CE521VSE0 - Vriezer CONSTRUCTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CE521VSE0 CONSTRUCTA in PDF-formaat.

📄 92 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice CONSTRUCTA CE521VSE0 - page 69
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CONSTRUCTA

Model : CE521VSE0

Categorie : Vriezer

Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CE521VSE0 - CONSTRUCTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CE521VSE0 van het merk CONSTRUCTA.

GEBRUIKSAANWIJZING CE521VSE0 CONSTRUCTA

1.1 Algemene aanwijzingen ...........70

1.2 Bestemming van het appa-

raat ...........................................70

1.3 Inperking van de gebruikers ....70

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................75 3 Milieubescherming en bespa- ring..............................................75

3.1 Afvoeren van de verpakking ....75

3.2 Energie besparen.....................75

4 Opstellen en aansluiten.............75

4.1 Leveringsomvang .....................75

4.2 Criteria voor de opstellocatie ...76

4.3 Apparaat monteren ..................77

4.4 Het apparaat voor het eerste

gebruik voorbereiden ...............77

4.5 Apparaat elektrisch aanslui-

7.2 Opmerkingen bij het gebruik ...78

10.3 Tips voor het bewaren van

10.5 Tips voor het bevriezen van

verse levensmiddelen ............80

10.6 Houdbaarheid van de diep-

vrieswaren bij −18°C ............81

10.7 Ontdooimethodes voor

diepvrieswaren .......................81 11 Ontdooien.................................82

11.1 Ontdooien in het vriesvak ......82

12 Reiniging en onderhoud..........82

12.1 Apparaat voorbereiden

voor reiniging .........................82

14.1 Apparaat buiten gebruik

stellen .....................................86

14.2 Afvoeren van uw oude ap-

1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la- ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om levensmiddelen te bevriezen en voor de bereiding van ijs- blokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui- selijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin- gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe- zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa- raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen. 1.4 Veiliger transport WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver- oorzaken.

Het apparaat niet alleen optillen.Veiligheid nl

1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge- gevens op het typeplaatje.

Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn- stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis- selstroom aansluiten.

Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.

Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij- voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.

Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoor- schriften worden ingebouwd.

Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht- mengsel ontstaan.

Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap- ters is gevaarlijk.

Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.

Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de service- dienst.

Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.nl Veiligheid

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net- voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat- sen. 1.6 Veilig gebruik WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.

Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.

Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap- paraat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.

Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier- door stikken.

Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.

Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koude- kringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en ex- ploderen.

Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me- chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun- nen exploderen, bijv. spuitbussen.

Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie- ve stoffen in het apparaat.Veiligheid nl

WAARSCHUWING‒Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be- schadigen. WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.

Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak. VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le- vensmiddelen te voorkomen.

Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa- raat.

Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij- ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.

Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap- paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.nl Veiligheid

1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar- lijk.

Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.

Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri- citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.

Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze- kering in de meterkast uitschakelen.

Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina87 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.

Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge- bruikt voor reparatie van het apparaat.

Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid- del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.

Het apparaat uitschakelen. →Pagina78

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina87Het voorkomen van materiële schade nl

Het voorkomen van materiële schade 2 Het voorkomen van materiële schade Het voorkomen van materiële schade LET OP! Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of op- stapje kan het apparaat beschadigd raken.

Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdich- tingen poreus worden.

Houd kunststofdelen en deuraf- dichtingen olie- en vetvrij. Milieubescherming en besparing 3 Milieubescherming en besparing Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpak- king De verpakkingsmaterialen zijn milieu- vriendelijk en kunnen worden herge- bruikt.

De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver- bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan di- rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge- lijk van radiatoren, fornuis en ande- re warmtebronnen: – Houd 30mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ Een nisdiepte van 560 mm gebrui- ken. ¡ Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of dicht maken. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking:De plaatsing van de uit- rustingsonderdelen heeft geen in- vloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort. ¡ Nooit de ventilatie-openingen bin- nenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of dicht maken. ¡ Transporteer gekoelde levensmid- delen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. ¡ Verpak de levensmiddelen lucht- dicht. ¡ Ontdooi het vriesvak regelmatig. ¡ Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig. Opstellen en aansluiten 4 Opstellen en aansluiten Opstellen en aansluiten Waar en hoe u het apparaat het bes- te opstelt, komt u hier te weten. Bo- vendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aan- sluit. 4.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle on- derdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst →Pagina87 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Inbouwnl Opstellen en aansluiten

¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage

¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden 4.2 Criteria voor de opstello- catie WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te klei- ne ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas- luchtmengsel ontstaan.

Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m

per 8g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het type- plaatje. →Fig.

Het gewicht van het apparaat kan af- hankelijk van het model tot 45 bedra- gen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het type- plaatje. →Fig.

Klimaat- klasse Toegestane ruimte- temperatuur SN 10°C…32°C Klimaat- klasse Toegestane ruimte- temperatuur N 16°C…32°C ST 16°C…38°C T 16°C…43°C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentempe- ratuur. Wanneer u een apparaat van de kli- maatklasse SN gebruikt bij lagere ka- mertemperaturen, dan kunnen be- schadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C wor- den uitgesloten. Nismaten Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij af- wijkingen kunnen problemen optre- den tijdens de installatie van het ap- paraat. Nisdiepte Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nis- diepte moet minimaal 550 mm be- dragen. Nisbreedte Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig. Side-by-side-opstelling Als u 2 apparaten naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de appara- ten minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Over-and-under-opstelling Boven uw apparaat kunt u nog een koelkast opstellen.

Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Het apparaat conform meegelever- de montagehandleiding monteren. 4.4 Het apparaat voor het eer- ste gebruik voorbereiden

1. Haal het informatiemateriaal er uit.2. Verwijder de beschermfolie en

transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.

3. Het apparaat voor de eerste keer

reinigen. →Pagina82 4.5 Apparaat elektrisch aan- sluiten

1. De netstekker van het aansluit-

snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het ap- paraat staan op het typeplaatje.

2. De netstekker op vastheid contro-

leren. a Het apparaat is nu gereed voor ge- bruik. Uw apparaat leren kennen 5 Uw apparaat leren ken- nen Uw apparaat leren kennen 5.1 Apparaat Hier vindt u een overzicht van de on- derdelen van uw apparaat.

Typeplaatje Opmerking:Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mo- gelijk op basis van uitrusting en grootte. 5.2 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruiks- toestand.

stelt de temperatuur van het vriesvak in.

Toont de ingestelde tempera- tuur van het vriesvak in°C.

schakelt het apparaat in of uit. Uitrusting 6 Uitrusting Uitrusting De uitrusting van uw apparaat is mo- delafhankelijk. 6.1 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model. Koude-accu Gebruik de koude-accu voor het tij- delijk koel houden van levensmidde- len, bijv. in een koeltas. Tip:Dekoude-accu vertraagt bij hetuitvallen van destroom of bij een storing hetverwarmen van deopge- slagen diepvrieswaren. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs- blokjes te maken.nl De Bediening in essentie

1. De ijsblokjesschaal voor ¾ met

water vullen en in het vriesvak plaatsen. Vastgevroren ijsblokjesschaal al- leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.

2. Om deijsblokjesschaal los tema-

ken de ijsblokjesschaal iets torde- ren of kort onder stromend water houden. De Bediening in essentie 7 De Bediening in essen- tie De Bediening in essentie 7.1 Apparaat inschakelen

a Het apparaat begint te koelen. a Er weerklinkt een waarschuwings- signaal en de temperatuurindicatie knippert omdat het vriesvak nog te warm is.

2. Het waarschuwingssignaal met

uitschakelen. a De temperatuurindicatie brandt zo- dra de ingestelde temperatuur is bereikt.

3. De gewenste temperatuur instellen.

  • Pagina78 7.2 Opmerkingen bij het ge- bruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft in- geschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde tempe- ratuur wordt bereikt. Geen levensmiddelen in het appa- raat doen voordat de temperatuur is bereikt. ¡ De kopzijden en de bovenzijde van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd. 7.3 Machine uitschakelen

indrukken. 7.4 Temperatuur instellen Vriesvaktemperatuur instellen

Zo vaak op drukken tot de tem- peratuurindicatie de gewenste tem- peratuur toont. De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18°C. Extra functies 8 Extra functies Extra functies 8.1 Automatisch Supervrie- zen Het automatisch Supervriezen scha- kelt bij het inruimen van warme le- vensmiddelen automatisch in. Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een la- gere temperatuur dan bij de normale werking. Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt en er kun- nen meer geluiden ontstaan. Het apparaat schakelt na het verstrij- ken van het automatisch Supervrie- zen op normale werking.Alarm nl

Zo vaak op drukken tot de tem- peratuurindicatie de gewenste tem- peratuur toont. 8.2 Handmatig Supervriezen Bij het Supervriezen koelt het vries- vak zo koud mogelijk. Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.

  • "Voorwaarden voor invriesvermo- gen", Pagina80 Opmerking:Als Supervriezen is inge- schakeld, kan er meer geluid ont- staan. Handmatig Supervriezen inschakelen

Zo vaak op drukken tot brandt. Opmerking:Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Handmatig Supervriezen uitschakelen

Zo vaak op drukken tot de tem- peratuurindicatie de gewenste tem- peratuur toont. Alarm 9 Alarm Alarm 9.1 Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld. Deuralarm uitschakelen

De apparaatdeur sluiten of op drukken. a Het waarschuwingssignaal is uitge- schakeld. 9.2 Temperatuuralarm Wanneer het te warm is in het vries- vak, wordt het temperatuuralarm ge- activeerd. VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen.

Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen: ¡ Het apparaat wordt in gebruik ge- nomen. Levensmiddelen pas in het appa- raat inruimen wanneer de ingestel- de temperatuur is bereikt. ¡ De deur van het vriesvak is te lang geopend. Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid. Temperatuuralarm uitschakelen

a Het waarschuwingssignaal is uitge- schakeld. a De temperatuurindicatie toont op- nieuw de ingestelde temperatuur. Vriesvak 10 Vriesvak Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur is van −16°C tot −24°C instelbaar. Langdurig bewaren van levensmidde- len moet opeen temperatuur van – 18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen ver- tragen of stoppen het bederven. 10.1 Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoe- veel uur tot in de kern kan worden in- gevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. →Fig.

Voorwaarden voor invriesvermogen

1. Ca. 24 uur vóór het inladen van

2. Eerst het bovenste vak vullen met

levensmiddelen. Daar bevriezen de levensmiddelen het snelst.

3. Wanneer het bovenste vak niet

groot genoeg is, de resterende hoeveelheid in het vak eronder in- ruimen. 10.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak onderbrengt.

1. Alle uitrustingsdelen verwijderen.

2. Levensmiddelen rechtstreeks op

de legplateaus en de bodem van het vriesvak bewaren. 10.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ¡ Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de bovenste diepvrieslade leggen. ¡ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leg- gen. ¡ In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. ¡ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven. 10.4 Kleinere hoeveelheid le- vensmiddelen snel be- vriezen

1. De levensmiddelen van rechts be-

ginnend in de bovenste diep- vrieslade leggen.

2. De levensmiddelen over een groot

oppervlak verdelen. 10.5 Tips voor het bevriezen van verse levensmidde- len ¡ Alleen verse en onberispelijke le- vensmiddelen bevriezen.Vriesvak nl

¡ Levensmiddelen per portie invrie- zen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levens- middelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuur- oplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte le- vensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaar- gerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte le- vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra- dijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu- re room, crème fraîche en mayo- naise. Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

2. De lucht eruit drukken.

3. De verpakking luchtdicht afsluiten

om te voorkomen dat de levens- middelen hun smaak verliezen of uitdrogen.

4. De verpakking met de inhoud van

de invriesdatum voorzien. 10.6 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18°C Product Bewaartijd Vis, worst, klaarge- maakte gerechten, brood en banket Tot 6 maan- den Product Bewaartijd Gevogelte, vlees Tot 8 maan- den Groente, fruit Tot 12 maan- den De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C. 10.7 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen.

Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ¡ In het koelvak dierlijke levensmid- delen ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Bij kamertemperatuur brood ont- dooien. ¡ In de magnetron, in de oven of op het fornuis levensmiddelen voor di- recte consumptie bereiden.nl Ontdooien

Ontdooien 11 Ontdooien Ontdooien 11.1 Ontdooien in het vries- vak Het diepvriesvak ontdooit niet auto- matisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien.

1. Ca. 4uur voor het ontdooien Su-

pervriezen inschakelen.

  • "Handmatig Supervriezen in- schakelen", Pagina79 De levensmiddelen bereiken hier- door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.

2. De diepvrieslade met de diepvries-

waren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, in- dien voorhanden, op de dievries- waren leggen.

3. Het apparaat uitschakelen.

4. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

5. Om het ontdooien te versnellen,

een pan met heet water op een on- derzetter in het vriesvak zetten.

6. Het dooiwater met een zachte

doek of een spons opvegen.

7. Het vriesvak met een zachte, dro-

ge doek droogwrijven.

8. Het apparaat elektrisch aansluiten.

9. Het apparaat inschakelen.

  • Pagina78 10.De diepvrieslade met de diepvries- waren opnieuw plaatsen. Reiniging en onderhoud 12 Reiniging en onder- houd Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn. 12.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Alle levensmiddelen eruit halen en

op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.

4. Als een rijplaag voorhanden is, de-

5. Neem alle uitrustingsdelen uit het

apparaat. →Pagina83 12.2 Apparaat schoonmaken WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Geen stoomreiniger of hogedruk- reiniger gebruiken om het appa- raat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de be- dieningselementen kan gevaarlijk zijn.

Het spoelwater mag niet in de ver- lichting of in de bedieningselemen- ten terechtkomen.Reiniging en onderhoud nl

LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kun- nen de oppervlakken van het appa- raat beschadigen.

Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken.

Geen scherpe of schurende reini- gingsmiddelen gebruiken.

Geen sterk alcoholhoudende reini- gingsmiddelen gebruiken. Wanneer u uitrustingsdelen en acces- soires in de vaatwasser reinigt, kun- nen deze vervormen of verkleuren.

Nooit uitrustingsdelen en accessoi- res in de vaatwasser reinigen.

1. Apparaat voorbereiden voor reini-

2. Het apparaat, de uitrustingsdelen

en de deurafdichting met een vaat- doek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel rei- nigen.

3. Met een zachte, droge doek gron-

4. Plaats de uitrustingsdelen in het

5. Het apparaat elektrisch aansluiten.

6. Het apparaat inschakelen.

7. Doe de levensmiddelen in het ap-

paraat. 12.3 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het ap- paraat. Vriesvaklegplateau verwijderen

Het vriesvaklegplateau uittrekken en verwijderen.

Diepvrieslade verwijderen

1. De diepvrieslade tot aan de aan-

2. De diepvrieslade vooraan optillen

Storingen verhelpen 13 Storingen verhelpen Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.

Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa- ratie van het apparaat.

Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an- dere gekwalificeerde persoon. Storing Oorzaak en probleemoplossing Apparaat koelt niet, in- dicaties en verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld.

Voer de apparaatzelftest uit. →Pagina86 a Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. Temperatuurindicatie knippert en waarschu- wingssignaal weer- klinkt. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.

Druk op . a Schakel het alarm uit. Deur van het apparaat is open.

Sluit de deur van het apparaat. Ventilatieroosters aan de buitenkant zijn afgedekt.

Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroos- ters. Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in- geruimd.

Overschrijd het vriesvermogen niet.

  • "Invriescapaciteit", Pagina80 Temperatuur wijkt erg af van deinstelling. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.

Schakel het apparaat uit. →Pagina78

2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.

  • Pagina78 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem- peratuur dan de volgende dag opnieuw.Storingen verhelpen nl

Storing Oorzaak en probleemoplossing Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Apparaat produceert geluiden. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.

Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Serviesgoed raakt elkaar.

Zet het serviesgoed verder uit elkaar. Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.nl Opslaan en afvoeren

13.1 Stroomuitval Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermin- dert. De opgeslagen diepvriesproducten worden gedurende de stijgingstijd van de temperatuur op het typeplaat- je gekoeld. →Fig.

Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuit- val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inrui- men. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weg- gooien. – Licht ontdooide diepvriesproduc- ten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen. 13.2 Apparaatzelftest uitvoe- ren

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Het apparaat na 5minuten op-

nieuw inschakelen. →Pagina78

3. Binnen 10seconden na het in-

schakelen gedurende 3tot 5seconden ingedrukt houden tot −24°C op de temperatuurindicatie brandt en een akoestisch signaal weerklinkt. a De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden. a Tijdens de apparaatzelftest weer- klinkt tussendoor een lang akoes- tisch signaal. a Als na het einde van de apparaat- zelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindi- catie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. a Als het vriesvak voor de apparaat- zelftest te warm was, schakelt het temperatuuralarm in.

  • "Deuralarm uitschakelen", Pagina79 a Als na het einde van de apparaat- zelftest gedurende 10 secon- den knippert, contact opnemen met de service. Opslaan en afvoeren 14 Opslaan en afvoeren Opslaan en afvoeren Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren. 14.1 Apparaat buiten gebruik stellen

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Alle levensmiddelen verwijderen.

4. Het apparaat ontdooien.

5. Het apparaat reinigen.

6. Om de ventilatie van het interieur

te waarborgen het apparaat geo- pend laten.Servicedienst nl

14.2 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen op- nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezond- heid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.

Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat ne- men.

Kinderen uit de buurt van een af- gedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

De buizen van de koudemiddel- kringloop en de isolatie niet be- schadigen.

1. De stekker van het netsnoer uit het

stopcontact trekken.

2. Het netsnoer doorknippen.

3. Het apparaat milieuvriendelijk af-

voeren. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden. Dit apparaat is geken- merkt in overeenstem- ming met de Europese richtlijn 2012/19/EU be- treffende afgedankte elektrische en elektroni- sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het ka- der aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. Servicedienst 15 Servicedienst Servicedienst Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden ge- repareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetref- fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Eu- ropese Economische Ruimte be- draagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garan- tievoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga- rantieperiode en garantievoorwaar- den in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.nl Technische gegevens

Als u contact opneemt met de servi- cedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. 15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

Om uw apparaatgegevens en de ser- vicedienst-telefoonnummers snel te- rug te kunnen vinden, kunt u de ge- gevens noteren. Technische gegevens 16 Technische gegevens Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overi- ge technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// energylabel.bsh-group.com

. Dit we- badres bevat een link naar de officië- le EU-productdatabase EPREL, waar- van de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het ty- peplaatje. Alternatief vindt u de mo- delidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.