ZANUSSI ZILN646X - Fornuis

ZILN646X - Fornuis ZANUSSI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ZILN646X ZANUSSI in PDF-formaat.

📄 48 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ZANUSSI ZILN646X - page 2
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ZANUSSI

Model : ZILN646X

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ZILN646X - ZANUSSI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ZILN646X van het merk ZANUSSI.

GEBRUIKSAANWIJZING ZILN646X ZANUSSI

GETTING STARTED? EASY. User Manual ZILN646X NL Gebruiksaanwijzing 2 Kookplaat FR Notice d'utilisation 17 Table de cuisson DE Benutzerinformation 32 KochfeldGA NAAR ONZE WEBSITE VOOR: Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www.zanussi.com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE

Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.

1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen

  • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen.
  • Kinderen tussen de 3 en 8 jaar oud en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan. 2 NEDERLANDS• Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, mits zij voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden gehouden.
  • Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
  • Houd alle verpakkingen uit de buurt van kinderen en verwijder ze op gepaste wijze.
  • WAARSCHUWING: Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als het in werking is of afkoelt. Makkelijk toegankelijke onderdelen worden heet tijdens gebruik.
  • Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
  • Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.

1.2 Algemene veiligheid

  • WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
  • WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een fornuis met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.
  • Probeer NOOIT om een brand te blussen met water. Schakel het apparaat uit en bedek dan de vlam, bv. met een deksel of een vuurdeken.
  • LET OP: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals een tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld.
  • LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
  • WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookplaten.
  • Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
  • Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert. NEDERLANDS 3• Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
  • Schakel het kookplaatelement uit na elk gebruik met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
  • Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. In het geval het apparaat direct op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem in beide gevallen contact op met de erkende servicedienst.
  • Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
  • WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.

WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren. WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.

  • Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
  • Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
  • Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
  • Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
  • Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
  • Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
  • Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
  • Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam wordt geopend.
  • Elk apparaat heeft koelventilatoren op de bodem.
  • Als het apparaat gemonteerd wordt boven een lade: – Leg geen kleine dingen of papier dewelke kunnen binnengezogen worden, omdat ze de koelventilatoren kunnen beschadigen of het koelsysteem kunnen belemmeren. 4 NEDERLANDS– Houd een minimumafstand van 2 cm tussen de bodem van het apparaat en de zaken die u in de lade bewaart.
  • Verwijder de afscheidingspanelen die in de kast onder het apparaat zijn geïnstalleerd.

2.2 Aansluiting aan het

elektriciteitsnet WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.

  • Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
  • Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
  • Verzeker u ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
  • Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
  • Zorg ervoor dat het apparaat correct is geïnstalleerd. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ervoor zorgen dat de contactklem te heet wordt.
  • Zorg ervoor dat er een schokbescherming wordt geïnstalleerd.
  • Gebruik het klem om spanning op het snoer te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het hete apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als u het apparaat op de nabijgelegen contactdozen aansluit.
  • Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
  • Zorg dat u de hoofdstekker (indien van toepassing) of kabel niet beschadigt. Neem contact op met onze service- afdeling of een elektromonteur om een beschadigde hoofdkabel te vervangen.
  • De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
  • Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
  • Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
  • Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
  • Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
  • De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.

  • Verwijder voor gebruik (indien van toepassing) de verpakking, labels en beschermfolie.
  • Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
  • De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
  • Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd zijn.
  • Laat het apparaat tijdens het gebruik niet onbeheerd achter.
  • Zet de kookzone op "uit" na elk gebruik.
  • Vertrouw niet alleen op de pandetector.
  • Leg geen bestek of pannendeksels op de kookzones. Deze kunnen heet worden.
  • Bedien het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
  • Het apparaat mag niet worden gebruikt als werkblad of aanrecht.
  • Sluit het apparaat direct af van de stroomtoevoer als het oppervlak van het apparaat gebroken is. Dit om elektrische schokken te voorkomen. NEDERLANDS 5• Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm bewaren van de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
  • Als u eten in de hete olie doet, kan het spatten. WAARSCHUWING! Risico op brand en explosie
  • Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd vlammen of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vet en olie als u hiermee kookt.
  • De dampen die hete olie afgeeft kunnen spontane ontbranding veroorzaken.
  • Gebruikte olie die voedselresten bevat kan brand veroorzaken bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
  • Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING! Risico op schade aan het apparaat.
  • Zet geen heet kookgerei op het bedieningspaneel.
  • Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
  • Laat kookgerei niet droogkoken.
  • Laat geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat vallen. Het oppervlak kan beschadigen.
  • Activeer de kookzones niet met lege pannen of zonder pannen erop.
  • Geen aluminiumfolie op het apparaat leggen.
  • Pannen van gietijzer, aluminium of met beschadigde bodems kunnen krassen veroorzaken in het glas / glaskeramiek. Til deze voorwerpen altijd op als u ze moet verplaatsen op het kookoppervlak.
  • Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken. Het mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals het verwarmen van een kamer.

2.4 Onderhoud en reiniging

  • Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
  • Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
  • Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
  • Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
  • Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
  • Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking.

  • Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat.
  • Haal de stekker uit het stopcontact.
  • Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg. 6 NEDERLANDS3. INSTALLATIE WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat. Serienummer ...........................

3.2 Ingebouwde kookplaten

Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.

  • De kookplaat wordt geleverd met een aansluitkabel en een veiligheidsstekker. Hij mag uitsluitend worden gebruikt met een veiligheidsstopcontact van 16 A.
  • Voor het vervangen van een beschadigde voedingskabel, gebruik je het kabeltype: H05V2V2-F dat een temperatuur van 90°C of hoger weerstaat. De enkele draad moet een diameter hebben van minimaal 1,5 mm². Neem contact op met onze serviceafdeling. Het aansluitsnoer mag alleen worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien.

Als u de kookplaat onder een kap monteert, moet u de montage-instructies van de dampkap raadplegen om de minimale afstand tussen de apparaten te weten te komen. min. 50mm min. 500mm Als het apparaat boven een lade geïnstalleerd is, dan kan tijdens het koken de ventilatie van de kookplaat de items die in de lade geplaatst zijn verwarmen.

NEDERLANDS 74. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT

4.1 Indeling kookplaat

Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt. Tip‐ toets Functie Opmerking

AAN/UIT De kookplaat in- en uitschakelen. Vergrendeling / Kinderbeveili‐gingsinrichtingHet bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen. - Om de kookzone te selecteren. - Kookstanddisplay De kookstand weergeven.

- Het instellen van de kookstand.

4.3 Kookstanddisplays

Scherm Beschrijving De kookzone is uitgeschakeld. De kookzone wordt gebruikt.PowerBoost werkt. 8 NEDERLANDSScherm Beschrijving + cijfer Er is een storing. Er is nog een kookzone heet (restwarmte). Vergrendeling / Kinderbeveiligingsinrichting werkt. Het kookgerei is niet geschikt of te klein, of er is geen kookgerei op de kookzone ge‐ plaatst. Automatische uitschakeling werkt.

4.4 Restwarmte-indicator

WAARSCHUWING! Er bestaat verbrandingsgevaar door restwarmte. De aanduidingen tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die u momenteel gebruikt. De aanduidingen kunnen ook aangaan voor de nabijgelegen kookzones, zelfs als u deze niet gebruikt. De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte direct in de bodem van de pan. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van de pannen.

5. DAGELIJKS GEBRUIK

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

5.1 In- of uitschakelen

Raak 1 seconde aan om de kookplaat in– of uit te schakelen.

5.2 Automatische uitschakeling

De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:

  • alle kookzones zijn uitgeschakeld,
  • u de kookstand niet instelt nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld,
  • u iets hebt gemorst of iets langer dan 10 seconden op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
  • De kookplaat te heet wordt (bijvoorbeeld als een steelpan droog kookt). De kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken.
  • u ongeschikte pannen gebruikt. Het symbool gaat branden en na 2 minuten schakelt de kookzone automatisch uit.
  • u een kookzone niet uitschakelt of de kookstand verandert. Na een tijdje gaat aan en schakelt de kookplaat uit. De verhouding tussen kookstand en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt: Warmte-instelling De kookplaat wordt uitgeschakeld na , 1 - 2 6 uur

Raak om de kookzone te selecteren het sensorveld aan dat bij de zone hoort. Het display toont de kookstand ( ). NEDERLANDS 95.4 De kookstand Stel de kookzone in. aanraken om te verhogen. aanraken om te verlagen. Raak en tegelijkertijd aan om de kookzone uit te schakelen.

Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand. Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'. Om de functie voor een kookzone te activeren: stel eerst de kookzone in en daarna de maximale kookstand. Raak aan tot gaat branden. Voor het uitschakelen van de functie raakt u aan.

U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd. Stel eerst de kookstand in. De functie inschakelen: raak aan. gaat gedurende 4 seconden aan. De functie uitschakelen: Raak aan. De vorige kookstand gaat aan. Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.

5.7 Kinderbeveiligingsinrichting

Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt. Om de functie te activeren: activeer de kookplaat met . Stel geen warmteinstelling in. Raak 4 seconden aan. gaat aan. Schakel de kookplaat uit met . Om de functie te deactiveren: activeer de kookplaat met . Stel geen warmteinstelling in. Raak 4 seconden aan. gaat aan. Schakel de kookplaat uit met . Om de functie voor slechts één kooksessie te onderdrukken: activeer de kookplaat met . gaat aan. Raak 4 seconden aan. Stel de kookstand in binnen 10 seconden. U kunt de kookplaat bedienen. Als u de kookplaat uitschakelt met , treedt de functie weer in werking.

5.8 Stroommanagement

Als er meerdere zones actief zijn en het verbruikte vermogen de beperking van de stroomtoevoer overschrijdt, verdeelt deze functie het beschikbare vermogen tussen alle kookzones. De kookplaat regelt de warmte- instellingen om de zekeringen van de huisinstallatie te beschermen.

  • Als de kookplaat de limiet van maximaal vermogen bereikt (zie het typeplaatje), wordt het vermogen van de kookzones automatisch verlaagd.
  • De warmte-instelling van de gekozen kookzone heeft altijd prioriteit. Het resterende vermogen wordt verdeeld tussen de eerder geactiveerde kookzones in omgekeerde volgorde van selectie.
  • De warmte-instelling van de verlaagde zones verandert tussen de eerst geselecteerde warmte-instelling en de verlaagde kookstand.
  • Wacht totdat het display stopt met knipperen of verlaag de kookstand van de laatst geselecteerde kookzone. De kookzones blijven werken met de verlaagde kookstand. Wijzig indien nodig de warmte-instellingen van de kookzones handmatig.

10 NEDERLANDS6. AANWIJZINGEN EN TIPS

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel. Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.

  • De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
  • Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet.
  • Schuif of wrijf de pan niet over het keramische glas, om krassen te voorkomen. Panmaterialen
  • goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
  • niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein. Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
  • water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
  • een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt. Afmetingen van pannen
  • Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.
  • De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
  • Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet dicht bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren. Raadpleeg de technische gegevens.

6.2 Lawaai tijdens gebruik

  • kraakgeluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich- constructie).
  • fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich- constructie).
  • zoemend geluid: als u hoge kookstanden gebruikt.
  • klikken: er treedt elektrische schakeling op.
  • sissend, brommend: de ventilator werkt. Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken.

kooktoepassingen De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt. De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn. NEDERLANDS 11Warmte-instel‐ ling Gebruik om: Tijd (min) Tips

Bereide gerechten warmhouden. zoals no‐ dig Een deksel op het kookgerei doen.

5 - 25 Van tijd tot tijd mengen.

2 - 3 Zachtjes aan de kook brengen van rijst

en gerechten op melkbasis, reeds be‐ reide gerechten opwarmen.

25 - 50 Voeg minimaal twee keer zo veel

vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door.

3 - 4 Stomen van groenten, vis en vlees. 20 - 45 Voeg een paar eetlepels vocht toe.

4 - 5 Aardappelen stomen. 20 - 60 Gebruik max. ¼ l water voor 750 g

4 - 5 Bereiden van grotere hoeveelheden

voedsel, stoofschotels en soepen.

bleu van kalfsvlees, koteletten, risso‐ les, worstjes, lever, roux, eieren, pan‐ nenkoeken, donuts. zoals no‐ dig Halverwege de bereidingstijd omdraai‐ en.

7 - 8 Door-en-door gebraden, opgebakken

aardappelen, lendenbiefstukken, steaks.

5 - 15 Halverwege de bereidingstijd omdraai‐

en. 9 Aan de kook brengen van water, pasta koken, aanbraden van vlees (goulash, stoofvlees), frituren van friet. Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water. PowerBoost is geactiveerd.

7. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

7.1 Algemene informatie

  • Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon.
  • Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
  • Krassen of donkere vlekken op de oppervlakte hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
  • Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
  • Gebruik een speciale schraper voor de glazen plaat.

7.2 De kookplaat schoonmaken

  • Verwijder direct: gesmolten kunststof, plastic folie, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
  • Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek. 12 NEDERLANDS• Verkleuring glanzende metalen verwijderen: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.

8. PROBLEEMOPLOSSING

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

8.1 Wat moet je doen als ...

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Je kunt de kookplaat niet inscha‐ kelen of bedienen. De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïn‐ stalleerd. Controleer of de kookplaat goed aan‐ gesloten is op het lichtnet. De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zeke‐ ringen keer op keer doorslaan, neem je contact op met een erkende installa‐ teur. Stel gedurende 10 seconden geen kookstand in. Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 10 seconden in. Je hebt 2 of meer sensorvelden te‐ gelijkertijd aangeraakt. Raak slechts één sensorveld aan. Water of vetvlekken op het bedie‐ ningspaneel. Reinig het bedieningspaneel. Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitge‐ schakeld, klinkt er een geluids‐ signaal. Je hebt iets op een of meer sensor‐ velden geplaatst. Verwijder het voorwerp van de sensor‐ velden. De kookplaat wordt uitgescha‐ keld. Je hebt iets op het sensorveld ge‐ plaatst . Verwijder het voorwerp van het sen‐ sorveld. De restwarmte-indicator gaat niet aan. De zone is niet heet omdat deze slechts kortstondig is gebruikt, of de sensor is beschadigd. Als de zone voldoende lang gebruikt is om heet te zijn, neem je contact op met een erkende servicedienst. De kookstand schakelt tussen twee niveaus. Stroommanagement is in werking. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. De sensorvelden worden heet. De pan is te groot of je plaatst deze te dicht bij de bedieningsknoppen. Plaats grotere pannen indien mogelijk op de achterste kookzones. Er klinkt geen geluidsignaal wan‐ neer je de tiptoetsen van het be‐ dieningspaneel aanraakt. De signalen zijn uit. Schakel de geluiden in. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. gaat aan. Kinderbeveiligingsinrichting of Ver‐ grendeling werkt. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. gaat aan. Er staat geen pan op de zone. Plaats een pan op de zone. NEDERLANDS 13Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De pan dekt het kruis/vierkant niet af. Dek het kruis/vierkant volledig af. De pan is niet geschikt. Gebruik geschikte pannen. Zie 'Aan‐ wijzingen en tips'. De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de zone. Gebruik pannen met de juiste afmetin‐ gen. Raadpleeg de technische gege‐ vens. en een getal gaan branden. Er is een fout opgetreden in de kookplaat. Schakel de kookplaat uit en schakel deze na 30 seconden weer in. Wan‐ neer weer verschijnt, trek je de stekker van de kookplaat uit het stop‐ contact. Steek de stekker van de kook‐ plaat er na 30 seconden weer in. Als het probleem zich blijft voordoen, neem je contact op met een erkende servicedienst. Je kunt een constant piepgeluid horen. De elektrische aansluiting is ver‐ keerd. Trek de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Laat de installatie controleren door een erkende elektri‐ cien.

8.2 Als u het probleem niet kunt

oplossen... Als u niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met uw verkoper of de serviceafdeling. Zie voor deze gegevens het typeplaatje. Geef ook de driecijferige code voor het glaskeramiek (bevindt zich op de hoek van het glazen oppervlak) en de foutmelding die wordt weergegeven. Verzeker u ervan dat u de kookplaat correct gebruikt heeft. Bij onjuist gebruik van het apparaat wordt het bezoek van de onderhoudstechnicus van de klantenservice of de vakhandelaar in rekening gebracht, zelfs tijdens de garantieperiode. De instructies over het service center en de garantiebepalingen vindt u in het garantieboekje.

Model ZILN646X PNC-productnummer 949 595 750 00 Type 62 B4A 00 AA 220-240 V 50-60 Hz Inductie 3.65 kW Gemaakt in Duitsland Serienr. ................ 3.65 kW ZANUSSI 14 NEDERLANDS9.2 Specificatie kookzones Kookzone Nominaal ver‐ mogen (max warmte-instel‐ ling) [W] PowerBoost [W] PowerBoost maximale duur [min] Diameter kookge‐ rei [mm] Linksvoor 2300 3200 10 125 - 210 Linksachter 1800 2800 8 145 - 180 Rechtsvoor 1400 2500 4 125 - 145 Rechtsachter 1800 2800 8 145 - 180 Het vermogen van de kookzones kan binnen een bepaalde kleine marge verschillen van de gegevens in de tabel. Dit kan veranderen afhankelijk van het materiaal en de afmetingen van het kookgerei. Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter die niet groter is dan vermeld in de tabel.

Modelnummer ZILN646X Type kookplaat Inbouwkookplaat Aantal kookzones 4 Verwarmingstechnologie Inductie Diameter van ronde kookzones (Ø) Linksvoor Linksachter Rechtsvoor Rechtsachter 21,0 cm 18,0 cm 14,5 cm 18,0 cm Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) Linksvoor Linksachter Rechtsvoor Rechtsachter 189,1 Wh/kg 174,6 Wh/kg 180,2 Wh/kg 178,3 Wh/kg Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) 180,6 Wh/kg

  • Voor Europese Unie volgens EU 66/2014. Voor Belarus volgens STB 2477-2017, Annex A. Voor Oekraïne vol‐ gens 742/2019. EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties

10.2 Energiebesparing

U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.

  • Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft.
  • Doe indien mogelijk altijd een deksel op de pan.
  • Zet uw kookgerei op de kookzone voordat u deze activeert.
  • Zet kleiner kookgerei op kleinere kookzones. NEDERLANDS 15• Plaats het kookgerei precies in het midden van de kookzone.
  • Gebruik de restwarmte om het eten warm te houden of te smelten.

11. MILIEUBESCHERMING

Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente. 16 NEDERLANDSVISITEZ NOTRE SITE WEB POUR : Obtenir des conseils d’utilisation, des brochures, un dépanneur, des informations surle service et les réparations :www.zanussi.com/supportSous réserve de modifications.