MM 56 - Gemotoriseerd tuingereedschap STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MM 56 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MM 56 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Gemotoriseerd tuingereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM 56 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM 56 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING MM 56 STIHL
1 Multisysteem.... 43
2 Met betrekking tot deze handleiding...... 43
3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.44
4 Vrijgegeven multigereedschappen......49
5 Dubbele handgreep afstellen.... 49
6 Brandstof....49
7 Tanken....50
8 Motor starten/afzetten.... 51
9 Extra gewicht.... 53
10 Wielen.... 54
11 Gebruiksvoorschriften.... 55
12 Luchtfilter vervangen....55
13 Carburateur afstellen.... 55
14 Vonkenrooster in uitlaatdemper.... 56
15 Bougie....56
16 Motorkarakteristiek....57
17 Apparaat opslaan....57
18 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften... 58
19 Slijtage minimaliseren en schade voorko-
men....59
20 Belangrijke componenten.... 60
21 Technische gegevens.... 60
22 Reparatierichtlijnen.... 62
23 Milieuverantwoord afvoeren....62
24 EU-conformiteitsverklaring....62
25 UKCA-conformiteitsverklaring....63
1 Multisysteem

Bij het STIHL multisysteem worden verschillende multimotoren en multigereedschappen samengevoegd tot één motorapparaat. De complete combinatie van de multimotor en het multigereedschap wordt in deze handleiding het motorapparaat genoemd.
Dienovereenkomstig vormen de handleidingen voor de multimotor en het multigereedschap dan ook de complete handleiding voor het motorapparaat.
Altijd de beide handleidingen voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed bewaren.
2 Met betrekking tot deze handleiding
2.1 Symbolen
Alle symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.
2.2 Codering van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
2.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons daarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend.
3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Er zijn speciale veiligheidsmaatregelen nodig bij het werken met een motorapparaat.

Altijd de beide handleidingen (multi-motor en multigereedschap) voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed bewaren. Het niet in acht nemen van de gebruiksaanwijzingen kan levensgevaarlijk zijn.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het motorapparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan werken – of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen niet met het motorapparaat werken – behalve jongeren boven de 16 jaar, die onder toezicht leren met het apparaat te werken.
Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het motorapparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen aan personen geven of uitlenen die met dit type en het gebruik ervan vertrouwd zijn – altijd de handleidingen van de multimotor en het multigereedschap meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het werken met een motorapparaat mogelijk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit motorapparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beïnvloeding van enkele typen pacemakers kan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat – afhankelijk van het gebruikte multigereedschap – alleen voor de in de handleiding van het multigereedschap beschreven werkzaamheden gebruiken.
Voor andere doeleinden mag het motorapparaat niet worden gebruikt – kans op ongelukken!
De multimotor alleen met gemonteerd multige-reedschap laten draaien – anders zou er schade aan het motorapparaat kunnen ontstaan.
Alleen die multigereedschappen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige delen. Beslist op het hoofdstuk "Toegestane multigereedschappen" letten. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat.
STIHL adviseert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigen-
schappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het motorapparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aanbouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk.
Voor het reinigen van het apparaat geen hoge- drukreiniger gebruiken. Door de harde waters- traal kunnen onderdelen van het apparaat wor- den beschadigd.
3.1 Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen.
Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.

Veiligheidsschoenen met een stroeve, slipvrije zool en stalen neus dragen.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduceren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen.
Een gelaatsbeschermer dragen en erop letten dat deze goed zit. Een gelaatsbeschermer alleen biedt onvoldoende bescherming voor de ogen.
Zie ook de aanwijzingen met betrekking tot "Kleding en uitrusting" in de handleiding van het gebruikte multigereedschap.
3.2 Motorapparaat vervoeren

Altijd de motor afzetten.
Het motorapparaat aan de handgreep, resp. aan de beugelhandgreep dragen, het werktuig naar voren gericht.
Hete onderdelen van de machine niet aanraken – kans op brandwonden!
Tijdens het vervoer kan het motorapparaat omvallen of verschuiven. Personen kunnen letsel oplopen en er kan beschadiging optreden. Motorapparaat met spanbanden, riemen of een net dusdanig beveiligen, dat het niet kan kantelen en niet kan bewegen. Motorapparaat voor het vervoer in auto's laten afkoelen. Motorapparaat zo neerleggen dat er geen benzine weg kan lekken.
Zie ook aanwijzingen voor "Motorapparaat vervoeren" in de handleiding van het gebruikte multigereedschap.
3.3 Tanken

Benzine is bijzonder licht ontvlambaar – uit de buurt blijven van open vuur – geen benzine morsen – niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is – de benzine kan overstromen – brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine werd gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken – de kleding niet in aanraking laten komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

Na het tanken de schroef-tankdop zo vast mogelijk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank-dop door de motortrillingen lostrilt en er benzine wegstroomt.

Op lekkages letten! Als er benzine weglekt de motor niet starten – levensgevaar door verbranding!
3.4 Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat controlleren – het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzingen in acht nemen:
- Het brandstofsysteem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine-pomp (alleen bij motorapparaten met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor niet starten – brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer laten repareren
- De combinatie van werktuig en beschermkap moet zijn vrijgegeven en alle onderdelen moeten correct zijn gemonteerd
- De stopschakelaar moet gemakkelijk kunnen worden ingedrukt
- De gashendelblokkering en de gashendel moeten goed gangbaar zijn - de gashendel moet automatisch in de stationaire stand terugveren
- De bougiesteker op vastzitten controleren – bij een loszittende steker kunnen vonken ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzineluchtmengsel ontbranden – brandgevaar!
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- De handgrepen moeten schoon, droog, vrij van olie en vuil zijn - belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- De dubbele handgreep opklappen en met de draaiknop vastzetten. Zie "Dubbele handgreep afstellen"
Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken!
Zie ook de aanwijzingen met betrekking tot "Voor het starten" in de handleiding van het gebruikte multigereedschap.
Afhankelijk van het gemonteerde multigereedschap de juiste stand van de aandrijfkop controleren, deze zo nodig instellen. Door een verkeerde draairichting van het multigereedschap – kans op letsel!
Zie "Multigereedschap monteren" in de handleiding van het gebruikte multigereedschap.

De pijlen op de freesmessen geven de draairichting aan. De pijlen op de freesmessen moeten in dezelfde richting wijzen als de pijlen op de aandrijfkop.

Zorg ervoor dat de aandrijfkop en de freesmessen correct zijn gemonteerd en uitgelijnd en vermijd contact met de freesmessen – Kans op letsel!
Bij metalen gereedschappen de aandrijfkop zo plaatsen dat de as onder de steel ligt.
Gebruiken bij:
- Grondfrees BF-MM
- Grondverkruimelaar BK-MM
– Kantensnijder FC-MM
– Gazonbeluchter RL-MM - Moshark MF-MM
Bij gereedschap voor het vegen en schoonma- ken, de aandrijfkop zo plaatsen dat de as boven de steel ligt.
Gebruiken bij:
- Borstelrol KB-MM
- Bezemrol KW-MM
3.5 Motor starten
Minstens op 3 m van de plek waar werd getankt – niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorapparaat goed vasthouden – het werktuig mag geen voorwerpen en ook de grond niet raken, omdat het werktuig tijdens het starten kan meedraaien.
Het motorapparaat wordt door slechts één persoon bediend – geen andere personen binnen een straal van 5 m toelaten – ook niet tijdens het starten – kans op letsel door contact met het werktuig.

Als de motor in stand "Start" wordt gestart, worden de werktuigen direct na het aanslaan van de motor aangedreven. Bij het starten altijd aan de zijkant van het apparaat staan – nooit voor het apparaat binnen het bereik
3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
van de werktuigen. Door contact met de werktuigen – kans op letsel!
De motor niet 'los uit de hand' starten – starten zoals in de handleiding staat beschreven. Het werktuig draait nog even door nadat de gashendel is losgelaten – naloopeffect.
Stationair toerental controleren: het werktuig moet bij stationair toerental – bij losgelaten gas-hendel – stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine) uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemper houden – brandgevaar!
Zie ook de aanwijzingen voor "Motor starten/afzetten" in de handleiding van het gebruikte multigereedschap.
3.6 Motorapparaat vasthouden en bedienen
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.

Het motorapparaat altijd met beide handen op de handgrepen vasthouden.
Rechterhand op de bedieningshandgreep, linker-hand op de handgreep op de steel.
3.7 Tijdens de werkzaamheden
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood direct de motor afzetten – stopschakelaar indrukken.

Binnen een straal van 5 m mogen zich geen andere personen ophouden – kans op letsel door
contact met het werktuig en weggeslingerde voorwerpen! Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materiële schade!
Op een correct stationair toerental letten, zodat het werktuig na het loslaten van de gashendel niet meer beweegt. Als het werktuig bij stationair toerental toch beweegt, het stationair toerental door een geautoriseerde dealer laten instellen. Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. STIHL adviseert de STIHL dealer.
Niet in de startgasstand werken – het motortoe- rental is bij deze stand van de gashendel niet regelbaar.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken – alleen bij voldoende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen.
Het motorapparaat alleen voor die toepassingen gebruiken, die in de handleiding van het multige-reedschap staan aangegeven.

Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos en onzichtbaar zijn en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes met het motorapparaat werken – ook niet met machines voorzien van katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of op plaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergiftiging!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken – deze symptomen kunnen onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten draaien, alleen gas geven tijdens het werk.
Niet roken tijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat – brandgevaar! Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, dampen en rook kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling ademhalingsbescherming dragen.
Hete onderdelen van de machine niet aanraken – kans op brandwonden!

De handen en de voeten weghouden van het werktuig. Nooit een roterend werktuig aanraken – kans op letsel! Tijdens de werkzaamheden altijd achter de beschermkap of opzij van het apparaat staan – nooit aan de voorzijde, in het bereik van de werktuigen.
Als het motorapparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controlleren of dit in goede staat verkeert – zie ook "Voor het starten".
Vooral op lekkage van het brandstofsysteem en de goede werking van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die niet meer bedrijfszeker zijn, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautori-seerde dealer.
Voor het verwisselen van het werktuig de motor afzetten – kans op letsel!
Na beëindiging van de werkzaamheden, resp. voor het achterlaten van het apparaat: motor afzetten.
Zie ook aanwijzingen voor "Tijdens de werkzaamheden" in de handleiding van het gebruikte multigereedschap.
3.8 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme handschoenen)
- Rustpauzes
De gebruiksduur wordt verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
– Lage buitentemperaturen
- De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beïnvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.
3.9 Onderhoud en reparaties
Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Bij reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd de motor afzetten en de bougiesteker lostrekken – kans op letsel door het onbedoeld starten van de motor! – Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie niet met behulp van het startmechanisme worden getornd – brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!
Het motorapparaat niet in de nabijheid van open vuur onderhouden en opslaan – brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkage controleren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgegeven bougies – zie "Technische gegevens" – monteren.
Bougiekabel controleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controleer of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdemper werken – brandgevaar! – Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaar voor brandwonden!
4 Vrijgegeven multigereedschappen
De volgende STIHL multigereedschappen mogen op de multimotor worden gemonteerd:

text_image
BF-MM RL-MM BK-MM FC-MM MF-MM KB-MMKW-MM 469BA025 KNMultigereedschap Gebruiksdoel
BF-MM Grondfrees
BK-MM Grondverkruimelaar
RL-MM Gazonbeluchter
FC-MM Kantensnijder
MF-MM Moshark
KW-MM Bezemrol
KB-MM Borstelrol
5 Dubbele handgreep afstellen

text_image
1 0000-GXX-0549-A1▶ Draaiknop (1) losdraaien
▶ De dubbele handgreep met beide handen in de werkstand tot aan de aanslag opklappen
▶ Draaiknop vastdraaien
6 Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

Direct huidcontact met brandstof en het inade- men van brandstofdampen voorkomen.
6.1 STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst mogelijke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar.
6.2 Brandstof mengen
LET OP
Brandstoffen die niet geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding, kunnen leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschadigen.
6.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken – loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateurs storingen veroorzaken, daarom mag deze benzine voor deze motoren niet worden gebruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
6.2.2 Motorolie
Als brandstof zelf wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te kunnen waarborgen.
6.2.3 Mengverhouding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50;
1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine
6.2.4 Voorbeelden
Hoeveelheid ben- STIHL tweetakt- zine olie 1:50
Liter Liter (ml)
1 0,02 (20)
5 0,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en vervolgens benzine en goed mengen
6.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijge- geven jerrycans op een veilige, droge en koele plaats, beschermd tegen licht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken mengen. Het brandstofmengsel niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan echter tot 5 jaar probleem-loos worden bewaard.
▶ De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dop voorzichtig losdraaien.
- De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieu-bewust opslaan en afvoeren!
7 Tanken
7.1 Apparaat voorbereiden

- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodat er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zo plaatsen, dat de tankdop naar boven is gericht
7.2 Schroef-tankdop opendraaien

▶ Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
▶ Tankdop wegnemen
7.3 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen. STIHL adviseert het STIHL vulsysteem (speciaal toebehoren).
8 Motor starten/afzetten Nederlands
7.4 Schroef-tankdop dichtdraaien

▶ Tankdop aanbrengen
- Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast mogelijk aandraaien
8 Motor starten/afzetten
8.1 Bedieningselementen

text_image
0000-GXX-0538-A0 1 2 31 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar – met de werkstand en stopstand. Voor het uitschakelen van het contact moet de stopschakelaar (⊖) worden ingedrukt – zie "Werking van de stopschakelaar en het contact"
8.1.1 Werking van de stopschakelaar en het contact
Zodra de stopschakelaar wordt ingedrukt, wordt het contact uitgeschakeld en de motor afgezet. Na het loslaten veert de stopschakelaar automatisch weer in de stand Bedrijf terug: Nadat de motor stilstaat, wordt in de stand Bedrijf het contact weer automatisch ingeschakeld – de motor is startklaar en kan worden gestart.
8.2 Motor starten
- De dubbele handgreep in de werkstand klappen – zie "Dubbele handgreep instellen"

text_image
4 0000-GXX-0540-A0- Balg (4) van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
8.2.1 Koude motor (koude start)

text_image
5 0000-GXX-0539-A0- Chokeknop (5) indrukken en hierbij in stand draaien
8.2.2 Warme motor (warme start)

text_image
5 0000-GXX-0541-A0Nederlands 8 Motor starten/afzetten
- Chokeknop (5) indrukken en hierbij in stand ✕ draaien
Deze instelling geldt ook als de motor reeds heeft gedraaid, maar nog koud is.
8.2.3 Starten
▶ De wielen, indien gemonteerd, inklappen

- Het apparaat veilig op de grond plaatsen: de flens op de motor en de steun op het frame vormen de steunpunten. Het multigereedschap mag noch de grond, noch enige andere voorwerpen raken – zie ook "Motor starten/afzetten" in de handleiding van het multigereedschap
- Een veilige houding aannemen – zoals afgebeeld; altijd opzij van het apparaat staan – kans op letsel door het roterende werktuig!
- Het apparaat met de linkerhand stevig op de grond drukken – de hand op de handgreep
LET OP
De voet of de knie niet op de steel/maaiboom plaatsen!

▶ Met de rechterhand de starchandgreep vastpakken
- De starchandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en vervolgens snel en krachtig doortrekken
LET OP
Het koord niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken – kans op breuk!
- De starthandgreep niet terug laten schieten – maar laten vieren zodat het startkoord correct kan worden opgerold
▶ Verder starten tot de motor draait
8.2.4 Zodra de motor draait

text_image
0000-GXX-0542-A09 Extra gewicht Nederlands
- De blokkeerhendel indrukken en gas geven – de chokeknop springt in de werkstand I – na een koude start de motor door enkele keren gas te geven warmdraaien

WAARSCHUWING
Bij een correct afgestelde carburateur mag het multigereedschap bij stationair toerental niet meedraaien!
Het apparaat is klaar voor gebruik.
8.3 Motor afzetten
- De stopschakelaar indrukken – de motor stopt – de stopschakelaar loslaten – de stopschakelaar veert terug
8.4 Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand ƒ of bij het accelereren af.
- De chokeknop in stand × plaatsen – verder starten tot de motor draait
De motor start niet in de warmestartstand
- De chokeknop in stand plaatsen – verder starten tot de motor draait
De motor slaat niet aan
▶ Controleren of alle bedieningselementen correct zijn afgesteld
▶ Controleren of de tank met benzine is gevuld, zo nodig tanken
▶ Controleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
▶ Startprocedure herhalen
- De chokeknop in stand I plaatsen – verder starten tot de motor draait
Alle benzine werd verbruikt
- Na het tanken de balg van de hand-benzine-pomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
▶ Motor opnieuw starten
9 Extra gewicht
Om het gewicht van het multigereedschap te verhogen kan de multimotor worden uitgerust met extra gewicht (speciaal toebehoren).
Alleen originele STIHL extra gewichten monteren. Het gebruik van andere gewichten kan lei-
den tot schade aan het apparaat en persoonlijk letsel.
9.1 Extra gewicht monteren
De multimotor is niet voorzien van wielen
Voor het los- en vastdraaien van de gewichten de combisleutel gebruiken.
De gewichten aan de zijde zonder vierkant los- maken – hiervoor:

text_image
1 2 5 4 3 469BA053 KNDe gewichten (1) aan de zijde met het vier- kant (2) blijven op de bout gemonteerd.
- Zeskantbout (3) losdraaien en het buitenste gewicht (4) wegnemen
- Het binnenste gewicht (5) losmaken en van de bout nemen

text_image
1 2 6 5 4 3 469BA054 KN- Het extra gewicht (1) met de bout door de boring (6) in de flens steken, en het gewicht hierbij zo ver verdraaien dat het vierkant (2) in de uitsparing van de flens valt
- Het binnenste gewicht (5) op de bout schroeven en vastdraaien
- Het buitenste gewicht (4) met de zeskant-bout (3) in de schroefdraad van het binnenste gewicht schroeven en vastdraaien
Er kunnen, indien nodig, aan iedere zijde van het extra gewicht nog een of twee gewichten worden gemonteerd.
| Gewichten aan elke zijde | Extra gewicht, totaal |
| 1 2 kg | |
| 2 4 kg |
LET OP
Het maximale extra gewicht is 4 kg. Nooit een hoger extra gewicht monteren. Dit kan leiden tot schade aan het apparaat.
De multimotor is uitgerust met wielen
Als de multimotor al is voorzien van wielen (speciaal toebehoren) – zie "Wielen" – zijn voor het monteren van de extra gewichten extra onderdelen nodig.
In dit geval het extra gewicht door een geautori- seerde dealer laten monteren.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.
10 Wielen
Voor het gemakkelijk vervoeren kan naderhand een set wielen (speciaal toebehoren) op de multimotor worden gemonteerd.
Alleen originele STIHL wielen monteren. Het gebruik van andere wielen kan leiden tot schade aan het apparaat en persoonlijk letsel.
10.1 Wielen monteren
Op de multimotor is geen extra gewicht gemon- teerd
Voor het gemakkelijk monteren het motorapparaat zo draaien dat deze steunt op de handgrepen.

text_image
2 3 1 4 5 1 3 6 7 7 469BA035 KN▶ De beide hulzen (1) in het frame aanbrengen
▶ Het frame op de flens schuiven
▶ De bout (2) met de ring (3) door de boring (4) in de flens schuiven
▶ De ring (3) aanbrengen en met de moer (5) vastdraaien
- De arrêteerplaat (6) met de bouten (7) in de schroefdraadboringen op het frame bevestigen – hierbij de arrêteerplaat in de richting van de draagbeugel drukken
- De wielen moeten in de werkstand automatisch naar beneden klappen, zo nodig de moer (5) een kwartslag losdraaien
Op de multimotor is extra gewicht gemonteerd
Als op de multimotor het extra gewicht (speciaal toebehoren) – zie "Extra gewicht" – al is gemonteerd, zijn voor het monteren van de wielen extra onderdelen nodig.
In dit geval de wielen door een geautoriseerde dealer laten monteren.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.
10.2 Wielen in-, uitklappen
De wielen kunnen in verschillende standen worden gearrêteerd.
Als de wielen tijdens het werk niet nodig zijn, de wielen inklappen.

text_image
8 469BA036 KN▶ Draaiknop (8) losdraaien
- De draaiknop in de gewenste werkstand vergrendelen en vastdraaien
11 Gebruiksvoorschriften
11.1 Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het nieuwe apparaat tot aan de derde tankvulling niet onbelast met hoge toerentallen laten draaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase moeten de bewegende delen op elkaar inlopen – in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert zijn maximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
11.2 Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair laten draaien als hij voordien lange tijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssysteem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
11.3 Na het werk
Als het werk even wordt onderbroken: de motor laten afkoelen. Het apparaat met lege benzine-tank op een droge plaats, niet in de buurt van
ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weer wordt gebruikt. Bij langdurige stilstand – zie "Apparaat opslaan".
12 Luchtfilter vervangen
12.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

text_image
1 5 4 3 2 0000-GXX-0543-A0▶ Chokeknop (1) in stand ✕ plaatsen
▶ Bouten (2) losdraaien
▶ Filterdeksel (3) wegnemen
- Het grove vuil rondom het filter verwijderen
▶ Filter (4) wegnemen
▶ Een vervuild of beschadigd filter (4) vervangen
12.2 Filter vervangen
- Het nieuwe filter (4) in het filterhuis (5) plaatsen en het filterdeksel (3) aanbrengen
▶ Bouten (2) aanbrengen en vastdraaien
De carburateur van het apparaat is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden wordt voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
13.1 Stationair toerental instellen
Motor slaat bij stationair toerental af
▶ Motor ca. 3 min. warm laten draaien
Nederlands 14 Vonkenrooster in uitlaatdemper
- Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien, tot de motor gelijkmatig draait – het multigereedschap mag niet meebewegen
Het multigereedschap beweegt bij stationair toerental mee
▶ Aanslagschroef stationair toerental (LA) linksom draaien, tot het multigereedschap stil blijft staan, vervolgens 1/2 tot 3/4 slag in dezelfde richting verder draaien

WAARSCHUWING
Als het multigereedschap na de uitgevoerde afstelling bij stationair toerental niet stil blijft staan, het motorapparaat door een geautoriseerde dealer laten repareren.
14 Vonkenrooster in uitlaat- demper

WAARSCHUWING
Om het risico van brand door ontsnappende hete deeltjes te verminderen, mag het toestel nooit worden gebruikt met een ontbrekend of beschadigd vonkenrooster. Breng nooit wijzigingen aan in de uitlaatdemper of het vonkenrooster.
LET OP
Sommige plaatselijke wetten of verordeningen kunnen voor bepaalde toepassingen een goed onderhouden vonkenrooster vereisen.
- Bij onvoldoende motorvermogen het vonkenrooster in de uitlaatdemper controleren
▶ Uitlaatdemper laten afkoelen

text_image
0000-GXX-0145-A0- Nippel met behulp van de combisleutel losdraaien
- Vervuild vonkenrooster reinigen – bij beschadiging of sterke koolaanslag vervangen
▶ Nippel aanbrengen en met behulp van de combisleutel vastdraaien
15 Bougie
- Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
- Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie vervangen – bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder – alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken – zie "Technische gegevens"
15.1 Bougie uitbouwen
▶ Motor afzetten

text_image
1 2 3 4907BA014 KNDe bougiesteker (2) bevindt zich onder de kap (1).

WAARSCHUWING
De kap (1) beschermt de bougiesteker tegen beschadigingen. Het apparaat niet zonder kap laten draaien – een beschadigde kap vervangen.
▶ Kap (1) lostrekken
▶ Bougiesteker (2) lostrekken
▶ Bougie (3) laten afkoelen
▶ Bougie (3) losdraaien
15.2 Bougie controleren

text_image
A 000BA039 KN▶ Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodig afstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie "Technische gegevens"
▶ Oorzaken van de vervuiling van de bougie opheffen
16 Motorkarakteristiek Nederlands
Mogelijke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
- Ongunstige bedrijfsomstandigheden

text_image
000BA045 KN 1
WAARSCHUWING
Bij een niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd. Als in een licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kunnen brand of explosions ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplopen of er kan materiële schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
15.3 Bougie monteren
▶ Bougie in de boring draaien
▶ Bougiesteker op de bougie drukken

text_image
1 4907BA016 KN- Kap (1) zo op de bougiesteker drukken dat deze hiermee gelijkligt
16 Motorkarakteristiek
Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de correcte carburateurafstelling de motorkarakteristiek niet optimaal is, kan dit ook te wijten zijn aan de uitlaatdemper.
De uitlaatdemper bij de geautoriseerde dealer op vervuiling (koolaanslag) laten controleren!
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.
17 Apparaat opslaan
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen
▶ De brandstoftank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
- De brandstof volgens -voorschrift en rekening houdend met de milieu-eisen opslaan
▶ Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indrukken, voordat de motor wordt gestart
- De motor en deze net zo lang stationair laten draaien tot de motor afslaat
- Het apparaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter
- Het werktuig demonteren, schoonmaken en controleren
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen)

Het ingeklapte apparaat kan met de steun aan een haak worden opgehangen.
18 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| De gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine Visuele | controle (staat, lekkage) | X X | ||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Bedieningshandgreep Werking controleren X X | ||||||||||
| luchtfilter reinigen X X | ||||||||||
| vervangen X | ||||||||||
| Hand-benzinepomp (indien gemonteerd) | controleren X | |||||||||
| laten repareren door geautoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| Aanzuigmond in de ben-zinetank | controleren | X | ||||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer1) | X X X | |||||||||
| Benzinetank reinigen X X | ||||||||||
| Carburateur stationair toerental con-troleren, het werktuig mag niet meebewegen | X | X | ||||||||
| stationair toerental instellen | X | |||||||||
| Bougie elektrodeafstand afstel-len | X | |||||||||
| elke 100 bedrijfsuren vervangen | ||||||||||
| Aanzuigopening voor koellucht | Visuele controle X | |||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Vonkenrooster in uitlaat-demper | ervoor zorgen, of inge-bouwd | X | ||||||||
| controleren of vervan-gen1) | X | |||||||||
| De gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beeindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalve stelschroeven) | natrekken X | |||||||||
| Veiligheidssticker vervangen X | ||||||||||
| 1)STIHL adviseert de STIHL dealer | ||||||||||
19 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
- Het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
19.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
- Schade aan de motor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
- Corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
Nederlands 20 Belangrijke componenten
- Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
19.2 Aan slijtage onderhevige onderdelen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig worden vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
- Koppeling
- Filter (voor lucht, benzine)
- Startmechanisme
- bougie
20 Belangrijke componenten

12 Draaiknop
13 Beugelhandgreep
14 Gaskabelhouder
15 Draagbeugel
16 Beschermkap
17 Aandrijfkop
18 As
19 Borgpen
20 Benzinetank
21 Tankdop
22 Hand-benzinepomp
23 Starthandgreep
24 Uitlaatdemper met vonkenrooster
# Machinenummer
Eencilinder-tweetaktmotor
Cilinderinhoud: 27,2 cm³
Boring: 34 mm
Slag: 30 mm
Vermogen vol- 0,85 kW (1,2
gens ISO 8893: pk)
bij 7500 1/min
Stationair toeren- 2800 1/min tal:
Afregeltoerental: 8900 1/min
Max. toerental 200 1/min
van de uitgaande
as (werktuig):
21.2 Ontstekingssysteem
Elektrodeafstand:0,5 mm
21.3 Brandstofsysteem
Onafhankelijk van de stand werkende membraancarburateur met geïntegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 330 cm ^4 (0,33 l)
21.4 Gewicht
zonder benzine, zonder werk- tuig
8,3 kg
21.5 Geluids- en trillingswaarden
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG zie
www.stihl.com/vib
Multimotor met multigereedschap
Uitvoeringen van de multigereedschappen, zie "Vrijgegeven multigereedschappen".
21.6 BF-MM en BK-MM
Voor het bepalen van de geluids- en trillings-waarden is rekening gehouden met het stationair toerental en het nominale werktoerental in de verhouding 1:6.
Geluiddrukniveau L _peq volgens EN 709
87 dB(A)
Geluidsvermogenniveau L_w volgens EN 709
96 dB(A)
Trillingswaarde a_hv,eq volgens EN 709
| Handgreep links | Hand-greep rechts | |
| BF-MM: | 3,8 m/s ^2 | 4,4 m/s ^2 |
| BK-MM: | 3,7 m/s ^2 | 4,0 m/s ^2 |
21.7 FC-MM
Voor het bepalen van de geluids- en trillings-waarden is rekening gehouden met het stationair toerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:1.
Geluidsdrukniveau L _peq volgens ISO-11789
91 dB(A)
Geluidsvermogenniveau L _w volgens ISO 11789
100 dB(A)
Trillingswaarde a_hv,eq volgens EN 11789
| Handgreep links | Hand-greep rechts | |
| FC-MM: | 4,1 m/s^2 | 5,1 m/s^2 |
21.8 KB-MM, KW-MM
Voor het bepalen van de geluids- en trillings-waarden is rekening gehouden met het stationair toerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:6.
Geluidsdrukniveau L _peq volgens ISO-11201
94 dB(A)
Geluidvermogensniveau L_w volgens
EN ISO 3744
102 dB(A)
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 20643
| Handgreep links | Hand-greep rechts | |
| KB-MM: | 4,0 m/s^2 | 4,1 m/s^2 |
| KW-MM: | 4,0 m/s^2 | 4,1 m/s^2 |
21.9 MF-MM en RL-MM
Voor het bepalen van de geluids- en trillings-waarden is rekening gehouden met het stationair toerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:6.
Geluiddrukniveau L _peq volgens EN 13684
MF-MM: 94 dB(A)
RL-MM: 93 dB(A)
Geluidsvermogenniveau L_w volgens EN 13684
MF-MM: 101 dB(A)
RL-MM: 102 dB(A)
Trillingswaarde a_hv,eq volgens EN 13864
| Handgreep links | Hand-greep rechts | |
| MF-MM: | 4,1 m/s^2 | 4,5 m/s^2 |
| RL-MM: | 4,1 m/s^2 | 4,5 m/s^2 |
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermo-gensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillings-waarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s ^2 .
21.10 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemicaliën.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie
www.stihl.com/reach
21.11 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO₂-waarde staat weergegeven bij
www.stihl.com/co2
in de productspecifieken technische gegevens.
De gemeten CO _2 -waarde werd op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring.
22 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHL ^ en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo G_ (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
23 Milieuverantwoord afvoeren
Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer.
Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu.

text_image
000BA073 KN- De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleveren.
▶ Niet bij het huisvuil afvoeren.
24 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: multimotor
Merk: STIHL
Type: MM 56
Série-identificatie: 4604
Cilinderinhoud: 27,2 cm ^4
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG en 2014/30/EU en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN ISO 12100, EN 55012, EN 61000-6-1 (in combinatie met de genoemde multigereedschappen BF-MM, BK-MM, RL-MM, FC-MM, MF-MM, KB-MM, KW-MM)
De beschreven multimotor mag alleen in combinatie met de door STIHL voor deze multimotor vrijgegeven multigereedschappen in gebruik worden genomen.
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving
CE
25 UKCA-conformiteitsverkla- ring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: multimotor
Merk: STIHL
Type: MM 56
Serie-identificatie: 4604
Cilinderinhoud: 27,2 cm³
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008 en Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN ISO 12100, EN 55012, EN 61000-6-1 (in combinatie met de genoemde multigereedschappen BF-MM, BK-MM, RL-MM, FC-MM, MF-MM, KB-MM, KW-MM)
De beschreven multimotor mag alleen in combinatie met de door STIHL voor deze multimotor vrijgegeven multigereedschappen in gebruik worden genomen.
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving
UK CA
Indice
1 Sistema Multi.... 64