SIME SHP M PRO - Warmtepomp

SHP M PRO - Warmtepomp SIME - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SHP M PRO SIME in PDF-formaat.

📄 272 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SIME SHP M PRO - page 72
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL Português PT
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over SHP M PRO SIME

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Warmtepomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SHP M PRO - SIME en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SHP M PRO van het merk SIME.

GEBRUIKSAANWIJZING SHP M PRO SIME

• 3.1 Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat....06
• 3.2 Beschikbare accessoires bij de leverancier 06

4 VOOR DE INSTALLATIE 07
5 BELANGRIJKE INFORMATIE OVER HET KOELMIDDEL .....07
6 INSTALLATIEPLAATS....08

  • 6.1 Kiezen van een locatie in koude klimaten....09
    • 6.2 Kiezen van een locatie in koude klimaten....09

7 INSTALLATIEVOORZORGSMAATREGELEN 10

• 7.1 Afmetingen....10
• 7.2 Installatievoorschriften ....10
• 7.3 Positie van de afvoeropening....11
• 7.4 Ruimtevereisten voor onderhoud ....11

8 TYPISCHE TOEPASSINGEN 13

  • 8.1 Toepassing 1....13
    • 8.2 Toepassing 2....15
    • 8.3 Cascadesysteem....18
    • 8.4 Volumevereisten van de buffertank....20

9 OVERZICHT VAN HET APPARAAT....20

• 9.1 Belangrijkste componenten....20
• 9.2 Bedieningspaneel....21
• 9.3 Aanleg van waterleidingen....26
• 9.4 Met water vullen....29
• 9.5 Isolatie van waterleidingen....30
• 9.6 Veldinstellingen....30

10 INBEDRIJFSTELLING EN CONFIGURATIE ....43

• 10.1 Eerste inbedrijfstelling bij lage buitentemperatuur ....43
• 10.2 Controles voor de inbedrijfstelling....43
• 10.3 Storingsdiagnose bij eerste installatie ....43
• 10.4 Installatievoorschriften ....43
• 10.5 Veldinstellingen....45

11 MENUSTRUCTUUR: OVERZICHT....46

• 11.1 Bedrijfsparameters....48

12 EINDCONTROLES EN TEST WERKING ....52

• 12.1 Eindcontroles ....52
• 12.2 Werking testloop (handmatig) ....52

13 ONDERHOUD....53

14 PROBLEMEN OPLOSSEN....54

• 14.1 Algemene richtlijnen....54
• 14.2 Algemene symptomen ....55
• 14.3 Storingscodes ....57

15 TECHNISCHE SPECIFICATIES....59

• 15.1 Algemeen....59
• 15.2 Elektrische specificaties .....59

16 ONDERHOUDSINFORMATIE 60

SIME SHP M PRO - ONDERHOUDSINFORMATIE 60 - 1

Verwijder de holle plaat na installatie.
SIME SHP M PRO - ONDERHOUDSINFORMATIE 60 - 2

  • De afbeelding in deze handleiding is slechts ter referentie, raadpleeg het eigenlijke product.
  • De back-upverwarming kan buiten het apparaat worden aangepast aan de behoeften, die 3 kW (1-fase),
    4,5 kW (1-fase), 4,5 kW (3-fase), 6 kW (3-fase) en 10kW (3-fase) omvat (Raadpleeg de INSTALLATIEHANDLEIDING van de fabrikant van de back-upverwarming voor details).
  • De back-upverwarming (optioneel) en de warmtepomp worden onafhankelijk van elkaar gevoed.

1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN

De hier vermelde voorzorgsmaatregelen zijn onderverdeeld in de onderstaande typen. Ze zijn zeer belangrijk, dus zorg ervoor dat u ze nauwgezet volgt.

Betekenissen van symbolen voor GEVAAR, WAARSCHUWING, LET OP en OPMERKING.

i INFORMATIE

  • Lees deze instructies voor de installatie zorgvuldig door. Bewaar deze handleiding op een handige plek voor toekomstige raadpleging.
  • Onjuiste installatie van apparatuur of accessoires kan leiden tot elektrische schokken, kortsluiting, lekkage, brand of andere schade aan de apparatuur. Zorg ervoor dat u alleen gebruik maakt van accessoires die zijn gemaakt door de leverancier en speciaal zijn ontworpen voor de apparatuur. Laat de installatie altijd over aan een professional.
  • Alle in deze handleiding beschreven activiteiten moeten worden uitgevoerd door een erkende monteur. Zorg tijdens de installatie en onderhoud van het apparaat ervoor dat u passende persoonlijke beschermingsmiddelen draagt, zoals handschoenen en een veiligheidsbril.
  • Neem contact op met uw dealer voor verdere ondersteuning.

SIME SHP M PRO - i INFORMATIE - 1

Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd volgens de aanbevelingen van de fabrikant van de apparatuur. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarbij de hulp van andere deskundig personeel nodig is moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van brandbare koelmiddelen.

GEVAAR

Geeft een levensgevaarlijke situatie aan die, indien deze niet vermeden wordt, kan leiden tot dood of ernstig letsel.

⚠ WAARSCHUWING

Geeft een mogelijke gevaarlijke situatie aan die, indien deze niet vermeden wordt, kan leiden tot dood of ernstig letsel.

LET OP

Geeft een mogelijke gevaarlijke situatie aan die, indien deze niet vermeden wordt, kan leiden tot licht of middelzwaar letsel. Het wordt ook gebruikt om te waarschuwen tegen onveilige praktijken.

OPMERKING

Geeft een situatie aan die kan leiden tot accidentele schade aan apparatuur of eigendommen.

Verklaring van de symbolen op het apparaat

SIME SHP M PRO - OPMERKING - 1WAARSCHUWINGDit symbool geeft aan dat dit apparaat gebruik maakt van een brandbaar koelmiddel. Er bestaat brandgevaar als gelekt koelmiddel wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron.
SIME SHP M PRO - OPMERKING - 2LET OPDit symbool geeft aan dat de handleiding zorgvuldig moet worden gelezen.
SIME SHP M PRO - OPMERKING - 3LET OPDit symbool geeft aan dat onderhoudspersoneel moet omgaan met deze apparatuur aan de hand van de installatiehandleiding.
SIME SHP M PRO - OPMERKING - 4LET OPDit symbool geeft aan dat informatie beschikbaar is, zoals de gebruikers- of installatiehandleiding.

GEVAAR

  • Schakel de stroomschakelaar uit voordat u elektrische klemonderdelen aanraakt.
  • Wanneer de servicepanelen worden verwijderd, kunt u gemakkelijk onopzettelijk onderdelen onder spanning aanraken.
  • Laat het apparaat nooit onbeheerd achter zonder onderhoudspaneel tijdens de installatie of onderhoud.
  • Raak de waterleidingen niet aan tijdens en direct na gebruik, omdat ze heet kunnen zijn en uw handen kunnen verbranden. Om letsel te voorkomen moet u wachten met het aanraken van de leidingen tot ze een normale temperatuur bereiken of u moet veiligheidshandschoenen dragen.
  • Raak geen enkele schakelaar met natte vingers aan. Het aanraken van een schakelaar met natte vingers kan een elektrische schok veroorzaken.
  • Voordat u elektrische onderdelen aanraakt, moet u alle toepasselijke stroomtoevoer naar het apparaat uitschakelen.

⚠ WAARSCHUWING

  • Scheur de plastic verpakkingen los en gooi ze weg, zodat kinderen er niet mee kunnen spelen. Kinderen die met plastic zakken spelen lopen levensgevaar door verstikking.
  • Verwijder verpakkingsmateriaal, zoals spijkers en andere metalen of houten onderdelen, op een veilige manier om letsel te voorkomen.
  • Vraag uw dealer of gekwalificeerd personeel om de installatie uit te voeren in overeenstemming met deze handleiding. Installeer het apparaat niet zelf. Onjuiste installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken of brand
  • Zorg ervoor dat u alleen gespecificeerde accessoires en onderdelen gebruikt voor de installatie. Het gebruik van niet voorgeschreven onderdelen kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken, brand of losraken/vallen van het apparaat.
  • Installeer het apparaat op een fundering die zijn gewicht kan dragen. Onvoldoende fysieke kracht kan ervoor zorgen dat de apparatuur valt, met mogelijk letsel als gevolg.
  • Voer gespecificeerde installatiewerkzaamheden uit met volledige inachtneming van sterke wind, orkanen of aardbevingen. Onjuist installatiewerk kan leiden tot ongevallen door vallend gereedschap of apparatuur.
  • Zorg ervoor dat alle elektrische werkzaamheden worden uitgevoerd door vakmensen volgens de lokale wet- en regelgeving en deze handleiding met behulp van een apart circuit. Onvoldoende capaciteit van het voedingscircuit of onjuiste elektrische aanleg kunnen leiden tot elektrische schokken of brand.
  • Zorg ervoor dat u een aardlekschakelaar installeert volgens de plaatselijke wet- en regelgeving. Als u geen aardlekschakelaar installeert, kan dit leiden tot elektrische schokken en brand.
  • Zorg ervoor dat alle kabels goed vastzitten. Gebruik de voorgeschreven draden en controleer of de aansluitklemmen of draden/kabels beschermd zijn tegen water en andere nadelige externe krachten. Onvolledig aansluiten of aanbrengen kan brand veroorzaken.
  • Vorm bij het bekabelen van de stroomtoevoer de draden zodanig, dat het voorpaneel stevig kan worden bevestigd. Als het voorpaneel niet op zijn plaats zit kunnen de aansluitklemmen oververhit raken of leiden tot elektrische schokken of brand.
  • Controleer na het voltooien van de installatiewerkzaamheden of er geen koelmiddellekkage is.
  • Raak gelekt koelmiddel nooit direct aan, aangezien dit kan leiden tot ernstige bevriezing. Raak de koelleidingen tijdens en onmiddellijk na gebruik nooit aan, aangezien de koelleidingen heet of koud kunnen zijn afhankelijk van de toestand van het koelmiddel dat door de koelleidingen, compressor en andere koelonderdelen stroomt. Brandwonden of bevriezing zijn mogelijk als u de koelleidingen aanraakt. Om letsel te voorkomen, moet u de leidingen de tijd geven om weer op normale temperatuur te komen of, als u ze toch moet aanraken, beschermende handschoenen dragen.
  • Raak de interne onderdelen (pomp, back-upverwarming, enz.) niet aan tijdens en onmiddellijk na het gebruik. Het aanraken van de interne onderdelen kan brandwonden veroorzaken. Om letsel te voorkomen moet u wachten met het aanraken van de interne onderdelen tot ze een normale temperatuur bereiken of u moet veiligheidshandschoenen dragen.

LET OP

• Aard het apparaat.
- De aardingsweerstand moet voldoen aan de lokale wet- en regelgeving.
- Sluit de aardingsdraad niet aan op gas- of waterleidingen, bliksemafleiders of telefoon-aardingsdraden.
- Onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken.
- Gasleidingen: Een gaslek kan leiden tot brand of een explosie.
- Waterleidingen: Harde pvc-buizen bieden geen effectieve aarding.
- Bliksemafleiders of telefoonaarddraden: De elektrische drempel kan abnormaal toenemen bij een blikseminslag.
- Installeer de voedingskabel op minstens 1 meter (3 ft) afstand van televisies of radio's om interferentie of ruis te voorkomen (afhankelijk van de radiogolven, is een afstand van 1 meter (3 ft) mogelijk niet voldoende om ruis op te heffen).
- Was het apparaat nooit met water. Dit kan elektrische schokken of brand veroorzaken. Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de nationale bedradingsvoorschriften. Indien de voedingskabel beschadigd is, moet deze worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsmonteur of gelijkwaardig gekwalificeerd personeel om gevaar te voorkomen.

- Installeer het apparaat niet op de volgende plaatsen:

- Waar een nevel van (minerale) olie of oliedampen aanwezig zijn. Kunststofonderdelen kunnen worden aangetast en hierdoor losraken of gaan lekken.

- Waar corrosieve (bijtende) gassen (zoals zwavelzuurgas) worden geproduceerd. Waar corrosie van koperleidingen of gesoldeerde onderdelen kan leiden tot koelmiddellekkage.

- Waar machines zijn die elektromagnetische golven uitzenden. Elektromagnetische golven kunnen het regelsysteem ontregelen en storing van de apparatuur veroorzaken.

- Waar brandbare gassen kunnen lekken, waar koolstofvezels of ontbrandbare stof in de lucht rondzweven of waar gewerkt wordt met vluchtige brandbare stoffen zoals thinner of benzine. Deze typen gas kunnen brand veroorzaken.

- Waar de lucht een hoog zoutgehalte heeft, zoals in de buurt van de zee.

- Waar de spanning regelmatig fluctueert, zoals in fabrieken.

- In voertuigen of vaartuigen.

- Waar zuur- of alkalische dampen aanwezig zijn.

- Dit apparaat mag door kinderen van 8 jaar of ouder gebruikt worden en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of met onvoldoende ervaring of kennis, mits onder toezicht of voorzien van instructies over het veilig gebruik van het apparaat en zij de hieraan verbonden risico's hebben begrepen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. Reinigings- en gebruikersonderhoud mag niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd.

- Kinderen moeten onder toezicht staan zodat ze niet met het apparaat gaan spelen.

- Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant of de dealer of een gekwalificeerd vakman.

- VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd gemeentelijk afval. Dergelijk afval moet afzonderlijk worden verzameld om speciaal te worden verwerkt. Gooi elektrische apparaten niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval, maar gebruik gescheiden inzamelingsvoorzieningen. Neem contact op met uw lokale overheid voor informatie over de beschikbare inzamelingssystemen. Als elektrische apparaten op vuilnisbelten of afvalstortplaatsen worden weggegooid, bestaat de kans dat er gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken en zo in de voedselketen terechtkomen, wat gevaarlijk is voor uw gezondheid en welzijn.

- De bedrading moet worden uitgevoerd door vakmensen in overeenstemming met de nationale regelgeving voor bedrading en dit schakelschema. De vaste bedrading moet volgens de nationale regelgeving zijn voorzien van een all-polige onderbrekingsinrichting met een scheidingsafstand van minimaal 3 mm in alle polen en een aardlekschakelaar (RCD) van minder dan 30 mA.

- Controleer het installatiegebied (muren, vloeren enz.) op verborgen gevaren, zoals water, elektriciteit en gas, voordat u begint aan de bekabeling of het aanleggen van leidingen.

- Controleer voor de installatie of de voeding van gebruiker voldoet aan de voorschriften voor de elektrische installatie van het apparaat (waaronder betrouwbare aarding, lekkage en draaddiameter elektrische belasting enz.). Het product mag pas worden geïnstalleerd als er wordt voldaan aan de voorschriften voor de elektrische installatie van het product.

- Bij het installeren van meerdere airconditioners op een gecentraliseerde manier, moet u de belastingbalans van de 3-fasige voeding controleren en voorkomen dat meerdere apparaten op dezelfde fase van de 3-fasige voeding worden samengevoegd.

- De installatie van het product moet stevig worden bevestigd. Neem, indien nodig, zware maatregelen.

SIME SHP M PRO - LET OP - 1

OPMERKING

• Over gefluoreerde gassen

  • Deze airconditioner bevat gefluoreerde gassen. Zie het desbetreffende label op het apparaat voor specifieke informatie over het type gas en de hoeveelheid. Nationale gasvoorschriften moeten worden nageleefd.
  • Installatie, onderhoud en reparatie van het apparaat moeten worden uitgevoerd door een erkende monteur.
  • Deïnstallatie en recycling van het product moeten worden uitgevoerd door een erkende monteur.

- Als het systeem is voorzien van een lekdetectiesysteem, moet dit minstens elke 12 maanden worden gecontroleerd op lekken. Wanneer het apparaat wordt gecontroleerd op lekken, is het zeer raadzaam om alle controles te registreren.

2 ALGEMENE INLEIDING

  • Deze units worden gebruikt voor zowel warmte- en koeltoepassingen als voor warmwatertanks voor huishoudelijk gebruik. Zij kunnen worden gecombineerd met ventilatorconvectoren, vloerverwarmingstoepassingen, lage temperatuur-radiatoren met hoog rendement, warmwatertanks voor huishoudelijk gebruik en zonnesets, die alle ter plaatse worden geleverd.
  • Een bedrade controller wordt met het apparaat meegeleverd.
  • De back-upverwarming (optioneel) kan de verwarmingscapaciteit verhogen bij vrij lage buitentemperaturen. Hij dient ook als back-up in geval van storing van de warmtepomp of om bevriezing van de waterleidingen buiten te voorkomen.

OPMERKING

  • De maximale lengte van de communicatiebedrading tussen het apparaat en de controller bedraagt 50 m.
  • Netsnoeren en communicatiebedrading moeten afzonderlijk worden aangelegd, zijn kunnen niet in dezelfde kabelgoot worden geplaatst. Anders kan dit leiden tot elektromagnetische interferentie. Netsnoeren en communicatiebedrading mogen niet in contact komen met de koelmiddelleiding om te voorkomen dat de hogetemperatuurleiding de bedrading beschadigt.
  • Voor communicatiebedrading moeten afgeschermde leidingen worden gebruikt. Inclusief binnen-unit naar buiten-unit PQE-lijnen, binnen-unit naar controller HA HB-lijnen.

Het verband tussen capaciteit (belasting) en omgevingstemperatuur
SIME SHP M PRO - OPMERKING - 1

line | Region | Capacitelt/belasting | |---|---| | ① | High value | | ② | Low value | | ③ | Low value |

Tbivalent Omgevingstemperatuur

① Capaciteit van de warmtepomp.
② Benodigde verwarmingscapaciteit (locatie-afhankelijk).
③ Extra verwarmingscapaciteit geleverd door de back-upverwarming.

Warmwatertank (niet meegeleverd)

Een warmwatertank (met of zonder boosterverwarming) kan op het apparaat worden aangesloten.

De tankvereiste is verschillend per apparaat en (materiaal van de) warmtewisselaar.

SIME SHP M PRO - Warmwatertank (niet meegeleverd) - 1

text_image Uitlaat Tank Temperatuur sonde (T5) Spoel Tankboosterverwa ming (TBH) Inlaat

De boosterverwarming moet onder de temperatuursonde worden geïnstalleerd (T5).

De warmtewisselaar (spoel) moet onder de temperatuursonde worden geïnstalleerd.

De leiding tussen de buitenunit en tank moet korter zijn dan 5 meter.

Model6 kW 7~10kW12~16 kW
Tankvolume/lAanbevolen100~250150~300200~500
Warmtewisselings-gebied/ m^2 (roestvrij stalen spoel)Minimum1,41,41,6
Warmtewisselings-gebied/ m^2 (geëmailleerde spoel)Minimum2,02,02,5

Kamerthermostaat (niet meegeleverd)

De kamerthermostaat kan worden aangesloten op het apparaat (kamerthermostaat moet bij de keuze van een installatieplaats uit de buurt worden gehouden van de warmtebron).

Zonne-energieset voor warmwatertank (niet meegeleverd).

Een optionele zonne-energieset kan worden aangesloten op het apparaat.

Werkingsgebied

Uitlaatwater (verwarmingsmodus)+15~+65 °C
Uitlaatwater (koelmodus)+5~+25 °C
Huishoudelijk warmwater+15~+60 °C
Omgevingstemperatuur-25~+43 °C
Waterdruk0,1~0,3 MPa
Waterstroom6 kW0,40~1,25 m3/h
8 kW0,40~1,65 m3/h
10kW0,40~2,10 m3/h
12 kW0,70~2,50 m3/h
14 kW 0,70-2,75 m3/h
16 kW 0,70-3,00 m3/h

In koelmodus is het bereik van de wateraanvoertemperatuur (TW_out) bij verschillende buitentemperaturen (T4) hieronder vermeld:

SIME SHP M PRO - Kamerthermostaat (niet meegeleverd) - 1

Bedrijfsbereik door de warmtepomp met mogelijke beperking en beveiliging.

In de warmtemodus wordt het bereik van de watertemperatuur (T1) bij verschillende buitentemperaturen (T4) hieronder weergegeven:

SIME SHP M PRO - Kamerthermostaat (niet meegeleverd) - 2

Als de instelling IBH/AHS geldig is, wordt alleen IBH/AHS ingeschakeld; Als de instelling IBH/AHS ongeldig is, wordt alleen de warmtepomp ingeschakeld; tijdens de werking van de warmtepomp kunnen beperkingen en beveiligingen optreden.

Bedrijfsbereik door de warmtepomp met mogelijke beperking en beveiliging.

Warmtepomp gaat uit, alleen IBH/AHS gaat aan. (IBH kan de watertemperatuur verwarmen tot 65 °C, AHS kan de watertemperatuur verwarmen tot 70 °C)

— — Maximale inlaatwatertemperatuurleiding voor de warmtepomp.

In DHW-mode, is het temperatuurbereik van de waterstroom (T1) in verschillende buitentemperaturen (T4) als volgt:

SIME SHP M PRO - Kamerthermostaat (niet meegeleverd) - 3

Als de instelling IBH/AHS geldig is, wordt alleen IBH/AHS ingeschakeld; Als de instelling IBH/AHS ongeldig is, wordt alleen de warmtepomp ingeschakeld; tijdens de werking van de warmtepomp kunnen beperkingen en beveiliggingen optreden.

Bedrijfsbereik door de warmtepomp met mogelijke beperking en beveiliging.

Warmtepomp gaat uit, alleen IBH/AHS gaat aan. IBH kan de watertemperatuur verwarmen tot 65 °C, AHS kan de watertemperatuur verwarmen tot 70 °C

— — Maximale inlaatwatertemperatuurleiding voor de warmtepomp.

3 ACCESSOIRES

3.1 Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat

Installatiemateriaal
NaamVormHoeveelheid
Installatie- en gebruikershandleiding (dit boekje)SIME SHP M PRO - Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat - 11
Technische gegevenshandleidingSIME SHP M PRO - Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat - 21
Y-filterSIME SHP M PRO - Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat - 31
Bedrade controller[5CXX]1
Thermistor (10m) voor Tbt (of Tw2 of Tsolar of T5)SIME SHP M PRO - Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat - 41
AfvoerslangSIME SHP M PRO - Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat - 51
Energielabel 1[DBWT]
Netwerk bijbehorende dradenSIME SHP M PRO - Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat - 61
Hoek beschermenSIME SHP M PRO - Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat - 71

3.2 Beschikbare accessoires bij de leverancier

Thermistor voor buffertanktemp.(Tbt)
Aansluitbedrading van de Tbt sensor
Thermistor voor Zone 2waterstroomtemp. (Tw2)
Thermistor voor zonnetemp. (Tsolar)
Thermistor voor warmwatertanktemp. (T5)

Thermistor voor Tbt,Tw2,Tsolar en T5 kunnen worden gedeeld. Indien nodig kunt u andere thermistors en aansluitbedrading kopen bij de leverancier.

4 VOOR DE INSTALLATIE

• Voorbereidingen voor installatie

Zorg ervoor dat u de modelnaam en het serienummer van het apparaat bevestigt.

- Transport

Vanwege de relatief grote afmetingen en het zware gewicht mag het apparaat alleen worden opgehesen met hijswerktuigen met tilbanden, zie de volgende afbeelding.

SIME SHP M PRO - VOOR DE INSTALLATIE - 1

text_image Schuimen Hoek beschermen De haak en het zwaartepunt van het apparaat moeten zodanig uitgelijnd worden dat een ongewenste helling wordt voorkomen Hoek beschermen

LET OP

  • Om letsel te voorkomen moet u niet de luchtinlaat of de aluminium vinnen van het apparaat aanraken.
  • Gebruik om schade te voorkomen niet de grepen in de ventilatorroosters.
  • Het apparaat is topzwaar! Voorkom dat het apparaat valt door verkeerde hellen tijdens de omgang ermee.

(eenheid: mm)

Model ABC
1-fasig 5/7/10kW350 355285
1-fasig 12/14/16 kW540 390255
3-fasig 12/14/16 kW500 400275

De positie van het zwaartepunt voor andere apparaten wordt in de onderstaand afbeelding weergegeven.

SIME SHP M PRO - LET OP - 1

text_image A C

SIME SHP M PRO - LET OP - 2

Dit product bevat gefluoreerd gas dat niet naar de lucht mag worden afgevoerd.

Type koelmiddel: R32; Volume van GWP: 675.

GWP=Aardopwarmingsvermogen

ModelHoeveelheid door de fabriek voorgevuld koelmiddel in het apparaat
Koelmiddel/kgTon CO2 equivalent
6 kW1,25 0,85
8 kW1,25 0,85
10kW1,250,85
12 kW1,801,22
14 kW1,801,22
16 kW1,801,22

LET OP

- Frequentie van controles op koelmiddellekkage

  • Voor apparaten die gefluoreerde broeikasgassen van 5 ton CO 2 of hoger bevatten, maar minder dan 50 ton Co 2 -equivalent, moeten minstens elke 12 maanden worden gecontroleerd. Bij gebruik van een lekdetectiesysteem moet dit minstens elke 24 maanden gebeuren.
  • Apparaten die gefluoreerde broeikasgassen van 50 ton CO 2 of hoger bevatten, maar minder dan 500 ton Co 2 -equivalent, moeten minstens elke 6 maanden worden gecontroleerd. Bij gebruik van een lekdetectiesysteem moet dit minstens elke 12 maanden gebeuren.
  • Apparaten die gefluoreerde broeikasgassen bevatten in hoeveelheden van 500 ton CO _2 of meer, ten minste om de drie maanden, of wanneer een lekdetectiesysteem is geïnstalleerd, ten minste om de zes maanden.

- Deze airconditioner is een hermetisch afgesloten apparaat dat gefluoreerde gassen bevat.

- Alleen gecertificeerd personeel is bevoegd voor de installatie, bediening en onderhoud van dit apparaat.

6 INSTALLATIEPLAATS

⚠ WAARSCHUWING

  • Het apparaat bevat brandbaar koelmiddel en moet worden geïnstalleerd in een goed geventileerde ruimte. Als het apparaat binnen wordt geïnstalleerd, moet volgens de EN378-norm een extra koelmiddeldetector en ventilatie-apparatuur worden geïnstalleerd. Zorg voor passende maatregelen om te voorkomen dat het apparaat wordt gebruikt als schuilplaats door kleine dieren.
  • Kleine dieren die in contact komen met elektrische onderdelen kunnen storingen, rook of brand veroorzaken. Geef de klant de nodige aanwijzingen om het gebied rondom het apparaat schoon te houden.

- Kies een installatieplaats die voldoet aan de volgende condities en waarmee uw klant akkoord gaat.

  • Plaatsen die goed geventileerd zijn.
  • Plaatsen waar het apparaat buren niet stoort.
  • Veilige plaatsen die berekend zijn op het gewicht en trilling van het apparaat en waar het apparaat waterpas staat.
  • Plaatsen waar er geen mogelijkheid is van lekken van brandbaar gas of producten.
  • De apparatuur is niet bedoeld voor gebruik in een mogelijk explosieve omgevingslucht.
  • Plaatsen waar genoeg ruimte is voor onderhoud.
  • waar de lengten van leidingen en bedrading binnen de toelaatbare bereiken vallen.
  • Plaatsen waar water dat uit het apparaat lekt geen schade kan veroorzaken aan de locatie (bijvoorbeeld in het geval van een geblokkeerde afvoerleiding).
  • Plaatsen waar regen zoveel mogelijk kan worden vermeden.
  • het apparaat niet installeren op plaatsen die vaak worden gebruikt als werkruimte. Bij bouwwerkzaamheden (bijvoorbeeld slijpen enz.) waar veel stof wordt gemaakt, moet het apparaat worden afgedekt.
  • Plaats geen voorwerpen of apparatuur bovenop het apparaat (bovenop plaat).
  • Klim, zit en sta niet op het apparaat.
  • Zorg ervoor dat voldoende voorzorgsmaatregelen worden genomen in geval van lekkage van koelmiddel volgens de relevante lokale wet- en regelgeving.
  • Installeer het apparaat niet in de buurt van de zee of op plaatsen waar corrosiegas aanwezig is.

- Bij het installeren van het apparaat op een plaats die is blootgesteld aan sterke wind, moet speciale aandacht worden besteed aan het volgende.

  • Sterke wind van 5 m/sec of meer die tegen de luchtuitlaat van het apparaat blazen leidt tot kortsluiting (aanzuig- of afvoerlucht) en kan de volgende gevolgen hebben:
  • Afname van de operationele capaciteit.
  • Regelmatige snelle vorstvorming tijden het verwarmen.
  • Verstoring van de werking door een hogere druk.
  • Wanneer een sterke wind voortdurend tegen de voorkant van het apparaat blaast, kan de ventilator zeer snel gaan draaien tot het breekt.

Onder normale omstandigheden, zie de onderstaande afbeeldingen voor de installatie van het apparaat:

SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 1

Bij sterke wind waarbij de windrichting voorzienbaar is, moet u de onderstaande afbeeldingen raadplegen voor de installatie van het apparaat (ze zijn allemaal toepasbaar):

Draai de zijde van de luchtuitlaat in de richting van de muur, omheining of vliegengaas van het gebouw.

SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 2

Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is om het apparaat te installeren.

Plaats de uitlaatzijde in een rechte hoek ten opzichte van de windrichting.

SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 3

  • Leg een waterafvoerkanaal rondom de fundering aan om afvalwater rondom het apparaat af te voeren.
  • Als het afvoeren van het water uit het apparaat niet gemakkelijk gaat, monteer het apparaat dan op een fundering van betonblokken enz. (de hoogte van de fundering moet ongeveer 100 mm (3,93 inch) bedragen.
  • Als u het apparaat op een frame installeert, moet u aan de onderzijde van het apparaat een waterdichte plaat (ongeveer 100 mm) installeren om inkomend water vanaf de onderzijde te voorkomen.
  • Bij het installeren van het apparaat op een plaats die regelmatig blootgesteld staat aan sneeuw, moet u er specifiek voor zorgen dat de fundering zo hoog mogelijk wordt verheven.

- Als u het apparaat op een bouwframe installeert, installeer dan een waterdichte bak (levering op locatie) (ongeveer 100 mm, aan de onderzijde van het apparaat) om te voorkomen dat het afvoerwater druppelt. (zie de rechterafbeelding).

SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 4

6.1 Kiezen van een locatie in koude klimaten

Zie "Transport" in sectie "4 VOOR DE INSTALLATIE".

OPMERKING

Zorg bij het gebruik van het apparaat in koude klimaten ervoor dat de onderstaande instructies worden gevolgd.

  • Installeer het apparaat met de zuigzijde naar de muur gericht om blootstelling aan wind te voorkomen.
  • Installeer het apparaat nooit op een plaats waar de zuigzijde rechtstreeks aan wind kan blootstaan.
  • Installeer een horizontale keerplaat aan de luchtafvoerzijde van het apparaat om blootstelling aan wind te voorkomen.
  • In gebieden met zware sneeuwval is het erg belangrijk om een installatieplaats te kiezen waar de sneeuw het toestel niet aantast. Als zijwaartse sneeuwval mogelijk is, moet u ervoor zorgen dat de warmtewisselaarspoel niet wordt blootgesteld aan sneeuw (bouw eventueel een zijdelingse overkapping).

SIME SHP M PRO - OPMERKING - 1

① Bouw een grote luifel of overkapping.

② Bouw een voetstuk. Installeer het apparaat hoog genoeg van de grond om te voorkomen dat hij wordt ondergesneeuwd. (De hoogte van de voet moet groter zijn dan de grootste dikte van de sneeuw in de plaatselijke geschiedenis plus 10 cm of meer)

6.2 Een locatie kiezen in direct zonlicht

Aangezien de buitentemperatuur wordt gemeten via de omgevingstemperatuursensor van het apparaat, dient u het in de schaduw of onder een afdak te worden geïnstalleerd om direct zonlicht te vermijden, zodat het niet wordt beïnvloed door de zonnewarmte.

7 INSTALLATIEVOORZORGSMAATREGELEN

7.1 Afmetingen

SIME SHP M PRO - Afmetingen - 1

(eenheid: mm)

Model A B C D E F GH I JK
6-16 kW1040410 458523 191656 64 865165 27989

7.2 Installatievoorschriften

  • Controleer de sterkte en zorg dat de installatieondergrond waterpas is zodat het apparaat niet trilt of lawaai maakt tijdens het gebruik.
  • Het apparaat moet goed worden vastgezet met funderingsbouten volgens de tekening in de onderstaande afbeelding. (gebruik vier gemakkelijk verkrijgbare sets met elk 10 expansiebouten, moeren en sluitringen).
  • Schroef de funderingsbouten tot 20 mm van het funderingsoppervlak in.

SIME SHP M PRO - Installatievoorschriften - 1

text_image (eenheid: mm) Φ10 Keilbout Rubberen schokbeste ndige mat Vaste grond of dakbedekking ≥80 ≥100 Betonnen kelder h≥100 mm

SIME SHP M PRO - Installatievoorschriften - 2

7.3 Positie van de afvoeropening

SIME SHP M PRO - Positie van de afvoeropening - 1

text_image Afvoeropening

SIME SHP M PRO - Positie van de afvoeropening - 2

De afvoeropening is afgedicht met een rubberen stop. Als de kleine afvoeropening niet voldoet aan de afvoervereisten, mag de grote afvoeropening tegelijkertijd worden gebruikt.

SIME SHP M PRO - Positie van de afvoeropening - 3

OPMERKING

Er moet een elektrische warmteband worden geïnstalleerd als het water bij koud weer niet kan worden afgevoerd, zelfs niet als de grote afvoeropening open staat.

7.4 Ruimtevereisten voor onderhoud

7.4.1 In geval van een gestapelde installatie

1) Als er obstakels aanwezig zijn voor de luchtuitlaat. 2) Als er obstakels aanwezig zijn voor de luchtinlaatzijde.

SIME SHP M PRO - In geval van een gestapelde installatie - 1

text_image ≥500 mm ≥400 mm A ≥500 mm ≥400 mm ≥300 mm

7.4.2 Bij een installatie van meerdere rijen (voor gebruik op dak enz.)

Bij het installeren van meerdere dwarsverbonden apparaten per rij.

SIME SHP M PRO - Bij een installatie van meerdere rijen (voor gebruik op dak enz.) - 1

text_image ≥500 mm ≥500 mm B2 A C B1
UnitA (mm) B1 (mm) B2 (mm) C (mm)
5~10kW≥2500≥1000≥300≥600
12~16 kW≥3000≥1500

8 TYPISCHE TOEPASSINGEN

De onderstaande toepassing zijn uitsluitend ter illustratie.

LET OP: De aansluitingen moeten worden uitgevoerd volgens de labels op de buitenunit, ten opzichte van de waterinlaat en -uitlaat.

8.1 Toepassing 1
SIME SHP M PRO - TYPISCHE TOEPASSINGEN - 1

flowchart
graph TD
    A["1"] --> B["Modbus"]
    B --> C["AHS"]
    C --> D["FHL1 FHL2 FHLn"]
    D --> E["19"]
    E --> F["20"]
    F --> G["6.2"]
    G --> H["6.1"]
    H --> I["Binnen"]
    I --> J["2"]
    J --> K["AHS"]
    K --> L["4.3"]
    L --> M["5"]
    M --> N["4.2"]
    N --> O["4.1"]
    O --> P["3"]
    P --> Q["9"]
    Q --> R["13"]
    R --> S["14"]
    S --> T["12"]
    T --> U["14"]
    U --> V["16"]
    V --> W["15"]
    W --> X["16"]
    X --> Y["15"]
    Y --> Z["14"]
    Z --> AA["12"]
    AA --> AB["14"]
    AB --> AC["16"]
    AC --> AD["15"]
    AD --> AE["14"]
    AE --> AF["12"]
    AF --> AG["14"]
    AG --> AH["16"]
    AH --> AI["15"]
    AI --> AJ["14"]
    AJ --> AK["12"]
    AK --> AL["14"]
    AL --> AM["16"]
    AM --> AN["15"]
    AN --> AO["14"]
    AO --> AP["12"]
    AP --> AQ["14"]
    AQ --> AR["16"]
    AR --> AS["15"]
    AS --> AT["14"]
    AT --> AU["12"]
    AU --> AV["14"]
    AV --> AW["16"]
    AW --> AX["15"]
    AX --> AY["14"]
    AY --> AZ["12"]
    AZ --> BA["14"]
    BA --> BB["16"]
    BB --> BC["15"]
    BC --> BD["14"]
    BD --> BE["12"]
    BE --> BF["14"]
    BF --> BG["16"]
    BG --> BH["15"]
    BH --> BI["14"]
    BI --> BJ["12"]
    BJ --> BK["14"]
    BK --> BL["16"]
    BL --> BM["15"]
    BM --> BN["14"]
    BN --> BO["12"]
    BO --> BP["14"]
    BP --> BQ["16"]
    BQ --> BR["15"]
    BR --> BS["14"]
    BS --> BT["12"]
    BT --> BU["14"]
    BU --> BV["16"]
    BV --> BW["15"]
    BW --> BX["14"]
    BX --> BY["12"]
    BY --> BZ["14"]
CodeAssemblage-unitCode Assemblage-unit
1Hoofd-unit11Warmwatertank (niet meegeleverd)
2Bedieningspaneel11.1TBH: Boosterverwarming voor warmwatertank (niet meegeleverd)
3SV1: 3-wegklep (niet meegeleverd)11.2Spoel 1, warmtewisselaar voor warmtepomp
4Buffertank (niet meegeleverd)11.3Spoel 2, warmtewisselaar voor zonne-energie
4.1Automatische ontluchtingsventiel12Filter (accessoire)
4.2Afvoerklep13Regelklep (niet meegeleverd)
4.3Tbt: Bovenste temperatuursensor buffertank (optioneel)14Afsluitklep (niet meegeleverd)
5P_o: Buitencirculatiepomp (niet meegeleverd)15Vulklep (niet meegeleverd)
6P_s: Zonnepomp (niet meegeleverd)16Afvoerklep (niet meegeleverd)
6.1Tsolar: Zonnetemperatuursensor (optioneel)17Leidingwaterinlaatleiding (niet meegeleverd)
6.2Zonnepaneel (niet meegeleverd)18Warmwaterkraan (niet meegeleverd)
7P_d: DHW-leidingpomp (niet meegeleverd)19Collector/distributeur (niet meegeleverd)
8T5: Temperatuursensor van de warmwatertank (accessoire)20Omloopklep (niet meegeleverd)
FHL1...nVloerwarmtecircuit (niet meegeleverd)
9T1: Temperatuursensor van totale waterstroom (optioneel)
AHSExtra warmtebron (niet meegeleverd)
10Expansievat (niet meegeleverd)

- Ruimteverwarming

Het IN-/UITSCHAKELEN-signaal en bedrijfsmodus en temperatuurinstelling worden ingesteld op de gebruikersinterface.

P_o blijft draaien zolang het apparaat AAN is voor ruimteverwarming, SV1 blijft UIT.

• Verwarming van leidingwater

Het AAN/UIT-signaal en doeltankwatertemperatuur (T5S) worden ingesteld op het bedieningspaneel. P_o stopt zolang het apparaat AAN is voor sanitair waterverwarming, SV1 blijft AAN.

• AHS (hulpwarmtebron) regeling

De AHS-functie wordt ingesteld op de gebruikersinterface. (AHS-functie kan geldig of ongeldig worden ingesteld in "OVERIGE WARMTEBRON" van "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR").

1) Wanneer de AHS is ingesteld om alleen voor de warmtemodus geldig te zijn, kan de AHS als volgt worden ingeschakeld: a. Schakel de AHS in met de functie BACKHEATER in het bedieningspaneel;
b. AHS schakelt automatisch in als de aanvankelijke watertemperatuur te laag of de doelwatertemperatuur te hoog is bij een lage omgevingstemperatuur.
P_o blijft draaien zolang AHS AAN is, SV1 blijft UIT.
2) Wanneer AHS is ingesteld om geldig te zijn voor warmte- en DWH-modus. In warmtemodus, is de AHS-controle hetzelfde als deel 1); In DHW-modus, wordt AHS automatisch ingeschakeld wanneer de aanvankelijke leidingwatertemperatuur T5 te laag of de doelleidingwatertemperatuur te hoog is bij een lage omgevingstemperatuur. P_o stopt met draaien, SV1 blijft AAN.
3) Wanneer AHS is ingesteld als geldig, kan M1M2 worden ingesteld als geldig op de gebruikersinterface. In warmtemodus, wordt AHS ingeschakeld als M1M2 droog contact sluit. Deze functie is niet geldig in de DHW-modus.

• TBH (tankboosterverwarming) regeling

De TBH-functie wordt ingesteld in het bedieningspaneel. (TBH-functie kan geldig of ongeldig worden ingesteld in "OVERIGE WARMTEBRON" van "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR").

1) Wanneer de TBH wordt ingesteld als geldig, kan de TBH worden ingeschakeld met de functie TANKVERWARMING in de gebruikersinterface, TBH zal automatisch inschakelen wanneer de aanvankelijke leidingwatertemperatuur T5 te laag of de doelleidingwatertemperatuur te hoog is bij een lage omgevingstemperatuur.
2) Wanneer de TBH is ingesteld om geldig te zijn, kan M1M2 ingesteld worden om geldig te zijn in de gebruikersinterface. TBH wordt ingeschakeld als M1M2 droog contact sluit.

• Zonne-energieregeling

De hydraulische module herkent het zonne-energiesignaal door Tsolar te beoordelen of het SL1SL2-signaal te ontvangen van het bedieningspaneel. De herkenningsmethode kan worden ingesteld via SOLAR INPUT in het bedieningspaneel.

1) Wanneer Tsolar wordt ingesteld op geldig, gaat de zonne-energie aan wanneer Tsolar hoog genoeg is, begint P_s te lopen; de zonne-energie gaat UIT wanneer Tsolar laag is, stopt P_s met lopen.
2) Wanneer SL1SL2-regeling ingesteld is op geldig, gaat zonne-energie AAN nadat een zonnekitsignaal van de gebruikersinterface is ontvangen, P_s wordt actief; zonder zonnekitsignaal. Zonne-energie gaat UIT, P_s stopt met draaien.

LET OP

De wateruitlaattemperatuur kan 70 °C bereiken. Pas op dat u zich niet brandt.

OPMERKING

Zorg ervoor dat u de (SV1) 3-wegklep correct installeert. Zie "9.6.6 Aansluiting van andere componenten" voor meer informatie.

Bij een extreem lage omgevingstemperatuur wordt het warme leidingwater exclusief verwarmd door de TBH, zodat de warmtepomp op zijn maximale capaciteit kan worden gebruikt voor ruimteverwarming.

Details over de warmwatertankconfiguratie voor lage buitentemperaturen (T4DHWMIN) vindt u in "WARMWATERINSTELLING" van "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR".

8.2 Toepassing 2

KAMERTHERMOSTAAT-regeling voor ruimteverwarming of -koeling moet worden ingesteld in de gebruikersinterface. Deze kan op drie manieren worden ingesteld: MODUS IN./EEN ZONE/DUBBEL ZONE. Het apparaat kan worden aangesloten op een laagspanningskamerthermostaat.

8.2.1 Eén-zoneregeling

SIME SHP M PRO - Eén-zoneregeling - 1

flowchart
graph TD
    A["Buiten"] --> B["Modbus"]
    B --> C["RT"]
    C --> D["10"]
    D --> E["4.1"]
    E --> F["4"]
    F --> G["4.2"]
    G --> H["5"]
    H --> I["19"]
    I --> J["FHL1"]
    I --> K["FHL2"]
    I --> L["FHLn"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333
    style H fill:#fcc,stroke:#333
    style I fill:#cfc,stroke:#333
    style J fill:#fcc,stroke:#333
    style K fill:#cfc,stroke:#333
    style L fill:#fcc,stroke:#333
CodeAssemblage-unitCodeAssemblage-unit
1Hoofd-unit12Filter (accessoire)
2Bedieningspaneel14Afsluitklep (niet meegeleverd)
4Buffertank (niet meegeleverd)15Vulklep (niet meegeleverd)
4.1Automatische ontluchtingsventiel16Afvoerklep (niet meegeleverd)
4.2Afvoerklep19Collector/distributeur (niet meegeleverd)
5P_o: Buitencirculatiepomp (niet meegeleverd)RTLage spanning kamerthermostaat (niet meegeleverd)
10Expansievat (niet meegeleverd)FHL 1...nVloerwarmtecircuit (niet meegeleverd)

- Ruimteverwarming

Eén-zoneregeling: de AAN/UIT van het apparaat wordt geregeld door de kamerthermostaat, de werking en uitlaatwatertemperatuur worden ingesteld op de gebruikersinterface. Het systeem is AAN als "H,T" van de thermostaat gedurende 15s gesloten blijft. Als "H,T" gedurende 15s open blijft, schakelt het systeem UIT.

• Circulatiepompbedrijf

Als het systeem AAN staat, wat betekent dat "H,T" van de thermostaat dicht is, begint P_o te lopen; Als het systeem UIT staat, wat betekent dat "H,T" open is, stopt P_o met lopen.

CodeAssemblage-unitCodeAssemblage-unit
1Hoofd-unit15Vulklep (niet meegeleverd)
2Bedieningspaneel16Afvoerklep (niet meegeleverd)
4Buffertank (niet meegeleverd)19Collector/distributeur
4.1Automatische ontluchtingsventiel20Omloopklep (niet meegeleverd)
4.2Afvoerklep22SV2: 3-wegklep (niet meegeleverd)
5P_o: Buitencirculatiepomp (niet meegeleverd)RTKamerthermostaat laagspanning
10 Expansievat (niet meegeleverd) FHL 1...nVloerwarmtecircuit (niet meegeleverd)
12 Filter (accessoire) FCU 1...nVentilatorconvector (niet meegeleverd)
14Afsluitklep (niet meegeleverd)

- Ruimteverwarming

Werking en AAN/UIT van het apparaat worden ingesteld via de kamerthermostaat., de watertemperatuur wordt ingesteld of de gebruikersinterface.

1) Wanneer "CL" van de thermostaat gedurende 15s gesloten blijft, zal het systeem werken volgens de prioriteitsmodus ingesteld op de gebruikersinterface.
2) Wanneer "CL" van de thermostaat gedurende 15s open blijft en "HT" sluit, zal het systeem werken volgens de niet-prioritaire modus ingesteld op de gebruikersinterface.
3) Wanneer "HT" van de thermostaat gedurende 15s open blijft en "CL" open, zal het systeem uitschakelen.
4) Wanneer "CL" van de thermostaat gedurende 15s open blijft en "HT" open, zal het systeem uitschakelen.

- De werking van de circulatiepomp en de klep

1) Als het systeem in de koelmodus staat, blijft SV2 UIT, P_o begint te lopen.
2) Als het systeem in de warmtemodus staat, blijft SV2 AAN, P_o begint te lopen.

8.2.3 Dubbele zoneregeling
SIME SHP M PRO - - De werking van de circulatiepomp en de klep - 1

flowchart
graph TD
    A["1"] --> B["Modbus"]
    B --> C["2"]
    C --> D["RT"]
    D --> E["4.1"]
    E --> F["5"]
    F --> G["10"]
    G --> H["23"]
    H --> I["Tw2"]
    I --> J["19"]
    J --> K["ZONE2"]
    K --> L["FHL1 FHL2 FHLn"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333
    style H fill:#fcc,stroke:#333
    style I fill:#ffc,stroke:#333
    style J fill:#cfc,stroke:#333
    style K fill:#fcc,stroke:#333
    style L fill:#cfc,stroke:#333
CodeAssemblage-unitCodeAssemblage-unit
1Hoofd-unit16Afvoerklep (niet meegeleverd)
2Bedieningspaneel19Collector/distributeur (niet meegeleverd)
4Buffertank (niet meegeleverd)23Mengstation (niet meegeleverd)
4.1Automatische ontluchtingsventiel23.1SV3: Mengklep (niet meegeleverd)
4.2Afvoerklep23.2P_c: Zone 2 circulatiepomp (niet meegeleverd)
5P_o: Zone 1 circulatiepomp (niet meegeleverd)RTLage spanning kamerthermostaat (niet meegeleverd)
10Expansievat (niet meegeleverd)Tw2Zone 2 temperatuursensor van de waterstroom (optioneel)
12Filter (accessoire)FHL 1...nVloerwarmtecircuit (niet meegeleverd)
14Afsluitklep (niet meegeleverd)RAD. 1...nRadiator (niet meegeleverd)
15Vulklep (niet meegeleverd)

• Ruimteverwarming

Zone1 kan werken in koel- of warmtemodus, terwijl zone2 alleen in warmtemodus kan werken; de bedrijfsmodus en watertemperatuur worden ingesteld op de gebruikersinterface, het apparaat AAN/UIT wordt geregeld door de kamerthermostaat. Bij de installatie van het systeem moeten alleen de "HT" aansluitingen worden aangesloten voor de thermostaat in zone1 en alleen de "CL" aansluitingen voor de thermostaat in zone2.

1) Als "HT" gedurende 15s gesloten blijft, gaat zone1 AAN. Als "HT" gedurende 15s open blijft, gaat zone1 UIT.
2) Als "CL" gedurende 15s gesloten blijft, gaat zone2 AAN. Als "CL" gedurende 15s open blijft, gaat zone2 UIT.

- De werking van de circulatiepomp en de klep

Wanneer Zone1 AAN is, wordt P_o actief; Wanneer Zone 1 UIT is, stopt P_o; Als zone 2 AAN is, schakelt SV3 tussen AAN en UIT volgens de ingestelde TW2, P_C blijft AAN; Als zone 2 UIT is, SV3 is UIT, P_c stopt met draaien. De vloerverwarmingscircuits hebben een lagere watertemperatuur nodig in de warmtemodus in vergelijking met de radiatoren of ventilatorconvector. Om deze 2 instelpunten tot stand te brengen moet een mengstation worden gebruikt om de watertemperatuur aan te passen aan de vereisten van de vloerverwarmingscircuits. De radiatoren zijn direct aangesloten op het watercircuit van het apparaat en de vloerverwarmingscircuits bevinden zich na het mengstation. Het mengstation wordt door het apparaat aangestuurd.

LET OP

1) Zorg ervoor dat u de 3-weg klep SV2/SV3 juist hebt geinstalleerd. Zie 9.6.6 "Aansluiting van andere componenten".
2) Controleer of de bedrading van de kamerthermostaat juist is. Zie 9.6.6 "Aansluiting van andere componenten".

De afvoerklep moet op de laagste positie van het leidingsysteem worden geïnstalleerd.

8.3 Cascadesysteem

SIME SHP M PRO - Cascadesysteem - 1

flowchart
graph TD
    A["1. n"] --> B["1.2"]
    B --> C["1.1"]
    C --> D["4.29"]
    D --> E["3"]
    E --> F["10"]
    F --> G["13"]
    G --> H["12"]
    H --> I["14"]
    I --> J["6.2"]
    J --> K["6.1"]
    K --> L["2"]
    L --> M["5"]
    M --> N["19"]
    N --> O["20"]
    O --> P["FCU1 FCU2 FCUn"]
    P --> Q["..."]
    Q --> R["19"]
    R --> S["10"]
    S --> T["FHL1 FHL2 FHLn"]
    T --> U["3"]
    U --> V["23"]
    V --> W["14"]
    W --> X["25"]
    X --> Y["4.5"]
    Y --> Z["4"]
    Z --> AA["4.29"]
    AA --> AB["3"]
    AB --> AC["13"]
    AC --> AD["10"]
    AD --> AE["14"]
    AE --> AF["12"]
    AF --> AG["14"]
    AG --> AH["12"]
    AH --> AI["14"]
    AI --> AJ["12"]
    AJ --> AK["14"]
    AK --> AL["12"]
    AL --> AM["14"]
    AM --> AN["12"]
    AN --> AO["14"]
    AO --> AP["12"]
    AP --> AQ["14"]
    AQ --> AR["12"]
    AR --> AS["14"]
    AS --> AT["12"]
    AT --> AU["14"]
    AU --> AV["12"]
    AV --> AW["14"]
    AW --> AX["12"]
    AX --> AY["14"]
CodeAssemblage-unitCodeAssemblage-unitCodeAssemblage-unit
1.1Master-unit5P_O: Buitencirculatiepomp (niet meegeleverd)11.1TBH: Boosterverwarming voor warmwatertank
1.2...nSlave-unit6P_s: Zonnepomp (niet meegeleverd)11.2Spoel 1 warmtewisselaar voor warmtepomp
2Bedieningspaneel6.1Tsolar: Zonnetemperatuursensor (optioneel)11.3Spoel 2 warmtewisselaar voor zonne-energie
3SV1: 3-wegklep (niet meegeleverd)6.2Zonnepaneel (niet meegeleverd)12Filter (accessoire)
4Buffertank (niet meegeleverd)7P_D: DHW-leidingpomp (niet meegeleverd)13Regelklep (niet meegeleverd)
4.1Automatische ontluchtingsventiel8T5: Temperatuursensor van de warmwatertank (accessoire)14Afsluitklep (niet meegeleverd)
4.2Afvoerklep9Expansievat (niet meegeleverd)17Leidingwaterinlaatleiding (niet meegeleverd)
4.3Tbt: Bovenste temperatuur-sensor buffertank (optioneel)10T1: Temperatuursensor van de totale waterstroom (optioneel)18Warmwaterkraan (niet meegeleverd)
4.5Vulklep11Warmwatertank (niet meegeleverd)19Collectordistributeur (niet meegeleverd)
20Omloopklep (niet meegeleverd)25Watermanometer(niet meegeleverd)ZONE1De ruimte werkt in koel-/warmtemodus
23Mengstation (niet meegeleverd)TW2Zone2 Temperatuursensor van de waterstroom (optioneel)ZONE2Alleen de ruimte werkt in warmtemodus
23.1sV3: Mengklep(niet meegeleverd)FCU 1...nVentilatorconvector(niet meegeleverd)AHSExtra verwarmingsbron(niet meegeleverd)
23.2P_C: Zone2 Circulatiepomp(niet meegeleverd)FHL 1...nVloerwarmtecircuit(niet meegeleverd)
24Automatisch ontluchtingsventiel(niet meegeleverd)KContactor (niet meegeleverd)

• Verwarming van leidingwater

Alleen de master-unit kan in DHW-modus werken. T5S wordt ingesteld op de gebruikersinterface. In DHW-modus, blijft SV1. AAN: Wanneer master-unit in DHW-modus werkt, kunnen slave-units in ruimtekoel-/warmtemodus werken.

- Slave-verwarming

Alle slave-units kunnen in ruimtewarmtemodus werken. De bedrijfsmodus en de insteltemperatuur worden ingesteld op de gebruikersinterface. Als gevolg van veranderingen van de buitentemperatuur en de vereiste belasting binnen, kunnen meerdere buiten-units op verschillende tijden werken.

In de koelmodus SV3 blijven UIT en P_C UIT, P_O blijft AAN;

In de warmtemodus, wanneer zowel ZONE1 als ZONE 2 werken, blijven P_C en P_O AAN, schakelt SV3 tussen AAN en UIT conform de ingestelde TW2;

In de warmtemodus, wanneer alleen ZONE 1 werkt, blijft P_O AAN, blijven SV3 en P_C UIT.

In de warmtemodus, wanneer alleen ZONE 2 werkt, blijft P_O UIT, blijft P_C AAN, schakelt SV3 tussen AAN en UIT conform de ingestelde TW2;

• AHS (hulpwarmtebron) regeling

De AHS-functie wordt ingesteld in de gebruikersinterface. (AHS-functie kan geldig of ongeldig worden ingesteld in "OVERIGE WARMTEBRON" van "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR".); AHS wordt alleen door de master-unit geregeld. Wanneer de master-unit in de warmwatermodus werkt, kan AHS alleen worden gebruikt voor de productie van warm water voor huishoudelijk gebruik; wanneer de master-unit in de warmtemodus werkt, kan AHS worden gebruikt voor warmtemodus.

1) Als AHS alleen in warmtemodus is ingeschakeld, wordt het ingeschakeld onder de volgende omstandigheden:

a. Zet de BACK-UPVERWARMING-functie aan op de gebruikersinterface;

b. Master-unit werkt in warmtemodus. Wanneer de temperatuur van het inlaatwater te laag is of de omgevingstemperatuur te laag is, en de beoogde temperatuur van het uitgaande water te hoog, zal AHS automatisch worden ingeschakeld.

2) Als AHS in warmtemodus en DHW-modus is ingeschakeld, wordt het ingeschakeld onder de volgende omstandigheden:

Als de master-unit in warmtemodus werkt, zijn de voorwaarden voor het inschakelen van AHS dezelfde als bij 1); Als de master-unit in DHW-modus werkt en T5 te laag is of als de omgevingstemperatuur te laag is en de gewenste T5-temperatuur te hoog, wordt AHS automatisch ingeschakeld.

3) Wanneer AHS geldig is, wordt de werking van AHS geregeld door M1M2. Als M1M2 sluit, wordt AHS ingeschakeld. Als de master-unit in de DHW-modus werkt, kan AHS niet worden ingeschakeld door M1M2 te sluiten.

• TBH (tankboosterverwarming) regeling

De TBH-functie wordt ingesteld in de gebruikersinterface. (TBHI-functie kan geldig of ongeldig worden ingesteld in "OVERIGE WARMTEBRON" van "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR"). TBH wordt alleen geregeld door de master-unit. Raadpleeg 8.1 Toepassing 1 voor TBH-regeling.

• Zonne-energieregeling

Zonne-energie wordt alleen geregeld door master-unit. Zie 8.1 Toepassing 1 voor zonne-energieregeling.

OPMERKING

  1. Maximaal 6 units kunnen in een systeem in cascade worden weergegeven. Eén ervan is master-unit, de anderen zijn slave-units; master-unit en slave-units worden onderscheiden doordat ze al dan niet verbonden zijn met een bekabelde regelaar wanneer ze worden ingeschakeld. Het apparaat met bekabelde regelaar is het master-unit, units zonder bekabelde regelaar zijn de slave-units; Enkel de master-unit kan in de warmwaterfunctie werken. Controleer tijdens de installatie het cascadesysteemdiagram en bepaal de master-unit. Verwijder alle bedrade regelaars van de slave-units voordat u de stroom inschakelt.

  2. SV1,SV2,SV3,P_O,P_C,P_S,T1,T5,TW2,Tbt,Tsolar,SL1SL2,AHS,TBH interface zijn alleen verbonden met overeenkomstige aansluitingen op de hoofdpaneel van de master-unit.

  3. De adrescode van de slave-unit moet ingesteld worden op de printplaat van de hydraulische module DIP-switch (zie elektrisch gestuurd bedradingsschema op de unit).

  4. Het wordt aanbevolen om het omgekeerde retourwatersysteem te gebruiken om hydraulische onbalans tussen elke unit in een cascadesysteem te voorkomen.

LET OP

  1. In een cascadesysteem moet de Tbt-sensor aangesloten zijn op de master-unit en moet de Tbt-waarde ingesteld zijn op de gebruikersinterface, anders zullen alle slave-units niet werken.
  2. Indien een externe circulatiepomp in serie moet worden aangesloten in het systeem wanneer de opvoerhoogte van de interne waterpomp niet voldoende is, wordt voorgesteld om een externe circulatiepomp te installeren na de balanstank.
  3. Zorg ervoor dat het maximale interval van de inschakeltijd van alle eenheden niet meer dan 2 min bedraagt, wat ertoe kan leiden dat de slaves niet normaal communiceren.
  4. Maximaal 6 units kunnen in een systeem in cascade worden weergegeven. Alle adrescodes van de slave-unit kunnen niet hetzelfde zijn en kunnen niet 0# zijn
  5. De uitlaatleiding van elke unit moet worden geïnstalleerd met een terugslagklep.

8.4 Volumevereisten van de buffertank

modelNR.Buffertank (L)
15~10kW ≥ 25
212~16 kW ≥ 40
3Cascadesysteem ≥ 40*n
n:De nummers van de buiten-unit

9 OVERZICHT VAN HET APPARAAT

9.1. Belangrijkste componenten

CodeAssemblage-unitToelichting
1StroomschakelaarDetecteert het waterdebiet om de compressor en waterpomp te beschermen bij onvoldoende waterloop.
2Automatische ontluchtingsventielResterende lucht in het watercircuit wordt automatisch uit het watercircuit verwijderd.
3ExpansievatHoudt de watersysteemdruk in evenwicht
4OverdrukklepVoorkomt overmatige waterdruk door bij 3 bar te openen en het water af te voeren uit het watercircuit.
5TemperatuursensorVier temperatuursensoren bepalen de water- en koelmiddeltemperatuur op verschillende punten in het watercircuit. 5.1 -TW-uit; 5.2 -Tw-in; 5.3 -T2; 5.4 -T2B
6PlatenwarmtewisselaarVoer warmte van het koelmiddel af naar het water.
7PompCirculeert water door het watercircuit.
8Waterinlaattemperatuur/
9Wateruitlaat/

9.2 Bedieningspaneel

9.2.1 Hydraulisch modulepaneel

SIME SHP M PRO - Hydraulisch modulepaneel - 1

text_image 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 CN5 CN28 CN21 CN32 CN29 CN42 CN22 29 28 27 26 CN11 CN25 S1 S2 CN33 CN4 SW9 CN17 CN30 CN31 CN35 CN36 CN37 CN38 CN64 CN66 CN13 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 18 20 15 17 19 16 21 23 24
OrderPoortCodeAssemblage-unitOrderPoortCodeAssemblage-unit
1CN21VOEDINGPoort voor stroomvoorziening18CN27HA/HBPoort voor communicatie met de bedrade HOME BUS controller (Gereserveerd)
2CN5GNDPoort voor aarde19CN3110V GNDUitgangspoort voor 0-10V
3CN28 POMPPoort voor variabele snelheid van pompvermogensinvoerHTRegelpoort voor kamerthermostaat
4CN25DEBUGPoort voor IC-programmeringCOMVermogenspoort voor kamerthermostaat
CLRegelpoort voor kamerthermostaat
5S1,S2,S3,SW9/DIP-schakelaar20CN35SGPoort voor smart grid (gridsignaal)
EVUPoort voor smart grid (fotovoltaïsch signaal)
6CN4USBPoort voor USB-programmering21CN36M1 M2Poort voor afstandsschakelaar
7CN33/Poort voor licht ademenT1 T2Poort voor thermostaatoverdrachtpaneel
8CN8FSPoort voor stroomschakelaar22CN17POMP_BPPoort voor variabele snelheid van pompcommunicatie
9CN6T2Poort voor koelvloeistofzijde temperatuur (warmtemodus)23CN19P QCommunicatiepoort tussen de binnen- en buiten-unit
T2BPoort voor temperatuursensoren van temperatuur koelgaszijde24CN303 4Poort voor communicatie met de bedrade controller
TW_inPoort voor temperatuursensoren van de inlaatwater-temperatuur van de platenwarmtewisselaar6 7Communicatiepoort tussen hydraulische modulepaneel en hoofdbedieningspaneel
TW_outPoort voor temperatuursensoren van de uitlaatwa-tertemperatuur van de platenwarmtewisselaar25CN119 10Poort voor interne machinecascade
T1Poort voor temperatuursensoren van de watertemperatuur einduitlaat1 2Poort voor extra warmtebron
10CN24 TbtPoort voor de temperatuursensor van de balanstank3 4 17Poort voor SV1 (3-wegklep)
5 6 18Poort voor SV2 (3-wegklep)
11CN23RHPoort voor vochtigheidssensor(gereserveerd)7 8 19Poort voor SV3 (3-wegklep)
12CN13 T5Poort voor de temperatuursensor van de warmwatertank9 20Poort voor Zone 2 pomp
13CN37PwPoort voor de temperatuursensor van waterdruk (gereserveerd)10 21Poort voor buitencirculatiepomp
14CN15Tw2Poort voor de Zone 2-temperatuursensor van het uitlaatwater11 22Poort voor zonne-energiepomp
12 23Poort voor DHW leidingpomp
15CN38 T52Poort voor de temperatuursensor (gereserveerd)26CN2213 16Regelpoort voor hulpverwarmingstank
16CN18 TsolarPoort voor de temperatuursensor van het zonnepaneel14 16Regelpoort voor interne back-upverwarming 1
17CN66K1 K2Ingangspoort (gereserveerd)27CN42HEAT6Poort voor antivries elektrisch verwarmingstape (intern)
S1 S2Ingangspoort voor zonne-energie28CN29HEAT5Poort voor antivries elektrisch verwarmingstape (intern)
29CN32AC UITPoort voor back-upverwarming

9.2.2 Hoofdbedieningspaneel
SIME SHP M PRO - Hydraulisch modulepaneel - 2

text_image 1 2 3 4 5 6 CN1 AC IN COMM CN13 CN18 CN17 CN3 IN-SEN CN3_Tn CN43 IN-PRO IN-PRO IN-SEN CNM 22 CN39 VDDNCHHEAT3 DSP1 23 24 26 27 CN35 CN36 ST1 SN1 SW1 SW2 CN37 SV2 CN38 HEAT3 25 CN40 QUT1 CN42 CN39 HEAT1 CN41 HEAT2 CN19 CN45 CN11 CN20 CN22 X Y E P E Q P EQ H1 H2 E O A 15 14 13 12 11 10
CodeAssemblage-unit Assemblage-unitCode
1Voedingspoort voor hoofdbedieningspaneel (CN1) 15Gereserveerd (CN42)
2Poort voor communicatie met omvormermodule (CN43)16Gereserveerd (CN41)
3Poort voor hoge drukschakelaar (CN18)17OUT1 (CN40)
4Poort voor lagedrukschakelaar (CN17)18Poort voor carter verwarmingstape (CN38)
5Poort voor hoge druksensor (CN3)19SV2 (CN37) (gereserveerd)
6Poort voor TH-temp.sensor (CN5)20Poort voor de 4-wegklep (CN36)
7Poort voor TP-temp.sensor (CN4)21Poort voor verwarmingstape van afvoeropening (CN35)
8Poort voor T3, T4 temp.sensor (CN6)22Voedingsuitgangspoort naar hydraulische modulepaneel (CN39)
9Poort voor de elektrische expansieklep 1 (CN33)23Digitaal display (DSP1)
10Poort voor communicatie met ampèremeter (CN22)24DIP-schakelaar S6
11Poort voor communicatie met buiten-unit (CN20) (gereserveerd)25DIP-schakelaar S1
12Poort voor communicatie met hydro-box-bedieningspaneel (CN11)26Poort voor geforceerde koeling (SW1)
13Zelfde als ITEM 12(CN45 PQE)27Poort voor point check (SW2)
14Poort voor communicatie met binnenmonitor (CN19 XYE)28DIP-schakelaar S7 (Gereserveerd)

9.2.3 1-fasig 6-16 kW-units

1) 5/7/10kW,

omvormermodule

SIME SHP M PRO - 1-fasig 6-16 kW-units - 1

text_image N, module 1 2 3 U V W CN32 4 CN2 CN1 CN13 CN12 57 689
Assemblage-unit Assemblage-unitCodeCode
1Compressor-aansluitpoort U6Poort voor hoge drukschakelaar (CN12)(Gereserveerd)
2Compressor-aansluitpoort V7Voedingspoort (CN13)
3Compressor-aansluitpoort W8Ingangspoort L voor gelijkrichterbrug (CN501)
4Poort voor ventilator (CN32)9Ingangspoort N voor gelijkrichterbrug (CN502)
5Poort voor communicatie met hoofdbesturingspaneel (CN10)

2) 12/14/16 kW, omvormermodule

SIME SHP M PRO - 2) 12/14/16 kW, omvormermodule - 1

text_image V, omvormermodule 1 2 3 U V W CN32 4 CN2 CN1 CN22 CN13 CN12 CN10 10 56789
Assemblage-unit Assemblage-unitCodeCode
1Compressor-aansluitpoort U6Poort voor hoge drukschakelaar (CN12)
2Compressor-aansluitpoort V7PED-paneel (CN22)
3Compressor-aansluitpoort W8Voedingspoort (CN13)
4Poort voor ventilator (CN32)9Ingangspoort L voor gelijkrichterbrug (CN501)
5Poort voor communicatie met hoofdbesturingspaneel (CN10)10Ingangspoort N voor gelijkrichterbrug (CN502)

9.2.4 3-fase 12/14/16 kW-apparaten

1) Omvormermodule
SIME SHP M PRO - 3-fase 12/14/16 kW-apparaten - 1

text_image 9 CN1 CN16 CN1 CN12 8 7 CN5 CN3 13 12 6 CN7 CN22 11 5 CN15 CN39 4 CN17 2 CN18 1 CN19 CN10 10
Assemblage-unit Assemblage-unitCodeCode
1Compressor-aansluitpoort W (CN19)8Voedingsingang poort L1 (CN16)
2Compressor-aansluitpoort V (CN18)9Ingangspoort P_in voor IPM-module (CN1)
3Compressor-aansluitpoort U (CN17)10Poort voor communicatie met hoofdbesturingspaneel (CN43)
4Poort voor spanningsdetectie (CN39)11PED-paneel (CN22)
5Voedingsingang poort L3 (CN15)12Poort voor communicatie met DC FAN (CN3)
6Voedingsingang poort L2 (CN7)13Poort voor hoge drukschakelaar (CN12)
7Ingangspoort P_out voor IPM-module (CN5)

2) Filterpaneel
SIME SHP M PRO - 3-fase 12/14/16 kW-apparaten - 2

text_image 6 7 8 CN204 CN205 CN206 L3' L2' L1' 9 5 CN214 CN30 PE1 10 1 N L3 L2 CN202 CN201CN200CN203 L1 4 3 2

PCB C 3-fasig 12/14/16 kW

Code CodeAssemblage-unit Assemblage-unit
1Voeding L1(CN202)6Voedingsfiltering uitgang L3 ' (CN204)
2Voeding L2(CN201)7Voedingsfiltering L2 (CN205)
3Voeding L3(CN200)8Voedingsfiltering L1 (CN206)
4Voeding N (CN203)9Poort voor spanningsdetectie (CN30)
510 Poort voor aardedraad (PE1)Voedingspoort voor hoofdbedieningspanne

9.3 Aanleg van waterleidingen

Er is rekening gehouden met alle leidinglengten en -afstanden.

Vereisten

De maximaal toegestane thermistorkabellengte is 20 meter. Dit is de maximaal toegestane afstand tussen de warmwatertank en het apparaat (alleen voor installaties met een warmwatertank). De thermistorkabel die bij de warmwatertank wordt meegeleverd is 10 meter lang. Ten behoeve van de efficiëntie raden we u aan de 3-wegklep en de warmwatertank zo dicht mogelijk bij het apparaat te installeren.

OPMERKING

Als de installatie is voorzien van een warmwatertank (niet meegeleverd), raadpleeg dan de installatie- en gebruikershandleiding van die tank. Als geen glycol (antivriesmiddel) in het systeem zit of er is een stroomstoring, moet het systeem worden geleegd (zie de onderstaande afbeelding).

SIME SHP M PRO - OPMERKING - 1

Als bij vorst het water niet uit het systeem wordt verwijderd, wanneer het toestel niet wordt gebruikt, kan het bevroren water de onderdelen van de watercircuit beschadigen.

9.3.1 Watercircuit controlleren

Het apparaat is uitgerust met een waterinlaat en een wateruitlaat voor aansluiting op een watercircuit. Alle veldbedrading en componenten moeten worden geïnstalleerd door een erkende elektricien en voldoen aan de lokale wet- en regelgeving. Het apparaat mag alleen worden gebruiken in een gesloten watersysteem. Toepassing in een open watercircuit kan leiden tot overmatige corrosie van de waterleidingen.

Voorbeeld:

SIME SHP M PRO - Watercircuit controlleren - 1

flowchart
graph TD
    A["Booster 1"] --> B["Modbus"]
    B --> C["14 Valve"]
    B --> D["12 Valve"]
    B --> E["16 Valve"]
    B --> F["15 Valve"]
    B --> G["14 Valve"]
    B --> H["10 Valve"]
    H --> I["4.1 Valve"]
    H --> J["4.2 Valve"]
    I --> K["5 Valve"]
    J --> L["4.1 Valve"]
    K --> M["Binnen"]
    L --> N["19 Valve"]
    N --> O["20 Valve"]
    O --> P["FHL1"]
    O --> Q["FHL2"]
    O --> R["FHLn"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#fcc,stroke:#333
    style H fill:#cff,stroke:#333
    style I fill:#ffc,stroke:#333
    style J fill:#fcc,stroke:#333
    style K fill:#cfc,stroke:#333
    style L fill:#fcc,stroke:#333
    style M fill:#cfc,stroke:#333
    style N fill:#cfc,stroke:#333
    style O fill:#cfc,stroke:#333
    style P fill:#fcc,stroke:#333
    style Q fill:#fcc,stroke:#333
    style R fill:#fcc,stroke:#333
CodeAssemblage-unitCodeAssemblage-unit
1Hoofd-unit12Filter (accessoire)
214Afsluitklep (niet meegeleverd)Bedieningspaneel (accessoire)
4Buffertank (niet meegeleverd)15Vulklep (niet meegeleverd)
4.1Automatische ontluchtingsventiel16Afvoerklep (niet meegeleverd)
4.219Collector/distributeur (niet meegeleverd)Afvoerklep
5P_o: Buitencirculatiepomp (niet meegeleverd)20Omloopklep (niet meegeleverd)
10Expansievat (niet meegeleverd)FHL1...nVloerwarmtecircuit (niet meegeleverd)

Controleer het volgende voordat u verder gaat met de installatie van het apparaat:

  • De maximale waterdruk ≤ 3 bar.
  • De maximale watertemperatuur ≤ 70 °C volgens de instelling van de veiligheidsinrichting.
  • Gebruik altijd materialen die compatibel zijn met de gebruikte materialen in het systeem en het apparaat.
  • Zorg ervoor dat de in de veldleiding geïnstalleerde componenten bestand zijn tegen de waterdruk en -temperatuur.
  • Op alle lage punten van het systeem moeten afvoerkanen worden aangebracht om het circuit tijdens het onderhoud volledig te kunnen afvoeren.
  • Op alle hoge punten van het systeem moeten ontluchtingsopeningen aanwezig zijn. De openingen moeten zodanig worden geplaatst dat ze goed toegankelijk zijn voor onderhoud. In het apparaat is een automatische ontluchtingsklep aangebracht. Controleer of dit ontluchtingsventiel niet is vastgedraaid en de ontluchting van het watercircuit daardoor mogelijk is.

9.3.2 Watervolume en dimensioneringsexpansievaten

De apparaten zijn uitgerust met een expansievat van 5 L met een standaard voordruk van 1,5 bar. Om de goede werking van het apparaat te verzekeren, moet de voordruk van het expansievat mogelijk worden aangepast.

1) Controleer of de totale watervolume in de installatie, exclusief het interne watervolume van het apparaat, minimaal 40 L is.

OPMERKING

  • Voor de meeste toepassingen is dit minimale watervolume genoeg.
  • Voor kritische processen of in ruimten met een hoge warmtebelasting is er misschien extra water nodig.
  • Wanneer de circulatie in elke ruimtewarmtekringloop door extern bediende kleppen wordt geregeld, moet dit minimale watervolume behouden blijven, zelfs als alle kleppen gesloten zijn.

2) Het volume van het expansievat moet overeenkomen met het totale volume van het watersysteem.
3) Om de expansie voor het warmte- en koelcircuit te dimensioneren.

Het volume van het expansievat kan volgens onderstaande figuur worden weergegeven:

SIME SHP M PRO - OPMERKING - 1

line | Watervolume van het systeem (L) | Expansievat (L) | | ------------------------------- | --------------- | | 150 | 3 | | 400 | 21 |

9.3.3 Aansluiting van het watercircuit

De aansluitingen moeten worden uitgevoerd volgens de labels op de buitenunit, ten opzichte van de waterinlaat en -uitlaat.

LET OP

Voorkom vervorming van leidingen van het apparaat door overmatige kracht bij het aansluiten van de leidingen. Vervorming van de leidingen kan storing van het apparaat veroorzaken.

Er kunnen problemen optreden wanneer lucht, vocht of stof in het watercircuit komt. Houd daarom altijd rekening met het volgende bij het aansluiten van het watercircuit:

  • Gebruik alleen schone leidingen.
  • houd bij het verwijderen van bramen het leidingeinde naar beneden.
  • Bedek de leiding bij het insteken door een muur om binnendringend stof en vuil te voorkomen.
  • Gebruik een goede schroefdraadafdichting voor het afdichten van de aansluitingen. De afdichting moet in staat zijn om de druk en temperatuur van het systeem te weerstaan.
  • Bij gebruik van niet koperen metalen leidingen moet u twee soorten materialen van elkaar isoleren om galvanische corrosie te voorkomen.

- Aangezien koper een zacht materiaal is, moet geschikt gereedschap worden gebruikt voor de aansluiting van het watercircuit. Het gebruik van ongeschikt gereedschap leidt tot schade aan de leidingen.

SIME SHP M PRO - LET OP - 1

OPMERKING

Het apparaat mag alleen worden gebruiken in een gesloten watersysteem. Toepassing in een open watercircuit kan leiden tot overmatige corrosie van de waterleidingen:

  • Gebruik nooit Zn-gecoate onderdelen in het watercircuit. Er kan overmatige corrosie van deze onderdelen optreden als koperen leidingen in het interne watercircuit van het apparaat worden gebruikt.
  • Bij gebruik van een 3-wegklep in het watercircuit. Kies bij voorkeur een 3-wegklep type kogel voor een volledige scheiding tussen het watercircuit voor warmleidingwater en die van de vloerverwarming.
  • Bij gebruik van een 3-wegklep of een 2-wegklep in het watercircuit. De aanbevolen maximale omschakeltijd van de klep moet minder zijn dan 60 seconden.

9.3.4 Antivriesbescherming van het watercircuit

Alle interne hydraulische onderdelen zijn geïsoleerd om warmteverlies te beperken. Ook de veldleidingen moeten worden geïsoleerd.

Bovenstaande functies beschermen het apparaat niet tegen bevriezing in geval van een stroomstoring.

De software bevat speciale functies voor het gebruik van de warmtepomp en de back-upverwarming (indien deze optioneel en beschikbaar is) om het hele systeem te beschermen tegen bevriezing. Wanneer de temperatuur van waterloop in het systeem daalt tot een bepaalde waarde, zal het apparaat het water verwarmen met behulp van de warmtepomp, elektrische warmtekraan of de back-upverwarming. De antivriesbescherming schakelt alleen uit wanneer de temperatuur toeneemt tot een bepaalde waarde.

Er kan water in de stroomschakelaar komen dat niet kan worden afgevoerd en kan bevriezen wanneer de temperatuur laag genoeg is. De stroomschakelaar moet verwijderen en gedroogd worden voordat het in het apparaat kan worden geïnstalleerd.

SIME SHP M PRO - Antivriesbescherming van het watercircuit - 1

Draai de stromingsschakelaar naar links om hem te verwijderen.

Droog de stroomschakelaar volledig af.

LET OP

Wanneer het apparaat lange tijd niet gebruikt wordt, zorg er dan voor dat het apparaat steeds onder spanning staat. Als u de stroom wilt uitschakelen, moet het water in het systeem schoon worden afgevoerd om te voorkomen dat het apparaat en het leidingsysteem worden beschadigd door bevriezing. Ook moet de stroom van het apparaat worden afgesloten nadat het water in het systeem is afgetapt.

⚠ WAARSCHUWING

Ethyleenglycol en propyleenglycol zijn GIFTIG.

9.4 Water vullen

  • Sluit de watertoevoer aan op de vulklep en open het klep.
  • Zorg ervoor dat de automatische ontluchtingsklep open staat.
  • Vul met een waterdruk van ongeveer 2,0 bar. Verwijder lucht in het circuit zoveel mogelijk met de ontluchtingsafsluiters. Lucht in het watercircuit kan leiden tot storing van de elektrische back-upverwarming.

Zet de zwarte plastic bedekking/kap niet vast op het ontluchtingsventiel bovenaan het apparaat wanneer het systeem actief is. Open het ontluchtingsventiel, draai 2 volledige slagen linksom om het lucht uit het systeem te laten ontsnappen.

SIME SHP M PRO - Water vullen - 1

Het is mogelijk dat tijdens het vullen niet alle lucht uit het systeem verwijderd wordt. Achtergebleven lucht wordt tijdens de eerste bedrijfsuren van het systeem door automatische ontluchtingsventielen verwijderd. Het achteraf bijvullen van het water kan nodig zijn.

  • De waterdruk is afhankelijk van de watertemperatuur (hogere druk bij hogere watertemperatuur). De waterdruk moet echter altijd boven de 0,3 bar blijven om het circuit luchtvrij te houden.
  • Het is mogelijk dat het apparaat te veel water afvoert via de overdrukklep.
  • De waterkwaliteit moet voldoen aan de EN 98/83 EG richtlijnen.
  • De gedetailleerde waterkwaliteit kan worden gevonden in EN 98/83 EG richtlijnen.

9.5 Isolatie van waterleidingen

Alle (water)leidingen in het totale watercircuit moeten geïsoleerd worden om condensatie te voorkomen tijdens het koelen en vermindering van de warmte-/koelcapaciteit, evenals ter preventie van bevriezing van de buitenwaterleidingen tijdens de winter. Het isolatiemateriaal moet minimaal een brandwerendheid van B1 hebben en voldoen aan alle toepasselijke wetgeving. De dikte van de afdichtingsmaterialen moeten minimaal 13 mm zijn met een thermische geleiding van 0,039 W/mK om bevriezing van de buitenwaterleidingen te voorkomen.

Als de buitentemperatuur hoger is dan 30 °C en de vochtigheid hoger is dan RH 80%, moet de dikte van de afdichtmaterialen minstens 20 mm zijn om condensatie op het afdichtingsoppervlak te voorkomen.

9.6 Veldinstellingen

⚠ WAARSCHUWING

De vast bedrading moet worden voorzien van een hoofdschakelaar of andere vorm van onderbreking, met een contactscheiding in alle polen, volgens de relevante lokale wet- en regelgeving. Schakel de voeding uit voordat u aansluitingen maakt. Gebruik alleen koperdraden. Knijp nooit gebundelde kabels en zorg ervoor dat ze niet in contact komen met de leidingen en scherpe randen. Zorg ervoor dat er geen externe druk wordt uitgeoefend op de aansluitklemconnectors. Alle veldbedrading en componenten moeten worden geïnstalleerd door een erkende elektricien en voldoen aan de relevante lokale wet- en regelgeving.

De veldbedrading moeten worden uitgevoerd volgens het met het apparaat meegeleverde aansluitschema en de onderstaande instructies.

Zorg ervoor dat u een aparte voeding gebruikt. Gebruik nooit een voeding die gedeeld wordt met een ander apparaat.

Zorg voor aarding. Aard het apparaat niet aan een gas- of waterpijp, overspanningsafleider of telefoonaardedraad. Onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken.

Zorg ervoor dat u een aardlekschakelaar (30 mA) installeert. Als dit wordt nagelaten is er kans op een elektrische schok.

Zorg ervoor dat u de benodigde zekeringen of stroomonderbrekers installeert.

9.6.1 Voorzorgsmaatregelen voor elektrische bedrading

  • Bevestig de kabels zo, dat ze niet in contact komen met de leidingen (vooral aan de hogedrukzijde).
  • Zet de elektrische kabels vast met kabelbinders zoals aangegeven op de afbeelding, zodat deze niet in contact komen met de leidingen, met name aan de hogedrukzijde.
  • Zorg ervoor dat er geen externe druk wordt uitgeoefend op de klemverbindingen.
  • Let er bij de installatie van de aardlekschakelaar op dat deze compatibel is met de omvormer (bestand tegen hoogfrequente elektrische ruis) om te voorkomen dat de aardlekschakelaar onnodig wordt geopend.

OPMERKING

De aardlekschakelaar moet een hoge snelheid type stroomonderbreker van 30 mA (<0,1 s) zijn.

- Deze unit is uitgerust met een omvormer. Het installeren van een faseverschuivingscondensator reduceert niet alleen het verbeteringseffect van de voedingsfactor, maar kan ook een abnormale verhitting van de condensator veroorzaken door hoogfrequente golven. Installeer nooit een faseverschuivingscondensator, aangezien dit kan leiden tot ongevallen.

9.6.2 Bedradingsoverzicht

De onderstaande afbeelding laat een overzicht zien van de benodigde veldbedrading tussen de verschillende onderdelen van de installatie.

SIME SHP M PRO - Bedradingsoverzicht - 1

flowchart
graph TD
    A["Air Heater"] --> B["Controller Unit"]
    B --> C["Control Panel"]
    C --> D["CN11"]
    C --> E["CN30"]
    C --> F["CN66"]
    C --> G["CN31"]
    B --> H["Water Heater"]
    H --> I["RT D"]
    I --> J["Valve 4"]
    J --> K["Valve 7"]
    K --> L["Valve 9"]
    L --> M["Valve 10"]
    M --> N["Valve 11"]
    N --> O["Valve 12"]
    O --> P["Valve 13"]
    P --> Q["Valve 14"]
    Q --> R["Valve 15"]
    R --> S["Valve 16"]
    S --> T["Valve 17"]
    T --> U["Valve 18"]
    U --> V["Valve 19"]
    V --> W["Valve 20"]
    W --> X["Valve 21"]
    X --> Y["Valve 22"]
    Y --> Z["Valve 23"]
    Z --> AA["Valve 24"]
    AA --> AB["Valve 25"]
    AB --> AC["Valve 26"]
    AC --> AD["Valve 27"]
    AD --> AE["Valve 28"]
    AE --> AF["Valve 29"]
    AF --> AG["Valve 30"]
    AG --> AH["Valve 31"]
    AH --> AI["Valve 32"]
    AI --> AJ["Valve 33"]
    AJ --> AK["Valve 34"]
    AK --> AL["Valve 35"]
    AL --> AM["Valve 36"]
    AM --> AN["Valve 37"]
    AN --> AO["Valve 38"]
    AO --> AP["Valve 39"]
    AP --> AQ["Valve 40"]
    AQ --> AR["Valve 41"]
    AR --> AS["Valve 42"]
    AS --> AT["Valve 43"]
    AT --> AU["Valve 44"]
    AU --> AV["Valve 45"]
    AV --> AW["Valve 46"]
    AW --> AX["Valve 47"]
    AX --> AY["Valve 48"]
    AY --> AZ["Valve 49"]
    AZ --> BA["Valve 50"]
    BA --> BB["Valve 51"]
    BB --> BC["Valve 52"]
    BC --> BD["Valve 53"]
    BD --> BE["Valve 54"]
    BE --> BF["Valve 55"]
    BF --> BG["Valve 56"]
    BG --> BH["Valve 57"]
    BH --> BI["Valve 58"]
    BI --> BJ["Valve 59"]
    BJ --> BK["Valve 60"]
    BK --> BL["Valve 61"]
    BL --> BM["Valve 62"]
    BM --> BN["Valve 63"]
    BN --> BO["Valve 64"]
    BO --> BP["Valve 65"]
    BP --> BQ["Valve 66"]
Assemblage-unitCodeAssemblage-unitCode
P_d: DHW-pomp (niet meegeleverd)GHoofd-unitA
SV2: 3-wegklep (niet meegeleverd)HZonne-energieset (niet meegeleverd)
IBedSvingsparegklop voor de warmwatertank (niet meegeleverd)
DLage spanning kamerthermostaat (niet meegeleverd)JBoosterverwarming
EP_s: Zonnepomp (niet meegeleverd)KContactor
FP_o: Buitencirculatiepomp (niet meegeleverd)LVoeding
ItemOmschrijving AC/DC Aantal benodigde geleiders Maximale bedrijfsstroom
1Zonne-energieset-signaalkabel AC2200 mA
2BedieningspaneelkabelAC5200 mA
3KamerthermostaatkabelAC2200 mA(a)
4Zonnepomp besturingskabelAC2200 mA(a)
5Buitencirculatiepomp besturingskabelAC2200 mA(a)
6Besturingskabel van DHW-pompAC2200 mA(a)
7SV2: Besturingskabel van 3-wegklepAC 200 mA(a)3
8SV1: Besturingskabel van 3-wegklepAC3200 mA(a)
9Besturingskabel voor boosterverwarmingAC2200 mA(a)

(a) Minimale kabeldoorsnede AWG18 (0,75 mm²).
(b) De thermistorkabels worden met het apparaat geleverd: een AC-contactor is nodig als de laadstroom hoog is.

OPMERKING

Gebruik H07RN-F voor de voedingskabel; alle kabels zijn aangesloten op hoogspanning, behalve de thermistor- en bedieningspaneelkabel.

  • Apparatuur moet geaard worden.
  • Alle externe hoogspanningslaadstroom, als het metaal of een geaarde poort is, moet geaard worden.
  • Alle externe laadstroom moet minder dan 0,2A zijn, als de enige stroombelasting groter is dan 0,2A, moet de last door AC-schakelaar worden gecontroleerd.
  • "AHS1" "AHS2" bedradingsklempoorten leveren alleen het schakelsignaal.
  • Expansieklep E-warmtetape, platenwarmtewisselaar E-warmtetape en stroomschakelaar E-warmtetape delen een regelpoort.

Richtlijnen voor veldbedrading

- De meeste veldbekabelingen op het apparaat moeten worden gemaakt op het klemmenblok in de schakelkast. Om toegang verkrijgen tot het klemmenblok, moet u het onderhoudspaneel (deur 2) van de schakelkast verwijderen.

⚠ WAARSCHUWING

Schakel alle stroom uit, inclusief de voeding van het apparaat, back-upverwarming en de voeding van de warmwatertank (indien van toepassing), voordat u het onderhoudspaneel van de schakelkast verwijdert.

  • Bevestig alle kabels met behulp van kabelbinders.
  • Voor de back-upverwarming is een speciaal voedingscircuit nodig.
  • Installaties die zijn uitgerust met een warmwatertank (niet meegeleverd) hebben een speciaal stroomcircuit voor de hulpverwarming nodig. Zie de installatie- en gebruikershandleiding van de warmwatertank. Zet de bedrading in de hieronder aangegeven volgorde vast.
  • Leg de elektrische bedrading zo aan dat de voorkap niet omhoog komt bij het uitvoeren van de bedradingswerkzaamheden en maak de voorkap goed vast.
  • Volg het elektrische bedradingsschema voor elektrische bedradingswerkzaamheden (de elektrische bedradingsschema's bevinden zich aan de achterzijde van deur 2.
  • Installeer de draden en bevestig de afdekkap stevig, zodat deze er goed in past.

9.6.3 Voorzorgsmaatregelen bij de bedrading van de voeding

  • Gebruik een ronde krimpklem voor aansluiting op het klemmenbord van de voeding. Als deze door onvermijdelijke redenen niet kan worden gebruikt, moet u de volgende instructies in acht nemen.
  • Sluit geen verschillende meterdraden aan op dezelfde voedingsaansluiting (losse aansluitingen kunnen leiden tot oververhitting).
  • Zie de onderstaande afbeelding voor het correct aansluiten van draden op dezelfde meter.

SIME SHP M PRO - Voorzorgsmaatregelen bij de bedrading van de voeding - 1

  • Gebruik de juiste schroevendraaier om de klemmen vast te draaien. Kleine schroevendraaiers kunnen de schroefkop beschadigden en ervoor zorgen dat de schroef niet goed wordt vastgedraaid.
  • Het te vast aandraaien van de klemschroeven kan de schroeven beschadigen.
  • Breng een aardlekschakelaar en een zekering aan op de elektrische leiding.
  • Let er voor de bekabeling op dat de voorgeschreven draden worden gebruikt, maak de volledige verbindingen en bevestig de draden zodat er geen kracht van buitenaf op de klemmen kan worden uitgeoefend.

9.6.4 Vereisten van veiligheidsvoorzieningen

  1. Selecteer de draaddiameters (minimum waarde) afzonderlijk voor elke unit op basis van tabel 9-1 en tabel 9-2, waar de nominale stroom in tabel 9-1, MCA in tabel 9-2 betekent. In het geval dat de MCA hoger is dan 63A, moeten de draaddiameters worden geselecteerd volgens de nationale bedradingsregelgeving.
  2. Maximum toegestane spanningsbereik tussen fasen is 2%.
  3. Selecteer een stroomonderbreker met een contactscheiding in alle polen van minimaal 3 mm voor volledige scheiding, waarbij de MFA wordt gebruikt om de stroomonderbrekers en de aardlekschakelaars te selecteren.

Tabel 9-1

Nominale stroom van apparaat: (A)Nominaal dwarsdoorsnedeoppervlak (mm2)
Flexibele snoerenKabel voor vaste bedrading
≤30,5en0,751en2,5
>3en≤60,75en11en2,5
>6en≤101en1,51en2,5
>10en≤161,5en2,51,5en4
>16en≤252,5en42,5en6
>25en≤324en64en10
>32en≤506en106en16
>50en≤6310en1610en25

Tabel 9-2
1-fasig 6-16 kW standaard en 3-fasig 12-16 kW standaard

SysteemBuitenunit Voedingspanning Compressor OFM
Spanning (V)Hz Min. (V)Max. (V)MCA (A)TOCA (A)MFA (A)MSC (A)RLA (A)KW FLA(A)
6 kW198264 1813 25-10,500,171,50220
8 kW2642520,34050 198-10,500,171,50
10kW1826425220-24050-19810,500,171,5016
12 kW 1-PH220-2405019826425 3040-17,000,171,50
14 kW 1-PH220-2405019826426,5 3040-17,000,171,50
16 kW 1-PH220-2405019826428 3040-17,000,171,50
12 kW 3-PH380-415503424569,51416-16,000,170,70
14 kW 3-PH380-4155034245610,5 1416-16,000,170,70
16 kW 3-PH380-4155034245611,5 1416-16,000,170,70

SIME SHP M PRO - Vereisten van veiligheidsvoorzieningen - 1

OPMERKING

TOCA: Totaal overstroom Amp. (A)

RLA: De ingangsstroom van de compressor bij werking op de maximale frequentie onder nominale koel- of warmte-omstandigheden. Hz kan nominale belastingsstroom bedienen. (A)

KW: Nominaal motorvermogen

FLA: Stroomsterkte bij vollast. (A)

9.6.5 Verwijder kap van de schakelkast

1-fasig 6-16 kW standaard en 3-fasig 12-16 kW standaard

Unit6 kW 8 kW 10kW12 kW 14 kW 16 kW 12 kW 3-PH 14 kW 3-PH 16 kW 3-PH
Maximale overbelastingbevei liging (MOP)(A)18 18 1330 30 3014 14 14
Bedradingsgrootte ( mm^2 )4,0 4,04,0 6,0 6,06,0 2,5 2,52,5

SIME SHP M PRO - Verwijder kap van de schakelkast - 1

De aardlekschakelaar moet een hoge snelheid type stroomonderbreker van 30mA (<0,1s) zijn. Gebruik 3-aderige afgeschermde draad.

Opgegeven waarden zijn maximumwaarden (zie elektrische gegevens voor exacte waarden).

De lekbeschermingsschakelaar moet op de voeding van het apparaat worden geïnstalleerd.

SIME SHP M PRO - Verwijder kap van de schakelkast - 2

flowchart
graph TD
    A["Sw9"] --> B["Master-unit"]
    B --> C["CN30"]
    C --> D["Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast"]
    D --> E["Slave-unit 1"]
    D --> F["Slave-unit 2"]
    D --> G["Slave-unit x"]
    E --> H["Externe weerstand"]
    F --> I["Externe weerstand"]
    G --> J["Externe weerstand"]
    K["Aan/uit-schakelaar (On/Off)"] --> L["Zekering"]
    M["Voeding binnen"] --> N["Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast Verdeelkast"]
    O["Gebruik afgeschemde draad en de beschermende laag moet geaard zijn."] --> P["Master-unit"]
    Q["Alleen de laatste binnen-unit vereist het toevogen van een externe weerstand bij H1 on H2"] --> R["Slave-unit x"]
    S["Deutschminder van het cascadesysteem (1N~)"]

SIME SHP M PRO - Verwijder kap van de schakelkast - 3

flowchart
graph TD
    A["Sw9"] --> B["Master-unit"]
    B --> C["CN30"]
    C --> D["Slave-unit 1"]
    C --> E["Slave-unit 2"]
    C --> F["Slave-unit x"]
    D --> G["Zekering"]
    D --> H["Zekering"]
    E --> I["Zekering"]
    E --> J["Zekering"]
    F --> K["Externe weerstand"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333

LET OP

  1. De cascadefunctie van het systeem biedt alleen ondersteuning voor max. 6 machines.
  2. Om ervoor te zorgen voor een geslaagd automatische adressering, moeten alle machines op dezelfde voeding worden aangesloten en tegelijkertijd worden ingeschakeld.
  3. Alleen de master-unit kan de controller aansluiten en u moet SW9 op van de master-unit op "ON" zetten, de slave-unit kan de controller niet aansluiten.
  4. Gebruik afgeschermde draad en de beschermende laag moet geaard zijn.

Gebruik bij het aansluiten op de voedingsklem de ronde bedradingsklem met de isolatiebehuizing (zie figuur 9.1).

Gebruik een netsnoer dat voldoet aan de specificaties en sluit het netsnoer stevig aan. Om te voorkomen dat het snoer door externe krachten wordt uitgetrokken, moet u ervoor zorgen dat het goed is bevestigd.

Als de ronde bedradingsklem met de isolatiebehuizing niet kan worden gebruikt, zorg er dan voor dat:

- u geen twee netsnoeren met verschillende diameters aansluit op dezelfde voedingsaansluiting (kan oververhitting van de draden veroorzaken als gevolg van losse bedrading) (Zie Figuur 9.2).

SIME SHP M PRO - LET OP - 1

text_image Draadklem Isolatiebuis Netsnoer

Figuur 9.1

SIME SHP M PRO - LET OP - 2

text_image Koperdraad Juiste aansluitingen van de voedingsbedrading:

Figuur 9.2

Aansluiting netsnoer van cascadesysteem

  • Gebruik een speciale stroomvoorziening voor de binnen-unit die verschillend is van de stroomvoorziening voor de buiten-unit.
  • Gebruik dezelfde stroomvoorziening, stroomonderbreker en lekbeveiligingsapparaat voor de binnen-units die op dezelfde buiten-unit zijn aangesloten.

SIME SHP M PRO - LET OP - 3

text_image Voeding Spanningsonderbreker Handmatige schakelaar Draadverdeelkast

Figuur 9.3

9.6.6 Aansluiting van andere componenten

Unit 6-16 kW

Zie 9.2.1 voor gedetailleerde poortbeschrijving.

Poort levert het besturingssignaal naar de belasting. Twee typen besturingssignaalpoorten:

Type 1: Droge connector zonder spanning.

Type 2: Poort levert het signaal met 220 V spanning. Als de huidige stroombelasting < 0,2 A is, kan er direct op de poort worden aangesloten.

Als de stroombelasting >= 0,2 A is, is er een AC-contactor nodig voor de aansluiting.

SIME SHP M PRO - LET OP - 4

Besturingssignaalpoort van hydraulische module: De CN11 bevat klemmen voor 3-wegklep, pomp, boosterverwarming, etc. De bedrading van de onderdelen is hieronder afgebeeld:

1) Voor extra warmtebronbeheersing (AHS):
SIME SHP M PRO - LET OP - 5

text_image ZEKERING L Voeding KM1 A1 N Extra warmtebron CN11
Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Bedradingsgrootte (mm ^2 )0,75
Signaaltype regelpoortType 2

SIME SHP M PRO - LET OP - 6

text_image Belasting ZEKERING L N CN11 1 2 A1/B1 A1/B2
Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Bedradingsgrootte (mm ^2 )0,75
Signaaltype regelpoortType 1

⚠ WAARSCHUWING

Dit gedeelte is alleen van toepassing op de basisversie. Voor de aangepaste versie, aangezien er een interval back-upverwarming in het apparaat zit, mag de hydraulische module niet worden aangesloten op een extra warmtebron.

2) Voor 3-wegklep SV1, SV2 en SV3:
SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 1

flowchart
graph TD
    A["CN11"] --> B["3 17 4"]
    B --> C["SV1"]
    C --> D["5 6 18 19"]
    D --> E["5 18 6"]
    E --> F["SV2"]
    F --> G["7 8 19 19"]
    G --> H["7 19 8"]
    H --> I["SV3"]
Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Bedradingsgrootte (mm2)0,75
Signaaltype regelpoortType 2

a) Procedure
- Sluit de kabel aan op de overeenkomstige aansluitklemmen (zie afbeelding).
• Zorg ervoor dat de kabel goed vastzit.

3) Voor buitenpomp:
SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 2

text_image CN11 9 P 20 C1 Voeding KM2 7 5 3 A1 8 6 4 2 A2

Zone2 pomp P_c

SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 3

text_image CN11 10 21 C1 Voeding KM3 7 5 3 1 A1 8 6 4 2 A2

Buitencirculatiepomp P_o

SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 4

text_image CN11 Voeding KM4 A1 A2 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

Buitenzonne-energiepomp P_s

SIME SHP M PRO - ⚠ WAARSCHUWING - 5

text_image CN11 Voeding KM5 A1 A2 7 5 3 1 8 6 4 2

DHW-buispomp P_d

Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Bedradingsgrootte ( mm^2 )0,75
Signaaltype regelpoortType 2

a) Procedure

  • Sluit de kabel aan op de overeenkomstige aansluitklemmen (zie afbeelding).
  • Zorg ervoor dat de kabel goed vastzit.

4) Voor alarm of Ontdooien uitvoeren (P_x):
SIME SHP M PRO - a) Procedure - 1

text_image CN11 23 24 P A31 Voeding KM6 A1 A2 8 6 4 2 Alarm of Ontdooien
Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom(A)0,2
Bedradingsgrootte (mm ^2 )0,75
Signaaltype regelpoortType 2

a) Procedure

  • Sluit de kabel aan op de overeenkomstige aansluitklemmen (zie afbeelding).
  • Zorg ervoor dat de kabel goed vastzit.

5) Voor tankboosterverwarming (TBH):
SIME SHP M PRO - a) Procedure - 1

flowchart
graph TD
    A["13 Pin"] --> B["CN1"]
    B --> C["Voeding"]
    C --> D["KM7"]
    D --> E["TCO"]
    E --> F["TBH"]
    G["A1"] --> C
    H["A2"] --> C
    I["Ground"] --> J["Ground"]

6) Voor interne back-upverwarming (IBH)

SIME SHP M PRO - a) Procedure - 2

flowchart
graph TD
    A["CN11"] --> B["Voeding"]
    B --> C["KM8"]
    C --> D["TCO"]
    D --> E["IBH1"]
    F["IBH2"] --> G["KM9"]
    G --> H["TCO"]
    H --> I["IBH1"]
    J["IBH2"] --> K["KM10"]
    K --> L["TCO"]
    L --> M["IBH2"]
    N["ICDC"] --> O["TCO"]
    P["ICDC"] --> Q["TCO"]
    R["ICDC"] --> S["TCO"]
    T["ICDC"] --> U["TCO"]
    V["A1"] --> W["IBH1"]
    X["A2"] --> Y["IBH2"]
    Z["A3"] --> AA["IBH1"]
    AB["A4"] --> AC["IBH2"]
Spanning220-240VAC
Maximale bedrijfsstroom (A)0,2
Bedradingsgrootte (mm2)0,75
Signaaltype regelpoortType 2

OPMERKING

  • Het apparaat zendt alleen een ON/OFF-signaal naar de verwarming.
    • IBH2 kan niet onafhankelijk worden bedraad.

7) Voor kamerthermostaat:

Kamerthermostaat (laagspanning): "POWER IN" levert de spanning voor de RT.

OPMERKING

De kamerthermostaat moet laagspanning zijn.

Kamerthermostaat (laagspanning):
SIME SHP M PRO - OPMERKING - 1

text_image CN5 CN28 CN8 CN6 CN24 CN23 CN21 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN36 CN18 CN64 CN27 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 SW9 CN31 CN35 CN36 CN17 CN19 CN11 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 CN30 HT COM CL RT1 VOEDI NG IN Methode A (Modus in. regeling)

SIME SHP M PRO - OPMERKING - 2

text_image CN5 CN28 CN8 CN6 CN24 CN23 CN21 CN13 CN37 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN15 CN38 CN18 CN64 CN27 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 SW9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 3 18 20 4 5 7 9 10 11 CN11 CN30 HN17 CT 5 6.8 10 HT COM RT1 VOEDI NG IN

SIME SHP M PRO - OPMERKING - 3

text_image CN5 CN28 CN8 CN6 CN24 CN23 CN21 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN38 CN18 CN64 CN27 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 CN11 SW9 CN31 CN35 CN36 CN17 CN30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 3 6 7 8 9 10 11 12 20 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 8 9 10 HT COM CL MTHODE C (Dubbele zoneregeling) RT1 VOEDING IN zone1 zone2 RT2 VOEDING IN

Er zijn afhankelijk van de toepassing 3 methoden om de thermostaatkabel aan te sluiten (zoals beschreven in de bovenstaande afbeelding).

RT kan de verwarming en koeling afzonderlijk aansturen, zoals de controller voor 4-pijps-FCU. De hydraulische module is verbonden met de externe temperatuurcontroller, terwijl de gebruikersinterface VOOR ONDERHOUDSMONTEUR DE KAMERTHERMOSTA. op MODUS IN.:

A.1 Wanneer "CL" van de thermostaat gedurende 15s gesloten blijft, zal het systeem werken volgens de prioriteitsmodus ingesteld op de gebruikersinterface.

A.2 Wanneer "CL" van de thermostaat gedurende 15s open blijft en "HT" sluit, zal het systeem werken volgens de niet-prioritaire modus ingesteld op de gebruikersinterface.

A.3 Wanneer "HT" van de thermostaat gedurende 15s open blijft en "CL" open, zal het systeem uitschakelen.

A.4 Wanneer "CL" van de thermostaat gedurende 15s open blijft en "HT" open, zal het systeem uitschakelen.

COM is een gemeenschappelijke poort. De poortsluitspanning is 12VDC, de poortontkoppelingsspanning is 0VDC.

• Methode B (Eén-zoneregeling)

RT geven het schakelsignaal door aan het apparaat. Bedieningspaneel VOOR ONDERHOUDSMONTEUR stelt KAMERTHERMOSTA. in op EEN ZONE:

B.1 Het apparaat schakelt zich in wanneer het apparaat een spanning detecteert van 12 VDC tussen HT en COM.

B.2 Het apparaat schakelt zich uit wanneer het apparaat een spanning detecteert van 0 VDC tussen HT en COM.

• Methode C (Dubbele zoneregeling)

De hydraulische module is verbonden met twee kamerthermostaten, terwijl de gebruikersinterface VOOR ONDERHOUDSMONTEUR DE KAMERTHERMOSTA. op DUBBEL ZONE instelt:

C.1 Zone 1 schakelt in wanneer het apparaat een spanning detecteert van 12 VDC tussen HT en COM en schakelt uit bij een gedetecteerde spanning van 0 VDC tussen HT en COM.

C.2 Zone 2 schakelt zich in volgens de klimaattemperatuurcurve wanneer het apparaat een spanning detecteert van 12 VDC tussen CL en COM. Zone 2 schakelt zich uit wanneer het apparaat een spanning detecteert van 0 V tussen CL en COM.

C.3 Het apparaat schakelt zich in wanneer het apparaat HT-COM en CL-COM detecteert als 0 VDC.

C.4 Zone 1 en Zone 2 schakelen zich beide in wanneer het apparaat HT-COM en CL-COM detecteert als 12 VDC.

OPMERKING

  • De bedrading van de thermostaat moet overeenkomen met de instellingen van de gebruikersinterface.
  • De voeding van de machine- en kamerthermostaat moet op dezelfde nuldraad worden aangesloten.
  • Wanneer KAMERTHERMOSTA. niet op NEE staat, kan de binnentemperatuursensor Ta niet op werkend worden ingesteld.
  • Zone 2 kan alleen werken in de warmtemodus. Wanneer de koelmodus is ingesteld op de gebruikersinterface en Zone 1 is OFF (UIT), zal "CL" in Zone 2 sluiten en het systeem blijft "OFF" (UIT). Tijdens de installatie moet de thermostaatbedrading van Zone 1 en Zone 2 correct worden uitgevoerd.

a) Procedure

  • Sluit de kabel aan op de overeenkomstige aansluitklemmen (zie afbeelding).
  • Bevestig de kabel met kabelbinders op de kabelbinderbevestigingen om spanningsontlasting te garanderen.

8) Voor ingangssignaal zonne-energie (laagspanning):
SIME SHP M PRO - OPMERKING - 1

text_image CN5 CN28 CN8 CN6 CN24 CN23 CN21 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN38 CN18 CN64 CN27 S2 S1 CN32 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 SW9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 CN11 CN30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 CN17 CN35 CN36 CN19 6.9 8.7 0 SLUITEN: UITSCHAKELEN

9) Voor uitschakelen op afstand:
SIME SHP M PRO - OPMERKING - 2

text_image CN5 CN28 CN8 CN6 CN24 CN23 CN21 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN38 CN18 CN27 CN64 CN29 CN42 S3 CN4 SW9 CN35 CN31 CN36 CN19 CN11 CN30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 13 18 20 21 22 23 24 SLUITEN: UITSCHAKELLEN

10) Voor smart grid:

Het apparaat heeft een smart grid-functie; er zijn er twee poorten op PCB om het SG- en EVU-signaal als volgt aan te sluiten:

SIME SHP M PRO - 10) Voor smart grid: - 1

text_image CN5 CN28 CN8 CN6 CN24 CN23 CN21 CN32 CN25 S1 S2 CN33 CN13 CN37 CN15 CN38 CN18 CN64 CN27 CN29 CN42 S3 CN4 CN22 CN11 CN30 SW9 CN17 CN19 CN31 CN35 CN30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 SMART GRID

1) SG=AAN, EVU=AAN.

Als DHW-modus is ingesteld op beschikbaar:

  • De warmtepomp werkt eerst in DHW-modus.
  • TBH is ingesteld op beschikbaar, als T5<69 °C, TBH wordt geforceerd ingeschakeld (De warmtepomp en TBH kunnen tegelijk werken); als T5≥70 °C, wordt TBH uitgeschakeld. (DHW=Warm Leidingwater, T5S is de ingestelde watertanktemperatuur.)
  • TBH is ingesteld op niet beschikbaar en IBH is ingesteld op beschikbaar voor DHW-modus, als T5<59 °C,TBH geforceerd wordt ingeschakeld (De warmtepomp en TBH kunnen tegelijk werken); als T5≥60 °C, wordt IBH uitgeschakeld.

2) SG=UIT, EVU=AAN.

Als DHW-modus is ingesteld op beschikbaar en DHW-modus in ingeschakeld:

  • De warmtepomp werkt eerst in DHW-modus.
  • Als TBH is ingesteld op beschikbaar en DHW-modus is ingeschakeld, als T5< T5S-2, wordt THB ingeschakeld (De warmtepomp en IBH kunnen tegelijk werken); als T5≥ T5S+3, wordt TBH uitgeschakeld.
  • Als TBH is ingesteld op niet beschikbaar en IBH is ingesteld op beschikbaar voor DHW-modus, als T5<T5S-dT5_ON,wordt IBH ingeschakeld (De warmtepomp en IBH kunnen tegelijk werken); als T5≥ Min: (T5S+3,60) wordt IBH uitgeschakeld.

3) SG=UIT, EVU=UIT.

Het apparaat werkt normaal

4) SG=AAN, EVU=UIT.

Warmtepomp,IBH, TBH wordt onmiddellijk uitgeschakeld.

10 INBEDRIJFSTELLING EN CONFIGURATIE

Het apparaat moet door de installateur worden geconfigureerd zodat deze overeenkomt met de installatieomgeving (buitenklimaat, geïnstalleerde opties enz.) en voldoet aan de gebruikersbehoefte.

LET OP

Het is belangrijk dat alle informatie in dit hoofdstuk opeenvolgend van begin tot eind wordt gelezen door de installateur en dat het systeem op passende wijze wordt geconfigureerd.

10.1 Eerste inbedrijfstelling bij een lage buitentemperatuur

Tijdens de eerste inbedrijfstelling en wanneer de watertemperatuur laag is, is het belangrijk dat het water geleidelijk wordt verwarmd. Als u dit niet doet, kunnen betonnen vloeren barsten door de snelle temperatuursverandering. Neem contact op met de verantwoordelijke bouwaannemer voor de betonnen vloer voor meer informatie.

Hiervoor kan de voorverwarmingsfunctie voor de vloer worden gebruikt (zie "SPECIALE FUNCTIE" in "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR").

10.2 Controles voor de inbedrijfstelling

Controles vóór de eerste inbedrijfstelling.

GEVAAR

Schakel de voeding uit voordat u aansluitingen maakt.

Controleer het volgende na de installatie van het apparaat en voordat u de stroomonderbreker inschakelt:

  • Veldbedrading: Zorg ervoor dat de veldbedrading tussen het lokale voedingspaneel en apparaat en kleppen/ventielen (indien van toepassing), het apparaat en kamerthermostaat (indien van toepassing), het apparaat en de warmwatertank en het apparaat en de back-upverwarmingset zijn aangesloten volgens de instructies beschreven in "9.6 Veldinstellingen", het aansluitschema's en de lokale wet- en regelgeving.
  • Zekeringen, stroomonderbrekers of beveiligingen Controleer of de zekeringen of de lokaal geïnstalleerde beveiligingen van het formaat en het type zijn die in 15 "TECHNISCHE SPECIFICATIES" staan vermeld. Zorg ervoor dat zekeringen of veiligheidsvoorzieningen niet worden omzeild.
  • Stroomonderbreker van back-upverwarming: Vergeet niet de schakelaar van de back-upverwarming in de schakelkast in te schakelen (dit is afhankelijk van het type back-upverwarming). Zie het aansluitschema.
  • Stroomonderbreker van de boosterverwarming: Vergeet niet de stroomonderbreker van de boosterverwarming in te schakelen (alleen van toepassing voor modellen met een optionele warmwatertank).
  • Aardbedrading: Zorg ervoor dat de aardedraden goed zijn aangesloten en dat de aardklemmen goed vastzitten.
  • Interne bedrading: Controleer de schakelkast visueel op losse aansluitingen of beschadigde elektrische componenten.
  • Montage: Controleer of het apparaat goed is gemonteerd om abnormale geluiden en trillingen te voorkomen bij het opstarten van het apparaat.
  • Beschadigde apparatuur: Controleer de binnenkant van het apparaat op beschadigde componenten of platgedrukte leidingen.
  • Koelmiddellekkage: Controleer de binnenkant van het apparaat op koelmiddellekkage. Neem contact op met uw lokale dealer bij koelmiddellekkage.
  • Voedingsspanning: Controleer de voedingsspanning op het lokale voedingspaneel. De spanning moet overeenkomen met die op het identificatielabel van het apparaat.
  • Ontluchtingsventiel: Zorg ervoor dat het ontluchtingsventiel geopend is (minstens 2 slagen).
  • Afsluitkleppen: Zorg ervoor dat de afsluitkleppen volledig open staan.

10.3 Storingsdiagnose bij eerste installatie

- Als er niets wordt weergegeven op de gebruikersinterface, moet op een van de volgende afwijkingen worden gecontroleerd voordat de diagnose van mogelijke storingscodes wordt gesteld.

- Onderbrekings- of bedradingsfout (tussen de voeding en het apparaat en tussen het apparaat en de gebruikersinterface).

-De zekering op de PCB kan kapot zijn.

- Als de gebruikersinterface "E8" of "E0" als storingscode aangeeft, is het mogelijk dat er lucht in het systeem aanwezig is of dat het waterniveau in het systeem lager is dan het vereiste minimum.

- Als de storingscode E2 wordt weergegeven op de gebruikersinterface, controleer dan de bedrading tussen de gebruikersinterface en het apparaat.

Meer storingscodes en -oorzaken staan vermeld in "14.3 Storingscodes".

10.4 Installatiehandleiding

10.4.1 Veiligheidsmaatregelen

  • Lees de veiligheidsmaatregelen aandachtig door voordat u het apparaat installeert.
  • Hieronder worden belangrijke veiligheidskwesties vermeld waaraan moet worden voldaan.
  • Als er na voltooiing geen abnormale verschijnselen zijn tijdens het testen, overhandig dan de handleiding aan de gebruiker.
  • Betekenis van symbolen:

WAARSCHUWING

Betekent onjuiste behandeling kan leiden tot fataal ongeluk of ernstig letsel.

LET OP

Betekent onjuiste behandeling kan leiden tot persoonlijk letsel of materiele schade.

WAARSCHUWING

Laat het apparaat door de distributeur of technici installeren.

Ondeskundige installatie kan leiden tot storingen, elektrische schokken of brand.

Volg de aanwijzingen in deze handleiding strikt op.

Onjuiste installatie kan elektrische schokken of brand veroorzaken.

Herinstallatie moet worden uitgevoerd door bekwame technici.

Onjuiste installatie kan elektrische schokken of brand veroorzaken.

Demonteer uw airconditioner niet zonder technische kennis.

Ondeskundige demontage kan een storingen en zelfs brand veroorzaken.

LET OP

De bedrade controller moet binnenshuis worden geïnstalleerd en mag niet rechtstreeks aan zonlicht worden blootgesteld.

Installeer het apparaat niet op een plaats die mogelijk blootstaat aan ontvlambare gassen.

Als brandbare gassen ontsnappen en in contact komen met de bedrade controller, kan er brand ontstaan.

De bedrading moet geschikt zijn voor de spanning van de de bedrade controller.

Anders kan er elektrische lekkage of oververhitting optreden en dit kan brand veroorzaken.

De gespecificeerde kabels moeten op de bedrading worden aangesloten. Er mag geen externe druk op de terminal worden uitgeoefend.

Anders kan bedrading worden beschadigd en kan er oververhitting en brandgevaar ontstaan .

LET OP

Plaats de bedrade afstandsbediening niet in de buurt van de lampen om te voorkomen dat het externe signaal van de afstandsbediening wordt gestoord. (zie afbeelding rechts)

SIME SHP M PRO - LET OP - 1

10.4.2 Andere voorzorgsmaatregelen

10.4.2.1. Installatielocatie

Installeer het apparaat niet op een plaats met veel olie, stoom of sulfidegas.

Het apparaat kan vervormen en defect raken.

10.4.2.2 Voorbereiding voor installatie

1) Controleer of het volgende compleet is.

Nr.NaamAantalOpmerkingen
1Bedrade controller1——
2Ronde houtschroef met ronde kop3Voor wandmontage
3Montageschroef met ronde kop2Voor montage op de schakelkast
4Installatie- en gebruikershandleiding1——
5Kunststof bout2Dit accessoire wordt gebruikt wanneer de gecentraliseerde besturing in de elektrische kast wordt geïnstalleerd
6Kunststof expansieleiding3Voor wandmontage

10.4.2.3 Opmerking voor installatie van bedrade controller:

1) Deze installatiehandleiding bevat informatie over de installatieprocedure van de bedrade afstandsbediening. Raadpleeg de installatiehandleiding van de binnenunit voor de verbinding tussen de bedrade afstandsbediening en de binnenunit.
2) Het circuit van bedrade afstandsbediening is laagspanningscircuit. Sluit het nooit aan op een standaard 220V / 380V-circuit en plaats het niet in dezelfde bedradingsbuis met het circuit.
3) De afgeschermde kabel moet stabiel geaard worden om goed verbinding te verzekeren.
4) Probeer de afgeschermde kabel niet te verlengen door deze af te knippen. Gebruik indien nodig een verbindingsaansluitblok.
5) After finishing connection, do not use Megger to have the insulation check for the signal wire.
6) De voeding afsluiten bij de installatie van de bedrade controller.

10.4.3 Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller

10.4.3.1 Afmetingen apparaat

SIME SHP M PRO - Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller - 1

text_image 120 mm 20 mm 120 mm Figuur A 19 mm84 mm 44 mm 46 mm 60 mm

10.4.3.2 Bedrading
SIME SHP M PRO - Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller - 2

text_image D1 D2 E X1/HB X2/HA L1 A B X HA Y H8 E P Q E1 H1 H2 Hydraulische module H1 H2 Bedrade controller EA+ B- Modbus
18V DCIngangsspanning (HA / HB)
Bedradingsgrootte0,75 mm2
Draadtype2-kern beschermd getwist aderpaarkabel
Lengte bedradingL1<50m

De roterende gecodeerde schakelaar S3 (0-F) op het hoofdbedieningspaneel van de hydraulische module wordt gebruikt voor het instellen van het modbus-adres.

Standaard hebben de apparaten deze gecodeerde schakelaar gepositioneerd op = 0, maar dit komt overeen met het modbus-adres 16, terwijl de andere posities overeenkomen met een nummer, bijv. pos = 2 is adres 2, pos = 5 is adres 5.

SIME SHP M PRO - Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller - 3

10.4.3.3 Installatie achterkap
SIME SHP M PRO - Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller - 4

text_image Klempositie Achterwand Voorkant Platte schroevendraaier Schroefgat geïnstalleerd op de drie M4X20

SIME SHP M PRO - Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller - 5

text_image Schroefgat geïnstalleerd op de drie M4X20 Schroefgat geïnstalleerd op 86 elektriciteitskast, gebruik twee M4X25 Achterwand Signaal schakeld raden

1) Gebruik een platte schroevendraaier om in de opening in de onderkant van de bedrade controller te steken en verdraai de schroevendraaier om de achterwand te verwijderen. (Let op de draairichting, anders raakt de achterklep beschadigd!)
2) Gebruik drie M4X20-schroeven om de achterwand direct op de muur te installeren.
3) Gebruik twee M4X25-schroeven om de achterwand op de 86 stroomkast te installeren en gebruik M4X20-schroeven voor bevestiging aan de muur.
4) Pas de lengte van twee plastic schroefstaven in het accessoire aan op de standaardlengte vanaf de schroefstang van de stroomkast tot aan de muur. Zorg ervoor dat u tijdens het installeren van de schroefstang plat regen de muur wordt gemonteerd.
5) Gebruik kruiskopschroeven om de onderste kap van de bedrade controller in de muur te bevestigen door de schroefstang. Zorg ervoor dat de onderkant van de bedrade controller zich op hetzelfde niveau bevindt na de installatie en installeer vervolgens de bedrade controller aan de onderkant.
6) Overmatig vastdraaien van de schroef kan vervorming van de achterwand tot gevolg hebben.

SIME SHP M PRO - Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller - 6

text_image A Draaduitgangzijde links onder Afgesneden plaats van de draaduitgang linksonder

SIME SHP M PRO - Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller - 7

text_image B 44 mm 60 mm Elektrictelsbox Bedradingsgat C Wandgat en bedradingsgat Diameter: Φ8--Φ10

SIME SHP M PRO - Installatieprocedure en bijpassende instelling van bedrade controller - 8

text_image Stopverf Trap 43 Stopverf Trap Trap

Voorkom dat er water in de bedrade afstandsbediening komt, gebruik een trap en stopverf om de connectoren van draden af te dichten tijdens de installatie van de bedrading.

10.4.4 Installatie voorkap

Monteer de voorwand en zet deze vast. Vermijd dat de communicatiedraad tijdens de installatie beklemd raakt.

SIME SHP M PRO - Installatie voorkap - 1

text_image Sensor mag niet met vocht in aanraking komen.

Installeer de achterwand op de juiste manier en zet de voorwand en de achterwand stevig vast, anders kan de wand loskomen.

SIME SHP M PRO - Installatie voorkap - 2

Het apparaat moet worden geconfigureerd zodat hij voldoet aan de installatieomgeving (buitenklimaat, geïnstalleerde opties, enz.) en de vraag van de gebruiker. Een aantal veldinstellingen zijn beschikbaar. Deze instellingen zijn toegankelijk en programmeerbaar via "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR" in het bedieningspaneel.

Inschakelen van het apparaat

Bij het inschakelen van de voeding, wordt "1%\~99%" weergegeven in de gebruikersinterface. Tijdens dit proces kan de gebruikersinterface niet worden gebruikt.

Procedure

Om één of meer veldinstellingen te wijzigen, zie "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR" voor details.

OPMERKING

De temperatuurwaarden op de bedrade controller (bedieningspaneel) zijn in °C.

11 MENUSTRUCTUUR: OVERZICHT

SIME SHP M PRO - MENUSTRUCTUUR: OVERZICHT - 1

flowchart
graph TD
    A["MENU"] --> B["BEDRIJFSMODUS"]
    A --> C["PRESET TEMPERATUUR"]
    A --> D["WARMWATER"]
    A --> E["SCHEMA"]
    A --> F["OPTIES"]
    A --> G["KINDERSLOT"]
    A --> H["SERVICE INFORMATIE"]
    A --> I["BEDRIJFSPARAMETER"]
    A --> J["VOOR ONDERHOUDSMONTEUR"]
    A --> K["WLAN-INSTALLING"]
    A --> L["SN DSPL"]

    B --> M["BEDRIJFSMODUS"]
    B --> N["WARMTE"]
    B --> O["KOUD"]
    B --> P["AUTO"]

    C --> Q["PRESET TEMPERATUUR"]
    C --> R["PRESET TEMP."]
    C --> S["WEER TEMP. INSTEL."]
    C --> T["ECO MODUS"]

    D --> U["WARMWATER"]
    D --> V["DISINFECT"]
    D --> W["SNEL DHW"]
    D --> X["TANK WARMER"]
    D --> Y["DHW POMP"]

    U --> Z["DISINFECT"]
    U --> AA["HUIDIGE STATUS"]
    U --> AB["WERKINGSDAG START"]

    C --> AC["SCHEMA"]
    C --> AD["TIMER"]
    C --> AE["WEKS SCHEMA"]
    C --> AF["SCHEMA CONTROLE"]
    C --> AG["CANCEL TIMER"]

    D --> AH["OPTIES"]
    D --> AI["STIL MODUS"]
    D --> AJ["VAKANTI WEG"]
    D --> AK["VAKANTI HUIS"]
    D --> AL["BACKUP WARMER"]

    E --> AM["KINDERSLOT"]
    E --> AN["KOUD/WARM TEMP. AANPASSEN"]
    E --> AO["KOELEN/WARMEN AAN/UIT"]
    E --> AP["DHW TEMP. AANPASSEN"]
    E --> AQ["WARMWA. AAN/UIT"]

    F --> AR["SERVICE INFORMATIE"]
    F --> AS["SERVICE OPROEP"]
    F --> AT["FOUT CODE"]
    F --> AU["PARAMETER"]
    F --> AV["DISPLAY"]

    G --> AW["BEDRIJFSPARAMETER"]

    H --> AX["VOOR ONDERHOUDSMONTEUR"]
    H --> AY["WARMWATERINSTELLING"]
    H --> AZ["KOELMODUS INSTELLING"]
    H --> BA["WARMTEMODUS INSTELLING"]
    H --> BB["AUTOMODUS INSTELLING"]
    H --> BC["TEMP. TYPE INSTELLING"]
    H --> BD["KAMERTHERMOSTA. OVERIGE WARMTEBRON"]
    H --> BE["VAKANTIE WEG INSTELLING SERVICE OPROEP HERSTEL FABRIEKSINSTELL. TEST WERKING SPECIALE FUNCTIE AUTO HERSTART BEGRENZING VERMOGENINVOER DEFINEEN INVOER CASCADE SET HMI ADDRESS SET NORMALE IN."]

    I --> BF["DISINFECT"]
    I --> BG["HUIDIGE STATUS"]
    I --> BH["STILLE NIVEAU TIMER1 START TIMER1 STOP TIMER1 TIMER2 START TIMER2 STOP TIMER2"]

    J --> BH
    K --> BH
    L --> BH
    AM --> BH
    AN --> BH
    AO --> BH
    AP --> BH
    AQ --> BH
    AR --> BH
    AS --> BI["VAKANTI WEG HUIDIGE STATUS DHW MODUS DISINFECT WARMTEMODUS VAN TOT"]

    AR --> BI
    AS --> BI
    AT --> BI
    AU --> BI
    AV --> BI
    AW --> BI
    AX --> BI
    AZ --> BI
    BA --> BI
    BB --> BI
    BE --> BI
    BF --> BI
    BG --> BI
    BH --> BI

VOOR ONDERHOUDSMONTEUR
1 WARMWATERINSTELLING
2 KOELMODUS INSTELLING
3 WARMTEMODUS INSTELLING
4 AUTOMODUS INSTELLING
5 TEMP. TYPE INSTELLING
6 KAMERTHERMOSTA.
7 OVERIGE VERWARMENDE BRONNEN
8 VAKANTIE WEG INSTELLING
9 SERVICE OPROEP
10 HERSTEL FABRIEKSINSTELL.
11 TESTEN
12 SPECIALE FUNCTIE
13 AUTO HERSTART
14 BEGRENZING VERMOGENINVOER
15 DEFINEEN INVOER
16 CASCADE SET
17 HMI ADDRESS SET
18 NORMALE IN.

1 WARMWATERINSTELLING

1.1 DHW MODUS

1.2 DISINFECT

1.3 DHW PRIORITEIT

1.4 DHW POMP

1.5 WARMWATER TIJDINSTEL.

1.6 dT5 ON

1.7dT1S5

1.8 T4DHWMAX

1.9 T4DHWMIN

1.10 t_INTERVAL_DHW

1.11 T5S_DISINFECT

1.12 t_DI_HIGHTEMP

1.13 t DI MAX

11.1 Bedrijfsparameters

De parameters voor dit hoofdstuk staan in de onderstaande tabel.

Opdracht-nummerCode Staat StardaardUnit
1.1 DHWMODUS In-/uitschakelenvan de DHW-modus: 0=NEE, 1=JA 1/
1.2 DISINFECTINFECT In-/uitschakelen van de desinfecteermodus: 0=NEE, 1=JA 1/
1.3 DHWPRIORITEITIn-/uitschakelen van de DHW-prioriteitsmodus: 0=NEE, 1=JA1/
1.4 POMP_dP_d In-/uitschakelen van de DHW-pompmodus: 0=NEE, 1=JA 0/
1.5WARMWATER TIJDINSTELIn-/uitschakelen van de DHW-prioriteitstijdinstelling: 0=NEE, 1=JA0/
1.6 dT5_ONHet temperatuurverschil voor het opstarten van de warmtepomp10°C
1.7 dT1S5De verschilwaarde tussen Twout en T5 in de DHW-modus10°C
1.8 T4DHWMAXDe maximale omgevingstemperatuur waarin de warmtepomp leidingwater kan verwarmen43°C
1.9 T4DHWMINDe minimale omgevingstemperatuur waarin de warmtepomp leidingwater kan verwarmen-10°C
1.10 t_INTERVAL_DHWDe tijdsinterval van het opstarten van de compressor in DHW-modus.5MIN
1.11 T5S_DISINFECT 65De beoogde watertemperatuur in de warmwatertank in de desinfecteerfunctie.°C
1.12 t_DI_HIGHTEMP 15De tijd dat de hoogste watertemperatuur aanhoudt in de warmwatertank in de desinfecteerfunctie.°C
1.13 t_DI_MAX 210De maximale tijd dat het desinfecteren duurt.MIN
1.14 t_DHWHP_RESTRICTDe werkingstijd voor het verwarmen/koelen van de ruimte.30°C
1.15 t_DHWHP_MAXDe maximale looptijd van de warmtepomp in de modus DHW PRIORITEIT.90MIN
1.16 DHWPOMP LOOPTIJDIn-/uitschakelen van de DHW-pomp zoals getimed en blijft actief voor LOOPTIJD POMP: 0=NEE, 1=JA1/
1.17LOOPTIJD POMP_DDe bepaalde tijd dat de DHW-pomp blijft lopen.5MIN
1.18 POMP_D DISINFECTIn-/uitschakelen van werking van de DHW-pomp wanneer het apparaat in de desinfecteermodus staat en T5≥T5S_DI -2:0=NEE,1=JA1/
1.19 ACS FUNCTIONIn- of uitschakelen van de tweede watertankregeling T5_2: 0=NEE, 1=JA0/
2.1 KOE_MODUS In-/uitschakelen van de koelmodus: 0=NEE, 1=JA 1/
2.2 t_T4_FRESH_CDe vernieuwingsinterval van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus0,5uur
2.3 T4CMAXDe hoogste bedrijfsomgevingstemperatuur voor de koelmodus52°C
2.4 T4CMINDe laagste omgevingstemperatuur voor de koelmodus10°C
2.5 dT1SCHet temperatuurverschil tussen T1 en T1S (de ingestelde watertemperatuur) voor het starten van de warmtepomp5°C
2.6dTSCHet temperatuurverschil tussen de actuele kamertemperatuur Ta en de ingestelde kamertemperatuur Tas voor het starten van de warmtepomp.2°C
2.7 t_INTERVAL_CDe tijdsinterval van het opstarten van de compressor in koelmodus5min
2.8 T1SetC1De temperatuurinstelling 1 van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus.10°C
2.9 T1SetC2De temperatuurinstelling 2 van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus.16°C
2.10 T4C1De omgevingstemperatuur 1 van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus.35°C
2.11 T4C2De omgevingstemperatuur 2 van klimaat-gerelateerde curves voor de koelmodus.25°C
2.12 ZONE1 C-EMISSIEHet aansluitingstype of zone 1 voor koelmodus: 0=FCU (ventilatorconvector), 1=RAD.(radiator), 2=FHL (vloerverwarmingscircuit)0/
2.13 ZONE2 C-EMISSIEHet aansluitingstype of zone 2 voor koelmodus: 0=FCU (ventilatorconvector), 1=RAD.(radiator), 2=FHL (vloerverwarmingscircuit)0/
3.1 WAR MTEMODUS In-/uitschakelen van warmtemodus1/
3.2t_T4_FRESH_HDe vernieuwingsinterval van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus0,5uur
Opdracht-nummerCode Staat StandaardUnit
3.3T4HMAXDe maximale bedrijfsomgevingstemperatuur voor de warmtemodus25
3.4T4HMINDe minimale bedrijfsomgevingstemperatuur voor de warmtemodus-15
3.5dT1SHHet temperatuurverschil tussen T1 en T1S (de ingestelde watertemperatuur) voor het starten van de warmtepomp5
3.6dTSHHet temperatuurverschil tussen de werkelijke kamertemperatuur Ta en de ingestelde kamertemperatuur Tas voor het starten van de warmtepomp2
3.7t_INTERVAL_HDe tijdsinterval van het opstarten van de compressor in warmtemodus5
3.8T1SetH1De temperatuurinstelling 1 van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus35
3.9T1SetH2De temperatuurinstelling 2 van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus28
3.10T4H1De omgevingstemperatuur 1 van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus-5
3.11T4H2De omgevingstemperatuur 2 van klimaat-gerelateerde curves voor de warmtemodus7
3.12ZONE1 H-EMISSIEHet aansluitingtype of zone 1 voor warmtemodus: 0=FCU (ventilatorconvector), 1=RAD.(radiator), 2=FHL (vloerverwarmingscircuit)1
3.13ZONE2 H-EMISSIEHet aansluitingtype of zone2 voor warmtemodus: 0=FCU (ventilatorconvector), 1=RAD.(radiator), 2=FHL (vloerverwarmingscircuit)2
3.14GEFORCEERD ONTDOOIENIn-/uitschakelen van GEFORCEERD ONTDOOIEN 0=NEE, 1=JA0
4.1T4AUTOCMINDe minimale bedrijfsomgevingstemperatuur voor koelen in de auto-modus25
4.2T4AUTOHMAXDe maximale bedrijfsomgevingstemperatuur voor verwarming in de auto-modus17
5.1WATERLOOP TEMP.In-/uitschakelen van WATERLOOP TEMP.: 0=NEE, 1=JA 1
5.2KAMERTEMP.In-/uitschakelen van de KAMERTEMP.: 0=NEE, 1=JA0
5.3DUBBEL ZONEIn-/uitschakelen van de KAMERTHERMOSTA. DUBBEL Zone:0=NEE, 1=JA0
6.1KAMERTHERMOSTA.Kamerthermostaattype: 0=NEE, 1=MODUS IN., 2=EEN ZONE, 3=DUBBEL ZONE0
6.2MODE IN. PRIORITEITSelecteer de priorileitsstand in KAMERTHERMOSTA.: 0=WARM, 1=KOUD0
7.1IBH-FUNCTIESelecteer de modus waarop IBH (BACK-UPVER-WARMING) kan lopen: 0=WARM+DHW, 1=WARM0 (DHW=geldig) 1(DHW=ongeldig)
7.2IBH-LOCATEDe installatielocatie IBH(PIJPLUS=0)0
7.3dT1_IBH_ONHet temperatuurverschil tussen T1S en T1 voor het starten van de back-upverwarming.5
7.4t_IBH_DELAYDe tijd dat de compressor heeft gelopen vóór het starten van de eerste stap back-upverwarming.30
7.5T4_IBH_ONDe omgevingstemperatuur voor het starten van de back-upverwarming.-5
7.6P_IBH1 VoedingsingangIBH10
7.7P_IBH2 VoedingsingangIBH20
7.8AHS-FUNCTIEIn-/uitschakelen van de AHS-functie (EXTRA VERWARM-INGSBRON) 0=NEE, 1=WARM, 2=WARM+DHW0
7.9AHS_PUMPI CONTROLSelecteer de bedrijfsstatus van de pomp wanneer alleen AHS draait: 0=RUN, 1=NOT RUN0
7.10dT1_AHS_ONHet temperatuurverschil tussen T1S en T1B voor het inschakelen van de extra verwarmingsbron5
7.11t_AHS_DELAYDe tijd dat de compressor actief is geweest voor het starten van de extra verwarmingsbron30
7.12T4_AHS_ONDe omgevingstemperatuur voor het starten van de extra warmtebron-5
7.13EnSWITCHPDCIn- of uitschakelen van de functie dat warmtepomp en hulpwarmtebron automatisch schakelen op basis van bedrijfskosten: 0=NEE, 1=JA0
Opdracht-nummerCodeStaatStandaardUnit
7.14 GAS_COST Gasprijs 0,85€/m3
7.15 ELE_COSTElektriciteitsprijs0,20€/kWh
7.16 MAX_SETHEATERMaximum insteltemperatuur van extra warmtebron80°C
7.17 MIN_SETHEATERMinimum insteltemperatuur van extra warmtebron30°C
7.18 MAX_SIGHEATERDe spanning die overeenkomt met de maximale insteltemperatuur van de extra verwarmingsbron10V
7.19MIN_SIGHEATERDe spanning die overeenkomt met de minimale insteltemperatuur van de extra verwarmingsbron3V
7.20 TBH FUNCTIONIn-/uitschakelen van de TBH-functie (TANKBOOSTERVERWARMING) 0=NEE, 1=JA1/
7.21 dT5_TBH_OFFHet temperatuurverschil tussen T5 en T5S (de ingestelde watertanktemperatuur) die de boosterverwarming uitschakelt.5°C
7.22 t_TBH_DELAYDe tijd dat de compressor heeft gelopen vóór het starten van de boosterverwarmer.30min
7.23 T4_TBH_ONDe omgevingstemperatuur voor het starten van de tankboosterverwarming5°C
7.24 P_TBH Voedingsingang TBH 2kW
7.25 SOLAR FUNCTIONIn-/uitschakelen van SOLAR-functie 0=NEE, 1=ONLY SOLAR, 2=SOLAR+HP (WARMTEPOMP)0/
7.26 SOLAR CONTROLDe regelmethode van de zonnepomp (pomp_s): 0=Tsolar, 1=SL1SL20/
7.27 DELTASOL 10De afwijkende temperatuur die de SOLAR inschakelt°C
8.1 T1S_H.A_HDe beoogde uitlaatwatertemperatuur voor ruimteverwarming in de vakantie weg-modus25°C
8.2 T5S_H.A_DHWDe beoogde tanktemperatuur voor het verwarmen van leidingwater in de vakantie weg-modus25°C
12.1VLOERVOORVER WARMING-T1SDe temperatuurinstelling van het uitlaatwater tijdens de eerste vloervoorverwarming25°C
t_FIRSTFH Looptijd voor de eerste voorverwarming van de vloer 72UUR
12.2VLOER DROGEN HOGERDe functie vloer drogen//
t_DRYUPTemp-up-dagen voor het opdrogen van de vloer8DAG
t_HIGHPEAKDagen voor het opdrogen van de vloer5DAG
t_DRYDTemp-down-dagen voor het opdrogen van de vloer5DAG
t_DRYPEAKUitgangstemperatuur voor het opdrogen van de vloer45°C
START TIJD De starttijd voor het opdrogen van de vloerTijd: de huidige tijd (niet op het uur +1, op het uur +2) Minuut:00u/min
START DATUM De starttdatum van het drogen van de vloerDe huidige datumd/m/j
13.1AUTO HERSTART KOEL/WARM MODUSIn-/uitschakelen van het automatisch opnieuw starten van de koel-/warmtemodus. 0=NEE, 1=JA1/
13.2AUTO HERSTART DHW MODUSIn-/uitschakelen van het automatisch opnieuw starten van de Warmwatermodus (DHW). 0=NEE, 1=JA1/
14.1BEGRENZING VERMOGENINVOERHet type stroomingangsbeperking0/
Opdracht-nummerCode Staat StandaardUnit
15.1 M1M2 0 /Definieer de functie van de M1M2-schakelaar:0=REMOTE AAN/UIT, 1=TBH AAN/UIT, 2=AHS AAN/UIT
15.2 SMART GRID 0In-/uitschakelen van de SMART GRID: 0=NEE, 1=JA/
15.3 T1T2 0 /Bedieningsopties van Poort T1T2: 0=NEE, 1= RT/Ta_PCB
15.4 TbtIn-/uitschakelen van de Tbt: 0=NEE, 1=JA0
15.5P_X PORTSelecteer de functie van P_X PORT: 0=ONTDOOIEN,1=ALARM0
16.1PER_START Opstartpercentage van meerdere apparaten10%
16.2 TIME_ADJUSTAanpassingstijd van plaatsen en uitnemen van apparaten 5min
16.3ADRES RESET Reset de adrescode van het apparaat FF/
17.1HMI SET 0Kies de HMI: 0= MASTER
17.2HMI ADDRESS FOR BMSStel het HMI-adres in voor BMS 1
17.3STOP BITBovenste computerstopbit: 1=STOP BIT1, 2=STOP BIT21
18.1t_DELAY POMPDe tijd dat de compressor actief is geweest vóór het starten van de pomp.2
18.2t1_ANTILOCK POMPIntervaltijd anti-blokkeerpomp24
18.3t2_ANTILOCK POMPRUNLooptijd anti-blokkeerpomp.60
18.4t1_ANTIBLOKKEER SVIntervaltijd anti-blokkeerklep.24
18.5t2_ANTILOCK SV RUNLooptijd anti-blokkeerklep.30
18.6Ta_adj.De gecorrigeerde waarde van Ta op de bedrade controller.-2
18.7F-PIJPLENGTESelecteer de totale lengte van de vloeistofleiding(F-PIJPLENGTE): 0=F-PIJPLENGTE<10m,1=F-PIJPLENGTE>= 10m0
18.8PUMP_I SILENT OUTPUTDe maximale uitgangslimiet van pomp_I.100

Het instellingsbereik van bovenstaande parameters kan worden opgevraagd door onderstaande QR-code te scannen. De QR-code bevat ook:

1) VOOR ONDERHOUDSMONTEUR (Het wachtwoord om VOOR ONDERHOUDSMONTEUR in te voeren is 234)
2) MODBUS TOEWIJZINGSTABEL
3) WIJZIG RECORD VAN QR CODE

SIME SHP M PRO - Bedrijfsparameters - 1

12 EINDCONTROLES EN TEST WERKING

De installateur is verplicht om de juiste werking van het apparaat te controleren na de installatie.

12.1 Eindcontroles

Lees de volgende aanbevelingen vóór het inschakelen van het apparaat:

  • Wanneer de installatie en de parameterinstelling voltooid zijn, moet al het plaatwerk van het apparaat goed worden afgedekt.
  • Het apparaat moet door vakmensen worden onderhouden.

12.2 Testloop (handmatig)

TEST WERKING wordt gebruikt om de juiste werking van de kleppen, ventielen, ontluchting, circulatiepompwerking, koeling, verwarming en verwarming van leidingwater te controleren. Ga naar □ > VOOR ONDERHOUDSMONTEUR > 11. TEST WERKING. Druk op ←! Het wachtwoord is 234. De volgende pagina wordt weergegeven:

SIME SHP M PRO - Testloop (handmatig) - 1

text_image 11 TEST WERKING ACTIVEER DE INSTELLINGEN EN ACTIVEER "TEST WERKING"? NEE BEVESTIGEN

Als JA wordt geselecteerd, worden de volgende pagina's weergegeven:

SIME SHP M PRO - Testloop (handmatig) - 2

Als POINT CHECK wordt geselecteerd en u drukt op OK, worden de volgende pagina's weergegeven:

SIME SHP M PRO - Testloop (handmatig) - 3

text_image 11 TEST WERKING 1/3 SV2 UIT SV3 UIT PUMPI UIT PUMPO UIT PUMPC UIT AAN/UIT

SIME SHP M PRO - Testloop (handmatig) - 4

text_image 11 TEST WERKING 2/3 IBH UIT AHS UIT SV1 UIT PUMPD UIT PUMPS UIT AAN/UIT

SIME SHP M PRO - Testloop (handmatig) - 5

Druk op ▼ ▲ om naar de componenten te bladeren die u wilt controleren en druk op ⏻.

LET OP

Voordat u POINT CHECK gebruikt, moet u ervoor zorgen dat het watersysteem en de tank gevuld zijn met water en dat de lucht eruit is, anders kan de pomp of het reserveverwarm- ingselement (optioneel) defect raken.

Als u ONTLUCHTEN selecteert, wordt de volgende pagina weergegeven:

SIME SHP M PRO - LET OP - 1

text_image 11 TEST WERKING (POINT CHECK) ONTLUCHTEN POMPI UITVOER 70% ONTLUCHTEN LOOPTIJD 20 min OPENEN STOP BEVESTIGEN

POMPI loopt volgens de uitgang en de looptijd die is ingesteld.

Als CIRCULATIEPOMP LOOPT wordt geselecteerd, wordt de volgende pagina weergegeven:

SIME SHP M PRO - LET OP - 2

text_image 11 TEST WERKING Test run is ingeschakeld. CIRCULATIEPOMP IS INGESCHAKELD. BEVESTIGEN

Wanneer circulatiepomp loopt wordt ingeschakeld, stoppen alle actieve componenten. 60 seconden later, de SV1 is dan uit, de SV2 is aan, 60 seconden later werkt POMPI. 30 seconden later, als de stroomschakelaar een normale stroom detecteert, wordt POMPI 3 minuten actief, waarna SV1 sluit en de SV2 wordt uitgeschakeld. 60 seconden later worden POMPI en POMPO actief en zal na 2 minuten de stroomschakelaar de waterloop controleren. Als de stroomschakelaar voor 15 seconden sluit, worden POMPI en POMPO actief tot de volgende opdracht wordt ontvangen.

Als KOELMODUS LOOPT wordt geselecteerd, wordt de volgende pagina weergegeven:

SIME SHP M PRO - LET OP - 3

text_image 11 TEST WERKING Test run is ingeschakeld. Koelmodus is ingeschakeld. TEMPERATUUR UITGAANDE WATER IS 15 °C. BEVESTIGEN

Tijdens het proefdraaien in de KOELMODUS is de beoogde standaard wateruitlaattemperatuur 7 °C. Het apparaat zal actief zijn tot de watertemperatuur tot een bepaalde waarde is gedaald of tot de volgende opdracht wordt ontvangen.

Als WARMTEMODUS LOOPT wordt geselecteerd, wordt de volgende pagina weergegeven:

SIME SHP M PRO - LET OP - 4

text_image 11 TEST WERKING Test run is ingeschakeld. Warmtemodus is ingeschakeld. TEMPERATUUR UITGAANDE WATER IS 15 °C. BEVESTIGEN

Tijdens het proefdraaien in de WARMTEMODUS is de beoogde standaard wateruitlaattemperatuur 35 °C. Wanneer de compressor voor 10 minuten loopt, schakelt de IBH (back-upverwarming) zich in voor 3 minuten en zal de warmtepomp lopen zijn tot de watertemperatuur tot een bepaalde waarde is gestegen of tot de volgende opdracht wordt ontvangen.

Als DHW MODUS LOOPT wordt geselecteerd, wordt de volgende pagina weergegeven:

SIME SHP M PRO - LET OP - 5

text_image 11 TEST WERKING Test run is ingeschakeld. DHW modus is ingeschakeld. TEMPERATUUR UITGAANDE WATER IS 15 °C Temperatuur watertank is 13 °C BEVESTIGEN

Tijdens het proefdraaien in de DHW MODUS is de beoogde standaardtemperatuur van het leidingwater 55 °C. De TBH (boosterverwarming van de tank) schakelt zich in nadat de compressor 10 minuten heeft gelopen. De TBH schakelt zich 3 minuten later weer uit en de warmtepomp zal actief zijn tot de watertemperatuur tot een bepaalde waarde is gestegen of tot de volgende opdracht wordt ontvangen.

Tijdens de testloop zijn alle knoppen, behalve ←↓, gedeactiveerd. Druk op ←↓ als u de testloop wilt uitschakelen. Bijvoorbeeld: wanneer het apparaat in de ontluchtingsmodus staat, wordt de volgende pagina weergegeven nadat u op ←↓ drukt:

SIME SHP M PRO - LET OP - 6

text_image WILT U DE FUNCTIE TEST WERKING (ONTLUCHTEN) UITSCHAKELEN?

Druk op ◀▶ om naar JA te bladeren en druk op ←↓. Testloop wordt uitgeschakeld.

SIME SHP M PRO - LET OP - 7

text_image 11 TEST WERKING (ONTLUCHTEN) ONTLUCHTEN POMPI UITVOER 70% ONTLUCHTEN LOOPTIJD 20 min OPENEN STOP BEVESTIGEN

Druk op ▼▲◀▶ om de parameters aan te passen, klik op "OPENEN" om de instelling parameters te verzenden, de volgende pagina's worden weergegeven:

SIME SHP M PRO - LET OP - 8

text_image 11 TEST WERKING (ONTLUCHTEN) ONTLUCHTEN POMPI UITVOER 70% ONTLUCHTEN LOOPTIJD 20 min ONTLUCHTING WATERSTROOM 1,7 m³/h ONTLUCHTEN WATERDRUK --hendel TERUG BEVESTIGEN

Druk op "TERUG" om terug te keren naar het instelscherm voor de ONTLUCHTING parameter.

13 ONDERHOUD

Om een optimale beschikbaarheid van het apparaat te garanderen, moet op een regelmatige basis een aantal controles en inspecties worden uitgevoerd op het apparaat en de veldbedrading.

Dit onderhoud moet worden uitgevoerd door uw lokale monteur.

GEVAAR

ELEKTRISCHE SCHOK

  • Voordat u onderhoud of reparaties uitvoert, moet u de stroomvoorziening op het voedingspaneel uitschakelen.
  • Raak de eerste 10 minuten nadat de voeding is uitgeschakeld, geen enkel onderdeel onder spanning aan.
  • De krukasverwarming van de compressor kan zelfs in stand-by werken.
  • Houd er rekening mee dat sommige delen van de elektrische componentenkast heet zijn.
  • Raak geleidende onderdelen nooit aan.
  • Spoel het apparaat nooit met water. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
    Laat het apparaat nooit onbeheerd achter met het onderhoudspaneel verwijderd.

De volgende controles moeten minstens eenmaal per jaar worden uitgevoerd door een gekwalificeerd persoon.

- Waterdruk

- Controleer de waterdruk. Vul het systeem aan met water als de druk lager is dan 1 bar.

- Waterfilter

- Maak het waterfilter schoon.

• Wateroverdrukklep

- Controleer de juiste werking van de overdrukklep door de zwarte knop op de klep linksom te draaien:

Neem contact op met uw lokale dealer als u geen klakkend geluid hoort.

Als het water uit het apparaat blijft stromen, sluit dan eerst de afsluitkleppen van de waterinlaat en -uitlaat en neem vervolgens contact op met uw lokale dealer.

• Overdrukklepslang

- Controleer of de overdrukklepslang goed is gepositioneerd om het water af te voeren.

- Isolerende afdekking van het back-upwarmtekap

- Controleer of de isolatieafdekking stevig rondom het back-upverwarmingsvat is bevestigd.

• Overdrukklep van de warmwatertank (niet meegeleverd)

- Geldt alleen voor installaties met een warmwatertank voor huishoudelijk gebruik, controleer of de overdrukklep op de warmwatertank voor huishoudelijk gebruik correct werkt.

- Boosterverwarming voor warmwatertank

- Geldt alleen voor installaties met een warmwatertank voor huishoudelijk gebruik. Het is raadzaam om kalkaanslag op de boosterverwarming te verwijderen om de levensduur ervan te verlengen, met name in gebieden met hard water. Om dit te doen moet u de warmwatertank legen, de boosterverwarming uit de tank verwijderen en gedurende 24 uur onderdompelen in een emmer (of vergelijkbaar) met een kalkoplossing.

• Schakelkast van het apparaat

- Voer een grondige visuele inspectie uit van de schakelkast en zoek naar zichtbare gebreken zoals losse verbindingen of defecte bedrading.

- Controleer met een ohmmeter de juiste werking van de contactors. Alle contacten van deze contactors moeten geopend zijn.

- Gebruik van glycol (zie 9.3.4 "Antivriesbescherming van het watercircuit").

Documenteer de glycolconcentratie en de pH-waarde in het systeem ten minste eenmaal per jaar.

- Een pH-waarde lager dan 8,0 geeft aan dat een aanzienlijk deel van de corrosieremmer op is en moet worden aangevuld.

- Een pH-waarde lager dan 7,0 geeft aan dat er oxidatie van glycol is opgetreden en dat het systeem geleegd en grondig doorgespoeld moet worden om ernstige schade te voorkomen.

- Zorg ervoor dat de glycoloplossing afgevoerd wordt volgens de toepasselijke lokale wet- en regelgeving.

14 PROBLEMEN OPLOSSEN

De hoofdstuk bevat nuttige informatie voor het vaststellen en oplossen van bepaalde problemen die kunnen optreden in het apparaat.

Deze probleemoplossing en daarmee samenhangende corrigerende maatregelen mogen alleen worden uitgevoerd door uw lokale monteur.

14.1 Algemene richtlijnen

Voer voor de probleemoplossingsprocedures een grondige visuele inspectie uit van het apparaat en zoek naar zichtbare gebreken zoals losse aansluitingen of defecte bedrading.

WAARSCHUWING

Zorg tijdens het inspecteren van de schakelkast van het apparaat er altijd voor dat de hoofdschakelaar van het apparaat is uitgeschakeld.

Als een veiligheidsvoorziening werd geactiveerd, moet u het apparaat stoppen en achterhalen waarom deze werd geactiveerd alvorens hem te resetten. In geen geval kunnen de veiligheidsvoorzieningen worden overbrugd of hun fabrieksinstelling worden gewijzigd. Neem contact op met uw lokale dealer als u de oorzaak van het probleem niet kunt vinden.

Als de overdrukklep niet goed werkt en moet worden vervangen, sluit dan de flexibele slang altijd weer aan op de overdrukklep om te voorkomen dat er water uit het apparaat druipt!

OPMERKING

Voor problemen met betrekking tot de optionele zonne-energieset voor de verwarming van leidingwater, verwijzen we u naar de probleemoplossing in de installatie- en gebruikershandleiding van die set.

14.2 Algemene symptomen

Symptoom 1: het apparaat is ingeschakeld, maar verwarmt of koelt niet zoals verwacht

MOGELIJKE OORZAKENCORRIGERENDE MAATREGEL
De temperatuurinstelling is onjuist.Controleer de parameters (T4HMAX, T4HMIN in warmtemodus; T4CMAX, T4CMIN in koelmodus; T4DHWMAX, T4DHWMIN in warmwatermodus). Voor het instelbereik van de parameters, zie 11.1 Bedrijfsparameters.
De waterstroom is te laag.Controleer of alle afsluitkleppen van het watercircuit in de juiste stand staan.Controleer of het waterfilter is aangesloten.Let op dat er geen lucht in het watersysteem zit.Controleer de waterdrukDe waterdruk moet ≥ 1,5 bar zijn.Zorg ervoor dat het expansievat niet kapot is.
Het watervolume in de installatie is te laag.Zorg ervoor dat het watervolume in de installatie boven de vereiste minimumwaarde ligt. Raadpleeg 9.3.2 Watervolume en dimensioneringsexpansievaten.

Symptoom 2: het apparaat is ingeschakeld, maar de compressor start niet

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE MAATREGEL
Het apparaat werkt misschien buiten het werkingsbereik (de watertemperatuur is te laag).Bij een lage watertemperatuur gebruikt het systeem de back-upverwarming om eerst de minimale watertemperatuur ( 12 ^ ) te bereiken.Controleer of de voeding van de back-upverwarming goed werkt.Controleer of de thermische zekering van de back-upverwarming gesloten is.Controleer of de thermische beveiliging van de back-upverwarming niet geactiveerd is.Controleer of de contactors van de back-upverwarming niet kapot zijn.

Symptoom 3: De pomp maakt lawaai (cavitatie)

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE MAATREGEL
Er zit lucht in het systeem. Ontlucht het systeem.
Waterdruk bij de pompinlaat is te laag.Controleer de waterdrukDe waterdruk moet ≥ 1,5 bar zijn.Controleer of het expansievat niet kapot is.Controleer of de instelling van de voordruk van het expansievat juist is.

Symptoom 4: De wateroverdrukklep gaat open

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE MAATREGEL
Het expansievat is kapot. Vervang het expansievat.
De vuldruk van het water in de installatie is hoger dan 0,3 MPa.Zorg ervoor dat de druk van het vulwater in de installatie ongeveer 0,10~0,20MPa bedraagt.

Symptoom 5: De wateroverdrukklep lekt

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE MAATREGEL
De uitgang van de wateroverdrukklep is met vuil verstopt.Controleer de juiste werking van de overdrukklep door de zwarte knop op de klep linksom te draaien:Neem contact op met uw lokale dealer als u geen klakkend geluid hoort.Als het water uit het apparaat blijft stromen, sluit dan eerst de afsluitkleppen van de waterinlaat en -uitlaat en neem vervolgens contact op met uw lokale dealer.

Symptoom 6: Tekort van ruimteverwarmingscapaciteit bij lage buitentemperaturen

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE MAATREGEL
Back-upverwarming is niet actief.Controleer of de "OVERIGE WARMTEBRON/IBH-FUNCTIE" is ingeschakeld.Controleer of de thermische beveiliging van de back-upverwarming al dan niet geactiveerd is.Controleer of de boosterverwarming actief is, de back-up- en boosterverwarming kunnen niet gelijktijdig actief zijn.
Er wordt te veel warmtepompcapaciteit gebruikt voor de verwarming van warmleidingwater (geldt alleen voor installaties met een warmwatertank).Controleer of de "t_DHWHP_MAX" en "t_DHWHP_RESTRICT" correct geconfigureerd zijn:Zorg ervoor dat "DHW PRIORITEIT" is uitgeschakeld in de gebruikersinterface.Schakel "T4_TBH_ON" in de gebruikersinterface / VOOR ONDERHOUDSMONTEUR in om de boosterverwarming voor verwarming van huishoudelijk water in te schakelen.

Symptoom 7: Warmtemodus kan niet meteen veranderen naar DHW-modus

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE MAATREGEL
Tankvolume is te kleinen de locatie van dewatertemperatuursondeis te laagStel "dT1S5" in op de maximale waarde en stel "t_DHWHP_RESTRICT"in op de minimale waarde.Stel dT1SH in op 2 °C.Schakel TBH in, welke zou moeten worden aangestuurd door de buiten-unit.Als AHS beschikbaar is, zet dan eerst aan, als aan de eis voor hetinschakelen van de warmtepomp is voldaan, zal de warmtepompinschakelen.Als zowel TBH als AHS niet beschikbaar zijn, probeer dan de positie vande T5-sonde te wijzigen (zie 2 "ALGEMENE INLEIDING").

Symptoom 8: DHW-modus kan niet meteen veranderen naar de warmtemodus

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE MAATREGEL
Warmtewisselaar voor ruimteverwarming is te kleinStel “t_DHWHP_MAX” in op de minimale waarde; de aanbevolen waarde is 60 minuten.Als de circulatiepomp buiten het apparaat niet wordt aangestuurd door het apparaat, probeer de pomp dan aan te sluiten op het apparaat.Installeer een extra 3-wegklep bij de inlaat of ventilatorspoel voor voldoende waterstroom.
Ruimtewarmtebelasting is laagNormaal, verwarming niet nodig
Desinfecteerfunctie is ingeschakeld zonder boosterverwarming (TBH)Schakel de desinfecteerfunctie uitVoeg TBH of AHS toe voor DHW-modus
Handmatig inschakelen van de SNEL WATER-functie, nadat het warme water aan de eisen voldoet, schakelt de warmtepomp niet tijdig naar de airconditioningmodus wanneer de airconditioning in bedrijf is.Schakel handmatig de functie FAST (“SNEL”) WATER uit
Als de omgevingstemperatuur laag is, is er geen genoeg warme water en wordt de AHS niet of laat in werking gesteld.Stel "T4DHWMIN" in, de aanbevolen waarde is -5^ Stel "T4_TBH_ON" in, de aanbevolen waarde is 5^
Prioriteit DHW-modusAls er AHS of IBH op het apparaat is aangesloten, moet, wanneer de buiten-unit is uitgevallen, het hydraulische modulepaneel in de DHW-modus draaien tot de watertemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt heeft, voordat er wordt overgeschakeld naar de warmtemodus.

Symptoom 9: DHW-modus van de warmtepomp is gestopt voordat het instelpunt kon worden bereikt, ruimteverwarming heeft warmte nodig, maar het apparaat blijft in de DHW-modus

MOGELIJKE OORZAKEN CORRIGERENDE MAATREGEL
Oppervlak van de spoel in de tank is te kleinDezelfde oplossing als voor Symptoom 7
TBH of AHS is niet beschikbaarControleer of IBH (AHS of TBH) geldig is ingesteld in "VOOR ONDERHOUDSMONTEUR" of dat IBH geldig is ingesteld met de DIP-schakelaar op het hoofdbedieningspaneel van de hydraulische module.Controleer of IBH (AHS of TBH) beschadigd is.

14.3 Storingscodes

Een serie foutcodes en betekenis kunt u in onderstaande tabel vinden.

Reset het apparaat door het apparaat UIT en IN te schakelen.

Als het resetten van het apparaat niet lukt, neem dan contact op met uw lokale dealer.

BOVENSTE UNIT DISPLAY Nr.FOUT CODESTORING OF BEVEILIGING
1E0Storing van waterstroom (na 3 keer E8)
3E2Communicatiestoring tussen de controller en de hydraulische module
4E3Storing totale uitlaat watertemp.sensor (T1)
5E4Storing van watertanktemperatuursensor (T5)
8E7Storing in de bovenste temperatuursensor (Tbt) van de buffertank
9E8Storing waterstroom
12EbStoring in zonnetemperatuursensor (Tsolar)
14EdStoring inlaatwatertemp.sensor (Tw_in)
15EEStoring hydraulische module EEprom
39HOCommunicatiestoring tussen de hoofdbedieningspaneel en het hydraulische modulepaneel
41H2Storing in de temp.sensor van het vloeibare koelmiddel (T2)
42H3Storing in de temp.sensor van het gaskoelmiddel (T2B)
44H5Storing van kamertemp.sensor (Ta)
48H9Storing van uitlaatwater voor Zone 2 temp.sensor (Tw2)
49HAStoring van uitlaatwatertemperatuursensor (Tw_out)
50Hb3x PP-bescherming en Tw_out onder 7 °C
52HdCommunicatiefout tussen master-unit en slave-unit
25P5|Tw_out - Tw_in| waarde te grote bescherming
31PbAntivriesmodus
BOVENSTE UNIT DISPLAY Nr.FOUT CODESTORING OF BEVEILIGING
38PP| Tw_out-Tw_in | abnormale beveiliging
2EIFase-uitval of de volgorde van de nul- en fasedraad zijn omgekeerd aangesloten
6ESLuchtzijde storing temperatuursensor warmtewisselaar(T3)
7ESStoring omgevingstemperatu- ursensor (T4)
10ESStoring van aanzuigtemperat- uursensor (Th)
11ERStoring afvoertemperatuur- sensor (Tp)
40HICommunicatiestoring tussen de hoofdbedieningspaneel en de omvormer
43HY3x L0-bescherming
45HSStoring van DC-ventilator
46H7Spanningsbeveiliging
47H8Druksensorstoring
54HFEE PROM-storing van omvormermodulepaneel
55HH10 keer H6 in 2 uur
57HPLagedrukbeveiliging in koelmodus
20POLagedrukschakelaarbeveiliging
21PIHogedrukschakelaarbeveiliging
23P3Overbelastingsbeveiliging van de compressor.
24PYCompressor ontladingstem- peratuur te hoge beveiliging.
33PdHoge temperatuurbeveiliging van de luchtzijde warmtewisse-laarstemperatuur (T3).
65C7Bescherming tegen hoge temperatuur van omvormer-module
116F1DC-bus laagspanningsbeveiliging
134L0Omvormer- of compressorbeveiliging
135L1DC-bus laagspanningsbeveiliging.
136L2DC-bus hoogspannings-beveiliging
137L3Stroombemonsteringsfout van PFC-circuit
138L4Rotatieblokkadebeveiliging
139L5Nulsnelheidbeveiliging
141L7Faseverliesbeveiliging van compressor
121F6EXV1-storing
106bRT4 sensor werkt niet.

LET OP

In de winter, als het apparaat een E0- en Hb-storing geeft en niet op tijd wordt gerepareerd, kunnen de waterpomp en het leidingsysteem beschadigd raken door bevriezing, dus E0- en Hb-storing moet op tijd worden gerepareerd.

15 TECHNISCHE SPECIFICATIES

15.1 Algemeen

Model1-fasig1-fasig3-fasig
5/7/10kW12/14/16 kW12/14/16 kW
Nominale capaciteitZie de technische gegevens
Afmetingen H×B×D865×1040×410 mm865×1040×410 mm865×1040×410 mm
Verpakkingsafmetingen H×B×D970×1190×560 mm970×1190×560 mm 970×190×560 mm
Gewicht
Nettogewicht87 kg106 kg120 kg
Brutogewicht103 kg122 kg136 kg
Aansluitingen
Waterinlaat/-uitlaatG1"BSPG5/4"BSPG5/4"BSP
WaterafvoerSlangnippel
Expansievat
Volume5L
Maximale bedrijfsdruk (MWP)8 bar
Pomp
TypeWatergekoeldWatergekoeldWatergekoeld
Aantal snelhedenVariabele snelheidVariabele snelheidVariabele snelheid
Overdrukklep watercircuit3 bar
Bedrijfsbereik - waterzijde
Verwarming+15~+65 °C
Koeling+5~+25 °C
Warmleidingwater door warmtepomp+15~+60 °C
Bedrijfsbereik - luchtzijde
Verwarming-25~+35 °C
Koeling-5~+43 °C
Warmleidingwater door warmtepomp-25~+43 °C

15.2 Elektrische specificaties

Model1-fasig 5/7/9/12/14/16 kW3-fasig 12/14/16 kW
Standaard unitVoeding220-240 V~ 50 Hz 380-415 V3N~ 50 Hz
Nominale bedrijfsstroomZie 9.6.4 “Vereisten van veiligheidsvoorzieningen”

16 ONDERHOUDSINFORMATIE

1) Controle van het gebied

Voordat er wordt begonnen aan de werkzaamheden op systemen die brandbare koelmiddelen bevatten, moeten veiligheidscontroles worden uitgevoerd om het risico op ontsteking tot een minimum te beperken. Voor reparaties aan het koelmiddelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen voordat er wordt begonnen aan de werkzaamheden aan het systeem.

2) Werkprocedure

Werkzaamheden moeten middels een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico op de aanwezigheid van brandbaar gas/damp tijdens het werk tot een minimum te beperken.

3 Algemeen werkgebied

Alle onderhouds- en ander personeel dat werkzaam is in de omgeving moeten instructies ontvangen over de aard van het werk dat zal worden uitgevoerd. Werkzaamheden in besloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond het werkgebied moet worden afgezet. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn gemaakt door middel van controle op de aanwezigheid van brandbare materialen.

4) Controleren op aanwezigheid van koelmiddel

Het werkgebied moet voor en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, zodat de monteur zich bewust is van een mogelijk brandbare omgevingslucht. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met brandbare koelmiddelen, dus vonkvrij, goed afgesloten of intrinsiek veilig.

5) Aanwezigheid van brandblusapparaat

Als heet werk wordt uitgevoerd op koelapparatuur of bijbehorende onderdelen, moet passende brandblusapparatuur voorhanden zijn. Houd een poederblusser of CO₂-brandblusser in de buurt van het vulgebied.

6) Geen ontstekingsbronnen

Personen die werkzaamheden uitvoeren op een koelmiddelsysteem waarbij leidingen met brandbaar koelmiddel (of waar koelmiddel in heeft gezeten) worden blootgelegd, mogen nooit op zodanige wijze ontstekingsbronnen gebruiken dat dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder het roken van sigaretten, moeten zo ver mogelijk uit de buurt worden gehouden van de locatie waar installatie-, reparatie-, verwijderings- en afvoerwerkzaamheden plaatsvinden, waarbij brandbaar koelmiddel mogelijk vrijkomt in het omliggend gebied. Voorafgaand aan de werkzaamheden, moet het gebied rondom de apparatuur worden geïnspecteerd om brand- of ontstekingsgevaren uit te sluiten. VERBODEN TE ROKEN-borden moeten zichtbaar worden aangebracht.

7) Geventileerd gebied

Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of goed geventileerd is voordat u in het systeem breekt of hete werkzaamheden verricht. Een zekere mate van ventilatie moeten worden aangehouden tijdens de werkzaamheden. De ventilatie moet al het vrijgekomen koelmiddel veilig verspreiden en bij voorkeur naar de buitenlucht afvoeren.

8) Controle van koelapparatuur

Vervangende elektrische componenten moeten geschikt zijn voor hun beoogde doel en de juiste specificatie hebben. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten altijd worden nageleefd. Neem bij twijfel contact op met de technische ondersteuning van de fabrikant. De volgende controles moeten worden toegepast op installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken.

- Laadhoeveelheid is conform de grootte van de ruimte waarin de koelmiddelhoudende onderdelen zijn geïnstalleerd.

- De ventilatiemachines en -uitlaten werken naar behoren en vormen geen belemmering.

- Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moeten de secundaire circuits worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; de markering van de apparatuur blijft zichtbaar en leesbaar.

- Markeringen en borden die onleesbaar zijn moeten worden vervangen.

- Koelpijp of -componenten moeten worden geïnstalleerd op een plaats waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een substantie die componenten met koelmiddel kan aantasten, tenzij de componenten zijn gemaakt van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie.

9) Controle van elektrische apparaten

Voorafgaand aan de reparatie en onderhoud aan elektrische componenten moeten veiligheidscontroles en componenteninspectieprocedures worden uitgevoerd. Bij een storing die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten tot de storing naar tevredenheid is verhopen. Als de storing niet meteen kan worden verholpen maar een verdere werking noodzakelijk is, moet een passende tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit zal worden gemeld aan de eigenaar van de apparatuur zodat alle partijen op de hoogte zijn.

Deze voorafgaande veiligheidscontroles omvatten:

- condensatoren moeten worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen.

- U moet ervoor zorgen dat er geen onder spanning staande componenten en bedrading bloot komen te liggen tijdens het vullen, afpompen, doorspoelen of ontluchten van het systeem.

- Dat er een continuïteit van aarding is.

10) Reparatie van afgedichte componenten

a) Bij het repareren van afgedichte componenten moet voor het verwijderen van deksels enz. alle elektrische voeding zijn losgekoppeld van de apparatuur waaraan zal worden gewerkt. Als elektrische voeding absoluut noodzakelijk is tijdens het onderhoud van de apparatuur, moet een permanente vorm van lekdetectie worden geplaatst bij het meest kritieke punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.
b) Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de onderstaande punten om ervoor te zorgen dat de behuizing tijdens de werkzaamheden aan elektrische componenten niet dusdanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau negatief wordt beïnvloed. Dit omvat schade aan kabels, een buitensporig aantal aansluitingen, aansluitklemmen die niet volgens de originele specificaties zijn gemaakt, schade aan verzegelingen, onjuiste montage van kabeldoorvoeren enz.

- Zorg ervoor dat de apparatuur stevig is gemonteerd.

- Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet dusdanig aangetast of beschadigd zijn dat ze het binnendringen van brandbare omgevingslucht niet meer voorkomen. Vervangende onderdelen moeten voldoen aan de specificaties van de fabrikant.

OPMERKING

Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige lekdetectieapparatuur negatief beïnvloeden. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat u eraan werkt.

11) Reparatie van intrinsiek veilige componenten

Zorg ervoor dat de permanente inductieve of capacitieve belasting op het circuit niet hoger is dan de toelaatbare spanning en stroomsterkte voor de gebruikte apparatuur. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige typen waaraan gewerkt kan worden in de aanwezigheid van een brandbare omgevingslucht. De testapparatuur moet de juist spanning hebben. Vervang componenten alleen met componenten die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Andere onderdelen kunnen gelekt koelmiddel ontsteken dat zich in de omgevingslucht bevindt.

12) Bedrading

Controleer of de bedrading niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de gevolgen van veroudering of continue trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.

13) Detectie van brandbare koelmiddelen

In geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detectie van koelmiddellekken. Een halide-lekzoeklamp (of andere detectoren met een niet-afgeschermde vlam) mogen niet worden gebruikt.

14) Lekdetectiemethoden

De volgende lekdetectiemethoden zijn aanvaardbaar voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren moeten worden gebruikt om brandbare koelmiddelen te detecteren, maar de gevoeligheid is mogelijk niet afdoende of moet opnieuw worden gekalibreerd (detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrij gebied). Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het koelmiddel. Lekdetectieapparatuur moet op een LFL-percentage van het koelmiddel worden ingesteld en worden gekalibreerd aan de hand van het gebruikte koelmiddel en het passend gaspercentage (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen, maar het gebruik van schoonmaakmiddelen met chloor moet worden vermeden omdat de reactie van chloor met het koelmiddel de koperen leidingen kan corroderen. Als een lek vermoed wordt, moeten alle niet-afgeschermde vlammen verwijderd of gedoofd worden. Wanneer een koelmiddellek vastgesteld wordt dat hard moet worden gesoldeerd, moet alle koelmiddel uit het systeem worden afgepompt, of worden geïsoleerd (met behulp van afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat ver verwijderd is van het lek. Het systeem moet zowel voor als tijdens het hard solderen worden doorgespoeld met zuurstofvrije stikstof (OFN).

15) Verwijdering en evacuatie

Conventionele procedures moeten worden toegepast bij het onderbreken van het koelcircuit voor reparatie- of andere doeleinden. Met oog op brandgevaar is het is echter belangrijk om de beste praktijken te volgen. De volgende procedures moeten worden nageleefd:

• Verwijder het koelmiddel (afpompen);
- Spoel het systeem door met inert gas;
- Evacueer;
- Spoel opnieuw door met inert gas;
- Open het circuit door snijden of solderen.

Het koelmiddel moet worden afgepompt naar de daarvoor bestemde opvangcilinders. Het systeem moet worden gespoeld met OFN om het apparaat veilig te stellen. Dit proces moet mogelijk meerdere keren herhaald worden.

Perslucht of zuurstof mogen niet worden gebruikt voor deze taak.

Het doorspoelen wordt gedaan door het vacuum in het systeem te breken met OFN en door te gaan met vullen tot de bedrijfsdruk is bereikt, om vervolgens naar de omgevingslucht te ventileren en tot slot een vacuum te trekken. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koelmiddel meer in het systeem zit.

Wanneer de laatste vulling van OFN wordt toegepast, zal het systeem zich ontluchten tot aan de atmosferische druk om de werkzaamheden mogelijk te maken.

Dit proces is absoluut noodzakelijk wanneer er hard-soldeerwerkzaamheden moeten worden verricht op de leidingen.

Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er genoeg ventilatie is.

16) Vulprocedures

Naast de conventionele vulprocedures moeten de volgende voorschriften worden nageleefd:

  • Vermijd kruisverontreiniging van verschillende koelmiddelen tijdens het vullen van de apparatuur. Om de hoeveelheid koelmiddel in slangen of leidingen tot een minimum te beperken, moet u ervoor zorgen dat ze zo kort mogelijk worden gehouden.
    • Cilinders moeten rechtop staan.
  • Zorg ervoor dat het koelmiddelsysteem geaard is voordat u het systeem vult met koelmiddel.
  • Label het systeem wanneer het is opgeladen (indien dit nog niet is gebeurd).
  • U moet er nadrukkelijk voor zorgen dat het koelsysteem niet overmatig wordt gevuld.
  • De druk van het systeem moet eerst worden getest met OFN voordat het wordt gevuld. Het systeem moet na het vullen en voor inbedrijfstelling worden getest op lekken. Een aanvullende lektest moet worden uitgevoerd voordat de locatie wordt verlaten.

17) Buitenbedrijfstelling

Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het noodzakelijk dat de monteur volledig en op gedetailleerde wijze vertrouwd is met de apparatuur. De aanbevolen beste praktijk is dat alle koelmiddel veilig wordt afgepompt. Voordat de taak wordt uitgevoerd moet een monster worden genomen van de olie en het koelmiddel.

Voor het geval dat analyse vereist is voorafgaand aan het hergebruik van het afgepompte koelmiddel. De beschikbaarheid van elektrische voeding is noodzakelijk voordat aan de taak wordt begonnen.

a) Raak vertrouwd met de apparatuur en zijn werking.
b) Isoleer het systeem elektrisch.
c) Zorg voor het uitvoeren van de procedure ervoor dat:

  • Mechanische afhandelingsapparatuur, indien nodig, beschikbaar is voor de afhandeling van koelmiddelcilinders.
  • Alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt.
  • Het afpompproces moet altijd onder toezicht staat van een deskundige.
  • De afpomp-units en -cilinders voldoen aan de passende normen.

d) Zuig het koelmiddelsysteem af, indien mogelijk.

e) Als een vacuum niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.

f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat voor het afpompen.
g) Start de afpompunit en gebruik deze volgens de instructies van de fabrikant.
h) Vul de cilinders niet overmatig. (niet meer dan 80% van het totale vloeistofvolume).
i) Overschrijd niet de maximale bedrijfsdruk van de cilinder, zelfs niet tijdelijk.
j) Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moet u ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en alle afsluitkleppen op de apparatuur zijn gesloten.
k) Het afgepompte koelmiddel mag niet worden gebruikt in een ander koelmiddelsysteem, tenzij het wordt gezuiverd en gecontroleerd.

18) Labeling

De apparatuur moet worden voorzien van een label dat aangeeft dat deze geen koelmiddel meer bevat en buiten bedrijf is gesteld. Het label moet gedateerd en getekend worden. Zorg ervoor dat apparatuur is voorzien van labels die aangeven dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat.

19) Afpompen

Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of buitenbedrijfstelling, is het een aanbevolen goede praktijk om alle koelmiddelen veilig te verwijderen.

Zorg bij het overbrengen van koelmiddel naar cilinders ervoor dat alleen geschikte koelmiddelcilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat er voldoende cilinders beschikbaar zijn voor de totale hoeveelheid koelmiddel in het systeem. Alle gebruikte cilinders zijn speciaal bedoeld en moeten gelabeld worden voor het afgepompte koelmiddel (oftewel, speciale cilinders voor het afpompen van koelmiddel). Cilinders moeten worden voorzien van een overdrukklep en bijbehorende afsluitkleppen die goed werken.

Lege koelmiddelcilinders moeten worden afgevoerd en, indien mogelijk, worden gekoeld voor vóór het afpompen.

De afpompapparatuur moet in goed staat verkeren, met een set van gebruiksinstructies voorhanden, en geschikt zijn voor het afpompen van brandbare koelmiddelen. Bovendien moet een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen moeten voorzien worden van goed werkende, lekvrije sluitkoppelingen. Controleer voordat u de afpompunit gebruikt of deze goed werkt, goed is onderhouden en dat bijbehorende elektrische componenten afgedicht zijn om ontsteking van eventueel vrijgekomen koelmiddel te voorkomen. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel.

Het afgepompte koelmiddel moet worden teruggebracht naar de leverancier in de juiste cilinder en met een WTN-document ("Waste Transfer Note") dat alle relevante gegevens van de overdracht bevat. Vermeng geen koelmiddelen in de afpompunits en vooral niet in de cilinders.

Zorg bij het verwijderen van de compressor of compressorolie ervoor dat ze zijn afgevoerd tot een acceptabel niveau zodat er geen brandbaar koelmiddel in de smeerolie overblijft. Het afvoerproces moeten worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leveranciers wordt teruggebracht. Alleen de elektrische verwarming naar de compressorbehuizing mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Olie moet op een veilige manier uit een systeem worden afgevoerd.

20) Vervoer, markering en opslag voor apparaten

Vervoer van apparatuur met brandbare koelmiddelen volgens de vervoersvoorschriften.

De markering van apparatuur met borden volgens de lokale voorschriften.

De verwijdering van apparatuur met brandbare koelmiddelen volgens de nationale voorschriften.

Opslag van apparatuur/toestellen.

De opslag van de apparatuur moet gebeuren volgens de instructies van de fabrikant.

Opslag van verpakte (onverkochte) apparatuur.

Bescherming opslagverpakking moet op een dusdanige manier worden toegepast dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking niet leidt tot koelmiddellekkage.

Het maximumaantal onderdelen dat gezamenlijk mag worden opgeslagen wordt bepaald door de lokale voorschriften.

BIJLAGE A: Koelmiddelcyclus
SIME SHP M PRO - 20) Vervoer, markering en opslag voor apparaten - 1

flowchart
graph TD
    A["Wateruitlaat"] --> B["15"]
    B --> C["14"]
    C --> D["20"]
    D --> E["21"]
    E --> F["22"]
    F --> G["23"]
    G --> H["24"]
    H --> I["25"]
    I --> J["F"]
    J --> K["Waterinlaattemperatuur"]
    L["①"] --> M["②"]
    M --> N["③"]
    N --> O["④"]
    O --> P["⑤"]
    P --> Q["⑥"]
    Q --> R["⑦"]
    R --> S["⑧"]
    S --> T["⑨"]
    T --> U["⑩"]
    U --> V["⑪"]
    V --> W["⑫"]
    W --> X["⑬"]
    X --> Y["⑭"]
    Y --> Z["⑮"]
    Z --> AA["⑯"]
    AA --> AB["⑰"]
    AB --> AC["⑱"]
    AC --> AD["⑲"]
    AD --> AE["⑳"]
    AE --> AF["㉑"]
    AF --> AG["㉒"]
    AG --> AH["㉓"]
    AH --> AI["㉔"]
    AI --> AJ["㉕"]
    AJ --> AK["㉖"]
ItemOmschrijvingItemOmschrijving
1Compressor14Platenwarmtewisselaar
2Afvoertemperatuursensor15Temperatuursensor koelgas
3Hogedrukschakelaar16 Druksensor
44-wegklep17Aanzuigtemperatuursensor
5Sensor omgevingstemperatuur18Lagedrukschakelaar
6Luchtzijde van de warmtewisselaar19Uitlaat watertemperatuursensor
7DC_FAN20Inlaat watertemperatuursensor
8Luchtzijde temperatuursensor warmtewisselaar21 Expansievat
Zeef9 22Waterpomp
10Capillair23 Overdrukklep
11Elektronische expansieklep24Automatische ontluchtingsventiel
12 Temperatuursensor koelvloeistof 25 Waterstroomschakelaar
13Accu cilinder

BIJLAGE B: Breng de E-verwarmingstape aan bij de afvoeropening (door de klant)

Verbind de warmtetape aan de afvoeropening naar de XT3-draadkoppeling.

SIME SHP M PRO - BIJLAGE B: Breng de E-verwarmingstape aan bij de afvoeropening (door de klant) - 1

text_image Naar de warmtetape van afvoeropening XT3

De afbeelding is alleen ter referentie, raadpleeg het werkelijke product. De spanning van de E-verwarmingstape mag niet hoger zijn dan 40 W/200 mA, voedingsspanning 230 VAC.

sime®

Fonderie Sime S.p.A - Via Garbo, 27 - 37045 Legnago (Vr)

Tel. +39 0442 631111 - Fax +39 0442 631292 - www.sime.it

sime®

Monoblock-Wärmepumpe

SHP M PRO

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SIME

Model : SHP M PRO

Categorie : Warmtepomp