KG36SX00FF - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KG36SX00FF SIEMENS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KG36SX00FF SIEMENS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KG36SX00FF - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KG36SX00FF van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KG36SX00FF SIEMENS
Aanwijzingen over de afvoer 106
Aanwijzingen voor uw veiligheid 106-108
Uw nieuwe apparaat 109
Bedieningspaneel 109-110
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 110-111
Apparaat aansluiten 111
Inschakelen van het apparaat 111
Instellen van de temperatuur 111-112
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 112-113
Variabele indeling van de binnenruimte 113
Levensmiddelen inruimen 113-114
Levensmiddelen invriezen 114-115
Ontdocien van de diepvriesruimte 115-116
Apparaat reinigen 116
Energie besparen 117
Bedrijfsgeluiden 117
Kleine storingen zelf verhelpen 118
Inschakelen van de Servicedienst 119
Aanwijzingen over de afvoer

Afvoer van het oude paraat
Van toepassing als uw nieuwe apparaat een oud apparaat vervangt.
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Het afgedankte apparaat onbruikbaar maken:
- stekker uit het stopcontact trekken;
- aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen;
- deurslot verwijderen of onklaar maken. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Afvoeren van de ver- kking van uw uwe apparaat
Attentie!
Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen – gevaar voor verstikking door vouwkarton en folie!
Uw nieuwe apparaat is op weg naar u beschermd door de verpakking. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Aanwijzingen voor uw veiligheid
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor een eventuele latere bezitter van het apparaat.
Attentie!
- Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. Let erop als er koelmiddel naar buiten komt
– dat zich geen open vuur of ontstekingsbronnen in de buurt van het lek bevinden.
- Stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte een paar minuten goed luchten.
- Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
- Per 8 g koelmiddel moet de ruimte minimaal 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
- In noodgevallen
- Ogen uitspoelen en een arts raadplegen.
- Vonken en open vuur buiten bereik van het apparaat houden.
-
Stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte een paar minuten goed luchten.
-
In de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien:
- ontdooien
- schoonmaken Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Een (bijv. tijdens het transport) beschadigd of defect apparaat niet in gebruik nemen. In geval van twijfel eerst contact opnemen met uw leverancier.
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.).
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan – Explosiegevaar!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Het apparaat nooit met een stoom-reiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de onder spanning staande onderdelen van het apparaat terechtkomen en kortsluiting of een elektrische schok veroorzaken.
In acht nemen tijdens het gebruik
- De luchtaanvoer- en luchtafvoeropeningen nooit afdekken of dichtmaken!
- Reparaties mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparatie kan er gevaar voor de gebruiker ontstaan.
nl
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
- Zorg dat de kunststof delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen. Ze kunnen poreus worden.
- Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes springen!
- IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de diepvriesruimte in de mond nemen. (gevaar voor verbranding door de zeer lage temperatuur).
- Diepvrieswaren niet met natte handen aanraken. Uw handen kunnen eraan vastvriezen.
- Een laag rijp en vastgevroren diepvrieswaren niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen of losmaken. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit, kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Om het ontdooiproces te versnellen alleen de door de fabrikant aanbevolen middelen gebruiken.

Waarschuwingen
- Draagt u er zorg voor de ventilatieroosters van de structuur van de koelkast niet te versperren.
- Gebruikt u geen mechanische voorzieningen noch enig ander middel ter versnelling van het ontdooiproces, anders dan die welke worden aanbevolen door de fabrikant.
- Draagt u er zorg voor het koelcircuit niet te beschadigen.
- Gebruikt u voor de koelkast/vriezer altijd het type inwendige elektrische componenten als aanbevolen door de fabrikant.
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
• voor het bereiden van ijs.
Het apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden de daarvoor geldende normen en voorschriften in acht nemen.
Het apparaat is ontstoord volgens E-U richtlijn 89/336/EEC.
Het koelmiddelsysteem is gecontroleerd op dichtheid.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335/2/24).
Uw nieuwe apparaat

Afhankelijk van het model zijn kleine afwijkingen mogelijk – vooral wat betreft de uitvoering van het interieur.
Afb. 1
A Koelruimte
B Diepvriesruimte
1–9 Bedieningspaneel
11 Legrooster/plateau
12 Groentelade
13 Voorraadvakken
14 Boter- en kaasvak
15 Eierrekje
16 Flessenvak
17 Diepvrieslade
18 Ventilator
19 Sensor koelruimte
Bedieningspaneel
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit voor de koelruimte
Om de koelruimte apart in en uit te schakelen.
2 Insteltoets °C voor de
temperatuur in de koelruimte
De temperatuur in de koelruimte is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.
De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur door het brandende lampje wordt aangegeven.
+8 geeft de hoogste temperatuur in de koelruimte aan (+8 °C).
+2 geeft de laagste temperatuur in de koelruimte aan (+2 °C).
3 Indicatie „super“ voor de koelruimte
Tijdens het „super“-koelen wordt koelruimte gedurende ca. 6 uur met de laagste temperatuur gekoeld.
Daarna wordt automatisch omgeschakeld naar de ingestelde temperatuur in de koelruimte. Het superkoelsysteem is ideaal om dranken snel te koelen en bij het inladen van grotere hoeveelheden levensmiddelen.
Om het superkoelsysteem in te schakelen:
toets (2) een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de indicatie „super“ brandt.
nl
4 Insteltoets °C voor de temperatuur in de diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is instelbaar van -16 °C tot -32 °C.
De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur door het brandende lampje wordt aangegeven.
-16 geeft de hoogste temperatuur in de diepvriesruimte aan (-16 °C).
-32 geeft de laagste temperatuur in de diepvriesruimte aan (-32 °C).
5, " Alarmindicatie
Alarmindicatie voor te hoge temperaturen in de diepvriesruimte. Kans op ontdooien van de ingevroren levensmiddelen.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan de alarmindicatie branden:
- bij het in gebruik nemen van het apparaat;
- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen;
- als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.
6 Toets/indicatie „super“ voor de diepvriesruimte
Om het supervriessysteem in en uit te schakelen. Het brandende lampje geeft aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld.
Het supervriessysteem dient voor het invriezen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen en moet, afhankelijk van de hoeveelheid, tot
24 uur vóór het inladen van de verse levensmiddelen worden ingeschakeld.
Na het inschakelen van het supervriessysteem loopt de koelmachine permanent. In de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Het supervriessysteem wordt automatisch uitgeschakeld als de vers ingeladen levensmiddelen door en door bevroren zijn (bij kleine hoeveelheden levensmiddelen na een paar uur, bij grote hoeveelheden na maximaal twee dagen).
Door de toets (6) een aantal keren in te drukken wordt het supervriessysteem, indien nodig, met de hand uitgeschakeld.
7 Toets Aan/Uit voor de diepvriesruimte
Om de diepvriesruimte apart in en uit te schakelen.
Let op de omge- vingstemperatuur en de beluchting
De klimaatklasse staat op het typeplaatje (Afb. 10). Hierdoor wordt aangegeven binnen welke omgevingstemperaturen het apparaat gebruikt kan worden.
klimaatklasse toegestane
| kamertemperatuur | |
| SN +10 °C tot 32 °C | |
| N +16 °C tot 32 °C | |
| ST +18 °C tot 38 °C | |
| T +18 °C tot 43 °C |
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Apparaat aansluiten
Na het opstellen van het apparaat dient men minstens 12 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt de binnenkant van het apparaat schoonmaken (zie Schoonmaken).
Het stopcontact moet gemakkelijk te bereiken zijn. Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact met een zekering van 10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hz wisselstroom aan-sluiten.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat.
Een eventueel noodzakelijke vervanging van de aansluitkabel mag alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd.
⚠️ Waarschuwing!
Het apparaat mag nooit worden aangesloten op elektronische energiebesparende stekkers (bijv. Ecoboy; Sava Plug) of op omvormers die gelijkstroom omzetten in 230 V wisselstroom (bijv. installaties voor zonneënergie of netwerken voor schepen).
Inschakelen van het apparaat
Afb. 2
De koel- en diepvriesruimte kunnen apart worden ingeschakeld.
- Voor het in gebruik nemen van de koelruimte: de toets Aan/Uit (1) indrukken.
De binnenverlichting in de koelruimte brandt bij het openen van de deur.
- Voor het in gebruik nemen van de diepvriesruimte: de toets Aan/Uit (7) indrukken.
- De alarmindicatie (afb. 2/5) brandt tot de bedrijfstemperatuur is bereikt.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
In de fabriek zijn de volgende basisinstellingen ingesteld: temperatuur in de koelruimte +4 °C temperatuur in de diepvriesruimte–18 °C
nl
nl
De instelwaarden kunnen gewijzigd worden, zie de beschrijving bij het bedieningspaneel:
2 temperatuur voor de koelruimte instellen
4 temperatuur voor de diepvriesruimte instellen
Aanwijzingen bij het gebruik
- De ventilator (afb. 1/18) in de koelruimte wordt, indien nodig, in- of uitgeschakeld.
- De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
- Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de dooiwaterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje (afb. 8/A) naar de koelmachine, waar het verdampt.
- Bij een hoge luchtvochtigheid kan zich condenswater vormen in de koelruimte, vooral op glazen legplateaus. Als dit het geval is, dient u de levensmiddelen verpakt te bewaren en een lagere koelruimtetemperatuur te kiezen.
-
Als de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet meteen weer geopend kan worden: twee tot drie minuten wachten tot de ontstane onderdruk is opgeheven.
-
Door het koelsysteem kan zich op de vriesroosters op sommige plaatsen al snel een laagje rijp afzetten. Dit heeft geen invloed op het functioneren van het apparaat of op het stroomverbruik. Ontdooien is pas nodig als zich op het hele oppervlak van het vriesrooster een laag rijp of ijs met een dikte van meer dan 5 mm heeft gevormd.
- Zorg dat de kunststof delen in het apparaat of de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking kome. Ze kunnen poreus worden.
- Geen levensmiddelen plaatsen in de nabijheid van de sensor van de koelruimte (fig. 1/19); op deze wijze wordt een optimale werking van uw apparaat bereikt.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 2
De koel- en diepvriesruimte kunnen apart worden uitgeschakeld.
- Om de koelruimte uit te schakelen: ① toets Aan/Uit (1) indrukken. De binnenverlichting in de koelruimte gaat uit.
- Om de diepvriesruimte uit te schakelen: toets Aan/Uit (7) indrukken.
Apparaat buiten werking stellen
Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt:
- Koel- en diepvriesruimte uitschakelen zoals hierboven beschreven.
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Het apparaat laten ontdooien en schoonmaken.
- deur van het apparat open laten.
Variabele indeling van de binnenruimte.
Bij het inzetten de laden op de uittrekbare rails plaatsen en naar binnen schuiven. Glasplaat naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken
(afb. 4). Voorraadvak iets optillen en eruit halen (afb. 5).
Speciale uitvoering
(niet bij alle modellen)
Flessenhouder
Afb. 6
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
nl
Levensmiddelen inruimen
Let op de koudezones in de koelruimte!
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillende koudezones.
- De koudste zones
bevinden zich aan de achterwand tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder (afb. 11) of tussen de twee pijlen (afb. 12), afhankelijk van het model.
Attentie:
in de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
- De warmste zone
bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Attentie! In de warmste zone bijv. boter en kaas bewaren. Tijdens het serveren behoudt de kaas zijn aroma en de boter blijft smeerbaar.
Attentie bij het inruimen
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
Levensmiddelen als volgt inruimen:
- Op de legroosters/plateaus in de koelruimte (van boven naar beneden): brood en gebak, klaargemaakte gerechten, zuivelproducten, vlees en worst.
nl
- In de groentelade: groente, sla, fruit.
- In de deur (van boven naar beneden): boter, kaas, eieren, tubes, kleine flesjes, grote flessen, melk, pakken vruchtensap.
Levensmiddelen invriezen
Invriescapaciteit:
Gegevens over de maximale invriescapaciteit volgens de actuele norm vindt u op het typeplaatje.
De maximale capaciteit voor het diepvriezen van verse levensmiddelen in 24 uur (verdeeld over de diepvries roosters) vindt men op de plaat met de kenmerken (in kg/24uur), zie figuur 10.
De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door worden ingevroren. De maximale invriescapaciteit niet overschrijden zodat vitamine, voedingswaarde, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Tijdens het invriezen in de diepvriesladen neemt de maximale invriescapaciteit iets af.
Verse levensmiddelen invriezen
Als er al levensmiddelen in de diepvriesruimte liggen, dan moet een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelen het supervriessysteem worden ingeschakeld.
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit persen.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en datum.
Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Voor verpakking geschikt:
kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Let op de houdbaarheidsdatum.
In de winkel moet de temperatuur in de diepvrieskist -18 °C of lager zijn.
De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Diepvrieswaren opslaan
- Belangrijk voor een optimale luchtcirculatie in de diepvriesruimte: de diepvriesladen tot de aanslag erin schuiven.
- Als er zeer veel levensmiddelen moeten worden ondergebracht, dan kan men alle diepvriesladen, behalve de onderste, uit het apparaat halen en de levensmiddelen direct op de vriesroosters stapelen. Om de diepvriesladen eruit te halen: de laden tot aan de aanslag uittrekken, aan de voorkant iets optillen en eruit halen.
Bewaartijd
Om vermindering van de kwaliteit van de diepvrieswaren te voorkomen mag de toelaatbare bewaartijd bij -18 °C niet overschreden worden.
De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Bij kant en klaar gekochte diepvriesproducten altijd letten op de op de verpakking aangegeven invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.
vis, worst,
klaargemaakte
gerechten, brood
en banket tot 6 maanden;
kaas, gevogelte,
vlees tot 8 maanden;
groente en fruit tot 12 maanden.
IJsblokjes maken
Attentie!
Geen elektrische ijsmachine in de diepvriesruimte gebruiken.
IJsblokjes maken
(niet bij alle modellen)
IJsbakjes zijn in de winkel verkrijgbaar.
Het ijsbakje voor 34 met water vullen en in de diepvriesruimte zetten. Om het vriesproces te versnellen de bovenste diepvrieslade gebruiken.
Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden (Afb. 7).
Opdat uw ijsblokjes sneller klaar zijn, moet u de ijsbakjes in de eerste lade plaatsen (afb. 1/17)
Ontdooien van de diepvriesruimte

Kans op een elektrische schok
Geen stoomreiniger gebruiken. Door de hete stoom kunnen de onder spanning staande onderdelen kortsluiting of een elektrische schok veroorzaken.
Voor het verwijderen van rijp geen mes of scherp voorwerp gebruiken.
De leidingen van het koelcircuit niet beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit, kan tot oogletsel leiden en is brandbaar.
Geen elektrische apparaten of open vuur in het apparaat gebruiken.
nl
Attentie!
Een dikke laag ijs op de vriesroosters vermindert de vriescapaciteit van het apparaat waardoor het energieverbruik toeneemt.
Is de laag ijs ca. 1/2 cm dik, dan moet de diepvriesruimte ontdooid worden. In elk geval één tot twee keer per jaar, het liefst als er weinig of geen diepvrieswaren in het apparaat liggen.
Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken waardoor ze langere tijd bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.
Zo gaat u te werk
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Diepvriesladen met de levensmiddelen op een koele plaats bewaren. Koudeaccu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
- Om het dooiwater op te vangen de middelste lade uitruimen maar in het apparaat laten.
- Na het ontdooien het opgevangen dooiwater weggeten. Het resterende dooiwater op de bodem van de diepvriesruimte met een spons afwissen.
• Diepvriesruimte weer inschakelen.
• Diepvrieswaren er weer in leggen.
Tip bij het ontdooien
Een pan met heet water op een onderzetter in de diepvriesruimte zetten.
Ontdooisprays
Let op de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.

Attentie!
Ontdooisprays kunnen explosieve gassen ontwikkelen, oplosmiddelen die kunststof beschadigen of drijfgassen bevatten of schadelijk zijn voor de gezondheid.
Apparaat reinigen
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Met water en een scheutje afwasmiddel schoonmaken.
- Na het schoonmaken de stekker weer in het stopcontact steken of de zekering inschakelen resp. vastdraaien.
Geen schoonmaakmiddelen gebruiken die zand of zuren resp. oplosmiddelen bevatten.
Deurdichting uitsluitend reinigen met schoon water en goed afdrogen!
Het sop mag niet in het bedieningspaneel of in de verlichting terechtkomen en ook niet door het afvoergaatje (afb. 8/B) van het dooiwatergootje lopen.
De legroosters/plateaus, voorraadvakken en laden mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen.
Energie besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen. Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron (verwarmingsradiator, fornuis etc.). Anders een isolerende plaat gebruiken.
- Warme gerechten en dranken buiten het apparaat laten afkoelen.
- De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelkast leggen. De koude van de diepvrieswaren benutten om levensmiddelen te koelen.
- Deur van het apparaat zo kort mogelijk openen.
- De achterkant van het apparaat af en toe met met een stofzuiger of borstel reinigen om toename van het energieverbruik te voorkomen.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Gebrom – de koelmachine loopt Geborrel, gebruik of geklok – het koelmiddel stroomt door de leidingen. Geklik – de motor wordt in- of uitgeschakeld.
Geluiden die gemakkelijk verholpen kunnen worden
Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Laden, manden of legroosters/plateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
nl
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de klantenservice belt:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Geen enkele indicatie brandt | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Controleer of er stroom is. De zekering moet zijn ingeschakeld. |
| De indicatie „brandt (afb. 2/5). | Storing – in de diepvriesruimte is het te warm!De be- en ontluchtings- openingen zijn afgedekt.Er werden te veel levensmid- delen in één keer ingeladen om in te vriezen.De deur van de diepvries- ruimte is open.Na het verhelpen van de storing gaat na een tijdje de alarmindicatie uit. | Afdekking verwijderen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.Deur sluiten. |
| De binnenverlichting functioneert niet; de koelmachine loopt. | Het lampje is kapot. | Gloeilampje vervangen (afb. 9)1. Stekker uit het stopcontact trekken resp. zekering uitschakelen of losdraaien.Schijfje (C) aan de binnenverlichting tegen de wijzers van de klok in draaien en de afdekking (B) eraf halen.Gloeilampje vervangen (220–240 V wissel- stroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje. |
| De lichtschakelaar klemt (afb 9.1/A) / (afb 9.2/A). | Controleer of er beweging in zit. | |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwaterafvoerbuis (afb. 8/B) is verstopt. | Dooiwatergootje en afvoergaatje (afb. 8/B) schoonmaken. |
Inschakelen van de Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer en het FD-nummer van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje (afb. 10).
Door deze nummers aan de Servicedienst door te te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten.

text_image
1 - 9 18 11 A 19 12 17 B 13 14 15 161

text_image
① super alarm -32 -26 -20 -18 -16 °C super 2 4 6 8 °C 7 6 5 4 3 2 12

Wijzigingen voorbehouden
SIEMENS ELECTROGERÄTE GMBH
Carl-Wery-str. 34, 81739 München // Germany