X-Strike - Radiografisch bestuurbaar speelgoed Overmax - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis X-Strike Overmax in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over X-Strike Overmax
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Radiografisch bestuurbaar speelgoed in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X-Strike - Overmax en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X-Strike van het merk Overmax.
GEBRUIKSAANWIJZING X-Strike Overmax
NL: Product in overeenstemming met de eisen van de richtlijnen van de Europese Unie. In overeenstemming met Richtlijn 2012/19/EU moet dit product gescheiden worden ingezameld. Het product mag niet met het huisvuil worden weggegooid omdat het een bedreiging kan vormen voor het milieu en de volksgezondheid. Lever uw oude product in bij het daarvoor bestemde inzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur.
Bedankt voor het vertrouwen dat u in ons stelt en voor Overmax kiest.
Dankzij het gebruik van hoogwaardige materialen en moderne technologische oplossingen, bieden wij u een product dat ideaal is voor dagelijks gebruik. Wij zijn ervan overtuigd dat het, dankzij de grote zorg die aan de vervaardiging ervan is besteed, aan uw eisen zal voldoen. Lees de volgende gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u het product gebruikt.
Als u opmerkingen of vragen heeft over het gekochte product, neem dan contact met ons: pomoctechniczna@overmax.pl
BELANGRIJKE GEGEVENS
Lees alle bedieningsinstructies voor u uw toestel gebruikt om met zijn functies kennis te maken en het voor het beoogde doel te gebruiken.
- Het toestel is bedoeld voor personen van 14 jaar en ouder. Laat de kinderen niet met het toestel spelen. Bewaar het toestel buiten het bereik van kinderen.
- Kinderen ouder dan 14 jaar mogen het toestel onder toezicht van een volwassene gebruiken.
- Gebruik het toestel op een vlakke en harde ondergrond. Vermijd het rijden op zand, gras of andere oppervlakken die het toestel kunnen beschadigen. Vermijd contact met water.
- Het toestel is niet geschikt voor het rijden in het verkeer, in drukke omgeving en op plaatsen die gemakkelijk een botsing met voetgangers of andere voertuigen kunnen veroorzaken.
- Omdat het toestel draadloos wordt bestuurd, moet ervoor worden gezorgd dat er geen signaalstoring door andere toestellen optreedt.
- Raak de motor van de auto na gebruik niet aan omdat het toestel tijdens het rijden warm wordt en hoge temperaturen kan bereiken.
NL
- Vermijd het gebruik van het toestel, s nachts en in omgevingen met beperkt zicht.
- Gebruik het toestel niet bij slechte weersomstandigheden, onweer of regenval.
-
Het toestel niet repareren of aanpassen. Het wordt enkel door een erkend servicecentrum gedaan.
-
Gebruik het toestel niet wanneer een schade wordt geconstateerd.
-
Gebruik het toestel niet als het niet goed werkt, overmatig warm wordt, in contact kwam met water, verkleuringen vertoont, uitstulpingen heeft, onnatuurlijke geluiden maakt, stinkt of andere ongewone voorvallen vertoont. Neem in dat geval contact op met een erkend servicecentrum.
-
Gebruik het toestel uit de buurt van warmtebronnen, hoge temperaturen, hete oppervlakken, direct zonlicht, vonken, open vuur, olie en scherperanden.
-
Gebruik het toestel niet in een omgeving met ontvlambare, explosieve of giftige stoffen.
-
Gebruik geen chemicaliën om het toestel te reinigen.
-
Schakel het toestel na elk gebruik uit en maak de batterij los.
-
Verwijder alle batterijen wanneer het toestel niet voor langere tijd wordt gebruikt.
-
Laad de accu alleen op met de meegeleverde stroomkabel.
-
De accu en de voedingskabel moeten regelmatig op schade worden gecontroleerd. Gebruik geen beschadigde onderdelen.
-
Het toestel mag niet op meer dan het aangeraden aantal stroombronnen worden aangesloten.
-
Laad geen wegwerpbatterij op.
-
De accu's mogen alleen onder toezicht van volwassenen worden opgeladen!
-
De accu moet uit het toestel worden verwijderd voordat deze wordt opgeladen.
-
Gebruik geen verschillende soorten batterijen of nieuwe batterijen met oude.
-
Batterijen moeten met de juiste polariteit worden geplaatst.
-
Verwijder lege batterijen uit het speelgoed.
-
Maak geen kortsluiting in de voedingsklemmen.
-
Wijzig de elektrische circuits van de motor niet zelf.
- Schakel het toestel uit en verwijder de accu voordat het wordt schoonmaakt.
- Het wordt niet toegestaan het toestel niet volgens bestemming te gebruiken.
- Plaats tijdens het gebruik geen andere voorwerpen op het toestel.
- Bewaar op een droge, koele en donkere plaats.
- Bewaar de accu`s en de oplaadbare batterijen buiten het bereik van kinderen.
SET (AFB. A)
- Auto
- Controller
- Voedingskabel
- Accu x 2
SCHEMA VAN HET TOESTEL (AFB. B)
- Motor
- Accu vakje
- Controlelampjes
- Gasklep
- Bedieningsknop
- Regelaar wielbesturing
- Snelheidsregelaar
- Aan/uit-schakelaar van de controller
- Controlelampje
- Aan/uit-schakelaar van de auto
ACCU VAN DE AUTO OPLADEN
De accu moet worden opgeladen voordat de auto voor het eerst wordt gebruikt.
Om de accu op te laden:
-
Zorg ervoor dat de auto is uitgeschakeld. Verwijder de accu. Om de accu te verwijderen de koppeling indrukken en voorzichtig trekken.
-
Sluit de oplaadkabel aan op de USB-aansluiting van de computer of op de USB stroomvoorziening.
- Sluit de accu aan op de voedingskabel. Tijdens het opladen knippert het groene indicatielampje van de voedingskabel.
- Als de accu volledig is opgeladen, branden de groene en rode LED's continu (afb.1). Maak de accu van de voedingskabel los.
Let op! Na gebruik van de auto 10 - 15 minuten wachten voordat de accu wordt opgeladen. Laat een aangesloten accu niet onbeheerd opladen. Aanbevolen parameters voor de lader: 5V 2A. De oplaadtijd is ca. 120 minuten.
Als de accu bijna leeg is, wordt de LVC (Low Voltage Cutoff) beschermingsmodus geactiveerd, hierdoor wordt voorwaartse en achterwaartse beweging voorkomen.
ACCU IN DE AUTO MONTEREN
Plaats de opgeladen accu in het vakje (2, afb. B) in de auto. Beveilig de accu met klittenband (A, afb. 2). Verbind de aansluitingen (B, afb. 2).
BATTERIJEN IN DE CONTROLLER PLAATSEN
- Draai de schroef van het batterijdeksel met een schroevendraaier los. Verwijder het batterijdeksel (afb. 3).
- Plaats twee AA 1,5 V batterijen. Let vooral op de polariteit van de batterijen.
- Doe het deksel weer op. Draai de schroef met een schroevendraaier vast.
GEBRUIKSWIJZE
- Verwijder de beschermfolie van de auto vóór gebruik.
- Druk op de schakelaar op de auto (afb. 4).
-
Schuif de schakelaar van de controller in de ON stand (afb. 5). De controlelampjes op de controller en de auto beginnen te knipperen. Wacht ca. 15 seconden tot de controller met de auto verbindt. De controlelampjes lichten nu continu. LET OP! Zet altijd eerst de auto aan, anders kan de controller moeilijk met de auto verbinden.
-
Zet de gasklep naar voren om vooruit te rijden. Om te remmen en achteruit te rijden de gasklep naar voren zetten (afb. 6).
- Gebruik de bedieningsknop (afb. 7) om de richting van de auto (links-rechts) te veranderen.
SNELHEIDSREGELAAR
Gebruik de snelheidsregelaar om de snelheid van de auto te verhogen of te verlagen (afb. 8).
Gebruik de regelaar van de wielbesturing om het uitlijnen van de voorwielen af te stellen (afb. 9). Deze uitlijning moet zo worden uitgevoerd dat de voorwielen de grond niet raken.
OPLOSSING VAN PROBLEMEN
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Auto verbindt niet met controller / geen controle. | Batterij bijna leeg. Laad de accu van de auto op. Vervang de batterijen in de controller. | |
| Te grote afstand. Zorg ervoor dat de auto en de controller niet te ver uit elkaar zijn. | ||
| Moeilijkheid om rechtdoor/achteruit te rijden of rechtsaf/ linksaf te slaan. | Batterij bijna leeg. Laad de accu op (zie Accu van de auto opladen). | |
| Er is kortsluiting ontstaan als gevolg van de onderdompeling in water. | Laat de auto helemaal drogen. | |
| Foutief aangesloten kabels. | Zorg ervoor dat de kabels correct zijn aangesloten. | |
NL
| De accu laadt niet op. | De uitgangsspanning van de lader is te hoog. | Zorg ervoor dat de op het etiket van het toestel aangegeven elektrische parameters met de elektrische parameters van de lader overeenkomen. |
| De voedingskabel is beschadigd. | Zorg ervoor dat het netsnoer niet beschadigd is of neem contact op met de fabrikant om de kabel te vervangen. | |
| Wielen draaien automatisch/spontaan. | Gebruik van de regelaar wielbesturing wanneer de auto met de controller verbindt. | Stel de wieluitlijning met de regelaar wielbesturing af. |
| Controlelampje knippert snel. | Probleem met de verbinding van de auto op de controller. | Zorg ervoor dat de auto en de controller niet te ver uit elkaar zijn en dat de batterijen in de controller en de auto worden vervangen/opgeladen.Schakel de apparaten uit en aan en probeer het opnieuw. |
| Controlelampje knippert langzaam. | Batterij bijna leeg. Vervang de batterijen in de controller. | |
REINIGING EN ONDERHOUD
- Schakel het toestel uit en verwijder de accu en de batterijen voordat het wordt gereinigd.
- Maak de auto en de controller schoon met een vochtige doek.
- Gebruik geen chemicaliën om het toestel te reinigen.
- Reinig de auto na elk gebruik van zand en stof en smeer alle bewegende delen in.
De afbeeldingen dienen alleen ter illustratie, het werkelijke uiterlijk van de producten kan van het uiterlijk op de afbeeldingen verschillen.
NL