BLM1001 - Metaaldraaibank Ferm - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BLM1001 Ferm in PDF-formaat.
| Producttype | Metaaldraaibank |
| Merk | Ferm |
| Model | BLM1001 |
| Punthoogte | 110 mm |
| Afstand tussen de punten | 350 mm |
| Toegestane diameter boven de bank | 200 mm |
| Toegestane diameter boven de steun | 115 mm |
| Spindeldoorgang | 18 mm, Morseconus MT-3 |
| Spindelsnelheden | 6 snelheden, 120-2000 t/min |
| Mogelijke schroefdraad | Spoed van 0,4 tot 3 mm (11 verschillende schroefdraden) |
| Automatische voeding | Ja, via gecombineerde moerspindel |
| Motor | 230 V, 50 Hz, 375 W, eenfasig |
| Gewicht | 110 kg |
| Bankmateriaal | Grijs gietijzer met prismatische geleidingen |
| Smering | Oliebad voor de kop, regelmatig smeren van de geleidingen |
| Veiligheid | Noodstop, oogbescherming vereist, beschermkap |
| Onderhoud | Reinigen van spanen, oliën, speling verwijderen volgens tabel |
| Reserveonderdelen beschikbaar | Ja, tandwielen, riemen, moeren, enz. |
| Garantie | Volgens meegeleverd garantiecertificaat |
Veelgestelde vragen - BLM1001 Ferm
Gebruikersvragen over BLM1001 Ferm
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Metaaldraaibank in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BLM1001 - Ferm en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BLM1001 van het merk Ferm.
GEBRUIKSAANWIJZING BLM1001 Ferm
- De Referentienummers verwijzen naar de 5 bijlagen aangegeven met de nummers 0, 1, 2, 3, 4 en 5. Het nummer voor de punt verwijst naar de bijlage, het nummer achter de punt naar het onderdeel Referentie 4.07 verwijst dus naar bijlage 4, onderdeel 7.
LEES DEZE GEBRUIKSAANWIJZING GOED DOOR VOORDAT U DE METAALDRAAIBANK INGEBRUIK NEEMT!
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voor u de machine in gebruik neemt. Zorg dat u kennis heeft van de werking van de machine en op de hoogte bent van de bediening. Onderhoud de machine volgens de instructies opdat deze altijd goed functioneert. Bewaar deze gebruiksaanwijzing en de bijgevoegde documentatie bij de machine.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Neem bij het gebruik van elektrische machines altijd de plaatselijk geldende veiligheidsvoorschriften in acht in verband met brandgevaar, gevaar voor elektrische schokken en lichamelijk letsel. Lees behalve onderstaande Instructles ook de veiligheidsvoorschriften in het apart bijgevoegde veiligheidskatern door.
Bewaar de instructies zorgvuldig!
GEBRUIK
De metaaldraalbank is ontworpen voor het bewerken, mechanisch verspanen, van ferro- en non-ferro metalen, kunststoffen en hout. De metaaldraalbank is bedoeld voor semi-professionele en hobby doeleinden.
SPECIALE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Bij het ontwerp van de machine is rekening gehouden met de eisen voor een veilig gebruik. Elke verandering, aanpassing, ombouw of ander toepassingsgebruik kan de veiligheid van het ontwerp teniet doen. Bovendien zal hierdoor de garantie vervallen.
Voor, na en tijdens het werken met de draaibank moet een aantal veiligheidsmaatregelen worden genomen. Door de aanwezigheid van draaiende delen en scherpe voorwerpen kan zeer ernstig lichamelijk letsel ontstaan. Voor- al de bekken van de ronddraaiende klauwplaat zijn zeer gevaarlijk.
- De draaibank is ontworpen om weerbarstig materiaal te bewerken en moet dus in staat zijn veel kracht te ontwikkelen.
Het aanraken van draalende delen is daarom levensgevaarlijk. Om deze reden moet ook het ongeoorloofd, ongewenst of ongewild inschakelen van de machine voorkomen worden, bijvoorbeeld door het ingedrukt blokkeren van de noodstopklep d.m.v. een klein hangslotje.
- Door de verende werking van de beitel kunnen metaaldeeltjes met grote kracht op de meest onverwachte momenten als het ware weggeschoten worden.
- Bescherming van de ogen is dan ook zeer belangrijk. Maak er gewoonte van om altijd in de ruimte waar de draaibank staat opgesteld een speciaal verkrijgbare veiligheidsbril te dragen. Koop voor uzelf een professioneel en gekeurd exemplaar dat u langer achtereen kunt dragen en voor bezoekers desnoods een iets goedkopere, maar wel goede uitvoering.
- Door te zorgen voor een opgeruimde werkplek voorkomt u bijvoorbeeld het in de machine grijpen of vallen door struikelen over rondslingerend materiaal.
- Wees zeer voorzichtig bij het handmatig bewerken van draaiende werkstukken.
- Als u een oppervlak draalend wilt pollijsten, neem dan een voldoende lang stuk polijstpapier dat u half om het werkstuk legt. met de uiteinden naar u toe.
- Ulteinden nooit om de vingers draaien, nooit met de hand schuurpapier op het werkstuk drukken.
- Door het draalen ontstaan vlijmscherpe randen aan het werkstuk. Deze randen eerst afbramen met een vijl of afbraamhaakje.
-
Tijdens het draaien nooit met de vingers spaankrullen verwijderen. Gebruik hiervoor een van draad zelfgemaakt haakje of koop een professionele spanenhaak.
-
Wanneer tijdens het draalen lets in of achter het bed valt nooit over de draaiende machine of klauwplaat heen grijpen. Altijd eerst de machine stopzetten. Zorg dat het afdekplaatje op de opening in het bed ligt.
-
Goede verlichting voorkomt dat u de machine van te nabij bedient.
- Bij toepassing van TL-verlichting moet rekening worden gehouden met het zogenaamde stroboscopisch effect. Hierdoor kan een draaiend voorwerp schijnbaar stilstaan. Een oplossing is het gebruik van dubbele armaturen waarbij een faseverschuiving van de beide TL-buizen is bewerkstelligd.
- Noodstop. Indien zich onverhoopt een gevaarlijke situatie voor- doel, bijvoorbeeld wanneer een niet goed ingespan- nen werkstuk tijdens het draaien dreigt los te raken, kunt u de noodstop gebruiken door een tik op het gele deksel van de veiligheidsschakelaar gemerkt "STOP" te geven. Hierdoor slopt de machine zonder dat u de schakelknop zelf hoeft in te drukken.
TECHNISCHE SPECIFICATIES
| Netspanning 230 Volt | |
| Netfrequentie 50 Hz | |
| Opgenomen vermogen 375 Watt | |
| Centerhoogle 110 mm | |
| Centerafstand MD-350 350 mm | |
| Centerafstand MD-500 500 mm | |
| Max. draaidiameter boven bed | 200 mm |
| Max. draaidiameter boven support | 115 mm |
| Doorlaat en opname hoofdspil | 18 mm, MT-3 |
| Aantal snelheden hoofdspil | 6 |
| Onbelast toerental | 120-2.000/min. |
| Automatische aanzet | 11 mm; 0,04 - 0,3 |
| Schroefdraad snijden (rechtsom) | 11 mm; M0,4 - M3 |
| Afstand beitelhouder centerlijnvertikaal gemeten | 15 mm |
| Draaiplaatbeweging | 3600 |
| Schaalverdeling draaiplaat | ± 450 |
| Verplaatsing beitelslede | 70 mm |
| Verplaatsing dwasslede | 115 mm |
| Verplaatsing langsslede | 350 mm |
| Schaalverdeling siedespindels | 0,04 mm |
| Opname en slag schulfbus | 50 mm; MT-2 |
| Schaalverdeling schulfbus | 0,05 mm |
| Gewicht MD-350 | 110 kg |
| Gewicht MD-500 | 130 kg |
| Geluidsdrukniveau Lwa | 70 dB(A) |
| Vibratiewaarde | 2,6 m/s2 |
Ondanks dat de draaibank een geluidsniveau van 70 dB(A) heeft, kan het geluidsniveau tijdens het draaien de 85 dB(A) overschrijden. In dat geval zijn geluids- en gehoorbeschermende maatregelen voor de gebruiker noodzakelijk.
DE MD-350 EN DE MD-500 WORDEN GELEVERD IN ONDERSTAANDE BASISUITVOERING.
De MD-350 en MD-500 worden afgeleverd in de volgende basisuitvoering:
Machinebad met prismagoleiding, vasta kop met hoofdspiel en aandrijving voor automatische langvoeding en draadsnijden, losse kop met schuifbus en dwarsversteling, elektromolor met start/slop- en draairchilingschakelaar, support met slotkast, gecombineerde aanzet/teispindel, dwarslede met draaiplaat en beitelslede, 4-voudige beitelhouder met indexen, 3-klaupplaat met extra buitenbekken en meetcertificaat, aandrijfbeschermingskast, 7 wisselwiesen, 3 aandrijfriemen, 2 centers, 3 steekslutels, 2 inbussleutels, meenemerstift en een spansleutel klaupplaat.
Exclusief onderstel (artikelnummer: 330957).
INSTALLATIE
RUIMTE
Aangezlen de machine voor het grootste deel is opge- bouwd uit metaal, is naast goed onderhoud belangrijk dat deze droog staat opgesteld. Ruimtes kunnen vochtig worden door onvoldoende of verkeerde ventilatie, niet regel- matig stoken of door doorslaande muren en optrekend vocht. Condensatie van vocht op het metaal wordt veroor- zaakt door in een koude ruimte plotseling de temperatuur flink te verhogen, bijvoorbeeld wanneer u in die ruimte wilt werken. Zorg voor een gelijkmatige temperatuur.
UITPAKKEN EN OPSTELLEN
De machine is verpakt in een stevige kist die u kunt de- monteren tot zes platte, makkelijk op te bergen delen. De- ze delen kunt u bewaren voor het geval u de draalbank moet vervoeren. bijvoorbeeld voor reparatie of bij verhuiz- ing. Nadat u de kist hebt geopend moet de draalbank worden losgemaakt van de pallet. Hielvor verwijdert u twe moeren, in elke bedvoel één. De moeren kunt u later opnieuw gebruiken. Voor het optillen van de draalbank zuit u geleit op het gewicht de hulp moeten inroepen van een assistent. Spreek van te voren precies af hoe u dit til- len gaat doen. Het apparaat moet liefst in een keer van de pallet op de definitieve bestemming komen. U kunt de ma- chine het beste vastpakken bij de uiteinden van het bed, dus niet aan de koppen, transporteur, wisselwielkast of motorl Het apparaat weegt ca. 110 kg. Om het gewicht tij- delijk te verminderen kunnen een aantal onderdelen eerst voorzichtig verwijderd worden, zoals de losse kop, de draaiplaat met opbouw en de gietijzeren riemschijven. De draalbank moet waterpas en op een stevige ondergrond worden geplaat. Bij het zelf maken van een onderstol kunt u bijvoorbeeld gebruik maken van een stalen U-pro- fiel van voldoende lengte, waaraan u een pootconstructie last of schroeft. Ook kunt u gebruik maken van een stevige houten onderkast met een versterkt en vlak bovenblad, bijvoorbeeld d.m.v. een stuk multiplex aanrechtblad. Woorwaarde is dat de opstelling in alle richtingen voldoen- de stijf moet zijn en niet mag slingeren, doorbuigen of wie- belen. De draalbank wordt met twee bouten M10 in de speciale gaten in de beide voetplaten vastgezet.
TIP: Om te voorkomen dat geringe oneffenheden bij het aanspannen van de twee bouten toch nog spanning op het bed veroorzaken, kunt u de volgende voorzorgsmaatregel nemen. U tekent de plaats van de beide voetplaten en de twee montagegaten af en u monteert twee bouten M10 in de ondergrond. Leg op de afgetekende plaatsen een laag epoxyvulmiddel. Breng hierop een plastic folie aan. Zorg dat de bouten schoon blijven! U plaats de draai-bank op de afgetekende plaats. Gebruik hierbij de beide bouten als geleiding. Laat het bed op de folie zakken en vervolgens het vulmiddel verharden. Hierna kunt u de bouten voorzien van de moeren die ook voor het transport werden gebruikt, en deze varvolgens stevig aandraalen.

TOUR À MÉTAUX MD-350 / MD 500
LISEZ ATTENTIVEMENT CETTE NOTICE EXPLICATIVE AVANT LA MISE EN SERVICE DE LE TOUR À MÉTAUX!
UTILISATION
Spanen verwijderen met een doek of kwastje. Geen perslucht gebruiken, hiermee perst u de spanen alleen maar verder in de hoeken. Spanenschuivers regelmatig demonteren en het vilt schoonborstolen. Dit normale onderhoud aan de machine kan door de gebruiker zelf worden gedaan. Als onderstaand schema hiervoor wordt gehanteerd, is vergissen of vergeten uitgesloten. De machine hoeft niet gedemonteerd te worden. Alle smeerpunten zijn gemakkelijk bereikbaar. In bepaalde gevallen kan het raadzaam zijn delen van de machine toch te demonteren, bijvoorbeeld als bij een bepaalde sle-destand veel fijne spanen op de beitel- en dwarsleeds-pindel terecht zijn gekomen. In dat geval kunt het beste het desbetreffende deel geheel uit elkaar halen, schoon-maken - nu juist wel perslucht gebruiken! -, oliën en weer i elkaar zetten. Het onderdeel zal echter wel opnieuw afge-steld moeten worden.
STORINGEN
Bij storing moet eerst gekeken worden of de draalbank in goede staat van ondrhoud verkeert. Is dit het geval en u kunt geen aanwijsbare reden vinden voor de storing, neem dan contact op met uw Ferm-dealer.
Voor het stellen van vragen over de draaibank of andere Ferm-producten kunt u contact opnemen met uw Ferm-dealer. Dit geldt eveneens voor het nabestellen van onderdelen en/of toebehoren. Bij de MD-350/550 is een aantal accessoires uit voorraad leverbaar. Hiermee is het mogelijk de machine precies naar wens en behoefte uit te rusten. U kunt deze toebehoren bestellen via uw Ferm-dealer.
GARANTIE
Lees voor de garantievoorwaarden de apart bijgevoegde garantiekaart.
C€CONFORMITEITSVERKLARING (NL)
Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen of normatieve documenten
prEN12840, EN60204-1, EN55014-1, EN61000-3-2, EN61000-3-3, EN55014-2, EN292-1, EN292-2
overeenkomstig de bepalingen in de richtlijnen
73/23/EEG 89/336/EEG 98/37/EEG
Nadat de machine definitief is opgesteld moet een aansluiting op de elektrische installatie worden gemaakt. De machine is gemaakt voor gebruik op het bestaande 230 Voit wisselsroom lichtnet en heeft een niet groter vermogen dan andere grote huishoudelijke apparaten met een motor. Laat een geaarde wandcontactdoos in de directie nabijheid van de machine installeren en zorg dat het snoer van de machine zonder knikken en trekken naar het contact kan worden geleid. Desnoods kan een geaarde verlengkabel worden gebruik, maar zorg dan dat de kabel volledig is uitgerold en dat hij niet in de weg ligt of hangt.
Controleer altijd of uw netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje.
BIJ VERVANGING VAN SNOEREN OF STEKKERS
Gool oude snoeren of stekkers direct weg zodra ze door nieuwe exemplaren zijn vervangen. Het is gevaarlijk om de stekker van een los snoer in het stopcontact te steken.
VOOR INBEDRIJFSTELLING
Voor het transport is de machine met een speciale roest-werende laag ingesmeord. Deze laag heeft geen smerende werking en moet met doeken verwijderd worden. U kunt u dit doen met een niet agressief oplosmiddel, bijvoorbeeld terpentine of petroleum. Afhankelijk van uw bekendheid met metaalbewerkingsmachines kunt u de diverse onderdelen demonteren, controleren en oliën met een lichte universele machine-olie, bijvoorbeeld naaimachineolie (zuurvrij). Hierna werkt u de complete onder-houdstabel van nauwgezet af.
| ONDERDEEL | SPELING OPHEFFEN | HULPMIDDEL |
| Spindel beitelslede | Voorste borgmoer losdraaien. Achterste borgmoer kloksgewijs vastdraaien tot speling minimaal is, kwartslag terugdraaien. Voorste borgmoer vastdraaien. | 2 Haakslieutels |
| Beitelslede | Borgmoer losdraaien. Stelboutjes kloksgewijs vastdraaien tot speling minimaal is. Borgmoortjes vastdraaien. | Schroeven-draaier, steeksleutel |
| Spindel dwarsslede | Zie spindel beitelslede | idem |
| Dwarslede | Zie beitelslede | idem |
| Transporteur/aanzetas | Voorste borgmoer losdraaien. Achterste borgmoer vastdraaien tot speling niet meer merkbaar is, kwartslag terugdraaien en voorstie borgmoer vastdraaien | idem |
| Losse kop | Klemmoer losdraaien, beide stelschroeven aan weerszijden van de voetpiaat een kwartslag losdraaien. Kop met stelschroeven verschuiven tol de merdekens op de rechterzijde van de kop overeenkomen. Stelschroeven weer licht aandraisen zonder de kop te verschuiven. Klemmoer vastdraaien. | Schroeven-draaier, steeksleutel |
AFSTELLING.
De draaibank is door de fabriek op minimale speling ingesteld. Door transport kunnen sommige instellingen veranderd zijn. De machine is daarentegen zodanig ontworpen dat elke optredende speling opgeheven kan worden. De-
ze spelling wordt ook veroorzaakt door slijtage als gevolg van intensief gebruik. Als nastelling geen effect meer heeft, is het onderdeel versleten en moet u het vervangen.
Als alle voorbereidingen zijn getroffen kan de machine op het lichtnet worden aangesloten door de stekker in de wandcontactdoos te plaatsen. Controleer vooraf of de netschakelaar UIT staat en de draairichting op rechts. Kijk nogmaals naar het peilglas of het oliepeil niet veranderd is en vul zonodig bij tot het peilglas half vol is. Zorg dat er geen papier of poetslap voor de ventilatie-openingen van de motor ligt. Controleer de drieklauw en zorg dat de bekken niet uit de kleuw kunnen vliegen.

Leg de klauwsleutel op een vaste plek!
Open de beschermkast en controleer de positie en spanning van de riemen. Voor het proefdraaien moet de laagste draaisnelheid worden gekozen. Eventueel de voorste riem verleggen, zie fig. 5 en 15. Druk de schakelaar in en laat de machine gedurende 20 minuten draaien.
Controler regelmatig of de hoofdlagers in de vaste kop en de motor niet warm worden door de machine te stoppen en aan weerszijden van de vaste kop en op het motor- lichaam een hand te leggen. Stop direct bij afwijkende geluiden en abnomale warmteontwikkeling (meer dan handwarm) en neem eerst contact op met uw leverancier. Schakel hiema over op een hogere snelheden en laat de machine daarop ook nog enkele minuten draaien. Doe dit nogmaals met omgekeerde draairichting.
Indien zich geen problemen hebben voorgedaan, is de machine gereed voor gebruik.
INBEDRIJFSTELLING
WERKWIJZE
Het verspanen gebeurt door een beitel- of boorpunt onder controle in het werkstuk te drukken waardoor kleine stukjes materiaal - spanen - worden weggesneden. Hiervoor dient het werkstuk een draaiende beweging le maken tussen twee vaste draaipunten - de vaste en de losse kop (zie fig. 1) - die op een zeer precieze, denkbeeldige lijn liggen; de centerlijn (4). Door de beitel die is vastgezet op het support (5) in een rechte lijn handmatig of automatisch met de transporteur (6) in een bepaald tempo langs het draaiende werkstuk te voeren, kan dit over de hele lengte parallel aan de centerlijn worden afgedraaid.
Om van het werkstuk materiaal te kunnen verwijderen is kracht nodig. Deze kracht wordt van de motor overgebracht naar een holle as in de vaste kop: de hoofdas of hoofdspil (2). In verband met het maximale motorvermogen moet de hoeveelheid af te nemen materiaal - de spaandikte en spaanbreedte - worden aangepast. Wanneer het toerental teveel zakt, moet of de aanzetdiepte of de aanzetsnelheid verlaagd worden. Anders bestaat kans op motorschade, kortere standlijd van de beitel of beitelbreuk. Hierop is ook van invloed de diameter van het werkstuk. Bij een diameter van 100 mm is meer kracht nodig om een spaan van 1 mm te snijden dan bij een diameter van 10 mm.
Wanneer de losse kop (8) door dwarsverstelling naast de centerlijn wordt geplaatst, kan een uitwendig conisch vlak worden gedraaid.
Een extra bewerkingsmogelijkheid over de lengteas is het snijden van een schroefdraad. Een speciale beitel snijdt een spiraalvormige verdleping in de omtrek van het werkstuk. Een deel van de omtrek blijft staan en dit hoogteverschil vormt de uiteindelijke schroefdraad.
Naast het over de lengteas draalen kunnen ook de uitdeinden van een werkstuk worden bewerkt. b.v. om deze vlak en recht te maken. Korte werkstukken kunnen aan één zijde in een vast draaiplunt, de 3-klauwplaat, worden bevestigd en aan de andere zijde haaks op de centerlijn worden bewerkt. De bekken van de klauwplaat zorgen voor handhaving van de denkbeeldige centerlijn. Door de beitelverplaatsing onder een hoek door versteiling van de draaiplaat te laten geschieden, kunnen uit- en inwendige conische vlakken worden gedraaid. In gevlaikte oppervlakken kunnen met deze inspanning ook boringen worden gemaakt. Daarvoor moet een apart aan te schaffen boorkop met morseconusstift in de schuifous (7) van de losse kop worden geplaatst. De gaten kunnen vervolgens worden uitgedraaid tot de gewenste ciepte, diameter en vorm.

Belangrijk: De precisie van de werkstukken is eerst en vooral afhankelijk van deskundigheid en ervaring. Bij het draaien kunnen veel factoren het eindresultaat beïnvloeden, zoals de soort en toesland van de beitels, de aard van het te bewerken materiaal, de draaien aanzetsnelheden, de bevestiging van het werkstuk, de opstelling en de slaat waarin de machine verkeert. Met de
| INCH | |||
| n | A | B | C |
| 48 70 79 | |||
| 40 70 84 79 | |||
| 32 105 96 49 | |||
| 24 98 40 | |||
| 20 70 84 40 | |||
| 16 56 84 40 | |||
| 14 49 105 50 | |||
| 12 49 96 40 | |||
| 11 49 105 39 | |||
| 8 50 105 28 | |||
ONDERHOUD

Zorg ervoor dat de machine niet onder stroom staat wanneer u onderhoud pleegt aan de draalbank.
| ONDERDEEL | TIJD/INTERVAL | SMEERMITTEL |
| Rollagers hoofdspil | Na de eerste 10 dagen | Transmissieolie SAE90: |
| Lagers en tandwielen van de vertraglingsassen in de vaste kop (2) | Na 20 dagen en daarna elke 60 dagen | Het kijkglas halfvol (1) of de onderste tandwelen in de olie. |
| Lagers V-snaar-spanrol en as tussenpoelie (11, 12) | Jaarlijks | Universeel kogellagervet |
| Druklager transporteur (13) | Jaarlijks | idem |
| Wisseltandwielen (12 | Bij wisseling of wekelijks | Fijn smeerolie |
| Tandwielen slotkast, met tand-heugel | Wekelijks | idem |
| Tandwielen slotkast, slotmoer-mechanisme | Dagelijks | idem |
| Transporteur / aanzetas (18) | idem | idem |
| Glijvlakkon van het bed (3) | idem | idem |
| Supportspindels (8, 16) | idem | idem |
| Alle Kogelnippels (5, 6, 9, 14 en 20) | idem | idem |
| Viit in Spanen-schuivers (4) | idem | idem |
| Allo overigo blanke delen zonder afdeklaag | Wekelijks | Vaseline |
Smeerschema (zie ook fig.18.)
Onderhoud aan de machine gebeurt om roest en slijlage te voorkomen. Het onderhoud bestaat voornamelijk uit schoonmaken en oliën. Het volstaat beslist niet alleen de oliespuit te hanteren. Zeer regelmatig - vaak meerdere ke ren tijdens het draaien - en heel zorgvuldig moeten spanen en afval van de machineonderdelen verwijderd worden. Anders bestaat de mogelijkheid dat dit tussen bewegende, glijdende en draalende delen terecht komt. Om deze reden zijn bijvoorbeeld op de langsslede spanenschuivers aangebracht. Zie fig. 18.
Kritieke plaatsen zijn de bovenste bedglijvlakken (3), het draadgedeelte op transporteur/aanzelas (18), de spindels (6, 16), alle glijvlakken en spietjes van de sleden (7, 16), de voetplaat losse kop (19).
Het spreekt vanzelf dat alle klembouten (3) stevig moeten worden aangedraaid.
DRAAISNELHEID
Als de beitels zijn geslepen en gesteld, het werkstuk goed is opgespannen, moet met de V-riemen de snelheid van de hoofdspil worden ingesteld, zie fig.15 en 16. In onderstaande tabel zijn enkele veel voorkomende verspanings-snelheden gegeven voor verschillende beitel- en materia-alsoorten.
| Draaimateriaal | Beitel-materiaal | Draaisnelheid OMW/MIN |
| Gelegeerd constructie-staal (9S20k - 60S20k) | HSS | 40 - 60 |
| P10 | 140 - 160 | |
| Gereedschapsstaal (C80= Zilverstaal) | HSS | 32 |
| P10 | 112 | |
| Gietijzer | HSS | 40 |
| K10 | 100 | |
| Non-Ferro (Koper, Aluminium) | HSS | 45 - 80 |
| K10 | 140 - 280 |
Met deze tabel kunt u zelf voor elke willekeurige diameter de juiste snelheid kiezen. U hoeft alleen de gewenste snelheid in de volgende formule in te vullen.
v = snijsnelheid in meters per minuut
d = diameter van het werkstuk in millimeters
n = toerental in toeren per minuut.
π= constante, nl. 3,14:
| v = ¥d ¥n1000 = ¥ 1000 ¥d |
REKENVOORBEELDEN:
- Een stuk rond zilverstaal van 100 mm moet worden afgedraaid met een HSS beitel. In de tabel is te vinden dat zilverstaal dan moet worden afgedraaid met 32 m/min, v=32. 32.000 gedeeld door 100 geeft een toerental van 320 tpm. We leggen riem 2 op de achterste schijven van de tussen- en hoofdaspoelie.
- Een staafje koper van 10 mm wordt gedraaid met een HM-beitel, v=200 en daardoor komt n ver boven het maximale toerental. Het hoogste toerental kan worden ingesteld. Riem 2 wordt gelegd op de achterste schilf van de motor- en hoofdaspoelle.
DRAADSNIJDEN
Met de MD-350 kan naast gewoon draaiwerk ook schroefdraad worden gesneden. Hiervoor moeten speciale beitels worden gebruikt. De techniek van draadsnijden is niet eenvoudig. Bij draadsnijden moet om een juiste passing te bereiken, zowel het draadprofiel zelf als de kem- en buitendiameter heel nauwkeurig zijn. Veel draaiers gebruiken daarom bestaande machinedraadsnijtappen. Draadsnijplaten kunnen op dezelfde manier worden gebruikt, echter moet daarvoor zelf een passende houder worden gemaakt. Het snijden gebeurd met zeer lage toerentalien (meestal 70 tpm) of desnoods door het cranken, met hand ronddraaien van de hoofdas.
Voor inchdraad snijden is een afzonderlijk inch-tand-wielset nodig welke niet standaard meegeleverd wordt. Deze set is verkrijgbaar bij uw leverancier onder Art.nr. 330961.
De zich steeds herhalende afstand tussen twee vaste punten van een schroefdraad wordt de draadspoed go-noemd. Bij het snijden moet altijd deze draadspoed worden ingesteld. Dit gebeurt door het kiezen van een bepaalde wisselwielcombinatie op de schaar. In fig.17 is links een enkele overbrenging voor draadsnijden weergegeven (een zogenaamd enkelwerk) en rechts een dubbels overbrenging voor de automatische aanzet (zogenaamd dubbelwerk). Hierdoor wordt het support over een bepaalde afstand verplaatst gedurende een omwenteling van de hoofdas. In de vaste kop zijn standaard al twee vaste overbrengen ingebouwd, nl. 1 : 4 voor draadspoed en 1 : 40 voor aanzet, die het toerental bepalen van de coaxiale uitgangsas. Vanaf deze uitgang moet de eindoverbrenging worden berekend. Voor dit berekenen bestaan formules, maar voor het gemak zijn in onderstaande tabel de meest gangbare draadspoedmaten alvast aangegeven. Alle aangegeven wielen worden standaard bij de machine ge-leverd! Het plaatsen en afstellen van de wisselwielen ge-beurt door het verschulven van de schaar en de tussen-wielas en door het plaatsen van vuilingen. De wisseltand-wielenwielen op minimale speling instellen.
| Spoed(mm) | Aanzet(mm) | Aantal tanden per wiel | ||
| A | B | C | ||
| 0.4 | 0.04 | 49 | - | 105 |
| 0.5 | 0.05 | 70 | - | 84 |
| 0.7 | 0.07 | 70 | 98 | 84 |
| 0.8 | 0.08 | 105 | 98 | 49 |
| 1.0 | 0.1 | 98 | - | 42 |
| 1.25 | 0.125 | 84 | 105 | 42 |
| 1.5 | 0.15 | 105 | - | 28 |
| 1.75 | 0.175 | 84 | 98 | 28 |
| 2.0 | 0.2 | 49 | 98 | 42 |
| 2.5 | 0.25 | 63 | 105 | 28 |
| 3.0 | 0.3 | 49 | 105 | 30 |
In de tabel - tweede kolom - staat bovendien hoe de aanzetgrootte d.m.v. dezelfde wisselwielen kan worden ingesteld.
MD350 is het mogelijk, als alle omstandigheden perfect zijn, langdurig werkstukken te vervaardigen met een grote nauwkeurigheid.
VOOR DE BEGINNENDE DRAAIER
Bij het draaien kunnen grote krachten op bepaalde onderdelen worden ontwikkel. Bij niet correct gebruik kunnen deze onderdelen beschadigd of vervormd worden en veel sneller gaan slijten, ook al zijn ze nog zo deskundig en zorgzaam ontworpen en gemaakt. Hierdoor zal de nauwkeurigheid van het apparaat sterk afnemen, hetgeen direct van invloed is op de kwaliteit en precisie van uw werkstukken. Het is dus belangrijk dat het apparaat op deskundige wijze wordt bediend. Aangeraden wordt, als u geen ervaren draaier bent, te beginnen met eenvoudige werkstukken en de verschillende mogelijkheden van de draaibank uit te proberen met proefwerkstukjes. Het is leerzaam te gaan kijken bij ervaren draaiers, want een volleerd draaier wordt u niet zo-maar! Om teleurstelling te voorkomen zult u zich de basisprincipes van het draaien eigen moeten maken. Draaien is niet voor niets een vak. Over metaalbewerken en -draaien is in bibliotheken en boekwinkals vaak wel naslagwork te vinden. Bovendien zijn er modelbouwtijdschriften die regelmatig over dit onderwerp schrijven. Nog beter is het als u in het bezit kunt komen van een, desnoods verouderd, technisch studieboek. Hierin staan naast de algemene principes van het draaien veel wetenswaardigheden en handige overzichten van problemen met mogelijke oorzaken en oplossingen.
WERKING VAN DE MACHINE
Voor een goed begrip van de werking van de machine is deze gemakshalve te verdelen in een aantal hoofdgroepen en componenten ieder met een speciale functie. Zie fig.1.
HET MACHINEBED
Het machinesbed verbindt al deze onderdalen en heeft daamaast ook nog andere belangjekte functies. Het bed (3) is vervaardigd van hoogwaardig grijs gietlijzer en voorzien van diverse aangegotes dwarsverstijvingen. Door het ontwerp en de toegepaste materiaalsort worden trillingen beler gaabsorbaerd en is vervormingen door balasting minimaal. Het bed is voorzien van twee zre precies geslepen glijvlakken voor de geleiding van support en losse kop. Deze geleidingen, één prismatische en een vlakke, zorgen voor handhaving van de centerijn (4). Zie fig.2
DE MOTOR
De aangebouwde wisselstroommotor is een koolborstelloze 1-fase kooiankermotor met startcondensator. De motor is onderhoudsvrij en behoeft geen speciale behandeling. Door middel van V-riemen en meervoudige riemschijven, de poelies, wordt de beweging van de motor overgebracht naar de hoofdspil.
DE VASTE KOP
De gegoten vaste kop (1) is met een prismageleiding en
twee spanplaten bevestigd op het bed. Aan de achterkant zit een olieafapmoer. Het deksel is verwijderbaar voor inspectie en voor het aanbrengen van olie. Onderin de kop bevindt zich een stelsel van draaiende assen en tandwolen. Door deze tandwielen wordt de snelheid van de hoofdspil vertraagd en overgebracht naar een dubbole, coaxiale uitgangsas. Op deze als bevinden zich het aandrijftandwiel voor de aanzet en het aandrijftandwiel voor het draadsnijden, zie fig.3. In de kop zit het meest belangrijke onderdeel van de machine, de hoofdspil (2). Deze is draaibaat bevestigd met twee conische rollagers in een O-opstelling. Alle draaiende delen in de kop worden gesmeerd door middel van een oliebad. Het niveau hiervan is afleesbaar in het venster aan de voorzijde. De hoofspil is voorzien van een doorgaande boring met aan de rechterkant een bevestigingsflens en een morseconus, voor resp. de klauwplaten en het center.
HET SUPPORT
Aan de glijvlakken op het bed is het support (5) bevestigd dat zorgt voor het gecontroleerd geleiden van gereedschap langs het werkstuk. Het support bestaat ten eerste uit een langsslede met slotkast. Deze slede ligt direct op het bed en dient voor verplaatsing in de lengterichting. Deze verplaatsing kan met hand of automatisch door de transporteur/aanzetas (6) geschieden. In het laatste geval moet de slotmoer in de slotkast worden gesloten. Op de langsslede is een tweede slede aangebracht die voor de beitelverplaatsing in dwarsrichting zorgt. Door middel van een spindel met volgmoer kan deze slede worden verplaatst of ingesteld. Op de dwarsslede is een draaiplaat aangebracht. Hiermee kan de bovenslede of beitelslede onder een hoek worden ingesteld. De derde en bovenste slede, de beitelslede, kan in elke gewenste richting over een afstand van 70 mm verplaatst worden en volgt elke beweging van alle onderliggende sleden alsmede de draaiplaat. Bovenop de beitelslede is een beitelhouder aangebracht. Hierin kan gereedschap worden ingespannen tot een punthoogte van maximaal 15 mm, de verticale afstand tot de centerlijn. De beitelhouder heeft een 4-voudige opname en heeft een indexeringspan met 4 klikpunten. Hierdoor kan snel van beitel gewisseld worden zonder opnieuw in te hoeven stellen.
DE LOSSE KOP
Het eindpunt van de canterlijn wordt gevormd door de losse kop (8). De hartlijnen van de vast en losse kop liggen precies in elkaars verlengde. Afhankelijk van de lengte van het werkstuk kan de kop over het bed worden verplaatst en worden vastgezet. Met de schuifbus (7), waarin een center moet worden aangebracht, kan het werkstuk precies op de centerlijn gefixeerd en draabaar worden ingespannen. Bij terugdraaien van de schuifbus, wordt het center automatisch losgedrukt. Het lichaarn van de kop is gedeeld. Het bovensta gedaella zijn zijdelings versteld worden t.o.v. het bovenstuk d.m.v. slotschroeven. Hierdoor kan een instelling naast de canterlijn worden verkregen. Normale verplaatsingen in lengterichting hebben geen zijdelingse verstelling tot gevolg.
DE GECOMBINEERDE TRANSPORTEUR/AANZE-TAS
Voor een goede oppervlaktekwaliteit is een juiste en voor- al constante aanzelsnelheid in de langsrichting van be- lang. Voor langere werkstukken is dit met de hand bijna niet mogelijk. Door het sluiten van de slotmoor wordt het support gekoppeld met de draad op de transporteur. Als de transporteur is ingeschakeid is deze op zijn beurt gekoppeld aan de hoofdspil. Hierbij wordt met een tussen- wiel een koppeling gemaakt tussen het aandrijfwiel van de transporteur en het aandrijfwiel voor de langsvoeding op de vaste kop. Dit gebeurt door verstelling van de wissel- wielschaar, zie fig.3 en 4.
Bij elke omwenteling van de hoofdspil zal het support zich over een bepaalde afstand langs het bed verplaatsen. Deze afstand is afhankelijk van de draadspoed en het gekozen wisselwiel op de transporteur. Door een ander wisselwiel te klezen kan do aanzetsnelheid worden aangepast. Bij draadsmijden gebeurt in principe hetzelfde, echter met een veel grotere supportverplaatsing bij een veel lagere hoofdspilsnelheid. Er moet in dit geval een koppeling gemaakt worden met het draadsnij-aandrijflandwiel van de vaste kop. De positionering van de tandwielen geschiedt door het plaatsen van de ringen op de aanzelas en tussenwielas van do schaar. Verandering van wisselwiel op de transporteur maakt in dit geval keuze van de spoev van de te snijden draad mogelijk. Op de transporteur zit geen automatische afslag. Schakel daarom deze tijdig uit om te voorkomen dat de beitel tegen de kluwwplaat loopt.
DE AANDRIJVING
Aangezien de toegepaste motor beschikt over een vast en relatief hoog toerental is de overbrenging zodanig uitgevoerd dat deze meteen het toerental verminderd. Bovendien is door het toepassen van meervoudige riemschijven en een tussen-riemschijf dit toerental nog in zes opeenvolgende stappen regelbaar.
Om eventuele riemspanningsverschillen op te heffen is de gelagerde riemdrukrol verstalbaar uitgevoerd. Zie fig 5. Om de drie hoogste spilsnelheden te bereiken moet de voorsta riem van de tussenpoelie naar de motorpoelie worden verlegd. Het tussenwiel blijft steeds aangedreven en dient als vliegwiel voor het opvangen van belastingsvariaties.
GRONDBEGINSELEN VAN HET DRAAIEN
Voordat met draaien kan worden begonnen, moet u kennis hebben van de meest belangrijke basisbegrippen. Anders bestaat de kans dat bijvoorbeeld niet de juiste draaisnelheid of de juiste beitel wordt gekozen. Met een aantal tabellen en vuistregels wordt het draaiklaar maken van de machine eenvoudiger.
OPSPANNEN
Hel opspannen van het werkstuk moet zorgvuldig gebeuren. Breng het werkstuk zo ver mogelijk in de klauw en span deze met de spansleutel. Bij te hard spannen kunnen klauwplaat, bekkan of werkstuk beschadigd worden. Hetzelfde geldt voor de schulibus. Deze met de hand ste-
vig maar niet met geweld aandraalen. Enkele opspan- voorbeelden waarbij meteen het gebruik van boren en beitels duidelijk wordt, staan in fig.6, 7 en 8.
De afgebeelde standaard 3-klauw is zelfcentrerend. Hierdoor valt de hartlijn van een kort werkstuk precies op de centerlijn, ook al wordt het legencenter niet gebruikt. Bij klauw horen een binnenbekken (afgebeeld) en buitenbekken. Deze worden gebruik voor het inwendig klemmen van grotere diameters.
Elke bek heeft in de klauwplaat steeds dezelfde, vaste plaats. Plaats en bek zijn genummerd! In fig.6 wordt gebruik gemaakt van een rechtse zijnsijbeteil (boven) en een rechtse gebogen ruwbeitel. De pijlen geven de aanzet richting aan. De ruwbeitel kan in langs- o dwarsrichting worden gebruikt en wordt vaak gebruikt om snel veel materiaal weg te werken. Fig.7 laat het gebruik zien van een linkse zijnsijbeteil on een blinde boorbeitel. Fig.8 toont een inspanning met tegencenter in de losse kop. Er wordt een puntbeitel gebruikt voor het glad afwerken. Eronder is afgebeeld een opspanning voor het maken van een boring met een normale spiraalbaar. Vooraf altijd eerst voorboren met een centerboor. Dit is een boor waarvan de schacht veel dikker is dan het punstuk. Het boorgat dat daardoor ontstaat is bedoeld als centergal voor zowel de center als voor een boor!
BEDIENING VAN DE METAALDRAAI-BANK MD-350 en MD-500
Overzicht van de bedieningspunten met bijbehorende functie (zie fig.9, 10, 11 en 12).
- gecombineerde aan/uit draalrichtingsschakelaar met noodstopvoorziening
- Aanzetten van de motor en veranderen van draairichting de klep is te blokkeren met een slotje.
- Aandrijfkastsluiting
Voor openen en sluiten van de kast
- Slotmoerhendel
Door sluiten van de slotmoer wordt de automatische aanzet ingeschakeld
- Handwiel langsverstelling
Voor het snel verplaatsen van het support naar links en naar rechts; op de nonius kan worden afgelezen hoe groot de verstelling is, in stappen van 0,04 mm.
Door het lossen van de hendel kan het beitelblok in slappen van 90 graden worden gedraaid
- Klemhendel schulfbus
Voor het vastzetten van de schuifbus
- Handwiel schuifbus
Door te draaien kan het werkstuk tussen klauwplaat en center worden geklemd; levens gebruikt bij het bo- ren; op de nonius kan worden afgelezen hoe groot de verstelling is in slappen van 0,05 mm
Voor de langsverstelling van de beitelslede; op de nonius kan worden afgelezen hoe groot de verstelling is, in stappen van 0,04 mm
- Handwielkruk dwarsslede
voor de langsverstelling van de dwarsslede; op de nonius kan worden afgelezen hoe groot de verstelling is in stappen van 0,04 mm
- Klemmoeren losse kop
voor het klemmen van de losse kop aan het bed; voor het klemmen van het bovenstuk op de voelplaat
- Klemmoeren draaiplaat
Nadat de gewenste hoek is ingesteld kunnen hiermee de draaiplaaldelen op elkaar geklemd worden
12 V-riemspanrol
Maakt het mogelijk V-riemen te wissel, te spannen en te verleggen zonder de poelies te demonteren
- Hoofdspilpoelie
Instellen draaisnelheid
-
Tussenpoelie
-
Motorpoelie
Idem
- Schaar
Voor het monteren van een tussenwisselwiel en dit in 3 richtingen te kunnen verstellen; koppelen transpor-
- Klembout schaarverstelling
Door het aanpassen van de stand van de schaar kunnen het tussenaandrijf- en transporteurwisselwiel
worden gesteld; aan- en afzetten van de transporteur Tussenwisselwiel
Draairichting transporteur; instellen van de overbren- gingsverhouding
Instellen overbrengingsverhouding; d.m.v. het plaat- sen van vulringen kan het wiel in axiale richting worden versteld (fig.3.) langsbeweging support
- Transporteur/leispindel
Bevestiging tussenwisselwiel; d.m.v. het plaatsen van vulringen is het wiel axiaal verstelbaar en met de onderste asmoer is het wiel zijdelings verstelbaar
- Tussenwisselwielas
Vóór het draadsnijwiel, achter het aanzetwiel
-
Aandrijftandwielen voor aanzet en draadsnijden Door deze kleminrichting bij vlakdraaien te gebruiken kan de slotmoer open blijven zonder dat het support wegglijdt; spindel en moer worden daardoor veel minder belast.
-
Klembout langsslede
BEITELS
Bij het draaien wordt een spaan uit het werkstuk gesne- den. Daarvoor moeten beitels in een speciale en scherpe vorm worden geslepen. Deze vorm is afhankelijk van het beitelmateriaal en van het te snijden materiaal. Zie vol- gende tabel.
| Beitelhoeken Lichte | Normale snede | Zware snede | ||||
| HSS | HM | HSS | HM | HSS | HM | |
| Spaanhoek | 12 | 10 | 10 | 5 | 5 | 0 |
| Vrijloophoek | 8 | 6 | 7 | 5 | 6 | 4 |
| Wighoek | 70 | 74 | 73 | 80 | 79 | 86 |
Aan de hand van fig.13. kunnen de hoeken uit deze tabel op een stukje vierkant snelstaal (HSS) worden overgenomen om zelf een baitel te maken of ie herslijpen. Het betreft hier als voorbeeld een rechte, rechtse ruwbeitel. De spissijellenje deed van de oorspronkelijke vorm van het staafje aan. De hoeken 1, 2 en 3 zijn altijd samen 90°. Hoek 1 heet spaanhoek, hoek 2 de wighoek en hoek 3 de vrijloophoek. Om de wijving zo laag mogelijk te houden, zijn nog twee extra vrijloophoeken geslepen: hoek 4 en 6. Bovendien is er een hellingshoek 5 aangebracht. De pijl geeft de aanzetrichting aan. Het voorste vlak wordt hulpsnijvlak genoemd. Het hoofdsnijvlak is het gedeete waarop de pijl is getekend. Op deze manier kunt alle mogelijke beitels zelf slijpen, waarbij u steeds moet vaststellen waar het hoofsnijvlak moet komen en wat het draalmateriaal is.
Een perfect geslepen beitel moet nu op de juiste manier in de beitelhouder worden geplaatst. Fig.14. geeft een correcte plaatsing van een puntbeitel. Punt 1 is de centerlijn. De tip van de beitel moet precies even hoog staan, anders onderlegplaatjes gebruiken (5). De beitel moet altijd tegen het bloklichaam aan worden gelegd (4) en mag nooit verder uitsteken dan 1 tot 1,5 maar de beitelschachtdikte (2).