GH 460.1 C - Mechanische hakselaar STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GH 460.1 C STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GH 460.1 C STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Mechanische hakselaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GH 460.1 C - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GH 460.1 C van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING GH 460.1 C STIHL
Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoeften van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting.
STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding.
Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wensen u veel plezier met uw STIHL product.

Dr. Nikolas Stihl
BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK GOED DOORLEZEN EN BEWAREN.
1. Inhoudsopgave
Over deze gebruiksaanwijzing 104
Algemeen 104
Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 104
Beschrijving van het apparaat 105
Voor uw veiligheid 105
Algemeen 105
Tanken – omgaan met benzine 106
Kleding en uitrusting 106
Transport van het apparaat 107
Vóór het werken 107
Tijdens het werken 108
Onderhoud en reparaties 110
Opslag bij langdurige
bedrijfsonderbrekingen 111
Afvoer 111
Toelichting van de symbolen 111
Leveringsomvang
Apparaat klaarmaken voor gebruik 112
Tuinhakselaar uitpakken 112
Onderstel monteren 113
Mesafdekking demonteren 113
Mesafdekking monteren 113
Vultrechter ATO 400 monteren 114
Uitwerpverlenging monteren 114
Platen monteren 114
Brandstof en motorolie 114
Bedieningselementen 114
Aan- / uit-knop 114
Choke 115
Aanwijzingen voor werken 115
Welk materiaal kan er worden verwerkt? 115
Welk materiaal kan niet worden verwerkt? 115
Maximale diameter van de takken 115
Werkgebied van de gebruiker 116
Werkstand van de machine 116
Juiste belasting van het apparaat 116
Vullen van de tuinhakselaar 116
Veiligheidsvoorzieningen 117
Veiligheidsvergrendeling 117
Apparaat in gebruik nemen 117
Tuinhakselaar starten 117
Tuinhakselaar uitschakelen 118
Toevoer van takken uitklappen 118
Toevoer van takken inklappen 119
Gereedschapsvak 119
Hakselen 119
Onderhoud 119
Apparaat reinigen 120
Vultrechter ATO 400 demonteren 120
Messenschijven demonteren 120
Messenschijven monteren 121
Tegenmes demonteren 122
Tegenmes monteren 122
Messen draaien 122
Messen slijpen 123
Slijtagegrenzen van de messen 123
Service-interval verbrandingsmotor 124
Service-intervallen 124
Wielen 124
Opslag en winterpauze 124
Transport 125
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 126
Standaard reserveonderdelen 127
Milieubescherming 127
Afvoer 127
Conformiteitsverklaring 127
EU-conformiteitsverklaring
Tuinhakselaar STIHL GH 460.1 C 127
Onderhoudsschema 129
Leveringsbevestiging 129
Servicebevestiging 129
2. Over deze gebruiksaanwijzing
2.1 Algemeen
Deze gebruiksaanwijzing is een vertaling van de oorspronkelijke
gebruiksaanwijzing van de fabrikant in het kader van de EG-richtlijn 2006/42/EC.
STIHL werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in de levering qua vorm, techniek en uitvoering zijn daarom voorbehouden.
Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.
Het is mogelijk dat in deze gebruiksaanwijzing modellen worden beschreven die niet in elk land verkrijgbaar zijn.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten blijven voorbehouden, met name het recht op het kopiëren, vertalen en het verwerken met elektronische systemen.
2.2 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht.
Kijkrichting:
Kijkrichting bij gebruik links en rechts in de gebruiksaanwijzing:
De gebruiker staat achter het apparaat (werkstand).
Hoofdstukverwijzing:
Naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: (⇔ 3.)
Markeringen van tekstpassages:
De beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn.
Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is:
- Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren ...
Algemene opsommingen:
– productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen
Teksten met aanvullende betekenis:
Tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.

Gevaar!
Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden.

Waarschuwing!
Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel.

Voorzichtig!
Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.

Aanwijzing
Informatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden.
Teksten met afbeeldingverwijzing:
afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

3. Beschrijving van het apparaat

1 Vultrechter ATO 400
2 Verbrandingsmotor
3 Aan/uit-schakelaar
4 Bougiestekker
5 Wielvoet
6 Uitwerpschacht
7 Wiel
8 Toevoer van takken
9 Transportgreep
10 Typeplaatje met machinenummer
11 Gereedschapsvak
12 Vergrendeling toevoer van takken
4. Voor uw veiligheid
4.1 Algemeen

Tijdens de werkzaamheden met het apparaat moeten de voorschriften ter preventie van ongevallen beslist in acht
worden genomen.

Lees vóór de eerste inbedrijfstelling de hele gebruiksaanwijzing goed door. Bewaar de gebruiksaanwijzing
voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats.
Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Deze veiligheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk voor uw veiligheid, maar deze opsomming is niet uitputtend. Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkheidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk wordt gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen.

Gevaar voor letsel!
Niet-geïnstrueerde gebruikers kunnen de gevaren van de tuinhakselaar niet herkennen of inschatten. De gebruiker of andere personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen.
Maak u vertrouwd met de bedieningsonderdelen en het gebruik van het apparaat.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening van het apparaat vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werken.
Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral bewust van worden gemaakt dat voor het werken met dit apparaat uiterste zorgvuldigheid en concentratie vereist zijn.
Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften bedient, blijven er risico's bestaan.
Controleer of de gebruiker lichamelijk, zintuigelijk en geestelijk in staat is om het apparaat te bedienen en ermee te werken. Als de gebruiker met lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke beperkingen daartoe in staat is, mag de gebruiker er
alleen onder toezicht of na instructie door een verantwoordelijke persoon mee werken.
Controleer of de gebruiker meerderjarig is of conform nationale regelgeving onder toezicht voor een beroep wordt opgeleid.

Levensgevaar door verstikking! Verstikkingsgevaar voor kinderen bij het spelen met verpakkingsmateriaal. Houd verpakkingsmateriaal altijd buiten het bereik van kinderen.
Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet altijd worden meegegeven.
Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt.
Opgelet – Gevaar voor ongevallen!

STIHL tuinhakselaars zijn geschikt voor het klein hakken van takken en plantenresten. Een andere toepassing is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn of schade aan het apparaat tot gevolg hebben.
U mag de tuinhakselaar niet gebruiken (onvolledige opsomming):
- voor het kleinsnijden van andere materialen (zoals glas of metaal).
- voor werkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven.
- voor de productie van levensmiddelen (zoals het klein hakken van ijs of het maken van druivenpulp).
Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalve als het gaat om vakkundige montage van accessoires die door STIHL zijn goedgekeurd. Andere wijzigingen leiden tot het vervallen van uw garantie. Neem voor informatie over goedgekeurde accessoires contact op met uw STIHL vakhandelaar.
Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen of het toerental van de verbrandingsmotor of de elektromotor wordt veranderd, is verboden.
Vervoer geen voorwerpen, dieren of personen, met name kinderen, met het apparaat.
Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden, langs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan.
4.2 Tanken – omgaan met benzine

Levensgevaarlijk!
Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.
Bewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen.
Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken.

Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!
Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen.
De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld.
Tank de brandstoftank niet te vol!
Vul de brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Volg ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op.


Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen).
Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd.
Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst.
Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden.
Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd.
4.3 Kleding en uitrusting

Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip. Werk nooit op blote voeten of
bijvoorbeeld op sandalen.

Draag altijd leren veiligheidshandschoenen met een gesloten manchet tijdens het werk en vooral ook bij
onderhoudswerkzaamheden en bij het vervoer van het apparaat.

Draag bij werkzaamheden altijd een goed sluitende veiligheidsbril.

Geschikte veiligheidsbrillen zijn op mechanische stevigheid getest volgens de norm EN 166 of volgens nationale
voorschriften en zijn met de bijbehorende aanduiding in de handel verkrijgbaar.

Draag bij werkzaamheden altijd gehoorbescherming.

Geschikte gehoorbescherming is getest volgens de norm EN 352 of volgens nationale voorschriften en is met de
bijbehorende aanduiding in de handel verkrijgbaar.
Draag beide tijdens de gehele duur van de werkzaamheden.

Tijdens het werken met het apparaat geschikte en nauwsluitende kleding dragen, dat wil zeggen overall, geen
stofjas. Draag tijdens het werken met het apparaat geen sjaal, stropdas, sieraden, hangende linten of koorden of andere afstaande kledingstukken.
U dient tijdens de gehele duur van de werkzaamheden en bij alle werkzaamheden aan het apparaat lang haar samen te binden en te bedekken (met een hoofddoek, muts, enz.).
4.4 Transport van het apparaat
Werk uitsluitend met veiligheidshandschoenen (⇒ 4.3) aan om letsel door scherpe randen en hete onderdelen van het apparaat te voorkomen.
Vervoer het apparaat niet met draaiende verbrandingsmotor. Schakel vóór het transport de verbrandingsmotor uit, laat de messen uitlopen en trek de bougiestekker los.
Transporteer het apparaat alleen met een afgekoelde verbrandingsmotor en zonder brandstof.
Transporteer de machine alleen met volgens de voorschriften gemonteerde vultrechter en ingeklapte toevoer van takken.
Als de machine niet met gemonteerde trechter kan worden getransporteerd, moet de messenafdekking worden gebruikt.
Gevaar voor letsel door vrijliggende messen! (⇒ 7.4)
Let met name bij het kantelen op het gewicht van het apparaat.
Gebruik voor het laden geschikte hulpmiddelen (takel of laadhelling).
Om veiligheidsredenen mogen de volgende hellingshoeken bij het transport en het laden niet worden overschreden:
- 10° (17,6%) zijwaartse hellingshoek,
- 10^ (17,6%) hellingshoek in lengterichting.
Maak met geschikte bevestigingsmaterialen (gordels, kabels, enz.) de machine en de meegetransporteerde machineonderdelen (bijv. gedemonteerde trechter) op het laadoppervlak vast aan de bevestigingspunten, die in de gebruiksaanwijzing beschreven zijn. (⇔ 13.)
Machine alleen stapvoets trekken of duwen. Niet wegslepen!
Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken.
4.5 Vóór het werken
Het moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen.
Verwijder voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt het verpakkingsmateriaal en de transportvergrendelingen.
Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met verbrandingsmotor of elektromotor in acht.
Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten – Brandgevaar!
Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren.
Vóór het gebruik van het apparaat moeten alle defecte, versleten en beschadigde onderdelen worden vervangen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat moeten worden vervangen. Stickers en alle verdere vervangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw STIHL vakhandelaar.

Kans op letsel!
Versleten of beschadigde onderdelen (zoals botte messen) kunnen de veiligheid van het apparaat aantasten en letsel veroorzaken bij de gebruiker.
Vóór de inbedrijfstelling moet het volgende worden gecontroleerd en verzekerd:
- De afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen zitten op hun plaats en verkeren in onberispelijke staat
- Alle brandstofvoerende onderdelen op de verbrandingsmotor zijn aanwezig en in orde (niet lek).
– De tank is in orde (niet lek). - De behuizing en de snijvoorziening (messen, messenas, messenschijven, enz.) zijn niet versleten of beschadigd.
- Er bevindt zich geen hakselgoed meer in het apparaat en de vultrechter is leeg.
- Alle bouten, moeren en andere bevestigingselementen zijn aanwezig of aangehaald. Losgemaakte bouten en moeren moeten voor de ingebruikstelling worden aangehaald (houd het aanhaalmoment aan).
Gebruik het apparaat alleen buiten en niet bij een muur of een ander vast voorwerp, om de kans op letsel en schade te verkleinen (geen uitwijkmogelijkheden voor de gebruiker, glasbreuk in ruiten, krassen op auto's, enz.).
Zet het apparaat stevig op een vlakke en vaste ondergrond.
Gebruik het apparaat niet op een geplaveid of met grind bedekt oppervlak, want uitgeworpen of omhoog geslingerd materiaal kan dan verwondingen veroorzaken.
Zorg elke keer vóór de ingebruikname ervoor dat het apparaat conform de voorschriften is afgesloten. (⇒ 7.5)
Maak uzelf vertrouwd met de aan- / uitschakelaar, opdat u in noodsituaties snel en juist kunt reageren.
Als de werkstand van de tuinhakselaar ingeschakeld is, moet de vulopening altijd volledig door de beschermkap afgedekt zijn. Vervang de beschermkap als dat niet het geval is.
Gevaar voor letsel!
Gebruik de machine uitsluitend volgens de voorschriften in gemonteerde staat. Als er onderdelen aan de machine ontbreken (o.a. wielen, standaarden), worden de voorgeschreven veiligheidsafstanden niet meer aangehouden, bovendien kan de machine minder stevig staan. Inspecteer elke keer vóór de ingebruikname of de machine in de staat conform de voorschriften verkeert!
Conform de voorschriften houdt in dat de machine volledig gemonteerd is, dit betekent met name:
- bovenstuk van trechter op onderstuk van trechter gemonteerd,
– toevoer van takken gemonteerd,
– vultrechter op basismachine gemonteerd,
– wielvoet compleet gemonteerd, - beide wielen zijn gemonteerd en de banden zijn op spanning zoals gespecificeerd in deze gebruiksaanwijzing (⇒ 12.12),
- alle veiligheidsvoorzieningen (o.a. uitwerpschacht, beschermkap) moeten aanwezig zijn en in goede staat verkeren,
- beide snijeenheden (messenschijven) zijn gemonteerd,
- alle messen zijn volgens de voorschriften gemonteerd.
De op het apparaat geïnstalleerde schakel- en veiligheidsinrichtingen mogen niet worden verwijderd of overbrugd.
Inspecteer beide messenschijven visueel op beschadigingen en vervorming en vervang deze indien nodig.
4.6 Tijdens het werken

Werk nooit als er zich dieren of personen, in het bijzonder kinderen, binnen het gevaarlijke gebied bevinden.
Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar.
Bij een vochtige ondergrond is er meer gevaar voor letsel, omdat de gebruiker minder stabiel staat.
Om uitglijden te voorkomen moet er bijzonder voorzichtig worden gewerkt. Indien mogelijk het apparaat niet op een vochtige ondergrond gebruiken.
Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.
Het werkgebied moet tijdens de gehele duur van de werkzaamheden schoon en in orde worden gehouden. Verwijder voorwerpen met struikelgevaar, zoals stenen, takken, kabels enz.
De standplaats van de gebruiker mag niet hoger dan de standplaats van het apparaat zijn.
Uitlaatgassen:

Levensgevaar door vergiftiging!
Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (bijv. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt.

Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen
bevatten giftig koolmonoxide, een kleuren reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet.
Stel de machine zo op, dat de uitlaatgassen tijdens het werken niet in uw gezicht waaien.
Starten:
Voor het starten het apparaat in een stabiele stand brengen en rechtop neerzetten. Het apparaat mag in geen geval liggend in gebruik worden genomen.
Start het apparaat voorzichtig - de aanwijzingen in het hoofdstuk "Apparaat in gebruik nemen" (⇒ 11.) opvolgen. Bij het starten volgens deze instructies is er minder kans op letsel.
Kans op letsel!
Wanneer de startkabel snel terugspringt, worden hand en arm sneller naar de verbrandingsmotor getrokken, dan dat de startkabel kan worden losgelaten. Deze kickback kan botbreuken, kneuzingen en verstuikingen veroorzaken.
Blijf bij het starten van de verbrandingsmotor of het inschakelen van de elektromotor uit de buurt van de uitwerpopening. Er mag geen hakselmateriaal in de tuinhakselaar aanwezig zijn als deze wordt gestart of ingeschakeld. Hakselmateriaal kan eruit worden geslingerd en letsel veroorzaken.
Bij het starten mag het apparaat niet worden gekanteld.
Niet aan de startkabel trekken als de machine niet goed gesloten is en de messen vrijliggen.
Gevaar voor letsel door draaiende messen!
Werken:

Kans op letsel!
Houd handen of voeten nooit boven, onder of tegen draaiende onderdelen.
Houd na het starten van de machine nooit het gezicht of andere lichaamsdelen boven de vultrechter en vóór de
uitwerpopening. Houd met lichaam en hoofd altijd voldoende afstand tot de vulopeningen.

Grijp nooit met de handen, andere lichaamsdelen of kleding in de vultrechter of de uitwerpschacht. Er heerst groot
verwondingsgevaar voor de ogen, het gezicht, vingers, handen enz.
Zorg altijd voor een goed evenwicht en een stabiele houding. U mag zich niet naar voren strekken.
De beschermkap mag tijdens het bedrijf niet worden gemanipuleerd (o.a. verwijderd, omhoog geklapt, ingeklemd, beschadigd).
De gebruiker moet voor het vullen in het beschreven werkgebied van de bediener staan. Blijf tijdens de gehele duur van de werkzaamheden altijd in het werkgebied en in geen geval in de uitworpzone. (⇒ 9.4)
Gevaar voor letsel!
Hakselmateriaal kan tijdens het gebruik terug naar boven toe geslingerd worden. Draag daarom een veiligheidsbril en houd het gezicht uit de buurt van de vulopeningen.
Kantel het apparaat nooit als de verbrandingsmotor of de elektromotor draait.
Als het apparaat tijdens het gebruik omvalt, moet u direct de verbrandingsmotor uitschakelen en de bougiestekker eruit trekken.
Let erop, dat in de uitwerpschacht geen hakselmateriaal achterblijft, omdat dit tot een slecht snijresultaat of terugslagen kan leiden.
Let er bij het vullen van de tuinhakselaar vooral op, dat geen vreemde voorwerpen zoals metalen voorwerpen, stenen, kunststof, glas, enz. in de hakselkamer kunnen komen, omdat deze beschadigingen en terugslagen uit de vultrechter kunnen veroorzaken.

Kans op letsel!
De gebruiker kan ernstig letsel oplopen door terugschietend hakselgoed en vreemde voorwerpen. Houd vreemde voorwerpen uit de buurt van het apparaat en verwijder verstoppingen onmiddellijk.

Kans op letsel!
Bij het vullen van de tuinhakselaar met takken kunnen er terugslagen ontstaan. De gebruiker kan ernstig letsel oplopen door terugslaand hakselgoed. Draag veiligheidshandschoenen en een veiligheidsbril (⇒ 4.3)!

Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen.
Schakel de verbrandingsmotor uit, trek de bougiestekker eruit en laat alle draaiende gereedschappen tot stilstand komen.
- vooraleer u het apparaat achterlaat,
- voordat u het apparaat optilt en draagt,
- voor dat u het apparaat transporteert,
-
voordat u blokkades opheft of verstoppingen bij de snijeenheid, in de vultrechter, in de toevoer van de takken of in het uitwerpkanaal verwijdert,
-
voordat er werkzaamheden aan de messenschijven worden verricht,
- voordat het apparaat getest of gereinigd wordt of voordat sommige werkzaamheden uitgevoerd worden.
Schakel de verbrandingsmotor uit,
- voordat u het apparaat kantelt, duwt of trekt,
- voordat u de afsluitschroef losdraait en het apparaat opent,
- voordat u bijtankt. Tank alleen wanneer de verbrandingsmotor volledig is afgekoeld.
Brandgevaar!
Indien in het snijgereedschap vreemde voorwerpen geraken, indien het apparaat vreemde geluiden maakt of vreemde trillingen vertoont, schakel dan onmiddellijk de verbrandingsmotor uit en laat het apparaat uitlopen. Trek de bougiestekker uit, verwijder de vultrechter en volg de volgende stappen:
- controleer het apparaat, in het bijzonder de snijeenheid (messen, messenschijven, messenas, mesbout, klemring) op beschadigingen en laat de noodzakelijke herstellingen door een vakman uitvoeren, voordat u het apparaat opnieuw start en ermee gaat werken.
- Controleer of alle onderdelen van de snijeenheid stevig vastzitten en draai de schroeven eventueel opnieuw aan (koppels aanhouden).
- Laat de beschadigde onderdelen door een vakman vervangen of herstellen, waarbij de onderdelen een bewezen gelijkwaardige kwaliteit dienen te hebben.
4.7 Onderhoud en reparaties
Voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden:
- apparaat op een vaste, vlakke ondergrond zetten,
- verbrandingsmotor uitschakelen en laten afkoelen,
- bougiestekker lostrekken.
Opgelet – Kans op letsel! Houd de bougiestekker uit de buurt van de bougie; een plotseling ontstane vonk kan I brand of een stroomschok.
Als de bougie per ongeluk in contact komt met de bougiestekker, kan de verbrandingsmotor aanslaan zonder dat dit de bedoeling is.
Vooral voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper eerst laten afkoelen. De temperaturen kunnen tot 80 °C en meer oplopen. Kans op brandwonden!
Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn; ook mag motorolie niet worden gemorst.
STIHL adviseert het bijvullen of verversen van motorolie door een STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren.
Reiniging:
na gebruik moet het gehele apparaat zorgvuldig worden gereinigd. (⇒ 12.1)
Gebruik nooit hogedrukreinigers en reinig het apparaat niet onder stromend water (bijvoorbeeld met een tuinslang). Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw STIHL apparaat mogelijk in het geding komt.

Om brandgevaar te voorkomen, moet u de gebieden rond de koelluchtopeningen, koelvinnen en rondom de uitlaat vrij houden van bijv. gras, stro, mos, bladeren of uitstromend vet.
Onderhoudswerkzaamheden:
Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing vermeld staan. Alle andere werkzaamheden dient u door een vakhandelaar te laten uitvoeren. Neem altijd contact op met een vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. STIHL raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend door de STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren.
STIHL vakhandelaren volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door STIHL zijn goedgekeurd of technisch gelijkwaardige onderdelen, om de kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat te voorkomen. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar.
Originele STIHL gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele STIHL vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het STIHL onderdeelnummer, het STIHL logo en
eventueel het STIHL symbool op de onderdelen. Op kleine onderdelen kan ook alleen het teken staan.
Om veiligheidsredenen moeten brandstofbevattende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende vakman worden vervangen (STIHL raadt de STIHL vakhandelaar aan). Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw STIHL vakhandelaar door nieuwe originele stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien.
Werk aan de snijeenheid uitsluitend met veiligheidshandschoenen (⇒ 4.3) en met de uiterste voorzichtigheid.
Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven, met name alle schroeven in de snijeenheid, goed zijn vastgedraaid, zodat u de machine veilig kunt gebruiken.
Inspecteer het gehele apparaat op gezette tijden, in het bijzonder voor de opslag van het apparaat (bijv. voor de winterpauze), op slijtage en beschadigingen. Versleten of beschadigde onderdelen moeten om veiligheidsredenen direct worden vervangen, om ervoor te zorgen dat het apparaat altijd in veilige staat is.
Wijzig de instellingen van de verbrandingsmotor nooit en jaag deze niet over zijn toeren.
Als onderdelen of veiligheidsvoorzieningen voor onderhoudswerkzaamheden zijn verwijderd, moeten deze weer meteen en correct worden aangebracht.
4.8 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen
Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst.
Sla het apparaat op met een lege tank en bewaar de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte.
Controleer of het apparaat tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd.
Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden.
Als de tank moet worden afgetapt (b v. stilleggen voor de winterpauze), mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (tank b v. in de open lucht leegrijden door de verbrandingsmotor te laten draaien).
Reinig het apparaat voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig.
Apparaat alleen met uitgetrokken bougiestekker bewaren.
Sla het apparaat in een veilige staat op.
Transporteer de tuinhakselaar alleen met gemonteerde vultrechter of met gemonteerde mesafdekking.
Gevaar voor letsel door vrijliggende messen!
4.9 Afvoer
Afvalproducten zoals gebruikte olie of brandstof, gebruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zijn slecht voor mensen en dieren en kunnen het milieu beschadigen. Ze moeten derhalve op de juiste wijze worden afgevoerd.
Neem contact op met het recyclingcenter of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de daarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval wordt verwerkt. Verwijder om ongevallen te voorkomen vooral de bougiekabel, maak de tank leeg en tap de motorolie af.
5. Toelichting van de symbolen

Opgelet!
Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies en volg deze op.

Kans op letsel!
Houd andere personen uit de gevarenzone.

Gevaar voor letsel!
Gevaar voor letsel door ronddraaiende onderdelen.

Opgelet!
Trek vóór onderhouds- of reinigingswerkzaamheden de bougiestekker los.

Draag gehoorbescherming!
Draag een veiligheidsbril!
Draag veiligheidshandschoenen!

Gevaar voor letsel!
Grijp nooit met de handen, andere lichaamsdelen of kleding in de vultrechter of de uitworpschacht.

Kans op letsel!
Niet op het apparaat stappen.

De aan- / uit-knop bevindt zich aan de voorkant van de machine. Schakel de machine uit door aan de zwarte draaiknop van de aan- / uit-knop te draaien.
6. Leveringsomvang

Pos. Omschrijving Stk.
A Basisapparaat 1
B Rechter wielvoet 1
C Linker wielvoet 1
D Standaard 2
E Plug 2
F Wiel 2
G Borgring 2
H As 1
I Torxbout 3 M8x40
J Moer M8 2
K Vultrechter ATO 400 1
L Uitworpverlengstuk 1
M Geleideplaat 1
N Uitwerpplaat 1
O Torxbout 6 P5x20
P Bout met vlakke kop 1 M6x16
Q Torxbout 2 M6x16
R Moer M6 3
S Schroevendraaier 1
Pos. Omschrijving Stk.
T Montagegereedschap 1
U Zeskantschroef 1 M14x130
• Gebruiksaanwijzing 1
- Gebruiksaanwijzing 1 verbrandingsmotor
7. Apparaat klaarmaken voor gebruik

Kans op letsel!
Lees vóór de montage van de tuinhakselaar het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" (⇔ 4.) zorgvuldig door en volg alle veiligheidsaanwijzingen op.
Om schade aan de machine te voorkomen, moeten alle aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Het apparaat gereedmaken voor gebruik" (⇒ 7.) precies worden aangehouden.

Draag altijd veiligheidshandschoene n en raak de messen niet aan.

Voorkom schade aan het apparaat! Het apparaat moet vóór het omdraaien beschermd worden tegen krassen door er karton onder te leggen.
7.1 Tuinhakselaar uitpakken


Gevaar voor letsel!
Machine alleen optillen met behulp van een tweede persoon. Voorkomen dat het kartonnen inlegstuk (1) wordt beschadigd.
- Verpakking openen.
Montagepositie:
- Basismachine (A) met hulp van iemand anders uit de verpakking halen en op de ondergrond zetten.
- Kartonnen inlegstuk (1) eruit halen en op de ondergrond leggen. Wielen (F) en wielvoeten (B, C) uitnemen.
- Kartonnen inlegstuk (1) met de gesloten kant omhoog op de ondergrond leggen.
- Basismachine (A) optillen met hulp van een tweede persoon en neerzetten zoals afgebeeld op het kartonnen inlegstuk (1).
7.2 Onderstel monteren


Gevaar voor letsel! Ter voorkoming van letsel als gevolg van de scherpe messen moet de messenafdekking gemonteerd zijn. (→ 7.4)
1 Wielvoet rechts en wielvoet links monteren:
- basismachine in montagestand zetten. (⇔ 7.1)

Beide wielvoeten moeten zodanig op de basismachine worden gemonteerd dat de boringen voor de as (aan de kant van het gereedschapsvak) zich achteraan bevinden.
Wielvoet rechts monteren:
- Wielvoet rechts (B) aan de binnenkant van de afgehoekte dragerplaat (1) plaatsen. Daarbij moeten de boringen van de wielvoet samenvallen met de boringen op de dragerplaat.
- Aan de binnenkant een moer (J) plaatsen. Bout (I) door de boringen (2) in de dragerplaat en in de wielvoet steken en in de moer (J) draaien, maar niet vastdraaien.
- Procedure bij de tweede boring van de wielvoet rechts herhalen.
Wielvoet links monteren:
- wielvoet links (C) met de boring (1) bij de middelste boring (2) aan de linkerkant van de basismachine (A) houden.
- Bout (I) met behulp van het montagegereedschap (T) erin draaien, maar niet vastdraaien.
2Standaard en plug monteren:
- Standaard (D) zoals afgebeeld tot aan de aanslag op de wielvoet rechts (1) schuiven.
De standaard klikt op de wielvoet rechts vast. - Procedure bij de wielvoet links herhalen.

Gevaar voor letsel!
Controleer na het monteren of de beide standaards goed vastzitten.
- Plug (E) voorzichtig tot aan de aanslag in de wielvoet rechts (2) tikken.
- Procedure bij de wielvoet links herhalen.
3 Wiel op as monteren:
De wielen zodanig monteren dat het betreffende ventiel zich aan de buitenkant bevindt.
- Borgring (G) tot aan de aanslag in de insteek (1) van de as (H) schuiven.
• Wiel (F) op de as (H) schuiven.
Zorg ervoor dat de borgring (G) precies in de insteek (1) van de as (H) zit om te voorkomen dat het wiel vanzelf loskomt.
4 As en wiel monteren:
- As met voorgemonteerd wiel (1) door de boringen (2) van de wielvoeten schuiven.
• Wiel (F) links op de as (1) schuiven. - Borgring (G) tot aan de aanslag in de insteek van de as (3) schuiven.
- Basismachine van het kartonnen inlegstuk halen.
- Basismachine in werkstand zetten.
7.3 Mesafdekking demonteren
- In de boring grijpen en mesafdekking (1) naar omhoog af tillen.

7.4 Mesafdekking monteren
- Mesafdekking (1) onder het tegenmes (2) geleiden. Daarna de mesafdekking (1) omlaag drukken. Bij juiste montage moet de mesafdekking (1) goed tegen de messenschijf liggen.

7.5 Vultrechter ATO 400 monteren

- Mesafdekking demonteren. (⇒ 7.3)
- Vultrechter ATO 400 (K) met beide bevestigingsshaken (1) in beide bevestigingen op de basismachine (2) geleiden.
- Vultrechter ATO 400 (K) tot aan de aanslag naar voren kantelen.
- Aan / uit-knop (3) erin draaien en vastdraaien.

Na de montage controleren of de vultrechter ATO 400 goed in de beide bevestigingen op de basismachine vastgehaakt is.
7.6 Uitwerpverlenging monteren

- Machine voorzichtig naar achteren draaien.

Ter voorkoming van schade een stuk karton eronder leggen.
Uitwerpverlenging monteren
- Uitwerpverlenging (L) met de haken (1) in de openingen op de behuizing (2) van boven erin haken, omlaag draaien en houder (3) vanaf de zijkant erop drukken.
- Bouten (O) erin draaien en met 1 - 2 Nm vastdraaien.

Voor een gemakkelijker montage van de geleideplaat raden wij aan de linker wielvoet iets los te draaien.
- Bout (4) op de linker wielvoet ca. 5 slagen eruit draaien.
7.7 Platen monteren
1Geleideplaat monteren
- Geleideplaat (N) plaatsen. Zorg er hierbij voor dat de geleidingen op de geleideplaat (1) precies in de geleidingen van de uitwerpverlenging (2) liggen.
- Bout (P) aanbrengen en met moer (R) vastdraaien.
- Bouten (O) erin draaien en met 1 - 2 Nm vastdraaien.
②Uitwerpgeleideplaat monteren
- Uitwerpgeleideplaat (M) aanbrengen.
- Bouten (O) erin draaien en met 1 - 2 Nm vastdraaien.
- Bouten (Q) aanbrengen en met moeren (R) vastdraaien. Hierbij kunnen eventuele kleine spanningen bij de uitwerpschacht worden gecompenseerd door de bouten bij te stellen.
Bouten wielvoetbevestiging vastdraaien
- Machine overeind zetten en controleren of alle gemonteerde onderdelen goed zitten.
- Bouten (1, 2) voor de wielvoetbevestiging met 10 - 12 Nm vastdraaien.

Na het vastdraaien van de bouten controleren of de beide wielvoeten goed vastzitten.

7.8 Brandstof en motorolie


Vul motorolie bij voordat u het apparaat voor de eerste keer start (⇒ zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
Motorolie
Gegevens over de te gebruiken motorolie en de vulhoeveelheid olie vindt u in de gebruiksaanwijzing onder het punt van de verbrandingsmotor. Controleer de inhoud regelmatig (⇒ zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). Zorg ervoor dat de olie niet onder of boven het juiste peil komt te staan.
Brandstof
Aanbeveling: verse merkbrandstoffen, loodvrije benzine (⇒ gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). Gebruik voor het tanken een trechter (wordt niet meegeleverd). Neem de waarschuwingen in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" in acht. (⇒ 4.)
Brandstof bijtanken
• Schroef de tankdop (1) eraf.
- Tank brandstof bij (gebruik een trechter).
• Schroef de tankdop (1) er weer op.
8. Bedieningselementen
8.1 Aan- / uit-knop

De aan- / uit-knop (1) is een multifunctionele schakelaar met de volgende functies:
Veiligheidsschakelaar:
de aan- / uit-knop (1) werkt als veiligheidsschakelaar. (⇒ 10.)
Activeringsschakelaar bij het starten:
de aan- / uit-knop (1) werkt bij het starten van de verbrandingsmotor als hoofdschakelaar. Zonder het inschakelen van de aan- / uit-knop (1) kan de verbrandingsmotor niet worden gestart. (⇒ 11.1)
Uitschakelen:
bij het loszetten van de aan- / uit-knop (1) door te draaien wordt de verbrandingsmotor uitgeschakeld en komen de messenschijven na enkele seconden tot stilstand (zie Aan- / uit-knop loszetten). (⇒ 11.2)
Bevestigingsbout van de vultrechter:
door eruit draaien (linksom) van de aan- / uit-knop (1) komt de vultrechter ATO 400 los. Door erin draaien (rechtsom) van de aan- / uit-knop (1) wordt de vultrechter ATO 400 aan het basisapparaat bevestigd.
Aan- / uit-knop indrukken:
- Groene drukknop (2) (symbool I) tot aan de aanslag erin drukken. De groene drukknop klikt vast en blijft ingedrukt.
De tuinhakselaar kan worden gestart. (⇒ 11.1)
Aan- / uit-knop loszetten:
- Zwarte draaiknop (3) (rood symbool O) op de aan-/uit-knop (1) draaien (in beide richtingen mogelijk) De groene drukknop (2) wordt losgezet en de verbrandingsmotor wordt uitgeschakeld. De messenschijven komen na enkele seconden tot stilstand.
8.2 Choke
Door het activeren van de 13 chokeknop (1) wordt het lucht-brandstofmengsel zodanig gewijzigd dat een koude verbrandingsmotor gemakkelijker kan worden gestart.

De verbrandingsmotor kan bij zeer koud weer snel afkoelen.
Als de choke na het starten niet weer wordt gedeactiveerd, ontstaat er door het veranderde lucht-brandstofmengsel meer rookontwikkeling. Vervolgens slaat de verbrandingsmotor af (de verbrandingsmotor "verzuipt").
Koude start
Choke activeren:
- trek de chokeknop (1) uit. De choke is geactiveerd en de verbrandingsmotor kan worden gestart.
Choke deactiveren:
- als de verbrandingsmotor na het starten draait, moet de choke door het volledig indrukken van de chokeknop (1) meteen worden gedeactiveerd.
Warme start
Als de verbrandingsmotor al draait, drukt u niet op de chokeknop (1).

text_image
9. Aanwijzingen voor werken9.1 Welk materiaal kan er worden verwerkt?
Met de tuinhakselaar kunt u zowel zacht materiaal als hard materiaal verwerken.

Zacht materiaal:
organisch materiaal zoals fruit- en groenteafval, bloemenresten, bladeren enz.
– Zacht materiaal hakselen. (⇒ 11.6)
Hard materiaal:
boom- en heggensnoeisel en dik en vertakt materiaal.
- Hard materiaal hakselen. (⇒ 11.6)

Boom- en heggensnoeisel moet vers worden verwerkt, omdat de hakselprestaties beter zijn bij vers materiaal dan bij uitgedroogd of nat materiaal.
De verwerking van droog hakselgoed verhoogt het risico van terugslag. De gebruiker kan ernstig letsel oplopen door terugspringende takken.
9.2 Welk materiaal kan niet worden verwerkt?
Stenen, glas, metaal (draad, spijkers ...) of kunststof mogen niet in de tuinhakselaar komen.
Hoofdregel:
materialen die niet op de compost horen, mogen ook niet met de tuinhakselaar worden verwerkt.
9.3 Maximale diameter van de takken
Deze gegevens hebben betrekking op vers gesneden takken:
Maximale diameter van de takken: 75 mm
De grootte van de vulopening van de toevoer van de takken dient uitsluitend voor het beter opnemen van takken en geeft geen uitsluitsel over de maximaal toegestane diameter van het hakselgoed.
Voorzichtig! Wanneer meerdere dunne takken tegelijk worden ingebracht, mag de som van de afzonderlijke takdiameters niet groter zijn dan de maximale takdiameter. In het geval van droog of nat hakselgoed kan het nodig zijn de maximale takdiameter te verkleinen.
9.4 Werkgebied van de gebruiker

- De gebruiker moet zich tijdens de gehele duur van de werkzaamheden om veiligheidsredenen altijd in het werkgebied bevinden (grijs gebied
Gevaar voor letsel! Om te voorkomen dat u bij het verwerken van hard materiaal (toevoer van takken (1) is uitgeklapt) door teruggeworpen hakselmateriaal wordt geraakt, moet u aan de zijkant van de tuinhakselaar gaan staan (zie grijs vlak X), nooit direct erachter.
9.5 Werkstand van de machine

De tuinhakselaar mag alleen rechtstaand in gebruik genomen worden. Tijdens het gehele bedrijf moet de tuinhakselaar zoals afgebeeld op beide wielen en op beide wielvoeten staan.
9.6 Juiste belasting van het apparaat
De elektromotor of verbrandingsmotor van de tuinhakselaar mag maar zo zwaar belast worden dat het toerental niet te veel daalt. Vul de tuinhakselaar steeds gelijkmatig en continu. Daalt het toerental tijdens het werken met de tuinhakselaar, stop dan met bijvullen om de elektromotor of de verbrandingsmotor te ontlasten.
9.7 Vullen van de tuinhakselaar


Kans op letsel!
Lees vóór het vullen van de tuinhakselaar het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" (⇒ 4.), met name de paragraaf "Tijdens de werkzaamheden" (⇒ 4.6), zorgvuldig en volg alle veiligheidsaanwijzingen op. Het vullen van de tuinhakselaar mag enkel door een persoon gebeuren.

Kans op letsel!
Nooit met een hand in een vulopening grijpen!

Houd de juiste belasting van de verbrandingsmotor aan. (⇒ 9.6)
De beide vulopeningen (1, 2) van de tuinhakselaar moeten niet tegelijkertijd worden gevuld. Verstoppingsgevaar!

Gevaar voor letsel!
De gebruiker kan ernstig letsel oplopen door terugspringende takken. Om letsel door terugslande takken te voorkomen, moet de tuinhakselaar op de juiste manier worden gevuld.
Let bij het vullen op de maximaal aangegeven diameter van de takken. Snoei takken met een sterke vertakking en verwijder zijscheuten. De grote vulopening dient uitsluitend voor een betere invoer van takken met veel zijtakken.
Zacht materiaal:
- Houd u bij het vullen van de tuinhakselaar binnen het werkgebied. (⇔ 9.4)
- Start de tuinhakselaar. (⇒ 11.1)
- Organisch materiaal zoals fruit- en groenteafval, bloemenresten, bladeren, dunne takken enz. in de vulopening (1) voor zacht materiaal werpen.

De vulopening (1) uitsluitend met zacht materiaal of met dunne (tot ca. 10 mm diameter) takken met veel zijtakken vullen. De toevoer van de takken (3) moet bij het vullen met zacht materiaal in de ingeklapte stand staan. (⇒ 11.4)
Vochtig of nat zacht materiaal leidt sneller tot verstoppingen in het apparaat. Hierbij de tuinhakselaar langzamer vullen en met name op het toerental van de verbrandingsmotor letten. Bij het vullen van het apparaat met zacht materiaal voorkomen dat de kap van de verbrandingsmotor met hakselmateriaal wordt bedekt. Kans op oververhitting van de verbrandingsmotor door bedekte koelsleuven!
Houd de verbrandingsmotor altijd vrij van vuil!
Hard materiaal:
- houd bij het vullen van de tuinhakselaar het werkbereik in de gaten. (⇒ 9.4)
- Toevoer van takken (3) uitklappen. (⇒ 11.3)
- Maximale takdiameter aanhouden. (⇒ 9.3)
• Tuinhakselaar starten. (⇒ 11.1)

Gevaar voor letsel!
Om letsel door terugslande takken te voorkomen, moet de tuinhakselaar op de juiste manier met hard materiaal worden gevuld. Als de tuinhakselaar langs achter gevuld wordt (d. w.z. de gebruiker staat in het werkgebied (⇒ 9.4), moeten de takken een beetje schuin worden gehouden en conform het symbool (4) aan de linker trechterwand tot aan de messenset ingevoerd worden. Let bij het vullen op de maximale diameter van de takken. (⇒ 9.3) De grote vulopening (2) dient uitsluitend voor een betere invoer van takken met veel zijtakken.
Dikke takken en sterk vertakt materiaal vooraf met een boomschaar afkorten (maximale takdikte aanhouden). Dunne takjes (tot ca. 10 mm diameter) in de vulopening (1) voor zacht materiaal werpen.
- Materiaal van bomen, heggen of takken langzaam in de vulopening (2) van de uitgeklapte toevoer van de takken (3) geleiden. Het hard materiaal wordt daarbij automatisch door de machine naar binnen getrokken. Langere takken moeten bij het hakselen met de hand worden ondersteund en geleid.
10. Veiligheidsvoorzieningen
10.1 Veiligheidsvergrendeling
De tuinhakselaar mag alleen bij een correct afgesloten vultrechter ATO 400 worden gestart. Bij het losdraaien van de
aan-/uit-knop tijdens de werking schakelt de elektromotor of de verbrandingsmotor zichzelf uit en komt het hakselgereedschap na enkele seconden tot stilstand. Bij het wegnemen van de vultrechter ATO 400 worden de beide messenschijven automatisch mechanisch geblokkeerd.
11. Apparaat in gebruik nemen
11.1 Tuinhakselaar starten


Gevaar voor letsel!
Lees vóór het in gebruik nemen van de tuinhakselaar het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" (⇒ 4.) zorgvuldig door en volg alle veiligheidsinstructies op. Controleer vóór het in bedrijf stellen of de vultrechter ATO 400 goed afgesloten is en of de aan/uit-knop (1) handvast aangetrokken is.
Gevaar voor letsel door terugslaan van de verbrandingsmotor!
Omsluit de greep (2) van de startkabel (3) stevig met één hand en houd deze vast. Trek snel met één ruk aan de startkabel (3).
Controleer de bandenspanning elke keer vóór het in bedrijf nemen. (⇒ 12.12)
Druk vóór het starten van de verbrandingsmotor op de aan/uit-knop (1). Zonder het bedienen van de aan/uit-knop kan de
verbrandingsmotor niet worden gestart (veiligheidsvoorziening). (⇒ 8.1)
• Druk de aan/uit-knop (1) in. (⇒ 8.1)
- Gebruik bij een koude verbrandingsmotor de choke. (⇒ 8.2)
- Sta naast het apparaat (werkgebied in de gaten houden (⇒ 9.4)).
- Neem de greep (2) van de startkabel (3) stevig met een hand en houd deze vast.
- Startkabel (3) langzaam tot aan de compressorweerstand uittrekken. Trek vervolgens krachtig en snel door tot de volledige armlengte.
Startkabel (3) langzaam terug laten keren, zodat ze opgerold kan worden. Herhaal dit totdat de verbrandingsmotor loopt.
- Deactiveer meteen de choke wanneer de verbrandingsmotor loopt. (⇒ 8.2)
11.2 Tuinhakselaar uitschakelen


Kans op letsel!
Betreed tijdens het uitschakelen nooit het uitwerpgebied!
Bij het uitschakelen van de tuinhakselaar niet aan de kant van de verbrandingsmotor staan en over het apparaat heen buigen – gevaar voor verbranding aan hete onderdelen van de verbrandingsmotor!
Let erop dat na het uitschakelen van de verbrandingsmotor het werkgereedschap nog even blijft doorlopen. Het duurt meerdere seconden voordat het apparaat helemaal tot stilstand is gekomen.

Kijk naar het pictogram op de voorkant van het bovenstuk van de trechter.
Schakel de verbrandingsmotor pas uit als er zich geen hakselmateriaal meer in het apparaat bevindt, om
blokkeringen bij een van de beide messenschijven bij het weer in bedrijf stellen te voorkomen.

– Houd het in de afbeelding weergegeven traject en de gemarkeerde plek bij het uitschakelen aan.
- Door te draaien (in beide richtingen mogelijk) van de zwarte draaiknop (1) (symbool O) op de aan-/uit-knop (2) wordt de tuinhakselaar uitgeschakeld. De verbrandingsmotor van de tuinhakselaar wordt uitgeschakeld. De verbrandingsmotor en de messenschijven komen na enkele seconden tot stilstand.
11.3 Toevoer van takken uitklappen


Gevaar voor letsel!
Bij het uit- en inklappen van de toevoer van de takken (2) moet de machine omwille van de veiligheid uitgeschakeld zijn.
- Vergrendeling van toevoer van takken (1) naar boven drukken en vasthouden.
- Toevoer van takken (2) met de tweede hand langzaam naar achteren (van de machine weg) geleiden.
- Vergrendeling van toevoer van takken (1) weer loslaten en toevoer van takken (2) tot aan de aanslag uitklappen.
11.4 Toevoer van takken inklappen


Gevaar voor letsel!
Bij het uit- en inklappen van de toevoer van de takken (1) moet de machine omwille van de veiligheid uitgeschakeld zijn.
Gevaar voor knellen!
Voorkom bij het sluiten van de toevoer van de takken dat de vingers tussen de toevoer van de takken en de vultrechter gekneld raken.
- Toevoer van takken (1) langzaam tot aan de aanslag inklappen (naar de machine duwen) totdat deze in de vergrendeling van de toevoer van takken (2) vastklikt.
11.5 Gereedschapsvak

Gereedschapsvak openen:
- lip (1) omlaag drukken en vasthouden.
- Deksel van gereedschapsvak (2) omlaag klappen.
Gereedschapsvak sluiten:
- deksel van gereedschapsvak (2) omhoog drukken, totdat de lip vastklikt.
11.6 Hakselen
- Schuif de tuinhakselaar op een vlakke en stevige ondergrond en zet deze in een veilige positie.
- Trek veiligheidshandschoenen aan en zet een veiligheidsbril en gehoorbescherming op. (⇔ 4.3)
- Oliepeil, brandstof en bandenspanning controlleren. (⇒ 7.8), (⇒ 12.12)
- Klap bij hard materiaal (o.a. snoeihout van bomen- en heggen) de toevoer van de takken uit. (⇒ 11.3)
• Tuinhakselaar starten. (⇒ 11.1) - Wacht totdat de tuinhakselaar zijn maximaal toerental (nullasttoerental) heeft bereikt.
- Vul de tuinhakselaar met hakselgoed.
(⇒ 9.7)
• Tuinhakselaar uitschakelen. (⇒ 11.2) - Trek veiligheidshandschoenen aan en zet een veiligheidsbril en gehoorbescherming op. (⇔ 4.3)
- Oliepeil, brandstof en bandenspanning controlleren. (⇒ 7.8), (⇒ 12.12)
- Klap bij hard materiaal (o.a. snoeihout van bomen- en heggen) de toevoer van de takken uit. (⇒ 11.3)
• Tuinhakselaar starten. (⇒ 11.1) - Wacht totdat de tuinhakselaar zijn maximaal toerental (nullasttoerental) heeft bereikt.
- Vul de tuinhakselaar met hakselgoed. (⇔ 9.7)
• Tuinhakselaar uitschakelen. (⇒ 11.2)
12. Onderhoud

Gevaar van letsel!
Werk uitsluitend met veiligheidshandschoene n.
Raak de messen pas aan als ze stilstaan.

Neem altijd contact op met uw vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis of gereedschappen beschikt.
STIHL raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend bij de STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren.
STIHL raadt aan originele STIHL reserveonderdelen te gebruiken.
Kans op letsel!
Voordat u aan onderhouds-- of reinigingswerkzaamheden aan het apparaat begint, dient u het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" (⇒ 4.), in het bijzonder de paragraaf "Onderhoud en reparaties" (⇒ 4.7), zorgvuldig te lezen en alle veiligheidsinstructies op te volgen.

Trek voor alle onderhouds-- en reinigingswerkzaamhede n de bougiestekker eruit!
12.1 Apparaat reinigen


Als de messenschijven met hakselmateriaal bedekt zijn, verwijdert u dit met een borstel of iets dergelijks.
Schraap niet met de hand over de behuizing. Gevaar voor letsel door de messen!
Reinigingspositie van de tuinhakselaar:
Het apparaat mag alleen in de afgebeelde positie worden gereinigd.
• Demonteer de vultrechter. (⇒ 12.2)
Als de tuinhakselaar niet zoals beschreven wordt geplaatst, kan het apparaat (verbrandingsmotor) schade oplopen.
Onderhoudsinterval: na elk gebruik
Reinig de machine na elk gebruik grondig. Door uw machine voorzichtig te behandelen, beschermt u deze tegen beschadigingen en verlengt u de levensduur.

Richt waterstralen nooit op onderdelen van de elektromotor of verbrandingsmotor, pakkingen, lagers en
elektrische onderdelen zoals schakelaars. Dit kan leiden tot dure reparaties.

Als u vuil en aangekoekte resten niet met een borstel, vochtige doek of houten stok kunt verwijderen, raadt STIHL aan een speciaal
reinigingsmiddel te gebruiken (zoals STIHL speciale reiniger).
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
Maak de messenschijven regelmatig schoon.
Ontdoe de koelvinnen, het ventilatorwiel, de zone rondom de luchtfilter, de uitlaat enz. van vuil, opdat er voldoende koeling van de motor gegarandeerd kan worden.
12.2 Vultrechter ATO 400 demonteren


Gevaar voor letsel!
Schakel de machine uit. Voordat u de aan- / uit-knop (1) eruit draait, de bougiestekker lostrekken.
Werk alleen met stevige handschoenen.
Als er na het weghalen van de vultrechter geen werkzaamheden aan de messenschijven worden uitgevoerd, moet omwille van de veiligheid de messenafdekking worden gemonteerd. (⇒ 7.4)
- Aan-/uit-knop (1) loszetten totdat de vultrechter ATO 400 (2) naar achteren kan worden geklapt.
• Vultrechter ATO 400 (2) wegnemen.

Na het demonteren van de trechter wordt de blokkering voor de messenschijven automatisch geactiveerd.
In geblokkeerde staat kan de messenschijf toch ca. 360° draaien totdat de aanslag wordt bereikt.
12.3 Messenschijven demonteren


Gevaar voor letsel! Werk uitsluitend met veiligheidshandschoene n!

Raak de messen nooit aan voordat ze volledig stilstaan.
Trek de bougiestekker los!
• Vultrechter ATO 400 demonteren. (⇒ 12.2)
1Mesbout losdraaien:
- montagegereedschap (1) op de mesbout (2) plaatsen en langzaam en voorzichtig linksom draaien totdat de messenschijven door de aanslag worden gestopt. Montagegereedschap (1) eraf trekken.

Voor het vastdraaien van de mesbout moet ter voorkoming van letsel altijd de mesafdekking gemonteerd zijn (zie aanzicht Z).
• Mesafdekking monteren. (⇔ 7.4)
- Montagegereedschap (1) door de boring van de mesafdekking (3) steken en op de mesbout (2) plaatsen.
- Draai de mesbout (2) met behulp van montagegereedschap (1) los en draai deze er volledig uit.
• Mesafdekking demonteren. (⇒ 7.3)
- Haal de mesbout (2), borgring (4) en de klemring (5) weg.
Neem de 2 vleugelmessen en de messenschijf weg:
- Verwijder vleugelmes kort (6) en vleugelmes lang (7).
- Til de messenschijf (8) eraf.
- Draai de bouten (9) los en verwijder ze. Verwijder het inzetstuk (10) omhoog.
Demonteer het 3inzetstuk:
Demonteer de 4 messenhouder en de messenschijf hard materiaal:
- draai er de bout (11) met behulp van het montagegereedschap (1) in en trek er daarbij de messenhouder (12) af.
- Bout (11) losdraaien en verwijderen.
- Messenhouder (12) met klemring (13) verwijderen.
- Messenschijf hard materiaal (14) eraftillen.
12.4 Messenschijven monteren


Gevaar voor letsel! Werk uitsluitend met veiligheidshandschoene n!

Het voorgeschreven aandraaimoment van de mesbout van 36 - 44 Nm moet precies worden aangehouden, omdat de veilige bevestiging van de beide messenschijven daarvan afhangt. Inspecteer beide messenschijven visueel voordat u ze erop schuift en controleer of ze in orde zijn en geen kerven, scheuren of uitgebroken plekken vertonen.
Houd de slijtagegrenzen van de messen aan. (⇒ 12.9)
Monteer altijd beide messenschijven.
Doorloop alle montagestappen 1 t / m 5.
Reinig vóór het monteren beide messenschijven en de bevestiging van de messenschijven op het apparaat. Controleer ook controleren de platte spie op de messenas gemonteerd is.
1. Plaats de messenschijf hard materiaal (afbeelding Ⓐ):
- plaats de messenschijf zacht materiaal (1) met de drie gemonteerde messen omhoog.
Klik de rechthoekige meshouder van de messenschijf (2) vast op de rechthoekige bevestiging van de lagerring (3).
2. Messenhouder met klemring monteren (afbeelding Ⓐ):
plaats de uitsparing van de klemring op de hoek van het mes, opdat de klemring vlak op de messenschijf ligt.
- Leg de klemring (4) op de messenschijf (uitsparing van de klemring moet het mes omsluiten).
- Schuif de messenhouder (5) op de aandrijfas (6). Zorg er hierbij voor dat de messenhouder in de messenschijf (1) vastklikt en tot aan de aanslag in de klemring (4) zakt.
3. Inzetstuk monteren (afbeelding A):
het inzetstuk kan alleen zoals afgebeeld worden gemonteerd. Het inzetstuk kan er niet in een andere stand worden ingeschoven.
- Inzetstuk (7) zoals afgebeeld in zetten.
- Draai de bouten (8) erin en draai deze met 33 - 37 Nm vast.
4. Plaats de messenschijf zacht materiaal en de vleugelmessen (afbeelding B):
- plaats de messenschijf zacht materiaal (9) met de vier gemonteerde messen omhoog.
Als eerste vleugelmes moet het langste van de twee worden geplaatst. Plaats daarna het tweede vleugelmes in een hoek van 90° t.o.v. het eerste vleugelmes.
- Lang vleugelmes (10) plaatsen. Kort vleugelmes (11) in een hoek van 90° erop plaatsen.
5. Messenschijven bevestigen (afbeelding B):
- plaats de klemring (12) en draai deze samen met de borgring (13) en de mesbout (14) vast.
- Montagegereedschap (15) op de mesbout (14) plaatsen en langzaam en voorzichtig rechtsom draaien totdat de messenschijven door de aanslag worden gestopt. Montagegereedschap (15) eraf trekken.

Gevaar voor letsel!
Voor het vastdraaien van de mesbout moet altijd de mesafdekking gemonteerd zijn (zie aanzicht Z).
• Mesafdekking monteren. (⇔ 7.4)
- Montagegereedschap (15) door de boring van de mesafdekking (16) steken en op de mesbout (14) plaatsen.
- Mesbout (14) met 36 - 44 Nm vastdraaien.
• Vultrechter ATO 400 monteren. (⇒ 7.5)
12.5 Tegenmes demonteren

Gevaar voor letsel!
Werk uitsluitend met veiligheidshandschoene n!


- Demonteer de vultrechter ATO 400 resp. mesafdekking. (⇒ 12.2), (⇒ 7.3)
- Draai de bout (1) los en neem deze weg.
- Neem het tegenmes (2) naar boven weg.
12.6 Tegenmes monteren

Gevaar voor letsel!
Werk uitsluitend met veiligheidshandschoene n!


- Demonteer de vultrechter ATO 400 resp. mesafdekking. (⇒ 12.2), (⇒ 7.3)
- Plaats het tegenmes (1) in de bevestiging (2) van de behuizing.
- Draai de bout (3) erin en draai deze met 28 - 32 Nm vast.
- Monteer de vultrechter ATO 400. (⇒ 7.5)
12.7 Messen draaien

Gevaar voor letsel!
Werk uitsluitend met veiligheidshandschoene n!



Bij botte messen wordt aanbevolen alle messen van de betreffende messenschijf te draaien. Alle messen (ongeacht de vorm ervan) moeten op dezelfde manier worden gedraaid.
- Demonteer de messenschijven. (⇒ 12.3)

Gevaar voor letsel!
Ter voorkoming van letsel moeten de messenschijven vóór de montage resp. demontage van de messen altijd worden uitgespannen.
Vier messen van messenschijf zacht materiaal draaien (afbeelding A):
1. Demonteren:
- bouten (1) losdraaien en met moeren (2) wegnemen.
- Messen (3) omhoog verwijderen.
2. Monteren:
- Messenschijf reinigen.
- Messen (3) keren en met de scherpe kant vrijliggend op de messenschijf leggen en de boringen laten samenvallen.
- Bouten (1) door de boringen steken en moeren (2) vastdraaien. Moeren (2) met 8 - 10 Nm vastdraaien.
Drie messen van messenschijf hard materiaal draaien (afbeelding B):
1. Demonteren:
- bouten (4) en bouten M8 (5) losdraaien en met moeren (6) en moeren M8 (7) wegnemen.
- Messen (8) en mes (9) omhoog verwijderen.
2. Monteren:

tussen de beide messen (8) mag na de montage geen speling blijven. Door speling tussen de beide messen trekt de machine materiaal minder goed in.
- Messenschijf reinigen.
- Messen (8) draaien en met de scherpe kant vrijliggend op de messenschijf leggen en de boringen laten samenvallen.
- Bouten (4) door de boringen steken en moeren (6) vastdraaien. Niet vastdraaien!
- De beide messen (8) (zie kleine afbeelding) bij elkaar drukken en vasthouden. Er mag geen speling tussen de beide messen (8) blijven.
• Moeren (6) met 8 - 10 Nm vastdraaien. - Messen (9) draaien en met de scherpe kant vrijliggend op de messenschijf leggen.
- Bouten M8 (5) door de boringen steken en moeren M8 (7) erin draaien en met 16 - 20 Nm vastdraaien.
12.8 Messen slijpen

Wij raden u aan de messen alleen door een vakhandelaar te laten slijpen, omdat bij verkeerd geslepen messen (verkeerde slijphoek, onbalans door ongelijk geslepen messen enz.) de goede functionering (intrekken van hakselmateriaal, standvastheid van messen, enz.) van de tuinhakselaar in het gedrang kan komen.
Draag tijdens het slijpen altijd een veiligheidsbril. Zorg ervoor dat er zich geen personen binnen het gevaarlijke gebied bevinden.
- Messenschijven demonteren. (⇒ 12.3)
- Messen demonteren. (⇒ 12.7)
Slijphoek:
de slijphoek van alle messen bedraagt 30°.
Tips voor het slijpen van de messen:
voor het bijslijpen van de messen moet u op de volgende punten letten:
- de messen tijdens het slijpen afkoelen, bijv. met water. Het mes mag niet blauw worden, omdat anders de snijresultaten minder worden.
- Het mes gelijkmatig slijpen om vibraties door onbalans te voorkomen.
- Controleer het mes vóór het monteren op beschadigingen: de messen moeten worden vervangen zodra er inkepingen of scheuren te zien zijn of als de slijtagegrens is bereikt.
- Lemmeten met inachtneming van de slijphoek bijslijpen.
- Messen tegen het lemmet slijpen.
- Verwijder eventuele bramen op het lemmet na het slijpen ook met fijnkorrelig schuurpapier.
12.9 Slijtagegrenzen van de messen


Vóór het bereiken van de aangegeven slijtagegrenzen (A, B, C, D) moeten de betreffende messen worden omgekeerd of vervangen. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.

De meting van de gespecificeerde waarden moet bij alle messen op meerdere meetpunten (aanbevolen worden twee of drie) langs de snijrand worden uitgevoerd.
Gebruik de kleinste waarde van een mes.
Het wordt aanbevolen om altijd alle messen om te keren of te vervangen.
1 Messenoverzicht
2 stuks vleugelmessen (1)
6 stuks messen (2)
1 stuks mes (3)
1 stuks tegenmes (4)
Messenschijf zacht materiaal:
de messenschijf zacht materiaal is uitgevoerd met vier messen.
Messenschijf hard materiaal:
de messenschijf hard materiaal is uitgevoerd met twee messen en een versnippermes.
- Demonteer de messenschijven. (⇒ 12.3)
2 Slijtagegrens vleugelmessen (1):

de meetprocedure en de aangegeven waarde zijn voor beide vleugelmessen hetzelfde.

Bij de beide vleugelmessen kan door een ongelijke belasting van de snijranden een asymmetrische slijtage optreden.
Minimale mesbreedte (A) van de beide vleugelmessen (1):
A = 39 mm
3 Slijtagegrens messen (2):

deze messen (2) zijn omkeermessen. Na het bereiken van de gespecificeerde slijtagegrens (B) kan het mes tot aan het bereiken van de slijtagegrens worden bijgeslepen en gedraaid, voordat het moet worden vervangen.
- De in de afbeelding weergegeven afstand (B) van de grootste diameter van de boring naar de snijrand (X) meten.
- Procedure bij de tweede boring op het mes herhalen.
Minimumafstand (B) bij de messen (2):
B = 6 mm

Als een van beide gemeten afstanden achterblijft bij de minimumafstand (B), moet het betreffende mes (2) worden gedraaid of worden vervangen.
4 Slijtagegrens messen (3):
dit mes (3) is een omkeermes. Na het bereiken van de gespecificeerde slijtagegrens (C) kan het mes (3) tot aan het bereiken van de slijtagegrens worden bijgeslepen en gedraaid, voordat het moet worden vervangen.
- De afstand (C) in een rechte hoek t.o.v. de snijrand meten.
Minimumafstand (C) bij het mes (3): C = 7 mm
Als de gemeten afstand achterblijft bij de minimumafstand (C), moet het mes (3) worden gedraaid of worden vervangen.
5 Slijtagegrens tegenmes (4):
Op het tegenmes (4) kan door ongelijke belasting van de snijrand een asymmetrische slijtage optreden.
- Vervang het tegenmes (4) voordat de rand (D) bij de punt van het mes (5) weggeslepen is en niet meer zichtbaar is.
12.10 Service-interval verbrandingsmotor
Onderhoudsinterval: Voor elke inbedrijfstelling:
oliepeil controleren (⇒ gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). Neem de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de bijgevoegde gebruiksaanwijzing onder het punt van de verbrandingsmotor in acht.
12.11 Service-intervallen
Onderhoud door de vakhandelaar
Wij raden aan om uw tuinhakselaar door een vakhandelaar te laten onderhouden. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan.
Professioneel gebruik (industrieel gebruik van de tuinhakselaar):
elk half jaar
Particuliere gebruikers: jaarlijks
Service-interval van de snijeenheid:
Vóór elk gebruik: snijeenheid (bestaande uit messenschijf, messen, borgring, klemring en schroef) op slijtage, stevige montage, scheuren of andere beschadigingen controleren.
Slijtagegrenzen van de messen controleren. (⇒ 12.9)
12.12 Wielen
De lagers van de wielen zijn onderhoudsvrij.
Bandenspanning: 1,8 - 2,0 bar
Onderhoudsinterval: vóór elke inbedrijfstelling van de tuinhakselaar en na een langere pauze moet de bandenspanning van de wielen worden gecontroleerd en zo nodig worden gecorrigeerd.
Bandenspanning optimaliseren:
- schroef de afdekkap (1) van het ventiel (2) af en stel met behulp van een geschikte manometer de gespecificeerde bandenspanning in.
- Schroef de afdekkap (1) op het ventiel (2).
Controle van de bandenspanning zonder manometer:
als er geen manometer voor het instellen van de bandenspanning aanwezig is, kan de bandenspanning aan de hand van de controlemaat (Y) van de as naar de ondergrond worden gecontroleerd.
Minimale afstand Y = 110 m m
12.13 Opslag en winterpauze
Tuinhakselaar in een droge, afgesloten en stofvrije ruimte opslaan. Bewaar de machine altijd buiten het bereik van kinderen.
Transporteer de tuinhakselaar uitsluitend in een veilige staat en met gemonteerde vultrechter ATO 400 of met gemonteerde mesafdekking.
Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven vast zijn aangedraaid, vernieuw onleesbaar geworden waarschuwingsaanwijzingen op de machine, controleer de gehele machine op slijtage of beschadigingen. Vervang versleten of beschadigde onderdelen.
Eventuele storingen aan de machine moeten in de regel voor het opbergen worden verholpen.
Neem bij een langere stilstand van de tuinhakselaar (winterpauze) de volgende punten in acht:
- maak alle buitenste onderdelen van de machine zorgvuldig schoon
-
Smeer alle bewegende delen goed met olie of vet.
-
Maak de brandstoftank en carburator leeg (bijv. door de verbrandingsmotor leeg te rijden).
- Schroef de bougie eruit en giet door de bougieboring ca. 3 cm³ motorolie in de verbrandingsmotor. laat de verbrandingsmotor een paar keer zonder bougie doordraaien.

Brandgevaar!
Houd de bougiestekker uit de buurt van het bougiegat (gevaar voor ontsteking).
• Schroef de bougie er weer in.
- Ververs de olie (⇒ zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
- Dek de verbrandingsmotor goed af en bewaar het apparaat rechtopstaand in een droge, stofarme ruimte.
13. Transport


Kans op letsel!
Lees het hoofdstuk "Voor uw veiligheid", met name de paragraaf "Transport", zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇒ 4.4)
Transporteer de tuinhakselaar alleen met gemonteerde vultrechter ATO 400 en ingeklapte toevoer van de takken.
Als de tuinhakselaar zonder vultrechter ATO 400 wordt getransporteerd, moet omwille van de veiligheid (vrijliggende messen) de messenafdekking worden gemonteerd. (⇒ 7.4)
Draag de tuinhakselaar met drie personen en nooit zonder geschikte beschermkleding (veiligheidsschoenen, veiligheidshandschoenen).
Kijk voor het optillen of kantelen eerst hoeveel de machine weegt in het hoofdstuk "Technische gegevens". (⇒ 18.)
Tuinhakselaar duwen of trekken (afbeelding A):
- De tuinhakselaar aan de transportgreep (1) vasthouden en naar achteren kantelen, totdat de machine op de wielen staat.
- De tuinhakselaar kan langzaam (stapvoets) worden getrokken of geduwd.

Gevaar voor letsel bij treden, terrassen en schuine hellingen!
Vanwege het gewicht is bij trappen, stoepranden, terrassen, andere verhogingen en schuine hellingen bijzondere voorzichtigheid geboden.
De machine over treden, terrassen, andere verhogingen en schuine hellingen duwen en niet trekken. Hierbij moet de gebruiker steeds hoger dan de machine staan om bij het eventueel verliezen van de controle over de machine niet ook nog eens te worden overreden.
Duw de machine over maximaal 2 tot 3 treden! Draag in geval van meer treden de machine met behulp van 2 andere personen eroverheen.
Gevaar voor letsel door het gewicht van de machine!
Tuinhakselaar optillen of dragen (afbeelding B):

vanwege het gewicht (> 50 kg) raden wij u aan de machine niet te dragen, maar het alleen rijdend op de wielen te verplaatsen.
Gebruik voor het heffen of voor het verplaatsen geschikte hefmiddelen.
Bij het met de hand optillen zijn er in elk geval 3 personen nodig, die de machine elk bij een wielvoet of bij de vultrechter vastpakken. Draag geschikte veiligheidskleding die de onderarmen en het bovenlichaam geheel bedekt.

- De tuinhakselaar aan de transportgreep (1) en aan beide zwarte standaards (2) vasthouden en optillen resp. dragen.
Tuinhakselaar op een laadoppervlak transporteren (afbeelding Ⓔ):

Gevaar voor letsel!
Zet de tuinhakselaar bij het transport altijd vast. Transporteer de machine nooit zonder deze vast te zetten!
Maak de tuinhakselaar voor het transport op een laadoppervlak vast met hiervoor geschikte bevestigingsmaterialen, zodat de machine niet kan verschuiven. Maak de touwen resp. gordels aan de volgende punten van de machine vast:
– as (binnenkant van de wielvoet)
- linker wielvoet
- rechter wielvoet
- vultrechter ATO 400
14. Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Belangrijke aanwijzingen voor het onderhoud van de productgroep
Tuinhakselaar met benzinemotor (STIHL GH)
De firma STIHL aanvaardt in geen geval aansprakelijkheid voor materiële schade en persoonlijk letsel die het gevolg zijn van het niet in acht nemen van de instructies in de gebruiksaanwijzing, met name betreffende veiligheid, bediening en onderhoud, of die optreden door gebruik van niet toegestane aanbouw- of vervangingsonderdelen.
Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in acht om schade of overmatige slijtage aan uw STIHL apparaat te vermijden:
1. Slijtageonderdelen
Sommige onderdelen van het STIHL apparaat zijn ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage onderhevig en moeten afhankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduur tijdig worden vervangen.
Hiertoe behoren onder andere:
- Mes
- Messenschijf
- V - r i e m
2. Inachtneming van de voorschriften in deze gebruiksaanwijzing
Het STIHL apparaat moet zo zorgvuldig mogelijk worden gebruikt, onderhouden en opgeslagen, zoals omschreven in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het niet in acht nemen van veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt, is de gebruiker zelf verantwoordelijk.
Dit geldt met name voor:
- niet reglementair gebruik van het product.
- het gebruik van niet door STIHL toegelaten gebruiksstoffen (smeermiddelen, benzine en motorolie, zie de gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
- niet door STIHL goedgekeurde wijzigingen aan het product.
-
gebruik van niet door STIHL goedgekeurde aanbouwdelen, combi- apparaten of snijgereedschap.
-
gebruik van het product bij sport- of wedstrijdevenementen.
- gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.
3. Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd.
Voor zover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze aan een vakhandelaar worden overgelaten.
STIHL raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend bij de STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren.
STIHL vakhandelaren volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Als deze werkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker verantwoordelijk is.
Hiertoe behoren onder andere:
- corrosie en andere gevolgschade door ondeskundige opslag.
- beschadigingen en gevolgschade door het gebruik van andere onderdelen dan originele STIHL onderdelen.
- beschadigingen door onderhouds- en reparatiewerkzaamheden die niet in werkplaatsen van erkende dealers werden uitgevoerd.
15. Standaard reserveonderdelen
Messenschijf zacht materiaal compleet: 6012 700 5110
Messenschijf hard materiaal compleet: 6012 700 5100
Vleugelmes lang: 6012 702 0310
Vleugelmes kort: 6012 702 0300
Mes (6x): 6008 702 0121
Mes (1x): 6012 702 0100
Contrames: 6012 702 0500
Hakselgoed hoort niet in de vuilnisbak, maar moet worden gecomposteerd.
De verpakkingen, het apparaat en de accessoires zijn van recyclebaar materiaal gefabriceerd en moeten overeenkomstig worden verwerkt.
Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u het hergebruik van waardevolle stoffen. Daarom moet het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Onjuiste verwijdering kan de gezondheid schaden en het milieu belasten.
16.1 Afvoer
Maak de verbrandingsmotor onklaar voordat u het apparaat als afval afvoert. Verwijder daartoe de bougiekabel, maak de tank leeg en tap de motorolie af.
Gevaar voor letsel door de messen!
Laat ook een afgedankte tuinhakselaar nooit zonder toezicht achter. Bewaar het apparaat en de messen altijd buiten het bereik van kinderen.
17. Conformiteitsverklaring
17.1 EU-conformiteitsverklaring Tuinhakselaar STIHL GH 460.1 C
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
– Type: Tuinhakselaars
- Merk: STIHL
- Type: GH 460.1 C
- Nominaal vermogen bij nominaal toerental: 6,49 | 2800 kW | /min
- Productiecode: 6012
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2000/14/EC, 2006/42/EC, 2014/30/EU en 2011/65/EU overeenkomstig de op de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN 13683 en EN ISO 14982.
Voor het bepalen van het gemeten en gewaarborgde geluidsniveau is gehandeld volgens richtlijn 2000/14/EC, bijlage V.
– Gemeten geluidsniveau: 101,4 dB(A)
– Gegarandeerd geluidsniveau: 104 dB(A)
De technische documentatie wordt bewaard bij STIHL Tirol GmbH.
Het bouwjaar en het machinenummer staan op de tuinhakselaar vermeld.
Langkampfen, 30-08-2021.
STIHL Tirol GmbH
namens

Matthias Fleischer, Hoofd Onderzoek en Ontwikkeling
namens

Sven Zimmermann, Hoofdafdelingschef Kwaliteit
Verbrandingsmotor, soort 4-takt verbrandingsmotor
Type EVC 2000.0
Nominaal vermogen 6,49 | 2800
bij nominaal toerental kW | /min
Nominaal toerental verbrandingsmotor 2800 /min
Cilinderinhoud 352 cc
Startsysteem Trekkoord
Brandstoftank 2,6 |
Aandrijving
snijeenheid: permanent
Snijeenheid MultiCut 450
Wiel-∅ 260 mm
Maximumdiameter
van de takken 75 mm
REACH duidt op een EG-verordening inzake het registeren, analyseren en toestaan van chemicaliën.
Voor informatie over het voldoen aan de REACH-verordening (EG) nr. 1907/2006 gaat u naar www.stihl.com/reach
19. Defectopsporing
Zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
✗ Neem eventueel contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan.
Storing:
Verbrandingsmotor start niet
Mogelijke oorzaak:
– Aan- / uit-knop niet geactiveerd
– Vultrechter niet volgens de voorschriften afgesloten - veiligheidsschakelaar in werking (veiligheidsvergrendeling)
– Messenschijf blokkeert
– Geen brandstof in de tank; brandstofleiding verstopt
– Slechte, vervuilde of oude brandstof in de tank
- Bougiestekker is van bougie afgekoppeld; ontstekingskabel is niet goed op de stekker aangesloten
– Luchtfilter is vuil
– Bougie vol roet of beschadigd; verkeerde afstand elektroden
Oplossing:
- Aan-/uit-knop indrukken (⇒ 8.1)
- Vultrechter volgens de voorschriften sluiten en vastschroeven (aan- / uit-knop vastdraaien) (⇒ 7.5)
– Hakselresten in behuizing verwijderen (OPGELET: bougiestekker lostrekken) - Brandstof bijvullen, brandstofleidingen reinigen ( 7.8)
– Alleen verse merkbrandstof, normale loodvrije benzine gebruiken; carburator reinigen ( 7.8) - Bougiestekker aanbrengen; verbinding tussen ontstekingskabel en stekker controleren 📄 ✗
– Luchtfilter reinigen 📄 ✗
– Bougie reinigen of vervangen; afstand tussen de elektroden afstellen 📂 ✗
Storing:
Verbrandingsmotor wordt zeer heet
Mogelijke oorzaak:
- Koelvinnen zijn vuil
– Te laag oliepeil in de verbrandingsmotor - Oppervlak van verbrandingsmotor is bedekt met hakselmateriaal
Oplossing:
- Koelvinnen reinigen (⇒ 12.1)
- Motorolie bijvullen (⇒ 7.8)
- Verbrandingsmotor van hakselmateriaal ontdoen
Storing:
Sterke trillingen tijdens gebruik
Mogelijke oorzaak:
– Messenschijf of messen defect
- Motorbevestiging los
Oplossing:
- Messenschijven, messen, messenas, bouten, moeren, ringen en lagers van de snijeenheid controleren, zo nodig herstellen ✗
– Bouten motorbevestiging aanhalen ✗
Storing:
Start slecht of het vermogen van de motor wordt minder
Mogelijke oorzaak:
– Hakselgoed in de behuizing
– Er zit water in de brandstoftank en carburator; de carburator is verstopt
- Brandstoftank is vuil
- Luchtfilter is vuil
- Bougie vol roet
Oplossing:
– Hakselresten in behuizing verwijderen (bougiestekker lostrekken!) (⇒ 12.1)
- Brandstoftank leegmaken, ✗ brandstofleiding en carburator reinigen
- Brandstoftank reinigen 📄 ✕
- Luchtfilter reinigen 📄 ✕
- Bougie reinigen 📄 ✗
Storing:
Hakselresultaat is minder geworden
Mogelijke oorzaak:
- Stompe messen
- Verkeerd geslepen messen
- Verbogen messenschijf
Oplossing:
– Messen bijslijpen of vervangen
(⇒ 12.8) ✗
- Messen goed slijpen (⇒ 12.8) ✗
– Messenschijf via visuele inspectie controleren en zo nodig vervangen ( 12.3)
Storing:
Hakselgoed wordt niet ingetrokken
Mogelijke oorzaak:
- Botte of verkeerd geslepen messen
- Speling tussen de beide messen (messenschijf hard materiaal)
- Mesafdekking niet verwijderd
Oplossing:
- Messen bijslijpen en hierbij exact de juiste slijphoek aanhouden ✗ (⇒ 12.8)
- Messen zonder speling op de messenschijf hard materiaal monteren (⇒ 12.7)
- Mesafdekking demonteren (⇒ 7.3)
20. Onderhoudsschema
20.1 Leveringsbevestiging

text_image
Model: ____ Serienummer: Datum: ______________ Volgende onderhoudsbeurt Datum: __________________20.2 Servicebevestiging
Geef deze gebruiksaanwijzing bij onderhoudswerkzaamheden aan uw STIHL vakhandelaar.
Hij geeft in de voorgedrukte velden aan welke servicewerkzaamheden er zijn uitgevoerd.

Service uitgevoerd op

Datum volgende servicebeurt