GP 135 B - Forn GUDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GP 135 B GUDE in PDF-formaat.
| Producttype | Pelletkachel / Fornuis |
| Merk | Güde |
| Model | GP 135 B |
| Afmetingen (BxDxH) | 460 x 450 x 1000 mm |
| Nettogewicht | 77 kg |
| Brutogewicht | 99 kg |
| Brandstof | Standaard houtpellets (DIN 51731, ÖNORM M7135), 6 mm diameter |
| Capaciteit pelletcontainer | 15 kg |
| Pelletverbruik | 0.4 – 2.1 kg/h (min-max) |
| Aantal warmteniveaus | 5 |
| Stroomvoorziening | 230 V ~ 50 Hz |
| Stroomverbruik (Ontsteking) | 280 W |
| Stroomverbruik (Bedrijf) | 100 W |
| Aansluiting rookgasafvoer | Achterzijde, diameter 80 mm |
| Vereiste schoorsteentrek | 10 – 12 Pa (0.1 – 0.12 mbar) |
| Rookgastemperatuur | 52.3 – 154.2 °C |
| Rookgasmassastroom | 2.7 – 7.8 g/s |
| Veiligheidskenmerken | Veiligheidsthermostaat, automatische uitschakeling bij stroomuitval, oververhittingsbeveiliging, foutcodes |
| Bedieningspaneel | SET, AUTO, AAN/UIT, Temp+/-, Warmteafgifte +/- |
| Display | Alarmen: geen ontsteking, pelletcontainer leeg, drukmonitor, stroomuitval, defecte rookgasventilator, lege verbrandingspot |
| Reiniging | Dagelijks: verbrandingspot en aslade; Maandelijks: verbrandingskamer; Jaarlijks: ventilatoren en rookgasafvoer |
| Garantie | 24 maanden (exclusief glas, afdichtingen, ontstekingsplug, normale slijtage) |
| Inbegrepen accessoires | Handleiding, afstandsbediening (optioneel) |
Veelgestelde vragen - GP 135 B GUDE
Gebruikersvragen over GP 135 B GUDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GP 135 B - GUDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GP 135 B van het merk GUDE.
GEBRUIKSAANWIJZING GP 135 B GUDE
DE Originalbetriebsanleitung
EN Operating Instructions
NL Originele gebruiksaanwijzing


NEDERLANDS Lees de gebruiksaanwijzing voor inbedrijfstelling aandachtig door.

IINBETRIEBNAHME | COMMISSIONING | INBEDRIJFSTELLING 4
Deutsch
Rendement bij max./min. werking 88,78 - 95,48 %
Aantal verwarmingsstanden....5
Vulvolume pellettank....15 kg
Pelletverbruik (min.-max.).....ca. 0,4 - 2,1 kg/u
Brandstof....Houtpellets conform DIN plus
Aansluiting....230V \~ 50Hz
Vermogensopname in de ontstekingsfase 280 W
Vermogensopname tijdens werking....100 W
Dubbele bezetting schoorsteen .... nee
Aansluiting rookkanaal ....achter
ø-rookkanaalafvoer 80 mm
Schoorsteentrek.... 10 - 12 Pa (0,1 - 0,12 mbar)
Temperatuur afvoergas....52,3-154,2 °C
Massastroom afvoergas....2,7-7,8 g/S
Afmetingen opbouw (b x d x h)....460x450x1000 mm
Gewicht netto/bruto 77 kg / 99 kg


Algemene waarschuwings- en veiligheidsvoorschriften
Neem altijd de inleidende algemene waarschuwingen in acht en lees het gehele handboek zorgvuldig voor voordat u de kachel gaat gebruiken.
De pelletkachel GP 100 is gebouwd volgens de nieuwste stand der techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kunnen er zich bij onjuist of niet beoogd gebruik gevaren voordoen. Laat daarom de pelletkachel nooit langere tijd zonder toezicht. Voor het transport van uw kachel mogen alleen toegelaten transporthulpmiddelen met voldoende draagkracht worden gebruikt. Door verbranding van brandstof komt warmte-energie vrij, die leidt tot een sterke verwarming van de buitenzijde van de kachel, de deuren, de deur- en bedieningsgrepen, de ruiten, de rookkanalen en mogelijk ook de voorzijde van de kachel. Het aanraken van deze onderdelen zonder passende beschermende kleding of hulpmiddelen als hittebestendige handschoenen of aanrakingsmateria- len (bediengreep), dient te worden voorkomen.
Wijs uw kinderen op dit specifieke gevaar en houd ze tijdens gebruik van de kachel op afstand.
Het is verboden om niet-hittebestendige voorwerpen op de kachel of in de nabijheid hiervan te plaatsen.
Leg geen kledingstukken op de kachel te drogen. Wasrekken voor het drogen van kledingstukken e.d. moeten op voldoende afstand van de kachel worden geplaatst.
Brandgevaar
Tijdens het gebruik van uw kachel is het gebruik van licht ontvlambare en explosieve stoffen in dezelfde of aangrenzende ruimten verboden.
Kwalificatie
Behalve een uitvoerige instructie door een deskundige is er geen speciale kwalificatie nodig om de kachel te mogen gebruiken.
Belangrijke aanwijzingen
Lees de aanwijzingen en de technische informatie in deze montagehandleiding vóór de montage, maar ook voor het aansteken van de kachel en voorafgaand aan iedere handeling aandachtig door.
Het zorgvuldig opvolgen van de montagehandleiding garandeert de veiligheid van personen en het product, evenals een rendabel en langdurig gebruik van het product.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is door het niet opvolgen van de bedienings- en onderhoudshandleiding, door niet-geautoriseerde wijzigingen aan het product of wanneer er gebruik is gemaakt van niet-originele vervangingsonderdelen.
Plaatsing en bediening van het product dient te worden uitgevoerd conform de aanwijzingen van de fabrikant en moet voldoen aan de lokale verordeningen.
Neem contact op met uw verkoper indien er bij het lezen van de bedieningshandleiding onduidelijkhe-
den zijn.
De wand waarvoor het apparaat wordt geplaatst, mag niet van hout of brandbaar materiaal zijn, bovendien moeten de
veiligheidsafstanden in acht worden genomen (zie ook het hoofdstuk "Preventie van woningbranden" in de bedienings- en waarschuwingshandleiding van de kachel).
Lees voor het monteren van de kachel de montagehandleiding voor bekleding, ventilator en eventuele accessoires zorgvuldig door.
Controleer voor het plaatsen van het product of de vloer volledig vlak is.
Geadviseerd wordt om schone katoenen hand- schoenen te dragen bij het aanraken van de stalen onderdelen om vingerafdrukken, die later moeilijk te verwijderen zijn, te voorkomen.
De montage van de kachel moet met twee personen worden uitgevoerd.
De pelletkachel mag pas op het elektriciteitsnet worden aangesloten nadat de kachel op vakkundige wijze is aangesloten op de schoorsteen.
Gebruik nooit vloeibare brandstof om de pelletka-chel aan te steken of om het aanwezige vuur aan te wakkeren.
LET OP
De pelletkachel mag alleen worden gebruikt met standaard houtpellets. Het werken met kwalitatief slechte of niet-standaard pellets kan problemen veroorzaken die niet meer onder de garantie vallen.
De deur van de verbrandingskamer mag tijdens de werking niet worden geopend.
Wanneer de kachel brandt, dient de ruimte waarin de kachel staat goed geventileerd te worden.
Bij bedrijfsstoringen wordt de brandstoftoevoer onderbroken. De kachel mag pas weer in gebruik worden gesteld als de oorzaak van de storing is verholpen.
Bij schade of storingen aan het product dient u het gebruik ervan te staken.
Het veiligheidsrooster dat zich in het pellettank bevindt, mag niet worden verwijderd. (Afb. pagina 12)
Het is verboden om niet-hittebestendige voorwerpen op de kachel of in de nabijheid hiervan te plaatsen.
Maak ook anderen opmerkzaam op deze gevaren!
Maak ook anderen opmerkzaam op de voorzorgsmaatregelen die opgevolgd moeten worden tijdens de werking van de kachel.
Houd rekening met de nationale en Europese regelgeving, alsmede met de lokale voorschriften die voor de
installatie en het gebruik van de stookinrichting van toepassing zijn!
Geciteerde regelgeving
DIN 18160
Huisschoorstenen - Vereisten, concept en uitvoering DIN 51731
Keuring vaste brandstof - Pellets van onbehandeld hout –Vereisten en keuring
DIN 18894
Stookinrichtingen voor vaste brandstoffen - Pelletkachels -
Vereisten, keuring en classificatie
ÖNORM M7135
Oostenrijkse norm - Pellets en Briketten
Brandstof
De pelletkachel is ontwikkeld voor de schone en uiterst efficiënte verbranding van goedgekeurde houtpellets met een doorsnede van 6 mm.
Toch kunnen er ook bij gebruik van goedgekeurde houtpellets verschillen ontstaan bij de verbranding, de asontwikkeling en de vorming van slakken.
Algemene informatie over brandstof
Met hout als brandstof heeft u voor de CO2-neutrale verwarming van uw huis gekozen. Bij het persen van resthout tot goedgekeurde pellets wordt uit onbehandeld houtafval goedkope brandstof gemaakt, die bij de verbranding schoon en uiterst efficiënt wordt omgezet in warmte-energie.
Wat zijn houtpellets?
Houtpellets bestaan voor 100 procent uit onbehandelde houtresten (spaanders, zaagsel etc.).
De droge houtresten worden verkleind en onder hoge druk tot houtpellets geperst. Het toevoegen van bindmiddelen of hulpstoffen is niet toegestaan.
De kwaliteit van de houtpellets wordt bepaald door DIN 51731 en ÖNORMM7135:
Lengte: ca. 10 - 30 mm
Diameter: 6 mm
Houtpellets in de praktijk:
2 kg houtpellets bevatten ongeveer evenveel energie als een liter lichte stookolie.
Qua ruimte komen 3 m houtpellets overeen met ca. 1000 liter stookolie. Houtpellets moeten absoluut droog worden getransporteerd en opgeslagen.
Bij contact met vocht zwellen ze sterk op. Daarom moeten houtpellets tijdens het transport en bij de
opslag tegen vocht worden beschermd.
Hoe zijn "goede" houtpellets te herkennen?
Afhankelijk van de voorbereiding van de grondstofen en het persen van de massa kan er verschil in de kwaliteit van de houtpellets ontstaan.
De hierna aangegeven kwaliteitskenmerken zijn geschikt voor een eerste visuele keuring van de houtpellets bij het kopen. De precieze kwaliteitskenmerken kunnen alleen worden vastgesteld met daarvoor bestemde technische analyseapparatuur.
Goede kwaliteit:
glanzend, glad, gelijkmatige lengte, weinig stof
Mindere kwaliteit:
scheuren in lengte en breedte, stoffig, verschillende lengtes.
Eenvoudige kwaliteitstest:
Doe enkele houtpellets in een glas water:
Goede kwaliteit: pellets zinken.
Mindere kwaliteit: pellets drijven.
Afhankelijk van de fabrikant verschillen de pellets in kleur, lengte en perswijze. Ook verschillende le veringen van dezelfde fabrikant kunnen verschillende kwaliteiten hebben. Pellets worden gemaakt van onbehandeld hout, afhankelijk van het soort hout kunnen de verbrandingsresten hoger uitvallen.
Belangrijke aanwijzingen voor de installatie
Let er bij het uitpakken op, dat het product niet beschadigd of gekrast is. Verwijder de verpakte accessoires uit de verbrandingskamer net als eventuele stukken schuimstof of karton, bedoeld voor het blokkeren van beweegbare onderdelen.
Denk eraan om de verpakking (plastic zakken, stukken schuimstof etc.) buiten het bereik van kinderen op te bergen, daar dit potentiële bronnen van gevaar zijn die op de juiste wijze moeten worden afgevoerd.
Ter voorkoming van ongevallen en schade aan het product de volgende aanwijzingen opvolgen:
Uitpakken en installeren moet met minimaal twee personen worden uitgevoerd;
ledere arbeidsstap moet met de juiste hulpmiddelen overeenkomstig de geldende veiligheidsrichtlijnen worden uitgevoerd;
De verpakte kachel overeenkomstig de afbeeldingen en aanwijzingen in de bedieningshandleiding opstellen;
Als er gebruik wordt gemaakt van hulpmiddelen als kabels, riemen, kettingen etc., moeten deze in goede staat zijn en geschikt voor het betreffende gewicht;
Ga voorzichtig te werk bij het uitpakken en let erop dat kabels, kettingen etc. niet breken;
De verpakking niet te ver buigen, om kantelen te voorkomen;
Houd u nooit op in de actieradius van de laad-/losapparatuur (hefwagen, kraan etc.).
Aansluiting afvoergas
Het apparaat is niet geschikt voor de meervoudige bezetting van schoorstenen!
De afmetingen van de schoorsteen zijn conform EN 13384 en er is gecontroleerd dat er een onderdruk (meer dan 1 Pa) aanwezig is. Afhankelijk van de bouwwijze van de pelletkachel betreft het niet een brander, maar een automatisch bijgevulde kachel met een dagreservoir ter verbranding van een vaste biomassa (pellets) met een afvoergasventilator. Deze ventilator transporteert het afvoergas naar de schoorsteen. In het verbindingsstuk en in de schoorsteen ontstaat geen overdruk. De regionale voorschriften dienen in ieder geval in acht genomen te worden.
Neem voorafgaand aan de aansluiting van het apparaat contact op met een bevoegde schoorsteenveger!
De aansluiting op een schoorsteen van minder dan 4 m hoog is niet toegestaan.
Het verbindingsstuk moet dicht verbonden worden met de schoorsteen.
Verbindingsstukken naar schoorstenen moeten een minimale afstand van 40 cm aanhouden van bouwelementen van brandbaar materiaal. Een afstand van ten minste 10 cm is voldoende als de verbindingsstukken minimaal 2 cm omhuld zijn met niet-brandbare isolatiematerialen. Verbindingsstukken naar schoorstenen moeten, voor zover ze door brandbare materialen lopen, over een afstand van ten minste 20 cm worden voorzien van een beschermende buis van niet-brandbaar materiaal of in een omtrek van minimaal 20 cm omhuld zijn met niet-brandbaar materiaal met geringe warmtegeleidbaarheid.
Bij transportdruk >20 Pa wordt een trekbegrenzer aanbevolen. De transportdruk moet min. 11 PA bedragen.
Voorschriften
Voor de opstelling en de aansluiting aan de afvoergaszijde dienen de vereisten van de brandverordening van de betreffende provinciale bouwverordeningen alsmede DIN 4705 en DIN 18160 in acht genomen te worden. Voor een probleemloze werking van uw kachel moet de schoorsteen waarop u het apparaat wilt aansluiten, in perfecte staat zijn.
Opstellingsruimte
De houtkachel onttrekt de voor de verbranding benodigde lucht uit de opstellingsruimte, daarom moet ervoor gezorgd worden dat er via openingen in ramen of buitendeuren steeds voldoende lucht binnenkomt. Daarnaast moet erop gelet worden dat een ruimte-prestatieverhouding van 4 m3 per kW nominaal verwarmingsvermogen gegarandeerd is. Als het volume lager ligt, moet via beluchtingsopeningen een verbrandingsluchtverbinding met andere ruimten worden gemaakt.
(Verbindingsopeningen min. 150 cm2)
LET OP: De pelletkachel werkt anders dan traditionele kachels. De rook wordt afgevoerd met behulp van een ventilator. In het verbrandingsgedeelte wordt daardoor een lichte onderdruk veroorzaakt en in het verbindingsstuk ontstaat overdruk; controleer daarom of deze buis volledig dicht en correct gemonteerd is, zowel met het oog op de veiligheid als voor de werking.
De afvoerbuis moet door vaklieden of een gespecialiseerd bedrijf worden geplaatst.
De installatie dient zo te worden gemonteerd, dat voor de regelmatige reiniging niets gedemonteerd hoeft te worden.
De buizen moeten altijd met siliconen (niet met cement) worden afgedicht, daar dit materiaal hittebestendig is en ook bij hoge temperaturen (250 °C) zijn elasticiteit behoudt. De buizen worden vastgezet met zelfsnijdende schroeven van 3,9 mm.
a. Er mogen geen kleppen of deuren worden gemonteerd die de gasafvoer kunnen hinderen.
b. Het apparaat moet worden aangesloten zoals aangegeven op pagina 8.
De buizen en hun maximale lengte
Er kunnen buizen van gelakt staal (minimaal 1, 5 mm dik), edelstaal of geëmailleerd staal (minimaal 0,5 mm dik) met een doorsnede van 100 mm gebruikt worden.
Aanvoer buitenlucht
Voor een goede werking moet de kachel beschikken over voldoende lucht. Dit gebeurt via een luchttoevoer, die zich buiten de ruimte bevindt waarin de kachel wordt geïnstalleerd. Een buitenluchtaanvoer mag alleen na overleg met de schoorsteenveger worden geplaatst.
- De luchtinlaat moet direct met de buitenlucht verbonden worden waarbij gebruik moet worden gemaakt van metalen buizen (minimaal 80 mm) met bijpassende silicone afdichtingen, die een goede afdichting garanderen.
- De luchttoevoer kan ook plaatsvinden via een naastgelegen ruimte waarin de kachel staat, op voor waarde, dat dit gebeurt door niet-sluitbare openingen die verbonden zijn met de buitenlucht.
- In de ruimte naast die waarin de kachel wordt geïnstalleerd, mag geen onderdruk ontstaan met betrekking tot de buitenlucht, als gevolg van een tegen trek, die ontstaat door een daar aangebracht ander afvoersysteem (afzuigkap, wasdroger etc.). In deze
naastgelegen ruimte moeten de permanente openingen voldoen aan de bovenge- noemde criteria, daarbij mag deze ruimte niet als garage of als opslag voor brandbare stoffen worden gebruikt, noch mogen hier activiteiten worden uitgevoerd die leiden tot brandgevaar.
Minimale veiligheidsafstanden
Minimale veiligheidsafstanden tot brandbare of temperatuurgevoelige materialen alsmede tot dragende wanden <10 cm:
A 40 cm tot de achterwand
B 40 cm tot de zijwanden
C 80 cm in het stralingsgebied
Bij brandbare of temperatuurgevoelige vloerbedekking dient een vloerbescherming (bijv. een stalen plaat), marmer of tegels te worden gebruikt.
De minimale afmetingen bedragen:
D 50 cm
E 30 cm (vanaf binnenzijde verbrandingskamer-opening).
Aanbevolen wordt om aan de zijkanten 60 cm afstand aan te houden, om de mogelijkheid van controle en onderhoud van de elementen in de houtkachel niet nadelig te beïnvloeden.

Voorkomen van woningbranden
De montage en de werking van de kachel moeten plaatsvinden volgens de informatie van de fabrikant en de lokale bepalingen.
LET OP: Als een buis door een wand of een plafond wordt geleid, moet bij de installatie rekening worden gehouden met enkele bijzonderheden (isolatie, veiligheidsvoorzieningen, voldoende afstand van warmtegevoelige materialen etc.)
- De aansluitbuis op de schoorsteen mag nooit door brandbaar materiaal of ontvlambare oppervlakken lopen.
- De aansluitbuis op de schoorsteen mag niet op een met
andere apparaten verbonden afvoerbuis worden aangesloten.
- Aangeraden wordt om alle brandbare of ontvlambare voorwerpen, zoals houten balken, houten meubels, gordijnen, brandbare vloeistoffen etc., op een veilige afstand (minimaal een meter) van de warmtestraling en van de kachel te houden.
- Als er zich in de directe omgeving houten plafonds of andere afdekkingen van brandbare of warmtegevoelige materialen bevinden, moet een beschermende laag van isolerend, niet-brandbaar materiaal worden aangebracht. Als de vloerbedekking van brandbaar materiaal is (houten planken, parket) moet ter hoogte van de kacheldeur een beschermende plaat van niet-brandbaar materiaal worden aangebracht, die zijdelings ten minste 30 cm en aan de voorzijde ten minste 50 cm uitsteekt.
Overige informatie is te vinden in de lokale verordeningen.
De verbrandingskamer mag tijdens de werking in geen geval worden geopend!

Het voorgeschreven montageschema van de haard inclusief de rookafvoerbuis moet strikt worden opgevolgd. Pelletkachel en rookafvoerbuis conform ons aansluitings- en montageschema zorgen voor eenheid van de haard.
Handelen bij
schoorsteenbranden
Veroorzakers van brand
Er zijn meerdere oorzaken die kunnen leiden tot een ongecontroleerde schoorsteenbrand:
- Sterke wind kan de brandstof te veel doen ontsteken waardoor de vlammen hoger dan gebruikelijk uitslaan.
- Brandstof die niet geschikt of niet bedoeld is voor de haard.
- Brandstoffen met grote vlam (bijv. naaldhout) ontketenen de brand.
- Zuurstofgebrek. Door een onvolkomen verbranding wordt de brandstof in de verbrandingskamer niet volledig verbrand. De naverbranding vindt dan plaats in de schoorsteen.
Brandbestrijding
Een schoorsteenbrand mag niet worden geblust met water, daar zich aan de binnenzijde direct waterdamp (water verdampt in de verhouding 1:1700 bij 100 °C) zou vormen, waardoor de plotselinge druktoename de schoorsteen ernstig kan beschadigen en mogelijk zelfs kan doen exploderen.
Mogelijkheden voor de brandbestrijding zijn:
- De schoorsteen gecontroleerd laten uitbranden, dus onder voortdurende controle waarbij men de luchtverhouding via de schoorsteendeuren of kachel enigszins kan reguleren.
- Met schoorsteenvegersgereedschap het branden - de roet uit de schoorsteen verwijderen (uitslaan) en buiten doven.
- Als uitbreiding (gebouwbrand) dreigt, kan als laatste mogelijkheid ook een poederblusser worden gebruikt. Ook met zwavelspaanders wordt het vuur geblust (verstikt).
- In alle gevallen moeten de brandweer en de be voegde schoorsteenveger worden geconsulteerd.
- Ook nadat het vuur is gedoofd, moet men de schoorsteen nog enkele uren controleren, daar deze nog veel warmte uitstraalt.
Montage/aansluiting
Stroomaansluiting - Pagina 5
De kachel wordt geleverd met een netkabel voor een stroomaansluiting van 230 V 50 Hz.
De aansluiting aan de achterzijde van de kachel wordt weergegeven op pagina 5.
Het opgenomen vermogen is aangegeven in het hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS" van deze bedie- ningshandleiding.
Controleer of de stroomkabel correct geplaatst is en niet in aanraking komt met hete delen.
Let erop dat de stekker van de netkabel ook na het plaatsen van de kachel bereikbaar is.
Het apparaat moet worden aangesloten zoals aangegeven op pagina 5.
Let op! Het voorgeschreven montageschema van de haard inclusief de rookafvoerbuis moet stringent worden opgevolgd. Pelletkachel en rookafvoerbuis conform ons aansluitings- en montageschema zorgen voor eenheid van de haard.
Werking
De openingen in de afdekplaat voorkomen het oververhitten van de kachel en mogen in geen geval worden gesloten. Tijdens de werking moet gezorgd worden voor voldoende ventilatie in de opstellings-ruimte.
Verbrandingslucht
Elk verbrandingsproces heeft zuurstof of lucht nodig, dit wordt bij een kachel in het algemeen onttrokken aan de woonkamer. De onttrokken lucht moet weer aan de woonkamer worden teruggevoerd. Bij moderne woningen kan door zeer goed gesloten vensters en deuren te weinig lucht binnenstromen, waardoor de situatie problematisch wordt door extra ontluchtingen in de woning (bijv. in de keuken of het toilet). Als er geen mogelijkheid is om externe verbran-
dingslucht aan te voeren, dient u de kamer meerdere malen per dag te luchten om onderdruk in de ruimte of een slechte verbranding te voorkomen.
Alle afdichtingen in het afvoergassysteem moeten hermetisch verzegeld worden met hittebestendige (250 °C) kachelkit (zonder cement). De reiniging van het afvoergassysteem regelmatig controleren of laten controleren.
Tijdens de werking van de kachel geen brandbare voorwerpen in de nabijheid van de kachel plaatsen (minimale afstand 100 cm vanaf de voorkant van de kachel).
De deur van de verbrandingskamer mag tijdens de werking niet worden geopend en het opschrift mag niet beschadigd zijn of ontbreken.
Gebruik van andere brandstoffen dan pellets is verboden.
Het is ten strengste verboden het veiligheidsrooster dat zich in de pellettank bevindt te verwijderen.
Verwijder eventueel niet-verbrande pelletresten alvorens de kachel opnieuw in werking te stellen.
Controleer of het brandrooster correct geplaatst is. Vul de pellettank (pagina 12).
Sluit de vuurdeur en de klep van de pellettank en schakel de kachel in met de hoofdschakelaar.
LET OP!
Bij het eerste gebruik en na een langer periode van niet-gebruik mag de kachel maximaal op stand 3 worden gebruikt. Een te hoge temperatuur kan bij het eerste gebruik tot schade aan de isolatie leiden. Na ca. 2 uur kunt u de kachel normaal gebruiken.
Bedieningspaneel

Knop Functie
1) Knop "SET": Functieselectie. Maakt de programmering van enkele parameters en de opslag van de ingestelde waarden mogelijk.
2) Knop "AUTO": schakelt de kachel van hand matige modus over in de automatische modus.
3) Knop "ON/OFF": In- en uitschakelen van de kachel in handmatig modus. Verlaten van de programmering zonder wijzigingen.
Wordt ook gebruikt om het akoestische
storingssignaal te onderbreken.
4) Knop Temp+: gewenste temperatuur verhogen en door het menu bewegen.
5) Knop Temp-: gewenste temperatuur verlagen en door het menu bewegen.
6) Verwarmingsvermogen verhogen of gewenst programma instellen en door het menu bewegen.
7) Verwarmingsvermogen verlagen of gewenst programma instellen en door het menu bewegen.
Vermeldingen op het display
Waarschuwing alarm
- Geen ontsteking
- Pellettank leeg
- Drukbewaking
- Stroomuitval
• Afvoergasventilator defect - Vuurpot legen
Werking
Omschrijving Weergave
Ingeschakeld Ontsteking in werking
Verwarming Verwarmen
Handmatige modus Handmatig
Tijdinstelling Inst. datum-tijd
Toerental afvoergasmotor ^(2) Afvoergasventilator
Toerental ruimteventilator ^(2) Ruimteventilator
Program. Thermostaat / GSM-programma ^(1) CRO/GSM verm.
Soort pellet Soort pellet aanp.
| Parameter | Parameter |
| Foutgeheugen | Foutgeheugen |
| Taal kiezen Taalkeuze |
(1) Niet mogelijk bij GP 100
(2) Wij adviseren om de basisinstelling niet te wijzigen.
Afstandsbediening

Het apparaat kan ook worden gebruikt met een IR afstandsbediening. Enkele functies kunnen via de afstandsbediening worden bestuurd, zoals het in- en uitschakelen. Voor gebruik moet de afstandsbedieningscode worden opgeslagen. Dit wordt direct op het bedieningspaneel uitgevoerd.
Opslaan code
5 seconden de knoppen "PROG+" en "TEMP+" inge drukt houden, tot de weergave IR AFSTANDSBEDIE-NING op het display verschijnt. De afstandsbediening naar het bedieningspaneel richten en een knop indrukken. Aan het eind van de opslag klinkt een akoestisch signaal. Met de STOP-knop (3) het menu verlaten en de kachel met de afstandsbediening bedienen.
Uitschakelen
De kachel wordt uitgeschakeld door (3 s.) knop 3 op het bedieningspaneel ingedrukt te houden.
De ventilator loopt net zolang door tot de kachel zich weer in een veilige uitschakeltemperatuur bevindt. Gedurende deze tijd mag de stroomvoorziening niet worden onderbroken!
Stroomuitval
Bij stroomuitval schakelt de kachel automatisch uit en schakelt niet automatisch weer in zodra de spanning weer terug is.
Als dit gebeurt dient u te wachten tot de kachel volledig is afgekoeld, waarna het vuurrooster gereinigd en de storing gewist moet worden. Vervolgens start u de kachel opnieuw.
Eerste inbedrijfstelling
Nadat de pelletkachel geplaatst is en door een bevoegde schoorsteenveger gekeurd is, kan de kachel aan het stroomnet (230V) worden aangesloten. Zet
vervolgens de hoofdschakelaar op "I" (AAN) (zie pagina 5).
De elektronische besturing meldt nu dat de kachel bedrijfsklaar is.
De achtergrondverlichting van het display wordt ingeschakeld.
De hier beschreven punten geven uitleg over de eerste inbedrijfstelling van de pelletkachel GP 100.
1. Controle verbrandingskamer en branderrooster
- Controleer of het branderrooster juist geplaatst is
2. Tijd/datum
Het indrukken van de knop SET biedt de mogelijkheid tot het instellen van de datum. De dag van de week, maandag tot zondag, de tijd en de datum kunnen worden ingesteld.
Gebruik de knoppen PROG+ en PROG- om de opties te tonen, en de knoppen TEMP+ en TEMP- om de gewenste optie te kiezen. Door het indrukken van de Set-knop wordt de instelling bevestigd.
3. Handmatig/Auto
De werking van de kachel hand zowel handmatig als automatisch worden bediend. In de handmatige instelling moet u de kachel zelf in- en uitschakelen. In de automatische instellingen kunt u met behulp van een weekprogramma of de timer de gewenste tijden instellen. U drukt op de knop "Auto" (bedieningspaneel knop 2) om de gewenste functie te kiezen, deze wordt dan op het display weergegeven.
Handmatig:
De kachel wordt door het indrukken van de knoppen ON OFF in- en uitgeschakeld.
Auto (tijdklok/weekprogramma):
De kachel schakelt automatisch in en uit, afhankelijk van de tijden die zijn ingesteld in het weekprogramma en de timer.
Om schade aan de kachel te voorkomen mag bij de eerste inbedrijfstelling gedurende 1 uur maximaal verwarmd worden op niveau 3.
Kies hiervoor de handmatige modus.
4. Pellettank vullen
- Vul de pellettank met de voorgeschreven DIN-pellets.
- Het veiligheidsrooster dat zich in het reservoir bevindt mag niet verwij derd worden.

Zorg ervoor altijd het deksel te sluiten na het vullen.
5. Eerste belading
Let op: Bij de eerste is de transportschroef voor het transport van de pellets nog niet gevuld, daarom is een voorafgaande eerste belading noodzakelijk.
- Om in de menukeuze te komen drukt u gedurende 6 seconden tegelijkertijd op knop 1 en 6.
- Bevestig "Testprogramma" met knop 1
- Zoek met knop 6 of 7 het menupunt "Schroefmotor"
- Activeer de eerste belading met knop 1 en houd deze ingedrukt.
De transportmotor draait nu continu om de transportschacht te vullen. Dit proces kan enkele minuten duren. Zodra er gelijkmatig pellets in het branderrooster vallen, laat u knop 1 los.
Let op:
Na een succesvolle eerste belading moet het branderrooster worden geleegd, let daarna op de juiste positie van het branderrooster en vervolgens of de kacheldeur goed afgesloten is.
De pelletkachel is nu klaar voor gebruik.
6. Inschakelen
- Start de kachel via knop 3 of met behulp van de afstandsbediening (knoppencombinatie "ON").
Het koudestartprogramma vindt automatisch plaats na het starten van de kachel.
Let op: Tijdens de ontstekingsfase kunnen er geen instellingen worden uitgevoerd.
Info:
Een lichte geurontwikkeling door het eerste inbranden van de ketel vormt geen gebrek. Na korte tijd is dit over. Zorg voor voldoende ventilatie van de opstellingsruimte. De lak bevat geen giftige dampen.
Tijdklok/weekprogramma
Druk op knop 1 om naar het hoofdmenu te gaan. Zoek het pellet-weekprogramma door het in-drukken van knop 4, en als u dit gevonden heeft, bevestigt u dit met knop 1.
Knop 4+5: door deze knoppen kunt u de ingestelde waarden wijzigen.
Knop 6+7: door deze knoppen kunt u wisselen tussen de beschreven menupunten. Het geselecteerde menupunt "knippert".

1) Programmanummer
Door het indrukken van knop 1 kunt u de verschillende in-/uitschakeltijden bekijken. Het is alleen mogelijk om de programma's van F01-F15 te bekijken, als u bij F15 bent en u drukt op knop 1 gaat u terug. Start opnieuw zoals hiervoor omschreven.
2) Weekdag
Instelmogelijkheid iedere dag afzonderlijk (zo, ma, di, wo, do, vr, za, zo), werkdagen (Wo) of zaterdag en zondag (We).
3+4) Uren en minuten
Hier kunt u de gewenste in- en uitschakeltijden selecteren.
5) Temperatuur
Hier kan de gewenste temperatuur worden ingesteld. 6) Verwarmingsvermogen
Hier kunt u selecteren met welk verwarmingsvermo-
gen de kachel start. De kachel regelt later tijdens de werking het verwarmingsvermogen zelf, dat betekent dat wanneer de temperatuur bereikt is het verwarmingsvermogen automatisch wordt ingesteld op de laagste stand (P1), als de temperatuur daalt schakelt hij weer in en stelt het verwarmingsvermogen naar boven bij.
7) Modus
Hier selecteert u of dit het in- of uitschakeltijdstip is. ON=AAN / OFF=UIT
8) Functie:
Met dit menupunt selecteert u of het programma-nummer gedeactiveerd (vrijg of No A. (gedeactiveerd)) is.
LET OP!
In de tijden met programmering ON werkt de kachel met dezelfde temperatuur en vermogen als bij de laatste uitschakeling.
Stand-byfunctie
- Druk op de knop1 (Set) om naar de menukeuze te gaan.
- Kies met knop 4 menupunt "Parameter aanpas.".
- Bevestig dit met knop 1 (Set)
- Zoek met knop 6 het menupunt "Func. stand-by".
- Op het display verschijnt Func. stand-by.
- Stel de verschiltemperatuur in met knop 4 (min. 3 °C – max. 10 °C).
- Bevestig dit met knop 1 (Set).
- De stand-byfunctie is nu actief.
- Verlaat het menupunt door het indrukken van knop 3 (on/off).
- De kachel schakelt zodra hij de ingestelde gewenste temperatuur + de vooraf aangegeven verschiltemperatuur heeft overschreden, zelfstandig uit. Op het display verschijnt Stand-by actief en de kachel koelt af.
- Als de ingestelde gewenste temperatuur met de aangegeven verschiltemperatuur wordt onderschreden, schakelt de kachel automatisch weer in en verschijnt op het display Ontsteking in werking.
- Om de stand-byfunctie te deactiveren dient u de punten 1 tot 5 te herhalen.
- Aansluiten dient u met knop 5 de verschiltemperatuur op OFF te zetten en met de knop 1 #
(Set) te bevestigen.
- Nu is de stand-byfunctie niet meer actief en kan de kachel handmatig worden gebruikt.
Foutgeheugen resetten
Na het verhelpen van alle soorten storingen (foutcodetabel hieronder) moet de pelletkachel worden gereactiveerd door het gedurende 3 seconden indrukken van knoppen 1 en 3 (het foutgeheugen wordt daardoor gereset). Vervolgens de pelletkachel eventueel laten afkoelen, de branderinzet reinigen, zorgen dat de branderinzet goed geplaatst is en de kachel opnieuw starten.
Foutcodetabel
| DISPLAY-WEERGAVE STORINGS-BESCHRIJVING | STORINGSOORZAKEN STORINGVERHELPEN | ||
| CODE 1GEEN ONTSTEKING | Er vindt geen ontstekingplaats | 1. Pellettank is leeg2. Gloeipatroon defect3. Geen pellettoevoer | 1. Pellettank vullen2. Defect gloeipatroonvervangen3A. Defecte schroefmotorvervangen3B. Verstopping inschroefschacht verhelpen |
| CODE 3FOUT BIJROOKCIRCUIT | Ontbrekende luchttoe-voer | Aanzuiging van frisselucht is geblokkeerd | Zorg ervoor dat de kachel frisse lucht kan aantrekken |
| CODE 5PELLETTANK LEEG | Uitschakelen tijdenswerking | Pellettank is leeg 1. Pellettank vullen2. Eerste beladinguitvoeren | |
| CODE 6DRUKBEWAKING | 1. Rookafvoer verstopt2. Pelletkachel is over-verhit | 1. Afvoergasbuis verstopt2. Activering van deveiligheidsthermostaatdoor oververhittingBij 2. event. defecteruimteventilator | 1. Afvoergasbuis con-troleren en eventueelverstopping verhelpen2. Pelletkachel latena fkoelen, het apparaatvan het stroomnet los-maken en de veiligheids-thermostaat als volgtresetten (beschermkaperaf draaien en resetstiftindrukken, zie pagina 5;afb. A) |
| CODE 8STROOMUITVAL | Stroomuitval Stroomuitval | tijdens dewerking | 1. Netstekker controleren2. Apparaatzekeringonder de hoofschakelaarcontroleren (ziepagina 5; afb. A)3. Hoofdzekering con-troleren |
| CODE 9AFVOERGASVENTILATORDEF. | Uitval van de afvoergas-ventilator | Afvoergasventilatordefect | Afvoergasventilatorvervangen (zie reinigings-schema) |
| CODE 10OVERVERHITTING | Besturingsplatine over-verhit | Oververhitting van debesturingsplatine | Pelletkachel laten afkoelen en opnieuw starten |
| CODE 11ERROR | Zelf ingesteldevervaldatum isverlopen | Parameters (maand enjaar) worden ingesteld | Opgaven resetten |
Reinigingsschema
Inhoud:
- Reiniging & onderhoud Pagina 17
- Reiniging vuurpot en vuurpothouder Pagina 17
- Reiniging afstrijker
- Reiniging aslade Pagina 17
- Reiniging glas Pagina 17
- Reiniging oppervlakken & bekleding Pagina 18
- Reiniging verbrandingskamer Pagina 18
- Reiniging ventilator Pagina 19
- Service-interval
- Schoorsteenpijp
- Reiniging aan het einde van het seizoen
Pagina 17
Pagina 20
Pagina 20
Pagina 20

Een regelnat ge reiniging door de gebruiker is absoluut noodzakelijk voor een storings vrije
werking. Bij niet-naleving vervallen alle
aanspraken op garantie. Alle reinigingswerkzaamheden mogen uitsluitend
worden uitgevoerd als de kachel uitgeschakeld en afgekoeld is. Het apparaat
moet van het stroomnet worden losgekoppeld!
Pelletas is een natuurzuiver product en geschikt als mest voor alle planten in huis en tuin.
Reiniging en onderhoud
Neem de volgende aanwijzingen in acht voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden:
- Overtuig u ervan dat alle onderdelen van de kachel afgekoeld zijn;
- Overtuig u ervan dat de as volledig verbrand is;
- Overtuig u ervan dat de hoofdschakelaar op nul gesteld is;
- Overtuig u ervan dat de stekker uit het stopcontact genomen is, zodat onbedoeld contact voorkomen wordt;
- Controleer na afloop van de onderhoudswerk - zaamheden of alles in orde is, precies zoals voor de ingreep, m.a.w. of de vuurpot correct gepositioneerd is.
De hieronder gegeven opgaven voor de reinigingsprocedure zorgvuldig opvolgen. Het niet naleven kan leiden tot storingen in de werking.
Reinigen van de vuurpot en de vuurpothouder (dagelijks)
Als de kachel dagelijks wordt gebruikt dient de vuurpot regelmatig te worden gereinigd, uiterlijk wanneer de vlam zwak is, rood van kleur wordt of als er zwarte rook te zien is. Er hebben zich dan asbezinksel en afzettingen ontwikkeld, die de correcte werking van de kachel beïnvloeden en verholpen moeten worden (afb. 13). De vuurpot dient elke dag te worden gereinigd, waarbij deze uit de kachel verwijderd wordt. Verwijder dan de as en het eventueel ontstane bezinksel, waarbij erop gelet moet worden dat de verstopte boringen met een scherp gereedschap (bijv. schroevendraaier, niet meegeleverd) opengemaakt moeten worden. Deze reiniging is met name bij de eerste bedrijfsuren van de kachel noodzakelijk, met name indien er gebruik wordt gemaakt van een type pellet dat niet voldoet aan de door ons aanbevolen DIN Plus. De vuurpothouder moet ook regelmatig worden gecontroleerd, waarbij de eventueel aanweziige as moet worden weggezogen.

Het is noodzakelijk om de vuurpot iedere dag en de aslade regelmatig te reinigen. Een niet-voldoende reiniging van de kachel kan een negatieve invloed op de werking van de kachel hebben en de kachel beschadigen (mogelijke emissies van onverbrande pellets en roet). Pellets die niet verbrand zijn als gevolg van mislukte ontbranding mogen in geen geval opnieuw worden gebruikt.
Aslade (indien nodig)
De deur openen en de aslade uitnemen. Met behulp van de aszuiger de as uit de aslade verwijderen. Dit kan zo vaak worden uitgevoerd als nodig is op grond van de kwaliteit van de gebruikte pellets (afb. 15).

Reiniging van het glas
Het glas is zelfreinigend. Terwijl de kachel in werking is, stroomt de lucht langs het glasoppervlak en verwijdert as en verontreinigingen.
Toch slaat er door de fijne as van de houtpellets een laagje neer op het kijkglas, dat afhankelijk van het gebruiksniveau van de pelletkachel heel licht of donker kan uitvallen. Dit een natuurlijk proces bij de verbranding en vormt geen gebrek.
- De roetlaag op het glas kan met een droge doek eenvoudig worden verwijderd.
- Hardnekkige verontreiniging mag uitsluitend worden verwijderd met vetoplossende middelen op ammoniakbasis, die niet schurend zijn.
Het kijkglas moet voor de reiniging afgekoeld zijn. Let erop dat u het glas niet bekrast of beschadigd.
Reiniging van oppervlakken & bekleding
Gelakte oppervlakken/metalen delen: Gebruik voor de reiniging een vochtige zachte doek. In geen geval alcohol, verdunningsmiddelen, aceton
of vetoplossende substanties zoals schuurmiddelen gebruiken.
Oppervlak:
Licht afnemen met een vochtige doek, niet schuren. Geen schuurmiddelen of zuur-/looghoudende reini-gingsmiddelen gebruiken.
Het gebruik van agressieve reinigings- of verdun- ningsmiddelen beschadigt de oppervlakken van de kachel. Alvorens u een reinigingsmiddel gaat gebruiken, eerst een test doen op een niet-zicht- baar stukje van het oppervlak.
Reiniging van de verbrandingskamer (eenmaal per maand)
- Open de deur en pak de vuurschaal en de ashouder (zie afb. 1).
- Draai de beide schroeven van de scheidingswand los (zie afb. 2).
- Trek de centrale scheidingswand naar buiten en ondersteun en pak gelijktijdig de vuurverhitter die zich aan de bovenkant bevindt (zie afb. 3-4).
- Verwijder de beide schroeven en de klep (zie afb. 5-6).
- Neem de rechter en linker binnenzijde van de scheidingswand en trek deze eruit (zie afb. 7-8).
- Neem het onderste gedeelte en trek dat zijdelings omhoog (zie afb. 9-10).
- Reinig de buizen aan de binnenkant met een draadborstel (zie afb. 11-12).
- Gebruik een stofzuiger om de as uit de verbrandingskamer (zie afb. 13) achter de wisselbuizen (zie afb. 14) en de binnenzijde van de vuurpot te verwijderen (zie afb. 15).
- Zet alles op omgekeerde wijze weer terug.

Afb. 1 Afb. 2 Afb. 3

Afb. 4 Afb. 5 Afb. 6

Afb. 7 Afb. 8 Afb. 9

Afb. 10 Afb. 11 Afb. 12

Afb. 13 Afb. 14 Afb. 15
Reiniging van de ventilator (jaarlijks of bij aanduiding "SERVICE")
Wij adviseren u om minimaal eenmaal per jaar, of bij continugebruik tweemaal per jaar, deze onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
De kachel is voorzien van ruimte- resp. rookgasventilatoren in de achter- resp. onderzijde van de kachel. Evt. stof- of asrestanten op de lamellen van de ventilator zorgen voor onbalans met als gevolg geluid tijdens de werking. Het is daarom nodig om de ventilator ten minste eenmaal per jaar, resp. wanneer "Service" wordt aangegeven in het display, te reinigen.

1) Maak de beide schroeven van het frontpaneel los. Nu kunt u het paneel verwijderen, waarbij u het aan de rechterzijde optilt en dan naar voren wegtrekt.

2) Zuig de ventilator en de bodemplaat goed schoon.

3) Open vervolgens de pellettank en verwijder de kabel van het bedieningspaneel.

4) Draai nu de beide moeren aan de onderste rechteren linkerzijde.

5) Neem het bovenste gedeelte van de kachel eraf.

6) Verwijder nu de beide schroeven van het linker zijgedeelte. Nu kan het zijgedeelte naar boven eruit worden gelicht.

6.1) Bij het opnieuw monteren moet erop gelet worden dat het zijgedeelte in de beide onderste schroeven vastgeklikt is.

9) Nu kan de ventilator eruit worden genomen en kan de binnenkant met een stofzuiger van stof worden ontdaan. Bij de ventilator alleen een
borstelopzetstuk gebruiken!
10) Zet de kachel nu in omgekeerde volgorde weer in elkaar.
Service-interval "SERVICE" resetten
Om in de menukeuze te komen drukt u gedurende 6 seconden tegelijkertijd op knop 1 en 6. Bevestig "Testprogramma" met knop 1. Druk op knop 6 of 7 tot u de weergave "Uren (bedrijfsuren)/Serv (Service urenteller)" in het display ziet. Druk nu op knop 4 en 5 en houd deze gedurende 5 seconden ingedrukt. De serviceteller wordt gereset. Verlaat het menu via knop 3.
Reiniging schoorsteenpijp
Reinig minimaal eenmaal per jaar de aansluitpijp naar uw schoorsteen.
Reiniging aan het einde van het seizoen
Voer bij de kachel aan het einde van het seizoen alle genoemde reinigingen uit.
Om de transportschroef leeg te maken, voert u de eerste belading uit maar zonder pellets bij te vullen. Hier worden dan de nog in de transportschroef aanwezige pellets weer naar buiten gebracht.
Service
Ons serviceteam is u ook graag na uw koop van dienst! U kunt ons van maandag tot vrijdag van 9.00 - 18.00 uur en op zaterdag van 8.00 - 12.00 uur op de volgende wijze bereiken:
Tip: Vervangingsonderdelen kunt u eenvoudig bestellen bij onze webwinkel op www.guede.com
Wij staan u bij: Ter plaatse of door onze centrale klantenservice in Wolpertshausen. Nadere informatie vindt u in onze garantievoorwaarden.
Garantievoorwaarden voor pelletkachel GP 135
A) De onderstaande voorwaarden beschrijven de vereisten en de omvang van onze garantie met betrekking tot het genoemde product. Wij wijzen er daarnaast op dat onafhankelijk van deze garantie de wettelijke en contractuele garantieaanspraken tussen verkoper en klant onverlet blijven.
B) Güde GmbH & Co. KG garandeert op basis van deze garantievoorwaarden gedurende een periode van 24 maanden vanaf de levering van het apparaat (af fabriek Güde) dat de pelletkachel vrij is van fouten met betrekking tot het materiaal en de verwerking.
C) Vervullen van de garantie
Indien de pelletkachel gedurende de genoemde periode gebreken vertoont, verhelpt Güde GmbH & Co. KG naar eigen goeddunken het gebrek door de klantenservice ter plekke of door de centrale klantenservice in Wolpertshausen. Het vervullen van de garantie kan plaatsvinden door zowel reparatie als door vervanging van het defecte onderdeel.
D) Uitoefening van de garantieaanspraken
Bij aanspraak op garantie dient Güde GmbH & Co. KG / afdeling Technische Service / Birkichstrasse 6 /
D-74549 Wolpertshausen / Fax. +49 (0)7904/700-51999 / E-mail: support@ts.guede.com onverwijld schriftelijk op de hoogte te worden gebracht van de omstandigheden waarop de garantieaanspraak is gebaseerd.
Het recht op retourzenden van onderdelen door de klant komt pas tot stand na voorafgaande schriftelijke toestemming van Güde GmbH & Co KG.
De aanspraak op garantie is alleen mogelijk tegen overlegging van de koopovereenkomst ten bewijze van de aanschaf en het tijdstip van de aanschaf.
Alleen de eerste eindgebruiker kan rechten geldend maken op grond van deze garantie.
E) Uitsluiting van aansprakelijkheid
Normale slijtage als gevolg van gebruik vormt geen fout of gebrek in de zin van deze garantievoorwaarden. De garantie vervalt
- bij ondeskundige of onachtzame hantering of bij transportschade
- bij ondeskundige reparatie of installatie
- bij wijzigingen of niet ter zake doende ingrepen aan het product
- bij gebruik onder ongeschikte omgevingsomstandigheden of in afwijking van de productspecificaties, gebruiksaanwijzingen of bij ondeskundig onderhoud
- ten gevolge van invloeden als vuil, reiniging door agressieve middelen of overige verontreinigingen
- bij beschadigingen als gevolg van overmacht of onvoorzienbare omstandigheden buiten de invloedssfeer van Güde GmbH & Co. KG.
F) De garantie heeft geen betrekking op
glas, afdichtingen, gloeipatronen of voor gebreken, die door vreemde objecten in pellets of de pellettank zijn ontstaan of hiernaar te herleiden zijn.
Er bestaat daarnaast geen verplichting tot garantie bij geringe afwijkingen van de gegarandeerde eigenschappen, als deze geen invloed hebben op de waarde of de gebruiksgeschiktheid van het apparaat.
G) Overige bepalingen
Boven de garantie uitgaande of verdergaande aanspraken, met name aanspraken op schadevergoeding die verder gaan dan de aan het apparaat ontstane schade zijn, voor zover de aansprakelijkheid niet dwingend bij wet bepaald is, uitgesloten.
Voor deze garantie en rechtsgeschillen die hierop betrekking hebben, is het recht van de Bondsrepubliek Duitsland van toepassing onder uitsluiting van het UN-Koopverdrag en het collisierecht.
Natuurproducten, zoals natuursteen, zijn aan verschillen onderhevig qua kleur, structuur en insluitingen.
Afwijkingen zijn daarom geen grond voor klachten (DIN 18332, VOB deel C).
Steken (scheurtjes in het oppervlak) zijn materiaalspecifiek en zijn daarom geen grond voor klachten.
Hiermede verklaren wij, dat de genoemde machine, op grond van zijn ontwerp en bouwwijze, evenals de door ons in omloop gebrachte uitvoeringen, aan de desbetreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidverordeningen van de EG-richtlijnen voldoen. Bij een niet met ons overeengekomen wijziging aan het apparaat verliest deze verklaring haar geldigheid.