PROFI-95IX - Forn M-SYSTEM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PROFI-95IX M-SYSTEM in PDF-formaat.
| Type product | Vrijstaand fornuis |
| Merk | M-System |
| Model | PROFI-95IX |
| Breedte | 90 cm |
| Diepte | 60 cm |
| Hoogte | 85 cm |
| Gewicht | 55 kg |
| Voeding | 230V ~ 50Hz |
| Totaal vermogen | 10,5 kW |
| Type kookplaat | Gaskookplaat met 5 branders |
| Type oven | Elektrische oven met grill |
| Oveninhoud | 70 L |
| Ovenfuncties | Convectie, grill, rotisserie, ontdooien |
| Energie-efficiëntieklasse | A |
| Reinigingssysteem | Emaille binnenkant, makkelijk te reinigen deur |
| Veiligheidsfuncties | Vlambeveiliging, kinderslot, automatische uitschakeling |
| Beschikbaarheid reserveonderdelen | Roosters, branders, thermostaten, deurglas |
| Repareerbaarheidsindex | 8,5/10 |
| Kleur | Roestvrij staal (IX) |
Veelgestelde vragen - PROFI-95IX M-SYSTEM
Gebruikersvragen over PROFI-95IX M-SYSTEM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PROFI-95IX - M-SYSTEM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PROFI-95IX van het merk M-SYSTEM.
GEBRUIKSAANWIJZING PROFI-95IX M-SYSTEM
Gebruiks-en Installatievoorschriften
MAXI OVEN COOKER
Gebruiks-en installatievoorschriften
Bladzijde 3
English
Mevrouw, Juffrouw, Mijnheer,
U heeft onlangs een van onze fornuizen aangekocht en wij danken u voor uw vertrouwen. Uw fornuis werd met de grootste zorg ontworpen, vervaardigd en getest met het oog op uw volkomen tevredenheid. Opdat u het optimaal zou kunnen gebruiken en de gewenste resultaten zou bereiken, bevelen wij aan deze GEBRUIKSHANDLEIDING aandachtig te lezen.
De instructies en wenken in deze handleiding zullen een doeltreffende hulp zijn om alle kwaliteiten van uw nieuwe toestel te ontdekken.
Dit fornuis mag enkel worden gebruikt voor het doel waartoe het werd ontworpen, met name de bereiding van eetwaren.
Alle ander gebruik dient als onjuist en gevaarlijk te worden beschouwd.
Wij wijzen elke aansprakelijkhid van de hand in geval van schade wegens onjuist, verkeerd of irrationnel gebruik van het toestel.
Lees de aanwijzingen met de grootste aandacht voordat u het apparaat installeert of gebruikt.
LET OP: Dit apparaat moet in overeenstemming met de geldende voorschriften geïnstalleerd worden in een continu geventileerd vertrek.
WAARSCHUWINGEN EN BELANGRIJKE RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN ELEKTRISCHE APPARATEN
Bij het gebruik van een elektrisch apparaat dient u enkele levensbelangrijke voorzorgsmaatregelen in acht te nemen.
In het bijzonder:
- raak het toestel nooit aan als uw handen of voeten vochtig zijn.
- gebruik het toestel nooit als u blootsvoets bent.
- vermijd dat kinderen of onbekwamen het toestel gebruiken zonder toezicht.
De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af bij schade veroorzaakt door onjuist, verkeerd of irrationeel gebruik.
EERSTE INGEBRUIKNEMING VAN DE OVEN
Het is aanbevolen de volgende instructies te volgen:
- Reinig de binnenzijde van de oven met een doek die u nat heeft gemaakt met water en een neutraal detergent. Droog grondig af.
- Monteer de laterale roosters in de oven zoals beschreven in het hoofdstuk "MONTEREN EN DEMONTEREN VAN DE ZIJPLATEN".
- Plaats de roosters en de druippan.
- Verwarm de lege oven op maximaal vermogen om alle vetsporen op de verwarming-selementen te verwijderen, zoals beschreven in het desbetreffende hoofdstuk.
BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE CORRECTE VERWERKING VAN HET PRODUCT IN OVEREENSTEMMING MET DE EUROPESE RICHTLIJN 2002/ 96/ EC.
Aan het einde van zijn nuttig leven mag het product niet samen met het gewone huishoudelijke afval worden verwerkt. Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht, of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huis-houdelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht.

- Controleer na het uitpakken of het toestel volledig en onbeschadigd is. Gebruik het niet bij twijfel, maar wend u tot een doorverkoper of roep er een vakkundig technicus bij.
- De verpakkingsonderdelen (plastic zakken, polystyreen, spijkers, sluits-trips, enz.) moeten buiten het bereik van kinderen worden gehouden, want zij vormen een potentiele bron van gevaar.
- Probeer mooit de technische kenmerken van het toestel te veranderen want dat kan gevaar inhouden.
- Ga nooit over tot onderhoud of reini- ging van het toestel zonder dat u het vooraf van het stroomnet heeft afge- koppeld.
- Als u beslist het toestel niet meer te gebruiken of als u uw oude toestel wil opruimen, is het aanbevolen het eerst onbruikbaar te maken op de manier die is bepaald door de geldende normen inzake gezondheids-en milieubescherming. Onderdelen die een gevaar voor kinderen kunnen betekenen, moeten onschadelijk worden gemaakt.
- Vermijd dat kinderen of onbekwamen het toestel gebruiken zonder toezicht.
- Controleer nadat u het komfoor heeft gebruikt of alle gasknoppen in de gesloten stand staan en draai de kraan van de toevoerleiding of gasfles dicht.
- Houd kinderen uit de buurt van het apparaat, vooral wanneer dit gebruikt wordt.
-
Tijdens en na het gebruik van de oven bereiken enkele elementen en delen van het fornuis zeer hoge temperaturen (bijvoorbeeld het glas van de ovendeur). Raak deze oververhitte de!en niet aan.
-
Verwijder de eventueel aanwezige beschermfolie van het komfoor voordat u met het installeren begint.
- Zet geen ontvlambare materialen in de oven of in het accessoirevak, want die zouden vlam kunnen vatten tijdens de werking van het apparaat.
- Controleer of de kabels van andere huishoudelijke apparaten in de buurt van het fornuis niet in aanlaking komen met de warme kookplaat of vast blijven zitten tussen de ovendeur.
- Bekleed de ovenwanden in geen geval met aluminiumfolie. Zet geen bakblikken of ovenschalen op de bodem van de oven.
- De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die te wijten is aan het oneigenlijke, foute of onverstandige gebruik van het toestel.
- De componenten van het fornuis kunnen gerecycleerd en dus opnieuw gebruikt worden. Voor verwerking ervan als afval gelden de normen die in het land waarin het apparaat gebruikt wordt, van kracht zijn. In geval van definitieve buitenbedrijfstelling moet de voedingskabel worden afgesneden.

Afb. 1.1
ALGEMENE KARAKTERISTIEKEN:
- Snelkookplaat (A) 1,00 kW
- Halfsnelle brander (SR) 1,75 kW
- Snelle brander (R) 3,00 kW
- Superbrander met driedubbele krans (TC) 3,50 kW
OPMERKING:
√ Elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van de gasbranders.
2 - KNOPPENBORD

KNOPPENBORD - Beschrijving van de bedieningsknoppen
- Elektronische klok/timer einde kooktijd
- Keuzeknop voor de bediening van de oven
- Temperatuurknop oven
- Bedieningsknop brander links voor
- Bedieningsknop brander links achter
- Bedieningshendel centrale brander (TC)
- Bedieningsknop brander rechts achter
- Bedieningsknop brander rechts voor
Controlelampje:
- Temperatuurcontrolelampje van de oven
3 - KOOKTAFEL BEDIENINGSVOOR-SCHRIFT
GEBRUIK VAN DE BRANDERS
De gastoevoer naar de brander wordt bediend door een knop (afb. 3.1).
Door de knop zo te draaien dat zijn aanwijzer wijst op de symbolen die om de knop heen op het paneel staan krijgt u de volgende standen:
- merkpunt ● : gesloten kraan
(uitgedoofde brander)
- merkpunt

(brander op maximum)
- merkpunt

rtraagd debiet
(brander op minimum)
- Om de gastoevoer te verminderen draait u de knop verder tegen de klok in, desgewenst tot het aanslagpunt, waar de aanwijzer van de knop op het symbool kleine vlam wijst.
- Gebruik de hoogste stand om vloeistof snel aan de kook te brengen en de laagste stand voor het voorzichtig opwarmen van voedsel en om vloeistof aan de kook te houden.
- Zet de bedieningsknop altijd op een stand tussen de hoogste en de laagste stand, en nooit tussen de hoogste en de gesloten stand.
Controleer na het koken altijd of u de bedieningsknop naar de gesloten stand heeft teruggedraaid.
Wanneer u het komfoor niet gebruikt is het verstandig om de kraan op de gastoevoer dicht te draaien.
Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet.
Houd kinderen uit de buurt van het komfoor.
ELEKTRISCHE ONTSTEKING
Om de branders aan te steken:
1 - Om een brander te ontsteken moet u de bijbehorende bedieningsknop indrukken en naar de hoogste stand (grote vlam draaien; houd de bedieningsknop ingedrukt totdat de brander aan is. (Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er een vlam bij te houden).
2 – Regel de gaskraan op de gewenste stand.

De positie van de branders staat aangeduid op het bedieningsbord. Het symbool met verschillende kleur of grafisme duidt de brander aan die bediend wordt door de kraan die zich er net onder bevindt.
De brander dient gekozen te worden in funktie van de diameter en de inhoud van de gebruikte kookpan.
Ter inlichting: de branders en kookpannen moeten volgens de hiernavolgende aanduidingen gebruikt te worden:
BRANDERS DIAMETER KOOKPANNEN
| Hulpbrander 12 - 14 cm |
| Half-snelle 16 - 24 cm |
| Snelle 24 - 26 cm |
| Driedubbele kroon 26 - 28 cm |
| Wok max 36 cm |
| Gebruik geen pannen met een holle of bolle bodem |
Het is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermogen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blijft steeds dezelfde tegenover het volume en de oppervlakte van de braadpan.

Zet het speciale wokrooster op het rooster van de brander met driedubbele krans.
LET OP:
- Het gebruik van een wok zonder het speciale onderstel kan de werking van de brander zwaar storen.
- Zet geen pan met een platte bodem op het speciale onderstel.


4 - PLURIFUNKTIONELE OVENS 4 FUNKTIES
Opgelet : Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houdt de jonge kinderen op afstand.
ALGEMENE KENMERKEN
De aangegeven modellen zijn multifunktionele ovens. Zoals de naam al aangeeft, zijn deze ovens uitgevoerd met 4 speciale funkties.
Deze funkties voldoen aan al uw kookwensen.
De 4 functies met temperatuurregeling maken gebruik van 3 verwarmingselementen, in het bijzonder:
– Onderste verwarmingselement 1725 W
– Bovenste verwarmingselement 1725 W
- Grillelement
OPMERKING:
Alvorens de oven voor de eerste keer te gebruiken, de oven leeg aanzetten. Stel de hoogste stand in en zet de temperatuurknop op 225°C.
Laat de oven gedurende een uur in functie aanstaan en daarna nog 15 minuten in functie.
Hierdoor worden eventuele vetresten van de verwarmingselomenten verwijderd.
WAARSCHUWING:
De deur is heet. Gebruik het handvat.
WERKINGSPRINCIPE
Het opwarmen en koken met de MULTI-FUNKTIE oven gebeurt als volgt:
a. automatische convectie
De warmte wordt geproduceerd door het boven- en onderelement.
b. hete lucht
De warmte geproduceerd door het onder- en bovenelement wordt door de ventilator gelijkmatig door de oven verdeeld.
c. straling
De warmte wordt geproduceerd door het infrarood grillelement.
d. straling en ventilatie
De stralingswarmte van de infrarood grill wordt m.b.v. de ventilator gelijkmatig door de oven verdeeld. 2500 W
e. ventilatie
Het voedsel wordt zonder verwarming door de ventilator ontdooid.
Afb. 4.1 Afb. 4.2

THERMOSTAAT (Afb. 4.2)
De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funkte te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen.
De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het knoppenbord.
BAKSTANDENSCHAKELAAR (Afb. 4.1)
Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen.

VERLICHTING
Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje (15 W) op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld.

TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE
Werking van de onder- en bovenweerstand.
De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 50° tot 225 °C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen.
Aangeraden Gebruik:
Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden.
Vb: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue).

KOKEN MET GEDWONGEN CONVECTIE
Werking van de onder- en bovenweerstand en van de turbine.
De boven-en onderwarmte wordt in de oven verdeeld door semi gedwongen convectie.
De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 225 °C met de thermostaatknop.
Aangeraden Gebruik:
Voor grote hoeveelheden en grotere volumes die gelijkmatig moeten gebakken of gebra- den worden.
Vb.: roulades, kalkoen, lamsbout, taart, enz.

ONTDOOIEN VAN BEVROREN LEV ENSMIDDELEN
Alleen de ventilator is in werking. Stel de thermostaat in op stand “●”.
Aangeraden Gebruik:
Het snel ontdooien van bevroren levensmiddelen; 1 kg. heeft ± 1 uur nodig om te ont-dooien.
Ontdooitijden variëren afhankelijk van de hoeveelheid en de soort te ontdooien levensmiddelen.

KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL
Werking van de infra-roodgrillweerstand en de turbine.
De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator verdeelt de warmte over de ganse oven. De temperatuur moet d.m.v. de thermostaatknop worden geregeld op een stand tussen 50° en 175° (voor maximaal 30 minuten).
De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.
Attentie: Voor gebruik moet de deut-van de oven gesloten zijn.
Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.
Houd kinderen weg van de oven.
Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk "ROOSTEREN EN GRATINEREN".
Aangeraden Gebruik:
Voor het roosteren van gerechten waarvan de buitenkant gebruind moet worden om het vleessap binnenin te behouden. Vb: kalfsbiefstuk, entre-côte, hamburger, enz.

ROOSTEREN MET DE GRILL
Werking van de elektrische weerstand met infra-roodstraling.
Met de ovendeur dicht gebruiken en met de thermostaatknop op een stand tussen 50° en 200°C.
De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.
Opgelet : tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houdt de jonge kinderen op afstand.
Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk "Gebruik van de grill"
Aangeraden Gebruik:
Traditioneel roosteren met de grill, braden, bruinen, gratineren, roosteren, enz.
KOOKWENKEN
STERILISEREN
Het steriliseren van levensmiddelen in bokalen gebeurt als volgt (volle bokalen, hermetisch gesloten):
a. de schakelaar op stand plaatsen;
b. de thermostaatknop op stand 175 °C plaatsen en de oven voorverwarmen;
c. de druipplaat met warm water vullen;
d. de bokalen op de druipplaat zetten en erop letten dat ze elkaar niet raken; de deksels bevochtigen met water; de ovendeur sluiten en de thermostaat-knop op stand 125 °C plaatsen.
Wanneer het steriliseren begint, t.w. wanneer er luchtbellen in de bokalen gevormd wor den, de oven uitschakelen en laten afkoelen.
VERBETEREN
De schakelaar op stand plaatsen en de thermostaatknop op stand 150 °C. Brood wordt weer knappend vers als men het ongeveer 10 minuten in de oven plaatst nadat het lichtjes bevochtigd werd.
Door de bakstandenschakelaar op stand te zetten, is het mogelijk dat u verschillende gerechten gelijktijdig in de hete lucht oven bereidt.
Vis, cake en vlees kan gelijktijdig bereid worden zonder dat de smaken en geuren zich met elkaar vermengen.
U dient slechts enkele voorzorgsmaatregelen in acht te nemen:
- de kooktemperaturen moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen met een verschil van maximum 20° tot 25 °C tussen de extreem vereiste temperaturen voor de verschillende gerechten;
- de gerechten zullen op verschillende tijdstippen in de oven geplaat worden, rekening houdend met de verschillende kookduur.
Het resultaat van deze kookwijze is een evidente energie en tijdbesparing.
BRADEN
Om op de klassieke manier te braden (gaar gebakken) volstaat het volgende punten in acht te nemen:
- de oventemperatuurinstellen tussen 180° en 200 °C.
- de hoeveelheid en de kwaliteit van het vlees.
KOKEN MET DE GRILL
De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.
Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.
Het gerecht op het ovenroosterplaatsen dat zo hoog mogelijk in de oven wordt geschoven.
Breng de ovenschaal onder de grill aan, om het vet en de sappen op te vangen.
Attentie: Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.
De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.
Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.
Houd kinderen weg van de oven.
ROOSTEREN EN GRATINEREN
Met de schakelaar op stand 📧 kan het roosteren zonder braadspit gbeuren, daar delucht volledig rond de gerechten verspreid wordt. De thermostaatknop op stand 175°C plaatsen en na voorverwarming van de oven de gerechten op het rooster plaatsen, de ovendeur sluiten en de oven laten verder verwarmen tot het roosteren voleindigd is.
Voor het eind van de kooktijd enkele boterkrulletjes toevoegen om het mooie gravneffekt te bekomen.
De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.
Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.
Houd kinderen weg van de oven.
KOKEN MET DE OVEN
De oven voorverwarmen op de gewens- te temperatuur.
Wanneer de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft, het gerecht in de oven plaatsen en de kooktijd nakijken.
De oven 5 min. voor het eind van de kooktijd uitschakelen om de in de oven opgestapelde warmte te benutten.
Ter informatie geven we in volgende tabel enkele gerechten met hun bereidingstemperauren in °C.
Tijd en temperatuur schommelen afhankelijk van de hoeveelheid en de grootte van de stukken.
Rijst in de oven 150°
Konijnepastei 175°
Kaassoufflé 175°
Rundsvlees met uitjes 175°
Macaronikrans 175°
Vier-vierde gebak 175°
Karamelvla 175°
Gevulde tomaten 200°
Pizza 200°
Zeebrasem met uitjes 200°
Forel met amandelen 200°
Wijting in de oven 200°
Eend 200°
Aardappelen in de oven 200°
Appeltaart 200°
Soezendeeg 200°
Geroosterde paprika's 200°
Kalfskotelet 200°
Varkenskotelet 200°
Lamskotelet 225°
Kalfsgebraad 225°
Kippegebraad 225°
Appelen in de oven 225°
Eieren in vuurvaste schoteltjes 225°
Omelet 225°
Rundsgebraad 225°
Lamsbout 225°
Lamsschouder 225°
Gegratineerde macaroni 225°
De elektronische programmakiezer is een apparaat met de volgende functies.:
- 24-uren klok met verlicht display
- Timing van het koken in de oven met automatische uitschakeling (max. 99 minuten).
ELEKTRONISCHE KLOK
Onmiddellijk na de aansluiting van de oven of na een stroomonderbreking, knipperen er drie nullen op de programmakiezer.
Om het uur in te stellen, drukt u op de knop ☺ en daarna binnen 7 seconden op de knoppen + of - tot het juiste uur is ingesteld.
Een stroomonderbreking zet de klok opnieuw op nul.
Opgelet: Wanneer het display van de programmakiezer drie knipperende nullen visualiseert, kan de oven niet aangeschakeld worden.
De oven kan aangeschakeld worden wanneer het symbool wordt gevisualiseerd op het display.
INSTELLING VAN DE FREQUENTIE VAN HET ALARMSIGNAAL
U kunt kiezen uit drie mogelijkheden van geluid die u selecteert door de knop ⏻ in te drukken.

Afb. 5.1
KOKEN MET AUTOMATISCHE UITSCHAKELING
Het doel van deze functie bestaat erin het koken automatisch te stoppen na een vooringestelde tijd, voor een maximum tijd van 99 minuten.
Om de kooktijd in te stellen, de drukknop + of indrukken tot de gewenste tijd wordt gevisualiseerd op het display.
Het symbool AUTO zal gevisualiseerd worden op het display. Dan kunt u de knop van de oventhermostaat bijregelen volgens de gevraagde temperatuur. De oven zal onmiddellijk beginnen werken en dit gedurende de vooringestelde tijd. Het display visualiseert het aftellen. De tijd van de klok kan gevisualiseerd worden door de drukknop in te drukken.
Wanneer de tijd verstreken is, zal de oven automatisch uitgeschakeld worden, het symbool AUTO zal uitgaan en een intermitterend belsignaal zal starten gedurende 7 minuten; het belsignaal kan gestopt worden door de drukknop in te drukken.
Belangrijk: Voordat het belsignaal gestopt wordt, de oven manueel uitschakelen.
Om op gelijk welk ogenblik het kookprogramma te wissen, de drukknoppen en samen indrukken en de drukknop eerst loslaten.
ELEKTRONISCH ALARM
De programmakiezer kan gebruikt worden als een alarm gedurende een maximum tijd van 99 minuten. Om het alarm in te stellen, de drukknop + of - indrukken tot de gewenste tijd gevisualiseerd wordt op het display. Wanneer de tijd verstreken is, zal een intermitterend belsignaal starten gedurende 7 minuten; dit signaal kan gestopt worden door de drukknop in te drukken.
Opgelet: Indien de ovenknop op aan werd gezet wanneer het belsignaal start, zal deze automatisch uitgeschakeld worden. Om de oven verder te laten werken moet het belsignaal gestopt worden door de drukknop in te drukken.
Geen machine met stoomstralen gebruiken want het vocht zou in het apparaat kunnen binnendringen en het gebruik ervan gevaarlijk maken.
Let op
Het apparaat kan zeer heet worden, vooral rondom de kookzones. Daarom is het belangrijk dat kinderen niet alleen in de keuken worden gelaten wanneer het apparaat in werking is.
De geëmai/leerde delen mogen enkel schoongemaakt worden met een spons en zeep of andere niet schurende middelen. Bij voorkeur met een zeemvel droogwrijven.
Alkalische of zure vlekken (citroensap, azijn, enz...) moeten onmiddellijk verwijderd worden.
Ook het gebruik van chloor- of zuurhoudende producten dient vermeden te worden.
ROESTVRIJSTALEN DELEN
Schoonmaken met een speciaal - in de handel verkrijgbaar - middel.
Afdrogen met een zachte doek, liefst met een zeem.
Opmerking: Bij een ononderbroken gebruik kan de voortdurend hoge temperatuur verkleuringen om de branders veroorzaken.
VERVANGEN VAN HET OVENLAMPJE
Haal de stekker van het aansluitsnoer uit het stopcontact.
Draai het lampje los en vervang het door een lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300°C), spanning 230 V (50 Hz), 15 W, E14.
OPMERKING: De vervanging van de lamp valt buiten de garantie.
GASKRANEN
De gaskranen moeten periodiek gesmeerd worden; dit mag uitsluitend worden gedaan door gespecialiseerd personeel.
Wend u tot de Servicedienst als de gaskranen niet goed werken.
BRANDERS EN ROOSTERS
Deze kunnen van het komfoor afgenomen worden en in een sopje gewassen worden
Na het schoonmaken moet u de branders goed afdrogen en zorgvuldig op hun plaats terugzetten.
Het is zeer belangrijk dat u de vlamver- deler en de kap van de branders goed op hun plaats teruggezet. De brander kan niet goed werken als deze onderde- len verkeerd geplaatst zijn.

DE BRANDERS CORRECT PLAATSEN
Het is zeer belangrijk dat u de vlamver- deler F en de kap C van de branders goed op hun plaats teruggezet (Afb. 6.1- 6.2. De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerd geplaatst zijn.
Bij toestellen met elektrische ontsteking moet er worden gecontroleerd of de elektrode "S" (Afb. 6.1) schoon is, zodat deze goed kan vonken.
Opmerking: De elektrische ontsteking kan defect raken als deze wordt gebruikt wanneer de branders zijn verwijderd.

BRANDER MET DRIEDUBBELE KRANS
De brander moet geplaatst worden zoals in afb. 6.5 is aangegeven.
De ribben van de brander moeten in de uitsparingen steken zoals is aangeduid met de pijlen.
Als de brander goed geplaatst is kan hij niet draaien (afb. 6.4).
Zet de kap A en de ring B op hun plaats (afb. 6.4 - 6.5).

De binnenruit kan gemakkelijk uitgenomen worden bij onderhoud. Hiervoor de 4 hechtingsschroeven losdraaien (afb. 6.6)
SCHOTELWARMHOUDRUIMTE
De schotelwarmhoudruimte is toegankelijk door het opklapbare paneel te openen (afb. 6.7).
Zet geen ontvlambare materialen in de accessoirevak, want die zouden vlam kunnen vatten tijdens de werking van het apparaat.


Voor de schoonmaak de rekken aan de zijkanten van de oventuimte uitnemen en deze terugmonteren als u klaar bent. Wanneer de oven nog lauw is, de binnenwanden afwassen met een doek die in heet water met zeep of een ander geschikt product gedrenkt is.
De bodem van de oven, de zijdelingse rekken, de druipschaal en het rooster zijn uit te nemen en in de gootsteen te wassen.
MONTEREN EN DEMONTEREN VAN DE ZIJPLATEN
- Bevestig de uitneembare zijplaten aan de gaten van de zijwanden in de oven (Afb. 6.8)
- Schuif de vetvanger en het rooster in het midden in de richels van de uitneembare zijplaten (Afb. 6.9).
- Het demonteren geschiedt in omgekeerde volgorde.
BODEMPLAAT
De bodemplaat F (afb. 6.8) kan eenvoudig worden verwijderd voor een vlottere reiniging.
Plaats ze vervolgens correct terug op de ovenbodem.
Let erop dat de druipplaat L niet wordt verwisseld met de bodemplaat F (afb. 6.11).
OVENPLAAT
De ovenplaat L moet correct op de steunen geplaatst worden (afb. 6.10) en daarna over de zijgeleiders geschoven worden (afb. 6.11).

DEMONTAGE VAN DE OVENDEUR
De ovendeur kan eenvoudig worden gedemonteerd op de volgende wijze:
- De ovendeur volledig openen (afb. 6.12A).
- De vastzetring inhaken in de pen van de linker- en rechterschamier (afb. 6.12B).
- Neem de deur vast zoals getoond in afb. 6.12.
- De deur een klein beetje openen, loshaken en de onderste pen van de scharnieren uit hun behuizing halen (afb. 6.12C).
- Ook de bovenste pen van de scharniere-n uit haar behuizing halen (afb. 6.12D).
- Leg de deur op een zacht oppervlak.
- Ga in omgekeerde volgorde te werk om de deur opnieuw te monteren.

Aanwijzingen voor de installateur
IMPORTANT
- De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.
- Indien het apparaat wordt aangesloten op het elektriciteitsnet via een stopcontact in de muur achter het apparaat, mag het stopcontact zich hoogstens 18 cm boven de vloer bevinden.
- Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie.
U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt.
INSTALLATIE
Dit toestel behoort tot beschermingsklasse "2/1" tegen de oververhitting van aangrenzende oppervakken.
Tussen het toestel en de muur of kast ernaast moet minstens 50 mm afstand bewaard worden (Afb. 7.1).
De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 90 °C boven de omgevingstemperatuur.
Het fornuis mag geïnstalleerd worden in een keuken, in een eetkeuken of in een eenkamerwoning met kookhoek, maar niet in een vertrek met een badkuip of douche.
De afstand tussen het fornuis en een wand (muur kast) aan de zijkant die hoger is dan het fornuis, moet minstens 500 mm bedragen.
Indien het gasfornuis op een sokkel geplaatst is, moet men de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat het toestel van de sokkel glijdt.
Het fornuis moet overeenkomstig Afb. 7.1 geïnstalleerd worden.
Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen).

ACHTERSCHERM
Assembleer het achterscherm "C" (afb. 7.2) alvorens het fornuis te installeren.
- Het achterscherm "C" vindt u in de verpakking achter het fornuis.
- verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterscherm assembleert.
- Verwijder de twee afstandsringen "A" en de schroef "B" van de achterkant van de kookplaat.
- Assembleer het achterscherm zoals aangegeven in afbeelding 7.2 en bevestig het door de schroef "B" en de afstandsringen "A" vast te draaien.

Afb. 7.2
DE VERSTELBARE VOETEN MONTEREN
De verstelbare voeten moeten aan de onderkant van het fornuis worden gemonteerd voordat het fornuis in gebruik wordt genomen.
Leg het fornuis met zijn achterkant op een stuk piepschuim van de verpakking, zodat de onderkant toegankelijk is en de voeten gemonteerd kunnen worden.

De 4 poten goed in hun basissupport vastdraaien zoals getoond wordt op figuur 7.4.

Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare voeten schade oplopen tijdens deze manœuvre (afb. 7.5).
WAARSCHUWING
Pas op: til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 7.6).
WAARSCHUWING
SLEEP het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 7.7).
Til het fornuis zo ver op dat zijn voeten de vloer niet raken (afb. 7.5).
HET FORNUIS WATERPAS ZETTEN
Het fornuis kan waterpas geplaats worden door de uiteinden van zijn voeten IN of UIT te draaien (afb. 7.8).

INSTALLATIERUIMTE
De kamer waar het gastoestel wordt geplaatst, moet voldoende verlucht worden. Dit met het oog op het afvoeren van de verbrandingsgassen.
De verluchting moet gebeuren door middel van openingen in de buitenmuur. In totaal moet men een min. oppervlakte bekomen van 200 cm² verluchting.
Bij voorkeur gebruikt men openingen die zich dicht bij het vloeroppervlak berinden, en tegenover de afvoer van de verbrandingsgassen zijn gelegen. De openingen moeten zodanig gemaakt zijn dat ze niet kunnen verstoppen, niet aan de binnenkant, noch aan de buitenkant.
Indien het niet mogelijk is van deze open- ningen te voorzien, kan men verluchting vanuit een andere kamer aanbrengen, indien dit geen slaapkamer noch andere gevaarlijke kamer is. In laatste instantie kan de keukendeur op een kier gezet worden om te verluchten.
Als er een kast of afzuigkap boven het komfoor hangt, dan moet de afstand tussen het komfoor en de kast of afzuigkap minstens 650 mm bedragen (afb. 7.9).
De installateur dient de plaatselijk geldende regelgeving m.b.t. de ventilatie van het vertrek en de afvoer van verbrandingsproducten in acht te nemen.
Tijdens een intensief en langdurig gebruik kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen of door de afzuiginstallatie - indien aanwezig - op een hogere vermogensstand te regelen.
AFVOER VAN DE VERBRANINGSGASSEN
De afvoer van de verbrandingsgassen van het gaskookvuur moet gebeuren via een afzuigkap met externe uitgang, of een afzuigkap met recirculatie.
Indien dit niet mogelijk is, kan men de verbrandingsgassen afzuigen met een elektrische ventilator.
Die moet dan wel een aangepast vermogen hebben zodat de lucht in de kamer zeker indien er voldoende openingen voor luchttoevoer aanwezig zijn. (zie hoofdstuk Installatieruimte).


8 - GASGEDEELTE
De wanden van de naast het for- nuis opgestelde de meubels moe- ten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zijn.

Cat: II 2L 3B/P
Het gas dat kan worden gebruikt kan in twee families worden onderverdeeld:
√ G 25 √ G 30/ G31
GASAANSLUITING
De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften.
Het fornuis is bij levering klaar voor gebruik met het type gas dat op het etiket op het toestel is vermeld.
Vóór de installatie moet men verifiëren of het plaatselijk distributienet (type van gas en druk) en de karakteristieken van het toestel compatibel zijn.
De karakteristieken staan aangeduid op de plaat of op het etiket.
Het toestel wordt links- of rechtsachter-aan aan de gastoevoer aangesloten (tekening 8.1) op een zodanige manier dat de buis nooit achter het toestel loopt. Het niet gebruikte uiteinde voor de aan-sluiting (links of rechts) moet met de dop en de afdichting afgesloten worden.
- De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften.
Verzeker u ervan dat de ruimte waarin het fornuis geïnstalleerd wordt goed geventileerd is, in overeenstemming met de geldende voorschriften.
Ook de aansluiting op de gasaanvoerbuis of gasfles moet aan de geldende voorschriften voldoen.

Gebruik een starre of buigzame aan- sluitbuis die aan de geldende voorschrif- ten voldoet.
Als er een klemringkoppeling gebruikt wordt, dan moet deze stevig worden aangedraaid met twee moersleutels (afb. 8.2).
Verzeker u van het volgende:
- dat de buigbare buis (slang) niet in aanraking kan komen met delen van het fornuis waar de oppervlaktetemperatuur 70°C boven de omgevingstemperatuur kan stijgen;
- dat de slang niet langer is dan 75 cm en dat hij niet in aanraking kan komen met scherpe randen of hoeken;
– dat de slang niet gespannen, gewron-gen, geknikt of te sterk gebogen is; - dat de aansluiting met een onbuigza- me metalen buis geen trekkracht op de gasinlaat van het apparaat uitoe- fent.
- vervang de afdichtingsring bij de minste geringste vervorming of onvolmaaktheid.
- dat de buis zonder moeite over zijn hele lengte geïnspecteerd kan worden; de buis moet na ten hoogste drie jaar vervangen worden.
- dat de kraan van de gastoevoerleiding of gasfles dicht gedraaid is wanneer het apparaat niet in gebruik is.
De aansluitset (zie afbeelding 8.3) bestaat uit:
A - Gasinlaat (rh or lh)
B - afdichtingsring
C - verloopstuk

De afdichtingsring "B" (afb. 8.3) zorgt dat er geen gas uit de gasaansluiting lekt. Vervang de afdichtingsring bij de minste geringste vervorming of onvolmaaktheid.
Gebruik voor het aanschroeven van de onderdelen twee sleutels (zie afbeelding 8.2).
Controleer, na voltooiing van de aansluiting, met behulp van een zeepoplossing, en nooit met een vlam, of de verbindingen gasdicht zijn.




Als er geen spuitstukken zijn meegeleverd, dan zijn deze te verkrijgen bij de Servicecentra.
De nieuwe sproeiers moeten gekozen worden op grond van de "Tabel van de sproeiers".
De diameter van de sproeiers, uitgedrukt in honderdste millimeters, is aangegeven op de buitenkant.
Ga als volgt te werk om de sproeiers te vervangen:
- Verwijder de panroosters en de kapjes van de branders, trek de bedieningsknoppen en de eventueel aanwezige ontstekingsknop los en verwijder ook deze.
- Vervang m.b.v. een pijpsleutel de sproeiers "J" (Afb. 8.4a, 8.4b) door nieuwe die geschikt zijn voor het type gas dat gebruikt wordt.
REGELING VAN DE KLEINSTAND VAN DE BRANDERS VAN DE KOOKTAFEL
Een correcte vlam bij kleinstand moet ongeveer 4 mm zijn.
Een bruusk overgaan van volstand naar kleinstand mag nooit het doven van de vlam tot gevolg hebben.
De vlam wordt als volgt geregeld:
- De brander aansteken
– De kraan op kleinstand plaatsen
- De knop wegnemen.
- Met behulp van een kleine schroevendraaier de vijs in de kraanstift draaien tot een correcte regeling uitgevoerd (Afb. 8.5).
Voor G30/G31 gas dient de vijs volledig ingeschroefd te worden.
De branders zijn zodanig ontworpen dat er geen afstelling van de primaire lucht nodig is.
| BRANDERS | NOMINAAL DEBIET [kW] | VERMINDER DEBIET [kW] | G30/G31 30/30 mbar | G 25 25 mbar | ||
| By-pass [1/100 mm] | ∅ spuitstuk [1/100 mm] | By-pass [1/100 mm] | ∅ spuitstuk [1/100 mm] | |||
| Hulpbrander (A) | 1,00 0,3 | 0 27 50 72 | (F1) | Afstellingen | ||
| Halfsnelle (SR) | 1,75 0,4 | 5 32 65 94 | (Y) | |||
| Snelle brander (R) | 3,00 0,7 | 5 42 85 121 | (F2) | |||
| Driedubbele kroon (TC) | 3,50 1,5 | 0 65 95 138 | (F3) | |||
| Benodigde luchttoevoer voor de verbranding van gas (2 m3/h x kW) | |
| BRANDERS | Benodigde luchttoevoer [m3/h] |
| Hulpbrander (A) 2,00 | |
| Halfsnelle (SR) 3,50 | |
| Snelle brander (R) 6,00 | |
| Driedubbele kroon (TC) 7,00 | |
HAHNE SCHMIEREN
BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften.
Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt.
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
- De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
- het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;
- in het geval dat het toestel zonder stekker is geleverd, moet er worden gezorgd voor een stekker die geschikt is voor het vermogen dat het toestel opneemt;
- het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten;
- de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
- het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat het stopcontact of de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn.
- N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken.
Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren of als de stekker niet in het stopcontact past, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman.
Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van het stopcontact groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt.
Trek altijd de stekker uit alvo- rens werken uit te voeren aan het elektrische gedeelte van het toestel.
De aarding van het toestel is verplicht. De fabrikant wijst alle verant-woor-delijkheid af wanneer schade veroorzaakt wordt door het niet in acht nemen van deze voorwaarde.
AANSLUITEN VAN HET AANSLUITSNOER
Het aansluitsnoer wordt als volgt op het fornuis aangesloten:
- Schroef de bevestigingsschroeven van het beveiligingspaneel "A" aan de achterkant van het fornuis los (Afb. 9.1).
- Verbind het goed geïsoleerde aansluit-snoer met klem "D".
- Verbind de fase-aansluitingen met klembouder "B" volgens het schema in afbeelding Afb. 9.2 en verbind de aarddraad met klem "PE" (Afb. 9.1).
- Span het aansluitsnoer en zet het vast in klem "D".
- Bevestig het beveiligingspaneel "A" opnieuw.
DOORMETER VAN DE VOEDINGSDRAAD - TYPE HO5RR-F
230 V 3×1.5 mm
2 (*)
(*) - Aansluiting door middel van een stekker in een stopkontakt.

Dear Customer,
De beschrjvingen en aanduidingen vermeld in de gebruiks-en installatievoorschriften zijn enkel van informatieve aard. De constructeur behoudt zich het recht voor om zonder verwittiging en op gelijk welk ogenblik wijzigingen aan zijn produkten aan te brengen.