MAKITA DGA511 - Vermaler

DGA511 - Vermaler MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DGA511 MAKITA in PDF-formaat.

📄 228 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DGA511 - page 97
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DGA511

Categorie : Vermaler

Download de handleiding voor uw Vermaler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DGA511 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DGA511 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DGA511 MAKITA

Haakse accuslijpmachine GEBRUIKSAANWIJZING 97

Totale lengte met BL1840B 382 mm Nettogewicht 2,2 - 3,6 kg 2,2 - 3,7 kg Nominale spanning 18 V gelijkspanning Model: DGA461 DGA462 DGA463 DGA464 Geschikte slijpschijf Max. schijfdiameter 115 mm Max. schijfdikte 7,2 mm Geschikte doorslijpschijf Max. schijfdiameter 115 mm Max. schijfdikte 3,2 mm Geschikte schijfvormige draadborstel Max. schijfdiameter 115 mm Max. schijfdikte 20 mm Asschroefdraad M14 of 5/8″ (afhankelijk van het land) Max. aslengte 23 mm Onbelast toerental (n

Totale lengte met BL1840B 382 mm Nettogewicht 2,3 - 3,8 kg 2,4 - 3,9 kg Nominale spanning 18 V gelijkspanning Model: DGA511 DGA512 DGA513 DGA514 Geschikte slijpschijf Max. schijfdiameter 125 mm Max. schijfdikte 7,2 mm Geschikte doorslijpschijf Max. schijfdiameter 125 mm Max. schijfdikte 3,2 mm Geschikte schijfvormige draadborstel Max. schijfdiameter 125 mm Max. schijfdikte 20 mm Asschroefdraad M14 of 5/8″ (afhankelijk van het land) Max. aslengte 23 mm Onbelast toerental (n

Totale lengte met BL1840B 382 mm Nettogewicht 2,3 - 3,8 kg 2,4 - 3,8 kg 2,4 - 3,9 kg Nominale spanning 18 V gelijkspanning

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.98 NEDERLANDS Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
  • Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Aanbevolen bekabelde voedingsbron Draagbare voedingseenheid PDC01

De hierboven vermelde bekabelde voedingsbron(nen) is/zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.

  • Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidsbril. Bedien altijd met twee handen. Gebruik de beschermkap niet bij doorslijpen. Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richt- lijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toe- passing daarvan binnen de nationale wetge- ving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschrif- ten in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het slijpen, schuren, draadborstelen, gaten slijpen en doorslijpen van metaal en steen zonder gebruik van water. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-3: Model Geluidsdrukniveau

): (dB (A)) Onzekerheid (K): (dB (A)) DGA411 83 91 3 DGA412 83 91 3 DGA413 83 91 3 DGA414 83 91 3 DGA461 82 90 3 DGA462 82 90 3 DGA463 82 90 3 DGA464 82 90 3 DGA511 82 90 3 DGA512 82 90 3 DGA513 82 90 3 DGA514 82 90 399 NEDERLANDS OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de prak- tijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (reke- ning houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). WAARSCHUWING: Het slijpen van dunne metaalplaten of andere trillende constructies met een groot oppervlak, kan leiden tot een totale geluidsemissie die veel hoger is (tot 15 dB) dan de opgegeven geluidsemissiewaarden. Plaats zware, exibele geluiddempende matten of iets soortgelijks op dergelijke werkstukken om te voor- komen dat zij geluid maken. Houd rekening met de verhoogde geluidsemissie bij zowel de risicobeoordeling van blootstelling aan geluid als de keuze van afdoende gehoorbescherming. Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-3: Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met normale zijhandgreep Model Trillingsemissie (a

) Onzekerheid (K): (m/s

) Onzekerheid (K): (m/s

) Onzekerheid (K): (m/s

of lager 1,5 Gebruikstoepassing: schuren met schijf met trillingsdempende zijhandgreep Model Trillingsemissie (a

) Onzekerheid (K): (m/s

of lager 1,5 OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de prak- tijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (reke- ning houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). WAARSCHUWING: De opgegeven trillingsemissiewaarde geldt voor de voornaamste toepassingen van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, kan de trillingsemissiewaarde daarvoor anders zijn. EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.101 NEDERLANDS VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuslijpmachine Gemeenschappelijke veiligheidswaarschu- wingen voor slijp-, schuur-, draadborstel- en doorslijpwerkzaamheden:

1. Dit elektrisch gereedschap is bedoeld voor

gebruik als slijp-, schuur-, draadborstel-, gat- slijp- of doorslijpgereedschap. Lees alle vei- ligheidswaarschuwingen, instructies, afbeel- dingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als u nalaat alle onderstaande instructies te volgen, kan dit leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.

2. Werkzaamheden zoals polijsten mogen niet

worden uitgevoerd met dit elektrisch gereed- schap. Werkzaamheden waarvoor dit elektrisch gereedschap niet is bedoeld kunnen gevaarlijke situaties opleveren en tot persoonlijk letsel leiden.

3. Bouw dit elektrisch gereedschap niet om zodat

u het kunt gebruiken op een manier waar- voor het niet speciek is ontworpen en die niet wordt vermeld door de fabrikant van het gereedschap. Dergelijk ombouwen kan leiden tot verlies van controle over het gereedschap en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.

4. Gebruik geen accessoires die niet speciek

zijn ontworpen en vermeld door de fabri- kant van het gereedschap. Ook wanneer het accessoire kan worden aangebracht op uw elek- trisch gereedschap, is een veilige werking niet gegarandeerd.

5. Het nominale toerental van het accessoire

moet minstens gelijk zijn aan het maximumto- erental vermeld op het elektrisch gereedschap. Accessoires die met een hoger toerental draaien dan hun nominaal toerental kunnen stuk breken en in het rond vliegen.

6. De buitendiameter en de dikte van het acces-

soire moeten binnen het capaciteitsbereik van het elektrisch gereedschap vallen. Accessoires met verkeerde afmetingen kunnen niet afdoende worden afgeschermd of beheerst.

7. De afmetingen van het bevestigingspunt van

het accessoire moet overeenkomen met de afmetingen van de bevestigingshardware van het elektrisch gereedschap. Accessoires die niet overeenkomen met de bevestigingshard- ware van het elektrisch gereedschap, zullen niet gebalanceerd draaien en buitensporig trillen, en kunnen leiden tot verlies van controle over het gereedschap.

8. Gebruik nooit een beschadigd accessoire.

Inspecteer het accessoire vóór ieder gebruik, bijvoorbeeld een slijpschijf op ontbrekende schilfers en barsten; een rugschijf op barsten, scheuren of buitensporige slijtage; en een draadborstel op losse of gebroken draden. Nadat het elektrisch gereedschap of acces- soire is gevallen, inspecteert u het op schade of monteert u een onbeschadigd accessoire. Na inspectie en montage van een accessoire, zorgt u ervoor dat u en omstanders niet in het rotatievlak van het accessoire staan, en laat u het elektrisch gereedschap draaien op het maximale, onbelaste toerental gedurende één minuut. Beschadigde accessoires breken normaal gesproken in stukken gedurende deze testduur.

9. Gebruik persoonlijke-beschermingsmiddelen.

Afhankelijk van de toepassing gebruikt u een spatscherm, een beschermende bril of een veiligheidsbril. Al naar gelang de toepassing draagt u een stofmasker, gehoorbeschermers, handschoenen en een werkschort die in staat zijn kleine stukjes slijpsel of werkstukfragmen- ten te weerstaan. De oogbescherming moet in staat zijn rondvliegend afval te stoppen dat ont- staat bij de diverse toepassingen. Het stofmasker of ademhalingsapparaat moet in staat zijn deeltjes te lteren die ontstaat bij de betre󰀨ende toepas- sing. Langdurige blootstelling aan hard lawaai kan uw gehoor aantasten.

10. Houd omstanders op veilige afstand van het

werkgebied. Iedereen die zich binnen het werk- gebied begeeft, moet persoonlijke-bescher- mingsmiddelen gebruiken. Fragmenten van het werkstuk of van een uiteengevallen accessoire kunnen rondvliegen en letsel veroorzaken buiten de onmiddellijk werkomgeving.

Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan het geïsoleerde oppervlak van de hand- grepen wanneer u werkt op plaatsen waar het snijgarnituur met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Door contact met onder spanning staande draden, zullen ook de niet-ge- isoleerde metalen delen van het elektrisch gereed- schap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

12. Leg het elektrisch gereedschap nooit neer

voordat het accessoire volledig tot stilstand is gekomen. Het ronddraaiende accessoire kan de ondergrond pakken zodat u de controle over het elektrisch gereedschap verliest.102 NEDERLANDS

13. Laat het elektrisch gereedschap niet draaien

terwijl u het naast u draagt. Als het ronddraai- ende accessoire u per ongeluk raakt, kan het verstrikt raken in uw kleding waardoor het acces- soire in uw lichaam wordt getrokken.

14. Maak de ventilatieopeningen van het elektrisch

gereedschap regelmatig schoon. De ventilator van de motor zal het stof de behuizing in trekken, en een grote opeenhoping van metaalslijpsel kan leiden tot elektrisch gevaarlijke situaties.

15. Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de

buurt van brandbare materialen. Vonken kun- nen deze materialen doen ontvlammen.

16. Gebruik geen accessoires die met vloeistof

moeten worden gekoeld. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan leiden tot elektrocutie of elektrische schokken. Terugslag en aanverwante waarschuwingen: Terugslag is een plotselinge reactie op een beknelde of vastgelopen draaiende schijf, rugschijf, borstel of enig ander accessoire. Beknellen of vastlopen veroorzaakt een snelle stilstand van het draaiende accessoire dat op zijn beurt ertoe leidt dat het elektrisch gereedschap zich ongecontroleerd beweegt in de tegenovergestelde richting van de draairichting van het accessoire op het moment van vastlopen. Bijvoorbeeld, als een slijpschijf bekneld raakt of vast- loopt in het werkstuk, kan de rand van de schijf die het beknellingspunt ingaat, zich invreten in het oppervlak van het materiaal waardoor de schijf eruit klimt of eruit slaat. De schijf kan daarbij naar de gebruiker toe of weg springen, afhankelijk van de draairichting van de schijf op het beknellingspunt. Slijpschijven kunnen in derge- lijke situaties ook breken. Terugslag is het gevolg van misbruik van het elektrisch gereedschap en/of onjuiste gebruiksprocedures of -omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te tre󰀨en, zoals hieronder vermeld.

1. Houd het elektrisch gereedschap stevig

met beide handen vast en houd uw armen en lichaam zodanig dat u in staat bent een terugslag op te vangen. Gebruik altijd de extra handgreep (indien aanwezig) voor een maxi- male controle over het gereedschap in geval van terugslag en de koppelreactiekrachten bij het starten. De gebruiker kan een terugslag of de koppelreactiekrachten opvangen indien de juiste voorzorgsmaatregelen worden getro󰀨en.

2. Plaats uw hand nooit in de buurt van het draai-

ende accessoire. Het accessoire kan terugslaan over uw hand.

3. Plaats uw lichaam niet in het gebied waar het

elektrisch gereedschap naar toe gaat wanneer een terugslag optreedt. Een terugslag zal het gereedschap bewegen in de tegenovergestelde richting van de draairichting van de schijf op het moment van beknellen.

4. Wees bijzonder voorzichtig bij het werken

met hoeken, scherpe randen, enz. Voorkom dat het accessoire springt of bekneld raakt. Hoeken, scherpe randen of springen veroorzaken vaak beknellen van het draaiende accessoire wat leidt tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap.

5. Bevestig geen kettingsschijf, gesegmenteerde

diamantschijf met randopeningen van meer dan 10 mm, of getand zaagblad. Dergelijke bladen leiden vaak tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor slijp- en doorslijpwerkzaamheden:

1. Gebruik uitsluitend schijven van het type dat

wordt vermeld voor uw elektrisch gereedschap en de specieke beschermkap voor de te gebruiken schijf. Schijven waarvoor het elek- trisch gereedschap niet is ontworpen, kunnen niet goed worden afgeschermd en zijn niet veilig.

2. Het slijpoppervlak van schijven met een ver-

zonken middengat moet bij het aanbrengen lager liggen dan het vlak van de bescherm- rand. Bij een onjuist aangebrachte schijf die boven het vlak van de beschermrand uitsteekt is geen goede bescherming mogelijk.

3. De beschermkap moet stevig worden vastge-

zet aan het elektrisch gereedschap en in de maximaal beschermende stand worden gezet zodat het kleinst mogelijke deel van de schijf is blootgesteld in de richting van de gebrui- ker. De beschermkap dient om de gebruiker te beschermen tegen aanraking met de schijf, stuk- jes die daarvan af breken en vonken die brandge- vaar voor kleding opleveren.

4. Schijven mogen uitsluitend worden

gebruikt voor de aanbevolen toepassingen. Bijvoorbeeld: u mag niet slijpen met de zijkant van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bedoeld voor slijpen met de rand. Krachten op het zijoppervlak kunnen deze schijven doen breken.

5. Gebruik altijd onbeschadigde schij󰀪enzen

van de juiste afmetingen en vorm voor de te gebruiken schijf. Een goede schij󰀪ens onder- steunt de schijf en verkleint daarmee de kans op het breken van de schijf. Flenzen voor doorslijp- schijven kunnen verschillen van enzen voor slijpschijven.

6. Gebruik geen deels afgesleten schijven van

grotere elektrische gereedschappen. Schijven die zijn bedoeld voor grotere elektrische gereed- schappen zijn niet geschikt voor de hogere snel- heid van een kleiner elektrisch gereedschap en kunnen in stukken breken.

7. Bij gebruik van een multifunctionele schijf,

gebruikt u altijd de juiste beschermkap voor de gebruikte toepassing. Als u niet de juiste beschermkap gebruikt, wordt u mogelijk niet vol- doende goed beschermd waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen speciek voor doorslijpwerkzaamheden:

1. Laat de doorslijpschijf niet vastlopen en oefen

geen buitensporige druk erop uit. Probeer niet een buitensporig diepe snede te slijpen. Een te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede verdraait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden of de schijf kan breken.103 NEDERLANDS

2. Plaats uw lichaam niet in één lijn achter de

ronddraaiende schijf. Wanneer de schijf, op het aangrijppunt in het werkstuk, zich van uw lichaam af beweegt, kunnen door de mogelijke terugslag de ronddraaiende schijf en het elektrisch gereed- schap in uw richting worden geworpen.

3. Wanneer de schijf vastloopt of u het slijpen

onderbreekt, schakelt u het elektrisch gereed- schap uit en houdt u dit stil totdat de schijf volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit de doorslijpschijf uit de snede te halen terwijl de schijf nog draait omdat hierdoor een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom de schijf is vastgelopen en tref afdoende maatregelen om de oorzaak ervan op te he󰀨en.

4. Begin niet met doorslijpen terwijl de schijf al in

het werkstuk steekt. Wacht totdat de schijf op volle toeren draait en breng daarna de schijf voorzichtig terug in de snede. Wanneer het elektrisch gereedschap opnieuw wordt gestart terwijl de schijf al in het werkstuk steekt, kan de schijf vastlopen, omhoog lopen of terugslaan.

5. Ondersteun platen en grote werkstukken om

de kans op het beknellen van de schijf en terugslag te minimaliseren. Grote werkstukken neigen door te zakken onder hun eigen gewicht. U moet het werkstuk ondersteunen vlakbij de snijlijn en vlakbij de rand van het werkstuk aan beide kanten van de schijf.

6. Wees extra voorzichtig bij het maken van een

invalslijpsnede in bestaande wanden of op andere plaats waarvan u de onderkant niet kunt zien. De uitstekende schijf kan gas- of water- leidingen, elektrische bedrading of voorwerpen die terugslag veroorzaken raken.

7. Probeer niet een gebogen snede te maken. Een

te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede verdraait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden of de schijf kan breken met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.

8. Voordat u een gesegmenteerde diamantschijf

gebruikt, controleert u dat de diamantschijf randopeningen van 10 mm of minder tussen de segmenten heeft, met alleen een negatieve hellingshoek. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor schuurwerkzaamheden:

1. Gebruik een schuurpapierschijf van de juiste

afmeting. Volg de aanbevelingen van de fabri- kant bij uw keuze van het schuurpapier. Te groot schuurpapier dat te ver uitsteekt over de rand van het schuurblok levert snijgevaar op en kan beknellen of scheuren van de schijf of terug- slag veroorzaken. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor draadborstelwerkzaamheden:

1. Wees erop bedacht dat ook tijdens normaal

gebruik borsteldraden door de borstel worden rondgeslingerd. Oefen niet te veel kracht uit op de borsteldraden door een te hoge belasting van de borstel. De borsteldraden kunnen met gemak door dunne kleding en/of de huid dringen.

2. Als het gebruik van een beschermkap wordt

aanbevolen voor draadborstelen, zorgt u ervoor dat de draadschijf of draadborstel niet in aanraking komt met de beschermkap. De draadschijf of draadborstel kan in diameter toene- men als gevolg van de werkbelasting en centrifu- gale krachten. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen:

1. Bij gebruik van een slijpschijf met een verzon-

ken middengat, mag u uitsluitend met glasve- zel versterkte schijven gebruiken.

2. GEBRUIK NOOIT een stenen komschijf op

deze slijpmachine. Deze slijpmachine is niet ontworpen voor dit type schijven en het gebruik ervan kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

3. Let erop dat u de as, de ens (met name de

montagekant) en de borgmoer niet beschadigt. Als deze onderdelen beschadigd raken, kan de schijf breken.

4. Zorg ervoor dat de schijf niet in aanraking is

met het werkstuk voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld.

5. Laat gereedschap een tijdje draaien voordat u

het op het werkstuk gaat gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste montage of een slecht uitgebalanceerd schijf kunnen wijzen.

6. Gebruik de aangegeven kant van de schijf om

7. Laat het gereedschap niet ingeschakeld lig-

gen. Schakel het gereedschap alleen in wan- neer u het vasthoudt.

8. Raak het werkstuk niet onmiddellijk na bewer-

king aan. Het kan bijzonder heet zijn en brand- wonden op uw huid veroorzaken.

9. Raak accessoires niet onmiddellijk na bewer-

king aan. Deze kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.

10. Houd u aan de instructies van de fabrikant

voor het juist aanbrengen en gebruiken van de schijven. Behandel de schijven voorzichtig en berg deze met zorg op.

11. Gebruik geen afzonderlijke verloopbussen of

adapters om slijpschijven met een groot asgat aan dit gereedschap aan te passen.

12. Gebruik uitsluitend enzen die geschikt zijn

voor dit gereedschap.

13. Voor gereedschap waarop schijven met een

geschroefd asgat dienen aangebracht te wor- den, moet u ervoor zorgen dat de schroefdraad in de schijf lang genoeg is zodat de as hele- maal erin gaat.

14. Zorg ervoor dat het werkstuk goed onder-

15. Houd er rekening mee dat de schijf nog een

tijdje blijft draaien nadat het gereedschap is uitgeschakeld.

16. Indien de werkplaats uiterst warm en vochtig

is, of erg verontreinigd is met geleidend stof, gebruikt u een kortsluitstroomonderbreker (30 mA) om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren.104 NEDERLANDS

17. Gebruik het gereedschap niet op materialen

die asbest bevatten.

18. Wanneer u een doorslijpschijf gebruikt, dient

u altijd te werken met de stofbeschermkap indien dit door de plaatselijke regelgeving wordt vereist.

19. Schijven bedoeld voor doorslijpen mogen niet

aan zijwaartse druk worden blootgesteld.

20. Draag geen sto󰀨en werkhandschoenen tijdens

gebruik van dit gereedschap. Vezels van stof- fen handschoenen kunnen binnendringen in het gereedschap waardoor het gereedschap defect kan raken.

21. Verzeker u er vóór aanvang van de werkzaam-

heden van dat er geen voorwerpen, zoals elektriciteits-, gas- en waterleidingen, verbor- gen zitten in het werkstuk. Anders kan dit een elektrische schok, een lekstroom of een gaslek veroorzaken.

22. Als een tussenschijf is bevestigd op de schijf,

mag u deze niet verwijderen. De diameter van de tussenschijf moet groter zijn dan de borg- moer, buitenens en binnenens.

23. Alvorens een slijpschijf aan te brengen,

controleert u altijd of de tussenschijf geen abnormaliteiten vertoont, zoals ontbrekende schilfers en barsten.

24. Draai de borgmoer goed vast. Als de schijf te

vast wordt gedraaid, kan deze breken, en onvol- doende vastdraaien kan leiden tot wiebelen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getranspor- teerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke sto󰀨en te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afge- dekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.105 NEDERLANDS

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. Belangrijke veiligheidsinstructies voor de draadloos-eenheid

1. Haal de draadloos-eenheid niet uit elkaar en

2. Houd de draadloos-eenheid uit de buurt van

kinderen. Indien per ongeluk ingeslikt, raad- pleegt u onmiddellijk een arts.

3. Gebruik de draadloos-eenheid uitsluitend met

4. Stel de draadloos-eenheid niet bloot aan regen

of natte omstandigheden.

5. Gebruik de draadloos-eenheid niet op plaatsen

waar de temperatuur hoger is dan 50 °C.

6. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

in de buurt van medische instrumenten, zoals een pacemaker.

7. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

in de buurt van geautomatiseerde apparaten. Bij bediening ervan kan in de geautomatiseerde apparaten een storing of fout optreden.

8. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

met een hoge temperatuur of op plaatsen waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.

9. De draadloos-eenheid kan elektromagnetische

velden genereren, maar deze zijn niet schade- lijk voor de gebruiker.

10. De draadloos-eenheid is een nauwkeurig

instrument. Wees voorzichtig dat u de draad- loos-eenheid niet laat vallen of ergens tegen- aan stoot.

11. Raak de aansluitpunten van de draadloos-een-

heid niet aan met blote handen of metaalach- tige materialen.

12. Verwijder altijd de accu uit het apparaat wan-

neer u de draadloos-eenheid erin aanbrengt.

13. Open de afdekking van de gleuf niet op plaat-

sen waar stof of vocht in de gleuf kan binnen- dringen. Houd de ingang van de gleuf altijd schoon.

14. Breng de draadloos-eenheid altijd in de juiste

15. Druk niet te hard op de knop voor draad-

loos inschakelen op de draadloos-eenheid en/of druk niet op de knop met een scherp voorwerp.

16. Sluit altijd de afdekking van de gleuf tijdens

17. Verwijder de draadloos-eenheid niet uit de

gleuf terwijl voeding wordt geleverd aan het gereedschap. Als u dit doet, kan een storing optreden in de draadloos-eenheid.

18. Verwijder de sticker op de draadloos-eenheid

19. Plak geen stickers op de draadloos-eenheid.

20. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.

21. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats die is blootgesteld aan hoge tempe- raturen, zoals in een auto die in de zon staat geparkeerd.

22. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats met veel stof of poeder, of op een plaats waar corrosief gas kan worden gegenereerd.

23. Door een plotselinge verandering in tempe-

ratuur kan condens op de draadloos-eenheid worden gevormd. Gebruik de draadloos-een- heid niet voordat de condens volledig is verdampt.

24. Veeg de draadloos-eenheid voorzichtig

schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen wasbenzine, thinner, geleidend vet en dergelijke.

25. Bewaar de draadloos-eenheid in de bijgele-

verde doos of een antistatische container.

26. Breng geen andere apparaten dan een draad-

loos-eenheid van Makita aan in de gleuf van het gereedschap.

27. Gebruik het gereedschap niet als de afdekking

van de gleuf beschadigd is. Water, stof en vuil die in de gleuf binnendringen, kunnen een storing veroorzaken.

28. Trek en draai niet meer dan nodig is aan de

afdekking van de gleuf. Plaats de afdekking terug als deze los komt van het gereedschap.

29. Vervang de afdekking van de gleuf als deze

verloren of beschadigd is.

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitge- schakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kun

nen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. ► Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikge- luid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangege- ven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ► Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. De resterende acculading controleren Afhankelijk van het land Wanneer u het gereedschap inschakelt, toont het accu-indicatorlampje de resterende acculading. ► Fig.3: 1. Accu-indicatorlampje De resterende acculading wordt aangegeven in de onderstaande tabel. Toestand van accu-indicator Resterende acculading Aan Uit Knippert 50% tot 100% 20% tot 50% 0% tot 20% Laad de accu op. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap wordt gebruikt op een manier die een abnormaal hoge stroomsterkte vergt, stopt het gereedschap automatisch zonder dat een indicatorlampje gaat branden. Schakel in dat geval het gereedschap uit en stop het gebruik dat ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap weer in om verder te gaan.107 NEDERLANDS Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereed- schap automatisch en toont het accu-indicatorlampje de volgende status. In die situatie laat u het gereedschap eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Aan Knippert Als het gereedschap niet start, kan de accu oververhit zijn. In die situatie laat u de accu eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw start. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De beveiligingsvergrendeling ophe󰀨en Wanneer het beveiligingssysteem herhaaldelijk in werking treedt, wordt het gereedschap vergrendeld en toont het accu-indicatorlampje de volgende status. In deze situatie start het gereedschap niet meer, ook niet wanneer het gereedschap wordt in- en uitgescha- keld. Om de beveiligingsvergrendeling op te he󰀨en, verwijdert u de accu, plaatst u deze in de acculader en wacht u tot het opladen is voltooid. Aan Uit Knippert Beveiliging tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te he󰀨en, wanneer het gereedschap tijdelijk is onderbro- ken of tijdens het gebruik is gestopt.

1. Schakel het gereedschap uit en schakel het

daarna weer in om het opnieuw te starten.

2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)

3. Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.

Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. Asvergrendeling WAARSCHUWING: Bedien de asvergrende- ling nooit terwijl de as draait. Dit kan ernstig letsel of beschadiging van het gereedschap veroorzaken. Druk de asvergrendeling in om te voorkomen dat de as meedraait wanneer u accessoires aanbrengt of verwijdert. ► Fig.4: 1. Asvergrendeling Werking van de schakelaar LET OP: Controleer altijd, voordat u de accu in het gereedschap aanbrengt, of de schuifschakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand, wanneer achter op de schuifschakelaar wordt gedrukt. LET OP: De schakelaar kan worden vergrendeld in de aan-stand ten behoeve van het gebruikersge- mak bij langdurig gebruik. Wees extra voorzichtig wanneer u de schakelaar in de aan-stand vergrendelt en houd het gereedschap altijd stevig vast. Om het gereedschap te starten, drukt u de achterkant van de schuifschakelaar omlaag en schuift u die vervolgens naar de stand “I” (aan). Om het gereedschap continu te laten werken, drukt u de voorkant van de schuifschakelaar omlaag om deze te vergrendelen. ► Fig.5: 1. Schuifschakelaar Om het gereedschap te stoppen, drukt u de achterkant van de schuifschakelaar omlaag zodat die terugkeert naar de stand “O” (uit). ► Fig.6: 1. Schuifschakelaar Toerentalregelaar Het toerental van het gereedschap kan worden veranderd door de toerentalregelaar te draaien. De onderstaande tabel toont het cijfer op de toerentalregelaar en het bijbehorende toerental. ► Fig.7: 1. Toerentalregelaar Cijfer Toerental 1 3.000 min

KENNISGEVING: Als het gereedschap gedu- rende een lange tijd ononderbroken op een laag toerental wordt gebruikt, zal de motor overbelast raken, waardoor een storing zal optreden. KENNISGEVING: De toerentalregelaar kan slechts tot stand 5 worden gedraaid en terugge- draaid tot stand 1. Forceer de regelaar niet voorbij de 5 of de 1 omdat de toerentalregeling daardoor defect kan raken. Automatische toerentalwisselfunctie ► Fig.8: 1. Functie-indicatorlampje Toestand van functie-indicatorlampje Bedrijfsfunctie Hoog-toerentalfunctie Hoog-koppelfunctie Dit gereedschap heeft een "hoog-toerentalfunctie" en een "hoog-koppelfunctie". De bedrijfsfunctie wordt automatisch veranderd aan de hand van de werkbelasting. Wanneer tijdens gebruik het functie-indicatorlampje gaat branden, staat het gereedschap in de hoog-koppelfunctie.108 NEDERLANDS Beveiliging tegen onopzettelijk herstarten Wanneer de schakelaar in de aan-stand staat en de accu wordt aangebracht, start het gereedschap niet. Om het gereedschap te starten, schakelt u de schake- laar uit en weer in. Actieve terugkoppelingsdetectietechnologie Het gereedschap detecteert elektronisch situaties waarin de schijf of het accessoire gevaar loopt om vast te lopen. In deze situatie wordt het gereedschap auto- matisch uitgeschakeld om verder ronddraaien van de as te voorkomen (het voorkomt niet terugslag). Om het gereedschap te starten, schakelt u eerst het gereedschap uit, heft u de oorzaak van de plotselinge afname van het toerental op, en schakelt u daarna het gereedschap weer in. Zachte-startfunctie De zachte-startfunctie voorkomt abrupt schoksgewijs inschakelen. Elektrische rem Alleen voor de modellen DGA413 / DGA414 /

DGA463 / DGA464 / DGA513 / DGA514

De elektrische rem wordt ingeschakeld nadat het gereedschap is uitgeschakeld. De rem werkt niet wanneer de elektrische voeding wordt onderbroken, zoals wanneer de accu per ongeluk wordt verwijderd, terwijl de knop is ingeschakeld. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De zijhandgreep (handvat) monteren LET OP: Controleer altijd voor gebruik of de zijhandgreep stevig vastzit. Draai de zijhandgreep vast op het gereedschap in een van de standen aangegeven in de afbeelding. ► Fig.9 De beschermkap aanbrengen en verwijderen (voor schijf met een verzonken middengat, lamellenschijf, exischijf, schijfvormige draadborstel, doorslijpschijf, diamantschijf) WAARSCHUWING: Bij gebruik van een schijf met een verzonken middengat, lamellenschijf, exischijf of schijfvormige draadborstel moet de beschermkap zodanig op het gereedschap wor- den gemonteerd dat de gesloten zijde van de kap altijd naar de gebruiker is gekeerd. WAARSCHUWING: Wanneer u een doorslijp- schijf of diamantschijf gebruikt, moet u altijd een beschermkap gebruiken die speciaal ontworpen is voor gebruik met doorslijpschijven. Voor gereedschap met een beschermkap met een borgschroef Monteer de beschermkap met de uitsteeksels aan de beschermkapband recht tegenover de inkepingen in het lagerhuis. Draai vervolgens de beschermkap naar een dusdanige hoek dat deze de gebruiker beschermt tijdens de werkzaamheden. Draai de schroef vooral stevig vast. Om de beschermkap te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. ► Fig.10: 1. Beschermkap 2. Lagerhuis 3. Schroef Voor gereedschap met een beschermkap met een klemhendel Draai de schroef los en trek daarna de hendel in de richting van de pijl. Monteer de beschermkap met de uitsteeksels aan de beschermkapband recht tegenover de inkepingen in het lagerhuis. Draai vervolgens de beschermkap naar een dusdanige hoek dat deze de gebruiker beschermt tijdens de werkzaamheden. ► Fig.11: 1. Beschermkap 2. Lagerhuis 3. Schroef

Trek de hendel in de richting van de pijl. Zet daarna de beschermkap vast door de schroef aan te draaien. Draai de schroef vooral stevig vast. De instelhoek van de beschermkap is instelbaar met de hendel. ► Fig.12: 1. Schroef 2. Hendel Om de beschermkap te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. Opklikhulpstuk voor de beschermkap van een slijpschijf Optioneel accessoire OPMERKING: Bij doorslijpwerkzaamheden kan een opklikhulpstuk voor de beschermkap van een slijp- schijf worden gebruikt met de beschermkap (voor een slijpschijf). Niet verkrijgbaar is sommige landen. ► Fig.13109 NEDERLANDS Een schijf met een verzonken middengat of een lamellenschijf aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Bij gebruik van een schijf met een verzonken middengat of een lamellenschijf, moet de beschermkap zodanig op het gereedschap worden aangebracht dat de gesloten zijde van de kap altijd naar de gebruiker is gekeerd. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de pasrand van de binnenens perfect past in de binnendiameter van de schijf met een verzonken middengat of lamellenschijf. Als u de binnenens met de verkeerde zijkant aanbrengt, kunnen gevaar- lijke trillingen het gevolg zijn. Breng de binnenens aan op de as. Zorg ervoor dat het ingedeukte deel van de binnenens wordt aangebracht op het rechte deel onderaan de as. Pas de schijf met een verzonken middengat of lamel- lenschijf op de binnenens en draai de borgmoer op de as vast. ► Fig.14: 1. Borgmoer 2. Schijf met een verzonken middengat 3. Binnenens 4. Pasrand Om de borgmoer vast te draaien, drukt u de asver- grendeling stevig in zodat de as niet kan draaien, en gebruikt u vervolgens de borgmoersleutel om de borg- moer stevig rechtsom vast te draaien. ► Fig.15: 1. Borgmoersleutel 2. Asvergrendeling Om de schijf te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. Een exischijf aanbrengen of verwijderen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Gebruik altijd de bijge- leverde beschermkap wanneer een exischijf op het gereedschap is aangebracht. De schijf kan tijdens het gebruik kapotslaan en de beschermkap helpt om persoonlijk letsel te voorkomen. ► Fig.16: 1. Borgmoer 2. Flexischijf 3. Rugschijf

Houd u aan de instructies voor een schijf met een ver- zonken middengat, maar gebruik tevens een rugschijf onder de schijf. Een schuurpapierschijf aanbrengen of verwijderen Optioneel accessoire OPMERKING: Gebruik schuuraccessoires die wor- den beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Deze moeten afzonderlijk worden aangeschaft. Voor model voor 100 mm (4″) ► Fig.17: 1. Borgmoer voor schuren

2. Schuurpapierschijf 3. Rubber rugschijf

1. Breng de binnenens aan op de as.

2. Bevestig de rubber rugschijf op de as.

3. Breng de schijf aan op de rubber rugschijf en draai

de borgmoer voor schuren op de as.

4. Vergrendel de as met de asvergrendeling en draai

de borgmoer voor schuren stevig rechtsom vast met behulp van de borgmoersleutel. Om de schijf te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. Voor andere modellen dan 100 mm (4″) ► Fig.18: 1. Borgmoer voor schuren

2. Schuurpapierschijf 3. Rubber rugschijf

1. Bevestig de rubber rugschijf op de as.

2. Breng de schijf aan op de rubber rugschijf en draai

de borgmoer voor schuren op de as.

3. Vergrendel de as met de asvergrendeling en draai

de borgmoer voor schuren stevig rechtsom vast met behulp van de borgmoersleutel. Om de schijf te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. Superens Optioneel accessoire De Superens is een speciaal accessoire voor een model dat NIET is uitgerust met een remfunctie. Modellen voorzien van de letter F zijn standaard uitge- rust met een superens. Hierbij is slechts 1/3 van de kracht nodig voor het losmaken van de borgmoer, ver- geleken met het conventionele type. De Ezynut aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire Alleen voor gereedschappen met M14-asschroefdraad. LET OP: De Ezynut kan niet worden gebruikt tezamen met de Superens. Deze enzen zijn zo dik dat de volledige schroefdraad niet meer past op de as. Bevestig de binnenens, de slijpschijf en de Ezynut zodanig op de as dat het Makita-logo op de Ezynut naar buiten wijst. ► Fig.19: 1. Ezynut 2. Slijpschijf 3. Binnenens 4. As110 NEDERLANDS Druk de asvergrendeling stevig in en draai de Ezynut vast door de slijpschijf zover mogelijk rechtsom te draaien. ► Fig.20: 1. Asvergrendeling Draai de buitenste ring van de Ezynut linksom om hem los te draaien. OPMERKING: De Ezynut kan met de hand worden losgedraaid wanneer de pijl voor de uitsparing staat. Anders is een borgmoersleutel vereist om de moer los te draaien. Steek één pen van de sleutel in een gat en draai de Ezynut linksom. ► Fig.21: 1. Pijl 2. Uitsparing ► Fig.22 Een doorslijpschijf of diamantschijf aanbrengen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Wanneer u een doorslijp- schijf of diamantschijf gebruikt, moet u altijd een beschermkap gebruiken die speciaal ontworpen is voor gebruik met doorslijpschijven. WAARSCHUWING: Gebruik NOOIT een doorslijpschijf om zijdelings mee te slijpen. ► Fig.23: 1. Borgmoer 2. Doorslijpschijf of diamant- schijf 3. Binnenens 4. Beschermkap voor doorslijpschijf of diamantschijf Volg voor het aanbrengen de instructies voor een schijf met een verzonken middengat. De montagerichting van de borgmoer en binnenens verschilt afhankelijk van het type en de dikte van de schijf. Zie de volgende afbeeldingen. Voor model voor 100 mm (4″) Een doorslijpschijf aanbrengen: ► Fig.24: 1. Borgmoer 2. Doorslijpschijf (dunner dan 4 mm (5/32")) 3. Doorslijpschijf (4 mm (5/32") of dikker) 4. Binnenens Een diamantschijf aanbrengen: ► Fig.25: 1. Borgmoer 2. Diamantschijf (dunner dan 4 mm (5/32")) 3. Diamantschijf (4 mm (5/32") of dikker) 4. Binnenens Voor andere modellen dan 100 mm (4″) Een doorslijpschijf aanbrengen: ► Fig.26: 1. Borgmoer 2. Doorslijpschijf (dunner dan 4 mm (5/32")) 3. Doorslijpschijf (4 mm (5/32") of dikker) 4. Binnenens Een diamantschijf aanbrengen: ► Fig.27: 1. Borgmoer 2. Diamantschijf (dunner dan 4 mm (5/32")) 3. Diamantschijf (4 mm (5/32") of dikker) 4. Binnenens Een komvormige draadborstel aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Gebruik de draadborstel niet wan- neer deze beschadigd is of onbalans heeft. Het gebruik van een beschadigde draadborstel verhoogt de kans op verwonding door aanraking van afgebro- ken borsteldraden. Leg het gereedschap ondersteboven zodat de as goed toegankelijk is. Verwijder alle accessoires vanaf de as. Draai de kom- vormige draadborstel op de as en draai hem vast met behulp van de bijgeleverde sleutel. ► Fig.28: 1. Komvormige draadborstel Een schijfvormige draadborstel aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Gebruik de schijfvormige draadbor- stel niet wanneer deze beschadigd is of onbalans heeft. Het gebruik van een beschadigde schijfvor- mige draadborstel verhoogt de kans op verwonding door aanraking van afgebroken borsteldraden. LET OP: Gebruik bij de schijfvormige draad- borstel ALTIJD de beschermkap, waarbij de bui- tendiameter van de schijfvormige draadborstel binnenin de beschermkap moet vallen. De schijf kan tijdens het gebruik kapotslaan en de bescherm- kap helpt om persoonlijk letsel te voorkomen. Leg het gereedschap ondersteboven zodat de as goed toegankelijk is. Verwijder alle accessoires vanaf de as. Draai de schijf- vormige draadborstel op de as en zet deze vast met de bijgeleverde sleutel. ► Fig.29: 1. Schijfvormige draadborstel De gatenzaag aanbrengen Optioneel accessoire Leg het gereedschap ondersteboven zodat de as goed toegankelijk is. Verwijder alle accessoires vanaf de as. Draai de gaten- zaag op de as en zet hem daarna vast met behulp van de bijgeleverde sleutel. ► Fig.30: 1. Gatenzaag111 NEDERLANDS De stofbeschermkap voor slijpen aanbrengen Alleen voor de modellen DGA461 / DGA462 /

DGA463 / DGA464 / DGA511 / DGA512 / DGA513 /

DGA514 Optioneel accessoire Met optionele accessoires kunt u dit gereedschap gebruiken voor het schuren van betonnen oppervlakken. LET OP: De stofbeschermkap voor diamant- komschijven is uitsluitend bedoeld voor het schuren van betonnen oppervlakken met een diamantkomschijf. Gebruik deze beschermkap niet met enig ander slijpaccessoire of voor enig ander doel. LET OP: Verzeker u er vóór gebruik van dat de stofzuiger is aangesloten op het gereedschap en is ingeschakeld. Leg het gereedschap ondersteboven en breng de stof- beschermkap aan. Breng de binnenens aan op de as. Pas de komvormige diamantschijf op de binnenens en draai de borgmoer op de as vast. ► Fig.31: 1. Borgmoer 2. Komvormige diamant- schijf 3. Komvormige diamantschijf met naaf 4. Binnenens 5. Stofbeschermkap

OPMERKING: Voor informatie over het aanbrengen van de stofbeschermkap, raadpleegt u de gebruiks- aanwijzing van de stofbeschermkap. De stofbeschermkap voor doorslijpen aanbrengen Optioneel accessoire Met optionele accessoires kunt u dit gereedschap gebruiken voor het doorslijpen van steen. ► Fig.32 OPMERKING: Voor informatie over het aanbrengen van de stofbeschermkap, raadpleegt u de gebruiks- aanwijzing van de stofbeschermkap. Een stofzuiger aansluiten Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Zuig nooit metaaldeel- tjes op afkomstig van slijp-, doorslijp- of schuur- werkzaamheden. Metaaldeeltjes die door dergelijke werkzaamheden zijn gevormd, zijn dermate heet dat ze stof en het lter in de stofzuiger kunnen doen ontbranden. Om een sto󰀩ge werkomgeving als gevolg van het doorslijpen van stenen te voorkomen, gebruikt u een stofbeschermkap en een stofzuiger. Raadpleeg tevens de gebruiksaanwijzing van de stof- beschermkap voor informatie over het aanbrengen en gebruik ervan. ► Fig.33: 1. Stofbeschermkap 2. Slang van de stofzuiger BEDIENING WAARSCHUWING: Het is in geen geval ooit nodig om grote druk op het gereedschap uit te oefe- nen. Het gewicht van het gereedschap oefent voldoende druk uit. Forceren of te grote druk uitoefenen kan ertoe leiden dat de schijf breekt, hetgeen gevaarlijk is. WAARSCHUWING: Vervang ALTIJD de schijf als het gereedschap tijdens het slijpen is gevallen. WAARSCHUWING: Laat NOOIT de schijf met kracht op uw werkstuk terechtkomen. WAARSCHUWING: Voorkom dat de schijf springt of bekneld raakt, met name bij het werken rond hoeken, scherpe randen enz. Dat kan leiden tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap. WAARSCHUWING: Gebruik dit gereedschap NOOIT met houtzagen en andere zaagbladen. Zulke zaagbladen op een slijpmachine leiden vaak tot terugslag of verlies van controle over het gereed- schap, wat kan leiden tot persoonlijk letsel. LET OP: Schakel nooit het gereedschap in terwijl dat het werkstuk al raakt omdat hierdoor letsel kan worden veroorzaakt bij de gebruiker. LET OP: Draag tijdens gebruik altijd een vei- ligheidsbril of spatscherm. LET OP: Schakel na gebruik altijd het gereed- schap uit en wacht tot de schijf helemaal tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap neerlegt. LET OP: Houd het gereedschap ALTIJD stevig vast met één hand op de behuizing en de andere hand aan de zijhandgreep (handvat). OPMERKING: Een multifunctionele schijf kan worden gebruikt voor zowel slijp- als doorslijpwerkzaamheden. Raadpleeg de tekst onder "Gebruik als slijpmachine of schuurmachine" voor slijpwerkzaamheden, en raadpleeg de tekst onder "Gebruik met een doorslijp- schijf of diamantschijf" voor doorslijpwerkzaamheden. Gebruik als slijpmachine of schuurmachine ► Fig.34 Schakel het gereedschap in en breng daarna de schijf op/in het werkstuk. In het algemeen geldt: houd de rand van de schijf onder een hoek van ongeveer 15° op het oppervlak van het werkstuk. Tijdens de inloopduur van een nieuwe schijf mag u de slijpmachine niet in voorwaartse richting bewegen omdat deze anders in het werkstuk kan 'invreten'. Pas nadat de rand van de schijf door slijtage is afgerond, mag u de schijf in zowel voorwaartse als achterwaartse richting gebruiken. Praktijkvoorbeeld: gebruik met komvormige diamantschijf ► Fig.35 Houd het gereedschap horizontaal en plaats de volle- dige komvormige diamantschijf op het oppervlak van het werkstuk.112 NEDERLANDS Gebruik met een doorslijpschijf of diamantschijf Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Laat de schijf niet vastlopen en oefen geen buitensporige druk uit. Probeer niet een buitensporig diepe snede te slijpen. Een te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede ver- draait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden, de schijf kan breken of de motor oververhit kan raken. WAARSCHUWING: Begin niet met doorslij- pen terwijl de schijf al in het werkstuk steekt. Wacht totdat de schijf op maximaal toerental draait en breng daarna de schijf voorzichtig in de snede terwijl u het gereedschap voorwaarts beweegt over het oppervlak van het werkstuk. Wanneer het elektrisch gereedschap wordt ingescha- keld terwijl de schijf al in het werkstuk steekt, kan de schijf vastlopen, omhoog lopen of terugslaan. WAARSCHUWING: Tijdens het doorslijpen mag u nooit de hoek van de schijf veranderen. Door zijdelingse druk uit te oefenen op de doorslijp- schijf (zoals bij slijpen), zal de schijf barsten en breken waardoor ernstig persoonlijk letsel wordt veroorzaakt. WAARSCHUWING: Een diamantschijf moet haaks op het door te slijpen werkstuk worden gebruikt. Praktijkvoorbeeld: gebruik met doorslijpschijf ► Fig.36 Praktijkvoorbeeld: gebruik met diamantschijf ► Fig.37 Gebruik met een komvormige draadborstel Optioneel accessoire LET OP: Controleer de werking van de draad- borstel door het gereedschap onbelast te laten draaien terwijl u erop let dat niemand vóór of in één lijn met de draadborstel staat. KENNISGEVING: Voorkom tijdens gebruik van de draadborstel te veel druk waardoor de draden van de komvormige draadborstel te veel verbui- gen. Dit kan leiden tot voortijdig afbreken. Praktijkvoorbeeld: gebruik met een komvormige draadborstel ► Fig.38 Gebruik met een schijfvormige draadborstel Optioneel accessoire LET OP: Controleer de werking van de schijfvor- mige draadborstel door het gereedschap onbelast te laten draaien terwijl u erop let dat niemand vóór of in één lijn met de schijfvormige draadborstel staat. KENNISGEVING: Voorkom tijdens gebruik van de draadborstel te veel druk waardoor de draden van de schijfvormige draadborstel te veel verbui- gen. Dit kan leiden tot voortijdig afbreken. Praktijkvoorbeeld: gebruik met een schijfvormige draadborstel ► Fig.39 Gebruik met een gatenzaag Optioneel accessoire LET OP: Controleer de werking van de gatenzaag door het gereedschap onbelast te laten draaien terwijl u erop let dat niemand vóór de gatenzaag staat. KENNISGEVING: Kantel het gereedschap niet tijdens gebruik. Dit kan leiden tot een voortijdig defect. Praktijkvoorbeeld: gebruik met een gatenzaag ► Fig.40 FUNCTIE VOOR DRAADLOOS INSCHAKELEN Alleen voor de modellen DGA412 / DGA414 /

DGA462 / DGA464 / DGA512 / DGA514

Mogelijkheden van de functie voor draadloos inschakelen Met de functie voor draadloos inschakelen kunt u schoon en comfortabel werken. Door een ondersteunde stofzuiger aan te sluiten op het gereedschap, kunt u de stofzuiger automatisch laten in- en uitschakelen bij bediening van de schakelaar van het gereedschap. ► Fig.41 Om de functie voor draadloos inschakelen te gebruiken, dient u de volgende zaken voor te bereiden:

  • Een draadloos-eenheid (optioneel accessoire)
  • Een stofzuiger die de functie voor draadloos inschakelen ondersteunt In het kort bestaat het instellen van de functie voor draad- loos inschakelen uit de volgende punten. Raadpleeg elke paragraaf voor informatie over de procedure.

1. De draadloos-eenheid aanbrengen

2. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger

3. De functie voor draadloos inschakelen starten113 NEDERLANDS

De draadloos-eenheid aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Plaats het gereedschap op een vlakke en stabiele ondergrond wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt. KENNISGEVING: Verwijder het stof en vuil vanaf het gereedschap voordat u de draad- loos-eenheid aanbrengt. Stof en vuil kunnen een storing veroorzaken wanneer ze binnendringen in de gleuf voor de draadloos-eenheid. KENNISGEVING: Om een storing als gevolg van statische elektriciteit te voorkomen, raakt u een materiaal aan dat statische elektriciteit ontlaadt, zoals een metalen onderdeel van het gereedschap, voordat u de draadloos-eenheid oppakt. KENNISGEVING: Let er bij het aanbrengen van de draadloos-eenheid altijd op dat de draadloos-eenheid in de correcte richting wordt aangebracht en dat de afdekking volledig wordt gesloten.

1. Open de afdekking op het gereedschap, zoals

aangegeven in de afbeelding. ► Fig.42: 1. Afdekking

2. Breng de draadloos-eenheid aan in de gleuf en

sluit vervolgens de afdekking. Wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt, lijnt u de uitsteeksels uit met de uitsparingen in de gleuf. ► Fig.43: 1. Draadloos-eenheid 2. Uitsteeksel

3. Afdekking 4. Uitsparing

Wanneer u de draadloos-eenheid verwijdert, opent u langzaam de afdekking. De haken op de achterkant van de afdekking, tillen de draadloos-eenheid op terwijl u de afdekking omhoog trekt. ► Fig.44: 1. Draadloos-eenheid 2. Haak 3. Afdekking Nadat de draadloos-eenheid is verwijderd, bewaart u hem in de bijgeleverde doos of een antistatische container. KENNISGEVING: Gebruik altijd de haken op de achterkant van de afdekking wanneer u de draad- loos-eenheid verwijdert. Als de haken niet aangrij- pen op de draadloos-eenheid, sluit u de afdekking volledig en opent u hem weer langzaam. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger OPMERKING: Een stofzuiger van Makita die de func- tie voor draadloos inschakelen ondersteunt, is vereist voor registratie van het gereedschap. OPMERKING: Voltooi het aanbrengen van de draad- loos-eenheid in het gereedschap voordat u de regis- tratie van het gereedschap start. OPMERKING: Gedurende de registratie van het gereedschap mag u de trekkerschakelaar van het gereedschap niet inknijpen en de aan-uitknop van de stofzuiger niet bedienen. OPMERKING: Raadpleeg tevens de gebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Als u wilt dat de stofzuiger wordt ingeschakeld tegelijk met de bediening van de schakelaar van het gereed- schap, moet u van tevoren de registratie van het gereedschap voltooien.

1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het

Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. ► Fig.45: 1. Standbyschakelaar

3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de

stofzuiger gedurende 3 seconden ingedrukt totdat de lamp van draadloos inschakelen groen knippert. En houd daarna op dezelfde manier de knop voor draad- loos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ► Fig.46: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

Nadat de stofzuiger en het gereedschap met succes aan elkaar zijn gekoppeld, zullen de lampen van draad- loos inschakelen gedurende 2 seconden groen bran- den, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschake- len stoppen na 20 seconden met groen knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap terwijl de lamp van draadloos inschake- len op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draad- loos inschakelen niet groen knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. OPMERKING: Als u twee of meer gereedschappen registreert op één stofzuiger, voltooit u de registratie van de gereedschappen één voor één. De functie voor draadloos inschakelen starten OPMERKING: Voltooi de registratie van het gereed- schap op de stofzuiger voordat u de functie draadloos inschakelen gebruikt. OPMERKING: Raadpleeg tevens de gebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Nadat een gereedschap in de stofzuiger is geregis- treerd, wordt de stofzuiger automatisch in- en uitge- schakeld door de bediening van de schakelaar van het gereedschap.

Breng de draadloos-eenheid aan in het gereedschap.

2. Sluit de slang van de stofzuiger aan op het

Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. ► Fig.48: 1. Standbyschakelaar

4. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen

op het gereedschap. De lamp van draadloos inschake- len knippert blauw. ► Fig.49: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

Schakel het gereedschap in. Controleer of de stofzui- ger is ingeschakeld terwijl het gereedschap in gebruik is. Om het draadloos inschakelen van de stofzuiger te stoppen, drukt u op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap.114 NEDERLANDS OPMERKING: De lamp van draadloos inschakelen op het gereedschap stopt met blauw knipperen wan- neer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. In dat geval zet u de standbyschakelaar van de stofzui- ger op “AUTO” en drukt u nogmaals op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. OPMERKING: De stofzuiger wordt met een vertra- ging in- en uitgeschakeld. Er treedt een tijdsvertra- ging op wanneer de stofzuiger de bediening van de schakelaar van het gereedschap detecteert. OPMERKING: Het zendbereik van de draadloos-een- heid kan variëren afhankelijk van de locatie en omgevingsomstandigheden. OPMERKING: Als twee of meer gereedschappen zijn geregistreerd in één stofzuiger, kan de stofzuiger worden ingeschakeld ondanks dat u uw gereedschap niet inschakelt omdat een andere gebruiker de functie voor draadloos inschakelen gebruikt. Beschrijving van de status van de lamp van draadloos inschakelen ► Fig.50: 1. Lamp van draadloos inschakelen De lamp van draadloos inschakelen toont de status van de functie voor draadloos inschakelen. Raadpleeg de onder- staande tabel voor de betekenis van de status van de lamp. Status Lamp van draadloos inschakelen Beschrijving Kleur Brandt Knippert Duur Standby Blauw 2 uur Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar. De lamp wordt automatisch uitgeschakeld wanneer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. Bij inge- schakeld gereedschap. Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar en het gereedschap is ingeschakeld. Registratie van het gereed- schap Groen

seconden Klaar voor registratie van het gereedschap. Wachten op registra- tie door de stofzuiger.

seconden De registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Registratie van het gereed- schap annuleren Rood

seconden Klaar om de registratie van het gereedschap te annuleren. Wachten op annuleren door de stofzuiger.

seconden Het annuleren van de registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Overig Rood 3 seconden De draadloos-eenheid wordt van stroom voorzien en de functie voor draadloos inschakelen start nu op. Uit - - Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is gestopt. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger annuleren Voer de volgende procedure uit om de registratie van het gereedschap in de stofzuiger te annuleren.

Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het gereedschap.

Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. ► Fig.51: 1. Standbyschakelaar

Houd de knop voor draadloos inschakelen op de stofzuiger gedurende 6 seconden ingedrukt. De lamp van draadloos inschakelen knippert groen en brandt daarna rood. Houd daarna op dezelfde manier de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ► Fig.52: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

Als het annuleren met succes is uitgevoerd, zullen de lampen van draadloos inschakelen gedurende 2 secon- den rood branden, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschakelen stoppen na 20 seconden met rood knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereed- schap terwijl de lamp van draadloos inschakelen op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draadloos inschakelen niet rood knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt.115 NEDERLANDS Storingzoeken van de functie voor draadloos inschakelen Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De lamp van draadloos inschakelen brandt/knippert niet. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. De registratie van het gereedschap/ het annuleren van de registratie van het gereedschap kan niet met succes worden voltooid. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Onjuiste bediening Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaats het gereedschap en de stofzuiger dichter bij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter, echter, dit kan verschillen afhankelijk van de omstandigheden. Voordat de registratie van het gereed- schap/het annuleren van de registratie van het gereedschap werd voltooid: - de schakelaar van het gereedschap werd aan gezet of; - de aan-uitknop op de stofzuiger werd ingeschakeld. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. De procedure voor de registratie van het gereedschap op het gereedschap of de stofzuiger is niet voltooid. Voer de procedure voor de registratie van het gereedschap tegelijkertijd uit op het gereedschap en de stofzuiger. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons.116 NEDERLANDS Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De stofzuiger wordt niet in- en uitgeschakeld tegelijk met de bedie- ning van de schakelaar van het gereedschap. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Breng de draadloos-eenheid op de juiste wijze aan. De aansluitingen van de draadloos-een- heid en/of de gleuf zijn vuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en controleer of de lamp van draadloos inschakelen blauw knippert. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Meer dan 10 gereedschappen zijn geregistreerd in de stofzuiger. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Als meer dan 10 gereedschappen zijn geregistreerd in de stofzuiger, wordt de eerste registratie van een gereedschap automatisch gewist. De stofzuiger heeft alle registraties van de gereedschappen gewist. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaats het gereedschap en de stofzuiger dichter bij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter, echter, dit kan verschillen afhankelijk van de omstandigheden. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons. De stofzuiger is ingeschakeld terwijl het gereedschap niet in gebruik is. Andere gebruikers gebruiken op hun gereedschap de functie voor draadloos inschakelen van de stofzuiger. Schakel de knop voor draadloos inschakelen van de andere gereedschappen uit of annuleer de registra- tie van de andere gereedschappen. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. De ventilatieopeningen schoonmaken Zorg dat het gereedschap en de ventilatieopeningen steeds goed schoon blijven. Maak regelmatig de ventilatieopeningen schoon en let goed op dat ze niet verstopt raken. ► Fig.53: 1. Luchtuitlaatopening

2. Luchtinlaatopening

Verwijder het stofrooster vanaf de luchtinlaatopening en reinig het zodat de lucht er ongehinderd door kan stromen. ► Fig.54: 1. Stofrooster KENNISGEVING: Reinig het stofrooster wan- neer het verstopt zit met stof of vreemde voorwer- pen. Als u het gereedschap blijft gebruiken met een verstopt stofrooster, kan het gereedschap beschadigd raken.117 NEDERLANDS

COMBINATIE VAN TOEPASSINGEN EN ACCESSOIRES

Optioneel accessoire LET OP: Als het gereedschap met een verkeerde beschermkap wordt gebruikt, kunnen de volgende risico's zich voordoen.

  • Als een beschermkap voor doorslijpen wordt gebruikt voor het slijpen van een oppervlak, kan de beschermkap tegen het werkstuk komen wat tot een slechte controle over het gereedschap leidt.
  • Als een beschermkap voor slijpen wordt gebruikt voor doorslijpen met behulp van een gelijmde slijp- schijf of diamantschijf, bestaat een verhoogd risico van blootstelling aan de draaiende schijf, rond- vliegende vonken en deeltjes, naast blootstelling aan afgebroken stukjes van de schijf in het geval de schijf uit elkaar breekt.
  • Als een beschermkap voor doorslijpen of een beschermkap voor slijpen wordt gebruikt voor opper- vlaktebewerkingen met een komvormige diamantschijf, kan de beschermkap tegen het werkstuk komen wat tot een slechte controle over het gereedschap leidt.
  • Als een beschermkap voor doorslijpen of een beschermkap voor slijpen wordt gebruikt met een schijfvormige draadborstel die dikker is dan de maximale dikte zoals vermeld in "TECHNISCHE GEGEVENS", kunnen de draden tegen de beschermkap komen waardoor de draden afbreken.
  • Het gebruik van een stofbeschermkap tijdens het doorslijpen of oppervlaktebewerkingen op beton of metselwerk, verlaagt het risico van blootstelling aan stof.
  • Bij gebruik van een ens-gemonteerde multifunctionele schijf (voor zowel slijpen als doorslijpen), gebruikt u alleen de beschermkap voor doorslijpen.

- Toepassing Model van 100 mm Model van 115 mm Model van 125 mm

2 - Beschermkap (voor slijpschijf)

3 - Binnenens Binnenens/Superens *1*2

4 Slijpen/schuren Schijf met een verzonken middengat of lamellenschijf

8 Slijpen Flexischijf

9 - Binnenens en rubber

rugschijf 76 Rubber rugschijf 100 Rubber rugschijf 115 10 Schuren Schuurpapierschijf

11 - Borgmoer voor schuren118 NEDERLANDS

- Toepassing Model van 100 mm Model van 115 mm Model van 125 mm 12 Draadborstelen Schijfvormige draadborstel 13 Draadborstelen Komvormige draadborstel 14 Gaten zagen Gatenzaag

15 - Beschermkap (voor doorslijpschijf)

16 Doorslijpen Doorslijpschijf of diamantschijf 17 Slijpen/doorslijpen Multifunctionele schijf

18 - Opklikhulpstuk voor de beschermkap van een slijpschijf*4

19 - Stofbeschermkap voor doorslijpen *5

20 Doorslijpen Diamantschijf

21 - - Stofbeschermkap voor slijpen *6

22 Slijpen - Komvormige diamantschijf *6 - - Borgmoersleutel OPMERKING: *1 De Superens en de Ezynut mogen niet tezamen worden gebruikt. OPMERKING: *2 Gebruik de Superens niet op een slijpmachine die is uitgerust met een remfunctie. OPMERKING: *3 Alleen voor gereedschappen met M14-asschroefdraad. OPMERKING: *4 Het opklikhulpstuk voor de beschermkap van een slijpschijf is niet verkrijgbaar in sommige lan- den. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het opklikhulpstuk voor de beschermkap van een slijpschijf voor meer informatie. OPMERKING: *5 Voor meer informatie, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de betre󰀨ende beschermkap. OPMERKING: *6 Alleen voor de modellen DGA461 / DGA462 / DGA463 / DGA464 / DGA511 / DGA512 / DGA513 / DGA514. Voor meer informatie, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de betre󰀨ende beschermkap. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.