HGV745257N - Koekenpan BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HGV745257N BOSCH in PDF-formaat.
| Soort product | Inbouw gaskookplaat |
| Aantal branders | 5 (inclusief wokbrander) |
| Brandertypes | Standaard, snelle, driedubbele ring wok |
| Gastoevoer | Aardgas of LPG (omzetbaar) |
| Ontstekingssysteem | Automatische ontsteking via vonkontstekers |
| Veiligheidsvoorzieningen | Vlambeveiliging (thermokoppel) op elke brander |
| Regelknoppen | Vooraan gemonteerd, indraaibediening |
| Markering van regelknoppen | Symbolen van minimale tot maximale vlam |
| Materiaal kookoppervlak | Roestvrij staal of geëmailleerd staal |
| Panondersteuningen | Gietijzeren panondersteuningen |
| Afmetingen (B x D x H) | Ongeveer 89 x 52 x 4 cm |
| Uitsparing afmetingen (B x D) | Ongeveer 86 x 48 cm |
| Gewicht | Ongeveer 14 kg |
| Voeding (elektrisch) | 220-240 V ~ 50/60 Hz voor ontsteking |
| Gasaansluiting | G 1/2" buitendraad aan de achterzijde |
| Energie-efficiëntieklasse | A+ (volgens EU-regelgeving) |
| Reinigingsmethode | Verwijder panondersteuningen en branderdeksels, was met mild schoonmaakmiddel |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van brandersproeiers en deksels om verstopping te voorkomen |
| Repareerbaarheid | Reserveonderdelen beschikbaar (branderdeksels, ontstekingskabels, thermokoppels) |
| Garantie | 2 jaar (standaard), verlengbaar |
Veelgestelde vragen - HGV745257N BOSCH
Gebruikersvragen over HGV745257N BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koekenpan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HGV745257N - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HGV745257N van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING HGV745257N BOSCH
[nl] Gebruiksaanwijzing 30

BOSCH
en Table of contents
Belangrijke veiligheidsvoorschriften 31
Oorzaken van schade 34
Schade aan de oven 34
Schade aan de schuiflade 34
Opstelling, gas- en elektrische aansluiting 34
Gasaansluiting.... 34
Storingen aan de gasinstallatie/ gaslucht.... 34
Apparaat aan de gasleiding of aan de deurgreep verschuiven 35
Elektrische aansluiting 35
Fornuis met de waterpas horizontaal plaatsen 35
Bevestiging aan de wand.... 35
Plaatsen van het apparaat 35
Maatregelen tijdens het transport.... 35
Uw nieuwe fornuis 36
Algemeen 36
Kookplaat 36
De oven 37
De binnenruimte.... 37
De toebehoren.... 38
Toebehoren plaatsen 38
Extra toebehoren.... 38
Klantenservice-artikelen.... 39
Voor het eerste gebruik.... 39
Tijd van de klok instellen.... 39
De oven opwarmen 39
Toebehoren reinigen 39
Reinigen van de branderkelk en het branderdeksel 40
Geschikte pannen 40
Waarschuwingen voor het gebruik.... 40
Kookplaat instellen 41
Gasbrander ontsteken 41
Tabel - koken 41
Oven instellen 42
Wijzen van verwarmen en temperatuur 42
Oven automatisch uitschakelen.... 42
Snelvoorverwarming.... 42
Wekker instellen.... 43
Onderhoud en reiniging.... 43
Bovenste glasafdekking 43
Schoonmaakmiddelen 43
Inschuifrails verwijderen en bevestigen.... 45
Ovendeur verwijderen en inbrengen.... 45
Deurruiten verwijderen en inbrengen.... 46
Wat te doen bij storingen? 46
Storingstabel.... 46
Ovenlamp aan het plafond vervangen 47
Glazen afscherming 47
Servicedienst 47
E-nummer en FD-nummer 47
Energie- en milieutips.... 47
Energie besparen met de oven 47
Energie besparen met de gas-kookplaat.... 47
Milieuvriendelijk afvoeren 47
Voor u in onze kookstudio uitgetest. 48
Gebak.... 48
Tips voor het bakken 50
Vlees, gevogelte, vis 50
Tips voor het braden en grillen.... 52
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast.... 52
Kant-en-klaar producten 53
Bijzondere gerechten.... 54
Ontdooien.... 54
Drogen 54
Inmaak 55
Acrylamide in levensmiddelen 55
Testgerechten 56
Bakken....56
Grillen.... 56
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.bosch-home.com en in de online-shop: www.bosch-eshop.com
⚠️ Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar.
Dit voorschrift geldt alleen als het symbool van het betreffende land op het apparaat is aangegeven. Als het symbool noet op het apparaat staat, moet u de installatiehandleiding raadplegen, waarin de vereiste voorschriften voor het ombouwen van het apparaat op de aansluitingseisen van het land staan.
Apparaatcategorie: Categorie 1
Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten en het omschakelen naar een ander type gas. De installatie van het toestel (elektrische en gasaansluiting) dient volgens de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding te worden uitgevoerd. Een verkeerde aansluiting en onjuiste instellingen kunnen leiden tot ernstige ongelukken en schade aan het toestel. De fabrikant van het apparaat is niet aansprakelijk voor dergelijke schade. De garantie van het apparaat komt te vervallen.
Opgelet: Dit apparaat is alleen bestemd voor kookdoeleinden. Het mag niet anderszins, bijvoorbeeld voor de verwarming van de ruimte, worden gebruikt.
Opgelet: Het gebruik van een gasfornuis zorgt voor warmte en vochtvorming in de opstellingsruimte. Let vooral als het apparaat in werking is, op een goede ventilatie van de ruimte waarin het staat: de natuurlijke ventilatie-openingen open houden of een mechanische ventilatie-inrichting (bijv. een afzuigkap) installeren.
Bij een intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan extra ventilatie nodig worden, bijv. door het openen van een raam of extra ventilatie bijv. door de afzuigkap op een hoger vermogen te zetten.
Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik met een externe wekker of afstandsbediening.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatsen. Zie beschrijving toebehoren in de gebruiksaanwijzing.
Risico van brand!
■ Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren.
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte bewaren. Nooit de deur openen wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het toestel. Schakel het toestel uit en haal de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Gastoevoer afsluiten.
■ Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken.
- De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.
- Het apparaat wordt erg heet, brandbare materialen kunnen snel vlam vatten. Bewaar of gebruik geen brandbare voorwerpen ( bijv. spuitbussen, reinigingsmiddelen) onder of in de nabijheid van de oven. Bewaar geen brandbare voorwerpen in of op de oven.
- Wanneer er gas-kookzones ingeschakeld zijn waar geen kookgerei op staat, wordt er tijdens het gebruik zeer veel warmte ontwikkeld. Het toestel en een daarboven aangebrachte afzuigkap kunnen beschadigd raken of vlam vatten. Vetresten in de filter van de stofafzuigkap kunnen vlam vatten. Gebruik de gas-kookzones alleen wanneer er kookgerei op staat.
- De achterkant van het toestel wordt zeer heet. Dit kan leiden tot beschadiging van de aansluitleidingen. Elektriciteits- en gasleidingen mogen niet met de achterkant van het toestel in aanraking komen.
- Nooit brandbare voorwerpen op de kookzones leggen of in de binnenruimte bewaren. Nooit de deur openen wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Zet het apparaat uit. Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Sluit de gastoevoer af.
- Het oppervlak van de schuiflade kan erg heet worden. Bewaar alleen oventoebehoren in de schuiflade. Ontvlambare en brandbare voorwerpen mogen niet in de ovenlade worden opgeborgen.
Risico van verbranding!
- Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
■ Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
■ Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
■ De kookzones en met name een eventueel aanwezige kookplaatomlijsting
worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Tijdens het gebruikt worden de oppervlakken van het apparaat heet. De hete oppervlakken niet aanraken. Houd kinderen uit de buurt van het toestel.
■ Wanneer er leeg kookgerei op ingeschakelde gas-kookzones staat, wordt dit zeer heet. Nooit leeg kookgerei verwarmen. - Het apparaat wordt heet tijdens de bereiding. Laat het voor de reiniging afkoelen.
- Opgelet: Aanraakbare delen kunnen tijdens het grillen heet worden. Houd kleine kinderen op een afstand.
■ Wanneer de fles voor vloeibaar gas niet loodrecht staat, kan het vloeibare propaan/butaan/ in het apparaat terechtkomen. Er kunnen dan heftige steekvlammen bij de branders optreden. Onderdelen kunnen beschadigd raken en in de loop van de tijd ondicht worden, waardoor er op een ongecontroleerde manier gas ontsnapt. Deze beide oorzaken kunnen leiden tot verbrandingen. Flessen voor vloeibaar gas altijd in een loodrechte stand houden.
Kans op verbranding!
- Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. De deur van het toestel voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Risico van letsel!
■ Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en vervangingen van beschadigde elektriciteits- en gasleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het toestel defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit,
de gastoevoer sluiten. Contact opnemen met de klantenservice.
■ Storingen of beschadigingen aan het apparaat zijn gevaarlijk. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Gastoevoer afsluiten. Contact opnemen met de klantenservice.
■ Wanneer de pannen onjuiste afmetingen hebben, beschadigd of verkeerd geplaatst zijn, kunnen ze ernstig letsel veroorzaken. Neem de aanwijzingen voor het kookgerei in acht
- Opgelet: De glasafdekking kan door de hitte barsten. Voor het sluiten van de afdekking moeten alle branders uitgeschakeld zijn. Wacht tot de oven afgekoeld is voordat u de afdekking sluit.

Wordt het toestel onbevestigd op een sokkel geplaatst, dan kan het hiervan afglijden. Het toestel moet goed aan de sokkel worden bevestigd.
Kantelgevaar!

Waarschuwing: Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, moet een kantelbeveiliging worden gemonteerd. Lees de montage-instructies door.
Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in
de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
■ De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat.
■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
- Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Risico van brand!
- Losse voedselresten, vet en braadjus kunnen tijdens de zelfreiniging vlam vatten. Verwijder voor de zelfreiniging altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte en van de toebehoren.
- De buitenkant van het apparaat wordt tijdens de zelfreiniging zeer heet. Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen. Zorg ervoor dat de voorkant van het toestel vrij blijft. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Risico van verbranding!
- De binnenruimte wordt tijdens de zelfreiniging zeer heet. Nooit de apparaatdeur openen of de vergrendelingshaak met de hand verschuiven. Het toestel laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
■ De buitenkant van het apparaat wordt tijdens de zelfreiniging zeer heet. De apparaatdeur nooit aanraken. Het apparaat laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Oorzaken van schade
Kookplaat
Attentie!
■ Gebruik de kookzones alleen als er een pan op staat. Verhit geen lege pannen. De panbodem raakt hierdoor beschadigd.
■ Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem.
■ Zet de pan midden boven de brander. Daardoor wordt de warmte van de brandervlam optimaal aan de panbodem doorgegeven. Handvatten of stelen worden niet beschadigd, en er wordt een hogere energiebesparing gerealiseerd.
■ Let erop dat de gasbranders schoon en droog zijn. Het branderdeksel moet altijd exact op de branderkelk liggen.
- Let erop dat de bovenste afdekking niet gesloten is als het fornuis in bedrijf genomen wordt.
Schade aan de oven
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de
verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■Vochtige levensmiddelen: Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd.
■ Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
■ Afkoelen met open apparaatdeur: De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kan de voorzijde van aangrenzende meubels op den duur worden beschadigd.
■ Sterk vervuilde deurdichting: is de deurdichting sterk vervuild, dan sluit de apparaatdeur tijdens het gebruik niet meer goed. De voorzijde van aangrenzende meubels kan worden beschadigd.Zorg ervoor dat de deurdichting altijd schoon is.
■ Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen.
■ Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur.
Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven.
■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Schade aan de schuiflade
Attentie!
Leg geen hete voorwerpen in de schuiflade. Deze kan beschadigd raken.
Opstelling, gas- en elektrische aansluiting
Gasaansluiting
De installatie mag uitsluitend door een erkende installateur of een door de importeur erkende servicemonteur worden uitgevoerd volgens de "Instructie voor het aansluiten van het gas en het wijzigen van de gassoort".
Voor de door de importeur erkende installateur of servicedienst
Attentie!
■ De instellingsvoorwaarden voor dit apparaat staan op het typeplaatje op de achterzijde van het apparaat aangegeven. De door de fabriek ingestelde gassoort is met een ster (*) gemarkeerd.
■ Controleer voor de opstelling van het apparaat de distributievoorwaarden (gassoort en gasdruk) en verzeker u ervan dat de gasinstelling van het apparaat hierop is ingesteld. Indien de instellingen van het apparaat gewijzigd moeten worden, raadpleeg dan de instructies in het hoofdstuk "Instructie voor het aansluiten van het gas en het wijzigen van de gassoort".
■ Dit apparaat is niet op een verbrandingsgasafvoer aangesloten. Het apparaat moet in overeenstemming met de installatievoorschriften aangesloten en in gebruik genomen worden. Sluit het apparaat niet op een verbrandingsgasafvoer
aan. Alle ventilatievoorschriften moeten in acht genomen worden.
■ De gasaansluiting moet via een vaste, niet-flexibele aansluiting (gasleiding) of via een veiligheidsslang worden gerealiseerd.
- Indien een veiligheidsslang wordt gebruikt, moet er beslist op gelet worden dat de slang niet vastgeklemd of geknikt wordt. De slang mag niet met hete oppervlakken in aanraking komen.
■ De gasleiding (gasleiding of veiligheidsslang) kan zowel aan de linker- als aan de rechterzijde van het apparaat worden aangesloten. De aansluiting moet over een gemakkelijk toegankelijke afsluitingsvoorziening beschikken.
Storingen aan de gasinstallatie/ gaslucht
Wanneer u merkt dat het naar gas ruikt of storingen aan de gasinstallatie vaststelt, dient u het volgende te doen.
■direct de gastoevoer of het ventiel van de gasfles sluiten
■ direct open vuur en sigaretten doven
■ elektrische apparaten uitschakelen - ook lampen
■ ramen openen en de ruimte goed luchten
■telefonisch contact opnemen met de klantenservice of de elektriciteitsmaatschappij.
Apparaat aan de gasleiding of aan de deurgreep verschuiven
Verschuif het apparaat niet door aan de gasleiding te trekken; de gasleiding kan beschadigd raken. Gevaar voor een gaslek! Verschuif het apparaat niet door aan de deurgreep te trekken. Deurscharnieren en deurgreep kunnen beschadigd raken.
Elektrische aansluiting
Attentie!
■ Laat het apparaat door een servicedienst plaatsen. Voor de aansluiting is een zekering van 16 A nodig. Het apparaat is geschikt voor een netspanning van 220-240 V.
■ Wanneer de netspanning afneemt tot minder dan 180 V, functioneert het elektrische ontstekingssysteem niet meer.
■Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij schade de garantieclaim.
■ Als de aansluitkabel beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, door de servicedienst of door een erkende monteur worden vervangen.
Voor de servicedienst
Attentie!
■ Het apparaat moet overeenkomstig de specificaties op het typeplaatje worden aangesloten.
■Sluit het toestel alleen op een elektrische aansluiting aan die voldoet aan de geldende bepalingen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijn om het apparaat indien nodig van het lichtnet te kunnen scheiden.
■ Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aangebracht zijn.
■ Gebruik nooit een verlengkabel of meervoudige stekker.
■ Om veiligheidsredenen mag dit apparaat alleen op een geaarde aansluiting worden aangesloten, Wanneer de randaarde-aansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, is de bescherming tegen elektrische gevaren niet gegarandeerd.
■Voor de aansluiting van het apparaat moet een kabel van het type H 05 W-F of gelijkwaardig worden gebruikt.
Fornuis met de waterpas horizontaal plaatsen
Zet het fornuis direct op de vloer.
- Ovenlade eruit trekken en er naar boven uittillen. Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor en achter stelvoeten.
- De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel omhoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpas staat (Afbeelding A).
- Ovenlade weer inschuiven (Afbeelding B).


Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het fornuis kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Neem het montagevoorschrift voor bevestiging aan de wand in acht.
Plaatsen van het apparaat

■ Het apparaat moet volgens de opgegeven maten worden geplaatst en direct op het vloeroppervlak van uw keuken. Het apparaat mag niet boven op wat voor object dan ook worden geplaatst.
■Voor de afstand tussen de bovenkant van het fornuis en de onderzijde van de afzuigkap moet u zich houden aan de instructies van de fabrikant van de afzuigkap.
■ Let erop dat het apparaat na de plaatsing niet meer wordt verschoven. De afstand tussen de extra krachtige brander of wokbrander met aangrenzende keukenmeubels resp. de muur moet minstens 50 mm bedragen.
Maatregelen tijdens het transport
Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het apparaat met plakband, dat zonder sporen verwijderd kan worden. Schuif alle toebehoren (bijv. de bakplaat) met een dunne strook karton aan beide zijden in de vakken om beschadiging van het apparaat te voorkomen. Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van de bakplaat en de achterzijde van de deur om te voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde van de glazen deur stoot. Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste afdekking met plakband aan de zijden van het apparaat.
Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.
Als de originele verpakking niet meer beschikbaar is
Verpak het apparaat in een beschermende verpakking om voldoende bescherming tegen eventuele transportschade te garanderen.
Transporteer het apparaat rechtop. Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze dan beschadigd kunnen raken. Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
Uw nieuwe fornuis
Hier maakt u kennis met uw nieuwe fornuis. Wij leggen u de werking van het bedieningspaneel, de kookplaat en de
Algemeen
De uitvoering hangt van het type apparaat af.

afzonderlijke bedieningselementen uit. U krijgt informatie over de binnenruimte en de toebehoren.
Kookplaat
Hier krijgt u een overzicht van het bedieningspaneel. De uitvoering hangt van het type apparaat af.

Toelichting
| 1 | N | o | r | m | a | I |
Spaarbrander
| Toelichting | |||||
| 1 Afdekplaat | |||||
| 2 Kookplaat | |||||
| 3 Kookzoneschakelaars | |||||
| 4 Functiekeuzeknoppen, bedieningstoetsen en weergaveveld, temperatuurkeuzeknop | |||||
| 5 Koeling van het apparaat | |||||
| 6 | O | v | e | n | d |
| 7 | S | c | h | u | i |
| 3 Extra krachtige brander | ||||||
| 4 | N | o | r | m | a | I |
Branderschakelaar
Met de vier branderschakelaar kunt u het verwarmingsvermogen van de branders instellen.
| Standiergasformuis | |
| o | Nulstand Formuis is uitgeschakeld. |
| * | Onstekingsatand Onstekingsstand |
| @ | Instelbereik grote vlam = sterkste instelling |
| @ | spaarvlam = kleinste instelling |
Aan het einde van het instelbereik voelt u een aanslag. Niet verder draaien.
De oven
U stelt de oven in met de functie- en de temperatuurkeuzeknop.
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethode voor de oven in.
U kunt de functiekeuzeknoppen naar rechts of naar links draaien.
| Stand Gebruik | |
|  | Nulstand De oven is uitgeschakeld. |
| Boven- en onder- warmte Voor taart en gebak, ovenschotels en magere braadstukken, bijv. rund of wild, op één niveau. De hitte komt gelijkmatig van boven en van beneden. | |
| 3D-hetelucht* Voor taart en gebak op één tot drie niveaus. De ventilator ver- deelt de warmte van het ronde ver- warmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de oven. | |
| Pizzastand Voor de snelle bereiding van diep- vriesproducten zonder voorverwar- men, bijv. pizza's, patates frites of strudel. Het onderste verwarmings- element en het ronde verwar- mingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| Onderwarmte Voor het inkoken en nabakken of naroosteren. De warmte komt van onderen. | |
| Circulatiegrillen Voor het braden van vlees, gevo- gelte en hele vis. Het grillelement en de ventilator worden afwisse- lend in- en uitgeschakeld. De venti- lator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Grill, klein Voor het grillen van kleine hoeveel- heden steaks, worstjes, toast en stukjes vis. Het middelste deel van het grillelement wordt heet. | |
| Grill, groot Voor het grillen van steaks, snee- tjes brood en stukjes vis. Het gehele vlak onder het grillelement wordt heet. | |
| Ontdooien Voor het ontdooien van vlees, gevogelte, brood en gebak. De ventilator wervelt de warme lucht rond het gerecht. | |
| Snelvoorverwarming Snel voorverwarmen van de oven zonder toebehoren. | |
* Verwarmingsmethode waarbij de energie-efficiëntieklasse overeenkomt met EN50304.
Wanneer u instelt, brandt de lamp in de binnenruimte.
Temperatuurkeuzeknop
Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur en de grillstand instellen.
| Standen Functie | ||
| 1 | Nulstand Oven niet heet. | |
| 50-270 | Temperatuurbereik | Temperatuurinstellingen in °C. |
| 1, 2, 3 | Grillstanden | Grillstanden voor de grill, klein ▼en groot ▼ oppervlak. |
| Stand 1 = zwak | ||
| Stand 2 = gemiddeld | ||
| Stand 3 = sterk | ||
Terwijl de oven opwarmt, brandt het temperatuursymbool ↓ in het display. Als het opwarmen wordt onderbroken, gaat het symbool uit. Bij sommige instellingen brandt het niet.
Toetsen en display
Met de toetsen kunnen diverse extra functies worden gekozen. Op het display kunt u de ingestelde waarde aflezen.
| Toets | Functie | |
| ➊ | Kloktoets | Met deze toets kunnen de wekker en de bereidingstijd l ingesteld worden. |
| - | Toets min Met deze toets kan de instel-waarde na onderen worden bijge-steld. | |
| + | Toets plus | Met deze toets kan de instel-waarde na boven worden bijge-steld. |
De binnenruimte
In de binnenruimte bevindt zich de ovenlamp. Een koelventilator beschermt de oven tegen oververhitting.
Ovenlamp
Tijdens het gebruik brandt de ovenlamp in de binnenruimte.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt.
Attentie!
De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt de oven oververhit.
De toebehoren
De meegeleverde toebehoren zijn geschikt voor vele gerechten. Let erop dat u de toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatst.
Het grote assortiment speciale toebehoren zorgt ervoor dat vele van uw gerechten nog beter lukken en u de oven nog comfortabler kunt gebruiken.
Toebehoren plaatsen
U kunt de toebehoren op 5 verschillende hoogtes in de binnenruimte plaatsen. Altijd tot de aanslag inschuiven, zodat de toebehoren de deurruit niet raken.

De toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken, tot ze inklikken. Zo kunnen de gerechten gemakkelijk uit de oven worden genomen.
Zorg ervoor dat de toebehoren met de welving naar achteren in de binnenruimte worden geplaatst. Alleen zo klikken ze in.

Aanwijzing: Wanneer de toebehoren heet worden, kunnen ze vervormen. De vervorming verdwijnt weer nadat ze zijn afgekoeld. Dit heeft geen invloed op de werking ervan.
Houd de bakplaat aan weerszijden met beide handen vast en schuif de bakplaat recht in het frame. Vermijd bij het inschuiven bewegingen naar links of rechts. Anders kan de bakplaat niet gemakkelijk ingeschoven worden. Het geëmailleerde oppervlak kan beschadigd raken.
Toebehoren kunt u nabestellen bij de klantenservice, in de vakhandel of via Internet. Geef hiervoor alstublieft het HEZ-nummer op.

Rooster
Voor servies, taart- en cakevormen, braadstukken, grillstukken en diepvriesgerechten.
Het rooster met de open kant naar de ovendeur en de welving naar beneden — inschuiven.

Emaillen bakplaat
Voor gebak en koekjes.
Plaats de bakplaat met de schuine kant naar de ovendeur.
Extra toebehoren
Extra toebehoren kunt u bij de servicedienst of in de speciaalzaak kopen. In onze brochures of op internet vindt u diverse producten die voor uw oven geschikt zijn. De beschikbaarheid van extra toebehoren en de mogelijkheid om deze via internet te kopen is per land verschillend. Informatie hierover vindt u in de verkoopbrochures.
Niet elk extra toebehoren is voor elk apparaat geschikt. Geef bij aankoop steeds de volledige naam (E-nr.) van uw apparaat op.
Extra toebehoren HEZ-nummer Functie
| Pizzaplaat HEZ317000 Is zeer geschikt voor pizza, diepvriesgerechten en ronde taarten. U kunt de pizzaplaat in plaats van de braadslede gebruiken. Schuif de plaat boven het rooster erin en houd u aan de gegevens in de tabellen. | |
| Inzetrooster HEZ324000 Om te braden. Plaats het grillrooster altijd op de braadslede.Afdruipend vet en vleesvocht worden opgevangen. | |
| Grillplaat HEZ325000 Deze wordt bij het grillen in plaats van het grillrooster of als spatbeveiliging gebruikt om de oven tegen sterke vervuiling te beschermen. Gebruik de grillplaat alleen in combinatie met de braadslede.Grillstukken op de grillplaat: Alleen de inschuifhoogtes 1, 2 en 3 worden gebruikt.Grillplaat als spatbeveiliging: De braadslede wordt tezamen met de grillplaat onder het rooster ingeschoven. | |
| Baksteen HEZ327000 De baksteen is uitstekend geschikt voor het bereiden van zelf-gemaakt brood, broodjes en pizza die een knapperige bodem moeten krijgen. De baksteen moet altijd op de aanbevolen temperatuur worden voorverwarmd. | |
| Geëmailleerde bakplaat HEZ331003 Voor gebak en koekjes.Schuif de bakplaat met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | |
| Geëmailleerde bakplaat met anti-aanbaklaag HEZ331011 Gebak en koekjes kunnen goed op de bakplaat worden verdeeld. Schuif de bakplaat met de schuine kant naar de oven-deur in de oven. |
Extra toebehoren HEZ-nummer Functie
| Braadslede HEZ332003 Voor vochtig gebak, koekjes, diepvriesgerechten en grote braadstukken. Kan ook voor het opvangen van vet of vlees-vocht onder het rooster worden gebruikt.Schuif de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | ||
| Braadslede met anti-aanbaklaag HEZ332011 Vochtig gebak, koekjes, diepvriesgerechten en grote braad- stukken kunnen goed op de braadslede worden verdeeld.Schuif de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | ||
| Deksel voor profipan HEZ333001 Met een deksel wordt de profipan een profibraadpan. | ||
| Profipan met inzetrooster HEZ333003 Is zeer geschikt voor het bereiden van grote hoeveelheden. | ||
| Uitschuifrail3-voudige telescopische uitschuifhulp HEZ338352 Met de uitschuifrails op de hoogtes 1, 2 en 3 kunt u het toebe-horen verder uittrekken zonder dat het kantelt.3-voudige telescopische uitschuifhulp, niet geschikt voor appa-raten met draaispit. | ||
| 3-voudige uitschuifhulp met stopfunctie HEZ338357 Met de uitschuifrails op de hoogten 1, 2 en 3 kan het toebehoren geheel worden uitgetrokken zonder dat het kantelt. De uit-schuifrails klikken vast, zodat de bakplaten gemakkelijk kunnen worden geplaatst.De 3-voudige telescopische uitschuifhulp met stopfunctie is niet geschikt voor apparaten met draaispitvoorzieningen. | ||
| Rooster HEZ334000 Voor ovenschalen, bakvormen, braadstukken, gegrilde stuk-ken en diepvriesgerechten. | ||
| Glazen pan HEZ915001 De glazen pan is geschikt voor smoorgerechten en ovenscho-tels. Is zeer geschikt voor programma's en braadautomaat. | ||
| Klantenservice-artikelenVoor uw huishoudelijke apparaten kunt u bij de klantenservice, in de vakhandel of via het Internet voor afzonderlijke landen in | de e-shop de juiste onderhouds- en reinigingsmiddelen of andere toebehoren kopen. Geef hiervoor het betreffende artikelnummer op. | |
| Schoonmaakdoekjes voor roestvrijstalen oppervlakken | Artikel-nr. 311134 | Het afzetten van vuil wordt tegengegaan. Door de impregnatie met een speciale olie worden de oppervlakken van roestvrij-stalen apparaten optimaal schoongemaakt. |
| Oven-grillreiniger-gel | Artikel-nr. 463582 | Voor het reinigen van de binnenruimte. De gel is reukloos. |
| Microvezeldoek met honingraatstructuur | Artikel-nr. 460770 | Bijzonder geschikt voor het schoonmaken van gevoelige oppervlakken, zoals bijv. glas, glaskeramiek, roestvrij staal of aluminium. Het microvezeldoekje verwijdert in één keer voch-tig en vethoudend vuil. |
| Deurbeveiliging | Artikel-nr. 612594 | Om te voorkomen dat kinderen de ovendeur openen. De beveiliging wordt vastgeschroefd op een manier die afhangt van de apparaatdeur. Neem de aanwijzingen in het bijlageblad bij de deurbeveiliging in acht. |
Voor het eerste gebruik
Hier vindt u alles wat u moet doen voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met de oven of de gas-kookplaat. Lees eerst het hoofdstuk Veiligheidsvoorschriften.
Tijd van de klok instellen
Na de eerste keer aansluiten brandt het symbool in het display.
- .Controleer of het symbool I→I in het display knippert.
- Toets Ⓛ indrukken.
Het display wordt donker.
De oven is nu gebruiksklaar.
De oven opwarmen
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten oven op. Ideaal hiervoor is een uur met boven- en onderwarmte bij 240 °C. Let erop dat zich geen verpakkingsresten in de binnenruimte bevinden.
- Met de functiekeuzeknop Boven- en onderwarmte □ instellen.
- Met de temperatuurkeuzeknop 240 °C instellen.
Na een uur de oven uitschakelen. Functie- en temperatuurkeuzeknop op de nulstand draaien.
Toebehoren reinigen
Reinig de toebehoren voor het eerste gebruik grondig met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
Reinigen van de branderkelk en het branderdeksel
Reinig het branderdeksel (1) en het branderdeksel (2) met water en afwasmiddel. Droog deze onderdelen goed af.
Plaats de branderkelk en het deksel weer op de branderkom (5). Let erop dat de ontsteking (3) en de vlambeveiligingspin (4) niet worden beschadigd.
De sproeier (6) moet droog en schoon zijn. Plaats het branderdeksel altijd exact op de branderkelk.

Geschikte pannen
| Brander/elektrische kookplaat | Minimale pan-diameter | Maximale pandiame-ter |
| Elektrische kookplaat* | 14,5 cm | 14,5 cm |
| Wokbrander** 3,6 kW | 24 cm | 28 cm |
| Spaarbrander 3 kW | 24 cm | 28 cm |
| Normale brander 1,7 kW | 18 cm | 24 cm |
| Spaarbrander 1 kW | 12 cm | 18 cm |
* Optie (voor modellen met elektrische kookplaat)
** Optie (voor modellen met wokbrander)
Waarschuwingen voor het gebruik
Onderstaande raadgevingen helpen u energie te besparen en schade vermijden aan de pannen:

Gebruik pannen met een geschikte maat voor elke brander.
Gebruik geen kleine pannen op grote branders. De vlam mag de zijkanten van de pan niet raken.

Gebruik geen vervormde pannen die onstabiel staan op de kookplaat. De pannen zouden kunnen kantelen.
Gebruik altijd pannen met een vlakke en dikke bodem.

Kook niet zonder deksel of met verschoven deksel. Een deel van de energie gaat verloren.

Plaats potten en pannen altijd midden boven de brander anders kunnen deze kantelen.

Plaats de pannen op de roosters, nooit rechtstreeks op de brander.
Controleer voor gebruik of de roosters en de branderdeksels op de juiste wijze zijn geplaatst.

Hanteer de pannen voorzichtig op de kookplaat.
Stoot niet tegen de kookplaat aan, noch plaats hierop te hoge gewichten.

Gebruik geen twee branders of warmtebronnen voor één pan.
Vermijd het gebruik van grillplaten, kookpotten van aardewerk, enz. gedurende lange tijd op het maximumvermogen.
Kookplaat instellen
Uw kookplaat is voorzien van vier gasbranders. Hier kunt u nalezen hoe u de gasbranders aansteekt en de kookplaat instelt.
Gasbrander ontsteken
Plaats het branderdeksel altijd exact op de branderkelk. De openingen op de branderkelk moeten altijd vrij zijn. Alle branderdelen moeten droog zijn.
- Open de bovenste afdekking. Deze moet tijdens het gebruik van het fornuis altijd geopend zijn.
- Draai de schakelaar van de gewenste brander naar links in de ontstekingsstand ⚙. Het ontsteken begint.
- Druk de schakelaar helemaal in en houd deze 1-3 seconden ingedrukt. De gasbrander wordt ontstoken.

De ontstekingsbeveiliging wordt geactiveerd. Als de gasvlam uitgaat, wordt de gastoevoer automatisch door de ontstekingsbeveiliging onderbroken.
-
Stel de gewenste vlamhoogte in. Tussen de instelling ⚙ Uit en de instelling ⚙ is de vlam niet stabiel. U moet daarom altijd een instelling tussen de hoogste ⚙ en de laagste vlam ⚙ kiezen.
-
Als de vlam weer uitgaat, herhaalt u de procedure vanaf stap 2.
- Bereiding beëindigen: Draai de gasbranderschakelaar ó naar rechts in de stand Uit.
De ontsteking mag niet langer dan 15 seconden worden bediend. Wanneer de brander na 15 seconden nog niet ontstoken is, moet u minstens 1 minuut wachten. Herhaal dan de ontstekingsprocedure.
⚠️ Let op!
Wanneer u kort na het uitschakelen van een nog warme gasbrander de schakelaar bedient, stroomt er gas uit. Wanneer u de schakelaar niet in de ontstekingsstand ✝ zet, wordt de gastoevoer na 60 seconden onderbroken.
De gasbrander ontsteekt niet.
Bij stroomuitval of bij vochtige bougies kunt u de gasbrander met een gasaansteker of lucifer ontsteken.
Tabel - koken
Kies voor elke kookzone de juiste pangrootte. De diameter van de panbodem moet met de grootte van de kookzone overeenstemmen.
De kooktijden zijn afhankelijk van de soort, het gewicht en de kwaliteit van de gerechten. Daarom zijn afwijkingen mogelijk. De optimale kooktijd kunt u op basis van uw eigen ervaring bepalen.
Mineralen en vitaminen kunnen bij het koken zeer snel hun voedingswaarde verliezen. Gebruik daarom maar weinig water. Zo blijven vitaminen en mineralen behouden. Kies korte kooktijden zodat groentes steviger blijven en meer voedingswaarde hebben.
Voorbeeld Gerecht Kookzone Kookstand
| Smelten Chocolade, boter, margarine Spaarbrander Kleine vlam | ||
| Verwarmen Bouillon, groenteconserven Normale brander Kleine vlam | ||
| Verwarmen en warm houden | Soepen Spaarbrander Kleine vlam | |
| Stomen* Vis Normale brander Tussen grote en kleine vlam | ||
| Stomen* Aardappels en overige groenten, vlees | Normale brander Tussen grote en kleine vlam | |
| Koken* | Rijst, groente, vleesgerechten (met saus) | Normale brander grote vlamhoogte |
| Braden | Pannenkoeken, aardappels, schnitzels, vissticks | Extra krachtige brander Tussen grote en kleine vlam |
* Wanneer u een pan met deksel gebruikt, schakel dan naar een kleinere vlam terug zodra het eten begint te koken.
Oven instellen
U heeft verschillende mogelijkheden om de oven in te stellen. Hier geven wij u uitleg over de manier waarop u de gewenste verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand instelt. U kunt voor uw gerecht de tijdsduur en eindtijd instellen.
Wijzen van verwarmen en temperatuur
Voorbeeld op de afbeelding: 190 °C, boven-/onderwarmte □.
- Met de functiekezer de gewenste wijze van verwarmen instellen.

- Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur of de grillstand instellen.

De oven wordt opgewarmd.
Oven uitschakelen.
Functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Instellingen veranderen
U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen.
Oven automatisch uitschakelen
Voer de bereidingstijd voor uw Gerecht in.
Voorbeeld op de afbeelding: Boven-/onderwarmte ☐, 200 °C, bereidingstijd 45 minuten.
- Met de functiekezer de gewenste wijze van verwarmen instellen.
- Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur of de grillstand instellen.
- Kloktoets Ⓛ tweemaal indrukken. Het symbool bereidingstijdI→I knippert.

- Met de toets + of - de bereidingstijd instellen. Toets + / voorgestelde waarde = 30 minuten Toets - / voorgestelde waarde = 10 minuten

De oven start na een paar seconden. In het display verschijnt het symbool I.
De bereidingstijd is afgelopen
Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. De toets tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitzetten.
Instelling voortijdig afbreken
Kloktoets Ⓛ tweemaal indrukken. De toets - indrukken tot op het display een nul verschijnt. De functiekiezer uitschakelen.
Instelling veranderen
Kloktoets Ⓛ tweemaal indrukken en instellen zoals in hoofdstuk 4 is beschreven.
Aanwijzing: U kunt de instelling veranderen zolang het symbool knippert. Als het symbool oplicht, is de instelling overgenomen.
Snelvoorverwarming
Met de snelvoorverwarming bereikt de oven de ingestelde temperatuur bijzonder snel.
Gebruik de snelvoorverwarming bij een ingestelde temperatuur boven 100 °C.
Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, doet u het gerecht pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
-
De functiekeuzeknop op »» zetten.
-
Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
Op het display is het symbool ⚡ verlicht. De oven begint op te warmen.
Het snel voorverwarmen is beëindigd
Het symbool ♪ verdwijnt van het display. Plaats uw gerecht in de oven en stel de gewenste verwarmingsmethode in.
Wekker instellen
U kunt de wekker gebruiken als een keukenwekker. De werking ervan is onafhankelijk van de oven. De wekker heeft een apart signaal. Daardoor kunt u horen, of de tijd van de wekker of de bereidingstijd is afgelopen.
Zo stellt u hem in
- Kloktoets ⏻ indrukken. Het symbool wekker ⚠ knippert.
- Met de toets + of - de wekkertijd instellen. Toets + / voorgestelde waarde = 10 minuten Toets - / voorgestelde waarde = 5 minuten
De wekker start na een paar seconden. In het display verschijnt het symbool ⚙. De verstreken tijd wordt aangegeven.
De tijd is afgelopen
Er klinkt een signaal. Kloktoets Ⓛ indrukken. De wekkerindicatie verdwijnt.
Wekkertijd veranderen
Kloktoets indrukken. Met de toets + of - kunt de tijd veranderen.
Instelling wissen
Kloktoets Ⓤ indrukken. De toets - zo vaak indrukken tot op het display een nul verschijnt.
Wekker en bereidingstijd lopen gelijktijdig af
De symbolen lichten op. De wekkertijd loopt in het display zichtbaar af.
Resteredne bereidingstijd |→| opvragen:
Kloktoets Ⓛtweemaal indrukken.
De opgevraagde waarde verschijnt gedurende een paar seconden in het display.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de kookplaat en de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijven ze lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u beide op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
■ Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
■Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Bovenste glasafdekking
Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.
Voor de reiniging kan het beste een glasreiniger worden gebruikt
Verwijder de bovenste afdekking voor de reiniging. Houd de afdekking aan weerszijden vast en trek deze naar boven.

Indien de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R moet rechts, het scharnier met de letter L moet links worden gemonteerd.
Monteer na het reinigen de bovenste afdekking weer in omgekeerde volgorde.
Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde reinigingsmiddelen beschadigd raken, moet u zich aan het volgende houden.
Gebruik bij de reiniging van de kookplaat
- geen onverdund afwasmiddel of reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine,
■ geen schuursponsjes, - geen agressieve reinigingsmiddelen zoals ovensprays of middelen om vlekken te verwijderen,
■geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
■ Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Gebruik bij de reiniging van de oven
■ geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,
■ geen reinigingsmiddelen met een hoog alcoholpercentage,
■ geen schuursponsjes,
■ geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
■ Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Was nieuwe sponsen voor het eerste gebruik goed uit.
| Roestvrijstalen oppervlakken | Maak het apparaat met water en een beetje zeepsop schoon.Veeg bij roestvrijstalen oppervlakken altijd in de slijprichting.Anders kunnen er krassen ontstaan. Droog met een zachte doek af.Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken moeten altijd onmiddellijk worden verwijderd..Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove reinigingsdoeken.De roestvrijstalen oppervlakken kunnen met speciale onderhoudsmiddelen gepoetst worden.Neem de instructies van de fabrikant in acht. Speciale reinigingsmiddelen voor roestvrij staal zijn bij de servicedienst of in de speciaalzaak verkrijgbaar. |
| Geëmailleerde en geglazuurde oppervlakken | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Gasbranders en roosters | Niet in de vaatwasmachine reinigen. Neem het rooster van zijn plaats en reinig het met een spons, afwas-middel en warm water.Verwijder de branderkelk en het branderdeksel. Maak deze schoon met een spons met warm water en afwasmiddel. Let erop dat de openingen van de branderkelk waar het gas uitstroomt schoon en niet verstopt zijn. Maak de ontstekingen schoon met een klein, zacht borsteltje. De gasbranders functioneren alleen als de ontstekingen schoon zijn. Verwijder etensresten in de branderschalen met een vochtige doek met warm water en afwasmiddel.Gebruik hierbij weinig water.Er mag geen water in het appa-raat komen.Let erop dat de opening van de sproeier tijdens het schoonmaken niet verstopt of beschadigd raakt. Droog alle onderdelen na het schoonmaken af en plaats de branderdeksels exact op de branderkel- ken.Als de onderdelen niet op de juiste wijze worden geplaatst, zal dat het ontsteken van de branders bemoeilijken. De branderdeksels zijn met een laag zwart email bedekt. Door de grote hitte kan deze kleur met de tijd veranderen. Dit zal de werking van de branders echter niet beïnvloeden. Leg het rooster weer op zijn plaats. |
| Elektrische kook- plaat (optie) | Reinig deze met de harde kant van een schuursponsje en met wat vloeibaar schuurmiddel.Schakel na het reinigen de kookplaat kort in om deze te laten drogen.Vochtige kookplaten gaan op den duur roes- ten.Smeer er vervolgens een onderhoudsmiddel op.Overgekookt voedsel en etensresten moeten altijd direct verwijderd worden. |
| Metalen ring van de elektrische kook- plaat (optie) | De metalen ring kan op den duur verkleuren. Het is mogelijk om de oorspronkelijke kleur te herstellen.Maak de ring schoon met de harde kant van een schuurspons en met wat vloeibaar schuurmiddel.Raak hierbij niet de aangrenzende oppervlakken aan. Deze kunnen anders beschadigd worden. |
| Knoppen | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Deurglas | Dit kan met een glasreiniger worden gereinigd. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of schrapers. Deze kunnen het glasoppervlak bekrassen en beschadigen. |
| Afdichting Reinig deze met een vochtige doek. Droog met een zachte doek af. | |
| Bodem, bovenzijde en zijwanden van de oven | Reinig deze met warm water of met azijn verdund water. Wanneer de oven erg vuil is: Gebruik een ovenrei- niger. Deze mag alleen op afgekoelde oppervlakken worden gebruikt. Breng nooit ovenreiniger op de ach- terwand aan. |
| Glazen kapje op de ovenlamp | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Accessoires Laat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons. | |
| Aluminium bakblik (optie) | Niet in de vaatwasmachine reinigen. Gebruik in geen geval ovenreiniger. Om krassen te vermijden mogen de metalen oppervlakken nooit met een mes of soortgelijk scherp voorwerp in aanraking komen. Reinig met een vochtige doek voor glaswerk en wat afwasmiddel of met een microvezeldoek in horizontale rich- ting.Droog met een zachte doek af.Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove reinigingsdoe- ken.Die maken krassen op het bakblik. |
| Kinderbeveiliging (optie) | Indien een kinderbeveiliging op de ovendeur is aangebracht, moet deze voor het reinigen worden verwij- derd. Laat alle kunststofonderdelen in warm zeepsop weken en was deze met een spons af. Droog met een zachte doek af.Bij sterke vervuiling functioneert de kinderbeveiliging niet meer goed. |
| Schuiflade (optie) | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Accessoires Laat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons. | |
Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de oven is voorzien van een laagje zeer poreus keramiek. Spetters van het bakken en braden worden hiervan opgezogen en afgebroken terwijl de oven in gebruik is. Hoe hoger de temperatuur en hoe langer de oven wordt gebruikt, des te beter het resultaat.
Wanneer er ook na herhaald gebruik nog vuil zichtbaar is, gaat u als volgt te werk:
-
Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte zorgvuldig schoonmaken.
-
3D-hetelucht 📁 instellen.
-
De lege, gesloten oven gedurende ongeveer 2 uur op maximale temperatuur houden.
De keramiekbedekking wordt geregenereerd. Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, met water of een zachte doek verwijderen.
Een lichte verkleuring van het keramiek heeft geen invloed op de zelfreiniging.
Attentie!
■ Gebruik nooit schurende schoonmaakmiddelen. Deze veroorzaken krassen op de hoogporeuze laag of vernietigen hem.
■ Behandel de keramiekbedekking nooit met ovenreiniger. Komt hier per ongeluk ovenreiniger op, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte schoonmaken
Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven. De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje of ovenreiniger.
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- Rail voor optillen
- en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- Hierna de hele rail naar voren trekken
- en verwijderen (Afbeelding B).


Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inhangroosters bevestigen
- Inhangrooster eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
- en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).

De inschuifrails passen links en rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven.
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd
helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- Ovendeur helemaal openen.
- Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).

- Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.

Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur uitnemen.
Verwijderen
- Ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- De afscherming bovenaan de ovendeur afnemen. Hiervoor links en rechts het lipje met de vingers indrukken (Afbeelding A).
- Bovenste ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).

- Ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding C).

Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.

Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat "right above" linksonder ondersteboven staat.
- De ruit schuin naar achteren inschuiven (Afbeelding A).
- Bovenste ruit schuin naar achteren in de beide houders schuiven. Het grote vlak moet zich aan de buitenkant bevinden. (Afbeelding B).

- De afscherming plaatsen en aandrukken.
- Ovendeur inbrengen.
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
| Storing Mogelijke oor-zaak | Oplossing/aanwijzing | |
| De oven functio-neert niet. | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| De stroom is uit-gevallen. | Controleer of het keuken-licht of andere keukenappa-raten functioneren. | |
| De tijdsindica-tie knippert. | De stroom is uit-gevallen. | Stel de tijd opnieuw in. |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de contacten. | Draai de schakelaars meer-dere keren heen en weer. |
| De gasbrander ontsteekt niet. | Stroomonder-breking of voch-tige ontstekings-kaarsen. | Steek de gasbranders aan met een gasaansteker of een lucifer. |
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
⚠️ Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.

- Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- Glazen afscherming er weer inschroeven.
- Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr.
FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4010
B 070 222 141
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Energie- en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen met de oven
■ De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
■ Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
■ Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
■ Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Energie besparen met de gas-kookplaat
■ Kies altijd een pan die de juiste grootte heeft voor uw gerechten. Een grote, slechts weinig gevulde pan heeft veel energie nodig.
■ Sluit de pan altijd af met een passend deksel.
■ De gasvlam moet altijd contact met de bodem van de pan hebben.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
■ De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
■ De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
■ Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
■ Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven- en onderwarmte ☐ lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht Ⓞ bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
■ Gebak in vormen: hoogte
■ Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3D-hetelucht 📐.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
■ Braadslede: hoogte
■ Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
■ Bakplaat: hoogte 5
■ Braadslede: hoogte
■ Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.

Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin. Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen Vorm Hoogte Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | ||
| Cake, eenvoudig Krans-/rechthoekige vorm 2 | ☒ | 160-180 40-50 | |||
| 3 cakevormen 3+1 | ☒ | 140-160 60-80 | |||
| Cake, fijn Krans-/rechthoekige vorm 2 | ☐ | 150-170 60-70 | |||
| Taartbodem, roerdeeg Vorm vruchtentaartbodem 2 | ☐ | 150-170 20-30 | |||
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | ☐ | 160-180 50-60 | |
| Biscuittaart | Springvorm | 2 | ☐ | 160-180 30-40 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | Springvorm | 1 | ☐ | 170-190 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg* | Springvorm | 1 | ☐ | 170-190 70-90 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | ☐ | 220-240 35-45 | |
| Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart)* | Springvorm | 1 | ☐ | 180-200 50-60 | |
| Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen) | Pizzaplaat | 1 | ☐ | 250-270 10-15 | |
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
| Gebak op de plaat Toebehoren Hoogte Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Roer- of gistdeeg met droge bedekking | Bakplaat 2 | 170-190 20-30 | ||
| Braadslede + bakplaat 3+1 | 150-170 35-45 | |||
| Roer- of gistdeeg met vochtige bedekking, vruchten | Braadslede 3 | 160-180 40-50 | ||
| Braadslede + bakplaat 3+1 | 150-170 50-60 | |||
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede 2 | 210-230 40-50 | |||
| Biscuitrol (voorverwarmen) Bakplaat 2 | 190-210 15-20 | |||
| Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat 2 | 160-180 30-40 | |||
| Kerststol van 500 g bloem | Bakplaat 3 | 160-180 60-70 | ||
| Kerststol van 1 kg bloem Bakplaat 3 | 150-170 90-100 | |||
| Strudel, zoet | Braadslede 2 | 180-200 55-65 | ||
| Börek | Braadslede 2 | 180-200 40-50 | ||
| Pizza | Bakplaat 2 | 220-240 15-25 | ||
| Braadslede + bakplaat 3+1 | 180-200 35-45 | |||
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 15-25 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 25-35 | |||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 30-40 | |||
| Sprits (voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 140-150 30-40 | ||
| Bakplaat | 3 | 140-150 30-40 | |||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 30-45 | |||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 35-50 | |||
| Bitterkoekjes Bakplaat | 2 | 110-130 30-40 | |||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 35-45 | |||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 40-50 | |||
| Schuimgebak | Bakplaat | 3 | 80-100 | 130-150 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 2 | 200-220 30-40 | ||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 20-30 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 25-35 | |||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 160-180 35-45 | |||
| Gistdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 20-30 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190 25-35 |
Brood en broodjes
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen als er niets anders is aangegeven.
Giet nooit water in de hete oven.
Bij het bakken op 2 niveaus de braadslede altijd boven de bakplaat inschuiven.
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 270 | 8 | |
| 200 | 35-45 | ||||
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 270 | 8 | |
| 200 | 40-50 | ||||
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 210-230 20-30 | ||
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Bakplaat | 3 | 170-190 15-20 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 20-30 |
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. | |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. | |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3D-hetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. 1/2 cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
Keer de grillstukken na 23 van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1. Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Vlees Gewicht Toebehoren en | vormen | Hoogte Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C, grill-stand | Tijdsduur in minuten | |
| Rundvlees | |||||
| Gestoofd rundvlees 1,0 kg gesloten 2 | 200-220 120 | ||||
| 1,5 kg 2 | 190-210 140 | ||||
| 2,0 kg 2 | 180-200 160 | ||||
| Runderfilet, medium 1,0 kg open 2 | 210-230 70 | ||||
| 1,5 kg 2 | 200-220 80 | ||||
| Rosbief, medium 1,0 kg open 1 | 210-230 50 | ||||
| Steaks, medium, 3 cm dik | Rooster | 5 | 3 15 | ||
| Kalfsvlees | |||||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg open 2 | 190-210 100 | |||
| 2,0 kg 2 | 170-190 120 | ||||
| Varkensvlees | |||||
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk) | 1,0 kg open 1 | 200-220 100 | |||
| 1,5 kg 1 | 190-210 140 | ||||
| 2,0 kg 1 | 180-200 160 | ||||
| Braadstuk, zonder zwoerd (bijv. schouder) | 1,0 kg open 1 | 200-220 120 | |||
| 1,5 kg 1 | 190-210 150 | ||||
| 2,0 kg 1 | 180-200 180 | ||||
| Casselerrib met been | 1,0 kg gesloten 2 | 210-230 70 | |||
| Lamsvlees | |||||
| Lamsbout zonder been, medium | 1,5 kg open 1 | 150-170 120 | |||
| Gehakt | |||||
| Gehakt | van 500 g open 1 vlees | 170-190 70 | |||
| Worstjes | |||||
| Worstjes | Rooster | 4 | 3 15 | ||
| GevogelteDe gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld, panklaar gevogelte.Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na 23 van de opgegeven tijd keren. | Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na 23 van de tijd keren.Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in.Zo kan het vet weglopen.Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap. | ||||
| Gevogelte | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Kip, heel | 1,2 kg Rooster | 2 | 200-220 60-70 | ||
| Poularde, heel | 1,6 kg Rooster | 2 | 190-210 80-90 | ||
| Kip, gehalveerd | elk 500 g | Rooster | 2 | 200-220 40-50 | |
| Stukken kip | elk 300 g | Rooster | 3 | 200-220 30-40 | |
| Eend, heel | 2,0 kg Rooster | 2 | 170-190 90-100 | ||
| Gans, heel | 3,5-4,0 kg | Rooster | 2 | 160-170 110-130 | |
| Kalkoen, heel | 3,0 kg Rooster | 2 | 170-190 80-100 | ||
| Kalkoenbout | 1,0 kg Rooster | 2 | 180-200 90-100 |
Vis
Keer visstukken na 23 van de tijd.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een
ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler.
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Vis Gewicht Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C, grill-stand | Tijdsduur in minuten |
| Vis, heel elk ca. 300 g Rooster 2 | 3 20-25 | ||
| 1,0 kg Rooster 2 | 180-200 45-50 | ||
| 1,5 kg Rooster 2 | 170-190 50-60 | ||
| Viskotelet, 3 cm dik Rooster 3 | 2 20-25 |
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest”. Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner.
Plaats de vormen altijd op het rooster.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
| Gerecht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Ovenschotels | |||||
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 180-200 40-50 | ||
| Pastaschotel Ovenschaal | 2 | 210-230 30-40 | |||
| Gratin | |||||
| Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten,max. 4 cm hoog | 1 ovenschaal | 2 | 160-180 60-80 | ||
| 2 ovenschalen 1+3 | 150-170 65-85 | ||||
| Toast | |||||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 4 | 160-170 10-15 | ||
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 4 | 160-170 15-20 | ||
Kant-en-klaar producten
Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking.
Wanneer u de toebehoren bekleedt met bakpapier, let er dan op dat het bakpapier geschikt is voor deze temperaturen. Pas de grootte van het papier aan het gerecht aan.
Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op het rauwe product kunnen al bruine plekken en ongelijkmatigheden te zien zijn.
| Gerecht Toebehoren Hoogte Verwar- | mingsmethode | Temperatuur in °C, grill-stand | Tijdsduur in minuten | |
| Pizza, diepvries | ||||
| Pizza met dunne bodem Braadslede 2 | [IMAGE] | 190-210 15-20 | ||
| Braadslede + roos- 3+1 ter | [IMAGE] | 180-200 20-30 | ||
| Pizza met dikke bodem Braadslede 2 | [IMAGE] | 170-190 20-30 | ||
| Braadslede + roos- 3+1 ter | [IMAGE] | 170-190 25-35 | ||
| Pizza baguette Braadslede 3 | [IMAGE] | 170-190 20-30 | ||
| Minipizza Braadslede 3 | [IMAGE] | 180-200 10-20 | ||
| Pizza, gekoeld, voorverwarmen Braadslede 1 | [IMAGE] | 180-200 10-15 | ||
| Aardappelproducten, diepvries | ||||
| Frites Braadslede 3 | [IMAGE] | 190-210 20-30 | ||
| Braadslede + bak- 3+1 plaat | [IMAGE] | 180-200 30-40 | ||
| Kroketten | Braadslede 3 | [IMAGE] | 190-210 20-25 | |
| Rösti, gevulde aardappelflappen | Braadslede 3 | [IMAGE] | 190-210 15-25 | |
| Brood en banket, diepvries | ||||
| Broodjes, baguette | Braadslede 3 | [IMAGE] | 190-210 10-20 | |
| Zoute krakelingen | Braadslede 3 | [IMAGE] | 200-220 10-20 | |
| Brood en banket, voorgebakken | ||||
| Afbakbroodjes of -stokbrood | Braadslede 3 | [IMAGE] | 190-210 10-20 | |
| Braadslede + roos- 3+1 ter | [IMAGE] | 160-180 20-25 | ||
| Groenteballetjes, diepvries | ||||
| Vissticks | Braadslede 2 | [IMAGE] | 200-220 10-15 | |
| Kipsticks,- nuggets | Braadslede 3 | [IMAGE] | 190-210 10-20 | |
| Strudel, diepvries | ||||
| Strudel | Braadslede 3 | [IMAGE] | 190-210 30-40 | |
Bijzondere gerechten
Bij lage temperaturen lukt romige yoghurt u met 3D-hetelucht ☑ even goed als luchtig gistdeeg.
Verwijder eerst de toebehoren, inhangroosters of telescooprails uit de binnenruimte.
Yoghurt maken
- 1 liter melk (3,5 % vet) aan de kook brengen en tot 40 °C aafkoelen.
- Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
-
Hiermee koppen of kleine twist-off potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
-
Den binnenruimte zoals aangegeven voorverwarmen
- De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en bereiden zoals aangegeven.
Gistdeeg laten rijzen
- Het gistdeeg maken zoals gebruikelijk, in een hittebestendige vorm van keramiek leggen en afdekken
- Den binnenruimte zoals aangegeven voorverwarmen
- De oven uitschakelen en het deeg in de uitgeschakelde binnenruimte plaatsen om het te laten rijzen.
| Gerecht Vormen Verwar- | mingsmethode | Temperatuur Tijdsduur | ||
| Yoghurt Koppen of Twist-Offpotten | op de bodem van de binnenruimteplaatsen | 50 °C | 5 m | |
| 50 °C | 8 uur | |||
| Gistdeeg laten rijzen Hittebestendigevorm | op de bodem van de binnenruimteplaatsen | 50 °C | 5-10 min.. | |
| Apparaat uitschakelen en gistdeeg in de binnenruimteplaatsen | 20-30 min.. | |||
Ontdooien
Levensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte schaal op het rooster zetten.
Let op de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
De ontdooitijden zijn afhankelijk van de aard en de hoeveelheid van de levensmiddelen.
Gevogelte met de borstzijde op het bord leggen.
| Diepvries Toebehoren Hoogte Wijze | van verwarmen | Temperatuurinstelling in °C | |
| Bijv. slagroomtaarten, bakersroomtaarten, taarten met chocolade- of suikerglazuur, vruchten, kip, worst en vlees, brood, broodjes, cake en ander gebak | Rooster 2 | De temperatuurkeuzeknop blijft uitgeschakeld | |
Drogen
Met 3D-hetelucht 🔒 kunt u uitstekend drogen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken en was deze grondig.
Laat ze goed afdruipen en droog ze af.
Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier.
Fruit of groente met veel vocht enkele malen keren.
Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
| Vruchten en kruiden Toebehoren Hoogte | Verwar- | mingsmethode | Temperatuur | Tijdsduur | ||
| 600 g appelringen | Braadslede + rooster | 3+1 | 80 °C | ca. 5 uur | ||
| 800 g stukjes peer | Braadslede + rooster | 3+1 | 80 °C | ca. 8 uur | ||
| 1,5 kg kwetsen of pruimten Braadslede + rooster | 3+1 | 80 °C | ca. 8-10 uur | |||
| 200 g panklare keukenkruiden | Braadslede + rooster | 3+1 | 80 °C | ca. 112 uur | ||
Inmaak
Voor het inmaken moeten de potten en rubberen ringen schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van gelijke grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde glazen potten van 1 liter.
Attentie!
Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen.
Voorbereiden
-
De potten vullen, niet te
-
De glazen randen schoonmaken.
-
Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel.
-
Sluit de potten af met klemmen.
Plaats niet meer dan zes potten in de ovenruimte.
Instellen
- * Braadslede op hoogte 2 plaatsen. Plaats de glazen potten zó dat ze elkaar niet raken.
- 12 Liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- Ovendeur sluiten.
- Onderwarmte □ instellen.
- Temperatuur op170 tot 180 °C instellen
Inmaak
Fruit
Na ca. 40 tot 50 minuten stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Schakel de oven uit.
Na 25 tot 35 minuten nawarmen haalt u de weckflessen uit de ovenruimte. Als u ze langer in de ovenruimte laat afkoelen, kunnen zich kiemen vormen waardoor het ingemaakte fruit sneller zuur wordt.
| Fruit in glazen potten van één liter Wanneer het borrelen begint Nawarmen | |
| Appels, rode bessen, aardbeien Uitschakelen Ca. 25 minuten | |
| Kersen, abrikozen, perziken, kruisbessen Uitschakelen Ca. 30 minuten | |
| Appelmoes, peren, pruimen Uitschakelen Ca. 35 minuten | |
| GroenteZodra er in de potten belletjes opstijgen de temperatuur naar 120 tot 140 °C terugbrengen. Afhankelijk van de soort groente | ca. 35 tot 70 m. Schakel vervolgens de oven uit en gebruik de restwarmte. |
| Groente met koud vocht in glazen potten van één liter Wanneer het borrelen begint Nawarmen | |
| Augurken - Ca. 35 minuten | |
| Rode biet Ca. 35 minuten Ca. 30 minuten | |
| Spruitjes ca. 45 minuten | Ca. 30 minuten |
| Bonen, koolrabi, rodekool | Ca. 60 minuten Ca. 30 minuten |
| Erwten | Ca. 70 minuten Ca. 30 minuten |
| Glazen potten verwijderen | Attentie! |
| Neem de potten na het inkoken uit de binnenruimte. | Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond. Ze kunnen knappen. |
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij graan- en aardappelproducten die met grote hitte worden bereid, zoals aardappelchips, frites,
toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor het klaarmaken van gerechten met weinig acrylamide | |
| Algemeen | ■ Bereidingstijden zo kort mogelijk houden.■ De gerechten goudgeel en niet te donker bakken.■ Grote, dikke ingrediënten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte max. 200 °C.Met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte max. 190 °C.Met 3D-hetelucht of hete lucht max. 170 °CEi of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. |
| Frites uit de oven | Gelijkmatig en in één laag verdelen over de plaat. Minstens 400 g per plaat bakken,zodat de frites niet uitdrogen |
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van verschillende apparaten te vergemakkelijken.
Volgens EN 50304/EN 60350 (2009) resp. IEC 60350.
Bakken
Bakken op twee niveaus:
Braadslede altijd boven de bakplaat plaatsen.
Bakken op 3 niveaus:
Braadslede in het midden plaatsen.
Sprits:
Bakplaten die gelijktijdig worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bedekte appeltaart op 1 niveau:
Donkere springvormen verspringend naast elkaar plaatsen.
Bedekte appeltaart op 2 niveaus:
Donkere springvormen diagonaal boven elkaar plaatsen, zie afbeelding.

Gebak in springvormen van blik:
Met boven- en onderwarmte □ op 1 niveau bakken. Gebruik de braadslede in plaats van het rooster en plaats hier de springvorm in.
Aanwijzing: Gebruik voor het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Sprits, voorverwarmen* Bakplaat 3 | ☐ | 140-150 30-40 | ||
| Bakplaat 3 | ☒ | 140-150 30-40 | ||
| Bakplaat + braadslede 1+3 | ☒ | 140-150 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede 1+3+5 | ☒ | 130-140 40-55 | ||
| Small cakes, voorverwarmen* Bakplaat 3 | ☐ | 150-170 20-35 | ||
| Bakplaat 3 | ☒ | 150-170 20-35 | ||
| Bakplaat + braadslede 1+3 | ☒ | 140-160 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede 1+3+5 | ☒ | 130-150 35-55 | ||
| Waterbiscuit, voorverwarmen* | Springvorm op het rooster 2 | ☐ | 160-170 30-40 | |
| Springvorm op het rooster 2 | ☒ | 160-170 25-40 | ||
| Donkere appeltaart | Rooster + 2 springvor-men ∅ 20 cm | ☐ | 170-190 80-100 | |
| 2 roosters + 2 springvor-men ∅ 20 cm | 1+3 | 170-190 70-100 | ||
* Om voor te verwarmen niet de functie Snelvoorverwarming gebruiken.
Grillen
Wanneer u eten direct op het rooster plaatst, schuif dan ook de braadslede in op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Verwar- | mingsmethode | Grillstand | Tijdsduur in minuten | ||
| Brood roosteren10 minuten voorverwarmen | Rooster | 5 | 3 | 12 -2 | |
| Beefburger, 12 stuks*niet voorverwarmen | Rooster + braadslede | 4+1 | 3 | 25-30 | |
* Na ^2/3 van de tijd keren