KMI9850.0SR - Fornuis Küppersbusch - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KMI9850.0SR Küppersbusch in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KMI9850.0SR Küppersbusch
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KMI9850.0SR - Küppersbusch en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KMI9850.0SR van het merk Küppersbusch.
GEBRUIKSAANWIJZING KMI9850.0SR Küppersbusch
1 Algemene opmerkingen ....67
1.1 Hier vindt u....67
1.2 Reglementair gebruik ....67
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen .....68
2.1 Voor aansluiting en werking 68
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen 68
2.3 Voor personen 69
2.4 Symbool- en instructieverklaring ....70
3 Beschrijving van het toestel ....71
3.1 Bediening 71
4 Bediening 72
4.1 Het inductiekookveld 72
4.2 Panherkenning 72
4.3 Gebruiksduurbeperking 72
4.4 Andere functies ....72
4.5 Oververhittingsbeveiliging....72
4.6 Servies voor inductiekookplaat ....73
4.7 Tips om energie te besparen 73
4.8 Kookstanden 73
4.9 Restwarmteweergave 73
4.10 Toestel in operationele modus zetten .....74
4.11 Kookplaat en kookzone inschakelen .....74
4.12 Kookzone uitschakelen 74
4.13 Kinderbeveiliging 74
4.14 Brugfunctie 75
4.15 Automatisch aankoken 75
4.16 Warmhoudfunctie 76
4.17 Powerstand 76
4.18 Powermanagement 76
4.19 Ventilator gebruiken 77
4.19.1 Ventilator in- en uitschakelen .....77
4.19.2 Ventilatornaloop 77
4.19.3 Nalooptijd 77
5 Reiniging en onderhoud ....78
5.1 Keramische kookplaat ....78
5.2 Speciale verontreinigingen 78
5.3 Kookplaatventilator 78
6 Wat te doen bij problemen? 79
7 Montagehandleiding ....80
7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur ....80
7.2 Ventilatie....80
7.3 Montage 80
7.4 Variabele montagemogelijkheden:
Opliggende montage ....81
7.5 Variabele montagemogelijkheden:
Randloze montage ....81
7.6 Afbeeldingen keukenkast 82
7.7 Montage afzuigsysteem 83
7.8 7-polige stekker aansluiting ventilator ....84
7.9 4-polige stekker aansluiting
plasmafi Iter (optioneel) ....84
7.10 Montage kookplaatventilator 85
7.11 Inbouw schakelkast 85
7.12 Elektrische aansluiting 86
7.13 Technische gegevens 87
7.14 Inbedrijfstelling 87
8 Buitenbedrijfstelling, afvoer 87
8.1 Buitenbedrijfstelling 87
8.2 Verwijderen van de verpakking....87
8.3 Verwijderen van oude apparaten 87
1 Algemene opmerkingen
1.1 Hier vindt u...
Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft.
Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen?”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door.
De kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld. Gelijkkaardige omgevingen zijn:
- Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomstandigheden
- Het gebruik in landbouwbedrijven
- Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen
- Het gebruik in logies en ontbijt
- Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toe-zicht worden gebruikt.
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
2.1 Voor aansluiting en werking
- De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd.
- Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid.
- Als de netaansluitkabel van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalifi ceerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden.
- Het toestel mag niet met een externe schakelklok of een extern afstandsbesturingssysteem worden gebruikt.
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen
- Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken!
- Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken!
- Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones.
- Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain-marie-pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken! Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld!
- Schakel een kookzone na gebruik altijd met de knop uit en niet alleen met de panherkenning.
-
Oververhitte vetten en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen! Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken.
-
De keramische plaat is zeer stevig. Zorg er niettemin voor dat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen breken.
- Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klanten-service.
- Als de kookplaat door een defect niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de huishoudzekering uitschakelen en de klanten-service contacteren.
- Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparatuur! Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen.
- Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat laten liggen.
- De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen!
- Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.
- Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek ...) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd, omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding!
- Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen.
-
Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet.
-
Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten!
- Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz.) op de indicaties plaatsen!
- Hete pannen niet in de buurt van de indicaties schuiven en deze niet afdekken.
- Plaats de pan zoveel mogelijk in het midden van de kookzone!
- Grote pannen zoveel mogelijk op de achterste kookzones gebruiken, om te vermijden dat de indicaties te warm worden.
- Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
- Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
- De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt!
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bijv. schoonmaakdoekje) in de directe nabijheid van de kookplaatafzuiging liggen. Deze kunnen door de luchtstroom naar binnen gezogen worden. In beginsel moeten vloeistoff en en kleine onderdelen uit de buurt van het toestel worden gehouden.
- Gebruik het toestel nooit zonder vetfi liter.
- Verzadigde vetfi Iters leveren brandgevaar op!
- Frituren is alleen onder voortdurend toezicht toegestaan, fl amberen is niet toegestaan!
- Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, kool-, gas- of olievuur moet voor voldoende aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal toelaatbare onderdruk die door de afzuigkap in de ruimte van het haardgekoppeld vuur wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 mbar) niet overschrijden, anders bestaat er vergiftigingsgevaar.
-
Tijdens het koken wordt door de damp extra vocht aan de kamerlucht afgegeven.
-
In circulatiebedrijf wordt het vocht uit de damp maar voor een klein deel verwijderd. Er moet daarom altijd voor voldoende toevoer van verse lucht, worden gezorgd, bijvoorbeeld door een geopend raam of door het gebruik van huisventilatie.
- Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk ruimteklimaat (45 - 60 % luchtvochtigheid).
- Schakel na elk gebruik in circulatiebedrijf de kookplaatafzuiging ca. 20 minuten lang op een lage stand of activeer de automatische naloop.
2.3 Voor personen
- Deze toestellen kunnen door kinderen vanaf 8 jaar alsook door personen met verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilige gebruik van het toestel zijn geïnstrueerd en ze de bijbehorende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt.
- De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden heet tijdens de werking. Daarom moeten kleine kinderen principieel uit de buurt worden gehouden.
- Er mogen alleen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen van de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het toestel vrijgegeven fornuisrekken of kookplaa-tafdekkingen worden gebruikt. Het gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kookplaatafdekkingen kan tot ongevallen leiden.
- Personen met pacemakers of geimplanteerde insulinepompen moeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet door de inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).
2.4 Symbool- en instructieverklaring
Het apparaat werd volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn.
Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen.
Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd.
De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen:

GEVAAR
Opmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.

OPGELET
Opmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.

LET OP
Opmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat zijn.

OPMERKING
Het in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat.
Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.

OPGELET! HETE OPPERVLAKKEN!
Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen.
De oppervlakken kunnen ook na het uitschakelen van het apparaat heet zijn.

GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MODULES (ESD) IN ACHT NEMEN!.
Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden. Alleen vakpersoneel met elektronicakennis en -ervaring is bevoegd om hierin wijzigingen aan te brengen!
3 Beschrijving van het toestel

text_image
3 2 1 4 5 6 8. B. B.B. B. B. B. 8. min 8. B. 12 13 14 15Het decor kan van de afbeeldingen afwijken.
- Inductiekookzone voor
- Inductiekookzone achter
- Keramische kookplaat
- Kookstandweergave linker kookplaat
- Ventilatorweergave
- Ventilator
- Knop ventilator
- Knop kookzone voor
- Knop kookzone achter
- Knop kookzone voor
- Knop kookzone achter
- Kookstandweergave achterste kookzone
- Kookstandweergave voorste kookzone
- Gereedheidsstip
- Weergave ventilator
3.1 Bediening
De keramische kookplaat wordt bediend met de knoppen op het paneel. Ze zijn traploos te bedienen en kunnen zowel rechtsom als linksom worden doorgedraaid.
Door het doordraaien op aanslag worden diverse functies geactiveerd.
Kookstandweergave B(12) (13)
De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of:
H....Restwarmte
P ......Powerstand
Panherkenning
R....Automatisch aankoken
L....Kinderbeveiliging
7......Brugfunctie
- , = ≡......Warmhoudstanden 42°C/70°C/94°C
4 Bediening
4.1 Het inductiekookveld
De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert.
Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m.b.v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld
- Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk),
- meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat,
- energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,
- hoge opwarmsnelheid,
- weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast,
- snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer.
4.2 Panherkenning U
Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende y in de kookstand-weergave maakt daarop attent.
Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt. De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende
Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is.
Panherkenningsgrenzen
| Kookzonediameter (mm) | Aanbevolen minimumdiameterpanbodem (mm) |
| 220 x 190 115 |
De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.
Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!
4.3 Gebruiksduurbeperking
De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking.
De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel).
De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd.
Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H.
De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk).
Gebruiksduurbeperking
| Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperking in minuten | |
| - = = | 120 |
| 1 | 520 |
| 2 | 402 |
| 3 | 318 |
| 4 | 260 |
| 5 | 212 |
| 6 | 170 |
| 7 | 139 |
| 8 | 113 |
| 9 | 90 |
| P | 10 |
4.4 Andere functies
Als één of meer knoppen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door doordraaien van de knoppen voor de powerfunctie), wordt er niet geschakeld.
Dan knippert het symbool en wordt er na enkele seconden uitgeschakeld.
Om het symbool te wissen, dezelfde knop indrukken of de kookplaat uit- en inschakelen.
4.5 Oververhittingsbeveiliging
Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld.
Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').
4.6 Servies voor inductiekookplaat
De pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben.
Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is.
| Geschikte pannen Ongeschikte pannen | |
| Geëmailleerde stalen pannen met dikke bodem | Pannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta |
| Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodem | |
| Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij fer-rietstaal of aluminium met speciale bodem | |
Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:
Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt.
Magneettest:
Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaat gebruiken.

Noot:
Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen.

Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica niet correct worden bepaald.
4.7 Tips om energie te besparen
Hier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan.
- De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter.
- Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem.
- Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
- Zorg er altijd voor, dat er voldoende vloeistof in de snelkookpan zit, want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pan door oververhitting beschadigd raken.
- Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend deksel sluiten.
- Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebruiken. Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie.
4.8 Kookstanden
Het verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen.
| Kookstand | Toepassing |
| 0 | UIT-stand, benutting van de restwarmte |
| - | Smelten 42°C |
| = | Warm houden 70°C |
| = | Sudderen 94°C |
| 1-2 | Verder koken van kleine hoeveelheden |
| 3 | Doorkoken |
| 4-5 | Gaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukken |
| 6 | Braden, bechamelsaus maken |
| 7-8 | Braden |
| 9 | Aan de kook brengen, aanbraden, braden |
| P | Powerstand (hoogste vermogen) |
Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kookstand worden gekozen.
4.9 Restwarmteweergave H
De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust.
Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden.
Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding!
Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.

text_image
θ θ/θ₁ 8.8. θ/θ₂ 8.8. θ/θ₃
text_image
1. ○○ ○ ↗ → 3

text_image
3. ○○ ○ → 0
Met de ventilatorknop wordt het toestel in de operationele modus geschakeld. Deze knop is als het ware de hoofdschakelaar. Er vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en de weergavelampjes gaan kort branden.
Na het uitschakelen met deze toets blijft het toestel nog ca. 120 min. in de operationele modus.
Let op! Is het toestel volledig uitgeschakeld, dan is er ook geen restwarmteweergave meer zichtbaar!
4.11 Kookplaat en kookzone inschakelen
-
De betreff ende knop naar rechts draaien. In de kookstandweergave verschijnt: _ = 3 1 2 3 4 5 7 8 9.
-
Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de inductiespoel in. De pan wordt verwarmd. Zolang geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het symbool Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”.
4.12 Kookzone uitschakelen
- De regelknop naar links op 0 draaien.
4.13 Kinderbeveiliging
De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.
Kinderbeveiliging inschakelen
- De knoppen van de voorste en achterste kookzone tegelijkertijd tot de aanslag naar links draaien tot een piep klinkt. In de kookstandweergaven verschijnt een voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld.
Kinderbeveiliging uitschakelen
- De knoppen van de voorste en achterste kookzone tegelijkertijd tot de aanslag naar links draaien tot een piep klinkt. De Lverdwijnt.
Opmerkingen
- Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beëindigd, d.w.z. gedeactiveerd.
1.00
O

De voorste en de achterste kookzone kunnen voor het koken aaneengeschakeld worden (brugfunctie). Daardoor kunnen grote pannen worden gebruikt.
- Voor het inschakelen van de brugfunctie de knoppen van de voorste en achterste kookzone tegelijkertijd tot de aanslag naar rechts draaien tot een piep klinkt. De brugfunctie is ingeschakeld, het symbool 7 verschijnt. De bediening gebeurt met de knoppen van de voorste kookzone.
- Om de combinatie te deactiveren opnieuw tegelijk op beide knoppen drukken of de kookplaat uitschakelen.
Opmerking
De braadslede of de pan moet de gebruikte kookzones ten minste voor de helft bedekken om door de panherkenning te worden herkend!

line
| t | Value | |---|---| | 0 | 9 | | 1 | 5 | | 2 | 5 | | 3 | 5 |
Bij de aankookautomaat gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot 8) teruggeschakeld.
Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstand worden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdat de elektronica automatisch terugschakelt.
Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet permanent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees).
- De betreff ende knop linksom tot de aanslag draaien tot een piep klinkt.
- Direct daarna de knop terugdraaien op de gewenste doorkookstand. Op die manier is de aankookautomatiek geactiveerd.
Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na een bepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voortgezet. Het symbool A dooft uit.
Opmerking
- Tijdens het automatisch aankoken kan de doorkookstand verhoogd worden. Door de doorkookstand te verlagen wordt het automatisch aankoken uitgeschakeld.

4.16 Warmhoudfunctie
Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kookzone warm gehouden worden. De kookzone wordt met laag vermogen gebruikt.
-
Om de kookzone in te schakelen de regelknop naar rechts op de gewenste stand draaien.
-
komt overeen met ca. 42°C
= komt overeen met ca. 70°C
≡ komt overeen met ca. 94°C -
De warmhoudfunctie staat 120 minuten ter beschikking, daarna wordt de kookzone uitgeschakeld.

text_image
1. ○○ ○ ○ → P 2. 10 min. → 9
De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.
- De betreff ende knop rechtsom tot de aanslag draaien tot een piep klinkt. In de kookstandweergave verschijnt P. De powerstand is ingeschakeld.
- Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld. De Pverdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld.
Noot:
Voor het voortijdig uitschakelen van de powerstand de kookzone uitschakelen resp. de gewenste kookstand instellen.
4.18 Powermanagement
Telkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.
Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone.
De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond.

text_image
Glazen deksel Het open deksel hoeft niet wegge- haald te worden.
flowchart
graph TD
A["1. ○○"] --> B["→"]
C["2. ○○"] --> D["→"]
B --> E["1"]
D --> F["0"]

text_image
1. ○○ ○○ → 9' min. 2. ○○ ○○ → 59 min.
4.19 Ventilator gebruiken
In het midden van de kookplaat bevindt zich de ventilator met afzuiging naar onderen.
Voor de ingebruikname van de ventilator dient het glazen deksel weggehaald te worden.
Bij modellen met een open deksel is weghalen ervan niet vereist.
Belangrijk:
Leg het deksel niet op de inductiekookplaat! Gevaar voor verbranding!
4.19.1 Ventilator in- en uitschakelen
-
De ventilatorknop op de gewenste vermogensstand 1, 2, 3 of 4 draaien. Het symbool van de ventilator ♖ brandt. De intensieve stand 4 blijft 10 minuten lang ingeschakeld, daarna wordt automatisch teruggeschakeld naar stand 3.
-
Om uit te schakelen de ventilatorknop op 0 draaien.
Tip
Om te zorgen dat de afzuiging ook bij hoge pannen (bijv. aspergepan) goed werkt, kunt u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen.
4.19.2 Ventilatornaloop
De ventilatornaloop wordt na het koken gebruikt om kookgeurtjes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de fi Iters in de ventilator gedroogd.
Ventilatornaloop instellen
-
De ventilatorknop tot de aanslag rechts draaien. Vervolgens is er een ventilatornaloop van 10 minuten ingesteld. Het symbool van de naloop brandt min.
-
Door opnieuw tot de aanslag draaien worden 60 minuten ingesteld.
-
Door opnieuw tot de aanslag draaien wordt de naloop uitgeschakeld.
De ventilatorstand bij een ingeschakelde ventilatornaloop kan naar wens ingesteld en gewijzigd worden.
4.19.3 Nalooptijd
Telkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minuten moeten worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minuten heeft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop van ca. 15 minuten op een lage stand plaats.
Zo wordt een optimale werking en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd.
Bij werking met recirculatiefi liter is het raadzaam om na het koken altijd een nalooptijd van 10 - 60 minuten in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken.
Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeldzame gevallen voorkomen, dat de in het fi liter achtergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weer even geroken kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werking weer snel.
Belangrijk
Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
5 Reiniging en onderhoud
- Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen.
- De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt!
- Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt verme-den dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld!
5.1 Keramische kookplaat
Belangrijk! Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz.
Reiniging na gebruik
- Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven.
Wekelijks onderhoud
- Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week grondig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermend laagje dat water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op deze laag zitten en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak achterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen.
5.2 Speciale verontreinigingen
Sterk verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parel-
moerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven.

Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de
vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – zolang ze nog heet zijn – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven.
Zandkorrels die mogelijk tijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.
Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten.
Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.
5.3 Kookplaatventilator
Reiniging van de metalen vetfi Iters
Reinig de metalen vetfi Iters minimaal één keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwasmachine of in een mild sopje.
Voor het uitnemen van de fi Iters het deksel van de ventilator weghalen en de U-vormige rvs-luchtgeleiderplaat in de aanzuigopening naar boven toe uit de ventilator tillen. Vervolgens het fi Iter uitnemen. Druk hiervoor de vergrendeling in de greepopening naar beneden en haal de fi Iters eruit.
Filters kunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine verticaal zetten. Gebruik a.u.b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor aluminium, om schade en verkleuringen aan de filters te voorkomen.
Niet vlak naast glazen of licht porselein laten afwassen.
Gebruik de ventilator niet zonder vetfi Iters!
Na de fi Iterreiniging de fi Iters droog weer in de ventilator Belangrijk: de greepopening moet na het inzetten zichtbaar zijn. Neem liefst bij ieder fi Itervervanging de goed toegankelijke binnenzijde van de ventilator af met een met afwasmiddel bevochtigd doekje en let hierbij vooral op uitstekende delen binnenin de ventilator
Reiniging en onderhoud van de ventilator
Het geniet de voorkeur om de ventilator bij iedere fi Iterreiniging te reinigen.
Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het fi iter verzamelen. Dat is volkomen normaal. Het water zou echter verwijderd en de binnenzijde van de ventilator gereinigd moeten worden.
De ventilatieopeningen in het deksel zorgen ervoor dat ook in ruststand met geplaatst deksel zonder lopende ventilator mogelijke restvochtigheid van het koken en reinigen vanuit de ventilatorbinnenzijde kan ontsnappen.
Als hierbij vervelende restgeurtjes mochten ontsnappen, is het raadzaam om zowel fi Iter als ventilatorbinnenzijde te reinigen.
De ventilator kunt u het beste met een vochtig, zacht doekje en wat mild afwasmiddel reinigen.
Service
Het fi Iter moet toegankelijk blijven. Bij een actieve koolfi Iter om de 5 - 24 maanden de koolfi Itermatten vervangen.
Bij een plasmafi Iter na 5 jaar (max.) de koolfi Itermatten vervangen. Open hiervoor het behuizingdeksel en vervang de koolfi Itermatten.
6 Wat te doen bij problemen?
Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd.
Denk eraan
Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen.
Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit?
Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur!
De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld?
- Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd?
• Is het netsnoer aangesloten? - Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d.w.z. wordt er een L aangetoond?
- Wordt verkeerd kookgerei gebruikt? Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat".
Het symbool knippert?
Er is sprake van een dubbele activering van de knoppen (bijv.: doordraaien van de knoppen voor de powerfunctie).
Oplossing: om het symbool te wissen, dezelfde knop indrukken of de kookplaat uit- en inschakelen.
De foutcode E2 wordt getoond?
De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De foutcode E8 wordt getoond?
Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect.
De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De foutcode U400 wordt getoond?
De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten.
Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond?
Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service.
Het pansymbool ∪ verschijnt?
Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven.
Het pansymbool U blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet?
De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter.
De gebruikte kookpannen maken geluid?
Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan.
De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen?
Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld.
De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)?
Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden.
De kookplaat heeft barsten of breuken?
Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
7 Montagehandleiding
7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur
- Het fi neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (min. 75°C). Als het fi neer en de bekleding onvoldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
- De minimumafstanden aan de achterkant van de kook-plaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd.
- Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheid-safstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen.
- De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zo groot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven.
- Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz.) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar.
7.2 Ventilatie
- De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuurwaarden van de elektronica een bepaalde drempel overschrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid. Als de elektronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zijn snelheid en schakelt automatisch uit.
- De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn, zodat de inductie voldoende geventileerd wordt.
- Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is.

Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen.
7.3 Montage
Belangrijke opmerkingen
- Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door een oven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden.
- Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
- Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kunnen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren.
- Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt, moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20 mm bedragen om voldoende ventilatie van de kookplaat te garanderen.
- De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, wasmachines of droogkasten worden ingebouwd.
- Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervormbare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd.
Kookplaatafdichting
Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd.

- U moet verhinderen dat er tussen de rand van de ko- okplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoff en in de daaronder ingebouwde elektri- sche apparaten kunnen indringen.
- Bij inbouw van de kookplaat in een oneff en werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz.) moet de pakking, die zich evt. aan de kookplaat bevindt, worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.
- De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven! Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen.
Uitsparing in het werkblad
De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen.
De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit.
7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggen-de montage
Afmetingen in mm

text_image
R5 ④ 898 ④ ② 860+1 500+1 518 ② ④ min.50 ① ① min.50① Minimumafstand tot naburige wanden
② Afmetingen uitsparing
③ Uitfreesmaat
④ Buitenmaat kookplaat
Belangrijk:
Als de keramische kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!

text_image
46 4 166 120 90 60 84 x 4557.5 Variabele montagemogelijkheden: Randloze montage

text_image
R7③ 902+1③ ②860+1 500+1 522+1 ②③ min.50 ① min.50Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen.
De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen.
De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconen- lijm voegen.
Belangrijk
Siliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het oplegvlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk. Bij negeren komt de garantie te vervallen.

text_image
50 4,5-0,5 ③ 170 120 90 64 84 x 4557.6 Afbeeldingen keukenkast

Afzuiging naar keuze links of rechts: de afvoer-lucht kan afhankelijk van de inbouwsituatie links of rechts gekozen worden. Houd hierbij rekening met de hiernaast vermelde afmetingen voor een optimale planning.

text_image
Werkblad > 600 mm >120 40 170 max. 430 max. 430 max. 430 min. 100 96 140 255 Afzuigeruitlaat links
Afzuiging naar keuze links of rechts: de afvoer-lucht kan afhankelijk van de inbouwsituatie links of rechts gekozen worden. Houd hierbij rekening met de hiernaast vermelde afmetingen voor een optimale planning.
Afzuigeruitlaat rechts
7.7 Montage afzuigsysteem
De verbinding tussen kookplaat en ventilator kan met een fl exibele slang of een plat kanaal tot stand worden gebracht.
Het platte kanaal indien nodig met een fi jne zaag inkorten.

text_image
a b Variant fl exibele slang c d e b c d e Variant plat kanaalBetreff ende punt c
Zorg bij het aanleggen op een liefst strakke en vouwvrije installatie. Kort overtollig materiaal in.
Betreff ende punt f
Voor het opsteken van het overgangselement (d) op de plintventilator (e) afdichtingstape rond de aansluitmof (f) aanbrengen.

Alle componenten moeten na het in elkaar steken met het bijgevoegde plakband zoals afgebeeld worden afgeplakt.
Afzuigluchtkanaal-componenten (optioneel):

text_image
Actieve koolfi Iter
7.8 7-polige stekker aansluiting ventilator

GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken
De stekker van de ventilator moet voor de netaansluiting worden ingestoken!
Voor het opnieuw openen van de stekkerverbinding moet het toestel in elk geval stroom-loos worden geschakeld. De netaansluiting mag pas plaatsvinden als de stekkerverbinding tot stand is gebracht.
De kookplaat mag alleen worden ingeschakeld, als de contrastekker van de ventilator goed is ingestoken en de stekkerborging is gesloten.
Werkwijze
Voor de ventilatoraansluiting dient u beide 7-polige stekkers met elkaar te verbinden.
Stekkerborging op de 7-polige stekker (ventilator) van de kookplaat openen en de 7-polige contrastekker van de ventilator(en) insteken tot deze goed vastklikt. Aansluitend de stekkerborging weer goed vastzetten.

7.9 4-polige stekker aansluiting plasmafi Iter (optioneel)

GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken
De stekker van de plasmafi liter moet voor de netaansluiting worden ingestoken!
Stekkerborging en beschermkap mogen alleen bij aansluiting van het betreff ende plasmafi Iter (optioneel) worden weggehaald!
Werkwijze
Stekkerverbindingen op de 4-polige stekker (plasma) van de kookplaat openen en de beschermkappen weghalen. Vervolgens de 4-polige contrastekker van het plasmafi liter (g) insteken tot deze goed vastklikt.
Aansluitend de stekkerborging weer goed vastzetten.

GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken
Voor het opnieuw openen van de stekkerverbinding moet het toestel in elk geval stroom-loos worden geschakeld. De netaansluiting mag pas plaatsvinden als de stekkerverbinding tot stand is gebracht.
De kookplaat mag alleen worden ingeschakeld als de contrastekker van het plasmafi liter (optioneel) ingestoken en de stekkerborging gesloten is.
Als het plasmafi Iter op een later moment weer wordt verwijderd, moet de 4-polige stekker van de kookplaat weer veilig met de beschermkap en stekkerborging worden afgesloten.

7.10 Montage kookplaatventilator
- Het product mag alleen door een erkende vakman met inachtneming van de plaatselijk geldende voorschriften worden aangesloten; hetzelfde geldt voor de afzui-gingsaansluitingen. De installateur is verantwoordelijk voor de storingsvrije werking op de montageplek!
- Let bij de inbouw op de geldende bouwvoorschriften van de desbetreff ende landen en de energiebedrijven.
- De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circulatieluchtapparaat worden ingezet.
- De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte ventilatieschacht of door de huismuur naar buiten leiden.
- De afzuiglucht mag niet via een in gebruik zijnde rook-of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
- Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardafhankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is, moet er voor voldoende, vers aangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergiftiging. Een veilige werking van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilator veroorzaakte onderdruk de 0,04 mbar (4 Pa) niet overschrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen.
- Afvoerluchtleidingen moeten voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102.
- Zorg ervoor dat er geen kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte.
- Het is van belang dat er altijd gebruik wordt gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele systeem.
- De nominale wijdte van de circulatieluchtbuizen mag niet lager zijn dan 150 mm.
- Afvoerluchtleidingen zouden zo kort mogelijk moeten zijn, niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen diameterreducties mogen hebben.
- Buisdiameters nooit kleiner dan 150 mm kiezen. 50 cm voor de ventilatiemodule mogen geen bochten/hoeken worden aangebracht.
- Tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen.
- De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen.
- Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluchteenheid ook na het afmonteren van de keuken toegankelijk blijft.
- Eventueel moeten plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst.

OPMERKING
Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
7.11 Inbouw schakelkast

GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken
De stekkerverbinding tussen schakelkast en kookplaat moeten voor de netaansluiting tot stand worden gebracht!
Voor het opnieuw openen van de stekkerver- binding moet het toestel in elk geval stroom- loos worden geschakeld.
De netaansluiting mag pas plaatsvinden als de stekkerverbinding tot stand is gebracht.

Houd de juiste volgorde aan:
1 Correcte verbinding tot stand brengen
2 Netaansluiting tot stand brengen
- De schakelkast wordt voorgemonteerd geleverd. Hij is geschikt voor de inbouw in materiaaldikten van ca. 13 mm tot ca. 36 mm.
- Stel hiervoor de schakelkast overeenkomstig de materiaaldikte van het meubelpaneel met de schroefdraadbouten en moeren instellen.
- Laat een vakman de boorgaten in het paneel volgens de maatschets aanbrengen en het geheel monteren.

text_image
Moer U-schijf Draadeind Asverlenging Schroef Geleidebus Borgplaat Meubelpaneel Bus Knoppen Draadeind Aanzicht van voor
text_image
Meubelpanel Aanzicht van voor 290 ±0,05 290 ±0,05 190 ±0,05 190 ±0,05 70 ±0,05 25 ±0,1 min. 130 220 ±0,05 220 ±0,05 Doorlaatgat voor busBlind gat voor schroef7.12 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.
- De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd!
- De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd.
- Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel
met een van deze installaties stroomloos maken.
- De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast.
- De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het toestel worden getrokken.
- U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Let op: Door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselektronica worden vernield.
- Het apparaat is alléén toegelaten voor een vaste aansluiting. Het mag niet met een geaard stopcontact worden aangesloten.
Aansluitwaarden
Netspanning: 380-415V 3N\~, 50/60Hz
Nominale componentenspanning: 220-240V
Aansluitkabel standaard aanwezig
- De kookplaat is bij levering met een temperatuurbestendige aansluitkabel uitgerust.
- De aansluiting op het net wordt volgens het aansluit-schema uitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitgerust.
- Als de netaansluitkabel van dit apparaat wordt beschadigd, moet hij door een speciale aansluitkabel worden vervangen. Om risico's te vermijden mag dit alleen door de fabrikant of zijn klantenservice gebeuren.
Aansluitingsmogelijkheden

text_image
380-415V 2N~ zwart bruin grijs blauw groen-geel L1 L2 N 380-415V 3N~ zwart bruin grijs blauw groen-geel L1 L2 L3 N
text_image
380-415V 2N~ 380-415V 3N~ zwart bruin grijs wit blauw groen-geel groen-geel L1 L2 N + L1 L2 L3 N* Vermogen bij ingeschakelde powerstand
7.14 Inbedrijfstelling
Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice.
Belangrijk: Bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de indicaties liggen!

Met een sponsje en wat afwasmiddel even over het oppervlak van de kookplaat vegen en vervolgens droogwrijven.
8 Buitenbedrijfstelling, afvoer
8.1 Buitenbedrijfstelling
Als het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedrijfstelling plaats.
- Schakel de zekering in de huisinstallatie uit om het risico op elektrische schokken uit te sluiten.
- Voer de kookplaat na de demontage milieuvriendelijk af.
8.2 Verwijderen van de verpakking
Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoff en en vermindert de afvalberg.
8.3 Verwijderen van oude apparaten

Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled.
Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kunt u het beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.