Emerio PAC122839 - Airconditioning

PAC122839 - Airconditioning Emerio - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PAC122839 Emerio in PDF-formaat.

📄 107 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Emerio PAC122839 - page 73
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Suomi FI Nederlands NL Svenska SV

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PAC122839 - Emerio en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PAC122839 van het merk Emerio.

GEBRUIKSAANWIJZING PAC122839 Emerio

1. Lees en bewaar deze gebruiksaanwijzing. Opgelet: de

afbeeldingen in de gebruiksaanwijzing zijn louter indicatief.

2. Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf de

leeftijd van 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met gebrek aan ervaring of kennis, indien zij onder het toezicht staan of gebruiksinstructies voor het veilig gebruik van dit toestel gekregen hebben en de mogelijke gevaren begrijpen.

3. Kinderen mogen niet met dit toestel spelen.

4. Kinderen die niet onder toezicht staan, mogen dit

apparaat niet reinigen of onderhouden.

5. Als het stroomsnoer beschadigd is, dan moet het

vervangen worden door de fabrikant, diens dealer of een gekwalificeerde technicus om risico’s te voorkomen.

6. Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor binnenshuis

7. Gebruik het toestel niet in de buurt van een vuurbron, in

een zone waar olie kan opspatten, stel het niet bloot aan direct zonlicht en plaats het niet in een zone waar water kan opspatten, zoals in de buurt van een badkuip, douche of een zwembad, of in een wasruimte.

8. Steek nooit uw vingers of een stang in de luchtinlaat. Licht

kinderen altijd over deze gevaren in.- 73 -

9. Houd het toestel rechtop tijdens transport en opslag

zodat de compressor niet wordt beschadigd.

10. Voordat u het toestel reinigt of verplaatst, schakel het

altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact.

11. Om brandgevaar te vermijden, dek het toestel nooit af.

12. Zorg dat het gebruikte stopcontact in overeenstemming is

met de lokale voorschriften inzake elektrische veiligheid. Indien nodig, raadpleeg de voorschriften.

13. Installeer het apparaat in overeenstemming met de

nationale bedradingsvoorschriften.

14. Details over het type en de waarde van de zekeringen: T,

250V AC, 2A of hoger.

15. Neem contact op met een bekwame

onderhoudstechnicus om dit toestel te repareren of te onderhouden.

16. Niet aan het snoer trekken, het vervormen of aanpassen,

of het in water dompelen. Aan het snoer trekken of het verkeerd gebruiken kan schade aan het apparaat en een elektrische schok veroorzaken.

17. Leef de nationale gasverorderingen altijd na.

18. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd zoals

aanbevolen door de fabrikant van het apparaat. Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koudemiddelen te gebruiken.

19. Start of stop het toestel niet door de stekker in het

stopcontact te steken of eruit te trekken. Het kan een elektrische schok of brand veroorzaken als gevolg van de overmatige generatie van hitte.

20. Haal de stekker uit het stopcontact als u een ongewoon

geluid, geur of rook waarneemt.

21. Sluit dit apparaat altijd aan op een geaard stopcontact.

22. Als het toestel beschadigd is, schakel het toestel uit, haal

de stekker uit het stopcontact en neem contact op met een erkend servicecentrum voor reparatie.- 74 -

23. Gebruik geen middelen die het ontdooiproces versnellen

of reinigingsmiddelen, tenzij deze die door de fabrikant zijn aanbevolen.

24. Berg het apparaat op in een ruimte zonder continu

werkende ontstekingsbronnen (bijv. een open vlam, ingeschakeld gastoestel of een ingeschakeld elektrisch verwarmingstoestel).

25. Niet doorboren of verbranden.

26. Opgelet, bepaalde koudemiddelen zijn geurloos.

27. Dit apparaat bevat het koudemiddel R290. R290 is een

koelgas dat in overeenstemming is met de Europese milieurichtlijnen. Doorboor geen enkel deel van het koelcircuit.

28. Als het apparaat wordt geïnstalleerd, bediend of bewaard

in een ruimte zonder ventilatie, moet de ruimte aldus zijn ingericht dat de ophoping van koudemiddel door een lek wordt vermeden. Dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar door het ontsteken van het koudemiddel door een elektrisch verwarmingstoestel, fornuis of andere ontstekingsbron.

29. Bewaar het apparaat op een dergelijke wijze zodat

mechanische storing wordt vermeden.

30. Personen die het koelcircuit bedienen of er aan werken,

moeten in het bezit zijn van een gepast certificaat van een bevoegde organisatie, zodat deze personen bevoegd zijn om koudemiddelen op een veilige manier te behandelen overeenkomstig de specificaties die in de industrie van kracht zijn.

31. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd zoals

aanbevolen door de fabrikant van het apparaat. Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koudemiddelen te gebruiken.

32. Voor instructies voor het repareren van apparaten die

R290 bevatten, raadpleeg onderstaande paragrafen.- 75 - Waarschuwing: Houd de ventilatieopeningen vrij. Waarschuwing: Berg het apparaat op in een goed geventileerde ruimte waarbij de grootte van de kamer overeenstemt met het oppervlak dat is aangegeven. De vrije ruimte rondom het toestel moet minstens 30 cm bedragen. Installeer, gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte met een vloeroppervlak van minstens X m

Waarschuwing: Brandgevaar / ontvlambare materialen. Lees de gebruikershandleidingen. Gebruiksaanwijzing; gebruiksinstructies. Service-indicator; lees de technische handleiding.- 76 -

4. Lamel om de op- en neerwaartse windrichting te

6. Luchtinlaatrooster

11. Hete luchtuitlaat

12. Beugel voor slangaansluitstuk (uiteinde voor

17. Hete luchtuitlaatslang

18. Slangaansluitstuk (uiteinde voor airconditioner)

19. Slangaansluitstuk (uiteinde voor raam)

Afstandsbediening Dit apparaat is voorzien van een afstandsbediening. De afstandsbediening werkt op 2 x 1,5 AAA batterijen. De functies van de knoppen op de afstandsbediening zijn dezelfde als de knoppen op het bedieningspaneel. Vooraanzicht Zijaanzicht Achteraanzicht- 77 - Bedieningspaneel

1. Power (aan/uit) knop

2. Temperatuur (timer) verhogen knop

3. Temperatuur (timer) verlagen knop

4. Signaalontvanger-venster voor

6. Speed (Windsnelheid) knop

7. Timer aan/uit knop

8. Water vol-controlelampje

9. Hoge snelheid-controlelampje

10. Lage snelheid-controlelampje

INSTALLATIE Installeer het toestel op een vlakke ondergrond waar de luchtuitlaat niet belemmerd kan worden. Zorg voor een vrije ruimte van minstens 30 cm rondom het toestel. (Fig.1) Installeer het toestel niet in een wasruimte. Draai beide slangaansluitstukken vast op de hete luchtuitlaatslang. (Fig.2) Steek het slangaansluitstuk (uiteinde voor airconditioner) in de beugels aan de achterkant van het toestel. (Fig.3) Breng het ander uiteinde van de uitlaatslang naar een vensterbank in de buurt. (Fig.4)

Fig.1 Fig.2 Fig.3 Fig.4- 78 - GEBRUIK Voor gebruik, controleer of de uitlaatslang juist is aangebracht. Steek de stekker in het stopcontact.

1. Power (aan/uit) knop

Druk op de “POWER” knop om het apparaat in te schakelen. Het apparaat werkt in de koelmodus op de lage windsnelheid. Druk opnieuw op de knop en het apparaat wordt uitgeschakeld.

2. Temperatuur (timer) verhogen knop en Temperatuur (timer) verlagen knop

Druk op de “TEMP+”/”TEMP-” knop om uw gewenste kamertemperatuur tussen 16°C en 31°C in te stellen. De knoppen kunnen tevens worden gebruikt om de timer tussen 1 en 24 uur in te stellen. De waarde wordt bij elke druk op de knop met 1 (°C / uur) verhoogd of verlaagd. Druk lang om de waarde snel te wijzigen. Opmerking: Het apparaat schakelt de compressor (voor het koelen) automatisch uit zodra de kamer de ingestelde temperatuur heeft bereikt. De compressor wordt automatisch ingeschakeld wanneer de kamertemperatuur hoger dan de ingestelde temperatuur is. De interne ventilator werkt gedurende het volledig proces. Als de compressor in werking is, zal het toestel lichtjes trillen. Dit is normaal en is onschadelijk.

3. Speed (Windsnelheid) knop

Druk op de „SPEED“ knop om de windsnelheid op laag of hoog in te stellen. Het overeenkomstig “LOW”/”HIGH” controlelampje zal branden.

4. Mode (Modus) knop

Druk op de “MODE” knop om uw gewenste werkingsmodus in te stellen. U kunt kiezen uit koeling, ontvochtiging en ventilator. - In de koelmodus, brandt het overeenkomstig “COOL” controlelampje. Druk op de “TEMP+”/”TEMP-” knop om uw gewenste kamertemperatuur in te stellen. Druk op de “SPEED” knop om uw gewenste windsnelheid in te stellen. - In de ontvochtigingsmodus, brandt het overeenkomstig “DEHUM” controlelampje. Het apparaat stelt de werkingstemperatuur (2°C onder de huidige kamertemperatuur) automatisch in en de windsnelheid wordt op laag ingesteld. De temperatuur en windsnelheid kunnen niet handmatig worden aangepast. - In de ventilatormodus, brandt het overeenkomstig “FAN” controlelampje. Druk op de „SPEED“ knop om de windsnelheid op laag of hoog in te stellen. Opmerking: In deze modus wordt de temperatuurfunctie niet gebruikt. Het digitaal scherm geeft de waarde „25“ weer, maar dit heeft geen enkele betekenis.

5. Timer aan/uit knop

Timer AAN instelling: - Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, druk op de „TIMER“ knop en het overeenkomstig „TIMER“ controlelampje brandt. - Druk op de “TEMP+”/”TEMP-” om een gewenste inschakelingstijd tussen 1 en 24 uur te selecteren. De ingestelde inschakelingstijd knippert op het digitaal scherm. Druk opnieuw op de “TIMER” knop (wanneer het nog knippert) en de instelling wordt bevestigd. - Het apparaat wordt automatisch ingeschakeld zodra de ingestelde inschakelingstijd is verstreken. Timer UIT instelling - Wanneer het apparaat is ingeschakeld, druk op de „TIMER“ knop en het overeenkomstig „TIMER“ controlelampje brandt. - Druk op de “TEMP+”/”TEMP-” om een gewenste uitschakelingstijd tussen 1 en 24 uur te selecteren. De ingestelde uitschakelingstijd knippert op het digitaal scherm. Druk opnieuw op de “TIMER” knop (wanneer het nog knippert) en de instelling wordt bevestigd. - Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde uitschakelingstijd is verstreken. Opmerking: Het digitaal scherm heeft na het instellen van de timer de afteltijd in aantal uren weer. Druk opnieuw op de „TIMER“ knop en de timerfunctie wordt geannuleerd.- 79 - OPMERKING: Het apparaat werkt bij inschakeling opnieuw op de vorige ingestelde moduszolang de stekker niet uit het stopcontact werd gehaald. Als de stekker uit het stopcontact werd gehaald, dan werkt het apparaat bij inschakeling in de koelmodus op de lage windsnelheid. WAARSCHUWINGEN voor een werking in de koel- of ontvochtigingsmodus - wanneer de koeling- of ontvochtigingsfunctie wordt gebruikt, wacht minstens 3 minuten tussen elke in- of uitschakeling. - De netvoeding moet aan de voorschriften voldoen. - De stekker is bestemd voor gebruik met wisselstroom. - Sluit geen andere apparaten op hetzelfde stopcontact aan. - De netvoeding is AC220-240V, 50Hz. Water vol alarmfunctie van het interne reservoir Het interne waterreservoir van de airconditioner is voorzien van een waterpeil-veiligheidsschakelaar. Deze regelt het waterpeil. Wanneer het waterpeil een bepaald niveau bereikt, brandt het water vol-controlelampje. Als het waterreservoir vol is, verwijder de rubber stop van de afvoeruitlaat aan de onderkant van het toestel en voer al het water af. Continue afvoer Bij normaal gebruik kan het apparaat het condensatiewater automatisch door middel van de spatmotor verdampen. Als de spatmotor beschadigd is, kan de continue afvoer (het water afvoeren via de onderste uitlaat) handmatig worden gebruikt. In dit geval zal het water vol-controlelampje branden. Verwijder de rubber balg en vervolgens de rubber stop uit de afvoeruitlaat en sluit een afvoerslang aan op de uitlaat. Alle water in het waterreservoir wordt vervolgens afgevoerd. Het toestel zal op normale wijze werken. Om lagere werkingsprestaties echter te vermijden, wordt het aanbevolen om zo snel mogelijk contact op te nemen met een erkende technicus om de spatmotor te laten repareren. Als u denkt het toestel langere tijd niet te gebruiken, verwijder de rubber stop van de afvoeruitlaat aan de onderkant van het toestel en voer al het water af.

REINIGING EN ONDERHOUD

Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt. Maak het apparaat niet schoon met benzine of een andere chemische stof. Dompel het apparaat niet onder. Als het apparaat beschadigd is, neem contact op met uw handelaar of een erkend servicecentrum. Luchtfilter Maak de luchtfilter om de twee weken schoon om verstopping door stof en vuil te vermijden. - Trek aan het treklipje om de luchtfilter uit het luchtinlaatrooster te verwijderen. - Maak de luchtfilter schoon met een neutraal reinigingsmiddel in lauw water (40°C) en laat het in de schaduw drogen. - Breng de luchtfilter opnieuw op de juiste plaats in het luchtinlaatrooster aan. De buitenkant schoonmaken Maak de buitenkant schoon met een neutraal reinigingsmiddel en een natte doek en voeg het vervolgens droog met een droge doek.- 80 - PROBLEEMOPLOSSING Problemen Mogelijke oorzaken Oplossingen Het apparaat werkt niet wanneer op de Power knop wordt gedrukt Het water vol-controlelampje knippert en het waterreservoir is vol. Verwijder de rubber stop om het water via de afvoeruitlaat af te voeren. De kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur. Stel de temperatuur opnieuw in. Onvoldoende koud De deuren of ramen zijn niet dicht. Zorg dat alle ramen en deuren dicht zijn. Er bevindt zich een warmtebron in de kamer. Indien mogelijk, verwijder de warmtebron. De hete luchtuitlaatslang is niet aangesloten of is verstopt. Verbind of reinig de hete luchtuitlaatslang. Temperatuurinstelling is te hoog. Stel de temperatuur opnieuw in. De luchtinlaat is verstopt. Reinig de luchtinlaat. Veel lawaai De ondergrond is niet of onvoldoende vlak. Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het lawaai komt door het stromen van het koudemiddel in het apparaat. Dit is normaal. E0 Code Kamertemperatuursensor is defect. Vervang de kamertemperatuursensor. Neem contact op met een vakbekwame technicus voor reparatie. E1 Code Temperatuursensor van condensator is defect. Vervang de temperatuursensor van condensator Neem contact op met een vakbekwame technicus voor reparatie. E2 Code Waterreservoir is vol tijdens het koelen. Verwijder de rubber stop en voer het water af. E3 Code Temperatuursensor van verdamper is defect. Vervang de temperatuursensor van verdamper. Neem contact op met een vakbekwame technicus voor reparatie.

Onderstaande gegevens zijn voor uw operationele referentie Model PAC-122838 PAC-122839 Nominale spanning 220-240V 220-240V Nominale frequentie 50Hz 50Hz Nominale invoer 785W 1000W Nominale stroom 3,5A 4,5A Koelvermogen 2050W (7000Btu/h) 2600W (9000Btu/h) Vochtverwijdering (L/U) 0,8 1,0 Luchtstroom 320m³/u 320m³/u- 81 - ERP-INFORMATIE

Waarde Waarde Handelsmerk Emerio Emerio Identificatie van model PAC-122838 PAC-122839 Geluidsvermogen (koeling) ≦65dB(A) ≦65dB(A) Naam van koudemiddel R290 (0,14kg) R290 (0,16kg) Nominaal opgenomen vermogen voor koeling (kW) 0,785 1,0 Nominale energie-efficiëntieverhouding 2,6 2,6 GWP (kgCO

Energie-efficiëntieklasse

Energieverbruik voor apparaten met twee leidingen (kWh/h) n.v.t. n.v.t. Energieverbruik voor apparaten met één leiding (kWh/h) 0,785 1,0 Stroomverbruik in thermostaat uit-modus (W) n.v.t. n.v.t. Stroomverbruik in stand-bymodus (W) 0,5W 0,5W Koelvermogen 2050W 2600W

Het lekken van koudemiddel draagt bij tot klimaatverandering. Koudemiddel van een lager aardopwarmingspotentieel (GWP) draagt in mindere mate bij tot de opwarming van de aarde dan een koudemiddel met een hogere GWP wanneer deze in de atmosfeer terechtkomt. Dit apparaat bevat een koudemiddel met een GWP van 3. Dit betekent dat als 1 kg van dit koudemiddel in de atmosfeer zou terechtkomen, de impact op de opwarming van de aarde 3 keren groter zou zijn dan 1 kg CO2, over een periode van 100 jaar. Pas het koelcircuit nooit zelf aan of haal het product niet zelf uit elkaar, laat dit altijd aan een deskundige over. #Energieverbruik 0,785 kWh voor model PAC-122838 / 1,0 kWh voor model PAC-122839 in 60 minuten van gebruik in standaard testomstandigheden. Het werkelijk energieverbruik is afhankelijk van de gebruikswijze van het apparaat en waar het is geplaatst. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Emerio Holland B.V. Zomervaart 1A 2033 DA Haarlem Nederland Klantenservice: T: +31(0)23 3034369 E: info.nl@emerio.eu- 82 -

GARANTIE EN KLANTENSERVICE

Vóór de levering worden onze apparaten streng gecontroleerd. Indien het toestel ondanks alle zorg bij de prohoseie of tijdens het transport beschadigd werd, moet u het naar de handelaar terugbrengen. Naast het wettelijke recht op waarborg heeft de klant recht op de volgende garantieclaim: Wij geven een garantie van 2 jaar op het toestel, te beginnen met de koopdatum. Indien u een defect prohose heeft, kunt u rechtstreeks terug gaan naar het aankooppunt. Gebreken die het gevolg zijn van ondeskundig gebruik van het toestel, fouten tijdens ingrepen en reparaties door derden of door de inbouw van vreemde onderdelen, vallen niet onder deze garantie. Bewaar altijd uw aankoopnota, zonder aankoopnota kunt u geen aanspraak maken op enige vorm van garantie. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing vervalt het recht op garantie. Voor vervolgschade die hieruit ontstaat kunnen wij niet verantwoordelijk gehouden worden. Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften zijn wij niet aansprakelijk. In dergelijke gevallen vervalt iedere aanspraak op garantie. Schade aan accessoires of onderdelen betekend niet dat het gehele apparaat zal worden vervangen. Afgebroken glazen of kunststof onderdelen of accessoires vallen niet onder de garantie en zullen tegen vergoeding vervangen kunnen worden. Defecten aan hulpstukken of aan slijtage onderhevige onderdelen, alsmede reiniging, onderhoud of de vervanging van slijtende delen vallen niet onder de garantie en zullen dus in rekening gebracht worden. MILIEUVRIENDELIJKE AFVALVERWERKING Recycling – Europese Richtlijn 2012/19/EU Deze markering betekent dat dit prohose niet samen met ander huishoudelijk afval mag worden afgedankt. Om het milieu en de volksgezondheid niet in gevaar te brengen en het hergebruik van grondstoffen te bevorderen, moet dit prohose op verantwoordelijke wijze worden afgevoerd. Lever verbruikte apparatuur a.u.b. in bij de hiervoor bestemde inzamelpunten of bij de winkel waar het prohose was aangeschaft. Zij zullen dit prohose accepteren voor milieuvriendelijke afvalverwerking. RECYCLE OF GOOI DE BATTERIJ OP EEN JUISTE MANIER WEG. NIET OPENEN. NIET IN VUUR GOOIEN OF KORTSLUITEN. Emerio Holland B.V. Zomervaart 1A 2033 DA Haarlem Nederland Klantenservice: T: +31(0)23 3034369 E: info.nl@emerio.eu- 83 - INSTRUCTIES VOOR HET REPAREREN VAN APPARATEN DIE R290 BEVATTEN

1) Controle van de bedrijfsruimte

Voordat er kan worden gewerkt aan systemen die ontvlambare koudemiddelen bevatten, moeten er veiligheidscontroles worden uitgevoerd om het risico op ontsteking tot een minimum te beperken. De volgende voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen voordat er reparaties aan het koelsysteem kunnen worden uitgevoerd.

De werkzaamheden moeten volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico op de aanwezigheid van een ontvlambaar gas of een ontvlambare damp tijdens de werkzaamheden tot een minimum te beperken.

3) Algemene werkomgeving

Al het onderhoudspersoneel en alle overige personen in de werkomgeving moeten worden geïnformeerd over de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werkzaamheden in besloten ruimtes moeten worden voorkomen. Het gebied rond de werkomgeving moet worden afgesloten. Zorg ervoor dat er veilig in de werkomgeving kan worden gewerkt door het te controleren op de aanwezigheid van ontvlambare stoffen.

4) Controleren op de aanwezigheid van koudemiddel

De omgeving moet voor en tijdens de werkzaamheden worden gecontroleerd met een gepaste koudemiddeldetector, zodat de technicus weet of er ontvlambare stoffen aanwezig zijn. Zorg ervoor dat de apparatuur voor lekdetectie geschikt is voor detectie van ontvlambare koudemiddelen, d.w.z. geen vonken afgeeft, goed is afgedicht en intrinsiek veilig is.

5) Aanwezigheid van een brandblusser

Als er hete werkzaamheden aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moeten worden verricht, moet er geschikte blusapparatuur aanwezig zijn. Zorg dat er een CO₂- of poederblusser in de buurt van de werkomgeving aanwezig is.

6) Geen ontstekingsbronnen

Geen enkele persoon die aan een koelsysteem werkzaamheden verricht waarbij leidingen worden blootgelegd die ontvlambaar koudemiddel bevatten of hebben bevat, mag ontstekingsbronnen op zo'n manier gebruiken dat deze een brand- of explosiegevaar vormt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder brandende sigaretten, moeten uit de buurt van de ruimte waar het apparaat wordt geïnstalleerd, gerepareerd, verwijderd of afgedankt worden gehouden aangezien ontvlambaar koudemiddel vrij kan komen. Vóór het begin van de werkzaamheden moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd op de aanwezigheid van ontbrandingsgevaren en ontstekingsrisico's. Er moeten borden worden geplaatst met de tekst "Niet roken".

7) Geventileerde omgeving

Zorg ervoor dat de werkomgeving in de buitenlucht is of voldoende wordt geventileerd, voordat het systeem wordt geopend of hete werkzaamheden worden verricht. Tijdens de werkzaamheden moet er voortdurend ventilatie zijn. De ventilatie moet ervoor zorgen dat vrijgekomen koudemiddel wordt verspreid en bij voorkeur wordt afgegeven naar de buitenlucht.

8) Controle van de koelapparatuur

Bij het vervangen van elektrische componenten moeten componenten worden gebruikt die geschikt zijn voor het doel en die de juiste specificaties hebben. Volg altijd de onderhouds- en reparatierichtlijnen van de fabrikant. In geval van twijfel, neem contact op met de technische dienst van de fabrikant. Voer de volgende controles uit op installaties die brandbaar koudemiddel gebruiken: – De hoeveelheid koudemiddel moet in overeenstemming zijn met de omvang van de ruimte waarin de apparatuur met koudemiddel wordt geplaatst; – De ventilatieapparatuur en -uitlaten werken naar behoren en worden niet geblokkeerd; – Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, controleer het secundaire circuit op de aanwezigheid van- 84 - koudemiddel; – De markering op het apparaat moeten goed zichtbaar en leesbaar zijn. Markeringen en tekens die niet leesbaar zijn moeten worden vervangen; – Installeer koelleidingen of onderdelen van het koelcircuit in een positie waar ze niet blootgesteld kunnen worden aan stoffen die de onderdelen die het koudemiddel bevatten kunnen corroderen, tenzij deze onderdelen van een materiaal zijn gemaakt die corrosiebestendig zijn of gepast tegen corrosie zijn beschermd.

9) Controle van elektrische apparatuur

Als onderdeel van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan elektrische componenten moeten vooraf veiligheidscontroles worden uitgevoerd en moeten de componenten worden geïnspecteerd. Als een defect wordt geconstateerd dat de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen stroomtoevoer op het circuit worden aangesloten, voordat het defect adequaat is verholpen. Als het defect niet direct kan worden verholpen, maar de bedrijfswerkzaamheden niet langer kunnen worden onderbroken, moet er een adequate en tijdelijke oplossing worden gevonden. Van deze tijdelijke oplossing moet melding worden gemaakt bij de eigenaar van het apparaat, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Tot de initiële veiligheidscontroles behoren: De condensatoren moeten worden ontladen: dit moet op een veilige manier worden gedaan om de mogelijkheid op vonken te voorkomen; Er mogen geen actieve elektrische componenten en draden blootliggen tijdens het opladen, herstellen of spoelen van het systeem; Het systeem moet continu geaard zijn.

2. Reparaties op de afgedichte onderdelen

1) Tijdens de reparatie van afgedichte componenten moet alle stroomtoevoer worden ontkoppeld van het

apparaat waaraan wordt gewerkt, voordat afdichtingen mogen worden verwijderd. Indien het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens onderhoudswerkzaamheden stroomtoevoer naar het apparaat is, moet er een permanent werkende lekdetector worden geplaatst op het meest kritieke punt, zodat deze kan waarschuwen als er een gevaarlijke situatie optreedt.

2) Op de volgende punten moet bijzonder goed worden gelet om te voorkomen dat de behuizing van

elektrische componenten tijdens werkzaamheden zijn beschermende functie niet verliest. Hiertoe behoort schade aan kabels, te veel aansluitingen, terminals die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificaties, schade aan afdichtingen, niet goed passende wartels, enz. Zorg dat het apparaat op een juiste manier in elkaar is gezet. Zorg dat de afdichtingen of het afdichtingsmateriaal niet zijn versleten om indringing van brandbare stoffen te vermijden. De reserveonderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van een silicone afdichtmiddel kan een impact hebben op de juiste werking van bepaalde lekdetectieapparatuur. Intrinsieke veilige onderdelen moeten niet eerst worden geïsoleerd alvorens er werkzaamheden op uit te voeren.

3. Reparatie van intrinsiek veilige componenten

Stel het circuit niet bloot aan permanente inductie- of condensatorbelasting zonder van tevoren te controleren of deze belasting de toegestane spanning en stroomsterkte van het apparaat niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan kan worden gewerkt als er stroom op staat en er ontvlambare gassen of dampen aanwezig zijn. Het testapparaat moet aan de specificaties voldoen. Vervang de componenten alleen met door de fabrikant gespecificeerde componenten. Andere onderdelen kunnen het koudemiddel in brand steken wanneer er een lek aanwezig is.- 85 -

Controleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige factoren in de bedrijfsomgeving. Houd tevens rekening met de effecten van veroudering en de continue trillingen van bronnen als compressors en ventilatoren.

5. Detectie van ontvlambaar koudemiddel

Onder geen enkele omstandigheid mogen er ontstekingsbronnen worden gebruikt voor het zoeken naar of detecteren van lekkend koudemiddel. Er mogen geen lekzoeklampen (of andere detectoren met een open vlam) worden gebruikt.

6. Methoden voor lekdetectie

De volgende lekdetectiemethoden zijn geschikt bevonden voor systemen die ontvlambaar koudemiddel bevatten. Elektronische lekdetectoren kunnen worden gebruikt voor het detecteren van brandbare koudemiddelen. De gevoeligheid kan echter ongepast zijn of herkalibratie kan nodig zijn. (Kalibreer de detectieapparatuur in een gebied zonder koudemiddel). Zorg dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en voor het gebruikte koudemiddel gepast is. Stel de lekdetectieapparatuur in op een percentage van de LFL van het koudemiddel en kalibreer het volgens het gebruikte koudemiddel en de gepaste gaspercentage (maximum 25%). Lekdetectievloeistoffen zijn gepast voor gebruik met de meeste koudemiddelen, maar gebruik geen detergenten die chloor bevatten. De chloor kan reageren met het koudemiddel en de koperen leidingen corroderen. Als een lek wordt vermoed, verwijder/ doof alle open vlammen. Als een koudemiddellek wordt gevonden en er gesoldeerd moet worden, moet al het koudemiddel uit het systeem worden verwijderd of met behulp van ventielen worden geïsoleerd in een deel van het systeem dat zich op afstand van het lek bevindt. Zowel vóór als tijdens het solderen moet het systeem worden gespoeld met zuurstofvrije stikstof.

7. Verwijderen en vacuüm zuigen

Er worden algemene procedures gehanteerd voor reparatie- of andere werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit. Houd met het oog op de ontvlambaarheid van koudemiddelen echter de volgende maatregelen in acht. Voer de volgende procedure uit:

  • Verwijder het koudemiddel;
  • Ontlucht het circuit met inert gas;
  • Ontlucht opnieuw met inert gas;
  • Open het circuit door het te snijden of te solderen. Het verwijderde koudemiddel moet worden opgevangen in de juiste verzamelingscilinders. Het systeem moet worden doorgespoeld met zuurstofvrije stikstof om het systeem veilig te maken. Het is mogelijk dat dit proces meerdere keren moet worden herhaald. Hiervoor mag geen gebruik worden gemaakt van perslucht of zuurstof. Het doorspoelen gebeurt door het vacuüm in het systeem op te heffen met zuurstofvrije stikstof tot de bedrijfsdruk is bereikt, de stikstof te laten ontsnappen in de omgevingslucht en het systeem vervolgens opnieuw vacuüm te zuigen. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koudemiddel meer in het systeem aanwezig is. Wanneer er voor het laatst zuurstofvrije stikstof is toegepast, moet dit worden vrijgegeven aan de omgevingslucht tot de omgevingsdruk is bereikt. Vervolgens kan er met de werkzaamheden worden begonnen. Deze procedure is absoluut noodzakelijk als er soldeerwerkzaamheden op de leidingen dienen te gebeuren. Zorg dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van een ontstekingsbron bevindt en er voldoende ventilatie aanwezig is.- 86 -

Naast de algemene vulprocedures moeten de volgende vereisten worden nageleefd. – Zorg ervoor dat er bij het gebruik van de vulapparatuur geen vermenging van verschillende koudemiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk worden gehouden om de hoeveelheid koudemiddel tot een minimum te beperken. – De cilinders moeten rechtop staan. – Zorg ervoor dat het koudemiddelsysteem geaard is, voordat het systeem wordt gevuld met koudemiddel. – Label het systeem wanneer het is gevuld (indien dit nog niet is gedaan). – Het is uiterst belangrijk dat het systeem niet overmatig gevuld wordt. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet er een druktest met zuurstofvrije stikstof worden uitgevoerd. Het systeem moet na het vullen, maar vóór ingebruikname, worden getest op lekkage. Een tweede lektest moet worden uitgevoerd alvorens de locatie te verlaten.

Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, moet de technicus volledig bekend zijn met het apparaat. Het wordt aanbevolen dat alle koudemiddelen veilig worden opgevangen. Vóór het uitvoeren van de taak moet er een olie- en koudemiddelmonster worden genomen, voor het geval het opgevangen koudemiddel vóór hergebruik moet worden geanalyseerd. Het is essentieel dat er stroomtoevoer is vóór de werkzaamheden beginnen. a) Raak vertrouwd met het apparaat en zijn werking. b) Zorg voor gepaste elektrische isolatie van het systeem. c) Voordat u de procedure uitvoert:

  • Indien nodig, zorg dat er mechanische uitrusting voor het behandelen van de bewaarflessen met koudemiddel aanwezig is;
  • Zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen en dat ze juist worden gebruikt;
  • Zorg tijdens het terugwinningsproces voor een continu toezicht door een vakbekwame persoon.
  • Zorg dat de gebruikte terugwinningsuitrusting en bewaarflessen in overeenstemming zijn met de gepaste normen. d) Pomp het koudemiddelsysteem indien mogelijk leeg. e) Als gebruik van een vacuümpomp niet mogelijk is, moet een verdeelstuk worden gebruikt zodat het koudemiddel van verschillende onderdelen van het systeem kan worden verwijderd. f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat voordat het koudemiddel wordt opgevangen. g) Start de opvangmachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant. h) Vul de cilinders niet te veel. (Niet meer dan 80% van het vloeistofvolume)

i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.

j) Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders en het apparaat snel van de locatie worden verwijderd en moeten alle isolatieventielen op het apparaat worden afgesloten. k) Verzameld koudemiddel mag pas voor een ander koudemiddelsysteem worden gebruikt, als het is schoongemaakt en gecontroleerd.

Het apparaat moet worden voorzien van een label waarop staat vermeld dat het apparaat is ontmanteld en dat het koudemiddel is verwijderd. Het label moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er labels op de cilinders aanwezig zijn met vermelding dat de cilinders ontvlambaar koudemiddel bevatten.

Bij het opvangen van koudemiddel van een systeem, voor zowel onderhoud als ontmanteling, moeten alle koudemiddelen op een veilige manier worden verwijderd. Wanneer koudemiddel wordt opgevangen in- 87 - cilinders mogen alleen geschikte cilinders voor koudemiddel worden gebruikt. Zorg dat u het nodige aantal cilinders hebt om alle koudemiddel te kunnen bewaren. Alle cilinders die worden gebruikt, zijn bestemd voor het opvangen van koudemiddel en moeten als zodanig worden gelabeld (d.w.z. speciale cilinders voor het opvangen van koudemiddel). De cilinders moeten compleet zijn, met een overdrukventiel en afsluitventielen, en alle onderdelen moeten in goede staat verkeren. Lege opvangcilinders moeten met een vacuümpomp worden geleegd en, indien mogelijk, worden gekoeld vóór het opvangen van het koudemiddel. De opvangapparatuur moet zich in een goede staat bevinden, voorzien zijn van instructies en geschikt zijn voor het opvangen van ontvlambare koudemiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn die in goede staat verkeert. Slangen moeten intact zijn, compleet met lekvrije en juist werkende koppelstukken. Controleer vóór gebruik of de opvangmachine in een goede staat verkeert, goed is onderhouden en dat alle elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in geval koudemiddel vrijkomt. In geval van twijfel, neem contact op met de fabrikant. Lever het teruggewonnen koudemiddel in bij uw leverancier van koudemiddel, in de juiste cilinder en voorzien van de relevante documentatie. Meng geen koudemiddelen in opvangunits en, in het bijzonder, niet in cilinders. Als er compressoren of compressorolie moeten worden verwijderd, moet de olie tot een acceptabel niveau worden afgezogen met een vacuümpomp, zodat er geen ontvlambaar koudemiddel in de olie achterblijft. Het vacuümproces moet vóór retournering van de compressor aan de leverancier worden uitgevoerd. Om dit proces te versnellen mag de compressorbehuizing uitsluitend elektrisch worden verwarmd. Olie moet altijd voorzichtig uit een systeem worden verwijderd. Competentie van het onderhoudspersoneel Algemeen Speciale opleiding naast de gebruikelijke reparatieprocedures voor koelapparatuur is nodig wanneer het apparatuur met ontvlambaar koudemiddel betreft. In vele landen wordt deze opleiding gegeven door nationale opleidingsorganisaties die geaccrediteerd zijn om de relevante nationale competentienormen, die wettelijk vastgelegd kunnen zijn, bij te brengen. De behaalde competentie moet in een certificaat zijn vastgelegd. Opleiding De opleiding moet het volgende bevatten: Informatie over het explosiepotentieel van ontvlambare koudemiddelen om aan te tonen dat ontvlambare stoffen gevaarlijk kunnen zijn wanneer ze verkeerd worden behandeld. Informatie over mogelijke ontstekingsbronnen, in het bijzonder deze die niet vanzelfsprekend zijn, zoals aanstekers, lichtschakelaars, stofzuigers, elektrische verwarmingstoestellen. Informatie over de verschillende veiligheidsconcepten: Ongeventileerd – De veiligheid van het apparaat is niet afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. Het is echter mogelijk dat er lekkend koudemiddel in de behuizing ophoopt en er een ontvlambare atmosfeer bij het openen van de behuizing vrijkomt. Geventileerde behuizing – De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Geventileerde ruimte – De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van de ventilatie van de ruimte. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen beduidend gevolg voor de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag tijdens de reparatieprocedures niet worden uitgeschakeld. Informatie over het concept van afgedichte componenten en afgedichte behuizingen overeenkomstig IEC 60079‑15:2010. Informatie over de juiste werkprocedures: a) Inbedrijfstelling- 88 -

  • Zorg dat het vloeroppervlak voldoende groot is voor het koudemiddel of dat de ventilatieslang op een juiste manier is aangebracht.
  • Sluit de leidingen aan en voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
  • Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. b) Onderhoud
  • Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel.
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
  • Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
  • Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is. De standaardprocedure om de aansluitklemmen van condensatoren kort te sluiten veroorzaakt over het algemeen vonken.
  • Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
  • Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. c) Reparatie
  • Repareer draagbare apparatuur buiten of in een werkplaats die specifiek is bestemd voor het repareren van apparaten met ontvlambaar koudemiddel.
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
  • Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
  • Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
  • Als soldeerwerkzaamheden nodig zijn, voer de volgende procedures in de juiste volgorde uit: – Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt. – Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm. – Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof. – Zuig het circuit opnieuw vacuüm. – Verwijder de te vervangen onderdelen door ze af te snijden, en niet met gebruik van een vlam. – Spoel het soldeerpunt met stikstof tijdens de soldeerprocedure. – Voer een lektest uit voordat u het apparaat met koudemiddel vult.
  • Breng de afgedichte behuizingen opnieuw op een juiste manier aan. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze.
  • Controleer de veiligheidsapparatuur alvorens het apparaat in bedrijf te stellen. d) Ontmanteling
  • Als de veiligheid wordt aangetast tijdens het buiten dienst stellen van de apparatuur, verwijder het koudemiddel voordat u start met de ontmanteling.
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar de apparatuur zich bevindt.
  • Storing van de apparatuur kan optreden door verlies van koudemiddel en een koudemiddellek is mogelijk.
  • Gooi condensatoren op een juiste manier weg zodat er geen vonkvorming mogelijk is.
  • Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt.
  • Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
  • Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof.
  • Zuig het circuit opnieuw vacuüm.- 89 -
  • Vul tot aan de atmosferische druk met stikstof.
  • Breng een label op de apparatuur aan met de vermelding dat het koudemiddel is verwijderd. e) Verwijdering
  • Zorg voor voldoende ventilatie in de werkplaats.
  • Verwijder het koudemiddel. Als terugwinning door de nationale regelgeving niet vereist is, voer het koudemiddel naar buiten af. Zorg dat het afgevoerde koudemiddel geen gevaar oplevert. In geval van twijfel, laat een persoon toezicht op de uitlaat houden. Zorg ervoor dat er geen afgevoerd koudemiddel opnieuw in het gebouw stroomt.
  • Zuig het koudemiddelcircuit vacuüm.
  • Spoel het koudemiddelcircuit gedurende 5 minuten met stikstof.
  • Zuig het circuit opnieuw vacuüm.
  • Snij de compressor uit en voer de olie af. Transport, markering en opslag van apparaten die ontvlambaar koudemiddel gebruiken Transport van apparatuur die ontvlambaar koudemiddel bevat Opgelet! Extra transportvoorschriften kunnen gelden voor wat betreft apparatuur die ontvlambaar gas bevat. Het maximum aantal apparaten of de samenstelling van de apparatuur die samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door de geldende transportvoorschriften. Markering van apparatuur met behulp van aanduidingen Aanduidingen voor gelijksoortige apparaten, die in een werkgebied worden gebruikt, worden over het algemeen bepaald door de lokale regelgeving en geven de minimum voorschriften inzake veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk aan. Alle vereiste aanduidingen moeten in een goede staat worden gehouden en de werkgevers moeten ervoor zorgen dat de werknemers gepaste en voldoende instructies en opleiding krijgen over de betekenis van de gepaste veiligheidsaanduidingen en de uit te voeren handelingen die met deze aanduidingen verband houden. De doeltreffendheid van de aanduidingen mag niet afnemen door het aanbrengen van te veel aanduidingen op een bepaalde plaats. De gebruikte pictogrammen moeten zo eenvoudig mogelijk zijn en alleen essentiële details bevatten. Afdanking van apparatuur die ontvlambare koudemiddelen gebruiken. Zie de nationale wetgeving. Opslag van apparatuur De opslag van apparatuur moet in overeenstemming zijn met de instructies van de fabrikant. Opslag van verpakte (niet-verkochte) apparatuur De opslagverpakking moet zodanig worden beschermd dat mechanische beschadiging van de apparatuur in de verpakking niet kan resulteren in lekkage van het koudemiddel. Het maximum aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen wordt bepaald door de lokale wetgeving.- 90 - Käyttöopas – Finnish Kiitämme tuotteemme hankkimisesta. Lue nämä käyttöohjeet huolellisesti ennen laitteen käyttöä asianmukaisen käytön varmistamiseksi. TÄRKEITÄ OHJEITA: Sähkölaitteita käytettäessä on aina noudatettava perusvarotoimenpiteitä tulipalon, sähköiskujen, palovammojen ja muiden tapaturmien välttämiseksi.
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Emerio

Model : PAC122839

Categorie : Airconditioning