FACI205S - Andere keukenapparaten FAGOR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FACI205S FAGOR in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische inductiekookplaat met oven |
| Merk | Fagor |
| Model | FACI205S |
| Afmetingen (H x B x D) | 85 x 50 x 60 cm |
| Gewicht | Ongeveer 60 kg |
| Elektrische voeding | 230 V / 400 V ~ 50 Hz, 11,0 kW |
| Type kookplaat | Inductie-glaskeramische kookplaat |
| Aantal inductiezones | 4 zones met Boosterfunctie |
| Vermogen kookplaat | 7,4 kW |
| Type oven | Elektrische heteluchtoven |
| Inhoud oven | Ongeveer 65 L |
| Bakfuncties | Natuurlijke convectie, hetelucht, grill, ontdooien, ECO, enz. |
| Programmeur | Elektronisch met timer, halfautomatisch en automatisch koken |
| Kinderslot | Toetsenvergrendeling |
| Restwarmte-indicator | Weergave « H » bij >60°C, « h » tussen 45 en 60°C |
| Reiniging | Kookplaat: schraper en glaskeramische producten; Oven: katalytisch email |
| Ovenverlichting | Lamp 25 W, fitting E14, bestand tegen 300°C |
| Energie-efficiëntieklasse | Conform EN 60350-1 (ECO) |
| Inbegrepen accessoires | Roster, bakplaat, antikantelbeugel |
| Repareerbaarheid | Onderdelen beschikbaar via Fagor service |
Veelgestelde vragen - FACI205S FAGOR
Gebruikersvragen over FACI205S FAGOR
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Andere keukenapparaten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FACI205S - FAGOR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FACI205S van het merk FAGOR.
GEBRUIKSAANWIJZING FACI205S FAGOR
NL Gebruiksaanwijzing
IO-CFS-1625 / 8509246 (04.2020 V2)
NL Inductie elektrisch fornuis
FACI205B

INHOUDSOPGAVE
WERKWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIES 85
Vanaf vandaag zijn de dagelijkse klusjes eenvoudiger dan ooit tevoren. Het apparaat FAGOR is een combinatie van uitzonderlijk bedieningsgemak en perfecte effectiviteit. Na het lezen van de gebruiksaanwijzing kent de bediening voor u geen geheimen meer.
Ieder apparaat dat de fabriek verlaat is vóór het inpakken op controleplekken grondig gecontroleerd op veiligheid en functionaliteit.
Wij vragen u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen voordat u het apparaat inschakelt. Naleving van de aanwijzingen die erin zijn opgenomen beschermt u tegen onjuist gebruik. Bewaar de gebruiksaanwijzing en zorg dat u hem altijd binnen handbereik heeft.
Volg de gebruiksaanwijzing nauwkeurig op om ongevallen te voorkomen.
Hoogachtend
FAGOR

Opgelet! Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.
Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.
De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of zonder ervaring of kennis, mits dit onder toezicht gebeurt of na instructies over het veilige gebruik en het begrijpen van de gevaren. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.
- Om gevaar te voorkomen, moet een beschadigde voedingskabel worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een gekwalificeerd persoon.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de bereikbare onderdelen worden heet tijdens gebruik. Raak de verwarmingselementen niet aan. Houd kinderen jonger dan 8 jaar uit de buurt, tenzij ze onder voortdurend toezicht staan.
- WAARSCHUWING: De bereikbare onderdelen worden heet tijdens gebruik. Houd kinderen op afstand.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op het kookoppervlak.
- WAARSCHUWING: Het onbewaakt koken met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Blus vuur nooit met water, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een branddeken.
- Het apparaat is niet bedoeld om te worden bediend met een externe timer of een afzonderlijke afstandsbediening.
- WAARSCHUWING: Koppel het apparaat los van het elektriciteitsnet voordat u de lamp vervangt om elektrische schokken te voorkomen.
- Gebruik geen stoomreinigers om het fornuis schoon te maken.
- Tijdens gebruik wordt het apparaat heet. Wees voorzichtig en raak de hete elementen in de oven niet aan.
- WAARSCHUWING: Schakel de stroom uit als het kookoppervlak gebarsten is om elektrische schokken te voorkomen.
- Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om het glas van de deur schoon te maken, omdat deze krassen kunnen veroorzaken die tot barsten kunnen leiden.
- Voordat u begint met schoonmaken moet u de grootste spatten en verontreinigingen verwijderen.
- Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels op de oppervlakte van de kookplaat, zij kunnen heet worden.
- Na afloop van het bakken zal de ventilator nog enige tijd doorwerken om te zorgen voor snelle afkoeling en langere storingsvrije werking van de oven.
- Bak de gerechten met een gesloten ovendeur.
- Hang geen wasgoed of keukendoeken op de handgreep van de oven.
- Bekleed de binnenkant van de oven niet met aluminium-folie om het schoonmaken te vergemakkelijken: oververhitting kan beschadiging van het email van de ovenruimte veroorzaken.
- WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is losgekoppeld van het lichtnet voordat u het lampje gaat vervangen. Hiermee voorkomt u elektrische schokken.
- Opgelet. Het kookproces moet onder toezicht plaatsvinden. Kortdurend koken moet onder continu toezicht plaatsvinden.

WAARSCHUWING: Om te voorkomen dat het toestel omvalt, dient u de bijgevoegde blokkade te installeren.
Installatie
- Verpakkingsmaterialen (bv. folie, polystyreen) kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen - verstikkingsgevaar!
- Bewaar de materialen buiten bereik van kinderen.
- Na juiste installatie voldoet het product aan alle veiligheidseisen voor deze categorie producten. Let goed op de onderkant van het apparaat. Dit is niet ontworpen en bestemd om aangeraakt te worden. Er kunnen zich scherpe of ruwe randen op bevinden die verwondingen kunnen veroorzaken.
- Het apparaat is zwaar, wees voorzichtig bij het verplaatsen.
- Het apparaat is gevoelig voor beschadigingen. Uitsluitend verplaatsen in verticale positie.
- Controleer bij het uitpakken of het apparaat niet is beschadigd. Bij twijfel het apparaat niet gebruiken en contact opnemen met de klantenservice.
- Controleer na installatie van het apparaat of de voedingskabel niet klem zit.
- Om alle gevaren (materiële schade, immateriële schade, lichamelijk letsel, ...) te voorkomen, moet de installatie, aansluiting op het lichtnet, inbedrijfname en het onderhoud worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
- Waarschuwing: Voordat u zich toegang verschaft tot de klemmen, moet u de voeding loskoppelen.
- Indien aanpassing van de elektrische installatie in de woning noodzakelijk is om het apparaat te kunnen aansluiten, moet u contact opnemen met een gekwalificeerd elektricien.
- Aansluiting op het lichtnet in een vaste installatie moet plaatsvinden door middel van een meerpolige schakelaar die de voeding volledig uitschakelt indien zich een overspanning van categorie III voordoet.
- Instructie voor uitvoering van de aarding: Het apparaat dient geaard te worden. Bij onjuiste werking of onderbreking van de stroomvoorziening zorgt aarding voor een lager risico op elektrische schokken, omdat de stroom vanwege de lagere weerstand wegstroomt via de aardleiding. Het apparaat is uitgerust met een voedingskabel met een aardleiding en een stekker met een aardepin. Steek de stekker in een stopcontact dat juist is geïnstalleerd en geaard volgens alle lokale voorschriften.
Gebruik
- Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt in overeenstemming met zijn bestemming, namelijk het thuis bereiden van gerechten. Alle andere toepassingen van het apparaat worden gezien als onjuist en zijn daarmee gevaarlijk. De producent is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk of onjuist gebruik van het product.
- Het is verboden om enige technische wijziging aan te brengen in het apparaat.
- Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen.
- Sluit het apparaat niet aan op een stopcontact zonder overspanningsbeveiliging (zekering).
- Sluit het apparaat niet aan op het lichtnet via een stekkerdoos of verlengsnoer.
- WAARSCHUWING: De ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of de kastjes niet bedekken.
- Bewaar geen explosieve substanties in het apparaat, zoals aerosolen die brandbare drijfgassen bevatten.
- Om ontploffingsgevaar of brand te vermijden mag u geen brandbare producten of producten die zijn gevuld met brandbare substanties in de buurt van of in het apparaat zetten.
- Schakel de branders niet in voordat u er pannen op heeft gezet.
- Gebruik het fornuis niet om ruimten te verwarmen.
- Maak de kookplaat niet schoon met scherp gereedschap. Gebruik de kookplaat niet als werkblad.
- Gebruik het apparaat niet als de voedingskabel, het bedieningspaneel of de glazen oppervlakte zodanig beschadigd zijn dat de interne elementen zichtbaar zijn.
- Let erop dat kleine huishoudelijke apparaten en hun kabels niet direct in aanraking kunnen komen met de hete oven of kookplaat, omdat de isolatie van dergelijke apparaten niet bestand is tegen hoge temperaturen.
- Gebruik vaatwerk dat geschikt is voor dit type apparaat (meer informatie bevindt zich in het hoofdstuk Pankeuze).
- Voordat u de kookplaat inschakelt moet u vloeistoffen en
verontreinigingen van het oppervlak verwijderen.
- Met name suiker die wordt opgewarmd door de hoge temperatuur van de oppervlakte van de kookplaat kan onomkeerbare beschadigingen veroorzaken.
- Gebruik voor het koken geen vaatwerk van aluminium of plastic. Leg geen voorwerpen van plastic of aluminiumfolie op hete kookzones.
- Zet geen pannen met een natte bodem op een hete kookzone van de keramische kookplaat. Hierdoor kunnen onuitwisbare vlekken ontstaan.
- Plaats geen vaatwerk dat zwaarder is dan 15 kg op de openstaande ovendeur, en op de kookplaat - niet zwaarder dan 25 kg.
- Doe geen vaatwerk en brandbare materialen in de lade onder de oven, omdat tijdens het gebruik van de oven de temperatuur in de lade hoog kan worden en de voorwerpen kunnen verbranden.
- ATTENTIE: Leg geen zware of scherpe voorwerpen op de kookplaat.
Onderhoud
- Voordat u het katalytische schoonmaakprogramma start, moet u de grootste spatten en verontreinigingen verwijderen. Meer informatie bevindt zich in het hoofdstuk „Reiniging en onderhoud”.
Service en reparatie
- In geval van beschadigingen moet u niet zelf proberen het apparaat te repareren. Ongekwalificeerd personeel kan tijdens de reparatie beschadigingen veroorzaken die niet onder de garantie vallen. Neem contact op met de geautoriseerde service van de verkoper; gebruik gecertificeerde reserveonderdelen van de producent.
ENERGIEBESPARING

Door op verantwoorde wijze energie te gebruiken bespaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energiebesparing! Dat kan op de volgende manier:
- Gebruik goede potten en pannen om te koken.
- Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander. Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.
- Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.
- Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.
- Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.
- Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.
- Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven.
- Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden. Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.
- Gebruik de restwarmte in de oven. Schakel bij baktijden van meer dan 40 minuten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.
- Opgelet! Hou rekening met de kortere baktijd bij het instellen van de programmator.
- Sluit de deur van de oven zorgvuldig. Anders stijgt het energieverbruik onnodig.
- Bouw het fornuis niet in in de onmiddellijke nabijheid van koelkasten of diepvriezers.
- Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.
UITPAKKEN

Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze.
Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool.
Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het bereik van kinderen gehouden worden.
Op het einde van de gebruiksperiode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.
De materialen die gebruikt zijn bij de productie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materialen of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.
Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.
BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL

1: Draaiknop van de temperatuurregelaar 2: Draaiknop voor de keuze van de functie van de oven 3: Controlelampje van de temperatuurregelaar 4: Controlelampje voor de werking van het fornuis 5: Inductieplaat 6: Greep van de deur van de oven 7: Schuif
![graph TD A["9"] --> B["0"] B --> C["7"] D["3"] --> E["8. 8."] E --> F["5"] G["8 10 8"] --> H[":8.8."] H --> I["4 6 2"] J["3"] --> K["8. 8."] K --> L["5"] M["1"] --> N["1"]](/content/2026/04/692124/images/eb0ff4f28ec8b6355e0de98e3d5a1700841568ba192b27f0ec3dc68c12b3045b.jpg)

1: Tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat 2: Plus-tiptoets 3: Kookzone-indicatie 4: Min-tiptoets 5: Keuzetoetsen voor de kookzones 6: Tiptoets timer 7: Tiptoets kinderslot 8: Signaaldiode klok 9: Signaaldiode tiptoets kinderslot 10: Aanduiding klok
11: Inductiekookzone + booster (linksvoor)
12: Inductiekookzone + booster (linksachter)
13: Inductiekookzone + booster (rechtsachter)
14: Inductiekookzone + booster (rechtsvoor)
KENMERKEN VAN HET TOESTEL
| Kookplaat Doorsnede Vermogen | ||
| Kookzone linksachter 16,0 cm 1,2 / 1,4 kW | ||
| Kookzone linksvoor 21,0 cm 2,0 / 3,0 kW | ||
| Kookzone rechtsachter 21,0 cm 2,0 / 3,0 kW | ||
| Kookzone rechtsvoor 16,0 cm 1,2 / 1,4 kW |
| Oven Vermogen | |
| Verwarmingselement boven 0,9 kW | |
| Verwarmingselement onder 1,1 kW | |
| Grill 1,5 kW | |
| Heteluchtverwarming 2,1 kW |
Uitrusting van het fornuis
Grillrooster, bakplaat voor gebraad, schraper

INSTALLATIE
Opstelling van het fornuis
- De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften.
- De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgassen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventilatierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen.
- De bekleding en de lijmen van de inbouwmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100°C. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het oppervlak vervormd raken of kan de bekleding losraken. Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis.
- Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten).
- Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige verspreiden van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm.
MONTAGE VAN DE BEVEILIGING TEGEN HET OMVALLEN VAN HET FORNUIS
Om te voorkomen dat het fornuis omvalt, moet u de blokkade installeren die is meegeleverd met het apparaat, volgens de onderstaande aanwijzingen.
Boor op een hoogte van 6 cm vanaf de grond een gat in de muur waartegen het fornuis zal worden geïnstalleerd (A). Boor vervolgens een tweede gat op een hoogte van 10,3 cm vanaf de vloer (B). Bevestig de blokkade op de wand met behulp van de meegeleverde schroeven en pluggen door de gaten in de blokkade te laten samenvallen met de gaten die u in de muur hebt geboord.


Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatie
Opgelet! De plaat mag alleen op de elektrische installatie worden aangesloten door een erkend installateur met de juiste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.
Instructies voor de installateur
Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de verwarmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan worden aangepast aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een geschikte overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting verwijdert door de klemmen te deblokkeren met een platte schroevendraaier. Vergeet niet een geschikte leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.

De aansluitleiding moet worden gemonteerd op de steun voor de aansluiting van het fornuis.
Opgelet! Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die is aangegeven met het teken ⏻. De elektrische installatie die het fornuis van stroom voorziet, moet zijn beveiligd met een geschikte zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.
Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.
| SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230VOpgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem [IMAGE] | ![]() | Aanbevolen soort aansluit-leiding | ||
| 1 Bij een stroomnet van 230 V eenfasi-ge aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op [IMAGE] | ![]() | H05VV-F3G4 3 × 4 mm2 | ||
| 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op [IMAGE] | ![]() | H05VV-F4G2,5 4 × 2,5 mm2 | ||
| 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op [IMAGE] | ![]() | H05VV-F5G1,5 5 × 2,5 mm2 | ||
| Faseleidingen - L1, L2, L3; N – nulleiding; PE – aardingsleiding | ||||
BEDIENING
Voordat u het fornuis voor de eerste maal inschakelt
- Verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek zijn aangebracht, uit de ruimte van de oven en van de kookplaat.
- Neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel.
- Schakel de ventilatie in de ruimte in of open een raam.
- Warm de oven op (op een temperatuur van 250°C, ongeveer 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. Warm de kookvelden van de plaat ongeveer 4 minuten op zonder potten of pannen.
Belangrijk! Was de binnenkant van de oven alleen met warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel.
Attentie!
In ovens die zijn uitgerust met de elektronische programmeerfunctie, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding "0:00".
Stel de actuele tijd van de programmeerfunctie in. (Zie bediening van de programmeerfunctie) De oven werkt niet als u de actuele tijd niet instelt.
ELEKTRONISCHE PROGRAMMATOR

OK - knop voor keuze werkingsmodus
- Plus-knop
< - Min-knop
- symbool klaar voor werking
- symbool kookwekker
- symbool werkingsduur
- symbool eindtijd werking
Instelling van de actuele tijd
Na aansluiting op het lichtnet of opnieuw inschakelen na een stroomstoring toont de display de knipperende cijfers 0.00.
- Houd de knop OK (of tegelijkertijd de knoppen < / >) ingedrukt, totdat het symbool a verschijnt op de display, de punt onder het symbool gaat knipperen.
- Stel binnen 7 s de actuele tijd in met de knoppen < / >.
Ca. 7 s na het instellen van de tijd worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de punt onder het symbool met knipperen.
U kunt de tijd corrigeren door later tegelijkertijd de knoppen < / > in te drukken; zolang de punt onder het symbool knippert kunt u de actuele tijd corrigeren.
Kookwekker
De kookwekker kan op ieder moment worden geactiveerd, onafhankelijk van de activiteit van andere functies. De kooktijd kan worden ingesteld van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten.
Om de kookwekker in te stellen:
- Druk op de knop OK, op de display knippert het symbool
- Stel de tijd van de kookwekker in met de knoppen < / > , op de display worden de ingestelde tijd van de kookwekker en de actieve functie getoond, na het verstrijken van de ingestelde tijd klinkt een geluidssignaal en knippert
- Houd de knoppen < / > of OK ingedrukt om het signaal uit te schakelen, het symbool dooft en de display toont na circa 7 s de actuele tijd.
Attentie:
Als het geluidssignaal niet handmatig wordt uitgezet, schakelt het zichzelf na circa 7 minuten automatisch uit.
Halfautomatische werking
Als u wilt dat de oven op een bepaalde tijd uitschakelt, handelt u als volgt:
- Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie waarin de oven moet werken.
- Druk op de knoppen OK totdat op de display kort dur verschijnt en het symbool H gaat knipperen.
- Stel de gewenste werkingstijd in met de knoppen < / > binnen een bereik van 1 minuut tot 10 uur.
De ingestelde tijd wordt na circa 7 s in het geheugen opgeslagen, het display toont opnieuw de actuele tijd terwijl het symbool is verlicht.
Na het verstrijken van de ingestelde tijd schakelt de functie automatisch uit, het ge-
luidssignaal klinkt en de symbolen |→| en →| gaan knipperen.
- Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld.
- Houd de knoppen < / > of OK ingedrukt om het signaal uit te schakelen, de symbolen doven en de display toont na circa 7 s de actuele tijd.
Als de oven voor een bepaalde werkingsduur moet worden ingeschakeld en op het ingestelde tijdstip moet worden uitgeschakeld, moet u de werkingsduur en de eindtijd instellen:
- Druk op de knop OK totdat op de display kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen.
- Stel de gewenste werkingstijd in met de knoppen < / > als voor halfautomatische werking.
- Druk op de knop OK totdat op de display kort End verschijnt en het symbool gaat knipperen.
- Stel de uitschakeltijd (eindtijd werking) in met de knoppen < / >, deze is beperkt tot een tijd van 23 uur en 59 minuten.
- Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de gewenste positie waarin de oven moet werken. De symbolen → en → zijn actief, de werking van de oven start op het tijdstip dat het resultaat is van het verschil tussen de ingestelde eindtijd en de ingestelde werkingstijd (bv. de ingestelde werkingstijd is 1 uur, de ingestelde eindtijd 14:00, de oven schakelt automatisch in om 13:00 uur).
Na het bereiken van de ingestelde eindtijd schakelt de oven automatisch uit, het geluidssignaal klinkt en de symbolen [→] en →] gaan knipperen.
- Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld.
- Houd de knoppen < / > of OK ingedrukt om het signaal uit te schakelen, de symbolen doven en de display toont na circa 7 s de actuele tijd.
Wissen instellingen
U kunt de instelling van de kookwekker of de functie automatische werking op ieder moment wissen.
Wissen instellingen automatische werking:
- Druk tegelijkertijd op de knoppen < / >. • Wissen instellingen kookwekker:
- Kies met de knop OK de kookwekkerfunctie.
- Druk opnieuw op de knoppen < / >.
De toon van het geluidssignaal wijzigen
U kunt de toon van het geluidssignaal als volgt wijzigen:
- Druk tegelijkertijd op de knoppen < / >.
- Kies met de knop OK de functie ton, de aanduidingen gaan knipperen ton I.
- Kies met de knoppen < / > de gewenste toon:
- binnen het bereik van 1 naar 3 met de knop >,
- binnen het bereik van 3 naar 1 met de knop <.
Wijzigen van de helderheid van de display
Het is mogelijk om de helderheid van de display te wijzigen in het bereik van 1 tot 9, waarbij 1 de donkerste instelling is en 9 de helderste. De ingevoerde waarde is van toepassing wanneer de klok inactief is (nl. als de gebruiker gedurende ten minste 7 seconden geen van de tiptoetsen heeft aangeraakt).
U kunt de helderheid van de display op de volgende wijze veranderen:
- Druk tegelijkertijd op de knoppen < / > .
- Kies met de knop OK de functie bri (met de eerste keer indrukken krijgt u de functie ton, met de tweede de functie bri).
- Kies met de knoppen < / > de gewenste helderheid:
- binnen het bereik van 1 naar 9 met de knop >,
- binnen het bereik van 9 naar 1 met de knop <.
Attentie:
Wanneer de klok actief is (nl. als de gebruiker de knop binnen de afgelopen 7 seconden heeft aangeraakt), is de helderheid van het scherm maximaal.
Nachtmodus
Van 22:00 tot 6:00 uur vermindert de klok automatisch de helderheid.
BEDIENING VAN DE KOOKVELDEN VAN DE KERAMISCHE PLAAT
Voor het eerste gebruik van de kookplaat
De inductiekookplaat eerst grondig reinigen. Behandel inductiekookplaten als glasoppervlakken. Bij het eerste gebruik kan het apparaat kortstondig gaan walmen, schakel daarom de luchtventilatie in of zet een raam open. Neem bij het bedienen van het apparaat de veiligheidsvoorschriften in acht.
Principes van de werking van een inductieveld
De elektrische generator voedt de spoel die in het apparaat is geplaatst.
Deze spoel genereert een magnetisch veld dat wordt doorgegeven aan het kookgerei.
Het magnetische veld veroorzaakt dat het kookgerei opwarmt.

Dit systeem vereist het gebruik van kookgerei dat gevoelig is voor de werking van een magnetisch veld.
De inductietechnologie heeft twee grote voordelen:
- de warmte wordt uitsluitend door het kookgerei overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden;
- het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat het kookgerei op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald.
Bij normaal gebruik van de inductiekookplaat kunt u verschillende geluiden horen die geen invloed hebben op de werking van de kookplaat.
- Fluittoon met een lage frequentie. Dit geluid hoort u wanneer het kookgerei leeg is. Zodra u het gerei vult met water of een gerecht stopt het.
- Fluittoon met een hoge frequentie. Dit geluid ontstaat bij maximaal vermogen in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. Dit geluid is ook hoorbaar wanneer u tegelijkertijd twee of meer kookzones op maximaal vermogen gebruikt. Het geluid verdwijnt of wordt minder intensief zodra u het vermogen verlaagt.
- Krakend geluid. Dit geluid ontstaat in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. De intensiteit van het geluid hangt af van de kookwijze.
- Zoemend geluid. Dit geluid ontstaat tijdens de werking van de koelventilator voor de elektronische componenten.
De geluiden die hoorbaar kunnen zijn bij juiste exploitatie worden veroorzaakt door de werking van de koelventilator, de afmetingen van het kookgerei en het materiaal waarvan het is gemaakt, de bereidingswijze van het gerecht en het toegepaste vermogen.
Deze geluiden zijn een normaal verschijnsel en betekenen niet dat de kookplaat defect is.
Veiligheidsinrichting:
Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsinrichting noodzakelijk.
Ventilator: dient voor bescherming en koeling van de besturings- en aandrijvingsonderdelen. Hij werkt automatisch met twee verschillende snelheden. De ventilator gaat werken zodra u de kookzones uitschakelt en werkt bij een uitgeschakelde kookplaat totdat het elektrische systeem voldoende is afgekoeld.
Transistor: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt doorlopend gemeten met een sensor. Als de temperatuur op gevaarlijke wijze stijgt, verlaagt dit onderdeel automatisch het vermogen van de kookzone of schakelt de kookzones uit die zich het dichtst bij de oververhitte elektronische onderdelen bevinden.
Detectie: pandetectie maakt de werking van de kookplaat en daarmee de verwarming mogelijk. Kleine voorwerpen die op de kookzone worden gelegd (bv. een lepeltje, mes, ring ...) worden niet herkend als pan en de kookplaat schakelt niet in.
Pandetectie in de inductiekookzone
Pandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing.
- De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan.
- Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel).
De pandetectie werkt niet als in-/uitschakelaar van de kookplaat
De inductiekookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen).
Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal.
Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogensniveau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt. Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd de klok en de sleutel), negeert het systeem de ingevoerde besturingssignalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal.
Schakel de kookzones na afloop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie.
Basisvoorwaarde voor de goede werking en efficiëntie van de kookplaat is het gebruik van de juiste kwaliteit pannen.
Keuze van het kookgerei voor het koken op een inductiekookzone

Kenmerken van het kookgerei
- Gebruik altijd kookgerei van hoge kwaliteit met een perfect vlakke bodem. Zo voorkomt u het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur waar voedingsmiddelen tijdens het koken aan vast kunnen kleven. Pannen en koekenpannen met dikke, metalen wanden zorgen voor uitstekende verspreiding van de warmte.
- Zorg ervoor dat de bodem van het kookgerei droog is. Controleer na het vullen, of wanneer u een pan gebruikt die in de koelkast heeft gestaan, of de oppervlakte volledig droog is voordat u het kookgerei op de kookplaat zet. Hierdoor voorkomt u verontreiniging van de oppervlakte van de kookplaat.
- Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt.
- Om vast te stellen of het kookgerei geschikt is, moet u controleren of de bodem een magneet aantrekt.
- Voor een optimale temperatuurcontrole door de inductiemodule moet de bodem van het kookgerei vlak zijn.
- Een holle bodem of een diep ingeslagen logo van de producent hebben een negatieve invloed op de temperatuurcontrole door de inductiemodule en kunnen oververhitting van het kookgerei veroorzaken.
- Gebruik geen beschadigd kookgerei bv. met een bodem die door te hoge temperaturen is gedeformeerd.
- Bij toepassing van groot kookgerei met een ferromagnetische bodem waarvan de diameter kleiner is dan de totale diameter van het kookgerei, wordt uitsluitend het ferromagnetische deel van het kookgerei verhit. Hierdoor ontstaat de situatie dat de warmte zich ongelijkmatig
door het kookgerei verspreidt. Het ferromagnetische oppervlak wordt in de bodem van het kookgerei verminderd vanwege de aluminium elementen die erin zijn geplaatst, daardoor kan de geleverde hoeveelheid warmte lager zijn. Er kunnen ook problemen optreden met het detecteren van het kookgerei, of het gerei wordt helemaal niet gedetecteerd. De diameter van het ferromagnetische deel van het kookgerei moet passen bij de doorsnede van de kookzone om de beste kookresultaten te bereiken. Wanneer het kookgerei niet wordt ontdekt op de door u gekozen kookzone, probeer dan een kookzone met een kleinere diameter.

Gebruik voor inductiekoken uitsluitend ferromagnetisch kookgerei van materialen als:
- geëmailleerd staal
- gietijzer
- kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductiekoken.
Markering van keukengerei C ![]() | of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplaten |
| Gebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferri-tisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven). | |
| RVS Aanwezigheid pan niet ontdekt | |
| Aluminium Aanwezigheid pan niet ontdekt | |
| Gietijzer Bijzonder geschikt | |
| Opgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat vero-orzaken | |
| Geëmailleerd staal Bijzonder geschikt | |
| Glas Aanwezigheid pan niet ontdekt | |
| Porselein Aanwezigheid pan niet ontdekt | |
| Pannen met een koperen bodem | Aanwezigheid pan niet ontdekt |
Afmetingen kookgerei
- Voor het beste kookresultaat moet u pannen toepassen met een bodem (het ferromagnetische gedeelte) die overeenkomt met de omvang van de kookzone.
- Wanneer u ander vaatwerk gebruikt waarvan de bodemdoorsnede kleiner is dan de kookzone, is de efficiëntie van de kookzone lager en duurt het kookproces langer.
- Kookzones hebben met betrekking tot de panherkenning een ondergrens die afhankelijk is van de doorsnede van het ferromagnetische deel van de panbodem en het materiaal waarvan de pan is gemaakt. Het gebruiken van ongeschikt vaatwerk kan ertoe leiden dat de kookzone de pan niet herkent.
| Inductiekookzone Doorsnede van de pan voor inductiekoken | ||
| Doorsnede (mm) Minimaal (mm) Maximaal (mm) | ||
| 210 125 210 | ||
| 160 110 160 | ||
Bedieningspaneel
- Na het aansluiten van de kookplaat gaan alle indicatoren kort branden. De kookplaat is klaar voor gebruik.
- De kookplaat is uitgerust met elektronische tiptoetsen die worden ingeschakeld door ze met de vinger minimaal 1 seconde aan te raken.
- Bij iedere aanraking van een tiptoets hoort u een geluid.
Plaats geen voorwerpen op de oppervlakten van de tiptoetsen (dit kan leiden tot een foutmelding) en houd deze goed schoon.
Inschakelen van de kookplaat
Raak de tiptoets in-/uitschakelen 1 gedurende minimaal 1 seconde met de vinger aan. De kookplaat is actief als op alle indicatoren (3) het cijfer "0" oplicht.
Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kookplaat weer uit.
Inschakelen van de kookzone
Schakel de gewenste kookzone (5) in, binnen 10 seconden na het aanzetten van de kookplaat met de tiptoets ⚠
- Na aanraking van de tiptoets van de gewenste kookzone (5) knippert op de bijbehorende indicator voor het vermogensniveau het verlichte cijfer "0".
- U kunt nu het gewenste verwarmingsniveau instellen met de tiptoetsen + of -.
Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, schakelt de kookzone weer uit.
De kookzone is actief als op alle displays een cijfer of letter oplicht. Dit betekent dat de kookzone klaar is om het verwarmingsniveau in te stellen.
Instellen van het vermogensniveau voor verwarming van de inductiekookzone
Zolang de verlichte "0" knippert op de kookzone-indicator (3), kunnen we het gewenste vermogensniveau voor verwarming instellen met behulp van de tiptoetsen en .
Uitschakelen van de kookzones
- De kookzones moeten actief zijn. De indicator voor het vermogensniveau knippert.
- U schakelt de kookzone uit door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat aan te raken of door de tiptoets (5) gedurende 3 seconden aan te raken.
Uitschakelen van de hele kookplaat
- De kookplaat is in werking zolang minimaal één kookzone is ingeschakeld.
- U schakelt de hele kookplaat uit door de tiptoets in-/uitschakelen! aan te raken.
Als de kookzone heet is, verschijnt op de kookzone-indicator (3) de letter "H" - het symbool voor restwarmte.
Boosterfunctie "P"
De boosterfunctie is gebaseerd op het verhogen van het vermogen van de zone ∅ 210 - van 2000W tot 3000W, zone ∅ 160 - van 1200W tot 1400W. Om de boosterfunctie in te schakelen kiest u een kookzone en stelt u het vermogen in op "9", vervolgens raakt u de tiptoets ⊕ aan, waardoor de letter "P" op de display verschijnt.
U schakelt de boosterfunctie uit door de tiptoets aan te raken bij een actieve inductiekookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald.
Voor de kookzones ∅ 210 en ∅ 160 is de werkingsduur van de boosterfunctie door het bedieningspaneel beperkt tot 10 minuten. Na de automatische uitschakeling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen.
De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische
systemen en de spoelen dit toelaten.
Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet.
Indien tijdens de werking van de boosterfunctie de temperatuur (van het elektronische systeem of de spoel) wordt overschreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen.
Regeling van de boosterfunctie
Afhankelijk van het model zijn de kookzones verticaal of kruisgewijs aan elkaar gepaard. Het totale vermogen is over deze paren verdeeld.
Pogingen om de boosterfuncties van beide kookzones tegelijkertijd in te schakelen zullen het maximaal beschikbare vermogen overschrijden. In dat geval zal het verwarmingsvermogen van de als eerste geactiveerde kookzone worden verlaagd naar het maximaal mogelijke niveau.
Kinderbeveiliging
Het kinderslot is bedoeld om de kookplaat te beschermen tegen onbedoelde inschakeling door kinderen. Inschakelen is alleen mogelijk als het kinderslot is uitgeschakeld.
De kinderslotfunctie is mogelijk bij zowel een ingeschakelde als een uitgeschakelde kookplaat.
In- en uitschakelen van de kinderslot-functie
U schakelt de kinderslotfunctie in en uit met behulp van de tiptoets door hem 5 seconden ingedrukt te houden. Het inschakelen van de kinderslotfunctie wordt gesignaleerd doordat de diode (9) gaat branden.
De kookplaat blijft geblokkeerd totdat het kinderslot wordt opgeheven, zelfs wanneer het bedieningspaneel wordt in- en uitgeschakeld. Het loskoppelen van de stroomvoorziening schakelt het kinderslot van de kookplaat uit.
Restwarmte-indicator
Na afloop van het koken blijft in het keramische glas warmte-energie achter die restwarmte wordt genoemd. Het tonen van de restwarmte vindt plaats in twee etappes. Na uitschakeling van de kookzone of van het hele apparaat, verschijnt op de display de letter "H", wanneer de temperatuur hoger is dan 60°C. De restwarmteindicator blijft branden zolang de temperatuur hoger is dan 60°C. Bij een temperatuurbereik van 45°C tot 60°C toont de display de letter "h". Deze letter staat voor een laag restwarmteniveau. Zodra de temperatuur daalt beneden 45°C dooft de restwarmteindicator.
Raak tijdens het branden van de restwarmteindicator de kookzone niet aan in verband met het risico voor verbrandingen en zet er geen voorwerpen op die gevoelig zijn voor warmte!
Bij stroomonderbreking wordt de restwarmteindicator "H" niet getoond. Ondanks dat kan de kookzone nog steeds heet zijn!
Beperking van de werkingsduur
Om de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kookzones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatste gekozen vermogensniveau.
Als u het vermogensniveau gedurende lange tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen, volgens de gebruiksaanwijzing.
| Trede vermogensni-veau | Maximale kooktijd in uren |
| 1 | 8 |
| 2 | 8 |
| 3 | 5 |
| 4 | 5 |
| 5 | 5 |
| 6 1,5 | |
| 7 1,5 | |
| 8 1,5 | |
| 9 1,5 | |
| P 0,16 |
Automatisch bijwarmen
• Activeer de gewenste kookzone met tiptoets (5) - Stel vervolgens met de tiptoetsen + en ⑦ het vermogensniveau in binnen het bereik van 1-8, en druk opnieuw op tiptoets (5) - Op de display worden afwisselend het cijfer van het ingestelde vermogensniveau en de letter A getoond.
| Trede vermogensni-veau | Tijdsduur automatisch bijwar-men met extra vermogen (in minuten) |
| - | |
| 1 0,8 | |
| 2 1,2 | |
| 3 2,3 | |
| 4 3,5 | |
| 5 4,4 | |
| 6 7,2 | |
| 7 | 2 |
| 8 3,2 |
Na verloop van de tijd dat extra vermogen wordt geleverd, schakelt de kookzone automatisch over op het door u gekozen vermogensniveau dat zichtbaar is op de indicator.
Wanneer u de pan van de kookzone haalt en opnieuw op de kookzone plaatst voordat de tijd van het automatisch bijwarmen is verstreken, dan wordt het bijwarmingsproces met extra vermogen afgemaakt.
Timer
De timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren. Hij kan ook dienen als kookwekker.
Aanzetten van de timer
De timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren. Hij kan ook dienen als kookwekker.
- Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer "0" gaat knipperen.
- Stel met de hulp van de tiptoetsen (±) en (-) het gewenste vermogensniveau in binnen het bereik van 1 - 9.
- Activeer vervolgens binnen 10 seconden de timer door de tiptoets aan te raken.
- Stel met de hulp van tiptoetsen + of - de gewenste kooktijd in (01 tot 99 minuten).
- Bij de display van de timer brandt de diode (8) die overeenkomt met de kookzone.
Alle kookzones kunnen tegelijkertijd werken met ingeprogrammeerde tijd met behulp van de timer.
Wanneer er meer dan één tijd is ingesteld op de display van de timer, dan wordt de kortste ingestelde tijd getoond. Dit wordt extra aangeduid met een knipperende diode (8).
Wijziging van de ingestelde kooktijd
Op ieder moment van het kookproces kunt u de ingevoerde kooktijd wijzigen.
- Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer van het vermogensniveau gaat knipperen. • Activeer vervolgens binnen 10 seconden
de timer door de tiptoets aan te raken.
- Met hulp van de tiptoetsen of stelt u een nieuwe tijd in.
Controle van de verstreken kooktijd
U kunt de overgebleven kooktijd op ieder moment controleren door de sensor van de timer aan te raken. De actieve werkingstijd van de timer voor de betreffende kookzone wordt aangeduid door een knipperende diode (8).
Uitzetten van de timer
Na afloop van de ingeprogrammeerde kooktijd klinkt een geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit.
Wanneer het noodzakelijk is om de timer eerder uit te schakelen:
- Dan activeert u met tiptoets (5) de kookzone. Het cijfer van het vermogensniveau gaat helderder branden.
- Houd vervolgens de tiptoets 3 seconden ingedrukt of wijzig de tijd van de kookwekker met de tiptoetsen en in "00".
Timer als kookwekker
De timer kan ook worden gebruikt als extra alarm, wanneer de kookzones niet door de timer worden aangestuurd.
Aanzetten kookwekker
Wanneer de kookplaat is uitgeschakeld:
- Schakel de kookplaat in door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat ① aan te raken. Activeer vervolgens met de tiptoets de kookwekker.
- Stel met behulp van de tiptoetsen of + de tijd van de kookwekker in.
Uitschakelen kookwekker
Na afloop van de ingeprogrammeerde tijd klinkt een doorlopend geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit.
Wanneer het noodzakelijk is om de kookwekker eerder uit te schakelen:
- Houd de tiptoets 3 seconden ingedrukt of wijzig de tijd van de kookwekker met de tiptoetsen en in "00".
- Als de timer is ingesteld als kookwekker, dan werkt hij niet als timer voor de kooktijd.
De kookwekkerfunctie wordt gewist op het moment dat u de timerfunctie activeert.
Warmhoudfunctie
De warmhoudfunctie houdt reeds bereide gerechten warm op de kookzone. De geselecteerde kookzone is ingeschakeld op een laag vermogensniveau. Het vermogen van de kookzone wordt zo gestuurd door de warmhoudfunctie, dat de temperatuur van het gerecht bij benadering 65°C bedraagt. Hierdoor verandert een warm gerecht, dat klaar is om gegeten te worden, niet van smaak en blijft niet plakken aan de bodem van de pan. U kunt deze functie ook gebruiken voor het smelten van boter, chocolade etc.
Voorwaarde voor juiste toepassing van deze functie is het gebruik van een geschikte pan met een vlakke bodem, zodat de temperatuur van de pan exact gemeten kan worden door de voeler die zich in de kookzone bevindt. U kunt de warmhoudfunctie op iedere kookzone gebruiken.
Uit microbiologische overwegingen bevelen wij aan om de gerechten niet te lang warm te houden. Het bedieningspaneel schakelt deze functie dan ook na 2 uur uit.
De warmhoudfunctie bevindt zich als extra vermogensniveau tussen de posities „0 1“ en verschijnt op de display als het symbool „U“.
U schakelt de warmhoudfunctie in op dezelfde wijze als beschreven in het punt "Inschakelen van de kookzone"
U schakelt de warmhoudfunctie uit op dezelfde wijze als beschreven in het punt "Uitschakelen van de kookzones".
U schakelt de warmhoudfunctie uit op dezelfde wijze als beschreven in het punt "Uitschakelen van de kookzones".
Functies van de oven en bediening.
Oven met automatische luchtcirculatie
De oven wordt verwarmd met behulp van verwarmingselementen onder en boven, een grillelement of met heteluchtverwarming. U bedient de oven met behulp van de functiedraaiknop – om de gekozen functie in te stellen zet u de draaiknop op de gewenste positie;
Met behulp van de temperatuurregelaar – om de gekozen functie in te stellen zet u de draaiknop op de gewenste positie;

U schakelt het apparaat uit door beide draaiknoppen in de positie ● / 0 te zetten.
Waarschuwing! Als u een verwarmingsfunctie kiest schakelt de verwarming (verwarmingselement, grill etc.) pas in nadat u de temperatuur heeft ingesteld.
0 Oven is uitgeschakeld

Snel verwarmen: Het bovenste heteluchtverwarming en de grillelement zijn ingeschakeld. Toegepast voor het voorverwarmen van de oven.

Ontdooien: Alleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt.

Ventilator en grillelement aan: Als u de draaiknop in deze positie zet, gaan zowel de ventilator als het verwarmingselement van de grill aan. In de praktijk betekent dit dat het grillproces versnelt en de smaak van het gerecht verbetert. Grill altijd met een gesloten ovendeur.

Verbeterde grill (Supergrill): Met deze functie kunt u tegelijkertijd het bovenste verwarmingselement en het grillelement inschakelen. Hiermee verkrijgt u een hogere temperatuur in het bovenste gedeelte van de ovenruimte, waardoor u grotere porties kunt bruinen en grillen.

Ingeschakelde grill: U gebruikt de grill voor het bereiden van kleine porties vlees: steaks, schnitzels, vis, toast, worstjes (de dikte van het gegrilde gerecht mag niet groter zijn dan 2-3 cm, tijdens het grillen moet u het gerecht keren).

Ingeschakeld verwarmingselement onder: Bij deze positie van de draaiknop wordt de oven uitsluitend met behulp van het verwarmingselement onder verwarmd. Afbakken van taarten met alleen onderwarmte (bv. vochtige cakes met fruitvulling).

Ingeschakelde verwarmingselementen boven en onder: Bij deze positie van de draaiknop wordt de oven op conventionele wijze verwarmd. Bij uitstek geschikt voor het bakken van taarten, vlees, vis, brood, pizza (voorverwarming van de oven en toepassing van donkere bakplaten noodzakelijk) op één niveau.

Ingeschakelde heteluchtfunctie: Bij deze positie van de draaiknop wordt de oven gedwongen opgewarmd met behulp van de thermoventilator die in het centrale gedeelte van de achterwand is geplaatst. U kunt hierdoor gebruik maken van lagere baktemperaturen.
Met deze methode verkrijgt u een gelijkmatige circulatie van warmte om het gerecht dat in de oven is geplaatst.

Ingeschakelde ventilator en verwarmingselementen boven en onder: Deze instelling van de draaiknop is het meest geschikt voor het bakken van taarten. Conventionele oven in combinatie met de ventilator (aanbevolen voor bakken).

Ingeschakelde heteluchtfunctie en verwarmingselement onder: Bij deze instelling van de draaiknop zijn de heteluchtfunctie en het verwarmingselement onder ingeschakeld, waardoor de ondertemperatuur hoger wordt. Intensieve warmte vanaf de bodem voor vochtige taarten, pizza.

Onafhankelijke ovenverlichting: Zet de knop in deze positie om de ovenruimte te verlichten.

Vervarmingsfunctie ECO: Bij gebruik van deze functie start een optimale verwarmingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten. Bij deze instelling van de draaiknop is de ovenverlichting uitgeschakeld.
Controlelampje
Wanneer de oven aanstaat, gaan twee lampjes branden, een oranje en een rood lampje. Het oranje lampje toont aan dat de oven aanstaat. Het rode lampje dooft wanneer de oven de aangeduide temperatuur bereikt heeft. Wanneer het recept voorziet dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst dient te worden, wacht dan tot het rode lampje voor de eerste keer dooft. Tijdens de bereiding zal het lampje regelmatig doven en opnieuw gaan branden (stabiel houden van de temperatuur van de oven). Het oranje lampje gaat eveneens branden wanneer de gebruiker de functie «Verlichting van de oven» kiest.
Gebruik van de grill
Tijdens het grillproces ondergaan de gerechten de inwerking van infrarood dat uitgezonden wordt door het verhitte verwarmings-element van de grill.
Om de grill aan te schakelen moet u:
- De draaiknop van de oven op de stand
- De oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur),
- De bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaatsen,
- De deur van de oven sluiten.

Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 250°C, en voor de functie grill met ventilator op maximum 190°C.
Opgelet! Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.
Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.
Laat geen kinderen bij de oven komen.
BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS
Gebak
- Het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis,
- Gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten.
- We raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwarmings-elementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken.
- Als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voorverwarmen. Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst.
- Voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt).
- Het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft.
- De baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong. 20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmings-elementen bovenaan en onderaan).
- De parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak.
- Indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding.
Vlees braden
- In de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid.
- Bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.
- Bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst.
- Het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.
Verwarmingsfunctie ECO
- Bij gebruik van de Verwarmingsfunctie ECO: Bij gebruik van deze functie start een optimale verwarmingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten. Bij deze instelling van de draaiknop is de ovenverlichting uitgeschakeld. ECO start een optimale verwarmingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten.
- Het is niet mogelijk om de kooktijd te verkorten door hogere temperaturen in te stellen; wij raden ook af om de oven voor te verwarmen.
- Tijdens het koken mag u de temperatuurinstellingen niet wijzigen en de deur niet openen.
Aanbevolen parameters bij gebruik van de Verwarmingsfunctie ECO
| Soort gebak gerecht | Functies van de oven | Temperatuur (°C) | Niveau Tijd* (min.) | |
| Biscuittaart 180 | - 200 2 50 - 70 | |||
| Brioche/cake 180 | - 200 2 - 70 | |||
| Vis 190 - 21 | 0 2 - 3 4 60 | |||
| Rundvlees 200 | - 220 2 [DEXY] 120 | |||
| Varkensvlees 200 | - 220 2 - 160 | |||
| Kip | ![]() | 180 - 200 2 80 | - 100 | |
| Soort gerecht | Verwarmingsmethode | Temperatuur [°C] | Niveau Tijd [min.] | |
| Biscuittaart 160 | -200 2 - 0 - 50 | |||
| Brioche/cake 160 | -170 ![]() | 1) | 3 25 - 40 | 2) |
| Brioche/cake 155 | -170 ![]() | 1) | 3 25 - 40 | 2) |
| Pizza 200 - 230 | [TCKS] | 1) | 2 - 3 15 - 25 | |
| Vis 210 - 220 | 2 45 - (IYBY7) | |||
| Vis 160 - 180 | 2 - 3 45 [HBT4] 0 | |||
| Vis 190 2 - 3 | 60 - 70 ![]() | |||
| Worstjes 230 | -250 4 12 8 | |||
| Rundvlees 225 | -250 2 1 150 | |||
| Rundvlees 160 | -180 2 1 [DBK4] 160 | |||
| Varkensvlees | ![]() | 160 - 230 2 | 90 - 120 | |
| Varkensvlees | ![]() | 160 - 190 2 | 90 - 120 | |
| Kip | ![]() | 180 - 190 2 70 | -90 | |
| Kip | ![]() | 160 - 180 2 45 | -60 | |
| Kip | ![]() | 175 - 190 2 60 | -70 | |
| Groenten | [DBYS] | 190 - 210 2 40 | -50 | |
| Groenten | ![]() | 170 - 190 3 40 | -50 |
De tijden gelden voor gerechten die in een koude oven zijn geplaatst. Bij een voorverwarmde oven moet u de tijd verminderen met ongeveer 5-10 minuten.
1) Voorverwarmen 2) Bakken van kleinere gerechten
Opgelet: De bakparameters die in de tabel staan vermeld zijn ter oriëntatie. U kunt ze op grond van uw ervaring of culinaire smaak veranderen.
REINIGING EN ONDERHOUD
De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.
Voor de reiniging moet de oven uitgeschakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand ● / 0 staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is.
Reiniging na elk gebruik
- Licht, niet aangebrand vuil moet verwijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwachtige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.
- Sterk aangekoekt vuil moet verwijderd worden met een schraper. Daarna moet het oppervlak gereinigd worden met een vochtige doek.

Schraper om de kookplaat te reinigen
Opmerking: let er steeds op de snijrand van de spatel naar binnen te klikken (het volstaat om met uw duim op het schuine deel te duwen). Voorzichtig behandelen - risico op blessures - buiten het bereik van kinderen houden.
Opgelet.
Het is verboden schuurcrèmes, schuurmiddelen of schurende voorwerpen te gebruiken voor de reiniging en het onderhoud van de oven.
Voor het schoonmaken van de voorzijde, gebruikt u enkel warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel of ruitenreiniger. Geen schuurmiddelen gebruiken.
Oven
- De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlichting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet.
- De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.
- Wrijf na het wassen de ovenkamer droog.
Opgelet! Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen voor het reinigen en onderhouden van de glazen voorzijde.
Fornuizen zijn uitgerust met eenvoudig te verwijderen zijwandgeleiders voor de ovenroosters. Trek aan de klem aan de voorkant, kantel vervolgens de geleider en verwijder hem uit de klemmen aan de achterkant. U kunt hem nu reinigen.




- Fornuizen zijn uitgerust met een inzet die is bedekt met speciale, zelfreinigende email. Door deze emaillaag kunnen verontreinigingen met vet of resten automatisch worden verwijderd, onder voorwaarde dat ze niet zijn ingedroogd of ingebrand (etensresten en vet moeten zo snel mogelijk verwijderd worden, wanneer ze nog niet zijn ingedroogd of ingebrand; zo vermijdt u langdurige zelfreiniging van de oven). Voor uitvoering van de zelfreiniging zet u de oven gedurende 1 uur aan op een temperatuur van 250 °C. Wanneer er weinig maaltijdresten zijn, kunt u dit proces inkorten.
Belangrijk!
Omdat het zelfreinigingsproces energie kost, moet u voordat u begint steeds controleren hoe vuil de oven is. Als u constateert dat de zelfreinigende eigenschappen van de inzetten zijn afgenomen, kunt u ze vervangen door nieuwe. U kunt de inzetten kopen bij de servicepunten of bij uw leverancier. Kiest u voor de traditionele manier van schoonmaken? Onthoud dan dat zelfreinigend email gevoelig is voor krassen. Gebruik daarom geen bijtende schoonmaakmiddelen, noch harde doekjes of sponsjes.

Vervanging van het verlichtingslampje van de oven
Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.
- Stel alle draaiknoppen in op stand ● / 0 en schakel de voeding uit,
- Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog,
- Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300°C), met volgende parameters:
- Spanning 230 V
- Vermogen 25 W
- Schroefdraad E14
- Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goed in de keramische fitting zit,
- Draai het omhulsel van het lampje in.

Het is mogelijk om de ovendeur los te maken van de oven om betere toegang te krijgen tot de ovenruimte. Maak hiertoe de deur open en buig het beveiligingselement dat in de scharnier is geplaatst naar boven (afb. A). De deur enigszins sluiten, optillen en naar voren afnemen. Om de deur weer in de oven te monteren, voert u de handelingen in omgekeerde volgorde uit. Zorg ervoor dat u bij het terugplaatsen de uitsparing in de scharnier goed op het uitsteeksel in de scharnierhouder plaatst. Nadat u de deur in de oven heeft geplaatst, moet u het beveiligingselement losmaken en goed aandrukken. Onjuiste positionering van het beveiligingselement kan beschadiging van de scharnier veroorzaken, wanneer u de deur sluit.

Buigen van de beveiligingselementen van de scharnieren
Uitnemen van de binnenruit
- Duw met behulp van een platte schroevendraaier de bovenrand van de deur los, terwijl u hem aan de zijkanten voorzichtig oplicht (fig. B).
- Verwijder de bovenrand van de deur. (fig. B, C)


- Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur). Fig. D.
- Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit opnieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke "klik" hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke "klik" hoort.

HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIES
Bij probleemsituaties moet u:
- De werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen • De elektrische voeding ontkoppelen
- Een herstelling aanvragen
- Sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert.
| PROBLEEM OORZAAK SOLUTION | ||
| 1.Het apparaat werkt niet | - stroomuitval | -controleer de zekering en vervang deze als hij is doorgebrand |
| 2.Het apparaat reageert niet op de ingevoerde waarden | - het bedieningspaneel is niet ingeschakeld | -inschakelen |
| - de tiptoets is te kort aangeraakt (minder dan een seconde) | -raak de tiptoets langer aan | |
| - tegelijkertijd meerdere tiptoetsen aangeraakt | -raak altijd maar één tiptoets tegelijk gaan (uitgezonderd het inschakelen van de kookzone) | |
| 3.Het apparaat reageert niet en laat een kort geluidssignaal horen | -onjuiste bediening (de verkeerde tiptoetsen aangeraakt of te snel aangeraakt) | -schakel de kookplaat opnieuw in |
| -de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd | -de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken | |
| 4.Het hele apparaat schakelt uit - na | inschakeling is er binnen 10 seconden geen enkele waarde ingevoerd | -schakel het bedieningspaneel opnieuw in en voer de gegevens onmiddellijk in |
| -de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd | -de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken | |
| 5.Een kookzone schakelt uit en op de display verschijnt de letter „H” | -beperking van de werkingsduur | -schakel de kookzone opnieuw in |
| -de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd | -de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken | |
| -oververhitting van de elektronische onderdelen | ||
| 6. Restwarmteweergave licht niet op, terwijl de kookzones nog heet zijn. | -onderbreking van de stroomtoevoer, verbinding van het apparaat met het lichtnet onderbroken | -restwarmteindicator gaat pas weer werken nadat het bedie-ningspaneel opnieuw is in- en uitgeschakeld. |
| 7. Keramische plaat is gebar-sten. | Gevaar! Stroomvoorziening van de kookplaat onmiddellijk onderbreken (zekering). Neem contact op met de dichtst-bijzijnde klantenservice. | |
| 8.Als het gebrek of de storing niet nog steeds niet is opge-heven. | Stroomvoorziening van de kookplaat onmiddellijk onderbreken (zekering!). Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice.Belangrijk!U bent verantwoordelijk voor de goede staat van het apparaat en het ju-iste gebruik ervan in de huishouding. Als u op basis van onjuist gebruik van het apparaat contact opneemt met de klantenservice, dan zijn ook binnen de garantieperiode de kosten van zo'n bezoek voor u.Voor schade die is ontstaan door het niet in acht nemen van deze ge-bruiksaanwijzing, kunnen wij helaas niet aansprakelijk gesteld worden. | |
| 9. De inductiekookplaat maakt een schurend geluid. | Dat is een normaal verschijnsel. De koelventilator van de elektronische onderdelen werkt. | |
| 10. De inductiekookplaat maakt een fluitend geluid. | Dat is een normaal verschijnsel. Conform de werkfrequentie van de spo-elen tijdens het gebruiken van een aantal kookzones, maakt de kookplaat bij maximaal vermogen en een licht fluitend geluid. | |
| 11. De plaat werkt niet, u kunt de kookzones niet inschakelen en ze functioneren niet. | Elektronische storing Reset de kookplaat, koppelde kookplaat enkele minuten los van de stroomvoorziening (verwijder de zekering van de installatie). | |
| 12.De display van de program-mator geeft het uur “0.00” aan | Het toestel werd van het stroomnet ontkoppeld of er was een tijdelijke stroompanne | Stel het uur in (zie Gebruikershandleiding van de pro-grammator) |
| 13. De verlichting van de oven werkt niet | Losgekomen of beschadigd lampje | Draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reiniging en onder-houd) |
Als ze het probleem hiermee niet is opgelost, moet u het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet en de storing melden.
Attentie! Alle reparaties mogen uitsluitend door gekwalificeerd personeel van de servicedienst worden uitgevoerd.
TECHNISCHE GEGEVENS
Nominale spanning 230 / 400V\~50 Hz
Nominaal vermogen 11,0 kW
Kookplaat 7,4 kW
Afmetingen van het fornuis 85 / 50 / 60 cm
Het product voldoet aan de eisen van de normen EN 60335-1, EN 60335-2-6 die gelden in de Europese Unie.
De gegevens op de energie-etiketten van elektrische ovens staan vermeld in overeenstemming met de norm EN 60350-1/IEC 60350-1. Deze waarden zijn bepaald bij een standaardbelasting met de actieve functies: onder- en bovenverwarming (conventioneel) en met ondersteuning door een ventilator (indien betreffende functies beschikbaar zijn).
De energie-efficiëntieklasse is aangeduid afhankelijk van de functies die in het product beschikbaar zijn, in overeenstemming met de volgende prioriteiten:
| Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement hetelucht + ventilator) | ![]() |
| Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement onder + boven + gril + ventilator) | ![]() |
| Conventioneel ECO (verwarmingselement onder + boven) | ![]() |
Tijdens de aanduiding van het energieverbruik moet u de telescoopgeleiders demonteren (indien beschikbaar in het product).
Verklaring van de producent:
De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen:
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC, - Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC, - Richtlijn voor ErP 2009/125/EC,
En dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.
FAGOR






50 - 70
- 70
60
- 160
0 - 50


8
150







