SR 50 (2004) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SR 50 (2004) APRILIA in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk | Aprilia |
| Model | SR 50 (2004) |
| Categorie | Scooter |
| Motor | 49,7 cc tweecilinder, tweetakt, luchtgekoeld |
| Vermogen | ca. 4,5 pk (3,3 kW) |
| Transmissie | CVT automatische variomatische |
| Startsysteem | Elektrisch en kickstart |
| Brandstof | Benzine-olie mengsel 50:1 (2% olie) |
| Inhoud brandstoftank | 7 liter |
| Vóórrem | Schijfrem, enkelzuiger remklauw |
| Achterrem | Trommelrem |
| Banden voor | 120/70-12 |
| Banden achter | 130/70-12 |
| Gewicht (droog) | ca. 90 kg |
| Lengte | 1800 mm |
| Breedte | 700 mm |
| Zithoogte | 780 mm |
| Wielmaat | 12 inch |
| Koeling | Lucht |
| Onderhoudsinterval | Elke 3000 km of jaarlijks |
| Veiligheid | Helmmand, handrem, kentekenplicht |
| Uitrusting | Digitaal dashboard, koplamp, richtingaanwijzers |
Veelgestelde vragen - SR 50 (2004) APRILIA
Gebruikersvragen over SR 50 (2004) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SR 50 (2004) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SR 50 (2004) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING SR 50 (2004) APRILIA
Eerste uitgave: oktober 2004
Opgesteld en gedrukt door: VALLEY FORGE DECA Ravenna, Modena, Torino
DECA S.r.l.
Hoofd- en Administratiekantoor
Via Vincenzo Giardini, 11
48022 Lugo (RA) - Italië -
Tel. 0545-216611
Fax 0545-216610
www.vftis.com
deca@vftis.spx.com
in opdracht van
Piaggio & C. S.p.A.
via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) - Italië
Tel. +39 - (0)41 58 29 111
Fax +39 - (0)41 44 10 54
www.aprilia.com
De hierna opgesomde waarschuwingen worden in de hele handleiding gebruikt:
Dit symbool wijst op gevaar voor uw veiligheid. Dit symbool, dat op het voertuig of in de handleiding staat, wijst op gevaarlijke situaties die verwondingen kunnen veroorzaken. Niet-naleving van de aanwijzingen die worden gegeven in de boodschappen voorafgegaan door dit symbool kan resulteren in ernstige risico's voor de veiligheid van uzelf, anderen en voor het voertuig!
⚠ WAARSCHUWING
Dit symbool wijst op zeer gevaarlijke situaties met mogelijke ernstige verwondingen of de dood als gevolg.
OPGELET
Geeft een potentieel gevaar aan dat kan leiden tot licht persoonlijk letsel of schade aan de motorfiets.
BELANGRIJK Het woord "BELANGRIJK" staat in deze handleiding bij belangrijke informatie of instructies.
De handelingen waarbij dit symbool staat, dienen ook aan de andere kant van het voertuig te worden herhaald. Indien niet expliciet vermeld, dienen de demontagehandelingen in de omgekeerde volgorde te worden uitgevoerd om het geheel opnieuw te monteren.
De woorden "rechts" en "links" gaan altijd uit van de bestuurder die in een normale rijhouding op het voertuig zit.
WAARSCHUWINGEN- VOORZORGSMAATREGELEN- ALGEMENE RICHTLIJNEN
Voordat u het voertuig aanzet, dient u deze handleiding aandachtig te lezen, en in het bijzonder het hoofdstuk over "VEILIG RIJDEN".
Uw eigen veiligheid en die van de anderen hangt niet alleen af van uw snelle reflexen of behendigheid, maar ook van uw kennis van het voertuig, het onderhoud en uw kennis van de basisvoorschriften voor VEILIG RIJDEN. Wij raden u dus aan vertrouwd te raken met het voertuig zodat u zich veilig en zeker in het verkeer kunt begeven.
BELANGRIJK De onderhavige gebruiksaanwijzingen (handleiding) maken integraal deel uit van het voertuig en dienen het voertuig altijd te vergezellen, ook als het aan derden wordt overgedragen.
aprilia heeft bij het opstellen van deze handleiding er zo veel mogelijk naar gestreefd correcte en actuele informatie te verstrekken.
Daar aprilia echter voortdurend het ontwerp van zijn producten verbetert, kunnen de kenmerken van uw voertuig afwijken van de in deze handleiding beschreven kenmerken. Aarzel niet om, indien u vragen heeft met betrekking tot de informatie in deze handleiding, contact op te nemen met uw officieel aprilia-dealer.
Neem uitsluitend contact op met aprilia-dealers of erkende servicecentra voor controles en reparaties die niet in deze handleiding zijn beschreven of voor originele aprilia-onderdelen, accessoires en andere producten of specifieke raadgevingen. Alleen onze aprilia-dealers en erkende centra staan garant voor een snelle en accurate service.
Wij feliciteren u met uw keus voor aprilia en wensen u veel rijgenot.
De rechten om de onderhavige documentatie elektronisch op te slaan, te verveelvoudigen en geheel of gedeeltelijk aan te passen, zijn voorbehouden voor alle landen.
BELANGRIJK In sommige landen heersen milieuvoorschriften, voorschriften met betrekking tot het geproduceerde geluid en verplichte regelmatige controles.
De gebruiker die het voertuig in een van deze landen gebruikt, dient:
- zich tot een Officiële aprilia dealer te wenden, om de betreffende componenten te laten vervangen door nieuwe die voor het land van gebruik zijn goedgekeurd;
- de verplichte controles te laten uitvoeren.
BELANGRIJK Bij de aankoop van het voertuig noteert u de nummers die op het PLAATJE MET DE ONDERDELENNUMMERS staan. Het etiket is op de linker buis van het frame aangebracht.
| I | UK | A | P | SF | B | D | F | E | GR |
| NL | CH | DK | J | SGP | SLO | IL | ROK | MAL | RCH |
| HR | AUS | USA | BR | RSA | NZ | CDN |
Dit zijn de gegevens die op het plaatje staan:
- YEAR = productiejaar (Y,1,2,...);
- I.M. = modificatiecode (A, B, C, ...);
- LANDENLETTERS = officieel erkend land (I,UK,A,...).
en dienen aan de Officiële aprilia dealer te worden vermeld als referentie voor de aankoop van reserveonderdelen of specifieke accessoires van het model dat u bezit.
In deze handleiding worden de verschillende uitvoeringen met de volgende symbolen aangeduid:
OPT optioneel
IE 361 motor met elektronische injectie Purejet
IE 50 motor met elektronische injectie Ditech
C 364 carburateur
VERSIE VOOR:
I Italië Singapore SGP
UK Verenigd SLO Slovenië Koninkrijk
A Oostenrijk Israël
P Portugal Zuid-Ko ROK
SF Finland Maleisië MAL
B België Cili RCH
D Duitsland Kroatië HR
F Frankrijk Australi AUS
E Spanje Vereni USAe
Staten
GR Griekenland Braz BR
NL Nederland Repul RSAk van Zuid-Afrika
CH Zwitserland Nieu NZ eeland
DK Denemarken Can CDN
J Japan
ALGEMENE INHOUD
VERWIJDEREN VAN DE UITLAATDEMPER E50
VERWIJDEREN VAN DE
IE 361 84
HET STATIONAIRE TOERENTAL.... 50
RICHTINGAANWIJZERS VOOR 56
VERVANGING VAN DE LAMP VAN DE
RICHTINGAANWIJZERS ACHTER 57
Om met dit voertuig te rijden, dient te zijn voldaan aan alle wettelijke voorschriften (rijbewijs, minimumleeftijd, fysieke en psychische geschiktheid, verzekering, wegenbelasting, inschrijving in het rijksregister, nummerplaat enz.)
Wij raden aan eerst vertrouwd te raken met het voertuig op wegen met weinig verkeer en/of op een privé-terrein.
Bepaalde geneesmiddelen, alcohol en drugs verhogen het risico voor ongevallen.
Zorg ervoor dat u in goede fysieke conditie bent om te rijden en vermijd te rijden als u erg moe of slaperig bent.

De meeste ongevallen zijn te wijten aan onervarenheid van de bestuurder.
Leen uw voertuig NOOIT uit aan beginners en controleer in elk geval ALTIJD of de bestuurder voldoet aan alle wettelijke voorschriften.
Respecteer stipt alle nationale en plaatselijke verkeersregels en verkeersborden.
Vermijd plotselinge manoeuvres die gevaar opleveren voor uzelf en voor anderen (bijvoorbeeld: steigeren, te hard rijden enz.), en houd altijd rekening met de toestand van het wegdek, het zicht, enz.

Rijd niet tegen voorwerpen die het voertuig kunnen beschadigen of waardoor u de controle over het voertuig kunt verliezen.
Blijf niet achter andere voertuigen "hangen" om uw eigen snelheid op te drijven.
⚠ WAARSCHUWING
Houd altijd beide handen aan het stuur en de voeten op de voetenplank (of de voetsteunen) en neem een correcte rijhouding aan.
Ga absoluut niet rechtop te gaan staan tijdens het rijden, en draai u ook niet om.

De berijder mag niet verstrooid zijn, afgeleid worden, of beïnvloed worden door personen, voorwerpen of handelingen (niet roken, eten, drinken, lezen enz.) tijdens het rijden.
Gebruik de voorgeschreven koelvloeistof en olie, zoals beschreven in de "SMEERMIDDELENTABEL"; controleer steeds of de niveaus van de olie en de koelvloeistof de voorgeschreven niveaus hebben.
Als uw voertuig bij een ongeval betrokken is geweest, er is tegen gestoten of het is gevallen, dient u te controleren of de hendels, pedalen, de slangen, de kabels, de remleiding en de vitale delen van het voertuig niet beschadigd zijn.

Laat dit eventueel controleren door een Officiële aprilia dealer waarbij vooral aandacht wordt besteed aan het frame, het stuur, de ophangingen, de veiligheidssystemen en alle andere mechanismen die u niet zelf kunt controleren.
Signaleer alle onregelmatigheden aan de technici en mechanici, zodat deze het voertuig nauwgezetter kunnen controleren.
Rijd in geen geval met het voertuig als het zodanig is beschadigd dat het niet meer veilig is.
Verander nooit de plaats, de stand of de kleur van: de kentekenplaat, de richtingaanwijzers, de lampen en de claxon.
Elke wijziging die aan het voertuig wordt aangebracht, maakt de garantie ongeldig.

Bovendien brengen wijzigingen of het verwijderen van originele componenten, de prestaties van het voertuig in gevaar, waardoor het ook minder veilig en zelfs onwettig kan worden.
Wij raden aan altijd alle wettelijke voorschriften en nationale en/of plaatselijke regelingen inzake de uitrusting van het voertuig na te leven.
Met name dienen technische modificaties te worden vermeden die de prestaties van het voertuig zouden verhogen of in elk geval de originele kenmerken ervan wijzigen.
Ga nooit een wedstrijd aan met andere voertuigen.
Rijd alleen op de daarvoor bestemde wegen en vermijd off-road rijden.

Zet altijd uw valhelm op en maak deze goed vast voordat u begint te rijden. De valhelm dient goedgekeurd te zijn, niet beschadigd, de juiste maat te hebben en een schone klep te hebben.
Draag beschermende kleding, zo mogelijk in lichte of reflecterende kleuren. Zo bent u immers goed zichtbaar voor de andere weggebruikers en loopt u minder kans te worden aangereden. Bovendien doet u zich minder pijn als u valt.
Draag nauwsluitende kleding met nauwe polsen en enkelsluitingen; touwtjes, ceinturen en dassen mogen niet loshangen; zorg ervoor dat deze of andere voorwerpen u niet kunnen hinderen tijdens het rijden en verstrikt kunnen raken in bewegende delen of stuurdelen.

Laat geen voorwerpen in uw zakken zitten die gevaarlijk kunnen zijn als u valt, zoals bijvoorbeeld: sleutels, pennen, glazen flesjes, enz. (dezelfde aanbevelingen gelden ook voor de eventuele passagier).

De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor de keuze, het installeren en gebruiken van accessoires.
Wij raden aan ervoor op te letten tijdens het monteren dat accessoires nooit de claxon of de lichtsignalen bedekken of de bediening ervan beletten; dat ze de beweging van de ophangingen of van het stuur niet belemmeren of beperken en dat ze niet in de weg zitten van bedieningen, noch de afstand tussen het wegdek en het voertuig en de hoek in de bochten verkleinen.
Gebruik geen accessoires waarmee u niet meer bij de bedieningen kunt. In noodgevallen verkort dit uw reactietijd.
Grote aankledingen en windschermen kunnen aërodynamische krachten ontwikkelen die de stabiliteit van het voertuig in gevaar brengen tijdens het rijden, vooral als u snel rijdt.

Controleer of het accessoire stevig aan het voertuig is vastgemaakt en niet gevaarlijk is tijdens het rijden.
Installeer of wijzig geen elektrische apparatuur die het vermogen van het voertuig overschrijden. Het voertuig kan hierdoor plotseling stilvallen of plotseling geen stroom meer hebben voor de licht- en geluidssignalen, wat gevaarlijk is.
aprilia raadt u aan originele accessoires te gebruiken (aprilia genuine accessories).
BELADING
Maak bagage stevig vast en laad het voertuig niet te zwaar. De bagage dient zoveel mogelijk op het zwaartepunt van het voertuig te zitten en moet evenredig verdeeld worden op beide kanten om het voertuig niet uit zijn evenwicht te brengen. Controleer bovendien of de bagage stevig op het voertuig is vastgemaakt, vooral als u lange reizen maakt.

Bevestig absoluut geen grote, zware en/ of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken; dit kan de reactiesnelheid van het voertuig in de bochten verlagen en de controle tijdens het rijden hinderen.
Maak geen te volumineuze bagage vast aan de zijkanten van het voertuig. U loopt het risico hiermee personen of voorwerpen te raken, waardoor u de controle over het voertuig verliest.

Vervoer nooit bagage die niet stevig aan het voertuig is vastgemaakt.
Vervoer geen bagage die ver uit het bagagerek steekt of die lichten en/of claxon bedekt.
Vervoer geen dieren of kinderen op de bergruimte of op het bagagerek.
Overschrijd het maximum toelaatbare gewicht per bagagerek niet.
Een te zwaar geladen voertuig is minder stabiel en handelbaar.
PLAATS V.D. BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

10) Luchtfilter
11) Middelste standaard
12) Linker passagiersvoetsteun
13) Zijstandaard OPT

LEGENDA
1) Motorhelmruimte/
Documentenopbergruimte
2) Contactschakelaar /stuurslot
3) Tassenhaak
4) Remvloeistofreservoir voorrem
9) Rechter passagiersvoetsteun
10) Diefstalpreventiehaak gepantserde Body-Guard aprilia kabe [OPT]
PLAATS VAN DE BEDIENINGEN/INSTRUMENTEN

LEGENDA
1) Remhendel achterrem
2) Elektrische bedieningen op de linker
stuurhelft
3) Linker achteruitkijkspiegeltje
4) Instrumenten, lampjes en wijzers
5) Rechter achteruitkijkspiegeltje
6) Remhendel voorwiel
7) Gashendel
8) Elektrische bedieningen aan de rechterkant van het stuur
9) Contactschakelaar /stuurslot
(○ - ⓧ - ⏻)
INSTRUMENTEN, LAMPJES EN WIJZERS

LEGENDA
1) Toerenteller
2) Brandstofmeter (☐)
3) Meter koelvloeistoftemperatuur ( - )
4) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers (↔) groen
5) Controlelampje groot licht ( 3D) blauw
6) Controlelampje benzinereserve ( ☐) geel
7) Klok
8) Snelheidsmeter
9) Kilometerteller totaal
10) Multifunctionele meter: kilometerteller totaal kilometerteller gedeeltelijk (TRIP)/ accuspanning (☐)
11) Waarschuwingslampje (△) rood

LEGENDA
1) Snelheidsmeter
2) Brandstofmeter (☐)
3) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers ( ⇌ ⇌ ) groen
4) Controlelampje groot licht ( ⊕D ) blauw
5) Controlelampje benzinereserve ( ■) geel
6) Servicebeurt indicator
7) Controlelampje oliemenger (☎.)
8) Digitale klok
9) Meter koelvloeistoftemperatuur (⊥)
10) Multifunctionele meter: kilometerteller totaal (ODO)/kilometerteller gedeeltelijk (TRIP)/ accuspanning (☐)
11) Waarschuwingslampje (△) rood
C 364

DIGITALE MULTIFUNCTIONELE COMPUTER C364
Functies van de multifunctionele meter
Met de Modeknop (2), aan de linkerkant van het stuur, is het mogelijk een aantal functies te kiezen: instellen van de klok, kilometerteller total (ODO), kilometerteller gedeeltelijk (TRIP), meting accuspanning en op nul stellen gedeeltelijke kilometerteller.
Functie kilometerteller totaal (ODO)
Bij het aanzetten van het dashboard wordt op het multifunctionele display (1) de kilometerteller zichtbaar (ODO).
C 364

Functie kilometerteller (TRIP)
Als de kilometerteller (ODO) zichtbaar is, dient er een keer op de Modeknop (2) gedrukt te worden om de (TRIP)-functie zichtbaar te maken. Druk voor het instellen van de opgeslagen gedeeltelijke kilometer een keer voor langer dan drie seconden op de Modeknop (2).
Accuspanning
Als de kilometerteller ODO zichtbaar is, dient er twee keer op de Modeknop (2) gedrukt te worden om de accuspanning zichtbaar te maken.
Omrekenen meeteenheid Km/Mi
Als op de multifunctionele display (1) de accuspanning zichtbaar is, kan de meeteenheid veranderd worden van kilometers (km) in miles (Mi) door langer dan tien seconden de Modeknop (2) ingedrukt te houden. Terwijl de knop wordt ingedrukt, gaat de meeteenheid in gebruik
knipperen. Als de knop voordat de tien seconden om zijn losgelaten wordt, vindt de omrekening niet plaats.
Instellen klok
BELANGRIJK
Vanwege
veiligheidsreden kan deze handeling alleen uitgevoerd worden als het voertuig stilstaat.
Druk de Modeknop (2) langer dan drie seconden in.
De twee scheidingspuntjes tussen de uren en de minuten begint te knipperen.
Stel het juiste uur in door op de Modeknop (2) te drukken.
Druk opnieuw langer dan drie seconden op de Modeknop (2) om verder te gaan met het instellen van de minuten.. De minuten kunnen worden ingesteld door op de Modeknop (2) te drukken.
Door de Modeknop (2) langer dan drie seconden ingedrukt te houden kunnen de uren opnieuw ingesteld worden.
Als er langer dan drie seconden op geen enkele knop gedrukt wordt, verdwijnt de functie voor het instellen van de klok automatisch van het display.

DIGITALE MULTIFUNCTIONELE COMPUTER IE 50 I 61
Gebruik van de joystick MODE (2)
Met de Modejoystick (2), aan de rechterkant van het stuur is het mogelijk met de Modejoystick verschillende functies te selecteren. Door de Modejoystick (2) naar rechts of links (UP/DOWN) te bewegen scroll je door de functies heen en door er snel op de drukken, kies je die functie en door lang te drukken bevestig je de gegevens.
Functies van de multifunctionele meter
Door de UP/DOWN-joystick (2) te gebruiken worden de verschillende functies de een na de ander getoond.
TRIP 1→ TRIP 2→ ACCUSPANNING→ CHRONOMETER→ MENU

Functions TRIP1 - TRIP2
In de twee vensters staan de twee waarden uit het geheugen voor: gedeeltelijke kilometerteller, gemiddelde snelheid, maximum snelheid. De waarden kunnen worden ingesteld door langere tijd de Modejoystick (2) in te drukken.
Functie accuspanning
Dan komt de accuspanning in het venster te staan.
Functie chronometer
Door snel de Modejoystick (2) in te drukken, begint de chronometer de tijd te registreren.
Als de Modejoystick (2) binnen tien seconden nadat de chronometer is gaan lopen wordt ingedrukt dan wordt de lopende tijdmeting geannuleerd en wordt er een nieuwe tijdmeting gestart.
Als de Modejoystick (2) na tien seconden nadat de chronometer is gaan lopen wordt ingedrukt dan wordt de tijdmeting
onderbroken en opgeslagen, en wordt er een nieuwe tijdmeting gestart.
De serie tijdmetingen wordt onderbroken door langere tijd de Modejoystick (2) in te drukken.
Het is mogelijk een serie van 16 opeenvolgende tijden op te slaan die op te vragen zijn in het scherm CHRONOMETER van het menu (zie "Menufunctie")
Menufunctie
Door de Modejoystick (2) langere tijd in te drukken, wordt de menufunctie gestart. Door daarna de Modejoystick (2) in te drukken, kom je in de submenu's: INSTELLINGEN en CHRONOMETER.
INSTELLINGEN - Door dan de Modejoystick (2) in te drukken kom je in de submenu's: "Instellen uur", "Code wijzigen" en "Taalkeuze".
- Instellen tijd: (vanuit het menu INSTELLINGEN) door kort de Modejoystick (2) in te drukken kom je in de instelfunctie. Via de UP/DOWN-joystick (2) kan het uur ingesteld worden en deze dient bevestigd te worden met de MODE-JOYSTICK (2). Daarna ga je met de UP/DOWN-joystick (2) naar het instellen van de minuten en deze dient bevestigd te worden met de ,ODE-joystick (2).
- Code wijzigen; (vanuit het menu INSTELLINGEN) door kort de Modejoystick (2) in te drukken, kom je bij de instelfunctie van de vijfcijferige beveiligingscode. Via de UP/DOWNjoystick (2) kan het eerste cijfer ingesteld worden en deze dient bevestigd te worden met de MODE-JOYSTICK (2). Selecteer daarna het volgende cijfer.
BELANGRIJK Om het voertuig te starten met een sleutel die niet uitgerust is met een transponder of die niet geïntialiseerd is, dient de beveiligingscode ingevoerd te worden.
BELANGRIJK De beveiligingscode die in het geheugen staat van het voertuig is 00000.
BELANGRIJK Iedere keer als het nieuwe voertuig gestart wordt, herinnert een bericht op het dashboard je eraan de beveiligingscode te personaliseren. Het is raadzaam de standaardcode te vervangen door een eigen code, deze op te schrijven en die op een andere plaats te bewaren dan bij de scooter. Vergeet niet deze aan de nieuwe gebruiker door te geven als je het voertuig weer verkoopt.
- Wissen: via dit menu is het mogelijk de met de chronometerfunctie opgeslagen tijden te wissen. Alle tijden kunnen worden gewist door langere tijd de Modejoystick (2) in te drukken.
⚠ WAARSCHUWING
Selecteer de gewenste functie altijd als het voertuig stilstaat.
- Taalkeuze: (vanuit het menu INSTELLINGEN) je komt in deze functie door kort de Modejoystick (2) in te drukken en met de UP/DOWN-joystick (2) kies je de gewenste taal door de Modejoystick (2) langere tijd in te drukken.
CHRONOMETER - in dit menu is het mogelijk de opgeslagen waarden te bekijken en te wissen:
- Bekijken: via dit menu is het mogelijk de met de chronometerfunctie opgeslagen tijden te bekijken. Door kort de Modejoystick (2) in te drukken, verlaat je dit menu.
TABEL VAN DE INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES
BELANGRIJK Als de sleutel op ON staat (○) gaan de eerste drie seconden lampjes branden van de dashboardverlichting en van het digitale display zodat op deze manier een eerste test van de instrumenten wordt uitgevoerd.
| Beschrijving Functie | |
| Controlelampje richtingaanwijzers | Knippert als de richtingaanwijzer naar rechts of naar links aanstaat. |
| Controlelampje oliereserve | OPGELET Verschijnt gelijktijdig bij het gaan branden van het waarschuwingslampje dat aangeeft dat het niveau van de olie laag is; in dit geval dient de oliemenger bijgevuld te worden, zie pag. 25 (OLIEMENGER). |
| Snelheidsmeter Duidt de rijsnelheid aan. | |
| Controlelampje groot licht | Dit gaat branden als het grote licht van het koplamp of de knipperfunctie (PASSING↓) wordt gebruikt. |
| Controlelampje brandstofreserve | Gaat branden zodra er in de brandstoftank circa 1,2 liter brandstof zit.Tank in dit geval zo snel mogelijk; zie pag. 24 (BENZINE) |
| Brandstofmeter | Geeft bij benadering de hoeveelheid brandstof in de tank weer. |
| Digitale klok Geeft de werkelijke tijd aan. | |
| Meter koelvloeistoftemperatuur | Geeft bij benadering de temperatuur van de koelvloeistof in de motor aan.Als het eerste lampje gaat branden, is de temperatuur goed om te gaan rijden.Het temperatuurbereik voor normaal rijden wordt aangeduid door de middelste zone op de schaal.Als de temperatuur te hoog wordt, gaat het waarschuwingslampje branden. Zet in dit geval de motor uit en controleer het niveau van de koelvloeistof, zie pag. 28 (KOELVLOEISTOF).OPGELET Als de maximaal toegestane temperatuur wordt overschreden, kan de motor ernstig beschadigd worden. |
| Waarschuwingslampje | Deze gaat branden als er zich een algemeen probleem voordoet en tegelijkertijd geeft een symbool op het digitale display aan dat aan dat de betreffende waarde te hoog is. Bekijk in dit geval het probleem en handel naar wat je ziet.Als deze gaat branden bij: reserveolie menger, te hoge temperatuur koelvloeistof, signaal temperatuurmeter onderbroken of problemen met het injectiesysteem. E50 61 .Hij gaat enkele seconden branden als de startschakelaar op "○" wordt gezet.OPGELET- Als het lampje normaal uitgaat, kunt u de motor starten. Als het lampje meer dan 10 seconden lang blijft branden, kunt u de motor starten maar verdient het aanbeveling contact op te nemen met een erkende aprilia dealer. Officiële aprilia dealer.- Als het lampje knippert, de motor NIET aanzetten en contact opnemen met een erkende aprilia-dealer. Officiële aprilia dealer.-Als het lampje blijft branden, is er een defect en dient u contact op te nemen met een erkende aprilia dealer. Officiële aprilia dealer |
| Servicebeurt indicator | Verschijnt op u eraan te herinneren dat de volgende onderhoudsbeurt gedaan moet worden.Dit symbool gaat knipperen 300 km voor de kilometerstand waarop de onderhoudsbeurt geprogrammeerd is en blijft branden als deze kilometerstand eenmaal bereikt is. |
| Multifunctionele meter | Toont de aanvullende functies zie pag 14 - 15 (DIGITALE MULTIFUNCTIONELE COMPUTER) |
DE BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE BEDIENINGSELEMENTEN

BELANGRIJK De elektrische onderdelen functioneren alleen met de startschakelaar op "O".
1) PASSING-KNOP ( )↓ IE 50 61 Door op de knop te drukken (PASSING) gaat het groot licht knipperen.
BELANGRIJK Als de knop "↓" wordt losgelaten, stopt het groot licht met knipperen.
1) MODEKNOP C364 Door deze knop in te drukken worden alle schermen op het multifunctionele display zichtbaar.
2) CLAXONKNOP (☐) Als deze wordt ingedrukt, zet u de claxon aan.
3) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS (⇔) Verplaats de schakelaar naar links om aan te geven dat u links gaat afslaan; verplaats de schakelaar naar rechts om te signaleren dat u rechts gaat afslaan. Zet de schakelaar in het midden om de richtingaanwijzer uit te zetten. 4) LICHTSCHAKELAAR( ID - ID ) Als de lichtschakelaar op "ID", gaat het groot licht aan; op "ID", gaat het dimlicht aan.
BEDIENINGEN OP DE RECHTERKANT VAN HET STUUR
BELANGRIJK De elektrische onderdelen functioneren alleen met de startschakelaar op "○".
5) MODEKNOP IE 50 1961 Door de MODE-joystick (5) naar links en rechts de bewegen of door deze in te drukken wordt de UP/DOWN uitgevoerd en kunnen de schermen van het multifunctionele display gekozen worden.
6) STOPSCHAKELAAR MOTOR
7) STARTKNOP ( ③) Door de knop "⑤" in te drukken, laat de startmotor de motor draaien. Voor de startprocedure leest u pag. 33 (HET VOERTUIG STARTEN)

⚠ WAARSCHUWING
Gebruik deze schakelaar "○ ⚙" nooit om de motor uit te zetten tijdens het rijden.
Deze schakelaar is een veiligheidsschakelaar die in geval van nood wordt gebruikt. Als de schakelaar op "○" staat, kan de motor gestart worden; op positie "⊗", zet u de motor uit.
OPGELET
Als de motor uit staat en de startschakelaar blijft op de stand "○" staan, kan de accu ontladen. Zodra het voertuig stil staat en de motor uit, dient de contactschakelaar op "⊗" te worden gezet.

De contactschakelaar bevindt zich aan de rechterkant, naast de stuurkolom.
BELANGRIJK De sleutel (1) past op de contact-/ stuurslotschakelaar, het slot van de accuruimte/ gereedschapskit en het zadelslot.
Samen met het voertuig worden twee sleutels geleverd (een reservesleutel).
BELANGRIJK Laat de reservesleutel niet op het voertuig zelf zitten.

Zet deze sleutel tijdens het rijden nooit op de stand "â" anders verliest u de controle over het voertuig.
Werking
Om het stuur te vergrendelen:
◆ Het stuur helemaal naar links draaien.
◆ Draai de sleutel (1) op "☒", en druk hem in.
BELANGRIJK Draai tegelijkertijd aan de sleutel en het stuur.
- Draai de sleutel (1) linksom en draai langzaam aan het stuur tot de sleutel (1) de stand bereikt heeft.
◆ Haal de sleutel uit het contact.
| Stand Functie Sleutel uit | het contact halen | |
| Stuurslot | Het stuur is geblokkeerd. U kunt de motor niet starten en de lampen niet aanzetten. | De sleutel kunt u verwijderen. |
| De motor en de lampen kunnen niet worden aangezet. | De sleutel kunt u verwijderen. | |
| De motor kan in werking gezet worden, de richtingaanwijzers, de claxon, olie MIX waarschuwing slampjes, brandstofreserve waarschuwing slampjes, temperatuurwijzer (alleen bij warmemotor) en brandstof wijzer functioneren. | U kunt de sleutel niet uit het contact halen . | |
EXTRA UITRUSTINGEN

Ga als volgt te werk voor het ontgrendelen en optillen van het zadel:
Zet het voertuig op de hoofdstandaard. Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Steek de sleutel in het slot aan de binnenkant van het voorste scherm (1).
♦ Draai de sleutel rechtsom en trek het zadel (2) omhoog.
BELANGRIJK Controleer alvorens het zadel naar beneden te laten en vast te zetten, of u de sleutel niet in de helmruimte / de documentenvakje laat liggen.
- Sluit het zadel door het te laten zakken, er even op te drukken (zonder dit te forceren) en het slot te laten klikken.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer voor het vertrek of het zadel goed vergrendeld is.

Dankzij de helmopbergruimte/ het documentenvakje hoeft u niet telkens wanneer u parkeert uw helm en allerlei kleinere dingen met u mee te nemen. De ruimte bevindt zich onder het zadel. U kunt er als volgt bij komen:
◆ Zet het zadel (2) ophoog, zie hiernaast (HET ZADEL LOSMAKEN/VASTMAKEN).
BELANGRIJK Plaats de helm met de opening naar beneden, zoals in de afbeelding getoond wordt.
⚠ WAARSCHUWING
Overlaad de helmopbergruimte/ het documentenvakje niet. Maximaal toegestaan gewicht: 2,5 kg.

Het voertuig is uitgerust met een documentenvakje onder het voorste gedeelte van het zadel. Druk op het handeltje om de opbergruimte (3) te openen.

De antidiefstalhaak (5) bevindt zich op de rechterzijde van de motorfiets, naast de voetsteun van de rijder.
Om diefstal van het voertuig te voorkomen, is het raadzaam hem vast te maken met de gepantserde aprilia kabel Body-Guard DPT (4), die kan worden besteld bij uw officiële aprilia-dealer.
⚠ WAARSCHUWING
Gebruik de haak niet om de motorfiets op te tillen en evenmin voor enig ander doel dan voor het vastmaken van de motorfiets wanneer u hem ergens parkeert.

Dit kastje bevindt zich op het onderste deel van de motorfiets, tussen de voetsteunen.
U kunt er als volgt bij komen:
♦ Steek de sleutel (6) in het slot (3).
◆ Draai de sleutel (6) naar rechts, trek eraan en zet de klep omhoog. (7).
De gereedschapskit (8) bestaat uit:
- 1 gereedschapstasje;
- C364 bugiesleutel van 21 mm;
- IIEougiesleutel van 16 mm;
- C354ouder voor dopsleutel;
- 1 dubbele kruiskopschroevendraaier type PH nummer 2;
- 1 handvat voor schroevendraaier;
- 1 inbussleutel van 4 mm.
- IEnbussleutel van 13 mm.

Hang geen tassen of pakjes aan de haak die teveel ruimte innemen, omdat dit de bestuurbaarheid van de motorfiets of de bewegingsvrijheid van uw voeten ernstig kan belemmeren.
De tassenhaak (1) bevindt zich vooraan op de binnenkant van het scherm.
Maximaal toegestaan gewicht: 1,5 kg

⚠ OPGELET De weerspiegeling van de zon kan het dashboard beschadigen. Het is raadzaam het voertuig met de zon tegen de zon in te parkeren.
ACCESSOIRES OPT
De volgende accessoires zijn beschikbaar:
- doorzichtig voorscherm groot (1);
- bagagerek (2)
- zijstandaard (3)
- extra koffer New Concept.
BELANGRIJKSTE COMPONENTEN
BENZINE
⚠ WAARSCHUWING
De brandstof die wordt gebruikt voor verbrandingsmotoren is bijzonder ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden zelfs explosief zijn.
Benzine tanken en het voertuig onderhouden, doet u liefst in een goed geventileerde ruimte terwijl de motor uit staat.
Rook niet tijdens het tanken of als er benzinedampen in de buurt zijn en vermijd absoluut elk contact met open vuur, vonken en andere bronnen die de benzine kunnen laten ontbranden of doen exploderen.
Zorg er ook voor dat er geen benzine uit de vulpijp lekt, omdat de benzine vlam kan vatten als deze in aanraking komt met hete motoroppervlakken.
Voor het geval per ongeluk benzine buiten de tank terechtkomt, dient u te controleren of de plek waar de benzine is terechtgekomen geheel droog is voordat u weer gaat rijden. De brandstof zet uit onder invloed van warmte en de stralen van de zon. Vul de tank daarom nooit tot de rand.

Draai de dop goed dicht na het tanken. Zorg ervoor dat er geen benzine op uw huid komt, adem geen benzinedampen in, slik geen benzine in en gebruik geen slang bij het overgieten van benzine van het ene in het andere vat.
LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
HOUD REMVLOEISTOF VER UIT DE BUURT VAN KINDEREN.
Gebruik uitsluitend loodvrije benzine, in overeenstemming met de norm DIN 51 607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
Bijtanken gebeurt als volgt:
◆ Til het zadel op, pag. 21 (HET ZADEL LOSMAKEN/VASTMAKEN).

◆ De vuldop (1) losdraaien en verwijderen.
INHOUD BRANDSTOFTANK
(inclusief reservebrandstof): 7,0 ℓ
TANKRESERVE: 1,2 ℓ
Voeg geen additieven of andere substanties toe aan de brandstof.
Als u een trechter of iets dergelijks gebruikt, dient deze perfect schoon te zijn.
Zorg ervoor dat u de dop goed vastdraait.
SMEERMIDDELEN
⚠ WAARSCHUWING
Olie kan de huid ernstig verwonden als u er langdurig of dagelijks mee in aanraking komt.
Wij raden aan uw handen zorgvuldig te wassen als u met olie heeft gewerkt.
Voor onderhoudswerkzaamheden raden wij aan rubberhandschoenen te dragen.
HOUD REMVLOEISTOF VER UIT DE BUURT VAN KINDEREN.
VERVUIL HET MILIEU NIET MET DE OLIE
OPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Mors geen olie!
Mors geen olie op onderdelen en houd het gedeelte waaraan u werkt en de ruimte eromheen schoon.
Verwijder zorgvuldig elk oliespoor.
In geval van olielekken of storingen in het smeersysteem, dient u een Officiële aprilia dealer te raadplegen.
TRANSMISSIEOLIE
Laat het peil van de versnellingsbakolie om de 4000 km (2500 mijl) of om de 12 maanden controleren.
De versnellingsbakolie moet worden ververst na de eerste 500 km (312 mijl) en daarna telkens of om de 12000 km (7500 mijl) of om de 2 jaar.
Raadpleeg voor de controle en het vervangen een Officiële aprilia dealer.
OLIEMENGER
Vul het oliereservoir elke 500 km (312 mijl) c364 000 km (1240 mijl) bij. IE
Er zit een afzonderlijke oliereservoir op het voertuig om de benzine met olie te mengen om de motor te smeren, zie pag. 65 (SMEERMIDDELENTABEL)
IE 50 Het voertuig is voorzien van een boordcomputer die een elektronische pomp beheert voor de correcte toevoer van motorsmeerolie zie pag. 65 (SMEERMIDDELENTABEL)
Als de reserve aangesproken wordt, gaat het algemene waarschuwingslampje branden (den wordt het symbool reserve oliemenger "") op het dashboard zichtbaar, zie pag. 13 (INSTRUMENTEN, LAMPJES EN WIJZERS).

Rijden met een voertuig zonder olie brengt ernstige schade toe aan de motor. Als het oliereservoir leeg raakt of de slang voor de olie eraf wordt gehaald, dient men contact op te nemen met een Officiële aprilia dealer om de slang te ontluchten. Het ontluchten is noodzakelijk, want als de motor met lucht in de olieleiding draait, kan de motor zelf zwaar beschadigd worden.
Om het oliereservoir met olie te vullen:
◆ Verwijder het bovenste gedeelte van de kap voor, zie pag. 48 (DE KAP VOOR DEMONTEREN)
◆ Haal de dop weg (1) weg.
TANKCAPACITEIT: 1,2 ℓ
TANKRESERVE: 0,2

Voeg geen additieven of andere stoffen toe aan de olie.
Als u een trechter of iets dergelijks gebruikt, dient deze perfect schoon te zijn.
♦ Doe er olie in.
♦ Schroef de dop weer vast (1).
! OPGELET
Zorg dat de dop goed vastzit.

Plotselinge weerstand of verschillen in speling op de remhandel kunnen te wijten zijn aan onregelmatigheden in het hydraulische systeem. Wend u tot een Officiële aprilia dealer
als u twijfelt aan de goede werking van de reminrichting en als u de standaardcontroles niet zelf kunt uitvoeren. Besteed in het bijzonder aandacht aan de remschijf en het frictiemateriaal: er mag geen vet of olie op zitten, ook niet nadat u het voertuig hebt onderhouden of gecontroleerd.
Controleer of de remleiding niet gedraaid of versleten is.
HOUD REMVLOEISTOF VER BUITEN BEREIK VAN KINDEREN.
DE VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU LOZEN.
SCHIJFREMMEN
⚠ WAARSCHUWING
De remmen zijn de belangrijkste onderdelen voor uw veiligheid, dus moeten zij te allen tijde in perfecte staat verkeren; controleer ze voor elke rit.
Een vuile schijf verontreinigt de remblokjes, hetgeen zal leiden tot een verminderde remkracht. Vuile remblokken dienen te worden vervangen, maar een vuile schijf kan worden gereinigd met een hoogwaardig ontvettingsmiddel.
Remvloeistof dient om de twee jaar te worden ververst door een Officiële aprilia dealer.
Raadpleeg een Officiële aprilia dealerals u twijfelt aan de goede werking van de reminrichting en als u de standaardcontroles niet zelf kunt uitvoeren.
BELANGRIJK Dit voertuig is uitgerust met schijfremmen voor- en achteraan, met afzonderlijke hydraulische remleidingen. De volgende inlichtingen betreffen slechts één remvloeistofleiding, maar zijn geldig voor beide.
Wanneer de remblokjes afslijten, neemt het remvloeistofpeil in het reservoir af om de slijtage automatisch te compenseren.

De remvloeistofreservoirs bevinden zich op het stuur, vlakbij de remhandels.
Controleer regelmatig het peil van de remvloeistof in de reservoirs, zie bij (CONTROLLEREN), en de slijtage van de remblokjes, zie pag. 47 (DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKKEN CONTROLLEREN).
⚠ WAARSCHUWING
Rijd niet met het voertuig als u lekkage in de reminrichting ontdekt.
CONTROLEREN
Controleer het remvloeistofpeil als volgt: MIN = minimumniveau.
◆ Zet het voertuig op de hoofdstandaard. Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN).
- Draai het stuur zo dat de vloeistof in het remvloeistofreservoir (1) evenwijdig staat met de MIN-markering op het peilglas (2).
◆ Controleer of de vloeistof in het reservoir(1) boven het MIN-streepje op het glas(2) staat.
⚠ WAARSCHUWING
Gebruik het voertuig niet als de vloeistof niet minstens tot aan het MIN-streepje staat.
OPGELET
Het niveau van de vloeistof vermindert naarmate de remblokken slijten.
Als de vloeistof niet minstens tot het MIN-streepje reikt:
◆ Controleer de slijtage van de remblokken, zie pag. 47 (DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKKEN CONTROLEREN).
Als de remblokjes en/ of de schijf niet hoeven worden vervangen:
◆ Wend u voor het bijvullen tot een Officiële aprilia dealer.
! OPGELET
Controleer het remeffect. Als de remhandel te soepel is of als er lekkage is in de reminrichting, dient u een Officiële aprilia dealer te raadplegen, omdat de reminrichting waarschijnlijk moet worden ontlucht.
KOELVLOEISTOF
OPGELET
Gebruik de motorfiets niet als het koelvloeistofpeil onder het voorgeschreven "MIN" ligt.
Controleer het koelvloeistofpeil om de 2000 km (1250 mijl) en na lange ritten; laat de koelvloeistof om de 2 Officiële aprilia dealerjaar verversen door een aprilia-dealer.
⚠ WAARSCHUWING
De koelvloeistof is giftig: niet inslikken; als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.
Als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, overvloedig spoelen met water en een arts raadplegen. Als de koelvloeistof wordt ingeslikt, het braken opwekken, mond en keel overvloedig spoelen met water en onmiddellijk een arts raadplegen.
LOOS VLOEISTOF NIET IN DE NATUUR. HOUD REMVLOEISTOF BUITEN BEREIK VAN KINDEREN.
Let op dat u geen koelvloeistof morst op de hete onderdelen van de motor: de vloeistof kan vlam vatten en onzichtbare vlammen veroorzaken. Voor onderhoudswerkzaamheden raden wij aan rubberen handschoenen te dragen. Wend u voor het vervangen tot een Officiële aprilia dealer.

De koelvloeistof is samengesteld uit 50% water en 50% antivries.
Dit mengsel is ideaal voor de meeste motortemperaturen en garandeert een goede bescherming tegen roest.
Het is handig hetzelfde mengsel ook in de zomer te gebruiken, aangezien niet nodig is zeer regelmatig bij te vullen omdat het niet verdampt.
Op deze manier neemt de aanwezigheid van minerale zoutresten in de radiator veroorzaakt door verdampt water af en is de goede werking van het koelsysteem verzekerd.

Als de buitentemperatuur minder dan 0°C bedraagt, moet u het koelcircuit regelmatig controleren en zo nodig de concentratie van de antivries verhogen (tot maximum 60%).
Gebruik voor de koeloplossing gedistilleerd water, om schade aan de motor te voorkomen.
⚠ WAARSCHUWING
Verwijder de radiatordop niet als de motor nog heet is (1), aangezien de koelvloeistof onder druk staat en zeer warm is.
Contact met de huid of met kleding kan ernstige brandwonden en/of schade veroorzaken.

Controleer het koelvloeistofpeil en vul de expansietank bij koude motor.
◆ Zet de motor uit en wacht totdat deze is afgekoeld.
BELANGRIJK Zet de motorfiets op een stevige en vlakke ondergrond.
◆ Verwijder de kap voor, zie pag. 48 (DE KAP VOOR DEMONTEREN).
◆ Controleer of het vloeistofniveau in de expansietank (2) zich tussen de MIN- en MAX-streepjes bevindt.
MIN = minimumniveau.
MAX = maximumniveau.

Indien dit niet het geval is, ga dan als volgt te werk:
♦ Draai de vuldop (1) los zonder hem te verwijderen (halve slag naar links draaien).
◆ Wacht enkele seconden om eventuele restdruk te onlasten.
♦ Schroef de dop (1) los en verwijder hem.
⚠ WAARSCHUWING
De koelvloeistof is giftig: niet inslikken; als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.
Gebruik nooit uw vingers of een ander voorwerp om het koelvloeistofpeil te controleren.
OPGELET
Geen additieven of andere stoffen aan de vloeistof toevoegen.
Als u een trechter of iets dergelijks gebruikt, dient deze perfect schoon te zijn.

Overschrijd bij het bijvullen nooit het "MAX"-streepje. Anders zal de vloeistof uit de tank lopen terwijl de motor draait.
◆ Vul de koelvloeistof bij, zie pag. 65 (SMEERMIDDELENTABEL) totdat het niveau de vloeistof vlak bij het MAX-streepje staat.
♦ Draai de vuldop (1) weer dicht.
OPGELET
Wanneer u vaststelt dat er een overmatig verbruik van koelmiddel is en dat de tank leeg blijft, moet u controleren of er geen lekken in het circuit zijn. Ga voor de reparatie naar een Officiële aprilia dealer.
◆ Plaats de inspectiekap weer terug en bevestig deze weer op de juiste manier.

Dit voertuig is uitgerust met banden zonder binnenbanden (tubeless).
⚠ WAARSCHUWING
Controleer regelmatig de bandenspanning bij omgevingstemperatuur, zie pag. 62 (TECHNISCHE GEGEVENS).
Als de banden warm zijn meet u de spanning verkeerd. Meet de bandenspanning voor en na elke lange reis. Als de spanning te hoog is, worden de oneffenheden van het wegdek niet goed opgevangen en vangt het stuur de schokken op, wat het rijcomfort en de ligging in de bochten aanzienlijk vermindert. Als de bandenspanning daarentegen te laag is, slijten de zijkanten van de banden (1) meer en kan het rubber langs de velg gaan wrijven, of er juist afgaan, waardoor u gemakkelijk de controle over het voertuig verliest.
Bij bruusk remmen kunnen de banden van de velgen schieten. In de bochten kan het voertuig bovendien gaan slippen.
Controleer de bandoppervlakken op slijtage: slechte banden zorgen voor slechte ligging op het wegdek en slechte handelbaarheid van het voertuig.
Op sommige banden die voor dit voertuig zijn goedgekeurd zitten slijtagecontrolesystemen. Er bestaan verschillende systemen om de slijtage van banden te controleren. Raadpleeg de bandenverkoper om te weten hoe u de slijtage van de banden dient te controleren. Controleer op zicht de slijtage van de banden. Laat versleten banden vervangen.
Oude banden kunnen hard worden, ook al zijn ze niet echt versleten. Deze banden liggen niet goed op de weg . Laat in dit geval de banden vervangen.
Laat de oude band vervangen als deze slijtage vertoont of als er een gaatje in het profiel zit dat groter is dan 5 mm.
Nadat u een band hebt laten repareren, dienen de wielen te worden gebalanceerd. Banden dienen te worden vervangen door nieuwe banden van hetzelfde type en model dat wordt aanbevolen door de fabrikant, zie pag. 62 (TECHNISCHE GEGEVENS); als er andere banden gebruikt worden dan is voorgeschreven, beïnvloedt dit de berijdbaarheid van het voertuig negatief.

Monteer geen banden met binnenband op velgen voor tubeless banden en vice versa.
Zorg dat de banden altijd voorzien zijn van hun ventieldoppen (2), om te vermijden dat ze plotseling leeglopen.
Vervanging, reparatie, onderhoud en uitbalanceren zijn zeer belangrijk en moeten worden uitgevoerd door bekwame technici met het juiste gereedschap.
Daarom raden wij aan deze werkzaamheden altijd aan een Officiële aprilia dealerof een gespecialiseerde bandenspecialist over te laten.

Nieuwe banden zijn mogelijk bedekt met een gladde laag: rijd voorzichtig tijdens de eerste kilometers. Smeer de banden niet in met vloeistoffen die daarvoor ongeschikt zijn.
MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL (3)
voor.... 1,5 mm achter.... 1,5 mm
De minimale diepte van het bandenprofiel moet echter niet minder zijn dan wat voorgeschreven in de normen die van kracht zijn in het land waar het voertuig gebruikt wordt.
KATALYTISCHE GELUIDDEMPER
⚠ WAARSCHUWING
Parkeer de motorfiets met katalysator niet in de nabijheid van droge struiken of op plaatsen waar kinderen kunnen komen, aangezien de katalysator tijdens het
gebruik zeer hoge temperaturen bereikt; wees dus uiterst voorzichtig en vermijd elk contact voordat hij geheel is afgekoeld.
Het voertuig met katalysator is voorzien van een geluiddemper met metalen katalysator van het type bivalent met platina-rhodium.
Deze dient voor de oxidatie van de CO (koolmonoxide) en van de HC (onverbrande koolwaterstoffen) die zich in de uitlaatgassen bevinden.
De hoge temperatuur van de uitlaatgassen die wordt veroorzaakt door de katalytische reactie, verbrandt bovendien de oliedeeltjes zodat de demper schoon blijft en weinig rook veroorzaakt.
Voor een juiste en duurzame werking van de katalysator en om mogelijke problemen van vervuiling van de motor en de uitlaat tot een minimum te beperken, moet het langdurig rijden met een constant laag toerental worden vermeden.
Het is dan ook voldoende om met regelmatige tussenpozen het toerental op te voeren, al is het maar voor enkele seconden, als het maar regelmatig gebeurt.
Uit bovenstaande blijkt het belang van het starten van de motor vanuit koude toestand: wacht in dit geval, om een toerental te bereiken dat voldoende hoog is voor het in gang zetten van de katalytische reactie, tot de temperatuur van de motor minstens 50 °C heeft bereikt, dit is.normaal gesproken enkele seconden na het starten van de motor.
OPGELET
Geen loodhoudende benzine gebruiken omdat deze de katalysator vernielt.
UITLAAT / UITLAATDEMPER
⚠ WAARSCHUWING
Het is verboden de uitlaatdemper te wijzigen of eraan te sleutelen.
Wij waarschuwen de eigenaar van het voertuig ervoor dat de wet wat volgt kan verbieden:
- mechanismen of elementen te verwijderen of op een andere manier onbruikbaar te maken, tenzij voor onderhoudswerkzaamheden, reparaties of vervangingen en die gemonteerd zijn op een nieuw voertuig en bedoeld zijn om de geluidsemissie voor de verkoop of levering van het voertuig aan de eindklant of tijdens het gebruik van het voertuig te controleren; - het voertuig te gebruiken nadat het desbetreffende geluidsbeperkende mechanisme of element is verwijderd of onbruikbaar gemaakt.
Controleer de uitlaat en de uitlaatdemper op tekens van roest of gaatjes en controleer of het uitlaatsysteem goed werkt.
Als de uitlaat van het voertuig meer lawaai begint te maken, dient u onmiddellijk een Officiële aprilia dealer te raadplegen.
Controleer het voertuig altijd voordat u vertrekt. Hij moet goed rijden en veilig zijn. Raadpleeg de tabel hiernaast (CONTROLES VOOR HET VERTREK). Doet u dit niet, dan kunt u ernstige persoonlijke verwondingen of zware schade aan het voertuig veroorzaken.
Wend u, voor de aanhaalmomenten van bouten en schroeven die in deze handleiding voor het gebruik en voor het onderhoud niet vermeld zijn, tot een officiële aprilia dealer. Officiële aprilia dealerDoor het bevestigen van een onderdeel met een verkeerd aanhaalmoment zou uw eigen veiligheid en die van anderen in gevaar gebracht kunnen worden.
Aarzel niet om contact op te nemen met een Officiële aprilia dealer als u een bediening niet goed heeft begrepen of als u onregelmatigheden vaststelt of meent vast te stellen.
Een controle kost weinig tijd, maar verhoogt de veiligheid aanzienlijk.
TABEL VAN DE CONTROLES VOORAF
| Onderdeel Controleren Pag. | ||
| Schijfremmen Controleer de werking van de rem, het oliepeil en eventuele olielekken. De slijtage van de remblokken controleren.Zo nodig remolie bijvullen | 2747 | |
| Gashandel Gashendel Controleren of deze soepel draait en of u hem helemaal open en dicht kan draaien, in alle stuurstanden .Eventueel afstellen en/of smeren. | 35 | |
| Oliemenger Controleren en/of eventueel bijvullen. 25 | ||
| Wielen / banden Bekijk | het oppervlak van de banden, controleer de bandenspanning, slijtage en eventuele schade . Eventuele voorwerpen die in de groeven in het profiel zijn blijven steken, verwijderen. | 30 |
| Remhandels Controleer of ze niet te stug werken.Zo nodig de scharnierpunten smeren. | ||
| Stuur Stuur Controleren of het overal even vlot draait, zonder spelingen en of het nergens los zit . | ||
| Middelste standaard,zijdelingse standaard OPT | Controleer of de standaard soepel functioneert en of de spanning van de veren de standaard in de ingeklapte stand terugbrengt.Eventueel scharnierpunten en koppelingen smeren. | 39 |
| Hechtingselementen Controleer of de bevestigingselementen niet loszitten.Eventueel afstellen of vastdraaien. | - | |
| Benzinetank Controleer het brandstofpeil en vul zo nodig bij.Controleer of er geen lekken of verstoppingen in het circuit zijn | 2459 | |
| Koelvloeistof | Het niveau van de koelvloeistof in de expansietank moet zich tussen het MIN- en het MAX-streepje bevinden. Vul zo nodig koelvloeistof bij. | 2829 |
| Stopschakelaar motor (○→) | Controleren of deze goed werkt . | 19 |
| Lichten, lampjes, algemene waarschuwingslampjes, claxon en elektrische installatie | Controleer of alle onderdelen goed functioneren.Vervang defecte lampjes of herstel eventuele andere defecten. | 5558 |
| Injectiepomp IE | Controleren of deze goed werkt . | |

Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een bijzonder schadelijke stof voor het menselijk lichaam. Zet de motor nooit aan in gesloten of onvoldoende geventileerde ruimtes.
Als u dit voorschrift niet naleeft, kan dit leiden tot bewusteloosheid en een snelle verstikkingsdood.
Ga bij het starten niet op de motorfiets zitten.
De motor niet starten als het voertuig op de zijstandaard staat.
ELEKTRISCH STARTEN
◆ Zet het voertuig op de hoofdstandaard. Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN)
◆ Controleer of de lichtschakelaar (1) in de stand "☐" staat.
◆ Zet de motorstopschakelaar (2) in de stand "○".

◆ Draai de sleutel (3) om en zet de startschakelaar op "○".
BELANGRIJK Om de accu niet te overbelasten, dient u de sleutel niet te lang in de stand "○" te laten staan als de motor niet aan staat.
◆ Controleren of het 'algemene' waarschuwingslampje uitgaat (zie blz. 13) IE .
♦ Blokkeer minstens een wiel met een rem (5). Als dit niet gebeurt, komt er geen stroom bij het startrelais en draait de startmotor dus niet.
BELANGRIJK Voer sls het voertuig lange tijd heeft stilgestaan de handelingen uit die staan beschreven op pag. 34 (STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND).
OPGELET
Druk de startknop ③ (5) in zonder gas te geven en laat de knop los zodra de motor aanslaat.

BELANGRIJK Om onnodige slijtage van de accu te voorkomen, mag u de startknop "③" (4) niet langer dan vijf seconden ingedrukt houden. Als de motor binnen die tijdspanne niet start, wacht dan tien seconden alvorens de startknop (4) opnieuw in te drukken.
Druk de startknop "⑧" (4) niet meer in als de motor draait: u kunt hiermee de startmotor beschadigen.
BELANGRIJK Wacht na het starten van de motor (vooral bij zeer lage temperaturen) 15 tot -20 seconden zonder gas te geven, zodat de motor kan warmlopen.
- Geen gas geven en tegelijkertijd de remhandels aangetrokken houden tot u wegrijdt.
Om weg te rijden,ziepag. 35 (STARTEN EN RIJDEN).

STARTSYSTEEM MET PEDAAL (KICK START) C 364
Zet het voertuig op de hoofdstandaard. Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN). Ga aan de linkerkant van de motorfiets staan.
◆ Controleer of de lichtschakelaar (1) in de stand "ID" staat.
◆ Draai de sleutel (3) om en zet de startschakelaar op "○".
◆ Zet de motorstopschakelaar (2) in de stand "○".
- Om te voorkomen dat u bij het starten de controle over het voertuig verliest, dienen beide wielen geblokkeerd te worden door de remhandels (5) aan te trekken.
◆ Het startpedaal met de rechtervoet stevig intrappen (6) en meteen loslaten.
◆ Eventueel herhalen totdat de motor gestart is.
STARTEN MET EEN 'VERZOPEN' MOTOR
Als de startprocedure niet correct wordt uitgevoerd of als er teveel brandstof in de aanzuigleidingen en in de carburateur zit, kan de motor verzuipen.
Een verzopen motor moet als volgt gereinigd worden:
OPGELET
Bedien de kick-starter niet terwijl de motor draait.
Druk gedurende enkele seconden op de startknop ③ (4) met volledig gedraaide gashandel (en laat de motor draaien zonder weg te rijden) (7) (Pos. A).
Starten met een koude motor
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (ongeveer 0°C), is het soms moeilijk de motor bij de eerste poging aan de gang te krijgen.
In dit geval:
◆ Houd de startknop "③" (4) 5 seconden ingedrukt en draai (Pos. A) de gashandel (7) tegelijkertijd een beetje.
Op het moment dat de motor start.
◆ De gashandel (7) loslaten.
Als de motor niet goed blijft draaien op het stationair toerental, draait u enkele keren lichtjes aan de gashendel (7).
Om weg te rijden, zie pag. 35 (STARTEN EN RIJDEN).
Als de motor niet start.
Wacht u enkele seconden en voert u de startprocedure voor STARTEN MET EEN KOUDE MOTOR weer uit.
◆ Verwijder eventueel de bougie, zie pag. 51 (BOUGIE) en controleer dat deze niet vochtig is.
- Indien de bougie vochtig is, dient men deze schoon te maken en af te drogen.
Alvorens de bougie opnieuw te monteren:
BELANGRIJK Leg een schone doek op de cilinder in de buurt van de bougie om mogelijke oliespatten op te vangen.
◆ Druk op de startknop "③" (4) en laat de startmotor ongeveer vijf seconden draaien zonder gas te geven.
STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Als het voertuig een lange tijd niet is gebruikt, kunt u moeilijkheden ondervinden bij het starten omdat de brandstofleiding gedeeltelijk leeg is geraakt.
In dit geval:
◆ De startknop "③" (4) ongeveer 5 seconden lang ingedrukt houden, zodat de vlotterkamer kan worden gevuld.

start, dient u aandachtig het hoofdstuk "veilig rijden" te lezen, zie pag.5
OPGELET
Indien tijdens het rijden op het dashboard het controlelampje van de brandstofreserve, gaat branden, betekent dit dat de reservebrandstof aangesproken wordt..Tank in dit geval zo snel mogelijk, zie pag. 24 (BENZINE)
WAARSCHUWING
Elke verwijzing naar het gebruik van de motorfiets met passagier heeft uitsluitend betrekking op landen waar het rijden met passagier is toegestaan.

Houd tijdens het rijden uw handen stevig op het stuur en uw voeten op de voetsteunen.
NEEM NOOIT EEN ANDERE HOUDING AAN TIJDENS HET RIJDEN.
Als u een passagier vervoert, dient u deze over het rijden in te lichten, zodat hij geen problemen veroorzaakt tijdens uw handelingen.
Controleer voor het vertrek of de standaard (en) volledig is (zijn) opgeklapt.
Vertrekken:
- Laat de gashandel los (nr. A) los, trek de achterrem aan en til het voertuig van de standaard.
◆ Ga op het voertuig zitten en houd minstens 1 voet op de grond om uw evenwicht niet te verliezen.
◆ Zet de achteruitkijkspiegeltjes goed.

Probeer de stand van de spiegeltjes uit terwijl het voertuig nog stil staat.
Laat de remhandel om weg te rijden los, geef gas door de gashandel lichtelijk te draaien (Pos. B); het voertuig begint nu te rijden.
OPGELET
Niet abrupt vertrekken wanneer de motor koud is.
Om luchtvervuiling en benzineverbruik te beperken, is het raadzaam de motor warm te laten lopen door de eerste kilometers langzaam te rijden.
WAARSCHUWING
Draai de gashandel niet herhaaldelijk en zonder onderbreking open en dicht om te vermijden dat u per ongeluk de controle over de motorfiets verliest.

Om te remmen dient u met beide remmen te remmen om geleidelijk snelheid te minderen en op beide remmen dezelfde kracht uit te oefenen. Door enkel de voorrem of enkel de achterrem aan te trekken neemt de remkracht gevoelig af en bestaat het gevaar dat één wiel blokkeert, waardoor de motorfiets zijn grip op de weg verliest.
Als u op een helling moet stoppen, vertraagt u alleen en gebruikt u de remmen alleen op het laatste ogenblik om het voertuig helemaal stil te zetten. De motor gebruiken om het voertuig in stilstand te houden, kan oververhitting van de aandrijfkoppeling en de variator veroorzaken.
Verminder vaart voordat u een bocht instuurt en rem bij zodat u de bocht in een constante snelheid of met een kleine acceleratie doorrijdt. Rem niet te hard, hierdoor wordt de kans dat het voertuig uitbreekt erg groot.
Voortdurend remmen tijdens het dalen kan oververhitting van de schijven veroorzaken, waardoor de remkracht vermindert. Rem op de motor af en wissel dit af met beide remmen.
Nooit een helling met afgezette motor afrijden!
⚠ WAARSCHUWING
Rijd niet te snel, rem niet bruusk en maak geen plotselinge bewegingen waardoor u kunt slippen en vallen op een nat wegdek, of een wegdek waarop de motor geen goede grip heeft (sneeuw, ijs ,modder).
Let op elk obstakel op de weg, en op elke wijziging in de vorm van het wegdek.
Oneffen wegen, wielsporen, putdeksels, wegmarkeringen, metalen platen ter aanduiding van wegenwerken kunnen bij regen uiterst glad worden.
Om die reden moeten al deze obstakels zeer voorzichtig worden omzeild, ervoor zorgend dat u zonder schokken rijdt en de motorfiets niet onnodig laat overhellen.
⚠ WAARSCHUWING
Gebruik uw richtingaanwijzers altijd en op tijd om te signaleren dat u een andere baan of richting gaat nemen en vermijd bruuske en gevaarlijke manoeuvres.
Schakel de richtingaanwijzers meteen uit nadat u van richting hebt veranderd.
Wees uiterst voorzichtig als u inhaalt of door anderen wordt ingehaald.
Als het regent, vermindert het opspattende water van grote voertuigen die voor u rijden, de zichtbaarheid.
⚠ WAARSCHUWING
Als het algemene controlelampje (Δ) en het symbool van de reserve van de oliemenger "∞" gaan branden tijdens normale werking van de motor, betekent dat de reserveolie aangesproken wordt en dat de olie dus bijgevuld dient te worden, zie pag. 25 (OLIEMENGER).
OPGELET
Als het algemene controlelampje ( gaat branden en de temperatuurmeter van de koelvloeistof " ± " de maximale temperatuur heeft bereikt, dient de motor afgezet en het koelvloeistofpeil gecontroleerd, zie pag. 28 (KOELVLOEISTOF).

HET VOERTUIG INRIJDEN
⚠ WAARSCHUWING
Na de eerste 500 km (312 mijl) dient u de controles te laten uitvoeren die in de kolom "NA HET INRIJDEN" staan, in het SCHEMA VAN HET ROUTINE-ONDERHOUD, zie pag. 41 (HET ROUTINE-ONDERHOUD: SCHEMA) om uzelf, anderen en het voertuig niet in gevaar te brengen.

Het voertuig inrijden is van fundamenteel belang voor de levensduur en het perfect functioneren van de motor. Rijd indien mogelijk op heuvelachtige wegen en/of wegen met veel bochten, zodat de motor, de vering en de remmen goed kunnen worden ingereden.
Houd u de eerste 500 km (312 mi) aan de volgende regels:
◆ 0100 km (062 mijl)
Rem tijdens de eerste 100 km (62 mi) voorzichtig en vermijd bruusk en langdurig remmen. Op die manier kunnen de blokjes op de remschijf rustig inlopen.
◆ 0300 km (0187 mijl)Laat de gashandel niet voor meer dan de helft open staan tijdens lange stukken.
◆ 300500 km (187312 mijl)Laat de gashandel niet voor meer dan drie kwart open staan tijdens lange stukken.

Vermijd zo veel mogelijk bruusk te stoppen, plotseling te vertragen en op het laatste ogenblikje remmen.
- Laat de gashandel los (nr. A) en rem trapsgewijs met beide remmen om het voertuig helemaal te stoppen.
- Als u even moet stoppen, houd dan altijd één rem aangetrokken.

PARKEREN
⚠ WAARSCHUWING
Parkeer op een stevige en vlakke ondergrond zodat het voertuig niet kan omvallen.
Parkeer het voertuig niet tegen een muur en leg hem niet op de grond.
Zorg dat de motorfiets en in het bijzonder de gloeiende delen ervan geen gevaar vormen voor personen en kinderen.
Laat de motor niet aan staan als u het voertuig onbewaakt achterlaat, en laat de contactsleutel er niet op steken.
Ga niet op de motorfiets zitten terwijl hij op de standaard staat.
◆ Het voertuig stoppen, zie pag.
(STOPPEN)
◆ Zet de motorstopschakelaar (1) in de stand "☒" (in de landen waar dit voorzien is).

Als de motor uit staat en de startschakelaar blijft op de stand "O" staan, kan de accu zich ontladen.
◆ Draai de sleutel (2) om en zet de startschakelaar (3) op "⊗".
◆ Zet het voertuig op de hoofdstandaard.
Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN).
OPGELET
Bij uitgeschakelde motor hoeft het benzinekraantje niet dichtgedraaid te worden, aangezien het voorzien is van een automatisch sluitsysteem.
OPGELET
Laat de sleutel niet in de contactschakelaar zitten.
◆ Blokkeer het stuur, zie pag. 20 (STUURSLOT) en haal de sleutel (2) er uit.

Lees aandachtig pag. 38 (STOPPEN).
MIDDENSTANDAARD
♦ Pak het voertuig vast bij het linkerhandvat en de handgreep links achterop (2).
◆ Op de handel van de standaard duwen (3).


ZIJSTANDAARD OPT
◆ Pak het voertuig vast bij het linkerhandvat en de handgreep links achterop (2).
WAARSCHUWING
Gevaar voor vallen of omvallen.
Wanneer de motorfiets wordt rechtgezet van de parkeerstand in de rijstand, gaat de standaard automatisch omhoog.
◆ Duw de zijstandaard (4) helemaal met uw voet uit.
- Laat de motorfiets naar links overhellen om de standaard op de grond te zetten.
◆ Draai het stuur helemaal naar links.
⚠ WAARSCHUWING
De stabiliteit van het voertuig controleren.

Geen schijfvergrendelingen gebruiken. Als dit voorschrift wordt overtreden, kan dit ernstige schade aan de remleiding veroorzaken en ongevallen met verwondingen of de dood tot gevolg.
Laat de sleutel NOOIT in een onbewaakt voertuig zitten en vergrendel het stuur altijd.
Parkeer op een veilige plaats, liefst in een garage of op een bewaakte parking.
Gebruik zo veel mogelijk de gepantserde "Body-Guard" kabel van aprilia OPT of een extra diefstalbeveiliging.
Controleer of al uw documenten en wegenbelasting in orde zijn.
Noteer uw naam, adres en telefoonnummer op deze pagina zodat men u gemakkelijk kan bereiken als het voertuig wordt teruggevonden na een diefstal.
ACHTERNAAM: ....
NAAM:
ADRES:
TELEFOONNUMMER : ......
BELANGRIJK Heel vaak worden gestolen voertuigen terugbezorgd dankzij de gegevens die in het boekje met gebruiks- en onderhoudsaanwijzingen staan.
ONDERHOUD
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor brand.
Benzine en andere ontvlambare stoffen mogen niet in de buurt van elektrische componenten komen.
Voor u begint met om het even welke vorm van onderhoud of inspectie van de motorfiets, moet u de motor afzetten, de sleutel uit het contact trekken, wachten tot de motor en de uitlaat zijn afgekoeld en indien mogelijk de motorfiets op een stevige en effen ondergrond optillen met speciaal daartoe bestemd gereedschap.
Controleer alvorens de tank leeg te maken of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.
Blijf uit de buurt van de gloeiende delen van de motor en van het uitlaatsysteem, om brandwonden te vermijden.
Houd nooit enig mechanisch onderdeel of andere componenten van de motorfiets met uw mond vast: geen enkel onderdeel is eetbaar, sommige onderdelen zijn integendeel schadelijk of zelfs giftig.
OPGELET
Indien niet expliciet vermeld, dienen de demontagehandelingen in de omgekeerde volgorde te worden uitgevoerd om het geheel opnieuw te monteren.
Voor onderhoudswerkzaamheden raden wij aan rubberen handschoenen te dragen.

De gewone onderhoudswerkzaamheden kunnen doorgaans door de gebruiker zelf worden uitgevoerd.
Voor sommige werkzaamheden is evenwel een basiskennis van mechanica en speciaal gereedschap vereist.
Als u hulp of technische raad nodig hebt, wendt u zich tot een Officiële aprilia dealer die een accurate en snelle service waarborgt.
Wij raden aan de Officiële aprilia dealer te verzoeken het voertuig na een reparatie of een periodieke onderhoudsbeurt op de weg te testen.
Voer in elk geval alle controles uit die zijn beschreven in de paragraaf "Vooraf controlleren" na elke onderhoudsbeurt, zie pag. 32 (TABEL VAN DE CONTROLES VOORAF)
HET ROUTINE-ONDERHOUD: SCHEMA
WERKZAAMHEDEN TE VERRICHTEN DOOR DE Officiële aprilia dealer(DIE DOOR DE GEBRUIKER KUNNEN WORDEN UITGEVOERD)
| Componenten Einde inrijperiode | [500 km (312 mijl)] | Iedere 4000 km(2500 mijl) of 12maanden | Iedere 8000 km(5000 mijl) of 24maanden |
| Accu/ niveau accuvloeistof | 1 | 1 | |
| Bougie | 1 | 3 | |
| Carburateur - stationair toerental (E behalve) | 4 | 1 | |
| Werking van de starchendel. | 1 | 1 | |
| Lichten. | 1 | 1 | |
| Schakelaar parkeerlicht | 1 | ||
| Remvloeistof (niveau controle) | 1 | ||
| Oliemenger iedere 500 km (312 mijl): . | 1 | ||
| Oliemenger Eere 2000 km (1240 mijl): . | 1 | ||
| Wielen / banden en spanning elke maand: | 1 | ||
| Vastmaken accuklemmetjes | 1 | ||
| Slijtage remblokjes voor en achter | 1 | iedere 2000 km (1240 mijl): .1 | |
| 1= controleren en reinigen, afstellen, smeren of vervangen indien nodig. 2 = reinigen; 3 = vervangen; 4 = afstellen.Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op oneffen terrein. | |||
ONDERHOUD DAT AAN DE Officiële aprilia dealer dient te worden overgelaten.
| Componenten Einde inrijperiode | [500 km (312 mijl)] | ledere 4000 km(2500 mijl) of 12maanden | ledere 8000 km(5000 mijl) of 24maanden |
| Achterste schokdemper | 1 | ||
| Bedieningskabels en bedieningen | 1 | 1 | |
| Transmissieriem | 3 | ||
| Kussenlagers en balhoofd . | 1 | 1 | |
| Wiellagers | 1 | ||
| Remschijven | 1 | ||
| Veren iedere 12000 km (7440 mijl): . | 1 | ||
| Luchtfilter | 1 | 2 | |
| Benzinefilter iedere 12000 km (7440 mijl): . | 1 | ||
| Algemene werking van het voertuig | 1 | 1 | |
| Remleiding/Remschijven | 1 | 1 | |
| Remvloeistof om de 2 jaar: | 3 | ||
| Koelvloeistof | iedere 2000 km (1240 mijl) 1: / om de 2 jaar: 3 | ||
| Uitlaat / Uitlaaddemper | 1 | ||
| Menger/werking gashendel | 1 | 1 | |
| Olie voorvork en olieterugvoer | iedere 12000 km (7440 mijl): .1 | ||
| Transmissieolie | 3 | 1 | ledere 12000 km (7440 mijl)of 2 jaar: 3 |
| Schijf voor iedere 12000 km (7440 mijl): . | 1 | ||
| Schoonmaken injectiepomp IE | iedere 16000 km (9920 mijl): .2 | ||
| Voorste rollen en geleidingen koppelomvormer | iedere 12000 km (7440 mijl): .3 | ||
| Wielen / banden en spanning | 1 | 1 | |
| Bouten en schroeven aanhalen | 1 | 1 | |
| Brandstofleiding iedere 4000 km (2500 mijl) | 2: / om de 2 jaar: 3 | ||
| Remleiding | iedere 4000 km (2500 mijl) 1: / om de 2 jaar: 3 | ||
| Leidingen oliemenger | 1 | 1 | om de 2 jaar: 3 |
| Slijtage koppeling | 1 | ||
| 1= controleren en reinigen, afstellen, smeren of vervangen indien nodig. 2 = reinigen; 3 = vervangen; 4 = afstellen.Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op oneffen terrein. | |||

Het is aangeraden het framenummer en het motornummer op de daarvoor bestemde plaats in dit boekje te noteren.
Het framenummer kan worden gebruikt om onderdelen te bestellen.
BELANGRIJK Op het knoeien aan identificatienummers van een voertuig staan zware administratieve en strafrechtelijke sancties. Het wijzigen van het framenummer heeft het onmiddellijke verval van de garantie tot gevolg.

Het motornummer is op de achterkant gedrukt, in de buurt van de regelaar van de achterrem.
Motornummer

Het framenummer (2) is op de centrale buis van het frame ingeslagen. Om het nummer te kunnen lezen, moet u de kap (3) verwijderen.
BELANGRIJK Het scherm (3) kan slechts in één richting worden ingestoken. De lipjes (4) zitten aan de zijkanten.
Frame nr. ____

Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
BELANGRIJK Zorg voor een 210 mm hoge steun en een steunvlak van 200 x 200 mm.
- Steek een zachte stof tussen de steun en het voertuig zodat het voorste wiel vrij kan draaien en het voertuig toch niet kan vallen.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer of het voertuig niet kan omvallen.

♦ Blokkeer de wielas (1) met een inbussleutel.
♦ Draai de moer (2) los en verwijder hem samen met de sluitring.
Aanhaalmoment wielasmoer: 50 Nm (5 kgm).
♦ Draai de twee schroeven van de wielasklem (3) los.
Aanhaalmoment klemschroeven wielas: 10 Nm (1,0 kgm).
◆ Duw de as (1) uit het wiel door voorzichtig op het schroefinde te drukken, eventueel met behulp van een rubberen hamer.
BELANGRIJK Let goed op de positie van de kilometertellerbesturing (4) en van de afstandsring (7), zodat u ze later weer correct kunt monteren.

◆ Ondersteun het voorwiel en trek de wielas met de hand uit het wiel.
◆ Demonteer het wiel, door voorzichtig de schijf uit de remklauw te trekken.
♦ Trek het tongetje van de kilometerteller (4) los.

Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
OPGELET
Let tijdens het monteren op dat u de remleiding, de schijf en de remblokjes niet beschadigt.
Ga voor het monteren van het voorwiel als volgt te werk:
◆ De wielen tussen de stelen van de vork plaatsen en de schijf tussen de blokken van de remschoen.
Druk het tongetje van de kilometerteller (4) weer op zijn plaats in het daarvoor bestemde gat in de wielnaaf.
♦ Steek het tongetje (5) van de kilometertellerbesturing tussen de twee antirotatiepennen (6) op de vork.
- Steek de as (1) weer op zijn plaats vanaf de rechterkant van de motorfiets (lengterichting).

De afstandsring (7) blijft in de wielzitting geplaatst; als hij eruit mocht kommen moet u hem weer correct plaatsen (zie figuur) zonder de stofbescherming (8) te forceren.
◆ Plaats de afstandsring (7) tussen de naaf en de linkervorkpoot.
◆ Breng de afdichtingsring aan, blokkeer de rotatie van de wielas (1) met een inbussleutel en schroef de moer (2) vast.
Aanhaalmoment wielasmoer: 50 Nm (5 kgm).
◆ Verwijder de steun van onder de motorfiets.
Druk herhaaldelijk op het stuur met de voorrem dichtgeknepen, om zo de vork naar beneden te drukken. Zo worden de voorvorkpoten op de juiste manier uitgelijnd.
♦ Draai de twee schroeven van de wielasklem (3) vast.

Aanhaalmoment klemschroeven wielas: 10 Nm (1,0 kgm).
◆ Controleer of de volgende onderdelen niet vuil zijn:
- band:
- wiel:
- remschijf.
WAARSCHUWING
Knijp na de montage de voorremhendel herhaaldelijk dicht om te zien of het remsysteem goed werkt.
Controleer de uitlijning van het wiel.
Officiële aprilia dealerLaat het aanhaalmoment, de uitlijning en uitbalancering van het wiel nakijken door uw officiële aprilia-dealer, om ongevallen met eventuele verwondingen bij uzelf en/of andere personen tot gevolg te voorkomen.

Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
◆ Verwijder de geluidsdemper, zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN).
◆ Verwijder de kap (1).
♦ Trek de achterremhandel (2) volledig aan, breng een klein stukje karton (3) aan op het handvat en houd de achterrem aangetrokken door hem aan het handvat vast te maken met een plastic band (4).
♦ Schroef de drie schroeven (5) los en verwijder ze, samen met de sluitringen.

Aanhaalmoment wielmoer (5): 50 Nm (5,0 kgm).
◆ Verwijder de plastic band (4) en haal het stuk karton (3) weg.
◆ Laat de achterremhandel los.
◆ Haal het wiel eraf zonder de pomp van de achterrem (6) te beschadigen.
BELANGRIJK Gebruik uitsluitend originele aprilia-onderdelen.
- Controleer, na het weer gemonteerd te hebben, of de volgende onderdelen niet vuil zijn:
-band: - wiel;
- remschijf.

Knijp na de montage de achterremhandel herhaaldelijk dicht om te zien of het remsysteem goed werkt. Controleer de uitlijning van het wiel.
Laat het aanhaalmoment, de uitlijning en uitbalancering van het wiel nakijken door uw Officiële aprilia dealer, om ongevallen met eventuele verwondingen bij uzelf en/of andere personen tot gevolg te voorkomen.

BELANGRIJK De volgende informatie betreft slechts één reminrichting, maar geldt voor beide.
Controleer de slijtage van de remblokjes na de eerste 500 km (312 mijl) en daarna om de 2000 km (1250 mijl). Hoe hard remblokken slijten, hangt af van de manier waarop de remmen worden gebruikt, de rijstijl en het wegdek.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer vooral de slijtage van de remblokjes voor elke rit.

Ga als volgt te werk voor een snelle controle van de slijtage van de remblokjes van het voorwiel:
◆ Zet het voertuig op de hoofdstandaard.
◆ Controleer de remschijf en het remblokje visueel, ga daarbij als volgt te werk:
Kijk met een lamp en een spiegel naar:
REMSCHOENEN VOOR
- Voor van onderen voor het linkerremblokje (A).
- voor van boven via de velg voor het rechterremblokje (B).
REMSCHOEN ACHTER
- Achter van boven af naar beide blokjes (C).

Overmatige slijtage van de remvoering zou contact van het metalen steunvlak van de remblokjes met de schijf veroorzaken, met een metaalachtig geluid en vonkvorming door de remschoen als gevolg; de efficiëntie van de remmen, de veiligheid en de staat van de remschijf zouden daardoor negatief worden beïnvloed.
Als de dikte van het wrijivingsmateriaal (ook van één enkel remblokje) nog maar ongeveer 1,5 mm is (of als slechts één van de slijtagecontrolesystemen niet meer zichtbaar is), dient men beide remblokken te laten vervangen.
- Remblokjes voor (1);
- remblokjes achter (2).
⚠ WAARSCHUWING
Wend u voor het vervangen tot een Officiële aprilia dealer.

Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
Zet het voertuig op de hoofdstandaard.Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN)
◆ De twee schroeven losdraaien en wegnemen (1).
- Oefen een druk naar boven uit om het voorste gedeelte van de kap voor los te maken.
◆ Verwijder de steun van de kap (2).
BELANGRIJK Doe de
bevestigingsplaatsen bij de hermontage op de juiste manier in de speciale lipjes.

Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
WAARSCHUWING
Een vuile schijf verontreinigt de remblokjes, hetgeen zal leiden tot een verminderde remkracht. Vuile remblokken dienen te worden vervangen, maar een vuile schijf kan worden gereinigd met een hoogwaardig ontvettingsmiddel.
Rijden met beschadigde wielvelgen brengt uw eigen veiligheid, die van anderen en die van het voertuig in gevaar.
Controleer de wielvelg; indien deze beschadigd is, laat u de velg vervangen.
OPGELET
Beschadig tijdens het demonteren en monteren geen buizen, schijven en remblokken.
Zet het voertuig op de middenstandaard, zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN).
- Draai het wiel met de hand opdat de remschoen (2) binnen de ruimte tussen twee spaken van de velg valt.
◆ De twee schroeven losdraaien en verwijderen (1).
◆ De oliepeildop demonteren en eventueel het achterwiel verwijderen, zie pag. 46 (ACHTERWIEL).
Aanhaalmoment remvoetschroef (1): 27 Nm (2,7 kgm).
- Bij de hermontage Loctite 243 op de schroeven (1) aanbrengen.
BELANGRIJK Bij het hermonteren van de remschoen (2) moet u de borgschroeven (1) van de schoen vervangen door twee schroeven van hetzelfde type.
! OPGELET
De rem niet gebruiken nadat u de klauw hebt gedemonteerd, omdat de zuigertjes eruit kunnen komen, zodat u remvloeistof verliest.
Officiële aprilia dealerNeem als dit gebeurt contact op met uw officiële aprilia-dealer, die het nodige onderhoud zal verrichten.

◆ Demonteer de remschoen (2) door hem voorzichtig van de remschijf te halen.
OPGELET
Na de montagewerkzaamheden herhaaldelijk remmen met de voorrem en controlleren of het remsysteem correct functioneert.
OPGELET
Tijdens het monteren ervoor zorgen dat de pijp van de remschoen correct in de respectievelijke pijpgeleiders zit.

VERWIJDEREN VAN DE UITLAATDEMPER IE 50
Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
♦ Draai de schroef (8) los en neem deze weg.
Aanhaalmoment schroef (8): 10 Nm (1,0 kgm).
♦ Draai de schroef (9) los en neem deze weg.
Aanhaalmoment schroef (9): 10 Nm (1 kgm).
- Draai de schroef (10) waarmee de uitlaatdemper aan de motor bevestigd is los en verwijder hem.
Aanhaalmoment schroef (10): 27 Nm (2,7 kgm).
- Draai de schroef (11) waarmee het spatbord aan de motor bevestigd is los en verwijder hem.
◆ Til het spatbord op.
♦ Draai de schroef (12) waarmee de uitlaatdemper aan de motor bevestigd is los en verwijder hem.
◆ Demonteer de uitlaatdemper.


VERWIJDEREN VAN DE UITLAATDEMPER IE 361 364
Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
♦ Draai de twee moeren (8) los en verwijder ze.
Aanhaalmoment moer (8): 10 Nm (1 kgm).
- Draai de schroeven (9) waarmee de uitlaatdemper aan de motor bevestigd is los en verwijder ze.
Aanhaalmoment schroef (9): 27 Nm (2,7 kgm).
◆ Demonteer de uitlaatdemper.

HET STATIONAIRE TOERENTAL C 364
Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
Stel het stationaire toerental bij na de eerste 500 km (312 mi) km en zodra er onregelmatigheden optreden.
Ga hiervoor als volgt te werk:
◆ Enkele kilometers te rijden totdat de motor normaal warm is gelopen en dan de motor uit te zetten.
◆ Verwijder de kap van de accuruimte/ gereedschapskit, zie pag. 22 (ACCURUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT).
◆ Verwijder het vak van de gereedschapskit.
◆ Een elektronische toerenteller aan te sluiten op de bougiekabel.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer alvorens verder te gaan of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.

◆ Start de motor.
◆ Controleer of de lichtschakelaar in de stand bestaat.
Het stationaire toerental van de motor dient ongeveer 1700 ± 100 toeren/min te zijn. In dit geval wordt het achterwiel niet door de motor in beweging gebracht. Indien nodig:
BELANGRIJK Op het voertuig kunnen twee verschillende carburateur- of vlindermodellen gemonteerd worden. Voor de plaatsing van de register zie afbeelding.
◆ Draai aan de stelschroef (1) op de carburateur.
BELANGRIJK Draai niet aan de luchtstelschroef, om schommelingen in de instelling van de carburatie te vermijden.
Door ze AAN TE DRAAIEN (rechtsom) verhoogt u het toerental van de motor.
Door ze LOSSER TE DRAAIEN (linksom), verlaagt u het toerental van de motor.
Geef enkele malen gas en vertraag om te controleren of de motor goed draait en of deze niet uitslaat op het stationaire toerental.
BELANGRIJK Wend u in geval van nood tot een Officiële aprilia dealer.
Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
De correcte speling van de gashandel is ongeveer 2-3 mm.
Stel de speling als volgt af:
◆ Zet het voertuig op de hoofdstandaard.Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN).
◆ Verwijder het kapje (2).
♦ Draai de moer (3) los.
♦ Draai aan de stelschroef (4) die op de ingang van de gaskabel zit.
Na de regeling:
◆ Draai de moer (3) aan, zodat de stelschroef (4) geblokkeerd wordt en plaats de beschermkap (2).
⚠ WAARSCHUWING
Na het afstellen controleert u of het draaien aan het stuur het minimumtoerental van de motor niet wijzigt en of de gashandel, zodra deze wordt losgelaten, automatisch en vlot in de ruststand terugkeert.

BOUGIE
Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
Controleer de bougie na de eerste 500 km (312 mi) en daarna om de 4000 km (2500 mi) of om de 12 maanden.
Draai de bougie van tijd tot tijd los, verwijder zorgvuldig koolstofresten en vervang ze zo nodig.
Verwijder en reinig de bougie als volgt:
WAARSCHUWING
Laat voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om te vermijden dat u zich verbrandt.

◆ Verwijder het deksel van de accuruimte.
◆ Verwijder het vak van de gereedschapskit.
◆ Het pijpje (1) van de bougie halen.
Maak de voet van de bougie helemaal schoon en draai de bougie vervolgens met de bougiesleutel (gereedschapskit) uit de motorkop, waarbij u erop moet letten dat er geen stof of ander vuil in terechtkomt.
◆ Controleer of er geen tekens van corrosie of koolresten op de elektrode of op het porseleinen gedeelte zitten en reinig deze delen eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, een ijzerdraad en/of een metalen borsteltje.
- Blaas er met een krachtige luchtstraal op om te vermijden dat er vuil in de motor terechtkomt.
Als er barsten in het porselein zitten, als de elektrodes aangetast of bijzonder vuil zijn, dient de bougie te worden vervangen.
◆ Controleer de afstand tussen de elektrodes met een diktemeter.
◆ De afstand moet ongeveer 0,6 - 0,7 mm, IE 0,9 mm zijn; stel eventueel bij door voorzichtig de aardingselektrode te verbuigen.
◆ Controleer of het sluitringetje nog in goede staat is. Draai de bougie met de hand aan, met de ring bevestigd, om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
♦ Draai de bougie vast met de sleutel die in de kit zit: draai een halve slag met de sleutel aan de bougie om het sluitringetje aan te drukken.
Aanhaalmoment bougie: 20 Nm (2 kgm).
OPGELET
De bougie moet stevig vastzitten omdat de motor anders oververhit kan raken en ernstig wordt beschadigd.
Gebruik alleen de bougies die wij aanbevelen, zie pag. 62 (TECHNISCHE GEGEVENS) omdat u met andere bougies de prestaties en de levensduur van de motor in gevaar brengt.
◆ Verbind de pijp van de bougie (1).
◆ Plaats het vak van de gereedschapskit terug.
◆ Plaats het deksel van de accuruimte terug.
ACCU
Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor brand.
Benzine en andere ontvlambare stoffen mogen niet in de buurt van elektrische componenten komen.
Accuvloeistof is giftig en bijtend en kan brandwonden op de huid veroorzaken omdat er zwavelzuur in zit. Draag veiligheidskleding, een masker om het gelaat te beschermen en/of een veiligheidsbril tijdens uw onderhoudswerkzaamheden.
Indien de elektrolyt in contact komt met de huid, moet u de aangetaste huid overvloedig afspoelen met water.
In geval van contact met de ogen, moet u de ogen goed uitspoelen gedurende 15 minuten en daarna onmiddellijk een oogarts raadplegen.
Als de elektrolyt per ongeluk wordt ingeslikt, drink dan grote hoeveelheden water of melk en drink daarna magnesiumhoudende melk of plantaardige olie en roep onmiddellijk de hulp van een arts in.
Uit de accu ontsnappen explosieve gassen; houd deze dus uit de buurt van vlammen, vonken, sigaretten en andere warmtebronnen.
Zorg tijdens het opladen of andere verrichtingen met de accu voor een goede ventilering van de ruimte en adem de gassen niet in die vrijkomen uit de accu terwijl deze oplaadt.
HOUD REMVLOEISTOF VER UIT DE BUURT VAN KINDEREN.
Zet het voertuig niet te schuin om te vermijden dat er vloeistof uit de accu vloeit, wat bijzonder gevaarlijk kan zijn.
! OPGELET
Keer de kabelaansluitingen op de accu nooit om.
Voor het aansluiten en losmaken van de accu dient de startschakelaar op "☒" te staan, omdat anders sommige onderdelen beschadigd kunnen raken.
Sluit eerst de kabel met de positieve pool aan (+) en dan de kabel met de negatieve pool (-).
Koppel deze in de omgekeerde volgorde los.
Accuvloeistof is bijtend.
Giet of sprenkel deze vloeistof nergens op, en zeker niet op kunststof (plastic).
NIET GEBRUIKTE ACCU
Als het voertuig meer dan 14 dagen lang niet wordt gebruikt, dient de accu opnieuw te worden geladen, zie pag. 53 (ACCULADER)
◆ De accu helemaal uit de accuruimte halen en op een vlakke ondergrond zetten pag. 52 (DE ACCU DEMONTEREN), in een frisse en droge ruimte.
Het is belangrijk de lading van tijd tot tijd te controlleren (ongeveer één keer per maand) in de winter of wanneer de motorfiets niet gebruikt wordt om kwaliteitsverlies van de accu te voorkomen.
◆ Laad de accu volledig op met een normale acculader, zie pag. 53 (ACCULADER).
Als u de accu op het voertuig laat zitten, dient u de kabeltjes los te maken.
DE ACCU DEMONTEREN
Lees aandachtig pag. 52 (ACCU)
◆ Verwijder de kap van de accuruimte/gereedschapskit, zie pag. 22 (ACCURUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT).
◆ Verwijder het vak van de gereedschapskit.
◆ Controleer of de motorstopschakelaar in de stand "☒" staat.
◆ Maak eerst de kabel met de negatieve pool (-) en dan de kabel met de positieve pool (rood)(+) los.
◆ Verwijder de accu-ontluchter.
◆ Haal de accu helemaal uit de accuruimte en zet deze op een vlakke ondergrond, in een schone en droge ruimte.
⚠ WAARSCHUWING
De accu moet op een veilige plaats liggen, ver uit het bereik van kinderen.
◆ Plaats het vak van de gereedschapskit terug.
◆ Plaats de kap van de accuruimte/ gereedschapskit terug, zie pag. 22 (ACCURUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT).
DE ACCU INSTALLEREN
Lees aandachtig pag. 52 (ACCU).
◆ Verwijder de kap van de accuruimte/ gereedschapskit, zie pag. 22 (ACCURUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT).
◆ Verwijder het vak van de gereedschapskit.
◆ Plaats de accu in de accuruimte.
◆ Breng de accu-ontluchter aan.
OPGELET
Sluit bij het hermonteren altijd de ontluchtingsleiding van de accu aan om te voorkomen dat de zwavelzuurdampen het elektrische systeem, de gelakte delen, de rubberen elementen of de pakkingen aantasten wanneer ze uit de ontluchtingsleiding komen.
De ontluchtingsleiding moet zodanig verbonden worden dat hij niet samengedrukt kan worden, anders kan de druk in de accu oplopen, waardoor deze beschadigd zou kunnen worden.
◆ Sluit de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (−) aan.
◆ Smeer aansluitingen en klemmen in met neutraal vet of vaseline.
◆ Plaats het vak van de gereedschapskit terug.
◆ Plaats de kap van de accuruimte/ gereedschapskit terug, zie .pag. 22 (ACCURUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT)

HET PEIL VAN DE ACCUVLOEISTOF CONTROLEREN
Lees aandachtig pag. 52 (ACCU).
◆ Verwijder de accu uit zijn houder, zie pag. 52 (DE ACCU DEMONTEREN).
◆ Controleren of het vloeistofpeil tussen de minimum- en maximumaanduidingen op de zijkant van de accu komt.
Anders:
♦ Schroef de doppen van de elementen en verwijder deze.
OPGELET
Vloeistof uitsluitend bijvullen met gedistilleerd water. Vul nooit tot boven het MAX-streepje, want het elektrolytpeil stijgt tijdens het opladen.
◆ Te weinig vloeistof vult u bij met gedistilleerd water.
OPGELET
Plaats na het bijvullen de doppen van de elementen in de juiste positie terug.
♦ Doe de doppen weer op de elementen.
ACCULADER
Lees aandachtig pag. 52 (ACCU).
◆ Verwijder de accu uit zijn houder, zie pag. 52 (DE ACCU DEMONTEREN).
♦ Schroef de doppen van de elementen en verwijder deze.
◆ Controleer het accuvloeistofpeil, zie pag. 53 (HET PEIL VAN DE ACCUVLOEISTOF CONTROLEREN).
◆ Sluit de accu aan op een acculader.
- Het is aan te bevelen een laadstroom gelijk aan 1/10 van de accucapaciteit te gebruiken.
- Als de accu is opgeladen, controleert u het vloeistofpeil opnieuw en vult u de vloeistof eventueel bij met gedistilleerd water.
♦ Schroef de doppen op de elementen.
OPGELET
Wacht 5-10 minuten na het loskoppelen van de lader alvorens de accu opnieuw te monteren, aangezien de accu nog een korte tijd gas blijft produceren.
WAARSCHUWING
Tijdens het opladen of gebruik van de accu moet de ruimte goed geventileerd zijn en moet u inademing van de tijdens het opladen vrijgekomen gassen vermijden.

Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
OPGELET
Repareer nooit defecte zekeringen. Gebruik nooit andere dan de voorgeschreven zekeringen
Het gebruik van ongeschikte zekeringen kan schade aan het elektrische systeem of, in geval van een kortsluiting, zelfs brand veroorzaken.
BELANGRIJK Als een zekering vaak doorbrandt, is er waarschijnlijk ergens een kortsluiting of een overbelasting. Wend u in dit geval tot een Officiële aprilia dealer.
Als een elektrisch onderdeel niet werkt of onregelmatigheden vertoont of als de motor niet start, moeten de zekeringen gecontroleerd worden.
Voor de controle :
◆ Zet de startschakelaar op "⊗" om een toevallige kortsluiting te voorkomen.

◆ Verwijder de kap van de accuruimte/ gereedschapskit, zie pag. 22 (ACCURUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT).
◆ Verwijder het vak van de gereedschapskit.
◆ Haal de zekeringen er één voor één uit en controleer of de draad doorgebrand is.
◆ Voordat u een zekering vervangt, dient u indien mogelijk eerst de oorzaak op te sporen.
◆ Vervang de eventueel doorgebrande zekering door een nieuwe zekering met hetzelfde ampérage.
BELANGRIJK Als u een reservezekering gebruikt, vervang deze dan zo snel mogelijk!
◆ Plaats het vak van de gereedschapskit terug.
◆ Plaats de kap van de accuruimte/ gereedschapskit terug, zie pag. 22 (ACCURUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT).
C 364 FUNCTIE VAN DE ZEKERINGEN
Zekering 7,5 A (1) - Van hoofdschakelaar naar:
- Voeding dashboard met sleutel. 1. Remlichten
- Sensor reserve-oliemengsel
- Sensor brandstofmeter
- Sensor koelvloeistoftemperatuur
– Circuit richtingaanwijzers;
- Claxon
– Diagnostisch circuit
Zekering 15 A (2) - Van accu naar
- Instel-/oplaadcircuit
- Contactschakelaar
- Positief altijd op dashboard
IE 361 FUNCTIE VAN DE ZEKERINGEN
Zekering 10 A (1) - Van hoofdschakelaar naar:
Zekering 15 A (2) - Van accu naar
- Instel-/oplaadcircuit
- Contactschakelaar
- Positief altijd op dashboard
- Relais injectie
- Stopschakelaar motor
-
Voeding dashboard met sleutel.
-
Remlichten
- Sensor reserve-oliemengsel
- Sensor brandstofmeter
- Sensor koelvloeistoftemperatuur
IE 50 FUNCTIE VAN DE ZEKERINGEN
Zekering 10 A (1) - Van hoofdschakelaar
naar:
Claxon.
- Instel-/oplaadcircuit
- Remlichten
- Relais injectie
- Stopschakelaar motor
-
Voeding dashboard met sleutel.
-
Richtingaanwijzers
2.Sensor reserve-oliemengsel
3.Sensor brandstofmeter - Sensor koelvloeistoftemperatuur

BELANGRIJK Voor de controle van het stellen van de koplamp dient u de procedure te volgen zoals die is voorgeschreven door het land van gebruik.
Italiaanse wet:
Voor een snelle controle van de correcte lichtbundelrichting vooraan zet u het voertuig op een afstand van tien meter voor een rechte muur op een vlakke vloer. Doe het dimlicht aan, ga op de motorfiets zitten en controleer of de lichtbundel die op de muur schijnt net iets onder de hoogte van de koplamp schijnt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).
◆ Stel de juiste schroef (1) met behulp van een schroevendraaier.
Door ze RECHTSOM TE DRAAIEN, richt u de bundel omhoog.
DOOR DEZE LOS TE DRAAIEN (naar links) wordt de lichtbundel hoger gericht.

Lees aandachtig pag. 40 (ONDERHOUD).
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor brand. Benzine en andere ontvlambare stoffen mogen niet in de buurt van elektrische componenten komen.
OPGELET
Alvorens een lampje te vervangen, dient men het voertuig op de middenstandaard en de contactschakelaar op ☒te zetten en enkele minuten te wachten, zodat hij kan afkoelen. Draag schone handschoenen of gebruik een schone en droge doek om het lampje te vervangen.
Laat geen vingerafdrukken achter op de lampen, want daardoor kunnen de lampen oververhit raken en kapot gaan. Als u het lampje toch aanraakt met blote handen, maak het dan schoon met alcohol om te voorkomen dat het stuk gaat.
TREK NIET AAN ELEKTRISCHE KABELS.

Lees aandachtig pag. 55 (LAMPJES)
De koplamp bevat:
- een lampje voor dimlicht (2), een lampje voor groot licht (3) twee lampjes voor de parkeerlichten (4) (alleen versies CH n USA).
Vervang de gloeilampen als volgt:
◆ Zet het voertuig op de hoofdstandaard. Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Draai de twee schroeven (5) los.
◆ Verwijder de kap (6) (let bij het opnieuw monteren op de tandjes).
◆ Neem het lampje eruit met draden en al door hem een kwart slag naar rechts te draaien.

Verwijder eerst het lampje en koppel dan de draden los door het blokkeerklipje los te maken.
◆ Installeer op de juiste manier een nieuw lampje van hetzelfde type.

Lees aandachtig pag. 55 (LAMPJES).
Vervang de gloeilampen als volgt: BELANGRIJK De volgende informatie heeft betrekking op slechts één richtingaanwijzer, maar geldt voor beide.
◆ Draai de schroef (1) los en verwijder hem.
OPGELET
Ga voorzichtig te werk. Beschadig de lipjes en/of uitsparingen niet.
◆ Verwijder de kap (2).
◆ De twee schroeven (30 losdraaien en verwijderen.

◆ Verwijder de complete richtingaanwijzergroep (4).
◆ Verwijder de doorzichtige beschermkap.
◆ Druk lichtjes op het lampje (5) en draai het naar links.
◆ Haal het lampje eruit.
BELANGRIJK Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp goed in de geleiders op de fitting schuiven.
◆ Steek een nieuw lampje van het zelfde type in de houder.

BELANGRIJK Plaats bij het opnieuw monteren de kap (2) op de juiste manier terug.
OPGELET
Draai schroef (1) en de schroeven (3) voorzichtig vast, maar niet te vast, om beschadiging van het beschermingsglas (2) en de hele richtingaanwijzergroep (4) te voorkomen.

Lees aandachtig pag. 55 (LAMPJES).
Zet het voertuig op de hoofdstandaard.Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN)
BELANGRIJK Controleer de zekeringen voordat u een lampje vervangt, zie pag. 54 (DE ZEKERINGEN VERVANGEN).
♦ Draai de schroef (1) los en neem deze weg.

BELANGRIJK Pas er bij het verwijderen van de beschermkap voor op dat u de sluittand niet breekt.
◆ Het scherm (2) verwijderen.
◆ Druk lichtjes op het lampje (3) en draai het naar links.
◆ Haal het lampje (3) eruit.
BELANGRIJK Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp goed in de geleiders op de fitting schuiven.
◆ Steek een nieuw lampje van het zelfde type in de houder.

BELANGRIJK Als de fitting (4) los mocht komen, plaats hem dan op de juiste manier terug door de stervormige opening van de fitting samen te laten vallen met de plaats van de schroef.
Hermonteren:
BELANGRIJK Steek tijdens het monteren het glas op de goede plaats.
BELANGRIJK Draai de schroef (1) voorzichtig en lichtjes aan om het schermpje niet te beschadigen.

Lees aandachtig pag. 55 (LAMPJES).
BELANGRIJK Alvorens een lampje te vervangen, dient men de zekeringen te controleren, zie pag. 54 (DE ZEKERINGEN VERVANGEN) en de goede werking van de schakelaars van de REMLICHTEN, zie.
Vervangen:
Zet het voertuig op de hoofdstandaard.Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Draai de schroef (1) los en verwijder deze.
◆ Open de blokkeerklip (2) door er een schroevendraaier tussen te steken.

BELANGRIJK Pas er bij het verwijderen van de beschermkap voor op dat u de sluittand niet breekt.
- Het scherm (3) verwijderen. - Haal het lampje (4) eruit.
BELANGRIJK Steek de lamp in de fitting (4), ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp goed in de geleiders op de fitting schuiven.
◆ Steek een nieuw lampje van het zelfde type in de houder.
VERVOER
⚠ WAARSCHUWING
Alvorens het voertuig te vervoeren, dienen de brandstoftank en de carburateur (indien aanwezig) goed leeggemaakt te worden, zie hieronder (DE BENZINETANK LEEGTAPPEN), en controleer of ze goed droog zijn.
Tijdens het vervoer moet het voertuig recht staan en stevig worden vastgemaakt zodat er geen benzine, olie of koelvloeistof uit kan lekken.
⚠ WAARSCHUWING
Sleep bij pech niet zelf het voertuig weg, maar roep de hulp in van een sleepwagen.
DE BENZINETANK LEEGTAPPEN
(Alleen voor de versie met carburateur)
Lees aandachtig pag. 24 (BENZINE).
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor brand.
Wacht tot de motor en de uitlaat volledig zijn afgekoeld.
Brandstofdampen zijn schadelijk voor uw gezondheid.
Controleer alvorens verder te gaan of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is. Adem geen
brandstofdampen in.
Rook niet en gebruik geen open vuur.
LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
◆ Zet het voertuig op de hoofdstandaard.
Zie pag. 39 (HET VOERTUIG OP DE
STANDAARD ZETTEN)
◆ Zet de motor uit en wacht totdat deze is afgekoeld.
◆ Verwijder het achterspatbord.
Zorg voor een vat waar meer in kan dan de benzine die in de tank van het voertuig zit en zet dit vat links naast het voertuig op de grond.
◆ Haal de benzinetankdop weg.
- Gebruik een handpomp of een soortgelijk systeem om de tank leeg te tappen.
⚠ WAARSCHUWING
Vergeet niet de dop er weer op te schroeven zodra de tank helemaal leeg is.
◆ Zet de benzinetankdop terug.

♦ Doe het vrije uiteinde van de buis (1) in een houder.
◆ Open de afvoer van de carburateur door de afvoerschroef (2) los te draaien die zich onder het bakje bevindt.
Doe het volgende nadat alle brandstof is afgetapt:
♦ Schroef de afvoerschroef (2) volledig vast.
⚠ WAARSCHUWING
Draai de aftapschroef (2) voorzichtig vast om brandstoflekkage uit de carburateur tijdens het vullen te voorkomen.
Wend u in geval van nood tot een Officiële aprilia dealer.
REINIGEN
Reinig het voertuig vaak als u het gebruikt in de volgende omgeving of omstandigheden:
◆ Luchtvervuiling (steden en industriegebieden)
◆ Hoog zout- en vochtgehalte in de lucht (zeegebieden, warm en vochtig klimaat).
- Bijzondere
milieu/seizoenomstandigheden (gebruik van zout, chemische antivriesproducten op de wegen in de winterperiode).
◆ U dient er bijzonder goed op te letten dat er op het frame geen industrieel stof of andere vervuilende stoffen achterblijven zoals teervlekken, dode insecten, vogeluitwerpselen enz.
In sommige seizoenen vallen er uit de bomen hars, vruchten of bladeren en dergelijke die chemische stoffen bevatten die schadelijk zijn voor het lakwerk.
⚠ WAARSCHUWING
Na het reinigen van de motorfiets, is het mogelijk dat de werking van de remmen tijdelijk niet optimaal is omwille van de aanwezigheid van water op de greepoppervlakken. Bereken lange remafstanden om ongevallen te voorkomen. Rem veelvuldig om dit euvel zo snel mogelijk te verhelpen.
Voer de controles vooraf uit, zie pag. 32 (TABEL VAN DE CONTROLES VOORAF).
Verwijder vuil en modder van de gelakte delen met een zachte waterstraal. Maak de vuile delen goed nat, haal vuil en modder eraf met een zachte spons voor carrosserieën die u onderdompelt in een grote hoeveelheid water met reinigingsmiddel (2 ÷ 4% delen reinigingsmiddel in water).
Vervolgens de delen afspoelen met veel water en afdrogen met een zeemlap.
Voor het reinigen van de buitenkant van de motor moet u een ontvettingsmiddel, kwastjes en stoflappen gebruiken.
OPGELET
Gebruik een in sop gedrenkte spons om de lampen te wassen; wrijf zachtjes en spoel de lampen vaak en met veel water af.
Poets de motorfiets pas op met siliconenwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd.
Was het voertuig niet in de zon, vooral niet in de zomer, als het frame nog warm is, omdat reinigingsmiddel dat al opdroogt nog voordat u het heeft weggespoeld, de lak kan beschadigen. Gebruik geen vloeistoffen die warmer zijn dan 40° °C om de kunststofonderdelen van het voertuig te reinigen.

Richt geen hogedrukwater- of luchtstralen of stoomstralen op de volgende onderdelen: wielnaven, bedieningselementen op de rechter en linker stuurhelft, rempompen, instrumenten en controlelampjes, uitlaatpijpen, handschoenen-/gereedschapskitvak, contactschakelaar/ stuurslot, radiateurvleugels, tankvuldop, lampen en elektrische aansluitingen.
Gebruik geen alcohol of oplosmiddelen om de rubberen en plasticonderdelen en het zadel te reinigen; gebruik hiervoor water en een zachte zeep.
⚠ WAARSCHUWING
Boen het zadel niet met beschermende was, omdat het te glad wordt.

Om de gevolgen van lange periodes van stilstand van het voertuig te voorkomen, dient u enkele maatregelen te treffen.
Voordat u het voertuig wegzet, dient u bovendien eerst alle nodige reparaties en controles uit te voeren omdat u riskeert deze later te vergeten.
Ga als volgt te werk:
◆ De accu demonteren, zie pag. 52 (NIET GEBRUIKTE ACCU).
◆ Was en droog het voertuig, zie pag. 61 (REINIGING).
◆ Boen de gelakte delen met was.
◆ Blaas de banden op, zie pag. 30 (BANDENSPANNING).

◆ Zet het voertuig op een steun zodat geen enkele band de vloer raakt.
Zet het voertuig in een niet verwarmde, vochtvrije ruimte, uit de buurt van zonnestralen en met minimale temperatuurverschillen.
- Bind het uiteinde van de uitlaatdemper af met een plastic zakje zodat er geen vocht in kan komen.
◆ Bedek het voertuig, maar gebruik hiervoor geen kunststof of waterdichte materialen.

◆ Haal de afdekking weg en maak het voertuig schoon, zie pag. 60 (REINIGEN)
◆ Controleer de lading van de accu, zie pag. 53 (ACCULADER) en installeer hem, zie pag. 53 (DE ACCU INSTALLEREN).
◆ Vul de tank met brandstof, zie pag. 24 (BENZINE).
◆ Voer de controles vooraf uit, zie pag. 32 (TABEL VAN DE CONTROLES VOORAF).
⚠ WAARSCHUWING
Maak een testrit met lage snelheid in een gebied waar weinig verkeer is.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Afmetingen Maximale lengte (inclusief verlengstuk 1860 mm.achterspatbord) | ||
| Max. breedte 705 mm. | ||
| Max. hoogte (bij dopje) 1120 mm. | ||
| Hoogte bij zadel 795 mm. | ||
| Wielbasis | 1290 mm. | |
| Minimum vrije hoogte vanaf de grond mm 100 mm. | ||
| Gewicht zonder bestuurder + bepakking (rijklaar) 108 Kg | ||
| Motor Type 2 takt | ||
| Model C364 4M | ||
| Model IE361 1M | ||
| Model IE50 lia engine ditech | ||
| Aantal cilinders één horizontale cilinder | ||
| Totale cilinderinhoud 49,38 cm | 3 | |
| Boring/slag IE361 m C364 39,3 mm | ||
| Boring/slag IE50 mm / 37,4 mm | ||
| Compressieverhouding: C364 ± 0,5:1 | ||
| Compressieverhouding: IE361 ± 0,5:1 | ||
| Compressieverhouding: IE50 ± 0,5:1 | ||
| Starten C364 trisch + kick starter | ||
| starten IE | elektrisch | |
| Toerental van de motor bij stationair draaien C364 | 1700 ± 100 toeren/min | |
| Toerental van de motor bij stationair draaien IE | 2000 ± 50 toeren/min | |
| Koppeling: | Automatische, droge centrifugaalkoppeling | |
| Versnelling | Automatische continuvariator | |
| Koelsysteem | Vloeistof | |
| Vermogen | Controlelampje brandstofreserve () | 7,0 l |
| Brandstofreserve: | 1,2 l | |
| Transmissieolie IE50 | 130 cm3 | |
| Transmissie IE361 C364 | 75 cm3 | |
| Taktolie (inclusief reserve) | 1,2 l | |
| taktoliereserve | 0,2 l | |
| Koelvloeistof 1,2 (50% water + 50% antivries met ethylglycol) | ||
| Vermogen | Zitplaatsen | 1 (2 in de landen waar het vervoer van een passagier toegestaan is) |
| Max. belasting voertuig(bestuurder + bagage) 105 Kg | ||
| Max. belasting (rijder + passagier + bagage) | 180 kg (in de landen waar het vervoer van een passagier toegestaan is) | |
| Versnelling Regelaar continu automatisch | ||
| Primaire transmissie met V-snaar | ||
| Verhoudingen | ||
| - minimum voor traploze versnelling | C364 3,07 / IE3617 / 2,90 | |
| - maximum voor traploze versnelling | C364 1,37 / IE3614 / 0,75 | |
| Secundaire transmissie tandwieloverbrenging | ||
| Carburateur Model | ||
| - Standaard | Dell'Orto PHVA 17,5 | |
| Verdeler ∅ 17,5 mm | ||
| Voeding elektronische injectie IE | Model | |
| - Standaard | BING 71 | |
| Verdeler ∅ 18 mm | ||
| Brandstof | Benzine | loodvrije benzine DIN 51607, met min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.) |
| Frame | Type | Gespleten balk |
| Ophangingen | Vooraan Telescopische voorvork | |
| Vorkbaan | 90 mm. | |
| Achteraan | hydraulische schokdemper | |
| Vorkbaan | 69 mm. | |
| Remmen | Vooraan | schijfrem - ∅190 mm - met hydraulische overbrenging |
| Achteraan | schijfrem - ∅190 mm - met hydraulische overbrenging | |
| Wielvelgen | Type | legering |
| Vooraan 3,50 x 13" | ||
| Achteraan | 3,50 x 13" | |
| Banden | Type | Tubeless |
| Vooraan 130/60 -13" 53J | ||
| Achteraan | 130/60 -13" 53J | |
Banden STANDAARD-BANDENSPANNING
Vooraan 180 kPa (1,8 bar)
Achteraan 200 kPa (2,0 bar)
BANDENSPANNING MET PASSAGIER (in landen waar dit is toegestaan)
Vooraan 180 kPa (1,8 bar)
Achteraan 220 kPa (2,2 bar)
Onsteking Type C.D.I. C364
Type T.D.I.
Voorontsteking C364 = 3° voor de P.M.S.
Voorontsteking in kaart gebrachte functie toeren/a (a= opening vlinder).
Bougie Standaard CHAMPION RN C 364
Standaard IE 351 AMPION RG6YCA / RG6YC
Standaard IE 50 K-R CPR8E
Alternatief NCK-R ZMR7AP (aanbevolen) / CR8EKB / CR7EKB
Afstand elektroden bougie C364-0,7 mm
Afstand elektroden bougie 0.9 mm.
Elektrische uitrustingen Accu met onderhoud 12 V - 9 Ah
Zekeringen 7,5 A - 15 A
Zekeringen 10 A - 15 A
Dynamo (met permanente magneet) C 364 V - 70 W
Dynamo (met permanente magneet) IE361/ - 165 W
Dynamo (met permanente magneet) IE50 V - 140 W
Groot licht/ koplicht 12 V – 35 W
Richtingaanwijzers LED 12 V - 10 W
Remlicht achter/ rem 12 V – 5/21 W
Verlichting instrumentenpaneel 12 V - LED
Waarschuwings- Groot licht 12 V - LED lampjes
Richtingaanwijzers 12 V - LED
Brandstofreserve: 12 V - LED
Injectiecontrole IE 12 V - LED
SMEERMIDDELENTABEL
Transmissieolie (aanbevolen): Agip GEAR SYNTH, SAE 75W - 90.
In plaats van de aanbevolen olie, kunt u ook merkolies gebruiken die voldoen aan de voorschriften A.P.I. GL-4.
Mengolie (aanbevolen): CHY2T.
In plaats van de aanbevolen olie, kunt u ook merkolies gebruiken die voldoen aan de A.P.I. SJ specificaties.
Vorkolie (aanbevolen): Agip FORK 5W of FORK20W.
Als u een product wenst dat het midden houdt tussen FORK 5W en FORK 20V glunt u de producten als volgt mengen:
SAE 10W = FORK5W 67% van het volume + FORK 20W 68% van het volume.
SAE 15W = FORK5W 33% van het volume + FORK 20W 67% van het volume.
Lagers en andere smeerpunten (aanbevolen): GRIASE 30.
Gebruik als alternatief voor het aanbevolen product een kwaliteitsvet voor wentellagers, nuttig temperatuurbereik -30°C ... +140°C , druppelpunt 150°C ....230°C, hoge corrosiefactor, goede water- en oxidatiebestendigheid.
Accupolenbeveiliging: Neutraal vet of vaseline.
⚠ WAARSCHUWING
Gebruik alleen nieuwe remvloeistof. Meng geen verschillende merken of soorten olie met elkaar zonder te controleren of ze compatibel zijn.
Remvloeistof (aanbevolen): De installatie dient gevuld te worden met REMVLOEISTOF DOT 4 (compatibel DOT 5)
In plaats van de aanbevolen vloeistof, kunt u ook vloeistoffen gebruiken met prestatievermogens die voldoen aan of hoger zijn dan die van het product Fluido sintetico SAE J1703, NHTSA 116 DOT 4, ISO 4925.
WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend antivries en anticorrosiemiddelen zonder nitriet, die een bescherming tot minstens -35°C bieden.
Koelvloeistof motor (aanbevolen): 160gip
BEDRADINGSSCHEMA - SR 50 DITECH IE 50

| 1) Meervoudige connectoren | 33) Acceleratiesensor | KLEUR VAN |
| 2) - | 34) Seriële aansluiting (diag.) | Ar oranje |
| 3) Olieniveauschakelaar | 35) Druksensor (of in boordcomputer geïntegreerd) | Az azuurblauw |
| 4) Brandstofniveausensor | ||
| 5) Dashboard (matrix) | 36) ECU boordcomputer | B Blauw |
| 6) Antenne immobilizer | 37) Snelheidssensor | Bi wit |
| 7) Sleutelcontact | 38) Richtingaanwijzer rechtsachter | G geel |
| 8) Claxon | 39) Parkeerlichten voor (alleen voertuigen usa/ch) | Gr Grijs |
| 9) Uitwijklicht links | ||
| 10) Stopschakelaar achter (op linker uitwijklicht) | 40) Dimlicht | M bruin |
| 41) Groot licht | N zwart | |
| 11) Uitwijklicht rechts | 42) Richtingaanwijzer linksvoor | R Rood |
| 12) Stopschakelaar voor (op rechter uitwijklicht) | 43) Koplamp | V groen |
| 44) Diode | ||
| 13) Richtingaanwijzer linksvoor | 45) - | Vi paars |
| 14) Achterlicht | 46) - | Ro roze |
| 15) Rem-/parkeerlicht | 47) - | |
| 16) Richtingaanwijzer rechtsvoor | 48) - | |
| 17) Kentekenverlichting (alleen voertuigen usa/ch) | 49) - | |
| 18) Generator | ||
| 19) Spanningsregelaar | ||
| 20) Relais injectie | ||
| 21) Relais start | ||
| 22) Startmotor | ||
| 23) Accu | ||
| 24) Zekering | ||
| 25) Bougie | ||
| 26) Bobine a.t. | ||
| 27) Benzinepomp | ||
| 28) Luchtinjectie | ||
| 29) Benzine-injectie | ||
| 30) Oliepomp | ||
| 31) Temperatuursensor | ||
| 32) Pick up |
BEDRADINGSSCHEMA - SCOOTER SR 50 PUREJET
IE 361

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
F --> G["7"]
G --> H["8"]
H --> I["9"]
I --> J["10"]
J --> K["11"]
K --> L["12"]
L --> M["13"]
M --> N["14"]
N --> O["15"]
O --> P["16"]
P --> Q["17"]
Q --> R["18"]
R --> S["19"]
S --> T["20"]
T --> U["21"]
U --> V["22"]
V --> W["23"]
W --> X["24"]
X --> Y["25"]
Y --> Z["26"]
Z --> AA["27"]
AA --> AB["28"]
AB --> AC["29"]
AC --> AD["30"]
AD --> AE["31"]
AE --> AF["32"]
AF --> AG["33"]
AG --> AH["34"]
AH --> AI["35"]
AI --> AJ["36"]
AJ --> AK["37"]
AK --> AL["38"]
AL --> AM["39"]
AM --> AN["40"]
AN --> AO["41"]
AO --> AP["42"]
AP --> AQ["43"]
%% Components or signal lines; nodes and labels are not explicitly provided in the image; the diagram is purely electrical schematic.
LEGENDA BEDRADINGSSCHEMA - SR 50 PUREJET IE 361
| 1) Meervoudige connectoren | 32) Bougie |
| 2) Relais grootlicht - dimlicht | 33) Acceleratiesensor |
| 3) olieniveauschakelaar | 34) Seriële aansluiting (diag.) |
| 4) Brandstofniveausensor | 35) Oliepomp |
| 5) Dashboard (matrix) | 36) ECU boordcomputer |
| 6) Antenne immobilizer | 37) Snelheidssensor |
| 7) Sleutelcontact | 38) Richtingaanwijzer rechtsachter |
| 8) Claxon | 39) Parkeerlichten voor (alleen voertuigen usa/ch) |
| 9) Uitwijklicht links | |
| 10) Stopschakelaar achter (op linker uitwijklicht) | 40) Dimlicht |
| 41) Groot licht | |
| 11) Uitwijklicht rechts | 42) Richtingaanwijzer linksvoor |
| 12) Stopschakelaar voor (oprechter uitwijklicht) | 43) Koplamp |
| 44) Diode | |
| 13) Richtingaanwijzer linksvoor | 45) - |
| 14) Achterlicht | 46) - |
| 15) Rem-/parkeerlicht | 47) - |
| 16) Richtingaanwijzer rechtsvoor | 48) - |
| 17) Kentekenverlichting (alleen voertuigen USA/CH) | 49) - |
| 18) Pick up | |
| 19) Generator | |
| 20) Spanningsregelaar | |
| 21) Relais injectie | |
| 22) Relais start (antionderbreking) | |
| 23) Startmotor | |
| 24) Accu | |
| 25) Zekeringen | |
| 26) Benzinepomp | |
| 27) Luchtinjectie | |
| 28) Benzine-injectie | |
| 29) Druksensor (of in boordcomputer geïntegreerd) | |
| 30) Temperatuursensor voorkant | |
| 31) Bobine a.t. |
KLEUR VAN DE KABELS
BEDRADINGSSCHEMA - SCOOTER SR 50 IE 50

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
F --> G["7"]
G --> H["8"]
H --> I["9"]
I --> J["10"]
J --> K["11"]
K --> L["12"]
L --> M["13"]
M --> N["14"]
N --> O["15"]
O --> P["16"]
P --> Q["17"]
Q --> R["18"]
R --> S["19"]
S --> T["20"]
T --> U["21"]
U --> V["22"]
V --> W["23"]
W --> X["24"]
X --> Y["25"]
Y --> Z["26"]
Z --> AA["27"]
AA --> AB["28"]
AB --> AC["29"]
AC --> AD["30"]
AD --> AE["31"]
AE --> AF["32"]
AF --> AG["33"]
LEGENDA BEDRADINGSSCHEMA - SR 50 IE 50
1) Meervoudige connectoren 34) Seriële aansluiting (diag.)
5) Temperatuursensor voorkant 38)
9) Uitwijklicht links
10) Stopschakelaar achter (op linker uitwijklicht)
11) Uitwijklicht rechts
12) Stopschakelaar voor (op rechter uitwijklicht)
13) Richtingaanwijzer linksvoor
14) Achterlicht
15) Rem-/parkeerlicht
16) Richtingaanwijzer rechtsvoor
17) Kentekenverlichting (alleen ch-usa)
18) Relais start
19) Startmotor
20) Accu
21) Zekeringen
22) Regelaar
23) Pick up
24) Generator
25) Bougie
26) Omvormer
27) Automatische starter
28) Richtingaanwijzer rechts voor
29) Parkeerlicht voor (alleen ch-usa)
30) Dimlicht
31) Groot licht
32) Richtingaanwijzer linksvoor
33)Koplamp
KLEUR VAN DE KABELS
Ar oranje
Az azuurblauw
B Blauw
Bi wit
G geel
Gr Grijs
M bruin
N zwart
R Rood
V groen
Vi paars
Ro roze
Officiële dealers en technische servicecentra
HET BELANG VAN EEN GOEDE SERVICE

Dankzij constante technische updates en aanpassingen van de speciale opleidingsprogramma's ten aanzien van de aprilia producten, kennen alleen de monteurs van het Officiële aprilia Netwerk dit voertuig door en door en beschikken zij over het benodigde speciale gereedschap om de onderhoudswerkzaamheden en reparaties op de juiste manier uit te voeren.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de goede staat van de mechanica van het voertuig. Het voertuig controleren voordat u wegrijdt, regelmatig onderhoud plegen en uitsluitend originele onderdelen van aprilia gebruiken, is van essentieel belang!
Kijk voor informatie over de officiële dealer en/of het dichtstbijzijnde servicecentrum in de Gouden Gids of zoek rechtstreeks op de landkaart die u op onze officiële Internetsite aantreft:
www.aprilia.com
Alleen als er originele aprilia onderdelen gebruikt worden heeft men een product dat reeds tijdens de ontwerp-fase van de motorfiets ontwikkeld en getest is. De originele onderden van aprilia worden systematisch aan kwaliteitscontroleprocedures onderworpen om de betrouwbaarheid en levensduur ervan te waarborgen.
Piaggio & C. S.p.A. bedankt haar klanten voor de aanschaf van dit voertuig en beveelt aan:
- Het milieu niet te vervuilen met olie, brandstof, vervuilende stoffen en componenten.
– De motor niet onnodig lang aan te laten staan. - Geen lawaaioverlast te veroorzaken.
- De natuur te respecteren.