KIA Carnival II - Automobiel

Carnival II - Automobiel KIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Carnival II KIA in PDF-formaat.

📄 280 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice KIA Carnival II - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
MerkKia
ModelCarnival II
CategorieAuto (MPV/Minibus)
ProducttypeMulti Purpose Vehicle (MPV)
Afmetingen (L x B x H)4810 mm x 1890 mm x 1810 mm
Wielbasis2890 mm
Gewicht (leeg)Ongeveer 2000 kg
BrandstoftypeDiesel of Benzine
Motorinhoud2.2L (diesel) of 2.9L (benzine)
Vermogen140 - 185 pk
TransmissieHandgeschakeld of Automaat
Aantal zitplaatsen7 of 8
Brandstofverbruik (gem.)8,5 - 11,0 l/100 km
CO2-uitstoot220 - 260 g/km
VeiligheidssystemenABS, ESC, airbags (front, zijkant, gordijn)
OnderhoudOlie verversen, filters, remmen controleren
ReinigenWasstraat of handwas, interieur stofzuigen
ReserveonderdelenBeschikbaar via Kia-dealer of online
ReparatiehandleidingInclusief handleiding in PDF

Veelgestelde vragen - Carnival II KIA

Hoe reset ik de service-indicator van de Kia Carnival II?
Zet het contact aan, druk op de knop 'TRIP' totdat 'SERVICE' verschijnt, houd de knop ingedrukt tot de melding verdwijnt.
Welke olie moet ik gebruiken voor de motor?
Voor dieselmotoren: 5W-30 of 10W-40 (API CF-4). Voor benzinemotoren: 5W-20 of 5W-30 (API SM). Raadpleeg de handleiding voor exacte specificaties.
Wat is de aanbevolen bandenspanning?
Voorwielen: 2.3 bar, achterwielen: 2.5 bar (bij normale belading). Controleer het sticker in de deurpost voor exacte waarden.
Waar bevindt de zekeringkast zich?
De zekeringkast zit onder het stuur aan de bestuurderszijde, achter een klepje. Een tweede kast bevindt zich in de motorruimte.
Hoe vervang ik de batterij?
Schroef de klemmen los (eerst min, dan plus), verwijder de oude batterij, plaats de nieuwe en sluit aan (eerst plus, dan min). Let op de poolpositie.
Wat is het maximale trekgewicht?
Geremde aanhanger: 2000 kg. Ongeremde aanhanger: 750 kg. Afhankelijk van motor en uitvoering.
Hoe stel ik de stoelen in voor meer laadruimte?
De derde zitrij kan worden neergeklapt door aan de hendels te trekken. De tweede zitrij kan worden opgeklapt of verwijderd.
Welke motoroliecapaciteit heeft de Carnival II?
Diesel (2.2L): ongeveer 7,5 liter. Benzine (2.9L): ongeveer 6,0 liter. Controleer met peilstok.
Hoe regelmatig moet ik de distributieriem vervangen?
Elke 90.000 km of 5 jaar (dieselmotor). Raadpleeg de onderhoudsschema voor benzine.
Waar kan ik de handleiding downloaden?
Ga naar notice-facile.com, zoek naar 'Kia Carnival II' en download de gratis PDF-handleiding in uw taal.

Gebruikersvragen over Carnival II KIA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Carnival II - KIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Carnival II van het merk KIA.

GEBRUIKSAANWIJZING Carnival II KIA

Nu u de trotse eigenaar van een Kia Carnival bent, zal men u wellicht heel wat vragen over uw auto en de producent ervan stellen "Wie of wat is Kia?", "Wat betekent 'Kia'?"

Hier krijgt u het antwoord. Allereerst is Kia de oudste autoproducent in Korea. Het bedrijf telt duizenden werknemers die zich vol overgave toeleggen op de productie van kwaliteitsauto's met een betaalbaar prijskaartje. De werknemers zijn immers eigenaar van een aanzienlijk deel van het bedrijf.

De eerste lettergreep, Ki, van de naam "Kia" betekent "ontstaan uit de wereld" of "van de wereld voortkomen". De tweede lettergreep, a; staat voor Azië. De naam Kia betekent dus "uit Azië ontstaan op de wereld komen."

Veel plezier met uw CARNIVAL!

Voorwoord

Gefeliciteerd met de aankoop van uw Kia.

Wanneer uw auto aan onderhoud toe is, vergeet dan niet dat uw dealer uw auto als geen ander kent. Uw dealer beschikt over technici die door de producent opgeleid werden, over het aanbevolen speciale gereedschap en originele Kia-onderdelen. Bovendien ligt uw tevredenheid hem nauw aan het hart.

Omdat de volgende eigenaar deze belangrijke informatie ook nodig hebben, dient dit boekje bij de auto te blijven wanneer u hem verkoopt.

In deze handleiding leest u alles over de werking, het onderhoud en de veiligheid van uw nieuwe auto. In de bijlage vindt u ook een garantieboekje met belangrijke informatie over alle geboden garanties op uw auto: garantie op het nieuwe voertuig, garantie op de aandrijving, garantie van corrosiebestendigheid en garantie op het uitlaat-controlesysteem. Is uw auto uitgerust met een audiosysteem, dan krijgt u ook een handleiding voor het geïntegreerde audiosysteem van Kia, waarin u alles leest over de werking van het systeem. We raden u aan al deze documentatie grondig door te nemen en de aanbevelingen te volgen. Zo bent u zeker van een optimaal rijcomfort en absolute veiligheid van uw nieuwe auto.

Kia biedt een uitgebreide serie van opties, componenten en kenmerken voor zijn diverse modellen aan.

Daarom is het mogelijk dat de in deze handleiding beschreven uitrusting en de vele illustraties niet helemaal van toepassing zijn op uw specifieke auto. De informatie en de specificaties in deze handleiding waren accuraat op het ogenblik dat ze gedrukt werden. Kia behoudt zich het recht voor de specificaties of het ontwerp stop te zetten of aan te passen zonder voorafgaande mededeling en zonder dat hieraam verplichtingen voortvloeien. Hebt u nog vragen, neem dan gerust contact op met uw Kia-dealer.

We verzekeren u dat we alles in het werk zullen stellen uw rijgenot en uw tevredenheid over uw Kia. te waarborgen

© 2002 Kia Motors Corp.

Alle rechten voorbehouden. Elke vorm van reproductie of vertaling, gedeeltelijk of in zijn geheel, is slechts toegelaten met schriftelijke toestemming van Kia Motors Corp.

Gedrukt in Korea

inhoudstabel

Inleiding....Hoofdstuk 1

Uw auto in een oogopslag....Hoofdstuk 2

Kennismaking met uw auto....Hoofdstuk 3

Besturing van uw auto....Hoofdstuk 4

Rijtips Hoofdstuk 5

In geval van nood....Hoofdstuk 6

Onderhoud Hoofdstuk 7

Specificaties....Hoofdstuk 8

Index Hoofdstuk 9

Hoe gebruikt u deze handleiding....1-2

Inrijden van het voertung 1-3

Inleiding

Hoe gebruikt u deze handleiding

We willen u helpen, het grootst mogelijke rijplezier uit uw auto te halen. Deze handleiding kunt u daar zeker bij helpen. We raden u met aandrang aan, de hele handleiding grondig door te nemen.

Om ernstige of zelfs dodelijke ongelukken te vermijden, dient u minstens de paragrafen WAARSCHUWING en VOORZICHTIG in alle hoofdstukken van deze handleiding aandachtig te lezen. U kan ze gemakkelijk herkennen aan de speciale markeringen die u hieronder ziet.

De illustraties vormen een aanvulling op de tekst in deze handleiding zodat u alle aanwijzingen voor een optimaal rijplezier goed begrijpt. Bij het lezen van uw handleiding zal u alles vernemen over de kenmerken van uw auto, belangrijke veiligheidsinformatie en rijgedrag in verschillende omstandigheden.

De algemene opbouw van de handleiding is te zien in de inhoudstabel. Een goed beginpunt is de index, die een alfabetisch overzicht van alle informatie in deze handleiding geeft.

Hoofdstukken: Deze handleiding bestaat uit acht hoofdstukken en een index. Elk hoofdstuk begint met een korte inhoudstabel, zodat u in één oogopslag ziet of de informatie die u zoekt in dit hoofdstuk te vinden is.

In deze handleiding zal u op diverse plaatsen WAARSCHUWING, VOORZICHTIG en OPMERKING aantreffen. De paragrafen WAARSCHUWING, VOORZICHTIG en OPMERKING werden ingevoegd om uw veiligheid en uw blijvende tevredenheid over uw Kia Carnival te verzekeren. ALLE procedures en aanbevelingen in deze paragrafen WAARSCHUWING, VOORZICHTIG en OPMERKING dient u aandachtig te lezen en precies na te leven.

KIA Carnival II - Hoe gebruikt u deze handleiding - 1

WAARSCHUWING

WAARSCHUWING wijst op een situatie waarin het negeren van de waarschuwing tot ernstige of zelfs dodelijke lichamelijke verwondingen kan leiden.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - 1

VOORZICHTIG

VOORZICHTIG wijst op een situatie waarin het negeren van de aanmaning tot voorzichtigheid tot lichamelijke verwondingen, eventueel ernstig, kan leiden.

\* OPMERKING

OPMERKING wijst op een situatie waarin uw auto schade kan oplopen als u de aanwijzingen negeert.

Inrijden van het voertuig

Er dient geen speciale inrijperiode in acht genomen te worden. Door de eerste 1000 km enkele eenvoudige voorzorgen te nemen, kunt u de prestaties, zuinigheid en de levensduur van uw auto verhogen.

  • Laat de motor niet op hoog toerental draaien.
  • Rij geen lange periodes met dezelfde snelheid (hoog of laag). Varieer uw snelheid zodat de motor goed kan inlopen.
  • Vermijd bruusk remmen, tenzij in noodgevallen, zodat de remmen zich goed kunnen zetten.
    • Vermijd het wegrijden met vol gas.

Uw auto in een oogopslag

Overzicht binnenkant en buitenkant....2-2

Overzicht dashboard....2-3

Uw auto in een oogopslag

Overzicht binnenkant en buitenkant

Buitenspiegel Stuurwiel Stoel Portier Schakelaars elektrische ramen Portier achterin Lichten Achterklep

BGQ02001

Overzicht dashboard
Instrumentenpaneel Ruitenruitenwisser / sproeier Radio (indien aanwezig) Airbag (indien aanwezig) Beluchtingsopening Asbakjes / Sigarettenaansteker Bekerhouder (indien aanwezig) Klimaatregeling Bergruimte in de console Handrem Versnellingspook Ontgrendeling motorkap Ontgrendelknop tankdopklepje Ontagrendeling handrem Airbag (indien aanwezig) Bediening lichten / richtingaanwijzers

BGQ02100A

Kennismaking met uw auto

Sleutels 3-3

Portiersloten 3-4

Zijramen achter 3-14

Voorstoel....3-15

Achterbank 3-25

Veiligheidsriemen 3-34

Airbag....3-49

Achterportier 3-59

Motorkap 3-60

Afsluiting van de vulopening....3-62

Stuurwiel 3-65

Kennismaking met uw auto

Spiegels 3-67

Binnenverlichting....3-70

Bekerhouder 3-72

Bergruimte in de console 3-74

Zonnedak....3-76

Opbergvak voor zonnebril 3-80

Roof rack....3-80

Sleutels

Y7786 KIA Sleutelcode

AN7B03001

De cijfercode van uw sleutel is in het plaatje dat aan uw set sleutels hangt gegraveerd. Mocht u uw sleutels ooit verliezen, dan kunt u deze met behulp van dit nummer gewoon laten bijmaken bij elke erkende Kia-dealer. Verwijder dit plaatje van uw sleutels en bewaar het op een veilige plaats. Noteer de cijfercode ook op een veilige en handige plaats, maar niet in uw auto.

Het is gevaarlijk kinderen zonder toezicht samen met de contactsleutel in de auto te laten, zelfs als deze sleutel niet in het contactslot zit. Kinderen imiteren volwassenen graag en zouden de contactsleutel in het contactslot kunnen steken. Met de contactsleutel in het contactslot zouden kinderen de elektrische ramen en andere bedieningselementen kunnen bedienen of zelfs met de auto kunnen rijden, wat tot ernstige verwondingen of zelfs overlijden zou kunnen leiden. Laat uw sleutels daarom nooit in de auto wanneer er kinderen zonder toezicht in zitten.

Kennismaking met uw auto

Portiersloten

Automatische portiersloten

Portiersloten bedienen – met de sleutel

KIA Carnival II - Portiersloten - 1

  • U kunt door met de sleutel het slot van het linker voorportier te bedienen de sloten van alle vier portieren en het achterportier openen en sluiten.
  • Draai de sleutel naar links om de sloten van de portieren te openen en naar rechts om deze te sluiten.
  • Wanneer de portieren eenmaal van slot zijn, kunt u deze openen door de portierhandle uit te trekken.

Portiersloten bedienen – met afstandsbediening (optie)

SLUITEN OPENEN LOCK

01022

Als uw auto is uitgerust met deze optie, kunt u de sloten van de portieren en het achterportier openen en sluiten van een afstand van maximaal 5 meter. U doet dit met behulp van de zender/sleutelhanger die bij uw auto is geleverd.

  • Sluiten: Als u de Lock-knop op het zendertje indrukt, sluit u alle vier portieren en het achterportier af. De claxon klinkt.
  • Openen: Als u de Unlock-knop op het zendertje indrukt, opent u de sloten van alle vier portieren en het achterportier. De binnenverlichting brandt 10 seconden lang.

\* OPMERKING

  • De afstandsbediening van de portiersloten werkt niet wanneer:
  • de contactsleutel zich in het contactslot bevindt
  • u verder dan 5 meter van uw auto bent verwijderd
  • de batterijen van het zendertje uitgeput raken
  • andere voertuigen of voorwerpen het signaal van het zendertje tegenhouden.
  • Werkt de afstandsbediening van de portiersloten niet naar tevredenheid, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met een officiële Kia-dealer.

Raadpleeg vóór meer details "Afstandsbediening portiersloten" (pagina 3-8)

Portiersloten bedienen – zonder sleutel
KIA Carnival II - \* OPMERKING - 1

flowchart
graph TD
    A["Top Door Handle"] --> B{Arrow Down}
    B --> C["Left Side"]
    B --> D["Right Side"]
    C --> E["Down Arrow"]
    D --> F["Right Side"]

BGQ03108

Wanneer u de afsluitknop van het portier indrukt en vervolgens het portier sluit, kunt u het portier op slot doen zonder de sleutel te gebruiken.

\* OPMERKING

Neem altijd de contactsleutel uit het contact, trek de handrem aan, sluit alle ramen en doe alle portieren op slot wanneer u uw auto ergens parkeert.

Kennismaking met uw auto

De portiersloten van binnenuit bedienen
Voorzijde ONTGRENDELD VERGRENDELD 1MS104006

- Doe een portier op slot door de knop van de sluiting in de stand 'Vergrendeld' te duwen.

- Haal het portier van slot door de knop van de sluiting in de stand 'Ontgrendeld' te duwen.

- Open het portier door de portierhandle in de richting van het midden van de auto te trekken.

Achterzijde VERGRENDELD ONTGRENDELD 1GQ102014

Schuifdeuren achter

- Druk de portierslotschakelaar naar de stand VERGRENDELD om de deur te vergrendelen.

- Druk de portierslotschakelaar naar de stand ONTGRENDELD om de deur te ontgrendelen.

- Trek de greep naar achteren om de deur te openen.

- Als de deur volledig geopend is, is hij vergrendeld. Trek de greep naar de voorzijde van de auto en schuif de deur naar voren om deze te sluiten.

\* OPMERKING

Als het portier afgesloten is, is het rode gedeelte van de knop niet zichtbaar.

WAARSCHUWING – Kinderen zondetoezicht

Laat nooit kinderen of dieren zonder toezicht in de auto. In een afgesloten auto kan de temperatuur extreem hoog oplopen, wat de dood of ernstige verwonding van kinderen die het voertuig niet kunnen verlaten, of van dieren, tot gevolg kan hebben.

VOORZICHTIG

De portieren moeten altijd volledig gesloten en op slot zijn terwijl het voertuig in beweging is. Hierdoor kunt u voorkomen dat het portier per ongeluk wordt geopend. Als de portieren op slot zijn, ontmoedigt dat ook mogelijke binnendringers die de portieren zouden willen openen als de auto stilstaat of langzamer gaat rijden.

portierslotschakelaar

BGQ102001

Automatische portiervergrendeling (indien van toepassing) Als het bestuurdersportier met de sleutel, de vergrendelknop of de centrale schakelaar voor de vergrendeling wordt vergrendeld of ontgrendeld, zullen alle overige portieren en de achterklep gelijktijdig vergrendelen, respectievelijk ontgrendelen.

Kennismaking met uw auto

Kinderslot op achterportier
Vrij Insgeschakeld

1V2B03005

Afstandsbediening portieren (optie)

Hiermee opent en sluit u de sloten van de portieren en van het achterportier.

KIA Carnival II - Afstandsbediening portieren (optie) - 1

VOORZICHTIG

Zorg ervoor dat u het zendertje niet beschadigt: laat het niet vallen, laat het niet nat worden en stel het niet bloot aan hoge temperaturen of zonlicht.

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

OPMERKING

  • De afstandsbediening is ontworpen om de sloten van de portieren van de auto van maximaal 5 meter afstand te openen en te sluiten. Deze afstand kan echter variëren afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden.
  • Het systeem van de afstandsbediening werkt niet wanneer de contactsleutel in het contact zit.

Bediening

Als u de Sluiten-knop op het zendertje indrukt, sluit u de portieren en het achterportier af. De claxon klinkt.

Openen: Als u de Openen-knop op het zendertje indrukt, opent u de sloten van de portieren en het achterportier.

Controleer de batterij als het zendertje niet werkt.

Vervanging van de batterij

KIA Carnival II - Vervanging van de batterij - 1

  1. Open het zendertje: steek een munt in de sleuf en wrik voorzichtig.
  2. Verwijder de twee 3V-batterijen en leg twee nieuwe in met het +-teken naar beneden.
  3. Zet het zendertje nu weer in elkaar.
  4. Controleer of het zendertje werkt.

Kennismaking met uw auto

Startblokkeringssysteem (optie)

Uw auto is uitgerust met een elektronisch startblokkeringssysteem. Dit systeem vermindert in hoge mate het risico van diefstal van uw auto. Het startblokkeringssysteem bestaat uit een zender-ontvanger in de contactsleutel, een antennespoel in de sleutelcilinder en een startblokkeringssysteem (Smartra Unit). Als u de contactsleutel in het contactslot steekt en de sleutel in de stand ON draait, ontvangt de antennespoel de signalen van de zender-ontvanger en zendt deze naar het startblokkeringssysteem. De module controleert of het signaal van de Smartra-unit juist is of niet. Als het signaal juist is, wordt de motor gestart en als het niet juist is wordt de motor niet gestart.

Het startblokkeringsysteme deactiveren

Steek de contactsleutel in het contactslot en draai de sleutel in de stand ON.

Het startblokkeringssysteem activeren

Draai de sleutel in de stand OFF. Als het contactslot in deze stand staat, zal de motor niet starten als iemand die de originele sleutel niet heeft, probeert weg te rijden in de auto.

KIA Carnival II - Het startblokkeringssysteem activeren - 1

VOORZICHTIG

De zender-ontvanger in uw contactsleutel speelt een zeer belangrijke rol bij het deactiveren van het startblokkeringssysteem. Stel de zender-ontvanger niet bloot aan schokken. Hierdoor zou er storing kunnen optreden in het startblokkeringssysteem waardoor de motor mogelijk niet start.

\* OPMERKING

Neem contact op met een officiele Kia-dealer indien u de geheime code van de startblokkering wilt wijzigen. Na het wijzigen dienen zowel u als uw dealer de geheime code op een veilige plaats te bewaren.

VOORZICHTIG

U kunt het startblokkeringssysteem niet naar eigen inzicht wijzigen of aanpassen. Dit kan storing in het systeem tot gevolg hebben. Een storing die het gevolg is van het wijzigen of aanpassen van het startblokkeringssysteem door iemand anders dan de officiële Kia-dealer valt niet onder de Kia-garantie.

Ramen

Elektrische ramen

Om de elektrische ramen te bedienen moet de contactsleutel in positie ON staan. Aan elk portier zit een bedieningsschakelaar vóór het openen/sluiten van de raam van het betreffende portier. De bestuurder beschikt echter over een bedieningsschakelaar waarmee hij de bediening van de ramen van de drie passagiersportieren kan blokkeren.

\* OPMERKING

Om mogelijke beschadiging aan het bedieningssysteem van de elektrische ramen te voorkomen mag u nooit meer dan twee ramen tegelijk openen of sluiten. Zo verzekert u tevens de lange levensduur van de zekering.

Kennismaking met uw auto

Automatisch openen van de portierruit aan bestuurderszijde (Optie)

De ruit van het bestuurdersportier kan automatisch geopend worden. Druk de voorkant van de schakelaar kort in tot de tweede klik om de ruit automatisch te openen. Door de voorkant van de schakelaar omhoog te trekken en daarna los te laten, wordt deze functie weer onderbroken.

Bediening elektrische ramen van bestuurdersportier
Blokkeerschakelaar elektrische ruitbediening

BGQ102001A

In het bestuurdersportier zit een hoofdschakelaar vóór de elektrische ramen waarmee alle ramen van de auto bediend kunnen worden. Om een raam te openen drukt u de voorkant van de overeenkomstige schakelaar naar beneden, om een raam te sluiten trekt u de voorkant van de overeenkomstige schakelaar omhoog.

Vergrendeling elektrische ramen

De bestuurder kan de bedieningsschakelaars van de elektrische ramen van alle passagiersportieren vergrendelen door de linkerzijde (plat deel) van de schakelaar "WINDOW LOCK" aan het bestuurdersportier naar beneden te drukken (stand ON, plat deel naar beneden). Staat de vergrendelingsschakelaar van de elektrische ramen op ON, dan kunnen alle ramen alleen met de hoofdschakelaar in het bestuurdersportier bediend worden.

KIA Carnival II - Vergrendeling elektrische ramen - 1

WAARSCHUWING - Elektrische ramen

  • Zet de vergrendelingsschakelaar van de elektrische ramen in het bestuurdersportier steeds op "ON" (linkerkant/plat deel van de schakelaar naar beneden), tenzij een van de passagiers een raam wil openen of sluiten. Door een onopzettelijke bediening van de elektrische ramen kunnen de passagiers (vooral kinderen) ernstige verwondingen oplopen.
  • Controleer vóór u een raam sluit steeds extra goed of er geen armen, handen of andere voorwerpen tussen zitten.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Elektrische ramen - 1

OPMERKING

Merkt u bij het openen van de raam aan een bepaalde zijde trillingen of kloppingen op (windstoten), open dan de tegenoverliggende raam op een kiertje om de toestand te verbeteren.

Bediening elektrische ramen aan passagiersportieren
KIA Carnival II - OPMERKING - 1

Kennismaking met uw auto

U kunt een raam openen door op het voorste gedeelte van de schakelaar vóór de elektrische ramen te drukken. U kunt een raam sluiten door het voorste gedeelte van de schakelaar vóór de elektrische ramen omhoog te trekken.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

Laat kinderen niet met de elektrische ramen spelen. Zij kunnen zichzelf of anderen ernstig letsel toebrengen.

Timer elektrisch bedienbare ruiten (indien van toepassing)

De ruit kan worden bediend tot ca. 30 seconden nadat het contact in stand ACC of LOCK is gezet.

Zijramen achter

Handmatig te openen

Vergrendeling van het zijraam achter ① ②

1V2B03009

U kunt de zijramen achter openen door het achterste gedeelte van de vergrendeling naar u toe te trekken. Zwaai de vergrendeling naar voren en naar buiten en zet de hendel vast in de geopende stand door deze naar achteren te duwen totdat u een klik hoort. U kunt de ramen sluiten door de hendel naar binnen te trekken. Duw vervolgens de hendel naar binnen totdat u een klik hoort.

Zijramen achter elektrisch bedienen (optie)

Voorkant

Achterkant

IGQ102003V/IGQ102003U/IGQ102002D

U kunt de ventilatieramen achter elektrisch bedienen wanneer het contact in de stand ON of de stand ACC staat. De ventilatieramen worden bediend met de linker en de rechter schakelaar die zich bevinden in het bedieningspaneel boven de achteruitkijkspiegel.

Druk de zijde OPEN van de schakelaar in om de ruit te openen. Druk op de zijde CLOSE om de ruit te sluiten.

Als de blokkeerschakelaar in het bestuurdersportier is ingedrukt, kunnen de achterzijruiten niet worden geopend met de schakelaars achterin.

Voorstoel

WAARSCHUWING – Bestuurdersstoel

  • Wijzig nooit de stand van de bestuurdersstoel terwijl de auto rijdt. Wanneer u dit doet kunt u de controle over de auto verliezen en ongelukken veroorzaken die ernstig persoonlijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben.
  • Laat niets de normale stand van de rugleuning van de bestuurdersstoel blokkeren. Wanneer de rugleuning van de bestuurderstoel niet is vergrendeld, kan een plotseling stop of een botsing ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
  • De leuning van de voorstoelen moeten onder het rijden altijd rechtop staan en de heupgordel van de veiligheidsriem moet altijd laag en strak over de heupen zitten.

Kennismaking met uw auto

De stand van de voorstoelen aanpassen – standaard De voorstoel naar voren en naar achteren verplaatsen

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

U kunt de voorstoel naar voren of naar achteren verplaatsen door de hendel onder de voorzijde van de zitting omhoog te trekken, de stoel in de gewenste positie te verplaatsen en de hendel weer los te laten. Controleer of de stoel is vergrendeld door te proberen de stoel te verplaatsen.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

VOORZICHTIG

Plaats niets onder de voorstoelen. Losse voorwerpen kunnen tussen de stoel en de bevestigingsrail komen of onder de stoel vandaan rollen. Voorwerpen die bij de voeten van de bestuurder terecht komen, kunnen bediening van het rem-, koppelings- en gaspedaal verhinderen.

De stand van de rugleuning van de voorstoelen aanpassen

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

U kunt de hoek van de rugleuning aanpassen door wat naar voren te leunen en de hefboom die zich aan de uiterste rand van de zitting bevindt, op te lichten. Leun vervolgens naar achteren totdat de rugleuning in de gewenste stand staat en laat de hefboom los. Let er na het aanpassen van de stand van de rugleuning vooral op dat de hefboom weer in de oorspronkelijke vergrendelde stand staat.

De hoogte van de voorzijde van de zitting van de bestuurdersstoel aanpassen

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 2

U kunt de hoogte van de zitting wijzigen door aan de knop te draaien, die zich aan de buitenzijde van de zitting bevindt.

• U maakt de zitting lager door de knop naar voren te draaien.
- U maakt de zitting hoger door de knop naar achteren te draaien.

Kennismaking met uw auto

Lendesteun (bestuurdersstoel)
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

IS4104009B
De lendesteun kan versteld worden door de hendel aan de zijkant van de rugleuning van de bestuurdersstoel te bewegen. Draai de hendel naar voren om de lendesteun te verhogen. Draai de hendel naar achteren om de lendesteun te verminderen.

Aanpassing van de stand van de voorstoel – elektrische bediening (Optie)

U kunt de stoel elektrisch naar voren en naar achteren verplaatsten en elektrisch de stand van de rugleuning, de hoogte van de zitting en de lendesteun aanpassen. Verstel de stoel in de gewenste stand door middel van de schakelaars die zich aan de buitenkant van de zitting bevinden.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

VOORZICHTIG

  • U kunt de stand van de bestuurdersstoel elektrisch aanpassen door middel van een elektromotor. Vermijd langdurig gebruik omdat dit beschadiging van de elektromotor tot gevolg kan hebben.
  • Voorkom dat de accu leeg raakt: gebruik het systeem vóór de elektrische verstelling van de bestuurdersstoel niet als de motor van de auto niet loopt. Het systeem gebruikt zeer veel stroom.
    • Voer niet meer dan één aanpassing van de stand van de bestuurdersstoel tegelijk uit.

De voorstoel naar voren en naar achteren verplaatsen
KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

U kunt de voorstoel naar voren en naar achteren verplaatsen door de schakelaar naar voren of naar achteren te verplaatsen en vervolgens vast te houden.

Als u de voorstoel in de gewenste positie hebt verplaatst, laat u de schakelaar los.

De stand van de rugleuning van de bestuurdersstoel aanpassen
1V2B03015

U kunt de hoek van de rugleuning wijzigen door de schakelaar naar voren of naar achteren te verplaatsen en vervolgens vast te houden. Als de rugleuning in de gewenste stand staat, laat u de schakelaar los.

Kennismaking met uw auto

De hoogte van de zitting van de bestuurdersstoel aanpassen Hoogte voorzijde van de zitting van de bestuurdersstoel

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

U kunt de hoogte van de voorzijde van de zitting van de bestuurdersstoel aanpassen door het voorste gedeelte van de schakelaar omhoog te trekken of omlaag te drukken. Deze schakelaar bevindt zich aan de buitenzijde van de zitting.

Hoogte achterzijde van de zitting van de bestuurdersstoel

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

U kunt de hoogte van de achterzijde van de zitting van de bestuurdersstoel aanpassen door het achterste gedeelte van de schakelaar omhoog te trekken of omlaag te drukken.

Hoogte van de zitting van de bestuurdersstoel
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 3

1V2B03018
U kunt de hoogte van de zitting van de bestuurdersstoel in z'n geheel aanpassen door het middengedeelte van de schakelaar omhoog te trekken en omlaag te drukken.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 4

Om het risico te verminderen dat u bij een botsing onder de heupgordel door glijdt en mogelijk ernstig letsel oploopt of dodelijk verongelukt, kunt u beter de rugleuning van de voorstoel niet in een achterovergekantelde stand gebruiken terwijl de auto rijdt. Als een voorstoel achterover is gekanteld kan een inzittende onder de heupgordel van de veiligheidsriem door glijden bij een botsing. Als dat gebeurt, zal een inzittende misschien niet meer goed worden tegengehouden en kan de veiligheidsgordel krachten uitoefenen op het onbeschermde onderlichaam die ernstig letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. Houd daarom de rugleuning van de voorstoelen comfortabel rechtop wanneer de auto rijdt.

Kennismaking met uw auto

Lendesteun (Alleen voor de bestuurdersstoel)
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

U kunt de lendesteun aanpassen door de schakelaar aan de buitenzijde van de zitting in te drukken. Wanneer u de bovenzijde van de schakelaar indrukt, neemt de omvang van de lendesteun toe. Wanneer u de onderzijde van de schakelaar indrukt, neemt de omvang van de lendesteun af.

Hoofdsteun
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

De hoofdsteun biedt extra comfort en levert een bijdrage aan het beschermen van uw hoofd en nek bij bepaalde typen aanrijdingen.
Plaats de hoofdsteun zo dat het midden ervan zich ter hoogte van uw oren bevindt. U kunt de hoofdsteun hoger stellen door deze naar boven te trekken. De hoofdsteun zal in deze positie vastklikken. U kunt de hoofdsteun lager stellen door de handel voor de vergrendeling aan de linkerkant in te drukken en de hoofdsteun naar beneden te duwen.
Als uw auto voorzien is van kantelbare hoofdsteunen, kunt u de hoek van de hoofdsteun instellen. Trek, om de hoofdsteun te verstellen, de bovenzijde van de hoofdsteun naar u toe.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 3

WAARSCHUWING - Hoofdsteunen

  • Verminder het risico van hoofd- en nekletsel: rijd niet in de auto zonder de hoofdsteun of met een hoofdsteun die niet goed staat afgesteld.
  • Verminder de kans dat u bij een botsing letsel oploopt: plaats de hoofdsteun zo dat het midden ervan zich ter hoogte van uw oren bevindt.
    • Probeer niet onder het rijden de stand van de hoofdsteun van de bestuurder aan te passen.

Armsteun (optie)
KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Hoofdsteunen - 1

Type A (niet-verstelbare armsteun)

De voorstoelen en de stoelen op de eerste zitrij achter zijn voorzien van armsteunen. Trek de armsteun uit de rugleuning als u hem wilt gebruiken.

Type B (verstelbare armsteun)

Druk de armsteun in zijn laagste stand tot u een "tik-tik" geluid hoort. Plaats de armsteun vervolgens in de gewenste positie.

Kennismaking met uw auto

Zijtafel (indien van toepassing)
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

De zijtafel bevindt zich aan de binnenzijde van de passagiersstoel.

Om de tafel te gebruiken, deze geheel optillen totdat hij vergrendeld wordt. Probeer de tafel naar beneden te duwen om te controleren of hij vergrendeld is. Als de tafel naar beneden zakt, is hij niet goed vergrendeld.

Door het achterste deel naar achteren te trekken wordt de tafel groter.

Om de tafel in te klappen de ontgrendelknop omhoog trekken en de rand van de tafel naar beneden duwen.

Tafels in de rugleuning (indien van toepassing)
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

De tafels bevinden zich aan de achterzijde van de voorstoelen. De passagiers op de tweede zitrij kunnen de tafel gebruiken door hem omhoog te klappen tot in horizontale positie.

\* OPMERKING

Gebruik de tafels nooit tijdens het rijden. Gebruik ze alleen als de auto stilstaat.

Achterbank

KIA Carnival II - Achterbank - 1

WAARSCHUWING – Rugleuning van de achterbank

  • De rugleuning van de achterbank moet goed zijn vergrendeld. Als dat niet het geval is, kunnen passagiers en voorwerpen bij een noodstop of een botsing naar voren worden geworpen en kan ernstig letsel en dood het gevolg zijn.
  • Leg bagage en andere vracht plat in de kofferruimte. Zet voorwerpen vast als deze groot of zwaar zijn of moeten worden opgestapeld. Stapel onder geen beding vracht zo hoog op dat deze boven de rugleuning van de achterbank uitkomt. Als u deze adviezen niet opvolgt, kan dit ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben wanneer de auto een noodstop moet maken, een botsing heeft of over de kop slaat.

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

• Passagiers mogen niet in de kofferruimte zitten of achterover leunen op naar voren geklapte rugleuningen wanneer de auto rijdt.
- Wanneer u de rugleuning weer rechtop zet, controleer dan of de rugleuning goed vergrendeld is door deze naar voren en naar achteren te duwen.
- Vermijd de mogelijkheid van brandwonden: verwijder niet de bekleding van de kofferruimte. De uitlaat, die zich onder de vloer bevindt, kan de temperatuur van de bodemplaat hoog doen oplopen.

Kennismaking met uw auto

De achterstoel - Rij 2

De achterstoelen naar voren en naar achteren verplaatsen.

KIA Carnival II - De achterstoel - Rij 2 - 1

U kunt de achterstoelen naar voren en naar achteren verplaatsen door de hendel onder de voorzijde van de zitting omhoog te trekken, de stoel in de gewenste stand te schuiven en de hendel weer los te laten. Controleer of de stoel in deze stand is vergrendeld door te proberen of u de stoel kunt verplaatsen.

De stand van de rugleuning van de achterstoelen aanpassen

KIA Carnival II - De achterstoel - Rij 2 - 2

U kunt de hock van de rugleuning van de achterstoelen veranderen door wat naar voren te leunen en de hendel die zich aan de buitenzijde van de stoel bevindt, omhoog te brengen. Leun dan achterover in de gewenste stand en laat de hendel los. Controleer hierna of de hendel is teruggekeerd in de oorspronkelijke vergrendelde stand.

Neerklapbare achterbank (indien van toepassing)

Hendel rugleuningverstelling Pedaal Hendel voor neerklappen

BGQ03003A

Gebruik van rugleuning achterstoel als tafel:

  1. Laat de hoofdsteun zakken.
  2. Trek de hendel voor de rugleuningverstelling omhoog of trap het pedaal in.
  3. Duw de hendel voor het neerklappen naar voren om de rugleuning neer te klappen.

Terugklappen van de achterstoel:

Zet de rugleuning rechtop en controleer of hij goed vergrendeld is.

Kennismaking met uw auto

De achterbank - Rij 3

De achterbank (de derde rij) naar voren en naar achteren verplaatsen

KIA Carnival II - De achterbank - Rij 3 - 1

U kunt de achterstoelen naar voren en naar achteren verplaatsen door de hendel onder de voorzijde van de zitting omhoog te trekken, de stoel in de gewenste stand te schuiven en de hendel weer los te laten. Controleer of de stoel in deze stand is vergrendeld door te proberen of u de stoel kunt verplaatsen.

De hoek van de rugleuning van de achterbank aanpassen

KIA Carnival II - De achterbank - Rij 3 - 2

U kunt de hoek van de rugleuning van de achterstoelen veranderen door wat naar voren te leunen en de hendel die zich aan de buitenzijde van de stoel bevindt, omhoog te brengen. Leun dan achterover in de gewenste stand en laat de hendel los. Controleer hierna of de hendel is teruggekeerd in de oorspronkelijke vergrendelde stand.

Neerklapbare achterbank
KIA Carnival II - De achterbank - Rij 3 - 3

U kunt de bagageruimte vergroten door de rugleuning van de achterbank naar voren te klappen en de bank naar voren te schuiven. Open het luikje aan de achterzijde en trek de lussen die zich op de achterste hoek van de zitting bevinden naar buiten en duw de hendel voor het neerklappen naar voren. De rugleuning is tot bijna horizontale positie naar voren te klappen.

KIA Carnival II - De achterbank - Rij 3 - 4

WAARSCHUWING

Laad om ernstig letsel bij een aanrijding of bij krachtig remmen te voorkomen geen bagage op de neergeklapte rugleuning van een achterstoel als u met de auto gaat rijden.

Neerklapbare achterbank

Neerklappen van de achterbank om de laadruimte te ergroten

Hendel voor neerklappen Lus rugleuningverstelling Hendel verstelling in lengterichting Lus ontgrendeling

BGQ0300B

  1. Verwijder de hoofdsteun.
  2. Trek de hendel voor de verstelling in lengterichting omhoog en zet de achterstoel in de achterste stand. Trek de lus voor de rugleuningverstelling omhoog. Duw de hendel voor het neerklappen naar voren om de rugleuning neer te klappen.
  3. Trek aan de lus van de zittingvergrendeling en til de zitting aan de achterzijde omhoog.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

  1. Trek de bevestigingsstrip onder de zitting vandaan.
  2. Klap de neergeklapte bank in zijn geheel naar voren en bevestig de haak aan de hoofdsteun van de 2 ^e zitrij.

Terugklappen van de achterbank

  1. Neem de haak los van de hoofdsteun.
  2. Berg de bevestigingsstrip op in de daarvoor bestemde uitsparing.
  3. Til het achterste deel van de zitting op en duw het stevig naar beneden totdat u een "klik "hoort, om de grepen in de bevestigingspunten te vergrendelen.
  4. Controleer of de zitting goed vergrendeld is door hem vóór en achterwaarts te bewegen of het achterste gedeelte op te tillen. Als de bank beweegt, dan is hij niet goed vergrendeld.
  5. Zet de rugleuning rechtop en controleer of hij goed vergrendeld is.

Verwijderen van de tweede en derde zitrij (Rij2 & Rij3)

Verwijderen van de achterbank:

Hendel voor neerklappen Pedaal

BGQ03009A

  1. Trap het pedaal op de achterste hoek van de zitting in en duw de hendel voor het neerklappen naar voren om de rugleuning naar voren te klappen.

KIA Carnival II - Verwijderen van de tweede en derde zitrij (Rij2 & Rij3) - 2

  1. Maak de grepen aan de achterzijde los uit de bevestigingspunten door de ontgrendelknop onder de achterzijde van de zitting omhoog te trekken.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

  1. Til het achterste deel van de zitting op en maak de bank los van de vier bevestigingspunten op de vloer.

Plaatsen van de achterbank:

KIA Carnival II - Plaatsen van de achterbank: - 1

  1. Zet de voorste slotplaten langs de voorste evestigingspunten om de bank naar voren te schuiven.
  2. Plaats de twee voorste slotplaten in de bevestigingspunten.

KIA Carnival II - Plaatsen van de achterbank: - 2

  1. Om de grepen in de bevestigingspunten te vergrendelen, het achterste deel van de zitting optillen en stevig naar beneden duwen totdat u een klik hoort.

  2. Controleer of de zitting goed vergrendeld is door hem vóór en achterwaarts te bewegen of het achterste gedeelte op te tillen. Als de bank beweegt, dan is hij niet goed vergrendeld.

Kennismaking met uw auto

Veiligheidsriemen

Systeem van veiligheidsriemen

KIA Carnival II - Systeem van veiligheidsriemen - 1

WAARSCHUWING - Veiligheidsriemen

De bestuurder en alle passagiers dienen altijd de veiligheidsgordels te dragen waarmee de auto is uitgerust, om het risico van ernstig lichamelijk letsel tot een minimum terug te brengen.

Aanbeveling: Laten de bestuurder en alle passagiers vooral te allen tijde de veiligheidsriemen waarmee de auto is uitgerust, op juiste wijze dragen. Juist gebruik van de veiligheidsriemen vermindert bij een ongeluk of een noodstop de kans op ernstig letsel of een dodelijk afloop. Er zijn twee typen veiligheidsriem, één is de heup/schouder-gordel en de andere is de heupgordel.

Door het vertragingsmechanisme in het systeem van de veiligheidsriemen hoeven de veiligheidsriemen niet strak te zitten bij normaal gebruik van de auto.

Hierdoor hebben de inzittenden enige vrijheid van beweging en meer comfort bij het gebruik van de veiligheidsriemen. Als er een kracht wordt uitgeoefend op de auto, bijvoorbeeld bij een noodstop, een scherpe bocht of een botsing, vergrendelt het systeem van de veiligheidsriemen automatisch de veiligheidsriemen.

Aangezien het vertragingsmechanisme ook werkt als er geen botsing plaatsvindt, kunt u al merken dat de veiligheidsriemen blokkeren wanneer u remt of scherpe bochten neemt.

De heupgordel heeft geen vertragingsmechanisme en staat daarom altijd strak. Gebruik, wanneer dat mogelijk het midden van de achterbank vóór uw kinderzitje.

De veiligheidsriem voor de bestuurder werkt alleen in de vergrendelde stand.

Veiligheidsriemen bieden de meeste veiligheid wanneer:

• De rugleuning van de stoel rechtop staat.
- De inzittende rechtop zit (niet onderuit gezakt).
• De heupgordel strak over de heupen zit.
• De schoudergordel strak over de borst zit.
- De knieën van de inzittende recht vooruit wijzen.

Om u eraan te herinneren dat u uw veiligheidsriem moet vastmaken kan er enige tijd een waarschuwingslampje knipperen.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Veiligheidsriemen - 1

WAARSCHUWING – Na een botsing

  • Systemen vóór heup/schouder-gordels kunnen worden uitgerekt en beschadigd wanneer er bij een botsing spanningen en krachten op zijn uitgeoefend.
  • Het gehele systeem van veiligheidsriemen moet worden geïnspecteerd na een botsing. Alle riemen, opwindmechanismen, vergrendelingen en bevestigingsmaterialen die zijn beschadigd tijdens een botsing moeten worden vervangen vóór weer met de auto wordt gereden.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING – Na een botsing - 1

WAARSCHUWING - Kofferruimte

Laat nooit passagiers meerijden in de kofferruimte. Er zijn geen veiligheidsriemen gemonteerd in de kofferruimte. Personen die in een auto rijden zonder dat zij in de veiligheidsriemen zitten, lopen een veel grotere kans dat zij bij een ongeluk ernstig lichamelijk letsel oplopen of komen te overlijden.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

WAARSCHUWING - Gedraaide veiligheidsriemen

Rijd nooit met een gedraaide veiligheidriem of een veiligheidsriem die klem zit. Als u het euvel van de gedraaide veiligheidsriem of de veiligheidsriem die klem zit, niet kunt verhelpen, roep dan onmiddellijk de hulp in van een gekwalificeerd monteur.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Gedraaide veiligheidsriemen - 1

WAARSCHUWING - Gebruik van de veiligheidsriem

Vóór iedere zitplaats in uw auto is er een speciale veiligheidsriem gemonteerd die onder meer bestaat uit een sluiting in twee delen die zo zijn ontworpen dat zij bij elkaar gebruikt moeten worden:

1) Gebruik het schoudergedeelte van de veiligheidsriem uitsluitend vóór de schouder aan de raamkant van de auto. Draag nooit het schoudergedeelte van de veiligheidsriem onder de arm door.
2) Laat nooit de veiligheidsriem rond uw nek lopen om de riem over de andere schouder te dragen.
3) Gebruik nooit één veiligheidsriem vóór meer dan één persoon.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Gebruik van de veiligheidsriem - 1

WAARSCHUWING - Onderhoud van de veiligheidsriem

Veiligheidsriemen moeten periodiek worden geïnspecteerd op extreme slijtage of beschadiging. Trek iedere veiligheidsriem geheel uit en let op rafels, scheuren, brandplekken of andere beschadigingen.

Trek de veiligheidsriem uit en laat deze weer oprollen. Doe dit een aantal keren. Controleer of de heup/schouder-gordel soepel en gemakkelijk weer oprolt.

Controleer de vergrendelingen om er zeker van te zijn dat deze zonder hapering en vertraging werken.

Laat een veiligheidsriem die niet in goede staat is of niet goed werkt, direct vervangen.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Onderhoud van de veiligheidsriem - 1

VOORZICHTIG

Sluit nooit het portier van de auto terwijl een deel van de heupgordel of de schoudergordel ertussen zit. Hierdoor kan de veiligheidsriem of de sluiting beschadigd raken waardoor het risico van letsel bij een ongeluk kan toenemen.

Waarschuwingslampje vóór de veiligheidsriem

Om u eraan te herinneren uw veiligheidsriem vast te maken gaat er gedurende zes (of elf) seconden een waarschuwingslampje branden, wanneer u de contactsleutel in het contactslot op ON draait.

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje vóór de veiligheidsriem - 1

U maakt de heup/schouder-gordel als voigt vast:

  1. Pak de beide onderdelen van de sluiting vast.
  2. Trek de heup/schouder-gordel langzaam uit het opwindmechanisme.

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje vóór de veiligheidsriem - 2

  1. Steek het gedeelte van de sluiting dat zich aan de gordel bevindt in de opening van het vaste gedeelte van de sluiting totdat deze duidelijk hoorbaar inklikt. Dit geeft aan dat de veiligheidsriem goed is vastgemaakt.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

  1. Plaats het heupgedeelte van de gordel over uw schoot en ZO LAAG MOGELIJK over de heupen om het risico van het onder de gordel door glijden bij een ongeluk te verminderen. Trek de gordel aan totdat deze STRAK MAAR COMFORTABEL zit door het schoudergedeelte aan te trekken. Het opwindmechanisme van de veiligheidsriem is zo ontworpen dat deze de ruimte die de veiligheidsriem heeft automatisch inneemt en spanning op de veiligheidsriem houdt. Vóór de grootst mogelijke veiligheid is het beter de veiligheidsriem geen extra ruimte te laten.

Knop voor het aanpassen van de hoogte van de schoudergordel(optie)

  1. Stel de positie van de bevestiging van de schouderriem af op uw lichaamslengte. U kunt de bevestiging omhoogbrengen door de knop in te drukken en de bevestiging omhoog te duwen. U kunt de bevestiging omlaagbrengen door de knop in te drukken en de bevestiging omlaag te duwen. Controleer, wanneer de bevestiging op de juiste plaats zit, of deze in deze stand vergrendeld zit.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 3

WAARSCHUWING

Probeer nooit de hoogte van de schoudergordel aan te passen terwijl ude auto bestuurt.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - 1

De heup/schouder-gordel losmaken

2MS103010

Druk op de knop om uw veiligheidsriem te openen en laat de veiligheidsriem langzaam oprollen.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - 2

  • De rugleuning van de stoel moet altijd in een comfortabele stand rechtop blijven staan wanneer de auto rijdt. Het systeem van de veiligheidsriem biedt de meeste bescherming wanneer de rugleuning rechtop staat.
  • Draag nooit het schoudergedeelte van de veiligheidsriem onder de arm door of achter de rug langs.
  • Draag nooit het schoudergedeelte van de veiligheidsriem langs de nek of over het gezicht.
  • Draag het heupgedeelte van de veiligheidsriem zo laag mogelijk. Draag de heupgordel strak maar comfortabel rond de heupen. Draag nooit de heupgordel over uw middel.
  • Let erop dat de veiligheidsriemen niet gedraaid zitten tijdens gebruik.

(Wordt vervolgd)

Kennismaking met uw auto

(Vervolg)

  • Gebruik nooit één enkele veiligheidsriem vóór meer dan één persoon tegelijk.
  • Laat nooit de heup/schouder-gordel over de armleuning lopen.

Als u deze adviezen niet opvolgt, vergroot dat de kans op en de ernst van het letsel bij een ongeluk.

Alleen de heupgordel

De heupgordel vastmaken:

  1. Pak de sluiting vast en trek de gordel laag over de buik.
  2. Sluit de heupgordel zodat deze duidelijk hoorbaar vastklikt. Dit geeft aan dat de sluiting is vergrendeld. Let erop dat de gordel niet gedraaid zit.

KIA Carnival II - De heupgordel vastmaken: - 1

  1. Pak het vrije gedeelte van de gordel en trek eraan totdat de gordel comfortabel maar strak over de heupen en de onderbuik zit. Als het nodig wordt de gordel te langer of korter te maken, houdt u de sluiting in een rechte hoek ten opzichte van de gordel en trekt u aan het gedeelte van de gordel dat vóór of na de sluiting zit.

Aanpassen totdat de gordel goed strak zit Te hoog Draag de gordel zo laag mogelijk over de heupen

  1. Let erop dat u de gordel ZO LAAG MOGELIJK OVER DE HEUPEN draagt.

De heupgordel losmaken:

PHSS

2MS103010B

Druk op de knop om de heupgordel te openen.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

Let erop dat de heupgordel strak maar comfortabel over de heupen wordt gedragen en niet over de middel. Als de heupgordel niet strak over de heupen wordt gedragen, vergroot dat de kans op en de ernst van letsel bij een ongeluk.

Juist gebruik en onderhoud van de veiligheidsriemen

Volg de navolgende instructies op en zorg er zo vóór dat de veiligheidsriemen maximale bescherming bieden:

  • Gebruik de veiligheidsriemen te allen tijde – zelfs op korte ritten.
  • Als de veiligheidsriem gedraaid zit, verhelp dat dan voordat u de veiligheidsriem vastmaakt.
  • Houd scherpe randen en scherpe voorwerpen uit de buurt van de veiligheidsriem.

  • Inspecteer zo nu en dan het materiaal, de bevestigingspunten, de sluitingen en alle andere onderdelen op tekenen van slijtage en beschadiging. Vervang beschadigde, extreem gesleten onderdelen en onderdelen die u niet vertrouwd.

  • U kunt het materiaal van de veiligheidsriem schoon maken met een milde zeepoplossing die wordt aanbevolen vóór het schoonmaken van bekleding en vloerbedekking. Houd u aan de instructies vóór het schoonmaakmiddel. Gebruik geen bleekmiddel of verf omdat deze middelen de vezels van het materiaal kunnen verzwakken waardoor de veiligheidsriem zou kunnen breken wanneer er spanning op wordt gezet in een botsing.
  • Breng geen wijzigingen aan of voeg niets toe aan de veiligheidsriem.
  • Let erop dat nadat u de veiligheidsriem hebt gedragen, deze volledig oprolt in de houder. Laat de veiligheidsriem niet beklemd raken tussen het portier wanneer u dit sluit.

Zwangere vrouwen veilig in de auto - Het dragen van veiligheidsriemen door zwangere vrouwen

Zwangere vrouwen moeten heup/schouder-gordels dragen wanneer dat maar mogelijk is en dat strookt met specifieke aanbevelingen van hun arts. Het heupgedeelte van de veiligheidsriem moet ZO LAAG EN ZO STRAK MOGELIJK MAAR TOCH COMFORTABEL worden gedragen.

KIA Carnival II - Juist gebruik en onderhoud van de veiligheidsriemen - 1

WAARSCHUWING – Zwangere vrouwen

Zwangere vrouwen moeten nooit het heupgedeelte van de veiligheidsriem over dat deel van de buik dragen waar de foetus zich bevindt of boven de buik.

Baby's en kleine kinderen in de veiligheidsriemen

Kleine kinderen en baby's moeten in de auto vastzitten in een goedgekeurd kinderzitje.

Laat nooit een kind staan of op zijn knieën zitten op de zitting van een rijdende auto. Laat nooit een kind en een volwassene of twee kinderen samen in een veiligheidsriem zitten.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING – Zwangere vrouwen - 1

Houd nooit een kind op schoot of in uw armen in een rijdende auto. Zelfs een zeer krachtig persoon kan een kind niet blijven vasthouden bij zelfs maar een kleine botsing.

Kies een kinderzitje dat zowel bij de grootte van het kind als bij de omvang van de zitplaats in de auto past. Volg vooral de instructies van de fabrikant van het kinderzitje op bij het plaatsen ervan.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

VOORZICHTIG - Hete metalen onderdelen

Een veiligheidsriem of een kinderzitje kan zeer heet worden in een afgesloten auto in warm, zonnig weer. Controleer de zitting en de onderdelen van de sluiting voordat u een kind in de auto zet.

Grote kinderen veilig in de auto - Het dragen van veiligheidsriemen door grote kinderen

Naarmate kinderen groter worden kunnen nieuwe kinderzittingen nodig zijn, zoals, afhankelijk van de grootte van het kind, kinderzitjes van een groter formaat of booster-zitjes.

Een kind dat te groot is geworden vóór de kinderzitjes die op de markt verkrijgbaar zijn, moet de veiligheidsriemen gebruiken die in de auto zijn gemonteerd. Wanneer het kind in de auto zit, moet het de heup/schouder-gordel dragen.

Als de schoudergordel de hals of het gezicht van het kind raakt, kunt u proberen of het kind misschien dichter naar het midden van de auto moet zitten. Als de schoudergordel dan nog de hals of het gezicht van het kind raakt, moet het kind misschien toch weer in het kinderzitje zitten. Daarnaast zijn er accessoires verkrijgbaar van onafhankelijke fabrikanten die helpen de schoudergordel naar beneden te houden zodat deze het gezicht of de hals van het kind niet raakt.

KIA Carnival II - Grote kinderen veilig in de auto - Het dragen van veiligheidsriemen door grote kinderen - 1

WAARSCHUWING - Schoudergordel bij kinderen

  • Zorg ervoor dat een schoudergordel nooit in contact komt met de hals of het gezicht van het kind wanneer de auto rijdt.
  • Als een kind niet goed in de veiligheidsriemen zit, is het risico dat het kind ernstig letsel oploopt of komt te overlijden bij een ongeluk, groot.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Schoudergordel bij kinderen - 1

WAARSCHUWING – Kinderzitjes

  • Alle kinderzitjes zijn zo ontworpen dat zij op een zitplaats in de auto worden vastgezet door middel van een heupgordel of het heupgordel-gedeelte van een heup/schouder-gordel.
    Kinderen worden aan gevaren blootgesteld bij een botsing als hun kinderzitje niet goed is vastgezet door middel van de veiligheidsriemen van de auto.
  • Wanneer een kinderzitje niet in gebruik is, let er dan op dat het vastzit met een veiligheidsriem zodat het niet naar voren wordt geslingerd bij een noodstop of een ongeluk.

Plaatsen van een kinderzitje

Wij adviseren het kinderzitje indien mogelijk met de driepuntsgordel op de middelste zitplaats achter te bevestigen. Wanneer de middelste zitplaats achter niet beschikbaar is of wanneer u meer dan één kinderzitje tegelijk gebruikt, kunt u het kinderzitje op de buitenste zitplaatsen achter plaatsen.

KIA Carnival II - Plaatsen van een kinderzitje - 1

WAARSCHUWING -

Plaatsen van een kinderzitje

Gebruik NOOIT een kinderzitje op de stoel van de voorpassagier. Bij een kinderzitje op de stoel van de voorpassagier ken ernstig letsel optreden wanneer de geactiveerde airbag het zitje met een grote kracht raakt.

Kennismaking met uw auto

Plaats van het kinderzitje

Gewichtsgroep (leeftijd)Zitpositie
Voorpas sagier2e zitrij buitenste zitpl3e zitrij buitenste zitpl3e zitrij middelste zitpl
<10 kg (0 - 9 maanden)XUUUF
<13 kg (0 - 24 maanden)XUUUF
9 - 18 kg (9 - 48 maanden)XUUUF
15 - 36 kg (4 - 12 jaar)XUFUFUF

U: Geschikt voor een 'universeel' zitje dat is goedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep.

UF: Geschikt voor een in de rijrichting geplaatst, 'universeel' zitje dat is goedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep.

X: Niet toegestaan voor kinderen in deze gewichtsgroep.

Een kinderzitje in het midden van de achterbank plaatsen
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

U kunt een kinderzitje als volgt in het midden van de achterbank plaatsen:

  1. Plaats het kinderzitje in de gewenste stand. Leid de heupgordel door het kinderzitje volgens de instructies van de fabrikant van het zitje.
  2. Sluit de gordel met de sluiting.
  3. Pas de lengte van de heupgordel aan zodat deze strak over het kinderzitje zit door aan het losse eind van de gordel te trekken.

Plaatsen van een kinderzitje op de buitenste zitplaatsen achter

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

WAARSCHUWING - AANWIJZINGEN

Wanneer u de aanwijzingen in dit instructieboekje en de instructies bij het kinderzitje niet opvolgt, kan de kans en de ernst van letsel bij een aanrijding toenemen.

Kennismaking met uw auto

Plaats onderste bevestigingspunt kinderzitje
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

BGQ03014
Het onderste bevestigingspunt van het kinderzitje bevindt zich tussen de achterbank en de rugleuning.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

BGQ03012
Steek het slot van het kinderzitje in het onderste bevestigingspunt om het kinderzitje hieraan te bevestigen. Controleer of u een klik hoort.

Airbag - Aanvullend veiligheidssysteem (optie)

Wat doet de airbag?

Uw auto is uitgerust met een aanvullende veiligheidssysteem - Supplemental Restraint System, SRS – dat een airbag vóór de bestuurder en een airbag vóór de passagier voorin de auto omvat. De airbag vóór de bestuurder bevindt zich in de stuurkolom en de andere airbag, die vóór de passagier naast de bestuurder, bevindt zich in het dashboard, boven het handschoenenvakje. De airbag is bedoeld om de voorwaartse beweging van het hoofd en het bovenlichaam van de bestuurder en van de passagier tegen te houden bij een ernstige frontale botsing.

Waarvoor dient uw airbag-systeem niet?

Het airbag-systeem werd ontworpen als bijkomend beschermingsmiddel bovenop de bescherming die de veiligheidsgordel biedt. HET IS GEEN ALTERNATIEF VOOR DE VEILIGHEIDSGORDEL.

Waarom is mijn airbag niet in werking getreden bij een aanrijding?

Er zijn heel wat types ongelukken waarbij de airbag geen bijkomende bescherming zou bieden. Denk maar aan zijdelingse aanrijdingen, aanrijdingen van achteren, een koprol, tweede en derde aanrijdingen in een kettingbotsing of aanrijdingen tegen met lage snelheid.

Daarom worden de airbags ALLEEN opgeblazen als de inzittende door de schok tegen de airbag geslingerd zou worden - meestal van een plaats iets naar links, iets naar rechts of recht ervoor. Daarom hoeft u er niet van op te kijken dat uw airbag niet in werking getreden is terwijl de schade aan uw auto misschien erg groot is of de auto zelfs total loss is.

Kennismaking met uw auto

Het belang van de veiligheidsgordel

Er zijn vier heel goede redenen om steeds een veiligheidsgordel te dragen, zelfs als uw auto met een bijkomend airbag-systeem is uitgerust. De veiligheidsgordel:

  • houdt u in de juiste positie (op een afstand van de airbag) wanneer deze in werking treedt.
  • beperkt de mogelijke lichamelijke schade wanneer de auto over kop gaat, van opzij of achterin aangereden wordt, terwijl een airbag niet in werking treedt in deze situaties.
  • beperkt de mogelijke lichamelijke schade bij frontale botsingen die niet hard genoeg zijn om het airbag-systeem te activeren.
    • verkleint de kans dat u uit de auto geslingerd wordt.

KIA Carnival II - Het belang van de veiligheidsgordel - 1

  • Zelfs in een auto met airbags moeten u en uw passagiers altijd de aanwezige veiligheidsgordel omdoen om het risico van ernstige verwonding bij een aanrijding of koprol tot een minimum te beperken.
  • Draag steeds uw veiligheidsgordel. Hij houdt u op een afstand van de airbag wanneer u bruusk remt net vóór een aanrijding.
  • Airbags zijn zo ontworpen dat ze alleen in werking treden bij ernstige frontale botsingen. Bij flank- of staartaanrijdingen, koprol of minder zware frontale botsingen bieden ze over het algemeen geen bescherming. In een kettingbotsing bieden ze geen bescherming tegen latere aanrijdingen.
  • Als uw auto ooit overstroomt (b.v. doorweekte vloerbekleding/water dat op de bodem van de auto blijft staan enz.) of als uw auto enige waterschade heeft opgelopen, mag u hem nooit proberen

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

te starten of de sleutel in het contactslot steken voordat u de accu afgekoppeld heeft. Hierdoor zou de airbag in werking kunnen treden met ernstige verwonding of overlijden tot gevolg. Laat uw auto wegtakelen door een erkend Kia-dealer die de nodige inspectie en reparaties zal uitvoeren.

Componenten airbag-systeem

Uw SRS-systeem bestaat uit de volgende hoofdcomponenten:

  • Een airbag in het stuurwiel.
  • Een tweede airbag in het dashboard aan passagierszijde.
  • Een diagnosesysteem dat de werking van het systeem onafgebroken controleert.
  • Een waarschuwingslampje dat gaat branden als er een probleem met het systeem optreedt.
  • Een noodvoeding die het systeem van stroom voorziet als het elektrisch systeem van uw auto door een aanrijding onderbroken wordt.

Kennismaking met uw auto

Airbag bestuurder KIA SRS AIR BAG

BGQ031003

Bijnijders-airbag SRS SRS

BGQ03104

Om aan te duiden dat uw auto met een bestuurders- en een bijrijders-airbag uitgerust is, staat de tekst "SRS AIR BAG".

Hoe werken de airbags (SRS)

De airbag voor de bestuurder bevindt zich in het midden van het stuurwiel. De airbag voor de passagier naast de bestuurder bevindt zich in het dashboard, boven het handschoenenvakje.

Bij u een ernstige frontale botsing, worden de airbags onmiddellijk opgeblazen om te voorkomen dat u ernstig lichamelijk letsel oploopt of dodelijk verongelukt.

Het is niet zo dat de airbags worden geactiveerd bij een bepaalde snelheid van de auto. Over het algemeen zijn airbags ontworpen om in werking te treden in ernstige frontale botsingen. De airbag van het Supplemental Restraint System (SRS) reageert op de hevigheid van de botsing en de richting daarvan. Deze twee factoren bepalen of de sensoren een elektronisch signaal voor de inwerkingstelling uitzenden. Of de airbags worden geactiveerd hangt af van een aantal factoren waaronder snelheden van de voertuigen, hoek van de botsing en de dichtheid en stijfheid van de voertuigen of voorwerpen die uw auto raakt in de botsing.

De bedoeling van de airbags is dat zij onmiddellijk in werking treden bij een ernstige frontale botsing om te helpen de bestuurder en passagier te behoeden vóór ernstig lichamelijk letsel.

De airbags worden volledig opgeblazen en lopen weer volledig leeg in minder dan 1/10 van een seconde. De snelheid van het opgeblazen worden en het weer leeg lopen zorgt ervoor dat de bestuurder de auto kan blijven besturen. Dit is belangrijk bij ongelukken waarbij het voertuig nog in beweging is na de botsing en de bestuurder nog enige controle heeft over de besturing, de remmen, het gaspedaal en/of de transmissie.

Het is voor u nagenoeg onmogelijk te zien dat de airbags in werking treden tijdens een ongeluk. Het is veel waarschijnlijker dat u gewoon de leeggelopen airbags uit hun opbergvakken ziet hangen na de botsing.

Om bescherming te bieden bij een ernstige botsing moeten de airbags snel opgeblazen worden. Door deze snelheid zetten de airbags zich uit met veel kracht. De snelheid van het opblazen is wettelijk bepaald teneinde de kans op ernstige of levensbedreigende verwondingen te verminderen en is daarom een onvermijdelijk onderdeel van het ontwerp van de airbag.

Kennismaking met uw auto

Airbag stuurwiel

IS2104009

Door het inwerking treden van de airbag kunnen er echter ook verwondingen, zoals schaafwonden aan het gelaat, kneuzingen en botbreuken ontstaan.

In uitzonderlijke gevallen kan het contact met de bestuurders-airbag zelfs een dodelijke afloop kennen, vooral als de bestuurdersstoel veel te dicht bij het stuurwiel staat.

ZET UW STOEL STEEDS ZO VER MOGELIJK VAN DE BESTUURDERS-AIRBAG VERWIJDERD OM HET GEVAAR VAN VERWONDING OF OVERLIJDEN TE VERKLEINEN. ZORG ER NATUURLIJK WEL VOOR DAT U COMFORTABEL ZIT EN DE AUTO VLOT KAN BESTUREN.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

WAARSCHUWING - Verwonding door de airbag

  • Ga zo ver mogelijk van de airbag verwijderd zitten, zonder het besturingscomfort in het gedrang te brengen. Als u te dicht bij de airbag zit kunt u bij het in werking treden ervan ernstige en zelfs dodelijke verwondingen oplopen.
  • Bevestig nooit voorwerpen op het opbergcompartiment van de airbag of tussen u en de airbag. Door de snelheid en de kracht waarmee de airbag opgeblazen wordt zouden deze voorwerpen uw lichaam met hoge snelheid en met grote kracht kunnen raken, zodat u ernstig of zelfs dodelijk verwond wordt.

De activering van de airbag gebeurt met veel geluid en vrijkomen van rook en poeder in de lucht binnenin uw auto. Dit is volkomen normaal en wordt veroorzaakt door de ontsteking van de airbag-inflator.

Nadat de airbag in werking getreden is, kunt u een erg benauwd gevoel in de borst hebben door het contact van uw borst met de airbag en de veiligheidsgordel en door de rook- en poederresten in de lucht.

Open daarom zo snel mogelijk na de aanrijding de ramen en/of portieren van uw auto om de benauwdheid te verhelpen en om te langdurige inademing van de rook en het poeder te voorkomen.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Verwonding door de airbag - 1

WAARSCHUWING - Hete metalen onderdelen

Nadat de airbag geactiveerd is zijn de airbag-inflators in het stuurwiel en/of onder het dashboard erg heet. Om brandwonden te voorkomen mag u de interne componenten van het airbag-systeem niet onmiddellijk na de inwerkingtreding aanraken.

Bijzondere informatie over de bijrijders-airbag
KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Hete metalen onderdelen - 1

De bijrijders-airbag voorin is veel groter dan de airbag in het stuurwiel en treedt met een aanzienlijk grotere kracht in werking. Daardoor kan een passagier die niet in een correcte houding zit of zijn veiligheidsgordel niet draagt ernstige of zelfs dodelijke verwondingen oplopen. De bijrijder kan zijn stoel het best zo ver mogelijk naar achteren zetten en rechtop tegen de rugleuning blijven zitten.

Kennismaking met uw auto

Het is absoluut noodzakelijk dat de bijrijder steeds zijn veiligheidsgordel omdoet, zelfs voor een verplaatsing op een parkeerplaats of de oprit van een garage. Dit is nodig omdat de inzittenden voorin bij een frontale botsing meestal naar voren geslingerd worden. Draagt de bijrijder zijn veiligheidsgordel niet, dan zal hij zich bij een frontale botsing helemaal tegen het opbergcompartiment van de airbag bevinden wanneer deze in werking treedt. In deze situatie kan de bijrijder ernstig en zelfs dodelijk verwond worden.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

WAARSCHUWING - bijrijdersstoel

Bij het remmen voor een aanrijding kan de bijrijder die geen veiligheidsgordel draagt tegen het opbergcompartiment van de airbag geslingerd worden. Bij de inwerkingtreding van de airbag op het ogenblik van de botsing, kan de kracht van de airbag deze persoon die geen gordel draagt ernstig en zelfs dodelijk verwonden.

Is uw auto met een bijrijders-airbag uitgerust, installeer dan nooit een kinderstoeltje met de rug naar de rijrichting. Een kind dat in een kinderstoeltje met de rug naar de rijrichting op de bijrijdersstoel zit, kan ernstig of zelfs dodelijk verwond worden wanneer de airbag in werking treedt.

Het is trouwens ook niet aan te raden, een kinderstoeltje met de rug naar achteren op de bijrijdersstoel te installeren. Bij de installatie van een dergelijk stoeltje kan een kind dat in een slechte positie zit of niet goed vastgegespt is ernstig of dodelijk verwond worden wanneer de airbag in werking treedt.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - bijrijdersstoel - 1

WAARSCHUWING - Passagiers voorin

  • Installeer nooit een kinderstoeltje met de rug naar de rijrichting op de bijrijdersstoel. Een kinderstoeltje met de rug naar de rijrichting op de bijrijdersstoel zou te dicht bij de airbag staan en bij de inwerkingtreding van de airbag met grote kracht weggeduwd worden, waardoor het kind ernstig verwond of gedood zou worden.
  • Bij niet-naleving van de gebruiksaanwijzing van het kinderstoeltje verhoogt het gevaar vóór ernstige verwondingen bij een ongeluk.

Waarschuwingslampje airbag

Het waarschuwingslampje airbag op uw dashboard waarschuwt u vóór mogelijke storingen van uw airbag-systeem (SRS).

Laat het systeem controleren als:

  • het lampje niet kort gaat branden wanneer u de contactsleutel op ON draait.
  • het lampje blijft branden nadat de motor gestart is.
    • het lampje aangaat of knippert terwijl u rijdt.

Waarschuwingslampje airbag
KIA Carnival II - Waarschuwingslampje airbag - 1

Kennismaking met uw auto

Onderhoud van uw airbag-systeem

Uw airbag-systeem is nagenoeg vrij van onderhoud en bevat geen delen die u zelf moet onderhouden.

Laat het systeem onderhouden in de volgende situaties:

  • Als er ooit een airbag in werking treedt, moet deze airbag vervangen worden. Probeer nooit zelf de airbag te demonteren of te verwijderen. Dit mag alleen door een erkend Kia-dealer of een ervaren servicetechnicus uitgevoerd worden.
  • Als het waarschuwingslampje airbag gaat branden om een storing in het systeem te melden, laat uw airbag-systeem dan zo snel mogelijk nakijken. Anders laat uw airbag het misschien afweten op het ogenblik dat u hem nodig hebt.

KIA Carnival II - Onderhoud van uw airbag-systeem - 1

  • Voer nooit veranderingen aan uw stuurwiel of aan het airbag-systeem uit. Hierdoor zou de werking van het airbag-systeem nadelig beïnvloed kunnen worden.
  • Voer geen werken aan de systeemcomponenten of - bedrading uit. Hierdoor zou de airbag plotseling in werking kunnen treden en misschien iemand ernstig verwonden. Door de werken die u eraan uitvoert zou het systeem ook beschadigd kunnen worden zodat het bij een aanrijding niet in werking treedt.

Achterportier

De achterportier openen

U kunt als volgt het achterportier van buiten openen.

ONTGRENDELD VERGRENDELD Vergrendelhendei

1V2B03028

  1. Steek de sleutel in het slot en draai hem linksom.
  2. Steek uw hand onder de verlichting van de nummerplaat en ontgrendel het achterportier door de hendel naar achteren te halen.
  3. Als u wilt dat het achterportier volledig openzwaait, trek het portier dan naar achteren en omhoog aan de hendel onder of achter de nummerplaat.

Sluit vooral het achterportier voordat u wegrijdt in uw auto. Er kan schade ontstaan aan de hefcilinders van het achterportier en het bevestigingsmateriaal als het achterportier niet is gesloten wanneer uw wegrijdt.

VOORZICHTIG

Het achterportier zwaait open naar boven. Let erop dat er niets in de weg staat en er geen personen achter de auto staan wanneer u het achterportier opent.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

  • Controleer of het achterportier wel helemaal gesloten is wanneer u in de auto wegrijdt. Als het achterportier open staat, kunnen uitlaatgassen het interieur van de auto binnendringen.
  • Er mogen nooit personen in de kofferruimte van de auto meerijden. Om te voorkomen dat zij letsel oplopen bij een ongeluk of bij een noodstop, moeten inzittenden van de auto altijd de veiligheidsriemen op juiste wijze dragen.

Motorkap

De motorkap openen:

KIA Carnival II - Motorkap - 1

  1. Trek aan de hendel linksonder het dashboard als u de motorkap wilt openen.

KIA Carnival II - Motorkap - 2

BGQ102019
2. Ga naar de voorzijde van de auto, licht de motorkap wat op, maak de secundaire vergrendeling los en licht de motorkap op.

KIA Carnival II - Motorkap - 3

1GQ102020
3. Houd de motorkap open met de steunstang door het uiteinde van de stang in de sleuf te steken, die zich onder de pijl bevindt die in de motorkap is gestanst.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

VOORZICHTIG

Let er, voordat u de motorkap weer laat dichtvallen, op dat alle losse onderdelen van de motor en alle gereedschap weg is uit het motorcompartiment en dat er geen handen in de buurt van de opening van de motorkap zijn.

De motorkap sluiten:

  • Controleer de ruimte onder de motorkap om er zeker van te zijn dat alle vuldoppen zijn geplaatst en dat alle losse artikelen zijn verwijderd.
  • Zet de steunstang weer vast in de daarvoor bestemde klem.
  • Breng de motorkap naar beneden tot ongeveer 30 cm hoogte en laat de motorkap vallen zodat deze goed vergrendeld is.
  • Controleer of de motorkap gesloten is.

Afsluiting van de vulopening

Elektrisch bediend

KIA Carnival II - Afsluiting van de vulopening - 1

Open de afsluiting van de vulopening door op de knop te drukken die zich op het instrumentenpaneel bevindt onder de hendel vóór het vrijgeven van de parkeerrem.

Handmatige ontgrendeling tankdopklepje
Handmatige ontgrendeling tankdopklepje

1V2104014
Als het tankdopklepje met de afstandsbediening niet opengaat, kunt u het openen met de noodhendel die zich in het linker opbergvak in de bagageruimte bevindt.

KIA Carnival II - Afsluiting van de vulopening - 3

VOORZICHTIG

Om snijwonden te voorkomen is het aan te raden, voor het handmatig openen van de tankdopklep werkhandschoenen aan te trekken.

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

  • Brandstof kan onder druk staan. Verwijder de vuldop altijd voorzichtig en langzaam. Als er brandstof uit de vuldop komt of u een sissende geluid hoort, wacht dan totdat dit niet meer het geval is voordat u de vuldop volledig verwijderd. Als u zich niet houdt aan deze voorzorgsmaatregelen, kan er brandstof in het rond spuiten hetgeen ernstig persoonlijk letsel tot gevolg kan hebben.
  • Brandstofdampen zijn uiterst gevaarlijk en kunnen exploderen. Zet, wanneer u brandstof tankt, altijd de motor af en laat nooit vonken of open vuur in de buurt van de vulopening. Doof altijd sigaretten en andere rookwaar voordat u brandstof tankt.

Kennismaking met uw auto

\* OPMERKING

  • Hebt u een nieuwe brandstofvuldop nodig, vervang de dop dan steeds door een originele dop van Kia. Een vuldop die niet goed past kan de werking van het brandstof- en het uitlaatsysteem ernstig storen. De passende doppen zijn te verkrijgen bij uw Kia-dealer.
  • Mors geen brandstof op de buitenkant van uw auto. Alle soorten brandstof kunnen de laklaag van de auto aantasten.
  • Als de vuldop loszit, kan het waarschuwingslampje "Check Engine" (motor controleren) op het dashboard onnodig gaan branden.
  • Weigert de tankklep bij erg koud weer open te gaan, maak ze dan los door erop te drukken of er zachtjes op te tikken.

- De schuifdeur aan bestuurderszijde kan niet worden geopend als het tankdopklepje geopend is. Als de schuifdeur aan bestuurderszijde echter reeds geopend is, kan hij wel naar achteren worden geschoven, ook als het tankdopklepje geopend is. In dat geval moet de schuifdeur aan bestuurderszijde worden gesloten, om beschadiging aan de schuifdeur of het tankdopklepje te voorkomen.

Kennismaking met uw auto

Stuurwiel

Claxon

KIA SRS AIR DAG

BGQ0310A

Om te claxonneren drukt u op het claxonsymbool op uw stuurwiel.

Test de claxon regelmatig om er zeker van te zijn dat hij goed werkt.

KIA Carnival II - Stuurwiel - 2

VOORZICHTIG

  • Om te claxonneren drukt u op het claxongedeelte op het stuurwiel. De claxon werkt alleen als u op het claxongedeelte drukt.
  • Om de claxon te bedienen hoeft u niet op het claxongedeelte te slaan. Sla niet met een vuist op het claxongedeelte. Druk het claxongedeelte niet in met een scherp voorwerp.

Kennismaking met uw auto

Verstellen van het stuurwiel (indien aanwezig)

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

Om de hoek van het stuurwiel te veranderen duwt u de ontgrendelingshendel die zich onderaan op de stuurkolom bevindt omhoog. Stel dan de gewenste stuurwielhoek in en laat de hendel weer los. Zorg ervoor dat de hendel naar zijn oorspronkelijke positie terugkeert. Stel het stuurwiel zo in dat u comfortabel kan rijden en het dashboard, de waarschuwingslampjes en metertjes goed kan zien.

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 2

WAARSCHUWING - Verstellen stuurwiel

  • Stel de hoek van het stuurwiel nooit in terwijl de auto in beweging is. U zou de controle over het stuur kunnen verliezen.
  • Duw het stuurwiel na de instelling naar boven en weer naar beneden om er zeker van te zijn dat het goed vastzit.

Spiegels

Buitenspiegels

Zorg ervoor dat u de spiegelhoek instelt vóór u vertrekt.

KIA Carnival II - Buitenspiegels - 1

VOORZICHTIG

  • De rechterbuitenspiegel is een bolle spiegel. De voorwerpen die u in de spiegel ziet zijn dichterbij dan de spiegel laat blijken.
  • Kijk in de achteruitkijkspiegel of kijk zelf achterom om de reële afstand van de achterliggers te bepalen wanneer u van rijstrook verandert.

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

OPMERKING

Schraap geen ijs van het spiegeloppervlak. U zou het glas kunnen beschadigen. Zit de spiegel vastgevroren, forceer hem dan niet bij het instellen. Om de spiegel te ontdooien kunt u een speciale spray of een spons of doekje gedrenkt in heet water gebruiken.

Elektrische bediening buitenspiegels
KIA Carnival II - OPMERKING - 1

Met deze schakelaar in de armsteun van het bestuurdersportier kunnen zowel de rechter als de linker buitenspiegel versteld worden. Om de spiegels in te stellen zet u de hendel op R of L om respectievelijk de rechter-of de linkerspiegel te selecteren. Vervolgens drukt u op een van de pijltjes op de instelknop om de geselecteerde spiegel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts te verstellen.

Kennismaking met uw auto

\* OPMERKING

De spiegels bewegen niet meer wanneer zij hun uiterste stand hebben bereikt, maar de elektromotor blijft wel werken wanneer u de schakelaar blijft indrukken. Druk de schakelaar niet langer in dan noodzakelijk is, dit kan tot beschadiging van de elektromotor leiden.

Buitenspiegels met handbediening
KIA Carnival II - \* OPMERKING - 1

De buitenspiegel inklappen

Met handbediening

KIA Carnival II - \* OPMERKING - 2

U kunt de buitenspiegel inklappen door het huis van de spiegel vast te pakken en in te klappen.

Als uw auto voorzien is van elektrisch verwarmde buitenspiegels, kunt u de spiegelverwarming inschakelen door de schakelaar voor de achterruitverwarming in het middelste schakelaarpaneel in te drukken.

1GQ102001
U kunt de buitenspiegel inklappen door op de schakelaar te drukken. U kunt de buitenspiegel weer nit klappen door nogmaals op de schakelaar te drukken.

\* OPMERKING

Klap een elektrisch bedienbare buitenspiegel niet in met de hand. Dit kan storing van de elektromotor veroorzaken.

Achteruitkijkspiegel met anti-blinderingsstand
Normaal Anti-blinderingsstand

1RS104017A

Stel de binnenspiegel af op het midden van het zicht door de achterruit. Doe dit voordat wegrijdt en in de normale stand (niet in de anti-blinderingsstand).

Haal de hendel vóór de anti-blinderingsstand naar u toe als u de schittering van de koplampen van auto's achter u wilt verminderen wanneer uin het donker rijdt.

Bedenk dat de helderheid van het zicht in de anti-blinderingsstand minder is.

Kennismaking met uw auto

KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

VOORZICHTIG

Laat geen voorwerpen die zich op de zitplaatsen achterin de auto of in de kofferruimte bevinden, uw zicht door de achterruit belemmeren.

Binnenverlichting

Verlichting in het dak - Voor

KIA Carnival II - Binnenverlichting - 1

U kunt de verlichting in het dak aan- of uitschakelen met de schakelaars (zie afbeelding).

KIA Carnival II - Binnenverlichting - 2

De schakelaar van de verlichting in het dak heeft twee standen.

OFF - De verlichting blijft uit, ook als het portier wordt geopend.

DOOR - Het licht gaat aan en uit wanneer een portier wordt geopend of gesloten.

Verlichting in dak - Achter
KIA Carnival II - Binnenverlichting - 3

BGQ03700C
U kunt de verlichting in het dak achter aan- en uitschakelen met de schakelaar die zich in het midden van het instrumentenpaneel bevindt.

KIA Carnival II - Binnenverlichting - 4

1V2101007
U kunt de verlichting in het dak achter aan- of uitschakelen met de schakelaar (zie afbeelding).

\* OPMERKING

De interieurverlichting achter gaat alleen branden als de schakelaar in stand ON staat.

Kennismaking met uw auto

Verlichting in de kofferruimte
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

De verlichting in de kofferruimte bevindt zich aan de binnenkant van het achterportier. De schakelaar heeft drie standen:

OFF - De verlichting blijft uit, ook als het portier wordt geopend.

- Het licht gaat aan of uit wanneer een portier wordt geopend of gesloten.

ON - Het licht gaat aan en blijft aan, ook als alle portieren gesloten zijn.

Bekerhouder

Bekerhouder voor
KIA Carnival II - Bekerhouder - 1

U kunt de bekerhouder gebruiken door de voorkant geheel uit te trekken totdat de bekersteunen volledig open zijn.

Bekerhouder achter - Rij 3
KIA Carnival II - Bekerhouder - 2

  • Zet geen bekers met een hete drank zonder deksel in de bekerhouder terwijl de auto rijdt. Als er hete drank wordt gemorst, zou u zich kunnen branden. Wanneer de bestuurder zich brandt, zou dat ertoe kunnen leiden dat hij of zij de controle over de auto verliest.
  • Houd het risico van persoonlijk letsel in het geval van een noodstop of een botsing zo klein mogelijk: plaats geen flessen, glazen, blikjes, enz. in de bekerhouder terwijl de auto rijdt.

Kennismaking met uw auto

Bergruimte in de console

Bergruimte in de console voor

KIA Carnival II - Bergruimte in de console - 1

Ontgrendel de greep om het opbergvak te openen.

Opbergruinte voorstoel (indien van toepassing)

KIA Carnival II - Opbergruinte voorstoel (indien van toepassing) - 1

De opberuimte bevindt zich onder de zitting van voorste passagiersstoel.

\* OPMERKING

Laat, om diefstal te voorkomen, geen waardevolle voorwerpen in de opbergruimte achter.

Bergruimte in de console achterin
KIA Carnival II - \* OPMERKING - 1

1GQ102002
U kunt de bergruimte in de console achterin openen door de sluiting omhoog te trekken.

Houder plastic draagtassen (indien van toepassing)
KIA Carnival II - \* OPMERKING - 2

BGQ03111
De houder is voorzien van haken waaraan de draagtas kan worden opgehangen terwijl de bodem van de draagtas op de vloer rust.

\* OPMERKING

Hang geen breekbare goederen op aan de houder.

Kennismaking met uw auto

Klerenhanger (indien van toepassing)
KIA Carnival II - Kennismaking met uw auto - 1

1V2105044
De klerenhanger is voorzien van haken om de kleding aan op te hangen. Druk op de kap om de klerenhanger te kunnen gebruiken.

\* OPMERKING

Hang geen al te zware kleren aan de hanger omdat deze hierdoor beschadigd kan worden.

Zonnedak (optie)

Als uw auto met een zonnedak is uitgerust, kunt u het zonnedak schuiven en kantelen door de schakelaar in te drukken, die zich in de console in het dak bevindt.

KIA Carnival II - Zonnedak (optie) - 1

Kennismaking met uw auto

Het zonnedak schuiven

Om het schuif-/kanteldak open te schuiven drukt u op de achterzijde van de SLIDE-schakelaar op de dakconsole. Houd de schakelaar ingedrukt totdat het schuif-/kanteldak in de gewenste positie staat. Als u de schakelaar verder indrukt, schuift het schuif-/kanteldak automatisch geheel open. Druk op het voorste deel van de SLIDE-schakelaar om het schuif-/kanteldak te sluiten.

Het zonnedak kantelen

Om het schuif-/kanteldak open te kantelen drukt u bij een gesloten schuif-/kanteldak op de achterzijde van de TILT-schakelaar. Druk op het voorste deel van de TILT-schakelaar om het schuif-/kanteldak te sluiten.

Als uw zonnedak is opengeschoven, kunt u het niet kantelen en als uw zonnedak is gekanteld, kunt u het niet openschuiven. U kunt een opengeschoven zonnedak pas kantelen en een gekanteld zonnedak pas openschuiven nadat u het hebt gesloten.

Zonnescherm

U kunt het zonnescherm automatisch openen met het glazen scherm wanneer u het glazen scherm openschuift. Maar als u het zonnescherm wilt sluiten, kunt u dat alleen met de hand doen.

KIA Carnival II - Zonnescherm - 1

  • Het zonnedak is zo gemaakt dat het openschuift samen met het zonnescherm. Let erop dat het zonnescherm niet wordt gesloten, terwijl u het zonnedak open houdt.
  • Houd de schakelaar vóór het zonnedak niet te lang ingedrukt. Dit zou storing van de motor van het zonnedak tot gevolg kunnen hebben.
  • Let erop dat het zonnedak geheel is gesloten wanneer u de auto ergens parkeert.
  • Verwijder zo nu en dan het vuil dat zich kan hebben verzameld in de geleiderail.

WAARSCHUWING

Steek niet uw hoofd of armen uit het zonnedak wanneer de auto rijdt.

VOORZICHTIG

Probeert u het zonnedak te openen wanneer de temperatuur beneden het vriespunt is of wanneer het zonnedak bedekt is met sneeuw of ijs, dan kan de glazen ruit of de motor van het zonnedak beschadigd raken.

Kennismaking met uw auto

In noodgevallen

KIA Carnival II - In noodgevallen - 1

Als het schuif-/kanteldak niet elektrisch bediend kan worden:

  1. Verwijder de dakconsole.
  2. Plaats de noodsleutel (meegeleverd bij de auto) en draai deze rechtsom om het dak te openen of linksom om het dak te sluiten.

Opbergvak voor zonnebril (indien van toepassing)

KIA Carnival II - Opbergvak voor zonnebril (indien van toepassing) - 1

In de dakconsole bevindt zich een opbergvak vóór een zonnebril. Druk op het afdekkapje om het opbergvak langzaam te openen. Plaats uw zonnebril met de glazen naar boven gericht in het opbergvak.

\* OPMERKING

Zorg ervoor dat de zonnebrilhouder tijdens het rijden gesloten is.

Roof rack (indien van toepassing)

Als uw auto is voorzien van een roof rack, kunt u bagage op het dak vervoeren.

\* OPMERKING

Uw auto kan beschadigd raken als u meer dan 70 kg (154 lbs) bagage op het roof rack vervoert. Laat grote objecten nooit aan de achterzijde of aan de zijkant buiten de auto uitsteken. Zorg ervoor dat de bagage op de dwarssteunen rust en de auto niet beschadigd raakt. Leg de bagage tegen de zijsteunen en maak het stevig vast aan het roof rack.

Besturing van uw auto

Contactslot 4-3

Starten 4-5

Handgeschakelde versnellingsbak 4-9

Ontgrendelknop 4-12

Remsysteem....4-19

Stuurbekrachtiging....4-27

Instrumentenpaneel 4-28

Meters 4-31

Waarschuwingstekens en indicatoren....4-34

Lichten 4-40

Ruitenwissers en ruitenproeiers....4-45

Mistlampen voor....4-50

Mistlicht voor 4-51

Ruitverwarming 4-51

Knipperlichten 4-53

Besturing van uw auto

Interieur....4-53

Klimaatregeling 4-58

Ontdooiing en ontwaseming van de voorruit....4-66

Contactslot

Verlicht contactslot

De contactslotverlichting gaat branden wanneer een van de portieren wordt geopend en het contact niet in stand ON staat. Het lampje gaat uit na ongeveer 30 seconden of als het contact in stand ON gezet wordt.

Contactslot en anti-diefstalstuurslot
KIA Carnival II - Verlicht contactslot - 1

Het stuurwiel is vergrendeld ter voorkoming van diefstal. De contactsleutel kan alleen in de stand LOCK uit het contactslot verwijderd worden. Om de contactsleutel in de LOCK-stand te zetten drukt u de sleutel in de ACC-stand in en draait hem vervolgens naar LOCK.

Besturing van uw auto

ACC (Accessory)

Het stuurwiel is ontgrendeld en de elektrische systemen werken.

ON

De waarschuwingslampjes kunnen gecontroleerd worden voor de motor gestart wordt. Dit is de normale stand nadat de motor gestart werd.

Laat het contactslot niet in de ON-stand staan als de motor niet draait. Hierdoor loopt de accu leeg.

START

Draai de contactsleutel naar de START-stand om de motor te starten. De motor wordt gestart tot u de sleutel loslaat. De sleutel keert dan automatisch naar de ON-stand terug. In deze stand kunnen de stoplichten getest worden.

Als u de contactsleutel maar moeizaam naar de START-positie kan draaien, draai dan het stuur even heen en weer om de spanning te verminderen en probeer het opnieuw.

KIA Carnival II - START - 1

- Draai de contactsleutel nooit naar LOCK of ACC terwijl de auto nog rijdt. In deze standen kunt u niet meer sturen of remmen en kunt u een ongeluk veroorzaken.

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

  • Het anti-diefstalstuurslot is geen alternatief voor de handrem. Zet de versnellingspook voor u de bestuurdersstoel verlaat steeds in de de 1ste versnelling bij een handgeschakelde versnellingsbak of op P (parkeren) bij een automatische versnellingsbak; trek de handrem helemaal aan EN schakel de motor uit. Als u deze voorzorgsmaatregelen niet neemt, kan de auto plotseling onvoorzien in beweging komen.
  • Bedien het contactslot of de andere bedieningselementen nooit met de hand door het stuurwiel terwijl u rijdt. Door de aanwezigheid van uw hand of arm op deze plaats zou u de controle over uw auto kunnen verliezen en een ernstig ongeluk kunnen veroorzaken.

Starten van de benzinemotor

  1. Controleer eerst of de handrem erop staat.
  2. Handgeschakelde versnellingsbak - Druk het koppelingspedaal helemaal in en zet de versnellingspook in neutrale stand. Hou het koppelingspedaal ingedrukt terwijl u de motor start.

Automatische versnellingsbak - Zet de versnellingspook in de stand P (parkeren). Druk het rempedaal helemaal in.

U kan de motor ook starten met de versnellingspook in stand N (neutraal).

  1. Draai de contactsleutel naar START en hou hem in deze stand tot de motor start (maximum 10 seconden), laat de sleutel vervolgens los.
  2. Bij extreem koud weer - minder dan -18 graden of als er enkele dagen niet met de auto gereden is, kunt u de motor laten opwarmen zonder het gaspedaal in te drukken.

Zowel in koude als in warme toestand moet de motor gestart worden zonder het gaspedaal in te drukken.

Besturing van uw auto

VOORZICHTIG

Valt de motor stil tijdens het rijden, probeer dan nooit de versnellingspook in stand P (parkeren) te zetten. Als het verkeer en de toestand van de weg het toelaten, kunt u de versnellingspook in neutrale stand zetten en de contactsleutel naar START draaien om de auto opnieuw te starten.

Weigert de motor te starten in koude toestand:

De motor is "koud" als de temperatuur van de koelvloeistof in de motor onder de 0 graden daalt. De motor kan ook weigeren te starten omdat hij verzopen is (als er teveel brandstof in de cilinders zit). Is dit het geval, volg dan de onderstaande startprocedure.

  1. Controleer of de parkeerrem in werking is gesteld.
  2. Handgeschakelde versnellingsbak - Trap het koppelingspedaal in en zet de versnellingshendel in de stand vrij.

Automatische versnellingsbak - Zet de keuzehendel van de automatische versnellingsbak in de stand P (Parkeren) of N (Neutral = Vrij). Druk het rempedaal volledig in.

  1. Terwijl u het gaspedaal volledig ingedrukt houdt, draait u de contactsleutel in de stand START en houdt de contactsleutel in deze stand vast (gedurende maximaal 10 seconden).

Als de motor start, neemt het toerental plotseling toe; laat de contactsleutel en het gaspedaal onmiddellijk los.

  1. Laat het gaspedaal los, als de motor nog niet is gestart, en de startmotor heeft rondgedraaid. Start de motor zonder dat u het gaspedaal indrukt (houd de contactsleutel per keer niet langer dan 10 seconden omgedraaid).

Als de motor niet start en de motor warm is:

Niet starten van een warme motor ondanks aanhoudende pogingen, kan als volgt worden verholpen:

  1. Controleer of de parkeerrem is aangetrokken.
  2. Handgeschakelde versnellingsbak - Trap het koppelingspedaal in en zet de versnellingshendel in de stand vrij.
    Automatische versnellingsbak - Zet de keuzehendel van de automatische versnellingsbak in de stand P (Parkeren) of N (Neutral = Vrij). Druk het rempedaal volledig in.
  3. Druk het gaspedaal half in en draai de contactsleutel naar de stand START en houd de contactsleutel in deze stand vast (gedurende maximaal 10 seconden).
  4. Laat de motor ongeveer 10 seconden stationair lopen voordat u wegrijdt.

\* OPMERKING

Probeer niet langer dan 10 seconden achtereen de motor te starten. Als de motor afslaat of niet wil starten, wacht dan 5 tot 10 seconden voordat u weer probeert de motor te starten. Onjuist gebruik van de startmotor kan deze beschadigen.

De startmotor werkt niet:

- Bij een automatische versnellingsbak – als de keuzehendel niet in de stand P (Parkeren) of N (Neutral = Vrij) staat.

De motor kan buitengewoon veel lawaai maken als deze voor een langere tijd niet is gebruikt. Het lawaai zou wel moeten stoppen als de motor de normale bedrijfstemperatuur heeft bereikt. Als het lawaai niet stopt, laat de auto dan inspecteren door een officiële Kia-dealer.

Besturing van uw auto

Starten van de dieselmotor

Om de dieselmotor te starten bij koude motor moet deze voorgegloeid worden voordat de motor gestart wordt en vervolgens opgewarmd worden voordat u ermee wegrijdt.

  1. Controleer of de parkeerrem is aangetrokken.
  2. Handgeschakelde transmissie - Trap het
    koppelingspedaal volledig in en zet de versnellingspook in de vrijstand. Houd het koppelingspedaal ingetrapt tijdens het starten van de motor.
    Automatische transmissie - Zet de selectiehendel in stand P. Trap het rempedaal volledig in.
    De motor kan ook gestart worden met de selectiehendel in stand N.
  3. Draai de contactsleutel in stand ON om de motor voor te gloeien. Het voorgloeilampje gaat branden en geeft aan dat de motor opgewarmd wordt.

Indicatielampje van de gloeispiraal
KIA Carnival II - Starten van de dieselmotor - 1

  1. Ais het voorgloeilampje uitgaat, draai dan de contactsleutel in stand START en houd de sleutel in deze stand totdat de motor aanslaat (maximaal 10 seconden). Laat de sleutel vervolgens los.

\* OPMERKING

Als de motor na 2 seconden niet aanslaat, draai dan de contactsleutel gedurende 10 seconden in stand LOCK en vervolgens in stand ON om hem weer voor te gloeien.

Starten en uitzetten van de motor met turbo intercooler

  1. Voer het toerental van de motor niet te hoog op en accelereer niet plotseling direct na het starten van de motor. Laat een koude motor enkele seconden stationair lopen voordat u wegrijdt om ervoor te zorgen dat de turbocompressor voldoende smering krijgt.

  2. Na rijden met hoge snelheid of een lange rit met een zware motorbelasting, dient de motor voor het uitzetten enige tijd stationair te draaien, zoals aangegeven in de tabel hieronder.

Door de motor stationair te laten draaien zal de turbocompressor afkoelen voordat de motor wordt uitgezet.

RijomstandigheidTijd stationairdraaien
Normaal rijdenNiet nodig
Rijden met hoge snelheidTot 80 km/hOngeveer 20 seconden
Tot 100km/hOngeveer 1 minuut
Steile berghellingen of continuerijden boven 100km/hOngeveer 2 minuten

KIA Carnival II - Starten en uitzetten van de motor met turbo intercooler - 1

WAARSCHUWING

Zet de motor nooit direct nadat hij zwaar belast is uit. Dit kan zware schade veroorzaken aan de motor of de turbocompressor.

Handgeschakelde versnellingsbak

Bediening van de handgeschakelde versnellingsbak

1 3 5 N 2 4 R

02001A

De handgeschakelde versnellingsbak heeft vijf versnellingen voorwaarts. Druk het koppelingspedaal helemaal in om te schakelen en laat het dan langzaam los.

Besturing van uw auto

Een ingebouwde veiligheid voorkomt dat u per ongeluk van 5 (vijfde) naar R (achteruit) zou schakelen. Voor u naar R (achteruit) kan schakelen, moet de versnellingspook eerst in neutrale stand geschakeld worden.

Zorg ervoor dat de auto helemaal stilstaat voor u naar R (achteruit) schakelt.

\* OPMERKING

Om vroegtijdige slijtage en beschadiging van de koppeling te vermijden, mag u uw voet tijdens het rijden niet permanent op het koppelingspedaal laten rusten. Gebruik het koppelingspedaal ook niet om de auto op een helling te laten stilstaan, bijvoorbeeld als u voor een rood licht staat.

KIA Carnival II - \* OPMERKING - 1

WAARSCHUWING - Handgeschakelde versnellingsbak

Trek voor u de bestuurdersstoel verlaat steeds de handrem aan en schakel de motor uit. Zet de versnellingspook vervolgens altijd in de 1ste versnelling. Als u deze voorzorgsmaatregelen niet neemt in de aangegeven volgorde, kunt uw auto plotseling onvoorzien in beweging komen.

Terugschakelen

Als u moet afremmen bij file verkeer of bij het oprijden van een helling, schakel dan terug voor de motor moet "zwoegen". Door terug te schakelen verkleint u de kans dat de motor afslaat en verloopt het optrekken achteraf sneller. Bij het afrijden van een steile helling kunt u door terug te schakelen een veilige snelheid aanhouden en uw remmen sparen.

Besturing van uw auto

Ontgrendelknop

P R N D 2 L ↑ ↓ ↓ ↓ ↓ ↓ De versnellingspook kan niet verzet worden zonder dat deze knop ingedrukt werd. HOLD-knop Door op deze knop te drukken activeert u de HOLD-stand. Drukt u er opnieuw op, dan wordt de HOLD-stand uitgeschakeld. De normale schakelbereiken staan rechts op het lampje. De ontgrendelknop moet ingedrukt worden terwijl u de versnellingspook verzet. De versnellingspook kan verzet worden zonder dat u de ontgrendelknop indrukt. Het schakellampje geeft de versnellingspookstand en het schakelbereik van de versnellingsbak aan. Versnellingspook

1V2B04003

Bediening van de automatische versnellingsbak De optionele automatische vierversnellingsbak wordt elektronisch gestuurd.

KIA Carnival II - Ontgrendelknop - 2

Om normaal vooruit te rijden zet u de versnellingspook in de stand D (rijden).

Om de versnellingspook uit stand P (parkeren) te zetten, moet de contactsleutel in de ON-stand staan en moet de ontgrendelknop ingedrukt worden.

Duw voor een vlotte bediening het rempedaal in terwijl u van N (neutraal) naar een versnelling voorwaarts of achterwaarts schakelt.

KIA Carnival II - Ontgrendelknop - 3

VOORZICHTIG

  • Geef geen gas in R (achteruit) of in een versnelling voorwaarts terwijl de remmen werken.
  • Wanneer u op een helling stopt, hou de auto dan niet stil op motorkracht. Gebruik de remmen of de handrem.
  • Schakel niet van N (neutraal) of P (parkeren) naar L (laag), 2 (tweede versnelling), D (rijden), of R (achteruit) wanneer het motortoerental hoger dan stationair is.

Besturing van uw auto

Schakelbereik

P (parkeren)

Deze stand vergrendelt de versnellingsbak en verhindert dat de voorwielen gaan draaien. Zorg ervoor dat de auto helemaal stilstaat voor u naar deze stand schakelt.

KIA Carnival II - P (parkeren) - 1

WAARSCHUWING

  • Als u naar P (parkeren) schakelt terwijl de auto nog beweegt, zullen de aangedreven wielen blokkeren zodat de auto onbestuurbaar wordt.
  • Gebruik de stand P (parkeren) niet ter vervanging van de handrem. Zorg er altijd voor dat de versnellingspook in de stand P (parkeren) vergrendeld is, zodat hij niet verzet kan worden zonder dat de ontgrendelknop ingedrukt wordt. Trek de handrem OOK helemaal aan.

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

  • Zorg er voor dat u wanneer u de bestuurdersstoel verlaat de versnellingspook in de stand P (parkeren) staat; trek de handrem helemaal aan en schakel de motor uit. Als u deze voorzorgsmaatregelen niet in de aangegeven volgorde neemt, kan de auto plotseling onvoorzien in beweging komen.
  • Laat nooit een kind zonder toezicht achter in uw auto.

KIA Carnival II - (Vervolg) - 1

VOORZICHTIG

Als u naar P (parkeren) schakelt terwijl uw auto in beweging is, kan de versnellingsbak beschadigd worden.

R (achteruit)

In deze stand kunt u met uw auto achteruitrijden.

KIA Carnival II - R (achteruit) - 1

VOORZICHTIG

Wacht altijd tot de auto helemaal stilstaat voor u naar of uit R (achteruit) schakelt. Schakelt u naar R terwijl de auto nog rijdt, dan kan de versnellingsbak beschadigd worden. Een uitzondering hierop vormt de situatie die in 'Loswrikken van de auto' op pagina 5-8 beschreven wordt.

N (neutraal)

De wielen en de versnellingsbak zijn niet gekoppeld. De auto kan vrij rollen, zelfs als de versnellingsbak in versnelling geschakeld is, tenzij de handrem of de remmen werken.

D (rijden)

Dit is de normale stand bij het vooruitrijden. De versnellingsbak zal automatisch naar de beste van de vier versnellingen schakelen voor een optimaal rijcomfort en brandstofverbruik.

Wil u een grotere krachtontwikkeling om een helling op te rijden of een ander voertuig in te halen, druk het gaspedaal dan volledig in. De versnellingsbak zal dan automatisch naar een lagere versnelling terugschakelen.

Om een optimaal motorvermogen te verzekeren, zal de versnellingsbak niet naar de 4de versnelling schakelen, voor de motorkoelvloeistof een temperatuur van ongeveer 68°C bereikt heeft.

2 (tweede versnelling)

Schakel naar 2 (tweede versnelling) voor extra krachtontwikkeling bij het oprijden van heuvels of voor extra remkracht bij het afrijden van heuvels. In deze versnelling slippen die wielen ook minder snel door op een gladde ondergrond. Zet u de versnellingspook in de stand 2 (tweede versnelling), dan zal de versnellingsbak automatisch van eerste naar tweede versnelling schakelen.

Besturing van uw auto

L (laag)

Zet de versnellingspook in deze stand wanneer u extra veel trekkracht nodig hebt en voor het oprijden van steile hellingen.

KIA Carnival II - L (laag) - 1

VOORZICHTIG

Rij nooit meer dan de aanbevolen maximumsnelheid in 2 (tweede versnelling) en L (laag).

Bij hogere snelheden dan het aanbevolen maximum in 2 (tweede versnelling) en L (laag) kan er een overmatige warmteontwikkeling ontstaan, die de automatische versnellingsbak kan beschadigen of onklaar maken.

Opschakelverloop zonder activering HOLD-stand.

D = de 1ste, de 2de, de 3de, de 4de; 2 = de 1ste, de 2de; L = de 1ste.

Oprijden van een steile helling uit stilstand

Om uit stilstand een steile helling op te rijden, drukt u het rempedaal in, schakelt u de versnellingspook naar D (rijden), 2 (tweede versnelling) of L (laag), afhankelijk van uw laadgewicht en de steilheid van de helling en lost u de handrem. Druk het gaspedaal geleidelijk in terwijl u het rempedaal loslaat

HOLD-stand

KIA Carnival II - HOLD-stand - 1

De versnellingsbak blijft in HOLD-stand staan tot u nogmaals op de HOLD-knop drukt of tot u de motor uitschakelt. Laat de motor in de HOLD-stand niet boven het maximumtoerental draaien. Anders zou hij beschadigd kunnen worden.

Dit systeem beïnvloedt de automatische schakeling alleen in voorwaartse versnelling.

In normale rij-omstandigheden start de versnellingsbak in de 1ste versnelling en schakelt via de 2de en de 3de naar de 4de versnelling terwijl de versnellingspook in D (rijden) staat.

Gebruik de HOLD-stand om de auto te starten uit volledige stilstand op een gladde ondergrond, bijvoorbeeld bij ijzel, nat of modderig wegdek, bij het oprijden van een helling of ter ondersteuning van de remmen bij het afdalen van een helling.

Door op de HOLD-knop te drukken activeert u de HOLDstand. Drukt u nogmaals op de knop, dan wordt hij uitgeschakeld.

D (rijden)

De versnellingsbak blijft in de 3de versnelling. Wanneer u stopt schakelt hij echter automatisch naar de 2de versnelling en daarna opnieuw naar de 3de versnelling zodat de auto vlotter optrekt. Daarbij vertrekt de versnellingsbak in de 2de versnelling en schakelt naar de 3de versnelling wanneer u de HOLD-knop indrukt. In dit geval schakelt de versnellingsbak nooit naar de 1ste of de 4de versnelling.

Besturing van uw auto

2 (tweede versnelling)

De HOLD-stand heeft geen invloed op de werking van 2 (tweede versnelling).

L (laag)

De HOLD-stand heeft geen invloed op de werking van L (laag)

Opschakelverloop in HOLD-stand:

D (rijden) - HOLD: de 3de versnelling (bij start uit stilstand kortstondig de 2de)

2 (tweede versnelling) - HOLD: Start in de 1ste versnelling en schakelt automatisch naar 2 (tweede); blijft vervolgens in 2 (tweede)

L (laag - HOLD: Start in eerste versnelling en blijft in eerste versnelling.

Wordt de contactsleutel naar OFF gedraaid, dan wordt de HOLD-stand automatisch uitgeschakeld.

HOLD-indicatielampje

Dit indicatielampje op het dashboard gaat branden wanneer u de HOLD-stand activeert.

\* OPMERKING

Als het indicatielampje HOLD knippert, wijst dit op een elektrische storing in de versnellingsbak. Stelt u dit vast, laat uw auto dan zo snel mogelijk nakijken door een erkend Kia-dealer.

Remsysteem

Rembekrachtiging

Uw auto is van remmen met rembekrachtiging voorzien, die zich bij normaal gebruik automatisch aanpassen.

Mocht de rembekrachtiging ooit uitvallen omdat de motor afslaat of om een andere reden, dan kunt u nog steeds remmen door het rempedaal krachtiger dan normaal in te drukken. De remafstand van uw auto zal in dit geval wel langer zijn.

Wanneer de motor niet draait vermindert de reserveremkracht bij elke duw op het rempedaal een beetje. Vermijd pompende rembewegingen als de rembekrachtiging niet werkt. Rem alleen pompend als dat nodig is om de controle over het stuur te behouden of om niet te slippen.

Als de remmen uitvallen

Mochten de remmen uitvallen terwijl u rijdt, dan kunt u een noodstop maken met de handrem. De remafstand zal dan wel aanzienlijk langer zijn dan normaal.

KIA Carnival II - Als de remmen uitvallen - 1

Door de handrem aan te trekken terwijl de auto normaal rijdt, kunt u de controle over de auto verliezen. Moet u de handrem gebruiken om een noodstop te maken, wees dan uiterst voorzichtig.

KIA Carnival II - Als de remmen uitvallen - 2

Laat uw voet tijdens het rijden niet op het rempedaal rusten. Hierdoor zou de temperatuur van de remvloeistof te hoog oplopen, de remvoering zal vroegtijdig verslijten en de remafstand zal toenemen.

(Wordt vervolgd)

Besturing van uw auto

(Vervolg)

  • Schakel in een lange, steile afdaling naar een lagere versnelling om constant remmen te vermijden. Als u constant blijft remmen, kunnen de remmen oververhitten, waardoor het remvermogen plotseling kan afnemen.
  • Natte remmen kunnen een sterk verminderd remvermogen hebben en de auto laten slippen door een ongelijke remkracht aan beide zijden. Door licht te remmen kunt u testen of uw remmen door vocht aangetast zijn. Test uw remmen op die manier als u door diep water gereden bent. Om de remmen te drogen kunt u meermaals licht remmen terwijl u met een veilige snelheid vooruit rijdt, tot de normale remkracht hersteld is.

Indicatie schijfremslijtage

Uw auto heeft schijfremmen op de voorwielen.

Als de voering van uw voorremmen versleten en aan vervanging toe is, zal u bij het gebruik van uw voorremmen een hoge fluittoon horen. Dit geluid kan soms luider en soms zachter klinken en treedt op bij het indrukken van het rempedaal.

KIA Carnival II - Indicatie schijfremslijtage - 1

Als u dit waarschuwingsgeluid van de remmen hoort, is uw auto aan onderhoud toe. Negeert u dit waarschuwingssignaal, dan zal uw auto geleidelijk zijn remkracht verliezen en loopt u groot gevaar voor ongelukken.

\* OPMERKING

Om dure reparaties aan het remsysteem te vermijden, mag u nooit blijven rijden met versleten remblokjes.

In sommige rij-omstandigheden hoort u een zacht piepend geluid als u voor het eerst remt (of zacht remt). Dit is volkomen normaal en wijst niet op een probleem met uw remmen.

Trommelremmen achter

De trommelremmen op uw achterwielen hebben geen slijtage-indicatie Laat de achterremmen daarom nakijken wanneer u bij het remmen een schurend geluid hoort. Laat uw achterremmen ook telkens nakijken wanneer u uw banden vervangt of omwisselt of de remblokjes voorin laat vervangen.

VOORZICHTIG

Vervang de remblokjes of -voering van beide voor- of achterwielen steeds tegelijk.

Besturing van uw auto

Parkeerrem
KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1

1GQ102005F
- U kunt de parkeerrem in werking stellen door het pedaal van de parkeerrem volledig en stevig in te drukken, terwijl u het rempedaal indrukt.

KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 2

1GQ102005G
- U kunt de parkeerrem uitschakelen door de hendel naar u toe te trekken terwijl u het rempedaal indrukt.

VOORZICHTIG

Gebruik de versnellingspook niet ter vervanging van de handrem wanneer u stopt. Trek de handrem altijd helemaal aan EN zet de versnellingspook in de 1ste (eerste) versnelling of in achteruit bij auto met handgeschakelde versnellingsbak en op P (parkeren) bij auto met automatische versnellingsbak.

(!)(P) BRAKE

AN7B04014

Controleer altijd het waarschuwingslampje remmen wanneer u de motor start. Dit waarschuwingslampje gaat branden wanneer de motor draait terwijl de handrem er nog opstaat. Controleer voor u vertrekt steeds of het waarschuwingslampje remmen uit is en of de handrem er afstaat. Blijft het waarschuwingslampje remmen branden wanneer de handrem er afgezet wordt, dan kan dit op een storing in het remsysteem wijzen. Laat dit onmiddellijk nakijken.

Besturing van uw auto

Rij niet meer met uw auto, als dat mogelijk is. Is dit onmogelijk, rij dan uiterst voorzichtig door tot u op een veilige plaats kan stoppen of tot aan de reparatiewerkplaats.

Parkeren in straten met een stoeprand

  • Als u uw auto bergop op een helling parkeert, parkeer dan zo dicht mogelijk bij de stoeprand en draai de voorwielen weg van de stoeprand. Als uw auto dan achteruit rolt, zullen de voorwielen tegen de stoeprand blokkeren.
  • Als u uw auto bergaf op een helling parkeert, parkeer dan zo dicht mogelijk bij de stoeprand en draai de voorwielen naar de stoeprand toe. Als uw auto dan vooruit rolt, zullen de voorwielen tegen de stoeprand blokkeren.

Antiblokkeersysteem (ABS) (indien aanwezig)

Het ABS-systeem registreert doorlopend de snelheid van de wielen. Dreigen de wielen te blokkeren, dan grijpt het ABS-systeem in door de hydraulische remdruk op de wielen herhaaldelijk aan te passen.

Wanneer u zodanig remt dat de wielen kunnen blokkeren, zal u een klikkend geluid van de remmen horen en een trilling in het rempedaal voelen. Dit is volkomen normaal en wijst erop dat uw ABS-systeem geactiveerd werd. Om een optimale werking van het ABS-systeem in noodgevallen te bereiken, mag u de remdruk niet veranderen en niet pompend remmen. Druk uw rempedaal zo ver mogelijk in (of zo ver als de situatie vereist) en laat uw ABS-systeem de remkracht van de achterremmen regelen.

  • Zelfs met het ABS-systeem heeft uw auto een zekere afstand nodig om volledig tot stilstand te komen. Hou daarom voldoende afstand van uw voorligger.
  • Verlaag u snelheid altijd voordat u een bocht neemt. Het ABS-systeem voorkomt geen ongelukken ten gevolge van overdreven snelheid.
  • Op een los of oneffen wegdek kan een auto met het ABS-systeem een langere remafstand hebben dan een auto met een conventioneel remsysteem.

ABS

AN7B04015

\* OPMERKING

  • Als het ABS-waarschuwingslampje oplicht en blijft branden, kan dit op een storing van het ABS-systeem wijzen. In dit geval zullen uw gewone remmen echter normaal werken.
  • Het ABS-waarschuwingslampje licht ongeveer 2 tot 3 seconden op nadat de motor gestart werd. In die tijd doorloopt het ABS-systeem een zelfdiagnose. Als alles in orde is gaat het lampje uit. Als het lampje blijft branden kan dit op een storing van het ABS-systeem wijzen. Bezoek zo snel mogelijk een erkend Kia-dealer of een andere goede servicewerkplaats.

Besturing van uw auto

KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1

OPMERKING

  • Wanneer u op een weg met weinig grip rijdt, bijvoorbeeld op een glad wegdek, en doorlopend op het rempedaal drukt, zal het ABS-systeem continu actief zijn en kan het ABS-waarschuwingslampje aangaan. Stop uw auto op een veilige plaats en schakel de motor uit.
  • Herstart de motor. Gaat het ABS-waarschuwingslampje uit, dan is het ABS-systeem in orde. Blijft het branden, dan is er een probleem met uw ABS-systeem. Bezoek zo snel mogelijk een erkend Kia-dealer of een andere goede servicewerkplaats.

KIA Carnival II - OPMERKING - 1

OPMERKING

Als u uw auto met startkabels start omdat de accu leeg is, kan de motor aanvankelijk minder vlot draaien en kan het ABS-waarschuwingslampje knipperen. Dit is te wijten aan de lage accuspanning en wijst niet op een storing in het ABS-systeem.

• Niet pompend remmen!
• Laat de accu opladen voor u wegrijdt.

KIA Carnival II - OPMERKING - 1

Betrouw voor uw veiligheid niet alleen op uw ABS- systeem maar ook op uw gezond verstand. In de volgende rij-omstandigheden zal uw ABS-systeem immers niet in staat zijn een ongeval te voorkomen:

  • Gevaarlijk rijden, zoals het negeren van voorzorgsmaatregelen, overdreven snelheid, te kleine afstand tussen uw auto en de voorligger.
  • Snel rijden in situaties waarbij de grip aanmerkelijk vermindert, zoals bij gevaar voor aquaplaning.
  • Het ABS-systeem is zo ontworpen dat het een optimaal remvermogen op snelwegen en wegen in goede staat levert. Op wegen met een slecht wegdek kan het ABS-systeem minder efficiënt zijn dan een conventioneel remsysteem.

Stuurbekrachtiging

De stuurbekrachtiging gebruikt energie van de motor om de besturing van de auto lichter te maken. Als de motor niet draait of de stuurbekrachtiging uitvalt, kunt u de auto nog steeds besturen, maar u zal meer kracht op het stuur moeten uitoefenen.

Merkt u tijdens het rijden dat u meer kracht nodig hebt om te sturen, laat de stuurbekrachtiging dan nakijken bij uw Kia-dealer of een andere goede servicewerkplaats.

Besturing van uw auto

\* OPMERKING

  • Hou het stuurwiel niet langer dan 5 seconden in eindpositie (uiterst links of uiterst rechts) bij draaiende motor. Als u het stuurwiel langer dan vijf seconden in de uiterste positie links of rechts houdt, kan de stuurbekrachtigingspomp beschadigd worden.
  • Als de aandrijfriem van de stuurbekrachtiging breekt of de stuurbekrachtigingspomp defect raakt, zal u aanmerkelijk meer kracht op het stuur moeten uitoefenen.

\* OPMERKING

Als de auto bij koud weer lange tijd heeft buitengestaan, (temperatuur lager dan -10°C (14°F)), dan functioneert de stuurbekrachtiging mogelijk minder goed, als de motor voor de eerste maal wordt gestart. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van de viscositeit van de stuurbekrachtigingsvloeistof en duidt niet op een storing.

Als dit gebeurt, laat het toerental van de motor dan oplopen tot 1.500 omw/min en laat vervolgens het gaspedaal los, of laat de motor twee of drie minuten stationair draaien om de stuurbekrachtigingsvloeistof te laten opwarmen.

Instrumentenpaneel (Benzine)
Lampje richtingaanwijzers Snelheidsmeter Toerenteller Motortemperatuurmeter 100° 120° 140° 60° 70° 80° 90° 100° 110° 120° 180° 200° km/h Tripmeter Resetknop tripmeter Brandstofmeter Wartschuwings- en indicatielampjes Schakelstand-lampje (enkel bij automaat) IMMO HOLD Waarschuwings- en indicatielampjes

BGQ04216

Besturing van uw auto

Instrumentenpaneel (Diesel)
Lampje richtingaanwijzers Toerenteller Snelheidsmeter Motortemperatuurmeter ×1000rpm Tripmeter Resetknop tripmeter Brandstofmeter Waarschuwings- en indicatielampjes Schakelstand-lampje (enkel bij automaat) HOLD IMMO H E 2 120 140 160 180 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 100 200 120 180 110 160 120 80 60 40 20 10 50 30 20 10 50 40 30 20 10 50 30 20 10 50 20 100 80 60 40 30 20 10 50 30 20 10 50 20 100 80 60 40 30 20 10 50 30 20 10 50 20

BGQ04216B

Meters

Snelheidsmeter

De snelheidsmeter geeft de voorwaartse snelheid van de auto aan.

Kilometerteller

De Kilometerteller geeft het totale aantal kilometer dat de auto heeft afgelegd aan.

Tripmeter

De tripmeter geeft de afgelegde afstand sinds de resetknop van de tripmeter voor het laatst ingedrukt werd aan. Als u op de resetknop drukt springt de meter terug op nul.

Motortemperatuurmeter

Deze meter geeft de temperatuur van de motorkoelvloeistof aan als de contactsleutel op ON staat.

Begeeft de meternaald zich buiten het normale bereik naar de stand H toe, dan wijst dit op oververhitting van de motor met gevaar voor beschadiging van de motor.

H E C

BGQ04112

Blijf niet rijden met een oververhitte motor. Raakt uw motor oververhit, volg dan de aanwijzingen in de paragraaf "Oververhitting" in de index

Besturing van uw auto

Brandstofmeter
F E

BGQ04113

De brandstofmeter geeft aan hoeveel brandstof er nog in de brandstoftank zit.

Capaciteit van de brandstoftank 75 liter.

De brandstofmeter wordt aangevuld door een waarschuwingslampje brandstof dat gaat branden als het brandstofpeil tot ongeveer 10 liter gedaald is.

Toerenteller
Rode bereik Benzine ×1000rpm

BGQ04111

Rode bereik Diesel ×1000rpm

BGQ04200

De toerenteller geeft het motortoerental bij benadering aan in aantal toeren per minuut (tpm)

Kijk naar de toerenteller om de juiste schakelpunten te kiezen, zodat u de motor niet op te hoog of te laag toerental laat draaien.

De toerentellernaald kan lichtjes bewegen als u de contactsleutel naar ACC of ON draait bij uitgeschakelde motor. Dit is volkomen normaal en tast de werking van de toerenteller bij draaiende motor niet aan.

\* OPMERKING

Laat de motor niet in het rode toerentalbereik van de toerenteller draaien.

Dit kan de motor zwaar beschadigen.

Hoogteverstelling koplampen (indien aanwezig)
KIA Carnival II - \* OPMERKING - 1

Deze inrichting dient om verblinding van tegenliggers te vermijden. Verstel de koplampen in de hoogte door de draaischakelaar als volgt te verzetten.

Beschrijving van schakelaar

StandBelasting van:
VoorstoelenAchterstoelen eerste rijAchterstoelen eerste rijKofferruimte
01 bestuurder---
2 personen2 personen--
12 personen3 personen-
2 personen2 personen3 personen-
22 personen2 personen3 personenGLS*Max. 43kg
DLS*Max. 137kg
31 bestuurder--Max. 520kg

*GLS: Benzinemotor
*DLS: Dieselmotor

Waarschuwingstekens en indicatoren

Waarschuwingslampjes/Akoestische indicatoren

Controle van de werking

Alle waarschuwingslampjes worden gecontroleerd wanneer u het contact aanzet (start de motor niet). Ieder lampje dat niet brandt moet worden nagekeken door een officiële Kia-dealer of een bekwaam monteur in een andere garage.

Controleer nadat u de motor hebt gestart of alle waarschuwingslampjes uit zijn. Als er nog waarschuwingslampjes branden, betekent dit dat hieraan aandacht moet worden besteed. Wanneer u de parkeerrem buiten werking stelt, moet het waarschuwingslampje van het remsysteem uit gaan. Het waarschuwingslampje voor de brandstof blijft branden als er niet veel brandstof in de tank is.

Waarschuwingslampje voor het Anti-blokkeringssysteem voor de remmen (Anti-Lock Brake System, ABS) (optie)

KIA Carnival II - Controle van de werking - 1

Dit lampje gaat branden wanneer u de motor start. Het lampje gaat uit wanneer het ABS-systeem normaal functioneert.

Dit lampje gaat ook branden als u de sleutel op ON draait en het lampje gaat uit na 2 tot 3 seconden als het systeem normaal functioneert.

Indicatielampje mistachterlicht (optie)

KIA Carnival II - Controle van de werking - 2

Dit lampje gaat branden wanneer de mistachterlichten branden.

Controlelampje mistlampen voor (indien van toepassing)

KIA Carnival II - Controle van de werking - 3

Dit lampje gaat branden als de mistlampen voor worden ingeschakeld.

Indicatielampje HOLD

KIA Carnival II - Controle van de werking - 4

(Alleen bij automatische versnellingsbak)

Geeft aan dat de automatische versnellingsbak in de stand HOLD staat.

Waarschuwingslampje oliedruk van de motor Dit waarschuwingslampje geeft aan dat de oliedruk in de motor laag is.

KIA Carnival II - Controle van de werking - 5

Als het waarschuwingslampje gaat branden terwijl u rijdt:

  1. Rijd op een veilige manier naar de kant van de weg en zet de auto stil.
  2. Zet de motor af en controleer het oliepijl. Als het oliepijl laag is, vul dan zoveel olie bij als nodig is.

Als het waarschuwingslampje blijft branden nadat u olie hebt bijgevuld of als u geen olie hebt, neem dan contact op met een officiele Kia-dealer of een andere vakbekwame garage.

\* OPMERKING

Als u de motor niet zo snel mogelijk afzet, kan er ernstige schade ontstaan..

Indicatielampje startblokkering (optie)

KIA Carnival II - \* OPMERKING - 1

Dit lampje gaat branden wanneer u de code voor de startblokkering invoert (noodprocedure) om de motor te starten.

Besturing van uw auto

Indicatielampje gloeispiraal

(Allicen dieselmotor)

KIA Carnival II - (Allicen dieselmotor) - 1

Dit lampje gaat branden tijdens het voorgloeien en gaat daarna uit.

Waarschuwingslampje laadsysteem

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje laadsysteem - 1

Dit waarschuwingslampje geeft aan dat de dynamo of het elektrische laadsysteem niet goed functioneert.

Als het waarschuwingslampje gaat branden terwijl de auto rijdt:

  1. Rijdt dan naar de dichtsbijzijnde plaats waar u veilig kunt stoppen.
  2. Controleer met de motor uitgeschakeld of de drijfriem van de dynamo los zit of gebroken is. De drijfriem van de dynamo vindt u aan de bestuurderskant van de motor. Deze drijfriem drijft ook het koelsysteem van de auto aan.

  3. Als de drijfriem goed staat afgesteld, bevindt de oorzaak van het probleem zich ergens in het elektrisch laadsysteem. Laat een officiële Kia-dealer of een vakbekwaam monteur in een andere garage het probleem zo spoedig mogelijk opsporen en verhelpen.

\* OPMERKING

Rijdt niet met de auto met een losse of gebroken drijfriem van de dynamo; de motor kan worden beschadigd door oververhitting omdat deze drijfriem ook de koelventilator van de motor aandrijft.

Waarschuwingslampje veiligheidsriem

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje veiligheidsriem - 1

Om de bestuurder en de passagier eraan te herinneren de veiligheidsriem vast te maken, blijft dit waarschuwingslampje branden totdat de veiligheidsriem is vastgemaakt. Als de heup/schoudergordel van de bestuurder niet is vastgemaakt wanneer de contactsleutel in de stand ON wordt gedraaid of als de veiligheidsriem wordt losgemaakt nadat de contactsleutel in de stand ON is gedraaid, klinkt er een bel en blijft het waarschuwingslampje van de veiligheidsriem branden. Als het systeem niet werkt zoals hierboven wordt beschreven, roep dan de hulp in van een officiële Kia-dealer of een andere vakbekwame garage.

Waarschuwingslampjes voor de parkeerrem en voor de remolie

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje veiligheidsriem - 2

Waarschuwingslampjes voor de parkeerrem

Dit lampje brandt wanneer de parkeerrem is ingeschakeld en het contact staat in de stand START of ON. Het waarschuwingslampje behoort uit te gaan wanneer de parkeerrem wordt uitgeschakeld.

Waarschuwingslampje bij een laag niveau van de remolie

Als dit waarschuwingslampje blijft branden, kan dit erop wijzen dat niveau van de remolie in het reservoir laag is. Als het waarschuwingslampje blijft branden:

  1. Rijd naar de dichtsbijzijnde plaats waar u veilig kunt stoppen en breng uw auto voorzichtig tot stilstand.
  2. Zet de motor uit, controleer onmiddellijk het niveau van de remolie en voeg zoveel remolie toe als nodig is. Controleer vervolgens alle componenten van het remsysteem op vloeistoflekken.

  3. Rijd niet met de auto als u lekkage van de remolie aantreft, als het waarschuwingslampje blijft branden of als de remmen niet goed werken. Laat de auto naar een officiële Kia-dealer slepen, waar het remsysteem kan worden geïnspecteerd en noodzakelijke reparaties kunnen worden uitgevoerd.

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje bij een laag niveau van de remolie - 1

WAARSCHUWING - Waarschuwingslampje niveau remolie

De auto rijden terwijl er een waarschuwingslampje brandt, is gevaarlijk. Als het waarschuwingslampje voor het niveau van de remolie blijft branden, laat de remmen dan onmiddellijk controleren en reparen door een officiële Kia-dealer.

Ter controle van het lampje gaan het waarschuwingslampjes van de parkeerrem en van het niveau van de remolie branden wanneer u de contactsleutel in de stand ON draait.

Waarschuwingslampje achterportier niet gesloten

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje achterportier niet gesloten - 1

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje achterportier niet gesloten - 2

Dit waarschuwingslampje gaat branden wanneer het achterportier of de deksel van de kofferruimte niet goed dicht zit.

Waarschuwingslampje brandstofpeil laag

Dit waarschuwingslampje geeft aan dat de brandstoftank bijna leeg is. Het waarschuwingslampje gaat branden wanneer het brandstofpeil tot ongeveer 10 liter gedaald is. Tank zo snel mogelijk bij.

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje brandstofpeil laag - 1

Waarschuwingslampje portier open

Dit waarschuwingslampje licht op wanneer er een portier niet goed gesloten is met de contactsleutel in een willekeurige stand.

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje portier open - 1

Grootlicht-lampje

Deze lampje wordt geactiveerd als de koplampen in de grootlicht-stand staan of wanneer de bestuurder aan de knipperlichthendel trekt om een grootlichtsignaal te geven.

KIA Carnival II - Grootlicht-lampje - 1

Waarschuwingslampje brandstofffilter (alleen bij dieselmotor)

Dit lampje gaat branden als er meer water dan normaal in de afscheider terechtkomt. Tap als het lampje aan gaat het water af. Als u blijft rijden terwijl dit lampje brandt, kan de motor beschadigd worden.

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje brandstofffilter (alleen bij dieselmotor) - 1

Schakelverloop-lampjes (alleen bij automatische versnellingsbak)

PRND2L

Deze lampjes lichten op wanneer de versnellingspook in de overeenkomstige stand gezet wordt. De symbolen P (parkeren) en R (achteruit) worden rood verlicht en de symbolen N (neutraal), D (rijden), 2 (tweede), en L (laag) worden groen verlicht.

Achterruitverwarming-lampje

KIA Carnival II - Achterruitverwarming-lampje - 1

Dit lampje gaat branden wanneer de achterruitverwarmingknop ingedrukt wordt om de achterruit ijsvrij te maken. Druk nogmaals op de schakelaar om het systeem uit te schakelen nadat het ijs gesmolten is. De achterruitverwarming wordt automatisch uitgeschakeld na 15 minuten. Hij wordt ook uitgeschakeld wanneer u de contactsleutel uit het contactslot haalt.

Controlelampje motormanagement

KIA Carnival II - Controlelampje motormanagement - 1

Dit controlelampje maakt deel uit van het motormanagement. Als er een onregelmatigheid in het systeem wordt geconstateerd, zal dit lampje gaan branden. U hoeft niet direct te stoppen, u kunt doorrijden naar de plaats van bestemming, maar u dient echter wel zo spoedig mogelijk contact op te nemen met uw Kia-dealer.

Besturing van uw auto

KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1

VOORZICHTIG

Doorrijden terwijl het controlelampje van het motormanagement brandt, kan schade aan dit systeem tot gevolg hebben op het brandstofverbruik en rijgedrag van de auto. Wanneer het controlelampje begint te knipperen, is het mogelijk dat de katalysator beschadigd is. Laat het motormanagement-systeem zo spoedig mogelijk nakijken bij uw Kia-dealer.

Waarschuwingslampje airbag (indien aanwezig)

KIA Carnival II - Waarschuwingslampje airbag (indien aanwezig) - 1

Dit waarschuwingslampje zal ongeveer 6 seconden oplichten telkens als u de contactsleutel naar ON draait. Licht dit lampje niet op of blijft het branden terwijl u rijdt, laat uw auto dan onmiddellijk nakijken door een erkend Kia-dealer of bij een andere goede servicewerkplaats.

Waarschuwingssignaal contactsleutel

Als het bestuurdersportier geopend wordt met de contactsleutel in het contactslot, zal het waarschuwingssignaal contactsleutel weerklinken. Dit signaal moet voorkomen dat de bestuurder zijn sleutels in de auto achterlaat.

Waarschuwingszoemer mistachterlichten aan (indien van toepassing)

Deze waarschuwingszoemer zal onder de volgende omstandigheden geluid maken.

- De contactsleutel wordt uit het contactslot verwijderd.

- Het bestuurdersportier wordt geopend.

- De mistachterlichten branden.

Dit om u eraan te herinneren de mistachterlichten uit te schakelen voordat u de auto verlaat.

Waarschuwingssignaal lichten aan

Het waarschuwingssignaal lichten aan weerklinkt als het bestuurdersportier geopend wordt wanneer de schakelaar van de koplampen nog in de 1ste of de 2de stand staat.

Waarschuwingszoemer open portier

Als het bestuurdersportier geopend wordt en het contact aan staat, zal er een waarschuwingszoemer klinken.

Cotrolelampje voorruitontwaseming

KIA Carnival II - Cotrolelampje voorruitontwaseming - 1

Dit lampje gaat branden als de voorruitontwaseming is ingeschakeld. Druk de schakelaar opnieuw in om de voorruitontwaseming uit te schakelen. Uitschakelen gebeurt ook als het contact uit wordt gezet.

Lichten

\* OPMERKING

  • Deze functie voorkomt dat de accu uitgeput raakt. Het systeem schakelt automatisch de parkeerlichten uit, wanneer de contactsleutel verwijderd wordt of als het portier aan bestuurderszijde wordt geopend.
  • De parkeerlichten worden automatisch uitgeschakeld als de auto in het donker langs de kant van de weg geparkeerd wordt.
    Volg onderstaande procedure als de parkeerlichten moeten blijven branden, wanneer de contactsleutel is verwijderd:
    1) Open het portier aan bestuurderszijde.
    2) Schakel de parkeerlichten uit en in met de lichtschakelaar op de stuurkolom.

Bediening lichten

AUTO* D D D D OFF BGQ04114A

De lichtschakelaar heeft een stand voor de parkeerverlichting en voor de dim verlichting.

Besturing van uw auto

Parkeerverlichting

Als de lichtschakelaar in de stand parkeerlicht staat (1e stand), branden de achterlichten, de parkeerverlichting voor, de kentekenplaatverlichting en de verlichting van het instrumentenpaneel.

Normale verlichting

Als de lichtschakelaar in de stand normale verlichting staat (2e stand), branden de koplampen, de achterlichten, de parkeerverlichting voor, de kentekenplaatverlichting en de verlichting van het instrumentenpaneel.

Stand automatische verlichting (indien van toepassing)
"Externe verlichtingssensor" HNV150

Als de lichtschakelaar in de stand automatische verlichting (stand 3) staat, worden de achterlichten en koplampen, afhankelijk van de lichtsterkte buiten, automatisch in- of uitgeschakeld,.

Besturing van uw auto

\* OPMERKING

  • Houd de sensor op het dashboard vrij voor een optimale werking van het automatische verlichtingssysteem.
  • Gebruik voor het reinigen van de sensor geen ruitenreiniger.
  • Als de voorruit van uw auto is voorzien van een coating, functioneert het automatische verlichtingssysteem mogelijk niet goed.

Om de koplampen op grootlicht te schakelen, duwt u de hendel in de richting van de motorkap. Door de hendel terug naar u toe te trekken schakelt u terug naar dimlicht. De grootlicht-lampje zal bij het inschakelen van het grootlicht gaan branden. Laat uw lichten nooit langere tijd branden terwijl de motor uitstaat, om te voorkomen dat de accu leegloopt.

Knipperen met de koplampen
AUTO* EDDED EDGE OFF

AS2B04022A

Om met de koplampen te knipperen trekt u de hendel naar u toe. Hij zal automatisch naar zijn normale positie terugkeren wanneer u hem loslaat. Om te kunnen knipperen hoeven de koplampen niet te branden.

Richtingaanwijzers
Verwisselen naar rechterwegstrook Rechtsaf OFF Verwisselen naar linkenwegstrook Linksaf AUTO* DID 300E OFF

AS2B04023A

De richtingaanwijzers werken alleen bij ingeschakelde contactslot. Om de richtingaanwijzers aan te zetten, zet u de hendel omhoog of omlaag. De groene pijllampjes op het dashboard geven aan welke richtingaanwijzers er werken. De richtingaanwijzers worden vanzelf uitgeschakeld na het nemen van de bocht. Blijft de lampje branden, zet de hendel dan met de hand terug in de middelste stand.

Besturing van uw auto

Richting-signalen

Om aan te geven dat u van rijstrook wil veranderen, beweegt u de hendel van de richtingaanwijzers lichtjes en houdt u hem zo vast. De hendel zal naar de OFF-stand (midden) terugkeren wanneer u hem loslaat.

Blijft er een lampje branden zonder te knipperen of knippert hij abnormaal, dan kan dit op een defect lampje in de richtingaanwijzers wijzen. Vervang een defect lampje zo snel mogelijk.

Motorvoertuigenverlichting overdag (MVO) (indien van toepassing)

Door motorvoertuigenverlichting overdag (MVO) kunnen medeweggebruikers uw auto overdag beter zien. Motorvoertuigenverlichting overdag kan onder verschillende rijomstandigheden handig zijn, maar vooral in de periode rond zonsondergang en zonsopgang. De motorvoertuigenverlichting overdag wordt uitgeschakeld wanneer:

  • De koplampen worden ingeschakeld
  • De parkeerrem wordt aangetrokken
  • De achterlichten worden ingeschakeld

Ruitenwissers en ruitensproelers

Ruitenwissers voorruit
OFF INT 1 2 S-7 F-4 PULL PUSH OFF INT 1 2 AS2B05024

De contactslot moet op ON staan.

Om de ruitenwissers aan te zetten duwt u de hendel naar beneden.

INT - intervalwissen

1 - Normale ruitenwissersnelheid

2 - Snelle ruitenwissersnelheid

Auto Control (indien van toepassing)
OFF AUTO 1 2 3 4 5 6 7 8 PULL PUSH OFF AUTO 1 2 BGQ04104

Als de schakelaar voor de ruitenwissers voor in stand AUTO staat, detecteert de regensensor aan de bovenzijde van de voorruit de hoeveelheid regen, en bepaalt aan de hand daarvan de juiste lengte van de intervallen tussen de wisbewegingen.

Besturing van uw auto

\* OPMERKING

Als er veel sneeuw of ijs op de voorruit zit, duurt het ongeveer 10 minuten voordat de ruitenwissers in werking gesteld worden.

KIA Carnival II - \* OPMERKING - 1

Als het contact in stand ON staat en de schakelaar voor de ruitenwissers voor in stand AUTO, neem dan onderstaande aanwijzingen in acht om letsel aan uw handen te voorkomen:

  • Raak het bovenste deel van de voorruit, waar de regensensor zich bevindt, niet aan.
    • Veeg het bovenste deel van de voorruit niet schoon met een doek.
  • Oefen geen druk uit op de voorruit.

Wissen met variabel interval (indien aanwezig)
OFF INT 1 2 S F PULL PUSH

BGQ04105
Zet de hendel in de INT/AUTO stand en stel het gewenste ruitenwisserinterval in door aan de ring te draaien.

Besturing van uw auto

Tipwissen
OFF INT 1 2 S F PULL PUSH

AS2B04026

Om de ruiten eenmaal te wissen duwt u de hendel naar voren en laat u hem los in de OFF-stand.

Wordt de hendel helemaal naar voren geduwd en daar gelaten, dan blijven de ruitenwissers werken.

\* OPMERKING

  • Om beschadiging van uw ruitenwissers of voorruit te voorkomen mag u de ruitenwissers niet aanzetten als de uit droog is.
  • Om beschadiging van de ruitenwisserbladen te voorkomen mag u geen benzine, kerosine, verfverdunner of andere vloeistoffen op of in de buurt van de ruitenwisserbladen aanbrengen.
  • Om beschadiging van de ruitenwisserarmen en andere ruitenwisseronderdelen te voorkomen mag u de ruitenwissers niet met de hand bewegen.

Ruitensproeiers voorruit
OFF INT 1 2 S F PULL PUSH

Trek de hendel uit de OFF-stand voorzichtig naar u toe om de raam te besproeien en de ruitenwissers voor 2 tot 3 bewegingen te activeren.

Gebruik deze functie als de voorruit vuil is.

De sproeiers en ruitenwissers blijven werken tot u de hendel loslaat.

Werkt de sproeier niet, controleer dan het sproeiervloeistofpeil. Is het peil te laag, vul het reservoir dan aan met een geschikte, niet-schurende ramensproeiervloeistof. De vulmond van het reservoir bevindt zich voorin in de motorruimte aan de bestuurderszijde.

KIA Carnival II - \* OPMERKING - 2

VOORZICHTIG

Gebruik de sproeier niet als het vriest zonder eerste de voorruit op te warmen met de verwarming. De sproeiervloeistof zou anders kunnen aanvriezen en het zicht belemmeren.

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

OPMERKING

Om beschadiging van de sproeierpomp te voorkomen mag u de sproeier niet aanzetten als het vloeistofreservoir leeg is.

Besturing van uw auto

Schakelaar achterruitenwisser en -sproeier
KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1

De schakelaar achterruitenwisser en -sproeier bevindt zich links van de stuurkolom.

Druk de knop in om de ruitenwisser en -sproeier in te schakelen.

ON - Normale ruitenwisserbediening

- Ruitensproeiervloeistof opspuiten en wissen INT - Interval

Mistlampen voor (indien van toepassing)
BGQ03702A

Schakel de parkeerverlichting in en druk vervolgens de schakelaar van de mistlampen vóór in om de mistlampen vóór in te schakelen.

Druk nogmaals op de schakelaar of schakel de parkeerverlichting uit om de mistlampen vóór uit te schakelen.

Mistlicht achter (indien aanwezig)
KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 3

Om de mistlichten achter aan te zetten, schakelt u de koplampen aan en drukt u vervolgens op de schakelaar van de achtermistlichten. Om ze uit te schakelen drukt u nogmaals op de schakelaar of schakelt u de koplampen uit.

Ruitverwarming
Voorkant(indien aanwezig) Achterkant

BGQ03703A/BGQ03704A

De ruitverwarming ontdoet de voorruit en de achterruit aan de binnen- en buitenzijde van rijp, condens en ijs. De verwarming werkt alleen als het contact aanstaat.

Druk om de gewenste ruitverwarming in te schakelen op de bijbehorende schakelaar in het middelste schakelaarpaneel. Bij ingeschakelde ruitverwarming gaat er een controlelampje branden. De verwarming wordt automatisch uitgeschakeld na 15 minuten of als de contactslot uitgeschakeld wordt. Om de verwarming uit te zetten drukt u nogmaals op de achterruitverwarming-knop. Ligt er een dikke laag sneeuw op de achterruit, veeg deze dan weg met een borstel.

\* OPMERKING

Om beschadiging van de geleiders op het binnenoppervlak van de achterruit te voorkomen, mag u de raam aan de binnenkant nooit met scherpe voorwerpen of schuurmiddelen reinigen.

\* OPMERKING

Schakel de verwarming alleen in terwijl de motor draait om te voorkomen dat de accu leegloopt.

De voorruitverwarming is bedoeld om ijs rond de ruitenwissers te verwijderen. Zie "Voorruit ontdooien en ontwasemen" in dit deel als u condens en ijs van de voorruit wilt verwijderen.

Besturing van uw auto

Knipperlichten
KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1

Bij het waarschuwings-knippersignaal gaan de achterlichten en de richtingaanwijzers voorin knipperen. Dit dient als een waarschuwing vóór de andere chauffeurs dat ze voorzichtig dienen te zijn bij het naderen of inhalen van uw auto.

Om dit signaal te activeren drukt u de schakelaar van het waarschuwings-knippersignaal in. Deze schakelaar werkt in elke stand van de contactslot.

Om het waarschuwings-knippersignaal uit te schakelen drukt u nogmaals op de schakelaar.

Interieur

Sigarettenaansteker
KIA Carnival II - Interieur - 1

Om de sigarettenaansteker te gebruiken drukt u hem in en laat u hem los. Zodra hij opgewarmd is schuift hij automatisch naar buiten vóór gebruik. Als de motor niet draait, moet u de contactsleutel naar ACC draaien om de sigarettenaansteker te gebruiken.

Besturing van uw auto

KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1

OPMERKING

  • Houd de aansteker niet ingedrukt wanneer deze op temperatuur is omdat dit leidt tot oververhitting.
  • Gebruik alleen een originele Kia-aansteker of een equivalent daarvan in de aansluiting vóór de sigarettenaansteker. Door het gebruik van accessoires in de sigarettenaansteker (scheerapparaten, handstofzuigers en koffiezetapparaten, bijvoorbeeld) kan de sigarettenaansteker beschadigen of kan er storing in het elektrisch systeem ontstaan.
  • Als de sigarettenaansteker niet binnen 30 seconden naar buiten springt, neem deze dan uit om overhitting te voorkomen.

Asbakken

Asbak vóór

KIA Carnival II - Asbakken - 1

Open het deksel om de asbak te gebruiken.

Open het deksel, druk de metalen lip naar beneden en trek de asbak voorzichtig omhoog om hem te verwijderen.

KIA Carnival II - Asbakken - 2

WAARSCHUWING - Gebruik van het asbakje

  • Gebruik de asbakjes in uw auto niet als afvalbakjes.
  • Als er as van uw sigaret of een smeulende lucifer in het asbakje op ander brandbaar afval terechtkomt, kan er brand ontstaan.

Asbak achter
KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Gebruik van het asbakje - 1

Open het deksel om de asbak te gebruiken. Trek de asbak omhoog om hem te verwijderen.

Handschoenenkastje
KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Gebruik van het asbakje - 2

Om het handschonenkastje te openen trekt u het klepje naar u toe.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Gebruik van het asbakje - 3

VOORZICHTIG

Laat het handschoenenkastje niet openstaan terwijl u rijdt, om het gevaar vóór verwondingen bij het plotseling stoppen of bij een ongeval tot een minimum te beperken.

Besturing van uw auto

Zonnekleppen
KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1

Om de zonneklep te gebruikten klapt u ze naar beneden. Wil u de zonneklep vóór het zijraam gebruiken, klap deze dan naar beneden, klik ze uit het bevestigingshaakje en zwenk ze opzij.

Vóór meer schaduw kunt u de zonneklep aan de zijkant verlengen door deze uit te trekken.

Make-up spiegel

De make-up spiegel kunt u gebruiken door de zonneklep te openen en het afdekkapje van de spiegel op te klappen.

12V-aansluiting (indien van toepassing)

Op de voorconsole, op de armsteun van de linker zitplaats in de derde zitrij en aan de rechterzijde in de bagageruimte bevinden zich 12V-aansluitingen. Deze aansluitingen zijn ontworpen om mobiele telefoons en andere apparaten die in de auto gebruikt kunnen worden, op te laden. Deze apparaten mogen niet meer dan 10 A afnemen als de motor draait

KIA Carnival II - 12V-aansluiting (indien van toepassing) - 1

VOORZICHTIG

• Alleen gebruiken indien de motor draait.
- Alleen voor het aansluiten van elektrische apparatuur die werkt op 12 V en een stroomverbruik heeft van minder dan 10 A.
- Schakel de airconditioning of de verwarming in de laagste stand als tegelijkertijd elektrische apparatuur is aangesloten op de aansluiting achter.
- Plaats het afdekkapje op de aansluiting wanneer deze niet gebruikt wordt.

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

BGQ102009B/1GQ102002C/1GQ102021
Muntvakje
KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 2

Het muntvakje bevindt zich links van de stuurkolom.

Gebruik het niet als asbak.

Besturing van uw auto

Digitale klok
H M S 8:8:88 BGQ04122A

Er zijn drie bedieningstoetsen vóór de klok. Ze werken als volgt:

UREN - Druk op H om de uren in te stellen.

M I N - Druk op M om de minuten in te stellen.

Reset - Druk minimaal 1 s op S om de klok op een snelle manier op ":00" in te stellen. Als dit gedaan wordt: Als u tussen 10:30 en 11:29 op S drukt, wordt de klok ingesteld op 11:00.

Klimaatregeling

Regeling van de temperatuur
2 3 4 FRONT A/C R 1 2 3 REAR

BGQ04108

Met de knop vóór de temperatuurcontrole kunt u de temperatuur regelen van de lucht die uit het ventilatiesysteem stroomt. U kunt de temperatuur van de lucht in het passagiersgedeelte als volgt regelen:

Draai de knop naar rechts vóór warme tot hete lucht of naar links vóór koelere lucht.

Regeling binnenkomende lucht

Het verdient aanbeveling onder normale omstandigheden de stand te kiezen waarbij er (frisse) lucht van buiten de auto binnenkomt.

KIA Carnival II - Regeling binnenkomende lucht - 1

KIA Carnival II - Regeling binnenkomende lucht - 2

KIA Carnival II - Regeling binnenkomende lucht - 3

KIA Carnival II - Regeling binnenkomende lucht - 4

BGQ04108

De luchttoevoer zal telkens wanneer u de motor start in de stand BUITENLUCHT staan. Druk op de desbetreffende toets wanneer u de stand RECIRCULATIE wenst.

Hercirculatie van lucht

KIA Carnival II - Hercirculatie van lucht - 1

Als u de knop voor het regelen van de luchtinlaat één maal indrukt (hercirculatie), wordt de luchtstroom die van buitenaf de auto binnenkomt, bijna geheel afgesloten en wordt de lucht in de auto gecirculeerd.

U kunt deze stand tijdelijk gebruiken voor een maximale verwarming of koeling (als de auto is voorzien van airconditioning) en om te helpen te voorkomen dat ongewenste lucht van buitenaf de auto binnendringt.

KIA Carnival II - Hercirculatie van lucht - 2

VOORZICHTIG

Wanneer u voortdurend de klimaatbeheersing van de auto laat werken terwijl de luchttoevoer van buitenaf is afgesloten, kan de luchtvochtigheid in de auto toenemen waardoor de ramen kunnen beslaan en het zicht naar buiten kan worden belemmerd.

(Frisse) lucht van buitenaf

Als u nogmaals op de knop voor het regelen van de luchtinlaat indrukt, wordt (frisse) lucht van buitenaf toegelaten tot het ventilatiesysteem van de auto. Gebruik deze stand voor de normale ventilatie en verwarming.

Besturing van uw auto

Aanjagerschakelaar

Er zijn vier (4) regelbare ventilatorsnelheden: hoe hoger het nummer, des te hoger de snelheid. De ventilator werkt alleen als de contactsleute in de stand ON staat.

0 - Ventilator uit

1 - Lage snelheid

3 - Hoge snelheid

2 - Gematigde snelheid

4 - Maximumsnelheid

Systeem voor klimaatbeheersing achterin de auto

U kunt voorin de auto het systeem voor klimaatbeheersing vóór de achterpassagiers regelen.

Voorn

BGQ03706A

U kunt het systeem voor klimaatbeheersing voor de achterpassagiers op ON zetten door de knop voor de verwarming achterin de auto in te drukken en de knop voor het regelen van de snelheid van de ventilator achterin de auto met de wijzers van de klok in de gewenste stand te draaien. Er zijn drie (3) regelbare ventilatorsnelheden: hoe hoger het nummer, hoe hoger de snelheid. De ventilator werkt alleen als de contactsleutel in de stand ON staat.

0 - Ventilator uit

2 - Gematigde snelheid

1 - Lage snelheid

3 - Hoge snelheid

R - In deze stand kan de achterpassagier zelf de snelheid van de ventilator achterin de auto regelen

Achterin

1V2B04023

De knop vóór het regelen van de snelheid van de ventilator achterin de auto die zich bevindt in het dak bij de achterstoel aan de zijde van de bestuurder heeft drie (3) regelbare standen. Hoe breder de balk naast de knop, des te hoger de snelheid.

Keuze ventilatiemethode (D)

Met de keuzeknop regelt u de richting van de luchtstroom door het ventilatiesysteem.

KIA Carnival II - Keuze ventilatiemethode (D) - 1
AN7B04043

PStand gezicht

De luchtstroom wordt gericht op het bovenlichaam en het gezicht via alle vier (4) ventilatieopeningen in het midden van het dashboard.

KIA Carnival II - PStand gezicht - 1
AN7B04044

PStand Gezicht-Vloer

De luchtstroom wordt gericht op het gezicht en de vloer. De lucht die gericht is op de vloer, is warmer dan de lucht op het gezicht (behalve wanneer de knop vóór het regelen van de temperatuur in de meest koude stand staat).

Besturing van uw auto

KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1
AN7B04045

Vloerstand

De lucht stroomt voornamelijk naar de vloer. Een kleine hoeveelheid lucht stroomt ook naar de voorruit en de zijraamverwarmings.

KIA Carnival II - Vloerstand - 1
AN7B04046

Vloer-verwarmingstand

De lucht stroomt voornamelijk naar de vloer en de voorruit. Een kleine hoeveelheid lucht stroomt ook naar de zijraamverwarmings.

KIA Carnival II - Vloer-verwarmingstand - 1
AN7B04047

Verwarmingstand

De lucht stroomt voornamelijk naar de voorruit. Een kleine hoeveelheid lucht stroomt ook naar de zijraamverwarmings.

KIA Carnival II - Verwarmingstand - 1

VOORZICHTIG

Laat de klimaatregeling niet continu in de recirculatiestand werken. Anders neemt de luchtvochtigheid in de auto sterk toe, waardoor de ramen kunnen beslaan en het zicht belemmerd wordt.

Airconditioning-schakelaar (indien aanwezig)

Om de airconditioning aan te zetten, drukt u op deze schakelaar. Het indicatielampje in de schakelaar zal oplichten wanneer de ventilatorschakelaar aanstaat. Om de airconditioning uit te schakelen drukt u nogmaals op de schakelaar.

FRONT AC R REAR

BGQ04108

Bediening van het systeem

Ventilatie

  1. Schakel de instelknop ventilatiewijze op
  2. Zet de luchtinlaat-regelknop in de buitenlucht-stand.
  3. Stel de temperatuur-regelknop op de gewenste temperatuur in.
  4. Stel de regelknop ventilatorsnelheid op de gewenste snelheid in.

KIA Carnival II - Ventilatie - 1

Verwarming

  1. Schakel de instelknop ventilatiewijze op
  2. Zet de luchtinlaat-regelknop in de recirculatie-stand.

KIA Carnival II - Verwarming - 1

Besturing van uw auto

KIA Carnival II - Besturing van uw auto - 1

VOORZICHTIG

Laat de klimaatregeling niet continu in de recirculatiestand werken. Anders neemt de luchtvochtigheid in de auto sterk toe, waardoor de ramen kunnen beslaan en het zicht belemmerd wordt.

  1. Stel de temperatuur-regelknop op de gewenste temperatuur in.
  2. Stel de regelknop ventilatorsnelheid op de gewenste snelheid in.
  3. Wenst u ontvochtigde verwarming, zet dan de airconditioning (indien aanwezig) aan.

  4. Wenst u koele lucht op gezichtsniveau bij werking op twee niveaus, zet de instelknop ventilatiewijze dan in stand

  5. Beslaat de voorruit, zet de instelknop ventilatiewijze dan in stand 📂.

Airconditioning (optie)

Alle airconditioning-systemen van Kia werken met milieuvriendelijk koelmiddel R 134a dat de ozonlaag niet aantast.

  1. Start de motor. Druk de airconditioning-schakelaar in.
  2. Zet de instelknop ventilatiewijze in stand
  3. Zet de luchtinlaat-regelknop in de stand buitenlucht of recirculatie.
  4. Stel de temperatuur-regelknop op de gewenste temperatuur in.
  5. Stel de regelknop ventilatorsnelheid op de gewenste snelheid in.
  6. Regel de ventilatorsnelheid en temperatuur bij vóór een optimaal comfort.

  7. Wenst u warmere lucht op vloerniveau bij werking op twee niveaus, zet de selectieknop ventilatiewijze dan in stand en regel de temperatuur met de regelknop bij tot u een optimaal comfort verkrijgt.

  8. Wenst u een maximale koeling, draai de temperatuurregelknop dan helemaal naar links en zet de luchtinlaatregelknop op recirculatie. Zet de regelknop ventilatorsnelheid vervolgens op maximumsnelheid.

\* OPMERKING

Staat de airconditioning aan bij een hoge buitentemperatuur, hou de temperatuurmeter dan goed in het oog wanneer u lang bergop rijdt of bij erg druk verkeer. Door de werking van de airconditioning kan de motor oververhitten. Geeft de temperatuurmeter aan dat de motor oververhit raakt, laat dan de ventilator aanstaan maar schakel de airconditioning uit.

Gebruikstips airconditioning:

  • Heeft u uw auto bij warm weer in de volle zon geparkeerd, open dan even de ramen zodat de hete lucht uit de auto kan ontsnappen.
  • Om te voorkomen dat de ramen bij vochtig weer beslaan kunt u de vochtigheid in uw auto verlagen door de airconditioning aan te zetten.
  • Terwijl de airconditioning werkt kunt u opmerken dat de motor bij stationair draaien even van toerental verandert wanneer de compressor van de airconditioning aanslaat. Dit is volkomen normaal.
  • Laat de airconditioning elke maand minstens een paar minuten werken.
  • Nadat u de airconditioning gebruikt hebt kan er aan de passagierszijde van uw auto helder water op de grond drupt (of zelfs loopt). Dit is volkomen normaal.

Besturing van uw auto

  • De airconditioning is uitgerust met een systeem dat de compressor automatisch uitschakelt als de koelvloeistof van de motor het oververhittingspunt nadert. De compressor zal opnieuw beginnen werken zodra de temperatuur van de koelvloeistof weer binnen het "normale" bereik ligt. De compressor van de airconditioning wordt ook enkele seconden uitgeschakeld wanneer u het gaspedaal helemaal induwt.
  • Stel de luchtinlaat-regelknop op buitenlucht (frisse lucht) in wanneer de airconditioning werkt.
  • In de recirculatiestand geeft de airconditioning een maximale koeling maar als u het systeem langere tijd in deze stand laat werken wordt de lucht in de auto muf.

Ontdooiing en ontwaseming van de voorruit

  1. Zet de instelknop ventilatiewijze in stand of
  2. Zet de luchtinlaat-regelknop in de buitenlucht-stand.
  3. Stel de temperatuur-regelknop op de gewenste temperatuur in.
  4. Stel de regelknop ventilatorsnelheid op de gewenste snelheid in.
  5. Wenst u ontvochtigde verwarming, zet dan de airconditioning (indien aanwezig) aan.

KIA Carnival II - Ontdooiing en ontwaseming van de voorruit - 1

VOORZICHTIG

Gebruik de stand niet bij koele werking en extreem vochtig weer. Door het temperatuurverschil tussen de buitenlucht en de voorruit zou de voorruit aan de buitenkant kunnen beslaan, wat het zicht zou belemmeren.

  • Vóór maximale ontdooiing draait u de temperatuurregelknop helemaal naar rechts (zeer warm) en zet u de regelknop ventilatorsnelheid in de hoogste stand.
  • Wenst u een warme luchtstroom naar de vloer terwijl de raam ontdooid of ontwasemt wordt, zet de instelknop ventilatiewijze dan in stand
  • Verwijder alle ijs en sneeuw van de voorruit, achterruit, buitenspiegels en alle zijramen voor u wegrijdt.
  • Verwijder alle sneeuw en ijs van de motorkap en de luchtinlaat in de grille aan de motorkap zodat de verwarming en verwarming beter kunnen werken en de voorruit minder gemakkelijk beslaat.

\* OPMERKING

Als uw auto is uitgerust met airconditioning en u de luchtcirculatieknop in de stand "verwarmen en ontwasemen" of "ontwasemen" zet, zal de airconditioning automatisch in werking treden. Zet de airconditioning uit als u dit niet wilt.

  1. Zet de aanjagerknop in stand 0.
  2. Draai de luchtcirculatieknop in de stand "ontwasemen".
    3.Houd de aircoschakelaar ingedrukt en druk binnen 3 seconden 5 keer op de luchttoevoertoets. Daarna knippert het controlelampje van de luchttoevoer 3 keer met tussenpozen van 0,5 seconde.

Voer dezelfde procedure uit als u de automatische bediening van het airconditioningssysteem weer in wilt schakelen.

x_1 x_2

Benodigde brandstof....5-2

Uitlaatsysteem....5-3

Voor u wegrijdt....5-5

Tips voor zuinig rijden 5-6

Bijzondere rijomstandigheden....5-8

Trekken van een aanhangwagen....5-13

Overlading 5-21

Rijtips

Benodigde brandstof - Benzinemotor

Uw nieuwe Kia-auto rijdt alleen op loodvrije benzine met een octaangehalte van 91 of hoger.

Uw nieuwe Kia-auto bereikt een maximaal vermogen en minimale emissiewaarden en vervuiling van de bougie met LOODVRIJE BENZINE.

\* OPMERKING

TANK NOOIT LOODHOUDENDE BENZINE. Bij gebruik van loodhoudende benzine werkt de katalysator slecht, wordt de zuurstofsensor van de motorsturing beschadigd en wordt de uitlaatregeling aangetast.

Giet nooit andere reinigingsmiddelen voor het brandstofsysteem dan die door Kia aanbevolen worden in de brandstoftank. (Voor meer informatie hierover kunt u bij uw Kia-dealer terecht).

In landen wear alleen LOODHOUDENDE BENZINE verkrijgbaar is, mag uw nieuwe Kia LOODHOUDENDE BENZINE gebruiken. Uw nieuwe Kia is dan speciaal ontworpen om LOODHOUDENDE BENZINE te gebbruiken. In dit geval dient u alleen LOODHOUDENDE BENZINE te gebruiken. Contorleer a.u.b of uw auto geschikt is voor LOODHOUDENDE BENZINE of niet.

Benzine die alcohol en methanol

Gasohol, een mengsel van benzine en ethanol (ook wel graanalcohol genoemd) en benzine of gasohol die methanol bevat (ook wel houtalcohol genoemd) worden naast of in plaats van loodhoudende of loodvrije benzine verkocht.

Gebruik nooit gasohol die meer dan 10% ethanol bevat en gebruik nooit benzine of gasohol die methanol bevat. Door deze brandstoffen kan de motor minder goed gaan lopen of kan het brandstofsysteem beschadigd worden.

Stop onmiddellijk met het gebruik van gasohol als u merkt dat de motor minder goed gaat lopen.

Schade aan uw voertuig of storingen met het goed lopen van de motor vallen niet onder de garantie van de fabrikant als ze veroorzaakt zijn door het gebruik van:

  1. gasohol die meer dan 10% ethanol bevat.
  2. benzine of gasohol die methanol bevat.
  3. loodhoudende benzine of loodhoudende gasohol.

\* OPMERKING

Gebruik nooit gasohol die methanol bevat. Stop met het gebruik van gasohol die de motor minder goed laten lopen.

Uitlaatsysteem

-Benzinemotor

Ombouwen van uw auto

Deze auto mag niet omgebouwd worden. Door uw Kia om te bouwen zouden zijn vermogen, veiligheid en duurzaamheid kunnen afnemen en kunt u mogelijk nationale veiligheids- en emissievoorschriften overtreden.

Bovendien vallen beschadigingen en vermogensproblemen die voortvloeien uit aanpassingen niet onder de garantie.

Rijtips

Voorzorgsmaatregelen uitlaatgas (koolstofmonoxide)

De uitlaatgassen van uw auto bevatten koolstofmonoxide. Dit gas is kleur- en geurloos maar erg gevaarlijk. De inademing ervan kan dodelijk zijn.

  • Alle uitlaatgassen kunnen koolstofmonoxide bevatten. Laat uw auto daarom onmiddellijk nakijken en repareren bij een erkend Kia-dealer of in een andere servicewerkplaats als u in de passagiersruimte van uw auto uitlaatgassen ruikt. Vermoedt u dat er uitlaatgassen in de passagiersruimte vrijkomen, rij dan alleen nog met alle ramen open. Laat uw auto onmiddellijk nakijken en repareren.
  • Laat de motor in een kleine, gesloten ruimte (bijvoorbeeld in een garage) niet langer draaien dan nodig is om met uw auto naar binnen of buiten te rijden.
  • Stopt u langere tijd met draaiende motor in een open ruimte, regel het verwarmings- of koelsysteem dan zo dat er voldoende frisse buitenlucht in de auto komt.
  • Blijf nooit langere tijd in een geparkeerde of stilstaande auto met draaiende motor zitten.

Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de katalysator

Uw auto is met een katalysator uitgerust.

Daarom moet u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht nemen:

  • Gebruik alleen LOODVRIJE BENZINE.
  • Parkeer uw auto niet boven of in de buurt van ontvlambare voorwerpen zoals droog gras, papier, bladeren enz. In bepaalde omstandigheden zouden deze door het hete uitlaatsysteem vuur kunnen vatten.
  • Rij niet met de auto als u vermoedt dat de motor ontregeld is, bijvoorbeeld als de motor overslaat of als het vermogen afneemt.
  • Maak geen foutief gebruik of misbruik van de motor. Voorbeelden van foutief gebruik zijn vrij rollen zonder dat de motor loopt of een steile helling in versnelling afrijden zonder dat de motor loopt.

  • Laat de motor nooit langere tijd (5 minuten of meer) stationair draaien op hoog toerental.

  • Breng geen wijzigingen aan delen van de motor of het uitlaatsysteem aan en knoei er niet aan. Laat alle inspecties en afstellingen door een gekwalificeerd vakman uitvoeren.

Als u deze voorzorgsmaatregelen niet naleeft kunt u schade aan de katalysator en aan uw auto veroorzaken. Bovendien zou u hierdoor elke aanspraak op garantie verliezen.

Voor u wegrijdt

Voor u in uw auto stapt:

  • Controleer of alle ramen, buitenspiegels en lichten schoon zijn.
  • Controleer de toestand van de banden.
  • Controleer onder de auto op sporen van lekkage. Kijk als u achteruit wil rijden of er geen obstakels achter de auto staan.

Noodzakelijke inspecties

Controleer regelmatig het peil van alle vloeistoffen, bijvoorbeeld van motorolie, motorkoelvloeistof, rem/koppelingsvloeistof en sproeiervloeistof. Het exacte interval hangt van de vloeistof af. Meer informatie vindt u in hoofdstuk 7: Onderhoud.

Voor u start

  • Sluit alle portieren.
  • Verstel uw stoel zo dat u alle bedieningselementen gemakkelijk kan bereiken.
  • Stel de achteruitkijkspiegel en de buitenspiegels in.
    • Controleer of alle lichten werken.
    • Controleer alle metertjes.
  • Controleer nadat u de contactsleutel naar ON hebt gedraaid of alle waarschuwingslampjes werken.
  • Zet de handrem er af en controleer of het waarschuwingslampje van de remmen uitgaat.

Om veilig te kunnen rijden moet u voldoende vertrouwd zijn met uw auto en zijn uitrusting.

Rijtips

Rijden onder invloed van alcohol

Rijden als u gedronken hebt is erg gevaarlijk. Rijden onder invloed is de belangrijkste oorzaak van dodelijke verkeersongevallen. Alcohol vermindert het beoordelingsvermogen, het gezichtsvermogen en de spiercoördinatie van de chauffeur. Zelfs met een beetje alcohol in het bloed nemen de reflexen en het beoordelingsvermogen gevoelig af.

Rij daarom nooit onder invloed en rij nooit mee met een chauffeur die gedronken heeft. Als u in groep bent, kies dan een chauffeur die nuchter blijft. Bent u alleen, bel dan een taxi.

Rijden onder invloed van drugs

Rijden onder invloed van drugs is net zo gevaarlijk of zelfs nog gevaarlijker dan rijden als u gedronken hebt, afhankelijk van de gebruikte drug en de ingenomen dosis. Gebruik daarom nooit drugs als u moet rijden.

Tips voor zuinig rijden

Het brandstofverbruik van uw auto hangt voornamelijk van uw rijstijl, de plaats waar u rijdt en wanneer u rijdt af.

Elk van deze factoren beïnvloedt het aantal kilometer dat u met één liter brandstof kan afleggen. Als u rekening houdt met de volgende tips, zal uw auto erg zuinig rijden en kunt u heel wat besparen op brandstof en reparaties:

- Laat de motor niet te lang stationair draaien om op te warmen. Begin te rijden zodra de motor goed loopt. Vergeet niet dat de motor op koude dagen iets meer tijd nodig heeft om op te warmen.

- Door langzaam op te trekken nadat u gestopt bent, bespaart u brandstof.

- Hou de motor in goede conditie en laat hem regelmatig onderhouden op de aanbevolen tijdstippen. Zo verlengt u de levensduur van alle onderdelen en rijdt u zuiniger.

  • Gebruik de airconditioning alleen indien nodig.
    • Verminder als u op slechte wegen rijdt.
  • Hou de bandenspanning op de aanbevolen waarde, zodat de banden langer meegaan en uw auto minder brandstof verbruikt.
  • Hou voldoende afstand van uw voorligger zodat u niet bruusk moet stoppen. Zo voorkomt u voortijdige slijtage van uw remvoeringen en remblokjes. U bespaart tevens op brandstof omdat de auto meer verbruikt bij het optrekken.
  • Neem geen onnodig gewicht mee in uw auto.
  • Laat uw voet tijdens het rijden niet op het rempedaal rusten. Hierdoor verslijten de remmen sneller en kunnen ze defect raken. Bovendien verbruikt uw auto meer brandstof.
  • Door een slechte wieluitlijning verslijten de banden sneller en verbruikt uw auto meer brandstof.

  • Als u snel rijdt met open ramen verbruikt uw auto meer brandstof.

  • Bij sterke zijwind en tegenwind verbruikt uw auto meer brandstof. Dit verlies kunt u gedeeitelijk compenseren door in deze omstandigheden langzamer te rijden.

Om zuinig en veilig te kunnen rijden, moet uw auto in goede staat blijven. Laat hem daarom op geregelde tijdstippen inspecteren en onderhouden door een erkend Kia-dealer.

KIA Carnival II - Tips voor zuinig rijden - 1

WAARSCHUWING - Rollen met uitgeschakelde motor

Laat uw auto nooit van een helling rollen of op een andere manier rollen met uitgeschakelde motor. De stuurbekrachtiging en rembekrachtiging werken niet als de motor niet draait. Rem voor het afrijden van een helling op de motor door naar een lagere versnelling te schakelen.

Rijtips

Bijzondere rijomstandigheden

Gevaarlijke rijomstandigheden

Moet u rijden in gevaarlijke omstandigheden, bijvoorbeeld in water, sneeuw, ijs, modder, zand of andere gevaarlijke situaties, volg dan de onderstaande suggesties:

  • Rij voorzichtig en hou extra afstand om tijdig te kunnen remmen.
    • Vermijd plotselinge rem- of stuurbewegingen.
  • Om te remmen in vierwielaandrijving remt u pompend met een lichte op- en neergaande beweging tot uw auto stilstaat.
  • Stopt uw auto in de sneeuw, modder of zand, schakel dan naar tweede versnelling of schakel over op vierwielaandrijving (indien aanwezig). Geef langzaam gas om te vermijden dat de aangedreven wielen doorslippen.
  • Stopt u op ijs, sneeuw of modder, breng dan zand, steenzout, sneeuwkettingen of een ander niet-glijdend materiaal onder de aangedreven wielen aan. (Zie ook "Gebruik van vierwielaandrijving", indien aanwezig)

Terugschakelen naar eerste versnelling met een handgeschakelde versnellingsbak of naar L (laag) met een automatische versnellingsbak terwijl u op een glad wegdek rijdt is erg gevaarlijk. Door de plotselinge verandering van de bandensnelheid kunt u slippen en een ongeval veroorzaken. Wees daarom uiterst voorzichtig wanneer u terugschakelt op een glad wegdek.

Loswrikken van de auto

Om uw auto los te wrikken uit sneeuw, zand of modder, draait u het stuurwiel eerst even naar rechts en naar links om de voorwielen vrij te maken. Schakel dan afwisselend naar de 1st (eerste versnelling) en R (achteruit) in een auto met handgeschakelde versnellingsbak of naar R (achteruit) en een willekeurige versnelling voorwaarts in een auto met automatische versnellingsbak. Laat de motor niet op hoog toerental draaien en laat de wielen zo weinig mogelijk

doorslippen. Zit uw auto na enkele pogingen nog steeds vast, laat hem dan lostrekken door een takelauto om oververhitting van de motor en mogelijke schade aan overbrenging, verdeelbak (indien aanwezig) of differentieel te vermijden.

\* OPMERKING

Probeer niet te lang uw auto op eigen kracht los te wrikken. Anders kan de motor oververhitten en kunnen de overbrenging, de verdeelbak (indien aanwezig) en de banden beschadigd worden of defect raken.

Laat de wielen niet doorslippen, zeker niet met snelheden boven 56 km/u. Als de wielen met hoge snelheid doorslippen terwijl de auto stilstaat, kunnen de banden oververhitten en zelfs ontploffen en omstanders verwonden.

Rijden in het donker

Aan 's nachts rijden zijn meer risico's verbonden dan aan rijden in daglicht. Hier volgen enkele belangrijke tips:

  • Rij langzamer en hou meer afstand van voorliggers. 's Nachts ziet u immers minder dan overdag, zeker op onverlichte wegen.
  • Verstel uw spiegels zodat u niet verblind wordt door de lichten van achterliggers.
  • Zorg ervoor dat uw koplampen schoon en goed afgesteld zijn. Met vuile of slecht afgestelde koplampen ziet u 's nachts minder goed.
  • Kijk nooit direct naar de koplampen van uw tegenliggers. Hierdoor zou u tijdelijk verblind kunnen worden. Uw ogen hebben immers enkele seconden nodig om zich opnieuw aan de duisternis aan te passen.

Rijden in de regen

Bij regen en op een nat wegdek is het gevaarlijk rijden, zeker als u niet op een modderig wegdek voorbereid bent.

Rijtips

Hier volgen enkele tips om veilig te rijden in de regen:

  • Bij hevige regen wordt uw zicht belemmerd en wordt de remafstand van uw auto aanzienlijk langer. Rij daarom langzamer.
  • Zorg ervoor dat uw ruitenwissers in perfecte staat zijn. Vervang uw ruitenwisserbladen als ze strepen achterlaten of delen van de voorruit overslaan.
  • Als u met versleten banden rijdt, kunt uw auto bij het stoppen op een nat wegdek gaan slippen en een ongeval veroorzaken. Zorg ervoor dat uw banden in goede staat zijn.
  • Zet uw koplampen aan zodat u goed zichtbaar bent voor andere weggebruikers.
  • Als u te snel door plassen rijdt, kunnen uw remmen nat worden. Moet u door een plas rijden, doe dit dan steeds langzaam.
  • Vermoedt u dat uw remmen nat geworden zijn, rem dan zachtjes terwijl u rijdt tot het normale remvermogen hersteld is.

Rijden in de winter

  • Het verdient aanbeveling, steeds de nodige winteruitrusting in de auto te hebben. Daartoe behoren sneeuwkettingen, een ruitenkrabber, ruitontdooier, een zakje zand of zout, noodlicht, een klein schopje en startkabels.
    • Zorg ervoor dat er voldoende ethyleenglycol in het koelmiddel van de radiator zit.
  • Controleer de toestand van de accu en de kabels. Door de lage temperatuur neemt de capaciteit van elke accu af. Daarom moet uw accu in perfecte staat zijn zodat ze 's winters voldoende startvermogen kan leveren.
  • Gebruik motorolie met een viscositeit die geschikt is voor koud weer.
  • Controleer het ontstekingssysteem op losse aansluitingen en beschadiging.
  • Gebruik ruitensproeiervloeistof met antivries. (Gebruik geen antivries voor de motorkoelvloeistof.)
  • Trek de handrem niet aan indien u vorst verwacht. Schakel om te parkeren naar 1 (eerste versnelling) of R (achteruit) met een handgeschakelde versnellingsbak of naar P (parkeren) met een automatische versnellingsbak en blokkeer de achterwielen.

Sneeuwbanden

Monteert u sneeuwbanden op uw Kia, zorg er dan voor dat het radiale banden met dezelfde bandenmaat en draagkracht als uw originele banden zijn. Monteer sneeuwbanden op de vier wielen zodat u uw auto in alle weersomstandigheden goed onder controle kan houden. Hou er rekening mee dat sneeuwbanden op een droog wegdek minder grip kunnen hebben als de standaardbanden van uw auto. Rij steeds voorzichtig, ook op gestrooide wegen. Volg de aanbevelingen van uw bandenleverancier in verband met de maximumsnelheid voor het gekozen bandentype.

KIA Carnival II - Sneeuwbanden - 1

WAARSCHUWING - Sneeuwbandenmaat

Gebruik sneeuwbanden met dezelfde bandenmaat en van hetzelfde type als de standaardbanden van uw auto. Anders kunnen de veiligheid en de bestuurbaarheid van uw auto in het gedrang kommen.

Controleer voor u spijkerbanden monteert of het gebruik ervan niet in strijd is met de plaatselijke, nationale en regionale voorschriften.

Sneeuwkettingen

Monteer de sneeuwkettingen van uw auto als de toestand van de weg dit nodig maakt of als de lokale wetten u hiertoe verplichten. Zorg ervoor dat de kettingen op uw bandenmaat afgestemd zijn. Installeer de kettingen alleen op uw achterwielen. Gebruikt u metalen kettingen, controleer dan of ze tot SAE-klasse "S" behoren.

Opleggen van de kettingen

Volg bij het opleggen van de kettingen de instructies van de fabrikant en bevestig de kettingen zo strak mogelijk. Rij langzaam met gemonteerde sneeuwkettingen. Hoort u dat de kettingen de carrosserie of het chassis raken, stop dan en span ze strakker aan. Raken ze de carrosserie of het chassis nog steeds, verminder dan tot dit ophoudt. Verwijder de kettingen onmiddellijk wanneer u opnieuw op gestrooide wegen rijdt.

Rijtips

KIA Carnival II - Rijtips - 1

WAARSCHUWING - Sneeuwkettingen

  • Bij gebruik van sneeuwkettingen kan de auto iets moeilijker bestuurbaar worden.
  • Rij niet sneller dan 50 km/u of de door de kettingfabrikant aanbevolen maximumsnelheid als die lager ligt.
  • Rij voorzichtig en vermijd bulten, putten, scherpe bochten en andere omstandigheden waarin uw auto kan gaan stuiteren.
  • Vermijd scherpe bochten of remmen met geblokkeerde wielen.
  • Niet goed passende of slecht geïnstalleerde kettingen kunnen de remvoeringen, de ophanging, de carrosserie en de wielen van uw auto beschadigen.
  • Stop onmiddellijk als u de kettingen tegen uw auto hoort slaan en span ze aan.

Rijden in overstroomde gebieden

Rij niet door overstroomde gebieden, tenzij u er zeker van bent dat het water niet hoger dan de onderzijde van de wielnaaf komt. Rij langzaam door water. Hou voldoende remafstand omdat het remvermogen van uw auto verminderd kan zijn.

Droog uw remmen nadat u door water gereden bent, door meermaals licht te remmen terwijl u langzaam rijdt.

Trekken van een aanhangwagen

KIA Carnival II - Trekken van een aanhangwagen - 1

Als u niet de juiste uitrusting gebruikt of niet volgens de regels rijdt, kunt u bij het trekken van een aanhangwagen de controle over het stuur verliezen. Door overlading van de aanhangwagen kunt uw remvermogen bijvoorbeeld sterk afnemen en kunnen u of uw passagiers ernstig of zelfs dodelijk verwond worden. Volg alle stappen in deze paragraaf zorgvuldig als u een aanhangwagen gaat trekken.

1) Maximumlading aanhangwagen

• Aanhangwagen zonder remsysteem: 570 kg

• Aanhangwagen met remsysteem: 2000 kg

2) Maximale kogeldruk: 80 kg
3) Gebruik alleen een goedgekeurde trekhaak: 1247mm

1247 mm A 400 ± 35

943 θ

Rf FRAME 66 38 C 50 72 C 10-M10 BOLT D 54 33 33 54 Rf END PANEL D HOLE Ø 20

R- FRAME REINFORCEMENT DEVICE BRXT

Rr END CROSS MEMBER Rr END PANEL DEVICE BRACKET

BGQ15002

Rijtips

\* OPMERKING

Door op een foute manier een aanhangwagen te trekken kunt u uw auto beschadigen, met dure reparaties die niet onder de garantie vallen tot gevolg. Volg de instructies in dit hoofdstuk voor het trekken van een aanhangwagen.

Meer informatie over de trekcapaciteit van uw auto vindt u verder in dit hoofdstuk onder "Gewicht van de aanhangwagen".

Hou er rekening mee dat het trekken van een aanhangwagen verschilt van gewoon rijden. Als u een aanhangwagen trekt, moet u uw rijstijl aanpassen. Uw auto wordt zwaarder belast en zal meer brandstof verbruiken. Om op een veilige manier een aanhangwagen te trekken moet u over de juiste uitrusting beschikken en deze ook correct gebruiken.

In dit hoofdstuk vindt u belangrijke tips en veiligheidsaanwijzingen voor het gebruik van een aanhangwagen. Veel van deze tips zijn belangrijk voor uw veiligheid en die van uw passagiers. Lees dit hoofdstuk daarom grondig voor u aan aanhanger trekt.

De componenten van u auto zoals de motor, overbrenging, wielconstructies en banden worden zwaarder belast door het bijkomende gewicht van de aanhangwagen. De motor moet op een hoger toerental en met een zwaardere belasting draaien. Door deze extra belasting komt er meer warmte vrij. Met een aanhangwagen vangt u ook meer wind, zodat de belasting van uw auto nog toeneemt.

Wanneer u een aanhangwagen gaat trekken

Hieronder vindt u enkele belangrijke punten waarop u bij het trekken van een aanhangwagen dient te letten:

• Overweeg het gebruik van een antislingersysteem. De leverancier van uw trekhaak kunt u hierover informeren.
- Zodra uw kilometerteller een afstand van 800 km of meer aanwijst, mag u een aanhangwagen trekken. Rij de eerste 800 km niet meer dan 80 km/u met aangekoppelde aanhangwagen en start niet volgas. Zo kunnen de motor en andere onderdelen van uw auto zich op de zwaardere belasting instellen.
- Hou rekening met drie belangrijke aanbevelingen wat het gewicht betreft:

Gewicht van de aanhangwagen

Hoe zwaar mag een aanhangwagen zijn om veilig te kunnen rijden? Hij mag nooit meer dan 2000 kg wegen. Maar ook dat kan nog teveel zijn. Het toelaatbare gewicht hangt van het gebruiksdoel af. De snelheid, hoogte, helling en buitentemperatuur spelen een belangrijke rol. Het ideale gewicht van de aanhangwagen is ook afhankelijk van de speciale uitrusting van uw auto.

Kogeldruk

De kogeldruk van een aanhangwagen speelt een belangrijke rol omdat hij het totale brutogewicht van de auto (GVW) beïnvloedt. Dit gewicht omvat het leeggewicht van uw auto, de lading die u erin vervoert en de personen die erin rijden. Als u een aanhangwagen trekt, moet u ook de kogeldruk bij het brutogewicht optellen omdat uw auto deze last eveneens draagt. De kogeldruk mag maximaal 10% van het totale gewicht van de aanhangwagen bedragen. Controleer nadat de aanhangwagen geladen is het totale gewicht en de kogeldruk afzonderlijk om te weten of het gewicht goed verdeeld is. Is dit niet het geval, verdeel het gewicht dan door bepaalde voorwerpen in de aanhangwagen van plaats te veranderen.

Rijtips

VOORZICHTIG

  • Laad een aanhangwagen achterin nooit zwaarder dan voorin. 60% van het totale gewicht van de aanhangwagen moet zich voorin bevinden en ongeveer 40% achteraan.
  • Overschrijd nooit de maximale toegelaten belasting van uw aanhangwagen of trekhaak. Door een slechte of te zware lading kunt uw auto schade oplopen en kunt u verwondingen oplopen. Controleer het gewicht en de gewichtsverdeling op een gewone weegschaal of laat ze controleren bij een instantie die hiertoe over de nodige uitrusting beschikt.

Trekhaak

Het is belangrijk een geschikte trekhaak te installeren. Bij sterke zijwind, voorbijrijdende vrachtauto's en op oneffen wegen is een degelijke trekhaak onmisbaar. Hou rekening met de volgende regels:

  • Moeten er gaten in de carrosserie van uw auto gemaakt worden voor de installatie van de trekhaak, zorg er dan voor dat u deze gaten goed afdicht als u het systeem weer verwijdert. Anders kan er dodelijk koolstofmonoxide (CO) uit uw uitlaatsysteem in de auto terechtkomen of kunnen er vuil en water binnen komen.
  • De bumpers van uw auto zijn niet op de installatie van een trekhaak berekend. Installeer nooit gehuurde of andere treksystemen op de bumpers. Gebruik alleen een trekhaak die aan het chassis bevestigd wordt.

Veiligheidskettingen

Bevestig altijd veiligheidskettingen tussen uw aanhangwagen en uw auto. Steek de veiligheidskettingen onder de trekstang van uw aanhangwagen door zodat de trekstang niet op de grond kan vallen als hij van de trekhaak loskomt. De fabrikant van uw trekhaak of uw aanhangwagen kan bijkomende instructies voor het gebruik van de veiligheidskettingen geven. Maak de veiligheidskettingen vast volgens de instructies van de fabrikant. Geef de ketting net genoeg speling zodat u met uw aanhangwagen kan draaien. Laat de veiligheidskettingen nooit over de grond slepen.

Remmen van de aanhangwagen

Weegt uw aanhangwagen meer dan 570 kg in geladen toestand, dan moet hij over een eigen remsysteem beschikken. Volg alle instructies voor het remsysteem van uw aanhangwagen zodat u het correct kan installeren, afstellingen en onderhouden.

• Tak het remsysteem van uw auto niet af.
- Gebruik geen aanhangwagen met eigen remmen tenzij u er absoluut zeker van bent dat het remsysteem correct geïnstalleerd is. Dit is geen werk voor amateurs. Laat dit werk door een ervaren en bekwaam installateur uitvoeren.

Rijden met een aanhangwagen

Rijden met een aanhangwagen vergt een zekere ervaring. Voor u de weg op gaat, moet u uw aanhangwagen eerst wat leren kennen. Gun uzelf wat tijd om te wennen aan de besturing en het remmen met het extra gewicht van de aanhangwagen. Vergeet ook niet dat de combinatie die u nu bestuurt heel wat langer is dan uw auto alleen en niet zo snel reageert.

Controleer voor u vertrekt de trekhaak en trekstang, veiligheidskettingen, elektrische aansluitingen, lichten, banden en spiegelinstelling. Is de aanhangwagen met eigen remmen uitgerust, start de auto dan en controleer met de hand of de remmen goed werken. Zo kunt u meteen ook uw elektrische aansluiting testen. Controleer tijdens de rit af en toe of de lading nog goed vastzit en of de lichten en remmen van uw aanhangwagen nog goed werken.

Rijtips

Remafstand

Hou minstens tweemaal zoveel afstand van uw voorliggers als wanneer u zonder aanhangwagen rijdt. Zo vermijdt u situaties waarin u bruusk moet remmen of uitwijken.

Inhalen

Wanneer u een aanhangwagen trekt hebt u meer tijd nodig om iemand in te halen. Omdat uw voertuig veel langer is moet u het ingehaalde voertuig ook veel verder voorbij rijden voordat u zich weer kan invoegen.

Achteruit rijden

Neem het stuur onderaan vast met een hand. Om de aanhangwagen naar links te bewegen draait u uw hand naar links. Om uw aanhangwagen naar rechts te bewegen, draait u uw hand naar rechts. Rij altijd heel langzaam achteruit en vraag iemand u aanwijzingen te geven.

Draaien

Om met een aanhangwagen te draaien moet u een ruimere bocht nemen dan normaal om te voorkomen dat uw aanhangwagen langs de berm, stoeprand, verkeersborden, bomen of andere hindernissen zou schuren. Vermijd bruuske manoeuvres. Zet uw richtingaanwijzers tijdig aan.

Richtingaanwijzers bij het trekken van een aanhangwagen

Wanneer u een aanhangwagen trekt moet uw auto met andere richtingaanwijzers en extra bedrading uitgerust zijn. De groene pijlen op uw dashboard zullen telkens als u de richtingaanwijzers gebruikt gaan knipperen. Als ze goed aangesloten zijn, moeten ook de richtingaanwijzers van uw aanhangwagen meeknipperen om de achterliggers erop te wijzen dat u van rijstrook wil veranderen, wil afslaan of stoppen.

Wanneer u een aanhangwagen trekt gaan de groene pijlen op het dashboard knipperen wanneer u van richting verandert, zelfs als de lampjes in de richtingaanwijzers van uw aanhangwagen niet werken. Daardoor kunt u denken dat de chauffeurs achter u uw signaal gezien hebben terwijl dat niet zo is. Controleer daarom regelmatig of de richtingaanwijzers van uw aanhangwagen goed werken. Controleer de lichten ook telkens als u de kabels losmaakt en weer aansluit. Maak geen directe verbinding tussen de lichten van uw auto en die van uw aanhangwagen. Gebruik steeds een goedgekeurde draadboom voor uw aanhangwagen. Voor de installatie van deze draadboom kunt u een beroep doen op uw Kia-dealer.

KIA Carnival II - Richtingaanwijzers bij het trekken van een aanhangwagen - 1

VOORZICHTIG

Als u geen goedgekeurdé draadboom voor uw aanhangwagen gebruikt kan het elektrische systeem van uw auto beschadigd worden en kunt u verwondingen oplopen.

Rijden op hellingen

Verminder uw snelheid en schakel naar een lagere versnelling voor u aan een steile of lange afdaling begint. Schakelt u niet terug, dan zou u zo hard moeten remmen dat uw remmen zouden oververhitten en hun remkracht zouden verliezen.

Vertraag om een lange helling op te rijden eveneens tot ongeveer 70 km/u om oververhitting van uw motor en overbrenging te voorkomen.

Weegt uw aanhanger meer dan 570 kg en hebt u een automatische versnellingsbak, rij dan in D (rijden) als u een aanhangwagen trekt.

Door in de stand D (rijden) te rijden wanneer u een aanhangwagen trekt, beperkt u de warmteaccumulatie en verlengt u de levensduur van uw overbrenging. Hebt u een handgeschakelde versnellingsbak, rij dan in vierde versnelling (of afhankelijk van de situatie in een lagere versnelling).

Parkeren op een heuvel

Parkeer uw auto met aangekoppelde aanhangwagen liever niet op een heuvel. Als uw auto naar beneden zou rollen, zouden uw auto en de aanhangwagen zwaar beschadigd kunnen worden en ernstige verwondingen aan voorbijgangers kunnen toebrengen.

KIA Carnival II - Parkeren op een heuvel - 1

WAARSCHUWING - Parkeren op een heuvel

Als u uw auto met aangekoppelde aanhangwagen op een heuvel parkeert en hij onder omstandigheden naar beneden zou rollen, kunnen getroffen mensen zwaar en zelfs dodelijk verwond worden.

Rijtips

Bent u echter verplicht op een heuvel te parkeren, ga dan als volgt te werk:

  1. Druk uw rempedaal in maar schakel niet in versnelling.
  2. Laat iemand blokjes onder de wielen van uw aanhangwagen schuiven.
  3. Laat het rempedaal los zodra de blokjes op hun plaats liggen en laat de aanhangwagen goed tegen de blokjes rollen.
  4. Rem nu opnieuw. Trek de handrem aan en schakel naar R (achteruit) bij handgeschakelde versnellingsbak of naar P (parkeren) voor een automatische versnellingsbak.
  5. Controleer of de versnellingspook in een versnelling staat - niet op N (neutraal).
  6. Laat het rempedaal los.

KIA Carnival II - Rijtips - 1

Stap niet uit uw auto voor u de handrem helemaal aangetrokken hebt. Als u de motor laat draaien kunt uw auto plotseling in beweging komen en u of anderen zwaar of zelfs dodelijk verwonden.

Wanneer u wil vertrekken terwijl u op een heuvel geparkeerd staat.

  1. Met de handgeschakelde versnellingsbak in neutrale stand of de automatische versnellingsbak in stand P (parkeren), drukt u het rempedaal in en u:

  2. start de motor,
    • schakelt in versnelling en
    • zet de handrem eraf.

  3. Laat het rempedaal langzaam los

  4. Rij langzaam vooruit tot de aanhangwagen niet meer tegen de blokjes staat.
  5. Stop en laat de blokjes door iemand oprapen en opbergen.

Onderhoud bij het trekken van een aanhangwagen

Uw auto moet vaker onderhouden worden als u regelmatig een aanhangwagen trekt. Tot de bijzondere aandachtspunten behoren motorolie, automatische-transmissievloeistof, assmering en koelsysteem. Ook de toestand van de remmen is een belangrijke factor die u regelmatig moet laten nakijken. Al deze punten worden in deze handleiding toegelicht. Via de index kunt u ze gemakkelijk terugvinden. Het verdient aanbeveling, deze paragrafen door te nemen voor u een aanhangwagen gaat trekken.

Vergeet niet dat uw aanhangwagen en trekhaak ook onderhouden moeten worden. Volg de aanwijzingen in het onderhoudsschema van uw aanhangwagen en controleer hem op geregelde tijdstippen. Voer de controles bij voorkeur uit aan het begin van elke dag waarop u met de aanhangwagen gaat rijden. Controleer vooral goed of alle bevestigingsbouten en moeren van de trekhaak stevig aangedraaid zijn.

Overlading

KIA Carnival II - Overlading - 1

VOORZICHTIG

De toegelaten bruto-asbelasting (GAWR) en het toegelaten brutogewicht van uw auto (GVWR) staan op het specificatieplaatje aan het bestuurdersportier aangeduid. De overschrijding van deze waarden kan tot een ongeluk of beschadiging van uw auto leiden. U kan het gewicht van uw lading berekenen door alle voorwerpen (of mensen) afzonderlijk te wegen voor u ze in de auto plaatst. Zorg ervoor dat u uw auto niet overlaadt.

  1. 2017年

(1) 12 (2) 13 (3) 14 (4) 15 (5)

(1)

[Non-Text]

Waarschuwing van andere weggebruikers....6-2

Oververhitting....6-2

Noodstart....6-4

Beveiliging van de elektrische circuits....6-7

Slepen 6-11

Als u een lekke band hebt 6-14

In geval van nood

Waarschuwing van andere weggebruikers

Waarschuwings-knippersignaal

KIA Carnival II - Waarschuwing van andere weggebruikers - 1

Het waarschuwings-knippersignaal dient als een waarschuwing voor de andere chauffeurs dat ze voorzichtig dienen te zijn bij het naderen, inhalen of voorbijrijden van uw auto. U dient het te gebruiken wanneer uw auto stilstaat voor dringende reparatieen of wanneer u uw auto stopt langs de kant van de weg.

Druk op de knipperlichtschakelaar met de contactsleutel in een willekeurige positie. De knipperlichtschakelaar zit op het schakelpaneel centraal op het dashboard. Alle richtingaanwijzers zullen tegelijk knipperen.

  • Het waarschuwings-knippersignaal werkt zowel bij draaiende als niet-draaiende motor.
  • De richtingaanwijzers werken niet terwijl het waarschuwings-knippersignaal werkt.
  • Let bijzonder goed op wanneer u het waarschuwingsknippersignaal gebruikt terwijl uw auto weggesleept wordt.

Oververhitting

Geeft uw temperatuurmeter oververhitting aan, merkt u dat het vermogen van uw auto afneemt of hoort u een luid kloppend of tinkelend geluid, dan is uw motor vermoedelijk oververhit. Stelt u één van deze symptomen vast, ga dan als volgt te werk:

  1. Schakel het waarschuwings-knipperlicht in, rij naar de dichtstbijzijnde veilige plaats en stop uw auto, schakel naar de neutrale stand (handgeschakelde versnellingsbak) of P (parkeren) (automatische versnellingsbak) en trek de handrem aan.
  2. Schakel in elk geval de airconditioning uit.
  3. Kookt het koelmiddel in de radiator over of stoomt het, schakel de motor dan uit en waarschuw een erkend Kia-dealer of een andere goede reparatiesdienst.
    Kookt het koelmiddel niet over, laat de motor dan stationair draaien en open de motorkap zodat de motor geleidelijk kan afkoelen.
    Daalt de temperatuur niet terwijl de motor stationair draait, zet hem dan af en wacht lang genoeg tot hij afgekoeld is.

  4. Controleer vervolgens het koelmiddelpeil. Doe dit met de peilstok van het koelmiddelreservoir. Is het peil in het reservoir te laag, controleer de radiatorslangen en aansluitingen, verwarmingsslangen en aansluitingen, radiator en waterpomp dan op lekkage. Vindt u een groot lek of een ander probleem waardoor de motor oververhit is geraakt, start de motor dan niet voordat dit opgelost is. Roep de hulp van een erkend Kia-dealer of een andere bekwame reparatiesdienst in. Vindt u geen lek of ander probleem, vul het koelmiddelreservoir dan bij.

KIA Carnival II - Oververhitting - 1

WAARSCHUWING - Verwijderen van de radiatorvuldop

Verwijder de radiatorvuldop nooit terwijl de motor en radiator heet zijn. Er zouden kokendheet koelmiddel en stoom onder druk kunnen uitspuiten, waardoor u ernstige verwondingen zou kunnen oplopen.

Raakt de motor herhaaldelijk oververhit, laat het koelsysteem dan nakijken en herstellen.

In geval van nood

Noodstart

Starten met startkabels

Starten met startkabels kan gevaarlijk zijn als het onoordeelkundig wordt gedaan. Volg daarom de instructies voor het gebruik van de startkabels op deze pagina, zodat u geen verwondingen oploopt en uw auto of accu niet beschadigt. Bent u niet zeker of u het juist doet, laat uw auto dan door een bekwaam technicus of een takeldienst opstarten.

\* OPMERKING

Gebruik alleen een startsysteem op 12 volt. Bij gebruik van een stroombron op 24 volt (twee accu's van 12 volt in serie geschakeld of een generator op 24 volt) kunt u uw startmotor op 12 volt, uw ontstekingsmechanisme en andere elektrische onderdelen onherstelbaar beschadigen.

WAARSCHUWING - Accu

  • Hou open vuur of vonken uit de buurt van de accu. De accu produceert waterstofgas dat kan ontploffen als het met een vlam of vonk in contact komt.
  • Probeer niet uw auto met startkabels te starten als de accu bevroren is of de elektrolyt spiegel laag is. Hierdoor kan de accu scheuren of ontploffen.

Werkwijze voor het starten met startkabels

  1. Zorg ervoor dat de extra accu 12 volt levert en dat haar negatieve pool geaard is.
  2. Zit de extra accu in een andere auto, zorg er dan voor dat de beide auto's elkaar niet raken.
  3. Schakel alle onnodige elektrische systemen uit.

Aansluiting van de startkabels
Sluit de kabels in volgorde aan en koppel ze weer af in de omgekeerde volgorde. (+) ① (-) ④ (+) ② (-) ③

1V2107110

In geval van nood

  1. Schakel alle onnodige elektrische systemen uit.
  2. Sluit de startkabels in de exacte volgorde uit de voorgaande afbeelding aan. Verbind eerst één uiteinde van de startkabel met de positieve pool van de lege accu. Verbind het andere kabeluiteinde vervolgens met de positieve pool van de extra accu. Sluit vervolgens een uiteinde van de andere kabel aan de negatieve pool van de extra accu aan en verbind het andere uiteinde met een massief, stationair metalen onderdeel (bijvoorbeeld de motorsteun) uit de buurt van de accu. Sluit de klem niet aan op een onderdeel dat beweegt wanneer de motor gestart wordt. Maak geen kabelverbinding tussen de negatieve pool van de extra accu en de negatieve pool van de lege accu. Zorg dat de startkabels met niets anders in contact komen dan met de juiste polen van de accu en of de juiste aarding. Leun niet voorover over de accu wanneer u de aansluitingen maakt.

  3. Start de motor van de auto met de extra accu en laat hem op 2000 tpm draaien. Start vervolgens de auto met de lege accu.

Is de oorzaak van uw lege accu onduidelijk, laat uw auto dan nakijken door een erkend Kia-dealer.

Starten door voortduwen

Start uw Carnival met handgeschakelde versnellingsbak niet door hem voort te duwen. Dit zou het uitleatsysteem kunnen beschadigen. Auto's met een automatische versnellingsbak kunnen niet aangeduwd worden. Start uw auto met startkabels volgens de instructies op pagina 6-4.

KIA Carnival II - Starten door voortduwen - 1

VOORZICHTIG

Sleep nooit een auto om hem te starten. Wanneer de motor start zou hij plotseling vooruit kunnen rijden en tegen het sleepvoertuig botsen.

Beveiliging van de elektrische circuits

Zekeringen
Standaard Normaal Gesprongen Hoofdzekering Normaal Gesprongen

AN7B06003

Het elektrische systeem van uw auto is tegen overspanning beveiligd met zekeringen.

De Carnival heeft twee zekeringkasten, één in het paneel in de bestuurders-voetruimte en het andere in de motorruimte in de buurt van de accu.

Merkt u dat er een bepaald licht, accessoire of bedieningselement van uw auto niet meer werkt, controleer dan de zekering van het betreffende circuit. Is de zekering gesprongen, dan zal u zien dat het element in de zekering gesmolten is.

Vervang een gesprongen zekering altijd door een zekering van dezelfde ampèrewaarde.

Springt dezelfde zekering opnieuw, gebruik het betrokken systeem dan niet meer en raadpleeg onmiddellijk een erkend Kia-dealer.

Er worden twee soorten zekeringen gebruikt: standaardzekeringen voor lagere stroomsterktes en hoofdzekeringen voor hogere stroomsterktes.

In geval van nood

Vervanging van een zekering

KIA Carnival II - Vervanging van een zekering - 1

WAARSCHUWING - Vervanging van een zekering

  • Vervang alle zekeringen uitsluitend door zekeringen met dezelfde ampèrewaarde.
  • Een zekering met een hogere waarde levert gevaar voor beschadiging en brand op.
  • Bevestig geen draad in de plaats van de zekering, zelfs niet als tijdelijke oplossing. Dit zou de bedrading zwaar kunnen beschadigen en brand kunnen veroorzaken.
  • Gebruik geen schroevendraaier of ander metalen voorwerp om een zekering te verwijderen. U zou een kortsluiting kunnen veroorzaken en het systeem zwaar kunnen beschadigen.

Werkt het elektrische systeem niet, controleer dan eerst de zekeringkast aan de bestuurderszijde.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Vervanging van een zekering - 1

  1. Schakel het contactslot en alle andere schakelaars uit.
  2. Trek de te controleren zekering er recht uit.
  3. Controleer de zekering en vervang ze als ze gesprongen is. Er zitten vier (4) reservezekeringen in de zekeringkast.
  4. Bevestig een nieuwe zekering met dezelfde ampèrewaarde en controleer of ze stevig in de klemmen zit.
    Zit de zekering los, vraag dan raad aan een erkend Kia-dealer.

Hebt u geen reservezekering, gebruik dan een zekering met dezelfde ampèrewaarde van een circuit dat u niet echt nodig hebt om met de auto te rijden, zoals de radio of het klokje (Room).

Werken de koplampen of andere elektrische componenten niet terwijl alle zekeringen in orde zijn, controleer dan de zekeringkast in de motorruimte. Vervang eventuele gesprongen zekeringen.

  1. Schakel het contactslot en alle andere schakelaars uit.
  2. Neem het deksel van de zekeringkast door het klepje aan een kant los te maken en het deksel naar de andere kant te klappen.
  3. Controleer de zekeringen. Vervang eventuele gesprongen zekeringen door nieuwe van dezelfde ampèrewaarde.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Vervanging van een zekering - 2

Is de hoofdzekering "MAIN" van 120A of 80A gesprongen, verwijder ze dan als volgt:

  1. Koppel de negatieve accukabel los.
  2. Verwijder de moeren op de onderstaande foto.
  3. Vervang de zekering door een nieuwe met dezelfde ampèrewaarde van 80A(Diesel), 120A(Benzine).
  4. Monteer alle onderdelen in de omgekeerde volgorde.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - Vervanging van een zekering - 3

Beschrijving zekeringkast

Zijpaneel voetenruimte bestuurderszijde/motorruimte

Aan de binnenzijde van de deksels vindt u een label met daarop de naam van de zekering en de capaciteit.

Slepen

Als in een geval van nood de auto moet worden gesleept, raden wij u aan dit te laten doen door een officiële Kia-dealer of een commerciële sleepdienst. Het is nodig de juiste hijs- en sleepprocedures in acht te nemen om te voorkomen dat de auto schade oploopt. Het gebruik van wiel-trolleys wordt aanbevolen.

Wanneer uw auto door een takelwagen van een commerciële sleepdienst wordt gesleept en er worden geen wiel-trolleys gebruikt, moet altijd de voorzijde van de auto wordt opgehesen, niet de achterzijde.

Raadpleeg voor informatie over richtlijnen voor het slepen door een takelwagen hoofdstuk 5, "Adviezen voor het rijden".

KIA Carnival II - Slepen - 1

Wordt uw Carnival met pech zonder wieltegenhouders weggesleept:

  1. Zet het contactslot in de ACC-stand;
  2. Schakel de versnellingspook in neutrale stand;
  3. Zet de handrem af.

\* OPMERKING

Vergeet u de versnellingspook in neutrale stand dan kunnen de overbrenging en de verdeelbak beschadigd worden.

Slepen met een andere auto dan een takelauto

In geval van nood kunt u de sleephaken vooraan en achteraan aan uw auto gebruiken.

\* OPMERKING

  • Bevestig een sleepkabel aan de sleephaak.
  • Als u de sleepkabel niet aan de sleephaak maar aan een ander deel bevestigt, kunt u de carrosserie van uw auto zwaar beschadigen.

In geval van nood

Voorkant

BGQ102019A

• Probeer uw auto niet weg te slepen als de wielen vastzitten in de modder.
- Vermijd het slepen van een auto die zwaarder is dan de auto waarmee u sleept.
- De bestuurders van beide auto's moeten regelmatig met elkaar overleggen.

Achterkant

BGQ102028

In geval van nood

  • Gebruik een sleeplijn die korter is dan 5 meter. Maak een witte of rode doek (van ongeveer 30 cm breed) vast in het midden van de lijn zodat u goed zichtbaar bent.
  • Rijd voorzichtig zodat de sleeplijn niet los raakt tijdens het slepen.

Minder dan 5m Minder dan 25m Gelijkmatige trekkracht

AN7B06013

Als u een lekke band hebt

Bergplaats van de krik en het gereedschap

De slinger van de krik en de wielsleutel zijn opgeslagen in de "Gereedschapskist" in de kofferruimte.

En de krik is opgeslagen in het opslagcompartiment dat zich links in de kofferruimte bevindt.

KIA Carnival II - Bergplaats van de krik en het gereedschap - 1

Het reservewiel uitnemen

Uw reservewiel bevindt zich onder uw auto, direct onder de kofferruimte.

U kunt het reservewiel als volgt uitnemen:

  1. Open het achterportier en kijk waar zich het kunststof kapje over de zeskantige bout zich bevindt op de onderdorpel van het achterportier.

KIA Carnival II - Het reservewiel uitnemen - 1

  1. Draai met de wielsleutel de bout zover los dat u de houder van het reservewiel kunt zien.

KIA Carnival II - Het reservewiel uitnemen - 2

  1. Draai de vleugelmoer op de houder van het reservewiel los en maak vervolgens de vergrendeling los waarmee de houder van het reservewiel vastzit.

KIA Carnival II - Het reservewiel uitnemen - 3

  1. Neem het reservewiel uit de houder.

KIA Carnival II - Het reservewiel uitnemen - 4

  1. Ga bij het opbergen van de krik en de band in omgekeerde volgorde te werk.

\* OPMERKING

Controleer de bandenspanning van de reserveband zo spoedig mogelijk nadat u een band hebt verwisseld. Breng de band, zo nodig, op de opgegeven spanning.

In geval van nood

Bandenwissel

Krikinstructies

De krik is uitsluitend voor een bandenwissel in geval van nood gemaakt.

Volg de krikinstructies om verwondingen te voorkomen.

KIA Carnival II - Krikinstructies - 1

  • Voer nooit reparaties uit aan uw auto uit op de openbare weg of de snelweg.
  • Rij uw auto altijd helemaal van de weg en op de pechstrook voor u de lekke band vervangt. Vindt u geen stabiele, vlakke plaats naast de weg, roep dan de hulp van een takeldienst in.
  • Overschrijd de maximumbelasting van de krik (1000kg) nooit.

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

  • Let erop dat u de auto voor en achter op de juiste plaatsen opkrikt. Krik de auto nooit aan de bumpers of andere onderdelen op.
  • Uw auto kan gemakkelijk van de krik schuiven met ernstige of dodelijke ongelukken tot gevolg. Zorg ervoor dat u nooit met enig lichaamsdeel onder de auto komt terwijl u hem opkrikt.
  • Start de auto nooit terwijl hij op de krik staat.

Bandenwissel

  1. Parkeer op een vlak oppervlak en trek de handrem stevig aan.
  2. Schakel in achteruit (handgeschakelde versnellingsbak) of (P) parkeren (automatische versnellingsbak).
  3. Zet de waarschuwings-knipperlichten aan.

Geblokkeerd wial Løkke band

AN7B06019

  1. Haal de moersleutel, krik, krikhendel en reserveband uit de auto.
  2. Blokkeer het wiel dat zich diagonaal tegenover de krik bevindt zowel vooraan als achteraan.

KIA Carnival II - Bandenwissel - 2

Blokkeer het wiel dat zich diagonaal tegenover de krik bevindt zowel vooraan als achteraan om te voorkomen dat uw auto tijdens het vervangen van de band wegrolt.

In geval van nood

  1. Draai de wielmoeren tegen de wijzers van de klok los maar verwijder de moeren nog niet voordat het wiel loskomt van de grond.

KIA Carnival II - In geval van nood - 1

  1. Zet de krik in de krikpositie vooraan of achteraan, zo dicht mogelijk bij de band die u wil vervangen. Plaats de krik op de daartoe voorziene plaatsen onder de carrosserie. Op de krikplaatsen is de carrosserie van een gelaste plaat met twee uitsteeksels en een verhoogd punt waarop de krik precies past voorzien.

KIA Carnival II - In geval van nood - 2

WAARSCHUWING - krikplaats

Gebruik om ongelukken te voorkomen alleen de bij uw auto geleverde krik in de voorziene krikpositie. Krik de auto nooit aan enig ander onderdeel op.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - krikplaats - 1

  1. Steek de krikhendel in de krik en draai hem met de wijzers van de klok mee. Krik de auto zo ver op dat het wiel net van de grond komt. Deze afstand bedraagt ongeveer 30 mm. Controleer voor u de wielmoeren verwijdert of de auto stabiel staat en niet kan verschuiven of bewegen.
  2. Verwijder de wielmoeren door ze tegen de wijzers van de klok los te draaien en verwijder het wiel.
  3. Bevestig de reserveband en draai de wielmoeren met de hand aan. Breng de wielmoeren met de afgeschuinde rand naar binnen aan.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - krikplaats - 2

  1. Draai de krikhendel tegen de wijzers van de klok en laat de auto neer tot hij de grond raakt. Draai de wielmoeren stevig aan in een "ster"-patroon.

Zodra de moeren goed aangedraaid zijn mag de auto helemaal neergezet worden. Draai de moeren vervolgens nog verder aan tot ze stevig vastzitten.

Weet u niet zeker of de wielmoeren vast genoeg aangedraaid zijn, laat dit dan controleren in het dichtstbijzijnde servicestation. Het voorgeschreven aandraaimoment is 88-118 Nm.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - krikplaats - 3

De wielbouten en moeren van uw auto zijn van metrische schroefdraad voorzien. Zorg er bij het vervangen van een band voor dat u dezelfde moeren die u verwijdert opnieuw bevestigt. Moeten de moeren vervangen worden, doe dit dan door moeren met metrische schroefdraad en dezelfde afschuining. Bij bevestiging van een moer zonder metrische schroefdraad op een metrische bout of omgekeerd zal het wiel niet stevig aan de naaf bevestigd zijn. De bout kan beschadigd worden en moet dan vervangen worden. Hou er rekening mee dat de meeste moeren van dit type geen metrische schroefdraad hebben. Controleer daarom altijd precies het schroefdraadtype als u de moeren of wielen vervangt. Vraag in geval van twijfel raad aan uw Kia-dealer.

KIA Carnival II - WAARSCHUWING - krikplaats - 4

Zijn de bouten beschadigd, dan kan het wiel loskomen. In dit geval zou u het wiel kunnen verliezen en een aanrijding kunnen veroorzaken.

Om te voorkomen dat de krik, krikhendel, moersleutel en het wiel gaan ratelen als de auto rijdt, moet u ze goed opbergen.

Onderhoud

Onderhoudswerken 7-3

Onderhoudsschema 7-5

Onderhoud door de eigenaar 7-9

Motorruimte....7-12

Motorolie en oliefilter....7-14

Motorkoelsysteem....7-16

Remmen en koppeling....7-20

Stuurbekrachtiging....7-21

Handgeschakelde versnellingsbak....7-22

Automatische versnellingsbak....7-24

Smeermiddelen en vloeistoffen 7-27

Brandstofffilter (Diesel) 7-29

Luchtfilter 7-31

Onderhoud

Wisserbladen....7-32

Accu 7-35

Banden en wielen 7-38

Vervanging lampjes....7-46

Specificaties smeermiddelen 7-56

Onderhoud buitenkant 7-60

Onderhoud binnenkant 7-63

Onderhoudswerken

Wees altijd uiterst voorzichtig bij de uitvoering van onderhoudswerken en inspecties, om schade aan uw auto en verwondingen te voorkomen.

Hebt u enige twijfel over de inspectie of het onderhoud van uw auto, dan raden we u met aandrang aan dit werk in een betrouwbare en degelijke servicewerkplaats, bij voorkeur bij een erkend Kia-dealer, te laten uitvoeren.

Een erkend Kia-dealer heeft door de fabrikant opgeleide monteurs in dienst en kunt uw auto correct onderhouden en herstellen met originele Kia-onderdelen. Wend u daarom tot uw erkend Kia-dealer voor gespecialiseerd advies en een degelijke service.

Door inadequaat, onvolledig of onvoldoende onderhoud kunt uw auto problemen ontwikkelen die tot beschadiging, een ongeval of verwondingen kunnen leiden.

Verantwoordelijkheid van de eigenaar

\* OPMERKING

De eigenaar dient zijn auto te laten onderhouden en hiervan de nodige bewijzen bij te houden.

Hou alle documenten bij waaruit blijkt dat u uw auto volgens de onderhoudsplanning op de volgende pagina hebt laten onderhouden. Deze informatie kunt u nodig hebben om aanspraak te kunnen maken op een reparatie onder de Kia-garantie.

Gedetailleerde informatie over de Kia-garantiebepalingen vindt u in het Garantie-informatieboekje.

Reparaties en aanpassingen ten gevolge van een slecht onderhoud of niet regelmatig uitgevoerd onderhoud vallen niet onder de garantie.

Onderhoud

Wij raden u aan het onderhoud aan uw auto te laten verrichten door een officiële Kia-dealer die originele Kia-onderdelen gebruikt. Onderhoud kan echter worden uitgevoerd door iedere vakbekwame garage die auto-onderdelen gebruikt die gelijkwaardig zijn aan de onderdelen waarmee uw auto oorspronkelijk is uitgerust.

Wanneer wij aanbevelen een dienst of onderhoud te laten uitvoeren door een officiële Kia-dealer, kunt u dat werk ook door een vakbekwame garage laten verrichten, die de juiste onderdelen gebruikt.

Schema voor onderhoudswerkzaamheden

Als geen van de volgende omstandigheden geldt, kunt u het Onderhoudsschema aanhouden.

• Herhaaldelijk ritten over korte afstanden.
• Rijden op plaatsen waar veel stof is.
• Rijden waarbij u buitengewoon veel moet remmen.
• Rijden in gebieden waar zout of andere corroderende stoffen worden gebruikt.
• Rijden op ongelijke of modderige wegen.
- Lange tijd stationair draaien van de motor en rijden bij lage snelheden.
- Rijden gedurende een langere periode bij lage temperaturen en/of in een buitengewoon vochtig klimaat.

Als uw auto wordt gebruikt onder de hierboven beschreven omstandigheden, dient u vaker de auto te (laten) inspecteren, vaker onderdelen te vervangen en olie bij te vullen dan het hiernavolgende normale onderhoudsschema aangeeft. Na 4 jaar of 80.000 km kunt u het voorgeschreven onderhoudsschema weer volgen.

Onderhoudsschema
I: Inspectie en indien nodig verhelpen, schoonmaken of vervangen R: Vervangen of wisselen

ONDERHOUD-SSCHEMATE ONDERHOU-DEN DELENAantal maanden of kilometers(mijlen), wat het eerst bereikt wordt
Maanden1224364860728496
X1000mijlen1020304050607080
Km153045607590105120
Aandrijfriem*)Motor BenzineIIII
Motor DieselIIII
Motorolie en filterMotor BenzineRRRRRRRR
Motor DieselIedere 10,000 km (6,500 mijlen) of 6 maanden vervangen
Nokkenas aandrijfriemMotor BenzineR
Motor DieselR
Luchtreiniging elementIRIRIRIR
BougiesMotor BenzineIIRI
KoelsysteemIIII
Motor koelvloeistofMotor BenzineRR
Motor DieselRRRR
BrandstofffilterMotor BenzineRR
Motor DieselRRRR
Brandstofleidingen en slangenIIII

1) Afstellen dynamo en waterpomp aandrijfriem, stuurbekrachtiging en airconditioning unit aandrijfriem, indien voorzien.

Onderhoud

I: Inspectie en indien nodig verhelpen, schoonmaken of vervangen

R: Vervangen of wisselen A: Afstellen T: Vastzetten

ONDERHOUD-SSCHEMATE ONDERHOU-DEN DELENAantal maanden of kilometers(mijlen), wat het eerst bereikt wordt
Maanden1224364860728496
X1000mijlen1020304050607080
Km153045607590105120
E.G.R. systeem (indien voorzien)Motor DieselIIII
Stationair toerentalIIII
Begin ontstekingstijdstipMotor BenzineIIII
Accu conditieIIII
Alle elektrische systemenIIIIIIII
Remleidingen, slangen en verbindingenIIIIIIII
RempedaalIIII
HandremAAAA
Koppelingspedaal (indien voorzien)IIII
Rem- en koppeling vloeistof (indien voorzien)IIII
TrommelremmenIIII
SchijfremmenIIIIIIII

I: Inspectie en indien nodig verhelpen, schoonmaken of vervangen R: Vervangen of wisselen A: Afstellen T: Vastzetten

ONDERHOUD-SSCHEMATE ONDERHOU-DEN DELENAantal maanden of kilometers(mijlen), wat het eerst bereikt wordt
Maanden1224364860728496
X1000mijlen1020304050607080
Km153045607590105120
Stuurbekrachtiging vloeistofIIIIIIII
Stuurbekrachtiging systeem en slangenIIII
Banden.(spanning & slijtage)IIIIIIII
Voorwiel ophanging/stuurkogelsIIIIIIII
Bouten en moeren op chassis en carrosserieTT
Airconditioning koelmiddel (indien voorzien)IIIIIIII
Airconditioning compressor (indien voorzien)IIIIIIII
Airconditioning luchtfilter (indien voorzien)RRRRRRRR
Handgeschakelde versnellingsbak olieIIIIIIII
Automatische versnellingsbakvloeistofniveauMotor BenzineIIIIIRII
Motor DieselIndere 40,000 km (25,000 mijlen) vervangen

Onderhoud

Onderhoud onder zware omstandigheden

Als uw auto wordt gebruikt onder de hierboven beschreven omstandigheden, dient u vaker de auto te (laten) inspecteren, vaker onderdelen te vervangen en olie bij te vullen dan het hiernavolgende normale onderhoudsschema aangeeft.

TE ONDERHOUDEN DELENONDERHOUDONDERHOUDSSCHEMA
Motorolie en filterMotor BenzineRInder 7,500 km (5,000 Mijlen)
Motor DieselRInder 7,500 km (5,000 Mijlen)
Luchtreiniging elementRMeer frequent
Nokkenas aandrijfriemMotor BenzineRInder 60,000 km (40,000 Mijlen) of 48 Maanden
Motor DieselRInder 60,000 km (40,000 Mijlen) of 48 Maanden
Automatische versnellingsbak vloeistofniveauMotor BenzineRInder 45,000 km (30,000 Mijlen)
Motor DieselRInder 20,000 km (13,000 Mijlen)
Handgeschakelde versnellingsbak olieRInder 100,000 km (60,000 Mijlen)
Remleidingen, slangen en verbindingenIMeer frequent
Trommelremmen, HandremIMeer frequent

Zware om standigheden

  • Herhaaldelijk ritten over korte afstanden
    • Rijden op plaatsen waar veel stof is
  • Rijden waarbij u buitengewoon veel moet remmen
  • Rijden in gebieden waar zout of andere corroderende stoffen worden gebruikt.

• Rijden op ongelijke of modderige wegen
- Lange tijd stationair draaien van de motor en rijden bij lage snelheden
- Rijden gedurende een langere periode bij lage temperaturen en/of in een buitengewoon vochtig klimaat

Onderhoud

Onderhoud door de eigenaar

Schema voor onderhoud door de eigenaar

De hiernavolgende lijsten zijn controles en inspecties van uw auto die u of een vakbekwaam servicemonteur dient uit te voeren met de aangegeven tussenpozen om een veilige, betrouwbare werking van uw auto te waarborgen.

Breng eventuele ongunstige omstandigheden zo spoedig mogelijk onder de aandacht van uw dealer of vakbekwaam servicemonteur zodat zij u kunnen adviseren over te verrichten onderhoudswerkzaamheden.

Deze speciale onderhoudscontroles vallen over het algemeen niet onder de garantie en het kan daarom zijn dat u arbeidsloon, onderdelen en gebruikte smeermiddelen in rekening worden gebracht.

Wanneer u brandstof tankt:

  • Controleer het oliepijl van de motor.
  • Controleer het niveau van de koelvloeistof in het reservoir.
  • Controleer of er nog vloeistof in het reservoir voor het wassen van de ruiten zit.
    • Kijk of de banden goed op spanning zijn.

Wanneer u in uw auto rijdt:

  • Let op eventuele veranderingen in het geluid van de uitlaat of de geur van uitlaatgassen in de auto.
  • Controleer of er geen trillingen in het stuurwiel zitten. Let op of het sturen niet zwaarder gaat, of er speling in het stuurwiel zit en of de stand van het stuurwiel wanneer de auto rechtuit rijdt, veranderd is.
  • Let op de auto voortdurend wat afwijkt van de rechte koers of naar één kant trekt, wanneer u over een gladde, rechte weg rijdt.

Onderhoud

  • Wanneer u de auto tot stilstand brengt, luister dan of u vreemde geluiden hoort, controleer of de auto niet naar één kant trekt, of u de rem niet verder moet indrukken of dat het moeilijk is het rempedaal in te drukken.
  • Als de versnellingsbak slipt of als er veranderingen optreden in de bediening van de versnellingsbak, laat dan het oliepeil van de versnellingsbak controleren.
  • Controleer de stand P (Parkeren) van de automatische versnellingsbak.
    • Controleer de parkeerrem
  • Controleer of er lekkage onder de auto is (water dat uit het airconditioningsysteem loopt, na gebruik, is normaal)

Ten minste iedere maand

  • Controleer het niveau van de koelvloeistof in het overloopreservoir.
  • Controleer of alle verlichting aan de buitenzijde van de auto werkt: de remlichten, richtingaanwijzers en noodknipperverlichting.

Ten minste twee maal per jaar (bijvoorbeeld, ieder voor- en najaar)

  • Controleer de slangen van de radiator, de verwarming en de air-conditioning op lekkage of beschadiging.
  • Controleer de sproeiers van de voorruit en de werking van de ruitenwissers. Maak de ruitenwissers schoon met een schone doek met wat schoonmaakmiddel.
  • Controleer de uitlijning van de koplampen.
  • Inspecteer de stofkappen van de steekassen.
  • Controleer de knaldemper, uitlaat, afscherming en bevestingsmateriaal.
  • Controleer of de heup/schouder-gordels goed werken en niet gesleten zijn.
  • Controleer de spanning van de reserveband.
  • Controleer of de banden niet gesleten zijn en of de wielbouten goed vast zitten.

Onderhoud

Ten minste éénmaal per jaar:

  • Maak de afwateringsgaten van de carrosserie en de portieren schoon.
  • Smeer de draaiende delen van de portieren en de motorkap.
  • Behandel de rubberen sluitstrips van de portieren.
  • Controleer het airconditioningsysteem voor het warme jaargetijde begint.
  • Controleer het vloeistofniveau van de stuurbekrachtiging.
  • Inspecteer en smeer de bevestigingen en de bedieningsfuncties van de automatische versnellingsbak.
  • Maak de accu en de aansluitingen schoon, controleer het peil van de elektrolyt van onderhoudsarme accu's (ook van hulp- en vervangingsaccu's).
  • Controleer het niveau van de remvloeistof.

KIA Carnival II - Ten minste éénmaal per jaar: - 1

WAARSCHUWING - Onderhoudswerkza- amheden

  • Het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan een auto kan gevaarlijk zijn. U kunt ernstig letsel oplopen bij het uitvoeren van onderhoudsprocedures. Als u niet voldoende kennis en ervaring hebt, of niet kunt beschikken over het juiste gereedschap voor het werk, laat het dan over aan een vakbekwaam monteur.
  • Werken onder de motorkap terwijl de motor loopt, is gevaarlijk. Het wordt nog gevaarlijker wanneer u sieraden draagt of losse kleding. Deze kunnen verstrikt raken in bewegende delen en u kunt daardoor gewond raken. Doe daarom vooral, als u de motor moet laten lopen terwijl u aan het werk bent onder de motorkap, alle sieraden (vooral ringen, armbanden, horloges en halskettingen) en alle dassen, sjaals en dergelijke loshangende kledingstukken af, voordat u in de buurt komt van de motor of van koelventilatoren.

Onderhoud

Motorruimte (Benzine)
Reservoir stuurbekrachtigingsvloeistof Reservoir rem-/koppelingsvloeistof Zekeringkast Accu Motorkoelmiddelreservoir Reservoir voorruitsproeiervloeistof Pellstok motorolie Motorolievuldop Luchtfilter Radiatorvuldop Peilstok Automatischetransmissievloeistof

1V2107100

Motorruinite (Diesel)
Reservoir stuurbekrachtigingsvloeistof Radiatorvuldop Peilstok motorolie Remvloeistofreservoir Zekelingkast Motorkoelmidde lreservoir Brandstofffilter Reservoir voorruitsproeiervloeistof Motorolievuldop Luchtfilter Peilstok Automatischetransmissievloeistof Accu

BGQ07300

Onderhoud

Motorolie en oliefilter

Motoroliepeil controleren

  1. Hiervoor moet de auto op een vlakke ondergrond staan.
  2. Start de motor en laat hem op bedrijfstemperatuur komen.
  3. Schakel de motor uit en wacht enkele minuten tot de olie naar het oliecarter teruggevloeid is.
  4. Verwijder de peilstok, maak hem schoon en steek hem er opnieuw helemaal in.
  5. Trek de peilstok er opnieuw uit en controleer het peil. Het oliepeil moet tussen F en L liggen.

Nadert het oliepeil L, vul dan zo veel olie bij tot het peil F bereikt.

Doe het reservoir niet te vol.

Peilstok

BGQ07300

Gebruik alleen de aangegeven olie. (zie 'Aanbevolen smeermiddelen' verder in dit hoofdstuk.)

Vervanging motorolie en filter

Vervang de motorolie en filter volgens het onderhoudsschema in het begin van dit hoofdstuk.

KIA Carnival II - Vervanging motorolie en filter - 1

Bij langdurig huidcontact met GEBRUIKTE motorolie ontwikkelden proefmuizen huidkanker. Bescherm uw huid door ze met water en zeep te wassen.

Bewaar motorolie buiten het bereik van kinderen.

  1. Laat de motor enkele minuten warmlopen en schakel hem uit. Verwijder de olievuldop.
  2. Vang de olie in een geschikt reservoir op nadat u de olievuldop en de aftapplug verwijderd hebt.

KIA Carnival II - Vervanging motorolie en filter - 2

VOORZICHTIG

De motor en de olie zijn heet. Pas op voor brandwonden.

  1. Verwijder de motoroliefilter met een oliefiltersleutel.

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

OPMERKING

Verwijder de oliefilterpakking van het oliefiltermontageoppervlak. Zo voorkomt u olielekkage en beschadiging van de motor. Verwijder de oude pakking helemaal zodat de nieuwe pakking goed aansluit.

  1. Reinig het oliefilter-montageoppervlak bij de motor met een lap.
  2. Breng een beetje motorolie op de O-ring van het nieuwe filter aan.
  3. Installeer het oliefilter en schroef hem vast (voor aandraai-instructies zie informatielabel op oliefilter.)
  4. Bevestig een nieuwe afdichtring op de aftapplug.
  5. Bevestig de aftapplug opnieuw nadat alle oude olie afgetapt is en draai de plug tot 30 Nm aan.

Onderhoud

  1. Vul de motor opnieuw met verse olie tot de markering F op de peilstok. Doe het reservoir niet te vol.
  2. Sluit de olievuldop opnieuw stevig.
  3. Start de motor en inspecteer de oliefilterafdichting op lekken. Stop de motor.
  4. Controleer het oliepeil en vul indien nodig bij tot de markering F.

Oliehoeveelheid

Gebruik alleen de aangegeven motorolie

\* OPMERKING

- Hoewel alle oliefilters er ongeveer hetzelfde uitzien, kan hun interne opbouw erg verschillen. Deze filters zijn niet onderling uitwisselbaar. Gebruik alleen de aangegeven filter om motorschade te voorkomen. Vraag uw erkend Kia-dealer om raad.

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

- Volg deze instructies zorgvuldig. Een slecht geinstalleerde oliefilter kan lekkage en motorschade veroorzaken.

Motorkoelsysteem

Het hogedruk-koelsysteem heeft een reservoir dat het hele jaar door antivries-koelmiddel bevat. Dit reservoir wordt in de fabriek gevuld.

Controleer de antivriesbescherming en het koelmiddelpeil minstens eenmaal per jaar, in het begin van de winter en voor u naar een koude streek reist.

Controle van het koelmiddelpeil

KIA Carnival II - Controle van het koelmiddelpeil - 1

WAARSCHUWING - Verwijdering radiatorvuldop

- Verwijder de radiatorvuldop nooit terwijl de motor draait. U zou het koelsysteem en de motor kunnen beschadigen en ernstige verwondingen door opspattend koelmiddel of stoom kunnen oplopen. Schakel de motor uit en wacht tot hij afgekoeld is. Wees zelfs dan nog uiterst voorzichtig bij het verwijderen van de radiatorvuldop. Wikkel er een dikke handdoek rond en draai hem langzaam tegen de wijzers van de klok tot de eerste stop. Ga wat achteruit staan totdat de druk uit het koelsysteem afgelaten is. Bent u er zeker van dat de druk afgelaten is, druk de dop dan naar beneden met een dikke handdoek en draai hem verder tegen de wijzers van de klok om hem te verwijderen.

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

- Zelfs als de motor niet draait mag u de radiatorvuldop of de aftapplug niet verwijderen terwijl de motor en radiator nog heet zijn. Er kan koelmiddel of stoom onder druk uit spuiten en u kan ernstige brandwonden oplopen.

KIA Carnival II - (Vervolg) - 1

Controleer de toestand en aansluitingen van alle slangen van het koelsysteem en de verwarming. Vervang alle uitgezette of versleten slangen.

De radiateur dient volledig gevuld te zijn en het koelvloeistofpeil in het reservoir dient tussen de merktekens FULL en LOW te liggen als de motor koud is.

KIA Carnival II - (Vervolg) - 2

Is het koelmiddelpeil te laag, vul dan voldoende koelmiddel van het aangegeven type toe, zodat het systeem tegen vorst en corrosie beschermd wordt. Vul koelvloeistof bij tot het merkteken FULL maar doe het reservoir niet overvol. Moet u regelmatig vloeistof bijvullen, laat uw koelsysteem dan inspecteren door uw Kia-dealer of in een andere reparatiewerkplaats.

Verversing van het koelmiddel

Ververs het koelmiddel volgens het Onderhoudsschema.

  • Gebruik alleen zacht (gedemineraliseerd) water in het koelmiddelmengsel.
  • De motor van uw auto heeft aluminium onderdelen die tegen corrosie en vorst beschermd moeten worden door een koelmiddel op ethyleen-glycolbasis.
  • GEBRUIK GEEN antivriesmiddel met alcohol of methanol en vermeng deze producten niet met het aangegeven koelmiddel.
  • Gebruik geen oplossing die meer dan 60% antivries bevat. Hierdoor zou de werking van de oplossing afnemen.

Voor mengselverhoudingen zie onderstaande tabel.

BESCHERMINGMengselverhouding (volume)
KoeloplossingWater
Boven -16°C3565
Boven -26°C4555
Boven -40°C5545

KIA Carnival II - Verversing van het koelmiddel - 1

VOORZICHTIG

Verwijder de radiatorvuldop of de aftapplug nooit terwijl de motor nog heet is, om verbranding te voorkomen.

  1. Draai de radiatorvuldop tegen de wijzers van de klok om hem te openen.

  2. Draai de radiator-aftapplug open en vang het koelmiddel in een geschikt reservoir op

  3. Spoel het systeem met stromend water bij geopende aftapplug.
  4. Laat het systeem helemaal leeglopen en sluit de aftapplug. Voeg de nodige hoeveelheid koelmiddel op ethyleen-glycolbasis en water toe voor een afdoende bescherming tegen vorst en corrosie. Voeg in extreem koude weersomstandigheden koelmiddel op ethyleen-glycolbasis toe volgens de instructies van de fabrikant.
  5. Laat de motor stationair draaien met verwijderde radiatorvuldop. Voeg langzaam nog koelmiddel toe indien nodig.
  6. Wacht tot de motor de normale bedrijfstemperatuur bereikt. Duw het gaspedaal twee- of driemaal in en voeg indien nodig nog wat koelmiddel toe. Let op dat u zich niet verbrandt.
  7. Bevestig de radiatorvuldop opnieuw. Inspecteer alle aansluitingen op lekkage en controleer nogmaals het koelmiddelpeil in het reservoir. Controleer het koelmiddelpeil opnieuw na enkele dagen en vul het reservoir indien nodig bij.

Onderhoud

Remmen en koppeling

Controle van het rem-/koppelingsvloeistofniveau

KIA Carnival II - Remmen en koppeling - 1

Het remsysteem en de hydraulische koppeling hebben een gemeenschappelijk hoofdcilinderreservoir. Controleer het vloeistofniveau in dit reservoir op geregelde tijdstippen. Het vloeistofniveau moet tussen de merktekens MAX en MIN op de wand van het reservoir liggen.

Reinig de plaats rond de vulmond van het reservoir grondig voor u de vuldop van het reservoir verwijdert en remvloeistof toevoegt. Zo voorkomt u vervuiling van de rem-/koppelingsvloeistof.

Is het peil te laag, voeg dan vloeistof toe tot het merkteken MAX. Het peil zal in verhouding tot de afgelegde afstand dalen. Dit is een normaal verschijnsel dat gepaard gaat met de slijtage van de rem-/koppelingsvoeringen. Is het vloeistofniveau abnormaal ver gedaald, laat het remsysteem en de koppeling dan door een erkend Kia-dealer of in een andere, competente reparatiewerkplaats nakijken.

Gebruik alleen de aangeduide rem-/koppelingsvloeistof (zie "Aanbevolen smeermiddelen" verder in dit hoofdstuk).

Meng nooit verschillende soorten vloeistof

\* OPMERKING

Moet u regelmatig rem-/koppelingsvloeistof toevoegen, laat uw auto dan door een erkend Kia-dealer of in een andere, competente reparatiewerkplaats nakijken.

Onderhoud

Stuurbekrachtiging

Controle van het stuurbekrachtigings-vloeistofniveau

KIA Carnival II - Stuurbekrachtiging - 1

Controleer regelmatig het vloeistofniveau in het stuurbekrachtigingsreservoir terwijl uw auto op een vlakke ondergrond staat. Het vloeistofniveau moet tussen MAX en MIN op de wand van het reservoir liggen.

Is het peil te laag, voeg dan vloeistof bij tot het merkteken MAX. Moet u regelmatig stuurbekrachtigingsvloeistof toevoegen, laat uw auto dan door een erkend Kia-dealer of in een andere, reparatiewerkplaats nakijken.

\* OPMERKING

Blijf niet te lang met een laag vloeistofniveau in het stuurbekrachtigingsreservoir rijden om beschadiging van de stuurbekrachtigingspomp te vermijden.

Gebruik alleen de aangegeven stuurbekrachtigingsvloeistof. (zie "Aanbevolen smeermiddelen" verder in dit hoofdstuk)

Onderhoud

Handgeschakelde versnellingsbak

Het oliepeil van de handgeschakelde versnellingsbak controleren

  1. Let erop dat de auto op een vlakke ondergrond staat.
  2. Neem de vul-/controle-dop uit de zijkant van de handgeschakelde versnellingsbak.

KIA Carnival II - Handgeschakelde versnellingsbak - 1

  1. Controleer het niveau. Het niveau moet staan tussen FULL (Voll) en LOW (Bijna leeg).

FULL (Vol) LOW (Leeg)

1V2B07006

Onderhoud

De olie van de handgeschakelde versnellingsbak wisselen

1 Zet de auto op een werkplaatsbrug of breng de auto op een andere geschikte wijze omhoog zodat u eronder kunt werken.
2. Neem de aftapplug uit de onderkant van de versnellingsbak.

Ring Aftapplug Voorzijde

1V2B07007
3. Wanneer de olie geheel uit de versnellingsbak is gelopen, plaatst u een nieuwe ring op de aftapplug en draait deze weer in en vast (30 N.m).

  1. Neem de vul-/controle-dop uit de zijkant van de versnellingsbak.
  2. Vul olie bij totdat de olie de onderzijde van het vul-/controlegat bereikt.
  3. Plaats een nieuwe ring op de vul-/controledop.
  4. Plaats de vul-/controle-dop weer en draai deze vast (30 N.m).
    Gebruik alleen de opgegeven olie voor handgeschakelde versnellingsbakken.

Onderhoud

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

WAARSCHUWING - Optillen van uw auto

Zorg er bij het optillen van uw auto voor dat hij aan de vier krik- of hijspunten ondersteund wordt. Alleen met die ondersteuning kunt u er zeker van zijn dat uw auto stabiel staat en niet van de steunen zal vallen. Als u niet voor een goede ondersteuning zorgt, kunt uw auto van de steunen glijden en vallen, met ernstige of dodelijke verwondingen tot gevolg.

Automatische versnellingsbak

Controle van het automatische-transmissievloeistofniveau

KIA Carnival II - Automatische versnellingsbak - 1

Het automatische-transmissievloeistofniveau moet regelmatig gecontroleerd worden.

Het transmissievloeistofniveau varieert naar gelang van de temperatuur. Hoewel het aanbeveling verdient, het peil te controleren nadat u minstens 30 minuten met uw auto gereden hebt, kunt u de controle ook uitvoeren na opwarming van de vloeistof op de hieronder beschreven wijze.

KIA Carnival II - Automatische versnellingsbak - 2

VOORZICHTIG

  • Bij een te laag vloeistofniveau zal de versnellingsbak doorslippen. Een te hoog vloeistofniveau kan schuimvorming, vloeistofverlies en storingen in de overbrenging veroorzaken.
  • Bij gebruik van een andere dan de aangegeven vloeistof kan de versnellingsbak slecht werken en defect raken.

KIA Carnival II - VOORZICHTIG - 1

Trek de handrem aan en druk het rempedaal in voor u de versnellingspook verzet, om te voorkomen dat uw auto plotseling in beweging komt.

  1. Parkeer uw auto op een vlakke ondergrond en trek de handrem goed aan.

  2. Laat de motor ongeveer 2 minuten stationair draaien.

  3. Druk het rempedaal in en beweeg de versnellingspook langzaam door alle standen. Zet hem daarna op P (parkeren)
  4. Laat de motor nog steeds stationair draaien, verwijder de peilstok, maak hem schoon en steek hem er opnieuw helemaal in.

Laag | OK | Vol 0,62 75°C Laag | OK | Vol

1V2B07009

  1. Trek de peilstok er weer uit en controleer het vloeistofniveau.

Onderhoud

Heeft de vloeistof de normale bedrijfstemperatuur van ongeveer 75°C bereikt, dan moet het vloeistofniveau tussen de twee merktekens op de 75°C-schaal liggen.

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

OPMERKING

Het merkteken op de 25°C-schaal dient alleen als referentiepunt en mag NIET gebruikt worden om het transmissievloeistofniveau te controleren.

Verversing van de automatische-transmissievloeistof

  1. Til de auto op en zorg voor een goede ondersteuning.
  2. Verwijder de aftapplug onderaan in het midden van het versnellingsbakcarter.
  3. Tap alle olie af, breng een nieuwe afdichtring op de plug aan, monteer de plug en draai hem tot 30 Nm aan.
  4. Laat de auto zakken.
  5. Verwijder de automatische-transmissievloeistof-peilstok die ongeveer in het midden van het schutbord in de motorruimte zit en voeg met een trechter ongeveer 2 liter automatische-transmissievloeistof toe.

Onderhoud

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

OPMERKING

Doe het automatische-transmissiereservoir NIET overvol. Hierdoor zou er vloeistof via de afdichtingen naar buiten kunnen spuiten en kan de versnellingsbak schade oplopen. Hebt u het reservoir te ver gevuld, laat de overtollige vloeistof dan af voor u met uw auto gaat rijden. In een volledig leeg reservoir kan ongeveer 2,5 l vloeistof. Meestal blijft er echter nog wat vloeistof in het reservoir achter, zeker als de auto vooraan opgetild werd om de aftapplug te verwijderen.

  1. Controleer het vloeistofniveau, voeg indien nodig wat vloeistof toe en controleer opnieuw. Ga zo door tot het peil tussen de twee merktekens op de 75°-schaal ligt.
  2. Monteer de peilstok en laat de gebruikte transmissievloeistof op de voorgeschreven manier verwerken.

Smeermiddelen en vloeistoffen

Controle van het voorruitsproeier-vloeistofniveau

Sproeiervloeistofr eservoir Voorzijde

1V2B07010

Het reservoir is doorschijnend zodat u het peil snel visueel kan controleren.

Controleer het peil in het sproeiervloeistofreservoir en vul het indien nodig bij. Hebt u geen speciale sproeiervloeistof bij de hand, dan mag u er gewoon water indoen. Gebruik in koude streken echter

Het vloeistofniveau van de wis-/wasinstallatie van de achterruit controleren

KIA Carnival II - Het vloeistofniveau van de wis-/wasinstallatie van de achterruit controleren - 1

Het reservoir is doorzichtig dus u kunt het niveau met een snelle blik controleren. Controleer het vloeistofniveau in het reservoir van de wis-/wasinstallatie van de achterruit en vul vloeistof bij als dat nodig is.

Het vloeistofreservoir van de wis-/wasinstallatie van de achterruit bevindt zich aan de linkerzijde van de kofferruimte, net onder de kolom, helemaal achterin uw auto. Neem het kleine toegangspaneel los en u kunt bij het reservoir.

\* OPMERKING

Trek niet verder aan de vulbuis wanneer deze uitsteekt.

VOORZICHTIG

  • Gebruik geen koelvloeistof voor de radiator of antivries in het reservoir van de wis-/wasinstallatie van de achterruit.
  • Koelvloeistof voor de radiator kan het zicht ernstig belemmeren wanneer deze op de ruit van de auto wordt gesproeid en kan leiden tot het verlies van de controle over de auto of beschadiging van de lak en het plaatwerk.

Onderhoud

Smering van de carrosserie

Alle bewegende delen van de carrosserie, zoals scharnieren van de portieren, scharnieren van de motorkap en sloten moeten iedere keer worden gesmeerd wanneer de motorolie wordt ververst. Gebruik bij koud weer voor sloten een niet-bevriezend smeermiddel.

Let erop dat de secundaire vergrendeling van de motorkap ervoor zorgt dat motorkap niet open gaat wanneer u de primaire vergrendeling losneemt.

Brandstof oppompen uit de brandstoftank

Handpomp

BGQ07303

Ais u doorgereden bent totdat de tank leeg was, of als het brandstofffilter vervangen is, zorg er dan voor dat er vanuit de brandstoftank brandstof in het filter gepompt wordt. De motor slaat anders moeilijk aan. Pomp met de handpomp brandstof vanuit de brandstoftank in het brandstofffilter totdat het filter volledig vol is.

Ontwatering van de afscheider (Dieselmotor)

KIA Carnival II - Ontwatering van de afscheider (Dieselmotor) - 1

  • Plaats een bak onder de afscheider.
    • Verwijder de aftapplug en laat het water af.
  • Draai na het aftappen de aftapplug goed vast.

Onderhoud

Luchtfilter

Vervanging van het filterelement

Er wordt een luchtfilter met poreus papier gebruikt. Deze moet op de aangegeven tijdstippen vervangen worden en mag niet gereinigd en hergebruikt worden.

  1. Maak de luchtklem los en verwijder de luchtinlaatslang.
  2. Verwijder de four (4) schroeven van het luchtfilterdeksel en neem het deksel af.

KIA Carnival II - Vervanging van het filterelement - 1

  1. Maak het luchtfilterhuis aan de binnenkant schoon met een vochtige doek.

KIA Carnival II - Vervanging van het filterelement - 2

  1. Vervang het luchtfilterelement.

  2. Sluit het deksel. Bevestig de (4) schroeven van het deksel weer en draai ze aan.

Vervang het filterelement op de aangegeven tijdstippen in het Onderhoudsschema.

Als u met uw auto in extreem stoffige of zandige streken rijdt, moet uw luchtfilter vaker dan normaal vervangen worden.

KIA Carnival II - Vervanging van het filterelement - 3

VOORZICHTIG

• Rij nooit zonder luchtfilier. Hierdoor zou uw motor abnormaal verslijten.
- Als u zonder luchfilter rijdt neemt de kans op naontsteking toe. Dit kan brand in de motorruimte veroorzaken.

Wisserbladen

Onderhoud van de ruitenwisserbladen

KIA Carnival II - Wisserbladen - 1

OPMERKING

De hete was die in automatische wasinstallaties wordt gebruikt maakt uw voorruit moeilijk reinigbaar.

Door vervuiling van uw voorruit of ruitenwisserbladen met vreemde stoffen, kunnen de ruitenwissers minder efficiënt worden. Veelvoorkomende bronnen van vervuiling zijn insecten, boomsappen en behandelingen met hete was die in sommige wasinstallaties worden toegepast.

Werken de ruitenwisserbladen niet goed, reinig dan zowel de ruit als de bladen met een goed reinigingsmiddel of een milde detergent en spoel grondig na met zuiver water.

Onderhoud

\* OPMERKING

Gebruik geen benzine, kerosine, verfverdunner of andere oplosmiddelen op of in de buurt van de ruitenwisserbladen om beschadiging te voorkomen.

Vervanging van de ruitenwisserbladen

Als de ruitenwissers niet meer doeltreffend werken, kan dit op slijtage of beschadiging van de ruitenwisserbladen wijzen. Vervang de ruitenwisserbladen in dit geval.

\* OPMERKING

Beweeg de ruitenwissers nooit met de hand om beschadiging van de wisserarmen of andere onderdelen te voorkomen.

Duwen Plastic bevestigingsklem

AN7B07016
1. Til de wisserarm op en draai het ruitenwisserblad zodat de plastic bevestigingsklem zichbaar wordt. Druk de klem in en schuif het wisserblad naar beneden. Verwijder het vervolgens van de arm.

\* OPMERKING

Laat de wisserarm niet op de voorruit vallen.

Metalen houder Uittrekken Uitstekend deel

AN7B07017
2. Neem het uiteinde van het ruitenwisrubber vast en trek het uit de metalen ruitenwisserbladhouder.

Klemhoudertje Klemhoudertje

AN7B07018
3. Haal de metalen klemhoudertje van het ruitenwisrubber en bevestig ze op het nieuwe ruitenwisrubber.

\* OPMERKING

Buig de metalen klemhoudertjes niet.

Onderhoud

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

  1. Breng voorzichtig een nieuw ruitenwisrubber aan en bevestig het wisserblad opnieuw.

Installeer het wisserblad met het uitstekende deel naar de onderkant van de wisserarm gericht.

Accu

KIA Carnival II - Accu - 1

WAARSCHUWING - Gevaar van de accu

  • Hou brandende sigaretten en alle andere vlammen of vonken uit de buurt van de accu. De accu bevat altijd waterstof, een lichtontvlambaar gas, en kan ontploffen als ze met open vuur in contact komt.
  • Bewaar accu's buiten het bereik van kinderen. Ze bevatten zeer corrosief ZWAVELZUUR. Let erop dat er geen accuzuur op uw handen of kleding, in uw ogen of op de laklaag van uw auto terechtkomt.
  • Spat er elektrolyt uit de accu in uw ogen, spoel uw ogen dan onmiddellijk minstens 15 minuten lang met zuiver water en raadpleeg onmiddellijk een arts. Blijf de ogen indien mogelijk met een spons of doekje met water bevochtigen tot u medische verzorging krijgt.

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

  • Spat er elektrolyt op uw huid, spoel de getroffen huid dan onmiddellijk met zuiver water. Hebt u pijn of een brandend gevoel, raadpleeg dan onmiddellijk een arts.
  • Zet voor het werken aan of in de buurt van de accu een veiligheidsbril op. Werkt u in een gesloten ruimte, zorg dan voor een goede ventilatie.
  • Duw bij het verwijderen van een accu met een plastic behuizing niet te hard op de accu. Anders kan er zuur door de ontluchtingsopeningen spatten en kunt u ernstige letsels oplopen. Til de accu met een speciale houder of met de handen aan de tegenoverliggende hoeken op.
    • Probeer de accu nooit op te laden terwijl de accukabels aangesloten zijn.

Onderhoud
KIA Carnival II - (Vervolg) - 1

Hoe kunt u uw accu het best onderhouden:

• Zorg ervoor dat de accu stevig gemonteerd is.
• Hou de bovenkant van de accu schoon en droog.
- Hou de poolklemmen en aansluitingen schoon en stevig bevestigd.

Onderhoud

  • Verwijder gemorst elektrolyt onmiddellijk van het accuoppervlak met een oplossing van water en natriumcarbonaat.
  • Gaat u lange tijd niet met uw auto rijden, koppel de accukabels dan los.

Oplading van de accu

Uw auto is met een accu op calciumbasis uitgerust, die vrij van onderhoud is.

  • Loopt de accu in een korte tijd leeg (bijvoorbeeld omdat uw koplampen of binnenverlichting per ongeluk zijn blijven branden terwijl u niet met uw auto reed), dan kan ze door druppellading gedurende 10 uur weer geleidelijk opgeladen worden.
  • Loopt de accu geleidelijk leeg door de hoge belasting gedurende het rijden, herlaad deze dan gedurende twee uur op 20-30A.

KIA Carnival II - Oplading van de accu - 1

WAARSCHUWING - Opladen van de accu

Neem bij het opladen van de accu de volgende voorzorgsmaatregelen:

  • Haal de accu uit de auto en zet ze op een goed geventileerde plaats.
  • Hou sigaretten, vonken of vlammen uit de buurt van de accu.
  • Hou de accu tijdens het laden in het oog en stop of verminder de oplading als er gas uit de accucellen vrijkomt (koken) of als de temperatuur van het elektrolyt in één van de cellen boven 49°C stijgt.
  • Zet een veiligheidsbril op om de accu tijdens de oplading te controleren.

(Wordt vervolgd)

(Vervolg)

• Koppel de acculader als volgt af:

  1. Schakel de acculader met de hoofdschakelaar uit.
  2. Maak de negatieve klem van de negatieve accupool los.
  3. Maak de positieve klem van de positieve accupool los.

\* OPMERKING

  • Schakel voor u de accu onderhoudt of oplaadt alle stroomverbruikers uit en zet de motor af.
  • Verwijder de negatieve accukabel altijd eerst en sluit hem het laatst weer aan.

Banden en wielen

Onderhoud van de banden

Voor een optimale werking en veiligheid en een maximale zuinigheid moet u ervoor zorgen dat de banden altijd de juiste spanning hebben en dat u uw auto niet overlaadt en het gewicht gelijkmatig verdeelt.

Bandenspanning

Controleer maandelijks de spanning van alle banden (inclusief de reserveband) in koude toestand. De banden zijn 'koud' als uw auto minstens drie uur niet gereden heeft of minder dan 1,6 km gereden heeft. Met de aanbevolen bandenspanning zullen het rijcomfort en de bestuurbaarheid van uw auto optimaal zijn en zullen de banden minder snel verslijten.

De aanbevolen spanning voor de voor- en achterbanden is 245 kPa.

Onderhoud

\* OPMERKING

  • Bij warme banden stijgt de spanning ongeveer met 28 tot 41 kPa in vergelijking met de aanbevolen bandenspanning in koude toestand.
  • Laat geen lucht uit uw warme banden lopen om de spanning tot de aanbevolen waarde in koude toestand te verlagen. Anders worden uw banden te plat. Bij een te lage bandenspanning verslijten de banden sneller, wordt het stuurgedrag slechter, neemt het brandstofverbruik toe en vergroot de kans op oververhitting. Bovendien kan een te lage bandenspanning een slechte afdichting van de velgschouder veroorzaken. Is de spanning veel te laag, dan kan het wiel vervormen en kan de band loskomen. Hou daarom uw banden op de voorgeschreven spanning. Moet u een band vaak oppompen, laat hem dan nakijken door uw Kia-dealer of in een goede reparatiewerkplaats.
  • Bij een te hoge bandenspanning rijdt uw auto ruw en is hij moeilijker bestuurbaar. Bovendien verslijt het profiel in het midden van de band overmatig en neemt de kans op beschadiging door voorwerpen op de weg toe.

Een te hoge of te lage bandenspanning verlaagt de levensduur van de band, maakt de auto moeilijker bestuurbaar en kan tot een plotseling defect aan de banden leiden, waardoor u de controle over het stuur kan verliezen.

Verwisseling van de banden

Voor een gelijkmatige slijtage van het profiel is het aan te bevelen, de banden om de 12.000 km te verwisselen. Dit kan ook vroeger als u merkt dat de banden onregelmatig afslijten.

Controleer bij het verwisselen van de banden of ze correct gebalanceerd zijn.

Controleer de banden bij het verwisselen op ongelijkmatige slijtage en beschadigingen. Een abnormale slijtage is meestal te wijten aan een verkeerde bandenspanning, slechte uitlijning of balancering van de wielen, bruusk remmen of scherpe bochten nemen. Controleer het profiel en de zijkant van de banden op bulten en uitstulpingen. Stelt u een van deze gebreken vast, dan is uw band aan vervanging toe. Vervang de band ook als u textiel of koord ziet zitten. Pomp na de verwisseling de banden vooraan en achteraan tot de aanbevolen spanning op en controleer of alle moeren goed aangedraaid zijn.

Met een standaardformaat-reserveband
KIA Carnival II - Verwisseling van de banden - 1

flowchart
graph TD
    A["Input"] --> B["Process"]
    B --> C["Output"]
    D["Input"] --> E["Process"]
    E --> F["Output"]
    A <--> D
    B <--> E
    C <--> F

AN7B07022

Inspecteer de remvoeringen en achterremblokjes op slijtage bij elke bandenwissel.

\* OPMERKING

Radiale banden met een asymmetrisch profiel mogen alleen van voor naar achter en omgekeerd maar niet van links naar rechts en omgekeerd verwisseld worden.

Vervanging van de banden

Is een band gelijkmatig afgesleten, dan verschijnt er een profielslijtage-indicator in de vorm van een volle strook van 12,7 mm breed over het profiel. Dit wijst erop dat het profiel van uw band minder dan 1,6 mm diep is. Vervang de band als u dit vaststelt. Wacht niet tot deze strook over het hele profiel verschijnt om de band te vervangen.

KIA Carnival II - Vervanging van de banden - 1
Nieuw profiel

Profielslijtage-indicator
KIA Carnival II - Vervanging van de banden - 2

Wieluitlijning en balancering van de banden

De wielen van uw auto werden zorgvuldig uitgelijnd en gebalanceerd in de fabriek om een maximale levensduur van de banden en een optimale rijprestatie te verzekeren. Normaal gezien hoeven uw wielen niet opnieuw uitgelijnd te worden. Stelt u echter een onregelmatige bandenslijtage vast of merkt u dat uw auto naar een bepaalde kant trekt, dan is het mogelijk dat de uitlijning afgesteld moet worden. Merkt u dat uw auto trilt op een vlak wegdek, dan kan dit op een slechte balancering van uw wielen wijzen.

\* OPMERKING

Een foutief wielgewicht kan de aluminium wielen van uw auto beschadigen. Gebruik alleen goedgekeurde wielgewichten.

VOORZICHTIG

- Gebruik als u banden vervangt nooit radiale banden en diagonale bandentypes door elkaar. Monteer altijd vier banden met hetzelfde formaat, hetzelfde profiel en dezelfde constructie. Monteer alleen banden met een bandenmaat die op het specificatieplaatje aan de portierstijl aan bestuurderszijde aangegeven wordt. Zorg ervoor dat alle banden en wielen hetzelfde formaat en hetzelfde draagvermogen hebben. Gebruik alleen de aanbevolen band-wielcombinaties op het specificatieplaatje of die uw Kia-dealer aanraadt. Als u deze aanbevelingen niet volgt, kunnen de veiligheid en het stuurgedrag van uw auto in het gedrang komen.

- Het gebruik van banden met een andere bandenmaat of van een ander type kan een ingrijpende invloed hebben op de wegligging, besturing, bodemvrijheid, bandenvrijheid en kalibrering van de snelheidsmeter.

(Wordi vervolgd)

(Vervolg)

  • Met versleten banden rijden is erg gevaarlijk omdat de remafstand toeneemt, het sturen moeilijker verloopt en de banden minder grip hebben.
  • Het is aan te raden de vier banden tegelijk te vervangen. Is dit niet mogelijk of niet nodig, vervang de banden vooraan of achteraan dan als paar. Als u maar één band vervangt, kan dit het stuurgedrag van uw auto negatief beïnvloeden.

Vervanging van de wielen

Dienen de metalen wielen om een of andere reden vervangen worden, gebruik dan alleen wielen die identiek zijn aan de originele exemplaren qua diameter, velgbreedte en naloop.

KIA Carnival II - Vervanging van de wielen - 1

VOORZICHTIG

Een wiel van een verkeerd formaat kan een ingrijpende invloed hebben op de levensduur van wielen en lagers, de remkracht en -afstand, het stuurgedrag, de bodemvrijheid, speling tussen carrosserie en banden. ruimte voor sneeuwkettingen, kalibrering van de snelheidsmeter, hoogte van de koplampen en bumperhoogte.

Onderhoud

Bandenmaataanduiding

De bandenmaat staat op de zijkant van de band aangeduid. Deze maat hebt u nodig wanneer u uw banden door nieuwe wil vervangen. Hieronder vindt u een verklaring van de betekenis van alle letters en cijfers in de bandenmaat.

Voorbeeld bandenmaat: 215/65R15 96H

215 - Bandbreedte in millimeter.

65 - Breedte-hoogteverhouding. De hoogte van de band als percentage van zijn breedte.

R - Bandconstructiecode (radiaal).

15 - Velgdiameter in inch.

96 - Draagvermogen, een cijfercode die aanduidt welk gewicht de band maximaal kan dragen.

H - Snelheidskwalificatiesymbool. Voor meer informatie zie het snelheidskwalificatiediagram in dit hoofdstuk.

Wielmaataanduiding

Ook op de wielen vindt u belangrijke informatie die u nodig hebt als u ooit een wiel moet vervangen. Hieronder vindt u een verklaring van de letters en cijfers waaruit de wielmaat bestaat.

Voorbeeld wielmaat: 6.0 JJ x 15

6.0 - Velgbreedte in inch.

J - Velgprofielaanduiding.

15 - Velgdiameter in inch.

Bandensnelheidskwalificaties

In de tabel hieronder vindt u de verschillende snelheidskwalificaties die momenteel voor de banden van personenauto's en lichte vrachtauto's gebruikt worden. De snelheidskwalificatie maakt deel uit van de bandenmaat die op de zijkant van elke band aangeduid staat. Dit symbool geeft de maximumsnelheid voor een veilige werking van de betreffende band aan.

SnelheidskwalificatiesymboolMaximumsnelheid
S180 km/u
T190 km/u
H210 km/u
V240 km/u
Z240 km/u

Uniforme bandenkwaliteitsclassificatie

Slijtage van het profiel

De profielslijtageklasse is een vergelijkingswaarde gebaseerd op de slijtage van de band bij tests in gecontroleerde omstandigheden op een officieel testtraject. Een band uit klasse 150 zou bijvoorbeeld anderhalve keer minder afslijten op het officiële traject dan een band van klasse 100. De relatieve slijtvastheid van de banden hangt echter van de reële omstandigheden waarin ze gebruikt worden af. Maar ook de rijstijl van de bestuurder, het onderhoud en de verschillende eigenschappen van de wegen en het klimaat spelen een rol.

Onderhoud

Deze klasse is in de zijkant van elke band voor personenauto's ingegoten. De banden die als standaard- of optionele uitrusting voor de Kia-auto's worden gebruikt kunnen verschillen van klasse.

Profielslijtage 300 grip A Temperatuur B

AN7B07024

Grip - A, B & C

De waarden zijn van hoog naar laag A, B en C. Deze waarden geven het vermogen van de band weer om te stoppen op een nat wegdek, gemeten onder gecontroleerde omstandigheden op een officieel testtraject van asfalt en beton. Een band met waarde C presteert slecht wat grip betreft.

Temperatuur - A, B & C

De temperatuurwaarden A (hoogste), B en C geven de weerstand van de band tegen warmteontwikkeling en zijn vermogen om de warmte te verdelen weer, gemeten onder gecontroleerde omstandigheden op een wiel in een laboratoriumtest. Door aanhoudende hoge temperaturen kan het materiaal van de band degenereren en kan de levensduur van de band afnemen, een overmatige temperatuur kan tot een plotseling defect aan de band leiden. De waarden A en B staan voor een betere prestatie van het testwiel in het laboratorium dan de wettelijke minimumvereisten.

KIA Carnival II - Temperatuur - A, B &amp; C - 1

WAARSCHUWING - Bandentemperatuur

De temperatuurwaarde van een band wordt vastgesteld voor een band met de juiste spanning die niet overbelast wordt. Door overdreven snelheid, te lage bandenspanning of overbelasting, afzonderlijk of in combinatie, kan er warmteaccumulatie optreden en kan de band plotseling defect raken. Hierdoor kan het voertuig onbestuurbaar worden met ernstige of dodelijke gevolgen.

Vervanging lampjes

Vervanging koplampen

KIA Carnival II - Vervanging lampjes - 1

WAARSCHUWING - Halogeenlampen

  • Halogeenlampen bevatten een gas onder druk. Breken ze, dan kunnen er glasscherven wegspringen.
  • Behandel ze voorzichtig en vermijd krassen en schrammen. Zorg ervoor dat de brandende lampjes niet met vloeistoffen in contact komen. Raak het glas nooit met uw handen aan. Door vetsporen kan het lampje oververhitten en bij inschakeling barsten. Laat het lampje alleen branden als het in de koplamp geïnstalleerd is.
  • Vervang beschadigde of gebarsten lampjes onmiddellijk en werp ze op een veilige manier weg.
  • Zet een veiligheidsbril op om de lampjes te vervangen. Laat het lampje afkoelen voor u het vast pakt.

Onderhoud

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

  1. Open de motorkap
  2. Neem het kapje van de gloeilamp van de koplamp-unit los door het tegen de wijzers van de klok in te draaien.

KIA Carnival II - Onderhoud - 2

  1. Koppel de elektrische aansluiting van de gloeilamp van de koplamp los.

Onderhoud

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

  1. Neem de draad die gloeilamp op z'n plaats houdt, los.
  2. Neem de lamp uit de drie (3) sleuven in de koplamp-unit.
  3. Plaats een nieuwe lamp in de drie (3) sleuven in de koplamp-unit en plaats de draad die de gloeilamp op z'n plaats houdt.
  4. Koppel de elektrische aansluiting van de gloeilamp aan.
  5. Plaats het kapje van de koplamp-unit door het met de wijzers van de klok mee vast te draaien.

Vervanging lampje richtingaanwijzers (indien aanwezig)
OPENEN SLUITEN

BGQ07113A

  1. Draai de fitting van de lamp van de richtingaanwijzer tegen de wijzers van de klok in en neem de fitting uit het huis van de koplamp.

Onderhoud

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

BGQ07114A
2. Duw de lamp naar binnen, draai de lamp een kwart slag tegen de wijzers van de klok in en neem de lamp uit de fitting.

KIA Carnival II - Onderhoud - 2

BGQ07115
3. Steek een nieuwe lamp in de fitting, duw de lamp naar binnen en draai de lamp een kwart slag met de wijzers van de klok mee zodat de lamp vastzit.
4. Plaats de fitting van de lamp van de richtingaanwijzer in het huis van de koplamp, draai de fitting een kwart slag met de wijzers van de klok mee zodat de fitting vastzit.

Onderhoud

Vervanging van de binnenverlichting in het dak
Voor

BGQ07101

Achter

BGQ07102

  1. Verwijder voorzichtig het kapje van de verlichting.

KIA Carnival II - Onderhoud - 3

VOORZICHTIG

Vermijd dat u uw vingers brandt of een elektrische schok krijgt: druk voor u begint op de knop "OFF".

Onderhoud

  1. Druk de metalen klem omhoog tot het lampje eruit valt.
  2. Plaats een nieuw lampje. De gemakkelijkste manier is het lampje eerst in de klem te plaatsen en vervolgens de andere zijde op z'n plaats te schuiven.
  3. Wanneer u de lens plaatst, breng dan de nokjes in een lijn met de uitsparingen voordat u de achterzijde van de lens omhoog duwt.

Vervanging lampje verlichting kofferruimte

Vervanging lampje verlichting kofferruimte

KIA Carnival II - Vervanging lampje verlichting kofferruimte - 1

  1. Wrik voorzichtig de lens met een platte schroevendraaier uit de verlichtingsunit van de kofferruimte.

Onderhoud

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

  1. Duw het lampje in, draai het een kwart slag tegen de wijzers van de klok in en neem het uit de fitting.
  2. Steek een nieuw lampje in de fitting, duw het lampje naar binnen en draai het een kwart slag met de wijzers van de klok mee zodat het lampje vastzit.
  3. Breng de twee (2) nokjes van de lens in één lijn met uitsparingen van verlichtingsunit van de kofferruimte en laat de lens op z'n plaats klikken.

Vervanging van het lampje van het remlicht hoog midden op de achterruit

KIA Carnival II - Onderhoud - 2

  1. Wrik het afdekkapje met een platte schroevendraaier voorzichtig los van het huis.

Onderhoud

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

  1. Draai de fitting een kwart slag linksom en trek deze uit het huis.
  2. Druk de lamp in, draai hem een kwart slag linksom en verwijder de lamp uit de fitting.

KIA Carnival II - Onderhoud - 2

  1. Steek een nieuw gloeilampje in de fitting.
  2. Plaats de fitting voorzichtig in het huis en draai de fitting een kwart slag rechtsom vast.
  3. Plaats het afdekkapje.

Onderhoud

Vervanging van het lampje van de nummerplaatverlichting

KIA Carnival II - Onderhoud - 1

  1. Draai met een kruiskopschroevendraaier de twee schroeven waarmee de lens vastzit, los.
  2. Neem de lens uit.

  3. Trek de houder van het lampje naar beneden.

  4. Trek het lampje uit de houder.
  5. Plaats een nieuw lampje.
  6. Monteer de houder van het lampje en de lens weer en zet het geheel vast met de twee schroeven voor de lens.

Onderhoud

Vervanging achterverlichting (achterlicht, achteruitrijverlichting en remlicht)

① REM-ACHTERLIGHT ② REM-ACHTERLIGHT ③ ACHTERUITRIJLICHT ④ RICHTINGAAN WIJZER

1GQ105001

  1. Open het achterportier.
  2. Draai met een kruiskopschroevendraaier de twee (2) schroeven los waarmee de unit van de achterverlichting is bevestigd.

Openen Sluiten

BGQ07118

  1. Schuif de achterlichtunit naar buiten om hem los te nemen van de carrosserie
  2. Neem het lampje uit de drie (3) sleuven in de verlichtingsunit.
  3. Plaats een nieuw lampje.
  4. Bevestig de verlichtings-unit weer aan de carrosserie van de auto.
  5. Draai de twee (2) schroeven weer in en vast.

Onderhoud

Specificaties smeermiddelen

Aanbevolen smeermiddelen

Gebruik uitsluitend smeermiddelen van de juiste kwaliteit, om ervoor te zorgen dat de motor en de aandrijving de juiste prestaties leveren en een lange levensduur hebben. De juiste smeermiddelen bevorderen ook een efficiënte werking van de motor die leidt tot een zuiniger brandstofverbruik.

Er zijn nu motorilies leverbaar die Energy Conserving Oils (Energiebesparende Olies) worden genoemd. Naast andere bijkomende voordelen, dragen zij bij tot brandstofbesparing doordat zij de hoeveelheid brandstof verminderen die nodig is om de wrijving van de motor te overwinnen. Deze verbeteringen zijn vaak moeilijk te meten bij de dagelijkse ritten met de auto, maar over een jaar gerekend kunnen zij aanzienlijke besparingen van kosten en energie opleveren.

De volgende smeermiddelen en vloeistoffen worden voor uw auto aanbevolen:

SmeermiddelClassificatie
BenzineDiesel
MotorolieAPI Service SG of SHAPI Service CF-4 of CG-4
Handgeschakelde-transmissieolieAPI Service GL-4 (SAE 75W-90)
Automatische-transmissievloeistof1)Diamond ATF SP-III, SK ATF SP-IIIDexron II
StuurbekrachtigingsvloeistofPSF-III
Rem-/koppelingsvloeistofSAE J1703, FMVSSII6 DOT-3 of DOT-4

*Voor de aanbevolen SAE-viscositeitsklassen zie de volgende pagina.

Aanbevolen SAE-viscositeitsklasse

\* OPMERKING

Reinig de omgeving rond de vuldop, aftapplug of peilstok altijd voor u het smeermiddelpeil controleert of het smeermiddel aftapt. Vooral in stoffige of zandige gebieden en wanneer de auto vaak op onverharde wegen rijdt is dit erg belangrijk. Door de omgeving rond de vuldop, aftapplug en peilstok te reinigen voorkomt u dat er stof en vuil in de motor en de andere delen binnendringen en daar schade aanrichten.

De motorolieviscositeit (dikte) beinvloedt het brandstofverbruik en de werking bij koud weer (starten en olieomloop). Motorolie met een lage viscositeit levert een zuiniger brandstofverbruik en een beter rendement bij koud weer op, maar voor een doeltreffende smering bij warm weer is een motorolie met een hogere viscositeit vereist. Door gebruik van motorolie met een viscositeit die niet aan de aanbevelingen voldoet kunt uw motor schade oplopen. Hou bij de keuze van een motorolie rekening met het temperatuurbereik waaraan uw auto tot de volgende olieverversing blootgesteld zal worden. Kies vervolgens de aanbevolen olieviscositeit uit de tabel.

Temperatuurbereik voor SAE-viscositeitsklassen
Temperatuur°C(°F)-30-20-1001020304050
-20020406080100120
MotorolieDiesel5W-30
10W-30
20W-20
30
40
15W-40
Benzine-motor5W-3030
5W-2020W-2040
10W-30
10W-4010W-50
20W-4020W-50

Onderhoud

Onderhoud buitenkant

Algemene voorzorgsmaatregelen buitenkant

Volg bij gebruik van chemische reinigingsmiddelen en polish steeds de aanwijzingen op het etiket. Lees aandachtig alle waarschuwingen en opmerkingen op het etiket.

Onderhoud afwerking Wassen

Was uw auto regelmatig grondig, minstens eenmaal per maand, met lauw of koud water om hem te beschermen tegen roest en aantasting. Rijdt u met uw auto op ongebaand terrein, was hem dan na elke uitstap. Let er vooral op dat u alle restanten van zout, vuil, modder en andere vreemde materialen verwijdert. Zorg ervoor dat de openingen aan de onderranden van de portieren en aan de achterklep vrij en schoon gehouden worden. Insecten, teer, boomsappen, vogeluitwerpselen, industriële vervuiling en gelijkardig vuil kunnen de laklaag van uw auto aantasten als ze niet onmiddellijk verwijderd worden.

Zelfs door uw auto onmiddellijk met zuiver water te wassen kunt u soms niet alle vuil verwijderen. Gebruik in dit geval een milde zeepoplossing die geschikt is voor gelakte oppervlakken. Spoel uw auto na het wassen grondig met lauw of koud water. Laat de zeep niet aan de carrosserie opdrogen.

\* OPMERKING

Gebruik geen sterke zeep, chemische detergenten of heet water en was uw auto niet in de volle zon of wanneer de carrosserie warm is.

VOORZICHTIG

Controleer nadat u uw auto gewassen hebt of de remmen niet nat geworden zijn. Is het remvermogen aangetast, rij dan langzaam een eindje terwijl u lichtjes remt om de remmen te drogen.

Behandeling met was

Behandel uw auto met was zodra u merkt dat het water geen druppels meer vormt op de laklaag.

Was uw auto en droog hem af voor u de was aanbrengt. Gebruik een vloeibare of vaste was van goede kwaliteit en volg de aanwijzingen van de fabrikant. Behandel alle metalen sierstrips met was zodat ze blijven glanzen.

Wanneer u met een vlekkenmiddel olie. teer en gelijkaardige vlekken van uw auto verwijdert, zal ook de waslaag op die plaats verdwijnen. Breng altijd een nieuwe waslaag op deze delen aan, ook als de rest van uw auto nog geen nieuwe wasbehandeling nodig heeft.

\* OPMERKING

  • Wis geen stof of vuil van de carrosserie met een droge doek. Zo krast u de laklaag.
  • Gebruik nooit staalwol, schuurmiddelen of krachtige detergenten met sterk alkalische of bijtende bestanddelen op de verchroomde delen en delen uit geanodiseerd aluminium. Hierdoor zou u de beschermlaag beschadigen en zou er verkleuring of aantasting van de lak kunnen optreden.

Reparatie van lakbeschadigingen

Diepe krassen of steeninslagen in de laklaag moeten zo snel mogelijk hersteld worden. Onbeschermd metaal gaat immers snel roesten waardoor de reparatiekosten hoog kunnen oplopen.

\* OPMERKING

Is uw auto beschadigd en moeten er delen van de carrosserie hersteld of vervangen worden, ga dan na of de herstelde of vervangen delen in de reparatiewerkplaats een anticorrosiebehandeling kregen.

Onderhoud

Onderhoud glanzende metalen delen

  • Verwijder teer en insecten met een speciaal reinigingsproduct voor teer en niet met een krabber of een ander scherp voorwerp.
  • Bescherm het oppervlak van glanzende metalen delen tegen corrosie met een laagje was of chroompoetsmiddel en boen deze delen tot ze mooi glanzen.
  • Breng in de winter of in kustgebieden een dikker laagje was of chroombescherming op de glanzende metalen delen aan. Bescherm deze delen indien nodig met een laagje niet-corrosief petrolatum of een ander beschermingsproduct.

Onderhoud carrosserieonderkant

Corrosieve producten die op de weg gestrooid worden om ze ijs-, sneeuw- en stofvrij te houden kunnen zich aan de onderkant van de carrosserie ophopen. Worden deze producten niet verwijderd, dan kunnen bepaalde delen aan de onderkant van uw auto sneller gaan roesten, bijvoorbeeld de brandstofleidingen, het chassis, de vloerplaat en het uitlaatsysteem, zelfs als ze een roestwerende behandeling kregen.

Spuit de onderkant van de carrosserie en de wielkassen daarom eenmaal per maand, na elke rit op onverhard terrein en op het einde van de winter grondig af met lauw of koud water. Let hierbij extra goed op want de modder en het vuil zijn niet overal even goed te zien. Door het vuil gewoon nat te spuiten zonder het te verwijderen doet u meer kwaad dan goed.

In de onderrand van de portieren, achterklep en chassisdelen zitten er openingen die niet met vuil verstopt mogen raken. Anders zou het ingesloten water in deze delen roestvorming kunnen veroorzaken.

KIA Carnival II - Onderhoud carrosserieonderkant - 1

VOORZICHTIG

Test uw remmen nadat u de auto gewassen hebt. Doe dit door een poosje langzaam te rijden en licht te remmen, om te controleren of uw remvermogen afgenomen is.

Onderhoud aluminium wielen

De aluminium wielen zijn van een doorschijnend beschermlaagje voorzien.

  • Gebruik nooit schuurmiddelen, polijstpasta of schuurborstels op de aluminium wielen. Zo zou u het beschermlaagje beschadigen.
  • Reinig de wielen uitsluitend met een milde zeep of een neutrale detergent en spoel ze grondig na met water. Reinig de wielen altijd nadat u op wegen met strooizout gereden hebt. Zo voorkomt u corrosie.
  • Was de wielen niet met automatische borstels op hoge snelheid.

Onderhoud binnenkant

Algemene voorzorgsmaatregelen binnenkant

Vermijd het contact van bijtende oplossingen zoals parfum en cosmetische producten met het dashboard. Ze kunnen immers beschadigingen en verkleuring veroorzaken. Komen dergelijke producten toch in contact met het dashboard, verwijder deze dan onmiddellijk. Hoe u de vinylbekleding reinigt leest u hieronder.

Reiniging van de bekleding en binnenafwerking Vinyl

Stof en los vuil kunt u met een plumeau of stofzuiger van het vinyl verwijderen. Reinig het vinyloppervlak met een speciale vinylreiniger.

Onderhoud

Textiel

Stof en los vuil kunt u met een plumeau of stofzuiger verwijderen. Reinig de bekleding met een milde zeepoplossing die aanbevolen wordt voor de reiniging van bekledingstextiel of tapijten. Verwijder nieuwe vlekken onmiddellijk met een vlekkenmiddel voor textiel. Verwijdert u nieuwe vlekken niet onmiddellijk dan zullen ze er later misschien niet meer uitkomen en kan er verkleuring van de bekleding optreden. Als het materiaal niet goed onderhouden wordt, kan het zijn brandwerende eigenschappen ook verliezen.

KIA Carnival II - Textiel - 1

VOORZICHTIG

Bij gebruik van andere middelen en methods dan die welke hier aanbevolen worden, kan de stof verkleuren en zijn brandwerende eigenschappen verliezen.

Reiniging van de driepuntsgordel

Reinig de gordel met een milde zeepoplossing die aanbevolen wordt voor bekledingstextiel en tapijten. Volg de instructies van de fabrikant. Behandel de gordel niet met bleekmiddel of verf. Anders zou hij zijn stevigheid kunnen verliezen.

Reiniging ruiten aan de binnenkant

Zijn de ruiten aan de binnenkant beslagen (ligt er een vette film op), reinig ze dan met glasreiniger. Volg de instructies op het etiket van het product.

KIA Carnival II - Reiniging ruiten aan de binnenkant - 1

OPMERKING

Schraap of kras niet op het binnenoppervlak van de achterruit. Anders zou u de geleiders van de achterruitverwarming kunnen beschadigen.

Specifications

De hieronder opgesomde specificaties zijn enkel algemene waarden ter informatie. Raadpleeg een erkend Kia-dealer voor meer precieze en de meest recente informatie.

AIRCONDITIONING

Koelmiddel conform SAE J639R134A
Maximumvulling1000 g (35 oz)

AFMETINGEN

Onderdeelmm
Totale lengte4925
Totale breedte1 900
Totale hoogte1735
Spoorbreedte voor1 625
Spoorbreedte achter1 600
Wielbasis2 905

GEWICHT
eenheid : kg

OnderdeelDieselBenzine
M/TA/TM/TA/T
Rijklaar gewicht2003~20902013~21001888~19751903~1990
GVWR2665266525552555
GAWRVoor1296~13471298~13501162~12141167~1219
Achter1318~13691315~13671341~13931336~1388

GVWR : Gross Vehicle Weight Rating (brutogewicht voertuig)
GAWR : Gross Axle Weight Rating (bruto-asgewicht)

MOTOR

OnderdeelBenzineDiesel
Boring x slag80 mm × 82.8 mm97.1 mm × 98 mm
Cilinderinhoud2,497 cc2,902 cc
Compressieverhouding10.4:119.3:1

ELEKTRISCH SYSTEEM

OnderdeelBenzineDiesel
Accu12V, 70AH12V, 100AH
Dynamo12V/110A12V/110A
Starter12V - 1.2 Kw12V - 2.2 Kw
BougieBougieelektode1.0 - 1.1 mm(0.039 - 0.043 tm)Niet beschikbaar
SpecificatiePFR6N - 11

CAPACITEIT

OnderdeelVolume (I)Classificatie
Motorolie(met filter)GSL5.8API SERVICE SG of SH SAE 7.5W-30 SAE 10W-30
DSL7.1API SERVICE CF-4 of CG-4 SAE 10W-30
OverbrengingM/T2.3API SERVICE GL-4 SAE 75W-90
A/TGSL8.5Diamond ATF SP-III,SK ATF SP-III
DSL7.55DEXRON II
Koelmiddelmet verwarming9.4NALL-K5
zonder verwarming8.8
Rem-/ koppelingsvloeistot0.3SAE J1703, FMVSS116 DOT-3 of DOT-4
Brandstoftank75-

GSL : Benzinemotor
DSL : Dieselmotor
M/T : Handgeschakelde versnellingsbak
A/T : Automatische versnellingsbak

Specifications

BANDEN

BandenmaatBandenspanning
Banden
215/65 R156JJX15 2.5 Kg/cm^2 (36 psi, 250 kPa)

OVERBRENGINGSVERHOUDINGEN

Motor VersnellingBenzineDiesel
M/TA/TM/TA/T
1 ste3.7533.8423.7533.606
2 ste1.9501.4951.9502.060
3 ste1.3001.0001.3001.366
4 ste0.9410.7310.9410.982
5 ste0.750-0.750-
Achteruit3.1672.7203.1673.949
F.G.R4.3134.0183.8822.556

LAMPJES

LampjeWattage
Koplampen55/55
Richtingaanwijzers vóór21
Parkeerlichten5
Richtingaanwijzers opzij5
Vooruitrijlichten (indien aanwezig)27
Richtingaanwijzers achter21
Rem- en achterlichten21/5
Achteruitrijlichten21
Mistachterlichten (indien aanwezig)21
Kentekenplaatverlichting5
Interieurverlichting10
Verlichting bagageruimte (indien aanwezig)10
Hoog stoplicht (indien aanwezig)21
Instapverlichting (indien aanwezig)5

Index

Accu 7-35

Achterbank 3-25

Afsluiting van de vulopening 3-62

Afstandsbediening portieren....3-8

Airbag 3-49

Als u een lekke band hebt 6-14

Automatische versnellingsbak....7-24

Banden en wielen....7-38

Bekerhouder 3-72

Benodigde brandstof....5-2

Bergruimte in de console....3-74

Beveiliging van de elektrische circuits....6-7

Bijzondere rijomstandigheden....5-8

Binnenverlichting 3-70

Brandstofffilter (Diesel)....7-29

Contactslot 4-3

Handgeschakelde versnellingsbak....4-9

Handgeschakelde versnellingsbak....7-22

Hoe gebruikt u deze handleiding ....1-2

Inrijden van het voertung....1-3

Instrumentenpaneel....4-28

Interieur 4-53

Klimaatregeling 4-58

Knipperlichten 4-53

Lichten 4-40

Luchtfilter 7-31

Index

Meters 4-31

Mistlampen voor....4-50

Mistlicht voor 4-51

Motorkap 3-60

Motorkoelsysteem 7-16

Motorolie en oliefilter 7-14

Motorruimte....7-12

Noodstart....6-4

Onderhoud binnenkant 7-63

Onderhoud buitenkant 7-60

Onderhoud door de eigenaar 7-9

Onderhoudsschema....7-5

Onderhoudswerken 7-3

Ontdooiing en ontwaseming van de voorruit....4-66

Ontgrendelknop 4-12

Opbergvak voor zonnebril....3-80

Overlading 5-21

Oververhitting6-2

Overzicht binnenkant en buitenkant....2-2

Overzicht dashboard....2-3

Portiersloten 3-4

Ramen 3-11

Remmen en koppeling....7-20

Remsysteem....4-19

Roof rack 3-80

Ruitenwissers en ruitenproeiers ....4-45

Ruitverwarming....4-51

Slepen....6-11

Sleutels 3-3

Smeermiddelen en vloeistoffen 7-27

Specificaties smeermiddelen 7-56

Stuurbekrachtiging 4-27

Stuurbekrachtiging 7-21

Stuurwiel....3-65

Tips voor zuinig rijden 5-6

Trekken van een aanhangwagen....5-13

Uitlaatsysteem....5-3

Veiligheidsriemen 3-34

Vervanging lampjes 7-46

Voor u wegrijdt....5-5

Voorstoel....3-15

Waarschuwing van andere weggebruikers ......6-2

Waarschuwingstekens en indicatoren......4-34

Wisserbladen 7-32

Zijramen achter....3-14

Zonnedak 3-76

AFLO-HO24A

(네덜란드어/유럽)

KIA KIA MOTORS

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KIA

Model : Carnival II

Categorie : Automobiel