IAN 306207 - Pingpongtafel Playtive - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IAN 306207 Playtive in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Pingpongtafel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IAN 306207 - Playtive en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IAN 306207 van het merk Playtive.
GEBRUIKSAANWIJZING IAN 306207 Playtive
- Waarschuwing. Niet geschikt voor kinderen jonger dan 36 maanden. Verstikkingsgevaar, omdat kleine delen ingeslikt of ingeademd kunnen worden!
- Waarschuwing. Alle verpakkings- en beves- tigingsmaterialen zijn geen bestanddeel van het speelgoed en moeten omwille van de veiligheid steeds verwijderd worden voordat het product aan de kinderen overhandigd wordt om ermee te spelen.
- Kinderen mogen uitsluitend onder toezicht van volwassenen met het artikel spelen.
- Het artikel mag uitsluitend door een volwas- sene gemonteerd worden om blessures door onvakkundige hantering te vermijden. Let erop, het artikel pas na complete montage te gebruiken.
- Voetbal en basketbal: Alleen door volwasse- nen laten oppompen.
- Als vulmedium mag alleen lucht gebruikt worden.
- Niet met de mond opblazen, omdat het anders tot duizelingen kan komen.
- Gebruik voor het oppompen van het artikel uitsluitend de bijgeleverde luchtpomp.
- Het artikel mag alleen in perfecte staat gebruikt worden. Controleer het artikel telkens vóór gebruik op beschadigingen of slijtage- verschijnselen.
- Onderzoek het artikel regelmatig op bescha- digingen of slijtageverschijnselen. Bij beschadigingen mag u het product niet meer gebruiken. Montage Belangrijk: De montage van het artikel dient omwille van de grootte door minstens twee personen uitgevoerd te worden.
- Voor de montage va het artikel hebt u een (niet in het leveringspakket inbegrepen) schroevendraaier nodig. Speelveld “Tafelvoetbal” monteren
1. Monteer het speelveldframe, zoals in de
afbeeldingen B - C getoond, op een vlakke en gelijkvloerse ondergrond.
2. Schuif de betreffende stang door de ronde
opening aan de zijwand (2) van het speel- veldframe (afb. D).
3. Steek de speelfiguren (11)(12) resp. de acces-
soires (13)/(16)/(17) op de betreffende stang (afb. D). Opmerking: De speelfiguren van dezelfde kleur vormen een team. Let er bij de montage van de speelfiguren op dat ze met de voorzijde naar het doel van de tegenstander gericht zijn.
4. Schuif de uiteinden van de stangen door de
openingen van de tweede zijwand (2) (afb. D).
5. Bevestig de handgreep (14) en de eindstop
(15) op de betreffende stang (afb. D). Opmerking: Schik de stangen zoals in de afbeelding E getoond. Biljarttafel monteren
- Monteer de biljarttafel, zoals in de afbeel- dingen F - G getoond, op een vlakke en gelijkvloerse ondergrond. Voetbalnet aanbrengen (afb. H)
1. Bevestig het voetbalnet (67) aan de speelta-
fel, zoals in de afbeelding H weergegeven.
2. Pomp de voetbal (50) met de bijgeleverde
pomp (49) op. Opmerking: Bevochtig de pompnaald voor- dat u begint te pompen. Basketbalmand en basketbalnet aanbrengen (afb. J- K)
1. Zet het speelveld “Tafelvoetbal” op de speel-
tafel en bevestig het universele speelveld (6) aan de daarvoor voorziene houders (22)(23) (afb. J).
2. Monteer de basketbalmand (47) eerst aan
de basketbalachterwand (7) en dan aan de speeltafel, zoals in de afbeelding K weerge- geven.
3. Bevestig het veiligheidsnet (66) aan de speel-
4. Pomp de basketbal (51) met de bijgeleverde
pomp (49) op. Opmerking: Bevochtig de pompnaald voor- dat u begint te pompen. Hockey Behendigheidsspel voor 2 personen Accessoires 1 x universeel speelveld (6), Speelveld “Hockey” (
Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, de puck in het doel van de tegenstander te schieten. De speler die als eerste 7 doelpunten maakt, wint het spel. Spelregels
- De stick mag niet van het speelveld verwijderd worden.
- De eerste speler die zeven doelpunten ge- maakt heeft, wint.
- De puck mag alleen met de stick geraakt worden.
- De puck mag niet geblokkeerd worden door- dat de stick daarop geplaatst wordt. Spel
1. Beslis met een muntstuk, welke speler de
aanval op het doel van de tegenstander met de puck begint.
2. Zowel u als uw tegenstander moeten ieder
aan een uiteinde van het speelveld gaan staan.
3. Houd één stick op het speelveld en probeer,
de puck in het doel van de tegenstander te krijgen.
4. Hebt u een doelpunt gemaakt, dan krijgt u
één punt. Voor speciale regels en tips verwijzen wij naar de vakliteratuur. Tic-Tac-Toe (“boter-kaas-en-ei- eren”) Combinatiespel voor 2 personen Accessoires 1 x universeel speelveld (6), Speelveld “Tic-Tac-Toe” (“boter-kaas-en-eieren”)
1 x set sjoelschijven
Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, drie sjoelschij- ven van de eigen kleur horizontaal, verticaal of diagonaal op een rij te leggen. Spelregels
- Leg afwisselend telkens één sjoelschijf in één van de 9 velden.
- U hebt gewonnen wanneer u drie van uw sjoelschijven op een rij gelegd hebt.
- Als geen enkele van de spelers de mogelijk- heid heeft om een rij te vormen, eindigt de wedstrijd op een gelijkspel. Voor strategieën, tips en speciale regels verwij- zen wij naar de omvangrijke vakliteratuur.23 Bowling Precisiespel voor meerdere personen. Accessoires 1 x universeel speelveld (6), Speelveld “Bowling” (
10 x Bowling-Pin 1 x Shuffle-schijf
Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, in één manche (Frame) alle 10 Bowling-Pins omver te werpen om zodoende op het einde van het spel de meeste punten te hebben. Startopstelling
1. Zet de Pins in de startopstelling (zie afb.).
2. Ga aan het aan de overzijde van de Pins gesi-
tueerde uiteinde van het speelbord staan. Spelregels
- Elke speler heeft max. 2 balworpen per Frame.
- Een spel bestaat uit 10 Frames.
- Tijdens het spel worden de omgeworpen Bowling-Pins (punten) geteld om op het einde het totale aantal punten vast te stellen.
- De speler met de meeste punten heeft gewon- nen. Spel
1. Werp een muntstuk om te bepalen, welke
speler eerst begint.
2. Rol de Shuffle-schijf over het speelveld in de
richting van de Bowling-Pins.
3. Blijven na de eerste worp enkele Bowling-Pins
staan, dan doet u een tweede worp.
4. Hebt u na de eerste worp alle Bowling-Pins
omvergeworpen, dan hebt u een „strike“ gegooid. De volgende speler is aan de beurt. Strike
- U hebt een „strike“ gegooid wanneer u bij de eerste worp alle 10 Bowling-Pins omvergewor- pen hebt.
- Wanneer u een strike gegooid hebt, doet u niet nog een worp.
- Een strike wordt beloond met 10 punten. Het aantal Bowling-Pins dat u bij de volgende beide worpen omverwerpt, wordt daar extra bij geteld. Spare
- U hebt een „spare“ gegooid wanneer u bij de tweede worp alle 10 Bowling-Pins omverge- worpen hebt.
- Een „spare“ wordt beloond met 10 punten plus het aantal Bowling-Pins dat u bij de volgende worp omverwerpt. Open frame
- U hebt een open frame gegooid wanneer u niet alle 10 Bowling-Pins in één frame omver- geworpen hebt.
- Een open frame telt de Bowling-Pins die u bij de beide worpen omvergeworpen hebt. Voor speciale regels, strategieën en tips verwij- zen wij naar de vakliteratuur. Shuffleboard Precisiespel voor 2 personen. Accessoires 1 x universeel speelveld (6), Speelveld Shuffle (
2 x Shuffle-schijf, blauw 2 x Schuffle-schijf, rood
Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, met de eigen Shuffle-schijven punten te scoren, de tegenspeler te blokkeren of de Shuffle-schijven van de tegen- stander in de 10 OFF-zone te schieten. Voorbereiding op het spel
1. Verdeel de Shuffle-schijven. Elke speler krijgt 2
Shuffle-schijven van dezelfde kleur.
2. Werp een muntstuk om te bepalen, welke
speler eerst begint. Spelregels
- Er wordt vanuit een speelvelduiteinde ge- speeld.
- Elke speler moet per ronde 2 Shuffle-schijven op de puntendriehoek schieten.
- Om punten te scoren, moet een Shuffle-schijf zich volledig binnen de puntendriehoek bevin- den.
- Het aaantal punten dat in het betreffende veld van de puntendriehoek staat, wordt geteld.
- Elke speler mag proberen, de schijven van de tegenstander uit de puntendriehoek te stoten.
- Wanneer de Shuffle-schijf van een speler in de 10 OFF-zone belandt, worden van deze speler 10 punten afgetrokken.
- Na elke ronde worden de betreffende punten toegevoegd of afgetrokken.
- Er wordt zolang gespeeld totdat het vooraf afgesproken aantal punten (max. 90) bereikt wordt. Spel
1. Plaats uw schijf aan het uiteinde van het speel-
veld dat aan de overzijde van de puntendrie- hoek (speelveld (
2. Laat de Shuffle-schijf over de tafel glijden
totdat alle schijven gebruikt zijn.
3. Tel de behaalde punten.
4. Zamel de schijven in en speel de volgende
ronde. NL/BE Voor strategieën, tips en speciale regels verwij- zen wij naar de omvangrijke vakliteratuur. Tafelvoetbal Behendigheidsspel voor 2 personen resp. 2 duo-teams. Accessoires 1 x speelveld “Tafelvoetbal” (1) 3 x tafelvoetbal Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, met aan draaibare grijpstangen aangebrachte speelfigu- ren een bepaald aantal ballen in het doel van de tegenstander te schieten. Spelregels
- Eén set bestaat uit min. 6 en max. 10 doelpun- ten.
- Nadat een set beëindigd werd, volgt er een wissel van kant. Beide spelers/teams kunnen afspreken, niet van kant te wisselen.
- Het duo-team met het recht op inwerpen be- slist als eerste over de positie van de spelers. Elke speler speelt aan 2 stangen en moet tijdens het spel zijn positie handhaven.
- Als slechts 2 spelers tegen elkaar spelen, speelt elke speler ieder aan al de stangen van de eigen kant. Spel
1. Werp een muntstuk om te bepalen, welke
speler resp. welk team eerst begint.
2. Als u het recht op inwerpen hebt, werpt u een
tafelvoetbal door het voor het inwerpen van een bal bestemde gat op het speelveld. De bal is „in het spel“.
3. Beweeg de bal van rij tot rij, doordat u de
betreffende stang bedient.
4. Geef met de bal zolang passes totdat u een
doelpunt kunt maken. Opmerking: Overschrijdt de bal de doellijn, dan wordt dit als doelpunt beoordeeld, ook als de bal terug het speelveld op kaatst. Bal inwerpen
- De bal wordt in het begin van een wedstrijd of na een gemaakt doelpunt door het voor het inwerpen van een bal bestemde gat „in het spel“ gebracht. De inwerpende speler mag proberen, het verloop van de bal te beïnvloe- den.
- Het is de spelers verboden, in de speelzone te grijpen wanneer de bal „in het spel“ is.
- De bal is „in het spel“ zodra hij het speelveld geraakt heeft. Pas dan mag de bal aange- speeld worden.
- Door het inwerpende team mag er geen doelpunt gemaakt worden voordat de bal een figuur geraakt heeft.
- De bal mag niet ingeworpen worden voordat alle spelers bevestigd hebben dat ze klaar zijn om te spelen.24 NL/BE Volgende inworpen
- De volgende inworpen worden gedaan door het team/de speler, tegen wie het laatste doelpunt gemaakt werd.
- In een wedstrijd met meerdere sets wordt de telkens eerste worp door het verliezende team gedaan. Bal „in het spel“
- Is de bal ingeworpen, dan moet hij „in het spel“ blijven.
- Een bal die in het voor het inwerpen van een bal bestemde gat rolt en weer naar het speelveld terugkeert, wordt als „in het spel“ beschouwd. „Bal uit het spel“
- De bal geldt als „Bal uit het spel“ wanneer hij een voorwerp buiten de speelzone raakt. Hij wordt terug in het spel gebracht door de speler/het team die/dat oorspronkelijk het recht op inwerpen had. „Dode bal“
- Met een „dode bal“ wordt een bal bedoeld die absoluut stil ligt en door geen enkele speelfiguur bereikt kan worden.
- Wordt de bal tussen het doel en de volgende 2e stang (28) als een „dode bal“ beschouwd, dan wordt hij in de dichtstbijzijnde hoek gelegd en het speelveld in gerold.
- Wordt de bal tussen de beide 5e stangen (30) als een „dode bal“ beschouwd, wordt hij weer door het voor het inwerpen van een bal bestemde gat „in het spel“ gebracht door het team dat oorspronkelijk het recht op inwerpen had „Time-out“
- Elk team/elke speler heeft het recht op twee „time-outs“ per set.
- Een „time-out“ mag niet langer dan 30 secon- den duren.
- Er mag slechts een „time-out“ genomen wor- den wanneer de bal niet in beweging is.
- Tijdens de „time-out“ is het verboden, de bal te raken. Een inbreuk daarop leidt tot balver- lies.
- Tijdens een „time-out“ kunnen de spelers van een team van positie wisselen. Draaien van de stangen
- De stangen mogen niet rondgewenteld wor- den. Iedere draaiing van de figuur van meer dan 360% vóór of na balcontact is in strijd met de regels.
- Beland t een bal, die door de stangen te draaien in beweging gebracht werd, in het doel, dan wordt het doelpunt niet toegekend.
- Wanneer er door de stangen te draaien een eigen doelpunt gemaakt wordt, wordt het doelpunt aan de tegenstander toegekend. Beïnvloeding van de tafel
- Het schokken of optillen van de tafel is verbo- den.
- Het aanraken van een stang van de tegen- stander is verboden.
- Overdreven felheid bij het geven van passes of bij het schieten is verboden. „Technische overtreding“
- Na overtreding van de regels kan een „techni- sche overtreding“ uitgesproken worden.
- Bij een „technische overtreding“ wordt het spel onderbroken. De tegenstander krijgt de bal en mag met de 3e stang 3 (29) op doel schieten. Zodra de bal de verdedigingszone van de tegenstander verlaat, gestopt werd of zodra er een doelpunt gemaakt werd, is de „technische overtreding“ beëindigd. De bal wordt weer in het spel gebracht. Voor strategieën, tips en speciale regels verwij- zen wij naar de omvangrijke vakliteratuur. Poolbiljart Strategisch denken en behendigheid vereisend spel voor 2 spelers of duo-teams. Accessoires 1 x speelveld poolbiljart (5) 2 x biljartstok 1 x triangel 2 x krijt 16 x biljartballen Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, sneller dan de tegenstander zijn gekleurde ballen (ofwel alle „volledige“ ofwel alle „halve“) ballen in de gaten te doen vallen. De speler die vervolgens correct de zwarte bal in een gat heeft gestoten, heeft gewonnen. Startopstelling
1. Leg de triangel op het speelveld met de punt
2. Plaats de ballen, met uitzondering van de
witte bal, in de triangel. Opmerking: Let erop dat de zwarte bal in het midden van de tweede rij van de triangel ligt. Aan de beide achterste hoeken moet telkens een “volledige” en een “halve” bal liggen. De bal met het nr. 1 ligt daarbij aan de punt van de triangel (zie afb.). Spelregels
- Er wordt van alle speelveldkanten gespeeld. Uitzondering is de openingsstoot.
- Bij een stoot moet de speler met minstens één been vast op de grond staan.
- Eén speler speelt op de ”volledige” ballen, de andere speler speelt op de “halve” ballen.
- De ballen mogen slechts één keer per stoot en uitsluitend met de punt van de biljartstok aangestoten worden.
- Een stoot mag pas volgen wanneer er geen enkele bal meer in beweging is.
- De zwarte bal mag pas in één van de gaten gestoten worden als er zich geen andere bal van de eigen kleur op het speelveld bevindt.
- De zwarte bal moet in het aangekondigde gat gespeeld worden.
- Het spel is verloren als de zwarte bal in een gat gestoten wordt, hoewel er zich eigen ballen op het speelveld bevinden.
- Het spel is verloren als de zwarte bal in een ander gat dan aangekondigd gestoten wordt. Spel
1. Verwijder de triangel en leg deze opzij.
2. Leg de witte bal op een denkbeeldige lijn (2)
tussen de middelste gaten (1) en de tegenover de punt van de triangel liggende biljartband (3).
3. Stoot de witte bal op de punt van de in de
driehoek geplaatste ballen.
4. Probeer daarbij een “volledige” of “halve”
bal in één van de gaten te doen vallen. Opmerking: Afhankelijk daarvan, welke bal u in een gat hebt doen vallen, speelt u van nu af aan op de betreffende balkleur („half“ of „volledig“). Opmerking: Doet u bij de openingsstoot meerdere ballen van een verschillende kleur in een gat vallen, opteert u voor een balkleur. Opmerking: Indien u bij de openingsstoot geen bal(len) in een gat heeft doen vallen, maar minstens met vier ballen de biljartbanden geraakt hebt, blijft u aan de beurt. Opmerking: Indien u bij de openingsstoot geen bal(len) in gat hebt laten vallen en minder dan vier ballen de biljartbanden raken, is de an- dere speler aan de beurt. De andere speler kan ervoor opteren, de ballen in de startopstelling te brengen en opnieuw te beginnen.
5. Nadat u al uw ballen in een gat hebt doen
vallen, doet u de zwarte bal in een gat vallen. Opmerking: Er moet vóór de stoot beslist worden, in welk gat de zwarte bal dient te belanden. Overtreding
- Na elke overtreding volgt er een wissel van speler.
- Er is sprake van een overtreding als er een bal van de tafel springt.
- Er is sprake van een overtreding als de punt van de biljartstok de witte bal bij het contact met een gekleurde bal nog raakt.
- Er is sprake van een overtreding als de witte bal in een gat belandt.
- Er is sprake van een overtreding als de witte bal geen gekleurde ballen raakt.
- Er is sprake van een overtreding als de witte bal eerst de bal van de tegenstander raakt.25 Tafeltennis Reactiespel voor 2 personen. Accessoires 1 x universeel speelveld (6), Speelbord backgammon en schaak 2 x bat 1 x tafeltennisnet 3 x tafeltennisbal
1. Leg het universele speelveld (6) met het
speelbord „Schaak“ en „Backgammon“ naar boven op de speeltafel.
2. Steek de netstangen (53a) in de op het frame
voorziene gaten (1).
3. Bevestig het tafeltennisnet (53b) op de net-
stangen (53a). Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, meer sets te winnen dan de tegenstander. Spelregels
- In principe worden er drie sets gespeeld. Maximaal kunnen er vijf sets gespeeld wor- den.
- Bij een gelijkspel na twee sets beslist de laat- ste set, wie de winnaar is. Set
1. De speler die als eerste elf punten behaalt,
2. Na elke set volgt er een wissel van kant.
Tijdens de laatste set wordt er reeds gewisseld wanneer een speler vijf punten behaald heeft. Opmerking: Hebben u en uw tegenstander allebei tien punten, dan wordt de set verlengd. Diegene die twee punten voorsprong heeft, wint de set. Opslag
2. Sla zodanig op de bal, dat hij eerst op uw
helft van het speelveld neerkomt en dan bij uw tegenstander.
- Raakt u het net, dan wordt dit als „let“ beoor- deeld. Herhaal de opslag.
- Slaat u bij de opslag de bal mis, dan krijgt uw tegenstander één punt.
- U slaat twee keer op, daarna wordt er gewis- seld. Bij een verlenging van een set wordt er in ieder geval altijd beurtelings opgeslagen. Balwissel
- Speel de bal direct op de helft van de tegen- stander, niet zoals bij de opslag aanvankelijk op uw eigen helft.
- Speel de bal slechts zodanig aan zoals hij voordien uitsluitend uw helft geraakt heeft.
- Neem de bal niet uit de lucht („volley“) aan.
- De bal mag, voordat hij op de helft van de tegenstander gespeeld werd, alleen het net of de stijl van het net raken. Andere lichaamsde- len en voorwerpen, zoals kleding of muren, zijn niet toegestaan. Worden deze toch geraakt, dan wordt dit als fout beschouwd.
- Van een punt is slechts sprake wanneer de bal de bovenkant van de tafel en niet de zijkant van de tafel raakt. Voor speciale regels en tips verwijzen wij naar de in grote omvang bestaande vakliteratuur. Schaakspel Strategisch bordspel voor 2 personen Accessoires 1 x universeel speelveld (6), Speelbord schaakspel (
16 x schaakstukken donker 16 x schaakstukken licht
16 x pion 4 x kasteel 4 x paard 4 x raadsheer 2 x koningin 2 x koning Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, de koning van de tegenstander te verslaan – hem schaak- mat te zetten. Basisopstelling Elke speler heeft ieder 8 pionnen, twee kastelen, twee paarden, twee raadsheren, een koningin en de koning.
1. Zet de schaakstukken in de startopstelling
(zie afb.). Opmerking: Het veld staat zodanig tussen de spelers, dat het linkse witte kasteel op een zwart veld staat.
2. De speler met de witte schaakstukken begint
het spel. Per zet mag er altijd slechts één schaakstuk verplaatst worden. Opmerking: De zet “rokade” vormt een uitzondering (zie punt „De rokade“).
3. Verplaats de schaakstukken in overeenstem-
ming met hun verplaatsingsregels. Verzet een speler zijn schaakstuk naar een veld dat door een schaakstuk van de tegenstander bezet is, dan verslaat hij dit.
4. Verwijder het verslagen schaakstuk van het
speelbord. NL/BE Verplaatsing van de schaakstukken Kasteel Verplaats het kasteel uitsluitend horizontaal of verticaal. Over andere schaakstukken kan er niet gesprongen worden. Raadsheer Verplaats de raadsheer diagonaal over het speelbord. Over andere schaakstukken kan er niet gesprongen worden. Koningin De koningin is het schaakstuk met de grootste bewegingsvrij- heid. Verplaats de koningin horizontaal, verticaal en diagonaal. Over andere schaakstuk- ken kan er niet gespron- gen worden. Koning Verplaats de koning één veld in elke willekeurige richting, voor zover het beoogde veld niet bezet of door een schaakstuk van de tegenstander bedreigd wordt. Paard Verzet het paard twee velden verticaal of hori- zontaal en één veld naar rechts of links. Het paard is het enige schaakstuk dat over andere schaakstukken (bezette velden) kan springen. Pion Verplaats de pion altijd alleen rechtdoor naar voren. Opmerking: Een uitzondering is het verslaan van schaakstuk- ken van de tegenstander met de pion. Is het voorste veld schuin links of rechts door een schaakstuk van de tegenstander bezet, kan hij dit diagonaal verslaan. Bij het schaakstuk van de pion zijn er nog vol- gende bijkomende, speciale zetten:26 Dubbele zet Wordt een pion voor het eerst verplaatst, dan kan hij twee zetten in één keer naar voren gezet worden. De beide velden mogen niet bezet zijn. En passant verslaan Deze zet is alleen toelaatbaar direct nadat er dubbele zet gedaan werd. Heeft een speler een dubbele zet direct naast een pion van de tegenstander gedaan, dan kan deze de eigen pion schuin achter de dubbel gezette pionnen verzetten en deze zodoende „en passant“ verslaan. Transformatie van pionnen Lukt het een speler, een pion naar de kant van de tegenstander (naar de eerste rij van de tegenstander) te verzetten, dan mag hij de pion in nog een ander(e) paard, raadsheer, kasteel of nog een andere koningin veranderen, onafhan- kelijk van het feit, of dit schaakstuk tijdens het verloop van het spel reeds verslagen werd. De rokade
- Bij de rokade gaat het om de enige zet bij het schaken, waarbij twee schaakstukken gelijktij- dig verplaatst mogen worden.
- De koning trekt bij deze zet vanuit de uitgangspositie twee velden naar links resp. rechts en het kasteel wordt via de koning naar het direct aangrenzende veld verplaatst. Vereiste voorwaarden voor de rokade:
- Noch koning noch het betreffende kasteel mogen vooraf verplaatst geweest zijn.
- Tussen koning en kasteel mogen er zich geen schaakstukken bevinden.
- De koning mag vóór de rokade niet door schaak bedreigd zijn, evenmin mag hij over een door schaak bedreigd veld springen of op een dergelijk veld belanden. Schaakspel
- Bedreigt een speler de koning van de tegen- stander, dan kondigt hij schaak aan.
- De bedreigde koning moet door het verslaan van een schaakstuk of door het wegtrekken uit de situatie bevrijd worden. Is dit niet mogelijk, omdat hij naar eveneens bedreigde velden zou kunnen oprukken, is hij schaakmat. Het spel is verloren.
- Wordt een speler weliswaar niet door schaak bedreigd, maar heeft hij geen andere mo- gelijkheid om een zet te doen, spreekt men van een patstelling – de wedstrijd eindigt met remise. De geschiedenis van het schaakspel ging vele eeuwen geleden van start. Het schaakspel geldt vandaag de dag als het populairste bordspel in Europa. Er bestaat een groot aantal varianten, tips en strategieën. Vakliteratuur over het thema “Schaak” vindt u in ruime mate. Dammen (Koningin) Strategisch bordspel voor 2 personen Accessoires 1 x universeel speelveld (6), Speelbord “Schaakspel” (
12 x damschijven donker 12 x damschijven licht
Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, de tegenstan- der alle mogelijkheden om een zet te doen te ontnemen, dus alle damschijven van de tegen- stander te verslaan of te blokkeren. Voorbereiding op het spel
1. De spelers verdelen hun damschijven over de
donkere velden van de eerste drie rijen.
2. Er wordt alleen op de zwarte velden ge-
- Verzet de damschijven alleen diagonaal één veld naar links of rechts voorwaarts. Indien mogelijk, moet u over de damschijven van de tegenstander springen. Nadat de zet gedaan werd, worden deze van het speelveld geno- men. Er bestaat veroveringsdwang!
- Bereikt u met een damschijf de basislijn van de tegenstander, dan mag deze damschijf tot dam gekroond worden. Daarbij wordt er een tweede damschijf bovenop gelegd.
- Verzet een dam diagonaal willekeurig veel velden voor- of achterwaarts. Kunt u met de dam meerdere stukken van de tegenstander verslaan, dan moet u dat doen.
- Nadat de laatste damschijf verslagen werd, moet de dam direct op het veld daarachter geplaatst worden.
- Bestaan er meerdere mogelijkheden om stukken van de tegenstander te verslaan, dan mag vrij beslist worden, welke damschijf verzet wordt.
- Kan een speler geen zet meer doen, dan heeft hij verloren. Indien geen speler meer kan winnen, eindigt de wedstrijd op een gelijkspel. Voor speciale regels, strategieën en tips verwij- zen wij naar de vakliteratuur. Backgammon Tactisch -/dobbelspel voor 2 personen Accessoires 1 x universeel speelveld (6), Speelbord “Backgammon” (
15 x sjoelschijven donker 15 x sjoelschijven licht 2 x dobbelsteen
Doel van het spel Het doel van het spel bestaat erin, als eerste zijn stukken in eerste instantie naar “Home” (2) te brengen en ze dan tot in “Uit” (3) te dobbe- len (zie afb.). De speler, die daar het snelst in slaagt, wint het spel. Op de middellijn van het speelbord (Bar) (1) worden verslagen stukken neergelegd. Bij het verzetten van de stukken moet de looprichting nageleefd worden en er gelden bepaalde regels.
Voorbereiding op het spel Zet de stukken in de startopstelling (zie afb.).
- Wit speelt van boven rechts tegen de richting van de wijzers van de klok in naar onder rechts naar zijn “Home” (en van daaruit naar “Uit”).
- Zwart speelt met de richting van de wijzers van de klok van onder rechts naar boven rechts naar “Home” (en dan naar “Uit”). Spelregels
- Bepaal eerst met de dobbelsteen, wie begint. Daarvoor dobbelt elke speler met een dobbel- steen. De speler met het hogere aantal ogen begint.
- Dobbel vanaf dan altijd met twee dobbelste- nen.
- Beslis nu, of u het gedobbelde aantal ogen met één of twee stukken wenst te verzetten.
- U mag zich niet verplaatsen naar velden die met meer dan één stuk van de tegenstander bezet zijn.
- Als u beide aantallen ogen voor één stuk gebruikt, mogen de aantallen niet gewoon opgeteld worden, maar moet elk gedobbeld resultaat afzonderlijk gezet en de tussenstop op een toelaatbaar veld volgen.
- In principe geldt dat de stukken afhanke- lijk van de beide gedobbelde aantallen verplaatst moeten worden. Kunt u slechts één aantal verzetten, dan moet u het hogere aantal ogen gebruiken.
- Dobbelt u twee keer hetzelfde aantal ogen, dan wordt het resultaat verdubbeld resp. dan mag u uw stuk volgens dit aantal vier keer verzetten – al naargelang de zetmogelijkheid met één, twee, drie of vier stukken.
- Komt er een stuk op een veld met slechts één stuk van de tegenstander, dan wordt dit versla- gen en op de middellijn (Bar) neergelegd.
- De speler die één of meerdere stukken op de Bar heeft liggen, moet deze in eerste instantie weer in het spel brengen voordat hij zijn andere stukken verder mag verzetten. Stukken uit de Bar worden via het “Home” van de tegenstander in het spel gebracht – volgens gedobbelde aantallen ogen en toelaatbare Points op de velden 1-6. NL/BE27NL/BE Prime
- Een mogelijkheid om het spel voor de tegen- stander moeilijk te maken, is de vorming van een Prime.
- Meerdere op elkaar volgende Points worden met telkens minstens twee stukken bezet om ze zo voor de tegenstander te blokkeren.
- Zijn 6 Points achter elkaar bezet, dan spreekt men van een Full-Prime, een onoverkomelijke blokkade.
- Wanneer alle stukken zich in “Home”” bevin- den, mag u met het uitdobbelen beginnen. Dient er een stuk verslagen te worden, moet dit eerst weer in het spel en tot in het eigen “Home” gebracht worden voordat er verder uitgedobbeld kan worden.
- Stukken worden uitgedobbeld doordat u ze in ”Home” via het laatste veld naar “Uit” verzet. Indien het gedobbelde resultaat niet tot “Uit” reikt, worden de stukken gewoon volgens het betreffende aantal verder verzet.
- Is de worp hoger dan het verst verwijderde stuk, dan mag u het verwijderen.
- Gewonnen heeft de speler die als eerste zijn stukken uitgedobbeld heeft. Voor strategieën, tips en speciale regels verwij- zen wij naar de omvangrijke vakliteratuur. Accessoires en nog andere spelletjes 1 x kaartendeck 1 x ringworpspel 1 x hoefijzerspel 2 x werpstang met zuignap Opslag, reiniging Het artikel altijd droog en netjes in een op tem- peratuur gebrachte kamer opbergen. Uitsluitend met een droge reinigingsdoek schoonvegen. BELANGRIJK! Nooit met chemische reinigings- middelen reinigen. Afvalverwerking Voer het artikel en verpakkingsmaterialen in overeenstemming met actuele lokale voor- schriften af. Verpakkingsmaterialen, zoals bv. foliezakjes, horen niet thuis in kinderhanden. Berg het verpakkingsmateriaal buiten het bereik van kinderen op. Opmerkingen over garantie en serviceafhandeling Het product is geproduceerd met grote zorg en onder voortdurende controle. U ontvangt een garantie van drie jaar op dit product, vanaf de datum van aankoop. Bewaar alstublieft uw aankoopbewijs. De garantie geldt alleen voor materiaal- en fa- bricagefouten en vervalt bij foutief of oneigenlijk gebruik. Uw wettelijke rechten, met name het garantierecht, worden niet beïnvloed door deze garantie. In geval van reclamaties dient u zich aan de beneden genoemde service-hotline te wenden of zich per e-mail met ons in verbinding te zetten. Onze servicemedewerkers zullen de verdere handelswijze zo snel mogelijk met u afspreken. Wij zullen u in ieder geval persoonlijk te woord staan. De garantieperiode wordt na eventuele repa- raties en op basis van de garantie, wettelijke garantie of coulance niet verlengd. Dit geldt ook voor vervangen en gerepareerde delen. Na afloop van de garantieperiode dienen eventuele reparaties te worden betaald. IAN: 306207 Service België Tel.: 070 270 171 (0,15 EUR/Min.) E-Mail: deltasport@lidl.be Service Nederland Tel.: 0900 0400223 (0,10 EUR/Min.) E-Mail: deltasport@lidl.nl28 DE/AT/CH Herzlichen Glückwunsch! Mit Ihrem Kauf haben Sie sich für einen hoch- wertigen Artikel entschieden. Machen Sie sich vor der ersten Verwendung mit dem Artikel vertraut. Lesen Sie hierzu aufmerksam die nach- folgende Gebrauchsanleitung. Benutzen Sie den Artikel nur wie beschrieben und für die angegebenen Einsatzbereiche. Bewahren Sie diese Anleitung gut auf. Händigen Sie alle Unterlagen bei Weitergabe des Artikels an Dritte ebenfalls mit aus. Lieferumfang (Abb. A) 260 x Einzelteil Montage 29 x Spielzubehör 1 x Gebrauchsanleitung Bestimmungsgemäße Ver- wendung Dieser Artikel ist für 1-6 Spieler ab 5 Jahren und nur für den privaten Gebrauch bestimmt. Verwendete Symbole Herstellungsdatum (Monat/Jahr): 10/2018 Sicherheitshinweise
SimpelGids