DT-TEST-KIT 150 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DT-TEST-KIT 150 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DT-TEST-KIT 150 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DT-TEST-KIT 150 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING DT-TEST-KIT 150 VOLTCRAFT
GEBRUIKSAANWIJZING PAGINA 66 - 89
Geachte klant, Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft
-product. Hiermee heeft u een uitstekend apparaat in huis gehaald. U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit een merkfamilie die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek met name onderscheidt door specieke vakkundigheid en permanente innovatie. Met Voltcraft
worden gecompliceerde taken voor u als kieskeurige doe-het-zelver of als professionele gebruiker al gauw kinderspel. Voltcraft
biedt u betrouwbare technologie met een buitengewoon gunstige verhouding van prijs en prestaties. Wij zijn ervan overtuigd: Uw keuze voor Voltcraft is tegelijkertijd het begin van een langdurige en prettige samenwer- king. Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft
-product! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be68
Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de meetcategorie CAT III (tot max. 600 V t.o.v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1 en alle lagere meetcategorieën. Het meetapparaat mag niet in de meetcategorie CAT IV worden gebruikt. - Meten van gelijk- en wisselspanning tot max. 600 V - Meting van gelijkstroom tot max. 10 A - Meten van weerstanden tot 2000 kΩ - Akoestische doorgangstest (<30 Ω) - Diodetest - Batterijtest voor 9 V-blok- en 1,5 V ronde cellenbatterijen De meetfuncties worden gekozen via een draaischakelaar. De selectie van het meetbereik gebeurt bij alle meetfunc- ties manueel. Bij de VC-125 worden gemiddelde waarden in het AC-spanningsbereik weergegeven. De polariteit wordt bij een negatieve meetwaarde automatisch met het min-voorteken (-) weergegeven. Het gebruik van een persoonlijke beschermingsuitrusting is aangewezen voor metingen in een CAT III-omgeving. Het meetapparaat mag niet in de meetcategorie CAT IV worden gebruikt. De multimeter wordt aangedreven door een standaard 9V-blokbatterij (type 6F22, NEDA 1604 of identiek). Het gebruik is alleen toegestaan met de aangegeven batterijtypen. Accu’s mogen omwille van het mindere vermogen en de daaruit volgende kortere bedrijfstijd niet worden gebruikt. De multimeter mag in geopende toestand met open batterijvak of een ontbrekend batterijdeksel niet worden gebruikt. Metingen in explosieve omgevingen (Ex) of vochtige ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toe- gestaan. Ongunstige omstandigheden zijn: Vocht of hoge luchtvochtigheid, stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, onweer of onweerachtige omstandigheden zoals sterke elektrostatische velden, enz. Gebruik voor het meten alleen de meegeleverde meetsnoeren resp. meetaccessoires, die op de specicaties van de multimeter afgestemd zijn. Het meetapparaat mag uitsluitend worden bediend door personen, die met de nodige voorschriften voor het meten en de mogelijke gevaren vertrouwd zijn. Het gebruik van een persoonlijke beschermingsuitrusting is aangewezen. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het totale product mag niet worden gewijzigd resp. omgebouwd! Lees deze handleiding zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen!69
3. BEDIENINGSELEMENTEN
1 Scherm 2 HOLD-toets met vergrendelfunctie voor het behouden van het meetscherm 3 Draaischakelaar voor meetfunctieselectie 4 10 A-stroommeetbus 5 COM-meetbus (referentiemassa „min-referentie”) 6 VΩmA-meetbus („plus-referentie”) 7 Opstelbeugel uitklapbaar 8 Batterijvak 9 Toets voor schermverlichting
Lees de volledige gebruiksaanwijzing vóór de ingebruikname goed door, deze bevat belangrijke aanwijzingen voor een correcte werking. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie! Voor gevolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële of persoonlijke schade, die door ondeskundig gebruik of niet inachtname van de veiligheidsvoorschriften veroorzaakt worden zijn wij niet aansprakelijk. In zulke gevallen vervalt de garantie. Het toestel heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten. Volg de instructies en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing op om deze status van het toestel te handhaven en een veilige werking te garanderen.70 Let op de volgende symbolen: Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absoluut moeten worden opgevolgd. Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een veiligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat. Het „pijl”-symbool wijst op speciale tips en aanwijzingen voor de bediening van het product. Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betrokken Europese richtlijnen Beschermingsniveau 2 (dubbele of versterkte isolatie, dubbel geïsoleerd). Let op: Lees de handleiding. CAT I Meetcatagorie I voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten die niet rechtstreeks via de netspanning worden voorzien (vb. batterijaangedreven apparaten, lage veiligheidsspanning, signaal- en stuurspanningen, etc.) CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, die via een netstekker recht- streeks worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). CAT III Meetcategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (b.v. stopcontacten of onderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voor het meten aan elektrische apparaten). Het meetbedrijf in CAT III is uitsluitend toegelaten met meetstiften met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekkappen over de meetstiften. CAT IV Meetcategorie IV voor metingen aan de bron van de laagspanningsinstallatie (vb. hoofdverdeler, huis- overdrachtspunten van de energieleverancier, etc.) en in de open lucht (vb. werken aan aardingskabels, bovengrondse leidingen, etc.). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën. Het meetbedrijf in CAT IV is uitsluitend toegelaten met meetstiften met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekkappen over de meetstiften. Aardpotentiaal71 Om veiligheids- en keuringsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het toestel niet toegestaan. Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werking, veiligheid of aansluiting van het toestel. Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen! In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen. In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparaten. Zorg bij elke meting ervoor dat het meetapparaat zich niet in een ander meetbereik bevindt. Let ook op dat de HOLD-toets bij het begin van de meting niet wordt ingedrukt (schermweergave bij ingedrukte HOLD-toets „HOLD”). Bij ingedrukte HOLD-toets bij het begin van de meting, wordt er geen meetwaarde weergegeven! Bij gebruik van meetleidingen zonder afdekkappen mogen metingen tussen meetapparaat en aardpotentiaal niet boven de meetcategorie CAT II worden uitgevoerd. Bij metingen in de meetcategorie CAT III moeten de afdekkappen op de meestiften worden gestoken om ongewilde kortsluitingen tijdens het meten te vermijden. Steek de afdekkappen op de meetstiften tot ze inklikken. Om te verwijderen trekt u de kappen met een beetje kracht van de punten. Vóór elke wisseling van het meetbereik moeten de meetstiften van het meetobject worden verwijderd. De spanning tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en aardpotentiaal mag niet hoger zijn dan 600 V DC/ AC in CAT III. Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen >33 V wissel- (AC) resp. >70 V gelijkspanning (DC)! Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen. Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitingen/meetstiften tijdens de meting niet (ook niet indirect) aanraakt. Pak tijdens het meten niet boven de voelbare handgreepmarkerin- gen op de meetstiften vast. Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetsnoeren op beschadiging(en). Voer in geen geval me- tingen uit als de beschermende isolatie beschadigd (gescheurd, verwijderd enz.) is. De meegeleverde meetkabels hebben een slijtage-indicator. Bij schade wordt een tweede, anderskleurige isoleerlaag zichtbaar. Het meetacces- soire mag niet meer worden gebruikt en moet worden vervangen. Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag! / energierijke overspan- ningen!). Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en onderdelen van de schakeling enz. absoluut droog zijn.72 Vermijd gebruik van het toestel in de direct omgeving van: - sterke magnetische of elektromagnetische velden - zendantennes of HF-generatoren. Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst. Wanneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, mag het apparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien: - het apparaat zichtbaar is beschadigd - het apparaat niet meer werkt, - het apparaat langdurig onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen - het apparaat tijdens transport te zwaar is belast. Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in, nadat het van een koude naar een warme ruimte is gebracht. Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het apparaat onder bepaalde omstandigheden beschadigd raken. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen. Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn. Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.
6. PRODUCTOMSCHRIJVING
De meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) in een verlicht digitaal scherm weergegeven. Het scherm van de DMM bestaat uit 2000 counts (count = kleinst mogelijke schermwaarde). Het meetapparaat is bestemd voor hobbygebruik maar ook voor professionele toepassingen tot aan CAT III. In de afgewikkelde stekkers van de meegeleverde meetleidingen bevinden zich transportbeschermkappen. Verwij- der deze voor u de stekkers in de meetapparaatbussen steekt. Aan de achterzijde is een uitklapbare opstelbeugel (7) aanwezig waarmee de DMM kan worden rechtgezet. Dat vergemakkelijkt het aezen van het scherm. Draaischakelaar (3) De afzonderlijke meetfuncties en meetbereiken worden gekozen via een draaischakelaar. De multimeter is op stand „OFF” uitgeschakeld. Schakel het meetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt.73
7. SCHERMGEGEVENS EN SYMBOLEN
De volgende symbolen en gegevens zijn op het apparaat of op het scherm aanwezig. OFF Schakelstand „Uit” HOLD Data-Hold-functie oproepen/uitschakelen. Data-Hold-functie is actief OL Overowscherm; het meetbereik werd overschreden Symbool batterijen vervangen Als dit symbool op het scherm verschijnt, moet de batterij onmiddellijk worden vervangen om meetfouten te voorkomen! Symbool voor de gebruikte batterijgegevens Symbool voor de diodetest Symbool voor de akoestische doorgangsmeter AC Symbool voor wisselstroom DC Symbool voor gelijkstroom V, mV Volt (eenheid van elektrische spanning), milli-Volt (exp.–3) A Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte) Milli-Ampére (exp.–3), micro-Ampére (exp.–6) Ω, kΩ Ohm (eenheid van elektrische weerstand), Kilo-Ohm (exp.3) Toets voor het in- en uitschakelen van de schermverlichting Symbool voor de gebruikte zekeringen BATT Meetunctie voor batterijrtest74
Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schake- lingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V ACrms of 70 V DC kan staan! Levensgevaarlijk! Controleer voor aanvang van de meting de aangesloten meetleidingen op beschadigingen, zoals sneden, scheuren of afknellingen. Defecte meetsnoeren mogen niet meer worden gebruikt! Levensgevaarlijk! Pak tijdens het meten de meetsnoeren niet boven de tastbare handgreepmarkeringen vast. Er mogen altijd alleen de twee meetsnoeren op het meetapparaat aangesloten zijn, die nodig zijn voor de meetfuncties. Verwijder om veiligheidsredenen alle niet-benodigde meetsnoeren uit het apparaat voor u een meting uitvoert. Metingen in stroomcircuits >33 V/AC en >70 V/DC mogen alleen door elektriciens en hiervoor aangewezen personeel, die op de hoogte zijn van de van toepassing zijnde voorschriften en de daaruit volgende gevaren, uitgevoerd worden. Zorg bij elke meting ervoor dat het meetapparaat zich niet in een ander meetbereik bevindt. Let ook op dat de HOLD-toets bij het begin van de meting niet wordt ingedrukt (schermweergave bij ingedrukte HOLD-toets „HOLD”). Bij ingedrukte HOLD-toets bij het begin van de meting, wordt er geen meetwaarde weergegeven! Neem de nodige veiligheidsvoorschriften, voorschriften en beschermingsmaatregelen in het belang van uw eigen veiligheid in acht. Begin elke meting steeds op het grootste meetbereik. Schakel daarna indien nodig naar het volgende klei- nere meetbereik. Voor u het meetbereikt verandert, verwijdert u altijd de meetstiften van het meetobject. Van zodra „OL” (= overloop) vesrchijnt, hebt u het meetbereik overschreden. a) Multimeter inschakelen De multimeter wordt door de draaischakelaar in- en uitgeschakeld. Draai de schakelaar op de betreffende meetfunc- tie (3). Draai de schakelaar op de stand „OFF” om het apparaat uit te zetten. Schakel het meetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt. Voordat u het meetapparaat kunt gebruiken, moet eerst de meegeleverde batterij worden geplaatst. Het plaatsen en vervangen van de batterijen wordt in het hoofdstuk „Onderhoud en reiniging” beschreven.75 b) Spanningsmeting „V” Voor het meten van gelijkspanningen „V DC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het overeenkomstig meetbereik „V DC”. - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (6), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (5). - Maak nu met de beide meetstiften contact met het meetobject (batterij, schakeling, enz.). De rode meetstift komt overeen met de pluspool, de zwarte meetstift met de minpool. - De hudige meetwaarde wordt op het scherm weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Is er bij gelijkspanning een min „-” voor de meetwaarde verschijnt, is de gemeten spanning negatief (of de meetleidingen zijn verwisseld). Het spanningsbereik „V DC” bezit een ingangsweerstand van >1 MOhm. Voor het meten van wisselspanningen „V AC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het overeenkomstig meetbereik „V AC”.
Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (6), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (5). - Verbind nu beide meetstiften met het meetobject (generator, schakeling, enz.). - De hudige meetwaarde wordt op het scherm weergegeven. - Verwijder na het meten de meetleidingen van het meetobject en schakel de DMM uit. Het spanningsbereik „V AC” bezit een ingangsweerstand van >1 MΩ.76 c) Gelijkstroommeting „A DC” De max. toegestane spanning in het stroommeetcircuit tegen aardpotentiaal mag 600 V in CAT II en CAT III niet overschrijden. De stroommeting gebeurt altijd in serie met de verbruiker. Voor het meetapparaat wordt aangesloten, moet het stroomcircuit stroomloos worden geschakeld. Na het meten altijd eerst het meetcircuit stroomloos schakelen voor de meetleidingen worden verwijderd. Dit voorkomt het ontstaan van spanningsbogen. Stroommetingen >5 A mogen max. 30 seconden duren en worden uitgevoerd met een interval van min. 15 minuten. Voor het meten van gelijkstromen (A/DC ) >200 mA gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM met de draaischakelaar (3) in en kies het meetbereik „10 A”.
Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (4), de zwarte meetlei- ding met de COM-meetbus (5). - Verbind nu de beide meetstiften in serie met de verbruiker. De rode meetstift komt overeen met de pluspool, de zwarte meetstift met de minpool. Zet het meetstroomcircuit aan. - De meetwaarde wordt op het scherm weergegeven. Is er bij een gelijkstroommeting een min „-” voor de meet- waarde verschijnt, dan loopt de stroom tegengesteld (of zijn de meetleidingen verwisseld). - Schakel na het einde van de meting het meetcircuit stroomloos en verwijder de meetstiften van het meetobject. Schakel het apparaat uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF”.77 d) Gelijkstroommeting „mA/µA DC” De max. toegestane spanning in het stroommeetcircuit tegen aardpotentiaal mag 600 V in CAT II en CAT III niet overschrijden. De stroommeting gebeurt altijd in serie met de verbruiker. Voor het meetapparaat wordt aangesloten, moet het stroomcircuit stroomloos worden geschakeld. Na het meten altijd eerst het meetcircuit stroomloos schakelen voor de meetleidingen worden verwijderd. Dit voorkomt het ontstaan van spanningsbogen. De binnenweerstand van het meetapparaat veroorzaakt door de geïntegreerde zekering in het mA-meetbereik een geringe spanningsdaling in het meetcircuit (max. 200 mV) dat echter meestal verwaarloosbaar is. Voor het meten van gelijkstromen (mA/µA DC ) >200 mA gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM met de draaischakelaar (3) in en kies het meetbereik „mA/µA”.
Verbind de rode meetleiding met de mA-meetbus (6), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (5). - Verbind nu de beide meetstiften in serie met de verbruiker. De rode meetstift komt overeen met de pluspool, de zwarte meetstift met de minpool. Zet het meetstroomcircuit aan. - De meetwaarde wordt op het scherm weergegeven. Is er bij een gelijkstroommeting een min „-” voor de meetwaarde verschijnt, dan loopt de stroom tegengesteld (of zijn de meetleidingen verwisseld). - Schakel na het einde van de meting het meetcircuit stroomloos en verwijder de meetstiften van het meetobject. Schakel het apparaat uit. Draai de draaischakelaar in de stand „OFF”.78 e) Weerstandsmeting Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob- jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het overeenkomstig meetbereik „Ω/kΩ”. - Verbind de rode meetleiding met de Ω-meetbus (6), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (5). - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een weerstandswaarde van ca.
0 - 1,5 Ohm instellen (de eigen weerstand van de meetsnoeren).
- Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject. De meet- waarde wordt op het scherm weergegeven, mits het meetobject niet hoogohmig of onderbroken is. Wacht tot de schermwaarde gestabili- seerd is. Bij weerstanden >1 MOhm kan dit enkele seconden duren. - Van zodra „OL” (= overow) op het scherm verschijnt, heeft u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Wanneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meetpunten waarmee de meetstiften in contact komen, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars of dergelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat vervalsen. f) Akoestische doorgangstest Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob- jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie . - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (6), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (5). - Als doorgang wordt een meetwaarde van ca. < 30 ohm herkend en weerklinkt er een pieptoon. De schermweer- gave is bij deze test niet relevant. - Van zodra „OL” (= overow) op het scherm verschijnt, heeft u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.79 g) Diodetest Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik . - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (6), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (5). - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Daarop moet zich een waarde van ca. 000 instellen. De DMM geeft een pieptoon weer die echter voor de diodetest niet relevant is. - Sluit nu de beide meetsnoeren aan op het meetobject (diode). - Op het scherm wordt de doorlaatspanning „UF” in milli-Volt (mV) weergegeven. Als „OL” verschijnt, wordt de diode in sperrichting (UR) gemeten of is de diode defect (onderbreking). Voer ter controle een meting door met omgekeerde polariteit. Bij een doorlaatspan- ning van ca. <30 mV weerklinkt er een pieptoon die echter niet relevant is. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. h) Batterijtest De batterijtest maakt de controle van de klemspanning van 9 V blokbatterijen en 1,5 V ronde cellenbatterijen mogelijk. Bij de test wordt de batterij met een geringe belastingsstroom belast, wat tot een krachtig testresultaat leidt. - Schakel de DMM in en kies het overeenkomstig meetbereik „BATT”. - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (6), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (5). - Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject (batterij). - Op het scherm wordt de klemspanning van de batterij onder belas- ting in Volt weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.80
9. BIJKOMENDE FUNCTIES
a) HOLD-functie De HOLD-functie houdt de huidige meetwaarde op het scherm vast om deze rustig te kunnen aezen of verwerken. Zorg bij het testen van spanningvoerende leidingen dat deze functie bij aanvang van de test is gedeactiveerd. Er wordt anders een verkeerd meetresultaat gesimuleerd! Let ook op dat de HOLD-toets bij het begin van de meting niet wordt ingedrukt (schermweergave bij ingedrukte HOLD-toets „HOLD”). Bij ingedrukte HOLD-toets bij het begin van de meting, wordt er geen meetwaarde weergegeven! Voor het inschakelen van de hold-functie drukt u op de toets „HOLD” (2). De toets klikt en op het scherm wordt „HOLD” weergegeven. Om de HOLD-functie uit te schakelen, drukt u nog een keer op de toets „HOLD”. De aanduiding „HOLD” verdwijnt. b) Schermverlichting Bij een ingeschakelde DMM kan via de verlichtingstoets met vergrendelfunctie (9) de schermverlichting worden in- en uitgeschakeld. Elke keer drukken schakelt de verlichting in of uit. De verlichting blijft ingeschakeld tot de functie via de verlichtingstoets (9) of de draaischakelaar (stand „OFF”) wordt gedeactiveerd.
10. REINIGING EN ONDERHOUD
a) Algemeen Om de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet het apparaat jaarlijks worden gekalibreerd. Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het vervangen van de batterij of zekering is het meetapparaat onderhoudsvrij. Het vervangen van batterijen en zekeringen vindt u verderop in de gebruiksaanwijzing. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetleidingen, bijv. op beschadiging van de behuizing of afknellen, enz.81 b) Reiniging Voordat u het apparaat reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsvoorschriften in acht te nemen: Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, ook wanneer dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende onderdelen worden blootgelegd. Vóór reiniging of reparatie moeten de aangesloten snoeren van het meetapparaat en van alle meetobjecten worden gescheiden. Schakel de DMM uit. Gebruik voor het schoonmaken geen schurende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke producten. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. Bovendien zijn de dampen schadelijk voor de ge- zondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap, schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Gebruik een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek om het product te reinigen. Laat het apparaat goed drogen voordat u het weer in gebruik neemt. c) Plaatsen en vervangen van de batterij Voor het gebruik is een 9 V blokbatterij (vb. 6F22 of identiek) nodig. Bij de eerste ingebruikname of wanneer het symbool voor vervanging van batterijen in het scherm verschijnt, moeten nieuwe, volle batterijen worden geplaatst. Voor het plaatsen of vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel de DMM uit. - Klap de opstelbeugel aan de achterzijde omhoog en maak beide schroeven aan de achterzijde op het batterijdeksel (8) met een pas- sende kruiskopschroevendraaier los. Verwijder het batterijvakdeksel van het apparaat. - Vervang de lege batterij voor een nieuwe van hetzelfde type. Verbind de nieuwe batterij met de juiste polariteit met de batterijclip en plaats de batterij in het vak. Let op de polariteitgegevens in het batterijvak. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR! Laat geen lege batterij in het meetapparaat aangezien zelfs batterijen die tegen lekken zijn bevei- ligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kunnen komen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg bij inslikken onmiddellijk een arts. Verwijder de batterij als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt om lekkage te voorko- men. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden veroorzaken. Draag daarom in dit geval beschermende handschoenen. Let op, dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi geen batterijen in het vuur. Batterijen mogen niet worden opgeladen of gedemonteerd. Er bestaat brand- en explosiegevaar.82 Een passende alkalinebatterij kunt u bestellen onder het volgende bestelnummer: Bestelnr. 65 25 09 (1x bestellen a.u.b.). Gebruik uitsluitend alkalinebatterijen, omdat deze krachtig zijn en een lange gebruiksduur hebben. d) Vervangen van zekeringen De stroommeetbereiken zijn met hogevermogenszekeringen tegen overbelasting beveiligd. Als er geen metingen in het stroommeetbereik meer mogelijk zijn, zijn de zekeringen vermoedelijk defect en moeten worden vervangen. Neem bij het vervangen van zekeringen absoluut de veiligheidsvoorschriften in acht! Zorg dat bij het vervangen van zekeringen alleen zekeringen van het aangeduide type en de aangegeven nominale stroomsterkte als vervanging worden gebruikt. Het gebruik van verkeerde of gerepareerde zekeringen resp. het overbruggen van de zekeringhouder is niet toegestaan en kan brand tot gevolg hebben. Voor het vervangen van een zekering gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel de DMM uit. - Maak de vier behuizingsschroeven aan de achterzijde met een passende kruiskopschroeven- draaier los. Maak beide behuizingshelften voorzichtig van elkaar los en draai het achterste deel zoals afgebeeld, zijdelings weg. Let op de batterijkabel. - Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroom- sterkte. FUSE1: FF200 mA 600 V 5 mm x 20 mm FUSE2: F10A 600 V 5 mm x 20 mm Let echter op de informatie op het apparaat of de gebruikte zekeringswaarden. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR!83
Oude elektronische apparaten kunnen gerecycled worden en horen niet thuis in het huisvuil. Indien het toestel onbruikbaar is geworden, dient het in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften te worden afgevoerd naar de gemeentelijke verzamelplaatsen. Afvoer via het huisvuil is niet toegestaan. Verwijdering van lege batterijen! U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan! Op batterijen/accu´s die schadelijke stoffen bevatten, vindt u de hiernaast vermelde symbolen. Deze geven aan dat ze niet via het huisvuil mogen worden verwijderd. De aanduidingen voor zware metalen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood. U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze lialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht, afgeven! Zo voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan bescherming van het milieu!
12. VERHELPEN VAN STORINGEN
U heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen: Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht! Fout Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing De multimeter functio- neert niet. Zijn de batterijen verbruikt? Controleer de toestand. Batterijen vervangen. Geen verandering van meetwaarden Is een foutieve meetfunctie actief (AC/DC)? Controleer het meetbereik (AC/DC) en schakel de functie evt. om. Steken de meetsnoeren goed in de meetbussen? Controleer de zitting van de meet- leidingen Is de HOLD-functie geactiveerd (weergave "HOLD") Druk op de toets "HOLD" om deze functie te deactiveren. Zekering in het stroommeetbereik defect Controleer de overeenkomstige zekering. Andere reparaties zoals hiervoor omschreven mogen alleen door een geautoriseerde vakman worden uitgevoerd. Bij vragen over het gebruik van het meetapparaat staat onze technische helpdesk ter beschikking.84
13. TECHNISCHE GEGEVENS
Scherm .................................................2000 counts (tekens) Meetrate ...............................................ca. 2 metingen/seconde Meetmethode V/AC ..............................rekenkundig gemiddelde Meetleidingslengte ................................elk ca. 90 cm Meetimpendantie ..................................>1 MΩ (V-bereik) Meetbussenafstand ..............................19 mm Spanningsvoorziening ..........................9 V blokbatterij (NEDA 1604 6F22 of identiek) Bedrijfsvoorwaarden ............................. 0 tot 50 °C (<70%rF) Bedrijfshoogte .......................................max. 2000 m Opslagvoorwaarden .............................-20 °C tot +60 °C (<80%rF) Gewicht ................................................ca. 210 g Afmetingen (LxBxH) ............................138 x 68 x 37 (mm) Meetcategorie ....................................... CAT III 600 V Verontreinigingsgraad ..........................2 Meettoleranties Weergave van de nauwkeurigheid in ± (% van de aezing + weergavefouten in counts (= aantal kleinste posities)). De nauwkeurigheid geldt 1 jaar lang bij een temperatuur van +23°C (±5°C), bij een rel. luchtvochtigheid van minder dan 75%, niet condenserend. Gelijkspanning (V DC) Bereik Nauwkeurigheid Resolutie 200,0 mV ±(0,7% + 3) 0,1 mV 2000 mV 1 mV 20,00 V 0,01 V 200,0 V ±(1,0% + 3) 0,1 V 600 V 1 V Overbelastingsbeveiliging 600 V; impedantie: >1 MΩ85 Wisselspanning (V AC) Bereik Nauwkeurigheid (bij 5060 Hz) Resolutie 200 V ±(1,5% + 12) 0,1 V 600 V 1 V Frequentiebereik 45 – 450 Hz; overbelastingsbeveiliging 1,000 V; impedantie: >1 MΩ Gelijkstroom Bereik Nauwkeurigheid Resolutie 2000 µA ±(1,5% + 3) 1 µA 20 mA 0,01 mA 200 mA 0,1 mA 10 A ±(2,5% + 2) 0,01 A Overbelastingsbeveiliging 600 V; keramische zekeringen voor hoog vermogen: Weerstand Bereik Nauwkeurigheid Resolutie
Colofon Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, micro- verlming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. © Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. V4_0916_02/VTP
Notice-Facile