HH24BSPIL - Oven AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HH24BSPIL AEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HH24BSPIL AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HH24BSPIL - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HH24BSPIL van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING HH24BSPIL AEG
NL Gebruiksaanwijzing | Oven 3
Welkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:
www.aeg.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEIDSINFORMATIE....3
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN....5
- BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT....8
- BEDIENINGSPANEEEL....9
- VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK.... 9
- DAGELIJKS GEBRUIK.... 10
- EXTRA FUNCTIONS.... 15
- KLOKFUNCTIONS....16
- DE ACCESSOIRES GEBRUIKEN.... 17
- AANWIJZINGEN EN TIPS.... 18
- ONDERHOUD EN REINIGING....21
- PROBLEEMOPLOSSING.... 23
- ENERGIEZUINIGHEID.... 24
- MILIEUBESCHERMING....25
1. AVEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 De veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van
het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat en mobiele apparaten met de app.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren en de kabel vervangen.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u welke soort onderhoud dan ook gaat uitvoeren.
- Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkend servicecentrum of een gekwalificeerde persoon
deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties met elektriciteit te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrische schokken te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat je de verwarmingselementen of het oppervlak van de apparaatruimte niet aanraakt.
- Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of ovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen.
- Gebruik alleen de voedselsensor (kerntemperatuursensor) die voor dit apparaat wordt aangeraden.
- Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden. Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon te maken. Deze kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken.
- Haal, vóór pyrolytische reiniging, alle accessoires en overmatige afzettingen/morsingen uit de ovenruimte van het apparaat.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
-
Volg de installatie-instructies die op onze website staan.
-
Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Trek het apparaat nooit aan de handgreep van zijn plaats.
- Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatie-eisen voldoet.
-
Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
-
Controleer, voordat je het apparaat monteert, of de ovendeur onbelemmerd opent.
- Het apparaat is uitgerust met een elektrisch koelsysteem. Het moet worden gebruikt met de elektrische voeding.
2.2 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze Klantenservice.
- Laat de stroomkabel niet in aanraking komen met de deur van het apparaat of de niche onder het apparaat, met name niet als deze werkt of als de deur heet is.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
-
Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
-
De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
- Sluit de deur van het apparaat volledig voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
- Dit apparaat wordt geleverd met een stekker en een netsnoer.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden, elektrische schokken of een explosie.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Schakel het apparaat na elk gebruik uit.
- Wees voorzichtig met het openen van de deur van het apparaat wanneer het apparaat in werking is. Er kan hete lucht vrijkomen.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Oefen geen druk uit op de open deur.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Open de deur van het apparaat voorzichtig. Het gebruik van ingrediënten met alcohol kan een mengsel van alcohol en lucht veroorzaken.
- Laat geen vonken of open vlammen in contact met het apparaat komen wanneer u de deur opent.
- Gebruik altijd glas en potten die zijn goedgekeurd voor conserveringsdoeleinden.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Deel uw wifi-wachtwoord niet.

WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
- Om schade of verkleuring van het email te voorkomen:
- plaats ovenschalen of andere voorwerpen niet rechtstreeks op de bodem van het apparaat.
- leg geen aluminiumfolie op de bodem van de ruimte in het apparaat.
- plaats geen water direct in het hete apparaat.
- bewaar geen vochtige gerechten en voedsel in het apparaat nadat u klaar bent met koken.
- wees voorzichtig bij het verwijderen of bevestigen van accessoires.
- Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet van invloed op de werking van het apparaat.
- Kook altijd met de deur van het apparaat gesloten.
- Als het apparaat achter een meubelpaneel gemonteerd is (bijv. een deur), zorg er dan voor dat de deur nooit gesloten is als het apparaat in werking is. Warmte en vocht kunnen achter een gesloten meubelpaneel ophopen en schade aan het apparaat, de behuizing of de vloer veroorzaken. Sluit het meubelpaneel niet tot het apparaat compleet is afgekoeld na gebruik.
2.4 Onderhoud en reinigen

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, vuur of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
- Zorg ervoor dat het apparaat koud is. Het risico bestaat dat de glasplaten breken.
- Vervang de glasplaten van de deur onmiddellijk als ze beschadigd zijn. Neem contact op met de erkende servicedienst.
- Wees voorzichtig wanneer u de deur van het apparaat verwijdert. De deur is zwaar!
-
Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
-
Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Volg als u een ovenspray gebruikt de veiligheidsinstructies op de verpakking.
2.5 Pyrolytische reiniging

WAARSCHUWING!
Risico op letsel / Brand / Chemische uitstoot (dampen) in pyrolitische modus.
- Voor het uitvoeren van de pyrolytische reiniging en de eerste voorverwarming dient u het volgende uit de ovenruimte te verwijderen:
- overtollig voedselresten, olie- of vetresten/afzettingen.
- alle verwijderbare voorwerpen (inclusief planken, zijrails, enz., die bij het apparaat zijn geleverd), met name alle antiaanbakpotten, pannen, dienbladen, keukengerei, enz.
- Lees zorgvuldig alle instructies voor pyrolytische reiniging.
- Houd kinderen uit de buurt van het apparaat als de pyrolytische reiniging in werking is. Het apparaat wordt zeer heet en er komt hete lucht vrij uit de voorste koelopeningen.
- Pyrolytische reiniging gebeurt op hoge temperaturen waarbij dampen kunnen vrijkomen van kookresten en constructiematerialen. Om die reden adviseren wij consumenten:
- zorg voor goede ventilatie tijdens en na de pyrolytische reiniging.
- zorg voor goede ventilatie tijdens en na de eerste voorverwarming.
- Tijdens en na de pyrolytische reiniging mag u geen water op de ovendeur morsen of aanbrengen om beschadiging van de glasplaten te voorkomen.
- Rookgassen die vrijkomen uit alle pyrolytische ovens / kookresten zoals beschreven, zijn niet schadelijk voor mensen, inclusief kinderen of personen met medische aandoeningen.
- Houd huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens en na de pyrolytische reiniging en de initiele voorverwarming.
Kleine huisdieren (vooral vogels en reptielen) kunnen zeer gevoelig zijn voor temperatuurveranderingen en uitgestoten dampen.
- Antiaanbaklagen in potten, pannen, bakplaten, bakgerei, enz. kunnen worden beschadigd door de hoge temperatuur van de pyrolytische reiniging van alle pyrolytische ovens. Ook kunnen ze een bron zijn voor schadelijke dampen op laag niveau.
2.6 Binnenverlichting

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn
niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
- Dit product bevat een lichtbron van energie-efficiëntieklasse G.
- Gebruik alleen lampjes met dezelfde specificaties.
2.7 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat.
- Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
2.8 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
3.1 Algemeen overzicht

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥1 Bedieningspaneel
2 Knop voor verwarmingsfuncties
3 Display
4 Bedieningsknop
5 Opening voor de voedselsensor
6 Verwarmingselement
7 Lamp
8 Ventilator
9 Inschuifrails, verwijderbaar
10 Inzetniveaus
3.2 Accessoires
- Bakrooster
Voor taartblikken, overschalen, geroosterde gerechten, kookgerei/ gerechten.
• Bakplaat
Voor vochtige taarten, gebakken producten, brood, grote braadstukken, bevroren maaltijden en om druppelende vloeistoffen op te vangen, bijv. vet bij het roosteren van voedsel op het bakrooster.
• AirFry: Bakplaat
Om voedsel te bakken met minder olie of zonder bakpapier.
• Voedselsensor
Om het koken te regelen op basis van de temperatuur in het voedsel.
Je kunt optionele accessoires afzonderlijk bestellen. Neem voor meer informatie contact op met je plaatselijke leverancier.
4. BEDIENINGSPANEEEL
4.1 Het apparaat in- en uitschakelen
Het apparaat inschakelen:
- Druk op de knoppen. De knoppen komen eruit.
- Draai aan de knop om de verwarmingsfuncties te selecteren.
- Draai de regelknop om het in te stellen. Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om het apparaat uit te schakelen 0
4.2 Overzicht bedieningspaneel
| Druk op de knop om timerfuncties in te stellen. | |
| Druk om het volgende in te stellen: Snel opwarmen. | |
| Druk op de knop om het lampje van het apparaat in en uit te schakelen. | |
| Druk om de kerntemperatuur van het voedsel in te stellen met: Voedselsen-sor. | |
| OK | Druk op om de selectie te bevestigen. |
4.3 Indicatielampjes op de display

text_image
80:00:0000 g h : min : s STOP START STOPDisplay met toetsfuncties.
| Het apparaat is vergrendeld. | |
| Submenu: Kook- En Bakassistent. | |
| Submenu: Reinigen. | |
| Submenu: Instellingen | |
| Snel opwarmen is ingeschakeld. | |
| Voedselsensor is ingeschakeld. | |
| Kookwekker is ingeschakeld. | |
| Kooktijd is ingeschakeld. | |
| Tijd uitgestelde start is ingeschakeld. | |
| Uptimer is ingeschakeld. | |
| Wi-Fi is ingeschakeld. | |
| Bediening op afstand is ingeschakeld. | |
| Voortgangsbalk - geeft visueel aan wanneer het apparaat de ingestelde temperatuur bereikt of wanneer de be-reidingstijd ten einde is. |
5. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Tijd instellen
Wacht bij eerste aansluiting op de stroom totdat het display het volgende weergeeft: "00:00".
- Draai aan de regelknop om de tijd in te stellen.
- Druk op .OK
5.2 Eerste keer voorverwarmen en reinigen
Warm het lege apparaat voor voordat u het voor de eerste keer gebruikt en voordat het met etenswaren in contact komt. Het apparaat kan een onaangename geur en rook afgeven. Ventileer de kamer tijdens het voorverwarmen.
- Haal alle accessoires en verwijderbare inschuifrails uit het apparaat.
- Stel de functie ☐ in. Stel de maximumtemperatuur in. Laat het apparaat 1 u werken.
- Stel de functie in Stel de maximumtemperatuur in. Laat het apparaat 15 min werken.
- Stel de functie in. Stel de maximumtemperatuur in. Laat het apparaat 15 min werken.
- Schakel het apparaat uit en wacht tot het is afgekoeld.
- Reinig het apparaat en de accessoires uitsluitend met een microvezeldoek, warm water en een mild reinigingsmiddel.
- Plaats de accessoires en de verwijderbare inschuifrails terug in hun oorspronkelijke positie.
5.3 Draadloze verbinding
Om het apparaat te verbinden hebt u het volgende nodig:
- Draadloos netwerk met internetverbinding.
-
Mobiel apparaat dat is verbonden met hetzelfde draadloze netwerk.
-
Scan de QR-code op de achterkant van de gebruikershandleiding om de app te downloaden. Je kunt de app ook rechtstreeks downloaden vanuit de app store.
-
Volg de onboarding-instructies van de app.
- Draai aan de knop voor verwarmingsfuncties om te selecteren.
- Draai aan de bedieningsknop om /Wi-Fi te selecteren. Schakel het in of uit. Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. Instellingen.
i
Om veiligheidsredenen wordt de bediening op afstand automatisch uitgeschakeld na 24 u. Herhaal de onboarding, indien nodig.
Frequentie 2.4 GHz WLAN
2400 - 2483.5 MHz
Protocol IEEE 802.11b DSSS, 802.11g/n OFDM
Maximaal ver- mogen EIRP < 20 dBm (100 mW)
Wi-Fi-module NIUS-50
5.4 Softwarelicenties
De software in dit product bevat componenten die zijn gebaseerd op gratis software en opensourcesoftware. AEG erkent de bijdragen van de gemeenschappen voor open software en robotica aan het ontwikkelingsproject.
Om toegang te krijgen tot de broncode van deze componenten van gratis software en opensourcesoftware waarvan de licentievoorwaarden publicatie vereisen, en om de volledige auteursrechtinformatie en toepasselijke licentievoorwaarden ervan te bekijken, ga je naar: http://aeg.opensoftwarerepository.com (map NIUS).
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Verwarmingsfuncties

Hetelucht
Voor het braden van vlees en het bakken van cakes. Stel een lagere temperatuur in dan bij koken met boven + onderwarmte, omdat de ventilator de warmte gelijkmatig verdeelt in de oven.

Boven + onderwarmte
Voor het bakken en roosteren op één ovenni-veau.

Bevroren gerechten
Om kant-en-klaar-gerechten (bijv. patat, aard-appelpartjes of loempia's) krokant te maken.

Pizza-functie / AirFry
Om pizza en andere gerechten te bakken die van onderaf meer warmte nodig hebben. Voedsel frituren met minder olie of zonder bakpapier

Onderwarmte
Om een bruine en krokante bodem te maken. Gebruik de eerste rekstand.

Ontdooien
Om voedsel te ontdooien (groenten en fruit). De ontdooitijd is afhankelijk van de hoeveelheid ingevroren voedsel en de grootte daarvan.

Warmelucht (vochtig)
Deze functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Bij het gebruik van deze functie kan de temperatuur in het apparaat verschillen van de ingestelde temperatuur. De restwarmte wordt gebruikt. Het verwarmingsvermogen kan worden verminderd. Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk "Dagelijks gebruik", opmerkingen op: Warmelucht (vochtig).

Grillen
Om dunne stukken voedsel te grillen en brood te roosteren.

Circulatiegrill
Voor het braden van grote stukken vlees of gevogelte met bot op één niveau. Voor gratineren en bruinen.

De lamp kan tijdens sommige verwarmingsfuncties automatisch uitschakelen als de temperatuur onder de 80 °C komt.
6.2 Notities over: Warmelucht (vochtig)
Deze functie wordt gebruikt om te voldoen aan de energie-efficiëntieklasse en ecodesign-vereisten (volgens EU 65/2014 en EU 66/2014). Testen in overeenstemming met: IEC/EN 60350-1.
De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te zijn zodat de functie niet wordt onderbroken en de oven werkt op de hoogst mogelijke energie-efficiëntie.
Bij gebruik van deze functie gaat de verlichting na 30 seconden automatisch uit.
Zie voor bereidingsinstructies het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips', Warmelucht (vochtig). Kijk voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing in het hoofdstuk 'Energie-efficiëntie', Energiebesparingstips.
6.3 Instellen: Verwarmingsfuncties
-
Draai aan de knop van de verwarmingsfuncties om een verwarmingsfunctie te selecteren.
-
Draai aan de regelknop om de temperatuur in te stellen.
» Snel opwarmen - houd ingedrukt om de verwarmingstijd te verkorten. Het is alleen beschikbaar voor een aantal verwarmingsfuncties. De ventilator kan automatisch worden ingeschakeld.
6.4 Invoeren: Menu
Open het menu om toegang te krijgen tot de kookassistentiegerechten en -instellingen.
- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties om
Op het display verschijnt ✗, √
- Draai aan de bedieningsknop en selecteer het pictogram om het submenu te openen. Druk op OK
6.5 Instellen: Kook- En Bakassistent
Kook- En Bakassistent submenu bestaat uit programma's die zijn ontworpen voor speciale gerechten. Programma's beginnen met een geschikte instelling. U kunt de tijd en de temperatuur tijdens het koken aanpassen.
- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties
- Draai aan de bedieningsknop om te selecteren . En druk op . OK
- Draai aan de regelknop om een gerecht te selecteren (P1 - P...). Druk op OK
- Plaats het voedsel in het apparaat. Druk opOK.
- Als de functie is afgelopen, controleert u of het voedsel klaar is. Verleng de bereidingstijd indien nodig.
Submenu: Kook- En Bakassistent
| Legenda | |
| De voedselsensor moet worden aangesloten om de functie te kunnen gebruiken. Raadpleeg het hoofdstuk 'De accessoires gebruiken'. | |
| Verwarm het apparaat voor voordat je begint met koken. | |
| Lagerniveau. Zie het hoofdstuk 'Beschrijving van het product'. | |
Het display toont P en een nummer van het gerecht dat u in de tabel kunt controleren.
| Gerecht Gewicht Schapniveau/accessoire | |||
| P1 | Biefstuk, rauw | 1 - 1.5 kg; 4 - 5 cmdikke stukken | bakplaatBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaatsin het apparaat. |
| P2 | Biefstuk: medium | ||
| P3 | Biefstuk, gaar | ||
| P4 | Biefstuk, medium 180 - 220 g perstuk; 3 cm dikkeplakken | 8; braadschaal opbakroosterBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaatsin het apparaat. | |
| P5 | Rundvlees geroosterd/gestoofd (primerib, bovenste ronde,dikke flank) | 1.5 - 2 kg | braadschaal opbakroosterBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Vloeistof toevoegen. Plaats in het apparaat. |
| P6 | Biefstuk, rauw (langzaam koken) | 1 - 1.5 kg; 4 - 5 cmdikke stukken | bakplaatBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaatsin het apparaat. |
| P7 | Biefstuk, medium(langzaam koken) | ||
| P8 | Biefstuk, gaar (langzaam koken) | ||
| P9 | Rundvleesfilet, gaar(lage temperatuur ga-ren) | 0,5 - 1,5 kg; 5 - 6cm dikke stukken | bakplaatBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaatsin het apparaat. |
| P10 | Filet, gemiddeld(lage temperatuur garen) | ||
| P11 | Rundvleesfilet, gaar(lage temperatuur ga-ren) | ||
| P12 | Geroosterd kalfs-vlees(bijv. schouder) | 0.8 - 1.5 kg; 4 cmdikke stukken | braadschaal op bakroosterVoeg vloeistof toe. Geroosterd bedekt. |
| P13 | Geroosterde var-kenshals of schou-der | 1.5 - 2 kg | braadschaal op bakroosterDraai halverwege de bereidingstijd het vlees om. |
| P14 | Aangetrokken var-kensvlees(lage tem-peratuur garen) | 1.5 - 2 kg | bakplaatDraai het vlees na halverwege de bereidingstijd, om een gelijkmatige bruining te krijgen. |
| P15 | Varkenslende, vers 1 - 1.5 kg; 5 - 6 cmdikke stukken | braadschaal op bakrooster | |
| P16 | Reserveribben var-kensvlees | 2 - 3 kg; gebruik rauwe, 2 - 3 cm dunne spare ribs | 3; diepe panVoeg vloeistof toe om de bodem van een schaal te be-dekken. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. |
| P17 | Lambeen met botten1.5 - 2 kg; 7 - 9 cmdikke stukken | braadschaal op bakplaatVloeistof toevoegen. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. | |
| P18 | Hele kip 1 - 1.5 kg; vers | stoofschotel op bakplaatDraai de kip halverwege de bereidingstijd om voor een gelijkmatige bruining. | |
| P19 | Halve kip 0.5 - 0.8 kg | bakplaat | |
| P20 | Kippenborst180 - 200 g perstuk | stoofschotel op bakroosterBak het vlees een paar minuten in een hete pan. | |
| P21 | Kippenpoten, vers - | bakplaatAls u eerst kippenpoten hebt gemarineerd, stel dan een lagere temperatuur in en kook ze langer. | |
| P22 | Hele eend 2 - 3 kg | braadschaal op bakroosterLeg het vlees op de braadschaal. Draai halverwege de bereidingstijd de eend om. | |
| P23 | Gans, heel 4 - 5 kg | diepe panLeg het vlees op een diepe bakplaat. Draai halverwege de bereidingstijd de gans om. | |
| Gerecht Gewicht Schapniveau/accessoire | ||
| P24 | Vleesbrood 1 kg | bakrooster |
| P25 | Hele vis, gegrild 0.5 - 1 kg per vis | bakplaatVul de vis met boter, kruiden en specerijen. |
| P26 | Visfilet - | stoofschotel op bakrooster |
| P27 | Cheesecake - | 2 cm springvorm van op bakrooster |
| P28 | Appelcake - | 3 bakplaat |
| P29 | Appeltaart - | 2 taartvorm op bakrooster |
| P30 | Appeltaart - | 1 taartvorm op cmbakrooster |
| P31 | Brownies 2 kg van deeg | 3 diepe pan |
| P32 | Muffins - | 3 muffinbakplaat op bakrooster |
| P33 | Broodcake - | 2 broodvorm op bakrooster |
| P34 | Gebakken aardappe- len | 1 kg2 bakplaatLeg de gesneden aardappelen met huid op de bakplaat. |
| P35 | Aardappelpartjes 1 kg | 3 bakplaat bedekt met bakpapierSnijd aardappelen in stukken. |
| P36 | Gegrilde gemengde groenten | 3 bakplaat bedekt met bakpapierSnijd de groenten in stukken. |
| P37 | Aardappelkroketjes, bevroren | 3 bakplaat |
| P38 | Patat, bevroren 0.75 kg | 3 bakplaat |
| P39 | Vlees-/groentelasag- ne met droge pasta- bladen | 2 stoofschotel op bakrooster |
| P40 | Aardappelgratin (ru- we aardappelen) | 1 - 1.5 kg1 stoofschotel op bakroosterDraai het gerecht na de helft van de bereidingstijd. |
| P41 | Verse pizza, dun | 2 bakplaat bedekt met bakpapier |
| P42 | Verse pizza, dik | 2 bakplaat bedekt met bakpapier |
| P43 | Quiche - | 2 bakblik op bakrooster |
| P44 | Stokbrood / ciabatta / witbrood | 2 bakplaat bedekt met bakpapierMeer tijd nodig voor witbrood. |
| P45 | Volkoren / rogge / bruin brood | 2 bakplaat bedekt met bakpapier / bakrooster |
6.6 Wijzigen: Instellingen

- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties
- Draai aan de bedieningsknop om te selecteren 📍 En druk op . OK
- Draai aan de controleknop om de instelling te selecteren. Druk op OK
- Draai aan de regelknop om de waarde aan te passen. Druk op OK
- Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om Menu af te sluiten.
Submenu: Instellingen
| Instellingen Waarde | |
| 01 | Dagtijd Wijzigen |
| 02 | Helderheid display 1 - 5 |
| 03 | Toetstonen 1 - Piep, 2 - Klik, 3- Geluid uit |
| Instellingen Waarde | |
| 04 | Geluidsvolume 1 - 4 |
| 05 | Voedselsensor Actie 1 - Alarm en stop, 2 - Alarm |
| 06 | Uptimer Aan/uit |
| 07 | Binnenverlichting Aan/uit |
| 08 | Snel opwarmen Aan/uit |
| 09 | Reinigingsherinnering Aan/uit |
| 10 | Wi-Fi Aan/uit |
| 11 | Automatische bedie- Aan/uitning op afstand |
| 12 | Vergeet netwerk Ja / Nee |
| 13 | Demofunctie Activeringscode: 2468 |
| 14 | Softwareversie Controleren |
| 15 | Terug naar fabrieksin- Ja / Nee stellingen |
7. EXTRA FUNCTIONS
7.1 Blokkering 🔒
Deze functie voorkomt dat de functie van het apparaat per ongeluk wordt gewijzigd.
Wanneer het apparaat wordt geactiveerd terwijl het in gebruik is, vergrendelt het het bedieningspaneel, zodat de huidige kookinstellingen ononderbroken blijven.
Als het apparaat wordt ingeschakeld terwijl het uit staat, blijft het bedieningspaneel vergrendeld, zodat het apparaat niet onbedoeld wordt ingeschakeld.
OK – houd ingedrukt om de functie in te schakelen.
een geluidssignaal. 📋 - knippert 3 keer wanneer de vergrendeling wordt ingeschakeld.
OK – houd ingedrukt om de functie uit te schakelen.
7.2 Automatische uitschakeling
Als de verwarmingsfunctie actief is en er geen instellingen worden gewijzigd, wordt het apparaat om veiligheidsredenen na een bepaalde periode automatisch uitgeschakeld.
| (°C) | (u) |
| 30 - 115 | 12.5 |
| 120 - 195 | 8.5 |
| 200 - 245 | 5.5 |
| 250 - maximaal | 3 |
Als je van plan bent een verwarmingsfunctie te gebruiken voor een duur die langer is dan de automatische uitschakeltijd, stel dan de kooktijd in. Zie het hoofdstuk 'Klokfuncties'.
De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: Binnenverlichting, Voedselsensor, Tijd uitgestelde start.
7.3 Koelventilator
Als het apparaat in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van het apparaat koel te
houden. Als je het apparaat uitschakelt, kan de koelventilator blijven werken totdat het apparaat is afgekoeld.
8. KLOKFUNCTIONS
8.1 Omschrijving timerfuncties
| Kookwekker | Om een afteltijd in te stellen. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat en kan op elk moment worden ingesteld. |
| Kooktijd | Om de bereidingsduur in te stellen. Wanneer de timer stopt, klinkt het signaal en stopt de verwarmingsfunctie automatisch. |
| Tijd uitgestelde start | Om het begin en/of het einde van het koken uit te stellen. |
| Uptimer | Om aan te geven hoe lang het apparaat in werking is. Maximum is 23 u 59 min. Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat en kan op elk moment worden ingesteld. |
8.2 Instellen: Kookwekker

- Druk op. ⏻
Op het display verschijnt: 0:00 en 📁.
2. Draai de regelknop om het Kookwekker in te stellen.
3. Druk op OK. De timer begint onmiddellijk af te tellen.
8.3 Instellen: Kooktijd

- Draai aan de knoppen om de verwarmingsfunctie te selecteren en de temperatuur in te stellen.
- Druk op totdat op het display verschijnt: 0:00 en STOP
- Draai de regelknop om het Kooktijd in te stellen.
-
Druk op . De timer begint onmiddellijk af te tellen.
-
Wanneer de tijd is verstreken, drukt u op OK en draait u de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.
8.4 Instellen: Tijd uitgestelde start
- Draai aan de knoppen om de verwarmingsfunctie te selecteren en de temperatuur in te stellen.
- Druk op toldat op het display verschijnt: en START
- Draai aan de knop om de starttijd in te stellen.
- Druk op .OK
Op het display verschijnt: --:-- STOP .
- Draai de regelknop om het in te stellen.
- Druk op .OK
De timer begint af te tellen op een ingestelde starttijd. - Wanneer de tijd is verstreken, drukt u op OK en draait u de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.
8.5 Instellen: Uptimer
- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties om te openen Menu.
- Draai aan de bedieningsknop om /Optimer te selecteren. Zie het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Menu: Instellingen.
- Druk op OK.
- Draai de bedieningsknop om de Uptimer in en uit te schakelen.
- Druk op .OK
8.6 Instellen: Dagtijd
- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties om te openen Menu.
-
Draai aan de bedieningsknop om Dagtijd te selecteren. Zie het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Menu: Instellingen.
-
Draai de regelknop om de klok in te stellen.
- Druk op .OK
9. DE ACCESSOIRES GEBRUIKEN

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
9.1 Accessoires plaatsen
Een kleine inkeping bovenaan verhoogt de veiligheid. De inkepingen zijn ook anti-kantelmechanismen. De hoge rand rond het rooster voorkomt dat het kookgerei van het rooster afglijdt.
Bakrooster

Plaats het rooster tussen de geleidestangen van de roostersteun. Zorg ervoor dat het rooster de achterkant van de binnenkant van de oven raakt. Plaats het rooster met de handgreep naar u toe.
Bakplaat

Schuif de plaat tussen de geleidestangen van de inschuifrail. Plaats de bakplaat met de helling naar de achterkant van de binnenkant van de oven.
AirFry

Plaats de -plaat op de derde rekstand. Plaats de bakplaat op de eerste rekstand.
9.2 Voedselsensor
Het meet de temperatuur binnenin het voedsel.
Er moeten twee temperaturen worden ingesteld:
- de temperatuur in het apparaat. Het moet ten minste 25 °C hoger zijn dan de kerntemperatuur van het voedsel.
- de kerntemperatuur van het voedsel. Voor de beste kookresultaten:
- Ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn.
- Niet gebruiken voor vloeibare gerechten.
- Tijdens het koken moet de naald van de voedselsensor volledig in het gerecht worden gestoken.
Koken met: Voedselsensor

WAARSCHUWING!
Er bestaat een risico op brandwonden als de voedselsensor en de inschuifrails heet worden. Raak de handgreep van de voedselsensor niet met blote handen aan. Gebruik altijd ovenhandschoenen.
- Het apparaat inschakelen.
- Selecteer de verwarmfunctie en, indien nodig, de oventemperatuur.
- Plaats voedselsensor in de schaal: Vlees, gevogelte en vis Steek de hele naald van de voedselsensor in het midden van het vlees of de vis op het dikste gedeelte.

Plaats de punt van de voedselsensor precies in het midden van de ovenschotel. De voedselsensor moet tijdens het bakken op één plaats worden gestabiliseerd. Gebruik een solide ingrediënt om dit voor elkaar te krijgen. Gebruik de rand van de bakplaat om het siliconen handvat van de voedselsensor te ondersteunen. De punt van de voedselsensor mag de bodem van de bakplaat niet raken.

- Steek de voedselsensor in het stopcontact in het apparaat. Zie het hoofdstuk 'Beschrijving van het product'. Het display toont de huidige temperatuur van de voedselsensor.
- -druk om de kerntemperatuur van de sensor in te stellen.
- Draai aan de regelknop om de temperatuur in te stellen.
- Druk op .OK
- Als het voedsel de ingestelde temperatuur bereikt, klinkt er een geluidssignaal. Controleer of het voedsel klaar is. Verleng de bereidingstijd indien nodig.
- Haal de stekker van de voedselsensor uit het stopcontact en haal het gerecht uit het apparaat.
10. AANWIJZINGEN EN TIPS
10.1 Kookadviezen
De temperatuur en kooktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Ze zijn afhankelijk van het recept, de kwaliteit en de kwantiteit van de gebruikte ingrediënten.
Je apparaat kan anders bakken of roosteren dan het apparaat dat je tot nu toe gebruikt hebt. De onderstaande hints tonen aanbevolen instellingen voor temperatuur, kooktijd en rekstand voor specifieke soorten voedsel.
Tel de rekniveaus vanaf de bodem van de oven.
Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
Zie het hoofdstuk "Energie-efficiëntie" voor energiebesparingstips.
Symbolen gebruikt in de tabellen:
| Soort voedsel | |
| Verwarmingsfunctie | |
| Temperatuur | |
| Accessoire | |
| Inzetniveau |

Kooktijd (min)
10.2 Warmelucht (vochtig) – aanbevolen accessoires
Gebruik donkere en niet-reflecterende bakjes en schalen. Ze nemen de warmte beter op dan licht en reflecterend servies.
- Pizzapan - donker, niet-reflectorend, diameter 28cm
• Bakschaal - donker, niet-reflectorend, diameter 26cm - Ramekins - keramiek, diameter 8cm, hoogte 5 cm
- Flanbasistin - donker, niet-reflectorend, diameter 28cm
10.3 Warmelucht (vochtig)
Volg voor de beste resultaten de volgende aanwijzingen op die hieronder in de tabel staan.
| ☐ | °C | 1 | ||
| Pastaggratin Bakrooster 1 200 40 - 60 | ||||
| Aardappelgratin Bakrooster 1 180 80 - 100 | ||||
| Moussaka Bakrooster 1 180 70 - 90 | ||||
| Lasagne Bakrooster 1 180 80 - 100 | ||||
| Cannelloni Bakrooster 1 200 80 - 100 | ||||
| Broodpudding Bakrooster 1 190 60 - 80 | ||||
| Rijstpudding Bakrooster 1 180 80 - 100 | ||||
| Appelcake | Bakrooster 1) | 1 160 110 - 120 | ||
| Witbrood | Bakplaat 2) | 1 200 80 - 100 | ||
| Hamlap, 1 kg | Bakrooster 3) | 1 180 110 - 130 | ||
1) Plaats de veervormpan (∅ 26 cm) op het rooster.
2) Plaats de bakplaat met de helling naar de deur.
3) Plaats het voedsel in de glazen schaal en voeg 200 ml water toe.
10.4 Informatie voor testinstituten
Testen in overeenstemming met: EN 60350-1, IEC 60350-1.
| °C | ||||
| Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat1) | Boven + onderwarmte | Bakplaat2) | 3 150 25 - 35 | |
| Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat | Hetelucht | Bakplaat2) | 4 140 33 - 43 | |
| Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat1) | Hetelucht | Bakplaat2) Universele pan 4 | 2 | 150 22 - 32 |
| Zachte cake zonder vet1) | Boven + onderwarmte Bakrooster 1 180 25 - 35 | |||
| Zachte cake zonder vet3) | Hetelucht Bakrooster 2 180 28 - 38 | |||
| Zachte cake zonder vet1) | Hetelucht | Bakplaat4) Bakrooster 3 | 1 | 170 28 - 38 |
| Appeltaart5) | Boven + onderwarmte Bakrooster 3 170 70 - 90 | |||
| Appeltaart5) | Hetelucht Bakrooster 3 160 70 - 90 | |||
| Toast1)6) | Grillen Bakrooster 4 300 2 - 4 | |||
1) Verwarm het apparaat voor totdat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Gebruik geen functies: Snel opwar- men.
2) Plaats de bakplaat met de helling naar de deur.
3) Verwarm het apparaat voor totdat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Gebruik de functie: Snel opwarmen.
4) Plaats de bakplaat met de helling naar de deur. Cakes worden in lijn boven elkaar geplaatst.
5) 2 blikken diagonaal geplaatst. De linker moet meer naar voren worden geplaatst dan de rechter.
6) Volgens: IEC 60350-1:2016 en IEC 60350-1:2023.
Aanvullende tests
| - | °C | 1 | |||
| Schuimagebakjes 1) 2) | Boven + onderwarmte | Bakplaat 3) | 3 100 90 - 180 | ||
| Schuimagebakjes 1) 2) | Hetelucht | Bakplaat 3) | 3 100 90 - 180 | ||
| Scones 4) | Boven + onderwarmte | Bakplaat 3) | 4 180 11 - 21 | ||
| Scones 4) | Hetelucht | Bakplaat 3) | 3 170 10 - 20 | ||
| Kip, 1.1 kg 1)5) | Circulatiegrill | Bakrooster 6) | 2 200 70 - 90 | ||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
| Hamlap, 1 kg Circulatiegrill | Bakrooster 7) | 2 170 110 - 130 | |||
1) Verwarm het apparaat voor totdat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Gebruik geen functies: Snel opwar- men.
2) Gebruik bakpapier.
3) Plaats de bakplaat met de helling naar de deur.
4) Verwarm het lege apparaat 10 min voor. Gebruik geen functies: Snel opwarmen.
5) Draai het vlees halverwege de bereidingstijd om.
6) Gebruik de bakplaat om druppelende vloeistoffen op te vangen en plaats deze op de eerste rekpositie met de helling naar de ventilatorafdekking.
7) Plaats het voedsel in de glazen schaal en voeg 200 ml water toe.
11. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 Opmerkingen over de reiniging
Reinigingsmiddelen
- Reinig de voorkant van het apparaat uitsluitend met een microvezeldoek met warm water en een mild reinigingsmiddel.
- Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen.
- Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel.
Dagelijks gebruik
- Reinig na elk gebruik de binnenkant van het apparaat. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken.
- Bewaar voedsel niet langer dan 20 minuten in het apparaat. Droog de binnenkant van het apparaat na elk gebruik alleen met een microvezeldoek.
Accessoires
- Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik alleen een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasmachine reinigen.
- Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen.
11.2 Verwijderbare inschuifrails
Verwijder de inschuifrails om het apparaat te reinigen.
- Schakel het apparaat uit en wacht tot het is afgekoeld.
- Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand.
- Trek de geleider bij de achterkant uit de zijwand en verwijder het.

text_image
1 G 2- Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
11.3 Pyrolytische reiniging

WAARSCHUWING!
Er bestaat gevaar voor brandwonden.

LET OP!
Als er andere apparaten in dezelfde kast zijn geïnstalleerd, gebruik deze dan niet tijdens deze functie. Dit kan de oven beschadigen.
Start de functie niet als je de ovendeur niet volledig hebt gesloten.
- Zorg ervoor dat het apparaat koud is.
- Verwijder alle accessoires en verwijderbare inschuifrails.
-
Reinig de binnenzijde van de oven en de glazen deur aan de binnenkant met warm water, een zachte doek en een mild reinigingsmiddel.
-
Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties om te openen Menu.
-
Draai aan de bedieningsknop om te selecteren en druk op OK
Reinigingsprogramma Duur
C1 - Licht reinigen 1 h
C2 - Normaal reinigen 1 h 30 min
C3 - Grondig reinigen 3 h
-
Draai aan de bedieningsknop om het reinigingsprogramma te selecteren en druk op OK
-
Druk op om het reinigen te starten. Als het reinigen begint, wordt de deur van het apparaat vergrendeld en is de lamp uit. Totdat de deur wordt ontgrendeld, toont het display
-
Draai na de reiniging de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.
-
Wacht tot het apparaat is afgekoeld en de deur ontgrendelt. Maak de binnenkant van de oven schoon met een zachte doek en water.
11.4 Reinigingsherinnering
Als na de kooksessie op het display knippert, herinnert het apparaat je eraan om het te reinigen met pyrolytische reiniging. Je kunt de herinnering uitschakelen in het submenu: Instellingen. Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Wijzigen: Instellingen.
11.5 Verwijderen en installeren van de deur
U kunt de deur en de binnenste glasplaten verwijderen om ze te reinigen. U Het aantal glasplaten verschilt per model.
⚠ WAARSCHUWING!
De deur is zwaar.
LET OP!
Behandel het glas voorzichtig, vooral rond de randen van het voorpaneel. Het glas kan breken.
- Zorg ervoor dat het apparaat koud is
- Open de deur volledig.
- Druk op de klemhendels A op de twee deurscharnieren.

-
Sluit de ovendeur in de eerste openingsstand (in een hoek van ongeveer: 70°).
-
Pak de deur aan de zijkanten met beide handen vast en trek deze onder een opwaartse hoek weg van de oven.
-
Plaats de ovendeur met de buitenkant omlaag op een zachte doek op een stabiele ondergrond.
-
Pak de deurafdekking B aan de bovenkant van de deur aan beide kanten vast en druk deze naar binnen om de klemsluiting te ontgrendelen.

text_image
2 B 1-
Trek de deurlijst naar voren om hem te verwijderen.
-
Houd de glasplaten aan hun bovenkant vast en trek deze een voor een omhoog uit de geleider.

- Reinig de glasplaat met een sopje. Droog de glasplaat voorzichtig af. Reinig de glasplaten niet in de vaatwasser.
Voer na het reinigen de bovenstaande stappen in de omgekeerde volgorde uit. Plaats de kleinste glasplaat eerst, daarna de grotere glasplaat en de deur.
11.6 Het lampje vervangen

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken. Het lampje kan heet zijn.
- Schakel het apparaat uit en wacht tot het is afgekoeld.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Leg de doek op de vloer van de oven.
Bovenlamp
- Draai het glazen deksel om die te verwijderen.

- Reinig de glasafdekking.
- Vervang de lamp door een geschikte 300 °C hittebestendige lamp.
- Installeer het glazen deksel.
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Wat te doen als...
Probleem Controleer of...
| U kunt het apparaat niet inschakelen of bedienen. Het apparaat is op de juiste manier op een elektrische toevoer aangesloten. |
| Het apparaat warmt niet op. De automatische uitschakeling is gedeactiveerd. |
| Het apparaat warmt niet op. De deur van het apparaat is gesloten. |
| Het apparaat warmt niet op. De zekering is niet doorgeslagen. |
| Het apparaat warmt niet op. Blokkering is gedeactiveerd. |
| De lamp is uit. Warmelucht (vochtig) - is gactiveerd. |
| De verlichting werkt niet. De lamp is opgebrand. |
| De Voedselsensor werkt niet. De stekker van de Voedselsensor is volledig in het stopcontact gestoken. |
Probleem Controleer of...
Err C2 U hebt de stekker van de Voedselsensor uit het stop- contact gehaald.
Err C3 De ovendeur is gesloten of het deurslot is niet kapot.
Err F102 De deur van het apparaat is gesloten.
Err F102 Het deurslot is niet kapot.
Op het display verschijnt 00:00. Er was een stroomstoring. Stel het tijdstip van de dag in.

Als het display een foutcode weergeeft die niet in deze tabel staat, schakelt u de zekering van het huis uit en weer in om de oven opnieuw te starten. Als de foutcode opnieuw optreedt, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
12.2 Service-informatie
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling.
De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich op het voorframe van het apparaat. Het is zichtbaar wanneer u de deur opent. Verwijder het typeplaatje niet uit het apparaat.
Wij raden je aan om de gegevens hier te noteren:
Model (MOD.):
13.1 Productinformatie en productinformatieblad volgens de EU-voorschriften voor ecologisch ontwerp en energie-etikettering
Naam leverancier AEG
Modelnummer TS6PB50WAB 944035055
Energie-efficiëntie-index 81.2
Energie-efficiëntieklasse A+
Energieverbruik met een standaard belading, conventionele modus 1.09 kWh/cyclus
Energieverbruik met een standaard belasting, heteluchtmodus 0.69 kWh/cyclus
Aantal holtes 1
Warmtebron Elektriciteit
Volume 71 I
Soort oven Inbouwoven
Massa 34.0 kg
IEC/EN 60350-1 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 1: Fornuizen, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor het meten van prestaties.
13.2 Energiebesparende tips
De onderstaande tips helpen u energie te besparen bij het gebruik van uw apparaat.
Zorg ervoor dat de deur van het apparaat gesloten is als het apparaat in werking is. Open de deur van het apparaat niet te vaak tijdens het koken. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen kookgerei en donkere, niet- reflecterende blikken en containers om energie te besparen
Verwarm het apparaat niet voor voordat u gaat koken, tenzij specifiek aanbevolen.
Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Koken met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Restwarmte
Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het
koken. De restwarmte binnen in het apparaat zal blijven koken.
Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden of andere gerechten op te warmen.
Wanneer je de oven uitschakelt, geeft het display de restwarmte aan.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en het voedsel warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display.
Koken met de verlichting uitgeschakeld Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het aan als je het nodig hebt.
Warmelucht (vochtig)
Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen.
Als je deze functie gebruikt, gaat de verlichting na 30 sec. automatisch uit. Je kunt de verlichting weer inschakelen, maar deze handeling vermindert de verwachte energiebesparingen.
14. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
NL Gebruiksaanwijzing | Kookplaat 2
Welkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:
www.aeg.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEIDSINFORMATIE....2
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN....5
- INSTALLATIE....7
- BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT....9
- VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK.... 11
- DAGELIJKS GEBRUIK.... 11
- AANWIJZINGEN EN TIPS.... 16
- ONDERHOUD EN REINIGING.... 19
- PROBLEEMOPLOSSING....19
- TECHNISCHE GEGEVENS....21
- ENERGIEZUINIGHEID.... 22
- MILIEUBESCHERMING....23
1. AVEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te
2 NEDERLANDS
worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
- WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.
- Rook is een indicatie van oververhitting. Gebruik nooit water om het kookvuur te blussen. Schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met bijv. een branddeken of deksel.
- WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals een tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door
het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld.
- OPGELET: Tijdens het kookproces moet u in de buurt blijven Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken.
- Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
- WAARSCHUWING: Als het oppervlak gebarsten is, schakel het apparaat dan uit om de kans op elektrische schokken te vermijden. In het geval het apparaat rechtstreeks op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem altijd contact op met de erkende servicedienst.
- Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende service of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam wordt geopend.
- Elk apparaat heeft koelventilatoren op de bodem.
- Als het apparaat gemonteerd wordt boven een lade:
– Leg geen kleine dingen of papier dewelke kunnen binnengezogen worden, omdat ze de koelventilatoren kunnen beschadigen of het koelsysteem kunnen belemmeren. - Houd een minimumafstand van 2 cm tussen de bodem van het apparaat en de voorwerpen die u in de lade opbergt.
- Verwijder de afscheidingspanelen die in de kast onder het apparaat zijn geïnstalleerd.
2.2 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien.
• , moet het apparaat geaard worden. - Verzeker jezelf ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat je welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ertoe leiden dat de contactklem te heet wordt.
- Gebruik het juiste netsnoer.
- Zorg dat de stroomkabel niet verstrikt raakt.
- Controleer of er een aardlekschakelaar is geïnstalleerd.
- Gebruik de trekontlastingsklem op de kabel.
- Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het hete apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als je het apparaat op een nabijgelegen contactdoos aansluit.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg ervoor dat je de stekker (indien van toepassing) of het netsnoer niet beschadigt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum of een elektricien om een beschadigde stroomkabel te vervangen.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
-
Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
-
Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Verwijder voor het eerste gebruik alle verpakkingsmaterialen, etiketten en beschermfolie (indien van toepassing).
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik.
- Plaats geen bestek of deksels van steelpannen op de kookzones. Ze kunnen heet worden.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Als het oppervlak van het apparaat gebarsten is, koppel het apparaat dan onmiddellijk los van de stroomtoevoer. Dit dient om een elektrische schok te voorkomen.
-
Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm aanhouden tot de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
-
Als u voedsel in hete olie plaatst, kan het spatten.
- Gebruik geen aluminiumfolie of andere materialen tussen het kookoppervlak en het kookgerei, tenzij anders aangegeven door de fabrikant van dit apparaat.
- Gebruik alleen accessoires die door de fabrikant voor dit apparaat worden aanbevolen.

WAARSCHUWING!
Risico op brand en explosie.
- Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd open vuur of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vetten en oliën wanneer u ermee kookt.
- De dampen die boven erg hete olie ontstaan kunnen spontaan ontbranden.
- Gebruikte olie, die voedselresten kan bevatten, kan ontbranden bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.

WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
- Laat geen heet kookgerei op het bedieningspaneel staan.
- Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
- Laat kookgerei niet droogkoken.
- Zorg ervoor dat je geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat laat vallen. Het oppervlak kan beschadigd raken.
- Schakel de kookzones niet terwijl er leeg kookgerei of geen kookgerei op geplaatst is.
- Kookgerei gemaakt van gietijzer of met een beschadigde bodem kan krassen op het glas/glaskeramiek veroorzaken. Til deze voorwerpen altijd op als je ze op de kookplaat moet verplaatsen.
2.4 Onderhoud en reiniging
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schurende producten, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen, tenzij anders aangegeven.
2.5 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme
fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.6 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
3. INSTALLATIE

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.1 Voor montage
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat.
Serienummer ......
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.
3.3 Aansluitsnoer
- De kookplaat wordt geleverd met een aansluitkabel
- Gebruik als vervanging van het beschadigde netsnoer het volgende snoertype: H05V2V2-F die bestand is tegen een temperatuur van 90 °C of hoger. Een enkele draad moet een minimale doorsnede hebben volgens de onderstaande tabel. Neem contact op met
onze serviceafdeling. Het vervangen van de verbindingskabel mag alleen worden gedaan door een gekwalificeerde elektricien.

WAARSCHUWING!
Alle elektrische aansluitingen moeten door een gekwalificeerde elektricien worden aangelegd.

LET OP!
Aansluitingen via contactpluggen zijn verboden.

LET OP!
Boor of soldeer de draaduiteinden niet. Het is verboden.

LET OP!
Sluit de kabel niet aan zonder de huls voor het kabeluiteinde.
Eenfasige aansluiting
- Verwijder de huls voor het kabeluiteinde van de zwarte, bruine en blauwe draden.
-
Verwijder een deel van de isolatie van de bruine, zwarte en blauwe kabeluiteinden.
-
Sluit de uiteinden van zwarte en bruine kabels aan.
- Breng een nieuwe draadeindhuls aan op het uiteinde van de gedeelde draad (speciaal gereedschap vereist).
- Sluit de uiteinden van twee blauwe kabels aan.
- Breng een nieuwe draadeindhuls aan op het uiteinde van de gedeelde draad (speciaal gereedschap vereist).
Tweefasige aansluiting
-
Verwijder de kabeleindhuls van de blauwe draden.
-
Verwijder een deel van de isolatie van de blauwe kabeluiteinden.
- Sluit de uiteinden van twee blauwe kabels aan.
- Breng een nieuwe kabeleindhuls aan op het gemeenschappelijke kabeluiteinde (speciaal gereedschap vereist).

text_image
NL N N L1 L2 220-240 V~220-240 V N L N L
220 - 240 V\~
Tweefasige aansluiting: 400 V2N\~ Eenfasige aansluiting: 220 - 240 V\~
5x1,5 mm ^2 5x1,5 mm ^2 of 4x2,5 mm ^2 5x1,5 mm ^2 of 3x4 mm ^2

Groen - geel Groen - geel Groen - geel

N Blauw en blauw N Blauw en blauw N Blauw en blauw
L1 Zwart L1 Zwart L Zwart en bruin
L2 Bruin L2 Bruin
3.4 Montage
Als je de kookplaat onder een kap installeert, raadpleeg je de installatie-instructies van de afzuigkap voor de minimumafstand tussen de apparaten.

Als het apparaat boven een lade wordt geïnstalleerd, kan de ventilatie van de
kookplaat de artikelen die zich in de lade bevinden tijdens het bereidingsproces opwarmen.

Zoek de videotutorial "Hoe installeert u uw AEG inductiekookplaat - installatie op het aanrecht" door de volledige naam die in de onderstaande afbeelding staat in te typen.

YouTube
www.youtube.com/electrolux www.youtube.com/aeg
4.1 Indeling van het kookoppervlak

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["---"]
C["1"] --> D["---"]
E["1"] --> F["---"]
G["1"] --> H["---"]
I["1"] --> J["---"]
K["1"] --> L["---"]
M["1"] --> N["---"]
O["1"] --> P["---"]
Q["1"] --> R["---"]
S["1"] --> T["---"]
U["1"] --> V["---"]
W["1"] --> X["---"]
Y["1"] --> Z["---"]
AA["1"] --> AB["---"]
AC["1"] --> AD["---"]
AE["1"] --> AF["---"]
AG["1"] --> AH["---"]
AI["1"] --> AJ["---"]
AK["1"] --> AL["---"]
AM["1"] --> AN["---"]
AO["1"] --> AP["---"]
AQ["1"] --> AR["---"]
AS["1"] --> AT["---"]
AU["1"] --> AV["---"]
AW["1"] --> AX["---"]
AY["1"] --> AZ["---"]
BA["1"] --> BB["---"]
BC["1"] --> BD["---"]
BE["1"] --> BF["---"]
BG["1"] --> BH["---"]
BI["1"] --> BJ["---"]
BK["1"] --> BL["---"]
BM["1"] --> BN["---"]
BO["1"] --> BP["---"]
BQ["1"] --> BR["---"]
BS["1"] --> BT["---"]
BU["1"] --> BV["---"]
BW["1"] --> BX["---"]
BY["1"] --> BZ["---"]
CA["1"] --> CB["---"]
CC["1"] --> CD["---"]
CE["1"] --> CF["---"]
DG["1"] --> DH["---"]
DI["1"] --> DJ["---"]
DK["1"] --> DL["---"]
1 Inductie kookzone
2 Bedieningspaneel
4.2 Indeling van het bedieningspaneel

Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt.
| Tiptoets Functie Opmerking | ||
| 1 | ➊ | Aan/Uit De kookplaat in- en uitschakelen. |
| 2 | Blokkering / Kinderbeveili-gingsinrichting Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen. | |
| 3 | || | Pauze De functie in- en uitschakelen. |
| 4 | Bridge De functie in- en uitschakelen. | |
| 5 | - Kookstanddisplay De kookstand weergeven. | |
| 6 | - Timerindicatie voor de kook-zones | Geeft aan voor welke zone u de tijd instelt. |
| 7 | - Timerdisplay De tijd in minuten weergeven. | |
| 8 | Hob ^2 Hood De handmatige modus van functie in- en uitschakelen. | |
| 9 | - Om de kookzone te selecteren. | |
| 10 | +/- | - De tijd verlengen of verkorten. |
| 11 | P | PowerBoost Het inschakelen van de functie. |
| 12 | - Bedieningsstrip Het instellen van de kookstand. | |
4.3 Kookstanddisplays
| Scherm Beschrijving | |
| 0 | De kookzone is uitgeschakeld. |
| 1 - 14 | De kookzone wordt gebruikt. |
| u | Pauze werkt. |
| A | Automatisch opwarmen werkt. |
| P | PowerBoost werkt. |
| E + cijfer | Er is een storing. |
| = / ☑ | OptiHeat Control (3-staps restwarmte-indicator): doorgaan met koken / warmthoud-stand / restwarmte. |
| L | Blokkering / Kinderbeveiligingsinrichting werkt. |
| F | Het kookgerei is niet geschikt of te klein, of er is geen kookgerei op de kookzone ge-plaatst. |
| - | Automatische uitschakeling werkt. |
5. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Energiebeperking
Energiebeperking bepaalt hoeveel stroom de kookplaat in totaal gebruikt, binnen de grenzen van de zekeringscapacitiet van de huisinstallatie.
De kookplaat is standaard op het hoogst mogelijke vermogensniveau ingesteld.
Om het vermogensniveau te verlagen of verhogen:
- De kookplaat uitschakelen.
- Druk op en houd gedurende 3 seconden ingedrukt. Het display gaat aan en weer uit.
-
Druk op en houd gedurende 3 seconden ingedrukt. of verschijnt.
-
Druk op .P72 verschijnt.
- Druk op / van de timer om het vermogensniveau in te stellen.
Vermogensniveaus
Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.

LET OP!
Zorg ervoor dat het gekozen vermogen aansluit op de zekeringenkast in huis.
• P72 — 7200 W
• P15 — 1500 W
• P20 — 2000 W
• P25 — 2500 W
• P30 — 3000 W
• P35 — 3500 W
• P40 — 4000 W
• P45 — 4500 W
• P50 — 5000 W
• P60 — 6000 W
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 In- of uitschakelen
Raak Ⓤ seconde aan om de kookplaat in- of uit te schakelen.
6.2 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- alle kookzones zijn uitgeschakeld,
- u de kookstand niet instelt nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld,
- u iets hebt gemorst of iets langer dan 10 seconden op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
- De kookplaat te heet wordt (bijvoorbeeld als een steelpan droog kookt). De
kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken.
- u ongeschikte pannen gebruikt. Het symbool F_gaat branden en na 2 minuten schakelt de kookzone automatisch uit.
- u een kookzone niet uitschakelt of de kookstand verandert. Na een tijdje gaat aan en schakelt de kookplaat uit.
De verhouding tussen kookstand en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt:
Warmte-instelling De kookplaat wordt uitgeschakeld na
| u, 1 - 3 | 6 uur |
| 4 - 7 5 uur | |
| 8 - 9 4 uur | |
| 10 - 14 1,5 uur |
6.3 De kookstand
Voor het instellen of wijzigen van de kookstand:
Raak de bedieningsstrip aan bij de juiste kookstand of beweeg uw vinger langs de bedieningsstrip totdat u de jusite kookstand heeft bereikt.

zichtbaar is, bestaat er een risico op brandwonden door restwarmte.
De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte rechtstreeks in de bodem van het kookgerei. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van het kookgerei.
De indicatielampjes verschijnen als een kookzone heet is. De aanduidingen tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die je momenteel gebruikt:

doorgaan met koken,

warm houden,

restwarmte.
Het indicatielampje kan ook verschijnen:
• voor de aangrenzende kookzones, zelfs als je ze niet gebruikt,
- als er heet kookgerei op de koude kookzone wordt geplaatst,
- als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de kookzone nog heet is.
Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone is afgekoeld.
6.5 De kookzones gebruiken
Plaats het kookgerei in het midden van de gekozen kookzone. Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.

Gebruik voor een optimale warmteoverdracht kookgerei met een bodemdiameter die vergelijkbaar is met de grootte van de kookzone (d.w.z. de maximale waarde van de diameter van het kookgerei in "Technische gegevens" > "Specificatie van de kookzone"). Zorg ervoor dat het kookgerei geschikt is voor inductiekookplaten. Kijk voor meer informatie op types kookgerei in het hoofdstuk 'Hints en tips'.
U kunt met groot kookgerei op twee kookzones tegelijkertijd koken. Het kookgerei dient het midden van beide zones te bedekken, maar niet voorbij de gebiedsmarkering komen. Als het kookgerei tussen beide middenzones wordt geplaatst, wordt de functie Bridge niet geactiveerd.

De functie werkt als de pan de middelpunten van beide zones bedekt. Raadpleeg "De kookzones gebruiken" voor meer informatie over de juiste plaatsing van kookgerei.
De functie verbindt twee kookzones en ze werken als één kookzone.
Stel eerst de kookstand in voor één van de kookzones aan de linkerkant.
Om de functie te activeren: raak aan. Raak een van de regelsensoren aan om de warmte-instelling in te stellen of te wijzigen.
Om de functie uit te schakelen: raak aan. De kookzones werken onafhankelijk van elkaar.
Gebruik de functie om de gewenste kookstand binnen een kortere tijd te verkrijgen. Als de functie is ingeschakeld, werkt de kookzone in het begin op de hoogste kookstand waarna hij op de gewenste kookstand blijft werken.
i
Voor het activeren van de functie, moet de kookzone koud zijn.
Om de functie voor een kookzone in te schakelen: tik op R (gaat aan). Raak meteen de gewenste kookstand aan. Na 3 seconden gaat □ branden.
Om de functie uit te schakelen: wijzig de warmte-instelling.
6.8 PowerBoost
Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand.
i
Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.
Om de functie voor een kookzone in te schakelen: raak P aan. P gaat aan.
De functie uitschakelen: wijzig de kookstand.
6.9 Timer
- Timer met aftelfunctie
U kunt deze functie gebruiken om de lengte van één kooksessie in te stellen.
Stel eerst de warmtestand voor de kookzone in en dan de functie.
Om de kookzone in te stellen: tik
herhaaldelijk op ⏻ totdat het lampje van een kookzone verschijnt.
Om de functie te activeren: tik op van de timer om de tijd in te stellen (00 - 99 minuten). Als het lampje van de kookzone gaat knipperen, wordt de tijd afgeteld.
Om de resterende tijd te zien: tik op ⏻ om de kookzone in te stellen. Het indicatielampje van de kookzone begint te knipperen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven.
Om de tijd te wijzigen: tik op om de kookzone in te stellen. Tik op tof .
Om de functie te deactiveren: tik op om de kookzone in te stellen en tik vervolgens op —. De resterende tijd telt terug tot 00. Het indicatielampje van de kookzone verdwijnt.
i
Als de aftelling beëindigd is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00. De kookzone wordt uitgeschakeld.
Om de functie te stoppen: tik op 😊
- CountUp Timer
Gebruik deze functie om in de gaten te houden hoe lang de kookzone werkt.
Om de kookzone in te stellen: tik herhaaldelijk op ⏻ totdat het lampje van een kookzone verschijnt.
Om de functie te activeren: tik op van de timer. URSverschijnt. Als het lampje van de kookzone gaat knipperen, wordt de tijd opgeteld. Het display schakelt tussen en de getelde tijd (in minuten).
Om in de gaten te houden hoelang de kookzone werkt: tik op om de kookzone in te stellen. Het indicatielampje van de kookzone begint te knipperen. De display geeft aan hoe lang de zone werkt.
Om de functie te deactiveren: tik op en tik vervolgens op of . Het indicatielampje van de kookzone verdwijnt
• Kookwekker
U kunt deze functie gebruiken wanneer de kookplaat is ingeschakeld maar de kookzones niet werken. De warmtestand op het display toont
Om de functie te activeren: tik op en tik vervolgens op of van de timer om de tijd in te stellen. Als de tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00.
Om de functie te stoppen: tik op
i
De functie heeft geen invloed op de werking van de kookzones.
6.10 Pauze
Deze functie stelt alle kookzones in die op de laagste warmte-instelling werken.
Als de functie in werking is, zijn alle andere symbolen op de bedieningspanelen vergrendeld.
De functie stopt de timerfuncties niet.
- Om de functie in te schakelen: druk op ||.
☑ gaat aan. De warmte-instelling wordt verlaagd naar 1.
- Om de functie uit te schakelen, druk op ||.
De vorige kookstand verschijnt.
6.11 Blokkering
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd.
Stel eerst de kookstand in.
De functie inschakelen: raak aan. gaat gedurende 4 seconden aan. De timer blijft aan.
De functie uitschakelen: Raak aan. De vorige kookstand gaat aan.
i
Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
6.12 Kinderbeveiligingsinrichting
Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie te activeren: activeer de kookplaat met ① Stel geen warmteinstelling in. Raak ④ seconden aan. gaat aan. Schakel de kookplaat uit met ①
Om de functie te deactiveren: activeer de kookplaat met Ⓐ. Stel geen warmteinstelling in. Raak 4 seconden aan. gaat aan. Schakel de kookplaat uit met Ⓐ
Om de functie voor slechts één kooksessie te onderdrukken: activeer de kookplaat met Ⓐ. ①. gaat aan. Raak 4 ^1 seconden aan. Stel de kookstand in binnen 10 seconden. U kunt de kookplaat bedienen. Als u de kookplaat uitschakelt met Ⓐ treedt de functie weer in werking.
6.13 OffSound Control (De geluiden in- en uitschakelen)
Schakel de kookplaat uit. Raak 13 seconden aan. Het display gaat aan en uit. Raak 3 seconden aan. of gaat branden. Raak van de timer aan om één van het volgende te kiezen:
- -de signalen zijn uit - -de signalen zijn aan Om uw keuze te bevestigen moet u wachten tot de kookplaat automatisch uitschakelt.
Als de functie op staat, kunt u de geluiden alleen horen als: • u aanraakt
• Kookwekker naar beneden komt
- Timer met aftelfunctie naar beneden komt
- u iets op het bedieningspaneel plaatst.
Als er meerdere zones actief zijn en het verbruikte vermogen de limiet van de stroomtoevoer overschrijdt, verdeelt deze functie het beschikbare vermogen tussen alle kookzones (verbonden met dezelfde fase). De kookplaat regelt de warmte-instellingen om de zekeringen van de installatie in het huis te beschermen.
- Kookzones zijn gegroepeerd volgens de locatie en het aantal fasen van de kookplaat. Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading van (3.700 W). Als de kookplaat de limiet van het maximaal beschikbare vermogen bereikt binnen een fase, wordt het vermogen van de kookzones automatisch verlaagd.
- De warmte-instelling van de gekozen kookzone heeft altijd prioriteit. Het resterende vermogen zal tussen de eerder geactiveerde kookzones worden verdeeld, in omgekeerde volgorde van selectie.
- De weergave van de warmte-instelling van de verlaagde zones wisselt tussen de aanvankelijk gekozen warmte-instelling en de verlaagde warmte-instelling.
- Wacht totdat het display stopt met knipperen of verlaag de kookstand van de laatst geselecteerde kookzone. De kookzones blijven werken met de verlaagde warmte-instelling. Wijzig indien nodig handmatig de warmte-instellingen van de kookzones.
Zie de afbeelding voor mogelijke combinaties waarin vermogen over de kookzones kan worden verdeeld.

Het is een geavanceerde automatische functie die de kookplaat op een speciale kap aansluit. Zowel de kookplaat als de afzuigkap hebben een infraroodontvanger. Snelheid van de ventilator wordt automatisch bepaald op basis van modusinstelling en temperatuur van de heetste pan op de kookplaat. Je kunt de ventilator ook handmatig van de kookplaat bedienen.
i
Bij de meeste afzuigkappen is het afstandsbedieningssysteem in eerste instantie uitgeschakeld. Activeer het voordat je de functie gebruikt. Zie voor meer informatie de gebruikershandleiding van de afzuigkap.
De functie automatisch bedienen
Om de functie te bedienen, stelt u de automatische modus automatisch in op H1 – H6. De kookplaat is oorspronkelijk ingesteld op H5. De afzuigkap reageert wanneer u de kookplaat bedient. De kookplaat herkent de temperatuur van de pannen automatisch en stelt de snelheid van de ventilator erop af.
Automatische modi
| Automatischlampje | Koken1) | Bakken2) |
| H0 Uit Uit Uit | ||
| H1 Aan Uit Uit | ||
| H23) | Aan Ventilatorsnelheid 1 | Ventilatorsnelheid 1 |
| H3 Aan Uit Ventilator- | snelheid 1 | |
| H4 Aan Ventilatorsnelheid 1 | Ventilatorsnelheid 1 | |
| H5 Aan Ventilatorsnelheid 1 | Ventilatorsnelheid 2 | |
Automa-
Koken1)
Bakken2)
tisch lampje
H6 Aan Ventilator-
snelheid 2
Ventilator- snelheid 3
1) De kookplaat detecteert het kookproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
2) De kookplaat detecteert het bakproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
3) Deze modus activeert de ventilator en de verlichting en reageert niet op de temperatuur.
De automatische modus wijzigen
- De kookplaat uitschakelen.
- Druk 3 seconden op . Het display gaat aan en weer uit.
- Druk 3 seconden op .
- Druk ⏻ een paar keer in tot gaat branden.
- Druk op van de timer om een automatische modus te selecteren.
i
Schakel de automatische modus van de functie uit om de afzuigkap rechtstreeks op het afzuigkappaneel te bedienen.
i
Als je klaar bent met koken en de kookplaat uitschakelt, werkt de ventilator mogelijk nog even. Daarna schakelt het systeem de ventilator automatisch uit en wordt voorkomen dat je de ventilator per ongeluk in de komende 30 seconden activeert.
De ventilatorsnelheid handmatig bedienen Je kunt de functie ook handmatig bedienen.
Druk hiervoor op als de kookplaat actief is. Hierdoor wordt de automatische werking van de functie uitgeschakeld en kun je de ventilatorsnelheid handmatig wijzigen. Als je op drukt, wordt de ventilatorsnelheid met één verhoogd. Als je een intensief niveau bereikt en weer op drukt, stel je de ventilatorsnelheid in op 0 waardoor de afzuigkapventilator uitschakelt. Om de ventilator weer te starten met ventilatorsnelheid 1, druk op.
i
Schakel de kookplaat uit en weer aan om automatische bediening van de functie te activeren.
Het lampje inschakelen
Je kunt de kookplaat instellen om het licht automatisch te activeren wanneer je de kookplaat activeert. Zet daarvoor de automatische modus op H1 – H6.
i
Het lampje op de afzuigkap gaat 2 minuten na het uitschakelen van de kookplaat uit.
7. AANWIJZINGEN EN TIPS
!
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Pannen
i
Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel.
Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
- Om oververhitting te voorkomen en de prestaties van de zones te verbeteren, moet het kookgerei zo dik en vlak mogelijk zijn.
- Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat het kookgerei op de kookplaat worden gezet.
- Let er altijd op dat u het kookgerei niet schuift of wrijft op de randen en hoeken van het glas, omdat dit het glasoppervlak kan beschadigen.
Panmaterialen
- goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
- een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt.
Afmetingen van pannen
- Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan. Raadpleeg "Technische gegevens" > "Specificatie van kookzones" voor de juiste afmetingen van kookgerei. Plaats het kookgerei in het midden van de gekozen kookzone.
-
De efficiëntie van een kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Gebruik voor een optimale warmteoverdracht kookgerei met een bodemdiameter die vergelijkbaar is met de grootte van de kookzone (d.w.z. de maximale waarde van de diameter van het kookgerei in "Technische gegevens" > "Specificatie van de kookzone").
-
Pannen met een diameter kleiner dan een bepaalde kookzone ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt opgewekt, wat resulteert in een langzamere opwarming.
- Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de
kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet dicht bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren.
i
Raadpleeg de technische gegevens.
7.2 Geluiden tijdens bedrijf
i
Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken. Geluiden van kookgerei kunnen variëren afhankelijk van het materiaal van het kookgerei en het vermogen.
Geluiden gerelateerd aan kookgerei:
- kraakgeluid: kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (sandwich-constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich-constructie).
- bromgeluid: als u een hoge kookstand gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissen, zoemen: de ventilator werkt.
- ritmisch geluid: kookgerei wordt gedetecteerd.
Kookplaatgerelateerde geluiden:
Om energie te besparen, wordt de verwarming van de kookzone uitgeschakeld voordat de afteltimer klinkt. Het verschil in bedrijfstijd is afhankelijk van het kookstandniveau en de duur van de bereiding.
7.4 Vereenvoudigde kookgids
De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het
betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt.

De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn.
| Warmte-instel-ling | Gebruik om het volgende te doen: | Tijd (min) | Tips |
| u - 1 | Houd gekookt voedsel warm. indien no-dig | Doe een deksel op het kookgerei. | |
| 1 - 3 Hollandaisesaus, smelten: boter, cho-colade, gelatine. | 5 - 25 Roer af en toe. | ||
| 2 - 3 Stollen: luchtige omeletten, gebakken eieren. | 10 - 40 Kook met een deksel erop. | ||
| 3 - 5 Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op basis van melk, reeds bereide gerechten opwarmen. | 25 - 50 Voeg minimaal twee keer zo veel vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. | ||
| 5 - 7 Stoofgroenten, vis, vlees. 20 - 45 Voeg een paar eetlepels water toe. | Controleer de hoeveelheid water tij-dens het proces. | ||
| 7 - 9 Stoom aardappelen en andere groen-ten. | 20 - 60 Bedek de bodem van de pan met 1-2 cm water. Controleer het waterpeil tij-dens het proces. Houd het deksel op de pan. | ||
| 7 - 9 Kook grotere hoeveelheden voedsel, stoofschotels en soepen. | 60 - 150 Tot 3 l vloeistof plus ingrediënten. | ||
| 9 - 12 Zacht bakken: escalope, kalfscordon bleu, koteletten, rissoles, worstjes, le-ver, roux, eieren, pannenkoeken, do-nuts. | indien no-dig | Draai om wanneer nodig. | |
| 12 - 13 Flink bakken, hash browns, lendenbief-stuk, steaks. | 5 - 15 Draai om wanneer nodig. | ||
| 14 Kook water, kook pasta, schroei vlees (goulash, braadpan), frituur frietjes. | |||
| P | Kook grote hoeveelheden water. PowerBoost is ingeschakeld. | ||
7.5 Praktische tips voor Hob²Hood
Wanneer je de kookplaat gebruikt met de functie:
- Bescherm het paneel van de kap tegen direct zonlicht.
- Schijn geen halogeenlicht op het paneel van de kap.
- Dek het bedieningspaneel van de afzuigkap niet af.
- Onderbreek het signaal tussen de kookplaat en de afzuigkap niet (bijvoorbeeld met een hand, een
handgreep van een pan of een grote pan).
Zie de afbeelding.
De kap hieronder is alleen bedoeld ter illustratie.

Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik altijd een schraper die wordt aanbevolen voor kookplaten met een glazen oppervlak. Gebruik de schraper alleen als extra hulpmiddel voor het reinigen van het glas na de standaard reinigingsprocedure.

WAARSCHUWING!
Gebruik geen messen of ander scherp, metalen gereedschap om het glasoppervlak te reinigen.
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

Andere op afstand bediende apparaten kunnen het signaal hinderen. Gebruik dergelijke apparaten niet in de buurt van de kookplaat terwijl Hob²Hood ingeschakeld is.
Afzuigkappen met de Hob²Hood-functie
Voor het volledige assortiment afzuigkappen dat met deze functie werkt, raadpleeg je onze website van de consument. De AEG-afzuigkappen die met deze functie werken, moeten het symbool hebben.
8.2 Het kookplaat reinigen
- Verwijder onmiddellijk: gesmolten kunststof, plastic folie, zout, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder dit als de kookplaat voldoende afgekoeld is: kalkringen, waterringen, vetvlekken, glanzende metaalverkleuring. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Veeg de kookplaat na het reinigen droog met een zachte doek.
- Verwijder glanzende metaalverkleuring: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
9.1 Wat moet je doen als ...
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Je kunt de kookplaat niet inschakelen of bedienen. | De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de kookplaat goed aan-gesloten is op het lichtnet. |
| De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekering de | oorzaak van de storing is. Als de zeke-ringen keer op keer doorslaan, neemje contact op met een erkende installa-teur. | |
| Je stelde gedurende 10 seconden geen kookstand in. | Schakel de kookplaat opnieuw in enstel de kookstand binnen 10 secondenin. | |
| Je hebt 2 of meer sensorvelden te-gelijkertijd aangeraakt. | Raak slechts één sensorveld aan. | |
| Pauze is in werking. Zie "Pause". | ||
| Water of vetvlekken op het bedieningspaneel. | Reinig het bedieningspaneel. | |
| Je kunt een constant piepgeluidhoren. | De elektrische aansluiting is ver-keerd. | Trek de stekker van de kookplaat uithet stopcontact. Laat de installatiecontroleren door een erkende elektri-cien. |
| Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld.Als de kookplaat wordt uitge-schakeld, klinkt er een geluids-signaal. | Je hebt iets op een of meer sensor-velden geplaatst. | Verwijder het voorwerp van de sensor-velden. |
| De kookplaat wordt uitgeschakeld. | Je hebt iets op het sensorveld ➀ geplaatst. | Verwijder het voorwerp van het sen-sorveld. |
| De restwarmte-indicator gaat niet aan. | De zone is niet heet omdat deze slechts kortstondig is gebruikt, of de sensor is beschadigd. | Als de zone voldoende lang gebruikt isom heet te zijn, neem je contact opmet een erkende servicedienst. |
| Hob2Hood werkt niet. Je hebt het bedieningspaneel afge-dekt. | Verwijder het voorwerp van het bedieningspaneel. | |
| Je maakt gebruik van een hele hoge pan die het signaal blokkeert. | Gebruik een kleinere pan, verandervan kookzone of bedien de afzuigkaphandmatig. | |
| Automatisch opwarmen werkt niet. | De hoogste kookstand is ingesteld. De hoogste kookstand heeft hetzelfde vermogen als de functie. | |
| De zone is heet. Laat de zone voldoende afkoelen. | ||
| De kookstand schakelt tussen twee niveaus. | Stroommanagement is in werking. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. | |
| Het bedieningspaneel wordt heet bij aanraking. | Het kookgerei is te groot of je plaatst het te dicht bij het bedieningspaneel. | Plaats grotere pannen indien mogelijkop de achterste kookzones. |
| Er klinkt geen geluidsignaal wan- neer je de tiptoetsen van het be- dieningspaneel aanraakt. | De signalen zijn uit. Schakel de geluiden in. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. | |
| L gaat aan. | Kinderbeveiligingsinrichting of Blok- kering werkt. | Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. |
| F gaat aan. | Er staat geen pan op de zone. Plaats een pan op de zone. | |
| De pan is niet geschikt. Gebruik kookgerei dat geschikt is voor | inductiekookplaten. Zie 'Aanwijzingen en tips’. | |
| De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de zone. | Gebruik pannen met de juiste afmetin- gen. Raadpleeg de technische gege- vens. | |
| Opwarmen duurt lang. Pan is te klein en ontvangt slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd. | Gebruik voor een optimale warmte- overdracht kookgerei met een bodem- diameter die vergelijkbaar is met de grootte van de kookzone (d.w.z. de maximale waarde van de diameter van het kookgerei in "Technische gege- vens" > "Specificatie van de kookzo- ne"). | |
| E en een getal gaan branden. | Er is een fout opgetreden in de kookplaat. | Schakel de kookplaat uit en schakel deze na 30 seconden weer in. Wan- neer weer verschijnt, trek je de stekker van de kookplaat uit het stop- contact. Steek de stekker van de kook- plaat er na 30 seconden weer in. Als het probleem zich blijft voordoen, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
9.2 Als je geen oplossing kunt vinden...
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. Geef de gegevens op het typeplaatje. Geef ook de driecijferige code voor het glaskeramiek (bevindt zich in de hoek van het glazen oppervlak) en een
foutmelding die gaat branden. Zorg ervoor dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit niet het geval is, is het onderhoud van een servicemonteur of dealer niet gratis, ook tijdens de garantieperiode. De informatie over garantieperiode en geautoriseerde servicecentra vind je in het garantieboekje.
Inductie 7.2 kW Gemaakt in: Duitsland
Serienr. 7.2 kW
10.2 Specificatie kookzones
| Kookzone Nominaal vermogen (max warmte-instelling) [W] | PowerBoost [W] | PowerBoost maximale duur [min] | Diameter van het kookgerei [mm] |
| Links voor 2300 3200 10 125 - 210 | |||
| Links achter 2300 3200 10 125 - 210 | |||
| Rechtsvoor 1400 2500 4 125 - 145 | |||
| Rechtsachter 1800 2800 10 145 - 180 | |||
| Het vermogen van de kookzones kan binnen een bepaalde kleine marge verschillen van de gegevens in de tabel. Dit kan veranderen afhankelijk van het materiaal en de afmetingen van het kookgerei.Gebruik voor een optimale warmteoverdracht en kookresultaat kookgerei met een | bodemdiameter die vergelijkbaar is met de grootte van de kookzone (d.w.z. de maximale waarde van de diameter van het kookgerei in de tabel). Gebruik geen kookgerei dat groter is dan de diameter van de kookzone. | ||
11. ENERGIEZUINIGHEID
11.1 Productinformatie volgens de EU Ecodesign regulering
| Modelnummer TO64IB0FXB | ||
| Type kookplaat Inbouwkookplaat | ||
| Aantal kookzones 4 | ||
| Verwarmingstechnologie Inductie | ||
| Diameter van ronde kookzones (∅) Links voor | 21.0 cm | |
| Links achter | 21.0 cm | |
| Rechtsvoor | 14.5 cm | |
| Rechtsachter | 18.0 cm | |
| Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) Links voor | 178.4 Wh/kg | |
| Links achter | 178.4 Wh/kg | |
| Rechtsvoor | 183.2 Wh/kg | |
| Rechtsachter | 184.9 Wh/kg | |
| Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) 181.2 Wh/kg | ||
IEC / EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - Deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties.
De energiemetingen betreffende het kookgebied worden geïdentificeerd door de markeringen van de respectievelijke kookzones.
11.2 Energiebesparende
Je kunt energie besparen tijdens het dagelijks koken als je de onderstaande aanwijzingen volgt.
- Gebruik bij het opwarmen van water alleen de hoeveelheid die je nodig hebt.
- Plaats, indien mogelijk, altijd de deksels op het kookgerei.
- Plaats het kookgerei direct in het midden van de kookzone.
- Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden of om het te laten smelten.
11.3 Productinformatie voor stroomverbruik en maximale tijd om de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken
Stroomverbruik in uit-modus 0.3 W
De maximale tijd die de apparatuur nodig heeft om automatisch de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken
2 min
12. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.

Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.





