NV-GS80EK - Camcorder PANASONIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NV-GS80EK PANASONIC in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Camcorder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NV-GS80EK - PANASONIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NV-GS80EK van het merk PANASONIC.
GEBRUIKSAANWIJZING NV-GS80EK PANASONIC
WAARSCHUWING! ≥OM EEN GOEDE VENTILATIE TE VERZEKEREN, DIT APPARAAT NIET IN EEN BOEKENKAST, EEN INGEBOUWDE KAST OF EEN ANDERE GESLOTEN RUIMTE INSTALLEREN OF GEBRUIKEN. ZORG ERVOOR DAT DE VENTILATIEWEGEN NIET DOOR GORDIJNEN OF ANDERE MATERIALEN WORDEN AFGESLOTEN, OM GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOK OF BRAND TEN GEVOLGE VAN OVERVERHITTING TE VOORKOMEN. ≥ZORG DAT DE VENTILATIE-OPENINGEN VAN HET APPARAAT NIET GEBLOKKEERD WORDEN DOOR KRANTEN, TAFELKLEEDJES, GORDIJNEN, OF IETS DERGELIJKS. ≥ZET GEEN OPEN VUUR, ZOALS BRANDENDE KAARSEN, OP HET APPARAAT. ≥DOE LEGE BATTERIJEN WEG OP EEN MILIEUVRIENDELIJKE MANIER.
Het stopcontact moet dichtbij het apparaat zitten en gemakkelijk bereikbaar zijn. De stekker van het netsnoer moet goed te bedienen blijven. Om dit apparaat volledig los te koppelen van het elektriciteitsnet, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Het productidentificatielabel bevindt zich aan de onderkant van de apparaten.
ª Lees de bedieningshandleiding nauwkeurig door en gebruik de camera op de juiste wijze. ≥Letsel of materiële schade tengevolge van gebruik dat afwijkt van de bedieningsvoorschriften vallen geheel onder de verantwoording van de gebruiker. Leer eerst de videocamera kennen. Experimenteer met de functies van de videocamera voordat u uw eerste belangrijke gebeurtenis filmt. Controleer of de camera goed opneemt en correct functioneert. De fabrikant is niet aansprakelijk voor het verlies van opnamen. De fabrikant kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor het verlies van opnamen tengevolge van een storing of defect in videocamera, accessoires of cassettes.
LSQT1127DUT.book 150 ページ
Houd rekening met eventuele auteursrechten. Het kopiëren van eerder opgenomen tapes of diskettes of ander gepubliceerd of uitgezonden materiaal voor andere doeleinden dan privégebruik kan een inbreuk vormen op het auteursrecht. Zelfs indien alleen bedoeld voor privégebruik kunnen aan het kopiëren van bepaald materiaal beperkingen zijn verbonden. ≥De videocamera maakt gebruik van auteursrechtelijk beschermde technologieën die zijn beschermd via patentrechten en intellectuele eigendomsrechten in Japan en de V.S. Voor het gebruik van deze auteursrechtelijk beschermde technologieën is de goedkeuring vereist van Macrovision Company. Het is niet toegestaan de videocamera uit elkaar te nemen of te wijzigen. ≥Alle andere bedrijfs- of productnamen in de bedieningshandleiding zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun betreffende eigenaars. Verwijzingen naar paginanummers Verwijzingen naar paginanummers worden weergegeven door middel van een gedachtestreepje voor en na het cijfer, bijvoorbeeld: -00De menukeuzes worden weergegeven door middel van >> in de beschrijving.
ª EMC ElektroMagnetische compatibiliteit Dit symbool (CE) bevindt zich op de kenplaat. Gebruik alleen de aanbevolen accessoires. ≥Gebruik alleen de meegeleverde AV-kabels. ≥Bij gebruik van een afzonderlijk aangeschafte kabel mag de lengte van die kabel maximaal 3 meter bedragen.
Informatie over het weggooien van elektrische en elektronische apparatuur (particulieren) Dit symbool betekent in Europa dat gebruikte elektrische en elektronische producten niet bij het normale huishoudelijke afval mogen. Lever deze producten in bij de aangewezen inzamelingspunten, waar ze gratis worden geaccepteerd en op de juiste manier worden verwerkt, teruggewonnen en hergebruikt. In Nederland kunt u uw producten bij uw winkelier inleveren bij de aanschaf van een vergelijkbaar nieuw product. Wanneer u dit product op de juiste manier als afval inlevert, spaart u waardevolle hulpbronnen en voorkomt u potentiële negatieve gevolgen voor de volksgezondheid en het milieu, die anders kunnen ontstaan door een onjuiste verwerking van afval. Neem contact op met uw gemeente voor meer informatie over het dichtstbijzijnde inzamelingspunt of raadpleeg www.nvmp.nl, www.ictoffice.nl of www.stibat.nl. Voor zakelijke gebruikers in de Europese Unie Neem voor het weggooien van elektrische en elektronische apparatuur contact op met uw leverancier voor verdere informatie. Informatie over verwijdering van afval in landen buiten de Europese Unie Dit symbool is alleen geldig in de Europese Unie. Neem wanneer u dit product wilt weggooien, contact op met de lokale overheid of uw leverancier en vraag wat de juiste verwijderingsmethode is.
Inhoud Veiligheidsinstructies 149
Voordat u de camera gaat gebruiken Accessoires Optioneel Onderdelen en hun bediening De lensdop bevestigen De handriem Voeding Oplaadtijd en opnametijd De camera inschakelen Datum en tijd instellen Het LCD-scherm gebruiken De zoeker gebruiken QuickStart Een cassette plaatsen/verwijderen Een functie selecteren Het gebruik van de navigatieknop Help (helpfunctie) De taal kiezen Het menuscherm gebruiken Het LCD-scherm en de zoeker instellen
152 152 152 154 154 154 156 156 157 158 159 159 160 161 161 163 163 163 164
Opnemen Voordat u gaat opnemen Opname op tape Opnamen controleren Functie Blank-zoekopdracht Het maken van foto’s op een tape (Photoshot) Inzoomen/uitzoomen Een opname van uzelf maken Compensatie achtergrondverlichting Nachtkleurenstand Huidskleurstand De functie infaden/uitfaden De functie windonderdrukking Breed/4:3-functie Beeldstabilisatiefunctie Richtlijnfunctie Opnamen van verschillende scènes (Scènefunctie) Opnemen met natuurlijke kleuren (Witbalans) Handmatige scherpstelling De sluitertijd/lensopening handmatig instellen
Bewerken Kopiëren naar DVD-recorder of videorecorder (Dubbing) 178 Gebruik van de DV-kabel voor opnemen (Digitale dubbing) 179 De videocamera als WEBCAM gebruiken (Windows XP SP2) 180 Gebruik op een Macintosh 181
Menu Menuopties Menu’s behorend bij opnemen Menu’s behorend bij afspelen Andere menu’s
Diversen Aanwijzingen Waarschuwingen/foutmeldingen Functies die niet gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd Voordat u verzoekt om reparatie (Probleemoplossing) Waarschuwingen voor gebruik Begrippenlijst
Technische specificaties Technische specificaties 196
Afspelen Een tape afspelen 176 Beeld-voor-beeld afspelen 177 Afspelen op televisie 177
Voordat u de camera gaat gebruiken
Voordat u de camera gaat gebruiken
Onderdelen en hun bediening ª Camera
De volgende accessoires worden bij dit product geleverd. (1)
NL Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.
(5) Functiekeuzeschakelaar [AUTO/MANUAL/ FOCUS] -165-, -172-, -173-, -174-, -175(6) Resetknop [RESET] -186-, -190(7) AV-uitgang [A/V] -178-
≥Gebruik alleen de meegeleverde AV-kabel omdat anders het geluid misschien niet normaal wordt afgespeeld. (14) (15) (8)
Voordat u de camera gaat gebruiken (27) Zoomknop [W/T] -168-
Vanwege beperkingen in LCD-technologie kunnen op het scherm van de zoeker een aantal kleine lichte of donkere vlekjes voorkomen. Dit is echter geen defect en heeft geen invloed op de opname. (9) (10) (11) (12) (13) (14) (15) (16) (17) (18) (19)
Accuhouder -155USB-poort [ ] -180Aansluiting adapter [DC/C.C.IN] -155DV-poort [DV] -178-, -179(DV-ingang alleen op EK-model) Accu-ontgrendelknop [BATTERY] -155Aan/uit-schakelaar [OFF/ON] -156Statusindicator -156Menu [MENU] -163Navigatietoets -161Functiedraaiknop -161Opname start/stop-knop -166-
(29) Statiefschroefgat
Hiermee bevestigt u de camera aan het optionele statief/VW-CT45E. (Lees de instructies voor het bevestigen van het statief aan de camera zorgvuldig door.)
Vanwege beperkingen in LCD-technologie kunnen op het LCD-scherm een aantal kleine lichte of donkere vlekjes voorkomen. Dit is echter geen defect en heeft geen invloed op de opname. (21) LCD-scherm ontgrendelknop -158(22) Luidspreker -176-
Verwijder de lensdop door deze naar links te draaien 1. Bevestig de lenskap door deze in de gleuf te plaatsen 2 en vervolgens naar rechts te draaien. ≥Plaats geen andere accessoires op de lens. (Met uitzondering van de lensdop) ≥Verwijder eerst de lensdop voordat u de MCbescherming of de ND-filter van de Filterset (VW-LF37WE; optioneel) plaatst. (Zie ook de instructies voor accessoires.)
≥Accessoires, zoals een DC videolamp (VW-LDC10E; optioneel), zijn hier aangebracht. (25) Tape-uitwerpknop [OPEN/EJECT] -160(26) Tape beschermkap -160-
Voordat u de camera gaat gebruiken
De lensdop bevestigen
De lensdop is bedoeld om het oppervlak van de lens te beschermen. ≥Als de lensdop en het koord al aan de handriem zijn bevestigd. ≥Trek het koord van de lensdop in de richting van de pijl als u de lensdop niet gebruikt. 1 ≥Bescherm de lens met de lensdop als u niet aan het opnemen bent. 2
ª De accu opladen Bij aankoop van de camera is de accu nog niet opgeladen. Laad de accu op voordat u de camera gaat gebruiken. ≥Oplaadtijd accu (-156-) ≥Wij raden u aan Panasonic accu’s te gebruiken. (-152-) ≥Bij gebruik van andere accu’s kunnen wij de kwaliteit van dit product niet garanderen. ≥Als de aansluitkabel nog op de adapter is aangesloten, wordt de accu niet opgeladen. Verwijder daarvoor eerst de aansluitkabel uit de adapter. 1 Steek het netsnoer aan de ene zijde in de adapter en aan de andere zijde in het stopcontact. 2 Plaats de accu op de adapter volgens de markeringen druk hem stevig aan.
≥Druk goed op de knoppen om de lensdop te verwijderen.
De handriem Stel de riemlengte zo in dat deze goed aansluit bij uw hand. 1 Pas de riemlengte.
1 Buig de riem naar buiten. 2 Maak de riem op lengte. 3 Zet de riem vast.
ª Oplaadlampje Het lampje brandt: Het lampje gaat uit: Het lampje knippert:
De accu wordt opgeladen Het opladen is voltooid De accu is te ver leeggelopen of geheel leeg. Het lampje gaat na verloop van tijd branden waarna het opladen begint. Als de accutemperatuur te hoog of te laag is, gaat het lampje [CHARGE] knipperen en is de oplaadtijd langer dan normaal.
LSQT1127DUT.book 155 ページ
Voordat u de camera gaat gebruiken ª Op de netvoeding aansluiten Het apparaat staat in standby als de AC-adapter is aangesloten. Het primaire circuit is altijd “levend” zolang als de AC-adapter op een wandcontactdoos is aangesloten.
ª De accu verwijderen Schuif de knop [BATTERY] naar links en trek tegelijkertijd de accu los.
≥Houd de accu tegen zodat deze niet valt. ≥Alvorens de accu te verwijderen, zorgt u ervoor dat de [OFF/ON]-schakelaar op [OFF] staat.
1 Steek het netsnoer aan de ene zijde in de adapter en aan de andere zijde in het stopcontact. 2 Sluit de aansluitkabel aan op de netadapter. 3 Sluit de aansluitkabel aan op de camera. ≥De stekker van het netsnoer sluit niet volledig aan tegen de adapter. Zoals u kunt zien in afbeelding 1 zit hier nog ruimte tussen. ≥Gebruik het netsnoer niet voor andere apparatuur omdat dit netsnoer speciaal is ontwikkeld voor deze videocamera. Gebruik voor deze videocamera ook geen netsnoer van andere apparatuur.
GEVAAR Explosiegevaar wanneer de batterij op onjuiste wijze vervangen wordt. Vervang alleen door een zelfde soort batterij of equivalent, die door de fabrikant aanbevolen worden. Gooi de gebruikte batterijen weg zoals door de fabrikant voorgeschreven wordt.
Waarschuwing Risico van brand, explosie en verbranding. Niet opladen, uit elkaar halen, verwarmen tot boven 60 °C of verbranden.
ª De accu plaatsen Druk de accu tegen de accuhouder en schuif de accu in de richting van de pijl totdat deze vastklikt.
Voordat u de camera gaat gebruiken
Oplaadtijd en opnametijd De in onderstaande tabellen aangegeven tijden gelden als de temperatuur 25 oC en de vochtigheid 60% is. Als de temperatuur hoger of lager is dan 25 oC, duurt het opladen langer. Meegeleverde batterij/ CGR-DU06 (7,2 V/ 640 mAh) CGA-DU12 (7,2 V/ 1150 mAh)
A B C A B C CGA-DU14 (7,2 V/ 1360 mAh)
A Oplaadtijd B Maximale ononderbroken opnametijd C Effectieve opnametijd (Onder de werkelijke opnametijd wordt verstaan de opnametijd op een tape waarbij afwisselend wordt opgenomen en gepauzeerd, het toestel aan/uit wordt gezet, de zoomknop wordt ingedrukt, etc.) “1 h 40 min” betekent 1 uur en 40 minuten. ≥Accu CGR-DU06 wordt meegeleverd. ≥De in de tabel aangegeven oplaadtijd en opnametijd zijn bij benadering. De tijden in de tabel geven een opnametijd weer bij gebruik van de zoeker. De tijden tussen haakjes zijn de opnametijden bij gebruik van het LCD-scherm. ≥Bij langdurige opnamen (2 uren of meer voor continue opname, 1 uur of meer voor effectieve opname) raden wij u aan gebruik te maken van de accu’s CGA-DU12, CGA-DU14 en CGA-DU21. ≥De werkelijke tijd kan korter zijn. De opnametijden in de tabel zijn ruwe schattingen. De opnametijd zal onder de volgende omstandigheden korter zijn: ≥Als de zoeker en het LCD-scherm tegelijkertijd worden gebruikt terwijl het
LCD-scherm geheel naar voren is gedraaid om uzelf op te nemen enz. ≥Tijdens het gebruik van de camera en tijdens het opladen wordt de accu warm. Ook de kast van de videocamera wordt enigszins warm. Dit is normaal. ≥Op het display wordt de afname van de accucapaciteit als volgt weergegeven: # # # # . Als de accu leeg is, gaat het pictogram ( ) knipperen.
De camera inschakelen Als de camera wordt ingeschakeld terwijl de lensdop nog op de lens zit, zal de automatische witbalansinstelling (-194-) mogelijk niet goed functioneren. Verwijder eerst de lensdop voordat u de camera inschakelt. ª Het inschakelen van de camera 1 Houd het knopje 1 ingedrukt en schuif tegelijkertijd de [OFF/ON]-schakelaar naar [ON].
≥De Statusindicator brandt rood en het apparaat wordt ingeschakeld. ≥Als de aan/uit-schakelaar [OFF/ON] in de opnamestand op [ON] wordt gezet terwijl het LCD-scherm uit staat en de zoeker is ingeduwd, wordt het apparaat uitgeschakeld. ª Het uitschakelen van de camera 1 Houd het knopje 1 ingedrukt en schuif tegelijkertijd de [OFF/ON]-schakelaar naar [OFF].
≥Zet de [OFF/ON]-schakelaar op [OFF] wanneer u de camera niet gebruikt. ≥De statusindicator gaat uit wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld.
Voordat u de camera gaat gebruiken ª Het apparaat in- en uitschakelen met
het LCD-scherm/de zoeker Als de aan/uit-sc hakelaar op [ON] staat, kunt u het apparaat in- en uitschakelen met behulp van het LCD-scherm en de zoeker wanneer het apparaat in de Opnamestand staat.
OFF Datum en tijd instellen Wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld, wordt [SET DATE AND TIME] afgebeeld.
1 Open het LCD-scherm of trek de zoeker uit om het apparaat te gebruiken. (-158-) ≥Kies [YES] en druk op het midden van de joystick. Voer de onderstaande stappen 2 en 3 uit om de datum/tijd in te stellen.
≥Het LCD-scherm of zoeker wordt geactiveerd.
2 Sluit het LCD-scherm en duw de zoeker in.
OFF Als het display niet de juiste datum/tijd weergeeft, kunt u dit als volgt wijzigen. ≥Zet de camera op Opnamestand. 1 Kies [BASIS] >> [Klok instelling] >> [JA]. (-163-)
2 Druk links of rechts op de navigatieknop om ≥Het apparaat wordt niet uitgeschakeld als het LCD-scherm niet is gesloten of de zoeker niet is ingeduwd. ≥De statusindicator gaat uit wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld. (Als QuickStart is ingesteld op [ON] (-159-), wordt het apparaat in QuickStart-standby gezet en brandt de Statusindicator groen.) ≥Het apparaat wordt niet uitgeschakeld ook al is het LCD-scherm gesloten en is de zoeker ingeduwd terwijl op een tape wordt opgenomen. 3 Open het LCD-scherm of trek de zoeker uit om het apparaat in te schakelen en de videocamera weer te gebruiken.
de optie te selecteren. Druk vervolgens boven of onder op de navigatieknop om de gewenste waarde in te stellen. ≥Het jaartal wordt als volgt gewijzigd: 2000, 2001, ..., 2089, 2000, ... ≥De tijd wordt weergegeven op basis van een 24-uren tijdsindeling. 3 Druk midden op de navigatieknop om uw instelling te bevestigen. ≥De klok begint te tellen bij [00] seconden. ª Informatie over datum en tijd ≥De datum- en tijdfunctie werken op een ingebouwde lithium-batterij. ≥Controleer voor u begint met opnemen of de aangegeven tijd correct is; de klok kan iets afwijken.
≥De statusindicator gaat branden en het apparaat wordt ingeschakeld.
Voordat u de camera gaat gebruiken ª Het opladen van de ingebouwde
lithiumbatterij ≥Als de camera wordt ingeschakeld en [0] of [--] wordt afgebeeld, is de ingebouwde lithium-batterij leeg. Laad de batterij op aan de hand van onderstaande stappen. Wanneer het apparaat voor het eerst na het opladen wordt ingeschakeld, wordt [DATUM EN TIJD INSTELLEN] afgebeeld. Kies [JA] en stel de datum en tijd in. Sluit de netadapter aan op de camera of plaatst de accu op de camera, en de ingebouwde lithiumbatterij wordt opgeladen. Voorzie de camera circa 24 uren van stroom en de batterij kan de datum en tijd circa 6 maanden in het geheugen opslaan. (Ook als de [OFF/ ON]-schakelaar op [OFF] staat, wordt de batterij opgeladen.) ª Opmerking over lithiumbatterijen ≥Bij dit product zijn lithiumbatterijen geleverd. Wanneer deze verbruikt zijn, mag u deze niet weggooien maar moet u deze inleveren als klein chemisch afval.
≥Dit apparaat bevat een lithiumbatterij als stroomvoorziening voor de klok. ≥Raadpleeg uw leverancier over het verwijderen van de lithiumbatterij op het moment dat u het apparaat aan het einde van de levensduur vervangt. ≥Verzekert u ervan dat de ingebouwde lithiumbatterij door vakbekwaam servicepersoneel wordt verwijderd. ª Alleen voor servicepersoneel: Printplaat
Soldeerpistool Lithiumbatterij ≥Gebruik een soldeerpistool voor het verwijderen van de lithiumbatterij van de printplaat, zoals aangegeven in de bovenstaande afbeelding. ≥Smelt de twee soldeerpunten waarmee de lithiumbatterij is vastgezet. ≥De vorm van de printplaat en de plaats van de soldeerpunten kan iets verschillen afhankelijk van het model camerarecorder.
Het LCD-scherm gebruiken U kunt uw opname tijdens het opnemen bekijken op het geopende LCD-scherm. 1 Plaats een vinger op de vergrendeling van het LCD-scherm en trek het LCD-scherm in de richting van de pijl.
≥Het LCD-scherm kan maximaal 90o worden geopend. 2 Kantel het LCD-scherm naar de gewenste hoek.
≥Het LCD-scherm kan 180o 1 draaien in richting van de lens of 90o 2 in de richting van de zoeker. ≥De helderheid en de kleur van het LCD-scherm kunnen via het menu worden aangepast. ≥Forceer het openklappen of draaien niet, hierdoor kan de camera beschadigen. ≥Als het LCD-scherm 180o wordt gedraaid in de richting van de lens en de zoeker wordt geopend (wanneer u zichzelf opneemt), worden het LCD-scherm en de zoeker allebei ingeschakeld.
Voordat u de camera gaat gebruiken
ª De zoeker uittrekken 1 Trek de zoeker naar buiten en verleng deze door de uitschuifknop in te drukken.
Als QuickStart is ingeschakeld wordt de acculading nog steeds verbruikt, zelfs als het LCD-scherm en de zoeker gesloten zijn. De camera keert terug in de opname/pauzestand ongeveer 1,7 seconden nadat het LCD-scherm of de zoeker weer wordt geopend. ≥Merk op dat in de QuickStart-functie ongeveer de helft van de lading van opnamepauze wordt verbruikt. Het gebruik van de QuickStart-functie verkort de opname-/weergavetijd van de accu. ≥De standby-stand wordt alleen geactiveerd in onderstaande gevallen. ≥Bij gebruik van de accu Een tape wordt geplaatst, terwijl de camera in opnamestand staat. ≥Bij gebruik van de netadapter Quick Start kan zelfs worden gebruikt als er geen tape in de camera zit. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Kies [INSTELLEN] >> [Snel start] >> [AAN]. (-163-)
≥De zoeker wordt ingeschakeld. (Als het LCD-scherm wordt geopend, wordt de zoeker uitgeschakeld.) ª De beeldscherpte aanpassen 1 Stel het beeld scherp door de oogcorrectieknop te verschuiven.
2 Terwijl de [OFF/ON]-schakelaar nog steeds op [ON] staat, sluit u het LCD-scherm en duwt u de zoeker in.
12:30:45 12:30:45 15.10. 15.10. 2007 2007 OFF
12:30:45 15.10. 2007 ≥U kunt de helderheid van de zoeker via het menu aanpassen.
≥De Statusindicator brandt groen en het apparaat wordt in QuickStart-standby gezet. ≥De videocamera wordt niet in QuickStartstandby gezet als het LCD-scherm niet is gesloten en de zoeker niet is ingeduwd. 3 Open het LCD-scherm of de zoeker.
≥De Statusindicator brandt rood en de camera wordt ongeveer 1,7 seconden na het inschakelen in de opnamepauzestand gezet.
Voordat u de camera gaat gebruiken ª QuickStart annuleren 1 Kies [INSTELLEN] >> [Snel start] >> [UIT]. (-163-) ≥Als de [OFF/ON]-schakelaar op [OFF] staat terwijl het apparaat in QuickStart-standby staat, wordt het apparaat uitgeschakeld. ≥Als de camera circa 30 minuten op standby blijft staan, gaat de Statusindicator uit en wordt de camera uitgeschakeld. ≥In de volgende gevallen wordt Quick Start geannuleerd en wordt het apparaat uitgeschakeld. ≥Als de functiedraaiknop wordt gedraaid. ≥Als de accu of netadapter wordt verwijderd. ≥Als de tape wordt verwijderd terwijl de camera in opnamestand staat. ≥Bij gebruik van de QuickStart-functie met de witbalansinstelling op automatisch, kan het enige tijd duren voordat de witbalansinstelling wordt aangepast als de opname een andere lichtbron heeft dan de laatste opname. (Als de functie Nachtkleurenstand geactiveerd is, wordt de witbalansinstelling van de laatste opname echter gehandhaafd.) ≥Als het apparaat wordt ingeschakeld in QuickStart-standby, wordt de zoomvergrotingsfactor 1k en kan de fotoresolutie anders zijn dan voor de QuickStart-standby. ≥Als [SPAARSTAND] (-183-) is ingesteld op [5 MINUTEN] en het apparaat automatisch in QuickStart-standby wordt gezet, zet de schakelaar [OFF/ON] dan op [OFF] en vervolgens weer op [ON]. Sluit ook het LCD-scherm en schuif de zoeker in en open vervolgens het LCD-scherm of schuif de zoeker weer uit.
Een cassette plaatsen/verwijderen 1 Sluit de netadapter aan of bevestig de accu op de camera en schakel deze in.
2 Schuif de knop [OPEN/EJECT] naar rechts en open de cassetteklep. OPEN/ EJECT
≥Als de klep geheel geopend is, komt de cassettehouder automatisch naar buiten. 3 Plaats of verwijder vervolgens de cassette.
≥Plaats de cassette zoals weergegeven in de afbeeldingen en duw hem zover mogelijk in de houder. ≥Verwijder de cassette door deze recht omhoog uit de houder te trekken. 4 Druk op [PUSH] 1 om de cassettehouder te sluiten.
≥De cassettehouder wordt gesloten.
5 Wacht tot de cassettehouder geheel in het mechanisme is getrokken voordat sluit de cassetteklep zorgvuldig.
Voordat u de camera gaat gebruiken ≥Bij gebruik van een reeds gedeeltelijk opgenomen tape kunt u via de functie Blank-zoekopdracht het punt opzoeken waar u verder wilt gaan met opnemen. Als u opneemt op een eerder opgenomen cassette, zorgt u ervoor dat u naar de positie spoelt waarop u wilt verder gaan met opnemen. ≥Let op dat er geen kabels of andere onderdelen tussen de klep komen te zitten. ≥Spoel de tape na gebruik terug naar het begin, haal hem uit de camera en doe hem in het plastic doosje. Zorg dat tape en doosje rechtopstaand worden opgeborgen. (-193-) ≥Als de condensmelding niet op het LCD-scherm en/of in de zoeker verschijnt en u condens ziet op de lens of op de camera, opent u de cassetteklep niet omdat daardoor condens kan worden gevormd op de koppen of de cassetteband. (-190-) ª De cassettehouder komt niet naar
buiten ≥Sluit de cassetteklep volledig en open hem daarna weer. ≥Controleer of de accu leeg is. ≥Controleer of de handriem het cassetteklepje blokkeert (zie onderstaande afbeelding). Haal in dat geval de handriem weg zodat deze de cassetehouder niet blokkeert.
Een functie selecteren Draai de functieknop naar de gewenste functie. 1 Draai aan de functieknop. ≥Zorg dat de door u gewenste functie naar 1 wijst.
: OPNAMESTAND Gebruik deze functie om beelden vast te leggen op een tape. : AFSPEELSTAND Voor het bekijken van een opname op tape.
Het gebruik van de navigatieknop ª Basishandelingen met de
navigatietoets Gebruik deze toets om door de opties op het scherm te bladeren en de bestanden te selecteren die u wilt weergeven op het multi-image display Druk boven, onder, links of rechts op de knop om een item of bestand te selecteren. Druk vervolgens op het middelste deel om uw keuze te bevestigen.
ª De cassettehouder keert niet terug in
de camera ≥Zet de schakelaar [OFF/ON] op [OFF] en vervolgens weer op [ON]. ≥Controleer of de accu leeg is. ª Wisbeveiliging Als de wisbeveiliging 1 van een cassette geopend is (het schuifje is in de richting van de [SAVE]-pijl geschoven), is opnemen op de tape niet mogelijk. Om op te nemen op deze tape moet u de beveiliging weer sluiten (terugschuiven in de richting van de [REC]-pijl).
2 1 Druk op de bovenkant om een optie te selecteren. 2 Druk op de onderkant om een optie te selecteren. 3 Druk op links om een optie te selecteren. 4 Druk op rechts om een optie te selecteren. 5 Bevestig uw selectie door op het midden te drukken.
Voordat u de camera gaat gebruiken ª Navigatieknop en schermweergave Druk op het midden van de joystick. Nu verschijnen pictogrammen op het display. Iedere keer wanneer u de joystick naar beneden beweegt, verandert het pictogram. (In de Afspeelstand worden de pictogrammen automatisch op het scherm weergegeven.) 1) Opname op tape ([AUTO/MANUAL/FOCUS] staat op [AUTO])
Fade (vervagen) Compensatie achtergrondverli Help (helpfunctie) Huidskleur stand Nachtkleurenstand Opnamecontrole Blank-zoekopdracht
≥1 wordt afgebeeld tijdens het opnemen op een tape.
Diafragma of waarde verhogen Witbalans Sluitertijd Handmatige scherpstelling
≥1 wordt afgebeeld tijdens het opnemen op een tape. ≥2 wordt alleen afgebeeld als de ([AUTO/ MANUAL/FOCUS]-schakelaar op [FOCUS] staat). 3) Tape playback-modus
Afspelen/pauze Stop Terugspoelen (met beeld) Snel vooruitspoelen (met beeld)
Voordat u de camera gaat gebruiken
Kies een pictogram voor een beschrijving van de functie. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Druk op de joystick om het pictogram af te beelden tijdens de opnamepauze. Beweeg de joystick naar beneden tot het pictogram 1 wordt afgebeeld.
U kunt de taal op het LCD-scherm of het menuscherm wijzigen. 1 Ga naar [LANGUAGE] >> [Nederlands].
Het menuscherm gebruiken Voor elk afzonderlijkmenu, zie -182-. 1 Druk op [MENU].
2 Beweeg de joystick naar rechts om Help mode [
≥De helpfunctie geeft uitleg bij de bedieningspictogrammen die worden afgebeeld als de [AUTO/MANUAL/FOCUS]schakelaar op [AUTO] in de Opnamestand staat. 3 Beweeg de navigatieknop naar boven, links of rechts om het gewenste pictogram te selecteren.
≥Het menu dat hoort bij via de keuzeknop geselecteerde functie wordt weergegeven. ≥Draai niet aan de functieknop als het menu wordt weergegeven. 2 Druk op de boven- of onderkant van de navigatieknop om de bovenste menuoptie te selecteren.
3 Druk rechts op de navigatieknop of druk op het midden van de knop om uw selectie te bevestigen. ≥Een beschrijving van het geselecteerde pictogram wordt afgebeeld op het scherm. ≥Iedere keer wanneer u de joystick naar beneden beweegt, verandert het pictogram. ª De Helpfunctie verlaten Selecteer [EXIT] of druk op [MENU].
4 Druk boven of onder op de navigatieknop om uw keuze te maken uit het submenu.
≥Wanneer de helpfunctie wordt gebruikt, is opnemen of instellen niet mogelijk.
Voordat u de camera gaat gebruiken
5 Druk rechts op de navigatieknop of druk op het midden van de knop om uw selectie te bevestigen.
Het LCD-scherm en de zoeker instellen ª Helderheid en kleur instellen 1 Kies [INSTELLEN] >> [LCD Instelling] of [EVF Instelling] >> [JA].
6 Druk boven of onder op de navigatieknop om de optie te selecteren.
2 Druk boven of onder op de navigatieknop om het item te selecteren dat u wilt wijzigen. [LCD Instelling]
7 Druk midden op de navigatieknop om uw instelling te bevestigen.
Helderheid van het LCD-scherm
Kleurniveau van het LCD-scherm
Helderheid van de zoeker
3 Beweeg de navigatieknop naar links of ª Het menuscherm verlaten Druk op [MENU]. ª Terugkeren naar het vorige scherm Druk links op de navigatieknop.
ª Over de menu-instellingen ≥Het menu wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen op een tape. Bovendien kunt u niet op een tape opnemen terwijl het menu wordt weergegeven.
rechts over de balk die het helderheidsniveau aangeeft. 4 Druk op [MENU] of op de navigatieknop om de instellingen te bevestigen. ≥De helderheid van het LCD-scherm kan niet worden gewijzigd als het LCD-scherm 180° is gedraaid in de richting van de lens. ≥Om de helderheid van de zoeker in te stellen, sluit u het LCD-scherm en trekt u de zoeker uit om deze in te schakelen. ≥Deze instellingen hebben geen invloed op de werkelijk gemaakte opnamen.
Opnemen Voordat u gaat opnemen Controleer het volgende voordat u belangrijke gebeurtenissen, zoals trouwerijen, opneemt of als de videocamera een lange tijd niet is gebruikt. Voer een proefopname uit om er zeker van te zijn dat het beeld en geluid goed worden opgenomen. ª Het vasthouden van de camera
5) 1) Pak de camera met beide handen vast. 2) Steek uw hand door de handriem. 3) Houd uw handen niet voor de microfoons of sensoren. 4) Houd uw armen langs uw lichaam. 5) Plaats uw voeten iets uit elkaar. ≥Zorg er bij buitenopnamen voor dat u de zon zoveel mogelijk in de rug heeft. Als het onderwerp van achteren wordt verlicht, wordt de opname donker.
ª Controlepunten ≥Verwijder de lensdop. (-154-) (Als de camera wordt ingeschakeld terwijl de lensdop nog op de lens zit, zal de automatische witbalansinstelling mogelijk niet goed functioneren. Verwijder eerst de lensdop voordat u de camera inschakelt.) ≥Stel de handriem af (-154-) ≥Open het LCD-scherm of de zoeker (Het opnemen kan niet worden gestart als het LCD-scherm en de zoeker gesloten zijn. Zelfs als het LCD-scherm en de zoeker gesloten worden tijdens het opnemen, zal het apparaat niet worden uitgeschakeld totdat met het opnemen wordt gestopt.) ≥Stel het LCD-scherm/dezoekerin (-164-) ≥Controleer de voeding (-154-) ≥Plaats een cassette (-160-) ≥Stel de datum/tijd in (-157-) ≥Stel de SP/LP-functie in (-166-) ª Over de Auto-functie ≥Als u de functiekeuzeschakelaar [AUTO/ MANUAL/FOCUS] op [AUTO] zet, worden de kleurbalans (witbalans) en de scherpstelling automatisch aangepast. ≥Automatische witbalans: -195≥Automatisch scherp stellen: -195≥Afhankelijk van de helderheid van het onderwerp, enz., worden de sluitertijd en lensopening automatisch ingesteld op een optimale helderheid. (De sluitertijd wordt maximaal ingesteld op 1/250.) ≥Kleurbalans en scherpstelling worden mogelijk niet automatisch worden aangepast vanwege belichtings- of scèneomstandigheden. Stel de kleurbalans in dat geval handmatig in en stel handmatig scherp.
≥Scènes instellen (-172-) ≥Witbalans instellen (-173-) ≥Sluitertijd instellen (-175-) ≥Diafragma/gain-waarde instellen (-175-) ≥Scherpstellen (-174-)
Opnemen ª Opnamefunctie Er zijn twee manieren van opnemen. ≥Zet de camera op Opnamestand/ Afspeelstand. (Afspeelstand alleen mogelijk bij EK-model) 1 Ga naar [BASIS] of [GEAVANCEERD] >> [Opnamesnelheid] >> [SP] of [LP]. Bij selectie van LP is de opnamesnelheid 1,5 keer sneller dan bij SP, maar bepaalde functies zijn nu uitgeschakeld. ≥Wij raden u aan SP te gebruiken voor belangrijke opnamen. ≥Voor optimaal gebruik van de LP-functie, raden wij u aan Panasonic-tapes met LP-markering te gebruiken. ≥LP-opnamen hebben dezelfde beeldkwaliteit als SP-opnamen, maar het kan zijn dat de opname op de achtergrond ruis (mozaïek) bevat tijdens het afspelen of dat bepaalde functies niet mogelijk zijn. ≥Speel de opnamen af op andere digitale videoapparatuur of op digitale videoapparatuur zonder LP-functie. ≥Speel de opnamen af op andere digitale videoapparatuur met LP-functie. ≥Beeld-voor-beeld afspelen.
Opname op tape Verwijder de lensdop. (-154-) (Als de camera wordt ingeschakeld terwijl de lensdop nog op de lens zit, zal de automatische witbalansinstelling mogelijk niet goed functioneren. Verwijder eerst de lensdop voordat u de camera inschakelt.) Bij aanschaf van dit apparaat is de aspect (beeldverhouding) ingesteld op [16:9] voor het opnemen van beelden die compatibel zijn met een breedbeeld-tv.Om dit apparaat compatibel te maken met een traditionele tv (4:3), verandert u de instelling [ASPECT] voordat u de beelden opneemt (-178-), of verandert u de instelling [TV Beeldformaat] tijdens het bekijken van de beelden op een traditionele tv (-171-). ≥Zet de camera op Opnamestand.
1 Druk op de opname start/stop-knop om met opnemen te beginnen.
2 Druk opnieuw op de opname start/stop-knop om de opname te onderbreken (pauze). ;
≥Voor de opnametijd op een tape, zie -156-. ≥Bekijk uw opname (-167-) en controleer of de opname is goed is gelukt. ≥Gebruik de zoekfunctie om het eerstvolgende blanco deel (-167-) op de tape te zoeken. ª Schermweergave tijdens het opnemen 1) 0h00m10s00f R 0:30
1) Reeds opgenomen tijd 2) Resterende tijd op de tape ª Weergave van resterende tapetijd op
het scherm ≥De resterende tapetijd wordt in minuten weergegeven. (Zodra de resterende tapetijd minder is dan 3 minuten, gaat de aanduiding knipperen.) ≥Bij een opname van 15 seconden of minder kan de resterende tapetijd niet of onjuist worden weergegeven. ≥Soms is de weergegeven resterende tapetijd 2 tot 3 minuten korter dan de werkelijk resterende tapetijd.
Opnamen controleren De laatste opname wordt gedurende 2 tot 3 seconden weergegeven. Nadat de opname is gecontroleerd, wordt de camera in de pauzestand gezet. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Druk op de joystick om het pictogram af te beelden tijdens de opnamepauze. Beweeg de joystick naar beneden tot het pictogram 1 wordt afgebeeld. 2 Beweeg de joystick naar links om opnamecontrole [ ] te selecteren.
≥Als de tape geen blanco deel bevat, stopt de camera aan het einde van de tape. ≥De camera stopt ongeveer 1 seconde voor het einde van de laatste opname. Als u vervolgens op dit punt de video-opname start, ontstaat een naadloze verbinding tussen de bestaande en nieuwe opname.
Het maken van foto’s op een tape (Photoshot) Met de videocamera kunt u ook foto’s maken. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Druk op [ ] terwijl de camera in de pauzestand staat.
1 ≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Opnamecontrole gestart].
Functie Blank-zoekopdracht Met deze functie zoekt de camera het einde van de laatste opname op (ongebruikte deel van de tape). Nadat het zoeken klaar is, wordt de zoekfunctie blanco deel uitgeschakeld en de camera in de opnamepauzestand gezet. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Druk op de joystick om het pictogram af te beelden tijdens de opnamepauze. Beweeg de joystick naar beneden tot het pictogram 1 wordt afgebeeld. 2 Beweeg de joystick naar rechts om Blank-zoekopdracht [ ] te selecteren.
≥De camera doet er ongeveer 7 seconden over om een stilstaand beeld op te slaan en keert dan terug naar de pauzestand. ≥Via [GEAVANCEERD] >> [SLUITEREFFECT] >> [AAN] kunt u geluid toevoegen aan het beeld, bijvoorbeeld het geluid van een sluiter.
3 Als de melding verschijnt, kiest u [JA] en drukt u vervolgens op het midden van de joystick ter bevestiging. ª De Blank-zoekopdracht halverwege
annuleren Druk de joystick naar onder om het [∫] pictogram te selecteren.
≥Een foto heeft een iets mindere beeldkwaliteit. ª Continue foto-opnamen Ga naar [GEAVANCEERD] >> [SLUITEREFFECT] >> [AAN] en houd de fotoknop [ ] ingedrukt. De camera zal om de 0,7 seconde een foto maken totdat de knop wordt losgelaten. ≥Het scherm knippert en tegelijkertijd wordt het geluid van de sluiter opgenomen.
Inzoomen/uitzoomen U kunt optisch inzoomen tot 32k. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Opname met groothoeklens (uitzoomen): Druk de zoomknop naar de stand [W]. Close-up-opname (inzoomen): Druk de zoomknop naar de stand [T].
ª Digitale zoomfunctie De digitale zoomfunctie wordt ingeschakeld boven 32k optische zoom. Met de digitale zoomfunctie kunt u inzoomen van 50k tot 1000k. Zet de camera op Opnamestand. 1 Kies [GEAVANCEERD] >> [Digital Zoom] >> [50k] of [1000k].
ª Regelbare zoomsnelheid ≥De zoomsnelheid kunt u instellen met de zoomknop. ª Het gebruik van de
zoommicrofoonfunctie ≥Gebruik de beeldstabilisatiefunctie als u de camera met de hand vasthoudt en een foto neemt waarbij u inzoomt. ≥Als u inzoomt op een object dat ver weg is, wordt de foto scherper als het object zich 1,3 meter of verder van de videocamera bevindt. ≥Een te hoge zoomsnelheid kan het scherpstellen negatief beïnvloeden. ≥Bij 1k zoom kan het object op 2 cm afstand van de lens worden scherpgesteld. ≥Bedenk dat mogelijk een mechanisch geluid wordt opgenomen als de zoomknop [W/T] bij het zoomen wordt losgelaten. Breng de zoomknop terug in zijn oorspronkelijke stand voordat u hem loslaat.
Deze functie is gekoppeld aan de zoomfunctie. De microfoon vangt bij gebruik van de telelens geluiden op van heel ver weg of geluiden dichtbij bij gebruik van de groothoeklens. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Kies [GEAVANCEERD] >> [Mic. Zoom] >> [AAN].
Een opname van uzelf maken U kunt een opname maken van uzelf en de opname gelijktijdig op het LCD-scherm bekijken. U kunt ook personen die voor de camera staan, opnemen en hen gelijktijdig de opname laten zien. Het beeld is dan horizontaal gedraaid en het lijkt alsof u in een spiegel kijkt. (Het op te nemen materiaal is hetzelfde als de opname.) ≥ Schuif de zoeker uit om de foto tijdens de opname te bekijken. 1 Draai het LCD-scherm in de richting van de lens.
≥Als de Breedbeeldfunctie is ingesteld, wordt een verticaal geplaatst scherm in de zoeker afgebeeld, dit is normaal en geen teken van een storing. ≥In deze stand worden er geen pictogrammen op het LCD-scherm weergegeven, ook niet als u op de navigatieknop drukt.
Compensatie achtergrondverlichting Dit voorkomt dat een object dat van achteren wordt verlicht te donker wordt. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Druk op de joystick om het pictogram af te beelden. Beweeg de joystick naar beneden tot het pictogram 1 wordt afgebeeld. 2 Duw de joystick naar boven om het pictogram van de Compensatie achtergrondverlichting [ ] te selecteren.
1 ≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Comp.achtergr. Verl. Aan]. ≥Het beeld op het LCD-scherm wordt helderder.
≥De functie tegenlichtcompensatie wordt uitgeschakeld als u de aan/uit-schakelaar of de functiedraaiknop bedient. ≥De tegenlichtcompensatie wordt uitgeschakeld als de nachtkleurenstand wordt geactiveerd.
Nachtkleurenstand Met deze functie kunt u in het donker opnamen maken waarbij de objecten beter tegen de achtergrond uitkomen. Als u de camera op een statief plaatst, kunt u trillingsvrije opnamen maken. ≥De opname wordt weergegeven als een scène waarin frames ontbreken. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Druk op de joystick om het pictogram af te beelden. Beweeg de joystick naar beneden tot het pictogram 1 wordt afgebeeld. 2 Beweeg de joystick naar boven om de Nachtkleurenstand [ ] te selecteren.
≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Nachtkleurenstand aan]. ≥Als het moeilijk is om scherp te stellen, moet u handmatig scherpstellen. (-174-) ª De Nachtkleurenstand uitschakelen Selecteer opnieuw [ ]. ≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Nachtkleurenstand uit]. ≥Bij heldere lichtomstandigheden kan het scherm tijdelijk witachtig worden. ≥De nachtkleurenstand zorgt ervoor dat de CCDsignaallaadtijd tot circa 25k langer is dan normaal, zodat donkere scènes (een minimum van 2 lx) helder kunnen worden opgenomen. Het is mogelijk dat het scherm lichte vlekjes bevat die u normaal gesproken niet ziet. Dit is echter geen defect. ≥De Nachtkleurenstand wordt uitgeschakeld als u de aan/uit-schakelaar of de functiedraaiknop bedient.
ª Terugkeren naar normaal opnemen Selecteer opnieuw [ ]. ≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Comp.achtergr. Verl. Uit].
De functie infaden/uitfaden
Met deze functie maakt u opnamen met realistische huidtinten. Deze functie is met name geschikt als u een opname maakt van een gezicht. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Druk op de joystick om het pictogram af te beelden. Beweeg de joystick naar beneden tot het pictogram 1 wordt afgebeeld. 2 Beweeg de joystick naar links om Huidskleur stand [ ] te selecteren.
Infaden Beeld en geluid verschijnen langzaam. Uitfaden Beeld en geluid verdwijnen langzaam. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Druk op de joystick om het pictogram af te beelden. Beweeg de joystick naar beneden tot het pictogram 1 wordt afgebeeld. 2 Beweeg de joystick naar links om infaden/ uitfaden [ ] te selecteren.
1 ≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Huidskleur stand aan]. ª De huidskleurstand uitschakelen Selecteer opnieuw [ ]. ≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Huidskleur stand uit].
≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Fade aan]. 3 Druk op de opname start/stop-knop. Begin met opnemen. (infaden) Wanneer u met het opnemen begint, verdwijnen het beeld en geluid geleidelijk en komt het beeld/ geluid geleidelijk tevoorschijn.
≥Als de achtergrond of een ander object in de scène dezelfde kleuren heeft als de huidtinten, worden deze kleuren aangepast. ≥Bij onvoldoende licht kan dit effect onduidelijk zijn.
Stop de opname. (uitfaden) Beeld en geluid verdwijnen langzaam. Nadat het beeld en geluid geheel verdwenen zijn, stopt het opnemen.
ª De functie fade in/out uitschakelen Selecteer opnieuw [ ]. ≥Op het scherm van de camera verschijnt de aanduiding [Fade uit].
Opnemen ª De kleur voor fade in/out selecteren U kunt de kleur van het fade-effect selecteren. 1 Kies [GEAVANCEERD] >> [FADE KLEUR] >> [WIT] of [ZWART]. ≥Als fade in/fade out is geselecteerd, duurt het na de start van de opname een paar seconden voordat u beeld ziet. Ook duurt het een paar seconden voordat de opname werkelijk is gestopt.
De functie windonderdrukking Met deze functie onderdrukt u door wind veroorzaakte ruis in de microfoon. ≥Zet de camera op Opnamestand. 1 Kies [BASIS] >> [Windruis uit] >> [AAN].
Breed/4:3-functie Met deze functie kunt u opnamen maken voor weergave op een breedbeeldtelevisie. Breedbeeldfunctie De opnamen worden opgenomen met een beeldverhouding van 16:9. 4:3-functie De opnamen worden opgenomen met een beeldverhouding van 4:3. ≥Zet de camera op Opnamestand. 1 Breedbeeldfunctie Kies [BASIS] >> [ASPECT] >> [16:9]. 4:3-functie Kies [BASIS] >> [ASPECT] >> [4:3]. ª De Breedbeeld/4:3-functie
uitschakelen Breedbeeld Kies [BASIS] >> [ASPECT] >> [4:3]. 4:3-functie Kies [BASIS] >> [ASPECT] >> [16:9].
ª De functie windonderdrukking
uitschakelen Kies [BASIS] >> [Windruis uit] >> [UIT]. ≥De standaardinstelling is [AAN]. ≥Onderdrukt het geluid van de wind al naar gelang de windkracht. (Als de windonderdrukking wordt geactiveerd bij een sterke windkracht, is het mogelijk dat het stereo-effect afneemt. Het stereo-effect neemt weer toe zodra de wind afneemt.)
≥De standaardinstelling is [16:9]. ≥In de breedbeeldfunctie, worden de menuschermen bedieningspictogrammen, en andere schermweergaven horizontaal afgebeeld. ≥Bij het weergeven van opnamen op een televisie kan de datum- en tijdweergave soms worden verwijderd. ≥Al naar gelang de televisie kan de beeldkwaliteit minder zijn. ≥Als foto’s die zijn opgenomen met een beeldverhouding van 4:3, worden afgespeeld terwijl [TV Beeldformaat] is ingesteld op [16:9], wordt een gedeelte van de bedieningspictogrammen en andere schermweergave-items afgebeeld op de zwarte banden aan de linker- en rechterkant van de foto. ≥Over de aan te sluiten televisie en de televisie die voor afspelen wordt gebruikt. ≥Als u met deze camera opgenomen beelden wilt afspelen op een tv, verandert u de instelling die is vastgesteld door de afspeelstand [INSTELLEN] >> [TV Beeldformaat] overeenkomstig de beeldverhouding (4:3 of 16:9) van het tvscherm waarop wordt aangesloten. (-178-) ≥Afhankelijk van de instellingen van de aangesloten televisie, is het mogelijk dat de beelden niet juist worden weergegeven. Raadpleeg de handleiding bij uw televisie.
Beeldstabilisatiefunctie Vermindert ongewenste beeldbewegingen als gevolg van bijvoorbeeld een trillende hand tijdens het opnemen. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Kies [GEAVANCEERD] >> [O.I.S.] >> [AAN].
Opnamen van verschillende scènes (Scènefunctie) Bij het opnemen van objecten onder verschillende omstandigheden, selecteert de camera automatisch de beste sluitertijd en lensopening. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Schuif de schakelaar [AUTO/MANUAL/ FOCUS] op [MANUAL].
ª De beeldstabilisatiefunctie
uitschakelen Kies [GEAVANCEERD] >> [O.I.S.] >> [UIT]. ≥In onderstaande gevallen is het mogelijk dat de beeldstabilisatiefunctie niet goed functioneert. ≥Bij gebruik van de digitale zoom ≥Als de camera heel erg wordt bewogen ≥Als u een bewegend object probeert te volgen en op nemen
Richtlijnfunctie Let bij de opname op de hellingshoek en de balans van het beeld. U kunt bij het opnemen van films controleren of het beeld recht staat. De functie kan ook worden gebruikt om de balans van de compositie te beoordelen. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Kies [GEAVANCEERD] >> [RICHTLIJNEN] >> [AAN].
ª Om de Richtlijnfunctie te annuleren Kies [GEAVANCEERD] >> [RICHTLIJNEN] >> [UIT]. ≥De richtlijnen verschijnen niet op de beelden die momenteel worden opgenomen.
2 Ga naar [BASIS] >> [Scene stand] >> en selecteer de gewenste functie. 1)
1) [5] Sport ≥Voor het opnemen van sportscènes of snel bewegende objecten 2) [ ] Portret ≥Voor opnamen waarbij personen scherp tegen de achtergrond worden afgetekend 3) [ ] Schemerlicht ≥Voor heldere opnamen bij onvoldoende licht 4) [ ] Spotlight ≥Voor het opnemen van objecten waarop een spotlight is gericht op een feestje of in een theater 5) [ ] Helder licht ≥Voor het opnemen van objecten bij heldere lichtomstandigheden zoals tijdens het skiën of op het strand
Opnemen ª De scènefunctieuitschakelen Kies [BASIS] >> [Scene stand] >> [UIT] of zet de schakelaar [AUTO/MANUAL/FOCUS] op [AUTO]. Sport ≥Met de pauzestand worden beelden als de camera op pauze staat stabiel weergegeven. ≥Tijdens het normaal afspelen kunnen de bewegende beelden schokkerig zijn. ≥Vermijd opnamen bij TL-verlichting, kwik- of natriumlicht omdat deze de kleuren en helderheid van de opname kunnen beïnvloeden. ≥Tijdens het afspelen van beeldmateriaal waarbij het object zeer helder is of veel licht weerkaatst, kunnen verticale strepen optreden. ≥Bij onvoldoende licht, werkt de sportscènefunctie niet. Het pictogram [5] gaat knipperen. ≥Bij gebruik van deze functie binnenshuis kan het beeld gaan trillen. Portret ≥Bij gebruik van deze functie binnenshuis kan het beeld gaan trillen. Schakel de scènefunctie in dat geval uit [UIT]. Schemerlicht ≥De opname van zeer donkere scènes kan onduidelijk zijn. Spotlight ≥Als het op te nemen object erg licht is,kan het object zelf wit en de omgeving van het object bijzonder donker worden. Helder licht ≥Als het op te nemen object erg helder is, kan het object wit worden.
Opnemen met natuurlijke kleuren (Witbalans) Al naar gelang de scène- of lichtomstandigheden is het mogelijk dat de automatische witbalansfunctie niet leidt tot natuurlijke kleuren. Stel in dat geval de witbalansinstelling handmatig in. ≥Zet de camera op Opnamestand. 1 Schuif de schakelaar [AUTO/MANUAL/ FOCUS] op [MANUAL].
2 Druk op de bovenste helft van de navigatieknop om de de witbalansfunctie [ ] te selecteren. MNL
3 Beweeg de joystick naar links of rechts om de witbalansfunctie te selecteren. 1)
1) Automatisch witbalansinstelling [ AWB ] 2) Functie voor binnenopname (bij kunstlicht) [ ] 3) Functie voor buitenopname [ ] 4) Handbediening [ ]
Opnemen ª Terugkeren naar automatische
instelling Druk links of rechts op de navigatieknop totdat [ AWB ] verschijnt. Of zet de schakelaar [AUTO/ MANUAL/FOCUS] op [AUTO]. ≥Als de camera wordt ingeschakeld terwijl de lensdop nog op de lens zit, zal de automatische witbalansinstelling mogelijk niet goed functioneren. Verwijder eerst de lenskap voordat u de camera inschakelt. ≥Als u zowel witbalans als diafragma/gain instelt, moet u eerst de witbalans instellen. ≥Stel de witbalans opnieuw in zodra de opnameomstandigheden wijzigen. ª De witbalans handmatig instellen Selecteer [ ] in stap 3. Druk vervolgens, terwijl u via het scherm een wit object bekijkt, op de bovenkant van de navigatieknop om het pictogram [ ] te selecteren. ª Het pictogram [ ] knippert Bij selectie van de handmatige witbalansinstelling ≥Het knipperen van het pictogram betekent dat de zojuist aangepaste witbalansinstelling wordt opgeslagen. Deze instelling wordt opgeslagen totdat de witbalans opnieuw wordt gewijzigd. Als de witbalans niet handmatig kan worden ingesteld ≥Bij onvoldoende licht is het mogelijk dat de witbalans niet handmatig kan worden ingesteld. Gebruik in dat geval de automatische witbalansinstelling. Handbediening ≥Als de witbalansinstelling gereed is, blijft het pictogram branden. ª Witbalanssensor De witbalanssensor signaleert tijdens het opnemen het type lichtbron. ≥Als u de witbalanssensor tijdens het opnemen bedekt, zal deze niet correct functioneren.
Handmatige scherpstelling Als automatisch scherpstellen niet goed functioneert, kunt u kiezen voor handmatige scherpstelling. ≥Zet de camera op Opnamestand. 1 Schuif de schakelaar [AUTO/MANUAL/ FOCUS] op [MANUAL].
2 Schuif de schakelaar [AUTO/MANUAL/ FOCUS] op [FOCUS].
≥De aanduiding [ MNL ] en het pictogram voor handmatige scherpstelling [MF] verschijnen op het display. 3 Beweeg de joystick naar links of rechts om de scherpstelling te wijzigen. MF MNL
≥Bij een opname met een groothoeklens, is het mogelijk dat een ingezoomd object niet scherp is. Zoom eerst in op het object en stel het beeld vervolgens scherp. ª Terugkeren naar automatische
instelling Schuif de schakelaar [AUTO/MANUAL/FOCUS] op [AUTO] of [FOCUS].
De sluitertijd/lensopening handmatig instellen Sluitertijd Pas de sluitertijd aan bij het opnemen van snel bewegende objecten. Lensopening Pas de lensopening aan als het scherm te helder of te donker is. ≥ Zet de camera op Opnamestand. 1 Schuif de schakelaar [AUTO/MANUAL/ FOCUS] op [MANUAL].
2 Duw de navigatieknop naar links of rechts om de lensopening [ [ ] te kiezen.
3 Druk links of rechts op de navigatieknop om de sluitertijd of lensopening te wijzigen. MNL
ª Terugkeren naar automatische
instelling Schuif de schakelaar [AUTO/MANUAL/FOCUS] op [AUTO].
De sluitertijd handmatig instellen ≥Vermijd opnamen bij TL-verlichting, kwik- of natriumlicht omdat deze de kleuren en helderheid van de opname kunnen beïnvloeden. ≥Bij handmatige instelling van de sluitertijd neemt de gevoeligheid af waardoor de gain-waarde automatisch stijgt en extra ruis kan optreden. ≥Tijdens het afspelen van beeldmateriaal waarbij het object zeer helder is of veel licht weerkaatst, kunnen verticale strepen optreden. Dit is echter geen defect. ≥Tijdens het normaal afspelen kunnen de bewegende beelden schokkerig zijn. ≥Bij opnamen in een bijzonder lichte omgeving kan de kleur van het scherm veranderen of kan het scherm gaan flikkeren. In dat geval dient u de sluitertijd handmatig in te stellen op 1/50 of 1/100. Diafragma/gain handmatig instellen ≥Wanneer u beide instellingen handmatig maakt, stelt u eerst de sluitertijd in voordat u de lensopening (diafragma/gain) instelt. ≥Zolang de waarde niet “OPEN” wordt, kan de gain-waarde niet worden gewijzigd. ≥Als de gain-waarde stijgt , neemt de ruis op het scherm ook toe. ≥Al naar gelang de zoom, kan het diafragma niet worden weergegeven. ª Sluitertijdbereik 1/50 tot 1/8000 seconden: Opnamestand Hoe dichter bij 1/8000, des te sneller de sluitertijd.
1) Sluitertijd 2) (Lensopening) Diafragma/gain-waarde
ª Bereik diafragma/gain-waarde CLOSE (Gesloten), F16, ..., F2.0, OPEN (Geopend: F1.8) 0dB, ..., 18dB Waarden dichter bij [CLOSE] resulteren in een donkerder beeld. Waarden dichter bij [18dB] resulteren in een lichter beeld. dB-waarden zijn gain-waarden.
Afspelen Een tape afspelen ≥Zet de camera op Afspeelstand. (Een bedieningspictogram wordt automatisch afgebeeld op het LCD-scherm.)
ª Het volume aanpassen U kunt het volume van de luidspreker aanpassen tijdens het afspelen. 1 Houd de knop [sVOLr] naar links of rechts gedrukt om het volume te verlagen of te verhogen.
1 Bediening met navigatieknop.
1/;: Afspelen/Pauze 6: Terugspoelen(met beeld) (Door op 1/; te drukken keert de camera terug naar de afspeelfunctie.) 5: Snel vooruitspoelen (met beeld) (Door op 1/; te drukken keert de camera terug naar de afspeelfunctie.) ∫: Stoppen ≥Het apparaat wordt niet uitgeschakeld als in de Afspeelstand het LCD-scherm wordt gesloten en de zoeker wordt ingeduwd. ≥Tijdens het snel vooruitspoelen met beeld kan door de snelbewegende beelden ruis ontstaan in de vorm van mozaïek. ≥Voor en na het snel vooruitspoelen met beeld kan het scherm gedurende korte tijd zwart worden of kunnen beelden onduidelijk worden weergegeven.
Naar rechts [r]: het volume wordt verhoogd Naar links [`]: het volume wordt verlaagd (Hoe dichter de indicatie bij [r] staat, des te sterker het volume.) ≥Als de aanpassing gereed is, verdwijnt de volume indicator. ≥Hoort u in het geheel geen geluid, controleer dan de instellingen via [INSTELLEN] >> [12bits AUD]. ª Opnieuw afspelen Met deze functie kunt u instellen dat de tape wordt teruggespoeld en opnieuw afgespeeld zodra het einde van de tape wordt bereikt. 1 Kies [GEAVANCEERD] >> [Herh.afsp.] >> [AAN]. ≥De aanduiding [ ] verschijnt op het display. (Om het herhaald afspelen te annuleren moet u [Herh.afsp.] >> [UIT] instellen of de camera uitschakelen.) ª Geluidsinstellingen ≥Als u niet het gewenste geluid hoort tijdens het afspelen van een tape, controleer dan de instellingen van [INSTELLEN] >> [12bits AUD]. ≥Als u geluid opneemt in [12-bits] en [INSTELLEN] >> [12bits AUD] >> [samenstellen] selecteert, wordt het geluid afgespeeld in stereo ongeacht de instellingen in [AUDIO UIT].
Beeld-voor-beeld afspelen
Afspelen op televisie
≥ Zet de camera op Afspeelstand. 1 Om het afspelen te onderbreken beweegt u de joystick omhoog en selecteert u het pictogram [1/;].
Op de camera gemaakte opnamen kunnen worden afgespeeld op een televisie. ≥ Plaats een tape met opnamen in de camera. ≥Zorg ervoor dat het toestel is uitgeschakeld voordat het wordt aangesloten op een tv. 1 Sluit de videocamera aan op een televisie.
2 Duw de [sVOLr] knop.
In de richting van [T]: normaal vooruitspelen In de richting van [W]: achteruitspelen ≥Als u de knop ingedrukt houdt, wordt de opname steeds beeld voor beeld afgespeeld. ≥Het pauzepictogram verschijnt kort. Ononderbroken beeld-voor-beeld afspelen wordt gestart nadat het pauzepictogram is verdwenen. ª Terugkeren naar normaal afspelen Beweeg de joystick omhoog naar [1/;] om het afspelen te beginnen.
≥Sluit de videocamera en de televisie op elkaar aan met behulp van de AV-kabel 1. Schakel de camera in en draai de functieknop naar de tape afspeelstand. Kies het juiste kanaal op uw televisie. ≥Als de beelden niet juist worden weergegeven op de televisie (bijv. omdat ze verticaal worden weergegeven), voert u de menubedieningen uit overeenkomstig de beeldverhouding van de televisiescherm. Kies [INSTELLEN] >> [TV Beeldformaat] >> [16:9] of [4:3]. Beweeg de navigatieknop omhoog naar [1/;] om het afspelen te beginnen. ≥De opname plus het geluid worden nu afgespeeld op de televisie. Beweeg de navigatieknop omlaag naar [∫] om het afspelen te stoppen.
≥Sluit de camera aan op de netadapter, dan hoeft u zich geen zorgen te maken dat de accu leegloopt. ª De opname of het geluid van de
camera worden niet op de televisie afgespeeld ≥Controleer of alle stekkers goed zijn bevestigd. ≥Controleer de [12bits AUD] instellingen. (-184-) ≥Controleer of u de juiste aansluiting hebt gekozen. ≥ Controleer de instellingen van de televisie voor het invoeren van gegevens. (Raadpleeg de handleiding bij uw televisie.)
functieknop naar Afspeelstand.
Kopiëren naar DVD-recorder of videorecorder (Dubbing)
3 Kies het juiste kanaal op uw televisie en recorder.
Opnamen met de videocamera kunnen worden opgeslagen op een DVD-RAM of een ander vergelijkbaar medium. Zie ook de handleiding bij uw recorder. ≥Stop een tape met een video-opname in de videocamera en leg een lege DVD-RAM in de DVD-recorder of stop een videotape in de videorecorder. 1 Sluit de videocamera aan op de recorder. Aansluiten met de AV-kabel
AV3 IN AUDIO L MONO A.DUB R TIMER REC CVC EXT LINK REC/OTR
≥Sluit de videocamera en de recorder op elkaar aan met behulp van de AV-kabel 1. Aansluiten met de optionele DV-kabel (Alleen apparatuur met DV-aansluiting) S 2 (L2)
4 Druk de navigatieknop omhoog [1/;] om het afspelen te beginnen. (Afspeelapparaat) ≥Beeld en geluid worden nu gekopieerd. 5 Begin met opnemen. (Opnameapparaat) 6 Stop met opnemen. (Opnameapparaat) 7 Druk de navigatieknop omlaag [∫] om het afspelen te stoppen. (Afspeelapparaat) ≥Als u beelden opneemt (kopieert) naar een ander videoapparaat en deze beelden vervolgens afspeelt op een breedbeeld-tv, kunnen de beelden verticaal uitgerekt zijn. In dat geval raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het apparaat waarop u opneemt (kopieert) of leest u de gebruiksaanwijzing van de tv en stelt u deze in op 16:9 (volledig). ≥Raadpleeg ook de handleiding bij uw televisie en uw recorder. ≥Als u geen functie-indicaties of weergave van datum en tijd nodig hebt, kunt u respectievelijk [INSTELLEN] >> [Display] >> [UIT] selecteren of [BASIS] >> [Datum/Tijd] >> [UIT] in de afspeelstand zetten. (Als u de videocamera en de recorder op elkaar aansluit met de DV-kabel, worden deze indicaties mogelijk niet op uw scherm weergegeven.) ª De opname of het geluid van de
camera worden niet op de televisie afgespeeld ≥Controleer of alle stekkers goed zijn bevestigd. ≥Controleer de [12bits AUD] instellingen. (-184-) ≥Controleer of u de juiste aansluiting hebt gekozen.
LSQT1127DUT.book 179 ページ
Gebruik van de DV-kabel voor opnemen (Digitale dubbing) Aansluiting van andere digitale videoapparatuur met DV-aansluiting op de videocamera met behulp van de DV-kabel VW-CD1E (optioneel) 1 maakt hoogwaardige dubbing mogelijk is digitaal formaat. Alleen het model EK kan worden gebruikt als een recorder. ≥ Zet de camera op Afspeelstand. (Afspeel-/opnameapparaat) 1 Sluit de videocamera en het digitale videoapparaat op elkaar aan met de DV-kabel.
2 Kies [GEAVANCEERD] >> [Pauze stand] >> [JA]. (Opnameapparaat) (alleen EK) ≥U kunt deze stap overslaan bij gebruik van de afstandsbediening bij digitale dubbing. 3 Begin met afspelen. (Afspeelapparaat) 4 Begin met opnemen. (Opnameapparaat) Bij bediening op het apparaat zelf: Beweeg de joystick naar boven om [¥/;] te selecteren.
5 Druk de navigatieknop omhoog om opnieuw [¥/;] te selecteren om het opnemen te stoppen. (Opnameapparaat) 6 Stop het afspelen. (Afspeelapparaat)
ª Standby voor opnemen uitschakelen (alleen EK) Als de camera standby staat voor opnemen, beweegt u de joystick omlaag en selecteert u [∫] of drukt u op [∫] op de afstandsbediening. ≥Het aanbrengen of verwijderen van de DV-kabel tijdens het dubben kan leiden tot een storing in het resultaat. ≥Als een opname (bijvoorbeeld een tweetalige video) hoofdgeluid bevat waaraan bijgeluiden zijn toegevoegd via dubbing, selecteer dan het gewenste geluid via in de Afspeelstand [INSTELLEN] >> [AUDIO UIT]. (alleen EK) ≥Zelfs als u gebruik maakt van een apparaat dat over een DV-aansluiting zoals IEEE1394 bestaat de kans dat in bepaalde gevallen digitale dubbing niet mogelijk is. Zie voor meer informatie de handleiding bij het betreffende apparaat. ≥Ongeacht de menu-instellingen op het opnameapparaat vindt digitale dubbing plaats in dezelfde functie als [Audio opname] van de afgespeelde tape. ≥Hoewel de beelden op het scherm van het opnameapparaat verstoord kunnen zijn, heeft dit geen gevolgen voor de opname zelf. ≥Als een opname die auteursrechtelijk is beschermd tegen kopiëren, wordt opgenomen op de videocamera, wordt het beeld vervormd door mozaïekachtige patronen tijdens het afspelen. (alleen EK) ≥Verwijder de USB-kabel. Invoersignalen van een externe bron kunnen niet worden opgenomen als op het apparaat een USB-kabel is aangesloten. (alleen EK) ≥Bij breedbeeldopname wordt de displayweergave, zoals het menuscherm of het bedieningspictogram, horizontaal uitgetrokken. (alleen EK) ≥Als foto’s worden ingevoerd via de DV-aansluiting, knippert het bedieningspictogram als u op het midden van de navigatieknop drukt. Het pictogram verschijnt dus niet vanaf de zijkant van het scherm. (alleen EK)
De videocamera als WEBCAM gebruiken (Windows XP SP2) Voor het upgraden van Windows XP naar SP2, selecteert u [start] >> [All Programs (Programs)] >> [Windows Update]. Indien uw videocamera aangesloten is op uw personal computer, dan kunt u videobeelden en geluid van de videocamera via het netwerk naar anderen zenden. U kunt ook audio uitwisselen mits de personal computer overeenkomstig is geconfigureerd. (U kunt de microfoon van de personal computer gebruiken in plaats van de microfoon op de videocamera.)
Software: Windows Messenger 5.0/5.1 (Windows XP) MSN Messenger 7.0/7.5 (Windows 2000/XP) Windows Live Messenger 8.0 (Windows XP) DirectX 9.0b/9.0c ª De videocamera aansluiten op de
personal computer (voor gebruik als WEBCAM) 1 Zet de videocamera op de bandweergavefunctie of op de bandopnamefunctie. 2 Sluit de videocamera met behulp van de USB-aansluitkabel aan op de personal computer.
1) USB-aansluitingskabel 2) USB-aansluiting 3) Het beeldscherm van de WEBCAM-modus
3 Start Windows Messenger/MSN Messenger/ Windows Live Messenger. ≥Klik op [start] >> [Programs] >> [Windows Messenger]/[MSN Messenger]/ [Windows Live Messenger]. ª De camera gebruiken als WEBCAM Als u de videocamera gberuikt als WEBCAM is het bedieningspictogram tijdens Afspelen van tape anders dan bij normaal gebruik van de camera.
1 Bij normaal gebruik van de camera 2 Bij gebruik van de camera als WEBCAM (Afspelen van tape) ≥Als u boven/onder/links/rechts op de navigatieknop drukt ( , ∫, 5, 6) gaat de indicatie van de gekozen richting ook niet geel branden. ≥Het bedieningspictogram verschijnt nu niet aan de zijkant van het scherm maar knippert als u op het midden van de navigatieknop drukt. ≥Als de videocamera als WEBCAM wordt gebruikt, dan is de kwaliteit van de videobeelden die u wilt uitwisselen afhankelijk van de kwaliteit van de Internetaansluiting. ≥Indien de functie WEBCAM is ingesteld, kunnen video's (foto's) niet op een tape worden opgenomen. ≥In de WEBCAM-functie kan de audio halverwege de communicatie onderbroken worden, afhankelijk van de communicatieomgeving of van de performance can de personal computer. ≥Indien u de USB-aansluitkabel aansluit terwijl u met een band aan het werk bent in de bandweergavefunctie, zal de band stoppen. ≥Indien u de USB-aansluitkabel aansluit in de WEBCAM-functie (bandopnamefunctie) zullen de tijdcode-indicatie, de SP/LP-indicatie of iconen verdwijnen. ≥In de WEBCAM-functie (bandweergavefunctie) wordt de werkicoon gewijzigd. ≥Als u de videocamera gebruikt als WEBCAM terwijl er een antivirusprogramma actief is, dan kan de werking van de videocamera halverwege worden afgebroken. In dat geval sluit u Messenger af, sluit u de videocamera opnieuw aan en start u Messenger opnieuw op.
Gebruik op een Macintosh ª Computeromgeving op iMovie 4/
iMovie HD Besturingssysteem: Met vooraf geïnstalleerd; Mac OS X v10.3 tot 10.4 CPU: PowerPC G3 (400 MHz of hoger), G4, G5 Intel Core Duo Intel Core Solo Interface: DV- (FireWire) poort (IEEE1394.a) ≥iMovie/iMovie HD, geleverd bij iedere nieuwe Macintosh of verkocht met iLife. 1 Stel de videocamera in op de functie Tape Playback (afspelen van tape). 2 Sluit de videocamera met een DV Interfacekabel (optioneel) aan op uw Macintosh. ≥Voor meer informatie neemt u contact op met Apple Computer, Inc. op http://www.apple.com.
ª Opmerkingen ≥Microsoft® en Windows® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. ≥Intel® en Pentium® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Intel Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. ≥Apple, Mac OS, iMovie/iMovie HD, FireWire zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Apple Computer, Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen. ≥Alle andere in deze gebruiksaanwijzing vermelde bedrijfsnamen, productnamen enz. zijn de gedeponeerde handelsmerken, of handelsmerken van de respectievelijke bedrijven. ≥Schermafbeelding(en) van Microsoft-producten zijn opgenomen met toestemming van Microsoft Corporation. ≥De namen van de producten die u gebruikt, kunnen afwijken van de namen die in de tekst worden genoemd. Afhankelijk van de besturingsomgeving en andere factoren, kan de inhoud van de schermen zoals die in deze gebruiksaanwijzing wordt weergegeven, enigszins afwijken van wat u in werkelijkheid op uw scherm zult zien. ≥De schermen in deze gebruiksaanwijzing worden bij wijze van voorbeeld in het Engels getoond, maar de software ondersteunt ook andere talen. ≥In deze gebruiksaanwijzing wordt de digitale videocamera van Panasonic met USBaansluiting ëVideocamera’ genoemd. ≥In deze gebruiksaanwijzing wordt geen beschrijving gegeven van de basisbedieningen van de personal computer en worden technische termen niet verklaard. Raadpleeg voor deze informatie de gebruiksaanwijzing van uw personal computer.
Menuopties De pictogrammen en afbeeldingen in het menu zijn bedoeld als korte verklaring van de werking van elk van de opties en wijken dus af van de werkelijke menu-aanduidingen. ª
Menu’s behorend bij opnemen ª [Datum/Tijd] Met deze optie activeert u de datum- en tijdsaanduiding. ≥De videocamera legt automatisch datum en tijd vast voor de opname op tape. ª [Audio opname] Hiermee kiest u het type geluidsopname (PCM audio). [12-bits]: Opname van geluid in “12 bit 32 kHz 4 tracks”. (De originele audiosignalen kunnen worden bewaard nadat andere audiosignalen zijn toegevoegd.) [16-bits]: Opname van geluid in “16 bit 48 kHz 2 tracks”. Zorgt voor een betere geluidskwaliteit. (Als audiosignalen worden toegevoegd, worden de originele audiosignalen gewist.) ≥Audio dubbing is niet mogelijk op dit toestel. Als u het geluid wilt aanpassen op een model met audio dubbing, kiest u [12-bits] voor het nemen van foto’s.
ª [Display] Als deze optie op [AAN] staat zijn alle displayfuncties beschikbaar. Staat deze optie op [UIT] dan kan het display worden geminimaliseerd. ª [Piep geluid] Als deze optie op [AAN] staat, worden de volgende waarschuwings-/bevestigingssignalen gegeven. 1 piepje ≥Als u begint met opnemen ≥Als u de camera inschakelt ≥ Wanneer het apparaat gaat van
QuickStart-standby naar opnamepauze 2 piepjes ≥Als u het opnemen onderbreekt ≥Als u de camera uitschakelt ≥Wanneer het apparaat in QuickStart-standby wordt gezet 2 maal 4 piepjes ≥Als een cassette wordt geplaatst waarvan de beveiliging op [SAVE] staat, als condensvorming optreedt (-190-) en in andere gevallen. Zie ook de melding op het scherm. (-186-) ª [SPAARSTAND] [UIT]: Als gedurende 5 minuten geen handeling werd verricht met de camera, schakelt deze automatisch over op standby. Als de camera op standby staat, knippert de aanduiding [;] duurt het na het drukken op de start/ stop-knop langer dan normaal voordat het opnemen begint. [5 MINUTEN]: Als gedurende 5 minuten geen handeling werd verricht met de camera, wordt deze automatisch uitgeschakeld ter bescherming van de tape en om te voorkomen dat de accu leegloopt. Wilt u de camera gebruiken, schakel deze dan weer in. ≥In de volgende gevallen kan het onmogelijk zijn de camera uit te schakelen, zelfs al hebt u de camera ingesteld op [SPAARSTAND] >> [5 MINUTEN]. ≥Als de camera is aangesloten op netvoeding (Bij het gebruik van de netadapter) ≥Als de camera met de USB-kabel of de DV-kabel is aangesloten op een computer of op andere apparatuur
Menu’s behorend bij afspelen
ª [12bits AUD] Als u het geluid wilt aanpassen op een model met audio dubbing, kiest u [12-bits] voor het nemen van foto's. U kunt het geluid aanpassen (PCM audio) wanneer u een tape afspeelt met geluid dat is opgenomen in [12-bits]. [ST1]: Alleen het oorspronkelijke geluid wordt afgespeeld. [ST2]: Alleen het met audio dubbing opgenomen geluid wordt afgespeeld. [samenstellen]: Zowel [ST2] als [ST1] worden gelijktijdig afgespeeld. ≥Audio dubbing is niet mogelijk op dit toestel. Als u met dit toestel een tape afspeelt, hoort u het geluid niet als [ST2] is geselecteerd. Kies [ST1].
ª [Begin instelling] Kunt u een menu niet selecteren vanwege een combinatie van functies, zet deze optie dan op [JA]. De menu-instellingen keren dan terug naar de fabrieksinstellingen. (De taalinstelling kan niet worden teruggezet naar de fabrieksinstelling.)
ª [AUDIO UIT] Hiermee kunt u het geluid afspelen. [STEREO]: Stereogeluid (hoofdgeluid en bijgeluiden) [L]: Geluid linkerkanaal (hoofdgeluid) [R]: Geluid rechterkanaal (bijgeluiden)
ª [DEMO stand] Als u gaat naar [DEMO stand] >> [AAN] zonder een cassette te plaatsen, zal de videocamera automatisch een demonstratie van alle functies geven. Als een willekeurige toets wordt ingedrukt of bedient, wordt de demonstratie afgebroken. Als gedurende circa 10 minuten geen handeling wordt verricht, gaat de camera automatisch naar de functie demonstratie. Deze functie kunt u beëindigen door een tape in de camera te stoppen of door de instelling [DEMO stand] >> [UIT] te kiezen. Voor normaal gebruik zet u deze functie op [UIT].
Diversen Aanwijzingen Verschillende functies en de status van de videocamera worden op het scherm weergegeven. Basisaanduidingen : Resterend accuvermogen 0h00m00s00f: Tijdcode 15:30:45: Datum-/tijdsaanduiding Tijdens opnemen R0:45: Resterende tijd op tape ≥De resterende tapetijd wordt in minuten weergegeven. (Zodra de resterende tapetijd minder is dan 3 minuten, gaat de aanduiding knipperen.) SP: Standard Play (Opnamesnelheid)
Tijdens afspelen ¥: Bezig met opnemen (alleen EK) 1: Afspelen -176;: Pauze -1765: Snel vooruitspoelen (met beeld) -176-
6: ;1/2;: : : 12bit, 16bit: :
Terugspoelen (met beeld ) -176Beeld-voor-beeld afspelen -177Opnieuw afspelen -176WEBCAM -180Type audio-opname -183Volume-instelling -176-
Long Play (Opnamesnelheid) -166-
¥: Bezig met opnemen -166; (Groen): Pauze tijdens opnemen -166; (Groen videoflitslicht): Standby ; (Rood): Fade out : Opnamecontrole -167Breedbeeld -17116:9 : Automatisch -165AUTO : Handbediening -172MNL : MF: Handmatig scherpstellen -1745k: Zoomniveau -168: Tegenlicht -169: O.I.S. -1721/500: Sluitertijd -175F2.4: F-nummer -1756dB: Gain-waarde -175: WEBCAM -180: Huidskleurstand -170: Fade (wit) -170: Fade (zwart) -170: Nachtopname in kleur -169: Blanco deel -167Zoommicrofoon -168ZOOM : : Windonderdrukking -1715: Sport (Scènefunctie) -172: Portret (Scènefunctie) -172: Schemerlicht (Scènefunctie) -172: Spotlight (Scènefunctie) -172: Helder licht (Scènefunctie) -172Automatische witbalans -173AWB : : Binnenopname (bij kunstlicht) -173-
Waarschuwingen/foutmeldingen Als een van onderstaande aanduidingen brandt of knippert, dient u de videocamera te controleren. Pictogrammeldingen Y: In de camera is een cassette geplaatst met de beveiliging tegen wissen op [SAVE]. Er bevindt zich geen cassette in de camera. [--]/0: Het vermogen van de ingebouwde batterij is laag. -158°: Het pictogram voor waarschuwing/ foutmeldingen verschijnt als u uzelf opneemt. Draai het LCD-scherm richting de zoeker en controleer het pictogram waarschuwing/foutmeldingen. 2END: De tape heeft het einde bereikt tijdens de opname. :: De videokoppen zijn vuil. -191-
Tekstmeldingen 3vocht detectie/3tape uitnemen: Er is condensvorming opgetreden. Neem de cassette uit de camera en wacht enige tijd. Het kan even duren voordat de cassettehouder opent. Dit is echter geen storing. -190BATTERIJ BIJNA LEEG: Het vermogen van de accu is laag. Laad de accu op. -154tape niet geplaatst: Er bevindt zich geen cassette in de camera. -160-
tape einde: De tape heeft het einde bereikt tijdens de opname. contr. Opnametoets: U probeert een opname te maken op een tape waarvan de beveiliging tegen wissen op [SAVE] staat. U probeert digitale dubbing op een tape waarvan de beveiliging tegen wissen op [SAVE] staat. ONAFSPEELBARE TAPE (ANDER FORMAAT): U probeert een tape af te spelen die met een ander TV-systeem is opgenomen. Dit type tape wordt niet ondersteund. Sluit cass. gedeelte: De cassetteklep staat open. Sluit de cassetteklep. -160Kopieren niet mogelijk: Het is niet mogelijk beeldmateriaal op te nemen omdat het medium tegen kopiëren is beveiligd.
reinig de kop: De videokoppen zijn vuil. -191druk op reset toets: Er is een storing in de apparatuur gesignaleerd. Druk op [RESET] (-190-). Hierdoor kan het probleem zijn opgelost. neem de USB kabel los: U probeert beelden op tape vast te leggen terwijl de USB-kabel is aangesloten op de videocamera. KAN USB NIET TOEP.: U sluit de USB-kabel aan terwijl de DV-kabel is aangesloten. GEBRUIK HANDM MODUS: U probeert de optie in [Scene stand] te selecteren terwijl de knop [AUTO/MANUAL/ FOCUS] op [AUTO] staat.
Functies die niet gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd
Voordat u verzoekt om reparatie (Probleemoplossing)
Sommige functies van de videocamera zijn uitgeschakeld of niet beschikbaar op grond van de cameraspecificaties. Onderstaande tabel geeft voorbeelden van functies waarvoor bepaalde beperkingen gelden.
Voeding/Behuizing 1: De camera kan niet worden ingeschakeld. • Is de accu volledig opgeladen? Gebruik een volledig opgeladen accu. • De accubeveiliging kan in werking zijn getreden. Sluit de accu gedurende 5 à 10 seconden aan op de netadapter. Kan de camera dan nog steeds niet worden ingeschakeld, dan is de accu defect. • Staat het LCD-scherm of de zoeker open? 2: De camera wordt automatisch uitgeschakeld. • Als u de optie [SPAARSTAND] op [5 MINUTEN] hebt gezet en vervolgens de videocamera gedurende circa 5 aaneengesloten minuten niet gebruikt, wordt de stroom automatisch uitgeschakeld om de tape te beschermen en om stroom te besparen. Het opnemen wordt hervat door de [OFF/ON]schakelaar op [OFF] te zetten en vervolgens weer naar [ON] te schuiven. (-183-) Bovendien, als u [SPAARSTAND] instelt op [UIT], wordt de camera niet automatisch uitgeschakeld. 3: De videocamera blijft niet lang genoeg ingeschakeld. • Is de accu vol genoeg? Als de accu-indicatie knippert of de melding “BATTERIJ BIJNA LEEG” wordt weergegeven, is het vermogen van de accu laag. Laad de accu op of plaats een volledig opgeladen accu. (-154-) • Is er sprake van condensvorming? Als u de videocamera van een koude omgeving naar een warme verplaatst, kan binnen in de camera condensvorming optreden. Als dit het geval is, wordt de camera automatisch uitgeschakeld en worden alle functies gedeactiveerd, met uitzondering van het uitnemen van de cassette. Wacht tot het pictogram voor condensvorming verdwenen is. (-190-) 4: De accu loopt snel leeg. • Is de accu volledig opgeladen? Laad de accu op met de netadapter. (-154-) • Gebruikt u de accu onder extreem koude omstandigheden? De werking van de accu wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur. In een koude omgeving loopt de bedrijfstijd van de accu terug. • Is de accu oud? De levensduur van een accu is beperkt. Als de bedrijfstijd bij normaal gebruik nog steeds te kort is, zelfs al is de accu geheel opgeladen, is de accu versleten en moet deze worden vervangen.
Reden waarom de functie is uitgeschakeld
≥Compensatie achtergrondverlichting
≥Als diafragma/gainwaarde zijn ingesteld ≥Wanneer Nachtkleurenstand wordt gebruikt
≥Terwijl een opname naar ≥Help tape wordt geschreven (helpfunctie) ≥Functie Blankzoekopdracht ≥Huidskleurstand ≥Opnamecontrole ≥Nachtkleurenstand ≥Terwijl een opname naar tape wordt geschreven ≥Scènefunctie
≥Als de schakelaar [AUTO/ MANUAL/FOCUS] op [AUTO] staat ≥Wanneer Nachtkleurenstand wordt gebruikt
≥Bij gebruik van digitale zoom (32k of hoger) ≥Wanneer Nachtkleurenstand wordt gebruikt
≥Sluitersnelheid, ≥Wanneer diafragma/gainNachtkleurenstand wordt waarde wijzigen gebruikt ≥Bij het gebruik van de scènefunctie
Diversen 5: De videocamera is wel ingeschakeld maar kan niet worden bediend. De videocamera werkt niet normaal. • De camera kan niet worden bediend als het LCD-scherm niet is geopend of de zoeker niet is uitgetrokken. • Verwijder de cassette en druk vervolgens op [RESET]. (-190-) Werkt de camera dan nog niet normaal, schakel hem dan uit en schakel hem na ongeveer 1 minuut weer in. 6: De cassette kan niet worden verwijderd. • Gaat de statusindicator branden als u de cassetteklep opent? (-160-) Controleer of de accu en/of de netadapter goed zijn bevestigd. (-154-) • Is de gebruikte accu leeg? Laad de accu op en verwijder de cassette. • Sluit de cassetteklep volledig en open hem daarna weer. (-160-) 7: Alleen de cassette kan worden verwijderd; alle andere handelingen zijn onmogelijk. • Is er sprake van condensvorming? Wacht tot het pictogram voor condensvorming verdwenen is. (-190-) Opnemen 1: Het opnemen begint niet ook al is de camera goed ingeschakeld en de cassette goed geplaatst. • Staat de wisbeveiliging op de cassette open? Is dit het geval (het schuifje staat op [SAVE]), dan kan niet op de tape worden opgenomen. (-161-) • Is de tape geheel doorgespoeld naar het einde? Plaats een nieuwe tape. • Staat de camera opnemen? Als de camera op afspelen staat, kan niet worden opgenomen. (-161-) • Is er sprake van condensvorming? Alleen de cassette kan dan worden verwijderd; alle andere handelingen zijn onmogelijk. Wacht tot het pictogram voor condensvorming verdwenen is. (-190-) • Is de cassetteklep open? Als de cassetteklep open is, zal de camera niet goed functioneren. Sluit de cassetteklep. (-160-) 2: De weergave op het scherm verandert plotseling. • Is de demonstratie aan de gang? Als u in de Opnamestand de functie [DEMO stand] >> [AAN] zet zonder een cassette in de camera te plaatsen, wordt de demonstratie gestart. Voor normaal gebruik zet u deze functie op [UIT]. (-184-)
3: Er kan geen cassette worden geplaatst. • Is er sprake van condensvorming? Wacht tot het pictogram voor condensvorming verdwenen is. 4: De automatische scherpstelling werkt niet. • Staat de scherpstelling op handbediening? De scherpstelling vindt alleen automatisch plaats als deze functie is ingeschakeld. • Bij bepaalde voorwerpen en omgevingen zal de automatische scherpstelling niet goed werken. (-195-) Als dit het geval is, kunt u beter handmatige scherpstelling kiezen. (-174-) Aanwijzingen 1: Een zin wordt midden op het scherm in rood weergegeven. • Lees de zin en voer de noodzakelijke actie uit. (-186-) 2: Het pictogram voor resterende tapetijd verdwijnt. • De aanduiding voor resterende tapetijd kan tijdelijk verdwijnen als een opname beeld-voor-beeld wordt afgespeeld of tijdens een andere handeling. Zodra u verder gaat met normaal opnemen of afspelen, wordt de aanduiding hersteld. 3: De aanduiding voor de resterende tapetijd komt niet overeen met de werkelijk resterende tapetijd. • Bij het herhaald opnemen van scènes korter dan 15 seconden kan de resterende tapetijd niet correct worden weergegeven. • Soms is de weergegeven resterende tapetijd 2 tot 3 minuten korter dan de werkelijk resterende tapetijd. 4: Een van de aanduidingen, zoals functie, resterende tapetijd of tijdsaanduiding, wordt niet weergegeven. • Als u kiest voor [INSTELLEN] >> [Display] >> [UIT] worden alle aanduidingen op het LCD-scherm en de zoeker uitgeschakeld, met uitzondering van de opname/weergaveindicatie, waarschuwingen en datumvermeldingen.
Diversen Afspelen (Geluid) 1: Er komt geen geluid uit de ingebouwde luidspreker van de videocamera. 0 Is het volume te laag? Duw tijdens het afspelen tegen de knop [sVOLr] om het volume weer te geven en pas het aan. (-176-) 2: Er worden verschillende geluiden tegelijkertijd afgespeeld. • Hebt u gekozen voor de instelling [INSTELLEN] >> [AUDIO UIT] >> [STEREO] en een opname gekopieerd die zowel hoofd-als bijgeluiden bevat? Kies [L] om het hoofdgeluid te beluisteren en [R] om het bijgeluid te beluisteren. (-184-)
Afspelen (Beeld) 1: Tijdens snel vooruit- of achteruitspoelen met weergave is een mozaïekachtig patroon zichtbaar. • Dit is een volkomen normaal verschijnsel bij digitale videosystemen en is geen defect. 2: Tijdens snel vooruit- of achteruitspoelen met weergave zijn horizontale strepen zichtbaar. • Afhankelijk van de scène kunnen horizontale strepen zichtbaar zijn. Dit is echter geen defect. 3: De videocamera is correct aangesloten op de televisie, maar er worden geen beelden weergegeven. De beelden zijn verticaal. • Hebt u de video-ingang op de televisie gekozen? Raadpleeg de handleiding bij uw televisie en kies het kanaal dat past bij de ingang die wordt gebruikt voor deze aansluiting. • Is de [TV Beeldformaat] instelling juist? Verander de instelling overeenkomstig de beeldverhouding van het televisiescherm. [INSTELLEN] >> [TV Beeldformaat] >> [16:9] of [4:3]. 4: Het weergegeven beeld is niet helder. • Zijn de koppen van de videocamera vuil? Als de koppen vuil zijn, is het afgespeelde beeld niet helder. Reinig de koppen met behulp van de reinigingstape voor digitale videoapparatuur (optioneel). (-191-) • Als de aansluiting voor de AV-kabel vervuild is, kan ruis of sneeuw op het scherm verschijnen. Veeg de aansluiting af met een schone doek en sluit vervolgens de kabel aan op de A/V-ingang. • Is de opname auteursrechtelijk beveiligd tegen kopiëren? Als een beveiligde opname wordt afgespeeld op de videocamera, wordt het weergegeven beeld vervormd naar een mozaïekachtig patroon.
Diversen Diversen 1: De aanduiding verdwijnt, het scherm is bevroren of de camera reageert niet. • Schakel de videocamera uit. Verwijder de cassette om uw gegevens te beschermen en druk vervolgens op [RESET]. Schakel hierna de casmera weer in. Als de camera nog steeds niet normaal functioneert, neem dan contact op met de winkel waar u de videocamera hebt gekocht. 2: Op het scherm verschijnt de melding “druk op reset toets”. • Er is automatisch een storing in de videocamera gesignaleerd. Verwijder de cassette om uw gegevens te beschermen en druk vervolgens met gesp A op [RESET]. De videocamera wordt geactiveerd.
• Als u niet op [RESET] drukt, wordt de stroom naar de videocamera na ongeveer 1 minuut automatisch uitgeschakeld. • Als u op [RESET] hebt gedrukt en de melding nog steeds op uw scherm verschijnt, moet de camera worden gerepareerd. Schakel de stroom uit en neem dan contact op met de winkel waar u de videocamera hebt gekocht. Probeer niet de camera zelf te repareren. 3: Het pictogram voor waarschuwingen/ foutmeldingen [°] verschijnt als de camera in de WEBCAM-stand wordt gebruikt. • Hebt u op de menuknop of de opname start/ stopknop gedrukt? U kunt geen menu gebruiken of een opname maken op tape in de WEBCAM-stand. • Hebt u geprobeerd een tape af te spelen zonder deze in de camera te plaatsen? Plaats een tape. • Hebt u geprobeerd een tape af te spelen die auteursrechtelijk beschermd is tegen kopiëren (copy guard)? Afbeeldingen op een tape met een auteursrechtelijke bescherming (copy guard) kunnen niet op de computer worden afgespeeld. (De geluidsopname op een dergelijke tape kan wel worden afgespeeld.)
Waarschuwingen voor gebruik ª Over condensvorming Als u de videocamera inschakelt terwijl condens aanwezig is op de koppen of de tape, wordt de condensindicatie [3] (geel of rood) afgebeeld in de zoeker of op het LCD-scherm, plus de melding [3vocht detectie] of [3tape uitnemen] (alleen als de tape in de camera zit). Doe in dat geval het volgende. 1 Verwijder eventueel de tape. ≥Het duurt ongeveer 20 seconden voordat de cassettehouder wordt geopend. Dit is geen defect. 2 Laat de videocamera met gesloten cassetteklep rusten zodat deze de omgevingstemperatuur kan aannemen. ≥De Statusindicator knippert gedurende ongeveer 1 minuut waarna de videocamera automatisch wordt uitgeschakeld. Laat deze gedurende ongeveer 1,5 tot 2 uren liggen. 3 Schakel de camera weer in, kies de functie Opname op/Afspeelstand en controleer of de melding van het scherm verdwijnt. In koude gebieden kan het vocht soms bevroren zijn. In dat geval duurt het langer voordat de melding verdwijnt. Houd mogelijke condensvorming in de gaten, ook staat er geen melding op het LCD-scherm. ≥Als de condensmelding niet op het LCD-scherm en/of in de zoeker wordt afgebeeld, en u condens ziet op de lens of op de camera, opent u de cassetteklep niet omdat daardoor condens kan worden gevormd op de koppen of de cassetteband. Als de lens beslagen is: Zet de [OFF/ON] schakelaar op [OFF] en zet de videocamera ongeveer 1 uur lang weg. Zodra de temperatuur van de lens die van de omgeving benadert, zal het vocht op natuurlijke wijze verdampen.
Diversen ª Over vuile videokoppen Als de videokoppen (de onderdelen die in direct contact staan met de tape) vuil zijn, kan de camera niet meer goed opnemen en weergeven. Reinig de koppen dan met de speciale reinigingstape. ≥Plaats de reinigingstape in de videocamera, zet de camera op Afspeelstand en laat hemongeveer 10 seconden draaien. (Als u het afspelen niet zelf onderbreekt, wordt de tape ongeveer 15 seconden later automatisch gestopt.) ≥Wij raden u aan de koppen regelmatig te reinigen. Als de koppen vuil zijn, verschijnt tijdens de opname de melding “reinig de kop”. Bovendien doen zich tijdens het afspelen de volgende verschijnselen voor. ≥Op het beeld verschijnen mozaïekachtige patronen of het geluid hapert. ≥Op het beeld verschijnen zwarte of blauw geblokte strepen. ≥Het hele scherm wordt zwart en er zijn geen beeld en geluid. Na het reinigen van de koppen is normaal afspelen nog steeds niet mogelijk. Een mogelijke oorzaak kan zijn dat normaal opnemen niet mogelijk was omdat op dat moment de koppen vuil waren. Renig de koppen, maak een nieuwe opname en speel deze weer af. Als nu normaal afspelen mogelijk is, zijn de koppen schoon. Controleer voordatu een belangrijke opname maakt of normaal opnemen mogelijk is door middel van een testopname. ≥Als de koppen korte tijd na het reinigen al weer vuil zijn, kan het probleem liggen bij de tape. Probeer in dat geval of het met een andere cassette beter gaat. ≥Tijdens het afspelen kan het beeld of geluid soms kort haperen, maar dit is geen defect van de camera. (Een mogelijke oorzaak kan zijn dat het afspelen wordt onderbroken door vuil of stof dat zich tijdelijk aan de koppen heeft gehecht.)
ª Over de videocamera ≥Als de videocamera lange tijd achtereen wordt gebruikt, wordt de behuizing van de camera warm, maar dit is geen defect. Houd de digitale videocamera zo ver mogelijk weg van elektromagnetische apparatuur (zoals magnetronovens, tv's, videospelletjes etc.). ≥Als u de digitale videocamera bovenop of naast een tv gebruikt, kunnen de films en het geluid op de digitale videocamera worden gestoord door straling van elektromagnetische golven. ≥Gebruik de digitale videocamera niet dichtbij mobiele telefoons omdat het lawaai afbreuk kunnen doen aan de films en de geluidopname. ≥Opgenomen gegevens kunnen worden beschadigd of films vervormd door sterke magnetische velden rond luidsprekers of grote motoren. ≥Straling van elektromagnetische golven die worden opgewekt door microprocessors kunnen nadelige invloed op de digitale videocamera hebben en de beelden en geluid storen. ≥Als de digitale videocamera negatief beïnvloed wordt door elektromagnetische apparatuur en niet meer goed functioneert, zet de digitale videocamera dan uit en verwijder de accu of haal de netadapter los. Plaats de accu vervolgens opnieuw of sluit de netadapter weer aan en zet de camera aan. Gebruik de digitale videocamera niet in de nabijheid van radiozenders of hoogspanningskabels. ≥Als u in de buurt van radiozenders of hoogspanningskabels opneemt, kunnen de opgenomen beelden en geluid nadelig worden beïnvloed. Spuit geen verdelgingsmiddelen of oplosmiddelen op de videocamera. ≥Als de videocamera in aanraking komt met dergelijke chemicaliën, kan de camerabehuizing vervormd raken en kan de afwerking loslaten. ≥Voorkom dat rubberen of plastic voorwerpen gedurende langere tijd in contact komen met de videocamera.
Diversen Gebruikt u de camera op een zanderige of stoffige plek, bijvoorbeeld op het strand, zorg er dan voor dat er geen zand of fijn stof in camera of in de aansluitingen van de camera kan komen. Voorkom ook dat de camera in aanraking komt met water. ≥Zand en stof kunnen de videocamera of de cassette beschadigen. (Let op bij het plaatsen en verwijderen van een cassette.) ≥Verwijder eventueel zeewater van de camera door een zachte doek onder de kraan te houden, de doek vervolgens uit te wringen en het zeewater voorzichtig van de camerabehuizing te vegen. Droog de camera daarna zorgvuldig af met een zachte doek. Laat de camera niet vallen en stoot hem ook nergens tegenaan. ≥De behuizing van de videocamera kan door een ernstige schok breken waardoor de camera niet meer goed functioneert. Maak de videocamera niet schoon met terpentijn, thinner of alcohol. ≥Voordat u de camera gaat reinigen dient u eerst de accu te verwijderen of de stekker uit het stopcontact te trekken. ≥De camerabehuizing kan verkleuren en de afwerking kan loslaten. ≥Verwijder stof en vingerafdrukken met een zachte, droge doek. Hardnekkige vlekken kunt u verwijderen met een neutraal schoonmaakmiddel en een goed uitgewrongen doek waarmee u de camera voorzichtig afneemt. Droog de camera daarna zorgvuldig af met een zachte doek. ≥Bij gebruik van een chemisch reinigingsdoekje dient u de instructies nauwkeurig op te volgen. Deze camera is niet geschikt voor toezichthoudende functies of zakelijk gebruik. ≥Bij langdurig gebruik van de videocamera stijgt de inwendige temperatuur, wat kan leiden tot storingen. ≥Deze videocamera is niet bedoeld voor zakelijk gebruik. Als u de camera gedurende een lange tijd niet gaat gebruiken. ≥Als u de camera in een lade of kast bewaart, adviseren wij u een droogmiddel (silicagel) erin te leggen.
ª Over de accu De in de videocamera gebruikte accu is een oplaadbare lithium-ion accu. Deze accu is gevoelig voor schommelingen in temperatuur en relatieve vochtigheid en naarmate de temperatuur verder stijgt of daalt neemt deze gevoeligheid toe. Bij lage temperaturen kan de aanduiding waarmee het vermogen van de accu wordt aangegeven geheel afwezig zijn. Soms verschijnt ongeveer 5 minuten na het inschakelen van de camera de melding dat de accu bijna leeg is. Bij hoge temperaturen kan de beveiligingsfunctie van de accu in werking treden, waardoor de camera niet meer kan worden gebruikt. Verwijder de accu na gebruik. ≥Als de accu aan de camera bevestigd blijft, wordt voortdurend een geringe hoeveelheid energie verbruikt ook al staat de aan/uitschakelaar van de camera op [OFF]. Als de accu gedurende lange tijd aan de videocamera bevestigd blijft, vindt teveel ontlading plaats. De accu kan dan na het opladen onbruikbaar zijn geworden. ≥Bewaar de accu op een koele en droge plaats bij een zo constant mogelijke temperatuur. (Aanbevolen temperatuur: 15oC tot 25oC, Aanbevolen relatieve vochtigheid: 40% tot 60%) ≥Extreem hoge of lage temperaturen zullen de levensduur van de accu bekorten. ≥Als de accu wordt opgeslagen in een warme omgeving, bij een hoog vochtigheidsgehalte of onder vette en rokerige omstandigheden, kunnen de contactpunten gaan roesten en kan storing optreden. ≥Als u de accu gedurende langere tijd niet gebruikt, raden wij u aan de accu eens per jaar op te laden en pas weer op te bergen als u het geladen vermogen van de accu volledig hebt verbruikt. ≥Verwijder eventueel stof en vuil van de contactpunten. Zorg dat u een opgeladen accu bij u hebt als u opnamen gaat maken buitenshuis. ≥Zorg dat u vermogen hebt voor 3 tot 4 maal de tijdsduur die u wilt gaan opnemen. In een koude omgeving, bijvoorbeeld op een skipiste, is de opnameduur van de accu aanzienlijk korter. ≥Gaat u op reis, neem dan een netadapter mee zodat u de accu’s kunt opladen op uw logeeradres. Als u de accu per ongeluk hebt laten vallen, moet u controleren of de contactpunten nog in goede staat zijn. ≥Het plaatsen van een accu met defecte contactpunten op de videocamera of de
Diversen netadapter kan leiden tot beschadiging van camera of adapter. Gooi oude accu’s niet in open vuur. ≥Het verhitten of in open vuur gooien van een accu kan leiden tot een explosie. Als de bedrijfstijd van de accu zeer kort is, zelfs nadat de accu is opgeladen, dan is de levensduur van de accu verstreken. Vervang de accu door een nieuwe. ª Over de netadapter ≥Als de accu warm is, duurt het opladen langer dan normaal. ≥Als de accutemperatuur extreem hoog of laag is, gaat het lampje [CHARGE] knipperen en wordt de accu mogelijk niet opgeladen. Nadat de accu voldoende is afgekoeld of opgewarmd, zal het opladen automatisch starten. U moet dus even wachten. Als het lampje na het opladen blijft knipperen, is de accu of de netadapter mogelijk defect. Neem in dat geval contact op met uw leverancier. ≥Als u de netadapter in de nabijheid van een radio gebruikt, kan de radio-ontvangst worden verstoord. Houd ten minste 1 meter afstand aan tussen de netadapter en de radio. ≥Een in gebruik zijnde netadapter kan een brommend geluid maken. Dit is normaal. ≥Na gebruik dient u de stekker uit het stopcontact te verwijderen. (Een aangesloten netadapter blijft voortdurend een geringe hoeveelheid stroom verbruiken.) ≥Zorg ervoor dat de elektroden van de netadapter en accu altijd schoon zijn.
ª Over de cassette Bewaar de cassette nooit op een plaats waar de temperatuur hoog kan worden. ≥De tape kan dan beschadigen, waardoor mozaïekachtige patronen kunnen ontstaan tijdens het afspelen. Als u de cassette na gebruik wilt opbergen, dient u deze eerst naar het begin terug te spoelen voordat u hem uit de camera verwijdert. ≥Als de cassette meer dan 6 maanden (afhankelijk van de omstandigheden waaronder de camera wordt bewaard) in de videocamera blijft zitten of halverwege wordt gestopt, kan de tape vastlopen en beschadigd raken. ≥Spoel de tape ieder halfjaar eenmaal naar het einde en weer terug naar het begin. Als de cassette 1 jaar of langer niet is gespoeld, kan de tape vervormd raken door uitzetting of krimp tengevolge van schommelingen in temperatuur en vochtigheid. De opgespoelde tape kan aan zichzelf vastkleven. ≥Stof, direct zonlicht (ultraviolette stralen) en vocht kunnen de tape beschadigen. Dit kan op zich weer schade veroorzaken aan de videocamera en de koppen. ≥Spoel de tape na gebruik terug naar het begin, stop de cassette in een hoesje om hem tegen stof te beschermen en berg de cassette rechtopstaand op. Houd de cassette uit de buurt van sterke magnetische velden. ≥Voorwerpen die gebruik maken van magneten, bijvoorbeeld magnetische slotjes aan halskettingen en speelgoed, hebben soms een sterkere magnetische kracht dan verwacht en kunnen de inhoud van een tape wissen of ruis veroorzaken.
Diversen ª LCD-scherm/Zoeker LCD-scherm ≥Maak een vuil LCD-scherm schoon met een zachte, droge doek. ≥Bij grote temperatuurschommelingen kan zich condens vormen op het LCD-scherm. Droog het LCD-scherm af met een zachte, droge doek. ≥Als de camera erg koud is, is het mogelijk dat het LCD-scherm iets donkerder is dan normaal als u de camera inschakelt. Naarmate de inwendige temperatuur toeneemt, keert het normale helderheidsniveau weer terug. Het LCD-scherm is vervaardigd met behulp van precisietechnologie en is opgebouwd uit circa 123.000 pixels in totaal. Hiermee bedraagt het percentage effectieve pixels ruim 99,99% waarvan een kleine 0,01% van de pixels inactief is of altijd brandt. Dit is echter geen storing en heeft geen invloed op de opname. Zoeker Het zoekervenster is ontwikkeld met behulp van fijnmechanische technologie en is opgebouwd uit circa 113.000 pixels in totaal. Hiermee bedraagt het percentage effectieve pixels ruim 99,99% waarvan een kleine 0,01% van de pixels inactief is of altijd brandt. Dit is echter geen storing en heeft geen invloed op de opname. ª Periodiek onderhoud ≥Voor optimale beeldkwaliteit raden wij u aan versleten onderdelen zoals de koppen na circa 1000 uren bedrijfsuren te vervangen. (Bovenstaande echter afhankelijk van bijvoorbeeld temperatuur, vochtigheid en vuil.)
Begrippenlijst ª Automatische witbalans De witbalansfunctie herkent de kleur van het licht en past deze aan zodat het wit zuiver wit wordt. De videocamera analyseert de samenstelling van het omgevingslicht die door de lens en witbalanssensor wordt opgenomen en bepaalt daarmee de opnamecondities en de best passende kleurinstelling. Dit heet automatische witbalansinstelling. Aangezien de camera alleen bij bepaalde lichtbronnen kleurinformatie over wit opslaat, functioneert de automatische witbalansinstellingen bij andere lichtbronnen niet goed. 10 000K 9 000K 8 000K 7 000K 6 000K 5 000K 1) 4 000K 3 000K
1 000K Buiten het effectieve bereik van de automatische witbalansinstelling wordt het beeld rood- of blauwachtig. Zelfs binnen het effectieve bereik van de automatische witbalansinstelling is het mogelijk dat de automatische witbalansinstelling niet goed functioneert als er meer dan een lichtbron is. Gebruik de handmatige witbalansinstelling voor lichtbronnen die niet binnen het bereik van de functionele automatische witbalansinstelling vallen. 1) Het effectieve bereik van de automatische witbalansinstelling op deze videocamera 2) Blauwe lucht 3) Televisiescherm 4) Bewolkt (regen) 5) Zonlicht 6) Witte TL-verlichting 7) 2 uur na zonsopgang of voor zonsondergang 8) 1 uur na zonsopgang of voor zonsondergang 9) Halogeenverlichting 10) Kunstlicht 11) Zonsopgang of zonsondergang 12) Kaarslicht
Diversen ª Witbalans De op de camera gemaakte opname kan onder invloed van lichtbronnen een blauwe of rode gloed bevatten. Pas de witbalans aan om dit te voorkomen. Met de witbalansfunctie wordt de kleur wit bij verschillende lichtbronnen vastgesteld. De camera signaleert wat wit is bij zonlicht en wat wit is bij TL-licht en compenseert vervolgens eventuele kleurafwijkingen. Aangezien wit de bron is van alle kleuren (licht), kan de camera als de referentiekleur wit wordt herkend opnamen maken met natuurlijke kleurschakeringen. ª Automatische scherpstelling Bij de automatische scherpstelling (autofocus) beweegt de lens naar voren en naar achteren zodat de camera het object kan scherpstellen. Autofocus heeft de volgende eigenschappen. ≥De verticale lijnen van een object worden duidelijker. ≥De functie stelt een object scherp dat contrasteert met andere objecten. ≥De functie stelt alleen objecten scherp die zich in het midden van het scherm bevinden. Vanwege bovenstaande eigenschappen is autofocus in onderstaande gevallen niet mogelijk. U moet dan handmatig scherpstellen.
Opname van een voorwerp waarvan het ene eindpunt zich dichtbij en het andere eindpunt zich ver van de camera bevindt ≥Als de camera alleen het midden van het beeld scherpstelt, is het misschien niet mogelijk een object scherp te stellen dat zich zowel op de voorgrond als de achtergrond bevindt. Opname van een object achter een vuil raam ≥De camera kan het object niet scherpstellen omdat het vuile raam wordt scherpgesteld. Opname van een object dat wordt omgeven door glanzende oppervlakken of sterk weerkaatsende voorwerpen ≥Het scherpstellen van dit object is niet mogelijk omdat de camera scherpstelt op de voorwerpen met een glanzend of sterk weerkaatsend oppervlak. Opname van een voorwerp in een donkere omgeving ≥De camera kan het object niet scherpstellen omdat de lichtinformatie die via de lens binnenkomt aanzienlijk afneemt. Opname van een snel bewegend object ≥Aangezien de lens aan de binnenzijde mechanisch beweegt, kan de lens het tempo van een snelbewegend object niet bijhouden. Opname van een object met weinig contrast ≥Een object met weinig contrast, bijvoorbeeld een witte muur, kan onscherp worden omdat de camera een object scherpstelt op basis van de verticale lijnen in het beeld.
(alleen EK) Digitale videocamera Veiligheidsinstructies Stroombron: DC 7,9/7,2 V Stroomverbruik: Opnemen 4,1 W Opnameformaat: Mini-DV (digitale video SD-formaat voor consument) Tape: 6,35 mm digitale videotape Opname-/weergavetijd: SP: 80 min; LP: 120 min (met DVM80) Video Opnamesysteem: Digitale component Televisiesysteem: CCIR: 625 lijnen, 50 velden PAL-kleursignaal Audio Opnamesysteem: PCM digitale opname 16 bit (48 kHz/2ch), 12 bit (32 kHz/4ch) Beeldsensor: 1/6-inch CCD beeldsensor [Effectieve pixels] Bewegend beeld: 400 K (4:3), 540 K (16:9)/ Foto:410 K (4:3), 550 K (16:9)/ Totaal: 800 K Lens: Auto diafragma, F1.8 tot F3.7, Brandpuntsafstand; 2,30 mm tot 73,6 mm Macro (volledige AF) Filterdiameter: 37 mm Zoom: 32:1 Power zoom LCD-scherm: 2,7-inch LCD Zoeker: Elektronische kleurenzoeker Microfoon: Stereo (met zoomfunctie) Luidspreker: 1 ronde luidspreker ‰ 20 mm Standaardverlichting: 1.400 lx Minimaal vereiste verlichting: 12 lx (Schemerlicht: 1/50) 2 lx (Nachtkleurenstand) Video-uitgangsniveau: 1,0 Vp-p, 75 h Audio-uitgangsniveau (Line): 316 mV, 600 h USB: Geen ondersteuning voor auteursrechtelijke bescherming
Afmetingen: 78,5 mm (W)k72,6 mm (H)k136 mm (D) (exclusief uitstekende delen) Gewicht: Circa 450 g (zonder meegeleverde batterij, DV-tape en lensdop) Circa 520 g (met meegeleverde batterij, DV-tape en lensdop) Werktemperatuur: 0 oC tot 40 oC Werkvochtigheid: 10% tot 80% WEBCAMcompressie: Motion JPEG Fotoresolutie: 320k240 pixels (QVGA) Beeldsnelheid: Circa 6 fps Netadaptor VSK0651 Veiligheidsinstructies Stroombron: AC 110 V tot 240 V, 50/60 Hz Stroomverbruik: 19 W DC-uitgang: DC 7,9 V, 1,4 A (videocamera bedienen) DC 8,4 V, 0,65 A (accu opladen) Afmetingen: 61 mm (W)k32 mm (H)k91 mm (D) Gewicht: Circa 110 g De technische specificaties kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaand bericht.
Notice-Facile