5CG230FF0 - Koelkast BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 5CG230FF0 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5CG230FF0 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5CG230FF0 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING 5CG230FF0 BLAUPUNKT
1.1 Algemene aanwijzingen ...........70
1.2 Bestemming van het appa-
raat ...........................................70
1.3 Inperking van de gebruikers ....70
2 Het voorkomen van materiële schade ........................................76 3 Milieubescherming en bespa- ring..............................................76
3.1 Afvoeren van de verpakking ....76
3.2 Energie besparen.....................76
4 Opstellen en aansluiten.............77
4.1 Leveringsomvang .....................77
4.2 Criteria voor de opstellocatie ...77
4.3 Apparaat monteren ..................78
4.4 Het apparaat voor het eerste
gebruik voorbereiden ...............78
4.5 Apparaat elektrisch aanslui-
7.2 Opmerkingen bij het gebruik ...80
9.1 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het koel- vak............................................81
9.2 Koudezones in het koelvak......81
10.1 Deur van het vriesvak.............82
10.2 Invriescapaciteit......................82
10.3 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het vries- vak..........................................82
10.4 Tips voor het bevriezen van
verse levensmiddelen ............82
10.5 Houdbaarheid van de diep-
vrieswaren bij −18°C ............83
10.6 Ontdooimethodes voor
diepvrieswaren .......................83 11 Ontdooien.................................83
11.1 Ontdooien in het koelvak. ......83
11.2 Ontdooien in het vriesvak ......83
12 Reiniging en onderhoud..........84
12.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging .........................84
12.2 Apparaat schoonmaken.........84
12.3 De dooiwatergoot en het af-
14.1 Apparaat buiten gebruik
stellen .....................................88
14.2 Afvoeren van uw oude ap-
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la- ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ volgens deze gebruiksaanwijzing. ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei- ding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui- selijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin- gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe- zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa- raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.Veiligheid nl
1.4 Veiliger transport WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver- oorzaken.
Het apparaat niet alleen optillen. 1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge- gevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn- stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis- selstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij- voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoor- schriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht- mengsel ontstaan.
Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.nl Veiligheid
WAARSCHUWING‒Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap- ters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de service- dienst.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken. Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net- voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat- sen. 1.6 Veilig gebruik WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap- paraat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier- door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koude- kringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en ex- ploderen.
Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me- chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun- nen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie- ve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. De dampen van brandbare vloeistoffen kunnen ontsteken (explo- sieve verbranding)
Dranken met een hoog alcoholpercentage uitsluitend goed af- gesloten en staand bewaren. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be- schadigen. WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.nl Veiligheid
VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le- vensmiddelen te voorkomen.
Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa- raat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij- ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda- nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid- delen of op deze drupt.
Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap- paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun- nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio- nen overdragen naar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren. 1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar- lijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina89 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge- bruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid- del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
Het apparaat uitschakelen. →Pagina80
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina89nl Het voorkomen van materiële schade
Het voorkomen van materiële schade 2 Het voorkomen van materiële schade Het voorkomen van materiële schade LET OP! Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of op- stapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdich- tingen poreus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf- dichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen alu- minium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren. Milieubescherming en besparing 3 Milieubescherming en besparing Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpak- king De verpakkingsmaterialen zijn milieu- vriendelijk en kunnen worden herge- bruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver- bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan di- rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge- lijk van radiatoren, fornuis en ande- re warmtebronnen: – Houd 30mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of dicht maken. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking:De plaatsing van de uit- rustingsonderdelen heeft geen in- vloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort. ¡ Nooit de ventilatie-openingen bin- nenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of dicht maken. ¡ Transporteer gekoelde levensmid- delen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diep- vriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. ¡ Verpak de levensmiddelen lucht- dicht. ¡ Ontdooi het vriesvak regelmatig. ¡ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.Opstellen en aansluiten nl
Opstellen en aansluiten 4 Opstellen en aansluiten Opstellen en aansluiten 4.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle on- derdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst →Pagina89 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Inbouw ¡ Uitrusting en accessoires
¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage
¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden 4.2 Criteria voor de opstello- catie WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te klei- ne ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas- luchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m
per 8g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het type- plaatje. →Fig.
Het gewicht van het apparaat kan af- hankelijk van het model tot 45 bedra- gen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het type- plaatje. →Fig.
Klimaat- klasse Toegestane ruimte- temperatuur SN 10°C…32°C N 16°C…32°C ST 16°C…38°C T 16°C…43°C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentempe- ratuur. Wanneer u een apparaat van de kli- maatklasse SN gebruikt bij lagere ka- mertemperaturen, dan kunnen be- schadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C wor- den uitgesloten. Nismaten Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij af- wijkingen kunnen problemen optre- den tijdens de installatie van het ap- paraat. Nisdiepte Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nis- diepte moet minimaal 550 mm be- dragen.
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Nisbreedte Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig. 4.3 Apparaat monteren
Het apparaat conform meegelever- de montagehandleiding monteren. 4.4 Het apparaat voor het eer- ste gebruik voorbereiden
1. Haal het informatiemateriaal er uit.2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
3. Het apparaat voor de eerste keer
reinigen. →Pagina84 4.5 Apparaat elektrisch aan- sluiten
1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het ap- paraat staan op het typeplaatje.
2. De netstekker op vastheid contro-
leren. a Het apparaat is nu gereed voor ge- bruik. Uw apparaat leren kennen 5 Uw apparaat leren ken- nen Uw apparaat leren kennen 5.1 Apparaat Hier vindt u een overzicht van de on- derdelen van uw apparaat.
Deurrek voor grote flessen Opmerking:Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mo- gelijk op basis van uitrusting en grootte. 5.2 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruiks- toestand.
De hoofdschakelaar schakelt het apparaat in of uit.
schakelt Supervriezen in of uit.
Toont de ingestelde tempera- tuur van het koelvak in°C.
stelt de temperatuur van het koelvak in.Uitrusting nl
Uitrusting 6 Uitrusting Uitrusting De uitrusting van uw apparaat is mo- delafhankelijk. 6.1 Legplateau Om de schappen naar wens te varië- ren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
- "Plateau verwijderen", Pagina85 6.2 Flessenrek Bewaar flessen veilig op het flessen- rek.
Om het flessenrek naar wens te vari- ëren, kunt u het flessenrek verwijde- ren en op een andere plaats weer te- rugzetten.
- "Plateau verwijderen", Pagina85 6.3 Groente- en fruitlade Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade. Afhankelijk van de soort levensmid- delen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswa- ter vormen. Verwijder het condenswater met een droge doek. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente bui- ten het apparaat bewaren bij tempe- raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, au- gurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen. 6.4 Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te vari- ëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaat- sen.
- "Deurrek verwijderen", Pagina85 6.5 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model. Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierpla- teau. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs- blokjes te maken. IJsblokjes maken
1. De ijsblokjesschaal voor ¾ met
water vullen en in het vriesvak plaatsen. Vastgevroren ijsblokjesschaal al- leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
2. Om deijsblokjesschaal los tema-
ken de ijsblokjesschaal iets torde- ren of kort onder stromend water houden. De Bediening in essentie 7 De Bediening in essen- tie De Bediening in essentie 7.1 Apparaat inschakelen
1. Het apparaat met hoofdschakelaar
a Het apparaat begint te koelen. a De temperatuurindicatie knippert tot in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.nl Extra functies
2. De gewenste temperatuur instellen.
- Pagina80 7.2 Opmerkingen bij het ge- bruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft in- geschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde tempe- ratuur wordt bereikt. Geen levensmiddelen in het appa- raat doen voordat de temperatuur is bereikt. ¡ Wanneer u de koelvakdeur regel- matig opent, grote hoeveelheden levensmiddelen plaatst of de ka- mertemperatuur te hoog is, dan wordt de koelvaktemperatuur ho- ger. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd. ¡ Vermijd het contact tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de ach- terwand vastvriezen. 7.3 Machine uitschakelen
Het apparaat met de hoofdschake- laar uitschakelen. →Fig.
7.4 Temperatuur instellen Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op drukken tot de tem- peratuurindicatie de gewenste tem- peratuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C.
Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wij- zigen →Pagina80. De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger in- gestelde koelvaktemperaturen zor- gen voor hogere vriesvaktempera- turen. Extra functies 8 Extra functies Extra functies 8.1 Supervriezen Bij het Supervriezen koelt het vries- vak zo koud mogelijk. Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
- "Voorwaarden voor invriesvermo- gen", Pagina82 Opmerking:Als Supervriezen is inge- schakeld, kan er meer geluid ont- staan. Supervriezen inschakelen
indrukken. a brandt. Opmerking:Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Supervriezen uitschakelen
Koelvak 9 Koelvak Koelvak In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewa- ren. De temperatuur is van 2°C tot 8°C instelbaar. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C.
- "Sticker "OK"", Pagina81 Door de koelopslag kunt uook zeer bederfelijke levensmiddelen opkorte ofmiddellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers. 9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ¡ Alleen verse en onbeschadigde le- vensmiddelen inruimen. ¡ De door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiks- datum in acht nemen. ¡ Levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. ¡ Warme etenswaren en dranken eerst laten afkoelen. 9.2 Koudezones in het koel- vak Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eron- der liggende legplateau. Tip:Bewaar snel bedervende levens- middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zone De warmste zone bevindt zich hele- maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le- vensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. 9.3 Sticker "OK" Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levens- middelen aanbevolen veilige tempe- ratuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle mo- dellen meegeleverd. Wanneer de sticker OK niet weer- geeft, dan de temperatuur stapsge- wijze verlagen.
- "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina80 Na ingebruikneming van het appa- raat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Correcte instelling Vriesvak 10 Vriesvak Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is af- hankelijk van de temperatuur in het koelvak. Langdurig bewaren van levensmidde- len moet opeen temperatuur van – 18°C of lager gebeuren.nl Vriesvak
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen ver- tragen of stoppen het bederven. 10.1 Deur van het vriesvak Om ervoor te zorgen dat diepvrieswa- ren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten. Opmerking:Als u de deur van het vriesvak sluit, klikt deze hoorbaar vast. 10.2 Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoe- veel uur tot in de kern kan worden in- gevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. →Fig.
Voorwaarden voor invriesvermogen
1. Ca. 24 uur vóór het inladen van
2. De levensmiddelen van rechts be-
ginnend in het diepvriesvak leg- gen. Daar vriezen de levensmidde- len het snelst in. 10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ¡ De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verde- len. ¡ In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. 10.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidde- len ¡ Alleen verse en onberispelijke le- vensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invrie- zen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levens- middelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuur- oplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte le- vensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaar- gerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte le- vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra- dijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu- re room, crème fraîche en mayo- naise. Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
2. De lucht eruit drukken.
3. De verpakking luchtdicht afsluiten
om te voorkomen dat de levens- middelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
4. De verpakking met de inhoud van
de invriesdatum voorzien.Ontdooien nl
10.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18°C Product Bewaartijd Vis, worst, klaarge- maakte gerechten, brood en banket Tot 6 maan- den Gevogelte, vlees Tot 8 maan- den Groente, fruit Tot 12 maan- den 10.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen.
Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ¡ In het koelvak dierlijke levensmid- delen ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Bij kamertemperatuur brood ont- dooien. ¡ In de magnetron, in de oven of op het fornuis levensmiddelen voor di- recte consumptie bereiden. Ontdooien 11 Ontdooien Ontdooien 11.1 Ontdooien in het koel- vak. Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak af- hankelijk van de werking waterdrup- pels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwater- goot in het afvoergat naar de ver- dampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd. Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:
- "De dooiwatergoot en het afvoer- gat reinigen.", Pagina85. 11.2 Ontdooien in het vries- vak Het diepvriesvak ontdooit niet auto- matisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien.
1. Ca. 4uur voor het ontdooien Su-
pervriezen inschakelen.
- "Supervriezen inschakelen", Pagina80 De levensmiddelen bereiken hier- door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
2. De diepvrieswaren verwijderen en
op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelelementen, indien voorhanden, wikkelen.nl Reiniging en onderhoud
3. Het apparaat uitschakelen.
4. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
5. Om het ontdooien te versnellen,
een pan met heet water op een on- derzetter in het vriesvak zetten.
6. Het dooiwater met een zachte
doek of een spons opvegen.
7. Het vriesvak met een zachte, dro-
ge doek droogwrijven.
8. Het apparaat elektrisch aansluiten.
9. De diepvrieswaren inladen.
- Pagina82 Reiniging en onderhoud 12 Reiniging en onder- houd Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn. 12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
1. Het apparaat uitschakelen.
2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
3. Alle levensmiddelen eruit halen en
op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
4. Als een rijplaag voorhanden is, de-
5. Neem alle uitrustingsdelen uit het
apparaat. →Pagina85 12.2 Apparaat schoonmaken WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedruk- reiniger gebruiken om het appa- raat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de be- dieningselementen kan gevaarlijk zijn.
Het spoelwater mag niet in de ver- lichting of in de bedieningselemen- ten terechtkomen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kun- nen de oppervlakken van het appa- raat beschadigen.
Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken.
Geen scherpe of schurende reini- gingsmiddelen gebruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reini- gingsmiddelen gebruiken. Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
Het sop mag niet in het afvoergat komen. Wanneer u uitrustingsdelen en acces- soires in de vaatwasser reinigt, kun- nen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoi- res in de vaatwasser reinigen.
1. Apparaat voorbereiden voor reini-
2. Het apparaat, de uitrustingsdelen
en de deurafdichting met een vaat- doek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel rei- nigen.
3. Met een zachte, droge doek gron-
4. Plaats de uitrustingsdelen in het
5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
6. Doe de levensmiddelen in het ap-
paraat. 12.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het af- voergat regelmatig, om ervoor te zor- gen dat het dooiwater kan weglopen.
Reinig de dooiwatergoot en het af- voergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
12.4 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het ap- paraat. Plateau verwijderen
Til het plateau omhoog, trek het er uit, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.
Het deurrek omhoog tillen en ver- wijderen.
Groente- en fruitlade verwijderen
1. De fruit- en groentelade tot de aan-
2. Til de fruit- en groentelade aan de
voorzijde op en verwijder deze
Storingen verhelpen 13 Storingen verhelpen Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa- ratie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an- dere gekwalificeerde persoon. Storing Oorzaak en probleemoplossing LED-verlichting functi- oneert niet. Lamp is defect.
Schakel het apparaat uit. →Pagina80
2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3. Schuif het lampkapje naar achter en verwijder
het lampkapje naar links .
4. Vervang het lampje.
Vervangend lampje: 220–240 V wisselstroom, fit- ting E14, zie defect lampje voor het wattage. De lichtschakelaar klemt.
Controleer of de lichtschakelaar gemakkelijk be- weegt.
De temperatuurindica- tie knippert. Het apparaat is te vaak geopend.
Open de apparaatdeur niet onnodig. Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in- geruimd.
Schakel Supervriezen vóór het opslaan van een grotere hoeveelheid levensmiddelen in.
- "Supervriezen inschakelen", Pagina80 Ventilatieroosters aan de buitenkant zijn afgedekt.
Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroos- ters.Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing Temperatuur wijkt erg af van deinstelling. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Schakel het apparaat uit. →Pagina80
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.
- Pagina79 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem- peratuur dan de volgende dag opnieuw. Bodem van het koel- vak is nat. De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.
De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
- Pagina85 Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Apparaat produceert geluiden. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar.
Haal flessen of containers van elkaar. Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.nl Opslaan en afvoeren
13.1 Stroomuitval Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermin- dert. De opgeslagen diepvriesproducten worden gedurende de stijgingstijd van de temperatuur op het typeplaat- je gekoeld. →Fig.
Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuit- val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inrui- men. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weg- gooien. – Licht ontdooide diepvriesproduc- ten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen. Opslaan en afvoeren 14 Opslaan en afvoeren Opslaan en afvoeren Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren. 14.1 Apparaat buiten gebruik stellen
1. Het apparaat uitschakelen.
2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
3. Alle levensmiddelen verwijderen.
4. Het apparaat ontdooien.
5. Het apparaat reinigen.
6. Om de ventilatie van het interieur
te waarborgen het apparaat geo- pend laten. 14.2 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen op- nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezond- heid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.
Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat ne- men.
Kinderen uit de buurt van een af- gedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
De buizen van de koudemiddel- kringloop en de isolatie niet be- schadigen.
Het apparaat milieuvriendelijk af- voeren. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden.Servicedienst nl
Dit apparaat is geken- merkt in overeenstem- ming met de Europese richtlijn 2012/19/EU be- treffende afgedankte elektrische en elektroni- sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het ka- der aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. Servicedienst 15 Servicedienst Servicedienst Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden ge- repareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetref- fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Eu- ropese Economische Ruimte be- draagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garan- tievoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga- rantieperiode en garantievoorwaar- den in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servi- cedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. 15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de ser- vicedienst-telefoonnummers snel te- rug te kunnen vinden, kunt u de ge- gevens noteren. Technische gegevens 16 Technische gegevens Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overi- ge technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
Notice-Facile