BORETTI CFBG901IXBE - Fornuis

CFBG901IXBE - Fornuis BORETTI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CFBG901IXBE BORETTI in PDF-formaat.

📄 240 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BORETTI CFBG901IXBE - page 3
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BORETTI

Model : CFBG901IXBE

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CFBG901IXBE - BORETTI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CFBG901IXBE van het merk BORETTI.

GEBRUIKSAANWIJZING CFBG901IXBE BORETTI

NL | MONTAGEVOORSCHRIFTEN EN GEBRUIKSAANWIJZING

BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE CORRECTE VERWERKING VAN HET PRODUCT IN OVEREENSTEMMING MET DE EUROPESE RICHTLIJN 2012/19/EC.Aan het einde van zijn nuttig leven mag het product niet samen met het gewone huishoudelijke afval worden verwerkt. Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht, of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht.VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING CE

  • Dit fornuis is ontworpen om uitsluitend dienst te doen als kooktoestel. Ieder ander gebruik (bijv. als kachel) is oneigenlijk en dientengevolge gevaarlijk.
  • Dit fornuis is ontworpen, gebouwd en op de markt gebracht in overeenstemming met: - De veiligheidsvoorschriften van “Gas” Richtlijn 2009/142/EG (tot 20/04/2018) OF Verordening (EU) 2016/426 (begindatum 21/04/2018); - De veiligheidsvoorschriften van “Laagspanning” Richtlijn 2014/35/EU; - De voorschriften van “EMC” Richtlijn 2014/30/EU; - De voorschriften van Richtlijn 93/68/EEG; - De voorschriften van Richtlijn 2011/65/EU.4

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN AANBEVELINGEN

BELANGRIJK: Dit toestel is enkel ontworpen en geproduceerd voor het koken van huishoudelijk voedsel en is niet geschikt voor enige niet-huishoudelijke toepassing. Om die reden mag het niet gebruikt worden in een commerciële omgeving. De garantie van het toestel vervalt wanneer het toestel wordt gebruikt in een niet-huishoudelijke omgeving, d.w.z. in een semi-commerciële, commerciële of gemeenschappelijke omgeving. Lees aandachtig de instructies vooraleer u het toestel installeert en gebruikt.

  • Dit apparaat is ontworpen en geproduceerd in overeenstemming met de geldende normen voor huishoudelijke keukenapparatuur, inclusief de standaarden voor oppervlaktetemperatuur. Mensen met een gevoelige huid kunnen een hoge temperatuur waarnemen, ondanks dat de maximale temperatuur binnen de norm valt. De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van het correct gebruik hiervan. Wij raden daarom aan om extra goed op te letten tijdens het gebruik van het apparaat, vooral in het bijzijn van kinderen.
  • Haal het toestel uit de verpakking. Controleer of het beschadigd is en of de ovendeur goed sluit. Gebruik het toestel bij twijfel niet en neem contact op met de producent of met een vakkundig opgeleid technicus.
  • Houd onderdelen van de verpakking (bijv. plastic zakken, polystyreenschuim, nagels, bandjes, enz.) buiten het bereik van kinderen, aangezien deze ernstige verwondingen kunnen veroorzaken.
  • Op de stalen en aluminium onderdelen van sommige toestellen is een beschermende laag aangebracht. Verwijder deze laag vooraleer u het toestel gebruikt.
  • BELANGRIJK: Het is aangeraden geschikte beschermingskleding en -handschoenen te gebruiken voor het hanteren of reinigen van dit toestel.5
  • Probeer niet om de technische eigenschappen van dit toestel te wijzigen, aangezien dat gevaar bij het gebruik kan veroorzaken. De producent is niet aansprakelijk voor ongemak door niet-naleving van deze instructie.
  • OPGELET: Dit toestel mag enkel geplaatst worden in een continu verluchte kamer volgens de desbetreffende bepalingen.
  • Gebruik het toestel niet met een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem
  • Koppel het toestel los van de elektriciteit vooraleer u het reinigt of onderhoudt.
  • WAARSCHUWING: Vermijd elektrische schokken door het toestel uit te schakelen vooraleer u de ovenlamp vervangt.
  • Gebruik geen stoomreiniger. Het vocht kan in het toestel terechtkomen en dat onveilig maken.
  • Raak het toestel niet aan met natte of bedampte handen (of voeten).
  • Gebruik het toestel niet blootsvoets.
  • Wanneer u het toestel niet meer gebruikt (of het wenst te vervangen door een ander model), is het aangeraden om het – voor u het weg doet – op een geschikte manier buiten werking te stellen, in overeenstemming met de gezondheids- en milieubepalingen, en er vooral voor te zorgen dat alle mogelijk gevaarlijke onderdelen onschadelijk worden gemaakt, vooral met het oog op kinderen die met ongebruikte toestellen zouden kunnen spelen.
  • De verschillende componenten van het toestel zijn recyclebaar. Verwijder deze als afval conform de geldende bepalingen in uw land. Verwijder de elektriciteitskabel wanneer het toestel wordt afgedankt.
  • Zorg ervoor dat de knoppen na gebruik in de uit-positie staan.
  • Houd kinderen onder de 8 jaar uit de buurt van het toestel, tenzij ze continu onder toezicht staan.
  • Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, sensorische of geestelijke vaardigheden of met een beperkte ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan, na gepaste instructies over het veilige gebruik van dit toestel en indien zij de mogelijke risico’s begrijpen. Laat kinderen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen het toestel niet reinigen en onderhouden zonder toezicht.6
  • De producent is niet aansprakelijk voor letsels van personen of schade aan eigendom door incorrect of ongepast gebruik van het toestel.
  • WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik worden het toestel en de bereikbare onderdelen heet; ook na gebruik blijven deze nog enige tijd heet. – Wees voorzichtig en raak geen verwarmingselementen aan (zowel aan de kookplaat als in de oven). – De deur is heet, gebruik de handgreep. – Houd jonge kinderen uit de buurt om brandwonden te vermijden.
  • Zorg ervoor dat de elektriciteitskabels van andere toestellen in de buurt van het fornuis niet in contact kunnen komen met de kookplaten en niet tussen de ovendeur geklemd kunnen raken.
  • WAARSCHUWING: Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT brand te doven met water, maar schakel het toestel uit en dek het vuur af, bijv. met een deksel of een vuurdeken.
  • WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op het kookoppervlak.
  • WAARSCHUWING: Wanneer dit product correct geplaatst is, voldoet het aan alle veiligheidseisen voor deze productcategorie. Wees echter extra voorzichtig bij de achter- of onderkant van het toestel, aangezien deze zones niet ontworpen en bedoeld zijn om aan te raken en scherpe of ruwe kanten kunnen hebben, die letsels kunnen veroorzaken.
  • EERSTE GEBRUIK VAN DE OVEN – volg deze instructies: – Richt de binnenkant van de oven in zoals beschreven in het hoofdstuk ‘REINIGING EN ONDERHOUD’. – Zet de lege oven op de maximumstand om vet van de verwarmingselementen te verwijderen. – Koppel het toestel los van de elektriciteit, laat de oven afkoelen en reinig de binnenkant met een doek, water en een neutraal reinigingsmiddel; droog daarna goed af.7
  • OPGELET: Gebruik geen ruwe schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen, aangezien deze krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken waardoor het glas kan barsten.
  • Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druipplaat niet op de bodem van de oven.
  • BRANDGEVAAR! Bewaar geen ontvlambaar materiaal in de oven of in de opslagruimte.
  • Gebruik altijd ovenwanten om schotels en bakplaten uit de hete oven te halen.
  • Hang geen handdoeken, theedoeken of andere voorwerpen aan het toestel of aan de handgreep – dat kan brandgevaar opleveren.
  • Reinig de oven regelmatig en zorg ervoor dat er zich geen vet of olie verzamelt op de bodem van de oven of van de druipplaat. Verwijder gemorste resten meteen.
  • Sta niet op het fornuis of op de geopende ovendeur.
  • Ga even achteruit wanneer u de ovendeur opent, zodat stoom en hete lucht kunnen ontsnappen vooraleer u het voedsel eruit haalt.
  • VEILIG OMGAAN MET VOEDSEL: Laat het voedsel voor en na het koken zo kort mogelijk in de oven. Op die manier vermijdt u verontreiniging door organismen, die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Let hier vooral voor op bij warm weer.
  • WAARSCHUWING: Til het fornuis NIET op met de handgreep.
  • WAARSCHUWING: Houd altijd toezicht op het kookproces. Ook tijdens korte bereidingen dient continue toezicht te worden gehouden.
  • Het apparaat mag niet achter een front worden geïnstalleerd om oververhitting te voorkomen.
  • De ovenaccessoires (zoals bijvoorbeeld ovenrekken) dienen correct te worden geïnstalleerd zoals aangegeven op pagina
  • Indien het aansluitsnoer beschadigd is, mag dit uitsluitend worden vervangen door een geautoriseerde monteur om risico’s te voorkomen.8

ENERGIE-ETIKETTERING/ECOLOGISCH ONTWERP

  • Gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 van de commissie (houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad).
  • Verordening (EU) Nr. 66/2014 van de commissie (tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad). Verwijzing naar de meet- en berekeningsmethoden die gebruikt zijn om de overeenstemming met bovenstaande eisen vast te stellen:
  • Controleer dat de deur van de oven steeds goed sluit en dat de pakking van de deur schoon is en goed werkt. Open de deur van de oven tijdens gebruik alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is. Zo voorkomt u warmteverlies (voor sommige functies kan het nodig zijn de oven te gebruiken met de deur half gesloten, raadpleeg de gebruiksinstructies van de oven).
  • Zet de oven 5-10 minuten voor het einde van de theoretische bereidingstijd uit, om de opgeslagen hitte te recupereren.
  • We raden aan dat u geschikte ovenschotels gebruikt en de oventemperatuur indien nodig aanpast tijdens de bereiding. KOOKPLATEN GASBRANDERS
  • Het is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermogen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blijft steeds dezelfde tegenover het volume en de oppervlakte van de braadpan.
  • Zorg dat u geen brander aan laat staan zonder dat er iets op staat (zonder kookpot).9 Deze tekening is slechts indicatief Kookplaatbe- scherming Handgreep/ handgrepen deur OPGELET – HEEL BELANGRIJK ! BRAND/OVERVERHITTINGSGEVAAR:
  • Geen servetten, lappen of andere voorwerpen op de kookplaatbescherming of de handgreep/handgrepen van de ovendeur aanbrengen terwijl het apparaat werkt of warm is. OM SCHADE AAN HET APPARAAT TE VOORKOMEN:
  • Het beschermende blad of de handgreep/handgrepen van de ovendeur niet gebruiken om het fornuis op te heffen/te verplaatsen.
  • Veiligheidsventielen: is wordt de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft. WAARSCHUWING: Als de vlammen van de brander per ongeluk uit gaan, moet u de bedieningsknop dichtdraaien en tenminste een minuut wachten voordat u opnieuw probeert het apparaat aan te steken. WAARSCHUWING: Het gebruik van een kookapparaat op gas veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het is geïnstalleerd. Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte door de natuurlijke ventilatieopeningen open te houden of door een afzuigkap met afvoerbuis te installeren. WAARSCHUWING: Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie nodig zijn, bijvo- orbeeld door een raam te openen, of een doelmatigere ventilatie, door het mechanische afzuigvermogen te verhogen, als dat er is. ALGEMENE KARAKTERISTIEKEN:

1. Snelkookplaat (A) 1,00 kW

1. Bedieningsknop brander rechts voor

5. Bedieningsknop brander links voor

9. Temperatuurcontrolelampje van de multifunctionele oven

Afb. 2.1 opmerking: Dit toestel beschikt over een veilige koeling dankzij de ventilatiemotor, waardoor een optimale efciëntie van het controlepaneel wordt bereikt, de oppervlaktetemperatuur lager blijft en de interne componenten worden afgekoeld. De ventilatiemotor voor koeling wordt automatisch ingeschakeld wanneer de oven of de grillbrander worden aangezet. Deze kan (enkele minuten) blijven werken, ook nadat de oven of grillbrander werden uitgeschakeld. Deze periode hangt af van de baktemperatuur en -duur.12 KOOKTAFEL BEDIENINGSVOOR-SCHRIFT

GAS BRANDERS (Snelkookplaat , Halfsnelle en Snelle) De gastoevoer naar de brander wordt bediend door een knop (afb. 3.1) die inwerkt op de kraan met veiligheidsafsluiting. Door de knop zo te draaien dat zijn aanwijzer wijst op de symbolen die om de knop heen op het paneel staan krijgt u de volgende standen. Gebruik de hoogste stand om vloeistof snel aan de kook te brengen en de laagste stand voor het voorzichtig opwarmen van voedsel en om vloeistof aan de kook te houden. Om de gasstroom tot een minimum te beperken, draait u de knop tegen de klok in om de indicator naar de stand te laten wijzen. Andere tussentijdse bedieningsinstellingen kunnen worden bereikt door de indicator te positioneren tussen de maximale en minimale openingsposities, en nooit tussen de maximum opening en posities. Knop positie Functie SNELKOOKPLAAT,

HALFSNELLE EN SNELLE

branders gesloten kraan vol debiet vertraagd debiet13

ONSTEKING VAN DE BRANDERS

MET VEILIGHEIDSVENTIEL (Snelkookplaat , Halfsnelle en Snelle branders) Om de branders aan te steken:

1. Om een brander te ontsteken moet u de

bijbehorende bedieningsknop indrukken en naar de hoogste stand (grote vlam ) draaien; houd de bedieningsknop ingedrukt totdat de brander aan is (afb. 3.2). De vonken geproduceerd door de aansteker gelegen binnen de aanverwante brander zullen de vlam ontsteken. In het geval dat de lokale gasvoorzieningsomstandigheden het moeilijk maken om de brander aan te steken in positie, probeer het dan opnieuw met de knop in positie. Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er een vlam bij te houden.

2. Wacht ongeveer tien seconden na de

ontsteking van de brander, alvorens de knop weer los te laten (de tijd om het veiligheidsventiel te bewapenen).

3. Regel de gaskraan op de gewenste

stand. Mocht de vlam van de brander om welke reden ook doven, dan zal de veiligheidsklep de gastoevoer automatisch afbreken. Om de werking weer te hervatten moet u de knop in de stand draaien en de brander opnieuw ontsteken volgens bovenstaande instructies. Afb. 3.1 Afb. 3.2 Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van het komfoor. Controleer na het koken altijd of u de bedieningsknop naar de gesloten stand heeft teruggedraaid. Wanneer u het komfoor niet gebruikt is het verstandig om de kraan op de gastoevoer dicht te draaien. Voorzichtig! Bedek de kookplaat niet met aluminiumfolie.14 Knop positie Functie COMBIBRANDER gesloten kraan Maximuminstelling van binnenkroon (allen binnenste vlammen op maximum) Minimuminstelling van binnenkroon (alleen binnenste vlammen op minimum) Maximuminstelling van de binnen- + buitenkroon (binnenste en buitenste vlammen gelijktijdig op maximum) Minimuminstelling van de binnen- + buitenkroon (binnenste en buitenste vlammen gelijktijdig op minimum) GAS BRANDERS (Combi) De Combibrander is een zeer veelzijdige brander waarmee u verschillende regelingsmogelijkheden heeft en optimaal kunt koken. Hij is samengesteld uit een binnen- en een buitenkroon; de vlammen van de binnenkroon kunnen. De Combibrander kan gebruikt worden:

  • draai de knop met de klok mee - als een kleine brander (alleen de binnenste kroon produceert vlammen) die afgestemd kunnen worden van de maximum ( ) tot de minimum ( ) positie. Andere tussentijdse bedieningsinstellingen kunnen worden bereikt door de indicator te positioneren tussen de maximale en minimale openingsposities, en nooit tussen maximale opening en positie.
  • draai de knop tegen de klok in - als een ultra-krachtige brander (alle vlammen gelijktijdig geproduceerd door zowel de binnen-en buitenkroon) die afgesteld kan worden van de maximum ( ) tot de minimum ( ) positie. Andere tussentijdse bedieningsinstellingen kunnen worden bereikt door de indicator te positioneren tussen de maximale en minimale openingsposities, en nooit tussen maximale opening en positie. De gastoevoer naar de brander wordt bediend door een knop (Afgebeeld afb. 3.1) die inwerkt op de kraan met veiligheidsafsluiting.15 Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van het komfoor. Controleer na het koken altijd of u de bedieningsknop naar de gesloten stand heeft teruggedraaid. Wanneer u het komfoor niet gebruikt is het verstandig om de kraan op de gastoevoer dicht te draaien. Afb. 3.3 Afb. 3.4a

1. Knop indrukken en met de klok

meedraaien of tegen de klok in tot aan de gewenste positie (maximum instelling van binnenste kroon of positie (maximum instelling van binnen- en buitenkroon), indrukken en de knop vasthouden totdat de vlam ontstoken is (afb. 3.4a of 3.4b). De vonken geproduceerd door de aansteker gelegen binnen de aanverwante brander zullen de vlam ontsteken. In het geval dat de lokale gasvoorzieningsomstandigheden het moeilijk maken om de brander aan te steken in of positie, probeer het dan opnieuw met de knop

of positie. Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er een vlam bij te houden

2. Wacht ongeveer tien seconden na de

ontsteking van de brander, alvorens de knop weer los te laten (de tijd om het veiligheidsventiel te bewapenen).

3. Regel de gaskraan op de gewenste

stand. Mocht de vlam van de brander om welke reden ook doven, dan zal de veiligheidsklep de gastoevoer automatisch afbreken. Om de werking weer te hervatten moet u de knop in de stand draaien en de brander opnieuw ontsteken volgens bovenstaande instructies. Afb. 3.4b16

De positie van de branders staat aangeduid op het bedieningsbord. Het symbool met verschillende kleur of grasme duidt de brander aan die bediend wordt door de kraan die zich er net onder bevindt. De brander dient gekozen te worden in funktie van de diameter en de inhoud van de gebruikte kookpan. Ter inlichting: de branders en kookpannen moeten volgens de hiernavolgende aanduidingen gebruikt te worden: Afb. 3.5 DIAMETER OVER PANNEN DIE GEBRUIKT MOGEN WORDEN OP DE BRANDERS

BRANDERS MINIMUM MAXIMUM

Snelkookplaat 12 cm 14 cm Halfsnelle brander 16 cm 24 cm Snelle brander 24 cm 26 cm Combi (met ALLEEN de binnenkroon in werking) 12 cm 14 cm Combi (met binnen- en buitenkroon in werking) 26 cm 28 cm Maximum diameter voor woks: 36 cm Gebruik geen pannen met een holle of bolle bodem Het is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermogen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blijft steeds dezelfde tegenover het volume en de oppervlakte van de braadpan.17 SPECIAAL ONDERSTEL VOOR DE “WOK” (Afb. 3.6a - 3.6b) Plaats een pan met een platte bodem rechtstreeks op de pannendrager. Wanneer u een WOK pan gebruikt, moet u de meegeleverde standaard op de brander plaatsen om een slechte werking van de Combibrander (afb. 3.6a - 3.6b). Afb. 3.6a FOUT Afb. 3.6b GOED18 Opgelet : Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houdt de jonge kinderen op afstand. ALGEMENE KENMERKEN Zoals zijn naam het zegt, gaat het hier om een oven die specifieke funktionele kenmerken bezit Het is inderdaad mogelijk 8 verschillende funkties te gebruiken om aan elke kookvereiste te voldoen. Deze 8 funkties, met thermostatische controle, worden verwezenlijkt door 4 verwarmingselementen:

  • Ringvormige weerstand OPMERING: Voor het eerste gebruik is het raadzaam om de lege oven 30 minuten op stand te laten werken en vervolgens nogmaals 30 minuten op de maximumtemperatuur (thermostaatknop op 250°C) in de standen

en , om alle sporen van vet van de verwarmingselementen te verwijderen. Maak de oven en zijn accessoires schoon met warm water en vloeibaar afwasmiddel. WERKINGSPRINCIPE Het opwarmen en koken met de MULTIFUNKTIE oven gebeurt als volgt: a. door natuurlijke convectie De warmte wordt produceerd door de boven- en onderweerstand. b. door gedwongen convectie Een turbine zuigt de lucht in de moffel van de oven aan, stuwt deze door de witgloeiende schroefgangen van een elektrische weerstand en stuwt deze weer in de moffel. De warme lucht - alvorens weer aangezogen te worden om dezelfde cyc/us te hernemen - omhult de gerechten in de oven waardoor deze vlug en volledig gaargekookt worden. Bovendien kan men verschillende gerechten tegelijkertijd koken. c. door semi-gedwongen convectie De door de boven- en onderweerstand geproduceerde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld. d. door straling De warmte wordt door de infra- roodstralen van de grillweerstand uitgestraald. e. door straling en ventilatie De door de infra-roodgrillweerstand uitgestraalde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld. f. ventilatie Het voedsel wordt zonder verwarming door de ventilator ontdooid.

WAARSCHUWING: De deur is heet. Gebruik het handvat. Gedurende het gebruik wordt het apparaat warm. Opletten om niet de warme elementen binnen de oven te treffen.19 Afb. 4.2 Afb. 4.1 THERMOSTAAT (Afb. 4.2) De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funktie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen. De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het knoppenbord. BAKSTANDENSCHAKELAAR (Afb. 4.1) Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen. VERLICHTING Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld. TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand. De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 50° tot 250 °C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen. Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden. Vb: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue). ONDERSTE VERWARMINGSELEMENT In deze stand wordt enkel het onderste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 ° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bodem op een hoge temperatuur moet worden verhit.20 OVENSTE VERWARMINGSELEMENT In deze stand wordt enkel het bovenste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 ° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bovenkant op een hoge temperatuur moet worden verhit. GRILLEN Het infrarood-verwarmingselement is ingeschakeld. De warmte verspreidt zich via straling. Gebruik het apparaat met gesloten ovendeur en met de thermostaatknop tussen 50 en 225 °C. In de -stand zal de rotisseriemotor worden ingeschakeld. Voor correct gebruik, lees “GEBRUIK VAN DE GRILL” en “GEBRUIK VAN DE ROTISSERIE”. Opmerking: Het wordt aangeraden om niet langer dan 30 minuten achter elkaar te grillen. Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven. Aangeraden Gebruik: De grill is te gebruiken voor gerechten die dienen te worden gebraden, opgewarmd, gegratineerd, geroosterd, etc.

KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL

Werking van de infra-roodgrillweerstand en de turbine. De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator verdeelt de warmte over de ganse oven. De temperatuur moet d.m.v. de thermostaatknop worden geregeld op een stand tussen 50° en 225° (voor maximaal 30 minuten). De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten. Attentie: Voor gebruik moet de deut-van de oven gesloten zijn. Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven. Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk “ROOSTEREN EN GRATINEREN” . Aangeraden Gebruik: Voor het roosteren van gerechten waarvan de buitenkant gebruind moet worden om het vleessap binnenin te behouden. Vb: kalfsbiefstuk, entre-côte, hamburger, enz.21

KOKEN MET GEDWONGEN CONVECTIE

Werking van de onder- en bovenweerstand en van de turbine. De boven-en onderwarmte wordt in de oven verdeeld door semi gedwongen convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 ° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Voor grote hoeveelheden en grotere volumes die gelijkmatig moeten gebakken of gebraden worden. Vb.: roulades, kalkoen, lamsbout, taart, enz.

KOKEN MET WARME LUCHT

Werking van de ringvormige weerstand en van de turbine. De warmte wordt door gedwongen convectie verspreid en de temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 °C d.m.v. de thermostaatknop. De oven moet niet voorverwarmd worden. Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die een goedgebakken korstje moeten hebben en binnen zacht of roze dienen te zijn. Vb.: lasagne, lamsvlees, rosbif, gehele vissen, enz.

ONTVRIEZEN VAN INGEVRO REN VOEDINGSMIDDELEN

Enkel werking van de ovenventilator. Te gebruiken met de thermostaatknop op stand “

  • ” daar elke andere stand geen enkele uitwerking heeft. Het ontvriezen gebeurt door de ventilatie, zonder verwarming. Aangeraden Gebruik: Om snel de ingevroren gerechten te ontvriezen. Ongeveer één uur per kilo. De duur variëert in funktie van de kwaliteit en het soort te ontvriezen voedingsmiddelen.22 KOOKWENKEN STERILISEREN Het steriliseren van levensmiddelen in bokalen gebeurt als volgt (volle bokalen, hermetisch gesloten): a. de schakelaar op stand plaatsen; b. de thermostaatknop op stand 185 °C plaatsen en de oven voorverwarmen; c. de druipplaat met warm water vullen; d. de bokalen op de druipplaat zetten en erop letten dat ze elkaar niet raken; de deksels bevochtigen met water; de ovendeur sluiten en de thermostaatknop op stand 135 °C plaatsen. Wanneer het steriliseren begint, t.w. wanneer er luchtbellen in de bokalen gevormd wor den, de oven uitschakelen en laten afkoelen. VERBETEREN De schakelaar op stand plaatsen en de thermostaatknop op stand 150 °C. Brood wordt weer knappend vers als men het ongeveer 10 minuten in de oven plaatst nadat het lichtjes bevochtigd werd. BRADEN Om op de klassieke manier te braden (gaar gebakken) volstaat het volgende punten in acht te nemen:
  • de oventemperatuurinstellen tussen 180° en 200 ° C .
  • de hoeveelheid en de kwaliteit van het vlees. SIMULTAAN KOKEN De standen en de MULTIFUNKTIE oven laten toe verschillende heterogene bereidingen simultaan te koken. Aldus kan men tezelfdertijd verschillende gerechten koken zoals vb. vis, taart en vlees zonder dat de aroma’s en smaken zich vermengen. Dit is mogelijk omdat de dampen en vetten geoxydeerd worden door de elektrische weerstand en zich dus niet kunnen afzetten op de gerechten. De enige te nemen voorzorgen zijn:
  • de kooktemperaturen moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen met een verschil van maximum 20° tot 25 °C tussen de extreem vereiste temperaturen voor de verschillende gerechten;
  • de gerechten zullen op verschillende tijdstippen in de oven geplaast worden, rekening houdend met de verschillende kookduur. Het resultaat van deze kookwijze is een evidente energie en tijdbesparing.

ROOSTEREN EN GRATINEREN

Met de schakelaar op stand kan het roosteren zonder braadspit gbeuren, daar delucht volledig rond de gerechten verspreid wordt. De thermostaatknop op stand 225°C plaatsen en na voorverwarming van de oven de gerechten op het rooster plaatsen, de ovendeur sluiten en de oven laten verder verwarmen tot het roosteren voleindigd is. Voor het eind van de kooktijd enkele boterkrulletjes toevoegen om het mooie gravneffekt te bekomen. De grill niet langer dan 30 min. gebruiken. Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven.23

De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten. Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn. Het gerecht op het ovenroosterplaatsen dat zo hoog mogelijk in de oven wordt geschoven. Breng de ovenschaal onder de grill aan, om het vet en de sappen op te vangen. Attentie: Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn. De grill niet langer dan 30 min. gebruiken. Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven.

De oven voorverwarmen op de gewenste temperatuur. Wanneer de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft, het gerecht in de oven plaatsen en de kooktijd nakijken. De oven 5 min. voor het eind van de kooktijd uitschakelen om de in de oven opgestapelde warmte te benutten. Ter informatie geven we in volgende tabel enkele gerechten met hun bereidingstemperauren in °C. Tijd en temperatuur schommelen afhankelijk van de hoeveelheid en de grootte van de stukken. GERECHTEN TEMPERATUUR Savoiegebakjes 150°C Chocoladecake 150°C Rijst in de oven 150°C Konijnepastei 175°C Kaassoufflé 175°C Rundsvlees met uitjes 175°C Macaronikrans 175°C Vier-vierde gebak 175°C Karamelvla 175°C Gevulde tomaten 200°C Pizza 200°C Zeebrasem met uitjes 200°C Forel met amandelen 200°C Wijting in de oven 200°C Eend 200°C Aardappelen in de oven 200°C Appeltaart 200°C Soezendeeg 200°C Geroosterde paprika’s 200°C Kalfskotelet 200°C Varkenskotelet 200°C Lamskotelet 225°C Kalfsgebraad 225°C Kippegebraad 225°C Appelen in de oven 225°C Eieren in vuurvaste schoteltjes 225°C Omelet 225°C Rundsgebraad 225°C Lamsbout 225°C Lamsschouder 225°C Gegratineerde macaroni 225°C24 De elektronische programmering is een mechanisme met de volgende functies:

  • 24-uurs klok met lichtgevend display
  • Kookwekker (in te stellen tot aan 23 uur en 59 minuten)
  • Programma voor automatisch bakken in de oven.
  • Programma voor half-automatisch bakken in de oven. Beschrijving van de drukknoppen: Kookwekker Baktijd Einde baktijd Handmatige bediening en ongedaan maken van de ingeschakelde programma’s. Vooruit zetten van de cijfers van alle functies Achteruit zetten van de cijfers van alle functies en instellen van het geluidssignaal. Beschrijving van de oplichtende tekens: AUTO - knipperend - Programmering op automatische bediening maar nog niet geprogrammeerd (men kan de oven niet aan zetten). AUTO - Brandt, maar knippert niet - Programmering op automatische of halfautomatische bediening met ingeschakeld programma. Programmering op handmatige bediening of automatisch bakken in werking. Kookwekker in werking en AUTO - knipperend en met geluidssignaal - Verkeerde pro- grammering (de baktijdinstel- ling is langer dan de instelling van einde baktijd). Opmerking: Het programmeren (met één hand) gebeurt door het indrukken van de knop die overeenkomt met de gewenste functie. Nadat men deze weer heeft losgelaten dient men binnen 5 seconden de tijd in te stellen met de toetsen

edere keer dat de stroom uitvalt wordt de programmering op nul gezet. Afb. 5.2Afb. 5.1

DIGITAALKLOK (afb. 5.2) De programmeer-eenheid is voorzien van een elektronische klok met lichtgevende cijfers die de uren en de minuten aangeven. Bij de eerste aansluiting van de oven op het elektriciteitsnet of na een stroomstoring zijn er drie knipperende nullen zichtbaar op het display van de programmeer-eenheid. Om de tijd in te stellen dient U het knopje en vervolgens het knopje of ingedrukt houden totdat de klok op de juiste tijd staat (afb. 5.2). Er bestaat ook een ander systeem: druk de knopje , egelijk in en druk tegelijkertijd op de knopjes of . Opmerking: Bij het instellen van de tijd worden eventuele in werking zijnde of ingestelde programma’s op nul gezet.

Om de oven handmatig te bedienen, zonder gebruik van de programmering, moet het knipperende opschrift AUTO worden uitgezet door op de knop

drukken (het opschrift AUTO zal uitgaan, terwijl het symbool gaat branden). Let op: Als het opschrift AUTO niet knippert (hetgeen betekent dat er al een bakprogramma is ingesteld) zorgt het indrukken van de knop voor het wissen van het programma en voor het omschakelen naar de handmatige bediening. Indien de oven aanstaat dient men hem handmatig uit te zetten. ELEKTRONISCHE KOOKWEKKER De kookwekkerfunctie bestaat slechts uit een geluidssignaal dat ingesteld kan worden voor een tijdsbestek van maximaal 23 uur en 59 minuten. Om de tijd in te stellen moet U op het knopje drukken en vervolgens op het knopje of totdat het display de gewenste tijd aangeeft (afb. 5.4). Als de kookwekker is ingesteld verschijnt de tijd van de klok weer op het display en gaat het symbool branden. Het terugtellen begint onmiddellijk. Dit is op elk gewenst moment te zien op het display wanneer U het knopje indrukt. Als de ingestelde tijd verstreken is gaat het symbool uit en hoort U een repeterend geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken.

INSTELLING VAN DE TOON VAN

HET GELUIDSSIGNAAL Door op de knop te drukken hoort U na elkaar drie verschillende klanken. Het als laatste gehoorde geluidssignaal blijft ingesteld. Afb. 5.4Afb. 5.326 AUTOMATISCH BAKKEN (afb. 5.5 - 5.6) Voor het automatisch bakken in de oven moet U:

1. De baktijd instellen

2. Einde baktijd instellen

3. Temperatuur en functie van de oven

instellen. Hiervoor gaat U als volgt te werk:

1. Stel de baktijd in door op de knop te

drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of (achteruit, als men over de gewenste tijd heen is gegaan). Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden.

2. Druk op de knop ; de baktijd, reeds

opgeteld bij het tijdstip van de klok verschijnt op het display. Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop ; te drukken; indien men over het gewenste tijdstip heen gaat kan men achteruit gaan door op de knop te drukken. Na deze instelling zal het symbool doven. Indien na deze instelling het opschrift AUTO op het display knippert en men een geluidssignaal hoort, betekent dat dat er een fout is gemaakt bij het programmeren, dat wil zeggen, dat de baktijd over de tijd van de klok heen is ingesteld. in dit geval dient men het tijdstip einde baktijd of de baktijd te wijzigen op de hierboven aangegeven wijze.

3. Stel de temperatuur en de bakfunctie

in met behulp van de schakelaar en de thermostaat van de oven (zie de betreffende hoofdstukken). De oven is nu geprogrammeerd en alle zal automatisch functioneren: de oven zal op het juiste moment worden ingeschakeld en vervolgens, na het verstrijken van de baktijd op het geprogrammeerde tijdstip weer uit te gaan. Tijdens het bakken blijft het symbool branden en door op de knop te drukken kan men op het display aezen hoe lang het nog duurt tot het einde van de baktijd. Het bakprogramma kan op ieder gewenst ogenblik worden uitgeschakeld door op de knop te drukken. Na het verstrijken van de ingestelde baktijd wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Het symbool gaat uit, het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat kan worden afgeze t door op een willekeurige knop te drukken. Zet de schakelaar en de thermostaat van de oven op de nulstand, en zet vervolgens de programmeer-eenheid op de “handmatige” bediening door op de knop te drukken. Let op: Als de stroom uitvalt springt de klok op nul en worden alle ingestelde programma’s gewist. De stroomuitval wordt gesignaleerd door het de knipperende cijfers op het display. Afb. 5.6Afb. 5.527 HALFAUTOMATISCH BAKKEN Met deze instelling gaat de oven automatisch uit na de gewenste baktijd. Er zijn twee manieren om half-automatisch te bakken: 1e MANIER: Programmering van de baktijd (afb. 5.7) – Stel de baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of de knop (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan). Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden. 2e MANIER: Programmering van einde baktijd (afb. 5.8) – Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of de knop (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan). Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden. Wanneer men één van deze programmeringen heeft uitgevoerd dient men de temperatuur en de bakfunctie van de oven in te stellen met behulp van de schakelaar en de thermostaat (zie de betreffende hoofdstukken). De oven zal onmiddellijk worden ingeschakeld en na het verstrijken van de ingestelde tijd of bij het bereiken van het als einde baktijd ingestelde tijdstip zal hij automatisch weer worden uitgeschakeld. Tijdens het bakken blijft het symbool branden en door op de knop e drukken kan men van het display aezen hoe lang het nog duurt voordat de baktijd afgelopen is. Het bakprogramma kan op ieder gewenst moment ongedaan worden gemaakt door op de knop te drukken. Als de baktijd verstreken is wordt de oven uitgeschakeld en dooft het symbool het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken. Zet de schakelaar en de thermostaat op de nulstand en zet de programmering op de handmatige bediening door op de knop te drukken. Afb. 5.8Afb. 5.728

BELANGRIJK – OVEN WERKT NIET

Als de oven niet werkt, is het mogelijk dat deze per ongeluk op “AUTOMATIC” staat, of dat het apparaat tijdelijk geen stroom heeft gehad. Indien de timer “AUTO” aangeeft, of de tijd aan het knipperen is, kan de Oven mogelijk niet worden aangezet of reageert deze vertraagd. Voordat u vraagt om assistentie van een monteur verzoeken wij u om de instellingen van de timer, te vinden in deze gebruiksaanwijzing, grondig door te lezen. Zorg dat de timer op “MANUAL” staat. Deze stand is te herkennen aan het -symbool dat in de timer verschijnt, te zien in de afbeelding hieronder. NB. Het resetten van de timer valt niet onder de garantie; een servicebeurt van onze monteur zal kosten met zich mee brengen.29 ONDERHOUD

  • Ga nooit over tot onderhoud of reiniging van het toestel zonder dat u het vooraf van het stroomnet heeft afgekoppeld.
  • Sluit het komfoor af van het elektriciteitsnet en wacht totdat het is afgekoeld voordat u begint met het schoonmaken.
  • Wanneer het toestel niet gebruikt wordt is het raadzaam de gastoevoerkraan te sluiten.
  • Het smeren van de kranen mag enkel uitgevoerd worden door een vakman.
  • Wanneer een kraan stram wordt, deze niet forceren.
  • Laat geen alkalische of zure stoffen (zoals citroensap of azijn).
  • Gebruik geen schoonmaakprodukten op basis van chlorine of azijn.
  • Belangrijk: Voor het hanteren/ gebruik van dit apparaat wordt het gebruik van beschermende kleding/ handschoenen aanbevolen. LET OP Bij een correcte installatie, voldoet uw product aan alle veiligheidsmaatregelen die voor dit type van productcategorie voorgeschreven zijn. Niettemin moet u speciale aandacht besteden aan de achter- of onderzijde van het apparaat aangezien deze zones niet ontworpen zijn met de bedoeling ze aan te raken. Bovendien bevatten ze scherpe of ruwe randen waar u zich zou kunnen aan verwonden. EMAIL De geëmailleerde delen mogen enkel schoongemaakt worden met een spons en zeep of andere nietschurende middelen. Bij voorkeur met een zachte doek

Alkalische of zure vlekken (citroensap, azijn, enz...) moeten onmiddellijk verwijderd worden. Ook het gebruik van chloor- of zuurhoudende producten dient vermeden te worden.

Reinig deze onderdelen en oppervlakken met een hiervoor geschikt reinigingsmidel. Droog ze daarna zeer zorgvuldig af. BELANGRIJK: deze onderdelen dienen altijd zeer zorgvuldig gereinigd te worden om beschadigingen te voorkomen. U wordt geadviseerd een zachte doek en een neutraal reinigingsmiddel te gebruiken. LET OP: Gebruik nooit schurende of bijtende reinigingsmiddelen aangezien deze het oppervlak onherstelbaar beschadigen. Belangrijk: De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af voor mogelijke schade veroorzaakt door het schoonmaken van het apparaat met ongeschikte producten. Let op Het apparaat kan zeer heet worden, vooral rondom de kookzones. Daarom is het belangrijk dat kinderen niet alleen in de keuken worden gelaten wanneer het apparaat in werking is. Geen machine met stoomstralen gebruiken want het vocht zou in het apparaat kunnen binnendringen en het gebruik ervan gevaarlijk maken. Gebruik geen harde schurende poetsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om het glas te poetsen aangezien zij het oppervlak kunnen krassen, dit kan leiden tot het breken van het glas.30

ROESTVRIJE STAAL Schoonmaken met een speciaal - in de handel verkrijgbaar - middel. Afdrogen met een zachte doek, liefst met een zeem. Opmerking: Bij een ononderbroken gebruik kan de voortdurend hoge temperatuur verkleuringen om de branders veroorzaken.

OPPERVLAKTE Reinig deze onderdelen en oppervlakken met een hiervoor geschikt reinigingsmiddel. Droog ze daarna zeer zorgvuldig af. BELANGRIJK: deze onderdelen dienen altijd zeer zorgvuldig gereinigd te worden om beschadigingen te voorkomen. U wordt geadviseerd een zachte doek en een neutraal reinigingsmiddel te gebruiken

LET OP: Gebruik nooit schurende of bijtende reinigingsmiddelen aangezien deze het beschermende oppervlak onherstelbaar beschadigen.31 GASKRANEN Wend u tot de Servicedienst als de gaskranen niet goed werken. OVENRUIMTE Maak de ovenruimte na iedere kookbeurt schoon. Voor de schoonmaak de rekken aan de zijkanten van de oventuimte uitnemen en deze terugmonteren als u klaar bent. Wanneer de oven nog lauw is, de binnenwanden afwassen met een doek die in heet water met zeep of een ander geschikt product gedrenkt is. De bodem van de oven, de zijdelingse rekken, de druipschaal en het rooster zijn uit te nemen en in de gootsteen te wassen. Opgelet: de vervaardiger of dit product accepteert geen verantwoordelijkheid voor schade toegebracht door chemische of harde schoonmaakmiddelen. Laat de oven eerst afkoelen en raak geen warme elementen aan in de oven.

BRANDERS EN ROOSTERS

Deze kunnen van het komfoor afgenomen worden en in een sopje gewassen worden. Na het schoonmaken moet u de branders goed afdrogen en zorgvuldig op hun plaats terugzetten. Het is zeer belangrijk dat u controleert of u de vlamverdeler goed teruggezet heeft, omdat een verkeerd geplaatste vlamverdeler zware storing kan veroorzaken. Zorg ervoor dat de elektrode “S” (afb. 6.1 - 6.3) steeds goed schoon is zodat de vonken probleemloos weg kunnen springen. Zorg ervoor dat de sonde “T” (afb. 6.1 - 6.3) in de buurt van elke brander goed schoon blijft, zodat de veiligheidskleppen probleemloos kunnen werken. Zowel de sonde als de ontsteker moeten heel voorzichtig schoon worden gemaakt. Opmerking: De elektrische ontsteking kan defect raken als deze wordt gebruikt wanneer de branders zijn verwijderd.

Het is zeer belangrijk dat u de vlamverdeler “F” en de kap “C” van de branders goed op hun plaats teruggezet (afb. 6.1 - 6.2). Zorg ervoor dat ze waterpas liggen en niet ronddraaien. De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerd geplaatst zijn.

CORRECTE POSITIE VAN DE

COMBI BRANDERS De brander moet geplaatst worden zoals in afb. 6.5 is aangegeven. De ribben van de brander moeten in de uitsparingen steken zoals is aangeduid et de pijlen (afb. 6.3). Als de brander goed geplaatst is kan hij niet draaien (afb. 6.4). Zet de kap “A” en de ring “B” op hun plaats (afb. 6.4 - 6.5).32

  • Monteer de zijrekken en bevestig deze met 2 schroeven aan de ovenwanden (afb. 6.7).
  • Schuif de druipbak en het rooster in het frame zoals afgebeeld in afb. 6.6. De plaat moet zo geplaatst worden dat de veiligheidsgroef, waardoor de plaat er niet uitglijdt, naar de binnenkant van de oven gericht is; de geleiderail bevindt zich aan de achterkant.
  • Het demonteren geschiedt in omgekeerde volgorde. Afb. 6.7 Afb. 6.6 Geleiderail Stopgroef34 DRAGERS TELESCOPISCHE VERSCHUIFBARE LEGGERS (afb. 6.8) De dragers van ons telescopisch systeem met verschuifbare leggers maken het veiliger en eenvoudiger om de roosters in en uit de oven te halen. De drager blokkeert indien deze niet verder kan worden uitgetrokken. Belangrijk! Volg bij het plaatsen van de dragers de volgende stappen:
  • Zorg dat de linker- en rechterschuifrail bevestigd worden aan de bevestigingsdraden (afb. 6.9).
  • Bevestig de linker- en rechterschuifrail aan de bevestigingsdraden (afb. 6.10). U hoort een klik op het moment dat de rail correct aan het draad is bevestigd.
  • Plaats het ovenrooster op de leggers (afb. 6.11 en 6.8).
  • U kunt het rooster nu, via de sleuven in de wanden van de oven, in en uit de oven schuiven. Let er hierbij op dat: – het ovenrooster uit de oven kan worden geschoven; – de bovenste sleuf niet gebruikt wordt; – de korte zijde van de steun zich aan de achterzijde van de oven bevindt; – de veiligheidsreling zich aan de achterzijde van de oven bevindt. Stappen om de linker- en rechterschuifrail los te koppelen van de bevestigingsdraden:
  • Zoek de veiligheidssloten. Dit zijn de uitsteeksels die zich om de draad hebben gevoegd (pijl 1 in afb. 6.13).
  • Trek het veiligheidsslot weg van de draad om de schuifrail los te koppelen (pijl 2 in afb. 6.13) Het schoonmaken van de schuifraildragers:
  • Reinig de dragers met een vochtige doek en enkel met mild reinigingsmiddel.
  • Was de dragers niet in de vaatwasser, dompel ze niet onder in zeepwater en gebruik geen ovenreiniger. Linkerschuifrail Bevestigingsdraden Veiligheidsreiling Rechterschuifrail Lange zijde Korte zijde Draagsteun

Afb. 6.8 Afb. 6.9 Afb. 6.11 Afb. 6.10 Afb. 6.13Afb. 6.1235

VERVANGEN VAN HET OVENLAMPJE

LET OP: Wees zeker dat het apparaat uitgeschakeld is alvorens de ovenlamp te vervangen om elektrische schokken te vermijden.

  • laat indien nodig de oven en verwarmingselementen afkoelen.
  • Trek de stekker uit het stopcontact.
  • Verwijder het verlichtingskapje “A” (afb. 6.14).
  • Vervang de halogeenlamp “B” door een lamp die bestand is tegen hoge temperaturen (300°C) en die over de volgende specicaties beschikt: 220-240 V, 50/60Hz, en over hetzelfde vermogen als de vervangen lamp (controleer het vermogen in watt dat op de lamp is aangebracht). BELANGRIJK: vervang de lamp nooit met uw blote handen; vuil van uw handen kan de levensduur van de lamp verkorten. Gebruik altijd een schone doek of draag handschoenen.
  • Herplaats het verlichtingskapje “A”. OPMERKING: De vervanging van de lamp valt buiten de garantie. Afb. 6.14 B B

WRONG CORRECT GOED FOUT36 SCHOTELWARMHOUDRUIMTE De schotelwarmhoudruimte is toegankelijk door het opklapbare paneel te openen (afb. 6.15). Afb. 6.15 Zet geen ontvlambare materialen in de accessoirevak, want die zouden vlam kunnen vatten tijdens de werking van het apparaat.37 VERWIJDEREN EN VERVANGING VAN DE RUITEN IN DE BINNENDEUREN VOOR REINIGING Indien u wenst de binnenruiten van de deur te reinigingen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen en instructies nauwkeurig opvolgen. Indien de glazen ruit en de deur incorrect vervangen worden, kan dit leiden tot schade aan het apparaat en gevolgens uw garantie beeindigen. BELANGRIJK!

  • Let op, de ovendeur is zwaar. Bij twijfel, tracht niet de ovendeur te verwijderen.
  • Wees zeker dat de ovenmoffel en alle onderdelen afgekoeld zijn. Probeer nooit de onderdelen van een warme oven aan te raken.
  • Besteed extra aandacht wanneer u de glazen ruit hanteert. Vermijd enige aanraking van de glaswanden tegen het oppervlak. Dit kan leiden tot glasbreuk.
  • OPGEPAST: Gebruik geen bijtende reinigingsproducten of harde metalen krabbers om de glazen ovendeur te reinigen. Dit kan het glas beschadigen en leiden tot glasbreuk.
  • Indien u enige vorm van schade opmerkt aan de glazen ruiten ( zoals scherven of barsten), gebruik de oven niet. Neem contact op met uw Servicedienst.
  • Let erop dat u de glazen ruit correct vervangt. Gebruik de oven niet zonder dat de glazen ruit correct geinstalleerd is.
  • Wanneer u met moeite de glazen ruit kan vervangen of verwijderen, forceer niet. Neem contact op met uw Servicedienst voor hulp. AANDACHT: Onderhoudsbijstand of algemeen gebruik van de oven door een vertegenwoordiger van de servicedienst vallen niet onder uw garantie.38

VERWIJDEREN VAN DE OVENDEUR

U verwijdert de ovendeur zonder moeite als volgte:

  • Houd de deur vast zoals aangeduid in afb. 6.19.
  • Sluit de deur zachtjes (afb. 6.18) totdat de hefbomen “A” van de linkse en rechtse scharnieren vasthangen aan deel “B” van de deur (afb. 6.17).
  • Trek de scharnierhaakjes weg van hun plaats volgens pijl “C” (afb. 6.20).
  • Laat de deur op een zachte ondergrond rusten.

Afb. 6.20 Afb. 6.19 Afb. 6.18 Afb. 6.17 Afb. 6.16 BELANGRIJK Hou steeds een veilige afstand van de scharnieren van de ovendeur, vooral uw handen. Als de scharnieren niet in correcte positie zitten, dan zouden deze kunnen loskomen en zou de deur plots en onverwacht kunnen sluiten met het risico op blessures.39

VERWIJDEREN VAN DE GLAZEN BINNENRUIT

  • nr 1: binnenzijde Om beide zijdes te kunnen reinigen, moet u de binnenruit als volgt verwijderen:

VERWIJDER DE GLAZEN BINNENBORGVEER

1. Verwijder de ovendeur en leg het op een zachte ondergrond BELANGRIJK: De deur

moet horizonaal neergelegd worden zoals aangeduid in afb. 6.21.

2. Druk op beide aanslagen om de glazen borgveer los te clippen.

3. Verwijder de glazen borgveer.

VERWIJDER DE GLAZEN BINNENRUIT

Til de binnenruit zachtjes op om ze alsvolgens te verwijderen, zoals aangeduid in afbeelding

Wanneer u de glazen binnenruit terugplaatst, moet u ervoor zorgen dat:

  • de ruit correct is teruggeplaatst, zoals aangeduid. De ruit moet in de positie liggen zoals hieronder wordt beschreven opdat ze in de deur past en alsvolgens het apparaat veilig en correct kan functioneren.
  • U er extra op let dat de randen van het glas geen enkel ander voorwerp of oppervlakte raken.
  • U de ruit zonder forceren terugplaatst. Indien u moeilijkheden ondervindt tijdens het terugplaatsen van de ruit, verwijder de ruit en herneem het proces van het begin. Indien dit nog steeds niet helpt, neemt u best contact op met de Servicedienst.
  • U de ruit juist vasthoudt. U zou de formulering op de ruit in de juiste richting moeten kunnen lezen .
  • De email “A” goed zit. Indien dit niet zo is, moet u de email juist tegen de toprand van de binnenruit leggen (in het midden).

1. Breng de binnenruit aan het hoogste paar gleuven en geef het een zachte duw (pijl 1

2. Breng het voorzichtig op zijn plaats (pijl 2 in afb. 6.23).

1. Breng de glazen borgveer in plaats, zoals aangeduid in afb. 6.24. Het zou aan de

onderrand van de buitenruit moeten zitten. Controleer of de aanslagen “M” noch vervormd of beschadigd zijn.

2. Duw de glazen borgveer zachtjes terug op haar plaats. U zou beide aanslagen moeten

zoals aangeduid in afb. 6.26.

3. Open de ovendeur volledig.

4. Sluit de hefbomen “A” van de linkse en rechtse scharnieren, zoals aangeduid in afb

5. Sluit de ovendeur en controleer of alles juist op zijn plaats zit.

  • De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.
  • Het toestel moet overeenkomstig verordeningen van kracht in uw land en in observa- tie van de instructies van de fabrikant worden geïnstalleerd.
  • Indien het apparaat wordt aangesloten op het elektriciteitsnet via een stopcontact in de muur achter het apparaat, mag het stopcontact zich hoogstens 18 cm boven de vloer bevinden.
  • Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie.
  • U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt. Aanwijzingen voor de installateur45 Dit toestel behoort tot beschermingsklasse “2/1” tegen de oververhitting van aangrenzende oppervakken. Tussen het toestel en de muur of kast ernaast moet minstens 200 mm afstand bewaard worden (afb. 7.1). De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75 °C boven de omgevingstemperatuur. Het fornuis mag geïnstalleerd worden in een keuken, in een eetkeuken of in een eenkamerwoning met kookhoek, maar niet in een vertrek met een badkuip of douche. De afstand tussen het fornuis en een wand (muur kast) aan de zijkant die hoger is dan het fornuis, moet minstens 500 mm bedragen Het fornuis moet overeenkomstig afb. 7.1 geïnstalleerd worden. INSTALLATIE

200 mm 650 mm 500 mm 450 mm Afb. 7.146 ACHTERSCHERM Assembleer het achterscherm “C” (afb. 7.2) alvorens het fornuis te installeren.

  • Het achterscherm “C” vindt u in de verpakking achter het fornuis.
  • Verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterscherm assembleert.
  • Verwijder de twee afstandsringen “A” en de schroef “B” van de achterkant van de kookplaat.
  • Assembleer het achterscherm zoals aangegeven in afbeelding 7.2 en bevestig het door de schroef “B” en de afstandsringen “A” vast te draaien.

DE VERSTELBARE VOETEN

MONTEREN De verstelbare voeten moeten aan de onderkant van het fornuis worden gemonteerd voordat het fornuis in gebruik wordt genomen (afb. 7.3). Afb. 7.3 Afb. 7.2

A47 WAARSCHUWING Pas op: til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 7.5). WAARSCHUWING SLEEP het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 7.6). Til het fornuis zo ver op dat zijn voeten de vloer niet raken (afb. 7.4). WAARSCHUWING Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare voeten schade oplopen tijdens deze manœuvre (afb. 7.4).

Het fornuis kan waterpas geplaats worden door de uiteinden van zijn voeten IN of UIT te draaien (afb. 7.7). Afb. 7.7

Afb. 7.6 Afb. 7.5 Afb. 7.448 BEVESTIGINGSSTEUN Waarschuwing: Om te vermijden dat het apparaat toevallig kantelt, moet het ondersteund worden door een steun aan de achterzijde van het apparaat te plaatsen en het veilig aan de muur te bevestigen. Om de bevestigingssteun te plaatsen:

1. Bepaal de plaats van het fornuis. Duid op de muur de plaats aan waar de twee schroeven

van de bevestigingssteun moeten komen. Volg de instructies in afbeelding 7.8.

2. Boor twee gaten met een diameter van 8 mm in de wand en steek er de bijgeleverde

plastieken pluggen in. Belangrijk! Controleer of er geen leidingen of elektriciteitsdraden beschadigd kunnen worden door de gaten te boren.

3. Plaats de bevestigingssteun losjes met de twee bijgeleverde schroeven.

4. Zet het fornuis tegen de muur en pas de hoogte van de bevestigingssteun aan, zodat

deze in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis past (zie afb. 7.8).

5. Draai de schroeven van de bevestigingssteun vast.

6. Duw het fornuis tegen de muur zodat de bevestigingssteun zich volledig in de gleuven

aan de achterzijde van het fornuis bevindt. Opgelet! Let goed op wanneer u het fornuis op zijn plaats schuift om te voorkomen dat de voedingskabel in de steunbeugel wordt vastgeklemd. Let extra goed op de gasslang. Afb. 7.849

EISEN VOOR DE VENTILATIE

De installateur dient de plaatselijk geldende regelgeving m.b.t. de ventilatie van het vertrek en de afvoer van verbrandingsproducten in acht te nemen. Tijdens een intensief en langdurig gebruik kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen of door de afzuiginstallatie - indien aanwezig - op een hogere vermogensstand te regelen. INSTALLATIERUIMTE De ruimte waarin het gastoestel wordt geplaatst, moet over een natuurlijke luchtstroom beschikken zodat het gas kan branden (in overeenstemming met de geldige plaatselijke regelgeving). De luchtstroom moet afkomstig zijn van een of meer openingen in de buitenmuren met een vrije ruimte van ten minste 100 cm

(of verwijzen naar de geldige lokale regelgeving). De openingen moeten dicht bij de bodem zijn, bij voorkeur aan de kant tegenover de uitlaat voor verbrandingsproducten, en moeten zo gemaakt zijn dat ze noch van binnen, noch van buiten kunnen geblokkeerd worden. Wanneer het niet mogelijk is om zulke openingen te maken, mag de nodige lucht ook afkomstig zijn uit een aanpalende ruimte die voldoende verlucht is, indien dat geen slaapkamer of gevarenzone is (in overeenstemming met de geldige plaatselijke regelgeving). In dat geval moet de keukendeur zorgen voor een luchtstroom.

AFVOER VAN DE VERBRANDINGSGASSEN

Er moet een afzuigkap in directe verbinding met de buitenlucht voorzien worden zodat verbrandingsproducten van het gastoestel afgevoerd kunnen worden (afb. 7.9). Indien dat niet mogelijk is, kan gebruik gemaakt worden van een elektrische ventilator, die aan de buitenmuur of een raam bevestigd is. Deze moet een vermogen hebben zodat per uur 3-5 keer zoveel lucht als het totale volume van de keuken verplaatst wordt (afb. 7.10). De ventilator kan alleen geplaatst worden indien de ruimte voldoende luchtopeningen heeft waardoor de lucht kan binnenkomen, zoals beschreven in het hoofdstuk ‘Keuze van geschikte plaats’. Afb. 7.10Afb. 7.9 Dampkap voor afzuiging verbrandingsgassen H min 650 mm Opening voor luchttoevoer Opening voor luchttoevoer Elektrische ventilator voor afzuiging50 De wanden van de naast het fornuis opgestelde de meubels moeten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zjin. GASAANSLUITING De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften. Vóór de installatie moet men verifiëren of het plaatselijk distributienet (type van gas en druk) en de karakteristieken van het toestel compatibel zijn. De karakteristieken staan aangeduid op de plaat of op het etiket. Het fornuis is bij levering klaar voor gebruik met het type gas dat op het etiket op het toestel is vermeld. Verzeker u ervan dat de ruimte waarin het fornuis geïnstalleerd wordt goed geventileerd is, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Ook de aansluiting op de gasaanvoerbuis of gasfles moet aan de geldende voorschriften voldoen. De gasaanvoerbuis wordt aan de achterkant van het fornuis (afb. 8.1) aangesloten op de “R” of “L” gasinlaat; de aansluitbuis mag niet langs de achterkant van het apparaat lopen. De niet-gebruikte gasinlaat moet worden afgesloten met de plug (T) en afdichtingsring. GASGEDEELTE

Afb. 8.151 Gebruik een starre of buigzame aansluitbuis die aan de geldende voorschriften voldoet. Als er een klemringkoppeling gebruikt wordt, dan moet deze stevig worden aangedraaid met twee moersleutels (afb. 8.2a, 8.2b). Verzeker u van het volgende:

  • dat de buigbare buis (slang) niet in aanraking kan komen met delen van het fornuis waar de oppervlaktetemperatuur 70°C boven de omgevingstemperatuur kan stijgen;
  • dat de slang niet langer is dan 75 cm en dat hij niet in aanraking kan komen met scherpe randen of hoeken;
  • dat de slang niet gespannen, gewrongen, geknikt of te sterk gebogen is;
  • dat de aansluiting met een onbuigzame metalen buis geen trekkracht op de gasinlaat van het apparaat uitoefent.
  • vervang de afdichtingsring bij de minste geringste vervorming of onvolmaaktheid.
  • dat de buis zonder moeite over zijn hele lengte geïnspecteerd kan worden; de buis moet na ten hoogste drie jaar vervangen worden.
  • dat de kraan van de gastoevoerleiding of gasfles dicht gedraaid is wanneer het apparaat niet in gebruik is. Afb. 8.2a Afb. 8.2b52 BELANGRIJK: De afdichtingsring “B” (afb. 8.3) zorgt dat er geen gas uit de gasaansluiting lekt. Vervang de afdichtingsring bij de minste geringste vervorming of onvolmaaktheid. Gebruik voor het aanschroeven van de onderdelen twee sleutels (zie afbeelding 8.2a). Controleer, na voltooiing van de aansluiting, met behulp van een zeepoplossing, en nooit met een vlam, of de verbindingen gasdicht zijn. De aansluitset (zie afbeelding 8.3) bestaat uit:

- Gasinlaat (R of L) B - Afdichtingsring C - Verloopstuk A) GASSOORTEN

Cat: II 2EK3B/P Het gas dat kan worden gebruikt kan in twee families worden onderverdeeld:

1/2” GAS kegel Dit toestel is afgesteld voor de toestelcategorie K (I

) en is geschikt voor het gebruik van G en G+ distributiegassen volgens de specicaties zoals die zijn weergegeven in de NTA 8837:2012 Annex D met een Wobbe-index van 43,46 – 45,3 MJ/m

(droog, 0 °C, bovenwaarde) of 41,23 – 42,98 (droog, 15 °C, bovenwaarde). Dit toestel kan daarnaast worden omgebouwd en/of opnieuw worden afgeregeld voor de toestelcategorie E (I

Dit houdt derhalve in dat het toestel: “geschikt is voor G+-gas en H-gas, dan wel aantoonbaar geschikt is voor G+-gas en aantoonbaar geschikt is te maken voor H-gas” in de zin van het “Besluit van 10 mei 2016 tot wijziging van het Besluit gastoestellen….”.53 De aansluiting (afb. 8.4) bestaat uit:

  • 1 kegelvormig verloopstuk “B” (cilindrisch met binnendraad ISO 228-1, kegelvormig met buitendraad ISO 7-1)
  • 1 verloopstuk voor butaan- en propaangas “C”. Het toestel moet worden aangesloten met R

materiaal op AGB/BGV erkende gaskranen behalve fornuizen met een mono-fase aansluiting. In het algemeen gebeurt de aansluiting van het product op de gaskraan met behulp van:

  • ofwel koperbuizen met aangepaste dikte;
  • ofwel stalen buizen;

slang AGB erkend en zodanig geinstalleerd dat hij niet samengedrukt is, niet kan bewegen en geen kleinere kromming heeft dan voorgeschreven door de fabrikant. D D B C

Het fornuis is bij levering klaar voor het gebruik met het type gas dat op het etiket van het toestel vermeld staat. Het kan soms nodig zijn om van een type gas op een ander over te schakelen. U moet als volgt tewerkgaan, ongeacht voor welk type gas het toestel afgesteld is:

  • vervanging van de inspuiters
  • regeling van de kleinstand van de branders Controleer of het toestel afgesteld is op het type gas dat toegevoerd wordt (zie etiket) De gasinstallatie moet voldoen aan de lokaal geldende voorschriften. Afb. 8.4

Cat: II 2E+3+ Het toestel wordt links- of rechtsachteraan aan de gastoevoer aangesloten (afbeelding 8.1) op een zodanige manier dat de buis nooit achter het toestel loopt. Het niet gebruikte uiteinde van de aansluiting (links of rechts) moet met de dop en afdichtingstuk afgesloten worden.

  • De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd elektricien in overeenstemming met lokaal geldende voorschriften (norm NBN D 51-003).
  • De wanden naast het fornuis moeten uit hittebestendig materiaal vervaardigd zijn, of met zulk materiaal bekleed zijn.
  • Ventilatie - gasverbranding is mogelijk door zuurstof in de lucht. Het is dus nodig om deze lucht te vernieuwen en om de brandbare delen te vernieuwen. Het volume van de vernieuwde lucht moet ten minste

/u per kW. Het gas dat kan worden gebruikt, kan in 2 families worden verdeeld afhankelijk van hun eigenschappen: - Vloeibaar gas: butaangas (G30) en propaangas (G31) - Aardgas (G20/G25)54 UItzondering voor toestellen met mono-fase.

  • Deze toestellen kunnen aangesloten worden met behulp van een slang in elastomeer aan de vaste mechanische verbinding; gebruik alleen “AGB/BGV” erkende slangen.
  • Twee types van elastomeerslangen: tot 1 april 2005 waren er 2 types van flexibele buizen in elastomeer verkrijgbaar: - het oude type (asymmetrisch) bevat een vast verdeelstuk aan het toestel en een buisfitting met vlak verbindingstuk aan de gaskraan; - het nieuwe type (symmetrisch) bevat aan elke kant een buisfitting met vlak verbindingstuk; uiteindelijk zal alleen het symmetrische model beschikbaar zijn. Indien het toestel nieuw geplaatst wordt of vervangen wordt, moet men altijd het symmetrische type gebruiken. Aansluiting Oude toestellen zijn uitgerust met een kegelvormige aansluiting ISO 7-1 - de slang wordt als volgt aangebracht:

1. breng een afdichtingsproduct aan

op het net van het toestel: teflon of afdichtingsmix evenals kunstvezelstof;

2. 2breng het tussenstuk (cylindrisch

binnendraad ISO 7-1 cylindrisch buitendraad ISO 228-1) met twee sleutels op het toestel aan;

3. 3controleer of het afdichtingstuk goed

ingebracht is in het verloopstuk van de elastmeerslang (nieuw model);

4. breng de elastomeerslang aan beide

kanten met de hand aan;

5. geef nog een halve draai met de sleutel;

6. open de gaskraan en controleer met

behulp van zeepproducten dat er geen gaslekken (zeepbellen) zijn aan de aansluiting. De nieuwe toestellen zijn uitgerust met een aansluiting ISO 228-1; voor de aansluiting volg fase 3, 4, 5, en 6 zoals hierboven beschreven. Voorzorgsmaatregelen:

  • de flexibele buis moet zo worden aangebracht dat ze niet gewrongen, samengedrukt zit en niet kan bewegen;
  • de flexibele buis moet zo worden aangebracht dat ze niets aanraakt;
  • de kromming moet tenminste 10 keer de buitendiameter zijn;
  • ze mag niet in contact komen met warme wanden;
  • breng ze aan op een gemakkelijk te bereiken plaats zodat u ze over heel de lengte kan controleren;
  • ze mag niet aan de zon of ultraviolet stralen blootgesteld worden of in een verwarmde plaats staan. Regelmatige controle en vervanging Minstens eenmaal per jaar moet de slang gecontroleerd worden op elke zichtbare verslechtering; de slang moet uiterlijk op de aangegeven datum vervangen worden. BELANGRIJK: Gebruik voor het aanschroeven van de onderdelen twee sleutels (zie afb. 8.5). Controleer na voltooiing van de aansluiting met behulp van een zeepoplossing en nooit met een vlam of de verbindingen gasdicht zijn. Afb. 8.555 Cilindrisch binnendraad ISO 7-1 Breng een afdichtingsproduct aan Cilindrisch buitendraad ISO 228-1 Cilindrisch binnendraad ISO 228-1 Elastomeerslang AGB/BGV Afdichtingstuk Cilindrisch binnendraad ISO 228-1 Cilindrisch buitendraad ISO228-1 Draad ISO 7-1 Gasaansluiting Gaskraan AGB/BGV erkend Tussenstuk Vrij buisfittingVrij buisfitting Gastoestel Kegelvormig buitendraad ISO 7-1 Afdichtingstuk Cilindrisch binnendraad ISO 228-1 Afdichtingstuk Elastomeerslang AGB/BGV Afdichtingstuk Cilindrisch binnendraad ISO 228-1 Cilindrisch buitendraad ISO228-1 Draad ISO 7-1 Gasaansluiting Gaskraan AGB/BGV erkend Vrij buisfittingVrij buisfitting Gastoestel Cilindrisch buitendraad ISO 228-1 Nieuwe elastomeerslang AGB/BGV - twee aansluitingsmogelijkheden Gastoestel Cilindrisch buitendraad ISO 228-1 Breng afdichtingsproduct aan Kegelvormig buitendraad ISO 7-1 Cilindrisch binnendraad ISO 7-1 Cilindrisch buitendraad ISO 228-1 Cilindrisch binnendraad ISO 228-1 Afdichtingstuk Oppervlak kegelvormig Oppervlak kegelvormig Metalen slang AGB/BGV Cilindrisch buitendraad ISO 7-1 Draad ISO 7-1 Gaskraan AGB/BGV erkend Vrij buisfitting Breng afdichtingsproduct aan Synthetische afdekking Gasaansluiting Streng in roestvrij staal Slang in inox Afdichting: contact metaal - metaal Bolvormig oppervlak Cilindrisch binnendraad ISO 228-1 Kegelvormig buitendraad ISO 7-1 Metalen R

slang AGB/BGV erkend Gastoestel Afb. 8.6 Afb. 8.756 Onderhoud van de gasbranders

VERVANGING SPROEIERS VAN DE

BRANDERS Elk komfoor wordt geleverd met een serie sproeiers voor de verschillende gassoorten. De nieuwe sproeiers moeten gekozen worden op grond van de “Tabel van de sproeiers”. De diameter van de sproeiers, uitgedrukt in honderdste millimeters, is aangegeven op de buitenkant. Als er geen spuitstukken zijn meegeleverd, dan zijn deze te verkrijgen bij de Servicecentra.

Ga als volgt te werk om de sproeiers te vervangen:

  • Verwijder de panroosters en de kapjes van de branders, trek de bedieningsknoppen en de eventueel aanwezige ontstekingsknop los en verwijder ook deze.
  • Vervang m.b.v. een pijpsleutel de sproeiers “J” (afb. 8.8, 8.9) door nieuwe die geschikt zijn voor het type gas dat gebruikt wordt. De branders zijn zodanig ontworpen dat er geen afstelling van de primaire lucht nodig is.

Afb. 8.8 Snelkookplaat, Halfsnelle en Snelle branders

Injector for inner crown Combibrander Afb. 8.9 Injector voor binnenkroon Injectors voor buitenkroon57

Een correcte vlam bij kleinstand moet ongeveer 4 mm zijn. Een bruusk overgaan van volstand naar kleinstand mag nooit het doven van de vlam tot gevolg hebben. Snelkookplaat, Halfsnelle en Snelle branders: De vlam wordt als volgt geregeld:

  • De brander aansteken.
  • De kraan op kleinstand plaatsen.
  • Met behulp van een kleine schroevendraaier de vijs (F1) in de kraanstift draaien tot een correcte regeling uitgevoerd (afb. 8.10). Binnenkroon van COMBIbrander:
  • Steek de DUAL-brander aan.
  • Stel de gasklep in op de “minimum toevoer”
  • Met behulp van een kleine schroevendraaier de vijs (F3) in de kraanstift draaien tot een correcte regeling uitgevoerd (afb. 8.11). Buitenkronen van de COMBIbrander:
  • Steek de DUAL-brander aan.
  • Stel de gasklep in op de “minimum toevoer”
  • Met behulp van een kleine schroevendraaier de vijs (F2) in de kraanstift draaien tot een correcte regeling uitgevoerd (afb. 8.11). Voor G30/G31 gas dient de vijs volledig ingeschroefd te worden.58 GASKRANEN Alleen gespecialiseerde vakmensen mogen de periodieke smering van de gaskranen uitvoeren. BELANGRIJK Voor alle operaties m.b.t. de installatie, het onderhoud en de omschakeling van het toestel, moet men

originele stukken van de constructeur gebruiken. De constructeur kan niet aansprakelijk gesteld worden indien deze verplichting niet in acht wordt genomen. BENODIGDE LUCHTTOEVOER VOOR DE VERBRANDING VAN GAS = (2 m

/h x kW) BRANDERS Benodigde luchttoevoer [m

(nr.1 centraal) buiten kroon 4,00(**) 1,90 (**)

(nr.1 centraal) buiten kroon 4,00(**) 1,90 (**) 65 (nr. 2 buiten)

Trek altijd de stekker uit alvorens werken uit te voeren aan het elektrische gedeelte van het toestel. BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften. Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt.

  • De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
  • het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;
  • het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten;
  • de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
  • het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn. N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken. Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman. Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van de elektrische voorziening in uw woning groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt. BELANGRIJK: dit kooktoestel moet worden aangesloten op een geschikte tweepolige schakelaar die in de buurt van het toestel is gemonteerd. WAARSCHUWING! Het is verplicht het apparaat te aarden. De aarding van het toestel is verplicht. De fabrikant wijst alle verantwoor- delijkheid af wanneer schade veroorzaakt wordt door het niet in acht nemen van deze voorwaarde.60

AANSLUITING VAN DE ELEKTRISCHE VOEDINGSKABEL

LET OP: Indien de voedingskabel beschadigd is, mag deze uitsluitend vervangen worden door een vertegenwoordigde operator van de Servicedienst om eventuele risico’s te vermijden.

  • Open het toegangsplaatje door de twee schroeven “A” los te draaien (afb. 9.1).
  • Ontbloot het klemmenbord door schroef “F” los te draaien. Draai de schroeven los.
  • Steek de voedingskabel met aangepast lidje (zoals beschreven in eht voglende hoofdstuk) in het klemmenbord.
  • Verbind de fase- en aardingsdraden met het klemmenbord volgens het diagram in afb. 9.3.
  • Trek aan de voedingskabel en blokkeer het met de klemschroef.
  • Sluit het toegangsplaatje (controleer of de twee schroeven goed zijn vastgedraaid). BELANGRIJK: Om de voedingskabel aan te sluiten, kan u de schroeven van het toegangsplaatje achter het klemmenbord NIET LOSDRAAIEN. BELANGRIJK: De aardingsgeleider moet ongeveer 3 cm langer zijn dan de andere kabels.

Aansluiting door middel van een stekker in een stopkontakt. 220-240 V ac

5. geef nog een halve draai met de sleutel;

1. Hold the door rmly (g. 6.25).