PRF-1060 - Fornuis M-SYSTEM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PRF-1060 M-SYSTEM in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PRF-1060 M-SYSTEM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRF-1060 - M-SYSTEM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRF-1060 van het merk M-SYSTEM.
GEBRUIKSAANWIJZING PRF-1060 M-SYSTEM
Gebruiks-en Installatievoorschriften
MAXI BACKOFEN HERDE
Nederlands Bladzijek Gebruiks-en installatievoorschriften
Mevrouw, Juffrouw, Mijnheer,
U heeft onlangs een van onze fornuizen aangekocht en wij danken u voor uw vertrouwen. Uw fornuis werd met de grootste zorg ontworpen, vervaardigd en getest met het oog op uw volkomen tevredenheid. Opdat u het optimaal zou kunnen gebruiken en de gewenste resultaten zou bereiken, bevelen wij aan deze GEBRUIKSHANDLEIDING aandachtig te lezen.
De instructies en wenken in deze handleiding zullen een doeltreffende hulp zijn om alle kwaliteiten van uw nieuwe toestel te ontdekken.
Dit fornuis mag enkel worden gebruikt voor het doel waartoe het werd ontworpen, met name de bereiding van eetwaren.
Alle ander gebruik dient als onjuist en gevaarlijk te worden beschouwd.
Wij wijzen elke aansprakelijkhid van de hand in geval van schade wegens onjuist, verkeerd of irrationnel gebruik van het toestel.
WAARSCHUWINGEN EN BELANGRIJKE RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN ELEKTRISCHE APPARATEN
Bij het gebruik van een elektrisch apparaat dient u enkele levensbelangrijke voorzorgsmaatregelen in acht te nemen.
In het bijzonder:
- raak het toestel nooit aan als uw handen of voeten vochtig zijn.
- gebruik het toestel nooit als u blootsvoets bent.
- vermijd dat kinderen of onbekwamen het toestel gebruiken zonder toezicht.
De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af bij schade veroorzaakt door onjuist, verkeerd of irrationeel gebruik.
Lees de aanwijzingen met de grootste aandacht voordat u het apparaat installeert of gebruikt.
LET OP: Dit apparaat moet in overeenstemming met de geldende voorschriften geïnstalleerd worden in een continu geventileerd vertrek.
BELANGRIJKE RAADGEVINGEN
- Controleer na het uitpakken of het toestel volledig en onbeschadigd is. Gebruik het niet bij twijfel, maar wend u tot een doorverkoper of roep er een vakkundig technicus bij.
- De verpakkingsonderdelen (plastic zakken, polystyreen, spijkers, sluits-trips, enz.) moeten buiten het bereik van kinderen worden gehouden, want zij vormen een potentiele bron van gevaar.
- Probeer mooit de technische kenmerken van het toestel te veranderen want dat kan gevaar inhouden.
- Ga nooit over tot onderhoud of reini- ging van het toestel zonder dat u het vooraf van het stroomnet heeft afge- koppeld.
- Als u beslist het toestel niet meer te gebruiken of als u uw oude toestel wil opruimen, is het aanbevolen het eerst onbruikbaar te maken op de manier die is bepaald door de geldende normen inzake gezondheids-en milieubescherming. Onderdelen die een gevaar voor kinderen kunnen betekenen, moeten onschadelijk worden gemaakt.
- Vermijd dat kinderen of onbekwamen het toestel gebruiken zonder toezicht.
- Controleer nadat u het komfoor heeft gebruikt of alle gasknoppen in de gesloten stand staan en draai de kraan van de toevoerleiding of gasfles dicht.
- Houd kinderen uit de buurt van het apparaat, vooral wanneer dit gebruikt wordt.
-
Tijdens en na het gebruik van de oven bereiken enkele elementen en delen van het fornuis zeer hoge temperaturen (bijvoorbeeld het glas van de ovendeur). Raak deze oververhitte de!en niet aan.
-
Verwijder de eventueel aanwezige beschermfolie van het komfoor voordat u met het installeren begint.
- Zet geen ontvlambare materialen in de oven of in het accessoirevak, want die zouden vlam kunnen vatten tijdens de werking van het apparaat.
- Controleer of de kabels van andere huishoudelijke apparaten in de buurt van het fornuis niet in aanlaking komen met de warme kookplaat of vast blijven zitten tussen de ovendeur.
- Bekleed de ovenwanden in geen geval met aluminiumfolie. Zet geen bakblikken of ovenschalen op de bodem van de oven.
- De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die te wijten is aan het oneigenlijke, foute of onverstandige gebruik van het toestel.
- De componenten van het fornuis kunnen gerecycleerd en dus opnieuw gebruikt worden. Voor verwerking ervan als afval gelden de normen die in het land waarin het apparaat gebruikt wordt, van kracht zijn. In geval van definitieve buitenbedrijfstelling moet de voedingskabel worden afgesneden.
EERSTE INGEBRUIKNEMING VAN DE OVEN
Het is aanbevolen de volgende instructies te volgen:
- Monteer de laterale roosters in de oven zoals beschreven in het hoofdstuk "MONTEREN EN DEMONTEREN VAN DE ZIJPLATEN".
- Plaats de roosters en de druippan.
- Verwarm de lege oven op maximaal vermogen om alle vetsporen op de verwarmingselementen te verwijderen, zoals beschreven in het desbetreffende hoofdstuk.
- Reinig de binnenzijde van de oven met een doek die u nat heeft gemaakt met water en een neutraal detergent. Droog grondig af.

text_image
1 2 3 4 5 6Afb. 1.1
ALGEMENE KARAKTERISTIEKEN:
- Superbrander met driedubbele krans (TC) 3,50 kW
- Halfsnelle brander (SR) 1,75 kW
- Snelle brander (R) 3,00 kW
- Snelkookplaat (A) 1,00 kW
- Halfsnelle brander (SR) 1,75 kW
- Snelkookplaat (A) 1,00 kW
2 - KNOPPENBORD

text_image
10 Afb. 2.1 1 2 3 4 5 6 7 8KNOPPENBORD
Beschrijving van de bedieningsknoppen
- Elektronische programmeereenheid
- Keuzeknop voor de bediening van de oven
- Thermostaatknop
- Bedieningsknop brander links voor
- Bedieningsknop brander links achter
- Bedieningsknop brander middenvoor
- Bedieningsknop brander middenachter
8.Bedieningsknop brander rechts achter - Bedieningsknop brander rechts voor
Controlelampje:
- Controlelampje oven
3 - KOOKTAFEL BEDIENINGSVOOR-SCHRIFT
GEBRUIK VAN DE BRANDERS
De gastoevoer naar de brander wordt bediend door een knop (Afb. 3.1).
Door het merkteken op de knop rechtover de verschillende symbolen op het bedieningsbord te plaatsen bekomt men:
- merkpunt ● : gesloten kraan (uitgedoofde brander)
- merkpunt : vol debiet (brander op maximum)
- merkpunt : vertraagd debiet (brander op minimum)
Als de branders met moeite ontbranden vanwege de eigenschappen van het gas dat het plaatselijke gasbedrijf levert, pro-beer het dan met de knop op de laagste stand.
Gebruik de hoogste stand om vloeistof snel aan de kook te brengen en de laagste stand voor het voorzichtig opwarmen van voedsel en om vloeistof aan de kook te houden.
Zet de bedieningsknop altijd op een stand tussen de hoogste en de laagste stand, en nooit tussen de hoogste en de gesloten stand.
Controleer na het koken altijd of u de bedieningsknop naar de gesloten stand heeft teruggedraaid.
Wanneer u het komfoor niet gebruikt is het verstandig om de kraan op de gastoevoer dicht te draaien.
ELEKTRISCHE ONTSTEKING
Om de branders aan te steken:
1 - Om een brander te ontsteken moet u de bijbehorende bedieningsknop indrukken en naar de hoogste stand (grote vlam 🍻draaien; houd de bedieningsknop ingedrukt totdat de brander aan is. (Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er een vlam bij te houden).
2 – Regel de gaskraan op de gewenste stand.

De positie van de branders staat aangeduid op het bedieningsbord. Het symbool met verschillende kleur of grafisme duidt de brander aan die bediend wordt door de kraan die zich er net onder bevindt.
De brander dient gekozen te worden in funkcie van de diameter en de inhoud van de gebruikte kookpan.
Ter inlichting: de branders en kookpannen moeten volgens de hiernavolgende aanduidingen gebruikt te worden:
Het is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermogen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blijft steeds dezelfde tegenover het volume en de oppervlakte van de braadpan.
BRANDERS DIAMETER KOOKPANNEN
| Hulpbrander 12 - 14 cm |
| Half-snelle 16 - 24 cm |
| Snelle 24 - 24 cm |
| Driedubbele kroon 26 - 28 cm |
| Gebruik geen pannen met een holle of bolle bodem |


Afb. 3.3

GEBRUIKSAANWIJZINGEN VOOR DE SNELLE BRANDER
Afb. 3.4
GEBRUIKSAANWIJZINGEN VOOR DE DRIEVOUDIGE BRANDER (Afb. 3.5a - 3.5b)
Plaats een pan met een platte bodem rechtstreeks op de pannendrager.
Wanneer u een WOK pan gebruikt, moet u de meegeleverde standaard op de brander plaatsen om een slechte werking van de drievoudige brander te voorkomen (Afb. 3.5a - 3.5b).

text_image
FOUT Afb. 3.5a
text_image
GOED Afb. 3.5b4 - ELEKTRISCHE MULTIFUNKTIE OVEN
Opgelet :
Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm.
Houdt de jonge kinderen op afstand.
ALGEMENE KENMERKEN
Zoals zijn naam het zegt, gaat het hier om een oven die specifieke funktionele kenmerken bezit Het is inderdaad mogelijk 7 verschillende funkties te gebruiken om aan elke kookvereiste te voldoen.
Deze 7 funkties, met thermostatische controle, worden verwezenlijkt door 4 verwarmingselementen:
| - | onderweerstand | 1725 |
| - | bovenweerstand | 1725 |
| - | grillweerstand | 2500 |
– ringvormige weerstand 2500 W
- Ventilatiemotor 25 W
- Ovenlamp 15 W
OPMERING:
Voor het eerste gebruik is het raadzaam om de lege oven 30 minuten op stand □
te laten werken en vervolgens nogmaals 30 minuten op de maximumtemperatuur (thermostaatknop op 225°C) in de standen
en ☒, om alle sporen van vet van de verwarmingselementen te verwijderen.
Maak de oven en zijn accessoires schoon met warm water en vloeibaar afwasmiddel.
WAARSCHUWING:
De deur is heet. Gebruik het handvat.
WERKINGSPRINCIPE
Het opwarmen en koken met de MULTI-FUNKTIE oven gebeurt als volgt:
a. door natuurlijke convectie
De warmte wordt produceerd door de boven- en onderweerstand.
b. door gedwongen convectie
Een turbine zuigt de lucht in de moffel van de oven aan, stuwt deze door de witgloeiende schroefgangen van een elektrische weerstand en stuwt deze weer in de moffel. De warme lucht - alvorens weer aangezogen te worden om dezelfde cyc/us te hernemen - omhult de gerechten in de oven waar- door deze vlug en volledig gaarge- kookt worden.
Bovendien kan men verschillende gerechten tegelijkertijd koken.
c. door semi-gedwongen convectie
De door de boven- en onderweerstand geproduceerde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld.
d. door straling
De warmte wordt door de infra-roodstralen van de grillweerstand uitgestraald.
e. door straling en ventilatie
De door de infra-roodgrillweerstand uitgestraalde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld.
f. ventilatie
Het voedsel wordt zonder verwarming door de ventilator ontdooid.
Afb. 4.1 Afb. 4.2

Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen.
THERMOSTAAT (Afb. 4.2)
De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funkte te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen.
De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het knoppenbord.

VERLICHTING
Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje (15 W) op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld.

TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE
Werking van de onder- en bovenweerstand.
De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 50° tot 225 °C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen.
Aangeraden Gebruik:
Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden. Vb: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue).
ROOSTEREN MET DE GRILL
Werking van de elektrische weerstand met infra-roodstraling.
Met de ovendeur dicht gebruiken en met de thermostaatknop op een stand tussen 50° en 225°C voor ten hoogste 15 minuten en vervolgens op 175°C.
De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.
Opgelet : tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houdt de jonge kinderen op afstand.
Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk "Gebruik van de grill"
Aangeraden Gebruik:
Traditioneel roosteren met de grill, braden, bruinen, gratineren, roosteren, enz.
ONTVRIEZEN VAN INGEVRO REN VOEDINGSMIDDELEN
Enkel werking van de ovenventilator.
Te gebruiken met de thermostaatknop op stand “●” daar elke andere stand geen enkele uitwerking heeft.
Het ontvriezen gebeurt door de ventilatie, zonder verwarming.
Aangeraden Gebruik:
Om snel de ingevroren gerechten te ontvriezen.
Ongeveer één uur per kilo.
De duur variëert in funktion van de kwaliteit en het soort te ontvriezen voedingsmiddelen.
KOKEN MET WARME LUCHT
Werking van de ringvormige weerstand en van de turbine.
De warmte wordt door gedwongen convectie verspreid en de temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 225 °C d.m.v. de thermostaatknop. De oven moet niet voorverwarmd worden.
Aangeraden Gebruik:
Voor gerechten die een goedgebakken korstje moeten hebben en binnen zacht of roze dienen te zijn.
Vb.: lasagne, lamsvlees, rosbif, gehele vissen, enz.

KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL
Werking van de infra-roodgrillweerstand en de turbine.
De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator verdeelt de warmte over de ganse oven. De temperatuur moet d.m.v. de thermostaatknop worden geregeld op een stand tussen 50° en 175° (voor maximaal 30 minuten).
De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.
Attentie: Voor gebruik moet de deut-van de oven gesloten zijn.
Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.
Houd kinderen weg van de oven.
Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk "ROOSTEREN EN GRATINEREN".
Aangeraden Gebruik:
Voor het roosteren van gerechten waarvan de buitenkant gebruind moet worden om het vleessap binnenin te behouden. Vb: kalfsbiefstuk, entre-côte, hamburger, enz.

WARMHOUDEN VAN GEKOOKTE GERECHTEN OF ZACHTJES OPWARMEN VAN GERECHTEM
Werking van de bovenweerstand, van de ringvormige weerstand en de turbine.
De warmte wordt verspreid door gedwongen convectie, met meer intensiteit op het niveau van de bovenweerstand.
De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 140°C met de thermostaatknop.
Aangeraden Gebruik:
Om vooraf gekookte gerechten warm te houden. Om zachtjes de reeds gekookte gerechten op te warmen.

KOKEN MET GEDWONGEN CONVECTIE
Werking van de onder- en bovenweerstand en van de turbine.
De boven-en onderwarmte wordt in de oven verdeeld door semi gedwongen convectie.
De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 225 ° C met de thermostaatknop.
Aangeraden Gebruik:
Voor grote hoeveelheden en grotere volumes die gelijkmatig moeten gebakken of gebra- den worden.
Vb.: roulades, kalkoen, lamsbout, taart, enz.
KOOKWENKEN
STERILISEREN
Het steriliseren van levensmiddelen in bokalen gebeurt als volgt (volle bokalen, hermetisch gesloten):
a. de schakelaar op stand plaatsen;
b. de thermostaatknop op stand 185 °C plaatsen en de oven voorverwarmen;
c. de druipplaat met warm water vullen;
d. de bokalen op de druipplaat zetten en erop letten dat ze elkaar niet raken; de deksels bevochtigen met water; de ovendeur sluiten en de thermostaat-knop op stand 135 °C plaatsen.
Wanneer het steriliseren begint, t.w. wanneer er luchtbellen in de bokalen gevormd wor den, de oven uitschakelen en laten afkoelen.
VERBETEREN
De schakelaar op stand plaatsen en de thermostaatknop op stand 150 °C. Brood wordt weer knappend vers als men het ongeveer 10 minuten in de oven plaatst nadat het lichtjes bevochtigd werd.
BRADEN
Om op de klassieke manier te braden (gaar gebakken) volstaat het volgende punten in acht te nemen:
- de oventemperatuurinstellen tussen 180° en 200 °C.
- de hoeveelheid en de kwaliteit van het vlees.
SIMULTAAN KOKEN
De standen ☒ en ☒ de MULTIFUNK-TIE oven laten toe verschillende heterogene bereidingen simultaan te koken. Aldus kan men tezelfdertijd verschillende gerechten koken zoals vb. vis, taart en vlees zonder dat de aroma's en smaken zich vermengen.
Dit is mogelijk omdat de dampen en vetten geoxydeerd worden door de elektrische weerstand en zich dus niet kunnen afzetten op de gerechten.
De enige te nemen voorzorgen zijn:
- de kooktemperaturen moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen met een verschil van maximum 20° tot 25 °C tussen de extreem vereiste temperaturen voor de verschillende gerechten;
- de gerechten zullen op verschillende tijdstippen in de oven geplaat worden, rekening houdend met de verschillende kookduur.
Het resultaat van deze kookwijze is een evidente energie en tijdbesparing.
KOKEN MET DE OVEN
De oven voorverwarmen op de gewens- te temperatuur.
Wanneer de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft, het gerecht in de oven plaatsen en de kooktijd nakijken.
De oven 5 min. voor het eind van de kooktijd uitschakelen om de in de oven opgestapelde warmte te benutten.
Ter informatie geven we in volgende tabel enkele gerechten met hun bereidingstemperauren in °C.
Tijd en temperatuur schommelen afhankelijk van de hoeveelheid en de grootte van de stukken.
Rijst in de oven 150°
Konijnepastei 175°
Kaassoufflé 175°
Rundsvlees met uitjes 175°
Macaronikrans 175°
Vier-vierde gebak 175°
Karamelvla 175°
Gevulde tomaten 200°
Pizza 200°
Zeebrasem met uitjes 200°
Forel met amandelen 200°
Wijting in de oven 200°
Eend 200°
Aardappelen in de oven 200°
Appeltaart 200°
Soezendeeg 200°
Geroosterde paprika's 200°
Kalfskotelet 200°
Varkenskotelet 200°
Lamskotelet 225°
Kalfsgebraad 225°
Kippegebraad 225°
Appelen in de oven 225°
Eieren in vuurvaste schoteltjes 225°
Omelet 225°
Rundsgebraad 225°
Lamsbout 225°
Lamsschouder 225°
Gegratineerde macaroni 225°
ROOSTEREN EN GRATINEREN
Met de schakelaar op stand 📧 kan het roosteren zonder braadspit gbeuren, daar delucht volledig rond de gerechten verspreid wordt. De thermostaatknop op stand 175°C plaatsen en na voorverwarming van de oven de gerechten op het rooster plaatsen, de ovendeur sluiten en de oven laten verder verwarmen tot het roosteren voleindigd is.
Voor het eind van de kooktijd enkele boterkrulletjes toevoegen om het mooie gravneffekt te bekomen.
De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.
Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.
Houd kinderen weg van de oven.
KOKEN MET DE GRILL
De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten.
Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.
Het gerecht op het ovenroosterplaatsen dat zo hoog mogelijk in de oven wordt geschoven.
Breng de ovenschaal onder de grill aan, om het vet en de sappen op te vangen.
Attentie: Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn.
De grill niet langer dan 30 min. gebruiken.
Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet.
Houd kinderen weg van de oven.
5 - ELEKTRONISCHE DIGITALE PROGRAMMERING
De elektronische programmering is een mechanisme met de volgende functies:
- 24-uurs klok met lichtgevend display
- Kookwekker (in te stellen tot aan 23 uur en 59 minuten)
- Programma voor automatisch bakken in de oven.
- Programma voor half-automatisch bakken in de oven.
Beschrijving van de drukknoppen:

Kookwekker

Baktijd

Einde baktijd

Handmatige bediening en ongedaan maken van de ingeschakelde programma's.

Vooruit zetten van de cijfers van alle functies

Achteruit zetten van de cijfers van alle functies en instellen van het geluidssignaal.
Beschrijving van de oplichtende tekens:
AUTO - knipperend - Programmering op automatische bediening maar nog niet geprogrammeerd (men kan de oven niet aan zetten).
AUTO - Brandt, maar knippert niet - Programmering op automatische of half-automatische bediening met ingeschakeld programma.

Programmering op handmatige bediening of automatisch bakken in werking.

Kookwekker in werking

en AUTO - knipperend en met geluidssignaal - Verkeerde programmering (de baktijdinstelling is langer dan de instelling van einde baktijd).
Opmerking: Het programmeren (met één hand) gebeurt door het indrukken van de knop die overeenkomt met de gewenste functie.
Nadat men deze weer heeft losgelaten dient men binnen 5 seconden de tijd in te stellen met de toetsen of edere keer dat de stroom uitvalt wordt de programmering op nul gezet.

text_image
AUTO 2 2 3 8
De programmeer-eenheid is voorzien van een elektronische klok met lichtgevende cijfers die de uren en de minuten aangeven. Bij de eerste aansluiting van de oven op het elektriciteitsnet of na een stroomstoring zijn er drie knipperende nullen zichtbaar op het display van de programmeer-eenheid.
Om de tijd in te stellen dient U het knopje en vervolgens het knopje ingedrukt houden totdat de klok op de juiste tijd staat (afb. 5.2).
Er bestaat ook een ander systeem: druk de knopje tegelijk in en druk tegelijkertijd op de knopjes of.
Opmerking: Bij het instellen van de tijd worden eventuele in werking zijnde of ingestelde programma's op nul gezet.
HANDMATIGE BEDIENING VAN DE OVEN ZONDER PROGRAMMERING
(afb. 5.3)
Om de oven handmatig te bedienen, zonder gebruik van de programmering, moet het knipperende opschrift AUTO worden uitgezet door op de knop te drukken (het opschrift AUTO zal uitgaan, terwijl het symbool 📁 gaat branden).
Let op: Als het opschrift AUTO niet knippert (hetgeen betekent dat er al een bakprogramma is ingesteld) zorgt het indrukken van de knop voor het wissen van het programma en voor het omschakelen naar de handmatige bediening.
Indien de oven aanstaat dient men hem handmatig uit te zetten.

text_image
19:26 Afb. 5.3ELEKTRONISCHE KOOKWEKKER (afb. 5.4)
De kookwekkerfunctie bestaat slechts uit een geluidssignaal dat ingesteld kan worden voor een tijdsbestek van maximaal 23 uur en 59 minuten.
Om de tijd in te stellen moet U op het knopje drukken en vervolgens op het knopje of totdat het display de gewenste tijd aangeeft (afb. 5.4).
Als de kookwekker is ingesteld verschijnt de tijd van de klok weer op het display en gaat het symbool branden.
Het terugstellen begint onmiddellijk.
Dit is op elk gewenst moment te zien op het display wanneer U het knopje indrukt.
Als de ingestelde tijd verstreken is gaat het symbool uit en hoort U een repeterend geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken.
INSTELLING VAN DE TOON VAN HET GELUIDSSIGNAAL
Door op de knop te drukken hoort U na elkaar drie verschillende klanken. Het als laatste gehoorde geluidssignaal blijft ingesteld.

text_image
AUTO 3 20 Afb. 5.4AUTOMATISCH BAKKEN (afb. 5.5 - 5.6)
Voor het automatisch bakken in de oven moet U:
- De baktijd instellen
- Einde baktijd instellen
- Temperatuur en functie van de oven instellen.
Hiervoor gaat U als volgt te werk:
- Stel de baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of (achteruit, als men over de gewenste tijd heen is gegaan).
Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden.
- Druk op de knop de baktijd, reeds opgeteld bij het tijdstip van de klok verschijnt op het display.
Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop te drukken; indien men over het gewenste tijdstip heen gaat kan men achteruit gaan door op de knop te drukken.
Na deze instelling zal het symbool doven. Indien na deze instelling het opschrift AUTO op het display knippert en men een geluidssignaal hoort, betekent dat dat er een fout is gemaakt bij het programmeren, dat wil zeggen, dat de baktijd over de tijd van de klok heen is ingesteld. in dit geval dient men het tijdstip einde baktijd of de baktijd te wijzigen op de hierboven aangegeven wijze.
- Stel de temperatuur en de bakfunctie in met behulp van de schakelaar en de thermostaat van de oven (zie de betreffende hoofdstukken).
De oven is nu geprogrammeerd en alle zal automatisch functioneren: de oven zal op het juiste moment worden ingeschakeld en vervolgens, na het verstrijken van de baktijd op het geprogrammeerde tijdstip weer uit te gaan.
Tijdens het bakken blijft het symbool , , , branden en door op de knop te drukken kan men op het display aflezen hoe lang het nog duurt tot het einde van de baktijd.
Het bakprogramma kan op ieder gewenst ogenblik worden uitgeschakeld door op de knop te drukken.
Na het verstrijken van de ingestelde baktijd wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Het symbool gaat uit, het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat kan worden afgezet door op een willekeurige knop te drukken. Zet de schakelaar en de thermostaat van de oven op de nulstand, en zet vervolgens de programmeer-eenheid op de "handmatige" bediening door op de knop te drukken.
Let op: Als de stroom uitvalt springt de klok op nul en worden alle ingestelde programma's gewist. De stroomuitval wordt gesignaleerd door het de knipperende cijfers op het display.

text_image
AUTO 2:45
text_image
AUTO 14·32 Afb. 5.6Afb. 5.5HALFAUTOMATISCH BAKKEN
Met deze instelling gaat de oven automatisch uit na de gewenste baktijd. Er zijn twee manieren om half-automatisch te bakken:
1e MANIER: Programmering van de baktijd (afb. 5.7)
- Stel de baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of de knop (tachteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan).
Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden.
2e MANIER: Programmering van einde bak- tijd (afb. 5.8)
- Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop te drukken en
vervolgens op de knop (vooruit) of de knop (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan).
Het opschrift AUTO en het symbool 📁 gaan branden.
Wanneer men één van deze programmeringen heeft uitgevoerd dient men de temperatuur en de bakfunctie van de oven in te stellen met behulp van de schakelaar en de thermostaat (zie de betreffende hoofdstukken).
De oven zal onmiddellijk worden ingeschakeld en na het verstrijken van de ingestelde tijd of bij het bereiken van het als einde baktijd ingestelde tijdstip zal hij automatisch weer worden uitgeschakeld.
Tijdens het bakken blijft het symbool branden en door op de knop drukken kan men van het display aflezen hoe lang het nog duurt voordat de baktijd afgelopen is.
Het bakprogramma kan op ieder gewenst moment ongedaan worden gemaakt door op de knop te- drukken.
Als de baktijd verstreken is wordt de oven uitgeschakeld en dooft het symbool ⚪, het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken.
Zet de schakelaar en de thermostaat op de nulstand en zet de programmering op de handmatige bediening door op de knop 🌐 te drukken.

text_image
2:45 Afb. 5.7
text_image
AUTO 14·32 Afb. 5.8ALGEMENE RAADGEVINGEN
- Wanneer het toestel niet gebruikt wordt is het raadzaam de gastoevoer- kraan te sluiten.
- De staat van de aansluitingsbuis van de fles of de gasleiding regelmatig controleren. Deze moet in perfekte staat zijn en moet onmiddellijk vervangen worden in geval er anomaliën vastgesteld worden.
- Het smeren van de kranen mag enkel uitgevoerd worden door een vakman. Wanneer een kraan stram wordt, deze niet forceren.
- Sluit het komfoor af van het elektriciteitsnet en wacht totdat het is afgekoeld voordat u begint met het schoonmaken.
Let op
Het apparaat kan zeer heet worden, vooral rondom de kookzones. Daarom is het belangrijk dat kinderen niet alleen in de keuken worden gelaten wanneer het apparaat in werking is.
Geen machine met stoomstralen gebruiken want het vocht zou in het apparaat kunnen binnendringen en het gebruik ervan gevaarlijk maken.
Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van het komfoor.
De geëmailleerde delen mogen enkel schoongemaakt worden met een spons en zeep of andere niet schurende middelen. Bij voorkeur met een zeemvel droogwrijven.
Alkalische of zure vlekken (citroensap, azijn, enz...) moeten onmiddellijk verwijderd worden.
Ook het gebruik van chloor- of zuurhoudende producten dient vermeden te worden.
ROESTVRIJSTALEN DELEN
mod. PRF 1060 IX
Schoonmaken met een speciaal - in de handel verkrijgbaar - middel.
Afdrogen met een zachte doek, liefst met een zeem.
Opmerking: Bij een ononderbroken gebruik kan de voortdurend hoge temperatuur verkleuringen om de branders veroorzaken.
ONDERDELEN VAN ROESTVRIJ STAAL, ALUMINIUM EN OPPERV- LAKKEN MET EEN PRINT
Reinig deze onderdelen en oppervlakken met een hiervoor geschikt reinigingsmiddel. Droog ze daarna zeer zorgvuldig af.
BELANGRIJK: deze onderdelen dienen altijd zeer zorgvuldig gereinigd te worden om beschadigingen te voorkomen. U wordt geadviseerd een zachte doek en een neutraal reinigingsmiddel te gebruiken.
LET OP: Gebruik nooit schurende of bijtende reinigingsmiddelen aangezien deze het beschermende oppervlak onherstelbaar beschadigen.
GASKRANEN
Wend u tot de Servicedienst als de gaskranen niet goed werken (0900-2352673).
BRANDERS EN ROOSTERS
Deze kunnen van het komfoor afgenomen worden en in een sopje gewassen worden
Na het schoonmaken moet u de branders goed afdrogen en zorgvuldig op hun plaats terugzetten.
Het is zeer belangrijk dat u de vlamverdeler en de kap van de branders goed op hun plaats teruggezet. De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerd geplaatst zijn.
Opmerking: De elektrische ontsteking kan defect raken als deze wordt gebruikt wanneer de branders zijn verwijderd.

text_image
C F S Afb. 6.1DE BRANDERS CORRECT PLAATSEN
Het is zeer belangrijk dat u de vlamver- deler F en de kap C van de branders goed op hun plaats teruggezet (Afb. 6.1- 6.2. De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerd geplaatst zijn.
Bij toestellen met elektrische ontsteking moet er worden gecontroleerd of de elektrode "S" (Afb. 6.1) schoon is, zodat deze goed kan vonken.

text_image
Afb. 6.2BRANDER MET DRIEDUBBELE KRANS
De brander moet geplaatst worden zoals in afb. 6.3 is aangegeven.
De ribben van de brander moeten in de uitsparingen steken zoals is aangeduid met de pijlen.
Zet de kap A en de ring B op hun plaats (afb. 6.4 - 6.5).
Als de brander goed geplaatst is kan hij niet draaien (afb. 6.4).

De oven moet na elk gebruik worden gereinigd met de gepaste produkten.
De oven 30 minuten op volle kracht laten werken kan het verwijderen van vetvlekken vereenvoudigen.
Niet het minste ingrijpen is hier vereist.
Als het vet weerbarstig is, kan men de reinigingsduur verlengen door de lege oven op maximum temperatuur te laten branden.
Nooit detergent gebruiken die bijtende stoffen bevat om beschadiging van de zelfreinigende bekleding te vermijden.
VERVANGEN VAN HET OVENLAMPJE
Haal de stekker van het aansluitsnoer uit het stopcontact.
Draai het lampje los en vervang het door een lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300°C), spanning 230 V (50 Hz), 15 W, E14.
MONTEREN EN DEMONTEREN VAN DE ZIJPLATEN
- Bevestig de uitneembare zijplaten aan de gaten van de zijwanden in de oven (Afb. 6.6)
- Schuif de vetvanger en het rooster in het midden in de richels van de uitneembare zijplaten (Afb. 6.7).
- Het demonteren geschiedt in omgekeerde volgorde.

De ovenplaat moet correct op de steunen geplaatst worden (Afb. 6.8) en daarna over de zijgeleiders geschoven worden (Afb. 6.9).
OVENDEUR
De binnenruit kan gemakkelijk uitgenomen worden bij onderhoud. Hiervoor de 4 hechtingsschroeven losdraaien (Afb. 6.10).

De ovendeur kan eenvoudig worden gedemonteerd op de volgende wijze:
- De ovendeur volledig openen (Afb. 6.11A).
- De vastzetring inhaken in de pen van de linker- en rechterschamier (Afb. 6.11B).
- Neem de deur vast zoals getoond in Afb. 6.11.
- De deur een klein beetje openen, losshaken en de onderste pen van de scharnieren uit hun behuizing halen (Afb. 6.11C).
- Ook de bovenste pen van de scharnieren uit haar behuizing halen (Afb. 6.11D).
– Leg de deur op een zacht oppervlak. - Ga in omgekeerde volgorde te werk om de deur opnieuw te monteren.

text_image
Afb. 6.11A
text_image
Afb. 6.11B
Aanwijzingen voor de installateur
IMPORTANT
- De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.
- Indien het apparaat wordt aangesloten op het elektriciteitsnet via een stopcontact in de muur achter het apparaat, mag het stopcontact zich hoogstens 18 cm boven de vloer bevinden.
- Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie.
U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt.
7 - INSTALLATIE
INSTALLATIE
Dit toestel behoort tot beschermingsklasse "2/1" tegen de oververhitting van aangrenzende oppervakken.
Tussen het toestel en de muur of kast ernaast moet minstens 50 mm afstand bewaard worden (Afb. 7.1).
De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75 °C boven de omgevingstemperatuur.
Het fornuis mag geïnstalleerd worden in een keuken, in een eetkeuken of in een eenka- merwoning met kookhoek, maar niet in een vertrek met een badkuip of douche.
De afstand tussen het fornuis en een wand (muur kast) aan de zijkant die hoger is dan het fornuis, moet minstens 500 mm bedragen
Het fornuis moet overeenkomstig Afb. 7.1 geïnstalleerd worden.

text_image
750 mm 450 mm 50 mm 500 mm Afb. 7.1ACHTERSCHERM
Assembleer het achterscherm "C" (afb. 7.2) alvorens het fornuis te installeren.
- Het achterscherm "C" vindt u in de verpakking achter het fornuis.
- verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterscherm assembleert.
- Verwijder de twee afstandsringen "A" en de schroef "B" van de achterkant van de kookplaat.
- Assembleer het achterscherm zoals aangegeven in afbeelding 7.2 en bevestig het door de schroef "B" en de afstandsringen "A" vast te draaien.

Het gasfornuis wordt geleverd met 4 regelbare voetjes voor de nivellering, waarbij deze VAST- of LOSGEDRAAID kunnen worden middels een sleutel (Afb. 7.3).
Belangrijk: De aanwijzingen geïllustreerd op de figuren 7.4a en 7.4b strikt navolgen.

Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare voeten schade oplopen tijdens deze manoeuvre (afb. 7.5).
WAARSCHUWING
Pas op: til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 7.6).
WAARSCHUWING
SLEEP het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 7.7).
Til het fornuis zo ver op dat zijn voeten de vloer niet raken (afb. 7.5).
De afvoer van de verbrandingsgassen van het gaskookvuur moet gebeuren via een afzuigkap met externe uitgang, of een afzuigkap met recirculatie.
Indien dit niet mogelijk is, kan men de verbrandingsgassen afzuigen met een elektrische ventilator.
Die moet dan wel een aangepast vermogen hebben zodat de lucht in de kamer zeker indien er voldoende openingen voor luchttoevoer aanwezig zijn. (zie hoofdstuk Installatieruimte).
INSTALLATIERUIMTE
De kamer waar het gastoestel wordt geplaatst, moet voldoende verlucht worden. Dit met het oog op het afvoeren van de verbrandingsgassen.
De verluchting moet gebeuren door middel van openingen in de buitenmuur. In totaal moet men een min. oppervlakte bekomen van 200 cm² verluchting.
Bij voorkeur gebruikt men openingen die zich dicht bij het vloeroppervlak berinden, en tegenover de afvoer van de verbrandingsgassen zijn gelegen. De openingen moeten zodanig gemaakt zijn dat ze niet kunnen verstoppen, niet aan de binnenkant, noch aan de buitenkant.
Indien het niet mogelijk is van deze open-ningen te voorzien, kan men verluchting vanuit een andere kamer aanbrengen, indien dit geen slaapkamer noch andere gevaarlijke kamer is. In laatste instantie kan de keukendeur op een kier gezet worden om te verluchten.

text_image
Dampkap voor afzuiging verbrandingsgassen H min 650 mm Opening voor luchttoevoer Afb. 7.8
text_image
Elektrische ventilator voor afzuiging Opening voor luchttoevoer Afb. 7.98 - GASGEDEELTE
De wanden van de naast het fornuis opgestelde de meubels moeten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zijn.
GASSOORTEN
Het gas dat kan worden gebruikt kan in twee families worden onderverdeeld:
√ G 25 √ G 30/ G31
GASAANSLUITING
De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften.
Het fornuis is bij levering klaar voor gebruik met het type gas dat op het etiket op het toestel is vermeld.
Verzeker u ervan dat de ruimte waarin het fornuis geïnstalleerd wordt goed geventileerd is, in overeenstemming met de geldende voorschriften.
Ook de aansluiting op de gasaanvoerbuis of gasfles moet aan de geldende voorschriften voldoen.
De gasaanvoerbuis wordt aan de achterkant van het fornuis (fig. 8.1) aangesloten op de R of L gasinlaat; de aansluitbuis mag niet langs de achterkant van het apparaat lopen.
De niet-gebruikte gasinlaat moet worden afgesloten met de plug (T) en afdichtingsring.
Vóór de installatie moet men verifiëren of het plaatselijk distributienet (type van gas en druk) en de karakteristieken van het toestel compatibel zijn.
De karakteristieken staan aangeduid op de plaat of op het etiket.

text_image
R L TAfb. 8.1
Gebruik een starre of buigzame aan- sluitbuis die aan de geldende voorschrif- ten voldoet.
Als er een klemringkoppeling gebruikt wordt, dan moet deze stevig worden aangedraaid met twee moersleutels (fig. 8.2).
Verzeker u van het volgende:
- dat de buigbare buis (slang) niet in aanraking kan komen met delen van het fornuis waar de oppervlaktetemperatuur 70°C boven de omgevingstemperatuur kan stijgen;
- dat de slang niet langer is dan 75 cm en dat hij niet in aanraking kan komen met scherpe randen of hoeken;
– dat de slang niet gespannen, gewron-gen, geknikt of te sterk gebogen is; - dat de aansluiting met een onbuigza- me metalen buis geen trekkracht op de gasinlaat van het apparaat uitoe- fent.
- vervang de afdichtingsring bij de minste geringste vervorming of onvolmaaktheid.
- dat de buis zonder moeite over zijn hele lengte geïnspecteerd kan worden; de buis moet na ten hoogste drie jaar vervangen worden.
- dat de kraan van de gastoevoerleiding of gasfles dicht gedraaid is wanneer het apparaat niet in gebruik is.
De aansluitset (zie afbeelding 8.3) bestaat uit:
A - Gasinlaat (rh or lh)
C - verloopstuk
B - afdichtingsring

De afdichtingsring "B" (afb. 8.3) zorgt dat er geen gas uit de gasaansluiting lekt. Vervang de afdichtingsring bij de minste geringste vervorming of onvolmaaktheid.
Gebruik voor het aanschroeven van de onderdelen twee sleutels (zie afbeelding 8.2).
Controleer, na voltooiing van de aansluiting, met behulp van een zeepoplossing, en nooit met een vlam, of de verbindingen gasdicht zijn.

text_image
A B C Afb. 8.3Onderhoud van de gasbranders
VERVANGING SPROEIERS VAN DE BRANDERS
Elk komfoor wordt geleverd met een serie sproeiers voor de verschillende gassoorten.
De nieuwe sproeiers moeten gekozen worden op grond van de "Tabel van de sproeiers".
De diameter van de sproeiers, uitgedrukt in honderdste millimeters, is aangegeven op de buitenkant.
Ga als volgt te werk om de sproeiers te vervangen:
- Verwijder de panroosters en de kapjes van de branders, trek de bedieningsknoppen en de eventueel aanwezige ontstekingsknop los en verwijder ook deze.
- Vervang m.b.v. een pijpsleutel de sproeiers "J" (Afb. 8.4a, 8.4b) door nieuwe die geschikt zijn voor het type gas dat gebruikt wordt.

text_image
J Afb. 8.4a
text_image
J Afb. 8.4bREGELING VAN DE KLEINSTAND VAN DE BRANDERS VAN DE KOOKTAFEL
Een correcte vlam bij kleinstand moet ongeveer 4 mm zijn.
Een bruusk overgaan van volstand naar kleinstand mag nooit het doven van de vlam tot gevolg hebben.
De vlam wordt als volgt geregeld:
- De brander aansteken
– De kraan op kleinstand plaatsen - De knop wegnemen.
- Met behulp van een kleine schroeven-draaier de vijs in de kraanstift draaien tot een correcte regeling uitgevoerd (Afb. 8.5).
Voor G30/G31 gas dient de vijs volledig ingeschroefd te worden.
De branders zijn zodanig ontworpen dat er geen afstelling van de primaire lucht nodig is.

| Benodigde luchttoevoer voor de verbranding van gas (2 m3/h x kW) | |
| BRANDERS | Benodigde luchttoevoer [m3] |
| Hulpbrander (A) 2,00 | |
| Halfsnelle (SR) | 3,50 |
| Snelle brander (R) | 6,00 |
| Driedubbele kroon (TC) 7,00 | |
GASKRANEN
Alleen gespecialiseerde vakmensen mogen de periodieke smering van de gaskranen uitvoeren.
BELANGRIJK
Voor alle operaties m.b.t. de installatie, het onderhoud en de omschakeling van het toestel, moet men de originele stukken van de constructeur gebruiken.
De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden indien deze verplichting niet in acht wordt genomen.
BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften.
Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt.
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
- De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
- het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;
- In het geval dat het toestel zonder stekker is geleverd, moet er worden gezorgd voor een stekker die geschikt is voor het vermogen dat het toestel opneemt;
- het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten;
- de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
- het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat het stopcontact of de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn.
- N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken.
Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren of als de stekker niet in het stopcontact past, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman.
Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van het stopcontact groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt.
Trek altijd de stekker uit alvo- rens werken uit te voeren aan het elektrische gedeelte van het toestel.
De aarding van het toestel is verplicht. De fabrikant wijst alle verant-woor-delijkheid af wanneer schade veroorzaakt wordt door het niet in acht nemen van deze voorwaarde.
AANSLUITEN VAN HET AANSLUITSNOER
Het aansluitsnoer wordt als volgt op het fornuis aangesloten:
- Schroef de bevestigingsschroeven van het beveiligingspaneel "A" aan de achterkant van het fornuis los (Afb. 9.1).
- Verbind het goed geïsoleerde aansluit- snoer met klem "D".
- Verbind de fase-aansluitingen met klembouder "B" volgens het schema in afbeelding afb. 9.2 en verbind de aarddraad met klem "PE" (Afb. 9.1).
- Span het aansluitsnoer en zet het vast in klem "D".
- Bevestig het beveiligingspaneel "A" opnieuw.
DOORMETER VAN DE VOEDINGSDRAAD - TYPE HO5RR-F
230 V 3×1.5 mm
2 (*)
(*) - Aansluiting door middel van een stekker in een stopkontakt.

text_image
PE N L D B A Afb. 9.1 Afb. 9.2
text_image
230 V ~ L1 N PE (L2)Als de branders met moeite ontbranden vanwege de eigenschappen van het gas dat het plaatselijke gasbedrijf levert, probeer het dan met de knop op de laagste stand.
Gebruik de hoogste stand om vloeistof snel aan de kook te brengen en de laagste stand voor het voorzichtig opwarmen van voedsel en om vloeistof aan de kook te houden.
Zet de bedieningsknop altijd op een stand tussen de hoogste en de laagste stand, en nooit tussen de hoogste en de gesloten stand.
Voor het eerste gebruik is het raadzaam om de lege oven 30 minuten op stand te laten werken en vervolgens nogmaals 30 minuten op de maximumtemperatuur (thermostaatknop op 225°C) in de standen en, om alle sporen van vet van de verwarmingselementen te verwijderen.
Maak de oven en zijn accessoires schoon met warm water en vloeibaar afwasmiddel.
De voorste oppervlakken in roestvrij staal (bedieningspaneel, ovendeur, te openen lade of ruimte) gebruikt in dit kookfornuis zijn beschermd met een speciale transparante lak die het effect afdrukken beperkt. Teneinde de beschadiging van deze bescherming te vermijden, voor de schoonmaak van de roestvrije componenten geen schuurproducten gebruiken.
ALLEEN WARM ZEEPWATER GEBRUIKEN VOOR DE SCHOON- MAAK VAN DE OPPERVLAKKEN IN ROESTVRIJ STAAL.
De beschrjvingen en aanduidingen vermeld in de gebruiks-en installatievoorschriften zijn enkel van informatieve aard. De constructeur behoudt zich het recht voor om zonder verwittiging en op gelijk welk ogenblik wijzigingen aan zijn produkten aan te brengen.
De beschrjvingen en aanduidingen vermeld in de gebruiks-en installatievoorschriften zijn enkel van informatieve aard. De constructeur behoudt zich het recht voor om zonder verwittiging en op gelijk welk ogenblik wijzigingen aan zijn produkten aan te brengen.