BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Koelkast vriezer

GSN29VW30, GSN36VL30, GSN36VW30, GSN29CW32, GSN29MW30, GSN29UW3V - Koelkast vriezer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GSN29VW30, GSN36VL30, GSN36VW30, GSN29CW32, GSN29MW30, GSN29UW3V BOSCH in PDF-formaat.

📄 92 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - page 72
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over GSN29VW30, GSN36VL30, GSN36VW30, GSN29CW32, GSN29MW30, GSN29UW3V BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Koelkast vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GSN29VW30, GSN36VL30, GSN36VW30, GSN29CW32, GSN29MW30, GSN29UW3V - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GSN29VW30, GSN36VL30, GSN36VW30, GSN29CW32, GSN29MW30, GSN29UW3V van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GSN29VW30, GSN36VL30, GSN36VW30, GSN29CW32, GSN29MW30, GSN29UW3V BOSCH

nl Gebruiksaanwijzing

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 72
Aanwijzingen over de afvoer 74
Omvang van de levering 75
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 75
Apparaat aansluiten 76
Kennismaking met het apparaat ..... 76
Inschakelen van het apparaat 77
Instellen van de temperatuur 78
Alarm function 78
Netto-inhoud 79
De diepvriesruimte 79
Maximale invriescapaciteit 79

Invriezen en opslaan 80
Verse levensmiddelen invriezen ..... 80
Supervriezen 81
Ontdooien van diepvrieswaren ..... 82
Uitvoering 82
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 83
Ontdooien 83
Schoonmaken van het apparaat ..... 84
Energie besparen 85
Bedrijfsgeluiden 85
Kleine storingen zelf verhelpen ..... 86
Zelftest apparaat 88
Servicedienst 88

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging

■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
■ Contact opnemen met de Servicedienst.

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Bij het gebruik

■ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
■ Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok!
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
■ Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
■ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.

■ De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
■ Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt.
■ Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen!
■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op verbranding!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding!

nl

Kinderen in het huishouden

■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
■ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

■ voor het invriezen van levensmiddelen,
■ voor het bereiden van ijs.

Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.

Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Afvoeren van uw oude apparaat - 1

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Afvoeren van uw oude apparaat - 2

Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

  1. Stekker uit het stopcontact trekken.
  2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
  3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
  4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

■ Vrijstaand apparaat
■ Zakje met montagemateriaal
■ Uitrusting (modelafhankelijk)
■ Gebruiksaanwijzing
■ Montagevoorschrift
■ Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
■ Informatie over energieverbruik en geluiden

Let op de omgevings- temperatuur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 11.

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb. 3

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan bescherm-klasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstop-contact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 11

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Elektrische aansluiting - 1

Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Kennismaking met het apparaat

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Kennismaking met het apparaat - 1

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb. 1

* Niet bij alle modellen.

1-4 Bedieningselementen
5 No Frost-systeem
6 Klep van het vriesvak
7 Glasplaat
8 IJsbereider/ijsblokjesreservoir *
9 Diepvrieslade (klein)
10 Diepvrieslade (groot)
11 Schroefvoetjes
12 Koude-accu *
13 Diepvrieskalender
14 Deurontluchting

Bedieningselementen

Afb. 2

1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Temperatuurindicatie
Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan.
3 Indicatie supervriezen
Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.
4 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.

Inschakelen van het apparaat

Afb. 2

Het apparaat met de insteltoets 1 inschakelen.

Er is een alarmsignaal te horen. De temperatuurindicatie 2 knippert.

Druk op de temperatuurinsteltoets 4. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.

Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 2 branden.

Aanwijzingen bij het gebruik

Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
■ Door het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig.
De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
■ Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.

Instellen van de temperatuur

Afb. 2

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.

Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 2 aangegeven.

Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte.

Alarm function

In de volgende gevallen kan het alarm afgaan.

Deuralarm

Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.

Temperatuuralarm

Het temperatuuralarm (pieptoon) wordt ingeschakeld wanneer het in de vriesruimte te warm is en de diepvrieswaren gevaar lopen. Temperatuurindicatie, afb. 2/2, knippert.

Aanwijzing

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

  • bij het in gebruik nemen van het apparaat,
  • bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
    ■ als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.

Alarm uitschakelen

Afb. 2

Temperatuurinsteltoets 4 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.

Afb. 11

Vriesvermogen volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren onder te brengen, kunnen verschillende onderdelen eruit gehaald worden. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus worden gestapeld.

Aanwijzing

Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.

Onderdelen eruit halen

■ Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 4
■ Klep van het vriesvak

Afb. 5

  1. Klep van het vriesvak half openen.
  2. Houder aan een zijde van het apparaat losmaken.
  3. Klep van het vriesvak naar voren trekken en van de houder nemen.
  4. Houder aan de andere zijde van het apparaat losmaken.

- Bij apparaten met een ijsbereider kan deze worden verwijderd. Afb. 6

De diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

■ voor het opslaan van diepvriesproducten,
■ om ijsblokjes te maken,
■ om levensmiddelen in te vriezen.

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 11

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

■ De verpakking mag niet beschadigd zijn.
■ Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
- De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.

Attentie bij het inruimen

Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
■ De ventilatiesleuf aan de achterwand niet met diepvrieswaren afdekken.
■ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen.

Aanwijzing

De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.

- Om de luchtcirculatie in het apparaat te waarborgen, de diepvrieslade tot de aanslag inschuiven.

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

  1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
  2. Lucht eruit drukken.
  3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
  4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.

Voor verpakking geschikt:

Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking:

pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt:

elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden.
■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
■ Groente, fruit: tot 12 maanden.

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

Aanwijzing

Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

In- en uitschakelen

Afb. 2

De temperatuurinsteltoets 4 meermaals indrukken, tot de indicatie super 3 brandt.

Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Ontdooien van diepvrieswaren - 1

Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Diepvrieslade (groot)

Afb. 1/10

Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.

Diepvrieskalender

Afb. 7/A

Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.

Koude-accu

Afb. 7/B

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.

Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.

De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

IJsbereider

Afb. 8

Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.

  1. Waterreservoir verwijderen en tot de markering vullen met drinkwater.

Aanwijzing

Een te hoog drinkwaterpeil kan een nadelige invloed hebben op de werking van de ijsbereider. De ijsblokjes kunnen niet afzonderlijk worden losgemaakt uit het ijsbakje. Wanneer het drinkwaterpeil te hoog is, stroomt het water in het voorraadbakje en vriezen de ijsblokjes aan elkaar.

  1. Drinkwater toevoegen via de vulopening.
  2. Waterreservoir weer aanbrengen.
  3. Zodra de ijsblokjes bevroren zijn, de hendel omlaag duwen en loslaten. De ijsblokjes laten los en vallen in het voorraadbakje.
  4. Voorraadbakje uittrekken en ijsblokjes verwijderen.

IJsbakje

Afb. 9

  1. Ijsbakje voor 34 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
  2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
  3. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Uitschakelen van het apparaat

Afb. 2

Toets Aan/Uit 1 indrukken.

De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

  1. Uitschakelen van het apparaat.
  2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
  3. Schoonmaken van het apparaat.
  4. Deur van het apparat open laten.

Ontdooien

Diepvriesruimte

Door het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.

Schoonmaken van het apparaat

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Schoonmaken van het apparaat - 1

Waarschuwing

Het apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen!

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Waarschuwing - 1

Attentie

  • Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
    ■ Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
    Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
  • De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.
    Ze kunnen vervormen!

Aanwijzing

Ca. 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.

U gaat als volgt te werk:

  1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
  2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
  3. De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
  4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
  5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
  6. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
  7. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.

Uitvoering

Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Uitvoering).

IJsbereider reinigen

Reinig de ijsbereider regelmatig. Zo voorkomt u dat oude ijsblokjes krimpen, slecht smaken of aan elkaar plakken.

  1. IJsbereider verwijderen. Afb. 6
  2. Voorraadbakje verwijderen en leegmaken.
  3. Afdekking van de ijsbereider verwijderen.
  4. Alle onderdelen van de ijsbereider reinigen met warm water.
  5. Onderdelen goed laten opdrogen.
  6. IJsbereider samenbouwen en aanbrengen.

Energie besparen

■ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
■ Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
■ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
- Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is.
- Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden.
- Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. De energieopname kan dan wel iets veranderen. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden.

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.

Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat

Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.

Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
De deur van de diepvriesruimte stond te lang open;de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het No Frost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien:de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.Na ca. 20 minuten begint het dooi-water in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb.10Om te voorkomen dat de dooiwater-opvangschaal overloopt: het dooi-water met een spons opnemen.Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdam- per ontdood. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.
Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken.Controleer of er stroom is.Controleer de zekeringen.
Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Temperatuur-insteltoets afb.2/4 gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.
Het alarmsignaal is te horen.De temperatuur-indicatie knippert.Afb. 2/2Storing – in de diepvriesruimte is het te warm!Gevaar voor de diepvrieswarenDruk op de temperatuurinsteltoets 4 om het alarmsignaal uit te schake- len.AanwijzingHalf en geheel ontdooide diepvries- waren kunnen opnieuw worden inge- vroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren.Als smaak, geur en uiterlijk onveran- derd zijn, dan kunnen de levensmiddelen na koken of bra- den opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
De deur is geopend.Deur sluiten.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrij- den.
Nadat de storing is verholpen, stopt de temperatuurindicatie met knippe- ren.
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het vol- doende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de tem- peratuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.

Zelftest apparaat

Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.

Zelftest starten

  1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
  2. Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de temperatuurinsteltoets, afb. 2/4, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot de temperatuurindicatie -26 °C gaat branden.

Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.

Wanneer het apparaat na korte tijd de voor de zelftest ingestelde temperatuur aangeeft, is het in orde.

Als de indicatie super gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fout.

Neem contact op met de klantenservice.

Zelftest apparaat beëindigen

Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Servicedienst

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 11

Door deze nummers aan de Service-dienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

NL 088 424 4010

B 070 222 141

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Verzoek om reparatie en advies bij storingen - 1

text_image 1-4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Big Box

1
BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Verzoek om reparatie en advies bij storingen - 2

text_image super -26 -22 -20 -18 -16 °C *** 4 3 2 1

2

BOSCH GSN29VW30,  GSN36VL30,  GSN36VW30,  GSN29CW32,  GSN29MW30,  GSN29UW3V - Verzoek om reparatie en advies bij storingen - 3

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GSN29VW30, GSN36VL30, GSN36VW30, GSN29CW32, GSN29MW30, GSN29UW3V

Categorie : Koelkast vriezer