Scarabeo 50 (2003) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Scarabeo 50 (2003) APRILIA in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk | Aprilia |
| Model | Scarabeo 50 (2003) |
| Categorie | Scooter |
| Lengte | 1860 mm |
| Breedte | 720 mm |
| Hoogte | 1150 mm |
| Wielbasis | 1290 mm |
| Zithoogte | 780 mm |
| Droog gewicht | 85 kg |
| Maximaal toelaatbaar gewicht | 150 kg |
| Motortype | 1-cilinder, 2-takt |
| Inhoud motor | 49,4 cc |
| Vermogen | 3,4 kW (4,6 pk) bij 6.500 tpm |
| Brandstof | Benzine (mengsmering 2% olie) |
| Transmissie | Automatische CVT |
| Koeling | Luchtgekoeld |
| Ontsteking | CDI |
| Remmen voor | Schijfrem |
| Remmen achter | Trommelrem |
| Banden voor | 120/70-12 |
| Banden achter | 130/70-12 |
| Brandstoftank | 5,5 liter |
| Oliesysteem | Mengsmering (2-takt olie) |
| Bougie | NGK BR6HS of equivalent |
| Verlichting | 12V |
| Startsysteem | Elektrisch en kickstarter |
Veelgestelde vragen - Scarabeo 50 (2003) APRILIA
Gebruikersvragen over Scarabeo 50 (2003) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Scarabeo 50 (2003) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Scarabeo 50 (2003) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Scarabeo 50 (2003) APRILIA
Eerste editie: april 2003
Herdruk:
U herkent de officiële aprilia-bromfiets-dealer aan dit logo op de deur of etalage:

U herkent de officiële aprilia-motorfiets-dealer aan dit logo op de deur of etalage:

Deze raamsticker wordt elk jaar verstrekt en dient daarom actueel te zijn.
Vervaardigd en gedrukt door:
Soave (VERONA) - Italië
Tel. +39 - 045 76 11 911
Fax +39 - 045 76 12 241
E-mail: customer@stp.it
www.stp.it
In opdracht van:
aprilia s.p.a.
via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) - Italië
Tel. +39 - 041 58 29 111
Fax +39 - 041 44 10 54
www.aprilia.com
WAARSCHUWINGSBOOD- SCHAPPEN
De volgende waarschuwingen worden in heel deze handleiding gebruikt om de volgende boodschappen over te brengen:
Veiligheidswaarschuwing. Wanneer u dit symbool aantreft op de bromfiets of in de handleiding, dient u rekening te houden met potentieel gevaar voor persoonlijk letsel. Niet-naleving van de aanwijzingen die worden gegeven in de boodschappen voorafgegaan door dit symbool kan resulteren in ernstige risico's voor de veiligheid van uzelf en anderen en voor de bromfiets!
▲ WAARSCHUWING
Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in ernstig letsel of zelfs de dood.
▲ OPGELET
Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in licht persoonlijk letsel of schade aan de bromfiets.
OPMERKING Het woord "OPMER-KING" in deze handleiding gaat belangrijke informatie of richtlijnen vooraf.
INFORMATIE
★ Bewerkingen voorafgegaan door dit symbool dienen aan de andere kant van de bromfiets te worden herhaald. Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
Daar waar de termen "rechts" en "links" worden gebruikt, wordt ervan uitgegaan dat de rijder in normale rijhouding op de bromfiets zit.
50 Elke verwijzing naar het gebruik van de bromfiets met passagier heeft uitsluitend betrekking op landen waar het rijden met passagier is toegestaan.
In de tekst en de afbeeldingen verwijzen de symbolen (O), voorafgegaan door het symbool van het model (50 100), uitsluitend naar het aangegeven model.
WAARSCHUWINGEN - VOORZORGSMAATREGELEN - ALGEMENE OPMERKINGEN
Voordat u de motor start, dient u aandachtig dit boekje te lezen, in het bijzonder het gedeelte "VEILIG RIJDEN".
Uw veiligheid en die van anderen hangt niet alleen af van de snelheid van uw reflexen en uw behendigheid, maar ook van de kennis van de bromfiets, van de staat van onderhoud en van de basisregels voor
VEILIG RIJDEN. Daarom is het belangrijk de bromfiets goed te leren kennen, zodat u er zich veilig mee in het verkeer kunt begeven.
OPMERKING Dit boekje hoort onlosmakelijk bij de bromfiets en moet in geval van verkoop worden overgedragen.
aprilia heeft bij de samenstelling van dit boekje de grootste zorg aan de dag gelegd, teneinde de gebruiker correcte en actuele informatie te verschaffen. Daar aprilia echter voortdurend het ontwerp van zijn producten verbetert, kunnen de kenmerken van uw bromfiets lichtjes afwijken van de in dit boekje beschreven kenmerken.
Indien u vragen heeft met betrekking tot de informatie in dit boekje, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw officiële aprilia-dealer.
Voor controles en reparaties die niet expliciet in deze publicatie staan beschreven, de aanschaf van originele aprilia-reserveonderdelen, accessoires en andere producten, alsook specifieke adviezen, dient u zich uitsluitend te wenden tot de officiële aprilia-dealers en onderhoudscentra, die een betrouwbare en snelle service garanderen.
Wij danken u omdat u voor aprilia heeft gekozen en wensen u veel rijplezier.
Alle rechten voor wat betreft elektronische opslag, reproductie en volledige of gedeeltelijke aanpassing, op welke manier ook, zijn voorbehouden voor alle landen.
OPMERKING In sommige landen vereisen de van kracht zijnde milieuwetgeving en geluidsvoorschriften periodieke inspecties.
In deze landen moet de gebruiker van het voertuig:
- contact opnemen met een officiële aprilia-dealer om de niet-goedgekeurde onderdelen te laten vervangen door onderdelen die goedgekeurd zijn in het betreffende land;
- voer de vereiste periodieke inspecties uit.
OPMERKING Bij aankoop van deze bromfiets dient u in de navolgende figuur de identificatiegegevens te vermelden die op het IDENTIFICATIE-ETIKET VERVANGINGSONDERDELEN STAAN. Het etiket is op de linkerbuis van het frame geplakt; om het te kunnen lezen, moet de inspectiekap worden verwijderd, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).
| I | UK | A | P | SF | B | D | F | E | GR |
| NL | CH | DK | J | SGP | SLO | IL | ROK | MAL | RCH |
| HR | AUS | USA | BR | RSA | NZ | CDN |
Dit zijn identificatiegegevens van:
- YEAR = bouwjaar (Y, 1, 2, ...);
- I.M. = wijzigingscode (A, B, C, ...);
- LANDENCODES = land van homologatie (I, UK, A, ...).
Ze dienen te worden doorgegeven aan de officiële aprilia-dealer bij de aankoop van vervangingsonderdelen of accessoires die specifiek zijn voor uw model.
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt om de verschillende versies aan te duiden:
50 model 50 cm ^4
100 model 100 cm ^4
OPT optie
(1) uitvoering met trommelrem
VERSIE VOOR:
| I | Italië | SGP | Singapore |
| UK | Verenigd Ko- | SLO | Slovenië |
| A | Oostenrijk | IL | Israël |
| P | Portugal | ROK | Zuid-Korea |
| SF | Finland | MAL | Maleisië |
| B | België | RCH | Chili |
| D | Duitsland | HR | Kroatië |
| F | Frankrijk | AUS | Australië |
| E | Spanje | USA | Verenigde Staten |
| GR | Griekenland | BR | Brazilië |
| NL | Nederland | RSA | Zuid-Afrika |
| CH | Zwitserland | NZ | Nieuw-Zeeland |
| DK | Denemarken | CDN | Canada |
| J | Japan |
ALGEMENE INHOUD
VEILIG RIJDEN....5
BASISREGELS VOOR DE VEILIGHEID ...... 6
KLEDING 9
ACCESSOIRES 10
LADING 10
PLAATSING
VAN DE HOOFDELEMENTEN 50 12
PLAATSING
VAN DE HOOFDELEMENTEN 100 14
PLAATSING VAN DE
BEDIENINGSELEMENTEN / INSTRUMENTEN
EN CONTROLELAMPJES 16
TABEL INSTRUMENTEN
EN CONTROLELAMPJES
BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE
BEDIENINGSELEMENTEN 50 18
BEDIENINGSELEMENTEN
OP DE LINKERSTUURHELFT 18
BEDIENINGSELEMENTEN
OP DE RECHTERSTUURHELFT
BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE
BEDIENINGSELEMENTEN 100 20
BEDIENINGSELEMENTEN
OP DE LINKERSTUURHELFT 20
BEDIENINGSELEMENTEN
OP DE RECHTERSTUURHELFT 21
CONTACTSCHAKELAAR 22
STUURSLOT 22
HULPUITRUSTING 23
ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN
VAN HET ZADEL 23
HANDSCHOENENKASTJE 23
ANTIDIEFSTALHAAK 23
GEREEDSCHAPSSET 24
TASSENHAAK 24
HELMKOFFER 1 25
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN 26
BRANDSTOF 26
SMEERMIDDELEN 28
REMVLOEISTOF - aanbevelingen 29
SCHIJFREMMEN 30
TROMMELREM ACHTER 50 (CI) - 100 ..... 31
BANDEN 32
VERSIE MET AUTOMATISCHE
LICHTONTSTEKING 33
KATALYTISCHE GELUIDDEMPER .....34
UITLAATDEMPER 34
VERWIJDEREN ACHTERREMKLAUW 50 ...61
VERWIJDEREN
VAN DE ACHTERUITKIIJKSPIEGELS ......61
VERWIJDEREN
VAN DE VOORSTE STUURKAP 62
VERWIJDEREN
VAN DE INSPECTIEKAP 62
VERWIJDEREN
VAN DE UITLAATDEMPER 63
VERWIJDEREN VAN DE VOETSTEUN .....64
VERWIJDEREN VAN DE ACCUKAST ...... 64
VERWIJDEREN
VAN DE HELMKOFFER 1 65
AFSTELLING VAN HET
STATIONAIRE TOERENTAL 66
RICHTINGAANWIJZERS 77
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP
Om de bromfiets te mogen besturen is het nodig dat u aan alle wettelijke verplichtingen voldoet (rijbewijs, geestelijke en lichamelijke gezondheid, verzekering, nummerplaat, enz.).
U wordt aangeraden zich de bromfiets geleidelijk eigen te maken, daar waar weinig verkeer is of op terreinen die privé-eigendom zijn.

Het gebruik van bepaalde medicijnen, alcohol en verdovende middelen benadeelt in aanzienlijke mate de rijveiligheid.
Verzekert u zich ervan dat u geestelijk en lichamelijk goed in staat bent te rijden, en rijd vooral niet bij vermoeidheid en slape- righeid.

Het merendeel van de ongelukken is te wij- ten aan onervarenheid van de rijder.
Leen de bromfiets NOOIT uit aan beginners en overtuigt u zich er in ieder geval van dat de rijder in het bezit is van de wettelijke vereisten voor het rijden.

Volg nauwgezet de verkeersaanwijzingen en houd u aan de nationale en plaatselijke verkeersregels.
Vermijd plotselinge manoeuvres die gevaar opleveren voor uzelf en voor anderen (bijvoorbeeld: steigeren, te hard rijden enz.), en houd altijd rekening met de toestand van het wegdek, het zicht, enz.

Bots niet tegen obstakels die schade aan het voertuig kunnen toebrengen of de controle over het voertuig kunnen doen verliezen.
Rijd niet vlak achter andere voertuigen om u mee te laten "zuigen".

Houd altijd beide handen aan het stuur en de voeten op de pedalen (of de voetplanken) en neem een correcte rijhouding aan.
Vermijd absoluut rechtop te gaan staan tijdens het rijden of uw ledematen te strekken.

De rijder moet zich nooit af laten leiden of laten beïnvloeden door personen of hande- lingen (niet roken, eten, drinken, lezen, enz.) tijdens het rijden.
Gebruik de voorgeschreven koelvloeistof en olie, zoals beschreven in de "SMEER-MIDDELENTABEL"; controleer steeds of de niveaus van de olie en de koelvloeistof de voorgeschreven niveaus hebben.
Controleer, als de bromfiets bij een ongeluk betrokken is geweest, of de bedieningsknoppen, -kabels, -slangen, het rem-systeem en de vitale delen niet beschadigd zijn.

Laat de bromfiets eventueel nakijken door een officiële aprilia-dealer, met speciale aandacht voor het frame, het stuur, de vering, de veiligheidsonderdelen en de onderdelen waarvan de gebruiker zelf niet in staat is te beoordelen of ze beschadigd zijn.
Meld elk mankement bij het functioneren aan de technici/mecaniciens opdat de re-paratiewerkzaamheden vergemakkelijkt worden.
Rijd absoluut niet met de bromfiets wanneer de beschadiging de rijveiligheid in gevaar brengt.
Verander nooit de plaats, de stand of de kleur van: de kentekenplaat, de richting-aanwijzers, de lichten en de claxon.
Modificaties aan de bromfiets doen de garantie onherroepelijk vervallen.

Uitsluitend voor modellen tot en met 50 cm³
Elke eventuele verandering van de motor of andere delen die tot doel heeft de snelheid of het vermogen van de bromfiets op te drijven, is bij wet verboden; elke eventuele verandering die resulteert in een verhoging van de maximumsnelheid of van het slagvolume van de motor maakt van de bromfiets een bromfiets, wat de volgende verplichtingen voor de eigenaar met zich brengt:
- nieuwe homologatie;
- nieuwe inschrijving;
- aangepast rijbewijs.
Bovendien doen dergelijke veranderingen de dekking van de verzekering teniet, aangezien verzekeringspolissen het aanbrengen van technische veranderingen met het doel het vermogen van het voertuig op te drijven, uitdrukkelijk verbieden.

Om de hierboven aangehaalde redenen, is niet-naleving van het verbod op het opdrijven van de prestaties strafbaar met de wettelijk voorziene sancties (waaronder inbeslagneming van de bromfiets), die - al naargelang het geval - kunnen worden gecombineerd met de sancties voorzien voor het niet-dragen van de helm en/of het nietgebruiken van de verzekeringsplaat en met de strafrechtelijke sancties voorzien voor het rijden met de bromfiets zonder bromfietscertificaat.

Uitsluitend voor modellen boven 50 cm ^3
Elke eventuele verandering die aangebracht wordt aan de bromfiets of de verwijdering van originele delen kunnen de prestaties negatief beïnvloeden en de veiligheid in gevaar brengen of de bromfiets onwettig maken.
U wordt geadviseerd om zich altijd te houden aan alle nationale en plaatselijke wettelijke voorschriften en regels op het punt van de uitrusting van de bromfiets.
In het bijzonder moeten technische veranderingen vermeden worden die de prestaties beïnvloeden of in ieder geval de oorspronkelijke eigenschappen van de bromfiets veranderen.
Houd geen snelheidswedstrijden met andere voertuigen.
Rijd uitsluitend op het wegdek.

Voordat u gaat rijden dient u eraan te denken dat u altijd de helm op hebt; deze moet op de juiste wijze gedragen worden. Controleer of de helm gekeurd is, niet-beschadigd is, de juiste maat heeft en of het vizier schoon is.
Draag beschermende kleding; mogelijkkerwijs met een heldere en/of reflecterende kleur. Zodoende bent u goed zichtbaar voor de andere weggebruikers en beperkt u hiermee het risico aangereden te worden. Bij een val hebt u zodoende ook een betere bescherming.
De kleding moet goed passen en aan de uiteinden gesloten zijn; Koorden, ceintuur en das mogen niet los hangen; voorkom dat deze of andere objecten het rijden kunnen beïnvloeden doordat ze verstrikt raken in bewegende delen of bedieningselementen.

Zorg ervoor dat u geen voorwerpen in uw zakken hebt die mogelijk gevaar opleveren bij een val, zoals puntige objecten als sleutels, pennen, glazen voorwerpen (hetzelf-de geldt voor de eventuele passagier).

De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Denkt u er tijdens de montage aan dat geen onderdelen zoals de lichten of onderdelen die dienen voor het aangeven van de richting of voor geluidssignalen bedekt worden, waardoor deze onderdelen geheel of gedeeltelijk hun functie verliezen; belemmer ook niet de uitslag van de vering en de stuurhoek en de werking van de bedieningselementen.
Vermijd het gebruik van accessoires die de toegang tot de bedieningselementen belemmeren, omdat zo de reactietijd in noodgevallen langer kan worden.
De grote kappen en windschermen van de bromfiets kunnen aërodynamische krachten doen ontstaan die de stabiliteit van de bromfiets beïnvloeden, vooral bij hoge snelheid.

Controleer of de accessoires op degelijke wijze bevestigd zijn aan de bromfiets en geen gevaar opleveren tijdens het rijden.
Niets toevoegen aan de elektrische installatie of hier iets aan veranderen, waardoor het maximale vermogen van de bromfiets overschreden zou kunnen worden. Hierdoor zou de bromfiets tijdens het rijden plotseling kunnen stoppen of er zou zich een gevaarlijk stroomtekort kunnen voordoen, zodat de claxon en de lichten niet meer functioneren.
aprilia raadt het gebruik van originele accessoires aan (originele aprilia accessoires).
LADING
Wees voorzichtig bij het opladen van bagage en vervoer niet te veel lading. De bagage moet zich zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van de bromfiets bevinden en evenwichtig verdeeld zijn naar beide zijden van de bromfiets zodat er een optimale ba-

lans is. Zorg er verder voor dat de lading goed is vastgemaakt op de bromfiets, vooral voor een lange rit.
Bevestig absoluut geen grote, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit vertraagt de reactiesnelheid van de bromfiets in de bochten en hindert de controle tijdens het rijden.
Bevestig niet teveel ruimte innemende bagage aan de zijkant van de bromfiets, aangezien deze tegen personen of voorwerpen zou kunnen stoten, waardoor u de controle over de bromfiets zou kunnen verliezen.

Deze zaken zouden tegen personen of voorwerpen kunnen stoten, waardoor de rijder de controle over de bromfiets zou kunnen verliezen.
Denk eraan dat de bagage niet voor of over de verlichting, de akoestische en visuele signalering hangt.
Vervoer geen dieren of kinderen op het handschoenkastje of op de bagagedrager.

Overschrijd niet de limiet voor vervoer die geldt voor iedere zijtas.
Teveel lading beïnvloedt de stabiliteit en de manoeuvreerbaarheid van de bromfiets.
PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN 50

LEGENDA
1) Claxon
2) Achterremvloeistofreservoir
3) Handschoenenkastje
4) Zekeringkastje
5) Accu
6) Linker voetsteun duopassagier (in de landen waar dit is vereist)
7) Zadelslot
8) Bagagedrager
9) Middenstandaard
5) Tassenhaak
6) Framenummerafdekplaatje
7) Voorremvloeistofreservoir
8) Bougie
9) Brandstoftank
10) Rechter voetsteun duopassagier (in de landen waar dit is vereist)
11) Antidiefstalhaak (voor versterkte kabel "Body-Guard" van aprilia OPT)
PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN 100

LEGENDA
1) Claxon
2) Handschoenenkastje
3) Zekeringkastje
4) Accu
5) Linker voetsteun duopassagier
6) Zadelslot
7) Bagagedrager
8) Middenstandaard
9) Kickstarter
10) Luchtfilter
11) Inspectiekap
12) Luchtfilter variator
13) Helmkoffer

LEGENDA
1) Oliereservoir
2) Dop oliereservoir
3) Tankdop
4) Contactschakelaar/stuurslot
5) Tassenhaak
6) Framenummerafdekplaatje
7) Voorremvloeistofreservoir
8) Bougie
9) Brandstoftank
10) Rechter voetsteun duopassagier
11) Antidiefstalhaak (voor versterkte kabel "Body-Guard" van aprilia OPT)
PLAATSING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN / INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES

LEGENDA
1) Elektrische bedieningselementen op de linkerstuurhelft
2) Achterremhendel
3) Linker achteruitkijkspiegel
4) Instrumenten en controlelampjes
5) Rechter achteruitkijkspiegel (50) (in de landen waar dit is vereist)
6) Voorremhendel
7) Gashendel
8) Elektrische bedieningselementen op de rechterstuurhelft
9) Contactschakelaar/stuurslot ( ○ - ≡ - n)

10) Snelheidsmeter
11) Indicator brandstofpeil (R)
12) Groen waarschuwingslampje richtingaanwijzer (↔→)
13) Blauw waarschuwingslampje grootlicht (≡D)
14) Rood waarschuwingslampje oliereserve (☐.)
15) Kilometerteller
TABEL INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES
| Beschrijving Functie | |
| Waarschuwingslampje richtingaanwij-zers ⇌ ⇌ | Knippert wanneer de richtingaanwijzers in werking zijn. |
| Waarschuwingslampje oliereserve 📋 | Het starten gebeurt door de contactschakelaar in de stand “○” te plaatsen en de startknop “ⓧ” in te drukken; controleer of het lampje brandt.Gaat het lampje tijdens het starten niet branden, vervang het dan.⚠ OPGELET Als het waarschuwingslampje gaat branden maar niet dooft nadat de startknop “ⓨ” is losge-laten of wanneer het gaat branden tijdens de normale werking, dan bete-kent dit dat het oliepeil van de menger dusdanig is dat de oliereserve wordt aangesproken; vul in dat geval de olie van de menger bij, zie pag. 28 (SMEEROLIE). |
| Kilometertotaalteller Geeft het totaal aantal gereden kilometers aan. | |
| Snelheidsmeter Geeft de rijsnelheid aan. | |
| Waarschuwingslampje grootlicht ⚪ | Licht op wanneer de koplamp in de stand voor het groot licht staat. |
| Indicator brandstofpeil ⚽ | Geeft bij benadering het brandstofpeil in de brandstoftank aan. |
BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE BEDIENINGSELEMENTEN 50

BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKERSTUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
OPMERKING De lichten werken enkel wanneer de motor draait.
1) DIMLICHTSCHAKELAAR (ID - ID)
Wanneer de lichtschakelaar in de stand "D" staat, brandt het dimlicht; staat die in de stand "D", dan brandt het groot licht.
2) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS (↔)
De schakelaar naar links zetten om aan te geven dat u links gaat afslaan; de schakelaar naar rechts drukken om aan te geven dat u rechts gaat afslaan.
Op het midden van de schakelaar drukken om de richtingaanwijzer uit te zetten.
3) DRUKKNOP CLAXON (☐)
De claxon treedt in werking wanneer de drukknop wordt ingedrukt.
Door de hendel met de klok mee te draaien (naar buiten toe), treedt de choke voor de koude start van de motor in werking. Breng de hendel weer in zijn oorspronkelijke stand om de choke uit te schakelen.
BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTERSTUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
OPMERKING De lichten werken enkel wanneer de motor draait.
1) STARTKNOP ( ⑧ )
Door op de startknop te drukken en tegelijkertijd een remhendel (voor of achter) te bedienen, laat de startmotor de motor draaien.
Voor het starten, zie pag. 36 (STARTEN).

BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE BEDIENINGSELEMENTEN 100

BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKERSTUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "○" staat.
OPMERKING De lichten werken enkel wanneer de motor draait.
1) DIMLICHTSCHAKELAAR (ID - ID)
Staat de lichtschakelaar (☐ - ☐ ☐ - ●) in de stand "☐" terwijl de lichtschakelaar in de stand "☐" staat, dan wordt het dimlicht ingeschakeld; staat die in de stand "☐", dan brandt het groot licht.
2) UITSCHAKELKNOP RICHTINGAANWIJZERS (▲)
Staat de schakelaar van de richtingaanwijzers (3) naar rechts of naar links, dan wordt door het indrukken van de knop de werking van de richtingaanwijzers uitgeschakeld.
3) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS (↔→)
De schakelaar naar links zetten om aan te geven dat u links gaat afslaan; de schakelaar naar rechts drukken om aan te geven dat u rechts gaat afslaan. Druk op knop (2) om de richtingaanwijzers uit te schakelen.
De claxon treedt in werking wanneer de drukknop wordt ingedrukt.
BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTERSTUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
OPMERKING De lichten werken enkel wanneer de motor draait.
1) KOPLAMPSCHAKELAAR (☀️ - ☑️ ⚡️ - ●)
OPMERKINGAlvorens de lichtschakelaar in te schakelen, moet worden gecontroleerd of de lichtschakelaar (ID - ID) in positie "ID" staat.
Wanneer de lichtschakelaar in de stand “●” staat, zijn de lichten uit; in de stand “○○” zijn de positielichten en de dashboardverlichting aan; in de stand “○” zijn de positielichten, de dashboardverlichting en het dimlicht aan. Het grootlicht (≡D - ≡D) kan worden bediend met de dimlichtschakelaar.
2) STARTKNOP (③)
Door op de startknop te drukken en tegelijkertijd een remhendel (voor of achter) te bedienen, laat de startmotor de motor draaien.
Voor het starten, zie pag. 36 (STARTEN).

De contactschakelaar bevindt zich aan de rechterzijde, vlakbij de stuurstang.
OPMERKING De sleutel (1) bedient de contact-/stuurslotschakelaar, het handschoenenkastje en het zadelslot.
Bij de bromfiets worden twee sleutels geleverd (één reservesleutel).
OPMERKING Bewaar de reserve- sleutel en het plaatje met het codenummer niet op de bromfiets.

Draai de sleutel nooit in de stand “ ^® ” terwijl u rijdt, om te vermijden dat u de controle over de bromfiets verliest.
BEDIENING
Om het stuur te vergrendelen:
♦ Draai het stuur volledig naar links.
♦ Draai de sleutel (1) in de stand “⊗” en druk hem in.
♦ Laat de sleutel los.
OPMERKING Draai de sleutel en be- weeg gelijktijdig het stuur.
- Draai de sleutel (1) linksom en draai het stuur langzaam tot de sleutel (1) de stand "a" bereikt.
♦ Trek de sleutel uit het contact.
| Stand Functie | Uittrekken sleutel | |
| Stuurslot | Het stuur is vergren-deld. Het is onmogelijk de motor te starten en de lichten te ontsteken. | De sleutel kan uit het contact wor-den getrok-ken. |
| De motor kan niet worden gestart en de lichten kunnen niet worden ont-stoken. | De sleutel kan uit het contact wor-den getrok-ken. | |
| De motor kan worden gestart en de lichten kunnen wor-den ontsto-ken. | De sleutel kan niet uit het contact worden getrokken. | |
HULPUITRUSTING

Ga als volgt te werk voor het ontgrendelen en omhoogzetten van het zadel:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ Steek de sleutel in het zadelslot (1).
♦ Draai de sleutel rechtsom en zet het za-del (2) omhoog.
OPMERKING Controleer voordat u het zadel omlaag zet en vastklikt of u niet de sleutel in de ruimte onder het zadel hebt laten liggen.
- Om het zadel te vergrendelen, moet het omlaaggezet en in het midden aangedrukt worden, totdat het dichtklikt.
WAARSCHUWING
Controleer voor het rijden of het zadel goed vergrendeld is.

HANDSCHOENENKASTJE
Open het handschoenenkastje als volgt:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
- Steek de contactsleutel in het slot (3) en draai hem rechtsom.
Sluit het als volgt:
- Steek de contactsleutel in, druk hem in en draai hem rechtsom en draai hem vervolgens in tegenovergestelde richting om te vergrendelen.
- Neem de sleutel uit en controleer of het kastje is gesloten.
▲ WAARSCHUWING
Belast het handschoenenkastje niet overmatig.
Maximaal toegestaan gewicht: 1,5 kg.

ANTIDIEFSTALHAAK
De antidiefstalhaak (4) bevindt zich aan de rechterzijde van het voertuig.
Om diefstal van de bromfiets te voorkomen, verdient het aanbeveling deze vast te leggen met de versterkte kabel "Body-Guard" van aprilia OPT (5), die verkrijgbaar is bij de officiële aprilia-dealer.
WAARSCHUWING
Gebruik de haak niet om de bromfiets op te tillen of voor andere doeleinden. De haak is namelijk alleen ontworpen om de geparkeerde bromfiets vast te leggen.

Om bij de gereedschapset te komen moet het zadel worden ontgrendeld en omhooggeplaatst, zie pag. 23 (ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL). De sleutels bevinden zich onderin.
De gereedschapset bestaat uit:
- 1 dopsleutel van 21 mm (1);
- 1 schroevendraaier (2) met aan een uiteinde een kruiskop type PH nummer 2 en aan het andere uiteinde een inbussleutel van 4 mm.

Hang geen tassen of pakjes aan de haak die te veel ruimte innemen, omdat dit de bestuurbaarheid van het voertuig of de bewegingsvrijheid van uw voeten ernstig kan belemmeren.
De tassenhaak (3) bevindt zich aan de voorzijde onder het zadel.
Maximaal toegestaan gewicht: 1,5 kg.

OPMERKING De helmkoffer wordt alleen standaard geleverd op de uitvoering 1.
Bij de bromfiets worden twee sleutels geleverd (één reservesleutel).
OPMERKING Bewaar de reserve- sleutel en het plaatje met het codenummer niet op de bromfiets.
OPMERKING In de koffer past een integraalhelm.

Belast de helmkoffer niet overmatig. Maximaal toegestaan gewicht: 3 kg.
Dankzij de helmkoffer hoeven de helm of andere grote voorwerpen niet te worden meegenomen als de bromfiets wordt ge-parkeerd.
OPMERKING De helmkoffer kan van het voertuig worden verwijderd en als handbagage worden gedragen, zie pag. 65 (VERWIJDEREN VAN DE HELMKOFFER).

De helmkoffer kan als volgt worden bereikt:
♦ Steek de sleutel (1) in het slot.
♦ Draai de sleutel (1) rechtsom.
◆ Plaats de slotbehuizing (2) omhoog om deze los te maken van het deksel (3).
◆ Open de helmkoffer.
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De brandstof die gebruikt wordt voor verbrandingsmotoren is uiterst ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden explosief worden.
Het is belangrijk dat het tanken en de onderhoudswerkzaamheden in een goed geventileerde ruimte gebeuren en met afgezette motor.
Niet roken gedurende het tanken of in de nabijheid van benzinedampen; in elk geval absoluut contact mijden met open vlammen, vonken en elke andere warmtebron, om te voorkomen dat de brandstof vlam vat of explodeert.

▲ WAARSCHUWING
Verder moet u ook voorkomen dat er benzine uit de tankopening stroomt, aangezien ze vlam kan vatten bij contact met de gloeiende delen van de motor.
Voor het geval per ongeluk benzine buiten de tank terechtkomt, moet u controleren of de plek waar de benzine is rechtgekomen geheel droog is en voor u gaat rijden moet u er zich van vergewissen dat er geen benzine op de hals van de benzinemond is achtergebleven.
Loodvrije benzine zet uit onder invloed van zonnewarmte en zonnestraling. Vul de tank daarom nooit tot de rand.
Mijd contact van benzine met de huid en inademing van dampen.

zuig geen benzine op en breng de benzine niet over van één vat in een ander met behulp van een slang.
LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MI- LIEU.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN teHOUDEN.

Gebruik uitsluitend loodvrije benzine, in overeenstemming met de norm DIN 51 607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).

Ga als volgt te werk om te tanken:
◆ Plaats het zadel omhoog, zie pag. 23 (ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
♦ Draai de dop van de brandstoftank (1) los en verwijder deze.
INHOUD RESERVOIR (reserve inbegrepen): 7 ℓ
TANKRESERVE: 1 ℓ

Voeg geen additieven of andere sub- stanties toe aan de brandstof.
Als u een trechter of soortgelijke voorwerpen gebruikt, zorg er dan voor dat ze perfect schoon zijn.
♦ Tank bij.
WAARSCHUWING
Plaats na het tanken de dop (1) goed terug.
◆ Plaats de dop (1) terug.
SMEERMIDDELEN
▲ WAARSCHUWING
Olie kan leiden tot ernstige beschadiging van de huid bij dagelijkse en langdurige aanraking.
Na gebruik van olie uw handen goed wassen.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
AOPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Mors geen olie!
Let op dat onderdelen, de plaats waar u werkt of de onmiddellijke omgeving niet worden besmeurd.
Veeg oliesporen zorgvuldig op.
Neem in geval van olielekkages of defecten contact op met een officiële aprilia-dealer.
SMEEROLIE

Vul het oliereservoir elke 500 km (312 mi).

Vul het oliereservoir elke 400 km (250 mi).
De bromfiets is uitgerust met een afzonderlijke menginrichting waarin de benzine en de olie voor het smeren van de motor worden gemengd, zie pag. 86 (SMEERMIDDELEN-TABEL).
De olievoorraad wordt aangegeven door het oplichten van het waarschuwingslampje van de oliereserve "###" op het dashboard, zie pag. 16 (PLAATSING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN / INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES).
AOPGELET
Wanneer u de bromfiets zonder olie gebruikt, wordt er zware schade aan de motor toegebracht.
Als de olie in het oliereservoir is opgebruikt of als de olieleiding is verwijderd, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer, die het systeem zal ontluchten.
Dit is noodzakelijk, want als de motor draait terwijl er lucht in het oliecircuit aanwezig is, kan dit ernstige schad aan de motor veroorzaken.

Vul het oliereservoir als volgt:
◆ Plaats het zadel omhoog, zie pag. 23 (ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
♦ Verwijder de plug (1).
INHOUD RESERVOIR: 1 ℓ
TANKRESERVE: 0,35 ℓ
▲OPGELET
Voeg geen additieven of andere sub- stanties toe aan de olie.
Als u een trechter of soortgelijke voor-werpen gebruikt, zorg er dan voor dat ze perfect schoon zijn.
♦ Vul olie bij.
▲OPGELET
Plaats na het tanken de dop (1) goed te- læug.
◆ Plaats de dop (1) terug.

Laat het peil van de versnellingsbakolie om de 3000 km (1875 mi) controleren.

Laat het peil van de versnellingsbakolie om de 4000 km (2500 mi) controleren of om de 12 maanden.
De versnellingsbakolie moet worden ververst na de eerste 500 km (312 mi) en daarna telkens of om de 12000 km (7500 mi) of om de 2 jaar.
Neem contact op met een officiële aprilia-dealer om het oliepeil te controleren en de olie te verversen.

Plotselinge weerstand of verschillen in speling op de remhendel kunnen te wij- ten zijn aan onregelmatigheden in het hydraulische systeem.
In geval van twijfel met betrekking tot het goed functioneren van het remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u te rade gaan bij uw officiële aprilladealer.

Besteed bijzondere aandacht aan de remschijf en het wrijvingsmateriaal en controleer of ze niet vuil zijn of besmeurd met olie, vooral na onderhoudswerkzaamheden of inspecties. Controleer of de remleiding niet verdraaid of versleten is.
LOOS VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU. BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
SCHIJFREMMEN
▲ WAARSCHUWING
De remmen zijn de belangrijkste onderdelen voor uw veiligheid, dus moeten zij te allen tijde in perfecte staat verkeren; controleer ze voor elke rit.
Een vuile schijf verontreinigt de remblokjes, wat zal resulteren in een verminderde remkracht. Vuile remblokjes moeten worden vervangen; vuile schijven moeten worden gereinigd met een ontvettingsmiddel van hoge kwaliteit.
De remvloeistof moet om de twee jaar vervangen worden door een officiële aprilia-dealer.
In geval van twijfel met betrekking tot het goed functioneren van het remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u te rade gaan bij uw officiële aprilia-dealer.
OPMERKING Voor het model met trommelrem achteraan Ⓕ is de volgende informatie enkel van toepassing op de schijfrem vooraan.

Naarmate de remblokjes afslijten, neemt het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
Het remvloeistofreservoir (1) bevindt zich naast de koppeling van de voorremhendel. Controleer regelmatig het remvloeistofpeil in het reservoir (1) en de slijtage van de remblokjes, zie pag. 58 (CONTROLLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOK-JES).
▲ WAARSCHUWING
Rijd niet met de bromfiets als er vloeistof uit het remsysteem lekt.
CONTROLE
Controleer het peil als volgt:
- Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
- Draai het stuur zo dat de vloeistof in het remvloeistofreservoir evenwijdig staat met de "MIN"-markering op het peilglas (2).
MIN=minimumniveau.
- Controleer of de remvloeistof in het reservoir boven de "MIN"-markering op het glas (2) staat.
Als de vloeistof niet minstens tot het "MIN"-streepje reikt:
AOPGELET
Naarmate de remblokjes afslijten, neemt het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
- Controleer de slijtage van de remblokjes, zie pag. 58 (CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES).
Als de remblokjes en/of de schijf niet moe- ten worden vervangen:
◆ Neem contact op met een officiële apri- lia-dealer om vloeistof te laten bijvullen.
AOPGELET
Controleer de werking van de remmen. Neem in geval van overmatige speling van de remhendel of een verminderde werking van de remmen contact op met een officiële aprilia-dealer, aangezien in dit geval het systeem mogelijk moet worden ontlucht.

TROMMELREM ACHTER 50 (O) - 100
▲ WAARSCHUWING
De remmen zijn de belangrijkste onderdelen voor uw veiligheid, dus moeten zij te allen tijde in perfecte staat verkeren; controleer ze voor elke rit.
In geval van twijfel met betrekking tot het goed functioneren van het remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u te rade gaan bij uw officiële aprilladealer.
Meet de afstand waarover de hendel wordt ingetrokken alvorens de remwerking begint. De speling aan het uiteinde van de remhendel moet circa 10 mm bedragen.
Ga als volgt te werk om de speling af te stellen:
♦ Verdraai de stelinrichting (1).
Rem herhaaldelijk en controleer of het
wiel vrij ronddraait wanneer de rem los-
gelaten is.
◆ Controleer de werking van de remmen.
▲OPGELET
Indien de stelmoer (1) geheel kan worden aangedraaid, zijn de remschoenen versleten. Zie in dat geval pag. 59 (CONTROLE SLIJTAGE REMSCHOENEN).

Indien de stelmoer (1) geheel kan worden aangedraaid of de indicator (2) boven de marking (3) staat, zijn de remschoenen versleten. Zie in dat geval pag. 59 (CONTROLE SLIJTAGE REMSCHOENEN Ⓞ).
OPMERKING De verhitting van de remschoenen, die door de werking van de remmen wordt veroorzaakt, kan de speling tussen het wrijvingsmateriaal en de trommel veranderen. Daarom verdient het aanbeveling de speling te controleren, ook wanneer de remschoenen op bedrijfstemperatuur zijn.
- Maak een proefrit en bedien de achterrem twee tot drie maal.
▲ WAARSCHUWING
Voer deze test uit terwijl de motor is uit-

geschakeld.
◆ Parkeer het voertuig, zie pag. 43 (PAR-KEREN).
◆ Controleer of het wiel ongehinderd draait.
Indien nodig:
▲ WAARSCHUWING
Let op dat u zich niet verbrandt wanneer u bij een hete motor de volgende handelingen uitvoert.
♦ Draai de stelmoer (1) los en zorg dat het wiel ongehinderd blijft draaien.

Deze bromfiets is voorzien van banden met een binnenband.
WAARSCHUWING
Controleer regelmatig de bandenspanning bij kamertemperatuur, zie pag. 83 (TECHNISCHE GEGEVENS).
Als de banden warm zijn, is de metin niet correct. In het bijzonder moet de bandenspanning vóór en na iedere lange rit gemten worden.

Als de bandenspanning te hoog is, worden de oneffenheden in de weg waarop u rijdt niet opgevangen en daardoor overgebracht op het stuur, waardoor het rijcomfort in het gedrang komt en de wegligging in bochten afneemt.
Als daarentegen de bandenspanning te laag is, komen de zijkanten van de ban- den (1) onder grotere druk te staan en bestaat het gevaar dat de band over de rand van de velg glijdt of loskomt, waar- door u de controle over de bromfiets verliest.
Ingeval u plots remt zouden de banden van de velg kunnen afschuiven. Bovendien zou de bromfiets uit de bocht kunnen schuiven.

Controleer de staat van het bandenoppervlak en de slijtage, want als de banden in slechte staat zijn, hebben ze minder grip en neemt de bestuurbaarheid van de bromfiets af.
Sommige voor deze bromfiets goedgekeurde bandensoorten zijn voorzien van slijtage-indicators.
Er zijn verschillende soorten slijtage-indicators.
Neem contact op met uw dealer voor meer informatie over het controleren van slijtage.
Controleer visueel of de banden versleten zijn en vervang ze als dit het geval is.
Vervang de band als hij versleten is of als er een gat van meer dan 5 mm groot in het loopvlak zit.
Laat na het herstellen van een band de wielen uitbalanceren.

Als de banden worden vervangen, moet u het door de fabrikant aanbevolen type en model van banden gebruiken, zie pag. 83 (TECHNISCHE GEGEVENS); het gebruik van andere dan de voorge-schreven banden kan een nadelige invloed hebben op de bestuurbaarheid van het voertuig.
Monteer geen banden met binnenband op velgen voor tubeless banden en vice versa.
Zorg dat de ventielen altijd voorzien zijn van ventieldopjes (2), om te vermijden dat de banden plotseling leeglopen.
Vervanging, herstelling, onderhoud en uitbalancering zijn van het grootste belang en moeten daarom door ervaren vakmensen met het juiste gereedschap worden uitgevoerd.

WAARSCHUWING
Om die reden is het raadzaam boven staande handelingen te laten uitvoeren door een officiële aprilia-dealer.
Nieuwe banden zijn mogelijk bedekt met een gladde laag: rijd voorzichtig tijdens de eerste kilometers. Smeer de banden niet in met vloeistoffen die daarvoor ongeschikt zijn. Als de banden oud zijn, kunnen ze zelfs als ze niet volledig afgesleten zijn hard worden en is het mogelijk dat een goede wegligging niet langer is verzekerd. In dit geval moet u de banden vervangen.
MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL (3):
voor en achter ....1,5 mm (USA 3 mm) en in ieder geval niet minder dan voorgeschreven door de voorschriften die in het land waar het voertuig wordt gebruikt van kracht zijn.

Dit voertuig is voorzien van een instrument waarmee, bij het starten van de motor, de lichten automatisch worden ingeschakeld.
Daarom is geen lichtschakelaar voorzien. De lichten kunnen enkel worden gedoofd door de motor af te zetten.
- Controleer voor u de bromfiets start of de dimlichtschakelaar in de stand "∅" (voorste dimlicht) staat.

Parkeer de bromfiets met katalysator niet in de nabijheid van droge struiken of op plaatsen waar kinderen kunnen komen, aangezien de katalysator tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen bereikt; wees dus uiterst voorzichtig en vermijd elk contact totdat hij geheel is afgekoeld.
Het bromfiets met katalysator is voorzien van een geluiddemper met metalen katalysator van het type "platinum-rhodium tweeweg".
Deze dient voor de oxidatie van de CO (koolmonoxide) en van de HC (onverbrande koolwaterstoffen) die zich in de uitlaatgassen bevinden. Deze verbindingen worden omgezet in respectievelijk kooldioxide en stoom.
Verder verbranden oliedeeltjes door de hoge temperatuur van het uitlaatgas ten gevolge van de katalytische reactie, zodat de geluiddemper schoon blijft, terwijl de rookrestanten worden afgevoerd.
Voor een juiste en duurzame werking van de katalysator en om mogelijke problemen van vervuiling van de motor en de uitlaat tot een minimum te beperken, moet het langdurig rijden met een constant laag toerental worden vermeden.
Het is voldoende om met regelmatige tussenpozen het toerental op te voeren, al is het maar voor enkele seconden.
Het bovenstaande is met name van belang bij een koude start van de motor: wacht in dit geval, om een toerental te bereiken dat voldoende hoog is voor het in gang zetten van de katalytische reactie, tot de temperatuur van de motor minstens tot 50° C is opgelopen. Dit is gewoonlijk enkele seconden na het starten van de motor.
▲OPGELET
Gebruik geen loodhoudende benzine, want deze vernietigt de katalysator.
UITLAATDEMPER
▲ WAARSCHUWING
Het is verboden te knoeien met het geluiddempingssysteem.
Eigenaars worden er op attent gemaakt dat de wet het volgende kan verbieden:
- het verwijderen of buiten werking stellen door welke persoon ook, tenzij voor onderhoud, het herstellen of vervangen van enig onderdeel of element van het ontwerp dat in een nieuwe bromfiets is geïntegreerd met het oog op geluiddemping vóór verkoop of levering aan de uiteindelijke koper of terwijl de bromfiets in gebruik is;
- het gebruik van de bromfiets nadat dergelijk onderdeel of element van het ontwerp is verwijderd of buiten werking gesteld door welke persoon ook.
Controleer de uitlaatdemper en de uitlaatdemperpijpen om u ervan te vergewissen dat ze geen tekenen van roest of gaten vertonen en dat het uitlaatsysteem goed functioneert.
Als het door het uitlaatsysteem voortgebrachte geluid toeneemt, neem dan onmiddellijk contact op met uw officiële aprilia-dealer.
Voer voor het vertrek steeds een voorafgaande controle uit om na te gaan of de bromfiets juist en veilig functioneert, zie de "TABEL MET CONTROLES VOOR-AF" hierna.
Wanneer u nalaat deze handelingen uit te voeren, kan dit leiden tot zware verwondingen of ernstige schade aan het voertuig.
Aarzel niet uw officiële aprilia-dealer te raadplegen als u niet begrijpt hoe bepaalde bedieningselementen werken of als u een mankement denkt te hebben gevonden.
Een controle vergt weinig tijd en verhoogt de veiligheid aanzienlijk.
TABEL MET CONTROLES VOORAF
| Onderdeel Controle Pag. | ||
| Schijfremmen | Controleer de werking, het remvloeistofpeil en eventuele lekkages. Controleer of de slijtage van de remblokjes.Vul zo nodig het vloeistofrereservoir bij. | 30, 58 |
| Trommelrem achter | Controleer de werking, de stationaire speling en de staat van de bedieningshendel.Stel de speling bij wanneer deze niet correct is. | 31, 59 |
| Gashendel | Controleer of hij soepel werkt en of hij volledig kan worden open- en dichtgedraaid, bij alle standen van het stuur.Zo nodig bijstellen en/of smeren. | 67 |
| Smeerolie Controleren | en/of zo nodig bijvullen. 28 | |
| Wielen / banden Controleer het loopvlak van de banden, de bandenspanning, slijtage en eventuele beschadiging.Verwijder indien nodig vuil uit de groeven van het loopvlak. | 32 | |
| Remhendels | Controleer of ze soepel werken.Zo nodig de scharnierpunten smeren. | 29, 30, 31 |
| Stuur | Controleer of het stuur soepel draait, zonder speling. | - |
| Standaard | Controleer of de standaard soepel functioneert en of de spanning van de veren de standaard in de ingeklapte stand terugbrengt.Zo nodig scharnierpunten en draaiende delen smeren. | - |
| Bevestigingselement en | Controleer of de bevestigingselementen niet loszitten.Stel ze zo nodig af of draai ze aan. | - |
| Brandstoftank | Controleer het peil en vul zo nodig bij.Controleer het circuit op lekken en verstopping. | 26 |
| Lichten,waarschuwingslampjes, claxon en elektrische onderdelen | Controleer of alle onderdelen goed functioneren.Vervang defecte lampjes of herstel eventuele andere defecten. | 70 – 79 |

Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, dat uiterst giftig is bij inademing. Start de bromfiets niet in een gesloten of slecht geventileerde ruimte.
Het niet opvolgen van deze raadgevingen kan leiden tot bewusteloosheid of zelfs tot de dood door verstikking. Ga bij het starten niet op het voertuig zitten.
ELEKTRISCH STARTEN
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
◆ 100 Zorg dat de lichtschakelaar (1) in de stand “•” staat.
◆ Zorg dat de dimlichtschakelaar (2) in de stand "D" staat.

♦ Draai de contactschakelaar (3) in de stand "○".
♦ Blokkeer minstens één wiel door een van de remhendels aan te trekken (4). Gebeurt dat niet, dan krijgt het startrelais geen stroomtoevoer en kunt u de motor niet starten.
OPMERKING Voer na een lange periode van stilstand de handelingen uit die staan beschreven op pag. 38 (STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND).
OPMERKING Om een overmatig verbruik van de accu te voorkomen, mag u de startknop “①” niet langer dan vijf seconden ingedrukt houden. Als de motor binnen deze tijdspanne niet start, wacht dan tien seconden en druk de startknop “②” nogmaals in.
Druk de startknop “③” (5) in zonder gas te geven en laat hem los zodra de motor start.

Wanneer de startknop “③” wordt ingedrukt, licht het waarschuwingslampje van de oliereserve van de menger “###” op.
Wanneer bij draaiende motor de start-knop “⑤” wordt losgelaten, moet het waarschuwingslampje van de oliereserve “◀” uitgaan. Als dit niet gebeurt, moet u het oliereservoir van de menger bijvullen, zie pag. 28 (SMEEROLIE).
Druk de startknop “③” (5) niet in terwijl de motor draait, want zo kunt u de start-motor beschadigen.

◆ 50 Wordt met een koude motor gestart, draai de daarvoor bestemde hendel "|" (6) dan met de klok mee (naar buiten toe) (pos. A).
Geef geen gas en houd gelijktijdig de remmen aangetrokken tot u vertrekt.
- Laat de motor warmdraaien alvorens te vertrekken.
50 Is de motor eenmaal warm, draai de hendel voor de koude start "|<|>" (6) dan tegen de klok in (naar binnen) (pos.B).

STARTEN MET DE KICKSTARTER
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
◆ Ga aan de linkerkant van het voertuig staan.
◆ Zorg dat de lichtschakelaar (1) in de stand “•” staat.
◆ Zorg dat de dimlichtschakelaar (2) in de stand "ID" staat.
♦ Draai de contactschakelaar (3) in de stand "○".
♦ Blokkeer beide wielen door de remhendels (4) aan te trekken, om te voorkomen dat u de controle over het voertuig verliest tijdens het starten.
◆ 100 Draai het startpedaal (7) naar buiten.
AOPGELET
Bedien het startpedaal niet terwijl de motor draait.

- Trap met de rechtervoet op het startpedaal (7) en trek uw voet onmiddellijk terug. Herhaal de handeling zo nodig tot de motor start.
◆ 100 Draai het startpedaal (7) weer in zijn oorspronkelijke positie.


STARTEN MET EEN VERZOPEN MO- TOR
Als de startprocedure niet correct wordt uitgevoerd of als er teveel brandstof in de aanzuigleidingen en in de carburateur zit, kan de motor verzuipen.
Een verzopen motor moet als volgt gereinigd worden:
Druk gedurende enkele seconden op de startknop “⑧” (5) (waardoor de motor stationair draait) met de gashendel (8) volledig open (pos.A).
STARTEN MET KOUDE MOTOR
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (ongeveer 0 °C), is het soms moeilijk de motor bij de eerste poging aan de gang te krijgen.
In dit geval:
◆ 50 Draai de hendel voor de koude start "|↘|" (6) met de klok mee (naar buiten)

(pos.A).
◆ Druk op de startknop “⑧” (5) en gelijkertijd de gashendel (8) zachtjes open.
Op het moment dat de motor start
◆ De gashendel (8) loslaten.
- Als het stationaire toerental onstabiel is, moet u regelmatig zachtjes aan de gashendel (8) draaien.
Om te vertrekken, zie pag. 39 (VERTREK-KEN EN RIJDEN).
Als de motor niet start
Wacht enkele seconden en herhaal de PROCEDURE VOOR KOUD STARTEN.
◆ Verwijder indien nodig de bougie, zie pag. 69 (BOUGIE) en controleer of hij niet nat is.
- Als de bougie nat is, moet u hem gen en drogen.

Alvorens de bougie opnieuw te monteren:
OPMERKING Leg een schone doek op de cilinder, naast de zitting van de bougie, om mogelijke oliespatten op te van-gen.
- De startknop “③” (5) indrukken en de startmotor ongeveer vijf seconden laten draaien zonder gas te geven.
STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Als na een lange periode van stilstand het voertuig niet onmiddellijk start, kan dit te wijten zijn aan het feit dat het brandstofcircuit gedeeltelijk leeg is.
In dit geval:
- De startknop “⑧” (5) ongeveer vijf seconden ingedrukt houden, zodat de vlot-Reinamer kan worden gevuld.

VERTREKKEN EN RIJDEN
OPMERKING Lees voor u vertrekt aandachtig het hoofdstuk "veilig rijden", zie pag. 5 (VEILIG RIJDEN).
WAARSCHUWING
Elke verwijzing naar het gebruik van de bromfiets met passagier heeft uitsluitend betrekking op landen waar het rijden met passagier is toegestaan.
Wanneer u zonder duopassagier rijdt, moeten de voetsteunen van de passagier ingeklapt zijn.
Houd tijdens het rijden uw handen aan de handvatten en uw voeten op de voetsteunen.
NEEM NOOIT EEN ANDERE DAN DE AANGEGEVEN RIJHOUDINGEN AAN.

Als u een duopassagier meeneemt, zeg hem/haar dan dat hij/zij niet in de weg gaat zitten tijdens het manoeuvreren.
Controleer voor het vertrek of de standaard(en) volledig is (zijn) opgeklapt.
Vertrekken:
- Laat de gashendel (pos. A) los en knijp de achterrem dicht. Duw dan het voertuig van de standaard.
♦ Stap op, maar houd minimaal een voet op de grond om in evenwicht te blijven.
♦ Stel de hoek van de achteruitkijkspiegels juist in.
▲ WAARSCHUWING
Tracht uzelf vertrouwd te maken met het gebruik van de achteruitkijkspiegels met de bromfiets in rusttoestand.

- Om te vertrekken, moet u de rem losla-
ten en langzaam gas geven (pos.B); het
voertuig zet zich in beweging.
◆ 50 Is de motor eenmaal warm, draai de hendel voor de koude start “ |” (1) dan tegen de klok in (naar binnen) (pos.B).
▲OPGELET
Rijd niet weg met een koude motor. Om de uitstoot van vervuilende stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten warm draaien door gedurende de eerste kilometers met lage snelheid te rijden.
▲ WAARSCHUWING
Draai de gashendel niet herhaaldelijk en zonder onderbreking open en dicht om te vermijden dat u per ongeluk de controle over de bromfiets verliest.

Als u moet remmen, laat u de gashendel los trekt u beide remmen aan, zodat de druk op de remdelen gelijkmatig wordt verdeelt en de snelheid zonder stoten vermindert.
Door enkel de voorrem of enkel de achterrem aan te trekken neemt de remkracht gevoelig af en bestaat het gevaar dat één wiel blokkeert, waardoor de bromfiets zijn grip op de baan verliest.
Als u op een helling stopt, moet u gashendel volledig loslaten en enkel de remmen gebruiken om de bromfiets stabiel te houden.
Het gebruik van de motor om het voertuig stil te houden, kan leiden tot oververhitting van de transmissie.

Voor u een bocht neemt, snelheid minderen of remmen en de bocht met matige en constante snelheid nemen of lichtjes versnellen; rem niet op het laatste moment: de bromfiets raakt dan heel waarschijnlijk aan het slippen.
Door voortdurend gebruik van de remmen in afdalingen, kunnen de wrijvingsvlakken oververhit raken, waardoor de gemkracht afneemt.
Maak gebruik van de motorcompressie en schakel terug door beide remmen afwisselend te gebruiken.
Nooit een helling met afgezette motor afrijden!

Bij onvoldoende zichtbaarheid moet u de dimlichten ook overdag ontsteken om uw bromfiets beter zichtbaar te maken. Bij nat wegdek of een slechte grip (sneeuw, ijs, modder, enz.) moet u met matige snelheid rijden en plots remmen of manoeuvres die kunnen leiden tot het verlies van de grip op de weg of tot een val vermijden.

Let zeer goed op ieder obstakel of een verandering in het wegdek. Oneffen wegen, wielsporen, putdeksels, wegmarkeringen, metalen platen ter aanduiding van wegenwerken kunnen bij regen uiterst glad worden. Om die reden moeten al deze obstakels zeer voorzichtig worden omzeild, ervoor zorgend dat u zonder schokken rijdt en de bromfiets niet onnodig laat overhellen.

Gebruik bij verandering van rijstrook of rijrichting altijd tijdig de richtingaanwijzers en vermijd bruuske en gevaarlijke manoeuvres.
Schakel de richtingaanwijzers uit zodra u van richting bent veranderd.
Wees uiterst voorzichtig wanneer u andere voertuigen inhaalt of zelf ingehaald wordt.
Bij regenval kan het watergordijn veroorzaakt door grote voertuigen de zichtbaarheid verminderen; door de luchtverplaatsing kan u de controle over de bromfiets verliezen.

Als het waarschuwingslampje van de oliereserve van de menger "→" oplicht terwijl de motor gewoon draait, betekent dit dat de oliereserve van de menger wordt gebruikt; vul in dat geval de olie van de menger bij, zie pag. 28 (SMEEROLIE).

INRIJDEN

Houd u de eerste 500 km (312 mi) aan de volgende regels:

Na de eerste 500 km (312 mi) moeten de controles worden uitgevoerd zoals die beschreven staan in de kolom "Na inrijden" van het ONDERHOUDSSCHEMA, zie pag. 46, om het risico op verwondingen bij uzelf of andere personen en/of schade aan de bromfiets te vermijden.
Het inrijden van de motor is van het grootste belang voor een lange levensduur en een goede werking ervan. Rijd zo mogelijk op heuvelachtige wegen en/of wegen met veel bochten, zodat de motor, de vering en de remmen goed kunnen worden ingereden.
◆ 0-100 km (0-62 mi)
Rem tijdens de eerste 100 km (62 mi) voorzichtig en vermijd bruusk en langdurig remmen. Op die manier kunnen de blokjes op de remschijf rustig inlopen.
◆ 0-300 km (0-187 mi)
Laat de gashendel niet voor meer dan de helft open staan tijdens lange stukken.
◆ 300-500 km (187-312 mi)
Laat de gashendel niet voor meer dan drie kwart open staan tijdens lange stukken.

STOPPEN
▲ WAARSCHUWING
Vermijd indien mogelijk bruusk stoppen, plots vertragen en remmen op het laatste moment.
- Laat de gashendel (pos. A) los en rem geleidelijk af om het voertuig tot stilstand te brengen.
◆ Houd in geval van kortstondig halt houden minstens één rem aangetrokken.

Parkeer de bromfiets op een stevige en effen ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.
De bromfiets niet tegen een muur zetten of plat op de grond leggen.
Zorg dat de bromfiets en in het bijzonder de gloeiende delen ervan geen gevaar vormen voor personen en kinderen.
Laat de bromfiets niet onbeheerd achter met de motor aan of met het sleuteltje nog in de contactschakelaar.
Ga niet op de bromfiets zitten terwijl hij op de standaard staat.
♦ Stop de bromfiets, zie pag. 43 (STOP-PEN).
AOPGELET
Bij gestopte motor en met de contact-

♦ Draai de sleutel (1) en zet de contact-schakelaar (2) in de stand "☒".
◆ Zet de bromfiets op de standaard, zie pag. 44 (HET VOERTUIG OP DE MID-DENSTANDAARD ZETTEN).
▲OPGELET
Bij uitgeschakelde motor hoeft het benzinekraantje niet dichtgedraaid te worden, aangezien het voorzien is van een automatisch sluitsysteem.
▲OPGELET
Laat de sleutel nooit in het contact steken.
♦ Vergrendel het stuur, zie pag. 22 (STUURSLOT) en trek de sleutel (1) uit het contact.

HET VOERTUIG OP DE MIDDENSTANDAARD ZETTEN
Lees aandachtig pag. 43 (PARKEREN).
MIDDENSTANDAARD
◆ Neem het voertuig vast b handvat en de handgreep aan de achterzijde (1).
◆ Duw de hefboom van de standaard (2) omlaag.
AOPGELET
Zorg dat de bromfiets stabiel staat.

RAADGEVINGEN TER VOORKOMING VAN DIEFSTAL
Laat het sleuteltje NOOIT in het contact zitten en gebruik altijd het stuurslot.
Parkeer de bromfiets op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of op een be- waakte plaats.
Gebruik zo nodig de versterkte kabel "Body-Guard" aprilia OPT of een extra middel ter voorkoming van diefstal.
Zorg dat alle documenten in orde zijn en dat u uw kentekenbewijs op zak heeft.

Noteer uw persoonlijke gegevens en uw telefoonnummer op dit blad, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken ingeval de bromfiets na diefstal wordt teruggevonden.
FAMILIENAAM: ....
NAAM: ....
ADRES: ....
TELEFOONNR: ....
OPMERKING In vele gevallen worden gestolen bromfietsen geïdentificeerd aan de hand van de gegevens in het gebruik en onderhoudsboekje.
ONDERHOUD

Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
Voor u begint met om het even welke vorm van onderhoud of inspectie van de bromfiets, moet u de motor afzetten, de sleutel uit het contact trekken, wachten tot de motor en de uitlaat zijn afge koeld en indien mogelijk de bromfiets op een stevige en effen ondergrond optillen met speciaal daartoe bestemd gereedschap.
Controleer vóór u begint of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.

Blijf uit de buurt van de gloeiende delen van de motor en van het uitlaatsysteem, om brandwonden te vermijden.
Ondersteun geen mechanische onderdelen of ander onderdeel van de bromfiets met de mond: geen van de onderdelen is voor consumptie geschikt; sommige zijn schadelijk voor de gezondheid of zelfs giftig.
AOPGELET
Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.

Routineonderhoud kan gewoonlijk worden uitgevoerd door de gebruiker, maar vereist soms specifiek gereedschap en specifieke technische kennis.
Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.
Vraag uw officiële aprilia-dealer om de bromfiets op de weg te testen na een reparatie of periodiek onderhoud.
Voer in ieder geval zelf de "Controles vooraf" uit na een onderhoudsbeurt, zie pag. 35 (TABEL MET CONTROLES VOORAF).
ONDERHOUDSSCHEMA
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer (DIE OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de bromfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd terrein.
| Onderdeel | Na het inrijden [500 km (312 mi)] | Om de 4000 km (2500 mi) of 12 maanden | Om de 8000 km (5000 mi) of 24 maanden |
| Accu - Klembevestiging - Elektrolytpeil 50 | 1 | 1 | |
| Accu - Klembevestiging 100 1 | 1 | - | |
| Bougie 1 3 | - | ||
| Carburateur - stationair toerental 4 | 1 | - | |
| Luchtfilter 1 2 | - | ||
| Luchtfilter variator 100- - | 2 | ||
| Werking gashendel 1 1 | - | ||
| Werking remblokkering 1 1 | - | ||
| Lichtsysteem | 1 | 1 | |
| Remlichtschakelaars | - | 1 | - |
| Remvloeistof | - | 1 | - |
| Smeerolie 50 | om de 500 km (312 mi): 1 | ||
| Smeerolie 100 | om de 400 km (250 mi): 1 | ||
| Koplamp richten - werking | - | 1 | - |
| Wielen/banden en bandenspanning | maandelijks: 1 | ||
| Slijtage achterremschoenen 10 | 1 | 1 | - |
| Slijtage van de voorste en achterste remblokjes | 1 | om de 2000 km (1250 mi): 1 | |
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer.
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer de onder- houdswerkzaamheden vaker uit als u de bromfiets gebruikt in regenachtige en stoff- fige gebieden of op geaccidenteerd terrein.
| Onderdeel | Na het inrijden [500 km (312 mi)] | Om de 4000 km (2500 mi) of 12 maanden | Om de 8000 km (5000 mi) of 24 maanden |
| Achterste schokdemper -- | 1 | ||
| Accu - Klembevestiging | 1 | - | - |
| Bedieningskabels en bedieningselementen | 1 | 1 | - |
| Variatorriem om de 6000 km: | 3 | ||
| Lagers stuurstang en stuurspeling | 1 | 1 | - |
| Wiellagers - | 1 | - | |
| Remschijven | 1 | 1 | - |
| Verwijderen van aanslag op iutlaat 50 | - | 2 | - |
| Zuigerveren om de 12000 km (7500 mi): | md | 1 | |
| Werking gashendel - Menger | 1 | 1 | |
| Algemene werking van de motorfiets | 1 | 1 | - |
| Remsystemen/remschijven | 1 | 1 | - |
| Koelsysteem cilinder 50 100 | om de 20000 km (12500 mi): 2 (externe reiniging) | ||
| Smering nokpen achterrem 10 | - | 1 | - |
| Remvloeistof om de 2 jaar: | :3 | ||
| Vorkolie en oliepakking om de 12000 km (7500 mi): | e | 1 | |
| Transmissie-olie 50 | 3 | om de 3000 km (1875 mi): 1 | om de 12000 km (7500 mi) of 2 jaar: 3 |
| Transmissie-olie 100 | 3 | 1 | om de 12000 km (7500 mi) of 2 jaar: 3 |
| Pennen riemschijf achter om de 12000 km (7500 mi): | m | 3 | |
| Riemschijf voor beweegbaar/vast om de 6000 km (3750 mi): | 0 | 3 | |
| Rollen en geleiders variator voor | om de 6000 km (3750 mi): 3 | ||
| Wielen/banden en bandenspanning | 1 | 1 | - |
| Aanhaalkoppel moeren, bouten, schroeven | 1 | 1 | - |
| Waarschuwingslampje oliereserve | 1 | 1 | - |
| Brandstofleiding | om de 4000 km (2500 mi): 1 / om de 4 jaar: 3 | ||
| Leiding remsysteem | - | 1 | om de 4 jaar: 3 |
| Olieleiding menger | 1 | 1 | om de 2 jaar: 3 |
| Koppelingslijtage | -- | - | 1 |

Het is aan te raden het frame- en het motornummer te noteren in de daarvoor bestemde ruimte in dit boekje.
Het framenummer kan van pas komen bij de aankoop van reserveonderdelen.
OPMERKING Het veranderen van de identificatienummers kan leiden tot zware straffen en administratieve sancties. Met name het veranderen van het framenummer leidt tot een onmiddellijke nietigverklaring van het kenteken.

Het framenummer is in de centrale buis van het frame ingeslagen. Om het nummer te kunnen lezen, moet u de kap (1) verwijderen.
Framenr°

Het motornummer is vlakbij de onderste steun van de achterschokbreker ingeslagen.
Motornr°

Het motornummer is ingeslagen op de achterzijde, vlakbij de achterremstelmoer.
Motornr°

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Het schoonmaken en de controle van het luchtfilter moet maandelijks of om de 4000 km (2500 mi) gebeuren, afhankelijk van de omstandigheden waarin de bromfiets wordt gebruikt.
Als de bromfiets wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, moet u het filter vaker schoonmaken en vervangen.
Om het luchtfilter te reinigen, moet het van het voertuig worden verwijderd.

VERWIJDEREN
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ Schroef de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
♦ Draai de schroef (2) los en verwijder deze samen met de sluitring.
♦ Verplaats de leiding van de achterrem (3) naar de zijkant.
♦ (O) Verplaats de kabel van de achterrem (3) naar de zijkant.
◆ Neem van onderaf het complete filter (4) uit.

REINIGING
◆ Maak het gaasje (5) los van de houder (6).
♦ Verwijder het filterelement (7).
WAARSCHUWING
Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.
- Reinig het filterelement met zuivere, nietontvlambare oplosmiddelen of met oplosmiddelen met een hoog verdampingspunt en laat het goed drogen. - Breng filterolie aan op het gehele oppervlak en knijp het daarna samen om de overtollige olie te laten wegvloeien.
OPMERKING Het filter moet goed doordrenkt zijn, maar mag niet druipen.

LUCHTFILTER 100
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Het schoonmaken en de controle van het luchtfilter moet maandelijks of om de 4000 km (2500 mi) gebeuren, afhankelijk van de omstandigheden waarin de bromfiets wordt gebruikt.
Als de bromfiets wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, moet u het filter vaker schoonmaken en vervangen.
Om het luchtfilter te reinigen, moet het van het voertuig worden verwijderd.

VERWIJDEREN
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ Schroef de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
- Verplaats de kabel van de achterrem (2) naar de zijkant en houd de kabel met een hand in die positie vast.
AOPGELET
Controleer de positie van de ondersluiting (3) en het filterelement (4) om ze later goed te kunnen terugplaatsen (het filterelement moet met de zijde van zwart, hard, sponsachtig materiaal naar de voorzijde van het voertuig worden gericht).
◆ Neem de ondersluiting (3) van onderaf uit en vang de pakking (5) op.
◆ Neem het filterelement (4) uit.

REINIGING
▲ WAARSCHUWING
Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.
♦ Reinig het filterelement (4) met zuivere, niet-ontvlambare oplosmiddelen of met oplosmiddelen met een hoog verdampingspunt en laat het goed drogen.
◆ Breng filterolie aan op het gehele oppervlak.

VERWIJDEREN VAN DE COMPLETE LUCHTFILTERKAST 50
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
OPMERKINGZorg dat u speciale gereedschap OPT beschikt (verkrijgbaar bij de officiële aprilia-dealer):
- montagetang klemmen (1).
▲OPGELET
Vervang de verwijderde klikklem bij de hermontage door een nieuwe klikklem van vergelijkbare afmetingen. Deze zijn verkrijgbaar bij een officiële aprilla-dealer.
Monteer nooit een gebruikte klikklem. Eenmaal verwijderd, is de klem onbruikbaar.
Vervang een klikklem nooit door een slangklem met een schroef (2) of door een ander type klem.

♦ Verwijder de voetsteun, zie pag. 64 (VERWIJDEREN VAN DE VOETSTEUN).
◆ Verwijder de accukast, zie pag. 64 (VERWIJDEREN VAN DE ACCUKAST).
e Maak de klikklem (3) los.
◆ Maak de leiding (4) los.
OPMERKING Breng de leidinge (4) bij de hermontage weer op de juiste wijze aan.
♦ Draai de schroeven (5) en (6) los en verwijder ze; bewaar de ringen.
OPMERKINGZorg dat bij de hermontage de kabelgeleider (7) goed wordt aangebracht.
♦ Draai de schroef (8) van de luchtcollectorklem los.
- Neem de luchtcollector vast bij de klem en trek deze naar buiten, om zo de complete luchtfilterkast te verwijderen.

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Het luchtfilter moet elke 8000 km (5000 mi) worden gereinigd en gecontroleerd. Dit hangt echter af van de omstandigheden waaronder het voertuig wordt gebruikt.
Als het voertuig wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, dan moet u het filter vaker reinigen.
Vóór het reinigen moet het luchtfilter van de bromfiets verwijderd worden.
VERWIJDEREN
♦ Verwijder de voetsteun, zie pag. 64 (VERWIJDEREN VAN DE VOETSTEUN).
◆ Verwijder het filterelement.
- Controleer het filterelement (1) en vervang het eventueel.

Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.
Gebruik voor het reinigen geen toevoegingen en vloeistoffen om vochtvorming in de variator te voorkomen.
Gebruik uitsluitend perslucht.
♦ Reinig het filterelement (1) met per-slucht.

▲OPGELET
HET FILTERELEMENT NIET OLIËN, omdat de olie die de riemkast binnendringt de riem kan beschadigen of kan laten slippen.

Het demonteren en opnieuw monteren van het voorwiel kan een probleem zijn voor personen zonder enige ervaring terzake.
Neem zo nodig contact op met een officiële aprilia-dealer.
Volg de aanwijzingen hieronder als u dit zelf wil doen.
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Let op dat u tijdens het demonteren en monteren van het wiel de remleidingen, de schijven en de remblokjes niet beschadigt.


◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
OPMERKING Voorzie een 270 mm hoge steun voor de 50 en een van 230 mm voor de 100 met een voet van 200 x 200 mm.
Plaats de steun onder het voertuig, en breng tussen de twee een sponsachtige doek aan, zodat het voorwiel vrij kan bewegen en het voertuig niet kan vallen.
▲OPGELET
Controleer of de bromfiets stabiel staat.
- Plaats een steun (1) onder de band, zo-
dat het wiel in positie blijft nadat het is
losgemaakt.
♦ Draai de schroef (2) van de wielasklem los.
♦ Draai de wielas (3) helemaal los.
Aanhaalmoment voor wielas: 50 Nm (5 kgm).


- Ondersteun het voorwiel en trek de wie-
las (3) met de hand uit.
◆ Neem de afdichtring (4).
▲OPGELET
Trek nooit de voorremhendel aan nadat het wiel is gedemonteerd; anders kunnen de remklauwzuigers uit hun houders schieten, waardoor de remvloeistof zou wegstromen.
Neem als dit gebeurt contact op met uw officiële aprilia-dealer, die het nodige onderhoud zal verrichten.
- Laat het voorwiel naar voren komen tot de schijf van de remklauw (5) los komt.
50 Draai zonder de remklauw te verwijderen de linkerstang (6) met de klok mee om voldoende ruimte te creëren om het wiel uit te nemen.
◆ Neem het voorwiel volledig uit.
◆ Maak de kilometertellerbesturing (7) los.
OPNIEUW MONTEREN
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
AOPGELET
Let tijdens het monteren op dat u de remleiding, de schijf en de remblokjes niet beschadigt.
Monteer het voorwiel als volgt:
◆ Breng een laag smeervet aan over de volledige lengte van de wielas (3), zie pag. 86 (SMEERMIDDELENTABEL).
- Plaats het wiel tussen de vorkpoten op de steun (1).
- Plaats het lipje (8) van de kilometertellerbesturing (7) in de daarvoor bestemde zitting op de wielnaaf.
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel. Gebruik nooit uw vingers om de gaten uit te lijnen.
- Verplaats het wiel zodanig dat het gat in het midden van het wiel op één lijn staat met de gaten in de vork.
OPMERKING 50 De sleuf (10) op de remklauw (5) moet op de antidraaizitting (11) in de linkerstang van de vork blijven zitten.

- Plaats het wiel tussen de stangen en plaats de schijf voorzichtig in de remklauw.
- Plaats de ring (4) tussen de overbrenging van de kilometerteller (7) en de rechterstang van de vork.
◆ Breng de wielas (3) geheel naar binnen en draai deze met de hand vast.
♦ Draai de wielas (3) helemaal vast.
Aanhaalmoment voor wielas: 50 Nm (5 kgm).
♦ Pomp de vork herhaaldelijk op en neer door met dichtgeknepen voorrem op het stuur te drukken.
Op die manier worden de vorkpoten gelijnd.
♦ Draai de schroef (2) van de wielasklem vast.
Aanhaalkoppel wielasklemschroef: 12 Nm (1,2 kgm).

♦ Vergewis u ervan dat de volgende onderdelen niet vuil zijn:
-band;
- w i e l ;
- remschijven.
▲OPGELET
Knijp na het monteren de voorrem herhaaldelijk dicht om te zien of het rem-systeem goed werkt.
Controleer de uitlijning van het wiel.
Het verdient aanbeveling de aanhaalkoppels, de centrering en de balance-ring bij een officiële aprilia-dealer te laten controleren, om problemen te voorkomen die tot ernstig letsel bij uzelf en/of anderen kunnen leiden.
ACHTERWIEL
DEMONTEREN
▲OPGELET
Het demonteren en opnieuw monteren van het achterwiel kan een probleem zijn voor personen zonder enige ervaring terzake. Neem zo nodig contact met een officiële aprillia-dealer.
Volg de aanwijzingen hieronder als u dit zelf wil doen.
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Laat vóór het uitvoeren van onderstaande handelingen de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om brandwonden te vermijden.
50 Let op dat u tijdens het demonteren en opnieuw monteren van het wiel de remleiding, de schijf en de remblokjes niet beschadigt.
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
◆ 50 Laat de achterband helemaal leeglopen.
◆ Verwijder de uitlaatdemper, zie pag. 63 (VERWIJDEREN VAN DE UITLAAT-DEMPER).
◆ Verwijder de kap (1).

OPMERKINGOm de wielmoer (2) te kunnen losdraaien, moet het wiel worden geblokkeerd, zodat het niet kan draaien.
♦ Trek de achterremhendel (3) helemaal in en leg er een stuk karton (4) tussen. Breng een plastic klem (5) zo aan dat de achterremhendel ingetrokken blijft.
♦ Draai de wielmoer (2) los en verwijder deze; bewaar de ring.
OPMERKING Vervang bij de hermon- tage de wielmoer (speciaal type) door een nieuwe.
Aanhaalkoppel voor wielmoer (2): 110 Nm (11 kgm).
♦ Laat de achterremhendel los.
◆ Neem het wiel uit.
◆ 50 Verwijder de achterremklauw, zie pag. 61 (VERWIJDEREN ACHTER-REMKLAUW 50).

◆ 50 Neem het wiel uit.
OPMERKINGGebruik uitsluitend originele onderdelen van aprilia.
- Controleer na de hermontage of de volgende onderdelen niet zijn vervuild:
-band;
- wiel;
- 50 remschijven.
▲OPGELET
Trek na het hermonteren enkele malen de achterremhendel aan en controleer of het remsysteem goed werkt. Controleer de uitlijning van het wiel. Het verdient aanbeveling de aanhaalkoppels, de centrering en de balance-ring bij een officiële aprilia-dealer te laten controleren, om problemen te voorkomen die tot ernstig letsel bij uzelf en/of anderen kunnen leiden.


SMERING NOKPEN ACHTERREM
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
OPMERKINGOm de 4000 km (2500 mi) moet de nokpen van de achterrem worden gesmeerd. Als het voertuig wordt gebruikt op stoffige wegen, dan moet dit vaker gebeuren.
▲OPGELET
Het smeren van de nokpen kan moeilijk of ingewikkeld zijn voor wie hiermee geen ervaring heeft.
Neem zo nodig contact op met een officiële aprilia-dealer.
Volg de aanwijzingen hieronder als u dit zelf wil doen:

◆ Demonteer het achterwiel, zie◆ Naem dehokpen (8) uit. (ACHTERWIEL).
♦ Draai de stelmoer (1) los en verwijder deze.
▲ WAARSCHUWING
Besmeur de blokken en in het bijzonder het wrijvingsmateriaal niet met vet of vuil omdat anders de remwerking afneemt. Deze handeling kan moeilijkheden opleveren omdat de veren (2) voor een grote weerstand zorgen bij het verwijderen van de blokken. Pas op voor uw handen en vingers, omdat het gevaar van verplettering of kneuzing bestaat.
♦ Pak de binnenste rand van beide wrijvingsmaterialen (3) in het midden vast, trek deze naar u toe en schud de twee blokken los.
◆ 50 Blokkeer met een ringsleutel de schroef (4) en draai de moer (5) los.
♦ 100 Draai de schroef (6) los.
♦ Verwijder de penhendel (7).
AOPGELET
Smeer alleen het middelste gedeelte van de pen, en wel met mate. Het vet mag absoluut niet op de nok of op het gedeelte rondom de penzitting komen.
◆ Smeer het middelste gedeelte van de pen met een transmissievet, zie pag. 86 (SMEERMIDDELENTABEL).
Bij het hermonteren:
AOPGELET
De nokpen (8) mag nooit met een hamer of ander gereedschap worden bewerkt of geforceerd, omdat anders de twee O- ringen (OR) kunnen worden beschadigd.
◆ Breng de nokpen (8) met de hand aan, draai hem en duw er voorzichtig op.
▲OPGELET
Controleer of de veren goed vastzitten.

CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES
Lees aandachtig pag. 29 (REMVLOEI-STOF - aanbevelingen), pag. 30 (SCHIJFREMMEN), en pag. 45 (ONDER-HOUD).
Controleer de slijtage van de remblokjes na de eerste 500 km (312 mi) en daarna om de 2000 km (1250 mi).
De slijtage van de remblokjes hangt af van het gebruik, de rijstijl en de staat van het wegdek. De slijtage is groter als op vuile of natte wegen wordt gereden.
WAARSCHUWING
Controleer de slijtage van de remblok zouden daardoor negatief worden beïnjes in het bijzonder voor elke rit. vloed.

Voor een snelle controle van de slijtage van de remblokjes gaat u als volgt te werk:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
◆ Verwijder het kapje van de remklauw (1).
- Voer een visuele controle uit tussen de remschijf en de remblokjes.
WAARSCHUWING
Overmatige slijtage van de remvoering zou contact van het metalen steunvlak van de remblokjes met de schijf veroorzaken, met een metaalachtig geluid en vonkvorming door de remklauw als gevolg; de efficiëntie van de remmen, de veiligheid en de staat van de remschijf kouden daardoor negatief worden beïnvloed.

Als de dikte van het wrijvingsmateriaal (ook van een enkel remblokje) minder is dan 1,5 mm, moeten beide remblokjes vervangen worden.
WAARSCHUWING
Laat de remblokjes vervangen door uw officiële aprillia-dealer.

Controleer de remschoenen van de achterrem op slijtage na de eerste 500 km (312 mi) en vervolgens om de 4000 km (2500 mi). Controleer de slijtage van de remschoenen van de achterrem als volgt:
50
◆ Demonteer het achterwiel, zie pag. 56 (ACHTERWIEL).
Nu kan de dikte van het wrijvingsmateriaal worden gecontroleerd, die nooit minder mag zijn dan 1 mm.
Wanneer de minimaal toegestane dikte is bereikt, er problemen in de werking optreden of onderdelen beschadigd blijken te zijn, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer, die voor de ver vanging zal zorgen.

♦ Trek de achterremhendel (1) helemaal in en houd deze ingetrokken.
- Controleer de positie van de slijtage-indicator van de remschoenen van de achterrem (2).
| Stand Mate van slijtage | |
| Indicator tussen de twee referentiepun- ten (3) en (4). | Remschoenen van de achterrem binnen de slijtagelimieten. |
| Indicator voorbij het onderste referentiepunt (4). | Remschoenen van de achterrem versleten. Vervangen. |
▲ WAARSCHUWING
Wanneer de slijtage-indicator van de remschoenen van de achterrem (2) op of voorbij het onderste referentiepunt (4) staat, wend u dan tot een officiële aprilia-dealer om de remschoenen van de achterrem te laten vervangen.

CONTROLEREN VAN DE VOOR- EN DE ACHTEROPHANGING
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Controleer na de eerste 500 km (312 mi) en vervolgens om de 4000 km (2500 mi) of alle onderdelen goed zijn vastgedraaid en of de scharnierpunten van de ophanging voor en achter goed werken.
▲OPGELET
Neem in geval van mankementen of als u de hulp van een specialist wenst, contact op met uw officiële aprilia-dealer.

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Het is raadzaam om af en toe het stuur op speling te controleren.
Ga als volgt te werk om het stuur te contro- leren:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
OPMERKING Voorzie een 270 mm hoge steun voor de 50 en een van 230 mm voor de 100 met een voet van 200 x 200 mm.
▲OPGELET
Controleer of de bromfiets stabiel staat.

- Plaats de steun onder het voertuig, en breng tussen de twee een sponsachtige doek aan, zodat het voorwiel vrij kan bewegen en het voertuig niet kan vallen.
♦ Schud de vork heen en weer in de leng- terichting van het voertuig.
OPMERKING Schud niet teveel met de vork; anders is het mogelijk dat u bij de beweging van de standaard een onjuiste speling vaststelt.
Herhaal de vorige handeling meer dan één keer.
- Wanneer u speling constateert, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer en laat het stuur opnieuw optimaal afstellen.

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Controleer regelmatig de speling tussen de motorasbussen en de motoras zelf.
Ga hiervoor als volgt te werk:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ Schud het wiel dwars ten opzichte van de rijrichting heen en weer.
Als u merkt dat er speling is, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer, die de optimale bedrijfscondities zal herstellen.

6%27)*\$%2%.! !#(4%22%-+,!57) 50
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
aOPGELET
Pas bij het demonteren op dat de leiding, de schijf en de remblokjes niet beschadigd raken.
Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ Schroef de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
Aanhaalmoment voor remklauwschroef (1): 27 Nm (2,7 kgm).
aWAARSCHUWING
Bij het hermonteren van de remtang moet u de borgschroeven van de tang

vervangen door twee schroeven (1) van hetzelfde type.
aOPGELET
Trek nooit de achterremhendel aan na- dat de remklauw is gedemonteerd; an- ders kunnen de remklauwzuigers uit hun houders schieten, waardoor de remvloeistof zou wegstromen.
Neem als dit gebeurt contact op met uw officiële APRILIA-dealer, die het nodige onderhoud zal verrichten.
◆ Verwijder de remklauw (2) voorzichtig van de remschijf.
aWAARSCHUWING
Trek na het hermonteren enkele malen de achterremhendel aan en controleer of het remsysteem goed werkt.

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
◆ Hef het beschermingselement (3) op.
aOPGELET
Houd de achteruitkijkspiegel (4) vast om te voorkomen dat die per ongeluk valt.
Houd de schroef (5) tegen terwijl u de moer (6) geheel losdraait.
♦ Verwijder de achteruitkijkspiegel (4).

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ Schroef de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
♦ Schroef de twee schroeven (2) los en verwijder ze.
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk om de houder (3) van het tongetje (4) niet te beschadigen.
◆ ★ Licht met een kleine schroevendraaier het tongetje (4) op dat zich in de voorste stuurkap (5) bevindt.
♦ ★ Doe hetzelfde aan de onderzijde van de stuurkap.

Behandel de plastic en gelakte delen voorzichtig, om te vermijden dat deze worden bekrast of beschadigd.
♦ Verwijder de voorste stuurkap (5) en pas daarbij op dat de tongetjes niet breken.
OPMERKING Controleer bij de hermontage of de tongetjes correct zijn aangebracht.

VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
▲OPGELET
Ga voorzichtig met de gelakte onderde- len om. Maak er geen krassen op en be- schadig ze niet.
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ ★ Draai de schroef (6) los en verwijder deze.
♦ Verwijder de inspectiekap (7).

VERWIJDEREN VAN DE UITLAATDEMPER
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).

OPMERKING Zorg dat u over het speciale gereedschap OPT beschikt (aan te vragen bij de officiële aprilia-dealer): - montagetang klemmen (1).
▲OPGELET
Vervang de verwijderde klikklem bij de hermontage door een nieuwe klikklem van vergelijkbare afmetingen. Deze zijn verkrijgbaar bij een officiële aprilia-dealer.
Monteer nooit een gebruikte klikklem. Eenmaal verwijderd, is de klem onbruikbaar. Vervang een klikklem nooit door een slangklem met een schroef (2) of door een ander type klem.

- Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
▲ WAARSCHUWING
Laat vóór het uitvoeren van onderstaande handelingen de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om brandwonden te vermijden.
◆ Verwijder het deksel van de zekeringsdoos, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).
- Maak de klikklem (3) los. - Maak de leiding (4) los.
OPMERKING Breng de leidinge (4) bij de hermontage weer op de juiste wijze aan.
AOPGELET
Draai NIET aan de moeren (5) van de flens (6) maar volg de hieronder beschreven procedure.

♦ Draai de schroeven (7) en (8) los en verwijder ze.
Aanhaalkoppel van de schroeven (7) en (8): 12 Nm (1,2 kgm).
♦ Draai de twee schroeven (9) en (10) los waarmee de geluiddemper aan de motor is bevestigd en verwijder de schroeven.
Aanhaalkoppel van de schroeven (9) en (10): 25 Nm (2,5 kgm).
◆ Verwijder de uitlaatdemper.
OPMERKING Vervang bij de hermon- tage de pakking tussen het uitlaatspruit- stuk en de geluiddemper.

VERWIJDEREN VAN DE VOETSTEUN
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
◆ Verwijder het deksel van de zekeringsdoos, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).
◆ Verwijder het matje van de voetsteun (1).
♦ ★ Draai de twee schroeven (2) los en verwijder ze.
♦ ★ Schroef de drie schroeven (3) los en verwijder ze.
AOPGELET
Ga voorzichtig te werk. Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.
- Til het achterste gedeelte van de voetsteun (4) lichtjes op en neem het van de basis van het binnenschild.

Forceer het onderschild niet omdat het met slechts twee schroeven aan de voorzijde aan het frame is bevestigd.
OPMERKING Steek bij de hermontage eerst de twee middelste tongetjes en vervolgens de zijtongetjes in de houders. Als de drie schroeven (3) worden aangebracht, controleer dan visueel of het gat van de voetsteun is uitgelijnd met het schroefgat.
VERWIJDEREN VAN DE ACCUKAST
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
♦ Verwijder het deksel van de zekeringsdoos, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).

◆ Verwijder het zekeringenblok (6) en het startrelaisblok (7) uit de accukast (5).
▲OPGELET
Ga voorzichtig met de gelakte onderde- len om. Maak er geen krassen op en be- schadig ze niet.
♦ Draai de twee moeren (8) los en verwijder ze.
OPGELET
50 Ga voorzichtig te werk. Kantel de accukast niet te sterk om het wegstro-men van gevaarlijke accuvloeistof te voorkomen.
◆ Neem de accukast (compleet met accu) uit en plaats deze op de voetsteun.

VERWIJDEREN VAN DE HELMKOFFER ①
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
◆ Zet de bromfiets op de middenstandaard.
♦ Steek de sleutel (1) in het slot en draai hem circa 40 ° linksom (Pos.A).
◆ Druk de sleutel in (Pos.B) tot de helm-koffer (2) loskomt van de plaat (3).
◆ Plaats de sleutel (1) terug in de centrale stand en neem hem uit.
♦ Verwijder de helmkoffer (2).

Bij het hermonteren:
- Plaats de koppeling (4) van de helmkoffer in de daarvoor bestemde zitting (5) op de plaat (3).
◆ Druk de helmkoffer (2) omlaag totdat het slot vastklikt.
▲ WAARSCHUWING
Controleer alvorens u de weg opgaat, of de helmkoffer goed vastzit.

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Stel het stationaire toerental bij na de eerste 500 km (312 mi) en zodra er onregelmatigheden optreden.
Ga hiervoor als volgt te werk:
Rijd een paar kilometer tot de normale bedrijfstemperatuur is bereikt en schakel de motor uit.
◆ Verwijder het deksel van de zekeringsdoos, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).
- Bevestig een elektronische toerenteller aan de bougiekabel.
WAARSCHUWING
Controleer vóór u begint of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.

♦ Start de motor.

De minimumsnelheid van de motor (stationair toerental) moet ongeveer 1800 ± 100 tpm bedragen; als dat het geval is, gaat het achterwiel niet meedraaien.

De minimumsnelheid van de motor (stationair toerental) moet ongeveer 1400 ± 100 tpm bedragen; als dat het geval is, gaat het achterwiel niet meedraaien.
Indien nodig:
♦ Draai aan de stelmoer (1) op de carburateur.
DOOR ZE VASTER TE SCHROEVEN (rechtsom) verhoogt u het toerental.
DOOR ZE LOSSER TE SCHROEVEN (linksom) verlaagt u het toerental.

♦ Draai de gashendel een paar maal open en dicht om de juiste werking te controle- ren en om na te gaan of het stationaire toerental constant is.
OPMERKING Draai niet aan de stelmoer van de luchtdoseur om veranderingen in de afstelling van de carburateur te vermijden.
▲OPGELET
Neem zo nodig contact op met een officiële aprillia-dealer.

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
De speling van de gashendel moet ongeveer 2-3 mm bedragen en is meetbaar middels het handvat.

Ga als volgt te werk om de speling af te stellen:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ Trek het beschermingselement (1) weg.
♦ Draai de moer (2).
Verdraai de stelschroef (3), die zich aan het begin van de gashendelkabel bevindt.
Doe na het afstellen het volgende:
♦ Schroef de moer (2) vast, waardoor de stelschroef (3) wordt vergrendeld, en plaats het beschermingselement (1) terug.

Controleer na het afstellen of de rotatie van het stuur geen verandering van het stationair toerental tot gevolg heeft en of de gashendel vlot en automatisch naar zijn beginpositie terugkeert wanneer hij wordt losgelaten.

CONTROLE STANDAARD
Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
De standaard (1) moet zonder beletsel kunnen draaien.
Voer de volgende controles uit:
◆ De veren (2) mogen niet beschadigd, versleten, verroest of zwak zijn.
De zijstandaard moet ongehinderd kunnen draaien; smeer zo nodig de geleiding met vet in, zie pag. 86 (SMEER-MIDDELENTABEL).

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
De bromfiets is uitgerust met twee schakelaars:
- Remlichtschakelaar op de achterrempe- daal (3).
- Stoplichtschakelaar op de voorremhendel (4).
Om bij de schakelaars te kunnen:
◆ Verwijder de voorste stuurkap, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE VOOR-STE STUURKAP).

Voer periodiek de volgende controles uit:
- Controleer of de schakelaar vrij is van vuil of modder; de pen moet onbelemmerd kunnen bewegen en automatisch terugkeren naar de beginpositie.
- Controleer of de kabels correct zijn aangesloten.

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
Controleer de bougie na de eerste 500 km (312 mi) en vervolgens om de 4000 km (2500 mi); vervang de bougie om de 8000 km (5000 mi).
Draai de bougie van tijd tot tijd los, verwijder zorgvuldig koolstofresten en vervang ze zo nodig.
U komt als volgt bij de bougie:
♦ Verwijder het deksel van de zekeringsdoos, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).
Verwijder en reinig de bougie als volgt:
♦ Trek de bougiedop (1) van de bougie.
Haal al het vuil van de voet van de bougie, schroef ze vervolgens los met de sleutel in de gereedschapset en haal ze uit de zitting. Let hierbij goed op dat er geen stof of andere voorwerpen in de cilinder terechtkomen.
- Controleer of de elektrode en het middengedeelte uit porselein geen koolstof-aanslag of roestvlekken vertonen; maak zo nodig de onderdelen schoon met een speciaal schoonmaakproduct voor bougies, met een ijzerdraad en/of een metaalborstel.
- Blaas krachtig de eventuele resten weg, om te voorkomen dat ze in de motor terechtkomen.
Als de bougie scheurtjes vertoont in het isolatiemateriaal, als de elektroden verroest zijn of als er teveel koolstof op zit, moet de bougie vervangen worden.
- Controleer de elektrodenafstand met een diktemeter.
De afstand moet 0,5 - 0,6 zijn; stel zo nodig bij door voorzichtig de aardelektrode te verbuigen.
- Controleer of de sluitring in goede staat is. Is de ring bevestigd, draai dan met de hand de bougie volledig in om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
- Draai de bougie met de sleutel uit de gereedschapset een halve slag aan om de ring aan te drukken.
Aanhaalmoment bougie:
20 Nm (2 kgm)

▲OPGELET
De bougie moet goed aangedraaid zijn, anders kan de motor oververhit raken en beschadigd worden.
Gebruik uitsluitend het aanbevolen type van bougie, zie pag. 83 (TECHNISCHE GEGEVENS) om de prestaties en de levensduur van de motor niet in het gedrang te brengen.
◆ Breng de bougiekap (1) aan.
- Plaats de inspectiekap terug, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIE-KAP).

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
OPGELET
Draai nooit de aansluiting van de accukabels om.
Bij het aan- en loskoppelen van de accu dient de contactschakelaar in de stand "⊗" te staan, om te vermijden dat som- mige onderdelen worden beschadigd. Sluit eerst de positieve kabel (+) aan, daarna de negatieve (-). Loskoppelen gebeurt in omgekeerde volgorde.
Controleer het elektrolytpeil en de bevestiging van de accuklemmen na de eerste 500 km (312 mi) en daarna om de 4000 km (2500 mi) of 12 maanden.
WAARSCHUWING
De elektrolyt in de accu is giftig en bij- tend en in contact met de huid kan het brandwonden veroorzaken, doordat het zwavelzuur bevat. Draag beschermende kleding, een gezichtsmasker en/of een veiligheidsbril tijdens onderhoudswerk- zaamheden.
Indien de elektrolyt in contact komt met de huid, moet u de aangetaste huid overvloedig afspoelen met water.
In geval van contact met de ogen, moet u de ogen goed uitspoelen gedurende 15 minuten en daarna onmiddellijk een oogarts raadplegen.
Als de elektrolyt per ongeluk wordt ingeslikt, drink dan grote hoeveelheden water of melk en drink daarna magnesiumhoudende melk of plantaardige olie en roep onmiddellijk de hulp van een arts in.
De accu scheidt explosieve gassen af en moet daarom uit de buurt van vlammen, vonken, sigaretten en iedere andere warmtebron worden gehouden.
Tijdens opladen of gebruik van de moet de ruimte goed geventileerd zijn en moet u inademing van de tijdens het op-
laden vrijgekomen gassen vermijden.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
Laat de bromfiets niet teveel overhellen, om te vermijden dat het accuzuur uit de accu loopt, met alle gevaarlijke gevolgen van dien.
De accuvloeistof is corrosief.
Niet uitgieten of ermee morsen, vooral niet op de plastic onderdelen.
100
▲OPGELET
Deze bromfiets is uitgerust met een onderhoudsvrije accu, die op uitzondering van occasionele controles en opladen wanneer nodig geen onderhoud vereist.
OPMERKINGIndien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.

Als de bromfiets langer dan vijftien dagen ongebruikt blijft, moet de accu worden opgeladen, om sulfatering van de accu te voorkomen, zie pag. 73 (OPLADEN VAN DE ACCU).
Het is belangrijk de lading van tijd tot tijd te controlleren (ongeveer één keer per maand) in de winter of wanneer de bromfiets niet gebruikt wordt om kwaliteitsverlies van de accu te voorkomen.
- Laad de accu volledig op door middel van een normale oplading, zie pag. 73 (OPLADEN VAN DE ACCU).
Als de accu op de bromfiets blijft zitten, moet u kabels van de klemmen loskoppelen.

CONTROLEREN EN REINIGEN VAN DE ACCU-AANSLUITINGEN
Lees aandachtig pag. 70 (ACCU).
◆ Verwijder de accu (gedeeltelijke verwijdering), zie pag. 72 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
- Controleer of de kabelaansluitingen (1) en de accupolen (2):
- in goede staat zijn (niet verroest of be- dekt met koolresten);
- ingesmeerd zijn met speciaal vet of vaseline.

◆ Controleer of het contactslot in de stand "⊗" staat.
◆ Maak eerst de negatieve (−) en dan de positieve kabel (Rood) (+) los.
◆ Veeg roest weg met een staalborstel.
- Sluit eerst de positieve (Rood) (+) en dan de negatieve kabel (-) aan.
◆ Smeer de aansluitingen in met speciaal vet of vaseline.
◆ Plaats de accu terug, zie pag. 73 (MONTEREN VAN DE ACCU).

Lees aandachtig pag. 70 (ACCU).
GEDEELTELIJKE VERWIJDERING
- Controleer of het contactslot in de stand "☒" staat.
◆ Verwijder het deksel van de zekeringsdoos, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).
♦ Schroef de schroef (1) los en verwijder ze.
♦ Draai het accudeksel (2) omlaag.
▲OPGELET
De accu is met de elektrische kabels verbonden. Forceer de kabels niet bij de verwijdering.
◆ Neem de accu uit de accukast.

VOLLEDIGE VERWIJDERING
◆ Maak eerst de negatieve (−) en dan de positieve kabel (Rood) (+) los.
◆ 50 Maak de ontluchtingspijp (3) los.
- Verwijder de accu en bewaar hem op een effen oppervlak in een koele en droge ruimte.
WAARSCHUWING
Zodra de accu is gedemonteerd, moet hij op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen worden bewaard.
CONTROLEREN VAN HET ELEKTROLYTPEIL 50
Lees aandachtig pag. 70 (ACCU)
♦ Verwijder de accu (GEDEELTELIJKE VERWIJDERING), zie pag. 72 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).

- Controleer of het vloeistofniveau zich tussen de twee "MIN"- en "MAX"-streepjes op de zijkant van de accu bevindt. Zo niet:
- De doppen van de elementen losdraaien en verwijderen.
▲OPGELET
Gebruik uitsluitend gedistilleerd water voor het bijvullen van het elektrolytpeil. Vul nooit tot boven het "MAX"- streepje, want het elektrolytpeil stijgt tijdens het opladen.
◆ Herstel het vloeistofpeil uitsluitend door gedestilleerd water toe te voegen.
AOPGELET
Plaats na het bijvullen de doppen van de elementen in de juiste positie terug.
- Plaats de doppen van de elementen terug.
OPLADEN VAN DE ACCU
Lees aandachtig pag. 70 (ACCU).
♦ Verwijder de accu (volledige verwijdering), zie pag. 72 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
◆ Voorzie een geschikte acculader.
100
OPMERKING Verwijder de accudoppen niet: zonder de doppen kan de accu worden beschadigd.
50
- De doppen van de elementen losdraaien en verwijderen.
◆ Controleer het peil van het accuzuur, zie pag. 72 (CONTROLEREN VAN HET ELEKTROLYTPEIL 50).
♦ Sluit de accu aan op een acculader.
OPMERKING Opladen met een amperage gelijk aan 1/10 van de accucapaciteit wordt aanbevolen.
♦ Schakel de acculader in.
50
- Controleer na het opladen nogmaals het elektrolytpeil en vul zo nodig bij met ge-distilleerd water.
◆ Zet de doppen van de elementen vast.
▲OPGELET
Wacht 5-10 minuten na het loskoppelen van de lader alvorens de accu opnieuw te monteren, aangezien de accu nog een korte tijd gas blijft produceren.
MONTEREN VAN DE ACCU
Lees aandachtig pag. 70 (ACCU).
- Controleer of het contactslot in de stand "⊗" staat.
◆ Plaats de accu in zijn behuizing.
50
- Sluit de ontluchtingsleiding aan.
AOPGELET
Sluit bij het hermonteren altijd de ontluchtingsleiding van de accu aan om te vermijden dat de zwavelzuurdampen het elektrische systeem, de gelakte de- len, de rubberen elementen of de pak- kingen aantasten wanneer ze uit de ontluchtingsleiding komen.
Bij het aansluiten van de ontluchtingspijp moet worden opgepast dat die niet kan worden platgedrukt, omdat hierdoor anders de druk in de accu kan toenemen, met beschadiging van de accu als gevolg.

◆ Sluit de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (-) aan.
◆ Smeer de aansluitingen in met speciaal vet of vaseline.
▲OPGELET
Bij de hermontage moeten de elektrische kabels dusdanig in positie worden gebracht dat ze niet kunnen worden platgedrukt.
De negatieve kabel (-) mag niet over de aansluiting van de positieve kabel (+) lopen, maar moet langs de zijkant tussen de accu en de kast lopen.
◆ Druk de accu in de accukast.
♦ Sluit het accudeksel (1).
♦ Schroef de schroef (2) in en draai ze aan.
Monteer opnieuw de inspectiekap, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).

Lees aandachtig pag. 45 (ONDER-HOUD).
AOPGELET
Tracht geen defecte zekeringen te herstellen.
Gebruik nooit andere dan de aanbevolen zekeringen.
Het gebruik van ongeschikte zekeringen kan schade aan het elektrische systeem of, in geval van een kortsluiting, zelfs brand veroorzaken.
OPMERKING Als een zekering regel- matig doorbrandt, is er waarschijnlijk een kortsluiting of een overbelasting in het elektrische systeem. In dit geval wordt aan- geraden een officiële aprilia-dealer te raadplegen.

Indien een elektrisch onderdeel niet werkt of niet goed werkt of wanneer de bromfiets niet wil starten, moet de zekering (1) gecontroleerd worden.
Controleer als volgt:
- Draai de contactschakelaar naar "☒" om kortsluiting te vermijden.
◆ Verwijder het deksel van de zekeringsdoos, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIEKAP).
♦ Trek de zekering (1) uit en controleer de smeltdraad (2) gebroken is. - Het is noodzakelijk de oorzaak van het probleem op te sporen voor u de zeker-ing vervangt.

♦ Vervang vervolgens de beschadigde zekering door de reservezekering (3) of door een nieuwe zekering met hetzelfde amperage.
OPMERKING Steek, wanneer u de reservezekering (3) gebruikt, een nieuwe zekering in de daartoe bestemde houder.
◆ Plaats de inspectiekap terug, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE INSPECTIE- of KAP).
GEINSTALLEERDE ZEKERING
Zekering van 7,5 A - Van de accu naar: alle elektrische delen, behalve het lichtcir- cuit, dat wordt gevoed met wisselstroom.

AFSTELLEN VAN DE VERTICALE LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP
OPMERKING Het controleren van de richting van de lichtbundel van de koplamp moet volgens specifieke procedures gebeuren, in overeenstemming met de voorschriften die in het land waar het voertuig wordt gebruikt van kracht zijn.

Voor een snelle controle van de juiste richting van de lichtbundel moet u de bromfiets op een effen ondergrond zetten, op tien meter afstand van een muur.
Zet het dimlicht aan, ga op de bromfiets zitten en kijk of de bundel van de koplamp die op de muur wordt geprojecteerd zich net onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).

De afstelling van de lichtbundel van de koplamp gebeurt als volgt:
- Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
♦ Draai met een schroevendraaier aan de daarvoor bestemde schroef (1).
Door ze AAN TE DRAAIEN (rechtsom), richt u de bundel omhoog.
Door ze LOSSER TE DRAAIEN (linksom), richt u de bundel omlaag.
GLOEILAMPEN
Lees aandachtig pag. 46 (ONDER-HOUDSSCHEMA).

WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
▲OPGELET
Draai, alvorens een gloeilamp te vervangen, de contactschakelaar naar de stand "☒" en wacht enkele minuten, zodat de gloeilamp kan afkoelen.
Vervang de lampen met schone handschoenen of met behulp van een scho- ne droge doek.
Laat geen vingerafdrukken achter op de lampen, want daardoor kunnen de lampen oververhit raken en kapot gaan.
Als u een lamp met de blote hand aanraakt, moet u vingerafdrukken wegvegen met alcohol, om te vermijden dat de lamp snel defect raakt.
WEES VOORZICHTIG DAT U DE ELEK- TRISCHE KABELS NIET BESCHADIGT.

Lees aandachtig pag. 75 (GLOEILAM-PEN).
In de koplamp zitten:
- een gloeilamp van het dimlicht/grootlicht (1);
- 100 één gloeilamp van het parkeerlicht (2).
Vervang de gloeilampen als volgt:
◆ Verwijder de voorste stuurkap, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE VOOR-STE STUURKAP).

♦ Draai de lampfitting (3) linksom en trek hem uit zijn zitting.
◆ Druk lichtjes op de lamp voor h
licht/groot licht (1) en draai deze linksom.
Trek de lamp uit de houder en vervang de lamp door een nieuwe van hetzelfde type.

eTrekiniet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.
Neem de lampfitting van het parkeerlicht (4) vast, trek en verwijder hem uit zijn zitting.
♦ Trek de gloeilamp van het parkeerlicht (2) uit en vervang ze door een lamp van hetzelfde type.

Lees aandachtig pag. 75 (GLOEILAM-PEN).
◆ Zet de bromfiets op de standaard.
♦ Schroef de schroef (1) los en verwijder ze.
OPMERKING Let op dat u bij het verwijderen van het beschermingsglas het pennetje niet beschadigt.
♦ Verwijder het beschermingsglas (2).
OPMERKINGPlaats bij het hermon- teren het beschermingsglas correct in zijn houder.
Draai de schroef (1) niet te stevig en voorzichtig aan om beschadiging van het beschermingsglas te vermijden.
◆ Druk lichtjes op de gloeilamp (3) en draai

♦ Trek de gloeilamp (3) uit haar houder.
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.
OPMERKING Als de lampfitting (4) uit zijn houder komt, moet u hem correct insteken, door de opening van de fitting uit te lijnen met de zitting van de schroef.
Lees aandachtig pag. 75 (GLOEILAM-PEN).
Vervang de gloeilampen als volgt:
♦ Schroef de twee schroeven (5) los en verwijder ze.
OPMERKING Let op dat u bij het verwijderen van het beschermingsglas het pennetje niet beschadigt.
◆ Verwijder het beschermingsglas (6).
◆ Druk lichtjes op de gloeilamp en draai ze linksom.
♦ Trek de gloeilamp uit haar houder.
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.
OPMERKINGPlaats bij het hermon- teren het beschermingsglas correct in zijn houder.
Draai de schroef (5) voorzichtig vast zonder te veel druk uit te oefenen, om te voorkomen dat het beschermingsglas wordt beschadigd.

Lees aandachtig pag. 75 (GLOEILAM-PEN).
Vervang de gloeilampen als volgt:
♦ Schroef de schroef (1) los en verwijder ze.
♦ Verwijder de kap (2).
◆ Verwijder de rubberen fitting (3).
♦ Trek de gloeilamp uit haar houder.
◆ Plaats op de juiste wijze een nieuw lampje, volgens de omgekeerde procedure.

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP VAN DE KENTEKENPLAATVER- LICHTING 100
Lees aandachtig pag. 75 (GLOEILAM-PEN).
▲OPGELET
Trek niet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.
- Neem onderaan de binnenzijde van het spatbord de fitting (4) vast en trek deze naar buiten toe uit de zitting.
♦ Trek de gloeilamp (5) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.
OPMERKINGZorg bij de hermontage dat de fitting (4) op de juiste wijze in de houder wordt geplaatst.

VERVANGEN VAN DE LAMPJES VAN HET DASHBOARD
Lees aandachtig pag. 75 (GLOEILAM-PEN).
In het dashboard bevinden zich:
- De waarschuwingslampjes.
- De lampjes voor de dashboardverlichting.
Vervang de gloeilampen als volgt:
◆ Verwijder de voorste stuurkap, zie pag. 62 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE STUURKAP).

OPMERKING Neem lampfittingen één voor één uit om te vermijden dat ze nadien verkeerd worden teruggeplaatst.
◆ Neem de betreffende fitting uit:
| Pos. | Waarschuwings-lampje | Kleur |
| 1 | Richtingaanwijzers (⇨) | Groen |
| 2 | Oliereserve menger (⇨) | Rood |
| 3 | Groot licht ( ≡D) | B |
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

Neem lampfittingen één voor één uit om te vermijden dat ze nadien verkeerd worden teruggeplaatst.
♦ Trek de fitting uit het dashboardgedeelte waarvan het licht zwak is:
| Pos. | Brandend gedeelte |
| 4 | Rechts boven |
| 5 | Links boven (*) |
| 6 | Rechts onder |
(*) Bij sommige uitvoeringen kan dit lampje ontbreken.
♦ Trek de gloeilamp (5) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.
VERVOER

Voor u de bromfiets gaat vervoeren, moeten de benzinetank en de carburateur volledig leeg zijn, zie pag. 80 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK); controleer na het leegmaken of alles volkomen droog is.
Tijdens het transport moet het voertuig in verticale positie en stevig verankerd blijven, om lekkage van brandstof, olie en koelvloeistof te vermijden.
▲ WAARSCHUWING
In geval van pech mag de bromfiets niet worden gesleept, maar moet u hulp in-roepen.
LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK
Lees aandachtig pag. 26 (BRANDSTOF).
WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.
Brandstofdampen zijn schadelijk voor uw gezondheid.
Controleer vóór u begint of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.
Adem geen brandstofdampen in. Rook niet en gebruik geen open vuur.
LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MI- LIEU.
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard op een stevige en vlakke ondergrond.
◆ Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.
Neem een opvangbak met een capaciteit die groter is dan de hoeveelheid brandstof aanwezig in de tank en plaats hem op de grond aan de linkerzijde van de bromfiets.
◆ Verwijder de vuldop.
- Gebruik voor het aftappen van de brandstof uit de tank een handpomp of een dergelijk gereedschap.
⚠ WAARSCHUWING
Plaats na het aftappen van de tank de dop in de juiste positie terug.
◆ Plaats de vuldop terug.

Ga als volgt te werk om de carburateur volledig af te tappen:
◆ 50 Verwijder de complete luchtfilterkast, zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE COMPLETE LUCHTFILTERKAST 50).
♦ Steek het vrije uiteinde van de slang (1) in een opvangbak.

◆ Open de linker passagiersvoetsteun (2).
- Steek vanaf de linkerzijde van het voertuig een schroevendraaier tussen de voetensteun en de motor.
- Open de ontluchter van de carburateur door de aftapschroef (3) onder de vlotterkamer los te draaien.

Doe het volgende nadat alle brandstof is afgetapt:
♦ Draai de aftapschroef (3) volledig vast.
WAARSCHUWING
Draai de aftapschroef (3) goed vast om brandstoflekkage uit de carburateur tijdens het vullen te voorkomen.
Neem zo nodig contact op met een officiële aprilia-dealer.
REINIGING
Reinig de bromfiets regelmatig als hij in bepaalde gebieden of onder bijzondere omstandigheden wordt gebruikt, namelijk:
◆ In vervuilde gebieden (steden en industriezones).
In gebieden gekenmerkt door een hoog percentage zout en vocht (zeegebieden, hete en vochtige klimaten).
In speciale omstandigheden (gebruik van zout en chemische producten tegen ijsvorming op de wegen in de winter).
- Laat geen resten van industriële en vervuilende poeders, teervlekken, dode insecten, vogeluitwerpselen, enz. op de carrosserie zitten.
◆ Parkeer de bromfiets niet onder een boom, aangezien in sommige seizoenen bepaalde stoffen, hars, fruit of bladeren uit de bomen kunnen vallen, die bestanddelen bevatten die de lak mogelijk aantasten.
▲ WAARSCHUWING
Na het reinigen van de bromfiets, is het mogelijk dat de werking van de remmen tijdelijk te wensen overlaat omwille van de aanwezigheid van water op de greepoppervlakken. Bijgevolg moet u, om ongevallen te vermijden, er rekening mee houden dat de remafstanden langer kunnen zijn. Rem veelvuldig om dit euvel zo snel mogelijk te verhelpen.
Voer de controles vooraf uit, zie pag. 35 (TABEL MET CONTROLES VOORAF). Voor het verwijderen van vuil en modder van de gelakte delen moet u een lagedruk-waterspuit gebruiken; maak de vuile delen goed nat, veeg modder en vuil weg met een zachte autospons die in een oplossing van water en shampoo is gedrenkt (2 - 4% shampoo in water).
Vervolgens afspoelen met veel water en afdrogen met een zeemlap. Voor het reinigen van de buitenkant van de motor moet u een ontvettingsmiddel, kwastjes en stoflappen gebruiken.
▲OPGELET
Gebruik voor het reinigen van de koplampen een spons gedrenkt in een oplossing van een neutraal reinigingsmiddel en water. Poets de oppervlakken zachtjes en spoel veelvuldig af met veel water.
Poets de bromfiets pas op met silicon-enwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd. Maak dof geworden lak nooit glanzend met polijstpasta.
Reinig de bromfiets niet in de zon, voor- al niet in de zomer, als de carrosserie nog warm is, want als de shampoo op- droogt voor hij wordt weggespoeld, kan hij de lak aantasten.
Gebruik geen of andere vloeistoffen met een temperatuur van 40 °C om de plastic onderdelen van de bromfiets te reinigen.

Gebruik geen water- of luchtspuiten onder hoge druk en evenmin stoom om de volgende onderdelen te reinigen: wielnaven, bedieningselementen op de rechter- en de linkerhelft van het stuur, lagers, rempopmen, instrumenten en controlelampjes, uitlaatdemper, handschoen-/gereedschapsetkastje, contactschakelaar/stuurslot, brandstoftankdop, koplampen en elektrische verbindingen.
Reinig onderdelen van rubber en kunststof en het zadel niet met alcohol, benzine of oplosmiddelen, maar gebruik uitsluitend water en een neutrale zeep.
▲ WAARSCHUWING
Breng geen beschermende was aan op het zadel om te vermijden dat het glibberig wordt.
LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Nadat de bromfiets gedurende een lange periode heeft stilgestaan, dienen enkele maatregelen te worden getroffen om problemen te vermijden.
Verder is het ook belangrijk de nodige reparaties en een groot onderhoud te laten uitvoeren vóór een periode van stilstand, om te vermijden dat u dit later vergeet.
Ga als volgt te werk:
◆ Maak de brandstoftank en de carburateur leeg, zie pag. 80 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK).
♦ Verwijder de bougie, zie pag. 69 (BOUGIE) en giet een lepel (5 - 10 cm³) tweetaktolie in de cilinder.
OPMERKING Leg een schone doek op de cilinder, naast de zitting van de bougie, om mogelijke oliespatten op te van-gen.
Zet de contactschakelaar in de stand "○"; druk gedurende enkele seconden op de startknop "①" om de olie gelijkmatig over het cilinderoppervlak te verdelen.
♦ Verwijder de doek.
◆ Monteer de bougie.
◆ Demonteer de accu, zie pag. 72 (DE-MONTEREN VAN DE ACCU).
◆ Reinig de bromfiets en laat hem drogen, zie pag. 81 (REINIGING).
◆ Poets de gelakte delen op met was.

♦ Pomp de banden op, zie pag. 32 (BAN-DEN).
- Plaats met behulp van een geschikte steun de bromfiets zodanig dat beide banden van de grond geheven zijn.
Plaats de bromfiets in een onverwarmde, niet-vochtige ruimte, beschermd tegen zonlicht en met een minimum aan temperatuurschommelingen.
Maak een plastic zak vast aan de eindpijp van de uitlaatdemper, om het binnendringen van vocht in de pijp te voorkomen.
♦ Dek de bromfiets af, maar bij voorkeur niet met plastic of waterdichte materialen.
NA EEN LANGE PERIODE VAN STIL- STAND
Haal de bromfiets onder de afdekking vandaan en maak hem schoon, zie pag. 81 (REINIGING).
◆ Controleer de laadtoestand van de accu,

zie pag. 73 (OPLADEN VAN DE ACCU) en monteer hem, zie pag. 73 (MONTE-REN VAN DE ACCU).
- Controleer of de aftapschroef van de carburateur goed is vastgedraaid (sluitingsindicator), zie pag. 80 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK).
◆ Vul de brandstoftank, zie pag. 26 (BRANDSTOF).
◆ Voer de controles vooraf uit, zie pag. 35 (TABEL MET CONTROLES VOORAF).
▲ WAARSCHUWING
Maak een testrit met lage snelheid in een gebied waar weinig verkeer is.
TECHNISCHE GEGEVENS
| AFMETINGEN | Max. lengte. | 50 1875 mm - 100 1945 mm |
| Max. breedte (aan de remhendels) | 710 mm | |
| Max. hoogte (aan de achteruitkijkspiegels) | 50 1240 mm - 100 1270 mm | |
| Hoogte zadel | 50 770 mm - 100 765 mm | |
| Wielbasis | 50 1245 mm - 100 1265 mm | |
| Min. grondspeling | 50 155 mm - 100 150 mm | |
| Rijklaar gewicht | 50 79 kg - 100 92 kg | |
| MOTOR | Model | 2-takt - met accuontsteking |
| Type | 50 4 MYAP - 100 4 VP mm | |
| Aantal cilinders | Eén liggende cilinder | |
| Totaal slagvolume | 50 49,26 cm3 - 100 101 cm3 | |
| Boring / slag | 50 40 mm / 39,2 mm - 100 52 mm / 47,6 mm | |
| Compressieverhouding | 50 12,5 ± 0,5:1 - 100 10,3:1 | |
| Starten | elektrisch + kickstarter | |
| Koppeling | centrifugaal | |
| Transmissie 50 | traploze automaat | |
| Transmissie 100 | luchtgekoelde traploze automaat | |
| Koeling | met geforceerde lucht | |
| TRANSMISSIE Variator | traploze automaat | |
| Primair | met V-riem | |
| Verhoudingen | minimum voor traploze versnelling: 50 2,6 - 100 2,15 maximum voor traploze versnelling: 50 0,862 - 100 0,818 | |
| Secundair | met tandwielen | |
| INHOUD Brandstof (reserve inbegrepen) | 7 | |
| Brandstofreserve | 1 | |
| Transmissie-olie | 110 cm3 | |
| Olie (reserve inbegrepen) | 1 | |
| Oliereserve | 0,35 | |
| Zitplaatsen 50 | 1 (2 in landen waar dit is toegestaan) | |
| Zitplaatsen 100 | n° 2 | |
| Max. belasting (rijder + bagage) | 110 kg | |
| Max. belasting (rijder+passagier+bagage) | 185 kg (50 in landen waar dit is toegestaan) | |
CARBURATEUR Model:
| – standaard ....50 DELL'ORTO PHBN 12 -100DELL'ORTO PHVADoorlaat ....50 ∅ 12 mm -100 ∅ 16 mm | ||
| BRANDSTOFTOE-VOER | Brandstof ....Loodvrije benzine overeenkomstig DIN 51 607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.) | |
| FRAME | Type....eén balk, uitlopend in een dubbel wiegframe | |
| OPHANGING | Voor....hydraulisch werkende telescoopvorkVeerweg....80 mmAchter....Hydraulische mono-schokdemperVeerweg....68 mm | |
| REMMEN | Voor....schijfrem ∅ 220 mm met hydraulische overbrengingAchter50....schijfrem ∅ 190 mm met hydraulische overbrengingAchter50(○)....trommelrem, ∅ 110 mm met mechanische bedieningAchter100....trommelrem, ∅ 130 mm met mechanische bediening | |
| WIELEN Velgen....legering | ||
Ontstekingsvervroeging 50 14° ± 2° voor B.D.P..
Ontstekingsvervroeging N 14° ± 2° voor B.D.P.
Standaard bougie 50 NGK BR7 HS - 100 NGK BR8 HS
Elektrodenafstand.... 0,5 - 0,6 mm
Stationair toerental 50 1800 ± 100 tpm - 100 1400 ± 100 tpm
ELEKTRISCH SYSTEEM
Accu.... 12 V - 4 Ah
Zekering....7,5 A
Dynamo (met permanente magneet).... 50 12 V - 85 W / 100 12 V - 110 W
Gloeilamp van het dimlicht/grootlicht.... 12 V - 35/35 W
Gloeilamp van het parkeerlicht 100 12 V - 5 W (W 2,1 x 9,5 d)
Lampjes richtingaanwijzers.... 12 V - 10 W
Gloeilamp van het parkeerlicht/achterste remlicht- 12 V - 5/21 W
schakelaar
Lampje kentekenplaatverlichting 100 (50 OPT).... 12 V - 5 W
Dashboardlampjes.... 12 V - 1,2 W
Waarschuwingslampje grootlicht 12 V - 1,2 W
Waarschuwingslampje richtingaanwijzers .... 12 V - 3 W
Waarschuwingslampje oliereserve 12 V - 1,2 W
SMEERMIDDELENTABEL
Versnellingsbakolie (aanbevolen): F.C., SAE 75 W - 90 of GBAR SYNTH, SAE 75W - 90.
Als alternatief voor de aanbevolen olie, kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan A.P.I. GL4.
Smeerolie (aanbevolen): GREEN HIT 2 of CITY 3T.
Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan ISO-L-ETC++, A.P.I. TC++.
Vorkolie (aanbevolen): vorkolie F.A. 5W of F.A. 20 W;
als alternatief FORK5W of FORK 20W.gip
Als u een olie wenst die qua prestaties het midden houdt tussen F.A. 5W en F.A. 20W of FORK Agip 5W en FORK Agip 20W, dan kunt u deze twee soorten in de volgende verhoudingen mengen:
SAE 10W = F.A. 5W 67% van het volume, + F.A. 20W 33% van het volume of Agip FORK 5W 67% van het volume, + FORK 20W 33% van het volume.
SAE 15W = F.A. 5W 33% van het volume, + F.A. 20W 67% van het volume of Agip FORK 5W 33% van het volume, + FORK 20W 67% van het volume.
Lagers en andere smeerpunten (aanbevolen): AUTOGREASE MP of GREASE 30.
Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u smeervet van hoge kwaliteit voor rollagers gebruiken, werktemperatuur -30°C...+140°C, druppelpunt 150°C...230°C, verhoogde anti-corrosiebescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie.
Bescherming accupolen: Neutraal vet of vaseline.
▲ WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend nieuwe remvloeistof.
Remvloeistof (aanbevolen): F.F., DOT 5 (compatibel met DOT 4) of SBAIGE 5.1, DOT 5 (compatibel met DOT 4).
▲ WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend antivries en anti-corrosiemiddelen zonder nitriet, die een bescherming tot minstens -35°C bieden.
Motorkoelvloeistof (aanbevolen): ECOBLU - 40°C of
OPMERKINGEN
aprilia
VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
aprilia
Importeurs
| 1 APRILIA s.p.a. | via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) ItalyTel. +39(0)41 5829111 - Fax +39(0)41 441054 - Servizio Clienti aprilia +39(0)41 5786269 |
| F APRILIA WORLD SERVICE B.V. | Z.A. Central Parc - 255 BLD Robert BallangerB.P. 77- 93421 Villepinte (F) - Tel. (0) 149634747 - Fax (0) 149638750 |
| D MOTORRAD GmbH | Am Seestern 3 D-40547 Düsseldorf (D)Tel. (211) 59018-00 - Fax (211) 5901819 |
| E APRILIA WORLD SERVICE B.V. ESPAÑA | Avda. de Aragón, 334 - Edificio América - 28022 - Madrid (E)Tel. 91 7460066 - Fax 91 7460062 |
| NL APRILIA NEDERLAND | Nikkelstraat 1 - 4823 AE Breda (NL)Tel. (076) 5431640 - Fax (076) 5431649 |
| UK APRILIA MOTO U.K. LTD. | Dunragit - Stranraer - Wigtownshire DG9 8PN - Scotland (UK)Tel. (01776) 888670 - Fax (01581) 400661 - E-mail: aprilia@aol.com |
| USA APRILIA USA Inc. | 110 Londonderry Court, Suite 130 - Woodstock, GA 30188 (USA)Tel. 770 592 2261 - Fax 770 592 4878 |
| A GINZINGER IMPORT GmbH & CO | Frankenburgerstrasse 19 - 4910 Ried im Innkreis (A)Tel. (7752) 88077 - Fax (7752) 70684 - E-mail: elke.ginzinger@ivnet.co.at |
| P MILFA IMPORTAÇÃO EXPORTAÇÃO LDA. | Avenida da Republica 692 - 4450-238 Matosinhos (P)Tel. 229382450 - Fax 229371305 - E-mail: milfa@meganet.pt |
| SF TUONTI NAKKILA OY | P.o.B. 18 - 29250 Nakkila (SF)Puh. (02) 5352500 - Fax (02) 5372793 - E-mail: varaosat@npm.fi |
| B RAD n.v. / s.a. | Industriegebied - Landegemstraat 4 - B - 9031 Drongen-BaarleTel. (09) 2829410 - Fax (09) 2829433 - E-mail: aprilia@rad.be |
| GR MOBILITY S.A. | Lahana 12 N. Philadelphia - 143 42 Athens (GR)Tel. (1) 2723552 - Fax (1) 271478 - E-mail: mobility@internet.gr |
| GR MOBILITY A.E. | Λαανα 12 N. Φιλαδηλφια - 143 42 Αθηνα - ΕλλαδαTηλ. (1) 2723552 - Φαξ (1) 271478 - E-mail: mobility@internet.gr |
| CH MOHAG AG | Bernerstrasse Nord 202 - 8064 Zurich (CH)Tel. (1) 4348686 - Fax (1) 4348606 - E-mail: info@mohag.ch |
| DK S T.M.P. | Islandsvej 3 - 7900 Nykøbing Mors (DK)Tel 97722233 - Fax 97722133 - E-mail: t_m_p@post4.tele.dk |
| J BOSCO MOTO CO. LTD. | 22-25 Hakunoshima 2 Chome Minoo-Shi 562 Osaka562-0012 OSAKA (J) - Tel. (0727) 253311 - Fax (0727) 253322 |
| J 株式会社 ポスコ・モト | 〒 562-0012 大阪府箕面市白島 2 丁目 22-25電話 : (0727)25 3311 · FAX : (0727)25-3322 |
| SGP IDEAL MOTOR SPORT PTE. LTD. | 20 Mactaggart Road, #01-01 Khong Guan Industrial Building 368079 Singapore (SGP)Tel. 2820082 - Fax 2821012 - E-mail: idealmtr@mbox4.singnet.com.sg |
| H MILLE MOTOR KFT. | H-1054 - Budapest - Hold u. 23. (H)Tel. +36 1 301 0021 - Fax +36 1 301 0021 - E-mail: aprilia@apriliamotor.hu |
PL MOTO SP. ZOO
Ul. Trakt Lubelski 298 B - 04-667 Warszawa (PL)
Tel. (22) 121183 - Fax (22) 121183
IL METRO MOTOR MARKETING LTD.
1) Dynamo
2) CDI
3) Bougie
4) Bobine
5) Spanningsregelaar
6) Accu
7) Startmotor
8) Startrelais
9) Voorste remlichtschakelaar
10) Achterste remlichtschakelaar
11) Schakelaar oliereserve menger
12) -
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer rechts achter
15) Lampje achterlicht positie/stop
16) Richtingaanwijzer links achter
17) Rechter dimlichtschakelaar
18) Linker dimlichtschakelaar
19) Contactschakelaar
20) Controlediode
21) -
22) Knipperlichtrelais
23) Dashboard
24) -
25) Waarschuwingslampje oliereserve
26) Dashboardgloeilampen
27) Instrument brandstofpeil
28) -
29) Waarschuwingslampje grootlicht
30) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Richtingaanwijzer links voor
33) -
34) Lampje dimlicht/groot licht
35) Claxon
36) Pick-up
37) Zekering
38) Multistekker
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Paars
Ro Roze
ELEKTRISCH SCHEMA - Scarabeo 100

1) Dynamo
2) CDI
3) Bougie
4) Bobine
5) Spanningsregelaar
6) Accu
7) Startmotor
8) Startrelais
9) Voorste remlichtschakelaar
10) Achterste remlichtschakelaar
11) Schakelaar oliereserve menger
12) Weerstand
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer rechts achter
15) Lampje achterlicht positie/stop
16) Richtingaanwijzer links achter
17) Rechter dimlichtschakelaar
18) Linker dimlichtschakelaar
19) Contactschakelaar
20) Controlediode
21) Lampje positielicht voor
22) Knipperlichtrelais
23) Dashboard
24) Kentekenplaatverlichting
25) Waarschuwingslampje oliereserve
26) Dashboardgloeilampen
27) Instrument brandstofpeil
28) Automatische choke
29) Waarschuwingslampje grootlicht
30) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Richtingaanwijzer links voor
33) -
34) Lampje dimlicht/groot licht
35) Claxon
36) Pick-up
37) Zekering
38) Multistekker
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Paars
Ro Roze
OPMERKINGEN

VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
94 gebruik en onderhoud Scarabeo 50 - Scarabeo 100
OPMERKINGEN
aprilia
VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
aprilia s.p.a. bedankt haar klanten voor de aanschaf van deze motorfiets:
- Laat geen olie, brandstof, vervuilende stoffen en onderdelen in het milieu terechtkomen.
- Laat de motor niet onnodig draaien.
- Veroorzaak geen geluidsoverlast.
- Heb eerbied voor de natuur.