CDS250XPLAN - Vaatwassers CANDY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CDS250XPLAN CANDY in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Vaatwassers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CDS250XPLAN - CANDY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CDS250XPLAN van het merk CANDY.
GEBRUIKSAANWIJZING CDS250XPLAN CANDY
sans afficheur: un voyant ou plus clignotant rapidement. Prise de courant mal branchée Touche M/A non appuyée Pas de courant Porte ouverte Voir causes du N. 1 Robinet d’eau fermé Programmateur mal positionné Le tuyau d’alimentation est plié Le filtre du tuyau d’alimentation est bouché Filtre bouché Tuyau de vidange plié La rallonge du tuyau de vidange n’est pas la bonne La vidange murale n’a pas d’évent à air Tuyau en position trop basse Quantité excessive de lessive Une pièce de vaisselle empêche la rotation La plaque filtrante et le filtre sont bouchés par des impuretés Arrivée d'eau fermée83 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Bij het gebruik van ongeacht welk elektrischhuishoudelijk apparaat moet een aantalelementaire veiligheidsvoorschriften inacht worden genomen. Installatie ■ Controleer of de op het apparaataangegeven waarden voor netspanningen frequentie overeenkomen met denetspanning en frequentie in uw huis.■ Controleer of het apparaat niet opelektriciteitskabels staat.■ Het is niet aan te bevelen gebruik temaken van verlengsnoeren, adapters ofstekkerdozen.■ Indien het nodig is het aansluitsnoer tevervangen, wordt geadviseerd te bellenmet de Servicedienst. Veiligheid ■ Raak de afwasautomaat niet aanwanneer u natte of vochtige handen ofvoeten heeft.■ Gebruik het apparaat niet wanneer ublootvoets bent.■ Als u de stekker uit het stopcontact wilthalen, trekt u dan wel aan de stekkerzelf. Nooit aan de kabel trekken! Probeernooit de stekker eruit te trekken door demachine te verplaatsen.■ Stel het apparaat niet bloot aanweerssituaties als regen of hevig zonlicht.■ Laat kinderen (of andere personen dieniet in staat zijn de machine te bedienen)de machine niet gebruiken zonder toezicht.■ De machine en de afwas aan heteind van het programma behoren nietdoordrenkt te zijn van water.■ Laat de machine niet onnodig openstaan om evt. gevaren (struikelen) tevoorkomen.■ Leunen of zitten op de open deur van devaatwasser is niet aan te raden, de deurkan afbreken.WAARSCHUWING!Messsen en andere voorwerpen metscherpe punten dienen met het scherpedeel naar beneden of horizontaal teworden geplaatst. Dagelijks gebruik ■ Dit apparaat is enkel geschikt in eenhuishoudelijke (niet proffessionele)omgeving.■ De afwasautomaat is ingesteld opgebruikelijke huishoudelijke chemicaliën.Voorwerpen die in aanraking zijn gekomenmet petroleum, verf of alkalische zurenmogen niet in de afwasmachinegewassen worden.■ Als uw woning is uitgerust met eenwaterontharder of de waterhardheid islaag, dan is het niet nodig wateronthardertoe te voegen.■ Bestek wordt het schoonst wanneer hetwordt geplaatst in het bestekrekje methet handvat naar beneden.■ Indien het nodig is de aanvoerslang tevervangen, dient u contact op te nemenmet de service afdeling. In geval vanstoring of niet goed functioneren: machineuitschakelen en waterkraan afsluiten.Doet u zelf verder niets maar neem contactop met onze service dienst! Raadpleegbij storingen altijd de service dienst.Alleen dan bent u verzekerd van denodige deskundigheid en het gebruikvan originele onderdelen. Wij verzoekenu vriendelijk de bovenstaande regelszorgvuldig in acht te nemen omdatanders de veiligheid bij het gebruik vande machine nadelig beinvloed zoukunnen worden. Buiten gebruiksname ■ De afwasautomaat is samengesteld uitmaterialen die gerecycled kunnenworden zodat deze bij afdanking op eenmilieuvriendelijke manier kunnenworden verwerkt.■ Kinderen buiten bereik van de machinehouden. Als u de elektrische aansluitingwilt veranderen kunt u dat alleen doorgekwalificeerde vakmensen laten verrichten.
INHOUD VeiligheidsvoorschriftenOpzet en installatieWateronthardingssysteemInstellen van het bovenrekLaden van de vaatwasserInformatie voor de testlaboratoriaHalfgeladen wassenInvoeren van wasmiddel en spoelmiddelSchoonmaak van de filtersAlgemene aanwijzingenRegelmatige schoonmaak en onderhoudHerkennen van kleine foutenWilt u de instructies in deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig doorlezen, want het bevatniet alleen aanwijzingen m.b.t. veiligheid bij installatie, gebruik en onderhoud, maar ookeen aantal belangrijke tips voor het dagelijks gebruik van de machine.Bewaar daarom dit boekje zorgvuldig. Fig. A
pag. 83 pag. 84pag. 88pag. 90pag. 91pag. 93pag. 94pag. 95pag. 97pag. 98pag. 99pag. 100Watertoevoer BELANGRIJK Het apparaat moet aangesloten worden aan de waterkraan met behulp van de watertoevoerslang. Maak gebruik van de nieuwe watertoevoerslang, gebruik niet de oude! ■ De aan-en afvoerbuizen voor het water kunt u naar keuze naar rechts of links draaien. BELANGRIJK De afwasmachine mag naar keuze worden aangesloten op eenkoude of een warme leiding, mits de temperatuur niet boven de 60°C komt. ■ De waterdruk moet liggen tussen minimaal 0,08 MPa en maximaal 0,8 MPa. Als de waterdruk onder het minimum zakt, raadpleeg dan onze technische dienst. ■ Tussen de waterleiding en de afwasmachine moet zich een kraan bevinden, zodat de toevoer kan worden afgesloten wanneer de afwasmachine niet in werking is (fig. 1 B). ■ De afwasmachine is voorzien van een "druk-vaste" waterslang "A" met een 3/4 aansluitnippel voor aansluiting op de afsluitkraan "B" (fig. 2). ■ Bevestig de toevoerslang "A" aan de waterkraan "B" en controleer of deze goed vastzit. ■ Indien nodig kan de water-toevoerslang tot 2,5 meter verlengd worden. Een extra waterafvoerslang kan bij een service centre worden besteld. ■ Wanneer zich lijmresten of zand e.d. in het water bevindt, is het raadzaam een bijpassend filter (art 9226085) van een service center te betrekken (fig. 3). Het filter "D" moet tussen de kraan "B" en de toevoerslang "A", geplaatst worden. ■ Als de afwasmachine wordt aangesloten op een nieuwe waterkraan, of eentje die al lang niet meer in gebruik is, laat dan het water een paar minuten uit de kraan stromen voordat u de toevoerslang bevestigd. Op deze manier voorkomt u ophoping van zand of roest in de filter.
INSTALLATIE (Technische beschrijving) ■ Stel na het verwijderen van de verpakking de juiste hoogte in. Voor een goede werking is het belangrijk dat de afwasmachine vlak staat opgesteld: dit doet u door de beide voorpootjes zo af te stellen dat de machine niet meer dan 2 graden naar één kant helt. ■ Indien het nodig is om de onverpakte machine met de hand te verplaatsen, grijp de deur dan niet onderaan beet, maar doe zoals aangegeven in fig.; open de deur een stukje en til de afwasmachine op aan het bovenblad. BELANGRIJK Als u het apparaat op een ondergrond met een hoogpolig tapijt zet, controleer dan of de opening aan de onderkant vrij blijft. Zorg ervoor dat de stekker van het apparaat toegankelijk blijft na de installatie.
Elektrische aansluiting Dit apparaat voldoet aan de internationaal geldende veiligheidsrichtlijnen en is voorzien van een geaarde stekker om een goede aarding van het product te verzekeren. Vooraleer het toestel aan te sluiten op het net, is het belangrijk na te gaan :
1. of het stopcontact voldoende geaard is;
2. of het electriciteitsnet de vereiste
netspanning en frequentie heeft, die is vermeld op de identificatieplaat van uw toestel. WAARSCHUWING! Vergewis u ervan dat uw toestel voldoende geaard is. Ingeval van onvoldoende aarding zult een electrische stroom voelen wanneer u de metalen onderdelen van uw toestel aanraakt. Dit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van een radio interferentie verwijderaar. De producent kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade voortvloeiend uit een foute aarding van het toestel. Dit apparaat voldoet aan de EEC richtlijnen 89/336, 73/23 en eventuele wijzigingen.87
INGEBOUWDE KEUKEN Plaatsing tussen keukenmeubilair ■ De hoogte van 85 cm is speciaal ontworpen zodat deze afwasmachine ook in te bouwen is in een bestaande moderne keuken. Met de verstelbare pootjes kan de juiste hoogte gerealiseerd worden. ■ Het laminaat bovenblad behoeft geen enkele zorg daar deze hittebestendig, krasvast en vlekvrij is (fig. 5). ■ Ook het bovenblad kan nog iets in hoogte versteld worden om het evenredig te laten lopen met het werkblad in de keuken. ■ Dit kan gerealiseerd worden door de twee schroeven aan de achterkant los te draaien en weer vast te schroeven wanneer de gewenste hoogte bereikt is (fig. 6). Het bovenblad kan elke keer met 5 mm versteld worden tot een max. van 25 mm. Openen van de deur Steek uw hand in de opening en druk. Als de deur wordt geopend terwijl de machine in werking is zorgt een elektrische zekering ervoor dat alle functies automatisch worden onderbroken. BELANGRIJK Om een correcte werking te garanderen dient u het apparaat niet te openen als het in werking is. Sluiten van de deur Breng de mandjes op hun plaats. Zorg ervoor dat beide wassproeiers vrij kunnen draaien en er geen bestek, pannen of borden in de weg staan. Sluit de deur en blokkeer hem door hem aan te drukken.
Aansluiting op de afvoerleiding ■ De afvoerslang moet worden aangesloten op de ingebouwde, permanente afvoerbuis. Controleer bij deze bevestiging of er geen knik in de afvoerslang zit (fig. 4). ■ De afvoerbuis mag niet hoger dan 40 cm vanaf het vloerniveau zijn en moet een minimale doorsnede van 4 cm hebben. ■ Om onaangename geuren te voorkomen is het aan te bevelen voor de afvoerslang een zwanehals te gebruiken (fig. 4X). ■ Wanneer noodzakelijk kan de afvoerslang verlengd worden tot een totale lengte van 2,5 m mits u een hoogte van 85 cm boven het vloerniveau in acht neemt. Deze afvoerslang is verkrijgbaar via de Servicedienst. ■ De afvoerslang kan in de spoel- of wasbak worden gehangen, maar mag nooit in het water hangen. Dit om te voorkomen dat tijdens de werking water terugstroomt in de machine wanneer deze aanstaat (fig. 4Y). ■ Wanneer het apparaat onder een werkblad geplaatst wordt, moet de afvoerbuisklem zo hoog mogelijk geplaatst worden onder het werkblad (fig. 4Z). ■ Controleer of er geen knikken in de toevoer- of afvoerslang zitten. Voor het verlengen van de toevoerslang kan een verlengstuk gebruikt worden.
Onder of tussenbouw (Wanneer het onder een werkblad is geplaatst) ■ Uw afwasmachine kan in elke standaard keuken worden ingebouwd. In dit geval dient u slechts het bovenblad af te nemen door de twee schroeven los te draaien zoals figuur 6 aangeeft. ■ De hoogte wordt hierdoor tot 82 cm terug gebracht. Alleen wanneer u de hoogte van uw machine maximaal wilt verkleinen dient u de twee achterste schroeven te verwijderen (fig. 7). Het aanbrengen van decorplaten (alleen sommige modellen) Enkele modellen zijn uitgerust met sierlijsten om de deur waardoor decorplaten gemakkelijk aangebracht kunnen worden. De decorplaten kunnen een dikte tot 5 mm hebben en moeten onderstaande afmetingen hebben. Breedte: 591 mm ± 1 Hoogte: 597 mm ± 1Het vullen van het zoutreservoir ■ Op de bodem van de vaatwasser bevindt zich het zoutreservoir voor de regeneratie van de wasverzachter. ■ Het is belangrijk alleen zout te gebruiken dat ervoor geschikt is te worden gebruik in een afwasautomaat. Ander zout bevat kleine hoeveelheden onoplo sbare deeltjes, die na verloop van tijd de automatische waterverzachter aantasten en verslechteren. ■ Schroef het dekseltje van het reservoir los. ■ Bij de eerste vulling het reservoir eerst met water vullen en daarna het zout erin gieten tot het reservoir vol is. Het is normaal dat tijdens het bijvullen wat water over loopt. Verwijder de zoutresten en draai het dekseltje er weer vast op. ■ Na het vullen of bijvullen van het zout is het aan te bevelen eerst een compleet wasprogramma of KOUDE SPOELING te draaien. De inhoud van de ontharder is tussen de 1,5 en 1,8 kg, om de ontharder efficiënt te laten werken, moet het apparaat van tijd tot tijd gevuld worden met neutraliserend zout, naar gelang het wateronthardingssysteem. BELANGRIJK (Alleen bij eerste ingebruikname) Wanneer het apparaat voor het eerst wordt gebruikt, dient na het vullen van het zoutreservoir het reservoir volledig met water te worden gevuld totdat deze overloopt . Wanneer uw waterhardheid 0 is, hoeft u geen neutraliserend zout te gebruiken of gebruik te maken van het onthardingssysteem. Naar gelang de mate van de hardheid van uw water, kunt u het wateronthardingssyteem op de volgende manier instellen.
1. Verwijder het onderste rek. Schroef het
dekseltje van de zoutverdeler, deze verdeler zit op de bodem van de kuip (fig. A"1");
2. Draai de positieknop naar de gewenste
stand met een schroevendraaier of met een mes. N.B. Voor modellen die zijn uitgerust met een elektronisch programma dient u de bijgesloten programmalijst te hanteren
TYPE 1 TYPE 2 WATERONTHARDINGSSYSTEEM Naar gelang de bron van de wateraansluiting, bevat het water zouten en mineralen die vlekken en beschadigingen aan kunnen brengen op de vaat. Hoe meer van deze zouten en mineralen in het water aanwezig zijn, des te harder het water is. De vaatwasser heeft een wateronthardingssysteem, wat met neutraliserend zout het water onthardt voor het in de vaatwasser komt. Het systeem kan water met hardheid tot 60°fH (Franse weergave) of 33°dH (Duitse weergave) neutraliseren door vijf verschillende posities. De hoogte van de hardheid van uw water kunt u opvragen bij het Waterschap. Gebruik van het wateronthardingssysteem In de tabel hieronder zijn de verschillende graden weergegeven die corresponderen met de positiezetting van het systeem.
- Positie 2 van het wateronthardingssy- steem, waar de machine standaard op is ingesteld, is de meest gangbare positie voor de meeste gebruikers.
Zout indicator Sommige modellen zijn uitgevoerd met een zoutindicator. Het signaal kan op twee manieren verschijnen: ■ een lichtje op het controlepaneel gaat branden als het zoutreservoir bijgevuld moet worden; ■ op de deksel van het zoutreservoir blijft een groen balletje zichtbaar (fig. 1a) als het genoeg regenereerzout bevat. Het groene balletje verdwijnt wanneer er een tekort aan regenereerzout is. Sommige modellen hebbeneen ondoorschijnend dekseltje, (fig. 1b), in deze gevallen moet de hoeveelheid neutraliserend zout periodiek bekeken worden tevens naar gelang van het wateronthardings-systeem. BELANGRIJK Witte vlekken op het servies geven aan dat het zoutreservoir aangevuld moet worden. Fig. 1
Hardheid °fH (Franse weergave) 0-9 10-30 31-40 41-50 51-60 Hardheid °dH (Duitse weergave) 0-5 6-16 17-22 23-27 28-33 Gebruik van neutraliserend zout NEE
DE BELADING Het laden van de bovenkorf ■ De bovenkorf is uitgerust met uitschuifbare rails en kan door middel van de wieltjes op twee verschillende hoogtes geplaatst worden al naar gelang de hoogte van het serviesgoed. Let op dat de wieltjes goed in de rails lopen. ■ Op de bovenkorf plaatst men klein en middelmatig serviesgoed zoals glazen, kleine bordjes, kopjes, lage kommetjes en lichte plastic voorwerpen die tegen hitte bestand zijn. ■ De bovenkorf heeft aan de linkerkant een rekje waarop lage kopjes en keukengerei geplaatst kunnen worden. Glazen, kopjes, lage kommetjes en kleine bordjes kunnen onder het rekje geplaatst worden. Glazen op een voetje kunnen veilig aan de uiteinden van het rekje geplaatst worden. ■ Soepborden en platte borden kunnen naast het rekje geplaatst worden in één rij (fig. 1) of in twee rijen naast elkaar (fig. 2). ■ Borden worden met hun bovenkant naar voren geplaatst en met de achterkant van de borden gericht naar de achterkant van de afwasautomaat. Kopjes en bakjes worden altijd met de opening naar beneden geplaatst. Grote borden moeten altijd iets schuiner geplaatst worden, zodat deze ook in de machine passen. Voor een goed wasresultaat is het van belang om enige ruimte tussen de borden te bewaren. Voor een optimale korfindeling is het aan te raden de borden op grootte te sorteren. ■ Plastic bakjes en schalen kunnen ook in de bovenste korf geplaatst worden. Het is aan te raden deze vast te zetten tussen het andere serviesgoed, zodat deze niet door hun lichte gewicht omver gesproeid worden. ■ De bovenste korf is ontworpen voor maximale flexibiliteit in gebruik en kan beladen worden met 24 borden in twee rijen of 30 glazen in vijf rijen, of een combinatie hiervan. Het laden van de onderkorf ■ Pannen, deksels, ovenschalen, salade- schalen, soepterrines, platte borden, dessertborden, soepborden, kommen en soeplepels kunnen in de onderste korf geplaatst worden. ■ Plaats het bestek in het daarvoor bestemde plastic rekje. ■ Plaats het bestekrekje ervolgens in de onderste korf (fig. 3) en controleer dat er geen uitstekende bestekdelen zijn die het draaien van de spoelarm verhinderen. BELANGRIJK De onderste korf heeft een beveiliging tegen volledig uittrekken. Om zout bij te vullen of om het filter te reinigen wordt het aanbevolen de korf in zijn geheel te verwijderen uit de machine.
Het verstellen van de bovenste korf (alleen sommige modellen) Borden met een doorsnee van 27 tot 31 cm moeten in de onderste korf geplaatst worden nadat de bovenste korf in de hoogste positie versteld is. Dit gaat als volgt (Voor de modellen): Type “A”:
1. Draai het voorste hendeltje “A” naar
2. Neem de korf eruit en plaats het in de
3. Plaats het hendeltje “A” terug in de
oorspronkelijk positie. Borden die groter zijn dan 20 cm ø kunnen niet geplaatst worden in de bovenste korf en de "wijnglashouders" kunnen niet in de hoogste positie gebruikt worden als ook de korf in de hoogste positie staat. Type “B”:
1. Schuif de bovenkorf uit;
2. Pak de bovenkorf aan de zijkanten vast
en verplaats deze naar boven (fig. 1). Borden die groter zijn dan 20 cm ø kunnen niet geplaatst worden in de bovenste korf en de "wijnglashouders" kunnen niet in de hoogste positie gebruikt worden als ook de korf in de hoogste positie staat.
1. Pak de bovenkorf aan de zijkanten vast
en til deze lichtjes op (fig. 2a);
2. Daarna voorzichtig loslaten in de goede
positie (fig. 2b). LET OP “TIL DE KORF NOOIT AAN ÉÉN ZIJKANT OP (fig. 3). Waarschuwing: Het is raadzaam de korf te verstellen voordat u deze inlaadt. Type “A” Type “B”Onderkorf (fig. 6)M = 15 soepbordenN = 15 platte bordenO = 7+7 dessert bordjesP = DienbladQ = Bestek Bovenkorf (fig. 5)A = 5 + 5 + 5 glazenB = 12 + 3 lage kommetjesC = 5 + 5 + 5 kopjes D = Kleine schaalE = Normale schaalF = Grote schaalG = DessertbordH = 1 + 1 lepelsI = SoeplepelL = Bestek Een standaard dagelijkse belading wordt weergegeven in de figuren 1, 2 en 3. Bovenkorf (fig. 1)A = SoepbordenB = Platte bordenC = Dessert bordenD = Lage kommetjesE = KopjesF =Glazen Bovenkorf (fig. 2)A = SoepbordenB = Platte bordenC = Dessert bordenD = Lage kommetjesE = KopjesF =Glazen op voetjeG =GlazH = BestekkorfOnderkorf (fig. 3)A = PanB = Grote pan C = FrituurpanD = Borden E = BestekF = OvenschalenG = Normale schaalH = Kleine schaalHet efficiënt beladen van de afwasmachine isessentieel voor een goed wasresultaat.Bestekkorf (fig. 4)De bovenzijde van de bestekkorf kan wordenverwijderd om flexibele vulling van de korf mogelijkte maken.
INFORMATIE VOOR DE TESTLABORATORIA
Algemene programma vergelijking (Ref. EN 50242 standaard)(Zie programma keuze)1. Bovenkorfpositie: laag2. Normale belading3. Glansstand: 615 Internationale couverts (Ref. EN 50242) Figuur 5 laat de juiste belading van de bovenkorf zien, figuur 6 van de onderkorf en fig. 7 bestekkorf.4. Hoeveelheid wasmiddel:- 9,5 g voor voorwas;- 28 g voor hoofdwas.1 = 15 Dessertlepels2 = 15 Vorken3 = 12 TheelepelsBestekkorf (fig. 7)Vul de bestekkorf zoals aangegeven op de foto.3 = Theelepels4 = Opdienvork1 = Lepels 2 = Messen
Halve lading bovenste korf (alleen sommige modellen) Halve lading onderste korf (alleen sommige modellen) 1/2 gemengde belading (fig. 1) A = Glazen B = Kopjes C = Soepborden D = Dessert borden E = Sauskommetjes F = Steelpan G = Braadpan H = Middelgrote kom I = Kleine kom 1/2 standaard belading (fig. 2) A = 7 glazen B = 6+1 kopjes C = Dienblad D = 7 soepborden E =7 platte borden F =7 dessert borden G =7 sauskommetjes H = Middelgrote kom I = Kleine kom Verplaats de uitneembare bestekhouder van de onderste korf naar de bovenste korf. Onderkorf (fig. 3) A = Pan B = Grote pan C = Frituurpan D = Borden E = Bestek F = Ovenschalen G = Normale schaal H = Kleine schaal Het efficiënt beladen van de afwasmachine is essentieel voor een goed wasresultaat. Onderkorf (fig. 4) M = 15 soepborden N = 15 platte borden O = 7+7 dessert bordjes P = Dienblad Q = Bestek
SPOELMIDDEL Het wasmiddelbakje vullen BELANGRIJK Het is noodzakelijk een wasmiddel te gebruiken, dat speciaal bestemd is voor afwasmachines ofwel in poedervorm, vloeibaar of in een tablet. "CALGONIT" geeft een zeer goed afwasresultaat en is overal verkrijgbaar. Niet geschikte afwasmiddelen (zoals afwasmiddel voor handafwas) bevatten niet de juiste ingrediënten voor gebruik in een afwasautomaat waardoor de afwasautomaat niet goed zal werken. Normale was Het wasmiddelbakje bevindt zich aan de binnenkant van de deur (fig. A "2"). Als het klepje van het wasmiddelbakje gesloten is druk dan op het knopje (A) om deze te openen. Aan het eind van elk programma is dit klepje altijd open en is hierdoor gereed voor een volgende keer dat de afwasmachine gebruikt wordt. WAARSCHUWING! Als u de onderste korf heeft geladen, let dan goed op dat borden of andere vaat niet voor het wasmiddelbakje zit. De hoeveelheid wasmiddel dat nodig is varieert en is afhankelijk van de vuiltegraad en het soort servies dat gewassen moet worden. Wij adviseren een gebruik van 20÷30 g per wasbeurt in het wasgedeelte van het wasmiddelbakje (B).
Na toevoeging van het afwaspoeder dient eerst het klepje te worden dicht geschoven (1) en daarna met een druk te worden vergrendeld (2) totdat een klik wordt gehoord. Omdat niet alle afwasmiddelen hetzelfde zijn kan de hoeveelheid variëren. Te weinig wasmiddel kan tot gevolg hebben dat het servies niet goed schoon wordt, maar met teveel wasmiddel krijgt u geen betere resultaten en verspilt u wasmiddel. Gebruik dus geen overdadige hoeveelheid wasmiddel en spaar hiermee het milieu. BELANGRIJK Gebruik niet onnodig veel afwaspoeder. Het is niet nodig het milieu daarmee extra te belasten. WAARSCHUWING!
AFWASMIDDELEN. Wanneer u van plan bent een gecombineerd afwasmiddel te gebruiken (bijvoorbeeld met ingebouwde zoutfunctie of glansspoelmiddel) wordt u het volgende aangeraden:
Lees de gebruiksaanwijzing uit de verpakking zorgvuldig door;
FILTERS Het filtersysteem (figuur A “4”) bestaat uit: Een centrale houder die de grotere vuildeeltjes van de vaat trapsgewijs sorteert. Een platte zeef die het spoelwater voortdurend filtert. Een micro filter onder de platte zeef dat de kleinste onzuiverheden uit het water haalt en zorgt voor een perfecte spoeling. ■ Om optimale resultaten te bereiken moeten de filters gecontroleerd worden na elke was. ■ Om de filters te verwijderen, draai het handvat tegen de klok in (fig. 1). ■ Om het schoonmaken te vergemakkelijken is de centrale houder verwijderbaar (fig. 2). ■ Verwijder de platte zeef (fig. 3) en spoel het gehele onderdeel met water, indien nodig kan hierbij een klein borsteltje gebruikt worden. ■ Het zelfreinigende microfilter hoeft maar een keer in de twee weken te worden gecontroleerd. Niettemin is het aan te raden na elke wasbeurt de centrale houder en de zeef te controleren op eventuele verstoppingen. WAARSCHUWING! Na het schoonmaken van de filters, controleer of ze correct zijn schoongemaakt en teruggeplaatst, voornamelijk de zeef, of deze op de juiste plaats zit onder in de vaatwasser. Zorg dat het filter teruggedraaid is, met de klok mee. Niet goed teruggeplaatste onderdelen kunnen een omgekeerd effect geven op de werking. BELANGRIJK Gebruik de vaatwasser nooit zonder de filters.
vol leegdonker licht Spoelglansmiddel Het glansspoelmiddel dat automatisch wordt toegevoegd tijdens de laatste spoeling voorkomt strepen op de vaat en bevordert een snellere droging ervan. Het reservoir voor glansspoelmiddel is geplaatst naast het reservoir voor het afwasmiddel (fig. A "3"). Om deze te openen dient tegelijkertijd de markering te worden ingedrukt en het klepje te worden opgelift. Het wordt aanbevolen alleen glansspoelmiddel te gebruiken dat ervoor bedoelt is om in afwasautomaten te worden gebruikt. Controleer het niveau van het reservoir door in het controleglaasje (C) te kijken dat op het dekseltje is geplaatst. Het afstellen van de naglansmiddel injector van 1 tot 6 De instelling (D) zit onder de dop en kan gedraaid worden m.b.v. een muntstuk. Wij raden stand 4 aan. De hoeveelheid aanwezige kalk in het water bepaalt de mate van kalkafzetting en drogingsgraad. Het is daarom belangrijk de hoeveelheid toe te dienen naglansmiddel te kunnen regelen om steeds optimale resultaten te verkrijgen. Mocht het vaatwerk aan het einde van het programma strepen vertonen dan moet de afstelling met één streep terug gebracht worden. In het geval waarbij kringen of witachtige vlekken te zien zijn dan de afstelling met één streep verhogen.
Sommige gecombineerde afwasmiddelen, in het bijzonder die met glansspoelmiddel, werken beter bij een beperkt aantal programma’s;
Het effect van afwasmiddelen met inbebouwde zoutfunctie of waterontharder is afhankelijk van de hardheid van het gebruikte water. Controleer of de hardheid van het gebruikte water valt binnen de toleranties zoals vermeld op de verpakking van het afwasmiddel. In bepaalde gevallen kan het gebruik van gecombineerde afwasmiddelen schade veroorzaken:
Kalkaanslag op de vaat of in de afwasmachine;
Een reductie van het was- en/of droogresultaat. Wanneer hiervan sprake is, adviseren wij u gebruik te maken van gescheiden zout-, glansspoel- en afwasmiddelen. Dit resulteert in een betere werking van het wateronthardingsmechanisme Echter, het kan enige afwasbeurten duren voordat het wateronthardingsmechanisme weer op het goede niveau functioneert. BELANGRIJK Mankementen die zijn ontstaan als direct gevolg van onjuist gebruik van zout-, glansspoel- of afwasmiddelen zijn uitgesloten van garantie.
Indien de machine meerdere dagen niet gebruikt wordt, is het raadzaam de volgende punten in acht te nemen.
1. Draai een programma af zonder afwas,
maar met afwasmiddel om de machine te ontvetten;
2. Trek de stekker uit het stopcontact;
3. Draai de waterkraan dicht;
4. Vul het glansmiddelreservoir;
5. Zet de deur op een kier;
6. Houd de binnenkant van de
afwasmachine schoon;
7. Als de afwasmachine is opgesteld waar
een omgevingstemperatuur beneden 0°C behaald kan worden, dan kan het achtergebleven water in de slangen bevriezen. Wacht dan met het aanzetten van de afwasmachine tot de temperatuur weer boven het vriespunt is en wacht dan nog een uur voordat u de afwasmachine weer aanzet. ONDERHOUD ■ Om de buitenzijde van de afwasautomaat te reinigen wordt afgeraden gebruik te maken van agressieve reinigingsmiddelen en schuursponsjes. Beter is het gebruik te maken van alleen water en een doek. ■ Neem de rubberen deurafdichting af en toe af met een natte doek. ■ Mocht er naglansmiddel gemorst worden tijdens het vullen neem het dan met een doekje meteen op. ■ Kleine lichte kalkafzettingen kunnen verwijderd worden door regelmatig op de bodem van de machine 1 glas azijn te gieten en de machine het programma voor fijn serviesgoed af te laten werken. ■ Wanneer, ondanks regelmatig schoonmaak van de filters, de vaat niet goed schoon wordt, dient u de sproeikoppen op de roterende armen onder in de machine te controleren of deze schoon zijn (fig. A “5”). Wanneer deze geblokkeerd zijn maak deze dan schoon op de volgende manier: 1.Om de bovenste roterende arm te verwijderen, draai deze tot de gemarkeerde stop bij de pijl (fig. 1). Druk de arm voorzichtig naar beneden en draai het met de klok mee (fig. 1b). Om deze arm weer terug te plaatsen voer dezelfde handeling uit maar draai nu in tegengestelde richting. De onderste roterende arm kan verwijderd worden door het omhoog te trekken (fig. 2). 2.Spoel de roterende armen met water om blokkades in de sproeikoppen te verwijderen; 3.Wanneer de roterende armen zijn schoongemaakt zet deze dan weer in dezelfde positie terug in de machine. Vergeet niet de bovenste arm te draaien vanaf de pijl tot de voormalige positie. ■ De binnendeur en kuip zijn ook van roestvrijstaal. Eventuele oxidatieverschijnselen kunnen afkomstig zijn van een grote concentratie ijzerzouten in het water. ■ Roestende bestekheften of bevestigingsschroeven in handvatten van pannen kunnen ook een lichte roestvorming veroorzaken. Deze vlekken kunnen met een licht schuurmiddel verwijderd worden: maak nooit gebruik van chloorhoudende middelen of ijzeren pannensponzen.
ALGEMENE AANWIJZINGEN Hoe goede wasresultaten te verkrijgen ■ Voordat servies in de afwasautomaat wordt geplaatst dienen grove etensresten (bijv. botjes, eierschalen, koffiedik, tandenstokers of fruitschillen) verwijderd te worden om te voorkomen dat de filters, slangen en sproeiarmen verstopt raken. ■ Het is daarentegen niet altijd nodig het vuile servies eerst af te spoelen onder de kraan. ■ Als pannen en ovenschalen zijn aangekoekt of aangebrand is het aan te raden deze eerst in een sopje te laten weken. ■ Plaats de kopjes, bakjes en pannen altijd met de bovenkant naar beneden. ■ Plaats het servies zo dat het niet tegen elkaar staat en de waterstraal overal kan komen. Door de korven goed in te richten worden er betere resultaten behaald. ■ Controleer na het laden van uw afwasautomaat of de sproeiarmen vrij kunnen draaien. ■ Laat aangekoekt servies of pannen eerst enige tijd in een sopje weken, eventueel met wasmiddel voor de afwasmachine. ■ Het afwassen van zilver: a) spoel het zilver direct na gebruik af, vooral als het is gebruikt voor mayonaise, eieren etc; b) strooi er geen afwasmiddel overheen; c) houd het gescheiden van andere metalen voorwerpen. Hoe u kunt besparen ■ Als u alleen de afwasmachine wilt gebruiken als deze vol beladen is, plaats dan na elke maaltijd het servies in de korven en gebruik wanneer nodig het programma voor KOUDE SPOELING. Als de afwasmachine uiteindelijk vol is stel dan het gewenste programma in. ■ Als het servies niet erg vuil is of als de afwasmachine nog niet helemaal vol is, gebruik dan de Economy-toets bij de programma's waarbij dit mogelijk is (zie afwasprogrammatabel). Wat niet geschikt is voor de machine-afwas ■ Niet al het servies is geschikt voor machine-afwas. Het is af te raden bepaalde voorwerpen in de afwasmachine te wassen zoals: PVC voorwerpen, bestek met houten of plastic handgrepen, sausschaal met houten handgreep, voorwerpen van aluminium of kristalhoudend glas, tenzij anders aangegeven. ■ Bepaalde decoraties kunnen verbleken, daarom kunt u eerst beter een exemplaar enkele malen machinaal wassen om er zeker van te zijn dat de decoratie niet verbleekt. ■ Het is verstandig zilver en metalen bestek niet bij elkaar te zetten om eventuele chemische reacties te voorkomen. BELANGRIJK Let bij de aankoop van servies of bestek of deze geschikt zijn voor machinaal afwassen. Raadgevingen, voor na het afwassen ■ Om het druppelen vanaf het bovenrek te voorkomen is het raadzaam na beeindiging van het programma eerst het onderrek leeg te halen. ■ Mocht de vaat na beëindiging niet meteen uit de machine gehaald worden dan raden wij u aan de deur op een kier te zetten, om een nog betere droging te verkrijgen.N.B.: Indien de situatie zich voordoet dat het apparaat een slechte reiniging veroorzaakt, is het aan te bevelen de meest grove etensresten van de borden te verwijderen alvorens het programma te starten. Tijdens de droging gaan achtergebleven etensresten extra vast aan de borden zitten en deze zijn ook in een tweede programma niet met de machine te verwijderen. Indien het mankement zich ondanks de voorzorgsmaatregel toch blijft voordoen, is het raadzaam de Servicedienst te bellen met vermelding van type- en serienummer van de machine. Deze zijn te vinden op de sticker aan de binnenzijde van de deur. Met deze informatie is het mogelijk u beter van dienst te zijn wanneer een servicemonteur een bezoek moet brengen. Wij stellen ons niet aansprakelijk voor eventuele drukfouten. Kleine veranderingen en technische ontuikklingen zijn voorbehouden.
Zijn niet goed schoon.
9 - Geluiden tijdens
wassen. 10 -Vaatwas is niet compleet droog. Zie oorzaken nr. 5 Panbodems zijn niet goed gereinigd voordat ze in de machine zijn gedaan. Sproeiarmen vuil.(gaatjes niet open) Borden zijn niet goed geladen. De uitlaat van de afvoerslang hangt in het water. Er is onvoldoende zeep in de vaatwasser gekomen; zeep is te oud en hard geworden. Het programma is te licht. Borden ed. In onderste korf zijn niet goed gewassen. Water te hard. Borden raken elkaar. Ronddraaiende armen raken borden of id. Geen goede ventilatie. Controleer. Aangezette panbodems moeten geweekt worden voordat ze in de machine gaan. Verwijder sproeiarmen, door schroef los te draaien ( in de richting van de wijzers van de klok ) en reinig de sproeiarm onder de kraan. Zet de borden niet te dicht tegen elkaar. De uitlaat van de afvoerslang moet ten alletijden belucht zijn Verhoog de hoeveelheid zeep en / of vernieuw de zeep. Kies voor een zwaarder programma. Hogere temperatuur. Schakel 1/2_ vulling knop uit. Controleer zout en naglansmiddel en stel eventueel hoeveelheid in. Blijft fout hetzelfde schakel servicedienst in. Zet de borden opnieuw in de korf. Laad de korven opnieuw. Laat de deur op een kier staan aan het eind van het droogprogramma, waardoor de vaatwas op een natuurlijke manier droogt.
Steek stekker in stopkontakt. Druk knop alsnog in. Sluit de deur goed. Controleer zekering in de meterkast. Controleer Open de kraan. Leg de slang goed, zonder knikken. Reinig zeefje en installeer juist. Reinig de zeef. Leg de slang goed, zonder knikken. Installeer opnieuw volgens de instrukties. Uitlaat van de afvoerslang moet tenminste 40 cm boven de vloer zijn. Verlaag dosering zeep. Controleer de inhoud van de korven. Reinig deze. Schakel het toestel uit. Draai de kraan open en Re-set programma.
FOUT OORZAAK OPLOSSING
STORINGLIJST Kleine storingen zelf oplossen. Wanneer de vaatwasmachine plotseling niet goed werkt of helmaal niet, controleer de onderstaande punten, voordat u de Service dienst belt.
1 - Toestel doet niets.
2 - Toestel neemt geen
water 3 -Toestel pompt water niet af.
sproeiarmenniet hoorbaar, tijdens wassen. 6-Op elektronische apparaten zonder display: één of meer lampjes knippert. Stekker niet in stopkontakt 0/1-knop niet ingedrukt. Deur is open. Geen spanning Zie oorzaken nr. 1 Kraan staat dicht Toevoerslang geknikt. Zeefje niet goed in slang. Zeef vuil. Afvoerslang geknikt. Verlengstuk van afvoerslang niet juist bevestigd. Positie van de uitlaat vande afvoerslang te laag (hevelwerking) Te hoge zeepdosering. Voorwerpen blokkeren de sproeiarmen. Filter / zeef verstopt. Kraan dicht.
Notice-Facile