KMI8560.0SR - Fornuis Küppersbusch - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KMI8560.0SR Küppersbusch in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KMI8560.0SR Küppersbusch
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KMI8560.0SR - Küppersbusch en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KMI8560.0SR van het merk Küppersbusch.
GEBRUIKSAANWIJZING KMI8560.0SR Küppersbusch
1 Algemene opmerkingen 79
1.1 Hier vindt u.... 79
1.2 Reglementair gebruik 79
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen 80
2.1 Voor aansluiting en werking 80
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen 80
2.3 Voor Personen 81
2.4 Symbool- en instructieverklaring 82
3 Beschrijving van het toestel 83
3.1 Bediening met sensortoetsen 84
3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld) ....84
4 Bediening 85
4.1 Het inductiekookveld 85
4.2 Panherkenning 85
4.3 Gebruiksduurbeperking 85
4.4 Andere functies 85
4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie). 85
4.6 Kookgerei voor inductiekookplaat 86
4.7 Tips om energie te besparen 86
4.8 Kookstanden 86
4.9 Restwarmteweergave 86
4.10 Permanente panherkenning 87
4.11 Bediening van de toetsen 87
4.12 Kookplaat en kookzone inschakelen 87
4.13 Kookzone uitschakelen 87
4.14 Kookplaat uitschakelen 87
4.15 STOP-functie 88
4.16 Recall-functie 88
4.17 Kinderbeveiliging 89
4.18 Brugfungtie (alleen voor octa kookzones) 89
4.19 Grillfungtie (alleen voor octa kookzones) 90
4.20 Automatische uitschakeling (timer) 91
4.21 Kookwekker (eierwekker) 91
4.22 Automatisch aankoken 92
4.23 Warmhoudfunctie 92
4.24 Vergrendeling 93
4.25Powerstand 93
4.26 Powermanagement 93
4.27 Ventilator gebruiken 94
4.27.1 Ventilator in- en uitschakelen 94
4.27.2 Ventilatornaloop 95
4.27.3 Nalooptijd 95
5 Reiniging en onderhoud 96
5.1 Keramische kookplaat 96
5.2 Speciale verontreinigungen 96
5.3 Kookplaatventilator 96
6 Wat te doein bij problemen? 97
7 Montagehandleiding 98
7.1 Veiligheidsinstrumentes voor de keukenmeubelmonteur 98
7.2 Ventilatie 98
7.3 Montage 98
7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggende montage 99
7.5 Variabele montagemogelijkheden: Randloze montage 99
7.6 Montage afzuigsysteme 100
7.7 Montage kookplaatventilator 101
7.8 Aansluiting raamcontact/relaisaansluiting 101
7.9 Elektrische aansluiting 102
7.10 Technische gegevens 103
7.11 Inbedrijftelling 103
8 Buitenbedrijfstelling, afvoer 103
8.1 Buitenbedrijftstelling 103
8.2 Verwijden van de verpakking 103
8.3 Verwijden van oude apparaten 103
1 Algemene opmerkingen
1.1 Hier vindt u...
Lees eerst zorgvuldig de informatatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijn voor uw verilighed, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft.
Als er een storing opttreedt, kijk dan eerst na in het hoofstuk „Wat te doein bij problemen?". Kleinere storingen kut u vaak zich verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiksen montagehandleiding ter informatatie en verilgheid aan een neue eigenaar door.
De kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgeveingen bedoeld. Gelijkaardige omgeveingen zijn:
- Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkkomstandigheden
- Het gebruik in landbouwbedrijven
- Het gebruik door klanten in hotels, motelels en andere typische woonomgevingen
- Het gebruik in logies en ontbijt
- Ze mag Niet voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gezruikt.
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwin-gen
2.1 Voor aansluiting en werkinq
- De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd.
- Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uweiligkeit.
- Als de netaansluitkabel van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zich klantenservice of door een gelijkaardig gekwalifi ceerde persoon worden verrangen om risico's te vermijden.
- Het toestel mag nicht met een externe schakel-klok of een extern afstandsbesturingsysteme worden gebruikt.
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen
- Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat Niet zonder toezicht gebruiken!
- Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen waar bij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken!
- Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones.
- Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain-marie-pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken! Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoort Niet aansprakelijk worden gesteld!
-
Schakel een kookzone na gebruik.altijd met de min-toets uit en Niet alleen met de panherkenning.
Oververhitte vetten en olie kuren spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen! Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken. -
De keramische staat is zeer stevig. Zorg er niemetimin voor dat er geen harde voorwerpen op de keramische staat vallen. Puntvormige slagbelastingen kannen de kookplaat doen breken.
Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddelijk buiten gebruik nemen. Onmiddelijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. - Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling Niet更是 kan worden uitgeschakeld, onmiddelijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
- Voorzichtig bij het werken met huishoudelijkke apparatuur! Netsnoeren mogen Niet met de hete kookzones in contact komen.
- Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat lately liggen.
- De keramische kookplaat mag nicht worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen!
- Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddelijk met een speciale glasschaper volledig van de keramische kookplaat verwijden zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.
- Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek ...)mightnietopdeinductiekookplaat worden gelegd,omdatzeheetkunnen worden.Gevaar voor verbranding!
- Geen brandgevaarlijke, Licht ontvlambare of cervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen.
- Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, hunnen in de onmiddelijkne nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding. Voor Niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit Niet.
-
Nooit gesloten conservenblicken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer+kennen deze uiteenspatten!
-
De sensoren schoonhonden,ondat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kuren worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz.) op de sensoren plaatsen!
- Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolen op de UIT-toets te drukken.
- Hete pannen nicht in de buurt van de sensortoetsen schuiven en deze nicht afdekken. In dat geval worden het toestel automatisch uitgeschakeld.
- Plaats de pan zoveel möglichk in het midden van de kookzone!
- Grote pannen zoveel möglich op de achechterste kookzones gebruiken, om te vermijden dat de sensortoetsen te warm worden (oververhitting van de touch-control; foumtelding E2).
- Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaat+kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
- Als bij inbouwformuizen de pyrolysefunctie worden gebruikt, mag de inductiekookplaat nicht worden gebruikt.
- De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijkere worden schoongemaakt!
Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bijv. schoonmaakdoekje) in de directe nabijheid van de kookplaatafzuiging liggen. Deze knen door de luchtstroomaar binnen gezogen worden. In beginsel要去en vloeistoff en enkleine onderdelenuit de buurt van het toestel worden gehonden. - Gebruik het toestel nooit zonder vetfi iter.
- Verzadigde vetfi Iters leveren brandgevaar dp
- Frituren is alleen onder voortdurend toezicht toegestaan, fl amberen is Niet toegestaan!
Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, kool-, gas- of olievuur要去 voor voldoende aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal toelaatbare onderduk die door de afzuigkap in de ruimte van het haardgekoppeld vuur wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 mbar) Niet overschrijden, anders bestaat er vergiftigingsgevaar. -
Tijdens het koken wordt door de damp extra vocht aan de kamerlucht afgegeven.
-
In circulatiebedrijf worden het vocht uit de damp maar voor eenklein deel verwijderd. Er moet waarom alkijd voor voldoende toevoer van verse lucht, worden gezorgd, bijvoorbeeld door een geopend raam of door het gebruik van huisventilatie.
- Zorg algijd voor een normal en behaagelijk ruimteklimaat (45 - 60% luchtvochtigheid).
- Schakel na elk gebruik in circulatiebedrijf de kookplaatafzuiging ca. 20 minutes lang op een lage stand of activeer de automatische naloop.
2.3 Voor Personen
- Deze toestellen können door kinderen vanaf 8aar alsook door Personen met verminderlichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt als erop toezicht worden gehonden of als ze over het veilige gebruik van het toestel zich geinstrueerd en ze de bijbehorende bevaren hebben begrepen. Kinderen mogen Niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud door de gebruiker mogen Niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht geleurt.
- De oppervlakken van verwarmings- en kook-zones worden heetijdens de werking. Daarom要去enkleine kinderen principeeluit de buurt worden gezhonden.
- Er mogen alleen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen van de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het toestel vrijgeveen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen worden gebruikt. Het gebruik van Niet geschikte fornuisrekken of kookplaatafdekkingen kan tot ongevallen leiden.
- Personen met pacemakers of geimplanteerde insulinepompen要去en zich ervan verzeker den dat hun implantaten Niet door de inductiekookplaat worden beinvloed (het freiuentiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20 - 50kHz
2.4 Symbool- en instructieverklaring
Het apparaat werd volgens de huidige stand van de techniek geprodueerd. Desondanks hunnen machines risico's opleveren, die constructief Niet te vermijden zijn.
Om voldoende verilgheit voor de bediener te waarborgen, worden extra verilgheidsinstructies gegeven in de vom van de hiervolgend beschreven tekstemarkeringen.
Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werkig gewaarborgd.
De gemarkeerde tekstpassages haben verschillende betekenissen:

GEVAAR
Opmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de möglichke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zich.

OPGELET
Opmerking die op een möglichke gevaarlijke situatie wijst, waarvan de möglichke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zich.

LET OP
Opmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de möglichke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat+zijn.

OPMERKING
Het in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparatusaat.
Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen geleukt:

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE! ER BESTaat LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbolerenonder spanning staande onderdelen aangebrachte. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.

OPGELET! HETE OPPERVALKEN!
Dit symbol is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen.
De oppervlakken können ook na het uitschakelen van het apparatusaat heetijken.

GEBRUKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MO- DULES (ESD) IN ACHT NEMEN!.
Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zich, bevinden zich elekstrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins要去 absolut worsten vermeden. Alleenvakpersoneel met elektronicakennis en -ervaring is bevoegt om hierin wijzigingen aan te brengen!
3 Beschrijving van het toestel


Het decor kan van de afbeeldingen afwijken.
- Inductiekookzone voor
- Inductiekookzone acheer
- Keramische kookplaat
- Touch-control-bedieningsveld
- Ventilator
- Aan/Uit-toets (kookplaat)
- Sensorveld
- STOP-toets (pauzefunctie)
-
Vergrendeltoets
10.Warmhoudtoets -
Grilltoets
12.Min-/plus-toets timer - Timer-weergave
- Aanwijizing voor kookzonetimer
15.Kookstandweergave
16.Weergaveventilator

OPMERKING
De meeste van de hier weergegeven toetsen zijn pas zichtaar na het inschakelen van de kookplaat.
3.1 Bediening met sensortoetsen
De bediening van de keramische kookplaat gebeurt met touch-control-sensortoetsen. De sensortoetsen functioneren als volgt: met de vingtop kort een symbol op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening worden door een signaaltoon bevestigd.
In de rest van de tekst worden voor de touch-control-sensor-toets hetwoord 'toets' gezruikt.
Als de kookplaat over een permanente panherkenning beschikt, kan een kookstand pas via het sensorveld worden ingeschakeld, nadat een pan op de kookplaat is herkend en de kookstandindicatie 0 weergeeft.
Aan/uit-toets (6) kookzones links of rechts
Met deutsche toets worden de desbetreffende kookzone in- enuitgeschakeld.
Powerstand in het sensorveld 12345678
De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekook-zones ter beschikking.
STOP-toets | | (8)
Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken.
Recall-functie | (Herstelfunctie) (8)
Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de)[-laatste instelling waar worden hernomen.
Vergrendeltoets (9)
Met de vergrendeltoets können de toetsen worden geblokkeerd.
Warmhoudtoets 10)
Om warm te houden en te sudderen.
Grilltoets (11)
voor het gebruik van de grillfunctie met een inductie-grill-plaat.
Min-toets +Plus-toets (12)
Met denen toeurs werden de timer en de automatische uitschakeling van de kookzones en de automatische naloop van de ventilator ingesteld.
Symbolen (14)
Timerfunctie, automatische uitschakeling
Kookstandweergave 15)
De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of:
H. Restwarmte
P .Powerstand
Panherkenning
R............Automatisch aankoken
11.....Stop-functie
L............Kinderbeveiling
Brugfunctie
Grillfunctie
...Warmhoudstanden 42^ / 70^ / 94^
Weergave ventilator (16)
De ventilatorweergave toont de gekozen kookstand, of:
A...Automatisch bedrijf
Koolfi Itervervanging
3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld)
De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met het verschil dat u de vinger op het keramische oppervlak staat en dan kunt verschuiven. Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de aangtoonde waarde (kookstand) volgens de beweging.
Het begrip „slider" [Engels „slide": schuiven, latent glijden] is in deze handleiding identiek met de term sensorveld.
123456789P
Sensoveld
Waarop moet u bij de bediening letten?
De vinger mag Niet te vlak op de keramische staat worden gezet om te verhinderen dat naburige toetsen/sensorvelden per ongeluk reageren.

fout goed

Sensorveld aantikken of de vinger verschuiven
Het sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan verandert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs.
Als de vinger op het sensorveld worden geplaatst en dan maar links ofaar rechts worden verschoven,verandert de aangetoonde waarde continu.
Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert.

4 Bediening
4.1 Het inductiekookveld
De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert.
Bij een inductiekookzone worden de warmte Niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte worden m.b.v. inductiestromen direct in de pan gezvormd.
Voordelen van het inductiekookveld
- Energiebesparend koken door rechtstreekse energieo-verdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zichnoodzakelijk),
-meerveiligheidomdatdeenergiealleenwordtdoorgegevenalserenan pan op dekookzonestaat, - energiaverdrecht:tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,
- hoge opwarmsnelheid,
- weinig risico op verbrandingen,ondat de kookplaat al-leen door de panbodem worden verwarmd, overkokende gerechten branden Niet vast,
- snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer.
4.2 Panherkenning
Als er geen of een tekleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze Niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maakt waarop attendant.
Als er een geschikte pan op de kookzone worden geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt. De energietoevoer worden onderbroken als de pan worden verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende
Indien Kleinere pannen worden opgezet, waar bij de panherkenning toch in werkung treedt, worden slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is.
De permanente panherkenning herkent op welke kookzone een pan is gezet en toont een 0 in de betreff ende kookstandindicatie.
Panherkenningsgrenzen
| Kookzonediameter (mm) | Aanbevolen minimumdiameterpanbodem (mm) |
| 180 | 145 |
| 210 | 145 |
| 220x190 (Octa) | 115 |
De bodem van de pan mag nicht kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, waar dat de inductie anders nicht wordt ingeschakeld. Plaats de pan altiijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.
Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!
4.3 Gebruiksduurbeperking
De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking.
De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel).
De voorwaarde is datijdens de gebruiksduur de instellen-gen van de kookzone Niet worden veranderd.
Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, worden de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H.
De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone worden pas uitgeschakeld als teijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minutes en kookstand 9 is möglichk).
Gebruiksduurbeperking
| Ingestelde kookstand | Gebruiksduurbeperking in minutes |
| - - - | 120 |
| 1 | 516 |
| 2 | 402 |
| 3 | 318 |
| 4 | 258 |
| 5 | 210 |
| 6 | 138 |
| 7 | 138 |
| 8 | 108 |
| 9 | 90 |
| P | 10 |
4.4 Andere functies
Als een ofmeer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan),wordert er Niet geschakeld.
Het symbol Er03 knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na eenaar seconden worden eruitgeschakeld. A.u.b. het voorwerp van de sensortoetsen halen.
Om het symbool Er03 te wissen, opdezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen.
4.5 Oververhittingsbeveiling (inductie)
Als de kookplaat langdurig op vol vermogen worden gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica Nieteer voldoende worden gekoeld.
Om te vermijden dat te hove temperaturen in de elektronica optreden, worden evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normalaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
Ontbrekende koelopeningen in het meubel kuren de oorzaak+zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').
4.6 Kookgerei voor inductiekookplaat
De paffen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaalijken, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende groe bodem hebben.
Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is.
| Geschikte pannen Ongeschikte pannen | |
| Geëmailleerde stalen pan- nen met dikke bodem | Pannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta |
| Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodem | |
| Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij fer- rietstaal of aluminium met speciale bodem | |
Zokuntu vaststellen ofuw pan geschikt is:
Voer de hierna beschreiben magneettest uit of kijk of de pan het symbol voor het koken met inductiestroom draagt.
Magnetetest:
Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekook-plaat gebruiken.

Opmerking:
Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kuren geluiden optreden, die te wijten�n aan de bouwwijze van deze pannen.

Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica Niet correct worden bepaald.
4.7 Tips om energia te besparen
Hier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi cients met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan.
- De panbodem diameter要去 even grot zijn als de kookzonediameter.
- Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter worden vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem.
- Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamins bewaard.
Zorg er.altijd voor, dat er voldoende vloeistof in de snelkookpan zit,want bij een leeggekoekte pan kunnen de kookzone en de pan door oververhitting beschadigd raken. - Kookpannen indien möglich als任何时候 met een passend deksel sluiten.
- Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebruiken. Een grote, nauwelijks gezulde pan verbruikt veel energia.
4.8 Kookstanden
Het verwarmingsvermögen van de kookzones kan in meertere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen.
| Kookstand | Toepassing |
| 0 | UIT-stand, benutting van de restwarmte |
| - | Smelten 42°C |
| - | Warm houden 70°C |
| - | Sudderen 94°C |
| 1-2 | Verder koken vankleine hoeveelheden |
| 3 | Doorkoken |
| 4-5 | Gaar koken vangrote hoeveelheden,gaar braden van groete stukken |
| 6 | Braden, bechamelsaus make |
| 7-8 | Braden |
| 9 | Aan de kook brengen, aanbraden,braden |
| P | Powerstand (hoogste vermogen) |
Bij kookpannen zonder deksel moetevt. een hogere kookstand worden gekozen.
4.9 Restwarmteweergave H
De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave Huitgerust.
Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te honden.
Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zich. Er bestaat gevaar voor verbranding!
Bij een inductiekookzone worden de keramiek Niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.
Als de kookplaat over een permanente panherkenning beschikt, kan een kookstand pas via het sensorveld worden ingeschakeld, nadat een pan op de kookplaat is herkend en de kookstandindicatie 0 weergeeft.
4.11 Bediening van de toetsen
De hier beschreiben besturing verwacht na het bedieren van een (keuze-) toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets要去 principeel binnen 10 seconden worden bediend, anders worden de keuze geannuleerd.
4.12 Kookplaat en kookzone inschakelen




geschickt voor inductie



- Zolang op de Aan/Uit-toets ① rukken (ca. 1 sec.) tot de ko-okstandweergaven 0 aantonen en een kort signaal te horen is. De besturing is maar voor gebruik. De permanente panherkenning herkent op welke kookzone een pan is gezet en toont een 0 in de betreffende kookstandindicatie.
- Om een kookzone te selecteren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt.
- Meteen daarna het sensorveld (taa)raken. Er worden een kookstand ingeschakeld.
456789P .......links Kookstand 0
1234 89P ....centrum Kookstand 5
12345678 P ......rechts Kookstand P*
Zlie hoofdstuk Wat u要去 weten over de slider (sensorveld)
Om de kookstand te veranderen of om een andere kookzone in te schakelen要去 het bijbehorende sensorveld aanraken.
Belangrijk: de bijbehorende gereedheidsstip要去 branden!
- Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de kookzoneplaatsen. De panherkenning schakelt de inductiespoel in. De pan worden verwarmd.
Zolang geen pan op de kookzone worden geplaatst, wisselt de aanwijzing:tussen de ingestelde kookstand en het symbol U. Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minutes uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning".
4.13 Kookzone uitschakelen
Om een kookzone te selecteren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone moet branden.
- a) Het sensorveld uiterst links 456780 P aanraken of b) de op het sensorveld (epeate vingeraar links versuschuiven om de kookstand op 0 te verlagen.
4.14 Kookplaat uitschakelen
- Op de Aan/Uit-toet 山 drukken. De kookplaat worden onafhankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld.
Opmerking:
Als alle kookzones handmatig worden uitgeschakeld (kookstand 0) enervoigens op geen enkele toets of sensorveld meer worden gedrukt, worden de kookplaat na 10 seconden automatisch uitgeschakeld.
- De powerstand worden meteen geactiveerd. Zie alinea „Powerstand".






4.15 STOP-functie
Het koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als er aan de deur worden gebeld. Om het koken met bezelfde kookstanden voort te zetten, moet de STOP-functie worden beeindigd. Eenevt. ingestelde timer wordt gestopt en loopt daarna verder.
Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna worden de kookplaat uitgeschakeld.
- Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijn ingesteld.
- Op de STOP-toets | drukken. Inplaats van de gekozen kookstanden gaat het pauzesymbol /aan.
- De onderbreking worden beeindigd door eerst op de STOP-toets Ien daarna op een willekeurige andere toets (behalte de Aan/Uit-toets) te drukken.
De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anders worden de kookplaat uitgeschakeld.
4.16 Recall-functie | (Herstelfunctie)
Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de)[-laatste instelling weeorden hernomen.
De recall-functie functioneert alleen als er ten minste eén kookzone is ingeschakeld.
- De kookplaat werden per ongeluk met de Aan/Uit-toets ① uitgeschakeld. Binnen 6 seconden na het uitschakelen opnieuw op de Aan/Uit-toets ① brukken. De stop-toets knippert.
- Meteen daarna op de STOP-toets | Brukken. De oorspronkelijke kookstanden zijn weer ingesteld. Het kookproces worden voortgezet.
Hersteld worden
- De kookstanden van alle kookzones
- Minuten en seconden van voor welbepaalde kookzones geprogrammeerde timers
Aankookautomaat
Powerstand
Niet hersteld worden
-
De tellers van de gebruiksduurbeperking (er worden waar vanaf 0 geteld)
- ca. 3 sec.
- 012345 A B P → L
- ①
- ca. 3 sec.
6.0123 8789P

- 2.

3.

4.17 Kinderbeveiling
De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor worden de bediening geblokkeerd.
Kinderbeveiliging inschakelen
- Zolang op de Aan/Uit-toets ① drukken tot de kookstandweergaven 0 aantonen.
- Direct daarna een kookstandweergave activeren en ingedrukt honden (ca. 3 sec.) tot het sliderveld van O-P oplicht.
- Aansluitend over het hele sensorveld 0-P strijken (sliden) om de kinderbeveiliging te activeren.
In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordenuitgeschakeld.
Kinderbeveiliging uitschakelen
- Op de Aan/Uit-toets drukken.
- Direct daarna een kookstandweergave activeren en ingedrukt honden (ca. 3 sec.) tot het sliderveld van P-0 oplicht.
- Aansluitend over het hele sensorveld P-0 strijken (sliden) om de kinderbeveiliging uit dte schakelen.
De L verdwijnt.
Opmerkingen
- Bij een stroomstoring worden de ingeschakelde kinderbeveiliging Niet beeindigd.
4.18 Brugfunctie /alleen voor octa kookzones)
De voorste en dechterste kookzone+kennen voor het koken aaneeengeschakeld worden (brugfunctie). Daardoor+kennen groe pannen worden gebruikt.
- De kookplaat inschakelen.
- Om de brugfunctie in te schakelen de kookstandweergave (als toets) aanraken van de voorste enchterste kookzone tegelijkkertijd aanraken. De brugfunctie is ingeschakeld en in dechterste kookstandweergave verschijnt de brug
De bediening vindt plaats met de voorste kookstandweergave en het sensorveld.
- Voor het deactiveren opnieuw tegelijkertijd op de twee koekstandweergaven (als toets) van de voorste en achechterste kookzone drukken of de kookplaat uitschakelen.
Opmerking
De braadslede of de pan moet de gebruikte kookzones ten minste voor de helft bedekken om door de panherkenning te worden herkend!
- 0 0 0
- 0 2 3 A B
- 6.
4.19 Grillfunctie (alleen voor octa kookzones)
Voor de grillfungtie de door ons aanbevolen inductie-grillplatz gebruiken.
- De kookplaat inschakelen.
- Om te selecteren de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt.
- Op de grilltoets drukken om de grillfunctie in te schakelen. De voorste en anschterste kookzone worden gecombineerd en samen geschakeld.
- Meteen daarna het sensorveld [taa]raken. Er wordt een kookstand ingeschakeld.
- De grillplaat op de kookzone zetten en het te grillen product erin leggen: stand 1 - 3 voor groenten stand 4 - 6 voor vis stand 7 - 9 voor vlees
- Voor het uitschakelen van de grillfunctie de grilltoets of de kookplaat uitschakelen.
Opmerkingen
- Kookplaat Niet zonder toezicht laten.
-
De betreffende standen naareigen voorkeur instellen.
- 0
-
000 → 035 7
4. - ++ → ++ 000
3.
4.20 Automatische uitschakeling (timer)
Door de automatische uitschakeling worden elke ingeschakelde kookzone na een instelbareijd automatisch uitgeschakeld. Er können koektijden van 0.01 tot 9.59 minutes worden ingesteld.
- De kookplaat inschakelen.
- Een ofeer kookzones inschakelen en gewenste kookstandenkiezen.
- Om een kookzone te selecteren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt.
Vervolgens kan met de plus-+ of min-toets -Timer de gewensteijd wo ingesteld.
Linkerpositie: uren
Middelste positie: decimale minutes
Rechterpositie: enkele minutes
Na enkele seconden worden de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen.
Het timersymbol and de kookplaat brandt.
- Na afl oop van de tijd worden de kookzone uitgeschakeld.
Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan wordenuitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalte deAan/Uit-toets van de kookplaat ① de drukken.
Opmerkingen
- Om de automatische uitschakeling voor een andere kookzone te programmeren, de stappen 2 tot 4 herhalen.
- Om de afgelopenijd (automatische uitschakeling) te controeren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veranderd worden.
- Automatische uitschakeling vervoegd wissen: De gewenste kookzone selecteren en deijd door aanraken van de min-toets -Timer wissen ('0').
- Als meerdere kookzones met automatische uitschakeling geprogrammeerd zich, worden in de timer-weergave steeds de kookzone met de kortsteijd aangetoond.
4.21 Kookwekker (eierwekker)
- De kookplaat inschakelen.
- Geen kookzone selecteren.
Vervolgens kan met de plus-+of min-toets Timer degewensteijd wo ingesteld. - Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalte de Aan/Uit-toets van de kookplaat ①) te drukken.
Opmerkingen
- De kookwekker blijft ook dan in werkung als de linker of rechter kookplaatzijde uitgeschakeld is. Om deijd te wijzigen de linker of rechter kookplaatzijde inschakelen.
- Als er worden uitgeschakeld met de Aan/Uit-toets, 3 ha-kelt ook de kookwekker na ca. 120 Min. uit.



lang drukken (ca. 3 sec.)

| Ingestelde Kookstand | Aankookautomaat Tijd (min:sec) |
| 1 | 00:48 |
| 2 | 02:24 |
| 3 | 03:50 |
| 4 | 05:12 |
| 5 | 06:48 |
| 6 | 02:00 |
| 7 | 02:48 |
| 8 | 03:36 |
| 9 | - |



4.22 Automatisch aankoken
Bij de aankookautomaat gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaaldeijd worden automatisch maar een lagere doorkookstand (1 tot 8) teruggeschakeld.
Bij het gebruik van het automatisch aankoken要去 alleen de doorkookstand worden gekozen waarmee de bereiding verder要去 worden gekookt, waar dat de elektronica automatisch terugschakelt.
Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand Niet permanent in het oog moeten worden gezchoolden (bijv. het koken van soepvlees).
-
De kookplaat inschakelen.
-
Lang (ca. 3 sec.) op het sensorveld 1234 89P drukken om de functie te activeren en meteen een bepalde doorkookstand te kiezen:
456789P...links...kookstand1
1234 89P.....centrum....kookstand5
12345678 P .rechts.kookstand8
en de gekozen doorkookstand knipperen afwisseled.
- Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na een bepaaldeijd (zie tabel) worden het kookproces op de doorkookstand voortgezet. Het symbolism Rooftuit.
Opmerking
- Tijdens het automatisch aankoken kan de doorkookstand verhoogd worden. Door de doorkookstand te verlagen worden het automatisch aankoken uitgeschakeld.
4.23 Warmhoudfunctie
Met de warmhoudfunctie können gerechten die klaar zich op een kookzone warm gehonden worden. De kookzone worden met laag vermogen gebrukt.
-
Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand (bijv. 3) is gekozen.
-
Door meermaals drukken op de warmhoudtoets te gewenste warmhoudstandkiezen:
komt overeen met ca. 42^
komt overeen met ca. 70^
komt overeen met ca. 94^
- Om uit te schakelen het sensorveld links aanraken of op de warmhoudtoetsrukken.
De warmhoudfunctie staat 120 minuten ter beschikking, daarna worden de kookzone uitgeschakeld.





Door de vergrendeling konnen de bediening van de toetsen en de instelling van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog algijd worden bediend om de kookplaat uit te schakelen.
Vergrendeling inschakelen
- Op de vergrendeltoets -rukken. De vergrendeltoetslicht sterk op.De vergrendeling is ingeschakeld.
Vergrendeling uitschakelen
- Op de vergrendeltoets drukken. De vergrendeltoets brandt gedim. De vergrendeling is uitgeschakeld.
Opmerkingen
De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitgeschakeld is! Vooraleer waar kan worden gekookt, moet zeARAOM eerst gedeactiveerd worden! Bij stroomuitval en uitschaken met de Aan/Uit-toets van de kookplaat Wordt de ingeschakelde vergrendeling opgeheven, d.w.z. gedeactiveerd.
4.25 Powerstand
De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekook-zones ter beschikking. Een groe hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.
- De kookplaat inschakelen. Om een kookzone te selec-teren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt.
- Op het meest rechtse sensorveld drukke P De powerstand is ingeschakeld.
- Na 10 minuten wirdt de powerstand automatisch uitgeschakeld. De Verdwijnt en er wordt maar kookstand 9 teruggeschakeld.
Opmerking
Om de powerstand vervoegd uit te schakelen, op het overeenkomstige sensorveld drukken.
4.26 Powermanagement
Telkens twee kookzones zijn - om technische redenen - tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.
Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie worden overschreten, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone.
De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijkke kookstand constant getoond.

Het open deksel hoeft nicht wegheaald te worden.
-
- 0
Weergave ventilator
4.27 Ventilator gebruiken
In het midden van de kookplaat bevindt zich de ventilator met afzuiiging maar anderen.
Voor de ingebruikname van de ventilator dient het glazen deksel wegheaald te worden.
Bij modellen met een open deksel is weghalen ervan nicht vereist.
Belangrijk:
Leg het deksel Niet op de inductiekookplaat! Gevaar voor verbranding!
4.27.1 Ventilator in- en uitschakelen
- Zolang op de Aan/Uit-toets ① drukken (ca. 1 sec.) tot de ventilatorweergaven 0 aantonen en een kort signal te horen is. De besturing is maar voor gebruik.
- Om een ventilator te selecteren, de ventilatorweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip brandt.
- Meteen daarna het sensorveld aanraken. Er wordt een ventilatorstand ingeschakeld.
456789P.....Links.....ventilatorstand 1
1234 89P.....centrum...ventilatorstand5
12345678 P .ventilatorstandP
Om de ventilatorstand te wijzigen, selecteert u de ventilatorweergave en drukt u verwolgens op de sensorknop.
Belangrijk: de bijbehorende gereedheidsstip要去 branden!
Automatischenbedrijf
- Om automatisch bedrijf te selecteren, drukt u op de ventilatorweergave (als toets) totdat er een A voor automatisch bedrijf op het display worden weergegeven. De gereedheidsstip brandt.
- Selecteer verwolgens een of meer kookplaten en stel een kookstand in.
- De ventilatorstand worden nu automatisch geregeld op basis van de ingestelde kookstanden.
Automatisch bedrijf regelt een beetje vertraagd en stapsgewijjs volgens de ingestelde kookstanden.
U=kunt op elk moment teruggaan maar de handmatige modus door de ventilatorweergave langer ingedrukt te honden of de ventilatorweergave te selecteren en op het sensorveld te drukken.
Tip
Om te zorgen dat de afzuiig ing ook bij hoge pannen (bijv. aspergepan) goed werkt, kurz u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen.
-
- B A O 0
- ++ → ++ 000 025
- 8
4.
4.27.2 Ventilatornaloop
De ventilatomaloop worden na het koken gebruikt om kookgeurtjes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de filters in de ventilator gedroogd.
Ventilatornaloop instellen
- Weergave ventilator selecteren
- Vervolgens kan de gewensteijd voor de gewenste ventilatornaloop worden ingesteld met de plus- + of min-toets - Timer.
Linkerpositie: uren
Middelste positie: decimale minuten
Rechterpositie: minuten
- Na enkele seconden worden de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen.
Het timersymbol ventilator brandt. - Na afloop van de tijd worden de ventilator uitgeschakeld.
Als een kookzone is ingeschakeld, loopt de timer pas af na het uitschakelen van de kookzone. Als de kookplaatijdens de ventilatornaloop met de aan/uit-knop worden UITgeschakeld, loopt de timer af in combinatie met een lage ventilatorstand.
4.27.3 Nalooptijd
Telkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilator-motor van 10 - 20 minutes要去en worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minutes hebft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop op een lage stand plaats.
Zo worden een optimale werkung en verwijdering van resteren de kookdampen gewaarborgd.
Bij werkking met recirculatiefi lter is het raadzaam om na het koken alkijd een nalooptijd van 10 - 60 minutes in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken.
Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeldzame gevallen voorkomen, dat de in het filter acheftergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weever even geroken+kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werkig weer snel.
Belangrijk
Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
Filtervarging
Als een eventuele aanwezig koolstoffi litter moet worden gereinigd of verrangen, worden dit in de ventilatorweergave aangegeven met een [ ]
Door het inschakenen van de ventilator worden de weergave voor een kookproces gewist.
Om de weergave te resetten, moeten de ventilatorweergave en het sensorveld gedurende ca. 3 seconden gelijktijdig worden ingedrukt.
Als er geen koolstoffi Iter worden gebruikt, moet de weergave ook worden geseset.
5 Reiniging en onderhoud
Vór het reinigen de kookplaat uitschakelen en lien afkoelen.
- De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoornreinigingsapparaat of dergelijkte worden schoon-gemaakt!
- Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/ Uit-toets worden geleveegd. Op die manier worden vermeden dat de kookplaat per ongeluk worden ingeschakeld!
5.1 Keramische kookplaat
Belangrijk! Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddleslen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz.
Reiniging na gebruik
- Maak de hele kookplaat.altijd schoon als ze vuil is - het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doeok en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doeok droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achechterblijven.
Wekelijks onderhoud
- Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week grondig met gebruikelijk reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermend laagje dat water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigungen blijven op deze laag zitten en+kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermighten geen resten van reinigings-middelen op het oppervlak hinterblijven, waarat je bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen.
5.2 Speciale verontreinigungen
Sterk verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parel
moerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoar gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga waar bij te werk zoals onder punt 2 beschreiben.

Overgekooke spijzen eerst met een
natte doek inweken en cervolgens de
vuilresten met een speciale glasschaper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreiben.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen - zolang ze nog heet zich - met een glasschaper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreiben.
Zandkorrels die möglichtijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, hunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.
Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werkking en de stevigheid van de vitrokera-miek. Het gaat hierbij Niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om Niet verwijderde enaarom ingebrande resten.
Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze können slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodemswordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.
5.3 Kookplaatventilator
Reiniging van de metalen vetfi Iters
Reinig de metalen vetfi liters minimaal eén keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwasmachine of in een mild sopje.
Voor het uitenemen van de fi Iters het deksel van de ventilator weghalen en de U-vormige rvs-luchtgeleiderplaat in de aanzuigopening maar boven toeuit de ventilator tilen. Vervolgens het fi Iter uitenemen. Druk hiervoorde vergrendeling in de greepopening maar beneden en haal de fi Iters eruit.
Filters sunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine verticalaal zetten. Gebruik a.u.b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor aluminium, om schade en verkleuringen aan de fi Iters te voorkomen.
Niet vlak naast glazen of licht porselein lately afwassen.
Gebruik de ventilator nicht zonder vetfi Iters!
Na de filterreiniging de filters droog wee in de ventilator Belangrijk: de greepopening moet na het inzetten zichtaar+zijn. Neem liefst bij ieder fi Iterervanging de goed toegankelijk binnenzijde van de ventilator af met een met afwasmiddel bevochtigdoekje en let hierbij vooral opuitstekende delen binnenin de ventilator
Reiniging en onderhoud van de ventilator
Het geniet de Voorkeur om de ventilator bij iedere filterreiniging te reinigen.
Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het fi Iter verzamelen. Dat is volkommen normalaal. Het water zouECHTER verwijderd en de binnenzijde van de ventilator gereinigd moeten worden.
De ventilatieopeningen in het deksel zorgen ervoor dat ook in ruststand met geplaatst deksel zonder lopende ventilator möglichke restvochtigheid van het koken en reinigen vanuit de ventilatorbinnenzijde kan ontsnappen.
Als hierbij vertelende restgeurtjes mochten ontsnappen, is het raadzaam om zowel fi Iter als ventilatorbinnenzijde ter reinigen.
De ventilator kurz u het Beste met een vochtig, zacht doekje en wat mild afwasmiddel reinigen.
Service
Het filter要去egankelijk blijven. Bij een actieve koolfilter om de 5 - 24 maanden de koolfi Itermatten verrangen.
Bij een plasmafilter na 5aar (max.) de koolftermatten verrangen. Open hiervoort het behuizingdeksel en verrang de koolftermatten.
6 Wat te doeen bij problemen?
Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparations aan het apparaat zich gevaarlijk,ondat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten deze worden vermeden. Daarom mogen dergelijk werkzaamheden alleen dooreen elektrrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd.
Denk eraan
Als er aan uw apparaat storingen optreden, controllerer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken Niet zichkunt verhelpen.
Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaalsuit?
Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur!
De inductiekookplaat kan nicht worden ingeschakeld?
- Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd?
Is het netsnoor aangesloten? - Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d.w.z. worden er een L aangetoond?
Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doeck, vloeistof een metalen voorwerp bedekt? A.u.b. verwijderen. - Wordt verkeerd kookgerei gebruikt? Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat".
Het symbol knippert en er is gedurende een bepaaldeijd een signaal te horen.
Er is een permanente activering van de touch-control-sensortoetsen door overgekooke te levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen.
Oplossing: het oppervlak schoonmaking of het voorwerp verwijderen. Om het symbolie wissen, opdezelfte toets drukken of de kookplaat uit- en inschaken.
De foutdcode E2 wordt getoond?
De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De foutcode E8 wordt getoond?
Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect.
De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De foutcode U400 wordt getoond?
De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing worden na 1suitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluten.
Er worden een foutcode (ERxx of Ex) getoond?
Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service.
Het pansymbool Yerschijnt?
Er werden een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan worden opgezet (panherkenning). Pas dan worden er energia afegeven.
Het pansymbool blijft versuschijnen, hoewel er een pan werd opgezet?
De pan is nicht geschickt voor inductie of heeft een tekleine diameter.
De gebruekte kookpannen make geluid?
Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan.
De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen?
Dat is normal omdat de elektronica worden afgekoeld.
De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)?
Dat heeft een technischeoorzaak en is Niet te vermijden.
De kookplaat heeft barsten of breuken?
Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddelijk buiten gebruik nemen. Onmiddelijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
7 Montagehandleiding
7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur
- Het fi neer, de lijm of de kunststoffbekleding van de aan-grenzende meubels要去en temperatuurbestendig zijn (min. 75^ ). Als het fi neer en de bekleding onvoldoende temperatuurbestendigহn, kannen ze cervormen.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact möglichkং zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad anschter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gespecteerd.
- De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuitsparingen要去en volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd.
Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstand van minstens 50~mm vereist. De zijkant van de hoge kast要去 met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te konnen werken dient de afstandECHTER ten minste 300~mm te bedragen. - De afstand:tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zo groot,zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreten.
- Het verpakkingsmaterial (plastic folie, piepschuim, nagels, enz.)要去 de buurt van kinderen worden gehonden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen hunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar.
7.2 Ventilatie
- De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuurwaarden van de elektronica een bepaalde drempel overschrijden, start de ventilator met lage snugheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over maar een hogere snugheid. Als de elektronica voldoende is afgekoeld, redueert de ventilator zijn snugheid en schakelt automatisch uit.
- De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg,zijn, zodat de inductie voldoende geventileerd worden.
- Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld worden (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen dechterwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zDat een betere luchtcirculatie möglichk is.

Voor een betere ventilatie van de kookplaat worden vooraan een luchtspleet van 5mm aanbevolen.
7.3 Montage
Belangrjke opmerkingen
Overmatige warmteontwikkeling lungs onder, bijv. door een oven zonder dwarstroomventilator, moet worden vermeden.
- Als bij inbouwformuizen de pyrolysefunctie worden gebruikt, mag de inductiekookplaat Niet worden gebruikt.
- Bij de inbouw boven een lade要去 erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kuren anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren.
- Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt,要去 de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20mm bedragen om voldoende ventilatie van de kookplaat te garanderen.
- De kookplaat mag Niet boven koelkasten, vaatwassers, wasmachines of droogkasten worden ingebouwd.
- Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke,licht ontvlambare of door warmte verrormbare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd.
Kookplaatafdichting
Vór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd.

- U要去verhinderen dat er tussen de rand van de koookplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoff en in de daaronder ingebouwde elektrische apparaten kuren indringen.
- Bij inbouw van de kookplaat in een oneff en werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (te-gels enz.)要去 de pakking, die zich evt. aan de kookplaat bevindt, worden verwijderd. In deplaats waarvan要去 de verbinding:tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.
- De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven! Anders is het later Niet更是很有可能 de kookplaat waar te verwijderen zonder ze te vernielen.
Uitsparing in het werkblad
De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig möglichk met een goed,recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodate er geen vocht kan binnendringen.
De uitsparing voor de kookplaat worden volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat要去 absoluten horizontally en op gelinge hoogte met het werkblad liggen. Eventuale spannings konnen de glazenplaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afluit.
7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggen de montage
Afmetingen in mm

De kookplaat inzetten en justeren.
① Minimumaufstand tot naburige wanden
② Afmetingen uitsparing
③ Uitfreesmaat
Buitenmaat kookplaat
Belangrijk:
Als de keramische kookplaat scheef zit of spans, be-staat er verhoogd breukgevaar bij de montage!
7.5 Variabele montagemogelijkheden: Randloze montage

Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodate geen siliconenlijm onder de kookplaat kanterechtkommen.
De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen.
De spreetussen kookplaat en aanrechtblad met siliconenlijm voegen.
Belangrijk
Siliconenlijm mag op geen enkele plaat sunder het oplegvlak terechtkomen. Het uitenemen op een later tijdstip worden daardoor ontogelijk. Bij negeren komt de garantie te verwallen.


7.6 Montage afzuigsysteme
Afvoerlucht maar binnen

Afvoerlucht naar buiten

Zijaanzicht in ingebouwde staat

Achteraanzicht van een 80 cm brede kast

Achteraanzicht van een 90 cm brede kast

7.7 Montage kookplaatventilator
- Het product mag alleen door een erkendevakman met inachtneming van deplaatselijk geldende voorschriften worden aangesloten; hetzelfde geldt voor de afzui-gingsaansluitingen. De installmentur is verantwoordelijk voor de storingsvrijne werkung op de montageplek!
- Let bij de inbouw op de geldende bouwvoorschriften van de desbetreff Ende landen en de energiebedrijven.
- De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circulatieluchtapparaat worden ingezet.
- De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte ventilatieschacht of door de huismuur maar buiten leiden.
- De afzuiglucht mag Niet via een in gebruik zijnde rook-of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
- Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardaf-hankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is,要去er voor voldoende,versaangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergiftig. Een veilige werkung van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilatorverooraakte onderduk de 0,04 mbar (4Pa) Niet overschrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen.
- Afvoerluchtleideringen要去en voldoen aan brandklasse B1 DIN 4102.
Zorgervoordatergeenkleineremaaatansluitmof wordt gekozen dan de minimale,nominale wijdte. - Het is van belang dat er aktijd gebruik worden gemaatk van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele system.
- De nominale wijde van de circulatieluchtbuizen mag niet lager�n dan 150 mm.
- Afvoerluchtleidingen zouden zo kort möglichk moeten zich, nied in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen diameterreducties mogen hebben.
- Buisdiameters nooitkleiner dan 150~mm kiezen. 50~cm voor de ventilatiemodule mogen geen bochten/hoeken worden aangebracht.
- Tussen twee hoeken/bochten algid eenrecht stuk van ca. 50 cmplaatsen.
- De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zonden minimaal overeen要去en komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uistroomopening van minstens 500~cm^2 aanwezig te zichn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openings aanbrengen.
Zorg er tijdens de installmentie voor dat de circulatieluch-teenheid ook na het afmonteren van de keuken toegan-kelijk blijft.
Eventueel要去en plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst.

OPMERKING
Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
7.8 Aansluiting raamcontact/relaisaansluiting

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE NERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbolijk ennder spanning staande onderdelen aangebrachte. Afdekkingen die hiermee gemicarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.
Let op! De aansluiting voor de raamcontactschakelaar en de relaisaansluiting staat onder netspanning!
Persoonlijk letsel door elektrische schokken!
Voor het aansluiten van het schakelsystem moet de koekplaat stroomloos worden geschakeld.
De elektische aansluiting mag uitsluitend door een erkendvakman worden uitgevoerd!
De aanwijzingen onder 7.9 Elektrische aansluiting moeten in alot worden genomen!
Raamcontactschakelaar (A)
Relaisaansluiting (B)
Contactdoos (C)



Vooranzicht
7.9 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE NERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbolijk en onder spanning staande onderdelen aangebrachte. Afdekkingen die hiermee gemickeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.
- De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkendvakman worden uitgevoerd!
- De wettelijkke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijkke elektriciteitsmaatschappij要去en strikt worden nageleefd.
- Bij het aansluiten van het apparaat要去 een installation worden voorzien die het möglichk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars,zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installations stroomloos make.
- De aardleider要去 lang় dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht worden belast.
- De overtollige kabellengte moet UIT de inbouwzone onder het toestel worden getrokken.
- U要去 er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact möglichkন met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Let op: Door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselektronica worden vernield.
- Het apparaat is alleén toegelaten voor een vaste aansluiting. Het mag Niet met een geaard stopcontact worden aangesloten.
Aansluitwaarden
Netspanning: 380-415V 3N\~, 50/60Hz
Nominale componentenspanning: 220-240V
Geen aansluitkabel standard aanwezig
- Om de aansluiting uit te voeren要去 het deksel van de aansluitdoos aan de onderkant van het apparaat worden losgemaakt om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluiting要去 het deksel waar vastgemaakt en de aansluitleiding met de snoerklem beveiligd worden.
- De aansluitleiding要去 minstens van het type H05 RR-F়.
Aansluitingsmogelijkheden: 6-polige aansluiting

** Deze aansluitingsvariant is in Zwitserland nicht door de SEV toegelaten.
Aansluitkabel standard aanwezig
- De kookplaat is bij levering met een temperatuurbestendige aansluitkabel uitgerust.
- De aansluiting op het net worden volgens het aansluit-schema uitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitergerust.
- Als de netaansluitkabel van dit apparaat worden beschadigd,要去hijdoorden specialeansluitkabelwordenvervangen.Om risico's te vermijden mag dit alleendoor de fabrikant of zijn klantenservice gebeuren.
Aansluitingsmogelijkheden

| Afmetingen kookplaat hoogte/ bredte/ diepte ............ mm 21 | 2 x 798 x 518 |
| Kookzones 1x Inductiekookzone ....... Ø cm / kW | 21/ 2,3/ 3,7* |
| 1x Inductiekookzone ....... Ø cm / kW | 18/ 1,85/ 3,0* |
| 2x Inductiekookzone2 ....... Ø cm / kW | 19x22/ 2,1/ 3,7* |
| Brugfunctie ..................... kW | 3,7 |
| Ventilator Max. luchtstroom ............ m³/h 570 | |
| Aansluitwaarden Kookplaat ..................... kW | 7,4 |
| Ventilator ..................... kW | 0,168 |
- Vermogen bij ingeschakelde powerstand
7.11 Inbedrijfstelling
Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice.
Belangrijk: bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de touch-control sensoren liggen!

Met een sponsje en wat afwasmiddel even over het oppervlak van de kookplaat vegen en verrolgens droogwrijven.
8 Buitenbedrijfstelling, afvoer
8.1 Buitenbedrijftstellung
Als het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedrijstelling plaats.
- Schakel de zekering in de huisinstallatie uit om het risico op elektrische schokken uit te sluiten.
- Voer de kookplaat na de demontage milieuvriendelijk af.
8.2 Verwijlderen van de verpakking
Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijkke manier. De recyclage van het verpakkingsmaterial bespaart grondstoff en en verminder de afvalberg.
8.3 Verwijderen van oude apparaten

Het symbol op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product Niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moetECHTERaar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled.
Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kutu het Beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de diest belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.