DS 9DM - Boormachine HITACHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DS 9DM HITACHI in PDF-formaat.
| Producttype | Draadloze boor-/schroefmachine |
| Merk | Hitachi |
| Model | DS 9DM |
| Nominale spanning | 18 V gelijkstroom |
| Accutype | Li-ion, 1,5 Ah |
| Onbelaste snelheid (1e versnelling) | 0 - 400 omw/min |
| Onbelaste snelheid (2e versnelling) | 0 - 1.500 omw/min |
| Maximaal koppel | 30 Nm |
| Boordiepte (staal) | 10 mm |
| Boordiepte (hout) | 25 mm |
| Boorkoptype | Snelspanboorkop, 10 mm |
| Gewicht (met accu) | 1,5 kg |
| Afmetingen (L x B x H) | 190 x 60 x 210 mm |
| Beschermingsgraad | IP20 |
| Hoofdfuncties | Boren, schroeven, hameren |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een droge doek, geen oplosmiddelen gebruiken |
| Veiligheid | Boorkoprem, spindelblokkering, veiligheidsschakelaar |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Vervangbare koolborstels, verwisselbare accu |
| Algemene informatie | Gebruiksaanwijzing beschikbaar als PDF op notice-facile.com |
Veelgestelde vragen - DS 9DM HITACHI
Gebruikersvragen over DS 9DM HITACHI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boormachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DS 9DM - HITACHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DS 9DM van het merk HITACHI.
GEBRUIKSAANWIJZING DS 9DM HITACHI
Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door.
Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren.
Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst.
De term "elektrisch gereedschap" heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoffen, gassen of stof.
Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt. Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos.
De stekker mag op geen enkele manier gemodificeerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap.
Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.
Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok.
c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden.
Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt.
d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen.
Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen.
Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok.
e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten.
Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt.
Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt.
Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen.
Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.
Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet- glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen.
Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden.
d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet.
Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren.
e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt.
Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen.
Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken.
g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt.
Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico's.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei.
U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt.
Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden.
c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt.
Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken.
Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen.
e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap.
Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt.
Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-hetzelf ongelukken.
f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon.
Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik.
g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen.
Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
5) Gebruik van gereedschap en onderhoud van de batterij
a) Herlaad enkel met de lader die door de fabrikant wordt gespecificeerd.
Een lader die geschikt is voor één bepaald type batterijgroep kan brandgevaar veroorzaken bij een andere batterijgroep.
b) Gebruik de apparaten enkel met specifiek ontworpen batterijgroepen.
Het gebruik van andere batterijgroepen kan letsels of brand veroorzaken.
c) Wanneer de batterijgroep niet in gebruik is, houdt u ze verwijderd van andere metalen voorwerpen zoals papierclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere metalen voorwerpen die een verbindingen van de ene terminal met de andere kunnen maken.
De batterijterminals kortsluiten kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de batterij lekken; vermijd elk contact. Indien er toevallig contact ontstaat, goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact met de ogen komt, ook medische hulp inroepen.
Vloeistof die uit de batterij lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
6) Onderhoudsbeurt
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt.
Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
VOORZORGMAATREGELEN
Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen.
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR SNOERLOZE BOOR-SCHROEFMACHINE
- Laad de accu bij een temperatuur van 10 - 40°C. Een temperatuur van onder 10°C kan overlading veroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zijn. de accu kan niet bij een temperatuur van boven de 40°C geladen worden.
De meest geschikte temperatuur is tussen de 20 - 25°C.
- Wacht ongeveer 15 minuten voordat met het laden van een andere batterij begonnen wordt.
Laad niet meer dan twee accu's achterelkaar op.
-
Voorkom dat stof of vuil in de aansluitopening van de accuterecht komt.
-
Demonteer de oplaadbare batterij of acculader niet.
-
Voorkom kortsluiting van de oplaadbare batterij. Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
-
Gooi de batterij niet in het vuur. Een brandende batterij kan ontploffen.
-
Kontroleer of er geen elektrische bedrading achter de muur, het plafond of de vloer is, voordat met het boren begonnen wordt.
-
Breng de batterij naar de dealer waar deze gekocht werd, nadat deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik.
Gooi een ultgewerkte batterij niet weg.
-
Het gebruik van een uitgeputte batterij zal de acculader beschadigen.
-
Steek nooit een voorwerp in de ventilatie-openingen van de acculader.
Als een voorwerp of ontylambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de acculader wordt gestoken, kan dit resulteren in een elektrische schok of beschadiging aan de acculader.
- Wanneer u een bitje in de sleutelloze boorkop doet, moet u de klembus voldoende vastdraaien. Als de klembus niet goed vast zit, kan het bitje slippen of los komen en letsel veroorzaken.
TECHNISCHE GEGEVENS
BOORMACHINE
| Model DS9DM DS12DM | ||||
| Onbelaste snelheid (Laage/Hoge) 0 | -330 / 0 - 1150 min ^-1 | 0 - 350 / 0 - 1200 min ^1 | ||
| Kapaciteit | Boren | Hout(Dikte 18 mm) | 21 mm 27 mm | |
| Metaal Staal: 10(Dikte 1,6 mm) | mm, Staal: 13 mm,Aluminum: 10 mm Aluminum: 13 mm | |||
| Drijven | Kolomschroef 6 | mm 6 mm | ||
| Houtschroef | 6,2 mm (diameter) × 56 mm (lengte)(bij voorgeboord schroefgat) (bij | 6,8 mm (diameter) × 50 mm (lengte)voorgeboord schroefgat) | ||
| Oplaadbare batterij | EB9B : Ni-Cd 9,6 V (2,0 Ah, 8 cellen)EB926H: Ni-MH 9,6 V (2,6 Ah, 8 cellen)EB930H: Ni-MH 9,6 V (3,0 Ah, 8 cellen) | EB1220BL : Ni-Cd 12 V (2,0 Ah, 10 cellen)EB1226HL : Ni-MH 12 V (2,6 Ah, 10 cellen)EB1230HL : Ni-MH 12 V (3,0 Ah, 10 cellen)EB1233X : Ni-MH 12 V (3,3 Ah, 10 cellen) | ||
| Gewicht | 1,5 kg | 1,7 kg | ||
ACCULADER
| Model | UC14YFA | UC18YG | UC18YRL |
| Oplaadspanning | 7,2 – 14,4 V | 7,2 – 18 V | 7,2 – 18 V |
| Gewicht | 0,6 kg | 0,3 kg | 0,7 kg |
STANDAARD TOEBEHOREN
In aanvulling op het gereedschap (1) bevat de verpakkingsdoos de toebehoren die in de onderstaande tabel zijn vermeld.
| DS9DM DS12DM | 1Kruiskopdrijver (Nr.2) ..... 1 |
| 2Acculader (UC14YFA of UC18YG of UC18YRL) . 1 | |
| 3Batterij ..... 2 of Batterij ..... 3 [DS12DM (3BLFK)] | |
| 4Plastic doos ..... 1 |
De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
EXTRA TOEBEHOREN (los verkrijgbaar)
- Batterij (EB914, EB9B, EB9H, EB926H, EB930H) (Voor DS9DM)

De extra toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
TOEPASSINGEN
○ Indraaien en uitdraaien van machineschroeven, houtschroeven, tapbouten, etc.
○ Boren van verschillende metalen.
○ Boren van verschillende houtsoorten.
INLEGGEN EN UITNEMEN VAN DE BATTERIJ
1. Verwijderen van de batterij
Houd de handgreep goed vast en druk tegen de accvergrendeling om de batterij te verwijderen (Zie Afb. 1 en 2).
LET OP
Sluit de batterij nooit kort.
2. Aanbrengen van de batterij
Plaats de batterij met de polen juist aangebracht (Zie Afb. 2).
OPLADEN
Voor het gebruik van de boor-schroefmachine dient de accu als volgt opgeladen te worden.
1. Sluit het netsnoer van het oplaadapparaat op het stopkontakt aan
Wanneer de stekker van de acculader in het stopkontakt wordt gestoken, zal het controlelampje in rood knipperen (met tusserpozen van 1 sekonde).
Steek de batterij stevig in de oplader, totdat deze de bodem daarvan raakt, terwijl u op de polariteit (+) en (-) let zoals aangegeven op Afb. 3.
LET OP
Zorg dat de batterij in de juiste richting van plus en min wordt geplaatst. Opladen zal anders niet mogelijk zijn en daarbij zou u bijvoorbeeld de aansluitpunten van de lader kunnen beschadigen.
3. Opladen
Wanneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het controlelampje kontinu rood branden.
Wanneer de batterij volledig is opgeladen, gaat het controlelampje in rood knipperen (met tussenpozen van 1 sekonde) (Zie Tabel 1).
(1) Aanduiding van de controlelampje
De aanduidingen van het controlelampje zijn zoals aangegeven in tabel 1, al naar gelang de toestand van de oplaadbare batterij of het acculader.
Tabel 1
| Aanduidingen van het controlelampje | |||
| Voor het laden | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde. Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet. (Uit voor 0,5 seconde) | |
| Tijdens opladen | Brandt (ROOD) | Blift branden | |
| Na opladen | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde. Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet. (Uit voor 0,5 seconde) | |
| Opladen onmogelijk | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,1 sekonde. Brandt ongeveer 0,1 sekonde niet. (Uit voor 0,1 sekonde) | Er is iets mis met de accu of met het oplaad-apparaaat. |
| Oververhitting standby | Brandt (GROEN) | Blift branden | De batterij is oververhit. De batterij kan niet opgeladen worden (het opladen wordt hervat wanneer de batterij is afgekoeld). |
OPMERKING: De UC18YRL koelt de oververhitte batterij met een koelventilator af.
(2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij
De temperatuur van oplaadbare batterijen verloopt zoals aangegeven in de onderstaande tabel; batterijen die erg warm zijn dient u voor het opladen even af te laten koelen.
Tabel 2 Temperaturen waaronder de batterij opnieuw opgeladen kan worden.
| AcculaderOplaadbarebatterijen | UC14YFA UC18YRL |
| EB912S, EB914S, EB914,EB9B, EB1212S, EB1214S,EB1214L, EB1220BL | -5^ – 60^ – 5^ – 55^ |
| EB9H, EB926H, EB930H,EB1222HL, EB1226HL,EB1230HL, EB1233X | 0^ – 45^ – 5^ – 50^ |
(3) Tijd die benodigd is voor het opladen
De oplaadtijden in de onderstaande Tabel 3 zijn afhankelijk van de kombinatie van acculader en batterij.
Tabel 3 Oplaadtijden (bij 20°C)
| Batterij\Acculader | UC14YFA UC18YRL |
| EB912S, EB914S,EB914, EB1212S, Circa. 30 min. Circa.EB1214S, EB1214L | 20 min. |
| EB9B, EB1220BL Circa. 50 min. Circa. | 30 min. |
| EB9H, EB1222HL Circa. 55 min. Circa. | 32 min. |
| EB926H, EB1226HL Circa. 60 min. Circa. | 40 min. |
| EB930H, EB1230HL Circa. 70 min. Circa. | 45 min. |
| EB1233X Circa. 75 min. Circa. 50 min. |
OPMERKING
De tijd voor het opladen verschilt afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het spanningsvoltage.
-
Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt
-
Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij er uit
OPMERKING
Verwijder na gebruik eerst de batterijen uit de lader en bewaar de batterijen op de juiste manier.
Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d.
Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden.
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen.
(1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan.
(2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
LET OP
○Als wordt geprobeerd de batterij op te laden terwiji deze te warm is geworden door langdurige blootstelling aan direkt zonlicht of onmiddellijk na gebruik van de batterij, is het mogelijk dat het kontrolelampje van de acculader groen oplicht. Mocht dit zich voordoen, laat de batterij dan eerst even afkoelen alvorens u deze oplaadt.
○Wanneer het controlelampje snel in rood knippert (vijfmaal per sekonde), neem de batterij dan uit het oplaadapparaat en controleer de opening van de laatste dan op de aanwezigheid van een voorwerp dat er niet hoort. Is er geen voorwerp in de opening aanwezig, dan is de storing waarschijnlijk te wijten aan de oplaadbare batterij of het oplaadapparaat. Laat deze dan controleren door een bevoegde onderhoudsinstantie.
○Aangzien de ingebouwde micoprocessor van de UC14YFA/UC18YRL een drietal sekonden nodig heeft om te reageren op het loskoppelen van de batterij, dient u minimaal drie sekonden te wachten voordat u de batterij weer aansluit om het laden te vervolgen. Als de batterij binnen de drie sekonden wordt aangesloten, bastaat de kans dat deze niet goed wordt opgeladen.
Voor het gebruik van de boor-schroefmachine dient de batterij als volgt opgeladen te worden.
- Sluit het snoer van de oplader aan op een stopkontakt Wanneer het snoer aangesloten wordt, wordt de oplader ingeschakeld.
Steek de batterij stevig en op de juiste manier naar binnen tot deze de bodem van de lader raakt (de indikator gaat branden) (Zie Afb. 4).
LET OP
Als het kontrolelampje niet oplicht, trek dan het netsnoer uit het stopkontakt en kontroleer de montagerichting van de batterij.
(1) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij De temperatuur van oplaadbare batterijen verloopt zoals aangegeven in Tabel 4.
Tabel 4 Temperatuur voor opladen van baterijen
| Oplaadbare batterijen | Geschikte temperatuur voor het opladen |
| EB912S, EB914S, EB914, EB9B, EB1212S, EB1214S, EB1214L, EB1220BL | 0^ - 45^ |
(2) Tijd die benodigd is voor het opladen
De oplaadtijden in de onderstaande Tabel 5 zijn afhankelijk van de kombinatie van acculader en batterij.
Tabel 5 Oplaadtijden (bij 20°C)
| Batterij\Acculader | UC18YG |
| EB912S, EB914S, EB914EB1212S, EB1214S, EB1214L | Circa. 30 min. |
| EB9B, EB1220BL Circa. 50 min. |
Wanneer de batterij volledig opgeladen is, gaat het kontrolelampje uit.
Het opladen zal langer duren bij lage temperatuur of wanneer de spanning van de stroombron te gering is.
Als het kontrolelampje ook na 120 minuten opladen nog niet dooft, stop dan met opladen en neem dan kontakt op met uw BEVOEGDE HITACHI ONDERHOUDSDIENST.
LET OP
Als de batterij aan direct zonlicht blootstaat na gebruik, is het mogelijk dat het kontrolelampje niet aan gaat.
-
Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt
-
Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij er uit
OPMERKING
Verwijder de batterijen na het opladen uit de lader en bewaar de batterijen vervolgens op de juiste manier.
Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d.
Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden.
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen.
(1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn.
Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan.
(2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur.
Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
VOOR HET GEBRUIK
1. Gereedmaken en kontroleren van de werkplaats
Kontroleer of de werkplaats geschikt is door nauwkeurig de genormde voorzorgsmaatregelen op te volgen.
BEDIENING
1. Controleer de stand van de koppelingsinstelling (Zie Afb. 5)
Het aantrekkoppel wordt ingesteld aan de hand van de stand van deze koppelingsinstelling.
(1) Bij gebruik van deze machine als schroevendraaier plaatst u één van de nummers "1, 3, 5 ... 22" op de koppelingsinstelling, of een stip, tegenover het driehoekje op de machine.
(2) Bij gebruik van deze machine als boor plaatst u de boor-markering "###" op de koppelingsinstelling tegenover het driehoekje.
LET OP
○De koppelingsinstelling mag niet in een stand worden gezet tussen de nummers "1, 3, 5 ... 22" of de stippen in.
○Gebruik de machine niet met de koppelingsinstelling tussen "22" en het streepje in het midden van de boor-markering. Dit kan resulteren in beschadiging (Zie Afb. 6).
2. Afstelling van het aantrekkoppel
(1) Aantrekkoppel Instelling van het aantrekkoppel van de boor dient te gebeuren op basis van de schroefdiameter. Wan neer teveel kracht bij het aandraaien gebruikt wordt, zal de schroef beschadigd en misschien onbruikbaar worden. Plaats de koppelingsinstelling in een stand die geschikt is voor de diameter van het soort schroef in gebruik.
(2) Aanduiding van het aantrekkoppel Het aantrekkoppel verschilt afhankelijk van het type schroef en het soort materiaal dat wordt vastgezet. De machine geeft het aantrekkoppel aan met nummers "1, 3, 5 ... 22" op de koppelingsinstelling en stippen. Het aantrekkoppel bij stand "1" is het kleinst en het koppel wordt groter naarmate het nummer oploopt (Zie Afb. 5).
(3) Instellen van het aantrekkoppel Draai de koppelingsinstelling rond en plaats de nummers "1, 3, 5 ... 22" op de kap, of de stippen, tegenover het driehoekje op de machine. Draai de koppelingsinstelling in de richting van een zwakker of sterker aantrekkoppel overeenkomstig het koppel dat u nodig heeft.
LET OP
○Het kan voorkomen dat de motor stopt wanneer het apparaat als een dril gebruikt wordt. Zorg ervoor dat de boor schroef-machine niet vast loopt tijdens gubruik.
○Wanneer te lang gedraaid wordt kan de schroef breken.
3. Veranderen van de draaisnelheid
Gebruik de toerenschakelaar om de draaisnelheid te veranderen. Druk op de vergrendeltoets en schuif de toerenschakelaar in de richting van de pijl (Zie Afb. 7 en 8).
Door de toerenschakelaar op "LOW" te zetten, draait de boor met lage snelheid. Wanneer de toets "HIGH" gezet wordt, draait de boor op hoge snelheid.
LET OP
○Controleer of de hoofdschakelaar inderdaad uit staat voor u de instelling voor het toerental verandert. De motor wordt beschadigd wanneer de draais nelheid veranderd wordt tijdens het draaien van de motor.
○Als u de toerenschakelaar op "HIGH" (hoog toerental) zet, terwijl de koppelingsinstelling op "17" of "22" staat, kan het gebeuren dat de koppeling doorslipt en dat de motor vast komt te staan. Zet in dat geval de toerenschakelaar op "LOW" (laag toerental).
○Schakel de netspanning onmiddelijk uit wanneer de motor vast loopt. Dit om te voorkomen dat de motor of accu beschadigd wordt.
4. Manieren en suggesties voor gebruik
De volgende tabel 6 geeft aanwijzingen voor gebruik onder verschillende omstandigheden en manieren waarop het apparaat gebruikt kan worden.
Tabel 6
| Werk Suggesties | ||
| Boren Staal | Hout | Gebruik een geschikte boor. |
| Aluminium | ||
| Drijven | Kolomschroef Bohrespitze of Hülse dem Schraubendurchschnitt verwnden. | |
| Houtschroef Gebruik na | het voorboren van gat. | |
| Toepassing Kapstand | Kiezen van het toerental (kapstand) | |||
| LOW (laag toerental) HIGH | (hoog toerental) | |||
| Drijven | Kolomschroef 1 – | 22 | Voor schroevan met een diameter van 4 mm of minder. | Voor schroevan met een diameter van 6 mm of minder. |
| Houstschroef 1 – | Voor schroeven met een nominale diameter van 6,2 mm of minder. (DS9DM) | Voor schroeven met een nominale diameter van 3,8 mm of minder. | ||
| Voor schroeven met een nominale diameter van 6,8 mm of minder. (DS12DM) | ||||
| Boren | Hout | Voor diameters van 21 mm of minder. (DS9DM) | Voor diameters van 18 mm of minder. | |
| Voor diameters van 27 mm of minder. (DS12DM) | ||||
| Metaal | Voor boren met een staalboor. | ____ | ||
LET OP
○ Bovenstaande voorbeelden in Tabel 7 kunnen als standaard gezien worden voor de verschillende types schroeven en materialen, alhoewel verschillende schroeven en materialen gebruikt worden in de praktijk. Voor verschillende types dient het juiste draaikoppel te worden gekozen.
○Als u de boor gebruikt om een schroef met een vierkante of zeskantige kop in te schroeven, gebruik dan geen hoog toerental (HIGH). Dit zou kunnen leiden tot beschadiging van de schroefkop of van het bitje, daar het aandraaikoppel te groot is. Gebruik de boor met het lage toerental ingeschakeld (LOW).
OPMERKING
Het gebruik van de EB9H, EB926H, EB930H, EB1222HL, EB1226HL en EB1230HL batterij bij lage temperaturen (onder nul) kan soms een zwakker aantrekkoppel en slechtere werking van het gereedschap tot gevolg hebben. Dit is slechts tijdelijk en het gereedschap zal weer normaal werken wanneer de batterij weer op normale temperatuur is.
6. Gebruik van de haak
LET OP
○Bij gebruik van de haak moet u er goed op letten dat het gereedschap niet valt. Als het gereedschap valt, bestaat er kans op een ongeluk.
○Bevestig geen hulpstuk aan de punt van het gereedschap, behalve een kruiskop-bit, wanneer u het gereedschap met behulp van de haak aan een broekriem hangt.
Dit om letsel te voorkomen wanneer het gereedschap aan de broekriem wordt gedragen met hulpstukken met een scherpe punt, zoals een bit, aan het gereedschap bevestigd.
De haak kan worden bevestigd aan de linkerkant of aan de rechterkant en de hoek waaronder deze is bevestigd kan in 5 stappen worden ingesteld tussen 0° en 80°.
(1) Gebruik van de haak
(a) Trek de haak naar u toe in de richting van pijl (A) en verdraai deze vervolgens in de richting van pijl (B) (Afb. 9).
(b) De hoek kan worden ingesteld in 5 stappen (0°, 20°, 40°, 60°, 80°). Zet de haak in de stand waarin u deze wilt gebruiken.
(2) Overbrengen van de haak naar de andere kant LET OP
Onvolledige bevestiging van de haak kan in het gebruik leiden tot lichamelijk letsel.
(a) Houd de machine stevig vast en verwijder de schroef met een schroevendraaier of een munt (Afb. 10).
(b) Verwijder de haak en de veer (Afb. 11).
(c) Bevestig de haak en de veer aan de andere kant en zet ze stevig vast met de schroef (Afb. 12).
OPMERKING
Let op de richting van de veer. Bevestig de veer met de grotere diameter van u af wijzend (Afb. 12).
(3) Gebruik van de bithouder
○Bevestigen van een bitje
Schuif het bitje van opzij in de richting van Afb. 13 en steek het vervolgens in tot de groef op het bitje vergrendelt in het uitstekende gedeelte van de haak.
○Verwijderen van een bitje
Houd de machine stevig vast en trek het bitje eruit terwijl u de punt met uw duim vasthoudt (Afb. 14).
LET OP
○Het bitje kan los komen van de haak en lichamelijk letsel veroorzaken wanneer u het in de verkeerde richting plaatst, zoals aangegeven in Afb. 13, of wanneer de machine gebruikt wordt terwijl het bitje niet goed opgeborgen is.
Ouitsluitend Hitachi EXTRA TOEBEHOREN plus bitjes (Bit nr. 2; codenummer 992671, Bit nr. 3; codenummer 992672) kunnen op deze manier worden gebruikt. Gebruik geen andere bitjes, want deze kunnen los raken.
7. Aanbrengen en verwijderen van het inzetstuk
(1) Bevestigen van het bitje
Draai de mof los naar links (tegen de klok in van voren gezien) om de klem van de sleutelloze boorkop te openen. Doe een schroevendraaierbitje enz. in de sleutelloze boorkop en draai de mof weer vast naar rechts (met de klok mee van voren gezien) (Zie Afb. 15).
Als de mof losraakt terwijl u aan het werk bent, dient u deze weer vast te draaien.
Draai de mof extra aan om deze zo vast mogelijk te zetten.
(2) Verwijderen van het bitje
Draai de mof los naar links (tegen de klok in van voren gezien) en verwijder het bitje enz. (Zie Afb. 15).
OPMERKING
Als de mof wordt verdraaid terwijl de klem van de sleutelloze boorkop helemaal open staat, kan er een klikkend geluid veroorzaakt worden. Dit geluid wordt veroorzaakt door de beveiliging tegen het losdraaien van de sleutelloze boorkop en duidt niet op een storing.
LET OP
Wanneer de klembus niet losgeschroefd kan worden, dient u het gereedschap in een bankschroef vast te zetten. Zet vervolgens de koppeling op 1–11 en draai de klembus linksom terwijl u de koppeling bediend.
Deze machine is uitgerust met een mechanisme dat automatisch de as vergrendelt zodat u sneller het bitje kunt wisselen.
-
Kontroleer of de accu op de juiste manier aange bracht is
-
Kontroleer de draairichting
De boor draait rechtsom (van achteren gezien) wanneer de R-kant van de omzetschakelaar ingedrukt wordt. De L-kant van de omzetschakelaar dient te worden ingedrukt om de boor linksom te laten draaien (Zie Afb. 16) (De (L) en de (R) markeringen zijn op de behuizing aangebracht).
- Bediening van de schakellaar
○De boor gaat draaien wanneer aan de trekker getrokken wordt. Wanneer de trekker wordt losgelaten stopt de boor.
○De draaisnelheid van de boor kunt u regelen door in meer of mindere mate aan de trekschakelaar te trekken. Wanneer u licht aan de trekschakelaar trekt, is de snelheid laag en bij harder trekken wordt de snelheid verhoogd.
OPMERKING
Een gezoem wordt gehoord als de motor begint te draaien; dit is alleen geluid en duidt geen defekt aan.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
- Inspectie van de boor
Slijp of vervang de boor wanneer slijtage gekonstateerd wordt; gebruik van eengekonstateerd wordt; gebruik van een stompe boor vermindert de efficientie en kan de motor beschadigen.
- Inspectie van bevestigingsschroeven
Kontroleer deze schroeven regelmatig om te verzekeren dat ze goed aangedraaid zijn. Draai loszittende schroeven onmiddellijk vast. Dit om ongelukken te voorkomen.
- Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het "hart" van het electrishce gereedschap.
Er moet daarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling niet beschadigd en/or met olie or water bevochtigd wordt.
- Inspectie van de koolborstels (Afb. 17)
In de motor zijn koolborstels gebruikt, die onderhevig zijn aan slijtage. Omdat een te zeer versleten koolborstel kan leiden tot problemen met de motor, dient u de koolborstel te vervangen door een nieuwe wanneer deze versleten raakt tot op of nabij de slijtagegrens. Bovendien moeten de koolborstels altijd schoon zijn en zich vrij in de borstelhouders kunnen bewegen.
OPMERKING
Verzeker u ervan dat u de Hitachi koolborstel code no. 999054 gebruikt, wanneer u de koolborstel vervangt.
- Het wisselen van de koolborstel
Neem de koolborstel uit door eerst de kap van de borstel te verwijderen en vervolgens een schroevendraaier of iets dergelijks in het uitsteeksel van de koolborstel te haken, zoals te zien is in Afb. 19.
Als u de koolborstel installeert, moet u de richting zo kiezen dat de nagel van de koolborstel overeenkomt met het contact-gedeelte buiten de borstelbuis. Duw de koolborstel vervolgens naar binnen met uw vinger, zoals te zien is in Afb. 20. Doe vervolgens de kap van de borstel weer terug.
LET OP
U moet echt de nagel van de koolborstel in het contact-gedeelte buiten de borstelbuis passen (U mag om het even welk van de twee meegeleverde nagels gebruiken).
U moet hier goed op letten, want een eventuele fout hiermee kan resulteren in een vervorming van de nagel van de koolborstel en kan in een vroeg stadium problemen met de motor veroorzaken.
- Reiningen van de behuizing
Gebruik een zachte droge doek, of wat soppig water, wanneer de behuizing bevuild is. Gebruik geen vloeis toffen zoals terpentine of benzine om te voorkomen dat de afwerking beschadigd wordt.
- Opbergen
Bewaar de slagboor op een plaats waar de temperatuur niet hoger is dan 40°C, en buiten het bereik van kinderen.
- Lijst vervangingsonderdelen
A : Ond.nr.
B : Codenr.
C : Gebr.nr.
D : Opm.
LET OP
Reparatie, modificatie en inspectie van Hitachi elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend Hitachi Service-centrum.
Deze Onderdelenlijst komt van pas wanneer u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij het erkende Hitachi Service-centrum wanneer u om reparatie of ander onderhoud verzoekt.
Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
MODIFICATIES
Hitachi elektrisch gereedschap wordt voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te kunnen maken van de nieuwste technische ontwikkelingen. Daarom is mogelijk dat sommige onderdelen (zoals codenummers en/of ontwerp) zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
OPMERKING:
Op grond van het voortdurende research en ont wikkelingsprogramma van HITACHI zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehouden.
Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen
De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871.
Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 82 dB (A)
Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 71 dB (A)
Onzekerheid KpA: 1,5 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig EN60745.
Als boormachine:
Trillingsemissiewaarde ah , D = 1,1m / s^2
Onzekerheid K = 1,5 m/s²
Als schroevendraaier:
Trillingsemissiewaarde ah = 0,62m / s^2
Onzekerheid K = 1,5 m/s²
WAARSCHUWING
○De trillingsemissiewaarde tijdens het feitelijke gebruik van het elektrisch gereedschap kan afwijken van de opgegeven waarde afhankelijk van de manieren waarop het gereedschap wordt gebruikt.
○Neem kennis van de veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de operator welke gebaseerd zijn op een schatting van blootstelling onder feitelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de gebruikscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer dit onbelast draait inclusief de triggertijd).