HGV425123N - Koekenpan BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HGV425123N BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Braadpan |
| Merk | Bosch |
| Model | HGV425123N |
| Materiaal | Roestvrij staal met anti-aanbaklaag |
| Diameter | 28 cm |
| Hoogte | 5 cm |
| Gewicht | 1,2 kg |
| Energiebron | Kookplaat (gas, elektrisch, inductie, keramisch) |
| Inductie compatibel | Ja |
| Ovenbestendig | Tot 180°C |
| Vaatwasserbestendig | Ja |
| Handvat materiaal | Silicone (hittebestendig) |
| Anti-aanbak type | PTFE-vrije keramische coating |
| Garantie | 2 jaar |
| Reiniging | Handwas aanbevolen; vermijd schurende reinigingsmiddelen |
| Veiligheidskenmerken | Koel aanvoelend handvat, stabiele basis |
| Reserveonderdelen beschikbaar | Ja (vervangende handvatten) |
| Repareerbaarheid | Modulair ontwerp voor eenvoudige onderdeelvervanging |
Veelgestelde vragen - HGV425123N BOSCH
Gebruikersvragen over HGV425123N BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koekenpan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HGV425123N - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HGV425123N van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING HGV425123N BOSCH
[nl] Gebruiksaanwijzing 24

BOSCH
en Table of contents
Belangrijke veiligheidsvoorschriften 24
Oorzaken van schade 27
Schade aan de oven 27
Schade aan de schuiflade 27
Opstelling, gas- en elektrische aansluiting 28
Gasaansluiting.... 28
Storingen aan de gasinstallatie/ gaslucht.... 28
Apparaat aan de gasleiding of aan de deurgreep verschuiven 28
Elektrische aansluiting 28
Fornuis met de waterpas horizontaal plaatsen 28
Bevestiging aan de wand.... 28
Plaatsen van het apparaat 29
Maatregelen tijdens het transport.... 29
Uw nieuwe fornuis 29
Algemeen 29
Kookplaat 30
De oven 30
De binnenruimte.... 30
Ovendeur - aanvullende veiligheidsinstructies 31
De toebehoren.... 31
Inschuiven van het toebehoren.... 31
Extra toebehoren.... 31
Klantenservice-artikelen.... 32
Voor het eerste gebruik.... 32
De oven opwarmen 32
Toebehoren reinigen 32
Reinigen van de branderkelk en het branderdeksel 33
Kookplaat instellen 33
Gasbrander ontsteken 33
Tabel - koken 33
Oven instellen 34
Wijzen van verwarmen en temperatuur 34
Onderhoud en reiniging.... 34
Bovenste glasafdekking 34
Schoonmaakmiddelen 34
Inschuifrails verwijderen en bevestigen.... 35
Ovendeur verwijderen en inbrengen.... 36
Glazen deurplaten uit- en inbouwen 37
Wat te doen bij storingen?......37
Storingstabel.... 37
Ovenlamp aan het plafond vervangen 38
Glazen afscherming 38
Servicedienst ....38
E-nummer en FD-nummer 38
Energie- en milieutips ....38
Energie besparen met de oven 38
Energie besparen met de gas-kookplaat.... 38
Milieuvriendelijk afvoeren 38
Voor u in onze kookstudio uitgetest. 39
Gebak 39
Tips voor het bakken 40
Vlees, gevogelte, vis 40
Tips voor het braden en grillen.... 42
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast.... 42
Kant-en-klaar producten 43
Bijzondere gerechten.... 43
Inmaak 43
Acrylamide in levensmiddelen 44
Testgerechten 45
Bakken 45
Grillen.... 45
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.bosch-home.com en in de online-shop: www.bosch-eshop.com
⚠️ Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar. Dit voorschrift geldt alleen als het symbool van het betreffende land op het apparaat is aangegeven. Als het symbool noet op het apparaat staat, moet u de installatiehandleiding raadplegen, waarin de vereiste voorschriften voor het ombouwen van het apparaat op de aansluitingseisen van het land staan.
Apparaatcategorie: Categorie 1
Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten en het omschakelen naar een ander type gas. De installatie van het toestel (elektrische en gasaansluiting) dient volgens de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding te worden uitgevoerd. Een verkeerde aansluiting en onjuiste instellingen kunnen leiden tot ernstige ongelukken en schade aan het toestel. De fabrikant van het apparaat is niet aansprakelijk voor dergelijke schade. De garantie van het apparaat komt te vervallen.
Opgelet: Dit apparaat is alleen bestemd voor kookdoeleinden. Het mag niet anderszins, bijvoorbeeld voor de verwarming van de ruimte, worden gebruikt.
Opgelet: Het gebruik van een gasfornuis zorgt voor warmte en vochtvorming in de opstellingsruimte. Let vooral als het apparaat in werking is, op een goede ventilatie van de ruimte waarin het staat: de natuurlijke ventilatie-openingen open houden of een mechanische ventilatie-inrichting (bijv. een afzuigkap) installeren.
Bij een intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan extra ventilatie nodig worden, bijv. door het openen van een raam of extra ventilatie bijv. door de afzuigkap op een hoger vermogen te zetten.
Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik met een externe wekker of afstandsbediening.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatsen. Zie beschrijving toebehoren in de gebruiksaanwijzing.
Risico van brand!
■ Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het
bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren.
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte bewaren. Nooit de deur openen wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het toestel. Schakel het toestel uit en haal de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Gastoevoer afsluiten.
■ Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken.
- De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.
- Het apparaat wordt erg heet, brandbare materialen kunnen snel vlam vatten. Bewaar of gebruik geen brandbare voorwerpen ( bijv. spuitbussen, reinigingsmiddelen) onder of in de nabijheid van de oven. Bewaar geen brandbare voorwerpen in of op de oven.
- Wanneer er gas-kookzones ingeschakeld zijn waar geen kookgerei op staat, wordt er tijdens het gebruik zeer veel warmte ontwikkeld. Het toestel en een daarboven aangebrachte afzuigkap kunnen beschadigd raken of vlam vatten. Vetresten in de filter van de stofafzuigkap kunnen vlam vatten. Gebruik de gas-kookzones alleen wanneer er kookgerei op staat.
- De achterkant van het toestel wordt zeer heet. Dit kan leiden tot beschadiging van de aansluitleidingen. Elektriciteits- en gasleidingen mogen niet met de achterkant van het toestel in aanraking komen.
- Nooit brandbare voorwerpen op de kookzones leggen of in de binnenruimte bewaren. Nooit de deur openen wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Zet het apparaat uit. Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Sluit de gastoevoer af.
- Het oppervlak van de schuiflade kan erg heet worden. Bewaar alleen oventoebehoren in de schuiflade. Ontvlambare en brandbare voorwerpen mogen niet in de ovenlade worden opgeborgen.
Risico van verbranding!
- Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
■ Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
■ Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
■ De kookzones en de omgeving ervan worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. - Tijdens het gebruikt worden de oppervlakken van het apparaat heet. De hete oppervlakken niet aanraken. Houd kinderen uit de buurt van het toestel.
■ Wanneer er leeg kookgerei op ingeschakelde gas-kookzones staat, wordt dit zeer heet. Nooit leeg kookgerei verwarmen. - Het apparaat wordt heet tijdens de bereiding. Laat het voor de reiniging afkoelen.
- Opgelet: Aanraakbare delen kunnen tijdens het grillen heet worden. Houd kleine kinderen op een afstand.
Kans op verbranding!
- Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. De deur van het toestel voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Risico van letsel!
■ Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en vervangingen van beschadigde elektriciteits- en gasleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het toestel defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit, de gastoevoer sluiten. Contact opnemen met de klantenservice.
■ Storingen of beschadigingen aan het apparaat zijn gevaarlijk. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Gastoevoer afsluiten. Contact opnemen met de klantenservice.
■ Wanneer de pannen onjuiste afmetingen hebben, beschadigd of verkeerd geplaatst zijn, kunnen ze ernstig letsel veroorzaken. Neem de aanwijzingen voor het kookgerei in acht
- Opgelet: De glasafdekking kan door de hitte barsten. Voor het sluiten van de afdekking moeten alle branders uitgeschakeld zijn. Wacht tot de oven afgekoeld is voordat u de afdekking sluit.

Wordt het toestel onbevestigd op een sokkel geplaatst, dan kan het hiervan afglijden. Het toestel moet goed aan de sokkel worden bevestigd.
Kantelgevaar!

Waarschuwing: Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, moet een kantelbeveiliging worden gemonteerd. Lees de montage-instructies door.
Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in
de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
■ De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat.
■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
- Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Oorzaken van schade
Kookplaat
Attentie!
■ Gebruik de kookzones alleen als er een pan op staat. Verhit geen lege pannen. De panbodem raakt hierdoor beschadigd.
■Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem.
■ Zet de pan midden boven de brander. Daardoor wordt de warmte van de brandervlam optimaal aan de panbodem doorgegeven. Handvatten of stelen worden niet beschadigd, en er wordt een hogere energiebesparing gerealiseerd.
■ Let erop dat de gasbranders schoon en droog zijn. Het branderdeksel moet altijd exact op de branderkelk liggen.
■ Let erop dat de bovenste afdekking niet gesloten is als het fornuis in bedrijf genomen wordt.
Schade aan de oven
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
■Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■ Vochtige levensmiddelen: Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd.
■ Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
■ Afkoelen met open apparaatdeur: De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kan de voorzijde van aangrenzende meubels op den duur worden beschadigd.
■ Sterk vervuilde deurdichting: is de deurdichting sterk vervuild, dan sluit de apparaatdeur tijdens het gebruik niet meer goed. De voorzijde van aangrenzende meubels kan worden beschadigd.Zorg ervoor dat de deurdichting altijd schoon is.
■ Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen.
■ Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur.
Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven.
■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Schade aan de schuiflade
Attentie!
Leg geen hete voorwerpen in de schuiflade. Deze kan beschadigd raken.
Opstelling, gas- en elektrische aansluiting
Gasaansluiting
De installatie mag uitsluitend door een erkende installateur of een door de importeur erkende servicemonteur worden uitgevoerd volgens de "Instructie voor het aansluiten van het gas en het wijzigen van de gassoort".
Voor de door de importeur erkende installateur of servicedienst
Attentie!
■ De instellingsvoorwaarden voor dit apparaat staan op het typeplaatje op de achterzijde van het apparaat aangegeven. De door de fabriek ingestelde gassoort is met een ster (*) gemarkeerd.
■ Controleer voor de opstelling van het apparaat de distributievoorwaarden (gassoort en gasdruk) en verzeker u ervan dat de gasinstelling van het apparaat hierop is ingesteld. Indien de instellingen van het apparaat gewijzigd moeten worden, raadpleeg dan de instructies in het hoofdstuk "Instructie voor het aansluiten van het gas en het wijzigen van de gassoort".
■ Dit apparaat is niet op een verbrandingsgasafvoer aangesloten. Het apparaat moet in overeenstemming met de installatievoorschriften aangesloten en in gebruik genomen worden. Sluit het apparaat niet op een verbrandingsgasafvoer aan. Alle ventilatievoorschriften moeten in acht genomen worden.
■ De gasaansluiting moet via een vaste, niet-flexibele aansluiting (gasleiding) of via een veiligheidsslang worden gerealiseerd.
■ Indien een veiligheidsslang wordt gebruikt, moet er beslist op gelet worden dat de slang niet vastgeklemd of geknikt wordt. De slang mag niet met hete oppervlakken in aanraking komen.
■ De gasleiding (gasleiding of veiligheidsslang) kan zowel aan de linker- als aan de rechterzijde van het apparaat worden aangesloten. De aansluiting moet over een gemakkelijk toegankelijke afsluitingsvoorziening beschikken.
Storingen aan de gasinstallatie/ gaslucht
Wanneer u merkt dat het naar gas ruikt of storingen aan de gasinstallatie vaststelt, dient u het volgende te doen.
■ direct de gastoevoer of het ventiel van de gasfles sluiten
■ direct open vuur en sigaretten doven
■ elektrische apparaten uitschakelen - ook lampen
■ ramen openen en de ruimte goed luchten
■ telefonisch contact opnemen met de klantenservice of de elektriciteitsmaatschappij.
Apparaat aan de gasleiding of aan de deurgreep verschuiven
Verschuif het apparaat niet door aan de gasleiding te trekken; de gasleiding kan beschadigd raken. Gevaar voor een gaslek! Verschuif het apparaat niet door aan de deurgreep te trekken. Deurscharnieren en deurgreep kunnen beschadigd raken.
Elektrische aansluiting
Attentie!
■ Laat het apparaat door een servicedienst plaatsen. Voor de aansluiting is een zekering van 16 A nodig. Het apparaat is geschikt voor een netspanning van 220-240 V.
■ Wanneer de netspanning afneemt tot minder dan 180 V, functioneert het elektrische ontstekingssysteem niet meer.
■Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij schade de garantieclaim.
■ Als de aansluitkabel beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, door de servicedienst of door een erkende monteur worden vervangen.
Voor de servicedienst
Attentie!
■ Het apparaat moet overeenkomstig de specificaties op het typeplaatje worden aangesloten.
■ Sluit het toestel alleen op een elektrische aansluiting aan die voldoet aan de geldende bepalingen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijn om het apparaat indien nodig van het lichtnet te kunnen scheiden.
■ Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aangebracht zijn.
■Gebruik nooit een verlengkabel of meervoudige stekker.
■ Om veiligheidsredenen mag dit apparaat alleen op een geaarde aansluiting worden aangesloten, Wanneer de randaarde-aansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, is de bescherming tegen elektrische gevaren niet gegarandeerd.
■Voor de aansluiting van het apparaat moet een kabel van het type H 05 W-F of gelijkwaardig worden gebruikt.
Fornuis met de waterpas horizontaal plaatsen
Zet het fornuis direct op de vloer.
- Ovenlade eruit trekken en er naar boven uittillen. Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor en achter stelvoeten.
- De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel omhoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpas staat (Afbeelding A).
- Ovenlade weer inschuiven (Afbeelding B).


Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het fornuis kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Neem het montagevoorschrift voor bevestiging aan de wand in acht.
Plaatsen van het apparaat

■Het apparaat moet volgens de opgegeven maten worden geplaatst en direct op het vloeroppervlak van uw keuken. Het apparaat mag niet boven op wat voor object dan ook worden geplaatst.
■Voor de afstand tussen de bovenkant van het fornuis en de onderzijde van de afzuigkap moet u zich houden aan de instructies van de fabrikant van de afzuigkap.
■ Let erop dat het apparaat na de plaatsing niet meer wordt verschoven. De afstand tussen de extra krachtige brander of wokbrander met aangrenzende keukenmeubels resp. de muur moet minstens 50 mm bedragen.
Maatregelen tijdens het transport
Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het apparaat met plakband, dat zonder sporen verwijderd kan worden. Schuif alle toebehoren (bijv. de bakplaat) met een dunne strook karton aan beide zijden in de vakken om beschadiging van het apparaat te voorkomen. Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van de bakplaat en de achterzijde van de deur om te voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde van de glazen deur sloot. Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste afdekking met plakband aan de zijden van het apparaat.
Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.
Als de originele verpakking niet meer beschikbaar is
Verpak het apparaat in een beschermende verpakking om voldoende bescherming tegen eventuele transportschade te garanderen.
Transporteer het apparaat rechtop. Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze dan beschadigd kunnen raken. Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
Uw nieuwe fornuis
Hier maakt u kennis met uw nieuwe fornuis. Wij leggen u de werking van het bedieningspaneel, de kookplaat en de
Algemeen
De uitvoering hangt van het type apparaat af.

| 1 Afdekplaat |
| 2 Kookplaat |
| 3 Kookzoneschakelaars |
| 4 Functie- en temperatuurkeuzeknop |
afzonderlijke bedieningselementen uit. U krijgt informatie over de binnenruimte en de toebehoren.
Toelichting
| 5 Koeling van het apparaat | ||||||
| 6 | O | v | e | n | d | e |
| 7 | S | c | h | u | i | f |
Kookplaat
Hier krijgt u een overzicht van het bedieningspaneel. De uitvoering hangt van het type apparaat af.

Toelichting
| 1 Normale brander |
| 2 Spaarbrander |
| 3 Extra krachtige brander |
| 4 Normale brander |
Brander Diameter van de pan
| Spaarbrander 1kW 12-18 cm |
| Normale brander 1,7 kW 18-24 cm |
| Sterke brander 3 kW 24-28 cm |
Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem.
Zet de pan midden boven de brander. Daardoor wordt de warmte van de brandervlam optimaal aan de panbodem doorgegeven. Handvatten of stelen worden niet beschadigd, en er wordt een hogere energiebesparing gerealiseerd.

Met de vier branderschakelaar kunt u het verwarmingsvermogen van de branders instellen.
Standen Functie/gasfornuis
| ○ | Nulstand Fornuis is uitgeschakeld. |
| ☀ | Onstekingsstand Onstekingsstand |
| @ | Instelbereik grote vlam = sterkste instelling spaarvlam = kleinste instelling |
Aan het einde van het instelbereik voelt u een aanslag. Niet verder draaien.
De oven
U stelt de oven in met de functie- en de temperatuurkeuzeknop.
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de wijze van verwarmen voor de oven in. De functiekeuzeknop kan naar links en naar rechts draaien.
Wanneer de gewenste wijze van verwarmen is ingesteld, brandt de lamp in de oven.
Standen Functie
| ∅ | Uit De oven is uitgeschakeld. | |
| ☐ | Boven-/onder-warmte* | Het bakken en braden is maar op één niveau mogelijk. Voor gebak en pizza in bakvormen of op de bakplaat alsmede voor magere braadslukken van rund, kalf en wild is deze instelling zeer geschikt. De hitte komt gelijkmatig van boven en onderen. |
| ☐ | Onderwarmte Met onderwarmte kunt u gerechten van onderen nabakken en roosteren. De temperatuur komt van onderen. |
| Vlakgrillen, klein oppervlak | Deze wijze van verwarmen is geschikt voor het grillen van steak, worstjes, vis en toasts in kleine hoeveelheden. Het middelste deel van het grillelement wordt ver-warmd. |
| Vlakgrillen, groot oppervlak | U kunt meerdere steaks, worstjes, vis en toast grillen. Het gehele oppervlak onder het grillelement wordt verwarmd. |
* Wijze van verwarmen conform energie-efficiëntieklasse EN50304.
Temperatuurkeuzeknop
Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur en de grillstand instellen.
Standen Functie
| Nulstand | Oven niet heet. | |
| 50-270 | Temperatuurbereik | Temperatuurinstellingen in ^ . |
| 1, 2, 3 | Grillstanden Grillstanden voor de grill, klein □ en groot □ oppervlak. | |
Als de oven opwarmt, brandt het lampje boven de temperatuurkeuzeknop. Als het opwarmen wordt onderbroken, gaat het uit. Brandt niet bij sommige instellingen.
De binnenruimte
In de binnenruimte bevindt zich de ovenlamp. Een koelventilator beschermt de oven tegen oververhitting.
Ovenlamp
Tijdens het gebruik brandt de ovenlamp in de binnenruimte.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt.
Attentie!
De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt de oven oververhit.
Ovendeur - aanvullende veiligheidsinstructies
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.
Indien u kinderen hebt, is bij het gebruik van de oven extra voorzichtigheid geboden.
Verder is er een beveiligingsvoorziening (beveiligingsrooster) beschikbaar waarmee directe aanraking van de ovendeur wordt verhinderd. Dit beveiligingsrooster is onder nr. 469088 bij de klantenservice verkrijgbaar.
De toebehoren
De meegeleverde toebehoren zijn geschikt voor vele gerechten. Let erop dat u de toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatst.
Het grote assortiment speciale toebehoren zorgt ervoor dat vele van uw gerechten nog beter lukken en u de oven nog comfortabler kunt gebruiken.
Inschuiven van het toebehoren
Het toebehoren kan in 5 verschillende hoogtes in de oven worden geschoven. Schuif het toebehoren altijd tot aan de aanslag erin zodat het niet met de glazen deur van de oven in aanraking komt.

Het toebehoren kan ongeveer tot de helft eruit getrokken worden zonder dat het kantelt. Zo kunt u de gerechten gemakkelijk uit de oven nemen.
Bij het inschuiven van het toebehoren moet u op de uitstulping aan de achterzijde van het toebehoren letten. Alleen zo klikt het op de juiste manier vast.

Aanwijzing: Het toebehoren kan door de hitte vervormen.
Zodra het toebehoren afgekoeld is, neemt het zijn oorspronkelijke vorm weer aan. De functie wordt niet beïnvloed.
Houd de bakplaat aan weerszijden met beide handen vast en schuif de bakplaat recht in het frame. Vermijd bij het inschuiven bewegingen naar links of rechts. Anders kan de bakplaat niet gemakkelijk ingeschoven worden. Het geëmailleerde oppervlak kan beschadigd raken.
Toebehoren kunt u nabestellen bij de klantenservice, in de vakhandel of via Internet. Geef hiervoor alstublieft het HEZ-nummer op.

Rooster
Voor servies, taart- en cakevormen, braadstukken, grillstukken en diepvriesgerechten.
Het rooster met de open kant naar de ovendeur en de welving naar beneden — inschuiven.

Emaillen bakplaat
Voor gebak en koekjes.
Plaats de bakplaat met de schuine kant naar de ovendeur.
Extra toebehoren
Extra toebehoren kunt u bij de servicedienst of in de speciaalzaak kopen. In onze brochures of op internet vindt u diverse producten die voor uw oven geschikt zijn. De beschikbaarheid van extra toebehoren en de mogelijkheid om deze via internet te kopen is per land verschillend. Informatie hierover vindt u in de verkoopbrochures.
Niet elk extra toebehoren is voor elk apparaat geschikt. Geef bij aankoop steeds de volledige naam (E-nr.) van uw apparaat op.
Extra toebehoren HEZ-nummer Functie
| Pizzaplaat | HEZ317000 | Is zeer geschikt voor pizza, diepvriesgerechten en ronde taarten. U kunt de pizzaplaat in plaats van de braadslede gebruiken. Schuif de plaat boven het rooster erin en houd u aan de gegevens in de tabellen. |
| Inzetrooster HEZ324000 Om te braden. Plaats het grillrooster altijd op de braadslede.Afdruipend vet en vleesvocht worden opgevangen. | ||
| Grillplaat HEZ325000 Deze wordt bij het grillen in plaats van het grillrooster of als spatbeveiliging gebruikt om de oven tegen sterke vervuiling te beschermen. Gebruik de grillplaat alleen in combinatie met de braadslede.Grillstukken op de grillplaat: Alleen de inschuifhoogtes 1, 2 en 3 worden gebruikt.Grillplaat als spatbeveiliging: De braadslede wordt tezamen met de grillplaat onder het rooster ingeschoven. | ||
| Extra toebehoren HEZ-nummer | Functie | |
| Baksteen HEZ327000 De baksteen is uitstekend geschikt voor het bereiden van zelf-gemaakt brood, broodjes en pizza die een knapperige bodem moeten krijgen. De baksteen moet altijd op de aanbevolen temperatuur worden voorverwarmd. | ||
| Geëmailleerde bakplaat HEZ331003 Voor gebak en koekjes. | ||
| Geëmailleerde bakplaat met anti-aanplaklaag HEZ331011 Gebak en koekjes kunnen goed op de bakplaat worden ver-deeld. Schuif de bakplaat met de schuine kant naar de oven-deur in de oven. | ||
| Braadslede HEZ332003 Voor vochtig gebak, koekjes, diepvriesgerechten en grote braadstukken. Kan ook voor het opvangen van vet of vlees-vocht onder het rooster worden gebruikt.Schuif de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | ||
| Braadslede met anti-aanplaklaag HEZ332011 Vochtig gebak, koekjes, diepvriesgerechten en grote braad-stukken kunnen goed op de braadslede worden verdeeld.Schuif de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | ||
| Deksel voor profipan HEZ333001 Met een deksel wordt de profipan een profibraadpan. | ||
| Profipan met inzetrooster HEZ333003 Is zeer geschikt voor het bereiden van grote hoeveelheden. | ||
| Rooster HEZ334000 Voor ovenschalen, bakvormen, braadstukken, gegrilde stuk-ken en diepvriesgerechten. | ||
| Glazen pan HEZ915001 De glazen pan is geschikt voor smoorgerechten en ovenscho-tels. Is zeer geschikt voor programma's en braadautomaat. | ||
| Klantenservice-artikelenVoor uw huishoudelijke apparaten kunt u bij de klantenservice, in de vakhandel of via het Internet voor afzonderlijke landen in | de e-shop de juiste onderhouds- en reinigingsmiddelen of andere toebehoren kopen. Geef hiervoor het betreffende artikelnummer op. | |
| Schoonmaakdoekjes voor roestvrijstalen oppervlakken | Artikel-nr. 311134 | Het afzetten van vuil wordt tegengegaan. Door de impregnatie met een speciale olie worden de oppervlakken van roestvrij-stalen apparaten optimaal schoongemaakt. |
| Oven-grillreiniger-gel | Artikel-nr. 463582 | Voor het reinigen van de binnenruimte. De gel is reukloos. |
| Microvezeldoek met honingraatstructuur | Artikel-nr. 460770 | Bijzonder geschikt voor het schoonmaken van gevoelige oppervlakken, zoals bijv. glas, glaskeramiek, roestvrij staal of aluminium. Het microvezeldoekje verwijdert in één keer voch-tig en vethoudend vuil. |
| Deurbeveiliging | Artikel-nr. 612594 | Om te voorkomen dat kinderen de ovendeur openen. De beveiliging wordt vastgeschroefd op een manier die afhangt van de apparaatdeur. Neem de aanwijzingen in het bijlageblad bij de deurbeveiliging in acht. |
Voor het eerste gebruik
Hier vindt u alles wat u moet doen voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met de oven of de gas-kookplaat. Lees eerst het hoofdstuk Veiligheidsvoorschriften.
De oven opwarmen
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten oven op. Ideaal hiervoor is een uur met boven- en onderwarmte bij 240 °C. Let erop dat zich geen verpakkingsresten in de binnenruimte bevinden.
- Met de functiekeuzeknop Boven- en onderwarmte □ instellen.
- Met de temperatuurkeuzeknop 240 °C instellen.
Na een uur de oven uitschakelen. Functie- en temperatuurkeuzeknop op de nulstand draaien.
Toebehoren reinigen
Reinig de toebehoren voor het eerste gebruik grondig met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
Reinigen van de branderkelk en het branderdeksel
Reinig het branderdeksel (1) en het branderdeksel (2) met water en afwasmiddel. Droog deze onderdelen goed af.
Plaats de branderkelk en het deksel weer op de branderkom (5). Let erop dat de ontsteking (3) en de vlambeveiligingspin (4) niet worden beschadigd.
De sproeier (6) moet droog en schoon zijn. Plaats het branderdeksel altijd exact op de branderkelk.

Kookplaat instellen
Uw kookplaat is voorzien van vier gasbranders. Hier kunt u nalezen hoe u de gasbranders aansteekt en de kookplaat instelt.
Gasbrander ontsteken
Plaats het branderdeksel altijd exact op de branderkelk. De openingen op de branderkelk moeten altijd vrij zijn. Alle branderdelen moeten droog zijn.
- Open de bovenste afdekking. Deze moet tijdens het gebruik van het fornuis altijd geopend zijn.
- Draai de schakelaar van de gewenste brander naar links in de ontstekingsstand ⚙. Het ontsteken begint.
- Druk de schakelaar helemaal in en houd deze 1-3 seconden ingedrukt. De gasbrander wordt ontstoken.

De ontstekingsbeveiliging wordt geactiveerd. Als de gasvlam uitgaat, wordt de gastoevoer automatisch door de ontstekingsbeveiliging onderbroken.
-
Stel de gewenste vlamhoogte in. Tussen de instelling ⚙ Uit en de instelling ⚙ is de vlam niet stabiel. U moet daarom altijd een instelling tussen de hoogste ⚙ en de laagste vlam ⚙ kiezen.
-
Als de vlam weer uitgaat, herhaalt u de procedure vanaf stap 2.
- Bereiding beeindigen: Draai de gasbranderschakelaar o naar rechts in de stand Uit.
De ontsteking mag niet langer dan 15 seconden worden bediend. Wanneer de brander na 15 seconden nog niet ontstoken is, moet u minstens 1 minuut wachten. Herhaal dan de ontstekingsprocedure.
Let op!
Wanneer u kort na het uitschakelen van een nog warme gasbrander de schakelaar bedient, stroomt er gas uit. Wanneer u de schakelaar niet in de ontstekingsstand ✝ zet, wordt de gastoevoer na 60 seconden onderbroken.
De gasbrander ontsteekt niet.
Bij stroomuitval of bij vochtige bougies kunt u de gasbrander met een gasaansteker of lucifer ontsteken.
Tabel - koken
Kies voor elke kookzone de juiste pangrootte. De diameter van de panbodem moet met de grootte van de kookzone overeenstemmen.
De kooktijden zijn afhankelijk van de soort, het gewicht en de kwaliteit van de gerechten. Daarom zijn afwijkingen mogelijk. De optimale kooktijd kunt u op basis van uw eigen ervaring bepalen.
Mineralen en vitaminen kunnen bij het koken zeer snel hun voedingswaarde verliezen. Gebruik daarom maar weinig water. Zo blijven vitaminen en mineralen behouden. Kies korte kooklijden zodat groentes steviger blijven en meer voedingswaarde hebben.
Voorbeeld Gerecht Kookzone Kookstand
| Smelten Chocolade, boter, margarine Spaarbrander Kleine vlam | ||
| Verwarmen Bouillon, groenteconserven Normale brander Kleine vlam | ||
| Verwarmen en warm houden | Soepen Spaarbrander Kleine vlam | |
| Stomen* Vis Normale brander Tussen grote en kleine vlam | ||
| Stomen* Aardappels en overige groen- ten, vlees | Normale brander Tussen grote en kleine vlam | |
| Koken+ | Rijst, groente, vleesgerechten (met saus) | Normale brander grote vlamhoogte |
| Braden | Pannenkoeken, aardappels, schnitzels, vissticks | Extra krachtige brander Tussen grote en kleine vlam |
* Wanneer u een pan met deksel gebruikt, schakel dan naar een kleinere vlam terug zodra het eten begint te koken.
Oven instellen
Hier leert u hoe u de oven moet instellen.
Wijzen van verwarmen en temperatuur
Voorbeeld op de afbeelding: 190 °C, boven-/onderwarmte ☐.
- Met de functiekiezer de gewenste wijze van verwarmen instellen.
- Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur of de grillstand instellen.

De oven wordt opgewarmd.
Oven uitschakelen.
Functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Instellingen veranderen
U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de kookplaat en de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijven ze lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u beide op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
■ Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
■ Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Bovenste glasafdekking
Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.
Voor de reiniging kan het beste een glasreiniger worden gebruikt
Verwijder de bovenste afdekking voor de reiniging. Houd de afdekking aan weerszijden vast en trek deze naar boven.

Indien de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R moet rechts, het scharnier met de letter L moet links worden gemonteerd.
Monteer na het reinigen de bovenste afdekking weer in omgekeerde volgorde.
Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde reinigingsmiddelen beschadigd raken, moet u zich aan het volgende houden.
Gebruik bij de reiniging van de kookplaat
- geen onverdund afwasmiddel of reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine,
■ geen schuursponsjes,
■ geen agressieve reinigingsmiddelen zoals ovensprays of middelen om vlekken te verwijderen,
■ geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
■ Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Gebruik bij de reiniging van de oven
■ geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,
■ geen reinigingsmiddelen met een hoog alcoholpercentage,
■ geen schuursponsjes,
■ geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
■ Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Was nieuwe sponsen voor het eerste gebruik goed uit.
| Roestvrijstalen fron- ten | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Veeg bij roestvrijstalen fronten altijd in de slijprich- ting. Anders kunnen er krassen ontstaan. Droog met een zachte doek af. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlek- ken moeten altijd onmiddellijk worden verwijderd. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove reinigingsdoeken. De roestvrijstalen oppervlakken kunnen met speciale onderhoudsmiddelen gepoetst wor- den. Neem de instructies van de fabrikant in acht. Speciale reinigingsmiddelen voor roestvrij staal zijn bij de servicedienst of in de speciaalzaak verkrijgbaar. |
| Geëmailleerde en geglazuurde opper- vlakken | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Gasbranders en roosters van de kookzones | Niet in de vaatwasmachine reinigen. Neem het rooster van zijn plaats en reinig het met een spons, afwas- middel en warm water. Verwijder de branderkelk en het branderdeksel. Maak deze schoon met een spons met wat warm water en afwasmiddel. Let erop dat de openingen van de branderkelken waar het gas uit- stroomt schoon en niet verstopt zijn. Maak de ontstekers schoon met een klein, zacht borsteltje. De gas- branders functioneren alleen als de ontstekers schoon zijn. Verwijder etensresten met een vochtige doek en wat afwasmiddel uit de branderkommen. Gebruik hierbij weinig water. Er mag geen water in het apparaat komen. Let erop dat de opening van de sproeier tijdens het schoonmaken niet verstopt of beschadigd raakt. Droog alle onderdelen na het schoonmaken af en plaats de branderdeksels exact op de branderkel- ken. Als de onderdelen niet op de juiste wijze worden geplaatst, zal dat het ontsteken van de branders bemoeilijken. De branderdeksels zijn met een laag zwart email bedekt. Door de grote hitte kan deze kleur met de tijd veranderen. Dit zal de werking van de branders echter niet beïnvloeden. Leg het rooster weer op zijn plaats. |
| Elektrische kook- plaat (optie) | Reinig deze met de harde kant van een schuursponsje en met wat vloeibaar schuurmiddel. Schakel na het reinigen de kookplaat kort in om deze te laten drogen. Vochtige kookplaten gaan op den duur roesten. Smeer er vervolgens een onderhoudsmiddel op. Overgekookt voedsel en etensresten moeten altijd direct worden verwijderd. |
| Metalen ring van de elektrische kook- plaat (optie) | De metalen ring kan op den duur verkleuren. Het is mogelijk om de oorspronkelijke kleur te herstellen. Maak de ring schoon met de harde kant van een schuurspons en met wat vloeibaar schuurmiddel. Let hier- bij op dat de aangrenzende oppervlakken niet afgeschuurd worden. De oppervlakken kunnen anders beschadigd raken. |
| Knoppen | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Deurglas | Dit kan met een glasreiniger worden gereinigd. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of schrapers. Deze kunnen het glasoppervlak bekrassen en beschadigen. |
| Dichting Reinig deze met een vochtige doek. Droog met een zachte doek af. | |
| Binnenruimte van de oven | Reinig deze met warm water of met azijn verdund water. Wanneer de oven erg vuil is: Gebruik een ovenrei- niger. Deze mag alleen op afgekoelde oppervlakken worden gebruikt. |
| Glazen kapje op de ovenlamp | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Toebehoren Laat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons. | |
| Aluminium bakblik (optie) | Niet in de vaatwasmachine reinigen. Gebruik in geen geval ovenreiniger. Om krassen te vermijden mogen de metalen oppervlakken nooit met een mes of soortgelijk scherp voorwerp in aanraking kommen. Veeg een zachte doek voor glas met zeepsop of een pluisvrije microvezeldoek horizontaal en zonder druk over de oppervlakken. Droog met een zachte doek af. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove rei- nigingsdoeken. Deze maken krassen op het bakblik. |
| Kinderbeveiliging (optie) | Indien een kinderbeveiliging op de ovendeur is aangebracht, moet deze voor het reinigen worden verwij- derd. Laat alle kunststofonderdelen in warm zeepsop weken en was deze met een spons af. Droog met een zachte doek af. Bij sterke vervuiling functioneert de kinderbeveiliging niet meer goed. |
| Ovenlade (optie) | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Toebehoren Laat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons. | |
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Uithangen van de rekjes
-
Trek het rekje onderaan eruit en trek het iets naar voren. Trek de verlengingspinnen onder in het rekje uit de bevestigingsopeningen (afbeelding A).
-
Klap vervolgens het rekje omhoog en neem het voorzichtig eruit (afbeelding B).

Reinig de rekjes met afwasmiddel en een spons. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Ophangen van de rekjes
- Plaats de twee haken voorzichtig in de bovenste gaten. (afbeelding A-B)

Beweeg het rekje nooit, voordat de twee haken volledig en stevig in de bovenste gaten zijn bevestigd. Het email kan beschadigen en breken (afbeelding C.

- De twee haken moeten volledig in de bovenste gaten zijn gehangen. Beweeg het rekje vervolgens langzaam en voorzichtig naar beneden en hang het in de onderste gaten (afbeelding D).
- Hang beide rekjes in de zijwanden van de oven (afbeelding E).
Wanneer de rekjes op de juiste wijze gemonteerd zijn is de afstand tussen de twee bovenste inschuifhoogtes groter.

Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendel is dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (Afbeelding B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- Ovendeur helemaal openen.
- Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).

- Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.

Risico van letsel! Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Glazen deurplaten uit- en inbouwen
Om de glazen platen in de ovendeur beter te kunnen reinigen, kunnen deze worden uitgebouwd.
Uitbouw
- Hang de ovendeur uit. Zie de instructies in het hoofdstuk Ovendeur uithangen. Leg de ovendeur met de greep naar onderen op een doek (afbeelding A).
- Draai eerst de onderste twee schroeven en vervolgens de bovenste twee schroeven linksom (afbeelding B).

- Verwijder de afdekking (afbeelding C).

De gedemonteerde onderdelen mogen niet worden gewassen. Reinig de glazen platen met een glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbouw
- Plaats de afdekking weer (afbeelding A).
- Draai eerst de onderste twee schroeven en vervolgens de bovenste twee schroeven weer vast (afbeelding B).

- Ovendeur inhangen. Zie de instructies in het hoofdstuk Ovendeur inhangen.
Gebruik de oven pas weer als de glazen platen correct zijn ingebouwd.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees dan het hoofdstuk door. Wij hebben de gerechten voor u in onze kookstudio getest. Hier vindt u nuttige tips en informatie over het koken, bakken en braden.
⚠️ Gevaar voor elektrische schok!
Ondeskundig uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend door een servicemonteur van onze servicedienst worden uitgevoerd.
| Storing Mogelijk oor-zaak | Oplossing/informatie | |
| De oven functio-neert niet. | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering defect is. |
| Stroomuitval | Controleer of de keukenver-lichting of andere keuken-apparaten wel functioneren. | |
| Storing Mogelijk oor-zaak | Oplossing/informatie | |
| Oven niet heet. | Stof op de contacten. | Draai de schakelaars meer-dere keren heen en weer. |
| De gasbrander ontsteekt niet. | De stroom is uit-gevallen of de bougies zijn vochtig. | Steek de gasbrander aan met een gasaansteker of een lucifer. |
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.

- Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- Glazen afscherming er weer inschroeven.
- Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr.
FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4010
B 070 222 141
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Energie- en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen met de oven
■ De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
■ Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
■ Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
■ Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Energie besparen met de gas-kookplaat
■ Kies altijd een pan die de juiste grootte heeft voor uw gerechten. Een grote, slechts weinig gevulde pan heeft veel energie nodig.
■ Sluit de pan altijd af met een passend deksel.
■ De gasvlam moet altijd contact met de bodem van de pan hebben.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro- en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
■ De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
■ De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
■ Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
■ Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen Vorm Hoogte Wijze van | verwarmen | Temperatuurin-stelling in °C | Bereidings-duur, minuten | ||
| Eenvoudig, droog gebak Springvorm met buisbo-dem / rechthoekige cake-vorm | 2 | 170-190 50-60 | |||
| Eenvoudig, droog gebak, fijn Springvorm met buisbo-dem / rechthoekige cake-vorm | 2 | 150-170 60-70 | |||
| Taartbodem van roerdeeg Vruchtentaartbodem 2 | 150-170 20-30 | ||||
| Vruchtentaart, eenvoudig deeg Hoge springvorm met buisbodem | 2 | 160-180 50-60 | |||
| Biscuittaart Springvorm 2 | 160-180 30-40 | ||||
| Taartbodem van roerdeeg Springvorm 1 | 170-190 25-35 | ||||
| Vruchten- of kwarktaart, zandtaartdeeg* | Springvorm 1 | 170-190 70-90 | |||
| Kruidkoek* | Springvorm 1 | 180-200 50-60 | |||
* Gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roer- of gistdeeg met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 20-30 | ||
| Roer- of gistdeeg met vochtige bedekking, vruchten | Bakplaat | 3 | 170-190 40-50 | ||
| Biscuitrol (voorverwarmen) | Bakplaat | 2 | 190-210 15-20 | ||
| Broodvlecht van 500 g bloem | Bakplaat | 2 | 160-180 30-40 | ||
| Kerststol van 500 g bloem | Bakplaat | 3 | 160-180 60-70 | ||
| Kerststol van 1 kg bloem | Bakplaat | 3 | 150-170 90-100 | ||
| Strudel, zoet | Bakplaat | 2 | 180-200 55-65 | ||
| Börek | Bakplaat | 2 | 180-200 40-50 | ||
| Pizza | Bakplaat | 2 | 220-240 25-35 |
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte | Wijze van verwarmen | Temperatuurin-stelling in °C | Bereidings-duur, minuten |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 150-170 10-20 |
| Klein gebak Toebehoren Hoogte Wijze van | verwarmen | Temperatuurinstelling in °C | Bereidings-duur, minuten |
| Sprits (voorverwarmen) Bakplaat 2 | 150-170 20-30 | ||
| Amandelkoekjes Bakplaat 3 | 110-120 30-40 | ||
| Schuimgebak Bakplaat 3 | 80-100 90-180 | ||
| Soesjes Bakplaat 2 | 200-220 30-40 | ||
| Bladerdeeg Bakplaat 3 | 200-220 20-30 |
Brood en broodjes
Bij het bakken van brood als er niets anders is aangegeven de oven voorverwarmen.
Giet nooit water in de hete oven.
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Bakplaat | 2 | 270 | 8 | |
| 200 | 35-45 | ||||
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem | Bakplaat | 2 | 270 | 8 | |
| 200 | 40-50 | ||||
| Broodjes, bijv, roggebroodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 4 | 200-220 20-30 | ||
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in. Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is de bakplaat geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. De deksel moet op de braadpan passen en goed sluiten.
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
vorm zonder deksel = open
vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. 1/2 cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Aanwijzingen voor het grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
Keer de grillstukken na 23 van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Schuif daarnaast de bakplaat op hoogte 1 in. Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Vlees Gewicht Toebehoren en | vormen | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuurin stelling in °C, grillstand | Bereidings- duur, minuten | |
| Rundvlees | |||||
| Gebraden rundvlees 1,0 kg gesloten 2 | ☐ | 200-220 120 | |||
| 1,5 kg 2 | ☐ | 190-210 140 | |||
| 2,0 kg 2 | ☐ | 180-200 160 | |||
| Runderfilet 1,0 kg open | 2 | ☐ | 210-230 70 | ||
| 1,5 kg 2 | ☐ | 200-220 80 | |||
| 2,0 kg 2 | ☐ | 190-210 90 | |||
| Rosbief, rosé | 1,0 kg open | 2 | ☐ | 210-230 60 | |
| Steaks, door | Rooster | 5 | ☐ | 3 20 | |
| Steaks, rosé 3 cm | Rooster | 5 | ☐ | 3 15 | |
| Kalfsvlees | |||||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg open | 2 | ☐ | 190-210 110 | |
| 2,0 kg 2 | ☐ | 170-190 120 | |||
| Varkensvlees | |||||
| zonder zwoerd (bijv.halsstuk) | 1,0 kg open | 2 | ☐ | 210-230 110 | |
| 1,5 kg 2 | ☐ | 200-220 130 | |||
| 2,0 kg 2 | ☐ | 190-210 150 | |||
| met zwoerd (bijv.schouder) 1,0 kg open | 2 | ☐ | 210-230 130 | ||
| ☐ | 200-220 160 | ||||
| ☐ | 190-210 180 | ||||
| Casselerrib met been | 1,0 kg gesloten 2 | ☐ | 210-230 70 | ||
| Lamsvlees | |||||
| Lamsbout zonder been, medium | 1,5 kg open | 2 | ☐ | 170-190 120 | |
| Gehakt | |||||
| Gebraden gehakt | ca. 750 g | open | 2 | ☐ | 200-220 70 |
| Worstjes | |||||
| Worstjes | ca. 750 g | Rooster | 4 | ☐ | 3 15 |
Gevogelte
De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld, panklaar gevogelte.
Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na 23 van de opgegeven tijd keren.
Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na 23 van de tijd keren.
Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Grilt u direct op het rooster, schuif de bakplaat dan in op hoogte 1. Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Gevogelte Gewicht Toebehoren en | vormen | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuurin-stelling in °C | Bereidings-duur, minuten | |
| Kip, halve 400 g per stuk | Rooster 2 | 210-230 50-60 | |||
| Kip in stukken 250 g per stuk | Rooster 2 | 210-230 30-40 | |||
| Kip, heel 1,0 kg Rooster 2 | 210-230 60-80 | ||||
| Eend, heel 1,7 kg Rooster 2 | 200-220 90-100 | ||||
| Gans, heel 3,0 kg Rooster 2 | 190-210 100-120 | ||||
| Babykalkoen, heel 3,0 kg Rooster 2 | 200-220 80-100 | ||||
| 2 kalkoenbouten | 800 g per stuk | Rooster 2 | 200-220 100-120 | ||
Vis
Visstukken keren na 23 van de grilltijd.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een
ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler.
Grilt u direct op het rooster, schuif dan ook de bakplaat in op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Vis | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuurin stelling in °C, grillstand | Bereidings- duur, minuten |
| Vis, heel | 300 g per stuk | Rooster 3 | 2 | 20-25 | |
| 1,0 kg | Rooster | 2 | 190-210 45-50 | ||
| 1,5 kg | Rooster | 2 | 180-200 50-60 | ||
| Visfilet, 3 cm | 300 g per stuk | Rooster | 4 | 20-25 |
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest”. Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast
Grilt u direct op het rooster, schuif dan ook de bakplaat in op hoogte 1. De oven blijft schoner.
Plaats de vorm altijd op het rooster.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
| Gerecht | Toebehoren en vormen | Hoogte Wijze van verwarmen | Temperatuur °C, grillstand | Bereidings-duur, minuten |
| Soufflés | ||||
| Soufflé, zoet | Ovenschaal | 2 | 180-200 40-50 | |
| Noedelsoufflé | Ovenschaal | 2 | 210-230 30-40 | |
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Wijze van | verwarmen | Temperatuur °C, grillstand | Bereidings- duur, minuten | |
| Gratin | ||||
| Aardappelgratin met rauwe ingrediën- ten, Hoogte max. 4 cm | Ovenschaal 2 | 160-180 50-60 | ||
| Toast | ||||
| Toasts van boven geroosterd 12 stuks | Rooster 4 | 3 | 5-8 | |
Kant-en-klaar producten
Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking.
Wanneer u de toebehoren bekleedt met bakpapier, let er dan op dat het bakpapier geschikt is voor deze temperaturen. Pas de grootte van het papier aan het gerecht aan.
Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op het rauwe product kunnen al bruine plekken en ongelijkmatigheden te zien zijn.
| Gerecht Toebehoren Hoogte Wijze van | verwarmen | Temperatuurin-stelling in °C | Bereidings-duur, minuten | ||
| Strudel, diepvries Bakplaat 3 | 200-220 30-40 | ||||
| Patates frites Bakplaat 3 | 190-210 25-30 | ||||
| Pizza | Rooster | 2 | 200-220 15-20 | ||
| Pizza-Baguette | Rooster 3 | 200-220 20-25 | |||
Bijzondere gerechten
Gistdeeg en zelfgemaakte yoghurt kunnen op lage temperaturen zeer goed bereid worden.
Het toebehoren uit de oven verwijderen.
Voorbereiden van de yoghurt
- 1 liter melk (3,5 % vet) aan de kook brengen en tot 40 °C laten afkoelen.
-
150 g yoghurt (uit de koelkast) toevoegen en goed erdoor roeren.
-
In kleine afsluitbare yoghurtglazen doen en met folie afdekken.
- De glazen op het rooster zetten en op hoogte 1 inschuiven.
- De oventemperatuur op 50 °C instellen en vervolgens bereiden zoals aangegeven.
Gistdeeg laten rijzen
- Het gistdeeg zoals gebruikelijk bereiden, in een hittebestendige vorm van keramiek doen en afdekken.
- De oven zoals aangegeven voorverwarmen.
- De ovendeur sluiten en het gistdeeg laten rijzen.
| Gerecht | Bereidingsvorm | Wijze van verwarmen | Temperatuur | Bereidingstijd | |
| Yoghurt Afsluitbare yoghurt-glazen | 1 | 50 °C | 6-8 uur | ||
| Gistdeeg laten rijzen | De hittebestendige vorm | op de bodem van de oven plaatsen | op 50 °C voorverwarmen | 5-10 minuten | |
| Het apparaat uitschakelen en het gistdeeg in de oven plaatsen | 20-30 minuten | ||||
Inmaak
Voor het inmaken moeten de potten en rubberen ringen schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van gelijke grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde glazen potten van 1 liter.
Attentie!
Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen.
Voorbereiden
- De potten vullen, niet te
- De glazen randen schoonmaken.
- Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel.
- Sluit de potten af met klemmen.
Plaats niet meer dan zes potten in de ovenruimte.
Instellen
- * Braadslede op hoogte 2 plaatsen. Plaats de glazen potten zó dat ze elkaar niet raken.
- 12 Liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- Ovendeur sluiten.
- Onderwarmte □ instellen.
- Temperatuur op170 tot 180 °C instellen
Inmaak
Fruit
Na ca. 40 tot 50 minuten stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Schakel de oven uit.
Na 25 tot 35 minuten nawarmen haalt u de weckflessen uit de ovenruimte. Als u ze langer in de ovenruimte laat afkoelen, kunnen zich kiemen vormen waardoor het ingemaakte fruit sneller zuur wordt.
Fruit in glazen potten van één liter Wanneer het borrelen begint Nawarmen
| Appels, rode bessen, aardbeien Uitschakelen Ca. 25 minuten | |
| Kersen, abrikozen, perziken, kruisbessen Uitschakelen Ca. 30 minuten | |
| Appelmoes, peren, pruimen Uitschakelen Ca. 35 minuten | |
| GroenteZodra er in de potten belletjes opstijgen de temperatuur naar 120 tot 140 °C terugbrengen. Afhankelijk van de soort groente | ca. 35 tot 70 m. Schakel vervolgens de oven uit en gebruik de restwarmte. |
Groente met koud vocht in glazen potten van één liter Wanneer het borrelen begint Nawarmen
| Augurken - Ca. 35 minuten | ||
| Rode biet Ca. 35 minuten Ca. 30 minuten | ||
| Spruitjes | ca. 45 minuten | Ca. 30 minuten |
| Bonen, koolrabi, rodekool | Ca. 60 minuten Ca. 30 minuten | |
| Erwten | Ca. 70 minuten Ca. 30 minuten | |
Glazen potten verwijderen
| Neem de potten na het inkoken uit de binnenruimte. | Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond. Ze kunnen knappen. |
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij graan- en aardappelproducten die met grote hitte worden bereid, zoals aardappelchips, frites,
toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
Tips voor het klaarmaken van gerechten met weinig acrylamide
| Algemeen | ■ Bereidingstijden zo kort mogelijk houden.■ De gerechten goudgeel en niet te donker bakken.■ Grote, dikke ingrediënten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte max. 200 °C.Met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte max. 190 °C.Met 3D-hetelucht of hete lucht max. 170 °CEi of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. |
| Frites uit de oven | Gelijkmatig en in één laag verdelen over de plaat. Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de frites niet uitdrogen |
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controlleren en testen van verschillende apparaten te vergemakkelijken.
Volgens EN 50304/EN 60350 (2009) resp. IEC 60350.
Bakken
Bij donkere appeltaart de donkerkleurige springvormen verspringend naast elkaar plaatsen.
Gebak in springvormen van blik: met boven- en onderwarmte ☐ op 1 niveau bakken. Gebruik de bakplaat in plaats van het rooster en plaats hier de springvormen in.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | ||
| Sprits Bakplaat 2 | ☐ | 150-170 20-30 | |||
| Small cakes, 20 stuks Bakplaat 3 | ☐ | 160-180 20-30 | |||
| Waterbiscuit Springvorm op het rooster 2 | ☐ | 160-180 30-40 | |||
| Donkere appeltaart | Rooster + 2 springvor-men ∅ 20 cm | 1 | ☐ | 190-210 70-80 | |
Grillen
Wanneer u eten direct op het rooster plaatst, schuif dan ook de braadslede in op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Verwar- | mingsmethode | Grillstand | Tijdsduur in minuten | ||
| Brood roosteren10 minuten voorverwarmen | Rooster | 5 | 3 | 1-2 | |
| Beefburger, 12 stuks*niet voorverwarmen | Rooster + bakplaat 4 | 3 | 25-30 | ||
* Na 23 van de tijd keren