KGN39IZEA - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGN39IZEA BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGN39IZEA - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGN39IZEA van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KGN39IZEA BOSCH
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie. Inhoudsopgave 1 Veiligheid..................................112
1.1 Algemene aanwijzingen .........112
1.2 Bestemming van het appa-
raat .........................................112
1.3 Inperking van de gebruikers ..112
2 Het voorkomen van materiële schade ......................................118 3 Milieubescherming en bespa- ring............................................118
3.1 Afvoeren van de verpakking ..118
3.2 Energie besparen...................118
4 Opstellen en aansluiten...........119
4.1 Leveringsomvang ...................119
4.2 Criteria voor de opstellocatie .119
4.3 Apparaat monteren ................120
4.4 Het apparaat voor het eerste
gebruik voorbereiden .............120
4.5 Apparaat elektrisch aanslui-
6.4 Fruit- en groentelade met
vochtigheidsregelaar..............121
7.2 Opmerkingen bij het gebruik 122
7.3 Machine uitschakelen............123
7.4 Temperatuur instellen............123
10.1 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het koel- vak.......................................125
10.2 Koudezones in het koelvak.126
11.3 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het vries- vak.......................................126
11.4 Tips voor het bevriezen van
verse levensmiddelen..........127
11.5 Houdbaarheid van de diep-
vrieswaren bij −18°C .........127
11.6 Ontdooimethodes voor
12.1 Ontdooien in het koelvak. ....128
12.2 Ontdooien in het vriesvak ....128
13 Reiniging en onderhoud........128
13.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging........................128
15 Opslaan en afvoeren..............133
15.1 Apparaat buiten gebruik
stellen ...................................133
15.2 Afvoeren van uw oude ap-
productienummer (FD).........134 17 Technische gegevens............134nl Veiligheid
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la- ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei- ding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui- selijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin- gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe- zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa- raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen. 1.4 Veiliger transport WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver- oorzaken. ▶ Het apparaat niet alleen optillen.Veiligheid nl
1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge- gevens op het typeplaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn- stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis- selstroom aansluiten. ▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. ▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij- voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand. ▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd. ▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht- mengsel ontstaan. ▶ Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap- ters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.nl Veiligheid
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be- schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen. Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net- voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. ▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat- sen. 1.6 Veilig gebruik WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. ▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap- paraat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier- door stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen. ▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me- chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. ▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.Veiligheid nl
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun- nen exploderen, bijv. spuitbussen. ▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie- ve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders. ▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be- schadigen. Het apparaat kan kantelen. ▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. ▶ Raak de hete onderdelen nooit aan. WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden. ▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. ▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.nl Veiligheid
VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le- vensmiddelen te voorkomen. ▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa- raat. ▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij- ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. ▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda- nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid- delen of op deze drupt. ▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap- paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun- nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio- nen overdragen naar de levensmiddelen. ▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren. 1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar- lijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri- citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze- kering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina134 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.Veiligheid nl
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge- bruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid- del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. ▶ Ventileer de ruimte. ▶ Het apparaat uitschakelen. →Pagina123 ▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina134nl Het voorkomen van materiële schade
2 Het voorkomen van materiële schade LET OP! Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het appa- raat de vloer beschadigen. ▶ Het apparaat met een steekwagen transporteren. ▶ Bij het verschuiven van het appa- raat een vloerbescherming gebrui- ken en niet zigzag bewegen. Door het gebruik van het apparaat, de plint, laden of deuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat bescha- digd raken. ▶ Niet op het apparaat, de plint, la- den of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdich- tingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deuraf- dichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen alu- minium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. ▶ Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren. Wanneer u uitrustingsdelen en acces- soires in de vaatwasser reinigt, kun- nen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi- res in de vaatwasser reinigen. 3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpak- king De verpakkingsmaterialen zijn milieu- vriendelijk en kunnen worden herge- bruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver- bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan di- rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge- lijk van radiatoren, fornuis en ande- re warmtebronnen: – Houd 30mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ Houd een kleine afstand tot de zij- wand aan. ¡ De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking:De plaatsing van de uit- rustingsonderdelen heeft geen in- vloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig. ¡ De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. ¡ Transporteer gekoelde levensmid- delen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.Opstellen en aansluiten nl
¡ Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diep- vriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. 4 Opstellen en aansluiten 4.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle on- derdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst →Pagina134 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Vrijstaand apparaat ¡ Uitrusting en accessoires
¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage
¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden 4.2 Criteria voor de opstello- catie WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te klei- ne ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas- luchtmengsel ontstaan. ▶ Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m
per 8g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het type- plaatje. →Fig. 1 /
Het gewicht van het apparaat kan af- hankelijk van het model tot 75 bedra- gen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het type- plaatje. →Fig. 1 /
Klimaat- klasse Toegestane ruimte- temperatuur SN 10°C…32°C N 16°C…32°C ST 16°C…38°C T 16°C…43°C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentempe- ratuur. Wanneer u een apparaat van de kli- maatklasse SN gebruikt bij lagere ka- mertemperaturen, dan kunnen be-
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Niet in alle landennl Uw apparaat leren kennen schadigingen aan het apparaat toteen kamertemperatuur van 5°C wor-den uitgesloten. Over-and-Under- en Side-by-Side- opstelling Als u 2 koeltoestellen boven of naastelkaar wilt opstellen, moet u tussende toestellen minimaal een tussenaf-stand van 150 mm aanhouden. Voorbepaalde toestellen is een opstellingzonder minimumafstand mogelijk.Neem hiervoor contact op met uwdealer of keukeninstallateur. 4.3 Apparaat monteren ▶ Het apparaat conform meegelever-de montagehandleiding monteren. 4.4 Het apparaat voor het eer- ste gebruik voorbereiden 1. Haal het informatiemateriaal er uit.2. Verwijder de beschermfolie entransportborgingen, bijv. plakstripsen karton.3. Het apparaat voor de eerste keerreinigen. →Pagina128 4.5 Apparaat elektrisch aan- sluiten 1. De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in eenstopcontact in de omgeving vanhet apparaat steken.De aansluitgegevens van het ap-paraat staan op het typeplaatje.→Fig. 1 /
2. De netstekker op vastheid contro-leren.a Het apparaat is nu gereed voor ge-bruik.
5 Uw apparaat leren ken- nen 5.1 Apparaat Hier vindt u een overzicht van de on-derdelen van uw apparaat.→Fig. 1
Temperatuurregelaar (lade)→Pagina123
Deurrek voor grote flessen→Pagina122Opmerking:Verschillen tussen uwapparaat en de afbeeldingen zijn mo-gelijk op basis van uitrusting engrootte. 5.2 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u allefuncties van uw apparaat instellen eninformatie krijgen over de gebruiks-toestand.→Fig. 2Uitrusting nl
brandt wanneer het alarm is ingeschakeld.
De temperatuurinstelknop (koelvak) stelt de temperatuur van het koelvak in.
Toont de ingestelde tempera- tuur van het koelvak in°C.
(koelvak) brandt wanneer de energiespaarmodus in het koelvak is ingeschakeld.
De temperatuurinstelknop (vriesvak) stelt de tempera- tuur van het vriesvak in.
Toont de ingestelde tempera- tuur van het vriesvak in°C.
(vriesvak) brandt wanneer de energiespaarmodus in het vriesvak is ingeschakeld 6 Uitrusting De uitrusting van uw apparaat is mo- delafhankelijk. 6.1 Legplateau Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uit- nemen, trekt u het legplateau er uit. Om de schappen naar wens te varië- ren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
- "Plateau verwijderen", Pagina129 6.2 Flessenrek Bewaar flessen veilig op het flessen- rek. Om het flessenrek naar wens te vari- ëren, kunt u het flessenrek verwijde- ren en op een andere plaats weer te- rugzetten.
- "Plateau verwijderen", Pagina129 6.3 Bewaarlade In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0°C kunnen tij- delijk optreden. Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instel- len. →Pagina123 Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levens- middelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst. 6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar Bewaar vers fruit en groente onver- pakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente af- gedekt of luchtdicht verpakt. Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente lan- ger bewaren als bij een conventione- le bewaarmethode.
- Fig. 3 De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt uafhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar instellen: ¡ Lage luchtvochtigheid bij over- wegend bewaren van fruit, ge- mengde- of hoge belading.nl Bediening
¡ Hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente of bij geringe belading. Afhankelijk van de soort levensmid- delen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswa- ter vormen. Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage lucht- vochtigheid via de vochtigheidsrege- laar instellen. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente bui- ten het apparaat bewaren bij tempe- raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, au- gurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen. 6.5 Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te vari- ëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaat- sen.
- "Deurrek verwijderen", Pagina129 6.6 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model. Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierpla- teau. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs- blokjes te maken. IJsblokjes maken Gebruik voor het maken van ijsblok- jes uitsluitend drinkwater.
1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor
¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak. Vastgevroren ijsblokjesschaal al- leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
2. Om deijsblokjesschaal los tema-
ken de ijsblokjesschaal iets torde- ren of kort onder stromend water houden. Bediening 7 De Bediening in essen- tie Bediening 7.1 Apparaat inschakelen
1. Het apparaat elektrisch aansluiten.
- Pagina120 a Het apparaat begint te koelen. a Er klinkt een waarschuwingssig- naal en knippert omdat het vriesvak nog te warm is.
2. Het akoestische waarschuwings-
signaal (vriesvak) met de tempera- tuurinstelknop uitschakelen. a gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.
3. De gewenste temperatuur instellen.
- Pagina123 7.2 Opmerkingen bij het ge- bruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft in- geschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde tempe- ratuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. ¡ De kopzijden van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswa- ter in de zone van de deurafdich- ting.Extra functies nl
¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd. ¡ De temperatuur in het apparaat va- rieert door de volgende condities: – Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend – Beladingshoeveelheid – Temperatuur van de vers opge- slagen levensmiddelen – Omgevingstemperatuur – Direct instralend zonlicht 7.3 Machine uitschakelen ▶ Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meter- kast uitschakelen. 7.4 Temperatuur instellen Koelvaktemperatuur instellen ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop (koelvak) tot het temperatuurdisplay (koelvak) de gewenste temperatuur weergeeft. Schuif om de ingestelde tempera- tuur te bereiken, de temperatuurre- gelaar van de bewaarlade op ⅓- stand van onderen. →Pagina123 De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C. Bewaartemperatuur instellen
1. Om de temperatuur te verlagen, de
temperatuurregelaar in richting schuiven.
2. Om de temperatuur te verhogen,
de temperatuurregelaar in richting schuiven.
- Fig. 4 Vriesvaktemperatuur instellen ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop (vriesvak) tot het temperatuurdisplay (vriesvak) de gewenste temperatuur weergeeft. De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18°C. 8 Extra functies Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt. 8.1 Superkoelen Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk. Schakel Superkoelen vóór het inla- den van grote hoeveelheden levens- middelen in. Opmerking:Als Superkoelen is inge- schakeld, kan er meer geluid ont- staan. Superkoelen inschakelen ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop (koelvak) tot (koelvak) brandt. Opmerking:Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Superkoelen uitschakelen ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop (koelvak) tot het temperatuurdisplay (koelvak) de gewenste temperatuur weergeeft.nl Alarm
8.2 Automatisch Supervrie- zen Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een la- gere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de le- vensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen scha- kelt in als u verse levensmiddelen van links beginnend in de onderste diepvrieslade legt. Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt (vriesvak) en er kunnen meer geluiden ont- staan. Het apparaat schakelt na het verstrij- ken van het automatisch Supervrie- zen op normale werking. Automatisch Supervriezen annuleren ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop (vriesvak) tot het temperatuurdisplay (vriesvak) de gewenste temperatuur weergeeft. 8.3 Handmatig Supervriezen Bij het Supervriezen koelt het vries- vak zo koud mogelijk. Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
- "Voorwaarden voor invriesvermo- gen", Pagina126 Opmerking:Als Supervriezen is inge- schakeld, kan er meer geluid ont- staan. Handmatig Supervriezen inschakelen ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop (vriesvak) tot (vriesvak) brandt. Opmerking:Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Handmatig Supervriezen uitschakelen ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop (vriesvak) tot het temperatuurdisplay (vriesvak) de gewenste temperatuur weergeeft. 8.4 Energiebesparingsmodus Met de energiebesparingsmodus schakelt u het apparaat naar de ener- giebesparende werking om. Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om. Koelvak 8°C Vriesvak −16°C Energiebesparingsmodus inschakelen ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop tot brandt. Energiebesparingsmodus uitschakelen ▶ Druk net zo vaak op de tempera- tuurinstelknop tot de gewenste temperatuur op het temperatuur- display wordt weergegeven. 9 Alarm 9.1 Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal en brandt.Koelvak nl
Deuralarm uitschakelen ▶ De apparaatdeur sluiten. a Het waarschuwingssignaal is uitge- schakeld. 9.2 Temperatuuralarm Wanneer het te warm is in het vries- vak, wordt het temperatuuralarm ge- activeerd. Er klinkt een waarschuwingssignaal en knippert. VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen: ¡ Het apparaat wordt in gebruik ge- nomen. Levensmiddelen pas in het appa- raat inruimen wanneer de ingestel- de temperatuur is bereikt. ¡ Er worden grote hoeveelheden ver- se levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levens- middelen Supervriezen inschake- len. ¡ De deur van het vriesvak is te lang geopend. Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid. Temperatuuralarm uitschakelen ▶ Druk op de temperatuurinstelknop (vriesvak). a Het waarschuwingssignaal is uitge- schakeld. 10 Koelvak In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewa- ren. De temperatuur is van 2°C tot 8°C instelbaar. Door de koelopslag kunt uook licht bederfelijke levensmiddelen opkorte ofmiddellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers. 10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ¡ Alleen verse en onbeschadigde le- vensmiddelen inruimen. ¡ Bewaar de levensmiddelen lucht- dicht verpakt of afgedekt. ¡ Om de luchtcirculatie niet te hinde- ren en het bevriezen van levens- middelen te vermijden, de levens- middelen niet vóór de inwendige ventilatieopeningen of direct tegen de achterwand plaatsen. ¡ Laat warme etenswaren en dran- ken eerst afkoelen. ¡ Houd de door de fabrikant vermel- de houdbaarheidsdatum of ge- bruiksdatum in acht.nl Vriesvak
10.2 Koudezones in het koel- vak Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade. Tip:Bewaar snel bedervende levens- middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zone De warmste zone bevindt zich hele- maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le- vensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. 11 Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur is van −16°C tot −24°C instelbaar. Langdurig bewaren van levensmidde- len moet opeen temperatuur van – 18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen ver- tragen of stoppen het bederven. 11.1 Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoe- veel uur tot in de kern kan worden in- gevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. →Fig. 1 /
Voorwaarden voor invriesvermogen
1. Ca. 24 uur vóór het inladen van
verse levensmiddelen, Supervrie- zen inschakelen.
- "Handmatig Supervriezen in- schakelen", Pagina124
2. De levensmiddelen eerst in de on-
derste diepvrieslade leggen. 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
1. Alle uitrustingsdelen verwijderen.
2. De levensmiddelen rechtstreeks
op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren. 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ¡ Bewaar de levensmiddelen lucht- dicht verpakt. ¡ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. ¡ De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen. ¡ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.Vriesvak nl
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidde- len ¡ Alleen verse en onberispelijke le- vensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invrie- zen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levens- middelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuur- oplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte le- vensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaar- gerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte le- vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra- dijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu- re room, crème fraîche en mayo- naise. Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
2. De lucht eruit drukken.
3. De verpakking luchtdicht afsluiten
om te voorkomen dat de levens- middelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
4. De verpakking met de inhoud van
de invriesdatum voorzien. 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18°C Product Bewaartijd Vis, worst, klaarge- maakte gerechten, brood en banket Tot 6 maan- den Gevogelte, vlees Tot 8 maan- den Groente, fruit Tot 12 maan- den De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C. 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ¡ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Brood bij kamertemperatuur ont- dooien. ¡ Levensmiddelen voor directe con- sumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.nl Ontdooien
12 Ontdooien 12.1 Ontdooien in het koel- vak. Het koelvak van uw apparaat ont- dooit automatisch. 12.2 Ontdooien in het vries- vak Door hetvolledig automatische “NoF- rost”-systeem blijft hetvriesvak vorst- vrij. Ontdooien isniet nodig. 13 Reiniging en onder- houd Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn. 13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
1. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
2. Alle levensmiddelen eruit halen en
op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
3. Verwijder alle uitrustingsdelen en
accessoires uit het apparaat.
- Pagina129 13.2 Apparaat schoonmaken WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedruk- reiniger gebruiken om het appa- raat te reinigen. Vloeistof in de verlichting, in de be- dieningselementen of in de interne ventilatie-openingen kan gevaarlijk zijn. ▶ Het afwaswater mag niet in de ver- lichting, in de bedieningselemen- ten of in de inwendige ventilatie- openingen terechtkomen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kun- nen de oppervlakken van het appa- raat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reini- gingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reini- gingsmiddelen gebruiken. Wanneer u uitrustingsdelen en acces- soires in de vaatwasser reinigt, kun- nen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi- res in de vaatwasser reinigen.
1. Apparaat voorbereiden voor reini-
2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,
de accessoires en de deurafdich- tingen met een vaatdoek, lauw wa- ter en een beetje pH-neutraal af- wasmiddel reinigen.
3. Met een zachte, droge doek gron-
4. De uitrustingsdelen plaatsen.
5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
6. Doe de levensmiddelen in het ap-
paraat.Reiniging en onderhoud nl
13.3 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het ap- paraat. Plateau verwijderen ▶ Het plateau er uit trekken, optillen en verwijderen.
- Fig. 5 Deurrek verwijderen ▶ Het deurrek omhoog tillen en ver- wijderen.
- Fig. 6 Bewaarlade verwijderen
1. De lade tot de aanslag eruit trek-
2. Til de bewaarlade aan de voorkant
op en verwijder deze .
- Fig. 7 Groente- en fruitlade verwijderen
1. De fruit- en groentelade tot de aan-
2. Til de fruit- en groentelade aan de
voorzijde op en verwijder deze
- Fig. 8 Diepvrieslade verwijderen
1. De diepvrieslade tot aan de aan-
2. De diepvrieslade vooraan optillen
- Fig. 9 Ladefront verwijderen U kunt het ladefront van de fruit- en groentelade verwijderen voor het ge- makkelijker schoonmaken. ▶ Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibewe- ging van de lade .
14 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa- ratie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an- dere gekwalificeerde persoon. Storing Oorzaak en probleemoplossing Apparaat koelt niet, in- dicaties en verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. ▶ Houd de temperatuurinstelknop (koelvak) 9 tot 11seconden ingedrukt, tot een akoestisch signaal klinkt. LED-verlichting functi- oneert niet. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. Zijpanelen van het ap- paraat zijn warm. Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tij- dens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Er klinkt een waar- schuwingssignaal en knippert. Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Druk op de temperatuurinstelknop (vriesvak). a Schakel het alarm uit. Deur van het apparaat is open. ▶ Sluit de deur van het apparaat. Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▶ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatie- openingen. Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in- geruimd. ▶ Overschrijd het vriesvermogen niet.
Storing Oorzaak en probleemoplossing Ingestelde tempera- tuur wordt niet bereikt. Volautomatische ont- dooien werkt niet meer. De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem. Vereiste:De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard.
Schakel het apparaat uit. →Pagina123
2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3. Breng het apparaat weg van de muur.
4. Laat de deur van het apparaat open.
a Na ca. 20minuten begint het dooiwater in de dooi- wateropvangschaal aan de achterwand van het ap- paraat te lopen.
5. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal
overloopt: het dooiwater met een spons opzuigen. De verdamper is ontdooid als er geen dooiwater meer in de dooiwateropvangschaal loopt.
6. Reinig de binnenruimte van het apparaat.
Schakel het apparaat weer in. →Pagina122 Temperatuur wijkt erg af van deinstelling. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Schakel het apparaat uit. →Pagina123
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.
- Pagina122 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem- peratuur dan de volgende dag opnieuw. Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het appa- raat vormt zich con- denswater. De waterdamp in warme en vochtige lucht conden- seert op de koudere oppervlakken van het apparaat.
1. Neem het water af met een zachte, droge doek.
2. Open het apparaat zo kort mogelijk.
3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt geslo-
ten. Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakge- luiden. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in wer- king. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing Apparaat produceert geluiden. Het apparaat staat niet waterpas. ▶ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. Apparaat is niet vrijstaand. ▶ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.Opslaan en afvoeren nl
14.1 Stroomuitval Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermin- dert. Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing. Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuit- val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inrui- men. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weg- gooien. – Licht ontdooide diepvriesproduc- ten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen. 15 Opslaan en afvoeren 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
1. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
2. Alle levensmiddelen verwijderen.
3. Het apparaat reinigen.
4. Om de ventilatie van het interieur
te waarborgen het apparaat geo- pend laten. 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen op- nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezond- heid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat ne- men. ▶ Kinderen uit de buurt van een af- gedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ De buizen van de koudemiddel- kringloop en de isolatie niet be- schadigen.
1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2. Het netsnoer doorknippen.
3. Voer het apparaat milieuvriendelijk
af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden. Dit apparaat is geken- merkt in overeenstem- ming met de Europese richtlijn 2012/19/EU be- treffende afgedankte elektrische en elektroni-nl Servicedienst
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het ka- der aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. 16 Servicedienst Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetref- fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Eu- ropese Economische Ruimte be- draagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garan- tievoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga- rantieperiode en garantievoorwaar- den in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servi- cedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. 16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de ser- vicedienst-telefoonnummers snel te- rug te kunnen vinden, kunt u de ge- gevens noteren. 17 Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overi- ge technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G. De lichtbron is le- verbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrain- de monteur worden vervangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// eprel.ec.europa.eu/
. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product- databank EPREL. Volg dan de aan- wijzingen bij het zoeken naar het mo- del op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E- nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al- ternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU- energielabel.
Notice-Facile