KMI9800.0SR - Fornuis Küppersbusch - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KMI9800.0SR Küppersbusch in PDF-formaat.
| Type product | Inductiekookplaat met geïntegreerde afzuigkap |
| Merk | Küppersbusch |
| Model | KMI9800.0SR |
| Afmetingen (H x B x D) | 70 x 898 x 518 mm |
| Elektrische aansluiting | 380-415 V 3N~, 50/60 Hz |
| Totaal aangesloten vermogen | 7,4 kW (kookplaat) + 0,115 kW (ventilator) |
| Aantal kookzones | 4 inductiezones |
| Diameter kookzone | 220 x 190 mm (voor/achter zone) |
| Vermogen per zone (normaal / Power) | 2,1 kW / 3,7 kW |
| Kookfuncties | Automatisch voorverwarmen, warmhouden (42°C/70°C/92°C), STOP-functie, hervatten, brugschakeling, power boost |
| Timer | Automatische uitschakeling programmeerbaar (0.10 tot 99 min) en kookwekker |
| Geïntegreerde ventilator | 4 vermogensniveaus, vertraagde uitschakeling (10/60 min), wasbaar metalen vetfilter |
| Bedieningstype | Touch Control met schuifveld (Slider) |
| Restwarmte-indicator | Ja (weergave H) |
| Panherkenning | Automatisch, minimale diameter aanbevolen 115 mm |
| Kinderslot | Ja (toetsenvergrendeling) |
| Toetsenvergrendeling | Ja |
| Oververhittingsbeveiliging | Automatische vermogenreductie |
| Reiniging | Keramisch glasoppervlak: speciale reiniger en schraper; filter: vaatwasser |
| Installatietype | Inbouw (inleg of vlak), luchtafvoer mogelijk links of rechts |
| Meegeleverde accessoires | Afdichtingstrip, luchtafvoercomponenten, stroomkabel |
Veelgestelde vragen - KMI9800.0SR Küppersbusch
Gebruikersvragen over KMI9800.0SR Küppersbusch
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KMI9800.0SR - Küppersbusch en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KMI9800.0SR van het merk Küppersbusch.
GEBRUIKSAANWIJZING KMI9800.0SR Küppersbusch
1 Algemene opmerkingen 76
1.1 Hier vindt u.. 76
1.2 Reglementair gebruik 76
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen 77
2.1 Voor aansluiting en werking 77
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen 77
2.3 Voor Personen 78
2.4 Symbool- en instructieverklaring 79
3 Beschrijving van het toestel 80
3.1 Bediening met sensortoetsen 81
3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld) ....81
4 Bediening 82
4.1 Het inductiekookveld 82
4.2 Panherkenning 82
4.3 Gebruiksduurbepering 82
4.4 Andere functies 82
4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie) 82
4.6 Servies voor inductiekookplaat 83
4.7 Tips om energie te besparen 83
4.8 Kookstanden 83
4.9 Restwarmteweergave 83
4.10 Toestel in operationele modus zetten 84
4.11 Bediening van de toetsen 84
4.12 Kookplaat en kookzone inschakelen 84
4.13 Kookzone uitschakelen 84
4.14 Kookplaat uitschakelen 84
4.15 STOP-functie 85
4.16 Recall-functie 85
4.17 Kinderbeveiliging 86
4.18 Brugfunctie 86
4.19 Automatische uitschakeling (timer) 87
4.20 Kookwekker (eierwekker) 87
4.21 Automatisch aankoken 88
4.22 Warmhoudfunctie 88
4.23 Vergrendeling 89
4.24Powerstand .89
4.25 Powermanagement 89
4.26 Ventilator gebruiken 90
4.26.1 Ventilator in- en uitschakelen 90
4.26.2 Ventilatornaloop 90
4.26.3 Nalooptijd 90
5 Reiniging en onderhoud 91
5.1 Keramische kookplaat 91
5.2 Speciale verontreinigungen 91
5.3 Kookplaatventilator 91
6 Wat te doeen bij problemen? 92
7 Montagehandleiding 93
7.1 Veiligheidsinstrumentes voor de keulenmeubelmonteur 93
7.2 Ventilatie. 93
7.3 Montage 93
7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggende montage 94
7.5 Variabele montagemogelijkheden: Randloze montage 94
7.6 Afbeeldingen keukenkast 95
7.7 Montage afzuigsysteme 96
7.8 7-polige stekker aansluiting ventilator .97
7.9 Montage kookplaatventilator 97
7.10 Elektrische aansluiting 98
7.11 Technische gegevens 99
7.12 Inbedrijfstelling 99
8 Buitenbedrijfstelling, afvoer 99
8.1 Buitenbedrijfstelling 99
8.2 Verwijden van de verpakking 99
8.3 Verwijden van oude apparaten 99
1 Algemene opmerkingen
1.1 Hier vindt u...
Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijn voor uw verilgheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft.
Als er een storing opttreedt, kijk dan eerst na in het hoofstuk „Wat te doein bij problemen?". Kleinere storingen kut u vaak zich verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiksen montagehandleiding ter informatatie en verilgheid aan een neue eigenen door.
De kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld. Gelijkaardige omgevingen zijn:
- Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkkomstandigheden
- Het gebruik in landbouwbedrijven
- Het gebruik door klanten in hotels, motelels en andere typische woonomgevingen
- Het gebruik in logies en ontbijt
- Ze mag nicht voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gezruikt.
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
2.1 Voor aansluiting en werkinq
- De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd.
- Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende verilighedsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uweiligkeit.
- Als het netsnoer van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zich klantenservice of door een gelijkaardig gekwalifi ceerde persoon worden verrangen om risico's te vermijden.
- Het toestel mag nicht met een externe schakel-klok of een extern afstandsbesturingsysteme worden gebruikt.
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen
- Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat nicht zonder toezicht gebruiken!
- Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen waar bij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken!
- Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones.
- Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bainmarie-pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken! Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor Niet aansprakelijk worden gesteld!
Schakel een kookzone na gebruik.altijd met de min-toets uit en Niet alleen met de panherkenning.
Oververhitte vetten en olie kuren spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie algijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen! Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken. - De keramischeplaat is zeer stevig. Zorg er niemetimin voor dat er geen harde voorwerpen
op de keramischeplaat vallen. Puntvormige slagbelastingen können de kookplaat doe nben.
Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddelijk buiten gebruik nemen. Onmiddelijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
- Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling Niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddelijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
Voorzichtig bij het werkken met huishoudelijk apparatuur! Netsnoeren mogen nicht met de hete kookzones in contactkommen.
- Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat lately liggen.
- De keramische kookplaat mag nicht worden gebrukt om er voorwerpen op neer te leggen!
- Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie en vooral suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddelijk met een speciale glasschaper volledig van de keramische kookplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.
- Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek...) mogen Niet op de inductiekookplaat worden gelegd, waar te heet hunnen worden. Gevaar voor verbranding!
- Geen brandgevaarlijke, Licht ontvlambare of cervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen.
- Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, hunnen in de onmiddelijkne nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding. Voor Niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit zich.
- Nooit gesloten conservenblickken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer können deze uiteenspatten!
- De sensoren schoonhonden,ondat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kuren worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz.) op de sensoren plaatsen!
- Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolen op de UIT-toets te drukken.
- Hete pannen nicht in de buurt van de sensortoetsen schuiven en deze nicht afdekken. In dat geval worden het toestel automatisch uitgeschakeld.
- Plaats de pan zoveel möglichk in het midden van de kookzone!
- Grote pannen zoveel möglich op de achechterste kookzones gelebruiken, om te vermijden dat de sensortoetsen te warm worden (oververhitting van de touch-control; foumtelding E2).
- Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaat können,要去 de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
- Als bij inbouwformuizen de pyrolysefunctie worden gebruikt, mag de inductiekookplaat nicht worden gebruikt.
- De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijk worden schoongemaakt!
Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bijv. schoonmaakdoekje) in de directe nabijheid van de kookplaatafzuiging liggen. Deze knen door de luchtstroomaar binnen gezogen worden. In beginsel要去en vloeistoff en enkleine onderdelenuit de buurt van het toestel worden gehonden. - Gebruik het toestel nooit zonder vetfi iter.
- Verzadigde vetfi Itters leveren brandgevaar op!
- Frituren is alleen onder voortdurend toezicht toegestaan, fl amberen is Niet toegestaan!
Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, kool-, gas- of olievuur要去 voor voldoende aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal toelaatbare onderduk die door de afzuigkap in de ruimte van het haardgekoppeld vuur wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 mbar) Niet overschrijden, anders bestaat er vergiftigingsgevaar. -
Tijdens het koken wordt door de damp extra vocht aan de kamerlucht afgegeven.
-
In circulatiebedrijf worden het vocht uit de damp maar voor een Klein deel verwijderd. Er要去 waarom algijd voor voldoende toevoer van verse lucht, worden gezorgd, bijvoorbeeld door een geopend raam of door het gebruik van huisventilatie.
Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk ruimteklimaat (45 - 60% luchtvochtigheid).
Schakel na elk gebruik in circulatiebedrijf de kookplaatafzuiging ca. 20 minutes lang op een lage stand of activeer de automatische naloop.
2.3 Voor Personen
- Deze apparaten können door kinderen vanaf 8aar alsook door personen met verminderlichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt als erop toezicht worden gehonden of als ze over het veilig gebruik van het toestel zich geinstrueerd en ze de bijbehorende gevaaren hebben begrepen. Kinderen mogen nicht met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud door de gebruiker mogen Niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht geleurt.
- De oppervlakken van verwarmings- en kook-zones worden heetijdens de werking. Daarom要去enkleine kinderen principeeluit debuurt worden gehonden.
- Er mogen alleen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen van de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het toestel vrijgeveen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen worden gebruikt. Het gebruik van Niet geschikte fornuisrekken of kookplaatafdekkingen kan tot oncevallen leiden.
- Personen met pacemakers of geimplanteerde insulinepompen要去en zich ervan verzekeren dat hun implantaten nicht door de inductiekookplaat worden beinvloed (het freiendiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20 - 50kHz
2.4 Symbool- en instructieverklaring
Het apparaat werd volgens de huidige stand van de techniek geprodueerd. Desondanks konnen machines risico's opleveren, die constructief Niet te vermijden zijn.
Om voldoende verilgheit voor de bediener te waarborgen, worden extra verilgheidsinstrumenties gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstemarkeringen.
Alleen als.Deze in acht worden genomen, is er voldoende. veiligheid tijdens de werkig gewaarborgd.
De gemarkeerde tekstpassages haben verschillende betekenissen:

GEVAAR
Opmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de möglichke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zich.

OPGELET
Opmerking die op een möglichke gevaarlijke situatie wijst, waarvan de möglichke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zich.

LET OP
Opmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de möglichke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaatijken.

OPMERKING
Het in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat.
Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE NERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbolijk ennder spanning staande onderdelen aangebrachte. Afdekkingen die hiermee gemickeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.

OPGELET! HETE OPPERVALKEN!
Dit symbol is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen.
De oppervlakken können ook na het uitschakelen van het apparatusaat heet+zijn.

GEBRUKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MO- DULES (ESD) IN ACHT NEMEN!.
Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zich, bevinden zich elekstrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins要去 absolut worsten vermeden. Alleenvakpersoneel met elektronikakennis en -ervaring is bevoegd om hierin wijzigingen aan te brengen!
3 Beschrijving van het toestel

Het decor kan van de afbeeldingen afwijken.
- Inductiekookzone voor
- Inductiekookzone anschter
- Keramische kookplaat
- Touch-control-bedieningsveld
- Stand-by-toets en ventilatorbediening
- Ventilator
- Stand-by-toets
- Aan/Uit-toets (kookplaat)
-
Sensorveld
-
Kookstandweergave
- Vergrendeltoets
- Warmhoudtoets
- Aanwijzing van de warmhoudstand (3 standen)
- STOP-toets (pauzefunctie)
- Min-/plus-toets timer
- Timer-weergave
- Aanwijzing voor kookwekker
- Aanwijzing voor kookzonetimer
- Brugfunctie
- Min-/plus-toets ventilator
- Weergave ventilator
3.1 Bediening met sensortoetsen
De bediening van de keramische kookplaat gebeurt met touch-control-sensortoetsen. De sensortoetsen functioneren als volgt: met de vingtop kort een symbol op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening worden door een signaaltoon bevestigd.
In de rest van de tekst worden voor de touch-control-sensor-toets hetwoord 'toets' gebruikt.
Stand-by-toets (7)
Met deze toets worden het toestel in de operationele modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Na het uitschakelen met deze toets blijft het toestel nog ca. 120 min. in de operationele modus.
Let op! Is het toestel volledig uitgeschakeld, dan is er ook geen restwarmteweergave meer zichtaar!
Aan/uit-toets (kookzones links of rechts
Met deze toets worden de desbetreffende kookzone in- enuitgeschakeld.
Kookstandweergave 10)
De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of:
H Restwarmte
P.....Powerstand
Panherkenning
R............Automatisch aankoken
11. Stop-functie
U. Warmhoudfunctie
L............Kinderbeveiling
Symbolen
5 55 555 .Warmhoudstanden 42^ / 70^ / 92^
3 ....Timerfunctie, automatische uitschakeling
Kookwekker
UN...........Brugfunctie
Vergrendeltoets 11)
Met de vergrendeltoets können de toetsen worden geblokkeerd.
Warmhoudtoets 2)
Om warm te houden en te sudderen.
Powerstand in het sensorveld -
De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekook-zones ter beschikking.
STOP-toets 4)
Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken.
Recall-functie Herstelfunctie) (14)
Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de)[-laatste instelling waar worden hernomen.
Min-toets Plus-toets ventilator (20)
Met deze toeurs worden de vermogensstanden van de afzuiging gekozen en de nalooptijd ingesteld.
3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld)
De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met het verschil dat u de vinger op het keramische oppervlak staat en dan kunt verschuiven. Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de aangtoonde waarde (kookstand) volgens de beweging.
Het begrip „slider" [Engels „slide": schuiven, lately glijden] is in deze handleiding identiek met de term sensorveld.

Sensorveld
Waarop moet u bij de bediening letten?
De vinger mag Niet te vlak op de keramische staat worden gezet om te verhinderen dat naburige toetsen/sensorvelden per ongeluk reageren.


Sensorveld aantikken of de vinger verschuiven
Het sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan verandert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs.
Als de vinger op het sensorveld worden geplaatst en dan waar links of maar rechts worden verschoven, verandert de aangetoonde waarde continu.
Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert.

4 Bediening
4.1 Het inductiekookveld
De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert.
Bij een inductiekookzone worden de warmte Niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte worden m.b.v. inductiestromen direct in de pan gezvormd.
Voordelen van het inductiekookveld
- energiaBesparend koken doorrechtstreekse energieo-Verdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zichnoodzakelijk),
-meerveiligheidomdatdeenergiealleenwordtdoorgegevenalsereen pan op dekookzonestaat, - energiaverdrecht:tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,
- hoge opwarmsnelheid,
- weinig risico op verbrandingen,ondat de kookplaat alleen door de panbodem worden verwarmd, overkokende gerechten branden Niet vast,
- snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer.
4.2 Panherkenning
Als er geen of een tekleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze Niet van energie voorzien. Een knipperende yn de kookstandweergave maakt waarop attendant.
Als er een geschikte pan op de kookzone worden geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt. De energietoevoer worden onderbroken als de pan worden verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende
Indien Kleinere pannen worden opgezet, waar bij de panherkenning toch in werkung treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is.
Panherkenningsgrenzen
| Kookzonediameter (mm) | Aanbevolen minimumdiameterpanbodem (mm) |
| 220 x 190 115 |
De bodem van de pan mag nicht kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zich,,ondat de inductie anders nicht wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.
Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!
4.3 Gebruiksduurbeperking
De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking.
De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel).
De voorwaarde is datijdens de gebruiksduur de instellen-gen van de kookzone Niet worden veranderd.
Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, worden de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H.
De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone worden pas uitgeschakeld als deijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minutes en kookstand 9 is möglichk).
Gebruiksduurbeperking
| Ingestelde kookstand | Gebruiksduurbeperking in minutes |
| 1 | 120 |
| 2 | 520 |
| 3 | 402 |
| 4 | 318 |
| 5 | 260 |
| 6 | 212 |
| 7 | 170 |
| 8 | 139 |
| 9 | 113 |
| P | 90 |
| 10 |
4.4 Andere functies
Als een of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), worden er Niet geschakeld.
Het symbool knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na eenaar seconden wordert eruitgeschakeld. A.u.b. het voorwerp van de sensortoetsen halen.
Om het symbool te wissen, opdezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen.
4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)
Als de kookplaat langdurig op vol vermogen worden gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica Nieteer voldoende worden gekoeld.
Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, worden evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normalaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatureur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
Ontbrekende koelopeningen in het meubel kuren de oorzaak+zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 'Ventilate').
4.6 Servies voor inductiekookplaat
De paffen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaalijken, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende groe bodem hebben.
Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is.
| Geschikte pannen Ongeschikte pannen | |
| Geëmailleerde stalen pan- nen met dikke bodem | Pannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta |
| Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodem | |
| Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij fer- rietstaal of aluminium met speciale bodem | |
Zo kurz u vaststellen of uw pan geschikt is:
Voer de hierna beschreiben magneetestuit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt.
Magneettest:
Ga met een magneeet over de bodem van uw pan. Wordt de magneeet aangetrokken, dan kut u de pan op de inductiekook-plaat gebruiken.

Noot:
Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zich voor inductie,{kunnen geluiden optreden, die te wijten zich aan de bouwwijze van deze pannen.

Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica Niet correct worden bepaald.
4.7 Tips om energia te besparen
Hier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi cients met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan.
- De panbodem diameter要去 even grot zijn als de kookzonediameter.
Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te honden dat vaak de bovenste pandiameter worden vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem. - Snelkookpanen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
- Let erop dat er alkijd voldoende vloeistof in de snel-kookpan is, want bij een leeggekooke pan+kunnen de kookzone en de pan door oververhitting beschadigd raken.
- Kookpannen indien möglich alsigtjed met een passend deksel sluien.
- Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebruiken. Een grote, nauwelijks gezulde pan verbruikt veel energia.
4.8 Kookstanden
Het verwarmingsvermögen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen.
| Kookstand | Toepassing |
| 0 | UIT-stand, benutting van de restwarmte |
| U | Smelten 42°C |
| U | Warm houden 570°C |
| U | Sudderen 592°C |
| 1-2 | Verder koken vankleine hoeveelheden |
| 3 | Doorkoken |
| 4-5 | Gaar koken vangrote hoeveelheden,gaar braden van groete stukken |
| Braden, bechamelsaus make | |
| 6 | Braden |
| 7-8 | Aan de kook brengen, aanbraden, |
| 9 | braden |
| P | Powerstand (hoogste vermogen) |
Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kookstand worden gekozen.
4.9 Restwarmteweergave H
De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave Huitgerust.
Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te honden.
Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zich. Er bestaat gevaar voor verbranding!
Bij een inductiekookzone worden de keramiek Niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.

4.10 Toestel in operationele modus zetten
Met de stand-by-toets wordt het toestel in de operatione le modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Er vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en de weergavelampjes gaan kort branden.
Na het uitschakelen met deze toets blijft het toestel nog ca. 120 min. in de operationele modus.
Let op! Is het toestel volledig uitgeschakeld, dan is er ook geen restwarmteweergaveeer zichtaar!
4.11 Bediening van de toetsen
De hier beschreiben besturing verwacht na het bedieren van een (keuze-) toets daarna de bediening van een volgende toets.
De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend, anders worden de keuze geannuleerd.



4.12 Kookplaat en kookzone inschakelen
- Zolang op de Aan/Uit-toets [rukken (ca. 1 sec.)] tot de kookstandweergaven 0 aantonen en een kort signal te horen is. De besturing is maar voor gebruik.
- Meteen daarna het sensorveld van een kookzone aanraken. Er worden een kookstand ingeschakeld.

Zlie hoofdstuk Wat u moet weten over de slider (sensorveld) Om de kookstand te veranderen of om een andere kookzone in te schakelen moet u het bijbehorende sensorveld Faanrakeh.
- Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de induciespoel in. De pan worden verwarmd.
Zolang geen pan op de kookzone worden geplaatst, wisselt de aanwijzing:tussen de ingestelde kookstand en het symbol Zonder pan worden de kookzone om veiligheidsreden na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk "panherkenning".




4.13 Kookzone uitschakelen
- a) Het sensorveld iterst links aanraken of b) de op het sensorveld atste vinger maar links verschuiven om de kookstand op 0 te verlagen c) op de Aan/Uit-toetsrukken. De bijbehorende kook-zones worden uittgeschakeld.
4.14 Kookplaat uitschakelen
- Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat worden onafhankelijk van de instelling vollediguitgeschakeld.
Noot:
Als alle kookzones handmatig worden uitgeschakeld (kookstand 0) enervoigens op geen enkele toets of sensorveldmeer worden gedrukt, worden de kookplaat na 10 seconden automatisch uitgeschakeld.
- De powerstand worden meteen geactiveerd.
Zie alinea „Powerstand".





4.15 STOP-functie
Het koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als er aan de deur worden gebeld. Om het koken met bezelfde kookstanden voort te zetten,要去 de STOP-functie worden beeindigd. Een ev. ingestelde timer wordt gestopt en loopt daarna verder.
Om veiligheidsreden is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna worden de kookplaatuitgeschakeld.
- Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijn ingesteld.
- Op de STOP-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstanden gaat het pauzesymbool pan.
- De onderbreking worden beeindigd door eerst op de STOP-toets daarna op het knipperend sensorveld links naest de STOP-toets te drukken. Bij het aanraken van het sensorveld over het hele sensorveld glijden (sliden). De tweede toets moet binnen 10 seconden worden aangeraakt, anders blijft de Stop-functie actief.
4.16 Recall-functie
(Herstelfunctie)
Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de)[-staeste instelling wee worden hernomen.
De recall-functie functioneert alleen als er ten minste eén kookzone is ingeschakeld.
- De kookplaat werk per ongeluk met de Aan/Uit-toets uitgeschakeld.
- Binnen 6 seconden na het uitschakelen opnieuw op de Aan/Uit-toetsrukken. De led van de STOP-toets knippert. Meteen daarna op de STOP-toetsrukken. De oorspronkelijke kookstanden zich weer ingesteld. Het kookproces worden voortgezet.
Hersteld worden:
- de kookstanden van alle kookzones
- minutes en seconden van voor welbepaalde kookzones geprogrammeerde timers
Aankookautomaat - Powerstand
Niet hersteld worden:
-
de tellers van de gebruiksduurbeperking (er worden waar vanaf 0 geteld)
- L
- C
- STOP
- B X
4.17 Kinderbeveiling
De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor worden de bediening geblokkeerd.
Kinderbeveiling inschakelen
- De Aan/Uit-toets kookplaat indrukken (ca. 1 sec.) om de complete kookplaat in te schakelen.
- Meteen daarna gelijktijdig op de Vergrendeltoets en de STOP-toetsrukken
- Vervolgens op de Vergrendaltoets drukken om de kinderbeveiliging te activeren. In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordenuitgeschakeld.
Kinderbeveiliging uitschakelen
- Op de Aan/Uit-toetsrukken.
- Meteen daarna gelijktijdig op de Vergrendeltoets en de STOP-toetsrukken
- Vervolgens op de STOP-toetsrukken om de kindebeveiliging uit te schakelen. De L verdwijnt.
Kinderbeveiliging slechts voor een kookproces uitschakelen
Voorwaarde: de kinderbeveiliging is volgens sunt 1-3 ingeschakeld.
Op de Aan/Uit-toets dukken.
- Meteor daarna gegelijktidig op de Vergrendeltoets de STOP-toets Brukken
- Nu kan door de gebruiker een kookzone ingeschakeld worden.
- Na het uitschakelen van de kookplaat is de kinderbeveiliging waar actief (ingeschakeld).
Opmerkingen
- Bij een stroomstoring worden de ingeschakelde kinderbeveiliging beeindigd, d.w.z. gedesactiveerd.
4.18 Brugfunctie UN
De voorste en dechterste kookzone+kunnen voor het koken aaneengeschakeld worden (brugfunctie). Daardoor kunnen groe pannen worden gezruikt.
- De kookplaat inschakelen. Om de brugfunctie in te schakelen het sensorveld = + van de voorste en achefterste kookzone gelsektijdig aanraken.
- De brugfunctie is ingeschakeld, het symbool UN verschijnt. De bediening gebeurt met het sensorveld van de voorste kookzone.
- Om de combinatie te desactiveren opniew op beiden sensorvelden tegelijk drukken of de kookplatz uitschakelen.
Opmerking
De braadslede of de pan moet de gebruike kookzones ten minste voor de helft bedekken om door de panherkenning te worden herkend!
1.





4.19 Automatische uitschakeling (timer)
Door de automatische uitschakeling worden elke ingeschakelde kookzone na een instelbareijd automatisch uitgeschakeld. Er können kooktijden van10 sec. (0.10) tot 1aar en 59 minutes (1.59) worden ingesteld.
- De kookplaat inschakelen. Een ofeer kookzones inschakelen en gewenste kookstandenkiezen.
- Gelijktijdig op de plus- en min-toets drukken tot het symbool voor de gewenste kookzone oplicht.
- Om de tijd in te stellen op de plus-f min-toets kken. Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen. Het decimale punt knippert.
- Na afl oop van de tijd worden de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op de plus- den min-toets drukken.
Opmerkingen
- Om de automatische uitschakeling voor een andere kookzone te programmeren, de stappen 2 tot 3 herhalen.
- Ter contrôle van de verstretenijd (automatische uitschakeling) zo vaak tegelijkertijd op de plus- en min-toets drukken tot het overeenkomstige symbooloor de gewenste kookzone oplicht. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veranderd worden.
- Automatische uitschakeling verrroegd wissen: door gegelijk-tijdig op de plus- en min-toets te drukken de gewenste kookzone selecteren en de tijd door drukken op de min-toets wissen ,0
- Als meerdere kookzones met automatische uitschakeling geprogrammeerd zich, worden in de timer-weergave steeds de kookzone met de kortsteijd aangetoond.
4.20 Kookwekker (eierwekker)
De kookzones zijnuitgeschakeld
- De kookplaat inschakelen.
- Gelijktijdig op de plus- en min-toets uukken tot onder de timer-aanwijzing het symbol oplicht.
- Om de tijd in te stellen op de plus-min-toets fukken. Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen. Het decimale punt knippert.
- Na afl oop van de tijd is er een tijd lang een signal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op de plus f min-toets f te drukken
Kookwekkerinstelling als er al kookzones in gebruik়n
Gelijktijdig op de plus-min-toets dukken tot onder de timer-aanwijzing het symbol Oplicht.
- Om de hijd in te stellen op de plus-min-toets dukken.
- Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op de plus f min-toets f te drukken
Noot:
De kookwekker blijft ook dan in werkung als de linker of,rechter kookplaatzijdeuitgeschakeld is. Om de tijd te wijdigen de linker ofrechtter kookplaatzijde inschakelen.




| Ingestelde Kookstand | Aankookautomaat Tijd (min:sec) |
| 1 | 0:40 |
| 2 | 1:12 |
| 3 | 2:00 |
| 4 | 2:56 |
| 5 | 4:16 |
| 6 | 7:12 |
| 7 | 2:00 |
| 8 | 3:12 |
| 9 | - |



4.21 Automatisch aankoken
Bij de aankookautomaat gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaaldeijd worden automatisch maar een lagere doorkookstand (1 tot 8) teruuggeschakeld. Bij het gebruik van het automatisch aankoken要去 alleen de doorkookstand worden gekozen waarmee de bereiding verder要去 worden gekookt, waar dat de elektronica automatisch teruugschakelt.
Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand Niet permanent in het oog moeten worden gehonden (bijv. het koken van soepvlees).
-
De kookplaat inschakelen.
-
Lang (ca. 3 sec.) op het sensorveld - - + drukken om de functie te activeren en meteen een bepaalde doorkookstand te kiezen:

A en de gekozen doorkookstand knipperen awisselend.
- Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na een bepaaldeijd (zie tabel) worden het kookproces op de doorkookstand voortgezet. Het symbool A dooft UIT.
Opmerkingen
- Tijdens het automatisch aankoken kan de doorkookstand verhoogd worden. Door de doorkookstand te verlagen worden het automatisch aankoken uitgeschakeld.
4.22 Warmhoudfunctie
Met de warmhoudfunctie können gerechten die klaar zijn op een kookzone warm gehonden worden. De kookzone worden met laag vermogen gebruikt.
- Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand (bijv. 3) is gekozen.
- Door meermaals drukken op de warmhoudtoets de gewenste warmhoudstand kiezen: S .........komt overeen met ca. 42^ S ... ..komt overeen met ca. 70^ S S ... .komt overeen met ca. 92^
- Om uit te schakelen het sensorveld nks + aanraken of op de warmhoudtoetsrukken.
De warmhoudfunctie staat 120 minuten ter beschikking, daarna worden de kookzone uitgeschakeld.





Door de vergrendeling konnen de bediening van de toetsen en de instelling van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog algid worden bediend om de kookplaat uit te schakelen.
Vergrendeling inschakelen
- Op de vergrendaltoets drukken. Het controelampje boven de vergrendaltoets brandt.
Vergrendeling uitschakelen
- Op de vergrendeltoets drukken. Het controelampje boven de vergrendeltoets dooft UIT.
Opmerkingen
De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitgeschakeld is! Vooraleer waar kan worden gekoott, moet ze.daarom eerst gedesactiveerd worden! Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergrendeling beeindigd, d.w.z. gedesactiveerd.
4.24 Powerstand
De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekook-zones ter beschikking. Een groe hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.
- De kookplaat inschakelen.
- Het sensorveld -uiterstichts bij max.van de gewenste kookzone aanraken. In de kookstandweergave verschijnt PDe powerstand is ingeschakeld.
- Na 10 minuten worden de powerstand automatisch uitgeschakeld. De Verdwijnt en er worden maar kookstand 9 terugeschakeld.
Noot:
Om de powerstand vervoegd uit te schakelen, op het overeenkomstige sensorveld drukken.
Telkens twee kookzones zijn - om technische redenen - tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.
Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie worden overschreten, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone.
De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal möglichke kookstand constant getoond.

Het open deksel hoeft nicht wegheaald te worden.








4.26 Ventilator gebruiken
Op het Touch Control bedieningsspaneel bevinden zich in het midden de toetsen voor de ventilator.
Voor de ingebruikname van de ventilator dient het glazen deksel wegheaald te worden. Bij modellen met een open deksel isweghalen ervan Niet vereist.
Belangrijk:
Leg het deksel Niet op de inductiekookplaat! Gevaar voor verbranding!
4.26.1 Ventilator in- en uitschakelen
- Stand-by-toets indrukken (ca. 1 sec.).
- De plus-toets van de ventilator indrukken.
Daarna kan met de plus- of min-toets gen gewenste vermogensstand 1, 2, 3 of 4 worden gekozen. Het symbool van de ventilator brandt.
De intensieve stand 4 blijt 10 minutes lang ingeschakeld, daarna wirdt automatisch teruggeschakeldaar stand 3.
- Voor het uitschakelen op de min-toets van de ventilator drukken tot er 0 worden weergegeven.
Tip
Om te zorgen dat de afzuiig ing ook bij hoge pannen (bjv. aspergepan) goed werk,kest u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen.
4.26.2 Ventilatornaloop
De ventilatornaloop worden na het koken gebruikt om kookgeurtjes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de fi Iters in de ventilator gedroogd.
Ventilatornaloop instellen
- De plus- en min-toets van de ventilator tegelijk indruken. Vervolgens is er een ventilatornaloop van 10 minutes ingesteld. Het symbol van de naloop brandt min.
- Door opniewu gewelijkijdig indrukken van de plus-min-toets 60 minuten ingesteld.
- Door nogmaals tegelijkkertijd indrukken worden de naloopuitgeschakeld.
De ventilatorstand bij een ingeschakelde ventilatornaloop kan waar wens ingesteld en gewijzigd worden.
4.26.3 Nalooptijd
Telkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minutes要去en worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minutes hebft gewerkt, vindt er na het uitschaken een automatische naloop van ca. 15 minutes op een lage stand plaats.
Zo worden een optimale werkung en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd.
Bij werkig met recirculatiefi iter is het raadzaam om na het koken alsijd een nalooptijd van 10 - 60 minutes in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken.
Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeldzame gevallen voorkomen, dat de in het fi Iter acheftergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en wee even geroken+kennen worden.Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werkig weer snel.
Belangrijk
Bij circulatiebedrijfClient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
5 Reiniging en onderhoud
- Vór het reinigen de kookplaat uitschakelen en lien afkoelen.
- De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijksteorden schoongemaaakt!
- Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/ Uit-toets worden geleveed. Op die manier worden vermeden dat de kookplaat per ongeluk worden ingeschakeld!
5.1 Keramische kookplaat
Belangrijk! Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreiners, roest- en vlekkenverwijderaar enz.
Reiniging na gebruik
- Maak de hele kookplaat als schoon als ze vuil is - het Beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel.
Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodate er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achechterblijven.
Wekelijks onderhoud
- Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week grondig met gebruikelijkke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschemend laagje dat water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigungen blijven op deze laag zitten en+kunnen daarna veel gemakkelijkwerden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Erogen geen resten van reinigings-middelen op het oppervlak achechterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen.
5.2 Speciale verontreinigungen
Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken,
parelmoerachtig glanzende vlekken)
kunt u het best verwijderen als de
kookplaat nog lauwarm is. Gebruik
hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga waar bij te werk zoals onder
punt 2 beschreiben.
Overgekooke gerechten eerst met een natte doek inweken en cervol-
gens de vuilresten met een speciale glasschaper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreiben.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen - zolang ze nog heet zich - met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreiben.
Zandkorrels die möglichtijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, hunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.

Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werkung en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij nicht om een beschadiging van de kookplaat, maar om Niet verwijdderde enaarom ingebrande resten.
Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze können slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd. Eventueel de reinigingeermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodemswordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan erdonkere vlekken.
5.3 Kookplaatventilator
Reiniging van de metalen vetfi Itters
Reinig de metalen vetfi liters minimaal eén keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwasmachine of in een mild sopje.
Voor het uitmelen van de fi Iters het deksel van de ventilator weghalen en de U-vormige rvs-luchtgeleiderplaat in de aanzuigopening maar boven toeuit de ventilator tilen. Vervolgens het fi Iter uitmelen.Druk hiervoorde vergrendeling in de greepopening maar beneden en haal de fi Iters eruit.
Filters sunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine verticaal zetten. Gebruik a.u.b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor aluminium, om schade en verkleuringen aan de fi Iters te voorkomen.
Niet vlak naast glazen of Licht porselein lately afwassen.
Gebruik de ventilator nicht zonder vetfi Iters!
Na de fi Iterreiniging de fi Iters droog weer in de ventilator Belangrijk: de greepopening moet na het inzetten zichtaar+zijn. Neem liefst bij ieder fi Iterervanging de goed toegankelijk binnenzijde van de ventilator af met een met afwasmiddel bevochtigdoekje en let hierbij vooral opuitstekende delen binnenin de ventilator
Reiniging en onderhoud van de ventilator
Het geniet de Voorkeur om de ventilator bij iedere fi Iterreiniging te reinigen.
Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het fi Iter verzamelen. Dat is volkommen normalaal. Het water zouECHTER verwijderd en de binnenzijde van de ventilator gereinigd moeten worden.
De ventilatieopeningen in het deksel zorgen ervoor dat ook in ruststand met geplaatst deksen lopende ventilator maybeke restvochtigheid van het koken en reinigen vanuit de ventilatorbinnenzijde kan ontsnappen.
Als hierbij vertelende restgeurtjes mochten ontsnappen, is het raadzaam om zowel fi Iter als ventilatorbinnenNZije te reinigen.
De ventilator kurz u het Beste met een vochtig, zacht doekje en wat mild afwasmiddel reinigen.
Service
Het fi Iter moet toegankelijk blijven. Bij een actieve koolfi Iter om de 5 - 24 maanden de koolfi Itermatten verrangen.
6 Wat te doein bij problemen?
Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparations aan het appaarat zich gevaarlijk,ondat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het apparaat te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijk werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd.
Denk eraan
Als er aan uw apparaat storingen optreden, controllerer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken Niet zichkunt verhelpen.
Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaalsuit?
Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur!
De inductiekookplaat kan nicht worden ingeschakeld?
- Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd?
Is het netsnoer aangesloten?
Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d.w.z. worden er een L aangetoond?
Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doeck, vloeistof een metalen voorwerp bedekt? A.u.b. verwiederen. - Wordt verkeerd koogerei gebruikt? Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat".
Het symbol knippert en er is gedurende een bepaaldeijd een signaal te horen.
Er is een permanente activering van de touch-control-sensortoetsen door overgekooke te levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen.
Oplossing: het oppervlak schoonmaking of het voorwerp verwijderen. Om het symbol de wissen, opdezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschaken.
De foute E2 worden getoond?
De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De foutcode E8 wordt getoond?
Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect.
De montage van de kookplaat controlleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De foutcode U400 wordt getoond?
De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing worden na 1suitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluten.
Er worden een foutcode (ERxx of Ex) getoond?
Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service.
Het pansymbool Yerschijnt?
Er werden een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan worden opgezet (panherkenning). Pas dan worden er energia afgegeben.
Het pansymbool 4blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet?
De pan is nicht geschickt voor inductie of heeft een tekleine diameter.
De gelebrekte kookpannen make geluid?
Dat heeft een technischeoorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan.
De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen?
Dat is normal omdat de elektronica worden afgekoeld.
De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)?
Dat heeft een technischeoorzaak en is nicht te vermijden.
De kookplaat heeft barsten of breuken?
Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddelijk buiten gebruik nemen. Onmiddelijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
7 Montagehandleiding
7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubel-monteur
- Het fi neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzende meubels要去en temperatuurbestendig zijn (min. 75^ ). Als het fi neer en de bekleding onvoldoen de temperatuurbestendig�<|im_start|>
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact möglichelijk,zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staat.
- Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad ache ter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gespecteerd.
- De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gespecteerd.
- Bij het inbouwen naast een hoge kast is een verilgheidsafstand van minstens 50~mm vereist. De zijkant van de hoge kast要去 met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te konnen werkden dien de afstandECHTER ten minste 300~mm te bedragen.
- De afstand:tussen kookplaat en afzuigkap要去 minstens zo groot় in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreveen.
- Het verpakkingsmaterial (plastic folie, piepschuim, nagels, enz.)要去itdebuurt van kinderen wordengehoudenomdatdeze delencenteventuelerisicobronnenvormen.Kleine onderdelen kanwnwordingeslikt en bijfoliebestaaterverstikkingsgevaar.
7.2 Ventilatie
- De inductiekookplatz is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuurwaarden van de elektronica een bepaalde drempel overschrijden, start de ventilator met lage snugheid. Wortd de inductiekookplatz intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator overaar een hogere snugheid. Als de elektronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zichn snugheid en schakelt automatisch uit.
- De afstand:tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg,zijn, zodate de inductie voldoende geventileerd wordt.
- Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld worden (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarsslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodate een betere luchtcirculatie maybeijk is.

Voor een betere ventilatie van de kookplaat worden vooraan een luchtspleet van minstens 5mm aanbevolen.
7.3 Montage
Belangrijke opmerkingen
Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door een oven zonder dwarstroomventilator, moet worden vermeden.
- Als bij inbouwformuizen de pyrolysefunctie worden gebruikt, mag de inductiekookplaat Niet worden gebruikt.
- Bij de inbouw boven een lade要去 erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kuren anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren.
- Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt,要去 de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20mm bedragen om voldoende ventilatie van de kookplaat te garanderen.
- De kookplaat mag Niet boven koelkasten, vaatwassers, wasmachines of droogkasten worden ingebouwd.
- Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke,licht ontvlambare of door warmte verrormbare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd.
Kookplaatafdichting
Voor het inbouwen moet de meegeleverde kookplaataf-dichting zonder onderbreking worden ingelegd.

U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoff en in de daaronder ingebouwde elektrische apparaten können indringen.
- Bij inbouw van de kookplaat in een oneff en werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz.)要去 de pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt, worden verwijderd. In deplaats waarvan要去 de verbinding:tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.
- De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven! Anders is het later Niet meer möglichk de kookplaat waar te verwijderen zonder ze te vernielen.
Uitsparing in het werkblad
De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig möglichk met een goed,recht zaagblad of een bovenfrees wordenuitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodate er geen vocht kan binnendringen.
De uitsparing voor de kookplaat worden volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat要去 absoluten horizontally en op gelinge hoogte met het werkblad liggen. Eventuale spannings konnen de glazenplaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afluit.
7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggen de montage
Afmetingen in mm

7.5 Variabele montagemogelijkheden: Randloze montage

① Minimumafstand tot naburige wanden
② Afmetingen uitsparing
③ Frezenmaat
④ Buitenmaat kookplaat
Belangrijk:
Als de keramische kookplaat scheef zit of spans, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!

Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodate geen siliconenlijm onder de kookplaat kanterechtkommen.
De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen.
De spleetussenkookplaat en aanrechtblad metsiliconen- lijm voegen.
Belangrijk
Siliconenlijm mag op geen enkele plaat sunder het oplegvlakterechtkomen.Het uitenemen op een later tijdstip wordt daardoor ontogelijk. Bij negeren komt de garantie te verrallen.

7.6 Afbeeldingen keukenkast



De afvoerlucht kan afhankelijk van de inbouwsvatie links of rechts gekozen worden. Houd hierbij rekening met de hiernaast vermelde afmetingen voor een optimaule planning.


De afvoerlucht kan afhankelijk van de inbouwsvatie links of rechts gekozen worden. Houd hierbij rekening met de hiernaast vermelde afmetingen voor een optimaule planning.

7.7 Montage afzuigsysteme
De verbinding:tussen kookplaat en ventilator kan met een fl exibele slang of een plat kanaal tot stand worden gebracht.
De afzuigcomponenten van een van deze twee varianten is bij de kookplaat bijgevoegd en deze worden overeenkomstig de afbeelding in elkaar gestoken Het platte kanaal indien nodig met een fi jne zaag inkorten.

Betreff Ende punt c
Het fl exibele verbindsgesement worden bij een werkbladdiepte van 600 mm gezruikt. Zorg bij het aanleggen op een liefst strakte en vouwrijje installmentie. Kort overtollig materiaal in.
Betreff ende punt f
Voor het opsteken van het overgangselement (d) op de plintventilator (e) aflichtingtape rond de aansluitmof (f) aanbrengen.

Belangrijk:
Alle componenten要去en na het in elkaar steken met het bijgevoegde plakband zoals afgebeeld worden afgeplakt.
Afzuigluchtkanaal-componenten

a


6


G
6

PlintfiIter(optioneel):

9
7.8 7-polige stekker aansluiting ventilator

GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken
De stekker van de ventilator要去 voor de netaansluiting worden ingestoken!
Voor het opnieuw openen van de stekkerverbinding moet het toestel in elk geval stroomloos worden geschakeld. De netaansluiting mag pasplaatsvinden als de stekkerverbinding tot stand is gebracht.
De kookplaat mag alleen worden ingeschakeld, als de contrastekker van de ventilator goed is ingestoken en de stekkerborging is gesloten.
Werkwijze
Voor de ventilatoraansluiting dient u beiden 7-polige stekkers met elkaar te verbinden.
Stekkerborging op de 7-polige stekker (ventilator) van de kookplaat openen en de 7-polige contrastekker van de ventilator(en) insteken tot deze goed vastklikt. Aansluitend de stekkerborging waar goed vastzetten.

7.9 Montage kookplaatventilator
- Het product mag alleen door een erkendevakman met inachtneming van deplaatselijk geldende voorschriften worden aangesloten; hetzelfde geldt voor de afzui-gingsaansluitingen. De installmentur is verantwoordelijk voor de storingsvrijne werkung op de montageplek!
- Let bij de inbouw op de geldende bouwvoorschriften van de desbetreff Ende landen en de energiebedrijven.
- De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circulatieluchtapparaat worden ingezet.
- De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte ventilatieschacht of door de huismuur maar buiten leiden.
- De afzuiglucht mag Niet via een in gebruik zijnde rook-of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
- Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardaf-hankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is,要去er voor voldoende,versaangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergiftig. Een veilige werkung van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilatorverooraakte onderduk de 0,04 mbar (4Pa) Niet overschrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen.
- Afvoerluchtleideringen要去en voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102.
Zorg ervoor dat er geen Kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte. - Het is van belang dat er alkj gebruik worden gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibile system.
- De nominale wijdt de van de circulatieluchtbuizen mag niet lager� dan 150 mm.
- Afvoerluchtleidingen zonden zo kort möglichk moeten zich, Niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen diameterreducties mogen hebben.
- Buisdiameters nooit kleiner dan 150mm kiezen. 50~cm voor de ventilatiemodule月至en bochten/hoeken worden aangebracht.
- Tussen twee hoeken/bochten algid een recht stuk van ca. 50 cmplaatsen.
- De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zonden minimaal overeen moeten met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uistroomopening van minstens 500~cm^2 aanwezig te zichn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openings aanbrengen.
- Zorg er tijdens de installmentie voor dat de circulatieluchteenheid ook na het afmonteren van de keuken toegankelijk blijft.
Eventueel要去en plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst.

OPMERKING
Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
7.10 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE NERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbolijk ennder spanning staande onderdelen aangebrachte. Afdekkingen die hiermee gemickeerdijk, mogen uitsluitend door een erkende elektronomeur worden verwijderd.
- De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkendvakman worden uitgevoerd!
- De wettelijkke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijke elektriciteitsmaatschappij要去en strikt worden nageleefd.
- Bij het aansluiten van het apparaat要去en installmentie worden voorzien die het möglichk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars,zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos makeen.
- De aardleider要去 lang় dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht worden belast.
- De overtollige kabellengte要去it de inbouwzone onder het toestel worden getrokken.
- U要去 er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact möglichelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselektronica worden vernield.
- Het apparaat is alleén toegelaten voor een vaste aansluiting. Het mag Niet met een geaard stopcontact worden aangesloten.
Aansluitwaarden
Netspanning: 380-415V 3N~, 50/60Hz
Nominate componentspanning: 220-240V
Aansluitkabel standard aanwezig
- De kookplaat is bij levering met een temperatuurbestendige aansluitkabel uitergerust.
- De aansluiting op het net wordt volgens het aansluit-schema uitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitergerust.
- Als de netaansluitkabel van dit apparaat worden beschadigd,要去hijdoordeen specialeaansluitkabelwordenvervangen.Ormrisico'stevermijdenmagditalleendoorde fabrikantofzijnklantenservice gebeuren.
Aansluitingsmogelijkheden


- Vermogen bij ingeschakelde powerstand
7.12 Inbedrijfstelling
Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakenen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice.
Belangrijk: bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de touch-control sensoren liggen!

Met een sponsje en wat afwasmiddel even over het oppervlak van de kookplaat vegen en verrolgens droogwijven.
8 Buitenbedrijfstelling, afvoer
8.1 Buitenbedrijfstelling
Als het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedrijfstelling plaats.
- Schakel de zekering in de huisinstallatie uit om het risico op elektrische schokken uit te sluiten.
- Voer de kookplaat na de demontage milieuvriendelijk af.
8.2 Verwijdersen van de verpakking
Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust möglichke manier. De recyclage van het verpakkingsmaterial bespaart grondstoff en en verminder de afvalberg.
8.3 Verwijdersen van oude apparaten
Het symbool op het product of op de verpakking wijsterop dat dit product Niet als huishoudafval mag wordenbehandeld. Het moetECHTERaar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordtgerecycled.
Door dit product correct te verwijdenen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijdenen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kutu het Beste contact opnemen met de gemeentelijkke instanties, het bedrijf of de diest belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.