BLAUPUNKT FM 01 Slider - Smartphone

FM 01 Slider - Smartphone BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FM 01 Slider BLAUPUNKT in PDF-formaat.

📄 128 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BLAUPUNKT FM 01 Slider - page 45
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BLAUPUNKT

Model : FM 01 Slider

Categorie : Smartphone

Download de handleiding voor uw Smartphone in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FM 01 Slider - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FM 01 Slider van het merk BLAUPUNKT.

GEBRUIKSAANWIJZING FM 01 Slider BLAUPUNKT

Lees de veiligheidsvoorschriften zorgvuldig door want het niet in acht nemen ervan kan gevaarlijk of zelfs illegaal zijn. De eigenaar van het toestel is verantwoordelijk voor het gebruik ervan. Beperkte toepassingsgebieden Schakel het apparaat uit als het gebruik ervan is verboden of als het interferentie of gevaar kan veroorzaken, bijvoorbeeld in een vliegtuig, in een ziekenhuis of in de buurt van medische apparatuur, brandstof of in omgevingen met explosiegevaar. Volg de voorschriften op beperkte toepassingsgebieden. Veiligheid op de weg Volg de lokale wetten en voorschriften. Gebruik het apparaat niet tijdens het rijden. De veiligheid op de weg gaat voor. Interferentie Ieder draadloos apparaat kan voor interferentie gevoelig zijn wat de prestatie van het apparaat kan beïnvloeden. Gekwalificeerde service Laat reparaties aan het apparaat alleen uitvoeren door gekwalificeerd personeel. Oplader, batterij en overige toebehoren Gebruik uitsluitend zulke batterijen, opladers en overige toebehoren die door de fabrikant goedgekeurd zijn. Sluit geen incompatibele producten aan. Gehoorbescherming Luister niet gedurende langere tijd naar luide muziek of radio om gehoorbeschadiging te voorkomen. Waterbestendigheid Het toestel is niet waterbestendig, houd het dus altijd droog. Gebruiksomgeving Het apparaat voldoet aan de aanbevolen waardes voor het uitzenden van radiogolven indien het van het oor op een afstand van minstens 1,5 cm gehouden wordt. Indien de telefoon in een telefoonhoesje, met riemgesp of in een houder bewaard wordt, zorg ervoor dat deze geen metalen bevatten en dat de telefoon daardoor een beetje vanNL

het lichaam verwijderd is. In geval van gebruik van andere accessoires kan het functioneren conform de richtlijnen inzake radiogolven niet gegarandeerd worden. Indien u geen telefoonhoesje gebruikt en de telefoon niet aan uw oor houdt, houd het apparaat minstens op een afstand van 2,5 cm van uw lichaam, met name bij dataverzending.

2. Technische gegevens van het toestel

Het apparaat verwerkt een standaard (Mini) SIM-kaart. Kenmerken van de voedingsadapter:

  • Ingangsvoltage: (AC), 100-240V - 50/60Hz – 0,15A
  • Uitgangsvoltage: (DC), 5V – 0,5A Batterijtype en spanning: Li-ion batterij 3,7V - 900mAh Type van het netwerk: GSM 900/1800MHz SAR-waarde (stralingswaarde): 0,411W/kg (hoofd) - 0,573W/kg (lichaam)

3. Informatie over de toetsen

1. Linkse Softwaretoets / Rechtse Softwaretoets: opent het menu dat

onderaan op het beeldscherm links/rechts verschijnt.

2. Beltoets: Dient voor bellen/oproep aannemen en bij standby-modus

opent de belgeschiedenis.

3. Einde/aan/uittoets Lang ingedrukt houdend kan het toestel in-en

uitgeschakeld worden; kort ingedrukt houdend kan een oproep afgewezen worden of u kunt het menu verlaten.

4. Ok-toets: druk op deze toets om de aangegeven functie uit te

voeren. Druk in standby-modus op deze toets om de gekozen hyperlink te kunnen openen.

5. Navigatietoetsen: druk op de pijlen naar

boven/beneden/links/rechts om in het menu te kunnen scrollen. In standby-modus druk op de pijlen naar boven/beneden/links/rechts om het snelmenu te kunnen bereiken dat u aan de bovenkant van het beeldscherm kunt zien en druk op de Ok-toets om deze taak te kunnen uitvoeren.

6. 0-9 alfanumeriek toetsenbord: Druk op de juiste toetsen om cijfers

in te voeren wanneer u belt of om de bij de cijfers horende karaktersNL

te kunnen gebruiken wanneer u een tekst schrijft. Houd "0" ingedrukt om de zaklamp aan te zetten.

7. *(Sterretje) toets: Hou in standby-modus de * toets lang ingedrukt

om het „+” teken voor internationale voorkiesnummers te kunnen gebruiken. Druk deze kort in menu-modus in om het toetsenbord af te sluiten. 8.# (Hekje) toets: Hou deze in standby-modus lang ingedrukt om de stille modus te activeren/uit te schakelen.

4.1 De SIM-kaart plaatsen

Om het toestel te kunnen gebruiken plaats een geldige SIM-kaart in. Hiermee kunt u uw toestel op het GSM-netwerk aansluiten. Om het verlies en beschadiging van de inhoud van de SIM-kaart te voorkomen raak nóóit het metalen deel van de SIM-kaart met uw hand aan en houd het uit de buurt van elektromagnetische apparaten. Indien de SIM-kaart beschadigd wordt, kan het toestel niet meer op het GSM-netwerk aangesloten worden. Voordat u de SIM-kaart plaatst of verwijdert controleer eerst of het toestel uitgeschakeld is. Vervolgens verwijder de achterklep van het toestel. Opmerking: Zoek aan de achterklep van het toestel de sleuf voor de SIM-kaart en schuif de kaart er in de aangegeven richting volledig in. Plaats de chip omlaag gericht in het toestel en let op de juiste richting.

4.2 De geheugenkaart plaatsen

De geheugenkaart is geen onderdeel van het basispakket van het toestel maar het geheugen van het toestel kan met een SD-kaart uitgebreid worden. Controleer voor gebruik of de geheugenkaart op de juiste manier geplaatst is. Houd er rekening mee dat het toestel elektrische schokken kan veroorzaken en de geheugenkaart uit zijn plaats kan komen. Ga dus de geheugenkaart niet buigen, krassen of aan statische elektriciteit blootstellen of nat maken. Plaats de geheugenkaart met de chip omlaag gericht in de sleuf op de achterklep van het toestel zoals het op het toestel afgebeeld is. Ga altijd met de geheugenkaart zorgvuldig om, met name wanneer uNL

deze verwijdert. Sommige geheugenkaarten dienen voor het eerste gebruik via computer geformatteerd te worden.

4.3 De batterij plaatsen

1. Laat de chip van de batterij de vooruitstekende metalen punt in de

gleuf voor de batterij aanraken en plaats de batterij erin. Druk de bovenkant ervan naar beneden totdat de batterij met een klik op zijn plaats komt.

2. Plaats de achterklep van het toestel terug.

4.4 De batterij verwijderen

Schakel eerst het toestel uit om de batterij te verwijderen. Verwijder vervolgens de klep en haal de batterij bij zijn bovenkant vasthoudend eruit. Opmerking: Als u de batterij verwijdert kunnen de bewaarde instellingen op het toestel en op de SIM-kaart verloren gaan. Verwijder de batterij uitsluitend dan wanneer het toestel uitgeschakeld is. Het kan foute werking veroorzaken als u de batterij eruit haalt wanneer het toestel ingeschakeld is.

4.5 De batterij opladen

Sluit de oplader aan het toestel en steek het andere eind in het stopcontact. Indien het toestel ingeschakeld is terwijl de batterij oplaadt, zal het batterij icoon in de rechterhoek van het beeldscherm heen en weer bewegen. De batterij is opgeladen wanneer boven in de rechterhoek het batterij icoon continu brandt. Indien u het toestel oplaadt terwijl dit uitgeschakeld is, zal een symbool op het beeldscherm verschijnen dat het opladen aangeeft. Haal eerst de stekker van de oplader uit het toestel als de batterij opgeladen is. Opmerking: Wanneer de batterij bijna leeg is, zal op het beeldscherm van het toestel een waarschuwend bericht verschijnen. Laad de batterij zo spoedig en zo veel mogelijk op om ongemakken te voorkomen. De telefoon kan namelijk tijdens een oproep uitschakelen. Uw toestel kan automatisch uitschakelen wanneer het oplaadniveau te laag is. Indien u de batterij op een permanent laag oplaadniveau gebruikt, zal dit de levensduur en kwaliteit van de batterij nadelig beïnvloeden.

2. Voor een juiste werking gebruik alleen door de fabrikant

3. Verwijder nooit de batterij tijdens het opladen.

4. Voor het eerste gebruik laad het toestel minstens 4 uur lang op. Dit

kan de effectiviteit ervan na meerdere oplaad- en ontlaadbeurten verhogen.

4.6 De batterij onderhouden

Het toestel beschikt over een oplaadbare batterij. Trek de stekker van de oplader uit het stopcontact wanneer u de oplader niet gebruikt. Sluit uw telefoon nooit langer dan een week aan de oplader aan. De temperatuur beïnvloedt de capaciteit van de oplader. De oplader moet soms voor het opladen een hogere of lagere temperatuur hebben. Gebruik de oplader niet indien de temperatuur van de oplader lager dan 0°C of hoger dan 45 °C is. Gebruik de oplader conform zijn functie. Zorg ervoor dat u geen kortsluiting tussen de polen van de batterij veroorzaakt. Gebruik geen beschadigde batterij. Indien u het toestel bij extreme temperatuur gebruikt zal de batterij niet op de juiste manier werken en ook zijn levensduur neemt af. Werp de batterij niet in vuur. Volg de lokale wet- en regelgeving inzake de deponering van de gebruikte batterijen. 5 In- en uitschakelen Druk lang de Einde/Aan/uittoets om het toestel in-en uit te schakelen.

1. Indien er geen SIM-kaart geplaatst is of deze beschadigd is of niet

goed geplaatst is, zal een waarschuwingsbericht op het beeldscherm verschijnen nadat het toestel ingeschakeld is. Schakel het toestel uit en controleer of de SIM-kaart op een juiste manier is geplaatst.

2. Indien u de SIM-kaart in het toestel plaatst terwijl de PIN- modus en

het telefoon wachtwoord actief is, zal het toestel nadat het ingeschakeld is om het wachtwoord en de PIN-code vragen en vervolgens wordt de standby-modus geactiveerd. Nadat het toestel ingeschakeld is, zal hij automatisch een netwerk zoeken. Zodra het toestel het toegestane netwerk vindt, geeft het de naam ervan en de signaalsterkte aan. Indien het toestel geen geschikt netwerk kan vinden, is alleen een noodoproep mogelijk of zijn alleen de niet netwerk gebondene diensten op het toestel bereikbaar.NL

In standby-modus druk op de juiste cijfertoetsen om een telefoonnummer in te geven. Met de rechte softwaretoetskunt u de foute cijfers wissen en met de linkse softwaretoets of met de beltoets kunt u een oproep starten indien het telefoonnummer juist is. Om een internationaal telefoonnummer in te toetsen druk lang op de [*] toets totdat het “+” teken voor internationale voorkiesnummers op het beeldscherm verschijnt.

6.2 Oproepen aannemen

Bij inkomende oproepen zal het toestel op de ingestelde manier een alarm afgeven indien uw provider het weergeven van telefoonnummers van inkomende oproepen ondersteunt. In dit geval verschijnt op het beeldscherm het telefoonnummer of de naam van de beller (afhankelijk ervan of u deze contact in uw contactenlijst eerder hebt opgeslagen).

1. Druk op de beltoets of de linkse softwaretoets en neem [Aannemen]

de inkomende oproep aan.

2. Wanneer de functie om met elke toets een oproep aan te nemen

actief is [Menu / Callcenter / Oproepinstellingen / Geavanceerde instellingen / Antwoordmodus / Elke toets], kunt u met elke toets de oproep aannemen behalve met de rechtse Softwaretoets en de Einde/aan/uittoets.

3. Wanneer een koptelefoon aan het toestel aangesloten is en de

[Auto] functie is geactiveerd [Menu / Callcenter / Oproepinstellingen / Geavanceerde instellingen / Antwoordmodus / Automatisch oproep aannemen in headset-modus] zal uw telefoon de inkomende oproepen na 5 seconden trillen of bellen automatisch aannemen.

4. Indien u de oproep niet wilt aannemen druk op Einde/Aan/Uittoets

om de oproep af te wijzen. U kunt de Einde/Aan/uittoets ook voor het verbreken van een oproep gebruiken.

5. Tijdens het bellen kunt u met de naar boven/beneden

navigatietoetsen het volume harder of zachter zetten.NL

U kunt zonder SIM-kaart onmiddellijk een noodoproep starten. Netwerken kunnen verschillende noodoproepnummers gebruiken. Neem hierover contact op met uw netwerkprovider.

7. Berichten beheren

Berichten versturen is een netwerk gebonden dienstverlening die het versturen van SMS-berichten mogelijk maakt. Voor verdere informatie neem contact op met uw netwerkprovider.

7.1 Berichten opstellen

Functies: Nieuw bericht opstellen, opslaan en/of versturen aan geadresseerde. In Menu-modus kies voor het menupunt Berichtenbeheer > Bericht opstellen. Opmerking: Om SMS-berichten te kunnen versturen moet u over de juiste berichtencentrale nummer beschikken. Dit kunt u bij uw netwerkprovider navragen. De berichtencentrale kunt u hier controleren en wijzigen: Menu > Berichtenbeheer > SMS- instellingen > SIM1 / SIM2 > Profielinstellingen. Tijdens het opstellen van een bericht kunt u met behulp van de # toets tussen de diverse invoermodi kiezen. De tekstberichten mogen maximaal uit 612 karakters bestaan (in geval van karakters met een accent is het maximum 252 karakter). Druk op de linkse softwaretoets [Opties] tijdens het bewerken van uw bericht om de onderstaande functies te bereiken:

  • Aan: U kunt de geadresseerde van het bericht handmatig invoeren of vanuit de Contacten uitkiezen.
  • Versturen: wordt actief nadat u de geadresseerde aangegeven hebt. Op deze functie drukkend kunt u het opgestelde bericht versturen.

7.2 Inkomende berichten

De inkomende berichten kunt u op uw toestel of op de SIM-kaart opslaan en daarvandaan bereiken. Wanneer u een bericht krijgt, zal u hierover door een meldingstoon of een trillen (afhankelijk van uw instellingen in het menu) gewaarschuwd worden. Tevens verschijnt een icoon op het beeldscherm. Druk op de linkse softwaretoets [Bekijken] of op de OK-NL

toets om het bericht te kunnen bekijken. Met behulp van de rechtse softwaretoets kunt u weer terug naar het SMS menu om de overige inkomende berichten te lezen.

Uw toestel heeft een camera waarmee u foto's kunt maken. Voor het opslaan van de foto's is een geheugenkaart nodig.

9. Wachtwoord van de telefoon

Het wachtwoord van de telefoon kan een 4-8-cijferige code zijn. Deze beschermt uw toestel tegen onbevoegde gebruikers. Het fabrieksmatig ingestelde wachtwoord is “1234”. Indien deze functie geactiveerd is, zal de telefoon elke keer wanneer u het toestel inschakelt om de code vragen. Wijzig dit fabrieksmatig ingestelde wachtwoord gelijk om uw gegevens te beschermen. Stel een wachtwoord in dat u makkelijk kunt onthouden.

10. Conformiteitsverklaring

Het toestel Blaupunkt FM 01 voldoet aan de basiseisen en desbetreffende bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU alsmede aan die van de RoHs-richtlijn 2011/65/EU. Voor inzage in de Conformiteitsverklaring neem contact met ons op via onderstaande e-mailadres: info@blaupunkt-mobile.eu