FORD Transit Connect (2003) - Automobiel

Transit Connect (2003) - Automobiel FORD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Transit Connect (2003) FORD in PDF-formaat.

📄 160 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice FORD Transit Connect (2003) - page 7
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Bestelwagen / Personenauto (Transit Connect)
Merk Ford
Model Transit Connect (2003)
Wielbasis Kort (2912 mm) of Lang (3300 mm)
Rijklaar gewicht Ca. 1345–1475 kg (afhankelijk van motor en uitvoering)
Laadvermogen 625–1000 kg (afhankelijk van uitvoering)
Motoren 1,8L Duratec (115 pk) benzine; 1,8L Duratorq-TDDi/TDCi (75/90 pk) diesel
Brandstof Benzine of diesel
Voorgloeisysteem (diesel) Automatisch; controlelamp wachten tot uit
Versnellingsbak Handgeschakeld, 5 versnellingen
Veiligheidssystemen Frontairbags, zijairbags, gordelspanners, ABS, ISOFIX, kindersloten
Klimaatregeling Handmatig met airconditioning, extra verwarming (optioneel)
Verlichting Koplampen (H4 60/55W), mistlampen voor/achter, interieurverlichting
Accu 12V; onderhoudsvrij type; vervangen bij loskoppelen
Zekeringen Centrale zekeringenkast (dashboard) en extra kast (motorruimte)
Onderhoud Motorolie controleren, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof, bandenspanning
Bandenspanning Zie sticker op portierstijl; voor 195/65 R15 ca. 2,5 bar
Reservewiel Onder de auto opgeborgen; ophijsen met wielmoersleutel
Kinderzitjes ISOFIX bevestigingspunten op tweede zitrij; groep 0+/I/II/III
Afstandsbediening Frequentie 433,92 MHz; batterij CR2032; maximaal 4 te programmeren
Alarm Ingebouwd; inschakelen bij vergrendelen; uitschakelen bij ontgrendelen
Pagina's handleiding 160

Veelgestelde vragen - Transit Connect (2003) FORD

Hoe start ik een benzine- of dieselmotor van de Ford Transit Connect (2003)?
Voor een benzinemotor: trap het koppelingspedaal volledig in en start zonder gas te geven. Bij temperaturen onder -20°C eerst contact aanzetten (stand II) minimaal 1 seconde. Voor een dieselmotor: wacht tot het controlelampje van het voorgloeisysteem uitgaat voordat u start. Druk het gaspedaal niet in. Start niet langer dan 30 seconden per poging.
Wat moet ik doen als de accu leeg is?
Gebruik startkabels en een hulpaccu. Sluit de rode kabel aan op de + van de lege accu en daarna op de + van de hulpaccu. Sluit de zwarte kabel aan op de - van de hulpaccu en op een massapunt (bijv. motorblok) van de auto. Start de motor van de hulpauto en daarna uw eigen motor. Koppel de kabels in omgekeerde volgorde los.
Hoe programmeer ik een nieuwe afstandsbediening?
Zet de contactsleutel 8 keer binnen 10 seconden van stand 0 naar stand II (eindig in stand II). Binnen 20 seconden drukt u op een willekeurige toets van de nieuwe afstandsbediening. De portiersloten vergrendelen en ontgrendelen ter bevestiging. Herhaal voor maximaal 4 afstandsbedieningen. Zet contact in stand 0 om af te sluiten.
Hoe vervang ik een gloeilamp van de koplamp?
Schakel de verlichting uit en zet het contact af. Draai de kap linksom en verwijder deze. Trek de stekker los, maak de draadklem los en verwijder de oude lamp (H4 60/55W). Plaats de nieuwe lamp zonder het glas aan te raken (gebruik een doek). Monteer in omgekeerde volgorde. Laat de afstelling controleren.
Waar vind ik het voertuigidentificatienummer (VIN)?
Het VIN is ingeslagen in het vloerpaneel vóór de passagiersstoel voorin. Ook op een kunststof plaatje aan de linkerzijde van het instrumentenpaneel en op het identificatieplaatje op de portierstijl.
Hoe stel ik de klok in?
Versie 1: draai contactsleutel naar stand II, houd toets A (omschakel- en terugsteltoets) minimaal 3 seconden ingedrukt tot de tijd knippert. Druk op toets A om de minuten vooruit te zetten. Houd ingedrukt voor snel vooruit. Wissel tussen 12/24 uurs door contact in stand I te zetten en toets A in te drukken. Versie 2: raadpleeg de handleiding van de audio-installatie.
Hoe activeer ik het kinderslot op de schuifdeur?
Draai met de contactsleutel het veiligheidsslot op het uiteinde van de deur naar buiten. De deur kan dan niet van binnenuit worden geopend. Alleen de schuifdeuren zijn voorzien van kindersloten.
Wat is de juiste bandenspanning en hoe controleer ik die?
De aanbevolen bandenspanning staat op een sticker op de portierstijl aan bestuurderszijde. Controleer bij koude banden voor een rit. Voor het ruimtebesparende reservewiel gebruik de hoogste waarde. Gebruik een bandenspanningsmeter.
Hoe vervang ik een zekering?
Zoek de defecte zekering in de centrale zekeringenkast (onder het dashboard) of de extra kast (in motorruimte). Gebruik de zekeringentang uit het deksel. Vervang door een zekering van dezelfde stroomsterkte (kleur en ampèrage). Raadpleeg het label op de kast voor de locatie.
Hoe gebruik ik de parkeerhulp?
De parkeerhulp werkt automatisch bij het inschakelen van de achteruitversnelling. Er klinkt een geluidssignaal dat sneller wordt naarmate u dichter bij een obstakel komt. Bij continu signaal stopt u. Houd de sensor schoon voor optimale werking.

Gebruikersvragen over Transit Connect (2003) FORD

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Transit Connect (2003) - FORD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Transit Connect (2003) van het merk FORD.

GEBRUIKSAANWIJZING Transit Connect (2003) FORD

De informatie in deze publicatie was correct ten tijde van het ter perse gaan. In het belang van de technische ontwikkeling behouden wij ons het recht voor, specificaties, ontwerpen of onderdelen zonder voorafgaande kennisgeving of verplichtingen te wijzigen. Deze publicatie, of een deel daarvan, mag niet worden gereproduceerd of vertaald zonder onze toestemming. Fouten of omissies uitgesloten.

Alle rechten voorbehouden.

Onderdeelnummer: 7T1J-19A321-CA (CG3526nl) 06/2006 20060720170747

Inleiding

Over deze handleiding......5

Overzicht van symbolen......5

Onderdelen en accessoires......5

Kort overzicht

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

Kinderzitjes....10

Plaatsing van kinderzitjes......12

Zitverhogers....14

ISOFIX verankeringspunten......15

Kindersloten....17

Bescherming van inzittenden

Werking....18

Veiligheidsgordels vastmaken.....22

Hoogte van veiligheidsgordels afstellen....23

Gebruik van veiligheidsgordels tijdens zwangerschap......24

Sleutels en afstandsbediening

Algemene informatie over radiofrequencies....25

Programmeren van de afstandsbediening....25

Batterij van afstandsbediening vervangen......26

Sloten

Vergrendelen en ontgrendelen....27

Motorstartblokkering

Werking....34

Gecodeerde sleutels......34

Immobilisatiesysteem inschakelen....36

Immobilisatiesysteem uitschakelen....36

Alarm

Alarm inschakelen......37

Alarm uitschakelen....37

Stuurwiel

Stuurwiel afstellen....38

Ruitenwissers en ruitensproeiers

Voorruitwissers....40

Voorruitsproeiers......40

Achterruitwissers en -sproeiers....40

Voorruitsproeiers afstellen......41

Ruitenwisserbladen controleren......41

Ruitenwisserbladen vervangen......42

Verlichting

Verlichtingsbediening......43

Voorste mistlampen......43

Mistachterlichten......43

Koplamphoogte afstellen......44

Waarschuwingsknipperlichten.....46

Richtingaanwijzers......47

Interieurverlichting......47

Inhoudsopgave

Gloeilampen vervangen......48

Ruiten en spiegels

Achterste zijruiten......55

Instrumenten

Overzicht instrumentenpaneel.....56

Meters....60

Waarschuwings- en indicatielampen....61

Akoestische waarschuwingssignalen en -indicaties....64

Klimaatregeling

Werking....65

Ventilatieroosters....66

Verwarmde ruiten en spiegels.....66

Handmatige klimaatregeling......67

Extra verwarming....70

Stoelen

De juiste zitpositie innemen......75

Voorstoelen....75

Hoofdsteunen....79

Achterbank....79

Verwarmde stoelen....82

Gemaksfuncties

Zonnekleppen....83

Klok....83

Aansteker....83

Asbak....84

Extra voedingsaansluitingen......84

Dashboardkastje......85

Middenconsole....85

Opbergruimtes....86

Wegenkaartopbergvakken......87

Rugleuningtafeltjes......88

De motor starten

Algemene informatie......89

Contactslot....89

Een benzinemotor starten......89

Een dieselmotor starten....90

Motor uitschakelen....91

Brandstof en tanken

Veiligheidsmaatregelen....92

Brandstofkwaliteit - Benzine......92

Brandstofkwaliteit - Diesel......92

Katalysator....92

Tankklep....93

Tanken....93

Technische specificatie......94

Versnel- lingsbak/transmissie

Handgeschakelde versnellingsbak....95

Remmen

Werking....96

Tips voor rijden met ABS......96

Parkeerrem....97

Parkeerhulp

Werking....98

Gebruik maken van de parkeerhulp....98

Transport

Algemene informatie......99

Dakrekken en bagagedragers.....99

Bagagenetten....99

Aanhangers trekken

Trekken van een aanhanger......101

Tips voor het rijden

Algemene punten bij het rijden....102

Inrijden....102

Nooduitrusting

Eerstehulpset....103

Gevarendriehoek......103

Staat na een aanrijding

Onderbrekingsschakelaar brandstoftoevoer....104

Componenten van veiligheidssysteem inspecteren....105

Zekeringen

Plaatsen zekeringenhouders.....106

Een zekering vervangen......108

Zekeringlabels....108

Specificatie-overzicht zekeringen......110

Bergen van de auto

Sleeppunten....111

Auto op vier wielen slepen......112

Onderhoud

Algemene informatie......113

De motorkap openen en sluiten....114

Overzicht motorruimte - 1,8 l Duratec-DOHC (Zeta) .....115

Overzicht motorruimte - 1,8 I Duratorq-TDDi (Lynx) diesel /1,8 I Duratorq-TDCi (Lynx) diesel ....116

Motorolie controleren....117

Motorkoelvloeistof controleren....119

Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem....120

Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren......120

Ruitensproeiervloeistof controleren....121

Technische specificatie......121

Verzorging van de auto

Reinigen van buitenzijde auto.....123

Reinigen van binnenzijde auto.....124

Kleine lakschade repareren......124

Accu van de auto

Onderhoud van de accu......125

Gebruik van startkabels......125

Accu vervangen....126

Velgen en banden

Een wiel vervangen......127

Verzorging van banden......133

Gebruiki van sneeuwkettingen....133

Technische specificatie......134

Voertuigidentificatie

Voertuigidentificatieplaatje......137

Voertuigidentificatienummer (VIN)....137

Motornummer....137

LAV-plaatje (lastafhankelijke remdrukregelklep)....137

Technische specifi- caties

Technische specificatie......138

Typegoedkeuring

OVER DEZE HANDLEIDING

Hartelijk dank voor het kiezen van een Ford. Wij raden u aan de tijd te nemen om uw auto goed te leren kennen door dit instructieboekje zorgvuldig te lezen. Hoe meer u van uw auto afweet, des te beter kunt u ermee omgaan en dat komt de veiligheid en het rijplezier ten goede.

N.B.: In dit instructieboekje worden alle modellen en opties beschreven, soms zelfs voordat deze leverbaar zijn. Soms worden opties beschreven waarmee uw auto niet is uitgerust.

N.B.: Gebruik uw auto altijd volgens de geldende regels en wetgeving.

N.B.: Overhandig bij verkoop van uw auto dit instructieboekje aan de nieuwe eigenaar. Het instructieboekje is een onderdeel van de auto.

OVERZICHT VAN SYMBOLEN

Symbolen in dit instructieboekje

WAARSCHUWING

U riskeert de dood of ernstige verwonding van uzelf en anderen wanneer u niet de instructies opvolgt waarop u door dit waarschuwingssymbool wordt geattendeerd.

LET OP

U riskeert beschadiging van uw auto wanneer u niet de instructies opvolgt waarop u door dit waarschuwingssymbool wordt geattendeerd.

Symbolen op uw auto

FORD Transit Connect (2003) - Symbolen op uw auto - 1

FORD Transit Connect (2003) - Symbolen op uw auto - 2

Wanneer u deze symbolen ziet, lees dan eerst de betreffende instructies in dit instructieboekje en volg deze op voordat u iets aanraakt of probeert af te stellen.

ONDERDELEN EN ACCESSOIRES

Originele Ford onderdelen en accessoires zijn speciaal voor uw auto ontwikkeld. Wij wijzen erop dat niet-originele Ford onderdelen en accessoires niet door Ford zijn onderzocht en goedgekeurd tenzij expliciet door Ford is aangegeven. Wij kunnen niet instaan voor de geschiktheid van dergelijke producten. Wij raden u aan uw Ford dealer te vragen of onderdelen en accessoires geschikt zijn voor uw auto.

Kort overzicht

Ontgrendelen

Transit Connect

FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 1

Stand 1 eenmaal om beide voorportieren te ontgrendelen.

Stand 2 tweemaal om alle portieren te ontgrendelen.

Achterportier: rechtsom draaien om te ontgrendelen.

FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 2

Druk de ontgrendeltoets op de afstandsbediening eenmaal in om beide voorportieren te ontgrendelen.

Druk de ontgrendeltoets op de afstandsbediening tweemaal binnen drie seconden in om alle portieren te ontgrendelen.

FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 3

Druk de ontgrendeltoets van de laadruimte op de afstandsbediening eenmaal om alleen de achterdeuren en de schuifdeur(en) te ontgrendelen.

Tourneo Connect

① ① E74800

Kort overzicht

Stand 1 eenmaal om alle portieren te ontgrendelen. De richtingaanwijzers knipperen eenmaal ter bevestiging.

FORD Transit Connect (2003) - Kort overzicht - 1

Druk de ontgrendeltoets op de afstandsbediening eenmaal in om alle portieren te ontgrendelen. De richtingaanwijzers knipperen eenmaal ter bevestiging.

Vergrendelen

Centraal vergrendelingssysteem en alarminstallatie inschakelen:

SOM ② ② PAG? E74803

E74803

In stand 2 draaien.

FORD Transit Connect (2003) - Vergrendelen - 2

Druk eenmaal op de vergrendeltoets op de afstandsbediening. Bij wagens zonder dubbele vergrendeling knipperen de richtingaanwijzers tweemaal ter bevestiging.

Dubbele vergrendeling en alarminstallatie inschakelen:

FORD Transit Connect (2003) - Vergrendelen - 3

Draai de sleutel in een voorportier in stand 1 en vervolgens binnen drie seconden in stand 2.

De centrale of de dubbele vergrendeling kan ook via de achterdeur worden geactiveerd. Draai de sleutel in de aangeduide richting voor het rechter voorportier.

FORD Transit Connect (2003) - Vergrendelen - 4

Druk de vergrendelingstoets op de afstandsbediening tweemaal binnen drie seconden in. De richtingaanwijzers knipperen tweemaal ter bevestiging.

Klok gelijkzetten

Versie 1
20 17:30 133.0 220 A

E74265

A Omschakel- en terugsteltoets

• Draai de contactsleutel in stand II.
- Houd de toets A minimaal drie seconden ingedrukt tot de tijdsweergave op het display knippert.
- Druk op toets A om de minuten vooruit te zetten. Houd de toets ingedrukt om snel vooruit te gaan.

Om te wisselen tussen de 12 en 24 uurs cyclus zet u de contactsleutel in stand I en drukt u op toets A.

Versie 2

Raadpleeg voor gedetailleerde instructies hoe de klok moet worden ingesteld de afzonderlijke handleiding van de audio-installatie.

17:30 8294 20 220 A E83530

Kort overzicht

Druk op toets A om de tijd weer te geven.

Voorruit ontdooien en ontwasemen

FORD Transit Connect (2003) - Voorruit ontdooien en ontwasemen - 1

Stel de maximum temperatuur in, zet de luchtverdeelknop in de stand voorruit en zet de

aanjagerschakelaar in stand 4. De airconditioning wordt automatisch ingeschakeld om het ontdooien of ontwasemen te ondersteunen.

Schakel eventueel de voor- en achterruitverwarming in.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

KINDERZITJES

AIRBAG AIRBAG

E72336

WAARSCHUWINGEN

Bijzonder gevaarlijk! Plaats nooit een kinderzitje op een stoel waarvóór zich een airbag bevindt!

Oorspronkelijke tekst volgens ECE R94.01: Extreme Hazard! Do not use a rearward facing child restraint on a seat protected by an air bag in front of it!

Wanneer de airbag wordt geactiveerd bestaat het gevaar van ernstige verwonding of letsel met fatale gevolgen.

WAARSCHUWINGEN

Breng altijd de hoofdsteun van de achterbank omhoog wanneer een kinderveiligheidszitje wordt aangebracht of een persoon erop plaatsneemt, schuif daarbij het kinderveiligheidszitje niet van de bank af.

N.B.: Indien de auto betrokken is geweest bij een aanrijding, laat dan het kinderzitje door een deskundige op beschadiging controleren.

N.B.: Laat kinderen niet zonder toezicht in het kinderveiligheidszitje of in de auto achter.

N.B.: Zorg er bij het vastzetten van een kinderzitje met de veiligheidsgordel altijd voor dat de gordel niet is gedraaid of los zit.

WAARSCHUWING

Er bestaat gevaar van overlijden of ernstige verwonding indien de aanwijzingen van de fabrikant niet worden opgevolgd of wanneer er op enigerlei wijze wijzigingen aan het kinderzitje worden aangebracht.

Volg bij het aanbrengen van een kinderzitje/babyzitje altijd de aanwijzingen van de fabrikant op.

WAARSCHUWING

Neem tijdens het rijden geen kinderen op schoot.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

Kinderen met een lengte van 150 cm of minder of van 12 jaar of jonger moeten gebruikmaken van speciale babyzitjes, kinderzitjes en kinderveiligheidkussens of zitverhogers op de achterbank.

In sommige landen moeten deze door de overheid zijn goedgekeurd (afhankelijk van het land).

Een ECE goedgekeurd kinderzitje is bij uw Ford dealer verkrijgbaar. Vraag welk kinderzitje wordt aanbevolen. Zij bieden in combinatie met de aanwezige veiligheidsgordels een optimale bescherming aan kinderen.

Kinderzitjes voor verschillende gewichtscategorieën

De juiste keuze van een kinderzitje is afhankelijk van de leeftijd en het gewicht van het kind:

Babyzitje
FORD Transit Connect (2003) - Kinderzitjes voor verschillende gewichtscategorieën - 1

Baby's met een gewicht van minder dan 13 kg (circa 18 maanden) wordt optimale bescherming geboden wanneer ze worden vervoerd in een babyzitje (groep 0+) dat achterwaarts op de achterbank is geplaatst.

Kinderveiligheidszitje
FORD Transit Connect (2003) - Kinderzitjes voor verschillende gewichtscategorieën - 2

Kinderen met een gewicht tussen 13 en 18 kg (circa 9 maanden tot 4 jaar) moeten goed vastgegespt in een kinderveiligheidszitje (groep I) op de achterbank worden vervoerd.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

PLAATSING VAN KINDERZITJES

WAARSCHUWINGEN

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 1

Wanneer uw Ford is uitgerust met een front-airbag aan passagierszijde, mogen kinderen met een lengte van 150 cm en minder of van 12 jaar en jonger alleen worden vervoerd in een kinderzitje dat stevig op de achterbank is bevestigd - nooit voorin de auto.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 2

Bijzonder gevaarlijk! Plaats nooit een kinderzitje achterwaarts op een stoel waarvóór zich een airbag bevindt!

N.B.: Wanneer persoonlijke omstandigheden vereisen dat een kind met een gewicht van meer dan 9 kg moet plaatsnemen op een voorstoel waarvóór zich een airbag bevindt, gebruik dan altijd een in de rijrichting geplaatst kinderzitje.

De volgende tabel geeft aanwijzingen over de geschikte bevestigingspunten voor kinderzitjes.

Plaatsen voor het kinderzitje

ZitplaatsenGewichtsgroepen
IIIIIIIO+0
Tot 10 kg (ca. 0-9 maanden)Tot 13 kg (ca. 0 - 2 jaar)9 - 18 kg (ca. 9 maanden - 4 jaar)15 tot 25 kg (ca. 31/2 - 12 jaar)22 - 36 kg (ca. 6 - 12 jaar)
Baby-zitjeBaby-zitjekinder-zitjeVeilig-heids-kussen (zitver-hoger)Veilig-heids-kussen (zitver-hoger)
Passagiersstoel, voor, met airbagXX U1 U1 U1
Passagiersstoel, voor, zonder airbagUUUUU
UUUUUAchter

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

ZitplaatsenGewichtsgroepen
IIIIIIIO+O
Tot 10 kg (ca. 0-9 maanden)Tot 13 kg (ca. 0 - 2 jaar)9 - 18 kg (ca. 9 maanden - 4 jaar)15 tot 25 kg (ca. 31/2 - 12 jaar)22 - 36 kg (ca. 6 - 12 jaar)
Baby-zitjeBaby-zitjekinder-zitjeVeilig-heids-kussen (zitver-hoger)Veilig-heids-kussen (zitver-hoger)
ISOFIX kinderzitje, tweede zitrij, middenn.v.t.n.v.t.LLr

X = Zitplaats niet geschikt voor kinderen in deze gewichts-/leeftijdsgroep.

U = Zitplaats geschikt voor universele kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor deze gewichts-/leeftijdsgroep.

U1 = Zitplaats geschikt voor universele kinderzitjes, maar Ford adviseert kinderen altijd in een geschikt kinderzitje op de achterbank te vervoeren.

L = Zitplaats geschikt voor bepaalde kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor deze gewichts-/leeftijdsgroep.

N/A = Niet van toepassing.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

ZITVERHOGERS

FORD Transit Connect (2003) - ZITVERHOGERS - 1

Gebruik nooit een zitverhoger alleen in combinatie met een

heupgordel.

FORD Transit Connect (2003) - ZITVERHOGERS - 2

Leg de schoudergordel nooit onder de arm of achter de rug

van het kind langs.

FORD Transit Connect (2003) - ZITVERHOGERS - 3

Gebruik nooit kussens, boeken of handdoeken om het kind

hoger te laten zitten.

Kinderen met een gewicht van meer dan 15 kg en een lengte van minder dan 150 cm moeten gebruikmaken van een kinderzitje of een zitverhoger. Voor kinderen met een gewicht van 15 tot 25 kg raadt Ford het gebruik van een kinderzitje aan dat een combinatie is van een zitverhoger en een rugleuning in een kinderzitje. De hogere zitpositie zorgt ervoor dat de standaard veiligheidsgordel over het midden van de schouder komt te liggen en niet langs de hals en dat de heupgordel over de heupen komt te liggen in plaats van over de maag. Zorg ervoor dat uw kind rechtop zit.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

ISOFIX VERANKERINGSPUNTEN

Tourneo Connect

WAARSCHUWINGEN

Ford raadt het gebruik van een ISOFIX systeem zonder gebruik te maken van een draaibeveiliging, zoals een correct aangebrachte veiligheidsgordel aan de bovenzijde of een steunarm, af.

Er bestaat kans op overlijden of ernstige verwonding wanneer de instructies van de fabrikant niet correct worden opgevolgd of wanneer het kinderzitje/veiligheidsgordel op enige wijze wordt gewijzigd.

Uw auto is uitgerust met ISOFIX verankeringspunten. Uw Ford dealer zal ze graag voor u bereikbaar maken.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 1

Het ISOFIX systeem bestaat uit twee stevige bevestigingsarmen aan het kinderzitje, waarmee dit aan verankeringspunten achter de rugleuning wordt bevestigd. Wanneer de twee onderste bevestigingspunten door uw Ford Dealer toegankelijk zijn gemaakt, kunt u deze in op de middelste zitplaats van de tweede zitrij vinden. De bevestigingspunten zijn voorzien van een cirkelvormig pictogram en de tekst 'ISOFIX'. De trechtervormige geleiders zorgen ervoor dat de bevestigingsarmen van een ISOFIX kinderzitje makkelijk en stevig kunnen worden bevestigd.

ISOFIX kinderzitjes die niet door Ford zijn goedgekeurd, zijn niet door Ford getest en de geschiktheid noch de veiligheid van dergelijke zitjes kan worden gegarandeerd, ongeacht of zij met het ISOFIX systeem of met de normale veiligheidsgordels worden bevestigd.

Kinderzitje met een veiligheidsriem aan de bovenzijde bevestigen

WAARSCHUWING

Bevestig de veiligheidsgordel zoals afgebeeld alleen aan het daartoe bestemde verankeringspunt. De veiligheidsgordel kan niet correct functioneren wanneer hij aan een ander punt wordt bevestigd.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

Voor kinderzitjes met een veiligheidsriem aan de bovenzijde is uw auto voorzien van een derde verankeringspunt, voor gebruik van een kinderzitje in voorwaartse richting. Deze extra verankeringspunt maak het gebruik van een veiligheidsriem aan de bovenzijde mogelijk. Neem contact op met uw Ford dealer om dit verankeringspunt te laten aanbrengen.

FORD Transit Connect (2003) - Veiligheidsuitrusting voor kinderen - 1

Bij uitvoeringen met vijf zitplaatsen bevindt het verankeringspunt zich boven de opening van de achterdeur.

FORD Transit Connect (2003) - Veiligheidsuitrusting voor kinderen - 2

Bij uitvoeringen met acht zitplaatsen bevindt dit punt zich achter de middelste zitplaats op de tweede zitrij.

FORD Transit Connect (2003) - Veiligheidsuitrusting voor kinderen - 3

Het verankeringspunt is te herkennen aan een pictogram. De veiligheidsgordel aan de bovenzijde van het kinderzitje moet onder de naar beneden geschoven hoofdsteun naar het verankeringspunt worden gevoerd. Verwijder de kap van het verankeringspunt en breng de riem aan. Na het aanbrengen van het kinderzitje moet de veiligheidsgordel volgens de richtlijnen van de fabrikant worden aangetrokken.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

KINDERSLOTEN

Tourneo Connect

E75766

Draai het veiligheidsslot naar binnen om het slot te deactiveren.

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Wanneer het

kinderveiligheidsslot in werking

is gesteld, kan het portier alleen van buitenaf worden geopend.

N.B.: Alleen de schuifdeuren zijn

voorzien van kinderveiligheidssloten.

Draai met behulp van de

contactsleutel het veiligheidsslot op het uiteinde van de deur naar buiten.

De deur kan nu niet meer van

binnenuit worden geopend.

WERKING

Airbags

FORD Transit Connect (2003) - Airbags - 1

Breng aan de voorzijde van de auto geen enkele wijziging aan, omdat dit negatieve gevolgen kan hebben op de werking van de airbag.

N.B.: Het opblazen van een airbag gaat gepaard met een luide knal. Het is normaal dat een onschadelijke, poederachtige stof achterblijft.

Het airbagsysteem bestaat uit de volgende onderdelen:

  • opblaasbare nylon zakken (airbags) met gasgeneratoren aan bestuurderszijde en passagierszijde
  • zij-airbags
  • side curtains
  • een gordelspanner

  • crashesensoren

  • een controlelamp op het instrumentenpaneel
  • een elektronisch regel- en diagnosesysteem

FORD Transit Connect (2003) - Airbags - 2

Reparaties aan hetzij de hoezen van de voorstoelen of de sensoren die op de stoelen zijn aangebracht mogen uitsluitend door goed geschoolde monteurs worden uitgevoerd. Wanneer een zij-airbag per ongeluk wordt geactiveerd kunnen verwondingen het gevolg zijn.

Blokkeer, belemmer of bedek de airbag niet, omdat deze dan misschien niet goed wordt opgeblazen. Steek geen scherpe voorwerpen in gebieden waar airbags zijn gemonteerd. Hierdoor zouden de airbags kunnen worden beschadigd.

Breng geen extra stoelhoezen aan die niet speciaal zijn ontwikkeld voor het gebruik op stoelen met zij-airbags. Laat het aanbrengen van deze stoelhoezen over aan de gedegen getrainde monteurs.

FORD Transit Connect (2003) - Airbags - 3

Draag altijd de veiligheidsgordel en houd voldoende afstand tot het stuurwiel. Alleen wanneer de veiligheidsgordel op de juiste wijze wordt gedragen, kan het lichaam op zijn plaats worden gehouden, waardoor de airbag zijn maximale bescherming kan bieden. Wanneer de airbag wordt geactiveerd bestaat het gevaar van ernstige verwonding.

Voor een optimale werking van de airbags moeten de zitting en de rugleuning correct worden ingesteld. Zie De juiste zitpositie innemen (bladzijde 75).

Dit is de ideale zitpositie voor de bestuurder en voorpassagier en helpt de kans op verwonding reduceren door te dicht op een zich ontvouwende airbag te zitten.

30° 30°

E75575

Bescherming van inzittenden

De front-airbags treden in werking bij zware aanrijdingen, hetzij frontaal of binnen een hoek van 30 graden van links of van rechts. De airbags worden in enkele milliseconden opgeblazen. Zodra de lichamen van de inzittenden in aanraking komen met de airbags, stromen deze leeg waardoor de voorwaartse beweging wordt opgevangen.

FORD Transit Connect (2003) - Bescherming van inzittenden - 1

Bij lichte aanrijdingen, het over de kop slaan van de auto of bij aanrijdingen van opzij of van achteren worden de front-airbags niet geactiveerd.

Ford AIRBAG

E75577

WAARSCHUWINGEN

Laat reparaties aan het stuurwiel, de stuurkolom en het airbagsysteem over aan gedegen getrainde monteurs.

Houd het gebied vóór de airbags altijd vrij. Breng niets op of over deze gebieden aan.

Deze gebieden mogen uitsluitend worden gereinigd met een vochtige doek; nooit met een natte doek!

Bescherming van inzittenden

Zij-airbags
FORD Transit Connect (2003) - Bescherming van inzittenden - 1

Een label aan de rugleuning duidt aan dat zij-airbags zijn gemonteerd. De zij-airbags bevinden zich in de zijkant van de rugleuningen van de voorstoelen. In geval van een zware zijdelingse aanrijding, wordt de airbag aan de betreffende zijde geactiveerd. De airbag wordt opgeblazen tussen het portierpaneel en de inzittende en boven het portierbekledingpaneel om het hoofd en de borstkast te beschermen. Zodra deze persoon in aanraking komt met de airbag, stroomt de airbag weer leeg, waardoor het lichaam soepel wordt opgevangen.

FORD Transit Connect (2003) - Bescherming van inzittenden - 2

Bij lichte zijdelingse aanrijdingen en bij aanrijdingen van voren of van achteren worden de zij-airbags niet geactiveerd.

Veiligheidsgordels

WAARSCHUWINGEN

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 1

Draag altijd een veiligheidsgordel.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 2

Gebruik een veiligheidsgordel nooit voor meer dan een oon.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 3

Vermijd het dragen van dikke kleding.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 4

De veiligheidsgordels moeten strak om het lichaam liggen.

Bescherming van inzittenden

Gordelslotspanner

FORD Transit Connect (2003) - Gordelslotspanner - 1

De gordelslotspanners mogen niet worden verwijderd. Nadat de gordelslotspanners bij een aanrijding zijn geactiveerd, moeten zij worden vervangen. Laat de gordelslotspanners alleen onderhouden en afvoeren door speciaal geschoold personeel.

Het veiligheidssysteem met de gordelspanner aan bestuurderszijde helpt het risico van ernstige verwonding bij een zware aanrijding verkleinen. Tijdens een ernstige aanrijding wordt de veiligheidsgordel van de bestuurder voorgespannen zodat alle speling in de gordel wordt opgeheven. De gordelslotspanner is een veiligheidsvoorziening die ervoor zorgt dat de veiligheidsgordel strak tegen het lichaam komt te liggen. Wanneer de gordelslotspanner wordt geactiveerd, wordt de schoudergordel gespannen.

Bij een lichte frontale aanrijding, of wanneer de auto in de flank of van achteren wordt aangereden, treden de gordelslotspanners niet in werking.

VEILIGHEIDSGORDELS VASTMAKEN

FORD Transit Connect (2003) - VEILIGHEIDSGORDELS VASTMAKEN - 1

Steek de slottong in het gordelslot tot u een 'klik' hoort; alleen dan is de veiligheidsgordel goed vergrendeld.

Trek de veiligheidsgordel gelijkmatig uit. Als er een stevige ruk aan wordt gegeven of als de auto op een helling staat, kan de gordel blokkeren.

Druk de rode knop op het gordelslot in om de gordel los te maken en laat de gordel zich gelijkmatig en volledig oprollen.

Veiligheidsgordels achterin
FORD Transit Connect (2003) - VEILIGHEIDSGORDELS VASTMAKEN - 2

Om er zeker van kunnen zijn dat de veiligheidsgordel van de middelste zitplaats correct werkt, moet de rugleuning van de achterbank goed zijn vergrendeld.

Let erop dat elke slottong in het correcte gordelslot wordt gestoken.

HOOGTE VAN VEILIGHEIDSGORDELS AFSTELLEN

Veiligheidsgordel, voor
FORD Transit Connect (2003) - HOOGTE VAN VEILIGHEIDSGORDELS AFSTELLEN - 1

Veiligheidsgordel, achter
FORD Transit Connect (2003) - HOOGTE VAN VEILIGHEIDSGORDELS AFSTELLEN - 2

Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel soepel door de geleider glijdt.

GEBRUIK VAN VEILIGHEIDSGORDELS TIJDENS ZWANGERSCHAP

FORD Transit Connect (2003) - GEBRUIK VAN VEILIGHEIDSGORDELS TIJDENS ZWANGERSCHAP - 1

Breng de veiligheidsgordel voor uw eigen veiligheid, maar ook voor dat van uw ongeboren kind op correcte wijze aan. Draag niet alleen de heupgordel of de schoudergordel.

De heupgordel moet comfortabel over de heupen liggen aan de onderzijde van uw zwangere buik. Leg de schoudergordel tussen uw borsten, boven en aan de zijkant van uw zwangere buik.

ALGEMENE INFORMATIE OVER RADIOFREQUENTIES

LET OP

De radiofrequentie van de afstandsbediening kan ook worden gebruikt door andere zenders met een klein bereik (bijvoorbeeld zendamateurs, medische apparatuur, draadloze hoofdtelefoons, afstandsbedieningen en alarmsystemen). Wanneer de frequenties worden gestoord, kunt u geen gebruik meer maken van uw afstandsbediening. U kunt de portieren met de sleutel vergrendelen en ontgrendelen.

N.B.: U kunt de portieren ontgrendelen wanneer u de toetsen op de afstandsbediening per ongeluk indrukt.

Het bereik tussen uw afstandsbediening en uw auto is afhankelijk van de omgeving.

PROGRAMMEREN VAN DE AFSTANDSBEDIENING

Maximaal kunnen vier afstandsbedieningen (inclusief de bij de auto geleverde afstandsbedieningen) voor uw auto worden geprogrammeerd.

8x A B

Transit ConnectA Tourneo ConnectB

N.B.: Controleer of de alarminstallatie is uitgeschakeld en of alle portieren zijn gesloten.

- Zet, om nieuwe afstandsbedieningen te programmeren, de contactsleutel acht keer binnen tien seconden vanuit stand O in stand II. De contactsleutel moet uiteindelijk in

stand II staan en blijven staan. De portiersloten sluiten eenmaal vergrendelen en ontgrendelen om aan te duiden dat het nu mogelijk is nieuwe afstandsbedieningen te programmeren.

- Druk binnen 20 seconden nadat de portiersloten hebben vergrendeld en ontgrendeld op een willekeurige toets op de nieuwe afstandsbediening. De portiersloten zullen opnieuw vergrendelen en ontgrendelen om aan te duiden dat de afstandsbediening met succes is geprogrammeerd.

- Herhaal stap 2 bij alle afstandsbedieningen, inclusief uw originele afstandsbediening. Telkens wanneer een nieuwe afstandsbediening met succes is geprogrammeerd, begint de programmeerperiode opnieuw en is het gedurende 20 seconden mogelijk een nieuwe afstandsbediening te programmeren.

- Zet het contact in stand 0. De portiersloten zullen opnieuw vergrendelen en ontgrendelen om aan te duiden dat het programmeren van de afstandsbediening is beëindigd. Uw auto kan nu alleen met de afstandsbedieningen die u zojuist hebt geprogrammeerd worden vergrendeld en ontgrendeld.

BATTERIJ VAN AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN

Wanneer het bereik van de zender in de sleutel geleidelijk begint af te nemen, moet de batterij worden vervangen (type 3V CR 2032).

graph LR A["Device 1"] --> B["Device 2"] B --> C["+"] B --> D["Down Arrow"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#bbf,stroke:#333 style C fill:#dfd,stroke:#333 style D fill:#dfd,stroke:#333

E66527

  • Open de zender door de huishelften met een plat voorwerp open te drukken.
  • Maak de batterij voorzichtig met een plat voorwerp los. Breng de nieuwe batterij tussen de contacten aan met het + merkteken naar beneden. Stel de zender in omgekeerde volgorde weer samen.

VERGRENDELEN EN ONTGRENDELEN

Voorportieren

De voorportieren kunnen met de sleutel of de afstandsbediening worden vergrendeld en ontgrendeld.

① ② E74704

Ze kunnen van binnenuit worden vergrendeld met de vergrendelknop 1 en ontgrendeld met de portierkruk 2.

Schuifdeur

E74705

N.B.: Bij de Tourneo Connect kan de schuifdeur aan de rechterzijde niet volledig worden geopend wanneer de klep van de brandstofvulopening is ontgrendeld en geopend.

Trek, om de deur te openen, de deurgreep uit en schuif vervolgens de deur naar achteren.

① ② E74706

Draai, om de schuifdeur handmatig te vergrendelen, de grendelknop aan de binnenzijde van de deur in de stand voor vergrendelen 1. Om de deur te ontgrendelen in stand 2.

Dubbele achterdeuren
FORD Transit Connect (2003) - Schuifdeur - 3

Sluit de achterdeuren goed om te voorkomen dat deze tijdens het rijden opengaan. Rijden met een geopende achterdeuren is bijzonder gevaarlijk omdat dan uitlaatgassen het interieur in kunnen worden binnengezogen.

Trek aan de deurgreep om de rechter deur te openen. Druk, om de rechter deur van binnenuit te ontgrendelen en te openen, de noodhendel naar links.

FORD Transit Connect (2003) - Schuifdeur - 4

Trek aan de deurgreep om de linker deur te openen.

FORD Transit Connect (2003) - Schuifdeur - 5

Beide deuren kunnen 180 graden worden geopend. Wanneer de deur 90 graden is geopend, moet u de gele knop op de deur indrukken. Bij het sluiten van de achterdeuren keren de deurvangers automatisch in hun oorspronkelijke stand terug.

FORD Transit Connect (2003) - Schuifdeur - 6

Sommige modellen zijn voorzien van achterdeuren die 250 graden kunnen worden geopend. Wanneer de deur 90 graden is geopend, moet u de gele knop op de deur indrukken. Bij het sluiten van de achterdeuren keren de deurvangers automatisch in hun oorspronkelijke stand terug.

Achterklep
Ford A B E66517

WAARSCHUWING

! Sluit de achterklep goed om te voorkomen dat hij tijdens het rijden opengaat. Rijden met een geopende achterklep is bijzonder gevaarlijk omdat dan uitlaatgassen het interieur in kunnen worden binnengezogen.

Trek, om de achterklep te openen aan de deurgreep A boven de kentekenplaat. De achterklep kan van binnenuit worden geopend door de ontgrendelknop B naar boven te bewegen; deze is bereikbaar via de opening onderaan de achterklep.

Centrale vergrendeling
FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Mocht zich een storing in de elektrische installatie van de auto voordoen, dan kunnen de voorportieren of de achterdeur met behulp van de sleutel afzonderlijk worden ontgrendeld.

Het centrale vergrendelingssysteem kan vanaf beide voorportieren in werking worden gesteld. Het kan ook via de achterdeuren of de achterklep worden geactiveerd.

Het centrale vergrendelingssysteem kan vanaf beide voorportieren worden gedeactiveerd.

Om ervoor te zorgen dat alle portieren goed worden vergrendeld, moeten alle portieren volledig worden gesloten.

Het vergrendelingssysteem wordt van buitenaf met de sleutel of de afstandsbediening geactiveerd. Van binnenuit wordt het met de vergrendelhendel boven de portierkruk op de voorportieren geactiveerd.

De schuifdeur kan afzonderlijk van binnenuit worden vergrendeld met de vergrendelknop op de deur.

Wanneer de achterdeur met een sleutel wordt ontgrendeld, wordt alleen die deur ontgrendeld.

Dubbele vergrendeling
E74799

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Schakel de dubbele vergrendeling niet in wanneer personen in de auto bevinden.

De dubbele vergrendeling is een extra beveiliging om te verhinderen dat de portieren van binnenuit kunnen worden geopend. De dubbele vergrendeling kan alleen in werking worden gesteld wanneer alle portieren zijn gesloten.

Wagen ontgrendelen

Transit Connect

Zodra een portier is ontgrendeld, knipperen de richtingaanwijzers eenmaal ter bevestiging.

① Ford ① Peugeot E74800

Met behulp van de sleutel: Draai de sleutel in het bestuurdersportier of het voorportier aan passagierszijde in de stand 1 om de voorportieren te ontgrendelen.

Draai de sleutel in het bestuurdersportier of het voorportier aan passagierszijde tweemaal in de stand1 om alle portieren te ontgrendelen.

Draai de sleutel in de achterdeur rechtsom om alleen de achterdeur te ontgrendelen.

FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 2

Met behulp van de afstandsbediening: Druk eenmaal op de ontgrendeltoets om alleen de voorportieren te ontgrendelen of druk tweemaal binnen drie seconden op de ontgrendeltoets om alle deuren te ontgrendelen.

FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 3

Druk eenmaal op de ontgrendeltoets om de achterdeuren en de schuifdeur te ontgrendelen.

Tourneo Connect
graph TD A["Ford Model 1"] --> B["Car"] C["Ford Model 2"] --> B D["Top Car"] --> B style A fill:#f9f,stroke:#333 style C fill:#f9f,stroke:#333 style D fill:#ccf,stroke:#333

Alle deuren ontgrendelen en de alarminstallatie uitschakelen:

Sloten

Met behulp van de sleutel: Draai de sleutel in het bestuurdersportier of het voorportier aan passagierszijde in de stand 1 om de voorportieren te ontgrendelen.

FORD Transit Connect (2003) - Sloten - 1

Met behulp van de afstandsbediening: druk eenmaal op de ontgrendeltoets.

De richtingaanwijzers knipperen eenmaal ter bevestiging.

Wagen vergrendelen
Ford P9073 ② ② E74803

E74803

Centraal vergrendelingssysteem en alarminstallatie inschakelen:

Met behulp van de sleutel: Draai de sleutel in het bestuurdersportier of het voorportier aan passagierszijde in de stand 2.

FORD Transit Connect (2003) - Sloten - 3

Met behulp van de afstandsbediening: druk eenmaal op de vergrendeltoets.

Bij wagens zonder dubbele vergrendeling knipperen de richtingaanwijzers tweemaal ter bevestiging.

graph TD A["Car"] -->|①| B["Laptop"] A -->|②| C["Engine"] B --> D["Sensor"] C --> D style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333

Dubbele vergrendeling en alarminstallatie inschakelen:

Met behulp van de sleutel: Draai de sleutel in het bestuurdersportier of het voorportier aan passagierszijde in de stand 1 en vervolgens binnen drie seconden in stand 2.

De centrale/ dubbele vergrendeling kan ook via de achterdeur worden geactiveerd door de sleutel in dezelfde richting te draaien als afgebeeld voor het rechter voorportier.

FORD Transit Connect (2003) - Sloten - 5

Met behulp van de afstandsbediening: Druk tweemaal binnen drie seconden op de vergrendelingstoets.

De richtingaanwijzers knipperen tweemaal ter bevestiging.

De alarminstallatie kan ook afzonderlijk via de dubbele vergrendelingssysteem worden ingeschakeld door de sleutel in de stand 2 te draaien.

WERKING

Het immobilisatiesysteem is een beveiligingssysteem tegen diefstal dat voorkomt dat de motor kan worden gestart met een sleutel die niet de juiste code bevat.

GECODEERDE SLEUTELS

FORD Transit Connect (2003) - GECODEERDE SLEUTELS - 1

Uw auto is met gecodeerde sleutels afgeleverd.

WAARSCHUWING

Laat om veiligheidsredenen bij verlies van een sleutel de codes wissen en de sleutels programmeren met een nieuwe code. Raadpleeg uw dealer wanneer over nog slechts een gecodeerde sleutel beschikt.

Vervangingssleutels moeten tezamen met de andere sleutels opnieuw worden geprogrammeerd.

Bij verlies zijn vervangingssleutels bij de dealer verkrijgbaar nadat u het sleutelnummer hebt opgegeven. Dit nummer staat op het plaatje, dat bij de originele sleutels werd geleverd.

N.B.: Voor een storingvrije en probleemloze uitwisseling van signalen tussen de auto en de sleutel, mag de sleutel niet door metalen voorwerpen worden afgedekt.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Maximaal kunnen acht sleutels (inclusief de sleutels die bij de auto werden geleverd) worden gecodeerd met behulp van twee andere sleutels, die eerder voor uw auto werden gecodeerd.

Voer elk van de volgende handelingen binnen vijf seconden uit.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 2

  1. Steek de eerste sleutel in het contactslot en draai hem in stand II.
  2. Draai de sleutel terug in stand o en neem de sleutel uit het contactslot.
  3. Steek de tweede sleutel in het contactslot en draai hem in stand II.
  4. Draai de tweede sleutel terug in stand 0 en neem de sleutel uit het contactslot - de coderingsmodus is nu geactiveerd.
  5. Wanneer nu een ongecodeerde sleutel in het contactslot wordt gestoken en binnen twintig seconden in de stand II wordt gedraaid, wordt de systeemcode door de sleutel ingelezen.
  6. Neem na de coderingsprocedure de sleutel uit het contactslot. Wacht vijf seconden met het inschakelen van het systeem.

Wanneer het coderen niet geheel correct is verlopen, knippert de controlelamp nadat het contact met de nieuw gecodeerde sleutel is aangezet en slaat de motor niet aan. Herhaal de procedure na een pauze van twintig seconden met aangezet contact (stand II).

Code wissen

Met twee voor uw auto gecodeerde sleutels kunt u alle overige gecodeerde sleutels onbruikbaar maken, bijvoorbeeld na verlies van een sleutel:

Voer elk van de volgende handelingen binnen vijf seconden uit.

Voer de eerste vier handelingen uit zoals is beschreven onder Sleutels coderen, en ga vervolgens als volgt te werk:

FORD Transit Connect (2003) - Code wissen - 1

  • Steek de tweede sleutel in het contactslot en draai hem in stand II.
  • Neem de sleutel uit het contactslot.
  • Steek de eerste sleutel in het contactslot, draai hem in stand II en houd hem in deze stand. De controlelamp knippert nu vijf seconden.

- Indien het contact gedurende deze vijf seconden wordt afgezet, wordt het wissen van de sleutelcode afgebroken en wordt de code niet gewist.

- Wanneer het wissen van de sleutels is voltooid, kunnen alle overige sleutels met uitzondering van de twee sleutels die nodig zijn voor het wissen, niet langer worden gebruikt tenzij ze opnieuw worden gecodeerd.

Extra sleutels kunnen nu worden gecodeerd.

IMMOBILISATIESYSTEEM INSCHAKELEN

Vijf seconden nadat u het contact hebt afgezet wordt het immobilisatiesysteem automatisch ingeschakeld. De controlelamp in de instrumentengroep knippert ter bevestiging dat het systeem is ingeschakeld.

IMMOBILISATIESYSTEEM UITSCHAKELEN

Het immobilisatiesysteem wordt automatisch uitgeschakeld bij het met een correct gecodeerde sleutel aanzetten van het contact. De controlelamp in de instrumentengroep brandt ongeveer drie seconden en gaat vervolgens uit. Wanneer de controlelamp langer dan een minuut blijft branden of knipperen en vervolgens met onregelmatige intervallen gaat branden, dan is uw sleutel niet herkend. Neem de sleutel uit het slot en probeer het nogmaals.

Wanneer u probeert de motor met een niet juist gecodeerde sleutel te starten, moet u ongeveer 20 seconden wachten voordat u het met een correct gecodeerde sleutel opnieuw probeert. Wanneer u de motor met een correct gecodeerde sleutel niet kunt starten, duidt dit op een storing. Laat dit onmiddellijk controleren.

ALARM INSCHAKELEN

Het systeem wordt geactiveerd zodra de auto is vergrendeld en beschermt uw auto tegen indringers die trachten de portieren, de motorkap of het bagagecompartiment te openen of de audio-installatie te verwijderen.

Automatische vertraging van het inschakelen

De twintig seconden vertraagde inschakeling begint wanneer de motorkap, laadruimte en alle portieren zijn gesloten en vergrendeld.

Alarmsignaal

Het alarm klinkt 30 seconden wanneer een onbevoegde een portier, de laadruimte of de motorkap opent. De waarschuwingsknipperlichten knipperen gedurende vijf minuten.

Als men tracht de motor te starten of de audio-installatie te ontvreemden zal het alarmsignaal opnieuw klinken.

ALARM UITSCHAKELEN

Het alarmsysteem kan op elk moment worden uitgeschakeld - ook wanneer het alarmsignaal klinkt - door één van de voorportieren te ontgrendelen.

De alarminstallatie wordt uitgeschakeld wanneer de laadruimte met een sleutel wordt ontgrendeld. Nadat de bagageruimte is afgesloten, wordt de alarminstallatie weer ingeschakeld.

STUURWIEL AFSTELLEN

FORD Transit Connect (2003) - STUURWIEL AFSTELLEN - 1

Verstel nooit het stuurwiel als de auto in beweging is.

Druk de vergrendelhendel omlaag om de hoogte van het stuurwiel en de afstand tot de bestuurder ervan in te stellen.

Breng de hendel weer in zijn oorspronkelijke stand om de stuurkolom te vergrendelen.

Zie De juiste zitpositie innemen (bladzijde 75).

AUDIOBEDIENING

Kies de radio, CD of cassette modus op de audio-installatie.

De volgende functies kunnen met de afstandsbediening worden bediend:

Volume

graph TD A["VOL+"] --> B["MODE"] B --> C["VOLE"] C --> D["SEEK"] D --> A style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333

E70361

Hoger volume: trek de VOL+ schakelaar in de richting van het stuurwiel.

Volume verlagen: trek de VOL- schakelaar in de richting van het stuurwiel.

Seek (zoekfunctie)

FORD Transit Connect (2003) - Seek (zoekfunctie) - 1

Beweeg de SEEK schakelaar in de richting van het stuurwiel of het instrumentenpaneel:

Stuurwiel

  • In de radio modus wordt het eerstvolgende radiostation op een hogere of lagere frequentie opgezocht.
  • In de CD modus wordt het volgende of het vorige nummer gekozen.

Mode

graph TD A["VOL+"] --> B["MODE"] B --> C["VOL-"] D["SEEK"] --> A

E70363

Druk kort op de toets aan de zijkant:

  • In de radio modus wordt het volgende in het geheugen opgeslagen radiostation opgezocht.
  • In de CD modus wordt de volgende CD gekozen wanneer een CD-wisselaar is gemonteerd.
  • In alle modi om een verkeersbericht te onderbreken.

Druk de toets aan de zijkant in en houd deze ingedrukt:

- In de radio modus om van golfband te veranderen.

Ruitenwissers en ruitensproeiers

VOORRUITWISSERS
D C B A

E65995

Eenmalig wissenA

Wissen met intervallenB

Normale wissnelheidC

Hoge wissnelheidD

VOORRUITSPROEIERS
FORD Transit Connect (2003) - Ruitenwissers en ruitensproeiers - 2

Schakel de ruitensproeiers niet langer dan tien seconden achtereen in; schakel de ruitensproeiers nooit in als het reservoir leeg is.

Druk de knop op het uiteinde van de hendel in en houd deze ingedrukt om de ruitensproeiers in te schakelen.

De ruitensproeiers werken in combinatie met de ruitenwissers.

ACHTERRUITWISSERS EN -SPROEIERS

Wissen met intervallen
FORD Transit Connect (2003) - ACHTERRUITWISSERS EN -SPROEIERS - 1

Beweeg de schakelaarhendel naar het stuurwiel.

Ruitensproeiers
FORD Transit Connect (2003) - ACHTERRUITWISSERS EN -SPROEIERS - 2

Schakel de ruitensproeiers niet langer dan tien seconden achtereen in; schakel de ruitensproeiers nooit in als het reservoir leeg is.

Trek de hendel volledig naar het stuurwiel toe en houd hem in deze stand om de ruitensproeiers in te schakelen.

De ruitensproeiers werken in combinatie met de ruitenwissers.

VOORRUITSPROEIERS AFSTELLEN
FORD Transit Connect (2003) - ACHTERRUITWISSERS EN -SPROEIERS - 3

De ruitensproeiers kunnen worden afgesteld door een speld in de kogelvormige sproeierkoppen te steken en de sproeiers in de gewenste stand te draaien.

RUITENWISSERBLADEN CONTROLEREN
FORD Transit Connect (2003) - ACHTERRUITWISSERS EN -SPROEIERS - 4

Controleer met uw vingertoppen de rubber randen van de ruitenwisserbladen op oneffenheden.

Reinig de ruitenwisserbladen met een in water gedrenkte, zachte spons.

RUITENWISSERBLADEN VERVANGEN

4 3 5 2 1

E66645

  1. Til de ruitenwisserarm op.
  2. Breng het ruitenwisserblad onder een rechte hoek ten opzichte van de ruitenwisserarm (1).
  3. Druk de klem in de richting van de pijl (2).
  4. Maak het ruitenwisserblad los van de arm (3).
  5. Beweeg het ruitenwisserblad zijwaarts (4).
  6. Trek het ruitenwisserblad van de arm (5).

Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Stads- en achterlichtenB

KoplampenC

Mistlampen, vóórD

Beweeg de schakelaarhendel naar het stuurwiel om te wisselen.

Lichtsignaal
FORD Transit Connect (2003) - RUITENWISSERBLADEN VERVANGEN - 2

Beweeg de schakelaarhendel naar het stuurwiel.

VOORSTE MISTLAMPEN
1 2 0±0 0±0 0±0

E65988

Schakel de koplampen in 1 en trek de schakelaar één stand uit 2.

De mistlampen mogen alleen worden ingeschakeld wanneer het zicht ernstig wordt belemmerd door mist, sneeuw of regen.

MISTACHTERLICHTEN
1 2 Ø0 Ø0€ Ø€

E65989

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

De mistachterlichten mogen alleen worden gebruikt wanneer het zicht minder dan 50 meter bedraagt en mogen niet worden gebruikt bij regen of sneeuwval.

N.B.: Bij wagens die niet zijn uitgerust met mistlampen aan de voorzijde kan de schakelaar slechts één stand worden uitgetrokken.

Schakel de buitenverlichting in 1 en trek de schakelaar twee standen uit 2.

De hoogte van de koplamplichtbundels kan worden aangepast aan de belading van de auto. Draai de regelknop naar beneden om de lichtbundels omlaag te brengen en naar boven om ze omhoog te brengen.

E65990 2 1

Transit Connect
FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 3

Zonder hoogteverstelling van de koplamplichtbundelsA

Met hoogteverstelling van de koplamplichtbundelsB

Aanbevolen regelknopstanden

RegelknopstandBelading
Aantal personenruimte 1 T210T200G820ht in bag T230
000-1
1max. 2 21,5 1.53/24

1 Wanneer de auto is uitgerust met het wegligging/rijhoogte pack, kan het noodzakelijk zijn de hoogte van de koplamplichtbundels in te stellen.

2 Zie technische gegevens. Zie Technische specificaties (bladzijde 138).

3 Lange wielbasis.

4 Korte wielbasis.

Tijdens het rijden met een aanhanger kunnen hogere regelknopstanden (+1) noodzakelijk zijn.

Tourneo Connect
FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 4

Zonder hoogteverstelling van de koplamplichtbundelsA

Met hoogteverstelling van de koplamplichtbundelsB

Aanbevolen regelknopstanden

RegelknopstandBelading
Aantal personenGewicht in bagage- voor ruimte1K210K230K220K20
AchterVoor
000--1-2
00,50-12
23- 02/0.53 0,50
23max.1 12/1.53 1 1.53/2.52
1-max.1 22/2.53 2,5 22/2.53

1 Zie technische gegevens. Zie Technische specificaties (bladzijde 138).
2 Lange wielbasis.
3 Korte wielbasis.

Tijdens het rijden met een aanhanger kunnen hogere regelknopstanden (+1) noodzakelijk zijn.

Druk op de schakelaar om het systeem in of uit te schakelen. De waarschuwingsknipperlichten werken ook bij afgezet contact.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 5

Wanneer de schakelaar in stand B staat, brandt de interieurverlichting wanneer de portieren met de sleutel of de afstandsbediening worden ontgrendeld (alleen bij centrale vergrendeling) of wanneer een portier wordt geopend.

Bij sommige uitvoeringen zal met de schakelaar in de stand B de interieurverlichting na het sluiten van de portieren nog enige tijd blijven branden. De verlichting gaat onmiddellijk uit wanneer het contact wordt aangezet of de portieren worden vergrendeld.

Wanneer de schakelaar in stand C staat en het contact staat af, gaat de interieurverlichting automatisch na ongeveer 30 minuten uit.

Zet, om de verlichting weer in te schakelen, het contact korte tijd aan (stand II) of sluit en open het bestuurdersportier.

Leeslampen
FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 6

Als gloeilampen branden, worden deze en hun omgeving heet. Schakel de lampen uit en laat deze afkoelen voordat u ze vervangt.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 7

Laat telkens na het vervangen van een gloeilamp de afstelling de koplampen door een kundige controleren.

Schakel altijd de lampen uit en zet het contact af voordat u een gloeilamp vervangt.

Houd gloeilampen nooit bij het glas vast. Monteer uitsluitend gloeilampen die zijn voorzien van een UV-filter. Vervang een defecte gloeilamp altijd door een nieuw exemplaar van hetzelfde type.

Reinig bij het vervangen van een gloeilamp de koplamplens met een vochtige doek om een elektrostatische lading, die ervoor zorgt dat stof op de kunststof lens komt, te voorkomen.

Controleer nadat u een gloeilamp hebt vervangen, of de lampen correct werken.

Richtingaanwijzers, voor
FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 8

Draai de lamphouder linksom en trek hem los. Druk de lamphouder licht in en draai hem linksom los. Vervang de gloeilamp. Let op de geleidenokken wanneer de lamp in omgekeerde volgorde weer wordt aangebracht.

Koplampen

Koplampunit openen
FORD Transit Connect (2003) - Koplampen - 1

Draai de kap linksom en verwijder deze. Het aanbrengen vindt in omgekeerde volgorde plaats; zorg ervoor dat de pijl op de kap naar boven wijst.

Stadslicht
E76061

5 watt lampje met glazen voet

Verwijder de kap en trek de lamphouder los. Trek de gloeilamp los en vervang hem. Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Trek de stekker los. Maak de draadklem los en verwijder de gloeilamp. Vervang de gloeilamp. Het aanbrengen vindt in omgekeerde volgorde plaats; zorg ervoor dat de draadklem goed in het lamphuis aangrijpt.

Zijknipperlichten
FORD Transit Connect (2003) - watt lampje met glazen voet - 1

5 watt lampje met glazen voet

Draai de complete lamp rechtsom en trek hem los. Houd de lamphouder vast; draai het lamphuis linksom los en verwijder het. Trek de gloeilamp los en vervang deze. Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Mistlampen
FORD Transit Connect (2003) - watt lampje met glazen voet - 2

H11, 55 watt halogeen gloeilamp.

Steek uw hand achter de bumper en trek de stekker los. Draai de lamphouder linksom en trek hem los. Vervang de gloeilamp met de geïntegreerde lamphouder. Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Achterlichtunits
FORD Transit Connect (2003) - watt lampje met glazen voet - 3

Richtingaanwijzer 21 wattB

Achteruitrijlamp 21 wattC

Mistachterlicht 21 wattD

Open de achterdeuren en verwijder de twee vleugelmoeren waarmee het lamphuis is bevestigd. Trek het lamphuis los van de auto en maak de lamphouder los. Druk de gloeilamp voorzichtig in de lamphouder, draai hem linksom en verwijder de gloeilamp. Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

16 watt lampje met glazen voet

Verwijder de moeren waarmee het lamphuis is bevestigd. Neem het lamphuis van de wagen. Trek de gloeilamp los en vervang deze. Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Kentekenplaatverlichting

Uitvoeringen met een achterklep
FORD Transit Connect (2003) - Kentekenplaatverlichting - 1

Verwijder het glas, de gloeilamp en breng een nieuwe aan. Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Uitvoeringen met dubbele achterdeuren
FORD Transit Connect (2003) - Kentekenplaatverlichting - 2

5 watt lampje met glazen voet

Werk de kap voorzichtig met een geschikte schroevendraaier van het lamphuis los en neem de gloeilamp uit de houder. Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Interieurverlichting

Voor

F76068

10 watt buislamp

Schakel de interieurverlichting uit. Werk het lamphuis aan de zijde tegenover de schakelaar met een dunne schroevendraaier los. Vervang de gloeilamp. Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Achter

FORD Transit Connect (2003) - Achter - 1

Werk voorzichtig het lamphuis los en verwijder de gloeilamp. Breng een nieuwe gloeilamp in omgekeerde volgorde aan.

Leeslampen

FORD Transit Connect (2003) - Leeslampen - 1

Schakel de interieurverlichting uit. Werk het lamphuis aan de zijde tegenover de schakelaar met een dunne schroevendraaier los. Vervang de gloeilamp. De gloeilampen kunnen worden vervangen nadat de contactplaat is teruggeklapt.

ELEKTRISCH BEDIENBARE RUITEN

WAARSCHUWING

⚠️ Controleer voordat u de elektrisch bedienbare ruiten bedient, of deze vrij zijn van obstructies en overtuig u ervan dat zich geen kinderen en/of huisdieren in de nabijheid van de ruitopeningen bevinden. Het nalaten hiervan kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Het is in eerste instantie de verantwoording van de toeziende volwassenen dat een kind nooit alleen in de auto blijft; laat nooit de sleutels in de auto achter.

N.B.: Wanneer de schakelaars gedurende korte tijd vaak worden bediend kan het systeem een bepaalde tijd buiten werking treden om schade door oververhitting te voorkomen.

Zet het contact aan om de elektrisch bedienbare ruiten te openen of te sluiten.

B A

E68836

Drukken om te openenA Drukken om te sluitenB

Portierruit aan bestuurderszijde automatisch openen

Druk kort op A. Druk opnieuw op A om de ruit te stoppen.

BUITENSPIEGELS

E71273 A

GroothoekspiegelA

WAARSCHUWING

Vergis u niet in de afstand van voorwerpen die u in de groothoek buitenspiegels ziet. Voorwerpen die u in deze spiegels ziet, zien er kleiner uit en lijken verder weg te zijn dan in werkelijkheid het geval is.

De spiegels vergroten het zicht naar achteren en verkleinen de zogenaamde dode hoek schuin naar achteren.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Zorg ervoor dat de spiegel weer volledig wordt vergrendeld wanneer u deze weer in zijn oorspronkelijke stand terugzet.

De elektrisch bedienbare buitenspiegels zijn voorzien van een verwarmingselement dat het spiegelglas ontdooit en ontwasemt. Zie Verwarmde ruiten en spiegels (bladzijde 66).

BINNENSPIEGEL
FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 2

Trek de hendel naar buiten om de ruit te openen. Druk in het midden van de hendel om deze te vergrendelen. Trek in het midden van de hendel om de ruit te sluiten. Druk hem naar achteren tot hij wordt vergrendeld.

OVERZICHT INSTRUMENTENPANEEL

Links stuur
FORD Transit Connect (2003) - OVERZICHT INSTRUMENTENPANEEL - 1

A Schakelaar verlichting/ mistlampen, vóór/ mistachterlichten. Zie Verlichting (bladzijde 43).
B Multifunctionele hendel: richtingaanwijzers, grootlicht. Zie Verlichting (bladzijde 43).

Claxon.C

D Instrumentengroep. Zie Instrumenten (bladzijde 56).

E Digitale klok. Zie Klok (bladzijde 83).

F Ruitenwisserschakelaar. Zie Ruitenwissers en ruitensproeiers (bladzijde 40).

G Luchtroosters. Zie Ventilatieroosters (bladzijde 66).

H Schakelaar waarschuwingsknipperlichten. Zie Waarschuwingsknipperlichten (bladzijde 46).

Audio-installatie. Zie afzonderlijke handleiding.I

J Toetsen temperatuurregelsysteem. Zie Klimaatregeling (bladzijde 65).

K Schakelaars voorruitverwarming/ achterruitverwarming. Zie Klimaatregeling (bladzijde 65).

L Asbak/ opbergvak. Zie Gemaksfuncties (bladzijde 83).

M Schakelaars luchtrecirculatie/ airconditioning. Zie Klimaatregeling (bladzijde 65).

N Sigarettenaansteker/ elektrisch aansluitpunt. Zie Gemaksfuncties (bladzijde 83).

O Contactslot. Zie Contactslot (bladzijde 89).

P Stuurwielverstelling. Zie Stuurwiel afstellen (bladzijde 38).

Q Bediening audio-installatie. Zie Audiobediening (bladzijde 38).

R Zekeringen. Zie Zekeringen (bladzijde 106).

S Regelknop hoogteverstelling koplamplichtbundels. Zie Koplamphoogte afstellen (bladzijde 44).

Rechts stuur
FORD Transit Connect (2003) - OVERZICHT INSTRUMENTENPANEEL - 2

Audio-installatie. Zie afzonderlijke handleiding.A

B Schakelaar waarschuwingsknipperlichten. Zie Waarschuwingsknipperlichten (bladzijde 46).

C Luchtroosters. Zie Ventilatieroosters (bladzijde 66).

D Multifunctionele hendel: richtingaanwijzers, grootlicht. Zie Verlichting (bladzijde 43).
E Instrumentengroep. Zie Instrumenten (bladzijde 56). Claxon.F
G Digitale klok. Zie Klok (bladzijde 83).
H Ruitenwisserschakelaar. Zie Ruitenwissers en ruitensproeiers (bladzijde 40).
I Regelknop hoogteverstelling koplamplichtbundels. Zie Koplamphoogte afstellen (bladzijde 44).
J Schakelaar verlichting/ mistlampen, vóór/ mistachterlichten. Zie Verlichting (bladzijde 43).
K Contactslot. Zie Contactslot (bladzijde 89).
L Stuurwielverstelling. Zie Stuurwiel afstellen (bladzijde 38).
M Bediening audio-installatie. Zie Audiobediening (bladzijde 38).
N Sigarettenaansteker/ elektrisch aansluitpunt. Zie Gemaksfuncties (bladzijde 83).
O Asbak/ opbergvak. Zie Gemaksfuncties (bladzijde 83).
P Schakelaars voorruitverwarming/ achterruitverwarming. Zie Klimaatregeling (bladzijde 65).
Q Schakelaars luchtrecirculatie/ airconditioning. Zie Klimaatregeling (bladzijde 65).
R Toetsen temperatuurregelsysteem. Zie Klimaatregeling (bladzijde 65).

METERS

A B C D RPM x1000 km/h 17:30 000380 G F E

E74268

KoelvloeistoftemperatuurmeterA

ToerentellerB

SnelheidsmeterC

BrandstofmeterD

Omschakel- en terugsteltoetsE

Klok, kilometerteller en dagtellerF

Instelknop digitale klokG

Koelvloeistoftemperatuurmeter

Bij normale bedrijfstemperatuur bevindt de wijzer zich in het centrale gedeelte.

Wanneer de wijzer in het rode gebied komt, is de motor oververhit. Het fail safe koelsysteem is geactiveerd, waardoor de auto nog tijdelijk kan blijven doorrijden.

Toerenteller

Bij auto's met een dieselmotor heeft de toerenteller een bereik van 5 000 omwentelingen per minuut.

Brandstofmeter

De pijl naast het symbool van de benzinepomp duidt aan, aan welke zijde zich de brandstofvulklep bevindt.

Kilometerteller

FORD Transit Connect (2003) - Kilometerteller - 1

E74269

Registreert de totaal afgelegde afstand van de auto.

Druk toets E kort in om tussen kilometerteller en dagteller te wisselen.

Dagteller

FORD Transit Connect (2003) - Dagteller - 1

E74270

De dagteller kan worden gebruikt om de lengte van een bepaald traject te registreren. Druk en houd de toets E twee seconden ingedrukt om de dagteller terug te stellen.

Digitale klok

Zie Klok (bladzijde 83).

Wanneer het contact wordt aangezet gaan de volgende waarschuwings- en controlelampen branden ter bevestiging dat het systeem operationeel is:

  • ABS
  • Airbag
  • Remsysteem
  • Motor
  • Immobilisatiesysteem
  • Laadstroom
  • Controlelamp laag brandstofniveau
    • Multifunctionele controlelamp
  • Oliedruk
    • Aandrijfregeling
  • Controlelamp waterafscheider

Indien een van deze waarschuwings- of controlelampen niet gaat branden wanneer het contact wordt aangezet, duidt dit op een storing. Laat het systeem door een deskundige controleren.

Controlelamp ABS

FORD Transit Connect (2003) - Controlelamp ABS - 1

Gaat de controlelamp ABS tijdens het rijden branden, dan duidt dit op een storing.

Laat het systeem door een deskundige controleren. Het remsysteem (zonder ABS) blijft normaal functioneren.

Controlelamp airbag

FORD Transit Connect (2003) - Controlelamp airbag - 1

Wanneer het contact wordt aangezet (stand II) brandt deze lamp kort ter

bevestiging dat het systeem operationeel is. Brandt de controlelamp niet, blijft hij branden, of brandt hij met intervallen of continu tijdens het rijden, dan duidt dit op een storing. Laat dit voor uw eigen veiligheid door een deskundige controleren.

Controlelamp remsysteem

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Gaat de lamp branden nadat de handrem is vrijgezet of tijdens het rijden, laat dan het remsysteem onmiddellijk door een deskundige controleren.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 2

Brandt wanneer de handrem is aangetrokken.

Controlelampen remsysteem en ABS

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Verlaag geleidelijk uw snelheid. Druk het rempedaal voorzichtig in. Druk het rempedaal vooral niet abrupt in.

Indien beide controlelampen gelijktijdig branden, stop dan zodra dit veilig kan. Laat voordat u uw reis hervat het remsysteem door een deskundige controleren.

Richtingaanwijzers

FORD Transit Connect (2003) - Richtingaanwijzers - 1

Knippert bij ingeschakelde richtingaanwijzers. Een plotselinge toename van de knipperfrequentie waarschuwt voor een defecte gloeilamp.

Controlelamp motor

Uitvoeringen met een benzinemotor

FORD Transit Connect (2003) - Uitvoeringen met een benzinemotor - 1

Zodra de motor is aangeslagen moet deze controlelamp uitgaan.

Wanneer de lamp bij draaiende motor brandt, duidt dit op een storing. Laat dit zo spoedig mogelijk door een deskundige controleren. Wanneer de lamp tijdens het rijdenknippert, minder dan onmiddellijk snelheid. Blijft de lamp knipperen, vermijd dan snel optrekken en krachtig afremmen. Laat uw auto onmiddellijk door een deskundige controleren.

Uitvoeringen met een dieselmotor

N.B.: De controlelamp van de motor werkt ook als indicator van het voorgloeisysteem. Zie Een dieselmotor starten (bladzijde 90).

FORD Transit Connect (2003) - Uitvoeringen met een dieselmotor - 1

Wanneer de lamp bij draaiende motor brandt, duidt dit op een storing. Laat dit zo spoedig mogelijk door een deskundige controleren. Wanneer de lamp tijdens het rijden knippert, minder dan onmiddellijk snelheid. Blijft de lamp knipperen, vermijd dan snel optrekken en krachtig afremmen. De motor blijft draaien, maar levert minder vermogen. Laat uw auto onmiddellijk door een deskundige controleren.

Controlelamp laadstoom

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Wanneer bij uitvoeringen met een dieselmotor de V-riem van de dynamo loszit, gescheur gebroken is, werkt ook de servobekrachtiging van het remsysteem niet meer.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 2

Indien de lamp onder het rijden gaat branden, schakel dan alle onnodige stroomverbruikers uit en rijd onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde deskundige.

Controlelamp laag brandstofniveau

0 1/2 1/1 1/2

E75774

Wanneer deze lamp brandt moet zo snel mogelijk brandstof worden getankt.

Brandt wanneer het grootlicht is ingeschakeld of wanneer een lichtsignaal wordt gegeven.

Multifunctionele controlelamp

FORD Transit Connect (2003) - Multifunctionele controlelamp - 1

Gaat de lamp tijdens het rijden branden, dan duidt dit op een storing. Laat dit zo spoedig mogelijk door een deskundige controleren.

Controlelamp oliedruk

FORD Transit Connect (2003) - Controlelamp oliedruk - 1

Wanneer de lamp na het aanslaan van de motor blijft branden of tijdens het rijden gaat branden, stop dan onmiddellijk, zet de motor af en controleer het oliepeil. Zie Motorolie

controleren (bladzijde 117). Vul direct olie bij wanneer het oliepeil laag is.

Controlelamp aandrijfregelsysteem (BTCS)

FORD Transit Connect (2003) - Controlelamp aandrijfregelsysteem (BTCS) - 1

Wanneer het contact wordt aangezet (stand II), brandt deze lamp kort ter

bevestiging dat het systeem operationeel is. Wanneer tijdens het rijden het systeem wordt geactiveerd, knippert de lamp. Als na het aanzetten van het contact de lamp niet brandt of continu tijdens het rijden brandt, duidt dit op een storing. Bij storingen schakelt het systeem uit. Laat het systeem door een deskundige controleren.

Controlelamp waterafscheider

FORD Transit Connect (2003) - Controlelamp waterafscheider - 1

Wanneer de lamp tijdens het rijden brandt, laat dan zo spoedig mogelijk het water

in het brandstofffilter aftappen door een deskundige.

Verlichting ingeschakeld

Wanneer bij afgezet contact het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de buitenverlichting niet is uitgeschakeld, klinkt een gong.

WERKING

Buitenlucht

Houd de luchtinlaten onder de voorruit altijd vrij van sneeuw, bladeren e.d., opdat het verwarmings- en ventilatiesysteem optimaal kan functioneren.

Gerecirculeerde lucht

N.B.: Omdat er geen ventilatie is verdient het aanbeveling de recirculatiestand niet langer dan 30 minuten in te schakelen aangezien de ruiten kunnen beslaan.

In de recirculatiestand wordt alleen de lucht die in het passagierscompartiment aanwezig is gecirculeerd. Er stroomt geen buitenlucht de auto in.

Pollenfilter

Het pollenfilter verwijdert de meeste potentieel schadelijke stoffen als pollen, industriële luchtverontreiniging en straatvuil uit de lucht voordat deze het interieur binnenstroomt.

In een automatische wasstraat verdient het aanbeveling de aanjager uit te schakelen om te voorkomen dat wasdeeltjes zich in het filter kunnen vastzetten.

Aanjager

De aanjager kan enig geluid veroorzaken.

Verwarming

De verwarmingscapaciteit is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur en het systeem werkt daarom alleen effectief bij warme motor.

Airconditioning

N.B.: De airconditioning werkt alleen bij temperaturen hoger dan +4 °C, bij draaiende motor en ingeschakelde aanjager. Het in werking stellen van de airconditioning leidt tot een hoger brandstofverbruik.

De lucht wordt door de warmtewisselaar geleid waar deze wordt gekoeld wanneer de airconditioning is ingeschakeld. Bovendien wordt vocht aan de gekoelde lucht onttrokken om te voorkomen dat de ruiten beslaan.

Het condenswater wordt naar buiten afgevoerd. Daarom is het volkomen normaal dat zich onder de geparkeerde auto een plasje water vormt.

Algemene opmerkingen over de klimaatregeling in het interieur

Sluit alle ruiten volledig.

Richt, voor een effectieve verwarming van het interieur, de verwarmde luchtstroom op de beenruimte. Richt bij koud of vochtig weer een gedeelte van de luchtstroom op de voorruit en de zijruiten.

Klimaatregeling

Richt, voor een effectieve koeling van het interieur, de gekoelde lucht op hoofdniveau.

VENTILATIEROOSTERS
E74362

Voor het snel ontdooien en ontwasemen van de voor- of achterruit. Schakel het systeem alleen in wanneer het noodzakelijk is.

Voorruitverwarming
FORD Transit Connect (2003) - Klimaatregeling - 2

Het systeem werkt alleen bij draaiende motor en ontdooit ook de voorruitsproeiers. Druk op de schakelaar om het systeem in of uit te schakelen. Het lampje in de schakelaar geeft de werking aan.

Na korte tijd schakelt het verwarmingssysteem automatisch uit.

Zet eerst het contact aan.

Druk op de schakelaar om het systeem in of uit te schakelen. Het lampje in de schakelaar geeft de werking aan.

Na korte tijd schakelt het verwarmingssysteem automatisch uit.

Verwarmbare buitenspiegels

De elektrisch bedienbare buitenspiegels zijn ook voorzien van een verwarmingselement. Dit systeem werkt wanneer de achterruitverwarming is ingeschakeld.

HANDMATIGE KLIMAATREGELING

Luchtverdeelknop
FORD Transit Connect (2003) - HANDMATIGE KLIMAATREGELING - 1

Hoofdniveau en beenruimteB

BeenruimteC

Beenruimte en voorruitD

VoorruitE

De luchtverdeelknop kan in elke gewenste stand tussen de symbolen worden gezet.

Een klein deel van de luchtstroom wordt altijd naar de voorruit geleid.

Temperatuurregelknop
FORD Transit Connect (2003) - HANDMATIGE KLIMAATREGELING - 2

Plaats de aanjagerschakelaar in een hogere stand om de aanjager met een hoger toerental te laten draaien.

Bij uitgeschakelde aanjager kan de voorruit beslaan.

Gerecirculeerde lucht
FORD Transit Connect (2003) - HANDMATIGE KLIMAATREGELING - 3

Druk op de recirculatietoets om te kiezen tussen toevoer van buitenlucht en gerecirculeerde lucht. De lamp in de schakelaar brandt wanneer het systeem is ingeschakeld.

Voorruit snel ontdooien/ontwasemen
FORD Transit Connect (2003) - HANDMATIGE KLIMAATREGELING - 4

De recirculatiestand wordt automatisch uitgeschakeld. Schakel zo nodig de voorruitverwarming in. Zie Verwarmde ruiten en spiegels (bladzijde 66).

Snel verwarmen van het interieur
FORD Transit Connect (2003) - HANDMATIGE KLIMAATREGELING - 5

Stel de luchtverdeelknop in op hoofdniveau of hoofdniveau en beenruimte. Zet de aanjagerschakelaar in een willekeurige stand. Open de luchtroosters naar gelang uw persoonlijke wensen.

Airconditioning

Airconditioning in- en uitschakelen

FORD Transit Connect (2003) - Airconditioning in- en uitschakelen - 1

N.B.: De airconditioning werkt alleen bij draaiende motor.

Druk op de schakelaar om het systeem in of uit te schakelen. Het lampje in de schakelaar brandt wanneer de airconditioning is ingeschakeld.

Wanneer de aanjagerschakelaar in de stand 0 wordt gezet, schakelt de airconditioning uit. Wanneer de aanjager weer wordt aangezet, schakelt de airconditioning automatisch weer in.

Koelen met buitenlucht

E74667

Interieur snel afkoelen

E74668

Voorruit ontdooien/ontwasemen

FORD Transit Connect (2003) - Voorruit ontdooien/ontwasemen - 1

Buitenlucht stroomt nu het interieur in. Zolang de luchtverdeelknop is ingesteld op de voorruit, kan de recirculatiestand niet worden geselecteerd en wordt de airconditioning automatisch ingeschakeld. Let erop dat de aanjager is ingeschakeld.

Het lampje in de A/C schakelaar brandt tijdens het ontdooien/ ontwasemen.

Wanneer de A/C wordt ingedrukt, gaat de lamp in de schakelaar uit, maar de airconditioning kan niet worden uitgeschakeld zolang de luchtverdeelknop in de stand 'voorruit' staat.

Luchtvochtigheid verlagen
E74669

De airconditioning onttrekt vocht aan de lucht en de ruiten worden sneller ontwasemd.

EXTRA VERWARMING

Algemene informatie

WAARSCHUWINGEN

Schakel de programmeerbare standverwarming niet in bij tankstations, bij bronnen met brandbare dampen of stoffen of in afgesloten ruimtes.

⚠️ Tank geen brandstof wanneer het display van de programmeerbare standverwarming is ingeschakeld.

N.B.: De programmeerbare standverwarming schakelt automatisch uit wanneer de accuspanning laag wordt.

N.B.: Alle symbolen op het display knipperen wanneer de stroomtoevoer naar de programmeerbare standverwarming onderbroken is geweest. Onder deze omstandigheden werkt de verwarming niet. Zet het klokje gelijk.

N.B.: De programmeerbare standverwarming schakelt bij storingen uit. Laat het systeem door een deskundige controleren.

Neem de volgende richtlijnen in acht:

  • Schakel de programmeerbare standverwarming het gehele jaar minimaal eenmaal per maand ongeveer tien minuten in. Hierdoor wordt voorkomen dat de vloeistofpomp en de aanjagermotor gaan vastzitten.
  • Om corrosie te voorkomen moet de koelvloeistof in uw auto het gehele jaar door minstens 10 % antivries bevatten.
  • Om luchtbellen te voorkomen moet u ervoor zorgen dat het koelvloeistofpiel zicht tussen het MAX en MIN merkteken op het reservoir bevindt. Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 119).

  • De aanjager van de programmeerbare standverwarming wordt ingeschakeld zodra de koelvloeistof een bepaalde temperatuur heeft bereikt. In deze stand heeft de omgevingstemperatuur gaan invloed.

  • Wij continu gebruik van de standverwarming, registreert deze de omgevingstemperatuur. Wanneer deze hoger is dan 5 °C wordt de programmeerbare standverwarming niet ingeschakeld.

De programmeerbare standverwarming werkt onafhankelijk van de verwarming van de auto door het koelvloeistofcircuit van de motor te verwarmen. Hij wordt door de brandstoftank van energie voorzien. U kunt het systeem ook tijdens het rijden gebruiken om het interieur sneller te laten opwarmen.

Het is mogelijk dat bij ingeschakelde programmeerbare standverwarming er uitlaatgassen onder de zijkanten van de auto vrijkomen. Dit is normaal.

Werkingsprincipe

Voor ingebruikneming

LET OP

Wanneer de aanjagerschakelaar in een andere stand dan stand één wordt gezet, heeft dit een kortere levensduur van de accu of zelfs een lege accu tot gevolg.

Voordat de verwarming wordt ingeschakeld of geprogrammeerd moeten de volgende instellingen worden voorbereid:

  • Zet de temperatuurregelknop van het standaard verwarmingssysteem op maximum.
  • Zet de aanjagerschakelaar in stand 1.
  • Schakel voor het afzetten van het contact de recirculatiestand in. Wacht minimaal vijf seconden met het sluiten van de luchtroosters van het ventilatiesysteem.
  • Zet alle luchtroosters in de cabine open.

Instellen van de tijd

A 20:05 B P D

E71347

Druk de toets A langer dan drie seconden ingedrukt en houd hem ingedrukt tot de tijdsaanduiding op het display knippert. Druk de toetsen B en D binnen vijf seconden in om de tijd in te stellen. Houd de betreffende toets ingedrukt om de tijdsaanduiding snel te veranderen.

Verwarmingsduur programmeren

A B 90 P D

E71348

LET OP

De aanbevolen instelling is 30 minuten. Langere tijden verkorten de levensduur van de accu of kunnen zelfs een lege accu tot gevolg hebben.

N.B.: De verwarmingsduur voor van te voren ingestelde tijden en de verwarmingsmodi kunnen voor 10 tot 120 minuten worden ingesteld.

Druk de toets A langer dan drie seconden ingedrukt en houd hem ingedrukt tot de tijdsaanduiding op het display knippert. Wacht vijf seconden tot het verwarmingssymbool verschijnt en de verwarmingsduur knippert.

Druk de toetsen B en D in om de verwarmingsduur in te stellen.

Druk na het instellen van de verwarmingsduur op toets A. Het display geeft nu de tijd weer met een knipperende dubbele punt.

Verwarming uitschakelen

Druk op de toets met het verwarmingssymbool. De verwarming blijft nog drie minuten werken en schakelt vervolgens uit. Het display duidt nu de tijd aan.

Geprogrammeerde verwarmingsmodus

75 P C

E71349

De verwarming kan op elk gewenst moment voor de geprogrammeerde tijdsduur worden ingeschakeld. Druk op toets C. Het display wordt verlicht en toont de resterende verwarmingstijd en het verwarmingssymbool.

Verwarming continu inschakelen

B
C
FORD Transit Connect (2003) - Verwarming continu inschakelen - 1

Nadat het contact is afgezet blijft de verwarming werken.

Schakel de verwarming uit om onnodig verwarmen te voorkomen.

Druk op toets B en houd deze ingedrukt. Druk op toets C. De verwarming werkt nu tot toets C opnieuw wordt ingedrukt. Het display wordt verlicht en toont de tijd en het verwarmingssymbool.

Verwarmingsmodus programmeren

De verwarming schakelt automatisch op de geactiveerde inschakeltijd in en blijft gedurende de geprogrammeerde verwarmingsduur werken. Het display wordt verlicht en toont de resterende verwarmingstijd en het verwarmingssymbool.

U kunt drie verschillende inschakeltijden programmeren.

Inschakeltijden programmeren

A
B
FORD Transit Connect (2003) - Inschakeltijden programmeren - 1

Druk toets A meerdere keren in tot het symbool 1, 2 of 3) voor de gewenste inschakeltijd wordt weergegeven. Druk op toetsen B en D om de tijd in te stellen. Houd de betreffende toets ingedrukt om de tijdsaanduiding snel te veranderen.

Druk na het programmeren van de inschakeltijden op toets A. Het display geeft nu de tijd weer met een knipperende dubbele punt.

Geprogrammeerde inschakeltijden activeren/ deactiveren

FORD Transit Connect (2003) - Geprogrammeerde inschakeltijden activeren/ deactiveren - 1

Druk toets A meerdere keren in tot het symbool 1, 2 of 3) voor de gewenste inschakeltijd wordt weergegeven. Druk op toets C. Het ON symbool verschijnt op het display. Druk opnieuw op toets C om de inschakeltijd weer te deactiveren.

Stoelen

DE JUISTE ZITPOSITIE INNEMEN

Max. 30° E68595

WAARSCHUWINGEN

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 1

Verstel de stoelen nooit tijdens het rijden.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 2

Alleen wanneer de veiligheidsgordel correct wordt gedragen, kan deze u in een zodanige positie houden dat de airbag optimaal effect kan bewerkstelligen.

Wanneer u de veiligheidsgordel correct draagt kunnen de stoel, hoofdsteun, veiligheidsgordel en airbags bij een eventuele aanrijding optimale bescherming bieden. Wij raden aan dat u:

  • zoveel mogelijk rechtop gaat zitten met de onderzijde van uw rug zover mogelijk naar achteren.
  • de rugleuning van de stoel niet meer dan 30 graden achterover kantelt.

  • de hoofdsteun zo instelt, dat de bovenzijde ervan gelijkligt met de bovenzijde van uw hoofd.

  • voldoende afstand houdt tussen uzelf en het stuurwiel. minimaal 254 mm (10 inch) tussen uw borstbeen en de kap van de airbag aanhoudt.
  • het stuurwiel met licht gebogen armen vasthoudt.
  • uw benen licht buigt zodat u de pedalen volledig kunt indrukken.
  • de schoudergordel over het midden van uw schouder en de heupgordel strak over uw heupen legt.

Zorg ervoor dat uw zitpositie comfortabel is en dat u de volledige controle over de wagen hebt.

VOORSTOELEN

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Verstel de stoelen niet terwijl de wagen in beweging is.

Stoelen

Stoelen naar voren en achteren schuiven
FORD Transit Connect (2003) - Stoelen - 1

Schuif de stoel naar voren en naar achteren nadat u de hendel hebt losgelaten om ervoor te zorgen dat de stoel weer goed wordt vergrendeld.

Lendensteun instellen
FORD Transit Connect (2003) - Stoelen - 2

Stoelhoogte instellen
FORD Transit Connect (2003) - Stoelen - 3

Hellingshoek van de rugleuning instellen
FORD Transit Connect (2003) - Stoelen - 4

Passagiersstoel, voor, neerklappen

WAARSCHUWINGEN

Zorg ervoor dat de stoelen en de rugleuningen goed vastzitten en volledig zijn vergrendeld.

WAARSCHUWINGEN

Leg geen voorwerpen op de rugleuning wanneer de wagen in beweging is.

Transit Connect
E74821 1 2 3 4 E74822

Stoelen

5 6 E74823

  1. Trek aan de lus en kantel de zitting naar voren.
  2. Kantel de hoofdsteun naar voren.
  3. Trek de hendel omhoog.
  4. Klap de rugleuning naar voren.
  5. Trek de hendel omhoog.
  6. Druk de rugleuning naar beneden.

Tourneo Connect

Verwijder de hoofdsteun. Zie Hoofdsteunen (bladzijde 79).

FORD Transit Connect (2003) - Tourneo Connect - 1

  1. Trek aan de lus en kantel de zitting naar voren.
  2. Trek de hendel omhoog.
  3. Klap de rugleuning naar voren.
  4. Trek de hendel omhoog.
  5. Druk de rugleuning naar beneden.

HOOFDSTEUNEN
FORD Transit Connect (2003) - Tourneo Connect - 2

Hoofdsteun instellen

WAARSCHUWING

Trek de hoofdsteun omhoog wanneer de achterbank door een passagier of voor een kinderzitje wordt gebruikt.

Stel de hoofdsteun zo in, dat de bovenzijde ervan gelijkligt met de bovenzijde van uw hoofd.

Hoofdsteun verwijderen

Druk de knoppen in en verwijder de hoofdsteun.

ACHTERBANK

WAARSCHUWINGEN

Gebruik tijdens het rijden de achterbank niet als bed.

WAARSCHUWINGEN

Zorg ervoor dat de stoelen en de rugleuningen goed vastzitten en volledig zijn vergrendeld.
⚠️ Controleer of de rode indicator niet te zien is wanneer u de armen van de rugleuningen van de tweede zitrij en de sloten van de derde zitrij in aangrijping brengt.
Plaats geen voorwerpen op een neergeklapte stoel.
Trek niet aan de achterbank van de tweede zitrij wanneer de complete bank naar voren is gekanteld.

Een rugleuningdeel naar voren kantelen

Tweede zitrij
1 2 E74829

Derde zitrij
FORD Transit Connect (2003) - Een rugleuningdeel naar voren kantelen - 2

Complete achterbank naar voren kantelen

Tweede zitrij
2 1 3 4 E74832

6 5

E74833

FORD Transit Connect (2003) - Complete achterbank naar voren kantelen - 3

  1. Verwijder de middelste hoofdsteun.
  2. Schuif de buitenste hoofdsteunen geheel naar beneden.
  3. Trek de hendels aan de zijkant van de rugleuning omhoog.
  4. Klap de rugleuning naar voren.
  5. Trek de ontgrendelingslussen naar beneden.
  6. Kantel de achterbank naar voren.
  7. Druk de vergrendelingshendels omlaag.

Derde zitrij
1 2 3 E74845

5 4 4

E74846

  1. Schuif de hoofdsteunen geheel naar beneden.
  2. Trek de hendels aan de zijkant van de rugleuning omhoog.
  3. Klap de rugleuning naar voren.
  4. Trek de vergrendelingshendels omhoog.
  5. Kantel de achterbank naar voren.

Stoelen

  1. Trek de vergrendelingshendels omhoog.
  2. Kantel de zitting naar beneden.
  3. Kantel de rugleuning omhoog.
  4. Breng de middelste hoofdsteun aan.

Derde zitrij
E74849 1 2

  1. Druk de ontgrendelingshendels omlaag.
  2. Kantel de zitting naar beneden.
  3. Kantel de rugleuning omhoog.

VERWARMDE STOELEN
FORD Transit Connect (2003) - Stoelen - 2

De stoelverwarming bereikt zijn maximum temperatuur na vijf tot zes minuten. Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld.

ZONNEKLEPPEN
FORD Transit Connect (2003) - Stoelen - 3

A Omschakel- en terugsteltoets

Klok gelijkzetten

• Draai de contactsleutel in stand II.
- Houd de toets A minimaal drie seconden ingedrukt tot de tijdsweergave op het display knippert.
- Druk op toets A om de minuten vooruit te zetten. Houd de toets ingedrukt om snel vooruit te gaan.

12 en 24 uurs cyclus

Om te wisselen tussen de 12 en 24 uurs cyclus zet u de contactsleutel in stand I en drukt u op toets A.

Versie 2

Raadpleeg voor gedetailleerde instructies hoe de klok moet worden ingesteld de afzonderlijke handleiding van de audio-installatie.

1730 8294 20 220 E83530

Druk op toets A om de tijd weer te geven.

AANSTEKER
E74675

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Houd de aansteker nooit ingedrukt, omdat hij hierdoor kan worden beschadigd. Verwijder de aansteker wanneer kinderen alleen in de auto achterblijven.

De aansteker werkt ook bij afgezet contact.

De aansteker wordt ingeschakeld door hem in te drukken. Bij het bereiken van de juiste temperatuur springt de aansteker in de uitgangspositie terug.

De aansluiting voor de aansteker kan ook worden gebruikt voor accessoires van 12 volt en een maximum vermogen van 10 ampère. Wanneer de motor niet draait, wordt hierdoor wel de accu ontladen.

Gebruik voor het aansluiten van stroomverbruikers alleen de speciale stekkers uit het Ford Accessoires Programma of stekkers voor standaard SAE-aansluitpunten.

ASBAK

FORD Transit Connect (2003) - ASBAK - 1

Druk, om de asbak de ledigen, de lippen aan de zijkanten in en trek de complete asbak uit de houder.

EXTRA VOEDINGSAAN- SLUITINGEN

Alle uitvoeringen
POWER OUTLET T2V-10A A/C ① ② ③ ④

E74676

Het extra aansluitpunt kan ook worden gebruikt voor accessoires van 12 volt en een maximum vermogen van 20 ampère. Wanneer de motor niet draait, wordt hierdoor wel de accu ontladen.

Gebruik voor het aansluiten van stroomverbruikers alleen de speciale stekkers uit het Ford Accessoires Programma of stekkers voor standaard SAE-aansluitpunten.

Transit Connect
E74677 12V

E74677

Rechts achterin de laadruimte bevindt zich een extra elektrisch aansluitpunt.

DASHBOARDKASTJE
E74687

E74687

In het handschoenenkastje is een haak aangebracht waaraan lichte tassen kunnen worden opgehangen.

MIDDENCONSOLE
1 3 5 2 4 R

E74366

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Plaats tijdens het rijden geen bekers met hete dranken in de ders - kans op verbranden.

De volgende opbergvakken bevinden zich in de middenconsole:

  • Muntenhouder
    • Pennen-/ potlodenhouder
    • Opbergvak
    • Bekerhouders

OPBERGRUIMTES

Opbergruimte voorin

FORD Transit Connect (2003) - Opbergruimte voorin - 1

Opbergruimte boven de voorruit

FORD Transit Connect (2003) - Opbergruimte boven de voorruit - 1

Gebruik de opbergruimte boven de voorruit niet voor het opbergen van zware of harde voorwerpen. Bij een aanrijding bestaat het gevaar van verwonding.

De opbergruimte boven de voorruit kan worden gebruikt voor het opbergen van lichte voorwerpen, zoals bijvoorbeeld veiligheidsvesten, jassen, enz.

Banden op de zonnekleppen

FORD Transit Connect (2003) - Banden op de zonnekleppen - 1

Voor het opbergen van papieren is er een band op de zonnekleppen aangebracht.

Opbergvak op het dashboard
FORD Transit Connect (2003) - Banden op de zonnekleppen - 2

Het opbergvak aan de bovenzijde van het dashboard kan worden gebruikt voor het opbergen van papieren.

Portierbakken
FORD Transit Connect (2003) - Banden op de zonnekleppen - 3

In de voorportieren zijn bakken geïntegreerd.

Opbergruimte bij de stoel
FORD Transit Connect (2003) - Banden op de zonnekleppen - 4

Tas op bestuurdersstoelA Opbergvak onder de stoelB

WEGENKAARTOP-BERGVAKKEN
FORD Transit Connect (2003) - Banden op de zonnekleppen - 5

Gebruik de tafeltjes niet tijdens het rijden. Controleer voordat u wegrijdt of de tafeltjes in de onderste stand zijn vergrendeld.

FORD Transit Connect (2003) - Banden op de zonnekleppen - 6

Algemene opmerkingen over het starten

Als de accu losgekoppeld is geweest kan de motor, nadat de accukabels weer zijn aangesloten, een afwijkende draaikarakteristiek vertonen gedurende ca. 8 kilometer.

De oorzaak is, dat het motormanagement zich weer aan de motor moet aanpassen. Ongebruikelijke rijkarakteristieken tijdens deze periode moeten worden genegeerd.

Motor starten door middel van slepen of duwen

WAARSCHUWING

Om beschadiging te voorkomen moet u uw auto niet aanduwen of aanslepen. Gebruik hulpstartkabels en een hulpaccu. Zie Gebruik van startkabels (bladzijde 125).

CONTACTSLOT

Contactsleutelstanden

Stand 0

WAARSCHUWING

Draai nooit de sleutel in de stand 0 terug zolang de auto nog in beweging is.

Contact af. Wanneer de sleutel uit het contactslot wordt genomen, treedt het stuurslot in werking zodra het stuurwiel wordt gedraaid.

Stand I

Stuurslot ontgrendeld. De ontsteking en alle overige elektrische circuits zijn uitgeschakeld. Om te voorkomen dat de accu wordt ontladen, mag de contactsleutel niet te lang in deze stand blijven staan.

Stand II

Contact aan, alle elektrische circuits zijn ingeschakeld. Waarschuwings- en controlelampen Deze stand is de normale stand tijdens het rijden, die ook moet worden gekozen tijdens het slepen van de auto.

Stand III

Startmotor ingeschakeld. Laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.

EEN BENZINEMOTOR STARTEN

N.B.: U kunt de startmotor per startpoging slechts maximaal 30 seconden inschakelen.

Koude of warme motor

LET OP

Zet, wanneer de temperatuur lager dan -20°C is, het contact minimaal één seconde aan voordat u de motor start. Hierdoor zorgt u ervoor dat de maximale benzinedruk is bereikt voordat de motor wordt gestart.

Druk het koppelingspedaal volledig en en schakel de startmotor in zonder het gaspedaal in te drukken.

Wacht even wanneer de motor niet binnen 15 seconden aanslaat en probeer het nogmaals.

Wanneer de motor na drie startpogingen nog niet is aangeslagen, wacht dan tien seconden en ga te werk zoals is beschreven onder Verzopen motor.

Wanneer het starten problemen oplevert bij temperaturen onder -25°C, druk dan het gaspedaal 1/4 tot 1/2 van de gaspedaalweg in en probeer het opnieuw.

Verzopen motor

Druk het gaspedaal volledig in.

Druk het gaspedaal langzaam volledig in, houd het in deze stand en start de motor.

Slaat de motor niet aan, herhaal dan de startprocedure zoals beschreven onder Koude of warme motor.

EEN DIESELMOTOR STARTEN

N.B.: U kunt de startmotor per startpoging slechts maximaal 30 seconden inschakelen.

Koude of warme motor

N.B.: Druk het gaspedaal niet in.

Druk het gaspedaal volledig in.

FORD Transit Connect (2003) - Koude of warme motor - 1

Zet het contact aan en wacht tot de controlelamp van het voorgloeisysteem

uitgaat.

N.B.: Wanneer de temperatuur lager is dan -15°C, mag u de startmotor 25 seconden achtereen inschakelen. Wanneer de auto frequent wordt gebruikt bij dergelijk lage temperaturen raden wij aan een verwarmingselelement in het motorblok te laten monteren.

N.B.: Schakel de startmotor in tot de motor aanslaat.

Start de motor.

Herhaal de complete startprocedure wanneer de motor afslaat.

MOTOR UITSCHAKELEN

Uitvoeringen met een dieselmotor

LET OP

Zet de motor niet af wanneer deze met een hoog toerental draait. Als de motor bij een hoog toerental wordt afgezet, zal de turbocompressor nog draaien nadat de oliedruk al tot nul is gedaald. Dit heeft vroegtijdige slijtage van de compressorlagers tot gevolg.

Laat het gaspedaal los. Wacht tot de motor stationair draait en zet de motor af.

VEILIGHEIDS- MAATREGELEN

WAARSCHUWINGEN

Stop altijd met tanken nadat het vulpistool voor de tweede keer is afgeslagen. Alle brandstof die u dan nog toevoegt vult de expansieruimte in de brandstoftank, hetgeen er toe kan leiden dat de brandstof overstroomt. Het morsen van brandstof kan gevaarlijk zijn voor andere weggebruikers.

Vermijd open vuur of hittebronnen in de nabijheid van het brandstofsysteem. Het brandstofsysteem staat onder druk. Wanneer het brandstofsysteem lekt, bestaat het gevaar van verwonding.

BRANDSTOFKWALITEIT - BENZINE

N.B.: Gebruik uitsluitend brandstof van hoge kwaliteit zonder additieven of andere toevoegingen.

LET OP

Gebruik geen gelode benzine of benzine met additieven die andere metallische bestanddelen (bijv. op mangaan gebaseerd) bevat. Deze kunnen het emissiesysteem beschadigen.

Gebruik ongelode benzine met een minimum octaangetal van 95 die voldoet aan de specificatie EN 228, of een equivalent.

BRANDSTOFKWALITEIT - DIESEL

N.B.: Gebruik uitsluitend brandstof van hoge kwaliteit zonder additieven of andere toevoegingen.

WAARSCHUWING

Meng de dieselolie niet met olie, benzine of andere vloeistoffen. Deze kunnen een chemische reactie veroorzaken.

LET OP

Voeg geen kerosine, paraffine of petroleum aan de dieselolie toe. Deze kunnen het brandstofsysteem beschadigen.

N.B.: Wij raden het langdurig gebruik van additieven af die vlokvorming moeten voorkomen.

Gebruik dieselolie die voldoet aan de specificatie EN 590, of een equivalent.

Rijden met een auto met katalysator

LET OP

Zorg ervoor dat u de tank niet leeg rijdt.

Schakel de startmotor niet langdurig achtereen in.

Brandstof en tanken

LET OP

Laat de motor niet met een losgekoppelde bougiekabel draaien.
Sleep of duw de auto niet aan. Gebruik hulpstartkabels. Zie

Gebruik van startkabels

(bladzijde 125).

Zet het contact tijdens het rijden niet af.

Parkeren

WAARSCHUWING

Parkeer uw auto niet boven droge bladeren of gras. Na het afzetten van de motor straalt het uitlaatsysteem nog gedurende enige tijd veel warmte uit. Hierdoor ontstaat het gevaar van brand.

TANKKLEP

Alle uitvoeringen

FORD Transit Connect (2003) - Alle uitvoeringen - 1

Wanneer u de tankdop losdraait is soms een sissend geluid hoorbaar. Dit is echter volkomen normaal en kan worden genegeerd.

Draai de dop rechtsom dicht tot hij klikt.

Tourneo Connect

N.B.: De schuifdeur kan niet volledig worden geopend wanneer de brandstofvulklep is ontgrendeld en geopend.

TANKEN

LET OP

Probeer niet de motor te starten wanneer u de tank met de onjuiste brandstof heeft gevuld. Hierdoor kan de motor worden beschadigd.

Brandstofverbruikscijfers

VariantStadsver-keerBuitenwegGecombi-neerdCO2-emissie
I/100 km (mpg)I/100 km (mpg)I/100 km (mpg)g/km
1,8 I Duratec (115 pk), asoverbrenging: 4,062299,7 (29,1)7,3
1,8 I Duratorq-TDCi Turbo diesel (75 pk, 1590 kg), stage IV, asoverbrenging: 4,061716,3 (44,8)5,6
1,8 I Duratorq-TDCi Turbo diesel (75 pk, 1470 kg), stage IV, asoverbren-ging: 4,061716,3 (44,8)5,5
1,8 I Duratorq-TDCi Turbo diesel (90 pk, 1590 kg), stage IV, asoverbrenging: 4,061746,5 (43,5)5,6
1,8 I Duratorq-TDCi Turbo diesel (90 pk, 1470 kg), stage IV, asoverbrenging: 4,061726,4 (44,1)5,5
1,8 I Duratorq-TDCi Turbo diesel (110 pk, 1590 kg), stage IV, asoverbrenging: 3,801656,1 (46,3)5,3
1,8 I Duratorq-TDCi Turbo diesel (110 pk, 1470 kg), stage IV, asoverbrenging: 3,801636,0 (47,1)5,2

Schakel de achteruit alleen in wanneer de auto volledig tot and is gekomen.

FORD Transit Connect (2003) - LET OP - 1

Oefen bij het terugschakelen van de vijfde naar de vierde helling geen onnodige zijwaartse ont uit op de schakelhendel gezien daardoor de tweede helling per ongeluk kan worden schakeld.

Om 'tandenknarsen' bij het inschakelen van de achteruit te voorkomen, moet nadat de auto tot stilstand is gekomen en het koppelingspedaal is ingedrukt ongeveer drie seconden worden gewacht.

Achteruitversnelling - 5-versnellingsbak

FORD Transit Connect (2003) - Achteruitversnelling - 5-versnellingsbak - 1

Om de achteruit in te schakelen moet de schakelhendel in de neutrale stand worden geplaatst en vervolgens tegen de veerdruk in volledig naar rechts worden gedrukt. Beweeg de hendel daarna naar achteren.

WERKING

Wanneer een remcircuit uitvalt, voelt het rempedaal zachter aan. Druk het rempedaal krachtig in en houd rekening met een langere remweg. Stop en laat dit onmiddellijk controleren. Hervat uw reis niet.

Uw auto is uitgerust met een diagonaal gescheiden remsysteem. Wanneer een remcircuit uitvalt, blijft het andere operationeel.

Schijfremmen

FORD Transit Connect (2003) - Schijfremmen - 1

Natte remschijven hebben een lagere wrijvingscoëfficiënt. Druk na het verlaten van een wasstraat het rempedaal even voorzichtig in om de waterfilm op de remschijven te laten verdampen.

ABS

WAARSCHUWING

ABS is niet bedoeld om de bestuurder te ontheffen van zijn plicht om tijdens het rijden voorzichtig en oplettend te zijn.

Het ABS voorkomt dat de wielen blokkeren, zelfs tijdens krachtig remmen, waardoor de auto in noodsituaties volledig bestuurbaar en stabiel blijft. Het ABS controleert de omtreksnelheid van alle wielen en regelt de remdruk naar elk wiel afzonderlijk. Tijdens krachtig remmen optimaliseert het ABS de adhesie tussen band en wegdek.

TIPS VOOR RIJDEN MET ABS

FORD Transit Connect (2003) - TIPS VOOR RIJDEN MET ABS - 1

Wanneer het ABS in werking is, pulseert het rempedaal. Dit is normaal. Blijf het rempedaal indrukken.

Het ABS voorkomt geen gevaren die ontstaan wanneer:

  • u te weinig afstand ten opzichte van voor u rijdend verkeer houdt.
  • de auto te maken krijgt met aquaplaning.
    • u bochten te snel neemt.
    • het wegdek slecht is.

PARKEERREM

Handrem aantrekken

FORD Transit Connect (2003) - Handrem aantrekken - 1

Controleer of de handrem is aangetrokken voordat u de

hefboom vrijzet.

N.B.: Druk de knop niet in wanneer u de handrem aantrekt.

  1. Druk het rempedaal stevig in.
  2. Trek de handremhefboom zo ver mogelijk naar boven.

Op een helling parkeren

Wanneer u op een helling moet parkeren met de voorzijde van de wagen hellingopwaarts, schakel dan de eerste versnelling in en draai dan de voorwielen van de trottoirband af. Wanneer u op een helling moet parkeren met de voorzijde van de wagen hellingafwaarts, schakel dan de achteruit in en draai dan de voorwielen naar de trottoirband toe.

Handrem vrijzetten

  1. Druk het rempedaal stevig in.
  2. Trek de handremhefboom lichtjes aan, druk de knop in en druk de hefboom naar beneden.

WERKING

WAARSCHUWING

De parkeerhulp is een extra systeem dat niet bedoeld is om de bestuurder te ontheffen van zijn plicht om tijdens het achteruitrijden voorzichtig en oplettend te zijn. Vooral obstakels die zich dicht bij de auto (ca. 30 cm) en boven of onder de sensoren bevinden, worden mogelijk niet door de ultrasone parkeerhulp 'gezien' en kunnen schade aan de auto veroorzaken. Ultrasone geluidsgolven, zware regenval en/of weersomstandigheden die storende reflecties veroorzaken kunnen ertoe leiden dat objecten niet door de sensoren worden opgemerkt. Bovendien worden objecten die de ultrasone geluidsgolven absorberen door hun ongunstige oppervlakte-eigenschappen niet altijd door de sensoren opgemerkt.

GEBRUIK MAKEN VAN DE PARKEERHULP

FORD Transit Connect (2003) - GEBRUIK MAKEN VAN DE PARKEERHULP - 1

Wees voorzichtig indien een trekhaak is gemonteerd.

Bij aangezet contact wordt het systeem automatisch geactiveerd bij het inschakelen van de achteruit.

Bij een afstand van maximaal 180 cm tussen het obstakel en de achterbumper klinkt een onderbroken signaal. Wanneer de afstand kleiner wordt, worden de intervallen tussen de signalen korter. Bij een afstand van minder dan 25 cm is het signaal ononderbroken.

Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld indien er een door Ford goedgekeurde trekhaakmodule op de auto wordt aangebracht.

Houd de sensoren altijd vrij van vuil, sneeuw en ijs om een goede werking te waarborgen (reinig de sensoren niet met een scherp voorwerp).

In geval van een storing in het systeem zal bij het inschakelen van de achteruit of het aanzetten van het contact drie seconden lang eenmaal een toon hoorbaar. In geval van een storing wordt het systeem automatisch uitgeschakeld. Laat het systeem door een deskundige controleren.

Transport

ALGEMENE INFORMATIE

WAARSCHUWINGEN

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 1

Gebruik bevestigingsriemen die voldoen aan een norm, bijv. DIN.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 2

Zorg ervoor dat alle losse voorwerpen goed zijn gezet.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 3

Plaats bagage en ander voorwerpen zo laag mogelijk en er mogelijk naar voren in de ageruimte of de laadruimte.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 4

Rijd niet met geopende achterklep of achterdeur.

Uitlaatgassen kunnen de auto worden binnengezogen.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 5

Overschrijd niet de maximum voor- en achterasbelasting voor uto. Zie Technische cificatie (bladzijde 134).

DAKREKKEN EN BAGAGEDRAGERS

Imperiaal
FORD Transit Connect (2003) - DAKREKKEN EN BAGAGEDRAGERS - 1

Het rijden met een imperiaal kan een negatieve invloed op deenschappen van de auto pen.

FORD Transit Connect (2003) - DAKREKKEN EN BAGAGEDRAGERS - 2

De bevestigingspunten zijn weergegeven.

BAGAGENETTEN

LET OP

Het bagagenet mag met maximaal 9,5 kg worden belast. Leg geen zwaardere voorwerpen op het bagagenet.

! Controleer of de telescopische stangen stevig in de bekledingspanelen vastzitten.

Transport

FORD Transit Connect (2003) - Transport - 1

De drie telescopische stangen kunnen worden verplaatst, zodat het bagagenet in vijf verschillende standen kan worden aangebracht.

TREKKEN VAN EEN AANHANGER

Het maximum toelaatbaar wagengewicht en het aanhangergewicht geven de technische eisen weer, die worden gesteld voor hellingen tot 12 % en bij hoogten van 1 000 meter boven de zeespiegel. In bergachtige streken worden de prestaties van de motor door de lagere luchtdruk nadelig beïnvloed. Daarom gelden de volgende beperkingen:

Boven 1 000 meter moet het maximum toelaatbaar totaalgewicht voor iedere 1 000 hoger met 10 % worden verlaagd.

Steile hellingen

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Houd er rekening mee dat de oplooprem van een aanhanger

geen deel uitmaakt van het antiblokkeersysteem van de auto.

ALGEMENE PUNTEN BIJ HET RIJDEN

Uitvoeringen met een dieselmotor

Wanneer de controlelamp laag brandstofniveau gaat branden, ga dan zo spoedig mogelijk tanken. Wanneer u blijft rijden zonder te gaan tanken, gaat de motor onregelmatig draaien. Dit duidt erop dat de brandstoftank bijna leeg is. Ga onmiddellijk tanken.

INRIJDEN

Banden

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Nieuwe banden hebben een inlooptijd van ongeveer 500

kilometer (300 mijl). Gedurende deze periode kan de auto een andere rijkarakteristiek vertonen.

Remmen

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Vermijd indien mogelijk krachtig remmen gedurende de eerste

150 kilometer (100 mijl) in de stad en gedurende de eerste 1.500 kilometer (1.000 mijl) op snelwegen.

Motor

LET OP

Rijd de eerste 1.500 kilometer (1.000 mijl) niet te snel. Varieer van van snelheid en schakel tijdig op. Laat de motor niet zwoegen.

EERSTEHULPSET

Onder de bestuurdersstoel kan een EHBO doos worden opgeborgen.

Rechts stuur
FORD Transit Connect (2003) - EERSTEHULPSET - 1

Een riem op het achterpaneel van het laadcompartiment kan worden gebruikt om de gevarendriehoek vast te zetten.

ONDERBREKINGS- SCHAKELAAR BRANDSTOFTOEVOER

Uitvoeringen met een benzinemotor

FORD Transit Connect (2003) - ONDERBREKINGS- SCHAKELAAR BRANDSTOFTOEVOER - 1

De brandstoftoevoer kan worden onderbroken als gevolg van een aanrijding of plotselinge trillingen (bijvoorbeeld wanneer u tijdens het parkeren ergens tegenaan rijdt).

De schakelaar bevindt zich aan de rechterzijde boven het bekledingpaneel bij de voorstijl. Als de schakelaar wordt geactiveerd, springt de knop op de schakelaar omhoog.

Schakelaar terugstellen

WAARSCHUWING

Stel de veiligheidsschakelaar niet terug wanneer u brandstof ruikt of ziet weglekken.

  • Draai de contactsleutel in de stand 0.
  • Controleer het brandstofsysteem op lekkage.
  • Als u geen lekkage hebt geconstateerd, kunt u de knop op de veiligheidsschakelaar indrukken (zie afbeelding).
  • Draai de contactsleutel in de stand II. Wacht enkele seconden en draai de sleutel terug in de stand I.
  • Controleer het brandstofsysteem opnieuw op lekkage.

COMPONENTEN VAN VEILIGHEIDSSYSTEEM INSPECTEREN

Veiligheidsgordels

Veiligheidsgordels die aan spanningen zijn blootgesteld - als gevolg van een aanrijding - moeten worden vervangen en de verankeringspunten moeten door een deskundige worden gecontroleerd.

PLAATSEN ZEKERINGENHOUDERS

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Wijzigingen aan de elektrische installatie of het brandstofsysteem kunnen de veiligheid van de auto nadelig beïnvloeden aangezien er hierdoor brandgevaar of schade aan de motor kan ontstaan. Laat alle werkzaamheden aan deze systemen of het vervangen van relais of zekeringen met een hoog vermogen over aan een deskundige.

A B

E75782

Extra zekeringenkastA

Centrale zekeringenkastB

Extra zekeringenkast
FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 3

N.B.: Laat de MAXI zekeringen (zekeringen 1-9 in de extra zekeringenkast) door een deskundige vervangen.

De extra zekeringenkast bevindt zich aan de achterzijde in het motorcompartiment.

Maak de klem los en het scharnier aan de zijkanten en trek het deksel omhoog. Wanneer het deksel weer wordt aangebracht, druk dan op de zijden met de scharnieren (plaatsen 1 en 2) om ervoor te zorgen dat het deksel goed wordt gesloten.

Centrale zekeringenkast

Links stuur
FORD Transit Connect (2003) - Centrale zekeringenkast - 1

De centrale zekeringenkast bevindt zich achter bekledingpaneel van het instrumentenpaneel.

FORD Transit Connect (2003) - Centrale zekeringenkast - 2

Verwijder het bekledingpaneel om de zekeringenkast te kunnen bereiken.

Rechts stuur
FORD Transit Connect (2003) - Centrale zekeringenkast - 3

De centrale zekeringenkast bevindt zich achter de zekeringenkast in het instrumentenpaneel.

A B

E75787

ZekeringentabelA

ZekeringenB

Kantel het handschoenenkastje naar beneden om de zekeringenkast te kunnen bereiken.

EEN ZEKERING VERVANGEN

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Zet het contact af en schakel alle elektrische verbruikers uit voordat u een zekering vervangt.

Let er bij het vervangen op dat de nieuwe zekering hetzelfde vermogen heeft als de oude zekering.

ZEKERINGLABELS

Het label met de zekeringen is aan de binnenzijde van het bekledingpaneel rechtsachter aangebracht om de zekeringen te kunnen identificeren. Afhankelijk van de uitvoering kunnen de zekeringen en relais verschillen.

De label met de zekeringentabel is in rechthoeken verdeeld, die de zekering of het relais weergeeft. De rechthoeken bevatten de volgende informatie:

FORD Transit Connect (2003) - ZEKERINGLABELS - 1

Nummer van de zekeringA Symbool van de functieB

C Vermogen (ampère) van de zekering

Symbolen op het label met zekeringen

FORD Transit Connect (2003) - Symbolen op het label met zekeringen - 1

Zie instructieboekje

FORD Transit Connect (2003) - Symbolen op het label met zekeringen - 2

Airbag

FORD Transit Connect (2003) - Symbolen op het label met zekeringen - 3

ABS

FORD Transit Connect (2003) - Symbolen op het label met zekeringen - 4

Dimlicht, verlichting overdag

FORD Transit Connect (2003) - Symbolen op het label met zekeringen - 5

Grootlicht

FORD Transit Connect (2003) - Symbolen op het label met zekeringen - 6

Mistachterlichten

Zekeringen

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 1

Lichtschakelaar

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 2

Voorruitwissers

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 3

Achterruitenwisser

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 4

Voorruitverwarming

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 5

Aansteker, extra elektrisch aansluitpunt, voor

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 6

Claxon

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 7

Motormanagement

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 8

Brandstofopvoerpomp (diesel)

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 9

Voorgloeibougies (diesel)

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 10

Accu, dynamo, data link stekker

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 11

Instrumentengroep, motorcompartiment

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 12

Stads- en achterlichten

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 13

Airconditioning

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 14

Centrale vergrendeling

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 15

Extra elektrisch aansluitpunt, achter

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 16

A/C schakelaar, achterruitverwarming, standverwarming

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 17

Aanjagermotor

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 18

Contactslot overbelast, centrale zekeringenkast

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 19

Gloeibougies I + II, standverwarming

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 20

Contactslot

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 21

Remlichten

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 22

Interieurverlichting

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 23

Achteruitrijlicht, verwarmbare ruitensproeiers

FORD Transit Connect (2003) - Zekeringen - 24

Water in brandstof

SPECIFICATIE- OVERZICHT ZEKERINGEN

De volgende zekeringen en relais zijn gemarkeerd met het symbool "Zie instructieboekje" in de zekeringtabellen in uw auto.

Extra zekeringenkast

Beveiligde circuitsAmpèreZekering
1215Motor van brandstofopvoerpomp (uitvoeringen met een dieselmotor)
Gloeibougie II defect (auto’s met dieselmotor).4018
Lambda sondes (auto's met een benzinemotor)10
Solenoïde aircokoppeling1026

Centrale zekeringenkast

Beveiligde circuitsAmpèreZekering
Audio-installatie (geheugen en voeding)1531
Audio-installatie (accessoire)7,540
7,548Waarschuwingsknipperlichten, portiervergrendeling, parkeerhulp, instrumentengroep, immobilisatiesysteem
Aircoschakelaar (A/C)7,559
Richtingaanwijzers, module portiervergrendeling1561

SLEEPPUNTEN

Alle uitvoeringen

Het sleepoog moet zich altijd in de auto bevinden.

Transit Connect

Links stuur
FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 1

Het sleepoog is samen met de krik in de tas achter de bestuurdersstoel opgeborgen.

Tourneo Connect
FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 2

Het sleepoog is samen met de krik opgeborgen in het linker zijpaneel van de laadruimte.

Alle uitvoeringen
FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 3

Het afneembare sleepoog heeft linkse schroefdraad. Breng het sleepoog aan door het linksom in het draadgat te draaien. Gebruik de wielmoersleutel om het sleepoog stevig vast te zetten.

Werk met een dun schroevendraaiertje het paneel in de bumper los en breng het sleepoog aan.

FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 4

A Bevestigingspunt voor sleepoog aan achterzijde

AUTO OP VIER WIELEN SLEPEN

Alle uitvoeringen

WAARSCHUWINGEN

Zet het contact aan wanneer uw auto wordt gesleept. Bij afgezet contact treedt het stuurslot in werking en werken de richtingaanwijzers en de remlichten niet.

De rem- en stuurbekrachtiging werken niet, tenzij de motor draait. Druk het rempedaal harder in en houd rekening met langere remafstanden en een zwaarder draaiend stuurwiel.

LET OP

! Te veel spanning op de sleepkabel kan schade toebrengen aan uw en aan de trekkende auto.

LET OP

Bevestig aan het voorste sleepoog geen sleepstang.

Trek rustig en soepel zonder rukken op.

Auto's met automatische transmissie

LET OP

Sleep uw auto niet met snelheden hoger dan 50 km/h (30 mph) of over afstanden van meer dan 50 km (30 mijl).

Sleep uw auto niet achterwaarts.

Zet de versnellingsbak in neutraal wanneer uw auto wordt gesleept.

ALGEMENE INFORMATIE

Wanneer u uw auto regelmatig laat onderhouden zal dit de betrouwbaarheid en de inruilwaarde ten goede komen. Er staat een groot netwerk van Ford Erkende Reparateurs ter beschikking die u met hun professionele expertise ter zijde kunnen staan. De speciaal opgeleide monteurs zijn het best gekwalificeerd om het onderhoud aan uw auto snel en vakkundig uit te voeren. Bovendien beschikken zij over gereedschappen en apparatuur die speciaal zijn ontwikkeld om het onderhoud aan uw auto uit te voeren.

Naast het normale onderhoud raden wij aan de volgende extra controles uit te voeren.

WAARSCHUWINGEN

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 1

Zet het contact af voordat u onderdelen aanraakt of eert af te stellen.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 2

Raak onderdelen van het elektronisch

ontstekingssysteem bij aangezet contact of draaiende motor niet aan. Het systeem werkt met hoogspanning.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 3

Zorg dat uw handen en kledingstukken niet met de

koelventilateur in aanraking kunnen komen. Onder bepaalde omstandigheden kan de koelventilateur na het afzetten van de motor nog enkele minuten blijven doordraaien.

Dagelijkse controles

  • Buitenverlichting.
    • Interieurverlichting.
    • Waarschuwings- en controlelampen.

Controles bij het tanken

  • Motoroliepeil. Zie Motorolie controleren (bladzijde 117).
  • Remvloeistofpeil. Zie Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 120).
  • Peil van de ruitensproeiervloeistof. Zie Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 121).
  • Bandenspanning (in koude toestand). Zie Technische specificatie (bladzijde 134).
    • Staat van de banden. Zie Verzorging van banden (bladzijde 133).

Maandelijkse controles

  • Koelvloeistofpeil (bij koude motor). Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 119).
  • Slangen, leidingen en reservoirs op lekkage.
    • Vloeistofpeil stuurbekrachtiging. Zie
    • Werking van de airconditioning.
    • Werking van de parkeerrem.
    • Werking van de claxon.

Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren (bladzijde 120).

DE MOTORKAP OPENEN EN SLUITEN
FORD Transit Connect (2003) - Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren (bladzijde 120). - 1

Verwijder, om schade of verlies van de sleutel te voorkomen, de sleutel onmiddellijk na het openen van de motorkap en draai het Ford logo terug.

N.B.: Gebruik bij auto's met key free systeem de reservesleutel om de motorkap te openen.

Duw het Ford logo in de radiateurgrille opzij en draai de sleutel eerst linksom 1. Til de motorkap iets op en draai de sleutel volledig rechtsom 2 om de motorkap te openen.

FORD Transit Connect (2003) - Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren (bladzijde 120). - 2

Til de motorkap op en ondersteun hem met de steunstang in de houder 3 en let erop dat hij stevig vastzit.

Om de motorkap te sluiten brengt u hem omlaag en laat u hem vanaf 20-30 cm in het slot vallen.

Controleer altijd of de motorkap volledig is vergrendeld.

OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1,8 L DURATEC-DOHC (ZETA)

FORD Transit Connect (2003) - OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1,8 L DURATEC-DOHC (ZETA) - 1

A Vloeistofreservoir stuurbekrachtiging 1 . Zie Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren (bladzijde 120).
B Motorolievuldop. 1 . Zie Motorolie controleren (bladzijde 117).
C Reservoir remsysteem en koppeling 1 . Zie Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 120).
D Extra zekeringenkast. Zie Zekeringen (bladzijde 106). Luchtfilter.E

F Reservoir ruitensproeiervloeistof Zie Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 121). 1

G Accu. Zie Accu van de auto (bladzijde 125).

H Motoroliepeilstaaf 1 . Zie Motorolie controleren (bladzijde 117).

I Expansiereservoir 1 . Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 119).

1 De vuldoppen en de motoroliepeilstaaf hebben een felle kleur voor een makkelijke herkenning.

OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1,8 L DURATORQ-TDDI (LYNX) DIESEL /1,8 L DURATORQ-TDCI (LYNX) DIESEL

FORD Transit Connect (2003) - OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1,8 L DURATORQ-TDDI (LYNX) DIESEL /1,8 L DURATORQ-TDCI (LYNX) DIESEL - 1

A Vloeistofreservoir stuurbekrachtiging 1 . Zie Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren (bladzijde 120).

B Motorlievuldop 1 . Zie Motorolie controleren (bladzijde 117).

C Reservoir remsysteem en koppeling 1 . Zie Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 120).

D Extra zekeringenkast. Zie Zekeringen (bladzijde 106). Luchtfilter.E

F Reservoir ruitensproeiervloeistof Zie Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 121). 1

G Accu. Zie Accu van de auto (bladzijde 125).

H Motoroliepeilstaaf 1 . Zie Motorolie controleren (bladzijde 117).

I Expansiereservoir 1 . Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 119).

1 De vuldoppen en de motoroliepeilstaaf hebben een felle kleur voor een makkelijke herkenning.

MOTOROLIE CONTROLLEREN

WAARSCHUWING

Gebruik geen additieven of andere smeermiddelen. Deze zijn niet noodzakelijk en kunnen onder bepaalde omstandigheden beschadiging van de motor tot gevolg hebben, welke niet onder de Ford Garantie valt.

Het olieverbruik bereikt bij nieuwe motoren de normale waarde na ongeveer 5 000 km (3 000 mijl).

Zorg ervoor dat uw auto horizontaal staat. Controleer het oliepeil voordat u de motor start. Indien de motor draaide, zet het contact dan af en wacht enkele minuten om de olie in het carter te laten terugstromen voordat u het oliepeil controleert. Trek de peilstaaf uit de motor, veeg hem met een schone, niet-pluizende doek schoon en steek de peilstaaf weer helemaal terug en trek hem er opnieuw uit.

Indien het oliepeil zich tussen de merktekens bevindt, hoeft geen olie te worden bijgevuld. Hete motorolie kan vanwege de thermische expansie het MAX merkteken enkele millimeters overschrijden.

Als het peil tot het MIN merkteken is gedaald, moet onmiddellijk olie worden bijgevuld die aan de Ford specificatie voldoet. Door circa 0,5 - 1 liter (0,75 liter voor Duratec motoren) motorolie bij te vullen stijgt de oliefilm op de pijlstaaf van het MIN tot het MAX merkteken.

MIN MAX A MIN MAX B E75517

1,8 I Duratec motorA B 1,8 I Duratorq-TDdi/-TDCi turbodieselmotor

Vul bij tot het bovenste merkteken (MAX).

Motorolievuldop
A B E75520

1,8 | Duratec motorA B 1,8 | Duratorq-TDdi/-TDCi turbodieselmotor

Draai de dop linksom en trek hem omhoog. Verwijder de dop nooit bij draaiende motor.

Draai, om de dop te sluiten, deze rechtsom tot hij stevig vastzit.

Motorolie verversen

Alle uitvoeringen

Gebruik Ford/Motorcraft Formula E SAE 5W-30 motorolie. Als alternatief mag ook motorolie met een viscositeit van SAE 5W-30 die voldoet aan de Ford specificatie WSS-M2C913-B worden gebruikt.

Uitvoeringen met een benzinemotor

Motorolie die voldoet aan de Ford specificatie WSS-M2C913-A mag ook worden gebruikt.

Motorolie bijvullen

Wanneer er geen olie verkrijgbaar is die aan bovenstaande specificaties voldoet gebruik dan, afhankelijk van de buitentemperatuur, olie met een viscositeit van SAE 5W-30, SAE 10W-40 of SAE 5W-40, die voldoet aan de ACEA A1/B1 of ACEA A3/B3 specificaties. Het gebruik van deze alternatieve oliën kan tot gevolg hebben dat de motor minder snel aanslaat, minder vermogen levert, meer brandstof verbruikt en een hogere emissiewaarde heeft.

MOTORKOELVLOEISTOF CONTROLEREN

E75521 MAX MIN

WAARSCHUWING

Verwijder nooit de dop van het expansiereservoir wanneer de motor heet is. Start de motor niet voordat het probleem is verholpen.

Het koelvloeistofniveau is van buitenaf zichtbaar via het transparante reservoir. Bij koude motor moet het koelvloeistofniveau zich tussen het MIN en het MAX merkteken bevinden. Aangezien koelvloeistof bij verwarming uitzet, is het normaal dat het niveau tot boven het MAX merkteken uitstijgt.

WAARSCHUWING

Wees bijzonder voorzichtig tijdens het bijvullen van koelvloeistof. Voorkom dat druppels koelvloeistof op de motor worden gemorst.

Over het algemeen moet koelvloeistof worden bijgevuld wanneer de motor koud is. Als u koelvloeistof moet bijvullen terwijl de motor heet is, wacht dan tien minuten om de motor te laten afkoelen. Draai de dop langzaam los. Nog resterende druk zal tijdens het losdraaien van de dop ontsnappen. Daarna kunt u de dop helemaal losdraaien.

Wanneer de auto nieuw is, is het koelsysteem gevuld met koelvloeistof die een bescherming tegen bevriezen biedt tot ongeveer -25 °C.

WAARSCHUWING

Voorkom dat deze vloeistof in contact komt met de huid of de ogen. Mocht dit toch gebeuren, spoel het betreffende lichaamsdeel dan direct met veel water schoon en neem contact op met uw huisarts.

Vul koelvloeistof bij die voldoet aan de Ford specificatie.

CONTROLE VLOEISTOFPEIL KOPPELING EN REMSYSTEEM

FORD Transit Connect (2003) - CONTROLE VLOEISTOFPEIL KOPPELING EN REMSYSTEEM - 1

Voorkom dat deze vloeistof in contact komt met de huid of de ogen. Mocht dit toch gebeuren, spoel het betreffende lichaamsdeel dan direct met veel water schoon en neem contact op met uw huisarts.

Het remsysteem en het bedieningsmechanisme van de koppeling zijn aangesloten op één reservoir.

Het vloeistofpeil moet zich tussen het MIN en MAX merktekens op de zijkant van het reservoir bevinden. Wanneer het niveau tot onder het MIN merkteken daalt gaat het bericht controlelamp remsysteem branden. Zie Waarschuwings- en indicatielampen (bladzijde 61).

STUURBEKRACHTI- GINGSVLOEISTOF CONTROLEREN

FORD Transit Connect (2003) - STUURBEKRACHTI- GINGSVLOEISTOF CONTROLEREN - 1

Bij koude motor moet het vloeistofpeil tot het MAX merkteken reiken.

Vul de voorgeschreven vloeistof bij wanneer de vloeistofspiegel onder het MIN merkteken staat.

Onderhoud

RUITENSPROEI- ERVLOEISTOF CONTROLEREN

De ruitensproeiers van de voor- en achterruit hebben een gemeenschappelijk reservoir.

Draai de dop van het reservoir na het vullen weer stevig vast.

FORD Transit Connect (2003) - RUITENSPROEI- ERVLOEISTOF CONTROLEREN - 1

Wanneer de auto tijdens het wassen in een autowasserette was wordt gezet, verwijder dan vas van de voorruit.

LET OP

Sommige wasinstallaties maken gebruik van water onder hoge druk. Hierdoor kunnen sommige onderdelen van uw auto worden beschadigd.
Verwijder de antenne voordat u een automatische wasstraat inrijdt.
Schakel de aanjager uit om te voorkomen dat deeltjes was zich in het luchtfilter vastzetten.

Wij raden aan uw auto met een spons en handwarm water en autoshampoo te wassen.

Koplampen reinigen

LET OP

Gebruik geen scherpe voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of chemische oplossingen om de koplampglazen te reinigen.
Veeg de koplampglazen niet schoon wanneer ze droog zijn.

Achterruit reinigen

LET OP

Gebruik geen scherpe voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of chemische oplossingen op de binnenzijde van de achterruit te reinigen.

Gebruik een schone, niet pluizende doek of een vochtige zeem om de binnenzijde van de achterruit te reinigen.

Onderhoud van de lak

LET OP

! Poets de auto niet in de felle zon.
! Voorkom dat polish op kunststof oppervlakken komt. Dit laat zich moeilijk verwijderen.
! Breng geen polish op de voor- en achterruit aan. Dit heeft een lawaaaiige werking van de ruitenwissers tot gevolg; bovendien kunnen de ruiten dan niet goed worden drooggeveegd.

Wij raden u aan de lak één- of tweemaal per jaar in de was te zetten.

REINIGEN VAN BINNENZIJDE AUTO

Veiligheidsgordels

WAARSCHUWINGEN

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 1

Gebruik voor het reinigen geen schurende middelen of nische oplosmiddelen.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWINGEN - 2

Let er op dat geen vocht in het oprolmechanisme komt.

Reinig de veiligheidsgordels met een interieurreiniger of water met een zachte spons. Laat de veiligheidsgordels op een natuurlijke manier drogen. Gebruik geen haardroger o.i.d.

KLEINE LAKSCHADE REPAREREN

LET OP

FORD Transit Connect (2003) - LET OP - 1

Verwijder onmiddellijk ogenschijnlijk onschadelijke

substanties van het lakwerk (bijvoorbeeld uitwerpselen van vogels, boomsappen, dode insecten, teervlekken, wegenzout en industriële neerslag).

Lakbeschadigingen door steenslag of kleine krasjes moeten zo spoedig mogelijk worden hersteld. Uw Ford dealer heeft een grote keuze aan producten. Lees en volg nauwkeurig de instructies van de fabrikant op.

ONDERHOUD VAN DE ACCU

De accu vraagt zeer weinig onderhoud. Uw Ford dealer zal in het kader van het normale onderhoudsschema regelmatig het vloeistofpeil in de accu controleren.

GEBRUIK VAN STARTKABELS

Alleen accu's met dezelfde nominale spanning (12 volt) mogen met elkaar worden verbonden. Gebruik hulpstartkabels met geïsoleerde klemmen en kabels met een voldoende dikke koperen kern. Koppel de ontladen accu niet los van de elektrische installatie van de auto.

Hulpstartkabels aansluiten
A ① ② ① ② B E75524

Lege accuA HulpaccuB

  • Plaats de auto's zodanig dat ze elkaar niet raken.
  • Zet het contact van beide auto's af en schakel alle stroomverbruikers uit.
  • Verbind de positieve (+) pool van de lege accu met de positieve (+) pool van de hulpaccu 1.

  • Sluit het ene uiteinde van de tweede kabel aan op de negatieve (-) pool van de hulpaccu en het andere uiteinde zover mogelijk verwijderd van de accu op het motorblok of een motorsteun van de te starten motor 2. Sluit de kabel niet aan op de minpool (-) van de ontladen accu.

  • Zorg ervoor dat de hulpstartkabels niet met draaiende onderdelen van de motor in aanraking kunnen komen.

Motor starten

  • Laat de motor van de auto met de hulpaccu met verhoogd stationair toerental draaien.
    • Probeer nu de motor van de auto met de ontladen accu te starten.
  • Laat beide motoren minimaal drie minuten draaien alvorens de kabels los te maken.

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Schakel de koplampen tijdens het loskoppelen van de

hulpstartkabels niet in. Door de spanningspiek kunnen de gloeilampen doorbranden.

- Koppel de kabels in omgekeerde volgorde los.

ACCU VERVANGEN

Uitvoeringen met een benzinemotor

Wanneer de accu losgekoppeld is geweest, kan de motor gedurende 8 km nadat de accukabels weer zijn aangesloten een afwijkende draaikarakteristiek vertonen, omdat het motormanagementsysteem zichzelf aan de motor moet aanpassen.

EEN WIEL VERVANGEN

Reservewiel

WAARSCHUWING

Gebruik uitsluitend banden en velgen met de goedgekeurde maat. Het gebruik van andere maten kan schade aan de auto tot gevolg hebben en kan de typegoedkeuring ongeldig maken.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Steek het zeskantige uiteinde van de wielmoersleutel in de geleideboring om het reservewiel te laten zakken. Draai de wielmoersleutel linksom tot het wiel op de grond rust en de staalkabel geheel ontspannen is.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 2

Maak de kap los en schuif deze terug om de eerste kabel los te maken. Draai de nippel op het uiteinde van de kabel 90 graden.

Draai de moer los om de tweede kabel los te maken.

Velgen en banden

Boordkrik

Transit Connect

Links stuur
FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 1

De boordkrik en de wielmoersleutel bevinden zich in een tas achter de bestuurdersstoel.

Tourneo Connect
FORD Transit Connect (2003) - Transit Connect - 2

De boordkrik en de wielmoersleutel bevinden zich in het linker zijpaneel in de laadruimte.

Kriksteunpunten
1 E76135

De krik mag uitsluiten onder de uitsparingen 1 onder de dorpels worden geplaatst. Deze zijn eenvoudig te herkennen aan de kleine pijlvormige merktekens op de dorpel.

Velgen en banden

Wiel verwijderen

Alle uitvoeringen
FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 1

Schakel de eerste versnelling of de achteruit in.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 2

Laat de inzittenden uitstappen.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 3

Gebruik de boordkrik uitsluitend voor het verwisselen van een Voer geen werkzaamheden er de auto uit wanneer deze uitend door de krik wordt ersteund.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 4

Parkeer uw auto zodanig aan de kant van de weg dat u het verkeer niet hindert en zelf geen hinder ondervindt van het verkeer als u het wiel aan het verwisselen bent.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 5

Zet een gevarendriehoek neer.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 6

Zorg ervoor dat uw auto op een stevige, horizontale ondergrond t.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 7

Breng zo nodig geschikte wiggen achter de wielen aan.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 8

Zet de voorwielen in de rechtuitstand.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 9

Zet het contact af en trek de handrem aan.

Breng het beitelvormig deel op het uiteinde van de wielmoersleutel aan.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 10

Steek het platte uiteinde van de wielmoersleutel tussen de velgrand en het wieldeksel en werk voorzichtig het wieldeksel los.

Uitvoeringen met slotmoeren
FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 11

Plaats de copsleutel op de slotmoer.

Alle uitvoeringen
FORD Transit Connect (2003) - Wiel verwijderen - 12

Draai de wielmoeren een slag los.

WAARSCHUWING

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 1

Plaats de krik verticaal onder de uitsparing in de dorpelrand.

Zorg ervoor dat de gehele krikvoet op een stevige ondergrond komt te staan. Wanneer niet de complete krikvoet op de grond staat, laat dan de wagen zakken en zet de krik opnieuw neer.

Krik de wagen op tot de band vrij is van de grond.

FORD Transit Connect (2003) - WAARSCHUWING - 2

Draai de wielmoeren nu geheel los en verwijder het wiel.

Uitvoeringen met slotmoeren

Vervanging slotmoeren en wielmoeren zijn verkrijgbaar aan de hand van het referentienummer op het certificaat van de slotmoeren (indien van toepassing).

Wiel verwisselen

Alle uitvoeringen

graph TD A["Circle"] --> B["Hexagon 1"] A --> C["Hexagon 2"] A --> D["Hexagon 3"] A --> E["Hexagon 4"] A --> F["Hexagon 5"] A --> G["Hexagon 6"] style A fill:#ccc,stroke:#333 style B fill:#ccc,stroke:#333 style C fill:#ccc,stroke:#333 style D fill:#ccc,stroke:#333 style E fill:#ccc,stroke:#333 style…

E76140

WAARSCHUWINGEN

Indien uw auto is uitgerust met richtinggebonden banden, zorg er dan voor dat de pijlen in de draairichting wijzen wanneer de auto vooruit rijdt. De pijlen op beide bandwangen geven de draairichting weer.

Wanneer een reservewiel moet worden gemonteerd waarvan de pijlen tegen de draairichting in wijzen, laat de band dan zo spoedig mogelijk door een deskundige omkeren.

Lichtmetalen velgen mogen nooit worden vastgezet met moeren voor stalen velgen.

Schuif het reservewiel op de tapeinden. Draai de wielmoeren - met de conische zijde naar het wiel gekeerd - rechtsom aan, maar zet ze nog niet vast.

Wagens met lichtmetalen velgen

N.B.: De wielmoeren van lichtmetalen velgen kunnen ook korte tijd worden gebruikt voor het bevestigen van het reservewiel met stalen velg (maximaal twee weken).

Alle uitvoeringen

Laat de wagen zakken en verwijder de krik.

Draai de wielmoeren in de aangegeven volgorde definitief vast.

Druk het wieldeksel stevig aan met de palm van uw hand.

Laat het aanhaalmoment van de wielmoeren en de bandenspanning zo snel mogelijk controleren.

Wiel opbergen

FORD Transit Connect (2003) - Wiel opbergen - 1

Leg het wiel plat op de grond met de buitenzijde naar beneden gekeerd en steek het uiteinde van de steun en de bout in de steun door het middelste gat in de velg.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel opbergen - 2

Zet de kabel met de nippel vast en breng de kap aan.

Bevestig de andere kabel en zet de moer vast.

FORD Transit Connect (2003) - Wiel opbergen - 3

Verwijder de dop van de opening en steek de zeskantige uiteinde van de wielmoersleutel in de opening op het wiel omhoog te brengen. Draai de wielmoersleutel rechtsom tot het wiel volledig omhoog is gebracht en stevig vastzit.

Berg de wielmoersleutel, de krik en de krikslinger op en zet de gereedschappen vast.

VERZORGING VAN BANDEN

Als u een stoeprand moet oprijden, doe het dan zo langzaam mogelijk en rijd zo mogelijk haaks het trottoir op. Vermijd het rijden over hoge of scherpe obstakels. Laat de banden bij het parkeren niet langs trottoirbanden schuren.

Controleer het loopvlak van de banden regelmatig op beschadigingen, steentjes en onregelmatige slijtage. Ongelijkmatige bandenslijtage kan duiden op een verkeerde wieluitlijning.

Bandenspanning

De bandenspanning moet bij koude banden, voordat u een rit gaat maken, worden gecontroleerd. Voor het ruimtebesparende reservewiel moet de hoogste waarde voor uw auto/band-combinatie worden aangehouden.

Op de portierstijl aan bestuurderszijde bevindt zich een sticker met de aanbevolen bandenspanningen.

Links stuur
FORD Transit Connect (2003) - Bandenspanning - 1

N.B.: Sneeuwkettingen mogen alleen op worden gemonteerd op 195/65 R 15 banden.

Gebruik uitsluitend sneeuwkettingen met kleine schakels. De sneeuwkettingen mogen uitsluitend om de aangedreven wielen (voorwielen) worden aangebracht.

Rijd niet harder dan 50 km/h. Verwijder de sneeuwkettingen onmiddellijk als de wegen sneeuuwvrij zijn.

Het ABS blijft normaal werken.

Om beschadiging van de wieldeksels te voorkomen verdient het aanbeveling deze te verwijderen wanneer met sneeuwkettingen wordt gereden.

Het identificatieplaatje van de auto is op de portierstijl aangebracht.

VOERTUIGIDENTIFI- CATIENUMMER (VIN)

Het voertuig identificatie nummer is ingeslagen in het vloerpaneel vóór de passagiersstoel voorin. Het nummer is bovendien ingeslagen in het kunststof plaatje dat aan de linkerzijde op het instrumentenpaneel is aangebracht.

MOTORNUMMER

Afhankelijk van het motortype is het motornummer ingeslagen in het motorblok (gezien vanaf de bestuurdersstoel):

Duratec motoren

Aan de uitlaatzijde van het motorblok, naast de flens van het versnellingsbakhuis.

Turbodieselmotoren

Vlak boven het versnellingsbakhuis en ook op de cilinderkop.

Bepaalde wagens zijn uitgerust met een LAV-plaatje (lastafhankelijke remdrukregelklep) op de stijl van het linker achterportier, waarop de afstelgegevens van deze klep staan. Deze afstellingen mogen alleen door een deskundige worden uitgevoerd.

Afmetingen van de auto

Korte wielbasis

FORD Transit Connect (2003) - Afmetingen van de auto - 1

AfmetingenNr.Afmetingen in mm (inches)
min 90 (3,5)Bumper – ein
91,1 (3,6)Bevestigingsp
834 (32,8)Hart wiel – har
460 (18,1)Hart trekhaak
920 (36,2)Buitenzijde lar
FHart trekhaakkogel – hart 1e bevestigingspunt413,3 (16,3)
GHart trekhaakkogel – hart 2e bevestigingspunt566,3 (22,3)
Alle maten hebben betrekking op officieel door Ford goedgekeurde trekhaken en bevestigingsmaterialen.

Wagengewicht

Transit Connect

Korte wielbasis

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1,8 | Duratec (115 pk)62519701345625100
1,8 | Duratorq- TDdi (75 pk)62520251400625100
1,8 | Duratorq- TDdi (75 pk)82522301405825100
1,8 | Duratorq- TDCi (90 pk)62520351410625100
1,8 | Duratorq- TDCi (90 pk)82522401415825100

Lange wielbasis

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1007001380
1,8 | Duratorq- TDdi (75 pk)1008251435
1,8 | Duratorq- TDCi (90 pk)1009001440

Tourneo Connect

Korte wielbasis

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1006251420
1,8 | Duratorq- TDCi (90 pk)1006251485

Voor sommige landen geldt een hoger laadvermogen. Raadpleeg het VIN plaatje of het kentekenbewijs voor meer informatie.

Lange wielbasis

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1007001475:

Technische specificaties

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1,8 l Duratorq- TDCi (90 pk)100800154023

Voor sommige landen geldt een hoger laadvermogen. Raadpleeg het VIN plaatje of het kentekenbewijs voor meer informatie.

Afstandsbediening

N.B.: Het is raadzaam de afstandsbediening uitsluitend te gebruiken in landen die in de tabel zijn opgenomen.

Wanneer de typegoedkeuring van uw afstandsbediening wordt gecontroleerd, verwijs dan naar de volgende tabel.

Type approval of the remote control
CountryOfficial test number
A B D DK E FFIN GB GR H I IRLIS L N NL P SCE 0499 1
AUS BR GBZ M TRSIEMENS 433,92 MHz5WK4 725/8686/8071
CHBAKOM 97.0946.K.P .
CYMCW 129/95 23/1997
CZCTU 1999 2R 712
IL272/3-1998
NZ
PL542/98
RC電波 88LP0012
SKTú R 119SR 1999 2
ZARef.No.: 3K43D/3R1B9/SPLS-RX9/98

Wanneer de typegoedkeuring van het immobilisatiesysteem wordt gecontroleerd, verwijs dan naar de volgende tabel.

Typegoedkeuring

Type approvals of the engine immobilisation system
CountryOfficial test number
A B CH D DKE F FIN GB GRH HR I IRL ISL N NL P SCE0499 1
AUS HK J T TRSIEMENS 134.2 kHz IPATSS
CDNCAN 267 103 1914 ACAN 267 103 1915 A
CYMCW 129/95 11/2000
CZCTU 2000 3R 1102
IL172-2000
NZ
PL5WK4 8201 CLBT/C/180/2001 GP-CLBT5WK4 8711 CLBT/C/219/2001 GP-CLBT
RC電波 89LP0045電波 89LP0046
SKTú R 290SR 2000 3
USAFCC ID:M3N-IPATSU152
Type approvals of the engine immobilisation system
CountryOfficial test number
A B CH D DKE F FIN GB GRH HR I IRL ISL N NL P SCE0499 1
AUS HK J T TRSIEMENS 134.2 kHz IPATSS
CDNCAN 267 103 1914 ACAN 267 103 1915 A
CYMCW 129/95 11/2000
CZCTU 2000 3R 1102
IL172-2000
NZ
PL5WK4 8201 CLBT/C/180/2001 GP-CLBT5WK4 8711 CLBT/C/219/2001 GP-CLBT
RC電波 89LP0045電波 89LP0046
SKTú R 290SR 2000 3
USAFCC ID:M3N-IPATSU152

Zie: Onderdelen en accessoires......5

Accu van de auto....125

Accu vervangen....126

Uitvoeringen met een benzinemotor......126

Achterbank....79

Complete achterbank naar voren kantelen....80

Een rugleuningdeel naar voren kantelen....80

Achterruitwissers en

-sproeiers....40

Ruitensproeiers....41

Wissen met intervallen....40

Achterste zijruiten....55

Afstandsbediening programmeren

Zie: Programmeren van de afstandsbediening....25

Airconditioning

Zie: Klimaatregeling......65

Akoestische

waarschuwingssignalen en -indicaties....64

Verlichting ingeschakeld....64

Alarm....37

Alarm inschakelen....37

Alarmsignaal....37

Automatische vertraging van het inschakelen....37

Alarm uitschakelen....37

Algemene informatie over radiofrequencies....25

Algemene punten bij het rijden....102

Uitvoeringen met een dieselmotor....102

Anti Blokkeer Systeem (ABS)

Zie: Remmen....96

Asbak....84

Seek (zoekfunctie)......38

Volume....38

Auto op vier wielen slepen......112

Alle uitvoeringen....112

Auto's met automatische transmissie....112

B

Bagagenetten....99

Banden

Zie: Velgen en banden....127

Batterij van afstandsbediening

Zie: Batterij van afstandsbediening vervangen......26

Batterij van afstandsbediening vervangen......26

Bergen van de auto....111

Bescherming van inzittenden....18 Werking....18

Binnenspiegel....55

Brandstof en tanken....92 Technische specificatie....94

Brandstofkwaliteit......

Brandstofverbruik Zie: 6, 145

Buitenspiegels....53

C

Componenten van veiligheidssysteem inspecteren....105

Veiligheidsgordels....105

Index

Contactslot....89

Contactsleutelstanden....89

Contactslot

Zie: Contactslot....89

Controle koelvloeistofpeil

Zie: Motorkoelvloeistof controleren....119

Controle oliepeil

Zie: Motorolie controleren....117

Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem....120

D

Dakrekken en bagagedragers.....99

Imperiaal....99

Dashboardkastje......85

De juiste zitpositie innemen......75

De motorkap openen en sluiten....114

De motor starten....89

Algemene informatie......89

E

Een benzinemotor starten......89

Koude of warme motor....90

Verzopen motor....90

Een dieselmotor starten......90

Koude of warme motor....90

Een wiel vervangen......127

Boordkrik....128

Kriksteunpunten....128

Reservewiel....127

Wiel opbergen....131

Wiel verwijderen....129

Wiel verwisselen....131

Een zekering vervangen......108

Eerstehulpset....103

Links stuur....103

Rechts stuur....103

Portierruit aan bestuurderszijde automatisch openen....53

Elektrisch verstelbare buitenspiegels....54

Extra verwarming....70

Algemene informatie....70

Werkingsprincipe....71

Extra voedingsaansluitingen......84

Alle uitvoeringen....84

Transit Connect....85

G

Gebruiki van sneeuwkettingen....133

Gebruik maken van de parkeerhulp......98

Gebruik van startkabels......125

Hulpstartkabels aansluiten......125

Motor starten....126

Gebruik van veiligheidsgordels tijdens zwangerschap......24

Gecodeerde sleutels....34

Code wissen....35

Sleutels coderen....34

Gemaksfuncties....83

Gevarendriehoek......103

Gloeilampen vervangen......48

Achterlichtunits....50

Kentekenplaatverlichting....51

Koplampen....48

Leeslampen....52

Mistlampen....50

Richtingaanwijzers, voor......48

Zijknipperlichten....49

Gloeilampen vervangen

Zie: Gloeilampen vervangen......48

H

Handgeschakelde versnellingsbak....95

Achteruitversnelling - 5-versnellingsbak....95

Handmatige klimaatregeling......67

Aanjager....67

Gerecirculeerde lucht....68

Luchtverdeelknop....67

Snel verwarmen van het interieur.....68

Temperatuurregelknop......67

Ventilatie....68

Voorruit snel ontdooien/ ontwasemen....68

Handrem Zie: Parkeerrem....97

Hoofdsteunen....79

Hoofdsteun instellen....79

Hoofdsteun verwijderen....79

Hoogte van veiligheidsgordels afstellen....23

Veiligheidsgordel, achter......23

Veiligheidsgordel, voor......23

Hulpstartkabels Zie: Gebruik van startkabels......125

|

Immobilisatiesysteem inschakelen....36

Immobilisatiesysteem Zie: Motorstartblokkering......34

Immobilisatiesysteem uitschakelen....36

Inleiding....5

Inrijden....102

Banden....102

Motor....102

Remmen....102

Instrumenten....56

Interieurverlichting......47

Leeslampen....47

ISOFIX verankeringspunten......15

Tourneo Connect....15

K

Katalysator....92

Parkeren....93

Rijden met een auto met katalysator....92

Kindersloten....17

Tourneo Connect....17

Kinderzitjes....10

Kinderzitjes voor verschillende gewichtscategorieën....11

Kleine lakschade repareren......124

Klimaatregeling......65

Werking....65

Klok....83

Versie 1....83

Versie 2....83

Koplamphoogte afstellen......44

Alle uitvoeringen....44

Tourneo Connect......45

LAV-plaatje (lastafhankelijke remdrukregelklep)....137

Luchtroosters Zie: Ventilatieroosters....66

M

Meters....60

Brandstofmeter....61

Dagteller....61

Digitale klok....61

Kilometerteller......61

Koelvloeistoftemperatuurmeter......60

Toerenteller....61

Middenconsole....85

Mistachterlichten....43

Motorkapslot

Zie: De motorkap openen en sluiten....114

Motorkoelvloeistof

controleren....119

Motornummer....137

Duratec motoren....137

Turbodieselmotoren......137

Motorolie controleren....117

Motorolie bijvullen....119

Motorolie verversen......118

Motorolievuldop....118

Motorstartblokkering......34

Werking....34

Motor uitschakelen....91

Uitvoeringen met een dieselmotor....91

N

Onderbrekingsschakelaar

brandstoftoevoer......104

Uitvoeringen met een

benzinemotor....104

Onderdelen en accessoires......5

Onderhoud....113

Algemene informatie......113

Technische specificatie....121

Onderhoud van de accu......125

Opbergruimtes....86

Banden op de zonnekleppen......86

Opbergruimte bij de stoel....87

Opbergruimte boven de voorruit.....86

Opbergruimte voorin....86

Opbergvak op het dashboard......87

Portierbakken....87

Over deze handleiding......5

Overzicht instrumentenpaneel.....56

Links stuur....56

Rechts stuur....58

Overzicht motorruimte......

Overzicht van symbolen......5

Symbolen in dit instructieboekje......5

Symbolen op uw auto....5

P

Parkeerhulp

Zie: Gebruik maken van de

parkeerhulp....98

Parkeerhulp....98

Werking....98

Parkeerrem....97

Handrem aantrekken....97

Handrem vrijzetten....97

Op een helling parkeren....97

Plaatsen zekeringenhouders.....106

Centrale zekeringenkast......107

Extra zekeringenkast......106

Plaatsing van kinderzitjes......12

Programmeren van de

afstandsbediening....25

R

Reinigen van binnenzijde auto....124 Veiligheidsgordels....124

Reinigen van buitenzijde auto....123 Achterruit reinigen....123 Koplampen reinigen....123 Onderhoud van de lak....123

Remmen....96 Werking....96

Richtingaanwijzers....47 Rugleuningtafeltjes....88 Ruiten en spiegels....53

Ruitensproeiers Zie: Ruitenwissers en ruitensproeiers....40

Ruitensproeiervloeistof controleren....121

Ruitenwisserbladen controleren....41

Ruitenwisserbladen vervangen......42

Ruitenwissers en ruitensproeiers....40

S

Sleeppunten....111 Alle uitvoeringen....111 Alle uitvoeringen....111 Tourneo Connect....111 Transit Connect....111

Sleutels en afstandsbediening.....25 Sloten.....27

Sneeuwkettingen Zie: Gebruiki van sneeuwkettingen......133

Specificatie-overzicht zekeringen....110 Centrale zekeringenkast....110 Extra zekeringenkast....110

Spiegels Zie: Ruiten en spiegels....53 Zie: Verwarmde ruiten en spiegels....66

Staat na een aanrijding....104 Standverwarming Zie: Extra verwarming....70

Starten met hulpstartkabels Zie: Gebruik van startkabels....125 Stoelen....75

Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren......120

Stuurwiel afstellen....38 Stuurwiel....38

T

Tanken....93 Tankklep....93 Alle uitvoeringen....93 Tourneo Connect....93

Technische specificaties....138 Technische specificatie....138

Tips voor het rijden met ABS Zie: Tips voor rijden met ABS......96

Tips voor het rijden....102 Tips voor rijden met ABS....96 Transport....99 Algemene informatie....99

Trekken van een aanhanger....101 Steile hellingen....101 Typegoedkeuring....145

V

Veiligheidsgordels vastmaken.....22 Veiligheidsgordels achterin.....23 Veiligheidsmaatregelen.....92

Veiligheidsuitrusting voor kinderen....10

Velgen en banden....127 Technische specificatie....134

Ventilatie

Zie: Klimaatregeling......65

Ventilatieroosters....66

Vergrendelen en ontgrendelen....27

Achterklep....29

Centrale vergrendeling....29

Dubbele achterdeuren....28

Schuifdeur....27

Voorportieren....27

Wagen ontgrendelen....30

Wagen vergrendelen....32

Verlichtingsbediening......43

Verzorging van banden......133

Bandenspanning....133

Verzorging van de auto......123

Voertuigidentificatienummer (VIN)....137

Voertuig Identificatie Nummer (VIN)

Zie: Voertuigidentificatienummer (VIN)....137

Voertuigidentificatieplaatje......137

Voertuigidentificatie....137

Voorruitsproeiers afstellen......41

Voorruitsproeiers....40

Voorruitwissers....40

Voorste mistlampen......43

Voorstoelen....75

Armsteun instellen....77

Hellingshoek van de rugleuning instellen....77

Lendensteun instellen....76

Passagiersstoel, voor, neerklappen....77

Stoelen naar voren en achteren schuiven....76

Stoelhoogte instellen....76

W

Waarschuwings- en indicatielampen......61

Controlelamp aandrijfregelsysteem (BTCS)....64

Richtingaanwijzers......62

Waarschuwingsknipperlichten.....46

Wagen wassen Zie: Reinigen van buitenzijde auto....123

Wassen Zie: Reinigen van buitenzijde auto....123

Wegenkaartopbergvakken......87

Z

Zekeringen....106

Index

Zekeringlabels....108

Symbolen op het label met

zekeringen....108

Zitverhogers....14

Zonnekleppen....83

FORD Transit Connect (2003) - Index - 1

FORD Transit Connect (2003) - Index - 2

FORD Transit Connect (2003) - Index - 3

FORD Transit Connect (2003) - Index - 4

FORD Transit Connect (2003) - Index - 5

FORD Transit Connect (2003) - Index - 6

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FORD

Model : Transit Connect (2003)

Categorie : Automobiel