| Setup 🌐 | Menu Instellingen telefoon openen ⇒ pagina 60. |
| Aantippen om een oproep te beantwoorden. | |
| Aantippen om een gesprek te beeindigen.OF: Aantippen om een inkomende oproep af te wijzen. | |
| Aantippen om het geluid van de beltoon tijdens een oproep te onderdrukken resp. om de geluidsonderdrukking van de beltoon uit te schakelen. | |
| Aantippen om het geluid van de microfoon tijdens een gesprek te onderdrukken resp. om de geluidsonderdrukking van de microfoon uit te schakelen. |
Weergaven en symbolen van de telefoonbediening
| Weergave | Betekenis |
| A | Naam van de mobiele-telefoonnetwerkbeheerder (provider) waarbij de sim-kaart van de gekoppelde telefoon is aangemeld. |
| B | Weergave van het telefoonnummer of de opgesagen naam. Als in het tele-foonboek bij de naam een foto is opgeslagen, kan deze worden weergege-ven ⇒ pagina 60. |
| III | Ladingstoestand van de gekoppelde mobiele telefoon. |
| ... | Signaalsterkte van de momenteel ontvangen mobiele-telefoonzender. |
Menu 'telefoonnummer ingeven'

Afbeelding 34 Menu 'telefoonnummer ingeven'

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.
In het hoofdmenu Phone de functietoets Nr. kiezen aantippen.
Mogelijke functies
| Telefoonnummer ingeven | Telefoonnummer via het toetsenbord ingeven.Functietoets 📁 aantippen, om de verbinding tot stand te brengen. |
| Contact uit lijst kiezen | Beginletters van het gezochte contact via het toetsenbord ingeven. In de contactenlijst verschijnen mogelijke vermeldingen.De contactenlijst doorzoeken en het gewenste contact aantippen, om de verbinding tot stand te brengen. |
| Voicemailbox opbellen | Functietoets 📁 ca. 2 seconden aantippen, om de verbinding tot stand te brengen.Indien nog geen telefoonnummer van de voicemailbox is opgeslagen, het telefoonnummer ingeven en met OK bevestigen.Een al opgeslagen telefoonnummer kan in het menu Instellingen gebruikersprofiel worden gewijzigd ⇒ pagina 61. |
| Landcode ingeven | Bij het invoeren van een landcode kan in plaats van de eerste beide cijfers (bv. "00") het teken "+" worden ingevoerd.Functietoets 📄 ca. 2 seconden aantippen om het +-teken in te voegen. |
![]() | Telefoonnummer zonder netnummer ingeven en functietoets +0.../aantippen. Het in het menu Instellingen gebruikersprofiel ⇒ pagina 61 opgeslagen netnummer wordt automatisch vóór het ingegeven telefoonnummer geplaatst en een verbinding opgebouwd. |
![]() | Functietoets aantippen, om het alarmnummer te bellen. |
![]() | Functietoets aantippen om hulp bij pech te verkrijgen.Hiervoor staat de Volkswagen Partnerorganisatie met haar servicevoertui-gen ter beschikking. |
![]() | Functietoets aantippen, om informatie over het merk Volkswagen en geko-zen extra diensten met betrekking tot verkeer en uw reis te verkrijgen. |
a) De functietoets is alleen te zien als de voorkeuzefunctie in het menu Instellingen gebruikersprofiel is geactiveerd ⇒ pagina 61.
△
Menu 'Telefoonboek' (contacten)

Afbeelding 35 Menu 'Contacten'

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.

Afbeelding 36 Zoekscherm
Na het eerste koppelingsproces duurt het enkele minuten voordat de telefoonboekgegevens ^1) van de mobiele telefoon in het infotainmentsysteem beschikbaar zijn.
Het telefoonboek kan ook tijdens een gesprek worden geopend.
Als in het telefoonboek bij de naam een foto is opgeslagen, kan deze in de lijst naast de naam worden weergegeven ⇒ pagina 60.
In het hoofdmenu Phone op de functietoets Contacten drukken.
Vermelding zoeken
| Contact uit lijst kiezen | Lijst doorzoeken en het gewenste contact aantippen, om de verbinding tot stand te brengen. |
| Contact via het zoek-scherm zoeken | Functietoets Zoeken ⇒ Afbeelding 35 1 aantippen om het zoekscherm te openen.Gezochte naam ingeven in het zoekscherm ⇒ Afbeelding 36. Bij elke invoer van een teken wordt een telefoonboekvermelding in het ingaveveld weergegeven.Rechts naast het invoerveld wordt het aantal passende resultaten weerge-geven. Functietoets aantippen om naar de lijstweergave te wisselen.Lijst doorzoeken en het gewenste contact aantippen, om de verbinding tot stand te brengen. |

De beschikbaarheid van het telefoonmenu is afhankelijk van de gebruikte telefoon.

Menu 'Oproeplijsten'

Afbeelding 37 Menu 'Oproeplijst'

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.
- In het hoofdmenu Phone op de functietoets Oproepen 📋 drukken.
- Functietoets Afbeelding 37 ① aantippen en de gewenste oproeplijst kiezen:
Alle
Gemist
Gekozen nummers
Beantwoorde oproepen
Als een telefoonnummer in het telefoonboek is opgeslagen, wordt in de oproeplijst in plaats van het telefoonnummer de opgeslagen naam getoond.
Als in het telefoonboek bij de naam een foto is opgeslagen, kan deze in de oproeplijst naast de naam worden weergegeven ⇒ pagina 60.
Mogelijke weergaven in het menu 'Oproepen'
| Weergave | Betekenis |
| Gemiste opr.: toont telefoonnummers van gemiste en onbeantwoorde oproepen. | |
| Gekozen nrs.: toont telefoonnummers die via de mobiele telefoon en via de telefoon-bediening van het infotainmentsysteem werden gekozen. | |
| Beantwoorde: toont telefoonnummers die via de mobiele telefoon en via de telefoonbediening van het infotainmentsysteem werden beantwoord. |

De beschikbaarheid van de oproeplijsten is afhankelijk van de gebruikte telefoon.


Afbeelding 38 Hoofdmenu 'Phone'

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.
De snelkeuzetoetsen Afbeelding 38 ① kunnen elk van een telefoonnummer worden voorzien.
Als in het telefoonboek bij de naam een foto is opgeslagen, kan deze in de snelkeuzetoets worden weergegeven ⇒ pagina 60.
Alle snelkeuzetoetsen moeten handmatig worden toegewezen en zijn dan aan een gebruikersprofiel toegekend.
Mogelijke functies
| Snelkeuzetoetsen toewij-zen | In het hoofdmenu Phone een niet-bezette snelkeuzetoets aantippen. Gewenste contact uit de lijst kiezen. Indien bij het gekozen contact meer-dere telefoonnummers zijn opgeslagen, het gewenste nummer kiezen. |
| Toegewezen snelkeuzet-oetsen bewerken | In het hoofdmenu Phone een toegewezen snelkeuzetoets ingedrukt hou-den, tot het menu Contacten wordt geopend. Gewenste contact uit de lijst kiezen. Indien bij het gekozen contact meer-dere telefoonnummers zijn opgeslagen, het gewenste nummer kiezen. Om het menu Contacten te sluiten, zonder wijzigingen over te nemen, de functietoets 📋 aantippen. |
| Toegewezen snelkeuzet-oetsen wissen | Een op de snelkeuzetoets opgeslagen telefoonnummer kan in het menu Instellingen gebruikersprofiel worden gewist ⇒ pagina 61. |
| Verbinding via snelkeuzet-oets tot stand brengen | In het hoofdmenu Phone een bezette snelkeuzetoets kort indrukken, om de verbinding met het daar opgeslagen telefoonnummer tot stand te brengen. |
Instellingen telefoon

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.
In het hoofdmenu Phone de functietoets Setup aantippen.
Functietoets: effect
| Telefoon kiezen): de telefoon kiezen die met het infotainmentsysteem moet worden verbonden. |
| OF: Telefoon zoeken aantippen om een nieuw apparaat te verbinden. |
| Bluetooth: opent het menu Instellingen Bluetooth ⇒ pagina 61. |
| Gebruikersprofiel: opent het menu Instellingen gebruikersprofiel ⇒ pagina 61. |
| □ Volgorde van de oproeplijsten omkeren: bij geactiveerde checkbox worden de vermeldingen van de oproep- lijsten omgekeerd. |
| Herinnering: mob. telefoon niet vergeten: bij een Bluetooth®-verbinding verschijnt bij uitschakeling van het contact de melding "Mobiele telefoon niet vergeten, alstublieft". |
| Beltoon kiezena): kiezen van de beltoon uit een lijst van vooringestelde beltonen. De gekozen beltoon wordt kort afgespeeld en is bij het verlaten van het submenu ingesteld. |
| Afbeeldingen voor contacten tonena): als in het telefoonboek bij een contact een foto is opgeslagen, kan deze in de snelkeuzetoetsen, de oproeplijsten en in het adresboek worden weergegeven |
a) Afhankelijk van de mobiele telefoon.

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.
In het hoofdmenu Phone de functietoets Setup en aansluitend Bluetooth aantippen.
Functietoets: effect
Bluetooth: aantippen om Bluetooth® uit te schakelen. Alle bestaande verbindingen worden verbroken.
Zichtbaarheid: in- en uitschakelen van de Bluetooth®-zichtbaarheid van het infotainmentsysteem via de functietoets ▼. De zichtbaarheid moet voor het extern koppelen van een mobiele telefoon met het infotainmentsysteem zijn ingeschakeld. De zichtbaarheid wordt bij de instelling Bij starten na het starten van de motor vanzelf uitgeschakeld.
Naam: weergeven resp. wijzigen van de apparaatnaam. Deze naam wordt aan andere Bluetooth®-apparaten weergegeven nadat deze apparaten zoeken hebben uitgevoerd.
Gekoppelde appar.: weergave van de gekoppelde apparaten.
Apparaten zoeken: zoeken naar zichtbaar geschakelde Bluetooth®-apparaten, die zich in de reikwijdte van het infotainmentsysteem bevinden. Het bereik bedraagt maximaal 10 meter.
Bluetooth-audio (A2DP/AVRCP): wanneer er een externe audiobron via Bluetooth® met het infotainmentsysteem moet worden verbonden, moet deze functie geactiveerd zijn⇒ pagina 37.
Instellingen gebruikersprofiel

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.
In het hoofdmenu Phone de functietoets Setup en aansluitend Gebruikersprofiel aantippen.
Functietoets: effect
Favorieten beheren: snelkeuzetoetsen bewerken.
Toegewezen snelkeuzetoets: aantippen om het opgeslagen nummer te wissen.
Vrije snelkeuzetoets: aantippen om een nummer uit het adresboek op de snelkeuzetoets op te slaan.
Voicemailnummer: voicemailnummer ingeven of wijzigen.
☑ Voorkeuze: voorkeuze ingeven die vóór een ingegeven telefoonnummer wordt geplaatst ⇒ pagina 57.
Sorteren op: sorteervolgorde van de telefoonboekvermeldingen vastleggen, achternaam, voornaam of voornaam, achternaam.
[Contacten importeren]: aantippen om het adresboek van de verbonden telefoon te importeren of het al geïm-porteerde adresboek bij te werken.
Andere gebruikersprofielen wissen: individuele of alle niet-actieve gebruikersprofielen wissen.
Instellingen
Menu- en systeeminstellingen (SETUP)

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Hoofdmenu 'Systeeminstellingen' (setup) .... 62
Afhankelijk van het land en apparaat en afhankelijk van de uitrusting van de wagen varieert de keuze aan mogelijke instellingen.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
- Veiligheidsaanwijzingen ⚠ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6 - Basisinformatie voor bediening pagina 8
△
Hoofdmenu 'Systeeminstellingen' (setup)

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 62 en volg deze op.
• Infotainmenttoets SETUP indrukken.
- OF: Infotainmenttoets MENU indrukken en daarna functietoets Setup aantippen.
- Functietoets van het onderdeel indrukken waarvoor instellingen doorgevoerd moeten worden.
Functietoets: effect
Klank: volume- en klankinstellingen uitvoeren ⇒ pagina 64.
Beeldscherm: instellingen voor het beeldscherm uitvoeren.
□ Beeldscherm uit (in 10 s): indien de functie is geactiveerd en het infotainmentsysteem wordt niet bediend, dan schakelt het beeldscherm zich na ca. 10 seconden automatisch uit. Door aantippen van het beeldscherm of indrukken van een infotainmenttoets schakelt het beeldscherm zich weer in.
Helderheidsstappen: helderheidsstap van het beeldscherm kiezen.
☑ Bevestigingstoon: bevestigingstoon bij aantippen van een functietoets in het beeldscherm is geactiveerd.
☑ Tijd weergeven in stand-bymodus: in de stand-bymodus wordt de actuele tijd op het beeldscherm van het infotainmentsysteem weergegeven.
Tijd en datum: tijd- en datuminstellingen uitvoeren.
Tijdbron: tijdbron (gps of handmatig) kiezen.
GPS: tijd en datum kunnen worden gekozen via de functietoets Tijdzone. Functietoetsen Tijd en Datum voor handmatige ingave werken dan niet.
Handmatig: tijd en datum kunnen handmatig via de functietoetsen Tijd en Datum worden ingegeven. Functietoets Tijdzone werkt dan niet.
Tijd: actuele tijd handmatig instellen.
☑ Zomertijd automatisch instellen: de tijd wordt automatisch aangepast.
Tijdzone: gewenste tijdzone kiezen.
Tijdweergave: format voor de tijdweergave (12 of 24 uur) kiezen.
Datum: actuele datum instellen.
Datumweergave: format voor de datumweergave kiezen (DD.MM.JJ, JJ-MM-DD of MM-DD-JJ).
Taal / Language: gewenste taal voor tekst- en spraakweergave kiezen.
Toetsenbord: gewenste indeling kiezen (alfabetisch of toetsenbordindeling).
Extra toetsenbordtalen: extra toetsenbordtalen kiezen.
Functietoets: effect
Eenheden: eenheden voor de weergaven in de wagen vastleggen.
Afstand, Snelheid, Temperatuur, Volume, Verbruik en Spanning.
Sprakbediening: instellingen voor de sprakbediening uitvoeren ⇒ pagina 13.
Sd-kaart 1 veilig verwijderen, Sd-kaart 2 veilig verwijderen: de gewenste geheugenkaart bij het systeem afmelden.
Nadat de geheugenkaart met succes door het systeem is afgemeld, wordt de functietoets grijs.
Usb-opslagmedium veilig verwijderen): usb-opslagmedium bij het systeem afmelden. Nadat het usb-opslagmedi- um met succes door het systeem is afgemeld, wordt de functietoets grijs.
Fabrieksinstellingen: het terugzetten op de fabrieksinstellingen wist overeenkomstig alle eerder uitgevoerde ingaven en instellingen.
Bluetooth: instellingen voor Bluetooth® uitvoeren ⇒ pagina 61.
Systeeminformatie: weergave van systeeminformatie (apparaatnummer, hard- en softwareversies).
Copyright: copyright informatie.

Voor een optimale werking van alle infotainmentsystemen is het van belang, dat de da-
tum en de tijd correct in de wagen zijn ingesteld.

Klank- en volume-instellingen

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Instellingen uitvoeren 64
Afhankelijk van het land en apparaat en afhankelijk van de uitrusting van de wagen varieert de keuze aan mogelijke instellingen.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
- Veiligheidsaanwijzingen ⚠ voor het infotainmentsysteem ⇒ pagina 3
• Overzicht bedieningselementen ⇒ pagina 6 - Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8

Instellingen uitvoeren

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 64 en volg deze op.
• Infotainmenttoets SOUND indrukken.
- OF: Infotainmenttoets MENU indrukken en daarna functietoets Klank aantippen.
- Functietoets van het onderdeel indrukken waarvoor instellingen uitgevoerd moeten worden.
Bij het sluiten van een menu worden wijzigingen automatisch overgenomen.
Overzicht van weergaven en functietoetsen
Functietoets: effect
Volume: volume-instellingen uitvoeren.
Berichten): volume van berichten (bv. verkeersberichten) vastleggen. Navigatiemeldingen: volume van de gesproken rijadviezen instellen. Spraakbediening: volume van de spraakbediening vastleggen. Maximaal inschakelvolume: maximaal inschakelvolume vastleggen. Volumeregeling (GALA): invloed van de snelheidsafhankelijke volumeregeling vastleggen. Het audiovolume wordt bij toenemende snelheid automatisch verhoogd. Audiovolume lager: instellen hoeveel het audiovolume tijdens bv. actieve ParkPilot moet dalen. Bluetooth-audio: volume van audiobronnen die via Bluetooth® zijn verbonden vastleggen (Laag, Middel of Hoog).
Equalizer handmatig instellen: klankkleur instellen.
Bassen - Middentonen - Hogetonen: klankkleur instellen.
Balance - Fader: klankcentrum instellen. Het dradenkruis toont het actuele klankcentrum in het interieur. De gewenste positie in de weergave van het interieur aantippen of de pijltoetsen voor stapsgewijze verandering gebruiken, om het klankcentrum te wijzigen. Om het klankcentrum in de weergave van het interieur te centreren, de functietoets tussen de pijlen aantippen.
☑ Bevestigingstoon: bevestigingstoon bij aantippen van een functietoets in het beeldscherm is geactiveerd.
☑ Geen nav.-meldingen bij tel.-oproep: tijdens een telefoongesprek worden geen gesproken rijadviezen gegeven.
Subwoofer: het volume van de subwoofer instellen.

Gebruikte afkortingen
| Afkorting | Betekenis |
| A2DP | Fabrikantoverschrijdende techniek voor het versturen van audiosignalen via Bluetooth®(Advanced Audio Distribution Profile). |
| AM | Amplitudemodulatie (middengolf, MW). |
| AUX-IN | Extra audio-ingang (Auxiliary Input) |
| AVRCP | Fabrikantoverschrijdende techniek voor het op afstand bedienen van audiobronnen via Bluetooth®(Audio Video Remote Control Profile) |
| DAB | Digitale overdrachtstandaard voor digitale radio (Digital Audio Broadcasting). |
| DIN | Duits Instituut voor Normalisatie |
| DRM | Digitaal auteursrecht (Digital Rights Management) |
| DTMF | Dubbeltonige meervoudige frequentie-kiestonen (Dual Tone Multiple Frequency). |
| EON | Ondersteuning voor andere radionetwerken (Enhanced Other Network). |
| FM | Frequentiemodulatie (ultrakorte golf, UKW). |
| GSM | Wereldwijd systeem voor mobiele communicatie (Global System for Mobile Communications) |
| HFP | Handenvrij telefoneren (Hands-Free-Profile) |
| IMEI | Serienummer voor eenduidige identificatie van de mobiele telefoon (International Mobile Station Equipment Identity). |
| Led | Lichtdiode (Light Emitting Diode) |
| MDI | Extern opslagmedium bv. iPod (Media Device Interface). |
| Mp3 | Formaat voor het comprimeren van audiobestanden. |
| PIN | Persoonlijk identificatienummer. |
| RDS | Radiogegevenssysteem voor extra diensten (Radio Data Systeem). |
| SIM | Identificatiemodule abonnee (Subscriber Identity Module) |
| Sms | Korte-berichtendienst (Short Message Service). |
| TMC | Verkeersmelding voor de dynamische navigatie (Traffic Message Channel). |
| TP | Verkeersinformatiefunctie in de radiofunctie (Traffic Program). |
| VBR | Variabele bitrate |
| WMA | Formaat voor het comprimeren van audiobestanden. |
Trefwoordenlijst
A
Aanwijzingen
Navigatie 40
Afleveringstoestand herstellen 62
Afspeellijst 38
Afspelen in willekeurige volgorde (mix) ... 30
AM 16
Apparaattoetsen 8
Auteursrecht 27
AUX-IN 34
Externe audiobron 34
Multimediabus AUX-IN 34
B
Basisvolume 9
Geluid onderdrukken (Mute) 9
Wijzigen 9
Bediening
Basisinformatie voor de bediening 8
Beeldschermtoetsenbord 11
Checkboxen 9
Draai-drukknoppen 8
Extra weergaven 12
Functietoetsen 9
Geluid onderdrukken (Mute) 9
In- en uitschakelen 8
Infotainmenttoetsen 8
Invoer 11
Invoerscherm 11
Lijsten doorzoeken 10
PHONE 52,56
RADIO 16
Schuifregelaar 10
Scrollen 10
Sprakbediening 13
Touchscreen 9
Volume wijzigen 9
Bedieningselementen (infotainmentsysteem) .6
Beeldscherm
Bedienen 9
Beeldschermtoetsenbord 11
Beeldscherm (infotainmentsysteem) ..... 6
Beknopte informatie 3
Bijzondere reisdoelen 42,46
Bijzonderheden
AUX-functie 34
Sprakbediening 14
Volumeverlaging 8
Weergaven 12
Zenderlogo's opslaan 19
Bluetooth
Instellingen 61
Profile 55
Bluetooth-audio 37
Kiezen 31
BT-audio 37
C
Cd
Defect 32
Functie 31
Kiezen 31
Niet leesbaar 32
Plaatsen 32
Verwijderen 32
Checkboxen 9
Contact uit
Uitschakeltijd (time-out) 8
Copyright
Informatie 63
Cursor 11
D
DAB
Zie: RADIO 18
Datum instellen 62
Demomodus
Navigatie 50
Draai-drukknoppen 6,8
Dynamische routegeleiding met TMC ..... 48
E
Eisen aan
Cd's 27
Sd-kaarten 27
Eject
Zie: Cd 32
EON 23,65
Explosiegevaarlijke plaatsen
Telefoon 53
Externe audiobron
BT-audio 37
MDI 35
MEDIA-IN 35
Extern opslagmedium
USB 33
Zie: MEDIA-IN 35
F
Fabrieksinstellingen 62
File omzeilen 48
FM 16,65
Frequentiegebied
AM 16
FM 16
Wisselen 16
Functietoetsen 6,9
Functietoetsen (softkeys) 9
Hoofdmenu 'Media' 29
Hoofdmenu 'Radio' 16
G
GALA 64
Gebruikersprofiel
Instellingen 61
Gegevens wissen 62
Geheugenkaart
Geheugenkaart voorbereiden om te verwijderen 32
Kiezen 31
Onleesbaar 32
Plaatsen 32
Verwijderen 32
Geluid onderdrukken (Mute) 9
Geluidsweergave
Cd 31
RADIO 16
H
Hardkeys 8
Hardkeys (infotainmentsysteem) 6
Herhaalfunctie (repeat) 30
Hoofdmenu
Instellingen (SETUP) 62
Klank 64
MEDIA 29
PHONE 56
RADIO 16
|
Infotainmenttoetsen 6,8
Ingaven wissen 62
Inleiding 3
Inschakelen 8
Instellingen
AM 25
Bluetooth 61
DAB 25
Datum 62
Fabrieksinstellingen 62
FM 24
Gebruikersprofiel 61
Hoofdmenu 62
Klank 64
Media 39
Menu- en systeeminstellingen 62
Navigatie 50
PHONE 60
Radio 24
Sprakbediening 15
Systeem 62
Tijd 62
Volume 64
Voorinstellingen 62
Invoerscherm 11
iPhone 36
iPod 36
K
Kaartweergave
Functietoetsen 48
Wijzigen 47
Kiezen (telefoonnummer) 57
Klankcentrum (balance, fader) 64
Klankinstellingen (hoge tonen, lage tonen) 64
L
Lijsten doorzoeken 10
M
MDI 65
Zie: Multimedia-interface MEDIA-IN ..... 35
MEDIA
Achteruit 38
Afspeellijst 38
Afspeellijsten 28
Afspeelmogelijkheden 30
Afspeelvolgorde 29
Afspelen in willekeurige volgorde (mix) ... 30
Andere mediabron kiezen 31
Andere titel kiezen 38
Audiogegevens-cd 27
Auteursrecht 27
Beperkingen 28
Bitrate 27
Bluetooth-audio 37
Cd-functie 31
Cd defect 32
Cd niet leesbaar 32
Cd plaatsen 32
Cd verwijderen 32
Eisen 27
Extern opslagmedium op usb 33
Functietoetsen 29,30
Geheugenkaart onleesbaar 32
Geheugenkaart plaatsen 32
Geheugenkaart verwijderen 32
Geheugenkaart voorbereiden om te verwijderen 32
Herhaalfunctie (repeat) 30
Hoofdmenu 29
Instellingen 39
iPhone 36
iPod 36
Keuzemenu mediabronnen 31
MDI 35
MEDIA-IN 35
Mediafunctie 27
Mp3-bestanden 27
Multimediabus AUX-IN 34
Opslagmedium kiezen 31
Scanfunctie 30
Titelinformatie 30
Titel kiezen 38
Vooruit 38
Weergaven 29
Weergaven en symbolen 30
WMA-bestanden 27
MEDIA-IN
Kiezen 31
Zie: Multimedia-interface MEDIA-IN ..... 35
Mediabronnen
Bluetooth-audio 31
Cd 31
Kiezen 31
MEDIA-IN 31
Sd-kaart 31
Menu
Oproeplijsten 59
MENU
Na het starten van de routegeleiding ..... 43
Navigatiebestanden
Actualiseren 41
Actualiteit navigatiebestanden 40
Gebruiken 41
Navigatiemeldingen
NAV (navigatie)
Aanwijzingen voor navigatie 40
Actualiteit navigatiebestanden 41
Bijzondere reisdoelen 42,46
Bijzonder reisdoel op kaart kiezen ..... 46
Bijzonder reisdoel zoeken 46
Contacten 45
Deeltraject blokkeren 44
Demomodus 50
Dynamische routegeleiding 44,48
File omzeilen 48
File vooruit 44
Functietoetsen 42
Hoofdmenu openen 41
Hoofdmenu 'Navigatie' 41
Instellingen 50
Kaartweergave 48
Kompasweergave 47
Manoeuvrelijst 47
Mijn reisdoelen 45
Mogelijke beperkingen 40
Na het starten van de routegeleiding ..... 43
Navigatiebestanden actualiseren ..... 41
Navigatiebestanden van een geheugenkaart actualiseren 41
Navigatiebestanden van een geheugenkaart gebruiken 41
Navigatiegebied 40
Navigatiemeldingen 44
Nieuw reisdoel ingeven 42
Positie opslaan 45
Reisdoelen en contacten 45
Reisdoelgeheugen 45
Reisdoelingave 42
Reisdoel op de kaart kiezen 43
Reisdoel wijzigen 44
Route-informatie 44
Routegeleiding stoppen 44
Routelijst 44
Splitscreen 47
Splitscreen weergeven en verbergen .... 47
Thuisadres ingeven 45
TMC-verkeersmeldingen 48
TRAFFIC 48
Tussenstop ingeven 44
vCards importeren 49
Verkeersopstoppingen weergeven ..... 48
Verkeerstekenweergave 49
Weergaven en symbolen 42
Weergave wijzigen 47
NAV (Navigatie)
Actualiteit navigatiebestanden 40
Nummer kiezen 57
O
Oproeplijsten 59
P
PHONE
A2DP 55
Algemene informatie 54
Beschrijving van de werking 55
Bluetooth-profielen 55
Contacten 58
Explosiegevaarlijke plaatsen 53
Functietoetsen 57
Gsm-netwerk 55
HFP 55
Hoofdmenu 56
Instellingen 60
Instellingen Bluetooth 61
Instellingen gebruikersprofiel 61
Kiezen 57,58
Koppeling via infotainmentsysteem ..... 53
Mobiele-telefoonkoppeling 53,54
Plaatsen met bijzondere voorschriften .... 53
Snelkeuzetoetsen 60
Telefoonbediening 52,56
Telefoonboek 58
Telefoonnummer ingeven 57
Verbinding via infotainmentsysteem ..... 53
Voicemailbox opbellen 58
Weergaven en symbolen 57
Plaatsen met bijzondere voorschriften .... 53
Pop-upvenster 9
R
RADIO 16
DAB-geheugenlijst 18
DAB-overdrachtstandaarden 18
DAB-radiotekst 18
DAB-slideshow 18
DAB-werking 18
DAB-zenderinfo 18
DAB-zendervolgsysteem met FM 18
EON 23
Extra DAB-diensten 18
Extra DAB-zender 18
Frequentiewissel 16
Hoofdmenu 16
Instellingen 24
Instellingen AM 25
Instellingen DAB 25
Instellingen FM 24
Radiofunctie 16
Radiotekst (RDS) 17
RDS 17
Scanfunctie (SCAN) 22
Verkeersinformatie 23
Voorkeuzetoetsen 19
Weergaven en symbolen 17
Weergave zendernamen 17
Zenderfrequentie instellen 20
Zender instellen 20
Zender kiezen 20
Zenderlijst 20
Zenderlogo's opslaan 19
Zendernamen vastzetten 22
Zender opslaan 20
Zendervolgsysteem via RDS 17
Radiotekst (RDS) 17
RDS 17
Automatisch zendervolgsysteem ..... 17
RDS regionaal 17
Dynamisch met TMC 48
S
SCAN
Media 30
Radio 22
Scanfunctie (SCAN)
MEDIA 30
Radio 22
Schuifregelaar 10
Scrollen 10
Sd-kaart
Zie: Instellingen 62
Snelheidsafhankelijke volumeregeling
Snelkeuzetoetsen 60
Softkeys 9
Softkeys (infotainmentsysteem)
Splitscreen
NAV (navigatie) 47
Spraakbediening
Aanwijzingen 14
Bediening 13
Gebruiksaanwijzing 13
Instellingen 15
Ondersteunde talen 13
Spraakcommando's 13
Storingen door mobiele telefoon 8
T
Tekeninvoerindicator (cursor) 11
Tekstingave 11
Tijd instellen 62
Time-out 8
TMC-verkeersmeldingen
Op kaart 48
Symbolen 48
Toetsen
Toetsenbord 11
Toetsen (infotainmentsysteem) 6
Touchscreen (infotainmentsysteem) 6
In- en uitschakelen 23
Verkeersbericht (INFO) 23
U
Uitschakelen 8
Uitschakeltijd (time-out) 8
UKW
Zie: FM 65
USB
Extern opslagmedium aansluiten 33
Niet leesbaar 33
Veiligheidsaanwijzingen
Infotainmentsysteem 3
Verkeersbericht (INFO)
Verkeersinformatie
Zie: TP (Traffic Program) 23
Verkeersmeldingen TMC
Verkeerstekenweergave
Voicemailbox opbellen
Volume
Basisvolume 9
Snelheidsafhankelijke volumeregeling (GA-LA) 64
Verkeersberichten 64
Wijzigen 9
Volumeverdeling (balance, fader) 64
Volumeverlaging 8
Voorkeuzetoetsen 19
W
Weergave
AUX-IN 34
Extern opslagmedium (usb) 33
MEDIA 29
NAV (navigatie) 47
Sd-kaart 29
Titels 38
Wissen
Alle ingaven 62
Gebruikersingaven 62
Z
Zender
Instellen 20
Kiezen 20
Opslaan 20
Scanfunctie (SCAN) 22
Zendernamen vastzetten 22
Zenderlogo's opslaan 19
Zendernamen 17
Zendervolgsysteem 17
Zenderzoeksysteem 22
Zonder geluid 9
Composition Media, Discover Media:
Radio, navigatiesysteem
Stand: 14.09.2012



