BLAUPUNKT 5CC187FF0 - Koelkast

5CC187FF0 - Koelkast BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 5CC187FF0 BLAUPUNKT in PDF-formaat.

📄 100 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BLAUPUNKT 5CC187FF0 - page 78
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BLAUPUNKT

Model : 5CC187FF0

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5CC187FF0 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5CC187FF0 van het merk BLAUPUNKT.

GEBRUIKSAANWIJZING 5CC187FF0 BLAUPUNKT

  • Inhoudsopgave Veiligheid p. 78
  • Algemene aanwijzingen p. 78
  • Bestemming van het apparaat p. 78
  • Inperking van de gebruikers p. 78
  • Veiliger transport p. 79
  • Veilige installatie p. 79
  • Veilig gebruik p. 80
  • Beschadigd apparaat p. 82
  • Het voorkomen van materiële schade p. 84
  • Milieubescherming en bespa- ring p. 84
  • Afvoeren van de verpakking p. 84
  • Energie besparen p. 84
  • Opstellen en aansluiten p. 85
  • Leveringsomvang p. 85
  • Apparaat opstellen en aanslui- ten p. 85
  • Criteria voor de opstellocatie p. 85
  • Het apparaat voor het eerste ge- bruik voorbereiden p. 86
  • Apparaat elektrisch aansluiten p. 86
  • Uw apparaat leren kennen p. 86
  • Apparaat p. 86
  • Bedieningspaneel p. 87
  • Uitrusting p. 87
  • Legplateau p. 87
  • Groente- en fruitlade p. 87
  • Deurrekken p. 87
  • Accessoires p. 87
  • De Bediening in essentie p. 88
  • Apparaat inschakelen p. 88
  • Opmerkingen bij het gebruik p. 88
  • Machine uitschakelen p. 88
  • Temperatuur instellen p. 88
  • Extra functies p. 88
  • Super-functie p. 88
  • Alarm p. 89
  • Deuralarm p. 89
  • Koelvak p. 89
  • Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het koelvak p. 89
  • Koudezones in het koelvak p. 89
  • Sticker "OK" p. 89
  • Vriesvak p. 90
  • Invriescapaciteit p. 90
  • Vriesvakvolume volledig gebrui- ken p. 90
  • Tips voor het inkopen van diep- vrieskost p. 90
  • Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het vriesvak p. 90
  • Tips voor het bevriezen van ver- se levensmiddelen p. 91
  • Houdbaarheid van de diepvries- waren bij −18°C p. 91
  • Ontdooimethodes voor diep- vrieswaren p. 91
  • Ontdooien p. 92
  • Ontdooien in het koelvak p. 92
  • Ontdooien in het vriesvak p. 92
  • Reiniging en onderhoud p. 92
  • Apparaat voorbereiden voor rei- niging p. 92
  • Apparaat schoonmaken p. 93
  • De dooiwatergoot en het afvoer- gat reinigen p. 93
  • Onderdelen eruit halen p. 93
  • Storingen verhelpen p. 95
  • Functiestoringen p. 95
  • Apparaatzelftest uitvoeren p. 97
  • Opslaan en afvoeren p. 97
  • Apparaat buiten gebruik stellen p. 97
  • Afvoeren van uw oude apparaat nl p. 97

Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. Algemene aanwijzingen Hier vindt u algemene informatie over deze gebruiksaanwijzing. ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor de gebruiker van het apparaat. ¡ Neem de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen in acht. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la- ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. Bestemming van het apparaat Om het apparaat veilig en op de juiste manier te gebruiken dient u de aanwijzingen over het correcte gebruik van het apparaat in acht te nemen. Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ volgens deze gebruiksaanwijzing. ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei- ding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui- selijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau. Inperking van de gebruikers Voorkom risico's voor kinderen en kwetsbare personen. Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin- gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe- zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa- raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Veiligheid nl

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen. Veiliger transport Houd de veiligheidsaanwijzingen aan wanneer u het apparaat transporteert. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

Het apparaat niet alleen optillen. Veilige installatie Houd deze veiligheidsaanwijzingen in acht bij de installatie van het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! ¡ Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.

Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.

Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïn- stalleerd.

Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voe- den, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op af- stand.

Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting vol- gens de installatievoorschriften worden ingebouwd.nl Veiligheid

Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het net- snoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. ¡ Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact bren- gen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn geslo- ten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING‒Kans op brand! ¡ Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebrui- ken.

Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servi- cedienst.

Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken. ¡ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagba- re netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen. Veilig gebruik Neem bij gebruik van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.

Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.

Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.Veiligheid nl

WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! ¡ Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.

Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. ¡ Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.

Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! ¡ Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de kou- dekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen.

Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. ¡ Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en ex- plosieve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbe- reiders.

Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! ¡ Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen bar- sten.

Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. ¡ Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.nl Veiligheid

WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.

Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak. VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid! ¡ Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.

Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegan- kelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.

Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.

Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen. ¡ Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.

Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren. Beschadigd apparaat Neem deze veiligheidsvoorschriften in acht als uw apparaat be- schadigd is. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! ¡ Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is ge- vaarlijk.

Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.Veiligheid nl

Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken.

"Contact opnemen met de servicedienst." →Pagina98

Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ¡ Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.

Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.

Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden vervangen door een speciaal snoer dat ver- krijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koude- middel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het ap- paraat.

"Het apparaat uitschakelen." →Pagina88

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

"Neem contact op met de service-afdeling." →Pagina98nl Het voorkomen van materiële schade

Het voorkomen van materiële schade Het voorkomen van mate- riële schade Het voorkomen van materiële schade Ter voorkoming van materiële scha- de, aan het apparaat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u de aan- wijzingen in acht te nemen. LET OP! ¡ Door het gebruik van de plint, la- den of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat be- schadigd raken.

Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. ¡ Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.

Houd kunststofdelen en deuraf- dichtingen olie- en vetvrij. ¡ Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium re- ageert bij contact met zure levens- middelen.

Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren. Milieubescherming en besparing Milieubescherming en be- sparing Milieubescherming en besparing Bescherm het milieu door het appa- raat op een hulpbronnenbesparende manier te gebruiken en herbruikbare materialen op de juiste manier af te voeren. Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieu- vriendelijk en kunnen worden herge- bruikt.

De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver- bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst. ¡ Stel het apparaat niet bloot aan di- rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge- lijk van radiatoren, fornuis en ande- re warmtebronnen: – Houd 30mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of dicht maken. Energie besparen bij het gebruik. Houd deze aanwijzing aan wanneer u uw apparaat gebruikt. Opmerking:De plaatsing van de uit- rustingsonderdelen heeft geen in- vloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort. ¡ Nooit de ventilatie-openingen bin- nenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of dicht maken. ¡ Transporteer gekoelde levensmid- delen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diep- vriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. ¡ Verpak de levensmiddelen lucht- dicht. ¡ Ontdooi het vriesvak regelmatig. ¡ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.Opstellen en aansluiten nl

Opstellen en aansluiten Opstellen en aansluiten Opstellen en aansluiten Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle on- derdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze "servicedienst" →Pagina98 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Inbouw ¡ Uitrusting en accessoires

¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage

¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden Apparaat opstellen en aan- sluiten Vereiste:"De leveringsomvang van het apparaat is gecontroleerd."

1. "Houd de criteria aan voor de op-

stellocatie van het apparaat."

2. Het apparaat conform meegelever-

de montagehandleiding installeren.

3. "Het apparaat voor het eerste ge-

bruik voorbereiden." →Pagina86

4. "Het apparaat elektrisch aanslui-

ten." →Pagina86 Criteria voor de opstellocatie Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst. WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te klei- ne ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas- luchtmengsel ontstaan.

Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m

per 8g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het type- plaatje. →Fig.

Het gewicht van het apparaat kan af- hankelijk van het model tot 65 bedra- gen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het type- plaatje. →Fig.

Toegestane ruimtetempe- ratuur SN 10°C…32°C N 16°C…32°C ST 16°C…38°C T 16°C…43°C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentempe- ratuur.

Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Wanneer u een apparaat van de kli- maatklasse SN gebruikt bij lagere ka- mertemperaturen, dan kunnen be- schadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C wor- den uitgesloten. Nismaten Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij af- wijkingen kunnen problemen optre- den tijdens de installatie van het ap- paraat. Nisdiepte Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nis- diepte moet minimaal 550 mm be- dragen. Nisbreedte Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig. Side-by-side-opstelling Als u 2 apparaten naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de appara- ten minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

1. Haal het informatiemateriaal er uit.2. Verwijder de beschermfolie en

transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.

3. "Het apparaat voor de eerste keer

reinigen." →Pagina93 Apparaat elektrisch aanslui- ten

1. De apparaatstekker van het aan-

sluitsnoer aan het apparaat aan- sluiten.

2. De netstekker van het aansluit-

snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het ap- paraat staan op het typeplaatje.

3. De netstekker op vastheid contro-

leren. a Het apparaat is nu gereed voor ge- bruik. Uw apparaat leren kennen Uw apparaat leren ken- nen Uw apparaat leren kennen Lees meer over de onderdelen van uw apparaat. Apparaat Hier vindt u een overzicht van de on- derdelen van uw apparaat.

Deurrek voor grote flessen Opmerking:Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mo- gelijk op basis van uitrusting en grootte.Uitrusting nl

Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruiks- toestand.

stelt de temperatuur van het koelvak in.

Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in°C. Uitrusting Uitrusting Uitrusting Hier krijgt u een overzicht van de ac- cessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden ge- bruikt. De uitrusting van uw apparaat is mo- delafhankelijk. Legplateau Om de schappen naar wens te varië- ren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.

  • "Plateau verwijderen", Pagina93 Groente- en fruitlade Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade. Afhankelijk van de soort levensmid- delen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswa- ter vormen. Verwijder het condenswater met een droge doek. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente bui- ten het apparaat bewaren bij tempe- raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, au- gurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen. Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te vari- ëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaat- sen.
  • "Deurrek verwijderen", Pagina94 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model. Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierpla- teau. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs- blokjes te maken. IJsblokjes maken

1. De ijsblokjesschaal voor ¾ met

water vullen en in het vriesvak plaatsen. Vastgevroren ijsblokjesschaal al- leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.

2. Om deijsblokjesschaal los tema-

ken de ijsblokjesschaal iets torde- ren of kort onder stromend water houden.nl De Bediening in essentie

De Bediening in essentie De Bediening in essentie De Bediening in essentie Hier wordt de bediening van het ap- paraat in essentie beschreven. Apparaat inschakelen

1. 3Seconden ingedrukt hou-

den. a Het apparaat begint te koelen.

2. "De gewenste temperatuur instel-

len." →Pagina88 Opmerkingen bij het gebruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft in- geschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde tempe- ratuur wordt bereikt. Geen levensmiddelen in het appa- raat doen voordat de temperatuur is bereikt. ¡ De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswa- ter in de zone van de deurafdich- ting. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd. Machine uitschakelen

indrukken. a Het apparaat koelt niet meer. Temperatuur instellen Nadat u het apparaat heeft ingescha- keld, kunt u de temperatuur instellen. Koelvaktemperatuur instellen

Zo vaak op drukken tot de tem- peratuurindicatie de gewenste tem- peratuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C.

Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de "koelvaktemperatuur wij- zigen" →Pagina88. De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger in- gestelde koelvaktemperaturen zor- gen voor hogere vriesvaktempera- turen. Extra functies Extra functies Extra functies Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt. Super-functie Bij de Super-functie koelen het koel- vak en het vriesvak sterker. Hierdoor koelen en bevriezen levensmiddelen snel tot in de kern. Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveel- heid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.

  • "Invriescapaciteit", Pagina90 Opmerking:Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan. Super-functie inschakelen

Zo vaak op drukken tot brandt. Opmerking:Na ca. 48 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Super-functie uitschakelen

Alarm Alarm Alarm Uw apparaat beschikt over alarm- functies. Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld. Na 10minuten knippert de binnen- verlichting. Deuralarm uitschakelen

De apparaatdeur sluiten of op drukken. a Het waarschuwingssignaal is uitge- schakeld. Koelvak Koelvak Koelvak In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewa- ren. De temperatuur is van 2°C tot 8°C instelbaar. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C.

  • "Sticker "OK"", Pagina89 Door de koelopslag kunt uook zeer bederfelijke levensmiddelen opkorte ofmiddellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers. Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het koelvak Volg de tips op bij het bewaren van levensmiddelen in uw koelvak. ¡ Alleen verse en onbeschadigde le- vensmiddelen inruimen. ¡ De door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiks- datum in acht nemen. ¡ Levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. ¡ Warme etenswaren en dranken eerst laten afkoelen. Koudezones in het koelvak Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eron- der liggende legplateau. Tip:Bewaar snel bedervende levens- middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zone De warmste zone bevindt zich hele- maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le- vensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. Sticker "OK" Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levens- middelen aanbevolen veilige tempe- ratuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle mo- dellen meegeleverd. Wanneer de sticker OK niet weer- geeft, dan de temperatuur stapsge- wijze verlagen.
  • "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina88 Na ingebruikneming van het appa- raat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.nl Vriesvak

Correcte instelling Vriesvak Vriesvak Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is af- hankelijk van de temperatuur in het koelvak. Langdurig bewaren van levensmidde- len moet opeen temperatuur van – 18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen ver- tragen of stoppen het bederven. De tijd die nodig isom verse levensmiddelen volledig diep tevriezen isafhankelijk van verschillende factoren: ¡ Ingestelde temperatuur ¡ Levensmiddel (grootte en soort) ¡ Bewaarde hoeveelheid ¡ Reeds bewaarde hoeveelheid le- vensmiddelen Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoe- veel uur tot in de kern kan worden in- gevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. →Fig.

Voorwaarden voor invriesvermogen

1. Ca. 24uur vóór het inladen van

verse levensmiddelen Super-func- tie inschakelen.

  • "Super-functie inschakelen", Pagina88

2. De levensmiddelen eerst in de bo-

venste diepvrieslade leggen. Daar vriezen de levensmiddelen het snelst in. Vriesvakvolume volledig ge- bruiken Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak onderbrengt.

1. "Alle uitrustingsdelen verwijderen."

2. Levensmiddelen rechtstreeks op

de legplateaus en de bodem van het vriesvak bewaren. Tips voor het inkopen van diepvrieskost Neem de tips in acht als u diepvries- kost inkoopt. ¡ Op onbeschadigde verpakking let- ten. ¡ Op de houdbaarheidsdatum letten. ¡ De temperatuur in de supermarkt- vriezer moet –18°C of kouder zijn. ¡ De diepvriesketen niet onderbre- ken. Diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen. Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het vriesvak Neem de tips in acht als u levens- middelen in het vriesvak inruimt. ¡ Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de onderste diepvrieslade leggen. ¡ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leg- gen. ¡ In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen.Vriesvak nl

¡ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven. Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen Neem de tips in acht als u verse le- vensmiddelen invriest. ¡ Alleen verse en onberispelijke le- vensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invrie- zen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levens- middelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuur- oplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte le- vensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaar- gerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte le- vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra- dijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu- re room, crème fraîche en mayo- naise. Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

2. De lucht eruit drukken.

3. De verpakking luchtdicht afsluiten

om te voorkomen dat de levens- middelen hun smaak verliezen of uitdrogen.

4. De verpakking met de inhoud van

de invriesdatum voorzien. Houdbaarheid van de diep- vrieswaren bij −18°C Neem de bewaartijden in acht als u levensmiddelen invriest. Product Bewaartijd Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en ban- ket Tot 6 maanden Gevogelte, vlees Tot 8 maanden Groente, fruit Tot 12 maanden De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C. Ontdooimethodes voor diep- vrieswaren Om de productkwaliteit zo goed mo- gelijk te behouden, de ontdooimetho- de aan levensmiddel en gebruiksdoel aanpassen. VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen.

Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ¡ In het koelvak dierlijke levensmid- delen ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Bij kamertemperatuur brood ont- dooien.nl Ontdooien

¡ In de magnetron, in de oven of op het fornuis levensmiddelen voor di- recte consumptie bereiden. Ontdooien Ontdooien Ontdooien Houdt u de informatie aan, wanneer u uw apparaat wilt ontdooien. Ontdooien in het koelvak. Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak af- hankelijk van de werking waterdrup- pels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwater- goot in het afvoergat naar de ver- dampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd. Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:

  • "De dooiwatergoot en het afvoer- gat reinigen.", Pagina93. Ontdooien in het vriesvak Het diepvriesvak ontdooit niet auto- matisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien.

1. Ca. 4uur vóór het ontdooien de

Super-functie inschakelen.

  • "Super-functie inschakelen", Pagina88 De levensmiddelen bereiken hier- door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.

2. De diepvrieslade met de diepvries-

waren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, in- dien voorhanden, op de dievries- waren leggen.

3. "Het apparaat uitschakelen."

4. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

5. Om het ontdooien te versnellen,

een pan met heet water op een on- derzetter in het vriesvak zetten.

6. Het dooiwater met een zachte

doek of een spons opvegen.

7. Het vriesvak met een zachte, dro-

ge doek droogwrijven.

8. Het apparaat elektrisch aansluiten.

9. "Het apparaat inschakelen."

  • Pagina88 10.De diepvrieslade met de diepvries- waren opnieuw plaatsen. Reiniging en onderhoud Reiniging en onderhoud Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn. Apparaat voorbereiden voor reiniging Informatie over de wijze waarop u uw apparaat voorbereid voor reiniging

1. "Het apparaat uitschakelen."

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact.Reiniging en onderhoud nl

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Haal alle levensmiddelen uit het

apparaat en bewaar deze op een koele plek. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.

4. Als een rijplaag voorhanden is, de-

5. "Neem alle uitrustingsdelen uit het

apparaat." →Pagina93 Apparaat schoonmaken Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat het niet door een verkeerde reiniging of onge- schikte schoonmaakmiddelen be- schadigd raakt. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! ¡ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Geen stoomreiniger of hoge- drukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. ¡ Vloeistof in de verlichting kan ge- vaarlijk zijn.

Het sop mag niet in de verlich- ting terechtkomen. LET OP! ¡ Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken.

Geen scherpe of schurende rei- nigingsmiddelen gebruiken.

Geen sterk alcoholhoudende rei- nigingsmiddelen gebruiken. ¡ Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.

Het sop mag niet in het afvoer- gat komen. ¡ Wanneer u uitrustingsdelen en ac- cessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleu- ren.

1. "Apparaat voorbereiden voor reini-

2. Het apparaat, de uitrustingsdelen

en de deurafdichting met een vaat- doek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel rei- nigen.

3. Met een zachte, droge doek gron-

4. Plaats de uitrustingsdelen in het

5. Het apparaat elektrisch aansluiten.

6. "Het apparaat inschakelen."

7. Doe de levensmiddelen in het ap-

paraat. De dooiwatergoot en het af- voergat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het af- voergat regelmatig, om ervoor te zor- gen dat het dooiwater kan weglopen.

Reinig de dooiwatergoot en het af- voergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.

Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het ap- paraat. Plateau verwijderen

Het legplateau uittrekken en verwij- deren.

  • Fig. 4nl Reiniging en onderhoud

Het deurrek omhoog tillen en ver- wijderen

Groente- en fruitlade verwijderen

1. De fruit- en groentelade tot de aan-

2. De fruit- en groentelade aan de

voorzijde optillen en verwijderen

Diepvrieslade verwijderen

1. De diepvrieslade tot aan de aan-

2. De diepvrieslade vooraan optillen

Storingen verhelpen Storingen verhelpen Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.

Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa- ratie van het apparaat.

Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden ver- vangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de ser- vicedienst. Functiestoringen Storing Oorzaak Probleemoplossing Apparaat werkt niet. Er brandt geen enkele indi- catie. De stekker zit niet goed in het stopcontact.

1. Controleer of de netstekker van de

de stroomkabel volledig aan de achterzijde van het apparaat is in- gestoken. De zekering is geactiveerd.

Controleer de zekeringen. De stroom is uitgevallen. 1. Controleer of er stroom is.

2. Koude-accu's, indien voorhanden,

op de dievrieswaren leggen. Apparaat koelt niet, indica- ties en verlichting branden. Het presentatielicht is inge- schakeld.

"Voer de apparaatzelftest uit."

  • Pagina97 a Na het verstrijken van de apparaat- zelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. LED-verlichting functioneert niet. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.

Neem contact op met de service- dienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. De koelmachine schakelt va- ker en langer in. Het apparaat is te vaak geo- pend.

Open de apparaatdeur niet onno- dig.nl Storingen verhelpen

Storing Oorzaak Probleemoplossing De koelmachine schakelt va- ker en langer in. Ventilatieroosters aan de buitenkant zijn afgedekt.

Verwijder blokkades voor de exter- ne ventilatieroosters. Bodem van het koelvak is nat. De dooiwatergoot of het af- voergat is verstopt.

"De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen." →Pagina93 Temperatuur wijkt erg af van deinstelling. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.

1. "Schakel het apparaat uit."

nuten opnieuw in." →Pagina88 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de tempe- ratuur na een paar uur op- nieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag op- nieuw. Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koude- middel door de buizen. Mo- tor, schakelaars of magneet- ventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen hande- ling vereist. Apparaat produceert gelui- den. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.

Controleer de uitneembare uitrus- tingsdelen en zet ze eventueel op- nieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar.

Haal flessen of containers van el- kaar. Super-functie is ingescha- keld. Geen handeling vereist.Geen hande- ling vereist. Het apparaat ruikt onaange- naam. Er zijn verschillende oorza- ken mogelijk, bijv. bedorven levensmiddelen of gemorste vloeistoffen in het apparaat.

2. "Bereid het apparaat voor om te rei-

3. "Reinig het apparaat." →Pagina93

delen luchtdicht om geurvorming te voorkomen.

6. Controleer na 24 uur opnieuw of er

luchtjes zijn ontstaan.Opslaan en afvoeren nl

Apparaatzelftest uitvoeren

1. "Het apparaat uitschakelen."

3. Binnen 10seconden na het reali-

seren van de elektrische aanslui- ting gedurende 5 tot 7 seconden ingedrukt houden, tot een tweede akoestische signaal klinkt. a De apparaatzelftest start. a Tijdens de apparaatzelftest weer- klinkt tussendoor een lang akoes- tisch signaal. a Als na het einde van de apparaat- zelftest 2 akoestische signalen weerklinken en twee keer knippert, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de nor- male werking. a Als na het einde van de apparaat- zelftest 5 akoestische signalen weerklinken en gedurende 10 seconden knippert, contact opne- men met de service. Opslaan en afvoeren Opslaan en afvoeren Opslaan en afvoeren Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren. Apparaat buiten gebruik stel- len

1. "Het apparaat uitschakelen."

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Alle levensmiddelen verwijderen.

4. "Het apparaat ontdooien."

6. Om de ventilatie van het interieur

te waarborgen het apparaat geo- pend laten. Afvoeren van uw oude appa- raat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen op- nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezond- heid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.

Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat ne- men.

Kinderen uit de buurt van een af- gedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

De buizen van de koudemiddel- kringloop en de isolatie niet be- schadigen.

Het apparaat milieuvriendelijk af- voeren. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden.nl Servicedienst

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Euro- pese richtlijn 2012/19/EU be- treffende afgedankte elektri- sche en elektronische appara- tuur (waste electrical and elec- tronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terug- neming en verwerking van oude apparaten. Servicedienst Servicedienst Servicedienst Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden ge- repareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Veel problemen kunt u via de infor- matie voor het verhelpen van storin- gen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst. We vinden altijd een passende oplos- sing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden. We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksga- rantie met originele reserveonderde- len door geschoolde servicetechnici wordt gerepareerd. Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De ga- rantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van ver- vangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect wordt veroorzaakt. Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetref- fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Eu- ropese Economische Ruimte be- draagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garan- tievoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga- rantieperiode en garantievoorwaar- den in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servi- cedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

Om uw apparaatgegevens en de ser- vicedienst-telefoonnummers snel te- rug te kunnen vinden, kunt u de ge- gevens noteren.Technische gegevens nl

Technische gegevens Technische gegevens Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overi- ge technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.