FORD Tourneo Connect (2008) - Automobiel

Tourneo Connect (2008) - Automobiel FORD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Tourneo Connect (2008) FORD in PDF-formaat.

📄 182 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice FORD Tourneo Connect (2008) - page 7
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Auto (Bestelwagen/MPV)
Merk Ford
Model Tourneo Connect
Bouwjaar 2008
Motortype Benzine of diesel
Vermogen 75-110 pk (afhankelijk van motor)
Transmissie Handgeschakeld of automaat
Brandstoftankinhoud Ca. 60 liter
Bandenmaat 195/65 R15 of vergelijkbaar
Afmetingen (L x B x H) Ca. 4278 x 1795 x 1813 mm
Leeggewicht Ca. 1400 kg
Laadvermogen Ca. 700 kg
Aantal deuren 5
Aantal zitplaatsen 5-7
Veiligheidssystemen ABS, airbags, gordelspanners
Onderhoudsinterval olie Om de 15.000 km of 1 jaar
Distributieriem vervangen Om de 120.000 km
Brandstofverbruik (gem.) 6-8 L/100km
CO2-uitstoot Ca. 170-200 g/km

Veelgestelde vragen - Tourneo Connect (2008) FORD

Hoe download ik de handleiding voor mijn Ford Tourneo Connect uit 2008?
Ga naar de pagina van de handleiding en klik op de knop 'Downloaden'. U kunt ook uw e-mailadres achterlaten voor een vertaalde versie.
Welk type olie is aanbevolen voor de motor?
Raadpleeg de specificaties in de handleiding; meestal wordt een 5W-30 of 5W-40 olie aanbevolen voor benzine- of dieselmotoren.
Hoe stel ik de buitenspiegels correct af?
Gebruik de bediening in de auto (meestal een joystick of draaiknop) om de spiegels elektrisch of handmatig in te stellen.
Wat is het maximale laadvermogen van de Tourneo Connect (2008)?
Het laadvermogen is ongeveer 700 kg, afhankelijk van de uitvoering. Controleer het kentekenbewijs of de handleiding voor exacte waarden.
Hoe vervang ik een koplamp of achterlicht?
Open de motorkap of het klepje aan de achterzijde, draai de lampfitting los en vervang de lamp door een nieuw exemplaar van hetzelfde type (bijv. H7).
Wat is de juiste bandenspanning?
De aanbevolen bandenspanning staat vermeld in de handleiding of op een sticker in de deurpost. Voor de Tourneo Connect is dat vaak 2.2-2.5 bar voor en achter.
Hoe gebruik ik de airconditioning optimaal?
Zet de A/C-knop aan, stel de gewenste temperatuur in en kies de juiste luchtstroomrichting. Zet de airco ook af en toe aan in de winter om het systeem te onderhouden.
Hoe activeer ik de cruisecontrol?
Druk op de knop 'ON' op het stuur, rijd de gewenste snelheid, druk op 'SET' en de cruisecontrol wordt geactiveerd. U kunt de snelheid aanpassen met 'RES' of 'SET'.
Wat zijn de onderhoudsintervallen voor de Ford Tourneo Connect uit 2008?
Olie verversen en filter vervangen elke 15.000 km of 1 jaar. Distributieriem vervangen elke 120.000 km of 8 jaar. Grotere beurten om de 60.000 km.
Waar vind ik het chassisnummer en motordetails?
Het chassisnummer (VIN) staat op het kentekenbewijs en vaak gestanst in de motorruimte of onder de voorruit. Motordetails staan in de handleiding of op een sticker in de motorruimte.

Gebruikersvragen over Tourneo Connect (2008) FORD

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tourneo Connect (2008) - FORD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tourneo Connect (2008) van het merk FORD.

GEBRUIKSAANWIJZING Tourneo Connect (2008) FORD

FordTourneoConnect FordTransitConnect Instructieboekje

Feel the difference

FORD Tourneo Connect (2008) - FordTourneoConnect FordTransitConnect Instructieboekje - 1

FORD Tourneo Connect (2008) - FordTourneoConnect FordTransitConnect Instructieboekje - 2

De informatie in deze publicatie was correct ten tijde van het ter perse gaan. In het belang van de technische ontwikkeling behouden wij ons het recht voor, specificaties, ontwerpen of onderdelen zonder voorafgaande kennisgeving of verplichtingen te wijzigen. Deze publicatie, of een deel daarvan, mag niet worden gereproduceerd of vertaald zonder onze toestemming. Fouten of omissies uitgesloten.

Alle rechten voorbehouden.

Onderdeelnummer: 8T1J-19A321-CA (CG3526nl) 11/2007 20071108144339

Inleiding

Over deze handleiding......5

Overzicht van symbolen......5

Onderdelen en accessoires......6

Kort overzicht

Kort overzicht....7

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

Kinderzitjes....13

Zitverhogers....14

Plaatsing van kinderzitjes......15

ISOFIX verankeringspunten......17

Kindersloten....19

Bescherming van inzittenden

Werking....20

Veiligheidsgordels vastmaken.....22

Hoogte van veiligheidsgordels afstellen....23

Gebruik van veiligheidsgordels tijdens zwangerschap......23

Sleutels en afstandsbediening

Algemene informatie over radiofrequencies....24

Programmeren van de afstandsbediening....24

Batterij van afstandsbediening vervangen......25

Sloten

Vergrendelen en ontgrendelen....26

Motorstartblokkering

Werking....31

Gecodeerde sleutels....31

Immobilisatiesysteem inschakelen....32

Immobilisatiesysteem uitschakelen....32

Alarm

Werking....33

Alarm inschakelen....33

Alarm uitschakelen....33

Stuurwiel

Stuurwiel afstellen....34

Ruitenwissers en ruitensproeiers

Voorruitwissers....36

Voorruitsproeiers......36

Achterruitwissers en -sproeiers....36

Ruitenwisserbladen controleren....37

Ruitenwisserbladen vervangen....37

Verlichting

Verlichtingsbediening....39

Voorste mistlampen....39

Mistachterlichten....39

Inhoudsopgave

Koplamphoogte afstellen......40

Richtingaanwijzers......42

Interieurverlichting......42

Gloeilampen vervangen......43

Gloeilampentabel....47

Ruiten en spiegels

Achterste zijruiten....51

Instrumenten

Meters....52

Waarschuwings- en indicatielampen....53

Akoestische waarschuwingssignalen en -indicaties....56

Infodisplays

Tripcomputer....57

Klimaatregeling

Werking....58

Ventilatieroosters....58

Verwarmde ruiten en spiegels.....59

Handmatige klimaatregeling......59

Extra verwarming....62

Stoelen

De juiste zitpositie innemen......67

Voorstoelen....67

Hoofdsteunen....71

Achterbank....71

Verwarmde stoelen....74

Gemaksfuncties

Klok....75

Aansteker....75

Asbak....76

Extra voedingsaansluitingen......76

Bekerhouders....77

Dashboardkastje....77

Opbergruimtes....77

Wegenkaartopbergvakken......79

Rugleuningtafeltjes....79

Aansluiting Auxiliary ingang (AUX IN) 80

De motor starten

Algemene informatie......81

Contactslot....81

Een benzinemotor starten......81

Een dieselmotor starten......83

Motor uitschakelen....83

Dieselroetfilter (DPF)......83

Brandstof en tanken

Veiligheidsmaatregelen....85

Brandstofkwaliteit - Benzine......85

Brandstofkwaliteit - Diesel......85

Katalysator....85

Tankklep....86

Tanken....86

Brandstofverbruik 87

Technische specificatie......87

Versnel- lingsbak/transmissie

Handgeschakelde versnellingsbak......89

Remmen

Werking....90

Tips voor rijden met ABS......90

Parkeerrem....91

Aandrijfregeling (traction control)

Werking....92

Gebruik maken van aandrijfregeling (traction control)....92

Parkeerhulp

Werking....93

Gebruik maken van de parkeerhulp....93

Transport

Algemene informatie......95

Dakrekken en bagagedragers.....95

Bagagenetten....96

Aanhangers trekken

Trekken van een aanhanger......97

Tips voor het rijden

Inrijden....98

Nooduitrusting

Eerstehulpset....99

Gevarendriehoek....99

Staat na een aanrijding

Onderbrekingsschakelaar brandstoftoevoer....100

Componenten van veiligheidssysteem inspecteren....101

Zekeringen

Plaatsen zekeringenhouders.....102

Een zekering vervangen......103

Zekeringlabels....104

Specificatie-overzicht zekeringen......106

Bergen van de auto

Sleeppunten....107

Auto op vier wielen slepen......108

Onderhoud

Algemene informatie......109

De motorkap openen en sluiten....110

Overzicht motorruimte - 1,8 I Duratec-DOHC (Zeta) .....111

Overzicht motorruimte - 1,8 I Duratorq-TDDi (Lynx) diesel /1,8 I Duratorq-TDCi (Lynx) diesel ....112

Oliepeilstaaf - 1,8 | Duratec-DOHC (Zeta) ....113

Oliepeilstaaf - 1,8 | Duratorq-TDDi (Lynx) diesel /1,8 | Duratorq-TDCi (Lynx) diesel ....113

Motorolie controleren....114

Motorkoelvloeistof controleren....114

Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem....115

Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren......116

Ruitensproeiervloeistof controleren....116

Technische specificatie......117

Verzorging van de auto

Reinigen van buitenzijde auto.....119

Reinigen van binnenzijde auto.....120

Kleine lakschade repareren......120

Accu van de auto

Onderhoud van de accu......121

Gebruik van startkabels......121

Accu vervangen......122

Velgen en banden

Algemene informatie......123

Een wiel vervangen......123

Verzorging van banden......129

Gebruik van winterbanden......130

Gebruik van sneeuwkettingen.....130

Technische specificatie......131

Voertuigidentificatie

Voertuigidentificatieplaatje......133

Voertuigidentificatienummer (VIN)....133

LAV-plaatje (lastafhankelijke remdrukregelklep)....133

Technische specifi- caties

Technische specificatie......134

Telefoon

Algemene informatie......141

Setup telefoon....141

Setup Bluetooth....143

Bedieningselementen telefoon....145

Gebruik maken van de telefoon - Auto's zonder Navigatiesysteem 146

Gebruik maken van de telefoon - Auto's met Travel Pilot EX......149

Spraaksturing

Werking....152

Spraakgestuurd regelsysteem gebruiken....153

Hartelijk dank voor het kiezen van een Ford. Wij raden u aan de tijd te nemen om uw auto goed te leren kennen door dit instructieboekje zorgvuldig te lezen. Hoe meer u van uw auto afweet, des te beter kunt u ermee omgaan en dat komt de veiligheid en het rijplezier ten goede.

N.B.: In deze handleiding worden de producteigenschappen en beschikbare opties van de gehele serie beschreven (soms zelfs wanneer deze nog niet algemeen verkrijgbaar zijn). Soms worden opties beschreven waarmee uw auto niet is uitgerust.

N.B.: Gebruik uw auto altijd volgens de geldende regels en wetgeving.

N.B.: Overhandig bij verkoop van uw auto dit instructieboekje aan de nieuwe eigenaar. Het instructieboekje is een onderdeel van de auto.

OVERZICHT VAN SYMBOLEN

Symbolen in dit instructieboekje

WAARSCHUWING

U riskeert de dood of ernstige verwonding van uzelf en anderen wanneer u niet de instructies opvolgt waarop u door dit waarschuwingssymbool wordt geattendeerd.

LET OP

U riskeert beschadiging van uw auto wanneer u niet de instructies opvolgt waarop u door dit waarschuwingssymbool wordt geattendeerd.

Symbolen op uw auto

FORD Tourneo Connect (2008) - Symbolen op uw auto - 1

FORD Tourneo Connect (2008) - Symbolen op uw auto - 2

Wanneer u deze symbolen ziet, lees dan eerst de betreffende instructies in dit instructieboekje en volg deze op voordat u iets aanraakt of probeert af te stellen.

ONDERDELEN EN ACCESSOIRES

Originele Ford onderdelen en accessoires zijn speciaal voor uw auto ontwikkeld. Wij wijzen erop dat niet-originele Ford onderdelen en accessoires niet door Ford zijn onderzocht en goedgekeurd tenzij expliciet door Ford is aangegeven. Wij kunnen niet instaan voor de geschiktheid van dergelijke producten. Wij raden u aan uw Ford dealer te vragen of onderdelen en accessoires geschikt zijn voor uw auto.

Kort overzicht

KORT OVERZICHT

Overzicht instrumentenpaneel

Stuur links
FORD Tourneo Connect (2008) - Overzicht instrumentenpaneel - 1

A Lichtschakelaar. Zie Verlichting (bladzijde 39).
B Richtingaanwijzers. Zie Verlichting (bladzijde 39). Claxon.C
D Instrumentengroep. Zie Gemaksfuncties (bladzijde 75).
E Informatiedisplay. Zie Tripcomputer (bladzijde 57).

Kort overzicht

F Ruitenwisserschakelaar. Zie Ruitenwissers en ruitensproeiers (bladzijde 36).
G Luchtroosters. Zie Klimaatregeling (bladzijde 58).
H Schakelaar waarschuwingsknipperlichten. Zie Verlichting (bladzijde 39).
Audio- of navigatiesysteem. Zie de afzonderlijke handleiding.I
J Toetsen van klimaatregeling. Zie Klimaatregeling (bladzijde 58).
K Schakelaars voor- en achterruitverwarming. Zie Klimaatregeling (bladzijde 58).
L Asbak of opbergvak. Zie Gemaksfuncties (bladzijde 75).
M Schakelaars luchtrecirculatie en airconditioning. Zie Klimaatregeling (bladzijde 58).
N Aansteker of extra elektrisch aansluitpunt. Zie Gemaksfuncties (bladzijde 75).
Contactslot.O
P Hendel verstelling stuurkolom. Zie Stuurwiel (bladzijde 34).
Q Bediening audio-installatie. Zie Audiobediening (bladzijde 34).
R Zekeringen. Zie Zekeringen (bladzijde 102).
S Regelknop hoogteverstelling koplamplichtbundels Zie Koplamphoogte afstellen (bladzijde 40).

Kort overzicht

Portieren met de sleutel vergrendelen en ontgrendelen

FORD Tourneo Connect (2008) - Portieren met de sleutel vergrendelen en ontgrendelen - 1

Draai de sleutel in stand A om de voorportieren te ontgrendelen.

Draai de sleutel tweemaal in stand A om alle portieren te ontgrendelen.

Tourneo Connect

Draai de sleutel in stand A om de voorportieren te ontgrendelen.

Zie Vergrendelen en ontgrendelen (bladzijde 26).

Portieren met de afstandsbediening vergrendelen en ontgrendelen

A B C

E87379

OntgrendelenA

VergrendelenB

Bagageruimte ontgrendelenC

Transit Connect

Druk eenmaal op toets A om alleen de voorportieren te ontgrendelen.

Druk tweemaal op toets A om alle portieren en de achterklep te ontgrendelen.

Druk eenmaal op toets C om de achterklep en de schuifdeur te ontgrendelen.

Tourneo Connect

Druk eenmaal op toets A om alle portieren en de achterklep te ontgrendelen.

Alle modelvarianten

Druk eenmaal op toets B om alle portieren en de achterklep te vergrendelen.

Druk tweemaal binnen drie seconden op toets B om de dubbele vergrendeling te activeren.

Kort overzicht

N.B.: De alarminstallatie kan ook afzonderlijk via de dubbele vergrendelingssysteem worden ingeschakeld door de sleutel in de vergrendelstand te draaien.

Zie Vergrendelen en ontgrendelen (bladzijde 26).

Stuurwiel instellen

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Verstel het stuurwiel nooit wanneer de auto in beweging is.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 2

Druk de vergrendelhendel omlaag om de hoogte van het stuurwiel en de afstand tot de bestuurder ervan in te stellen.

Zie Stuurwiel afstellen (bladzijde 34).

Richtingaanwijzers
FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 3

A Omschakel- en terugsteltoets

Kort overzicht

• Draai de contactsleutel in stand II.
- Houd de toets A minimaal drie seconden ingedrukt tot de tijdsweergave op het display knippert.
- Druk op toets A om de minuten vooruit te zetten. Houd de toets ingedrukt om snel vooruit te gaan.

Om te wisselen tussen de 12 en 24 uurs cyclus zet u de contactsleutel in stand I en drukt u op toets A.

Versie 2

Raadpleeg voor gedetailleerde instructies hoe de klok moet worden ingesteld de afzonderlijke handleiding van de audio-installatie.

20 17:30 8:24 220 A

E83530

Druk op toets A om de tijd weer te geven.

Voorruit ontdooien en ontwasemen

FORD Tourneo Connect (2008) - Voorruit ontdooien en ontwasemen - 1

Zie Klimaatregeling (bladzijde 58).

Stationair toerental na het starten

Wanneer de motor koud is, kan het stationaire toerental direct na het aanslaan hoger zijn.

Zie De motor starten (bladzijde 81).

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

KINDERZITJES

AIRBAG

E68916

WAARSCHUWINGEN

Laat kinderen met een lengte van minder dan 150 centimeter of jonger dan 12 jaar plaatsnemen in een geschikt, goedgekeurd kinderzitje, dat op de achterbank is geplaatst.

Oorspronkelijke tekst volgens ECE R94.01: Extreme Hazard! Do not use a rearward facing child restraint on a seat protected by an air bag in front of it!

Lees de instructies van de fabrikant en volg deze op wanneer u een kinderzitje aanbrengt.

Verander op geen enkele wijze het kinderzitje.

Neem tijdens het rijden geen kinderen op schoot.

Laat kinderen niet zonder toezicht in uw auto achter.

WAARSCHUWINGEN

Wanneer uw auto bij een aanrijding betrokken is geweest, laat dan het kinderzitje door een hiertoe opgeleide monteur controleren.

N.B.: De wettelijke voorschriften t.a.v. het gebruik van kinderzitjes zijn per land verschillend.

Bij uw dealer is een keuze uit ECE-goedgekeurde kinderzitjes beschikbaar die specifiek voor uw auto zijn getest en goedgekeurd.

Kinderzitjes voor verschillende gewichtsgroepen

Gebruik het correcte kinderzitje als volgt:

Babyzitje

FORD Tourneo Connect (2008) - Babyzitje - 1

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

Plaats kinderen met een lichaamsgewicht van minder dan 13 kilogram in een achterwaarts gericht babyzitje dat op de achterbank is geplaatst.

Kinderveiligheidszitje
FORD Tourneo Connect (2008) - Veiligheidsuitrusting voor kinderen - 1

Vervoer kinderen met een lichaamsgewicht van 13 tot 18 kilogram in een kinderveiligheidszitje dat op de achterbank is geplaatst.

ZITVERHOGERS

WAARSCHUWINGEN

Bevestig een kinderzitje of een zitverhoger nooit alleen met de heupgordel.

Bevestig een kinderzitje of een zitverhoger niet met een veiligheidsgordel die niet gespannen is of gedraaid zit.

Leg de schoudergordel niet onder de arm of achter de rug van het kind langs.

WAARSCHUWINGEN

Gebruik geen kussens, boeken of handdoeken om het kind hoger te laten zitten.

Zorg ervoor dat uw kinderen rechtop zitten.

Laat kinderen met een lichaamsgewicht van meer dan 15 kilogram maar met een lengte van minder dan 150 centimeter in een kinderzitje of op een zitverhoger plaatsnemen.

Zitverhoger
FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Wij raden het gebruik van een kinderzitje aan, dat uit een zitverhoger met een rugleuning bestaat in plaats van alleen een zitverhoger. De hogere zitpositie zorgt ervoor dat de standaard veiligheidsgordel correct over het midden van de schouder van het kind en de heupgordel over de heupen komt te liggen.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

Zitverhoger
FORD Tourneo Connect (2008) - Veiligheidsuitrusting voor kinderen - 1

Wanneer een voorwaarts gericht kinderzitje op een aats achterin wordt geplaatst, wijder dan de hoofdsteun van die aats.

N.B.: Wanneer u een kinderzitje op een voorstoel gebruikt, kan het moeilijk zijn de heupgordel strak te trekken. Zet in een dergelijk geval de rugleuning volledig rechtop en de stoel in een hogere stand. Zie Voorstoelen (bladzijde 67).

ZitplaatsenGewichtsgroepen
IIIIIIIO+O
Tot 10 kgTot 13 kg9 tot 18 kg15 tot 25 kg22 tot 36 kg
Passagiersstoel, voor, met airbagXX U1 U1 U1
Passagiersstoel, voor, zonder airbag U1 U1 U1 U1 U1
Zitplaatsen, tweede zitrijUUUUU
Zitplaatsen, derde zitrijUUUUU

X Niet geschikt voor kinderen in deze gewichtsgroep.

U Geschikt voor universele kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor deze gewichtsgroep.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

U 1 Geschikt voor universele kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor deze gewichtsgroep. Wij raden u echter aan een door de overheid goedgekeurd kinderzitje te gebruiken dat op de achterbank wordt geplaatst.

ISOFIX kinderzitjes

GewichtsgroepenZitplaatsen
IIIIIIIO+O
kg9 - 18 kgTot3 KgTot2D - 36 kg
de tweede zitrijXISOFIX zitplaatsen op **XX
de tweede zitrij, klasse*C, D, EEISOFIX zitplaatsen op C, DXXXA, B, B1,

X Niet geschikt voor kinderen in deze gewichtsgroep.

L Alleen aanbevolen voor de volgende achterwaarts gerichte ISOFIX kinderzitjes: Roemer Baby-Safe (E1-04301146), Roemer Baby-Safe Plus (E1-04301146), Britax Cosy Tot (E1-04301146), Britax Cosy Tot Premium (E1-04301146).
L Alleen aanbevolen voor de volgende voorwaarts gerichte ISOFIX kinderzitjes met verankering aan bovenzijde (groep I): Roemer Duo (E1-40301133).

* Als omschreven in ECE-R16.

N/A Niet van toepassing.

N.B.: ** Wanneer u een ISOFIX kinderzitje aanschaft, let er dan op dat dit geschikt is voor de gewichtsgroep van uw kind en dat de ISOFIX maatklasse geschikt is voor de plaats waar het zitje wordt aangebracht.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

ISOFIX VERANKERINGSPUNTEN

Tourneo Connect

WAARSCHUWINGEN

Ford raadt het gebruik van een ISOFIX systeem zonder gebruik te maken van een draaibeveiliging, zoals een correct aangebrachte veiligheidsgordel aan de bovenzijde of een steunarm, af.

Er bestaat kans op overlijden of ernstige verwonding wanneer de instructies van de fabrikant niet correct worden opgevolgd of wanneer het kinderzitje/veiligheidsgordel op enige wijze wordt gewijzigd.

Uw auto is uitgerust met ISOFIX verankeringspunten. Uw Ford dealer zal ze graag voor u bereikbaar maken.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Het ISOFIX systeem bestaat uit twee stevige bevestigingsarmen aan het kinderzitje, waarmee dit aan verankeringspunten achter de rugleuning wordt bevestigd. Wanneer de twee onderste bevestigingspunten door uw Ford Dealer toegankelijk zijn gemaakt, kunt u deze in op de middelste zitplaats van de tweede zitrij vinden. De bevestigingspunten zijn voorzien van een cirkelvormig pictogram en de tekst 'ISOFIX'. De trechtervormige geleiders zorgen ervoor dat de bevestigingsarmen van een ISOFIX kinderzitje makkelijk en stevig kunnen worden bevestigd.

ISOFIX kinderzitjes die niet door Ford zijn goedgekeurd, zijn niet door Ford getest en de geschiktheid noch de veiligheid van dergelijke zitjes kan worden gegarandeerd, ongeacht of zij met het ISOFIX systeem of met de normale veiligheidsgordels worden bevestigd.

Kinderzitje met een veiligheidsriem aan de bovenzijde bevestigen

WAARSCHUWING

Bevestig de veiligheidsgordel zoals afgebeeld alleen aan het daartoe bestemde verankeringspunt. De veiligheidsgordel kan niet correct functioneren wanneer hij aan een ander punt wordt bevestigd.

Veiligheidsuitrusting voor kinderen

Voor kinderzitjes met een veiligheidsriem aan de bovenzijde is uw auto voorzien van een derde verankeringspunt, voor gebruik van een kinderzitje in voorwaartse richting. Deze extra verankeringspunt maak het gebruik van een veiligheidsriem aan de bovenzijde mogelijk. Neem contact op met uw Ford dealer om dit verankeringspunt te laten aanbrengen.

FORD Tourneo Connect (2008) - Veiligheidsuitrusting voor kinderen - 1

Bij uitvoeringen met vijf zitplaatsen bevindt het verankeringspunt zich boven de opening van de achterdeur.

FORD Tourneo Connect (2008) - Veiligheidsuitrusting voor kinderen - 2

Bij uitvoeringen met acht zitplaatsen bevindt dit punt zich achter de middelste zitplaats op de tweede zitrij.

FORD Tourneo Connect (2008) - Veiligheidsuitrusting voor kinderen - 3

Het verankeringspunt is te herkennen aan een pictogram. De veiligheidsgordel aan de bovenzijde van het kinderzitje moet onder de naar beneden geschoven hoofdsteun naar het verankeringspunt worden gevoerd. Verwijder de kap van het verankeringspunt en breng de riem aan. Na het aanbrengen van het kinderzitje moet de veiligheidsgordel volgens de richtlijnen van de fabrikant worden aangetrokken.

KINDERSLOTEN

Tourneo Connect

WAARSCHUWING

Wanneer de kindersloten in werking zijn gesteld, kunnen de portieren niet van binnenuit worden geopend.

N.B.: Alleen de schuifdeuren zijn voorzien van kinderveiligheidssloten.

A B E75766

VergrendelenA OntgrendelenB

Bescherming van inzittenden

WERKING

Airbags

WAARSCHUWINGEN

Wijzig de voorzijde van de wagen op geen enkele wijze. Dit zou nadelige gevolgen voor het ontvouwen van de airbags kunnen hebben.

Draag een veiligheidsgordel en houd voldoende afstand tussen uzelf en het stuurwiel. Alleen wanneer de veiligheidsgordel correct wordt gedragen, kan deze u in een zodanige positie houden dat de airbag optimaal kan functioneren. Zie De juiste zitpositie innemen (bladzijde 67).

Laat reparaties aan het stuurwiel, de stuurkolom, stoelen, airbags en veiligheidsgordel uitvoeren door goed getrainde monteurs.

Houd de gebieden voor de airbags vrij. Breng niets aan op of over de panelen van de airbags.

Steek geen scherpe voorwerpen in gebieden waar airbags zijn gemonteerd. Dit zou de airbags kunnen beschadigen en nadelige gevolgen kunnen hebben voor het ontvouwen.

WAARSCHUWINGEN

Gebruik stoelhoezen die zijn ontworpen voor stoelen met zij-airbags. Laat deze aanbrengen door goed getrainde monteurs.

N.B.: Het opblazen van een airbag gaat gepaard met een luide knal en u ziet een onschadelijke, poederachtige stofwolk. Dit is normaal.

N.B.: Reinig de panelen van de airbags met een vochtige doek.

Front-airbags aan bestuurders- en passagierszijde

30° 30°

E74302

Bescherming van inzittenden

De frontairbags treden in werking bij zware frontale aanrijdingen of bij aanrijdingen binnen een hoek van maximaal 30 graden van links of van rechts. De airbags worden in enkele milliseconden opgeblazen en stromen weer leeg zodra zij in contact komen met de lichamen van de inzittenden, waardoor de voorwaartse beweging wordt opgevangen. Bij lichte aanrijdingen, het over de kop slaan van de auto of bij aanrijdingen van opzij of van achteren worden de frontairbags niet geactiveerd.

Zijairbags
AIRBAG Body E72658

De zijairbags bevinden zich in de zijkant van de rugleuningen van de voorstoelen. Een label op de rugleuning geeft aan dat uw auto is uitgerust met zijairbags.

De zijairbags worden geactiveerd bij zware zijdelingse aanrijdingen. Alleen de airbag aan de zijde van de aanrijding wordt geactiveerd. De airbags worden in enkele milliseconden opgeblazen en stromen weer leeg zodra zijn contact komen met de lichamen van de inzittenden, waardoor zijn bescherming bieden aan de omgeving van borst en schouder. Bij lichte aanrijdingen van opzij, het over de kop slaan van de auto, aanrijdingen van voren of van achteren worden de zijairbags niet geactiveerd.

Veiligheidsgordels

WAARSCHUWINGEN

Draag een veiligheidsgordel en houd voldoende afstand tussen uzelf en het stuurwiel. Alleen wanneer u de veiligheidsgordel op de juiste wijze draagt, kan deze u op uw plaats houden en zijn maximale bescherming bieden. Zie De juiste zitpositie innemen (bladzijde 67).

Gebruik een veiligheidsgordel nooit voor meer dan een persoon.

Gebruik voor iedere stoel het juiste gordelslot.

Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel niet slap of gedraaid zit.

Draag geen dikke kleding. De veiligheidsgordels bieden optimaal bescherming wanneer ze nauwsluitend worden gedragen.

Bescherming van inzittenden

WAARSCHUWINGEN

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Leg de schoudergordel over het midden van de schouder en leg

de heupgordel strak over uw heupen.

Het oprolmechanisme van de veiligheidsgordel aan bestuurderszijde is voorzien van een gordelspanner. De activeringsdrempel van de gordelspanners is iets lager dan die van de airbags. Bij aanzienlijke frontale aanrijdingen is het mogelijk dat alleen de gordelspanners in werking treden.

VEILIGHEIDSGORDELS VASTMAKEN

FORD Tourneo Connect (2008) - VEILIGHEIDSGORDELS VASTMAKEN - 1

Steek de slottong in het gordelslot tot u een 'klik' hoort;

alleen dan is de veiligheidsgordel goed vergrendeld.

Trek de veiligheidsgordel gelijkmatig uit. Als er een stevige ruk aan wordt gegeven of als de auto op een helling staat, kan de gordel blokkeren.

Druk de rode knop op het gordelslot in om de gordel los te maken en laat de gordel zich gelijkmatig en volledig oprollen.

Veiligheidsgordels achterin

FORD Tourneo Connect (2008) - Veiligheidsgordels achterin - 1

Om er zeker van kunnen zijn dat de veiligheidsgordel van de

middelste zitplaats correct werkt, moet de rugleuning van de achterbank goed zijn vergrendeld.

Let erop dat elke slottong in het correcte gordelslot wordt gestoken.

HOOGTE VAN VEILIGHEIDSGORDELS AFSTELLEN

Veiligheidsgordel, voor

FORD Tourneo Connect (2008) - HOOGTE VAN VEILIGHEIDSGORDELS AFSTELLEN - 1

Veiligheidsgordel, achter

FORD Tourneo Connect (2008) - Veiligheidsgordel, achter - 1

Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel soepel door de geleider glijdt.

GEBRUIK VAN VEILIGHEIDSGORDELS TIJDENS ZWANGERSCHAP

FORD Tourneo Connect (2008) - GEBRUIK VAN VEILIGHEIDSGORDELS TIJDENS ZWANGERSCHAP - 1

Breng de veiligheidsgordel voor uw eigen veiligheid, maar ook voor dat van uw ongeboren kind op correcte wijze aan. Draag niet alleen de heupgordel of de schoudergordel.

De heupgordel moet comfortabel over de heupen liggen aan de onderzijde van uw zwangere buik. Leg de schoudergordel tussen uw borsten, boven en aan de zijkant van uw zwangere buik.

ALGEMENE INFORMATIE OVER RADIOFREQUENTIES

LET OP

De radiofrequentie van de afstandsbediening kan ook worden gebruikt door andere zenders met een klein bereik (bijvoorbeeld zendamateurs, medische apparatuur, draadloze hoofdtelefoons, afstandsbedieningen en alarmsystemen). Wanneer de frequenties worden gestoord, kunt u geen gebruik meer maken van uw afstandsbediening. U kunt de portieren met de sleutel vergrendelen en ontgrendelen.

N.B.: U kunt de portieren ontgrendelen wanneer u de toetsen op de afstandsbediening per ongeluk indrukt.

Het bereik tussen uw afstandsbediening en uw auto is afhankelijk van de omgeving.

PROGRAMMEREN VAN DE AFSTANDSBEDIENING

U kunt maximaal vier afstandsbedieningen voor uw auto programmeren (inclusief die met uw auto werd meegeleverd).

N.B.: Controleer of de alarminstallatie is uitgeschakeld en of alle portieren zijn gesloten.

  1. Draai de contactsleutel acht maal binnen 10 seconden vanuit stand O in stand II. De contactsleutel moet uiteindelijk in stand II staan en blijven staan. De portiersloten sluiten eenmaal vergrendelen en ontgrendelen om aan te duiden dat het nu mogelijk is nieuwe afstandsbedieningen te programmeren.

  2. Druk binnen 20 seconden nadat de portiersloten hebben vergrendeld en ontgrendeld op een willekeurige toets op de nieuwe afstandsbediening. De portiersloten zullen opnieuw vergrendelen en ontgrendelen om aan te duiden dat de afstandsbediening met succes is geprogrammeerd.

  3. Herhaal stap 2 bij alle afstandsbedieningen, inclusief uw originele afstandsbediening. Telkens wanneer een nieuwe afstandsbediening met succes is geprogrammeerd, begint de programmeerperiode opnieuw en is het gedurende 20 seconden mogelijk een nieuwe afstandsbediening te programmeren.

  4. Zet het contact in stand 0. De portiersloten zullen opnieuw vergrendelen en ontgrendelen om aan te duiden dat het programmeren van de afstandsbediening is beeindigd. Uw auto kan nu alleen met de afstandsbedieningen die u zojuist hebt geprogrammeerd worden vergrendeld en ontgrendeld.

BATTERIJ VAN AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN

Wanneer het bereik van de zender in de sleutel geleidelijk begint af te nemen, moet de batterij worden vervangen (type 3V CR 2032).

FORD Tourneo Connect (2008) - BATTERIJ VAN AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN - 1

  • Maak door een plat voorwerp (bijv. een schroevendraaier) in de uitsparing aan de achterzijde te steken de zender voorzichtig los van het huis.
  • Maak de batterij voorzichtig met een plat voorwerp los. Breng de nieuwe batterij tussen de contacten aan met het + merkteken naar beneden. Stel de zender in omgekeerde volgorde weer samen.

FORD Tourneo Connect (2008) - BATTERIJ VAN AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN - 2

- Open de zender door de klemmen aan de zijkant met een plat voorwerp uit elkaar te drukken.

FORD Tourneo Connect (2008) - BATTERIJ VAN AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN - 3

- Maak de batterij voorzichtig met een plat voorwerp los. Breng de nieuwe batterij tussen de contacten aan met het + merkteken naar beneden. Stel de zender in omgekeerde volgorde weer samen.

VERGRENDELEN EN ONTGRENDELEN

Centrale vergrendeling

N.B.: U kunt de portieren en de achterklep met de sleutel ontgrendelen. Hiervan moet gebruik worden gemaakt wanneer de afstandsbedieningssysteem niet werkt.

N.B.: Bij het ontgrendelen van de achterklep met een sleutel worden geen portieren ontgrendeld.

N.B.: U kunt de portieren alleen centraal vergrendelen wanneer alle portieren zijn gesloten.

N.B.: U kunt het centrale vergrendelingssysteem vanaf beide voorportieren deactiveren.

Dubbele vergrendeling

WAARSCHUWING

Schakel de dubbele vergrendeling niet in wanneer zich personen of dieren in de wagen bevinden. Wanneer de dubbele vergrendeling is ingeschakeld kunnen de portieren niet van binnenuit worden ontgrendeld.

Dubbele vergrendeling is een voorziening tegen diefstal die voorkomt dat personen de portieren van binnenuit kunnen ontgrendelen. Alleen wanneer alle portieren zijn gesloten kunnen deze dubbel worden vergrendeld.

E74799

Bevestiging van het vergrendelen en ontgrendelen

Wanneer u de portieren ontgrendelt, knipperen de richtingaanwijzers eenmaal.

Bij auto's met dubbele vergrendeling knipperen de richtingaanwijzers tweemaal wanneer u de portieren vergrendelt.

Portieren met de sleutel vergrendelen en ontgrendelen

FORD Tourneo Connect (2008) - Portieren met de sleutel vergrendelen en ontgrendelen - 1

Tourneo Connect (met afstandsbediening) en Transit Connect

Draai de sleutel in stand A om de voorportieren te ontgrendelen.

Draai de sleutel tweemaal in stand A om alle portieren te ontgrendelen.

Tourneo Connect zonder afstandsbediening

Draai de sleutel in stand A om alle portieren te ontgrendelen.

Portieren met de sleutel dubbel vergrendelen

Draai de sleutel binnen drie seconden in de ontgrendelstand en vervolgens in de vergrendelstand om de portieren dubbel te vergrendelen.

Portieren met de afstandsbediening vergrendelen en ontgrendelen

A B C

E87379

OntgrendelenA

VergrendelenB

C Achterklep en schuifdeuren ontgrendelen

Druk eenmaal op toets A om alleen de voorportieren te ontgrendelen.

Druk tweemaal op toets A om alle portieren en de achterklep te ontgrendelen.

Druk eenmaal op toets C om de achterklep en de schuifdeur te ontgrendelen.

Druk eenmaal op toets B om alle portieren en de achterklep te vergrendelen.

Druk tweemaal binnen drie seconden op toets B om de dubbele vergrendeling te activeren.

N.B.: De alarminstallatie kan ook afzonderlijk via de dubbele vergrendelingssysteem worden ingeschakeld door de sleutel in de vergrendelstand te draaien.

De portieren van binnenuit vergrendelen en ontgrendelen

Voorportieren
A B

E74704

Alle portieren vergrendelenA OntgrendelenB

N.B.: Via B kunnen alle portieren van de Tourneo Connect zonder afstandsbediening of de voorportieren van de Tourneo Connect (met afstandsbediening) en de Transit Connect worden ontgrendeld.

Schuifdeur
A B E74706

VergrendelenA OntgrendelenB

De portieren openen

Schuifdeur

N.B.: Bij de Tourneo Connect kan de schuifdeur aan de rechterzijde niet volledig worden geopend wanneer de klep van de brandstofvulopening is ontgrendeld en geopend.

1 2 A

E74705

FORD Tourneo Connect (2008) - Schuifdeur - 2

BuitenzijdeA
BinnenzijdeB

Dubbele achterdeuren

WAARSCHUWING

Sluit de achterdeuren goed om te voorkomen dat deze tijdens het rijden opengaan. Rijden met een geopende achterdeuren is bijzonder gevaarlijk omdat dan uitlaatgassen het interieur in kunnen worden binnengezogen.

Rechter achterdeur
FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

BinnenzijdeB
Linker achterdeur
FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 2

De achterdeuren openen tot 180 en 250 graden
FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 3

Druk op de gele knop op de deur. Bij het sluiten van de achterdeuren keren de deurvangers automatisch in hun oorspronkelijke stand terug.

Achterklep

WAARSCHUWING

⚠ Sluit de achterklep goed om te voorkomen dat deze tijdens het rijden openspringt. Rijden met een geopende achterklep is bijzonder gevaarlijk omdat dan uitlaatgassen het interieur kunnen worden binnengezogen.

N.B.: Voor het openen van de achterklep vanaf de binnenzijde kunt u toegang tot de ontgrendelknop krijgen via een opening aan de onderzijde van de achterklep.

Ford A B E66517

BuitenzijdeA BinnenzijdeB

WERKING

Het immobilisatiesysteem is een diefstalbeveiligingssysteem dat voorkomt dat iemand de motor van uw auto met een onjuist gecodeerde sleutel kan starten.

GECODEERDE SLEUTELS

N.B.: Wanneer u een sleutel bent verloren, laat dan de code bij al uw overige sleutels wissen. Raadpleeg uw dealer voor meer informatie. Laat de vervangingssleutels samen met uw overige sleutels opnieuw coderen.

N.B.: Dek uw sleutels niet met metalen voorwerpen af. Hierdoor kan de ontvanger uw sleutel niet herkennen als geldige sleutel.

Wanneer u een sleutel verliest, kunt u bij uw Ford dealer een vervangingssleutel verkrijgen. Geef, indien mogelijk, uw dealer het sleutelnummer door, dat op het plaatje staat dat met de originele sleutels is geleverd. U kunt ook extra sleutels bij uw Ford dealer verkrijgen.

Sleutels coderen

Maximaal kunnen acht sleutels (inclusief de sleutels die bij de auto werden geleverd) worden gecodeerd met behulp van twee andere sleutels, die eerder voor uw auto werden gecodeerd.

Voer elk van de volgende handelingen binnen vijf seconden uit.

  1. Steek de eerste sleutel in het contactslot en draai hem in stand II.
  2. Draai de sleutel terug in stand 0 en neem de sleutel uit het contactslot.
  3. Steek de tweede sleutel in het contactslot en draai hem in stand II.
  4. Draai de tweede sleutel terug in stand 0 en neem de sleutel uit het contactslot - de coderingsmodus is nu geactiveerd.
  5. Wanneer nu een ongecodeerde sleutel in het contactslot wordt gestoken en binnen twintig seconden in de stand II wordt gedraaid, wordt de systeemcode door de sleutel ingelezen.
  6. Neem na de coderingsprocedure de sleutel uit het contactslot. Wacht vijf seconden met het inschakelen van het systeem.

Wanneer het coderen niet geheel correct is verlopen, knippert de controlelamp nadat het contact met de nieuw gecodeerde sleutel is aangezet en slaat de motor niet aan.

Herhaal de procedure na een pauze van twintig seconden met aangezet contact (stand II).

Code wissen

Met twee voor uw auto gecodeerde sleutels kunt u alle overige gecodeerde sleutels onbruikbaar maken, bijvoorbeeld na verlies van een sleutel:

Voer elk van de volgende handelingen binnen vijf seconden uit.

Voer de eerste vier handelingen uit zoals is beschreven onder Sleutels coderen, en ga vervolgens als volgt te werk:

  • Steek de tweede sleutel in het contactslot en draai hem in stand II.
  • Neem de sleutel uit het contactslot.
  • Steek de eerste sleutel in het contactslot, draai hem in stand II en houd hem in deze stand. De controlelamp knippert nu vijf seconden.
  • Indien het contact gedurende deze vijf seconden wordt afgezet, wordt het wissen van de sleutelcode afgebroken en wordt de code niet gewist.
  • Wanneer het wissen van de sleutels is voltooid, kunnen alle overige sleutels met uitzondering van de twee sleutels die nodig zijn voor het wissen, niet langer worden gebruikt tenzij ze opnieuw worden gecodeerd.

Extra sleutels kunnen nu worden gecodeerd.

IMMOBILISATIESYSTEEM INSCHAKELEN

Korte tijd nadat u het contact hebt afgezet wordt het immobilisatiesysteem automatisch ingeschakeld.

De controlelamp in de instrumentengroep knippert ter bevestiging dat het systeem is ingeschakeld.

IMMOBILISATIESYSTEEM UITSCHAKELEN

Het immobilisatiesysteem wordt automatisch uitgeschakeld bij het met een correct gecodeerde sleutel aanzetten van het contact.

De controlelamp in de instrumentengroep brandt ongeveer drie seconden en gaat vervolgens uit. Wanneer de controlelamp langer dan een minuut blijft branden of knipperen en vervolgens met onregelmatige intervallen gaat branden, dan is uw sleutel niet herkend. Neem de sleutel uit het slot en probeer het nogmaals.

Wanneer u probeert de motor met een niet juist gecodeerde sleutel te starten, moet u ongeveer 20 seconden wachten voordat u het met een correct gecodeerde sleutel opnieuw probeert.

Wanneer u de motor met een correct gecodeerde sleutel niet kunt starten, duidt dit op een storing. Laat het immobilisatiesysteem onmiddellijk controleren.

WERKING

Het perimeter alarm is een afschrikmiddel voor personen die ongeoorloofd de portieren en de motorkap proberen te openen. Het beveiligt ook de audio-installatie.

Alarm activeren

Wanneer het alarm is ingeschakeld, kan het op een van de volgende manieren worden geactiveerd:

  • Wanneer iemand een portier, het bagagecompartiment of de motorkap zonder de juiste sleutel of afstandsbediening opent.
  • Wanneer iemand de audio-installatie of het navigatiesysteem verwijdert.

Wanneer het alarm is geactiveerd, klinkt het alarmsignaal gedurende 30 seconden en knipperen de waarschuwingsknipperlichten vijf minuten.

ledere verdere poging om een van bovenstaande handelingen uit te voeren activeert het alarm opnieuw.

ALARM INSCHAKELEN

Alarminstallatie inschakelen, wagen vergrendelen. Zie Sloten (bladzijde 26).

ALARM UITSCHAKELEN

Schakel het alarm uit en deactiveer dit door een van de voorportieren of de achterklep met de sleutel te ontgrendelen.

STUURWIEL AFSTELLEN

FORD Tourneo Connect (2008) - STUURWIEL AFSTELLEN - 1

Verstel nooit het stuurwiel als de auto in beweging is.

Druk de vergrendelhendel omlaag om de hoogte van het stuurwiel en de afstand tot de bestuurder ervan in te stellen.

Breng de hendel weer in zijn oorspronkelijke stand om de stuurkolom te vergrendelen.

Zie De juiste zitpositie innemen (bladzijde 67).

AUDIOBEDIENING

Kies de radio, CD of cassette modus op de audio-installatie.

De volgende functies kunnen met de afstandsbediening worden bediend:

Volume

graph TD A["VOL+"] --> B["MODE"] B --> C["VOLE"] C --> D["SEEK"] D --> A style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333

E70361

Hoger volume: trek de VOL+ schakelaar in de richting van het stuurwiel.

Volume verlagen: trek de VOL- schakelaar in de richting van het stuurwiel.

Seek (zoekfunctie)

FORD Tourneo Connect (2008) - Seek (zoekfunctie) - 1

Beweeg de SEEK schakelaar in de richting van het stuurwiel of het instrumentenpaneel:

Stuurwiel

  • In de radio modus wordt het eerstvolgende radiostation op een hogere of lagere frequentie opgezocht.
  • In de CD modus wordt het volgende of het vorige nummer gekozen.

Mode

graph TD A["VOL+"] --> B["MODE"] B --> C["VOL-"] D["SEEK"] --> A

E70363

Druk kort op de toets aan de zijkant:

  • In de radio modus wordt het volgende in het geheugen opgeslagen radiostation opgezocht.
  • In de CD modus wordt de volgende CD gekozen wanneer een CD-wisselaar is gemonteerd.
  • In alle modi om een verkeersbericht te onderbreken.

Druk de toets aan de zijkant in en houd deze ingedrukt:

- In de radio modus om van golfband te veranderen.

Ruitenwissers en ruitensproeiers

VOORRUITWISSERS
D C B A

E65995

Eenmalig wissenA

Wissen met intervallenB

Normale wissnelheidC

Hoge wissnelheidD

VOORRUITSPROEIERS
FORD Tourneo Connect (2008) - Ruitenwissers en ruitensproeiers - 2

Schakel de ruitensproeiers niet langer dan 10 seconden achtereen in; schakel het systeem niet in wanneer het reservoir leeg is.

ACHTERRUITWISSERS EN -SPROEIERS

Intervalwissen
FORD Tourneo Connect (2008) - ACHTERRUITWISSERS EN -SPROEIERS - 1

Schakel de achterruitsproeier niet langer dan 10 seconden achtereen in of wanneer het reservoir leeg is.

FORD Tourneo Connect (2008) - ACHTERRUITWISSERS EN -SPROEIERS - 2

Ruitenwissers en ruitensproeiers

Trek de hendel volledig naar het stuurwiel toe en houd hem in deze stand om de ruitensproeiers in te schakelen.

RUITENWISSERBLADEN CONTROLEREN
FORD Tourneo Connect (2008) - Ruitenwissers en ruitensproeiers - 1

Controleer met uw vingertoppen de rubber randen van de ruitenwisserbladen op oneffenheden.

Reinig de ruitenwisserbladen met een in water gedrenkte, zachte spons.

RUITENWISSERBLADEN VERVANGEN
FORD Tourneo Connect (2008) - Ruitenwissers en ruitensproeiers - 2

Ruitenwissers en ruitensproeiers

Breng de eerder verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde aan.

Standen van de lichtschakelaar
FORD Tourneo Connect (2008) - Ruitenwissers en ruitensproeiers - 1

Stads- en achterlichtenB

KoplampenC

Mistlampen, vóórD

Trek de hendel geheel naar het stuurwiel toe om tussen grootlicht en dimlicht te wisselen.

Lichtsignaal

Trek de schakelaarhendel naar het stuurwiel toe.

VOORSTE MISTLAMPEN

WAARSCHUWING

Gebruik de mistlampen alleen wanneer het zicht ernstig wordt belemmerd door mist, sneeuw of regen.

1 2

E65988

MISTACHTERLICHTEN

WAARSCHUWING

Gebruik de mistachterlichten alleen wanneer het zicht minder dan 50 meter bedraagt.

Uitvoeringen zonder mistlampen, vóór
1 2

E65988

Uitvoeringen met mistlampen, vóór

1 2

E65989

3 2 1

E93510

Lichtbundels hogerA Lichtbundels lagerB

U kunt de hoogte van de koplamplichtbundels aanpassen aan de belading van de auto.

Aanbevolen regelknopstanden

N.B.: Tijdens het rijden met een aanhanger kunnen hogere regelknopstanden (+1) noodzakelijk zijn.

Transit Connect

RegelknopstandBelading
Aantal personenruimte1T210T200G730ht in T230
000-1
1max.221,5 1.53/24

1 Wanneer de auto is uitgerust met het wegliggings- of hoogtepack, kan het noodzakelijk zijn de hoogte van de koplamplichtbundels in te stellen.
2 Zie Voertuigidentificatie (bladzijde 133).
3 Lange wielbasis.
4 Korte wielbasis.

Verlichting

Tourneo Connect

RegelknopstandBelading
Aantal personenGewicht in bagage-ruimte1K210K230K220K
AchterVoor
000--1-2
00,50-12
23- 02/0.53 0,50
23max.1 12/1.53 1 1.53/2.52
1-max.1 22/2.53 2,5 22/2.53

1 Zie Voertuigidentificatie (bladzijde 133).
2 Lange wielbasis.
3 Korte wielbasis.

RICHTINGAANWIJZERS
FORD Tourneo Connect (2008) - Verlichting - 1

Wanneer u de schakelaar in stand B zet, gaat de interieurverlichting branden wanneer u een deur of de achterklep ontgrendelt of opent. Wanneer u bij afgezet contact een portier open laat staan, gaat de interieurverlichting enige tijd later automatisch uit om te voorkomen dat de accu leegraakt. Zet het contact even aan om de verlichting weer in te schakelen.

De interieurverlichting gaat ook branden wanneer u het contact afzet. De verlichting gaat korte tijd later automatisch uit of wanneer u de motor start of opnieuw start.

Wanneer u bij afgezet contact de schakelaar in stand C zet, gaat de interieurverlichting branden. De verlichting gaat korte tijd later automatisch uit om te voorkomen dat de accu leegraakt. Zet het contact even aan om de verlichting weer in te schakelen.

Leeslampen
FORD Tourneo Connect (2008) - Verlichting - 2

Schakel de verlichting uit en zet het contact af.

FORD Tourneo Connect (2008) - Verlichting - 3

Laat de gloeilamp afkoelen voordat u deze verwijdert.

LET OP

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Raak het glas van de gloeilamp niet aan.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 2

Breng alleen gloeilampen met het juiste vermogen aan. Zie

Gloeilampentabel (bladzijde 47).

N.B.: Reinig bij het vervangen van een gloeilamp de koplamplens met een vochtige doek om een elektrostatische lading, die ervoor zorgt dat stof op de kunststof lens komt, te voorkomen.

N.B.: De volgende instructies beschrijven hoe de gloeilampen moeten worden verwijderd. Breng de nieuwe gloeilampen in omgekeerde volgorde van verwijderen aan, tenzij anders is voorgeschreven.

Koplampen

Richtingaanwijzer

FORD Tourneo Connect (2008) - Richtingaanwijzer - 1

  1. Draai de lamphouder linksom en verwijder deze.
  2. Druk voorzichtig de gloeilamp in de lamphouder en draai de gloeilamp linksom. Verwijder de gloeilamp.

N.B.: Wanneer u de kap aanbrengt, zorg er dan voor dat de pijl naar boven wijst.

  1. Draai de kap linksom en verwijder deze.

3 2 F76062

  1. Trek de stekker los.

  2. Maak de klemveer los en verwijder de gloeilamp.

Stadslicht
1 E76060

N.B.: Wanneer u de kap aanbrengt, zorg er dan voor dat de pijl naar boven wijst.

  1. Draai de kap linksom en verwijder deze.

F76061 2 3

  1. Verwijder de gloeilamp en de lamphouder.

  2. Verwijder de gloeilamp.

Zijknipperlichten
FORD Tourneo Connect (2008) - Richtingaanwijzer - 5

  1. Verwijder voorzichtig het zijknipperlicht.

  2. Pak de lamphouder beet, draai het huis linksom en verwijder het.

  3. Verwijder de gloeilamp.

Verlichting

Mistlampen, vóór
1 2

E76064

N.B.: De gloeilamp van de mistlamp kan niet uit de lamphouder worden verwijderd.

N.B.: De lamp is vanaf de achterzijde van de voorbumper bereikbaar.

  1. Trek de stekker los.
  2. Draai de lamphouder linksom en verwijder deze.

graph TD A["Component A"] --> B["Component B"] B --> C["Component C"] C --> D["Component D"] A -->|W| E["Resistor"] B -->|W| F["Resistor"] C -->|W| G["Resistor"] D -->|W| H["Resistor"]

E76066

Achterlicht en remlichtA RichtingaanwijzerB AchteruitrijlampC MistachterlichtD

  1. Verwijder de vleugelmoeren.
  2. Verwijder de achterlichtunit en maak de lamphouder los.
  3. Druk voorzichtig de gloeilamp in de lamphouder en draai de gloeilamp linksom. Verwijder de gloeilamp.

Achterlichtunits
1 2 2 76065

E76065

Derde remlicht
1 2 3 E76067

  1. Verwijder de schroeven.
  2. Verwijder het lamphuis.
  3. Verwijder de gloeilamp.

Kentekenplaatverlichting

Uitvoeringen met dubbele achterdeuren

1 2 E71074

  1. Verwijder het glas.

  2. Verwijder de gloeilamp.

Uitvoeringen met een achterklep

2 2 1 1 E71075

  1. Verwijder het lampglas.
  2. Druk voorzichtig de gloeilamp in de lamphouder en draai de gloeilamp linksom. Verwijder de gloeilamp.

Verlichting

Interieurverlichting

Voor
1 2 E76068

Achter
FORD Tourneo Connect (2008) - Interieurverlichting - 2

  1. Werk de lamp voorzichtig los.
  2. Verwijder de gloeilamp.

Leeslampen
2 1 E76069

  1. Werk de lamp voorzichtig los.
  2. Verwijder de gloeilamp.

GLOEILAMPENTABEL

Vermogen (watt)Speci
21PY21WRichtin
55/60H4Grootlich
5W5WZijknippe
55H11Mistlamp,
5W5WStadslich
21PY21W LLRich

Verlichting

Vermogen (watt)Specific
21/5P21/5WRemlicl
21P21WMistachter
21P21WAchteruitrij
16W16WDerde rer
met dubbele achterdeuren)5W5WKentekenp
met achterklep)10R10WKentekenp
10BuislampInterieu
6H6WLeeslamp

ELEKTRISCH BEDIENBARE RUITEN

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Schakel de elektrisch bedienbare ruiten niet in tenzij e vrij zijn van obstructies.

N.B.: Wanneer de ruiten gedurende korte tijd vaak worden bediend kan het systeem een bepaalde tijd buiten werking treden om schade door oververhitting te voorkomen.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 2

Zet het contact aan om de elektrisch bedienbare ruiten te openen of te sluiten.

Portierruit aan bestuurderszijde automatisch openen

Druk de schakelaar tot de tweede aanslag in of til hem tot de tweede aanslag op en laat hem los. Druk hem opnieuw in om de ruit te stoppen.

BUITENSPIEGELS

E71273 A

GroothoekspiegelA

WAARSCHUWING

Vergis u niet in de afstand van voorwerpen die u in de groothoek buitenspiegels ziet. Voorwerpen die u in deze spiegels ziet, zien er kleiner uit en lijken verder weg te zijn dan in werkelijkheid het geval is.

De spiegels vergroten het zicht naar achteren en verkleinen de zogenaamde dode hoek schuin naar achteren.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Zorg ervoor dat de spiegel weer volledig wordt vergrendeld wanneer u deze weer in zijn oorspronkelijke stand terugzet.

De elektrisch bedienbare buitenspiegels zijn voorzien van een verwarmingselement dat het spiegelglas ontdooit en ontwasemt. Zie Klimaatregeling (bladzijde 58).

BINNENSPIEGEL

FORD Tourneo Connect (2008) - BINNENSPIEGEL - 1

Trek de hendel naar buiten om de ruit te openen. Druk in het midden van de hendel om deze te vergrendelen. Trek in het midden van de hendel om de ruit te sluiten. Druk hem naar achteren tot hij wordt vergrendeld.

METERS
A B C D RPM x1000 km/h 17:30 000380 G F E

E74268

KoelvloeistoftemperatuurmeterA

ToerentellerB

SnelheidsmeterC

BrandstofmeterD

Selecteer- en terugsteltoetsE

Klok, kilometerteller en dagtellerF

Instelknop digitale klokG

Koelvloeistoftemperatuurmeter

Geeft de temperatuur van de koelvloeistof aan. Bij normale bedrijfstemperatuur blijft de naald in het centrale gedeelte.

LET OP

Start de motor niet voordat de oorzaak voor de oververhitting is verholpen.

Wanneer de naald in de richting van het rode gedeelte beweegt, is de motor oververhit. Zet de motor af, zet het contact af en stel de oorzaak vast zodra de motor is afgekoeld.

Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 114).

Brandstofmeter

De pijl naast het symbool van de pomp duidt aan aan welke zijde zich de klep van de brandstofvulopening bevindt.

Nadat het contact is aangezet gaan de volgende waarschuwings- en controlelampen kort branden ter bevestiging dat het systeem operationeel is:

  • ABS
  • Airbag
  • Remsysteem
  • Motor
  • Immobilisatiesysteem
  • Laadstroom
    • Laag brandstofpeil
    • Multifunctionele controlelamp
  • Oliedruk
  • Traction control
  • Waterafscheider

Indien één van deze waarschuwings-of controlelampen niet brandt nadat het contact is aangezet, duidt dit op een storing. Laat het systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

Controlelamp ABS

FORD Tourneo Connect (2008) - Controlelamp ABS - 1

Wanneer deze lamp tijdens het rijden brandt, duidt dit op een storing. Laat het

systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren. De remmen blijven normaal werken (zonder ABS) maar laat deze storing zo spoedig mogelijk controleren.

Controlelamp airbag

FORD Tourneo Connect (2008) - Controlelamp airbag - 1

Brandt de controlelamp niet, blijft hij branden, of brandt hij met tussenpozen of continu

tijdens het rijden, dan duidt dit op een storing. Laat het systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

Controlelamp remsysteem

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Verlaag geleidelijk uw snelheid.

Druk het rempedaal bijzonder

voorzichtig in. Druk het rempedaal vooral niet abrupt in.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 2

Wanneer de controlelamp van het remsysteem tijdens het rijden gaat branden, duidt dit op een storing in één van beide remcircuits. Controleer het remvloeistofniveau. Zie Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 115).

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Laat deze storing onmiddellijk controleren.

Wanneer de controlelamp van het remsysteem samen met de controlelamp van het ABS gaat branden, duidt dit op een storing. Breng de auto zo snel mogelijk tot stilstand wanneer dit veilig kan en laat deze storing controleren voordat u uw reis hervat.

Richtingaanwijzers

FORD Tourneo Connect (2008) - Richtingaanwijzers - 1

Knippert bij ingeschakelde richtingaanwijzers. Een plotselinge toename van de knipperfrequentie duidt op een defecte gloeilamp. Zie

Gloeilampen vervangen (bladzijde 43).

Controlelamp motor

Alle modelvarianten

Wanneer de lamp bij draaiende motor brandt, duidt dit op een storing. Wanneer deze tijdens het rijden knippert, minder dan onmiddellijk snelheid. Blijft de lamp knipperen, vermijd dan snel optrekken en krachtig afremmen. Laat het systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

Uitvoeringen met een benzinemotor

FORD Tourneo Connect (2008) - Uitvoeringen met een benzinemotor - 1

Uitvoeringen met een dieselmotor

FORD Tourneo Connect (2008) - Uitvoeringen met een dieselmotor - 1

De controlelamp van de motor werkt ook als indicator van het voorgloeisysteem. Zie Een dieselmotor starten (bladzijde 83).

Controlelamp laadstroom

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Wanneer bij uitvoeringen met een dieselmotor de V-riem van de dynamo loszit, gescheurd of gebroken is, werkt ook de servobekrachtiging van het remsysteem niet meer.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 2

Wanneer deze lamp tijdens het rijden brandt, duidt dit op een storing. Schakel alle

onnodige stroomverbruikers uit. Laat het systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

Controlelamp laag brandstofniveau

FORD Tourneo Connect (2008) - Controlelamp laag brandstofniveau - 1

Wanneer deze lamp brandt, ga dan zo spoedig mogelijk tanken.

Brandt wanneer het grootlicht is ingeschakeld. De lamp knippert wanneer

u een lichtsignaal geeft.

Multifunctionele controlelamp

FORD Tourneo Connect (2008) - Multifunctionele controlelamp - 1

Wanneer deze lamp tijdens het rijden brandt, duidt dit op een storing. Laat het

systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

Controlelamp oliedruk

LET OP

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Hervat uw reis niet wanneer de controlelamp oliedruk gaat branden terwijl het oliepeil correct is. Laat het systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 2

Wanneer de lamp na het starten blijft branden of tijdens het rijden gaat

branden, duidt dit op een storing. Breng de auto tot stilstand zodra dit veilig kan en zet de motor af. Controleer het motoroliepeil. Zie

Motorolie controleren (bladzijde 114). Vul direct olie bij wanneer het oliepeil laag is.

Indicator van onderhoudsinterval

FORD Tourneo Connect (2008) - Indicator van onderhoudsinterval - 1

De controlelamp gaat branden als onderhoud nodig is of er een

overmatige hoeveelheid roetdeeltjes of drab in de olie aanwezig is. Laat de motorolie zo spoedig mogelijk verversen.

Uw dealer schakelt de controlelamp onderhoudsbeurt uit nadat hij de onderhoudsbeurt heeft uitgevoerd.

Controlelamp schakeling

FORD Tourneo Connect (2008) - Controlelamp schakeling - 1

De controlelamp brandt gedurende een korte periode om aan te geven dat schakelen naar een hogere versnelling zuiniger is en zorgt voor een lagere CO2-uitstoot. De controlelamp brandt niet tijdens perioden van hoge acceleraties, remmen of intrappen van het koppelingspedaal.

Controlelamp overmatige hoeveelheid roet

FORD Tourneo Connect (2008) - Controlelamp overmatige hoeveelheid roet - 1

De controlelamp gaat branden als regeneratie nodig is. Zie

Dieselroetfilter (DPF) (bladzijde 83).

LET OP

Als de controlelamp samen met de controlelamp motorstoring brandt, dan geeft dit een overmatige hoeveelheid roetdeeltjes aan. Laat dit onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

Als de controlelamp samen met de controlelamp brandt, dan moet het dieselroetfilter wellicht worden vervangen. Laat dit onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

Wanneer het systeem tijdens het rijden wordt geactiveerd, knippert de

lamp. Als na het aanzetten van het contact de lamp niet brandt of continu tijdens het rijden brandt, duidt dit op een storing. Bij storingen schakelt het systeem uit. Laat het systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

Controlelamp waterafscheider

FORD Tourneo Connect (2008) - Controlelamp waterafscheider - 1

Wanneer deze lamp tijdens het rijden gaat branden, laat dan het water in het

brandstofffilter door een geschoolde monteur aftappen.

Verlichting ingeschakeld

Wanneer bij afgezet contact het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de buitenverlichting niet is uitgeschakeld, klinkt een gong.

TRIPCOMPUTER

Kilometerteller

De kilometerteller geeft het totale aantal gereden kilometers weer.

Druk de selecteer- en terugsteltoets kort in om te wisselen tussen kilometerteller en dagteller.

Dagteller

De dagteller registreert het aantal kilometers van een bepaald traject.

Druk, om de dagteller op nul terug te stellen, de selecteer- en terugsteltoets in en houd deze ingedrukt.

WERKING

Buitenlucht

Houd de luchtinlaten voor de voorruit vrij van belemmeringen (sneeuw, bladeren, enz.) zodat de airconditioning effectief kan werken.

Gerecirculeerde lucht

LET OP

Wanneer de luchtrecirculatiestand langdurig wordt ingeschakeld, kunnen de ruiten beslaan. Wanneer de ruiten beslaan, stel dan de standen in om de voorruit te ontdooien en te ontwasemen.

De lucht die zich in het passagierscompartiment bevindt, wordt gerecirculeerd. Er stroomt geen buitenlucht de auto in.

Verwarming

De verwarmingscapaciteit is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur.

Airconditioning

N.B.: De airconditioning werkt alleen wanneer de temperatuur hoger is dan 4 °C.

N.B.: Wanneer de airconditioning is ingeschakeld, is het brandstofverbruik hoger.

De lucht wordt door de warmtewisselaar geleid, waar deze wordt gekoeld. Om de ruiten wasemvrij te houden wordt vocht aan de lucht onttrokken. Het condens wordt naar buiten afgevoerd en daarom is het normaal dat zich een klein plasje water onder de auto vormt.

Pollenfilter

LET OP

Schakel de aanjager uit wanneer u een automatische wasstraat binnengaat.

Het pollenfilter verwijdert de meeste potentieel schadelijke stoffen als pollen, industriële luchtverontreiniging en straatvuil uit de lucht voordat deze het interieur binnenstroomt.

VENTILATIEROOSTERS

E74362

Schakel de ruitverwarming in om de voor- of achterruit te ontdooien of ontwasemen.

N.B.: De ruitverwarming werkt alleen bij een draaiende motor.

Voorruitverwarming

FORD Tourneo Connect (2008) - Voorruitverwarming - 1

De controlelamp in de schakelaar brandt wanneer het systeem is ingeschakeld.

Druk nogmaals op de schakelaar om het systeem uit te schakelen. Na korte tijd schakelt het systeem automatisch uit.

Verwarmbare buitenspiegels

In de elektrisch bedienbare buitenspiegels is een verwarmingselement gemonteerd dat het spiegelglas ontdooit of ontwasemt. Wanneer u de achterruitverwarming inschakelt, worden deze elementen automatisch ingeschakeld.

HANDMATIGE KLIMAATREGELING

Ventilator

N.B.: Wanneer u de aanjager uitschakelt kan de voorruit beslaan.

A 0 1 2 3 4

E75470

Off (uit)A

Temperatuurregelknop

FORD Tourneo Connect (2008) - Temperatuurregelknop - 1

Toetsen voor luchtverdeling

N.B.: Een kleine hoeveelheid lucht stroomt altijd naar de voorruit.

C B D A E

E74660

HoofdniveauA

Hoofdniveau en beenruimteB

BeenruimteC

Beenruimte en voorruitD

VoorruitE

Luchtrecirculatie
FORD Tourneo Connect (2008) - Toetsen voor luchtverdeling - 2

Druk op de toets om te kiezen tussen toevoer van buitenlucht en het recirculeren van de in het interieur aanwezige lucht.

Snel verwarmen van het interieur
FORD Tourneo Connect (2008) - Toetsen voor luchtverdeling - 3

Zet de luchtverdeelknop in stand A of B. Zet de aanjagerschakelaar in een willekeurige stand. Open de luchtroosters naar gelang uw persoonlijke wensen.

Voorruit ontdooien en ontwasemen

N.B.: De recirculatiestand wordt automatisch uitgeschakeld.

FORD Tourneo Connect (2008) - Voorruit ontdooien en ontwasemen - 1

Schakel zo nodig de ruitverwarming in. Zie Verwarmde ruiten en spiegels (bladzijde 59).

Airconditioning

Airconditioning in- en uitschakelen

N.B.: De airconditioning werkt alleen bij draaiende motor.

I/C

E74665

Druk op de A/C schakelaar om de airconditioning in of uit te schakelen. Het lampje in de schakelaar brandt wanneer de airconditioning is ingeschakeld.

Wanneer u de aanjager uitschakelt, wordt ook de airconditioning uitgeschakeld. Wanneer u de aanjager weer inschakelt, schakelt de airconditioning automatisch in.

Koelen met buitenlucht
E74667

Interieur snel afkoelen
E74668

Schakel de airconditioning en de recirculatiestand in.

Voorruit ontdooien en ontwasemen
FORD Tourneo Connect (2008) - Airconditioning in- en uitschakelen - 4

Zet de luchtverdeelknop in stand E en kies toevoer van buitenlucht.

Wanneer de temperatuur hoger is dan 4 °C, schakelt de airconditioning automatisch in. Let erop dat de aanjager is ingeschakeld. Het lampje in de A/C schakelaar brandt tijdens het ontdooien en ontwasemen.

Wanneer u de luchtverdeelknop in een andere stand dan stand E zet, blijft de A/C ingeschakeld.

U kunt de airconditioning en luchtrecirculatie in- en uitschakelen terwijl de luchtverdeelknop in stand E staat.

Schakel zo nodig de ruitverwarming in. Zie Verwarmde ruiten en spiegels (bladzijde 59).

Luchtvochtigheid in het interieur verlagen
E74669

Zet de luchtverdeelknop in stand D en schakel de airconditioning in.

EXTRA VERWARMING

Algemene informatie

WAARSCHUWINGEN

Schakel de programmeerbare standverwarming niet in bij tankstations, bij bronnen met brandbare dampen of stoffen of in afgesloten ruimtes.

⚠️ Tank geen brandstof wanneer het display van de programmeerbare standverwarming is ingeschakeld.

N.B.: De programmeerbare standverwarming schakelt automatisch uit wanneer de accuspanning laag wordt.

N.B.: Alle symbolen op het display knipperen wanneer de stroomtoevoer naar de programmeerbare standverwarming onderbroken is geweest. Onder deze omstandigheden werkt de verwarming niet. Zet het klokje gelijk.

N.B.: De programmeerbare standverwarming schakelt bij storingen uit. Laat het systeem door een deskundige controleren.

Neem de volgende richtlijnen in acht:

  • Schakel de programmeerbare standverwarming het gehele jaar minimaal eenmaal per maand ongeveer tien minuten in. Hierdoor wordt voorkomen dat de vloeistofpomp en de aanjagermotor gaan vastzitten.
  • Om corrosie te voorkomen moet de koelvloeistof in uw auto het gehele jaar door minstens 10 % antivries bevatten.
  • Om luchtbellen te voorkomen moet u ervoor zorgen dat het koelvloeistofpiel zicht tussen het MAX en MIN merkteken op het reservoir bevindt. Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 114).
  • De aanjager van de programmeerbare standverwarming wordt ingeschakeld zodra de koelvloeistof een bepaalde temperatuur heeft bereikt. In deze stand heeft de omgevingstemperatuur gaan invloed.
  • Wij continu gebruik van de standverwarming, registreert deze de omgevingstemperatuur. Wanneer deze hoger is dan 5 °C wordt de programmeerbare standverwarming niet ingeschakeld.

De programmeerbare standverwarming werkt onafhankelijk van de verwarming van de auto door het koelvloeistofcircuit van de motor te verwarmen. Hij wordt door de brandstoftank van energie voorzien. U kunt het systeem ook tijdens het rijden gebruiken om het interieur sneller te laten opwarmen.

Het is mogelijk dat bij ingeschakelde programmeerbare standverwarming er uitlaatgassen onder de zijkanten van de auto vrijkomen. Dit is normaal.

Werkingsprincipe

Voor ingebruikneming

LET OP

Wanneer de aanjagerschakelaar in een andere stand dan stand één wordt gezet, heeft dit een kortere levensduur van de accu of zelfs een lege accu tot gevolg.

Voordat de verwarming wordt ingeschakeld of geprogrammeerd moeten de volgende instellingen worden voorbereid:

- Zet de temperatuurregelknop van het standaard verwarmingssysteem op maximum.

Klimaatregeling

  • Zet de aanjagerschakelaar in stand 1.
  • Schakel voor het afzetten van het contact de recirculatiestand in. Wacht minimaal vijf seconden met het sluiten van de luchtroosters van het ventilatiesysteem.
  • Zet alle luchtroosters in de cabine open.

Instellen van de tijd
A 20:05 B P D

E71347

Druk de toets A langer dan drie seconden ingedrukt en houd hem ingedrukt tot de tijdsaanduiding op het display knippert. Druk de toetsen B en D binnen vijf seconden in om de tijd in te stellen. Houd de betreffende toets ingedrukt om de tijdsaanduiding snel te veranderen.

Verwarmingsduur programmeren
A B 90 P D

E71348

LET OP

De aanbevolen instelling is 30 minuten. Langere tijden verkorten de levensduur van de accu of kunnen zelfs een lege accu tot gevolg hebben.

N.B.: De verwarmingsduur voor van te voren ingestelde tijden en de verwarmingsmodi kunnen voor 10 tot 120 minuten worden ingesteld.

Druk de toets A langer dan drie seconden ingedrukt en houd hem ingedrukt tot de tijdsaanduiding op het display knippert. Wacht vijf seconden tot het verwarmingssymbool verschijnt en de verwarmingsduur knippert.

Druk de toetsen B en D in om de verwarmingsduur in te stellen.

Druk na het instellen van de verwarmingsduur op toets A. Het display geeft nu de tijd weer met een knipperende dubbele punt.

Verwarming uitschakelen

Druk op de toets met het verwarmingssymbool. De verwarming blijft nog drie minuten werken en schakelt vervolgens uit. Het display duidt nu de tijd aan.

Geprogrammeerde verwarmingsmodus

75 P C

E71349

De verwarming kan op elk gewenst moment voor de geprogrammeerde tijdsduur worden ingeschakeld. Druk op toets C. Het display wordt verlicht en toont de resterende verwarmingstijd en het verwarmingssymbool.

Verwarming continu inschakelen

B 7:30 C P

E71350

WAARSCHUWING

Nadat het contact is afgezet blijft de verwarming werken. Schakel de verwarming uit om onnodig verwarmen te voorkomen.

Druk op toets B en houd deze ingedrukt. Druk op toets C. De verwarming werkt nu tot toets C opnieuw wordt ingedrukt. Het display wordt verlicht en toont de tijd en het verwarmingssymbool.

Verwarmingsmodus programmeren

De verwarming schakelt automatisch op de geactiveerde inschakeltijd in en blijft gedurende de geprogrammeerde verwarmingsduur werken. Het display wordt verlicht en toont de resterende verwarmingstijd en het verwarmingssymbool.

U kunt drie verschillende inschakeltijden programmeren.

Inschakeltijden programmeren
A 1 7:30 B P D

E71351

Druk toets A meerdere keren in tot het symbool 1, 2 of 3) voor de gewenste inschakeltijd wordt weergegeven. Druk op toetsen B en D om de tijd in te stellen. Houd de betreffende toets ingedrukt om de tijdsaanduiding snel te veranderen.

Druk na het programmeren van de inschakeltijden op toets A. Het display geeft nu de tijd weer met een knipperende dubbele punt.

Geprogrammeerde inschakeltijden activeren/ deactiveren
FORD Tourneo Connect (2008) - Verwarmingsmodus programmeren - 2

Druk toets A meerdere keren in tot het symbool 1, 2 of 3) voor de gewenste inschakeltijd wordt weergegeven. Druk op toets C. Het ON symbool verschijnt op het display. Druk opnieuw op toets C om de inschakeltijd weer te deactiveren.

DE JUISTE ZITPOSITIE INNEMEN

Max. 30° E68595

WAARSCHUWINGEN

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Verstel de stoelen nooit tijdens het rijden.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 2

Alleen wanneer de veiligheidsgordel correct wordt tragen, kan deze u in een anige positie houden dat de ug optimaal kan functioneren.

Wanneer u de veiligheidsgordel correct draagt kunnen de stoel, hoofdsteun, veiligheidsgordel en airbags bij een eventuele aanrijding optimaal bescherming bieden. Wij raden aan dat u:

  • zoveel mogelijk rechtop gaat zitten met de onderzijde van uw rug zover mogelijk naar achteren.
  • de rugleuning van de stoel niet meer dan 30 graden achterover kantelt.

  • de hoofdsteun zodanig instelt, dat de bovenzijde gelijkligt met de bovenzijde van uw hoofd. Stel de hoofdsteun zover mogelijk naar voren in, maar u moet comfortabel kunnen zitten.

  • voldoende afstand houdt tussen uzelf en het stuurwiel. minimaal 254 mm (10 inch) tussen uw borstbeen en de kap van de airbag aanhoudt.
  • het stuurwiel met licht gebogen armen vasthoudt.
  • uw benen licht buigt zodat u de pedalen volledig kunt indrukken.
  • de schoudergordel over het midden van uw schouder en de heupgordel strak over uw heupen legt.

Zorg ervoor dat uw zitpositie comfortabel is en dat u de volledige controle over de wagen hebt.

VOORSTOELEN

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Verstel de stoelen niet terwijl de wagen in beweging is.

Stoelen

Stoelen naar voren en achteren schuiven
FORD Tourneo Connect (2008) - Stoelen - 1

Schuif de stoel naar voren en naar achteren nadat u de hendel hebt losgelaten om ervoor te zorgen dat de stoel weer goed wordt vergrendeld.

Lendensteun instellen
FORD Tourneo Connect (2008) - Stoelen - 2

Stoelhoogte instellen
FORD Tourneo Connect (2008) - Stoelen - 3

Hellingshoek van de rugleuning instellen
FORD Tourneo Connect (2008) - Stoelen - 4

Passagiersstoel, voor, neerklappen

WAARSCHUWINGEN

Zorg ervoor dat de stoelen en de rugleuningen goed vastzitten en volledig zijn vergrendeld.

WAARSCHUWINGEN

Leg geen voorwerpen op de rugleuning wanneer de wagen in beweging is.

Transit Connect
E74821 1 2 3 4 E74822

Stoelen

5 6 E74823

  1. Trek aan de lus en kantel de zitting naar voren.
  2. Kantel de hoofdsteun naar voren.
  3. Trek de hendel omhoog.
  4. Klap de rugleuning naar voren.
  5. Trek de hendel omhoog.
  6. Druk de rugleuning naar beneden.

Tourneo Connect

Verwijder de hoofdsteun. Zie Hoofdsteunen (bladzijde 71).

FORD Tourneo Connect (2008) - Tourneo Connect - 1

  1. Trek aan de lus en kantel de zitting naar voren.
  2. Trek de hendel omhoog.
  3. Klap de rugleuning naar voren.
  4. Trek de hendel omhoog.
  5. Druk de rugleuning naar beneden.

HOOFDSTEUNEN
FORD Tourneo Connect (2008) - Tourneo Connect - 2

Hoofdsteun instellen

WAARSCHUWING

Trek de hoofdsteun omhoog wanneer de achterbank door een passagier of voor een kinderzitje wordt gebruikt.

Stel de hoofdsteun zo in, dat de bovenzijde ervan gelijkligt met de bovenzijde van uw hoofd.

Hoofdsteun verwijderen

Druk de knoppen in en verwijder de hoofdsteun.

ACHTERBANK

WAARSCHUWINGEN

Gebruik tijdens het rijden de achterbank niet als bed.

WAARSCHUWINGEN

Zorg ervoor dat de stoelen en de rugleuningen goed vastzitten en volledig zijn vergrendeld.
⚠️ Controleer of de rode indicator niet te zien is wanneer u de armen van de rugleuningen van de tweede zitrij en de sloten van de derde zitrij in aangrijping brengt.
Plaats geen voorwerpen op een neergeklapte stoel.
Trek niet aan de achterbank van de tweede zitrij wanneer de complete bank naar voren is gekanteld.

Een rugleuningdeel naar voren kantelen

Tweede zitrij
1 2 E74829

Derde zitrij
FORD Tourneo Connect (2008) - Een rugleuningdeel naar voren kantelen - 2

Complete achterbank naar voren kantelen

Tweede zitrij
2 1 3 4 E74832

Stoelen

6 5

E74833

  1. Verwijder de middelste hoofdsteun.
  2. Schuif de buitenste hoofdsteunen geheel naar beneden.
  3. Trek de hendels aan de zijkant van de rugleuning omhoog.
  4. Klap de rugleuning naar voren.
  5. Trek de ontgrendelingslussen naar beneden.
  6. Kantel de achterbank naar voren.

Derde zitrij
1 2 3 F74845

E74845

5 4 4

E74846

  1. Schuif de hoofdsteunen geheel naar beneden.
  2. Trek de hendels aan de zijkant van de rugleuning omhoog.
  3. Klap de rugleuning naar voren.
  4. Trek de vergrendelingshendels omhoog.
  5. Kantel de achterbank naar voren.
  1. Trek de vergrendelingshendels omlaag.
  2. Kantel de zitting naar beneden.

Stoelen

  1. Kantel de rugleuning omhoog.
  2. Breng de middelste hoofdsteun aan.

Derde zitrij
E74849 1 2

  1. Druk de ontgrendelingshendels omlaag.
  2. Kantel de zitting naar beneden.
  3. Kantel de rugleuning omhoog.

FORD Tourneo Connect (2008) - Stoelen - 2

De stoelverwarming bereikt zijn maximum temperatuur na vijf tot zes minuten. Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld.

VERWARMDE STOELEN

LET OP

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Start de motor om de stoelverwarming in te schakelen

KLOK

Versie 1

20 17:30 733.0 220 A

E74265

A Omschakel- en terugsteltoets

Klok gelijkzetten

• Draai de contactsleutel in stand II.
- Houd de toets A minimaal drie seconden ingedrukt tot de tijdsweergave op het display knippert.
- Druk op toets A om de minuten vooruit te zetten. Houd de toets ingedrukt om snel vooruit te gaan.

12 en 24 uurs cyclus

Om te wisselen tussen de 12 en 24 uurs cyclus zet u de contactsleutel in stand I en drukt u op toets A.

Versie 2

Raadpleeg voor gedetailleerde instructies hoe de klok moet worden ingesteld de afzonderlijke handleiding van de audio-installatie.

20 17:30 8:27:4 220 A

E83530

Druk op toets A om de tijd weer te geven.

AANSTEKER

FORD Tourneo Connect (2008) - AANSTEKER - 1

Verwijder de aansteker wanneer kinderen alleen in de auto erblijven.

LET OP

Houd het verwarmingselement van de aansteker niet ingedrukt.
Wanneer u het aansluitpunt gebruikt terwijl de motor niet draait, wordt hierdoor de accu ontladen.

N.B.: Het aansluitpunt kan worden gebruikt bij afgezet contact.

N.B.: U kunt het elektrische aansluitpunt gebruiken voor 12 volt accessoires met een maximum vermogen van 10 ampère. Gebruik alleen Ford stekkers of stekkers die geschikt zijn voor gebruik in SAE gestandaardiseerde aansluitingen.

Druk het verwarmingselement in om de aansteker te laten gloeien. Hij springt automatisch in de oorspronkelijke stand terug.

ASBAK
FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Druk, om de asbak de ledigen, de lippen aan de zijkanten in en trek de complete asbak uit de houder.

EXTRA VOEDINGSAAN- SLUITINGEN

Alle uitvoeringen

LET OP

Wanneer u het aansluitpunt gebruikt terwijl de motor niet draait, wordt hierdoor de accu ontladen.

N.B.: Het aansluitpunt kan worden gebruikt bij afgezet contact.
N.B.: U kunt het elektrische aansluitpunt gebruiken voor 12 volt accessoires met een maximum vermogen van 10 ampère. Gebruik alleen Ford stekkers of stekkers die geschikt zijn voor gebruik in SAE gestandaardiseerde aansluitingen.

A/C 12V-10A POWER OUTLET 12V-10A

E74676

Transit Connect
E74677 12V

BEKERHOUDERS

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Plaats tijdens het rijden geen hete dranken in de

bekerhouders.

Tafeltjes op de rugleuningen

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Gebruik de tafeltjes niet tijdens het rijden. Controleer voordat u wegrijdt of de tafeltjes in de onderste stand zijn vergrendeld.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 2

In het handschoenenkastje is een haak aangebracht waaraan lichte tassen kunnen worden opgehangen.

OPBERGRUIMTES

Opbergruimte voorin

FORD Tourneo Connect (2008) - Opbergruimte voorin - 1

Opbergruimte boven de voorruit

FORD Tourneo Connect (2008) - Opbergruimte boven de voorruit - 1

Gebruik de opbergruimte boven de voorruit niet voor het opbergen van zware of harde voorwerpen. Bij een aanrijding bestaat het gevaar van verwonding.

De opbergruimte boven de voorruit kan worden gebruikt voor het opbergen van lichte voorwerpen, zoals bijvoorbeeld veiligheidsvesten, jassen, enz.

Banden op de zonnekleppen

FORD Tourneo Connect (2008) - Banden op de zonnekleppen - 1

Voor het opbergen van papieren is er een band op de zonnekleppen aangebracht.

Opbergvak op het dashboard

FORD Tourneo Connect (2008) - Opbergvak op het dashboard - 1

Het opbergvak aan de bovenzijde van het dashboard kan worden gebruikt voor het opbergen van papieren.

Portierbakken

FORD Tourneo Connect (2008) - Portierbakken - 1

In de voorportieren zijn bakken geïntegreerd.

Opbergruimte bij de stoel
E74685 1 2

Tas op bestuurdersstoelA

Opbergvak onder de stoelB

WEGENKAARTOP-BERGVAKKEN
FORD Tourneo Connect (2008) - Portierbakken - 3

Gebruik de tafeltjes niet tijdens het rijden. Controleer voordat u wegrijdt of de tafeltjes in de onderste stand zijn vergrendeld.

FORD Tourneo Connect (2008) - Portierbakken - 4

Zie de afzonderlijke audiohandleiding.

ALGEMENE INFORMATIE

Algemene opmerkingen over het starten

Als de accu losgekoppeld is geweest kan de motor, nadat de accukabels weer zijn aangesloten, een afwijkende draaikarakteristiek vertonen gedurende ca. 8 kilometer.

De oorzaak is, dat het motormanagement zich weer aan de motor moet aanpassen. Ongebruikelijke rijkarakteristieken tijdens deze periode moeten worden genegeerd.

Motor starten door middel van slepen of duwen

WAARSCHUWING

Om beschadiging te voorkomen moet u uw auto niet aanduwen of aanslepen. Gebruik hulpstartkabels en een hulpaccu. Zie Gebruik van startkabels (bladzijde 121).

CONTACTSLOT

Contactsleutelstanden

Stand 0

WAARSCHUWING

Draai nooit de sleutel in de stand 0 terug zolang de auto nog in beweging is.

Contact af. Wanneer de sleutel uit het contactslot wordt genomen, treedt het stuurslot in werking zodra het stuurwiel wordt gedraaid.

Stand I

Stuurslot ontgrendeld. De ontsteking en alle overige elektrische circuits zijn uitgeschakeld. Om te voorkomen dat de accu wordt ontladen, mag de contactsleutel niet te lang in deze stand blijven staan.

Stand II

Contact aan, alle elektrische circuits zijn ingeschakeld. Waarschuwings- en controlelampen Deze stand is de normale stand tijdens het rijden, die ook moet worden gekozen tijdens het slepen van de auto.

Stand III

Startmotor ingeschakeld. Laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.

EEN BENZINEMOTOR STARTEN

N.B.: U kunt de startmotor per startpoging slechts maximaal 30 seconden inschakelen.

Koude of warme motor

Alle modelvarianten

LET OP

Zet, wanneer de temperatuur lager dan -20 °C is, het contact minimaal één seconde aan voordat u de motor start. Hierdoor zorgt u ervoor dat de maximale benzinedruk wordt opgebouwd voordat de motor wordt gestart.

Auto's met handgeschakelde versnellingsbak

N.B.: Druk het gaspedaal niet in.

  1. Druk het koppelingspedaal volledig in.

  2. Start de motor.

Uitvoeringen met automatische transmissie

N.B.: Raak het gaspedaal niet aan.

  1. Schakel park of neutral in.
  2. Druk het rempedaal volledig in.
  3. Start de motor.

Alle modelvarianten

Wacht even wanneer de motor niet binnen 15 seconden aanslaat en probeer het nogmaals.

Wanneer de motor na drie startpogingen nog niet is aangeslagen, wacht dan tien seconden en ga te werk zoals is beschreven onder Verzopen motor.

Wanneer het starten problemen oplevert bij temperaturen onder -25 °C, druk dan het gaspedaal 1/4 tot 1/2 van de pedaalslag in en probeer het opnieuw.

Verzopen motor

Auto's met handgeschakelde versnellingsbak

  1. Druk het koppelingspedaal volledig in.
  2. Druk het gaspedaal volledig in en houd het ingedrukt.
  3. Start de motor.

Uitvoeringen met automatische transmissie

  1. Schakel park of neutral in.
  2. Druk het gaspedaal volledig in en houd het ingedrukt.
  3. Druk het rempedaal volledig in.
  4. Start de motor.

Alle modelvarianten

Slaat de motor niet aan, herhaal dan de startprocedure zoals beschreven onder Koude of warme motor.

Stationair toerental na het starten

Het stationaire toerental waarmee de motor direct na het aanslaan draait is afhankelijk van de motortemperatuur.

Is de motor koud, dan wordt het stationaire toerental vanzelf verhoogd.

Het stationaire toerental neemt langzaam af tot normaal zodra de motor opwarmt.

EEN DIESELMOTOR STARTEN

Koude of warme motor

Alle modelvarianten

N.B.: Wanneer de temperatuur lager is dan -15 °C, mag u de startmotor 25 seconden achtereen inschakelen. Wanneer de auto frequent wordt gebruikt bij dergelijk lage temperaturen raden wij aan een verwarmingselement in het motorblok te laten monteren.

N.B.: Schakel de startmotor in tot de motor aanslaat.

N.B.: U kunt de startmotor per startpoging slechts maximaal 30 seconden inschakelen.

FORD Tourneo Connect (2008) - Alle modelvarianten - 1

Zet het contact aan en wacht tot de controlelamp van het voorgloeisysteem

uitgaat.

Auto's met handgeschakelde versnellingsbak

N.B.: Raak het gaspedaal niet aan.

  1. Druk het koppelingspedaal volledig in.

  2. Start de motor.

Uitvoeringen met automatische transmissie

  1. Selecteer park of neutral.
  2. Druk het rempedaal volledig in.
  3. Start de motor.

MOTOR UITSCHAKELEN

Auto's met turbocompressor

LET OP

Zet de motor niet af wanneer deze met een hoog toerental draait. Als de motor bij een hoog toerental wordt afgezet, zal de turbocompressor nog draaien nadat de oliedruk al tot nul is gedaald. Dit heeft vroegtijdige slijtage van de compressorlagers tot gevolg.

Laat het gaspedaal los. Wacht tot de motor stationair draait en zet de motor af.

DIESELROETFILTER (DPF)

Het DPF is een onderdeel van het uitlaatgasemissiesysteem van uw wagen. Het zuivert de uitlaatgassen van schadelijke roetdeeltjes bij wagens met dieselmotor.

Regeneratie

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Laat de motor niet stationair draaien of parkeer de wagen niet op droge bladeren, droog gras of ander brandbaar materiaal. Het regeneratieproces werkt met bijzonder hoge uitlaatgastemperaturen en na het afzetten van de motor en tijdens en na regeneratie blijft de uitlaat een aanzienlijke hoeveelheid hitte uitstralen. Hierdoor ontstaat het gevaar van brand.

In tegenstelling tot een gewoon filter, dat regelmatig vervangen moet worden, is het DPF zodanig ontworpen dat het regenereert (zichzelf reinigt) om doeltreffend te blijven. Het regeneratieproces vindt automatisch plaats. Onder sommige rijomstandigheden moet u echter het regeneratieproces ondersteunen.

Als u alleen korte afstanden rijdt of als tijdens de ritten vaak wordt gestopt en opgetrokken, dan moet u het regeneratieproces starten als de controlelamp voor overmatige hoeveelheden roetdeeltjes gaat branden in de instrumentengroep.

Zie Waarschuwings- en indicatielampen (bladzijde 53). Indien u denkt dat het veilig kan:

  • Maak een rit van 30 minuten met de wagen en voorkom langdurig stationair draaien.
    • Zet de wagen niet van contact.
  • Kies een lagere versnelling dan normaal om tijdens deze rit een hoger motortoerental te verkrijgen.

Deze procedure moet wellicht worden herhaald. De controlelamp dooft als het regeneratieproces met succes is voltooid.

VEILIGHEIDS- MAATREGELEN

WAARSCHUWINGEN

Stop met tanken nadat het vulpistool voor de tweede keer is afgeslagen. Alle brandstof die u dan nog toevoegt vult de expansieruimte in de brandstoftank, hetgeen er toe kan leiden dat de brandstof overstroomt. Het morsen van brandstof kan gevaarlijk zijn voor andere weggebruikers.

Vermijd open vuur of hittebronnen in de nabijheid van het brandstofsysteem. Het brandstofsysteem staat onder druk. Wanneer het brandstofsysteem lekt, bestaat het gevaar van verwonding.

BRANDSTOFKWALITEIT - BENZINE

N.B.: Gebruik uitsluitend brandstof van hoge kwaliteit zonder additieven of andere toevoegingen.

LET OP

Gebruik geen gelode benzine of benzine met additieven die andere metallische bestanddelen (bijv. op mangaan gebaseerd) bevat. Deze kunnen het emissiesysteem beschadigen.

Gebruik ongelode benzine met een minimum octaangetal van 95 die voldoet aan de specificatie EN 228, of een equivalent.

BRANDSTOFKWALITEIT - DIESEL

N.B.: Gebruik uitsluitend brandstof van hoge kwaliteit zonder additieven of andere toevoegingen.

WAARSCHUWING

Meng de dieselolie niet met olie, benzine of andere vloeistoffen. Deze kunnen een chemische reactie veroorzaken.

LET OP

Voeg geen kerosine, paraffine of petroleum aan de dieselolie toe. Deze kunnen het brandstofsysteem beschadigen.

N.B.: Wij raden het langdurig gebruik van additieven af die vlokvorming moeten voorkomen.

Gebruik dieselolie die voldoet aan de specificatie EN 590, of een equivalent.

Rijden met een auto met katalysator

LET OP

Zorg ervoor dat u de tank niet leeg rijdt.

Schakel de startmotor niet langdurig achtereen in.

LET OP

Laat de motor niet met een losgekoppelde bougiekabel draaien.
Sleep of duw de auto niet aan. Gebruik hulpstartkabels. Zie

Gebruik van startkabels

(bladzijde 121).

Zet het contact tijdens het rijden niet af.

Parkeren

WAARSCHUWING

Parkeer uw auto niet boven droge bladeren of gras. Na het afzetten van de motor straalt het uitlaatsysteem nog gedurende enige tijd veel warmte uit. Hierdoor ontstaat het gevaar van brand.

TANKKLEP

Alle uitvoeringen

WAARSCHUWINGEN

Voorkom dat tijdens het tanken brandstof wordt gemorst, die zich in het vulpistool bevindt.

Wij raden aan minimaal 10 seconden te wachten alvorens het vulpistool uit de vulbuis te halen, zodat alle achtergebleven brandstof in de brandstoftank kan stromen.

N.B.: Wanneer u de tankdop losdraait is soms een sissend geluid hoorbaar. Dit is echter volkomen normaal en kan worden genegeerd.

A B A B

E75775

OpenenA

SluitenB

Tourneo Connect

N.B.: De schuifdeur kan niet volledig worden geopend wanneer de brandstofvulklep is ontgrendeld en geopend.

TANKEN

LET OP

Probeer niet de motor te starten wanneer u de tank met de onjuiste brandstofsoort hebt gevuld. Hierdoor kan de motor worden beschadigd. Laat het systeem onmiddellijk door een geschoolde monteur controleren.

BRANDSTOFVERBRUIK

De CO2 waarden en de brandstofverbruikcijfers zijn afgeleid van laboratoriumtests volgens EEC richtlijn 80/1268/EEC en aanvullingen daarop. Deze richtlijnen worden door alle automobielfabrikanten aangehouden.

Deze gegevens zijn bedoeld voor het vergelijken van merken en modellen. Ze zijn niet bedoeld als weergave van het werkelijke brandstofverbruik van uw wagen. Het werkelijke brandstofverbruik wordt door vele factoren bepaald, waaronder de rijstijl, rijden met hoge snelheden, starten/stoppen, gebruik van de airconditioning, de gemonteerde accessoires, rijden met een aanhanger, enz.

Uw Ford dealer dient u gaarne van advies hoe u het brandstofverbruik kunt verlagen.

Brandstofverbruikscijfers

VariantStadsver-keerBuitenwegGecombi-neerdCO2-emissie
I/100 km (mpg)I/100 km (mpg)I/100 km (mpg)g/km
1,8 | Duratec (115 pk), asoverbrenging: 4,062299,7 (29,1)
1,8 | Duratorq-TDCi Turbo diesel (75 pk, 1590 kg), stage IV, asoverbrenging: 4,061716,3 (44,8)
1,8 | Duratorq-TDCi Turbo diesel (75 pk, 1470 kg), stage IV, asoverbren-ging: 4,061716,3 (44,8)

Brandstof en tanken

VariantStadsver-keerBuitenwegGecombi-neerdCO2-emissie
I/100 km (mpg)I/100 km (mpg)I/100 km (mpg)g/km
1,8 | Duratorq-TDCi Turbo diesel (90 pk, 1590 kg), stage IV, asoverbrenging: 4,061746,5 (43,5)5,6
1,8 | Duratorq-TDCi Turbo diesel (90 pk, 1470 kg), stage IV, asoverbrenging: 4,061726,4 (44,1)5,5
1,8 | Duratorq-TDCi Turbo diesel (110 pk, 1590 kg), stage IV, asoverbrenging: 3,801656,1 (46,3)5,3
1,8 | Duratorq-TDCi Turbo diesel (110 pk, 1470 kg), stage IV, asoverbrenging: 3,801636,0 (47,1)5,2

Schakel de achteruit niet in wanneer de wagen in beweging is. Dit kan inwendige schade aan de versnellingsbak veroorzaken.

N.B.: Druk het koppelingspedaal volledig en en wacht drie seconden voordat u de eerste versnelling inschakelt.

Achteruitversnelling inschakelen

FORD Tourneo Connect (2008) - Achteruitversnelling inschakelen - 1

Wanneer een remcircuit uitvalt, voelt het rempedaal zachter aan. Druk het rempedaal krachtig in en houd rekening met een langere remweg. Stop en laat dit onmiddellijk controleren. Hervat uw reis niet.

Uw auto is uitgerust met een diagonaal gescheiden remsysteem. Wanneer een remcircuit uitvalt, blijft het andere operationeel.

Schijfremmen

FORD Tourneo Connect (2008) - Schijfremmen - 1

Natte remschijven hebben een lagere wrijvingscoëfficiënt. Druk na het verlaten van een wasstraat het rempedaal even voorzichtig in om de waterfilm op de remschijven te laten verdampen.

ABS

WAARSCHUWING

ABS is niet bedoeld om de bestuurder te ontheffen van zijn plicht om tijdens het rijden voorzichtig en oplettend te zijn.

Het ABS voorkomt dat de wielen blokkeren, zelfs tijdens krachtig remmen, waardoor de auto in noodsituaties volledig bestuurbaar en stabiel blijft. Het ABS controleert de omtreksnelheid van alle wielen en regelt de remdruk naar elk wiel afzonderlijk. Tijdens krachtig remmen optimaliseert het ABS de adhesie tussen band en wegdek.

TIPS VOOR RIJDEN MET ABS

FORD Tourneo Connect (2008) - TIPS VOOR RIJDEN MET ABS - 1

Wanneer het ABS in werking is, pulseert het rempedaal. Dit is normaal. Blijf het rempedaal indrukken.

Het ABS voorkomt geen gevaren die ontstaan wanneer:

  • u te weinig afstand ten opzichte van voor u rijdend verkeer houdt.
  • de auto te maken krijgt met aquaplaning.
    • u bochten te snel neemt.
    • het wegdek slecht is.

PARKEERREM

Handrem aantrekken

FORD Tourneo Connect (2008) - Handrem aantrekken - 1

Controleer of de handrem is aangetrokken voordat u de

hefboom vrijzet.

N.B.: Druk de knop niet in wanneer u de handrem aantrekt.

  1. Druk het rempedaal stevig in.
  2. Trek de handremhefboom zo ver mogelijk naar boven.

Op een helling parkeren

Wanneer u op een helling moet parkeren met de voorzijde van de wagen hellingopwaarts, schakel dan de eerste versnelling in en draai dan de voorwielen van de trottoirband af. Wanneer u op een helling moet parkeren met de voorzijde van de wagen hellingafwaarts, schakel dan de achteruit in en draai dan de voorwielen naar de trottoirband toe.

Handrem vrijzetten

  1. Druk het rempedaal stevig in.
  2. Trek de handremhefboom lichtjes aan, druk de knop in en druk de hefboom naar beneden.

WERKING

Het tractieregelsysteem verbetert de tractie wanneer een wiel doorspint bij snelheden tot 40 km/h (25 mph). Wanneer een wiel begint door te spinnen wijzigt het tractieregelsysteem de druk naar de remklauw van dat wiel tot het stopt met doorspinnen.

GEBRUIK MAKEN VAN AANDRIJFREGELING (TRACTION CONTROL)

Het traction control systeem is operationeel wanneer u het contact aanzet.

De controlelamp van het traction control systeem knippert wanneer het systeem in werking is. Geef rustig gas tot het doorspinnende wiel weer grip heeft.

Het traction control systeem schakelt tijdelijk uit wanneer het buitensporig vaak binnen een korte tijd wordt ingeschakeld. Dit is normaal en heeft geen invloed op het remsysteem.

WERKING

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Ondanks de parkeerhulp bent u verplicht voorzichtig en lachtig te rijden.

LET OP

Bij zware regenval of andere omstandigheden waardoor verstorende reflecties ontstaan is het mogelijk dat de sensoren bepaalde voorwerpen niet 'zien'.

De sensoren kunnen voorwerpen met een oppervlak de ultrasone geluidsgolven absorberen niet 'zien'.

De sensoren kunnen voorwerpen die zich dicht bij de auto bevinden (ca. 30 centimeter aan de achterzijde en boven of onder de sensoren) niet 'zien'.

Wanneer u een hogedrukspuit gebruikt om uw auto te wassen, spuit dan kort op de sensoren vanaf een afstand van niet minder dan 20 centimeter (8 inch).

N.B.: Wanneer de parkeerhulp een signaal registreert dat op dezelfde frequentie wordt uitgezonden als de sensoren gebruiken, of wanneer de auto maximaal is beladen, kan een vals signaal worden gegeven.

N.B.: De buitenste sensoren kunnen de zijmuren van een garage detecteren. Wanneer de afstand tussen de buitenste sensor en de muur gedurende drie seconden constant blijft, wordt het akoestisch signaal uitgeschakeld. Wanneer u doorrijdt, kunnen de binnenste sensoren objecten achter de auto detecteren.

GEBRUIK MAKEN VAN DE PARKEERHULP

FORD Tourneo Connect (2008) - GEBRUIK MAKEN VAN DE PARKEERHULP - 1

Wees voorzichtig indien een trekhaak is gemonteerd.

Bij aangezet contact wordt het systeem automatisch geactiveerd bij het inschakelen van de achteruit.

Bij een afstand van maximaal 180 cm tussen het obstakel en de achterbumper klinkt een onderbroken signaal. Wanneer de afstand kleiner wordt, worden de intervallen tussen de signalen korter. Bij een afstand van minder dan 25 cm is het signaal ononderbroken.

Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld indien er een door Ford goedgekeurde trekhaakmodule op de auto wordt aangebracht.

Parkeerhulp

Houd de sensoren altijd vrij van vuil, sneeuw en ijs om een goede werking te waarborgen (reinig de sensoren niet met een scherp voorwerp).

In geval van een storing in het systeem zal bij het inschakelen van de achteruit of het aanzetten van het contact drie seconden lang eenmaal een toon hoorbaar. In geval van een storing wordt het systeem automatisch uitgeschakeld. Laat het systeem door een deskundige controleren.

ALGEMENE INFORMATIE

WAARSCHUWINGEN

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Gebruik bevestigingsriemen die voldoen aan een norm, bijv. DIN.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 2

Zorg ervoor dat alle losse voorwerpen goed zijn gezet.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 3

Plaats bagage en ander voorwerpen zo laag mogelijk en er mogelijk naar voren in de ageruimte of de laadruimte.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 4

Rijd niet met geopende achterklep of achterdeur.

Uitlaatgassen kunnen de auto worden binnengezogen.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 5

Overschrijd niet de maximum voor- en achterasbelasting voor uto. Zie Voertuigidentificatie (zijde 133).

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 6

Zware ladingen bestemd voor de passagiersruimte moeten den geplaatst op een geklapte achterbank (zie deelding). Zie Achterbank (zijde 71).

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 7

Wanneer u een imperiaal gebruikt, kan het

brandstofverbruik van uw auto hoger zijn en kan de rijkarakteristiek anders zijn.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 8

Wanneer u een imperiaal aanbrengt, lees dan de acties van de fabrikant en volge op.

LET OP

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Overschrijd de maximum toelaatbare dakbelasting lusief de imperiaal) niet.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 2

Controleer of de imperiaal goed vastzit en zet de bevestigingen als volgt vast:

• voordat u vertrekt
• na 50 kilometer (30 mijl) te hebben gereden
• met intervallen van 1.000 kilometer (600 mijl).

BAGAGENETTEN

LET OP

Het bagagenet mag met maximaal 9,5 kg worden belast. Leg geen zwaardere voorwerpen op het bagagenet.
! Controleer of de telescopische stangen stevig in de bekledingspanelen vastzitten.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

De drie telescopische stangen kunnen worden verplaatst, zodat het bagagenet in vijf verschillende standen kan worden aangebracht.

TREKKEN VAN EEN AANHANGER

WAARSCHUWINGEN

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Overschrijd het maximum toelaatbare totaalgewicht en het aanhangergewicht dat op het identificatieplaatje van de auto staat niet. Zie Voertuigidentificatie (bladzijde 133).

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 2

De ST is niet goedgekeurd voor het trekken van een angwagen.

N.B.: Niet alle auto's zijn geschikt of goedgekeurd voor het aanbrengen van een trekhaak. Vraag dit eerst bij uw dealer na.

Plaats da lading zo laag mogelijk en midden op de as(sen) van de aanhanger. Wanneer u met een onbeladen auto rijdt, moet de lading in de aanhanger zover mogelijk naar de aanhangerkoppeling worden geschoven, omdat dit voor de beste stabiliteit zorgt. Overschrijd de maximum toelaatbare kogeldruk niet.

N.B.: De maximum kogeldruk kunt u vinden op het plaatje met gegevens op de trekhaak.

De stabiliteit van de auto-aanhanger combinatie is vooral afhankelijk van de kwaliteit van de aanhanger.

In bergachtige streken moet vanaf hoogten van 1.000 meter het maximum toelaatbaar gewicht voor iedere 1.000 meter met 10% worden verlaagd.

Steile hellingen

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Houd er rekening mee dat de oplooprem van een aanhanger door het ABS wordt geregeld.

Schakel terug voordat u een steile afdaling bereikt.

INRIJDEN

Banden

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Nieuwe banden hebben een inlooptijd van ongeveer 500

kilometer (300 mijl). Gedurende deze periode kan de auto een andere rijkarakteristiek vertonen.

Remmen en koppeling

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Vermijd indien mogelijk het intensief gebruik van de

remmen en de koppeling gedurende de eerste 150 kilometer (100 mijl) in de stad en gedurende de eerste 1.500 kilometer (1.000 mijl) op snelwegen.

Motor

LET OP

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Rijd de eerste 1.500 kilometer (1.000 mijl) niet te snel. Varieer

uw snelheid en schakel tijdig op. Laat de motor niet zwoegen.

EERSTEHULPSET

Rechts stuur

FORD Tourneo Connect (2008) - Rechts stuur - 1

Uitvoeringen met een benzinemotor

FORD Tourneo Connect (2008) - Rechts stuur - 2

De brandstoftoevoer kan worden onderbroken als gevolg van een aanrijding of plotselinge trillingen (bijvoorbeeld wanneer u tijdens het parkeren ergens tegenaan rijdt).

De schakelaar bevindt zich aan de rechterzijde boven het bekledingpaneel bij de voorstijl. Als de schakelaar wordt geactiveerd, springt de knop op de schakelaar omhoog.

Schakelaar terugstellen

WAARSCHUWING

Stel de veiligheidsschakelaar niet terug wanneer u brandstof ruikt of ziet weglekken.

  • Draai de contactsleutel in de stand 0.
  • Controleer het brandstofsysteem op lekkage.
  • Als u geen lekkage hebt geconstateerd, kunt u de knop op de veiligheidsschakelaar indrukken (zie afbeelding).
  • Draai de contactsleutel in de stand II. Wacht enkele seconden en draai de sleutel terug in de stand I.
  • Controleer het brandstofsysteem opnieuw op lekkage.

COMPONENTEN VAN VEILIGHEIDSSYSTEEM INSPECTEREN

Veiligheidsgordels

Veiligheidsgordels die zijn belast ten gevolge van een aanrijding moeten worden vervangen en de verankeringen worden gecontroleerd. Deze werkzaamheden moeten door een correct hiertoe opgeleide monteur worden uitgevoerd.

PLAATSEN ZEKERINGENHOUDERS
A B

E75782
A Zekeringenkast in de motorcompartiment Centrale zekeringenkastB

Zekeringenkast in de motorcompartiment
FORD Tourneo Connect (2008) - Veiligheidsgordels - 2

Laat de MAXI zekeringen (zekeringen 1-9 in de extra zekeringenkast) door een deskundige vervangen.

Maak de klem los en het scharnier aan de zijkanten en trek het deksel omhoog. Wanneer het deksel weer wordt aangebracht, druk dan op de zijden met de scharnieren (plaatsen 1 en 2) om ervoor te zorgen dat het deksel goed wordt gesloten.

Centrale zekeringenkast Links stuur
E75783

Zekeringen

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 1

  1. Druk de zijwanden naar binnen en laat het handschoenenkastje naar beneden kantelen.

EEN ZEKERING VERVANGEN

WAARSCHUWINGEN

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Wijzig de elektrische installatie van de wagen op geen enkele

wijze. Laat reparaties aan de elektrische installatie en het vervangen van relais en zekeringen voor hoge stroomsterktes door een goed opgeleide monteur uitvoeren.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 2

Zet het contact af en schakel alle stroomverbruikers uit

voordat u een zekering aanraakt of probeert te vervangen.

LET OP

Breng een vervangingszekering met hetzelfde vermogen aan als van de verwijderde zekering.

N.B.: U kunt een doorgeslagen zekering herkennen aan de gebroken smeltdraad.

N.B.: Alle zekeringen, behalve zekeringen voor hoge stroomsterkten, zijn steekzekeringen.

N.B.: Er zit een zekeringentrekker in de zekeringenkast van de motorruimte.

ZEKERINGLABELS

Het label met de zekeringen is aan de binnenzijde van het bekledingpaneel rechtsachter aangebracht om de zekeringen te kunnen identificeren. Afhankelijk van de uitvoering kunnen de zekeringen en relais verschillen.

De label met de zekeringentabel is in rechthoeken verdeeld, die de zekering of het relais weergeeft. De rechthoeken bevatten de volgende informatie:

FORD Tourneo Connect (2008) - ZEKERINGLABELS - 1

Nummer van de zekeringA Symbool van de functieB

C Vermogen (ampère) van de zekering

Symbolen op het label met zekeringen

FORD Tourneo Connect (2008) - Symbolen op het label met zekeringen - 1

Zie instructieboekje

FORD Tourneo Connect (2008) - Symbolen op het label met zekeringen - 2

Airbag

FORD Tourneo Connect (2008) - Symbolen op het label met zekeringen - 3

ABS

FORD Tourneo Connect (2008) - Symbolen op het label met zekeringen - 4

Dimlicht, verlichting overdag

FORD Tourneo Connect (2008) - Symbolen op het label met zekeringen - 5

Grootlicht

FORD Tourneo Connect (2008) - Symbolen op het label met zekeringen - 6

Mistachterlichten

Zekeringen

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 1

Lichtschakelaar

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 2

Voorruitwissers

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 3

Achterruitenwisser

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 4

Voorruitverwarming

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 5

Aansteker, extra elektrisch aansluitpunt, voor

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 6

Claxon

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 7

Motormanagement

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 8

Brandstofopvoerpomp (diesel)

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 9

Voorgloeibougies (diesel)

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 10

Accu, dynamo, data link stekker

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 11

Instrumentengroep, motorcompartiment

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 12

Stads- en achterlichten

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 13

Airconditioning

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 14

Centrale vergrendeling

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 15

Extra elektrisch aansluitpunt, achter

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 16

A/C schakelaar, achterruitverwarming, standverwarming

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 17

Aanjagermotor

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 18

Contactslot overbelast, centrale zekeringenkast

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 19

Gloeibougies I + II, standverwarming

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 20

Contactslot

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 21

Remlichten

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 22

Interieurverlichting

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 23

Achteruitrijlicht, verwarmbare ruitensproeiers

FORD Tourneo Connect (2008) - Zekeringen - 24

Water in brandstof

SPECIFICATIE-OVERZICHT ZEKERINGEN

Zekeringenkast in de motorcompartiment

Beveiligde circuitsAmpèreZekering
1215Motor van brandstofopvoerpomp (uitvoeringen met een dieselmotor)
Gloeibougie II defect (auto's met dieselmotor).4018
Lambda sondes (auto's met een benzinemotor)10
Solenoïde aircokoppeling1026

Centrale zekeringenkast

Beveiligde circuitsAmpèreZekering
Audio-installatie (geheugen en voeding)1531
Audio-installatie (accessoire)7,540
7,548Waarschuwingsknipperlichten, portiervergrendeling, parkeerhulp, instrumentengroep, immobilisatiesysteem
Aircoschakelaar (A/C)7,559
Richtingaanwijzers, module portiervergrendeling1561

SLEEPPUNTEN

Sleepoog, voor
FORD Tourneo Connect (2008) - SLEEPPUNTEN - 1

Tourneo Connect
A Bevestigingspunt voor sleepoog aan achterzijde

FORD Tourneo Connect (2008) - SLEEPPUNTEN - 2

Het sleepoog moet zich altijd in de auto bevinden.

Steek uw vinger in het gat aan de onderzijde van het paneel en trek het paneel los. Breng het sleepoog aan.

LET OP

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Het afneembare sleepoog heeft linkse schroefdraad. Draai linksom in het draadgat.

AUTO OP VIER WIELEN SLEPEN

Alle uitvoeringen

WAARSCHUWINGEN

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Zet het contact aan wanneer uw auto wordt gesleept. Bij afgezet contact treedt het stuurslot in werking en werken de richtingaanwijzers en de remlichten niet.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 2

De rem- en stuurbekrachtiging werken niet, tenzij de motor draait. Druk het rempedaal harder in en houd rekening met langere remafstanden en een zwaarder draaiend stuurwiel.

LET OP

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Te veel spanning op de sleepkabel kan schade toebrengen aan uw en aan de trekkende wagen.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 2

Bevestig aan het voorste sleepoog geen sleepstang.

Trek rustig en soepel zonder rukken op.

Wagens met automatische transmissie

LET OP

Sleep uw wagen niet met snelheden hoger dan 50 km/h (30 mph) of over afstanden van meer dan 50 km (30 mijl).

Wanneer uw wagen met snelheden boven 50 km/h (30 mph) en over afstanden van meer dan 30 miles (40 mijl) moet worden gesleept, moet hij worden getransporteerd terwijl alle vier wielen vrij zijn van het wegdek.

Bij een mechanisch defect aan de transmissie moeten de aangedreven wielen worden opgehesen zodat deze vrij zijn van het wegdek.

Sleep uw wagen niet achterwaarts.

Zet de versnellingsbak in neutraal wanneer uw auto wordt gesleept.

ALGEMENE INFORMATIE

Wanneer u uw auto regelmatig laat onderhouden zal dit de betrouwbaarheid en de inruilwaarde ten goede komen. Er staat een groot netwerk van Ford Erkende Reparateurs ter beschikking die u met hun professionele expertise ter zijde kunnen staan. De speciaal opgeleide monteurs zijn het best gekwalificeerd om het onderhoud aan uw auto snel en vakkundig uit te voeren. Bovendien beschikken zij over gereedschappen en apparatuur die speciaal zijn ontwikkeld om het onderhoud aan uw auto uit te voeren.

Naast het normale onderhoud raden wij aan de volgende extra controles uit te voeren.

WAARSCHUWINGEN

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Zet het contact af voordat u onderdelen aanraakt of eert af te stellen.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 2

Raak onderdelen van het elektronisch

ontstekingssysteem bij aangezet contact of draaiende motor niet aan. Het systeem werkt met hoogspanning.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 3

Zorg dat uw handen en kledingstukken niet met de

koelventilateur in aanraking kunnen komen. Onder bepaalde omstandigheden kan de koelventilateur na het afzetten van de motor nog enkele minuten blijven doordraaien.

Dagelijkse controles

  • Buitenverlichting.
  • Interieurverlichting.
    • Waarschuwings- en controlelampen.

Controles bij het tanken

  • Motoroliepeil. Zie Motorolie controleren (bladzijde 114).
  • Remvloeistofpeil. Zie Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 115).
  • Peil van de ruitensproeiervloeistof. Zie Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 116).
  • Bandenspanning (in koude toestand). Zie Velgen en banden (bladzijde 123).
  • Staat van de banden. Zie Velgen en banden (bladzijde 123).

Maandelijkse controles

  • Koelvloeistofpeil (bij koude motor). Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 114).
  • Slangen, leidingen en reservoirs op lekkage.
    • Vloeistofpeil stuurbekrachtiging. Zie Stuurbekrachtigingsvloeisto controleren (bladzijde 116).
    • Werking van de airconditioning.
    • Werking van de parkeerrem.
    • Werking van de claxon.
  • Vastzitten van de wielmoeren. Zie Velgen en banden (bladzijde 123).

DE MOTORKAP OPENEN EN SLUITEN

De motorkap openen

WAARSCHUWING

Verwijder, om schade of verlies van de sleutel te voorkomen, de sleutel onmiddellijk na het openen van de motorkap en draai het Ford logo terug.

N.B.: Gebruik bij auto's met key free systeem de reservesleutel om de motorkap te openen.

Ford 1 E78141

2 3

E78142

5 4 F78143

E78143

De motorkap sluiten

N.B.: Zorg dat de motorkap goed wordt gesloten.

Laat de motorkap zakken en vanaf een hoogte van 20 - 30 cm dichtvallen.

OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1,8 L DURATEC-DOHC (ZETA)

FORD Tourneo Connect (2008) - OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1,8 L DURATEC-DOHC (ZETA) - 1

A Vloeistofreservoir stuurbekrachtiging 1 : Zie Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren (bladzijde 116).
B Motorolievuldop 1 : Zie Motorolie controleren (bladzijde 114).
C Reservoir remsysteem en koppeling 1 : Zie Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 115).
D Zekeringenkast in motorcompartiment: Zie Zekeringen (bladzijde 102).
Luchtfilter.E
F Vloeistofreservoir ruitensproeiers 1 : Zie Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 116).
G Accu: Zie Accu van de auto (bladzijde 121).

H Motoroliepeilstaaf 1 : Zie Motorolie controleren (bladzijde 114).

I Expansiereservoir 1 : Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 114).

1 De vuldoppen en de motoroliepeilstaaf zijn voor een makkelijke herkenning fel gekleurd.

OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1,8 L DURATORQ-TDDI (LYNX) DIESEL /1,8 L DURATORQ-TDCI (LYNX) DIESEL

A B C D E 1-8Lum I H G F

E75516

A Vloeistofreservoir stuurbekrachtiging 1 : Zie Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren (bladzijde 116).
B Motorlievuldop 1 : Zie Motorolie controleren (bladzijde 114).
C Reservoir remsysteem en koppeling 1 : Zie Controle vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 115).
D Zekeringenkast in motorcompartiment: Zie Zekeringen (bladzijde 102).

Luchtfilter.E

F Vloeistofreservoir ruitensproeiers 1 : Zie Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 116).

G Accu: Zie Accu van de auto (bladzijde 121).

H Motoroliepeilstaaf 1 : Zie Motorolie controleren (bladzijde 114).

I Expansiereservoir 1 : Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 114).

1 De vuldoppen en de motoroliepeilstaaf zijn voor een makkelijke herkenning fel gekleurd.

OLIEPEILSTAAF - 1,8 L DURATEC-DOHC (ZETA)
A B E95526

A MIN

B MAX

OLIEPEILSTAAF - 1,8 L DURATORQ-TDDI (LYNX) DIESEL /1,8 L DURATORQ-TDCI (LYNX) DIESEL
A B E95527

A MIN

B MAX

MOTOROLIE CONTROLEREN

LET OP

Gebruik geen additieven of andere smeermiddelen. Onder bepaalde omstandigheden kunnen deze de motor beschadigen.

N.B.: Het olieverbruik van nieuwe motoren bereikt zijn normale waarde na ongeveer 5.000 kilometer (3.000 mijl).

Het oliepeil controleren

LET OP

! Controleer of het peil tussen de MIN en MAX merktekens staat.

N.B.: Controleer het peil voordat de motor wordt gestart.

N.B.: De wagen moet op een vlakke ondergrond staan.

N.B.: Bij verwarming zet olie uit. Daardoor kan het oliepeil enkele millimeters boven het MAX merkteken staan.

Verwijder de oliepeilstaaf en veeg deze met een schone, niet pluizende doek schoon. Breng de oliepeilstaaf weer aan en verwijder hem opnieuw om het oliepeil te controleren.

Wanneer het peil bij het MIN merkteken staat, vul dan direct bij.

Bijvullen

WAARSCHUWINGEN

Vul alleen bij wanneer de motor koud is. Wacht wanneer de motor heet is tien minuten om de motor te laten afkoelen.

Verwijder de vuldop niet bij draaiende motor.

Verwijder de brandstofdop.

LET OP

Het oliepeil mag niet boven het MAX merkteken komen te staan.

Vul vloeistof bij die voldoet aan de Ford specificatie. Zie Technische specificatie (bladzijde 117).

MOTORKOELVLOEISTOF CONTROLEREN

Koelvloeistofpeil controleren

WAARSCHUWING

Voorkom dat de vloeistof in contact komt met de huid of de ogen. Mocht dit toch gebeuren, spoel het betreffende lichaamsdeel dan direct met veel water schoon en neem contact op met uw huisarts.

LET OP

! Controleer of het peil tussen de MIN en MAX merktekens staat.

N.B.: Koelvloeistof zet bij verwarming uit. Daardoor kan het koelvloeistofpeil enkele millimeters boven het MAX merkteken staan.

Wanneer het peil bij het MIN merkteken staat, vul dan direct bij.

Bijvullen

WAARSCHUWINGEN

Vul alleen bij wanneer de motor koud is. Wacht wanneer de motor heet is tien minuten om de motor te laten afkoelen.

Verwijder de vuldop niet bij draaiende motor.

Verwijder de vuldop niet wanneer de motor heet is. Laat de motor eerst afkoelen.

Draai de dop langzaam los. Laat de druk langzaam ontsnappen terwijl u de dop losdraait.

LET OP

Mors geen koelvloeistof op onderdelen van de motor.

Het oliepeil mag niet boven het MAX merkteken komen te staan.

Vul vloeistof bij die voldoet aan de Ford specificatie. Zie Technische specificatie (bladzijde 117).

CONTROLE VLOEISTOFPEIL KOPPELING EN REMSYSTEEM

WAARSCHUWING

Voorkom dat de vloeistof in contact komt met de huid of de ogen. Mocht dit toch gebeuren, spoel het betreffende lichaamsdeel dan direct met veel water schoon en neem contact op met uw huisarts.

LET OP

! Controleer of het peil tussen de MIN en MAX merktekens staat.

N.B.: Het remsysteem en het bedieningsmechanisme van de koppeling zijn aangesloten op één reservoir.

Wanneer het peil bij het MIN merkteken staat, vul dan direct bij.

Bijvullen

Verwijder de brandstofdop.

LET OP

Het oliepeil mag niet boven het MAX merkteken komen te staan.

Vul vloeistof bij die voldoet aan de Ford specificatie. Zie Technische specificatie (bladzijde 117).

STUURBEKRACHTI- GINGSVLOEISTOF CONTROLEREN

WAARSCHUWING

Voorkom dat de vloeistof in contact komt met de huid of de ogen. Mocht dit toch gebeuren, spoel het betreffende lichaamsdeel dan direct met veel water schoon en neem contact op met uw huisarts.

LET OP

! Controleer of het peil tussen de MIN en MAX merktekens staat.

Wanneer het peil bij het MIN merkteken staat, vul dan direct bij.

Bijvullen

Verwijder de brandstofdop.

LET OP

Het oliepeil mag niet boven het MAX merkteken komen te staan.

Vul vloeistof bij die voldoet aan de Ford specificatie. Zie Technische specificatie (bladzijde 117).

RUITENSPROEI- ERVLOEISTOF CONTROLEREN

N.B.: De ruitensproeiers van de voor- en achterruit hebben een gemeenschappelijk reservoir.

Gebruik geen olie die niet aan de specificaties of eisen voldoet. Het gebruik van ongeschikte olie kan beschadiging van de motor tot gevolg hebben, hetgeen niet onder de Ford Garantie valt.

* Als alternatief kunt u SAE 5W-30 motorolie gebruiken, wanneer deze voldoet aan de specificatie WSS-M2C913-B.

Olie bijvullen: Wanneer geen olie verkrijgbaar is die voldoet aan de specificatie WSS-M2C913-B (dieselmotor) of WSS-M2C913-A (benzinemotor), moet u SAE 5W-30 (aanbevolen), SAE 5W-40 of SAE 10W-40 die voldoet aan de specificatie ACEA A1/B1 (aanbevolen) of ACEA A3/B3 gebruiken. Het gebruik van deze oliën kan tot gevolg hebben dat de motor minder snel aanslaat, minder vermogen levert, meer brandstof verbruikt en een hogere emissiewaarde heeft.

Inhouden

Inhoud in liter (gallons)Nr.Va
AlleVloeistof stuurbekrachti-gingMAX-merkteken
4,3 (1,0)Voorruitsproe
60 (13,2)Brandstoftank

Onderhoud

Inhoud in liter (gallons)Nr. Varia
1.8 | DuratecKoelsysteem incl.verwarming6,5 (1,4)
1,8 | Duratorq-TDdi/Duratorq-TDCiKoelsysteem incl.verwarming7,0 (1,5)
4,25 (0,9)Motorolie - inclus
1,8 | Duratorq-TDdi/Duratorq-TDCi5,6 (1,2)Motorolie - inclus
3,75 (0,8)Motorolie - exclus
1,8 | Duratorq-TDdi/Duratorq-TDCi5,0 (1,1)Motorolie - exclus

REINIGEN VAN BUITENZIJDE AUTO

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Wanneer de auto tijdens het wassen in een autowasserette was wordt gezet, verwijder dan vas van de voorruit.

LET OP

Sommige wasinstallaties maken gebruik van water onder hoge druk. Hierdoor kunnen sommige onderdelen van uw auto worden beschadigd.
Verwijder de antenne voordat u een automatische wasstraat inrijdt.
Schakel de aanjager uit om te voorkomen dat deeltjes was zich in het luchtfilter vastzetten.

Wij raden aan uw auto met een spons en handwarm water en autoshampoo te wassen.

Koplampen reinigen

LET OP

Gebruik geen scherpe voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of chemische oplossingen om de koplampglazen te reinigen.
Veeg de koplampglazen niet schoon wanneer ze droog zijn.

Achterruit reinigen

LET OP

Gebruik geen scherpe voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of chemische oplossingen op de binnenzijde van de achterruit te reinigen.

Gebruik een schone, niet pluizende doek of een vochtige zeem om de binnenzijde van de achterruit te reinigen.

Chromen onderdelen reinigen

LET OP

Gebruik geen schuurmiddelen of chemische oplosmiddelen. Gebruik een zeepoplossing.

Onderhoud van de lak

LET OP

! Poets de auto niet in de felle zon.
! Voorkom dat polish op kunststof oppervlakken komt. Dit laat zich moeilijk verwijderen.
! Breng geen polish op de voor- en achterruit aan. Dit heeft een lawaaaiige werking van de ruitenwissers tot gevolg; bovendien kunnen de ruiten dan niet goed worden drooggeveegd.

Wij raden u aan de lak één- of tweemaal per jaar in de was te zetten.

REINIGEN VAN BINNENZIJDE AUTO

Veiligheidsgordels

WAARSCHUWINGEN

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 1

Gebruik voor het reinigen geen schurende middelen of nische oplosmiddelen.

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWINGEN - 2

Let er op dat geen vocht in het oprolmechanisme komt.

Reinig de veiligheidsgordels met een interieurreiniger of water met een zachte spons. Laat de veiligheidsgordels op een natuurlijke manier drogen. Gebruik geen haardroger o.i.d.

Instrumentenpaneelschermen, LCD-schermen, radioschermen

WAARSCHUWING

FORD Tourneo Connect (2008) - WAARSCHUWING - 1

Gebruik voor het reinigen geen schurende middelen of nische oplosmiddelen.

KLEINE LAKSCHADE REPAREREN

LET OP

Verwijder onmiddellijk ogenschijnlijk onschadelijke substanties van het lakwerk (bijvoorbeeld uitwerpselen van vogels, boomsappen, dode insecten, teervlekken, wegenzout en industriële neerslag).

Lakbeschadigingen door steenslag of kleine krasjes moeten zo spoedig mogelijk worden hersteld. Uw Ford dealer heeft een grote keuze aan producten. Lees en volg nauwkeurig de instructies van de fabrikant op.

ONDERHOUD VAN DE ACCU

De accu vraagt zeer weinig onderhoud. Uw Ford dealer zal in het kader van het normale onderhoudsschema regelmatig het vloeistofpeil in de accu controleren.

GEBRUIK VAN STARTKABELS

LET OP

Verbind alleen accu's met dezelfde nominale spanning met elkaar.

Gebruik altijd hulpstartkabels met geïsoleerde klemmen en een voldoende dikke kern.

Koppel de ontladen accu niet los van de elektrische installatie van de auto.

Hulpstartkabels aansluiten
A ① ② ① ② B E75524

Auto met de lege accuA

Auto met de hulpaccuB

Positieve hulpstartkabel1

Negatieve hulpstartkabel2

  1. Plaats de auto's zodanig dat ze elkaar niet raken.
  2. Zet het contact van beide auto's af en schakel alle stroomverbruikers uit.
  3. Verbind de pluspool (+) van auto A met de pluspool (+) van auto B (kabel 1).

  4. Verbind de min (-) pool van auto B met het motorblok of de motorsteun van auto A (kabel 2).

LET OP

! Sluit de kabel niet aan op de minpool (−) van de ontladen accu.

Zorg ervoor dat de hulpstartkabels niet met draaiende onderdelen van de motor in aanraking kunnen komen.

Motor starten

  1. Start de motor van auto B en laat deze met een matig hoog toerental draaien.
  2. Start de motor van auto A.
  3. Laat beide motoren minimaal drie minuten draaien alvorens de kabels los te koppelen.

LET OP

Schakel de koplampen tijdens het loskoppelen van de hulpstartkabels niet in. Door de spanningspiek kunnen de gloeilampen doorbranden.

Koppel de kabels in omgekeerde volgorde los.

ACCU VERVANGEN

Uitvoeringen met een benzinemotor

Wanneer de accu losgekoppeld is geweest, kan de motor gedurende 8 km nadat de accukabels weer zijn aangesloten een afwijkende draaikarakteristiek vertonen, omdat het motormanagementsysteem zichzelf aan de motor moet aanpassen.

ALGEMENE INFORMATIE

LET OP

Gebruik uitsluitend banden en velgen met de goedgekeurde maat. Het gebruik van andere maten kan schade aan de auto tot gevolg hebben en kan de typegoedkeuring ongeldig maken.

Wanneer u banden met een andere diameter laat monteren dan die van de in de fabriek gemonteerde banden, geeft de snelheidsmeter niet meer de juiste snelheid aan. Breng uw wagen naar uw dealer en laat het motor managementsysteem opnieuw programmeren.

Op de B-stijl bij het bestuurdersportier bevindt zich een plaatje met de bandenspanning.

Controleer de bandenspanning bij een temperatuur waarin u gaat rijden en wanneer de banden koud zijn.

EEN WIEL VERVANGEN

Wielslotmoeren

Na het overleggen van het certificaat met het referentienummer kunt u bij uw dealer een vervangings dopsleutel en vervangings slotmoeren verkrijgen.

Boordkrik

WAARSCHUWINGEN

De boordkrik waarmee uw auto wordt geleverd mag alleen worden gebruikt voor het wisselen van een wiel in noodsituaties.

⚠️ Controleer, voordat u de boordkrik gebruikt, of deze niet is beschadigd of vervormd en dat de schroefdraad is gesmeerd en vrij is van verontreinigingen.

U mag nooit iets tussen de krik en de grond of de krik en de auto plaatsen.

Het verdient aanbeveling een hydraulische garagekrik te gebruiken wanneer u bijv. de zomerbanden door winterbanden vervangt.

N.B.: Gebruik een krik met een minimum hefvermogen van 1,5 ton en een krikkop met een diameter van minimaal 80 mm (3,1 inch).

Transit Connect

Links stuur
FORD Tourneo Connect (2008) - Transit Connect - 1

Uw boordkrik en wielmoersleutel bevinden zich in een tas achter de bestuurdersstoel.

Uw boordkrik en wielmoersleutel bevinden zich in het linker zijpaneel in de laadruimte.

Kriksteunpunten

LET OP

Gebruik uitsluitend de aangegeven kriksteunpunten. Wanneer u andere punten gebruikt kan dit de carrosserie, de stuurinrichting, de wielophanging, de motor, het remsysteem of de brandstofleidingen beschadigen.

Tourneo Connect
FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

Alleen voor gebruik in noodsituatiesA
OnderhoudB
A E93302

Kleine pijlvormige markeringen op de dorpels A duiden de kriksteunpunten aan.

Reservewiel
FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 3

Steek het zeskantige uiteinde van de wielmoersleutel in de geleideboring om het reservewiel te laten zakken. Draai de wielmoersleutel linksom tot het wiel op de grond rust en de staalkabel geheel ontspannen is.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 4

Maak de eerste kabel los door de dop los te draaien en terug te schuiven. Draai de nippel aan het uiteinde van de kabel 90 graden.

Maak de tweede kabel los door de moer los te draaien.

Wiel verwijderen

WAARSCHUWINGEN

Parkeer uw auto dusdanig dat u, noch het verkeer hinder ondervindt of gevaar loopt.

Zet een gevarendriehoek neer.

WAARSCHUWINGEN

Zorg ervoor dat de auto met de wielen in de rechtuitstand op een stevige, vlakke ondergrond staat.

Zet het contact af en trek de handrem aan.

Schakel de eerste versnelling of de achteruit in wanneer uw wagen is uitgerust met een handgeschakelde versnellingsbak. Selecteer stand 'P' wanneer deze met een automatische transmissie is uitgerust.

Laat de inzittenden uitstappen.

Blokkeer het diagonaal tegenoverliggende wiel met een geschikt blok hout of een wielkeg.

Let erop dat bij richting gebonden banden de pijlen in de draairichting wijzen wanneer de auto vooruit rijdt. Wanneer een reservewiel moet worden gemonteerd waarvan de pijlen tegengesteld aan de draairichting wijzen, laat dan de band zo spoedig mogelijk door een deskundige in de juiste richting monteren.

Voer geen werkzaamheden uit onder een wagen die alleen wordt ondersteund door een krik.

LET OP

Leg lichtmetalen velgen niet met de buitenzijde op de grond, hierdoor wordt de lak beschadigd.

N.B.: Zorg ervoor dat de krik verticaal ten opzichte van het kriksteunpunt staat en dat de voet vlak op de grond staat.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

  1. Breng het beitelvormig deel op het uiteinde van de wielmoersleutel aan.

  2. Steek het platte uiteinde van de wielmoersleutel tussen de velg en het wieldeksel en verwijder voorzichtig de naafdop of het wieldeksel.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 2

  1. Breng de copsleutel voor de slotmoer aan.
  2. Draai de wielmoeren een slag los.
  3. Krik de wagen op tot de band vrij is van de grond.
  4. Verwijder de wielmoeren en het wiel.

Wiel aanbrengen

WAARSCHUWING

Gebruik uitsluitend banden en velgen met de goedgekeurde maat. Het gebruik van andere maten kan schade aan de auto tot gevolg hebben en kan de typegoedkeuring ongeldig maken. Zie Technische specificatie (bladzijde 131).

LET OP

! Bevestig lichtmetalen velgen niet met moeren die voor stalen velgen zijn bestemd.

N.B.: Zorg ervoor dat de contactvlakken tussen de velg en de naaf vrij zijn van vreemde voorwerpen.
N.B.: Zorg ervoor dat de conische zijde van de wielmoeren naar de velg is gekeerd.

  1. Breng het wiel aan.
  2. Draai de wielmoeren handvast aan.

FORD Tourneo Connect (2008) - LET OP - 1

  1. Breng de copsleutel voor de slotmoer aan.

graph TD A["1"] --> B["4"] C["3"] --> B["4"] D["5"] --> B["4"] E["2"] --> B["4"]

E75442

  1. Zet de wielmoeren in de aangegeven volgorde voorlopig vast.
  2. Laat de wagen zakken en verwijder de krik.
  3. Draai de wielmoeren in de aangegeven volgorde definitief vast.
  4. Druk de naafdop of het wieldeksel met de bal van uw hand vast.

WAARSCHUWING

Laat het aanhaalmoment van de wielmoeren en de bandenspanning zo spoedig mogelijk controleren.

N.B.: Wanneer het reservewiel een andere maat heeft of anders is geconstrueerd dan de overige wielen, laat deze dan zo spoedig mogelijk vervangen.

Wiel opbergen

LET OP

Hijs de reservewielhouder niet op zonder het wiel te hebben vastgezet. Wanneer geen wiel is aangebracht kan het ophijsmechanisme bij het laten zakken worden beschadigd.

VERZORGING VAN BANDEN

Als u een stoeprand moet oprijden, doe het dan zo langzaam mogelijk en rijd zo mogelijk haaks het trottoir op. Vermijd het rijden over hoge of scherpe obstakels. Laat de banden bij het parkeren niet langs trottoirbanden schuren.

Controleer het loopvlak van de banden regelmatig op beschadigingen, steentjes en onregelmatige slijtage. Ongelijkmatige bandenslijtage kan duiden op een verkeerde wieluitlijning.

Bandenspanning

De bandenspanning moet bij koude banden, voordat u een rit gaat maken, worden gecontroleerd. Voor het ruimtebesparende reservewiel moet de hoogste waarde voor uw auto/band-combinatie worden aangehouden.

Op de portierstijl aan bestuurderszijde bevindt zich een sticker met de aanbevolen bandenspanningen.

Links stuur
FORD Tourneo Connect (2008) - Bandenspanning - 1

! Controleer of u de velgen met de winterbanden met het correcte type wielmoeren hebt bevestigd.

Indien winterbanden zijn gemonteerd, controleer dan of de bandenspanning correct is. Zie

Technische specificatie (bladzijde 131).

Rijd niet harder dan 50 km/h (30 mph).
Rijd niet met sneeuwkettingen op een sneeuuvrij wegdek.
Monteer geen sneeuwkettingen op 205/55 R 16 banden.

LET OP

Wanneer uw auto is uitgerust met wieldeksels, verwijder deze dan voordat u sneeuwkettingen monteert.

N.B.: Het ABS blijft normaal werken.

Gebruik alleen sneeuwkettingen met kleine schakels.

Monteer alleen sneeuwkettingen op de voorwielen.

Aanhaalmoment wielmoeren

Nm (lb-ft)Wieltype
90 (66,4)Staal
120 (88,5)Lichtmetaal

Korte wielbasis

Bandenspanning

BandenmaatNormaal beladenMaximaal beladen
Variant AchterVoorAchterVoor
bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)
3,0 (44)2,3 (35)
3,4 (49)2,4 (35)

Lange wielbasis

Bandenspanning

BandenmaatNormaal beladenMaximaal beladen
Variant AchterVoorAchterVoor
bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)
3,4 (49)2,3 (36)
3,4 (49)2,5 (36)
3,4 (49)2,5 (36)

Tourneo Connect

Korte wielbasis

Bandenspanning

BandenmaatNormaal beladenMaximaal beladen
Variant AchterVoorAchterVoor
bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)
2,8 (41)2,2 (32)2
3,0 (44)2,2 (32)2
2,8 (41)2,2 (32)2
3,0 (44)2,2 (32)2
3,4 (49)2,4 (35)2
3,4 (49)2,4 (35)2

Lange wielbasis

Bandenspanning

BandenmaatNormaal beladenMaximaal beladen
Variant AchterVoorAchterVoor
bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)bar (lbf/in2)
3,4 (49)2,3 (33)2
3,4 (49)2,3 (33)2

VOERTUIGIDENTIFICA- TIEPLAATJE

A B FORD E D C

E85610

A Voertuig Identificatie Nummer
B Maximaal toelaatbare totaalgewicht
C Maximaal toelaatbaar treingewicht

Maximum voorasbelastingD

Maximum achterasbelastingE

Het Voertuig Identificatie Nummer en de maximum toelaatbare gewichten zijn vermeld op een plaatje aan slotzijde onderin de opening van het passagiersportier.

VOERTUIGIDENTIFI- CATIENUMMER (VIN)

FORD Tourneo Connect (2008) - VOERTUIGIDENTIFI- CATIENUMMER (VIN) - 1

Het voertuigidentificatienummer is ingeslagen in het vloerpaneel vóór de passagiersstoel voorin. Het is ook op de linkerzijde van het instrumentenpaneel vermeld.

Bepaalde wagens zijn uitgerust met een LAV-plaatje (lastafhankelijke remdrukregelklep) op de stijl van het linker achterportier, waarop de afstelgegevens van deze klep staan. Deze afstellingen mogen alleen door een deskundige worden uitgevoerd.

Afmetingen van de auto

Korte wielbasis

FORD Tourneo Connect (2008) - Afmetingen van de auto - 1

AfmetingenNr.Afmetingen in mm (inches)
min 90 (3,5)Bump
91,1 (3,6)Bevest
834 (32,8)Hart w
460 (18,1)Hart tr
920 (36,2)Buiten
FHart trekhaakkogel – hart 1e bevestigingspunt413,3 (16,3)
GHart trekhaakkogel – hart 2e bevestigingspunt566,3 (22,3)
Alle maten hebben betrekking op officieel door Ford goedgekeurde trekhaken en bevestigingsmaterialen.

Wagengewicht

Transit Connect

Korte wielbasis

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1,8 | Duratec (115 pk)62519701345625100
1,8 | Duratorq- TDdi (75 pk)62520251400625100
1,8 | Duratorq- TDdi (75 pk)82522301405825100
1,8 | Duratorq- TDCi (90 pk)62520351410625100
1,8 | Duratorq- TDCi (90 pk)82522401415825100

Lange wielbasis

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1007001380
1,8 | Duratorq- TDdi (75 pk)1008251435
1,8 | Duratorq- TDCi (90 pk)1009001440

Tourneo Connect

Korte wielbasis

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1006251420
1,8 | Duratorq- TDCi (90 pk)1006251485

Voor sommige landen geldt een hoger laadvermogen. Raadpleeg het VIN plaatje of het kentekenbewijs voor meer informatie.

Lange wielbasis

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1007001475:

Technische specificaties

MotorLaadver-mogen variantMax. toelaat-baar totaalgewichtRijklaar-gewichtLaadver-mogenToelaat-bare dakbelasting
1,8 l Duratorq- TDCi (90 pk)100800154023

Voor sommige landen geldt een hoger laadvermogen. Raadpleeg het VIN plaatje of het kentekenbewijs voor meer informatie.

ALGEMENE INFORMATIE

In dit hoofdstuk worden de functies en eigenschappen van de Bluetooth mobiele telefoon en Voice Control (spraakbesturingssysteem) beschreven.

In dit hoofdstuk worden de volgende varianten beschreven:

  • een mobiele telefoon met een telefoonhouder zonder Voice Control
  • een Bluetooth en Voice Control systeem met telefoonhouder
  • een Bluetooth en Voice Control systeem zonder telefoonhouder.

Het Bluetooth mobiele telefoongedeelte van het systeem zorgt voor de interactie tussen de audio-installatie of het navigatiesysteem en uw mobiele telefoon. Het zorgt ervoor dat u uw audio-installatie of het navigatiesysteem kunt gebruiken voor het ontvangen van telefoongesprekken zonder daarbij gebruik te maken van uw mobiele telefoon.

Het Voice Control systeem kan worden gebruikt voor:

• mobiele telefoongesprekken
- functies van de audio-installatie
- functies van de airconditioning.

N.B.: De mobiele telefoon schakelt na het afzetten van het contact schakelt niet onmiddellijk uit: de vertraging waarmee de voeding wordt uitgeschakeld is ingesteld op 10 minuten. U kunt deze periode instellen tussen 0 en 60 minuten. Afhankelijk van uw mobiele telefoon kunt u dit bewerkstelligen door een adres in uw telefoonboek op te slaan met de naam Timer en de gewenste vertraging als telefoonnummer.

Wanneer Bluetooth en Voice Control gedurende langere tijd bij stilstaande wagen worden gebruikt, laat dan de motor stationair draaien om te voorkomen dat de accu wordt ontladen.

SETUP TELEFOON

Aansluiting met behulp van een telefoonhouder

Uw telefoon moet in een telefoonhouder zijn geplaatst voordat hij kan worden gebruikt als handsfree of spraakgestuurde telefoon. De juiste telefoonhouder is bij uw dealer verkrijgbaar.

Uw telefoon in de telefoonhouder plaatsen

N.B.: Uw mobiele telefoon moet in een telefoonhouder zijn geplaatst om de telefoon verbinding met de telefoonhouder te kunnen laten maken.

Sluit uw telefoon op de telefoonhouder aan.

Telefoon

  1. Plaats de onderzijde van de telefoon in de aansluiting in de telefoonhouder.
    N.B.: Druk de telefoon zover mogelijk naar achteren in de telefoonhouder.
  2. Druk de telefoon naar beneden tot deze vastklikt.

E87688 1 2

N.B.: De verbinding met het systeem wordt op uw telefoon weergegeven.

Telefoonboek

Na het opstarten kan het twee minuten duren voordat u toegang tot het telefoonboek kunt krijgen.

Telefoonboekcategorieën

Afhankelijk van uw telefoonboekadres kunnen verschillende categorieën op de audio-installatie of het navigatiesysteem worden weergegeven.

Voorbeeld:

KantoorO
HuisH
FFax

N.B.: Adressen kunnen met of zonder toevoegingen worden weergegeven.

De categorie kan ook als icoon worden weergegeven:

FORD Tourneo Connect (2008) - Telefoonboekcategorieën - 1

Telefoon

FORD Tourneo Connect (2008) - Telefoonboekcategorieën - 2

Mobiel

FORD Tourneo Connect (2008) - Telefoonboekcategorieën - 3

Huis

FORD Tourneo Connect (2008) - Telefoonboekcategorieën - 4

Kantoor

FORD Tourneo Connect (2008) - Telefoonboekcategorieën - 5

Fax

Van een telefoon een actieve telefoon maken

Wanneer het systeem voor het eerst wordt gebruikt, zijn er nog geen telefoons gekoppeld met het systeem.

Na het aanzetten van het contact worden een telefoon in de telefoonhouder en een Bluetooth telefoon op verschillende wijze door het systeem herkend.

MobielM

Bluetooth telefoon

Nadat een Bluetooth telefoon met het systeem is gekoppeld, wordt deze de actieve telefoon. Raadpleeg voor meer informatie het menu van de telefoon.

In sommige gevallen moet de Bluetooth telefoon eerst worden geactiveerd door de betreffende voorkeuzetoets van de audio-installatie of het navigatiesysteem te drukken.

Wanneer het contact weer wordt aangezet, wordt de verbinding met de laatst actieve telefoon door het systeem hersteld.

Een andere Bluetooth telefoon koppelen

N.B.: Voordat een andere Bluetooth telefoon kan worden gekoppeld, moet de bestaande actieve Bluetooth telefoon worden uitgeschakeld.

Koppel een nieuwe Bluetooth telefoon zoals is beschreven onder 'Eisen voor een Bluetooth verbinding'.

Telefoons die in het systeem zijn opgeslagen zijn met behulp van de telefoonlijst op de audio-installatie of het navigatiesysteem toegankelijk.

N.B.: Wanneer zes (vijf Bluetooth telefoons voor systemen met een telefoonhouder) Bluetooth telefoons zijn gekoppeld, moet één hiervan vervallen om een nieuwe telefoon te kunnen koppelen.

Telefoon in telefoonhouder

Wanneer uw telefoon zich in de telefoonhouder bevindt, wordt deze niet automatisch de actieve telefoon.

Raadpleeg in dergelijke gevallen Van actieve telefoon veranderen in het betreffende hoofdstuk waarin het systeem waarmee uw wagen is uitgerust wordt beschreven.

SETUP BLUETOOTH

Voordat u uw telefoon kunt gebruiken moet deze worden gekoppeld aan het telefoonsysteem in de wagen.

Telefoons bedienen

Een telefoon kan in de auto worden aangesloten met behulp van een telefoonhouder of een Bluetooth verbinding.

Bij wagens met een telefoonhouder, kunnen maximaal vijf Bluetooth telefoons met het systeem in de auto worden gekoppeld.

Bij wagens zonder telefoonhouder, kunnen maximaal zes Bluetooth telefoons met het systeem in de auto worden gekoppeld.

N.B.: Wanneer met de telefoon die als de nieuwe actieve telefoon wordt geselecteerd een gesprek wordt gevoerd, wordt het gesprek doorgeschakeld naar de audio-installatie in de wagen.

N.B.: Zelfs wanneer uw telefoon aan een systeem in de wagen is gebonden, kan deze nog op de gebruikelijke wijze worden gebruikt.

Eisen voor een Bluetooth verbinding

Het volgende is vereist voordat met een Bluetooth telefoon een verbinding tot stand kan worden gebracht.

  1. De Bluetooth functie moet op de telefoon en op de audio-installatie zijn ingeschakeld. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van uw telefoon.
  2. De privé modus op de Bluetooth telefoon moet zijn geactiveerd.
  3. Zoek de audio-installatie op.
  4. Selecteer Ford Audio.
  5. Het Bluetooth PIN nummer 0000 moet via de toetsen op de telefoon worden ingevoerd.

N.B.: Wanneer het audio- of navigatiesysteem wordt uitgeschakeld, wordt een telefoongesprek verbroken. Wanneer de contactsleutel in de stand '0' wordt gezet, blijft de telefoonverbinding behouden.

Compatibiliteit van telefoontoestellen

LET OP

Omdat er geen algemene overeenkomst bestaat, kunnen fabrikanten van mobiele telefoons een groot aantal profielen in hun Bluetooth apparaten implementeren. Daardoor is het mogelijk dat een telefoon niet compatible met een handsfree systeem is, waardoor in sommige gevallen de prestaties van het systeem aanzienlijk worden beperkt. Om dit te voorkomen moeten alleen aanbevolen telefoons worden gebruikt. Neem voor meer informatie over de actuele lijst met geschikte telefoontoestellen contact op met uw dealer.

Telefoontoestellen met een Symbian bedieningssysteem

N.B.: Om via Bluetooth toegang tot het telefoonboek te kunnen krijgen moet voor bepaalde telefoons eerst een speciaal bestand worden geïnstalleerd. Dit bestand wordt een SIS bestand genoemd is via de Ford website beschikbaar. Raadpleeg uw dealer voor uitgebreide informatie.

BEDIENINGSELEMENTEN TELEFOON

Oproepen beeindigen of weigeren

Door op een van de diverse functietoetsen op de audio-installatie of het navigatiesysteem te drukken (bijvoorbeeld: AM/FM, CD/AUX) kunnen actieve gesprekken worden beëindigd of oproepen worden geweigerd.

Afstandsbediening

Uw auto kan zijn uitgerust met één van de diverse typen afstandsbedieningen:

Voice en mode toets

1 VOICE •VOL+ MODE SEEK •VOL- 2 E87661

Voice toets1

Mode toets2

Oproepen kunnen worden beantwoord door eenmaal op de MODE toets te drukken of worden beeindigd door er tweemaal op te drukken.

Voice en beantwoorden/weigeren toets

1 2 VOICE

E87662

Voice toets1

2 Beantwoorden/weigeren toets

Met de VOICE toets wordt de spraakbesturing in- of uitgeschakeld.

Bij wagens met een beantwoorden/weigeren toets kunnen telefoongesprekken worden beantwoord of geweigerd door op de juiste toets te drukken.

N.B.: Sommige audio-installaties hebben beantwoorden/weigeren toetsen op het front. Deze werken op dezelfde wijze.

Mode toets op het stuurwiel

+ M -

E87663

Alleen Mode toets

FORD Tourneo Connect (2008) - Alleen Mode toets - 1

Bij uitvoeringen zonder een VOICE toets wordt de MODE toets op de afstandsbediening gebruikt om de spraakbesturing in en uit te schakelen.

N.B.: Tijdens een oproep of een actief gesprek kunt u niet met de MODE toets de spraakbesturing activeren.

U kunt niet met de MODE toets de audio-installatie bedienen.

GEBRUIK MAKEN VAN DE TELEFOON - AUTO'S ZONDER NAVIGATIESYSTEEM

In dit hoofdstuk worden de telefoonfuncties van de audio-unit beschreven.

N.B.: Raadpleeg de handleiding van de audio-unit voor meer informatie over de bedieningsorganen.

Er moet een actieve telefoon aanwezig zijn.

Zelfs wanneer uw telefoon op de audio-unit is aangesloten, kan de telefoon op de gebruikelijke wijze worden gebruikt.

N.B.: U kunt het telefoonmenu verlaten door op de CD, AM/FM of AUX toets te drukken.

Bellen

Een nummer kiezen

U kunt toegang tot uw telefoonboekadres krijgen met hetzij de telefoon in de telefoonhouder of via Bluetooth. De namen en nummers verschijnen op het display van de audio-unit.

  1. Druk op de toets PHONE of de toets 'beantwoorden'.

  2. Druk op de MENU toets.

  3. Houd de MENU toets ingedrukt tot PHONEBOOK verschijnt.

  4. Druk op de zoektoetsen om het gewenste telefoonnummer te selecteren.

N.B.: Houd de zoektoets ingedrukt om naar de volgende letter van het alfabet te gaan.

  1. Druk op de toets PHONE of de toets 'beantwoorden' om het geselecteerde telefoonnummer te bellen.

Wanneer u over een audio-unit met een telefoontoetsenbord (toetsen 0-9, * en #) beschikt, dan kunt u ook direct kiezen door het nummer via het toetsenbord op het radiodisplay in te voeren en op de toets 'beantwoorden' te drukken:

  1. Druk op de toets 'beantwoorden'.
  2. Kies het nummer met het toetsenbord op de audio-unit.
  3. Druk op de toets 'beantwoorden'.

N.B.: Wanneer u bij het kiezen van een telefoonnummer een onjuist cijfer intoetst, druk dan op de toets 'neerwaarts zoeken' om het laatste cijfer te wissen. Wanneer de toets lang wordt ingedrukt, wordt de complete serie cijfers gewist.

Houd de 0 ingedrukt om een + in te toetsen.

Een gesprek beëindigen

Gesprekken kunnen worden beëindigd door hetzij:

  • op één van de volgende toetsen van de audio-unit te drukken:
    • op de MODE toets op de afstandsbediening drukken
    • op de toets 'weigeren' te drukken.

N.B.: Wanneer u over een audio-unit met een telefoontoetsenbord beschikt, kunt u een telefoongesprek alleen beëindigen door op de toets 'weigeren' te drukken.

Een nummer herhalen

  1. Druk op de toets PHONE of de toets 'beantwoorden'.
  2. Druk op de MENU toets.
  3. Selecteer de lijst CALL OUT of de lijst CALL IN.

N.B.: Wanneer de actieve telefoon niet over een lijst met laatst gekozen nummers beschikt, wordt het laatst gekozen nummer weergegeven.

  1. Druk op de zoektoets op de audiounit.

  2. Druk op de toets PHONE of de toets 'beantwoorden' om het gewenste telefoonnummer te bellen.

Laatst gekozen nummer opnieuw bellen

N.B.: Dit geldt alleen voor audio-units met een telefoontoetsenbord

  1. Druk op de toets 'beantwoorden'.
  2. Druk opnieuw op de toets 'beantwoorden' om het laatst gekozen nummer weer te geven.
  3. Druk voor de derde maal op de toets 'beantwoorden' om het nummer te bellen.

Een oproep ontvangen

Een oproep beantwoorden

Oproepen kunnen worden beantwoord door hetzij:

• op de PHONE toets te drukken
• op de MODE toets op de afstandsbediening drukken
- op de toets 'beantwoorden' te drukken

Een oproep weigeren

Oproepen kunnen worden geweigerd door hetzij:

• op de toets 'weigeren' te drukken
• op de CD toets te drukken
• op de AM/FM toets te drukken.

N.B.: Wanneer u over een audio-unit met een telefoontoetsenbord beschikt, kunt u een telefoongesprek alleen weigeren door op de toets 'weigeren' te drukken.

N.B.: U kunt geen oproep met behulp van de afstandsbediening weigeren.

Een tweede oproep beantwoorden

N.B.: De wachtfunctie op uw telefoon moet zijn geactiveerd.

Wanneer er tijdens een gesprek een tweede oproep binnenkomt, klinkt er een 'piep' en kunt u het actieve gesprek in de wachtstand plaatsen en de tweede oproep beantwoorden.

Een tweede oproep beantwoorden

Tweede oproepen kunnen worden beantwoord door hetzij:

  • op de toets 'beantwoorden' te drukken
    • op de MODE toets op de afstandsbediening drukken
    • op de PHONE toets te drukken

N.B.: Hierdoor wordt het actieve gesprek beëindigd.

Een tweede oproep weigeren

Tweede oproepen kunnen worden geweigerd door hetzij:

• op de toets 'weigeren' te drukken
• op de CD toets te drukken
• op de AM/FM toets te drukken.

N.B.: Wanneer u over een audio-unit met een telefoontoetsenbord beschikt, kunt u een telefoongesprek alleen weigeren door op de toets 'weigeren' te drukken.

Van actieve telefoon veranderen

N.B.: Voordat telefoons kunnen worden geactiveerd moeten ze aan het systeem worden gekoppeld.

Met behulp van de voorkeuzetoetsen

  1. Druk op de PHONE toets op de audio-unit.
  2. Druk op de gewenste voorkeuzetoets (gebruik voorkeuzetoetsen 1 - 6).

N.B.: Deze procedure geldt alleen voor audio-units met een telefoontoetsenbord.

Met behulp van het menu op de audio-unit

  1. Druk op de toets PHONE of de toets 'beantwoorden'.
  2. Druk op de MENU toets op de audio-unit.
  3. Selecteer de ACTIVE PHONE optie op de audio-unit.

  4. Rol met behulp van de zoektoetsen door de verschillende opgeslagen telefoons om de gekoppelde telefoons weer te geven.

  5. Druk op de MENU toets om de telefoon te selecteren die de actieve telefoon moet worden.

N.B.: Nadat een Bluetooth telefoon met het systeem is gekoppeld, wordt deze de actieve telefoon.

Gekoppelde telefoon ontkoppelen

Een gekoppelde telefoon kan op elk gewenst moment uit het systeem worden gewist, behalve wanneer met deze telefoon een gesprek wordt gevoerd.

  1. Druk op de toets PHONE of de toets 'beantwoorden'.
  2. Druk op de MENU toets op de audio-unit.
  3. Selecteer de optie DEBOND op de audio-unit.
  4. Rol met behulp van de zoektoetsen door de verschillende telefoons om de te ontkoppelen telefoon weer te geven.
  5. Druk op de MENU toets om de telefoon te selecteren die moet worden ontkoppeld.

GEBRUIK MAKEN VAN DE TELEFOON - AUTO'S MET TRAVEL PILOT EX

In dit hoofdstuk worden de telefoonfuncties van het TravelPilot EX navigatiesysteem beschreven.

N.B.: Raadpleeg de handleiding van uw TravelPilot EX navigatiesysteem voor meer informatie over de bedieningstoetsen.

Er moet een actieve telefoon aanwezig zijn.

Zelfs wanneer uw telefoon met het TravelPilot EX navigatiesysteem is gekoppeld, kan deze nog op de gebruikelijke wijze worden gebruikt.

Opbellen

Een nummer kiezen - telefoon in telefoonhouder

Wanneer u de telefoon in de telefoonhouder gebruikt, heeft u toegang tot het telefoonboek in uw mobiele telefoon. De namen en nummers verschijnen op het display van de TravelPilot EX.

  1. Druk op de PHONE toets op de audio-installatie.
  2. Maak gebruik van de TELEFOONBOEK optie in het menu.
  3. Kies het netnummer.
  4. Selecteer met de rechter draaiknop het gewenste telefoonnummer.

  5. Door op de INFO toets te drukken wordt meer informatie over het adres in het telefoonboek weergegeven.

  6. Druk op de rechter draaiknop.

Een nummer kiezen - telefoon met Bluetooth

Bij een Bluetooth telefoon kunnen de telefoonnummers met behulp van Voice Control worden gekozen, raadpleeg het hoofdstuk Voice Control.

Een gesprek beëindigen

Gesprekken kunnen worden beëindigd door hetzij:

• op de toets 'weigeren' te drukken
• op de MODE toets op de afstandsbediening drukken
• op de OFF toets op het navigatiesysteem te drukken
• op de rechter draaiknop te drukken.

Een nummer herhalen - telefoon in telefoonhouder

  1. Druk op de PHONE toets op de audio-installatie.
  2. Druk op de MENU toets.
  3. Selecteer de UITGAANDE GESPR. lijst, de INKOMENDE GESPR. lijst of OPNIEUW BEL.
  4. Druk op de PHONE toets op de audio-installatie om het gewenste telefoonnummer te kiezen.

Een nummer herhalen - telefoon met Bluetooth

  1. Druk op de PHONE toets op de audio-installatie.
  2. Druk op de MENU toets.
  3. Kies OPNIEUW BEL.
  4. Druk op de PHONE toets op de audio-installatie om het telefoonnummer te kiezen.

Een oproep beantwoorden Een oproep beantwoorden

Oproepen kunnen worden beantwoord door hetzij:

  • op de toets 'beantwoorden' te drukken
    • op de MODE toets op de afstandsbediening drukken
    • op de PHONE toets op de audio-installatie te drukken
  • met behulp van de AANNEMEN optie in het menu.

Een oproep weigeren

Oproepen kunnen worden geweigerd door hetzij:

• op de toets 'weigeren' te drukken
- op één van de volgende toetsen van de audio-installatie te drukken: CD, AM/FM
- met behulp van de AFWIJZEN optie in het menu.

N.B.: U kunt geen oproep met behulp van de MODE toets op de afstandsbediening weigeren.

Een tweede oproep beantwoorden

N.B.: De wachtfunctie op uw telefoon moet zijn geactiveerd.

Wanneer er tijdens een gesprek een tweede oproep binnenkomt, klinkt er een 'piep' en kunt u het actieve gesprek in de wachtstand plaatsen en de tweede oproep beantwoorden.

Een tweede oproep beantwoorden

Tweede oproepen kunnen worden beantwoord door hetzij:

  • op de toets 'beantwoorden' te drukken
  • op de MODE toets op de afstandsbediening drukken.
    • op de PHONE toets op de audio-installatie te drukken.
  • met behulp van de AANNEMEN optie in het menu.

N.B.: Hierdoor wordt het actieve gesprek beëindigd.

Een tweede oproep weigeren

Tweede oproepen kunnen worden geweigerd door hetzij:

• op de reject toets te drukken
- op één van de volgende toetsen op de audio-installatie te drukken: CD, AM/FM.

Van actieve telefoon veranderen

N.B.: Voordat telefoons kunnen worden geactiveerd moeten ze aan het systeem worden gekoppeld.

  1. Druk op de PHONE toets op de audio-installatie.
  2. Selecteer met behulp van de ACTIEVE TELEFOON optie in het menu met de voorkeuzetoetsen de actieve telefoon uit de lijst.

Gekoppelde telefoon ontkoppelen

Een gekoppelde telefoon kan op elk gewenst moment uit het systeem worden gewist, behalve wanneer met deze telefoon een gesprek wordt gevoerd.

  1. Druk op de PHONE toets op de audio-installatie.
  2. Selecteer de AFMELDEN optie in het menu.
  3. Selecteer de telefoon uit de lijst met behulp van de voorkeuzetoetsen.

N.B.: Nadat een Bluetooth telefoon met het systeem is gekoppeld, wordt deze de actieve telefoon.

In sommige gevallen moet de Bluetooth telefoon eerst worden geactiveerd door de betreffende voorkeuzetoets van de audio-installatie of het navigatiesysteem te drukken.

WERKING

Met spraakbesturing kunt u de audio-installatie bedienen zonder dat uw aandacht van de weg wordt afgeleid om bijvoorbeeld instellingen te veranderen of om reacties van het systeem te ontvangen.

Wanneer u bij geactiveerd systeem één van de gedefinieerde spraaklabels gebruikt, zet het spraakbesturingssysteem uw spraaklabel om in een bedieningssignaal voor de audio-installatie. Uw spraaklabels nemen de vorm van dialogen of commando's aan. U wordt door mededelingen of vragen door deze dialogen geleid.

Maak uzelf vertrouwd met de functies van de audio-installatie voordat u het spraakherkenningsysteem gaat gebruiken.

N.B.: Wanneer Bluetooth en spraakbesturing gedurende langere tijd bij stilstaande wagen worden gebruikt, laat dan de motor stationair draaien om te voorkomen dat de accu wordt ontladen.

Ondersteunde commando's

Met het spraakbesturingssysteem kunt u de volgende systemen in de wagen bedienen:

  • telefoon
  • radio
  • CD-speler

  • klimaatregeling

  • navigatiesysteem.

N.B.: Het spraakbesturingssysteem is een taalgevoelig systeem.

Wanneer u wenst dat het systeem in een andere taal werkt, raadpleeg dan uw dealer.

Reactie van het systeem

Wanneer u een gesproken commando geeft, antwoordt het systeem telkens met een piep wanneer het gereed is om door te gaan.

Probeer geen nieuwe commando's te geven voordat u de piep hebt gehoord. Het spraakbesturingssysteem herhaalt elk gesproken commando.

Wanneer u niet precies weet hoe u moet doorgaan, zeg dan "HELP" voor hulp of "CANCEL" wanneer u niet wilt doorgaan.

De "HELP" functie biedt u alleen een verzameling van de beschikbare commando's. Gedetailleerde uitleg over alle mogelijke gesproken commando's kunt u op de volgende bladzijden vinden.

Gesproken commando's

Alle commando's moeten op natuurlijke wijze worden uitgesproken, alsof u tot een passagier spreekt of een telefoongesprek voert. Uw stemvolume moet afhankelijk zijn van omgevingsgeluiden in of buiten de auto, maar schreeuw niet.

Spraaklabel

Het spraaklabel kan de telefoon, de audio-installatie en het navigatiesysteem ondersteunen door gebruik te maken van de "STORE NAME" functie (naam opslaan).

  • Sla maximaal 20 actieve spraaklabels per functie op.
  • De gemiddelde opnametijd per spraaklabel bedraagt ongeveer 2 tot 3 seconden.

Werking van het systeem

De volgorde en de inhoud van de spraaklabels zijn in de volgende lijst weergegeven. De tabel toont de volgorde van de spraaklabels van de gebruiker en de reacties van het systeem die voor iedere functie beschikbaar zijn.

<> duidt een nummer of opgeslagen spraaklabel aan, die door de gebruiker moet worden opgeslagen.

Short cuts

Er zijn een aantal gesproken woorden (short cuts) mogelijk, waarmee u enkele functies van de auto kunt regelen zonder het complete commandomenu te hoeven volgen. Dit zijn:

  • telefoon: "MOBILE NAME" 1 , "DIAL NUMBER", "DIAL NAME" en "REDIAL"
    • CD-speler: "DISC" en "TRACK"
  • klimaatregeling: "TEMPERATURE", "FAN", "AUTO MODE", "DEFROSTING/DEMISTING ON" en "DEFROSTING/DEMISTING OFF"
    • radio: "TUNE NAME"
  • navigatie: "ZOOM" en "ROUTE SETTING".

1) Alleen wanneer een mobiele telefoon met Bluetooth en spraaksturing (voice control) is aangesloten.

Communicatie met het systeem starten

Voordat u kunt beginnen met het systeem toe te spreken moet u voor iedere handeling eerst op de VOICE of de MODE toets drukken en wachten tot het systeem met een piep antwoordt.

+VOL+ VOICE MODE SEEK +VOL- VOICE ← +SEEK +VOL+ MODE VOL-

COMMANDO'S AUDIO-UNIT

CD-speler/ CD-wisselaar

Met behulp van Voice Control kunt u direct een CD of een nummer kiezen.

Overzicht

Het overzicht toont de beschikbare gesproken commando's voor het bedienen van uw CD-speler. De volgende lijsten bieden aanvullende informatie over het complete commandomenu.

E87665

a) Kan alleen worden gebruikt voor een CD-wisselaar.
b) Kan als short cut worden gebruikt.

CD

Wanneer u een CD-wisselaar hebt, kunt u het nummer van de CD kiezen

Systeem antwoordtGebruiker z
"CD""CD"1

Spraksturing

Systeem antwoordtGebruikel
2"DISC"a"DISC NUMBER PLEASE"
"DISC <nummer>""<een getal

a) Kan als short cut worden gebruikt.

Muzieknummer

U kunt ook direct een muzieknummer op de CD kiezen.

Systeem antwoordtGebruikel
"CD""CD"1
2"TRACK"a"TRACK NUMBER PLEASE"
"TRACK<nummer>"""

a) Kan als short cut worden gebruikt.

Radio

De gesproken commando's ondersteunen de radiofuncties en u kunt met Voice Control op radiostations afstemmen.

Overzicht

Het overzicht toont de beschikbare gesproken commando's voor de bediening van uw radio. De volgende lijsten bieden aanvullende informatie over het complete commandomenu.

a) Kan als short cut worden gebruikt.

Afstemfrequentie

Met deze functie kunt u met gesproken commando's afstemmen op radiostations.

Systeem antwoordtGebruiker z
"RADIO""RADIO"1
"FREQUENCY PLEASE""AM"2
"FREQUENCY PLEASE""FM"
"TUNE"""

Naam opslaan

Wanneer u op een radiostation hebt afgestemd, kunt u deze met een naam in het bestand opslaan.

Systeem antwoordtGebruiker z
"RADIO""RADIO"1
"STORE NAME""STORE NAME""NAME PLEASE"
"REPEAT NAME PLEASE""3
"STORING NAME""4"STORED"

Spraksturing

Afstemmen op naam

Met deze functie kunt u op een opgeslagen radiostation afstemmen.

Systeem antwoordtGebruikel
"RADIO""RADIO"1
2"TUNE NAME"a"NAME PLEASE"
"TUNE ""3

a) Kan als short cut worden gebruikt.

Naam wissen

Met deze functie kunt u een opgeslagen radiostation wissen

Systeem antwoordtGebruikel
"RADIO""RADIO"1
"NAME PLEASE""DELETE NA
"DELETE<naam>"""3"CONFIRM YES OR NO"
"DELETED""YES"4
"COMMAND CANCELLED""NO"

Bestand afspelen

Met deze functie kunt u het systeem alle opgeslagen radiostations laten opnoemen.

Systeem antwoordtGebruikel
"RADIO""RADIO"1
"PLAY" "PLAY DIF

Spraksturing

Bestand wissen

Met deze functie kunt u alle opgeslagen radiostations wissen.

Systeem antwoordtGebruiker z
"RADIO""RADIO"1
"DELETE DIRECTORY""DELETE DIF"CONFIRM YES OR NO"
"RADIO DIRECTORY DELETED""YES"3
"COMMAND CANCELLED""NO"

COMMANDO'S TELEFOON

Telefoon

Met uw telefoonsysteem kunt u een extra telefoonboek aanleggen. De opgeslagen nummers kunnen met behulp van Voice Control worden gekozen. Telefoonnummers, die met behulp van Voice Control zijn opgeslagen, worden in het systeem van de auto opgeslagen en niet in dat van uw telefoon.

Overzicht

Het onderstaande overzicht toont de beschikbare gesproken commando's voor het telefoonsysteem. De volgende lijsten bieden aanvullende informatie over het complete commandomenu.

a) Kan als short cut worden gebruikt.
b) Alleen mogelijk bij mobiele telefoons die met Bluetooth zijn aangesloten en voorzien zijn van Voice Control en opgeslagen spraaklabels.

Een telefoonboek aanleggen

Naam opslaan

Nieuwe spraaklabels kunnen worden opgeslagen met het commando "STORE NAME". Deze eigenschap kan worden gebruikt voor het kiezen van een nummer door de naam in plaats van het complete telefoonnummer uit te spreken.

Systeem antwoordtGebruikel
"PHONE""PHONE"1
"STORE NAME""STORE NAME"NAME PLEASE"
"REPEAT NAME PLEASE""
"STORING NAME""4"STORED"NUMBER PLEASE"
""

Spraksturing

Systeem antwoordtGebruiker z
"STORING NUMBER""STORE"6"<telefoonnummer>" "NUMBER STORED"

Naam wissen

Opgeslagen namen kunnen ook uit het bestand worden gewist.

Systeem antwoordtGebruiker z
"PHONE""PHONE"1
"NAME PLEASE""DELETE NAME"3"CONFIRM YES OR NO"
"DELETEDELETED""YES"4
"COMMAND CANCELLED""NO"

Bestand afspelen

Gebruik deze functie om het systeem alle opgeslagen namen en nummers te laten opnoemen.

Systeem antwoordtGebruiker z
"PHONE""PHONE"1
"PLAY DIRECTORY""PLAY DIREC"

Bestand wissen

Met deze functie kunt u alle ingevoerde gegevens in één keer wissen.

Spraksturing

Systeem antwoordtGebruikel
"PHONE""PHONE"1
"DELETE DIRECTORY""DELETE"CONFIRM YES OR NO"
"YES"3"PHONE DIRECTORYDELETED"
"COMMAND CANCELLED""NO"

Telefoonfuncties

Naam mobiele telefoon

Met deze functie kunt u met een spraaklabel toegang krijgen tot de in uw mobiele telefoon opgeslagen telefoonnummers.

Systeem antwoordtGebruikel
"PHONE""PHONE"1
2"MOBILE NAME"a, b"MOBILE NAME" "<telefoonaf-hankelijke dialoog>"

a) Kan als short cut worden gebruikt.

b) Alleen wanneer een mobiele telefoon met Bluetooth en Voice Control is aangesloten (afhankelijk van de mobiele telefoon).

Nummer kiezen

Nadat het spraaklabel is uitgesproken kunnen telefoonnummers worden gekozen.

Systeem antwoordtGebruikel
"PHONE""PHONE"1

Spraksturing

Systeem antwoordtGebruiker z
2"DIAL NUMBER"a"NUMBER PLEASE"
"<telefoonnummer>""<telefoonnur CONTINUE?"
"DIALLING""DIAL"4
"CORRECTION""<laatste deel van nummer herhalen>CONTINUE?"

a) Kan als short cut worden gebruikt.

Naam kiezen

Nadat het spraaklabel is uitgesproken kunnen telefoonnummers worden gekozen.

Systeem antwoordtGebruiker z
"PHONE""PHONE"1
2"DIAL NAME"a"NAME PLEASE"
"DIAL<naam>"""3"CONFIRM YES OR NO"
"DIALLING""YES"4
"COMMAND CANCELLED""NO"

a) Kan als short cut worden gebruikt.

Nummer herhalen

Deze functie maakt het mogelijk het laatst gekozen nummer te herhalen.

Systeem antwoordtGebruiker z
"PHONE""PHONE"1

Spraksturing

Systeem antwoordtGebruikel
2"REDIAL"a"REDIAL""CONFIRM YES OR NO"
"DIALLING""YES"3
"COMMAND CANCELLED""NO"

a) Kan als short cut worden gebruikt.

DTMF ('Tone' instelling)

Deze functie zet gesproken nummers om in DTMF tonen, bijvoorbeeld voor het op afstand bedienen van het antwoordapparaat bij u thuis.

N.B.: DTMF kan alleen worden gebruikt tijdens een telefoongesprek. Druk op de VOICE of de MODE toets en wacht op het teken van het systeem.

Systeem antwoordtGebruikel
"NUMBER PLEASE"1
2"<cijfers 1 tot en met 9, nul, hekje, sterretje>"

Hoofdinstellingen

Oproepen beantwoorden en weigeren

Oproepen kunnen met Voice Control worden beantwoord of geweigerd.

Systeem antwoordtGebruikel
"PHONE""PHONE"1
"ACCEPT CALLS""ACCEPT C,
"REJECT CALLS""REJECT CA

COMMANDO'S NAVIGATIESYSTEEM

Raadpleeg de afzonderlijke handleiding van het navigatiesysteem voor meer informatie over de commandomenu's.

Overzicht

Het overzicht toont de beschikbare gesproken commando's voor de bediening van het klimaatregelsysteem. De volgende lijsten bieden aanvullende informatie over het complete commandomenu.

COMMANDO'S KLIMAATREGELING

Klimaat

Met gesproken commando's voor de klimaatregeling kunnen het aanjagertoerental, de temperatuur en de modus worden ingesteld. Niet alle functies zijn in alle autotypen beschikbaar.

"CLIMATE"
"HELP"
"FAN"a
"DEFROSTING/DEMISTING ON"a
"DEFROSTING/DEMISTING OFF"a
"TEMPERATURE"a
"AUTO MODE"a

a) Kan als short cut worden gebruikt. Bij auto's met een Engelse taalmodule is de short cut "FAN" niet beschikbaar.

Aanjager

Met deze functie kunt u het aanjagertoerental instellen.

Spraksturing

Systeem antwoordtGebruikel
"CLIMATE""CLIMATE"1
2"FAN"a"FAN SPEED PLEASE"
3"FAN MINIMUM""MINIMUM"
"FANgetal>""
"FAN MAXIMUM""MAXIMUM"

a) Kan als short cut worden gebruikt. Bij auto's met een Engelse taalmodule is de short cut "FAN" niet beschikbaar.

Ontdooien/ontwasemen

Systeem antwoordtGebruikel
"CLIMATE""CLIMATE"1
2"DEFROSTING/DEMISTING ON"a"DEFROSTING/DEMISTING ON"
"DEFROSTING/DEMISTING OFF"a"DEFROSTING/DEMISTING OFF"

a) Kan als short cut worden gebruikt.

Temperatuur

Met deze functie kunt u de temperatuur instellen.

Systeem antwoordtGebruikel
"CLIMATE""CLIMATE"1
2"TEMPERATURE"a"TEMPERATURE PLEASE"
"TEMPERATURE MINIMUM""MINIV

Spraksturing

Systeem antwoordtGebruiker z
"<een getal tussen 15 en 29 °C met stappen van 0,5>" of "<een getal tussen 59 en 84 °F>""TEMPERATURE "
"TEMPERATURE MAXIMUM""MAXIML

a) Kan als short cut worden gebruikt.

Automatische modus

Systeem antwoordtGebruiker z
"CLIMATE""CLIMATE"1
2"AUTO MODE"a"AUTO MODE"

a) Kan als short cut worden gebruikt. Kan worden uitgeschakeld door een andere temperatuur of een ander aanjagertoerental in te stellen.

TYPEGOEDKEURINGEN

Afstandsbediening

N.B.: Het is raadzaam de afstandsbediening uitsluitend te gebruiken in landen die in de tabel zijn opgenomen.

Wanneer de typegoedkeuring van uw afstandsbediening wordt gecontroleerd, verwijs dan naar de volgende tabel.

Bijlagen

Type approval of the remote control
CountryOfficial test number
A B D DK E FFIN GB GR H I IRLIS L N NL P SCE 0499 1
AUS BR GBZ M TRSIEMENS 433,92 MHz5WK4 725/8686/8071
CHBAKOM 97.0946.K.P .
CYMCW 129/95 23/1997
CZCTU 1999 2R 712
IL272/3-1998
NZ
PL542/98
RC電波 88LP0012
SKTÚ R 119SR 1999 2
ZARef.No.: 3K43D/3R1B9/SPLS-RX9/98

Wanneer de typegoedkeuring van uw immobilisatiesysteem wordt gecontroleerd, verwijs dan naar de volgende tabel.

Type approvals of the engine immobilisation system
CountryOfficial test number
A B CH D DKE F FIN GB GRH HR I IRL ISL N NL P SCE0499 1
AUS HK J T TRSIEMENS 134.2 kHz IPATSS
CDNCAN 267 103 1914 ACAN 267 103 1915 A
CYMCW 129/95 11/2000
CZCTU 2000 3R 1102
IL172-2000
NZ
PL5WK4 8201 CLBT/C/180/2001 GP-CLBT5WK4 8711 CLBT/C/219/2001 GP-CLBT
RC電波 89LP0045電波 89LP0046
SKTú R 290SR 2000 3
USAFCC ID:M3N-IPATSU152
Type approvals of the engine immobilisation system
CountryOfficial test number
A B CH D DKE F FIN GB GRH HR I IRL ISL N NL P SCE0499 1
AUS HK J T TRSIEMENS 134.2 kHz IPATSS
CDNCAN 267 103 1914 ACAN 267 103 1915 A
CYMCW 129/95 11/2000
CZCTU 2000 3R 1102
IL172-2000
NZ
PL5WK4 8201 CLBT/C/180/2001 GP-CLBT5WK4 8711 CLBT/C/219/2001 GP-CLBT
RC電波 89LP0045電波 89LP0046
SKTú R 290SR 2000 3
USAFCC ID:M3N-IPATSU152

Bluetooth/spraakherken- ningssysteem - conformiteitsverklaring

Wij, de verantwoordelijke partij voor naleving van de wet, verklaren op eigen verantwoordelijkheid, dat het handset-integratiepakket RX-1C conform is aan de bepalingen gesteld in de volgende Richtlijn van de Raad: 1999/5/EC. Een kopie van de Conformiteitsverklaring kunt u vinden op:

www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity

Het woord, het merk en de logo's Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG Inc. en de Ford Motor Company mag dergelijke merktekens onder licentie gebruiken. Namen van andere producten en bedrijven kunnen handelsmerken of handelsnamen van de respectieve eigenaren zijn. Nokia Corporation Keilalahdentie 4, 02150 Espoo, Finland

A

Aandrijfregeling (traction control)....92 Werking....92

Aanhangers trekken....97

Aansluiting Auxiliary ingang (AUX IN) 80

Aansteker....75

Accessoires Zie: Onderdelen en accessoires......6

Accu van de auto....121

Accu vervangen....122 Uitvoeringen met een benzinemotor....122

Achterbank....71

Achterbank weer terugkantelen.....73

Complete achterbank naar voren kantelen....72

Een rugleuningdeel naar voren kantelen....72

Achterruitwissers en -sproeiers....36 Intervalwissen....36 Ruitensproeiers....36

Achterste zijruiten....51

Afstandsbediening programmeren Zie: Programmeren van de afstandsbediening......24

Airconditioning Zie: Klimaatregeling....58

Akoestische waarschuwingssignalen en -indicaties....56 Verlichting ingeschakeld....56

Alarm uitschakelen....33

Algemene informatie over radiofrequencies....24

Anti Blokkeer Systeem (ABS)

Zie: Remmen....90

Asbak....76

Seek (zoekfunctie)....34

Volume....34

Auto op vier wielen slepen....108 Alle uitvoeringen....108

Wagens met automatische transmissie....108

B

Bagagenetten....96

Banden Zie: Velgen en banden....123

Batterij van afstandsbediening Zie: Batterij van afstandsbediening vervangen......25

Batterij van afstandsbediening vervangen......25

Bedieningselementen telefoon....145

Afstandsbediening....145

Oproepen beëindigen of weigeren....145

Bekerhouders....77 Tafeltjes op de rugleuningen....77

Bergen van de auto....107

Bescherming van inzittenden.....20 Werking.....20

Bijlagen....167

Binnenspiegel....51

Brandstof en tanken....85 Technische specificatie....87

Brandstofkwaliteit......

Brandstofverbruik Zie: 87

Brandstofverbruik 87

Buitenspiegels....49

C

Een telefoonboek aanleggen......159

Hoofdinstellingen....163

Telefoon....158

Telefoonfuncties......161

Componenten van

veiligheidssysteem

inspecteren....101

Veiligheidsgordels....101

Contactslot....81

Contactsleutelstanden......81

Contactslot

Zie: Contactslot....81

Controle koelvloeistofpeil

Zie: Motorkoelvloeistof controleren....114

Controle oliepeil

Zie: Motorolie controleren......114

Controle vloeistofpeil koppeling en

remsysteem......115

Bijvullen....115

D

Dakrekken en bagagedragers.....95

Imperiaal....95

Dashboardkastje....77

De juiste zitpositie innemen......67

De motorkap openen en

sluiten....110

De motorkap openen......110

De motorkap sluiten....110

De motor starten....81

Algemene informatie......81

Dieselroetfilter (DPF)......83

Regeneratie....84

E

Een benzinemotor starten......81

Koude of warme motor....82

Stationair toerental na het starten....82

Verzopen motor....82

Een dieselmotor starten......83

Koude of warme motor....83

Een wiel vervangen......123

Boordkrik....123

Kriksteunpunten....124

Reservewiel....126

Wiel aanbrengen....128

Wiel opbergen....129

Wielslotmoeren....123

Wiel verwijderen....126

Een zekering vervangen......103

Eerstehulpset....99

Links stuur....99

Rechts stuur....99

Portierruit aan bestuurderszijde automatisch openen....49

Algemene informatie......62

Werkingsprincipe......63

Extra voedingsaansluitingen......76

Alle uitvoeringen....76

Gebruik maken van aandrijfregeling (traction control)....92

Gebruik maken van de parkeerhulp....93

Gebruik maken van de telefoon ..... Een oproep beantwoorden.....150

Een tweede oproep beantwoorden....151

Gekoppelde telefoon ontkoppelen....151

Opbellen....149

Van actieve telefoon veranderen.....151

Gebruik van sneeuwkettingen......130

Gebruik van startkabels....121 Hulpstartkabels aansluiten....121

Motor starten....122

Gebruik van veiligheidsgordels tijdens zwangerschap......23

Gebruik van winterbanden......130

Gecodeerde sleutels....31 Code wissen....31 Sleutels coderen....31

Gemaksfuncties....75

Gevarendriehoek....99

Gloeilampentabel....47

Gloeilampen vervangen....43 Achterlichtunits....45

Kentekenplaatverlichting......46

Koplampen....43

Leeslampen....47

Zijknipperlichten....44

Gloeilampen vervangen Zie: Gloeilampen vervangen......43

H

Handgeschakelde versnellingsbak......89 Achteruitversnelling inschakelen......89

Handmatige klimaatregeling......59 Airconditioning......61

Luchtrecirculatie....60

Snel verwarmen van het interieur.....60

Temperatuurregelknop....59

Toetsen voor luchtverdeling......59

Ventilatie....60

Ventilator....59

Voorruit ontdooien en ontwasemen....60

Handrem Zie: Parkeerrem....91

Hoofdsteunen....71 Hoofdsteun instellen....71 Hoofdsteun verwijderen....71

Hoogte van veiligheidsgordels afstellen....23

Veiligheidsgordel, achter......23

Veiligheidsgordel, voor......23

Hulpstartkabels Zie: Gebruik van startkabels......121

|

Immobilisatiesysteem inschakelen....32

Immobilisatiesysteem Zie: Motorstartblokkering......31

Immobilisatiesysteem uitschakelen....32

Infodisplays....57

Informatiecentrum Zie: Infodisplays....57

Inleiding....5

Inrijden....98

Banden....98

Motor....98

Remmen en koppeling....98

Instrumenten....52

Interieurverlichting......42

Leeslampen....42

ISOFIX verankeringspunten......17

Tourneo Connect......17

K

Katalysator....85

Parkeren....86

Rijden met een auto met katalysator....85

Kindersloten....19

Tourneo Connect....19

Kinderzitjes....13

Kinderzitjes voor verschillende gewichtsgroepen....13

Kleine lakschade repareren......120

Klimaatregeling....58

Werking....58

Klok....75

Versie 1....75

Versie 2....75

Koplamphoogte afstellen......40

Aanbevolen regelknopstanden......40

Alle uitvoeringen....40

Kort overzicht......7

L

Ladingsteunen

Zie: Dakrekken en bagagedragers....95

LAV-plaatje (lastafhankelijke

remdrukregelklep)....133

Luchtroosters

Zie: Ventilatieroosters....58

M

Meters....52

Brandstofmeter....53

Koelvloeistoftemperatuurmeter......52

Mistachterlichten....39

Motorkapslot

Zie: De motorkap openen en sluiten....110

Motorkoelvloeistof

controleren....114

Bijvullen....115

Koelvloeistofpeil controleren......114

Motorolie controleren....114

Bijvullen....114

Het oliepeil controleren....114

Motorstartblokkering......31

Werking....31

Motor uitschakelen......83

Auto's met turbocompressor......83

N

Onderbrekingsschakelaar

brandstoftoevoer......100

Uitvoeringen met een

benzinemotor....100

Onderdelen en accessoires......6

Onderhoud....109

Algemene informatie......109

Technische specificatie......117

Onderhoud van de accu......121

Opbergruimtes....77

Banden op de zonnekleppen....78

Opbergruimte bij de stoel....79

Opbergruimte boven de voorruit.....78

Opbergruimte voorin....77

Opbergvak op het dashboard......78

Portierbakken....78

Over deze handleiding......5

Overzicht motorruimte......

Overzicht van symbolen......5

Symbolen in dit instructieboekje......5

Symbolen op uw auto....5

P

Parkeerhulp

Zie: Gebruik maken van de parkeerhulp....93

Parkeerhulp....93

Werking....93

Parkeerrem....91

Handrem aantrekken....91

Handrem vrijzetten....91

Op een helling parkeren....91

Plaatsen zekeringenhouders.....102

Centrale zekeringenkast......102

Zekeringenkast in de motorcompartiment......102

Plaatsing van kinderzitjes......15

Programmeren van de afstandsbediening....24

R

Reinigen van binnenzijde

auto....120

Instrumentenpaneelschermen, LCD-schermen, radioschermen....120

Veiligheidsgordels....120

Reinigen van buitenzijde auto.....119

Achterruit reinigen....119

Chromen onderdelen reinigen......119

Koplampen reinigen......119

Onderhoud van de lak....119

Remmen....90

Werking....90

Richtingaanwijzers......42

Roetfilter (DPF)

Zie: Dieselroetfilter (DPF)......83

Rugleuningtafeltjes....79

Ruiten en spiegels....49

Ruitensproeiers

Zie: Ruitenwissers en ruitensproeiers....36

Ruitensproeiervloeistof controleren....116

Ruitenwisserbladen controleren....37

Ruitenwisserbladen vervangen......37

Ruitenwissers en ruitensproeiers....36

S

Setup Bluetooth....143

Compatibiliteit van telefoontoestellen....144

Eisen voor een Bluetooth verbinding....144

Telefoons bedienen....143

Setup telefoon....141

Aansluiting met behulp van een telefoonhouder....141

Een andere Bluetooth telefoon koppelen....143

Telefoonboek....142

Telefoonboekcategorieën......142

Uw telefoon in de telefoonhouder plaatsen....141

Van een telefoon een actieve telefoon maken....142

Sleeppunten....107

Sleepoog, achter....107

Sleepoog, voor......107

Tourneo Connect....107

Sleutels en afstandsbediening.....24

Sloten....26

Sneeuwkettingen

Zie: Gebruik van sneeuwkettingen..130

Specificatie-overzicht zekeringen......106

Centrale zekeringenkast......106

Zekeringenkast in de motorcompartiment....106

Spiegels

Zie: Ruiten en spiegels......49

Zie: Verwarmde ruiten en spiegels....59

Spraakgestuurd regelsysteem gebruiken......153

Werking van het systeem......153

Spraaksturing....152

Werking....152

Staat na een aanrijding......100

Standverwarming

Zie: Extra verwarming......62

Starten met hulpstartkabels

Zie: Gebruik van startkabels......121

Stoelen....67

Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren....116

Bijvullen....116

Stuurwiel afstellen....34

Stuurwiel....34

T

Tanken....86

Tankklep....86

Alle uitvoeringen....86

Tourneo Connect......86

Technische specificaties......134

Technische specificatie....134

Telefoon

Zie: Gebruik maken van de telefoon .....

Zie: Gebruik maken van de telefoon .....

Telefoon....141

Algemene informatie....141

Tips voor het rijden met ABS

Zie: Tips voor rijden met ABS......90

Tips voor het rijden......98

Tips voor rijden met ABS......90

Traction control

Zie: Gebruik maken van aandrijfregeling (traction control)....92

Transport....95

Algemene informatie....95

Trekken van een aanhanger......97

Bluetooth/spraakherkenningssysteem - conformiteitsverklaring......170

V

Veiligheidsgordels vastmaken.....22

Veiligheidsgordels achterin....22

Veiligheidsmaatregelen......85

Veiligheidsuitrusting voor kinderen....13

Velgen en banden......123

Algemene informatie......123

Technische specificatie....131

Ventilatie

Zie: Klimaatregeling....58

Ventilatieroosters....58

Vergrendelen en

ontgrendelen....26

Bevestiging van het vergrendelen en ontgrendelen....26

Centrale vergrendeling....26

De portieren openen....28

De portieren van binnenuit vergrendelen en ontgrendelen.....28

Dubbele vergrendeling....26

Portieren met de afstandsbediening vergrendelen en ontgrendelen.....27

Portieren met de sleutel dubbel vergrendelen....27

Portieren met de sleutel vergrendelen en ontgrendelen....27

Verlichtingsbediening....39

Verzorging van banden......129

Bandenspanning....129

Verzorging van de auto....119

Voertuigidentificatienummer (VIN)....133

Voertuig Identificatie Nummer (VIN)

Zie: Voertuigidentificatienummer (VIN)....133

Voertuigidentificatieplaatje......133

Voertuigidentificatie....133

Voorruitsproeiers....36

Voorruitwissers....36

Voorste mistlampen....39

Voorstoelen....67

Armsteun instellen....69

Hellingshoek van de rugleuning instellen....69

Lendensteun instellen....68

Passagiersstoel, voor, neerklappen....69

Stoelen naar voren en achteren schuiven....68

Stoelhoogte instellen....68

W

Waarschuwings- en indicatielampen....53

Controlelamp ABS....53

Controlelamp airbag....53

Indicator van onderhoudsinterval.....55

Multifunctionele controlelamp......55

Richtingaanwijzers....54

Wagen wassen

Zie: Reinigen van buitenzijde auto....119

Wassen

Zie: Reinigen van buitenzijde auto....119

Wegenkaartopbergvakken......79

Index

Winterbanden

Zie: Gebruik van winterbanden.....130

Z

Zekeringen....102

Zekeringlabels....104

Symbolen op het label met

zekeringen....104

Zitverhogers....14

Zitverhoger....14

Zitverhoger....15

FORD Tourneo Connect (2008) - Z - 1

FORD Tourneo Connect (2008) - Z - 2

FORD Tourneo Connect (2008) - Z - 3

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FORD

Model : Tourneo Connect (2008)

Categorie : Automobiel