IFM PI1714 - Druksensor

PI1714 - Druksensor IFM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PI1714 IFM in PDF-formaat.

📄 37 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice IFM PI1714 - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over PI1714 IFM

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Druksensor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PI1714 - IFM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PI1714 van het merk IFM.

GEBRUIKSAANWIJZING PI1714 IFM

Gebruiksaanwijzing Elektronische druksensor

PI17xx

Inhoudsopgave

1 Inleiding 4

1.1 Gebruikte symbolen 4
1.2 Waarschuwingen 4

2 Veiligheidsaanwijzingen 5

2.1 Cybersecurity 6

3 Gebruik volgens de voorschriften 7

3.1 Toepassing 7

4 Functie 8

4.1 IO-Link 8
4.2 IO-Link-eigenschappen van de sensor 9

4.2.1 Beschrijving IO-Link-interface 9
4.2.2 Interne apparaattemperatuur.... 9
4.2.3 Teller registratie overdrukmomenten.... 9
4.2.4 Optische lokalisatie 9
4.2.5 Event-logging 9
4.2.6 Bedrijfsurenteller 9
4.2.7 Teller voor schakelcycli.... 10

4.3 Analyse van de meetcel 10
4.4 Gedefinieerde toestand bij een storing 10
4.5 Nulpuntgedrag bij de apparaatweergave en de uitgangen 11
4.6 Bedrijfsmodi 11

4.6.1 2-draadsaansluiting.... 12
4.6.2 3-draadsaansluiting....12

4.7 Schakelfunctie (alleen in 3-draads-bedrijf) 12
4.8 Analoge uitgang 12
4.9 Kalibratie door de klant 13

5 Montage Aseptoflex-Vario 15

5.1 Toepasbaar in hygiënische omgeving volgens 3-A 16
5.2 Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDG.... 16
5.3 Ontluchtingsmembraan.... 17

5.3.1 Functie ontluchtingsmembraan 17
5.3.2 ▶ Uitlijning filterafdekking 17
5.3.3 Filterafdekking vervangen.... 17

6 Elektrische aansluiting 19

7 Bedienings- en weergave-elementen 20
8 Menu....21

8.1 Menustructuur: Hoofdmenu.... 21
8.2 Toelichting bij het hoofdmenu 21
8.3 Menustructuur: Niveau 2 (uitgebreide functies) 22
8.4 Toelichting bij het menuniveau 2.... 22
8.5 Menustructuur: Niveau 3 (simulatie) 23
8.6 Toelichting bij het menuniveau 3....23

9 Parametrering 24

9.1 Parametrering algemeen.... 24
9.2 Parametrering via IO-Link 28
9.3 Indicatie configureren (optioneel) 28
9.4 Uitgangssignalen vastleggen 29

9.4.1 Uitgangsfunctie vastleggen 29
9.4.2 Schakelgrenzen vastleggen 29
9.4.3 Schakelgrenzen vastleggen bij vensterfunctie.... 29
9.4.4 Analoge waarde voor OUT2 schalen.... 29

9.5 Gebruikersinstellingen (optioneel).... 30

9.5.1 Nulpuntkalibratie en aanpassing eindwaarde meetbereik 30
9.5.2 Onjuist gedrag van de uitgangen vastleggen 30
9.5.3 Vertragingstijd voor de schakeluitgangen vastleggen 30
9.5.4 Schakellogica voor de schakeluitgangen vastleggen.... 30

9.5.5 Demping voor het schakelsignaal vastleggen 30
9.5.6 Demping voor het analoge signaal vastleggen 31

9.6 Servicefuncties 31

9.6.1 Aflezen van de min-/max-waarden voor systeemdruk 31
9.6.2 Sensor/parameter resetten 31

9.7 Simulatiefunctie.... 32

9.7.1 Menuniveau 3 (simulatie) openen 32

9.8 Simulatie.... 32

9.8.1 Simulatiewaarde instellen 32
9.8.2 Simulatiewaarde instellen 32
9.8.3 Simulatie in-/uitschakelen 32
9.8.4 Aflezen van de overbelastingsmomenten 32

10 Bedrijf 34

10.1 Instelling van de parameters aflezen.... 34
10.2 Overschakelen van de weergave naar de Run-modus 34

11 Storing verhelpen 35

11.1 Storing verhelpen 35

12 Afvoer, reparatie en retourzending 36
13 Fabrieksinstelling 37

1 Inleiding

Handleiding, technische gegevens, certificeringen en overige informatie via de QR-code op het apparaat/op de verpakking of op documentation.ifm.com.

1.1 Gebruikte symbolen

√ Voorwaarde
▶ Instructie voor het uitvoeren van een handeling
▷ Reactie, resultaat

[...] Aanduiding van toetsen, knoppen of indicaties

→ Verwijzing

IFM PI1714 - Gebruikte symbolen - 1

Belangrijke aanwijzing

Bij niet-naleving van de voorschriften kunnen storingen ontstaan

IFM PI1714 - Gebruikte symbolen - 2

Informatie

Aanvullende aanwijzing

1.2 Waarschuwingen

Waarschuwingen waarschuwen voor mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Daardoor is het mogelijk veilig met het product om te gaan. Waarschuwingen worden als volgt beoordeeld:

IFM PI1714 - Waarschuwingen - 1

WAARSCHUWING

Waarschuwing voor ernstig lichamelijk letsel

▷ Dodelijk en zwaar letsel is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.

IFM PI1714 - Waarschuwingen - 2

VOORZICHTIG

Waarschuwing voor licht en middelzwaar persoonlijk letsel

▷ Licht tot middelzwaar letsel is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.

ATTENTIE

Waarschuwing voor materiële schade

▷ Materiële schade is mogelijk als de waarschuwing wordt genegeerd.

2 Veiligheidsaanwijzingen

- Het beschreven apparaat wordt als deelcomponent in een systeem ingebouwd.

  • De veiligheid van het systeem is de verantwoordelijkheid van de bouwer.
  • De systeembouwer is verplicht een risicobeoordeling uit te voeren en van daaruit documentatie op te stellen en mee te leveren volgens de wettelijke gestandaardiseerde eisen voor de exploitant en de gebruiker van het systeem. Deze moet alle noodzakelijke informatie en veiligheidsaanwijzingen bevatten voor de exploitant, gebruiker en eventueel het door de systeembouwer geautoriseerde servicepersoneel.

  • Dit document voor inbedrijfstelling van het product lezen en tijdens de gebruiksduur opbergen.

  • Het product moet onbeperkt geschikt zijn voor de betreffende applicaties en omgevingscondities.
  • Het product alleen volgens de voorschriften gebruiken (→ Gebruik volgens de voorschriften).
  • Het product alleen voor de goedgekeurde media gebruiken (→ Technische gegevens).
  • Het niet naleven van de gebruiksaanwijzingen of de technische gegevens kan tot materiële schade en/of persoonlijke ongevallen leiden.
  • Voor gevolgen door wijzigingen in het product of verkeerd gebruik door de exploitant is de fabrikant niet aansprakelijk en biedt hij geen garantie.
  • De montage, elektrische aansluiting, inbedrijfstelling, bediening en onderhoud van het product mogen alleen door opgeleid vakkundig personeel worden uitgevoerd dat door de exploitant is geautoriseerd.
  • Apparaten en kabels op een doeltreffende manier tegen beschadiging beschermen.
  • Bewaar het apparaat op in de originele verpakking.

IFM PI1714 - Veiligheidsaanwijzingen - 1

VOORZICHTIG

Bij hoge mediatemperaturen kunnen delen van het apparaat heet worden.

▷ Risico op brandwonden
▶ Raak het apparaat niet aan.
▶ Behuizing afschermen om niet in contact te komen met ontvlambare stoffen en tegen onopzettelijk aanraken.

ATTENTIE

Stoomapplicaties

▷ Gevaar op mechanische beschadiging van de sensor of het leidingwerk door stoomslag.
▶ Bescherm de sensor tegen overmatige blootstelling aan cavitatie en stoomstoten.
▶ Ontwerp het leidingwerk volgens de laatste stand van de techniek.
▶ Installeer de sensor niet in de directe omgeving van kleppen, bochten en dergelijke in leidingen om onnodige stoomstoompieken tegen te gaan.
▶ Verwarm de installatie voor voordat de stoom binnendringt en verwijder vloeistofresten uit de leiding, door bijvoorbeeld deze uit te blazen of andere geschikte maatregelen te nemen.
▷ De toegestane temperaturen van de sensor mogen daarbij niet worden overschreden → datablad.

2.1 Cybersecurity

Installatie

Het apparaat is geschikt voor gebruik in een veilige omgeving conform IEC 62443-1-1.

Het apparaat is ontworpen voor gebruik achter een firewall.

▶ Voer een risicobeoordeling van de installatie uit conform IEC 62443-1-1.
▶ Neem maatregelen om de fysieke veiligheid te waarborgen

Bedrijf

▶ Neem de beveiligingsfuncties in acht die in de documentatie van het apparaat staat vermeld en neem de aanbevelingen voor het gebruik in acht.

Onderhoud

▶ Beveilig de systeemconfiguratie en systeemgegevens conform de change-management-processen van de onderneming.

Ontmantelen

▶ Zorg ervoor dat er geen gevoelige informatie in onbevoegde handen valt.
▶ Voordat u het apparaat buiten gebruik stelt, moet u altijd de systeeminstellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen.

3 Gebruik volgens de voorschriften

Het apparaat meet en bewaakt de systeemdruk, resp. het hydrostatische niveau en de temperatuur in installaties.

3.1 Toepassing

Druktype: relatieve druk

IFM PI1714 - Toepassing - 1

Gegevens over drukvastheid en barstdruk → Datablad

IFM PI1714 - Toepassing - 2

Statische en dynamische overdrukken die de opgegeven drukvastheid overschrijden, moet door geschikte maatregelen worden tegengegaan. De opgegeven barstdruk mag niet worden overschreden. Al bij een kortstondige overschrijding van de barstdruk kan het apparaat worden beschadigd. ATTENTIE: verwondingsgevaar!

IFM PI1714 - Toepassing - 3

Niet geschikt voor gebruik in systemen die moeten voldoen aan de criteria voor punt E9.2 / 63-04 van de norm 3-A.

IFM PI1714 - Toepassing - 4

Het apparaat is bestand tegen vacuum. Let op de informatie in het datablad!

4 Functie

Meetcel:

  • De systeemdruk wordt door een keramisch capacitief meetmembraan gemeten.
  • De afdichting van de keramische meetcel is vrij van elastomeren en zodoende onderhoudsvrij.
  • De mediumtemperatuur wordt aan de achterzijde van de keramische meetcel gemeten: Berekeningsformule voor de nauwkeurigheid → Datablad

Signaaloverdracht:

- Het apparaat kan in de SIO-modus (Standard Input Output) en in de IO-Link-modus worden gebruikt. De basisbedrijfsmodus is SIO. Bij aansluiting op een IO-Link-master schakelt het apparaat automatisch over naar de IO-Link-modus. Een handmatig omschakelen is daarom niet noodzakelijk.

SIO-modus:

  • Analoog signaal drukmeetwaarde 4-20 mA (pin 2).
    • Schakelinformatie (pin 4).

IO-Link-modus:

  • Drukmeetwaarde
    • Temperatuurmeetwaarde
    • Over- en onderschrijding van de grenzen van het meetbereik
  • Apparaatstatus
    • Schakelinformatie
    • Parameterinstelling
    • Apparaatdiagnose (events)

IO-Link is een communicatieinterface voor het aansluiten van intelligente sensoren en actuatoren op automatiseringssystemen. IO-Link is gestandaardiseerd in de norm IEC 61131-9.

IFM PI1714 - IO-Link - 1

Algemene informatie over IO-Link op io-link.ifm

IFM PI1714 - IO-Link - 2

Input Output Device Description (IODD) met alle parameters, procesgegevens en gedetailleerde beschrijvingen van het apparaat op documentation.ifm.com

IO-Link biedt de volgende voordelen:

  • Storingsvrije overdracht van alle gegevens en proceswaarden
  • Parametrering tijdens het lopende proces of vooraf ingesteld buiten de applicatie
  • Parameters voor de identificatie van de aangesloten apparaten in de installatie
    • Aanvullende parameters en diagnosefuncties
  • Automatische back-up en herstel van parametersets als een apparaat wordt vervangen (gegevensopslag)
    • Vastleggen van parametersets, proceswaarden en gebeurtenissen (events)
  • Bestand met apparaatbeschrijving (IODD - Input Output Device Description) voor eenvoudige projectplanning
    • Gestandaardiseerde elektrische aansluiting
    • Onderhoud op afstand

Een beschrijving van de IO-Link-interface vindt u op www.io-link.ifm

De sensor stelt de interne apparaattemperatuur als uitleesbare parameter beschikbaar voor diagnosedoeleinden.

4.2.2 Interne apparaattemperatuur

De interne apparaattemperatuur van de sensor kan via het IO-Link-kanaal worden uitgelezen. Meetbereik: -25...155 °C (-13...311 °F), resolutie 1 °C (1,8 °F), nauwkeurigheid +/- 5 °C (9 °F). Gegevens over het meetbereik en de nauwkeurigheid → Datablad.

4.2.3 Teller registratie overdrukmomenten

Het apparaat beschikt over een teller voor registratie van de overdrukmomenten. De waarde waarboven een druk als overdruk wordt beschouwd, kan worden ingesteld.

• HPIC = teller registratie overdrukmomenten
HIPC telt hoe vaak de drempel HIPS werd overschreden.
De overschrijding moet min. 0,5 ms duren.

• HIPS = drempel overdruk.

De [HIPC] kan worden gereset met het reset-commando [Reset_HIPC] en met de [Back-to-Box]. Zie: Sensor/parameter resetten (→ 31)

IFM PI1714 - Teller registratie overdrukmomenten - 1

Bij een onderbreking van de voedingsspanning kunnen maximaal de momenten van de afgelopen 10 minuten verloren gaan, omdat deze in de achtergrond worden opgeteld en nog niet vast in het geheugen zijn overgezet.

4.2.4 Optische lokalisatie

De sensor kan via de commando's [Knipperen_aan]/[Knipperen_uit] in de installatie worden gelokaliseerd. Bij gebruik van het commando knipperen de LED's van de schakeltoestand en het apparaatdisplay toont [IO-L].

4.2.5 Event-logging

Met IO-Link beschikt de sensor over twee logging-mechanismen:

• Event History (parameter [Event_History])
• Event Counter (parameter [Event_Counter])

In de Event History worden de laatste 20 opgetreden events vastgelegd. Zolang er geen event is opgetreden, verschijnt in deze lijst de waarde [NoEvent] of [0].

Aan de hand van de Event Counters (begrensd tot 2 32 gebeurtenissen) kan worden uitgelezen hoe vaak een specifiek event bij de sensor is opgetreden.

De Event Counter en de Event History kunnen worden gereset met behulp van de IO-Link-opdrachten [RESET_EVENT_HISTROY], [RESET_EVENT_COUTER] en [Back-to-Box].

Zie: Sensor/parameter resetten ( → ☐ 31)

4.2.6 Bedrijfsurenteller

In de parameter [operating_hours] worden de uren geteld waarin de sensor actief was (kan niet worden gereset).

4.2.7 Teller voor schakelcycli

De sensor telt de schakelcycli bij uitgang 1 en uitgang 2 in de parameter [OUT_Counter] en slaat deze waarden elke volle 60 minuten op.

Deze parameter kan worden gereset met [Reset_to_zero] of met [Back to Box].

Zie: Sensor/parameter resetten (→ 31)

4.3 Analyse van de meetcel

De keramisch-capacitieve meetcel is een betrouwbaar en overbelastbaar meetsysteem waarbij geen afvulvloeistof nodig is.

Het apparaat bewaakt voortdurend de status ervan en die van de meetcel.

Ontstaat er toch een beschadiging aan de meetcel, gaat de analoge uitgang naar een gedefinieerde toestand, instelbaar via [FOU2], bovendien wordt dit gemeld via het display op het apparaat en de IO-Link-interface.

Afhankelijk van de beschadiging en het medium zal de sensor verschillende meldingen versturen:

  • Bij geleidbare media als water verstuurt de sensor [CELL Err] of een andere foutmelding.
  • In niet-geleidende media zoals lucht of olie verstuurt de sensor [CELL Err].

Medium dat zeer snel binnendringt, kan bovendien tot uitval van de elektronica leiden en zodoende een diagnose voorkomen.

De functionaliteit van de meetceldiagnose [CELL Err] is vanuit de fabriek uitgeschakeld.

IFM PI1714 - Analyse van de meetcel - 1

Afb. 1: Voorbeeld apparaatstatus

IFM PI1714 - Analyse van de meetcel - 2

De parameter [cELd] kan alleen via de IO-Link-communicatie worden geselecteerd en is beschikbaar vanaf de apparaatstatus AB.

▶ De apparaatstatus staat vermeld in de opdruk op het apparaat. De positie van het label varieert afhankelijk van het apparaat.

Signalering op de sensor:

• [Cell] en [Err] worden afwisselend in het display weergegeven.

Uitgang naar de besturing:

- Het event [0x8CDF] wordt verzonden. IO-Link (→ 8)

IFM PI1714 - Analyse van de meetcel - 3

IO-Link-masters onderbreken de communicatie met het apparaat na een defect aan het apparaat.

▶ Van event-meldingen moet daarom een back-up worden gemaakt.

4.4 Gedefinieerde toestand bij een storing

Wordt een apparaatfout gedetecteerd, gaat de analoge uitgang naar een gedefinieerde toestand.

IFM PI1714 - Gedefinieerde toestand bij een storing - 1

Bij foutsignalering (On = 21,5 mA, Off = 3,5 mA)

▶ Parameters via IO-Link uitlezen of contact opnemen met de fabrikant.

4.5 Nulpuntgedrag bij de apparaatweergave en de uitgangen

IFM PI1714 - Nulpuntgedrag bij de apparaatweergave en de uitgangen - 1

Vanwege de toegestane apparaattoleranties en temperatuurveranderingen kan de sensor in drukloze toestand van de installatie een afwijking van het nulpunt weergeven. Om dat tegen te gaan, is het apparaat uitgerust met functies die het meetsignaal stabieler houden op de proceswaarde 0.

Nulpuntgedrag apparaatweergave en schakeluitgang:

IFM PI1714 - Nulpuntgedrag bij de apparaatweergave en de uitgangen - 2

Afb. 2: Apparaatweergave en schakeluitgang

1: Proceswaarde
2: Uitgangssignaal sensor met hysterese (groen)
3: Ideaal meetsignaal (rood)
4: Installatiedruk
5: Nulpuntstabilisatie → datablad

De eerste proceswaarde die op het display van het apparaat wordt getoond en via de schakeluitgang kan worden verwerkt, is bepaald door de nulpuntstabilisatie.

Binnen de nulpuntstabilisatie kan de schakeluitgang niet worden geparametreerd.

IFM PI1714 - Nulpuntgedrag bij de apparaatweergave en de uitgangen - 3

De nulpuntstabilisatie wordt weergegeven in % van het bereik → datablad.

Nulpuntgedrag analoge uitgang en IO-Link-communicatie:

IFM PI1714 - Nulpuntgedrag bij de apparaatweergave en de uitgangen - 4

Afb. 3: Analoge uitgang en IO-Link-communicatie

1: Proceswaarde
2: Uitgangssignaal sensor (groen)
3: Ideaal meetsignaal (rood)
4: Installatiedruk
5: Nulpuntstabilisatie → datablad
6: 0,5 x nulpuntstabilisatie → datablad

De eerste proceswaarde die via de analoge uitgang en de IO-Link-communicatie kan worden verwerkt, wordt vastgelegd door de helft van de nulpuntstabilisatie (6).

In het verdere gedeelte van de nulpuntstabilisatie (5) verloopt het uitgangssignaal van de sensor onder een grotere hellingshoek.

IFM PI1714 - Nulpuntgedrag bij de apparaatweergave en de uitgangen - 5

De nulpuntstabilisatie wordt aangegeven als een % van het bereik → datablad.

4.6 Bedrijfsmodi

De bedrijfsmodus wordt bepaald door de bekabeling (→ Elektrische aansluiting) en automatisch herkend door het apparaat.

4.6.1 2-draadsaansluiting

OUT2 (pen 2)Drukproportioneel analoog signaal 4...20 mA of 20...4 mA.

4.6.2 3-draadsaansluiting

OUT1 (pen 4)2 mogelijkheden (automatische omzetting)Schakelsignaal voor drukgrenswaarde
Communicatie via IO-Link
OUT2 (pen 2)3 mogelijkheden (handmatige omzetting in het menu)Schakelsignaal voor drukgrenswaarde
Drukproportioneel analoog signaal 4...20 mADrukproportioneel analoog signaal 20...4 mA

4.7 Schakelfunctie (alleen in 3-draads-bedrijf)

OUTx wijzigt zijn schakeltoestand bij het over- of onderschrijden van de ingestelde schakelgrenzen (SPx, rPx). Hierbij kunnen volgende schakelfuncties worden gekozen:

  • Hysteresefunctie / maakcontact: [OUx] = [Hno] (→ Afbeelding hysteresefunctie).
  • Hysteresefunctie / verbreekcontact: [OUx] = [Hnc] (→ Afbeelding hysteresefunctie).

Eerst wordt het schakelpunt (SPx) vastgelegd, dan op de gewenste afstand het terugschakelpunt (rPX).

  • Vensterfunctie / maakcontact: [OUx] = [Fno] (→ Afbeelding vensterfunctie).
  • Vensterfunctie / verbreekcontact: [OUx] = [Fnc] (→ Afbeelding vensterfunctie)
  • De breedte van het venster is instelbaar door de afstand van SPx naar rPx. SPx = bovenste waarde, rPx = onderste waarde.

IFM PI1714 - Schakelfunctie (alleen in 3-draads-bedrijf) - 1

Afb. 4: Hysteresefunctie

IFM PI1714 - Schakelfunctie (alleen in 3-draads-bedrijf) - 2
Afb. 5: Vensterfunctie

P =Systeemdruk
HY =Hysterese
FE =Venster

4.8 Analoge uitgang

Het apparaat geeft een analoog signaal af, dat proportioneel is aan de druk. Binnen het meetbereik ligt het analoge signaal bij 4...20 mA. Het meetbereik is schaalbaar:

• [ASP2] bepaalt bij welke meetwaarde het uitgangssignaal 4 mA bedraagt.
• [AEP2] bepaalt bij welke meetwaarde het uitgangssignaal 20 mA bedraagt.

IFM PI1714 - Analoge uitgang - 1

Minimumafstand tussen [ ASP2 ] en [ AEP2 ] = 20% van de eindwaarde meetbereik.

Ligt de meetwaarde buiten het meetbereik of is er een interne fout, dan wordt het stroomsignaal verzonden dat in de volgende afbeelding staat aangegeven. Het analoge signaal voor de storing is instelbaar:

  • [FOU] = On bepaalt dat het analoge signaal bij een storing naar de maximale waarde gaat (21,5 mA).
  • [FOU] = Off geeft aan dat het analoge signaal bij een fout naar de minimum waarde gaat (3,5 mA).

IFM PI1714 - Analoge uitgang - 2

Afb. 6: Uitgangskarakteristiek analoge uitgang volgens Namur

1:Analoog signaal
2:Meetwaarde (in geconfigureerde eenheid)
3:Meetbereik (uitleveringstoestand)
4:Schaalbaar meetbereik
5:FOU = Off = 3,5 mA
6:FOU = On = 21,5 mA
P:Druk
MAW:Beginwaarde meetbereik bij niet-schaalbaar meetbereik.
MEW:Eindwaarde meetbereik bij niet- schaalbaar meetbereik
ASP:Analoog startpunt bij geschaald meetbereik
AEP:Analoog eindpunt bij geschaald meetbereik
UL:Weergavebereik onderschreden
OL:Weergavebereik overschreden
FOU:Uitgangsgedrag bij een storing

4.9 Kalibratie door de klant

De kalibratie door de klant verandert de meetwaardecurve ten opzichte van de werkelijke meetwaarden (nulpunkalibratie en stijgingscorrectie). Daarbij de volgende volgorde in acht nemen:

▶ Nulpuntkalibratie [coF] in het bereik -5%....+5% van de eindwaarde meetbereik (MEW) uitvoeren.
▶ Kalibratiefactor [CGA] in het bereik -5%....+5% van de eindwaarde meetbereik (MEW) uitvoeren. De vorige nulpuntkalibratie blijft bestaan.

Voorbeeld: Verandering nulpunt [coF]

IFM PI1714 - Kalibratie door de klant - 1

A: Uitgangssignaal

D: Druk

MEW: Eindwaarde meetbereik

V0: Meetwaardecurve bij fabrieksinstelling

V1, Gewijzigde meetwaardecurve

V2:

Voorbeeld: Verandering stijging [CGA]

IFM PI1714 - Kalibratie door de klant - 2

A: Uitgangssignaal

D: Druk

MEW: Eindwaarde meetbereik

V0: Meetwaardecurve bij fabrieksinstelling

V1, Gewijzigde meetwaardecurve

V2:

De verandering in stijging wordt aangegeven in procenten.

▶ Analoge start [ASP] en [AEP] handmatig of via teach-functie invoeren.

Worden de stijging [CGA] en de offset [coF] gewijzigd, dan worden daardoor de [ASP] en de [AEP] beïnvloed.

5 Montage Aseptoflex-Vario

IFM PI1714 - Montage Aseptoflex-Vario - 1

VOORZICHTIG

Bij mediatemperaturen van meer dan 50 °C (122 °F) kunnen sommige gedeelten van de behuizing warmer worden dan 65 °C (149 °F).

▷ Verbrandingsgevaar.
▶ Behuizing afschermen om niet in contact te komen met ontvlambare stoffen en tegen onopzettelijk aanraken.

Voordat het apparaat wordt gemonteerd en gedemonteerd: Zorg er voor dat de installatie drukloos is en er zich geen medium in de leiding of tank bevindt.

▶ Houd rekening met gevaren die verbonden kunnen zijn met installatie- en mediatemperaturen.
Informatie over beschikbare adapters op: www.ifm.com

▶ Handleiding van de adapter in acht nemen.

  • ▶ Gebruik een goedgekeurde smeerpasta die geschikt is voor de toepassing.
    ▶ Sensor met de procesadapter in de procesaansluiting aanbrengen.
    ▶ Met een steeksleutel aandraaien: aandraaimoment 35 Nm.

Verder draaien kan van invloed zijn op de afdichting.

De procesadapter kan worden aangepast aan verschillende procesaansluitingen.

De volgende mogelijkheden zijn mogelijk:

1: Montage met procesadapter met afdichtring (hygiënisch conform 3-A en EHEDG)

Bestelnr. E332xx / E333xx.

▶ Voor het naleven van de hygiène-eisen een procesadapter met lekkageboorgat gebruiken.

De adapters worden geleverd met een EPDM-O-ring (bestelnr. E30054). Overige afdichtringen zijn als toebehoren leverbaar:

• FKM-O-ring (bestelnr. E30123)
- PEEK-afdichtring (bestelnr. E30124). De PEEK-afdichtring is stabiel gedurende een lange periode en onderhoudsvrij.
▶ Bij verwisselen van de PEEK-afdichtring of bij vervanging van de PEEK-afdichtring door een O-ring moet ook de procesadapter worden vervangen door een nieuw, gelijkwaardig type.

2: Montage met procesadapter met afdichtring (hygiënisch conform 3-A en EHEDG)

▶ Voor het naleven van de hygiène-eisen een procesadapter met lekkageboorgat gebruiken.
▶ Let erop dat de procesadapter bij het inlassen niet vervormd. Blindstop E30452 gebruiken.
▶ De afdichtkant mag ook bij oppervlaktebehandeling achteraf op geen enkele wijze worden beïnvloed. (→ Gebruiksaanwijzing adapter).

De adapter wordt geleverd met een EPDM-O-ring (bestelnr. E30054). Een verdere afdichtring is als toebehoren leverbaar:

• FKM-O-ring (bestelnr. E30123).

3: Montage door procesadapter met hygiënische metaal-op-metaal-afdichting

Bestelnr. E337xx / E338xx

Een langdurig stabiele, onderhoudsvrije en naadloze afdichting bij metaal-op-metaal-afdichting is alleen mogelijk bij eenmalige montage.

▶ Moet de afdichtlocatie meerdere malen worden gemonteerd, moet een nieuwe adapter worden gebruikt.

4: Montage aan G 1-flens / G 1-mof

De sensor wordt door de aan de achterzijde geplaatste afdichtring bij de procesaansluiting afgedicht.

▶ Het afdichtvlak bij de flens/mof moet vlak zijn ten opzichte van het boorgat en een oppervlaktekwaliteit van minimaal Rz = 6,3 hebben (DIN EN ISO 1179-1 in acht nemen).

5.1 Toepasbaar in hygiënische omgeving volgens 3-A

IFM PI1714 - Toepasbaar in hygiënische omgeving volgens 3-A - 1

Voor apparaten met 3-A goedkeuring:

  • ▶ Gebruik voor de procesaansluiting uitsluitend adapters met 3-A goedkeuring.
    ▶ Het apparaat mag niet op het laagste punt van de pijpleiding of de tank (positie 5) worden ingebouwd, zodat het medium uit het gedeelte van het meetelement kan wegstromen.

5.2 Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDG

Indien lasadapters worden gebruikt, moet het voedselcontactoppervlak glad zijn (oppervlakteruwheid Ra < 0,8 μm) en moet het lassen plaatsvinden volgens EHEDG-richtlijn 9 en 35.
Het apparaat moet bij overeenkomstige installatie geschikt zijn voor CIP (cleaning in place).

▶ Toepassingsgrenzen (temperatuur- en materiaalbestendigheid) volgens datablad in acht nemen.

▶ Let op de EHEDG-conforme inbouw van het apparaat in de installatie.

▶ Zelflegende installatie gebruiken.

▶ Alleen EHEDG-goedgekeurde procesadapters met noodzakelijke, speciale afdichtingen gebruiken volgens EHEDG-document.

De afdichting van het systeem mag geen contact maken met de afdichting van de sensor.

▶ Bij tankinbouw moet de inbouw vlakverzonken zijn, of moet de reiniging door rechtstreeks inspuiten verzekerd zijn. Dode ruimtes moeten bereikbaar zijn.
▶ Lekkageboorgaten goed zichtbaar en bij verticale leidingen naar beneden gericht installeren.

IFM PI1714 - Toepassing in het hygiënische bereik volgens EHEDG - 1

▶ Ter vermijding van de dode ruimtes de afmetingen in acht nemen: L < D

1: Lekkageboorgat

5.3 Ontluchtingsmembraan

5.3.1 Functie ontluchtingsmembraan

▶ Het ontluchtingsmembraan borgt de relatieve drukmeting doordat barometrische en temperatuurgerelateerde drukveranderingen in de meetcel ten opzichte van de omgeving worden gecompenseerd.

▷ Het ontluchtingsmembraan wordt door een geschroefde filterafdekking met omlopende boorgaten beschermd tegen beschadigingen.

Voor een probleemloze werking van het ontluchtingsmembraan het volgende in acht nemen:

▶ vervuilingen en reinigingsmiddelen onmiddellijk met veel kalkarm spoelwater afspoelen.

Bevindt de sensor zich vanwege het proces in een afkoelfase:

Het ontluchtingsmembraan niet met vloeistof belasten om een onderdruk in het meetsysteem (met een dan licht vervalste meetwaarde) en een extra belasting van het ontluchtingsmembraan te vermijden.

5.3.2 Uitlijning filterafdekking

Inbouwsituatie zo kiezen dat de filterafdekking horizontaal staat en het condensaat door de zwaartekracht kan wegvloeien.

IFM PI1714 - Uitlijning filterafdekking - 1

▶ Ideale uitlijning (1): De filterafdekking bevindt zich in een horizontale positie.
▷ Het ontluchtingsmembraan (2) in de filterafdekking staat loodrecht.
▶ Maximale schuinstand van de filterafdekking: 30° (3)

5.3.3 Filterafdekking vervangen

(1) Vervanging van de filterafdekking incl. ontluchtingsmembraan (E30483).
Bij lastige omgevingscondities of een inbouwsituatie die niet voldoet aan de ideale uitlijning (1), kan het volgende toebehoren worden gebruikt ter bescherming van het ontluchtingsmembraan:
(2) Vervanging van de filterafdekking door een gesloten variant (E30148)*.
(3) Vervanging van de filterafdekking door een variant met slangnippel en ontluchtingsslang die in een beschermde en droge ruimte eindigt (E30139).
(4) Toebehorenset (E30467) met geïntegreerd vervangingsmembraan (ontluchtingsmembraan). Aanbevolen bij chemisch veeleisende toepassingen in de buitenreiniging. Functie: (→ Montagehandleiding E30467).

IFM PI1714 - Filterafdekking vervangen - 1

IFM PI1714 - Filterafdekking vervangen - 2

▶ Vervuiling en vocht tijdens de vervanging vermijden.
▶ Schroefdraad voorzichtig en volledig reinigen.
▶ Lijmvlak voor het membraan bij de sensor niet beschadigen.
▶ Uitlijning filterafdekking in acht nemen (→ Montagehandleidingen E30139 / E30467).

IFM PI1714 - Filterafdekking vervangen - 3

*Bij gebruik van de gesloten filterafdekking kan de druk van de meetcel niet meer worden gecompenseerd. Daarom meetafwijkingen mogelijk door:

• Schommelingen van de atmosferische druk.
- Schommelingen van de interne apparaatdruk bij temperatuurveranderingen.

6 Elektrische aansluiting

IFM PI1714 - Elektrische aansluiting - 1

Het apparaat mag uitsluitend door een elektromonteur worden geïnstalleerd.

Nationale en internationale voorschriften voor de aanleg van elektrotechnische installaties dienen te worden opgevolgd.

Voeding conform SELV, PELV.

▶ Installatie spanningsvrij schakelen.
▶ Apparaat op de onderstaande wijze aansluiten:

Connector: 1 x M12; Codering: A
IFM PI1714 - Elektrische aansluiting - 2

IFM PI1714 - Elektrische aansluiting - 3

Afb. 7: Bedradingsschema: MP: Multifunctioneel (OUT, data)

2-draads

Penbezetting
1L+
2OUT2: AO

3-draads

Penbezetting
1L+
2OUT2: DO2 (NO/NC), AO
3L-
4MP1: DO1 (NO/NC), IO-Link

Parametrering

Penbezetting
1L+
3L-
4MP1: IO-Link

7 Bedienings- en weergave-elementen

IFM PI1714 - Bedienings- en weergave-elementen - 1

1 tot 8: Indicator-LED's
LED 1– 6Maateenheid van de proceswaarde druk (pin bezetting is apparaatspecifiek).
led 7Schakeltoestand OUT2 (brandt wanneer uitgang 2 doorgeschakeld is).
led 8Schakeltoestand OUT1 (brandt wanneer uitgang 1 doorgeschakeld is).
9: Knop (Enter)
Selectie van de parameters en bevestiging van de parameterwaarden
10 tot 11: Pijltoetsen omhoog [▲] en omlaag [▼]
Instellen van de parameterwaarden (continu door permanent indrukken; stapsgewijs door één keer indrukken). Beëindiging van de invoer of terugspringen in het menu: ▶ [▲] + [▼] tegelijkertijd indrukken.
12: Alfanumerieke indicatie, 4 tekens
Weergave: Actueel gemeten systeemdruk
Weergave: Parameters en parameterwaarden

8 Menu

8.1 Menustructuur: Hoofdmenu

IFM PI1714 - Menustructuur: Hoofdmenu - 1

1: Overgang naar menuniveau 2 (uitgebreide functies).

IFM PI1714 - Menustructuur: Hoofdmenu - 2

Grijs gekleurde menupunten zijn actief afhankelijk van de configuratie van de uitgang.

8.2 Toelichting bij het hoofdmenu

SPx / rPx*Hysteresefunctie: Bovenste/onderste grenswaarde voor systeemdruk, waarbij OUTx schakelt. Voorwaarde: Instelling OUTx is [Hno] of [Hnc].
FHx / FLx*Vensterfunctie: Bovenste/onderste grenswaarde voor systeemdruk, waarbij OUTx schakelt. Voorwaarde: Instelling OUTx is [Fno] of [Fnc].
ASP2Analoog startpunt voor systeemdruk: Meetwaarde, waarbij 4 mA (20 mA) wordt uitgegeven. Voorwaarde: Instelling OUT2 is [I] of ([InEG]).
AEP2Analoog eindpunt voor systeemdruk: Meetwaarde, waarbij 20 mA (4 mA) wordt uitgegeven. Voorwaarde: Instelling OUT2 is [I] of ([InEG]).
tcoFNulpunkalibratie teaches.
tASPAnaloog startpunt voor systeemdruk teaches: Meetwaarde vastleggen waarbij 4 mA uitgevoerd wordt (20 mA bij [OU2] = [InEG]).
tAEPAnaloog eindpunt voor systeemdruk teaches: Meetwaarde vastleggen waarbij 20 mA uitgevoerd wordt (4 mA bij [OU2] = [InEG]).
EFUitgebreide functies / openen van het menuniveau 2.

* Menupunten in het 2-draads-bedrijf niet actief

8.3 Menustructuur: Niveau 2 (uitgebreide functies)

IFM PI1714 - Menustructuur: Niveau 2 (uitgebreide functies) - 1

1: Overgang naar het hoofdmenu; 2: Overgang naar menuniveau 3 (simulatie).

IFM PI1714 - Menustructuur: Niveau 2 (uitgebreide functies) - 2

Grijs gekleurde menupunten zijn in het 2-draadsaansluiting niet actief.

8.4 Toelichting bij het menuniveau 2

rESFabrieksinstelling terugzetten. [APPL] = reset van de applicatie[btb] = Back to BoxZie: Sensor/parameter resetten (→ 31)
ou1*Uitgangsfunctie voor OUT1:Schakelsignaal voor de drukgrenswaarden: Hysteresefunctie [H ..] of vensterfunctie [F ..], elk maakcontact [. no] of verbreekcontact [. nc], uitgang uit [Off].
ou2Uitgangsfunctie voor OUT2:Schakelsignaal voor de drukgrenswaarden: Hysteresefunctie [H ..] of vensterfunctie [F ..], elk maakcontact [. no] of verbreekcontact [. nc], uitgang uit [Off]. Analoog signaal voor de actuele systeemdruk: 4...20 mA [I].
dS1 / dS2*Schakelvertraging voor OUT1 / OUT2.
dr1 / dr2*Terugschakelvertraging voor OUT1 / OUT2.
uni. PStandaardmaateenheid voor systeemdruk (weergave):[bAr] / [mbar] / [MPA] / [kPA] / [PSI] / [inHG] / [iH2O] / [mmWS].
P-n*Schakellogica van de uitgangen: pnp / npn.
Hi. PMaximumwaardegeheugen voor systeemdruk.
Lo. PMinimumwaardegeheugen voor systeemdruk.
FOU1*Gedrag van uitgang 1 in het geval van een interne fout.
FOU2Gedrag van uitgang 2 in het geval van een interne fout.
dAPDemping van het schakelpunt/procesdatastroom (IO-Link-communicatie) en de weergave (T63**).
dAADemping van de analoge uitgang. Voorwaarde: Instelling OUT2 is [I] (T63**).
coFNulpunkalibratie tussen: -5%...+5% van de MEW.
CGAAanpassing eindwaarde meetbereik tussen: -5%...+5% van de MEW.
diSVernieuwingssnelheid en oriëntatie van de indicatie
SIMOpenen van het submenu SIM (simulatie)

* Menupunten in het 2-draads-bedrijf niet actief
** Tijdconstante tau

8.5 Menustructuur: Niveau 3 (simulatie)

IFM PI1714 - Menustructuur: Niveau 3 (simulatie) - 1

2: Overgang naar menuniveau 2 (uitgebreide functies).

8.6 Toelichting bij het menuniveau 3

S. PRSSimulatie van een druk/fouttoestand
S. TimSimulatieduur 1...60 min
S. OnSimulatie start/stop

IFM PI1714 - Toelichting bij het menuniveau 3 - 1

De simulatie wordt onderbroken door het indrukken van de knop [Enter].

9 Parametrering

De parametrering kan worden uitgevoerd via de IO-Link-interface of via de bedieningselementen op het apparaat.

Parameters kunnen voor inbouw en inbedrijfstelling van het apparaat of tijdens het actieve bedrijf worden ingesteld.

IFM PI1714 - Parametrering - 1

Wijzigt u de parameters tijdens het bedrijf, dan wordt de werking van de installatie beïnvloed.

▶ Controleren of er geen storingen ontstaan in de installatie.

Tijdens het parametreren blijft het apparaat in de bedrijfsmodus. Het voert zijn bewakingsfuncties met de bestaande parameters verder uit tot de parametrering is voltooid.

IFM PI1714 - Parametrering - 2

Afhankelijk van de parameterinstelling kunnen de parameters veranderen die beschikbaar zijn in het menu.

9.1 Parametrering algemeen

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 1

VOORZICHTIG

Bij hogere media- en omgevingstemperatuur kunnen sommige gedeelten van de behuizing erg heet worden.

▷ Risico op brandwonden
▶ Apparaat niet met de hand aanraken.

- ▶ Gebruik indien nodig een stomp voorwerp om aanpassingen aan het apparaat aan te brengen.

▶ Elke parameterinstelling vereistt 3 stappen nodig.

1: Parameter selecteren
IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 2

▶ [Enter] indrukken, om in het menu te komen.
▶ [▲] of [▼] indrukken tot de gewenste parameter wordt weergegeven.

2: Parameterwaarde instellen

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 3

▶ [Enter] indrukken, om de geselecteerde parameter te bewerken.
▶ [▲] of [▼] minimaal 1 s indrukken.
▷ Na 1 s: Instelwaarde wordt veranderd:

Stapsgewijs door afzonderlijk indrukken of continu door permanent indrukken.

Getalwaarden worden continu verhoogd met [▲] of verlaagd met [▼].

3: Parameterwaarde bevestigen

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 4

▶ Kort op [Enter] drukken.
▷ De parameter wordt opnieuw weergegeven. De nieuwe instelwaarde is opgeslagen.

Bijkomende parameters instellen

▶ [▲] of [▼] indrukken tot de gewenste parameter wordt weergegeven.

Parametrering beëindigen

▶ Zo vaak op [▲] of [▼] drukken tot de actuele meetwaarde wordt weergegeven of 30 s wachten.
▷ De sensor keert terug in de weergave van de proceswaarden.

Wordt [C. Loc] weergeven bij een poging een parameterwaarde te veranderen, dan is een parametreer proces via de IO-Link-communicatie actief (tijdelijke blokkering).

Word [S. Loc] weergegeven, is de sensor via de software permanent vergrendeld. Deze vergrendeling kan alleen met een parametringssoftware worden opgeheven.

Omschakelen van menuniveau 1 naar menuniveau 2

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 5

▶ [Enter] indrukken, om in het menu te komen.
▶ [▲] of [▼] indrukken tot [EF] wordt weergegeven.

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 6

▶ [Enter] indrukken.
▷ De eerste parameter van het submenu wordt weergegeven (hier [rES]).
▷ Verder gaan met [▼].

Vergrendelen/ontgrendelen

Het apparaat kan elektronisch worden vergrendeld, om te voorkomen dat er onbedoeld onjuiste waarden worden ingevoerd.

Vergrendelen

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 7

▶ Controleren of het apparaat in de normale bedrijfsmodus is.
▶ [▲] + [▼] tegelijkertijd 10 s indrukken.
▷ [Loc] wordt weergegeven.

[Loc] wordt kort weergegeven als geprobeerd wordt om parameterwaarden te wijzigen.

Ontgrendelen

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 8

▶ [▲] + [▼] tegelijkertijd 10 s indrukken.
▷ [uLoc] wordt weergegeven.

Timeout

Wordt tijdens de instelling van een parameter 30 s lang op geen enkele toets gedrukt, dan gaat het apparaat met onveranderde waarde weer terug naar de bedrijfsmodus.

Parameters verlaten, zonder de instellingen over te nemen

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 9

▶ [▲] + [▼] tegelijkertijd indrukken.
▷ Terugkeer naar het menuniveau.

Menu-niveau verlaten

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 10

▶ [▲] + [▼] tegelijkertijd indrukken.
▷ Menu-niveau 2 schakelt over naar niveau 1 of

Niveau 1 schakelt over naar het display.

IFM PI1714 - Parametrering algemeen - 11

In het 2-draadsaansluiting zijn de betreffende menupunten niet actief die betrekking hebben op schakelfuncties (→ Menustructuur), bovendien kunnen bij een aantal menupunten de betreffende parameterwaarden niet worden geselecteerd, omdat ze betrekking hebben op schakelfuncties.

Het apparaat kan op de volgende wijze via de IO-Link-interface worden geparametreerd:

  • Parametrering met geschikte parametreersoftware, bijv. ifm moneo|configure
    • Parametrering via een PLC
    • Parametrering via een IIoT-applicatie

Voorwaarden voor de parametrering via de IO-Link-interface:

√ De Input Output Device Description (IODD) voor het apparaat, indien geparametreerd via een parametreersoftware, zie documentation.ifm.com
√ De beschrijving van de IO-Link-interface (PDF) voor het apparaat bij parametrering via een PLC of een IIoT-applicatie, zie documentation.ifm.com
√ Een IO-Link-master

▶ Verbind de IO-Link-master met de parametreersoftware, de PLC of de IIoT-applicatie.
▶ Sluit het apparaat aan op een geschikte vrije poort van de IO-Link-master.
▶ Stel de poort van de IO-Link-master in op de IO-Link-modus.
▷ Het apparaat schakelt over naar de IO-Link-modus.
▶ Parameterinstellingen in de software wijzigen.
▶ Parameterinstellingen naar het apparaat schrijven.

IFM PI1714 - Parametrering via IO-Link - 1

Hulp bij systeemintegratie en voor de parametrering via IO-Link:

→ Handleiding van de parametreersoftware (bijv. moneo)
→ Toelichtingen en "startpakketten" op ifm.com/cnt/io-link-system-integration.

9.3 Indicatie configureren (optioneel)

IFM PI1714 - Indicatie configureren (optioneel) - 1

Moet de maateenheid [uni. P] gewijzigd worden, dan moet dat voor de instelling van de andere parameters worden gedaan, om interne afrondingsafwijkingen door het omzetten van eenheden te vermijden.

▶ [uni. P] kiezen en maateenheid vastleggen:• [bAr], [mbAr], [MPA], [kPA].• [psi] (afhankelijk van het apparaat).• [InHO] (afhankelijk van het apparaat).• [mWS] (afhankelijk van het apparaat).• [mmWS] (afhankelijk van het apparaat).[uni. P]

IFM PI1714 - Indicatie configureren (optioneel) - 2

Selecteerbare maateenheden → datablad.

Uni. P is alleen van invloed op het sensordisplay. De IO-Link-proceswaarde blijft onaangetast.

▶ [diS] kiezen en de vernieuwingssnelheid en oriëntatie van de weergave vastleggen:• [d1]: actualisering meetwaarde om de 50 ms.• [d2]: actualisering meetwaarde om de 200 ms.• [d3]: actualisering meetwaarde om de 600 ms.• [rd1], [rd2], [rd3]: indicatie zoals d1, d2, d3; 180 gedraaid.• OFF = de meetwaardeweergave is in de RUN-modus uitgeschakeld. Door op een van de toetsen te drukken, wordt 30 s lang de actuele meetwaarde weergegeven. Nog-maals indrukken van [Enter] opent de displaymodus. De leds blijven ook bij uitgeschakelde weergave actief. Foutmeldingen worden ook bij uitgeschakeld display getoond.[diS]

9.4 Uitgangssignalen vastleggen

9.4.1 Uitgangsfunctie vastleggen

▶ [OU1] kiezen en schakelfunctie instellen:• [Hno] = hysteresefunctie/maakcontact.• [Hnc] = hysteresefunctie/verbreekcontact.• [Fno] = vensterfunctie/maakcontact.• [Fnc] = vensterfunctie/verbreekcontact.• [Off] = uitgang uit.[OU1]
▶ [OU2] kiezen en de functie instellen:\• [Hno] = hysteresefunctie/maakcontact.• [Hnc] = hysteresefunctie/verbreekcontact.• [Fno] = vensterfunctie/maakcontact.• [Fnc] = vensterfunctie/verbreekcontact.• [I] = drukproportioneel stroomsignaal 4...20 mA.• [InEG] = drukproportioneel stroomsignaal 20...4 mA.• [Off] = uitgang uit.[OU2]

9.4.2 Schakelgrenzen vastleggen

▶ [SP1] / [SP2] kiezen en waarde instellen waarbij de uitgang schakelt.[SP1][SP2]
▶ [rP1] / [rP2] kiezen en waarde instellen waarbij de uitgang schakelt.rPx is altijd kleiner dan SPx. Er kunnen alleen waarden worden ingevoerd die onder de waarde voor SPx liggen.[rP1][rP2]

9.4.3 Schakelgrenzen vastleggen bij vensterfunctie

▶ [ou1] / [ou2] moet als [Fno] of [Fnc] ingesteld zijn. ▶ [FHx] kiezen en bovenste grenswaarde instellen.[FH1] [FH2]
▶ [FLx] kiezen en de onderste grenswaarde instellen. FLx is altijd kleiner dan FHx. Er kunnen alleen waarden worden ingevoerd die onder de waarde voor FHx liggen.[FL1] [FL2]

9.4.4 Analoge waarde voor OUT2 schalen

► ▶ De gewenste minimale systeemdruk in de installatie instellen en constant houden.► ▶ [tASP] met [Enter] selecteren.► ▶ [▲] of [▼] indrukken tot [----] wordt weergegeven.► ▶ [----] met [Enter] bevestigen. ▷ De actuele druk is als startwaarde voor het analoge signaal vastgelegd.[tASP]
► ▶ De gewenste maximale systeemdruk in de installatie instellen en constant houden.► ▶ [tAEP] met [Enter] selecteren.► ▶ [▲] of [▼] indrukken tot [----] wordt weergegeven.► ▶ [----] met [Enter] bevestigen. ▷ De actuele systeemdruk is als eindwaarde voor het analoge signaal vastgelegd.[tAEP]

ASP/AEP kan alleen binnen vastgelegde grenzen worden geteacht (→ Instelbereiken). Wordt bij een ongeldige drukwaarde geteacht, wordt afwisselend [Fail] en [UL] gedurende 30 s aangegeven. De tijd kan tijdens het indrukken van een toets worden afgebroken, de ASP-waarde/AEP-waarde wordt in dat geval niet veranderd.

Alternatief:► ▶ [ASP] kiezen en meetwaarde instellen waarbij 4 mA wordt weergegeven (20 mA bij [OU2] = [InEG]).► ▶ [AEP] kiezen en meetwaarde instellen waarbij 20 mA wordt weergegeven (4 mA bij [OU2] = [InEG]). Minimumafstand tussen ASP en AEP = 20% van de meetbereikeindwaarde (Turn-Down 1:5).[ASP][AEP]

9.5 Gebruikersinstellingen (optioneel)

9.5.1 Nulpuntkalibratie en aanpassing eindwaarde meetbereik

▶ [coF] kiezen en nulpunt tussen -5%... +5% instellen. De interne meetwaarde "0" wordt met deze waarde verschoven.[coF]
Alternatief: Automatische aanpassing van de offset in het bereik 0 bar ± 5% . ▶ controlleren of de installatie drukvrij is. ▶ Op [Enter] drukken tot [tCOF] verschijnt. ▶ [▲] of [▼] indrukken en ingedrukt houden. ▷ De actuele offsetwaarde (in %) wordt kortstondig knipperend weergegeven. ▷ De actuele systeemdruk wordt weergegeven. ▶ [▲] of [▼] loslaten. ▶ Kort op [Enter] drukken (= bevestiging van de nieuwe offsetwaarde).[tcoF]
▶ [CGA] kiezen en eindwaarde meetbereik tussen -5 %...+5% instellen. De interne eindwaarde meetbereik "MEW" wordt met deze waarde verschoven.[CGA]

9.5.2 Onjuist gedrag van de uitgangen vastleggen

▶ [FOU1] kiezen en waarde vastleggen:• [On]= uitgang 1 schakelt in geval van storing IN.• [OFF] = uitgang 1 schakelt in geval van storing UIT. ▶ [FOU2] kiezen en waarde vastleggen:• [On] = uitgang 2 schakelt in geval van storing IN, het analoge signaal gaat naar de bovenste aanslagwaarde.• [OFF] = uitgang 2 schakelt in geval van storing UIT, het analoge signaal gaat naar de onderste aanslagwaarde.[FOU1][FOU2]

9.5.3 Vertragingstijd voor de schakeluitgangen vastleggen

dS1] / [dS2] = inschakelvertraging voor OUT1 / OUT2.[dS1]
[dr1] / [dr2] = uitschakelvertraging voor OUT1 / OUT2.[dr1]
▶ [dS1], [dS2], [dr1] of [dr2] kiezen en waarde tussen 0,1 en 50 s instellen (bij 0,0 is de vertragingstijd niet actief).[dS2]
[dr2]

9.5.4 Schakellogica voor de schakeluitgangen vastleggen

▶ [P-n] kiezen en [PnP] of [nPn] instellen.[P-n]

9.5.5 Demping voor het schakelsignaal vastleggen

▶ [dAP] kiezen en waarde tussen 0,00...99,99 s instellen; (bij 0,00 is [dAP] niet actief).dAP-waarde = reactietijd tussen drukwijziging en wijziging van de schakeltoegang in seconden. [dAP] beïnvloedt de schakelfrequentie: fmax = 1 ÷ 2dAP . [dAP] werkt ook op de indicatie (T63*).[dAP]

* Tijdconstante tau

9.5.6 Demping voor het analoge signaal vastleggen

▶ [dAA] kiezen en waarde tussen 0,01...99,99 s instellen; (bij 0,00 is [dAA] niet actief). dAA-waarde = reactietijd tussen drukwijziging en wijziging van het analoge signaal in seconden (T63*).[dAA]

* Tijdconstante tau

9.6 Servicefuncties

9.6.1 Aflezen van de min-/max-waarden voor systeemdruk

▶ [Hi. P] of [Lo. P] selecteren en kort op [▲] of [▼] drukken.[Hi. P]
[Hi. P] = maximale waarde, [Lo. P] = minimale waarde.[Lo. P]
Geheugen wissen:
▶ [Hi. P] of [Lo. P] selecteren.
▶ [▲] of [▼] indrukken en ingedrukt houden, tot [----] wordt weergegeven.
▶ Kort op [Enter] drukken.

9.6.2 Sensor/parameter resetten

Gebruik een van de volgende mogelijkheden wanneer [rES] zonder uitvoering moet worden verlaten:

▶ 30 seconden wachten.
▶ [▲] en [▼] tegelijkertijd indrukken.
▶ Voeding onderbreken

► ▶ Voor uitvoering van [rES] de sensorinstellingen noteren.► ▶ [rES] selecteren en ▶ [Enter] indrukken.► ▶ [▲] of [▼] indrukken.► ▶ Vertragingsfunctie = weergave knippert.► ▶ Na de vertragingsfunctie met [▲] of [▼] tussen [APPL] en [btb] selecteren.· [APPL] = reset van de applicatie· [btb] = Back to Box► ▶ [Enter] indrukken. ▷ [----] de reset wordt uitgevoerd.[rES]
Reset van de applicatie [APPL]:· De reset van de applicatie zet alle sensor- en uitgangsgerelateerde parameters terug.[APPL]

Bij geactiveerde IO-Link-dataopslag wist dit meteen een parameterupdate in de master.

Back to Box [btb]:• Met Back to Box-reset worden tevens alle schrijfbare apparaatidentificatieparameters gereset zoals de Applikation
SpecificTag.
[btb]

Na de reset schakelt de sensor de communicatie en de meetfunctie uit tot de spanningsonderbreking. De IO-Link-dataopslag wordt niet geactiveerd.

9.7 Simulatiefunctie

9.7.1 Menuniveau 3 (simulatie) openen

► ▶ In het menuniveau 2 (uitgebreide functies) met [▲] of [▼] de parameter [SIM] selecteren.► ▶ [Enter] indrukken (= menuniveau 3 openen). ▷ Simulatieparameters zijn selecteerbaar.[SIM]

9.8 Simulatie

9.8.1 Simulatiewaarde instellen

► [S. PRS] selecteren.► ▶ De te simuleren proceswaarde instellen. [Getalswaarde] = druk (afhankelijk van de basisinstelling). [OL] = Detectiebereik overschreden. [UL] = Detectiebereik onderschreden. [Err] = Elektronicafout herkend. [CELL] = meetceldiagnose-event► ▶ [Enter] indrukken.[S. PRS]

9.8.2 Simulatiewaarde instellen

► [S. Tim] selecteren.► ▶ Tijdvak voor simulatie instellen.► ▶ [Enter] indrukken. Instelbereik: 1, 2, 3, 4, 5, 10, 15, 20, 30, 45, 60 min. Fabrieksinstelling: 3 min.[S. Tim]

9.8.3 Simulatie in-/uitschakelen

► ▶ [S. On] selecteren en instellen:[OFF] = Simulatie uit[On] = Simulatie aan► ▶ [Enter] indrukken om de simulatie te starten[S. On]

IFM PI1714 - Simulatie in-/uitschakelen - 1

De simulatie loopt tot opnieuw op [Enter] wordt gedrukt of de tijd afloopt die via [STim] is ingesteld. Tijdens de simulatie wordt [SIM] elke 3 s weergegeven.

Na einde van de simulatie schakelt het apparaat weer over naar de parameter [S. On] en intern gaat het apparaat weer in de bedrijfsmodus (en de overdracht van proceswaarden). Na nog eens 30 s schakelt het display weer over naar de weergave van de proceswaarde.

IFM PI1714 - Simulatie in-/uitschakelen - 2

Wordt de simulatie via IO-Link gestart, kan deze alleen via IO-Link weer worden beëindigd. Tijdens een poging om de simulatie via de bedieningstoetsen te beëindigen, wordt C. Loc weergegeven.

9.8.4 Aflezen van de overbelastingsmomenten

HIPC: Aantal momenten van overbelasting. HIPC telt hoe vaak de drempel HIPS is overschreden. De overschrijding moet min. 0,5 ms duren. HIPS: Instelling van de drempel voor de overbelastingteller.[HIPC][HIPS]

IFM PI1714 - Aflezen van de overbelastingsmomenten - 1

De parameters HIPC en HIPS zijn beschikbaar via de IO-Link-communicatie.

IFM PI1714 - Aflezen van de overbelastingsmomenten - 2

Bij een onderbreking van de voedingsspanning kunnen maximaal de gebeurtenissen van de afgelopen 10 minuten verloren gaan, omdat deze in de achtergrond worden opgeteld en nog niet vast in het geheugen zijn overgezet.

10 Bedrijf

Na inschakelen van de voedingsspanning en beëindiging van de inschakelvertragingstijd van ca. 0,5 s bevindt het apparaat zich in de RUN-modus (= normale bedrijfsmodus). Het voert meet- en analysefuncties uit en geeft uitgangssignalen overeenkomstig de ingestelde parameters.

10.1 Instelling van de parameters aflezen

▶ [Enter] indrukken.
▶ [▲] of [▼] indrukken tot de gewenste parameter wordt weergegeven.
▶ Kort op [Enter] drukken.
▷ Het apparaat toont gedurende ca. 30 s de bijbehorende parameterwaarde, schakelt vervolgens over naar de weergave van de proceswaarde.

IFM PI1714 - Instelling van de parameters aflezen - 1

Alternatief voor 30 s wachttijd:

▶ Beëindiging weergave: [▲] + [▼] tegelijkertijd indrukken.

▷ De wachttijd van 30 s vervalt.

10.2 Overschakelen van de weergave naar de Run-modus

Activering van het display bij weergave in de OFF-modus:

▶ Kort op [Enter] drukken.
▷ Het apparaat toont gedurende ca. 30 s de actuele meetwaarde in de gekozen weergavemodus:

11 Storing verhelpen

11.1 Storing verhelpen

Het apparaat beschikt over omvangrijke mogelijkheden voor zelfdiagnose.

  • Het apparaat bewaakt zichzelf zelfstandig tijdens het bedrijf.
  • Het toont waarschuwingen en fouttoestanden via IO-Link en via display (ook bij uitgeschakeld display).
  • Als er een fout wordt vastgesteld, worden de uitgangen overeenkomstig de instelling van de parameters [FOU1] en [FOU2] ingesteld.
IndicatieWaar-schuwingFoutStatus-LEDFouttype resp. gebeurtenisHulp
ErrXApparaat defect► Apparaat vervangen.
CELL + Err (afwisse-lend)XMeetcel defect► Apparaat vervangen.
SIM + PW (afwisse-lend)XSimulatiefunctie actief
IO-LXFunctie voor optische identi-ficatie actief
OFFXVoedingsspanning te laag.► Hoogte van de voedingsspanning controleren/corrigeren.► ▶ In het 2-draads-bedrijf: hoogte van de aangesloten belasting controleren/ corrigeren.
SC1XOUT1 knip-pertKortsluiting schakeluitgang 1.► Schakeluitgang 1 controleren op kortsluiting, fout verhelpen.
SC2XOUT2 knip-pertKortsluiting schakeluitgang 2.► Schakeluitgang 2 controleren op kortsluiting, fout verhelpen.
SCXOUT1 en OUT2 knippertKortsluiting schakeluitgang 1 en schakeluitgang 2.► Schakeluitgangen 1 en 2 controleren op kortsluiting; Fout verhelpen.
PArAXParametrering buiten het toegestane bereik.► Parametrering herhalen.► Parametrering wijzigen► ▶ Reset met [APPL] of [btb] uitvoeren. Zie: Sensor/parameter resetten (→ ☐ 31)
OLXDetectiebereik overschre-den: Meetwaarde groter +5% MEW► Druk controleren/verlagen.
ULXDetectiebereik onderschre-den► Druk controleren/verhogen.
LocXInsteltoetsen bij het apparaat vergrendeld, parameterwijzi-ging geweigerd.► Ontgrendeling uitvoeren.
C. LocXParametrering via de toets geblokkeerd, parametrering via IO-Link-communicatie is actief.► Voor parametrering bij de sensor de IO-Link-communicatie beëindigen.
S. LocXInsteltoetsen via parametre-ringsssoftware vergrendeld, parameterwijziging gewei-gerd.► Ontgrendeling van de sensor via de parametringssoftware.

12 Afvoer, reparatie en retourzending

▶ Apparaat na gebruik milieuvriendelijk afvoeren conform de geldende nationale voorschriften.
▶ Bij retourzendingen ervoor zorgen dat het apparaat vrij is van verontreinigingen, met name van gevaarlijke en giftige stoffen.
▶ Het apparaat kan niet worden gerepareerd.

13 Fabrieksinstelling

FabrieksinstellingGebruikersinstelling
cELdoff
SP125% MEW*
rP123% MEW*
OU1Hno
OU2I
SP275% MEW*
rP273% MEW*
coF / tcoF0,0
ASP / tASP0% MEW*PI1x09: -1 bar
AEP / tAEP100% MEW*
dS10,0
dr10,0
dS20,0
dr20,0
UnibAr / mbAr
FOU1on
FOU2on
P-npnp
dAP0,06 / 2,00**
dAA0,06 / 2,00**
disd2

* = ingesteld is de aangegeven procentwaarde van de eindwaarde meetbereik (MEW) van de betreffende sensor (bij PI1709 het percentage van het meetbereik).
** = apparaten tot 4 bar nominale druk dAP = 2 / apparaten hoger dan 4 bar nominale druk dAP = 0,06.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : IFM

Model : PI1714

Categorie : Druksensor