Habana 125 (1998) - Scooter APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Habana 125 (1998) APRILIA in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk | Aprilia |
| Model | Habana 125 (1998) |
| Motor | 124 cc, 4-takt, 2 kleppen, enkele cilinder |
| Koeling | Geforceerde luchtkoeling (ventilator) |
| Startmethode | Elektrisch en kickstarter |
| Transmissie | Traploze automat (V-riem) |
| Koppeling | Centrifugaalkoppeling |
| Afmetingen (L x B x H) | 1980 mm x 720 mm x 1090 mm |
| Zadelhoogte | 780 mm |
| Wielbasis | 1350 mm |
| Gewicht (rijklaar) | 115 kg |
| Brandstoftank (incl. reserve) | 8 liter |
| Reserve brandstof | 2 liter |
| Motoroilecapaciteit | 850 cm³ (bij verversen) |
| Versnellingsbakolie | 85 cm³ |
| Voorrem | Schijfrem Ø190 mm, hydraulisch |
| Achterrem | Trommelrem Ø140 mm, mechanisch |
| Banden voor | 120/70 - 12" (tubeless) |
| Banden achter | 130/70 - 10" (tubeless) |
| Accu | 12 V - 9 Ah |
| Zekeringen | 7,5 A en 15 A |
| Koplamp | Halogeen 12 V 55/60 W H4 |
| Brandstof | Superbenzine (loodvrij of gelode), min. octaan 95 (NORM) |
| Opbergruimte | Helmopbergruimte onder zadel, handschoenenkastje aan voorzijde |
Veelgestelde vragen - Habana 125 (1998) APRILIA
Gebruikersvragen over Habana 125 (1998) APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Habana 125 (1998) - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Habana 125 (1998) van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Habana 125 (1998) APRILIA
Eerste editie: mei 1999
Herdruk: junuari 2000, junuari 2001
U herkent de officiële aprilia-bromfiets-dealer aan dit logo op de deur of etalage:

U herkent de officiële aprilia-motorfiets-dealer aan dit logo op de deur of etalage:

Deze raamsticker wordt elk jaar verstrekt en dient daarom actueel te zijn.
Vervaardigd en gedrukt door:
Soave (VERONA) - Italië
Tel. +39 - 045 76 11 911
Fax +39 - 045 76 12 241
E-mail: customer@stp.it
www.stp.it
In opdracht van:
aprilia s.p.a.
via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) - Italië
Tel. +39 - 041 58 29 111
Fax +39 - 041 44 10 54
www.aprilia.com
WAARSCHUWINGSBOOD- SCHAPPEN
De volgende waarschuwingen worden in heel deze handleiding gebruikt om de volgende boodschappen over te brengen:
Veiligheidswaarschuwing. Wanneer u dit symbool aantreft op het voertuig of in de handleiding, dient u rekening te houden met potentieel gevaar voor persoonlijk letsel. Niet-naleving van de aanwijzingen die worden gegeven in de boodschappen voorafgegaan door dit symbool kan resulteren in ernstige risico's voor de veiligheid van uzelf en anderen en voor het voertuig!
WAARSCHUWING
Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in ernstig letsel of zelfs de dood.
▲OPGELET
Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in licht persoonlijk letsel of schade aan het voertuig.
OPMERKING Het woord "OPMER-KING" in deze handleiding gaat belangrijke informatie of richtlijnen vooraf.
INFORMATIE
★ Bewerkingen voorafgegaan door dit symbool dienen aan de andere kant van het voertuig te worden herhaald. Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
Daar waar de termen "rechts" en "links" worden gebruikt, wordt ervan uitgegaan dat de rijder in normale rijhouding op het voertuig zit.
H50 HC50 Elke verwijzing naar het gebruik van het voertuig met passagier heeft uitsluitend betrekking op landen waar het rijden met passagier is toegestaan.
WAARSCHUWINGEN - VOORZORGSMAATREGELEN - ALGEMENE OPMERKINGEN
Voordat u de motor start, dient u aandachtig dit boekje te lezen, in het bijzonder het gedeelte "VEILIG RIJDEN".
Uw veiligheid en die van anderen hangt niet alleen af van de snelheid van uw reflexen en uw behendigheid, maar ook van de kennis van het voertuig, van de staat van onderhoud en van de basisregels voor VEILIG RIJDEN. Daarom is het belangrijk het voertuig goed te leren kennen, zodat u er zich veilig mee in het verkeer kunt begeven.
OPMERKING Dit boekje hoort on- losmakelijk bij de motorfiets en moet in ge- val van verkoop worden overgedragen.
aprilia heeft bij de samenstelling van dit boekje de grootste zorg aan de dag gelegd, teneinde de gebruiker correcte en actuele informatie te verschaffen. Daar aprilia echter voortdurend het ontwerp van zijn producten verbetert, kunnen de kenmerken van uw motorfiets lichtjes afwijken van de in dit boekje beschreven kenmerken.
Indien u vragen heeft met betrekking tot de informatie in dit boekje, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw officiële aprilia-dealer.
Voor controles en reparaties die niet expliciet in deze publicatie staan beschreven, de aanschaf van originele aprilia-reserveonderdelen, accessoires en andere producten, alsook specifieke adviezen, dient u zich uitsluitend te wenden tot de officiële aprilia-dealers en onderhoudscentra, die een betrouwbare en snelle service garanderen.
Wij danken u omdat u voor aprilia heeft gekozen en wensen u veel rijplezier.
Alle rechten voor wat betreft elektronische opslag, reproductie en volledige of gedeeltelijke aanpassing, op welke manier ook, zijn voorbehouden voor alle landen.
OPMERKING In sommige landen vereisen de van kracht zijnde milieuwetgeving en geluidsvoorschriften periodieke inspecties.
In deze landen moet de gebruiker van het voertuig:
- contact opnemen met een officiële aprilia-dealer om de niet-goedgekeurde onderdelen te laten vervangen door onderdelen die goedgekeurd zijn in het betreffende land;
- voer de vereiste periodieke inspecties uit.
OPMERKING Bij aankoop van deze motorfiets dient u in de navolgende figuur de identificatiegegevens te vermelden die op het IDENTIFICATIE-ETIKET VERVANGINGSONDERDELEN STAAN. Het label is aangebracht op de rechterbalk van het frame; om het te kunnen lezen, moet u het rechter inspectiedeksel verwijderen, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIEKAP).
| I | UK | A | P | SF | B | D | F | E | GR |
| NL | CH | DK | J | SGP | SLO | IL | ROK | MAL | RCH |
| HR | AUS | USA | BR | RSA | NZ | CDN |
Dit zijn identificatiegegevens van:
- YEAR = bouwjaar (Y, 1, 2, ...); - I.M. = wijzigingscode (A, B, C, ...);
- LANDENCODES = land van homologatie (I, UK, A, ...).
Ze dienen te worden doorgegeven aan de
officiële aprilia-dealer bij de aankoop van vervangingsonderdelen of accessoires die specifiek zijn voor uw model.
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt om de verschillende versies aan te duiden:
H50 model Habana 50 cm ^4
HC50 model Habana Custom 50 cm ^4
H125 model Habana 125 cm ^4
HC125 model Habana Custom 125 cm³
ASD versie automatische lichtschakelaar (Automatic Switch-on Device)
OPT optie
versie met katalysator
VERSIE VOOR:
I Italië SGP Singapore
UK Verenigd SLO Slovenië Koninkrijk
A Oostenrijk IL Israël
P Portugal ROK Zuid-Korea
SF Finland MAL Maleisië
B België RCH Chili
D Duitsland HR Kroatië
F Frankrijk AUS Australië
E Spanje USA Verenigde Staten
GR Griekenland BR Brazilië
NL Nederland RSA Zuid-Afrika
CH Zwitserland NZ Nieuw-Zeeland
DK Denemarken CDN Canada
J Japan
ALGEMENE INHOUD
VEILIG RIJDEN 5
BASISREGELS
VOOR DE VEILIGHEID 6
KLEDING 9
ACCESSOIRES ....10 LADING ....10
PLAATSING BELANGRIJKSTE
ONDERDELEN H50 HCSO 12
PLAATSING BELANGRIJKSTE
ONDERDELEN H125 HC125 14
PLAATSING
VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN /
INSTRUMENT EN CONTROLELAMPJES .....16
TABEL INSTRUMENTEN EN
VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP .....55
VERWIJDEREN VAN DE ONDERSTE
STUURKAP H50 H125 56
VERWUDEBEN VAN DE METALEN
BING VAN DE KOPI AMP HC50 HC125 56
GEDEELTELIJK VERWIJDEREN VAN DE
BOVENSTE STIURKAP H50 H125 57
DEMONTEBEN
VERWIJDEREN VAN HET MIDDELSTE
INSPECTIEDEKSEL 59
VERWIJDEREN VAN DE ACCU
H50 HC50 65
DE ACCU DEMONTEREN H125 HC125 66
CONTROLE VAN HET PEIL
VAN HET ACCUZUUR H50 HC50 66
OPLADEN VAN DE ACCU 67
MONTEREN VAN DE ACCU H50 HC50 67
MONTEREN VAN DE ACCU H125 HC125 67
VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN 68
AFSTELLING VAN DE VERTICALE
LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP 69
GLOEILAMPEN 69
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN
VAN DE KOPLAMP H50 70
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN
VAN DE KOPLAMP H125 71
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN
VAN DE KOPI AMP HC50 72
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN
VAN DE KOPLAMP HC125 73
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN
RICHTINGAANWIJZERS 74
VERVANGING GLOEILAMPJES
DASHBOARD H50 H125 75
VERVANGING GLOEILAMPJES
DASHBOARD HC50 HC125 76
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP
VAN HET ACHTERLIGHT 77
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP VAN DE
KENTEKENPLAATVERLICHTING H125 HC125 ...... 78
VERVOER 78
LEDIGEN
VAN DE BRANDSTOFTANK 79
BEINIGING 80
LANGDURIGE STILSTAND 81
Om het voertuig te mogen besturen is het nodig dat u aan alle wettelijke verplichtingen voldoet (rijbewijs, geestelijke en lichamelijke gezondheid, verzekering, wegenbelasting, registratie voertuig, nummerplaat, enz.).
U wordt aangeraden zich het voertuig geleidelijk eigen te maken, daar waar weinig verkeer is of op terreinen die privé-eigendom zijn.

Het gebruiken van bepaalde medicijnen, alcohol en verdovende middelen benadeelt in aanzienlijke mate de rijveiligheid.
Verzekert u zich ervan dat u geestelijk en lichamelijk goed in staat bent te rijden, en rijd vooral niet bij vermoeidheid en slape- righeid.

Het merendeel van de ongelukken is te wij- ten aan onervarenheid van de rijder.
Leen het voertuig NOOIT uit aan beginners en overtuigt u zich er in ieder geval van dat de rijder in het bezit is van de wettelijke vereisten voor het rijden.

Volg nauwgezet de verkeersaanwijzingen en houd u aan de nationale en plaatselijke verkeersregels.
Vermijd plotselinge manoeuvres die gevaar opleveren voor uzelf en voor anderen (bijvoorbeeld: steigeren, te hard rijden enz.), en houd altijd rekening met de toestand van het wegdek, het zicht, enz.

Bots niet tegen obstakels die schade aan het voertuig kunnen toebrengen of die u de controle over het voertuig kunnen doen verliezen.
Rijd niet vlak achter een andere voertuig om u mee te laten "zuigen".

Houd altijd beide handen aan het stuur en de voeten op de voetplank (of de voetsteunen) en neem een correcte rijhouding aan.
Vermijd absoluut rechtop te gaan staan tijdens het rijden, of zich om te draaien.

De berijder moet zich nooit laten af leiden of laten beïnvloeden door personen of handelingen (niet roken, eten, drinken, lezen, enz.) tijdens het rijden.

Gebruik de voorgeschreven koelvloeistof en olie, zoals beschreven in de "SMEER-MIDDELENTABEL"; controleer steeds of de niveaus van de olie en de koelvloeistof de voorgeschreven niveaus hebben.
Controleer, als het voertuig bij een ongeluk betrokken is geweest, of de bedieningsknoppen, -kabels, -slangen, het remsysteem en de vitale delen niet beschadigd zijn.
Laat het voertuig eventueel nakijken door een erkende officiële aprilia dealer, met speciale aandacht voor het frame, het stuur, de vering, de veiligheidsonderdelen en de onderdelen waarvan de gebruiker zelf niet in staat is te beoordelen of ze beschadigd zijn.
Meld elk mankement bij het functioneren aan de technici/mecaniciens opdat de re-paratiewerkzaamheden vergemakkelijkt worden.

Rijd absoluut niet met het voertuig wanneer de beschadiging de rijveiligheid in gevaar brengt!
Verander nooit de plaats, de stand of de kleur van: de kentekenplaat, de richtingaanwijzers, de lichten en de claxon. Modificaties aan het voertuig doen de garantie onherroepelijk vervallen.
Enkel voor voertuigen tot 50 cm³ inbegrepen
Elke eventuele verandering van de motor of andere delen die tot doel heeft de snelheid of het vermogen van de bromfiets op te drijven, is bij wet verboden; elke eventuele verandering die resulteert in een verhoging van de maximumsnelheid of van het slagvolume van de motor maakt van de bromfiets een motorfiets, wat de volgende verplichtingen voor de eigenaar met zich brengt:

- nieuwe homologatie;
- nieuwe inschrijving;
- aangepast rijbewijs.
Bovendien doen dergelijke veranderingen de dekking van de verzekering teniet, aangezien verzekeringspolissen het aanbrengen van technische veranderingen met het doel het vermogen van het voertuig op te drijven, uitdrukkelijk verbieden.
Om de hierboven aangehaalde redenen, is niet-naleving van het verbod op het opdrijven van de prestaties strafbaar met de wettelijk voorziene sancties (waaronder inbeslagneming van de bromfiets), die - al naar gelang het geval - kunnen worden gecombineerd met de sancties voorzien voor het niet-dragen van de helm en/of het niet-gebruiken van de verzekeringsplaat en met de strafrechtelijke sancties voorzien voor het rijden met de bromfiets zonder bromfietscertificaat.

Enkel voor voertuigen van meer dan 50 cm³
Elke eventuele verandering die aangebracht wordt aan de motorfiets of de verwijdering van originele delen kunnen de prestaties negatief beïnvloeden en de veiligheid in gevaar brengen of de motorfiets onwettig maken.
U wordt geadviseerd om zich altijd te houden aan alle nationale en plaatselijke wettelijke voorschriften en regels op het punt van de uitrusting van de motorfiets.
In het bijzonder moeten technische veranderingen vermeden worden die de prestaties beïnvloeden of in ieder geval de oorspronkelijke eigenschappen van de motorfiets veranderen.
Houd absoluut geen snelheidswedstrijden met het voertuig.

Vermijd het rijden op een andere ondergrond dan het wegdek.
KLEDING
Voordat u gaat rijden dient u eraan te denken dat u altijd de helm op hebt; deze moet op de juiste wijze gedragen worden. Controleer of de helm gekeurd is, niet-beschadigd is, de juiste maat heeft en het vizier schoon is.
Draag beschermende kleding; mogelijkerwijs met een heldere en/of reflecterende kleur. Zodoende bent u goed zichtbaar voor de andere weggebruikers en beperkt u hiermee het risico aangereden te worden. Bij een val hebt u zodoende ook een betere bescherming. De kleding moet goed passen en aan de uiteinden gesloten zijn. Koorden, ceintuur en das of sjaal mogen niet los hangen; voorkom dat deze of andere objecten het rijden kunnen beïnvloeden doordat ze verstrikt raken in bewegen-de delen of bedieningselementen.

Zorg ervoor dat u geen objecten in uw zakken hebt die mogelijk gevaar opleveren bij een val, zoals puntige objecten als sleutels, pennen, glazen voorwerpen (hetzelf-de geldt voor de eventuele passagier).

De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires. Denkt u er tijdens de montage aan dat geen onderdelen zoals de lichten of onderdelen die dienen voor het aangeven van de richting of voor geluidssignalen bedekt worden, waardoor deze onderdelen geheel of gedeeltelijk hun functie verliezen; belemmer ook niet de uitslag van de vering en de stuurhoek en de werking van de bedieningselementen. Vermijd het gebruik van accessoires die de toegang tot de bedieningselementen belemmeren, omdat zo de reactietijd in noodgevallen langer kan worden. De grote kappen en windschermen van het voertuig kunnen aërodynamische krachten doen ontstaan die de stabiliteit van het voertuig beïnvloeden, vooral bij hoge snelheid.

Controleer of de accessoires op degelijke wijze bevestigd zijn aan het voertuig en geen gevaar opleveren tijdens het rijden. Niets toevoegen aan de elektrische installatie of hier iets aan veranderen, waardoor het maximale vermogen van het voertuig overschreden zou kunnen worden. Hierdoor zou het voertuig tijdens het rijden plotseling kunnen stoppen of er zou zich een gevaarlijk stroomtekort kunnen voordoen, zodat de claxon en de lichten niet meer functioneren. aprilia beveelt het gebruik van originele accessoires aan (aprilia genuine accessoires).
LADING
Wees voorzichtig bij het opladen van bagage en vervoer niet te veel lading. De bagage moet zich zo dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het voertuig bevinden en evenwichtig verdeeld zijn naar beide zijden van het voertuig zodat er een optimale balans is.

Bevestig absoluut geen grote, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken; dit kan de reactiesnelheid van het voertuig in de bochten vertragen en de controle tijdens het rijden hinderen.
Bevestig niet teveel ruimte innemende bagage aan de zijkant van het voertuig, aangezien deze tegen personen of voorwerpen zou kunnen stoten, waardoor u de controle over het voertuig zou kunnen verliezen.

Vervoer geen bagage die niet goed bevestigd is aan het voertuig of die teveel uit de bagageruimtes steekt.
Denk eraan dat de bagage niet voor of over de verlichting, de akoestische en visuele signalering hangt.
Vervoer geen dieren of kinderen op het documentenkastje of op de duozit.

Overschrijd niet de limiet voor vervoer die geldt voor iedere specifieke bagagedrager. Teveel lading beïnvloedt de stabiliteit en de manoeuvreerbaarheid van het voertuig.
PLAATSING BELANGRIJKSTE ONDERDELEN H50 HC50


LEGENDA
1) Linker achteruitkijkspiegel ( H50 niet voorzien op de versie voor het UK )
2) Linkse inspectiekap
3) Middelste inspectiedeksel
4) Handschoenenkastje
5) Accu
6) Zekeringkastje
7) Passagiersgreep
8) Zadelslot
9) Luchtfilter
10) Kickstarter
11) Middenstandaard
1) Helmopbergruimte / Documentenkastje
2) Dop oliereservoir
3) Brandstoftankdop
4) Contactslot / stuurslot
5) Tassenhaak
6) Rechtse inspectiekap
7) Rechter achteruitkijkspiegel
( H50 in de landen waar dit is vereist)
8) Remvloeistofreservoir (voorrem)
9) Claxon
10) Brandstoftank
11) Antidiefstalhaak (voor gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT)
12) Oliereservoir
PLAATSING BELANGRIJKSTE ONDERDELEN H125 HC125


LEGENDA
1) Linker achteruitkijkspiegel
2) Handschoenenkastje
3) Linkse inspectiekap
4) Middelste inspectiedeksel
5) Linker voetsteun duopassagier
6) Luchtfilter
7) Passagiersgreep
8) Zadelslot
9) Kickstarter
10) Middenstandaard
11) Motorolievuldop
12) Kijkglas voor controle van motoroliepeil
13) Zijstandaard OPT


LEGENDA
1) Helmopbergruimte / Documentenkastje
2) Rechtse inspectiekap
3) Brandstoftankdop
4) Contactslot / stuurslot
5) Tassenhaak
6) Zekeringhouder
7) Rechter achteruitkijkspiegel
8) Remvloeistofreservoir (voorrem)
9) Claxon
10) Brandstoftank
11) Antidiefstalhaak (voor gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT)
12) Bougie
13) Rechter voetsteun duopassagier
14) Accu
PLAATSING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN / INSTRUMENT EN CONTROLELAMPJES

LEGENDA
1) Elektrische bedieningselementen op de linker stuurhelft
2) Hendel achterrem
3) Instrumenten en waarschuwingslampjes
4) Gashendel
5) Hendel voorrem
6) Elektrische bedieningselementen op de rechter stuurhelft
7) Contactslot/stuurslot (○ - ✉ - Ⓡ)
8) Snelheidsmeter
8) Snelheidsmeter - km/h-schaal alleen AUS

LEGENDA
9) Kilometertotaalteller
10) Groen waarschuwingslampje "dimlicht en parkeerlicht" (300E)
11) Blauw waarschuwingslampje grootlicht (ED)
12) Brandstofmeter (R)
13) Groen waarschuwingslampje richtingaanwijzers (↔)
14) Ambergeel waarschuwingslampje reserve benzine (☐)
15) H50 HC50 Rood waarschuwingslampje oliereserve (☐)
15) H125 HC125 Rood waarschuwingslampje motoroliedruk (☐)
TABEL INSTRUMENTEN EN WAARSCHUWINGSLAMPJES
| Beschrijving Functie | |
| Waarschuwingslampje richtingaanwijzers ⇌ ⇌ Knippert als de richtingaanwijzers in werking zijn. | |
| H50 HC50 Waarschuwingslampje oliereserve 🎨 | Licht op zodra de contactschakelaar in de stand “○” wordt gedraaid en de startknop “ Ⓡ” wordt ingedrukt, om te zien of het lampje goed functioneert.Als het lampje tijdens het starten niet oplicht, moet het vervangen worden.⚠ OPGELET Als het waarschuwingslampje oplicht en niet uit-gaat na het loslaten van de startknop “ Ⓡ”, of als het oplicht terwijl de motor gewoon draait, betekent dit dat de oliereserve wordt aangesproken; vul in dit geval het oliereservoir bij, zie pag. 26 ( H50 HC50 SMEEROLIE). |
| H125 HC125 Waarschuwingslampje motoroliedruk 🎨 | Licht op zodra de contactschakelaar in de stand “○” wordt gedraaid en de motor niet draait, ter controle van de juiste werking van het lampje. Als het lampje niet oplicht, moet het worden vervangen.Het waarschuwingslampje moet uitgaan wanneer de motor draait.⚠ OPGELET Als het waarschuwingslampje oplicht wanneer de motor normaal draait, betekent dit dat de oliedruk in het circuit onvoldoende is. Zet in dit geval de motor onmiddellijk stil en neem contact op met uw officiële aprilia-dealer. |
| Kilometertotaalteller Geeft het totale aantal gereden kilometers aan. | |
| Snelheidsmeter Geeft de rijsnelheid aan. | |
| Waarschuwingslampje parkeerlicht en dimlicht 🎨OE | Licht op wanneer de lichten branden. |
| Waarschuwingslampje grootlicht 🎨D | Licht op wanneer de koplamp in de stand voor het grootlicht staat. |
| Waarschuwingslampje reserve benzine 🎨 | Licht op als er in de brandstoftank nog ongeveer 2 / brandstof over is. |
| Brandstofmeter 🎨 | Geeft bij benadering het niveau van de brandstofvoorraad in de brandstof-tank aan. |
BELANGRIJKŠTE BEDIENINGŠELEMENTEN
H50
H125

OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand " ○" staat.
OPMERKING De lichten werken enkel wanneer de motor draait.
1) DRUKKNOP CLAXON (☐)
De claxon treedt in werking wanneer de drukknop wordt ingedrukt.
2) DIMLICHTSCHAKELAAR (≡D - ≡D)
Wanneer de lichtschakelaar in de stand “☀” staat: als de dimlichtschakelaar in de stand “☐” staat, brandt het grootlicht; als hij in de stand “☐” staat, brandt het dimlicht.
2) DIMLICHTSCHAKELAAR (≡D - ≡D) ASD
In de stand "ID" branden de parkeerlichten, de dashboard-verlichting en het dimlicht altijd.
In de stand "≡D" brandt het grootlicht.
OPMERKING De lichten kunnen enkel worden gedoofd door de motor af te zetten.
3) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS (↔)
Druk de schakelaar naar links om aan te geven dat u links gaat afslaan; druk de schakelaar naar rechts om aan te geven dat u rechts gaat afslaan.
Wanneer u op de schakelaar drukt, schakelt u de richtingaanwijzer uit.
BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTER STUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
OPMERKING De lichten werken enkel wanneer de motor draait.
1) KOPLAMPSCHAKELAAR (☀️ - 3005 - •) (niet voorzien op de ASD versie)
OPMERKING Controleer of de dimlichtschakelaar (≡D - Ⓐ) in de stand "≡D" staat alvorens de lichtschakelaar te bedienen.
Wanneer de lichtschakelaar in de stand “●” staat, zijn de lichten uit; wanneer de schakelaar in de stand “○○” staat, branden de parkeerlichten en de dashboardverlichting; wanneer de schakelaar in de stand “○○” staat, branden de parkeerlichten, de dashboardverlichting en het dimlicht.
Het grootlicht (≡D - ≡D) kan worden bediend met de dimlichtschakelaar.
1a) MOTORSTOPSCHAKELAAR ( ○ - ⊗) (in de landen waar dit is vereist)
WAARSCHUWING
Bedien de motorstopschakelaar "○ - Ⓧ" niet tijdens gewoon rijden.
Dit is een veiligheids- of noodschakelaar.
Met de schakelaar in de stand "○" kan de motor worden ge- start; de motor wordt gestopt door de schakelaar in de stand "⊗" te zetten.

▲OPGELET
Bij gestopte motor en met de contactschakelaar in de stand "○", kan de accu ontladen worden.
Wanneer het voertuig tot stilstand is gekomen nadat de motor is gestopt, moet u de contactschakelaar in de stand "♂" zetten.
2) STARTKNOP (③)
Wanneer de startknop wordt ingedrukt en tegelijkertijd een van de remhendels wordt aangetrokken (voor of achter), doet de startmotor de motor draaien.
Voor de startprocedure, zie pag. 34 (STARTEN).
BELANGRIJKSTE BEDIENINGSELEMENTEN HC50 HC125

BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKER STUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
OPMERKING De lichten werken enkel wanneer de motor draait.
1) DRUKKNOP CLAXON (▶)
De claxon treedt in werking wanneer de drukknop wordt ingedrukt.
2) DIMLICHTSCHAKELAAR ( D - D - D )
Wanneer de lichtschakelaar in de stand "☐" staat: als de dimlichtschakelaar in de stand "☐" staat, brandt het grootlicht; als hij in de stand "☐" staat, brandt het dimlicht.
Het grootlichtsignaal wordt bediend door de dimlichtschakelaar (≡D - ≡D - ≡D) in de stand (A) (≡D) te drukken, ongeacht de stand van de lichtschakelaar (Ö - EDE - ●).
OPMERKING Wanneer de dimlichtschakelaar wordt losgelaten, wordt het grootlichtsignaal uitgeschakeld.
2) DIMLICHTSCHAKELAAR (ED - ED - ED) ASD J
In de stand "∅" branden de parkeerlichten, de dashboard-verlichting en het dimlicht altijd.
In de stand "≡D" brandt het grootlicht.
Het grootlichtsignaal wordt bediend door de dimlichtschakelaar (≡D - ≡D - ≡D) in stand (A) (≡D) te drukken.
OPMERKING Wanneer de dimlichtschakelaar wordt losgelaten, wordt het grootlichtsignaal uitgeschakeld.
OPMERKING De lichten kunnen enkel worden gedoofd door de motor af te zetten.
3) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS (↔→)
Druk de schakelaar naar links om aan te geven dat u links gaat afslaan; druk de schakelaar naar rechts om aan te geven dat u rechts gaat afslaan.
Wanneer u op de schakelaar drukt, schakelt u de richtingaanwijzer uit.
BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTER STUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
OPMERKING De lichten werken enkel wanneer de motor draait.
1) KOPLAMPSCHAKELAAR (☀️ - 300E - •) (niet voorzien op de ASD J versie)
OPMERKING Controleer of de dimlichtschakelaar (≡D - ≡D - ≡D) in de stand "≡D" staat alvorens de lichtschakelaar te bedienen.
Wanneer de lichtschakelaar in de stand “●” staat, zijn de lichten uit; wanneer de schakelaar in de stand “○○” staat, branden de parkeerlichten en de dashboardverlichting; wanneer de schakelaar in de stand “○○” staat, branden de parkeerlichten, de dashboardverlichting en het dimlicht.
Het grootlicht (≡D - ≡D - ≡D) kan worden bediend met de dimlichtschakelaar.
2) MOTORSTOPSCHAKELAAR (○ - ⊗)
⚠ WAARSCHUWING
Bedien de motorstopschakelaar "○ - ✉" niet tijdens gewoon rijden.
Dit is een veiligheids- of noodschakelaar. Met de schakelaar in de stand "○" kan de motor worden gestart; de motor wordt gestopt door de schakelaar in de stand "⊗" te zetten.

AOPGELET
Bij gestopte motor en met de contactschakelaar in de stand "○", kan de accu ontladen worden.
Wanneer het voertuig tot stilstand is gekomen nadat de motor is gestopt, moet u de contactschakelaar in de stand "☒" zetten.
3) STARTKNOP (③)
Wanneer de startknop wordt ingedrukt en tegelijkertijd een van de remhendels wordt aangetrokken (voor of achter), doet de startmotor de motor draaien.
Voor de startprocedure, zie pag. 34 (STARTEN).

Het contactslot bevindt zich aan de rechterzijde, naast de stuurkolom.
OPMERKING De sleutel (1) past op het contactslot/stuurslot, het handschoenenkastje en het zadelslot.
Bij het voertuig worden twee sleutels geleverd (één reserve).
OPMERKING Bewaar de reserve- sleutel en het plaatje met het codenummer niet op het voertuig.

Zet de sleutel tijdens het rijden nooit in de stand "☐", om te vermijden dat u de controle over het voertuig verliest.
WERKING
Om het stuur te vergrendelen:
♦ Draai het stuur volledig naar links.
♦ Draai de sleutel in de stand “☒”.
◆ Druk de sleutel in en draai hem in de stand “☐”.
♦ Trek de sleutel uit het contact.
| Stand Functie | Sleutel verwijderen | |
| Stuurslot | Het stuur is ge-blokkeerd.De motor kan niet worden gestart en de lichten kunnen niet worden ontstoken. | De sleutel kan uit het contact wor-den getro-kken. |
| U kunt noch de motor starten, noch de lichten ontsteken. | De sleutel kan uit het contact wor-den getro-kken. | |
| De motor kan worden aange-zet en de li-chten kunnen worden ontsto-ken. | De sleutel kan niet uit het contact worden ge-trokken. | |
HULPBENODIGDHEDEN

Ga als volgt te werk voor het ontgrendelen en omhoogzetten van het zadel:
◆ Zet het voertuig op de standaard.
♦ Steek de sleutel in het zadelslot (1).
♦ Draai de sleutel linksom en zet het zadel (2) omhoog.
OPMERKING Controleer voordat u het zadel omlaagzet en vastklikt of u niet per ongeluk de sleutel in de helmopbergruimte / het documentenkastje heeft laten liggen.
- Om het zadel te vergrendelen, moet het omlaaggezet en aangedrukt worden (zonder het te forceren), totdat het dichtklikt.
▲ WAARSCHUWING
Controleer voor het vertrek of het zadel goed vergrendeld is.

Dankzij de helmopbergruimte / het documentenkastje hoeft u niet telkens wanneer u parkeert uw helm en allerlei kleinere dingen met u mee te nemen. Het kastje bevindt zich onder het zadel en biedt plaats aan een "JET" helm.
U kunt erbij komen door:
- Het zadel (2) omhoog te zetten, zie hiernaast (ONTGRENDELEN / VERGRENDELEN ZADEL).
OPMERKING Plaats de helm met de opening naar onder gericht, zoals aangegeven op de afbeelding.
▲ WAARSCHUWING
Overlaad de helmopbergruimte / het documentenkastje niet.
Maximaal toegestaan gewicht: 2,5 kg.

ANTIDIEFSTALHAAK
De antidiefstalhaak (3) bevindt zich op de rechterzijde van het voertuig, naast de voetsteun van de rijder.
Om diefstal van het voertuig te voorkomen, is het raadzaam hem vast de maken met de gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT (4), die kan worden besteld bij uw officiële aprilia-dealer.
▲ WAARSCHUWING
Gebruik de haak niet om het voertuig op te tillen en evenmin voor enig ander doel dan voor het vastmaken van het voertuig wanneer u hem ergens parkeert.

De gereedschapset bevindt zich in het valhelm- / handschoenenkastje.
Om er bij te komen, dient u als volgt te werk te gaan:
◆ Zet het zadel omhoog, zie pag. 23 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN ZADEL).
◆ Neem de gereedschapset (1).
De gereedschapset (1) bestaat uit:
- n. 1 gereedschapstasje;
- H50 HC50 n. 1 bougiesleutel van 21 mm;
— H125 HC125 n. 1 bougiesleutel van 16 mm; - n. 1 stang voor copsleutel;
- n. 1 copsleutel van 8/10 mm;
- n. 1 dubbele kruiskopschroevendraaier type PH nummer 2;
- n. 1 handvat voor schroevendraaier;
- n. 1 inbussleutel van 3 mm;
-n. 1 inbussleutel van 4 mm.

Hang geen tassen of pakjes aan de haak die teveel ruimte innemen, omdat dit de bestuurbaarheid van het voertuig of de bewegingsvrijheid van uw voeten ernstig kan belemmeren.
De tassenhaak (2) bevindt zich onder het voorste deel van het zadel.
Maximaal toegestaan gewicht: 1,5 kg.

Dit bevindt zich onder het stuur, op de binnenkant van het beenscherm.
U opent het kastje als volgt:
♦ Steek de contactsleutel (3) in het slot.
♦ Draai de sleutel rechtsom, trek hem uit het slot en open het deksel (4).
▲OPGELET
Controleer voordat u de klep van het kastje sluit of de sleutel er niet in is blijven liggen.
Vergrendel de klep (4) door ze omhoog te brengen en er op te drukken. U heeft hiervoor de sleutel niet nodig.
Maximaal toegestaan gewicht: 1,5 kg.
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
BRANDSTOF
WAARSCHUWING
De brandstof die gebruikt wordt voor verbrandingsmotoren is uiterst ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden explosief worden. Het is belangrijk dat het tanken en de onderhoudswerkzaamheden in een goed geventileerde ruimte gebeuren en met afgezette motor. Niet roken gedurende het tanken of in de nabijheid van benzinedampen; in elk geval absoluut contact mijden met open vlammen, vonken en elke andere warmtebron, om te voorkomen dat de brandstof vlam vat of explodeert.
Verder moet u ook voorkomen dat er benzine uit de tankopening stroomt, aangezien ze vlam kan vatten bij contact met de gloeiende delen van de motor.
Voor het geval per ongeluk benzine buiten de tank terechtkomt, moet u controle- ren of de plek waar de benzine is terecht- gekomen geheel droog is en voor u gaat rijden moet u er zich van vergewissen dat er geen benzine op de hals van de benzinemond is achtergebleven.
Loodvrije benzine zet uit onder invloed van zonnewarmte en zonnestraling.
Vul de tank daarom nooit tot de rand. Mijd contact van benzine met de huid en inademing van dampen; zuig geen benzi- ne op en breng de benzine niet over van eén vat in een ander met behulp van een slang.

LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MI- LIEU. BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU- DEN.
H50 HC50
Gebruik uitsluitend superbenzine (4 Stars UK), in overeenstemming met de norm DIN 51600, min. octaangetal 98 (N.O.R.M.) en 88 (N.O.M.M.).
Gebruik uitsluitend loodvrije benzine, in overeenstemming met de norm DIN 51607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
H125 HC125
Gebruik enkel gelode (4 Stars UK) of on-gelode superbenzine, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).

Bijtanken gebeurt als volgt:
Zet het zadel omhoog, zie pag. 23 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN ZADEL).
♦ Schroef de brandstoftankdop (1) los en verwijder hem.
INHOUD BRANDSTOFTANK (reserve inbegrepen):
- H5D HC50 7,5 ℓ
- H125 HC125 8 ℓ
TANKRESERVE: 2 ℓ
♦ Tank bij.
▲ WAARSCHUWING
Plaats na het bijvullen de dop (1) in de juiste positie terug.
◆ Plaats de dop terug (1).
SMEERMIDDELEN
WAARSCHUWING
Olie kan leiden tot ernstige beschadiging van de huid bij dagelijkse en langdurige aanraking.
Na gebruik van olie uw handen goed wassen.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU-DEN.
LOOS OLIE NIET IN HET MILIEU.
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Mors geen olie!
Let op dat onderdelen, de plaats waar u werkt of de onmiddellijke omgeving niet worden besmeurd.
Veeg oliesporen zorgvuldig op.
Neem in geval van lekkages of defecten contact op met een officiële aprilia-dealer.
H50 HC50 SMEEROLIE
Vul het olie reservoir elke 500 km (312 mi).
Het voertuig is voorzien van een gescheiden mengsysteem, dat ervoor zorgt dat de benzine met olie gemengd wordt voor de smering van de motor, zie pag. 86 (SMEERMIDDELENTABEL H50 HC50).
De reserve wordt aangeduid door het op- lichten van het waarschuwingslampje van de oliereserve "☐" op het dashboard, zie zie pag. 16 e 17 (PLAATSING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN / INSTRUMENT EN CONTROLELAMPJES).
▲OPGELET
Wanneer u het voertuig zonder olie gebruikt, wordt er zware schade aan de motor toegebracht.
Wanneer de olie in het oliereservoir geheel is opgeraakt of als de olieleiding is verwijderd, wend u dan tot een officiële aprilia-dealer, die het systeem zal ontluchten.
Dit is absoluut noodzakelijk, want lucht in het oliemengsysteem kan zware schade aan de motor toebrengen.

Ga als volgt te werk om het oliereser- voir bij te vullen:
Zet het zadel omhoog, zie pag. 23 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN ZADEL).
♦ Verwijder de dop (1).
INHOUD OLIETANK: 1,4 ℓ TANKRESERVE: 0,4 ℓ
◆ Vul de mengolietank bij.
WAARSCHUWING
Plaats na het bijvullen de dop (1) in de juiste positie terug.
◆ Plaats de dop terug (1).

Controleer steeds het motoroliepeil alvo-rens het voertuig te starten, zie pag. 49 (CONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN H125 HC125).
OPMERKING Gebruik olie van hoge kwaliteit, zie pag. 87 (SMEERMIDDELEN-TABEL H125 HC125).
▲OPGELET
Overschrijd nooit het "MAX"-peil wan- neer u bijvult met motorolie.
De motorolie moet worden ververst na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 3000 km (1875 mi).
Laat de koelvloeistof verversen door een officiële aprilia-dealer.

Laat het peil van de versnellingsbakolie om de 4000 km (2500 mi) controleren.
De versnellingsbakolie moet worden ververst na de eerste 500 km (312 mi) en daarna telkens om de 12000 km (7500 mi).
H125 HC125
Laat het peil van de versnellingsbakolie om de 12000 km (7500 mi) controleren.
De versnellingsbakolie moet worden ververst na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 24000 km (15000 mi).
Neem contact op met een officiële aprilia-dealer om het oliepeil te controleren en de olie te verversen.
REMVLOEISTOF - aanbevelingen
▲ WAARSCHUWING
Plotselinge weerstand of verschillen in speling op de remhendel kunnen te wijten zijn aan onregelmatigheden in het hydraulische systeem. In geval van twijfel met betrekking tot het goed functioneren van het remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u te rade gaan bij uw officiële aprilia-dealer.
Besteed bijzondere aandacht aan de remschijf en het wrijvingsmateriaal en controleer of ze niet vuil zijn of besmeurd met olie, vooral na onderhoudswerkzaamheden of inspecties.
Controleer of de remleiding niet verdraaid of versleten is.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOU-DEN.
LOOS VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU.
REMSCHIJF VOORWIEL
WAARSCHUWING
De remmen zijn de belangrijkste onderdelen voor uw veiligheid, dus moeten zij te allen tijde in perfecte staat verkeren; controleer ze voor elke rit.
Een vuile schijf verontreinigt de remblokjes, wat zal resulteren in een verminderde remkracht. Vuile remblokjes moeten worden vervangen; vuile schijven moeten worden gereinigd met een ontvettingsmiddel van hoge kwaliteit.
De remvloeistof moet om de twee jaar worden ververst door een officiële aprilia-dealer.
Aarzel niet uw officiële aprilia-dealer te raadplegen ingeval u twijfelt of het remsysteem wel goed functioneert en als u zelf niet in staat bent de normale controles uit te voeren.
Deze bromfiets is voorzien van een hydraulische schijfrem vooraan.
Wanneer de remblokjes slijten, daalt het niveau van de remvloeistof, om de slijtage automatisch te compenseren.
Het remvloeistofreservoir (1) bevindt zich naast de koppeling van de voorremhendel. Controleer regelmatig het remvloeistofpeil in het reservoir (1) en de slijtage van de remblokjes, zie pag. 52 (CONTROLE SLIJ-TAGE REMBLOKJES).

▲ WAARSCHUWING
Rijd niet met het voertuig als er vloeistof uit het remsysteem lekt.
CONTROLE
Controleer het remvloeistofpeil als volgt:
OPMERKING Zet het voertuig op een stevige en effen ondergrond.
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ Draai het stuur zo dat de vloeistof in het remvloeistofreservoir evenwijdig staat met de "MIN"-markering op het peilglas (2).
- Controleer of de vloeistof in het reservoir boven het "MIN"-streepje op het glas (2) staat.
MIN = minimumniveau.
Als de vloeistof niet minstens tot het "MIN"-streepje reikt:

▲OPGELET
Naarmate de remblokjes afslijten, neemt het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
- Controleer de slijtage van de remblokjes, zie pag. 52 (CONTROLE SLIJTAGE REMBLOKJES) en van de schijf.
Als de remblokjes en/of de schijf niet moeten worden vervangen:
◆ Neem contact op met een officiële aprilia-dealer om vloeistof te laten bijvullen.
▲OPGELET
Controleer de werking van de remmen.
Neem in geval van overmatige speling van de remhendel of een verminderde werking van de remmen contact op met een officiële aprilia-dealer, aangezien in dit geval het systeem mogelijk moet worden ontlucht.

TROMMELREM ACHTER
WAARSCHUWING
De remmen zijn de belangrijkste onderdelen voor uw veiligheid, dus moeten zij te allen tijde in perfecte staat verkeren; controleer ze voor elke rit.
Aarzel niet uw officiële aprilia-dealer te raadplegen ingeval u twijfelt of het rem- systeem wel goed functioneert en als u zelf niet in staat bent de normale con- troles uit te voeren.

- Meet de grootste afstand tussen de remhendel in uitgangspositie en het punt waarop de aangetrokken remhendel de feitelijke remwerking begint uit te oefenen. De speling moet ongeveer 10 mm zijn.
Ga als volgt te werk om de speling af te stellen:
- Druck de veer terug (1) om bij de zitting (2) van de draadstang te komen.
♦ Blokkeer de rotatie van de draadstang met een moersleutel in de juiste zitting (2).
♦ Regel met de stelschroef (3).
♦ Rem herhaaldelijk en controleer of het wiel vrij ronddraait wanneer de rem los-gelaten is. - Controleer of de rem naar behoren werkt.

Wanneer de stelschroef (3) volledig kan worden vastgedraaid of wanneer de indicator (4) zich onder het referentieteken (5) bevindt, wil dit zeggen dat de remschoenen versleten zijn; in dit geval, zie pag. 53 (CONTROLE SLIJTAGE REMSCHOENEN).
H125 HC125
Indien de stelmoer (3) geheel kan worden aangedraaid, zijn de remschoenen versleten. Zie in dat geval pag. 53 (CONTROLE SLIJTAGE REMSCHOENEN).

Deze bromfiets is uitgerust met banden zonder binnenband (tubeless).
▲ WAARSCHUWING
Controleer regelmatig de bandenspanning bij kamertemperatuur, zie pag. 82 (TECHNISCHE GEGEVENS).
Als de banden warm zijn, is de meting niet correct. In het bijzonder moet de bandenspanning vóór en na iedere lange rit ge ten worden.
Als de bandenspanning te hoog is, worden de oneffenheden in de weg waarop u rijdt niet opgevangen en daardoor overgebracht op het stuur, waardoor het rijcomfort in het gedrang komt en de wegligging in bochten afneemt.

Als daarentegen de bandenspanning te laag is, komen de zijkanten van de banden (1) onder grotere druk te staan en bestaat het gevaar dat de band over de rand van de velg glijdt of loskomt, waardoor u de controle over het voertuig verliest.
Ingeval u plots remt zouden de banden van de velg kunnen afschuiven. Boven-dien zou het voertuig uit de bocht kunnen schuiven.
Controleer de staat van het bandenoppervlak en de slijtage, want als de banden in slechte staat zijn, hebben ze minder grip en neemt de bestuurbaarheid van het voertuig af.
Sommige voor deze bromfiets goedgekeurde bandensoorten zijn voorzien van slijtage-indicators. Er zijn verschillende soorten slijtage-indicators.
Neem contact op met uw dealer voor meer informatie over het controleren van slijtage.
Controleer visueel of de banden versleten zijn en vervang ze als dit het geval is.
Als de banden oud zijn, kunnen ze zelfs als ze niet volledig afgesleten zijn hard worden en is het mogelijk dat een goede wegligging niet langer is verzekerd. Laat in dit geval de banden vervangen.
Vervang de band als hij versleten is of als er een gat van meer dan 5 mm groot in het loopvlak zit.
Laat na het herstellen van een band de wielen uitbalanceren.
Gebruik enkel het door aprilia aanbevolen bandenformaat, zie pag. 82 (TECHNISCHE GEGEVENS).
Monteer geen banden met binnenband op velgen voor tubeless banden en vice versa.

Zorg dat de banden altijd voorzien zijn van hun ventieldoppen (2), om te vermijden dat ze plots leeglopen.
Vervanging, reparatie, onderhoud en uitbalanceren zijn zeer belangrijk en moeten worden uitgevoerd door bekwame technici met het juiste gereedschap. Om die reden is het raadzaam bovenstaande handelingen te laten uitvoeren door een officiële aprilla-dealer.

Nieuwe banden zijn mogelijk bedekt met een gladde laag: rijd voorzichtig tijdens de eerste kilometers. Smeer de banden niet in met vloeistoffen die daarvoor ongeschikt zijn.
MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL (3)
voor: 1,5 mm (USA 3 mm) achter: 1,5 mm (USA 3 mm)

natural_image
Generic information icon (no text or symbols)VERSIE MET AUTOMATISCHE LICHTONTSTEKING ASD
Het voertuigen die zijn uitgerust met automatische lichtontsteking zijn onmiddellijk herkenbaar, aangezien de lichten automatisch gaan branden zodra de motor wordt gestart.
Daarom is geen lichtschakelaar "☀️ - ☉️ - • ” voorzien.
De lichten kunnen enkel worden gedoofd door de motor af te zetten.
- Controleer voor het starten of de dimlichtschakelaar in de stand "ID" (voorste dimlicht) staat.

Parkeer het voertuig met katalysator niet in de nabijheid van droge struiken of op plaatsen waar kinderen kunnen komen, aangezien de katalysator tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen bereikt; wees dus uiterst voorzichtig en vermijd elk contact voordat hij geheel is afgekoeld.
Het bromfiets met katalysator is voorzie van een geluiddemper met metalen katalysator van het type "platinum-rhodium tweeweg".
Deze dient voor de oxidatie van de CO (koolmonoxide) en van de HC (onverbrande koolwaterstoffen) die zich in de uitlaatgassen bevinden.
Deze verbindingen worden omgezet in respectievelijk kooldioxide en stoom.
Verder verbranden oliedeeltjes door de hoge temperatuur van het uitlaatgas ten gevolge van de katalytische reactie, zodat de geluiddemper schoon blijft, terwijl de rookrestanten worden afgevoerd.
Voor een juiste en duurzame werking van de katalysator en om mogelijke problemen van vervuiling van de motor en de uitlaat tot een minimum te beperken, moet het langdurig rijden met een constant laag toerental worden vermeden.
Het is dan ook voldoende om met regelmatige tussenpozen het toerental op te voeren, al is het maar voor enkele seconden.
Uit bovenstaande opmerkingen blijkt het belang van het starten van de motor vanuit koude toestand: wacht in dit geval, om een toerental te bereiken dat voldoende hoog is voor het in gang zetten van de katalytische reactie, tot de temperatuur van de motor minstens tot 50 °C is opgelopen, d.i. normaal enkele seconden na het starten van de motor.
AOPGELET
Gebruik geen loodhoudende benzine, want deze vernietigt de katalysator.
UITLAATDEMPER
▲ WAARSCHUWING
Het is verboden te knoeien met het geluiddempingssysteem.
Eigenaars worden er op attent gemaakt dat de wet het volgende kan verbieden:
- het verwijderen of buiten werking stellen door welke persoon ook, tenzij voor onderhoud, het herstellen of vervangen van enig onderdeel of element van het ontwerp dat in een nieuwe bromfiets is geïntegreerd met het oog op geluiddemping vóór verkoop of levering aan de uiteindelijke koper of terwijl het voertuig in gebruik is; en
- het gebruik van de motorfiets nadat dergelijk onderdeel of element van het ontwerp is verwijderd of buiten werking gesteld door welke persoon ook.
Controleer de uitlaatdemper en de uitlaatdemperpijpen om u ervan te vergewissen dat ze geen tekenen van roest of gaten vertonen en dat het uitlaatsysteem goed functioneert.
Als het door het uitlaatsysteem voortgebrachte geluid toeneemt, neem dan onmiddellijk contact op met uw officiële aprilia-dealer.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
▲ WAARSCHUWING
Voer voor u vertrekt steeds controles uit om na te gaan of het voertuig goed en veilig werkt. Raadpleeg hiervoor de volgende tabel (CONTROLES VOOR-AF).
Wanneer u nalaat dez4e controles uit te voeren, kan dit leiden tot zware verwondingen of ernstige schade aan het voertuig.
Aarzel niet uw officiële aprilia-dealer te raadplegen als u niet begrijpt hoe bepaalde bedieningsinstrumenten werken of als u een mankement denkt te hebben gevonden.
Een controle kost weinig tijd, maar verhoogt de veiligheid aanzienlijk.
CONTROLES VOORAF
| Onderdeel Controle Pagina | ||
| Voorem Controleer de werk ing van de rem, het oliepeil en eventuele olielekken. Controleer of de remblokjes niet versleten zijn.Zo nodig olie bijvullen | 27, 28, 52 | |
| Trommelrem achter Controleer de werking van de rem, de stationaire speling en de staat van de bedieningshendel.Stel de speling bij wanneer deze niet correct is. | 29, 53 | |
| Gashendel Controleer of de handel niet te stug is en of hij soepel geheel open- en dichtgedraaid kan worden bij alle standen van het stuur. Zo nodig bijstellen en/of smeren. | 62 | |
| H50 HC50 Olieniveaus Controleeren en zo nodig bijvullen. 26 | ||
| H125 HC125 Motorolie | Controleren en zo nodig bijvullen. | 27, 49 |
| Wielen/banden Controleer bandoppervlak, bandspanning, slijtage en eventuele beschadiging. | 30 | |
| Remhendels Controleer of ze niet te stug werken.Zo nodig de scharnierpunten smeren. | 28, 29 | |
| Stuur Controleer of het stuur soepel draait, zonder speling. 54 | ||
| Middenstandaard, zijstandaard OPT | Controleer of de standaard soepel functioneert en of de spanning van de veren de standaard in de ingeklapte stand terugbrengt. Smeer zo nodig scharnierpunt en buigende delen. | 60 |
| Bevestigingselementen | Controleer of de bevestigingselementen niet loszitten. Regel ze zo nodig bij of draai ze vast. | — |
| Brandstoftank | Controleer het brandstofpeil en vul zo nodig bij. Controleer of er geen lekken of verstoppingen in het circuit zijn | 25 |
| Motorstopschakelaar (○ - ⚙) (in de landen waar dit is vereist) | Controleer of hij goed werkt. | 19, 21 |
| Lichten, waarschuwingslampjes, claxon en elektrische installatie. | Controleer of alle onderdelen goed functioneren. Vervang defecte gloeilampjes of herstel eventuele andere defecten. | 64 – 78 |

STARTEN
WAARSCHUWING
Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, hetgeen bij inademing zeer schadelijk is voor de gezondheid.
Start de motor niet in gesloten of onvoldoende geventileerde ruimtes.
Niet-opvolging van deze raadgevingen kan leiden tot bewusteloosheid of zelfs tot de dood door verstikking.
Ga bij het starten niet op het voertuig zitten.
Start de motor niet wanneer het voertuig op de zijstandaard staat.
ELEKTRISCH STARTEN
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
- Controleer of de lichtschakelaar (1) in de stand “•” staat.
- Controleer of de dimlichtschakelaar (2) in de stand "ID" staat.

H125 HC126 Op dat moment licht het waarschuwingslampje van de motoroliedruk "→" op het dashboard op en het blijft branden tot de motor start.
♦ Blokkeer minstens één wiel door de remhendel (5) dicht te knijpen. Zonder deze blokkering krijgt het startrelais geen stroomtoevoer en kunt u de motor niet starten.
OPMERKING Voer na een lange periode van stilstand de bewerkingen uit die staan beschreven op pag. 36 (STAR-TEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND).

OPMERKING Om onnodige slijtage van de accu te voorkomen, mag u de startknop “⑧” niet langer dan vijf seconden (tien seconden na een lange periode van stilstand) ingedrukt houden. Als de motor binnen die tijdspanne niet start, wacht dan tien seconden alvorens de startknop “⑨” opnieuw in te drukken.
Druk de startknop “③” (6) in zonder gas te geven en laat deze los zodra de motor aanslaat.
▲OPGELET
H50 HC50 Wanneer de startknop “⑧” wordt ingedrukt, licht het waarschuwingslampje van de oliereserve “⓽” op. Wanneer bij draaiende motor de startknop “⑨” wordt losgelaten, moet het waarschuwingslampje van de oliereserve “⓽” uitgaan; als dit niet gebeurt, moet u het oliereservoir bijvullen, zie pag. 26 (H50 HC50 SMEEROLIE).
AOPGELET
Druk de startknop “③” (6) niet in terwijl de motor draait: want zo kunt u de start-motor beschadigen.
H125 HC125
Als de motor niet binnen de drie of vier seconden start, draai (Pos. A) dan zachtjes aan de gashendel (7) terwijl u de startknop “⑧” (6) ingedrukt houdt.
▲OPGELET
Zodra de motor is gestart, moet het waarschuwingslampje van de motoro- liedruk "→" uitgaan. Als dat niet ge- beurt of als het waarschuwingslampje oplicht terwijl de motor draait, betekent dit dat er onvoldoende druk in het cir- circuit aanwezig is. In dit geval moet u de motor onmiddellijk stilleggen en contact opnemen met een officiële aprilia- dealer. Rijd niet met het voertuig als het motoroliepeil te laag is om motor en motoronderdelen niet te beschadigen.
Geef nog steeds geen gas en houd de rem aangetrokken tot u vertrekt.
Om te vertrekken, zie pag. 37 (VER-TREKKEN EN RIJDEN).
STARTEN MET DE KICKSTARTER
Ga als volgt te werk om te starten met de kickstarter:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.

◆ Ga aan de linkerkant van het voertuig staan.
- Controleer of de lichtschakelaar (1) in de stand “•” staat.
- Controleer of de dimlichtschakelaar (2) in de stand "D" staat.
♦ Draai de contactschakelaar (3) in de stand “○”.
◆ Zet de motorstopschakelaar (4) in de stand "○" (in de landen waar dit is vereist).
♦ Blokkeer beide wielen door de remhendels (5) aan te trekken, om te voorkomen dat u de controle over het voertuig verliest tijdens het starten.

Bedien de kick-starter niet terwijl de motor draait.
- Trap met de rechtervoet op de kickstarter (8) en trek uw voet onmiddellijk terug. Herhaal de handeling zo nodig tot de motor start.
STARTEN MET EEN 'VERZOPEN' MOTOR
Als de startprocedure niet correct wordt uitgevoerd of als er teveel brandstof in de aanzuigleidingen en in de carburateur zit, kan de motor verzuipen.
Een verzopen motor moet als volgt gereinigd worden:
Druk gedurende enkele seconden op de startknop “④” (6) (waardoor de motor stationair draait) met de gashendel (7) volledig open (Pos. A).
STARTEN MET KOUDE MOTOR
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (ongeveer 0°C), is het soms moeilijk de motor bij de eerste poging aan de gang te krijgen.
In dit geval:
Houd de startknop “①” (6) ingedrukt gedurende vijf seconden en draai tegelijk de gashendel (7) gematigd open (Pos. A).
Op het moment dat de motor start.
◆ De gashendel (7) loslaten.
Als het stationaire toerental onstabiel is, moet u regelmatig zachtjes aan de gashendel (7) draaien.

Als de motor niet start.
Wacht enkele seconden en herhaal de procedure voor koud starten.
♦ Verwijder indien nodig de bougie, zie pag. 62 (BOUGIE) en controleer of hij niet nat is.
- Als de bougie nat is, moet u hem reinigen en drogen.
Alvorens de bougie opnieuw te monteren:
OPMERKING Leg een schone doek naast de zitting van de bougie om mogelijke oliespatten op te vangen.
◆ De startknop “③” (6) indrukken en de startmotor ongeveer vijf seconden lang laten draaien zonder gas te geven.

STARTEN NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Als na een lange periode van stilstand het voertuig niet onmiddellijk start, kan dit te wijten zijn aan het feit dat het brandstofcircuit gedeeltelijk leeg is.
In dit geval:
- De startknop “③” (6) ongeveer 10 seconden lang ingedrukt houden, zodat de vlotterkamer kan worden gevuld.

VERTREKKEN EN RIJDEN
OPMERKING Lees voor u vertrekt aandachtig het hoofdstuk "VEILIG RIJDEN", zie pag. 5 (VEILIG RIJDEN).
AOPGELET
Als het waarschuwingslampje "☐" voor laag brandstofpeil op het dashboard oplicht tijdens het rijden met het voertuig, betekent dit dat de brandstofreserve wordt opgebruikt. Tank zo snel mogelijk bij, zie pag. 25 (BRANDSTOF).
▲WAARSCHUWING
H50 HC50 Elke verwijzing naar het gebruik van het voertuig met passagier heeft uitsluitend betrekking op landen waar het rijden met passagier is toegestaan.

Wanneer u zonder duopassagier rijdt, moeten de voetsteunen van de passagier ingeklapt zijn.
Houd tijdens het rijden uw handen aan de handvatten en uw voeten op de voetsteunen.
NEEM NOOIT EEN ANDERE DAN DE AANGEGEVEN RIJHOUDINGEN AAN.
Als u een duopassagier meeneemt, zeg hem/haar dan dat hij/zij niet in de weg gaat zitten tijdens het manoeuvreren.
Controleer voor het vertrek of de standaard(en) volledig is (zijn) opgeklapt.

- Laat de gashendel los (Pos. A) en knijp de achterrem dicht.
Duw dan het voertuig van de standaard.
◆ Stap op, maar houd één voet op de grond om in evenwicht te blijven.
◆ Stel de hoek van de achteruitkijkspiegels juist in.
▲ WAARSCHUWING
Tracht uzelf vertrouwd te maken met het gebruik van de achteruitkijkspiegels met het voertuig in rusttoestand.
- Om te vertrekken, moet u de rem losla- ten en langzaam gas geven (Pos. B); het voertuig zet zich in beweging.

Rijd niet weg met een koude motor. Om de uitstoot van vervuilende stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten warm draaien door gedurende de eerste kilometers met lage snelheid te rijden.
▲ WAARSCHUWING
Draai de gashendel niet herhaaldelijk en zonder onderbreking open en dicht om te vermijden dat u per ongeluk de controle over het voertuig verliest.
▲ WAARSCHUWING
Als u moet remmen, laat u de gashendel los en trekt u beide remmen aan, zodat de druk op de remdelen gelijkmatig wordt verdeeld en de snelheid zonder stoten vermindert.
Door enkel de voorrem of enkel de achterrem aan te trekken neemt de remkracht gevoelig af en bestaat het gevaar dat één wiel blokkeert, waardoor het voertuig zijn grip op de baan verliest.
Als u op een helling stopt, moet u de gashendel volledig loslaten en enkel de remmen gebruiken om het voertuig stabiel te houden.
Het gebruik van de motor om met het voertuig te surplacen, kan leiden tot oververhitting van de toerenregelaar.
Voor u een bocht neemt, snelheid minderen of remmen en de bocht met matige en constante snelheid nemen of lichtjes versnellen; rem niet op het laatste moment: het voertuig raakt dan heel waarschijnlijk aan het slippen.
Door voortdurend gebruik van de remmen in afdalingen kunnen de wrijvingsvlakken oververhit raken, waardoor de remkracht afneemt.
Maak gebruik van de motorcompressie en schakel terug door beide remmen afwisselend te gebruiken.
Nooit een helling met afgezette motor afrijden!

Bij nat wegdek of een slechte grip (sneeuw, ijs, modder, enz.) moet u met matige snelheid rijden en plots remmen of manoeuvres die kunnen leiden tot het verlies van de grip op de weg of tot een val vermijden.
Let zeer goed op ieder obstakel of een verandering in het wegdek.
Oneffen wegen, wielsporen, putdeksels, wegmarkeringen, metalen platen ter aanduiding van wegenwerken kunnen bij regen uiterst glad worden.
Om die reden moeten al deze obstakels zeer voorzichtig worden omzeild, ervoor zorgend dat u zonder schokken rijdt en het voertuig niet onnodig laat overhellen.

Gebruik bij verandering van rijstrook of rijrichting altijd tijdig de richtingaanwijzers en vermijd bruuske en gevaarlijke manoeuvres.
Schakel de richtingaanwijzers uit zodra u van richting bent veranderd.
Wees uiterst voorzichtig wanneer u andere voertuigen inhaalt of zelf ingehaald wordt.
Bij regenval kan het watergordijn veroorzaakt door grote voertuigen de zichtbaarheid verminderen; door de luchtverplaatsing kan u de controle over het voertuig verliezen.


▲ WAARSCHUWING
H50 HC50 Als het waarschuwingslampje van de oliereserve "###" oplicht terwijl de motor gewoon draait, betekent dit dat de oliereserve wordt gebruikt; vul in dit geval het oliereservoir bij, zie pag. 26 (H50 HC50 SMEEROLIE).
INRIJDEN
▲ WAARSCHUWING
H50 HC50 Na de eerste 500 km (312 mi) moeten de controles worden uitgevoerd zoals die beschreven staan in de kolom "Na het inrijden" van het ONDER-HOUDSSCHEMA H50 HC50, zie pag. 44, om het risico op verwondingen bij uzelf of andere personen en/of schade aan het voertuig te vermijden.

▲ WAARSCHUWING
H125 HC125 Na de eerste 1000 km (625 mi) moeten de controles worden uitgevoerd zoals die beschreven staan in de kolom "Na het inrijden" van het ONDER-HOUDSSCHEMA H125 HC125, zie pag. 46, om het risico op verwondingen bij uzelf of andere personen en/of schade aan het voertuig te vermijden.
Het inrijden van de motor is van het grootste belang voor een lange levensduur en een goede werking ervan.
Rijd zo mogelijk op heuvelachtige wegen en/of wegen met veel bochten, zodat de motor, de vering en de remmen goed kunnen worden ingereden.
OPMERKING Pas nadat hij is ingereden, levert het voertuig optimale acceleratie- en snelheidsprestaties.

H50 HC50
Houd u de eerste 500 km (312 mi) aan de volgende regels:
◆ 0-100 km (0-62 mi)
Rem voorzichtig tijdens de eerste 100 km (62 mijl) en vermijd bruusk en langdurig remmen. Dit garandeert het correcte inlopen van het wrijvingsmateriaal van de remblokjes op de remschijf en van de schoenen op de achterwieltrommel.
Rem voorzichtig tijdens de eerste 100 km (62 mijl) en vermijd bruusk en langdurig remmen. Dit garandeert het correcte inlopen van het wrijvingsmateriaal van de remblokjes op de remschijf en van de schoenen op de achterwieltrommel.
◆ 0-300 km (0-187 mi)
Laat de gashendel niet voor meer dan de helft open staan tijdens lange stukken.
◆ 300-500 km (187-312 mi)
Laat de gashendel niet voor meer dan de helft open staan tijdens lange stukken. ◆ 300-500 km (187-312 mi)
Laat de gashendel niet voor meer dan drie kwart open staan tijdens lange stukken.

H125 HC125
Houd u aan de volgende regels:
◆ De gashendel niet plots volledig opendraaien bij lage snelheid; dit geldt zowel tijdens als na de inrijperiode.
◆ 0-100 km (0-62 mi)
Rem voorzichtig tijdens de eerste 100 km (62 mijl) en vermijd bruusk en langdurig remmen. Dit garandeert het correcte inlopen van het wrijvingsmateriaal van de remblokjes op de remschijf en van de schoenen op de achterwieltrommel.
◆ 0-500 km (0-312 mi)
Laat de gashendel niet voor meer dan de helft open staan tijdens lange stukken.
◆ 500-1000 km (312-625 mi)
Rijd tijdens de eerste 1000 km (625 mi) niet sneller dan 80% van de maximum toegelaten snelheid.

◆ Rijd niet gedurende lange tijd met een constante snelheid.
- Voer na de eerste 1000 km (625 mi) de snelheid geleidelijk op tot de motor optimale prestaties levert.
STOPPEN
WAARSCHUWING
Vermijd abrupt stoppen, plots vertragen en remmen op het laatste moment.
- Laat de gashendel (Pos. A) los en rem geleidelijk af om het voertuig tot stilstand te brengen.
In geval van een korte stop, dient u minstens één rem aangetrokken te houden.


PARKEREN
WAARSCHUWING
Parkeer het voertuig op een stevige en effen ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.
Het voertuig niet tegen een muur zetten of plat op de grond leggen.
Zorg dat het voertuig en in het bijzonder de gloeiende delen ervan geen gevaar vormen voor personen en kinderen.
Laat het voertuig niet onbeheerd achter met de motor aan of met het sleuteltje nog in de contactschakelaar. Ga niet op het voertuig zitten terwijl hij op de standaard staat.

◆ Breng het voertuig tot stilstand, zie pag. 40 (STOPPEN).
- Zet de motorstopschakelaar (1) in de stand "☒" (in de landen waar dit is vereist).
AOPGELET
Bij gestopte motor en met de contact- schakelaar in de stand "○", kan de accu ontladen worden.
♦ Draai de sleutel (2) om en zet de contactschakelaar (3) in de stand "☒".
Zet het voertuig op de standaard, zie pag. 42 (HET VOERTUIG OP DE STAN-DAARD ZETTEN).

OPMERKING Bij uitgeschakelde motor hoeft het benzinekraantje niet dichtgedraaid te worden, aangezien het voorzien is van een automatisch sluitsysteem.
▲OPGELET
Laat de sleutel niet in de contactschakelaar zitten.
♦ Blokkeer het stuur, zie pag. 22 (STUUR-SLOT) en trek de sleutel (2) uit.

Lees aandachtig pag. 41 (PARKEREN).
MIDDENSTANDAARD
- Neem het voertuig vast bij het linker handvat en de handgreep links achteraan (1).
◆ Duw de hefboom van de standaard (2) omlaag.

◆ Neem het voertuig vast bij het linker handvat en de handgreep links achter (1).
▲ WAARSCHUWING
Gevaar voor vallen of omkantelen. Wanneer het voertuig wordt rechtgezet van de parkeerstand in de rijstand, gaat de standaard automatisch omhoog.
◆ Duw de zijstandaard omlaag met uw rechtervoet en klap hem volledig uit (3).
- Kantel het voertuig tot de standaard op de grond rust.
♦ Draai het stuur volledig naar links.
⚠ WAARSCHUWING
Vergewis u ervan dat het voertuig sta- biel staat.
SUGGESTIES TER VOORKOMING VAN DIEFSTAL
Laat NOOIT de contactsleutel in het slot zitten en gebruik steeds het stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige plaats, bij voorkeur in een garage of op een bewaakte plaats.
Gebruik zo mogelijk de gepantserde kabel "Body-Guard" aprilia OPT of een extra middel ter voorkoming van diefstal.
Zorg dat alle vereiste documenten in orde zijn.
Noteer uw persoonlijke gegevens en uw telefoonnummer op dit blad, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken ingeval een gestolen bromfiets wordt teruggevonden.
NAAM:
VOORNAAM:......
ADRES:
TEL. NR.:
OPMERKING Zeer vaak worden gestolen bromfietsen geïdentificeerd aan de hand van de gegevens die in het gebruiks/onderhoudsboekje zijn genoteerd.
ONDERHOUD

Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
Voor u begint met om het even welke vorm van onderhoud of inspectie van het voertuig, moet u de motor afzetten, de sleutel uit het contact trekken, wachten tot de motor en de uitlaat zijn afgekoeld en indien mogelijk het voertuig op een stevige en effen ondergrond optillen met speciaal daartoe bestemd gereedschap. Controleer alvorens de tank leeg te maken of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.

Blijf uit de buurt van de gloeiende delen van de motor en van het uitlaatsysteem, om brandwonden te vermijden.
Ondersteun geen mechanische onderdelen of ander onderdeel van de motorfiets met de mond: geen van de onderdelen is voor consumptie geschikt; sommige zijn schadelijk voor de gezondheid of zelfs giftig.
▲OPGELET
Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.

De gewone onderhoudswerkzaamheden kunnen doorgaans door de gebruiker zelf worden uitgevoerd. Voor sommige werkzaamheden is evenwel een basiskennis van mechanica en speciaal gereedschap vereist.
Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.
Vraag uw officiële aprilia-dealer om het voertuig op de weg te testen na een reparatie of periodiek onderhoud.
Voer in ieder geval zelf de "Controles vooraf" uit na een onderhoudsbeurt, zie pag. 33 (CONTROLES VOORAF).
ONDERHOUDSSCHEMA H50 HC50
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer (DIE OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer het onderhoud vaker uit als het voertuig gebruikt wordt in regenachtige of stoffige gebieden of op oneffen trajecten.
| Onderdeel | Na het inrijden [500 km (312 mi)] | Om de 4000 km (2500 mi) of 12 maanden | Om de 8000 km (5000 mi) of 24 maanden |
| Accu - Klembevestiging - Elektrolytpeil 1 | 1 | - | |
| Bougie 1 1 3 | |||
| Carburateur - stationair toerental 4 | 1 | - | |
| Luchtfilter 1 2 | - | ||
| Werking gashendel 1 1 | - | ||
| Werking remblokkering 1 1 | - | ||
| Lichtinstallatie 1 1 | - | ||
| Remlichtschakelaars | - | 1 | - |
| Remvloeistof | - | 1 | - |
| Smeerolie | om de 500 km (312 mi): 1 | ||
| Koplamp richten - werking | - | 1 | - |
| Wielen/banden en bandenspanning | maandelijks: 1 | ||
| Slijtage achterremschoenen | 1 | 1 | - |
| Slijtage voorremblokken | 1 | om de 2000 km (1250 mi): 1 | |
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer.
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer het onderhoud vaker uit als het voertuig gebruikt wordt in regenachtige of stoffige gebieden of op oneffen trajecten.
| Onderdeel | Na het inrijden [500 km (312 mi)] | Om de 4000 km (2500 mi) of 12 maanden | Om de 8000 km (5000 mi) of 24 maanden |
| Achterste schokdemper | - | - | 1 |
| Bedieningskabels en bedieningselementen | 1 | 1 | - |
| Variatorriem | - | - | 3 |
| Lagers stuurstang en stuurspeling | 1 | 1 | - |
| Wiellagers | - | 1 | - |
| Remschijven | 1 | 1 | - |
| Zuigerveren om de 12000 km (7500 mi): | o | 1 | |
| Algemene werking van de motorfiets | 1 | 1 | - |
| Remsystemen/remschijven | 1 | 1 | - |
| Smering overbrengingsstiften elektrische ontsteking | - | - | 1 |
| Smering nokpen achterrem | - | 1 | - |
| Remvloeistof | om 2 3 | ||
| Uitlaatdemper/uitlaatpijp | - | 1 | - |
| Menger/Werking gashendel | 1 | 1 | - |
| Transmissie-olie | 3 | 1 | om de 12000 km (7500 mi): 3 |
| Pennen riemschijf achter om de 12000 km (7500 mi): | 3 | ||
| Pompelement voorste schokdemper | - | 1 | - |
| Riemschijf voor beweegbaar/vast om de 12000 km (7500 mi): | 3 | ||
| Rollen en geleiders variator voor | - | - | 3 |
| Wielen/banden en bandenspanning | 1 | 1 | - |
| Aanhaalkoppel moeren, bouten, schroeven | 1 | 1 | - |
| Waarschuwingslampje oliereserve | 1 | 1 | - |
| Cilinderkop en cilinder | - | - | 2 |
| Brandstofleiding om de 4000 km (2500 mi): | i 1 / om de 4 jaar: 3 | ||
| Leiding remsysteem om de 4000 km (2500 mi): | d i 1 / om de 4 jaar: 3 | ||
| Olieleiding menger | 1 | 1 | om de 2 jaar: 3 |
| Koppelingslijtage | - | - | 1 |
ONDERHOUDSSCHEMA H125 HC125
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer (DIE OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer het onderhoud vaker uit als het voertuig gebruikt wordt in regenachtige of stoffige gebieden of op oneffen trajecten.
| Onderdeel | Na het inrijden [1000 km (625 mi)] | Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maanden | Om de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden |
| Accu - Klembevestiging 1 1 | - | ||
| Bougie 1 1 | 3 | ||
| Carburateur - stationair toerental 4 | 1 | - | |
| Luchtfilter - 2- | |||
| Werking gashendel 1 1 | - | ||
| Werking remblokkering | 1 | 1 | |
| Lichtinstallatie | 1 | 1 | |
| Remlichtschakelaars | - 1- | ||
| Remvloeistof | - | ||
| Motorolie | telkens bij het starten: 1 | ||
| Koplamp richten - werking | - 1- | ||
| Bougiekap | - 1- | ||
| Wielen/banden - bandenspanning | maandelijks: 4 | ||
| Slijtage achterremschoenen | 1 | om de 2000 km (1250 mi): 1 | |
| Slijtage voorremblokken | 1 | om de 2000 km (1250 mi): 1 | |
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE officiële aprilia-dealer.
Legenda
① = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = afstellen.
OPMERKING Voer het onderhoud vaker uit als het voertuig gebruikt wordt in regenachtige of stoffige gebieden of op oneffen trajecten.
| Onderdeel | Na het inrijden [1000 km (625 mi)] | Om de 6000 km (3750 mi) of 12 maanden | Om de 12000 km (7500 mi) of 24 maanden |
| Achterste schokdemper – – 1 | |||
| Carburateur - CO waarde 4 4 | – | ||
| Bedieningskabels en bedieningselementen 1 | 1 | – | |
| Variatorriem 1 1 3 | |||
| Lagers stuurstang en stuurspeling | 1 | 1 | |
| Wiellagers | – | 1 | – |
| Remschijven | 1 | 1 | |
| Motoroliefilter | 3 | om de 3000 km (1875 mi): 3 | |
| Algemene werking van de motorfiets | 1 | 1 | – |
| Klepspeling | 4 | om de 18000 km (11250 mi): 1 | |
| Variatorvet | – – 3 | ||
| Remsystemen | 1 | 1 | |
| Remvloeistof | om de 2 jaar: 3 | ||
| Uitlaatdemper/uitlaatpijp | – – 1 | ||
| Motorolie | 3 | om de 3000 km (1875 mi): 3 | |
| Transmissie-olie | 3 | om de 12000 km (7500 mi): 1 / om de 24000 km (15000 mi): 3 | |
| Pompelement voorste schokdemper | – | 1 | – |
| Variatorrollen en plastic geleiders variator | 1 | – | |
| Wielen/banden - bandenspanning | 1 | 1 | |
| Aanhaalkoppel moeren, bouten, schroeven | 1 | 1 | – |
| Aanhaling moeren motorkop en bevestiging geluiddemper-uitlaatspruitstuk | 1 | 1 | |
| Waarschuwingslampje motoroliedruk (bediening) | 1 | – | – |
| Brandstofleiding | – | 1 | om de 4 jaar: 3 |
| Leiding remsysteem | – | 1 | om de 4 jaar: 3 |
| Koppelingslijtage | – | 1 | – |

Het is raadzaam het frame- en het motor-nummer te noteren op de daartoe voorzie-ne plaats in dit boekje.
Het framenummer kan van pas komen bij de aankoop van reserveonderdelen.
OPMERKING Het veranderen van de identificatienummers kan leiden tot zware straffen en administratieve sancties. Met name het veranderen van het frame-nummer leidt tot een onmiddellijke nietig-verklaring van het kenteken.

Het framenummer is op de centrale buis van het frame ingeslagen.
Om het nummer te kunnen lezen, moet u de kap (1) verwijderen.
OPMERKING De kap (1) kan slechts in één richting worden ingestoken. Het deel met de twee lipjes (2) is het onderste deel.
Framenr.


MOTORNUMMER
Het motornummer is ingeslagen op de achterzijde, vlak bij de achterremstelschroef.
Motornr. ____
CONTROLLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN H125 HC125
Lees aandachtig pag. 26 (SMEERMIDDELEN), pag. 43 (ONDERHOUD) en pag. 87 (SMEERMIDDELENTABEL H125 HC125).
Controleer steeds het motoroliepeil alvo- rens het voertuig te starten.
GA ALS VOLGT TE WERK
OPMERKING Zet het voertuig op een stevige en effen ondergrond.
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
WAARSCHUWING
De motor en de onderdelen van het uitlaatsysteem worden zeer heet en blijven enige tijd heet nadat de motor is afgezet. Gebruik isolerende handschoenen of wacht tot de motor en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld vooraleer deze onderdelen aan te raken.
Zet de motor af en laat hem afkoelen, zo- dat de olie kan terugstromen naar het carter en afkoelen.
OPMERKING Als u nalaat bovenstaande stappen uit te voeren, bestaat de kans op een verkeerde meting van het peil.

◆ Controleer het oliepeil door het kijkglas (1):
MAX = maximumpeil.
MIN = minimumpeil.
Het verschil tussen "MAX" en "MIN" bedraagt ongeveer 300 cm³.
- Het peil is correct wanneer de olie bijna tot de "MAX"-markering reikt.
▲OPGELET
Vul nooit bij tot boven het "MAX"-streepje en zorg er ook voor dat het peil nooit tot onder het "MIN"-streepje zakt, anders kan ernstige schade aan de motor ontstaan.
◆ Vul indien nodig bij.
BIJVULLEN
♦ Schroef de motorolievuldop (2) los en verwijder hem.
Giet een kleine hoeveelheid olie door de vulopening (3) en wacht ongeveer één minuut, zodat de olie zich gelijkmatig kan verspreiden in het oliecarter.

- Controleer het oliepeil en vul indien nodig bij.
♦ Vul geleidelijk bij met kleine hoeveelheden olie, tot het voorgeschreven niveau is bereikt.
▲OPGELET
Plaats na het bijvullen de dop (2) in de juiste positie terug.
♦ Schroef de motorolievuldop (2) vast.
WAARSCHUWING
Gebruik het voertuig niet met onvoldoende smering of met vervuilde of verkeerde olie, aangezien dit de slijtage van de bewegende delen zal versnellen en onherstelbare defecten kan veroorzaken.

LUCHTFILTER H50 HC50
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
Het schoonmaken en de controle van het luchtfilter moet maandelijks of om de 4000 km (2500 mi) gebeuren, afhankelijk van de omstandigheden waarin het voertuig wordt gebruikt.
Als het voertuig wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, moet u het filter vaker schoonmaken en vervangen.
Vóór het reinigen moet het luchtfilter van het voertuig verwijderd worden.

VERWIJDEREN
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ Schroef de vier schroeven (1) los en verwijder ze.
♦ Draai het startpedaal (2) volledig en houd het omlaag.
♦ Trek het volledige filter (3) langs onderen weg en verwijder het.

REINIGING
◆ Maak het rooster (4) los van de steun (5).
◆ Verwijder het filterelement (6).
WAARSCHUWING
Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.
♦ Reinig het filterelement (6) met zuivere, niet-ontvlambare oplosmiddelen of met oplosmiddelen met een hoog verdampingspunt en laat het goed drogen.
◆ Breng filterolie aan op het volledige oppervlak van het filterelement.

Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
Het schoonmaken en de controle van het luchtfilter moet maandelijks of om de 6000 km (3750 mi) gebeuren, afhankelijk van de omstandigheden waarin het voertuig wordt gebruikt.
Als het voertuig wordt gebruikt op stoffige of natte wegen, moet u het filter vaker schoonmaken en vervangen.
Vóór het reinigen moet het luchtfilter van het voertuig verwijderd worden.

VERWIJDEREN
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ Schroef de vier schroeven (1) los en verwijder ze.
▲OPGELET
Let op de correcte positie van het onderste deksel (2) en het filterelement (4), zodat u ze later correct kunt terugplaatsen.
♦ Trek het onderste deksel (2) langs onder weg en neem de pakking (3).
◆ Verwijder het filterelement (4).

REINIGING
WAARSCHUWING
Gebruik geen benzine of ontvlambare oplossingen voor het schoonmaken van het filter vanwege brand- of explosiegevaar.
♦ Reinig het filterelement (4) met zuivere, niet-ontvlambare oplosmiddelen of met oplosmiddelen met een hoog verdampingspunt en laat het goed drogen.
◆ Breng filterolie aan op het volledige oppervlak van het filterelement.

H50 HC50 Controleer de slijtage van de remblokjes na de eerste 500 km (312 mi) en daarna om de 2000 km (1250 mi).
H125 HC125 Controleer de slijtage van de remblokjes na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna om de 2000 km (1250 mi).
De slijtage van de remblokjes hangt af van het gebruik, de rijstijl en de wegen. De remblokjes zullen sneller afslijten als u met het voertuig op stoffige of natte wegen rijdt. In dat geval zult u ook vaker moeten controleren.

WAARSCHUWING
Controleer de slijtage van de remblokjes in het bijzonder voor elke rit.
Ga als volgt te werk voor een snelle contro- le van de slijtage van de remblokjes van het voorwiel:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ Verwijder het kapje van de remklauw (1).
- Voer een visuele controle uit tussen de remschijf en de remblokjes.
H125
HC125

Overmatige slijtage van de remvoering zou contact van het metalen steunvlak van de remblokjes met de schijf veroorzaken, met een metaalachtig geluid en vonkvorming door de remklauw als gevolg; de efficiëntie van de remmen, de veiligheid en de staat van de remschijf zouden daardoor negatief worden beïnvloed.
Als de dikte van het wrijvingsmateriaal (zelfs maar op één remblokje) is afgenomen tot ongeveer 1,5 mm (H125 HC125) of als zelfs maar één van de slijtage-indicators niet meer zichtbaar is, moet u beide remblokjes laten vervangen.
WAARSCHUWING
Laat de remblokjes vervangen door uw officiële aprilia-dealer.

H50 HC50 Controleer de slijtage van de achterremschoenen na de eerste 500 km (312 mi) en daarna om de 4000 km (2500 mi).
H125 HC125
Laat de slijtage van de achterremschoenen controleren door een officiële aprilia -dealer na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 2000 km (1250 mi). In ieder geval geldt het volgende:
A WAARSCHUWING
Als de stelschroef (1) volledig kan worden ingeschroefd, betekent dit dat de schoenen versleten zijn; Neem in dit geval contact op met een officiële aprilia-dealer.

H50 HC50
Ga als volgt te werk om de slijtage van de schoenen van de achterrem te controleren:
♦ Trek de achterremhendel (2) volledig aan en houd hem aangetrokken.
- Controleer de positie van de slijtage-indicator van de achterremschoenen (3).
| Positie Slijtage | |
| Indicator tussen de twee referentietekens (4) en (5). | Achterremschoenen binnen de slijtage-grens. |
| Indicator op of voor-bij het onderste re-ferentieteken (5). | Achterremschoenen versleten, moeten worden vervangen. |
▲ WAARSCHUWING
Als de slijtage-indicator van de achterremschoenen (3) zich op of voorbij het onderste referentieteken (5) bevindt, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer om de achterremschoenen te laten vervangen.

CONTROLEREN VAN DE VOOR EN DE ACHTEROPHANGING
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
Controleer de vastheid van alle onderdelen en het goed functioneren van de gewrichten van de voorwiel- en de achterwielophanging na de eerste:
- H50 HC50 500 km (312 mi) en daarna telkens om de 4000 km (2500 mi);
- H125 HC125 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 6000 km (3750 mi).
▲OPGELET
Neem in geval van mankementen of als u de hulp van een specialist wenst, contact op met uw officiële aprilia-dealer.

Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
Controleer regelmatig op speling van het stuur.
Ga als volgt te werk om het stuur te contro- leren:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
OPMERKING Voorzie een 185 mm hoge steun met een voet van 200 x 200 mm.
◆ Plaats de steun onder het voertuig en breng tussen de twee een sponsachtige doek aan, zodat het voorwiel vrij kan bewegen en het voertuig niet kan vallen.

▲ WAARSCHUWING
Vergewis u ervan dat het voertuig sta- biel staat.
♦ Schud de vork heen en weer in de lengterichting van het voertuig.
OPMERKING Schud niet te veel met de vork; anders is het mogelijk dat u bij de beweging van de standaard een onjuiste speling vaststelt.
Herhaal de vorige handeling meer dan één keer.
♦ Wanneer u speling constateert, neem dan contact op met uw officiële aprilia-dealer en laat het stuur opnieuw optimaal afstellen.

Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
Controleer regelmatig de speling tussen de motorasbussen en de motoras zelf.
Ga hiervoor als volgt te werk:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ Schud het wiel dwars ten opzichte van de rijrichting heen en weer.
Als u merkt dat er speling is, neem dan contact op met een officiële aprilia-dealer, die de optimale bedrijfscondities zal herstellen.

VERWIJDEREN VAN DE VOORSTE KAP
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ ★ Draai de schroef (1) los en verwijder ze.
♦ Draai de schroef (2) los en verwijder ze.
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.
Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.

Maak de koppelingen (3) en (4) los uit hun zittingen en verwijder de twee kra-gen (5) en (6).
♦ Schroef de twee onderste schroeven (7) los en verwijder ze.
◆ HC50 HC125 Verwijder het rooster (8).
♦ Schroef de bovenste schroef (9) los en verwijder ze, samen met de afdichtring.
OPMERKING Om de voorste kap (10) los te maken van de zijkoppelingen, dient u de volgende bewerkingen gelijktijdig uit te voeren:
◆ Druk op "A" en trek aan "B".
◆ Druk op "A" en trek aan "C".



VERWIJDEREN VAN DE ONDERSTE STUURKAP H50 H125
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ Schroef de schroef van de metalen ring van de koplamp (1) los en verwijder ze.
◆ Verwijder de metalen ring van de koplamp (2).
♦ ★ Schroef de schroef (3) los en verwijder ze.
♦ ★ Schroef de drie schroeven (4) los en verwijder ze.
Ga voorzichtig te werk. Let op dat u de lipjes en/of hun zittingen niet beschadigt.
Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.

♦ Schuif de onderste stuurkap (6) voorzichtig omlaag.
♦ ★ Schroef de schroef (7) los en verwijder ze.
AOPGELET
Ga voorzichtig te werk. Trek niet aan de elektrische stroomdraden.
♦ Verwijder de reflector (8) gedeeltelijk, door de zitting (9) los te maken van de pin (10).
OPMERKING Let bij het hermonteren op de correcte positie van de reflector (8), de zitting (9) en de pin (10).

VERWIJDEREN VAN DE METALEN RING VAN DE KOPLAMP HC50 HC125
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ ★ Schroef de schroef (11) los en verwijder ze.
♦ Verwijder de metalen ring van de koplamp (12).
OPMERKING Steek bij het hermon- teren het lipje (13) correct in de juiste zit- ting.

Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
▲OPGELET
De bewerkingen die nodig zijn om de bovenste stuurkap gedeeltelijk te verwijderen kunnen moeilijk of ingewikkeld blijken voor ongeschoolde personen.
Neem indien nodig contact op met een officiële aprilla-dealer. Houd u aan de volgende instructies als u deze bewerkingen zelf wil uitvoeren:
♦ Verwijder de onderste stuurkap, zie pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE ONDERSTE STUURKAP H50 H125).

◆ Verwijder de achteruitkijkspiegels, zie pag. 58 (DEMONTEREN VAN DE ACH-TERUITKIIKSPIEGELS).
♦ Schuif de rubberen ring (1) omhoog en maak hem los van de koppeling van de kilometertellerbesturing (2).
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk. Beschadig de lipjes en/of hun zittingen niet.
Maak de koppeling van de kilometerter-lerbesturing (2) los van haar zitting op het dashboard met behulp van een moersleutel.

De bovenste stuurkap (3) (compleet met schakelaars, instrumenten en indicators) blijft aangesloten op de elektrische stroomdraden en kan daarom niet volledig worden verwijderd.
Ga voorzichtig te werk, om te vermijden dat u de onderdelen beschadigt.
Trek niet aan de elektrische stroomdra- den.
◆ Zet de bovenste stuurkap (3) een beetje omhoog en draai ze naar het zadel toe.

DEMONTEREN VAN DE ACHTERUITKIIJKSPIEGELS
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
De volgende informatie heeft betrekking op slechts één achteruitkijkspiegel, maar geldt voor beide (H50 in landen waar het gebruik van twee achteruitkijkspiegels is verplicht).
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
◆ Hef de beschermhuls (1) op.
♦ Draai de moer (2) volledig los.
♦ Schroef de achteruitkijkspiegel (3) los en verwijder hem.
◆ H50 H125 Neem de kunststofsluitring (4).

GEDEELTELIJK VERWIJDEREN VAN HET DASHBOARD HC50 HC125
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
♦ Schroef de drie moeren (5) los en verwijder ze.
AOPGELET
Ga voorzichtig te werk. Trek niet aan de elektrische stroomdra- den.
Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.
♦ Verwijder het dashboard (6) gedeeltelijk.

Ga nu als volgt te werk om bij de gloei-lampjes van het dashboard te komen:
♦ ★ Schroef de twee schroeven (7) los en verwijder ze.
♦ Verwijder de bovenste kap (8).
◆ Verwijder het glazen element (9) met zijn steun.
♦ Laat de kap (10) zakken.
♦ Schuif de rubberen ring (11) omhoog en maak hem los van de koppeling van de kilometerterlert besturing (12).
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk. Beschadig de lipjes en/of hun zittingen niet.
Maak de koppeling van de kilometertellerbesturing (12) los van haar zitting op het dashboard met behulp van een moersleutel.

Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
AOPGELET
Wees voorzichtig met de gelakte onder- delen en let op dat u er geen krassen op maakt of ze beschadigt.
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
♦ Draai de schroef (1) los en verwijder ze.
◆ Verwijder het middelste inspectiedeksel (2).
OPMERKING Pas bij het hermonteren de lipjes correct in hun zittingen.

Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
AOPGELET
Behandel de plastic en gelakte onderdelen voorzichtig om te vermijden dat er krassen op komen of dat ze worden beschadigd.
Zet het zadel omhoog, zie pag. 23 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN ZADEL).
♦ Schroef de bovenste schroef (3) los en verwijder ze.
♦ Draai de zijschroef (4) los en verwijder ze.
◆ Verwijder het zij-inspectiedeksel (5).
OPMERKING Pas bij het hermonteren de zittingen correct in de juiste lipjes.

VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL H50 HC50
OPMERKING Zet het voertuig op een stevige en effen ondergrond.
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
- Controleer of het contactslot in de stand "☒" staat.
Zet het zadel omhoog, zie pag. 23 (ONT-GRENDELEN / VERGRENDELEN ZADEL).
♦ Draai de schroef (6) los en verwijder ze.
◆ Verwijder het accudeksel (7).
OPMERKING Steek bij het hermon- teren het lipje (8) correct in de juiste zitting.

CONTROLEREN VAN DE STANDAARD
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
▲ WAARSCHUWING
ALLEEN VOOR DE ZIJSTANDAARD OPT. Gevaar voor vallen of omkantelen. Wanneer het voertuig wordt rechtgezet van de parkeerstand in de rijstand, gaat de standaard automatisch omhoog.
OPMERKING De volgende informatie heeft betrekking op slechts één standaard, maar geldt voor beide.
De standaard (1) moet zonder beletsel kunnen draaien.

Voer de volgende controles uit:
◆ De veren (2) mogen niet beschadigd, versleten, verroest of zwak zijn.
De standaard moet zonder beletsel kunnen draaien; smeer zo nodig de geleiding met vet in, zie pag. 86 (SMEERMIDDELENTABEL H50 HC50) of pag. 87 (SMEERMIDDELENTABEL H125 HC125).
CONTROLEREN VAN DE SCHAKELAARS
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
Het voertuig is uitgerust met twee schakelaars:
- remlichtschakelaar op de achterrempe- daal (3);
- stoplichtschakelaar op de voorremhen- del (4).

Ga als volgt te werk om bij de schakelaars te komen:
H50 H125 Verwijder de bovenste stuurkap gedeeltelijk, zie pag. 57 (GEDEEL-TELIJK VERWIJDEREN VAN DE BOVENSTE STUURKAP H50 H125).
Voer regelmatig de volgende controles uit:
- Controleer of de schakelaar vrij is van vuil of modder; de pen moet onbelemmerd kunnen bewegen en automatisch terugkeren naar de beginpositie.
- Controleer of de kabels correct zijn aangesloten.
BIJSTELLEN VAN HET STATIONAIRE TOERENTAL
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
H50 HC50 Stel het stationaire toerental bij na de eerste 500 km (312 mi) en zodra er onregelmatigheden optreden.
H125 HC125 Stel het stationaire toerental bij na de eerste 1000 km (625 mi) en zodra er onregelmatigheden optreden.
Ga hiervoor als volgt te werk:
◆ Rijd een paar kilometer tot de normale werktemperatuur is bereikt.
H50 HC50 Verwijder het middelste inspectiedeksel, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET MIDDELSTE INSPECTIEDEKSEL).
H125 HC125 Verwijder het rechtse inspectie-
deksel, zie pag. 59 (VERWIJDEREN
VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE IN-
SPECTIEKAP).
- Bevestig een elektronische toerenteller aan de bougiekabel.

WAARSCHUWING
Controleer alvorens de tank leeg te ma- ken of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.
♦ Start de motor.
De minimumsnelheid van de motor (stationair toerental) moet ongeveer 1600 ±200 tpm bedragen; als dat het geval is, gaat het achterwiel niet meedraaien.
Indien nodig:
♦ Verwijder de voorste kap van de achterkant van de kuip, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIEKAP).
◆ H50 HC50 Draai aan de stelmoer (1) op de carburateur.
H50 HC50 OPMERKING Draai niet aan de stelmoer (2) van de luchtdoseur om veranderingen in de afstelling van de carburateur te vermijden.

H125 HC125 Regel de afstelknop (2) bij.
DOOR RECHTSOM TE DRAAIEN verhoogt u het toerental;
DOOR LINKSOM TE DRAAIEN verlaagt u het toerental.
♦ Draai de gashendel een paar maal open en dicht om te controleren of het stationair draaien van de motor correct functioneert en constant blijft.
OPMERKING Neem zo nodig contact op met uw officiële aprilia-dealer.

Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
De correcte speling van de gashendel is ongeveer 2-3 mm.
Stel de speling als volgt af:
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
◆ Verwijder het beschermingselement (1).
♦ Schroef de moer (2) los.
Verdraai de stelschroef (3), die zich aan het begin van de gashendelkabel bevindt.

Na de regeling:
♦ Schroef de moer (2) vast, waardoor de stelschroef (3) wordt vergrendeld, en plaats het beschermingselement (1) terug.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer na het afstellen of draaien van het stuur geen verandering van het stationair toerental tot gevolg heeft en of de gashendel vlot en automatisch naar zijn beginpositie terugkeert wanneer hij wordt losgelaten.
BOUGIE
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
H50 HC50 Controleer de bougie na de eerste 500 km (312 mi) en daarna telkens om de 4000 km (2500 mi); vervang ze om de 8000 km (5000 mi).
H125 HC125 Controleer de bougie na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 6000 km (3750 mi) en vervang hem om de 12000 km (7500 mi).
Draai de bougie van tijd tot tijd los, verwijder zorgvuldig koolstofresten en vervang ze zo nodig.
U komt als volgt bij de bougie:
◆ H50 HC50 Verwijder het inspectiedeksel, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET MIDDELSTE INSPECTIEDEKSEL).
H125 HC125 Verwijder het rechtse inspectie-
deksel, zie pag. 59 (VERWIJDEREN
VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE IN-
SPECTIEKAP).

Verwijder en reinig de bougie als volgt:
♦ Trek de bougiedop (1) van de bougie.
♦ Verwijder al het vuil van de voet van de bougie, draai de bougie los met de sleutel in de gereedschapset en neem ze uit, erop lettend dat er geen stof of andere vuildeeltjes in de cilinder terechtkomen.
◆ Controleer of er op de elektrode en op het centrale gedeelte in porselein geen koolstofaanslag of corrosieplekken zitten; reinig deze eventueel met een speciaal schoonmaakmiddel voor bougies, met een ijzerdraad en/of een metaalborstel.
- Blaas krachtig eventuele restanten weg, zodat die niet in de motor terecht kunnen komen. Vervang de bougie wanneer deze scheurtjes vertoont op het isolerende deel, wanneer de elektroden gecorrodeerd zijn of indien er teveel koolstof op zit.

- Controleer de afstand tussen de elektroden met een voelermaat.
De afstand moet ongeveer:
stel eventueel bij door voorzichtig de aardingselektrode te verbuigen.
- Controleer of de afdichtingsring in goede staat verkeert.
Draai de bougie met de hand aan, met de ring bevestigd, om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
♦ Draai de bougie met de sleutel in de gereedschapset een halve slag aan, om de ring aan te drukken.
Aanhaalmoment bougie:
- H50 HC50 20 Nm (2 kgm);
- H125 HC125 12-14 Nm (1,2-1,4 kgm).

AOPGELET
De bougie moet goed aangedraaid zijn, anders kan de motor oververhit raken en beschadigd worden.
Gebruik uitsluitend het aanbevolen type van bougie, zie pag. 82 (TECHNISCHE GEGEVENS) om de prestaties en de levensduur van de motor niet in het gedrang te brengen.
◆ Breng de bougiedop (1) opnieuw aan.
◆ Plaats het inspectiedeksel terug.
ACCU
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
▲ WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
▲OPGELET
Draai nooit de aansluiting van de accukabels om.
Bij het aan- en loskoppelen van de accu dient de contactschakelaar in de stand "☒" te staan, om te vermijden dat som- mige onderdelen worden beschadigd. Sluit eerst de positieve kabel (+) aan, daarna de negatieve (-).
Loskoppelen gebeurt in omgekeerde volgorde.
H50 HC50
Controleer het elektrolytpeil en de bevestiging van de accuklemmen na de eerste 500 km (312 mi) of 12 maa en daarna om de 4000 km (2500 mi).
▲ WAARSCHUWING
De elektrolyt in de accu is giftig en bij- tend en in contact met de huid kan het brandwonden veroorzaken, doordat het zwavelzuur bevat.
Draag beschermende kleding, een gezichtsmasker en/of een veiligheidsbril tijdens onderhoudswerkzaamheden.
Indien de elektrolyt in contact komt met de huid, moet u de aangetaste huid overvloedig afspoelen met water.
In geval van contact met de ogen, moet u de ogen goed uitspoelen gedurende 15 minuten en daarna onmiddellijk een oogarts raadplegen.
Als de elektrolyt per ongeluk wordt ingeslikt, drink dan grote hoeveelheden water of melk en drink daarna magnesiumhoudende melk of plantaardige olie en roep onmiddellijk de hulp van een arts in.
De accu scheidt explosieve gassen af en moet daarom uit de buurt van vlammen, vonken, sigaretten en iedere andere warmtebron worden gehouden.
Tijdens opladen of gebruik van de accu moet de ruimte goed geventileerd zijn en moet u inademing van de tijdens het opladen vrijgekomen gassen vermijden.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
Laat het voertuig niet teveel overhellen, om te vermijden dat het accuzuur uit de accu loopt, met alle gevaarlijke gevolgen van dien.
Het accuzuur is corrosief.
Niet uitgieten of ermee morsen, vooral niet op de plastic onderdelen.
H50 HC50
▲OPGELET
Deze motorfiets is uitgerust met een onderhoudsvrije accu, die op uitzondering van occasionele controles en opladen wanneer nodig geen onderhoud vereist.
OPMERKING Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.
NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU
Als het voertuig langer dan vijftien dagen ongebruikt blijft, moet de accu worden opgeladen, om sulfatering van de accu te voorkomen, zie pag. 67 (OPLADEN VAN DE ACCU):
Het is belangrijk de lading van tijd tot tijd te controlleren (ongeveer één keer per maand) in de winter of wanneer het voertuig niet gebruikt wordt om kwaliteitsverlies van de accu te voorkomen.
- Laad de accu volledig op door middel van een normale oplading, zie pag. 67 (OPLADEN VAN DE ACCU).
H50 HC50 Als de accu op het voertuig blijft zitten, moet u de kabels van de klemmen loskoppelen.

CONTROLEREN EN REINIGEN VAN DE ACCU-AANSLUITINGEN
Lees aandachtig pag. 64 (ACCU).
H50 HC50 Verwijder het accudeksel zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET AC-CUDEKSEL H50 HC50).
H125 HC125 Demonteer de accu (gedeel- lijke demontage), zie pag. 66 (DEMON- TEREN DE ACCU H125 HC125).
- Controleer of de kabelaansluitingen (1) en de accupolen (2):
- in goede staat zijn (niet verroest of be- dekt met koolresten);
- ingesmeerd zijn met speciaal vet of vaseline.

- Controleer of het contactslot in de stand "☒" staat.
◆ Maak eerst de negatieve (−) en dan de positieve kabel (rood) (+) los.
◆ Veeg roest weg met een staalborstel. - Sluit eerst de positieve (rood) (+) en dan de negatieve kabel (-) aan.
◆ Smeer de aansluitingen in met speciaal vet of vaseline.
Na deze bewerkingen:
◆ H50 HC50 Plaats het accudeksel terug, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET AC-CUDEKSEL H50 HC50).
H125 HC125 Plaats de accu terug, zie pag. 67 (MONTEREN VAN DE ACCU H125 HC125).

VERWIJDEREN VAN DE ACCU H50 HC50
Lees aandachtig pag. 64 (ACCU).
◆ Verwijder het accudeksel zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL H50 HC50).
◆ Controleer of het contactslot in de stand "⊗" staat.
◆ Maak eerst de negatieve (−) en dan de positieve kabel (rood) (+) los.
◆ Verwijder de ontluchtingsleiding van de accu.
- Verwijder de accu en bewaar hem op een effen oppervlak in een koele en droge ruimte.
WAARSCHUWING
Zodra de accu is gedemonteerd, moet hij op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen worden bewaard.
Plaats het accudeksel terug, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL H50 HC50).

Lees aandachtig pag. 64 (ACCU).
GEDEELTELIJKE DEMONTAGE
◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
WAARSCHUWING
Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.
◆ Zorg ervoor dat de contactschakelaar in de stand " " staat.
♦ Steek vanaf de rechterzijde van het voertuig uw linkerhand onder het scherm.
◆ Maak de riem (1) waarmee de accu is vastgemaakt los.
♦ Beweeg de riem (1) zijwaarts.
▲OPGELET
De accu zit vast aan elektrische kabels. Forceer de kabels niet tijdens het de- monteren.

- Neem de accu (2) vast en verwijder hem uit zijn houder door hem langs achteren naar buiten te trekken.
VOLLEDIGE DEMONTAGE
♦ Koppel eerst de negatieve kabel (−) en vervolgens de positieve kabel (rood) (+) los.
◆ Plaats de accu (2) op een effen oppervlak in een koele en droge ruimte.
▲ WAARSCHUWING
Nadat hij is gedemonteerd, moet de accu op een veilige plaats worden opgeborgen, buiten het bereik van kinderen.
CONTROLE VAN HET PEIL VAN HET ACCUZUUR H50 HC50
Lees aandachtig pag. 64 (ACCU).
Haal de accu uit zijn behuizing, zie pag. 65 (VERWIJDEREN VAN DE ACCU H50 HC50).

- Controleer of het vloeistofpeil zich tussen de twee "MIN" - en "MAX" -streepjes op de zijkant van de accu bevindt. Anders:
- De doppen van de elementen losdraaien en verwijderen.
▲OPGELET
Gebruik uitsluitend gedistilleerd water voor het bijvullen van het elektrolytpeil. Vul nooit tot boven het "MAX"- streepje, want het elektrolytpeil stijgt tijdens het opladen.
◆ Vul uitsluitend met gedistilleerd water bij tot het juiste peil is bereikt.
▲OPGELET
Plaats na het bijvullen de doppen van de elementen in de juiste positie terug.
- Plaats de doppen van de elementen terug.
OPLADEN VAN DE ACCU
Lees aandachtig pag. 64 (ACCU).
H50 HC50
Haal de accu uit zijn behuizing, zie pag. 65 (VERWIJDEREN VAN DE ACCU H50 HC50).
♦ Draai de doppen van de elementen los en verwijder ze.
◆ Controleer het peil van het accuzuur, zie pag. 65 (CONTROLE VAN HET PEIL VAN HET ACCUZUUR H50 HC50).
H125 HC125
◆ Demonteer de accu (volledige demontage), zie pag. 66 (DEMONTEREN DE ACCU H125 HC125).
OPMERKING Verwijder de accu- doppen niet: zonder de doppen kan de accu worden beschadigd.
♦ Sluit de accu aan op een acculader.
- Het is aan te bevelen een laadstroom gelijk aan 1/10 van de accucapaciteit te gebruiken.
H50 HC50
- Controleer na het opladen het peil van het accuzuur opnieuw en vul zo nodig bij met gedistilleerd water.
◆ Zet de doppen van de elementen vast.
▲OPGELET
Wacht 5-10 minuten na het loskoppelen van de lader alvorens de accu opnieuw te monteren, aangezien de accu nog een korte tijd gas blijft produceren.
MONTEREN VAN DE ACCU H50 HC50
Lees aandachtig pag. 64 (ACCU).
♦ Verwijder het accudeksel zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEK-SEL H50 HC50).
◆ Plaats de accu in zijn behuizing.
♦ Sluit de ontluchtingsleiding aan.
▲OPGELET
Sluit bij het hermonteren altijd de ont- luchtingsleiding van de accu aan om te vermijden dat de zwavelzuurdampen het elektrische systeem, de gelakte de- len, de rubberen elementen of de pak- kingen aantasten wanneer ze uit de ont- luchtingsleiding komen.
- Sluit de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (-) aan.
◆ Smeer de aansluitingen in met speciaal vet of vaseline. - Plaats het accudeksel terug, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL H50 HC50).

◆ Sluit de positieve kabel (rood) (+) en daarna de negatieve kabel (−) aan.
◆ Smeer de aansluitingen in met speciaal vet of vaseline.
▲OPGELET
Bij het terugplaatsen moeten de kabels in de juiste postitie worden geleid, zodanig dat ze niet worden geplet.
◆ Plaats de accu in zijn houder.
- Plaats de riem (1) waarmee de accu (2) wordt vastgemaakt terug.
VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN
Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).
▲OPGELET
Tracht geen defecte zekeringen te herstellen. Gebruik nooit andere dan de aanbevolen zekeringen.
Het gebruik van ongeschikte zekeringen kan schade aan het elektrische systeem of, in geval van een kortsluiting, zelfs brand veroorzaken.
OPMERKING Als een zekering regel- matig doorbrandt, is er waarschijnlijk een kortsluiting of een overbelasting in het elektrische systeem. In dit geval is het aan- geraden een officiële aprilia-dealer te raadpleges.
Als een elektrisch onderdeel niet werkt of onregelmatigheden vertoont of als de motor niet start, moeten de zekeringen gecontroleerd worden.
Verricht de controle als volgt:
♦ Draai de contactschakelaar in de stand "☒" om kortsluiting te voorkomen.
◆ H50 HC50 Verwijder het accudeksel, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET AC-CUDEKSEL H50 HC50).
H125 HC125 Verwijder het rechtse inspectie-
deksel, zie pag. 59 (VERWIJDEREN
VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE IN-
SPECTIEKAP).

♦ Trek de zekeringen één voor één uit en controleer of de smeltdraad is doorgebrand.
◆ Probeer voor u een zekering vervangt te achterhalen wat de oorzaak van het probleem was.
◆ Vervang de beschadigde zekering door een nieuwe met hetzelfde amperage.
OPMERKING Als u een van de reservezekeringen gebruikt, moet u een nieuwe zekering in de juiste houder steken.
◆ H50 HC50 Plaats het accudeksel terug, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN HET ACCUDEKSEL H50 HC50).
H125 HC125 Plaats het rechtse inspectie-
deksel terug, zie pag. 59 (VERWIJDE-
REN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE
INSPECTIEKAP).


FUNCTIE VAN DE ZEKERINGEN
Zekering 7,5 A (1) - Van contactschakelaar naar:
- startrelais en bijbehorend circuit;
- brandstofniveausensor en bijbehorend circuit;
-claxon; - parkeerlichten en dashboardverlichting;
- H50 HC50 richtingaanwijzers en bijbehorend circuit;
— H50 HC50 stoplicht en bijbehorend circuit; - H50 HC50 mengeroliereservesensor en bijbehorend circuit;
- H125 HC125 motoroliedruksensor en motoroliecircuit.
H50 HC50 Zekering 10 A (2) - van accu naar: contactschakelaar, spanningsregelaar.
H125 HC125 Zekering van 15 A (3) – van de accu naar: contactschakelaar, dynamo.

AFSTELLING VAN DE VERTICALE LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP
Zet voor een snelle controle van de juiste richting van de lichtbundel het voertuig op een effen ondergrond, op een afstand van 10 meter van een muur.
Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controleer of de lichtbundel die op de muur wordt geprojecteerd zich net onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).

Stel de koplamp als volgt af:
◆ Verdraai de juiste schroef (1) met behulp van een schroevendraaier.
Door ze RECHTSOM TE DRAAIEN, richt u de bundel omhoog.
Door ze LINKSOM TE DRAAIEN, richt u de bundel omlaag.
H125 HC125
Ga als volgt te werk om de lichtbundel van de koplamp af te stellen:
♦ Draai de moer (2) los.
♦ Regel de schuinte van de koplamp (3).
♦ Trek de moer (2) aan.
◆ Zorg dat de moer (2) correct is aangetrokken.
◆ Controleer of de koplamp (3) juist is gericht.
GLOEILAMPEN
Lees aandachtig pag. 43 (ONDER-HOUD).
▲ WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
▲OPGELET
Draai, alvorens een gloeilamp te vervangen, de contactschakelaar naar de stand "☒" en wacht enkele minuten, zodat de gloeilamp kan afkoelen. Vervang de lampen met schone handschoenen of met behulp van een scho- ne droge doek.
Laat geen vingerafdrukken achter op de lampen, want daardoor kunnen de lampen oververhit raken en kapot gaan. Als u een lamp met de blote hand aanraakt, moet u vingerafdrukken wegvegen met alcohol, om te vermijden dat de lamp snel defect raakt.
WEES VOORZICHTIG DAT U DE ELEK- TRISCHE KABELS NIET BESCHADIGT.

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE KOPLAMP H50
Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
De koplamp bevat:
- één gloeilamp voor het parkeerlicht (1);
- één gloeilamp voor het dimlicht/grootlicht (2).

Ga als volgt te werk om bij de gloeilampen te komen:
♦ Verwijder de onderste stuurkap, zie pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE ONDERSTE STUURKAP H50 H125).
◆ Verplaats het beschermelement (3) met de hand.
Vervang de gloeilampen als volgt:
Trek niet aan de elektrische kabels om de lampfitting uit te trekken.
- Neem de lampfitting van het parkeerlicht (4) vast, trek en verwijder hem uit zijn zitting.
♦ Trek de gloeilamp van het parkeerlicht (1) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

♦ Draai de lampfitting (5) linksom en trek hem uit.
◆ Druk de lamp (2) zachtjes in en draai ze linksom.
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze.
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE KOPLAMP H125
Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
De koplamp bevat:
- één gloeilamp voor het parkeerlicht (1);
- één gloeilamp voor het dimlicht/grootlicht (2) (halogeen).

Ga als volgt te werk om bij de gloeilampen te komen:
♦ Verwijder de onderste stuurkap, zie pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE ONDERSTE STUURKAP H50 H125).
◆ Verplaats het beschermelement (3) met de hand.
Vervang de gloeilampen als volgt:
Trek niet aan de elektrische kabels om de lampfitting uit te trekken.
- Neem de lampfitting van het parkeerlicht (4) vast, trek en verwijder hem uit zijn zitting.
♦ Trek de gloeilamp van het parkeerlicht (1) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

Trek niet aan de stroomdraden om de elektrische connector los te trekken.
◆ Neem de lampfitting (5) vast, trek eraan en koppel hem los van de gloeilamp (6).
◆ Maak de bevestigingsclip (7) van de gloeilamp (6) los.
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze.
Hermonteren:
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.
◆ Plaats de clip (7) terug. - Sluit de elektrische connector van de gloeilamp (5) aan.

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE KOPLAMP HC50
Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
De koplamp bevat:
- één gloeilamp voor het parkeerlicht (1);
- één gloeilamp voor het dimlicht/grootlicht (2).
Ga als volgt te werk om bij de gloeilampen te komen:
♦ Verwijder de metalen ring van de koplamp, zie pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE METALEN RING VAN DE KOPLAMP HC50 HC125).
▲OPGELET
Ga voorzichtig te werk. Trek niet aan de elektrische stroomdraden.
◆ Verwijder de reflector (3) gedeeltelijk.

Vervang de gloeilampen als volgt:
Trek niet aan de elektrische kabels om de lampfitting uit te trekken.
◆ Neem de lampfitting van het parkeerlicht (4) vast, trek en verwijder hem uit zijn zitting.
♦ Trek de gloeilamp van het parkeerlicht (1) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

♦ Draai de lampfitting (5) linksom en trek hem uit.
◆ Druk de lamp (2) zachtjes in en draai ze linksom.
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze.
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
De koplamp bevat:
- één gloeilamp voor het parkeerlicht (1);
- één gloeilamp voor het dimlicht/grootlicht (2) (halogeen).
Ga als volgt te werk om bij de gloeilampen te komen:
♦ Verwijder de metalen ring van de koplamp, zie pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE METALEN RING VAN DE KOPLAMP HC50 HC125).
AOPGELET
Ga voorzichtig te werk. Trek niet aan de elektrische stroomdraden.
◆ Verwijder de reflector (3) gedeeltelijk.

Vervang de gloeilampen als volgt:
Trek niet aan de elektrische kabels om de lampfitting uit te trekken.
- Neem de lampfitting van het parkeerlicht (4) vast, trek en verwijder hem uit zijn zitting.
♦ Trek de gloeilamp van het parkeerlicht (1) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.

Trek niet aan de stroomdraden om de elektrische connector los te trekken.
◆ Neem de lampfitting (5) vast, trek eraan en koppel hem los van de gloeilamp (6).
◆ Maak de bevestigingsclip (7) van de gloeilamp (6) los.
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze.
Hermonteren:
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.
◆ Plaats de clip (7) terug. - Sluit de elektrische connector van de gloeilamp (5) aan.

Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
H50 HC50 OPMERKING Controleer de zekeringen voordat u een gloeilamp vervangt, zie pag. 68 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN).
Vervang de gloeilampen als volgt:
♦ Draai de schroef (1) los en verwijder ze.
OPMERKING Wees bij het verwijderen van het beschermingsglas voorzichtig dat de lipjes (2) niet afbreken.
◆ Verwijder het beschermingsglas (3).
OPMERKING Pas bij het hermonteren de lipjes (2) correct in hun zittingen.

OPMERKING het gekleurde scherm (5) is alleen voorzien als de richtingaanwijzer is uitgerust met een beschermkap (3) van het "kleurloze doorschijnende" type.
♦ Draai de schroef (6) los en verwijder ze.
OPMERKING Wees bij het verwijderen van het gekleurde glas voorzichtig dat het lipje niet afbreekt.
♦ Draai het gekleurde glas (5) naar binnen tot het lipje (7) loskomt en verwijder het vervolgens.
OPMERKING Steek bij het hermon- teren het lipje (7) correct in de juiste zitting.
◆ Druk lichtjes op de gloeilamp (8) en draai ze linksom.
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze.

OPMERKING Installeren van de nieuwe gloeilamp: steek de lamp in de lampfitting, ervoor zorgend dat de twee geleidepennen mooi in de voorziene geleiders op de lampfitting passen.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type.
Hermonteren:
OPMERKING Draai schroef (1) en schroef (6) voorzichtig vast, maar niet te vast, om beschadiging van het beschermingsglas (3) en van het gekleurde glas (5) te voorkomen.

VERVANGING GLOEILAMPJES DASHBOARD H50 H125
Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
OPMERKING Controleer de zeker- ringen voordat u een gloeilamp vervangt, zie pag. 68 (VERVANGEN VAN DE ZEKE- RINGEN).
In het dashboard bevinden zich:
– de waarschuwingslampjes;
- de lampjes voor de dashboardverlichting.
Vervang de gloeilampen als volgt:
♦ Verwijder de bovenste stuurkap gedeeltelijk, zie pag. 57 (GEDEELTELIJK VERWIJDEREN VAN DE BOVENSTE STUURKAP H50 H125).

OPMERKING Neem lampfittingen één voor één uit om te vermijden dat ze nadien verkeerd worden teruggeplaatst.
♦ Trek de fitting van het betreffende lampje uit:
| Pos. | Waarschuwingslampje Kleur | |
| 1 | H50 Oliereserve (☎) | r |
| 1 | H125 Motoroliedruk (☎) | r o |
| 2 | Brandstofpeil ( ☐) | amber-geel |
| 3 | Richtingaanwijzers ( ♦) | groen |
| 4 | Grootlicht ( ☑) | blauw |
| 5 | Parkeerlichtenen dimlicht (☎) | groen |
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze door een lamp van hetzelfde type.

DASHBOARDVERLICHTING
OPMERKING Om de twee gloeilampen van het bovenste deel van het dashboard te vervangen, volstaat het om de onderste stuurkap te verwijderen.
♦ Verwijder de onderste stuurkap, zie pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE ONDERSTE STUURKAP H50 H125).
OPMERKING Neem lampfittingen een voor een uit om te vermijden dat ze nadien verkeerd worden teruggeplaatst.
♦ Trek de gloeilampfitting uit van het dashboardgedeelte waarvan het licht zwak is:
| Pos. | Brandend gedeelte |
| 6 | Rechts boven |
| 7 | Links boven |
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze door een lamp van hetzelfde type.

VERVANGING GLOEILAMPJES DASHBOARD HC50 HC125
Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
OPMERKING Controleer de zeker- ringen voordat u een gloeilamp verva zie pag. 68 (VERVANGEN VAN DE ZEKE- RINGEN).
In het dashboard bevinden zich:
- de waarschuwingslampjes;
- de lampjes voor de dashboardverlichting.
Vervang de gloeilampen als volgt:
◆ Verwijder het dashboard gedeeltelijk, zie pag. 58 (GEDEELTELIJK VERWIJDEREN VAN HET DASHBOARD HC50 HC125).

OPMERKING Neem lampfittingen één voor één uit om te vermijden dat ze nadien verkeerd worden teruggeplaatst.
♦ Trek de fitting van het betreffende lampje
| Pos. | Waarschuwingslampje Kleur | |
| 1 | HC50 Oliereserve (###) | r |
| 1 | HC125 Motoroliedruk (###) | r o |
| 2 | Brandstofpeil ( ###) | amber-geel |
| 3 | Richtingaanwijzers ( ⇌ ➔) | g r |
| 4 | Grootlicht ( ≡D) | blauw |
| 5 | Parkeerlichten en dimlicht (###) | groen |

♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze door een lamp van hetzelfde type.
DASHBOARDVERLICHTING
OPMERKING Neem lampfittingen één voor één uit om te vermijden dat ze nadien verkeerd worden teruggeplaatst.
♦ Trek de gloeilampfitting uit van het dash-
boardgedeette waarvan het licht zwak is:
| Pos. | Brandend gedeelte |
| 6 | Bovenste middelste deel |
| e7 n | Onderste rechtse deel |
♦ Trek de gloeilamp uit en vervang ze door een lamp van hetzelfde type.

Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
H50 HC50
OPMERKING Controleer de zeker- ring voor u een gloeilamp vervangt, zie pag. 68 (VERVANGEN VAN DE ZEKE- RINGEN), alsook de goede werking van de stoplichtschakelaars, zie pag. 60 (CON- TROLEREN VAN DE SCHAKELAARS).

Vervang de gloeilampen als volgt:
◆ Zet het voertuig op de standaard.
♦ Draai de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
◆ Verwijder het beschermingsglas (2).
OPMERKING Plaats bij het hermon- teren het beschermingsglas correct in zijn houder. Het onderste deel heeft een profielvorm.
AOPGELET
Draai bij het monteren de schroeven (1) voorzichtig en niet te vast aan, om te vermijden dat u het beschermingsglas beschadigt.
◆ Druk lichtjes op de gloeilamp (3) en draai ze linksom.
♦ Trek de gloeilamp uit haar houder.

OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.
- Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.
H50 HC50
OPMERKING Als het doorschijnende scherm van de kentekenplaatverlichting (4) is verwijderd, dient u dit in de correcte positie terug te plaatsen. Het voorste deel heeft een profielvorm.
H125 HC125
OPMERKING Als het doorschijnende scherm (4) werd verwijderd, plaats het dan correct terug. Het voorste deel heeft een profielvorm.

Lees aandachtig pag. 69 (GLOEILAM-PEN).
Vervang de lamp als volgt:
♦ Schroef de schroef (1) los en verwijder ze.
◆ Verwijder de lichteenheid (2).

Trek niet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.
◆ Neem de lampfitting (3) vast trek eraan en neem hem uit zijn houder.
◆ Verwijder de gloeilamp (4) uit haar houder.
- Installeer een gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.
OPGELET
Plaats bij het hermonteren de elektriciteitskabel correct terug in de groef op de rechterzijde van de lichteenheid (2).
VERVOER
WAARSCHUWING
Voor u het voertuig gaat vervoeren, moeten de benzinetank en de carburateur volledig leeg zijn, zie pag. 79 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK); controleer na het leegmaken of alles volkomen droog is.
Tijdens het transport moet het voertuig in verticale positie en stevig verankerd blijven, om lekkage van brandstof, olie of koelvloeistof te vermijden.
WAARSCHUWING
In geval van pech mag het voertuig niet worden gesleept, maar moet u hulp in-roepen.

Lees aandachtig pag. 25 (BRAND-STOF).
WAARSCHUWING
Gevaar voor brand.
Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.
Brandstofdampen zijn schadelijk voor uw gezondheid.
Controleer alvorens de tank leeg te maken of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.
Adem geen brandstofdampen in.
Rook niet en gebruik geen open vlam- men.
LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.

◆ Zet het voertuig op de middenstandaard.
◆ Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.
Neem een opvangbak met een capaciteit die groter is dan de hoeveelheid brandstof aanwezig in de tank en plaats hem op de grond aan de linkerzijde van het voertuig.
♦ Verwijder de vuldop.
- Gebruik voor het aftappen van de brandstof uit de tank een handpomp of een dergelijk gereedschap.
▲ WAARSCHUWING
Plaats na het aftappen van de tank de vuldop in de juiste positie terug.
◆ Plaats de vuldop terug.

◆ Demonteer de linkse inspectiekap, zie pag. 59 (VERWIJDEREN VAN DE RECHTSE EN DE LINKSE INSPECTIE-KAP).
♦ Steek het vrije uiteinde van de slang (1) in een opvangbak.
◆ Open de ontluchter van de carburateur door de aftapschroef (2) onder de vlotterkamer los te draaien.
Doe het volgende nadat alle brandstof is afgetapt:
♦ Draai de aftapschroef (2) volledig vast.
▲ WAARSCHUWING
Draai de aftapschroef (2) voorzichtig aan om brandstoflekkage uit de carburateur tijdens het vullen te voorkomen.
Neem zo nodig contact op met een officiële aprilia-dealer.
REINIGING

Reinig het voertuig regelmatig als hij in bepaalde gebieden of onder bijzondere omstandigheden wordt gebruikt, namelijk:
◆ In vervuilde gebieden (steden en industriezones).
In gebieden gekenmerkt door een hoog percentage zout en vocht (zeegebieden, hete en vochtige klimaten).
In speciale omstandigheden (gebruik van zout en chemische producten tegen ijsvorming op de wegen in de winter).
- Laat geen resten van industriële en vervuilende poeders, teervlekken, dode insecten, vogeluitwerpselen, enz. op de carrosserie zitten.
◆ Parkeer het voertuig niet onder een boom, aangezien in sommige seizoenen bepaalde stoffen, hars, fruit of bladeren uit de bomen kunnen vallen, die bestanddelen bevatten die de lak mogelijk aantasten.
▲ WAARSCHUWING
Na het reinigen van het voertuig, is het mogelijk dat de werking van de remmen tijdelijk te wensen overlaat omwille van de aanwezigheid van water op de greepoppervlakken. Bijgevolg moet u, om ongevallen te vermijden, er rekening mee houden dat de remafstanden langer kunnen zijn. Rem veelvuldig om dit euvel zo snel mogelijk te verhelpen.
Voer de controles vooraf uit, zie pag. 33 (CONTROLES VOORAF).
Voor het verwijderen van vuil en modder van de gelakte delen moet u een lagedruk-waterspuit gebruiken; maak de vuile delen goed nat, veeg modder en vuil weg met een zachte autospons die in een oplossing van water en shampoo is gedrenkt (2 - 4% shampoo in water).
Vervolgens de delen afspoelen met veel water en afdrogen met een zeemlap.
Voor het reinigen van de buitenkant van de motor moet u een ontvettingsmiddel, kwastjes en stoflappen gebruiken.
AOPGELET
Poets het voertuig pas op met siliconenwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd.
Maak dof geworden lak nooit glanzend met polijstpasta.
Reinig het voertuig niet in de zon, voor- al niet in de zomer, als de carrosserie nog warm is, want als de shampoo op- droogt voor hij wordt weggespoeld, kan hij de lak aantasten.
Gebruik geen vloeistoffen met een temperatuur van meer dan 40°C om de plastic onderdelen van het voertuig te reinigen.
Gebruik geen water- of luchtspuiten onder hoge druk en evenmin stoom om de volgende onderdelen te reinigen: wielnaven, bedieningselementen op de rechteren de linkerhelft van het stuur, lagers, rempomp, instrumenten en controle-lampjes, uitlaatdemper, handschoenkastje, contactschakelaar/stuurslot.
Reinig onderdelen van rubber en kunststof en het zadel niet met alcohol, benzine of oplosmiddelen, maar gebruik uitsluitend water en een neutrale zeep.
▲ WAARSCHUWING
Breng geen beschermende was aan op het zadel om te vermijden dat het glibberig wordt.
LANGDURIGE STILSTAND
Na een lange periode van stilstand van het voertuig moeten enkele maatregelen worden getroffen om problemen te vermijden.
Daarnaast is het belangrijk de nodige herstellingen en algemene controles uit te voeren voor een periode van stilstand, om te voorkomen dat u dit later zou vergeten.
Ga als volgt te werk:
Maak de brandstoftank en de carburateur leeg, zie pag. 79 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK).
♦ Trek de bougie, zie pag. 62 (BOUGIE) uit en giet een koffielepel (5-10 cm³) tweetaktolie in de cilinder.
OPMERKING Leg een schone doek naast de zitting van de bougie om mogelijk-ke oliespatten op te vangen.
Zet de contactschakelaar in de stand "○"; druk gedurende enkele seconden op de startknop "⑧" om de olie gelijkmatig over het cilinderoppervlak te verdelen.
♦ Verwijder de doek.
◆ Plaats de bougie terug.
H50 HC50 Demonteer de accu, zie pag. 65 (VERWIJDEREN VAN DE ACCU H50 HC50).
◆ H125 HC125 Demonteer de accu, zie pag. 66 (DEMONTEER DE ACCU H125 HC125).

◆ Was het voertuig en laat hem drogen, zie pag. 80 (REINIGING).
◆ Poets de gelakte delen met was.
♦ Pomp de banden op, zie pag. 30 (BAN-DEN).
- Plaats met behulp van een aangepaste steun het voertuig zo dat beide banden van de grond komen.
Stal het voertuig in een onverwarmde, niet-vochtige ruimte, beschut tegen het zonlicht, met minimale temperatuurschommelingen.
Maak een plastic zak vast aan de eindpijp van de uitlaatdemper, om het binnendringen van vocht in de pijp te voorkomen.
♦ Dek het voertuig af, bij voorkeur niet met plastic of waterdichte materialen.

Haal het voertuig onder het dekzeil van- daan en reinig hem, zie pag. 80 (REINI- GING).
- Controleer de laadtoestand van de accu, zie pag. 67 (OPLADEN VAN DE ACCU H50 HC50) en monteer hem, zie pag. 67 (MONTEREN VAN DE ACCU H50 HC50) en (MONTEREN VAN DE ACCU H125 HC125).
◆ Controleer of de brandstofaftapschroef goed is aangedraaid, zie pag. 79 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK).
◆ Vul de brandstoftank, zie pag. 25 (BRANDSTOF).
- Voer de controles vooraf uit, zie pag. 33 (CONTROLES VOORAF).
▲ WAARSCHUWING
Maak een testrit met lage snelheid in een gebied waar weinig verkeer is.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Beschrijving | H50 | HC50 | H125 | HC125 | |
| AFMETINGEN | Max. lengte 1900 mm 1950 mm 1980 mm | ||||
| Max. breedte 720 mm 900 mm 720 mm 920 mm | |||||
| Max. hoogte (koplamp inbegrepen) 1075 mm 1 | 120 mm 1090 mm | 1135 mm | |||
| Hoogte zadel 745 mm 750 mm 780 mm 755 mm | |||||
| Wielbasis 1300 mm 1285 mm 1350 mm | |||||
| Min. grondspeling 137 mm 140 mm 85 mm | |||||
| Gewicht klaar om te starten 97 kg 115 kg | |||||
| MOTOR | Model | - | M222 | ||
| Type | 2-takt | 4-takt | |||
| Aantal kleppen | - | 2 | |||
| Aantal cilinders | Eén horizontale cilinder | ||||
| Cilinderinhoud | 49,38 cm3 | 124,0 cm3 | |||
| Boring/slag | 41,0 mm / 37,4 mm | 57,0 mm / 48,6 mm | |||
| Compressieverhouding | 11,3 ± 0,5:1 | 10,8 ± 0,5:1 | |||
| Starten | elektrisch + kickstarter | ||||
| Koppeling | centrifugaal | ||||
| Versnelling | traploze automaat | ||||
| Smeersysteem | - | Oliedruksmering vanuit oliecarter met mechanische pomp; peil-controle door kijkglas. | |||
| Koeling | met ventilator | ||||
| VERSNELLING | Versnellingsbak traploze automaat | ||||
| Primair V-riem | |||||
| Verhoudingen minimum | voor traploze versnelling: 2,9 maximumvoor traploze versnelling: 0,75 | minimumvoor traploze versnelling: 2,38 maximumvoor traploze versnelling: 0,79 | |||
| Secundair met tandwielen | |||||
| CAPACITEIT | Brandstof (reserve inbegrepen) 7,5/8/ | ||||
| Brandstofreserve 2/ | |||||
| Versnellingsbakolie | 130 cm3 | 85 cm3 | |||
| Smeerolie (reserve inbegrepen) 1,4/- | |||||
| Smeeroliereserve | 0,4/- | ||||
| Motorolie- enkel olie verversen | - | 850 cm3 | |||
| Zitplaatsen | 1 (2 in landen waar dit is toege-staan) | n° 2 | |||
| Max. belasting (rijder + bagage) | 105 kg | 105 kg | |||
| Max. belasting (rijder+passagier+bagage) | 80 kg (in landen waar dit is toe-gestaan) | 180 kg | |||
| CARBURATEUR | Model: | KEIHIN PWS 12 | MIKUNI BS 24 | ||
| Doorlaat | ∅12 mm | ∅22 mm | |||
| BRANDSTOFTOE-VOER | Brandstof | superbenzine overeenkomstig DIN 51600 (4 Stars UK), min. octaangetal 98 (N.O.R.M.) en 88 (N.O.M.M.) (loodvrij) | gelode of ongelode (4 StarsUK) superbenzine in overeenstem-ming met de norm, min, octaan-getal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.) | ||
| Brandstof | loodvrije benzine overeenkom-stig DIN 51607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.) | - | |||
| FRAME Type één balk, achteraan uitlopend in twee balken | |||||
| VERING | Voor vork met aansluitelementen | ||||
| Veerweg 50 mm | |||||
| Achter enkele hydraulische schokbreker | |||||
| Veerweg 67,5 mm 72 mm | |||||
| REMMEN | Voor schijfrem, ∅190 mm, met hydraulische bediening | ||||
| Achter | trommelrem, ∅120 mm, met mechanische bediening | trommelrem, ∅140 mm, met mechanische bediening | |||
| VELGEN-WIELEN | Type lichtmetaal | ||||
| Voor 3,00 x 12" | |||||
| Achter 3,50 x 10" | |||||
| BANDEN | Type tubeless | ||||
| Voor 120/70 - 12" - 51J 120/70 - 12" - 51P | |||||
| Achter | 130/70 - 10" - 59J | 130/70 - 10" - 59P | |||
| STANDAARD-BANDENSPANNING | |||||
| Voor | 170 kPa (1,7 bar) | ||||
| Achter | 190 kPa (1,9 bar) | ||||
| BANDENSPANNING MET PASSAGIER (H50 HC50 in landen waar vervoer van een passagier is toegestaan) | |||||
| Voor | 190 kPa (1,9 bar) | 170 kPa (1,7 bar) | |||
| Achter | 210 kPa (2,1 bar) | ||||
| ONTSTEKING | Type | C.D.I. | |||
| Voorontsteking | 14° ± 1° voor B.D.P. | 10° ± 1° voor B.D.P. | |||
| BOUGIE | Standaard NGK R BPR8HS CHAMPION RG4HC | ||||
| Alternatief | NGK | R | |||
| Elektrodenafstand | 0,6 – 0,7 mm | 0,7 – 0,8 mm | |||
| Stationair toerental 1600 ± 200 tpm | |||||
| ELEKTRISCH SYSTEEM | Accu 12 V - 4 Ah 12 V - 9 Ah | ||||
| Zekeringen 7,5 A - 10 A 7,5 A - 15 A | |||||
| Dynamo (met permanente magneet) 12 V - 115 W 12 V - 100 W | |||||
| GLOEILAMPEN | Dimlicht/grootlicht | 12 V - 35/35 W | - | ||
| Dimlicht/grootlicht (halogeen) | - | 12 V - 55/60 W H4 | |||
| Het parkeerlicht | 12 V - 5 W | 12 V - 3 W | |||
| Richtingaanwijzers | 12 V - 10 W | ||||
| Achterste parkeerlicht / stoplicht / kentekenplaatverlichting | 12 V - 5/21 W | - | |||
| Achterste parkeerlicht / stoplicht | - | 12 V - 5/21 W | |||
| Kentekenplaatverlichting | - | 12 V - 3 W | |||
| Dashboard 12 V - 2 W 12 V - 1,2 W | 12 V - 1,2 W | ||||
| WAARSCHU-WINGSLAMPJES | Dimlicht en parkeerlicht | 12 V - 1,2 W | |||
| Grootlicht | 12 V - 1,2 W | ||||
| Richtingaanwijzers | 12 V - 2 W | ||||
| Oliereserve | 12 V - 2 W | - | |||
| Motoroliedruk | - | 12 V - 2 W | |||
| Laag brandstofpeil | 12 V - 2 W | ||||
SMEERMIDDELENTABEL H50 HC50
Versnellingsbakolie (aanbevolen): F.C., SAE 75 W - 90 of GEAR SYNTH, SAE 75W - 90.
Als alternatief voor de aanbevolen olie, kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan A.P.I. GL4.
Smeerolie (aanbevolen): GREEN HIT 2 of CITYaT.
Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan ISO-L-ETC++, A.P.I. TC++.
Vorkolie (aanbevolen): vorkolie F.A. 5W of F.A. 20 W;
als alternatief FORK5W of FORK 20Wgip
Als u een olie wenst die qua prestaties het midden houdt tussen F.A. 5W en F.A. 20W of FORK Agip 5W en FORK 20W, dan kunt u deze twee soorten in de volgende verhoudingen mengen:
SAE 10W = F.A. 5W 67% van het volume, + F.A. 20W 33% van het volume of
Agip FORK 5W 67% van het volume, + FORK20W 33% van het volume.
SAE 15W = F.A. 5W 33% van het volume, + F.A. 20W 67% van het volume of
Agip FORK 5W 33% van het volume, + FORK20W 67% van het volume.
Lagers en andere smeerpunten (aanbevolen): AUTOGREASE MP of GREASE 30.
Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u smeervet van hoge kwaliteit voor rollagers gebruiken, werktemperatuur -30°C...+140°C, druppelpunt 150°C...230°C, verhoogde anti-corrosiebescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie.
Bescherming occupolen: Neutraal vet of vaseline.
▲ WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend nieuwe remvloeistof.
Remvloeistof (aanbevolen): F.F., DOT 5 (compatibel met DOT 4) of BRAKE 5.1, DOT 5 (compatibel met DOT 4).
▲ WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend antivries en anti-corrosiemiddelen zonder nitriet, die een bescherming tot minstens -35°C bieden.
Motorkoelvloeistof (aanbevolen): ECOBLU - 40°C of
SMEERMIDDELENTABEL H125 HC125
Motorolie (aanbevolen): EXTRA RAID 4, SAE 15W - 50 of TEG4T, SAE 15W - 50.
Als alternatief voor de aanbevolen olie, kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan CCMC G-4, A.P.I. SG.
Versnellingsbakolie (aanbevolen): F.C., SAE 75 W - 90 of GAAR SYNTH, SAE 75W - 90.
Als alternatief voor de aanbevolen olie, kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan A.P.I. GL4.
Vorkolie (aanbevolen): vorkolie F.A. 5W of F.A. 20 W;
als alternatief FORK5W of FORK 20Wgip
Als u een olie wenst die qua prestaties het midden houdt tussen F.A. 5W en F.A. 20W of FORK 5W en FORK Agip 20W, dan kunt u deze twee soorten in de volgende verhoudingen mengen:
SAE 10W = F.A. 5W 67% van het volume, + F.A. 20W 33% van het volume of
Agip FORK 5W 67% van het volume + FORK 20W 33% van het volume.
SAE 15W = F.A. 5W 33% van het volume, + F.A. 20W 67% van het volume of
Agip FORK 5W 33% van het volume + FORK 20W 67% van het volume.
Lagers en andere smeerpunten (aanbevolen): AUTOGREASE MP of GREASE 30.
Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u smeervet van hoge kwaliteit voor rollagers gebruiken, werktemperatuur -30°C...+140°C, druppelpunt 150°C...230°C, verhoogde anti-corrosiebescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie.
Bescherming accupolen: Neutraal vet of vaseline.
▲ WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend nieuwe remvloeistof.
Remvloeistof (aanbevolen): F.F., DOT 5 (compatibel met DOT 4) of BRAKE 5.1, DOT 5 (compatibel met DOT 4).
OPMERKINGEN
aprilia
VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
OPMERKINGEN
aprilia
VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
aprilia
Importeurs
1 APRILIA s.p.a.
Nikkelstraat 1 - 4823 AE Breda (NL)
Tel.(076)5431640-Fax(076)5431649
1) Dynamo
2) CDI
3) Bougie
4) Bobine
5) Spanningsregelaar
6) Accu
7) Startmotor
8) Startrelais
9) Remlichtschakelaar voor
10) Remlichtschakelaar achter
11) Oliereserveschakelaar
12) Weerstand
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer rechts achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer links achter
17) Lichtschakelaar (niet voorzien op de versie voor het ASD)
18) Drukknop claxon
19) Contactslot / stuurslot
20) Controlediode
21) Startknop
22) Knipperlichtrelais
23) Dashboard
24) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers
25) Waarschuwingslampje oliereserve
26) Dashboardverlichting
27) Brandstofmeter
28) Waarschuwingslampje brandstofreserve
29) Waarschuwingslampje grootlicht
30) Voorste parkeerlicht
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Richtingaanwijzer links voor
33) Koplamp
34) Dimlicht / grootlicht-lampje
35) Claxon
36) Pick-up
37) Zekeringen
38) Meervoudige aansluitingen
39) Achterste parkeerlicht / stoplicht / kentekenplaatverlichting
40) -
41) Schakelaar richtingaanwijzers
42) Linker dimlichtschakelaar
43) Waarschuwingslampje "dimlicht en parkeerlicht"
44) Automatische starter
45) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Paars
Ro Roze
ELEKTRISCH SCHEMA - Habana 50 J USA

1) Dynamo
2) CDI
3) Bougie
4) Bobine
5) Spanningsregelaar
6) Accu
7) Startmotor
8) Startrelais
9) Remlichtschakelaar voor
10) Remlichtschakelaar achter
11) Oliereserveschakelaar
12) Weerstand
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer rechts achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer links achter
17) Motorstopschakelaar
18) Drukknop claxon
19) Contactslot / stuurslot
20) Controlediode
21) Startknop
22) Knipperlichtrelais
23) Dashboard
24) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers
25) Waarschuwingslampje oliereserve
26) Dashboardverlichting
27) Brandstofmeter
28) Waarschuwingslampje brandstofreserve
29) Waarschuwingslampje grootlicht
30) Voorste parkeerlicht
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Richtingaanwijzer links voor
33) Koplamp
34) Dimlicht / grootlicht-lampje
35) Claxon
36) Pick-up
37) Zekeringen
38) Meervoudige aansluitingen
39) Achterste parkeerlicht / stoplicht / kentekenplaatverlichting
40) -
41) Schakelaar richtingaanwijzers
42) Linker dimlichtschakelaar
43) Waarschuwingslampje "dimlicht en parkeerlicht"
44) Automatische starter
45) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Paars
Ro Roze
ELEKTRISCH SCHEMA - Habana Custom 50

LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA - Habana Custom 50
1) Dynamo
2) CDI
3) Bougie
4) Bobine
5) Spanningsregelaar
6) Accu
7) Startmotor
8) Startrelais
9) Remlichtschakelaar voor
10) Remlichtschakelaar achter
11) Oliereserveschakelaar
12) Weerstand
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer rechts achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer links achter
17) Linker dimlichtschakelaar
18) Rechter dimlichtschakelaar
19) Contactslot / stuurslot
20) Controlediode
21) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem
22) Knipperlichtrelais
23) Dashboard
24) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers
25) Waarschuwingslampje oliereserve
26) Dashboardverlichting
27) Brandstofmeter
28) Waarschuwingslampje brandstofreserve
29) Waarschuwingslampje grootlicht
30) Voorste parkeerlicht
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Richtingaanwijzer links voor
33) Koplamp
34) Dimlicht / grootlicht-lampje
35) Claxon
36) Pick-up
37) Zekeringen
38) Meervoudige aansluitingen
39) Achterste parkeerlicht / stoplicht / kentekenplaatverlichting
40) -
41) Waarschuwingslampje "dimlicht en parkeerlicht"
42) Automatische starter
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Paars
Ro Roze
ELEKTRISCH SCHEMA - Habana 125

LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA - Habana 125
1) Dynamo
2) CDI
3) Bougie
4) Bobine
5) Spanningsregelaar
6) Accu
7) Startmotor
8) Startrelais
9) Remlichtschakelaar voor
10) Remlichtschakelaar achter
11) Oliedruksensor
12) Weerstand
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer rechts achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer links achter
17) Lichtschakelaar (niet voorzien op de versie voor het ASD)
18) Drukknop claxon
19) Contactslot / stuurslot
20) Regeling van de automatische startinrichting
21) Startknop
22) Automatische starter
23) Dashboard
24) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers
25) Waarschuwingslampje motoroliedruk
26) Dashboardverlichting
27) Brandstofmeter
28) Waarschuwingslampje brandstofreserve
29) Waarschuwingslampje grootlicht
30) Voorste parkeerlicht
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Richtingaanwijzer links voor
33) Koplamp
34) Dimlicht / grootlicht-lampje
35) Claxon
36) Pick-up
37) Zekeringen
38) Meervoudige aansluitingen
39) Achterste parkeerlicht / stoplicht
40) -
41) Schakelaar richtingaanwijzers
42) Linker dimlichtschakelaar
43) Waarschuwingslampje "dimlicht en parkeerlicht"
44) Kentekenplaatverlichting
45) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Paars
Ro Roze
ELEKTRISCH SCHEMA - Habana Custom 125
LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA - Habana Custom 125
1) Dynamo
2) CDI
3) Bougie
4) Bobine
5) Spanningsregelaar
6) Accu
7) Startmotor
8) Startrelais
9) Remlichtschakelaar voor
10) Remlichtschakelaar achter
11) Oliedruksensor
12) Weerstand
13) Sensor brandstofpeil
14) Richtingaanwijzer rechts achter
15) Achterlicht
16) Richtingaanwijzer links achter
17) Linker dimlichtschakelaar
18) Rechter dimlichtschakelaar
19) Contactslot / stuurslot
20) Regeling van de automatische startinrichting
21) Bevestigingspunt antidiefstalsysteem
22) Automatische starter
23) Dashboard
24) Waarschuwingslampje richtingaanwijzers
25) Waarschuwingslampje motoroliedruk
26) Dashboardverlichting
27) Brandstofmeter
28) Waarschuwingslampje brandstofreserve
29) Waarschuwingslampje grootlicht
30) Voorste parkeerlicht
31) Richtingaanwijzer rechts voor
32) Richtingaanwijzer links voor
33) Koplamp
34) Dimlicht / grootlicht-lampje
35) Claxon
36) Pick-up
37) Zekeringen
38) Meervoudige aansluitingen
39) Achterste parkeerlicht / stoplicht
40) -
41) -
42) -
43) Waarschuwingslampje "dimlicht en parkeerlicht"
44) Kentekenplaatverlichting
KLEUREN KABELS
Ar Oranje
Az Lichtblauw
B Blauw
Bi Wit
G Geel
Gr Grijs
M Bruin
N Zwart
R Rood
V Groen
Vi Paars
Ro Roze
OPMERKINGEN
aprilia
VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
OPMERKINGEN
aprilia
VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
aprilia s.p.a. bedankt haar klanten voor de aanschaf van deze bromfiets:
- Laat geen olie, brandstof, vervuilende stoffen en onderdelen in het milieu terechtkomen.
- Laat de motor niet onnodig draaien.
- Veroorzaak geen geluidsoverlast.
- Heb eerbied voor de natuur.