EH679MK11 - Kookplaat SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EH679MK11 SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Kookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EH679MK11 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EH679MK11 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING EH679MK11 SIEMENS
Reparaturauftrag und Beratung bei Störungen A 0810 240 260 D 01801 22 33 66 3,9 ct / min aus dem Festnetz (Mobil ggf. abweichend) CH 0848 840 040 Vertrauen Sie auf die Kompetenz des Herstellers. Sie stellen somit sicher, dass die Reparatur von geschulten Servicetechnikern durchgeführt wird, die mit den Original-Ersatzteilen für Ihr Hausgerät ausgerüstet sind.
é Inhoudsopgave Raadgevingen en waarschuwingen omtrent de veiligheid .. 14 Veiligheidsaanwijzingen 14 Oorzaken van schade 15 Bescherming van het milieu 15 Verwijdering van afvalstoffen op een milieuvriendelijke manier 15 Tips om energie te besparen 15 Koken op Inductie 15 Voordelen van het Koken op Inductie 15 Geschikte pannen 15 Het apparaat leren kennen 16 Het bedieningspaneel 16 De kookzones 17 Restwarmte-indicator 17 Programmeren van de kookplaat 17 Aan- en uitzetten van de kookplaat 17 De kookzone afstellen 17 Kooktabel 18 Kinderslot 19 Het kinderslot activeren en deactiveren 19 Het permanente kinderslot inschakelen of uitschakelen 19
Functie Powerboost19 Gebruiksbeperkingen 19 Activeren 19 Deactiveren 19 Timerfunctie 20 Een kookzone automatisch uitschakelen 20 automatische timer 20 De kookwekker 20 Automatische tijdslimiet 20 Beschermingsfunctie bij reiniging21 Basisinstellingen 21 Terugkeren naar de basisinstellingen 22 Onderhoud en reiniging 22 Kookplaat 22 Omlijsting van de kookplaat 22 Repareren van storingen 22 Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat 23 Servicedienst 23
Produktinfo Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.siemens-home.com en in de online-shop: www.siemens-eshop.com
ã=Raadgevingen en waarschuwingen omtrent de veiligheid Lees deze instructies aandachtig door. Alleen dan kunt u het apparaat op de juiste wijze gebruiken. Bewaar de gebruiks- en montage-instructies. Indien u het apparaat aan iemand anders overdraagt, geef dan ook de documentatie van het apparaat mee. Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren.
Veiligheidsaanwijzingen Dit apparaat werd uitsluitend voor huishoudelijk gebruik ontworpen. De kookplaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het bereiden van voedsel. Laat het apparaat niet onbeheerd achter als het aan staat. Veilig gebruik Voor een veilig gebruik van dit apparaat mogen volwassenen en kinderen die wegens ■
lichamelijke, zintuiglijke of psychische beperkingen,
onervarenheid of onwetendheid
niet bekwaam zijn om dit apparaat te gebruiken, dat alleen doen onder toezicht van een verantwoordelijk volwassen persoon. Houd kinderen in de gaten en voorkom dat zij met het apparaat gaan spelen. Olie en vet zijn te warm Brandgevaar! De hete olie en vet zijn gemakkelijk ontvlambaar. Laat oververhitte olie of oververhit vet niet onbewaakt achter. Indien de olie of het vet vlam vat, blus het vuur dan nooit met water. Doof de vlammen met een doek of een bord. Schakel de kookzone uit. Het bereiden van voedsel au bain-marie Met de bereidingswijze au bain-marie kan het voedsel worden verwarmd in een pan die op zijn beurt in een grotere pan water wordt geplaatst. Zo wordt het voedsel op langzame en constante wijze verwarmd, door middel van het warme water en niet rechtstreeks door de warmte van de kookzone. Bij het bereiden van voedsel au bain-marie moet worden vermeden dat blikken, glazen flessen of andere materialen in aanraking komen met de bodem van de pan water, om te voorkomen dat het glas van de plaat en de pan breken door oververhitting van de kookzone. Hete kookplaat Gevaar van brandwonden! Raak hete kookzones niet aan. Houd kinderen uit de buurt van de kookplaat. Brandgevaar! ■ ■
Leg nooit ontvlambare voorwerpen op de kookplaat. Bewaar geen ontvlambare voorwerpen of spuitbussen in de laden onder de kookplaat.
Vochtige bodems van pannen en vochtige kookplaten Gevaar van verwondingen! Als zich vocht tussen de bodem van de pan en de kookzone bevindt, kan dit dampdruk veroorzaken. Bijgevolg zou de pan kunnen opspringen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
Barsten in de kookplaat Gevaar van elektrische ontlading! Sluit het apparaat van het verdeelnet af indien de kookplaat stuk of gebarsten is. Neem contact op met de technische dienst. De kookzone verwarmt, maar de visuele indicatie werkt niet Gevaar voor brandwonden! Schakel de kookzone uit als de indicator niet werkt. Neem contact op met de technische dienst. De kookplaat wordt uitgeschakeld Brandgevaar! Als de kookplaat automatisch uitgaat en niet kan worden gebruikt, kan hij op een later tijdstip alsnog vanzelf aan gaan. Om dit te voorkomen moet de kookplaat van de stroom worden afgesloten. Neem contact op met de technische dienst. Plaats geen metalen voorwerpen op de inductieplaat Gevaar voor brandwonden! Laat geen messen, vorken, lepels, deksels of andere metalen voorwerpen op de kookplaat liggen; deze kunnen heel snel heet worden. Onderhoud van de ventilator Gevaar van beschadiging! Deze plaat is uitgerust met een ventilator, die zich aan de onderzijde bevindt. Indien er zich onder de kookplaat een lade bevindt, mogen daar geen kleine of papieren voorwerpen in worden bewaard. Als deze namelijk worden geabsorbeerd kunnen ze de ventilator beschadigen of de koeling verslechteren. Attentie! Tussen de inhoud van de lade en de inlaat van de ventilator moet een afstand van ten minste 2 cm worden aangehouden. Onjuist uitgevoerde reparaties Gevaar van een elektrische ontlading! Onjuist uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Zet het apparaat uit als het defect is. Neem contact op met de technische dienst. Het repareren en vervangen van defecte aansluitkabels mag uitsluitend uitgevoerd worden door behoorlijk opgeleid personeel van de Technische Dienst. Attentie! Dit apparaat voldoet aan de reglementeringen inzake de veiligheid en de elektromagnetische compatibiliteit. Personen met een pacemaker dienen uit de buurt te blijven van het apparaat als dat aan staat. Het is onmogelijk om te garanderen dat 100% van deze mechanismen die op de markt zijn voldoen aan de geldige regelgeving omtrent elektromagnetische compatibiliteit en dat er zich geen interferenties voordoen die de juiste werking in gevaar brengen. Ook is het mogelijk dat personen met andere soorten mechanismen, zoals hoorapparaten, enige vorm van hinder kunnen ondervinden. De kookplaat uitschakelen Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt bij het ontbreken van een pan.
Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken.
Plaat nooit lege plannen op de kookzones. Dit kan schade veroorzaken.
Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken. Als er harde of scherpe voorwerpen op de kookplaat vallen, kan dit de plaat beschadigen. Aluminiumfolie en plastic bakken smelten als ze op een hete kookzone gelegd worden. Het gebruik van beschermplaten op de kookplaat wordt afgeraden.
Algemeen overzicht In de onderstaande tabel vindt u de meest voorkomende vormen van schade: Schade
Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper.
Ongeschikte reinigingsproducten
Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten.
Zout, suiker en zand
Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak of steun.
Ruwe bodems van pannen kunnen Controleer de pannen. krassen op de vitroceramische plaat veroorzaken Verkleuringen
Ongeschikte reinigingsproducten
Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten.
Aanraking van de pannen
Til kookpannen en koekenpannen op om ze te verplaatsen.
Suiker, levensmiddelen met een hoog Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. suikergehalte
Bescherming van het milieu Pak het apparaat uit en gooi het verpakkingsmateriaal op milieuvriendelijke wijze weg.
Verwijdering van afvalstoffen op een milieuvriendelijke manier Dit apparaat is geïdentificeerd conform de Richtlijn betreffende Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur WEEE 2002/96/EG. Deze richtlijn omschrijft het kader voor de recyclage en het hergebruik van afgedankte apparaten binnen het hele Europese grondgebied.
Tips om energie te besparen ■
Doe altijd de bijbehorende deksel op de pan. Bij koken zonder deksel op de pan is het energieverbruik vier keer zo hoog.
Gebruik pannen met een dikke en vlakke bodem. Pannen met bolle bodems verhogen het energieverbruik. De diameter van de bodem van de pan moet overeenkomen met de afmeting van de kookzone. Deze is over het algemeen groter dan de diameter van de bodem van de pan. Indien de diameter van de pan niet overeenkomt met die van de kookzone, is het beter dat deze groter is dan de afmeting van de kookzone. Zo niet, dan gaat de helft van de energie verloren. Controleer: Of de fabrikant de diameter van de bovenkant van pan heeft aangegeven. Kies pannen met een afmeting die geschikt is voor de hoeveelheid voedsel die u gaat bereiden. Een grote pan die maar halfvol is, verbruikt veel energie. Kook met weinig water. Zo wordt energie bespaard en blijven bovendien vitamines en mineralen van de groente behouden. Selecteer een lagere kookstand.
Koken op Inductie Voordelen van het Koken op Inductie Koken op Inductie betekent een radicale verandering van de traditionele wijze van verwarmen, aangezien de warmte rechtstreeks in de pan wordt gegenereerd. Daarom biedt het een aantal voordelen: ■
af als de pan wordt weggenomen, ook al wordt het apparaat voor die tijd niet uitgeschakeld.
Geschikte pannen Ferromagnetische pannen
Tijdbesparing bij het koken en frituren; doordat de pan rechtstreeks wordt verwarmd.
Uitsluitend geschikt voor inductiekoken zijn ferromagnetische pannen zoals van:
Dit werkt energiebesparend.
speciale pannen voor inductie van roestvrij staal.
Eenvoudiger in onderhoud en reiniging Overgelopen voedingswaren verbranden minder snel. Kook- en veiligheidscontrole; de plaat levert energie of stopt de energietoevoer onmiddellijk als op de controleknop gedrukt wordt. De inductiekookzone levert geen warmte meer
Kijk, om te weten of de pannen geschikt zijn, of ze worden aangetrokken door een magneet. 15
Speciale pannen voor inductie Er bestaat een ander soort pannen speciaal voor inductie, met een geheel ferromagnetische bodem. Controleer de diameter, deze kan zowel van invloed zijn op de pandetectie als op het kookresultaat. Niet geschikte pannen Gebruik nooit pannen van: ■
knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden wordt gewacht gaat de kookzone automatisch uit. Lege pannen of pannen met een dunne bodem Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet worden dat de functie “automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en schakel de kookzone uit. Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst. Pandetectie
Kenmerken van de bodem van de pan De kenmerken van de bodem van de pannen kunnen invloed hebben op de homogeniteit van het kookresultaat. Pannen die gemaakt zijn van materialen die warmte verspreiden, zoals "sandwich" pannen van roestvrij staal, verdelen de warmte op gelijkmatige wijze, waardoor tijd en energie worden bespaard. Geen pan of ongeschikte afmeting Als er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het
Iedere kookzone heeft een minimumlimiet voor pandetectie, die afhankelijk is van het materiaal van de pan die wordt gebruikt. Daardoor mag alleen de kookzone worden gebruikt die het meest geschikt is voor de pan. Dubbele of driedubbele kookzone Deze zones kunnen pannen van verschillende afmetingen herkennen. Afhankelijk van het materiaal en de eigenschappen van de pan, past de zone zich automatisch aan en wordt alleen de enkele zone geactiveerd, ofwel de hele zone, waarbij het geschikte vermogen wordt geleverd voor goede kookresultaten.
Het apparaat leren kennen Deze gebruiksinstructies kunnen op de diverse kookplaten toegepast worden. Op pagina 2 staat een algemeen overzicht van de modellen met informatie over hun afmetingen.
Het bedieningspaneel $DQZLM]LQJHQYRRU YHUPRJHQVVWDQG³É RSHUDWLRQDOLWHLW¯ UHVWZDUPWH¤ IXQFWLHSRZHUERRVW°
%HGLHQLQJVYODNNHQYRRU KRRIGVFKDNHODDU EHVFKHUPIXQFWLHELM UHLQLJLQJHQNLQGHUVORW WLPHUIXQFWLH Bedieningsvlakken Bij het aanraken van een symbool wordt de overeenkomstige functie geactiveerd.
%HGLHQLQJVYODNNHQ YRRUKHW VHOHFWHUHQYDQGH NRRN]RQH
3URJUDPPHHU]RQH YRRUKHW VHOHFWHUHQYDQGH YHUPRJHQVVWDQG HQGHWLPHUIXQFWLH Aanwijzingen De instellingen wijzigen niet als er verschillende symbolen tegelijk aangeraakt worden. Hierdoor kan de programmeerzone worden gereinigd in geval van gemorst voedsel.
Zorg ervoor dat de bedieningsvlakken altijd droog zijn. Vocht heeft een negatieve invloed op de werking.
De kookzones Kookzone
Activeren en deactiveren
$ Enkelvoudige kookzone
Gebruik een pan met de geschikte maat.
De zone gaat automatisch aan wanneer een pan gebruikt wordt, waarvan de bodem dezelfde maat heeft als de buitenste zone.
De zone wordt automatisch ingeschakeld wanneer een pan gebruikt wordt waarvan de bodem dezelfde maat heeft als de buitenste zone ( ð of ò) die u in werking wenst te stellen .
Gebruik enkel pannen die geschikt zijn om te koken op inductie, zie hoofdstuk “Geschikte pannen".
Restwarmte-indicator De kookplaat beschikt over een restwarmte-indicator in elke kookzone, die aanduidt welke nog warm zijn. Raak kookzones met die indicatie niet aan.
Ook als de plaat uitgeschakeld is,blijft œ/•, branden zo lang de kookzone warm is. Als de pan van de plaat genomen wordt voordat de kookzone uitgeschakeld is, verschijnen afwisselend de indicator œ/• en de geselecteerde kookstand.
Programmeren van de kookplaat In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe een kookzone kan worden afgesteld. In de tabel staan de kookstanden en de bereidingstijden voor verschillende gerechten vermeld.
Aan- en uitzetten van de kookplaat De kookplaat wordt in- en uitgeschakeld met de hoofdschakelaar. Inschakelen: druk op het symbool #. De indicator boven de hoofdschakelaar gaat branden. De kookplaat is klaar om te werken.
Selecteer de vermogensstand . De kookplaat moet ingeschakeld zijn. 1. Druk op het symbool ¤ van de gewenste kookzone. Op de
visuele indicator gaat ‹ branden en het symbool N.
2. Beweeg, binnen de volgende 10 seconden, uw vinger over
de programmeerzone, totdat de gewenste vermogensstand verschijnt.
Uitschakelen: druk op het symbool # tot de indicator boven de hoofdschakelaar dooft. Alle kookzones worden uitgeschakeld. De restwarmte-indicator blijft branden tot de kookzones voldoende afgekoeld zijn. Aanwijzing: De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra alle kookzones meer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn.
De kookzone afstellen Regel de gewenste vermogensstand in de programmeerzone.
3. Wijzigen van de vermogensstand Selecteer de kookzone en
regel de gewenste vermogensstand in de programmeerzone.
Vermogensstand 1 = minimumvermogen. Vermogensstand 9 = maximumvermogen. Elke vermogensstand is voorzien van een tussenliggende afstelling. Deze wordt aangegeven met een punt.
De kookzone uitschakelen Selecteer de kookzone en stel af op ‹ in de programmeerzone. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt. Aanwijzingen ■ Zodra de kookzone is geselecteerd, verschijnt het symbool N. Vervolgens kan men verder gaan met de instelling. ■
Als er geen pan op de inductiekookzone geplaatst wordt, zal de geselecteerde kookstand beginnen knipperen. Na het verstrijken van een tijd gaat de kookzone uit.
Kooktabel In de volgende tabel worden enkele voorbeelden gegeven.
De kookstanden beïnvloeden het kookresultaat.
De bereidingstijden zijn afhankelijk van de kookstand, het type, het gewicht en de kwaliteit van het voedsel. Daarom zijn er variaties.
Roer puree, gebonden soep en dikke sauzen af en toe om. Gebruik de kookstand 9 als u begint te koken. Doorkookstan Doorkookduur in minuten d
Maaltijdsoep (bv. linzen)
Worstjes opgewarmd in water**
Rijst (met twee keer zoveel water)
Geschilde aardappelen met zout
Koken met de snelkookpan
Filets, al dan niet gepaneerd
Koteletten, al dan niet gepaneerd
Vis en visfilet, ongepaneerd
Vis en visfilet, gepaneerd
Gepaneerde diepvriesvis, bv. vissticks
een portie na de andere frituren
een portie na de andere frituren
Opwarmen en warm houden
Ontdooien en verwarmen
Op een zacht vuurtje gaarstoven, op een zacht vuurtje koken
Koken, stomen, sauteren
Vlees, bijv., stukjes kip
Vis, gepaneerd of in bierdeeg
Groenten, paddenstoelen, gepaneerd of in bierdeeg, bv. champignons
Banket, bv. beignets, fruit in bierdeeg
een portie na de andere frituren
* Doorkoken zonder deksel ** Zonder deksel
Kinderslot De kookplaat kan beveiligd worden tegen ongewilde inschakeling, om te voorkomen dat kinderen de kookzones kunnen inschakelen.
Het kinderslot activeren en deactiveren De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. Activeren: houd het symbool # gedurende circa 4 seconden ingedrukt. Het symbool @ gaat gedurende 10 seconden branden. De kookplaat blijft geblokkeerd.
Deactiveren: houd het symbool # gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De blokkering is gedeactiveerd.
Het permanente kinderslot inschakelen of uitschakelen Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgezet. Activeren en deactiveren Zie paragraaf “Standaardinstellingen".
Functie Powerboost Met de functie Powerboost kan het voedsel sneller verhit worden dan wanneer de kookstand Š gebruikt wordt.
2. Druk op de programmeerzone boven het symbool @›. De
functie zal geactiveerd worden.
Deze functie is beschikbaar in alle kookzones, als de andere zone van dezelfde groep niet in werking is, (zie afbeelding). Zo niet, zal de visuele indicator van de geselecteerde kookzone knipperen › en Š; vervolgens zal de kookstand automatisch aangepast worden Š. In groep 2 kan de functie powerboost gelijktijdig geactiveerd worden in alle kookzones (zie afbeelding). *URHS
1. Selecteer de gewenste vermogensstand Š.
*URHS Deactiveren Druk op de programmeerzone boven het symbool @›. De functie Powerboost is nu gedeactiveerd. Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan de Powerboost functie automatisch uitgeschakeld worden om de elektronische onderdelen aan de binnenzijde van de plaat te beschermen.
Timerfunctie Deze functie kan op twee verschillende manieren gebruikt worden: ■
om een kookzone automatisch uit te schakelen.
Een kookzone automatisch uitschakelen Voer de kooktijd in voor de gewenste kookzone. De zone gaat automatisch uit na het verstrijken van de tijd. Zo wordt dit geprogrammeerd 1. Selecteer de gewenste vermogensstand. 2. Druk op het symbool 0. De indicator x van de kookzone
gaat aan. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ‹‹. Om een andere kookzone te selecteren, drukt u meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator x van de gewenste kookzone gaat branden.
3. Selecteer in de programmeerzone de gewenste kooktijd. De
mogelijke voorafgaande instelling is van links naar rechts 1, 2, 3 tot 10 minuten. In de volgende 10 seconden worden de opties van de programmeerzone doorlopen tot de gewenste programmeertijd bereikt wordt.
De tijd wijzigen of annuleren Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de gewenste indicator x gaat branden. Wijzig de kooktijd met de programmeerzone of stel af op ‹‹. Aanwijzingen ■ Als een kooktijd in de diverse kookzones ingesteld werd, is het mogelijk om in te stellen dat alle tijdwaarden weergegeven worden. Druk hiertoe meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator x van de gewenste kookzone gaat branden. ■
De maximale bereidingstijd die ingesteld kan worden is 99 minuten.
automatische timer Met deze functie kan een kooktijd voor alle kookzones ingesteld worden. Na het inschakelen van een kookzone, begint de ingestelde tijd te lopen. De kookzone zal automatisch uitschakelen als de kooktijd verstreken is. De instructies over de activering van de timer vindt u in het hoofdstuk "Basisinstellingen". Aanwijzing: De kooktijd van een kookzone kan gewijzigd of geannuleerd worden: Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de gewenste indicator x gaat branden. Wijzig de kooktijd met de programmeerzone of stel af op ‹‹.
De kookwekker Met de kookwekker kan een tijd geprogrammeerd worden tot 99 minuten. Deze is niet afhankelijk van andere instellingen. Deze functie schakelt de kookzone niet automatisch uit. Zo wordt dit geprogrammeerd
1. Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator W Na enkele seconden begint de kooktijd te lopen.
gaat branden. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ‹‹.
Automatische programmering
2. Selecteer in de programmeerzone de gewenste tijd.
Als in de programmeerzone vooraf 1 tot 5 ingedrukt wordt, vermindert de kooktijd met een minuut. Als de knop ingedrukt gehouden wordt, vermindert de tijd automatisch tot 1 minuut..
Na enkele seconden begint tijd te verstrijken.
Als in de programmeerzone vooraf de regeling 6 tot 10 ingedrukt wordt, zal de kooktijd met een minuut verlengd worden. Als de knop ingedrukt gehouden wordt, verhoogt de tijd automatisch tot 99 minuten.
Er klinkt een waarschuwingssignaal. De visuele indicator van de timerfunctie toont ‹‹ en de indicator W gaat branden. Na 10 seconden doven de indicators.
Na het verstrijken van de kooktijd De kookzone wordt uitgeschakeld. Er weerklinkt een geluidssignaal en de visuele indicator van de timerfunctie gaat branden ‹‹ gedurende 10 seconden. De indicator x gaat branden. Druk op het symbool 0, de indicators doven en het akoestisch signaal stopt.
Na het verstrijken van de tijd
Druk op het symbool 0, de indicators doven en het akoestisch signaal stopt. De tijd wijzigen of annuleren Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator W gaat branden. De tijd in de programmeerzone wijzigen of instellen op ‹‹.
Automatische tijdslimiet Indien de kookzone gedurende lange tijd in werking is en er geen enkele wijziging in de instelling uitgevoerd wordt, dan wordt de automatische tijdslimiet geactiveerd. De kookzone wordt niet meer verhit. De visuele indicator van de kookzone knippert afwisselend ”en ‰.
De indicator gaat uit als er op een willekeurig symbool wordt gedrukt. Nu kan de kookzone opnieuw ingesteld worden. Wanneer de automatische limiet geactiveerd is, wordt deze geregeld volgens de geselecteerde kookstand (van 1 tot 10 uur).
Beschermingsfunctie bij reiniging Indien het bedieningspaneel gereinigd wordt terwijl de kookplaat ingeschakeld is, kunnen de instellingen gewijzigd worden. Om dit te vermijden, beschikt de kookplaat over een beschermingsfunctie bij reiniging. Druk op het symbool #. Er klinkt een signaal. Het bedieningspaneel wordt geblokkeerd gedurende 35 seconden. Nu kan het oppervlak van het
bedieningspaneel gereinigd worden zonder risico op wijziging van de instellingen. Aanwijzing: De blokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar. De kookplaat kan desgewenst worden uitgeschakeld.
Basisinstellingen Het apparaat beschikt over diverse basisinstellingen. Deze instellingen kunnen worden aangepast aan de behoeften van de gebruiker. Indicator
Permanent kinderslot
‹ Gedeactiveerd.* ‚ Geactiveerd. ™ƒ
Akoestische signalen
‹ De meeste signalen zijn gedeactiveerd. ‚ Sommige signalen zijn gedeactiveerd. ƒ Alle signalen zijn geactiveerd.* ™†
‹ Uitgeschakeld.* ‚-ŠŠ Tijd van de automatische uitschakeling. ™‡
Duur van het geluidssignaal van de timerfunctie
‚ 10 seconden*. ƒ 30 seconden. „ 1 minuut. ™ˆ
Functie Power-Management
‹ = Gedeactiveerd.* ‚ = 1000 W minimumvermogen. ‚. = 1500 W ƒ = 2000 W ...
Š of Š. = maximumvermogen van de plaat. ™Š
Selectietijd van de kookzone
‹ Onbeperkt : de laatst geprogrammeerde kookzone blijft geselecteerd.* ‚ Beperkt: De kookzone blijft slechts 10 seconden lang geselecteerd. ™‹
Terugkeren naar de standaardinstellingen
‹ Persoonlijke instellingen.* ‚ Terugkeren naar de fabrieksinstellingen. *Fabrieksinstelling
Terugkeren naar de basisinstellingen
4. Selecteer vervolgens de gewenste instelling in de
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. 1. Schakel de kookplaat in met de hoofdschakelaar. 2. Druk binnen de volgende 10 seconden op het symbool 0
gedurende 4 seconden.
5. Houd het symbool 0 nogmaals gedurende 4 seconden
De instellingen zijn op de juiste wijze bewaard. Afsluiten
Links op het scherm verschijnt ™‚ en rechts ‹. 3. Druk op symbool 0 totdat links op het scherm de indicator
van de gewenste functie getoond wordt.
Om de instellingen af te sluiten, de kookplaat met de hoofdschakelaar uitschakelen.
Onderhoud en reiniging De raadgevingen en waarschuwingen in dit hoofdstuk zijn bedoeld voor het optimaal schoonmaken en onderhouden van de kookplaat.
Kookplaat Reiniging Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon. Op die manier voorkomt u dat aangekoekte resten verbranden. Maak de kookplaat pas schoon als hij voldoende afgekoeld is. Gebruik alleen reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. Volg de aanwijzingen op de verpakking van het product op. Gebruik nooit: ■ ■
Schuurmiddelen Agressieve schoonmaakmiddelen zoals ovensprays of vlekkenmiddel
Hogedrukreinigers of stoommachines
1. Verwijder het beschermkapje van de schraper 2. Maak het oppervlak van de kookplaat met het mesje schoon.
Maak het oppervlak van de kookplaat niet met het beschermkapje van de schraper schoon, er kunnen anders krassen op komen.
ã=Risico op verwondingen!
Het mes is erg scherp. Gevaar voor snijwonden. Bescherm het mesje als het niet gebruikt wordt. Vervang het mesje onmiddellijk als het gebreken vertoont. Onderhoud Gebruik een speciaal middel voor het onderhoud en de bescherming van de kookplaat. Volg de raadgevingen en waarschuwingen op de verpakking op.
Omlijsting van de kookplaat Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te vermijden, moeten de volgende aanwijzingen worden opgevolgd: ■
Gebruik alleen warm water met een beetje zeep
Gebruik nooit scherpe of bijtende producten
Verwijder hardnekkig vuil met een glasschraper.
Gebruik de glasschraper niet
Repareren van storingen Vaak zijn storingen het gevolg van kleinigheden. Neem de volgende raadgevingen en waarschuwingen in acht alvorens contact op te nemen met de Technische Dienst. Indicator
De stroom is uitgevallen.
Controleer met andere elektrische apparaten of de stroom is uitgevallen.
Het apparaat is niet aangesloten volgens het aansluitschema.
Controleer of het apparaat is aangesloten volgens het aansluitschema.
Storing in het elektronische systeem.
Als de storing na de voorgaande controles niet is opgelost, neem dan contact op met de technische dienst.
* Als de indicatie blijft branden, neem dan contact op met de Technische dienst. Zet geen hete pannen op het bedieningspaneel. 22
Het bedieningspaneel is vochtig of er ligt iets op.
Droog de zone van het bedieningspaneel of neem het voorwerp weg.
“§ +nummer / Storing in het elektronische systeem. š + nummer / ¡ + nummer
Sluit de kookplaat van het verdeelnet af. Wacht 30 seconden alvorens hem weer aan te sluiten.
Er is een interne fout in de werking opgetreden.
Sluit de kookplaat van het verdeelnet af. Wacht 30 seconden alvorens hem weer aan te sluiten.
Het elektronische systeem is oververhit geraakt en heeft de overeenkomstige kookzone uitgeschakeld.
Wacht totdat het elektronische systeem voldoende afgekoeld is. Druk vervolgens op een willekeurig symbool van de kookplaat.*
Het elektronische systeem is oververhit geraakt en heeft alle kookzones uitgeschakeld.
Onjuiste voedingsspanning, overschrijding Neem contact op met uw elektriciteitsleverancier. van de normale werklimieten
De kookzone is oververhit en werd uitgeschakeld om uw kookplaat te beschermen.
Wacht tot het elektronische systeem voldoende afgekoeld is en zet de kookplaat weer aan.
* Als de indicatie blijft branden, neem dan contact op met de Technische dienst. Zet geen hete pannen op het bedieningspaneel.
Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat De technologie van het verwarmen door inductie is gebaseerd op het ontstaan van elektromagnetische velden die ervoor zorgen dat de warmte rechtstreeks op de bodem van de pan wordt voortgebracht. De pannen kunnen, afhankelijk van hun bouw, geluiden of trillingen voortbrengen, zoals hieronder worden genoemd: Een diep gezoem zoals in een transformator Dit geluid ontstaat tijdens het koken op een hoge kookstand. De oorzaak daarvan is de hoeveelheid energie die de kookplaat aan de pan overdraagt. Het geluid verdwijnt of vermindert zodra de kookstand wordt verlaagd. Een laag fluitend geluid Dit geluid ontstaat als de pan leeg is. Het geluid verdwijnt zodra er water of voedsel in de pan wordt gedaan.
Knisperen Dit geluid doet zich voor bij pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen. Het geluid komt door de trillingen die ontstaan op de verbindingsvlakken van de verschillende materialen. Dit geluid is afkomstig van de pan. De hoeveelheid voedsel en de bereidingswijze kunnen variëren. Hoge fluitende geluiden De geluiden ontstaan met name in pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen, zodra deze worden aangezet op de hoogste stand en op twee kookzones tegelijk. Deze fluitende geluiden verdwijnen of worden minder zodra het vermogen wordt verlaagd. Geluid van de ventilator Voor een goed gebruik van het elektronische systeem moet de kookplaat op een gecontroleerde temperatuur werken. Daartoe is de kookplaat uitgerust met een ventilator die steeds als de temperatuur wordt vastgesteld door middel van de verschillende kookstanden gaat werken. De ventilator kan ook door inertie werken, nadat de kookplaat is uitgezet, als de gedetecteerde temperatuur nog te hoog is. De omschreven geluiden zijn normaal en maken deel uit van de inductietechnologie en duiden niet op een storing.
Servicedienst Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. E-nummer en FD-nummer
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 070 333 1234 B 070 222 142
Geef wanneer u contact opneemt met de servicedienst altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van het apparaat op. Het typeplaatje met de nummers vindt u op het identificatiebewijs van het apparaat.
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt. De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Notice-Facile