APRILIA Leonardo 150 (2003) - Scooter

Leonardo 150 (2003) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Leonardo 150 (2003) APRILIA in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice APRILIA Leonardo 150 (2003) - page 6
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Scooter
Merk Aprilia
Model Leonardo 150 (2003)
Motorinhoud 150 cc
Motortype Viertakt, eencilinder
Brandstof Loodvrije benzine (95 RON)
Transmissie Automatisch (CVT)
Startsysteem Elektrisch en kickstarter
Voorrem Schijfrem
Achterrem Trommelrem
Voorvering Telescoopvork
Achtervering Dubbele schokbrekers
Droog gewicht ca. 115 kg
Zithoogte ca. 800 mm
Brandstoftankinhoud 8 liter
Bandenmaat voor 110/70-16
Bandenmaat achter 140/70-14
Topsnelheid ca. 110 km/u
Brandstofverbruik ca. 30 km/l
Inhoud Gratis handleiding in PDF (88 pagina's)

Veelgestelde vragen - Leonardo 150 (2003) APRILIA

Hoe start ik de Aprilia Leonardo 150 (2003)?
Zet de contactschakelaar op ON, zorg dat de noodstopknop op RUN staat, trek een rem in en druk op de startknop. Bij koude motor gebruik je de choke (hendel links op het stuur).
Welke olie moet ik gebruiken voor de motor?
Gebruik een hoogwaardige 4-takt motorolie met specificatie SAE 10W-40 of 15W-40, die voldoet aan API SG of hoger. Ververs de olie elke 3000 km.
Hoe vaak moet ik de olie verversen?
Ververs de motorolie elke 3000 km of eenmaal per jaar, wat het eerst komt. Vervang ook het oliefilter bij elke tweede olieverversing.
Waarom start de scooter niet?
Controleer of de noodstopknop op RUN staat, de accu voldoende spanning heeft, en de brandstofkraan open is. Probeer ook de kickstarter te gebruiken. Als het niet helpt, controleer de bougie (bougie).
Wat is de juiste bandenspanning?
Voorband: 2,0 bar (200 kPa), achterband: 2,2 bar (220 kPa). Meet de spanning bij koude banden.
Hoe vervang ik de accu?
Schroef de zitting los, verwijder de accukap. Koppel eerst de minpool (-) los, dan de pluspool (+). Plaats een nieuwe 12V accu (typisch 5-7 Ah) en sluit de polen aan in omgekeerde volgorde.
Waar vind ik het serienummer van de scooter?
Het serienummer (VIN) is gestanst op het frame bij de stuurkolom, zichtbaar met het stuur naar links gedraaid. Ook in het kentekenbewijs.
Hoe stel ik de koplamp af?
Zet de scooter op een vlakke ondergrond, 5 meter van een muur. Draai de afstelknop (achter de koplamp) om de lichtbundel horizontaal en op de juiste hoogte af te stellen.
Wat is de aanbevolen brandstof?
Gebruik loodvrije benzine met octaangetal 95 RON. Gebruik geen E85 of loodhoudende benzine.
Hoe onderhoud ik de V-snaar (CVT)?
Controleer de V-snaar elke 6000 km op slijtage. Vervang de snaar elke 12000 km. Houd het CVT-huis schoon en vrij van stof.

Gebruikersvragen over Leonardo 150 (2003) APRILIA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Leonardo 150 (2003) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Leonardo 150 (2003) van het merk APRILIA.

GEBRUIKSAANWIJZING Leonardo 150 (2003) APRILIA

Eerste editie: april 2003

Herdruk:

U herkent de officiële aprilia-motorfiets-dealer aan dit logo op de deur of etalage:

ERKEND MOTORDEALER 2003 aprilia RAI VERENIGING

Deze raamsticker wordt elk jaar verstrekt en dient daarom actueel te zijn.

Vervaardigd en gedrukt door:

Soave (VERONA) - Italië

Tel. +39 - 045 76 11 911

Fax +39 - 045 76 12 241

E-mail: customer@stp.it

www.stp.it

In opdracht van:

aprilia s.p.a.

via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) - Italië

Tel. +39 - 041 58 29 111

Fax +39 - 041 44 10 54

www.aprilia.com

WAARSCHUWINGSBOOD- SCHAPPEN

De volgende waarschuwingen worden in heel deze handleiding gebruikt om de volgende boodschappen over te brengen:

Veiligheidswaarschuwing. Wanneer u dit symbool aantreft op de motorfiets of in de handleiding, dient u rekening te houden met potentieel gevaar voor persoonlijk letsel. Niet-naleving van de aanwijzingen die worden gegeven in de boodschappen voorafgegaan door dit symbool kan resulteren in ernstige risico's voor de veiligheid van uzelf en anderen en voor de motorfiets!

WAARSCHUWING

Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in ernstig letsel of zelfs de dood.

AOPGELET

Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in licht persoonlijk letsel of schade aan de motorfiets.

OPMERKING Het woord "OPMER-KING" in deze handleiding gaat belangrijke informatie of richtlijnen vooraf.

INFORMATIE

★ Bewerkingen voorafgegaan door dit symbool dienen aan de andere kant van de motorfiets te worden herhaald. Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.

Daar waar de termen "rechts" en "links" worden gebruikt, wordt ervan uitgegaan dat de rijder in normale rijhouding op de motorfiets zit.

WAARSCHUWINGEN VOORZORGSMAATREGELEN ALGEMENE OPMERKINGEN

Voordat u de motor start, dient u aandachtig dit boekje te lezen, in het bijzonder het gedeelte "VEILIG RIJDEN".

Uw veiligheid en die van anderen hangt niet alleen af van de snelheid van uw reflexen en uw behendigheid, maar ook van de kennis van de motorfiets, van de staat van onderhoud en van de basisregels voor VEILIG RIJDEN. Daarom is het belangrijk de motorfiets goed te leren kennen, zodat u er zich veilig mee in het verkeer kunt begeven.

Daarom is het belangrijk de motorfiets goed te leren kennen, zodat u er zich veilig mee in het verkeer kunt begeven.

OPMERKING Dit boekje hoort on- losmakelijk bij de motorfiets en moet in ge- val van verkoop worden overgedragen.

aprilia heeft bij de samenstelling van dit boekje de grootste zorg aan de dag gelegd, teneinde de gebruiker correcte en actuele informatie te verschaffen. Daar aprilia echter voortdurend het ontwerp van zijn producten verbetert, kunnen de kenmerken van uw motorfiets lichtjes afwijken van de in dit boekje beschreven kenmerken.

Indien u vragen heeft met betrekking tot de informatie in dit boekje, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw officiële aprilia-dealer.

Voor controles en reparaties die niet expliciet in deze publicatie staan beschreven, de aanschaf van originele aprilia-reserveonderdelen, accessoires en andere producten, alsook specifieke adviezen, dient u zich uitsluitend te wenden tot de officiële aprilia-dealers en onderhoudscentra, die een betrouwbare en snelle service garanderen.

Wij danken u omdat u voor aprilia heeft gekozen en wensen u veel rijplezier.

Alle rechten voor wat betreft elektronische opslag, reproductie en volledige of gedeeltelijke aanpassing, op welke manier ook, zijn voorbehouden voor alle landen.

OPMERKING In sommige landen vereisen de van kracht zijnde milieuwetgeving en geluidsvoorschriften periodieke inspecties.

In deze landen moet de gebruiker van het voertuig:

- contact opnemen met een officiële aprilia-dealer om de niet-goedgekeurde onderdelen te laten vervangen door onderdelen die goedgekeurd zijn in het betreffende land;

- voer de vereiste periodieke inspecties uit.

OPMERKING Bij aankoop van deze motorfiets dient u in de navolgende figuur de identificatiegegevens te vermelden die op het IDENTIFICATIE-ETIKET VERVANGINGSONDERDELEN STAAN. Het etiket is aangebracht op de linkerbuis van het frame en om het zichtbaar te maken moet u de linkse inspectiekap verwijderen, zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIE-KAP).

IUKAPSFBDFEGR
NLCHDKJSGPSLOILROKMALRCH
HRAUSUSABRRSANZCDN

Dit zijn identificatiegegevens van:

  • YEAR = bouwjaar (Y, 1, 2, ...);
  • I.M. = wijzigingscode (A, B, C, ...);
  • LANDENCODES = land van homologatie (I, UK, A, ...).

Ze dienen te worden doorgegeven aan de officiële aprilia-dealer bij de aankoop van vervangingsonderdelen of accessoires die specifiek zijn voor uw model.

In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt om de verschillende versies aan te duiden:

125 model 125 cm ^4

150 model 150 cm ^4

250 model 250 cm ^4

ASD versie automatische lichtschakelaar (Automatic Switch-on Device)

OPT optie

VERSIE VOOR:

I Italië SGP Singapore
UK Verenigd SLO Slovenië
A Oostenrijk IL Israël
P Portugal ROK Zuid-Korea
SF Finland MAL Maleisië
B België RCH Chili
D Duitsland HR Kroatië
F Frankrijk AUS Australië
E Spanje USA Verenigde Staten
GR Griekenland BR Brazilië
NL Nederland RSA Zuid-Afrika
CH Zwitserland NZ Nieuw-Zeeland
DK Denemarken CDN Canada
Japan

ALGEMENE INHOUD

VEILIG RIJDEN....5

BASISREGELS VOOR DE VEILIGHEID ...... 6

KLEDING 9

ACCESSOIRES 10

LADING 10

PLAATSING

VAN DE HOOFDELEMENTEN 125 150 ...... 12

PLAATSING

VAN DE HOOFDELEMENTEN 250 14

PLAATSING VAN DE INSTRUMENTEN /

BEDIENINGSELEMENTEN 16

INSTRUMENTEN

EN CONTROLELAMPJES 16

INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES 17

BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE

BEDIENINGSELEMENTEN 18

BEDIENINGSELEMENTEN

OP DE LINKERSTUURHELFT 18

BEDIENINGSELEMENTEN

OP DE RECHTERSTUURHELFT 19

CONTACTSCHAKELAAR 20

STUURSLOT 20

HULPUITRUSTING 21

DIGITALE KLOK 21

TASSENHAAK 21

ANTIDIEFSTALHAAK 22

ONTGRENDELEN /

VERGRENDELEN VAN HET ZADEL 22

HELM- / HANDSCHOENOPBERGKASTJE .. 22

GEREEDSCHAPSSET 23

ACHTERSPATBORD 23

BELANGRIJKSTE ONDERDELEN 24

BRANDSTOF 24

SMEERMIDDELEN 25

REMVLOEISTOF - aanbevelingen 26

SCHIJFREMMEN 26

KOELVLOEISTOF 28

BANDEN 30

VERSIE MET AUTOMATISCHE

LICHTONTSTEKING ASD 31

UITLAATDEMPER 31

VERWIJDEREN VAN HET VOORSTE

DEEL VAN DE STUURKAP 52

DEMONTEREN VAN DE

VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL .. 58

CONTROLEREN EN REINIGEN

VAN DE ACCU-AANSLUITINGEN 58

DEMONTEREN VAN DE ACCU 58

CONTROLEREN

VAN HET ELEKTROLYTPEIL 59

OPLADEN VAN DE ACCU 59

MONTEREN VAN DE ACCU 59

VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN ...... 60

AFSTELLEN VAN DE VERTICALE

LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP 61

125 150 AFSTELLING VAN DE HORIZONTALE

LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP USA ..... 61

GLOEILAMPEN 62

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPJES

VAN HET DASHBOARD EN VAN DE

KLOKBATTERIJ 62

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN

DE VOORSTE RICHTINGAANWIJZERS ..... 62

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN

VAN DE KOPLAMP 63

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN

VAN HET ACHTERLIGHT 64

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP VAN

DE KENTEKENPLAATVERLICHTING ..... 64

VERVOER 65

LEDIGEN

VAN DE BRANDSTOFTANK 65

REINIGING 66

LANGE PERIODE VAN STILSTAND 67

Om de motorfiets te mogen besturen is het nodig dat u aan alle wettelijke verplichtingen voldoet (rijbewijs, geestelijke en li-chamelijke gezondheid, verzekering, we-genbelasting, registratie motorfiets, nummerplaat, enz.).

U wordt aangeraden zich de motorfiets geleidelijk eigen te maken, daar waar waar weinig verkeer is of op terreinen die privé-eigendom zijn.

NO !

Het gebruiken van bepaalde medicijnen, alcohol en verdovende middelen benadeelt in aanzienlijke mate de rijveiligheid. Verzekert u zich ervan dat u geestelijk en lichamelijk goed in staat bent te rijden, en rijd vooral niet bij vermoeidheid en slape- righeid.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ALGEMENE INHOUD - 2

Het merendeel van de ongelukken is te wij- ten aan onervarenheid van de rijder.

Leen de motorfiets NOOIT uit aan beginners en overtuigt u zich er in ieder geval van dat de rijder in het bezit is van de wettelijke vereisten voor het rijden.

STOP STOP 150 m 150 m

Volg nauwgezet de verkeersaanwijzingen en houd u aan de nationale en plaatselijke verkeersregels.

Vermijd plotselinge manoeuvres die gevaar opleveren voor uzelf en voor anderen (bijvoorbeeld: steigeren, te hard rijden enz.), en houd altijd rekening met de toestand van het wegdek, het zicht, enz.

NO !

Bots niet tegen obstakels die schade aan het voertuig kunnen toebrengen of die u de controle over het voertuig kunnen doen verliezen.

Rijd niet vlak achter een andere motorfiets om u mee te laten "zuigen".

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ALGEMENE INHOUD - 5

Houd altijd beide handen aan het stuur en de voeten op de voetplank (of de voetsteunen) en neem een correcte rijhouding aan.

Vermijd absoluut rechtop te gaan staan tijdens het rijden, of zich om te draaien.

NO !

De berijder moet zich nooit laten af leiden of laten beïnvloeden door personen of handelingen (niet roken, eten, drinken, lezen, enz.) tijdens het rijden.

OIL COOLER

Gebruik de voorgeschreven koelvloeistof en olie, zoals beschreven in de "SMEER-MIDDELENTABEL"; controleer steeds of de niveaus van de olie en de koelvloeistof de voorgeschreven niveaus hebben.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ALGEMENE INHOUD - 8

Controleer, als de motorfiets bij een ongeluk betrokken is geweest, of de bedieningsknoppen, -kabels, -slangen, het remsysteem en de vitale delen niet beschadigd zijn.
Laat de motorfiets eventueel nakijken door een erkende aprilia dealer, met speciale aandacht voor het frame, het stuur, de vering, de veiligheidsonderdelen en de onderdelen waarvan de gebruiker zelf niet in staat is te beoordelen of ze beschadigd zijn.
Meld elk mankement bij het functioneren aan de technici/mecaniciens opdat de reparatiewerkzaamheden vergemakkelijkt worden.
Rijd absoluut niet met de motorfiets wanneer de beschadiging de rijveiligheid in gevaar brengt!

A12 345 NO !

Verander nooit de plaats, de stand of de kleur van: de kentekenplaat, de richtingaanwijzers, de lichten en de claxon.

Modificaties aan de motorfiets doen de garantie onherroepelijk vervallen.

ONLY ORIGINALS

Elke eventuele verandering die aangebracht wordt aan de motorfiets of de verwijdering van originele delen kunnen de prestaties negatief beïnvloeden en de veiligheid in gevaar brengen of de motorfiets onwettig maken.

U wordt geadviseerd om zich altijd te houden aan alle nationale en plaatselijke wettelijke voorschriften en regels op het punt van de uitrusting van de motorfiets.

In het bijzonder moeten technische veranderingen vermeden worden die de prestaties beïnvloeden of in ieder geval de oorspronkelijke eigenschappen van de motorfiets veranderen.

Houd absoluut geen snelheidswedstrijden met de motorfiets.

Vermijd het rijden op een andere ondergrond dan het wegdek.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ALGEMENE INHOUD - 11

Voordat u gaat rijden dient u eraan te denken dat u altijd de helm op hebt; deze moet op de juiste wijze gedragen worden. Controleer of de helm gekeurd is, niet-beschadigd is, de juiste maat heeft en het vizier schoon is.

Draag beschermende kleding; mogelijkerwijs met een heldere en/of reflecterende kleur. Zodoende bent u goed zichtbaar voor de andere weggebruikers en beperkt u hiermee het risico aangereden te worden. Bij een val hebt u zodoende ook een betere bescherming. De kleding moet goed passen en aan de uiteinden gesloten zijn. Koorden, ceintuur en das of sjaal mogen niet los hangen; voorkom dat deze of andere objecten het rijden kunnen beïnvloeden doordat ze verstrikt raken in bewegen-de delen of bedieningselementen.

NO !

Zorg ervoor dat u geen objecten in uw zakken hebt die mogelijk gevaar opleveren bij een val, zoals puntige objecten als sleutels, pennen, glazen voorwerpen (hetzelf-de geldt voor de eventuele passagier).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ALGEMENE INHOUD - 13

De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires. Denkt u er tijdens de montage aan dat geen onderdelen zoals de lichten of onderdelen die dienen voor het aangeven van de richting of voor geluidssignalen bedekt worden, waardoor deze onderdelen geheel of gedeeltelijk hun functie verliezen; belemmer ook niet de uit-slag van de vering en de stuurhoek en de werking van de bedieningselementen.

Vermijd het gebruik van accessoires die de toegang tot de bedieningselementen belemmeren, omdat zo de reactietijd in noodgevallen langer kan worden.

De grote kappen en windschermen van de motorfiets kunnen aërodynamische krachten doen ontstaan die de stabiliteit van de motorfiets beïnvloeden, vooral bij hoge snelheid.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ALGEMENE INHOUD - 14

Controleer of de accessoires op degelijke wijze bevestigd zijn aan de motorfiets en geen gevaar opleveren tijdens het rijden. Niets toevoegen aan de elektrische installatie of hier iets aan veranderen, waardoor het maximale vermogen van de motorfiets overschreden zou kunnen worden. Hierdoor zou de motorfiets tijdens het rijden plotseling kunnen stoppen of er zou zich een gevaarlijk stroomtekort kunnen voordoen, zodat de claxon en de lichten niet meer functioneren. aprilia beveelt het gebruik van originele accessoires aan (aprilia genuine accessoires).

LADING

Wees voorzichtig bij het opladen van bagage en vervoer niet te veel lading. De bagage moet zich zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van de motorfiets bevinden en evenwichtig verdeeld zijn naar beide zijden van de motorfiets zodat er een optimale balans is.

NO !

Bevestig absoluut geen grote, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken; dit kan de reactiesnelheid van de motorfiets in de bochten vertragen en de controle tijdens het rijden hinderen.

Bevestig niet teveel ruimte innemende bagage aan de zijkant van de motorfiets, aangezien deze tegen personen of voorwerpen zou kunnen stoten, waardoor u de controle over de motorfiets zou kunnen verliezen.

NO !

Vervoer geen bagage die niet goed bevestigd is aan de motorfiets of die teveel uit de bagageruimtes steekt.

Denk eraan dat de bagage niet voor of over de verlichting, de akoestische en visuele signalering hangt.

Vervoer geen dieren of kinderen op het documentenkastje of op de duozit.

KG! NO!

Overschrijd niet de limiet voor vervoer die geldt voor iedere specifieke bagagedrager. Teveel lading beïnvloedt de stabiliteit en de manoeuvreerbaarheid van de motorfiets.

PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN 125 150

125 150 3 2 1 4 5 6 7 8 14 13 12 11 10 9

LEGENDA

1) Expansievat
2) Dop expansietank koelvloeistof
3) Achterremreservoir
4) Tassenhaak
5) Linkse inspectiekap

6) Linker voetsteun duopassagier
7) Helmopbergkastje
8) Zadelslot
9) Luchtfilter
10) Luchtfilterdeksel toerenregelaar

11) Antidiefstalhaak (voor gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT)
12) Middenstandaard
13) Zijstandaard
14) Bougie

125 150 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧

LEGENDA

1) Passagiersgreep
2) Motorolievul-/niveaudop
3) Zekeringhouder
4) Accu
5) Contact/stuurslot-schakelaar

6) Brandstoftankdop
7) Voorremreservoir
8) Claxon
9) Brandstoftank
10) Brandstoftankklep

11) Rechtse inspectiekap
12) Rechter voetsteun duopassagier

PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN 250

250 3 2 1 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

LEGENDA

1) Expansievat
2) Dop expansietank koelvloeistof
3) Achterremreservoir
4) Tassenhaak
5) Linkse inspectiekap

6) Linker voetsteun duopassagier
7) Helmopbergkastje
8) Zadelslot
9) Passagiersgreep
10) Luchtfilter
11) Luchtfilterdeksel toerenregelaar

12) Middenstandaard
13) Zijstandaard

250 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

LEGENDA

1) Antidiefstalhaak (voor gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT)
2) Motorolievul-/niveaudop
3) Zekeringhouder
4) Accu
5) Contact/stuurslot-schakelaar

6) Brandstoftankdop
7) Voorremreservoir
8) Claxon
9) Brandstoftank
10) Brandstoftankklep
11) Rechtse inspectiekap

12) Bougie
13) Rechter voetsteun duopassagier

PLAATSING VAN DE INSTRUMENTEN / BEDIENINGSELEMENTEN

APRILIA Leonardo 150 (2003) - PLAATSING VAN DE INSTRUMENTEN / BEDIENINGSELEMENTEN - 1

1) Elektrische bedieningselementen op de linker stuurhelft
2) Achterremhendel
3) Linkse achteruitkijkspiegel
4) Instrumenten en controlelampjes
5) Rechtse achteruitkijkspiegel
6) Voorremhendel
7) Gashendel
8) Elektrische bedieningselementen op de rechter stuurhelft
9) Contactschakelaar / stuurslot ( ○ - ≡ - ⏰)

INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES

APRILIA Leonardo 150 (2003) - INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES - 1

1) 125 150 Rood waarschuwingslampje motoroliedruk (☐.)
1) 250 Rood waarschuwingslampje motorolieverversing ( )
2) Groen waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer (⇐)
3) Kilometertotaalteller
4) Snelheidsmeter
4) Snelheidsmeter - km/h-schaal alleen AUS
5) Groen waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer (→)
6) Blauw waarschuwingslampje grootlicht (ID)
7) Oranje waarschuwingslampje laag brandstofpeil (■)
8) Controlelampje benzinemeter ( ■ )
9) Functie- en instelknoppen digitale klok
10) Digitale klok
11) Controlelampje koelvloeistoftemperatuur (E)

INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES

Beschrijving Functie
Waarschuwingslampjerechter richtingaanwijzer ➔ Knippert wanneer de rechter richtingaanwijzer is ingeschakeld.
Waarschuwingslampjelinker richtingaanwijzer ➔ Knippert wanneer de linker richtingaanwijzer is ingeschakeld.
125 150 Waarschuwingslampjemotoroliedruk ➔Licht op zodra de contactschakelaar in de stand “○” wordt gedraaid en de motor niet draait, ter controle van de juiste werking van het lampje. Als het lampje niet oplicht, moet het worden vervangen.Het waarschuwingslampje moet uitgaan wanneer de motor draait.▲ OPGELET Als het waarschuwingslampje oplicht wanneer de motor normaal draait, betekent dit dat de oliedruk in het circuit onvoldoende is. Zet in dit geval de motor onmiddellijk stil en neem contact op met uw officiële aprilia-dealer.
250 Waarschuwingslampjemotorolieversing ➔Dit licht op gedurende ca. drie seconden wanneer de contactschakelaar in de stand “○” wordt gezet en de motor niet draait, om de correcte werking van de gloeilamp te testen. Als het lampje niet oplicht of niet uitgaat na drie seconden, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer.▲ OPGELET Het waarschuwingslampje licht op terwijl de motor normaal draait na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 3000 km (1875 mi) en blijft branden tot de olie is ververst. Neem hiervoor contact op met een officiële aprilia-dealer.
Kilometertotaalteller Geeft het totaal aantal gereden kilometers aan.
Snelheidsmeter Geeft de rijsnelheid aan.
Waarschuwingslampjegrootlicht ➔Licht op wanneer de koplamp in de stand voor het “grootlicht” staat of wanneer het grootlichtsignaal wordt gebruikt. (PASSING ➔ 250).
Waarschuwingslampje laagbrandstofpeil ➔Licht op wanneer de hoeveelheid brandstof in de tank nog ongeveer 1,8 Ⓛ 125 150 (1,5 Ⓛ 250 ) bedraagt.
Brandstofmeter ➔Geeft bij benadering de hoeveelheid brandstof in de tank aan.Wanneer de wijzer in het rode gebied is gezakt, is er nog ongeveer 1,8 Ⓛ 125 150 (1,5 Ⓛ 250 ) brandstof in de tank. Tank in dit geval zo snel mogelijk bij, zie pag. 24 (BRANDSTOF).
Digitale klokUur, datum en seconden kunnen worden weergegeven op de display, zie pag. 21 (DIGITALE KLOK).
Koelvloeistof-temperatuurindicator ➔Geeft bij benadering de temperatuur van de koelvloeistof in de motor aan.Wanneer de wijzer begint te schommelen boven het niveau "Min.", is de temperatuur toereikend om met de motorfiets te rijden. Het temperatuurbereik voor normaal rijden wordt aangeduid door de middelste zone op de schaal. Als de wijzer zich naar het rode gebied verplaatst, moet u de motor stilleggen en het koelvloeistofpeil controleren, zie pag. 28 (KOELVLOEISTOF).▲ OPGELET Als de maximum toegelaten temperatuur wordt overschreden (rood “Max”-gebied op de schaal), kan de motor ernstige schade oplopen.

BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE BEDIENINGSELEMENTEN

125 150 3 2 1 2 250 3 2 1

BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKERSTUURHELFT

OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.

1) DRUKKNOP CLAXON (☐) De claxon treedt in werking wanneer de drukknop "☐" wordt ingedrukt.
2) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS ( )

De schakelaar naar links zetten om aan te geven dat u links gaat afslaan; de schakelaar naar rechts drukken om aan te geven dat u rechts gaat afslaan. Op het midden van de schakelaar drukken om de richtingaanwijzer uit te zetten.
3) 125 150 DIMLICHTSCHAKELAAR (∅ - ∅) (ASD niet voorzien, ASD voorzien voor landen waar de motorstopschakelaar "∅ - ○" vereist is) Wanneer de lichtschakelaar in de stand "∅" staat: als de dimlichtschakelaar in de stand "∅" staat, brandt het grootlicht; als hij in de stand "∅" staat, brandt het dimlicht.
3) 250 DIMLICHTSCHAKELAAR (ID - ID) / DRUKKNOP GROOTLICHTSIGNAAL (PASSING ↓)
3) (ASD niet voorzien, ASD voorzien voor landen waar de motorstopschakelaar "☒ - ☉" vereist is) Wanneer de lichtschakelaar in de stand "☒" staat: als de dimlichtschakelaar in de stand "☒" staat, brandt het grootlicht; als hij in de stand "☒" staat, brandt het dimlicht. Het grootlichtsignaal wordt bediend door de dimlichtschakelaar in de stand (PASSING te drukken, ongeacht de stand van de lichtschakelaar (☒ - ☉ = - ●).

OPMERKING Wanneer de dimlichtschakelaar wordt losgelaten, wordt het grootlichtsignaal uitgeschakeld.

BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTERSTUURHELFT

OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.

1) KOPLAMPSCHAKELAAR (☀️ - ☐☐☒ - ●) (niet voorzien op de ASD versie)

▲OPGELET

Controleer of de dimlichtschakelaar (ID - ID) in de stand "ID" staat alvorens de lichtschakelaar te bedienen.

Wanneer de lichtschakelaar in de stand "●" staat, zijn de lichten uit; wanneer de schakelaar in de stand "○○○" staat, branden de parkeerlichten en de dashboardverlichting; wanneer de schakelaar in de stand "○○" staat, branden de parkeerlichten, de dashboardverlichting en het dimlicht. Het grootlicht (ED - ED) kan worden bediend met de dimlichtschakelaar.

1a) DIMLICHTSCHAKELAAR (∅ - ∅) ASD

(ASD niet voorzien voor landen waar de motorstopschakelaar "⊗ - ○" vereist is).

In de stand "D" branden de parkeerlichten, de dashboard-verlichting en het dimlicht altijd.

In de stand "≡D" brandt het grootlicht.

1b) MOTORSTOPSCHAKELAAR (○ - ✉)

(in de landen waar dit is vereist)

WAARSCHUWING

Bedien de motorstopschakelaar "○ - Ⓧ" niet tijdens gewoon rijden.

Dit is een veiligheids- of noodschakelaar. Met de schakelaar in de stand "○" kan de motor worden gestart; de motor wordt gestopt door de schakelaar in de stand "⊗" te zetten.

1 2 1a ASD 1b

▲OPGELET

Bij gestopte motor en met de contactschakelaar in de stand "○", kan de accu ontladen worden.

Wanneer de motorfiets tot stilstand is gekomen nadat de motor is gestopt, moet u de contactschakelaar in de stand "☒" zetten.

2) STARTKNOP (③)

Wanneer de startknop “③” wordt ingedrukt, doet de startmotor de motor draaien. Voor het starten, zie pag. 33 (STARTEN).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

De contactschakelaar (1) bevindt zich op de rechterhelft, dicht bij de stuurkolom.

OPMERKING De sleutel (2) bedient de contactschakelaar/het stuurslot, het za-delslot en de brandstoftankklep.

Bij de motorfiets worden twee sleutels geleverd (één reservesleutel).

OPMERKING Bewaar de reserve- sleutel en het plaatje met het codenummer niet op de motorfiets.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 2

Draai de sleutel nooit in de stand “ ^® ” terwijl u rijdt, om te vermijden dat u de controle over de motorfiets verliest.

BEDIENING

Om het stuur te vergrendelen:

♦ Draai het stuur volledig naar links.
♦ Draai de sleutel (2) in de stand "☒" en druk er op.
- Laat de sleutel los en draai hem in de stand "B".
♦ Trek de sleutel uit het contact.

Stand FunctieUittrekken sleutel
StuurslotHet stuur is vergren-deld. Het is onmogelijk de motor te starten en de lichten te ontsteken.De sleutel kan uit het contact wor-den getrok-ken.
De motorkan niet wordengestart en de lichten kunnen niet worden ont-stoken.De sleutel kan uit het contact wor-den getrok-ken.
De motorkan wordengestart en de lichten kunnen wor-den ontsto-ken.De sleutel kan niet uit het contact worden getrokken.

HULPUITRUSTING

APRILIA Leonardo 150 (2003) - HULPUITRUSTING - 1

Functiebeschrijving:

♦ Normale aanduiding: uren en minuten.
◆ Datumaanduiding: druk eenmaal op de drukknop (1) om maand en dag weer te geven.
Secondenaanduiding: druk tweemaal op de drukknop (1) om de seconden weer te geven.

OPMERKING Neem voor het vervangen van de klobbatterij contact op met een officiële aprilia-dealer.

Instelling:

◆ Druk eenmaal op de drukknop (2): datum en tijd worden afwisselend getoond.
◆ Maand: druk nogmaals op de drukknop (2) en de maand wordt links getoond (de

APRILIA Leonardo 150 (2003) - Instelling: - 1

rest verdwijnt). Druk op de drukknop (1) om de gewenste maand in te stellen.

♦ Dag: druk nogmaals op de druktoets (2) en de dag wordt rechts getoond. Druk op de druktoets (1) om de gewenste dag in te stellen.
Tijd: druk nogmaals op de drukknop (2) en de tijd wordt links getoond met de letter "A" of "P" (A = voor de middag, P = na de middag).
- Minuten: druk nogmaals op de drukknop (2) en de minuten worden rechts getoond. Druk op de drukknop (1) om de gewenste minuten in te stellen.

Nu is de klok ingesteld. Druk nogmaals op de knop (2) en vervolgens op de knop (1) om naar de normale werking terug te keren.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - Instelling: - 2

Hang geen te zware tassen of pakken aan de haak, omdat dit de manoeuvreerbaarheid van de motorfiets of de beweging van de voeten ernstig kan belemmeren.

De tassenhaak (3) bevindt zich op de voorkant van de binnenbeschermkap.

Max. toegestaan gewicht: 1,5 kg

OPT ① ②

ANTIDIEFSTALHAAK

De antidiefstalhaak (1) bevindt zich op de linkerzijde van de motorfiets, naast de voetsteun van de passagier:

  • 125 150 linkerzijde;
  • 250 rechterzijde.

Om diefstal van de motorfiets te voorkomen, is het raadzaam hem vast de maken met de gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT (2), die kan worden besteld bij uw officiële aprilia-dealer.

AOPGELET

Gebruik de haak niet om de motorfiets op te tillen of voor andere doeleinden dan het vastleggen van de motorfiets nadat u hem heeft geparkeerd.

250 125 150 3 4

ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL

♦ Steek de sleutel (3) in het zadelslot (4).
♦ Draai de sleutel (3) om:

- 125 150 linksom draaien.

- 250 rechtsom draaien.

◆ Zet het zadel omhoog.

OPMERKING Controleer, voor u het zadel omlaag zet en vastklikt, of u niets in het helmopbergkastje hebt laten liggen.
- Om het zadel te vergrendelen, moet u het omlaag zetten en er op drukken (zonder te forceren), zodat het slot vastklikt.

WAARSCHUWING

Controleer voor het rijden of het zadel goed vergrendeld is.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - WAARSCHUWING - 1

Dankzij het helm-/handschoenopbergkastje hoeft u niet langer uw helm of andere zaken met u mee te nemen telkens wanneer u de motorfiets achterlaat. Het kastje bevindt zich onder het zadel; u kunt erbij komen door het volgende te doen:

◆ Zet het zadel omhoog, zie hiernaast (ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).

WAARSCHUWING

Overlaad het helm-/handschoenopberg-kastje niet. Maximum toegestaan gewicht:

  • 125 150 4 kg
  • 250 5 kg

APRILIA Leonardo 150 (2003) - WAARSCHUWING - 1

De gereedschapset (1) is onder het zadel bevestigd, in het helm-/handschoenopbergkastje.

De ruimte bevindt zich onder het zadel; u kunt erbij komen door:

◆ Het zadel omhoog te zetten, zie pag. 22 (ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).

De gereedschapset bevat:

- inbussleutel 4 mm;

- 125 150 bougiesleutel 16 mm;

- 250 bougiesleutel 18 mm;

- pijp voor sleutel;

- sleutel van 8/10 mm;

– dubbele, kruiskopschroevendraaier;

- vierkante pensleutel ;

- gereedschapstasje.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - WAARSCHUWING - 2

Het verlengstuk van het achterspatbord (2) is voorzien als standaarduitrusting en kan worden gemonteerd als de motorfiets op natte wegen wordt gebruikt. Het vermindert immers het opspattend water van het achterwiel.

OPMERKING Het verlengstuk van het achterspatbord (2) is reeds op de motorfiets gemonteerd in landen waar dit wettelijk verplicht is.

Monteer het verlengstuk van het achter- spatbord als volgt:

Zet het zadel omhoog, zie pag. 22 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).

Neem het verlengstuk van het achter- spatbord (2) samen met de schroeven en bijbehorende moeren voor de bevest- tiging uit het valhelm-/handschoenen- kastje.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - WAARSCHUWING - 3

♦ Schroef de moeren (3) los en verwijder ze.
♦ Verwijder de reflector (4).
♦ Schroef de moer los en verwijder ze (5).
♦ Trek de schroef (6) uit.
◆ Plaats het verlengstuk van het achter-spatbord (2) in de steun van de kente-kenplaathouder (7).
◆ Plaats de reflector (4) terug en draai de bijbehorende moeren (3) vast.
♦ Steek de schroef (6) in en draai de bijbehorende moer (5) vast.
◆ Controleer of het verlengstuk van het achterspatbord (2) correct is gemon- teerd.

BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

BRANDSTOF

▲ WAARSCHUWING

De brandstof die gebruikt wordt voor verbrandingsmotoren is uiterst ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden explosief worden. Het is belangrijk dat het tanken en de onderhoudswerkzaamheden in een goed geventileerde ruimte gebeuren en met afgezette motor. Niet roken gedurende het tanken of in de nabijheid van benzinedampen; in elk geval absoluut contact mijden met open vlammen, vonken en elke andere warmtebron, om te voorkomen dat de brandstof vlam vat of explodeert.

Verder moet u ook voorkomen dat er benzine uit de tankopening stroomt, aangezien ze vlam kan vatten bij contact met de gloeiende delen van de motor.

Voor het geval per ongeluk benzine buiten de tank terechtkomt, moet u controleren of de plek waar de benzine is terechtgekomen geheel droog is en voor u gaat rijden moet u er zich van vergewissen dat er geen benzine op de hals van de benzinemond is achtergebleven.

Loodvrije benzine zet uit onder invloed van zonnewarmte en zonnestraling.

Vul de tank daarom nooit tot de rand. Mijd contact van benzine met de huid en inademing van dampen; zuig geen benzine op en breng de benzine niet over van een vat in een ander met behulp van een slang.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

250 Gebruik uitsluitend loodvrije superbenzine met min. octaangetal 91 (N.O.R.M.) en 81 (N.O.M.M.).

INHOUD BRANDSTOFTANK (reserve inbegrepen):

- 125 150 9,5 ℓ - 250 9,6 ℓ

TANKRESERVE: - 125 150 1,8 ℓ - 250 1,5 ℓ

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 2

Om bij de brandstoftankdop te komen gaat u als volgt te werk:

  • Steek de sleutel (1) in het slot op de brandstofklep (2), die zich tussen de voetsteunplatformen bevindt.
    ♦ Draai de sleutel rechtsom, trek eraan en open de brandstofklep.
    ♦ Schroef de tankdop (3) los.

SMEERMIDDELEN

▲ WAARSCHUWING

Olie kan leiden tot ernstige beschadiging van de huid bij dagelijkse en langdurige aanraking.

Na gebruik van olie uw handen goed wassen.

Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU-DEN.

LOOS OLIE NIET IN HET MILIEU.

▲OPGELET

Ga voorzichtig te werk. Mors geen olie!

Let op dat onderdelen, de plaats waar u werkt of de onmiddellijke omgeving niet worden besmeurd. Veeg oliesporen zorgvuldig op.

Neem in geval van lekkages of defecten contact op met een officiële aprilia-dealer.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

Laat het peil van de versnellingsbakolie om de 6000 km (3750 mi) controleren.

De versnellingsbakolie moet worden ververst na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 12000 km (7500 mi).

Neem contact op met een officiële aprilia-dealer om het oliepeil te controleren en de olie te verversen.

MOTOROLIE

Controleer het motoroliepeil om de 1000 km (625 mi), zie pag. 45 (CONTRO-LEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN).

OPMERKING Gebruik olie van hoge kwaliteit, zie pag. 72 (SMEERMIDDELEN-TABEL).

125 150 Het gebruik van olie met SAE-classificatie 15W, 20W of 30W (en zeker olie met een hogere densiteit dan de aanbevolen olie) kan het starten van de motorfiets bij een omgevingstemperatuur van minder dan -5°C bemoeilijken.

▲OPGELET

Overschrijd nooit het "MAX"-peil wanneer u bijvult met motorolie.

250 OPMERKING Het waarschu- wingslampje van de motorolieversersing “” op het dashboard licht op na de eer- ste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 3000 km (1875 mi), om aan te ge- ven dat de motorolie moet worden ver- verst.

De motorolie moet worden ververst na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens:

- 125 150 om de 6000 km (3750 mi). - 250 om de 3000 km (1875 mi).

Laat de koelvloeistof verversen door een officiële aprilia-dealer.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

OPMERKING Deze motorfiets is uitgerust met schijfremmen vooraan en achteraan, met afzonderlijke hydraulische circuits.

De volgende informatie heeft betrekking op slechts één remsysteem, maar geldt voor beide.

WAARSCHUWING

Plotselinge weerstand of verschillen in speling op de remhendel kunnen te wij- ten zijn aan onregelmatigheden in het hydraulische systeem.

In geval van twijfel met betrekking tot het goed functioneren van het remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u te rade gaan bij uw officiële aprilia-dealer.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - WAARSCHUWING - 1

Besteed bijzondere aandacht aan de remschijf en het wrijvingsmateriaal en controleer of ze niet vuil zijn of besmeurd met olie, vooral na onderhoudswerkzaamheden of inspecties.

Controleer of de remleiding niet verdraaid of versleten is.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU-DEN.

LOOS VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - WAARSCHUWING - 2

De remmen zijn de belangrijkste onderdelen voor uw veiligheid, dus moeten zij te allen tijde in perfecte staat verkeren; controleer ze voor elke rit.

Een vuile schijf verontreinigt de remblokjes, wat zal resulteren in een verminderde remkracht. Vuile remblokjes moeten worden vervangen; vuile schijven moeten worden gereinigd met een ontvettingsmiddel van hoge kwaliteit.

De remvloeistof moet om de twee jaar worden ververst door een officiële aprilia-dealer.

125 150 ② MN

OPMERKING Deze motorfiets is uitgerust met schijfremmen vooraan en achteraan, met afzonderlijke hydraulische circuits.

De volgende informatie heeft betrekking op slechts één remsysteem, maar geldt voor beide.

Deze motorfiets is uitgerust met hydraulische schijfremmen vooraan en achteraan. Wanneer de remblokjes afslijten, neemt het remvloeistofpeil in het reservoir af om de slijtage automatisch te compenseren. De remvloeistofreservoirs bevinden zich onder de stuurkap.

Controleer regelmatig het remvloeistofpeil in de reservoirs, zie hiernaast (CONTROLE) en de slijtage van de remblokjes, zie pag. 48 (CONTROLEREN VAN DE SLIJ-TAGE VAN DE REMBLOKJES).

▲ WAARSCHUWING

Rijd niet met de motorfiets als er vloeistof uit het remsysteem lekt.

250 1 2 MIN

CONTROLE

Controleer het remvloeistofpeil als volgt:

OPMERKING Zet de motorfiets op een stevige en effen ondergrond.

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ 125 150 Demonteer de achteruitkijkspiegels, zie pag. 53 (DEMONTEREN VAN DE ACHTERUITKIKSPIEGELS).
◆ 250 Schuif het rubberen hittescherm (1) naar onder.
♦ Draai het stuur zo dat de vloeistof in het remvloeistofreservoir evenwijdig staat met de "MIN"-markering op het peilglas (2).
- Controleer of de vloeistof in het reservoir boven het "MIN"-streepje op het glas (2) staat.

MIN = minimumniveau.

Als de vloeistof niet minstens tot het "MIN"-streepje reikt:

▲OPGELET

Naarmate de remblokjes afslijten, neemt het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.

- Controleer de slijtage van de remblokjes, zie pag. 48 (CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES) en van de schijf.

Als de remblokjes en/of de schijf niet moe- ten worden vervangen:

- Neem contact op met een officiële aprilia-dealer om vloeistof te laten bijvullen.

▲OPGELET

Controleer de werking van de remmen.

Neem in geval van overmatige speling van de remhendel of een verminderde werking van de remmen contact op met een officiële aprilia-dealer, aangezien in dit geval het systeem mogelijk moet worden ontlucht.

KOELVLOEISTOF

▲OPGELET

Gebruik de motorfiets niet als het koel-vloeistofpeil onder het voorgeschreven "MIN" ligt.

Controleer het koelvloeistofpeil om de 2000 km (1250 mi) en na lange ritten; laat de koelvloeistof om de 2 jaar verversen door een officiële aprilia-dealer.

▲ WAARSCHUWING

De koelvloeistof is giftig: slik ze niet in; als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.

Als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, overvloedig spoelen met water en een arts raadplegen. Als de koelvloeistof wordt ingeslikt, het braken opwekken, mond en keel overvloedig spoelen met water en onmiddellijk een arts raadplegen.

LOOS VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU. BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU- DEN.

Let op dat u geen koelvloeistof morst op de hete onderdelen van de motor: de vloeistof kan vlam vatten en onzichtbare vlammen veroorzaken.

Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.

Laat de koelvloeistof verversen door een officiële aprilia-dealer.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

De koelvloeistof is samengesteld uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste motortemperaturen en garandeert een goede bescherming tegen roest.

Het is handig hetzelfde mengsel ook in de zomer te gebruiken, aangezien zo het verlies ten gevolge van verdamping tot een minimum wordt beperkt, zodat het niet nodig is zeer regelmatig bij te vullen.

Op die manier neemt de aanwezigheid van minerale zoutresten in de radiator veroorzaakt door verdampt water af en is de goede werking van het koelsysteem verzekerd.

Als de buitentemperatuur minder dan 0°C bedraagt, moet u het koelcircuit regelmatig controleren en zo nodig de concentratie van antivries verhogen (tot maximum 60%).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 2

Gebruik voor de koeloplossing gedistilleerd water, om schade aan de motor te voorkomen.

▲ WAARSCHUWING

Verwijder de radiatordop niet als de motor nog heet is (1), aangezien de koelvloeistof onder druk staat en zeer warm is.

Contact met de huid of met kleding kan ernstige brandwonden en/of schade veroorzaken.

MAX MIN

CONTROLEREN EN BIJVULLEN

WAARSCHUWING

Controleer het koelvloeistofpeil en vul de expansietank bij koude motor.

◆ Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.

OPMERKING Zet de motorfiets op een stevige en effen ondergrond.

♦ Verwijder de voorste kap, zie pag. 53 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP).
- Controleer of het vloeistofpeil in de expansietank (2) zich tussen de "MIN"- en "MAX"-streepjes bevindt.

MIN = minimumniveau.

MAX = maximumniveau.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - WAARSCHUWING - 1

Indien dit niet het geval is, ga dan als volgt te werk:

  • Draai de vuldop (1) los (door hem twee slagen linksom te draaien), maar verwijder hem niet.
    ◆ Wacht enkele seconden om eventuele restdruk te onlasten.

OPMERKING De dop (1) is voorzien van een ontluchtingspijp (3). Oefen geen druk uit op de ontluchtingspijp (3) en koppel ze evenmin los.

♦ Schroef de dop (1) los en verwijder hem.

▲ WAARSCHUWING

De koelvloeistof is giftig: slik ze niet in; als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.

Gebruik nooit uw vingers of een ander voorwerp om het koelvloeistofpeil te controleren.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

Overschrijd bij het bijvullen nooit het "MAX"-streepje. Anders zal de vloeistof uit de tank lopen terwijl de motor draait.

♦ Vul bij met koelvloeistof, zie pag. 72 (SMEERMIDDELENTABEL), tot het peil ongeveer tot het "MAX"-streepje reikt.
◆ Breng de vuldop (1) opnieuw aan.

▲OPGELET

Wanneer u vaststelt dat er een overmatig verbruik van koelmiddel is en dat de tank leeg blijft, moet u controleren of er geen lekken in het circuit zijn.

Laat eventuele lekken herstellen door een officiële aprilia-dealer.

◆ Plaats de voorste kap terug. zie pag. 53 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

Deze motorfiets is uitgerust met banden zonder binnenband (tubeless).

▲ WAARSCHUWING

Controleer regelmatig de bandenspanning bij kamertemperatuur, zie pag. (TECHNISCHE GEGEVENS).

Als de banden warm zijn, is de metin niet correct. In het bijzonder moet de bandenspanning vóór en na iedere lange rit gemten worden.

Als de bandenspanning te hoog is, worden de oneffenheden in de weg waarop u rijdt niet opgevangen en daardoor overgebracht op het stuur, waardoor het rijcomfort in het gedrang komt en de wegligging in bochten afneemt.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

Als daarentegen de bandenspanning te laag is, komen de zijkanten van de banden (1) onder grotere druk te staan en bestaat het gevaar dat de band over de rand van de velg glijdt of loskomt, waardoor u de controle over de motorfiets verliest.

Ingeval u plots remt zouden de banden van de velg kunnen afschuiven. Boven- dien zou de motorfiets uit de bocht kunnen schuiven.

Controleer de staat van het bandenoppervlak en de slijtage, want als de banden in slechte staat zijn, hebben ze minder grip en neemt de bestuurbaarheid van de motorfiets af.

Sommige voor deze motorfiets goedgekeurde bandensoorten zijn voorzien van slijtage-indicators. Er zijn verschillende soorten slijtage-indicators.

Neem contact op met uw dealer voor meer informatie over het controleren van slijtage.

Controleer visueel of de banden versleten zijn en vervang ze als dit het geval is.

Als de banden oud zijn, kunnen ze zelfs als ze niet volledig afgesleten zijn hard worden en is het mogelijk dat een goede wegligging niet langer is verzekerd. Laat in dit geval de banden vervangen.

Vervang de band als hij versleten is of als er een gat van meer dan 5 mm groot in het loopvlak zit.

Laat na het herstellen van een band de wielen uitbalanceren.

Gebruik enkel het door aprilia aanbevolen bandenformaat, zie pag. 68 (TECHNISCHE GEGEVENS).

Monteer geen banden met binnenband op velgen voor tubeless banden en vice versa.

Zorg dat de banden altijd voorzien zijn van hun ventieldoppen, om te vermijden dat ze plots leeglopen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 2

Vervanging, reparatie, onderhoud en uitbalanceren zijn zeer belangrijk en moeten worden uitgevoerd door bekwame technici met het juiste gereedschap. Om die reden is het raadzaam bovenstaande handelingen te laten uitvoeren door een officiële aprilia-dealer.

Nieuwe banden zijn mogelijk bede met een gladde laag: rijd voorzichtig tijdens de eerste kilometers. Smeer de banden niet in met vloeistoffen die daarvoor ongeschikt zijn.

MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL (2)

voor: 2 mm (USA 3 mm) achter: 2 mm (USA 3 mm)

APRILIA Leonardo 150 (2003) - MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL (2) - 1

natural_image Generic information icon (no text or symbols)

VERSIE MET AUTOMATISCHE LICHTONTSTEKING ASD

Motorfietsen die met dit systeem zijn uitgerust, zijn onmiddellijk herkenbaar, aangezien de lichten automatisch worden ontstoken zodra de contactschakelaar in de stand "○" wordt gedraaid.

Um die reden is de lichtschakelaar “ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

De lichten kunnen alleen worden gedoofd door de contactschakelaar in de stand "☒" te draaien.

- Controleer voor u de motorfiets start of de dimlichtschakelaar in de stand "ID" (voorste dimlicht) staat.

UITLAATDEMPER

⚠ WAARSCHUWING

Het is verboden te knoeien met het geluiddempingssysteem.

Eigenaars worden er op attent gemaakt dat de wet het volgende kan verbieden:

- het verwijderen of buiten werking stellen door welke persoon ook, tenzij voor onderhoud, het herstellen of vervangen van enig onderdeel of element van het ontwerp dat in een nieuwe motorfiets is geïntegreerd met het oog op geluiddemping vóór verkoop of levering aan de uiteindelijke koper of terwijl de motorfiets in gebruik is; en

- het gebruik van de motorfiets nadat dergelijk onderdeel of element van het ontwerp is verwijderd of buiten werking gesteld door welke persoon ook.

Controleer de uitlaatdemper en de uitlaatdemperpijpen om u ervan te vergewissen dat ze geen tekenen van roest of gaten vertonen en dat het uitlaatsysteem goed functioneert.

Als het door het uitlaatsysteem voortgebrachte geluid toeneemt, neem dan onmiddellijk contact op met uw officiële aprilia-dealer.

Voer voor het vertrek steeds een voorafgaande controle uit om na te gaan of de motorfiets juist en veilig functioneert (zie de tabel met CONTROLES VOORAF hierna).

Het niet uitvoeren van deze controles kan leiden tot ernstige letsels of schade aan de motorfiets.

Aarzel niet raad te vragen aan uw officiële aprilia-dealer ingeval u iets niet begrijpt i.v.m. de werking van bepaalde bedieningselementen of als u bepaalde onregelmatigheden vermoedt of vaststelt.

Een controle vergt weinig tijd en verhoogt de veiligheid aanzienlijk.

CONTROLES VOORAF

Onderdeel ControlePag.
Voorste en achterste schijfremmenControleer de werking, de stationaire speling van de bedie- ningshendels en het vloeistofpeil en kijk of er geen lekken zijn. Vul zo nodig het vloeistofreservoir bij.26, 48
Remhendels Controleerof ze soepel werken. Zo nodig de scharnierpunten smeren en de speling bijstellen.-
Gashendel Controleer ofhij soepel werkt en of hij volledig kan worden open- en dichtgedraaid, bij alle standen van het stuur. Zo no- dig bijstellen en/of smeren.55
Wielen/banden Controleerhet loopvlak van de banden, de bandenspanning, slijtage en eventuele beschadiging.30
Stuur Controleer of het stuur soepel draait, zonder speling. 51
Zijstandaard en middenstandaardControleer of ze soepel werken en of de veerspanning hen weer in de normale stand brengt.Zo nodig scharnierpunten en draaiende delen smeren.48
BevestigingselementenControleer of de bevestigingselementen niet loszitten. Regel ze zo nodig bij of zet ze vast.-
Brandstoftank Controleerhet brandstofpeil en vul zo nodig bij.Controleer het circuit op lekken of verstopping.Controleer of de brandstofdop goed is vastgedraaid.24, 65
Koelvloeistof Het koelvloeistofoeistofpeil in de expansietank moet tussen het “MIN”- en het “MAX”-streepje liggen.28, 29
Motorstopschakelaar (○ - ≡)Controleer of hij goed werkt.19
Lichten, waarschuwingslampjes, claxon en elektrische onderdelenControleer de goede werking van akoestische en visuele voorzieningen. In geval van defect de lampjes vervangen of het defect repareren.57 – 64

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ⚠ WAARSCHUWING - 1

Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, dat uiterst giftig is bij inademing. Start de motorfiets niet in een gesloten of slecht geventileerde ruimte. Het niet opvolgen van deze raadgevingen kan leiden tot bewusteloosheid of zelfs tot de dood door verstikking.

Ga niet op de motorfiets zitten om deze te starten.

Start de motor niet wanneer de motorfiets op de zijstandaard staat.

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard om deze te starten.
- Controleer of de lichtschakelaar (1) in de stand “•” staat.
- Controleer of de dimlichtschakelaar (2) in de stand "D" staat.
◆ Zet de motorstopschakelaar (3) in de stand "○" (in de landen waar dit is vereist).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ⚠ WAARSCHUWING - 2

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ⚠ WAARSCHUWING - 3

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ⚠ WAARSCHUWING - 4

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ⚠ WAARSCHUWING - 5

  • Verdraai de sleutel (4) en zet de contact-schakelaar in de stand "O".

▲OPGELET

Op dat moment:

  • 125 150 licht het waarschuwingslampje van de motoroliedruk" (5) op het dashboard op en het blijf branden tot de motor start.
  • 250 het waarschuwingslampje voor motorolieversing "→" (5) op het dashboard licht ongeveer drie seconden lang op.

Als het lampje niet oplicht of niet uitgaat na drie seconden, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer.

♦ Blokkeer minstens één wiel door een van de remhendels (6) aan te trekken. Als dit niet gebeurt, ontvangt het startrelais geen stroom en kan de motor dus niet starten.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

OPMERKING Voer na een lange periode van stilstand de bewerkingen uit die staan beschreven op pag. 35 (STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND).

OPMERKING Om onnodige slijtage van de accu te voorkomen, mag u de startknop “⑧” niet langer dan vijf seconden (tien seconden na een lange periode van stilstand) ingedrukt houden. Als de motor binnen die tijdspanne niet start, wacht dan tien seconden alvorens de startknop “⑨” opnieuw in te drukken.

▲OPGELET

Druk de startknop “⑥” (7) niet in terwijl de motor draait: want zo kunt u de start-motor beschadigen.

A B C 7 8

Druk de startknop “⑧” (7) in zonder gas te geven en laat hem los zodra de motor start.
Als de motor niet binnen de drie of vier seconden start, draai (Pos. B) dan zachtjes aan de gashendel (8) terwijl u de start-knop “③” (7) ingedrukt houdt.

AOPGELET

125 150 Zodra de motor is gestart, moet het waarschuwingslampje van de motoroliedruk "☐" (5) uitgaan. Als dat niet gebeurt of als het waarschuwingslampje oplicht terwijl de motor dra betekent dit dat er onvoldoende druk in het circuit aanwezig is. In dit geval moet u de motor onmiddellijk stilleggen en contact opnemen met een officiële aprilia-dealer. Rijd niet met de motorfiets als het motoroliepeil te laag is om motor en motoronderdelen niet te beschadi-gen.

⑤ 500000000 100 70 80 90 100 11 40 30 20 10 Km MP Spirito

▲OPGELET

250 Ga niet achteloos voorbij aan het oplichten van het waarschuwingslampje "☐" (5) van de motorolie.

Als het waarschuwingslampje van de motorolieverversing “ ” (5) oplicht terwijl de motor normaal draait, betekent dit dat de motorolie zo snel mogelijk moet worden ververst. Neem voor het verversen van de motorolie contact op met een officiële aprilia-dealer.

◆ Houd minstens één remhendel aangetrokken en geef geen gas vóór u vertrekt.

▲OPGELET

Rijd niet weg met een koude motor. Om de uitstoot van vervuilende stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten warm draaien door gedurende de eerste kilometers met lage snelheid te rijden.

STARTEN MET EEN 'VERZOPEN' MOTOR

Als de startprocedure niet correct wordt uitgevoerd of als er teveel brandstof in de aanzuigleidingen en in de carburateur zit, kan de motor verzuipen.

Een verzopen motor moet als volgt gereinigd worden:

Druk gedurende enkele seconden op de startknop “①” (7) (waardoor de motor stationair draait) met de gashendel (8) volledig open (Pos. C).

STARTEN MET KOUDE MOTOR

Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (ongeveer 0°C), is het soms moeilijk de motor bij de eerste poging aan de gang te krijgen.

In dit geval:

Houd de startknop “②” (7) ingedrukt gedurende vijf seconden en draai tegelijk de gashendel (8) gematigd open (Pos. B).

Op het moment dat de motor start.

◆ De gashendel (8) (Pos. A) loslaten.
Als het stationaire toerental onstabiel is, moet u regelmatig zachtjes aan de gashendel (8) draaien.

Als de motor niet start.

◆ Wacht enkele seconden en herhaal de procedure voor koud starten.
- Verwijder indien nodig de bougie, zie pag. 56 (BOUGIE) en controleer of hij niet nat is.
- Als de bougie natis, moet u hem gen en drogen.

Alvorens de bougie opnieuw te monteren:

OPMERKING Leg een schone doek naast de zitting van de bougie om mogelijk-ke oliespatten op te vangen.

◆ De startknop “③” (7) indrukken en de startmotor ongeveer vijf seconden lang laten draaien zonder gas te geven.

STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND

Als na een lange periode van stilstand de motorfiets niet onmiddellijk start, kan dit te wijten zijn aan het feit dat het brandstofcircuit gedeeltelijk leeg is.

In dit geval:

◆ De startknop “⑧” (7) ongeveer 10 seconden lang ingedrukt houden, zodat de vlotterkamer kan worden gevuld.

VERTREKKEN EN RIJDEN

OPMERKING Lees voor u vertrekt aandachtig het hoofdstuk "VEILIG RIJDEN", zie pag. 5 (VEILIG RIJDEN).

▲OPGELET

Als het waarschuwingslampje voor laag brandstofpeil "☐" (9) op het dashboard oplicht terwijl de motor draait, betekent dit dat de elektrische reserve wordt aangesproken en dat er nog ongeveer 125 150 1,8 ^l (250 1,5 ^l ) brandstof over is in de tank. Tank zo snel mogelijk bij, zie pag. 24 (BRANDSTOF).

⚠ WAARSCHUWING

Wanneer u zonder duopassagier rijdt, moeten de voetsteunen van de passagier ingeklapt zijn.

Houd tijdens het rijden uw handen aan de handvatten en uw voeten op de voetsteunen.

NEEM NOOIT EEN ANDERE DAN DE AANGEGEVEN RIJHOUDINGEN AAN.

Als u een duopassagier meeneemt, zeg hem/haar dan dat hij/zij niet in de weg gaat zitten tijdens het manoeuvreren.

Controleer voor het vertrek of de standaard(en) volledig is (zijn) opgeklapt.

A 8 7 9

Vertrekken:

  • Laat de gashendel los (8) (stand A) en knijp de achterrem dicht.
    Duw dan de motorfiets van de standaard.
    ♦ Stap op, maar houd één voet op de grond om in evenwicht te blijven
    ◆ Stel de hoek van de achteruitkijkspiegels juist in.

▲ WAARSCHUWING

Tracht uzelf vertrouwd te maken met het gebruik van de achteruitkijkspiegels met de motorfiets in rusttoestand. De spiegel is convex, waardoor voorwerpen verder weg lijken dan ze in werkelijkheid zijn. De spiegels geven een "breedhoekbeeld" en enkel door ervaring kan u de afstand tot achteropkomende voertuigen correct inschatten.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

◆ De rem loslaten en langzaam gas geven (stand B); de motorfiets zet zich in beweging.

▲OPGELET

Rijd niet weg met een koude motor. Om de uitstoot van vervuilende stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten warm draaien door gedurende de eerste kilometers met lage snelheid te rijden.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

Draai de gashendel niet herhaaldelijk en zonder onderbreking open en dicht om te vermijden dat u per ongeluk de controle over de motorfiets verliest.

Als u moet remmen, laat u de gashendel los en trekt u beide remmen aan, zodat de druk op de remdelen gelijkmatig wordt verdeeld en de snelheid zonder stoten vermindert.

Door enkel de voorrem of enkel de achterrem aan te trekken neemt de remkracht gevoelig af en bestaat het gevaar dat één wiel blokkeert, waardoor de motorfiets zijn grip op de baan verliest.

Als u op een helling stopt, moet u de gashendel volledig loslaten en enkel de remmen gebruiken om de motorfiets stabiel te houden.

Het gebruik van de motor om met de motorfiets te surplacen, kan leiden tot oververhitting van de toerenregelaar.

▲ WAARSCHUWING

Voor u een bocht neemt, snelheid minderen of remmen en de bocht met matige en constante snelheid nemen of lichtjes versnellen; rem niet op het laatste moment: de motorfiets raakt dan heel waarschijnlijk aan het slippen.

Door voortdurend gebruik van de remmen in afdalingen kunnen de wrijvingsvlakken oververhit raken, waardoor de remkracht afneemt.

Maak gebruik van de motorcompressie en schakel terug door beide remmen afwisselend te gebruiken.

Nooit een helling met afgezette motor afrijden!

Bij nat wegdek of een slechte grip (sneeuw, ijs, modder, enz.) moet u met matige snelheid rijden en plots remmen of manoeuvres die kunnen leiden tot het verlies van de grip op de weg of tot een val vermijden.

Let zeer goed op ieder obstakel of een verandering in het wegdek.

Oneffen wegen, wielsporen, putdeksels, wegmarkeringen, metalen platen ter aanduiding van wegenwerken kunnen bij regen uiterst glad worden.

Om die reden moeten al deze obstakels zeer voorzichtig worden omzeild, ervoor zorgend dat u zonder schokken rijdt en de motorfiets niet onnodig laat overhellen.

▲ WAARSCHUWING

Gebruik bij verandering van rijstrook of rijrichting altijd tijdig de richtingaanwijzers en vermijd bruuske en gevaarlijke manoeuvres.

Schakel de richtingaanwijzers uit zodra u van richting bent veranderd.

Wees uiterst voorzichtig wanneer u andere voertuigen inhaalt of zelf ingehaald wordt.

Bij regenval kan het watergordijn veroorzaakt door grote voertuigen de zichtbaarheid verminderen; door de luchtverplaatsing kan u de controle over de motorfiets verliezen.

INRIJDEN

WAARSCHUWING

Na de eerste 1000 kilometer (625 mi) moeten de controles beschreven in het onderhoudsschema worden uitgevoerd, zie pag. 40-42 (ONDERHOUDSSCHE-

MA), om letsels bij uzelf of andere personen en/of schade aan de motorfiets te vermijden.

Het inrijden van de motor is van het grootste belang met het oog op een lange levensduur en een correcte werking van de motorfiets.

Rijd zoveel mogelijk op hellingen en/of bochtige wegen, zodat de motor, de op-hanging en de remmen een doelmatige in-rijperiode ondergaan.

A & ?

OPMERKING Slechts na een inrijperiode van 500 km (312 mi) mag men optimale prestaties verwachten van de motorfiets op het gebied van snelheid en versnelling.

Houd u aan de volgende regels:

◆ De gashendel niet plots volledig opendraaien bij lage snelheid; dit geldt zowel tijdens als na de inrijperiode.
- 0-100 km (0-62 mi) Rem tijdens de eerste 100 km (62 mi) voorzichtig en vermijd bruusk en langdurig remmen. Op die manier kunnen de blokjes op de remschijf rustig inlopen.
- 0-500 km (0-312 mi) Rijd tijdens de eerste 500 km (312 mi) niet sneller dan 80% van de maximum toegelaten snelheid.
◆ Rijd niet gedurende lange tijd met een constante snelheid.
- Voer na de eerste 1000 km (625 mi) de snelheid geleidelijk op tot de motor optimale prestaties levert.

STOPPEN

WAARSCHUWING

Vermijd abrupt stoppen, plots vertra- gen en remmen op het laatste moment.

  • Laat de gashendel (Pos. A) los en rem geleidelijk af om de motorfiets tot stilstand te brengen.
    In geval van een korte stop, dient u minstens één rem aangetrokken te houden.

PARKEREN

▲ WAARSCHUWING

Parkeer de motorfiets op een stevige en effen ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.

De motorfiets niet tegen een muur zetten of plat op de grond leggen.

Zorg dat de motorfiets en in het bijzonder de gloeiende delen ervan geen gevaar vormen voor personen en kinderen.

Laat de motorfiets niet onbeheerd achter met de motor aan of met het sleuteltje nog in de contactschakelaar.

Ga niet op de motorfiets zitten terwijl hij op de standaard staat.

♦ Stop de motorfiets, zie boven (STOP-PEN).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

Bij gestopte motor en met de contact- schakelaar in de stand "○", kan de accu ontladen worden.

♦ Draai de sleutel (2) om en zet de contactschakelaar (3) in de stand "☒".
Zet de motorfiets op de standaard, zie hiernaast (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).

OPMERKING Bij uitgeschakelde motor hoeft het benzinekraantje niet dichtgedraaid te worden, aangezien het voorzien is van een automatisch sluitsysteem.

▲OPGELET

Laat de sleutel nooit in het contact steken.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

♦ Vergrendel het stuur, zie pag. 20 (STUURSLOT) en trek de sleutel uit het contact.

DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN

Lees aandachtig pag. 37 (PARKEREN).

MIDDENSTANDAARD

◆ Neem de linker handgreep (4) en het passagiershandvat (5) vast.
- Duw de hefboom van de standaard (6) omlaag.

ZIJSTANDAARD

◆ Neem de linker handgreep (4) en het passagiershandvat (5) vast.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ZIJSTANDAARD - 1

Gevaar voor vallen of omkantelen. Wanneer de motorfiets wordt rechtgezet van de parkeerstand in de rijstand, gaat de standaard automatisch omhoog.

◆ Druk tegen de zijstandaard (7) met uw rechtervoet en klap hem volledig uit.
- Kantel de motorfiets tot de standaard op de grond rust.
♦ Draai het stuur volledig naar links.

WAARSCHUWING

Zorg dat de motorfiets stabiel staat.

SUGGESTIES TER VOORKOMING VAN DIEFSTAL

Laat NOOIT de contactsleutel in het slot zitten en gebruik steeds het stuurslot.

Parkeer de motorfiets op een veilige plaats, bij voorkeur in een garage of op een bewaakte plaats.

Gebruik zo mogelijk de gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT of een extra middel ter voorkoming van diefstal.

Zorg dat alle vereiste documenten in orde zijn.

Noteer uw persoonlijke gegevens en uw telefoonnummer op dit blad, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken ingeval een gestolen motorfiets wordt teruggevonden.

NAAM: ....

VOORNAAM:......

ADRES: ....

TEL. NR.: ....

OPMERKING Zeer vaak worden gestolen motorfietsen geïdentificeerd aan de hand van de gegevens die in het gebruiks/onderhoudsboekje zijn genoteerd.

ONDERHOUD

▲ WAARSCHUWING

Brandgevaar.

Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.

Voor u begint met om het even welke vorm van onderhoud of inspectie van de motorfiets, moet u de motor afzetten, de sleutel uit het contact trekken, wachten tot de motor en de uitlaat zijn afgekoeld en indien mogelijk de motorfiets op een stevige en effen ondergrond optillen met speciaal daartoe bestemd gereedschap. Controleer alvorens de tank leeg te maken of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.

Blijf uit de buurt van de gloeiende delen van de motor en van het uitleatsysteem, om brandwonden te vermijden.

Ondersteun geen mechanische onderdelen of ander onderdeel van de motorfiets met de mond: geen van de onderdelen is voor consumptie geschikt; sommige zijn schadelijk voor de gezondheid of zelfs giftig.

▲OPGELET

Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.

Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

De gewone onderhoudswerkzaamheden kunnen doorgaans door de gebruiker zelf worden uitgevoerd. Voor sommige werkzaamheden is evenwel een basiskennis van mechanica en speciaal gereedschap vereist.

Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.

Vraag uw officiële aprilia-dealer om de motorfiets op de weg te testen na een reparatie of periodiek onderhoud.

Voer in ieder geval zelf de "Controles vooraf" uit na een onderhoudsbeurt, zie pag. 32 (CONTROLES VOORAF).

ONDERHOUDSSCHEMA 125 150

WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer (DIE OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).

Legenda

① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;

② = schoonmaken;

③ = vervangen;

④ = afstellen.

OPMERKING Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd terrein.

OnderdeelNa het inrijden [1000 km (625 mi)]Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maandenOm de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden
Accu - Klembevestiging - Elektrolytpeil 11-
Bougie 1 3-
Carburateur - minimaal toerental 41-
Luchtfilter - 2-
Filter variator - 2-
Werking gashendel 1 1-
Werking remblokkering11
Lichtsysteem11
Remlichtschakelaars- 1-
Remvloeistof11
Koelvloeistof1om de 2000 km (1250 mi): 1
Motorolieom de 1000 km (625 mi): 1
Koplamp richten - werking- 1-
Wielen/banden en bandenspanningmaandelijks: 4
Ophanging11
Waarschuwingslampje motoroliedruktelkens bij het starten: 1
Slijtage van de voorste en achterste remblokjes1om de 2000 km (1250 mi): 1

WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer.

Legenda

① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;

② = schoonmaken;

③ = vervangen;

④ = afstellen.

OPMERKING Voer de onder- houdswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoff- fige gebieden of op geaccidenteerd terrein.

CO = koolmonoxide.

OnderdeelNa het inrijden [1000 km (625 mi)]Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maandenOm de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden
Achterste schokdemper --1
Accu - Klembevestiging1--
Carburatie - CO-regeling -1-
Bedieningskabels en bedieningselementen11-
Gaskabel (afstelling)11-
Variatorriem -13
Lagers stuurstang en stuurspeling11-
Wiellagers -1-
Remschijven11-
Motoroliefilter33-
Algemene werking van de motorfiets11-
Klepspeling44-
Variatorvet --3
Remsystemen11-
Koelsysteem11-
Remlichtschakelaars -1-
Remvloeistof om de 6000 km (3750 mi):7 1 / om de 2 jaar: 3
Koelvloeistofom de 2000 km (1250 mi): 1 / om de 2 jaar: 3
Vorkolie en oliepakkingom de 12000 km (7500 mi): 1
Motorolie33-
Transmissie-olie313
Geleidepennen (#3 stuks) (achter)om de 12000 km (7500 mi): 3
Riemschijven voor (#2 stuks)om de 18000 km (11250 mi): 3
Roostertje motoroliefilter en magnetische schroef11-
Geleiderollen (#3 stuks) (achter)om de 12000 km (7500 mi): 3
Variatorrollen en plastic geleiders variator-13
Wielen/banden en bandenspanning-1-
Interne veerschotel (achter)om de 12000 km (7500 mi): 3
Aanhaalkoppel moeren, bouten, schroeven11-
Aanhaling moeren motorkop1--
Brandstofleiding-1om de 4 jaar: 3
Koppelingslijtage-1-

ONDERHOUDSSCHEMA 250

WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer (DIE OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).

Legenda

① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;

② = schoonmaken;

③ = vervangen;

④ = afstellen.

OPMERKING Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd terrein.

OnderdeelNa het inrijden [1000 km (625 mi)]Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maandenOm de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden
Accu - Klembevestiging - Elektrolytpeil11
Bougie 1 13
Carburateur - minimaal toerental41-
Luchtfilter - 2-
Filter variator - 2-
Werking gashendel 11-
Werking remblokkering11
Lichtsysteem11
Remlichtschakelaars- 1-
Remvloeistof11
Koelvloeistof1om de 2000 km (1250 mi): 1
Motorolieom de 1000 km (625 mi): 1
Koplamp richten - werking- 1-
Wielen/banden en bandenspanningmaandelijks: 1
Ophanging11
Waarschuwingslampje motoroliedruktelkens bij het starten: 1
Slijtage van de voorste en achterste remblokjes1om de 2000 km (1250 mi): 1

WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer.

Legenda

① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;

② = schoonmaken;

③ = vervangen;

④ = afstellen.

OPMERKING Voer de onder- houdswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoff- fige gebieden of op geaccidenteerd terrein.

CO = koolmonoxide.

OnderdeelNa het inrijden [1000 km (625 mi)]Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maandenOm de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden
Achterste schokdemper --1
Accu - Klembevestiging1--
Carburatie - CO-regeling -1-
Bedieningskabels en bedieningselementen11-
Gaskabel (afstelling)11-
Variatorriem-1-
Lagers stuurstang en stuurspeling11-
Wiellagers -1-
Remschijven11-
Motoroliefilter2om de 3000 km (1875 mi): 2
Algemene werking van de motorfiets11-
Koppelingschoenen -1-
Klepspeling --4
Remsystemen11-
Koelsysteem11-
Remlichtschakelaars -1-
Remvloeistofom de 2 jaar: 3
Koelvloeistofom de 2 jaar: 3
Vorkolie en oliepakkingom de 12000 km (7500 mi): 1
Motorolie3om de 1000 km (625 mi): 1 / om de 3000 km (1875 mi): 3
Transmissie-olie313
Wieltje middenstandaard11-
Variatorrollen en plastic geleiders variator-1-
Wielen/banden en bandenspanning11-
Aanhaalkoppel moeren, bouten, schroeven11-
Brandstofleiding-1om de 4 jaar: 3
Koppelingslijtage-1-
Variator (riemschijven voor en riemschijven achter)-21

APRILIA Leonardo 150 (2003) - Legenda - 1

Het is raadzaam het frame- en het motor-nummer te noteren op de daartoe voorzie-ne plaats in dit boekje.

Het framenummer kan van pas komen bij de aankoop van reserveonderdelen.

OPMERKING Het veranderen van de identificatienummers kan leiden tot zware straffen en administratieve sancties. Met name het veranderen van het framenummer leidt tot een onmiddellijke nietigverklaring van het kenteken.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - Legenda - 2

Het framenummer is op de centrale buis van het frame ingeslagen.

Om het nummer te kunnen lezen, moet u de kap (1) verwijderen.

Framenr.

125 150

APRILIA Leonardo 150 (2003) - Legenda - 4

Het motornummer is ingeslagen naast de onderste steun van de achterste schokdemper.

Motornr.

CONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN

Lees aandachtig pag. 25 (SMEERMIDDELEN), pag. 39 (ONDERHOUD) en pag. 72 (SMEERMIDDELENTABEL).

GA ALS VOLGT TE WERK

OPMERKING Zet de motorfiets op een stevige en effen ondergrond.

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.

WAARSCHUWING

De motor en de onderdelen van het uitlaatsysteem worden zeer heet en blijven enige tijd heet nadat de motor is afgezet. Gebruik isolerende handschoenen of wacht tot de motor en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld vooraleer deze onderdelen aan te raken.

Zet de motor af en laat hem afkoelen, zo- dat de olie kan terugstromen naar het carter en afkoelen.

OPMERKING Als u nalaat boven- staande stappen uit te voeren, bestaat de kans op een verkeerde meting van het peil.

♦ Draai de dop/peilstift (1) los en trek hem uit.
◆ Maak het gedeelte dat in contact is met de olie schoon met een schone doek.
◆ 125 150 Schroef de dop/peilstift (1) in de vulopening (2) en draai hem volledig vast.

125 150 ①

250 ①

◆ 250 Steek de dop/peilstift (1) volledig in de opening (2), zonder hem vast te draaien.
♦ Trek de dop/peilstift (1) opnieuw uit en lees het oliepeil af van de schaalstreepjes:
MAX = maximumpeil.
MIN = minimumpeil.
Het verschil tussen "MAX" en "MIN" bedraagt ongeveer:
- 125 150 150 cm ^4 ;
- 250 500~cm^3
- Het peil is correct als de olie ongeveer tot aan het "MAX"-streepje op de peilstift reikt.

AOPGELET

Vul nooit bij tot boven het "MAX"-streepje en zorg er ook voor dat het peil nooit onder het "MIN"-streepje zakt, anders kan ernstige schade aan de motor ontstaan.

MAX MIN

125 150 250

◆ Vul indien nodig bij.

BIJVULLEN

◆ Giet een kleine hoeveelheid olie door de vulopening (2) en wacht ongeveer één minuut, zodat de olie zich gelijkmatig kan verspreiden in het oliecarter.
- Controleer het oliepeil en vul indien nodig bij.
- Vul geleidelijk bij met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven niveau is bereikt.
◆ Plaats na afloop de dop/peilstift (1) terug en schroef hem vast.

▲ WAARSCHUWING

Gebruik de motorfiets niet met onvoldoende smering of met vervuilde of verkeerde olie, aangezien dit de slijtage van de bewegende delen zal versnellen en onherstelbare defecten kan veroorzaken.

125 150 5 4 3 1 6 2 1 1

LUCHTFILTER

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

Het luchtfilter dient om de 6000 km (3750 mi), naar gelang de gebruikscondities, te worden gecontroleerd en gereinigd.

Als de motorfiets wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, moet u het filter vaker schoonmaken en vervangen.

Vóór het reinigen moet het luchtfilter van de motorfiets verwijderd worden.

250 1 1

DEMONTAGE

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Draai de vijf schroeven (1) los en verwijder ze.
◆ Verwijder: - filterkastdeksel (2); - vlamdoverrooster (3); - filterelement (4); - 125 150 rooster (5).
- Controleer: - filterelement (4) - filterkastpakking (6); en vervang indien nodig.

REINIGING

▲ WAARSCHUWING

Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.

250 4 2 C C C 6 3 7

♦ Reinig het filterelement (4) met zuivere, niet-ontvlambare oplosmiddelen of met oplosmiddelen met een hoog verdampingspunt en laat het goed drogen.
◆ Breng filterolie aan op het volledige oppervlak van het filterelement.

250 Controleer het onderste deel van de uitlaatpijp (7) regelmatig op onzuiverheden.

Indien nodig:

◆ De pijp (7) uit trekken.
- De inhoud laten leeglopen in een opvangbak en naar een inzamelpunt brengen.

125 150 1 5 3 1 4 2 2 3

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

Het luchtfilter dient om de 6000 km (3750 mi), naar gelang de gebruikscondities, te worden gecontroleerd en gereinigd.

Als de motorfiets wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, moet u het filter vaker schoonmaken en vervangen.

Vóór het reinigen moet het luchtfilter van de motorfiets verwijderd worden.

DEMONTAGE

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Draai de vijf schroeven (1) los en verwijder ze.
◆ 125 150 Schroef de schroeven (2) los en verwijder ze en neem het afdichtingsmateriaal (3) weg.

250 1

◆ Verwijder het filterdeksel (4) en het filte-relement (5).
- Controleer het filterelement (5) en vervang het indien nodig.

REINIGING

WAARSCHUWING

Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.

Gebruik geen additieven of vloeistof om het filterelement te reinigen, om vocht-vorming in de toerenregelaar te voorko-men.

Gebruik uitsluitend perslucht.

250 5 4 c

APRILIA Leonardo 150 (2003) - WAARSCHUWING - 2

♦ Reinig het filterelement (5) met behulp van een luchtstraal onder druk.

▲OPGELET

BRENG GEEN OLIE AAN OP HET FILTE- RELEMENT, aangezien de olie in de riemkast zou kunnen terechtkomen en de riem beschadigen of doen slippen.

125 150 ①

CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES

Lees aandachtig pag. 26 (REMVLOEISTOF - aanbevelingen), (SCHIJFREMEN), pag. 39 (ONDERHOUD).

OPMERKING De volgende informatie heeft betrekking op één remsysteem, maar geldt voor beide.

Controleer de slijtage van de remblokjes na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna om de 2000 km (1250 mi). De slijtage van de remblokjes hangt af van het gebruik, de rijstijl en de staat van het wegdek.

250 A

250 B

WAARSCHUWING

Controleer de slijtage van de remblokjes in het bijzonder voor elke rit.

Voor een snelle controle van de slijtage van de remblokjes gaat u als volgt te werk:

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
- Voer als volgt een visuele controle uit tussen de remschijf en de remblokjes:

VOORREMKLAUW 125 150

- op het achterste deel, na het verwijderen van het deksel (1).

VOORREMKLAUW 250

  • langs onderen, op het voorste deel, voor het linkerremblokje (A).
  • langs boven, op het voorste deel, voor het rechterremblokje (B).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - VOORREMKLAUW 250 - 1

- langs onderen, op het achterste deel, voor beide remblokjes (C).

▲ WAARSCHUWING

Overmatige slijtage van de remvoering zou contact van het metalen steunvlak van de remblokjes met de schijf veroorzaken, met een metaalachtig geluid en vonkvorming door de remklauw als gevolg; de efficiëntie van de remmen, de veiligheid en de staat van de remschijf zouden daardoor negatief worden beinvloed.

2 3 1.5 mm 1.5 mm

Als de dikte van het wrijvingsmateriaal (zelfs op één blokje) is afgenomen tot ca. 1,5 mm, moeten beide blokjes worden vervangen.
- Voorste remblokjes (2).
– Achterste remblokjes (3).

▲ WAARSCHUWING

Laat de remblokjes vervangen door uw officiële aprilia-dealer.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

▲ WAARSCHUWING

ALLEEN VOOR DE ZIJSTANDAARD. Gevaar voor vallen of omkantelen. Wanneer de motorfiets wordt rechtgezet van de parkeerstand in de rijstand, gaat de standaard automatisch omhoog.

OPMERKING De volgende informatie heeft betrekking op slechts één standaard, maar geldt voor beide.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

De zijstandaard (4) moet zonder beletsel kunnen draaien.

Voer de volgende controles uit:

◆ De veren (5) mogen niet beschadigd, versleten, verroest of zwak zijn.
De zijstandaard moet zonder beletsel kunnen draaien; smeer zo nodig de geleiding met vet in, zie pag. 72 (SMEER-MIDDELENTABEL).

CONTROLEREN VAN DE SCHAKELAARS

De motorfiets is uitgerust met twee schakelaars:

  • Remlichtschakelaar op de achterrempe- daal.
  • Stoplichtschakelaar op de voorremhen- del.

Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.

CONTROLEREN VAN DE VOOR EN DE ACHTEROPHANGING

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

▲OPGELET

Laat het vervangen van de olie van de voorophanging over aan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service verzekert.

Laat de olie van de voorwielophanging om de 12000 km (7500 mi) of 4 jaar verversen.

Voer de volgende controles uit na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 6000 km (3750 mi):

♦ Pomp de vork herhaaldelijk op en neer, met dichtgeknepen voorrem. De vering moet soepel zijn en er mogen geen oliesporen op de vorkpoten te zien zijn.
- Controleer de bevestiging van alle delen en de goede staat van de verbindingen van de achterophanging.

▲OPGELET

Neem in geval van mankementen of als u de hulp van een specialist wenst, contact op met uw officiële aprilia-dealer.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

De achterophanging bestaat uit twee schokdempers met dubbele werking (dempen door inveren/uitveren). De schokdempers zijn aan de motor bevestigd met een ophangingsrubber. De standaardinstelling, ingesteld door de fabrikant, is geschikt voor een rijder met een gewicht van om en bij de 70 kg. In geval gewicht of behoeften verschillend zijn, moet u de stelring (1) verdraaien met de daartoe voorziene sleutel in de gereedschapset en op die manier de ideale rijomstandigheden instellen (zie tabel).

AOPGELET

Stel beide schokdempers in op dezelfde positie.

AOPGELET

Controleer alvorens de veerspanning af te stellen, van welk type de schokbreker is:

  • bovenafstelling;
  • onderafstelling.

AFSTELLEN VAN DE VEERBELASTING VAN DE ACHTEROPHANGING

StelringDraaiing pijl A (*1) pijl B (*2).Draaiing pijl A (*2) pijl B (*1).
Functie Verhoging van de veerbelastingVerlaging van de veerbelasting
Houding De motorfiets is harder afgeveerdDe motorfiets is zachter afgeveerd
Aanbevo- len weg- dekEffen of normaal weg- dekWegen met ongelijke bedding
Opmer- kingenRijden met duopassagierRijden zonder duopassagier

(*1) = Achterophanging met onderaf-stelling.
(*2) = Achterophanging met bovenaf-stelling.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 1

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

Controleer regelmatig op speling van het stuur.

Voor een controle van het stuur gaat u als volgt te werk:

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.

OPMERKING Voorzie een steun van de volgende hoogte:

- 125 150 235 mm;

- 250 185 mm;

de steun moet een afmeting hebben van 200 x 200 mm.

- Plaats de steun onder de motorfiets en breng tussen de twee een sponsachtige doek aan, zodat het voorwiel vrij kan bewegen en de motorfiets niet kan vallen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 2

♦ Schud de vork heen en weer in de lengterichting van de motorfiets.

▲OPGELET

Schud niet te veel met de vork; anders is het mogelijk dat u bij de beweging van de standaard een onjuiste speling vaststelt.

Herhaal de vorige handeling meer dan één keer.

♦ Wanneer u speling constateert, neem dan contact op met uw officiële aprilia-dealer en laat het stuur opnieuw optimaal afstellen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

Controleer regelmatig de speling tussen de motortapbussen.

Ga voor deze controle als volgt te werk:

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Schud het wiel dwars ten opzichte van de rijrichting heen en weer.
Als u merkt dat er speling is, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer, die de optimale bedrijfscondities zal herstellen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 2

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ Verwijder de rechtse of linkse bekleding (1), door ze met uw handen op te tillen.
♦ Schroef de schroef (2) los en verwijder ze en neem de afdichtingsring weg.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 3

Ga voorzichtig te werk. Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.

Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.

- Til het onderste deel van de inspectiekap (3) op met een schroevendraaier en oefen hierbij voldoende kracht uit, zodat ze losklikt.

OPGELET

Pas bij het hermonteren de lipjes correct in hun zittingen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - OPGELET - 1

natural_image Simple gray icon of a hammer inside a square frame (no text or symbols)

VERWIJDEREN VAN HET VOORSTE DEEL VAN DE STUURKAP

Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.

125 150 1 3 2 5 4

DEMONTEREN VAN DE ACHTERUITKIIJKSPIEGELS

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

De volgende informatie heeft betrekking op slechts één achteruitkijkspiegel, maar geldt voor beide.

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.

OPMERKING Houd de onderdelen van de linker en de rechter achteruitkijk- spiegel van elkaar gescheiden.

♦ Verwijder het deksel (1).

▲OPGELET

Houd de achteruitkijkspiegel (2) vast om te vermijden dat hij per ongeluk zou vallen.

250 1 2 3 6

♦ Schroef de schroef (3) los.

Aanhaalmoment van schroef (3): 20 Nm (2 kgm).

▲OPGELET

Behandel de plastic en gelakte onderde- len voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden be- schadigd.

♦ Verwijder de achteruitkijkspiegel (2).
125 150 Neem de steun (4) en het beschermingselement (5) weg.
◆ 250 Verwijder de pakking (6).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP

Lees aandachtig pag. 39 (ONDERHOUD).

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Draai de schroeven (7) los en verwijder ze.

▲OPGELET

Ga voorzichtig te werk.

Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.

Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.

◆ Demonteer de voorste kap (8) door ze naar omlaag te trekken.

▲OPGELET

Pas bij het hermonteren de lipjes correct in hun zittingen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

VERWIJDEREN VAN DE BINNENSTE VOORSTE KAP

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ ★ Verwijder de mat van de voetenplank (1).
♦ Schroef de twee bevestigingsschroeven (2) van de tassenhaak los en verwijder ze.
◆ Verwijder de tassenhaak (3).
♦ Schroef de schroef (4) los en verwijder ze.
◆ Verwijder de voorste kap, zie pag. 53 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP).
♦ ★ Schroef de schroef (5) los en verwijder ze.
♦ ★ Schroef de schroef (6) los en verwijder ze.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - VERWIJDEREN VAN DE BINNENSTE VOORSTE KAP - 1

♦ ★ Schroef de schroeven (7) los en verwijder ze.
♦ ★ Schroef de schroef (8) los en verwijder ze en neem de bijbehorende afdichtingsring weg.

AOPGELET

Ga voorzichtig te werk.

Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt. Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.

♦ Trek de binnenste voorste kap los en verwijder ze door ze naar het zadel toe te draaien.

AOPGELET

Pas bij het hermonteren de lipjes correct in hun zittingen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 1

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

Stel het stationaire toerental af zodra er onregelmatigheden optreden.

Ga hiervoor als volgt te werk:

Rijd enkele kilometers tot de normale rijtemperatuur is bereikt, zie pag. 17 (Koelvloeistoftemperatuurindicator "E") en zet vervolgens de motor af.
◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Demonteer de linkse inspectiekap, zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIE-KAP).
- Sluit een elektronische toerenteller aan op de bougiekabel.
♦ Start de motor.

125 150 ①

De motor moet bij benadering het volgen- de minimale toerental hebben:

- 125 150 1400 ± 50 tpm;

- 250 1500 ± 100 tpm.

Met deze snelheid doet de motor het achterwiel niet draaien.

Zo nodig:

Door ze AAN TE DRAAIEN (rechtsom), verhoogt u het toerental van de motor.

Door ze LOS TE DRAAIEN (linksom, verlaagt u het toerental van de motor.

250 ②

♦ Draai de gashendel een paar maal open en dicht om de juiste werking te controle-ren en om na te gaan of het onbelast toe- rental constant is.

OPMERKING Draai niet aan de luchtstelschroef, om schommelingen in de instelling van de carburatie te vermijden. Neem zo nodig contact op met uw officiële aprilia-dealer.

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

De speling van de gashendel moet 2-3 mm zijn, gemeten op het uiteinde van de greep.

2 - 3 mm 3 5 4

Als dit niet het geval is, ga dan als volgt te werk:

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
♦ Trek het beschermingselement (3) weg.
♦ Draai de borgmoer (4) los.
◆ Verdraai de stelschroef (5) zo dat de voorgeschreven waarde wordt bereikt.
♦ Draai na het afstellen de borgmoer (4) vast en controleer de speling opnieuw.
◆ Plaats het beschermingselement (3) terug.

▲ WAARSCHUWING

Controleer na het afstellen of draaien van het stuur geen verandering van het stationair toerental tot gevolg heeft en of de gashendel vlot en automatisch naar zijn beginpositie terugkeert wanneer hij wordt losgelaten.

125 150 1 250 ① ①

BOUGIE

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

Controleer de bougie na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 6000 km (3750 mi).

125 150 Vervang de bougie om de 6000 km (3750 mi).

Draai de bougie van tijd tot tijd los, verwijder zorgvuldig koolstofresten en vervang ze zo nodig.

U komt als volgt bij de bougie:

♦ Verwijder de linkse inspectiekap (250 rechtse inspectiekap), zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIEKAP).

0,6 - 0,7 mm NGK

Verwijder en reinig de bougie als volgt:

⚠ WAARSCHUWING

Laat voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om te vermijden dat u zich verbrandt.

♦ Trek de bougiedop (1) van de bougie.
Haal al het vuil van de voet van de bougie, schroef ze vervolgens los met de sleutel in de gereedschapset en haal ze uit de zitting. Let hierbij goed op dat er geen stof of andere voorwerpen in de cilinder terechtkomen.
- Controleer of de elektrode en het middengedeelte uit porselein geen koolstofaanslag of roestvlekken vertonen; maak zo nodig de onderdelen schoon met een speciaal schoonmaakproduct voor bougies, met een ijzerdraad en/of een metaalborstel.
♦ Blaas krachtig de eventuele resten weg,

om te voorkomen dat ze in de motor terechtkomen. Als de bougie scheurtjes vertoont in het isolatiemateriaal, als de elektroden verroest zijn of als er teveel koolstof op zit, moet de bougie vervangen worden.
- Controleer de elektrodenafstand met een diktemeter. De afstand moet 0,6–0,7 mm zijn; stel zo nodig bij door voorzichtig de aardelektrode te verbuigen.
- Controleer of de sluitring in goede staat is. De bougie en de sluitring met de hand aandraaien om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
Zet de bougie vast door deze met de bougiesleutel in de gereedschapset een halve slag aan te draaien om de sluitring aan te drukken.

Aanhaalmoment bougie: 18 Nm (1,8 kgm).

AOPGELET

De bougie moet goed aangedraaid zijn, anders kan de motor oververhit raken en beschadigd worden. Gebruik uitsluitend het aanbevolen type van bougie, zie pag. 68 (TECHNISCHE GEGEVENS) om de prestaties en de levensduur van de motor niet in het gedrang te brengen.

  • Breng de bougiedop goed aan, zodat hij niet kan loskomen ten gevolge van motortrillingen.
    Plaats het linkse inspectiekap (250 rechtse inspectiekap), zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIEKAP).

ACCU

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

Controleer het elektrolytpeil en de bevestiging van de accuklemmen na de eerste 1000 (625 mi) km en daarna om de 6000 km (3750 mi).

▲ WAARSCHUWING

Brandgevaar.

Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.

De elektrolyt in de accu is giftig en bij- tend en in contact met de huid kan het brandwonden veroorzaken, doordat het zwavelzuur bevat.

Draag beschermende kleding, een gezichtsmasker en/of een veiligheidsbril tijdens onderhoudswerkzaamheden.

Indien de elektrolyt in contact komt met de huid, moet u de aangetaste huid overvloedig afspoelen met water.

In geval van contact met de ogen, moet u de ogen goed uitspoelen gedurende 15 minuten en daarna onmiddellijk een oogarts raadplegen.

Als de elektrolyt per ongeluk wordt ingeslikt, drink dan grote hoeveelheden water of melk en drink daarna magnesiumhoudende melk of plantaardige olie en roep onmiddellijk de hulp van een arts in.

De accu scheidt explosieve gassen af en moet daarom uit de buurt van vlam-

men, vonken, sigaretten en iedere andere warmtebron worden gehouden.

Tijdens opladen of gebruik van de accu moet de ruimte goed geventileerd zijn en moet u inademing van de tijdens het opladen vrijgekomen gassen vermijden.

BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.

Laat de motorfiets niet teveel overhellen, om te vermijden dat het accuzuur uit de accu loopt, met alle gevaarlijke gevolgen van dien.

AOPGELET

Draai nooit de aansluiting van de accukabels om.

Bij het aan- en loskoppelen van de accu dient de contactschakelaar in de stand "☒" te staan, om te vermijden dat sommige onderdelen worden beschadigd.

Sluit eerst de positieve kabel (+) aan, daarna de negatieve (−).

Loskoppelen gebeurt in omgekeerde volgorde.

Het accuzuur is corrosief.

Niet uitgieten of ermee morsen, vooral niet op de plastic onderdelen.

Wanneer een "ONDERHOUDSVRIJE" accu is gemonteerd, dient deze te worden opgeladen met een speciale lader (type met constante spanning/amperage of constante spanning).

Het gebruik van een gewone lader kan de accu beschadigen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 1

Als de motorfiets langer dan vijftien dagen ongebruikt blijft, moet de accu worden opgeladen, om sulfatering van de accu te voorkomen, zie pag. 59 (OPLADEN VAN DE ACCU):

◆ Demonteer de accu, zie pag. 58 (DE-MONTEREN VAN DE ACCU) en bewaar hem op een koele en droge plaats.

Het is belangrijk de lading van tijd tot tijd te controleren (ongeveer één keer per maand) in de winter of wanneer de motorfiets niet gebruikt wordt om kwaliteitsverlies van de accu te voorkomen.

◆ Laad de accu volledig op door middel van een normale oplading, zie pag. 59 (OPLADEN VAN DE ACCU).

Als de accu op de motorfiets blijft zitten, moet u de kabels van de klemmen loskoppelen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 2

VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL

Lees aandachtig pag. 57 (ACCU).

OPMERKING Zet de motorfiets op een stevige en effen ondergrond.

  • Controleer of het contactslot in de stand "☒" staat.
    ◆ Zet het zadel omhoog, zie pag. 22 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
    ♦ Draai de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
    ◆ Verwijder het accudeksel (2).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 3

◆ Verwijder het accudeksel zie hiernaast (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
- Controleer of de kabelaansluitingen (3) en de accupolen (4):
- in goede staat zijn (niet verroest of be- dekt met koolresten);
- ingesmeerd zijn met neutraal vet of vaseline.

Indien nodig:

◆ Maak eerst de negatieve (−) en dan de positieve kabel (+) los.
◆ Veeg roest weg met een staalborstel.
- Sluit eerst de positieve (+) en dan de negatieve kabel (−) aan.
◆ Smeer de aansluitklemmen van de kabels en van de accu in met neutraal vet of vaseline.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 4

◆ Verwijder het accudeksel zie hiernaast (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
◆ Maak eerst de negatieve (−) en dan de positieve kabel (+) los.
◆ Verwijder de ontluchtingsleiding van de accu (5).
- Verwijder de accu en bewaar hem op een effen oppervlak in een koele en droge ruimte.

▲ WAARSCHUWING

Zodra de accu is gedemonteerd, moet hij op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen worden bewaard.

◆ Plaats het accudeksel terug, zie hiernaast (VERWIJDEREN VAN HET AC-CUDEKSEL).

MAX MIN

CONTROLEREN VAN HET ELEKTROLYTPEIL

Controleer het elektrolytpeil als volgt:

♦ Verwijder het accudeksel, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
- Controleer of het vloeistofniveau zich tussen de twee "MIN"- en "MAX"-streepjes op de zijkant van de accu bevindt.

Zo niet:

♦ Verwijder de doppen.

AOPGELET

Gebruik uitsluitend gedistilleerd water voor het bijvullen van het elektrolytpeil. Vul nooit tot boven het "MAX"- streepje, want het elektrolytpeil stijgt tijdens het opladen.

♦ Vul enkel bij met gedistilleerd water.

OPLADEN VAN DE ACCU

◆ Demonteer de accu, zie pag. 58 (DE-MONTEREN VAN DE ACCU).
◆ Verwijder de doppen.
- Controleer het peil van het accuzuur, zie hiernaast (CONTROLEREN VAN HET ELEKTROLYTPEIL).
- Sluit de accu aan op een acculader.
- Opladen met een amperage gelijk aan 1/10 van de accucapaciteit wordt aanbevolen.
- Controleer na het opladen nogmaals het elektrolytpeil en vul zo nodig bij met ge-distilleerd water.
◆ Plaats de doppen terug.

▲OPGELET

Wacht 5-10 minuten na het loskoppelen van de lader alvorens de accu opnieuw te monteren, aangezien de accu nog een korte tijd gas blijft produceren.

MONTEREN VAN DE ACCU

◆ Verwijder het accudeksel, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
◆ Plaats de accu in zijn behuizing.
- Sluit de ontluchtingsleiding (1) aan.

▲OPGELET

Sluit bij het hermonteren altijd de ontluchtingsleiding van de accu aan om te vermijden dat de zwavelzuurdampen het elektrische systeem, de gelakte de-

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

len, de rubberen elementen of de pak- kingen aantasten wanneer ze uit de ont- luchtingsleiding komen.

  • Sluit de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (−) aan.
    ◆ Smeer de aansluitklemmen van de kabels en van de accu in met neutraal vet of vaseline.
  • Plaats het accudeksel terug, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 2

Lees aandachtig pag. 39 (ONDERHOUD).

▲OPGELET

Tracht geen defecte zekeringen te herstellen. Gebruik nooit andere dan de aanbevolen zekeringen.

Het gebruik van ongeschikte zekeringen kan schade aan het elektrische systeem of, in geval van een kortsluiting, zelfs brand veroorzaken.

OPMERKING Als een zekering regel- matig doorbrandt, is er waarschijnlijk een kortsluiting of een overbelasting in het elektrische systeem. In dit geval is het aan- geraden een officiële aprilia-dealer te raadpleges.

Als een elektrisch onderdeel niet werkt of onregelmatigheden vertoont of als de motor niet start, moeten de zekeringen gecontroleerd worden.

Controleer eerst de zekeringen van 7,5 A en 15 A en daarna de zekering van 20 A.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

Verricht de controle als volgt:

◆ Verwijder het accudeksel, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).
♦ Trek de zekeringen één voor één uit en controleer of de smeltdraad (1) is door- gebrand.
◆ Probeer voor u een zekering vervangt te achterhalen wat de oorzaak van het probleem was.
♦ Vervang de beschadigde zekering door een nieuwe met hetzelfde amperage.

OPMERKING Als u een van de reservezekeringen gebruikt, moet u een nieuwe zekering in de juiste houder steken.

- Plaats het accudeksel terug, zie pag. 58 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - Verricht de controle als volgt: - 1

– Zekering van 7,5A (2)
Van de contactschakelaar naar: ontsteking.
– Zekering van 15A (3)
Van de contactschakelaar naar: alle lichtlasten en claxon.
– Zekering van 20A (4)

Van de accu naar: contactschakelaar, spanningsregelaar, elektrische ventilator.

10 m H/10/6

AFSTELLEN VAN DE VERTICALE LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP

Voor een snelle controle van de juiste richting van de lichtbundel moet u de motorfiets op een effen ondergrond zetten, op tien meter afstand van een muur.

Zet het dimlicht aan, ga op de motorfiets zitten en kijk of de bundel van de koplamp die op de muur wordt geprojecteerd zich net onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AFSTELLEN VAN DE VERTICALE LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP - 1

De afstelling van de lichtbundel van de koplamp gebeurt als volgt:

♦ Draai aan de juiste schroef (1) met een schroevendraaier.

Door RECHTSOM TE DRAAIEN, richt u de bundel omhoog.

Door LINKSOM TE DRAAIEN, richt u de bundel omlaag.

125 150 AFSTELLING VAN DE HORIZONTALE LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP USA

◆ Verwijder de binnenste voorste kap, zie pag. 54 (VERWIJDEREN VAN DE BIN-NENSTE VOORSTE KAP).

♦ ★ Schroef de twee schroeven (2) los en verwijder ze.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - 150 AFSTELLING VAN DE HORIZONTALE LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP USA - 1

OPMERKING Afhankelijk van de uitgevoerde afstelling moeten de schroeven (2) worden vervangen door langere (in de set inbegrepen).

Plaats de geschikte afstandstukken (in de set inbegrepen) tussen de bevestigingspunten van de koplamp en de buitenste voorste kap, afhankelijk van de uitgevoerde afstelling.

OPMERKING Gebruik bevestigings- schroeven die geschikt zijn voor de geko- zen afstandstukken.

♦ ★ Steek de twee schroeven (2) in en draai ze vast.

GLOEILAMPEN

Lees aandachtig pag. 39 (ONDER-HOUD).

▲ WAARSCHUWING

Brandgevaar.

Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.

▲OPGELET

Draai, alvorens een gloeilamp te vervangen, de contactschakelaar naar de stand "☒" en wacht enkele minuten, zodat de gloeilamp kan afkoelen. Vervang de lampen met schone handschoenen of met behulp van een scho- ne droge doek.

Laat geen vingerafdrukken achter op de lampen, want daardoor kunnen de lampen oververhit raken en kapot gaan. Als u een lamp met de blote hand aanraakt, moet u vingerafdrukken weggegen met alcohol, om te vermijden dat de lamp snel defect raakt.

WEES VOORZICHTIG DAT U DE ELEKTRISCHE KABELS NIET BESCHADIGT.

OPMERKING Controleer de zekeringen voor u een gloeilamp vervangt, zie pag. 60 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN).

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPJES VAN HET DASHBOARD EN VAN DE KLOKBATTERIJ

Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE VOORSTE RICHTINGAANWIJZERS

Lees aandachtig hiernaast (GLOEILAM-PEN).

Vervang de gloeilampen als volgt:

OPMERKING De volgende informatie heeft betrekking op slechts één richtingaanwijzer, maar geldt voor beide.

♦ Schroef de schroef (1) los en verwijder ze.

▲OPGELET

Ga voorzichtig te werk. Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.

◆ Verwijder de beschermkap (2).
♦ Schroef de schroef (3) los en verwijder ze.

▲OPGELET

Aan de binnenkant van de gekleurde kap bevindt zich een brandpuntslens; let op dat u de rechter- en de linkerkap niet verwisselt.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

♦ Verwijder de gekleurde kap (4).
◆ Druk lichtjes op de gloeilamp (5) en draai ze linksom.
♦ Trek de gloeilamp uit haar houder.

OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.

- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

Hermonteren:

OPMERKING Plaats bij het hermon- teren het beschermingsglas (2) weer cor- rect in zijn zitting. Verwissel de positie van de schroeven (1) en (3) niet.

AOPGELET

Draai schroef (1) en schroef (3) voorzichtig vast, maar niet te vast, om beschadiging van het beschermingsglas (2) en van het gekleurde glas (4) te voorkomen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 1

In de koplamp zitten:

- twee gloeilampen voor het dimlicht/grootlicht.

- een gloeilamp voor het parkeerlicht (twee parkeerlichtgloeilampen bij model J UK).

Vervang de gloeilampen als volgt:

◆ Verwijder de voorste kap, zie pag. 53 (VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP).

♦ Schroef de schroeven (1) los en verwijder ze en neem de afdichtingsringen weg.

♦ Verwijder het luchtkanaal (2) door het los te trekken van de bovenste pennen.

OPMERKING Verwijder het beschermingselement (3) niet volledig, daar het op de koplamp is bevestigd met twee nagels.

- Verwijder het beschermingselement (3) met uw handen door het bevestigingslipje omhoog te trekken.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 2

Trek niet aan de stroomdraden om de elektrische connector los te trekken.

◆ Neem de lampfitting (4) vast, trek eraan en koppel hem los van de gloeilamp (5).
♦ Draai de lampfitting (6) linksom en trek hem uit de reflector.
♦ Trek de gloeilamp (5) uit.

Hermonteren:

OPMERKING Steek de gloeilamp (5) in de reflector, ervoor zorgend dat de twee elementen (7) op de lamp mooi in de daarvoor bestemde (8) geleiders op de reflector passen.

◆ Plaats de lampfitting (6) in de reflector en draai hem rechtsom.
- Sluit de elektrische connector (4) van de gloeilamp aan.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - Hermonteren: - 1

♦ Draai de lampfitting (9) linksom en trek hem uit zijn houder.
Druk de gloeilamp van het dimlicht/grootlicht (10) lichtjes in en draai ze linksom; trek ze uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

GLOEILAMPEN

Trek niet aan de stroomdraden om de lampfitting los te trekken.

◆ Neem de lampfitting (11) vast, trek eraan en neem hem uit zijn houder.
♦ Trek de gloeilamp van het parkeerlicht (12) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - GLOEILAMPEN - 1

Lees aandachtig pag. 62 (GLOEILAM-PEN).

Het achterlicht bevat:

- een gloeilamp voor het parkeerlicht/stoplicht (1);

- twee gloeilampen voor de achterste richtingaanwijzers (2).

Vervang de gloeilampen als volgt:

  • Draai de schroeven (3) zodanig los dat de beschermkap (4) nadien gemakkelijker kan worden teruggeplaatst.
    ♦ Draai de schroeven (5) los en verwijder ze.

AOPGELET

Let op dat u bij het verwijderen van het beschermingsglas het pennetje niet beschadigt.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - AOPGELET - 1

♦ Verwijder het beschermingsglas (4).
◆ Druk lichtjes op de gloeilamp en draai ze linksom.
♦ Verwijder de gloeilamp uit haar houder.

OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting schuiven.
- Installeer een gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

OPMERKING Plaats bij het hermon- teren het beschermingsglas correct in zijn houder.

▲OPGELET

Draai de schroef (5) voorzichtig v zonder te veel druk uit te oefenen, om te voorkomen dat het beschermingsglas wordt beschadigd.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲OPGELET - 1

Lees aandachtig pag. 62 (GLOEILAM-PEN).

Vervang de lamp als volgt:

♦ Schroef de schroef (6) los en verwijder ze.
◆ Verwijder de lichteenheid (7).

AOPGELET

Trek niet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.

Neem de lampfitting (8) vast trek eraan en neem hem uit zijn houder.

♦ Trek de gloeilamp (9) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

VERVOER

WAARSCHUWING

Voor u de motorfiets gaat vervoeren, moeten de benzinetank en de carburateur volledig leeg zijn, zie onder (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK); controleer na het leegmaken of alles volkomen droog is.

Tijdens het transport moet de bromfiets in verticale positie en stevig verankerd blijven, om lekkage van brandstof, olie of koelvloeistof te vermijden.

In geval van pech mag de motorfiets niet worden gesleept, maar moet u hulp inroepen.

LEDIGEN

VAN DE BRANDSTOFTANK

Lees aandachtig pag. 24 (BRAND-STOF).

WAARSCHUWING

Gevaar voor brand.

Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.

Brandstofdampen zijn schadelijk voor uw gezondheid.

Controleer alvorens de tank leeg te maken of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.

Adem geen brandstofdampen in. Rook niet en gebruik geen open vlam men.

LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MI- LIEU.

◆ Zet de motorfiets op de middenstandaard.
◆ Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.
Neem een opvangbak met een capaciteit die groter is dan de hoeveelheid brandstof aanwezig in de tank en plaats hem op de grond aan de linkerzijde van de motorfiets.
◆ Verwijder de vuldop.
- Gebruik voor het aftappen van de brandstof uit de tank een handpomp of een dergelijk gereedschap.

▲ WAARSCHUWING

Draai na het aftappen van de tank de vuldop vast.

Ga als volgt te werk om de carburateur volledig af te tappen:

◆ Demonteer de linkse inspectiekap, zie pag. 52 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIE-KAP).

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

♦ Steek het vrije uiteinde van de slang (1) in een opvangbak.
◆ Open de ontluchter van de carburateur door de aftapschroef (2) onder de vlotterkamer los te draaien.

Doe het volgende nadat alle brandstof is afgetapt:

♦ Draai de aftapschroef (2) volledig vast.

▲OPGELET

Draai de aftapschroef (2) voorzichtig aan om brandstoflekkage uit de carburateur tijdens het vullen te voorkomen.

Neem zo nodig contact op met een officiële aprilia-dealer.

REINIGING

APRILIA Leonardo 150 (2003) - REINIGING - 1

Reinig de motorfiets regelmatig als hij in bepaalde gebieden of onder bijzondere omstandigheden wordt gebruikt, namelijk:

◆ In vervuilde gebieden (steden en industriezones).
In gebieden gekenmerkt door een hoog percentage zout en vocht (zeegebieden, hete en vochtige klimaten).
In speciale omstandigheden (gebruik van zout en chemische producten tegen ijsvorming op de wegen in de winter).
Laat geen resten van industriële en vervuilende poeders, teervlekken, dode insecten, vogeluitwerpselen, enz. op de carrosserie zitten.
◆ Parkeer de motorfiets niet onder een boom, aangezien in sommige seizoenen bepaalde stoffen, hars, fruit of bladeren uit de bomen kunnen vallen, die bestanddelen bevatten die de lak mogelijk aantasten.

▲ WAARSCHUWING

Na het reinigen van de motorfiets, is het mogelijk dat de werking van de remmen tijdelijk te wensen overlaat omwille van de aanwezigheid van water op de greepoppervlakken. Bijgevolg moet u, om ongevallen te vermijden, er rekening mee houden dat de remafstanden langer kunnen zijn. Rem veelvuldig om dit euvel zo snel mogelijk te verhelpen.

Voer de controles vooraf uit, zie pag. 32 (CONTROLES VOORAF).

Voor het verwijderen van vuil en modder van de gelakte delen moet u een lagedruk-waterspuit gebruiken; maak de vuile delen goed nat, veeg modder en vuil weg met een zachte autospons die in een oplossing van water en shampoo is gedrenkt (2 - 4% shampoo in water).

Vervolgens de delen afspoelen met veel water en afdrogen met een zeemlap.

Voor het reinigen van de buitenkant van de motor moet u een ontvettingsmiddel, kwastjes en stoflappen gebruiken.

▲OPGELET

Poets de motorfiets pas op met silicon-enwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd.

Maak dof geworden lak nooit glanzend met polijstpasta.

Reinig de motorfiets niet in de zon, vooral niet in de zomer, als de carrosserie nog warm is, want als de shampoo opdroogt voor hij wordt weggespoeld, kan hij de lak aantasten.

Gebruik geen vloeistoffen met een temperatuur van meer dan 40°C om de plastic onderdelen van de motorfiets te reinigen.

Gebruik geen water- of luchtspuiten onder hoge druk en evenmin stoom om de volgende onderdelen te reinigen: wielnaven, bedieningselementen op de rechteren de linkerhelft van het stuur, lagers, rempomp, instrumenten en controle-lampjes, uitlaatdemper, handschoenkastje, contactschakelaar/stuurslot.

Reinig onderdelen van rubber en kunststof en het zadel niet met alcohol, benzine of oplosmiddelen, maar gebruik uitsluitend water en een neutrale zeep.

▲ WAARSCHUWING

Breng geen beschermende was aan op het zadel om te vermijden dat het glibberig wordt.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

Nadat de motorfiets gedurende een lange periode heeft stilgestaan, dienen enkele maatregelen te worden getroffen om problemen te vermijden.

Verder is het ook belangrijk de nodige reparaties en een groot onderhoud te laten uitvoeren vóór een periode van stilstand, om te vermijden dat u dit later vergeet.

Ga als volgt te werk:

◆ Maak de brandstoftank en de carburateur leeg, zie pag. 65 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK).
♦ Trek de bougie uit, zie pag. 56 (BOUGIE).
◆ Giet een theelepel (5-10 cm³) motorolie in de cilinder.

OPMERKING Leg een schone doek naast de zitting van de bougie om mogelijk-ke oliespatten op te vangen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 2

♦ Draai de contactschakelaar naar de stand “○” en druk de motorstartknop “③” gedurende enkele seconden in, om de olie gelijkmatig te verdelen over de cilinderoppervlakken. Neem de doek weg en draai de bougie vast.
◆ Verwijder de doek.
◆ Plaats de bougie terug.
◆ Demonteer de accu, zie pag. 58 (DEMONTEREN VAN DE ACCU) en pag. 57 (NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU).
◆ Reinig de motorfiets en laat hem drogen, zie pag. 66 (REINIGING).
◆ Poets de gelakte delen op met was.
♦ Pomp de banden op, zie pag. 68 (TECH-NISCHE GEGEVENS).
- Plaats met behulp van een geschikte steun de motorfiets zodanig dat beide banden van de grond geheven zijn.
- Plaats de motorfiets in een onverwarmde, niet-vochtige ruimte, beschermd tegen zonlicht en met een minimum aan temperatuurschommelingen.

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 3

Maak een plastic zak vast aan de eindpijp van de uitlaatdemper, om het binnendringen van vocht in de pijp te voorkomen.
♦ Dek de motorfiets af, maar bij voorkeur niet met plastic of waterdichte materialen.

NA EEN LANGE PERIODE VAN STIL- STAND

Haal de motorfiets onder de afdekking vandaan en maak hem schoon, zie pag. 66 (REINIGING).
- Controleer de laadtoestand van de accu, zie pag. 59 (OPLADEN VAN DE ACCU) en monteer hem, zie pag. 59 (MONTE-REN VAN DE ACCU).
◆ Vul de brandstoftank, zie pag. 24 (BRANDSTOF).
- Voer de controles vooraf uit, zie pag. 32 (CONTROLES VOORAF).

▲ WAARSCHUWING

Maak een testrit met een lage snelheid bij weinig verkeer.

TECHNISCHE GEGEVENS

Beschrijving125150250
AFMETINGENMax. lengte 1830 mm 1865 mm
Maximale lengte (inclusief verlengstuk achterspatbord) 1920 mm 1955 mm
Max. breedte 740 mm 770 mm
Max. hoogte (voorste deel van de kuip inbegrepen) 1410 mm 1410 mm
Hoogte zadel 800 mm 780 mm
Wielbasis 1310 mm 1325 mm
Min. grondspeling 170 mm 135 mm
Gewicht klaar om te starten 139 kg 150 kg
MOTORType één-cilinder, 4-taktmotor met bovenliggende nokkenas.
Aantal kleppen 42
Aantal cilinders1
Totaal slagvolume124,91 cm^3 150,95 cm^3 249,78 cm^3
Boring / slag56,4 mm / 50,0 mm62,0 mm / 50,0 mm69,0 mm / 66,8 mm
Compressieverhouding12,5 ± 0,5 : 110 ± 0,5 : 1
Startenelektrisch
Stationair toerental1400 ± 50 tpm1500 ± 100 tpm
Koppelingautomatische, droge centrifugaalkoppeling
Versnellingautomatisch
Smeersysteemsmering vanuit oliecarter, geforceerde omloop met mechanische pomp;oliepeilcontrole door middel van peilstift met schaal
KoelingVloeistofkoeling, geforceerde omloop met centrifugaalpomp
TRANSMISSIEVersnellingsbaktraploze automaat
PrimairV-riem
Secondairmet tandwiel
Totale motor / wiel-verhoudingminimum 27,176maximum 8,152minimum 15,808maximum 5,539
INHOUDBrandstof (reserve inbegrepen)9,9,5 l
Brandstofreserve1,8 l,5 l
Motorolie- enkel olie verversen- olie verversen en oliefilter vervangen- verversen voor motorrevisie1050 cm31100 cm31150 cm31200 cm3—1400 cm3
Transmissieolie 100 cm3250 cm3
Koelvloeistof(50% water + 50% antivries met ethylglycol)1,2 l,3 l
Voorvorkolie 148 cm3 (voor elke poot)
Zitplaatsen 2
Maximaal toelaatbare last(rijder + bagage) 105 kg
Maximaal toelaatbare last(rijder + passagier + bagage) 180 kg 200 kg
CARBURATEURModel MIKUNI BS 26 - 91 MIKUNI BS 26TEI KEI 5GM1A;TEI KEI 5SE-1A
- Alternatief KEIHIN CVK 26 -
Model CHMIKUNI BS 26 - 61TEI KEI 5GM1A;TEI KEI 5SE-1A
Luchtbuis — equivalent ∅28 mm
Luchtbuis (Mikuni)equivalent ∅ 22,2 mm
Luchtbuis (Keihin)equivalent ∅ 25 mm
BRANDSTOF-TOEVOERTypevacuümpomp
BrandstofGelode of ongelode (4 Stars UK) superbenzine in overeenstemming met de norm, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.)loodvrije superbenzine, min. octaangetal 91 (N.O.R.M.) en 81 (N.O.M.M.).
FRAMEType één balk vooraan, achteraan uitlopend in tweeoverlappende frames, in stalen buizen met hoge elasticiteitsgrens
Hellingshoek stuur 26° 28°
Veerweg 85 mm 100 mm
OPHANGINGVoor hydraulisch gedempte telescoopvork
Veerweg 90 mm
Achter 2 hydraulische schokdempers met dubbel effecten voorbelastingsregeling met vijf standen
Wielslag 104 mm 90 mm
REMMENAchter schijfrem, ∅ 220 mm met hydraulische remklauw
Voorschijfrem, ∅ 220 mm met hydraulische remklauwschijfrem, ∅ 220 mm met hydraulische remklauw
VELGEN-WIELENType in aluminiumlegering
Achter 3,00 x 12"
Voor 3,50 x 12"
BANDENTypezonder binnenband (Tubeless)
Achter130 / 70 - 12" 56 L
- alternatief120 / 70 - 12" 51 P130 / 70 - 12" 56 P130 / 70 - 12" 62 L
Voor140 / 70 - 12" 60 J140 / 70 - 12" 60L130 / 70 - 12" 62 L
- alternatief130 / 70 - 12" 62 P
STANDAARD-BANDENSPANNING
Achter190 kPa (1,9 bar)
Voor190 kPa (1,9 bar)210 kPa (2,1 bar)
BANDENSPANNING MET PASSAGIER
Achter200 kPa (2,0 bar)210 kPa (2,1 bar)
Voor220 kPa (2,2 bar)240 kPa (2,4 bar)
ONTSTEKINGType C.D.I. / KlokbatterijC.D.I. / Klokbatterij; C.D.I. / 3A5-AP
Vonkverplaatsing 8°±2° voor B.D.P. met 1600 tpmMinimum 10° met 1500 tpm maximum 32° met 5000 tpm
BOUGIEStaandard NGK CR8E VX NGK DR8EA
Elektrodenafstand 0,6 - 0,7 mm
ELEKTRISCH SYSTEEMAccu 12 V - 12 Ah
Zekeringen 20 - 15 - 7,5 A
Dynamo (met permanente magneet) 12 V - 180 W 12 V - 200 W
GLOEILAMPENDimlicht / grootlicht 12 V - 35 / 35 W
Dimlicht / grootlicht J UK12 V - 35 / 35 W
Voorste parkeerlicht 12 V - 3 W
Richtingaanwijzers 12 V - 10 W
Achterste parkeerlicht / stoplicht 12 V - 5/21 W
Kentekenplaatverlichting12 V - 5 W
Dashboardverlichting12 V - 1,2 W
WAARSCHU-WINGSLAMPJESRichtingaanwijzers12 V - 2 W
Motoroliedruk 125 15012 V - 2 W-
Motorolieversing 250-12 V - 2 W
Dimlicht12 V - 2 W
Grootlicht12 V - 2 W
Laag brandstofpeil12 V - 2 W

SMEERMIDDELENTABEL

Motorolie (aanbevolen): SUPERBIKE 4, SAE 5W - 40 of ATAFORMULA RACING, SAE 5W - 40.

Als alternatief voor de aanbevolen olie, kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan CCMC G-4, A.P.I. SG.

Versnellingsbakolie (aanbevolen): F.C., SAE 75W - 90 of GEARSYNTH, SAE 75W - 90.

Als alternatief voor de aanbevolen olie, kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan A.P.I. GL4.

Vorkolie (aanbevolen): vorkolie F.A. 5W of F.A. 20W;

als alternatief FORK5W of FORK 20Wgip

Als u een olie wenst die qua prestaties het midden houdt tussen F.A. 5W en F.A. 20W of FORK 5W en FORK Agip 20W, dan kunt u deze twee soorten in de volgende verhoudingen mengen:

SAE 10W = F.A. 5W 67% van het volume, + F.A. 20W 33% van het volume of

Agip FORK 5W 67% van het volume + FORK 20W 33% van het volume.

SAE 15W = 📄 F.A. 5W 33% van het volume, + 📄 F.A. 20W 67% van het volume of

Agip FORK 5W 33% van het volume + FORK20W 67% van het volume.

Lagers en andere smeerpunten (aanbevolen): 125 150 BIMOL GREASE 481 of GREASE SM 2;

250 AUTOGREASE MP of GREASE 30.

Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u smeervet van hoge kwaliteit voor rollagers gebruiken, werktemperatuur -30°C...+140°C, druppelpunt 150°C...230°C, verhoogde anti-corrosiebescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie.

Bescherming occupolen: Neutraal vet of vaseline.

▲ WAARSCHUWING

Gebruik uitsluitend nieuwe remvloeistof.

Remvloeistof (aanbevolen): F.F., DOT 5 (compatibel met DOT 4) of BRAKE 5.1, DOT 5 (compatibel met DOT 4).

▲ WAARSCHUWING

Gebruik uitsluitend antivries en anti-corrosiemiddelen zonder nitriet, die een bescherming tot minstens -35°C bieden

Motorkoelvloeistof (aanbevolen): ECOBLU -40°C of

OPMERKINGEN

aprilia

VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN

1 APRILIA s.p.a.

F APRILIA WORLD SERVICE B.V.

D MOTORRAD GmbH

E APRILIA WORLD SERVICE B.V. ESPAÑA

NL APRILIA NEDERLAND

Nikkelstraat 1 - 4823 AE Breda (NL)

Tel. (076) 5431640 - Fax (076) 5431649

Dunragit - Stranraer - Wigtownshire DG9 8PN - Scotland (UK)

Tel. (01776) 888670 - Fax (01581) 400661 - E-mail: aprilia@aol.com

110 Londonderry Court, Suite 130 - Woodstock, GA 30188 (USA)

Tel. 770 592 2261 - Fax 770 592 4878

(wijzigingscode "A" en "B" van motorfiets aangegeven op het ETIKET RESERVEONDERDELEN, zie pag. 3)

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ▲ WAARSCHUWING - 1

(wijzigingscode "A" en "B" van motorfiets aangegeven op het ETIKET RESERVEONDERDELEN, zie pag. 3)

1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Oliedruksensor
12) Waarschuwingslampje dimlicht
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motoroliedruk
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up

15) Achterlicht

16) Richtingaanwijzer rechts achter

19) Dimlichtschakelaar

21) Volledig dashboard

22) Drukknop claxon

23) Dashboardlampjes

24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil

25) Schakelaar richtingaanwijzers

26) Startknop

27) Koelvloeistoftemperatuurmeter

28) Waarschuwingslampje grootlicht

29) Waarschuwingslampje richtingaanwijzer

30) Claxon

KLEUREN KABELS

1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Oliedruksensor
12) Waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer rechts achter
17) Knipperlichtrelais
18) Contactschakelaar
19) Lichtschakelaar
20) Dimlichtschakelaar
21) Volledig dashboard
22) Drukknop claxon
23) Dashboardlampjes
24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil
25) Schakelaar richtingaanwijzers
26) Startknop
27) Koelvloeistoftemperatuurmeter
28) Waarschuwingslampje grootlicht
29) Waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer
30) Claxon
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motoroliedruk
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up
45) Kentekenplaatverlichting
46) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem
Ar Oranje Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Purper
Ro Roze

KLEUREN KABELS

ELEKTRISCH SCHEMA · Leonardo 125 ASD · Leonardo 150 ASD

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ELEKTRISCH SCHEMA · Leonardo 125 ASD · Leonardo 150 ASD - 1

1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Oliedruksensor
12) Waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer rechts achter
17) Knipperlichtrelais
18) Contactschakelaar
19) Brug
20) Lichtschakelaar
21) Volledig dashboard
22) Drukknop claxon
23) Dashboardlampjes
24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil
25) Schakelaar richtingaanwijzers
26) Startknop
27) Koelvloeistoftemperatuurmeter
28) Waarschuwingslampje grootlicht
29) Waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer
30) Claxon
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motoroliedruk
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up
45) Kentekenplaatverlichting
46) Voorziening voor installatie van anti-diefstalsysteem
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Purper
Ro Roze

KLEUREN KABELS

1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Uitschakelknop van waarschuwingslampje olieverversing
12) Waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer rechts achter
17) Knipperlichtrelais
18) Contactschakelaar
19) Lichtschakelaar
20) Dimlichtschakelaar/PASSING
21) Volledig dashboard
22) Drukknop claxon
23) Dashboardlampjes
24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil
25) Schakelaar richtingaanwijzers
26) Startknop
27) Koelvloeistoftemperatuurmeter
28) Waarschuwingslampje grootlicht
29) Waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer
30) Claxon

31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motorolieversing
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up
45) Kentekenplaatverlichting
46) Thermometrische schakelaar voor startmotor
47) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem

KLEUREN KABELS

Ar Oranje

Az Lichtblauw

B Blauw

Bi Wit

G Geel

Gr Grijs

M Bruin

N Zwart

R Rood

V Groen

Vi Purper

Ro Roze

ELEKTRISCH SCHEMA - Leonardo 250 ASD

APRILIA Leonardo 150 (2003) - ELEKTRISCH SCHEMA - Leonardo 250 ASD - 1

1) Dynamo
2) Bobine
3) Startmotor
4) Spanningsregelaar
5) Zekeringen
6) Accu
7) Startrelais
8) Voorste stoplichtschakelaar
9) Achterste stoplichtschakelaar
10) Thermistor koelvloeistoftemperatuur
11) Uitschakelknop van waarschuwingslampje olieverversing
12) Waarschuwingslampje rechter richtingaanwijzer
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer links achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer rechts achter
17) Knipperlichtrelais
18) Contactschakelaar
19) Gaskleppositiesensor
20) Lichtschakelaar
21) Volledig dashboard
22) Drukknop claxon
23) Dashboardlampjes
24) Waarschuwingslampje laag brandstofpeil
25) Schakelaar richtingaanwijzers
26) Startknop
27) Koelvloeistoftemperatuurmeter
28) Waarschuwingslampje grootlicht
29) Waarschuwingslampje linker richtingaanwijzer
30) Claxon

31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Dimlicht/grootlicht-lampje
33) Voorste parkeerlicht
34) Richtingaanwijzer links voor
35) Waarschuwingslampje motorolieversing
36) Meervoudige aansluitingen
37) Bougie
38) Automatische starter
39) Volledige koplamp
40) Controlelampje benzinemeter
41) Ventilator
42) CDI
43) Thermische schakelaar
44) Pick-up
45) Kentekenplaatverlichting
46) Thermometrische schakelaar voor startmotor
47) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem
48) Besturingseenheid waarschuwingslampje motorolie

KLEUREN KABELS

Ar Oranje

Az Lichtblauw

B Blauw

Bi Wit

G Geel

Gr Grijs

M Bruin

N Zwart

R Rood

V Groen

Vi Purper

Ro Roze

OPMERKINGEN

aprilia

VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN

OPMERKINGEN

aprilia

VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN

aprilia s.p.a. bedankt haar klanten voor de aanschaf van deze motorfiets:

  • Laat geen olie, brandstof, vervuilende stoffen en onderdelen in het milieu terechtkomen.
  • Laat de motor niet onnodig draaien.
  • Veroorzaak geen geluidsoverlast.
  • Heb eerbied voor de natuur.
Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : APRILIA

Model : Leonardo 150 (2003)

Categorie : Scooter