IT-1000-023 - Schroevendraaier Tyco - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IT-1000-023 Tyco in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over IT-1000-023 Tyco
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IT-1000-023 - Tyco en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IT-1000-023 van het merk Tyco.
GEBRUIKSAANWIJZING IT-1000-023 Tyco
Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door.
Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren.
Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst.
De term "elektrisch gereedschap" heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt d kans op ongelukken.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoffen, gassen of stof.
Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt. Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos.
De stekker mag op geen enkele manier gemodificeerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap.
Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.
Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok.
c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden.
Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt.
d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen.
Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen.
Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok.
e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten.
Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt.
Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt.
Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen.
Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.
Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet-glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen.
Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden.
d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet.
Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren.
e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt.
Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen.
Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken.
g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt.
Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico's.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei.
U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt.
Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden.
c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt.
Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken.
Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen.
e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap.
Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt.
Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-hetzelf ongelukken.
f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon.
Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik.
g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen.
Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
5) Gebruik van gereedschap en onderhoud van de batterij
a) Herlaad enkel met de lader die door de fabrikant wordt gespecificeerd.
Een lader die geschikt is voor één bepaald type batterijgroep kan brandgevaar veroorzaken bij een andere batterijgroep.
b) Gebruik de apparaten enkel met specifiek ontworpen batterijgroepen.
Het gebruik van andere batterijgroepen kan letsels of brand veroorzaken.
c) Wanneer de batterijgroep niet in gebruik is, houdt u ze verwijderd van andere metalen voorwerpen zoals papierclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere metalen voorwerpen die een verbindingen van de ene terminal met de andere kunnen maken.
De batterijterminals kortsluiten kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de batterij lekken; vermijd elk contact. Indien er toevallig contact ontstaat, goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact met de ogen komt, ook medische hulp inroepen.
Vloeistof die uit de batterij lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
6) Onderhoudsbeurt
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt.
Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
VOORZORGMAATREGELEN
Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen.
VOORZORGEN VOOR DE SNOERLOZE SLAGMOERAANZETTER
- Dit draagbare gereedschap is voor h et vasten losdraaien van schroeven. Gebruik het apparaat allen voor deze handelingen.
- Gebruik oorwatjes als het gereedschap voor langere tijd wordt gebruikt.
- Het bedienen van het apparaat met een hand is zeer gevaarlijk. Houd het apparaat bij bediening met beide handen stevig vast.
-
Kontroleer of de bus niet gescheurd of gebroken is. Gebroken of gescheurde bussen zijn gevaarlijk. Kontroleer daarom alvorens gebruik de bus.
-
Zet de bus met de buspen en ring vast.
Als de buspen of ring voor het vastzetten van de bus beschadig is, kan de bus van de apparaat vliegen. Dit is gevaarlijk. Gebruik daarom geen vervormde, versletem, gescheurde of op andere manieren beschadigde buspennen of ringen. Zorg er altijd voor dat u de buspen en ring in de juiste stand aanbrengt.
- Kontroleren van het aantrekkoppel.
Het juiste koppel voor het vastzetten van een bout hangt af van het materiaal warvan de bout gemaakt is, de afmetingen van de bout, de klasse, e.d.
Ook het aantrekkoppel, dat door de apparaat opgewedt wordt, hangt af van het materiaal en de afmetingen van de bout, hoelang het apparaat in werking is, de wijze waarop de bus gemonteerd is, enz.
Tevens is het aantrekkoppel enigszins verschillend wanneer de accu net opgeladen is of wanneer de accu bijna leeg is. Gebruik een momentsleutel om te kontroleren of de bout met het juiste koppel is vastgedraaid.
-
Stop het apparaat voordat u de draairichting veranderd. Laat altijd de trekkerschakelaar los en wacht totdat het apparaat stilstaat, alvorens van draairichting te veranderen.
-
Raak nooit bewegende delen aan.
Houd het draaiende busgedeelte uit de buurt van uw handen of andere delen van uw ilchaam. U kunt door het busgedeelte verwond raken. Vermijd tevens aanraking van de bus na langduring kontinu gebruik. De bus wordt n.l. heet en kan brandwonden veroorzaken.
- Laat het apparaat nooit zonder belasting braaien bij gebruik van de kruiskoppeling.
Als de bus zonder belasting draait, zal de kruiskoppeling de bus heftig heen en weer slingeren. U kunt dan verwond raken, of de bewegig van de bus kan het apparaat zodanig laten trillen, dat u het apparaat laat vallen.
- Laad de accu bij een temperatuur van 0 - 40°C.
Een temperatuur van onder 0°C kan overlading veroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zijn. De accu kan niet bi een temperatuiur van boven de 40°C geladen worden.
De meest geschikte temperatuur is tussen de 20 – 25°C.
- Gebruik de acculader niet kontinu.
Wacht ongeveer 15 minuten voordat met het laden van een andere accu begonnen wordt. - Voorkom dat stof of vuil in de opening van de aansluiting van de batterij terecht komt.
- Demonteer de oplaadbare batterij of oplader niet.
- Voorkom kortsluiting van de oplaadbare batterij. Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
-
Gooi de batterij niet in het vuur. Een brandende batterij kan ontploffen.
-
Steek nooit een voorwerp in de ventilatieopeningen van de oplader.
Als een voorwerp of ontvlambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de oplader wordt gesto ken, kan dit resulteren in een elektrische schok of beschadiging aan de oplader. - Breng de batterij naar de dealer waar deze gekocht werd, indien deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik. Gooi een uitgewerkte batterij niet weg.
- Het gebruik van een uitgeputte accu zal de oplader beschadigen.
TECHNISCHE GEGEVENS
Snoerloze Slagmoeraanzetter
| Model IT-1000-023 | |
| Voltage 12 V | |
| Onbelaste snelheid 0 – 2600 min | -1 |
| Capaciteit (bij normale bout) M6 – M14 | |
| Aantrekkoppel (maximum) 160 N·m | |
| Oplaadbare batterij EB1226HL: | Ni-MH, 2,6 Ah |
| Gewicht 1,6 kg | |
Oplader
| Model UC14YFA | |
| Oplaadspanning 7,2 – 14,4 V | |
| Oplaadtijd 65 min. | |
| Gewicht 0,6 kg |
De oplaadtijden zijn bij benadering; werkelijke oplaadtijden kunnen variëren.
INLEGGEN EN UITNEMEN VAN DE BATTERIJ
1. Verwijderen van de batterij
Houd de handgreep ③ goed vast en druk tegen de batterijvergrendeling ② om de batterij ① te verwijderen (zie Afb. 1).
LET OP
Sluit de batterij nooit kort.
2. Aanbrengen van de batterij
Plaats de batterij ① met de polen aan de juiste kant (zie Afb. 1).
OPLADEN
Vóór het gebruik van de slagschroevendraaier of –sleutel dient de batterij als volgt opgeladen te worden.
1. Sluit het netsnoer van het acculader op het stopkontakt aan
Wanneer de stekker van de acculader in het stopkontakt wordt gestoken, zal het controlelampje in rood knipperen (Met tussenpozen van 1 sekonde).
2. Steek de batterij in het acculader
Druk de batterij stevig op zijn plaats, tot het de bodem van het lader-compartiment raakt.
LET OP
○Zorg dat de batterij in de juiste richting van plus en min wordt geplaatst, anders is niet alleen opladen onmogelijk, maar er kunnen ook storingen in de werking van de oplader ontstaan zoals een beschadigd oplaadcontact.
3. Opladen
Wanneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het controlelampje kontinu rood branden.
Wanneer de batterij volledig is opgeladen, gaat het controlelampje in rood knipperen (Met tussenpozen van 1 sekonde) (Zie Tabel 1).
(1) Aanduiding van de controlelampje
De aanduidingen van het controlelampje zijn zoals aangegeven in Tabel 1, al naar gelang de toestand van de oplaadbare batterij of het acculader.
Tabel 1
| Aanduidingen van het controlelampje | |||
| Voor het laden | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 seconde) | |
| Tijdens opladen | Brandt (ROOD) | Blift branden | |
| Na opladen | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 sekonde) | |
| Opladen onmogelijk | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,1 sekonde.Brandt ongeveer 0,1 sekonde niet.(Uit voor 0,1 sekonde)■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ □□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□○□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□ □□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□□ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▩ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ □ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ ▩ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ △ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▫ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▩ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ □ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ ▢ □ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▲ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▶ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▩ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▸ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▅ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▵ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▴ ▪ ▪ ▪ ▪ \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircel{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \textcircled{=} \left( \begin{array}{c|cc} \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline & & \\ \hline \end{array} \right)\) | |
(2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij De temperatuur van oplaadbare batterijen verloopt zoals aangegeven in de onderstaande tabel; batterijen die erg warm zijn dient u voor het opladen even af te laten koelen.
Tabel 2 Temperatuur voor opladen van baterijen
| Oplaadbare batterijen | Geschikte temperatuur voor het opladen |
| Ni-Cd batterijen -5^ – 60^ | |
| Ni-MH batterijen 0^ – 45^ | |
-
Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt
-
Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij er uit
OPMERKING
Verwijder beslist de accu van de lader na gebruik. Bewaar op een veilige plaats.
LET OP
○Als wordt geprobeerd de batterij op te laden terwijl deze te warm is geworden door langdurige blootstelling aan direkt zonlicht of onmiddellijk na gebruik van de batterij, is het mogelijk dat het kontrolelampje van de acculader groen oplicht. Mocht dit zich voordoen, laat de batterij dan eerst even afkoelen alvorens u deze oplaadt.
○Wanneer het controlelampje snel in rood knippert (vijfmaal per sekonde), neem de batterij dan uit het oplaadapparaat en controleer de opening van de laatste dan op de aanwezigheid van een voorwerp dat er niet hoort. Is er geen voorwerp in de opening aanwezig, dan is de storing waarschijnlijk te wijten aan de oplaadbare batterij of het oplaadapparaat. Laat deze dan controleren door een bevoegde onderhoudsinstantie.
Omdat de ingebouwde mircocomputer ongeveer 3 seconden nodig heeft om te bevestigen dat de met UC14YFA opgeladen batterij uit de lader is genomen, dient u 3 seconden te wachten met het terugplaatsen van de batterij om het opladen te continueren. De batterij wordt mogelijk onjuist opgeladen wanneer u de batterij binnen drie seconden terugplaatst.
Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d.
Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden.
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen
(1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan.
(2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
VOOR HET GEBRUIK
1. Voorbereiden en kontroleren van de werkomgeving
Zorg ervoor dat de werkplaats voldoet aan alle eisen die in de voorzorgsmaatregelen vermeld staan.
2. Kontroleren van de batterij
Zorg ervoor dat de batterij stevig geplaatst wordt. Indien dit niet gebeurd, kan het voorkomen dat de accu eruit valt en een ongeluk veroorzaakt.
3. Kiezen van de juiste bus overkomstig de bout
Zorg ervoor dat u een bus gebruikt die past op de bout welke moet worden vastgedraaid. Het gebruik van een verkeerde bus zal niet allen resultetren in onvoldoende vastdraaien maar bovendien in beschadigingen aan de bus of moer.
Een versleten of vervormde zeskante of vierkante bus zal niet goed op de moer of het draaistuk passen, hetgeen resulteert in een lager aantrekkoppe.
Let er goed op dat e gaten in de bussen niet te zeer versleten zijn. Varvang de bussen altijd op tijd door nieuwe.
4. Monteren van de bus
Kies de die u wilt gebruiken.
●Plunjer type (Afb. 2)
Plaats de plunjer, in het vierkante gedeelte van het aanbeeld ⑧, tegenover het zeshoekige voetstuk ⑥. Druk vervolgens de plunjer uit en bevestig het zeshoekige voetstuk ⑥ op het aanbeeld ⑧. Zorg ervoor dat de plunjer stevig in de opening steekt. Voor het verwijderen van het voetstuk ⑥ volgt u de aanwijzingen in omgekeerde volgorde.
LET OP
○Gebruik uitsluitend de opgegeven hulpstukken zoals vermeld in de gebruiksaanwijzing. Doet u dit niet, dan kunnen ongelukken of letsel het gevolg zijn.
○Zorg ervoor dat de mof goed vast zit in het slagblok.
Als de mof niet goed vast zit, kan deze los komen en letsel veroorzaken.
GEBRUIK
LET OP
○Bij gebruik van de haak met lamp moet u goed opletten dat het hoofdtoestel niet valt. Als het gereedschap valt, bestaat er kans op een ongeluk.
○Bevestig geen ander hulpstuk aan het hoofdtoestel dan een kruiskopschroevendraaier wanneer u het hoofdtoestel aan de haak met lamp van uw riem laat hangen.
Dit om letsel te voorkomen wanneer het gereedschap aan de broekriem wordt gedragen met hulpstukken met een scherpe punt, zoals een bit, aan het gereedschap bevestigd.
1. Gebruiken van de haak met lamp
De haak met lamp kan naar keuze aan de rechter- of aan de linkerkant worden bevestigd en de hoek kan worden ingesteld in 5 stappen tussen 0° en 80°.
(1) Gebruik van de haak
(a) Trek de haak ⑪ naar u toe in de richting van pijl (A) en verdraai deze vervolgens in de richting van pijl (B) (Afb. 4).
(b) De hoek kan worden ingesteld in 5 stappen (0°, 20°, 40°, 60°, 80°). Zet de haak in de stand waarin u hem wilt gebruiken.
(2) Overbrengen van de haak naar de andere kant
LET OP
Onvolledige bevestiging van de haak kan in het gebruik leiden tot lichamelijk letsel.
(a) Houd de machine stevig vast en verwijder de schroef met een schroevendraaier of een munt (Afb. 5).
(b) Verwijder de haak ⑪ en de veer ⑫ (Afb. 6).
(c) Bevestig de haak ⑪ en de veer ⑫ aan de andere kant en zet ze stevig vast met de schroef (Afb. 7).
OPMERKING
Let op de richting van de veer ⑫. Zorg dat de kant met de grotere diameter ⑬ van u af wijst (Afb. 7).
(3) Gebruik als hulplicht
(a) Druk op de schakelaar 14 om de lamp uit te zetten. Indien u dit vergeet, zal de lamp na 15 minuten automatisch uit gaan.
(b) De richting van het licht kan worden versteld binnen het bereik van de haakstanden 1 - 5 (Afb. 8).
○Brandduur AAAA mangaan (gewone) batterijen: ca. 15 uur AAAA alkali batterijen: ca. 30 uur
LET OP
Kijk niet direct in het licht.
Hierdoor kunnen uw ogen letsel oplopen.
(4) Vervangen van de batterijen
(a) Draai de schroef van de haak 16 los met een kruiskopschroevendraaier (No. 1) 15 (Afb. 9). Verwijder de afdekking van de haak 18 door deze in de richting van de pijl te duwen (Afb. 10).
(b) Verwijder de oude batterijen en vervang deze met nieuwe. Volg de aanwijzingen op de haak en zorg ervoor dat de plus (+) en min (-) polen op de juiste plaats zitten (Afb. 11).
(c) Breng de inkeping op de behuizing van de haak ⑪ in lijn met het uitsteeksel op de afdekking van de haak ⑱. Duw de afdekking ⑯ in de tegenovergestelde richting als aangeven door de pijl ⑰ op Afb. 10 en draai de schroef weer vast. Gebruik in de handel verkrijgbare AAAA-formaat batterijen (1,5 V) ⑫.
OPMERKING
Draai de schroeven niet te vast. Hierdoor zou u ze dol kunnen draaien.
LET OP
○Let op de volgende punten om batterijlekkage, corrosie of andere storingen te voorkomen. Zorg ervoor dat de batterijen met de plus (+) en min (−) polen op de juiste plaats zitten. Vervang allebei de batterijen tegelijkertijd. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Haal lege batterijen onmiddellijk uit de haak.
○Gooi batterijen nooit met het reguliere afval weg en gooi ze niet in het vuur.
○Houd batterijen te allen tijde buiten bereik van kinderen.
○Gebruik de batterijen op de juiste manier en volg de aanwijzingen op de verpakking.
2. Controleer de draairichting
De boor draait rechtsom (vanaf de achterkant bezien) wanneer de R-kant van de drukknop ingedrukt wordt ⑩.
De L-kant van de drukknop dient te worden ingedrukt om de boor linksom te laten draaien (Zie Afb. 3) (De (L) en (R) markeringen zijn op de behuizing aangebracht).
LET OP
De drukknop mag niet gebruikt worden wanneer de machine draait. Als u de draairichting wilt omschakelen moet u eerst de machine volledig stilleggen; daarna kunt u de drukknop gebruiken.
3. Bediening van de hoofdschakelaar
○De boor gaat draaien wanneer aan de trekker getrokken wordt. Wanneer de trekker wordt losgelaten stopt de boor.
○De draaisnelheid kunt u regelen door in meerdere of mindere mate aan de trekschakelaar te trekken. Wanneer u licht aan de trekschakelaar trekt, is de snelheid laag en bij harder trekken wordt de snelheid verhoogd.
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ GEBRUIK
1. De machine laten rusten na continu werk
Na continu vastdraaien van bouten dient u de machine 15 minuten of zo te laten rusten wanneer u de batterij vervangt. De temperatuur van de motor, schakelaar enz. zal flink stijgen als u direct weer begint te werken nadat de batterij vervangen is, hetgeen uiteindelijk kan resulteren in doorbranden van de machine.
OPMERKING
Raak de afscherming niet aan, aangezien deze zeer heet zal worden bij continu gebruik.
2. Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de snelheidsregelaar
Deze regelaar is voorzien van een ingebouwd, elektronisch circuit waarmee het toerental traploos kan worden ingesteld. Hierdoor kunnen, wanneer de trekschakelaar slechts een beetje wordt overgehaald (laag toerental) en de motor gestopt wordt terwijl u een schroef aan het indraaien bent, onderdelen van het elektronisch circuit oververhit en beschadigd raken.
3. Gebruik de juiste vastdraaitijd voor de schroef
Het juiste aantrekkoppel voor een schroef varieert met het materiaal en de grootte van de schroef, en het materiaal waarin de schroef vastgedraaid wordt. Dus gebruik de juiste vastdraaitijd voor de schroef. In het bijzonder als bij het vastdraaien van schroeven kleiner dan M8 schroeven een lange vastdraaitijd wordt gebruikt, bestaat het gevaar dat de schroef breekt. Zorg er daarom voor dat u de vastdraaitijd en het aantrekkoppel van te voren kontroleert.
4. Zet de bout met het juiste aantrekkoppel vast
Het optimale aantrekkopel van moeren en bouten hangt af van het materiaal en formaat van de moeren en bouten. Een buitensporig groot aantrekkoppel voor een kleine bout kan resulteren in rekken of breken van de bout. Het aantrekkoppel is groter naarmate de bedrijfstijd langer is. Gebruik de juiste wijzerplaatinstelling en vastdraaitijd voor de bout.
5. Vasthouden van het gereedschap
Houd het gereedschap met uw handen. De sleutel moet in dit geval in lijn zijn met de bout. Het is niet noding hard tegen de sleutel te drukken. Druk zodaning dat er net wordt gecompenseerd voor de kracht van de machine.
6. Controleren van het aantrekkopper
De volgende faktoren dragen bij tot een vermindering van het aantrekkoppel. Controller, daarom het vereiste aantrekkoppl door van de te voren en aantal bouten met een handberdiende momentsleutel vast te draaien. Fadtoren die een invloed hebben op het aantrekkoppel.
(1) Voltage
Als de marge van ontladen wordt bereikt, neemt net voltage af en vermindert het aantrekkoppe.
(2) Bedrijfstijd
Het aantrekkoppel is groter als de bedrijfstijd langer is. Bij een bepaalde waarde zal het aantrekkoppel echter niet meer groter worden, ook al wordt het gereedschap langer gebruikt.
(3) Diameter van de bout
Het aantrekkoppel hangt af van de diameter van de bout. Over het algemeen heeft een bout met een grotere diamter een groter aantrekkoppel.
(4) Omstandigheden bij het vastdraaien
Het aantrekkoppel verschilt afhankelijk van de koppelverhouking, d.w.z. klasse en lengte van de bouten (zelfs als bouten met hetzelfde formaat schroefdraad worden gebruikt). Het aantrekkoppel zal ook verschillen afhankelijk van de konditie van het mataal waardoor de bout moet worden gedraaid.
(5) Gebruik van los verkrijgbare toebehoren
Het aantrekkoppel is wat lager als een verlengstaaf, kogelgewrichtverbinding of lange bus wordt gebruikt.
(6) Speling van de bus
Een versleten of vervormde zeskant of vierkante bus zal niet goed op de moer of het draaistuk passen, hetgeen resulteer in een lager aantrekkoppel.
Het gebruik van een bus die met de bout overeenkomz zal resulteren in een te laag aantrekkoppel.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
1. Inspectie van de bus (Slagsleutel)
Een versleten of vervormde zeskante of vierkante bus zal niet meer goed op de moer of het draaistuk passen, hetgeen resulteert in een lager aantrekkoppel. Controleer de slijtage van de gaten in de bussen regelmatig en vervang de busen op tijd door nieuwe.
2. Inspectie van de bevestigingsschroef
Alle bevestigingsschroeven moeten regelmatig geïnspecteerd en gecontroleerd worden of zij juist aangedraaid zijn. Wanneer één van de schroeven losraakt, dan moet deze onmiddellijk opnieuw aangedraaid worden. Gebeurt dat niet, dan kan dat tot aanzienlijke gevaren leiden.
3. Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het „hert“ van het electrishce gereedschap.
Er moet daarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling niet beschadigd en/or met olie or water bevochtigd wordt.
4. Inspectie van de koolborstels (Afb. 12)
In de motor zijn koolborstels gebruikt, die onderhevig zijn aan slijtage. Omdat een te ver versleten koolborstel kan leiden tot problemen met de motor, dient u de koolborstel te vervangen door een nieuwe wanneer deze tot aan of tot bij de „slijtagelimiet” ② versleten is. Bovendien moeten de koolborstels altijd schoon zijn en zich vrij in de borstelhouders kunnen bewegen.
OPMERKING
Verzeker u ervan dat u bij het vervangen van de koolborstel alleen een door Tyco geleverde koolborstel met code no. 999054 gebruikt.
5. Het wisselen van de koolborstel
Neem de koolborstel uit door eerst de kap van de borstel te verwijderen en vervolgens een schroevendraaier of iets dergelijks in het uitsteeksel van de koolborstel ②4 te haken, zoals te zien is in Afb. 14.
Als u de koolborstel intalleert, moet u de richting zo kiezen dat de nagel van de koolborstel ②3 overeenkomt met het contactgedeelte buiten de borstelbuis ⑤. Duw de koolborstel vervolgens naar binnen met uw vinger, zoals te zien is in Afb. 15. Doe vervolgens de kap van de borstel weer terug.
LET OP
U moet echt de nagel van de koolborstel in het contactgedeelte buiten de borstelbuis passen. (U mag om het even welk van de twee meegeleverde nagels gebruiken.)
U moet hier goed op letten, want een eventuele fout hiermee kan resulteren in een vervorming van de nagel van de koolborstel en kan in een vroeg stadium problemen met de motor veroorzaken.
6. Reiningen van de behuizing
Gebruik een zacte, droge doek om de slagschroevendraaier of -sleutel schoon te maken. Gebruik geen benzine, verfverdunner of chloorproducten, omdat deze het plastic doen smelten.
7. Opbergen
Bewaar deze slagschroevendraaier/sleutel op een plek buiten het bereik van kinderen en waar de temperatuur lager is dan 40°C.
8. Lijst vervangingsonderdelen
VOORZICHTIG
Reparatie, modificatie en inspectie van Tyco's produkten dient te worden uitgevoerd door een erkende servicedienst.
Deze Onderdelenlijst komt van pas wanneer u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij de erkende servicedienst wanneer u reparatie of ander onderhoud verzoekt.
Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
MODIFICATIES
Tyco's produkten worden voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te kunnen maken van de nieuwste technische ontwikkelingen.
Daarom is mogelijk dat sommige onderdelen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
OPMERKING
Op grond van het voortdurende research- en ontwikkelingsprogramma van Tyco zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehouden.
Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen
De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN50144.
Het doorsnee A-gewogen geluiddruknivo: 97 dB
Het standaard A-gewogen geluiddruknivo: 110 dB
Draag gehoorbescherming.
Typische gewogen effektieve versnellingswaarde: 8,8 m/s²